Issuu on Google+

Cyberjurist

Opinie

Eveline Crone AUC

Eredoctor Lawrence Lessig

Zeur niet over 8-8-4!

Jongste professor

Hoe gaat het nu?

Weekblad voor de Universiteit van Amsterdam Jaargang 63 15-01-2010

Nummer 17

Lange nachten voor de coassistent


t r a a k e i t c a ! e e j d t r a i a l a o k F e e j z t e e d m In r e t a e h t r e e M

theater na tomaat ahm.nl

t/m

07

02

in samenwerking met


inhoud Bloggen over de dies

Doctor

nieuws

Overzichtswerk Amsterdamse stadsuitbreidingen.......................................... blz. 4

Cyberjurist

Opinie

Eveline Crone AUC

Eredoctor Lawrence Lessig

Zeur niet over 8-8-4!

Jongste professor

Vier maanden later

Weekblad voor de Universiteit van Amsterdam Jaargang 63 15-01-2010

Nummer 17

Adieu Sorbon Doek valt voor cateraar in 2011.......................... blz. 4

Boze fysici Laken ophef Amstel Instituut............................ blz. 5

Opinie: 8-8-4

Lange nachten voor de coassistent

Cover: Fred van Diem, coassistent met patiënt op de verlosafdeling van het AMC

Helemaal zo’n slecht plan nog niet.................... blz. 8

Interview Eveline Crone, neurowetenschapper.................blz. 10

Coververhaal Nachtdienst in het AMC met een coassistent.....blz. 14

Eredoctor Cyberjurist Lawrence Lessig............................blz. 17

AUC Tweede ronde interviews met AUC-studenten... blz. 20

En verder: Nieuws 4-7, Opinie/Stage 8-9, Film/Het beste 12, Fen is Uit/Eten 13, Weekgast 19, Annonces 22, Roem 23, Dijkgraaf & Fresco/Puzzel/Spekkie Big 24

Colofon

Win The Men Who Stare at Goats gaat over een geheime legereenheid die zich al sinds Vietnam bezighoudt met paranormale oorlogsvoering. In de film spelen George Clooney, Jeff Bridges, Ewan McGregor en Kevin Spacey grote rollen. Vanaf 7 januari draait de film in de bioscoop. Folia mag 5 x 2 vrijkaarten en film-T-shirts weggeven. Ga om te winnen naar Folia.nl/prijsvraag.

Folia: Weekblad voor de Universiteit van Amsterdam, Vendelstraat 2, 1012 XX Amsterdam, Tel. 020-5253981, Fax 020-5253980, redactie@folia.uva. nl, Website: www.folia.nl, Uitgever: Stichting Folia Civitatis, Redactie: Floor Boon, Mirna van Dijk (eindredacteur), Jim Jansen (hoofdredacteur), Anne Koeleman, Harmen van der Meulen, Margot Riedstra (secretariaat), Henk Thomas, Dirk Wolthekker, Medewerkers aan dit nummer: Jaron Beekes, Bram Belloni, Martien Bos (correctie), Bob Bronshoff, Niels Carels, Louise O. Fresco, Julie de Graaf, Cees Heuvel, Marc van der Holst, Anouk Kemper, Won Tuinema, Fen Verstappen, Hans van Vinkeveen. Folia is aangesloten bij het Hoger Onderwijs Persbureau (HOP) en werkt samen met Havana, het weekblad van de Hogeschool van Amsterdam, Havana-redactie: Eveline Heumen, Wim de Jong, Thijs den Otter, Merel Straathof, Annemarie Vissers, Paul van de Water (hoofdredacteur), Redactieraad: Wouter Breebaart, Simon Dikker Hupkes, Albert Goutbeek, Lief Keteleer (voorzitter), Jaap Kooijman, Bert Vuijsje, Bladmanagement: Impressum, Zoetermeer, Lay-out: Carl Zevenboom, Amsterdam, Druk: Dijkman Offset, Diemen, Advertentiewerving: Bureau van Vliet bv, Zandvoort, Tel. 023-5714745, Fax 023-5717680, zandvoort@bureauvanvliet.com, Abonnement: E46,90 per jaargang. Opgave: 020-525 3981, m ­ ededelingen@folia.uva.nl of www.folia.nl. Het is niet altijd mogelijk de rechthebbenden van de foto’s op de prikbordpagina te achterhalen. Rechthebbenden van het beeldmateriaal kunnen zich bij Folia melden via: redactie@folia.uva.nl.

Vragen Zomaar veertien hersenspinsels, losse gedachten en vragen die ik tijdens de kerstvakantie op een bierviltje schreef. • Wordt de debuutroman van voormalig UvA-student Maurice Seleky genomineerd voor de Gouden Uil? • Wat gaat de Asva in mei doen met hun zestigjarig jubileum? • Worden de contracten van Karel van der Toorn en Paul Doop, de voorzitter en de vicevoorzitter van de UvA, verlengd? • Wordt het 8-8-4-systeem echt ingevoerd en wat heeft dat voor consequenties voor met name de Faculteit der Geesteswetenschappen? • Wie wordt de opvolger van Niek Urbanus, voorzitter van de Raad van Toezicht? Of blijft hij gewoon nog zitten? • Wat zal de lezer vinden van de gerestylede Folia, met nog meer aandacht voor wetenschap, die vanaf medio februari wordt doorgevoerd? • Zal de UvA opnieuw met cateraar Smaa in zee gaan, nu aan Sorbon te kennen is gegeven dat hun contract niet verlengd wordt? • Heeft Arjan Trommel, de nieuwe secretaris van de HvA, voldoende daadkracht om de samenwerking tussen de UvA en HvA van nieuw elan te voorzien? • Worden er – eindelijk – nieuwe medewerkers aangesteld bij de afdeling Academische Zaken? • Wie wordt het nieuwe hoofd communicatie van de UvA, nu Piet van Wijk coördinator geschiedenis wordt bij de NPS en de VPRO? • Zal de nieuwe locatie van het sportcentrum USC op het Science Park ervoor zorgen dat het voetbalteam waarvan ik deel uitmaak eindelijk eens promoveert? • Krijgt Robbert Dijkgraaf de Nobelprijs voor de Natuurkunde? • Wat wordt de rol van de UvA en HvA op weg naar de kandidering van de Olympische Spelen 2028? • Gebeurt er nog iets met de vijftien onderzoekszwaartepunten? Ik wens u een inspirerend jaar toe. Jim Jansen, jfj@folia.uva.nl

Folia 17 | 3

Foto: Bob Bronshoff

Foto: Bram Belloni

Op de dies natalis, de jaarlijkse viering van de geboortedag van de UvA, speelt ze een bescheiden hoofdrol, en ook bij oraties en promoties is ze een sleutelfiguur. Eerste pedel Annelies Dijkstra is tevens de allereerste Foliaweekgast van 2010. Blz.19


doctor

nieuws Check www.folia.nl voor een dagelijkse update van al het UvA-nieuws

Vertrek Wansbeek ‘vanwege kritiek op CvB-koers’ >Economiedecaan zag weinig voordelen in samenwerking UvA-HvA. >Eric Fischer volgt Wansbeek op per 1 februari. Economiedecaan Tom Wansbeek, die kort voor kerst onverwacht door het College van Bestuur werd weggestuurd, heeft zich naar eigen zeggen te kritisch uitgelaten over de samenwerking tussen de UvA en de HvA. Wansbeek meent dat dit een van de redenen is waarom hij plotseling weg moest: ‘Ik heb binnenskamers de vraag aan de orde gesteld of de kosten en baten van deze samenwerking wel tegen elkaar opwegen. De UvA wordt bestuurd door drie mensen en alleen al aan de UvA zouden ze hun handen vol moeten hebben. Maar ze besturen ook nog eens de HvA. Samenwerking met de HvA is op zichzelf prima, maar de gekozen vorm, één bestuur voor beide instellingen, betekent dat er voor de UvA te weinig tijd overblijft. De UvA verdient een eigen College van Bestuur.’ In een eerder stadium liet voorzitter Karel van der Toorn weten dat Wansbeek en het CvB ‘samen tot de conclusie zijn gekomen dat het beter is dat de wegen scheiden’. Van der Toorn wilde niet inhoudelijk reageren op het plotselinge vertrek van de decaan. Wansbeek werd kort voor de kerstvakantie op het Maagdenhuis geroepen en kreeg te horen dat men van hem af wilde. In overleg is toen besloten dat hij per direct zou terugtreden. Wansbeek: ‘Ik ben inmiddels van mijn verbazing bekomen, maar de zaak was

Jaap Abrahamse promoveert deze maand op een onderzoek naar de Amsterdamse stadsontwikkeling in de zeventiende eeuw. Uw promotieonderwerp lijkt nogal uitgekauwd, want er zijn al boeken over volgeschreven. ‘Ja, maar over de Amsterdamse stadsontwikkeling was nog geen overzichtsstudie. Er zijn vooral veel artikelen over deelonderwerpen. Het laatste proefschrift dateert uit 1978, maar dat richtte zich vooral op ideaalmodellen, waarmee de feitelijk gebouwde stad werd vergeleken. Ik ben veel meer uitgegaan van de pragmatiek: welke problemen moesten er worden opgelost om de stad tot ontwikkeling te brengen.’

Jaron Beekes voor mij een volslagen verrassing. Boos ben ik niet. Ik heb na mijn aantreden een duidelijk beleid geformuleerd, heb de structuur van de faculteit aangepast – wat ik aantrof was onduidelijk en ondoelmatig – en heb de sleutelposities in die nieuwe structuur ingevuld met uitstekende mensen.’ Een van de problemen die bij de FEB speelt is de precaire financiële situatie. Wansbeek erkent dat. ‘Ik heb een sluitende begroting voor 2010 opgesteld. Die veroorzaakte de nodige pijn en daarom heb ik die in een

bijeenkomst aan alle medewerkers uiteengezet. Daar was geen enkele wanklank te horen. Vanaf 2011 houdt de faculteit tenminste één miljoen per jaar over. Dat was na alle voorbereidingen goed te doen. Ik hoop dat mijn vertrek dit proces niet te veel vertraagt, want dan wordt het een dure grap.’ Het CvB heeft per 1 februari bijzonder hoogleraar bedrijfsgeschiedenis Eric Fischer aangesteld als interim-decaan. Wansbeek is inmiddels aan de Rijksuniversiteit Groningen benoemd tot honorair hoogleraar. (JJ)

Contract met Sorbon beëindigd >Het College van Bestuur heeft op 17 december besloten het contract met cateraar Sorbon te beëindigen. Het personeel is inmiddels ingelicht. >De cateraar voldeed niet aan kwaliteitsafspraken. Het contract met cateraar Sorbon zal per 1 januari 2011 zijn ontbonden. Dat heeft het College van Bestuur (CvB) op 17 december besloten. De cateraar voldeed niet aan de kwaliteitsafspraken die waren gemaakt met de UvA en de HvA. Om te voorkomen dat het contract automatisch met vijf jaar zou worden verlengd, moest het CvB voor het einde van het afgelopen jaar beslissen over voortzetting van de samenwerking met Sorbon, want in het contract met de cateraar zat een opzegtermijn van een jaar. Het personeel van Sorbon is inmiddels ingelicht. Eind vorig jaar bleek uit een rapport van een interne kwaliteitscommissie dat Sorbon niet had voldaan aan de afgesproken kwaliteitsnormen, al had de cateraar zich de laatste maanden aantoonbaar verbeterd. Afgesproken was dat de cateraar minimaal een 7,5 zou scoren in klanttevredenheidsonderzoeken, maar dat cijfer haalde het bedrijf bij lange na niet, al waren het aanbod en de kwaliteit volgens de klanten wel van voldoende niveau. Waarderingen schom-

4 | Folia 17

melden rond de 5,9 (UvA) en de 6,8 (HvA). Het CvB neemt binnenkort een beslissing over de manier waarop de catering vanaf 2011 wordt georganiseerd. Waarschijnlijk komt er een nieuwe Europese aanbesteding. Het staat Sorbon vrij om daaraan deel te nemen. In een reactie op het besluit zegt

operationeel directeur Jørgen Vestjens van Sorbon dat het bedrijf zich ‘opmaakt voor de toekomst’. Volgens hem heeft het CvB de cateraar vanwege de verbeterslag van het afgelopen jaar verzocht om deel te nemen aan de nieuwe aanbestedingsronde voor 2011. ‘We moeten ons opnieuw bewijzen.’ (TdO/AK)

Oud-rector Thoden van Velzen overleden Oud-rector magnificus en hoogleraar tandheelkunde Syo Kornelius Thoden van Velzen, rector van 1987 tot 1991, is op 31 december overleden. Thoden van Velzen werkte vanaf 1964 aan de UvA, nadat hij er tandheelkunde had gestudeerd. In 1975 promoveerde hij en twee jaar later werd hij benoemd tot hoogleraar cariologie en endodontologie aan de (toen nog) subfaculteit Tandheelkunde. Thoden van Velzen was een groot pleitbezorger van universitaire kennis, tradities en waarden. In zijn afscheidsrede als rector, op 8 januari 1991, zei hij: ‘Nieuwsgierigheid en haar tweelingzusje leergierigheid zijn de pijlers waarop de universiteit is gebouwd. Er is niets tegen directe dienstverlening aan de maatschappij, niets tegen contractonderzoek, niets tegen banden met de industrie, maar daardoor mag de wetenschap omwille van de wetenschap niet ondergesneeuwd raken.’ Als voorbeeld noemde hij toen de grote verzameling vissen, wormen, schelpdieren en insecten die het Zoölogisch Museum Amsterdam (ZMA) onder haar hoede heeft. ‘Behoud en uitbreiding van dit soort collecties hoort tot de essentiële taken van een universiteit.’ Het zal hem aan het hart zijn gegaan dat die collectie vanaf komende zomer de UvA verlaat en wordt ondergebracht bij natuurhistorisch museum Naturalis in Leiden. Bij zijn afscheid kreeg Thoden van Velzen de universitaire stapenning wegens zijn bijzondere verdiensten voor de universitaire gemeenschap. Ook was hij erelid van de Nederlandse Vereniging van Endodontologie en Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Thoden van Velzen is 75 jaar geworden. (DW)

Welke problemen waren er dan? ‘Ten eerste was er een enorme bevolkingsexplosie. Tussen 1580 en 1680 verachtvoudigde de bevolking van de stad tot ongeveer 220.000 inwoners. Dat zorgde voor enorme problemen, want waar moesten die allemaal worden ondergebracht? Ten tweede moest de stad geschikt worden gemaakt voor grote verkeersstromen en ten derde speelde er een meer algemeen probleem: hoe bouw je een middeleeuws stadje om tot een metropool? Zo moesten er fortificatiewerken worden gesloopt en gebouwd en grote waterwerken worden aangelegd.’ We hebben het over de grachten? ‘Ja. De aanleg van grachten was onontkoombaar. De stad lag laag in het veen, dus de afwatering van de stadsuitbreiding moest worden gereguleerd. Dat gebeurde door de aanleg van stadsgrachten. Bij de discussie over de aanleg van wat later de Keizersgracht werd, is het idee nog geopperd op die plek een grote boulevard te maken naar voorbeeld van het Lange Voorhout in Den Haag. Maar die ligt op zand. Het aanleggen van zo’n boulevard was in Amsterdam helemaal niet mogelijk: de waterberging van de stad zou een probleem opleveren en de bestrating zou steeds maar blijven wegzakken in het veen.’ Veel van het archiefmateriaal is in de loop der eeuwen door ‘verscheurcommissies’ weggegooid. Gebeurt dat nu nog? Als iets tegenwoordig in het archief belandt dan is het veilig voor de toekomst, zeker nu alles digitaal wordt opgeslagen. Er dreigen nu andere gevaren: bijvoorbeeld dat van een tekening vijfhonderd verschillende schetsversies in computers bewaard blijven of dat die na vijf jaar niet meer gelezen kunnen worden door vernieuwing van de software.’ Is de stad anno 2010 ‘af ’? ‘Natuurlijk niet. De stedenbouwkundige Cornelis van Eesteren, die het zogenoemde “Algemeen Uitbreidingsplan” van 1935 maakte, pretendeerde een soort “eindversie” van Amsterdam te hebben ontworpen, maar dat is onzin. De stad is nooit af. Hoewel de binnenstad wel af is. Zij moet nu vooral goed beheerd worden. Grote bouwwerken kunnen in de binnenstad vooral ellende opleveren.’ (DW) Jaap Evert Abrahamse. De grote uitleg van Amsterdam. Stadsontwikkeling in de zeventiende eeuw. Promotie op 20 januari.


kort

nieuws

Peter Starreveld Docent van het Jaar

Ublad

Meer dan drieduizend studenten droegen 312 docenten voor in de Docent van het Jaar-verkiezing van 2009. Tijdens de viering van de dies natalis van de UvA op 8 januari werd de uitslag bekendgemaakt. Peter Starreveld, verbonden aan de opleiding psychologie, mocht de prijs in ontvangst nemen. Die bestond uit twee levensgrote stelten, uitgevoerd in zwart en goud, ontworpen door kunstenaar Frank Tjepkema, die volgens rector magnificus Dymph van den Boom staan voor ‘de docent die boven anderen uitsteekt, maar een wankel evenwicht moet bewaren’. Het samenstellen van de longlist gebeurde in samenwerking met de studieverenigingen. Uit de 312 docenten droegen de studieverenigingen per vakgebied één docent voor. Van deze longlist selecteerde de jury onder leiding van geschiedenisstudent en CSR-lid Jesper Voskamp de kandidaten voor de shortlist. Naast Peter Starreveld – die door de studievereniging van psychologie “de Johan Cruijff van de opleiding” wordt genoemd – waren dat Bart van Heerikhuizen (sociologie), Hugo Heymans (geneeskunde), Carmen Lie-Lahuerta (Spaans), en Jit Peters (staats- en bestuursrecht). Dit jaar excelleerde Starreveld volgens de jury op alle criteria voor goed docentschap. Voskamp: ‘Het is iemand die kennisover-

Foto: Bram Belloni

>Psycholoog onder andere verkozen door zijn betrokkenheid bij de opleiding en de student. >Studievereniging VSPA noemt hem ‘de Johan Cruijff van de opleiding’.

Peter Starreveld

dracht stimuleert, studenten inspireert door zelf enthousiast te zijn over het vakgebied en de student begeleiding aanbied. Peter Starreveld weet wat er speelt onder studenten en draagt actief bij aan de opleiding.’ De jury waardeert bovendien de grondigheid waarmee Starreveld zich voorbereidt op een college. Volgens Voskamp merkte een student eens een klein foutje op in het college van de docent. ‘Starreveld is toen na afloop direct naar zijn computer gestoven om zijn gelijk te bewijzen.’ Starreveld zelf denkt verkozen te zijn omdat hij zich goed in de student kan verplaatsen. ‘Ik probeer de stof tot leven te brengen. Op

die manier kan bijna iedereen het begrijpen. Een college hoeft niet per definitie grappig te zijn om het te kunnen volgen.’ In zijn toespraak zei hij ‘blij verrast’ te zijn met de prijs, ‘gezien het niveau van de medegenomineerden’. Maar hij was vooral blij met de waardering van de studenten. Tijdens de diesviering werden traditiegetrouw ook eredoctoraten uitgereikt. Die gingen naar de Brits-Franse cognitief psycholoog Annette KarmiloffSmith en naar de Amerikaanse rechtsgeleerde Lawrence Lessig. (MvK) Voor een gesprek met Lessig zie p. 17, over de dies zie ook de Weekgast op p. 19.

Natuurkundeleraren boos op UvA >Natuurkundeleraren uiten bezorgdheid over opheffing Amstel Instituut. >‘Bètafaculteit toont minachting voor het onderwijs in de exacte vakken.’

‘De opheffing is een belangrijke tegenslag in het streven van regering en bedrijfsleven om een toename van bèta- en techniekstudenten te realiseren. De aansluiting tussen voortgezet onderwijs en hoger onderwijs speelt daarin een belangrijke rol. Het Amstel Instituut is in die aansluiting gespecialiseerd,’ zegt Piet Molenaar, voorzitter van onderscheiden? de afdeling Amsterdam van de Nederlandse Vereniging voor het Onderwijs in de Natuurwetenschappen (NVON). ‘Het Amstel Instituut speelt al jaren een sleutelrol in de ondersteuning van leraren in de bètavakken. Zo is bijvoorbeeld het door bijna alle scholen gebruikte computerprogramma Coach door het Amstel Instituut ontwikkeld, evenals microschaalexperimenten in het scheikundepracticum. De nascholing die het instituut organiseert, voorziet jaarlijks in een behoefte van honderden docenten en technisch onderwijsassistenten.’ Door het Amstel Instituut op te heffen, “Do tolls reduce toont de faculteit ‘minachting’ voor het ontraffic jams?” derwijs in de exacte vakken, zegt natuurkundedocent Hubert Biezeveld, een van de “Is youth unemployment 550 Nederlandse natuurkundeleraren. ‘Het a scar for life?” Amstel Instituut krijgt nu geen kans zijn activiteiten voort te zetten, terwijl dat met zijn “How is an extra yearen ofcursusinkomsten uitmuch allerlei projecten education worthzou on kunnen.’ the labor market?” gelden makkelijk

ieke masters op het gebied van de oudheid: Leraren in de hebudheidkunde ennatuurwetenschappen Erfgoedstudies*. ben hun bezorgdheid geuit over de aan-

opheffing Amstel of Griekse staande en Latijnse taalvan en het cultuur enInstituut. wil je je Dit instituut houdt zich bezig met het onterdam. wikkelen van wis- en natuurkundeonder­

wijsprogramma’s voor scholen en de bèta­lerarenopleiding. Het instituut maakt ng, deel uit van de Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica (FNWI). De faculteit moet de komende jaren fors bezuinigen. Decaan Griekse Bart Noordam masteropleidingen Archeologie, en heeft daarom besloten het instituut, waar heidstudiesveertig op www.let.vu.nl/oudheid. mensen werken, op te heffen. ociaal-geografen. ingezonden mededeling

SPAANS LEER JE BIJ ANIMO ACADEMIA DE ESPAÑOL

Cursussen in Amsterdam en Spanje Bel 020-6752293 of kijk op www.spaans-bij-animo.nl voor alle informatie.

eace.nl

Naamloos-1 1

04-12-2009 10:49:45

Come to the Social Economics Introduction at June 18 in Maastricht. With a master in “Social Economics”

Dat het instituut zijn activiteiten niet voort zou kunnen zetten is overigens niet zeker. FNWI-decaan Noordam heeft aangegeven te onderzoeken of een deel van de activiteiten van het instituut onder een andere paraplu kan worden voortgezet. (DW)

Het papieren Ublad, het onafhankelijke nieuws- en informatieblad van de Universiteit Utrecht (UU), moet blijven bestaan. Dat eist de Universiteitsraad, het medezeggenschapsorgaan van de UU. De raad gaat daarmee lijnrecht in tegen het besluit van het Utrechtse CvB, dat het blad wil opheffen. Om zijn eis kracht bij te zetten stapt de raad naar de zogenoemde Landelijke Geschillencommissie medezeggenschap, die bindende uitspraken doet over geschillen tussen collegebesturen en de medezeggenschap. In sommige kwesties heeft de Utrechtse Universiteitsraad instemmingsrecht, in andere kwesties adviesrecht. ‘In deze kwestie heeft de raad adviesrecht,’ zegt Matthias Jorissen, voorzitter van de raad. Volgens hem heeft het Utrechtse CvB verzuimd advies te vragen aan de raad over de opheffing. ‘Wij hebben bij toeval gehoord dat het blad wordt opgeheven. Dat kan echt niet,’ zegt Jorissen. Naar aanleiding van de Utrechtse affaire laat UvA en HvA-collegevoorzitter Karel van der Toorn weten dat ‘Folia en het HvA-blad Havana niet hoeven te vrezen voor opheffing’. (DW/JJ)

Ter dood veroordeeld UvA-student Mesfin Aman (30) is in zijn geboorteland Ethiopië bij verstek veroordeeld tot de doodstraf. Mesfin, die zich sinds zijn zestiende heeft ingezet voor de democratie in Ethiopië, werd samen met vier anderen veroordeeld op verdenking van het ondermijnen van de grondwet en het voorbereiden van een staatsgreep. Hij studeerde bedrijfskunde en internationale betrekkingen in Ethiopië toen hij het land om politieke reden moest verlaten. In 2001 protesteerde hij voor het recht op vrije meningsuiting en tegen de schending van de mensenrechten in Ethiopië. Hij werd vervolgens voor maanden vastgezet. Mesfin kon vluchten en is op uitnodiging van de regering als politiek vluchteling naar Nederland gekomen. Met behulp van de Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF kon hij aan de UvA studeren. Hij heeft onlangs zijn master aan de Amsterdam Business School afgerond. (MvK)

3,5 miljoen De poll van afgelopen week op folia.nl ging over de debatcultuur aan de UvA. De vraag luidde: Het academisch debat bestaat aan de UvA niet, zegt hoogleraar Johan van Benthem. Mee eens? • Zeker weten. Medewerkers zijn bezig elkaar vliegen af te vangen en studenten feesten liever – 77,6% • Academisch debat? Ehhhhhhh – 11,5% • Helemaal niet. Van Benthem debatteert toch zelf ook graag? – 7,1% • Nee, er wordt juist volop gedebatteerd. Kijk maar naar de toeloop bij debatclubs! – 3,8% Totaal aantal respondenten: 183

Ralph Wijers van het Sterrenkundig Instituut Anton Pannekoek heeft in december van de European Research Council (ERC), een instituut voor financiering van baanbrekend onderzoek binnen de Europese Unie, een Advanced Grant gekregen van 3,5 miljoen euro. Wijers doet, met behulp van een nieuwe radiotelescoop, onderzoek naar radio-uitbarstingen in het heelal, vaak een signaal van zogeheten ‘zwarte gaten’ en andere extreme objecten. Hij bekijkt welke soorten hemellichamen zulke uitbarstingen van energie kunnen vertonen, en hoe ze werken. Voor zijn onderzoek breidt hij de Lofar-radiotelescoop uit met een 24/7 all-sky monitor om die zeldzame uitbarstingen te vinden en uit te pluizen hoe ze werken. Naast Ralph Wijers ontving ook Piet van Leeuwen, emeritus hoogleraar homogene katalyse aan de UvA, een Advanced Grant van 3,5 miljoen euro. (UvA)

Folia 17 | 5


Foto: Bram Belloni

in beeld

De stad was op sommige plekken onbegaanbaar, wegen en fietspaden waren spekglad en soms levensgevaarlijk, maar de sneeuwbeelden vergoedden veel. De sneeuw viel afgelopen week met karrenvrachten uit de hemel. Ook het Maagdenhuis en het Spui waren omringd door sneeuw. (DW)


promoties

prikbord Nieuws voor deze pagina? Mail naar: redactie@folia.uva.nl

FNWI

FMG Strandkrabben Isabel

Vidi-subsidie Psycholoog Gerben van Kleef heeft een Vi-

Smallegange, in 2007 gepromoveerd aan de UvA, heeft de Waddenacademieprijs gewonnen met haar proefschrift over strandkrabben. De Waddenacademie, een onderzoeksinstituut van de KNAW, reikt deze nieuwe prijs, een geldbedrag van vijfduizend euro, vanaf nu beurtelings uit aan het beste proefschrift en de beste masterscriptie over het Waddengebied. Smallegange heeft de prijs inmiddels in ontvangst genomen. Uit haar onderzoek naar het foerageergedrag – het vergaren van voedsel – van de strandkrab, blijkt onder meer dat strandkrabben in de Waddenzee een ‘afhaalstrategie’ gebruiken. Hierbij vangen ze een prooi op een voedselrijke plek om die vervolgens op te eten op een voedselarme plek, waar weinig concurrenten zijn.

di-subsidie van acht ton in de wacht gesleept voor zijn onderzoek naar de effectiviteit van emoties bij de beïnvloeding van anderen. Van Kleef maakt daarbij gebruik van het door hem ontwikkelde Emotions as Social Information (EASI)-model. Dat model gaat ervanuit dat emotionele expressie sociale invloed uitoefent, door zowel het geven van informatie als door het teweegbrengen van affectieve reacties bij de toehoorder. Zo kan de vreugde van iemand over de gewonnen presidentsverkiezingen van Obama het oordeel en de attitude van een toehoorder beïnvloeden. Met de subsidie gaat Van Kleef drie projecten uitvoeren: attitudeverandering; de invloed van emoties op de meegaandheid en gehoorzaamheid van mensen; en de interpersoonlijke effecten van emoties op sociale invloed in het nemen van beslissingen in groepen.

FGw Pools In opdracht en onder auspiciën van de Commissie Lexicografische Vertaalvoorzieningen van de Nederlandse Taalunie is de afgelopen jaren gewerkt aan grote woordenboeken Nederlands-Pools en Pools-Nederlands. De totstandkoming van beide woordenboeken – die vorige maand zijn gepresenteerd – stond onder hoofdredactie van onder anderen universitair docent Slavische taalkunde René Genis. Redacties in Polen en in Nederland hebben sinds begin jaren negentig van de vorige eeuw aan de woordenboeken gewerkt. Aan het Woordenboek Nederlands-Pools is gewerkt in Wrocław en Warschau, aan het Woordenboek Pools-Nederlands in Amsterdam en Warschau. De lexicografen verwachten dat de woordenboeken in een behoefte voorzien, onder meer voor de Polen die in Nederland werkzaam zijn.

P.C.Hooftprijs

Foto: Bob Bronshoff

Vlak voor kerstmis werd bekend dat de P.C. Hooftprijs is toegekend aan schrijfster/schilderes en oud-UvA-studente neerlandistiek Charlotte Mutsaers (1942). Zij krijgt de prijs – een geldbedrag van zestigduizend euro – voor haar verhalende proza. Het proza van Mutsaers is volgens de jury ‘onmiskenbaar’ het werk van een dubbeltalent. ‘Zo geduldig als een schilder de materiële wereld beklopt en aftast, zo precies plooit Mutsaers haar teksten rondom concrete voorwerpen als een rok, een dennenappel of een mobiele telefoon. Geen wonder dus dat haar teksten zeer beeldend zijn.’ Mutsaers studeerde begin jaren zestig van de vorige eeuw Nederlands aan de UvA. ‘Mijn keuze voor Nederlands was een vrij primitieve keuze: ik was op het gymnasium gewoon heel goed in Nederlands. Tijdens mijn studie heb ik het meest gehad aan het vak taalbeheersing. Daar leer je haarscherp teksten analyseren, waarvan ik nog steeds profiteer,’ zei ze twee jaar terug in een interview met Folia.

Minor Educatie In het tweede semester van het studiejaar 2009-2010 start de nieuwe minor educatie aan de FGw. De minor is beschikbaar voor studenten van vijftien bacheloropleidingen en geeft toegang tot een lesbevoegdheid voor de theoretische leerweg van het vmbo en de onderbouw van havo en vwo. Na afronding van de master in het bijbehorende vakgebied kan de student zijn lesbevoegdheid uitbreiden tot eerstegraads na het volgen van een educatieve master. De student hoeft hiervoor nog maar de helft van de punten, dertig in plaats van zestig, te halen.

FEB Tiago Tijdens de nieuwjaarsborrel op dinsdag 5 januari ontving Tiago Fernandes da Mata de Van der Schroeffprijs 2009, de prijs voor de beste docent van de FEB. Naast de wisselbeker ontving de winnaar duizend euro. De jury bestond dit jaar uit Peter Boswijk, Randolph Sloof en Otto Kruse. Studenten hadden in totaal zeventien docenten genomineerd, met een vaak uitgebreide motivatie. Fernandes da Mata geeft meerdere vakken binnen Economic History & Methodology. De cijfers die hij van studenten krijgt in de evaluaties zijn volgens de jury ‘zonder uitzondering uitzonderlijk hoog: minimaal een 9’. Dit geldt volgens de juryleden ook voor de tweedejaarsvakken die hij geeft. Studenten roemen vooral de verschillende technieken die hij gebruikt om ze bij de colleges te betrekken en die de studenten naar een hoger niveau tillen. Jonathan Pinkse en Indra Wahab belandden op de tweede, respectievelijk derde plaats.

Maagdenhuis Instroom De instroom van nieuwe studenten is dit studiejaar gestegen met twintig procent ten opzichte van vorig jaar: na de zomer zijn er 8.200 nieuwe studenten begonnen aan een bachelor-, premaster- of masteropleiding. In totaal staan op dit moment 30.689 studenten ingeschreven aan de UvA, acht procent meer dan in het studiejaar 2008-2009. De groei doet zich voor op vrijwel alle fronten. Ook landelijk is er sprake van een sterke toename van het aantal nieuwe studenten. Op dit moment vindt nader onderzoek plaats naar de oorzaken van de sterke landelijke en Amsterdamse groei die dit jaar optreedt. De Faculteit Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica stijgt het sterkst: 33 procent. Ook het aantal nieuwe studenten aan de Faculteit der Geesteswetenschappen is fors toegenomen: 24 procent. Bachelor­ opleidingen die veel studenten trekken zijn rechtsgeleerdheid, economie, psychologie en communicatiewetenschap.

AMC Daklozen Een meerderheid van de Amsterdamse daklozen wordt niet ouder dan vijftig jaar. Daarmee ligt hun levensverwachting ruim een kwarteeuw lager dan die van de gemiddelde Nederlander. Dit blijkt uit het onderzoek van daklozendokter en GGD-arts Igor van Laere, waarop hij deze week promoveert. Als eerste arts in Nederland verzamelde Van Laere tijdens zijn werk in de straten en armenhuizen van Amsterdam gegevens over daklozen en hun kwalen. Om sociaalmedisch verval te voorkomen moeten kwetsbare burgers eerder worden opgespoord en beter worden begeleid dan nu gebeurt, vindt Van Laere. Hij pleit voor een sociaal-medische benadering: intensieve samenwerking tussen woningcorporaties, schuldhulpverlening, maatschappelijk werk, reclassering en medische zorg.

DINSDAG 19/01

10.00 uur: María Fernanda Olarte Sierra - Antropologie Achieving the Desirable Nation. Abortion and Antenatal Testing in Colombia. The Case of Amniocentesis. Promotor: Prof.dr. S.S. Blume. (Agnietenkapel) 14.00 uur: Marius-Ionut Ochea - Economie Essays on Nonlinear Evolutionary Game Dynamics. Promotor: Prof.dr. C.H. Hommes. (Agnietenkapel)

WOENSDAG 20/01

12.00 uur: John Hughes - Geneeskunde Endothelial Dysfunction in Experimental Models of Preclinical Diabetic Retinopathy. Promotoren: Prof.dr. C.J.F. van Noorden en prof.dr. R.O. Schlingemann. (Aula) 14.00 uur: Jaap Evert Abrahamse - Kunstgeschiedenis De grote uitleg van Amsterdam: Stadsontwikkeling in de zeventiende eeuw. Promotor: Prof.dr. E.J. Sluijter. (Aula)

DONDERDAG 21/01

10.00 uur: Marco Lankhorst - Economie Increasing the Requirements to Show Antitrust Harm in Modernized Effect-Based Analysis. Promotoren: Prof.dr. J.A. McCahery en prof.dr. A.W.A. Boot. (Agnietenkapel) 14.00 uur: Dick van Galen Last - Geschiedenis Het debat over de inzet van zwarte soldaten in Europa 1914-1922. Promotor: Prof.dr. P. Romijn. (Agnietenkapel)

VRIJDAG 22/01

10.00 uur: Marleen van Dijk - Geneeskunde Balancing Clinical Outcomes and Quality of Life Aspects in the Treatment of Luts/Bhp. Promotoren: Prof.dr. J.J.M.C.H. de la Rosette en prof.dr. M.C. Michel. (Agnietenkapel) 12.00 uur: Lidian Lecluse - Geneeskunde Psoriasis. Implications of Biologics. Promotor: Prof.dr. J.D. Bos. (Agnietenkapel) 14.00 uur: Mirjam Vosmeer - Communicatiewetenschap Videogames en gender. Promotor: Mw. prof.dr. E.A. van Zoonen. (Agnietenkapel)

ORATIES DONDERDAG 14/01

14.30 uur: Prof.dr. A.D. Kloosterman, bijzonder hoogleraar Forensische biologie Recht doen met forensisch DNA-onderzoek. (Aula)

VRIJDAG 15/01

14.30 uur: Mw. prof.dr. C.E.M. Hollak, hoogleraar Metabole ziekten, i.h.b. de erfelijke stofwisselingsziekten Dr. Pangloss en de geneeskunde. (Aula)

DONDERDAG 21/01

14.30 uur: Prof.dr. D. Sikkel, bijzonder hoogleraar Ouderen, communicatie en consumentengedrag De grijze aap. Ouderen, communicatie en consumentengedrag vanuit het perspectief van de evolutie. (Aula)

VRIJDAG 22/01

14.30 uur: Mw. prof.dr. W.D.E. Aerts, bijzonder hoogleraar Politieke geschiedenis van gender in Nederland De vechtjas. Strijdvragen om sekse. (Aula) Promoties, oraties en afscheidscolleges vinden in de regel plaats in of de Aula van de UvA, Lutherse Kerk, Singel 411 of de Agnietenkapel, Oudezijds Voorburgwal 231. Voor uitgebreide informatie zie www.uva.nl/agenda.

Folia 17 | 7


opinie

Tweede studie: onbetaalbaar Wie anderen de mogelijkheid tot een tweede studie ontneemt, beknot de persoonlijke ontwikkeling, stelt Andrea Voets. 15.000 euro. Geen noemenswaardig protest volgde, terwijl het recht om altijd te blijven studeren iets is om voor te vechten. Stel je eens voor dat je in je héle leven maar één studie kan volgen. Wie zegt dat je niet over twintig jaar opnieuw wil gaan studeren? Wie weet ontdekt je pas decennia na je diploma-uitreiking een grote

passie in je leven, de studie die je eigenlijk had willen doen, maar is het te laat om aan je droomstudie te beginnen, tenzij je duizenden euro’s per jaar kan ophoesten. Wie de poorten van de universiteit al jaren geleden achter zich heeft dichtgetrokken en toch weer in de collegebanken wil plaatsnemen, zou juist aangemoedigd moeten worden. De wens tot

Illustratie: Cees Heuvel

Vlak voor de Tweede Kamer afgelopen zomer op reces ging, werd bijna ongemerkt besloten dat studenten die al een bachelor of master hebben gehaald, vanaf september 2010 voor hun tweede studie elk jaar het instellingscollegegeld moeten gaan betalen. Dit bedrag staat voor wat het eigenlijk kost de student op te leiden, zonder overheidssubsidie, en kan oplopen tot wel

Een storm in een glas water De negatieve verwachtingen rond de invoering van het 8-8-4-systeem zijn schromelijk overdreven, vindt Arjan Miedema. Het is onrustig in onderwijsland! Demonstratie en reuring. Tenminste, dat gevoel bekruipt je als je de Asva hoort en het opiniestuk van de studentenraad AMC leest in Folia 15. De studenten protesteerden, hand in hand met docenten en hoogleraren. De reden? Het voornemen van het College van Bestuur (CvB) om per september 2011 een universiteitbreed roostersysteem te hanteren, het 8-8-4-systeem. Is dat plan alle commotie waard? Als studentenraad van de FNWI, de faculteit waar 8-8-4 al deels realiteit is en de ervaringen lang niet enkel negatief zijn, zijn we geneigd te reageren. Het 8-8-4-systeem in het kort. De cijfers acht en vier staan voor de duur in weken van een blok. In het 8-8-4-systeem heb je drie blokken per semester: twee van acht en één van vier weken. Zo’n blok richt elke opleiding vervolgens zelf in, bijvoorbeeld met twee

8 | Folia 17

vakken in het achtweekse blok, en een vak of project in het vierweekse blok. Vaak doen studenten in een dergelijk systeem dus minder vakken tegelijk, maar wel in een kortere, intensievere periode. Ter vergelijking: de meeste opleidingen aan de UvA hanteren op dit moment een semester systeem met vier of vijf vakken tegelijk, met alle tentamens aan het einde van de rit. De bezwaren dan. De studentenraad AMC is bang dat na invoering van het systeem alle studenten tentamen zullen maken in tennishallen en bibliotheken overvol raken. Deze praktische bezwaren zijn wellicht te begrijpen, maar toch wat overtrokken. De Asva, altijd van de partij bij acties, denkt dat vooral de kwaliteit van het onderwijs in gevaar is. De bezwaren van Faculteit der Geesteswetenschappen zijn in die zin veel begrijpelijker: het onderwijs zoals het aan de FGw gekend is, is moeilijk in te passen in het

8-8-4-systeem en 8-8-4 maakt de aansluiting met zusteruniversiteiten lastig. Bovendien zal er een grote inspanning geleverd moeten worden om vakken en opleidingen opnieuw in te richten. Dat klopt, maar is dat niet een kans eens kritisch en vernieuwend naar het onderwijs te kijken? Het besluit van het CvB om dit systeem in te voeren komt daarbij niet uit de lucht vallen. Al acht jaar geleden is dit voornemen richting faculteiten gecommuniceerd en begin dit jaar nog eens herhaald. De goede verstaander is dus geenszins verrast door de recente doorvoering van het besluit. Het signaal: alle faculteiten en opleidingen binnen twee jaar in het zelfde stramien. Het wordt zo gemakkelijk voor studenten om vakken aan een andere faculteit te volgen, deze passen dan beter in je eigen patroon. Maar het hoofdargument is dat in een 8-8-4-systeem studenten sneller en


verandering, ontwikkeling, existentie is een typisch menselijke eigenschap die men te allen tijde moet toejuichen en stimuleren. Het is de motor achter de algehele vooruitgang. Wat gebeurt er overigens als je studenten na hun eerste studie, wanneer ze pakweg 22 zijn, meteen op de arbeidsmarkt gooit, vier jaar na het beëindigen van de middelbare school? Kunnen en willen ze dit wel? Ironisch genoeg hebben heel veel Tweede Kamerleden zelf meerdere studies gevolgd. Want heb je tegenwoordig eigenlijk geen dubbele graden nodig om carrière te kunnen maken, zoals rechten en economie of wis- en natuurkunde? En om de economische kaart te spelen: is iemand laten studeren niet veel goedkoper dan een werkloosheidsuitkering? Economische motieven zullen overigens een nog grotere rol gaan spelen bij de studiekeuze dan voorheen. Als je in principe enkel recht hebt op één studie die je aan een baan kan helpen, zullen in de studiekeuze de studies die weinig garantie geven op werk snel afvallen, ook al ligt je eigenlijke interesse juist bij zo’n vakgebied. Denk aan wijsbegeerte, musicologie, een kunstopleiding… Studies die juist zo belangrijk zijn voor de verdieping in de samenleving. Niet iedereen hoeft ingenieur of dokter te worden. Om ook uit naam van de wetenschap te spreken: ontstaan nieuwe inzichten en echte wetenschap niet juist op de snijvlakken van verschillende discipli-

nes? Een dubbel opgeleide academicus heeft een uniek gezichtspunt. Hij of zij komt zeker tot vernieuwende inzichten in desbetreffende vakgebieden door de kruisbestuiving tussen verschillende soorten kennis. Soms lijkt het wel alsof het in Nederland niet is toegestaan je kop boven het maaiveld uit te steken. Met dit besluit geeft de Kamer het signaal af dat een student die een tweede studie doet niet meer de moeite waard is om te subsidiëren. Je straft net de extra getalenteerde en gemotiveerde mensen, die toch al veel voor hun ontwikkeling overhebben: ze studeren zonder studiefinanciering. Een carrière maken en geld verdienen zetten ze in de wacht. Een braindrain ligt op de loer: in België bijvoorbeeld bedraagt het studiegeld nog steeds 567,80 euro. Drie keer raden waar ik mijn tweede masteropleiding zal volgen. Ook al zijn er methodes om de wet te omzeilen – zoals het uitstellen van het halen van je eerste studie en ondertussen je tweede volgen – het gaat om het principe. Onderwijs moet voor iedereen altijd toegankelijk zijn, zodat mensen zich tijdens hun leven kunnen blijven ontwikkelen. Wie dat recht aan zijn bevolking onthoudt, tekent voor een toekomst zonder ambitie en ontwikkeling. l Andrea Voets studeert harp aan het Conservatorium van Amsterdam en wijsbegeerte aan de UvA.

Is 8-8-4 niet een kans eens kritisch en vernieuwend naar het onderwijs te kijken? bewuster gaan studeren. Niet per se door het systeem zelf, maar ook door de inrichting ervan. Studenten doen dan slechts enkele vakken tegelijk, intensief, en sluiten dit af met een tentamen. Op deze manier kunnen studenten hun studietijd optimaal benutten en dit leidt tot een hogere studiesnelheid van studenten. Het zogenaamde studiesucces wordt verhoogd. Over het voornemen om in Nederland meer studenten te laten studeren en tevens sneller, kun je lang debatteren. Echter, de UvA is dit stadium gepasseerd en zet dit landelijke streven om in een onderbouwd plan en krachtige invoering. Dit begint met een uniform systeem, maar vervolgens is het aan de opleidingen om te zorgen voor een goed, nieuw programma. De motivatie achter 8-8-4 en andere aanbevelingen is dat studies beter zullen worden in termen van inhoud, opbouw en uiteindelijk slagingsper-

centage. Dit kan echter niet worden bereikt zonder aanvullende maatregelen zoals: betere afstemming tussen vakken, tutoraat voor iedereen, minder hoorcolleges en meer werkgroepen, betere docenten en betere studievoorlichting. Allemaal studentvriendelijk. Bij studenten en medezeggenschap ligt volgens ons dus de belangrijke taak om er vanaf nu voor te zorgen dat ook deze aspecten in de schijnwerpers van het CvB komen te staan. Het begint volgens studentenraad FNWI wel bij de keuze voor een universiteitbreed systeem om op te bouwen en om in te richten. En dat is het ‘8-8-4-systeem’. l Arjan Miedema is lid van de Facultaire studentenraad van de FNWI. Dit artikel geeft het standpunt van de gehele raad weer.

stage

Foto: Bob Bronshoff

Ironisch genoeg hebben heel veel Tweede Kamerleden zelf meerdere studies gevolgd

Jorja Kotsires

Jorja Kotsires (22) studeert internationaal publiekrecht met een specialisatie in militair recht. Ze liep stage bij de Koninklijke Landmacht. ‘Ik deed mijn stage bij de 43e Gemechaniseerde Brigade in Havelte. Daar liep ik mee met de brigadejurist: iemand die rechten heeft gestudeerd en vervolgens als specialist is opgeleid bij de landmacht. In vredestijd houdt hij zich vooral bezig met het onderwijzen van andere militairen in humanitair oorlogsrecht. Dat onderwijs is heel erg op de praktijk gericht en eigenlijk gaat het over de vraag wanneer je wel of niet mag schieten. Daarnaast houdt de brigadejurist zich bezig met het militair straf- en tuchtrecht en ambtenarenrecht. Mijn taak was om hem bij deze zaken te assisteren. Waar we ons precies mee bezighielden, verschilde van dag tot dag. De ene keer ben je aan het wachten op een belletje, terwijl op andere dagen de telefoon roodgloeiend staat. Er bellen dan bijvoorbeeld commandanten over militairen die zich hebben misdragen tijdens het weekendverlof. Wij gingen dan naar hun hoorzittingen en schreven een advies aan de generaal of er nog verdere maatregelen genomen moesten worden. Ik heb een paar keer zelf zo’n advies mogen schrijven. Dat vond ik best bijzonder, want naar aanleiding van zo’n advies kan de generaal besluiten of hij iemand gaat ontslaan of niet. Voor de rest kwamen er vooral veel juridische vragen binnen. Zo moest ik bijvoorbeeld uitzoeken wat de gevolgen waren van een incident dat zich een jaar geleden voordeed tijdens de uitzending naar Uruzgan. Wat ik heel leuk vond, is dat ik mee ben geweest op een militaire oefening in Oost-Duitsland. Vier dagen mocht ik bij schietoefeningen zijn en kijken bij alle apparatuur en grote voertuigen. Ik kwam er achter dat het militaire wereldje mij goed bevalt. Over anderhalf jaar ben ik klaar met mijn studie en zou ik graag bij de Nederlandse Defensie Academie worden aangenomen om daar de officiersopleiding te doen en militair jurist te worden. Als je die opleiding hebt afgerond, ben je meteen kapitein. Hoewel je daarna niet kan kiezen waar je geplaatst wordt, hoop ik met mijn internationale studie een functie te gaan vervullen waarbij ik mee mag op uitzending. Daar doe ik het eigenlijk voor. In oorlogstijd zou ik dan de generaal direct adviseren of zijn plannen juridisch gezien wel of niet door mogen gaan. Wat ik nu leer bij humanitair oorlogsrecht is heel theoretisch, maar dan zou ik meemaken hoe het er echt aan toegaat.’ (Julie de Graaf )

Folia 17 | 9


interview

‘Ik heb een frisse blik’ Door Floor Boon

De wetenschappelijke carrière van neurowetenschapper Eveline Crone (34) gaat in sneltreinvaart. Dat moet ook, want ze houdt van vernieuwing en zit niet graag stil. Een gesprek met de jongste hoogleraar van de UvA over creatieve puberbreinen en vrouwen aan de top: ‘Van een glazen plafond heb ik nooit iets gemerkt.’ Toen haar zus ooit zei dat ze wel een aio-type was, vond ze het een belediging, want promovendi waren volgens Eveline Crone maar saaie mensen. Een kwestie van perceptie, zegt ze nu. Tien jaar later – vanaf maart vorig jaar is Crone hoogleraar in Leiden en sinds december ook bijzonder hoogleraar aan de UvA – vecht ze tegen het idee dat wetenschappers stoffige en zure mensen zijn. ‘Ik vond promoveren toen gewoon heel suf klinken. Mijn beeld was verkeerd, ik heb allemaal leuke vrienden van het werk en die zijn helemaal niet zoals ik dacht. De wetenschap heeft toch een slecht imago.’ Nog maar 34 lentes jong is Crone, en nu al heeft ze een indrukwekkende wetenschappelijke carrière achter de rug. Ze studeerde in 1999 af aan de UvA in de psychofysiologie en ontwikkelingspsychologie, haar afstudeeronderzoek deed ze in Pittsburgh. In één ruk promoveerde Crone in 2003 cum laude, waarna ze twee jaar naar de VS vertrok voor een postdoc in de cognitieve neurowetenschappen – een onderzoeksveld dat in die tijd zeker in Nederland nog in de kinderschoenen stond. Bij terugkomst bood de Universiteit Leiden haar de mogelijkheid een eigen onderzoeksgroep op te richten. Sinds 2005 staat ze daar aan het hoofd van het Brain and Development-laboratorium. Daarnaast is ze sinds december ‘terug’ aan de UvA, zoals ze het zelf noemt, waaraan ze voor één dag per week is verbonden als hoogleraar. Wat haar drijft is een passie voor onderzoek doen. ‘Het idee dat ik aan het randje van de kennis zit, vind ik heel spannend. Het is per definitie vernieuwend wat je aan het doen bent, ook als je op het verkeerde pad zit.’ Ze denkt dan ook dat een ander onderwerp haar net zo had kunnen grijpen als het hersenonderzoek naar adolescenten dat ze doet. Het gaat om het ontdekken, het zorgvuldig toetsen van een hypothese. ‘Ik heb veel plezier in het proces van onderzoek doen. Er komt nooit precies uit wat je voorspelt. Als ik samen met de mensen in mijn groep naar de data kijk, dan krijg ik een soort euforisch gevoel, zo van: “O, dat kan dit betekenen en dat zouden we zo kunnen toetsen en als we dan dit experiment doen en dat controle-experiment, misschien klopt het dan wel, dus laten we het doen!”’ Toch vond u al vroeg een onderwerp dat u enorm aansprak. Was dat dan toeval? ‘Ik heb nooit kunnen kiezen. Alle aspecten van de psychologie vond ik interessant en ik dacht: als ik ontwikkelingspsychologie doe neem ik alles mee: sociale

10 | Folia 17

ontwikkeling, klinische aspecten, psychonomie; de volledige levensloop van kind tot volwassene. Veel studenten ontwikkelingspsychologie zijn erg gecharmeerd van kinderen, maar dat had ik niet per se. Mijn afstudeerproject in Amerika was eigenlijk ook toeval. Wat dat betreft denk ik wel eens: het leven hangt van toevallige keuzes aan elkaar. Het was de eerste stap richting het onderzoeksprogramma dat ik nu doe.’ Uw onderzoek omvat mensen tussen de zes en de vijfentwintig jaar, past dat binnen één onderzoek? ‘Nee, er lopen verschillende projecten. Ik probeer de resultaten te bundelen om beter te begrijpen waarom jonge mensen doen wat ze doen. Mijn vraag is hoe het volwassen systeem ontstaat, daarvoor probeer ik allerlei aspecten van cognitieve controle en zelfregulatie – het kunnen sturen van je eigen gedrag, het uitvoeren van doelgericht gedrag – te beschrijven. Juist functies die nog veranderen na je zesde jaar. De adolescentie, die zich grofweg tussen de tien en de tweeëntwintig jaar afspeelt, is daar een fase van. Een belangrijke, maar moeilijk te bestuderen periode. Lange tijd is

gevoeligheid voor emotionele prikkels en de sociale omgeving en de interactie tussen de cognitieve en de affectieve ontwikkeling. Nu weten we dat er in de hersenen systemen zijn die belangrijk zijn voor deze functies en dat de samenwerking nog niet optimaal is in de adolescentie. Dat betekent dat adolescenten goed kunnen presteren als de affectieve impuls zich rustig houdt, iets wat vaak gebeurt in een laboratoriumsituatie. Maar op school, als die ene leuke jongen naast je zit, dan verstoort dat de boel. Dat is bij volwassenen ook nog zo, maar zij hebben daar veel meer controle over.’ U schreef er ook een veelgelezen boek over, Het puberende brein. ‘Dat was op verzoek van de uitgever. Het is eigenlijk een pleidooi voor de puber, bedoeld als tegenwicht tegen de idee dat pubers altijd slecht luisteren. Het is heel populair bij ouders, maar toch was mijn idee niet om een handboek te schrijven. Ik wilde wetenschap toegankelijk maken door mensen te laten weten wat we doen en wat hiervan de uitkomsten zijn.

‘Ik probeer een voorbeeld te zijn zonder anderen te vertellen hoe het moet’ gedacht dat pubers gewoon streng moesten worden aangepakt. Dat het eigenlijk een disbalans in communicatie is tussen de verschillende hersengebieden, is pas in de afgelopen tien jaar ontdekt.’ Heeft uw onderzoek aan die ontdekking bijgedragen? ‘Ja. Heel lang werd de adolescentie overgeslagen door mensen die de ontwikkeling bestuderen, omdat de onderzoeksdata altijd zo rommelig waren. Een vijftienjarige kan op het ene moment heel goed presteren op cognitieve taken en op het andere moment bakt hij er niks van. Cognitie is een veelgebruikt begrip in de psychologie en komt van het Latijnse woord cognoscere, dat weten of kennen betekent. Het valt ook te omschrijven als ons denkvermogen. Cognitieve veranderingen zijn bijvoorbeeld belangrijk voor schoolprestaties. De laatste jaren proberen we de rommelige data onder controle te krijgen door ook de affectieve ontwikkeling van adolescenten te onderzoeken, de

Mijn postdoc in Californië volgde ik aan het Center for Mind and Brain, een hardcore neuroscience-instituut. Daar heb ik mij twee jaar gespecialiseerd in de neuroimaging, het analyseren van de hersenstructuur en hersenfunctie om uiteindelijk te zien hoe adolescenten keuzes maken. Dat laatste gebeurt door fMRIscans te maken. Een adolescent voert een taak uit en op de scan zien wij naar welk gebied zuurstofrijk bloed stroomt. Het is een nieuwe methode en kennis hierover is nog schaars. Het leert ons veel over het gedrag van adolescenten. Om een voorbeeld te geven: pubers doen soms stomme dingen, skaten zonder helm of elleboogbescherming bijvoorbeeld, want dat is ‘niet cool’. Denken zij niet na? Onderzoekers kwamen tot een bijzondere conclusie; het is namelijk zo dat als je adolescenten scenario’s voorlegt, zij niet niet over situaties nadenken, ze denken soms juist meer na dan nodig zou moeten zijn, het leidt alleen niet altijd tot betere inzichten. Een kijkje in de hersenen heeft ons geleerd


Foto: Bob Bronshoff

De vraag die niet kan ontbreken:u bent vrouw, jong en u doet het goed in de wetenschap, gaat dat samen? ‘Ik heb nooit wat gemerkt van een glazen plafond. Beeldvorming hierover probeer ik te negeren. Of ik geluk heb, weet ik niet, maar het lukt me op meerdere vlakken. Wel zie ik andere jonge vrouwen die heel talentvol zijn, maar moeilijk doorgroeien. Dat gebeurt meer in andere vakgebieden, niet binnen de psychologie. Het blijft een moeilijk vraagstuk. Ik ben voor de vrije keuze. Als vrouwen het willen, moeten ze de mogelijkheid krijgen, maar als ze geen carrière willen maken, dan is het ook goed. Sinds 2009 ben ik voorzitter van De Jonge Akademie [de ‘jongerenafdeling’ van de Koninklijke Nederlandse Akademie voor Wetenschappen, red.]. Op die en andere posities probeer ik een soort voorbeeld te zijn zonder anderen te vertellen hoe het moet. Dat een vrouw denkt: maar Eveline kan het ook. En ter geruststelling: je bent niet alleen excellent als je goede cijfers haalt op de middelbare school. Ik heb pas tijdens mijn studie mijn passie ontdekt. Op de middelbare school haalde ik vooral zesjes en zevens.’ Toen u begon aan uw promotieonderzoek was u zelf eigenlijk nog adolescent. Was u een moeilijke puber? ‘Nee, maar een vrij groot deel gaat ook rustig door de puberteit heen. Wel was ik een beetje brutaal, dat ben ik ook altijd wel gebleven.’ l

Eveline Crone

dat adolescenten geen activiteit hebben in de insula, het deel van de hersenen dat belangrijk is voor het voelen van een nare reactie. Bij volwassenen wordt dat deel juist wel actief.’ Op welke manier gebruikt u deze nieuwe kennis in Nederland? ‘Ik heb kennis uit Amerika naar Nederland gebracht. Op mijn 29e kreeg ik in Leiden de mogelijkheid om een eigen onderzoeksgroep op te zetten. Het Brain and Development-laboratorium. Ik had erg de behoefte aan iets nieuws, een innovatief onderzoek. Naast de lopende onderzoeken ben ik erg geïnteresseerd in de voordelen die de adolescentie biedt ten opzichte van de volwassenheid. Het meest vernieuwende nu is mijn onderzoek naar creativiteit. Jonge mensen kunnen vaak extreme sportprestaties leveren, zitten in muziekbandjes, rappen de mooiste teksten aan elkaar. Ik denk dat dit met de ontwikkeling van de hersenen te maken heeft. Ik denk dat je twee soorten wetenschappers hebt: mensen die steeds vernieuwende dingen doen en wetenschappers die het werk van de mensen die vernieuwende dingen doen wegen en herwegen. Ik

hoor bij die eerste categorie. Dat betekent niet dat ik onzorgvuldig onderzoek doe, maar ik ben wel altijd op zoek naar het vernieuwende aspect. Het is iets waar ik me lang zorgen over heb gemaakt: moet ik een onderwerp niet veel meer uitdiepen? Nu heb ik geaccepteerd dat er verschillende soorten wetenschappers zijn en dat ik waarschijnlijk bij die categorie hoor die op zoek is naar een nieuwe toepassing. Wegen en herwegen is net zo nodig als mensen die een frisse blik werpen op een oud probleem.’

CV Eveline Crone 1975: geboren in Schiedam 2003: cum laude afgestudeerd als ontwikkelingspsycholoog aan de Universiteit van Amsterdam 2003-2005: postdoc aan het Center for Mind and Brain van de Universiteit van California 2005: oprichting Brain and Development-laboratorium in Leiden, NWO Veni-subsidie (200.000 euro)

Uw carrière verloopt voorspoedig en ogenschijnlijk vlekkeloos. Wat vindt u leuk aan uw werk, en wat vindt u moeilijk? ‘Het moeilijkste is om subsidies te verwerven voor onderzoek en dat blijft. Wij doen het op zich goed, maar het is hard werken. Er liggen meer uitgewerkte ideeën op mijn bureau dan dat er subsidie is om deze uit te voeren. Mijn onderzoeksgroep is het beste wat mij is overkomen. Het is zo leuk om samen te werken, om mensen te zien groeien. Iedere twee weken presenteert een van ons een probleem of nieuw idee. Die bijeenkomsten zijn de slagroom op de taart.’

2005-2007: ud ontwikkelingspsychologie Universiteit Leiden 2007: NWO Vidi-subsidie (600.000 euro) 2007: lid van De Jonge Academie van de KNAW 2008: uhd ontwikkelingspsychologie Universiteit Leiden 2008: NWO Aspasia-subsidie (100.000 euro) 2009: hoogleraar neurocognitieve ontwikkelingspsychologie aan de Universiteit Leiden, bijzonder hoogleraar neurocognitieve en affectieve ontwikkeling in de adolescentie aan de UvA 2009-2011: voorzitter van De Jonge Akademie

Folia 17 | 11


het beste

Metallica Yacob Mijhad, promovendus ondernemingsrecht:

Prachtige beelden, povere inhoud Where the Wild Things Are; première: 14 januari Het beroemde kinderboek van Maurice Sendak waarvan Where the Wild Things Are de gelijknamige verfilming is, bevat slechts een handvol zinnen. De rest bestaat uit tekeningen. Dat vroeg dus om een visueel sterk onderlegde regisseur en die kwam er ook. Spike Jonze, behalve een zeer succesvolle videoclipregisseur, was eerder verantwoordelijk voor Being John Malkovich (1999) en Adaptation (2002), en hij werkte meer dan vijf jaar aan de film. Dat is te merken aan het camerawerk, de decors, de special effects, de muziek – het klopt allemaal. Helaas is het daar bij gebleven. Centraal staat de jonge Max (Max Records), een nogal druk mannetje, schijnbaar zonder vriendjes. Zijn oudere zusje Claire (Pepita Emmerichs) ziet hem niet meer staan, zijn moeder (Catherine Keener) is erg druk met haar werk en heeft bovendien een nieuwe vriend. Wat er precies met de vader is voorgevallen laat Jonze in het midden, maar duidelijk is wel dat Max een vaderfiguur mist. Na een uit de hand gelopen confrontatie met zijn moeder vlucht Max ’s avonds het huis uit. Vanaf dat moment verlaat de kijker de gewone wereld en begint de surrealistische sequentie, die zich feitelijk in de fantasie van Max afspeelt. Hij komt met een zeilboot aan op een eiland dat bewoond wordt door monsters. Spoedig voegt hij zich bij hen en roept zich uit tot hun koning. Na een euforische start blijkt al snel dat ook op het

12 | Folia 17

eiland lang niet alles gaat zoals Max (en de monsters) willen. Zoals gezegd ziet de film ziet prachtig uit. De monsters zijn volkomen overtuigend en bovendien van geweldige stemmen voorzien door topacteurs. Er zijn grappige, ontroerende en charmante momenten, maar halverwege slaat de monotonie toe. Daarbij komt dat de monsters, die elk staan voor bepaalde elementen uit het leven of de persoon van Max, zich plotsklaps gedragen alsof ze in groepstherapie gaan. Natuurlijk is dat een metafoor voor de problemen die Max heeft, maar het levert onnodig verwarrende en soms zelfs irriterende scènes op. Jonze had van te voren aangeven dat hij geen kinderfilm wilde maken, maar een film over kind-zijn. Het klopt inderdaad dat het geen kinderfilm pur sang is geworden. Where the Wild Things Are is daarvoor te duister, te cynisch, te zelfbewust. Maar voor een coming-of-agefilm is het scenario – Jonze schreef het samen met de Amerikaanse auteur Dave Eggers – veel te repetitief en eendimensionaal. Dat de film er ook niet in slaagt een bevredigende catharsis te bewerkstelligen, noch bij de kijker, noch bij het hoofdpersonage, is dan dubbel zo zonde. (Niels Carels) Where the Wild Things Are (Verenigde Staten, 2009) Regie: Spike Jonze Met: Max Records, Catherine Keener, Pepita Emmerichs e.a.

Film: ‘Gran Torino van Clint Eastwood. Een man met een oorlogsverleden en diepe woede jegens de buitenwereld ontdooit langzaam door het contact met zijn nieuwe Aziatische buren. Een film met een diepe en positieve boodschap.’ Humor: ‘Koefnoen, intelligente sketches met soms zeer scherpe kritiek op de huidige maatschappij. Prachtig is de sketch met superheld Jobcoman (Job Cohen) die zero tolerance eist bij een klein vergrijp, maar bij grotere maatschappelijke problemen niets beters weet te doen dan thee drinken en folders in verschillende talen uitdelen. Jobcoman is een beetje een held op sokken.’ Boek: ‘Onder professoren van W.F. Hermans, een boek uit 1975 maar nog steeds een treffende persiflage op het universitaire leven. Hermans bekritiseert het feit dat professoren door de sterke bureaucratisering meer tijd moeten besteden aan vergaderen dan aan lesgeven en het doen van onderzoek. Ook neemt hij al te mondige studenten op de korrel. Dit boek is verplichte literatuur voor iedereen aan de universiteit.’ Afknapper: ‘De tien euro die je moet betalen voor een bezoek aan het praalgraf van Michiel de Ruyter in de Nieuwe Kerk. Er mag in Nederland best meer gepronkt worden met onze nationale helden. Iedereen zou juist uitgenodigd

Foto: Hans van Vinkeveen

film

Kunst: ‘Het werk van pre­rafaëliet John Everett Millais. Ik ben tijdens een expositie in het Van Gogh Museum “verliefd” geraakt op een van de zusjes Hoare op het schilderij “Twins”. Een verjaardagsportret van een tweeling in statige ruiterskledij.’

Yacob Mijhad

moeten worden om van de hoogtepunten uit onze geschiedenis kennis te nemen, zeker ook toeristen.’ Muziek: ‘Metallica, stevige muziek met veel zang en melodie waarbij de tijd wordt genomen voor een flinke intro. Ik ben een luisterfan en geen headbanger. Ik zou een optreden met mijn wollen trui en kraagje waarschijnlijk niet overleven. Favoriet nummer: ‘The Outlaw Torn’.’ Hebbeding: ‘Een foto van Paus Paulus VI met zeven broers, de ooms van mijn moeder, die allen priester zijn geworden. Daarnaast een foto van mijn Marokkaanse opa en oma van vaders kant. We gingen vroeger bij hen op bezoek in de halfillegale woonwijk waar zij woonden. Mijn vader is moslim, maar ik ben katholiek opgevoed.’ Stokje: ‘Ik geef het stokje aan promovenda omgevingsrecht en economie Josephine van Zeben. Zij doet heel relevant onderzoek naar werkzaam en nuttig klimaatbeleid.’ (Hans van Vinkeveen)


Foto: Henk Thomas

fen is uit

Meneer Isbells en Ikea Wat een geluk. Zo tegen de jaarwisseling was mijn fietsband plat, sneeuwde het als een gek en moest ik toch gewoon iedere dag richting Oudemanhuispoort. En ik had zojuist de cd van Isbells toegestuurd gekregen. Ik word vrij misselijk van de term ‘in vervoering raken’, maar ik kan er niets minder van maken; te voet met Isbells door de sneeuw bleek een meer dan wonderschone ervaring. Tintelfrisse, eenvoudige liedjes. Melancholische teksten zonder een zweem van pathetiek. En dan die stem. Hoog en breekbaar, vrouwelijk bijna. Wat een vreselijk mooie plaat. Blij toe dus dat ik het mysterie Isbells (op cd-hoes en internet bleek geen afbeelding van de band te vinden) nog diezelfde winterse week mocht interviewen. Omdat muzikale helden in mijn hoofd over de linie genomen donkere ogen, een strakke spijkerbroek, een rookverslaving en een uitgemergeld junkielichaam hebben, herkende ik in Meneer Isbells niet direct het genie waarnaar ik al een week non-stop luisterde. Voor me zat een kleine, zachtaardige Belg met blauwe ogen en zonder een zweem van attitude. Tot een jaar geleden werkte Gaëtan Vandewoude nog bij de klantendienst van Ikea. ‘Ik wilde daar helemaal niet werken,’ bekent Vandewoude, ‘maar deed dat twee dagen per week om genoeg geld te verdienen om te kunnen overleven, zodat ik de

andere vijf dagen met muziek bezig kon zijn. Andere mensen kopen huizen waarvoor ze elke dag moeten werken. Ik maakte op mijn 16e de keuze dat ik mijn kosten altijd zo laag mogelijk wilde houden om te allen tijde te kunnen doen wat ik graag wil doen.’ Na zijn sporen al verdiend te hebben als gitarist en drummer bij de Leuvense bands Soon en Ellroy, kreeg Vandewoude de geest een eigen, ingetogen plaat te maken. ‘Dat was de enige opzet. Gewoon, mooie liedjes. Zo sereen mogelijk, zo weinig mogelijk franjes.’ Dat Vandewoude daar met Isbells in geslaagd is lijkt een feit; de plaat wordt zowel binnen als buiten België ontzettend goed ontvangen. Heeft hij sinds zijn ‘succes’ ooit nog iets gehoord van voormalige werkgever Ikea? ‘Nee, maar dat ligt meer aan mij dan aan hen. Ik heb er zes jaar lang gewerkt in de zin van “Ik doe mijn ding hier en ga dan snel naar huis, muziek maken”.’ Het klassieke verhaal van de anonieme baliemedewerker die in zijn schuur stiekem broed op wat een geniaal meesterwerkje zal blijken. Mooi. ‘Dat verhaal is maar zo mooi als de plaat succesvol is,’ relativeert Meneer Isbells meteen. Deze man is net zo gaaf als zijn liedjes. (Fen Verstappen) Isbells – Isbells (Zealrecords) Verschillende speeldata in Nederland en België, zie www.isbells.be

Foto: Paul Lamont

Isbells, met Gaëtan Vandewoude (tweede van rechts)

Foto: Won Tuinema

Isbells, verschillende locaties

eten

Niet gek te krijgen Restaurant Freud, Spaarndammerstraat 424 Als ijverige studenten die niet verzuimen ook buiten de college-uurtjes met hun studie begaan te zijn, stapten wij – in het kader van een vak over psychoanalyse – restaurant Freud binnen. Natuurlijk hadden wij onze komst aangekondigd, de website had ons dat immers aangeraden: ‘Wel even reserveren anders wordt het een gekkenhuis...’ Restaurant Freud is een restaurant met een missie en speelt daarmee. Het ideële doel van restaurant Freud is mensen met een psychiatrische achtergrond weer mee te laten doen in de maatschappij. Daardoor is het personeel een tikje anders. De site bereidt ons onder andere voor op een ‘pr-medewerker met waanzinnige denkbeelden’, een ‘creatieve kok met wisselende stemmingen’ en een ‘technische medewerker met een schroefje los’. Dat belooft nogal wat, en met hoge verwachtingen laten wij onze jassen aannemen. De heer die deze avond onze bestellingen zal opnemen wenst liever met ‘jij’ aangesproken te worden en beveelt ons het tafeltje voor twee aan bij het raam. Wij bestellen beiden een glas huiswijn en buigen ons over de kaart. De kaart wisselt iedere acht weken, zo wordt ons verteld, en wij zien dat aan de visliefhebber, de vleesliefhebber en de vegetariër is gedacht. De prijzen voor de voorgerechten variëren tussen de E 5,50 en E 7,50 en wij kiezen voor de paddenstoelenragout en de linzensoep. We eten het met veel smaak op, bestellen een flesje huiswijn en verheugen ons op het hoofdgerecht (tussen E 16,50 en E 19,50). De vleesliefhebber onder ons

gaat voor ‘drie soorten wild’ en voor de vegetariër is de keus snel gemaakt: het enige vegetarische hoofdgerecht. Het wild valt goed in de smaak, het vegetarische maal is eveneens smakelijk, maar voor de fijnproevende vegetariër is er net iets te weinig met kruiden gespeeld. Het personeel houdt zich kranig, ze zijn erg vriendelijk en hoe hard we het ook proberen (door van plaats te wisselen en moeilijke vragen te stellen), de bediening is niet uit zijn rol te krijgen. Een bezoekje aan de toiletten mag overigens niet ontbreken bij een etentje in restaurant Freud. Het thema is tot in het kleinste kamertje doorgetrokken. Men vindt daar spreuken als: ‘Wie geen fouten maakt maakt meestal niets’. Als nagerecht gaan we voor de chocomousse met stoofpeertjes en proberen we de huisgemaakte truffels met slagroomvulling uit. Met een voldaan gevoel, heel wat levenswijsheden rijker en een lege portemonnee verlaten we het pand. (Rosalyn Borst) Prijs: een beetje gepeperd Eten: smakelijk Sfeer: gemoedelijk Bediening: volgens het boekje, maar met een twist

OPROEP Ben je betaalbaar uit eten geweest (maximaal E25,- per persoon)? Schrijf dan een recensie en stuur die op naar redactie@ folia.uva.nl. Als je recensie wordt geplaatst, krijg je de kosten van het etentje tot een bedrag van E50,- vergoed.

Folia 17 | 13


reportage

In een witte jas neemt iedereen je serieus Door Floor Boon

Ze heeft nog maar net een pieper in de zak van haar witte dokterstenue gestoken, of de eerste patiënt van deze avond staat op het punt van bevallen. Saar (26), coassistent sinds juli 2008, slaakt een zucht van verlichting. Na zes dagdiensten op de afdeling gynaecologie heeft ze nog geen bevalling gezien, en binnen de eerste tien minuten van haar eerste nachtdienst is het meteen raak. Ze haast zich achter de dienstdoende assistent-gynaecoloog aan. ‘Wil jij de baby straks opvangen?’ vraagt die haar. Met een dankbare blik loopt Saar de kamer binnen. ‘Kan ik eindelijk wat doen.’ Het is geen echte verloskamer, maar een klein hokje waar net een bed in past, want er is een grote verbouwing gaande. De bevallende vrouw wordt ondersteund door een meepuffende vriendin. De gynaecoloog stelt haar gerust en legt de benodigde instrumenten klaar, terwijl de vriendin de vader – die om onduidelijke redenen niet aanwezig is – per telefoon probeert over te halen toch echt te komen. ‘Kom je kijken?’ vraagt ze liefelijk. De vrouw puft en zucht, de assistent-gynaecoloog zegt haar te ontspannen, en na korte tijd komt de vader alsnog binnen, om zich vlug verdekt op te stellen naast het bed. Tot dat moment heeft Saar wat ongemakkelijk om zich heen gekeken, nu mag ze met steriele handschoenen aan de ontsluiting voelen. ‘Je zit op acht centimeter,’ zegt ze. De gynaecoloog voelt ook en knikt tevreden. De vrouw begint steeds meer geluid te maken, de gynaecoloog verwacht nu ieder moment het hoofdje te kunnen zien. surrealistisch

Nog maar een uur eerder kwam Saar binnen in het AMC waar ze wordt opgeleid en waar ze nu haar coschap gynaecologie loopt, de twaalfde van de in totaal zeventien coschappen die horen bij de opleiding tot basisarts. Sommige duren vier weken, op andere afdelingen loopt een coassistent acht weken mee en op ieder coschap word je afzonderlijk beoordeeld. Hoewel ze al anderhalf jaar bezig is, heeft Saar af en toe nog steeds het gevoel een film te zijn binnengestapt. Iedere dag is onvoorspelbaar, elk moment kan er iets gebeuren dat ze vooraf nooit had verwacht. Onhandigheid wordt afgewisseld met zelfverzekerdheid, ongemakkelijkheid met spanning. ‘Je komt in

14 | Folia 17

heel rare situaties terecht,’ vertelt ze. ‘Soms denk ik ineens: Jezus, iedereen ligt in bed en ik pak een kind aan bij de bevalling! Hoe surrealistisch is dat?’ Het pasgeboren jongetje ligt nog maar net op de buik van zijn moeder, of de gynaecoloog begint Saar te overhoren. ‘Wat was dit voor een geboorte, welk cijfer zou je het kindje geven?’ Ieder pasgeboren kind krijgt een zogeheten Apgar-score, een cijfer tussen de één en de tien dat is opgebouwd uit een serie testjes om het functioneren van een baby te bepalen. De testen worden drie keer gedaan; één minuut, vijf minuten en tien minuten na de geboorte. Saar luistert naar de ademhaling en de hartslag en kijkt hoe de baby op prikkels reageert. ‘Ik geef hem nu een tien,’ zegt ze, ‘maar direct na de bevalling zag hij wat blauw. Toen had hij een acht.’ De gynaecoloog knikt instemmend. Achteraf bekent Saar dat ze blij was dat ze het goed had, want hoeveel punten die kleur precies waard was, was ze eigenlijk alweer vergeten. Het is een tekenend voorbeeld voor de manier waarop Saar haar coschappen beleeft. ‘Je voelt je constant een nerd,’ legt ze uit. ‘Je staat onderaan de ladder en voor een deel doe je maar wat, kijk je schaapachtig als er weer een stroom informatie langskomt waar je niks van begrijpt.’ Niet dat Saar niks kan, ze kan juist heel veel. Maar in een groot ziekenhuis als het AMC is het vaak moeilijk om je weg te vinden. Er werken veel mensen met allerlei functies en ze dragen allemaal een wit pak. ‘Namen onthouden en weten wie je voor wat aan moet spreken, is daarom lastig,’ zegt Saar. Aan het hoofd van de afdeling staat de specialist, daaronder de artsen-in-opleiding, dan arts-assistenten die niet in opleiding zijn, en onderaan bungelen de co’s. Daarnaast heb je ook nog verloskundigen, verloskundigen in opleiding, verpleegkundigen, verpleegkundigen in opleiding en de verzorgenden. ‘Je snapt dat ik af en toe het spoor een beetje bijster ben. Soms ga ik maar water halen om ook wat nuttigs te doen. Maar tegelijkertijd word ik door patiënten bloedserieus genomen, omdat ik een witte jas aan heb.’  bloedverlies

Dat blijkt wel deze nacht in het ziekenhuis. Saar loopt niet alleen achter een gynaecoloog aan, ze ziet ook

zelf patiënten. Een achttienjarig meisje dat zojuist haar tweede kind baarde bijvoorbeeld. Na een heftige bevalling met veel bloedverlies stuurde de arts haar na vier dagen naar huis. Hevige buikkrampen en koorts hebben haar het gure weer doen overwinnen om nu door Saar te worden onderzocht. Het meisje blijft een nachtje slapen, want het is onduidelijk wat ze heeft. En midden in de nacht verschijnt er een Surinaamse vrouw die kronkelend van de pijn het slapende ziekenhuis bij elkaar schreeuwt. Ook zij wordt eerst door Saar ondervraagd en onderzocht. De witte doktersjas boezemt zowel haar als de patiënt vertrouwen in. Toch spreekt Saar over ‘de dokter’ die zo langskomt voor een diagnose en die het eindoordeel over haar behandeling zal vellen. klungelen

Terug naar de verloskamer. Het is druk in de kleine ruimte. De baby huilt, de vader neemt foto’s. Na het uitpersen van de placenta wordt deze aan een onderzoek onderworpen. ‘Zijn de vliezen er wel allemaal uitgekomen?’ vraagt de assistent-gynaecoloog. Voorzichtig pakt ze de doorzichtige omhulsels vast en samen met Saar inspecteert ze of alles compleet is. Dan loopt Saar met de placenta, waar de navelstreng nog aan vast zit, naar een aparte keuken waar de navelstreng, die al binnen een paar minuten is veranderd van een mooie blauwe naar een grauwe grijze kleur, wordt afgeknipt en voor onderzoek bewaard in een plastic pot. ‘O, shit,’ zegt Saar verschrikt. Er spuit bloed uit de placenta. Ze had de navelstreng bij het afknippen moeten afklemmen, maar wist niet meer precies hoe dat ook alweer moest. ‘Dat gebeurt wel vaker,’ verklaart ze. ‘Onhandig klungelen omdat je net even niet goed hebt opgelet. Daarna voel ik me dan heel dom. Het is een beetje je lot om je soms zo te voelen als co.’ dode baby ’ s

Naast de bak waarin alle placenta’s worden gedeponeerd – om uiteindelijk te worden vernietigd – staat een koelkast met dode baby’s. De lichaampjes van doodgeboren of net na de bevalling overleden baby’s worden korte tijd in de keuken bewaard. Baby’s ouder dan 24 weken moeten verplicht worden begra-

Foto: Fred van Diem

Na vier jaar in de collegebanken te hebben doorgebracht, loopt elke student geneeskunde twee jaar coschappen. In meerdere ziekenhuizen en op verschillende afdelingen leren ze daar de kneepjes van het vak. Uit het leven van een coassistent: nachtdienst op de afdeling gynaecologie van het AMC.


Fleur Moesker en Miriam Ketelaar (liggend). Ze komen niet voor in het artikel.

ven of gecremeerd, want vanaf dat moment zijn ze levensvatbaar. Dit geldt niet voor jongere baby’s; ouders zoeken een eigen oplossing of staan het lichaampje af ten behoeve van de wetenschap. Voorzichtig opent Saar de koelkast. Er liggen nu twee baby’s in. ‘Zo klein zijn ze nog,’ zegt ze. Ze vindt het maar een raar gezicht. vie z ig

Het is kwart voor elf geweest en de officiële overdracht tussen de dag- en de nachtdienst vindt plaats. In een ruime kamer zitten acht vrouwen. Er ligt een zak drop op tafel en aan de muur hangen de foto’s en namen van de ‘cogroepjes’, groepjes van vier coassistenten die om de twee weken beginnen. ‘Dan onthouden ze onze namen misschien,’ grapt Saar. ‘Het is toch ook niet te doen, al die nieuwe gezichten iedere dag?’ Zelf wordt ze er af en toe moe van, om zich om de paar weken weer opnieuw te moeten voorstellen. En in ieder nieuw ziekenhuis te bewijzen dat ze na bijna vijf en een half jaar toch best al wat weet. Hoewel Saar deze nacht goed wordt begeleid, is gynaecologie niet haar favoriete afdeling. ‘Ik vind het eigenlijk een beetje viezig,’ zegt ze. Ook lopen er veel coassistenten rond en weet ze niet altijd goed wat te doen. ‘En je

wilt ook niet altijd maar alles hoeven vragen,’ zucht ze. ‘Ik vind het leuk om echt onderdeel van een team uit te maken en om eigen verantwoordelijkheid te krijgen. Daar ga ik ook beter van werken. In een groot ziekenhuis als het AMC, met zo veel mensen, krijg je al gauw het gevoel in de weg te staan en dat is echt niet leuk.’ De afdelingen waar Saar het meest kon doen, vond ze het leukst. ‘Bij chirurgie mocht ik wonden hechten, klemmen vasthouden tijdens de operatie, abcessen uitknijpen en infusen prikken. Dat vond ik echt geweldig. Het tegenovergestelde is bijvoorbeeld kindergeneeskunde. Dan zit je ernaast op een krukje constant te bedenken of je misschien nog iemand van dienst kan zijn.’ wachten

Na een hectische start verloopt de dienst rustig en begint de vermoeidheid vanaf halfeen ’s nachts in te slaan. ‘Thee dan maar,’ besluit Saar. ‘Het kan ook heel saai zijn, zo’n dienst. Zo waren al mijn dagdiensten tot nu toe ook. Dan ben je aan het wachten tot er iets gebeurt.’ Een paar uur slapen in de daarvoor bestemde hokjes op de begane grond? Of toch nog langs de arts-in-opleiding om te kijken of er wat gebeurt? Saar kiest voor het laatste, ze wil tenslotte wat leren en eenmaal in slaap is het altijd moeilijk om weer op te starten. Daarnaast nodigen de kleine

muffe kamers waarin dienstdoende artsen en co’s kunnen slapen, ook niet erg uit tot gebruik. z ware benen

Na de komst van de Surinaamse vrouw, die werd doorgestuurd naar een chirurg, wordt de nacht nog eenmaal opgeschrikt door een mogelijk spoedgeval. De verpleegsters scharrelen bij elkaar, maar al gauw blijkt de betreffende patiënt een keizersnede in een ander ziekenhuis te krijgen – door de verbouwing zijn er maar weinig bedden vrij – en keert iedereen terug naar zijn plek. Zo schrijdt de nacht voorbij en ineens is het halfacht ’s ochtends en begint het ziekenhuis op gang te komen. Frisse verpleegsters, verse coassistenten en gedouchte arts-assistenten wandelen de afdeling op. Het verdrijft Saars slaap voor even, maar het contrast met de nieuwe lichting witte jassen blijft groot. Met zware benen loopt ze naar het ‘co-hok’, waar haar witte jas wordt ingeruild voor een warm vest, de witte broek maakt plaats voor een spijkerbroek. Saar loopt naar beneden, de ochtend tegemoet. Haar pieper steekt ze tussen honderd anderen, die worden opgeladen in een hokje. Die heeft ze pas vannacht weer nodig. l De achternaam van Saar is bekend bij de redactie.

Folia 17 | 15


interview

Eerlijk delen Door Anne Koeleman

Een maatschappij waarin creativiteit gedeeld wordt, dat is de droom van de Amerikaanse jurist Lawrence Lessig. Vrijdag 8 januari ontving hij een eredoctoraat voor zijn werk op het gebied van informatierecht. dan voor goeds met je wetenschap? De universiteiten waar je het blad kunt lezen staan niet op plekken waar malaria een probleem is. Je zou moeten publiceren op een manier waarop ook mensen in Madagaskar erbij kunnen komen.’

Professor Lawrence Lessig (1961) houdt van Nederland. Niet om die gekke mensen, die zonder helm door de sneeuw fietsen, en ook niet vanwege het vlakke landschap. Maar omdat Nederland voorloper is van datgene waar hij voor staat; het openbreken van auteursrechten. ‘Hier kun je de uitzendingen van televisiezenders achteraf op internet bekijken.’ De grote invloed die Lessig heeft gehad op het openlijk kunnen delen van informatie heeft hem nu een eredoctoraat opgeleverd, dat op vrijdag 8 januari aan hem werd uitgereikt door zijn erepromotor Bernt Hugenholtz tijdens de jaarlijkse dies natalis.

Is vrijheid van informatie voor u de toekomst? ‘Niet iedereen zal zijn auteursrecht opgeven, maar ik denk dat de meest innovatieve industrieën een bepaalde mate van delen moeten kennen. Er komen al industrieën die van informatievrijheid afhangen. Kijk maar naar Flickr of Twitter. Dit zijn bedrijven waar de hele economische waarde afhangt van de content die gebruikers vrij kunnen toevoegen. Software-giganten hebben tegenwoordig te maken met open access concurrenten, bedrijven die software gratis aanbieden. YouTube heeft er een dagtaak aan om gejat auteursrechtelijk materiaal te verwijderen, en redt dat ook niet met zijn miljoenen gebruikers. Volgens mij maakt dit duidelijk dat het conservatieve auteursrecht gewoon niet meer van deze tijd is.’ l Foto: Bram Belloni

U heeft al veel werk verricht op het gebied van informatierecht, wat heeft u precies gedaan? ‘Ik ben al tien jaar bezig met de juridische aspecten van verspreiding en het gebruik van informatie op het internet. Er zijn twee extreme opvattingen over auteursrechten. De ene is de opvatting van Hollywood, waar men al het ongeautoriseerde gebruik van hun werk strafbaar wil stellen. De andere extreme opvatting is een anti-copyrightstroming, die juist alles vrij wil kunnen delen. Dit eredoctoraat heb ik te danken aan het feit dat ik gewerkt heb aan een tussenoplossing.’

Gebeurt het nog steeds veel dat academici hun wetenschap achter auteursrecht verborgen houden? ‘Het gaat steeds beter, meer en meer academische instituten beginnen hun onderzoeksresultaten te delen. Nederland is hierbij de voortrekker. De manier waarop in Nederland wordt nagedacht over informatie­deling is heel progressief. Het Instituut voor Informatierecht aan de UvA [Ivir, red.] krijgt bijvoorbeeld subsidie van de overheid voor onderzoek naar creative commons licenties.’

Lawrence Lessig: ‘Het bestaande auteursrecht is niet meer van deze tijd’

Welke oplossing heeft u aangedragen? ‘Voor het gebruiken van informatie is volgens het auteursrecht toestemming van de maker nodig. Ik zocht een systeem waarbij niet “all rights reserved” zijn, maar “some rights reserved”, en de maker zelf bepaalt welke rechten hij beschermt. Daarom ben ik mede-oprichter van de in 2002 gelanceerde creative commons, een set van licenties. Iedereen kan zo’n licentie gratis downloaden en op zijn site zetten. Daarbij kun je er bijvoorbeeld voor kiezen anderen de toestemming te geven je werk vrij te gebruiken, of om het vrij te kunnen remixen, zonder auteursrecht te verliezen. Je kunt er ook voor kiezen om het gebruiksrecht alleen te verlenen aan niet-commerciële doeleinden.’ Willen makers hun rechten wel opgeven? ‘Jawel, dat blijkt wel aan het succes van creative commons. In het eerste jaar werden er een miljoen licenties gebruikt, nu gaat het al om 350 miljoen. De plaatjes op Flickr, een site om je eigen foto’s op te zetten, staan

allemaal onder deze licentie. Ook het Witte Huis laat zijn publicaties nu vrij kopiëren. Wikipedia is volledig overgeschakeld. En dan natuurlijk de Nederlandse publieke televisiezenders. Artiesten zien ook het gemak van creative commons. Kijk bijvoorbeeld naar filmmakers. Als ze een documentaire ontwikkelen hebben ze een enorme hoeveelheid materiaal over, dat ze in principe weg kunnen gooien. Als ze dat op een simpele manier ter beschikking stellen kunnen ze anderen helpen, en op dezelfde manier weer geholpen worden.’

Lawrence Lessig is een Amerikaans jurist op het gebied van het auteursrecht. Momenteel is hij directeur van het Edward J. Safra Foundation Center for Ethics aan Harvard University en hoogleraar op de Harvard Law

Vindt u dat makers hun content verplicht moeten delen? ‘Dat hangt van het soort informatie af. Ik zou nooit zeggen dat een artiest zijn werk moet delen, maar ik vind wel dat academici en onderzoekers een morele verplichting hebben dat te doen. Als je er als dokter achterkomt hoe je beter met malaria om kan gaan, en je publiceert je werk in een blad dat alleen de rijkste universiteiten van Amerika kunnen betalen, wat doe je

School. Lessig heeft verschillende boeken geschreven, waaronder Code and Other Laws of Cyberspace (1999), The Future of Ideas (2001), Free Culture (2004) en Remix (2008), hij heeft The Free Software Foundation’s Freedom Award gewonnen en is benoemd tot een van de Scientific American’s Top 50 Visionaries.

Folia 17 | 17


Meewerken aan de verkiezingen en ook geld verdienen? Op 3 maart 2010 zijn er deelraadsverkiezingen en gemeenteraadsverkiezingen in Amsterdam. Op de stembureaus worden ’s avonds na sluitingstijd alle stemmen geteld. Dat is veel werk, en daarom komen bij elk stembureau tellers die de stembureauleden bij het tellen helpen. De gemeente is op zoek naar tellers. Als teller werkt u van 20.30 uur tot alle stemmen zijn geteld. U ontvangt daarvoor € 37,50 bruto. U dient dit bedrag zelf op te geven bij uw inkomstenbelasting. Wat zijn de voorwaarden? • u bent 18 jaar of ouder • u heeft een goede beheersing van de Nederlandse taal • u bent nauwkeurig • u hebt geen training nodig; bij de bevestiging van uw aanmelding ontvangt u een toelichting.

Ben jij een High Potential? www.dekortstewegnaardetop.nl BestGraduates wordt georganiseerd in samenwerking met onderstaande topwerkgevers

Aanmelden Heeft u interesse? Meldt u zich dan aan door een e-mail te sturen naar de afdeling verkiezingen van het stadsdeelkantoor waar uw voorkeur naar uit gaat (kijk voor de adressen op www.loket.amsterdam.nl, trefwoord verkiezingen). Vermeld in de mail uw naam, adres en de gegevens hoe u telefonisch en per e-mail te bereiken bent. Let op: aanmelden kan maar bij 1 stadsdeelkantoor. U kunt dit doen tot 15 februari 2010. U hoort vervolgens van de afdeling verkiezingen of u bent ingedeeld op een stembureau.

BestGraduates Law wordt georganiseerd in samenwerking met onderstaande topkantoren

BestGraduates is een activiteit van

Voor een knap koppie....

onderdeel van de

Webspace nodig? Gratis Windows Server 2008 web hosting en .nl domeinnaam Ga naar: http://www.gratiswindowshosting.nl

S tu d e n te n 5 0 % ko r t i n g !

(Vraag naar de voorwaarden)

StudiJob maakt werk van je studie! StudiJob Uitzendbureau wenst alle opdrachtgevers en uitzendkrachten een flexibel, werve(le)nd en uit‘zend’erlijk 2010! Ook dit jaar staat het hele team weer klaar voor iedereen om vacatures in te vullen met enthousiast en gemotiveerd personeel, bij te staan in HR-kwesties, te ondersteunen bij grote projecten en uiteraard bij het zoeken naar een passende (bij)baan en advies over CVs en sollicitaties.

Op zoek naar werk? Houd de website in de gaten voor interessante vacatures!

(Flexibel) personeel nodig? Neem dan snel contact op met een van de consulenten.

• StudiJob is geopend van 09.00 - 17.15 uur. • Voor meer informatie kun je ook bellen naar 020 535 34 60. • www.studijob.nl

Erasmus Research Institute of Management - E R I M

Hair Studio 19 Weteringstraat 19 Amsterdam 020 - 428 4336

Research Master and PhD in Business and Management Become one of the leading management scholars of the future, by receiving your education and training at the Erasmus Research Institute of Management (ERIM) in Rotterdam. Your research career is in reliable hands with our tailormade course and support programmes. Our five-year Doctoral Programme in Business and Management consisting of Master of Philosophy in Business Research programme and PhD, is open to talented and motivated university bachelor and master graduates from disciplines such as business, economics, psychology, and engineering. MSc graduates can enroll in the second year of the research master programme or directly in the PhD programme. • • • • • •

Fields of specialisation include: Che Logistics & Information Systems c web k our sit Organisation & Innovation new e for Marketing vaca PhD ncie Finance & Accounting s Strategy NEW: Open Project PhD vacancies. We invite applicants with a great idea for a project to contact us.

ERIM is the joint research institute in the field of management of Rotterdam School of Management, Erasmus University (RSM) and the Erasmus School of Economics (ESE). Both schools operate at the frontier of knowledge-creation and have a world-class reputation in business and management research. For more information visit

www.erim.nl/doctoral

Erasmus Doctoral Programme in Business and Management 2010-2011


01

Foto’s: Bram Belloni

weekgast

Annelies Dijkstra is eerste pedel van de Universiteit van Amsterdam. Ze begeleidt de academische plechtigheden die plaatsvinden in de aula en de Agnietenkapel. Haar week stond in het teken van de 378e geboortedag van de universiteit, de dies natalis. Maandag 4 januari Zowaar zonder vertraging Amsterdam bereikt met de trein. Vanaf het moment dat ik, ondertussen een jaar verder, ons kantoor binnenstap, staat de telefoon roodgloeiend. Promovendi die een datum voor hun promotie willen reserveren, proefschriften willen langsbrengen, een afspraak voor het pedelklasje willen maken, enzovoorts. Ik loop een rondje door de aula en aangrenzende vertrekken: mooi, de vloeren in de Senaatskamer, waar vrijdag de voorontvangst is, glimmen en geuren van de boenwas. Even koffie drinken met Roger, onze gebouwbeheerder. Hij zal zorgen voor de kledingrekken waar de toga’s voor vrijdag worden gehangen. Ik ontvang net de voorlopige lijst met aanmeldingen van hoogleraren, toch alweer meer dan honderd. Er worden tijdens de dies twee eredoctoraten uitgereikt, maar niet aan heel bekende personen, dus is de belangstelling wat minder groot. Sinds vorig jaar wordt tijdens de plechtigheid ook de Docent van het Jaarprijs uitgereikt. Dat heeft de boel wel levendiger gemaakt.

Dinsdag 5 januari Onderuit met de fiets voor het Centraal Station, dus een nat pak, gevolgd door een sneeuwbui, en bij aankomst blijkt het netwerk plat te liggen. Niet echt een flitsend begin. Gelukkig eerst een paar afspraken. Om 10 uur een kandidate voor het pedelklasje, die in een klein uur instructie krijgt over de do’s en don’ts tijdens de promotieplechtigheid, en die ik een hart onder de riem probeer te steken. Meestal helpt het wel, een beetje. Om 11 uur een afspraak met bijzonder hoogleraar Sikkel, die op 21 januari zijn oratie houdt. Na het testen

van de techniek nemen we praktische zaken en protocol door. Interessant onderwerp, over ouderen, communicatie en consumentengedrag. Dan komen de collega’s van het College voor Promoties langs, die de organisatie van de dies voor hun rekening nemen. Ze komen de getekende bullen voor de eredoctoraten brengen, daar gaan we een lakzegel op plakken en een paar mooie bullendozen opscharrelen. Gelijk even kijken of er geen gaatjes in de cappa’s voor de eredoctores zitten.

Woensdag 6 januari Om 10 uur afspraak met professor Hollak voor haar oratie. We eindigen in de aula om de presentatie te testen. Het is er koud, ondanks de vloerverwarming (onder de grafstenen zijn de beenderen sinds jaren vervangen door verwarmingsleidingen). Dan de bespreking met Loes van het Congresbureau over de VSNU-conferentie van volgende week woensdag. Tijdens de lunch met Helene het draaiboek voor de dies doornemen. Eredoctor Karmiloff-Smith neemt gasten/hoogleraren mee, die moeten meelopen voor in de stoet; de eredoctor zelf komt met partner uit Engeland, hopen dat ze op tijd in Amsterdam zijn, met die barre weersomstandigheden daar. Derde afspraak vandaag is voor instructie van Syllabus+. Daarna zou ik verder gaan met de voorbereidingen voor vrijdag, en mijn dagboek bijhouden, maar ik krijg alarmerende berichten over hevige sneeuwval en treinen die niet rijden. Dus om half 5 snel naar Centraal, geen treinen inderdaad, Marnixstraat dan, nee, ook geen bussen, weer Centraal, wel treinen maar de verkeerde kant op, dan maar via Schiphol – Leiden na drie uur eindelijk in Haarlem aangekomen. Het is nu bijna middernacht, er staat nog steeds een file van 18 km rond Amsterdam. Ik kijk naar buiten… het is een wonderschone, witte wereld.

Donderdag 7 januari Vandaag moet in de aula de vleugel worden geplaatst, voor de muziek, morgen. Er is op het podium geen plaats voor de vleugel. Maar in de zaal is ook niet geweldig. Bovendien staat de vleugel in de weg van de cameramensen van het audiovisueel centrum (AVC). Ik weet zo gauw geen oplossing. Tussen de bedrijven

door bereid ik me in gedachten voor op het samenstellen van de stoet morgen: het is mijn taak om het cortège naar binnen te brengen. Om vanuit een overvolle Senaatskamer met druk pratende hoogleraren een ordelijke stoet te vormen is nog best een klus. Aan het eind van de ochtend ga ik samen met Rob, de tweede pedel, naar de Agnietenkapel om leentoga’s op te halen. En de schoonmaak bellen om de pedelstaf te poetsen. Om 13.00 uur doorloop van de audiovisuele presentaties in de aula. Alles moet goed op elkaar aansluiten. Rob en ik gaan ondertussen de toga’s uitzoeken van de hoogleraren die zich voor het cortège hebben opgegeven. Die toga’s worden apart gehangen. Als het testen in de aula klaar is komt Werner van AVC naar me toe: kan de vleugel niet toch op het podium, links, onder het scherm? Het blijkt een goed idee, er is genoeg ruimte over.

Vrijdag 8 januari De ochtend gaat voorbij met de laatste voorbereidingen, om 13.00 uur verkleden, en een uurtje later komen de eerste hoogleraren binnen. Ik vang ze op bij de achterdeur, in de togakamer staan Rob en Kitty klaar. Het is al snel drie uur, en volgens mijn aanwijzingen stelt de stoet zich vanuit de Senaatskamer op. Gelukkig gaat dat dit keer vrij snel en stipt op tijd gaan we lopen. Terwijl het orgel speelt schrijden we de kerk binnen, altijd weer een bijzonder gevoel. Ik wijs de eregasten hun plaatsen, de hoogleraren verspreiden zich over de rijen, en ik ga als laatste zitten. Na de openingstoespraak van de rector, de diesrede en de muziek hoef ik pas in actie te komen bij de uitreiking van de eredoctoraten. De promotor spreekt de officiële tekst uit, ik hang de cappa om de schouders van de eredoctor en de bul wordt getoond. Na het laatste onderdeel, de uitreiking van de Docent van het Jaarprijs, sluit de rector de Dies af, en leid ik het cortège naar de hal van het Maagdenhuis voor de receptie. Snel weer terug, toga uit, dan nog een fotosessie in de Senaatskamer. Weer naar het Maagdenhuis voor een drankje, tot we bedenken dat de vleugel nog van podium af moet, en in de aula aangekomen blijkt dat de hele aula nog opgeruimd moet worden. Snel met zijn drieën aan de slag, en om 19.00 uur kunnen we afsluiten. Het is weer gelukt dit jaar! l Volgende weekgast: Unisca-voorzitter Sanne Snieder

Folia 17 | 19


drieluik

AUC, vier maanden later Door Anouk Kemper

Amsterdam University College, de kleinschalige universiteit aan de Plantage Muidergracht, opende op 22 september officieel haar deuren. Het AUC moet een belangrijke, wetenschappelijke broedplaats worden voor de tweehonderd streng geselecteerde studenten uit binnen- en buitenland. In het eerste jaar volgen alle studenten hetzelfde programma, voordat ze kiezen voor een major in Humanities, Social Sciences of Natural Sciences. De AUC’ers wonen allemaal op de campus en hebben eigen keuken, toilet en douche. Folia volgt dit studiejaar drie ambitieuze studenten. Is Sanders angst voor een ‘AUC-bubbel’ bewaarheid geworden? Is Sigita’s hoop dat het allemaal ‘extra moeilijk’ zou zijn, uitgekomen? En heeft Tossa, zoals ze verwachtte, moeite met de strenge regels?

Tossa Harding (19) uit Amsterdam

‘Ik had beter moeten plannen’

‘H

Foto’s: Won Tuinema

et gaat goed. De mensen zijn gezellig en het is leuk om met zijn allen in hetzelfde gebouw te wonen. Nu is het even enorm druk, zo vlak voor het eind van het eerste semester. Ik heb veel deadlines en examens. Het wordt nog moeilijk deze twee weken door te komen, al is dat mijn eigen schuld. Ik had beter moeten plannen. Het niveau is hoog, maar mijn cijfers zijn goed. Het is hard werken, heel anders dan de middelbare school. Er wordt veel van je verwacht, in een korte tijd moet je veel stof doornemen. Gelukkig is het allemaal leuk en interessant. Het scheelt ook dat iederéén gemotiveerd en ambitieus is, dan is het niet moeilijk om zelf gemotiveerd te blijven. Big History vind ik tot nu toe het boeiendste vak. Het is anders dan normale geschiedenis, want dat gaat meer over mensen. Dit vak begint met de big bang, het ontstaan van de kosmos. Vervolgens zoomen we steeds verder in. Nu zijn we beland bij het heden en de toekomst. Wat kunnen we bijvoorbeeld verwachten in de ‘struggle for resources’? Over ongeveer honderd jaar zijn er geen fossiele brandstoffen meer, dus wat komt daarvoor in de plaats? En op den duur zal ons zonnestelsel vergaan. Daar hebben we het ook over. Het alleen wonen bevalt me wel, en ik heb leuke buren met wie ik vaak afspreek. Niets voelt als een verplichting. Als je geen zin hebt, is het oké. Ik eet ook wel eens alleen op mijn kamer, vooral als ik nog veel moet studeren. Dat dit allemaal in het Engels gaat, is prima te doen. Ik beheerste die taal al goed, maar academisch Engels is toch anders. Daarom hebben we het vak Academic English, zo breid je je academische woordenschat uit. In plaats van to talk moet je bijvoorbeeld to converse zeggen. Ik schrijf nu voor de newspaper van het AUC, want ik wil nog steeds iets met journalistiek. En in januari ga ik een maand lang alleen Spaans volgen, omdat ik ooit naar Zuid-Amerika wil.’

20 | Folia 17


Sander Couch (19) uit Haarlem

‘Het Engels van de docenten is soms dubieus’

‘D

Sigita Jurkynaite (21) uit Litouwen

‘Er is geen tijd om te relaxen’

‘D

e eerste maanden waren precies zoals ik me had voorgesteld. De opleiding is erg uitdagend en moeilijk. Je bent constant bezig met projecten, opdrachten en examens. Ik ben moe, maar op een goede manier. Ik had wel verwacht dat het zwaar zou zijn, maar niet zó zwaar. Het is lastig om het tempo bij te houden, er is geen tijd om te relaxen. Normaal gesproken heb je na een tentamenweek even een periode van rust. Nou, dat is hier niet zo. Begrijp me niet verkeerd, ik klaag niet. Dit is wat ik wilde. Rond de kerst heb ik zo’n twee weken vrij gehad. Ik ben naar Londen geweest om vrienden te bezoeken, en naar mijn familie in Litouwen. Deze opleiding is alle inspanning wel waard. Het geeft een heel bevredigend gevoel als je bepaalde dingen weer hebt afgerond. Je weet that you did it to the max. Daardoor ben ik trots op mezelf, want niet iedereen kan dit niveau aan. Ik heb niet een paar vrienden gemaakt, maar zelfs een paar vriendengroepen. Zo is er de groep van de newspaper waar ik voor schrijf, en daarnaast mijn groepje buren. Erg leuk al die verschillende mensen, iedereen heeft zijn eigen verhaal. Ook is iedereen gemotiveerd en that keeps you going. De andere studenten voelen steeds meer als familie. Iedereen heeft iemand waar hij mee kan praten en je kunt altijd een fiets of een kopje suiker lenen. We doen veel dingen samen, zoals naar concerten gaan. Amsterdam is daar de perfecte stad voor. Alles is hier. En als iets hier niet is, weet je zeker dat het over een tijdje wél naar de stad komt. Nog steeds probeer ik Nederlands te leren, als autodidact. Ik kan nu al begrijpen wat mensen tegen elkaar zeggen, niet letterlijk, maar de grote lijn haal ik er wel uit. Ik kan ook simpele gesprekjes voeren, al doe ik dat niet vaak. Vanwege mijn zware Oost-Europese accent ben ik een beetje verlegen. Maar hopelijk kan ik over een jaar dit interview in het Nederlands geven!’

e AUC-bubble waarvoor ik bang was, is niet ontstaan. Iedereen kan doen waar hij zin in heeft. Ook ga ik nog vaak naar Haarlem om te sporten en mijn familie te bezoeken. De eerste maanden waren erg leuk, maar wel hard werken. Als je een beetje goed plant, lukt het best. Tot nu toe heb ik alles gehaald. We maken niet echt tentamens, we moeten vooral veel essays schrijven. Dat ligt me, het is gemakkelijker dan examens maken. Je kunt langer nadenken en je eigen ideeën op papier zetten. De studie is pittiger dan ik verwachtte en sommige vakken hielden niet in wat ik gehoopt had. Zo vond ik communicatie niet zo leuk, terwijl ik altijd heb gedacht daar iets mee te willen. Mijn idee was dat het veel meer over communicatie tussen mensen onderling zou gaan, maar het ging meer over massacommunicatie. Het is dus goed dat ik daar nu achter ben gekomen. En waarschijnlijk heb ik er in de toekomst nog wel wat aan, je leert er sowieso van. In het begin wist ik niet zo goed wat ik van het campusleven moest vinden. Ik kende niet veel mensen. Maar contact maken ging zó snel. We eten nu elke dinsdagavond met de bewoners van onze gang, dan komen er gemiddeld zo’n twaalf mensen. Ongeveer de helft van hen komt uit het buitenland. Het is heel gemengd: Afrikanen, Italianen, Duitsers. Hierdoor kom je in contact met mensen uit een andere wereld, heel leerzaam. En het is grappig om te zien hoe zij tegenover het AUC staan, daardoor ga je zelf ook anders naar Nederland kijken, milder. Een Duitser, met wie ik ook eet, vertelde dat je in Duitsland echt de slimste van de slimsten moet zijn als je geneeskunde wilt studeren. Dan vind ik ons lotingssysteem toch beter. Het enige wat soms een beetje dubieus is, is het Engelse taalniveau van de docenten. Dat zijn natuurlijk gewoon Nederlanders die op de VU en de UvA doceren in hun eigen taal. Je merkt dat ze het niet gewend zijn, sommigen stuntelen een beetje. Dat hoort erbij, je beseft daardoor wel waar je bent.’

Dit is het tweede deel van een drieluik. Het eerste interview met deze AUC-studenten werd gepubliceerd in Folia 5 (25 september 2009). Het volgende en laatste interview verschijnt in Folia 31 (14 mei 2010).

Folia 17 | 21


annonces CULTUUR VU-Kamerkoor zoekt tenoren en (lage) bassen voor Russisch project, zie www.vukk.nl Privévioolles door Tsjechische docente met jarenlange ervaring. Grote nadruk op de juiste techniek en toonvorming. Gestructureerde les (motoriek, techniek, repertoire, muziektheorie), volksmuziek, concerten en kamermuziek, voorbereiding op een auditie. Contact: 06 2460 1290. Uitgaan kun je overal. Karate doe je bij SKCA! Beginnerscursus start 11 januari. www. skca.org, info@skca.org Zondag naar de kerk? www.studentenekklesia.nl 11.00 uur - De Rode Hoed Keizersgracht 102 - Amsterdam

Annonces zijn advertenties zonder winstoogmerk, bestemd voor de particuliere aanbieder. Annonces kunnen worden geplaatst in Folia én op de website www.folia.nl. Aanbieden van annonces kan op www.folia.nl via Folia Weekblad. Daar vindt u ook alle informatie over de tarieven e.d.

(i.s.m. VU) Water! Governance of Aquatic Resources and Environments en de collegereeks (i.s.m. FMG, UvA) India: Unity amidst Diversity georganiseerd. Je kunt je nu inschrijven. Meer informatie: www.iis.uva.nl/keuzeonderwijs

SPORT Sporten kun je overal. Karate doe je bij SKCA! Ontdek de karateka in je. Beginnerscursus start 11 januari. E40 voor 14 weken (studenten), ma. & wo. Palmstraat 13 (Jordaan), nu ook op zaterdag op IJburg! www.skca.org, info@skca.org, 020 618 2342.

STUDENTEN SPORT CENTRUM USC

Agenda • Open Dag ClubWest Op zo. 17 januari ben je van harte welkom tijdens de het nieuwste fitnesscentrum van het USC. Wil jij optreden in het ConcertgeVan 9.00 tot 17.00 uur kun je tebouw? Symfonisch Blaasorkest recht voor gratis lessen, workouts ATH is op zoek naar muzikanten en stoelmassage. Adres: Dr. Meudie op niveau muziek willen maken. Check: www.tramharmonie.nl rerlaan 10 (naast de ALO in Amsterdam-Osdorp). Check www. clubwest.nl STUDENTEN • Yoga experience EN STUDIE 24 januari kun je je onderdompeNieuw programma IIS-colleges len in yogasferen. Doe mee met (interdisciplinaire collegereeksen) workshops ashtanga, bharata of tweede semester studiejaar 2009traditionele yoga. Schrijf je snel 2010 bestaat uit: Yes We Can! The in bij USC De Boelelaan, want vol American Dream in the 21st Cenis vol. Studentenprijs E15, overitury, Big History, Film en Wetengen E25. (Dit is incl. 2 workshops, schap en Islamitische Kunst en welkomstpakket en deelname aan Architectuur. Tevens worden ook de verwenloterij na afloop.) de interdisciplinaire collegereeks • Tenniscursussen

In de week van 25 januari starten er nieuwe tenniscursussen, -trainingen en Chip & Charge trainingen. (Cursus: 9x les van 1 uur. Training: 9x les van 1,5 uur.) Inschrijven op USC Tennis. Check usc.uva.nl > locaties > USC Tennis • Introductiecursus schermen 25 januari start de 6-weekse introductiecursus schermen. Je maakt kennis met de vele aspecten die de schermsport biedt. Studentencursusprijs E18,50. • Schaatsen In januari start het 2e deel van het SKITS / USC / SVU studentenschaatsprogramma op de Jaap Edenbaan. Wie zich in januari aanmeldt voor dit 2e blok (11 weken, tot 21 maart) betaalt slechts E15. De cursus is erg flexibel van opzet: Er zijn wekelijks 12 cursustijden, waarop schaatsers van elk niveau (dus ook absolute beginners) welkom zijn. Bij ons leer je (nog beter) schaatsen! Check voor al het bovenstaande www.usc.uva.nl

VERDIENEN Gezocht: enthousiaste studenten die als veldwerker aan de slag willen bij het Bonger Instituut. Check http://www.jur.uva. nl/criminologie onder vacatures Vrijwilligers gezocht met huisstofmijtallergie en weleens benauwdheid of piepende ademhaling. Ruime vergoeding! Contactpersoon: Marieke Berger, arts-onderzoeker AMC (m.berger@amc.uva.nl)

Interviewers gezocht! Per huisbezoek bij respondent: E 20. Ook Turks en M-Arabisch/Rifberbers sprekende studenten gezocht. Mail: URBAN40@gvo.unimaas.nl Lieve, ondernemende oppas voor mijn dochter van tien, voor dinsdagmiddag en af en toe een avond. Onze vorige oppas is haar hele studietijd bij ons geweest. Zou jij dat, als het klikt, ook willen? Bel dan naar Johanna: 06 2912 0031. A’dam Indische buurt: Oppas gezocht voor 2 meisjes van resp. 9 mnd. & 6 jaar oud. Meestal ’s avonds. 06 2089 4613 / 06 1428 0886. Bijverdienen kun je overal. Karate doe je bij SKCA! Beginnerscursus start 11 januari. www. skca.org, info@skca.org VHTO, landelijk expertisebureau meisjes/vrouwen en bèta/techniek, zet zich op vele manieren in om de betrokkenheid van meisjes en vrouwen bij bèta, techniek en ict te vergroten. VHTO zoekt voor de periode van half januari t/m juni 2010 een (werk)student hbo/wo (v/m) voor 3 à 4 dagen p.w. Je gaat je bezighouden met het werven en inzetten van vrouwelijke bèta/technische professionals en studenten (rolmodellen) voor projecten in het basis- en voortgezet onderwijs. Werkzaamheden: werving van meer rolmodellen voor de online database Spiegelbeeld (www. spiegelbeeld.net) en benaderen van

rolmodellen voor deelname aan voorlichtingen. Dit betekent dat je beschikt over goede communicatieve vaardigheden (zowel mondeling als schriftelijk), het leuk vindt om (telefonisch) contact te leggen met bedrijven en onderwijsinstellingen en je snel, zelfstandig en precies kunt werken. Bovendien ben je stressbestendig. Interesse? Neem contact op met Linda Derksen, tel. 020 888 4220, vhto@vhto. nl, www.vhto.nl. VHTO is gevestigd op het Science Park in Amsterdam. Gezocht voor medisch wetenschappelijk onderzoek AMC: 18-50 jaar, allergisch, astma of af en toe piepende ademhaling, niet-rokend. Ruime vergoeding. Info: David Yick, 020 566 4359, c.y.yick@amc.uva.nl

Latijns-Amerika? Kom op 8 februari 2010 naar de informatiebijeenkomst! www.jongerenenmissie.nl

WONEN Kattenoppas gezocht voor de periode 22/01 t/m 07/02 d.m.v. verblijf in appartement in A’damOost incl. computer en internetverbinding. Inlichtingen: Francine, tel. 06 3854 9566. Mooie kamer beschikbaar op de Eilanden te Amsterdam, vanaf januari 2010. Interesse? Neem contact op met Karien, 06 2044 1435. Iets te verhuizen? Ik kom met een grote bus voorrijden. Studentenverhuizingen binnen A’dam. Van stoep tot stoep: E35. Ook met verhuismannen en touw en blok. Ook buiten A’dam mogelijk. Bel Taco: 06 4486 4390; www.vrachttaxi.nl

Wil jij een flexibel, goedbetaald (E8 p/u) en relaxt bijbaantje? Word Te huur: heerlijk appartement in oppas! www.oppasstudent.nl Centrum Amsterdam voor stel. Voormalig pakhuis ca. 100 m2, Wij zoeken voor onze 2 kindevolledig gemeubileerd. Voor ren van 7 en 10 jaar een aardiE1.050 huur (+ bel. , servicekosge oppas voor af en toe, meestal ten en energie E440) per maand ’s avonds. Tel. 020 420 6624. huur je dit huis én je woont op het Prinseneiland. HuurperiVRIJWILLIGERSWERK, ode: 1 jaar, start begin 2010. STAGES, e.d. Tel.: Michiel 06 4188 3700. Beleef cultuur, bouw mee! UnieDIVERSEN ke vrijwilligersprojecten wereldwijd. Kijk op www.ibo-nederland. De Spermabank van het AMC is op zoek naar spermadonoren. Onorg of kom naar een infodag: kosten worden vergoed. Nadere 6 maart Utrecht, 12 maart Nijinformatie tel. 020 566 3090, spermegen, 10 april Zwolle. mabank@amc.uva.nl of www.sperAls vrijwilliger naar Afrika, Azië of madonoren.nl

januari 2010 CREA is de culturele organisatie van de UvA en HvA. Turfdraagsterpad 17, 0205251400

ma 18 januari, 20.00 uur / lezing

Hersenen en leerprocessen

CREA

Eindpresentaties di 19 januari, 20.00 uur / muziek

Jazz, Salsa, Pop, Singer Songwriters Deze avond staat in het teken van muziek. Om 20.00 uur treden de zanggroepen Jazz en Salsa o.l.v. Lisbeth Anker op in het CREA Theater, om Beter onthouden door stress? Die vraag stelt

Foto: Won Tuinema

dr. Marianne Joëls, hoogleraar neurobiologie

Gratis uit eten Ben je betaalbaar uit eten geweest? Schrijf dan een recensie en stuur die op naar redactie@folia.uva.nl. Als je recensie wordt geplaatst, krijg je de kosten van het etentje tot een bedrag van E 50,- vergoed.

(Universiteit

Utrecht).

Iedereen

ondervindt

stress in het dagelijkse leven, maar, zo toont zij in haar lezing aan, door stress onthouden we belangrijke dingen juist goed. Maar wat zijn de effecten van chronische stress op onze hersenen? Dr. Cyriel Pennartz, hoogleraar cognitieve neurobiologie (UvA), bespreekt het verband tussen leren en slaap. Hoe worden de ervaringen uit ons dagelijks leven opgeslagen in de hersenen? Bestaan er verschillende hersen systemen voor bewust en onbewust verwerkte informatie? Het blijkt dat emotionele herinneringen worden ‘afgespeeld’ tijdens onze diepe slaap, en de functie van deze ‘replay’ is onderwerp van intens onderzoek. Plaats: CREA Theater. Toegang: gratis voor studenten, €

e 5,- alle anderen. Reserveren niet mogelijk.

21.00 uur gevolgd door de jazz- en popzangers van Mirjam van Dam. In de CREA Muziekzaal presenteren vanaf 20.15 uur de singer songwriters zich, die o.l.v. Roemer van der Steeg hebben gewerkt aan eigen liederen en de vertolking daarvan. Zie voor meer info de website.

wo 20 januari, 20.00 uur / muziek

CREA Koor, Musical, Jazz In het CREA Theater zingt om 20.00 uur het CREA Koor van Mirjam van Dam en Lisbeth Anker een swingend repertoire. Daarna treedt om 21.30 uur de musicalgroep op van Miloe van Bodegraven, met dans, theater en zang. In de CREA Muziekzaal is er deze avond jazz onder leiding van Armando Cairo, met om 20.00 uur de presentatie van Jazz I en om 21.00 uur die van Jazz II. Zie voor meer info de website.

www.crea.uva.nl/agenda


roem

Babel Door Dirk Wolthekker

‘Ik was een heel gemotiveerde student. Ik ging naar college om iets te leren, niet om poppetjes te tekenen in mijn schrift, wat veel medestudenten wel deden. Ik koos mijn curriculum uit op kwaliteit. Dat betekende dat ik colleges volgde waarvan ik wist dat ze door de beste docenten werden gegeven. Daar kom je bij neerlandistiek snel achter. Het is een klein instituut en al gelijk in het eerste jaar werd ervoor gezorgd dat het tableau de la troupe aan alle nieuwe studenten voorbijtrok, zodat je aan het einde van het eerste jaar wel zo’n beetje wist welke docenten kwaliteit in huis hadden. Voor tentamens haalde ik goede cijfers, al dacht ik vaak bij het verlaten van de tentamenzaal dat ik ze slecht had gemaakt.’ Pieter van den Blink (1966) is schrijver-journalist. Hij was voor Trouw jarenlang correspondent in Parijs, zat enige tijd in de hoofdredactie van het weekblad Vrij Nederland en werkt nu als zelfstandig journalist. Samen met fotograaf Koos Breukel publiceerde hij onlangs het boek Voor het oog van Job. Volendammer verhalen over leven met een overleden kind, geschreven in de stijl van het zogenoemde ‘slow journalism’. ‘Niet bij de brand gaan kijken, maar er pas naar toe gaan als het stof is neergedaald. Dat ik zo wil schrijven heeft ook met mijzelf te maken. Ik ben een reflexief type en niet zo van “het moment”. Zo bedenk ik na afloop van dit gesprek waarschijnlijk pas wat ik had willen zeggen. “Slow journalism” levert geen nieuwsjournalistiek op, maar een tijdsbeeld. Dat ik in de journalistiek ben beland is niet een van tevoren überlegte actie geweest. Ik had een scriptie geschreven over schrijver Frans Kellendonk, en ging daarmee naar dagblad Trouw dat er iets mee wilde doen. Op de redactie ging van alles mis met een floppy, er moest een technicus bij komen en ik bleef veel langer hangen dan gepland. Dat leidde tot een stage en zo kwam van het een het ander. Ik kom uit een familie met een juridische achtergrond, dus leek het voor de hand te liggen dat ik rechten zou gaan studeren – daar ben ik dan ook mee begonnen. Drie maanden hield ik het vol. Niets voor mij, veel te massaal. Ik switchte naar Nederlands. Ik had altijd veel gelezen, die studie leek me te passen. Ik weet niet

Foto: Bob Bronshoff

Hij studeerde Nederlands. Nu is hij ‘slow journalist’: schrijverjournalist Pieter van den Blink.

Pieter van den Blink

waarom ik veel las. Verwondering is misschien het sleutelwoord. Ik denk dat iedereen ontvankelijk is voor de verwondering. Lezen en taal is de vorm van verwondering waar ik het meest voor opensta. Natuurlijk stond de ijver voorop, maar dat er ook leuke meisjes zaten was een mooie bijkomstigheid. Met één van hen ben ik later getrouwd: UvA-docente bij neerlandistiek Yra van Dijk. Samen hebben we nog aan de wieg gestaan van het tijdschrift Babel, toen nog een blad bestaande uit wat A4’tjes met een nietje erdoor, meer journalistiek dan literatuur. We waren er samen hoofdredacteur, heel romantisch. Graag denk ik terug aan illustere wetenschappers als Jan Fontijn, Anthony Mertens, Rob Grootendorst. Geen huiskamergeleerden, maar mensen die echt leefden voor en met de literatuur. Zonder hen was mijn studie een zouteloze soep geweest. Zoals zij college gaven, motiveerden, stimuleerden, niet opdringerig.

Als een soort wenkende poortwachters stonden ze in hun vak. Ze bleven maar wenken, net zo lang tot ik dacht: jeetje, wat zij weten wil ik ook allemaal weten. Ik heb nog wel een tijd gedacht dat ik zou willen promoveren, maar dat plan is uiteindelijk gesneuveld omdat ik koos voor de krant. Mijn vrouw is wel gepromoveerd en ik heb van dichtbij meegemaakt hoeveel tijd en energie er in zo’n promotie gaat zitten. Voor de promovendus maak ik een diepe buiging. Op een andere manier wil ik nog wel iets blijven betekenen voor de wetenschap: moord en brand schreeuwen over wat er met de universiteit gebeurt. Die wordt door bezuinigingen en een steeds grotere efficiëntie verkwanseld. Of een goed boek schrijven dat op de universiteit als standaardwerk wordt gelezen. En dat studenten dan aan elkaar vragen: “Zeg, heb jij al tentamen gedaan in de Dikke Van den Blink?” Dat boek moet ik maar eens gaan schrijven.’ l

Folia 17 | 23


Foto’s: Henk Thomas

dijkgraaf & fresco

Kruiswoordpuzzel

Het Maagdenplein Het is altijd aanleiding tot enige verbazing, zo niet hilariteit, als ik aan buitenlandse bezoekers vertel dat ik werk in een gebouw met de naam Maagdenhuis. In het Engels is de correcte vertaling trouwens niet The House of the Virgins, maar the House of the Unwed Maidens, wat toch wel even een nuanceverschil is – maar dit terzijde. Het Maagdenhuis is een prachtig gebouw, mooi van proporties en lichtval, hoogstens wat achteloos gemoderniseerd. Het ligt op een schitterende plek in de stad en er zijn duizend redenen te bedenken waarom de universiteit dit symbool van haar geschiedenis niet zomaar op zou moeten geven om te verhuizen naar een efficiënter en meer onderhoudsvriendelijk gebouw. Toch, als je het gebouw binnenkomt, en de altijd vriendelijke begroeting aan de receptie bent gepasseerd, sta je in eerste instantie in een grote grijze leegte: het voormalige binnenplein dat nu overdekt is en waaraan vergaderzalen en de kantine liggen. Een enkele keer vindt er een receptie plaats met de nodige toga’s, maar verder is de binnenplaats leeg, want ook de maandaglezingen zijn naar Spui25 verhuisd. Afgezien van het naambordje op de gevel, wijst niets erop dat je je in het bruisende hart van een universiteit bevindt. Ik zal maar opbiechten dat ik dagelijks onbedwingbare fantasieën heb over een vernieuwd binnenplein van het Maagdenhuis, een topuniversiteit waardig. Niet meer dan enkele simpele ingrediënten zijn daarvoor nodig. Pièce de résistance: een paar lange leestafels op wieltjes (verrijdbaar vanwege de recepties), met mooie lichtbakken erboven (takelbaar), en alle denkbare kranten en tijdschriften, van De Groene tot The New Scientist, Le Monde Diplomatique tot The New York Review of Books en de Academische Boekengids. Gecombineerd met een paar e-readers aan een discrete ketting en een pc voor het broodnodige googlen. Enkele plantenbakken, eventueel tafeltjes voor de lunch – maar het moet natuurlijk niet een café worden, dus een gestreepte Amsterdamse cafépoes is helaas niet welkom. Zo ontstaat er een plaats waar bestuurders en wetenschappers, onderwijzers en studenten elkaar ontmoeten, voor een gesprek, of gewoon om iets te lezen, tussen al dat vergaderen door. Het Maagdenplein dus, een binnenplaats als plein tussen de faculteiten, een rustpunt in het jachtige academische leven.

Van links naar rechts: 1 de nieuwe AOW-leeftijd - 12 Duitse rivier - 13 vogelproduct - 14 terug (in samenstellingen) - 16 voorzetsel - 17 .......crisis - 20 openbaar vervoer - 21 meer (Italiaans) - 24 munteenheid van Eritrea (nakfa) - 25 boerderijdier - 26 daarvoor zijn in maart verkiezingen - 29 kersrood - 30 stekker voor digitale apparatuur - 32 getijde - 34 verfstof - 36 de oudere - 38 deel van het been - 40 type interest - 46 verwonding - 47 Baskische nationalistische beweging - 48 Nederlands Kampioenschap - 50 plaats in Afghanistan - 53 plaats in Irak - 54 ter inzage - 55 niet (in samenstellingen) - 56 Nigeriaanse terrorist die via Schiphol reisde - 64 papegaai - 65 en omstreken - 66 aan het genoemde vast zittend - 68 het jaar waarin de grenscontroles in de Benelux werden opgeheven. Van boven naar beneden: 1 dwaas - 2 man van adel - 3 van een - 4 gevoelig voor erotische prikkels 5 boom - 6 groot water - 7 eend - 8 nieuwe mode - 9 een weinig - 10 Guatemala (internet) - 11 jonge souteneur - 15 Regionale Omroep Oost - 18 sluitmiddel - 19 Aziaat - 22 Amsterdams ziekenhuis 23 sterk ijzerhoudende grond - 25 sterke vuist - 26 Goes (thuishaven) - 27 Nicaragua (internet) - 28 gelijk - 31 soortelijk gewicht - 33 jongen (Engels) - 35 onbepaald voornaamwoord - 36 weggetje 37 mythologische figuur - 39 merkteken op maten en gewichten - 40 hooghartig - 41 persoonlijke standaarduitrusting (militiar) - 42 onzijdig - 43 Zuid-Amerikaanse struisvogel - 44 dwaas - 45 voegwoord - 49 vorst - 51 deel van het skelet - 52 nu - 53 bouwmateriaal - 57 groet - 58 tijdstip - 59 local area network - 60 afslagplaats bij golf - 61 wetering - 62 kunst (Latijn) - 63 slaghout - 67 Amnesty International.

Louise O. Fresco is universiteitshoogleraar duurzame ontwikkeling.

Helemaal ingevuld? Mail de oplossing (o.v.v. naam en huisadres) uiterlijk dinsdag 19 januari naar mededelingen@folia.uva.nl en maak kans op twee toegangskaartjes voor bioscoop Kriterion, www.kriterion.nl.


Folia17