Page 1


De staat van het sociaal-cultureel volwassenenwerk in Vlaanderen


ISBN 978-90-814733-3-0 Boekstaven 2012. De staat van het sociaal-cultureel volwassenenwerk in Vlaanderen. Verantwoordelijke uitgever Dirk Verbist, directeur FOV Copyright Š: overname van tekstmateriaal is toegelaten voor niet-commerciÍle doeleinden en mits bronvermelding.


INHOUD

INHOUD VOORWOORD 5 DEEL 1 VOORSTELLING VAN DE SECTOR DEEL 2 PROFIEL VAN DE SECTOR

7 37

HOOFDSTUK 1 DE WERKING

51

HOOFDSTUK 2 DE MEDEWERKERS

177

HOOFDSTUK 3 DE FINANCIËN

199

BOEKSTAVEN 2012 De staat van het sociaal-cultureel volwassenenwerk  3


VOORWOORD

FOV | federatie sociaal-cultureel werk De FOV verdedigt sinds 2000 de belangen van de erkende sociaal-culturele organisaties bij overheden en bij andere beleidsinstanties. De FOV neemt het dus op voor de sociaal-culturele sector, zowel voor de individuele organisaties als voor de hele sector. De FOV is een autonome en onafhankelijke VZW van en opgericht door erkende en/of gesubsidieerde organisaties voor sociaalcultureel volwassenenwerk.

4  BOEKSTAVEN 2012 De staat van het sociaal-cultureel volwassenenwerk


VOORWOORD

VOORWOORD Je hebt de vijfde editie van Boekstaven in je hand, een boek waarin het sociaal-cultureel volwassenenwerk volop in de schijnwerpers staat. Boekstaven is een uitgave die het erkende sociaal-cultureel volwassenenwerk in Vlaanderen jaar na jaar in kaart brengt. Het is een jaarboek met kerngegevens over de sector: de werking, de medewerkers en de financiën. De FOV publiceert dit boek vanuit de overtuiging dat een goed beleid en claims op goede beleidsmaatregelen gestaafd moeten kunnen worden met objectieve gegevens. We monitoren bovendien meer en meer de impact van de besparingen en de economische crisis. Een nieuwigheid in de Boekstavenreeks is de afsplitsing van het Beleidsjaarboek, het deel dat toont hoe de sector aan bod komt in het beleidswerk. Het Beleidsjaarboek maakt niet langer deel uit van Boekstaven, maar wordt in een nieuw format als een aparte publicatie uitgegeven. We voorzien de eerste editie in juni 2013. Boekstaven 2012 is gebaseerd op cijfermatig en beschrijvend onderzoek en handelt daarom over het afgesloten jaar 2011. Dat was meteen het eerste jaar van de nieuwe beleidsperiode 2011-2015, die ingrijpende veranderingen voor de sector met zich meebracht. Heel wat organisaties verloren een aanzienlijk deel subsidies. Anderen kregen een verhoging van hun enveloppe, in de meeste gevallen evenwel lager dan het geadviseerde bedrag. Organisaties stroomden in, anderen moesten de sector verlaten. Deze verschuivingen weerspiegelen zich voor het eerst in onze data. En de kaasschaaf… die blijft intussen snijden. Sinds 2009 wordt cumulatief bespaard op de indexering van de subsidie-enveloppes. Daarbij komt ook de impact van evoluties buiten het decreet. We zien in de financiële cijfers evoluties die wellicht met de doorwerking van de (banken)crisis te maken hebben: inkomsten uit activiteiten dalen, reserves worden aangeboord... Ook op personeelsvlak zien we voor het eerst sinds de metingen een achteruitgang. De organisaties lijken er wel (nog) in te slagen hun werking op peil te houden. We brengen deze en andere trends haarscherp in beeld. Tegelijk geeft Boekstaven 2012 ook een inzicht in de thema’s, doelgroepen en projecten waar sociaal-culturele organisaties hun speerpunten van maken. We zoomen per werksoort in op de manier waarop organisaties met brede maatschappelijke trends omgaan. We investeren steeds meer in deze vorm van “kwalitatieve” gegevensbevraging. Want cijfers komen maar écht tot leven als ze mee ingebed worden in de levende verhalen van de sector. We zijn verheugd dat Boekstaven intussen een standaard is geworden voor de sector en daarbuiten. Het afgelopen jaar kregen we heel wat vragen over het materiaal, de indicatorenset, de opbouw van het digitaal systeem…: vragen van onderzoekers, belendende sectoren die een soortgelijk project op stapel hebben gezet… maar ook van onze eigen Vlaamse overheid. Op initiatief van minister Joke Schauvliege maakt de overheid immers werk van een eigen gegevensregistratie-project voor de sector. Onderzoekers van de VUB-TOR-groep deden een eerste veldverkenning en bouwden hiervoor verder op de ervaringen die intussen in onze sector zijn opgebouwd. We zien hierin een groot draagvlak voor de inspanningen die onze organisaties elk jaar samen leveren om op een kwaliteitsvolle manier te rapporteren over de collectieve staat van het sociaal-cultureel volwassenenwerk. We wensen je veel blader- en leesplezier.

Dirk Verbist

Directeur FOV

PS: Bij dit boek vind je ook nog een insteekkaart met wat volgens ons de essentie is van Boekstaven 2012. BOEKSTAVEN 2012 De staat van het sociaal-cultureel volwassenenwerk  5


6  VOORSTELLING VAN DE SECTOR


DEEL 1

VOORSTELLING VAN DE SECTOR


8  VOORSTELLING VAN DE SECTOR


INHOUD

INHOUD DEEL 1 1. het sociaal-cultureel volwassenenwerk als sector

11

2. de verenigingen

17

3. de bewegingen

23

4. de Vormingplus-centra

27

5. de landelijke vormingsinstellingen

30

VOORSTELLING VAN DE SECTOR  9


1. DE SECTOR

10  VOORSTELLING VAN DE SECTOR


1. DE SECTOR

1. HET SOCIAAL-CULTUREEL VOLWASSENENWERK ALS SECTOR Het sociaal-cultureel volwassenenwerk staat voor een kleurrijk en hedendaags palet aan verenigingen, bewegingen, Vormingplus-centra en vormingsinstellingen. De sector bundelt 124 erkende en/of gesubsidieerde organisaties. Klein en groot, oud en nieuw... In het sociaal-cultureel volwassenenwerk komen mensen samen. Ze gaan over tot maatschappelijke actie, verrijken hun culturele bagage en verruimen hun horizonten. Deelnemers vergroten hun kennis, inzicht en vaardigheden voor zichzelf of voor anderen. Ze ontplooien zich en staan sterker in de samenleving. De organisaties uit de sector richten zich vooral op volwassenen. Het sociaal-cultureel volwassenenwerk hanteert de ‘sociaal-culturele methodiek’. Dat is een sociale manier van werken die een unieke meerwaarde creëert voor alle betrokkenen. Uniek omdat in deze sociale context kennis, houdingen en vaardigheden worden ontwikkeld die niet aan bod kunnen komen in een individuele context. Vrijwillig engagement kan je bij het sociaal-cultureel volwassenenwerk niet weg denken. De sector kan rekenen op de inzet van 196.000 vrijwilligers. Sociaal-cultureel volwassenenwerk zet in op informeel leren in de vrije tijd. De vorming in de sector is niet gericht op een diploma of een beroep. Daarin onderscheidt het sociaal-cultureel volwassenenwerk zich van bijvoorbeeld de volwasseneneducatie.

PLAATS IN HET BELEID Het sociaal-cultureel volwassenenwerk hoort als sector beleidsmatig bij het domein Cultuur, Jeugd, Sport en Media en meer specifiek bij Cultuur. Minister Schauvliege is dus bevoegd. Binnen het cultuurbeleid zijn er twee grote programma’s: Kunsten en Erfgoed en Sociaal-Cultureel Werk voor Volwassenen. Binnen dat volwassenenwerk vind je het sociaal-cultureel volwassenenwerk. De buursectoren zijn de amateurkunsten, lokaal cultuurbeleid, participatiebeleid en organisaties en projecten erkend door het Circusdecreet en het decreet Vlaamse Gebarentaal.

Beleidsdomein Cultuur, Jeugd, Sport en Media Beleidsdomein H - afkorting CJSM

Cultuur min. Schauvliege

Jeugd min. Smet

Sociaal-Cultureel Werk begrotingsprogramma D

sociaal-cultureel volwassenenwerk programma’s HD109-113

amateurkunsten

lokaal cultuurbeleid

Sport min. Muyters

Media min. Lieten

Kunsten en Erfgoed

participatie

circus

Vlaamse gebarentaal

VOORSTELLING VAN DE SECTOR  11


1. DE SECTOR

Het sociaal-cultureel volwassenenwerk is gegroeid uit privé-initiatieven als antwoord op maatschappelijke uitdagingen. Geleidelijk aan worden goede praktijken door andere beleidsdomeinen overgenomen. Zo zijn bijvoorbeeld samenlevingsopbouw, cultuurvoorziening van gedetineerden, ouderparticipatie in het onderwijs en een deel van opleidingen natuurbeheer spin-offs van het sociaal-cultureel volwassenenwerk. Het decreet voor het sociaal-cultureel volwassenenwerk regelt de sector. Het Agentschap voor Sociaal-Cultureel Werk voor Jeugd en Volwassenen zorgt voor de dagelijkse uitvoering. Het ruime Sociaal-Cultureel Werk (lokaal cultuurbeleid, amateurkunsten, participatiedecreet en sociaal-cultureel volwassenenwerk) vertegenwoordigt 185 miljoen euro in de begroting. Dat is 0,7 procent van de hele begroting van de Vlaamse Gemeenschap (25,9 miljard euro). Het sociaal-cultureel volwassenenwerk is goed voor 0,19 procent van de begroting.

TYPES ORGANISATIES Het sociaal-cultureel volwassenenwerk bestaat uit vier heel verschillende types organisaties, de zogenaamde werksoorten: - de verenigingen: dit zijn landelijke netwerken van lokale of categoriale afdelingen en groepen; - de bewegingen: dit zijn landelijke organisaties die werken en actie voeren rond een bepaald thema of een cluster van thema’s; - de Vormingplus-centra: dit zijn regionale vormingsinstellingen die brede vorming aanbieden; - de landelijke vormingsinstellingen: dit zijn landelijke vormingsinstellingen die gespecialiseerde of syndicale vorming aanbieden, ofwel werken voor en met personen met een handicap. Hierna lees je meer over elke werksoort.

NIEUWE BELEIDSPERIODE De sector werkt met zogenaamde beleidsperiodes. Dat zijn vijfjarige cycli waarin de organisaties hun beleid uitstippelen, subsidies toegekend krijgen en op het einde geëvalueerd worden. Op 1 januari 2011 ging een nieuwe beleidsperiode van start. De start ging gepaard met de nodige in- en uistroom van organisaties, herschikkingen van statuten en subsidies: - vijf bewegingen verdwenen na een negatieve eindevaluatie uit de sector; - vijf ‘nieuwe’ bewegingen kwamen erbij; - ook mochten we drie ‘nieuwe’ verenigingen in de sector verwelkomen; - Het Vlaamse Kruis veranderde van statuut: sinds 2011 is het een erkende vormingsinstelling in plaats van een vereniging; - VOSOG kreeg een volwaardig statuut als erkende vereniging. Voorheen ontving de vereniging een startsubsidie; - 13 verenigingen waren tot 2011 zogenaamde migrantenverenigingen. Op 1 juni 2010 besliste de minister om negen van deze verenigingen te erkennen als sociaal-culturele vereniging. De vier andere verenigingen, FAAB, Feniks, FZO en LAF houden in 2011 het statuut van ‘vereniging van migranten’. FZO en Feniks dienden inmiddels een nieuwe aanvraag tot erkenning in en zijn vanaf 2012 erkend. Hiernaast geven we de verschuivingen schematisch weer.

12  VOORSTELLING VAN DE SECTOR


1. DE SECTOR

Overzicht verschuivingen sector = beweging = vereniging = vormingsinstelling

Organisties sinds 2011 gesubsidieerd

IN

Organisties sinds 2011 niet langer gesubsidieerd

ADR Vlaanderen

SOCIAAL-CULTUREEL

De Vlaamse Volkstuin Oxfam Wereldwinkels

IJzerbedevaart IMAVO

VOLWASSENENWERK

Climaxi

UIT

Integraal

Merhaba

Sociumi

Onafhankelijk Leven

Verbruikersateljee

Samenhuizen Waerbeke

Organisties die van statuut veranderen

WISSEL

Het Vlaamse Kruis: werd van een vereniging een vormingsinstelling VOSOG: werd van een starter een volwaardige vereniging ACLI en Federatie Wereldvrouwen: fuseerden tot de vereniging Feniks negen migrantenfederaties zijn erkend als verenigingen

FAAB en LAF hebben het statuut van ‘vereniging van migranten’

Feniks en FZO zijn vanaf 2012 erkend als verenigingen

Organisties die al eerder in de beleidsperiode de sector verlieten

EERDER UIT

Plattelandsontwikkeling (2007) Relatiestudio (2008) De Rode Antraciet (2008) Atelier Cirkel (2009) EVO (2009) VCOV (2009) Inverde (2010)

VOORSTELLING VAN DE SECTOR  13


1. DE SECTOR

BESPARINGEN Sinds 2009 krijgt de sector in toenemende mate te maken met besparingen. De kloof met constant beleid bedroeg in 2011 voor de hele sector 13,3 procent. Onder constant beleid verstaan we de normale uitvoering van het decreet zonder besparing op de indexering van de subsidies of andere expliciete beleidsbeslissingen. Noch negatieve, noch positieve. We houden hier bijvoorbeeld geen rekening met de extra groeiscenario’s die het decreet voor het sociaal-cultureel volwassenenwerk voorziet bij de start van een nieuwe beleidsperiode (extra middelen voor beleidsprioriteiten en levensduurte). Sommige bewegingen, de Vormingplus-centra en de etnisch-culturele federaties kregen vanaf begin 2011 met uitzonderlijke besparingsmaatregelen te maken: - voor de bewegingen waren onvoldoende middelen voorhanden om de geadviseerde subsidiebedragen uit te betalen, met een substantiële verlaging van heel wat subsidie-enveloppes tot gevolg; - bij de Vormingplus-centra vond een ingrijpende besparingsoperatie van een kwart minder middelen plaats; - de etnisch-culturele federaties verloren hun aanvullende subsidies en veel organisaties kregen een aanzienlijk lagere subsidieenveloppe toegekend voor de beleidsperiode 2011-2015. De gevolgen van de besparingen en de economische crisis blijven niet uit. Organisaties boeken minder inkomsten uit activiteiten en subsidies. Veel van hen moeten een beroep doen op hun reserves. We zien voor het eerst sinds de metingen ook een terugval in het personeelsbestand en de uitgaven voor personeel.

14  VOORSTELLING VAN DE SECTOR


1. DE SECTOR

VOORSTELLING VAN DE SECTOR  15


16  VOORSTELLING VAN DE SECTOR


2. DE VERENIGINGEN

VOORSTELLING VAN DE SECTOR  17


2. DE VERENIGINGEN

2. DE VERENIGINGEN Verenigingen zijn netwerken van lokale of categoriale afdelingen en groepen, verspreid tot in elke uithoek van Vlaanderen en Brussel. Verenigingen brengen mensen samen en bouwen bruggen over alle verschillen heen. Met hun acties, publicaties en activiteiten dragen ze bij tot de emancipatie van hun leden en deelnemers en bieden ze hen een zinvolle invulling van de vrije tijd. De verenigingen telden in 2011 14.298 afdelingen (of: gemiddeld 44 per gemeente), 9,4 miljoen deelnemers aan activiteiten en 184.000 vrijwilligers. Die vrijwilligers zijn onmisbaar voor de verenigingen, want zij doen de machine draaien. Beroepskrachten in een professioneel landelijk en/of regionaal secretariaat ondersteunen de vrijwilligers met raad en daad. Verenigingen zijn even divers als hun publiek. Elk hebben ze hun eigen focus, historisch gegroeid en/of bewust gekozen. Sommige organisaties hebben een focus op een doelgroep zoals vrouwen, senioren, etnisch-culturele minderheden, holebi’s, mensen met een handicap... Andere hebben speciale aandacht voor een inhoudelijke invalshoek: armoede, cultuureducatie, duurzame ontwikkeling, mensenrechten, sociaal toerisme, levensbeschouwing... Maar altijd hebben ze de bedoeling om mensen samen te brengen. Zich samen voor iets in te zetten. Vlaanderen telt vandaag 561 door de Vlaamse overheid erkende en gesubsidieerde verenigingen. - 13 van de 56 verenigingen waren tot 2011 zogenaamde migrantenverenigingen. Op 1 juni 2010 besliste de minister om negen van deze verenigingen te erkennen als sociaal-culturele vereniging. De vier andere verenigingen, FAAB, Feniks, FZO en LAF houden in 2011 het statuut van ‘vereniging van migranten’. Twee van hen, Feniks en FZO, dienden inmiddels een nieuwe aanvraag tot erkenning in en zijn vanaf 2012 erkend. We maken, omwille van de volwaardige erkenning van deze verenigingen, in onze cijfers niet langer het onderscheid tussen deze en andere verenigingen. - We nemen ook voor het eerst cijfers van de drie nieuwkomers bij de verenigingen op. ADR Vlaanderen, De Vlaamse Volkstuin en Oxfam-Wereldwinkels maken sinds 2011 deel uit van de werksoort verenigingen. Zij namen in 2012 voor het eerst deel aan de gegevensregistratie voor Boekstaven. - VOSOG kreeg in 2011 een volwaardig statuut als erkende vereniging. Voordien ontving de vereniging een startsubsidie. VOSOG neemt reeds sinds 2009 deel aan de gegevensregistratie. - Het Vlaamse Kruis ruilde in 2011 het statuut van vereniging voor dat van vormingsinstelling. De organisatie komt dus niet langer voor in de gegevens in dit hoofdstuk.

De verenigingen in kerncijfers (2011) het aantal verenigingen: het aantal personeelsleden ingezet voor SCVW: omzet (inkomsten en uitgaven): subsidies VOLC (uit decreet SCVW):

1 LVZ neemt niet deel aan de bevraging van Boekstaven. Voor onze gegevens beroepen we ons dus op 55 verenigingen.

18  VOORSTELLING VAN DE SECTOR

56 1.096 126,0 miljoen euro 24,0 miljoen euro


2. DE VERENIGINGEN

De verenigingen op een rijtje

ACLI Vlaanderen A. Vermeylenfonds

(deel van federatie Feniks)

ADR-Vlaanderen

Vzw AIF - Multiculturele Federatie Amnesty International

van Zelforganisaties

ATB De Natuurvrienden

Çavaria

ConTempo

curieus

De Vlaamse Volkstuin FAAB

Davidsfonds

Werk van de Akker

Federatie Mondiale

Federatie Onafhankelijke Senioren

Federatie van

Democratische Organisaties (FMDO)

(FedOS)

Marokkaanse Verenigingen (FMV)

VOORSTELLING VAN DE SECTOR  19


2. DE VERENIGINGEN

Federatie van Vooruitstrevende

Federatie van Zelforganisaties

Federatie Wereldvrouwen

Verenigingen (CDF)

in Vlaanderen (FZO-VL)

(deel van Federatie Feniks)

Femma

Forum van Vlaamse Vrouwen (FVV)

Gezinsbond

(HVV)

Internationaal Comité (IC)

KVG-Vorming

KVLV - Vrouwen met Vaart

KWB

Landelijke Gilden

Latijns-Amerikaanse Federatie (LAF)

Volksontwikkeling (LBV)

Liberale Vrouwen

LINX+

LVZ Vormingsdienst

Ondernemende Vrouwen

Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging

Liberale Beweging voor

Markant - Netwerk van

20  VOORSTELLING VAN DE SECTOR


2. DE VERENIGINGEN

Neos, Netwerk van Masereelfonds

Ondernemende Senioren

Okra, Trefpunt 55+

Oxfam Wereldwinkels

Pasar

de Afrikaanse Gemeenschappen

Rodenbachfonds

S-Plus

Similes

Turkse Unie van België

Unie van Turkse Verenigingen (UTV)

UNIZO-Vorming

Verbond VOS,

Vereniging Personen met een Handicap

Vereniging voor Ecologisch Leven

Vlaamse Vredesvereniging

(VFG)

en Tuinieren (Velt)

VIVA-SVV

Vlaamse Actieve Senioren

Platform voor

Vereniging voor Ontwikkeling en Emancipatie van Moslims (VOEM)

VOORSTELLING VAN DE SECTOR  21


2. DE VERENIGINGEN

Vlaamse Volksbeweging (VVB)

VOSOG

vtbKultuur

Welzijnsschakels

Willemsfonds

Ziekenzorg CM

22  VOORSTELLING VAN DE SECTOR


3. DE BEWEGINGEN

VOORSTELLING VAN DE SECTOR  23


3. DE BEWEGINGEN

3. DE BEWEGINGEN Bewegingen zijn landelijke organisaties die werken en actie voeren rond een specifiek thema. Bewegingen worden gedreven door bewogenheid, strijdkracht en enthousiasme om de maatschappij positief te veranderen. Zowel structurele maatschappelijke verandering als individuele gedragsverandering staan op hun agenda. Deze verandering realiseren ze door middel van sensibilisatie, educatie en sociale actie. Met campagnes en gerichte initiatieven brengen deze organisaties Vlaanderen in beweging. Ze schoppen de samenleving een geweten en staan op de bres voor maatschappelijke thema’s als bio-ethiek, vrede, verdraagzaamheid, duurzaam omgaan met geld, armoede, ecologie... Bewegingen stammen uit de traditie van de grote sociale bewegingen. Deze organisaties voerden actie voor algemeen stemrecht, gelijk loon voor mannen en vrouwen, mensen- en dierenrechten... Ze droegen hun steentje bij aan maatschappelijke acties, emancipatiestromingen en sensibilisatiecampagnes. De sociale bewegingen brachten zo beweging in de samenleving en meteen ook in de geschiedenis van de politiek in Vlaanderen en België. Nieuwe tijden brachten nieuwe noden en veranderende manieren waarop burgers participeren. Gaandeweg ontstonden nieuwe bewegingsvormen en evolueerden hun thema’s. Bio-ethiek, duurzaam omgaan met geld, interculturaliteit, digitale geletterdheid... al deze thema’s wonnen en winnen aan belang in onze maatschappij. Met het decreet van 2003 voor het sociaal-cultureel volwassenenwerk geeft de Vlaamse Gemeenschap sociaal-culturele bewegingen een plaats in de sector. Vanaf 2013 worden de bewegingen volwaardig erkend. Daarmee staan ze op gelijke voet met de andere werksoorten en genieten ze meer zekerheid. Bij de start van de nieuwe beleidsperiode in 2011 verdwenen vijf bewegingen na een negatieve eindevaluatie uit de sector. Het gaat om Bedevaart naar de Graven aan de IJzer, IMAVO, Integraal, Sociumi en Verbruikersateljee. Aan de andere kant kwamen er vijf ‘nieuwe’ bewegingen bij: Climaxi, Merhaba, Onafhankelijk Leven, Samenhuizen en Waerbeke.

De bewegingen in kerncijfers (2011) het aantal bewegingen: het aantal personeelsleden ingezet voor SCVW: omzet (inkomsten en uitgaven): subsidies VOLC (uit decreet SCVW):

24  VOORSTELLING VAN DE SECTOR

31 253 16,3 miljoen euro 3,8 miljoen euro


3. DE BEWEGINGEN

De bewegingen op een rijtje

Climaxi - beweging voor klimaat Beweging tegen Geweld - ZIJN

Bond Zonder Naam (BZN)

en sociale rechtvaardigheid

De Maakbare Mens (DMM)

De Wakkere Burger

Ethisch Vegetarisch Alternatief (EVA)

FairFin

GetBasic

Hand in hand tegen racisme

(KMS)

Kif Kif

Koerdisch Instituut

Liga voor Mensenrechten

LINC

Merhaba

Kerkwerk Multicultureel Samenleven

VOORSTELLING VAN DE SECTOR  25


3. DE BEWEGINGEN

Mobiel 21

Netwerk Bewust Verbruiken (NBV)

Onafhankelijk Leven

Pax Christi Vlaanderen

Ryckevelde

Samenhuizen

Toemeka

Vluchtelingenwerk Vlaanderen

Voedselteams

Vrede

Vredesactie

Waerbeke

Zicht op Cultuur², sociaal-culturele beweging van Slechtzienden en Blinden Welzijnszorg

zij-kant

26  VOORSTELLING VAN DE SECTOR

Wervel

Platform Vlaanderen (SBPV vzw)


4. DE VORMINGPLUS-CENTRA

VOORSTELLING VAN DE SECTOR  27


4. DE VORMINGPLUS-CENTRA

4. DE VORMINGPLUS-CENTRA VORMING BIJ IEDEREEN IN DE BUURT Vormingplus-centra (of de volkshogescholen) zijn regionale vormingsinstellingen. Hun educatief aanbod staat open voor iedereen en wordt zelfstandig of in samenwerking met andere organisaties uitgewerkt. Ook projecten en vernieuwende methodieken behoren tot de core business van de centra. De Vormingplus-centra overleggen met tal van partners om het aanbod aan activiteiten in de regio te spreiden, te versterken en bekend te maken. Als netwerkers zijn de centra motoren voor meer vorming in de regio. De 13 Vormingplus-centra werken aan dezelfde opdrachten, maar hebben elk een eigen identiteit. Vormingplus Brussel (Citizenne) kan je niet vergelijken met Vormingplus Kempen en Vormingplus regio Antwerpen is anders dan Vormingplus Limburg... Een andere regio betekent andere uitdagingen én een andere koers.

HET RESULTAAT VAN EEN GRONDIGE HERVORMING In de jaren ‘90 waren in Vlaanderen een veertigtal vormingsinstellingen actief. De Vlaamse overheid wilde het aanbod aan niet-formele educatie meer geografisch spreiden, schaalvergroting stimuleren en een aanbod voor elke Vlaming realiseren. De overheid herverkavelde daarom met het decreet voor het sociaal-cultureel volwassenenwerk het vormingslandschap ingrijpend. Een 30-tal instellingen en deelinstellingen gingen vanaf 2004-2005 op in 13 gloednieuwe regionale volkshogescholen. Naast de volkshogescholen bleef een beperkt aantal landelijke gespecialiseerde vormingsinstellingen bestaan (zie verder). Vandaag telt Vlaanderen dertien regionaal gespreide Vormingplus-centra. De provincies Antwerpen, West- en Oost-Vlaanderen tellen elk drie centra, Vlaams-Brabant twee, Brussel en Limburg elk één.

INGRIJPENDE BESPARINGSOPERATIE Eind 2010 worden de Vormingplus-centra geconfronteerd met forse veranderingen. In de beleidsperiode 2011-2015 bespaart minister van Cultuur Schauvliege op de volkshogescholen jaarlijks 2 miljoen euro. Dat is een vermindering van het budget met gemiddeld 25 % (in 2011 getemperd met een eenmalige tegemoetkoming van 500.000 euro). De taken van de Vormingplus-centra worden bovendien aangepast. De coördinatie- en de bekendmakingsopdracht worden geschrapt. Ze worden vervangen door één opdracht van bekendmaking en samenwerking. Voortaan hebben de Vormingplus-centra de volgende drie (voorheen vier) opdrachten: - een eigen aanbod niet-formele educatie verzorgen; - dit aanbod spreiden over de regio; - het eigen aanbod bekend maken bij het brede publiek en samenwerkingen opzetten om het aanbod niet-formele educatie in de regio te versterken. Door de besparingen en de wijziging van hun opdrachten moeten de Vormingplus-centra zich grondig herstructureren en -oriënteren. Ontslagen, afvloeiingen en een heroriëntatie van het aanbod zijn gevolgen. Op het moment van dit schrijven is de zoektocht naar een nieuw evenwicht volop bezig. We zien in onze cijfers alvast een daling van 10 % in het personeelsaantal en een financiële krimp.

Vormingplus in kerncijfers (2010) het aantal centra: het aantal personeelsleden ingezet voor SCVW: omzet (inkomsten en uitgaven): subsidies VOLC (uit decreet SCVW):

28  VOORSTELLING VAN DE SECTOR

13 180 14,3 miljoen euro 8,8 miljoen euro


4. DE VORMINGPLUS-CENTRA

De Vormingplus-centra op een rijtje A

HVA

BC

GE

Vormingplus Antwerpen

Vormingplus (Arch’educ)

Vormingplus Citizenne

Vormingplus Gent-Eeklo

K

L

Vormingplus Kempen

Vormingplus Limburg

OW

MZWV

Vormingplus Midden en Zuid West-Vlaanderen

B

Vormingplus Oostende-Westhoek

OB

M

VLAD

Vormingplus Vlaamse Ardennen

Vormingplus regio Mechelen

Vormingplus regio Brugge

Vormingplus Oost-Brabant

WD

Vormingplus Waas-en-Dender

A

K

B WD OW

GE

M

MZWV BC

VLAD

L OB

HVA

VOORSTELLING VAN DE SECTOR  29


5. DE LANDELIJKE VORMINGSINSTELLINGEN

30  VOORSTELLING VAN DE SECTOR


5. DE LANDELIJKE VORMINGSINSTELLINGEN

5. DE LANDELIJKE VORMINGSINSTELLINGEN EXPERTEN IN HUN VAKGEBIED De landelijke vormingsinstellingen werken - in tegenstelling tot de Vormingplus-centra (zie eerder) - niet regionaal, maar landelijk en niet algemeen, maar rond één thema. De vormingsinstellingen zijn experten in hun vakgebied, hun specialisme. Daardoor kan je bij hen terecht voor zowel laagdrempelige als meer doorgedreven vormingen. Maatschappelijke en sociale doelen zijn bij de vormingsactiviteiten nooit veraf. Deelnemers ontplooien er zichzelf, leren nieuwe mensen kennen en komen sterker in de samenleving te staan. 17 vormingsinstellingen bieden samen een breed aanbod van vormingsactiviteiten, gaande van kunst- of natuureducatie over wetenschapspopularisering tot actief burgerschap, zingeving, EHBO, enzovoort. Dat zijn de gespecialiseerde vormingsinstellingen. Daarnaast zijn er ook vormingsinstellingen die werken voor een syndicale beweging of met personen met een handicap en Vijftact, de federatie van vormingsdiensten voor personen met een handicap. De drie syndicale vormingsinstellingen zijn verbonden aan één van de drie grote vakbonden (ABVV, ACLVB, ACV). De vorming die zij aanbieden, staat open voor iedereen binnen de ruime syndicale beweging, met of zonder werk, en is niet beroepsgericht. Deelnemers leren er over de werking van de vakbond, de sociale verkiezingen, sociale rechten en plichten, de politieke actualiteit, informatica, enzovoort. De syndicale vormingsinstellingen maken van hun deelnemers mondige en geïnformeerde personen. Op en naast de werkvloer en in de brede samenleving. De vormingsinstellingen voor personen met een handicap hebben dezelfde maatschappelijke en sociale doelen als de andere instellingen. Zij werken echter specifiek met personen met een handicap en hun omgeving. In beperkte mate organiseren ze ook activiteiten voor begeleiders van personen met een handicap. Tenslotte heb je nog Vijftact, de federatie van vijf vormingsdiensten voor personen met een handicap. Deze federatie doet meer dan vormingsactiviteiten organiseren. Ze ijvert voor inclusie en een betere beeldvorming van personen met een handicap. Vijftact bundelt en ontwikkelt bovendien kennis over deze thema’s. Begin 2011 kwam Het Vlaamse Kruis als nieuwe gespecialiseerde instelling bij de werksoort. De organisatie maakte de overstap van de werksoort verenigingen naar de werksoort instellingen.

De landelijke vormingsinstellingen in kerncijfers (2011) het aantal vormingsinstellingen:

24

waarvan gespecialiseerde vormingsinstellingen

17

waarvan syndicale vormingsinstellingen

3

waarvan (federaties van) vormingsinstellingen voor personen met een handicap

3

waarvan een federatie van vormingsdiensten voor personen met een handicap het aantal personeelsleden ingezet voor SCVW:

1 407

omzet (inkomsten en uitgaven):

34,0 miljoen euro

subsidies VOLC (uit decreet SCVW):

10,0 miljoen euro

VOORSTELLING VAN DE SECTOR  31


5. DE LANDELIJKE VORMINGSINSTELLINGEN

De landelijke vormingsinstellingen op een rijtje

CCV, Amarant

Ateliers voor Werknemersvorming

Centrum voor

Centrum ZitStil

Natuur- en Milieueducatie (CVN)

(deel van federatie Vijftact)

partner in christelijk vormingswerk

Comé - Competent in engagement

De Brug-Gent

De Brug-Hasselt

De Kei

(deel van federatie KR8)

(deel van federatie KR8)

(deel van federatie Op-Stap)

Digistap

Fevlado-Diversus

Gezin en Handicap

(deel van federatie Op-Stap)

(deel van federatie Vijftact)

(deel van federatie Vijftact)

Handicum

Het Grote Plein

Halewynstichting

(deel van federatie Z11)

(deel van federatie Z11)

32  VOORSTELLING VAN DE SECTOR


5. DE LANDELIJKE VORMINGSINSTELLINGEN

Het Vlaamse Kruis

Impuls

KR8

Motief

Op-Stap

Natuurpunt Educatie

PRH - Persoonlijkheid en Relaties

(deel van federatie Vijftact)

Stichting Lodewijk de Raet

(deel van federatie KR8)

Timotheus-Intuïtie

Uitstraling Permanente Vorming (UPV)

Universiteit Vrije Tijd Davidsfonds

(deel van federatie Z11)

Sig

Tievo

VIBEG

Vlaamse Dienst Autisme

VMG

(deel van federatie Vijftact)

(deel van federatie KR8)

Vijftact

Vorming en Actie

VOORSTELLING VAN DE SECTOR  33


5. DE LANDELIJKE VORMINGSINSTELLINGEN

Vormingscentrum

Vormingsinstituut

WIEV

Opvoeding Kinderopvang (VCOK)

Rode Kruis Vlaanderen

(deel van federatie Op-Stap)

WiSPER

Z11

Zorg-Saam

34  VOORSTELLING VAN DE SECTOR


5. DE LANDELIJKE VORMINGSINSTELLINGEN

VOORSTELLING VAN DE SECTOR  35


36  PROFIEL VAN DE SECTOR


DEEL 2

PROFIEL VAN DE SECTOR


INHOUD DEEL 2 Inleiding Methodologie Begrippenlijst Afkortingen

HOOFDSTUK 1: DE WERKING

41 42 46 49

51

1.1 bevindingen

52

1.2 de verenigingen

56

1.2.1 DE WERKING IN KERNWOORDEN

57

1.2.2 TWEE ZIJDEN VAN EEN DUBBELTJE

60

1.2.3 VOORSTELLING VAN DE VERSCHILLENDE VERENIGINGEN

70

1.2.4 DE WERKING IN CIJFERS

88

1.3 de bewegingen

1.3.1 BEWEGINGEN : “LOCAL ROOTS , GLOBAL REACH ” 1.3.2 VOORSTELLING VAN DE VERSCHILLENDE BEWEGINGEN

99 99 107

1.4 vormingplus-centra en landelijke vormingsinstellingen:

117

117

1.4.1. LEREN VOOR HET LEVEN

1.5 de Vormingplus-centra

121

1.5.1 CENTRA IN TRANSITIE

121

1.5.2 VOORSTELLING VAN DE VERSCHILLENDE CENTRA

124

1.5.3 ENKELE INDICATOREN

128

1.5.4 SPREIDING VAN HET AANBOD

131

1.5.6 DOELGROEPEN

142

1.5.7 INNOVATIE

144

1.5.8 SAMENWERKING

145

1.5.9 BEKENDMAKING EN COMMUNICATIE

149

1.6 de landelijke vormingsinstellingen

151

1.61. VOORSTELLING VAN DE VORMINGSINSTELLINGEN

151

1.6.2. DE WERKING IN CIJFERS

163

38  PROFIEL VAN DE SECTOR


INHOUD

HOOFDSTUK 2: DE MEDEWERKERS

177

2.1 bevindingen

178

2.2 staalkaart van de medewerkers

179

2.2.1 INLEIDING

179

2.2.2 OVERZICHTSTABEL

179

2.2.3 DE ‘WORK-FORCE’

181

2.2.4 HET PERSONEELSVERLOOP IN 2011

185

2.2.5 MAN-VROUW-VERHOUDING

189

2.2.6 INHOUDELIJKE EN ONDERSTEUNENDE OPDRACHT

190

2.2.7 LEEFTIJD

190

2.2.8 DIENSTANCIËNNITEIT

192

2.2.9 OPLEIDINGNIVEAU

193

2.2.10 VOLTIJDS/DEELTIJDS

195

HOOFDSTUK 3: DE FINANCIËN

199

3.1 bevindingen

200

3.2 staalkaart van de financiën

201

3.2.1 INKOMSTEN

201

3.2.2 UITGAVEN

213

3.3 subsidiecijfers VOLC per werksoort per organisatie

216

3.3.1 VERENIGINGEN

216

3.3.2 BEWEGINGEN

218

3.3.3 VORMINGPLUS-CENTRA

219

3.3.4 LANDELIJKE VORMINGSINSTELLINGEN

220

PROFIEL VAN DE SECTOR  39


INLEIDING

Inleiding Methodologie Begrippenlijst Afkortingen

40  PROFIEL VAN DE SECTOR


INLEIDING

INLEIDING In dit deel tonen we, aan de hand van cijfers en beschrijvingen, het werk van onze sector, wie er werkt en hoe het financiële plaatje in elkaar zit. Het profiel van de sector dat we in dit deel schetsen, is het resultaat van cijfermatig en beschrijvend onderzoekswerk. De rol die de FOV-lidorganisaties bij dit onderzoek gespeeld hebben, is niet te onderschatten: op één organisatie na leverden alle organisaties gegevens voor het onderzoek. We kunnen daarom gerust stellen dat de gegevens in dit deel representatief zijn. We danken hiervoor alvast de betrokken organisaties. We willen benadrukken dat meetresultaten steeds een reductie van de werkelijkheid zijn. Een reductie die zich - zonder de bijhorende context - soms zelfs leent tot foute interpretaties. Het sociaal-cultureel volwassenenwerk is meer dan aantallen afdelingen, bestuursleden, campagnes of vormingsuren. De essentie van het sociaal-cultureel volwassenenwerk ligt niet in de cijfers. Zij maken de sector enkel aanschouwelijk. Daarom hebben we bij de rapportage over de werking van de organisaties ook oog voor beschrijvende informatie. We publiceren per werksoort een tekst die dieper ingaat op de specificiteit van het werk van de organisaties, we vermelden tal van praktijkvoorbeelden en laten elke organisatie zichzelf voorstellen. De gegevens in dit boek zijn het resultaat van een zesde gegevensverzameling bij de organisaties. Gaandeweg bouwen we zo een tijdreeks op die toelaat evoluties in de sector in kaart te brengen. De cijfers evolueren met mondjesmaat, maar her en der beginnen we interessante trends te onderscheiden. We doen ze in dit deel uit de doeken. Het eerste hoofdstuk van dit deel gaat over de werking van de verschillende werksoorten. Omwille van de grote diversiteit tussen de werksoorten werd hier voor een verschillende aanpak gekozen die het beste bij de eigenheid van elke werksoort past. Het tweede hoofdstuk is gewijd aan de medewerkers van het sociaal-cultureel volwassenenwerk: personeelsleden, freelancers en vrijwilligers. We geven een staalkaart met de kerncijfers. Tenslotte vind je in het derde hoofdstuk een financiële analyse van de sector. We houden er onder meer de inkomsten, uitgaven, subsidies en personeelskosten tegen het licht. Bij het opvragen van de gegevens werkten we met een vaste methodologie en begrippenlijst. Je vindt de nodige toelichting hierna.

PROFIEL VAN DE SECTOR  41


METHODOLOGIE

METHODOLOGIE We schetsen de methodologie die gehanteerd werd bij het onderzoek dat aan deze publicatie voorafging: We verzamelden zowel de kwantitatieve als de kwalitatieve gegevens aan de hand van vragenlijsten die de organisaties zelf invulden. We verzamelden de meeste gegevens met een online vragenlijst, verbonden aan een databank. De gegevens over de werking van de Vormingplus-centra verzamelden we met een Excel-formulier. De vragenlijsten voor de analyserende teksten bij de verenigingen en de bewegingen werden met een Word-formulier rondgezonden. De bevraging vond plaats in de maanden april, mei en juni 2012 en peilde naar de situatie op 31 december 2011. In totaal hebben we de kwantitatieve gegevens van 123 organisaties ontvangen. Op één organisatie na (LVZ) leverden alle organisaties gegevens voor het onderzoek.

Twee kantmeldingen bij de gegevensverzameling: 1. Het resultaat van de gegevensverzameling wordt bepaald door de initiële keuze van de op te vragen gegevens. Over personeel bijvoorbeeld, vroegen we de man/vrouwverhouding op, gediversifieerd naar inhoudelijke en ondersteunende opdrachten. Een rondvraag naar de man/vrouw-verdeling in leidinggevende posities zou misschien een andere verhouding laten zien. Het profiel dat we hier van de sector schetsen is dus een resultante van bepaalde keuzes. 2. Ten tweede wordt het resultaat van de gegevensverzameling bepaald door de input van de organisaties. De organisaties vulden immers zelf de vragenlijsten voor het onderzoek in. Dat kan leiden tot lichte verschillen in interpretatie. Met de ingebruikname van een online meetsysteem (zie verder), de ervaring van de organisaties (dit is intussen de zesde bevraging) en de intensieve begeleiding tijdens de gegevensverzameling is het interpretatieprobleem intussen wel sterk gereduceerd.

VERANTWOORDING CIJFERMATIGE DELEN De bevraging van de organisaties gebeurt sinds 2009 voor het grootste deel met een online systeem, gekoppeld aan een databank. Dit maakt de bevraging op een aantal vlakken efficiënter: - op de ingevoerde gegevens worden meteen enkele automatische controles uitgevoerd (logische juistheid, volledigheid...); - uitleg over de gevraagde gegevens is steeds binnen ‘muisbereik’. Dit garandeert een meer uniforme input van de organisaties; - alle gegevens worden automatisch verzameld in een centrale database. Dit vermindert het risico op menselijke fouten bij de verwerking. Het online systeem is inmiddels voor het vierde jaar in gebruik en heeft zijn betrouwbaarheid bewezen. Het onderstaande methodologische pad werd gevolgd bij de verwerking van de gegevens over: - de medewerkers bij alle werksoorten; - de kwantitatieve gegevens over de werking van de verenigingen, de Vormingplus-centra en de landelijke vormingsinstellingen. We doorliepen verschillende stappen: selectie en opvraging van de brongegevens, de harmonisatie van de gegevens en bijschattingen.

42  PROFIEL VAN DE SECTOR


METHODOLOGIE

1. Selectie van de op te vragen gegevens en bevraging Jaarlijks evalueren we in overleg met de sector onze gegevens. We gaan na wat het draagvlak en de draagkracht (haalbaarheid) is voor de gegevensregistratie. De relevantie of de meerwaarde van de op te vragen gegevens en de beschikbare middelen om het onderzoek uit te voeren, zijn de criteria. Alle kwantitatieve gegevens zijn een momentopname van de situatie op 31 december 2011. We werken dus niet met jaargemiddelden.

2. Harmonisatie en correctie De harmonisatie houdt in dat we de ingestuurde gegevens controleerden op volledigheid en waarschijnlijkheid. Dit deden we op basis van onze kennis over de werking van de organisaties (plausibiliteit), door de cijfers te vergelijken met ingestuurde cijfers van de vorige jaren en de gegevens uit voortgangsrapporten, publicaties en websites. Bij vastgestelde afwijkingen contacteerden we de organisaties en brachten we, in overleg met de organisatie, waar nodig verbeteringen aan in de brongegevens. Concrete voorbeelden: - een plotse sterke krimp van het personeelsbestand; - een stabiel aantal bestuursvrijwilligers ondanks een groei in aantal afdelingen; - een plotse groei in subsidies uit het decreet, ondanks de besparingen; - ... Doorgaans waren de afwijkingen te wijten aan een vergissing, vergetelheid, een foute interpretatie of een retroactieve update van eerder bezorgde gegevens. We legden er, in een instructiemail naar de organisaties, de nadruk op dat organisaties elke wijziging in hun data, hoe gering ook, zouden invoeren. Zo trachten we te vermijden dat er al te veel data van de vorige jaren gerepliceerd worden.

3. Bijschattingen Enkele organisaties waren niet in de mogelijkheid alle gegevens te verstrekken. Dit was in enkele gevallen te wijten aan een gebrek aan man- of vrouwkracht of een gebrek aan een voldoende nauwkeurig meetinstrument. In overleg met de organisatie werd dan ofwel besloten aan de hand van werkingsindicatoren een verantwoorde schatting te maken, ofwel enkele cijfers van 2010 te hernemen en bij te sturen. Op deze manier werd een 100% respons bereikt bij alle 123 deelnemende organisaties. Een blanco voorbeeld van de vragenlijsten kan je op eenvoudig verzoek krijgen bij de FOV.

PROFIEL VAN DE SECTOR  43


METHODOLOGIE

VERANTWOORDING BESCHRIJVENDE DELEN Omwille van de grote diversiteit onder de organisaties en het feit dat een louter kwantitatieve benadering van de werking als te beperkend wordt ervaren, kiezen we ervoor meer beschrijvende gegevens op te nemen in dit boek. - voor elke werksoort schreven we een analyserende tekst die dieper ingaat op de specificiteit van het werk van de organisaties. Bij de bewegingen en de verenigingen is de tekst het resultaat van een bevraging bij de organisaties. Bij de vormingsinstellingen (landelijke en Vormingplus-centra) werd de tekst vooral via overleg en feedback gemaakt; - elke organisatie beschrijft zichzelf en omschrijft één of meerdere toonaangevende projecten uit de werking; - de verenigingen leveren een zelfbeschrijving in een aantal kernwoorden (die we opnemen in een woordenwolk) en tal van praktijkvoorbeelden voor de analyserende tekst; - de Vormingplus-centra leveren tal van praktijkvoorbeelden De organisaties vulden de vragenlijsten zelf in. Waar nodig werden de gegevens in overleg met de organisaties aangepast of ingekort. Een blanco voorbeeld van de vragenlijsten kan je op eenvoudig verzoek krijgen bij de FOV.

VERANTWOORDING FINANCIËLE GEGEVENS De erkende en gesubsidieerde organisaties moeten jaarlijks vóór 1 april een financiële afrekening bezorgen aan het Agentschap Sociaal-Cultureel Werk voor Volwassenen. Net als andere jaren vroeg de overheid het gedetailleerde overzicht van uitgaven en inkomsten op met een Excel-tabel. We verzamelden dezelfde tabellen bij de organisaties en analyseerden ze. We controleerden de tabellen ook op plausibiliteit en vergeleken ze met de tabellen van de vorige jaren. Waar nodig vroegen we verduidelijkingen of aanpassingen bij de organisaties. Een viertal organisaties bezorgden geen (adequate) afrekening. Voor die organisaties namen we de cijfers voor 2010 over. Een blanco voorbeeld van de Excel-tabel voor de financiële afrekening kan je op eenvoudig verzoek krijgen bij de FOV.

BEREKENING SPREIDINGSINDEX VORMINGPLUS-CENTRA De bereik-index van de Vormingplus-centra toont de spreiding (en enkel de spreiding) van het aanbod van een Vormingplus-centrum. Logischerwijze zal een Vormingplus-centrum meer inschrijvingen/deelnames tellen in een stad dan in een landelijke gemeente. Omdat er in de stad meer mensen zijn. Tien deelnames in een dorp kunnen verwaarloosbaar lijken ten opzichte van pakweg 1.000 in een stad, maar wanneer je het effect van de bevolkingsdichtheid neutraliseert, kan blijken dat het dorp wél goed bediend wordt. Tien deelnames op een bevolking van 1.000 is proportioneel immers een zelfde bereik als 1.000 deelnames in een stad van 100.000. Uit enkel het aantal deelnames per gemeente kan je dus nog niet veel afleiden over de werkelijke spreiding van het aanbod. Wil je dus weten of een Vormingplus-centrum alle gemeenten even goed bereikt, dan moet je in de berekening rekening houden met de bevolking. Met een berekening van deelnames per inwoner kom je al dichter in de buurt:

44  PROFIEL VAN DE SECTOR


METHODOLOGIE

deelnames uit gemeente / bevolking gemeente 10 deelnames op een bevolking van 1.000 (10/1.000 = 0,01) is inderdaad een zelfde bereik als 1.000 deelnames op een bevolking van 100.0000 (1.000/100.000 = 0,01) Een extra verfijning: de spreidingsindex wil enkel de spreiding van de deelnames tonen. Niet het aantal deelnames. Absolute aantallen zie je immers op andere kaarten in het boek. Ook het effect van het absolute aantal deelnames moet dus geneutraliseerd worden. Met andere woorden: deze index negeert hoeveel of hoe weinig deelnames een Vormingplus-centrum noteert en toont enkel of ze goed gespreid zijn over de verschillende gemeenten van de regio. De spreidingsindex is dus relatief en niet absoluut. Daarom worden de deelnames in een gemeente in de formule gerelateerd aan het totaal aantal deelnames in een regio en wordt de bevolking van een gemeente gerelateerd aan het totaal van de bevolking in een regio:

deelnames uit gemeente

spreidingsindex =

bevolking gemeente /

totaal deelnames Vormingplus

totaal bevolking regio

Wanneer de graad 1 is, betekent dit dat verhoudingsgewijs evenveel deelnames uit een gemeente komen als er inwoners zijn (een evenwichtig bereik). Een gemeente die bijvoorbeeld goed is voor 5 % van de inwoners van de regio, levert in dat geval ook 5 % van de deelnames (5 % / 5 % = 1). Wanneer de graad groter is dan 1, betekent dit dat verhoudingsgewijs meer deelnames uit een gemeente komen dan er inwoners zijn (rood - een groot bereik). Bij een graad kleiner dan 1 geldt het omgekeerde (blauw - een klein bereik). Niet enkel de centrumsteden, maar ook sommige landelijke gemeenten vertonen een hoge spreidingsindex. De donkergekleurde rode gebieden noteren in verhouding met het aantal inwoners veel deelnames. Hoe egaler lichtrood (= 1) een regio kleurt, hoe evenwichtiger het bereik gespreid is.

PROFIEL VAN DE SECTOR  45


BEGRIPPENLIJST

BEGRIPPENLIJST Afdeling of groep: een duurzame zelforganisatie van vrijwilligers die verantwoordelijkheid opneemt voor de bestuurlijke en inhoudelijke werking en hierin professioneel ondersteund wordt door de vereniging. Bestuurslid: een vrijwilliger die behoort tot het bestuur van een lokale afdeling, kern of groep van een vereniging. Landelijke bestuursleden horen hier ook bij. Bestuursvergadering: een bijeenkomst waarbij de inhoudelijke en/of organisatorische werking van de lokale afdeling, kern of groep van de vereniging wordt voorbereid en uitgewerkt. Brussel: Brussel (het Brussels Hoofdstedelijk Gewest) wordt hier als een afzonderlijke provincie beschouwd. Deelname (Vormingplus-centra): in het hoofdstuk over de Vormingplus-centra maken we een onderscheid tussen een deelname en deelnemer. Een deelname is een inschrijving. Het gaat hier dus niet noodzakelijk om unieke deelnemers. Elders in het boek hanteren we voor de eenvoud steeds de term ‘deelnemer’ om deelnames uit te drukken. Deelnemer: indien er gewerkt wordt met inschrijvingen bij een activiteit, wordt het ‘aantal inschrijvingen’ verstaan onder ‘deelnemers’. Indien er niet gewerkt wordt met inschrijvingen, wordt het getelde of geschatte aantal deelnemers aan de activiteiten bedoeld. Dienstanciënniteit: het aantal volledige jaren dat een personeelslid op basis van een arbeidscontract bij de organisatie werkt. Eén voltijds equivalent (= fulltime equivalent): een tewerkstelling van 100% (fulltime), los van het feit of deze wordt uitgevoerd door één of meerdere fysieke personen. Bijvoorbeeld een persoon werkt 1/5 en een tweede persoon werkt 4/5. Zij vormen samen één voltijds equivalent. Freelance medewerker: een persoon die door de organisatie betaald wordt voor prestaties die buiten een arbeidsovereenkomst tussen deze persoon en de organisatie vallen. We tellen zowel freelancers met een inhoudelijke als een ondersteunende opdracht. ‘Inhoudelijke’ freelancers zijn rechtstreeks betrokken op het inhoudelijke aspect van het sociaal-cultureel werk (bijvoorbeeld als zelfstandig lesgever). Ondersteunende freelancers zijn niet op het inhoudelijke aspect van het werk betrokken: freelance boekhouders, vormgevers, webmasters, ICT-ers en dergelijke... Deze persoon wordt - volgens de wet op het vrijwilligerswerk - niet vergoed als vrijwilliger (zie definitie vrijwilliger). Personen die onder de zogenaamde 25-dagenregeling vallen, worden beschouwd als ‘freelancer’. De rechtsvorm (vzw, vennootschap, eenmanszaak) waaronder de freelancers werken, beschouwen we in onze context als niet relevant. Als een persoon wordt ingehuurd voor werk dat buiten de arbeidsovereenkomst met de organisatie valt, beschouwen we hem/haar als een freelancer. Ook als deze persoon niet rechtstreeks, maar via zijn/haar organisatie (vzw, vennootschap, eenmanszaak) uitbetaald wordt. Huur je dus 2 personen van dezelfde vzw in en betaal je hiervoor de vzw, dan staat dat gelijk met het inhuren van 2 freelancers. Ingezet voor het sociaal-cultureel volwassenenwerk: prestaties geleverd door de medewerkers aan die acties en activiteiten van de organisatie die kaderen in het sociaal-cultureel volwassenenwerk. Deze prestaties kunnen zowel educatief, administratief of logistiek van aard zijn.

46  PROFIEL VAN DE SECTOR


BEGRIPPENLIJST

Inhoudelijke medewerker: een medewerker die volledig of in hoofdzaak rechtstreeks betrokken is op het inhoudelijke aspect van het sociaal-cultureel werk. Bijvoorbeeld: - een educatief medewerker; - een beleidsmedewerker; - een afdelingsondersteuner; - een redacteur; - de coördinator; - de directeur; - een projectbegeleider; - een lesgever. Lid: voor deze bevraging beschouwen we als lid: ‘de persoon die bij een vereniging is aangesloten en/of deel uitmaakt van een groep of afdeling die door de vereniging wordt gefedereerd’. Het lidmaatschap kan zich uiten in het betalen van een lidmaatschapsbijdrage. Mediaan: de mediaan is het midden van een reeks gesorteerde gegevens. Met midden wordt het middelste getal in de verdeling of verzameling bedoeld. Bij een even aantal elementen is er geen midden. Men neemt dan het gemiddelde van de twee om het midden liggende elementen als mediaan. Voorbeeld 1: van de gesorteerde reeks 3, 5, 7, 13, 40 is 7 het middelste getal. 7 is de mediaan. Voorbeeld 2: bij de gesorteerde reeks 3, 5, 7, 13, 40, 1.000 is er geen middelste cijfer. De mediaan is het gemiddelde van de twee om het midden liggende cijfers: 7 en 13. De mediaan is 10. Niet-formele educatie: we baseren ons op de omschrijving van niet-formele educatie die het decreet voor het sociaal-cultureel volwassenenwerk hanteert. Art. 2, 7°: “Een geïnstitutionaliseerde vorm van volwasseneneducatie waarbij de deelnemer kennis, inzicht en vaardigheden vergroot voor zichzelf en anderen, met het oog op persoonsontplooiing en het actief participeren in een democratische samenleving, en waarbij een sociaal-culturele methodiek gehanteerd wordt met zowel open als gesloten doeloriëntaties; de bovenstaande definitie wordt, wat de te subsidiëren activiteiten betreft, verder in dit decreet per werksoort ingevuld; in relatie tot specifieke sociaal-culturele activiteiten kan de niet-formele educatie leiden tot het afleveren van leer-, competentie- en functiebewijzen.” Niet-formele educatie subsidieerbaar volgens de criteria van het decreet: het decreet hanteert naast de algemene definitie nog bijkomende criteria voor de omschrijving van niet-formele educatie: - bij de gespecialiseerde vormingsinstellingen (art. 23, derde lid, 3°, c en art. 24); - bij de syndicale vormingsinstellingen (art. 31 §1); - bij de vormingsinstellingen voor personen met een handicap (art. 32 §2 en §3); - bij de federatie van vormingsdiensten voor mensen met een handicap (art. 36 §1). Alleen een programma-aanbod dat via een open aanbod en in de autonome levenssfeer van de deelnemer wordt gebracht, is voorwerp van subsidiëring. Sommige activiteiten met kansengroepen en hun omgeving en met multiplicatoren worden wel gelijkgesteld met niet-formele educatie. Niet-formele educatie erkend en gesubsidieerd door de overheid: dit is het aandeel gepresteerde uren niet-formele educatie dat de Vlaamse overheid effectief subsidieert. Ondersteunende medewerker: een medewerker die volledig of in hoofdzaak faciliterend werkt voor de inhoudelijke medewerkers of voor de organisatie. Bijvoorbeeld: - de administratieve medewerkers; - de financiële medewerkers; - de boekhouder; - de onderhoudsmedewerker.

PROFIEL VAN DE SECTOR  47


BEGRIPPENLIJST

Personeelslid: medewerker met een arbeidsovereenkomst met de organisatie. Studenten met een studentencontact, stagiairs, PWA’ers, interimarissen, personen die vallen onder artikel 60 van de OCMW-wet en personen die vallen onder de 25-dagenregeling worden in deze context niet beschouwd als ‘personeelslid’. Bij vervangingen wordt de titularis ‘geteld’. Publieksgerichte activiteiten (verenigingen): alle lokale en bovenlokale activiteiten die zich richten naar leden of het brede publiek. (Publieksgerichte) activiteiten (Vormingplus-centra): deze activiteiten kunnen aangeboden worden in een open of gesloten aanbod, al dan niet in samenwerking met partners. De activiteiten omvatten zowel eerstelijns- als tweedelijnsactiviteiten (bv. aanbod voor vrijwilligers of intermediairen). Langlopende projecten en tentoonstellingen worden geregistreerd als één activiteit. Het aantal uren en het aantal deelnemers wordt hiervan niet geregistreerd. Vrijwilliger: iemand die de organisatie onbezoldigd mee doet draaien. We baseren ons op de definitie uit de wet op het vrijwilligerswerk: vrijwilligers verrichten activiteiten, onbezoldigd, onverplicht, voor anderen of de samenleving, buiten de normale werkcontext en binnen een organisatie. Ook de bestuursleden bij de verenigingen zijn vrijwilligers.

48  PROFIEL VAN DE SECTOR


AFKORTINGEN

AFKORTINGEN SCVW: sociaal-cultureel volwassenenwerk VER: verenigingen BEW: bewegingen VHS: volkshogescholen LVI: landelijke vormingsinstellingen

PROFIEL VAN DE SECTOR  49


50  PROFIEL VAN DE SECTOR


DEEL 2

PROFIEL VAN DE SECTOR HOOFDSTUK 1

DE WERKING


1. DE WERKING 1.1 bevindingen

1.1 BEVINDINGEN VERENIGINGEN lokaal nog meer vereniging maken: lokale afdelingen van sociaal-culturele verenigingen zijn – spontaan of doelbewust - verweven met informele vormen van verenigen. Informalisering, zo blijkt uit de literatuur, is een trend. Een trend waarop de verenigingen inspelen. Sociaal-cultureel afdelingswerk blijkt een goede voedingsbodem voor informele groepen. Het biedt de juiste faciliteiten om deze initiatieven te laten leven. Vaak ontstaan nieuwe informele initiatieven in de schoot of in de marge van afdelingen. Bovendien blijkt het sociaal-cultureel verenigingsverhaal wervend te zijn: informele initiatieven vinden hun weg naar verenigingen. Niet alleen omwille van de ondersteuning die ze er krijgen, maar ook omwille van het grotere verhaal van de vereniging. Het groter geheel biedt meerwaarde. Daarnaast zijn verenigingen, vanuit een maatschappelijk engagement of het aanvoelen van een maatschappelijke nood, ook bewust bezig met (informele) groepsvorming. Grote drijfveer daarbij is vooral zonder grenzen veel en nóg meer ‘vereniging maken of zijn’. Er is dus een sterke en diverse wisselwerking tussen allerlei soorten groepen. Het sociaal-cultureel verenigingsleven en de informaliseringstrend is als een dubbeltje dat op twee zijden landt. 184.000 vrijwilligers: vrijwilligers vormen de motor van de verenigingen. Met zo’n 184.000 vrijwilligers neemt deze werksoort het leeuwendeel (94 %) van de vrijwilligers in de hele sector voor zijn rekening. Van deze vrijwilligers nemen 130.000 een verantwoordelijkheid op als bestuurder. een stabiel en gespreid bereik: met 2,4 miljoen leden en 9,4 miljoen deelnemers aan de activiteiten weten de verenigingen zich verzekerd van een stevige achterban. Samen tellen de verenigingen 14.298 afdelingen. Met gemiddeld 44 afdelingen in elke Vlaamse en Brusselse gemeente zijn de sociaal-culturele verenigingen sterk (en stabiel) aanwezig in onze samenleving. De afdelingen van de verenigingen zijn behoorlijk gelijkmatig verspreid over de provincies. We merken een lichte daling in het aantal bestuursvrijwilligers. Deze tendens volgt een trend van veranderende (niet verminderende) participatie die ook elders in de maatschappij te zien is. grote diversiteit: de kracht zit in de diversiteit van de verenigingen. Er zijn grote verenigingen en kleine verenigingen, recent erkende of van oudsher erkende verenigingen, doelgroepverenigingen of verenigingen met een breed publiek, ledenverenigingen of federaties… Ook de interne organisatiestructuur verschilt sterk. Deze diversiteit komt tot uiting in de cijfers: we zien een brede spreiding van de werkingsindicatoren (afdelingen, vrijwilligers, leden...).

52  PROFIEL VAN DE SECTOR


1. DE WERKING 1.1 bevindingen

BEWEGINGEN campagnebeesten: bewegingen beogen de transitie naar een betere maatschappij. Dit doen ze door onder meer campagnes in te schakelen. Ze zijn experts in hun thema en weten als geen ander hun thema onder de aandacht te brengen van de pers en het brede publiek. Ze vechten tégen geweld, racisme, armoede, de digitale kloof, wantoestanden bij banken... en ijveren vóór vrede, verantwoord consumeren, duurzaamheid, onafhankelijke media, inclusie, ethiek... Vaak vernieuwend in denkbeelden en creatief in oplossingen, nodigen ze de burger uit om na te denken over de eigen samenleving en het heft in handen te nemen.

local roots, global reach: dat bewegingen netwerkers en samenwerkers zijn, wisten we al uit voorgaande edities van Boekstaven. Maar nu zien we ook in de feiten dat deze samenwerkingsverbanden ver de grenzen van Vlaanderen, België en zelfs Europa overschrijden. Gezien de visie en missie van bewegingen is dit ook evident en eigen aan de werksoort. De thema’s waarrond deze organisaties werken – duurzaamheid, vrede, ethisch omgaan met geld, burgerschap, mensenrechten, armoede... - zijn niet exclusief Vlaams. Ook in het buitenland bevinden zich vaak noodzakelijke kennis en knowhow.

Geholpen door internet en sociale media staan ze in verbinding met informatie uit de hele wereld. Internationale netwerken met partnerorganisaties helpen hen aan de meest recente informatie en versterken hun slachtkracht op het internationale toneel. Door de aard van de problemen die sommige bewegingen aankaarten, is dit voor veel organisaties een vereiste om efficiënt aan maatschappelijke verandering te werken.

De meerwaarde van internationaal werken, wordt door nagenoeg alle bewegingen benadrukt. De mankracht en middelen om hier effectief en sterk op in te zetten ontbreken echter vaak. Meer ondersteuning om in te zetten op deze steeds groter wordende internationale dynamiek is een must. Voor de bewegingen, maar ook voor Vlaanderen. Via de bewegingen vinden de eigen visie en aanpak van maatschappelijke problemen hun weg naar de rest van de wereld. Met regelmaat van de klok worden hun campagnes bekroond in internationale wedstrijden en vormen Vlaamse grassroots-projecten de motor voor verandering buiten onze grenzen. Met de roots in eigen land. Met de blik op de wereld.

PROFIEL VAN DE SECTOR  53


1. DE WERKING 1.1 bevindingen

VORMINGPLUS-CENTRA aanbod tot aan de deur: de Vormingplus-centra spreiden het eigen educatief aanbod geografisch over hun regio. De centra verlagen dus participatiedrempels door het aanbod tot aan de deur van hun (potentiële) deelnemers te brengen. We zien dat er ook een aanzienlijk bereik is buiten de – traditioneel goed bediende - centrumsteden. relevant aanbod: de Vormingplus-centra trachten zoveel mogelijk de vinger aan de pols te houden in de regio. Ze waken erover dat hun aanbod maatschappelijk relevant en to the point blijft. Minstens de helft van het aanbod van de centra speelt in op actuele maatschappelijke uitdagingen (digitale geletterdheid, interculturaliteit, duurzaamheid, burgerschap…). kansengroepen bereiken: de Vormingplus-centra richtten in 2011 minstens een 200-tal activiteiten expliciet op maatschappelijk kwetsbare groepen. Om de activiteiten te realiseren, werkten de centra samen met meer dan 200 andere organisaties en 71 gemeenten in Vlaanderen en Brussel. Eén gemeente op vijf werkte dus samen met Vormingplus om een aanbod voor kansengroepen te realiseren. Ook via het regulier aanbod doen de centra inspanningen om een divers publiek te bereiken. intensieve netwerkers: zoals uit de voorgaande delen blijkt, zijn de Vormingplus-centra intensieve netwerkers en samenwerkers. Het aantal samenwerkingsverbanden blijft groeien, mits evenwel een groeivertraging in 2011 (zie verder over de effecten van de besparingen). De voornaamste partners zijn gemeenten, steden, cultuur- of gemeenschapscentra, welzijnsorganisaties, bibliotheken en organisaties van/voor minderheden of integratie. Bij deze samenwerkingen nemen de centra – afhankelijk van de behoefte en expertise - verschillende rollen op. omgaan met besparingen: herstructurering, werkdruk, heroriëntatie. 2011 is het eerste jaar waarin de subsidiedaling van -25 procent voor de Vormingplus-centra werd doorgevoerd, weliswaar voor een kwart getemperd met een eenmalige tegemoetkoming. We merken de gevolgen in onze cijfers. De besparingen manifesteren zich op verschillende wijzen: in de werking, de financiën en de personeelscijfers. We zien in 2011 globaal (nog) geen terugval in het aantal deelnames, activiteiten en samenwerkingen. We zien een groeivertraging in plaats van krimp. Deze heeft vier oorzaken: (1) toen de besparingen aangekondigd werden (najaar 2010), stond het programma voor 2011 bij de meeste centra al op punt; (2) het personeel levert extra inspanningen om de geplande initiatieven toch nog uit te voeren; (3) de centra kunnen teren op de inspanningen die ze in het verleden leverden om een aanbod te ontwikkelen; (4) om de besparingen op korte termijn te kunnen verteren, wordt soms de ruimte voor experiment, vernieuwing en het bereiken van minder evidente doelgroepen beperkt. Maar: zo divers als de centra zijn in hun werking, zo divers gaan ze om met de ingrijpende budgetvermindering. Veel centra melden dat de effecten van de besparingen zich met vertraging doen voelen. Ettelijke strategieën om op korte termijn de werking op peil te houden – aanspreken reserves, verhoging werkdruk, afvloeiing gespreid in de tijd, besparing op innovatie… - zijn niet duurzaam en nopen op termijn tot een herijking/inperking van de werking.

54  PROFIEL VAN DE SECTOR


1. DE WERKING 1.1 bevindingen

LANDELIJKE VORMINGSINSTELLINGEN leren voor het leven (gezamenlijke kijk met Vormingplus): het Vlaamse leerlandschap is in beweging, vaak onder impuls van Europa. Vooral levenslang leren en EVC-denken zijn de laatste tien jaar in opbouw – vaak genoemd in beleidsdocumenten, wat minder echter met resultaat op het terrein. De uitwerking is bovendien nog al te vaak eenzijdig ‘economisch’ en utilitair. Het levenslange en levensbrede verhaal wordt te eng ingevuld. Vormen van leren die niet in de ‘economische’ visie passen, komen in de verdrukking. Nochtans kan vorming, naast het versterken van arbeidsmarktgerichte competenties, ook emanciperen en empoweren, sociale banden versterken en bouwen aan een democratische samenleving. De burger van morgen moet daarom levenslang leren in de genen krijgen vanuit twee evenwaardige en elkaar aanvullende invalshoeken: vanuit een voortdurende economische alertheid én vanuit overtuigd burgerschap. Beide gaan hand in hand. Een noodzakelijke voorwaarde daartoe is dat de spelers in het vormings- en onderwijslandschap de krachten en inzichten bundelen. Meer dwarsverbanden, meer samenwerkingsinitiatieven, meer doorverwijzing en meer uitwisseling: dat zijn de voorwaarden voor een succesvol verhaal. 24 instellingen, 24 invalshoeken: net als bij de andere werksoorten bestaat er een grote diversiteit onder de landelijke vormingsinstellingen. Hun werking richt zich op natuur en milieu, zorg, doelgroepen, kunst en cultuur of persoonlijke en maatschappelijke ontplooiing. 222.000 deelnemers: in 2011 organiseerden de instellingen 11.406 activiteiten voor ruim 222.000 deelnemers. We zien voor het tweede jaar op rij een lichte daling (-2,6 %) van het aantal deelnemers ten opzichte van het jaar voordien. Wellicht speelt hier het effect van de afschaffing van de opleidingscheques (sinds 2010) en de stilaan nijpende besparingen (cumulatief sinds 2009) voor de vormingsinstellingen. De evolutie van het aantal deelnemers vertoont weliswaar geen homogeen beeld. Sommige organisaties trekken meer deelnemers aan, andere minder. 33 % ongesubsidieerde uren: van alle uren niet-formele educatie die de landelijke vormingsinstellingen presteren, is 67 % gesubsidieerd door de Vlaamse overheid. De instellingen moeten dus voor 33 % van hun aanbod op zoek naar andere financieringsbronnen. Wanneer we enkel kijken naar het aanbod nietformele educatie dat volgens de (meer strikte) normen van het decreet voor subsidiëring in aanmerking komt, blijkt dat hiervan 74 % gesubsidieerd is. 26 % van de uren die voor subsidiëring in aanmerking komen, blijft dus ongesubsidieerd. aanbod steeds meer afgestemd op de normen van het decreet: de instellingen stemmen hun aanbod steeds meer af op de criteria van het decreet voor het sociaal-cultureel volwassenenwerk. Veruit de meeste uren niet-formele educatie (91 %) vallen binnen de normen van het decreet en zijn dus subsidieerbaar.

PROFIEL VAN DE SECTOR  55


1. DE WERKING 1.2 de verenigingen

1.2 DE VERENIGINGEN Vlaanderen telt in 2011 561 door de Vlaamse overheid erkende en gesubsidieerde verenigingen. - 13 van de 56 verenigingen waren tot 2011 zogenaamde migrantenverenigingen. Op 1 juni 2010 besliste de minister om negen van deze verenigingen te erkennen als sociaal-culturele vereniging. De vier andere verenigingen, FAAB, Feniks, FZO en LAF houden in 2011 het statuut van ‘vereniging van migranten’. Twee van hen dienden inmiddels een nieuwe aanvraag tot erkenning in en zijn vanaf 2012 erkend. We maken, omwille van de volwaardige erkenning van deze verenigingen, in onze cijfers niet langer het onderscheid tussen deze en andere verenigingen. - We nemen ook voor het eerst cijfers van de drie nieuwkomers bij de verenigingen op. ADR Vlaanderen, De Vlaamse Volkstuin en Oxfam Wereldwinkels maken sinds 2011 deel uit van de werksoort verenigingen. Zij namen in 2012 voor het eerst deel aan de gegevensregistratie voor Boekstaven. - VOSOG kreeg in 2011 een volwaardig statuut als erkende vereniging. Voordien ontving de vereniging een startsubsidie. VOSOG neemt reeds sinds 2009 deel aan de gegevensregistratie. - Het Vlaamse Kruis ruilde in 2011 het statuut van vereniging voor dat van vormingsinstelling. De organisatie komt dus niet langer voor in de gegevens in dit hoofdstuk. Het deel over de werking van de verenigingen valt uiteen in vier luiken: - In het eerste luik tonen we visueel de belangrijkste inhoudelijke pijlers en doelgroepen van de verenigingen. - In het tweede luik ‘Twee zijden van een dubbeltje’ gaan we dieper in op welke wisselwerking er bestaat tussen verenigingen en lokale informele initiatieven. - In het derde luik omschrijft elke vereniging zichzelf. - Het vierde en laatste luik pakt - inmiddels traditiegetrouw - uit met cijfers over de afdelingen, leden, activiteiten, (bestuurs) vrijwilligers... van de verenigingen.

1.2.1 DE WERKING IN KERNWOORDEN We vroegen aan elke vereniging de werking te omschrijven in een aantal kernwoorden. Concreet peilden we naar de inhoudelijke pijlers in de werking en de doelgroep(en) van de vereniging. We hertaalden de ingezonden woorden naar meer uniforme kernwoorden en brachten ze gewogen in een woordenwolk. (zie blz. 58-59). Zo brengen we in één oogopslag de diversiteit en de klemtonen van de werking van de verenigingen in beeld. Hoe groter het woord, hoe vaker verenigingen het vermelden in hun zelfbeschrijving. Vorming, cultuur, ontmoeting en belangenbehartiging zijn de meest genoemde inhoudelijke pijlers, gevolgd door emancipatie, participatie en gelijke kansen. Ook van de doelgroepen maakten we een woordenwolk (de tweede hierna). Naast logischerwijze volwassenen - die we in de wolk achterwege hebben gelaten - zijn (etnisch-culturele) minderheden, vrouwen, senioren en jongvolwassenen de meest genoemde doelgroepen.

1 LVZ neemt niet deel aan de bevraging van Boekstaven. Voor onze gegevens beroepen we ons dus op 55 verenigingen.

PROFIEL VAN DE SECTOR  57


1. DE WERKING 1.2 de verenigingen

De 41 meest voorkomende inhoudelijke pijlers

vorming integratie

vrijzinnig

buurt

gezondheid

solidariteit gemoedelijk

emancipatie

ontmoeting eco

kritiek

kunst

netwerking

actie Vlaams

informatie avontuur democratie

maatschappij

progressief

sensibilisering integratie

empowerment

internationaal

belangenbehartiging lokaal-actief

pluralisme

kansen participatie gelijke doelgroepgericht lage drempels zorg gezin vrijwilligerswerk

recreatie

onafhankelijkheid

duurzaamheid

cultuur

interculturaliteit diversiteit

58  PROFIEL VAN DE SECTOR

sociaal


1. DE WERKING 1.2 de verenigingen

De 14 meest voorkomende specifieke doelgroepen

personen met een beperking

vrouwen

Vlamingen

gezinnen

mensen die uitsluiting ervaren

jonge gezinnen

ondernemers

minderheden senioren ouders

zorgbehoevende personen vijftigplussers

leden

jongvolwassenen

PROFIEL VAN DE SECTOR  59


1. DE WERKING 1.2 de verenigingen

1.2.2 TWEE ZIJDEN VAN EEN DUBBELTJE De informaliseringstrend en het sociaal-cultureel verenigingsleven Kleinschalige, vaak zeer lokaal en eerder informeel georganiseerde verbanden lijken steeds belangrijker te worden in onze samenleving. Informalisering, zo blijkt uit de literatuur, is een trend. Hoe verhoudt deze trend zich met de stabiele cijferreeksen van de werksoort verenigingen die Boekstaven jaar na jaar laat zien? Met andere woorden, is deze informaliseringstendens herkenbaar voor het sociaal-culturele verenigingsleven? Is er sprake van een scheidingslijn tussen een meer gestructureerd sociaal-cultureel verenigingsleven en een informeel verenigingscircuit of is hier sprake van een voedingsbodem en wederzijdse bevruchting? Deze tekst zoomt in op de relatie tussen het afdelingswerk van de verenigingen en informele verbanden1.

Informalisering als trend Informele groepen zijn kleine groepen mensen die regelmatig samenkomen. De deelnemers streven een bepaald doel na of oefenen een liefhebberij uit. Ze kenmerken zich onder andere door hun kleinschaligheid, persoonlijke contacten en het ontbreken van een formele organisatiestructuur (bijvoorbeeld statuten). Voorbeelden van informele groepen zijn gespreks- en leesclubs, fiets- en kookgroepjes, theatergroepen of actiecomités. Zij zijn vaak gericht op sociale cohesie (samen dingen doen), maar kunnen zich even goed richten op (lokaal) activisme of op persoonlijke ontplooiing. De beschrijving van deze trend gaat vaak samen met beelden van de ‘nieuwe vrijwilliger’ en de ‘shoppende deelnemer’; mensen zijn nog steeds geëngageerd - maar hun inzet is vluchtiger - en zij zouden een beetje lijden aan bindingsangst voor wat dan vaak ‘het traditionele verenigingsleven’ wordt genoemd. Een andere trend is dat mensen zich nog steeds verenigen maar dit liever (en steeds vaker) doen buiten de bestaande verenigingsstructuren om. Deze vorm van verenigingen wordt dan ook weleens als alternatief of tegenhanger van het meer georganiseerde middenveld naar voor geschoven. De informele groepen worden hierbij naar voor geschoven als “eigentijdse bronnen van sociale cohesie”2. Uitgaande van deze gedachtegang deed het Nederlandse Sociaal en Cultureel Planbureau een verkennende studie naar deze informele groepen3. In de conclusie geven de onderzoekers aan dat heel wat burgers vandaag de vaste organisaties van de civil society als beklemmend of te zakelijk of te professioneel ervaren en daarom vaker in kleinere kring nieuwe, informele vormen van associatie ontwikkelen. Maar organisatiemijding blijkt niet het hele antwoord te zijn. De onderzoekers troffen ook informele groepen aan waarvoor deze argumenten niet spelen: “Sterker nog, we zagen informele groepen die helemaal niet het gevolg zijn van informalisering vanuit formele verbanden, maar eerder omgekeerd: een intentionele groepsvorming vanuit minder vanzelfsprekend geworden informele relaties in de sfeer van familie, buurtgenoten en vriendschappen. [...] Daarnaast hebben we verbanden aangetroffen die wel als gevolg van informalisering gezien kunnen worden, maar niet resulteren in een informele groep [...]. Er is geen sprake van op eigen initiatief door burgers gevormde of in stand gehouden groepen, maar meer van informele aanhangsels van gevestigde instituties”. De onderzoekers besluiten: “Kortom, informele groepen zijn niet noodzakelijk het product van informalisering van de civil society en de informalisering van de civil society resulteert niet slechts in informele groepen.” De onderzoekers geven aan in de voormelde studie geen oog te hebben gehad voor wat zich in verband hiermee afspeelt in bestaande organisaties. Daarom leek het de FOV interessant om via de jaarlijkse voortgangsrapporten en een bevraging bij de verenigingen een proeve van verkenning op te zetten.

1 De lokale werkingen en de daarbij horende afdelingsbegeleiding en vrijwilligersbeleid, zijn en blijven de hoofdbekommernissen in het ‘vereniging-zijn’.

Zoals een vereniging het formuleert: “essentieel voor verenigingen is dat mensen niet-professioneel en dus als vrijwilliger samen de vereniging uitbouwen.” Gezien de enorme diversiteit binnen de werksoort verenigingen zijn de in kaart gebrachte praktijken niet normerend, maar duiden zij een zekere beweging in het verenigingsleven. De wijze waarop verenigingen (al dan niet) met deze trends omgaan, is sterk organisatie-gebonden. De beschreven trends in deze tekst raken dan ook niet aan de werking en de kern van het ‘vereniging-zijn’. 2 van den Berg E., van Houwelingen P. en de Hart J (2011). Informele groepen. Verkenningen van eigentijdse bronnen van sociale cohesie, Sociaal en Cultureel Planbureau, Den Haag, http://www.scp.nl 3 Idem 60  PROFIEL VAN DE SECTOR


1. DE WERKING 1.2 de verenigingen

Samen en ‘van ons’ Een eerste vaststelling: informele groepen zijn - aldus de onderzoekers - en anders dan men op het eerste zicht zou vermoeden, duurzaam van aard. Zij bestaan vaak gedurende decennia en hebben wat op het eerste gezicht contradictorisch lijkt, een lichte formele structuur (afspraken, werkverdeling, planning...) die hun (voort)bestaan mogelijk moet maken. Eerder dan vrijblijvendheid staat autonomie voorop, korte (overleg)lijnen en het eigen zeggenschap, stelt het onderzoek. Vertaald naar het sociaal-culturele jargon is dit zeer herkenbaar: ‘eigenaarschap’, het ‘deelnemen en het deelhebben’. Want laat dat nu net één van de essentiële elementen zijn van het sociaal-cultureel verenigingswerk: afdelingswerk en –begeleiding vanuit de landelijke vereniging is en blijft gericht op afdelingen of groepen die autonoom en op basis van vrijwillige inzet werken en zelf hun programma bepalen. Of zoals één vereniging stelt: “De afdelingswerking is en blijft de verantwoordelijkheid van de lokale groepen.”; “Bestuursleden voelen zich verantwoordelijk voor hun afdeling, hun vereniging. Ze zijn er eigenaar van en dragen er de grootste zorg voor.” of met de woorden van wie lokaal actief is: “De mensen van mijn afdeling voelen aan als thuis, ze zijn mijn familie en mijn vrienden, ik ben er altijd welkom en er is warmte. De gezelligheid, de groepsbinding en het contact zijn belangrijk.” Korte communicatielijnen, sterke persoonlijke contacten, een autonome werking, vrijwillige inzet... hebben deze groepen alvast gemeen. Het DNA van het sociaal-cultureel afdelingswerk wijkt alvast in essentie niet af van wat de onderzoekers omschrijven als informele groepen.

... ook in de sociaal-culturele verenigingen Tweede vaststelling: de informaliseringtrend is herkenbaar in de werksoort verenigingen en verenigingen gaan hier vlot mee om. In de schoot van of in de marge van lokale afdelingen ontstaan heel wat nieuwe initiatieven en worden heel wat verschillende werkvormen gebruikt. Dit gebeurt al dan niet in relatie met eerder informele of formele groepen of mensen, spontaan of maar ook soms doelgericht, in een tijdelijk verband of meer op duurzaamheid gericht. Landelijke secretariaten ondersteunen wat aan de basis gebeurt, pikken werkvormen op en proberen uit hoe zij als vereniging het lokale sociale weefsel hechter kunnen maken. Verenigingen gaan ook naast bestaande werkingen en structuren aan de slag. Zij ontdekken nieuwe werkvormen, starten nieuwe groepen op, richten zich in hun aanbod op bestaande informele groepen en gaan na hoe zij niet-leden in de werking kunnen betrekken.

PROFIEL VAN DE SECTOR  61


1. DE WERKING 1.2 de verenigingen

In de schoot of in de marge van lokale afdelingen Brede en vaak ook grote afdelingswerkingen – dikwijls met hónderden leden – bieden een waaier aan werkingsmodellen.

Fietsaanbod voor iedereen

Zij zetten binnen de afdeling in op een gediversifieerde wer-

Zo zetten zij bijvoorbeeld in de schoot van de bestaande wer-

ATB De Natuurvrienden: Ecocyclo

king, via expliciete aandacht in de programmatie, een jonge-

Tijdens een leuke

renwerking op. Dit gebeurt ook voor andere doelgroepen, zoals

dagtocht koppel je de

bijvoorbeeld weduwen, alleenstaanden, gezinnen (met bijvoor-

mooiste plekjes van een

beeld activiteiten met de nadruk op buiten spelen).

regio aan ecovriende-

king, daarin vaak ondersteund door het nationale secretariaat.

lijke bezienswaardigheDaarnaast bestaan binnen afdelingen ook vaak thematische

den en initiatieven rond

werkingen. Deze deelwerkingen hebben vaak één of enkele

duurzame ontwikkeling.

‘trekkers’. In sommige verenigingen wordt expliciet ruimte ge-

Ecocyclo is sportief,

maakt voor deze vrijwilligers met een ‘specifiek engagement’.

ontspannend, leerrijk, milieuvriendelijk en eenvoudig! De

Zo krijgen bijvoorbeeld de vrijwilligers verantwoordelijk voor

routes zijn uitgewerkt volgens het welbekende fietsknoop-

de tuinwerking uit de verschillende afdelingen, toegang tot het

puntennetwerk.

intranet van de vereniging zodat zij kunnen uitwisselen met de

De tochten zijn er voor iedereen, zowel ervaren als minder

‘tuinvrijwilligers’ uit andere afdelingen.

ervaren fietsers. Je kan op individuele basis deelnemen, in groep, met het gezin, met vrienden...

Groepen mensen die elkaar thematisch of in een hobby vinden - maar dit kan evengoed een gezamenlijke (deel)identiteit, taalgroep of bekommernis zijn - binnen bestaande werkingen

kwb: Kubb-tornooi

geven vaak aanleiding tot nieuwe werkingen of zogenaamde spin-offs: een sportwerking of een fietsgroep, een quizgroep,

Pretentieloze pret met de buurt

theatergroepen, crea-ateliers, actiegroepen, projectgroepen, spellenclubs... ook praatgroepen allerhande doen het goed. Dit kunnen groepen (clubs, kernen...) zijn1 met lossere verbanden waar bijvoorbeeld geen lidmaatschap bestaat, maar waar men eventueel per deelname betaalt. Vaak blijft er via een vrijwilliger wel een band met de afdeling en gebeurt de communicatie over de activiteiten veelal vanuit de lokale afdeling. Op die manier behoudt deze groep affiniteit met de afdeling (en de landelijke vereniging). Dit gebeurt bijvoorbeeld door zich op dezelfde doelgroep als de landelijke vereniging te blijven richten zoals bijvoor-

Elke woensdag- en vrijdagavond in de zomervakantie verza-

beeld bij leesclubs voor senioren (“Boekenwurmen”).

melen Stabroekenaars op het grasveld aan de Rodehoevelaan. Jong en oud spelen dan het Zweeds Vikingspel ‘Kubb’. Kubb is

Opmerkelijk is dat deze groepen vaak verbredend werken.

een buitenspel waarbij je met stokken houten blokken van de

Zij richten zich ook spontaan op niet-leden en gaan voor een

tegenspelers moet omvergooien.

sterke lokale inbedding (bijvoorbeeld door het opzetten van

Het initiatief gaat uit van de plaatselijke afdeling van de kwb.

platformen voor en met lokale kunstenaars of kleine collectief-

Over heel het land vinden op initiatief van kwb gekijkaardige

jes, lokaal organiseren van laagdrempelige tornooien van oude

Kubb-spellen en -tornooien plaats.

1 Ontstaan in de schoot of in de marge van bestaande afdelingen, zetten lokale afdelingsbesturen hier op in of laat men dit gewoon lokaal zijn gang gaan.

Ook landelijke verenigingen gaan hier, afhankelijk van hun afdelingsbeleid, wisselend mee om. 62  PROFIEL VAN DE SECTOR


1. DE WERKING 1.2 de verenigingen

volksspelen op het dorpsplein (bijvoorbeeld Kubb-spel). Zij worden vaak gedragen door vrijwilligers die ‘als expert, organisator of netwerker aan de slag willen gaan’. ‘One-issue’-groepen

KVG: boccia en curling voor personen met een handicap

ontwikkelen, op basis van hun expertise niet zelden een aanbod dat wordt opgenomen in het aanbod van de lokale afdeling (soms ook nationaal) of wordt aangeboden aan andere groepen

Van sportnamiddagen naar volwaardige KVG-afdeling

mensen (vriendengroepen, collega-groepen, families, afdelingen van andere verenigingen...). Dit kan gaan over gidsbeurten

KVG Meerhout orga-

(bv. de haven van Zeebrugge, lokaal erfgoed...), deelname aan

niseert elke maand in

een tornooi of een wedstrijd, lokaal actie voeren (rond armoede,

samenwerking met

ecologie, inclusief werken, enzovoort).

partners ontspannende ‘G-sportnamiddagen’.

Gevoed vanuit de basis

Je kan er terecht voor een recreatief partijtje

Afdelingen proberen spontaan gedifferentieerde werkingen uit.

boccia of curling (twee

Zo organiseert bijvoorbeeld een plaatselijke afdeling kookles

soorten van werp-

enkel voor mannen, starten drie afdelingen een beurtrol voor

sporten). De namid-

activiteiten voor 55-plussers, nodigt een afdeling àlle vrouwen

dagen staan open voor

in het dorp uit voor een ‘ladies night’.

iedereen en spelen in op een behoefte aan beweging en

Afdelingsbegeleiders hebben oog voor wat spontaan gebeurt en

sociaal contact bij personen met een handicap. Dankzij het

kijken of en hoe nieuwe initiatieven of werkvormen een plaats

grote succes en de inzet van vrijwilligers is ondertussen de

kunnen krijgen elders in de werking. Dit gebeurt bijvoorbeeld

sportclub “Boccia KVG Meerhout” ontstaan.

door de werking van een volkstuintje, bewerkt door enkele gedetineerden, op te volgen. Waardevolle en toegankelijke initiatieven worden, indien mogelijk, gepromoot in andere

HVV: Zahir-gespreksgroepen

regio’s en afdelingen. Voorbeelden hiervan zijn; de ‘digi-oma’s’ waarbij een vrijwilliger andere oma’s in kleine groepjes de

HVV gevoed vanuit de basis

eerste digitale stappen aanleert, de start van ‘Zahirgroepen’; laagdrempelige praatgroepen over de dingen des levens.

Grassroots op een kweekje Verenigingen starten lokaal voortdurend nieuwe groepen op. Hiermee pikken verenigingen in op een maatschappelijke behoefte. Het succes van de eerder genoemde praatgroepen is hiervan een duidelijk voorbeeld: mensen vinden elkaar in politiekfilosofische overtuigingen of worden via een praatgroep uit hun isolement gehaald (bijvoorbeeld senioren). Ook het succes van

Bij de Zahir-gespreksgroepen komen we in een kleine,

groepjes jonge vrouwen uit dezelfde omgeving die dicht bij huis,

gezellige groep samen om te praten en te leren over

leuke en prijslijke dingen willen doen, wijst op een maatschap-

vriendschap, loyaal zijn, geluk, zingeving, kantelmomenten

pelijke nood. Op dezelfde manier kan het succes van school- en

in het leven... Soms is het kunnen praten over levensvragen

gemeenschapstuinen worden geduid.

belangrijker dan alles volledig proberen te begrijpen. Definitieve antwoorden moet je dan ook niet verwachten. Wel

Verenigingen zijn hier bewust en intentioneel mee bezig. Zo

neem je na iedere bijeenkomst ongetwijfeld iets nieuws,

startten bijvoorbeeld enkele verenigingen samen een ‘bewe-

leuks of dieps mee naar huis. De groepen staan open voor

gingstraject’. Los van (hun) bestaande structuren zoeken zij via

alle geïnteresseerden.

lokaal experiment en methodiekontwikkeling nieuwe doelgroe-

PROFIEL VAN DE SECTOR  63


1. DE WERKING 1.2 de verenigingen

pen, netwerken... Zo sporen zij bijvoorbeeld via een ‘buurtbox’ groepen mensen in buurten aan om iets te organiseren.

Latijns-Amerikaanse Federatie: Spaanse Taallessen

Buurten, steden en kansengroepen (bijvoorbeeld kortgeschoolden, alleenstaande moeders) krijgen in deze context de volle

Grassroots initiatieven promoten

aandacht van verenigingen. Zij maken mensen warm om zich te verenigen en betrokkenheid op elkaar of de leefomgeving te

De Latijns-Amerikaan-

doen ontstaan. Een voorbeeld hiervan is het ‘Pixelteam’. In dit

se Federatie bekijkt

project brengt men mensen in een buurt samen rond bijvoor-

interculturaliteit van de

beeld sociale fotografie. Via een stappenplan komt de groep tot

andere kant en vraagt

een product of toonmoment. Dit kan een expo of een sociale

in een flyer: “Spreek je

wandeling zijn. Zo geven zij de wijk (en haar bewoners!) een

al een mondje Spaans,

gezicht. Deze expo of sociale wandeling wordt opgenomen in

maar sta je toch met

het nationale programma-aanbod. Het zijn de buurtbewoners

je mond vol tanden bij een native speaker? Kom dan naar

(het pixelteam) die dit aanbod lokaal verzorgen.

onze Spaanse conversatieles.” Of hoe etnisch-culturele federaties taalles geven aan Nederlandstaligen.

Springplank naar een groter verhaal De bovenstaande bewegingen vanuit nieuwe initiatieven, lokale werkingen of (bovenlokale) projecten, is geen eenrichtings-

VIVA-SVV: Tweedehandsbeurs kinderartikelen

verkeer. Bestaande groepen vinden de weg naar het sociaalculturele verenigingsleven. Zo sluit bijvoorbeeld een groep oud-Chiro aan als afdeling, wil een groepje jonge joggers onder

Gezellig, sociaal en ecologisch inspelen op behoeften

de paraplu van een lokale afdeling verder lopen... (Lokale) samenwerkingen met bestaande of informele groepen monden eveneens in aansluiting uit. Zo meldt bijvoorbeeld een vereniging dat na een project rond geweld op vrouwen, een sinds ’96 bestaande vzw als lidvereniging aansloot. Enkele verenigingen in volle groei melden het aantal spontane aansluitingen niet te kunnen volgen als zij dezelfde kwaliteitsnorm in hun afdelingsondersteuning willen handhaven. VIVA-SVV Deinze organiseert jaarlijks een tweedehandsNaast het belang van de ondersteuning vanuit de vereniging

beurs voor kinderartikelen. Er heerst altijd een gezellige

geven deze groepen ook aan dat het “gevoel van deel uit te

drukte van jewelste. Vrijwilligers zijn de hele dag in de weer

maken van een groter geheel verstevigend is voor een groep”;

om de organisatie in goede banen te leiden. Aanstaande en

“het gevoel van ‘eenheid in veelheid’ vanuit een ideologisch

jonge ouders, grootouders, onthaalmoeders, leerkrachten,

perspectief” of nog “We bieden als vereniging een ruimere focus

kinderverzorgsters... ze zijn steevast allen kooplustig van

aan en zijn toch lokaal verankerd”. Dit sluit aan bij de ambitie van

de partij.

de verenigingen: “Wij proberen dit wel in een groter verhaal te kaderen, proberen mensen te laten proeven van andere dingen.”

64  PROFIEL VAN DE SECTOR


1. DE WERKING 1.2 de verenigingen

curieus: IMID burgerrevolutie

Pink Devils

Ik moest iets doen

Spontaan initiatief vindt weg naar vereniging

Met IMID zet curieus aan tot actie in de stad. Wil je ook

Wie beweert dat voetbal en homo’s als water en vuur zijn,

een Brussel waar het aangenaam is om te leven? Wil je je

zit volledig verkeerd. Dat bewijzen de Pink Devils uit Me-

stadsfrustraties omzetten in positieve actie? IMID – een

chelen, de enige homovoetbalploeg van België. De groep

samenwerking met onder andere Vormingplus Citizenne -

ontstond in 2000 en sloot later aan bij çavaria.

staat voor “Ik Moest Iets Doen” en helpt je om zelf in actie te schieten. Met eenvoudige en duidelijke handleidingen kun je aan de slag: alleen of met familie, buren, vrienden...

Diverse verenigingen: Soep op de stoep

Want in straten, stoepen en pleinen kun je heel wat dingen zelf doen. Artistieke stadsguerilla!

Samen voor het goede doel

Brusselse verenigingen: Interlitratour Lokaal nieuwe verbindingen maken In Brussel organiseren de vrijwilligers van etnisch-culturele federaties, Vlaamse cultuurfondsen, literaire

In december trekken tal van verenigingen onder impuls van

organisaties en cultu-

Welzijnszorg en Welzijnsschakels de straat op en serveren

rele centra samen het

ze met zijn allen soep op de stoep. Organisaties, vereni-

intercultureel literair

gingen, scholen en bedrijven zetten zich zo in om samen

evenement Interlitra-

armoede uit te sluiten. De opbrengst van hun soepactie

tour. Een intercultureel,

gaat naar één van de vele armoedeprojecten in Vlaanderen

literair parcours - met

en Brussel. Bij de laatste editie waren er 1.600 soepacties.

een even divers publiek - doorheen de Brusselse vijfhoek. Je vindt er Arabische poëzie, Marokkaanse muziek en Hugo Claus in het Albanees naast elkaar.

PROFIEL VAN DE SECTOR  65


1. DE WERKING 1.2 de verenigingen

Lokaal meer vereniging maken Derde vaststelling: verenigingen willen lokaal betekenis hebben

Femma: Brei-guerrilla kleur je gemeente meer vrouw

en geven. Met andere woorden, zij willen lokaal méér vereniging maken. Maatschappelijk effect en inzet zonder sectorale be-

Creatief lokaal engagement

grenzingen zijn hierbij sleutelbegrippen.

Impact staat voorop Verenigingen stimuleren hun afdelingen in netwerking en samenwerking. Zo zetten zij bijvoorbeeld hun vrijwilligers aan om leesgroepen voor een breder publiek te starten in de openbare bibliotheek. Of zij gaan – met wisselend succes - op zoek naar informele groepen om samen te werken, bijvoorbeeld met informele naaigroepjes. Eén vereniging maakt de uitdrukkelijke

Femma wil de Vlaamse steden en gemeenten en Brussel

keuze om in de Brusselse (bovenlokale) werking altijd samen

een tint vrouwelijker maken. Hoe? Met een charmante en

te werken met al dan niet elders aangesloten of gefedereerde

niet te stuiten wildbreiactie. Zo wil onze vereniging ieder-

verenigingen of groepen.

een warm maken om voor vrouwen te stemmen.

Hierdoor realiseren sociaal-culturele verenigingen acties die hen alleen niet zouden lukken maar die belangrijk zijn voor

VFG: Beste burgemeester

de achterban en de doelen van de vereniging. Bijvoorbeeld een aids-preventieproject in de Afrikaanse gemeenschap; een

Impulsen voor engagement

meerdaags cultuurfestival, een lokale maar groots opgezette zwerfvuilactie in samenwerking met andere sociaal-culturele

Maak van jouw stad of

verenigingen, de wijkraad, de school, het gemeentebestuur... De

gemeente een plaats

voorbeelden zijn legio.

waar ook mensen met

Inzet zonder grenzen

een beperking zich thuis voelen! VFG biedt mensen die zich enga-

(Lokaal) activisme

geren in adviesraden, lokale besturen en andere geïnteresseerden informatie en

Deze manier van werken komt sterk tot uiting in (lokaal)

tips voor een aangepast gemeentelijk beleid.

activisme. Via allerlei nationale of lokale samenwerkingen of formats van binnen en buiten de sociaal-culturele sector, zetten afdelingen hun schouders onder initiatieven als Soep op de stoep, Fiets ze, Dag zonder krediet, Dag van de aarde, het armoededictee, Ecodurver, Ademloos in Antwerpen, burgerinitiatieven tegen de Oosterweelverbinding, voor het behoud van het kanalenlandschap in het Brugse ommeland... En ook hierin tonen afdelingen zich lokaal creatief en actief: oudere vrouwen leren jongeren mutsjes breien, de opbrengst is voor het goede doel; vrijwilligers dagen (bekende en onbekende) mensen uit om een week te leven met 50 euro; acht vrouwen bellen - met succes - alle vrouwen in het dorp op die in aanmerking komen voor een mammografie; een afdeling voert actie aan een voor rolstoelgebruikers ontoegankelijke zaal bij de première van de film ‘Hasta La Vista’... In deze acties weten heel wat verenigingen ook niet-leden te betrekken. Verenigingen merken dat (groepen) mensen zich spontaan organiseren om al dan niet in een tijdelijk verband maatschappelijk activerende acties van een vereniging te ondersteunen. Dit gaat dan bijvoorbeeld over briefschrijfacties waarover men zich via de website informeerde.

66  PROFIEL VAN DE SECTOR


1. DE WERKING 1.2 de verenigingen

Solidariteit Neos: OUDstanding Verenigingen zetten hun leden en vrijwilligers aan om zich naast hun engagement in de vereniging ook op nog andere manie-

Talent inzetten voor anderen

ren in te zetten. Met de campagne Zo promoten zij bijvoorbeeld vrijwilligerswerk in lokale initia-

Neos OUDstanding

tieven voor anderstalige kinderen of laaggeletterden, roepen zij

wil Neos ouderen

senioren op hun professionele competenties voor een maat-

aanzetten zich actief

schappelijk doel in te zetten (bijvoorbeeld ‘OUDstanding’) of zij

te (blijven) inzetten

zetten een sociaal-culturele werking rond een gemeenschaps-

voor maatschappelijke

of schooltuin op.

uitdagingen. Neos OUDstanding biedt

Hierbij gaat het vaak om solidariteit, een inclusieve samenle-

ondernemende senio-

ving, leefbare buurten en wijken in dorpen en steden. Zo zetten

ren kansen om hun beroepservaring en -expertise verder

verenigingen vrijwilligerswerk op in zorgcentra, organiseren zij

ten dienste te stellen van de samenleving.

een eigen vervoerdienst voor minder mobiele mensen en zetten

Ondernemende senioren nemen een rol op als consultant

zij in samenwerkingen straffe projecten op. Een voorbeeld hier-

in diverse maatschappelijke sectoren of rond samenle-

van is Belissimo: een project waarbij vrijwilligers op regelmatige

vingsvraagstukken.

basis een telefonische babbel hebben met hoogbejaarden. Ook via vorming (bijvoorbeeld over mantelzorg) willen zij mensen aanzetten tot meer gemeenschap. Heel wat verenigingen doen (heel wat) ‘sociale huisbezoeken’; zo registreerde één vereniging het afgelopen jaar meer dan 1.870.000 huisbezoeken.

Vrijblijvende ondersteuning Verenigingen geven ook een platform en ondersteuning aan niet-georganiseerde groepen mensen die iets willen doen zoals bijvoorbeeld een benefiet organiseren tegen de honger in Somalië. Maar ook meer georganiseerde groepen kunnen vaak rekenen op hun vrijblijvende ondersteuning: een feestcomité logistiek ondersteunen, materiaal uitlenen (bijvoorbeeld fietsherstelmateriaal, een naaimachine...), gebruikersraden ondersteunen bij lokale acties... Of zij stellen het netwerk en de contacten van de landelijke vereniging open voor groepen mensen die nieuwe paden willen bewandelen. Bijvoorbeeld initiatieven rond nieuwe woonvormen voor mensen met een geestelijke gezondheidsnood.

Aanbod voor informele groepen Sociaal-culturele verenigingen kijken verder dan de eigen achterban. Dit blijkt zeer duidelijk uit tal van initiatieven waarbij het lokaal aanbod ook gericht is op bestaande formele of informele groepen (een groep collega’s, vriendengroepen, een groep hobby-fotografen, een fietsgroepje, families, afdelingen van andere verenigingen uit diverse sectoren...): gegidste wandelingen en alternatieve fietstochten; een uitleenbare ‘vriendenbox’, een GPS-box; uitlenen van spel- en sportmateriaal; bezoeken aan kijkboerderijen; een basiscursus fietsherstelling...

Niet-leden laten ‘deelhebben’ Naast een verbreding via het openstellen van het aanbod, zoeken verenigingen naar manieren om (groepen) mensen ook actief te laten participeren. En ook hier zijn de verschijningsvormen even divers als de verenigingen. Niet-leden worden (al dan niet tijdelijk) in het verhaal van de vereniging meegenomen via projectwerking. ‘De Toekomstfabriek’ bijvoorbeeld, wil samen met afdelingen, andere organisaties en geëngageerde burgers vanuit de verbeelding de wereld hertekenen. PROFIEL VAN DE SECTOR  67


1. DE WERKING 1.2 de verenigingen

Opvallend zijn ook de initiatieven waar de actieve inbreng van leden en niet-leden het succes van een project bepalen: mensen geven op de site ‘Avontuurlijk speelgroen’ aan waar lokaal

Welzijnsschakels/Welzijnszorg: Warme babbel - een homeparty over armoede

stukjes speelgroen te vinden zijn; in de aanloop van de herdenking van WO I vraagt een vereniging pacifistisch drukwerk op

Informeel ten top

bij zoveel mogelijk mensen...

Conclusie Er is, zo blijkt uit deze verkennende oefening, niet echt een lijn te trekken tussen het sociaal-cultureel werk en andere vormen van engagement of zich verenigingen. Eerder blijkt een sterke verwevenheid met informele groepen waarbij het sociaal-cultureel afdelingswerk een goede voedingsbodem blijkt te zijn voor dit soort verbanden en/of de juiste faciliteiten aanbiedt om deze

Een gastvrouw of gastheer nodigt vriend(inn)en uit bij

groepen goed te laten functioneren. Bovendien blijkt het soci-

haar/hem thuis voor koffie, gebak en een geëngageerde

aal-cultureel verenigingsverhaal dikwijls wervend te zijn. Niet

babbel. Welzijnszorg zorgt voor een boeiende spreker uit

alleen omwille van de ondersteuning maar ook omwille van het

één van de armoedeprojecten die Welzijnszorg steunt.

grotere verhaal van de vereniging. Daarnaast zijn verenigingen,

Samen gaan ze het gesprek aan over armoede in onze

vanuit een maatschappelijk engagement of het aanvoelen van

samenleving.

een maatschappelijke nood, ook bewust bezig met (informele) groepsvorming. Zonder grenzen veel en nóg meer ‘vereniging maken of zijn’, is daarbij een grote drijfveer.

Gezinsbond: Treemagotchi voor jonge gezinnen

Terugkomend op de conclusies van de onderzoekers van het Sociaal en Cultureel Planbureau, kunnen we besluiten dat

Iedereen heeft deel

sociaal-culturele verenigingen een rol spelen in “een intentionele groepsvorming vanuit minder vanzelfsprekend geworden

Treemagotchi is een

informele relaties in de sfeer van familie, buurtgenoten en

website waarmee je je

vriendschappen.” Daarnaast troffen we in de schoot van of in

levensstijl kan verduur-

de marge van de (afdelings)werking een waaier van informele

zamen. Jonge gezinnen

netwerken en verbanden. Hier kunnen we nog een derde

– lid of geen lid- kunnen

dimensie aan toevoegen. Uit de cijfers van Boekstaven blijkt

een profiel aanmaken

dat de werking van de werksoort sociaal-culturele verenigingen

en eigenaar worden van

stabiel is. Uit deze verkenning blijkt dat de werksoort vereni-

een gepersonaliseerde

gingen ook wervend is voor bestaande (informele) groepen. Het

boom en kabouter. Telkens je via internet een duurzame

concept en het verhaal van de sociaal-culturele verenigingen

actie uitvoert, gaat je virtuele boom bloeien. Waar vind ik

lijkt aan te slaan. Er is een sterke en diverse wisselwerking

een tweedehandsbeurs in mijn buurt? Hoe kan ik toffe slab-

tussen allerlei soorten groepen. Kortom; het sociaal-cultureel

betjes maken uit een oude T-shirt?... Samen met duizenden

verenigingsleven en de informaliseringstrend is als een dub-

andere deelnemers heb je een impact op de échte wereld.

beltje dat op twee zijden landt.

68  PROFIEL VAN DE SECTOR


1. DE WERKING 1.2 de verenigingen

Liberale Vrouwen: ‘Geef eens een stoemp’

KVLV: Avontuurlijk speelgroen gezocht

Lokaal gevoed erfgoed

Gecrowdsourced speelgroen

November 2012: als de bbq’s op stal blijven, de terrasstoelen nat , de zomerfestivals modderig... geven de Liberale Vrouwen het startschot voor hun stoemp-kookwedstrijd ‘Geef eens een stoemp’. De Liberale Vrouwen lanceren een nationale oproep om massaal stoemprecepten in te sturen,

KVLV-afdelingen organiseerden in heel Vlaanderen leuke

uit te wisselen, te becommentariëren en aan te vullen, in

activiteiten voor meer natuurlijk en avontuurlijk speelgroen

het kader van culinair erfgoed.

in het kader van de KVLV-campagne ‘Avontuurlijk speelgroen gezocht’. Waarom? Speelruimte is er misschien wel, maar echte stukjes natuur waar kinderen zelf hun fantasie

Amnesty International: 50 groepen voor 50 cases

kunnen botvieren, worden steeds schaarser.

Lokaal internationaal engagement

Op onze 50ste verjaardag zetten we 50 individuen of groepen in de spotlight. Niemand van hen kan het verjaardagsfeest van Amnesty International meevieren. Sommigen zitten in de cel voor het vreedzaam uiten van hun mening, anderen zitten verstrikt in armoede of hebben hun strijd voor mensenrechten niet overleefd. 50 Amnesty-groepen in heel België namen één van onze cases van mensenrechtenschendingen ter harte en voerden actie in hun gemeente. Ze namen een foto van hun groep met een lege stoel, symbool voor de afwezigheid van ‘hun’ case.

PROFIEL VAN DE SECTOR  69


1. DE WERKING 1.2 de verenigingen

1.2.3 VOORSTELLING VAN DE VERSCHILLENDE VERENIGINGEN B zelfbeschrijving van de vereniging K je kent ons van...

A. Vermeylenfonds Het Vermeylenfonds is een vrijzinnig, socialistisch cultuurfonds, een vereniging van gelijkgezinden met een humanistische kijk op de maatschappij. Wij verwerpen het dogmatische denken en streven B naar een rechtvaardige samenleving, waarin ieder individu zich kan ontplooien. Met onze slogan

‘cultuur kent vele gezichten’ moedigen we de diversiteit aan binnen culturen, opinies en ideeën. Of, zoals de grote staatsman Cicero het formuleerde: ‘Gedachten zijn vrij’. Zeer veel verschillende activiteiten, die zowel door onze plaatselijke afdelingen als op nationaal niveau worden gerealiseerd. Een greep: Talking dinner, een culinaire ontmoeting met een niet-Belgische kok; K

Lupercalia, een heidens liefdesspektakel in het teken van vuur en passie; Au coeur volant, een voorstelling over Ensor en Einstein, kunst en wetenschap, emotie en rede, met het acteerdebuut van Jean Paul Van Bendegem; Interlitratour, een intercultureel en literair parcours doorheen Brussel; symposia en lezingen; quiz en spel; muziek en gesprek; ... kortom, een wereld vol.

ACLI Vlaanderen (deel van federatie Feniks) ACLI-Vlaanderen vzw maakt deel uit van een grote wereldorganisatie met een lange geschiedenis in vorming en begeleiding van mensen (oorspronkelijk vooral Italiaanse gastarbeiders) en kleinere B organisaties. Federatie Wereldvrouwen vzw en ACLI-Vlaanderen hebben sinds enkele jaren de

handen in elkaar geslagen. Onder de naam ‘Feniks vzw’ bouwen zij aan een vernieuwende en verrijkende samenwerking. Misgana, de Ethiopische vereniging, is aangesloten bij Federatie Wereldvrouwen vzw, de Somalische vereniging Samadoon bij ACLI-Vlaanderen vzw. Dankzij de samenwerking is bijvoorbeeld K

volgend initiatief doorgegaan. Vertegenwoordigers van beide verenigingen uit Leuven kwamen op bezoek in Limburg. Na een presentatie over Somalië en Ethiopië stelden beide verenigingen hun werking en gemeenschap voor. Daarna proefden de honderd deelnemers, waaronder Louis Tobback, Ethiopische en Somalische hapjes.

70  PROFIEL VAN DE SECTOR


1. DE WERKING 1.2 de verenigingen

ADR-Vlaanderen ADR-Vlaanderen staat voor ‘Actie Dorpen Roemenië-Vlaanderen’. Het is de koepel van 120 Vlaamse organisaties die werken met een partner in Roemenië. Deze organisaties zijn vooral ontstaan als B

reactie op de schrijnende humanitaire toestanden die aan het licht kwamen na de Roemeense revolutie in 1989. Gemeenten en vrijwilligersorganisaties kwamen in actie om hun ‘adoptiedorp’ te steunen. Onze taak is een kwalitatieve ondersteuning bieden aan de ADR-groepen, zodat hun werking sterker wordt. We evolueerden van ‘hulpkonvooien’ naar structurele projecten op vlak van gezondheid, uitwisseling tussen Vlaamse en Roemeense jongeren, promoten van toerisme naar Roemenië, uitbouwen

K

van een vrouwen- en mannenbeweging... We organiseren info- en benefietevents en culturele initiatieven met Roemeense groepen. Over heel Vlaanderen zijn meer dan 100 groepen actief die geld zoeken om projecten in hun partnerdorp te financieren: van het vernieuwen van een dak van een weeshuis tot het organiseren van een sociaal-medisch centrum.

Amnesty International Amnesty is een wereldwijde, onafhankelijke en onpartijdige organisatie die de naleving van alle B

mensenrechten nastreeft door onderzoek en actie. Onze activisten worden gedreven door verontwaardiging over ernstige mensenrechtenschendingen en door hoop op een wereld waarin alle mensenrechten werkelijkheid zijn voor alle mensen.

K Schrijf-ze-VRIJdag voor jongeren - Eindejaarscampagne

vzw AIF - Multiculturele Federatie van Zelforganisaties AIF is een landelijke socio-culturele vereniging met multiculturele zelforganisaties. Vzw AIF wil vanuit een democratische geest een weerspiegeling zijn van een ideale open en diverse samenleving B

en bijdragen tot het bevorderen van sociale integratie en maatschappelijke participatie. Wij werken hieraan door, vanuit een pluralistisch gedachtegoed, onze afdelingen in Vlaanderen te ondersteunen. Dit gebeurt vanuit de vier functies van het sociaal-cultureel werk met als doel de integratie, emancipatie en het empowerment van etnisch-culturele minderheden te vergroten. Individuen kennen ons meestal via hun vereniging, door onze ondersteuning aan bestuursleden,

K

onze aanwezigheid op activiteiten, vergaderingen, enzovoort. Professionals kennen ons van onze aanwezigheid op overlegmomenten, beleidsvertegenwoordiging door onze bestuursvrijwilligers of medewerkers... Ook organiseren we activiteiten, debatten... die onze missie helpen realiseren.

PROFIEL VAN DE SECTOR  71


1. DE WERKING 1.2 de verenigingen

ATB De Natuurvrienden De Natuurvrienden is dé sociaal-culturele vereniging voor duurzaam toerisme en actieve vrije tijd. B ‘Omhels de wereld’: De Natuurvrienden zijn een onderdeel van een internationale organisatie met

meer dan 500.000 leden en 1.000 natuurvriendenhuizen. Ecocyclo, fietstochten langs duurzame plekjes. In Vlaanderen bestaan al zeven gemarkeerde routes K

en bijbehorende boekjes. Het boek ‘20 X op avontuur in de natuur’ (2012) over actief genieten zonder het milieu te schaden. Als pionier op vlak van zacht toerisme.

çavaria çavaria inspireert, stimuleert en ondersteunt verenigingen en individuen die opkomen voor een B

brede kijk op seksuele oriëntatie, genderexpressie en genderidentiteit. Ze streeft het welzijn na en komt op voor de rechten van homo’s, lesbiennes, bi’s en transgenders in alle aspecten van het dagelijkse leven. Pride Week: elk jaar in mei heeft de holebi- en transgenderbeweging aandacht voor zichtbaarheid van holebi’s en transgenders. In Vlaanderen en Brussel vindt een 40-tal activiteiten plaats, gaande van

K

een tentoonstelling tot een regenbooghappening of solidariteitsacties. Daarnaast vraagt çavaria om aandacht voor en maatregelen tegen homo- en transfoob geweld. Niet alleen door regenboogvlaggen te laten wapperen tijdens de Pride Week of op de International Day Against Homophobia and Transphobia, maar ook door holebi- en transgenderthema’s actief op alle beleidsniveaus op te nemen.

ConTempo ConTempo leert mensen waarvan de partner is overleden om te gaan met hun nieuwe levenssituaB

tie. Zo kunnen ze stilaan verder en komen ze opnieuw tot een volwaardige deelname aan het maatschappelijke leven. ConTempo wil ook een vluchtheuvel zijn waarop mensen kunnen terugvallen. Ze zijn er ten alle tijde welkom, om samen met anderen, zinvol, creatief en opbouwend bezig te zijn. We werken mee aan een actie om het rouwverlof te verlengen. Het overlijden van de partner is een ingrijpende gebeurtenis. Algauw ervaren mensen echter dat onze samenleving weinig tijd en

K

ruimte voorziet om te rouwen. Na het overlijden van de partner heeft men immers recht op drie vrije dagen, op te nemen tussen overlijden en begrafenis. Dat is ruim onvoldoende, zo blijkt uit een enquête. Daarom ijveren we samen met een aantal partners voor een wetsvoorstel dat het rouwverlof verlengt.

curieus B

curieus is een progressieve vereniging die door een andere bril naar cultuur en de samenleving kijkt. We organiseren frisse, originele en gedurfde activiteiten die je goesting geven in cultuur. KLIK - De mobiele internetklas; Volta - Nacht van de Arbeid; tentoonstellingsaanbod (GAL, Anne

K

Frank, Nero); De Jacht op Super 8; Neuzen in... In dit laatste project bekijken afdelingen wat hun dorp of stad zo bijzonder maakt. Het resultaat van die zoektocht verzamelen we telkens in een mooi uitgegeven boekje.

72  PROFIEL VAN DE SECTOR


1. DE WERKING 1.2 de verenigingen

Davidsfonds Het Davidsfonds brengt kwaliteitsvolle cultuurbeleving voor alle inwoners van Vlaanderen via meer dan 10.000 kleine en grote evenementen, gedragen door een netwerk van duizenden bestuursleB den en andere vrijwilligers, beroepskrachten, artiesten, muzikanten, sprekers, reisbegeleiders enz.

Omdat cultuur mensen aanzet om na te denken, een mening te vormen en te toetsen aan die van anderen. De verkoop van boeken (over kunst, cultuur, geschiedenis, kinder- en jeugdboeken); Nacht van de K Geschiedenis; Toast Literair; Junior Journalist-wedstrijd; leeskringen; cultuurreizen; Zomerzoek-

tocht; Vlaanderen zingt Kerst; Groot Nederlands Dictee (vroeger); Vlaanderen Quizt (vroeger).

De Vlaamse Volkstuin - Werk van de Akker De vzw Vlaamse Volkstuin-Werk Van De Akker is een vrijwilligersvereniging die het amateurtuinieren in Vlaanderen organiseert en vormgeeft. De vzw wil duurzaam, aangenaam en milieubewust B

tuinieren bevorderen, het tuinieren als zinvolle en gezonde vrijetijdsbesteding centraal stellen en de aanleg van volkstuinparken stimuleren. Om deze doelen te bereiken organiseert de Vlaamse Volkstuin talloze voordrachten, demonstraties, tentoonstellingen... en informeert en ondersteunt de vzw haar leden via een informatieblad en een overzichtelijke website.

K

Voorlichtingscampagnes bij gemeentes voor het promoten van de aanleg van een volkstuinpark. We hebben meer dan 200 lokale afdelingen verspreid over heel Vlaanderen.

FAAB FAAB ondersteunt haar lidverenigingen en ijvert voor een volwaardige participatie van de Afrikaanse B gemeenschap aan de Belgische samenleving door middel van informatie, empowerment, sensibili-

satie, dialoog en samenwerking. FAAB organiseert mee het jaarlijkse Multicultureel Festival ‘Tussen broers – Entre hermanos – Entre Frères’ in het Jubelpark in Brussel. Het gratis festival nodigt begin september burgers van alle K gemeenschappen in ons land uit om samen te komen in een feestelijke omgeving. Wat is beter dan

muziek, dans, ambachten en heerlijke culinaire hoogstandjes om de vriendschappelijke banden te smeden!

Federatie Mondiale Democratische Organisaties (FMDO) FMDO is een overkoepelende federatie voor mondiale verenigingen. We ondersteunen aangesloten sociaal-culturele verenigingen van etnisch-culturele minderheden zowel inhoudelijk als praktisch. B We bieden kleinere verenigingen kansen om uit te groeien tot zelfstandige, actieve verenigingen.

FMDO bereikt vandaag een divers publiek (naast Marokkaanse, ook Afrikaanse, Nepalese, Indische, Pakistaanse, Afghaanse en Turkse verenigingen). K

Acties zoals Profundo, Gekleurd proeven van cultuur, 2 thuizen 1 gids, Sterke vrouwen! Activiteiten van onze verenigingen.

PROFIEL VAN DE SECTOR  73


1. DE WERKING 1.2 de verenigingen

Federatie Onafhankelijke Senioren (FedOS) Federatie Onafhankelijke Senioren (FedOS) is een sociaal-culturele koepelorganisatie die door haar netwerk een meerwaarde biedt aan alle seniorenverenigingen, ongeacht hun achtergrond en B

werking. FedOS richt zich naar alle senioren in Vlaanderen en Brussel. Het afdelingsnetwerk is zeer divers: van bedrijven- tot vrienden- en thematische lidafdelingen. We brengen senioren niet alleen bij elkaar als ex-collega’s, vrienden of leeftijdsgenoten maar ook op basis van gemeenschappelijke interesses. FedOS promoot seniorenkunstenaars en organiseert tal van tentoonstellingen onder de slogan

K

‘FedOS Kunst +50’, waaronder de jaarlijkse kunsttentoonstelling op de Zenith-beurs. We hebben tevens een samenwerkingsakkoord met Ethias: in alle Vlaamse kantoren hangt er Kunst +50 aan de muren.

Federatie van Marokkaanse Verenigingen (FMV) FMV ontwikkelt een emancipatorische sociaal-culturele werking door burgers met een migratieB verleden te informeren, te sensibiliseren en te verenigen. Zo verbeteren ze hun maatschappelijke

positie en verhogen ze hun participatie aan een open, Vlaamse, pluralistische samenleving. K

Interviews in de media, sociaal-politieke acties, culturele activiteiten en via projecten, projecten zoals het onderwijsproject IQRA en het project opvoedingsondersteuning ‘De Eerste Stappen’.

Federatie van Vooruitstrevende Verenigingen (CDF) CDF vzw is een vooruitstrevende, niet-confessionele koepelorganisatie van organisaties van etnisch-culturele minderheden. CDF biedt een alternatief door mensen met verschillende overB tuigingen en culturen samen te brengen. Samen leggen ze een positief veranderingsproces af,

zodat ze kunnen groeien tot volwaardige, kritische en bewuste burgers, die zich thuis voelen in de Vlaamse samenleving in al haar verscheidenheid.

Federatie van Zelforganisaties in Vlaanderen (FZO-VL) FZO-VL staat voor integratie, emancipatie en participatie van de migrantengemeenschap in Vlaanderen. FZO-VL is multicultureel: de leden komen uit bijna alle hoeken van de wereld. Zo zijn B er Afrikaanse, Turkse, Latijns-Amerikaanse, Maghrebijnse, Arabische, Oost-Europese en Vlaamse

zelforganisaties aangesloten bij FZO-VL. Wij kunnen dus in zekere zin ‘global villagers’ genoemd worden. In september 2012 stelde lidorganisatie Flux de kortfilm ‘Studeren ’s Cool’ voor. Met deze kortfilm mikt de vereniging enerzijds op laatstejaarsstudenten van het secundair onderwijs en hun ouders K en anderzijds op professionals. Flux vzw is al meer dan 10 jaar actief als Gentse studentenver-

eniging, onderschrijft het belang van onderwijs en wil meertaligheid en diversiteit op scholen stimuleren.

74  PROFIEL VAN DE SECTOR


1. DE WERKING 1.2 de verenigingen

Federatie Wereldvrouwen (deel van federatie Feniks) Federatie Wereldvrouwen vzw is een vereniging van en voor plaatselijke verenigingen van alB

lochtone en autochtone vrouwen. We bieden steun aan diegenen die de kar trekken van zo’n vereniging. We geven tips, vorming en ondersteuning. Hierdoor staan de verantwoordelijken en de vrouwenverenigingen sterker in hun schoenen. Federatie Wereldvrouwen vzw zet in op empowerment van haar leden. Om deze leden steeds

K

sterker in de samenleving te positioneren, heeft Federatie Wereldvrouwen vzw netwerkmomenten in het leven geroepen. Tijdens deze momenten worden groepen met een gezamenlijk kenmerk samengebracht om van elkaar te leren. Het initiatief blijkt een enorm succes!

Femma KAV heet nu Femma. Kort en krachtig. Elegant en vrouwelijk. Open voor elke vrouw, dus ook voor B

jou. Femma maakt vriendinnen. Femma beweegt vrouwen. Femma verdedigt hun belangen. Solidair en rechtvaardig. Met actie en zingeving. 72.542 vriendinnen, 807 groepen en elk jaar 13.831 activiteiten. Dat is Femma! Met de actie ‘Goud voor zorg’ komt Femma op voor vrouwen (en mannen) die informele en formele zorg op zich nemen. Om hen een hart onder de riem te steken, mobiliseerde Femma al haar leden

K om te fietsen, zwemmen en wandelen voor 3 concrete actiepunten: een premie voor mantelzorgers;

vijf jaar tijdkrediet voor zorg en 60.000 extra plaatsen in de Vlaamse zorgsector. De mobilisatie was meer dan succesvol. Femma sportte 14 keer de aarde rond voor zorg.

Forum van Vlaamse Vrouwen (FVV) Het FVV is een ontmoetingsplaats voor iedereen die zich Vrouw en Vlaams voelt. Religie, seksuele B

geaardheid, leeftijd of huidkleur spelen geen rol. Je wisselt van gedachten en deelt ervaringen. Vrouwenemancipatie? Ja! Fanatiek feminisme? Neen! Het FVV wil vanuit de band met het Vlaamse verleden, het Vlaanderen in de 21ste eeuw bestuderen. ‘Homo Ludens - Homo Universalis, Retrospectieve Dirk De Keyzer’ werd in 2012 ons 5de Gentse Feesten-project in het mooie kader van het Augustijnenklooster.

K

De beelden van Dirk De Keyzer getuigen stuk voor stuk van een prachtige fijnzinnige humor. Universele gegevens zoals geluk, schoonheid, erotiek en harmonie worden op een unieke manier vervat in zijn beelden. Naar jaarlijkse gewoonte stonden in de brede context heel wat werkwinkels, lezingen, wandelingen en dergelijke op stapel.

PROFIEL VAN DE SECTOR  75


1. DE WERKING 1.2 de verenigingen

Gezinsbond De Gezinsbond is pluralistisch en democratisch samengesteld en zet zich in voor alle gezinnen in Vlaanderen en Brussel. We verdedigen de belangen van de gezinnen, los van religieuze, ideologiB sche of politieke opvattingen en los van de samenstelling van het gezin. Kinderen komen bij ons op

de eerste plaats. We ijveren voor blijvende erkenning en waardering van het gezin als hoeksteen van onze samenleving. Het Reuzenhuis: dit is een vijfjaarlijkse ervaringsgerichte expo rond veiligheid in en om het huis waar volwassenen kijken naar de woonomgeving door de ogen van een kind. In dit huis - dat wordt opgetrokken op vijf Vlaamse locaties - zijn alle voorwerpen drie keer uitvergroot. Het kindperspecK tief, of binnen de Gezinsbond ook wel de kindnorm genoemd, staat dus centraal!

Met dit project richten we ons in de eerste plaats naar jonge ouders, of andere opvoeders. Maar ook scholieren en studenten die een opleiding in de kinderverzorging volgen en onthaalmoeders, behoren zeker tot de doelgroep.

Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging (HVV) HVV staat voor Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging. Wij zijn vrijdenkers en steunen het vrij onderzoek, we geloven niet in dogma’s, vormen onze eigen mening en geloven niet in een God. Wij B

vinden een goed evenwicht tussen zelfbeschikking, vrijheid en gelijkheid belangrijk. En solidariteit tussen mensen maar ook tussen mens en milieu. Wij zijn voor recht op abortus en euthanasie, we geloven in de evolutietheorie van Darwin, de gelijkheid tussen man en vrouw en de scheiding tussen kerk en staat. HVV zet het positieve atheïsme, de scheiding tussen kerk en staat (o.a. kerkuittreding en kerkfinanciering) en de zelfbeschikking (euthanasie, abortus) op de maatschappelijke en politieke kaart. Via

K onze afdelingen bieden wij aan onze leden en ook aan anderen een waaier van sociaal-culturele

activiteiten aan. Via ons magazine Het Vrije Woord diepen we maatschappelijk relevante thema’s uit zodat elke lezer er iets aan heeft.

Internationaal Comité (IC) Internationaal Comité is een landelijke, multiculturele federatie van allochtone zelforganisaties. De B federatie ondersteunt en begeleidt aangesloten sociaal-culturele verenigingen in hun dagelijkse

werking. Daarnaast behartigt ze de belangen van de diverse allochtone gemeenschappen. Onze ruim 250 actieve verenigingen en onze honderden geëngageerde vrijwilligers in lokale en provinciale adviesraden, onze onderwijsprojecten die ouders ondersteunen en van onze projectmeK

dewerkers die mensen aan (degelijk) werk helpen, ons streven om politiek, cultuur, woonmarkt en jobs toegankelijker te maken voor etnisch-culturele minderheden, onze strijd tegen het verbod op religieuze symbolen, van onze bijna honderd samenwerkingsinitiatieven, van onze zoektocht naar verankering en versterking van etnisch –culturele minderheden in onze samenleving.

76  PROFIEL VAN DE SECTOR


1. DE WERKING 1.2 de verenigingen

KVG-Vorming KVG-Vorming is een vereniging voor alle personen met een handicap en hun omgeving, die B

gedragen wordt door vrijwilligers en beroepskrachten met en zonder handicap. Samen met alle afdelingen bouwt ze aan een toegankelijke samenleving waarbinnen personen met een handicap een plaats hebben en inclusie een feit is. Onze baseline is: ‘Open kijk op handicap’. Jaarlijks organiseert KVG-Vorming een prikdag. Dit is een gezamenlijke actie met de plaatselijke

K

afdelingen waarbij we de maatschappij willen prikkelen met betrekking tot het thema handicap. In 2011 draaide de actie rond voorbehouden parkeerplaatsen voor personen met een handicap. De slogan was: ‘Laat je niet verleiden’.

KVLV - Vrouwen met vaart KVLV verenigt vrouwen op het platteland. Zo’n 104.000 leden maken van KVLV de grootste vrouwenorganisatie in Vlaanderen. Ongeveer 9.000 van hen zijn actieve boerinnen en tuiniersters. B Duizenden bestuursvrijwilligers organiseren in bijna 1.000 plaatselijke groepen jaarlijks meer dan

50.000 activiteiten! KVLV brengt vrouwen samen om zich te ontspannen, de plaatselijke samenleving mee vorm te geven, samen te sporten, te koken, creatief te zijn en van cultuur te genieten. Wie kent er niet ‘Ons Kookboek’, dat in zowat alle Vlaamse keukens op de plank staat?! In bijna ieder dorp maakt KVLV inherent deel uit van het plaatselijke sociaal-culturele leven. KVLV kan verrassend uit K de hoek komen, met acties als ‘Hang het uit’ (omtrent energiebesparing) of ‘Avontuurlijk speelgroen

gezocht’. Boerinnen en tuiniersters krijgen specifieke aandacht in de Agrawerking. Zij werken intensief omtrent de positie en het sociaal statuut van de meewerkende partner op het bedrijf.

KWB ‘kwb eensgezind - een bruisende buurt begint hier’: niet enkel in onze standpunten maken we B dat duidelijk. Eén- of tweeoudergezinnen, alleenstaanden, jonge kinderen en jongvolwassenen,

iedereen is welkom! kwb is vooral gekend om haar 13.000 sociaal-culturele activiteiten ter plaatse. We zijn ook gekend om onze goedkope rijbewijsopleidingen, nu geëvolueerd naar opleidingen voor de vrije begeleiders. K

Of we zijn gekend voor de talloze recreatieve sportactiviteiten. En we worden stellig (h)erkend als er plaatselijk een inhoudelijk maatschappelijk debat wordt georganiseerd: armoede, duurzaamheid, gezondheidszorg, tewerkstelling zijn maar enkele thema’s. Zo organiseren we bijvoorbeeld het Groot Armoededictee.

PROFIEL VAN DE SECTOR  77


1. DE WERKING 1.2 de verenigingen

Landelijke Gilden Landelijke Gilden is een vereniging voor iedereen met een hart voor het platteland. We hebben afdelingen in heel wat dorpen. Vrijwilligers organiseren ontspannende en interessante activiteiten B voor leden, dorpsbewoners en hun gezin. We werken vanuit een open christelijke visie op mens en

maatschappij. Onze 70.000 leden hechten veel belang aan de leefbaarheid van het platteland en de land- en tuinbouw. Landelijke Gilden laat jong en oud proeven van het Vlaamse platteland. Vaak kan je ons op het dorpsplein of het erf van een boerderij vinden. Dit zijn goede vertrekpunten voor een verkenning K

van het platteland. Tot de bekendste activiteiten behoren onze regionale fietstochten, Dag van de Landbouw, Open Tuinen en de Schooltuin. Reken daar nog tal van lichtjestochten, smultochten, hoevefeesten, oogstfeesten... bij, en je krijgt een goed beeld van wat onze afdelingen allemaal voor elkaar krijgen.

Latijns-Amerikaanse Federatie (LAF) De Latijns-Amerikaanse Federatie (LAF) bevordert de inclusie van de Latijns-Amerikaanse gemeenB

schap in Vlaanderen. Samen participeren we aan de Vlaamse gemeenschap, met al haar rechten en plichten. We verrijken de diversiteit in Vlaanderen met de waarden van de Latijns-Amerikaanse cultuur en haar oorspronkelijke volkeren. De vereniging van Boliviaanse migranten Sartañani organiseerde begin 2012 een carnavalstoet in

K

Brussel naar analogie van het populaire Boliviaanse werelderfgoed ‘Carnaval de Oruro’. Manneken Pis werd in een traditioneel kostuum gekleed. Deze activiteit zorgde voor culturele uitwisseling en ontmoeting tussen de Belgische en Latijn-Amerikaanse gemeenschap.

Liberale Beweging voor Volksontwikkeling (LBV) LBV is een landelijke sociaal-culturele vereniging van en voor 50-plussers en met aandacht voor B

kansengroepen. We werken vanuit een humaan-liberale visie op mens en samenleving. Daarbij staan basisdemocratie, keuzevrijheid, vrije en kritische meningsuiting centraal. Vrijwilligers en beroepskrachten zetten zich in om leden te verenigen rond cultuur, vorming en ontmoeting. Met het jaarthema ‘Ik maak de klik’ wil de LBV haar leden betrekken bij actuele maatschappelijke trends, die tevens een link hebben met de persoonlijke levenssfeer. Het thema speelt in op

K

behoeften én benut de mogelijkheden van onze leden. We willen leden aanzetten zelfbewuste, actieve en zelfstandige burgers te zijn. Dit door samen ‘de klik’ te maken. Het jaarthema bundelt initiatieven over de thema’s vergrijzing, digitale vaardigheden, gezondheid, beleidsinspraak en diversiteit.

78  PROFIEL VAN DE SECTOR


1. DE WERKING 1.2 de verenigingen

Liberale Vrouwen Als vrouwenvereniging ijvert Liberale Vrouwen voor de emancipatie van de vrouw, vanuit een libeB

raal perspectief, als persoon en als groep, door samenwerking en concrete sociaal-culturele actie. Daarbij verdedigen we een humanistisch-liberale maatschappijvisie: een samenleving gefundeerd op vrijheid en gelijkheid voor iedereen. De tentoonstelling ‘Help U Zelve’ over sociaal liberalisme dat aan de oorsprong van onze vereniging ligt, verder ook ‘Interculturele vrouwenplatformen’, ‘Vrouwen in kleur’ en de film ‘My big fat Belgian

K

wedding’, portretten van oudere vrouwen ‘Lady Blue’, sociale acties voor alleenstaande en arme vrouwen ‘De Blauwe Wiegjes’; De jaarlijkse Week van de Vrije Smaak die alle afdelingen onderling verbindt; Activiteiten rond ethische thema’s (Genetische Testen, Het Maakbare Brein) die in een steeds meer complexe samenleving een vrouwelijke invalshoek vragen.

Linx+ Linx+ is de ABVV-partner in vrije tijd. We zijn een vereniging die voornamelijk ABVV-leden in hun B

vrije tijd bereikt met een waaier aan activiteiten. Linx+ onderscheidt zich hierbij van andere verenigingen omdat we ruim aandacht besteden aan vakbondsthema’s. Deze worden op een aangename en toegankelijke manier gebracht. Linx+ is dé cultuurorganisatie bij uitstek om bij aan te kloppen voor een uniek aanbod van culturele

K

activiteiten. Of u nu geïnteresseerd bent in een citytrip naar Berlijn waar de rode geschiedenis wordt ontdekt of in kortingen op activiteiten en evenementen die nét dat beetje extra bieden, of juist warm loopt voor expo’s en boeken, Linx+ heeft het allemaal in huis.

markant - netwerk van ondernemende vrouwen Markant is een netwerk van ondernemende vrouwen die in alle openheid ontmoeting, persoonlijke ontplooiing en zorg voor de samenleving nastreven. Het netwerk is georganiseerd in drie subnetB

werken: het vrijetijdsnetwerk markant, dat de persoonlijke ontplooiing in de privésfeer nastreeft, en de twee professionele netwerken mabizz (ondernemersnetwerk voor vrouwen) en artemis (carrièrenetwerk). Het netwerk markant is actief in lokale kernen en bovenlokaal in interesse-, doel- en leeftijdsgroepen. Het initiatief ‘Vliegende ondernemers’ en daaraan gekoppeld ‘Vliegende onthaalouders’. De uitreiking van de jaarlijkse prijs voor de vrouwelijke zelfstandige ondernemer van het jaar: de

K Womed Award.

Het netwerk met 3 subnetwerken, die inspelen op de behoefte van de leden: vrijetijdsnetwerk (markant), carrièrenetwerk (artemis), ondernemersnetwerk voor vrouwen (mabizz).

PROFIEL VAN DE SECTOR  79


1. DE WERKING 1.2 de verenigingen

Masereelfonds Het Masereelfonds is een onafhankelijke en linkse organisatie die kritisch en alert het maatschapB pelijke en culturele leven volgt en bevraagt. Het verzamelt en biedt een forum aan een bont gezel-

schap progressieve mensen. 7 miljard, een tournee over de demografische uitdaging; Nieuw Vlaams Talent, een databank vol K talentvolle leden van de zogenaamde etnisch-culturele gemeenschappen; ‘De economie van geluk’

– een tournee over een mens- en natuurvriendelijker economisch model.

Neos, netwerk van ondernemende senioren Neos is een sociaal-culturele vereniging die senioren samenbrengt om de vrijgekomen tijd op een maatschappelijk zinvolle manier in te vullen. Neos ondersteunt de persoonlijke en maatschappelijke B

emancipatie, opdat ouderen op een zelfstandige manier een (vol)waardige plaats innemen in de samenleving. Gemeenschapsvorming, kunst- en cultuurparticipatie, vorming en informatie zijn centrale begrippen om dit actief en democratisch burgerschap verder te ontwikkelen. De campagne ‘Ondernemende senioren maken het verschil’. Heel wat net gepensioneerden kijken ernaar uit hun vrijgekomen tijd zinvol te besteden. Neos helpt hen daarbij op weg door mensen en

K

organisaties samen te brengen, interessante initiatieven in de kijker te zetten en een platform aan te bieden voor de rekrutering van vrijwilligers. Op die manier zorgt Neos ervoor dat de ervaring en expertise van ondernemende senioren voor een brede waaier aan maatschappelijk relevante projecten kan ingezet worden.

Okra, Trefpunt 55+ OKRA vzw is een dynamische sociaal-culturele vereniging van, voor en door 55-plussers. OKRA telt 1.159 trefpunten en is de grootste en invloedrijkste ouderenvereniging in Vlaanderen. De trefpunten B bieden een divers sociaal-cultureel aanbod rond sociaal contact, vorming, cultuur, informatie, rei-

zen, sport, zorg en zingeving. Daarnaast behartigt OKRA de belangen van de ouderen en realiseert de emancipatie en beleidsparticipatie van een groeiende groep in de samenleving. OKRA realiseert het centraal thema ‘55-plussers en mobiliteit’. In dat verband werden er onder meer 150 verkeersopfriscursussen ingericht waarbij 10.000 senioren een diploma haalden. K Op 13 september 2011 kwam OKRA in het nieuws met een ludieke en luidruchtige actie te Brussel waar

OKRA-leden op oude kookpotten sloegen om de minister van pensioenen te overtuigen de wettelijke pensioenen welvaartsvast te maken.

80  PROFIEL VAN DE SECTOR


1. DE WERKING 1.2 de verenigingen

Oxfam-Wereldwinkels vzw Oxfam-Wereldwinkels vzw is een democratische vrijwilligersbeweging die opkomt voor ieders recht op een menswaardig leven. Via campagnes, acties en educatief materiaal sensibiliseert ze B het publiek rond onrechtvaardige wereldhandel. Ze lobbyt bij overheden en bedrijven om iets aan

die onrechtvaardigheid te doen en met de verkoop van producten van eerlijke handel in haar 232 wereldwinkels biedt ze consumenten een concreet alternatief. Campagne ‘kindslavernij lust ik niet’. Sinds april 2010 voert Oxfam-Wereldwinkels actie tegen kindslavernij in de cacaoteelt in West-Afrika. Zo was er onze petitie waarin we 58.771 handtekeningen K verzamelden, gekoppeld aan informatie, vormingen en proeverijen over chocolade en haar herkomst. De

petitie was de aanleiding voor een hoorzitting in het Vlaams Parlement. De thematiek kwam ook op de Europese politieke agenda en er werd een resolutie goedgekeurd die kinderarbeid zwaar veroordeelt.

Pasar Pasar is de sociaal-culturele vereniging voor ‘recreatie dichtbij’ die steunt op de drie pijlers: cultuur, natuur en avontuur. Via dit aanbod moedigen we zoveel mogelijk mensen aan om de vrije tijd die B

ze spenderen aan recreatie, toerisme en vakantie op een waardevolle manier in te vullen. En dit in het bijzonder aan recreatiemogelijkheden dichtbij. Waardevolle recreatie onderscheidt zich door van iedere activiteit een sociale en duurzame activiteit te maken, die de gezondheid bevordert, welzijn creëert en geregeld emancipatorisch werkt en tot actie leidt.

K

Recreatie Dichtbij, boomplant-actie, wandelen en fietsen, kamperen, sociaal toerisme, Pasar magazine.

Platform van Afrikaanse Gemeenschappen Wij zijn er om de belangen te behartigen van de Afrikaanse gemeenschap; de ontwikkeling van het B

Afrikaanse verenigingsleven te stimuleren; contact te faciliteren tussen het Afrikaanse verenigingsleven en hun omgeving; ervoor te zorgen dat de Afrikaanse gemeenschap een volwaardige plaats krijgt in de maatschappij. De witte mars naar aanleiding van de racistische moorden in Antwerpen. Op ons initiatief werd een grootschalige betoging opgezet met de andere etnisch-culturele federaties in Antwerpen; Congo in

K Vlaanderen, een groot festival georganiseerd om vrede in Congo te promoten; Cinemaf, het eerste

Afrikaans filmfestival in Antwerpen. We vertoonden 35 films en organiseerden een 10-tal debatten over Noord-Zuid of sociale thema’s.

PROFIEL VAN DE SECTOR  81


1. DE WERKING 1.2 de verenigingen

Rodenbachfonds Het Rodenbachfonds bouwt als Vlaams en sociaal cultuurfonds vanuit een kritisch zelfbewustzijn mee aan een verdraagzaam en vrij Vlaanderen. Het streeft samen met andere volkeren en regio’s B

in Europa naar sociale rechtvaardigheid en naar meer autonomie. De vereniging schept kansen op sociale en culturele ontplooiing en vergroot de actieve participatie eraan. Het Rodenbachfonds is samen met zijn vrijwilligers en deelnemers actief in de Vlaamse beweging en geeft uiting aan het Vlaams-nationalisme. De ‘Ondeugend Lekkere Installatie’ wekt alle zintuigen tot leven! De installatie is gebaseerd op het boek ‘Ondeugend lekker!’ Het Rodenbachfonds vroeg enkele creatieve Vlamingen naar hun ‘ondeu-

K gend culinair verhaal’. Een persoonlijk voorval waarbij ze voedsel of drank gebruikt (of misbruikt)

hadden voor iets anders dan gewoon maar om de maag te vullen. De ruik- en voelkasten, inclusief de kortfilm, worden gratis uitgeleend aan aangesloten afdelingen, cultuurcentra en de bibliotheken.

S-Plus S-Plus is een wervelende en dynamische ouderenvereniging die ernaar streeft om vooruit te gaan, vooruit te denken en nieuwe generaties senioren aan te spreken. Hierbij vergeten we onze roots niet. B S-Plus is een socialistische organisatie met solidariteit als drijfveer. De rijke levenservaring van haar

leden is de bouwsteen van de vereniging. Senioren samen in de weer, voor zichzelf en voor elkaar, daar gaan we voor. Met het Jukeboxproject brengt S-Plus muziek in de rusthuizen. De bewoners stellen een top 20 K

samen die tijdens een namiddag wordt afgespeeld. Iedereen krijgt een liedjesboek met de teksten van de liedjes uit de top 20 en er kan gezongen en gedanst worden. Het project was zo een groot succes dat het in 2012 wordt verdergezet.

Similes Similes, familievereniging geestelijke gezondheid. B

‘Van onmacht naar kracht’. Similes bouwt mee aan een nieuwe visie op geestelijke gezondheidszorg en samenleving. We ijveren voor meer inspraak en participatie in het beleid, met het oog op een betere kwaliteit van samenleven. Similes organiseert ‘Op krachten komen’, een landelijke ontmoetingsdag voor partners en ex-part-

K ners van personen met psychische problemen. Deze bijeenkomst nodigt (ex)partners en koppels uit

om krachtbronnen te ontdekken, tijd te maken en mentale rust te zoeken.

82  PROFIEL VAN DE SECTOR


1. DE WERKING 1.2 de verenigingen

Turkse Unie van België De Turkse Unie van België wil de maatschappelijke weerbaarheid van de Turkse verenigingen en hun leden vergroten. Met het oog op de bevordering van de integratie in België wil de organisatie B mogelijkheden creëren zodat haar achterban gelijke kansen kan verwerven en kan participeren aan

de verschillende geledingen van de maatschappij. We willen de activiteitsgraad van de achterban verhogen en de zelfstandigheid van de lidverenigingen versterken. De Turkse Unie drukt al jaren haar stempel met grote activiteiten over heel Vlaanderen, zoals het Jongerenfestival, 8 Maart Wereldvrouwendag, de uitreiking van de Integratieprijs, de Turkse K

Week, de Literatuurdag, het Sport- en Cultuurfestival... In Limburg zijn we een partner van de VDAB om ‘etnisch-culturele werkzoekenden’ te activeren en aan het werk te helpen. We zijn lid en medeoprichter van het Minderhedenforum. Als vertegenwoordiger en belangenbehartiger van onze achterban zetelen we in heel wat overlegorganen op alle niveaus in Vlaanderen.

Unie van Turkse Verenigingen (UTV) De Unie van Turkse Verenigingen levert een actieve bijdrage aan de opbouw van een harmonieuze B

samenleving. De werking steunt op emancipatie, participatie en integratie van de Turkse gemeenschap in de Belgische maatschappij. De Unie richt zich op de verdediging van mensenrechten en neemt het op tegen racisme en discriminatie. De Unie van Turkse Verenigingen organiseert jaarlijks het ‘Internationale kinderfeest’ in april. Eenmaal in het jaar worden de kinderen in de watten gelegd.

K

Jaarlijks organiseert het UTV ook de ‘Beraber-prijsuitreiking’ in samenwerking met het Willemsfonds. De bedoeling is om allochtone jongeren te motiveren voor hoger onderwijs. Culturk is een jaarlijks tweedaags cultuurfestival, bedoeld om de Turkse cultuur beter bekend te maken.

UNIZO-Vorming De vereniging heeft lokale werkingen in 270 gemeenten en steunt op de inzet van 2.800 zelfstandige ondernemers die zich engageren voor een bestuurstaak. UNIZO-VORMING heeft tot doel zelfstandige ondernemers te verenigen om te ijveren voor een levendige lokale economie in een B kwaliteitsvolle, leefbare gemeente, om hen vormingsmogelijkheden te bieden en ontmoetingskan-

sen en maatschappelijke participatie te bevorderen. Ons sociaal-cultureel vormingswerk gaat voornamelijk uit van de beroepsbeleving, de ondernemingscultuur en de maatschappelijk-economische situatie van onze leden. Acties voor duurzame mobiliteit en leefbaarheid van de gemeentekernen. K

Beleidsbeïnvloeding op gemeentelijk niveau inzake lokaal economiebeleid en uitstraling van de gemeenten. Acties zoals Met Belgerinkel naar de Winkel, de Dag van de klant, Solidariteitscampagnes met het Zuiden in samenwerking met TRIAS-ngo.

PROFIEL VAN DE SECTOR  83


1. DE WERKING 1.2 de verenigingen

Verbond VOS, Vlaamse Vredesvereniging VOS wil in Vlaanderen bijdragen aan de bewustwording rond ontwikkelingen die zowel de ‘grote’ B

als de ‘kleine’ vrede bedreigen. VOS zoekt vernieuwende manieren om de vredescultuur in een snel veranderende Vlaamse samenleving te versterken. Om zijn doelen te bereiken werkt VOS informatief, sensibiliserend en mobiliserend via verschillende kanalen. VOS kent enkele interessante projecten zoals de Vredesfietseling (een driedaagse fietstocht door

K Vlaanderen), de Vredespoëzie-prijs voor jongeren en de IJzerbedevaart in Diksmuide (VOS is een

van de steunpilaren van deze organisatie).

Vereniging Personen met een Handicap (VFG) VFG is een vrijwilligersorganisatie en is een partner van de Socialistische Mutualiteiten. Iedereen kan lid worden ongeacht de ideologische overtuiging. Wij streven naar volwaardig burgerschap voor B personen met een beperking. We bieden informatie en vorming aan, belangenbehartiging, vrijetijds-

activiteiten, reizen, een ruim aanbod aan toegankelijke activiteiten op maat van onze doelgroep. De organisatie wordt gedragen door vrijwilligers en plaatselijke afdelingen. Met de website www.besteburgemeester.be wil VFG leden van adviesraden, lokale besturen en geïnteresseerden informeren over een inclusief gemeentelijk beleid voor mensen met een beperK king, en hen ondersteunen in het streven naar volwaardig burgerschap. De informatie en tips op

deze website helpen om van elke stad of gemeente een plaats te maken waar ook mensen met een beperking zich thuis voelen.

Vereniging voor Ecologisch Leven en Tuinieren (Velt) Onze baseline is ‘Word eco-actief’. Velt zet mensen aan tot een ecologische levensstijl in hun keuken en tuin, door middel van campagnes, publicaties, workshops en... door het voorbeeld van B de ruim 14.000 leden, echte eco-doeners. Als thematische vereniging met focus op ecologisch

consumeren, is Velt niet enkel actief in de sociaal-culturele sector, maar ook betrokken bij de milieubeweging en de biologische landbouw- en voedingssector. Velt is bekend van de Ecotuindagen in het eerste weekend van juni, en van de Ecodurvercampagne. Daarvoor poseerden zes Velt-leden met hun favoriete attributen: zelfgebakken brood, groenten in K

potten, enz. In de media komt Velt geregeld aan bod als het gaat over seizoensgroenten en -fruit, het verminderen van voedselverspilling, het terugdringen van pesticidengebruik en het plezier en de knepen van het ecologisch tuinieren en koken. In 2010 kreeg Velt de Prijs voor het Vrijwilligerswerk.

84  PROFIEL VAN DE SECTOR


1. DE WERKING 1.2 de verenigingen

Vereniging voor Ontwikkeling en Emancipatie van Moslims (VOEM) VOEM creëert een helder en genuanceerd beeld van moslims in ons land. VOEM gidst niet-moslims doorheen het islamitische erfgoed en moslims doorheen het Vlaamse en Europese erfgoed en de B huidige maatschappelijke context. We bieden ondersteuning bij de ontwikkeling van een Vlaams-

islamitische identiteit. Op deze manier probeert VOEM vooroordelen te voorkomen en te pleiten voor een verdraagzame en pluralistische samenleving. VOEM vzw organiseert de jaarlijkse uitreiking van een heuse Emancipatieprijs. Deze prijs wordt overhandigd aan twee mensen of organisaties die zich verdienstelijk hebben gemaakt om allochtonen en autochtonen dichter bij elkaar te brengen en voor hen op te komen. K Het initiatief speelt een belangrijke rol in het emancipatiestreven van allochtone bevolkingsgroe-

pen, in de toenadering tussen verschillende levensbeschouwingen, de onderlinge solidariteit en de democratie. De winnaars krijgen steevast een kunstwerk van een allochtone kunstenaar die in Vlaanderen leeft en werkt.

VIVA-SVV Op een eigentijdse en laagdrempelige manier brengt VIVA-SVV vrouwen lokaal samen rond thema’s B

als gezondheid, gezin en gelijke kansen. Met actuele campagnes kaarten we drempels aan die vrouwen nog steeds ervaren. Maar ook voor de vrije tijd heeft VIVA-SVV een prikkelend activiteitenaanbod in petto. Zo willen we dat iedere vrouw zich goed in haar vel kan voelen.

K Antigeweldcampagnes (partnergeweld), gezondheidscampagnes (rug, diabetes...).

Vlaamse actieve senioren Een Vlaamse, pluralistische vrijwilligersorganisatie zonder structurele binding met politieke partijen, noch met godsdienstige of filosofische verenigingen. Wat alle leden bindt, is het Vlaamse bewustB

zijn. Hoofddoelen: de samenhorigheid tussen 50-plussers in Vlaanderen bevorderen, meewerken aan hun ontplooiing en hun belangen behartigen. Om de toenemende vereenzaming in de huidige maatschappij tegen te gaan, motiveren en stimuleren we onze leden om engagementen aan te gaan in de samenleving. Activiteiten die nét iets anders zijn: aandacht voor mensen in armoede (project Kom mor binne) waaruit een vereniging groeide waar armen het woord nemen; het project ‘Breien, breier, breistér’

K te Diest waarbij getracht wordt het contact en de band tussen ouderen en jongeren te verstevigen

door samen te breien en te handwerken. Ondertussen wordt ook gebreid voor het ‘goede doel’: projecten in Senegal, Kenia, Roemenië worden gesteund.

PROFIEL VAN DE SECTOR  85


1. DE WERKING 1.2 de verenigingen

Vlaamse Volksbeweging (VVB) De VVB streeft naar de maatschappelijke, culturele en politieke ontvoogding van Vlaanderen tot een onafhankelijke staat in Europa en speelt daarbij een (proactieve) voortrekkersrol bij het behartiB gen van de Vlaamse belangen. Als niet-partijpolitieke, pluralistische vereniging wil ze daarom via

sociaal-culturele weg de brede publieke opinie bij dat streven betrekken en aanzetten tot actieve inzet in het democratische besluitvormingsproces. De weg naar Vlaamse onafhankelijkheid, de strijd voor een rechtvaardige splitsing van BHV, de leeuwenvlaggen en vlaggetjes op de Ronde van Vlaanderen, de bevlagging van grote sportmanifestaties K door de Flandriens, de politieke tribunes en optredens in diverse media van onze politiek secretaris

Peter De Roover, het vrijmoedige politiek maandblad Doorbraak, ons Europees samenwerkingsverband voor onafhankelijkheid EPI.

VOSOG VOSOG vzw (Vlaamse Oud-Scouts en Oud-Gidsen), Scouting voor volwassenen, is een vereniging die de gemeenschappelijke, culturele en sociale belangen van zijn autonome lokale kernen in de B

Vlaamse Gemeenschap en het Brussels hoofdstedelijk gebied behartigt en zich tot doel stelt om: de kwaliteit en de geest van Scouting (voor volwassenen) te bewaken en te bevorderen; te zorgen voor onderlinge stimulering en kennisoverdracht; voor doorstroming van informatie; voor vorming en begeleiding.

K

VOSOG is een open vereniging. Iedereen die de doelstellingen van de vereniging ondersteunt, kan lid worden.

vtbKultuur vtbKultuur? Dat zijn

1.000 vrijwilligers

300.000 leden

2.700 activiteiten per jaar

B

120.000 deelnemers aan onze activiteiten 146 lokale afdelingen

Jaarlijks organiseren we een aantal grote cultuurevenementen. Dat doen we samen met al onze vrijwilligers in de 146 lokale afdelingen! Onze droom? Cultuur in al zijn vormen voor iedereen toegankelijk maken. K

Onze jaarlijkse KnipoogDag, die telkens in een andere stad wordt georganiseerd. Brussel, Antwerpen en Hasselt kwamen al aan bod. In 2013 is Gent aan de beurt.

86  PROFIEL VAN DE SECTOR


1. DE WERKING 1.2 de verenigingen

Welzijnsschakels Vrijwilligers in Welzijnsschakels bieden in eigen omgeving kansen aan mensen die uitsluiting ervaren door armoede, afkomst... Dat begint met elkaar te ontmoeten tijdens persoonlijke contacten, tijdens B groepsactiviteiten, door het organiseren van praktische ondersteuning, door samen te gaan praten

met OCMW’s, scholen, ziekenfondsen, huisdokters... en door samen actie te voeren voor een goede toegang tot kwaliteitsvolle huisvesting, gezondheidszorg, onderwijs, arbeid en vrijetijdsbesteding. Welzijnsschakels organiseert in samenwerking met de Gezinsbond, De Link vzw en Jongerenwelzijn K oudergespreksgroepen. We doen een beroep op de kracht van ouders in de strijd tegen kinderar-

moede.

Willemsfonds Het Willemsfonds is de oudste Vlaamse sociaal-culturele vereniging. Vanuit haar liberaal-vrijzinnige wereldvisie stimuleert de vereniging de persoonlijke groei van individuen en werkt het mee aan de B uitbouw van een democratische, interculturele samenleving van lokaal tot regionaal niveau. We heb-

ben in de realisatie van gelijke kansen in Vlaanderen een concrete rol te vervullen. Het Willemsfonds betrekt zoveel mogelijk mensen in Vlaanderen actief bij cultuur in de ruimste zin van het woord. K Het Betere Boek, het literair festival dat de betere Nederlandstalige literatuur in de kijker plaatst.

Ziekenzorg CM Ziekenzorg CM verenigt chronisch zieken, zorgbehoevende én gezonde personen die het voor elkaar B opnemen met als doel een veelzijdige persoonsontwikkeling én een volwaardige participatie aan het

maatschappelijk leven. Lichamelijke beperkingen of zorgafhankelijkheid mogen geen hinderpaal zijn om te genieten van een K

zalige, deugddoende vakantie. Dat is het uitgangspunt van Ziekenzorg CM. We hebben jaarlijks een gevarieerd aanbod van een 300 initiatieven. Al onze vakanties zijn georganiseerd op maat en op ritme van chronisch zieke mensen en vinden plaats in aangepaste en toegankelijke hotels.

PROFIEL VAN DE SECTOR  87


1. DE WERKING 1.2 de verenigingen

1.2.4 DE WERKING IN CIJFERS De volgende gegevens hebben betrekking op de werking van 55 verenigingen6. Vergelijkingsbasis Om zinvolle vergelijkingen in de tijd te maken voor de verenigingen, moeten we het effect van in- en uitstroom van organisaties neutraliseren. Sinds 2007 stroomden drie verenigingen uit, en stroomden vier nieuwe verenigingen binnen in de werksoort. Wanneer we deze zeven organisaties uit de cijfers halen, ontstaat een ‘netto-groep’ voor de verenigingen: dit is de stabiele vergelijkingsbasis voor evoluties in de tijd. We duiden in de trendgrafieken in dit hoofdstuk het (bruto) werksoorttotaal (som van alle organisaties) aan met een groene lijn, de (netto) vergelijkingsbasis met een rode lijn.

1. Hoeveel afdelingen tellen de verenigingen? 2011 de spreiding van de afdelingen

14.298

100,0%

Antwerpen

3.279

22,9%

Brussel

566

4,0%

Limburg

2.157

15,1%

Oost-Vlaanderen

3.207

22,4%

Vlaams-Brabant

2.166

15,1%

West-Vlaanderen

2.923

20,4%

of groepen over de provincies

VER: spreiding van de afdelingen per provincie7 30% 25% 20% 15% 10% aandeel afdelingen

5%

aandeel bevolking

0% 23%

4%

28% Antwerpen

Brussel

15%

22%

15%

20%

13%

23%

17%

18%

Limburg

OostVlaanderen

Vlaams-Brabant

WestVlaanderen

Vlaams Gewest

Op de eerste grafiek is ter informatie het aandeel van de bevolking van elke provincie ten opzichte van de totale bevolking van het Vlaams Gewest aangeduid. Concreet is de provincie Antwerpen bijvoorbeeld goed voor 28% van de inwoners van het Vlaams Gewest (exclusief Brussel) en voor 23% van het aantal afdelingen van de verenigingen. De verenigingen hebben in totaal 14.298 afdelingen, verspreid over de vijf provincies en Brussel. De provincies Antwerpen en Oost-Vlaanderen tellen het meeste afdelingen, op de voet gevolgd door West-Vlaanderen. 6 LVZ neemt niet deel aan de bevraging voor Boekstaven. Voor onze gegevens beroepen we ons dus op 55 verenigingen in plaats van 56. 7 Bevolking Vlaams Gewest: gegevens 31/12/2010. Bron: FOD Binnenlandse Zaken, Algemene Directie Bevolking en Instellingen (2012).

88  PROFIEL VAN DE SECTOR


1. DE WERKING 1.2 de verenigingen

VER: evolutie aantal afdelingen 18.000 nieuwe beleidsperiode 2011-2015

16.000 14.000 12.000 10.000 8.000 6.000 4.000 2.000 0 2007

2008

2009

2010

vergelijkingsbasis aantal afdelingen 2011

Globaal is het aantal afdelingen van de verenigingen stabiel doorheen de jaren. Recent zien we door de komst van drie nieuwe verenigingen (bij de start van de nieuwe beleidsperiode in 2011) een stijging. De vergelijkingsbasis is stabiel. Hieronder geven we een overzicht van de verdeling van de verenigingen volgens aantallen afdelingen. 2011 het aantal verenigingen volgens het aantal afdelingen

55

100,0%

minder dan 50

0

0,0%

van 50 tem 99

14

25,5%

mediaan: 136

22

40,0%

van 200 tem 299

8

14,5%

van 300 tem 499

3

5,5%

van 500 tem 999

6

10,9%

1.000 of meer

2

3,6%

van 100 tem 199

PROFIEL VAN DE SECTOR  89


1. DE WERKING 1.2 de verenigingen

VER: verenigingen gerangschikt volgens aantal afdelingen 1.400 1.200 1.000 800 600 gemiddelde: 260

400 200

136

0

mediaan

In de bovenstaande grafiek zijn alle verenigingen gesorteerd volgens het aantal afdelingen. Elk puntje staat voor een individuele vereniging. Het gemiddelde aantal afdelingen is 260. De mediaan8 (136 afdelingen) is duidelijk te onderscheiden als het rode vierkantje. De helft van de verenigingen telt dus meer dan 136 afdelingen. Een kwart van de verenigingen telt minder dan 100 afdelingen, 15% heeft meer dan 500 afdelingen. De grootste vereniging telt meer dan 1.200 afdelingen, de kleinste 58.

Afdelingsevolutie: diversiteit in accenten VER: percentueel verschil in aantal afdelingen per vereniging 2007-2011 100% 80% 60% 40% 20% 0 -20% -40% De grafiek hierboven nuanceert de algemene trend. We zetten alle verenigingen op een rijtje volgens het percentuele verschil in aantal afdelingen tussen 2007 en 2011. Enkel organisaties uit de vergelijkingsbasis zijn in de grafiek hierboven opgenomen. De groene staven zijn groeiers, de rode zijn krimpers. De tien grootste groeiers zijn doelgroepverenigingen, waaronder etnisch-culturele federaties. De grafiek toont de interne diversiteit in de werksoort en de verschillende accenten die verenigingen leggen. De cijfers houden enkel rekening met het totaal aantal afdelingen van een vereniging en niet met de interne afdelingsdynamiek van een vereniging. Bijvoorbeeld: zes afdelingen stoppen, zes nieuwe afdelingen komen erbij: het totaal blijft gelijk, hoewel er een belangrijke (kwantitatieve en wellicht kwalitatieve) evolutie achter schuilgaat.

8 De mediaan is het midden van een reeks gesorteerde gegevens. Met midden wordt het middelste getal in de verdeling of verzameling bedoeld. We

rangschikken hier dus alle verenigingen van klein naar groot en nemen de waarde van de middelste (27ste) vereniging. Zo komen we uit op een mediaan van 136 afdelingen. 90  PROFIEL VAN DE SECTOR


1. DE WERKING 1.2 de verenigingen

2. Hoeveel (bestuurs)vrijwilligers tellen de verenigingen? 2011 het aantal vrijwilligers

totaal

gemiddeld per afdeling

gemiddeld per vereniging

184.288

12,9

3.351

totaal

gemiddeld per afdeling

gemiddeld per vereniging

129.732

9,1

2.359

2011 het aantal bestuursvrijwilligers

De werksoort verenigingen kan rekenen op een totaal van 184.288 vrijwilligers. Afdelingen kunnen rekenen op een ploeg van gemiddeld 13 vrijwilligers. Gemiddeld 3.351 mensen zetten zich vrijwillig in voor één vereniging. De vereniging met het kleinste aantal vrijwilligers heeft een ploeg van 170 vrijwillige medewerkers, de vereniging met het grootste aantal meer dan 30.000. De mediaan ligt op 1.373 vrijwillige medewerkers. Het aantal vrijwilligers is wellicht een sterk onderschat cijfer: vaak leveren verenigingen enkel cijfers van geregistreerde vrijwilligers. Sporadische, niet-geregistreerde vrijwilligers – ongetwijfeld een groot aantal - komen hierin niet voor. Van de 184.288 vrijwilligers nemen 129.732 vrijwilligers (70 %) een verantwoordelijkheid op als bestuurslid. Het engagement van deze vrijwilligers is doorgaans intensief. De bestuursvrijwilligers vormen de ruggengraat van de meeste verenigingen. Een afdeling heeft gemiddeld een bestuursploeg van 9 mensen. Zij vergaderen zo’n 6 keer per jaar. Het aantal bestuursleden per vereniging varieert tussen de 130 en 23.680. Gemiddeld kan een vereniging rekenen op een ploeg bestuursvrijwilligers van meer dan 2.300 mensen. De mediaan van het aantal bestuursleden is 777.

VER: verenigingen gerangschikt volgens aantal vrijwilligers 35.000 30.000 25.000 20.000 15.000 10.000 5.000

1.373

0

gemiddelde: 3.351 mediaan

In de bovenstaande grafiek zijn alle verenigingen gesorteerd volgens het aantal vrijwilligers. Elk puntje staat voor een individuele vereniging. Het gemiddelde aantal vrijwilligers is 3.351. De mediaan (1.373 vrijwilligers) is duidelijk te onderscheiden als het rode vierkantje. De helft van de verenigingen telt dus meer dan 1.373 vrijwilligers.

PROFIEL VAN DE SECTOR  91


1. DE WERKING 1.2 de verenigingen

VER: evolutie aantal vrijwilligers

nieuwe beleidsperiode 2011-2015

250.000 200.000 150.000 100.000 50.000

gemiddelde: 176.036

aantal vrijwilligers

0

vergelijkingsbasis 2007

2008

2009

2010

2011

Globaal blijft het aantal vrijwilligers stabiel rond een gemiddelde van 176.000 (berekend op vergelijkingsbasis over vijf jaar). Sinds 2009 zien we een gestage stijging. De schommeling vóór 2009 is toe te wijzen aan de uitstroom van organisaties. Wanneer we de vergelijkingsbasis (uitleg zie hoger) bekijken, zien we dat de fluctuaties zeer beperkt zijn.

VER: evolutie aantal bestuursvrijwilligers nieuwe beleidsperiode 2011-2015

160.000 140.000 120.000 100.000 80.000 60.000 40.000 20.000 0 2007

2008

2009

2010

aantal bestuursvrijwilligers vergelijkingsbasis 2011

Bij het aantal bestuursvrijwilligers zien we – zowel globaal als op vergelijkingsbasis (uitleg zie hoger) - een licht dalende tendens (netto -4,5 % over vijf jaar). De cijfers over vrijwilligers en bestuursvrijwilligers volgen een trend zoals die in de literatuur en ander onderzoek9 beschreven staat. Onder invloed van maatschappelijke trends zetten mensen zich niet minder, maar vooral anders in. Het sociaal-cultureel werk lijkt hiermee andere vaststellingen te volgen/bevestigen.

9 Zie ook in deze Boekstaven “Twee zijden van een dubbeltje” over informalisering in het verenigingsleven. Zie http://www.socius.be/Vrijwilligers en

http://www.vrijwilligerswerk.nl/?content=/686/Literatuur_vrijwillige_inzet voor een literatuuroverzicht. Zie ook: Bral, Luk (Red.) et al. (2011). VRIND 2011: Vlaamse Regionale Indicatoren. Brussel: Studiedienst van de Vlaamse Regering; Bral, Luk (Red.) et al. (2012). VRIND 2012: Vlaamse Regionale Indicatoren. Brussel: Studiedienst van de Vlaamse Regering. 92  PROFIEL VAN DE SECTOR


1. DE WERKING 1.2 de verenigingen

3. Hoeveel publieksgerichte activiteiten10 organiseren de verenigingen? Hoeveel deelnemers zijn er? 2011 het aantal publieksgerichte activiteiten

totaal

gemiddeld per afdeling

255.691

17,9 2011

het aantal deelnemers aan de publieksgerichte activiteiten

totaal

gemiddeld per activiteit

9.426.585

36,9

VER: evolutie aantal publieksgerichte activiteiten 350.000 nieuwe beleidsperiode 2011-2015

300.000 250.000 200.000 150.000 100.000 50.000 0 2007

2008

2009

2010

aantal activiteiten vergelijkingsbasis 2011

Verenigingen organiseren ruim 255.000 publieksgerichte activiteiten. Dit zijn gemiddeld 18 activiteiten per afdeling per jaar. Het aantal activiteiten daalt geleidelijk. Gevoelige dalingen bij een paar organisaties trekken het totaalcijfer naar beneden.

10 Publieksgerichte activiteiten (verenigingen): alle lokale en bovenlokale activiteiten die zich richten naar leden of het brede publiek.

PROFIEL VAN DE SECTOR  93


1. DE WERKING 1.2 de verenigingen

VER: evolutie aantal deelnemers aan publieksactiviteiten 12.000.000

nieuwe beleidsperiode 2011-2015

10.000.000 8.000.000 6.000.000 4.000.000 2.000.000

aantal deelnames vergelijkingsbasis

0 2007

2008

2009

2010

2011

In totaal zijn er 9,4 miljoen deelnemers aan verenigingsactiviteiten. Dat aantal is (op vergelijkingsbasis, uitleg zie hoger) stabiel doorheen de jaren. Met de komst van drie nieuwe verenigingen is het aantal deelnames globaal nog gevoelig gestegen. Gemiddeld tellen we 37 deelnemers per activiteit.

VER: verenigingen gerangschikt volgens aantal deelnemers 2.500.000 2.000.000 1.500.000 1.000.000 500.000 0

62.594 gemiddelde: 171.392

mediaan

In de bovenstaande grafiek zijn alle verenigingen gesorteerd volgens het aantal deelnemers aan publieksgerichte activiteiten. Elk puntje staat voor een individuele vereniging. Het gemiddelde aantal deelnemers is 171.392. De mediaan (62.594 deelnemers) is duidelijk te onderscheiden als het rode vierkantje. De helft van de verenigingen telt dus meer dan 62.594 deelnemers.

94  PROFIEL VAN DE SECTOR


1. DE WERKING 1.2 de verenigingen

4. Hoeveel leden tellen de verenigingen? 2011 het aantal leden

totaal

gemiddeld per afdeling

gemiddeld per vereniging

2.210.457

155

40.190

Een vereniging heeft gemiddeld 40.190 leden. Een afdeling telt gemiddeld 155 leden. De grootste vereniging telt 305.000 leden, de kleinste een 870-tal. De mediaan ligt op 8.700 leden

VER: evolutie aantal leden 3.000.000 nieuwe beleidsperiode 2011-2015

2.500.000 2.000.000 1.500.000 1.000.000 500.000 0 2007

2008

2009

2010

aantal leden vergelijkingsbasis 2011

De verenigingen tellen 2,2 miljoen leden. Het concept lidmaatschap wordt door de verenigingen op verschillende manieren ingevuld. Die verschillen worden bovendien doorheen de tijd groter en verdienen een grondiger analyse. Sommige organisaties kiezen – binnen de vrijheid die het decreet hen hiervoor geeft - voor andere participatiemodellen, met meer nadruk op actieve deelname en vrijwillige inzet. Andere kiezen dan weer net wel voor een actieve ledenwerking en –werving. De effecten van die keuzes vertalen zich stilaan in de cijfers. De ene organisatie groeit, de andere krimpt op het vlak van ledenaantal. Globaal – en ook op vergelijkingsbasis - zien we een licht dalende trend. het aantal verenigingen volgens het aantal leden

55

100,0%

minder dan 500

2

3,6%

van 500 tem 4.999

19

34,5%

mediaan: 8.700

14

25,5%

van 20.000 tem 99.999

13

23,6%

100.000 of meer

7

12,7%

van 5.000 tem 19.999

De ledenaantallen van de verenigingen lopen sterk uiteen. 40 % heeft minder dan 5.000 leden, 13 % telt er 100.000 of meer.

PROFIEL VAN DE SECTOR  95


1. DE WERKING 1.2 de verenigingen

VER: verenigingen gerangschikt volgens aantal leden 350.000 300.000 250.000 200.000 150.000 100.000 50.000

8.700

0

gemiddelde: 40.190 mediaan

In de bovenstaande grafiek zijn alle verenigingen gesorteerd volgens het aantal leden. Elk puntje staat voor een individuele vereniging. Het gemiddelde aantal leden is 40.190. De mediaan (8.700 leden) is duidelijk te onderscheiden als het rode vierkantje. De helft van de verenigingen telt dus meer dan 8.700 leden.

96  PROFIEL VAN DE SECTOR


1. DE WERKING 1.2 de verenigingen

PROFIEL VAN DE SECTOR  97


1. DE WERKING 1.3 de bewegingen

1.3 DE BEWEGINGEN Vlaanderen telt 31 door de Vlaamse overheid gesubsidieerde bewegingen. Bij de start van de nieuwe beleidsperiode in 2011 verdwenen vijf bewegingen na een negatieve eindevaluatie uit de sector. Aan de andere kant kwamen er vijf ‘nieuwe’ bewegingen bij: Climaxi, Merhaba, Onafhankelijk Leven, Samenhuizen en Waerbeke. Vanaf 2013 worden de bewegingen volwaardig erkend door de Vlaamse overheid. Daarmee staan ze op gelijke voet met de andere werksoorten en genieten ze meer zekerheid.

1.3.1 Bewegingen: “local roots, global reach” Voor de vijfde keer op rij laat Boekstaven zijn licht schijnen op de werksoort bewegingen. De groep sociaal-culturele bewegingen is gekenmerkt door zijn diversiteit aan thema’s, werkwijzen en organisaties. Hun werking laat zich dus moeilijk in cijfers vatten. Daarom brengen we de bewegingen hier op een andere manier in beeld. Op basis van een vragenlijst met deels meerkeuze- en deels open vragen polsen we bij de bewegingen naar de ziel van hun werking. Deze kwalitatieve bevraging graaft elk jaar iets dieper. Op deze manier proberen we steeds weer iets nieuws te weten te komen over de organisaties binnen de groep, hun manier van werken en hun impact op de maatschappij. De voorgaande edities en bevragingen houden we vanzelfsprekend steeds in het achterhoofd. Onze bevragingen uit de vorige edities leiden tot de volgende vaststellingen over de werksoort bewegingen: 1. Boekstaven 2008: de bewegingen schoppen de samenleving een geweten. Ze richten zich vooral op thema’s die een vorm van altruïsme vergen van de samenleving of die de samenleving op een bepaalde manier over iets laten nadenken. Ze willen iets tot een gespreksthema maken, een trend lanceren, een attitude veranderen, een beleidsverandering teweeg brengen. Bewegingen investeren veel in communicatie en marketing. Ze weten vaak op een originele manier met kleine budgetten de media te bereiken. Deze werksoort besteedt veel aandacht aan het verwerven van expertise en het verspreiden van actuele en correcte informatie over de eigen thema’s. Dit doen ze door bijvoorbeeld een documentatiecentrum in te richten, handleidingen te publiceren of interne en externe vormingscursussen te organiseren. Bewegingen werken niet alleen. Ze creëren netwerken en samenwerkingsverbanden die hun doel onderschrijven. Op deze manier proberen ze hun bereik en hun slagkracht te vergroten. 2. Boekstaven 2009: bewegingen beschouwen het werken aan de democratie als één van hun kerntaken. Dit doen ze onder meer door van democratie hun basisthema te maken, door wereldwijde schendingen van de democratie onder de aandacht te brengen, door democratie toegankelijk te maken voor iedereen en door mensen de kans te geven op een geïnformeerde manier keuzes te maken. Op deze manier versterken bewegingen het politieke bestel, brengen ze soms vergeten thema’s onder de aandacht en verlevendigen ze het politieke debat. 3. Boekstaven 2010: acties en campagnes zijn voor het publiek het meest zichtbare luik van de werking van een beweging. Het moment waarop organisaties naar buiten treden en hun opgebouwde kennis, expertise en betrokkenheid tonen aan het grote publiek. Het moment waarop zij “er staan”. De ontwikkeling van acties en campagnes vergt echter een heel proces. De organisaties moeten beschikken over een goede interne werking, een stevig netwerk van vrijwilligers en partners en een uitgebreide expertise om optimaal, snel en efficiënt te kunnen inspelen op de actualiteit. Bewegingswerk is meer dan deze uiterst zichtbare momenten. Organisaties sturen aan op onderzoek, ontwikkelen zelf kennis over hun thema en delen hun kennis en knowhow met anderen. 4. Boekstaven 2011: in Boekstaven 2011 maakten we bij het bepalen van onze onderzoeksvraag, ten volle gebruik te maken van een opportuniteit: in 2010 schreef Kristien Vermeersch een masterproef over de sociale bewegingen in Vlaanderen. Onder de titel “Doen we het samen of met velen alleen” stelde ze de vraag of sociale bewegingen in hun streven naar maatschappelijke verandering, kiezen voor individuele of collectieve actievormen. Het bestaan van dit recent onderzoekswerk zette ons aan om van het platform, waarover de FOV beschikt, gebruik te maken om iets dieper op deze materie door te gaan. Naar welke actievormen gaat de voorkeur van de sociaal-culturele bewegingen uit en waarom kiezen ze om dingen samen te doen of met velen alleen.

PROFIEL VAN DE SECTOR  99


1. DE WERKING 1.3 de bewegingen

We concludeerden dat bewegingen zowel verandering beogen in het gedrag en de overtuiging van individuen (mentaliteit, beter begrip...) als verandering in onze maatschappelijke structuren (wetgevend kader, bedrijven, scholen). Het realiseren van deze verandering gebeurt door een mix van zowel collectieve als individuele acties. Drie vaststellingen uit de edities van vorige jaren dienden rechtstreeks als inspiratie voor Boekstaven 2012: - alle bewegingen werken samen met andere organisaties. 12 bewegingen (van de 26 respondenten op een totaal van 31 bewegingen) gaven aan jaarlijks met meer dan 15 organisaties samen te werken. Ze creëren netwerken en samenwerkingsverbanden die hun doel onderschrijven. Op deze manier proberen ze hun bereik en hun slagkracht te vergroten; - bewegingen zeggen te hunkeren naar meer tools binnen het decreet om internationaal te netwerken. Daarom kijken we dit jaar naar de werksoort met de blik op de netwerken buiten onze Vlaamse grenzen. Het werken binnen een internationale context is immers van een groeiend belang voor de bewegingen: - de thema’s en problemen waarrond de meeste bewegingen werken, stoppen niet aan onze landsgrenzen; - het Europese en internationale toneel wordt steeds bepalender voor de Vlaamse regelgeving en besluitvorming. We gaan na of er banden bestaan tussen de Vlaamse sociaal-culturele bewegingen en buitenlandse organisaties. En wat is de meerwaarde van deze banden? Bewegingen bevestigden in een vorige bevraging dat ze willen wegen op het Vlaamse beleid. Ondernemen ze ook pogingen om te wegen op het internationale of Europese beleid? Op welke manier werken organisaties samen met buitenlandse partners en in hoeverre bestaat de ambitie om deze samenwerkingen verder uit te breiden? Meer dan de helft van de bewegingen bezorgde ons een ingevulde vragenlijst (18/31). Naar aanleiding van de antwoorden op deze vragenlijst en een lezing van de 31 voortgangsrapporten1 schreven we onderstaande analyse.

1. Werken bewegingen internationaal samen? Met wie? De antwoorden op de vragenlijst tonen duidelijk aan dat de bewegingen met meerdere buitenlandse partners samenwerken. De blik van de bewegingen gaat verder dan de eigen landsgrenzen. 16 van de 18 respondent-organisaties zeggen met buitenlandse partners samen te werken. In de voortgangsrapporten vinden we bovendien bij zowat alle bewegingen voorbeelden van buitenlandse samenwerking. De partners uit de buurlanden zijn hierin veruit het best vertegenwoordigd. Nederland spant de kroon. 12 bewegingen hebben samenwerkingspartners in Nederland. Op de voet volgen het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Frankrijk. Daarnaast merken we dat Spanje, Italië, Noorwegen, Tsjechië, Zweden, Kroatië, Oostenrijk, Polen, Turkije en Zwitserland door meerdere bewegingen genoemd worden als landen waaruit samenwerkingspartners afkomstig zijn. In het totaal worden 23 landen binnen Europa genoemd. De netwerken van de bewegingen stoppen trouwens niet aan de Europese grenzen. Ook 13 landen buiten de EU leveren samenwerkingspartners voor de bewegingen.

1 Jaarlijks dient elke organisatie een voortgangsrapport in bij de subsidiërende overheid (Agentschap Sociaal-Cultureel Werk). In het rapport beschrijven

de organisaties op welke wijze ze het voorbije en komende jaar aan de realisatie van de doelen in hun beleidsplan werken. De rapporten geven dus een goede inkijk op de werking van een organisatie. 100  PROFIEL VAN DE SECTOR


1. DE WERKING 1.3 de bewegingen

Herkomstlanden van organisaties waarmee bewegingen samenwerken

EUROPA

BUITEN EUROPA

Intensieve samenwerkingen

Regelmatige samenwerkingen

Sporadische samenwerkingen

Nederland

Spanje

Bosnië-Herzegovina

Palestina, Brazilië,

Engeland/VK

Italië

Finland

Canada, China,

Duitsland

Noorwegen

Griekenland

Egypte, Israël, Kenia,

Frankrijk

Tsjechië

Ierland

Libanon, Mozambique,

Zweden

Luxemburg

Nieuw-Zeeland,

Kroatië

Moldavië

Oeganda, VS,

Oostenrijk

Portugal

Zuid-Afrika

Polen

Roemenië

Turkije

Slovenië

Zwitserland

PROFIEL VAN DE SECTOR  101


1. DE WERKING 1.3 de bewegingen

We telden bij de 18 respondent-bewegingen 99 unieke samenwerkingspartners in het buitenland. Daarnaast melden ze samenwerkingen met (niet-gedefinieerde) steden, universiteiten, ministeries en consultants. Vanzelfsprekend worden sommige unieke samenwerkingspartners door meerdere organisaties als partner genoemd. Hieronder vind je het lijstje:

Een greep uit de internationale partners van de bewegingen A seed, AA-MOC, Abolition 2000, AEDH, Afrikaanse vakbonden (Oeganda, Kenia), Alternative Tourism Group, AMAP, Associatia Agentia de Monitorizare a Presei, BAK, Bank Track, BDS netwerk, Beati I constructori di Pace, Bedayaa, Bombodrom actiegroep, Bundeswehr wegtreten, CAAT, Campagne tegen wapenhandel, CMC (cluster munition coalition), Desobéissants, DFG-VK, Divestment and sanctions national committee, EAP (Tsjechië), ECSA, EDRI, Elos, ENAAT, ENAR (European network against racism), ENIL, European industrial hemp association, European Network Independent Living, Europese agroforestry international (EURAF), EVU (Europese Vegetarische Unie), EYFA, Facing Finance, Feeding Manchester, FIAN Austria, FIAN Germany, FIDH, Freedom not fear, Friedensforum, GAAA, GAP Zweden, GAP Noorwegen, GLADT, Greenpeace mediterranean, IALANA, Ican Europe, Interreg, IPPNW Duitsland, Jordan Valley Solidarity Commitee, Kairos Tools (NL), La via campesina, MEEM, Meia Animation asbl, Mira Media Mouvement de la Paix, Multikulturni centrum Paraha, National Association of Neighbourhood Management, Ne zakaladnem, Nema netwerk, New Profile, No Dal Molin, No to Nato netwerk, Non aux M51, Nyeleni Europe, OFOG, Ontwapen, Palestinian Boycott, PES women, Pressehutte Muglangen, Rank a brand (NL), Rathenau Instituut, Reclame the fields, Schweiz ohne Armee, Secret Garden, Seeds for change, SIW (Socialist international women), SMN, Societa Cooperativa Sociale Felsimedia, Stichting Repair Café (NL), Stork Zagreb, The Inner Circle, TNI, Toxic Lesbian, Trainerscollectieven, Tribunaal voor de vrede, Trident Ploughshares, Turning the tide, UMME, Union of Conscientious Objectors, Union Pacifiste, United for intercultural action, Urenci, VAMOS (DL), VD Amok, Who profits, WRI, WRI 3, YASI Partners in Franstalig België Action pour la paix, ADDE, Arc-en-ciel Wallonie, Alliàge, Peuple et culture, Belgische Nyeleni, CIRE, Ciré, CNAPD3, CNCD 2, CRIPEL, CSOtan, Ecosono, Ensemble vie Autonome, FAM (via), Ligue des droits de l’homme, Media Animation, MIR-IRG, Planète Vie, Réseau Financement alternatif, SOS FAIM, Technofutur TIC, Universiteit Luik, Vivre ensemble, vzw empreintes

Een grote meerderheid van de bewegingen (15) duidt aan dat er projectmatige samenwerkingen bestaan tussen hun organisatie en buitenlandse organisaties. 11 organisaties gaan nog verder en proberen ook een structurele band op te bouwen met de buitenlandse partners.

“De structurele samenwerking is er al, maar ze is wel afhankelijk van een projectsubsidie die jaarlijks opnieuw dient te worden goedgekeurd.”

“Onze structurele samenwerkingen zetten we vooral op binnen bestaande netwerken. Projectmatig via het gezamenlijk opzetten van campagnes of acties, waarvoor soms actief naar nieuwe partners gezocht wordt.”

Tot slot vroegen we aan de bewegingen of ze ook samenwerken binnen België met organisaties over de taalgrens. Op deze vraag antwoordden alle organisaties, op twee na, bevestigend.

102  PROFIEL VAN DE SECTOR


1. DE WERKING 1.3 de bewegingen

2. Hoe verzamel je knowhow en expertise Bewegingen zijn experten in hun thema. Voor de opbouw van deze expertise gaan ze ook expliciet op zoek naar nuttige bronnen uit het buitenland. Alle 18 bevraagde organisaties volgen de internationale media. Ze blijven op de hoogte met nieuwsbrieven van buitenlandse partnerorganisaties, websites en via kranten en tijdschriften. Onderstaande tools werden het meest genoemd als middel om op de hoogte te blijven van buitenlandse evoluties en ontwikkelingen (in volgorde van frequentie waarop ze vernoemd werden in een open vraagstelling). Meest vernoemde instrumenten om op de hoogte te blijven 1 websites 2. tijdschriften 3. internationale nieuwsbrieven 4. sociale media/Skype 5. kranten 6. contacten met buitenlandse partners 7. abonnement op tijdschriften 8. aankoop boeken (naslagwerken) 9. participatie aan debatten 10. bezoeken aan het buitenland 11. uitwisselingsprojecten (personeel) 12. kranten 13. eigen onderzoek Opvallend, ook persoonlijke contacten scoren hoog. Bewegingen maken gebruik van Skype en sociale media om op de hoogte te blijven van nieuwe ontwikkelingen. Daarnaast, maar in mindere mate, ontmoeten ze ook hun buitenlandse collega’s (debatten, uitwisselingsprojecten...).

3. Hoe bouw je een internationaal netwerk uit? Bewegingen bouwen internationaal een netwerk op. Alle organisaties, op drie na, zoeken hiervoor aansluiting bij één of meerdere bestaande internationale netwerken (lidmaatschap). De bewegingen investeren in de gemaakte contacten. Ongeveer de helft van de organisaties ziet deelname aan internationale conferenties en vergaderingen als een manier om hieraan te werken. Netwerken worden ook verstevigd en opgebouwd door aan internationale betogingen deel te nemen, door gemeenschappelijke standpunten op te maken, door informatie te delen en natuurlijk door effectief samenwerkingsverbanden aan te gaan.

“Via samenwerkingsverbanden in projecten en actieve deelnames (presentaties, chair, rapporteur) in diverse Europese en internationale conferenties trachten we een netwerk op te bouwen.”

“Dat doen we door projecten uit te werken met buitenlandse partners, door deel te nemen aan internationale of Europese conferenties, door middel van eigen buitenlandse contacten of contacten via partners of vrijwilligers.”

PROFIEL VAN DE SECTOR  103


1. DE WERKING 1.3 de bewegingen

15 van de 18 organisaties die antwoordden op onze bevraging, zeggen deel te nemen aan internationale studiedagen, congressen of acties. Twee organisaties trekken zelf nooit naar het buitenland. Geld en tijdsgebrek vormen hier de hoofdmotivatie. Congressen en studiedagen vormen de hoofdmoot van de buitenlandse verplaatsingen. Bewegingen treden hier op als participant en als spreker. Vier organisaties geven aan weleens naar het buitenland te trekken om acties te ondersteunen.

4. Willen bewegingen wegen op het internationale beleid? Een ruime meerderheid van de organisaties geeft aan met de internationale contacten en inspanningen ook werkelijk te willen wegen op het internationaal beleid. Ze doen dit op de volgende manieren (open vraagstelling): Manieren om te wegen op het internationaal beleid - deelname aan betogingen - ondertekening, verspreiding of aanmaak van petities/manifesten/eisenbundels - samenwerkingsprojecten met buitenlandse organisaties - deelname aan en organisatie van conferenties - gesprekken met minister van buitenlandse zaken - input geven aan ‘stakeholderrounds’ - formuleren van beleidsaanbevelingen - onderzoek - activeren van en participeren aan netwerken - contacteren van Euro-parlementsleden Vijf organisaties hebben geen interesse om te wegen op het buitenlands beleid. Hiervoor geven ze de volgende motiveringen:

“Er is weinig vertrouwen binnen de organisatie dat we rond ons thema via Europa binnen Vlaanderen echt verandering kunnen brengen. We hebben reeds richtlijnen van de VN, maar veel meer dan moreel gezag is dat niet.”

“We doen zelf geen beleidswerk (ook niet internationaal)”

“Andere organisaties doen dit al”

“Gebrek aan menskracht en middelen”

104  PROFIEL VAN DE SECTOR


1. DE WERKING 1.3 de bewegingen

5. Drempels: mensen en middelen We vroegen de bewegingen: “Wat zijn de grootste struikelblokken die jullie tegenkomen bij werken, samenwerken en invloed uitoefenen buiten Vlaanderen?” De belangrijkste struikelblokken voor organisaties zijn hier duidelijk financieel en personeel. Internationaal werken vergt veel tijd en energie, is bovendien duur in verplaatsingskosten en de structuren zijn soms weinig transparant. Andere problemen die minder werden aangehaald, zijn de volgende: Drempels om internationaal samen te werken - mensen en middelen (duur, tijdsintensief) - communicatie en vertalingsproblemen - internationaal wantrouwen of gebrek aan strategie, strategische ontwikkeling in buitenland - geen stimulatie in subsidiërende decreten of wetten - weinig effectief menselijk contact - weinig gelijkende organisaties - beperkte eigen impact - grote cofinancieringsbedragen - partners zijn vrijwilligersgroepen (soms weinig draagkracht)

6. Meerwaarde: maatschappelijk probleem stopt niet aan de grens Ondanks deze struikelblokken zien bewegingen toch nog steeds een belangrijke meerwaarde in een internationale agenda. De reden die zij hiervoor primair aanhalen is dat hun thema - het probleem dat ze aanpakken - de landsgrenzen ver overstijgt. Een gemeenschappelijke aanpak (met buitenlandse partnerorganisaties) versterkt hun impact op de politieke besluitvorming. De groeiende impact van Europa op onze Belgische en Vlaamse regelgeving wordt door bijna een derde van de organisaties aangeduid als een belangrijke reden om ook internationaal te werken. Ook het vergaren van kennis en de verdieping van het thema van een organisatie is een goede veel genoemde reden om internationaal samen te werken. In het buitenland ontdekken organisaties nieuwe praktijken en oplossingen op grassroots-niveau. Indien nuttig kunnen bewegingen ze vertalen naar de Vlaamse context. Andere motivaties houden hiermee verband. Meerwaarde om internationaal samen te werken 1. thema/probleem overstijgt Vlaanderen 2. uitwisseling op grassroots-niveau, leren van buitenlandse modellen 3. groeiende invloed van/op Europa 4. verbreding en verdieping van het thema 5. leren van ervaring van partners 6. multiplicatoreffect (door ontwikkelingen te stimuleren in de ons omringde landen een stimulerend effect beogen op de ontwikkelingen in eigen land, hefboom voor eigen nationale veranderingsstrategie) Het belang dat bewegingen aan deze meerwaarde hechten, is groot. Op vier na willen alle bewegingen in de toekomst meer internationaal gaan werken. Bewegingen denken op die manier een grotere slagkracht te krijgen en vooral meer op Europa te gaan wegen. Ze willen hiertoe ook hun eigen internationale netwerk uitbreiden en verstevigen. Dit uit zich ook in een toename en intensifiëring van de samenwerkingen en gemeenschappelijke acties (campagnes). Bewegingen laten hun oog vallen op de Europese subsidieprogramma’s of gaan voor fondsenwerving op zoek naar partners in het buitenland. PROFIEL VAN DE SECTOR  105


1. DE WERKING 1.3 de bewegingen

7. Besluit Dat bewegingen netwerkers en samenwerkers zijn, wisten we al uit voorgaande edities van Boekstaven. Maar nu zien we ook in de feiten dat deze samenwerkingsverbanden ver de grenzen van Vlaanderen, België en zelfs Europa overschrijden. Gezien de visie en missie van bewegingen is dit ook evident en eigen aan de werksoort. De thema’s waarrond deze organisaties werken – duurzaamheid, vrede, ethisch omgaan met geld, burgerschap, mensenrechten, armoede... - zijn niet exclusief Vlaams. De meest recente kennis en knowhow bevindt zich vaak ook in het buitenland. Bewegingen laten zich, op hun queeste naar een betere maatschappij, niet stoppen door afstand. Geholpen door internet en sociale media staan ze in verbinding met informatie uit de hele wereld. Internationale netwerken met partnerorganisaties helpen hen aan de meest recente informatie en versterken hun slachtkracht op het internationale toneel. Door de aard van de problemen die sommige bewegingen aankaarten, is dit ook een absolute noodzaak. Grote maatschappelijke problemen los je niet op door alleen in Vlaanderen een effectief beleid te propageren. Als je echt verandering wil brengen, moet je de krachten van partners in binnen- en buitenland bundelen. De meerwaarde van internationaal werken, wordt door nagenoeg alle bewegingen benadrukt. De mankracht en middelen om hier effectief en sterk op in te zetten ontbreken echter vaak. Meer ondersteuning om in te zetten op deze steeds groter wordende internationale dynamiek is een must. Voor de bewegingen, maar ook voor Vlaanderen. Via de bewegingen vinden onze visie en aanpak van maatschappelijke problemen hun weg naar de rest van de wereld. Met regelmaat van de klok worden hun campagnes bekroond in internationale wedstrijden en vormen Vlaamse grassroots-projecten de motor voor verandering buiten onze grenzen. Met de roots in België. Met de blik op de wereld.

106  PROFIEL VAN DE SECTOR


1. DE WERKING 1.3 de bewegingen

1.3.2 VOORSTELLING VAN DE VERSCHILLENDE BEWEGINGEN B zelfbeschrijving van de beweging K je kent ons van...

Beweging Tegen Geweld - ZIJN B

Vzw Zijn is een beweging die preventief en duidend optreedt tegen geweld en misbruik binnen elke vertrouwensrelatie zodat de spiraal van geweld doorbroken wordt. De Beweging tegen Geweld - vzw Zijn organiseert verschillende campagnes en heeft zich gespeciali-

K seerd in kwetsbare groepen. De meest opvallende projecten gaan onder andere over geweld tijdens de

zwangerschap en eergerelateerd geweld.

Bond zonder Naam (BZN) B “WAARDEN IN ACTIE”: Het beste in mensen versterken door te werken vanuit waarden.

De Dankbank stelt persoonlijke relaties met mensen om je heen centraal en helpt je om ze te (h) erkennen en bevestigen. Met een eigen valuta en spaarboekje, kan ook jij ‘online dankieren’ en K het Dankkapitaal van Vlaanderen verhogen. Elke interactie op de site verhoogt het Dankkapitaal,

jouw betrokkenheid is een belangrijk maatschappelijk signaal. Een dankbare samenleving is een gelukkigere samenleving.

Climaxi - beweging voor klimaat en sociale rechtvaardigheid Climaxi is een beweging voor klimaat en sociale rechtvaardigheid. We zijn een jonge organisatie, B

gegroeid uit het netwerk van klimaatactivisten in ons land. Binnen Climaxi werken mensen vanuit verschillende, bestaande organisaties en netwerken (‘t Uilekot, Friends of the Earth en het Klimaatactiekamp) samen. Die opgetelde expertise en ervaring biedt Climaxi de nodige slagkracht.

K

The Big Greenwash Conferentie, de actie rond FSC-hout, een colloquium in het Vlaams Parlement rond energie-armoede, twee anti-kernenergiebetogingen in Brussel...

De Maakbare Mens vzw De Maakbare Mens vzw werkt als beweging rond medische en biotechnologische ontwikkelingen B

en de ethische vragen die zich daarbij stellen. Concreet realiseren we campagnes en acties rond thema’s als genetisch testen, stamceldonatie, medisch begeleide voortplanting, orgaandonatie, medicalisering en maakbaar brein. Wie beroep moet doen op een donor om zijn kinderwens te kunnen vervullen, komt terecht in een wervelstorm van vragen en emoties. Er bestaan in onze samenleving nog een heleboel vooroordelen en misverstanden over vruchtbaarheidsbehandelingen en donorschap. Met de campagne ‘Niet

K mijn eicel, helemaal mijn dochter’ / ‘Niet mijn zaad, helemaal mijn zoon’ willen we meer begrip en

openheid creëren voor donorkinderen en hun ouders. Zodat zij hun verhaal kunnen beleven zoals het hoort, als een uniek en mooi verhaal over hoe hun gezin tot stand kwam. Meer informatie: www.demaakbaremens.org

PROFIEL VAN DE SECTOR  107


1. DE WERKING 1.3 de bewegingen

De Wakkere Burger B Burgerparticipatie en democratie (met een focus op het lokale bestuursniveau); burgerschapsvorming. K Ondersteuning van gemeentelijke adviesraden - Acties tegen schijnkandidaten bij verkiezingen.

Ethisch Vegetarisch Alternatief (EVA) Het brede publiek informeren over alle aspecten van vegetarische voeding. We verspreiden onze B boodschap op een positieve, toegankelijke en creatieve manier en veranderen de wereld met de

wortel veeleer dan de stok. K

Donderdag Veggiedag: dit is een campagne die jou wil stimuleren om tenminste één keer per week lekker vegetarisch te eten. Eén dag in de week zonder vlees of vis, maar mét veel groenten en fruit.

FairFin FairFin gelooft dat geld de motor kan zijn voor een faire maatschappij. FairFin pleit voor een bankwezen op mensenmaat. Samen met burgers willen we opnieuw greep krijgen op het bankwezen en organiseren daarom vorming en campagnes om de financiële wereld dichter bij de mensen te B brengen. FairFin voert campagne tegen omstreden investeringen van banken en pleit voor duur-

zame investeringen die bijdragen aan een mens- en milieuvriendelijke samenleving. We werken aan ethische alternatieven, een ethische bank of een ethisch financieel product en experimenteren met complementaire munten. - Duurzaam sparen en beleggen (Krekelsparen, Triodos-sparen...). - Campagnes: tegen investeringen in de wapenindustrie, bedrijven die mensenrechten schenden, bedrijven die milieu schenden. In 2010 en 2011 was er de campagne Bankroet (tegen investerinK

gen in steenkoolcentrales). - Sociale acties: ACE-bank, kolenkermis,... - Website: website FairFin, website Banksecrets. - Pers: standpunten FairFin.

GetBasic Media en Democratie: GetBasic geeft een stem aan het middenveld, sociale bewegingen, en aan alle mensen die niet of minder aan bod komen in de traditionele media. GetBasic wil hen leren met de media om te gaan. Dat doen we door hen de mogelijkheid te bieden om zelf media te maken. B We bieden hen opleidingen en tools aan en zetten samen met hen media-initiatieven en -producties

op. GetBasic werkt samen met diverse partners aan de ontwikkeling van een eigen massamedium met een breed bereik. Op deze wijze wil GetBasic ook een bijdrage leveren tot de democratisering van de media en de berichtgeving. K DeWereldMorgen.be, alternatieve nieuwssite, voor en door burgers.

108  PROFIEL VAN DE SECTOR


1. DE WERKING 1.3 de bewegingen

Hand in Hand tegen racisme vzw De sociaal-culturele beweging Hand in Hand tegen racisme verdedigt een open houding binnen de Vlaamse samenleving ten overstaan van migratie en de daarmee samenhangende (groeiende) B

etnische en culturele diversiteit. Op politiek vlak streeft de beweging naar structurele veranderingen door te wegen op het beleid. Antiracisme, respect voor de mensenrechten en solidariteit zijn hierbij de belangrijkste leidraden. Als actiemiddel voert Hand in Hand vooral mobiliserende en sensibiliserende campagnes naar een breed publiek, met veel aandacht voor het educatief aspect. Hand in Hand is bekend geworden met de grote antiracistische betogingen van 1992 en 1994. Het affichebeeld met de twee jongetjes was overal in Vlaanderen zichtbaar. In de jaren negentig en begin 21ste eeuw waren we de actiefste verdedigers van het gemeentelijk stemrecht voor

K migranten en van het cordon sanitaire tegen extreem rechts. Vanaf 2006 nestelden de Zonder Haat

Straat-bordjes zich in het collectief bewustzijn na de racistische moorden in Antwerpen. Momenteel focust de beweging op de tewerkstellingsachterstand van etnisch-culturele minderheden (zie www. anti-racisme.be).

Kerkwerk Multicultureel Samenleven (KMS) B

KMS maakt beweging rond diversiteit, racisme en migratie. Relatieopbouw tussen culturen, levensbeschouwingen en religies. - De interlevensbeschouwelijke jaarkalender ‘Feesten met de buren’. - Wenskaarten voor moslims, joden en (nieuw!) hindoes, boeddhisten.

K - Campagnes met betrekking tot asiel en migratie.

- Cursusaanbod ‘omgaan met racisme’. - De Profundo CD en de bijbehorende routes in grootsteden (Gent, Kortrijk, Oostende).

Kif Kif B Kif Kif is een interculturele beweging die strijdt voor gelijkheid en tegen racisme.

Kif Kif zet volop in op aandacht voor en sensibilisering over racisme. We publiceerden een onderzoek over racisme bij 12-jarige meisjes. Het onderzoek maakte heel wat los in de pers. In het kader K

van een nieuw interactief e-boek publiceerden we een opgemerkte open brief van theatermaker Chokri Ben Chikha. In deze brief riep hij op tot een dialoog over identiteit en cultuur. In de nasleep hiervan en van het debat over seksisme in de Brusselse straten zetten we een nieuwe workshopreeks op rond beeldvorming, stedelijkheid en mediawatch.

Koerdisch Instituut Het Koerdisch Instituut vzw streeft naar de bescherming en de bevordering van de rechten van personen die behoren tot nationale, etnische, religieuze en/of linguïstische minderheden in het B Midden-Oosten, Turkije en de Kaukasus enerzijds. Anderzijds streven we naar een Vlaamse en

Brusselse samenleving waarin elkeen die behoort tot een etnisch-culturele minderheid aanspraak kan maken op basisrechten en gelijke kansen. Elk jaar brengt het Koerdisch Instituut op zijn minst één publicatie uit. Vorig jaar was dit ‘Hebben K

de Koerden in Turkije recht op zelfverdediging?’ van academicus Hugo Van Rompaey. Duiding en achtergrond bij de actualiteit in Koerdistan leveren we in ons tweemaandelijks tijdschrift ‘De Koerden’.

PROFIEL VAN DE SECTOR  109


1. DE WERKING 1.3 de bewegingen

Liga voor Mensenrechten De Liga voor Mensenrechten strijdt tegen onrecht en discriminatie. Wij laten van ons horen als er B

in ons land mensenrechten geschonden worden. In gevangenissen, op het internet, op papier of in het dagelijks leven. De Liga streeft naar een samenleving met vrije burgers die eerlijke en gelijke kansen krijgen. Via de ‘Big Brother Awards’ wil de Liga voor Mensenrechten duidelijk maken dat in alle sectoren en bij zowel groot- als kleinschalige projecten privacyschendingen plaatsvinden. Privacy wordt steeds

K

meer als een luxe omschreven. De Big Brother Awards maken duidelijk dat iedereen recht heeft op privacy. Het grote publiek kon gedurende 7 weken haar stem uitbrengen op 9 privacyschenders. Uit de 5.000 uitgebrachte stemmen werd ‘Politiezone Westkust’ alvast de overtuigende winnaar van de publieksprijs.

LINC B

LINC streeft naar een inclusieve kennismaatschappij. Door onze projecten willen wij de geletterdheid, zowel digitaal als klassiek, bevorderen bij alle lagen van de bevolking. LINC organiseert sinds 2006 jaarlijks de Digitale Week, een campagne die het thema e-inclusie in de spotlights plaatst. Tijdens de vorige editie waren er maar liefst meer dan duizend activiteiten en

K 15.000 enthousiaste deelnemers in heel Vlaanderen! De digitale activiteiten worden opgezet door

lokale organisaties en overheden en zijn zeer laagdrempelig. We bereiken senioren, mensen in kansarmoede, jongeren... LINC ondersteunt de lokale netwerken met promotie en studiedagen.

Merhaba Merhaba is een landelijke beweging voor allochtone holebi’s met roots in de Maghreblanden, het Midden-Oosten, Turkije en sympathisanten. ‘Merhaba’ betekent zowel in het Arabisch als in het B Turks ‘welkom’. Onze bedoeling is een plaats te hebben waar iedereen zich welkom voelt. Merhaba

organiseert activiteiten (filmavonden, uitstapjes, fuiven...) die het uitwisselen van ervaringen vergemakkelijkt tussen “gevoelsgenoten”. - Laagdrempelig onthaal, counseling: intern en/of naar een netwerk van gevormde partners, diensten, hulpverlenende instanties. K - Het vrijetijdsaanbod: praatcafé (Merhabar), Arab Funky Parties, Souk Del Mundo, Liefde breng ons

dichter. - Socio-culturele en educatieve activiteiten, debatten, newswatching, blog...

Mobiel 21 Mobiel 21 is een beweging voor duurzame mobiliteit. Mobiel 21 kiest ervoor de leefomgeving B

op een meer milieuvriendelijke en veiligere manier bereikbaar en leefbaar te maken. Mobiel 21 inspireert en activeert mensen, groepen, organisaties en beleid om doordacht om te gaan met verplaatsingen en verplaatsingswijzen. Mobiel 21 motiveert jong en oud om voor een veilige en aangename leefomgeving te kiezen met

K acties zoals Sam de Verkeersslang, de Fietsschool, OV-ambassadeurs, Autovrije Zondag, Mijn Korte

Ritten of het verborgen camerafilmpje ‘kies niet auto-matisch’.

110  PROFIEL VAN DE SECTOR


1. DE WERKING 1.3 de bewegingen

Netwerk Bewust Verbruiken (NBV) Netwerk Bewust Verbruiken informeert en sensibiliseert consumenten, over mens- en milieuvriendelijke producten en diensten, alsook over hun eigen verbruiksgedrag. We reiken praktische oplossingen aan rond thema’s als consumanderen (voeding, afval, wonen, energie, mobiliteit) en B consuminderen (delen, hergebruik, herstellen, tweedehands). Via verschillende kanalen gaan we

in dialoog met burgers: onze website, thematische campagnes, projecten, standenwerking en vormingen. Meer dan veertig consumenten-, milieu- en ontwikkelingsorganisaties maken deel uit van het netwerk. Ecoplan.be - Dé kaart die duurzame verkopers, diensten en webwinkels uit je buurt in enkele muisklikken op je scherm weergeeft. Een handig overzicht van alle ecopunten uit Vlaanderen en K Brussel. Labelinfo.be - Deze website is dé referentie voor informatie over labels en duurzaamheid.

Het is een handige gids doorheen de wirwar van productlabels: fiches vertellen waar ze voor staan en in tabellen kan je ze met elkaar vergelijken.

Onafhankelijk Leven Onafhankelijk Leven is een beweging die opkomt voor de zelfbeschikking van personen met een beperking, in alle domeinen van het leven. Daarbij is het belangrijk dat alle personen met een beB

perking vrij en doordacht kunnen beslissen hoe, waarvoor, door wie, waar, wanneer, zij ondersteund worden. Belangrijk hiervoor is dat mensen met een beperking zelf de financiële middelen in handen krijgen die nodig zijn, meer bepaald het persoonsgebonden budget (PGB). Enkel zo kunnen we een inclusieve maatschappij bereiken. Je kent ons als die organisatie die actie voert tegen de wachtlijsten en die niet meer wil dat men-

K

sen met een handicap in een instelling wonen. Je kent ons als de organisatie die het Persoonlijke Assistentie Budget in het leven riep. Je kent ons ook als de organisatie die Rob Vanoudenhoven bekendheid geeft.

Pax Christi Vlaanderen Pax Christi Vlaanderen is de Vlaamse afdeling van de internationale vredesbeweging Pax Christi. Die is ontstaan na de Tweede Wereldoorlog en telt nu ruim 100 lidorganisaties in een 50-tal landen. B Pax Christi voert actie, geeft vormingen en lezingen, schrijft artikels en dossiers, zet experts aan het

werk, interpelleert politici, licht de media in en blijft zichzelf: geweldloos, politiek ongebonden en evangelisch geïnspireerd. De jaarlijkse Vredesweek-campagne. Hiermee sensibiliseren we een ruim doelpubliek op educatief en politiek vlak rond een thema dat verband houdt met vrede en conflict. De Vredesweek stond aan K

de basis van de realisatie van de Belgische wet tegen landmijnen, de oprichting van een Vlaams Vredesinstituut, de aanplanting van vredesbossen. De beweging schrijft geregeld actuele (open) brieven aan politici en opiniebijdragen in de media over wapensystemen, conflicthantering, dialoog en conflictregio’s Oost-Congo, het Midden-Oosten en Oost-Europa.

PROFIEL VAN DE SECTOR  111


1. DE WERKING 1.3 de bewegingen

Ryckevelde Ryckevelde is een beweging voor Europees burgerschap. We zorgen ervoor dat jong en oud de B

Europese Unie en bij uitbreiding ‘Europa’ begrijpen. Bovendien zetten we mensen aan om Europa zelf te ervaren en mee te ontwerpen. We doen dit vanuit de overtuiging dat bewuste burgers de basis vormen voor een goede democratie. Heel wat mensen kennen Ryckevelde van onze vorming. Het thema ‘Europa’ lijkt voor veel mensen moeilijk en ongelooflijk complex te zijn. Al 56 jaar lang proberen we daarom ‘Europa’ uit te leg-

K

gen in mensentaal. We leggen daarbij uit hoe je Europa tegenkomt in je dagelijkse leven, hoe de Europese Unie vandaag werkt en voor welke uitdagingen ze staat. Zeker in tijden van eurocrisis vragen heel wat mensen zich af wat nu precies het probleem is en hoe we er uit geraken. Jaarlijks bereiken we met onze vorming 5.000 jongeren en volwassenen.

Samenhuizen Samenhuizen promoot en ondersteunt de verschillende vormen van gemeenschappelijk wonen - denk aan gemeenschapshuizen, cohousing-projecten of woongemeenschappen. Dat doen we B

door informatie te verzamelen voor initiatiefgroepen en geïnteresseerden. We behartigen ook de belangen van bestaande projecten en leveren een bijdrage aan beleidsontwikkelingen. Gemeenschappelijk wonen versterkt de solidariteit en is ecologisch en economisch voordelig. Samenhuizen is onmiskenbaar een maatschappelijk fenomeen dat in de lift zit.

K

Open Dag Samenhuizen, adviescheques voor samenhuizers, campagne samenhuizen in het lokaal beleid.

Toemeka ‘Voor een beter begrip’. Toemeka vzw maakt samenleven in verscheidenheid mogelijk door werk te maken van een verstaanbare samenleving. Goed geïnformeerd zijn en begrijpen waar het over gaat, is belangrijk om te kunnen deelnemen aan de samenleving en om te kunnen samen leven. B We maken werk van onder meer laagdrempelige brochures en folders, we ontwikkelen educatieve

materialen, we geven vorming en training, we organiseren ontmoetingen... In elk project betrekken we mensen uit maatschappelijk kwetsbare groepen om de leesbaarheid, de verstaanbaarheid, de betrokkenheid te toetsen. Kies-Keurig campagnes, laagdrempelige publicaties voor onder meer Belgisch Instituut Voor VerK keersveiligheid, Centra Algemeen Welzijnswerk, Federatie Palliatieve Zorg, parlementen en lokale

besturen...

112  PROFIEL VAN DE SECTOR


1. DE WERKING 1.3 de bewegingen

Vluchtelingenwerk Vlaanderen Vluchtelingenwerk zet zich in voor asielzoekers en vluchtelingen. Samen met vijftig lidorganisaties B

en veel enthousiaste vrijwilligers verhogen we de druk op het beleid en sensibiliseren we het ruime publiek. We coördineren een eigen opvangnetwerk, zijn actief rond integratie en ondersteunen iedereen die asielzoekers en vluchtelingen bijstaat. We werken ook rond terugkeer wanneer nodig. Met SOS Opvang startte Vluchtelingenwerk met andere ngo’s een noodhulpproject voor asielzoekers zonder opvang in België. Overdag organiseerden we sociale, juridische en medische bege-

K

leiding vlakbij het Noordstation in Brussel. ’s Nachts gaven we de meest kwetsbare personen een slaapplaats. Met de nieuwe campagne ‘gastvrije gemeente’ gaat Vluchtelingenwerk op zoek naar gastvrije gemeenten waar asielzoekers en vluchtelingen zich weer veilig en thuis kunnen voelen. In 2012 won Vluchtelingenwerk Vlaanderen De Standaard Solidariteitsprijs.

Voedselteams Voedselteams vzw is een beweging van actieve producenten en gebruikers die met elkaar samenB

werken en ijveren voor de bevordering van een kleinschalige, duurzame land- en tuinbouw en voor het uitbouwen van lokale economieën. Wij staan voor de belangen van consument én producent: een duurzame voeding en een duurzaam, levensvatbaar landbouwbedrijf. We tellen ondertussen 130 voedselteams verspreid over Vlaanderen en werken samen met een honderdtal producenten. Voedselteams zijn groepen van mensen die bij elkaar in de buurt wonen en samen, via de webwinkel, producten (groenten, fruit, zuivel, brood, vlees...) aankopen bij lokale,

K biologische of duurzame producenten. De vzw start deze teams op, ondersteunt hen verder en

organiseert diverse activiteiten die boeren en consumenten bij elkaar brengen. We zijn initiatiefnemer van een symposium over de korte keten, meteen het startschot voor de opmaak van een Strategisch plan voor de korte keten.

Vrede Vrede werkt aan de uitbouw van een vreedzame internationale samenleving. Onze 2 hoofdthema’s zijn het Midden-Oosten (Palestijnse kwestie, Arabische Lente, Koerdische kwestie...) en BewapeB ning & Geopolitiek (kernwapens, militarisering, NAVO... ). Vrede tracht te informeren, te sensibi-

liseren en mensen te bewegen rond deze thema’s. We publiceren reeds meer dan 50 jaar een Tijdschrift voor Internationale Politiek en hebben een uitgebreide website. Vrede is de drijvende kracht achter het filmfestival Eye on Palestine dat plaatsvindt in Gent, Brussel en Antwerpen. Vrede is de motor achter de anti-oorlogsbetogingen in België. Op 21 september K 2012, de Internationale Dag van de Vrede, ontvouwde Vrede in Gent de grootste vredesvlag ter

wereld (50m op 30m) om zo te reageren op de voortdurende groei van de militaire budgetten wereldwijd. Ons motto is al meer dan 60 jaar “ontwapenen om te ontwikkelen! “.

PROFIEL VAN DE SECTOR  113


1. DE WERKING 1.3 de bewegingen

Vredesactie Vredesactie is een pluralistische vredesbeweging die radicaal pleit voor een maatschappij waarin conflicten worden opgelost zonder geweld of het dreigen ermee. Vredesactie is een motor voor de B

ontwikkeling van geweldloze actie en de invulling van een pacifistisch vredesbeleid. Vredesactie zet mensen in beweging. Empowerment en pacifisme zijn in onze opvatting twee zijden van dezelfde medaille. Via campagnes en trainingen verhogen we de geweldloze weerbaarheid van deelnemers: de eigen kracht om in verzet te komen tegen onrecht en geweld. Met de campagnes NATO GAME OVER en BOMSPOTTING stellen we de kernwapens en het interventiebeleid van de NAVO in vraag. Als pacifistische beweging lanceren we initiatieven die de af-

K

bouw van de wapenindustrie mogelijk maken. Dankzij onze acties tegen de wapenindustrie, kan de wapenlobby niet ongestoord haar gang gaan. Door de acties van de trainstoppers ontdekte België dat het meewerkt aan de Amerikaanse oorlogsvoering. Door onze trainingen geweldloze actie leren honderden mensen hoe ze op een geweldloze, directe manier kunnen ingrijpen.

Waerbeke WAERBEKE koestert en bevordert de beleving van stilte, rust en ruimte als voorwaarde tot leefkwaliteit. De beweging werkt aan een gemeenschap die duurzame ontwikkeling, diversiteit en dialoog B

behartigt en realiseert vanuit het creatieve en verbindende vermogen van stilte, rust en ruimte. We informeren en sensibiliseren, bieden vorming en ondersteuning aan en voeren actie naar verschillende doelgroepen in heel Vlaanderen. WAERBEKE ontwikkelt, organiseert en stimuleert concrete projecten met partners uit allerlei disciplines en tal van sectoren. - Jaarlijkse campagne CULTUUR VAN DE STILTE (op de laatste zondag van oktober, bij de overgang van zomer- naar winteruur). - Groeiend stiltegebieden-beleid met de officiële erkenning van stiltegebieden. Daarbij hoort een

K

culturele werking rond karaktervolle plekken en relevante praktijken overal in Vlaanderen vanuit het lokale cultuurbeleid en volwassenenvorming. - Meerjarig samenwerkingsverband BESSST dat het thema stilte, rust en ruimte duurzaam zoekt te verweven met de grootstad Brussel.

Welzijnszorg Welzijnszorg zet mensen aan om armoede in Vlaanderen en Brussel uit te sluiten. Vanuit de vastB

stelling dat mensen die in armoede of bestaansonzekerheid leven hun grondrechten niet kunnen uitoefenen, bedingt Welzijnszorg hun rechtmatige plaats in onze samenleving. Welzijnszorg doet dit als een onafhankelijke beweging voor sociaal-cultureel werk. De jaarlijkse eindejaarscampagne ‘Armoede is geen kinderspel’ klaagt aan dat in ons welvarende België 1 op 5 kinderen opgroeit in armoede. Een alarmerend gegeven, want dat draag je je hele verdere leven mee. Een paar jaar in armoede leven, tekent je kansen op gezondheid, werk en

K

opleiding, je sociale leven... Onze straatactie ‘Soep op de stoep’, waarmee we het thema armoede aankaarten door iederéén soep aan te bieden, kent succes met maar liefst 754 acties. De campagne 2008 ‘Armoede schaadt de gezondheid’ kent een succesje: de derdebetalersregeling bij de huisarts is eindelijk verworven!

114  PROFIEL VAN DE SECTOR


1. DE WERKING 1.3 de bewegingen

Wervel Wervel groepeert enthousiaste vrijwilligers die zich inzetten voor een rechtvaardige, duurzame B landbouw. Via netwerking helpen we de boer(in), milieu, consument en derde wereld de handen in

elkaar te slaan. K ‘Kan het is met cannabis’ drugsvrije eco-innovatie; kannabis.be, facebook.com/drugsvrij

Zicht op Cultuur², sociaal-culturele beweging van Slechtzienden en Blinden Platform Vlaanderen (SBPV vzw) Zicht Op Cultuur² is de drijvende kracht achter Slechtzienden en Blinden Platform Vlaanderen vzw. Het is een sociaal-culturele beweging aangestuurd door blinden en slechtzienden en dat maakt B

haar uniek. Zicht Op Cultuur² streeft ernaar maatschappelijke veranderingen te realiseren. We leggen uitsluitingsprocessen bloot en trachten ze weg te werken door in te spelen op praktijkverhalen en die in de media te brengen. We geven de samenleving een waar en genuanceerd beeld over blinden en slechtzienden. Dat doen we samen met heel wat partners. De affichecampagne ‘Op wie zou u stemmen als u blind was?’ rond toegankelijk en autonoom

K

stemmen voor blinden en slechtzienden, naar aanleiding van de lokale verkiezingen 2012. Ontmoeting in het donker: de Black Box, een verduisterde ruimte voor het ontdekken van een kunstwerk. De Black Box stond onder andere op het festival Mano Mundo.

zij-kant Zij-kant is de progressieve vrouwenbeweging die zich toelegt op gender en gelijke kansen tussen vrouwen en mannen. Vanuit een progressieve visie werkt zij-kant aan de emancipatie en evenwichB tige participatie van vrouwen en mannen op alle maatschappelijke niveaus. Zij-kant doet dit door

informatie en sensibilisatie, door educatie en sociale actie en probeert daarbij een zo ruim en divers mogelijk publiek te bereiken. Het grote publiek kent ons (hopelijk) van onze jaarlijkse Equal Pay Day-campagne, de dag voor K meer loongelijkheid tussen vrouwen en mannen. Onze originele en vaak provocerende campagnes

hebben al heel wat stof doen opwaaien. Vooral de tv-spots zijn een groot kijksucces.

PROFIEL VAN DE SECTOR  115


en us-centra vormingpl n ingsinstellinge rm vo e jk li e d n la


1. DE WERKING 1.4 vormingplus-centra en landelijke vormingsinstellingen

1.4 VORMINGPLUS-CENTRA EN LANDELIJKE VORMINGSINSTELLINGEN: LEREN VOOR HET LEVEN Dit hoofdstuk geeft een gezamenlijke kijk van de Vormingplus-centra en de landelijke vormingsinstellingen op de ontwikkelingen in het leerlandschap in Vlaanderen. Het Vlaamse leerlandschap is in beweging, vaak onder impuls van Europa. Vooral levenslang leren en EVC-denken zijn de laatste tien jaar in opbouw – vaak genoemd in beleidsdocumenten, wat minder echter met resultaat op het terrein. De uitwerking is bovendien nog al te vaak eenzijdig ‘economisch’ en utilitair. Het levenslange en levensbrede verhaal wordt te eng ingevuld. Vormen van leren die niet in de ‘economische’ visie passen, komen in de verdrukking. Nochtans kan vorming, naast het versterken van arbeidsmarktgerichte competenties, ook emanciperen en empoweren, sociale banden versterken en bouwen aan een democratische samenleving. De burger van morgen moet daarom levenslang leren in de genen krijgen vanuit twee evenwaardige en elkaar aanvullende invalshoeken: vanuit een voortdurende economische alertheid én vanuit overtuigd burgerschap. Beide gaan hand in hand. Een noodzakelijke voorwaarde daartoe is dat de spelers in het vormings-en onderwijslandschap de krachten en inzichten bundelen. Meer dwarsverbanden, meer samenwerkingsinitiatieven, meer doorverwijzing en meer uitwisseling: dat zijn de voorwaarden voor een succesvol verhaal.

1. Landschap in beweging Het Vlaamse ‘leerlandschap’ wordt gekleurd door heel wat spelers. Naast het reguliere onderwijs vind je een groot vormingsaanbod van de CVO’s, basiseducatie en de Syntra’s. Dit ‘formele onderwijs’ wordt aangevuld met een boeiend aanbod niet-for-

Het leerlandschap, met haar grote en kleine spelers, is voortdurend in beweging

mele educatie, waaronder het vormingsaanbod van de landelijke vormingsinstellingen en de volkshogescholen. Deze kleurrijke verzameling wil Vlamingen de kans bieden hun talenten ten volle te benutten. Zo kunnen ze uitgroeien tot kritische en mondige burgers die bijdragen tot een rechtvaardige, democratische samenleving. Dit leerlandschap, met haar grote en kleine spelers, is voortdurend in beweging. Tal van beleidsontwikkelingen, niet alleen op Vlaams, maar ook op Europees niveau, bepalen mee de rol en positie van formele, niet-formele en informele educatie. Zo wil Vlaanderen in haar actieplan Vlaanderen in Actie van educatie en vorming een topprioriteit maken. Onze regio wil investeren in ‘de lerende Vlaming’ door in te zetten op kwaliteitsvol onderwijs en levenslang leren. “Tegen 2020 moet 15% van de beroepsactieve bevolking aan levenslang leren deelnemen”, aldus het Pact 2020. Plannen om zogenaamde leerloopbaanbegeleidingscentra (of leerwinkels) op te richten, duiden erop dat de overheid belang hecht aan een degelijke ‘leerbegeleiding’, die nauw aansluit bij individuele leerbehoeftes. Op die manier wil men beter tegemoetkomen aan de levenslange nood aan begeleiding om permanent en zinvol bij te leren. Vlaamse ontwikkelingen staan niet op zichzelf: ze worden aangestuurd door en afgestemd op het Europese niveau. De afstemming van diploma’s en opleidingen of de uitbouw van de bachelor- en masterstructuur zijn voorbeelden. Ook de Vlaamse kwalificatiestructuur is geënt op de European Qualification Structure. En ook de

Vlaamse ontwikkelingen staan niet op zichzelf: ze worden aangestuurd door en afgestemd op het Europese niveau.

beroepscompetentieprofielen die via het online-systeem Competent internationale uitwisseling van competenties mogelijk maken, zijn een voorbeeld van internationale vervlechting. Door de associatie- en fuseringsgolven in het hoger onderwijs ontstaan nieuwe, grote spelers in het leerlandschap.

PROFIEL VAN DE SECTOR  117


1. DE WERKING 1.4 vormingplus-centra en landelijke vormingsinstellingen

De integrale EVC-nota van minister van Onderwijs en Vorming1 Pascal Smet wijst op het belang van een slagkrachtig beleid dat verschillende beleidsdomeinen de krachten laat bundelen. Het gaat immers om een breed verhaal van competentie-ontwikkeling over verschillende beleidsdomeinen, contexten en levenssferen heen. De nota schetst een ‘werkkader’ voor Vlaanderen om in de toekomst op een integrale wijze competenties (ook als ze in de vrije tijd worden verworven) te erkennen en/of te waarderen. Vlaams minister van Cultuur Joke Schauvliege schrijft in haar beleidsnota: “sociaal-cultureel volwassenenwerk draagt bij tot een democratische samenleving, wil maatschappelijke participatie bevorderen en een bijdrage leveren tot de ontplooiing van kritisch geëmancipeerde individuen. Dit heeft impact op alle levenssferen.” Recentelijk zette ze dat om in de praktijk door het belang van cultuureducatie in een strategisch beleidskader te gieten. Dat deed ze aan de hand van twee beleidsnota’s over groeien en doorgroeien in cultuur (deze laatste dient nog te verschijnen bij het ter perse gaan van Boekstaven). De minister roept expertisenetwerken in het leven om zo de krachten van verschillende organisaties te bundelen. De minister gaf daarnaast de opdracht te werken aan een competentieprofiel ‘cultuureducator’. Ook via een recente wijziging van het decreet voor het sociaal-cultureel volwassenenwerk neemt de minister, samen met het Vlaams Parlement, concrete maatregelen om het belang van contextoverschrijdend leren te ondersteunen. Het begrip ‘informeel leren’2 krijgt in het decreet ook een plaats naast formeel en niet-formeel leren. De overheid erkent daarmee de rol van de vormingsinstellingen bij het aanbieden van vorming die tot de vrijetijdssfeer behoort.

2. Theorie en praktijk De aandacht van beleidsmakers voor levenslang en levensbreed leren bestaat al langer dan vandaag. Al in 2004 legt de Europese Raad een aantal gemeenschappelijke pistes vast voor het erkennen van verworven competenties. Dit vormt de basis voor de verdere uitbouw van Vlaamse beleidsteksten, zoals bijvoorbeeld het decreet op

De uitwerking van levenslang en levensbreed leren is nog al te vaak eenzijdig ‘economisch’ en utilitair.

de Vlaamse kwalificatiestructuur en de hierboven reeds besproken EVC-nota van minister Smet. De volledige waaier aan competenties, of die nu verworven zijn in de arbeidssfeer, de onderwijssector of in de vrije tijd, komt in die teksten aan bod. Toch zien we dat dit ‘principiële’ uitgangspunt niet altijd een goede, volledige vertaling krijgt in de praktijk. De uitwerking is nog al te vaak eenzijdig ‘economisch’ en utilitair. Kortom, het levenslange en levensbrede verhaal wordt te eng ingevuld. Zo kunnen opleidingscheques enkel gebruikt worden als ze een directe ‘return’ opleveren voor de arbeidsmarkt. Heel wat opleidingen met geen onmiddellijk economisch effect worden door dit systeem niet ondersteund. Een financiële stimulans voor het brede gamma aan competenties is er dus niet. Bovendien kan het democratische, laagdrempelige karakter van EVC-procedures onder druk komen te staan door een dreigende hoge kostprijs (zowel voor het individu als voor de assessmentcentra die competenties moeten beoordelen). Op de arbeidsvloer vinden we ook die ‘economische’ benadering: werkgevers nemen verworven competenties, los van de schoolbanken, nog veel te weinig in overweging bij de aanwerving van personeel. Vormen van leren die niet onmiddellijk geplaatst kunnen worden in ‘formele leerkaders’ krijgen nog steeds weinig maatschappelijke erkenning en dreigen zo hun geloofwaardigheid te verliezen. De vermarkting van vorming en opleiding blijkt door het feit dat steeds meer commerciële spelers vorming aanbieden. Hoewel dit een bepaalde efficiëntie en flexibiliteit met zich meebrengt, mogen we niet uit het oog verliezen dat dit niet de ideale voedingsbodem is voor duurzame expertise in een maatschappelijk perspectief. Bovendien ligt ook hier een sterke neiging tot nadruk op onmiddellijk zichtbare resultaten en minder op processen die zich langzaam op de achtergrond voltrekken. Vermarkting houdt eveneens een risico op overmatige formalisering in. Het is echter niet de bedoeling dat op het terrein van vorming en opleiding de inhoud ondergeschikt wordt aan de vorm.

1 Discussienota: Naar een geïntegreerd EVC-beleid, Ministerie van Onderwijs en Vorming, 19 juni 2012. 2 Dat zich laat samenvatten als het verwerven van kennis, vaardigheden en attitudes op grond van de ervaringen die men opdoet in de confrontaties met

de omgeving. 118  PROFIEL VAN DE SECTOR


1. DE WERKING 1.4 vormingplus-centra en landelijke vormingsinstellingen

3. De waarde van niet-formele educatie Veranderingen in onze samenleving zullen van de mens meer flexibiliteit en creativiteit vragen. Elk van ons zal steeds meer een beroep moeten doen op vaardigheden die hem of haar in staat stellen voortdurend in te spelen op een wereld in beweging. Zoals hierboven reeds vermeld, leeft dit idee ook bij beleidsmakers. Om als krachtige, volwaardige burger aan de samenleving deel te nemen, kan je niet stil blijven staan: aanhoudende competentie-ontwikkeling is de sleutel. Kortom, de burger van morgen moet levenslang leren in de genen krijgen en dit vanuit twee evenwaardige en elkaar aanvullende invalshoeken: vanuit een voortdurende economische alertheid én vanuit overtuigd burgerschap. Beide gaan hand in hand. Vorming moet een toegevoegde waarde betekenen voor individu en maatschappij.

De burger van morgen moet levenslang leren in de genen krijgen vanuit twee invalshoeken: vanuit een voortdurende economische alertheid én vanuit overtuigd burgerschap. Beide gaan hand in hand.

Een noodzakelijke voorwaarde daartoe is dat de spelers in het vormings-en onderwijslandschap de krachten en inzichten bundelen. In elk geval kan niet-formele educatie een grote bijdrage leveren tot het overstijgen van louter economische doeleinden. De sociaal-culturele sector herbergt op dat vlak heel wat expertise. Vorming die door volkshogescholen en vormingsinstellingen aangeboden wordt, is niet diplomagericht. Daardoor ontstaat er ruimte, vrijheid en zuurstof voor experiment, plezier, interactie en aandacht voor persoonlijke behoeftes en verhalen van deelnemers. Niet-formele educatie houdt stress op een afstand en komt los van het strakke ‘prestatiegerichte’ kader van een opleiding met een vooraf vastgelegde inhoud. Zo kan het leertraject veel nauwer aansluiten bij het individu. Kortlopende projecten op basis van thema’s die mensen prikkelen, zijn ook mogelijk. Wat je leert in het sociaal-cultureel volwassenenwerk moet niet noodzakelijk aansluiten bij het arbeids- en onderwijssysteem. Dit sluit natuurlijk niet uit dat het een meerwaarde betekent voor de school- of beroepsloopbaan. Maar wanneer we kijken naar de middelen die worden vrijgemaakt, ontbreekt voor de niet-formele educatie vaak boter bij de vis. Opleidingen die niet arbeidsmarktgericht zijn, kunnen geen opleidingscheques meer innen en de hervorming van Grundtvig dreigt de ondersteuning van het niet-formele luik van educatie onder te sneeuwen. Ook de besparingen bij de Vormingplus-centra en de begrenzing van 116 euro subsidie per vormingsuur voor de landelijke vormingsinstellen duiden erop dat de visie van het beleid niet noodzakelijk financieel kracht worden bijgezet.

Meer dwarsverbanden, meer samenwerkingsinitiatieven, meer doorverwijzing en meer uitwisseling: dat zijn de voorwaarden voor een succesvol verhaal.

Vorming kan, naast het versterken van arbeidsmarktgerichte competenties, ook emanciperen en empoweren, sociale banden versterken en bouwen aan een democratische samenleving. We willen blijvend de aandacht vestigen op dit dubbele aspect, op dit tweeluik. Een geïsoleerde positie van de niet-formele educatie moet vermeden worden. Integendeel, een grotere verknoping tussen alle spelers dringt zich op. Meer dwarsverbanden, meer samenwerkingsinitiatieven, meer doorverwijzing en meer uitwisseling: dat zijn de voorwaarden voor een succesvol verhaal. De maximale inzet van de expertise uit het sociaal-cultureel volwassenenwerk is daarbij onontbeerlijk.

Bronnen - Vlaanderen in Actie (www.vlaandereninactie.be) - Decreet van 6 juli 2012 tot wijziging van het decreet van 4 april 2003 betreffende het sociaal-cultureel volwassenenwerk, wat betreft de bewegingen, de vormingsinstellingen en het steunpunt, BS 16 augustus 2012. - Departement Onderwijs en Vorming, Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenonderwijs en Studietoelagen (2012). Conceptnota voor leeradvies en -oriëntering van volwassenen met leervragen (voorlopige versie). - Departement Onderwijs en Vorming (2012). Discussienota ‘Naar een geïntegreerd EVC-beleid’. - Departement Onderwijs en Vorming, Departement Cultuur, Jeugd, Sport, Media (CJSM) (2012). Groeien in cultuur. Conceptnota cultuureducatie. PROFIEL VAN DE SECTOR  119


1. DE WERKING 1.5 de Vormingplus-centra

1.5 DE VORMINGPLUS-CENTRA 1.5.1 CENTRA IN TRANSITIE Vormingplus-centra (of volkshogescholen) zijn regionale vormingsinstellingen met een brede kijk. Hun educatief aanbod staat open voor iedereen en wordt zelfstandig of in samenwerking met andere organisaties uitgewerkt. Ook projecten en vernieuwende methodieken behoren tot de core business van de centra. De Vormingplus-centra overleggen met tal van partners om het aanbod aan activiteiten in de regio te spreiden, te versterken en bekend te maken. Als netwerkers zijn de centra motoren die zorgen voor meer vorming in de regio. De 13 Vormingplus-centra werken aan dezelfde opdrachten, maar hebben elk een eigen identiteit. Vormingplus Brussel (Citizenne) kan je niet vergelijken met Vormingplus Kempen en Vormingplus Antwerpen is anders dan Vormingplus Limburg... Een andere regio betekent andere uitdagingen én een andere koers. Eind 2010 werden de Vormingplus-centra geconfronteerd met forse veranderingen. In 2011 bespaarde minister van Cultuur Schauvliege twee miljoen euro op de volkshogescholen. Dat is een vermindering van het budget met 25 %. De  taken van de Vormingplus-centra werden bovendien aangepast. De zogenaamde coördinatie- en afstemmingsopdracht werd geschrapt en vervangen door een opdracht van bekendmaking en samenwerking. De Vormingplus-centra hebben nu de volgende drie opdrachten: - een eigen aanbod niet-formele educatie verzorgen; - dit aanbod spreiden over de regio; - het eigen aanbod bekend maken bij het brede publiek en samenwerkingen opzetten om het aanbod niet-formele educatie in de regio te versterken. De budgettaire ingrepen betekenden dat de Vormingsplus-centra belangrijke beslissingen moesten nemen inzake de personeelsbezetting, de herwerking van de beleidsplannen 2011-2015, het herbekijken van de samenwerkingsverbanden... Ontslagen, afvloeiingen en wijzigingen in het aanbod waren de logische gevolgen. Deze situatie vormde de aanleiding tot gesprekken met minister van Cultuur Schauvliege: de zogenaamde “fase 1”.Er kwam een eenmalige financiële tegemoetkoming van 500.000 euro om de overgang naar de subsidievermindering te begeleiden met sociale en kwalitatieve maatregelen. De centra werkten samen met de FOV een verdelingsvoorstel en een administratieve procedure uit. De organisaties sloten ook met de vakbonden akkoorden af over begeleidende maatregelen. In een volgende fase gingen de Vormingplus-centra samen op zoek naar een nieuwe invulling van de decretale opdrachten. Een tekst (de ‘fase 2-nota’) vormde de basis voor gesprekken over de toekomstige inhoudelijke lijn van de centra. Omwille van de bijkomende focus op synergie en samenwerking, werden ook de andere werksoorten bij het denkproces betrokken. De Vlaamse overheid toonde zich positief over het uitgetekende concept en de trajecten die hieraan zijn verbonden.

PROFIEL VAN DE SECTOR  121


1. DE WERKING 1.5 de Vormingplus-centra

De komende jaren blijven de centra verder inzetten op hun basisopdracht: een relevante, regionale actor zijn in de niet-formele educatie. Deze basisopdracht krijgt vorm in een continuüm bestaande uit zes elementen die zich op drie assen bevinden: - lokale, regionale samenwerking vs. eigen aanbod; - verdieping vs. verbreding; - continuïteit vs. innovatie.

lokale, regionale samenwerking

verdieping

innovatie

landelijke samenwerking en synergie

continuïteit

verbreding

eigen aanbod

Beleidskeuzes, regionale vragen, verwachtingen bij samenwerkingspartners, deelnemers, de andere aanwezige actoren en de sociaaleconomische of socio-culturele situatie in de regio bepalen voor elk centrum de eigen, autonome accenten op de drie assen. De voortdurende aanwezigheid van deze zes elementen is wat de werking van de volkshogescholen typeert. Parallel met hun regionale eigenheid werken de centra landelijk intensief samen.

122  PROFIEL VAN DE SECTOR


1. DE WERKING 15 de Vormingplus-centra

Omgaan met besparingen: herstructurering, werkdruk, heroriëntatie 2011 is het eerste jaar waarin de subsidiedaling werd doorgevoerd, weliswaar voor een kwart getemperd met een eenmalige tegemoetkoming. We merken de gevolgen in onze cijfers (die gaan over 2011). De besparingen manifesteren zich op verschillende wijzen: in de werking, de financiën en de personeelscijfers. Zo divers als de centra zijn in hun werking, zo divers gaan ze om met de ingrijpende budgetvermindering. We onderscheiden na analyse van de data, de voortgangsrapporten en overleg met de centra vier strategieën om met de besparingen om te gaan: 1. Inkomsten opschroeven: minstens vier centra melden dat ze de inschrijvingsprijzen of de huurprijs voor hun lokalen verhoogd hebben. Sommige centra halen ook meer middelen uit projectsubsidies. Verder zien we dat de helft van de centra de financiële reserves aanboort om het plaatje sluitend te maken. 2. Besparen op werkingskosten: vijf centra besparen op communicatie en promotie of uitgaven gelinkt aan het aanbod. De centra schrappen interne kwaliteitsinitiatieven (gegevensregistratie bij deelnemers, behoefte-onderzoek, educatieve kaart, partnerschappen, kennisdeling, imago-onderzoek, openingsuren...). 3. Besparen op personeel: in 2011 vertrokken netto 20 medewerkers (-10 %) en verdwenen 20,7 voltijdse equivalenten aan arbeidsvolume (-12,5 %). Minstens de helft van de centra meldt bovendien dat de overblijvende personeelsleden gevoelig meer moeten presteren binnen dezelfde arbeidstijd. Sommige centra melden dat de werkdruk daardoor onhoudbaar hoog geworden is. Freelancers krijgen soms een kleinere vergoeding. Een centrum meldt dat het meer vrijwilligers inschakelt. 4. Heroriëntatie van het aanbod: hoewel sterk verschillend van centrum tot centrum, zien we in 2011 globaal geen terugval in het aantal deelnames en activiteiten. Er is in deze fase sprake van een groeivertraging, geen krimp. Hiervoor zien we vier oorzaken: a. toen de besparingen aangekondigd werden (najaar 2010), stond het programma voor 2011 bij de meeste centra al op punt; b. zoals gezegd, levert het personeel extra inspanningen om de geplande initiatieven toch nog uit te voeren; c. de centra kunnen teren op de inspanningen die ze in het verleden leverden om een aanbod te ontwikkelen. Voor het op peil houden van een bepaald aanbod is dus minder ontwikkelinskost- en tijd noodzakelijk. d. er is bij sommige centra een kwalitatieve verschuiving in het aanbod van 2011 merkbaar: om de besparingen op korte termijn te kunnen verteren, komt de ruimte voor experiment, vernieuwing en het bereiken van minder evidente doelgroepen onder druk te staan. De centra blijven echter inspanningen leveren omdat ze dit als een van hun kerntaken zien. Veel centra melden dat de effecten van de besparingen zich met vertraging doen voelen. Ettelijke strategieën om op korte termijn de werking op peil te houden - aanspreken reserves, verhoging werkdruk, afvloeiing gespreid in de tijd, besparing op innovatie... - zijn niet duurzaam en nopen op termijn tot een herijking/inperking van de werking.

PROFIEL VAN DE SECTOR  123


1. DE WERKING 1.5 de Vormingplus-centra

1.5.2. VOORSTELLING VAN DE VERSCHILLENDE CENTRA B zelfbeschrijving van het Vormingplus-centrum K je kent ons van...

Vormingplus Antwerpen Iedereen telt mee. Vormingplus regio Antwerpen wil bijdragen tot de ontwikkeling van een duurzame samenleving waar iedereen meetelt. We zijn actief waar mensen wonen en werken, waar problemen vaak aan den lijve ervaren worden. We brengen mensen samen om te leren en zorgen B ervoor dat ze hierdoor ook echt iets kunnen bereiken. Dit doen we door te vertrekken vanuit de

deelnemers zelf en door het vormingsproces toe te spitsen op sociale en culturele doelen. Mensen mogelijkheden aanreiken om iets op te steken, zich te versterken en een engagement in de samenleving op te nemen, daar gaan we voor.

Vormingplus Arch’educ Arch’educ is één van de 13 regionale Vormingpluscentra voor volwassenenvorming. De organisatie zorgt ervoor dat alle mensen in Halle-Vilvoorde toegang krijgen tot een ruim vormingsaanbod, met B

bijzondere aandacht voor volwassenen met specifieke vormingsnoden. Mensen en organisaties kunnen bij Arch’educ terecht met vragen rond ontwikkeling, begeleiding, communicatie, doorverwijzing van educatieve producten, processen en projecten. Arch’educ werkt ook zelf aan een ‘appetijtelijk’ educatief aanbod.

K

Café Combinne, intercultureel praatcafé, gaat door in vier gemeenten in de regio Halle-Vilvoorde. In meer dan de helft van de locaties is het project ondertussen verzelfstandigd.

Vormingplus Citizenne Vormingplus Citizenne maakt leren plezant! De organisatie bouwt aan een open en lerend Brussel samen met andere organisaties, groepen en gemeenschappen. Een plek waar inwoners zich met B

elkaar verbonden voelen en betrokken zijn. Citizenne organiseert cursussen, debatten, ateliers, uitstappen... waarbij de Brusselaars en hun dagelijks leven het vertrekpunt zijn. Hun activiteiten zijn er voor hen en door hen. Door samen dingen te doen, schrijven ze een gemeenschappelijke geschiedenis en toekomst. CLIP: City Life Imagine & Play. Van september tot december 2012 maken we van Brussel een speeltuin voor volwassenen. Als remedie tegen de chaos en de drukte van Brussel. We poten artistieke

K installaties neer in de stad die mensen verleiden tot rust en spel. We doen ludieke en onverwachte

interventies in de stad. Als kers op de taart krijg je een breed palet aan workshops en cursussen met ontspanning, creativiteit en spel als ingrediënten.

124  PROFIEL VAN DE SECTOR


1. DE WERKING 15 de Vormingplus-centra

Vormingplus Gent-Eeklo Vrij, wijs en geestig! Vormingplus Gent-Eeklo koos deze drie woorden als baseline. Wat we daarmee bedoelen? Vrij: je bepaalt zelf of je deelneemt of niet. Je doet het voor jezelf en in je eigen vrije tijd. B Wie je ook bent of wat je ook doet: je bent welkom! Wijs: wijs heeft veel nuances. Wij hopen alvast

dat jij na het volgen van een cursus kunt getuigen dat je er wijzer van bent geworden. Geestig: dat is wat we jou zeker toewensen bij het volgen van een cursus, dat je het geestig vindt. Dzjambo is de naam van de interculturele ontmoetingsgroep die Vormingplus Gent-Eeklo, samen met onthaalbureau voor nieuwkomers Kom-pas, opstartte in oktober 2004. Dzjambo omvat een K reeks van informele ontmoetingsmomenten tussen Gentenaars en (ex)nieuwkomers. De reeks start

met een laagdrempelige infoavond. Eén reeks omvat verder 10 samenkomsten: 5 uitstappen in kleine groepjes (vooral tijdens het weekend) én 5 bijeenkomsten (steeds op een vrijdagavond).

Vormingplus Kempen Niet alles hoeft te blijven zoals het is. Als je goesting hebt om iets in je buurt te veranderen, moet je bij ons zijn. We beginnen er aan als je ons enthousiast kan maken. We kijken wie er nog wil B meedoen en samen zoeken we naar een frisse aanpak in onze projecten. Daarnaast hebben we

ook een uitgebreid vormingsaanbod voor verenigingen, buurten, organisaties uit het Turnhoutse arrondissement. K De organisatie van de provinciale Vrouwendag 2009.

Vormingplus Limburg Bij Vormingplus Limburg kan je terecht voor een brede waaier aan vormingsactiviteiten in diverse werkvormen over uiteenlopende thema’s: gezondheid en zorg, persoon en relatie, opvoeding, B creativiteit en hobby’s, natuur en milieu, kunst en cultuur, zingeving en filosofie, samenleving en ac-

tualiteit, computer en techniek, en wetenschap. In samenwerking met tal van partners organiseren we vorming dicht bij huis, in de diverse gemeenten. Ons uitgebreid vormingsaanbod dat vier keer per jaar verschijnt in onze Vormingskrant. Onze vorK ming voor vrijwilligers in de Vrijwilligersacademie, en maatschappelijke projecten als VriendENtaal,

Samen Thuis in Hasselt en Fit in je hoofd.

Vormingplus Midden en Zuid West-Vlaanderen Vormingplus Midden en Zuid West-Vlaanderen staat in voor de niet-beroepsgerichte vorming voor B

volwassenen in haar regio. Concreet betekent dit een werking die zich, vanuit Kortrijk, tot alle steden en gemeenten van haar regio (van Roeselare tot Tielt, van Avelgem tot Zwevezele) uitstrekt, in overleg met plaatselijke actoren en organisaties. Vormingplus Midden en Zuid West-Vlaanderen biedt een breed vormingsaanbod aan voor alle volwassen inwoners van haar regio. Belangrijke focus in dit aanbod zijn de thema’s Duurzaamheid, Diversiteit en Digitale geletterdheid. We zetten sterk in op werking kansarmoede. Zowel door

K projecten op maat van de doelgroep, als door het maatschappelijk debat te stimuleren. Met onder

meer het (digitale) Kortrijkse project Stemmingmakerij legden we ook een focus op de gemeenteraadsverkiezingen. We willen het lokale en regionale maatschappelijke debat verder stimuleren en ondersteunen.

PROFIEL VAN DE SECTOR  125


1. DE WERKING 1.5 de Vormingplus-centra

Vormingplus Oost-Brabant Als één van de dertien volkshogescholen in Vlaanderen, organiseren we educatieve activiteiten in B de vrije tijd rond uiteenlopende thema’s. Onze activiteiten omvatten workshops, lezingen, ateliers,

uitstappen en nog veel meer. Iedere volwassene is welkom. Vormingplus Oost-Brabant bezette in 2012 een week lang een kasteel, organiseerde in verschillende gemeenten cursusmaanden onder de titel ‘altijd geslaagd’, heeft een rondreizende K

computerklas, organiseert elk jaar filmavonden bij mensen thuis, en praatcafés voor anders- en Nederlandstaligen onder de naam ‘Café Combinne’, laat mensen kennismaken met het leven in de gevangenis (Kaffee Detinee), deed mee aan de G1000 door een G-Off op te zetten, en bereikte in 2011 meer dan 7.000 deelnemers.

Vormingplus Oostende-Westhoek Gespreid over de centrumgemeenten Oostende, Veurne, Diksmuide, Ieper, Poperinge en Wervik organiseert Vorminplus Oostende-Westhoek jaarlijks meer dan 550 cursussen, workshops, lezingen B

en uitstappen. Het aanbod is gerangschikt in acht clusters: Cultuur, Creatief Atelier, Gezond & Wel, Handig & Smaakvol, Multimedia, Persoon & Relatie, Samen-Leven en Zingeving. Een specifiek aanbod is er bovendien voor vrijwilligers, mensen van andere culturen, met een verstandelijke beperking en mensen in armoede. Ons ruim, divers en kwaliteitsvol aanbod tegen een betaalbare prijs, waarbij we mensen goesting wil-

K

len geven om te leren en hun persoonlijke leefwereld verder te verruimen en te ontplooien. ’s Zomers ken je ons misschien van onze Zomerstreken, waarbij we op een landelijke locatie van de vroege ochtend tot de late avond vormingsactiviteiten organiseren als een alternatieve vorm van vakantie.

Vormingplus regio Brugge Vormingplus regio Brugge zorgt voor een brede waaier aan vormende activiteiten binnen ieders B

bereik. We brengen volwassenen in hun vrije tijd bij elkaar en bieden hun een venster op de wereld. We streven naar een warme, duurzame en diverse samenleving en ondersteunen mensen bij hun zelfontplooiing en zelfredzaamheid. We werken samen met overheden en organisaties in de regio. Vormingplus is aanwezig in de tien gemeenten van de regio. Samen met lokale partners organiseren we een ruim aanbod aan educatieve activiteiten. Thema’s die in het oog springen zijn: creati-

K viteit, duurzaamheid, diversiteit, digitale geletterdheid, stad en streek. Tijdens de zomermaanden

werken we steeds een project uit. Zo was er de ‘zomer van stilte’ en de ‘zomer zonder grenzen’ (over diversiteit).

126  PROFIEL VAN DE SECTOR


1. DE WERKING 15 de Vormingplus-centra

Vormingplus regio Mechelen Vormingplus regio Mechelen organiseert vormingsactiviteiten over zeer uiteenlopende thema’s in B

de grote regio Mechelen. We werken samen met verschillende partners om deze activiteiten en grotere projecten tot stand te brengen. Daarbij gaat speciale aandacht uit naar laagdrempeligheid, innovatie en interculturaliteit. Vormingplus regio Mechelen organiseert activiteiten waarin plaats is voor interculturaliteit. Gekende voorbeelden hiervan zijn de verschillende conversatietafels in de regio, Vrouwendialoog, Samen

K Inburgeren, Changemakers, activiteiten in samenwerking met zelforganisaties en verenigingen.

Tijdens conversatietafels als den Babbelier en ’t Klapgat oefenen anderstaligen die al een basis Nederlands hebben in kleine groep met Nederlandstalige vrijwilligers.

Vormingplus Vlaamse Ardennen-Dender Vormingplus stimuleert de vorming voor volwassenen in de regio Vlaamse Ardennen-Dender. B

Bedoeling is dat wij zoveel mogelijk mensen in hun vrije tijd de kans geven om zich bij te scholen. Dat doen wij door zelf vorming te organiseren, door het aanbod van andere organisaties bekend te maken en door de uitbouw van een studie- en informatiecentrum rond vorming in onze regio. Mensen kennen Vormingplus Vlaamse Ardennen-Dender van een ruim aanbod van activiteiten met

K een meerwaarde, over zaken die je niet zomaar op school kan leren en van boeiende projecten met

en voor een divers publiek en dit allemaal aan democratische prijzen.

Vormingplus Waas-en-Dender Vormingplus Waas-en-Dender organiseert een waaier aan educatieve activiteiten die volwassenen persoonlijke, sociale en culturele competenties bijbrengen en de deelname aan de samenleving B

stimuleren. De organisatie wil de kans om bij te leren binnen het bereik van iedereen brengen, met bijzondere aandacht voor groepen die moeilijker hun weg naar vorming vinden. Ze gebruikt een breed gamma aan werkvormen. Dit gebeurt in samenwerking met tal van sociale en culturele sleutelfiguren en organisaties. Allerhande leuke en boeiende vormingsactiviteiten dicht bij de mensen.

K Onze thema’s zijn Samenleving, Kunst en Cultuur, Persoon en Relatie, Zingeving en Filosofie, Ge-

zondheid en Zorg, Natuur en Milieu, Creatief en Vaardig, Wetenschap, Informatica en Techniek.

PROFIEL VAN DE SECTOR  127


1. DE WERKING 1.5 de Vormingplus-centra

1.5.3. ENKELE INDICATOREN 2010-20113

2011 activiteiten

6.048

+4,2%

uren

36.354

+3,2%

deelnames

95.657

+8,7%

VHS: evolutie aantal activiteiten 7.000 6.000 5.000 4.000 3.000 2.000 1.000 0 2007

2008

2009

2010

2011

2009

2010

2011

VHS: evolutie aantal deelnames 120.000 100.000 80.000 60.000 40.000 20.000 0 2007

2008

Hoewel sterk verschillend van centrum tot centrum, zien we globaal geen terugval in het aantal deelnames en activiteiten. Er is sprake van een groeivertraging, geen krimp. We zien voor de groeivertraging in plaats van krimp vier oorzaken (zie hoger voor uitgebreide toelichting): (1) toen de besparingen aangekondigd werden (najaar 2010), stond het programma voor 2011 bij de meeste centra al op punt; (2) het personeel levert extra

3 Deze kolom toont de percentsgewijze evolutie tussen 2010 en 2011.

128  PROFIEL VAN DE SECTOR


1. DE WERKING 15 de Vormingplus-centra

inspanningen om de geplande initiatieven toch nog uit te voeren; (3) de centra kunnen teren op de inspanningen die ze in het verleden leverden om een aanbod te ontwikkelen; (4) om de besparingen op korte termijn te kunnen verteren, wordt soms de ruimte voor experiment, vernieuwing en het bereiken van minder evidente doelgroepen beperkt.

VHS: evolutie aantal gepresteerde uren 38.000 37.000 36.000 35.000 34.000 33.000 32.000 31.000 30.000 29.000 28.000 2007

2008

2009

2010

2011

Het aantal gepresteerde uren van de centra vertoont een grillig verloop waar we nog geen conclusies aan kunnen verbinden. Toch zien we – doorheen de schommelingen - globaal een groeivertraging over de vijf registratiejaren.

PROFIEL VAN DE SECTOR  129


1. DE WERKING 1.5 de Vormingplus-centra

Evolutie per centrum van enkele meetbare output-indicatoren evolutie 2010-2011

activiteiten

deelnames

uren

samenwerkingen

V+ 1

-

-

-

-

V+ 2

-

-

0

-

V+ 3

-

+

+

-

V+ 4

+

0

-

+

V+ 5

0

+

-

+

V+ 6

0

+

-

+ +

V+ 7

0

-

+

V+ 8

+

+

+

-

V+ 9

+

0

0

+

V+ 10

+

0

+

+

V+ 11

+

0

+

+

V+ 12

0

+

+

+

V+ 13

+

+

++

++

Zoals eerder gesteld, verschillen de centra onderling sterk in de manier waarop ze omgaan met besparingen. De diversiteit in strategieĂŤn vertaalt zich onder andere in de meetbare output van de centra, zoals verbeeld in de grafiek hierboven. We tonen per centrum (verticaal) (anoniem en niet-alfabetisch) en per indicator (horizontaal: aantal deelnames, activiteiten, uren en samenwerkingen met partners) de evolutie 2010-2011: - rode cellen (-) duiden op een daling met meer dan 5%; - groene cellen (+) duiden op een stijging met meer dan 5%; - donkergroene cellen (++) wijzen op een stijging van meer dan 10%; - lichtrode cellen (0) wijzen op een standstill.

Hoe vaak participeert een deelnemer aan een activiteit? Een deelnemer neemt gemiddeld 1,7 keer deel aan een activiteit van Vormingplus. Op basis van 86 % van de gegevens (van 11 centra van de 13) kunnen we (met extrapolatie) een betrouwbare inschatting maken van het aantal unieke deelnemers: in 2011 telden de Vormingplus-centra zo’n 56.275 unieke deelnemers. Dat betekent dat een deelnemer gemiddeld 1,7 keer participeert aan een Vormingplus-activiteit.

130  PROFIEL VAN DE SECTOR


1. DE WERKING 15 de Vormingplus-centra

1.5.4. SPREIDING VAN HET AANBOD De Vormingplus-centra spreiden het eigen educatief aanbod geografisch over hun regio. De centra verlagen dus participatiedrempels door het aanbod tot aan de deur van hun (potentiĂŤle) deelnemers te brengen. Op de kaarten die hierna volgen, brengen we de spreiding in beeld.

Waar organiseren de centra activiteiten? Op het eerste kaartje hierna (p.132) zie je de spreiding van de activiteiten over Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. We geven per gemeente het aantal gerealiseerde Vormingplus-activiteiten in 2011 weer. Verschillende centrumsteden zijn duidelijk herkenbaar met een hoog aantal gerealiseerde activiteiten.

Waar komen de deelnemers vandaan? Op het tweede kaartje hierna (p. 133) zie je de oorsprong van de deelnames in Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. We geven per gemeente het aantal deelnames in 2011 weer. Deze kaart toont een genuanceerder beeld van het bereik van de centra. De meeste deelnames komen uit de centrumsteden.

Wat is de spreiding van het bereik van de centra? Uit het tweede kaartje blijkt dat de meeste deelnames uit de centrumsteden komen. Dat is logisch, aangezien in de steden meer mensen wonen. Op het kaartje erna (p.134) neutraliseren we het effect van de bevolkingsverschillen tussen gemeenten. We tonen met een spreidingsindex het bereik per inwoner van een gemeente. In rode gemeenten bereiken de Vormingplus-centra verhoudingsgewijs veel mensen (warm), in blauwe gemeenten minder (koud). In gemeenten met een lichtrode kleur (waarde 1) is het aanbod in een evenwichtige verhouding tot de bevolking. Voor de details over de berekening van deze index verwijzen we graag naar het methodologisch hoofdstuk op p.40. De spreidingsindex toont dat Vormingplus ook sterk staat in veel gemeenten buiten de centrumsteden.

PROFIEL VAN DE SECTOR  131


132  PROFIEL VAN DE SECTOR

50

7

221

265

136

267

167

202

106

206

79

190

151

115

120

61

192

251

138

300

135

49

277

303

159

186

280

154

229

262

292

123

111

195

119

215

44

31

146

142

155

122 121

91

233

249

307

52

56

274

209 283

258

18

48

134

191

220

286

208

46

10

300 of meer

100 tem 299

50 tem 99

20 tem 29 30 tem 39 40 tem 49

1 tem 19

geen

aantal activiteiten

15

9

2

53

298

67

199

132

288

145

304

133

179

128

230

113 41

306

188

14

70

72

76

51

175

214

296

197

245

172

271

243

273

68

153

71 101

246

1

81

231

160

5

47

219

156

38

87

247

62

13

187

8

20

82

240

64 164

276

184 252

34

216

140

125

36

242

256

281

291

108

143

178

266

295

65

238

42

1

11

117

290

297

24

203

7 6

8

18

17

110

4

10 5 3 3

2

158

98

163

19

19

15 9

16

14

107

40

259

147

22

260

80

226

11

57

17

78

248

201

100

174

88

74 302

86

194

150

166

60

257

182

139

213

225

73

236

129

264

16

102

278

205

270

189

3

173

118 21

29

99

232

263

95

83

269

228

112

180

12

212

13

97

84

130

222

43

26

237 284 287 224 39 196 33 66 116 137 165 161

96 4 235 200 35 234 223 285 181 126

308

144

171

239

254

211

255

89

152

55

272

54

293

253

204

85

282

25

169

193

28

127

289

23

6

92

105

157

170

94

37

275

93

75

90

261

109

218

103

141

59

299

114

217

198

30

45

227

305

12

210

183

32

149

177

131

63

176

268

VHS: spreiding van de activiteiten

27

77

104

244

279

148

168

162

301

207

185

58

294

241

250

124

69

1. DE WERKING

1.5 de Vormingplus-centra

(lijst gemeenten zie pag. 135)


50

7

221

265

136

267

167

202

106

206

79

190

151

115

120

61

192

251

138

300

135

49

277

303

159

186

280

154

229

262

292

123

111

195

119

215

44

31

146

142

155

91

191

122 121

10

220

286

208

46

233

249

307

52

56

274

209 283

258

18

48

134

100 tem 999 1.000 tem 9.999 10.000 of meer

10 tem 99

0 tem 9

aantal deelnames

15

9

2

53

298

67

199

132

288

145

304

133

179

128

230

113 41

306

188

14

70

72

76

51

175

214

296

197

245

172

271

243

273

68

153

71 101

246

1 5

81

231

160

47

219

156

38

87

247

62

13

187

8

20

82

240

64 164

276

184 252

34

216

140

125

36

242

256

281

291

108

143

178

266

295

65

238

42

1

11

117

290

297

24

203

7 6

8

18

17

110

4

10 5 3 3

2

158

98

163

19

19

15 9

16

14

107

40

259

147

22

260

80

226

11

57

17

78

248

201

100

174

88

74 302

86

194

150

166

60

257

182

139

213

225

73

236

129

264

16

102

278

205

270

189

3

173

118 21

29

99

232

263

95

83

269

228 180

12

212

13

97

84

130

222

43

26

237 284 287 224 39 196 33 66 116 137 165 161

96 4 235 200 35 234 223 285 181 126

308

144

171

239

254

211

255

89

152

55

272

54

293

253

204

85

282

25

169

193

28

127

289

112

23

6

92

105

157

170

94

37

275

93

75

90

261

109

218

103

141

59

299

114

217

198

30

45

227

305

12

210

183

32

149

177

131

63

176

268

VHS: spreiding van de deelnames 4

27

77

104

244

279

148

168

162

301

207

185

58

294

241

250

124

69

15 de Vormingplus-centra

1. DE WERKING

(lijst gemeenten zie pag. 135)

4 Bij twee centra extrapoleerden we (een deel van) de deelnamecijfers op basis van de locatie van de activiteit. 15 % van de deelnames kon niet worden

toegewezen aan een gemeente. 7 % van de deelnames kwam van buiten de regio.

PROFIEL VAN DE SECTOR  133


134  PROFIEL VAN DE SECTOR

50

toegewezen aan een gemeente. 7 % van de deelnames kwam van buiten de regio.

7

221

265

136

267

167

202

106

206

79

190

151

115

120

61

192

251

138

300

135

49

277

303

31

159

186

280

154

229

262

292

123

111

195

119

215

44

0 (koud)

146

142

155

91

233

249

307

52

56

274

209 283

258

18

48

134

191

122 121

10

220

286

208

46

1 (evenwicht)

2 (warm)

spreidingsindex

15

9

2

53

298

67

199

132

288

145

304

133

179

128

230

113 41

306

188

14

70

72

76

51

175

214

296

197

245

172

271

243

273

68

153

71 101

246

1

81

231

160

5

47

219

156

38

87

247

62

13

187

8

20

82

240

64 164

276

184 252

34

216

140

125

36

242

256

281

291

108

143

178

266

295

65

238

42

117

290

297

24

203

97

84

212

130

222

43

26

237 284 287 224 39 196 33 66 116 137 165 161

96 4 235 200 35 234 223 285 181 126

308

144

171

239

254

211

255

89

152

55

272

54

293

253

204

85

282

25

169

193

28

127

289

158

98

163

19

110

107

40

259

147

22

260

80

226

11

57

17

78

248

201

100

174

88

74 302

86

194

150

166

60

257

182

139

213

225

73

236

129

264

16

102

278

205

270

189

3

173

118 21

29

99

269

232

263

95

83

180

228

112

23

6

92

105

157

170

94

37

275

93

75

90

261

109

218

103

141

59

299

114

217

198

30

45

227

305

12

210

183

32

149

177

131

63

176

268

VHS: spreidingsindex5

27

77

104

244

279

148

168

162

301

207

185

58

294

241

250

124

69

1. DE WERKING

1.5 de Vormingplus-centra

(lijst gemeenten zie pag. 135)

5 Bij twee centra extrapoleerden we (een deel van) de deelnamecijfers op basis van de locatie van de activiteit. 15 % van de deelnames kon niet worden


1. DE WERKING 15 de Vormingplus-centra

Lijst van de gemeenten 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17. 18. 19. 20. 21. 22. 23. 24. 25. 26. 27. 28. 29. 30. 31. 32. 33. 34. 35. 36. 37. 38. 39. 40. 41. 42. 43. 44. 45. 46. 47. 48. 49. 50. 51. 52. 53. 54. 55. 56. 57. 58. 59. 60. 61. 62. 63. 64. 65. 66.

Aalst Aalter Aarschot Aartselaar Affligem Alken Alveringem Antwerpen Anzegem Ardooie Arendonk As Asse Assenede Avelgem Baarle-Hertog Balen Beernem Beerse Beersel Begijnendijk Bekkevoort Beringen Berlaar Berlare Bertem Bever Beveren Bierbeek Bilzen Blankenberge Bocholt Boechout Bonheiden Boom Boortmeerbeek Borgloon Bornem Borsbeek Boutersem Brakel Brasschaat Brecht Bredene Bree Brugge Buggenhout Damme De Haan De Panne De Pinte Deerlijk Deinze Denderleeuw Dendermonde Dentergem Dessel Destelbergen Diepenbeek Diest Diksmuide Dilbeek Dilsen-Stokkem Drogenbos Duffel Edegem

67. 68. 69. 70. 71. 72. 73. 74. 75. 76. 77. 78. 79. 80. 81. 82. 83. 84. 85. 86. 87. 88. 89. 90. 91. 92. 93. 94. 95. 96. 97. 98. 99. 100. 101. 102. 103. 104. 105. 106. 107. 108. 109. 110. 111. 112. 113. 114. 115. 116. 117. 118. 119. 120. 121. 122. 123. 124. 125. 126. 127. 128. 129. 130. 131. 132.

Eeklo Erpe-Mere Essen Evergem Galmaarden Gavere Geel Geetbets Genk Gent Geraardsbergen Gingelom Gistel Glabbeek Gooik Grimbergen Grobbendonk Haacht Haaltert Halen Halle Ham Hamme Hamont-Achel Harelbeke Hasselt Hechtel-Eksel Heers Heist-op-den-Berg Hemiksem Herent Herentals Herenthout Herk-de-Stad Herne Herselt Herstappe Herzele Heusden-Zolder Heuvelland Hoegaarden Hoeilaart Hoeselt Holsbeek Hooglede Hoogstraten Horebeke Houthalen-Helchteren Houthulst Hove Huldenberg Hulshout Ichtegem Ieper Ingelmunster Izegem Jabbeke Kalmthout Kampenhout Kapelle-op-den-Bos Kapellen Kaprijke Kasterlee Keerbergen Kinrooi Kluisbergen

133. 134. 135. 136. 137. 138. 139. 140. 141. 142. 143. 144. 145. 146. 147. 148. 149. 150. 151. 152. 153. 154. 155. 156. 157. 158. 159. 160. 161. 162. 163. 164. 165. 166. 167. 168. 169. 170. 171. 172. 173. 174. 175. 176. 177. 178. 179. 180. 181. 182. 183. 184. 185. 186. 187. 188. 189. 190. 191. 192. 193. 194. 195. 196. 197. 198.

Knesselare Knokke-Heist Koekelare Koksijde Kontich Kortemark Kortenaken Kortenberg Kortessem Kortrijk Kraainem Kruibeke Kruishoutem Kuurne Laakdal Laarne Lanaken Landen Langemark-Poelkapelle Lebbeke Lede Ledegem Lendelede Lennik Leopoldsburg Leuven Lichtervelde Liedekerke Lier Lierde Lille Linkebeek Lint Linter Lo-Reninge Lochristi Lokeren Lommel Londerzeel Lovendegem Lubbeek Lummen Maarkedal Maaseik Maasmechelen Machelen Maldegem Malle Mechelen Meerhout Meeuwen-Gruitrode Meise Melle Menen Merchtem Merelbeke Merksplas Mesen Meulebeke Middelkerke Moerbeke Mol Moorslede Mortsel Nazareth Neerpelt

199. 200. 201. 202. 203. 204. 205. 206. 207. 208. 209. 210. 211. 212. 213. 214. 215. 216. 217. 218. 219. 220. 221. 222. 223. 224. 225. 226. 227. 228. 229. 230. 231. 232. 233. 234. 235. 236. 237. 238. 239. 240. 241. 242. 243. 244. 245. 246. 247. 248. 249. 250. 251. 252. 253. 254. 255. 256. 257. 258. 259. 260. 261. 262. 263.

Nevele Niel Nieuwerkerken Nieuwpoort Nijlen Ninove Olen Oostende Oosterzele Oostkamp Oostrozebeke Opglabbeek Opwijk Oud-Heverlee Oud-Turnhout Oudenaarde Oudenburg Overijse Overpelt Peer Pepingen Pittem Poperinge Putte Puurs Ranst Ravels Retie Riemst Rijkevorsel Roeselare Ronse Roosdaal Rotselaar Ruiselede Rumst Schelle ScherpenheuvelZichem Schilde Schoten Sint-Amands Sint-Genesius-Rode Sint-Gillis-Waas Sint-Katelijne-Waver Sint-Laureins Sint-Lievens-Houtem Sint-Martens-Latem Sint-Niklaas Sint-Pieters-Leeuw Sint-Truiden Spiere-Helkijn Stabroek Staden Steenokkerzeel Stekene Temse Ternat Tervuren Tessenderlo Tielt Tielt-Winge Tienen Tongeren Torhout Tremelo

264. 265. 266. 267. 268. 269. 270. 271. 272. 273. 274. 275. 276. 277. 278. 279. 280. 281. 282. 283. 284. 285. 286. 287. 288. 289. 290. 291. 292. 293. 294. 295. 296. 297. 298. 299. 300. 301. 302. 303. 304. 305. 306. 307. 308.

Turnhout Veurne Vilvoorde Vleteren Voeren Vorselaar Vosselaar Waarschoot Waasmunster Wachtebeke Waregem Wellen Wemmel Wervik Westerlo Wetteren Wevelgem Wezembeek-Oppem Wichelen Wielsbeke Wijnegem Willebroek Wingene Wommelgem Wortegem-Petegem Wuustwezel Zandhoven Zaventem Zedelgem Zele Zelzate Zemst Zingem Zoersel Zomergem Zonhoven Zonnebeke Zottegem Zoutleeuw Zuienkerke Zulte Zutendaal Zwalm Zwevegem Zwijndrecht

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17. 18. 19.

Brussel Anderlecht Brussel Elsene Etterbeek Evere Ganshoren Jette Koekelberg Oudergem Schaarbeek Sint-Agatha-Berchem Sint-Gillis Sint-Jans-Molenbeek Sint-Joost-ten-Node Sint-Lambrechts-Woluwe Sint-Pieters-Woluwe Ukkel Vorst Watermaal-Bosvoorde

PROFIEL VAN DE SECTOR  135


1. DE WERKING 1.5 de Vormingplus-centra

1.5.5. FOCUS OP MAATSCHAPPELIJKE THEMA’S EN BURGERSCHAP De Vormingplus-centra trachten zoveel mogelijk de vinger aan de pols te houden in de regio. Ze waken erover dat hun aanbod maatschappelijk relevant en to the point blijft. We lichten ter illustratie vier thema’s uit het aanbod: digitale geletterdheid, interculturaliteit, duurzaamheid en burgerschap/maatschappelijke thema’s. % van het totaal

aantal activiteiten

aantal acitiviteiten (6.048)

digitale geletterdheid 6

704

11,6%

interculturaliteit 7

858

14,2%

duurzaamheid 8

455

7,5%

872

14,4%

2.889

47,8%

burgerschap en maatschappelijke thema’s 9 totaal van de drie thema’s

Op basis van een indicatieve toets – een greep van vier thema’s uit de meetbare output van activiteiten - kunnen we veilig stellen dat minstens de helft van het aanbod van Vormingplus-centra inspeelt op actuele maatschappelijke uitdagingen. We maakten hiervan een kaart (zie hierna). We duiden voor elke Vlaamse gemeente aan of er minstens één activiteit was over digitale geletterdheid (rood bolletje), interculturaliteit (blauw bolletje), duurzaamheid (groen bolletje) of burgerschap/maatschappelijke thema’s (geel bolletje). De centra zijn over heel Vlaanderen aanwezig zijn met een maatschappijgericht aanbod.

6 Digitale geletterdheid staat voor het kunnen gebruiken van digitale technologieën, communicatiemiddelen en/of netwerken om toegang te hebben

tot, het managen van, het integreren en evalueren van en het zelf creëren van informatie om te kunnen functioneren in de kennismaatschappij (Bron: LINC vzw). De Vormingplus-centra sluiten zich met aandacht voor digitale geletterdheid expliciet aan bij de doelstellingen van het ‘Plan Geletterdheid Verhogen’ van de Vlaamse regering. 7 Interculturaliseren is een interactief leerproces om te leren omgaan met diversiteit. Hierbij staan ontmoeting en dialoog van mensen met verschillende culturele achtergronden centraal, vertrekkend vanuit het respect voor de eigenheid en het besef van de gelaagdheid en dynamiek van culturen. (Bron: Kennisknooppunt Interculturaliseren) 8 Duurzaamheid is de ontwikkeling die aansluit op de behoeften van het heden zonder het vermogen van toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen. (Bron: VN) 9 Onder activiteiten over burgerschap en maatschappelijke thema’s verstaan we: 1. activiteiten die een deelnemer een inzicht verschaffen in de maatschappelijke context waarin hij/zij zich bevindt; 2. activiteiten waarbij een deelnemer kennis en vaardigheden verwerft in functie van een volwaardige participatie als burger in een democratische samenleving. 136  PROFIEL VAN DE SECTOR


7

221

265

267

167

202

106

79

190

151

115

120

61

206

251

138

300

135

277

303

159

186

280

154

229

262

292

123

111

195

119

215

49

146

142

155

91

191

122 121

10

220

286

208

46

233

249

307

52

56

274

209 283

258

18

48

134

15

9

2

53

298

67

199

132

288

145

304

133

179

128

230

113 41

306

188

14

70

72

76

51

175

214

296

197

245

172

271

243

273

68

153

71 101

246

1 5

81

231

160

47

219

156

87

247

62

13

187

8

20

82

240

64 164

276

184 252

34

216

140

125

36

242

256

281

291

108

143

178

266

295

65

238

42

289

1

11

117

290

297

24

203

7 6

8

18

17

110

4

10 5 3 3

2

158

98

163

19

19

15 9

16

14

107

40

259

147

22

260

80

226

11

57

17

78

248

201

100

174

88

74 302

86

194

150

166

60

257

182

139

213

225

73

236

129

264

16

102

278

205

270

189

3

173

118 21

29

99

232

263

95

83

269

228

112

180

12

212

13

97

84

130

222

43

26

237 284 287 224 39 196 33 66 116 137 165 161

127

96 4 235 200 35 234 223 285 181 126

308

144

171

239

38

28

254

211

255

89

152

55

272

54

293

253

204

85

282

25

169

193

27

77

104

244

279

148

168

162

301

207

185

58

294

241

250

124

69

23

6

92

105

157

170

94

37

275

93

75

90

261

109

218

103

141

59

299

114

217

198

30

45

227

305

12

210

183

32

149

177

plaatsgevonden. Conclusie: de activiteiten rond deze thema’s kennen een sterke spreiding over heel Vlaanderen en Brussel.

131

63

176

268

(lijst gemeenten zie pag. 135)

Op bovenstaande kaart duiden we per Vlaamse en Brusselse gemeente aan waar minstens één activiteit rond digitale geletterdheid, interculturaliteit en duurzaamheid heeft

50

136

192

44

31

burgerschap en maatschappelijke thema’s

digitale geletterdheid

interculturaliteit

duurzaamheid

activiteit(en) rond

15 de Vormingplus-centra

1. DE WERKING

VHS: spreiding van de initiatieven rond digitale geletterdheid, interculturaliteit, duurzaamheid en burgerschap en maatschappelijke thema’s

PROFIEL VAN DE SECTOR  137


1. DE WERKING 1.5 de Vormingplus-centra

ENKELE PRAKTIJKVOORBEELDEN Digitale geletterdheid Voor wie opleidingen in CVO’s te lang, te schools of te moeilijk vindt, biedt Vormingplus ‘Digitale Upgrade’ aan. Beginnende computergebruikers kunnen aan de slag in praktische workshops en demo’s. Gevorderden kunnen een nieuwe stap voorwaarts zetten. Zo staan deelnemers sterker om zelf te bepalen waar ze nood aan hebben. Vormingplus en het OCMW van Gent werken samen aan het muziekproject Bougez Bougez. Daarbinnen tekent Vormingplus voor een maatschappelijk kwetsbare groep het traject ‘DIGI-TALE’ uit. De deelnemers gebruiken diverse media om beelden, foto’s, tekeningen, muziek en (ingesproken) tekst te verwerken in een persoonlijk thema. De resultaten (powerpoint, videoclip, blog...) worden aan het publiek getoond. Het belang van ‘Mediawijsheid’ neemt met de dag toe. In 2011 neemt Vormingplus deel aan de ‘Digitale Week’ door middel van een lezing ‘Kritisch omgaan met nieuwe media’. Verder blijven laagdrempelige computer-, internet- en digitale fotografiecursussen zeer belangrijk. Het aanbod wordt uitgebreid met sessies over ‘Downloaden en registreren’ en ‘Verder internetten en mailen’. Ook internetdaten kwam aan bod in een cursus in samenwerking met besingle.be. Computer vanaf nul: Vormingplus leert deelnemers waar ze op moeten letten bij de aankoop van een computer. Na de aanschaf leert men in groep hoe met de eigen computer te werken. Allerlei toepassingen komen aan bod: internet, berichten verzenden, tekst maken, foto’s, muziek, cd’s branden, problemen oplossen. Via korte workshops en informatiemomenten worden deelnemers weerbaarder als consument en gebruiker van populaire internettoepassingen. Na een korte demonstratie kunnen ze een standpunt innemen over Facebook, Google Streetview, iPads, the Cloud... Een groot deel van deze activiteiten wordt georganiseerd in samenwerking met lokale dienstencentra, Samenlevingsopbouw en lokale organisaties.

138  PROFIEL VAN DE SECTOR


1. DE WERKING 15 de Vormingplus-centra

Interculturaliteit Grotere bewegingsvrijheid en zelfstandigheid voor allochtone vrouwen, daar draait het om in het project ‘Fietsvriendinnen’. Vormingplus organiseert een ontmoeting tussen allochtone en autochtone vrouwen en helpt hen om zich als fietser in het verkeer te begeven. Fietsvaardigheid en -ervaring zijn het resultaat. Deze avond past in een reeks van vijf lezingen, onder de noemer Dar Es Salaam, waarin de islam in Vlaanderen wordt besproken. Op de avond worden telkens enkele sprekers uitgenodigd die hun mening en visie geven op het thema. Nadien wordt er in debat gegaan met de deelnemers. Elke deelnemer krijgt de kans vragen te stellen. De lezingenreeks kent een groot succes, mede dankzij de samenwerking met heel wat partners. Vormingplus zet vormingstrajecten op voor etnisch-culturele minderheden om hun kennis, vaardigheden en netwerken rond beleidsthema’s te versterken. Dat gebeurt in het kader van het project ‘Changemakers’. Dit project ontvangt middelen van het Europees Integratiefonds en wordt uitgevoerd door het Minderhedenforum in samenwerking met Vormingplus en de etnisch-culturele federaties. ‘Changemakers’ bouwt aan een verhoogde maatschappelijke participatie van de doelgroep door de betrokkenheid bij het beleid zowel kwantitatief als kwalitatief te vergroten . In samenwerking met de integratiedienst van Kortrijk en het intercultureel ontmoetingscentrum Leiaarde ontwikkelt Vormingplus een project waarbij mensen van allochtone afkomst als brugfiguur gevormd en ingezet worden voor hun gemeenschap. De klemtoon ligt in de eerste plaats op toeleiding naar culturele en vrijetijdsinitiatieven. Vormingplus geeft mee vorm aan het project en werkte daartoe een vormingstraject uit van zes sessies, gevolgd door maandelijkse intervisies. In 2011 wordt een eerste groep ‘gelanceerd’ die in de toekomst verder wordt uitgebreid. Door de aanwezigheid van een opvangcentrum in Sint-Niklaas worden inwoners van de regio geconfronteerd met mensen van velerlei afkomst. Er wonen momenteel 188 asielzoekers in het opvangcentrum: zowel families met kinderen als alleenstaanden. Vormingplus geeft mensen de kans dat centrum van naderbij te leren kennen. Tijdens het bezoek krijgen deelnemers informatie over de bewoners, de werking van het opvangcentrum en de opvang van asielzoekers in België.

PROFIEL VAN DE SECTOR  139


1. DE WERKING 1.5 de Vormingplus-centra

Duurzaamheid Vormingplus zet in samenwerking met enkele OCMW’s een duurzaam georiënteerde kookcursus op voor het OCMW-cliënteel. De bedoeling is tweeledig: enerzijds ontstaat een beter begrip van duurzaamheid bij te brengen, anderzijds wijst het de weg naar ander vormingswerk. Een andere kijk op wonen: tijdens een bezoek aan een passiefhuis dompelt Vormingplus de deelnemers onder in een stroom van frisse ideeën omtrent verlichting, passieve zonnesystemen, duurzaam verwarmen en koelen, natuurlijke zonnewering, energieloze ventilatiesystemen, isolatietechnieken... Gemeenschapsvorming en duurzaam tuinieren gaan hand in hand in het project ‘Groene Voortuintjes’. De bewoners van de sociale woonwijk Diependaal in Herentals krijgen de kans om een aantal vormingsmomenten te volgen, deel te nemen aan tuinklusdagen en goedkoop planten en zaaigoed aan te schaffen. Zo kunnen ze hun (voor)tuin opfleuren. Het geheel wordt feestelijk afgesloten met een heus buurtfeest. Vormingplus maakt een vademecum met diverse programma’s/activiteiten over het thema duurzaamheid. In het halfjaarlijks overleg met de culturele centra is duurzaamheid een expliciet agendapunt. Per CC wordt gestreefd naar een minimum van drie programma’s over duurzaamheid (maar ook digitale geletterdheid en diversiteit). Zo stimuleert Vormingplus alle partners in de regio om dit thema actief op te nemen in de programmatie. Bespaar e 1000 door bewust te verbruiken: deze cursus loopt in samenwerking met de bibliotheken van Sint-LievensHoutem en Haaltert. Netwerk Bewust Verbruiken begeleidt en legt er uit hoe deelnemers op een eenvoudige manier geld kunnen besparen op voeding, aankopen, mobiliteit, energie, gezondheid... en dat allemaal zonder verlies van comfort.

140  PROFIEL VAN DE SECTOR


1. DE WERKING 15 de Vormingplus-centra

Burgerschap en/of maatschappelijke thema’s Beste buur, beste burgemeester: bewonersgroepen in de stad Antwerpen vormen mee het cement van hun wijk. Daarom is het belangrijk dat ze zichzelf naar waarde schatten. Vormingplus helpt hen mogelijkheden te ontdekken om vaker en beter op te komen voor hun verantwoordelijkheden en idealen. Ze visualiseren deze inzichten en verlangens in een digitaal verhaal. Vervolgens verspreiden ze die online. Zo worden de verhalen concreet en zichtbaar: voor henzelf, voor de buurt en voor de lokale overheid. In dit project werken de bewoners van de sociale woonwijk Brasel in Dessel, de sociale huisvestingsmaatschappij, het OCMW en een architectenbureau samen aan een toekomstplan voor de renovatie van de wijk. Vormingplus begeleidt de bewoners in het formuleren en tastbaar maken van hun wensen. De bewoners gaan het debat aan met de andere partners met als doel het aangeleverde materiaal te integreren in een toekomstplan. Vormingplus wil burgers de kans geven om samen na te denken over de toekomst. De ‘G-off tafels’ zijn bedoeld voor mensen die niet werden uitgeloot voor de G1000, die op hetzelfde moment in Brussel doorgaat. De aanwezige deelnemers wisselen van gedachten over het thema sociale zekerheid. LETS staat voor Local Exchange Trade System, vrij te vertalen als lokaal ruilhandelsysteem. Letsers bieden goederen of diensten aan en kunnen hierdoor op hun beurt een beroep doen op andere letsers. Vormingplus trekt de LETS-groep, maar streeft naar een complete zelfstandigheid van de groep. In de schaduw van Doel organiseert Vormingplus een informatiedebat over kernenergie. Het debat speelt in op de vele veiligheidsvragen in de nadagen van de ramp in Fukushima. Een panel van deskundigen licht het drama toe en geeft antwoord op vragen van verontruste burgers. Risico’s, gevolgen van nucleaire straling en mogelijke alternatieven voor kernenergie kwamen uitgebreid aan bod.

PROFIEL VAN DE SECTOR  141


1. DE WERKING 1.5 de Vormingplus-centra

1.5.6. DOELGROEPEN Nieuwe deelnemers en experimenten om mensen te bereiken Vormingplus wil andere en meer mensen op nieuwe manieren bereiken. We bekijken hier het bereik van mensen die voor het eerst in contact komen met Vormingplus (nieuwe deelnemers). % van het totaal aantal

aantal aantal nieuwe deelnemers (raming)

unieke deelnemers (56.275) 27.200

48,4%10

Vormingplus licht in het Spiegelproject haar communicatie door in functie van een groter bereik van etnisch-culturele minderheden. Dat leidde tot een Afrikaanse gespreksgroep in Asse. Zo wordt het aanbod en de communicatie afgestemd op een meer divers publiek. Vormingsplus start daarna een Afrikaans programma op met en door Afrikanen. In april 2011 verhuist Vormingplus van de Brugse binnenstad naar de wijk Sint-Pieters. Alle inwoners uit de wijk krijgen een brochure met het activiteitenaanbod in de bus, met een uitnodiging om een bezoek te brengen aan de nieuwe locatie. Het project NEVENSTROOM biedt afstuderende cursisten van het Centrum voor Basiseducatie verrassende perspectieven om Nederlands te oefenen. Vormingplus laat hen proeven van informeel leren en creëert in het traject leerkansen op basis van interesses en talenten van de cursisten. Ze vinden aansluiting bij het reguliere aanbod van Vormingplus. Dankzij een veelzijdig en laagdrempelig aanbod bereikt Vormingplus met het provinciale project ‘Watertanden’ een breder publiek. Het centrale thema, water, wordt op diverse manieren benaderd (bv. creatieve cursussen, bedrijfsbezoeken, zingevingsaspecten van water). Nieuwe methodieken (bv. cursussen aan de waterkant, tentoonstelling bouwen door cursisten als toonmoment, digi-tales) worden aangewend. Elk jaar zet Vormingplus één prioritair thema in de kijker om nieuwe deelnemers te bereiken. In 2011 is dat ‘gezondheid’. Zo ontwikkelt Vormingplus als innovatieve praktijk de dag ‘Op uw gezondheid’. Promotie gebeurt met een speciale folder op voor Vormingplus minder gebruikelijke plaatsen: gezondheidsinstellingen, crèches, dokters, apothekers...

Maatschappelijk kwetsbare groepen De Vormingplus-centra trachten zoveel mogelijk mensen, ook zij die moeilijk of geen toegang vinden tot niet-formele educatie in de regio, in contact te brengen met het aanbod. Op die manier slopen de Vormingplus-centra voortdurend participatiedrempels. We bekijken hier indicatief het bereik van enkele maatschappelijk kwetsbare groepen via het Vormingplus-aanbod. De Vormingplus-centra richtten in 2011 minstens een 200-tal activiteiten expliciet op maatschappelijk kwetsbare groepen. De centra bereikten samen zo’n 4.000 deelnames uit deze doelgroepen. Om de activiteiten te realiseren, werkten de centra samen met meer dan 200 andere organisaties en 71 gemeenten in Vlaanderen en Brussel. Eén gemeente op vijf werkte dus samen met Vormingplus om aanbod voor kansengroepen te realiseren. Deze cijfers zijn echter een onderschatting. Het is immers moeilijk om deze doelgroep af te lijnen. We hanteren hier enkel activiteiten die expliciet gericht zijn op kansarmen, kortgeschoolden, personen met een handicap, zieken en hun omgeving en gedetineerden. Deelnemers uit (andere) kwetsbare groepen nemen ook deel aan het reguliere aanbod. 10 Extrapolatie op basis van 57% van de gegevens (van 8 centra van de 13).

142  PROFIEL VAN DE SECTOR


1. DE WERKING 15 de Vormingplus-centra

Wel-zijn! Vrouw-zijn!: deze vorming voor maatschappelijk kwetsbare vrouwen wordt ontwikkeld door een educatieve medewerker van Vormingplus. Tijdens deze reeks krijgen de deelnemers vorming over geestelijke en fysieke gezondheid. De doelgroep wordt rechtstreeks aangesproken door de wijkwerker en er wordt promotie gemaakt in het sociaal restaurant. De dienst Welzijn en de wijkwerkster volgt de deelnemers nadien nog individueel op. Vormingplus (met projectsteun van de Koning Boudewijnstichting en NGO Close the Gap en in samenwerking met gemeentes en Seniorennet) organiseert op een vijftal plaatsen een traject digitale opvoedingsondersteuning voor mensen in kansarmoede. Digitale vorming en opvoedingsondersteuning gaan hand in hand. Om de duurzaamheid van het traject te garanderen, blijven de gebruikte computers ter beschikking van de individuele deelnemers of de betrokken organisaties. Mama’s power: het beste van zichzelf delen... dat is wat 12 moeders twee maal per maand doen. Deze moeders leven in precaire omstandigheden en kunnen bij Nasci vzw, een partner van Vormingplus, terecht voor materiële hulp. Tijdens vormingen werken ze aan een positief zelfbeeld, maken een CV, surfen op het internet, filosoferen over mannen en vrouwen, leren grenzen aangeven... Deze vrouwen leren van elkaar en ondersteunen elkaar. Tijdens Vrouwendialoog wordt een brug geslagen tussen de leefwereld van verschillende vrouwen: enerzijds vrouwen van voornamelijk Marokkaanse afkomst en anderzijds Vlaamse vrouwen die voornamelijk uit de middenklasse komen. Voor dit project overlegt Vormingplus met de dienst diversiteit van de stad Mechelen, de moskee Al Buraq en de verbonden vrouwenverenigingen. De samenwerking verliep niet steeds eenvoudig, maar de bereidheid en openheid tot samenwerking bij de verschillende partners leiden wel steeds tot geslaagde samenkomsten. Straal met kleur in stijl en attitude: deze cursus wordt ontwikkeld op vraag van buurtwerk Parol en wordt in gemengde groepen (kansengroepen en algemeen publiek) gebracht. Deelnemers trachten hun uitstraling te verbeteren door te werken met makeup, kleuren en kledingstijl. Als kers op de taart leren ze kijken naar de eigen bewegingen en lichaamshouding. Het doel is om op een positieve wijze het verzorgen van de eigen persoon te stimuleren.

Doelgroepen bereiken = tandje bijsteken Maatschappelijk kwetsbare groepen bereiken, is geen evidentie. Aan elke activiteit die zich – al dan niet via inclusie – op deze groepen richt, gaan heel wat extra investeringen vooraf: - overleg met partners (organisaties, gemeentebesturen...): de Vormingplus-centra bundelen door netwerking de expertise en krachten met lokale partners zoals OCMW’s, gemeentebesturen, sportdiensten, doelgroep-organisaties... - communicatie met de doelgroep: de centra passen hun communicatie aan voor de doelgroep. Het promotiemateriaal is op maat en laagdrempelig. Persoonlijk contact of promotie via de partners (sociaal restaurant, OCMW, wijkwerker...) staan voorop. - nieuw aanbod of aangepast aanbod: de centra maken nieuwe inhoud op maat of vereenvoudigen een bestaand basisaanbod. Steeds met de behoeften van de doelgroep als expliciete leidraad. - financiering: het inschrijvingsgeld voor activiteiten voor kwetsbare groepen moet haalbaar blijven. Daarom gaan de centra op zoek naar extra financiering of logistieke ondersteuning. Vaak genoemde co-financiers zijn steden of gemeenten, OCMW’s en fondsen zoals de Koning Boudewijnstichting of impulsfondsen. Voor de realisatie van het aanbod voor kwetsbare groepen werken de Vormingplus-centra in totaal samen met 71 gemeenten (één op vijf) en 236 partnerorganisaties.

PROFIEL VAN DE SECTOR  143


1. DE WERKING 1.5 de Vormingplus-centra

1.5.7. INNOVATIE De Vormingplus-centra trachten zoveel mogelijk mensen, zo dicht mogelijk bij huis, in contact te brengen met niet-formele educatie. Om deze opdracht te vervullen, gaan ze, complementair aan de bestaande werking, steeds op zoek naar creatieve manieren om mensen te bereiken en participatiedrempels te slopen. Dat doen ze met elk met hun eigen accenten: het ene centrum innoveert in de opbouw van expertise, het andere experimenteert met nieuwe samenwerkingen, methodieken of doelgroepen... We tonen hier indicatief een aantal praktijkvoorbeelden.

IMID - Ik Moest Iets Doen - is een collectief van enkele Brusselse kunstenaars en sociaal-culturele partners. Vormingplus maakt deel uit van de kern van dit collectief. IMID reikt burgers ludieke, speelse tools aan waardoor frustraties over de publieke ruimte in de stad omgezet worden in constructieve actie. Het gaat om speelse interventies die mensen verleiden om zelf actie te ondernemen. IMID geeft hierdoor vorm aan actief en speels burgerschap in de stad. ‘Kartrekkers voor je vereniging’ brengt mensen uit verschillende Kempense verenigingen samen om onder begeleiding van Stichting Lodewijk De Raet en Vormingplus een interactief vormingstraject te doorlopen. De groep buigt zich over hoe nieuwe vormen van vrijwillig engagement hun plaats kunnen vinden in bestaande verenigingen. De ‘tips en tricks’ die hieruit voortvloeiden, worden gebundeld in een handig inspiratieboekje. De tentoonstelling ‘Quo Vadis’: de agressie tegen vrouwen in Afrika, India, Afghanistan... is regelmatig in het nieuws. Fran Kusters, Beeld & Woord-kunstenaar wil enerzijds ‘partnergeweld’, maar anderzijds ook breder gezien ‘geweld binnen het gezin’ onder de aandacht brengen en bespreekbaar maken. Haar kunstwerken doen een beroep op het inlevingsvermogen van de toeschouwer. Ze verdiepte zich in het thema door onderzoekswerk en gesprekken met slachtoffers en hulpverleners. De tentoonstelling was doorlopend gratis te bezoeken. Ik verlegde een steen in de stroom: gedurende een traject van achttien wekelijkse bijeenkomsten onderzoeken deelnemers uit kansengroepen op artistieke wijze hoe zij omgaan met ‘life-events’. Hun werk tonen ze in het Stedelijk Museum van SintNiklaas. Ze evalueren zichzelf, stellen de tentoonstelling op, verzorgen de vernissagereceptie en gidsen de gasten.

6 Extrapolatie op basis van 68 % van de gegevens.

144  PROFIEL VAN DE SECTOR


1. DE WERKING 15 de Vormingplus-centra

1.5.8. SAMENWERKING Zoals uit de voorgaande delen blijkt, zijn de Vormingplus-centra intensieve netwerkers en samenwerkers. Doorheen de jaren hebben ze een aanzienlijk netwerk opgebouwd.

VHS: evolutie aantal samenwerkingen 8.000 7.000 6.000 5.000 4.000 3.000 2.000 1.000 0 2009

2010

2011

Het aantal samenwerkingsverbanden blijft groeien, mits evenwel een groeivertraging in 2011 (zie hoger over de effecten van de besparingen). De voornaamste partners zijn gemeenten, steden, cultuur- of gemeenschapscentra, welzijnsorganisaties, bibliotheken en organisaties van/voor minderheden of integratie. Bij deze samenwerkingen nemen de centra – afhankelijk van de behoefte en expertise - verschillende rollen op. We onderscheiden er vijf, in afnemende mate van intensiteit: 1. coördinator, trekker, stimulator: Vormingplus is de bezieler van het initiatief; 2. partner, samenwerker, deelnemer: Vormingplus verleent steun en is partner; 3. uitvoerder, begeleider: Vormingplus vervult een afgelijnde opdracht in het geheel; 4. toeleider: Vormingplus effent de weg naar een aanbod van partners; 5. consultant, adviesverlener: Vormingplus geeft advies en inspiratie aan partners. We geven hierna enkele praktijkvoorbeelden per samenwerkingsrol.

PROFIEL VAN DE SECTOR  145


1. DE WERKING 1.5 de Vormingplus-centra

PRAKTIJKVOORBEELDEN Samenwerking: Vormingplus als coördinator, trekker, stimulator It takes a village to raise a child... ouderparticipatie: Vormingplus ontwikkelt een participatietraject om individuen/ouders te activeren en hun talenten in te zetten voor de school. Samen met de koepels van Ouderverenigingen (KOOGO, GO, VCOV), het Minderhedenforum en het Onderwijscentrum beoogt Vormingplus een (mentale) verandering in de samenwerking tussen ouders, school en buurt. Boost! is een vormingsdag voor het verenigingsleven rond het thema ‘vrijwilligerswerk’. Deelnemers uit verschillende organisaties en gemeenten volgen op deze dag lezingen en workshops en wisselen ervaringen uit. Vormingplus trekt en coördineert het geheel en werkt hiervoor samen met de cultuurdiensten van zes gemeenten. Vormingplus grijpt het Europese jaar van de vrijwilliger aan om een vrijwilligerstraject uit te werken voor verschillende gemeenten van de regio. De concrete invulling van het traject was op maat van de gemeente en werd in samenspraak met lokale partners bepaald. Om de activiteiten en foto’s te bundelen en tentoon te stellen maakt Vormingplus een website met een verslag van al de activiteiten.

Samenwerking: Vormingplus als partner, samenwerker, deelnemer Het Overleg Opvoedingsondersteuning Pajottenland organiseert een opvoedingscaroussel in zeven gemeenten met als bekroning een ‘opvoedingsbrunch’. (Groot)ouders en (klein)kinderen nemen deel aan een reeks workshops en leuke randanimatie. Jeugdschrijver Marc De Bel leest voor uit zijn nieuwste boek en komt vertellen over waarom hij schrijver is geworden. Ouders met vragen over opvoeding kunnen terecht bij de deskundigen in de praathoek. Ondertussen genieten alle deelnemers van een gratis uitgebreide brunch. Vormingplus neemt het vormingsfacet op zich en verzorgt de promotie. Boterhammen in de bib: Vormingplus organiseert deze jaarlijks terugkerende reeks in samenwerking met drie bibliotheken in de regio. Zij zijn nauw betrokken bij de voorbereiding. Dat zorgt voor meerwaarde en efficiëntie. ‘Boterhammen in de Bib’ is een beproefd recept met telkens een nieuwe inhoud. Een keer per maand kan men tijdens de middag terecht in de betrokken bibliotheken voor een portie actuele journalistiek, gebaseerd op sterke getuigenissen en recent onderzoek. Iedereen Gezond! Een veertiendaags programma over sociale zekerheid: Het AMSAB organiseert de tentoonstelling ‘Over leven - de strijd voor sociale zekerheid’. Vormingplus hangt hieraan een veertiendaagse op met twee films en nabespreking, drie lezingen over verschillende aspecten van gezondheidszorg, een debat met Frank Vandenbroucke, een muzikaal geïllustreerde lezing over de kracht van muziek, een bezoek aan een tentoonstelling over de geschiedenis van de gezondheidszorg en een uitstap naar Wallonië met aandacht voor de gevolgen van milieuvervuiling op de gezondheid.

146  PROFIEL VAN DE SECTOR


1. DE WERKING 15 de Vormingplus-centra

Samenwerking: Vormingplus als uitvoerder, begeleider In het kader van het gezondheidsproject ‘Fit in je hoofd’ werken de logo’s (lokaal gezondheidsoverleg) en Vormingplus een vormingsaanbod uit. Dat vormingsaanbod wordt voorgesteld aan alle gemeenten. Zij maken hun keuze, Vormingplus zorgt voor de begeleiding. Vormingplus organiseert op vraag van en in samenwerking met het Natuur Educatief Centrum De Pastorie in Sint-LievensHoutem de cursus ‘een kruidenspiraal aanleggen’. Na een theoretisch gedeelte leren de deelnemers samen een kruidenspiraal te construeren. Deze cursus kent een vervolg met een uitgebreide reeks over kruiden en geneeskrachtige planten. In het kader van het project “Actie tegen zinloos geweld” van de Cultuurdienst Dendermonde organiseert Vormingplus de activiteit “Vliegers maken en leren vliegeren” voor ouders en kinderen. De vlieger is een metafoor voor geweldloosheid. Een freelancer en een educatief medewerker van Vormingplus ontwikkelen en begeleiden de activiteit.

Samenwerking: Vormingplus als toeleider ConsulAnten zijn vrijwilligers met een groot hart voor Antwerpen. Ze zetten zich in voor verenigingen, dienstencentra, rust- en verzorgingstehuizen en voor organisaties met een speciale aandacht voor senioren en kansengroepen. Hun inzet heeft tot doel deze groepen toe te leiden naar het Antwerpse cultuuraanbod. Vormingplus staat in voor de coaching van de ConsulAnten, in samenwerking met de stad Antwerpen en het OCMW. Vormingplus zet in op initiële cursussen die zorgen voor toeleiding naar een andere organisatie. De cursus ‘Digitaal fotograferen’ is daar een sprekend voorbeeld van. In dit geval leidde de cursus ‘Digitaal Fotograferen’ naar verdieping bij WiSPER vzw en/of Flouartisitiek. De gemeente Zonnebeke organiseert zelfstandig haar vormingsaanbod. De programmatie wordt opgenomen in de brochure van Vormingplus en ook het gros van de inschrijvingen verloopt via Vormingplus. Op die manier bereikt het vormingsaanbod van Zonnebeke een groter publiek dan wanneer het aanbod enkel binnen de gemeentegrenzen gepromoot zou worden.

PROFIEL VAN DE SECTOR  147


1. DE WERKING 1.5 de Vormingplus-centra

Samenwerking: Vormingplus als consultant, adviesverlener In 2011 breidt Vormingplus het aanbod in het kader van de ‘conversatietafels’ verder uit. Naast de twee bestaande locaties in Lier en Mechelen, wordt in samenwerking met Samenlevingsopbouw Provincie Antwerpen een derde project opgestart in de M. Ghandiwijk, een sociale woonwijk in Mechelen. De evolutie van deze derde locatie wordt in 2012 geëvalueerd. We leveren ook de gemeente Willebroek advies over hoe ze initiatieven voor het oefenen van Nederlands als tweede taal kunnen opzetten. Na een oproep worden 108 ‘dromen’ over een sterker sociaal-cultureel werk ingezameld en komt het project ‘Knijp eens in mijn arm’ helemaal tot leven. Vormingplus maakt deel uit van de jury die dromen van drie organisaties selecteerde. Deze drie krijgen nu fondsen voor professionele ondersteuning om hun droom waar te maken. De regio Oostende-Westhoek omvat negentien kleinere gemeenten. De capaciteit van de ploeg is onvoldoende om in al deze gemeenten systematisch zelf het vormingsaanbod te organiseren. Vormingplus geeft daarom advies aan de culturele centra, bibliotheken, dienstencentra en ontmoetingscentra. Zo kunnen ze zelf een optimaal vormingsaanbod organiseren. Dit advies omvat informatie over lesgevers, nieuwe onderwerpen en het aanbod in de omliggende gemeenten.

148  PROFIEL VAN DE SECTOR


1. DE WERKING 15 de Vormingplus-centra

1.5.9. BEKENDMAKING EN COMMUNICATIE De Vormingplus-centra trachten zoveel mogelijk mensen in contact te brengen met niet-formele educatie (ook van andere aanbieders) door dit aanbod via tal van communicatiekanalen bekend te maken. De websites van de centra telden in 2011 samen 512.969 bezoeken (+5 % ten opzichte van 2010). 61.169 abonnees (+34 % ten opzichte van 2010) ontvingen digitale nieuwsbrieven, gemiddeld 8 per jaar. 84.981 (-21 % ten opzichte van 2010) geadresseerden ontvingen een programmabrochure, gemiddeld 2 per jaar. Vormingplus registreerde ook tal van activiteiten op de website Prettig Geleerd, de sociaal-culturele activiteitenkalender, die op zijn beurt gekoppeld is aan de UiT-databank.

PROFIEL VAN DE SECTOR  149


1. DE WERKING 1.6 de landelijke vormingsinstellingen

1.6 DE LANDELIJKE VORMINGSINSTELLINGEN De werksoort landelijke vormingsinstellingen omvat: - 17 gespecialiseerde vormingsinstellingen; - 3 syndicale vormingsinstellingen; - 3 vormingsinstellingen voor personen met een handicap; - 1 federatie van vormingsdiensten voor personen met een handicap. Begin 2011 kwam Het Vlaamse Kruis als nieuwe gespecialiseerde instelling bij de werksoort. De organisatie maakte de overstap van de verenigingen naar de instellingen. In deze editie van Boekstaven worden voor het eerst ook cijfers van Het Vlaamse Kruis bij de vormingsinstellingen opgenomen. De beschrijving van de werking van de landelijke vormingsinstellingen bevat drie luiken. - Het voorgaande overkoepelende hoofdstuk (1.4) ‘Vormingplus-centra en landelijke vormingsinstellingen: leren voor het leven’ waarin de eigen positie van de vormingsinstellingen in het leerlandschap verduidelijkt wordt. - Hierna stellen de instellingen zich beknopt voor. - Na de voorstelling geven we een overzicht in cijfers van de gepresteerde uren, activiteiten en deelnemers.

1.6.1 VOORSTELLING VAN DE VORMINGSINSTELLINGEN B zelfbeschrijving van de vormingsinstelling K je kent ons van...

PROFIEL VAN DE SECTOR  151


1. DE WERKING 1.6 de landelijke vormingsinstellingen

Amarant Amarant biedt vorming aan over de geschiedenis en de actuele ontwikkelingen van beeldende B

kunst, muziek en filosofie. Ons educatief aanbod omvat cursussen, tentoonstellingsbezoeken, daguitstappen en kunsthistorische reizen. Amarant is actief in alle grotere steden van Vlaanderen. De lessenreeksen over ontwikkeling van de moderne kunst (10 maal 10 lessen!) staan symbool voor onze visie. Wij houden de tentoonstellingsactualiteit nauw in de gaten en spelen daar zowel

K

met cursussen als met tal van andere activiteiten op in. Wij nemen de kunstliefhebber mee naar de beste tentoonstellingen en interessantste musea in binnen- en buitenland. Kunstmanifestaties als de Biënnale van Venetië, Documenta Kassel, of, dichter bij huis, Manifesta, Track of Beaufort kunnen zeker op een bezoekje rekenen.

Ateliers voor Werknemersvorming AWV Ateliers voor werknemersvorming vzw, de syndicale vormingsinstelling van ACV en de christeB lijke arbeidersbeweging, activeert en begeleidt vrijwilligers tot sociale verbetering van ondernemin-

gen en regio’s. “Uw job, ons werk”. ACV-militanten, hun acties en dienstverlening zijn onze levende reclame. Wie ze zijn en wat ze doen, versterken ze door syndicale vorming in onze ateliers. Met programma’s K rond sociale wetgeving, communicatietechnieken, analyse van maatschappelijke thema’s... En veel

toepassingen op rechten en bevoegdheden van de ondernemingsraad, het comité voor veiligheid, preventie en bescherming van het werk en de syndicale afvaardiging.

CCV, partner in christelijk vormingswerk CCV, partner in christelijk vormingswerk biedt educatieve programma’s rond het thema van B zingeving. Het thema wordt vertaald in een ruim aanbod van vormingscursussen. CCV biedt ook

begeleiding aan groepen. De organisatie werkt vanuit christelijk perspectief. CCV is al sinds 1973 actief met een ruim cursusaanbod rond religie, christendom en christelijk K geloof in al zijn diversiteit. Wie op zoek is naar een cursus over bijbel, sacramenten, cultuur en

geloof... vindt bij CCV zeker zijn gading.

Centrum Voor Natuur- en milieueducatie (CVN) Het Centrum Voor Natuur- en milieueducatie specialiseert zich als onafhankelijke vormingsinstelling in educatie voor duurzame ontwikkeling. CVN wil mee draagvlak creëren voor een toekomstgericht B

natuur-, milieu- en klimaatbeleid. We gaan daarvoor actief op zoek naar partners, ook buiten de gevestigde natuur- en milieubeweging. Een professioneel team van een tiental medewerkers, geschraagd door een brede vrijwilligerswerking, staat hiervoor in. CVN engageert zich in de transitiebeweging naar een duurzame mondiale samenleving. CVN is bekend van de opleiding voor natuurgidsen die we al 45 jaar organiseren over heel

K Vlaanderen. Natuurbeleving is ook in vele andere vormingsinitiatieven van CVN een opstap naar

maatschappelijke actie en gedragsverandering.

152  PROFIEL VAN DE SECTOR


1. DE WERKING 1.6 de landelijke vormingsinstellingen

Centrum ZitStil (deel van federatie Vijftact) Centrum ZitStil is een organisatie die werkt rond ADHD. Voor individuele hulpverlening, informatie, training en opvoedingsondersteuning kunnen jongeren, volwassenen, partners en familie, ouders, B

onderwijsinstellingen en hulpverleners, werkgevers uit diverse sectoren het centrum contacteren met vragen rond ADHD. Daarnaast vindt ZitStil het belangrijk om in de maatschappij begrip te creëren voor personen met ADHD door een zo groot mogelijk publiek te sensibiliseren voor de problematiek rond ADHD, via vorming, publicaties en documentatie.

K

Het tweejaarlijks symposium en de ‘ADHD-dagen’, de vele vormingen, een aanbod van publicaties en het feit dat de media ons heel regelmatig weet te vinden...

Comé - Competent in engagement Comé is een syndicale vormingsinstelling. We ontwikkelen en bevorderen het syndicaal en maatB schappelijk engagement bij de deelnemers vanuit sociaal-liberale waarden (vrijheid, verantwoorde-

lijkheid, solidariteit en verdraagzaamheid). Comé werkt mee aan de realisatie van de concrete doelen van de liberale vakbond. We verdedigen K de belangen van de werknemers in de bedrijven. Op die manier geven we vorm aan het sociaal

overleg en bouwen we mee aan een rechtvaardig arbeidsmarktbeleid.

De Brug-Gent (deel van federatie KR8) Autisme Centraal is een kennis- en ondersteuningscentrum dat autisme ziet als een uitdaging voor onze samenleving. We verzamelen theoretische en praktische expertise omtrent autisme. Via studiedagen, een ruim aanbod van workshops en cursussen dragen we deze kennis uit. De comB plexe informatie over autisme verwerken we op een begrijpbare manier in verscheidene boeken en

publicaties waaronder het tijdschrift van Autisme Centraal. Ons deskundig multidisciplinair team werkt in een Europees perspectief en integreert zo vernieuwende tendensen en praktijken uit verschillende landen. Het huisjesproject van De Brug Gent (voor personen met autisme), waar we een weekcursus voor volwassenen met autisme organiseerden en huisjes creëerden die iets vertelden over de mensen zelf. Deze K cursus kaderde in de tentoonstelling ‘Autistrade’ in het Guislain museum, van mei tot september 2010.

Gedurende die periode kende de tentoonstelling meer dan 12.500 bezoekers. De tentoonstelling is nog steeds virtueel te bezoeken op www.autismecentraal.com (zie kunst en cultuur / autistrade).

De Brug-Hasselt (deel van federatie KR8) De Brug is een vormingsdienst voor personen met een verstandelijke beperking. Je kan er in groep een cursus volgen. Tijdens deze cursussen kan je van alles doen en meemaken. Bij ons werken vier vormingswerksters die alles voorbereiden en uitwerken. Ze houden rekening B

met elke deelnemer. Af en toe organiseert De Brug cursussen voor mensen uit de omgeving van personen met een verstandelijke beperking en voor professionelen. De Brug werkt samen met andere vormingsdiensten voor personen met een beperking in de federaties Z11 en KR8.

K

Je kan de deelnemers en medewerkers van De Brug Hasselt zien werken achter een laptop, waarop ze een digitaal fotoalbum maken, muziek downloaden, een digitale kalender maken...

PROFIEL VAN DE SECTOR  153


1. DE WERKING 1.6 de landelijke vormingsinstellingen

De Kei (deel van federatie Op Stap) Vormingsinstelling voor in hoofdzaak werkbekwame personen met een licht tot matige verstandelijke handicap. Nieuwe dingen uitproberen, nieuwe mensen leren kennen, je verhaal kunnen doen... B We vertrekken vanuit jouw vragen en deze van de andere groepsleden. Elke cursus is weer anders.

Andere mensen, andere vragen, een stapje verder, nog eens iets herhalen... We gaan ook in kleine groepen op vakantie. Je bepaalt samen met de groep en de begeleiding het programma. Werken op maat van de doelgroep. Een groot en gevarieerd aanbod van intensieve vormingsproK

jecten: van culturen over natuur en beleven, van seksualiteit tot relaties en vriendschappen, van stilstaan bij jezelf, gevoelens en weerbaarheid, van digitaal mee zijn, de wereld begrijpen tot je weg vinden in deze maatschappij.

Digistap (deel van federatie Op Stap) Vormingsinstelling voor personen met een licht tot matige verstandelijke handicap. Digistap heeft tot doel een bijdrage te leveren aan het wegwerken van de digitale kloof voor personen met een B

verstandelijke handicap. Dat doen we met aangepaste vormingsprojecten in het kader van de niet-formele educatie; andere sociaal-culturele initiatieven ter ondersteuning van de digitale vaardigheden van personen met een verstandelijke handicap en/of hun omgeving; werk te maken van diverse acties tot verkleinen van de digitale kloof. Werken op maat van de doelgroep. Een groot en gevarieerd aanbod van intensieve vormingsprojec-

K

ten rond gebruik van de PC, digitaal mee zijn, digitale fotografie, allerlei digisnufjes... Ook werken we rond het gebruik van de sociale media, met een grote aandacht voor de gevaren en problemen voor onze doelgroep.

Fevlado-Diversus (deel van federatie Vijftact) Fevlado-Diversus streeft naar een inclusieve samenleving met een volwaardig burgerschap voor doven en slechthorenden. Ze benadert hierbij doofheid vanuit sociaal-cultureel perspectief, met B respect voor ieders eigenheid en communicatiewijze. Ze organiseert hiertoe educatieve, ondersteu-

nende en sensibiliserende activiteiten die een genuanceerde visie op doof- en slechthorendheid bevorderen, gericht naar doven en slechthorenden, als naar horenden. K

Onze cursussen Vlaamse gebarentaal die we overal in Vlaanderen aanbieden, onze publicaties en tal van andere activiteiten.

Gezin en Handicap (deel van federatie Vijftact) Gezin en Handicap vzw wil een aanspreekpunt zijn voor al wie te maken krijgt met handicap. Om de kennis en weerbaarheid van personen met een handicap, hun ouders, broers en zussen... te vergroten, organiseert Gezin en Handicap sociaal-culturele activiteiten, zoals informatie- en B vormingsavonden over het thema handicap en inclusie. Daarnaast informeert Gezin en Handicap

het publiek, geeft het advies en ondersteuning aan organisaties, zelfhulpgroepen, oudercomités... Geïnteresseerden kunnen in het documentatiecentrum terecht voor een ruim aanbod aan boeken, artikels, tijdschriften, dvd’s... De website www.eerstemomenten.be met concrete informatie op maat van jonge ouders, een K antwoord op enkele veelgestelde vragen, tips, nieuws en een forum om je ervaringen met andere

ouders te delen. Een sobere website op maat van ouders van jonge kinderen met een handicap.

154  PROFIEL VAN DE SECTOR


1. DE WERKING 1.6 de landelijke vormingsinstellingen

Halewynstichting Halewynstichting organiseert vormingswerk voor permanente muziekeducatie met als doel het actief musiceren te stimuleren, het musiceerniveau te verbeteren en recente muziekstijlen te ondersteunen. Zij sluit hierbij geen enkele muziekstijl uit. De werking vertrekt primordiaal vanuit B een collectieve, actieve en creatieve participatie van alle deelnemers. Muziek aanleren, ontwikkelen

en uitvoeren in groep stimuleert het actief samenleven. Halewynstichting biedt hiermee een sociaal-cultureel alternatief voor individueel, passief en reproductief gericht muziekonderwijs. De zomercursussen georganiseerd sinds 1951 door Halewynstichting zijn bedoeld voor een grote K verscheidenheid aan deelnemers, in niveau variërend van beginners tot gevorderden/beroepsmu-

sici: Orkestweek, Cursus Oude Muziek, Jazzcursus en Popweek.

Handicum (deel van federatie Z11) Vzw Handicum is een vormingsorganisatie voor volwassenen. Handicum organiseert projecten, B

vormingen en opleidingen met en voor mensen met een beperking en de mensen in hun netwerk die wij ‘profs*’ noemen. Met profs* bedoelen wij iedereen die zich engageert in de ondersteuning van mensen met een beperking. In januari 2011 lanceerde Handicum het pilootproject ‘Opleiding tot co-begeleider in de kleuterklas’. Acht cursisten met een verstandelijke beperking volgden een intensief traject, dat bestond uit tien

K

opleidingsdagen en een stage in een school in hun buurt. Tijdens de opleidingsdagen leerden ze meer over de leefwereld van een kleuter, de context van een kleuterklas en over zichzelf in functie van hun eigen werkplek. Wij ondersteunden de stagescholen in het project. We spreiden het project de komende jaren verder in Vlaanderen, in samenwerking met de partnerorganisaties van Z11-KR8.

Het Grote Plein (deel van federatie Z11) Vzw Het Grote Plein geeft vorming aan volwassen personen met een verstandelijke beperking. B Daarnaast doen we een aantal projecten en geven we via coaching-opdrachten ondersteuning aan

personen met een verstandelijke handicap bij het uitvoeren van bepaalde taken. Het Grote plein werkt vanuit het project ‘Afscheid van het leven’ rond het thema afscheid nemen, K

sterven en rouw met volwassenen met een verstandelijke beperking en hun begeleiders. We organiseren met de jeugdwerkorganisaties Karavaan en Joker tweejaarlijks een inleefreis naar het Zuiden. ‘Hola Guatemala’ en ‘Raya Indonesia’ zijn hier voorbeelden van.

Het Vlaamse Kruis Een autonome pluralistische vrijwilligersorganisatie die als doel heeft EHBO in ieder huisgezin te brengen. Dat doen we door laagdrempelige opleidingen aan te bieden. Daarnaast leveren wij EHBOB

diensten aan organisatoren van allerlei activiteiten zoals festivals, sportwedstrijden, straatfeesten, enzovoort. Een derde pijler van onze werking is het ‘niet-dringend liggend ziekenvervoer’: patiënten die naar en van ziekenhuizen vervoerd moeten worden, maar waarvan het transport niet via het noodnummer 112 dient te gebeuren.

K

Nauwe samenwerking met de vzw ‘STOP darmkanker’, gratis AED-opleidingen in samenwerking met de Vlaamse overheid, actieve deelname aan Perspectief 2020.

PROFIEL VAN DE SECTOR  155


1. DE WERKING 1.6 de landelijke vormingsinstellingen

Impuls Impuls vzw begeleidt teams, organisaties en individuen in hun krachtgericht ontwikkelingsproces. B Door professioneel te groeien, ontdek en ontwikkel je nieuwe mogelijkheden en blijf je alert voor de

dynamiek in je werkomgeving. Impuls vzw stelde haar eerste boek voor: ‘Agressie in hulp- en dienstverlening, van impact op medewerkers naar een gedragen beleid’. Het boek is een handleiding en steun voor leidinggevenK den en medewerkers die geregeld met agressie van klanten worden geconfronteerd. Auteurs Mariet

Ghaye en Rita Daneels hebben samen meer dan 30 jaar ervaring in het trainen en begeleiden van mensen en organisaties in agressiebeheersing.

KR8 Federatie van vier sociaal-culturele vormingsorganisaties voor personen met een handicap: Tievo, B

VMG, De Brug-Gent (personen met autisme), De Brug-Hasselt. Via sociaal-cultureel vormingswerk werken aan een volwaardig burgerschap van personen met een verstandelijke beperking!

K zie deelorganisaties

Motief Motief biedt vorming aan op het snijpunt van levensbeschouwing en samenleving. LevensbeschouB welijke identiteit, diversiteit en actief pluralisme zijn onze kernthema’s. Motief is een pluralistische

organisatie met wortels en bronnen in verschillende emancipatorische visies. ‘Buren zoals we ze (niet) kennen, moslims en niet-moslims onderaan de ladder’. In 2011 en 2012 deed Motief een onderzoek naar de wederzijdse beeldvorming van moslims en niet-moslims in armoede. We interviewden armoede-organisaties, moslims en niet-moslims in armoede. Daarbij K kwamen thema’s boven als islamofobie, onveiligheidsgevoelens, discriminatie, dienstverlening en

sociaal netwerk. Gaandeweg ontwikkelden we ook werkvormen om het concurrentiedenken tussen moslims en niet-moslims in armoede te helpen doorbreken. In juni 2012 publiceerden we een rapport over het onderzoek en de werkvormen.

Op-Stap Federatie van 3 vormingsinstellingen voor personen met een licht tot matige verstandelijke handicap: De Kei, Digistap en WIEV. Via een socio-culturele werking willen we bijdragen tot het volwaarB dig burgerschap van personen met een licht tot matig verstandelijke handicap. Het overgrote deel

van ons aanbod richt zich tot de doelgroep zelf, een beperkt deel richt zich tot de steunstructuur van de doelgroep: ouders, familieleden, vrijwilligers of professionelen. Werken op maat van de doelgroep. Een groot en gevarieerd aanbod van intensieve vormingsproK

jecten: van culturen over natuur en beleven, van seksualiteit tot relaties en vriendschappen, van stilstaan bij jezelf, gevoelens en weerbaarheid, van digitaal mee zijn, de wereld begrijpen tot je weg vinden in deze maatschappij.

156  PROFIEL VAN DE SECTOR


1. DE WERKING 1.6 de landelijke vormingsinstellingen

Natuurpunt Educatie Natuurpunt Educatie is een vormingsinstelling die mensen in contact brengt met natuur, landschap en biodiversiteit. Door kennis te delen en praktische ervaringen op te doen. Door te beleven en te B genieten en vrijwilligersengagement te vormen. Het educatief aanbod omvat laagdrempelige na-

tuurervaringen, gidsenopleidingen, gespecialiseerde vormingen rond natuur, landschap en erfgoed, biodiversiteit, en educatie voor duurzame ontwikkelding. Het Natuurpunt Museum en educatieve tuin op de Graatakker in Turnhout vormen de thuis van Natuurpunt Educatie. Hier worden ook educatieve activiteiten georganiseerd, onder meer rond het K thema natuur en erfgoed. Voor groepen zijn er educatieve dagarrangementen die naast een geleid

bezoek aan het museum en de collecties, ook een themawandeling in een natuurgebied in de omgeving omvat.

PRH - Persoonlijkheid en Relaties PRH is een vormingsinstelling die gespecialiseerd is in vorming en onderzoek rond het persoonlijk groeiproces. De vorming richt zich op alle volwassenen en jongvolwassenen die meer inzicht willen verwerven in zichzelf, die autonomer en steviger door het leven willen gaan, op zoek zijn naar meer B harmonie in hun relaties en die meer kwaliteit aan hun leven willen geven.

PRH ziet de ontplooiing van elke mens en zijn grotere sociale vaardigheid als een krachtige motor voor de vooruitgang van de samenleving. Iedereen kan zelfstandig zijn stappenplan uitstippelen op basis van een breed vormingsaanbod. K

Cursussen gericht op: talentmanagement; zingeving; beslissingen nemen; bijsturen van gedrag; een bijdrage leveren binnen groepen of organisaties.

Sig (deel van federatie Vijftact) Sig informeert en sensibiliseert het brede publiek met vorming, publicaties en documentatie over functioneringsproblemen en hoe hiermee om te gaan. Sig begeleidt en adviseert organisaties met B vragen over inclusie en integratie en zet gespecialiseerde krachten en werkvormen in om de exper-

tise en competentie te verhogen van professionele hulpverleners uit de gezondheids-, welzijns- en onderwijssector. Onder meer vorming voor personen met een niet-aangeboren hersenletsel (NAH) veroorzaakt door een ongeval, een beroerte, een tumor... Er is ook een aanbod voor hun lotgenoten, partners, mantelK zorgers, ouders en kinderen. Daarnaast is er een ruim aanbod aan vorming rond allerhande topics

met betrekking tot ontwikkeling en stoornissen bij kinderen, een zeer uitgebreide docudienst, brengen we publicaties uit en zijn we regelmatig met een infostand aanwezig op allerhande activiteiten.

PROFIEL VAN DE SECTOR  157


1. DE WERKING 1.6 de landelijke vormingsinstellingen

Stichting Lodewijk de Raet Stichting Lodewijk de Raet wil meebouwen aan een samenleving die haar complexe uitdagingen effectief aanpakt. Iedere procesbegeleiding en iedere vorming kenmerkt zich door een relationeelcreatieve aanpak. Afstemmen met opdrachtgever, partner en participanten staat centraal. Eigen B expertise wordt naast die van de cliënten gelegd, aanwezige krachten worden gewaardeerd en

verder gemobiliseerd. Betrokkenen brengen vanuit deze cocreatieve benadering hun uitdagingen vanuit verschillende perspectieven in kaart, bedenken zelf innovatieve oplossingen en gaan over tot gedragen acties. ‘Cocreatief leiderschap. Mierenspel’ is de titel van de publicatie die Stichting Lodewijk de Raet in K het voorjaar van 2012 uitbracht via uitgeverij Garant. Het bevat de visie van de organisatie over hoe

je groepen begeleidt wanneer uitdagingen complex en oplossingen nog niet bekend zijn.

TIEVO (deel van federatie KR8) Vormingsinstelling voor personen met een licht tot matige verstandelijke handicap. TIEVO schept mogelijkheden om andere mensen te ontmoeten. Omdat wij het belangrijk vinden dat je je goed B voelt, dat je kan bijleren, doen en beleven, dat je er samen met anderen over nadenkt, gaan wij

samen met jou op zoek naar nieuwe dingen, voor elk wat wils. Het maakt niet uit hoe oud je bent. We zorgen samen voor een leuke en gezellige sfeer. Foto-Blik van TIEVO: inclusief vormingstraject ism fotograaf waarbij in duo werd gewerkt naar een K fototentoonstelling in het stadsmuseum van Tienen. Actieve cultuurparticipatie is een belangrijk

onderdeel van het vormingswerk en volwaardig burgerschap!

Timotheus-Intuïtie Als gespecialiseerde vormingsinstelling erkend door het ministerie van cultuur, de provincie en stad B Antwerpen is Timotheus actief op het gebied van de niet-formele educatie en legt ze zich toe op

intuïtieve ontwikkeling, bewustzijnsverruiming, persoonlijke groei en levensverdieping. Timotheus-Intuïtie is al meer dan 20 jaren gekend voor haar kwaliteitsvolle jaarcursussen Intuïtieve Ontwikkeling in heel het Vlaamse land. Daarnaast was de vzw initiatiefnemer van projecten als: K

‘Hoeders van de Stad’, Transreligiosa, Perspectief 2015, Levenssporen, Film met intuïtie samen met Kinepolis. Timotheus-Intuïtie maakt deel uit van het Timotheus project waarvan ook vzw Magma, vzw Epeca, vzw Creator deel uitmaken.

Uitstraling Permanente Vorming (UPV) UPV doet aan wetenschapspopularisering. Via educatieve activiteiten zorgt UPV ervoor dat u in uw B vrije tijd iets opsteekt over alle mogelijke wetenschapstakken, gaande van cultuurwetenschappen

over geneeskunde tot de toekomststudies. K

Succesvolle reeksen zoals ‘Dokter, mag ik u wat vragen?’ in het UZ Brussel of andere interactieve voordrachten met wetenschappelijke experts, verspreid over heel Vlaanderen.

158  PROFIEL VAN DE SECTOR


1. DE WERKING 1.6 de landelijke vormingsinstellingen

Universiteit Vrije Tijd Davidsfonds Universiteit Vrije Tijd wil een antwoord bieden op de vraag van vele individuen en op de behoefte van de samenleving om informeel te leren over het thema ‘Geschiedenis voor morgen. Cultuur en samenleving in historisch perspectief’. Daarbij wordt geschiedenis niet gezien als een opsomming B

van namen, jaartallen en feiten, maar als het boeiende samenspel van mensen en groepen in de ontwikkeling van culturen en samenlevingen. Cultuur en kunst nemen daarin een belangrijke plaats in, onder meer ook omdat ze als direct toegankelijke verschijningsvormen uit het verleden nu nog door vele mensen worden beleefd.

VIBEG (deel van federatie Z11) VIBEG staat voor Vormingsinstituut voor Begeleiding van Personen met een Handicap. Wij zijn een sociaal-culturele vormingsinstelling die werkt met en voor mensen met een handicap en mensen die B

met hen samen leven en werken. Voor professionelen uit de gehandicaptenzorg en aanverwante sectoren organiseren wij vorming over handicap- en zorg-gerelateerde onderwerpen. VIBEG werkt mee aan een inclusieve samenleving en de emancipatie van mensen met een handicap. ‘Omgaan met anderen: leer het stap voor stap’: een cursuspakket dat VIBEG speciaal voor mensen met een verstandelijke beperking heeft uitgewerkt. De cursisten leren stap voor stap een aantal

K basisvaardigheden die nodig zijn om met andere mensen te kunnen omgaan. Per module leert de

cursist een andere vaardigheid: een praatje maken, een complimentje geven, opkomen voor je mening, iets bespreken...

Vijftact Vijftact overkoepelt vijf vormingsdiensten voor personen met een handicap en hun omgeving: centrum ZitStil, Fevlado-Diversus, Gezin en Handicap, Sig en de Vlaamse Dienst Autisme. Samen ijveren we voor inclusie, voor juiste beeldvorming over handicap en voor volwaardige participatie van mensen B met een handicap aan de samenleving. We vormen, informeren en sensibiliseren over leven en

samenleven met een handicap. Vijftact bundelt hun kennis en expertise om de werking van de vijf organisaties op elkaar af te stemmen, hun netwerk te verbreden en samen werk te maken van meer kwaliteit. Het sensibiliseringsproject: ‘Iedereen een label?’ – in samenwerking met Vormingplus en de vijf Vlaamse provinciebesturen - waarmee we het aandurfden om de discussie over etiketteren of labelen en de gevolgen daarvan op in- en uitsluiting, vanuit verschillende invalshoeken op gang te K brengen.

Een label of etiket maakt bijzonder, maar betekent ook anders, niet ideaal. Een label vraagt om begrip, schept duidelijkheid, maakt zichtbaar en geeft toegang tot bepaalde diensten. Maar een label kan ook een excuus worden en leiden tot stigmatisering.

PROFIEL VAN DE SECTOR  159


1. DE WERKING 1.6 de landelijke vormingsinstellingen

Vlaamse Dienst Autisme (deel van federatie Vijftact) De Vlaamse Dienst Autisme (VDA), partner binnen het samenwerkingsverband Autisme Centraal heeft tot doel de levenskwaliteit te verhogen van mensen met een stoornis in het autismespectrum. VDA B

verhoogt de knowhow over autisme en de deskundigheid in de praktijk via kwaliteitsvolle vorming en opleiding, toegankelijke informatie en documentatie, praktische ondersteuning en advisering voor de personen met de stoornis zelf, hun ouders en familieleden, dienstverleners en het ruime publiek en via sensibiliserende activiteiten. ‘Hier probeert men autismevriendelijk te zijn’. Vlaamse Dienst Autisme verlaagt de drempel tussen de werelden van mensen met en mensen zonder autisme. We doen dit onder andere door middel

K

van een ruime variatie toegankelijke publicaties en een tijdschrift. Meer info en gratis proefnummer op: www.autismecentraal.com. Initiatiefnemers van autismevriendelijke projecten kunnen terecht bij Vlaamse Dienst Autisme voor advies bij de start van hun project. Iedereen kan het logo ‘hier probeert men autismevriendelijk te zijn’ aanvragen.

VMG (deel van federatie KR8) Vormingsinstelling voor personen met een licht tot matige verstandelijke handicap. VMG wil de vragen, verwachtingen en eisen van mensen met een verstandelijke beperking ondersteunen en zoeken hoe deze kunnen gerealiseerd worden in werk, familie, leefgroep, voorzieningen en samenleving. B We doen dit via het vormingswerk. In kleine groepen vertrekken we vanuit eigen ervaringen, zo leren

mensen veel van elkaar. VMG vindt de inbreng van familie, vrienden en vrijwilligers van groot belang. Hun ondersteuning is net zo betekenisvol als de dienstverlening van professionele medewerkers. K

Congressen van VMG (’95, ’99 en ’08) waar mensen met een beperking zelf het woord nemen over hun leven en welke ondersteuning ze hierbij verwachten.

Vorming en Actie Vorming en actie is een vormingsinstelling verbonden met het ABVV. Via educatie en ondersteuning bevorderen we de culturele, maatschappelijke en sociaal-economische participatie van werknemers en werkzoekenden. We ontwikkelen competenties bij werknemers die syndicaal actief (willen) zijn in hun onderneming. B Hun ervaringen zijn het uitgangspunt, actieve werkvormen en samenwerking spelen een essentiële

rol. De ABVV visie is ons kompas. Zo worden onze deelnemers voortrekkers in het sociaal overleg en de sociale actie. We willen werkzoekenden sterker maken en hun kansen verhogen op duurzaam werk via informatie en vorming en door samen actie te voeren voor meer sociale gelijkheid. Via de promotie van het aanbod van vormingen en info voor werkenden en werkzoekenden in het ledenblad ‘De Nieuwe Werker’. Via mond-tot-mondreclame van de deelnemers aan initiatieven. Via K de site van het Vlaams ABVV, de sites van de gewestelijke afdelingen. Via de programmaboekjes

en folders die in de gewestelijke afdelingen verspreid worden. Kandidatendag: georganiseerd naar aanleiding van de sociale verkiezingen. Congres: op Vlaams niveau en gewestelijk niveau.

160  PROFIEL VAN DE SECTOR


1. DE WERKING 1.6 de landelijke vormingsinstellingen

Vormingscentrum Opvoeding Kinderopvang (VCOK) VCOK is een vormingscentrum gespecialiseerd in opvoeding, kinderopvang, adoptie en bemiddeling. We hebben een eigenzinnige visie op opvoeden. Opvoeden is voor ons een gedeelde maatschappelijke B

verantwoordelijkheid, opvoeden doe je niet alleen. Opvoeden is altijd contextgebonden, elke situatie is anders, elk kind is anders en elke ouder is anders. We maken vormingscontexten waarin ouders van elkaar en van de expert kunnen leren en kennis opbouwen. We kiezen uitdrukkelijk voor samenwerking met andere organisaties als element van publieksbereik. ‘Ouders als Onderzoekers’ is een tocht die zestig ouders, tien procesbegeleiders en zes wetenschappers in vijf onderzoeksgroepen in Vlaanderen samen hebben ondernomen. Een onderzoek-

K

stocht naar wat het betekent om je kind te laten opgroeien in een sociale hoogbouwwijk, naar het vinden van toegankelijke informatie als je een ouder in armoede bent, naar erkenning als thuiswerkende allochtone moeder of naar een goede communicatie met leerkrachten op de school van je kind. Het bijbehorende boek is gratis te bekomen.

Vormingsinstituut Rode Kruis-Vlaanderen Vormingsinstituut Rode Kruis-Vlaanderen is een zelfstandige vzw die ingebed is in de ruimere strucB

tuur van Rode Kruis-Vlaanderen. Onze missie is om de inwoners van Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (vanaf 16 jaar) zelfredzaam te maken op gebied van eerstehulpverlening en ongevallenpreventie. Eerstehulpopleidingen en -publicaties: Rode Kruisvrijwilligers in lokale afdelingen organiseren tal van vormingen voor de bevolking waarin de eerste hulp bij (niet-) levensbedreigende letsels en

K

aandoeningen wordt aangeleerd. Het Hartveilig-project wil de overlevingskans van een slachtoffer bij een hartstilstand vergroten én de eerstehulpcapaciteit van de bevolking vergroten. Dit gebeurt door zoveel mogelijk automatische externe defibrillatoren (AED’s) te plaatsen en zoveel mogelijk mensen te informeren en op te leiden in reanimatie en het gebruik van een AED.

WIEV (deel van federatie Op-Stap) Het WIEV is een onafhankelijke, pluralistische vormingsinstelling voor volwassen personen met een verstandelijke beperking en hun omgeving (ouders, verwanten, vrijwilligers en professionelen). Via B

aangepaste, creatieve vormingsactiviteiten in een onafhankelijke setting leveren we een bijdrage aan de participatie, emancipatie en ontplooiing van personen met een verstandelijke beperking. Ook werken we aan de bewustmaking van ouders, verwanten, vrijwilligers en professionelen voor het emancipatieproces van mensen met een verstandelijke beperking. Werken op maat van de doelgroep. Een groot en gevarieerd aanbod van intensieve vormingspro-

K

jecten: van culturen over natuur en beleven, van seksualiteit tot relaties en vriendschappen, van stilstaan bij jezelf, gevoelens en weerbaarheid, van digitaal mee zijn, de wereld begrijpen tot je weg vinden in deze maatschappij.

PROFIEL VAN DE SECTOR  161


1. DE WERKING 1.6 de landelijke vormingsinstellingen

WiSPER WiSPER staat voor cursussen en workshops audiovisuele en beeldende kunsten, dans, literatuur, muB ziek en theater / voor 18+ / in Leuven, Gent, Antwerpen en andere plekken in Vlaanderen / voor begin-

ners en gevorderden / in alle mogelijke formules, in het weekend, overdag, ‘s avonds, kort, lang... K

Een zeer gevarieerd aanbod van korte cursussen en workshops voor beginners in Leuven, Gent en Antwerpen; WiSPER LuX: intensieve artistieke cursussen voor fijnproevers.

Z11 Federatie van drie sociaal-culturele vormingsorganisaties voor personen met een handicap: VIBEG, B Handicum en Het Grote Plein. Via sociaal-cultureel vormingswerk werken aan een volwaardig burger-

schap van personen met een verstandelijke beperking! K zie deelorganisaties

Zorg-Saam Zorg-Saam is een vormingsinstelling gespecialiseerd in ‘zorg’. Door vorming wil Zorg-Saam bijdragen aan het herwaarderen van zorg. Mensen geven en ontvangen zorg en juist die zorg vormt de bindende schakel tussen mensen. B Centraal in de werking van Zorg-Saam staat het zorgvaardiger worden van mensen, het kwalita-

tief groeien als persoon in het zorgend omgaan met mensen. Zorg-Saam ontwikkelde een sterke deskundigheid rond zorg voor kinderen, ouderen, zieken, kansarmen, palliatieve zorg, rouw en verlies, kritische fases in de levensloop, welzijn en gezondheid. K

Jaarlijkse studiedagen rond actuele thema’s in zorg en welzijn, in 2012 Allergie en zorg, in 2013 Hooggevoeligheid. Kwaliteitsvolle vorming, ook voor kortgeschoolden.

162  PROFIEL VAN DE SECTOR


1. DE WERKING 1.6 de landelijke vormingsinstellingen

1.6.2. DE WERKING IN CIJFERS 1. Hoeveel activiteiten, uren en deelnemers tellen de landelijke vormingsinstellingen? 2011 het aantal educatieve activiteiten

11.406

het aantal deelnemers aan de educatieve activiteiten

222.130

het aantal uren educatieve activiteiten (formeel en niet-formeel) het aantal uren niet-formele educatie

108.719 102.014 6.705

overige gemiddeld aantal uren per activiteit

9,5

gemiddeld aantal deelnemers per activiteit

20,0

LVI: evolutie aantal educatieve activiteiten 14.000

nieuwe beleidsperiode 2011-2015

12.000 10.000 8.000 6.000 4.000 2.000

aantal activiteiten 0

vergelijkingsbasis 2007

2008

2009

2010

2011

PROFIEL VAN DE SECTOR  163


1. DE WERKING 1.6 de landelijke vormingsinstellingen

LVI: evolutie aantal deelnames 300.000

nieuwe beleidsperiode 2011-2015

250.000 200.000 150.000 100.000 50.000 0

aantal deelnames 2007

2008

2009

2010

2011

vergelijkingsbasis

Vergelijkingsbasis Doorheen de jaren verdwenen vier vormingsinstellingen uit het decreet. Sinds de start van de jongste beleidsperiode (2011) kwam er één instelling (Het Vlaamse Kruis) bij. Het komen en gaan van organisaties in de werksoort maakt vergelijkingen in de tijd moeilijk. Daarom geven we in bovenstaande grafieken twee tendensen: de reële tendens van de werksoort ‘as is’ en de (netto) vergelijkingsbasis met uitzuivering van vertrekkers en nieuwkomers. De vergelijkingsbasis toont dus de evolutie bij de organisaties die bij alle metingen in de populatie zaten. In 2010 vonden bij de landelijke vormingsinstellingen 11.406 educatieve activiteiten plaats. Dat aantal zit sinds 2011 in de lift. Die hausse wordt echter veroorzaakt door één instelling die de eigen wijze van registreren grondig heeft bijgewerkt. Zonder deze ingreep is het beeld stabiel. De instellingen bereikten zo’n 222.000 deelnemers. In 2011 zien we voor het tweede jaar op rij een lichte daling (-2,6 %) van het aantal deelnemers ten opzichte van het jaar voordien – dit ondanks de gevoelige stijging bij één organisatie. Wellicht speelt hier het effect van de afschaffing van de opleidingscheques (sinds 2010) en de stilaan nijpende besparingen (cumulatief sinds 2009) voor de vormingsinstellingen. De evolutie van het aantal deelnemers vertoont weliswaar geen homogeen beeld. Sommige organisaties trekken meer deelnemers aan, andere minder. Op vergelijkingsbasis zien we een lichte vooruitgang in het aantal deelnemers van om en bij de 6,5 % sinds de start van de metingen.

164  PROFIEL VAN DE SECTOR


1. DE WERKING 1.6 de landelijke vormingsinstellingen

LVI: evolutie aantal uren educatieve activiteiten (niet-formeel en overige) 140.000

nieuwe beleidsperiode 2011-2015

120.000 100.000 80.000 60.000 40.000 20.000

aantal uren 0

educatie 2007

2008

2009

2010

2011

vergelijkingsbasis

LVI: evolutie aantal uren niet-formele educatie 120.000

nieuwe beleidsperiode 2011-2015

100.000 80.000 60.000 40.000 20.000

aantal uren niet0

formele educatie 2007

2008

2009

2010

2011

vergelijkingsbasis

PROFIEL VAN DE SECTOR  165


1. DE WERKING 1.6 de landelijke vormingsinstellingen

LVI: evolutie aantal uren overige educatie 14.000

nieuwe beleidsperiode 2011-2015

12.000 10.000 8.000 6.000 4.000

aantal uren

2.000

overige educatie vergelijkingsbasis

0

2007

2008

2009

2010

2011

De stijging in het aantal uren wordt, net als bij de activiteiten, veroorzaakt door één instelling die de eigen wijze van registreren grondig heeft bijgewerkt. Zonder deze ingreep is het beeld stabiel tot licht dalend. Opvallend is dat sinds 2009 de instellingen hun aanbod steeds meer categoriseren als niet-formele educatie. Andere vormen van educatie worden afgebouwd. Dat beeld is algemeen voor alle instellingen die andere/’overige’ educatie organiseren.

166  PROFIEL VAN DE SECTOR


1. DE WERKING 1.6 de landelijke vormingsinstellingen

2. De vormingsuren van nabij bekeken Hieronder ontleden we de aard van de gepresteerde uren. We bekijken welk aandeel uren volgens de criteria van het decreet in aanmerking komt voor subsidiëring en welk deel daarvan daadwerkelijk gesubsidieerd wordt.

Welk aandeel van de gepresteerde uren zijn uren niet-formele educatie? 2011 het aantal uren educatieve activiteiten (niet-formeel en overige)

108.719

100,0%

het aantal uren niet-formele educatie

102.014

93,8%

6.705

6,2%

overige

LVI: hoeveel van de uren zijn uren niet-formele educatie? 6% 94%

overige niet-formele educatie

Het decreet voor het sociaal-cultureel volwassenenwerk definieert niet-formele educatie als volgt: “Een geïnstitutionaliseerde vorm van volwasseneneducatie waarbij de deelnemer kennis, inzicht en vaardigheden vergroot voor zichzelf en anderen, met het oog op persoonsontplooiing en het actief participeren in een democratische samenleving, en waarbij een sociaal-culturele methodiek gehanteerd wordt met zowel open als gesloten doeloriëntaties.” 94% van de gepresteerde uren in 2010 zijn uren niet-formele educatie. Dat aandeel zit sinds 2009 in de lift (+5 procentpunt).

PROFIEL VAN DE SECTOR  167


1. DE WERKING 1.6 de landelijke vormingsinstellingen

Welk aandeel van de gepresteerde uren niet-formele educatie is subsidieerbaar volgens de criteria van het decreet? Het decreet hanteert naast de algemene definitie nog bijkomende criteria voor de omschrijving van niet-formele educatie. Alleen een programma-aanbod dat via een open aanbod en in een autonome levenssfeer van de deelnemer wordt gebracht, is subsidieerbaar. Zowel de gespecialiseerde vormingsinstellingen, de syndicale vormingsinstellingen, de vormingsinstellingen voor personen met een handicap als de federatie van vormingsdiensten voor personen met een handicap hebben elk hun eigen specifieke criteria11. De activiteiten van de instellingen moeten aan de respectieve criteria voldoen om in aanmerking te komen voor subsidiëring. 2011 het aantal uren niet-formele educatie het aantal uren niet-formele educatie, subsidieerbaar volgens de criteria van het decreet het aantal niet-subsidieerbare uren niet-formele educatie

102.014

100,0%

92.341

90,5%

9.673

9,5%

LVI: hoeveel uren niet-formele educatie zijn subsidieerbaar? 9% 91%

niet-formele educatie, niet subsidieerbaar volgens de criteria van het decreet niet-formele educatie, subsidieerbaar volgens de criteria van het decreet

Van alle gepresteerde uren niet-formele educatie komt 91% in aanmerking voor subsidiëring volgens de verschillende criteria van het decreet. Een aandeel dat sinds 2007 gestaag in de lift zit (+7 procentpunt). Het aanbod aan niet-formele educatie wordt dus meer en meer conform aan het decreet.

11 Bijkomende bepalingen in het decreet (die in 2012 versoepeld werden):

- bij de gespecialiseerde vormingsinstellingen (art. 23, derde lid, 3°, c en art. 24); - bij de syndicale vormingsinstellingen (art. 31 §1); - bij de vormingsinstellingen voor personen met een handicap (art. 32 §2 en §3); - bij de federatie van vormingsdiensten voor personen met een handicap (art. 36 §1). 168  PROFIEL VAN DE SECTOR


1. DE WERKING 1.6 de landelijke vormingsinstellingen

Welk aandeel van de subsidieerbare uren niet-formele educatie is daadwerkelijk gesubsidieerd? 2011 het aantal uren niet-formele educatie, subsidieerbaar volgens de criteria van het decreet

92.341

100,0%

erkend en gesubsidieerd door de overheid (urennorm)

68.324

74,0%

het aantal ongesubsidieerde uren dat subsidieerbaar is (de ‘decretale marge’)

24.017

26,0%

het aantal uren educatieve activiteiten

LVI: Hoeveel subsidieerbare uren worden effectief gesubsidieerd? 26% ongesubsidieerd (‘decretale marge’) 74%

gesubsidieerd (urennorm)

De Vlaamse overheid erkent en subsidieert van elke vormingsinstelling een vooraf vastgelegd aantal uren. Dit zijn de zogenaamde urennormen. Deze urennormen zijn niet variabel en staan dus los van het werkelijke aantal gepresteerde uren. Alle urennormen van de landelijke vormingsinstellingen samen zijn goed voor 68.324 gesubsidieerde uren. Dit betekent dat 74 % van de uren die subsidieerbaar zijn volgens de criteria van het decreet (92.341) daadwerkelijk gesubsidieerd wordt door de overheid. Een vijfde wordt dus niet gesubsidieerd en vormt een ‘decretale marge’.

PROFIEL VAN DE SECTOR  169


1. DE WERKING 1.6 de landelijke vormingsinstellingen

Overzicht Hieronder geven we een schematisch overzicht van de stapsgewijze ontleding van de uren die we hierboven deden. We geven telkens het proportionele aandeel van de verschillende types uren (niet-formeel, subsidieerbaar, gesubsidieerd).

totaal gepresteerde uren

108.719

100%

overige

niet-formele educatie

6% 6.705

94% 102.014 100%

niet subsidieerbaar subsidieerbaar

9% 9.673

91% 92.341 100% ongesubsidieerd gesubsidieerd

74% 68.324

170  PROFIEL VAN DE SECTOR

26% 24.017


1. DE WERKING 1.6 de landelijke vormingsinstellingen

Welk aandeel van de uren niet-formele educatie is daadwerkelijk gesubsidieerd? Hier gaan we na wat het aandeel gesubsidieerde uren is op het totaal aantal gepresteerde uren niet-formele educatie (subsidieerbaar en niet-subsidieerbaar). 2011 het aantal uren niet-formele educatie

102.014

100,0%

erkend en gesubsidieerd door de overheid (urennorm)

68.324

67,0%

het aantal ongesubsidieerde uren niet-formele educatie

33.690

33,0%

het aantal uren educatieve activiteiten

LVI: Hoeveel uren niet-formele educatie worden effectief gesubsidieerd? 33%

niet-formele educatie ongesubsidieerd

67%

niet-formele educatie gesubsidieerd

Van alle gepresteerde uren niet-formele educatie wordt 67 % gesubsidieerd door de Vlaamse overheid

PROFIEL VAN DE SECTOR  171


1. DE WERKING 1.6 de landelijke vormingsinstellingen

3. Wat is de spreiding van de gepresteerde uren niet-formele educatie over de verschillende provincies? 2011 Antwerpen

23.872

23,4%

Brussel

3.450

3,4%

Limburg

11.528

11,3%

Oost-Vlaanderen

26.868

26,3%

Vlaams-Brabant

17.726

17,4%

West-Vlaanderen

16.220

15,9%

andere

2.350

2,3%

102.014

100,0%

LVI: spreiding van de uren niet-formele educatie per provincie12 30%

aandeel uren

25%

niet-formele

20%

educatie

15%

aandeel bevolking

10%

Vlaams Gewest 22

5% 0%

23%

3%

28% Antwerpen

Brussel

11%

26%

17%

16%

13%

23%

17%

19%

Limburg

OostVlaanderen

VlaamsBrabant

WestVlaanderen

2%

andere

Op de grafiek is ter informatie het aandeel van de bevolking van elke provincie ten opzichte van de totale bevolking van het Vlaams Gewest aangeduid. Concreet is de provincie Antwerpen bijvoorbeeld goed voor 28% van de inwoners van het Vlaams Gewest (exclusief Brussel) en 23 % van het aantal gepresteerde uren niet-formele educatie. De spreiding van het aantal uren niet-formele educatie is niet gelijk verdeeld over de verschillende provincies. In West-Vlaanderen en Antwerpen vonden per inwoner het minste vormingsuren plaats. Brussel vertegenwoordigt 3 % van het totale vormingsaanbod. Een beperkt aantal activiteiten (2 %) vond plaats buiten Vlaanderen of Brussel, of is niet aan één provincie toe te wijzen.

12 Bevolking Vlaams Gewest: gegevens 31/12/2010. Bron: FOD Binnenlandse Zaken, Algemene Directie Bevolking en Instellingen (2012).

172  PROFIEL VAN DE SECTOR


1. DE WERKING 1.6 de landelijke vormingsinstellingen

4. De werking vergelijkenderwijs Hieronder geven we de werkingscijfers, uitgesplitst per soort vormingsinstelling. Zoals hoger vermeld, bestaat de werksoort van de landelijke vormingsinstellingen uit een aantal subgroepen van organisaties: - 17 gespecialiseerde vormingsinstellingen; - 3 syndicale vormingsinstellingen; - 3 vormingsinstellingen voor personen met een handicap; - 1 federatie van vormingsdiensten voor personen met een handicap (Vijftact). Gespecialiseerde vor-

Syndicale

Vormingsinstellingen

mingsinstellingen

vormingsinstellingen

voor personen met een

(N = 17)

(N = 3)

TOT LVI

handicap en Vijftact (N = 24)

(N = 3+1) Hoeveel activiteiten werden georganiseerd en hoeveel deelnemers werden bereikt? het aantal educatieve activiteiten

6.648

3.368

1.390

11.406

128.280

52.476

41.374

222.130

het aantal deelnemers aan de educatieve activiteiten

Welk aandeel van de gepresteerde uren zijn uren niet-formele educatie? het aantal uren educatieve activiteiten (niet-formeel en overige)

67.007

100,0%

27.991

100,0%

13.721

100,0%

108.719

100,0%

60.478

90,3%

27.991

100,0%

13.545

98,7%

102.014

93,8%

het aantal uren niet-formele educatie

Welk aandeel van de gepresteerde uren niet-formele educatie is subsidieerbaar volgens de criteria van het decreet? het aantal uren niet-formele educatie

60.478

100,0%

27.991

100,0%

13.545

100,0%

102.014

100,0%

51.468

76,8%

27.991

100,0%

12.882

95,1%

92.341

90,5%

het aantal uren niet-formele educatie, subsidieerbaar volgens de criteria van het decreet

Welk aandeel van de subsidieerbare uren niet-formele educatie is daadwerkelijk gesubsidieerd? het aantal uren niet-formele educatie, subsidieerbaar volgens de criteria van het decreet

51.468

100,0%

27.991

100,0%

12.882

100,0%

92.341

100,0%

36.409

70,7%

21.695

77,5%

10.213

79,3%

68.317

74,0%

het aantal uren educatieve activiteiten erkend en gesubsidieerd door de overheid (urennorm)

Welk aandeel van de gepresteerde uren niet-formele educatie is gesubsidieerd? het aantal uren niet-formele educatie

60.478

100,0%

27.991

100,0%

13.545

100,0%

102.014

100,0%

36.409

60,2%

21.695

77,5%

10.213

75,4%

68.317

67,0%

het aantal uren educatieve activiteiten erkend en gesubsidieerd door de overheid (urennorm)

PROFIEL VAN DE SECTOR  173


1. DE WERKING 1.6 de landelijke vormingsinstellingen

De gespecialiseerde vormingsinstellingen presteerden in 2011 in totaal 67.007 uren. Hiervan zijn 60.478 uren of 90 % niet-formele educatie. Bij de syndicale vormingsinstellingen en de vormingsinstellingen voor personen met een handicap en Vijftact is dat meer. Zij besteden respectievelijk 100 % en 99 % van hun uren aan niet-formele educatie. Het decreet voor het sociaal-cultureel volwassenenwerk hanteert een strikte omschrijving van niet-formele educatie (zie hoger). Bij de gespecialiseerde vormingsinstellingen en de vormingsinstellingen voor personen met een handicap en Vijftact komen respectievelijk 77 % en 95 % van de uren niet-formele educatie volgens de criteria van het decreet in aanmerking voor subsidiëring. Bij de syndicale vormingsinstellingen beantwoordt het volledige aanbod aan de criteria van het decreet. Van de uren niet-formele educatie die volgens de criteria van het decreet voor subsidiëring in aanmerking komen, wordt bij de gespecialiseerde vormingsinstellingen 71 % door de overheid erkend en gesubsidieerd (volgens de urennorm). Bij de syndicale vormingsinstellingen is dit 78 %, bij de vormingsinstellingen voor personen met een handicap en Vijftact is dit 79 %. Van alle gepresteerde uren niet-formele educatie wordt bij de syndicale vormingsinstellingen het grootste aandeel (78 %) door de overheid gesubsidieerd. De gespecialiseerde vormingsinstellingen en de vormingsinstellingen voor personen met een handicap en Vijftact moeten zich tevreden stellen met respectievelijk 60 % en 75 % subsidiëring.

174  PROFIEL VAN DE SECTOR


1. DE WERKING 1.6 de landelijke vormingsinstellingen

PROFIEL VAN DE SECTOR  175


176  PROFIEL VAN DE SECTOR


DEEL 2

PROFIEL VAN DE SECTOR HOOFDSTUK 2

DE MEDEWERKERS


2. DE MEDEWERKERS 2.1 bevindingen

2.1 BEVINDINGEN MEDEWERKERS besparingen: de sector bespaarde in 2011 voor het eerst sinds de metingen op personeelskosten. Het aantal personeelsleden en voltijdse equivalenten in de sector kromp. Vooral de Vormingplus-centra verloren mensen (-10 % in koppen, -13 % in voltijdse equivalenten op een jaar tijd). 1.936 personeelsleden ingezet voor sociaal-cultureel volwassenenwerk: de sector telt in totaal zo’n 2.170 personeelsleden, waarvan er 1.936 worden ingezet voor sociaal-cultureel volwassenenwerk. 196.501 vrijwilligers doen de motor van de sector draaien. Het leeuwendeel (94 %) van de vrijwilligers vind je bij de verenigingen. 5.338 inhoudelijke freelancers: de sector doet een beroep op de diensten van 5.338 freelancers die op het inhoudelijke (sociaal-culturele) aspect van het werk betrokken zijn. Verhoudingsgewijs schakelen de Vormingplus-centra het meeste freelancers in. 70 % van de personeelsleden is vrouw het personeelsverloop bedraagt 12 %: het verloop in de sector ligt onder de nationale gemiddeldes, maar neemt jaar na jaar toe. 5,7 % van de werknemers verliet haar organisatie op eigen initiatief (vrijwillig) 5,5 % vertrok onvrijwillig (bij 1 % is de reden onbekend). Het verloop is het grootst bij jonge mensen en bij de Vormingplus-centra en landelijke vormingsinstellingen. 68 % van de personeelsleden werkt inhoudelijk: twee derde van de personeelsleden voert een inhoudelijke (sociaal-culturele) opdracht uit, 32 % werkt ondersteunend. de gemiddelde leeftijd van personeelsleden is 42 jaar. De leeftijdsverdeling volgt grosso modo het Vlaamse gemiddelde. De bewegingen hebben het jongste personeelsbestand. We zien een gestage toename van de gemiddelde leeftijd. een personeelslid werkt gemiddeld 9,1 jaar bij haar organisatie. De gemiddelde dienstanciënniteit stijgt jaar na jaar. 76 % is hoog opgeleid: 41 % van de personeelsleden heeft een Bachelor-diploma, 35 % heeft een Master-diploma. Het SCVW is in vergelijking met het Vlaamse gemiddelde een hoogopgeleide sector. 46 % werkt deeltijds: het aandeel deeltijds werkenden neemt gestaag toe in de sector. Die trend zien we ook in het bredere Paritair Comité en Vlaanderen. Vooral vrouwen werken deeltijds.

178  PROFIEL VAN DE SECTOR


2. DE MEDEWERKERS 2.2 staalkaart van de medewerkers

2.2 STAALKAART VAN DE MEDEWERKERS 2.2.1 INLEIDING Hierna geven we een staalkaart van het contingent medewerkers waarop het sociaal-cultureel volwassenenwerk een beroep kan doen. We beperken ons hier tot de belangrijkste kenmerken die de personeelssamenstelling van de sector bepalen.

2.2.2 OVERZICHTSTABEL 2011 het aantal personeelsleden binnen de sector

2.170

100,0%

het aantal personeelsleden ingezet voor het SCVW

1.936

89,2%

1231

100,0%2

organisaties volgens aantal personeelsleden minder dan 3

9

7,3%

van 3 tem 4

17

13,8%

van 5 tem 9

35

28,5%

van 10 tem 19

32

26,0%

van 20 tem 29

9

7,3%

van 30 tem 39

7

5,7%

van 40 tem 49

6

4,9%

van 50 tem 99

7

5,7%

100 of meer

1

0,8%

het aantal personeelsleden ingezet voor het SCVW

1.936

100,0%

mannen

586

30,3%

vrouwen

1.350

69,7%

het aantal mannelijke personeelsleden ingezet voor het SCVW

586

100,0%

met een inhoudelijke opdracht

452

77,1%

met een ondersteunende opdracht

134

22,9%

1.350

100,0%

het aantal vrouwelijke personeelsleden ingezet voor het SCVW met een inhoudelijke opdracht

857

63,5%

met een ondersteunende opdracht

493

36,5%

1.309

67,6%

627

32,4%

het aantal personeelsleden ingezet voor het SCVW met een inhoudelijke opdracht het aantal personeelsleden ingezet voor het SCVW met een ondersteunende opdracht

1 Situatie zoals op 31/12/2011: 55 verenigingen, 31 bewegingen, 13 Vormingplus-centra, 24 landelijke vormingsinstellingen. 2 Door afrondingen van deelcijfers kan in dit deel een miniem verschil optreden met de totalen.

PROFIEL VAN DE SECTOR  179


2. DE MEDEWERKERS 2.2 staalkaart van de medewerkers

de leeftijd van de personeelsleden ingezet voor het SCVW van 15 tem 19 jaar

2

0,1%

van 20 tem 24 jaar

35

1,8%

van 25 tem 29 jaar

232

12,0%

van 30 tem 34 jaar

306

15,8%

van 35 tem 39 jaar

267

13,8%

van 40 tem 44 jaar

212

11,0%

van 45 tem 49 jaar

278

14,4%

van 50 tem 54 jaar

322

16,6%

van 55 tem 59 jaar

218

11,3%

64

3,3%

60 jaar en ouder de dienstanciĂŤnniteit van de personeelsleden ingezet voor het SCVW van 0 tem 4 jaar

791

40,9%

van 5 tem 9 jaar

389

20,1% 15,0%

van 10 tem 14 jaar

290

van 15 tem 19 jaar

155

8,0%

van 20 tem 24 jaar

141

7,3%

van 25 tem 29 jaar

83

4,3%

van 30 tem 34 jaar

61

3,2%

35 jaar en meer

26

1,3%

het opleidingsniveau van de personeelsleden ingezet voor het SCVW getuigschrift maximaal 2de graad Secundair Onderwijs diploma Secundair Onderwijs

56

2,9%

410

21,2%

Bachelor-diploma

789

40,8%

Master-diploma

681

35,2%

het aantal voltijdse equivalenten binnen de sector

1.724

100,0%

het aantal voltijdse equivalenten ingezet voor het SCVW

1.455

84,4%

1.047

72,0%

408

28,0%

het aantal voltijdse equivalenten ingezet voor het SCVW voor een inhoudelijke opdracht het aantal voltijdse equivalenten ingezet voor het SCVW voor een ondersteunende opdracht aantal personeelsleden dat voltijds werkt aantal personeelsleden dat deeltijds werkt het aantal freelance medewerkers ingezet voor het SCVW met een inhoudelijke opdracht het aantal vrijwilligers ingezet voor het SCVW

180  PROFIEL VAN DE SECTOR

1.038

53,6%

898

46,4% 5.338 196.501


2. DE MEDEWERKERS 2.2 staalkaart van de medewerkers

2.2.3 DE ‘WORK-FORCE’ 1.936 personeelsleden 1. Personeelsleden 2007

2008

2009

2010

2011

het aantal personeelsleden binnen de sector

2.230

2.157

2.167

2.188

2.170

100,0%

1.884

1.907

1.930

1.956

1.936

89,2%

het aantal personeelsleden ingezet voor het SCVW

De organisaties in de sector stellen samen 2.170 mensen tewerk. 1.936 of 89% daarvan wordt minstens voor een deel ingezet voor het sociaal-cultureel volwassenenwerk. 2007

2008

2009

2010

2011

het aantal voltijdse equivalenten binnen de sector

1.824

1.789

1.792

1.783

1.724

100,0%

1.514

1.426

1.447

1.467

1.455

84,4%

het aantal voltijdse equivalenten ingezet voor het SCVW

In voltijdse equivalenten (vte) uitgedrukt, bedraagt de tewerkstelling in de sector 1.724 vte. 1.455 vte of 84% daarvan wordt ingezet voor het sociaal-cultureel volwassenenwerk.

SCVW: personeelsevolutie (op vergelijkingsbasis) 2.500 2.000 1.500 1.000

koppen ingezet voor SCVW

500

vte ingezet voor SCVW

0

vte totaal 2008

2009

2010

2011

Om zinvolle uitspraken te kunnen doen over de evolutie van het personeel in de sector, moeten we abstractie maken van de in- en uitstroom van organisaties. Organisaties die komen en gaan vertekenen immers de tendensen. Daarom geven we hierboven een nettotrend (de vergelijkingsbasis) weer. Enkel de gegevens van de organisaties die de laatste vier registratiejaren hebben meegemaakt, zijn in bovenstaande grafiek opgenomen3. 3 Dus zonder: De Rode Antraciet (uit sinds 2008), Atelier Cirkel (uit sinds 2009), EVO (uit sinds 2009), VCOV (uit sinds 2009), Inverde (uit sinds 2010),

Bedevaart naar de graven aan de IJzer (uit sinds 2011), IMAVO (uit sinds 2011), Integraal (uit sinds 2011), Sociumi (uit sinds 2011), Vebruikersateljee (uit sinds 2011), VOSOG (in sinds 2010), ADR Vlaanderen (in sinds 2011), Oxfam-Wereldwinkels (in sinds 2011), De Vlaamse Volkstuin (in sinds 2011), Climaxi (in sinds 2011), Merhaba (in sinds 2011), Samenhuizen (in sinds 2011), Waerbeke (in sinds 2011), Onafhankelijk Leven (in sinds 2011).

PROFIEL VAN DE SECTOR  181


2. DE MEDEWERKERS 2.2 staalkaart van de medewerkers

We zien op vergelijkingsbasis een daling van zowel koppen als voltijdse equivalenten (al dan niet ingezet voor SCVW): - 2 % in 2011 ten opzichte van 2010 en 2009. De daling is voor een groot deel toe te wijzen aan de krimp in het personeelsbestand bij de Vormingplus-centra (zie grafiek hieronder). Ook bij de verenigingen is een lichte krimp merkbaar.

VHS: personeelsevolutie bij volkshogescholen 250 200 150 100

koppen ingezet

50

voor SCVW

0

vte ingezet 2007

2008

2009

2010

2011

voor SCVW

De Vormingplus-centra of volkshogescholen verloren ten gevolge van ingrijpende besparingen vanaf 2011 een aanzienlijk deel van hun staf: -10 % in koppen, -13 % in voltijdse equivalenten op een jaar tijd. Verderop in dit hoofdstuk rapporteren we steeds over de sector ‘as is’ op het moment van de registratie. We tonen dus telkens het bruto beeld, ongeacht effecten van in- en uitstroom van organisaties. organisaties volgens aantal personeelsleden

123

100,0%

minder dan 3

9

7,3%

van 3 tem 4

17

13,8%

van 5 tem 9

35

28,5%

van 10 tem 19

32

26,0%

van 20 tem 29

9

7,3%

van 30 tem 39

7

5,7%

van 40 tem 49

6

4,9%

van 50 tem 99

7

5,7%

100 of meer

1

0,8%

SCVW: organisaties volgens aantal personeelsleden 40 35 30 25 20 15 10 5 0 9

17

35

32

9

7

6

7

1

minder dan 3

van 3 tem 4

van 5 tem 9

van 10 tem 19

van 20 tem 29

van 30 tem 39

van 40 tem 49

van 50 tem 99

100 of meer

182  PROFIEL VAN DE SECTOR


2. DE MEDEWERKERS 2.2 staalkaart van de medewerkers

SCVW: organisaties volgens aantal personeelsleden 160

mediaan

140 120 100 80 60 40

gemiddelde: 17,6

10

20 0 0

20

40

60

80

100

120

Eén op vijf organisaties heeft minder dan 5 personeelsleden in dienst. De helft van de organisaties heeft 5 tot 19 personeelsleden in dienst. 8 organisaties hebben 50 of meer personeelsleden in dienst. De mediaan ligt op 10 personeelsleden. De kleinste organisatie heeft één personeelslid in dienst, de grootste telt er 141. Hieronder tonen we de verdeling van de personeelsleden per werksoort. VER

BEW

VHS

LVI

het aantal personeelsleden ingezet voor het SCVW

1.096

253

180

407

organisaties volgens aantal personeelsleden

55

31

13

24

minder dan 3

4

7,3%

4

12,9%

0

0,0%

1

van 3 tem 4

5

9,1%

10

32,3%

0

0,0%

2

4,2% 8,3%

van 5 tem 9

18

32,7%

8

25,8%

3

23,1%

6

25,0%

van 10 tem 19

10

18,2%

5

16,1%

9

69,2%

8

33,3%

van 20 tem 29

6

10,9%

0

0,0%

0

0,0%

3

12,5%

van 30 tem 39

4

7,3%

2

6,5%

1

7,7%

0

0,0%

van 40 tem 49

2

3,6%

1

3,2%

0

0,0%

3

12,5%

van 50 tem 99

5

9,1%

1

3,2%

0

0,0%

1

4,2%

100 of meer

1

1,8%

0

0,0%

0

0,0%

0

0,0%

mediaan aantal personeelsleden per organisatie

10

5

13

11

Bij de verenigingen vind je de grootste organisaties. Wel zijn er in deze werksoort grote verschillen. De mediaan ligt op 10 personeelsleden. Bij de Vormingplus-centra zijn er het minste extremen. 9 van de 13 Vormingplus-centra hebben 10 tot 19 personeelsleden in dienst. De bewegingen zijn het kleinst bestaft: de mediaan ligt een stuk lager, op 5 personeelsleden.

PROFIEL VAN DE SECTOR  183


2. DE MEDEWERKERS 2.2 staalkaart van de medewerkers

2. Vrijwilligers 196.501 vrijwilligers Niet al het werk wordt door personeelsleden gedaan. Het sociaal-cultureel volwassenenwerk doet ook in grote mate een beroep op de inzet van vrijwilligers. En ook van de diensten van freelancers met een inhoudelijke (sociaal-culturele) opdracht wordt gebruik gemaakt. Daarom geven we hieronder de cijfers over de inzet van vrijwilligers en verderop van freelancers in de sector. Zo is het plaatje van de totale ‘work force’ in de sector compleet. 2007

2008

2009

2010

2011

het aantal vrijwilligers 233.215

ingezet voor het SCVW

224.275

184.474

193.303

196.501

Het sociaal-cultureel volwassenenwerk kon in 2011 rekenen op de inzet van ruim 196.000 vrijwilligers. De cijfers hierboven zijn de bruto-cijfers voor de sector als geheel, inclusief effecten van organisaties die in- of uitstroomden in de sector (zie ook hoger voor het verschil tussen netto en bruto). Het werksoortelijk plaatje ziet er als volgt uit: VER vrijwilligers

184.288

BEW 93,8%

5.732

VHS 2,9%

385

LVI 0,2%

6.096

SCVW 3,1%

196.501 100,0%

De verenigingen zijn goed voor 94 % van de vrijwilligers.

3. Freelancers 5.338 freelancers 2007

2008

2009

2010

2011

het aantal freelance medewerkers ingezet voor het SCVW met een inhoudelijke opdracht4

5.238

5.185

4.790

5.173

5.338

140

198

het aantal ondersteunende freelancers5

De sector maakt gebruik van de diensten van zo’n 5.300 inhoudelijke freelancers.We peilden voor de tweede keer ook naar de inzet van ondersteunende freelancers. Dat zijn freelancers die niet op het inhoudelijke (sociaal-culturele) aspect van het werk betrokken zijn: freelance boekhouders, vormgevers, webmasters, ICT-ers en dergelijke... We tellen er een 200-tal. De cijfers hierboven zijn de brutocijfers voor de sector als geheel, inclusief effecten van organisaties die in- of uitstroomden in de sector (zie ook hoger voor het verschil tussen netto en bruto).

4 Onder freelancers met een inhoudelijke opdracht verstaan we freelancers die rechtstreeks betrokken zijn op het inhoudelijke aspect van het sociaal-

cultureel werk (bijvoorbeeld als zelfstandig lesgever). Freelance boekhouders, lay-outers, webmasters en dergelijke zijn hier dus niet inbegrepen.)

5 Ondersteunende freelancers zijn niet op het inhoudelijke aspect van het werk betrokken: freelance boekhouders, vormgevers, webmasters, ICT-ers en

dergelijke... 184  PROFIEL VAN DE SECTOR


2. DE MEDEWERKERS 2.2 staalkaart van de medewerkers

Het werksoortelijk plaatje ziet er als volgt uit: VER

BEW

VHS

LVI

SCVW

inhoudelijke freelancers

2.180

40,8%

142

2,7%

1.634

30,6%

1.382

25,9%

5.338 100,0%

58

29,3%

55

27,8%

33

16,7%

52

26,3%

198 100,0%

ondersteunende freelancers

De Vormingplus-centra maken per organisatie het meeste gebruik van de diensten van freelancers.

2.2.4 HET PERSONEELSVERLOOP IN 2011 12 % verloop In de loop van 2011 stroomden 239 medewerkers (ingezet voor sociaal-cultureel volwassenenwerk) uit de organisaties. Op een totaal van 1.936 personeelsleden eind 2011, betekent dat een verloop van 12 %6.

Vergelijking verloop SCVW met privésector België (2011) 25%

Onvrijwillig

20%

Vrijwillig

15% 10% 5% 0% 5,5%

11,5%

5,7% SCVW

8,8% België

We peilden naar de reden van het vertrek van de werknemers. Dat laat ons toe een onderscheid te maken tussen vrijwillig7 (op initiatief van het personeelslid) en onvrijwillig (niet op initiatief van het personeelslid) verloop. Het vrijwillig verloop bedraagt 5,7 %. Het onvrijwillig verloop bedraagt 5,5 %. Voor 1,1 % is de reden niet in ons systeem geregistreerd. De Belgische privé-sector (= met uitsluiting van de ‘publieke sector’) liet in hetzelfde jaar een verloop van 20 % optekenen. Daarvan is 8,8 % vrijwillig en 11,5 % onvrijwillig verloop8.

6 De personeelsleden die onze sector verlieten door het vertrek van hun organisatie uit de sector, worden hier niet meegerekend. Ook de evoluties bij

personeelsleden die niet voor het sociaal-cultureel werk worden ingezet, worden niet meegerekend. We berekenen het verloop op de wijze die Securex hanteert: het aantal vertrekkers delen door het jaarcijfer (2011) x 100.

7 Bij vrijwillig verloop neemt de werknemer zelf het initiatief tot verloop. De werknemer kiest er zelf voor om zijn organisatie te verlaten. Volgende subty-

pes van verloop rekenen we tot het vrijwillig verloop: ‘opzeg werknemer’ (met opzegtermijn), ‘eenzijdige wijziging/verbreking door werknemer’ (zonder opzegtermijn) en ‘met wederzijds akkoord’. We spreken van onvrijwillig verloop wanneer het initiatief niet bij de werknemer ligt. Volgende subtypes van verloop rekenen we tot het onvrijwillig verloop: ‘overmacht’, ‘eenzijdige wijziging/verbreking werkgever’ (zonder opzegtermijn), ‘(brug)pensioen’, ‘opzeg werkgever’ (met opzegtermijn), ‘einde contract’ en ‘dringende reden’. Bron: Securex en Sociare 8 Securex (2011). Personeelsverloop in de privésector. De cijfers en 5 invalshoeken om uw beleid te evalueren.

PROFIEL VAN DE SECTOR  185


2. DE MEDEWERKERS 2.2 staalkaart van de medewerkers

SCVW: evolutie van het verloop, in vergelijking met Belgische privé-sector 25% 20% 15% 10%

totaal verloop

50%

BE privé

0%

totaal verloop 2009

2010

SCVW

2011

In de grafiek hierboven vergelijken we de evolutie van het verloop in het SCVW met de situatie in de Belgische privésector. We zien een gestage stijging in de sector, die sinds 2010 parallel loopt met de Belgische evolutie. Hieronder vind je een gedetailleerd overzicht van de wijze waarop werknemers in 2011 (moesten) vertrekken. In de laatste kolom vind je ter vergelijking de proportionele cijfers van de Belgische privésector. % van

% van het verloop

het personeel vrijwillig

SCVW

BE privé9

opzeg werknemer (met opzegtermijn)

60

3,1%

25,1%

29,5%

wederzijds akkoord

38

1,9%

15,9%

12,4%

13

0,7%

111

5,7%

46,4%

43,1%

opzeg werkgever (met opzegtermijn)

36

1,8%

15,1%

10,6%

einde contract

27

1,4%

11,3%

21,1%

5

0,3%

2,1%

2,4%

(brug)pensioen

26

1,3%

10,9%

2,6%

dringende reden

2

0,1%

0,8%

1,9%

11

0,6%

4,6%

15,7%

107

5,5%

44,8%

54,3%

21

1,1%

8,8%

0,6%

239

12,3%

100,0%

100,0%10

eenzijdige wijziging/verbreking door werknemer totaal

5,4%

1,2%

onvrijwillig

overmacht

eenzijdige wijziging/verbreking door werkgever totaal onbekend reden niet geregistreerd totaal

Een kwart (25 %) van de vertrekkende werknemers vertrekt met een opzeg op eigen initiatief. Beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds akkoord is de tweede meest voorkomende manier (16 %). 15 % van de vertrekkende werknemers kreeg een opzeg van zijn/haar werkgever. Bij nog eens 11 % liep een contract van bepaalde duur af. 26 mensen (11 %) gingen op (brug)pensioen. Andere vormen van contractbeëindiging zijn eerder zeldzaam. Wanneer we vergelijken met de situatie in de Belgische privésector, zien we dat bij SCVW relatief minder mensen vertrekken door eenzijdige wijziging/verbreking door de werkgever (België: 16 %, SCVW: 5 %) of door einde contract (België: 21 %, SCVW: 11,3 %). Het aandeel (brug)pensioenen onder de vertrekkers ligt bij het SCVW dan weer hoger (België 3 %, SCVW 11 %). 9 Securex (2011). Personeelsverloop in de privésector. De cijfers en 5 invalshoeken om uw beleid te evalueren. (na eigen bewerking) 10 Het aandeel onvrijwillige vertrek door faillissementen en overlijden namen we in deze tabel niet over wegens niet van toepassing.

186  PROFIEL VAN DE SECTOR


2. DE MEDEWERKERS 2.2 staalkaart van de medewerkers

SCVW: vergelijking verlooppercentages tussen werksoorten 16% 14% 12% 10% 8% 6% 4% 2% 0% 11%

13%

15%

14%

12%

VER

BEW

VHS

LVI

SCVW

Het verloop is niet gelijk verspreid over de werksoorten. Vooral bij de Vormingplus-centra (volkshogescholen) zien we in 2011 een relatief groot verloop. De afvloeiingen ten gevolge van de besparingen spelen hier ongetwijfeld een rol. Ook de bewegingen en de landelijke vormingsinstellingen kenden in 2012 een bovengemiddeld verloop11.

SCVW: werksoortelijke evolutie van het verloop 18% 16% 14% 12% 10% 8% 6%

VER

4%

BEW

2%

VHS

0%

LVI 2009

2010

2011

Bovenstaande grafiek toont de werksoortelijke evolutie op het vlak van verloop. Vooral de vormingsinstellingen zien hun verloopcijfer toenemen. Enkel de bewegingen kennen een dalende trend.

11 We neutraliseerden in de berekening van het verloopcijfer van de landelijke vormingsinstellingen het effect van één instelling die een grondige herzie-

ning van de data heeft doorgevoerd (retroactieve update).

PROFIEL VAN DE SECTOR  187


2. DE MEDEWERKERS 2.2 staalkaart van de medewerkers

In 2011 kwamen 162 nieuwe medewerkers de sector binnen12. Hieronder vergelijken we het leeftijdsprofiel van de nieuwkomers en de vertrekkers. We berekenen per leeftijdscategorie het aandeel nieuwkomers (instroomgraad) en het aandeel vertrekkers (uitstroomgraad). leeftijd

instroomgraad

uitstroomgraad

van 15 tem 19 jaar

0

0,0%

1

50,0%

van 20 tem 24 jaar

19

54,3%

9

25,7%

van 25 tem 29 jaar

41

17,7%

44

19,0%

van 30 tem 34 jaar

32

10,5%

52

17,0%

van 35 tem 39 jaar

22

8,2%

36

13,5%

van 40 tem 44 jaar

20

9,4%

22

10,4%

van 45 tem 49 jaar

14

5,0%

18

6,5%

van 50 tem 54 jaar

11

3,4%

18

5,6%

van 55 tem 59 jaar

3

1,4%

18

8,3%

60 jaar en ouder

0

0,0%

21

32,8%

162

239

SCVW: in- en uitstroomgraad volgens leeftijd 60%

instroomgraad

50%

uitstroomgraad

40% 30% 20% 10% 0% van 15

van 20

van 25

van 30

van 35

van 40

van 45

van 50

van 55

tem 19

tem 24

tem 29

tem 34

tem 39

tem 44

tem 49

tem 54

tem 59

jaar

jaar

jaar

jaar

jaar

jaar

jaar

jaar

jaar

60 jaar en ouder

De uitstroomgraad is vooral groot bij de medewerkers jonger dan 35 jaar: 17 % tot een kwart van deze leeftijdsgroep verliet in 2011 haar organisatie. Jonge medewerkers vertrekken dus het meest. Bij diezelfde groep zien we echter ook de grootste instroom van nieuwe krachten. Vanaf 30 jaar zien we een grotere uitstroom dan instroom. Bij de oudere medewerkers (60 jaar en ouder) zien we het effect van pensioneringen (33 % vertrekt). We stellen ook vast (grafiek niet opgenomen) dat de organisatietrouw toeneemt naarmate personeelsleden langer bij dezelfde organisatie werken. Tot 20 jaar dienstanciënniteit geldt: hoe hoger de dienstanciënniteit, hoe lager de uitstroomgraad.

12 Ondanks het verschil van -77 koppen tussen instroom en uitstroom (162-239) is het verschil in aantal koppen voor de sector tussen 2011 en 2010

slechts -20 koppen (1936-1956). Dit komt omdat we (1) abstractie maken van personeelsleden die de sector binnenkomen of verlaten doordat hun organisatie de sector binnenkomt of verlaat, (2) sommige personeelsleden binnen de organisatie geherkwalificeerd worden als ‘ingezet voor het SCVW’, waardoor ze voor het eerst geregistreerd worden, hoewel ze reeds langer in dienst zijn en (3) retroactieve correcties door organisaties. 188  PROFIEL VAN DE SECTOR


2. DE MEDEWERKERS 2.2 staalkaart van de medewerkers

2.2.5 MAN-VROUW-VERHOUDING 70% vrouwen 2011 het aantal personeelsleden ingezet voor het SCVW

1.936

100,0%

mannen

586

30,3%

vrouwen

1.350

69,7%

Ruim dubbel zoveel vrouwen (70 %) als mannen (30 %) werken voor het sociaal-cultureel volwassenenwerk. De aanwezigheid van acht vrouwenverenigingen en -bewegingen in de sector heeft maar een licht effect op deze verhouding. Deze 30-70-verhouding is een constante voor alle werksoorten en een constante doorheen de tijd.

SCVW: vergelijking verhouding mannen en vrouwen met PC 329 en Vlaanderen 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20%

SCVW

10%

PC 329 VL

0% 30%

41% mannen

53%

70%

59%

47%

vrouwen

Hierboven vergelijken we de verhouding mannen en vrouwen in de sector met de situatie in de ruimere socio-culturele sector in de Vlaamse Gemeenschap (het zogenaamde Paritair Comité 329.01). Dit comité omvat naast het sociaal-cultureel volwassenenwerk onder andere de cultuur- en gemeenschapscentra, musea, bibliotheken, sportverenigingen, milieubewegingen, jeugdwerk, samenlevingsopbouw, enzovoort. Wanneer we de verhoudingen vergelijken met de cijfers over de loontrekkenden in Vlaanderen (2011) en het Paritair Comité 329.0113, waar de sector deel van uitmaakt, blijken de verhoudingen sterk van elkaar af te wijken. In Vlaanderen werken meer mannen dan vrouwen, bij het sociaal-cultureel volwassenenwerk is dit omgekeerd. De sector telt ook proportioneel meer vrouwelijke personeelsleden dan het Paritair Comité 329.01.

13 Bron van beiden: RSZ DMFA (Bewerking Steunpunt WSE / Departement WSE), situatie op 30 juni van het jaar (2011).

PROFIEL VAN DE SECTOR  189


2. DE MEDEWERKERS 2.2 staalkaart van de medewerkers

2.2.6 INHOUDELIJKE EN ONDERSTEUNENDE OPDRACHT 68% inhoudelijke medewerkers 2011 het aantal personeelsleden ingezet voor het SCVW

1936

het aantal personeelsleden ingezet voor het SCVW met een inhoudelijke opdracht

1.309

67,6%

627

32,4%

het aantal personeelsleden ingezet voor het SCVW met een ondersteunende opdracht

100,0%

SCVW: personeelsleden met een inhoudelijke of een ondersteunende opdracht 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

68%

32%

inhoudelijk opdracht

ondersteunende opdracht

68 % van de personeelsleden voert een inhoudelijke opdracht uit. 32 % van de personeelsleden werkt ondersteunend. Deze (grosso modo) 2/3-verhouding is een constante voor alle werksoorten. De landelijke vormingsinstellingen springen eruit met 72 % inhoudelijke medewerkers.

2.2.7 LEEFTIJD gemiddelde leeftijd: 42 jaar 2011 het aantal personeelsleden ingezet voor het SCVW van 15 tem 19 jaar

2

van 20 tem 24 jaar

35

1,8%

van 25 tem 29 jaar

232

12,0%

van 30 tem 34 jaar

306

15,8%

van 35 tem 39 jaar

267

13,8%

van 40 tem 44 jaar

212

11,0%

van 45 tem 49 jaar

278

14,4%

van 50 tem 54 jaar

322

16,6%

van 55 tem 59 jaar

218

11,3%

60 jaar en ouder

64

3,3%

190  PROFIEL VAN DE SECTOR

0,1%


2. DE MEDEWERKERS 2.2 staalkaart van de medewerkers

SCVW: leeftijd van de personeelsleden in vergelijking met PC 329 en Vlaanderen

20% 15% SCVW

10%

PC 329 (2009)

5%

VL (2010)

0% van 15 tem 19 jaar

van 20 tem 24 jaar

van 25 tem 29 jaar

van 30 tem 34 jaar

van 35 tem 39 jaar

van 40 tem 44 jaar

van 45 tem 49 jaar

van 50 tem 54 jaar

van 55 60 jaar tem 59 en ouder jaar

In bovenstaande grafiek vergelijken we de verdeling van de personeelsleden volgens leeftijdscategorie tussen SCVW, het PC 329 (2009)14 en de werkenden in Vlaanderen (2010)15. Personeelsleden jonger dan 25 jaar en ouder dan 59 zijn zeldzamer en ook in de groepen van 35 tot 44 jaar vertoont de grafiek een dipje. Dat geeft het beeld van een kamelenrug: twee bulten rond een dip in de categorie van 35 tot 44 jaar. Er werken proportioneel meer dertigers en meer vijftigplussers in de sector dan gemiddeld in Vlaanderen. Daar staat tegenover dat er minder veertigers werken (zie de dip in de grafiek). Er werken ook opmerkelijk minder min-25-jarigen (2 %) dan in de rest van Vlaanderen (9 %). Vermoedelijk heeft dit te maken met het feit dat de meeste medewerkers in de sector hogere studies hebben gevolgd, waardoor ze pas op latere leeftijd de sector binnenkomen. Het sociaal-cultureel volwassenenwerk telt relatief minder personeelsleden jonger dan 30 jaar en beduidend meer 45-plussers dan de ruimere socio-culturele sector (Paritair ComitĂŠ).

SCVW: evolutie gemiddelde leeftijd personeelsleden 44,0 42,0 40,0 38,0 36,0 34,0 32,0 30,0 2008

2009

2010

2011

De gemiddelde leeftijd in de sector is 42,3 jaar. We zien een gestage toename van de gemiddelde leeftijd (hierboven door het verticale asbereik uitvergroot). Van 40,8 in 2008 naar 42,3 in 2011. Bij de Vlaamse werknemers is de gemiddelde leeftijd 39,8 jaar (2008)16.

14 Bron: Sociare. 15 Bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek - EAK, Eurostat LFS (Bewerking Steunpunt WSE/Departement WSE). 16 Bron: RSZ DMFA (Bewerking Steunpunt WSE / Departement WSE).

PROFIEL VAN DE SECTOR  191


2. DE MEDEWERKERS 2.2 staalkaart van de medewerkers

2.2.8 DIENSTANCIËNNITEIT een personeelslid werkt gemiddeld 9,5 jaar bij haar organisatie 2011 het aantal personeelsleden ingezet voor het SCVW

1.936

van 0 tem 4 jaar

100,0%

791

detail: minder dan 1 jaar

175

40,9% 9,0%

van 5 tem 9 jaar

389

20,1%

van 10 tem 14 jaar

290

15,0%

van 15 tem 19 jaar

155

8,0%

van 20 tem 24 jaar

141

7,3%

van 25 tem 29 jaar

83

4,3%

van 30 tem 34 jaar

61

3,2%

35 jaar en meer

26

1,3%

SCVW: personeelsleden volgens dienstanciënniteit 45%

minder

40%

dan 1 jaar

35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0%

9% 41% van 0 tem 4 jaar

20%

15%

8%

7%

4%

3%

van 5 tem van 10 tem van 15 tem van 20 tem van 25 tem van 30 tem 9 jaar 14 jaar 19 jaar 24 jaar 29 jaar 34 jaar

1% 35 jaar en meer

41 % van de personeelsleden werkt minder dan 5 jaar bij dezelfde organisatie. Van deze groep zijn 9 % echte nieuwkomers in de organisatie met minder dan een jaar dienstanciënniteit. De dienstanciënniteit vertoont een duidelijk dalende tendens: hoe hoger de anciënniteit, hoe kleiner het aantal personeelsleden in deze categorie. Personeelsleden met een dienstanciënniteit van meer dan 30 jaar zijn een uitzondering.

192  PROFIEL VAN DE SECTOR


2. DE MEDEWERKERS 2.2 staalkaart van de medewerkers

SCVW: evolutie gemiddelde dienstanciënniteit personeelsleden 9,6 9,4 9,2 9,0 8,8 8,6 8,4 8,2 8,0 7,8 2008

2009

2010

2011

De gemiddelde dienstanciënniteit is 9,5 jaar. Het Vlaamse gemiddelde is 11,3 jaar17 (2008). Voor het SCVW was het gemiddelde in 2008 8,5 jaar. We zien een gestage toename van de gemiddelde dienstanciënniteit (hierboven door het verticale asbereik uitvergroot). De bewegingen hebben met 6,1 jaar de kleinste gemiddelde dienstanciënniteit. De verenigingen hebben de grootste gemiddelde dienstanciënniteit: 10,5 jaar.

2.2.9 OPLEIDINGSNIVEAU 76% is hoog opgeleid 2011 het aantal personeelsleden ingezet voor het SCVW getuigschrift maximaal 2de graad Secundair Onderwijs diploma Secundair Onderwijs

1.936

100,0%

56

2,9%

410

21,2%

Bachelor-diploma

789

40,8%

Master-diploma

681

35,2%

17 Bron: Labour Force Survey (bewerking Steunpunt WSE).

PROFIEL VAN DE SECTOR  193


2. DE MEDEWERKERS 2.2 staalkaart van de medewerkers

SCVW: spreiding van de personeelsleden volgens opleidingsniveau in vergelijking met werkenden in Vlaanderen 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% SCVW

10%

VL

0% 3%

18%

laaggeschoold

21%

43%

middengeschoold

76%

39%

hooggeschoold

Hierboven hanteren we ter wille van de vergelijkbaarheid de indeling van de Vlaamse overheid: laaggeschoold, middengeschoold en hooggeschoold18. 76 % van de personeelsleden ingezet voor het sociaal-cultureel volwassenenwerk is hooggeschoold (Bachelor- of Master-diploma). Dit is bijna het dubbele van het Vlaamse gemiddelde (39 %)19. Personeelsleden met maximaal een getuigschrift van de tweede graad Secundair Onderwijs (laaggeschoolden) zijn eerder uitzonderlijk: 3 %, tegenover 18 % in Vlaanderen. De werksoort bewegingen telt proportioneel het meeste personeelsleden met een Master-diploma: 58 %. De verenigingen tellen het meeste lager en midden opgeleide personeelsleden (getuigschrift maximaal tweede graad Secundair Onderwijs en diploma Secundair Onderwijs): 26 %.

18 Laaggeschoolden zijn de personen zonder diploma, met een diploma lager onderwijs, of secundair onderwijs van de 1ste of 2de graad. Middenge-

schoolden zijn de personen met een diploma van het secundair onderwijs van de 3de graad, samen met de personen in het bezit van een diploma postsecundair niet-hoger onderwijs. Hooggeschoolden zijn de personen met een diploma hoger onderwijs (van het korte en het lange type) of universitair onderwijs (inclusief voortgezette universitaire opleiding en een doctoraat met proefschrift). Bron: Steunpunt WSE/Departement WSE. 19 Bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek - EAK, Eurostat LFS (Bewerking Steunpunt WSE/Departement WSE)(2011) 194  PROFIEL VAN DE SECTOR


2. DE MEDEWERKERS 2.2 staalkaart van de medewerkers

SCVW: personeelsleden volgens opleidingsniveau en leeftijd 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% laaggeschoold

20%

middengeschoold

10%

hooggeschoold

0% 100%

11%

1%

1%

4%

2%

3%

5%

3%

3%

0% 0%

20% 69%

9% 90%

11% 88%

13% 83%

26% 72%

27% 70%

31% 65%

32% 65%

21% 76%

van 15 tem 19 jaar

van 20 tem 24 jaar

van 25 tem 29 jaar

van 30 tem 34 jaar

van 35 tem 39 jaar

van 40 tem 44 jaar

van 45 tem 49 jaar

van 50 tem 54 jaar

van 55 60 jaar tem 59 en ouder jaar

De bovenstaande grafiek geeft de leeftijdsstructuur van de personeelsleden, uitgesplitst volgens opleidingsniveau. Personeelsleden van 25 tot 34 jaar oud zijn de hoogst geschoolde leeftijdsgroep. Van deze groep heeft ongeveer de helft een Master-diploma en een kleine 40% een Bachelor-diploma. Naarmate de leeftijd toeneemt, stijgt het aandeel ‘middengeschoolde’ personeelsleden. Personeelsleden met een getuigschrift van maximaal de 2de graad Secundair Onderwijs (laag geschoold) zijn in alle leeftijdscategorieën zeldzaam, behalve in de groep van 15 tot 24 jaar. Deze laatste groep omvat weliswaar slechts twee personeelsleden.

2.2.10 VOLTIJDS/DEELTIJDS 54 % werkt voltijds 2011 het aantal personeelsleden ingezet voor het SCVW

1.936

deeltijdse tewerkstelling

1.038

53,6%

898

46,4%

1.936

100,0%

78

4,0% 20,6%

voltijdse tewerkstelling het aantal personeelsleden ingezet voor het SCVW minder dan 0.5

100,0%

0.5

398

0.6

63

3,3%

0.7

98

5,1%

0.8

242

12,5%

0.9

19

1,0%

1.038

53,6%

1

PROFIEL VAN DE SECTOR  195


2. DE MEDEWERKERS 2.2 staalkaart van de medewerkers

SCVW: personeelsleden volgens arbeidsregime (1 = voltijds) 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

4% minder dan 0.5

21%

3%

5%

13%

1%

54%

0.5

0.6

0.7

0.8

0.9

1

Ruim de helft (54 %) van de personeelsleden werkt voltijds. 21 % van de personeelsleden werkt halftijds (0.5) en 13 % werkt vier vijfden (0.8).

SCVW: evolutie aandeel voltijds werkenden in vergelijking met Vlaanderen en PC 329 75% 70% 65% 60% 55%

VL PC 329

50%

SCVW 2008

2009

2010

2011

Hierboven vergelijken we evolutie van het aandeel voltijds werkenden in de sector met de situatie in de ruimere socio-culturele sector in de Vlaamse Gemeenschap (het zogenaamde Paritair Comité 329.01) en de Vlaamse arbeidsmarkt20. We zien een gestage afname van voltijds werk in het SCVW (van 57,4 % in 2008 naar 53,6 % in 2011). De vermindering van voltijds werk is een algemene trend die we ook in het Paritair Comité en Vlaanderen zien. Zowel in Vlaanderen (54 %), het PC 329 (57 %) als in het SCVW (53 %) werken vooral vrouwen deeltijds.

20 Bron van beiden: RSZ DMFA (Bewerking Steunpunt WSE / Departement WSE), situatie op 30 juni van het jaar (2011).

196  PROFIEL VAN DE SECTOR


2. DE MEDEWERKERS 2.2 staalkaart van de medewerkers

PROFIEL VAN DE SECTOR  197


198  PROFIEL VAN DE SECTOR


DEEL 2

PROFIEL VAN DE SECTOR HOOFDSTUK 3

DE FINANCIテ起


3. DE FINANCIËN 3.1. bevindingen

3.1 BEVINDINGEN FINANCIËN besparingen: de sector ging er in 2011 financieel op achteruit. Sommige bewegingen, de Vormingpluscentra en de etnisch-culturele federaties kregen vanaf begin 2011 met uitzonderlijke besparingsmaatregelen te maken. Voor de bewegingen waren onvoldoende middelen voorhanden om de geadviseerde subsidiebedragen uit te betalen, met een substantiële verlaging van heel wat subsidie-enveloppes tot gevolg. Bij de Vormingplus-centra werd een kwart van de middelen geschrapt. De etnisch-culturele federaties, tenslotte, verloren hun aanvullende subsidies en veel federaties kregen een aanzienlijk lagere subsidie-enveloppe toegekend voor de beleidsperiode 2011-2015. reserves worden aangeboord: de gevolgen van de besparingen en de economische crisis blijven niet uit. Organisaties boeken minder uit hun belangrijkste inkomensbronnen: activiteiten (-11 %), subsidies (-1,5 %) en lidgelden (-1,0 %). Ook in 2010 krompen deze posten met gemiddeld -1,6 %. Schenkingen en legaten zijn daarentegen een (relatief) belangrijke groeipost (2011: +18 %, 2010: +1,2 %). Veel organisaties moeten een beroep doen op hun reserves. We zien dat de sector in 2011 voor het eerst ‘in het rood duikt’. besparingen op personeel, secretariaat en overboekingen: aan de uitgavenzijde zien we voor het eerst sinds de metingen ook een terugval in de uitgaven voor personeel (-1,0%). Ook op de tweede uitgavenpost, diensten en goederen wordt bespaard: -2,4 %. Binnen deze post zijn het vooral de secretariaatskosten (-10 %) en de kosten voor uitzendpersoneel (-55 %) die bij zowat alle werksoorten krimpen. 49 % eigen middelen: de inkomsten en uitgaven van de sector bedragen samen 191 miljoen euro. 39 % hiervan zijn subsidies. Tellen we hier de recuperatie van personeelskosten (10 %) bij op, dan zien we dat in 2011 51 % van de middelen voor de sector van overheden komt. Of anders gezegd: de sector genereert de helft van zijn middelen zelf. sociaal-culturele activiteiten als inkomstenbron: inkomsten uit sociaal-culturele activiteiten zijn goed voor 16 % van de inkomsten. Daarmee zijn ze na subsidies de belangrijkste bron. Ook lidgelden (11 %) spelen een belangrijke rol. het decreet als belangrijkste subsidiebron: de subsidies uit het decreet voor het sociaal-cultureel volwassenenwerk maken het leeuwendeel (62 %) uit van de inkomsten uit subsidies. De subsidies uit het decreet krompen in 2011 globaal met 6 % (voor organisaties die ook de vorige beleidsperiode meemaakten). Het aandeel van de subsidies uit het decreet in het totaal van de inkomsten daalt jaar na jaar. personeelskosten zijn de grootste uitgavenpost: de personeelskosten voor het sociaal-cultureel volwassenenwerk overstijgen in elke werksoort (ruim) de subsidies die op basis van het decreet voor het sociaal-cultureel volwassenenwerk worden verworven. Globaal bedragen de personeelskosten 141 % van de subsidies vermeerderd met de recuperatie van sommige personeelskosten.

200  PROFIEL VAN DE SECTOR


3. DE FINANCIËN 3.2. staalkaart van de financiën

3.2 STAALKAART VAN DE FINANCIËN1 2011 was een cruciaal jaar voor de sector. Het was het eerste jaar van de nieuwe beleidsperiode 2011-2015, met ingrijpende veranderingen voor heel wat organisaties: - Heel wat bewegingen en de etnisch-culturele federaties verloren een stuk structurele VOLC-subsidies2. De Vormingplus-centra verloren globaal een kwart van de structurele subsidies. - Sommige bewegingen kregen VOLC-subsidies bij. - Vijf bewegingen vloeiden uit de sector, vijf bewegingen en drie verenigingen kwamen erbij. - De vereniging VOSOG kreeg het statuut van vereniging na een periode als starter en Het Vlaamse Kruis wisselde de werksoort verenigingen in voor die van de landelijke vormingsinstellingen. Ook evoluties buiten het decreet hebben natuurlijk hun effect op de sector. We zien in de financiële cijfers van de organisaties evoluties die wellicht met de doorwerking van de (banken)crisis te maken hebben: inkomsten uit activiteiten dalen, reserves worden aangeboord... In dit stuk zoomen we eerst in op de structuur van de inkomsten in de sector. We bespreken kort enkele opvallende tendensen bij de overgang van 2010 naar 2011. Vervolgens gaan we dieper in op het werksoortelijke plaatje en bekijken we de subsidies van naderbij. Vervolgens bespreken we de uitgaven van de sector, met name de personeelskosten. Tenslotte geven we een overzicht van de subsidies die elke organisatie ontvangt uit het decreet voor sociaal-cultureel volwassenenwerk.

3.2.1 INKOMSTEN 49 % eigen middelen, subsidies krimpen 1. Overzicht Vergelijkingsbasis Om zinvolle vergelijkingen in de tijd te maken voor de sector, moeten we het effect van in- en uitstroom van organisaties neutraliseren. Bij de start van de nieuwe beleidsperiode stroomden 5 organisaties uit de sector en kwamen er 8 organisaties bij. Eén organisatie veranderde van werksoort. Wanneer we deze dertien organisaties uit de cijfers halen, ontstaat een ‘netto-groep’ voor de sector: dit is de stabiele vergelijkingsbasis om evoluties te beschrijven tussen 2010 en 2011. Telkens we dus over een evolutie spreken, is dit – tenzij anders vermeld – een evolutie van de vergelijkingsbasis.

1 De vereniging LVZ nam niet deel aan de bevraging voor Boekstaven. De gegevens van deze vereniging zijn niet opgenomen in dit hoofdstuk, behalve in

het subsidie-overzicht achteraan.

2 De subsidies vanwege de Afdeling Volksontwikkeling en Lokaal Cultuurbeleid (VOLC), deze vloeien voort uit het decreet voor het sociaal-cultureel

volwassenenwerk.

PROFIEL VAN DE SECTOR  201


3. DE FINANCIËN 3.2. staalkaart van de financiën

2011

aandeel in de inkomsten

evolutie 2010-2011 (vergelijkingsbasis)

omzet

11.178.680,58

5,9%

lidgelden

21.897.914,19

11,5%

-0,9%

schenkingen en legaten

13.176.227,66

6,9%

+18,3%

subsidies

75.296.663,05

39,5%

-1,5%

sociaal-culturele activiteiten

30.625.351,68

16,1%

-10,6%

recuperatie personeelskosten

19.138.033,00

10,0%

+12,5%

onttrekking

10.254.209,72

5,4%

+184,9%

andere inkomsten totaal

-5,8%

9.159.367,01

4,8%

-0,3%

190.726.446,89

100,0%

+3,7%

SCVW: procentuele verdeling inkomsten 45% 40% 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0% 39% subsidies

16% sociaal-culturele activiteiten

11%

10% recuperatie

lidgelden

personeelskosten

7% schenkingen en legaten

6%

5%

omzet

onttrekking

5% andere inkomsten

Langs de inkomstenzijde rubriceerden we volgende inkomstencategorieën: - omzet (bijvoorbeeld inkomsten uit verkopen van goederen of sommige dienstprestaties); - lidgelden (zowel van werkelijke als van toegetreden leden); - schenkingen en legaten; - subsidies (van de diverse overheden, de Koning Boudewijnstichting, de Nationale Loterij...); - inkomsten uit sociaal-culturele activiteiten (zoals vormingscursussen, activiteiten, publicaties, sponsoring, enzovoort); - recuperatie personeelskosten (bijvoorbeeld tussenkomsten Sociale Maribel en andere tewerkstellingsmaatregelen); - onttrekking (aan het overgedragen resultaat of aan fondsen); - alle overige inkomsten (zoals financiële opbrengsten, uitzonderlijke opbrengsten, enzovoort). Wanneer we alle inkomsten binnen de gehele sector met zijn vier werksoorten in ogenschouw nemen, noteren we voor 2011 zo’n 191 miljoen euro. 39 % hiervan zijn subsidies. Inkomsten uit sociaal-culturele activiteiten (16 %) zijn na de subsidies de belangrijkste bron van inkomsten. Ook lidgelden spelen een belangrijke rol (11 %).

202  PROFIEL VAN DE SECTOR


3. DE FINANCIËN 3.2. staalkaart van de financiën

Tendensen (op vergelijkingsbasis)

organisaties gaan in het rood - We merken een daling in de drie belangrijkste inkomensbronnen: subsidies -1,5 %, activiteiten -11 % en lidgelden -1 %. Ook in 2010 krompen deze drie posten met gemiddeld -1,6 %. - Schenkingen en legaten zijn een belangrijke groeipost (2011: +18 %, 2010: +1,2 %). - Ook de recuperatie van personeelskosten is een groeier (2011: +12 %, 2010: +10 %). - Onttrekkingen aan het overgedragen resultaat en (bestemde) fondsen verdrievoudigen zowat. We zien hierin een signaal dat organisaties de reserves moeten aanboren om de rekeningen sluitend te krijgen. Vooral wanneer we de onttrekkingen vergelijken met de overboekingen, zien we een negatief saldo van ruim 5 miljoen euro. Organisaties putten met andere woorden meer uit hun reserves dan ze reserves aanleggen. In de grafiek hieronder tonen we die evolutie doorheen de jaren.

SCVW: evolutie verschil overboeking-onttrekking (winst/verlies) 6.000.000,00 4.000.000,00 2.000.000,00 0,00 -2.000.000,00 -4.000.000,00 -6.000.000,00 2007

2008

2009

2010

2011

In de bovenstaande grafiek berekenden we per jaar het verschil tussen overboekingen en onttrekkingen aan het resultaat of (bestemde) fondsen3. Een positief saldo wijst ruwweg op een overschot en de aanleg van reserves. Een negatief saldo wijst op de benutting van reserves. We zien dat de sector in 2011 voor het eerst sinds de metingen ‘in het rood’ duikt.

3 Respectievelijk boekhoudposten 69 en 79. Telkens voor de hele sector en dus niet op vergelijkingsbasis alleen.

PROFIEL VAN DE SECTOR  203


3. DE FINANCIËN 3.2. staalkaart van de financiën

2. Werksoortelijk overzicht inkomsten SCVW: vergelijking aandeel inkomstenbronnen per werksoort VER

omzet

BEW

80%

VHS

70% andere inkomsten

60%

LVI lidgelden

50% 40% 30% 20% 10% ontrekking

0%

recuperatie personeelskosten

schenkingen en legaten

subsidies

sociaal-culturele activiteiten

In de grafiek hierboven tonen we het aandeel van inkomstenbronnen per werksoort: - verenigingen leven naast subsidies (35 %), vooral van lidgelden (17 %) en sociaal-culturele activiteiten (16 %); - bewegingen werken voornamelijk met subsidies (45 %) en schenkingen/legaten (22 %); - Vormingplus-centra financieren hun werking voornamelijk met subsidies (70 %) en sociaal-culturele activiteiten (10 %). De centra wijken in hun subsidie-aandeel af van andere werksoorten. Ze krijgen van de decreetgever immers uitdrukkelijke, welomschreven opdrachten, die weinig ruimte laten voor het verwerven van extra inkomsten; - landelijke vormingsinstellingen leven naast subsidies (39 %), vooral van sociaal-culturele activiteiten (23 %) en schenkingen/ legaten (16 %).

204  PROFIEL VAN DE SECTOR


3. DE FINANCIËN 3.2. staalkaart van de financiën

Tendensen (op vergelijkingsbasis4) Inkomsten (x 1.000 euro)

VER 2011

omzet

BEW

2010-2011

2011

VHS

2010-2011

2011

LVI

2010-2011

2011

2010-2011

8.755,71

-5,6%

398,11

-29,8%

23,57

-3,4%

2.001,29

-4,5%

21.426,20

-1,1%

354,33

24,6%

0,00

0,0%

117,39

-4,1%

4.058,86

36,5%

3.570,34

2,7%

0,00

0,0%

5.547,02

17,9%

subsidies

44.159,77

-5,5%

7.250,33

14,1%

9.861,94

-12,1%

13.391,22

14,4%

sociaal-culturele activiteiten

19.810,70

-13,6%

1.501,76

-8,7%

1.499,69

-6,8%

7.813,20

-5,6%

recuperatie personeelskosten

13.113,24

15,9%

1.528,90

-10,1%

1.779,02

11,7%

3.350,29

12,4%

onttrekking

7.943,14

294,6%

1.130,95

8,0%

691,94

232,4%

488,18

37,3%

andere inkomsten

6.813,54

-2,8%

528,19

-2,9%

431,94

-22,1%

1.385,70

26,3%

126.081,16

3,6%

16.262,89

4,6%

14.288,10

-6,1%

34.094,30

8,8%

lidgelden schenkingen en legaten

totaal

- De omzet daalt in elke werksoort. - De inkomsten uit lidgelden dalen lichtjes bij de verenigingen en de landelijke vormingsinstellingen. - In elke werksoort die schenkingen of legaten ontvangt, zien we een groei van deze inkomsten. - Verenigingen verloren aanzienlijk wat subsidie-inkomsten (-5,5 %). Bij de verenigingen is dit enerzijds te wijten aan de sterke besparingen op de structurele (VOLC-)subsidies bij de etnisch-culturele federaties. Anderzijds daalden ook de inkomsten uit andere subsidiebronnen. - De Vormingplus-centra verliezen ook een aanzienlijk deel subsidies (-12,1 %). Globaal werd in deze werksoort een kwart van de VOLC-subsidies geschrapt. De put werd enigszins gedempt met andere subsidie-inkomsten en een éénmalige tegemoetkoming voor herstructureringen. - Bewegingen en landelijke vormingsinstellingen slaagden erin meer subsidie-inkomsten buiten VOLC te verwerven. Bij beide werksoorten groeien de inkomsten uit subsidies met 14 %. - Bij alle werksoorten krimpen de inkomsten uit sociaal-culturele activiteiten aanzienlijk. Een belangrijke trend: inkomsten uit sociaal-culturele activiteiten zijn bij alle werksoorten één van de belangrijkste inkomstenbronnen en allen verliezen ze hier inkomsten. - De recuperatie van personeelskosten groeit bij elke werksoort, behalve bij de bewegingen. Wellicht is dit het gevolg van de inhaalbeweging in de uitkering van de VIA-middelen. - We zien dat elke werksoort meer inkomsten onttrekt aan het resultaat en (bestemde) fondsen. Voor alle werksoorten samen gaat het quasi om een verdrievoudiging (zie ook hoger bij de sectortendensen).

4 Zie uitleg hoger. Eén vereniging heeft de consolidatie van zijn boekhouding herzien. De effecten hiervan hebben we geneutraliseerd in onze vergelij-

kingsbasis.

PROFIEL VAN DE SECTOR  205


3. DE FINANCIËN 3.2. staalkaart van de financiën

3. Detail inkomsten: subsidies 2011 VOLC

aandeel in de inkomsten

evolutie 2010-2011 (vergelijkingsbasis)

46.633.511,22

62,5%

-5,6%

andere afdelingen CJSM

3.269.679,28

4,4%

-13,1%

andere ministeries Vlaamse overheid

3.037.436,25

4,1%

-14,1%

437.852,30

0,6%

-56,8%

parastatalen provincie gemeente VGC Europese Unie

2.327.198,21

3,1%

-0,4%

736.525,63

1,0%

43,2%

962.841,23

1,3%

-8,6%

1.385.760,53

1,9%

146,2%

overige

15.872.452,12

21,3%

36,7%

totaal

74.663.256,77

100,0%

-1,5%

SCVW: detail inkomsten: procentuele verdeling subsidies 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% 62%

4%

4%

1%

3%

1%

1%

parastatalen

provincie

gemeente

VGC

2%

21%

andere VOLC

andere afde- ministeries lingen CJSM

Vlaamse

Europese Unie

overige

overheid De subsidies vanwege de Afdeling Volksontwikkeling en Lokaal Cultuurbeleid (VOLC) maken het leeuwendeel (62 %) uit van de inkomsten uit subsidies. Dat geldt voor alle werksoorten. Het bedrag-VOLC voor 2011 ligt globaal 6 procent lager dan voor 2010 (op vergelijkingsbasis). Ook inkomsten uit andere afdelingen van het Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media (CJSM) (-13 %) en andere ministeries van de Vlaamse overheid (-14 %) dalen gevoelig. Ook in 2010 zagen we op deze drie ‘Vlaamse’ subsidieposten een daling (respectievelijk -1%, -13% en -15 %). Belangrijke stijgers zijn projectmiddelen van de Europese Unie (geconcentreerd bij enkele organisaties) en ‘overige subsidies’ (groei eveneens geconcentreerd bij enkele organisaties).

206  PROFIEL VAN DE SECTOR


3. DE FINANCIËN 3.2. staalkaart van de financiën

4. Subsidies VOLC: uiteenlopend beeld Zoals hoger gesteld, was 2011 een belangrijk scharnierjaar voor de sector. Met de aanvang van de nieuwe beleidsperiode kwamen nieuwe organisaties de sector binnen, andere verlieten de sector, nog andere kregen een hogere of lagere VOLC-subsidie-enveloppe. Op de indexering van de enveloppes wordt bovendien sinds 2009 lineair bespaard. De indexering is in 2011 voor de derde cumulatieve keer lager dan de inflatie. Hieronder maken we de verschuivingen binnen de werksoorten grafisch zichtbaar. We baseren ons hiervoor op de officiële subsidiecijfers die het Agentschap Sociaal-Cultureel Werk publiceert.

Verenigingen5 VER: percentuele evolutie subsidies VOLC 2010-2011 100% 50% 0% -50% -100% In de grafiek hierboven hebben we alle verenigingen gerangschikt volgens de evolutie in hun VOLC-subsidie tussen 2010 en 2011. - De rode balkjes zijn inleverende verenigingen: de etnisch-culturele federaties startten de nieuwe beleidsperiode met aanzienlijk minder VOLC-subsidies (globaal -29 %). - Eén vereniging kreeg na een negatieve evaluatie 10 % minder subsidies. - De drie donkergroene balken rechts zijn de drie nieuw erkende verenigingen (aangeduid als +100 %). - De donkerste balk rechts is VOSOG: die organisatie kreeg na een periode als starter een volwaardige erkenning, met bijhorende enveloppeverhoging (126 %). - De andere groeiers (groen) zijn organisaties die een correctie op een historische achterstand (aftopping) ontvingen. - We maken abstractie van het vertrek van één vereniging, Het Vlaamse Kruis, dat de werksoort verenigingen inruilde voor die van de landelijke vormingsinstellingen.

5 De vereniging LVZ nam niet deel aan de bevraging voor Boekstaven. De gegevens van deze vereniging zijn niet opgenomen in dit hoofdstuk, behalve in

het subsidie-overzicht achteraan.

PROFIEL VAN DE SECTOR  207


3. DE FINANCIËN 3.2. staalkaart van de financiën

Bewegingen BEW: evolutie subsidies VOLC 2010-2011 100% 50% 0% -50% -100% In de grafiek hierboven hebben we alle bewegingen gerangschikt volgens de evolutie in hun VOLC-subsidie tussen 2010 en 2011. - De donkerrode balkjes zijn de vijf bewegingen die uit de sector vloeiden. Zij verloren na een negatieve evaluatie al hun VOLCsubsidies (-100 %). - De rode balkjes zijn inleverende bewegingen: ondanks positieve evaluaties kregen zij een vermindering van de enveloppe (gemiddeld -16 %, in totaal zo’n 312.000 euro). - De drie groene balken rechts zijn bewegingen die na evaluatie een enveloppeverhoging kregen (gemiddeld +38 %, in totaal zo’n 486.000 euro), in de meeste gevallen evenwel lager dan het geadviseerde bedrag. - De vijf donkergroene balken rechts zijn de vijf nieuwe bewegingen (aangeduid als +100 %).

208  PROFIEL VAN DE SECTOR


3. DE FINANCIËN 3.2. staalkaart van de financiën

Vormingplus-centra VHS: evolutie subsidies VOLC 2010-2011 100% 50% 0% -50% -100%

In de grafiek hierboven hebben we alle Vormingplus-centra gerangschikt volgens de evolutie in hun VOLC-subsidie tussen 2010 en 2011. We zien – in tegenstelling tot andere werksoorten – dat de evolutie algemeen negatief is. De centra verloren globaal een kwart van hun middelen, in 2011 enigszins getemperd door een éénmalige tegemoetkming voor herstructureringen. Het gemiddelde verlies ligt daardoor in 2011 op -18 %, met een uitschieter tot -27 %. In totaal werd 1,9 miljoen euro aan subsidies geschrapt.

Landelijke vormingsinstellingen Bij de landelijke vormingsinstellingen bleven de subsidie-enveloppes behoudens indexering dezelfde. Er kwam één vormingsinstelling bij in de werksoort: Het Vlaamse Kruis, dat de werksoort verenigingen inruilde voor die van de landelijke vormingsinstellingen.

PROFIEL VAN DE SECTOR  209


3. DE FINANCIËN 3.2. staalkaart van de financiën

5. Verhouding inkomsten en subsidies aandeel VOLC-subsidies daalt Hierna geven we een overzicht van: - het totaal aan inkomsten (I); - de totale subsidies (inclusief recuperatie personeelskosten) (S + R); - de subsidies vanwege VOLC (V). We berekenen het percentuele aandeel ten opzichte van de totale inkomsten (I = 100 %). (totaal inkomsten = 100%)

2011

totaal inkomsten totaal subsidies inclusief recuperatie personeelskosten subsidies VOLC

I

190.726.446,89

100,0%

S+R

94.434.696,05

49,5%

V

46.633.511,22

24,5%

SCVW: verhouding subsidies tegenover inkomsten 100%

subsidies VOLC (totaal inkomsten = 100%)

80% 60% 40% 20% 0% 100% totaal inkomsten

50% 24% totaal subsidies incl. recuperatie personeelskosten

Het aandeel van alle subsidies (inclusief recuperatie van personeelskosten) samen bedraagt 50 % van de totale inkomsten. De helft van de inkomsten zijn dus ‘op eigen kracht’ verworven. De subsidies die op basis van het decreet voor het sociaal-cultureel volwassenenwerk (vanwege VOLC) worden uitgekeerd, zijn goed voor 24 % van de inkomsten.

210  PROFIEL VAN DE SECTOR


3. DE FINANCIËN 3.2. staalkaart van de financiën

SCVW: evolutie aandeel VOLC-subsidies in inkomsten 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0 2007

2008

2009

2010

2011

We zien jaar na jaar het aandeel van de structurele VOLC-subsidies (subsidies uit het decreet voor het sociaal-cultureel volwassenenwerk) in de totale inkomsten van de sector dalen. Het gaat hier over globale cijfers, dus niet enkel de vergelijkingsbasis: het komen en gaan van organisaties beïnvloedt de cijfers dus. Desalniettemin is een algemene tendens merkbaar. De tendens tekent zich bovendien af in alle werksoorten (zie hierna).

PROFIEL VAN DE SECTOR  211


3. DE FINANCIËN 3.3. subsidiecijfers per werksoort per organisatie

6. Verhouding inkomsten en subsidies per werksoort

VER

BEW

VHS

LVI

I

126.081.164,36

100,0%

S+R

57.273.004,99

45,4%

S

44.159.768,59

35,0%

V

23.742.006,30

18,8%

I

16.262.890,26

100,0%

S+R

8.779.224,62

54,0%

S

7.250.327,94

44,6%

V

3.759.269,55

23,1%

I

14.288.096,91

100,0%

S+R

11.640.950,53

81,5%

S

9.861.935,30

69,0%

V

9.060.539,48

63,4%

I

34.094.295,36

100,0%

S+R

16.741.515,91

49,1%

S

13.391.224,94

39,3%

V

10.071.695,89

29,5%

Verenigingen rekenen voor hun financiering het minst op subsidies: ongeveer 35 %. De subsidies vanwege VOLC vormen bij deze werksoort minder dan een vijfde van de inkomsten. De Vormingplus-centra hebben het grootste aandeel subsidies in hun inkomsten: zo’n 70 %.

SCVW: evolutie van het aandeel VOLC-subsidies in de inkomsten per werksoort 80% 70% 60% 50% 40% 30%

VER

20%

BEW

10%

VHS LVI

0 2007

2008

2009

2010

2011

Het aandeel van de VOLC-subsidies in de inkomsten daalt bij alle werksoorten. Vooral bij de Vormingplus-centra daalt het aandeel van de subsidie in hun inkomsten aanzienlijk. De besparingen, in combinatie met benutting van reserves en andere subsidiebronnen versnellen deze tendens.

212  PROFIEL VAN DE SECTOR


3. DE FINANCIËN 3.3. subsidiecijfers per werksoort per organisatie

3.2.2 UITGAVEN 49 % uitgaven naar personeelskosten 1. Overzicht 2011

aandeel in de inkomsten

evolutie 2010-2011 (vergelijkingsbasis)

uitgaven personeelskosten

93.893.344,05

49,2%

-0,9%

handelsgoederen

4.520.868,24

2,4%

-2,9%

diverse goederen en diensten

73.301.871,47

38,4%

-2,4%

afschrijvingen - voorzieningen

2.799.974,65

1,5%

46,1%

andere bedrijfskosten

2.375.224,47

1,2%

53,4%

912.429,57

0,5%

188,8%

uitzonderlijke kosten

7.769.172,85

4,1%

613,0%

overboekingen

5.153.561,57

2,7%

-3,9%

190.726.446,89

100,0%

3,7%

financiële kosten

totaal

SCVW: procentuele verdeling uitgaven 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% 49%

2%

personeels-

handels-

diverse goede- afschrijvingen-

38%

1%

1%

0%

4%

andere

financiële

uitzonderlijke

kosten

goederen

ren en diensten voorzieningen bedrijfskosten

kosten

kosten

3% overboekingen

Langs de uitgavenzijde bundelden we volgende uitgavenposten: - personeelskosten (zoals bezoldigingen en werkgeversbijdragen); - handelsgoederen; - diverse goederen en diensten (zoals huisvestings- en secretariaatskosten, organisatiekosten, kosten voor activiteiten en cursussen, tijdschriften, publicaties, dienstverlening, enzovoort); - afschrijvingen en voorzieningen; - andere bedrijfskosten (bijvoorbeeld bedrijfsbelastingen, minderwaarden, schenkingen); - financiële kosten (bijvoorbeeld renten, bankkosten); - uitzonderlijke kosten (bijvoorbeeld uitzonderlijke afschrijvingen en waardeverminderingen); - overboekingen (naar bestemde fondsen en/of het resultaat). We noteren een groot aandeel van de personeelsuitgaven (49 %). Diverse goederen en diensten (waaronder de kost van de activiteiten) zijn goed voor 38 % van de uitgaven. De structuur van de uitgaven is – in tegenstelling tot de inkomsten – voor alle werksoorten gelijkaardig: veruit op één staan de personeelskosten en met voorsprong op twee de diverse goederen en diensten.

PROFIEL VAN DE SECTOR  213


Tendensen (op vergelijkingsbasis6)

Besparingen op personeel, secretariaat en overboekingen - De personeelskosten dalen voor het eerst sinds de metingen (2007). Dit hangt samen met een afname van het personeel bij de Vormingplus-centra en de verenigingen. - Ook op de tweede uitgavenpost, diensten en goederen wordt bespaard: -2,4 %. Binnen deze post zijn het vooral de secretariaatskosten (-10 %) en de kosten voor uitzendpersoneel (-55 %) die bij zowat alle werksoorten krimpen (niet opgenomen in tabel). - De groei van de financiĂŤle kosten en de uitzonderlijke kosten is geconcentreerd bij slechts enkele organisaties (verenigingen). De impact op het totaal van de uitgaven is beperkt. - Tot slot zien we dat de overboekingen naar het overgedragen resultaat of op bestemde fondsen zijn afgenomen (-3 %). We bespraken deze trend reeds in het begin van dit hoofdstuk: er worden minder overschotten geboekt en minder reserves aangelegd.

6 Zie uitleg hoger. EĂŠn vereniging heeft de consolidatie van zijn boekhouding herzien. De effecten hiervan hebben we geneutraliseerd in onze vergelij-

kingsbasis. 214  PROFIEL VAN DE SECTOR


3. DE FINANCIĂ‹N 3.3. subsidiecijfers per werksoort per organisatie

2. Verhouding personeelskosten en subsidies VOLC personeelskosten overstijgen VOLC-subsidies ruim 2011 VER

BEW

VHS

LVI

SCVW

subsidies VOLC (inclusief recuperatie

36.855.242,70

5.288.166,23

10.839.554,71

13.421.986,86

66.404.950,50

56.875.683,22

9.001.077,07

9.159.548,11

18.857.035,65

93.893.344,05

154,3%

170,2%

84,5%

140,5%

141,4%

personeelskosten) personeelskosten verhouding

SCVW: verhouding subsidies VOLC (inclusief recuperatie personeelskosten) tegenover personeelskosten 160% 140% 120% 100% 80% 60% 40% 20% 0%

100%

141%

subsidies VOLC

personeelskosten

De personeelskosten voor het sociaal-cultureel volwassenenwerk overstijgen in elke werksoort (ruim) de subsidies die op basis van het decreet voor het sociaal-cultureel volwassenenwerk worden verworven. Als we de subsidies vanwege VOLC, vermeerderd met de recuperatie van bepaalde personeelskosten, als referentiepunt nemen (100 %), bedragen de personeelskosten 141 %.

PROFIEL VAN DE SECTOR  215


3. DE FINANCIËN 3.3. subsidiecijfers per werksoort per organisatie

3.3 SUBSIDIECIJFERS VOLC PER WERKSOORT PER ORGANISATIE 3.3.1 VERENIGINGEN Latijns-Amerikaanse Federatie (LAF) Federation of Anglophone Africans in Belgium (FAAB)

80.370,43 e 84.388,95 e

VOSOG Scouting voor volwassenen

125.578,80 e

Welzijnsschakels

125.578,80 e

ADR Vlaanderen

125.578,80 e

De Vlaamse Volkstuin

125.578,80 e

Oxfam Wereldwinkels

125.578,80 e

Vereniging voor Ontwikkeling en Emancipatie van Moslims (VOEM)

183.345,05 e

VOS Vlaamse Vredesvereniging

187.614,73 e

Platform van Afrikaanse gemeenschappen

203.437,66 e

LVZ Vormingsdienst

210.218,91 e

çavaria

213.483,96 e

ConTempo

213.483,96 e

Federatie van Vooruitstrevende Verenigingen (CDF)

213.483,96 e

Rodenbachfonds

213.483,96 e

FMDO

218.507,11 e

Masereelfonds

226.041,84 e

Forum van Vlaamse Vrouwen (FVV)

228.553,42 e

Federatie van Zelforganisaties in Vlaanderen (FZO-VL)

230.628,00 e

Vlaamse actieve senioren

231.064,99 e

AIF, Multiculturele Federatie van Zelforganisaties

236.088,15 e

Federatie Onafhankelijke Senioren (FedOS)

238.599,72 e

A. Vermeylenfonds

241.111,30 e

Vlaamse Volksbeweging

258.973,90 e

Similes

268.082,00 e

Amnesty International Vlaanderen

274.606,49 e

Unie van Turkse Verenigingen (UTV)

280.468,71 e

Feniks

281.296,51 e

ATB De Natuurvrienden

287.377,23 e

Willemsfonds

294.147,22 e

Velt

302.434,13 e

Liberale Vrouwen

302.523,27 e

Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging (HVV)

320.022,09 e

Turkse Unie van België

327.366,48 e

Federatie van Marokkaanse Verenigingen (FMV)

333.228,70 e

VFG - Vereniging voor personen met een handicap

333.228,70 e

Unizo-Vorming - zelfstandige ondernemers

378.172,39 e

Neos - netwerk van ondernemende senioren

382.080,54 e

Linx+

393.804,98 e

vtbKultuur

446.564,97 e

Internationaal Comité (IC)

464.405,05 e

KVG-Vorming - Open kijk op handicap

523.428,37 e

216  PROFIEL VAN DE SECTOR


3. DE FINANCIËN 3.3. subsidiecijfers per werksoort per organisatie

Liberale Beweging voor Volksontwikkeling (LBV)

545.800,38 e

markant - netwerk van ondernemende vrouwen

597.090,59 e

curieus

614.930,67 e

VIVA-SVV Socialistische Vrouwenvereniging

641.690,78 e

Pasar

692.610,45 e

Davidsfonds

711.936,07 e

S-Plus

721.378,08 e

Gezinsbond

745.386,20 e

Landelijke Gilden

837.608,63 e

Ziekenzorg CM

1.197.574,47 e

OKRA – trefpunt 55+

1.276.921,29 e

kwb

1.298.828,07 e

KVLV - Vrouwen met vaart

1.378.853,09 e

Femma

2.056.531,37 e

Totaal verenigingen

24.051.151,97 e

PROFIEL VAN DE SECTOR  217


3. DE FINANCIËN 3.3. subsidiecijfers per werksoort per organisatie

3.3.2 BEWEGINGEN ZOC2- Zicht op Cultuur

83.690,00 €

Hand in Hand tegen racisme

83.690,00 €

Climaxi

83.690,00 €

Merhaba

83.690,00 €

Onafhankelijk Leven

83.690,00 €

Samenhuizen

83.690,00 €

Waerbeke

83.690,00 €

Liga voor Mensenrechten

100.207,00 €

Bond zonder Naam Cultuur

104.829,00 €

Koerdisch Instituut

104.829,00 €

LINC

104.829,00 €

Voedselteams

104.829,00 €

Beweging Tegen Geweld – Zijn

104.829,00 €

De Maakbare Mens

104.829,00 €

Kerkwerk Multicultureel Samenleven

117.244,00 €

zij-kant

120.599,00 €

Ryckevelde

123.955,00 €

Netwerk Bewust Verbruiken

130.666,00 €

GetBasic

130.666,00 €

De Wakkere Burger

143.416,00 €

Vluchtelingenwerk Vlaanderen

144.087,00 €

Wervel

144.087,00 €

Mobiel 21

147.442,00 €

Vrede

150.798,00 €

Toemeka

154.153,00 €

FairFin

157.509,00 €

Kif Kif

160.864,00 €

EVA (Ethisch Vegetarisch Alternatief)

164.219,00 €

Vredesactie

164.219,00 €

Pax Christi Vlaanderen

164.219,00 €

Welzijnszorg

164.219,00 €

Totaal bewegingen

218  BELEIDSJAARBOEK 2011-2012

3.797.373,00 e


3. DE FINANCIËN 3.3. subsidiecijfers per werksoort per organisatie

3.3.3 VORMINGPLUS-CENTRA Vormingplus regio Brugge

366.478,23 E

Vormingplus regio Mechelen

430.255,63 E

Vormingplus Citizenne, Brussel

438.474,44 E

Vormingplus Oostende-Westhoek

494.979,31 E

Vormingplus Vlaamse Ardennen-Dender

521.817,29 E

Vormingplus Waas-en-Dender

570.022,84 E

Vormingplus Kempen

577.592,04 E

Vormingplus Oost-Brabant

641.305,47 E

Vormingplus Midden en Zuid West-Vlaanderen

685.814,10 E

Vormingplus Arch’educ

790.804,70 E

Vormingplus Gent-Eeklo

808.963,92 E

Vormingplus Limburg

1.112.919,85 E

Vormingplus regio Antwerpen

1.314.759,37 E

Totaal Vormingplus-centra

8.754.187,19 e

PROFIEL VAN DE SECTOR  219


3. DE FINANCIËN 3.3. subsidiecijfers per werksoort per organisatie

3.3.4 LANDELIJKE VORMINGSINSTELLINGEN 1. Gespecialiseerde vormingsinstellingen Motief

127.936,40 e

Universiteit Vrije Tijd Davidsfonds

127.936,40 e

Het Vlaamse Kruis

127.936,40 e

Halewynstichting

138.299,25 e

Uitstraling Permanente Vorming (UPV)

157.105,90 e

Vormingscentrum Opvoeding en Kinderopvang (VCOK)

159.920,50 e

Impuls

176.040,49 e

Timotheus Intuïtie

201.627,77 e

Stichting Lodewijk de Raet

223.888,70 e

Amarant

277.238,18 e

Zorg-Saam

285.937,85 e

Centrum Voor Natuur- en milieu-educatie (CVN)

383.809,20 e

Natuurpunt Educatie

383.809,20 e

Centrum Voor Christelijk Vormingswerk (CCV)

396.858,71 e

Vormingsinstituut Rode Kruis Vlaanderen

402.232,04 e

PRH-Persoonlijkheid en Relaties

415.921,24 e

Wisper

672.433,72 e

2. Syndicale vormingsinstellingen Comé, competent in engagement Vorming en Actie Ateliers voor Werknemersvorming

385.216,50 e 888.134,49 e 1.502.229,21 e

3. Vormingsinstellingen voor personen met een handicap KR8

523.438,08 e

Z11

565.678,08 e

Op-Stap

678.712,32 e

4. Vijftact Vijftact Totaal landelijke vormingsinstellingen

220  PROFIEL VAN DE SECTOR

768.080,78 e 9.970.421,41 e


3. DE FINANCIËN 3.3. subsidiecijfers per werksoort per organisatie

PROFIEL VAN DE SECTOR  221


222  BOEKSTAVEN 2012 De staat van het sociaal-cultureel volwassenenwerk


BIBLIOGRAFIE EN DANKWOORD

BIBLIOGRAFIE Agentschap Sociaal-Cultureel Werk voor Jeugd en Volwassenen. Gesubsidieerde organisaties [28.11.2011, http://sociaalcultureel.be/volwassenen/index.aspx]. Buffel, T., Vanwing, T. & Verte, D. (2006). Eigen-aardig educatief, een exploratief onderzoek naar de eigenschappen en randvoorwaarden van de educatieve functie van het sociaal-cultureel volwassenenwerk. Brussel: Vrije Universiteit Brussel. Bral, Luk (Red.) et al. (2009). VRIND 2009: Vlaamse Regionale Indicatoren. Brussel: Studiedienst van de Vlaamse Regering. Bral, Luk (Red.) et al. (2010). VRIND 2010: Vlaamse Regionale Indicatoren. Brussel: Studiedienst van de Vlaamse Regering. Cockx, F. & Bastiaensen, H. (2010). De betekenis van sociaal-culturele praktijken. Resultaten van een belevingsonderzoek. Brussel: Socius. FOV (2009). Boekstaven 2009. De staat van het sociaal-cultureel volwassenenwerk in Vlaanderen. Brussel: FOV. FOV (2010). Boekstaven 2010. De staat van het sociaal-cultureel volwassenenwerk in Vlaanderen. Brussel: FOV. Hooghe, M. (1997). Nieuwkomers op het middenveld. Nieuwe sociale bewegingen als actoren in het Belgisch politiek systeem (doctoraatsthesis). Brussel: Vrije Universiteit Brussel. Van den Eeckhaut, G. (2009). Leren in beeld brengen: een praktijkboek voor vormingsinstellingen. Brussel: Socius. Securex (2010). Personeelsverloop in de privĂŠsector. Brussel: Securex. Steunpunt WSE (FOD Economie) (211). De Vlaamse arbeidsrekening [http://www.steunpuntwse.be/view/nl/18767].

MET DANK AAN De FOV-lidorganisaties voor hun medewerking aan de conceptualisering van het boek en het aanleveren van gegevens. Socius voor evaluatie en adviesverlening. Sociare voor adviesverlening en het aanleveren van gegevens. Lode Vermeersch (HIVA) voor evaluatie en adviesverlening. De Standaard/Het Nieuwsblad voor de kaart van Vlaanderen gebruikt in dit boek.

BOEKSTAVEN 2012 De staat van het sociaal-cultureel volwassenenwerk  223


Een uitgave van: FOV vzw federatie sociaal-cultureel werk Gallaitstraat 86 bus 12 1030 Brussel Tel. 02/244.93.39 Fax 02/244.93.31 info@fov.be www.fov.be Bijdragen: Karine Cleynhens Nele Cornelis Sam Deckmyn Liesbeth De Winter Claire Luyten Joris Smeets Dirk Van Aerschot Dirk Verbist Eindredactie: Sam Deckmyn Met medewerking van de FOV-lidorganisaties Vormgeving: Mieke Smalle www.mmmieke.be Druk: Drukkerij Bulckens, Herenthout Brussel, december 2012

Boekstaven 2012  

Boekstaven brengt het erkende en/of gesubsidieerde sociaal-cultureel volwassenenwerk in Vlaanderen jaar na jaar in kaart. Het is een jaarboe...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you