Issuu on Google+

Folia & Havana

januari 2030

2010-2030 twintig jaar kaalslag Slim studeren? Laat een chip implanteren!

Aya is de eerste HOA-student

Altijd jong met CellReform

geboorte van een onderwijsreus


Niet wachteN, maar starteN! iN februari.

Verkeerde studie gekozen? Kom dan naar de open avond van Economie en Management. De meeste economische opleidingen gaan namelijk ook in februari van start.

6 jaNuari opeN avoNd

Wanneer: 6 januari 2011 Tijd: 17.00 - 20.00 uur Waar: Weesperzijde 190 in Amsterdam (naast het Amstelstation) Meer informatie of je direct aanmelden? Kijk op www.hva.nl/februaristart.


advertentie

FoliaFC_hp_V1_december:Opmaak 1 22-11-10 10:59 Pagina 1

Mercator Sapiens / UvA shop DECEMBER ACTIE

Caps nu slechts € 11,95

OP=OP

Ga snel naar één van onze verkooppunten: Hotel Résidence le Coin, Nieuwe Doelenstraat 5 Universitair Sportcentrum, Science Park 306 Studystore (voorheen Selexyz), Roetersstraat 41 Allard Pierson Museumwinkel, Oude Turfmarkt 129 Of bestel via onze website www.mercatorsapiens.nl

Official UvA Merchandise


4 Folia/Havana

INHOUD

6 Vaarwel UvA, welkom HOA De totstandkoming van een Nederlandse onderwijsgigant.

9 Goedbedoelde adviezen

Als je een brief zou kunnen sturen aan je jongere ik, wat zou je dan schrijven?

12 Een perzikhuidje voor â‚Ź 9900

Anti-agingklinieken bejubelen de komst van CellReform, een revolutionaire verjongingsmethode. Die is echter niet onomstreden.

16 Concentratiechip

Geen koffie of Ritalin meer nodig, nu is er de StudentStimulator. Alle musthave-gadgets van 2030.

19, 23, 32, 37 Denim Now De spijkerbroeken van komend seizoen.

20 nooit meer alleen Een cybermaatje voor thuis.

24 Afbraak en opbouw

Vanaf 2010 is er langzaam maar zeker een einde gemaakt aan kunstsubsidies. Hoe is het culturele landschap sindsdien veranderd?

28 In twaalf minuten naar Utrecht

Een beetje student scheurt anno 2030 met 250 kilometer per uur door de stad – en daar voorbij.

33 Een andere tak van sport

Sport gaat niet meer over het menselijk kunnen, maar is vooral een technologische krachtmeting geworden.


OUD

Folia/Havana 5

Metamorfoses

I

n The Year 2525 zong folkrockduo Zager & Evans in 1969. Een hit uit de tijd waarin je grootouders fris en fruitig waren, met waarschuwingen voor vooruitgang in de technologie. Ze hadden zeker een punt. Vele veranderingen hebben plaatsgevonden. Vandaag is de iPad een glasplaat, verplaatsen wij ons met de lightrail door de Randstad en zijn anti-agingklinieken razend populair. Mijn naam is Aya, ik ben 19 en de allereerste student aan de HOA, oftewel de Hoger Onderwijs- en onderzoekinstelling Amsterdam, een fusie tussen UvA, HvA en VU. Op 3 september 1977 stuurde een zekere K. Hilicaslan een brief naar de UvA. Binnen vijftig jaar sluit deze universiteit haar deuren, luidde de eerste zin. Het enige wat overblijft is studentenblad Folia. De nieuwe hoofdredacteur zal een jonge student zijn. Hilicaslan kreeg gedeeltelijk gelijk. Ik ben ‘die nieuwe’, voor één keertje althans. Dit jaar heeft de redactie mij tot gasthoofdredacteur benoemd. Iets wat heel gewichtig klinkt. Centraal in dit nummer focussen wij ons op de metamorfoses sinds mijn geboortejaar 2010. En dat zijn er heel wat. Ik woon zelf bijvoorbeeld in een studentenskyflat, een gigantische toren aan de grachtengordel. De afgelopen jaren zijn er zo veel appartementen gebouwd dat van woningnood geen sprake meer is. Verder zijn er technologieën die het studentenleven drastisch vereenvoudigen, zoals automatische kruimeldieven en zelfreinigende badkuipen. Waren tentamenperiodes voorheen een lijdensweg, sinds de Student-

Stimulator is er geen reden meer tot stress. Een kleine chirurgische ingreep zorgt voor uitschakeling van studievertraging in de hersenen (zie pagina 16 en verder). Over te laat komen maken wij ons ook geen zorgen meer. In no time staan er Pods voor de deur en sjees je met 250 kilometer per uur richting collegebanken (zie pagina 28 en verder). Mijn studiekeuze is gevallen op Human Observations, een twee jaar durende bachelor, met plaats voor vijfhonderd eerstejaars. Coördinatrice H. Morssink snapt als geen ander hoe de moderne student in elkaar zit, evenals het ondergrondse gangenstelsel van de HOA. De gebouwen van de HOA liggen grotendeels langs metrolijnen als de Noord/Zuidlijn. Halte Rokin is voor nieuwelingen prima bereikbaar vanuit het hele land. Het gebouw is van aluminium en geluiddicht, waardoor concentratie optimaal is. Naast Human Observations kun je kiezen uit een scala aan verschillende opleidingen. Een kleine greep: Japans, photoshoppen, buitenlandstudies en sterrenkunde. Hoorcolleges en werkgroepen worden in intieme groepjes van twintig gegeven. De inschrijfprocedure is eenvoudig. Gepassioneerde docenten openen een gespreksvenster, waarna een persoonlijk interview volgt. Ben jij geschikt of ongeschikt? Ik hoop je te zien in de toekomst! Aya Miroula

De inhoud van deze speciale editie van Folia & Havana, de weekbladen van de Universiteit van Amsterdam en de Hogeschool van Amsterdam, is grotendeels ontsproten uit de fantasie van de redactie. Er mag uit deze uitgave niets worden overgenomen zonder vooraf overleg met de hoofdredactie. Hoofdredactie Jim Jansen, Paul van de Water Eindredactie Mirna van Dijk, Wim de Jong, Harmen van der Meulen (correctie) Redactie Floor Boon, Luuk Heezen, Anouk Kemper, Nina Manuhutu, Gina Miroula, Jeff Pinkster, Ron Santing, Annemarie Vissers, Dirk Wolthekker Fotografie Fred van Diem, Pascal Tieman (cover) Illustraties JeRoen Murré, Bas Kocken Fotobewerkingen House of Secrets, Bas Kocken, Pascal Tieman Art Direction Pascal Tieman Lay-Out Pascal Tieman, Carl Zevenboom Druk Zalsman Zwolle Met dank aan Rob de Bie, DeLaMar Theater, Edoardo Felici, Lesley Grieten, Marcel Heerink, Machiel Keestra, Fokko Kuik, Richard Lamb, Shinta Lempers, Hanno van der Loo, Kenneth Meijer, Linnemore Nefdt, Jan Piscaer, Theo Ploeg, Laura Schuster, Erik van Swindelen, Huub Toussaint, Jurre Valk, Pernette Verschure, Laura van der Vlies

foto Pascal Tieman

COLOFON


6 Folia/Havana

‘De UvA is doo leve de HOA’ Sinds 1 januari bestaan de UvA, de VU en de HvA officieel niet meer. Gezamenlijk gaan ze verder als de Hoger Onderwijs- en onderzoekinstelling Amsterdam. Portret van de grootste onderwijs­ fabriek van Nederland. Dirk Wolthekker


Op 8 januari 2029 vierde de UvA haar 397e dies natalis. Het was een dag met de gebruikelijke feestvreugde die bij verjaardagen hoort. Er waren toespraken, er was muziek en iedereen droeg feestkledij waaronder nota bene de al lang in onbruik geraakte toga en kappa (een schouderkleed). Uiteraard was er na afloop van de plechtigheid een receptie, waar ook de fameuze UvA-bitterbal met maagdenkruiden niet ontbrak. Naast feestvreugde was er voor het eerst in bijna vierhonderd jaar ook iets van weemoed. ‘Dit is de laatste verjaardag van onze instelling,’ zei rector magnificus Arend Jansen met een ernstig gezicht en op bedrukte toon tegen de vijfhonderd genodigden in de Lutherse kerk, al tientallen jaren de aula van de UvA en als zodanig locatie van heel wat universitaire plechtigheden. ‘We hadden de vierhonderd jaar vol kunnen maken als we dat hadden gewild,’ zei Jansen. ‘Maar we wilden niet. Liever dan een langzame dood te sterven besloten we, samen met de Vrije Universiteit en de Hogeschool van Amsterdam, een streep te zetten onder de UvA en samen met de VU en de HvA een nieuwe organisatie te stichten: de Hoger Onderwijs- en onderzoekinstelling Amsterdam! De UvA is dood, leve de HOA!’ Een aarzelend applaus ging door de zaal. Het was een gedenkwaardige dag. >>

foto Pascal Tieman / bewerking Bas Kocken

ood,

Folia/Havana 7


8 Folia/Havana

>> Van de weemoedige sfeer op de laatste dies van de UvA is inmiddels, bijna een jaar later, niets meer te bespeuren. Het lijkt alsof iedereen als bij toverslag de UvA, de VU en de HvA als afzonderlijke instellingen voor hoger onderwijs en onderzoek is vergeten. Het afschaffen van plechtstatige diesvieringen draagt zeker bij aan die optimistische sfeer, zegt de nieuwe hoogleraar hogeronderwijsgeschiedenis Gijs Riedstra. ‘Het is heel goed dat die diesvieringen zijn opgeheven. Juist die bijeenkomsten bestendigden altijd het bestaan en de continuïteit van beide universiteiten. Dan kun nu je niet zeggen: “We beginnen iets nieuws, maar we handhaven de diesvieringen.” Bovendien, de HvA had niet eens een diesviering. Daar leefde zo’n plechtigheid dus ook niet. Dan is het goed om gezamenlijk schoon schip te maken en met elkaar met dezelfde schone lei te beginnen.’

Cultuurverschillen

De HOA is een feit. Op 7 januari 2030 vinden de eerste colleges plaats aan Nederlands grootste instelling voor hoger onderwijs en onderzoek. Even wat cijfers: 130.000 studenten, 17.000 medewerkers (zowel wetenschappelijk, nietwetenschappelijk als ondersteund personeel), een rijksbijdrage van 2,7 miljard euro, daarnaast bijdragen van NWO en de KNAW ter waarde van 500 miljoen en een geschatte commerciële omzet (geld verdiend door het verkopen van onderzoek en diensten) ter waarde van 200 miljoen euro. Een totale omzet dus van 3,4 miljard euro. Aan de HOA promoveren bijna 1100 mensen per jaar: 800 op wetenschappelijk niveau (scientific doctorate) en 300 op professioneel niveau (professional doctorate) en er worden 1,1 miljoen schriftelijke tentamens per jaar afgenomen. Er zijn zeven mammoetfaculteiten waarvan de Faculteit der Juridische vraagstukken en wetenschappen (FdJ) de grootste is met 21.000 studenten, gevolgd door de Faculteit der Geesteswetenschappen en Taalkunde (FGT) met 18.000 studenten. Het Academisch Centrum Tand- en Mondzorg (ACTM) telt het laagste aantal studenten, maar dat zijn er altijd nog 5.000. ‘Vooral het ACTM is erg belangrijk geweest bij de totstandkoming van de HOA,’ zegt hoogleraar organisatiecultuur Karel Boom. ‘In het ACTM werken UvA, VU en HvA al sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw samen en zodoende is het ACTM als het ware een soort proeftuin geweest voor wat ons nu te wachten staat, vooral voor wat betreft cultuurverschillen.’ De UvA is volgens Boom altijd een universiteit van vrijdenkers geweest, van studenten en wetenschappers die de grenzen opzochten, die het liberale engagement van de grachtengordel niet alleen predikten, maar ook in de praktijk wilden brengen. ‘Neem de bezetting van het Maagdenhuis (het voormalige hoofdkwartier van de UvA, dw) in 1969. Zoiets was aan de VU ondenkbaar geweest. Daar zat men toen, en tot voor kort nog steeds, gevangen in het paradigma van de protestants-christelijke

“kleine luyden”, mensen van eenvoudige komaf die door universitaire scholing een stapje hoger op de maatschappelijke ladder konden komen. Datzelfde geldt in zekere zin voor de grote schare studenten van niet-westerse afkomst die de VU telde. Die zaten daar om te leren en niet om te protesteren.’ Voor de HvA gold in zekere zin hetzelfde als voor de VU, zegt Boom. ‘Al is de HvA sinds haar oprichting in de jaren negentig van de vorige eeuw steeds een openbaar, niet-religieus instituut geweest, qua organisatiecultuur stond het leren er altijd in hoger aanzien dan het engageren. Al zijn de drie organisaties de afgelopen jaren geleidelijk al meer naar elkaar toegegroeid door intensief samen te werken, een volledige fusie is toch iets anders, dan is het “voor het echie”. Heel spannend.’

Studentnummer 000.001

‘Eerste student van de HOA? Jaaaaa, dat ben ik. Pride, pride!’ Enthousiast en met een grote glimlach om haar rood gestifte lippen komt eerstejaars media- en cultuurwetenschappen Aya Miroula (19) op 22 december 2029 door de poort van het Oudemannenweeshuis (OMW) gelopen, het onderwijscentrum van de Faculteit der Geesteswetenschappen en Taalkunde. Tussen de kerstinkopen door heeft ze nog net een gaatje kunnen vinden om langs te gaan bij de onderwijsbalie om persoonlijk haar inschrijvingsbewijs op te halen. Dat is eigenlijk helemaal niet nodig, maar het faculteitsbestuur heeft haar naar het OMW gelokt met de mededeling dat het ‘om veiligheidsredenen’ noodzakelijk was haar inschrijvingsbewijs persoonlijk op te komen halen. Wat Miroula niet weet is dat de mediageile faculteitsdecaan Tine Boonkamp de pers heeft ingeseind met de mededeling dat ‘de eerste HOA-student met studentnummer 000.001 op 22 december te elf uur ‘s ochtends haar inschrijvingsbewijs zal komen halen’. Verslaggevers van de internetkrant HetParool. eu en van de nieuwssite HOAnieuws.eu zijn dan ook in groten getale naar de OMW gekomen om een glimp op te vangen van Miroula.

onderwijsfabriek

‘Een paar maanden geleden wilde ik mij bij de UvA inschrijven voor de wetenschappelijke bacheloropleiding Human Observations. Maar toen ik inlogde op de UvA-site werd ik doorgelinkt naar HOA.eu. In een pop-upvenster dat verscheen zag ik dat ik nota bene de eerste HOA-student ben. Gaaaaaf! Maar ook wel jammer dat de UvA vanaf 1 januari niet meer bestaat. Ik kom uit Amsterdam en in Amsterdam is, of eigenlijk was, de UvA toch een instituut. Ik ben benieuwd of dat met de HOA ook gaat gebeuren. Ik kom van het Amsterdams Lyceum en daar is het toch gebruikelijk dat iedereen naar de UvA gaat en niet naar de VU of de HvA. Maar ja, die krijg ik er nu bij. Misschien is het wel heel leuk, al ben ik wel bang dat de HOA een onderwijsfabriek is.’

Ongewild snijdt Miroula een penibel punt aan, want ondanks het enthousiasme van veel bestuurders over de totstandkoming van de onderwijs- en onderzoekreus, is er ook kritiek geweest. Die barstte vooral los nadat in september 2028, kort na de afsluitende ceremonie van de Olympische Spelen, het Maagdenhuis opeens bleek te zijn verkocht voor het niet geringe bedrag van 42 miljoen euro. De verkoop van het symbool van de liberale UvA leidde tot grote commotie aan het Spui, vooral nadat was gebleken dat de miljoenen gebruikt zouden worden voor een nieuw en prestigieus HOA-hoofdkwartier aan de Amstel. ‘Steek dat geld in onderwijs en onderzoek, dat is het belangrijkste bestaansrecht van de HOA,’ zeiden veel UvA-medewerkers. Er werd een Facebook­ pagina aangemaakt om rector Jansen ervan te overtuigen het geld in ‘het primaire proces’ te steken, maar de actie had geen succes. Toch was daarmee wel de discussie aangezwengeld of een reusachtige instelling als de HOA wel de hoge kwaliteit van onderwijs en onderzoek kon bieden die UvA, VU en HvA afzonderlijk altijd konden bieden. Maar de drie rectoren wuifden de bezwaren lachend weg. UvA-rector Jansen, van huis uit onderwijseconoom, beweerde zelfs het omgekeerde. ‘Door schaalvoordelen kunnen we heel efficiënt werken en geld besparen dat ten goede komt aan onderwijs en onderzoek, bijvoorbeeld door geld vrij te maken voor extra docenten en onderzoekers.’

Het HOA-huis

Ondanks bezwaren van sommige docenten en onderzoekers werd de HOA op 1 augustus 2029 bij notariële akte opgericht, nadat de medezeggenschapsraden van UvA, VU en HvA daarmee hadden ingestemd. Uiteindelijk hebben zij zich gerealiseerd dat er ook veel voordelen zaten aan de fusie: zo zijn er de afgelopen jaren een groot aantal nieuwe onderwijslocaties gebouwd waarin de laatste snufjes op didactisch gebied zijn verwerkt, waaronder de virtuele college­assistent en het uit Japan overgewaaide BlueBoard, waarbij studenten op hun mobiel tentamens maken. Bovendien zitten de onderzoekers van de HvA eindelijk onder hetzelfde dak als de onderzoekers van UvA en VU, wat het HvA-onderzoek alleen maar positief kan beïnvloeden. En ja, het heeft natuurlijk een flinke som geld gekost, maar is het nieuwe acht verdiepingen tellende HOA-huis aan de Amstel eigenlijk niet veel meer van deze tijd dan het achttiende-eeuwse Maagdenhuis, symbool van verzet, maar ook van verleden? ‘Ik begin er gewoon aan,’ zegt Miroula tegen de verzamelde pers die met haar is meegelopen naar de onderwijsbalie. Terwijl ze de baliemedewerker met één klik op haar iPhone30 al haar gegevens stuurt, vertelt ze: ‘Op 7 januari heb ik mijn eerste college: Social Media Statistics. Ben benieuwd, maar ik denk dat het goed komt tussen de HOA en mij. Gaat lukken!’ 6


Folia/Havana 9

Brief aan mijn jongere ik

Als je terugkijkt op je leven vanaf 2010 – het jaar dat Aya geboren werd – wat zou je dan anders doen? Of juist precies hetzelfde? Drie (oud-) HOA’ers schrijven een brief aan hun jongere ik.

Amsterdam, 17 december 2029 Beste Jurre, Hoe meer grijze haren, hoe meer je hebt om op terug te blikken. Nu je de laatste tien jaar van je werkzame leven ingaat overdenk je de keuzes die je tot nu toe hebt gemaakt. Kun je misschien nog wat van leren. Maak je niet zo druk om alles. Niet om de vraag of je wel goed bezig bent, of je de juiste beslissingen neemt in je leven. Maak je niet druk om je loopbaan of om alles wat mis kan gaan in de organisaties waar je werkt. Maak je niet druk om de politiek, om de grenzeloze stupiditeit van mensen die beter zouden moeten weten. Weet je nog toen Geert Wilders echt premier werd? Dat je altijd had gezegd te emigreren als dat zou gebeuren? Je doet het niet. Zo veel keuzes lijken toeval. Je kiest op je achttiende voor de studie human resource management. Geen jeugddroom. Geen strategie. Iets later zul je je werk als hr-consultant verruilen voor het docentschap. Dat lijkt eigenlijk toevallig en je hebt geen verwachtingen. Doe het, het wordt de beste keuze in je leven. Lesgeven gaat je blij maken. Aanvankelijk. Later niet meer. De HvA komt namelijk op een gegeven moment te boek te staan als een leerfabriek waar een aaneenschakeling van onverstandige, dubieuze keuzes gemaakt worden die het onderwijs niet ten goede komen. Ze komt negatief in de pers en de inschrijvingsaantallen lopen terug. Vertrek op het moment dat de opleiding hrm alleen nog een afstudeerrichting is binnen Management & Organisatie. Je kunt je simpelweg niet voorstellen dat een opleiding met zo’n sterk profiel, een prima reputatie en een goed team uiteindelijk niet meer past in de ‘marketingstrategie’ en de ‘besturingsfilosofie’ van het domein Economie. Het begrip ‘kwaliteit’ zal tijdens jouw laatste jaren aan de HvA verward worden met efficiency, ken- en stuurgetallen, metingen en slogans. Op heidagen leer je elkaar aanspreken op die ‘kernwaarden’, die centraal waren vastgesteld. Jeuk krijg je daarvan! Je zult merken dat dat helemaal niets met echte kwaliteit te maken heeft. Pak je biezen, wees het zat! Einde oefening. Ga aan de slag als consultant en blijf de HvA als instelling volgen. Je zult gelukkig zijn met de verbeteringen die je ziet, nota bene door de vele bezuinigingen in het hoger onderwijs. Het hbo wordt steeds afhankelijker van andere geldstromen, zoals giften van alumni. Dat zal leiden tot aandacht voor vakmanschap binnen het onderwijs. Je zult blij zijn te zien dat de HvA leert. Beter laat dan nooit. Veel keuzes in je leven lijken toeval. Behalve het boek dat je altijd al wilde schrijven. Dat gaat ervan komen. Je hebt nog niet precies in je hoofd waar het over zal gaan, maar je gaat het schrijven. Beslist. Het zal misschien over jezelf gaan, over groei, beweging of volwassen worden. Denk er nog wat jaren over na, puzzel erop. Met warme groet, Jurre Jurre Valk (57) doceerde tot 2016 human resource management aan de HvA. Hij is nu consultant en werkt aan zijn eerste roman.


10 Folia/Havana

Amsterdam, 17 december 2029 Lieve Shinta, Je bent nu 43. Een mooie leeftijd om eens terug te blikken. Hoe had je je leven anders kunnen vormgeven? Sommige acties zullen je jaren daarna nog het schaamrood op de kaken bezorgen. Bijvoorbeeld toen je je waterpokken openkrabde en voor straf een Pink Panther-pakje moest dragen. Of die dag dat je naar school ging in een kimono uit de feestwinkel. En was het nodig dat je de naam van je ex-vriendje in je arm kraste toen je veertien was? Hier nog wat goedbedoelde adviezen achteraf. Op je 18e: je gaat op vakantie met het hele gezin. Je zusje is flink aan het puberen. Negeer haar. Ga niet met haar op de vuist als een verongelijkt kind, anders zul je jaren later nog de teleurgestelde gezichten van je Indonesische familie herinneren. Op je 19e: don’t drink and drive! Dat geldt ook voor de ochtend erna. Je zal de ochtend na een personeelsfeest achter het stuur gaan zitten. Maar je veroorzaakt een ongeval met de auto van je manager. Daarnaast moet je oppassen voor meisjes die op je willen lijken. Je nieuwe beste vriendin zal zonder blikken of blozen dezelfde Missy Elliot Adidas-sneakers kopen, net als jij een asymmetrisch kapsel aan laten meten – compleet met ingeschoren streepjes boven het rechteroor – en een dag nadat jij een tongpiercing laat zetten besluiten dat ze daar ook aan toe is. Op je 20e: je bent nu bijna afgestudeerd in Nederlands recht. Maak je studie af maar verhuis daarna naar Amsterdam en ga iets totaal anders doen. Het zal je leven veranderen. Tip: schrijven is je passie. Op je 21e: ga 29 juni werken in het Krasnapolsky Theater in Amsterdam. Je zult de avond eindigen met een heel leuke jongen die je trakteert op de beste zoen van je leven. Maar drink niet zo veel dat je 30 juni de trein naar Parijs mist voor je zomervakantie. Laat je door je zogenaamd beste vriendin niet wijsmaken dat die leuke jongen jou niet ziet zitten. Zij vindt hem namelijk zelf heel interessant en probeert jullie tegen elkaar uit te spelen. Op je 23e: begin met sporten. De kilo’s gaan er niet meer vanzelf af. Blijf sporten als je 24 bent en maak snelle koolhydraten en verzadigde vetten tot je grootste vijand. Je zult vier kilo afvallen. Op je 27ste: Vergelijk je huidige leven niet te veel met je oude studentenleventje. Je kunt ook gelukkig zijn zonder drie keer per week volledig lam te zijn. Op je 30e: flos iedere ochtend je tanden. Daarnaast zou ik nu langzaamaan het idee van een simpele bruiloft bij je vriend neerleggen: jij in een vintagejurk met een krans van madeliefjes om je hoofd en lege soepblikken die achter jullie opgeknapte Alfa Romeo bungelen. Op je 35e: je man wil huisdieren, jij wilt kinderen. Negeer zijn wensen. Doe je dat niet dan zul je je woonruimte moeten delen met een biggetje, een rat en een herdershond. Op je 40e: slik geen xtc-pilletje op je verjaardag, omdat ‘je weer eens wilt ervaren hoe dat voelt’. Shinta Lempers (43) studeerde in 2010 af in media, informatie & communicatie aan de HvA. Ze is nu hoofdredacteur van Elle.


Folia/Havana 11

Amsterdam, 25 december 2029 Lieve Laura, Vandaag vroeg de oudste wat je op haar leeftijd deed met Kerstmis. Daar is gelukkig niet veel aan veranderd. Toen je hun leeftijd had, kreeg je met kerst een iPad cadeau van vrienden. Iets dat ze bij je vonden passen omdat je tenslotte altijd met computers en media bezig bent. Alsof dat nu nog zo speciaal is. Dat de iPad de voorloper was van hoe we nu communiceren en aan onze informatie komen had je toen niet voorspeld. Hoewel je kinderen het ding nu vreselijk ouderwets vinden. En ook zo groot. Tegenwoordig zijn die dingen ook veel kleiner. Je hebt hem nog wel maar hij is stuk, zoals alles van Apple tegenwoordig. Goed. Deze tijd van het jaar vraagt om een terugblik. Er zijn zo veel dingen die je anders had kunnen doen. Maar de beste beslissing die je hebt genomen is om niet meer bang te zijn om die beslissingen ook daadwerkelijk te maken. En daarom, let op Laura, lees goed: ik heb alvast een paar adviezen voor je. Ga meer lezen. Je krijgt alleen nog maar minder tijd voor alle boeken die je nog wilt lezen. En geloof me, gedrukte boeken hebben veel meer charme dan hoe je tegenwoordig leest van een scherm. Papieren boeken zijn nu bijna niet meer te krijgen en alleen verzamelaars hebben ze in de kast staan. Laatst zag ik nog hoe iemand een kast stutte met een boek. Grappig. Het beste dat je gaat doen, is niet kiezen voor een vaste baan. Freelance lesgeven en alle verschillende projecten die je gaat doen, brengen je uiteindelijk naar waar je wilt zijn. Lesgeven aan studenten is niet altijd makkelijk, maar het is uiteindelijk wel het werk waar je echt blij van wordt. Dan natuurlijk het project dat je wilt starten: Digipline.com. Maak er werk van, die site gaat een enorm succes worden, hoewel je je dat nu nog niet kan voorstellen. Investeer tijd in dit project, want het is de moeite waard en het gaat je veel opleveren. Focus beter: ook nu blijken mensen hun goede voornemens nog steeds beter te realiseren met een stok achter de deur. Roken doet nu niemand meer, dus daar kun je het beste alvast geen tijd meer aan spenderen. Twijfel niet. Wees gerust. De gedachte om te willen stoppen met je studie aan de Willem de Kooning Academie en te beginnen aan de UvA gaat goed uitpakken voor je. Ga inderdaad verhuizen naar Amsterdam, blijf niet hangen in Rotterdam. Het zal je goed doen. Dan tot slot het belangrijkste advies: wacht niet met het krijgen van je kinderen, de beslissing om met die ene speciale man vier kinderen te krijgen kun je al veel eerder maken. Het beste, Laura Laura van der Vlies (47) studeerde media & cultuur aan de UvA en werkt sinds 2009 als docent media aan de UvA, nu HOA. Ze is moeder van vier kinderen.


12 Folia/Havana

‘Iedereen wil jong ogen’

foto Pascal Tieman

Ruim een maand geleden opende het Academic Healthcenter Amster­ dam (AHA) zijn nieuwe anti-agingkliniek. Hier worden de nieuwste operaties en behandelingen verricht, waardoor cliënten zo lang mogelijk jong kunnen blijven. Opvallend is dat studenten, hoewel zij nog jong zijn, ook steeds beter de weg naar de kliniek weten te vinden. Wat komen ze doen? We lopen een week mee in de kliniek. Anouk Kemper


Folia/Havana 13


14 Folia/Havana

‘Mijn moeder liet vroeger wel eens botox inspuiten. Echt ridiculous, het zag er niet uit, helemaal niet jong, eerder doods. Ik ben blij dat er nu heel andere technieken zijn’, vertelt Gaya El Jarrari. De 26-jarige student integratiestudies zit te wachten in de wachtkamer van de kliniek. Ze heeft een vriendin meegenomen. Want de behandeling die ze overweegt mag dan relatief safe zijn, exciting blijft het. El Jarrari wil een strakkere huid, vooral in haar gezicht. Die vindt ze te slap. Nu al. ‘Nou, nu al? Ik ben 26 hè? It’s all downhill from here, je kan er beter maar vroeg bij zijn.’ Haar vriendin knikt beamend. ‘Op zich zou ik het zelf ook wel willen, maar ik vind het nog een beetje een eng idee.’ De nieuwste techniek op het gebied van anti-aging heet CellReform. In Duitsland en Amerika is het al vrij gangbaar, terwijl de behandeling in Nederland nieuw is. Tot nu toe is het AHA het enige healthcenter waar mensen voor een CellReformbehandeling terechtkunnen. Het is een ingewikkelde procedure, maar specialist Bas Markenstein weet hem eenvoudig te verwoorden zodra El Jarrari en haar vriendin tegenover hem zitten in zijn office. ‘We plaatsen een implantaatje onder de huid, meestal in de oksel of de lies. Dat implantaatje zendt vervolgens een bepaald signaal uit naar je huidcellen. Dat signaal zegt: stop met ouder worden, ga sneller vernieuwen. Na een paar dagen ga je al resultaat zien. Je hebt echt een strakkere huid.’ Klinkt ideaal, maar de studente heeft een paar horrorverhalen gehoord en wil eerst opheldering. ‘Is het waar dat je huid heel droog wordt, dat je heel erg gaat vervellen?’ Markenstein glimlacht geruststellend. ‘Kan gebeuren, maar daar hebben we dan goede crèmes voor. Dan is het gauw over.’ El Jarrari knikt bedachtzaam. ‘En klopt het dat het implantaat ook wel eens een totaal verkeerd signaal uitzendt? Ik hoorde van een meisje wiens haar was uitgevallen, inclusief haar wimpers en wenkbrauwen. I think she’s still bold.’ Markenstein maakt een ‘jeweethetnooit-gebaar’. ‘Ik zal eerlijk zijn, aan nieuwe behandelingen zijn altijd risico’s verbonden. De kans dat het fout gaat is klein, maar hij is er wel.’ De twee vriendinnen kijken elkaar aan. ‘Je moet het zelf weten’, zegt de een. El Jarrari: ‘Ik vind het ook best duur, 9900 euro.’ Daar heeft Markenstein wel een oplossing voor. ‘Je kunt een aantrekkelijke betalingsregeling met de kliniek treffen, tegen een lage rente. Daarna heb je achttien maanden de tijd om af te betalen. Heel simpel.’ De studente besluit er nog even over na te denken. ‘Voorlopig hou ik het

wel bij veel water drinken en gezichtstraining.’ Volgens CellReform-specialist Markenstein gaat het wel vaker zo, vertelt hij tijdens een wandeling door de kliniek. ‘Veel mensen komen even shoppen, kijken wat de mogelijkheden zijn. En omdat wat we hier doen vrij nieuw is, kijken veel mensen liever eerst de kat uit de boom, om even een oud-Hollands spreekwoord te gebruiken.’ Eenmaal aangekomen in de kantine voegt collega Jeroen Koster zich bij het gesprek. ‘Ik vind nog altijd dat je beter kunt snijden dan dat je gaat spelen met cellen en hormonen,’ zegt hij, kauwend op een sushirol met zalm. ‘Deze man is nog van de oude stempel’, lacht Markenstein. Hij tikt zijn collega gemoedelijk op de schouder. Het mag dan plagerig bedoeld zijn, gelijk heeft Markenstein wel een beetje. Koster maakt, op verzoek, borsten nog steeds groter met het eigen vet van cliënten. Ook zuigt hij ongewenst vet weg volgens de liposuctiemethode die zo’n twintig jaar geleden in zwang was. ‘Een beetje pijnlijk, maar verder een prima manier. Effectief,’ meent de cosmetisch chirurg oude stijl. Hij moet wel bekennen dat zijn cliënten voornamelijk ruim voor de eeuwwisseling geboren zijn. ‘Al die twintigers en dertigers willen een behandeling die werkt van binnenuit.’ Implantaten dus. Dexter Devries is een twintiger, al wil hij absoluut geen implantaat. Helemaal niet zelfs! Devries is fel tegen alle nieuwe ontwikkelingen op het gebied van anti-aging. ‘Het lijkt wel of iedereen obsessed is door health en jong zijn. Wat is er mis met een paar rimpels?’ De student World History is de oprichter van een nieuwe beweging: Authenticiteit Kent Geen Tijd (AKGT). De beweging is gevestigd in het voormalige stadsarchief aan de Vijzelstraat. Aan de muur van Devries’ office hangen verschillende schermen waarop doorleefde, historische gezichten te zien zijn. Picasso, Sophie Hilbrand, Pierre Bokma en Julia Roberts staren de bezoeker doordringend aan. Hun markante gezichten supporten inderdaad de boodschap van AKGT. Waarom jong willen blijven als oud net zo mooi kan zijn? Alweer zo’n twee jaar geleden startte Devries zijn beweging. Binnen no time had AKGT meer dan een half miljoen aanhangers. ‘And we’re not there yet’, lacht de oprichter. De 27-jarige student en zijn team proberen via social networks, de media en guerrillareclame hun punt duidelijk te maken. A day time job, dus zijn studie staat voorlopig op het tweede plan. Waarom al die moeite? ‘Omdat mensen aan het vechten zijn tegen iets dat doodgewoon is en daarom ook gewoon geaccepteerd zou moeten zijn. Oud worden hoort, van rimpels mag je genieten, you deserved them. Daarom is een van

onze slogans ‘rimpels zijn (h)eerlijk’. Ze staan symbool voor een sterke persoonlijkheid.’ In de nieuwste anti-agingkliniek hebben ze inderdaad ‘wel eens’ van AKGT gehoord. Markenstein haalt onverschillig zijn schouders op. ‘We dwingen mensen niet om hier te komen, weet je. Mensen die onze hulp vragen, willen het liefst zo lang mogelijk jong ogen. Dat zijn nogal wat mensen kan ik je vertellen en die hebben zich echt niet allemaal gek laten maken door de media.’ De CellReform-specialist praat aan een stuk door, terwijl hij in hoog tempo door de gangen van de kliniek loopt voor client care. ‘Ik denk eerder dat het natuurlijk is dat mensen jong willen blijven, in plaats van dat ze gelukkig moeten zijn met rimpels’, zegt hij, vlak voordat hij de deur van een client room opent. Hij groet de cliënt, een oudere dame die sinds twee weken gentherapie krijgt in de vorm van injecties. Voor de zekerheid verblijft ze een maand in de kliniek. Haar gezicht, armen en borsten zijn flink gezwollen. Ze is er bezorgd over. ‘Het komt wel in orde,’ stelt Markenstein haar gerust. ‘Tot nu toe verloopt alles zoals het hoort. Kijk, u heeft nu al een veel gavere huid, minder vlekjes en rimpels.’ Hij belooft dat zodra de zwelling weg is, ze er vijftien jaar jonger uitziet. Daarna ziet Markenstein een cliënt wiens haarbehandeling niet het gewenste effect heeft. ‘Ik wilde een vollere bos hoofdhaar, maar al dat nieuwe haar zit nu op mijn borst en rug.’ De arts schrijft hem een anti-groeimiddel voor, daarna mag hij terugkomen voor een nieuwe kuur. Kosteloos. Dan volgen twee zussen die grotere borsten wilden. Na twee weken kuren zijn ze tevreden met de cupmaat. ‘Oké, dan gaan we langzaam afbouwen.’ Markenstein krabbelt wat op papier en reikt hen de recepten aan. ‘Vergeet niet veel bananen te eten deze maand.’ De blonde zussen knikken braaf. Studente El Jarrari, die nadacht over CellReform, ziet uiteindelijk af van de behandeling. ‘Ik heb me er meer in verdiept en in the end vind ik het te ingrijpend. Ik las dat er mensen zijn in Amerika wiens huid zo strak ging zitten, dat hij scheurde. Well, never mind then.’ Uiteraard is Devries dolblij met dit soort berichten. Volgens de AKGT-oprichter maken ze de gevaren van de ‘anti-aging gekte’ nog maar eens duidelijk. ‘Ik heb goede hoop. Binnenkort starten we met een grote landelijke actie, ik kan er nog niets over verklappen, maar het wordt huge. Hopelijk zullen dan steeds meer mensen gaan inzien dat ouderdom bewonderenswaardig is.’ Dat hij inmiddels wallen onder zijn ogen heeft van het harde werken, maakt hem niets uit. Lachend: ‘I deserved them.’ 6


foto Pascal Tieman

Folia/Havana 15


16 Folia/Havana

Winkelen? zó 2029

Ook in 2029 werden hongerige gadgetfreaks weer getrakteerd op een lading verse technologische snufjes. Folia & Havana introduceert de vier belangrijkste innovaties van dit jaar en onderzocht hoe wetenschappers al aan het begin van de eeuw de weg hebben bereid voor de huidige technologie. Een T-shirt als personal assistant, een concentratieverhogende chip en een printer die producten uitprint. Luuk Heezen


foto Pascal Tieman

Folia/Havana 17


18 Folia/Havana

StudentStimulator

In september verscheen dan eindelijk de StudentStimulator, het apparaat dat iedere student in staat stelt zich maximaal te concentreren op zijn studie. Minister de Jonge van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap liet aan het begin van zijn ministerschap al weten de implementatie van het apparaat voor iedere student in het hoger onderwijs te willen vergoeden. Via een kleine chirurgische ingreep wordt de stimulator ter grootte van een speldenknop in de hersenen geplaatst, waar het via gerichte stroomstootjes de delen in de hersens uitschakelt die het studietempo ernstig vertragen. Zo blokkeert de StudentStimulator van half negen ’s ochtends tot negen uur ’s avonds de natuurlijke drang om personen van de seksuele voorkeur van top tot teen te bekijken en niet-studiegerelateerde websites te bezoeken. De minister verwacht het studierendement met 25 procent te verhogen, waardoor de gemiddelde bacheloropleiding in twee jaar en de gemiddelde masteropleiding in een halfjaar afgerond kan worden. De techniek voor deze prestatieverhogende ingreep werd al in de laatste jaren van de vorige eeuw ontwikkeld. Neuroloog van het Academisch Medisch Centrum (AMC) Rob de Bie deed vanaf eind jaren negentig onderzoek naar het verminderen van de symptomen van Parkinson. Om het trillen tegen te gaan paste hij Deep Brain Stimulation (DBS) toe, een techniek waarbij via elektroden in de hersens omliggende neuronen werden ontregeld en zo ongewenste circuits in de hersens werden doorbroken. De actie die die circuits in werking stelden werd op die manier stilgelegd, met als gevolg dat het trillen ophield. De StudentStimulator stamt af van deze techniek. Maar waar het nu een speldenknopje betreft dat door de beweging van de gebruiker in zijn energie voorziet, was het in 2010 een setje batterijen in een titanium kastje, dat onder het sleutelbeen in het lichaam werd geplaatst. Via draden onder de huid werd de stroom naar de schedel geleid en via platina plaatjes in de hersens afgegeven. Deze ingrijpende en risicovolle ingreep vond alleen plaats bij serieuze ziektes, en de batterij moest iedere vijf jaar vernieuwd worden.  

TechT-shirt

‘U mist wat vitamine C, wilt u een appel meenemen?’ ‘Voor de koeling van de vleeswaren staat bekende X, die u bloedirritant vindt. Via gangpad C kunt u haar ontwijken.’ ‘U kunt hier zonder verkouden te worden uw jas uitdoen.’ Wie zegt dat personal assistants alleen voor rijke mensen beschikbaar zijn? Ze zijn tegenwoordig goedkoop, discreet, en zitten gewoon in je kleding. Het TechT-shirt is je bij honderdeneen alledaagse zaken van dienst. Door nanotech-

nologie te verweven in je kleding, is je T-shirt in staat je lichaamsgegevens te meten en te interpreteren. Zaken zoals houding, hartslag, en de staat van je huid worden gecombineerd met informatie uit de omgeving, waardoor je gedetailleerd en razendsnel advies krijgt over de dingen die jij belangrijk vindt. Het spreekt voor zich dat de shirts gewoon wasbaar zijn en, eenmaal schoon en opgevouwen, de nieuw verworven informatie automatisch delen met de andere shirts in je kledingkast. De basis voor deze toepassing werd in het eerste decennium van deze eeuw ontwikkeld. Katja Hofmann, toenmalig promovenda Intelligente Systemen Lab, onderzocht hoe zoekmachines zichzelf konden verbeteren op basis van het gedrag van de gebruiker. Daarvoor maakte ze gebruik van een bijzonder algoritme, de wiskundige benaming voor een handeling die een probleem oplost. In plaats van het algoritme te laten werken volgens vooraf ingestelde voorbeelden van goede of slechte oplossingen, leerde het systeem al doende zelf: het algoritme stelde verschillende zoekresultaten voor, en onthield vervolgens welke door de gebruiker werd geaccepteerd. Uit die keuze leidde het systeem vervolgens af welke oplossing de beste was. Hofmann vond in 2010 bovendien een manier om deze zelflerende zoekmachine de balans te laten houden tussen het uitproberen van nieuwe informatie en het tevreden houden van de gebruiker.

Omagotchi

Oma zit in een tehuis. En oma voelt zich wat alleen. Iedere zondagavond, als de visite er weer op zit, verzucht ze dat het nog zo lang duurt tot de volgende zondag. De Omagotchi biedt de uitkomst: een vriendelijke robot, die niet alleen in staat is om huishoudelijke klusjes te verrichten, maar ook een gesprek kan voeren. Hij praat Nederlands, is uitbreidbaar met alle mogelijke dialecten en leert al pratend woorden bij. Door een constante internetverbinding kan de Omagotchi ook zingen of vragen beantwoorden. Verder kan hij oma aanraken, bijvoorbeeld door een standaard massagestand, waarna hij automatisch uit de reacties opmaakt wanneer harder of zachter kneden gewenst is. Ook voegt Omagotchi zich uit zichzelf naar het leefritme van zijn medebewoners. In mei 2031 wordt de Opagotchi verwacht, die onder meer in staat is sokken te breien. Het onderzoek naar het inzetten van robots in de ouderenzorg begon in de eenentwintigste eeuw, bijvoorbeeld dat van Marcel Heerink aan de Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica (FNWI). Zijn belangrijkste conclusie was dat robots geschikt zijn voor de

ouderenzorg, maar wel aanpasbaar en ondergeschikt moeten blijven aan hun menselijke gebruiker. Op dat moment waren robots nog maar in staat een enkele taak uit te voeren, zoals het brengen van een drankje of het uit bed tillen van een patiënt. Wel bleken ze in staat contact te maken met moeilijk benaderbare personen, zoals ouderen met dementie of kinderen met autisme. Heerinks adviezen over de praktische mogelijkheden van robots gingen echter altijd gepaard met de waarschuwing dat geen robot de sociale functie van de mens volledig zou kunnen vervangen.

BluePrinter

Wurm jezelf niet langer door de troosteloze kudde winkelend vee in de Kalverstraat: vanaf maart kunnen er ook in Nederlandse huishoudens objecten worden geprint. Internetwinkels als blauwdruk.nl en printpurchase.com digitali­seren op grote schaal de chemische samenstelling van producten, van servies tot fietsbanden en van ballonnen tot ondergoed. In de blauwdruk van een product staat exact beschreven uit welke moleculen het object bestaat. De blauwdruk wordt online aangeschaft en vertelt de BluePrinter precies in welke combinaties de moleculen samengesteld moeten worden om het product te kunnen ‘printen’. In het apparaat zelf worden de moleculen in verschillende fases getransformeerd: van minuscule bouwsteentjes naar kleine onderdelen, en van onderdelen tot het uiteindelijke product. In plaats van een eindeloze rij winkels af te struinen, volstaat vanaf nu het op voorraad hebben van een flink standaardpakket basismoleculen. De BluePrinter is verkrijgbaar in drie verschillende groottes, afhankelijk van de producten die je ermee wilt printen. Volgens Laura Schuster, voormalig promovenda media en cultuur, heeft de mens al zolang hij bestaat het verlangen om de werkelijkheid na te bootsen. Van de eerste grottekeningen, via tekeningen en schilderijen, van fotografie en film, tot augmented reality op mobiele telefoons en holografische projecties in 3D. Maar hoe goed die simulatie ook leek op de werkelijkheid waarnaar ze verwees, zonder de ervaring van tastbaarheid bleef het ‘nep’. Omstreeks 2009 nam de simulatie echter een belangrijke stap: in navolging van de 3D-scanner werd ook de 3D-printer voor de consument beschikbaar. Plastic objecten konden vanaf toen thuis gereproduceerd worden door kunststof te verhitten en in de gewenste vorm te modelleren. Het was een kwestie van tijd voordat de vorderende techniek het mogelijk maakte om producten uit allerlei materialen te dupliceren. Een belangrijke en logische stap in het streven de werkelijkheid te kopiëren, meende Schuster in 2010. Waarvan akte. 6


Folia/Havana 19

C2C is comin’ right up Wat dragen we next season?

System_N Nature Nutrients Jeans en shirt: nanokristallen op denim stof van hennep. Wrijving van stof resulteert in energie voor onder andere iPods. Ontwerpers: Denise Blink, Wendy Heintjes, Tabitha Hunte, Daan Kuijf, Flo Stoelman

foto Fred van Diem

Celstofdenim, shirts van melkproteĂŻnevezels of schoenen gemaakt van hennepplanten: cradle to cradle gaat het modebeeld beheersen. Tweedejaars studenten fashion & design van het Amsterdam Fashion Institute lieten zich inspireren door de trend van re- en upclycing en volledig biologisch afbreekbare stoffen. Zie ook pagina 23, 32 en 37.


illustratie JeRoen MurrĂŠ


Cyberzus

Hier sta ik op de foto met mijn cyberzusje, mijn virtuele evenbeeld. Eigenlijk is ze meer een veredelde hulp in de huishouding, maar doordat ze zo veel op me lijkt noem ik haar toch ‘zusje’. Ze neemt de telefoon voor me aan, beheert mijn agenda, geeft voedings- en kledingadvies – en past alvast kleren voor me als ik daar geen tijd voor heb. Ze heeft precies dezelfde maten als ik, en groeit met me mee, dus dat is handig. Eens in de maand verwent ze zichzelf met een oliebeurtje, en kapotte onderdelen bestelt ze zelf, dus ze zorgt net zo goed voor zichzelf als voor mij.


Studeren in een huis van jezelf? van ingmar bergman regie ivo van hove met charlie chan dagelet roeland fernhout janni goslinga suzanne grotenhuis hugo koolschijn hadewych minis celia nufaar alwin pulinckx leon voorberg jessie wilms

kopenbijeigenhaard.nl scènes

uit een

huwelijk

7 t/m 16 jan 11

Betaal â‚Ź 10,00 met de Sprintpas van de Stadsschouwburg. Meer info www.ssba.nl stadsschouwburg amsterdam (020) 624 23 11 | www.tga.nl

Webspace nodig? Gratis Windows Server 2008 web hosting en .nl domeinnaam Ga naar: http://www.gratiswindowshosting.nl

m a e t b o J i d tu n S e e t r e e H d e Ben jij een High Potential? i t s t n s e r e w K . e Kies dan de kortste weg naar de top! 1 n 1 j 0 fi 2 d n een e r www.dekortstewegnaardetop.nl e t t e p s n e e en BestGraduates wordt georganiseerd in samenwerking met onderstaande topwerkgevers

BestGraduates Law wordt georganiseerd in samenwerking met onderstaande topkantoren

BestGraduates is een activiteit van

onderdeel van de


Peperjeans – inspired by forms of nature Nature – Innovation – Fair Jeans: Wasbaar, gelamineerd en coated papier en cellulosepulp op denimstof. Houten buttons en gerecyclede petzip. Charcoal dip-dye T-shirt. Ontwerpers: Jasmine Tjon Sie Fat, Kin-Mei Wong, Britt Glas, Eva Steinkühler

foto Fred van Diem

Folia/Havana 23


24 Folia/Havana

Geen subsidie Geen gezeik Moord en brand schreeuwden cultuurminnende studenten tijdens het voor de kunst- en cultuursector zo bepalende jaar 2010. Betogers tegen de voorgenomen overheidsbezuinigingen binnen de sector vulden het Leidseplein. Hoe verging het de kunst- en cultuurwereld na die tijd? We blikken terug op twintig jaar kaalslag, maar ook op hernieuwde creativiteit. Carlijn van Donselaar en Annemarie Vissers THEATER

Theater was ooit een verzamelnaam voor van alles en nog wat: toneel, cabaret, dans, musical. Hoe komt het dat we nu alleen de laatste vorm nog kennen? Dat heeft alles te maken met het jaar 2010. Geert Wilders was toen nog geen premier. Zijn Partij voor de Vrijheid gedoogde het kabinet Rutte-I. Als tegenprestatie eiste de partij afschaffing van wat Wilders ‘linkse hobby’s’ noemde.

Schreeuwen

Deze afschaffing betekende minder overheidsgeld voor groepen die hun kunsten op podia vertoonden. Tegelijk met deze bezuinigingen verhoogde de regering de btw-tarieven op kaartjes, die daardoor duurder werden. Demonstraties en protestacties volgden. Honderdduizend mensen, onder wie veel studenten, schreeuwden op het Leidseplein. ‘Stop de culturele kaalslag!’, klonk het woedend. De Eerste Kamer wist de invoering van de maatregelen nog even uit te stellen, maar stemde uiteindelijk toch in. Helaas bleken zij die eerder nog zo hartstochtelijk schreeuwden niet bereid meer te betalen voor kaartjes. Voor studenten was het überhaupt niet op te brengen, die moesten alle eindjes aan elkaar knopen om het drastisch verhoogde collegegeld te kunnen betalen. Leeglopende theaterzalen waren het gevolg. Het einde der culturele tijden werd verkondigd. En dan te bedenken dat de echte nekslag toen nog moest komen: de kabinetten Wilders-I en II, van 2013 tot en met 2020. Onder dit bewind werd een be-

zoek aan het theater nog duurder en de culturele geldkraan volledig dichtgedraaid. Het ene na het andere theater ging over de kop. In het geval van de vroegere Stadsschouwburg, dat we nu kennen als Theatermuseum, ging dit niet zonder slag of stoot. Het gebouw werd maandenlang gekraakt door aan lager wal geraakte acteurs en actrices als Barry Atsma en Halina Reijn.

DeLaMar

Werden alle theaters dodelijk getroffen door het overheidsbeleid? Nee, eentje bleef moedig weerstand bieden: het DeLaMar Theater aan de Marnixstraat, dat vorige maand haar twintigjarig jubileum vierde. Het lijkt onwaarschijnlijk dat juist een theater dat aan de vooravond van de ‘culturele kaalslag’ haar deuren opende, overleefde. Maar de eerste tien jaar werd het theater overeind gehouden door een rijke particulier, wijlen Joop van den Ende. Pas vlak voor zijn dood steeg de kaartverkoop. Eindelijk wilden mensen betalen voor de musicals die er speelden. Omdat alle culturele opleidingen er eind jaren tien mee ophielden, moesten Van den Ende en consorten zelf iets verzinnen voor het opleiden van jonge talenten. In 2021 startte de Chantal Janzen Musicalschool. De achtste lichting studeerde er een paar maanden geleden af. Om er zeker van te zijn dat de jonge musicalsterren in de smaak vallen bij een groot publiek zijn hun lessen via livestreams te volgen. Kijkers kunnen maandelijks stemmen op hun favorieten. Na twee jaar bestaat de groep afstudeerders nog uit

zes tot acht mensen, precies genoeg voor de drie musicals die Nederland rijk is. De musicals zoals we die nu kennen zijn trouwens niet te vergelijken met die van twintig jaar geleden. Toen werd alleen gezongen en gedanst. Tegenwoordig kan een beetje musicalster ook lange monologen en dialogen opdreunen en opera’s zingen. En grapjes maken, cabaret heet dat in vakjargon. Nee, van ‘culturele kaalslag’ merk je tijdens musicals nu vrijwel niets meer.

MUZIEK

Wie vandaag de dag langs Het Rieu Concertgebouw loopt (ooit bekend als Concertgebouw, nu in de volksmond ‘’t Rieu’ genoemd) zal zich moeilijk kunnen voorstellen dat het instituut ooit zware tijden heeft beleefd. In zijn eerste kabinetsperiode sprak premier Wilders zijn afschuw al uit over de halflege zalen van het in zijn ogen op de elite gerichte instituut. Toen de financiering in 2014 volledig werd stopgezet, stapte het oude bestuur uit protest op. De fusie met het Bimhuis, dat eveneens aan de rand van de financiële afgrond stond, luidde een nieuwe tijd in. Het nieuwe management begreep dat het een plan voor de toekomst moest uitwerken. Dat lukte. Het vond in de oude muzikant-zakenman André Rieu en een aantal multi­nationals geldschieters en sponsors. Ook werd er gesleuteld aan de formule en programmering. Nu is er voor elk wat wils aan het Concert­gebouwplein: linedanceavonden, operettes, meezingopera’s en natuurlijk het Groot Smartlappen Concours. Op zondagmiddagen in de oneven weken is er zelfs nog een uurtje experimentele jazz te beluisteren.

De Melkweg

Niet iedereen boog mee. Wat niemand voor mogelijk hield, gebeurde tien jaar na het beruchte jaar 2010 alsnog: poppodium De Melkweg, waar generaties studenten dansten, muziek maakten en optredens bezochten, sloot op de dag van haar vijftigjarig bestaan haar deuren voorgoed. Stichting De Melkweg was


foto Fred van Diem

Folia/Havana 25


advertentie


Folia/Havana 27

al jaren afhankelijk van particuliere giften, bijeengebracht door de Vrienden van de Melkweg om de toegangsprijzen na de btw-verhogingen enigszins te compenseren. Toen de gemeente Amsterdam onder het bewind van Wilders geen subsidie meer verstrekte, hield deze groep het podium moeizaam in leven. Totdat ook sponsor Rabobank zich noodgedwongen terug moest trekken. De bank was, als gevolg van de aanhoudende economische crisis, alsnog omgevallen. De sustainable dansvloer, toen het summum van nieuwe technologie, werd uit het oude pand gesloopt en geschonken aan het Digitaal Historisch Museum. Nu resteert alleen Paradiso nog. Ook grote muziekbijeenkomsten in weilanden, ‘buitenfestivals’, hadden het zwaar. Studenten probeerden twintig jaar geleden met alle macht een kaartje te bemachtigen voor zo’n evenement om hun favoriete artiesten te zien optreden. Het bekendste en grootste festival, Lowlands, probeerde in 2010 nog in te spelen op de dreigende btw-verhogingen door toegangsbewijzen eerder te verkopen. Je ouders weten misschien nog wel hoe ze uren in een wachtrij moesten staan, en alsnog misgrepen. Het begrip ‘artiest’ zoals men dat twintig jaar geleden kende, kennen wij overigens al lang niet meer. Destijds werd het echter volledig geaccepteerd dat zo’n ster samen met een invloedrijke manager, bepaalde wat jij wekenlang in de hitlijsten hoorde. Tegenwoordig vinden we het vrij normaal een eigen aandeel te kopen in de muziek van artiesten, via internet in te loggen bij opnamesessies en commentaar te leveren op het eindresultaat. In 2017 werden eveneens de eerste virtuele festivals, waar artiesten van weleer als avatar ‘optraden’, een feit. Hoewel toen nog vrij provisorisch – via een laptop en betaald – ging de techniek snel: drie jaar later kon je via je smartphone inloggen op talloze kanalen en elk gewenst ‘festival’ virtueel beleven met je eveneens ingelogde vrienden. Die digitaal geremasterde artiesten kregen overigens steeds verfijndere vormen. In de versies vanaf 2021 zie je duidelijk een verbetering van de holografische mogelijkheden, nu zijn ze niet meer van echt te onderscheiden. En dan te bedenken dat je ouders de getekende band Gorillaz al extreem vernieuwend vonden.

Eigenharp

Natuurlijk zorgden de overheidsbezuinigingen niet alleen maar voor kommer en kwel. Creatievelingen en liefhebbers begrepen heel goed: ‘the threat was the opportunity.’ Vooral langdurig werkloze musici die ooit gestudeerd hadden aan niet-commerciële muziekopleidingen probeerden hun kennis in te zetten voor nieuwe vormen van inkomsten. De kruisbestuivingen met af-

geserveerde musici van de opgeheven omroep­ orkesten zorgden voor briljante ontdekkingen. Kijk alleen al naar de enorme vlucht die de instrumentenindustrie heeft genomen. Het was twintig jaar geleden ondenkbaar dat de Eigenharp (ja, dat ding met 120 toetsen, waarmee je zelf een complete band in je handpalm hebt) qua ontwikkeling nog in de kinderschoenen stond. Sterker: studenten van toen hadden überhaupt nog nooit gehoord van interne fysieke muziekbeleving. Voor ons is de techniek van het omzetten van hersengolven naar geluiden – het ‘denken van muziek’ – al gesneden koek, de bètaversie van de Electro-encephalophone is inmiddels redelijk goed ontvangen. In 2035 verwacht men op grotere schaal aan de slag te kunnen met het apparaat. Tot die tijd vermaakt het publiek zich nog wel met het nu zo populaire Beamz. Nog nooit was het zo leuk om met je handen en lasers muziek te maken.

FILM

Filmtechnisch was Nederland in 2010 ook hopeloos ouderwets. Voor analoge, tweedimensionale films kochten mensen kaartjes. Van papier. Om vervolgens op een vastgesteld tijdstip met z’n allen naar een zaal te gaan waar de film ‘draaide’. Met mensen in de hoofdrollen. Het moge duidelijk zijn: ook op dit gebied is veel gebeurd in de jaren tussen toen en nu.

Bioscopen

Het fenomeen bioscoop, om te beginnen. Waar wij alleen nog de grote 4D-studio van Pathé kennen, stikte het in Amsterdam vroeger van de bioscopen. Sommige zijn nog te vinden op de website van Vergeten Culturele Monumenten: het Ketelhuis, Kriterion, Rialto. Klinkt allemaal zo heerlijk jaren nul. De echte filmliefhebbers kochten een zogeheten Cinevillepas, waarmee ze onbeperkt films konden bekijken in deze bioscopen. Tot 2012, toen sloten de meeste hun deuren. Kriterion was de eerste die ging. De studenten die deze bioscoop runden, stopten ermee na een wetswijziging. Niemand wilde een onbetaalbaar jaar vertraging riskeren als gevolg van vrijwilligerswerk. De andere bioscopen kwamen in de problemen toen de subsidies en fondsen werden opgeheven onder het kabinet-Rutte. De langste adem had het Ketelhuis, dat na een anonieme donatie nog twee jaar bleef bestaan onder de naam ‘Jeroen Krabbé Filmtheater’. Amsterdamse filmliefhebbers treurden niet lang om het verdwijnen van de bioscopen in hun stad: de eerste betaalbare driedimensionale thuisbioscopen kwamen al snel op de markt. Reuze modern vonden mensen dat toen. Bestelde films konden op een zelfgekozen tijdstip bekeken worden, waarmee een bezoek aan de laatst overgebleven bioscopen iets

ouderwets werd. Voor Pathé volgden zware jaren. In 2022 opende het bedrijf in Amsterdam zijn eerste vierdimensionale experience. Veel studenten zullen zich hun eerste 4-D-film met bewegende stoelen en chemische geuren nog goed herinneren. De thuisvariant hiervan is nu nog onbetaalbaar, maar dat is een kwestie van tijd.

Bollywood

Aan de film zelf veranderde ook het nodige. Tot tien jaar geleden werden de meeste rollen nog gespeeld door acteurs van vlees en bloed. Dit veranderde toen een zware economische crisis het Amerikaanse Hollywood, toen het centrum van de filmwereld, trof: een gevolg van de opkomst van de thuisbioscoop. Acteurs en regisseurs kwamen op straat te staan, sommigen slaagden erin een overstap naar het minder zwaar getroffen Bollywood te maken. Om de kosten te drukken, vervingen veel filmproducenten menselijke acteurs door digitale. Een paar succesvolle acteurs en actrices van vroeger hebben inmiddels weer werk. Angelina Jolie, Johnny Depp en de Nederlandse Carice van Houten bijvoorbeeld, kennen we nu als de stemmen van digitale acteurs. Aan de eerste lichting digitale acteurs was nog te zien dat het geen mensen zijn, inmiddels zijn er geen zichtbare verschillen meer. Een trend die we sinds een paar jaar kennen is het opnieuw uitbrengen van klassiekers uit de twintigste eeuw. Het schijnt dat acteurs als Jude Law en Colin Firth vroeger net zo knap waren als hun digitale karakters nu. Je kunt het je niet meer voorstellen. Ook onvoorstelbaar: het succes van de film Avatar, meer dan twintig jaar geleden. De driedimensionale effecten in de film werden destijds revolutionair genoemd. Maar om ze te kunnen zien, moesten kijkers brilletjes op die voor hoofdpijn zorgden en waardoor veel beelden vervaagden. Lang leve de technische vooruitgang.

Nederlandse films

Films gemaakt door Nederlanders kennen we nu niet meer. Maar voor het verdwijnen van bijna alle bioscopen was er een volwaardige binnenlandse filmindustrie. Sommige Nederlandse films werden door maar een paar duizend mensen bekeken, dat was nog in de tijd van de eerder genoemde subsidies. Elk jaar was er een festival dat in het teken stond van films van eigen bodem. De meerwaarde van deze films zat ’m volgens sommigen in de herkenbaarheid ervan. Een acteur in een oerHollandse setting de eigen taal horen spreken, dat vonden mensen toen leuk. De digitale acteurs van nu spreken elke taal, zelfs Fries. Ja, dat soort details kun je gerust aan de grote jongens in Bollywood overlaten. 6


28 Folia/Havana


Folia/Havana 29

met de lightrail of het podje?

foto Pascal Tieman / House of Secrets

Straks woont en studeert Souraya Gastrella in Amsterdam. De stad is de laatste jaren in rap tempo uitgegroeid tot een miljoenenmetropool. Gastrella’s toekomstige Amsterdamse studiegenoot Esra Sitaldin neemt haar daarom vast mee op een reis door Amsterdam. Jeff Pinkster


30 Folia/Havana

Ze zijn jong, aantrekkelijk en de wereld ligt aan hun voeten, maar ze zijn nog wel vrijgezel. Daarom gaan ze vanavond op jacht. ‘Een goede start hoort erbij,’ zegt Esra Sitaldin (20) lachend. ‘We gaan niet meer voor “hij is oké, gezellig, tja knap, ik weet het niet, maar heel aardig”. Nee, we gaan voor Mr. Perfect,’ grapt Souraya Gastrella (21). Ze wonen samen in een studentenhuis aan de Herengracht. De avond start in de Ziggodome, vlakbij de Amsterdam Arena, het tweede stadscentrum van Amsterdam. ‘Gaan we met de lightrail of bestellen we een Podje?’ vraagt Gastrella. Twintig jaar werkt Metropool Amsterdam nu aan het Hoogwaardige Openbaar Vervoer-netwerk (HOV-netwerk) dat de steden aan de noordkant van de Randstad via lightrail, metro en hogesnelheidsbussen aan elkaar knoopt. Haarlem, Amsterdam, Amstelveen, Schiphol, Purmerend, Hilversum, Almere en de kleinere dorpjes eromheen: ze zijn nu allemaal aangesloten op het HOV-netwerk. Tijdens de opening, vijf jaar geleden, noemde koning Willem-Alexander het lightrailtraject tussen Almere, Amsterdam en Haarlem nog een klein wonder; in twintig minuten tijd van Almere naar Haarlem. De lightrail is wat Sitaldin betreft de beste optie. ‘Snel, en zo zie je tenminste nog wat van de stad.’ Opstappunt is de Dam, waar Gastrella als klein kind al vaak kwam met haar ouders. Fietsend naar het opstappunt verwonderen de vrouwen zich over de snelheid waarmee Amsterdam is veranderd. ‘Ik kan me nog wel herinneren dat we een dagje uit gingen,’ vertelt Gastrella. ‘Vroeg op, en dan ook écht met de trein naar Amsterdam.’ Sitaldin vult aan: ‘En dan verder met de tram, dat is nog maar een paar jaar geleden.’ Afstand is het punt niet meer. Gezinnetjes en oudere inwoners op zoek naar de rust en natuur zijn de polder ingetrokken, nu ze vanuit bijna elke plek in Nederland snel in een willekeurige stad zijn dankzij een goed netwerk van openbaar vervoer en Pods. Met het gevolg dat populaire wijken het domein zijn geworden van studenten, dagjesmensen en toeristen. In de stadspromotie wordt het populair ‘een beleving’ genoemd, ‘pretpark Metropool Amsterdam’ noemen criticasters de stad ook wel eens. ‘Dit is de Wibautstraat,’ zegt Sitaldin terwijl ze naar beneden wijst. ‘Ooit een drukke verkeersader, nu een lang park met een gracht erdoorheen. Op de Amstelcampus zul je de komende

maanden nog wel wat werkcolleges krijgen.’ De reis voert dwars door het gebied waar honderden studenten ooit noodgedwongen een container huurden om in te wonen. ‘De Ziggodome is gewoon relaxed,’ zegt Sitaldin even later tegen haar vriendin, wandelend over de Arena-boulevard. ‘Beetje eten, wat drinken en als we nog zin hebben blijven we daar gewoon dansen.’

Noord/Zuidlijn

Vijf jaar geleden verwonderde de koning zich nog over het nieuwe lightrailtraject, inmiddels vliegen de wonderen hem om de oren. De door Google ontwikkelde Pod heeft de maatschappij radicaler veranderd dan het internet dat deed aan het begin van de 21e eeuw. De zichzelf besturende auto heeft een volledig zicht om de auto heen, raakt niet afgeleid en de kans dat de auto een ongeluk veroorzaakt is bijna nihil. Daardoor is de Pod extreem licht en verbruikt nauwelijks brandstof. De ontwikkelingen staan in schril contrast tot de jaren nul en tien, toen er volop kritiek was op grote publieke projecten, zoals de Noord/Zuidlijn. Na de definitieve voltooiing van de metrolijn in 2018 keerde het tij. Het noorden van de stad ontwikkelde zich in hoog tempo en inmiddels vervoert de lijn dagelijks meer reizigers dan ooit was geraamd. Daarmee werd de eens verfoeide, miljardenkostende metro een ongekende katalysator voor nieuwe ontwikkelingen in het openbaar vervoer: het HOV-netwerk. ‘Ou-de-lul-len-mu-ziek. Laten we ergens anders heengaan,’ zegt Gastrella geïrriteerd. Het is nog vroeg. Droog somt Sitaldin de mogelijkheden op: ‘Het Patronaat in Haarlem, de Anno in Almere of een ouderwetse kroegentocht door de oude studentenwijk van Amsterdam.’ Na wat overleg valt de keuze op de Anno in Almere; gratis reizen mogen ze toch. Met haar telefoon bestelt Sitaldin een Podje, die nog geen minuut later voorrijdt bij station Bijlmer. In het Randstedelijke Pod-netwerk is Den Haag in een klein kwartier te bereiken, Utrecht in twaalf minuten en Haarlem kost maar een minuut of vijf. Het zorgde enkele jaren geleden voor een aardverschuiving, maar door de voordelen van het systeem verdween de auto al snel uit het straatbeeld. De Pods zijn computergestuurd en bereiken snelheden tot 250 kilometer per uur. Ze zijn voor iedereen beschikbaar die daarvoor een abonnement heeft afgesloten.

‘Hier lopen dus echt lekkere gasten rond,’ zegt Sitaldin op de Grote Markt. ‘Alle sportopleidingen van de HOA zitten hier. Ze hebben de ruimte.’ Gastrella knikt tevreden. De zaal is redelijk gevuld voor een zondagavond. De vrouwen trekken de aandacht. Halverwege de nacht en flink wat wijntjes later rust de mond van Gastrella op die van een andere bezoeker. ‘Mr. Perfect was het niet, maar zijn nummer heb ik wel,’ zegt Gastrella even later. Verantwoordelijk als ze is wijst Sitaldin haar toch op dat werkcollege van morgenochtend.

HOV-netwerk

De polder om in te wonen, de stad om in te leven. Demografen hielden er twintig jaar geleden geen rekening mee. De verwachting was dat de werkgelegenheid en het aantal inwoners zouden blijven groeien. Binnen de stadsgrenzen moesten nieuwe woningen en kantoren gebouwd worden. In Amsterdam werden zeventigduizend nieuwe woningen gepland voor 2040– vijftigduizend zijn er inmiddels gebouwd. Almere schatte de behoefte op zestigduizend, de Haarlemmermeer twintigduizend. Maar aan die trend maakten het HOV-netwerk en het Randstedelijke wegnet een radicaal einde. Werkende mensen verlieten de stad, terwijl studenten de stad juist introkken. Op weg naar Roeterseiland – HOA-vestiging communicatie. De maandag is begonnen, met een paar uur slaap zitten ze alweer op de fiets. ‘Nog wat gehoord van die gast,’ vraagt Sitaldin. ‘Nope. Eigenlijk ook geen behoefte aan,’ antwoordt Gastrella lachend. De fietstocht voert over een nog rustige gracht. Sinds de auto’s zijn verdwenen worden er dagelijks markten langs het water opgezet. In het opgebloeide studentenkwartier van de HOA bij de Weesperstraat heerst een ontspannen sfeer, zo aan het begin van het nieuwe collegejaar. ‘Na college gaan we de stad verder verkennen,’ zegt Sitaldin. Het was niet alleen de Noord/Zuidlijn die het tij keerde. Er lag ook een praktische reden aan ten grondslag: het dichtslibben van de belangrijkste verkeersaders van de stad. Amsterdam was halverwege de jaren tien onbereikbaar geworden voor de auto. De gemiddelde snelheid lag structureel lager dan de gemiddelde fietssnelheid. Dat forensen de files als voldongen feit accepteerden maakte het probleem alleen maar erger: van en naar Amsterdam stonden automobilisten struc-


Folia/Havana 31

tureel in de file. Cruciaal is het besluit geweest van de gemeentes in de regio om langdurig en grootschalig te investeren in de verbetering van het openbaar vervoer.

De grote trek

‘Winkelen in Boven het IJ?,’ vraagt Sitaldin. ‘Jij bent mijn gids!’ antwoordt Gastrella. De tocht per fiets, een vervoermiddel dat onverminderd populair blijft, voert via de Plantage Kerklaan naar de Prins Hendrikkade. De lange fietsbrug geeft een prachtig uitzicht over het water, dat er kalm bij ligt en wordt opgelicht door het winterzonnetje. ‘Het populairste stukje stad voordat de grote trek naar de polder begon,’ zegt Sitaldin bijna filosofisch, eenmaal aangekomen in winkelgebied Boven het IJ. ‘Maar nog steeds populair bij studenten en winkelend publiek.’ Bij het besluit van de gemeentebesturen in de regio om te investeren in openbaar vervoer, voeren zij op voorspellingen van de Amsterdamse Dienst Infrastructuur Verkeer en Vervoer (DIVV). De gemeentelijke onderzoekers constateerden al in 2010 dat de bereikbaarheid van de stad ernstig in het geding zou komen als er geen maatregelen genomen werden. Het aantal reizigerskilometers zou met maar liefst dertig procent kunnen toenemen. De oplossing: een hoogwaardig openbaarvervoernetwerk. Twee jurkjes, een paar laarzen en een muts verder vervolgen de studiegenoten hun reis door de stad. ‘Naar Zuid,’ schreeuwt Sitaldin als een generaal tegen zijn troepen, met haar arm wijzend in de richting van station Noord. ‘Ben je weleens in New York geweest? Ook daar is het zuiden van de stad veranderd in een gigantisch financial district. Ooit hip, maar nu wonen er alleen nog maar neurotische vrouwtjes die geld willen verdienen op de beurs.’ Gastrella volgt haar gids gedwee de ellenlange roltrap af het station in. Het aantal veranderingen dat de gemeente­ besturen in de regio in een kleine vijftien jaar hebben doorgevoerd is immens. Pods bevoorraden de winkels in de nachtelijke uren, auto’s, vrachtwagens en trams zijn uit het straatbeeld verdwenen en de publieke ruimte heeft een complete metamorfose ondergaan. Parkeerplekken en stoplichten zijn verdwenen, een groot aantal drukke verkeersaders is veranderd in parken en sinds kort kunnen wegdelen met lichtstrepen al naar gelang de drukte worden aangepast in bredere of smallere vakken.

‘Hier wordt het grote geld dus verdiend,’ zegt Sitaldin een kleine vijf minuten later op station Zuid. Gastrella verbaast zich over de enorme wolkenkrabbers, die reiken zo ver het oog kan zien. ‘Daar verderop lag toen ik klein was nog Buitenveldert,’ zegt Sitaldin, wandelend naar de De Boelelaan. ‘Gek eigenlijk,’ merkt Gastrella op. ‘De oude VU is nu ook gewoon een onderdeel van de HOA.’ Op de veertiende verdieping van de voormalige universiteit eten de studiegenoten een broodje. Het zicht in de koepel is fenomenaal, moet Gastrella toegeven aan haar gids. Vanaf de hoogste etage van HOA-vestiging bijzonder onderwijs is nauwelijks nog te onderscheiden waar Amsterdam begint en eindigt, zelfs niet met een telescoop. Als kern van de Metropool heeft Amsterdam de hele regio opgeslokt. Economisch, cultureel en politiek zijn de andere gemeentes ondergeschikt geworden aan de moederstad. Wat eens de Noordvleugel van de Randstad werd genoemd door gemeenteambtenaren en politici in Den Haag, is nu een aaneengesloten gebied dat verbonden wordt door het HOV-netwerk. Dankzij inzet van verschillende milieugroeperingen zijn de groenstroken altijd behouden gebleven.

Heiligschennis

De avond valt. Het duo besluit de oude studentenwijk van Amsterdam in te duiken. De wijk heet inmiddels studentenkwartier De Pijp, om

de herinnering levend te houden aan wat ooit was en om toeristen te lokken. ‘Mijn ouders woonden hier tijdens hun studie,’ vertelt Gastrella. De wijk is altijd populair geweest, maar verloor de slag toen de prijzen van woningen elders in de stad kelderden. Noord kwam op als een populaire plek en ook het centrum werd betaalbaar voor studenten. Uit tal van onderzoeken – en eenvoudige observatie – blijkt dat de fiets nog altijd het favoriete vervoermiddel is van studenten. Twintig jaar geleden had de fiets al de hoofdrol van de auto in de Amsterdamse binnenstad overgenomen – in studentenkwartier De Pijp wemelde het van de tweewielers. De fiets had toen al een aandeel van 47 procent in het aantal verplaatsingen, inmiddels is dat opgelopen tot ruim 68 procent. In die statistieken zijn de elektronische fiets en scooter nog niet eens meegenomen – die worden nog altijd gezien als gemotoriseerd verkeer. Na een korte wandeling over de Albert Cuyp houden de vrouwen even halt bij het standbeeld van André Hazes. ‘Wie is dat in godsnaam,’ vraagt Gastrella zich hardop af. ‘Heiligschennis wijffie! ’t Was een pracht van een zanger.’ schreeuwt een oudere man in het voorbijgaan. Sitaldin lacht. ‘Niet elke Amsterdammer heeft de stad verlaten.’ In café De Flamingo halen de vrouwen later een drankje. ‘Op de kater,’ proost Gastrella. ‘Op een geweldig studentenleven,’ antwoordt Sitaldin. 6


32 Folia/Havana

foto Fred van Diem

The Pioneers Bassinet Jeans: Water- en vuilafstotende stof van gerecyclede petflessen. Broek transformeert tot fotoalbum door gebruik van polaroids, genomen op plekken waar de broek gedragen wordt. Ontwerpers: Marlou Ansems, Ruud van Esch, Adiam Issak, Ilse de Vries, Shantushca Maria


Folia/Havana 33

illustratie Pascal Tieman

Dankzij haaienpakken en computer足 gestuurde schaatsen sneuvelt record na record. Maar is met al deze innovaties en sportwetenschap sport nog wel echt sport? Ron Santing


illustratie Bas Kocken

34 Folia/Havana

‘Bestond er maar een machientje dat aangaf wanneer je beter in je bed kunt gaan liggen dan te schaatsen, kon je op momenten van twijfel maar even in je eigen lichaam kijken om te weten wat verstandig is.’ schaatsster Ireen Wüst, 2009 De grens waar sport ophoudt en technologie het overneemt lijkt bereikt. Sport moet een activiteit zijn waarin individuen – of een samenstelling van individuen – met elkaar strijden en een maximale prestatie willen bereiken. Het hoort geen wedstrijdje technologie te zijn.

Speelbal

Zwemmen is een voorbeeld van een sport die inmiddels geheel draait op technische verworvenheden. Lag voorheen de nadruk op de pure krachtmens, werden records gezwommen op uithoudingsvermogen, techniek en spierkracht, aan het einde van de twintigste eeuw was er plots de intrede van het haaienpak, dat de weerstand verminderde en het drijfvermogen verhoogde. Alle records sneuvelden. Zwemmers met de beste pakken zetten de snelste tijden neer. Sommige zwemmers droegen zelfs drie pakken over elkaar. Hierdoor vonden anderen dat ze benadeeld werden. De internationale zwembond FINA reageerde met strikte afspraken om gelijke kansen te kunnen garanderen. Het haaienpak werd verboden. Maar de scherpe records, die bleven wel staan. Om deze succesvol aan te vallen zocht de zwemwereld het opnieuw in de wetenschap. Er werden trainingstechnieken ontwikkeld waarbij de zwemmer volgeplakt zit met sensoren. Het blote oog van de trainer, hoe begaafd ook, was niet langer goed genoeg. Door deze sensoren constant gegevens door te laten sturen is er nu veel meer informatie beschikbaar. Deze

data kunnen vergeleken worden met bijvoorbeeld een eerdere poging of de start van een andere zwemmer, zodat meteen te zien is waar verbetering te boeken is. Daarnaast berekenen de sensoren de druk en versnelling, waardoor de weerstand en de voortstuwingskracht te meten zijn. Ook worden er metingen verricht om te zien op welke manier de zwemmer het beste water in beweging kan zetten. Ondanks opzienbarende resultaten bleven de records staan, tot frustratie van de twee generaties zwemmers die zich erop stukbeten. Kort geleden bewoog dit de internationale zwembond ertoe de haaienpakken, zij het beperkt en onder strikte voorwaarden, weer toe te staan. Zwemmen is zo verworden tot een sport die niet meer zonder technische hulpmiddelen kan functioneren – de sport als speelbal van de techniek.

Machientje

De toepassing van wetenschap, innovaties en techniek is sterk toegenomen dankzij de focus van de overheid op gezondheid. Om overgewicht onder de Nederlandse bevolking tegen te gaan en beweging te bevorderen, is er veel geld vrijgemaakt voor sport. In dit licht is ook de oprichting in 2018 van het inmiddels toonaangevende onderzoeksinstituut Netherlands Sports Science Institute (NSSI) te plaatsen. Afgekeken van het Australian Institute of Sports (opgericht in 1981) en in het leven geroepen om de wens om in de mondiale top tien te staan (gemeten naar olympische medaillespiegel) te realiseren. Ook de verregaande commercialisering van de sport heeft een rol gespeeld. Sport is business, de clubs bedrijven en de sporters producten. De competities zijn mondiaal, de stadions gigantisch, spelers mogen uitkomen voor welke ploeg ze willen. De sponsoren willen graag iets van hun investering terugzien en komen met grote bedragen over de brug om hun sporters de beste te maken.

Het gevolg is dat sport veel individualistischer is geworden. De manier van trainen is veel meer dan vroeger gericht op de afzonderlijke sporter, zoals zwemmen laat zien. De haaienpakken zijn aan het lichaam van de sporter aangepast, trainingsprogramma’s per zwemmer vastgesteld. Maar ook bij andere populaire sporten als schaatsen en voetbal is dit fenomeen zichtbaar: inmiddels is het machientje van oud-schaatsster Ireen Wüst werkelijkheid. Moderne technieken hebben het mogelijk gemaakt nauwkeurige metingen te doen met een chip die in het lichaam van de sporter geïmplanteerd wordt. Op basis van de op deze manier verkregen gegevens worden diëten samengesteld, trainingsprogramma’s opgesteld en zelfs de slaapmomenten bepaald.

Van ruimtepak tot computerschaats

In het moderne schaatsen zijn vergelijkbare ontwikkelingen waar te nemen. Een belangrijke naam in de innovatie van die sport is die van Franz Krienbühl, een Zwitser die in 1974 onder hoongelach in een strak aerodynamisch jumpsuit de baan opstapte. Het werd gekscherend aangeduid als ‘ruimtepak’. Twee jaar later droeg het gehele deelnemersveld een dergelijke outfit. Jaren later begon men snelheidsstrips op de pakken te plakken om de luchtweerstand te verminderen. Later werden dit delta’s: ruwe luchtcirculerende driehoekjes die niet alleen meer op onderbenen en muts zijn bevestigd, maar op het gehele lichaam. Bovendien zijn de huidige pakken gemaakt van hetzelfde materiaal als de haaienpakken. De meest ingrijpende innovatie in de schaatssport moet echter de intrede van de klapschaats geweest zijn, ruim dertig jaar geleden. In één seizoen werden alle records aan flarden gereden. De volgende stap was de peakschaats. Waar de klapschaats simpelweg langer contact hield met


Folia/Havana 35

het ijs, breidde de peakschaats dit succes uit. In de bochten is het beter om slechts kort contact met het ijs te hebben en komt een rondere schaats beter van pas. Zoals bij ijshockey. Het ijzer van de peakschaats heeft een flexibele ronding, die meebuigt met de beweging van de schaatser: het ijzer van de peakschaats is inschuifbaar aan voor- en achterzijde. Om nog scherpere records neer te kunnen zetten is de computerschaats ontwikkeld. Dit is een schaats waarbij het ijzer dankzij een computertje de eerste paar slagen vast wordt gehouden, zodat het mechanisme van de klap- en peakschaats nog niet in werking treedt.

Menselijke foutmarge

De doorvoering van veranderingen hangt echter niet alleen af van de beschikbare technologie. Neem voetbal. Dit moet wel de meest conservatieve sport zijn die er bestaat. Innovatie werd jarenlang structureel tegengewerkt door de wereldvoetbalbond FIFA en het IFAB, de instantie die de wetten van het voetbal bepaalt. De meest ingrijpende verandering in de sport is de doellijntechnologie. Deze discussie vindt zijn oorsprong in de WK-finale van 1966, waarin een schot van de Engelsman Geoff Hurst via de onderkant van de lat de lijn wel/niet passeerde, wel werd toegekend en Engeland de eerste wereldtitel bezorgde. Destijds was er nog geen techniek voorhanden om te zien waar de bal precies landde, maar toen deze techniek wel beschikbaar werd, werd er vreemd genoeg geen gebruik van gemaakt. Sepp Blatter, die vanaf 1998 president van de FIFA was, hield dit tegen. Hij deed water bij de wijn: een heilloos experiment met extra scheidsrechters bij elk doel die moesten bepalen of de bal de doellijn was gepasseerd. Oud-trainer van onder meer Ajax, Barcelona, Bayern München en Argentinië Louis van Gaal is altijd een voorvechter van technologi-

sche ontwikkelingen geweest. ‘Voetbal is geen charmesport, daar zijn de belangen te groot voor,’ zei hij. Zo pleitte hij voor het afschaffen van de assistent-scheidsrechters. Zij moesten vervangen worden door computers, omdat die geen fouten maken. Van Gaal: ‘We moeten het menselijke oordeel uitsluiten, omdat dat altijd subjectief is.’ Ook pleitte hij al lang voordat dit werd ingevoerd voor een bal met chip, waardoor de discussie helemaal uitgesloten zou zijn. Inmiddels worden er ook allerlei metingen verricht door de invoering van deze chip, zoals de balcirculatie en de snelheid van passing en schoten. Toen tijdens het WK van 2010 de discussie weer in alle hevigheid oplaaide, beloofde Blatter de doellijntechnologie tot agendapunt te bombarderen. Het gebeurde niet. De argumenten waren destijds bizar, maar zijn vandaag de dag helemaal ondenkbaar: ‘Als er technologie bij komt kijken, zullen er geen discussies meer zijn. Dat willen we niet. We willen emoties op het veld en soms wat meer dan dat: passie.’ Toen bekend werd dat Blatter en FIFA-consorten zich bij het toebedelen van de WK’s van 2018 (Rusland) en 2022 (Qatar) riant hadden laten omkopen, werd het voltallige bestuur afgezet en aangeklaagd voor corruptie. De deur naar vernieuwing kon eindelijk open. Van de weeromstuit greep de voetbalwereld direct naar alle beschikbare hulpmiddelen. De doellijntechnologie is inmiddels niet meer weg te denken. Een simpele, maar doeltreffende ingreep: door de chip in de bal is met gps de positie van de bal op het veld uiterst nauwkeurig te bepalen, dus ook of hij over de doelijn is geweest of niet. Verder is er nog het buitenspelsysteem, ingevoerd om de menselijke foutmarge tot een minimum te beperken. Behalve de twee grensrechters hebben beide teams elke helft twee keer de mogelijkheid de hulp in te roepen van videobeelden. Door dit systeem

– een variatie op het zogenaamde ‘Hawk-Eyesysteem’ uit het tennis, kan de scheidsrechter een situatie nog eens bekijken en desnoods zijn oordeel wijzigen. Ook het gebruik van kunstgras is ooit controversieel geweest. Niet alleen zou het tot meer blessures leiden, ook zouden voetballers hechten aan de geur van gras en glijden door de modder. De huidige velden zijn van zo’n hoge kwaliteit dat ze minder blessures veroorzaken. Daarnaast is de generatie spelers die met heimwee terugdenkt aan een verse grasmat aan het uitsterven: huidige jonge spelers hechten hier helemaal niet meer aan. Ze kennen het gevoel nauwelijks. De afgelopen twintig, vijfentwintig jaar heeft het grootste deel van de pupillen leren voetballen op kunstgras. Voor amateurverenigingen zijn die immers een stuk minder duur in het onderhoud en het veld kan veel intensiever gebruikt worden. Natuurgras als ondergrond is aan het uitsterven en wordt tegenwoordig als erg elitair beschouwd. Het spel op modern kunstgras is attractiever, sneller en technischer. Bovendien: sinds het WK van Qatar is het meer regel dan uitzondering geworden om de stadions multifunctionele evenementenhallen van enorme proporties te maken en dan is kunstgras gewoon veel gemakkelijker.

Grijs en diffuus

De tijd dat sport puur bestond uit proberen het maximale vermogen van het menselijk kunnen te benaderen is voorbij. De wetenschap en de technologie hebben een zodanige opmars gemaakt dat ze niet meer weg te denken zijn uit de moderne sportwereld. Er is een grijs en diffuus grensgebied. Techniek heeft de regels, de materialen en de sporters zelf veranderd. De invloed van de sporters lijkt triviaal. Maar of de wetenschap het sport- en speelplezier ten goede is gekomen, is maar de vraag. 6


advertentie


Folia/Havana 37

foto Fred van Diem

Double Dutch – don’t let the rain stop you Jeans: waterafstotende coatingstof en denim. Denimstof wordt eveneens gebruikt als schoenstof. Ontwerpers: Marissa van Bemmel, Yvara Graaven, Jaleesa Thijm, Janine Visser, Jette ter Welle


advertentie



Folia15_64