OVER DE EIGENHEID VAN KUNSTENAARSINTERVIEWS
KUNSTENAARSINTERVIEWS: MONDELINGE GESCHIEDENIS OF NIET? De voorbije jaren ondersteunde het Departement Cultuur, Jeugd en Media 25 pilootprojecten nalatenschappen kunstenerfgoed. Een groot deel daarvan gebruikte mondelinge getuigenissen om de nalatenschappen van deze kunstenaars en kunstenorganisaties (mee) in kaart te brengen.1 Dit nam verschillende vormen aan: interviews met de kunstenaar zelf, met diens netwerk of familie, via audio-opnames of audiovisuele captering … In hoeverre volgen deze interviews de methodiek van mondelinge geschiedenis? Wat zijn de verschillen? faro ging hierover in gesprek met vier erfgoedpartners die de pilootprojecten ondersteunden: Helen D’Haenens (Letterenhuis), Nele Luyts (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen), Justine Van Gysel en Staf Vos (CEMPER).
MONDELINGE GESCHIEDENIS
Jelena Dobbels
62
Bij deze pilootprojecten is er een grote persoonlijke betrokkenheid. Veel familieleden of (voormalige) medewerkers engageren zich voor de nalatenschap van hun (al dan niet overleden) vader, moeder of (professionele) partner. Brengt die betrokkenheid de objectiviteit van de interviews in gevaar? Helen: “In het project rond dansicoon Jeanne Brabants alvast niet. Daar brachten we via interviews haar verschillende rollen in kaart: choreografe, pedagoge, leidinggevende, lobbyiste. Haar zoon Koen Van Kerkhoven gaf input over de vragen die we zouden stellen, maar nam de interviews niet zelf af. Dat deed ik. Als projectmedewerker behield ik zo wat meer afstand, maar was er wel een artistieke betrokkenheid omwille van mijn achtergrond in dans.”
Staf: “Die betrokkenheid was ook een voordeel. Koen legde bijvoorbeeld het eerste contact met de mensen die we wilden interviewen, omdat hij velen persoonlijk kende. Anderzijds was er omwille van zijn betrokkenheid soms enige terughoudendheid om een aantal meer kritische zaken over Brabants te delen. Hij was zich daarvan bewust, en daarom vooral op de achtergrond betrokken.” Nele: “Die afweging zien we ook bij andere projecten, zoals de nalatenschap van beeldende kunstenaars Jadran Sturm en Åsa Lie. Om een twintigtal sleutelwerken van dit kunstenaarsduo te contextualiseren, werd Åsa Lie geïnterviewd. Aanvankelijk zou haar dochter Merzedes Sturm-Lie dit doen. Om verschillende perspectieven te kunnen belich-