Page 1

2013 Jaarmagazine over beleid en tendensen in het sociaal-cultureel werk

Wij zijn sociale innovatie Over het DNA van het sociaal-cultureel werk

“Yes, ze zijn er!� Interview met minister Schauvliege

Europa en het middenveld Staes en Demesmaeker op de rooster

Cultuurschepenen Naegels en Van Uffel: Inzetten op sociaal-cultureel werk Ook in crisistijd


Colofon

Met dank aan:

Een uitgave van:

Frank Cockx, Fried Roggen, Tom Joos, Jan Baeck, Jan Van Nieuwenhuyzen, Anniek Gavriilakis, Ine De Rycke, Anton Schuurmans, Geraldine Mattens, Caroline Cocquyt, Minister van Cultuur Joke Schauvliege, Gerda Van der Plas, Bart Caron, Philippe De Coene, Paul Delva, Marius Meremans, Jean-Jacques De Gucht, Isabelle Poppe, Kristien Vermeersch, Mark Demesmaeker, Bart Staes, Yilmaz Koçak, Lode Vermeersch, Hugo De Vos, Jan Roegiers, Willy Lenaers, Elynn Van Uffel, Anniek Nagels, Brien Coppens, Ruth Stokx, Mie Moerenhout, Peter Wouters, Dany Neudt, Anne Snick, Jef Verrydt, Memet Karaman, Christine Dierckx, Tom Gorré, Anissa Akhandaf, Griet Verschelden, Dirk De Cock, Hugo De Blende, Katelijne Béatse, Mark Delmartino, Judith Perneel, Mattie Jacobs, Wouter Goolaerts, Anneloes Vandenbroucke, Naima Charkaoui.

FOV vzw federatie sociaal-cultureel werk Gaillaitstraat 86 bus 12 1030 Brussel tel. 02/244.93.39 info@fov.be www.fov.be Brussel, juni 2013

Bijdragen: Karine Cleynhens Nele Cornelis Sam Deckmyn Liesbeth De Winter Claire Luyten Joris Smeets Dirk Van Aerschot Dirk Verbist

Een bijzonder woord van dank aan Marc Provoost en Isa Van Dorsselaer voor hun constructieve inbreng.

Tekstbewerking en redactie: Isa Van Dorsselaer

Fotografie: AIF: pg. 42 Robert Boons: cover, pg. 14, 17, 19, 56-57, 59-60 Chris Harvey (Shutterstock): pg. 41 Ilse Heip: pg. 29 Marco Mertens: pg. 33-36 Katrijn Van Giel: pg. 46 Wim Kempenaers: pg. 55

Eindredactie: Joris Smeets

Met medewerking van de FOV-lidorganisaties

Vormgeving: Media Luna - Marc Provoost

Druk: Drukkerij Bulckens, Herenthout

federatie sociaal-cultureel werk


intro

Wascabi pepert de dialoog Handen uit de mouwen We kennen allemaal Piet en Frieda. Gewone mensen uit een gewone straat in Vlaanderen, die een fors deel van hun tijd geven aan de samenleving. Omdat ze dat fijn vinden, omdat ze mensen graag zien, omdat ze geen ‘zittend gat’ hebben: iedere Piet of iedere Frieda heeft zo zijn of haar redenen om zich te engageren. Om andere mensen ook een fijne tijd te bezorgen. Of om met andere mensen hun twijfels en hun boosheid over wat er verkeerd loopt in de wijk, de stad, het land en de wereld te delen. Zoals Piet en Frieda zijn er honderdduizenden mensen in Vlaanderen en Brussel die de handen uit de mouwen steken. Zomaar. Zomaar? Neen, toch niet: ze geloven ergens in. Ze geloven in een samenleving waarin mensen samen aan projecten bouwen. Duizenden onder hen werken mee in adviesraden en wijkcomités. Ze willen elkaar sterker maken zodat ze met een kritische blik kunnen kijken naar wat er rondom hen gebeurt. En vooral: ze willen zich bij al dat engagement goed voelen. Dat is ontzettend belangrijk voor Frieda en Piet, maar ook, zo blijkt uit vele onderzoeken, voor een veerkrachtige, dynamische, creatieve en zorgende samenleving.

Aders en haarvaten In Nederland werd aan 75 gerenommeerde wetenschappers gevraagd welke zij vandaag de grootste sociale vraagstukken vinden. Wat blijkt? Sociale cohesie prijkt bovenaan de lijst. De wetenschappers maken zich zorgen over de toenemende polarisatie, de steeds groter wordende kloof tussen bevolkingsgroepen en het gebrek aan solidariteit. Het op één na meest onderschatte probleem is voor hen het gebrek aan burger­ schap, aan burgers die verantwoordelijkheid nemen. De samenleving heeft volgens deze wetenschappers meer veerkracht nodig om met ­verrassingen en tegenslagen om te gaan. Sociale cohesie en burgerschap: dé uitdagingen voor de 21ste eeuw. Wij zijn er rotsvast van overtuigd dat het brede sociaal-cultureel werk hier mee een antwoord op is. Niet als een medicijn. Neen, de erfgoedverenigingen en sportclubs, de jeugd- en amateurkunsten­organisaties, het sociaal-cultureel volwassenenwerk: ze zijn de aders en haarvaten van een levende samenleving. Ze bestrijden geen klacht, maar versterken kracht.

Goesting Deze Wascabi wil hier jaarlijks getuige van zijn. Wij blikken terug en vooruit op het beleid voor het sociaal-cultureel volwassenenwerk. We gaan dieper in op actuele thema’s. Soms wat aftastend en badinerend, soms met wat meer peper. Maar altijd in dialoog. In deze eerste editie spreken we met parlementsleden uit Vlaanderen en Europa, met lokale bestuurders en minister Joke Schauvliege, met sociaal-culturele werkers van alle slag. En dus ook graag met u, beste lezer. Met één centraal pleidooi: nog meer goesting in de samenleving. De goesting om samen te werken, de goesting om erin te geloven. De goesting om het verschil te maken. ‘Moeten’ maakt plaats voor ‘willen’. Voortdurend worden nieuwe dingen geboren, maar ze worden alleen maar groot dankzij voldoende doorzettingsvermogen, vrije ruimte, overtuiging, wilskracht en goesting. En daar heb je een pak engagement voor nodig. Bij het beleid en in het sociaal-cultureel werk. Dirk Verbist, directeur FOV

I

2013 1


4

Wij zijn sociale innovatie

Over het DNA van het sociaal-cultureel werk

Europa en het middenveld

32

Staes en Demesmaker op de rooster

Yes, ze zijn er!

14

Interview met minister Schauvliege

38

Regulitis in het land Symptomen en remedies

versus Cocquyt 12 Mattens Woordenstrijd over de vrijwilligersvergoeding

in tijden van crisis 26 Veerkracht Organisaties komen met antwoorden

the record 20 Off De commissie Cultuur klapt uit de biecht

sociaal-cultureel werk 28 Prijs De fakkel doorgegeven

2

I

2013


INHOUD 40

Het interculturele middenveld Hoe omgaan met de hoge verwachtingen?

48

44

Knockin’ on heaven’s door

Nieuw in het decreet sociaal-cultureel werk

56

Pleidooi voor een “leer-revolutie”

Pittige dames aan het woord

30 Tweeterdetweet Sector in de (sociale) media

mening van de FOV 61 De Geef ons ruimte!

54 Bermudadriehoek? Lessen van het middenveld voor politiek

Kroonraad verdeelt de koek 62 De Prioriteiten voor het sociaal-cultureel werk

Over schroeven, vijzen en kritische burgers

en bedrijfsleven

Twee cultuurschepenen over hun gemeente

I

2013 3


WIJ ZIJN SOCIALE INNOVATIE

4

I

2013


Innovatie is het nieuwe toverwoord. Maar vooraleer sociaal-culturele organisaties zichzelf binnenstebuiten beginnen te keren om zoveel mogelijk te vernieuwen, kijken ze best even naar wat ze al doen. Want sociale innovatie zit in het DNA van het middenveld. Hoe kunnen sociaal-culturele organisaties dit kapitaal verzilveren en hoe kan de overheid ze daarbij helpen?

S

ociale innovatie: iedereen heeft er de mond van vol, ook de overheid. De Vlaamse regering heeft eind vorig jaar het licht op groen gezet voor de Sociale Innovatiefabriek, waarmee ze het belang van sociale innovatie en de rol die het middenveld daarin speelt, erkent. Het middenveld, met de sociaal-culturele sector, kan op het vlak van vernieuwing namelijk een stevig palmares voorleggen. Wat maakt van hen pioniers? De FOV ging luisteren.

Vinger aan de pols Organisaties in de sociaal-culturele sector detecteren als geen ander (nieuwe) maatschappelijke uitdagingen. Ze werken al doende vernieuwende oplossingen uit voor problemen die hun achterban signaleert of die ze zelf opmerken. Ze vernieuwen omdat ze gedreven worden door hoe de samenleving er volgens hen zou moeten uitzien en ze experimenteren om die droom dichterbij te brengen. Sociale innovatie komt vaak van onderuit, waarna een idee wordt opgepikt en ‘verrijkt’ door de organisatie.

Bescheidenheid siert niet Sociale innovatie zit tot in de diepste vezels van het sociaal-cultureel werk, maar dit wordt niet altijd zo (h)erkend. Soms zie je pas veel later dat een idee echt maatschappelijk vernieuwend was, of wordt het niet zo gezien omdat innovatie verengd wordt tot technologische ontwikkelingen. Het middenveld zelf is te bescheiden en staat vaak huiverachtig tegenover marketingtechnieken om zijn potentieel in de kijker te zetten. Overheden – en soms ook bedrijven – hebben er bovendien een handje van weg om ideeën over te nemen zonder de bedenkers ervan in de bloemetjes te zetten.

Vrijheid blijheid Innovatie heeft tijd en vrijheid nodig. In organisaties moeten medewerkers het vertrouwen krijgen, alsook de tijd en de ruimte, om te experimenteren zonder meteen afgerekend te worden op een mislukking. Organisaties moeten – om te kunnen blijven innoveren – zichzelf in vraag stellen en trouw durven blijven aan hun waarden en doelstellingen. Ze kunnen op zoek gaan naar minder evidente partners, ook in de markt. Overheden doen er goed aan te beseffen dat er bij sociale innovatie ettelijke keren geschoten wordt voor het raak is. Niet elk experiment zal een onmiddellijk zichtbaar en bruikbaar resultaat opleveren. Laat dit ze er niet van weerhouden om te zorgen voor een wettelijk en beleidskader dat ruimte creëert voor experiment.

I

2013 5


Innovatie is het DNA van het sociaal-cultureel werk” Frank Cockx begeleidt voor Socius, het Steunpunt Sociaal-Cultureel Volwassenen­werk, het SCI-traject rond sociaal-culturele innovatie. “Onze succes­verhalen worden overgenomen en daar mogen we best fier op zijn.” sociaal-geëngageerde organisaties en groepen die werken volgens de principes van het sociaal-cultureel werk, is het beste bewijs van sociaal-culturele innovatie. De overheid heeft met de Sociale Inno­ va­tie­fabriek en de projectsubsidies voor kortlopende, vernieuwende initiatieven goede instrumenten ingezet, en dat is hoopgevend. Maar zal dit leiden tot brede sociale innovatie? Of dreigt de fabriek eenheidsworst te produceren?

Innovatie wordt ook in het sociaal-cultureel volwassenenwerk nog vaak gezien vanuit het dominante economisch gedreven, marktgerichte discours: nieuwe doelgroepen, aangepast aanbod, andere werkvormen en hippe methodes. Dan krijg je al snel het gevoel dat je achterophinkt als sociaal-culturele organisatie. Het SCI-traject van Socius maakt duidelijk dat innovatie net tot de kern van het sociaal-cultureel volwassenenwerk behoort, al wordt dat niet zo benoemd. Sociaal-culturele organisaties en werkers vernieuwen voortdurend rond actuele thema’s in het leven van mensen of in de samenleving. De sector moet daar bewuster mee omgaan, deze brede sociale innovatie expliciteren en er een taal voor vinden. We moeten mechanismen en instrumenten uitwerken om ze meer vorm en kracht te geven. Met de SCI-praktijktafels met mensen uit de sector wilden we ruimte creëren om daar samen over na te denken, weg van de waan van de dag. In een tweede fase werken we instrumenten uit waarmee organisaties processen op

6

I

2013

gang kunnen brengen en competenties kunnen ontwikkelen. Wat we hierbij niet mogen onderschatten is de koudwatervrees. Door het huidige innovatiediscours krijgen sociaal-culturele werkers vaak het gevoel dat ze zichzelf binnenstebuiten moeten keren om met de spectaculairste aanpak te komen. Ja, we moeten vernieuwende en vooral alternatieve antwoorden geven op maatschappelijke uitdagingen, maar dat hoeft niet altijd zo te zijn. Soms leiden gekende en vertrouwde methodes, die hun deugdelijkheid bewezen hebben maar die rond een hedendaags thema ingezet worden, tot een vernieuwende praktijk. Verenigen bijvoorbeeld, mensen samenbrengen, is een gekend antwoord op tal van maatschappelijke uitdagingen, maar de aanpak blijft actueel en wordt geherinterpreteerd voor deze tijden. Een beweging als Samenhuizen (rond co-housing, red.) ent zich op de principes van verenigen en coöpereren, maar dan rond een actueel thema. Het ontstaan van dergelijke nieuwe

Het is namelijk nooit één praktijk op zich die het verschil maakt. Niet één projectsubsidie of een innovatiefabriek alleen. Brede sociale innovatie is het resultaat van een opeenstapeling van aparte praktijken. Plots blijkt dat men overal rond hetzelfde thema werkt, los van elkaar, en die praktijken stromen op een bepaald moment samen. Sociaal-culturele organisaties werken op het ritme van hun doelgroep, omdat ze dichtbij de mensen staan en van de mensen zijn. Ze hebben daar ruimte voor nodig, maar in de huidige context moeten ze steeds meer doen met dezelfde middelen. Wat betekent dat voor innovatie? Echte sociale innovatie vraagt ook tijd en dat ziet en waardeert de overheid niet altijd. Veranderen doet soms pijn, maar er is wel het perspectief op ‘anders’ en ‘beter’. En daar staat de sector van het sociaal-cultureel volwassenenwerk voor. Onze succesverhalen worden overgenomen door de markt, waarbij niemand nog ziet dat de kiemen in onze sector gezaaid zijn. Daar mogen we fier op zijn. We mogen dat zelf meer in de verf zetten.


Nood aan vrijplaats waar regels niet gelden” Fried Roggen is na een carrière in het jeugdwerk stichter en vennoot van i-propeller, een studiebureau dat bedrijven diensten helpt te ontwikkelen die inspelen op trends in de samenleving. “Het middenveld is het best geplaatst om vernieuwing te brengen, het droomt al over hoe het beter kan.”

Ik ben een middenveldmens, al heet ik nu sociaal ondernemer. Alles wat ik doe gaat over proberen verandering teweeg te brengen. Ik gebruik nog elke dag dingen die ik in het middenveld geleerd heb. Maar ik kwam er ook elke keer tot dezelfde vaststelling. Als je in een gesubsidieerd kader werkt, moet je de regels daarvan volgen. Die beperkingen kunnen innovatie in de weg staan. Bij het Brussels Onthaalbureau wilde ik bijvoorbeeld een businessplan opstellen om onze knowhow rond diversiteit op de werkvloer buitenshuis aan te bieden. Ik wilde hiervoor een deel van onze subsidie gebruiken om extra geld te genereren, ondernemen dus, terwijl dat binnen ons toenmalige subsidiekader niet mocht. Ondernemen of je subsidies zo goed mogelijk besteden, beide zijn eerbaar, maar anders.

Wat wij met i-propeller willen, is maatschappelijk iets in beweging zetten. Wie is daar het best voor geplaatst? Sociale ondernemers en het middenveld, want zij denken al na over de maatschappij en dromen over hoe het beter kan. Daar zit de kracht van innovatie, die bij sommige reguliere bedrijven veel minder aanwezig is, omdat die bezig zijn met waarde creëren voor hun aandeelhouders. Toch is het niet zo dat je voor innovatie maar twee keuzes hebt: vermarkten of vermaatschappelijken. Ik zie een spectrum, van de meest gehaaide kapitalist die leeft voor de kick van de winst tot de informele groep mensen die het bos naast mijn deur samen beheert, en alles wat daartussen ligt. Ze hebben alle bestaansrecht, alleen moet iedereen weten vanuit welke plek in dat spectrum ze het best hun doel kunnen bereiken. Zo kan het bijvoorbeeld zijn dat je als middenveldorganisatie beter wat opschuift in de richting van een sociale onderneming.

De overheid lijkt te vrezen dat elke sociale innovatie die geen businessmodel verdraagt, haar geld gaat kosten. Maar het kan niet de bedoeling zijn om voor elk innovatief idee bij de overheid aan te kloppen. Het moet mogelijk zijn om ideeën die nu al worden uitgevoerd door het brede middenveld te organiseren via een ander model, zodat het middenveld zijn subsidies kan besteden aan zijn kerntaken. Dat is een serieuze uitdaging: een middenveldorganisatie overtuigen om met een businessplan te komen. Je ziet de ene helft wit wegtrekken, de andere afhaken. Er zou een statuut moeten zijn dat sociaal-culturele organisaties de kans geeft om even hun zin te doen. Een vrijplaats, waar de gebruikelijke regels en kaders even niet gelden. Er zijn creatieve oplossingen om die vrijplaats mogelijk te maken, alleen moeten de geesten er rijp voor zijn.

I

2013 7


Ons kapitaal zijn onze ideeën en onze betrouwbaarheid” Volgens Tom Joos, hoofd Sociaal-cultureel Werk, en Jan Baeck, directeur Vrijwilligerswerk en Dienstverlening, kan de Gezinsbond niet anders dan vernieuwen. “Wij staan dicht bij onze doelgroep, we moeten dus de vinger aan de pols houden.” Daardoor kunnen we verder springen dan je zou verwachten gezien onze middelen, en kunnen we misschien minder vanzelfsprekende partnerschappen opzetten. We kunnen dat ontbijt quasi gratis aanbieden dankzij partners in de distributie en de voedingssector, ook al krijgen sponsors daar niet veel voor in de plaats. Toch vinden ze ons.

Wat hebben gezinnen nodig? Die vraag staat centraal. De Gezinsbond past zich daarom voortdurend aan de veranderende samenleving aan en toont een grote capaciteit voor vernieuwing. Dat komt doordat we dichtbij onze doelgroep staan. Omdat lidgeld veel belangrijker is dan subsidies voor ons, moeten we de vinger aan de pols houden. Daarnaast drijft wetenschappelijk onderzoek onze vernieuwing. We toetsen signalen van onze achterban aan wetenschappelijk onderzoek. Dan zoeken we hoe we de resultaten van dat onderzoek binnen onze opdracht en eigenheid kunnen omzetten in acties, activiteiten en publicaties waar onze achterban iets aan heeft. Zo kregen we vanuit lokale afdelingen het signaal dat opvoedingsondersteuning actueel was, maar dat het voor hen moeilijk was om daar zelf mee aan de slag te gaan. Een onderzoekster van de UGent heeft toen voor ons

8

I

2013

onderzoek gedaan en dat heeft geleid tot het project bijtanken@home, naar het model van de Tupperwareparty’s, waarbij mensen, los van een lokale afdeling van de Gezinsbond, thuis anderen uitnodigen om ervaringen uit te wisselen over opvoeding. Uit lokaal engagement groeien mooie en nieuwe dingen. De oppasdienst van de bond bijvoorbeeld is ooit begonnen als één initiatief van een koppel uit Beringen voor mijnwerkersgezinnen. We pikken deze nieuwe ideeën op en ‘verrijken’ ze. Zo organiseerde een lokale afdeling regelmatig een ontbijt dat veel volk lokte. We hebben bekeken hoe we daarop konden inspelen. Het resultaat was een initiatief, in samenwerking met privépartners en onderbouwd door onderzoek, rond gezond ontbijten. Ons kapitaal zijn onze ideeën en onze betrouwbaarheid. Onze beweging is zeer gestructureerd, maar zowel vrijwillige als professionele krachten hebben veel ruimte en vrijheid om dingen te doen.

Toen de klemtoon verschoof van gezond eten naar bewegen, is dat initiatief trouwens mee geëvolueerd. We blijven onze formules dus ook vernieuwen. We verzelfstandigen sommige initiatieven, zoals het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen, omdat ze te ‘groot’ worden of zetten ze stop als zij niet meer relevant zijn. Wat goed loopt wordt overgenomen door andere spelers, vaak door de overheid. Dat is altijd zo geweest. Onze gratis lening voor huizen in de jaren twintig van de vorige eeuw was de voorloper van het Vlaams Woningfonds. Ook ons systeem van studieleningen is later door de overheid overgenomen. Dat geldt voor veel initiatieven. Dat toont dat we vernieuwend bezig zijn, maar het doet ook pijn. Onze lokale vrijwilligers hebben een werking en expertise opgebouwd en netwerken uitgebouwd en plots stuikt dit ineen omdat het aanbod gekopieerd wordt, soms ook door lokale overheden. Waarna onze afdelingen op zoek gaan naar nieuwe noden om iets vernieuwends rond uit te bouwen.


Vertrouwen en ruimte geven”

Jan Van Nieuwenhuyzen was CEO van SD Worx voor hij overstapte naar i-propeller. Hij is medeoprichter van de Sociale Innovatiefabriek. “Steeds meer ­ondernemingen willen maatschappelijk verantwoord ondernemen en dat schept kansen voor nieuwe partnerschappen.”

De rol van de Sociale Innovatie­ fabriek is om mensen samen te brengen en op een nieuwe manier naar hun omgeving te helpen kijken. Innovatie ontstaat vaak uit nieuwe kruisingen en het maakt daarbij niet uit vanuit welk ‘milieu’ dit komt. Dienstencheques hebben bijvoorbeeld heel wat teweeggebracht voor de huishoudens die ze gebruiken en de mensen die daardoor een witte baan hebben gekregen. Zo zou je ook een wettelijk systeem van cheques kunnen uitwerken waarmee particulieren onderling diensten ruilen. Innovatie betekent namelijk niet altijd dat je iets nieuws uitvindt. Je kunt ook iets op een andere manier gebruiken, de schaalgrootte aanpassen, nieuwe ­t echnologieën slim aanwenden. Ziekenzorg liet enkele jaren geleden vrijwilligers eenzame bejaarden of zorgbehoevenden bellen om een praatje te slaan, waarbij met beeldtelefoons werd geëxperimenteerd. Wat als je dat nu zou doen met apps? Misschien willen marktspelers die apps wel ontwikkelen. Steeds meer ondernemingen willen maatschappelijk verantwoord ondernemen en dat schept kansen voor nieuwe partnerschappen. Sectoren zoals die van het sociaal-­ cultureel werk hebben veel ervaring met innovatie, maar ze geven daar te weinig ruchtbaarheid aan. Marketing is vaak nog een vies woord terwijl ze, juist gebruikt, initiatieven uit de sector veel uitstraling kan geven en andere kan inspireren.

Innovatie heeft te maken met vertrouwen en ruimte geven. Mensen hun ding laten doen zonder daar te dicht op te zitten. Hun de kans geven om iets uit te werken. Bij SD Worx is de hele fiscale en sociaal-juridische poot gebaseerd op één medewerker, die tegen de stroom in geloofde in de mogelijkheden van de pc in plaats van alles op mainframe te zetten. Door voor hem een pc te kopen heeft hij mee de groei van SD Worx mogelijk gemaakt. Innovatie komt er niet plots. Je moet aanvaarden dat je zeer veel moet experimenteren om uiteindelijk één innovatie over te houden. De overheid zou ruimte moeten creëren voor kweekbedjes, waar je mag afwijken van het bestaande kader en gestimuleerd wordt om dingen uit te proberen zodat nieuwe ontwikkelingen een kans krijgen. Het kan een rol zijn voor de fabriek om dit te signaleren aan de overheid.

Wat is ondernemen? Wat is profit of non-profit? Dat moet herdacht worden om innoverende initiatieven ruimte te geven. Zo startte in Antwerpen een winkel die twee prijzen hanteert: een lagere prijs voor wie het moeilijk heeft en een iets hogere voor wie het wel kan betalen. De handelaars in de buurt protesteren echter omdat zij die lagere prijzen oneerlijke concurrentie vinden. Terwijl die doelgroep nu wellicht ook niet bij hen winkelt. Het zal een uitdaging worden voor iedereen om op een andere manier te kijken naar onze samenleving en hoe we haar organiseren.

I

2013 9


Niet denken in hokjes, wel in netwerken” Bond Zonder Naam was altijd al een broedmachine voor vernieuwende maatschappelijke ideeën, zeggen Anniek Gavriilakis en Ine De Rycke. “De uitdaging is je eigen toegevoegde waarde op scherp te krijgen en dat te benadrukken.” vaak niet alleen geld geven, ze willen ook de betrokkenheid van hun medewerkers stimuleren en hun expertise ter beschikking stellen, zodat het ook een leertraject wordt voor hun werknemers. Je zoekt samen naar winst voor beide. Experimenteren is een manier om te innoveren. Daar krijgen wij in de organisatie ook veel ruimte en vertrouwen voor. We geven impulsen met vernieuwende initiatieven, maar we willen zeker niet altijd alles zelf doen. Je moet iets op gang kunnen brengen en dan loslaten en in handen geven van organisaties die dat beter of gemakkelijker kunnen.

Bond zonder Naam is altijd op zoek naar nieuwe noden en doelgroepen. Vroeger waren kansarmen – mensen ‘in nood’ zoals we hen noemden – de focus. Zij zijn nog altijd belangrijk, maar we definiëren ‘nood’ nu breder. Het kan ook gaan om psychische, existentiële noden, zoals stilte. Die behoefte leeft als je ziet hoe we via crowdfunding zoveel mensen bereid hebben gevonden om te investeren in de eerste Stiltehoeve in Vlaanderen, die in 2014 opengaat. Wij zijn dus altijd een pionier geweest voor sociale initiatieven, vanuit een pluralistische visie. We nemen het op voor doelgroepen die niet populair zijn, zoals woonwagenbewoners, mensen zonder papieren en gedetineerden. En we pionieren nog altijd, hoewel het vaak onzichtbaar blijft. We moeten dat meer uitspelen. In Borgerhout hebben wij bijvoorbeeld een sociale kruidenier die een ontmoetingspunt is voor nieuwkomers en

10

I

2013

kans­armen. We spreken mensen bij de kassa aan, vragen of ze zin hebben om in ons kookproject te stappen of lessen Nederlandse conversatie te volgen. We bieden een opstapje aan. We gaan partner­schappen aan om in kaart te brengen hoe deze mensen bij ons vrijwilliger worden, welke competenties ze daar leren en of de VDAB dat kan erkennen als een voortraject naar de arbeidsmarkt. We waken er daarbij over dat we ons niet laten instrumentaliseren. We willen het evenwicht bewaren tussen ons vrijbuiterschap, waarbij wij bezig zijn met wat wij belangrijk vinden, en de strategische allianties die we nodig hebben om de impact en de relevantie van wat we doen te vergroten. Daarbij kan je de non-profit zien en verkopen als een cadeau. We zijn een kans die bedrijven, overheden en organisaties kunnen grijpen. Meer en meer bedrijven bijvoorbeeld doen dat. Degene die wij aanspreken en die ons vinden, willen

Alleen mag je het kostbaarste niet zomaar weggeven. We willen het risico niet lopen dat onze inbreng in onze mooiste initiatieven niet erkend wordt. Ja, wij willen het verschil maken in de samenleving, en op zich maakt het niet uit vanwaar een idee nu kwam. Maar die mooie initiatieven geven Bond zonder Naam zijn gezicht en dat hebben we nodig, ook voor de fondsenwerving, om zo de projecten te kunnen blijven doen die ons na aan het hart liggen. De crisis remt bij ons de ontwikkeling van nieuwe initiatieven niet af, integendeel. Ze heeft in ons voordeel gespeeld. Nu alles en iedereen aan geloofwaardigheid en vertrouwen inboet, komen wij met de boodschap dat mensen moeten bezig zijn met wat echt en transparant is, en dat slaat aan. Wij trekken daardoor ook een nieuw soort vrijwilliger aan, kritisch, ondernemend en vernieuwend, soms uit onverwachte hoek en ja, ook uit de profitsector. Geen probleem. Wij denken niet in hokjes, wel in netwerken en relaties.


Overheid kan innovatiemotor die middenveld is, niet negeren”

Anton Schuurmans is projectmedewerker rond de Sociale Innovatiefabriek bij ‘de Verenigde Verenigingen’.

Dit is een moment van zeer grote verandering. De financiële en economische crisis, de klimaatverandering, de toenemende armoede. Er lijkt een lawine van uitdagingen op ons af te komen. Het middenveld draait op vele duizenden vrijwilligers die gedreven worden door een ideaal. De overheid kan het zich niet veroorloven om deze innovatiemotor links te laten liggen en de oplossingen die hij voortbrengt te negeren. Door de innovatiekracht bij het middenveld aan te spreken, kan ze problemen oplossen waarvoor ze zelf de kritische massa niet heeft. Sociale innovatie biedt het middenveld ook kansen. Want waar de overheid vaak een strak kader voor regelgeving, financiering en ondersteuning hanteert, is dat bij sociale innovatie anders. De

overheid kijkt naar het middenveld om haar te helpen met die grote uitdagingen. Sociale innovatie creëert voor het brede middenveld dus opnieuw ruimte om te experimenteren.

Meer weten? ‘Innoveren rond sociale uitdagingen. Dat is van alle tijden’, een publicatie van ‘de Verenigde Verenigingen’ over innovatie in het middenveld in historisch perspectief, is te verkrijgen via www.deverenigdeverenigingen.be/expert/publicatiesocialeinnovatie. www.socialeinnovatiefabriek.be, de website van de Sociale Innovatiefabriek www.socius.be/innovatie, met meer info over het innovatietraject van Socius in de sociaal-culturele sector.

I

2013 11


Vrijwilligersvergoeding:

N

iets lijkt nog gratis. Nu gaan ook in bepaalde verenigingen stemmen op om het plafond voor de vrijstelling voor de vrijwilligersvergoeding – 1308,38 euro per jaar – op te trekken. Zo kunnen vrijwilligers beter vergoed worden zonder als werknemer of zelfstandige te worden gezien. Er zijn nu al uitzonderingen, zoals de vrijwillige brandweer voor wie het maximum hoger is. Als het van sommige actoren afhangt, mag dat voor iedereen zo zijn. Goed idee?

PRO Geraldine Mattens, Vlaamse Sportfederatie Het is dus niet meer dan normaal dat zij een kostenvergoeding krijgen voor hun inspanningen. De huidige vrijwilligersvergoeding schiet echter tekort. Het jaarplafond voor de forfaitaire kostenvergoeding volstaat niet om de vele kosten te dekken die vrijwilligers maken. De kosten voor hun eigen uitrusting en die van de club, voor hun verplaatsing, voor administratie (telefoon, internet, pc, printer, papier), voor hun vorming (opleidingen, lezingen documentatie), enzovoort. Week na week zetten vrijwilligers zich in om de werking van onze sportclubs te garanderen. Of het nu gaat om het financiële beheer en de administratie (door vrijwillige clubbestuurders), het onderhoud van de infrastructuur, de aankoop van materiaal, de trainingen, het vervoer naar competities, fondsenwerving of de organisatie van stages en toernooien: de vrijwilligers zijn paraat.

van clubs hele “ Wjaarerking door garanderen ” Vrijwilligerswerk is het fundament van de georganiseerde sportsector. Geen enkele sector telt zoveel vrijwilligers. Zij investeren veel eigen middelen en veel tijd en energie in de goede werking van hun club. Zonder hun inzet zou sporten in de context van een sportclub helemaal anders georganiseerd zijn, veel minder toegankelijk of zelfs onbestaande zijn.

12

I

2013

De Vrijwilligerswet van 2005 voorziet in de mogelijkheid om voor bepaalde categorieën van vrijwilligers van de forfaitaire plafondbedragen voor de vrijwilligersvergoeding af te wijken. De Vlaamse Sportfederatie vindt dat ook vrijwilligers in de sportsector recht hebben op zo een verhoging van het jaarplafond. Een sportseizoen duurt al snel 40 weken per jaar en daarbij zijn er buiten het seizoen nog vaak sportkampen en stages. Een vrijwilliger die actief is in de werking van zijn sportclub, is daar makkelijk enkele dagen per week mee bezig. Zowel de club als de vrijwilliger stelt vast dat het jaarplafond voor de forfaitaire kostenvergoeding daarvoor te laag is. Het voorstel tot herziening van het jaarplafond is niet ingegeven door een wil om een hogere vergoeding per vrijwillige activiteit te kunnen ontvangen. Wel door de nood in de sportclubs om, in functie van de duur van een sportseizoen en de realiteit van de wekelijkse inzet, hun werking het hele seizoen door te kunnen garanderen.


?

mag het een beetje meer zijn 

CONTRA CAROLINE COCQUYT, SOCIAAL-CULTURELE VERENIGING LINX+

Het lijkt een evidentie te zijn geworden dat voor vrijwillige inzet betaald wordt. Er is op zich niets mis met de vergoeding van vrijwilligers. Dit is een vorm van waardering. Bovendien krijgt de vrijwilliger zo zijn kosten vergoed. De wetgever heeft dit ook prima geregeld. Er is echter een tendens om steeds meer uitzonderingen op de wetgeving toe te staan. En daar nijpt het schoentje. Vrijwilligerswerk is en moet onbezoldigd blijven. Organisaties moeten de vrijheid behouden om hun vrijwilligers al dan niet te vergoeden. Niet elke organisatie kan een stevige vrijwilligersvergoeding uitbetalen. Je creëert zo een opbod tussen organisaties. Wat met de sportclub die zich richt naar kansarme kinderen en die het vooral van engagement en betrokkenheid moet hebben?

We kennen ze allemaal. De wandelaar die tijdens het jaarlijkse evenement van zijn wandelclub het duiveltje-doet-al is, de natuurliefhebber die op eigen kosten een gidsenopleiding volgt om ieder weekend in weer en wind te gidsen, de kookouders op kamp. Dit is allemaal vrijwilligerswerk. Werk dat vrijwillig gedaan wordt uit engagement. Voor het middenveld is vrijwilligerswerk erg waardevol. Vele handen maken het werk licht. Bovendien biedt het kansen tot ontmoeting en maatschappelijke participatie. Daarom moet vrijwilligerswerk toegankelijk zijn voor iedereen. Ook voor mensen die werkloos zijn, een invaliditeitsuitkering krijgen of met pensioen zijn.

s het ene vrijwilligerswerk “ Imeer waard dan het andere? ” Het is hoog tijd dat we nadenken over onze toekomst. Denken we echt dat we betere vrijwilligers zullen krijgen door ze in allerlei statuten met verschillende vergoedingen te wringen? Denken we echt dat het werk dat door vrijwilligers op deze manier wordt gedaan, beter zal zijn? Of zouden we toch beter de kaart van het engagement, het vuur, de passie en de solidariteit trekken?

I

2013 13


in het begin, “ Ddatie kritiek was niet fijn, maar de prijzen worden aan de meet uitgedeeld

14

I

2013


“Je kunt de samenleving niet veranderen zonder middenveld” Het sociaal-cultureel volwassenenwerk en zijn minister hebben de afgelopen vier jaar wisselende emoties opgeroepen bij elkaar. Soms stonden ze op één lijn, dan weer tegenover elkaar. Het dieptepunt was 2010, toen de Vlaamse regering het begrotingsmes moest bovenhalen en duizenden mensen die de sector genegen zijn op straat kwamen uit protest. Toch zijn en blijven we bondgenoten, zegt Joke Schauvliege. “Onze opdracht nu is ervoor zorgen dat in de aanloop naar de verkiezingen van 2014 het ­belang van sociaal-cultureel weefsel overal zichtbaar is. We moeten samen dat debat doen léven.”

Z

e doet het graag, Cultuur, en na de ‘moeder aller verkiezingen’ in 2014 wil ze voortdoen, al weet Joke Schauvliege na twintig jaar in de politiek dat ze zich best niet vastklampt aan haar stoel. “Ik heb altijd geprobeerd om wat ik deed goed te doen. Ik heb me nooit vastgepind op postjes en dat heeft me het verst gebracht.” Kneusje Cultuur, zo werd ze in het begin van de regeerperiode genoemd door schrijver Erwin Mortier, die vond dat ze niet de juiste culturele adelbrieven kon voorleggen. “Dat ik minister van Cultuur werd, was misschien vreemd voor de kunstensector, maar veel minder voor het sociaal-cultureel volwassenenwerk. Ik stam uit het middenveld.” En ook al komt ze er geregeld mee in aanvaring nu ze minister is, haar hart blijft kloppen voor deze unieke constructie tussen overheid en markt, zo blijkt uit het gesprek dat ­FOV-directeur Dirk Verbist met haar had over de mijlpalen van de voorbije vier jaar voor haar en voor het sociaal-cultureel volwassenenwerk.

I

2013 15


13 juli 2009 eerste interview in Terzake In uw eerste interview als minister in Terzake vroeg Lieven Verstraete welk het laatste theaterstuk was dat u gezien had. Ik was trots dat u een amateurtheater­gezelschap noemde, culturele tenoren schreeuwden echter moord en brand. Speelde daar de perceptie over het sociaal-culturele veld? Tof wat die doen, maar goed is dat toch niet?

Ik wist dat er kritiek ging komen. Die twijfelachtige “eerBeide. is voor alle nieuwe ministers van Cultuur weggelegd. Ik wist dus dat ik een vraag in die zin zou krijgen en ik wilde daar eerlijk op antwoorden. Dat was het laatste stuk dat ik gezien had en het was al even geleden, maar ik was net bevallen. Ik schaamde me ook niet dat het om amateurtoneel ging. Uit die negatieve reacties bleek dat sommige culturele tenoren wel neerkijken op het verenigingsleven. Jammer, want ik heb na dat interview honderden positieve reacties gekregen, niet in het minst van mensen die met amateurkunsten bezig zijn. De amateur­kunsten bereiken veel mensen en brengen een dynamiek in een gemeenschap die onderschat wordt.

Zette die reactie de toon voor de rest van de regeer­periode?

Toch niet. In sommige kranten heette ik aanvankelijk de “slechtste minister van Cultuur die er ooit geweest is. Nu schrijven diezelfde kranten dat ik de geschiedenis zal ingaan als een van de beste ministers van Cultuur ooit. (glimlacht) En ik zag dat Tom Lanoye, die bij mijn aanstelling kritiek had, twee jaar later bij de publicatie van Sprakeloos, over zijn moeder die ook aan amateurtoneel deed, de lof zong van het amateurtheater… Dus die kritiek, dat was niet fijn, maar de prijzen worden aan de meet uitgedeeld.

e moesten keuzes maken: “ Wofwel kreeg iedereen minder, ofwel deden we één structurele ingreep

7 juni 2010 het eerste Cultuurforum in de Vooruit in Gent De zeven strategische doelstellingen die u in uw beleidsnota formuleerde, waren de ruggengraat van het eerste Cultuurforum in Gent. Een kritiek is dat het wel een interessant netwerk is waar mensen uit deelsectoren van gedachten kunnen wisselen, maar dat de relevantie voor het beleid beperkt is?

in al die werkgroepen van het Cultuurforum, of het nu gaat om de kunsten dan wel om het sociaal-cultureel volwassenenwerk: de nood aan synergie en samenwerking en aan gegevens om het beleid te onderbouwen, aan het verzamelen van informatie en het delen ervan.

19 november 2010 het besparingsmes snijdt in het sociaalcultureel volwassenenwerk In het najaar van 2010 moest er bespaard worden. De kaasschaaf werd bovengehaald en er kwamen forse besparingen: heel wat bewegingen zagen hun subsidie verminderen en u greep structureel in bij de volkshogescholen. Hoe kijkt u daarop terug?

Dat was voor niemand fijn. Iedere minister uit de Vlaamse “regering moest toen structurele besparingsmaatregelen nemen. Op alle domeinen is het effect hiervan gevoeld. Maar bij organisaties komt dat extra hard aan. Zij rekenen op dat geld. Naast de structurele besparingen zoals de kaasschaaf of het schrappen van de index moesten we op Cultuur ook extra middelen vinden om enkele nijpende problemen op te lossen. We moesten dus keuzes maken: ofwel kreeg iedereen minder, ofwel deden we één structurele ingreep. We hebben voor dat laatste gekozen en een deel van de middelen van de volkshogescholen geschrapt voor een decretale opdracht die niet ingevuld werd. Dat heb ik niet met plezier gedaan, mocht u daaraan twijfelen. We zijn gelukkig wel blijven praten met de FOV en de volkshogescholen. Iedereen heeft constructief gezocht naar een tussenoplossing en die hebben we gevonden door de volkshogescholen 500.000 euro te geven om de nieuwe manier van werken in te voeren en de gevolgen voor het personeel op te vangen. Je ziet dat er bij de volks­hogescholen nu een nieuwe dynamiek is, ze zoeken naar meer samenwerking. Ze geven blijk van enorme veerkracht.

In andere sectoren zoals de kunsten- en erfgoedsector is consequenter de kaasschaaf gehanteerd, terwijl u in het sociaal-cultureel volwassenenwerk ook gericht hebt ingegrepen.

denkt dat het bij de ander minder erg was. Maar ook “in Ieder andere sectoren hebben we fundamentele keuzes moeten maken. We hebben bijvoorbeeld de steunpunten moeten aanpakken. Naast de besparing heb ik ook extra middelen in de sector gebracht: 1,6 miljoen om een put te dempen bij de DAC’s en 0,6 miljoen voor de indexering, eenmalig 1,12 miljoen voor de versnelde normalisatie van de DAC. Dat ging niet met de kaasschaaf alleen. Door te schrappen bij de volkshogescholen heb ik niet iedereen op zwart zaad moeten zetten.

Ook een aantal etnisch-culturele federaties heeft werkingsmiddelen moeten inleveren.

Het forum was aanvankelijk misschien algemeen, maar het “wordt “We hebben geen middelen afgenomen omdat we moesten concreter. We verdiepen en verfijnen en leggen meer besparen. Een aantal van deze verenigingen zat in een overinhoudelijke accenten nu. In de editie 2013 hebben we het over cultureel management en cultureel ondernemen. De voorbije jaren waren er ook workshops waar we nieuwe initiatieven hebben toegelicht, zoals de UiTPAS, het internationaal cultuurbeleid, de engagementsverklaring. We zien ook een rode draad 16

I

2013

gangsperiode en kreeg daardoor meer middelen. Ze waren ervan uitgegaan dat die periode zou verlengd worden, maar dat was niet zo. Wat gebeurd is, lag decretaal vast.


“Tijdens de besparingsronde zijn we gelukkig wel blijven praten met de sector. Iedereen heeft constructief gezocht naar een oplossing.”

Het positiefste was misschien nog dat we nooit eerder zoveel mensen op straat hebben gekregen als voor de betoging van 19 november 2010. Er werd opgestapt uit solidariteit, uiteraard, maar toch ook uit angst: wie zou de volgende worden? Het mes snijdt altijd eerst in Cultuur of Ontwikkelingssamenwerking.

Als het financieel begint te nijpen, kijkt men eerst naar die “sectoren. Dat is zo in alle landen. In Vlaanderen hebben we dat nog goed bewaakt. Cultuur heeft niet meer moeten inleveren dan andere sectoren, zeker niet in vergelijking met Frankrijk of Nederland. De Vlaamse regering zegt daarmee dat ze in deze sector gelooft en dat blijft zo. Ik heb graag dat jullie de tanden laten zien. Want als er veel mensen betogen, geeft mij dat als minister ook rugdekking. Dus wat dacht ik toen jullie daar stonden? Yes, ze zijn er!

Gelieve het toch niet meer uit te lokken. Hangt de budgettaire krapte nog altijd als een zwaard van Damocles boven het hoofd van het middenveld?

zich aan als een moeilijk jaar en ook voor nadien “ziet2014hetkondigt er niet rooskleurig uit. Mijn grote opdracht, nee, onze opdracht nu is ervoor zorgen dat in de aanloop naar de verkiezingen van 2014 het sociaal-cultureel weefsel en zijn belang overal zichtbaar zijn. Wat doen we met ons sociaal-cultureel weefsel? Hoe willen we dat de toekomst eruit ziet? Weet u dat vier jaar geleden tijdens de verkiezingscampagne geen enkel tv-debat of nauwelijks een krant aandacht had voor Cultuur?

Dan moet je niet verbaasd zijn dat het amper aan bod komt in het regeerakkoord. Wij moeten samen het thema warm houden in de media, in de verkiezingsprogramma’s en nadien in het regeerakkoord.

Wij proberen dat. Zult u ook een initiatief nemen?

Ik zal het debat aangaan waar ik kan. Maar ik kan het niet “alleen doen. Het parlement moet mee aan de kar duwen en ook het middenveld moet zijn duit in het zakje doen. Zij doen dat nu te weinig. Er wordt veel georganiseerd en gedebatteerd, maar weinig over waar ze heen willen met dat sociaal-cultureel weefsel, over wat de overheid van hen verwacht en wat zij verwachten van de overheid. Die oefeningen zijn er misschien, maar ze zijn weinig zichtbaar. We moeten dat debat doen léven.

Europa tonen “ Wwate moeten we hier met het middenveld historisch verworven hebben

I

2013 17


7 maart 2012 akkoord met collega’s Smet en Muyters over het Participatiedecreet In april vorig jaar sloot u met collega-ministers Pascal Smet voor Jeugd en Philippe Muyters voor Sport een princiepskakoord over de evaluatie van het Participatiedecreet. Wat moet er veranderen en gebeurt dat nog in deze regeerperiode?

Het Participatiedecreet loopt goed, omdat het niet in hokjes “werkt en omdat het echt vertrekt vanuit kansengroepen. Hoe kunnen we bepaalde groepen beter bereiken? Hoe kunnen we expertise ter beschikking stellen? Toch willen we het bijsturen en verfijnen en dit nog in deze regeerperiode. Zo stellen veel organisaties eenmalige projecten voor. Wij willen dat dit duurzamer wordt. Wie middelen vraagt voor een project zal moeten aantonen hoe hij daar nadien mee wil voortgaan. We willen het sociaal-cultureel werk aanmoedigen om nog meer te werken rond die kansengroepen vanuit de kracht van die groepen zelf, niet vanuit een probleem.

Een erkenning voor een langere periode, zoals nu ook het geval is voor de bewegingen, dat gaat toch tegen de stroom in?

Het sociaal-cultureel volwassenenwerk draait op een klein “professioneel kader en veel vrijwilligers. Mensen die onbaatzuchtig tijd en energie steken in deze verenigingen. Als overheid krijg je ontzettend veel terug als je daarin investeert, dus geef je deze mensen ook perspectief, opdat ze ermee doorgaan. Wie gaat zijn vrije tijd opofferen om een organisatie draaiende te houden zonder te weten of en hoe lang die blijft bestaan?

at spontaan van onderuit “ Wgroeit, moet de overheid niet overnemen, ze moet dat ondersteunen

Nogal wat organisaties die werken met kansengroepen zijn gegroeid uit de kracht van die groepen zelf, zoals verenigingen voor mensen met een handicap, verenigingen tegen armoede of etnisch-culturele verenigingen. De cultuursector neemt dikwijls het voortouw bij gezamenlijke projecten. Moet het beleid de organisaties voor kansengroepen zelf niet meer op de voorgrond laten treden?

Deze verenigingen zijn onmisbaar. De expertise is er en die “moet ten volle gebruikt worden. Het decreet wil goede voorbeelden en netwerken aanmoedigen. Demos (kenniscentrum voor participatie en democratie, red.) moet die expertise bundelen en delen. Het moet, nog veel meer dan nu, samenwerken met wat spontaan van onderuit is gegroeid. Want er is al veel gebeurd en dat mag best zichtbaarder zijn.

U hebt twee voor de sector historische aanpassingen aan het decreet doorgevoerd: de erkenning van de bewegingen en het openbreken van het toepassingsgebied voor niet-formele educatie. En dus hebben we de Dank U-Man op u afgestuurd.

Het kan verkeren, zo zie je maar (schatert). Voor de bewe“gingen was er een nijpend probleem. Wie een negatieve evaluatie kreeg, kon van vandaag op morgen de deuren sluiten. Subsidiekraan toe en al wat was opgebouwd weg. Voor verenigingen en instellingen is er wel een overgangsperiode als het niet goed loopt. Er is een sanctie, de subsidies gaan omlaag, maar ze krijgen de kans om zich te herpakken. We hebben nu ook voor de bewegingen decretaal een overgangsperiode voorzien. Ook voor de niet-formele educatie stelden we vast dat praktijk en decreet niet meer op elkaar aansloten. Je kunt niet altijd een strakke scheidingslijn trekken tussen wat privé is en wat behoort tot het beroepsleven. Daarom hebben we het decreet versoepeld, met de steun van het parlement. Het was fijn om iets te kunnen doen voor de sector, na al dat gebikkel over de centen. Een oplossing hoeft niet altijd geld te kosten, ook sleutelen aan een decreet kan een groot verschil maken.

I

2013

Ik vind van wel. En ik merk dat deze aanpak ook in het “parlement nog veel draagvlak heeft. Het is zo dat in onze samenleving steeds meer zaken rationeel en beheersmatig bekeken worden. Feiten en cijfers. Ik heb daar begrip voor, want het gaat om overheidsmiddelen. Maar het sociaal-cultureel werk creëert met een boel vrijwilligers ook veel dynamiek. Als je die verstoort, door als overheid te zeer in te grijpen als een manager, dan verlies je deze sector. Het is als proberen door hard te knijpen zand vast te houden, terwijl het dan nog sneller doorheen je vingers glipt.

Nochtans staat deze vrijplaats onder druk. Het speelveld voor initiatieven die uit zijn op maatschappelijke winst, wordt door de federale en Europese wetgeving kleiner omdat ze gezien worden als concurrentie. Is dat niet een van de grootste uitdagingen voor de volgende regeerperiode?

31 mei 2012 bezoek van de Dank U-Man

18

Met het sociaal-cultureel volwassenenwerk creëert de overheid een vrijplaats om je ding te doen. In andere sectoren is dat zeldzaam geworden. Is de vrijplaatsgedachte nog van deze tijd?

We zien die druk overal. We willen bijvoorbeeld de circus“sector ondersteunen en krijgen dan van Europa te horen dat dit een economische steunmaatregel is. Als Europa deze lijn doortrekt, zullen er ook verenigingen zijn die we om die reden niet meer mogen steunen. Ik vind dat verontrustend. Ik heb mijn diensten gevraagd om van dichtbij op te volgen wat op federaal en Europees vlak gebeurt. We hebben dit ook al via de Europese Raad (vergadering van de regeringsleiders van de lidstaten, red.) proberen aan te kaarten en we zullen dat na de volgende Europese verkiezingen nog doen. We zoeken ook manieren om onze steun aan bepaalde sectoren en initiatieven te onderbouwen. We kunnen uitzonderingen aanvragen. We moeten Europa, dat traditioneel economisch denkt, tonen wat we hier historisch verworven hebben.


De middelen blijven geoormerkt, maar er komt wel meer afstand tussen de Vlaamse overheid en de lokale besturen rond inhoudelijke keuzes. Zijn het doemdenkers die vrezen dat binnenkort ook de middelen niet meer geoormerkt zullen worden?

geen beweging om het oormerken te schrappen. “WelIkisvoel het nu aan het bestuur en aan de gemeenteraad om te vechten voor sectoren die ze belangrijk vinden. De middelen zijn geoormerkt, maar daarbinnen kan de gemeente zelf accenten leggen. Vroeger werd het Lokaal-cultuurbeleidsplan opgemaakt door de sector en dan trok men ermee naar de gemeenteraad. Nu moeten bestuur en gemeenteraad debatteren over Cultuur in het geheel van het beleid. Ik vind dat een meerwaarde, ook voor de democratie, maar dat vraagt wel een klik.

15 december 2012 startschot voor de OKRA-campagne ‘Ik vind de aarde leuk’ “Sociaal-culturele verenigingen zijn de eerste om de pols te voelen, (…) de eerste om in de bres te springen vanuit een oprechte maatschappelijke gedrevenheid en iets te doen. Verandering begint vaak bij jullie.” U verwoordde zo in uw toespraak bij de lancering van de OKRA-campagne hoe in het sociaal-cultureel volwassenenwerk wordt gedacht over innovatie. U gelooft in deze functie van het middenveld?

je echt iets wilt veranderen in de samenleving, dan heb je “hetAlsmiddenveld en de sociaal-culturele organisaties nodig om “Ik heb graag dat jullie de tanden laten zien. Dus wat dacht ik toen jullie daar stonden te betogen: yes, ze zijn er!”

27 juni 2012 het Vlaams Parlement keurt het decreet Lokaal Cultuurbeleid goed

die klik te maken. Zij kunnen van onderuit heel veel verspreiden. OKRA bijvoorbeeld kan doelgroepen aanspreken die moeilijker te bereiken zijn en ze bewustmaken van duurzaam leven, met praktische tips. En dat is niet alleen zo voor duurzaamheid, maar ook voor andere thema’s zoals inburgering: door mensen van onderuit kracht te geven komt er verandering. Deze verenigingen kunnen op kleine schaal uitproberen wat werkt en wat niet. Het is de meest democratische en efficiënte manier om dingen in beweging te zetten.

U gelooft in de autonomie van lokale besturen en hoe zij omspringen met Cultuur in hun gemeente. U wilt dat besturen eerst kijken wat het middenveld in hun gemeente doet voor ze zelf een initiatief nemen. Verwacht u dat ze hiernaar zullen handelen?

En het werkt beter dan een reclamespot op televisie.

is vluchtig. Mensen schrikken even op, en dan is het “weg.Reclame Dat is iets helemaal anders dan met leeftijdsgenoten of

Het Planlastendecreet wil dat minder tot in detail wordt “bepaald wat lokale besturen moeten doen. Binnen die autonomie bepalen we wel prioriteiten, zoals de aandacht voor het sociaal-cultureel volwassenenwerk. Wat spontaan van onderuit groeit, moet de overheid niet overnemen, ze moet dat ondersteunen. Dat principe hebben we vertaald in het decreet Lokaal Cultuurbeleid. We hebben daarmee een hefboom willen geven. Zoals ik het niet altijd onder de markt heb om Cultuur te verdedigen in de Vlaamse regering, geldt dat ook voor een schepen in een gemeente. Met het decreet in de hand kan de schepen op tafel kloppen en zeggen dat er geld is als het bestuur oog heeft voor het sociaal-cultureel volwassenenwerk. Want de middelen blijven geoormerkt: een bestuur kan pas geld krijgen voor Cultuur als het aantoont dat het errond werkt.

buren of mensen in een vereniging praten over wat je gezien en gehoord hebt, over wat je uitgeprobeerd hebt. Dat geeft meer dynamiek. Tijdens de viering van tien jaar FOV in 2010 werd een filmpje getoond met een overzicht van haar geschiedenis. Mijn generatie weet niet meer welke strijd deze organisaties hebben gevoerd, en dat was mooi om te zien. Dit waren pioniers. En dat is het sociaal-cultureel volwassenenwerk nog altijd.

I

2013 19


Off the record:

de Commissie Cultuur klapt uit de biecht De leden van de commissie Cultuur zijn onze oren en ogen in het Vlaams Parlement. Ze leggen minister Joke Schauvliege week na week het vuur aan de schenen voor haar beleid rond het sociaal-cultureel werk. Hier is het hun beurt om enkele netelige vragen te beantwoorden over de minister en over hun eigen wapenfeiten voor onze sector.

Bart Caron (57) • • • •

Partij: Groen In het Vlaams parlement sinds: 2004 Volgt commissie Cultuur sinds: 2004 Politieke interesses: c ultuur-, media- en sportbeleid, lokaal bestuur en democratie, stedelijk en plattelandsbeleid, onroerend erfgoed, wapenhandel

Philippe De Coene (52) • • • •

Partij: SP.A In het Vlaams Parlement sinds: 2009 Volgt commissie Cultuur sinds 2009 en zit ze voor Politieke interesses: m  edia, cultuur, onderwijs, mobiliteit, milieu, politieke organisatie

Paul Delva (43) • • • •

Partij: CD&V In het Vlaams parlement sinds: 2007 Volgt commissie Cultuur sinds: 2007 Politieke interesses: Brussel, cultuur, onderwijs, Europa

Marius Meremans (46) • • • •

Partij: N-VA In het Vlaams parlement sinds: 2013 Volgt commissie Cultuur sinds: 2013 Politieke interesses: c ultuur, erfgoed, ruimtelijke ordening, binnenlands bestuur, toerisme, onderwijs

Jean-Jacques De Gucht (29) • • • •

20

I

2013

Partij: Open VLD In het Vlaams Parlement sinds: 2009 Volgt commissie Cultuur sinds: 2009 Politieke interesses: Aalst, cultuur, ethische kwesties


1

Hoe blijft u op de hoogte van ontwikkelingen in het sociaal-cultureel werk?

Bart Caron  “Ik lees nieuwsbrieven en publicaties van de

sector, van Socius en de FOV, maar ook van verschillende verenigingen, vormingsinstellingen en bewegingen. Daarnaast lees ik boeken over dit thema, artikels in vakbladen enzovoort.” Philippe De Coene  “Als voorzitter van de commissie Cultuur

krijg ik zeer veel informatie van individuele organisaties, het steunpunt Socius, de FOV, de koepels. Zij maken ook hun standpunten en programma’s bekend via hun traditionele correspondentie. Een groot deel van die organisaties is ook lokaal actief. Als schepen van Welzijn en OCMW in Kortrijk kom ik dus vaak in contact met hen, via hun vormingen en activiteiten. Ik koppel zelf ook terug naar de belanghebbenden.” Paul Delva  “De nieuwsbrief van de FOV, de publicaties van

de FOV waaronder Boekstaven en Beleidspost, en van Socius, overleg met organisaties uit het sociaal-cultureel werk, individuele contacten.” Marius Meremans  “Via de KWB, Socius-info en de

nieuwsmedia.” Jean-Jacques De Gucht  “Via de FOV en Socius.”

was in deze legislatuur tot nog toe 2 Wat uw belangrijkste wapenfeit? Bart Caron  “De aanpassing van het decreet waardoor bewe-

gingen erkend en de regels voor vormingsinstellingen versoepeld worden. Daarnaast de afschaffing van het reisbureaudecreet, meteen een einde aan de pesterijen ten aanzien van het sociaal-cultureel werk.” Philippe De Coene  “Ik heb de sector uitgenodigd in het

Vlaams Parlement naar aanleiding van Boekstaven. Dat was niet evident, want in het begin van de legislatuur waren zij het voorwerp geweest van besparingen. Met de commissie Cultuur hebben we in Gent ook een werkbezoek aan hen gebracht. Ik heb altijd de sector en de organisaties verdedigd tijdens de besparingsronde, zowel in commissie als in plenaire zitting. Toch werden de volkshogescholen zwaar getroffen.” Paul Delva  “De twee voorstellen van decreet die ik samen

met de collega’s heb ingediend en die het decreet op het sociaal-cultureel werk hebben gewijzigd voor de regelgeving voor het steunpunt,

de overgangsregeling voor de migrantenverenigingen, de erkenning van de bewegingen en de bijsturing van de niet-formele educatie bij de vormingsinstellingen.” Marius Meremans  “Ik zit hier zelf nog maar enkele maanden.

Wat mijn voorganger Lieven Dehandschutter betreft: zijn verzet in het Vlaams Parlement tegen de strenge besparingsronde bij de volkshogescholen eind 2010.” Jean-Jacques De Gucht  “Ik werk vooral met bepaalde thema’s

die rechtstreeks aansluiten bij een aantal aangesloten organisaties zoals EHBO (Rode Kruis), stamceldonatie door homo’s (De Maakbare Mens), euthanasie (Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging) en dergelijke.”

was voor u het belangrijkste 3 Wat ­wapenfeit van minister Schauvliege? Bart Caron  “De term ‘wapenfeit’ is hier goed gekozen. De

minister sneed in de budgetten van de sector, met de kaasschaaf voor verenigingen, met de botte bijl voor de volkshogescholen. Het is een slecht rapport, zonder pardon.” Philippe De Coene  “Ondanks de besparingen is de minister er

al bij al in geslaagd om de sector toch redelijk intact te houden, met uitzondering van de vormingsinstellingen en de volkshogescholen. Ik hoop dat deze laatste beslissing niet gewoon een poging was om komaf te maken met het vorige beleid.” Paul Delva  “De beperking van de besparingen. Ook kwam er,

ondanks de besparingen, een (gedeeltelijke) index­ ering voor het sociaal-cultureel werk (0,6 miljoen), budget om het tekort van DAC-middelen aan te zuiveren (1,6 miljoen) zodat de DAC-normalisatie eindelijk kon starten, en nog eens eenmalig 1,12 miljoen voor de versnelde uitvoering van deze normalisatie. De minister introduceerde ook een Cultuurprijs van de Vlaamse Gemeenschap voor het sociaal-cultureel werk, zodat de maatschappelijke waardering voor de sector concreet werd.” Marius Meremans  “De decretale erkenning van de ­bewegingen

sinds 1 januari 2013. Daardoor kunnen ze niet langer van de ene dag op de andere hun subsidies verliezen. Dankzij hun erkenning kunnen de bewegingen een langetermijnstrategie ontwikkelen.” Jean-Jacques De Gucht  “Ik heb niet de indruk dat minister

Schauvliege bijster veel rond deze thematiek op de politieke agenda heeft gezet.”

I

2013 21


heeft minister Schauvliege (nog) 4 Wat niet of onvoldoende bereikt?

hebt u zelf (nog) niet kunnen 5 Wat realiseren?

Bart Caron  “Oprechte waardering voor het vormingswerk

Bart Caron  “Een grondige beleidswijziging waarbij de

blijft achterwege. De migrantenfederaties groeien, maar worden niet navenant ondersteund. De retoriek blijkt steken in algemeenheden rond het belang van het verenigingsleven. Eén goed punt: de regeling voor de ex-DAC-ers. Philippe De Coene  “De creativiteit die zij aan de dag legt rond

nieuwe manieren om de kunstensector te faciliteren (o.a. crowdfunding, internationaal cultuurbeleid, etc) zie ik minder voor het sociaal-cultureel werk. Het sociaal-cultureel werk is bovendien meer dan een ‘sector’, het is ook een visie op hoe een samenleving kansen moet geven aan mensen om zich te ontwikkelen, om samen plezier te beleven, om een stem te hebben (power to the people). Het is vandaag meer dan ooit nodig om deze visie op mens en samenleving, desnoods tegen de (politieke) stroom in, te verdedigen. Tot slot vinden nieuwe ontwikkelingen en innovaties door spontane initiatieven hun plaats nog niet in het bestaande veld. In Kortrijk zie ik in wijken initiatieven buiten het huidige speelveld om, die vaak een grote impact hebben, mede door de sociale media en andere netwerken. Zonder verwijt, maar traditionele organisaties zijn onderhevig aan erosie en een aantal dingen wordt overgenomen door een stille stroom van zich spontaan vormende organisaties en evenementen.” Paul Delva  “Op het vlak van de gegevensregistratie zijn

belangrijke stappen gedaan: er is een onderzoek uitgeschreven om de juiste indicatoren te bepalen, er is overlegd met de FOV om de gegevens voor Boekstaven maximaal voort te zetten, er is een draagvlak gecreëerd. Het ging echter allemaal wat trager dan gehoopt. De zaadjes zijn geplant, de oogst blijft nog wat uit.” Marius Meremans  “Na de interne staatshervorming komen

provinciale middelen rond sociaal-cultureel werk ook naar Vlaanderen. Daarrond moeten de voorbereidingen nog getroffen worden.” Jean-Jacques De Gucht  “Het wegwerken van de verzuiling in

deze sector. Dit is weliswaar historisch gegroeid, maar men kan niet ontkennen dat de organisaties zelf vaker afstand nemen van bepaalde politieke standpunten.”

22

I

2013

grenzen tussen verenigingen, bewegingen en vormingsinstellingen worden gesloopt. We hebben een open regelgeving, subsidiëring op basis van modules, eenvoudige criteria en krachtige ondersteuning nodig.” Philippe De Coene  “Mijn kritiek op de minister mag ook

beschouwd worden als zelfkritiek, want niets belet het Vlaams Parlement om zelf initiatieven in die domeinen te nemen.” Paul Delva  “De versoepeling van de regelgeving, waardoor er

toch een zekere spanning bestaat tussen de sector die wil experimenteren en vernieuwen (laboratorium­ functie) en het soms strakke regelgevende kader en het gebrek aan middelen die dit bemoeilijken.” Marius Meremans  “Ik zit nog maar sinds 1 januari 2013 in de

commissie Cultuur. De grote discussies over het sociaal-cultureel werk zijn hier nog niet gepasseerd. Ongetwijfeld komen er de volgende maanden nog voldoende momenten om hierover te debatteren.” Jean-Jacques De Gucht  “Het opwaarderen van het statuut van

vrijwilligers.”

welke collega in het parlement 6 Met debatteerde u het liefst over sociaal-cultureel werk? Bart Caron  “Met Paul Delva en Els Buelens.” Philippe De Coene  “Met allemaal, maar helaas is er te weinig

debat.” Paul Delva  “Met Bart Caron omdat we de liefde voor deze

sector delen.” Marius Meremans  “Bart Caron.” Jean-Jacques De Gucht  “Moeilijk te beantwoorden.”


is voor u de belangrijkste reden Wat beschouwt u als de grootste 7 Welke 8 om het sociaal-cultureel werk te ­uit­daging? ondersteunen? Bart Caron  “De verenigingen omdat ze sociaal kapitaal

opbouwen met belangrijke educatieve effecten. De vormingsinstellingen omdat ze maatschappelijke en persoonsgerichte vorming bieden buiten het werk, zo worden we meer mens en rijker van geest. De bewegingen omdat een samenleving permanent moet veranderen. Middenveldorganisaties die hiervoor ijveren moeten gesteund worden, zodat ze voldoende sensibiliserende kracht kunnen ontwikkelen. Zij dragen bij tot een rechtvaardige samenleving.” Philippe De Coene  “Voor alle drie – de verenigingen, de vor-

mingsinstellingen en de bewegingen: hun groeiende belang in een veranderende samenleving, waarin solidariteit, gemeenschapszin en netwerking geen overbodige luxe zijn, als antwoord op de ver-‘ik’-ing van de samenleving, getuige het groeiende aantal 4x4’s op de weg.” Paul Delva  “De verenigingen bieden mensen kansen tot

ontmoeting, vrijetijdsbesteding en participatie aan (culturele) activiteiten, maar ze zijn tegelijk zoveel meer. Ze bieden mensen werkelijke kansen tot ontplooiing en maken dat groepen zich inzetten in de samenleving en daardoor de samenleving mee kleur en richting geven. Levenslang en levensbreed leren zijn meer dan ooit nodig in een snel veranderende samenleving. De methodiek van de vormingsinstellingen heeft hier heel wat te bieden. En de ­bewegingen omdat het essentieel is dat mensen uitgedaagd worden om na te denken over nieuwe maatschappelijke uitdagingen en een kritische en geïnformeerde stem in het debat laten horen.” Marius Meremans  “De verenigingen helpen de gemeenschap

vorm te geven. De vormingsinstellingen geven impulsen aan de samenleving. De bewegingen zitten verweven in het sociale netwerk.” Jean-Jacques De Gucht  “De verenigingen omwille van het

belang van sociale cohesie in Vlaanderen. De vormingsinstellingen omwille van het belang van ontplooiing van het individu, ongeacht de leeftijd. De bewegingen omdat ze inspelen op nieuwe maatschappelijke tendensen.”

Bart Caron  “Verenigingen moeten zichzelf heruitvinden

en zich aanpassen aan de hedendaagse tijdsbesteding van mensen en de tijdelijkheid van hun engagement. Vormingsinstellingen moeten die doelgroepen bereiken die de meeste nood hebben aan vorming, maar de laagste participatiegraad. Bewegingen moeten omgaan met de nieuwe media om voldoende mensen te bereiken.” Philippe De Coene  “De verenigingen zouden lokaal vereni-

gingsleven dat niet is aangesloten bij een erkende vereniging beter mogen ondersteunen, en een goede wisselwerking krijgen met het jeugdwerk. De vormingsinstellingen moeten zichzelf blijven in het vormen van mensen tot kritische en mondige burgers. Ze moeten een zichtbare en eigenzinnige positie verwerven in het landschap van levenslang leren. De bewegingen moeten hun belangrijke maatschappelijke thema’s ook inzetten om minder kansrijke mensen mee te nemen in de snel veranderende samenleving.” Paul Delva  “De verenigingen moeten aansluiting vinden

bij de diversiteit en bij de jongere generaties, en de maatschappelijke activeringsfunctie blijven realiseren (zie vraag 7). De vormingsinstellingen moeten een evenwicht vinden tussen een sterk op het individu gericht aanbod en de doelstelling van samenlevingsopbouw van het vormingswerk. De bewegingen moeten via telkens nieuwe thema’s de bevolking blijven mobiliseren voor een betere samenleving.” Marius Meremans  “De verenigingen moeten vergrijzing in

hun rangen tegengaan door meer jonge mensen aan te trekken. Vormingsinstellingen moeten anders werken: minder ‘vormend’, meer ondersteunend. Bewegingen moeten nieuwe vormen laten ontstaan. De belangrijkste uitdaging voor alle drie is de solidariteit en de sociale cohesie blijven versterken in een steeds meer geïndividualiseerde samenleving.” Jean-Jacques De Gucht  “Verenigingen moeten waar mogelijk

afstappen van het huidige profiel van de leden dat verenigingen momenteel soms kenmerkt en interactie tussen de verschillende verenigingen aanmoedigen. Vormingsinstellingen moeten blijvend een divers programma aanbieden. Bewegingen moeten blijven inspelen op de nieuwe maatschappelijke tendensen en waar mogelijk hun scope verbreden en hun kennis en knowhow beter verspreiden, ook onder niet-leden.”

I

2013 23


wilt u voor het sociaal-cultureel 9 Wat werk in het volgende regeerakkoord? Bart Caron  “Groen vraagt eerlijke waardering voor het

sociaal-cultureel werk. Eigenlijk een her-waardering. Hun rol in de versterking van de sociale cohesie kan niet worden onderschat. Een samenleving zonder een sterk middenveld is een individualistische en asociale samenleving. Educatie, maatschappelijke verandering, verdieping, integratie .... er zijn zovele effecten. Dat moet bekrachtigd worden door het herstel van de financiering van het sociaal-cultureel werk. Tot slot moet werk gemaakt worden van een nieuw decreet, vernieuwend en gedurfd, in samenspraak met de sector.” Philippe De Coene  “Hiervoor verwjs ik naar vraag 4, 5 en 8.

De creativiteit stimuleren rond nieuwe manieren van faciliteren (o.a. crowdfunding, internationaal cultuurbeleid, etc) voor het sociaal-cultureel werk. Het sociaal-cultureel werk is meer dan een ‘sector’, het is ook een visie op hoe een samenleving kansen moet geven aan mensen om zich te ontwikkelen, om samen plezier te beleven, om een stem te hebben (power to the people). Het is vandaag meer dan ooit nodig om deze visie op mens en samenleving, desnoods tegen de (politieke) stroom in, te verdedigen. Een plaats geven aan nieuwe ontwikkelingen en innovaties door spontane initiatieven buiten het traditionele speelveld te ondersteunen. De verenigingen zouden lokaal verenigingsleven dat niet is aangesloten bij een erkende vereniging beter mogen ondersteunen en een goede wisselwerking krijgen met het jeugdwerk. De vormingsinstellingen moeten zichzelf blijven in het vormen van mensen tot kritische en mondige burgers. Ze moeten een zichtbare en eigenzinnige positie verwerven in het landschap van levenslang leren. De bewegingen moeten hun belangrijke maatschappelijke thema’s ook inzetten om minder kansrijke mensen mee te nemen in de snel veranderende samenleving.” Paul Delva  “Het decreet op het sociaal-cultureel werk bestaat

tien jaar: tijd voor een grondige evaluatie. We moeten bestuderen hoe het nog beter kan aansluiten bij de toekomstige uitdagingen voor de sector en de veranderende samenleving.” Marius Meremans  “Wij ondersteunen het verenigingsleven en

het vrijwilligerswerk waar mogelijk. Daarbij beperken we de planlast voor het sociaal-cultureel werk tot een minimum.”

24

I

2013

Jean-Jacques De Gucht  “Om nog beter op de nieuwe maat-

schappelijke evoluties te kunnen inspelen en efficiënt te kunnen werken, dient het sociaal-cultureel beleid een brug te slaan met onder meer het lokaal cultuurbeleid en het kunstenbeleid. Deze decreten zijn immers verbonden door de participatie-idee. De betrokkenheid van het sociaal-cultureel werk in het cultuurbeleid kan verhoogd worden door de verenigingen meer te betrekken bij het (mee) organiseren van evenementen. Hierdoor krijgt het verenigingsleven meer de kans om zich te profileren.”

10 Hebt u hier nog iets aan toe te voegen? Bart Caron  “Het belang van de bovenbouw, in het bijzonder

van belangenbehartiger de FOV, mag niet worden onderschat. Zij zijn een noodzakelijke brug tussen de sector en de overheid. Ze komen op een zeer gedegen wijze op voor het belang van de sociaal-culturele organisaties. Geef er maar een lap op!” Paul Delva  “Het belang van de sector van het sociaal-cul-

tureel volwassenenwerk kan moeilijk overschat worden. Hij is als de gist voor onze samenleving en verdient daarom alle steun.”


Kleurrijke sector Het sociaal-cultureel volwassenenwerk staat voor een kleurrijk palet aan organisaties. De sector bundelt 140 erkende organisaties. Klein en groot, van oudsher of recent erkend... Het sociaal-cultureel volwassenenwerk bestaat uit vier heel verschillende types organisaties, de zogenaamde werksoorten: de 57 verenigingen, de 31 bewegingen, de 13 Vormingplus-centra en de 39 landelijke vormingsinstellingen.

Dat kan tellen Het sociaal-cultureel volwassenenwerk kan straffe cijfers en sterke effecten voorleggen. Met beperkte subsidies gaat de sector voor een maximaal effect op de Vlaamse samenleving. Enkele cijfers over mensen en middelen.

Vrijwilligers troef

Breed en gespreid bereik Het sociaal-cultureel volwassenenwerk realiseert in zijn geheel jaarlijks zo’n 10 miljoen deel­names. Die participatie is stabiel doorheen de jaren. Het bereik is gespreid over heel Vlaanderen en Brussel. De verenigingen tellen samen ruim 14.000 afdelingen, of gemiddeld 44 afdelingen per gemeente. De bewegingen werken doorgaans voor heel Vlaanderen en Brussel.

Ruim 196.000 vrijwilligers doen de motor van de sector draaien. Dat is een op de vijf vrijwilligers in Vlaanderen. Het leeuwendeel (94 %) van de vrijwilligers vind je bij de verenigingen. Van deze vrijwilligers nemen 130.000 een verantwoordelijkheid op als bestuurder. Het totale aantal vrijwilligers is stabiel, het aantal bestuursvrijwilligers daalt lichtjes.

200.000 VRIJWILLIGERS

De Vormingplus-centra spreiden hun aanbod over de hele regio. Ook bij de lande­lijke vormings­instellingen is het aanbod gelijkmatig gespreid over de provincies en Brussel.

= 1 OP DE 5 IN VLAANDEREN

50% middelen op eigen kracht De inkomsten en uitgaven van de sector bedragen samen 191 miljoen euro. 40% hiervan zijn subsidies. Tellen we hier de recuperatie van personeelskosten (10%) bij op, dan zien we dat in 2011 50% van de middelen voor de sector van overheden komt. Of anders gezegd: de sector genereert de helft van zijn middelen zelf.

10%

RECUPERATIE PERSONNEELSKOSTEN

40% SUBSIDIES

50% EIGEN MIDDELEN

I

2013 25


Veerkracht als DNA Het slechte nieuws: de crisis slaat toe… …bij organisaties De gevolgen van de besparingen en de economische crisis blijven ook voor sociaal-culturele organisaties niet uit. De sector krijgt op dit moment gemiddeld 13 % minder dan hij zou krijgen als de regering het decreet sinds 2009 zou uitvoeren zoals voorzien. Dat is goed voor een kloof van jaarlijks 6,3 miljoen euro.

INGEKORTE SUBSIDIES EN PROJECTMIDDELEN

MINDER MIDDELEN OM IN TE ZETTEN OP NIEUWE (SUBSIDIE)LIJNEN

INTERNE BESPARINGEN

SCVW: evolutie verschil overboeking-onttrekking (winst/verlies) 6.000.000 MINDER ANDERE INKOMSTEN

4.000.000

MINDER SLAGKRACHT ALS ORGANISATIE

2.000.000 0 -2.000.000 -4.000.000 -6.000.000

2007

2008

2009

2010

2011

Uit Boekstaven, de publicatie waarin de FOV jaarlijks de staat opmaakt van de sector, blijkt dat de financiële gezondheid van het sociaal-cultureel volwassenenwerk er navenant op achteruit is gegaan (cijfers tot en met 2011). Sociaal-culturele organisaties boekten minder uit hun belangrijkste bronnen van inkomsten: activiteiten, subsidies en lidgelden. Het effect van de besparingen varieert. Sommige organisaties kregen uppercut-subsidiedalingen van maar liefst 25 % tot 30 % te verwerken in 2011. Veel organisaties moesten bijgevolg hun reserves aanspreken. We zien dat de sector in 2011 voor het eerst sinds de metingen ‘in het rood’ duikt. Er is ook een terugval in personeel en arbeidsvolume.

26

I

2013

Al snel ontstaat in de besparingsstorm een neerwaartse spiraal van ingekorte subsidies en projectmiddelen, dus interne besparingen, dus minder slagkracht als organisatie, dus minder andere inkomsten, dus minder middelen om op projecten in te zetten, dus minder projectmiddelen en subsidies…

…bij mensen Dat de crisis ook mensen treft, voelen sociaal-culturele organisaties direct in de werking. Zeker 40 % van de organisaties werkt immers met kwetsbare groepen. Inkomsten uit activiteiten daalden in 2011 met 11 %. Ook door het terugschroeven van de opleidingscheques worden deze nauwelijks nog voor sociaal-culturele vormingen ingezet en komen ze vooral hoger opgeleiden ten goede.


De crisis slaat toe, maar organisaties komen met constructieve antwoorden

Het goede nieuws: veerkracht als DNA

Het sociaal-cultureel werk zou zichzelf niet zijn als het geen krachtdadige antwoorden had op deze financiële en economische perikelen. Organisaties putten zich uit om de eigen werking in vorm te houden, maar zeker ook om concrete maatschappelijke antwoorden te formuleren op problemen bij mensen. Veerkracht en toekomstvisie zitten immers ­ingebakken in het DNA van sociaal-culturele organisaties.

August Vermeylenfonds, EVA vzw, FairFin, Gezinsbond, Netwerk Bewust Verbruiken, Oxfam-Wereldwinkels, Vredesactie en Vrede zetten, samen met vele andere organisaties, hun schouders onder de nieuwe coöperatieve ­middenveldbank NewB.

Socrowd, een dochter van FairFin, is een pionier op het vlak van

crowdfunding voor sociale projecten. Mobiel 21 ontpopte zicht tot Europese speler voor duurzame mobiliteit, met een belangrijke rol in tal van Europese projecten.

Curieus en KWB zijn succesvolle voortrekkers in de organisatie van grote samenaankopen, waarbij de kleine consument opeens heel wat aan onderhandelingsmacht wint.

Tientallen afdelingen van de Gezinsbond organiseren in elke Vlaamse provincie tweede­handsverkopen voor speelgoed, kinderkledij, buggy’s, kindermeubeltjes...

FairFin begeleidt een project met

complementaire betaalsystemen voor afvalverwerking in tal van Limburgse gemeenten.

De Wereld Morgen, de booming gratis middenveldkrant van GetBasic, leeft bij de gratie van regelmatige donaties van haar lezers – met succes.

Vormingplus Gent-Eeklo versterkt vrijwilligers met de vorming Vorming en Actie organiseert vormingen over de Economische

en Financiële Informatie (EFI) van ondernemingen voor

“Fondsenwerving: een introductie voor vrijwilligers”.

syndicaal afgevaardigden.

Zonder subsidies lukt het niet Vormingplus en ‘de Verenigde Verenigingen’ werken samen met andere sociaal-culturele organisaties om gemeentelijke adviesraden te begeleiden en te versterken.

Femma-afdelingen experimenteren met complementaire munten, de zogenaamde LETS, om gemeenschapsvorming tussen vrouwen in de buurt te bevorderen.

Vormingplus Oostende-Westhoek organiseert laagdrempelige vormingen “De financiële crisis uitgelegd”.

Gezin en Handicap helpt het bos door de bomen te zien met

infoavonden over tegemoet­ komingen voor personen met een handicap.

Netwerk Bewust Verbruiken startte in 2012 met het eerste Repair Café. De cafés lopen vandaag als een trein en breiden uit over heel Vlaanderen.

Davidsfonds investeert in de toekomst met de bouw van een nieuw hoofdkantoor. Ook de boekhandel kreeg een opfrisbeurt en een nieuwe naam, Duimelot.

Na zo een bloemlezing volgt al gauw de bedenking dat besparingen dus eigenlijk positieve effecten gehad hebben, de zogenaamde ‘efficiëntiewinst’. Fout. Ten eerste zijn subsidies maar een beperkt deel van het inkomstenplaatje: gemiddeld 39% van de middelen in de sector komt van subsidies, de rest genereren de organisaties zelf. Veel vet zit er dus niet op de soep die de overheid schenkt. Ten tweede konden alle bovenstaande initiatieven maar ontstaan vanop de stabiele fundering van subsidies. Subsidies bieden de broodnodige minimale zekerheid die organisaties toelaat zich te versterken en nieuwe dingen uit te proberen. Met voldoende middelen draait de neerwaartse spiraal dus de andere kant op: het wordt een opwaartse spiraal van innovatie en versterking.

I

2013 27


DUBBEL PRIJS De veggiefans van EVA gaven vorig jaar de stok door aan FairFin, als winnaar van de Cultuurprijs voor het Sociaal-Cultureel Werk. Deze prijs erkende niet alleen de relevantie en de creativiteit van hun aanpak, hij zette de voorbije twee edities ook de bewegingen in de kijker. Wie zijn de prijsbeesten?

EVA

EVA was in 2011 de eerste winnaar van deze prijs. Wat dacht u toen u het nieuws hoorde?

Isabelle Poppe

 Tonen dat we niet die radicalen zijn

Wat is EVA?

begeleidt zowel de consument “alsEVA de producent om meer plantaardig te eten en meer plantaardige producten aan te bieden. We willen dus dat consumenten geïnformeerd zijn, dat ze weten wat ze moeten kopen en hoe ze het lekker moeten klaarmaken. Maar ook dat het aanbod er is daar waar mensen winkelen. Ook producenten moeten dus evolueren. De overheid kan dit proces aanmoedigen.

We waren totaal verrast en apetrots, uiteraard. En we voelden ook wel nederigheid, want er zijn zoveel bewegingen en verenigingen bezig met maatschappelijk relevante thema’s. Het is een opsteker voor onze talrijke vrijwilligers en onze achterban.

Hoe werd er gereageerd in de omgeving van EVA?

We hebben heel veel mailtjes en felicitaties gekregen van andere bewegingen. Maar de meerwaarde van zo een prijs is toch eerder indirect. Het is een erkenning voor de manier waarop je bezig bent, en de initiatieven die je ontplooit.

Geef één project dat duidelijk maakt waar EVA voor staat?

Veggiedag. Wij vinden dat “je Donderdag mensen moet verleiden en elke stap moet aanmoedigen. Probeer eens één dag geen vlees en vis te eten, en kijk dan welke wereld voor je opengaat. We nemen mensen zo steeds verder mee in onze campagne. Voor 2013 steken we nog een tandje bij. We willen dat mensen op de plek waar ze winkelen een link kunnen leggen tussen al wat wij bieden via onze website aan recepten en achtergrondinfo, en wat ze in hun winkelkar leggen. Dat denkwerk, over hoe je gedragsverandering kunt stimuleren en ervoor zorgen dat mensen zich openstellen voor je boodschap, is uniek aan EVA.

28

I

2013

Hoe heeft EVA het bedrag dat aan de prijs verbonden is, besteed?

Elke 1.000 euro die we kunnen inves“teren in campagnemateriaal is uiterst welkom voor een kleine beweging als de onze, en we hebben onze vrijwilligers eens goed in de watten gelegd.

Wie moet de volgende winnaar zijn van deze prijs?

kunnen geen naam geven, maar “weWekunnen de winnaar wel beschrijven. Het moet voor ons een sociaal-culturele organisatie zijn die er echt in slaagt om via activiteiten een bepaald thema ingang te doen vinden bij een breed publiek, en niet alleen bij overtuigden. Een vereniging of beweging die werkt rond solidariteit in de ruime zin. Volgend jaar zijn er verkiezingen, in een moeilijke economische context, die mensen misschien vatbaarder maakt voor populisme. We zien graag een organisatie winnen die daar een tegen­ antwoord op heeft, op welk vlak dan ook. Een organisatie met een krachtig thema dat mensen verbindt en dat zo wervend is dat andere verenigingen en ­bewegingen er spontaan willen aan meewerken en het mee willen uitdragen.

Welke tips heeft EVA voor de volgende winnaar?

Het is een tip voor ons allen. Een “uitnodiging eigenlijk om ons te enga-

Welke effecten heeft de prijs? Kan je hem verzilveren?

De prijs zet je werk in de schijnwer“pers. Hij gaf ons de kans om onze positie toe te lichten en te tonen dat we niet die radicalen zijn waarvoor we wel eens versleten worden. Hij geeft onze werking geloofwaardigheid.

geren om het thema van de winnaar een heel jaar lang mee in de kijker te zetten, of het nu is door een banner op de website te zetten dan wel door samen iets op te zetten. Zo kunnen we die prijs samen verzilveren en tegelijk de sector uitdrukkelijk op de kaart zetten, want we mogen gerust wat meer pronken met onze realisaties.


FairFin Kristien Vermeersch

“ Zenichtbaarheid uitstraling vergroten ” Wat is FairFin?

FairFin is een sociaal-culturele bewe“ging. Tot een jaar geleden werkten we onder de naam Netwerk Vlaanderen. Wij stellen de rol van geld in de samenleving in vraag. We richten onze pijlen op de financiële sector en de praktijken van banken. Wij vragen dat de investeringen van banken duurzamer worden. Naar aanleiding van de crisis stellen we het financiële systeem in vraag en het democratisch deficit dat ermee samen gaat. We zoeken ook uit welke alternatieven er zijn.

Geef één project dat duidelijk maakt waar FairFin voor staat?

de huidige campagne stellen we “datInfinanciële systeem in vraag, maar klagen we ook het democratisch deficit aan. Burgers en politici hebben geen vat meer op dat financiële systeem. Er is geen inspraak in hoe dat moet werken. In juni plannen we een evenement in het STUK in Leuven, onder de naam ‘Bank to Basic’. We willen er zoveel mogelijk middenveldorganisaties en particulieren verzamelen. We willen weten wat burgers over dit thema denken, hoe zij hun kritische stem kunnen verwoorden en welke de alternatieven zijn opdat zij opnieuw vat krijgen op dat systeem.

Wat dacht u toen u hoorde dat FairFin gewonnen had?

Ik schrok. Ik had het niet verwacht, “omdat EVA vorig jaar gewonnen had, ook een sociaal-culturele beweging. Ik was des te meer verwonderd omdat wij vorig jaar nogal wat kritiek gespuid hebben op het feit dat de minister via die prijs de sector in de schijnwerpers wilde zetten nadat ze een paar maanden daarvoor een serieuze besparing had doorgevoerd voor diezelfde sector.

En dan kregen wij die prijs. Een dubbel gevoel dus.

Hoe werd er gereageerd bij FairFin en omgeving?

Sommigen vonden het leuk. “ZeDubbel. zien er de bevestiging in dat we goed bezig zijn. Het is een waardering voor ons kritische werk. Deze prijs toont dat je in deze sector ook met een hard thema als de financiële wereld kunt bezig zijn. Er waren ook mensen die vonden dat we de prijs moesten weigeren. Ze vonden dat we geen prijs in ontvangst konden nemen van een minister die de sector zwaar op de rooster legt en toch pluimpjes wil uitdelen. Ze vonden dat de overheid beter zelf een aantal stappen doet om het financiële systeem te veranderen. Maar we hebben de prijs gewonnen, we proberen die nu ten goede te gebruiken en de media-aandacht die hij teweegbrengt te gebruiken voor de beweging.

Welke effecten heeft de prijs? Kan je hem verzilveren?

persaandacht heeft de prijs “nietVeelopgeleverd, die halen we meer

herkenbaarheid en naamsbekendheid wel verhoogd. De link tussen FairFin en het sociaal-cultureel werk wordt nu gelegd. Mensen gaan zich sneller de bedenking maken dat onze kritiek op de banken eigenlijk gaat over hoe we als samenleving met geld omgaan. We gebruiken deze prijs vooral als ons dat goed uitkomt. Maar veel spectaculairs heeft dat niet opgeleverd. Het is niet dat daardoor de wereld opengaat.

Hoe is het bedrag dat aan de prijs verbonden was, besteed?

“Campagnewerk.”

Wie moet de volgende winnaar zijn van deze prijs?

Er zijn zoveel organisaties met inte“ressante dingen bezig op een goede manier. Ik durf me daar niet over uit te spreken.

Welke tips kunt u geven aan de volgende winnaar?

Je kunt de prijs gebruiken om de “zicht­ baarheid en de uitstraling van je organisatie en de sector te vergroten. ”

met onze campagnes. Het heeft onze

I

2013 29


2012

Cats Communication

MO*11 april 2012

8 maart 2012

Opinie Koerdisch Instituut: Syrische Koerden zeggen neen tegen bewapening van het verzet tegen regime-Assad.

Persactie Martin Heylen op bezoek bij Handicum in Gent in kader #dagvandezorg

Sociaal-culturele organisaties laten zich niet onbetuigd in de (sociale) media Een greep uit 2012-2013

De Tijd27 maart 2012

Vormingplus Kempen

OKRA mag geen reizen meer organiseren: De ouderenbeweging OKRA is met 218.000 leden de grootste van het land...

Zondag: Goe Gemixt in Geel, aangekondigd in de Gazet van Antwerpen.

Nieuwsblad.be

18 april 2012

16 november 2012

VRT deredactie.be3 oktober 2012

‘Kook het voort’ van EVA vzw wil een duurzaam kooknetwerk zijn.

“Kies niet auto-matisch”: In een ludiek filmpje roept de vzw Mobiel 21 de kiezers op om te voet of met de fiets te gaan stemmen.

Cobra22 november 2012

VRT deredactie.be4 oktober 2012

‘Proper geld’-beweging FairFin wint Cultuurprijs: FairFin, een organisatie die ijvert voor ‘anders omgaan met geld’...

“GAS-boetes ondergaan verontrustende evolutie”: De Liga voor de Mensenrechten plaatst ernstige vraagtekens bij gemeentelijke administratieve sancties.

Welzijnszorg vzw26 november 2012 Herbekijk de reportage van @vrtderedactie over #armoedeverjaartniet

Socius vzw29 november 2012 Morgen bij Het Nieuwsblad: GoeBezig Gazet - sociaal-cultureel volwassenenwerk laat mensen schitteren. Niet te missen!

De Tijd19 januari 2013 Vlaamse Volksbeweging eist klaarheid over confederalisme.

Morgen begint Bond zonder Naam met een campagne over eenzaamheid. Een #Lijflied voor alle eenzame zielen! Suggesties? #planeetdecock

2013

MNM11 december 2012

Radio 120 januari 2013 @FriedlLesage zit met #touché live op Toast Literair van het Davidsfonds in ’t Arsenaal. Duizendpoot Joost Vandecasteele is te gast.

Limburg Vandaag26 april 2013 Deelnemers getuigen over meerwaarde van de G1000: Vormingplus legt het proces en de resultaten op tafel.

Eva Brumagne25 april 2013 De #vrouwenbeweging rockt weer. #Femma trekt opvallend meer jonge dames aan. Vandaag in De Morgen.

30

I

2013

Velt vzw17 april 2013 Velt-lesgever Frans Smets ging vanochtend langs bij De Madammen op Radio2 om over kippen te vertellen.

Vluchtelingenwerk Vl 18 april 2013

Bekijk de reportage uit het VRT journaal naar aanleiding van de publicatie van ons jaarverslag.


tomlemahieu27 mei 2012

MO*7 Juni 2012

Blij over aanpassingen decreet #sociaalcultureelwerk volwassenenwerk. Erkenning bewegingen. Realistischer veld vormingsinstellingen. #goedzo

Opinie Vredesactie: Vlaanderen holt controle op de wapenexport uit met nieuwe wapenhandeldecreet.

FOV5 juni 2012

Tomorrowlands29 juli 2012

Tot onze grote tevredenheid: De Standaard Minister Bourgeois schaft vergunningsplicht reisbureaus af.

1.500 interventions by the Vlaamse Kruis during first two days of #Tomorrowland. No life threatening injuries.

FOV2 oktober 2012

Vluchtelingenwerk Vl1 september 2012

Femma, Hand in Hand en De Maakbare Mens volop in het nieuws. Organisaties #sociaalcultureel in actie!

Vluchtelingenwerk wint De Standaard Solidariteitsprijs! Dat besliste de jury vandaag. Allemaal bedankt voor jullie stem!

VRT deredactie.be1 oktober 2012

VRT deredactie.be

Gezinsbond: “Investeer in het verkeer!”: een bevraging van bijna 10.000 respondenten over de gezinsvriendelijkheid van hun gemeente.

21 september 2012

MO*22 januari 2013 Opinie Climaxi en Friends of the Earth: Onconventionele gasontginning geen goudmijn maar wel valkuil voor Limburg.

Reyers Laat31 Jan 2013 2 weken geleden deed Leila Van der Mauten iets levensbelangrijks. Ze doneerde stamcellen.

“Wildbrei-guerrilla” voor vrouwelijke kandidaten: De actie is een initiatief van Femma, de grootste vrouwenbeweging in Vlaanderen.

De Standaard2 februari 2013 Holebi- en transgenderkoepel çavaria reageert verontrust op de uitspraak van Antwerps burgemeester Bart De Wever.

Bond zonder Naam 28 februari 2013

Vandaag mooi artikel in @destandaard over onze actie dinsdag om #eenzaamheid onder jongeren bespreekbaar te maken.

Knack.be4 maart 2013 Liga voor Mensenrechten vecht Antwerpse vreemdelingentaks aan.

Redactie KerkNet FairFin28 maart 2013 VRT deredactie.be 17 april 2013

KVLV lanceert nieuwe versie van ‘Ons Kookboek’.

Blij! New B is een hit en Lieven Scheire laat terloops weten dat ‹ie de FairFin site volgt bij bankdilemma’s (Reyers Laat).

Radio 112 april 2013

zij-kant20 maart 2013

“Waar is onze barmhartigheid tegenover bedelaars?” vraagt Liga voor de Mensenrechten zich af. #Vandaag #radio1

Equal Pay Day 2013 in het VTM-journaal: #ExtremeHousekeeping all the way.

13 maart 2013

Broederlijk Delen en Pax Christi Vlaanderen willen correcte etikettering van producten uit Israëlische nederzettingen.

I

2013 31


“Europa moet de verscheidenheid van het middenveld respecteren”

D

e ene is een recente inwijkeling in de vierkante kilometer Europees grond­gebied in Brussel, de andere is er ondertussen tot het meubilair gaan behoren. Beiden worden ze aan de mouw getrokken door bezorgde Vlaamse verenigingen die proberen stand te houden tussen overheid en markt. “Nationale en regionale overheden moeten het middenveld veel meer bij Europa betrekken.” Mark Demesmaeker ruilde drie maanden geleden zijn zitje in het Vlaams Parlement voor een in het Europese halfrond, nadat zijn voorgangster Frieda Brepoels voor N-VA burgemeester was geworden van Bilzen. Bart Staes is bezig aan zijn derde termijn als Europees parlementslid voor Groen. “Dag en nacht” beschikbaar zijn ze naar eigen zeggen voor vragen van burgers en middenveld. “In de perceptie worden we alleen benaderd door de industrie en haar lobby’s,” zegt Demesmaeker. “Er is niets mis met contacten met het bedrijfsleven, zolang die transparant zijn, maar wij hebben ook heel veel andere gesprekspartners. Wie zag ik al? De Boerenbond, het VBO, Natuurpunt, Febiac, WWF, Amnesty International, Sabam, de Vlaamse Ouderenraad.”

32

I

2013

“Aan zowat alles zit een Europees randje,” treedt Bart Staes hem bij, “met als gevolg dat burgers en organisaties voor de meest uiteenlopende thema’s de weg vinden naar de Europarlementsleden van hun land of regio. Europa is momenteel bezig met de hervorming van Erasmus (het Europese uitwisselingsproject in het hoger onderwijs, red.). De Vlaamse Jeugdraad is me daarover komen spreken, zelfs individuele leraars kwamen hun Europese projectweken bepleiten.”


“ 

I n het Europees Parlement zit je niet gevangen tussen meerderheid en oppositie

I

2013 33


Kunnen jullie dan als parlementslid uit het kleine Vlaanderen wegen in Europa? Demesmaeker: Naar aanleiding van een

gesprek met de Vlaamse Ouderenraad over de positie van senioren in het Europese beleid hebben we met enkele parlementsleden een aantal schriftelijke vragen gesteld aan de Commissie. We proberen dus niet alleen te luisteren, maar ook iets te doen. Staes: In het Europees Parlement zit je niet gevangen tussen meerderheid en oppositie. De politieke cultuur is er één van met argumenten dingen verwezenlijken. En dat lukt ook als je van een kleine politieke groep bent. Er wordt naar je geluisterd omwille van je kennis en expertise. In het nationale en regionale parlement ben je beperkt door het spel tussen meerderheid en oppositie. Demesmaeker: Vanuit de oppositie kun je soms eens een dossier met succes afronden, maar dat is zeldzaam. Als je een parlementslid uit de meerderheid bent, maak je veel meer kans, voor zover het voorstel valt binnen het regeerakkoord. Staes: Als je in het Europees Parlement rapporteur of schaduwrapporteur bent, dan kan je bepalen welke richting de wetgeving uitgaat. Demesmaeker: Zij zitten aan het stuur.

” “

De moloch Europa is dus wel in beweging te krijgen! Uit onderzoek bij onze ledenorganisaties blijkt dat 73 procent van hen samenwerkt met partners in Europese koepelorganisaties. Is er in Europa plaats voor een echte sociale unie en hebben we daarvoor een Europees middenveld nodig? Demesmaeker: Daar waar samenwerking

aspecten aan de verzuiling: we hebben er een sterk georganiseerd middenveld aan overgehouden, dat ondertussen samenwerkt los van de oorspronkelijke breuklijnen. Dit middenveld probeert de besluitvorming mee te beïnvloeden. Als dat in transparantie en overleg gebeurt, is dat alleen maar een goede zaak.

uropa mag “ Eorganisaties niet

De unieke positie van het Vlaamse middenveld lijkt steeds meer bedreigd te worden. Volgens de Europese regelgeving ben je ofwel markt ofwel overheid. Dat wringt voor het sociaal-cultureel volwassenenwerk. Staes: Dat spanningsveld is er voor

duwen in een logica die niet de hunne is

Kan een Europees middenveld de kloof tussen Europa en de burger helpen te dichten, naar het voorbeeld van het Vlaamse middenveld, dat de brug maakt tussen overheid en achterban? Staes: Er zijn nu al het Economisch en

wetgeving. Van de Europese koepels werken er sommige goed, andere dan weer minder.

Sociaal Comité, en ook het Comité van de Regio’s, die als tussenliggend niveau fungeren, maar ze spelen niet de rol die ze zouden kunnen spelen. Dat zou veel krachtiger georganiseerd kunnen worden. In Vlaanderen worden er verdienstelijke pogingen gedaan door het VlaamsEuropees Verbindingsagentschap (VLEVA), dat overlegmomenten inlast en informatie doorgeeft. Ze steken ook af en toe een waarschuwende vinger op naar ons, zodat we rekening houden met de neveneffecten van bepaalde

iedereen: vanuit het marktgerichte denken van de Europese Unie word je geduwd in dat idee van economische concurrentie. We dringen daarom al jaar en dag aan op een kaderrichtlijn voor diensten van algemeen belang. Een aantal diensten heeft een economische waarde, maar toch ook een zeer sterke sociale, maatschappelijk verbindende dimensie. Europa moet vermijden dat organisaties geduwd worden in een logica die niet de hunne is. Marktgericht denken heeft zijn plaats, maar niet in alle organisaties. Demesmaeker: Die richtlijn wordt nu herzien. Er ligt sinds vorig jaar een voorstel op tafel dat moet leiden tot een versoepeling van deze regels voor het middenveld. Staes: Neem nu de Europese richtlijn rond openbare aanbestedingen. Als je als vereniging een aankoop moet doen boven een bepaald bedrag, moet je dat volgens strakke Europese regels doen die zuiver economisch zijn. Maar wat als je als middenveldvereniging ook met

” “

een duidelijke meerwaarde biedt, moet er samenwerking zijn. Maar ik ben geen voorstander van een Europese superstaat die ver van de mensen staat. Domeinen zoals cultuur, toerisme, onderwijs of gezondheidszorg laat je best over aan de lidstaten en aan de regio’s. Die bevoegdheden zijn op de meest democratische manier te organiseren op regionaal niveau. Staes: Volgens het Verdrag van Lissa­bon moet er van bij de voorbereiding van de nieuwe wetgeving, van bij de eerste letter van een ontwerprichtlijn, contact zijn met de belanghebbenden, met het middenveld dus. Zo vermijd je wetgeven vanuit de ivoren toren. Daarom moet je dat middenveld ook organiseren. In die zin is Vlaanderen uitzonderlijk. Misschien is dat een van de weinige positieve

” “

34

I

2013

Demesmaeker: “Vlaanderen moet er zelf voor zorgen dat haar verenigingen aan bod komen en geholpen worden om die subsidies binnen te rijven.”


Staes: “Ik kies voor het subsidiemodel. De overheid moet initiatieven kunnen ondersteunen, zodat die niet afhankelijk zijn van de individuele smaak van donoren”

andere aspecten wil rekening houden zoals sociale impact of eerlijke handel? De Europese wetgever moet verstandig genoeg zijn om die verscheidenheid te respecteren.

Hebben jullie de indruk dat Europa de aparte rol van onze Vlaamse verenigingen erkent of evolueren we onherroepelijk naar het Angelsaksische model van ngo’s, die al hun fondsen halen uit giften? Een mecenaatsmodel tegenover een subsidiemodel waarin de overheid het middenveld financiert op basis van welomschreven criteria. Staes: Ik kies voor het subsidiemodel.

De politiek is al zoveel middelen kwijt om de samenleving uit te bouwen en een maatschappelijk weefsel te garanderen. Als je het volledig in handen geeft van het mecenaat, dan beland je al snel weer bij paternalisme. Voor mij moet de overheid kunnen beslissen om initiatieven te ondersteunen volgens democratisch afgesproken voorwaarden, zodat die niet afhankelijk moeten zijn voor hun financiering van de individuele smaak van donoren. Demesmaeker: Ik pleit toch ook meer voor ons model, onze Vlaamse samenleving is daarop gebouwd. We moeten er natuurlijk voor zorgen dat de slinger niet doorslaat naar de andere kant. Het moet

allemaal te verantwoorden zijn tegenover de belastingbetaler, met transparante spelregels en criteria.

transparanter “ HdeoeEuropese besluitvorming, hoe beter het middenveld er kan op inspelen

Ik hoor vanuit midden­v eld­ verenigingen die Europese middelen willen aanspreken voor een project wel veel klachten over de regel van de cofinanciering, waarbij er naast Europese en nationale overheidsmiddelen ook een eigen inbreng van de organisatie moet zijn. Veel organisaties hebben dat kapitaal niet. Je kunt dat oplossen door deels te demonetariseren. Voor veel middenveldorganisaties zit hun kapitaal niet in centen maar in vrijwilligers, in mensen dus. Een koepel van Welsche organisaties heeft op dat vlak enkele jaren geleden een grote overwinning geboekt. Ze zijn erin geslaagd om voor subsidies van het Europees Sociaal Fonds te argumenteren Staes:

dat hun eigen inbreng de inzet was van hun vrijwilligers. Dat model zou men breder kunnen toepassen. Het komt ook het zelfrespect van die organisaties ten goede, omdat hun eigenheid zo gevaloriseerd wordt. Demesmaeker: Het kan inderdaad zo. Maar er moet wel een eigen inbreng zijn om zo het evenwicht te bewaren tussen wat de overheid doet en wat organisaties zelf doen.

” “

Nog een drempel, zo zegt onze achterban, is het papierwerk voor die subsidieprogramma’s. Speelt er een Mattheuseffect voor de Europese subsidies, waarbij het vooral de groten zijn die de weg kennen die ze krijgen? Zijn er niet te veel drempels voor kleine grassrootsinitiatieven? Demesmaeker: Europa probeert haar

begroting en de vele domeinen waarop ze actief is te stroomlijnen, maar het blijft een kluwen. Vlaanderen moet er zelf voor zorgen dat haar verenigingen aan bod komen en geholpen worden om die subsidies binnen te rijven. VLEVA kan als brug fungeren tussen de verenigingen en Europa, en ook het Kenniscentrum Sociaal Europa kan die rol spelen. Staes: De Vlaamse administratie moet de mogelijkheden beter uitleggen aan de verenigingen. Er zijn al initiatieven in die zin. De Vereniging voor Vlaamse Steden

I

2013 35


Staes: “Een koepel van Welsche organisaties is erin geslaagd om voor Europese subsidies te argumenteren dat haar eigen inbreng de inzet was van haar vrijwilligers. Dat model zou men breder kunnen toepassen.”

en Gemeenten heeft bijvoorbeeld een Europadienst. Demesmaeker: De provincie VlaamsBrabant heeft ook een dienst die verenigingen in de provincie helpt te zoeken naar bronnen van financiering. Staes: De overheid moet bewaken dat ze niet altijd met dezelfde spelers werkt. Ze moet zien wanneer een bepaald potje nuttig kan zijn voor een organisatie en die daarop wijzen. Ze kan verenigingen begeleiden bij die aanvraag, al moet ook Europa inspanningen doen om de rompslomp te vereenvoudigen. Sinds de fraudeschandalen in de jaren negentig die de commissie-Santer tot aftreden dwongen is de controle begrijpelijkerwijs heel strikt. Maar 80 procent van de Europese middelen wordt mee beheerd door nationale en regionale overheden. Als Europa weet dat de Vlaamse administratie toeziet op die aanvragen, dan zou die garantie toch moeten volstaan. Dat zou voor verenigingen comfortabeler zijn. Bovendien moet Europa niet alleen kijken naar de letter maar ook naar de geest van de wet. Ik heb nog het dossier verdedigd van Vluchtelingenwerk Vlaanderen dat 100.000 euro aan Europese subsidies moest terugbetalen omdat er voor enkele taxiritten tijdens een missie in Congo geen bonnetjes waren. Wie ooit in Congo geweest is, weet dat dit geen fraude is. Ze hebben dat bedrag uiteindelijk ook niet moeten betalen, maar dat dossier

” “

36

I

2013

heeft veel energie gekost die nuttiger had kunnen besteed worden. Demesmaeker: Overheidsgeld moet wel voorzichtig worden uitgegeven, want het gaat om belastinggeld. Wie dat geld krijgt, moet zich verantwoorden. Dus een deel van de rompslomp zal je altijd hebben.

 Voor belastinggeld moet je je verantwoorden. Rompslomp is deels onvermiijdelijk

Het Europees Burgerschapsinitiatief, dat burgers de mogelijkheid geeft om een thema op de agenda van de Europese Commissie te zetten, viert zijn eerste verjaardag. Werkt het? Staes: Het heeft veel te lang geduurd.

Er is lang gepalaverd over hoe het moest worden georganiseerd, aan welke formaliteiten moest worden voldaan en hoe die handtekeningen moesten verdeeld zijn over de lidstaten. Het is een goed initiatief, met een mooie gedachte erachter, maar Europa heeft een aantal hordes ingelast die de verwachtingen errond zwaar getemperd hebben. En toch, het feit dat burgers zich kunnen

mobiliseren om wetten af te dwingen of om de Commissie te dwingen om met ontwerpen te komen, is een zeer goede zaak. Dit brengt de burger dichter bij de besluitvorming. Er is nu een dergelijk initiatief opgestart rond mediapluralisme, een maatschappelijk debat dat een zekere urgentie heeft gekregen nu in landen als Hongarije het pluralisme wordt bedreigd. Demesmaeker: Maar of dit nu echt de manier is om de burger dichter bij Europa te brengen? Daarvoor is het te gebruiksonvriendelijk. Op dit moment zie ik geen initiatief dat mobiliserend werkt. Staes: Het is een van de manieren om de kloof te dichten. Het moet mogelijk zijn om een initiatief op te zetten dat zeer wervend is. Denk aan de bijenproblematiek. Een initiatief rond bepaalde chemische stoffen en de zorg om het in stand houden van het bijenbestand kan enorm mobiliseren en positief afstralen op de besluitvorming. Demesmaeker: Als er iets mobiliserend werkt, dan is het wel de zorg voor de natuur. Maar ik denk dat er ook andere manieren moeten zijn om de burger meer bij de Europese politiek te betrekken. Nationale en regionale overheden moeten daar zelf meer verantwoordelijkheid in nemen. Ze moeten proactiever te werk gaan en zo de burgers en het middenveld veel meer betrekken.

” “


Ook transparantie in de besluitvorming zou helpen. Nationale ministers verschuilen zich al te vaak achter de gesloten deuren van de Europese Raad (de regeringsleiders van de 27 lid­staten, red.). ‘We hebben geprobeerd,’ luidt het dan, ‘maar een meerderheid heeft er anders over beslist’. Soms ontdek je dan nadien dat ze heel erg deel uitmaakten van die meerderheid. Als dat transparanter verloopt, dan kunnen die ministers ook voor hun verantwoordelijkheid worden gesteld. Demesmaeker: Het zwaartepunt ligt nog altijd bij de Raad en daar heeft de burger geen greep op. Dat is een probleem van democratische legitimiteit. We zouden een voorbeeld moeten nemen aan de Denen. Staes: In Denemarken moet de regering een mandaat vragen aan het parlement om namens de verkozenen te spreken in Europese ontmoetingen. Voor die plaatsvinden, welteverstaan. Er wordt vaak gezegd dat Europa dit of dat heeft beslist, maar besluitvorming in Europa is een samenspel tussen het Europees Parlement en de 27 ministers. We moeten in België veel inspanningen doen om te weten te komen welke posities de Belgische regering daar nu heeft vertegenwoordigd. Demesmaeker: In het Vlaams Parlement zat ik in de commissie Landbouw. Eén keer om de twee maanden kregen we van een medewerker van de minister-president een debriefing van de Europese raden. En dan konden we enkele vragen stellen en daarmee was de kous af. In Denemarken is dat omgekeerd. Daar gaat een minister met een mandaat van het parlement naar de Europese Raad. De democratische legitimiteit is veel groter. Staes: Voor verenigingen uit het middenveld is het niet moeilijk om te volgen wat er in het Europees Parlement gebeurt. Dat is heel transparant. Alles staat op de website, de commissies zijn openbaar. Voor de Raad van Ministers is het veel moeilijker om te weten welke stelling jouw minister er verdedigt. Het is onder druk van de publieke opinie dat België onlangs tegen het advies van de administratie in gestemd heeft in Europa voor een tijdelijk verbod tegen bepaalde pesticiden om de bijensterfte tegen te gaan. Hier is dat uitzonderlijk, in Denemarken is dat een courante praktijk. Hoe transparanter, hoe beter het middenveld er kan op inspelen. Staes:

” “

OP DE ROOSTER Het meest markante EU-moment van de afgelopen vijf jaar? Staes  “Het onvermogen van de Europese leiders om krachtdadig en eensluidend op te treden en de financiële en bankencrisis aan te pakken en met oplossingen te komen die langer dan enkele weken standhouden.” Demesmaeker  “De mislukking van het project van de euro, met een zware verantwoordelijkheid voor een aantal lidstaten en een onvermogen van Europa om leiding te geven. Het is frapperend hoe de euro blijkbaar op poten is gezet zonder stevige economische fundamenten.”

De meest verdienstelijke eurocommissaris? Demesmaeker  “Ik pas, ik ben hier

nog niet lang genoeg. Ik weet wel wie het niet is: Catherine Ashton op Buitenlandse Zaken.” Staes  “Janek Potocnik, de commissaris voor Milieubeleid. Hij blijft een recht spoor houden, hij heeft een zeer grote openheid, hij luistert en hij is vaardig in zijn contacten met het Europees Parlement, met de milieuen natuurbeweging en de industriële wereld.”

Naar welk land of welke regio in Europa kijken jullie op? Staes  “Denemarken. Het heeft een benijdenswaardig sociaal model. Het is redelijk progressief, sociaal en vooruitstrevend op het vlak van klimaat en alternatieve energie. Maar vooral ook omwille van de manier waarop ze omgaan met de Europese besluitvorming, waarbij de regering niets doet zonder een mandaat van het parlement.”

Demesmaeker  “Ierland. Ik ga er minstens een paar keer per jaar uitwaaien, daar of in Schotland, ook een kleine natie. Identiteitsgevoel is daar iets vanzelfsprekends, niet iets wat grote discussies opwekt. Ze kiezen voor staatsvorming en ik kijk daar met grote ogen naar, want dat vanzelfsprekende zou ik voor Vlaanderen ook willen.”

Het Europa van Angela Merkel, of dat van François Hollande? Staes: “Ik pas. Hollande heeft het met zijn verkiezing mogelijk gemaakt dat voorzichtig vraagtekens worden gezet bij het idee dat alleen strenge besparingsdrift zaligmakend is. Maar ik zou ook hem niet kiezen.” Demesmaeker  “Mevrouw Merkel.

Duitsland is erin geslaagd om dankzij een beleid van budgettaire orthodoxie het staatshuishouden op orde te brengen, en dat heeft het land gemaakt tot wat het nu is: de motor van de Europese economie.”

Europa is in crisis: zijn we op weg naar meer of minder Europa? Staes  “De grote uitdagingen in Europa en op wereldvlak, zoals de financieel-economische crisis, de sociale en de klimaatcrisis, zullen we alleen oplossen door samen te werken. Maar elk vanuit zijn eigenheid en in grote verscheidenheid, er is geen eenheidsworst nodig.” Demesmaeker  “Daar waar samenwerking een meerwaarde biedt, zeker. De vraag is niet: of meer of minder. Het kan ook gaan om meer én minder Europa. Verdieping en verbreding daar waar de meerwaarde er duidelijk is, en anderzijds zaken durven los te laten die niet prioritair zijn.”

I

2013 37


Regulitis in het land Een vervelende ziekte waart door het land, één die het voor sociaal-culturele organisaties en voor de mensen die zij vertegenwoordigen, onnodig lastig maakt: regulitis. De wildgroei aan kleine en grote regels is soms fnuikend voor de sector. De FOV pleit voor v ­ ereenvoudiging en rationalisering.

GAS-boetes

Reisbureaudecreet De afschaffing van het reisbureaudecreet beëindigt hopelijk de juridische veldslag tegen vrijwilligersorganisaties die reizen organiseren. Verenigingen kunnen voortaan – wellicht – zonder dreiging van rechtszaken reizen inleggen. Het reisbureaudecreet wordt in twee fasen afgeschaft. Vanaf 2014 wordt het decreet opgeheven. In tussentijd zorgt een overgangsregeling voor een aangepast juridisch kader. Het nieuwe kader wil de vrijstelling van vergunningsplicht voor

verenigingen uitklaren en daarmee juridische geschillen vermijden. Minister van Toerisme Geert Bourgeois en zijn kabinet ondersteunen nu – na de afschaffing van het reisbureaudecreet – de overstap naar een zelfregulerend systeem voor de reissector. Als belangrijke afnemer en organisator van reizen blijven het sociaal-cultureel werk en de FOV graag betrokken bij verdere stappen.

Fiscale attesten De sector heeft af te rekenen met een logge, trage en weinig transparante wetgeving. Zo duurt het verlenen van een erkenning aan organisaties of het verlengen van de erkenning lang. Zo lang dat de betrokken organisaties geen fiscale attesten kunnen bezorgen aan schenkers. Niet echt ‘vertrouwenwekkend’ voor schenkers. 38

I

2013

De FOV dringt aan op een versnelling van de procedure en op een aanpassing van de regelgeving. Zo is het verlenen van een erkenning via een KB te omslachtig. De FOV heeft de federale minister van Financiën expliciet gevraagd om betrokken te worden bij de contactgroep giften (een werkgroep met ambtenaren en organisaties).

Het sociaal-cultureel volwassenenwerk is ongerust over de toepassingsmogelijkheden van de Gemeentelijke Administratieve Sancties (GAS). Maatschappe­lijke protestacties worden steeds vaker de mond gesnoerd met GAS-boetes. De sancties mogen geen middel worden om de burger monddood te maken. De FOV is van mening dat het gebruik van GAS-boetes tegen vreedzaam protest aan banden moet worden gelegd. De deur staat wagenwijd open voor machtsmisbruik en er is geen controle op gemeenten die de boetes kunnen uitschrijven om de stadskas te spekken.

Interne staatshervorming Door de operatie ‘interne staatshervorming’ verhuizen vanaf 2014 de middelen voor het sociaal-cultureel volwassenwerk van het provinciale niveau naar het Vlaamse niveau. Het bedrag dat organisaties ontvingen in 2011 verandert voor 90% van bestuursniveau. Het wordt toegevoegd aan de enveloppefinanciering van die organisaties. De resterende 10% blijft provinciaal en zal besteed worden op basis van provinciale keuzes. De FOV keek nauwlettend toe op de totstandkoming van deze verdeling. De operatie mocht/mag niet betekenen dat er minder middelen zijn voor het sociaal-cultureel werk. Ook de concrete uitvoering wordt opgevolgd. De FOV checkt de bedragen per organisatie op hun correctheid.


Decreet lokaal cultuurbeleid Met het vernieuwde decreet Lokaal Cultuur­ beleid krijgen lokale besturen de kans om een aantal Vlaamse beleidsprioriteiten in hun beleid vorm te geven. Die Vlaamse prioriteiten worden nu gespecificeerd in het uitvoeringsbesluit bij het decreet. Voor het algemeen cultuurbeleid is dat: “De gemeente ontwikkelt een integraal en duurzaam cultuurbeleid, met bijzondere aandacht voor gemeenschapsvorming, cultuureducatie en het bereiken van kansengroepen.” De ideale kans om een krachtig sociaal-cultureel werk lokaal

vorm te geven en hier middelen voor te ontvangen. De FOV ziet een kans om in gemeenten werk te maken van een krachtig lokaal cultuurbeleid, opnieuw zuurstof te geven aan participatie en een stimulerend klimaat te creëren voor verenigingen en sociaal-culturele organisaties in gemeenten. Via een visietekst, tips & tricks voor besturen, provinciale informatierondes en nieuwsbrieven heeft de FOV samen met het Forum voor Amateurkunsten en Faro stakeholders geïnformeerd en aangezet tot actie.

Internationaal cultuurbeleid Met de nota Internationaal Cultuur­ beleid wil minister Joke Schauvliege meer culturele banden creëren tussen Vlaanderen en de rest van de wereld. De nota focust echter erg op de Kunsten en heeft weinig oog voor het brede culturele veld in Vlaanderen. Onterecht, want ook het sociaal-cultureel werk is erg actief in ­internationale netwerken en heeft zeker aspiraties om deze werking uit te bouwen. Met de FOV drukken we op een ­verbreding van het huidige beleid. We confronteerden de minister met de resultaten van een bevraging bij de FOV-lidorganisaties, die hun aspiraties en interesses op internationaal vlak blootlegt.

Overheids­opdrachten De wet op de overheidsopdrachten is in essentie bedoeld voor overheden en vzw’s die nauw verbonden zijn met de overheid. Onder druk van Europa vallen veel vzw’s, waaronder ook die uit het sociaal-cultureel werk, onder deze wet. Omwille van de ruime interpretatiemogelijkheden van deze wet moeten organisaties zich schikken naar een regelgeving die niet voor hen bedoeld is. Dit dossier is actueel omdat Europa steeds nauwer toekijkt op de juiste toepassing van de

regelgeving. Organisaties worden gedwongen zich te schikken naar de marktlogica, ze worden geconfronteerd met administratieve verplichtingen en rompslomp. De FOV pleit voor een uitzondering in de regelgeving voor de sociaal-culturele organisaties. Europa ziet de eigenheid van de typische Vlaamse vzw-structuur over het hoofd. Een aparte benadering is hier op haar plaats.

Marktpraktijken, BTW, … Onze sector en bij uitbreiding het hele middenveld staan en bewegen zich tussen de markt en de overheid. Maar – vaak onder druk van Europa – moet onze sector zich juridisch steeds meer inschrijven in de ene logica (overheidsopdrachten) dan wel in de andere (BTW, wet op de marktpraktijken, het begrip ondernemer, wet tot regeling van het contract tot reisorganisatie en reisbemiddeling, de organisatie van activiteiten om de kas te spekken of voor het goede doel,…). De FOV wil dat overheden – Vlaams, federaal en vooral Europees – oog hebben voor deze evolutie en ervoor zorgen dat onze eigen manier van werken ook in de toekomst voldoende juridisch en wettelijk omkaderd wordt.

I

2013 39


Het interculturele middenveld kraakt onder de verwachtingen

Smalle schouders, zware lasten

De etnisch-culturele verenigingen zitten in de lift, maar ze worden ook langs alle kanten bestookt met vragen waarop ze het antwoord vaak schuldig ­moeten blijven. Is er een oplossing voor deze mismatch?

Vlaanderen telt 13 etnisch-culturele verenigingen, met samen meer dan 1.600 afdelingen of groepen en er komen er nog regelmatig bij. Reden tot juichen dus, want deze verenigingen brengen mensen uit etnische minderheden samen, helpen hen zich te ontplooien en vertolken hun verzuchtingen. Ware het niet dat ze voor dit succes ook een prijs betalen.

E

r leven namelijk een hoop verwachtingen rond dit interculturele middenveld. Er zijn in de eerste plaats de verwachtingen vanuit de vier functies van het sociaal-cultureel volwassenenwerk, dat het kader is voor hun subsidiëring: maatschappelijke activerings­ functie, gemeenschapsvormende functie, culturele en educatieve functie. Maar daar stopt het niet. Er zijn rond het interculturele middenveld ook verwachtingen die buiten dat kader vallen, al sluiten ze er soms bij aan. Het Instituut voor Arbeid en Samenleving van de KU Leuven onderzocht deze in opdracht van ‘de Verenigde Verenigingen’ in een samenwerking van de 13 etnisch-culturele federaties met Minderhedenforum en de FOV. In de publicatie ‘Smalle Schouders, Zware Lasten: verwachten we te veel van het interculturele middenveld?’, die de conclusies van het onderzoek bundelt en opiniemakers aan het woord laat, worden ook de andere verwachtingen geïdentificeerd die druk op de ketel zetten.

40

I

2013

Aanbeveling De bevindingen in dit artikel zijn gebaseerd op een onderzoek naar de etnisch-culturele federaties (zie pg. 42). Maar een aantal pijnpunten en aanbevelingen gaan ook op voor andere sociaal-culturele organisaties die werken met, voor en door kansengroepen (ongeveer 40 % van de sociaal-culturele organisaties). Het beleid zou de expertise van deze organisaties sterker kunnen waarderen en benutten, bijvoorbeeld door deze organisaties vlotter aanspraak te laten maken op de project­ondersteuning die het participatie­decreet biedt.


Spreekbuis en bemiddelaar

Mismatch tussen vraag en aanbod

Zo roeren de etnisch-culturele verenigingen zich in allerlei advies- en overlegorganen, een rol waarvoor ze overigens schouderklopjes krijgen. “In de Vlaamse Onderwijsraad brengen ze de pijnpunten naar boven. Ze komen antwoorden vragen en luisteren naar mijn opmerkingen. Ze zijn echte gesprekspartners,” vindt Mieke Van Hecke, directeur-generaal van de katholieke onderwijskoepel VSKO.

Een hele boterham, en dus hoeft het niet te verwonderen dat de etnisch-culturele verenigingen er zich geregeld in verslikken. Het onderzoek van het HIVA stelde een ‘mismatch’ vast tussen wat deze verenigingen kunnen doen en wat overheden, voorzieningen en middenveld­organisaties verwachten.

“Hun doelgroep wantrouwt de overheid, maar vertrouwt wel die verenigingen,” zegt VDAB-directeur Fons Leroy. Voorzieningen, overheden en middenveldorganisaties rekenen daarom op hen om diversiteit te helpen brengen in hun organisatie. Ze vragen ook om hen te helpen mensen uit etnisch-culturele minderheden te bereiken, omdat ze daar zelf niet in slagen. De etnisch-culturele verenigingen stellen trouwens zelf vast dat hun achterban de weg niet vindt naar reguliere organisaties en instanties en proberen daar iets aan te doen. Ze hebben ook nagenoeg allemaal een dienstverlening voor hun leden, zoals ledenvoordelen, administratieve hulp of cursussen.

Ze worden van alle kanten bestookt met vragen, terwijl ze simpelweg niet de draagkracht hebben om alle verwachtingen in te lossen. Er is te weinig tijd, er zijn te weinig mensen en middelen, waardoor ze organisaties of overheden moeten teleurstellen. Tot ergernis van professionals en vrijwilligers wordt er bovendien te snel van uitgegaan dat elke vereniging expert is in alle mogelijke thema’s die etnisch-culturele minderheden aanbelangen. Ze moeten vaak tijd steken in vragen die niet altijd interessant of relevant zijn voor hun achterban. Ze hebben hun eigen missie, opdracht en focus. Niet alles wat gevraagd wordt, heeft voor hen een meerwaarde en toch wordt verwacht dat ze telkens enthousiast knikken. “‘Nee,’ zeggen zij steeds vaker tegen ons, ‘jullie moeten zelf diverser worden.’ De drempels analyseren om erachter te komen waarom we vooral blanke, oudere mannen bereiken. Theekransjes of etnische kooknamiddagen zijn ze stilaan beu en dat is terecht,” zegt Ann Demeulemeester, voormalig algemeen secretaris van het ACW, over de vraag aan het interculturele

I

2013 41


middenveld om andere middenveldorganisaties te helpen diverser te worden. Kunnen ze voor al die extra taken dan niet gewoon eigen middelen aanboren? Moeilijk, want meer dan andere verenigingen zijn de etnisch-culturele verenigingen afhankelijk van subsidies: 91% van hun inkomsten bestaat uit een vorm van overheidstussenkomst, vooral van de Vlaamse overheid. Dat maakt ze kwetsbaar. Volgens hun critici moeten ze daarom proberen meer eigen middelen te mobiliseren, bijvoorbeeld door bepaalde diensten aan te bieden tegen betaling of via partnerschappen met bedrijven of fondsen.

Tijd om te groeien De etnisch-culturele verenigingen zijn nog erg jong, natuurlijk. Hun federatievorming is recent. Er wordt van hen verwacht dat ze zijn zoals alle andere sociaal-culturele organisaties. Maar ze hebben weinig tijd gehad om te voldoen aan alle wetmatigheden die de andere verenigingen al decennialang in de vingers hebben. “Ze hebben behoefte aan een meer gecoördineerde werking. Maar je kunt niet verwachten dat deze organisaties op tien jaar de maturiteit verwerven waarover de rest van het middenveld vijftig of honderd jaar gedaan heeft,” zegt UNIZO-voorzitter Karel Van Eetvelt. Hun doelpubliek is ook ongelijk gespreid, het is vooral te vinden in steden en bepaalde regio’s in Vlaanderen en vaak in sociaal-economisch kwetsbaardere milieus. Ze zijn meer dan andere middenveldorganisaties actief op veel verschillende levensdomeinen, zoals werk, welzijn, onderwijs, sport, cultuur. “Deze verenigingen moeten nu puzzelen om in een koker te passen, maar eigenlijk moeten de kokers wegvallen,” vindt Groen-voorzitter Wouter Van Besien. Ze hebben, zoals eerder aangehaald, weinig mensen en middelen, ze zijn erg afhankelijk van subsidies en het personeelsverloop is bij sommige groot. Fons Leroy: “De overheid moet daarom kijken of de financiering overeenstemt met de verwachtingen die vanuit de verschillende beleidsdomeinen voor die groepen worden geformuleerd, zien of de kosten en de baten in evenwicht zijn.” De Vlaamse overheid moet het interculturele middenveld versterken en professionaliseren, als volwaardige partner in een diverse samenleving, besluit Demeulemeester. Toch moeten deze verenigingen ook zelf stappen doen en versterking zoeken via partnerschappen, kenniscentra, academici en economische actoren. “Ze moeten zich concentreren op een structurele strategie. Dan kunnen ze maatschappelijk iets afdwingen.”

42

I

2013

Huiswerk De onderzoekers van het HIVA formuleerden zelf aanbevelingen voor het beleid, voor het brede middenveld en voor de etnischculturele verenigingen zelf. • Als de overheid de bijkomende functies van interculturalisering, toelevering en beleidsinspraak zo belangrijk vindt, dan moeten de etnisch-culturele verenigingen ook de middelen krijgen om die waar te maken. De overheid kan die deel laten uitmaken van het subsidiekader of buiten het sociaal-cultureel volwassenenwerk die extra functies structureel honoreren. • Het Vlaamse middenveld moet de etnisch-culturele verenigingen beter leren kennen zodat ze weten welke vraag ze aan wie moeten stellen, en hoe ze dat moeten doen. • Het Vlaamse middenveld moet oog hebben voor de meerwaarde van een samenwerking voor de etnisch-culturele verenigingen. • De etnisch-culturele verenigingen moeten keuzes maken. Voor een deel van de individuele dienstverlening aan hun leden kunnen ze doorverwijzen naar andere diensten die dezelfde dienstverlening bieden, en zo tijd en ruimte vrijmaken voor andere opdrachten. Ze moeten nagaan wat ze echt moeten en kunnen doen. • Het personeelsverloop is groot. De kennis, expertise en ervaring zijn verbonden met mensen en als die opstappen, is veel van waarde meteen weg. Kennis- en personeelsmanagement en kennisborging zijn daarom cruciaal.


We zijn niet in een hokje te stoppen 

We worden daarvoor niet gesubsidieerd, maar we doen dat omdat ons dat raakt. Drie dingen zijn essentieel voor een mens: eten, een dak boven het hoofd en werk. Als een van die drie ontbreekt, kan je toch moeilijk beginnen te zeggen dat je alleen sociaal-cultureel werk doet.

We hebben bijvoorbeeld een jongerenvereniging die zaalvoetbal als trekpleister heeft, maar dat voetbal heeft een sneeuwbaleffect. Wat we errond doen, heeft meer waarde dan de sport. Dankzij de sport kunnen wij veel dingen meegeven. Maar om die dan te erkennen als sportvereniging, of als jeugdvereniging? Ze willen ons in hokjes duwen. Als we alleen nog doen wat we volgens het decreet mogen doen, kunnen we morgen de deuren sluiten.”

www.vanallemarktenthuis.be

Van_alle_markten.indd 1

Foto: Gil Plaquet - Stampmedia

De etnisch-culturele federaties in Vlaanderen

20/06/12 11:27

Smalle schouders zware lasten Verwachten we te veel van het interculturele middenveld?

Foto: Chris Harvey / Shutterstock.com

We zijn zomaar niet in een hokje te stoppen. Wij proberen op alle vlakken te werken. We kunnen toch niet zeggen tegen onze leden: ‘Stop daarmee, want daarvoor worden we niet gesubsidieerd’. Je mag mensen hun motivatie niet ontnemen.

Van alle markten thuis

Smalle schouders zware lasten

Als mensen bijvoorbeeld met hun belastingbrief komen, ga ik hen niet wegsturen. Het is niet zoals in de bouw. Daar kan een elektricien zeggen: ik doe geen schrijnwerk. Wij doen echter veel onzichtbaar werk, dat niet in de beleidsplannen staat.

Het is al moeilijk om mensen te motiveren om met het verenigingsleven bezig te zijn en de overheid lijkt steeds meer drempels op te werpen. Je moet een zware boekhouding doen, een beleidsplan schrijven, een voortgangsrapportage. Dat is niet evident. Papier is maar papier. Er wordt te veel in regels gesteld zonder naar de impact te kijken. Er zijn verenigingen die gestopt zijn omdat er te veel regelneverij is. Foto: Gil Plaquet - Stampmedia

We zitten ook in het welzijnsoverleg en in overleg rond tewerkstelling. Waarom doen we dat? Omdat we voelen dat onze achterban zo gebruik kan maken van groepsaankopen en zo. Er is niet één decreet dat zegt dat we dat moeten doen. Maar we voelen dat dit belangrijk is. De informatie bereikt bepaalde groepen in de samenleving niet. Wij moeten zelf meer doen.

‘Smalle schouders, zware lasten’ kwam tot stand met de steun van de Koning Boudewijnstichting, de federale minister van Gelijke Kansen en Vlaanderen in Actie. Ze is samen met de andere publicaties uit dit traject, ‘Van alle markten thuis’ en ‘Vol van verwachting?’ te vinden op: www.fov.be/ecf.

Van alle markten thuis

Ons convenant met de integratiedienst verplicht ons om bepaalde vergaderingen bij te wonen en in werkgroepen te zitten, bijvoorbeeld rond onderwijs. Wij zijn een sociaal-culturele organisatie, geen onderwijsorganisatie. We hebben daarvoor niet voldoende expertise in huis. Maar het lijkt wel of ze denken: ‘Jij hebt een kleur, jij weet daar dus wel wat van’.

Hoe sterker we afdelingen kunnen ondersteunen hoe groter de kwaliteit van wat ze realiseren. Maar we werken ook met vrijwilligers. Mensen trouwen, verbouwen, er zijn geboortes, overlijdens. Allemaal momenten waarop mensen even met rust gelaten willen worden. Een half jaar, soms een jaar. Dat wordt niet in rekening gebracht. ‘Waar zijn ze?’ is dan de kritiek die we krijgen.

Van alle markten thuis

“Overal wil men nu kleur in het bestuur. Je vraagt je soms af wat je daar zit te doen. Ik krijg telefoon van een toneelhuis. Ze willen interculturaliseren. ‘Hoe doe je dat?’ vragen ze me. Of we worden gevraagd voor de seniorenraad. Die wil ook interculturaliseren. Vlaanderen heeft de bus gemist en probeert nu ons het werk te doen opknappen.

De etnisch-culturele federaties in Vlaanderen

Het onderzoek van HIVA-KU Leuven naar de verwachtingen rond het interculturele middenveld past in een traject in samenwerking met Kruispunt MigratieIntegratie, Socius, Demos, de Verenigde Verenigingen, de FOV, Minderhedenforum en de dertien erkende etnisch-culturele federaties.

Cover.indd 1-3

21/06/12 21:40

Vol van verwachting? Studie naar de (mis)match tussen de verwachtingen ten aanzien van de etnisch-culturele federaties en hun mogelijkheden om daar aan te voldoen

Lode Vermeersch, Jeroen Sels & Anneloes Vandenbroucke

Yilmaz Koçak, Federatie van Vooruitstrevende Verenigingen – CDF vzw

I

2013 43


Knockin’ on heaven’s door…

Met de regelmaat van een klok kloppen organisaties bij de Vlaamse overheid aan om erkend en gesubsidieerd te worden als sociaal-culturele organisatie. Maar een plaatsje bemachtigen in het decreet Sociaal-Cultureel Volwassenenwerk is geen sinecure en heeft vaak een grote impact op de werking. Opent een erkenning de deuren naar een stralende hemel? Of drijven zo ook donkere wolken de organisatie binnen? We vroegen het zes verenigingen en bewegingen, nieuwkomers in het decreet.

44

I

2013


Even voorstellen... ADR-Vlaanderen, ‘Actie Dorpen Roemenië-Vlaanderen’, is de koepel van 120 Vlaamse organisaties die werken met een Roemeense partner. Deze organisaties zijn vooral ontstaan als reactie op de schrijnende humanitaire toestanden na de Roemeense revolutie in 1989. Gemeenten en vrijwilligersorganisaties sprongen toen in de bres voor hun ‘adoptiedorp’. ADR-Vlaanderen versterkt de werking van de ADR-groepen. Waerbeke koestert en bevordert de beleving van stilte, rust en ruimte als voorwaarde voor leefkwaliteit. De beweging werkt aan een gemeenschap die duurzame ontwikkeling, diversiteit en dialoog realiseert vanuit het creatieve en verbindende vermogen van stilte, rust en ruimte. Ze informeert en sensibiliseert, biedt vorming en ondersteuning aan en voert actie in heel Vlaanderen (en Brussel). Waerbeke organiseert en stimuleert concrete projecten met veel verschillende partners. Oxfam-Wereldwinkels vzw is een democratische vrijwilligersbeweging die opkomt voor ieders recht op een menswaardig leven. Via campagnes, acties en educatief materiaal sensibiliseert ze het publiek rond onrechtvaardige wereldhandel. Ze lobbyt bij overheden en bedrijven om iets aan die onrechtvaardigheid te doen en met de verkoop van producten uit de eerlijke handel in haar 232 wereldwinkels biedt ze consumenten een alternatief. VOSOG vzw (Vlaamse Oud-Scouts en Oud-Gidsen), Scouting voor volwassenen, behartigt de gemeenschappelijke, culturele en sociale belangen van haar autonome lokale kernen in de Vlaamse Gemeenschap en het Brussels Hoofdstedelijk Gebied. Ze bewaakt en bevordert de kwaliteit en de geest van Scouting (voor volwassenen); ze zorgt voor kennisoverdracht, doorstroming van informatie, vorming en begeleiding. De vzw Vlaamse Volkstuin-Werk Van De Akker is een vrijwilligersvereniging die duurzaam, aangenaam en milieubewust tuinieren in Vlaanderen wil bevorderen, het tuinieren als zinvolle en gezonde vrijetijdsbesteding centraal wil stellen en de aanleg van volkstuinparken wil stimuleren. De Vlaamse Volkstuin organiseert voordrachten, demonstraties en tentoonstellingen, en informeert en ondersteunt haar leden via een informatieblad en een website. Merhaba is een landelijke beweging voor allochtone holebi’s met roots in de Maghreblanden, het MiddenOosten, Turkije en sympathisanten. ‘Merhaba’ betekent zowel in het Arabisch als in het Turks ‘welkom’. Ze willen een plaats creëren waar iedereen zich welkom voelt. Merhaba organiseert activiteiten (filmavonden, uitstapjes, fuiven...) die het uitwisselen van ervaringen tussen ‘gevoelsgenoten’ vergemakkelijken.

De weg naar de erkenning Jullie hebben ongetwijfeld in spanning gewacht op de brief van de Vlaamse overheid met de bevestiging van jullie erkenning. Was het goede nieuws aanleiding tot euforie of dachten jullie ook: ‘Waar zijn we aan begonnen?’ En hoe verliep de weg naar die erkenning? ADR-Vlaanderen: “De weg naar de erkenning was een intense periode voor de beperkte groep vrijwilligers die het dossier heeft voorbereid. We werden gedwongen om na te denken over onszelf en onze werking. We moesten onze doelstellingen scherp en duidelijk formuleren en de achterban in dit proces betrekken om iedereen op dezelfde golflengte te houden. Door dit proces groeide in de organisatie een nieuwe dynamiek.” Waerbeke:  “Met een klein team van vrijwilligers een

voldragen beleidsplan formuleren zonder al over middelen te beschikken: het was moeizaam maar leerrijk. Met de erkenning is de inhoudelijke en structurele opbouw van onze groeiende maatschappelijke beweging voor tien jaar verankerd. Maar er is een keerzijde. De overheid geeft Waerbeke het mandaat om haar ambities waar te maken, maar ze maakt daarvoor niet de noodzakelijke middelen vrij. Dit is voor ons dansen op een slap koord.” Oxfam-Wereldwinkels:  “Oxfam-Wereldwinkels heeft een lange traditie als vereniging met gedreven vrijwilligers in Vlaanderen. We hadden dus wel verwacht de erkenning te krijgen. We zijn er ook zeer blij mee omdat we met deze extra middelen de komende jaren de werking van de groepen nog meer kunnen ondersteunen en uitbouwen. Ja, er komt wat papierwerk bij kijken maar dat is relatief, gezien onze ervaring met andere subsidieverstrekkers.” Vosog:  “We hebben inderdaad met spanning uitgekeken naar de brief van de overheid met de bevestiging van onze erkenning. Voor onze vereniging is het volledig nieuw. Enkele (bestuurs)leden hadden bovendien veel tijd, energie en doorzettingsvermogen gestoken in het erkenningsdossier. Zodra de erkenning er was, dachten we wel ‘Waar zijn we aan begonnen?’. En dat denken we soms nog.” De Vlaamse Volkstuin:  “De erkenning was voor ons een bewijs dat onze inspanningen met al onze vrijwilligers werden erkend. Ze opent natuurlijk verschillende perspectieven voor onze vereniging, maar we wisten dat dit ook een grote uitdaging zou betekenen.” Merhaba:  “De erkenning was voor Merhaba tevens een erkenning voor 10 jaar werking. Er was dus

I

2013 45


beslist euforie. Tegelijkertijd beseften we dat Merhaba nooit meer dezelfde organisatie zou zijn. We zijn op korte tijd gegroeid van een organisatie die louter op vrijwilligers draaide naar een erkende sociaal-culturele organisatie met 2,5 VTE. Dit brengt voor de organisatie en haar vrijwilligers een serieuze switch in haar manier van werken met zich mee.”

Nieuwe bazen, nieuwe wetten Het decreet sociaal-cultureel werk stelt hoge verwachtingen aan organisa­ties. In hoeverre hebben jullie de werking moeten aanpassen om te voldoen aan de voorwaarden? ADR-Vlaanderen:  “De grootste aanpas-

sing is dat we nu aan de Vlaamse administratie moeten bewijzen dat we ‘actief’ zijn. Doordat de koepel steeds vraagt naar documenten die bewijzen dat een vergadering of een activiteit heeft plaatsgevonden krijgen lokale vrijwilligersgroepen de indruk dat zij moeten zorgen dat de koepel en zijn secretariaat kunnen blijven bestaan en dat zij gecontroleerd worden door de koepel.” Waerbeke:  “Het werkingskader voor een sociaal-culturele beweging is gelukkig voldoende open om de doelstellingen en de acties van de veelzijdige beweging voor stilte, rust en ruimte de nodige ontwikkelingskansen te bieden. Sinds de erkenning zetten de vele administratieve verplichtingen wel druk op het inhoudelijke werk. We moeten het juiste evenwicht vinden: de verwachtingen moeten evenredig zijn met de financiële middelen en de mensen die de organisatie heeft.” Oxfam-Wereldwinkels:  “We hebben onze werking niet moeten aanpassen, aangezien we de facto al binnen het kader werkten. Door de grotere financiële slagkracht die de erkenning ons geeft, hebben we wel onze werking kunnen versterken.”

46

I

2013

Waerbeke vzw: foto genomen in het Stiltegebied Dender-Mark, uitvalsbasis van de beweging voor open ruimte, ademruimte, kwaliteitsvolle aandacht, holistisch bewustzijn en waardering voor diversiteit. Vosog:  “We stellen vaak vast dat de (vroegere) werking van onze vereniging moet plaats ruimen voor aanpassingen of opdrachten die nodig zijn om aan de voorwaarden van het decreet te blijven voldoen.”

Dromen en ambities

De Vlaamse Volkstuin:  “Sinds de erkenning werken we veel beleidsmatiger. We hebben een strikt jaarplan en werken gerichter rond onze doelstellingen. Daardoor zijn we ook veel meer gaan registreren. We hopen zo een duidelijker beeld van onze vereniging te krijgen en een globale visie uit te werken voor al onze afdelingen.”

ADR-Vlaanderen:  “We hebben nu een permanent secretariaat waardoor de organisatie veel bereikbaarder is. We kunnen sommige zaken anders aanpakken. Zo kunnen we onze nieuwsbrief, in een nieuw jasje, sturen naar gemeente- en provinciebesturen, waardoor we zichtbaarder worden. We kunnen ook meer dan vroeger proberen onze doelstellingen waar te maken, de communicatie met de lokale groepen te stimuleren, nieuwe projecten op te starten.”

Merhaba:  “Het is een enorme uitdaging

om een evenwicht te vinden tussen de noden van onze doelgroep en de verwachtingen van het decreet. De eisen zijn immers hoog en de personeelsbezetting is laag. We moeten de komende jaren de opvang van onze achterban zien in evenwicht te brengen met onze opdracht om te sensibiliseren. Veel tijd en mankracht worden opgeslokt door de switch van vrijwilligers- naar professionele organisatie. We kunnen ook minder kort op de bal spelen.”

Kunnen jullie dankzij de erkenning meer van jullie dromen en ambities waarmaken?

Waerbeke:  “De erkenning opent deuren

bij de belangrijkste doelgroep van de organisatie: de ‘bemiddelaars’ in diverse maatschappelijke domeinen. Op die manier kan Waerbeke het stiltethema en de intussen ontwikkelde methodieken nadrukkelijk op de maatschappelijke kaart zetten.” Oxfam-Wereldwinkels:  “Zeker wel. Door opeenvolgende herstructureringen en de sterke groei van onze


organisatie was er ongenoegen gegroeid bij groepen. Ze voelden zich te weinig ondersteund. Dit ontmoedigde de groepen, de groepsbegeleiders en de rest van de medewerkers. Dankzij de erkenning konden we investeren in een extra groepsbegeleider en in betere communicatie met de groepen. Het ongenoegen verdween, de aandacht gaat nu weer volledig naar onze doelstellingen.” Vosog:  “We kunnen nu bepaalde

projecten uitwerken en af en toe een beroep doen op ondersteuning en op ervaringen van andere verenigingen of diensten. We moeten er wel over waken dat we alle leden in dit verhaal meetrekken.” De Vlaamse Volkstuin:  “We konden van

start gaan met een lokaal secretariaat voor alle vragen. Onze afdelingen hebben nu één centraal aanspreekpunt. Dit motiveert de bestuursleden. We kunnen veel meer inspelen op hun noden en verwachtingen.” Merhaba:  “De erkenning geeft ons een

bepaalde zekerheid voor enkele jaren. Daardoor is het gemakkelijker om een langetermijnperspectief op te bouwen en te focussen op noodzakelijke maatschappelijke veranderingen. Door aan de professionalisering van onze organisatie te werken versterken we ook onze positie in het werkveld.”

FOV, een nieuwe partner Jullie maken nu deel uit van een grotere sector van 130 sociaal-culturele organisaties, die zijn verenigd in de sectorfederatie FOV. Wat betekent het voor jullie om daar nu bij te horen? ADR-Vlaanderen:  “Via vergaderingen van de FOV en initiatieven van Socius hebben we contact met collega’s uit andere organisaties. Dat is leerrijk. We wisselen ervaringen uit, plaatsen informatie uit de sector in haar context, … Enige bedenking: binnen ADR-Vlaanderen hebben we een heel beperkte personeelsgroep. Het is met deze bezetting onmogelijk om in te gaan op alle uitnodigingen van de sector.” Waerbeke:  “Deze omgeving schept een vorm van verbondenheid die stimulerend werkt. Het is ook spannend om de ‘werkzame niet-werkzaamheid’ van stilte, rust en ruimte aan de orde te stellen in een sector die met transitie of fundamentele maatschappelijke verandering bezig is. We hopen dat de soms ‘atypische’ inbreng van Waerbeke ook inspirerend en ondersteunend mag werken voor de zusterorganisaties, zoals dat ook in de andere richting het geval is.” Oxfam-Wereldwinkels:  “We hadden voordien al samenwerkingsverbanden

met verschillende organisaties die deel uitmaken van de federatie, dus ook zonder de federatie zochten we naar kruisbestuiving. Het lidmaatschap blijft echter relevant, onder andere omdat de FOV het uitwisselen van kennis en ervaringen faciliteert en de gemeenschappelijke belangen van de sector bundelt en verdedigt.” Vosog:  “Hoe langer we aangesloten zijn, hoe meer wij met een aantal leden van de vereniging ervaren hoe fijn het is om deel uit te maken van de grotere sector. Helaas is de vrees om de ‘erkenning te verliezen’, met de daarmee gepaard gaande gevolgen voor de huur van een secretariaat en voor het personeel, nooit ver weg. Dat werkt af en toe belemmerend.” De Vlaamse Volkstuin:  “We zijn beter geïnformeerd. We zijn nu op de hoogte van alles wat reilt en zeilt in de sector. Bovendien opent het mogelijkheden voor netwerking. Je hoort hoe andere verenigingen met dezelfde vragen zitten. Mede dankzij bijeenkomsten en werkgroepen worden bepaalde zaken grondig uitgediept en oplossingen aangereikt.” Merhaba:  “Het lidmaatschap van de

FOV biedt ons verschillende kansen. Een ruim netwerk van sociaal-culturele organisaties, ondersteuning bij onze werking en de mogelijkheid om ervaringen te delen met andere organisaties.”

Inburgering Wat is de moeilijkste sociaal-culturele term die jullie al zijn tegengekomen? Waerbeke:  “Ecocultuur. Voor het eerst is het Vlaamse Cultuurbeleid zo expliciet verbonden met de beleids­ domeinen natuur en leefmilieu. Maar wat betekent dat? Gaat het om cultuur met een ecologisch sausje of om cultuur waarin het ecologische besef integraal is doorgedrongen?” Oxfam-Wereldwinkels:  “Het is niet altijd

even gemakkelijk om de werking van de vrijwilligers en de ondersteuning ervan te vatten binnen

de vooropgestelde sociaal-culturele termen. Termen als ‘culturele functie’ worden anders ingevuld dan de maatschappelijke invulling. Dit maakt het soms moeilijk om dit te benoemen en te vertalen.” Vosog:  “Door onze onervarenheid

met de sociaal-culturele sector waren de meeste sociaal-culturele termen aan onderzoek, uitleg, opzoeking en verduidelijking toe!”

ADR-Vlaanderen:  “Voortgangsrapport.

Niet omdat de term zo moeilijk is, maar omdat rapportering zoveel tijd vraagt. Tijd die je niet kunt besteden aan het ‘echte’ werk, namelijk ondersteunen van onze lokale groepen en het realiseren van andere doelstellingen in ons beleidsplan.” De Vlaamse Volkstuin:  “Het invullen van de maatschappelijke activeringsfunctie en dit op de verschillende niveaus in onze organisatie.”

I

2013 47


48

I

2013


LEREN VOOR HET LEVEN

I

2013 49


Weg van de schoolbanken Leren beperkt zich al lang niet meer tot de tijd die we op de schoolbanken doorbrengen. Iedereen leert voortdurend (bij), levenslang, gewoon voor zichzelf of voor zijn of haar maatschappelijke rol(len). Levensbreed ook, want leren overstijgt formele opleiding en breidt zich uit naar alle mogelijke levens­sferen, zoals relaties, gezondheid, inkomen en arbeid, religie en zingeving.

N

iemand twijfelt nog aan het belang van dit levenslang en levensbreed leren, maar hoe organiseren we dat? De FOV vraagt al jaren dat de Vlaamse overheid de onmiskenbare rol van het sociaal-cultureel volwassenenwerk een structurele plaats geeft in de volwasseneneducatie. Het decreet sociaal-cultureel volwassenenwerk plaatst de sector immers in dat grote, diverse domein. Het beleid erkent dus het sociaal-cultureel volwassenenwerk als mede-actor voor levenslang en levensbreed leren in Vlaanderen. Dat Vlaamse leerlandschap is de laatste jaren sterk in beweging, vaak onder impuls van Europa. Al in 2004 legde de Europese Raad een aantal gemeenschappelijke pistes vast voor de erkenning van verworven competenties (EVC). De Vlaamse beleidsteksten borduurden hierop voort, zoals het decreet op de Vlaamse kwalificatiestructuur en de EVC-plannen van minister van Onderwijs Pascal Smet.

Er zijn tal van hervormingen. Het in 2009 opgerichte Agentschap voor Kwaliteitszorg in Onderwijs en Vorming (AKOV) krijgt een centrale rol. De Vlaamse kwalificatiestructuur wil de waarde van verschillende soorten kwalificatiebewijzen in kaart brengen om uitwisseling in het onderwijs en op de arbeidsmarkt te vergemakkelijken. De online beroependatabank Competent moet de uitwisseling van informatie over competenties vergemakkelijken. De VDAB zal door de zesde staatshervorming een nog grotere rol gaan spelen in de toeleiding naar de arbeidsmarkt. Hervormingen in hoger en secundair onderwijs verhitten de gemoederen.

Decreet aangepast Ook ons decreet werd aangepast zodat vormingsinstellingen beter op maat kunnen werken, in een gesloten aanbod, en meer vorming kunnen aanbieden voor de non-profitsector en voor mensen met een educatieve achterstand. Dat was nodig, want de strakke invulling van het begrip niet-formele educatie (autonome levenssfeer, open aanbod, geen arbeidsmarktgerichtheid) is niet aangepast aan de ontwikkelingen op het terrein van de volwasseneneducatie, waar de grenzen tussen allerlei vormen van educatie in allerlei omgevingen steeds meer vervagen. De notie

50

I

2013

‘informeel leren’ – verwerven van kennis, vaardigheden en attitudes op grond van ervaringen – werd al eerder aan het decreet toegevoegd. Het sociaal-cultureel werk staat niet alleen in het Vlaamse ‘leerlandschap’. Integendeel, dat wordt bevolkt door heel wat spelers. Naast het reguliere onderwijs vind je een groot vormingsaanbod van de beroepsopleidingen van de VDAB, de Centra voor Volwassenenonderwijs, basiseducatie en de Syntra’s. Maar leren kan op vele manieren: ook op de werkplek, als vrijwilliger, tijdens cursussen in je vrije tijd, als bestuurslid van een vereniging leer je bij. De activiteiten van het sociaal-cultureel volwassenenwerk die de ontplooiing van volwassenen en hun deelname aan de samenleving bevorderen, vinden in hoofdzaak plaats in een informele educatieve omgeving. Onder andere onze landelijke vormingsinstellingen en de volkshogescholen brengen een eigen boeiend en verscheiden aanbod voor niet-formele educatie. Ook bij de verenigingen is het een tendens om langdurige educatieve trajecten aan te bieden.

Bouwen aan verhalen Het sociaal-cultureel volwassenenwerk geeft mensen instrumenten in handen om vorm te geven aan hun leven en aan de samenleving. Het biedt – in de woorden van Frank Cockx van Socius – mensen “krachtige leeromgevingen aan, waar ze kunnen werken aan hun eigen verhaal, waar ze ook ‘op verhaal’ kunnen komen”. Omgaan met verschillen en met diversiteit is daarbij ­cruciaal. Mensen worden uitgedaagd om een verantwoorde en kritische bijdrage te leveren. De sector werkt met een verscheidenheid aan doelgroepen en werkwijzen rond verschillende thema’s. Veelomvattend dus en net daarom moeilijk onder één noemer te vangen: het gaat om samen leven, samen leren en leren samenleven. Dat is meer dan ooit nodig in een snel veranderende samenleving. Het marktdenken is doorgedrongen in bijna alle domeinen van onze samenleving. Traditionele morele gezagsdragers hebben afgedaan – we maken nu keuzes op basis van wetenschap en technologie. Informatiestromen uit diezelfde markt, uit de wetenschap en de technologie worden door moderne (sociale) media


Vormingplus en lande­lijke vormings­instellingen: een greep uit het aanbod vliegensvlug verspreid en becommentarieerd. Het leven is zo voor de moderne mens een zoektocht geworden naar aanknopingspunten in een complexe wereld zonder richting, een wereld met een veelvoud van praktijken, relaties en mentaliteiten. Joep Dohmen, hoogleraar Humanistiek aan de Universiteit Utrecht, vat het als volgt samen: “Hoe kunnen laatmoderne individuen dat gevecht om hun eigen identiteit met succes voeren? Waaraan ontlenen zij hun zelfvertrouwen? Hoe kunnen ze zo worden empowered dat hun eigen leven geen puinhoop, maar wel ‘een kunstwerk’ wordt en dat ze een werkelijke bijdrage leveren aan een betere wereld en een humane samenleving? Hoe kunnen we samen ervoor zorgen dat de wereld geen puinhoop wordt?”

Café Combinne: een praatcafé in het Nederlands. De gesprekken gaan over het leven van elke dag. Iedereen krijgt de kans om iets te zeggen.

Kaffee detinee: wil burgers, gevangenen en de media in contact brengen rond de thema’s angst en onveiligheid. Geïnteresseerden kunnen kennismaken met de gevangenis.

Ondersteuning lokale adviesraden: Vlaamse adviesraden zetten samen met Vormingplus een traject op om hun werking te verbeteren en op die manier lokale burgerparticipatie te vergroten.

CLIP: staat voor CITY LIFE IMAGINE & PLAY. Dit project creëert meer speelruimte voor mensen in Brussel met speelse workshops, verrassende interventies en grote en kleine artistieke installaties.

Stemmingmakerij: Hoe meer mensen betrokken worden bij verEen van zijn oplossingen is “de noodzaak van een vormingsproces”. Want we moeten op de hoogte blijven, we moeten telkens begrijpen wat elke nieuwe ontwikkeling betekent. We moeten kunnen improviseren, conflicten oplossen, tegenslagen verwerken. We moeten zoveel om mee te kunnen. Dat betekent permanente scholing en bijscholing. Een leven lang leren dus.

kiezingen, hoe democratischer het debat kan worden gevoerd. Vormingplus werkte mee aan een speciale website waar mensen kunnen aangeven welke thema’s ze belangrijk vinden.

Vlaamse Gebarentaal: 6.000 dove en ongeveer 26.000 horende personen gebruiken de Vlaamse Gebarentaal. Deze cursus geeft mensen in elke provincie de kans om ze in de vingers te krijgen.

Co-begeleider in de kleuterklas: De opleiding is bedoeld voor

Niet alleen schroeven en vijzen Hugo De Vos, voormalig directeur van de FOV, voegt daaraan toe: “Het sociaal-cultureel leren moet in staat zijn om mensen te wapenen tegen de uitdagingen van deze tijd. Educatie mag niet louter consumptief of utilitair zijn. Het sociaal-cultureel werk moet de meerwaarde van vorming (in de betekenis van menings- en oordeelsvorming, groepswerk en interactie) behouden. Het kan en moet een van de onderscheidende kenmerken zijn tussen de verschillende educatieve sectoren.” Vorming moet dus niet alleen arbeidsmarkt­ gerichte competenties versterken, maar ook emanciperen en empoweren, sociale banden versterken en bouwen aan een democratische samenleving. Dat beaamt ook Jos Geysels in een opiniestuk in De Tijd, ‘Levenslang leren is moeilijk voor wereldvreemden’: “De maatschappelijke relevantie van kennis louter afmeten aan haar nut op de arbeidsmarkt, lijkt mij een kortzinnige en domme

mensen die al Begeleid Werken doen (al dan niet met kleuters) of dit overwegen. Er wordt gezocht naar de talenten van de deelnemer en hoe die in te zetten in de kleuterklas.

Buren zoals we ze (niet) kennen: Een analyse rond beeldvorming en concurrentiedenken bij moslims en niet-moslims onderaan de ladder, rond thema’s als islamofobie, onveiligheidsgevoelens, discriminatie, dienstverlening en sociaal netwerk.

Co-creatief leiderschap - mierenspel: bestemd voor leidinggevenden en begeleiders die zonder pasklare antwoorden of oplossingen het pad van co-creatief leiderschap willen bewandelen om complexe uitdagingen in organisaties en in de samenleving te benaderen.

Iedereen een label?: dit sensibilisatieproject wil een brede discussie op gang brengen over labelen of etiketteren en de invloed op het proces van in- en uitsluiting dat mensen met een handicap en kansengroepen ervaren.

Ouders als onderzoekers: in vijf onderzoeksgroepen verrichten ouders onderzoek naar een onderwerp dat hen als ouder aanbelangt. Dit onderzoekswerk gebeurt samen met procesbegeleiders en met de ondersteuning van een wetenschapper van universiteit of hogeschool.

I

2013 51


houding. De samenleving hangt niet alleen aan elkaar met schroeven en vijzen, maar ook met kritische burgers.”

Het leren verandert mee Leren voor het leven, leren als onderdeel van het leven. Het leren verandert dus ook mee met de samenleving. Op die voortdurende evolutie moet het sociaal-cultureel werk kunnen inspelen. Dat vindt ook Lode Vermeersch, als onderzoeker verbonden aan het onderzoeksinstituut HIVA-KU Leuven en de vakgroep Educatiewetenschappen van de VUB. “Waar het leerplichtonderwijs misschien al te vaak mensen probeert te leren zwemmen op het droge en de ‘buitenwereld’ slechts mondjesmaat binnenlaat, biedt het sociaal-cultureel werk een leeromgeving die ‘authentiek’ of levensecht is. Het is een vorm van educatie in de samenleving zelf. Op het vlak van ICT, informatiestromen en (sociale) media verandert de wereld bijvoorbeeld pijlsnel. Daar ligt nog een echte uitdaging voor het sociaal-cultureel werk.” Er is nood aan een maatschappelijke humuslaag voor leren. Een klimaat waarin ook ‘willen’ centraal staat en niet enkel ‘moeten’. De Vlaamse beleidsteksten bewijzen wel lippendienst aan deze stelling, de praktijk is vaak anders. De volledige waaier aan competenties, of die nu verworven zijn op het werk, in het onderwijs of in de vrije tijd, komt in die teksten wel aan bod. Maar toch blijkt vaak dat het herkennen van competenties (HVC) slechts in de marge vermeld wordt. Nochtans is het sociaal-cultureel werk daar sterk in. Denk maar aan Oscar, een online instrument dat deelnemers aan het sociaal-cultureel jeugd- en volwassenenwerk helpt een zicht te krijgen op de competenties die ze verwerven via vormingen en vrijwilligers­ taken. De discussie draait vaak enkel rond het erkennen van verworven competenties (EVC) en de bijbehorende institutionalisering ervan.

Beleid schiet tekort De uitwerking blijft dus nog al te vaak eenzijdig ‘economisch’ en utilitair. Levenslang leren wordt nog steeds het sterkst gevoed door de veranderingen op de arbeidsmarkt. Een sprekend voorbeeld zijn de opleidingscheques: die kunnen enkel gebruikt worden als er ‘winst’ is voor de arbeidsmarkt. Lode Vermeersch ziet daarin een tendens naar individualisering: “Wat er is gebeurd met de opleidingscheques duidt er op dat leren steeds meer wordt beschouwd als een individuele verantwoordelijkheid. Te besteden middelen worden bezorgd aan het individu in plaats van aan de vormingsgever. Dat is niet zonder gevaar. Kansengroepen hebben doorgaans de minste tijd en mogelijkheden om deel te nemen, hebben een minder goed zicht op het educatieve aanbod en ook een lagere slaagkans in dat aanbod. Daardoor lijken ze snel aan hun individuele verantwoordelijkheid te verzaken, terwijl levenslang leren eigenlijk een collectieve verantwoordelijkheid is.” De tendens om het educatieve aanbod op maat te maken van het leerpotentieel en de interesse van het individu juicht hij wel toe. Vermeersch ziet die tendens ook in de academische wereld. “Kijk naar het Amerikaanse systeem. Daar is men steeds meer geëvolueerd naar educatieve zelfbouwpakketten volgens eigen keuzes.” Modularisering en maatwerk hebben zo hun voordelen, maar ze leggen een grote verantwoordelijkheid bij het individu om zijn eigen educatieve rugzak te vullen. De FOV ziet daarin ook een taak voor het sociaal-cultureel werk: mensen ondersteunen in hun educatieve keuzes door informatie en begeleiding. Dat is geen evidente opdracht in een leerlandschap dat niet stilstaat. Ook de commerciële wereld heeft haar intrede gedaan, Syntra verzet zijn bakens, net als het deeltijds kunst­onderwijs. Kortom, leren wordt van alles en iedereen. Afstemmen en banden smeden is dus de boodschap. De discussie mag niet blijven steken in een partijtje institutioneel armworstelen. Een beleid inzake levenslang leren dat niet op de samenleving gericht is, schiet tekort. De burger van morgen leert, levenslang, vanuit twee evenwaardige en elkaar aanvullende invalshoeken: vanuit een voortdurende economische alertheid en vanuit overtuigd burgerschap. Die gaan hand in hand. Daarbij zijn meer dwarsverbanden, meer samenwerkingsinitiatieven, meer doorverwijzing en meer uitwisseling de voorwaarden voor succes. De expertise van het sociaal-cultureel werk is daarbij onmisbaar. Want als er iets is dat het sociaal-cultureel werk typeert, dan is het wel dat

52

I

2013


het zoveel raakvlakken heeft met andere domeinen. “Onderzoek wijst uit dat er wat leren betreft geen gescheiden werelden zijn, net zomin als de vier functies van het sociaal-cultureel werk te scheiden zijn. Er is sprake van een voortdurende overlapping en kruisbestuiving,” aldus Lode Vermeersch.

Ruimte en zuurstof Dat plaatst het beleid ten aanzien van het sociaal-cultureel werk voor een cruciale uitdaging: hoe garandeert het een duidelijke positie zonder de sector mee te sleuren in een golf van institutionalisering? Zoals een aantal jeugdorganisaties erin slaagt om aan de slag te gaan met groepen jongeren die bij grote instellingen zoals de VDAB en het onderwijs uit de boot (dreigen te) vallen, zoals de amateurkunsten in een los-vastrelatie met het deeltijds kunstonderwijs gemakkelijker dan de grote structuren leervragen van mensen beantwoorden, zo kan ook het sociaal-cultureel volwassenenwerk via spontane netwerken het verschil blijven maken. De sector zorgt op die manier voor sleepboten die de mammoettankers van onderwijs en werk van koers kunnen doen veranderen. Het brede sociaal-cultureel werk is een kweekvijver, broedplaats en soms ook rustpunt in een gigantisch institutioneel kluwen. Het creëert ruimte, vrijheid en zuurstof voor experiment, plezier, interactie en aandacht voor persoonlijke behoeftes en verhalen van deelnemers. Het concept van Vormingplus is hierin uniek: het biedt veel ruimte om ongebonden dingen te doen. Een te beperkte financiering mag dit niet herleiden tot een druppel op een hete plaat. Ook het keurslijf van een subsidiebedrag per uur bij de landelijke vormingsinstellingen mag nog wat losser. Belangrijk is dat het beleid kansen biedt aan zeer uiteenlopende educatieve initiatieven als antwoord op zeer uiteenlopende behoeftes: van educatief opbouwwerk over cursorisch vormingswerk tot blended learning en e-learning. Lode Vermeersch: “Cursorisch werk heeft zeker nog zijn plaats. Maar het concept van leren verandert, dus moet het beleid mee veranderen. Er wordt nog sterk in uren en groepen gedacht, maar leren kan ook op andere manieren. Wat doe je bijvoorbeeld met een cursus of lezing die via het internet wordt aangeboden? Dat levert in het huidige subsidiëringsstelsel geen euro op, want vormingsactiviteiten worden per uur bekeken. Daarmee zet je je concept ‘leren’ vast.”

Door de combinatie van en diversiteit aan methodes, doelgroepen en thema’s kan het sociaal-cultureel werk nog meer dan nu de grote proeftuin van het leren worden. Het succes van deze formule is al gebleken: leidde deze experimenteerruimte in het sociaal-culturele vormingswerk immers niet tot wat vandaag basiseducatie en samenlevingsopbouw zijn?

Pleidooi voor een “leer-revolutie” De FOV pleit daarom voor een heus actieplan voor niet-formele educatie. Het gaat daarbij niet om de vraag wat niet-formele educatie zou moeten betekenen voor het onderwijs of de arbeidsmarkt, maar wel om hoe onze samenleving het niet-formele leren beter kan inbedden. De Vlaamse overheid, het middenveld, het onderwijs en de bedrijfswereld moeten de handen in elkaar slaan om niet-formele educatie onder de aandacht te brengen. Dat kan met grootschalige campagnes of het benoemen van ‘ambassadeurs’. Waarom geen ‘Open Ruimte-actie’, die scholen, universiteiten en bedrijven ertoe aanzet om hun accommodatie open te stellen voor niet-formele leerinitiatieven? En kunnen uitgevers hun educatief materiaal ook niet ter beschikking stellen buiten de formele educatie? Ook aan het decreet sociaal-cultureel volwassenenwerk mag nog gesleuteld worden om het toepassingsgebied rond niet-formele educatie open te trekken. Oscar verdient – net als andere instrumenten die sociaal-culturele organisaties intern ontwikkelden – meer aandacht, daar wezen we al op. En het beleid mag nog een tandje bijsteken om bij uitstek mensen met een educatieve en sociaal-economische achterstand te ondersteunen om hun weg te vinden naar niet-formele educatie. De samenleving is een complex radarwerk. Leren kan de broodnodige olie leveren om dat radarwerk te smeren. Tijd dus voor een ‘leer-revolutie’.

I

2013 53


Middenveld, markt en overheid: een Bermudadriehoek die alle inspanningen voor een betere samenleving opslokt, of een krachtig bondgenootschap dat de samenleving net kan versterken? Een politicus en een bestuurder in het bedrijfsleven over wat de drie polen van elkaar kunnen leren. Jan Roegiers zit voor de SP.A in het Vlaams Parlement. Hij is ook voorzitter van de sociaal-culturele vereniging Curieus.

Mijn politiek engagement en mijn engagement in het sociaal-cultureel werk lopen eigenlijk samen. Ik ben altijd actief geweest in het jeugdwerk, bij de scouts, en ik was ook al vrij jong politiek geëngageerd. Mijn engagement bij Curieus is pas later gekomen, ze hebben me gevraagd om voorzitter te worden toen ik al een tijdje in het parlement zat en ik doe dat met veel enthousiasme. Ik wil als politicus contacten hebben met het middenveld. Zo weet je sneller wat er leeft. Het middenveld staat veel dichter bij de mensen dan de politiek. Het is actief op zovele terreinen. Jeugdwerk, samenlevingsopbouw, you name it, zij doen het. Mijn werk in het parlement biedt me daarbij een mooie uitlaatklep: ik kan daar iets proberen te doen aan wat ik opvang via contacten met Curieus en andere organisaties. Ik vind het belangrijk om als politicus dat engagement tegenover het middenveld op te nemen. Zo heb ik mee gezorgd voor een oplossing voor het probleem met de reisbureaus. Daar hadden ze me bij Curieus op gewezen.

e politiek heeft het middenveld “ Dnodig. Hoe meer mensen zich engageren, hoe groter hun vertrouwen in de politiek

Wat de politiek van het middenveld kan leren? De zorg om iedereen mee te krijgen. Die zorg voor de zwakkeren hebben sommige politieke partijen meer dan andere, maar het mag best wat meer zijn, terwijl het eigen is aan het middenveld.

In de politiek zitten we ook met dat spel tussen meer­der­heid en oppositie waaraan ik me vaak erger. Het middenveld gaat daar toch op een volwassenere manier mee om. Het is niet omdat een idee van een ‘concurrerende’ organisatie komt, dat het geen goed idee kan zijn, waarbij men zich kan aansluiten of waarrond men kan samenwerken. Dat heb ik geleerd in het verenigingsleven: het belang van samenwerken en overleg, en dat is ook de rode draad in mijn politieke loopbaan geworden. Samen proberen tot de beste oplossing te komen. Uit contacten dingen oppikken om het beter te doen, kritiek aanbrengen zonder meteen voor verhitte gemoederen te zorgen. Zonder het middenveld zouden we een schralere samenleving hebben. De politiek heeft het middenveld nodig. Hoe meer mensen actief zijn en zich engageren, hoe groter hun vertrouwen in de politiek. Een sterk middenveld is een meerwaarde voor Vlaanderen. Ik zal er politiek alles aan doen om het nog te sterker te maken. Want zij hebben een stem die representatief is voor hun achterban. Ik begrijp niet waarom een rechtsere stroming het gemunt heeft op het middenveld. Is het omdat ze er zelf niet bij betrokken zijn, er geen voeling mee hebben? Ze voelen de kracht van dat middenveld niet. Maar als ze het middenveld laten verschralen dan zullen ze daar de prijs voor betalen, met een schrale samenleving.

54

I

2013


Willy Lenaers is voorzitter van de raad van bestuur van de media­ groep Concentra. Hij is sinds vorig jaar ook voorzitter van de sociaal-culturele vereniging VtbKultuur.

Met mijn vrijwilligerswerk wil ik aan de maatschappij iets teruggeven, uit respect voor de kansen die mij zijn geboden. Bestuurder zijn, dat ken ik. Voor mij ligt de uitdaging van deze functie in de missie van een vereniging. VtbKultuur staat, zoals veel verenigingen, voor een aantal uitdagingen. De vergrijzing, de zoektocht naar vrijwilligers, de strijd om de middelen. Fiscale, juridische en financiële problemen, de corporate kant zeg maar, en hoe die te beheren. Maar daarbij is er altijd die sociale missie. Het bestuur mag niet vervreemden van de basis. Verenigingen beseffen dat ze een aantal dingen kunnen leren van de privésector, daarom doen ze voor sommige functies een beroep op mensen zoals ik. Ze zoeken doelgericht in hun netwerken naar de vaardigheden, ervaring en netwerken van een bestuurder, naar mensen ook die passen bij een bepaalde fase in hun ontwikkeling. Verenigingen kunnen van de privésector leren hoe een gezond financieel beleid te voeren, hoe efficiënt te dingen naar de schaarser wordende middelen.

et bedrijfsleven kan van het “ Hverenigingsleven leren tot hoeveel

mensen die gedreven worden door een diepe motivatie in staat zijn

Omgekeerd kan het bedrijfsleven van het verenigingsleven leren tot hoeveel mensen die gedreven worden door een diepe motivatie in staat zijn. Meer bedrijven dan vroeger hechten nu belang aan maatschappelijk betrokken ondernemen en creëren ruimte voor vrijwilligerswerk in hun organisatie. Maar het bedrijfsleven kan nog meer leren hoe beloning en waardering niet altijd in geld moeten worden uitgedrukt. Hoe ook andere waarden belangrijk zijn. Dat is

in de sociaal-culturele sector een evidentie. Ik ervaar nu zelf hoe weinig vrijblijvend het engagement van een vrijwilliger is. Het bedrijfsleven heeft er onrechtstreeks veel voordeel bij dat mensen zich engageren in verenigingen. Mij valt het vaak op dat de mensen die de trekkers zijn in een bedrijf, op welk niveau ook, vaak mensen zijn die erg actief zijn in het verenigingsleven, ondanks hun drukke beroepsleven. Als het middenveld zou wegvallen, dan valt ook een deel van die dynamiek weg, want je hebt vaak het gevoel dat het twee zijden van dezelfde medaille zijn. Het is nodig om die immateriële waarden, om dat idealisme, levend te houden. Kijk bijvoorbeeld naar de ziekenhuizen. Dat zijn nu zorgbedrijven geworden, zo worden ze genoemd. Ook zij opereren in een economische context en hebben in die context taken moeten afstoten die nu worden opgevangen door vrijwilligers. Vrijwilligers verzachten die harde economische realiteit met hun inzet. Ze vragen zich niet af of de overheid of het bedrijfsleven dat zelf moet doen, ze zien een nood en ze vullen die in. Er is een grote bereidwilligheid om te doen wat ze moeten doen en dat stemt hoopvol.

I

2013 55


Tremelo voelt de economische crisis nijpen, in Genk slaat ze genadeloos toe. Toch is dat voor Elynn Van Uffel en Anniek Nagels, schepenen voor Cultuur in deze gemeenten, geen reden om voor sociaal-culturele verenigingen de kraan dicht te draaien. “We moeten ons wel afvragen: waar willen we nu echt op inzetten?�

56

I

2013


I

2013 57


A

nniek Nagels en Elynn Van Uffel zijn schepen voor Cultuur in wel heel verschillende gemeenten. Nagels in Genk, een bonte stad met 105 nationaliteiten en niet minder dan 375 verenigingen, een stad die bloedt na de aangekondigde sluiting van Ford Genk. En Van Uffel in het landelijke Tremelo, bekend tot ver buiten de kleine gemeentegrenzen voor haar beroemdste zoon, Pater Damiaan. In Genk ondervindt iedereen de crisis aan den lijve. Iedereen kent wel iemand die getroffen wordt door het Forddrama. Anniek Nagels is maar wat blij dat ze als schepen de vele sociaal-culturele verenigingen in de stad heeft om een deel van die schok op te vangen. Tremelo lijkt gespaard te blijven van dergelijke grote tegenslagen, maar ook daar zoeken burgers volgens hun schepen houvast bij elkaar in woelige tijden.

In deze tijden van crisis brengen verenigingen verzoeting, zegt Anniek Nagels. Ze zijn een plek waar mensen terecht kunnen, waar ze even hun gedachten kunnen verzetten. Mensen die in een vereniging actief zijn, zijn ook democratischer ingesteld. Ze zouden de competenties die ze leren in die verenigingen en de talenten die ze er ontplooien veel meer moeten kunnen verzilveren in de samenleving.

In beide gemeenten is er een bloeiend verenigingsleven. Welke zijn jullie grootste troeven voor sociaal-culturele initiatieven? Anniek Nagels: Met de nieuwe biblio-

theek, het nieuwe C-Mine cultuurcentrum, het verder openstellen van de schouwburg Casino Modern en de schouwburg in het stadhuis is er heel wat polyvalente infrastructuur die de sociaal-culturele verenigingen ook kunnen gebruiken. Onze dienst Cultuur stimuleert de samenwerking tussen deze verenigingen. We willen dat er een ruil ontstaat waarbij vrijwilligers van verschillende verenigingen elkaar uit de nood helpen. Elynn Van Uffel: Die samenwerking is al sterk in Tremelo. Dat wij een kleine gemeente zijn, is in dat opzicht een troef. Mensen kennen elkaar. Onze Cultuurraad neemt de organisatie van heel wat activiteiten op zich. In Tremelo ligt het budget voor Cultuur lager dan in grote steden en gemeenten.Ik zou als schepen geen initiatieven kunnen opzetten zonder al die vrijwilligers. Ze zijn onbetaalbaar.

58

I

2013

Genk is vooral ook een heel diverse stad. We hebben 105 nationaliteiten onder onze 65.000 inwoners. Onze Cultuurraad is daar een afspiegeling van en daar ben ik trots op. Ook vrouwen en mannen zijn vertegenwoordigd, jong en minder jong, de verschillende wijken van de stad. We hebben jaren gewerkt om dat vertrouwen op te bouwen. Van Uffel: Dat mis ik in onze Cultuur­ raad. De samenleving in Tremelo is niet echt divers te noemen (lacht). Het engagement gaat ook vooral uit van oudere mensen. Wie gaat er de fakkel overnemen? Ik hoop dat ik andere jonge­ ren kan warm maken. Nagels:

Zien jullie groei en vernieuwing in het sociaal-culturele weefsel van jullie gemeente of boert het eerder achteruit? Van Uffel: Bij ons bloeien vooral de

verenigingen voor gepensioneerden. Bij jongeren zie ik weinig nieuwe, cultuurgebonden initiatieven ontstaan. Nagels: De ervaring in Genk is anders. Ik sta versteld hoeveel verenigingen zich aansluiten. De traditionelere vereni­

gingen hebben het inderdaad lastig om vers bloed aan te trekken, maar thema­ gerichte verenigingen doen het goed. Ook onder Genkenaars van diverse ­etnische origine sluiten jongeren zich aan bij verenigingen rond de cultuur uit het land van oorsprong.

Leidt die diversiteit ook tot meer gemengde verenigingen? Nagels: Toch wel, maar het is geen

overrompeling. De stad heeft er ook geen probleem mee dat mensen zich verenigen rond hun cultuur. Het verenigingsleven in Genk is als een archipel van kleine eilandjes en wij moeten als bestuur zorgen voor de bootjes tussen die eilanden. Ze moeten niet allemaal de beste vrienden worden, maar er moet wel uitwisseling zijn. Dat willen we ook bereiken met de workshops die we organiseren tijdens de algemene vergadering van de Cultuurraad: ze ontmoeten elkaar daar en stellen vast dat ze eigenlijk dezelfde bekommernissen delen – hoe krijg je geld in het laatje, hoe kan je verjongen en vernieuwen? Nog een mogelijk idee zijn peters en meters voor nieuwe verenigingen, die kunnen motiveren en knowhow doorgeven.

et verenigings­ “ Hleven is als een

archipel van kleine eilandjes en wij moeten als bestuur zorgen voor de bootjes tussen die eilanden


het is boeiend, want het brengt mensen van dezelfde buurt samen. Je voelt dat daar nood aan is.

Er is een nieuwe beleidsperiode aan­ gebroken, de meerjarenplannen worden nu opgemaakt. Vergt de nieuwe aanpak met de beheers- en beleidscycli veel aanpassing of valt dat wel mee? En krijgt de gewone burger, al dan niet via het middenveld, daar een stem in? Nagels: We hadden in Genk de vorige

bestuursperiode al een groot beleidsplan opgemaakt met verschillende thema’s. Ook het principe van algemene strategische doelstellingen hebben we al wat in de vingers. Het verschil met het meerjarenplan dat we nu opmaken is dat het ook financieel meer ‘gebetonneerd’ is. We bouwen ons beleidsplan op aan de hand van een aantal uitdagingen zoals ‘Genk, talentvolle stad’ of ‘Genk, verbindende stad’. Iedere Genkenaar heeft een uitnodiging in de bus gekregen voor de G360, waar ze ideeën konden spuien. Er zijn 420 mensen opgedaagd, we hebben 2.000 ideeën verzameld. De bedoeling is om die nu voor te leggen aan beleidstafels en, waar mogelijk, te verwerken in ons zesjarenplan. Van Uffel: Om de doelstellingen voor Cultuur voor de komende zes jaar te bepalen heb ik gebrainstormd met mensen van de Cultuurraad. Uit hun visie en de mijne en die van de gemeente is er iets gegroeid dat voor alle partijen goed is. Nagels: Je moet het middenveld mee hebben, anders sta je op een eiland. We betrekken ook het beheerscomité van de bibliotheek en het cultuurcentrum meer bij het cultuurbeleid. Van Uffel: Als je inspraak organiseert, weet je wat er leeft. Uit die brainstorming zijn ideeën gekomen die ik zelf niet zou aangevoeld hebben.

” “

Elynn Van Uffel (links): “Ik zou als schepen geen initiatieven kunnen opzetten zonder al die vrijwilligers. Ze zijn onbetaalbaar.”

Je ziet steeds vaker dat verenigingen als KVLV en Femma erin slagen jonge dertigers aan te trekken met trendy cursussen rond naaien, breien of koken. Van Uffel: Verjonging is bij ons de

“ grote uitdaging. Misschien kunnen de

Jeugdraad en de Cultuurraad samenwerken om die tot stand te brengen. Binnen de Jeugdraad zijn jongeren erg bezig met wat ze nu doen, niet met wat ze nog zouden kunnen doen. We moeten hen stimuleren om ook andere dingen te proberen. Nagels: Daar is ook een taak weggelegd voor de bovenlokale federaties. Zij

” “

begeleiden nieuwe leiders. Hoewel je merkt dat het bijna in het bloed zit: wie bij de jeugdbeweging zat, neemt later ook sneller verantwoordelijkheid. Van Uffel: Het zijn altijd dezelfde mensen die de motor zijn van het verenigingsleven. Nagels: Je ziet ook wel nieuwe, lossere initiatieven groeien. Mensen identificeerden zich altijd al sterk met hun wijk in Genk, maar nu groeperen ze zich via Facebook. Ze wisselen foto’s uit en behouden zo een stuk erfgoed. Ze komen samen in een plaatselijk café of zetten een project op. Het is vrijblijvender, maar

Kan dit beleidsplan, nadat het afgewerkt is, naar jullie gevoel nog bijgestuurd worden? Kan er nog overlegd worden met partners? Is het flexibel genoeg? Nagels: Ik hoop het. Zes jaar is een

lange periode. Je moet kunnen inspelen op opportuniteiten.

De crisis slaat ook in de gemeenten toe. Het geld is op. Zijn het financieel woelige tijden in Genk en Tremelo? Nagels: De gemeenten moeten zelf

voorzien in de pensioenen, daardoor

I

2013 59


identikit

Anniek Nagels

erjonging is bij ons de “ Vgrote uitdaging ” stijgen in Genk de personeelskosten fors. We lopen door de sluiting van Ford Genk bovendien tien miljoen euro mis, dat is een pak geld. Er is op alle budgetten tien procent bespaard, ook voor Cultuur. We hebben al keuzes moeten maken en dat zal ook zo zijn in de nieuwe bestuurs­ periode. Maar het is ook een kans. We hebben altijd heel veel gedaan, nu moeten we ons afvragen: waar willen we echt op inzetten? We willen de verenigingen blijven ondersteunen. Maar hoe doen we dat het best? Misschien kunnen we andere geldbronnen aanboren? Laat de creativiteit maar vloeien. Van Uffel: In Tremelo nam Cultuur al maar een kleine hap uit het budget, veel kan er niet meer bespaard worden. Toch merken we dat het toekennen van subsidies aan verenigingen lastiger is geworden. Ik heb voor Cultuur ook de boodschap moeten brengen dat we creatief zullen moeten zijn. De plannen om de bibliotheek te vernieuwen hebben we moeten opbergen. De polyvalente zaal komt er wel, maar de hele omkadering zal minder ambitieus worden dan we gehoopt hadden. Keuzes maken is altijd moeilijk. Nagels: Wij willen meer inzetten op het polyvalente gebruik van infrastructuur. Denk aan scholen. Tijdens weekends of vakanties worden die gebouwen niet gebruikt. We zullen systemen moeten bedenken om bestaande structuren meer te doen samenwerken en verbindingen te creëren tussen verenigingen. Vrijwilligers ondersteunen blijft daarbij erg belangrijk. Wat zij doen, is voor een stad onbetaalbaar. Het is heel belangrijk dat we ook in deze tijden van crisis blijven inzetten op de betrokkenheid van inwoners bij de samenleving, dat ze blijven deelnemen aan onze maatschappij.

” “

Zullen steden en gemeenten meer taken die ze op zich hadden genomen en professioneel hadden uitgebouwd, weer afstoten richting verenigingen? Van Uffel: In Tremelo is dat al zo. Men­

“ sen en verenigingen doen al veel zelf. ” We moeten een basisdienstver“ lening aanbieden. Maar we willen dat in

ΩΩ Wie? Schepen van Cultuur en Jeugd en voorzitter van het Autonoom Gemeentebedrijf in Genk

Genk mensen nog actiever gaan deelnemen aan de samenleving, en dus voeren we de discussie over wat we zelf doen en wat we faciliteren. In tijden van crisis is Cultuur vaak het eerste slachtoffer. Maar een stad heeft naast wonen en werken ook een kwalitatief cultuuraanbod nodig om hoogopgeleiden te houden. Limburg heeft al te kampen met een braindrain. Cultuur heeft wel degelijk een financiële en economische meerwaarde voor Genk, en ook met de sociaal-culturele verenigingen boren we talent en creativiteit aan die we nodig hebben. Van Uffel: We zien nu een groeiende vraag naar intergemeentelijke samenwerking rond Cultuur zodat dit domein kan groeien zonder te veel budget aan te snijden. Zo stappen wij nu in projecten met het cultuurcentrum van Aarschot.

ΩΩ Schepen sinds? 17 december 2009

Nagels:

Hoe kan het sociaal-cultureel volwassenenwerk helpen het weefsel in jullie gemeenten te versterken, ondanks de economische crisis? Van Uffel: Het kan mensen samenbren-

ΩΩ Aantal inwoners Genk? 65.000 ΩΩ Aantal verenigingen? 375 aangesloten bij de Cultuurraad ΩΩ Voordien? Directeur van het Internationaal Comité, sociaal-culturele vereniging van en voor etnisch-culturele minderheden ΩΩ Grootste ambitie in deze beleidsperiode? Het Ford-debacle te boven komen en zorgen dat jongeren en volwassenen hun talenten ten volle kunnen inzetten en benutten in onze samenleving

identikit

Elynn Van Uffel

gen en dat is heel mooi. Mensen leren elkaar beter kennen, ze worden sociaal geëngageerd. Ze zien achter de donkere wolken het zonlicht. Nagels: Ze moeten voortdoen zoals ze bezig zijn en de vinger aan de pols houden en ons als beleidsmakers wakker houden. Hun belangrijkste taak lijkt me maatschappelijke activering. We zijn samen verantwoordelijk voor hoe we de samenleving vorm geven. Voor mij zijn ze onze partners.

ΩΩ Wie? Schepen van Cultuur, Gelijke Kansen, Feestelijkheden, Europese Zaken en Jeugd in Tremelo ΩΩ Schepen sinds? 2013 ΩΩ Aantal inwoners Tremelo? 14.000 ΩΩ Aantal verenigingen? 17 aangesloten bij de Cultuurraad ΩΩ Voordien? Studente ΩΩ Grootste ambitie in deze beleidsperiode? De infrastructuur voor cultuur, met een cultuurzaal, bouwen

60

I

2013


Geef ons de ruimte! O nze samenleving verandert voortdurend. Of we nu willen of niet, we worden geconfronteerd met complexe ontwikkelingen zoals de pijlsnelle technologische evolutie, de klimaatverandering, de economische crisis en de globalisering. We worden meegezogen in deze golf van veranderingen en we moeten daar onze plaats in zoeken.

Vanuit zijn unieke positie – tussen markt en overheid in – kan het sociaal-cultureel werk zijn rol in deze maatschappelijke ontwikkelingen ten volle spelen: kritisch zijn, maatschappe­lijke problemen aanpakken en uitdagingen aankaarten. Het sociaal-cultureel werk wil de luis in de pels van de samenleving zijn, de waakhond bij deze maatschappelijke uitdagingen. Het sociaal-cultureel werk draagt bij aan een betere samenleving, die de democratie hoog in het vaandel draagt. Het emancipeert. Het tackelt het beleid vanuit maatschappelijke verontwaardiging. Het levert een unieke bijdrage aan de gemeenschapsvorming. Het sensibiliseert en innoveert. Dit gaat over zoveel meer dan dienstverlening of caritas. Dit gaat over de kracht van organisaties om sociale verandering teweeg te brengen. Maar in de eerste plaats gaat het over mensen. Mensen die samen competenties ontwikkelen, die waarden delen, inzichten opdoen, hun schouders ergens onder zetten. Mensen die samen vorm geven aan een democratische samenleving. Particulier initiatief is daarbij onmisbaar, zoniet dreigt solidariteit schraal en functioneel te worden ingevuld.

Tussen twee polen Het sociaal-cultureel werk wil vitaal en dynamisch zijn, vanuit zijn bijzondere positie tussen de markt en de overheid. Het kan zijn rol echter maar ten volle spelen als markt en overheid die ruimte niet steeds bedreigen. Het middenveld moet in zijn relatie tot de markt en de overheid waken over zijn authenticiteit en zijn maatschappelijke legitimiteit bewaren. Schrijver en diplomaat Stéphane Hessel, de oud-verzetsman en overlever van de concentratiekampen die

een hele generatie jongeren de kracht van de verontwaardiging leerde, waarschuwde al voor de gevaren: waarden als solidariteit, democratie en mensenrechten zijn geen akkefietjes die men op verzoek van de markten buitenspel kan zetten, ze zijn de sokkels waarop onze samenleving rust. Ook de verhouding tot de overheid is dubbel. Met haar subsidies erkent die de toegevoegde waarde en het publieke belang van de maatschappelijke middenveldorganisaties. Maar ze wil daarvoor toch een zekere loyaliteit in de plaats. Organisaties moeten hun ‘decretale activiteiten’ rapporteren volgens een bepaalde systematiek. Overinstrumentalisering loert om de hoek, en zelfs een soort ‘onderaanneming’, waarbij middenveldorganisaties worden ingezet om het beleid uit voeren. ‘Efficiëntiewinst’ noemt de overheid dat. Ze trekt het keurslijf strakker aan. Door een te eenzijdige invulling kan de voedingsbodem voor sociale verandering verschralen.

Vrijplaats, met dank aan de overheid Innovatieve ideeën en experimenten hebben een vrijplaats nodig om te gedijen. Het verleden heeft dit meermaals aangetoond. Als het sociaal-­ cultureel werk zijn rol wil blijven spelen, moeten organisaties hun authenticiteit kunnen bewaren. Ze

mogen niet al te zeer afgeremd worden door subsidiekaders en ‘regulitis’. Het decreet op het Sociaal-­ Cultureel volwassenwerk is zo een vrijplaats. Het is een van de weinige decreten waarbij organisaties voor hun subsidies vooral beoordeeld worden op hun manier van werken en niet op hun manier van denken. Binnen het sociaal-cultureel volwas­senenwerk krijgen mensen en organisaties de ruimte om bezig te zijn met alle mogelijke maatschappe­ lijke thema’s, zonder voortdurend de hete adem van een minister of administratie in de nek te voelen. Ze worden beoordeeld op hun expertise over een brede waaier aan thema’s, over de manier waarop ze mensen bereiken en de maatschappij proberen te veranderen.

De meerwaarde blijven zien Het middenveld, de overheid en de markt: voor ons is dat een onlosmake­ lijke driehoek. Ze kunnen elk vanuit hun rol vorm geven aan een rechtvaardige samenleving. Een samenleving die is gebouwd op een performante overheid, een sterke economie en het vrije initiatief van mensen in het middenveld. Vanuit zijn vitaliteit en verscheidenheid kan het middenveld hier mee vorm aan geven. Als de overheid de meerwaarde van het middenveld blijft erkennen en als het zelf kritisch blijft over zijn drijfveren en positie ten opzichte van overheid en markt, zal het sociaal-cultureel werk meer dan ooit floreren. Kortom, geef ons ruimte! Ruimte om te denken, om te reflecteren, om te bezinnen. Geef ons ruimte om in alle openheid ‘ons ding te doen’. Het sociaal-cultureel werk heeft nood aan die ruimte, om te experimenteren, mensen te voeden, te sensibiliseren, te vormen en te emanciperen. En om krachtig uit de hoek te komen als het nodig is.

I

2013 61


De Kroonraad verdeelt de koek

Stel: u bent Minister van Cultuur. Bij de begrotingsbesprekingen hebt u tien miljoen euro aan bijkomende middelen uit de brand gesleept voor het sociaal-cultureel werk. Maar waar zult u die middelen aan besteden?

12%

Organisaties versterken in waar ze zelf in uitblinken

10%

Meer budgettaire ruimte voor de organisaties

Meer budgettaire ruimte voor meer organisaties

Peter Wouters:  “Er wordt overal enorm

hard gewerkt. De plannen en de inzet overstijgen ver de voorziene subsidies.”

7%

De positie van het SCW versterken op vlak van levenslang en levensbreed leren

Werken met kansengroepen Anne Snick:  “Sociale innovatie (of maatschappelijke innovatie) is het

versterken van de veerkracht van de samenleving in het licht van de grote uitdagingen. Kansarmoede is zo een uitdaging. De ontwikkeling van andere concepten van arbeid en methodieken om het co-creëren van een inclusieve samenleving te bevorderen, is dus prioriteit nummer één. Daarvoor moet evenwel de bestaande regelgeving ‘opengebroken’ worden. En ja, dat moet gebeuren met mensen in kansarmoede. Slow science, dus, of slow innovation, waarbij in het sociocultureel veld veilige plekken of vrij­havens worden gecreëerd waarin mensen in armoede zichzelf als volwaardige actor van kennis en innovatie kunnen (leren) zien, en waarin de oude institutionele, sectoriële en beleidsmatige schotten minder waterdicht worden.” Naima Charkaoui:  “Intensief bottom-up werken met kwetsbare groepen:

dat moet veel meer gewicht krijgen in de structurele subsidie-­ enveloppes. Enkel zo kan het sociaal-cultureel werk zijn ­potentieel in het realiseren van gelijke kansen ten volle benutten.” 62

I

2013

22%

Werken met kansengroepen


Deze kwestie legde de FOV voor aan de leden van haar Kroonraad: mensen met een eigen visie op het sociaal-cultureel werk, want allemaal maken of maakten ze deel uit van de visitatiecommissie. Ieder kroonraadslid werd gevraagd het volledige bedrag te verdelen over tien prioriteiten. De FOV bundelde hun voorstellen. Hieronder zie je hoe Kroonraad de koek van tien miljoen verdeelt.

De Kroonraad : Brien Coppens Ruth Stokx Mie Moerenhout Lode Vermeersch Peter Wouters Dany Neudt Anne Snick Jef Verrydt

Memet Karaman Christine Dierckx Tom Gorré Anissa Akhandaf Griet Verschelden Dirk De Cock Hugo De Blende Katelijne Béatse

Mark Delmartino Judith Perneel Mattie Jacobs Wouter Goolaerts Anneloes Vandenbroucke Naima Charkaoui

4%

Administratieve vereenvoudiging van het lokale tot nationale niveau

Investeren in innovatie

20%

Dany Neudt:  “Persoonlijk geloof ik sterk in het model van de ‘hybride

financiering’: een mix van overheidssubsidies, eigen inkomsten en inkomsten van ‘derden’. Het sociaal-cultureel werk moet zichzelf constant heruitvinden. Daar hoort ook de ontwikkeling van dergelijke hybride financiële modellen bij. Binnen het (Europese) veld van de sociale innovatie en de coöperatieve werkvormen zijn er op dit vlak boeiende evoluties.”

Investeren in innovatie

Mattie Jacobs:  “Voluit inzetten op innovatie! Dat komt de andere

prioriteiten (kansengroepen, vrijwilligers, levenslang leren...) enkel ten goede. De sector heeft voldoende rebellen en ‘out of the box’-denkers in huis om toekomstgerichte vernieuwings­ trajecten op het spoor te zetten. Versterk waar organisaties goed in zijn en durf takjes met te weinig jonge knoppen weg te snijden. Zo krijgen beloftevolle innovaties ruimte om te groeien.”

9%

Betere omkadering vrijwilligers

7%

Inzetten op internationale netwerken

6%

Grotere zichtbaarheid sociaal-cultureel werk

4% Andere

Andere Mie Moerenhout:  “Kleine organisaties versterken in

wat ze (willen) doen.” Dany Neudt:  “Ondersteuning bij het opzetten van goede

interne administratieve systemen.” Memet Karaman:  “Aandacht voor interne diversiteit

(personeelsbestand, vrijwilligersbestand, methodieken, aanbod).” Mark Delmartino:  “Versterking van integrale

kwaliteitszorg.”

I

2013 63


SMAAKT 5-STAPPENPLAN NAAR ONS OM EXPERT TE WORDEN IN MEER? SOCIAAL-CULTUREEL BELEID 1

Pak onze inspiratiebundel ‘Veerkracht’ eens vast De Europese, federale en regionale verkiezingen van 2014 verschijnen aan de horizon. Daarom schreven we parallel met deze editie van Wascabi de bundel ‘Veerkracht’ met knelpunten en voorstellen voor een sterk sociaal-cultureel beleid. De bundel bevat tal van concrete en vaak verrassende ideeën, gebracht in 19 fiches. Zeker het lezen waard. Download of bestel de bundel op www.wascabi.be

Abonneer je op onze nieuwsbrief Digizine Digizine focust op nieuws over politiek en beleid met relevantie voor het sociaal-cultureel werk. De stijl is kritisch en alert, maar toegankelijk. Naast het beleidsnieuws is er ook aandacht voor events, onderzoek, nuttige publicaties en straf sectornieuws.

2 64

I

Liever korter op de bal? Volg ons op Twitter via @FOVtweets Abonneer je via www.fov.be

2013


3

Bestel het zakboekje sociaal-cultureel volwassenenwerk Om het kapitaal belang van de sector extra in de verf te zetten, besloten Socius en de FOV tot de gezamen­ lijke uitgave van het ’Zakboekje sociaal-cultureel volwassenenwerk’. In het zakboekje staan de contactgegevens van alle erkende organisaties uit de sector samen met een korte beschrijving van hun werking. Het zakboekje is daarom meer dan alleen een handige naslaggids, het biedt ook een mooie staalkaart van sociaal-cultureel Vlaanderen. Bestel via www.socius.be

Surf naar Socius.be, LaatMensenSchitteren.be en PrettigGeleerd.be Benieuwd waar de sector zelf en zijn steunpunt Socius mee bezig zijn? Ontdek de straffe verhalen, het vormingsaanbod en de activiteitenkalender op de verschillende websites van Socius. Laatmensenschitteren.be is hét portaal voor iedereen die onze sector in een oogopslag wil leren kennen. Surf naar www.socius.be

4 Doorblader Boekstaven Boekstaven brengt jaar na jaar het sociaal-cultureel volwassenenwerk in beeld met cijfers, praktijken en analyses. Het boek is de toonaangevende bron voor harde gegevens over sociaal-cultureel volwassenenwerk in Vlaanderen. Doorblader of bestel via www.fov.be

5 I

2013 65


federatie sociaal-cultureel werk FOV | federatie sociaal-cultureel werk, is de federatie van alle 130 door de Vlaamse overheid erkende organisaties voor sociaal-cultureel volwassenenwerk. Wij groeperen verenigingen als KVLV, de Turkse Unie, Oxfam-Wereldwinkels, curieus, Davidsfonds, çavaria; bewegingen als Vredesactie, EVA, Welzijnszorg, Mobiel 21; vormingsinstellingen als Stichting Lodewijk de Raet, Natuurpunt Educatie, CCV, PRH; en de 13 regionale Vormingplus-centra. Meer info op www.fov.be. Twitter: @FOVtweets en #sociaalcultureel

Verantwoordelijke uitgever: Dirk Verbist, directeur FOV Overname van tekstmateriaal is toegelaten voor niet-commerciĂŤle doeleinden en mits bronvermelding.


Wascabi  

Beleid en tendensen in het sociaal-cultureel werk

Advertisement
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you