MEERSTEMMIGHEID
PLEIDOOI VOOR DEKOLONISATIE
“We zijn bezig mentaal te dekoloniseren, maar missionarissen maken geen deel uit van het verhaal” Waarom worden missionarissen in Vlaanderen op handen gedragen? Hoe verhoudt missionering zich tot kolonisatie? Passen we onze kijk op het missieverleden best aan? Deze vragen onderzocht Idesbald Goddeeris1 in zijn boek Missionarissen. Geschiedenis, herinnering, dekolonisering2, dat in september verscheen. Al snel na de publicatie dook de figuur van Damiaan in de media op. Er is meer nuancering nodig, in plaats van een zwart-witverhaal, reageert Goddeeris. Een gesprek. Katrijn D’hamers
U opent de inleiding van het boek met de zin: “Zowel missionarissen als de manieren waarop we hen herinneren, zitten vol paradoxen”. Een binnenkomer voor meer nuancering in het debat. Welke paradoxen ziet u? “Ten eerste: iedereen weet wel wat een missionaris is, maar bijna niemand kent nog voorbeelden. Waar vroeger individuele missionarissen in het collectieve geheugen zaten, lijken deze figuren nu vergeten. Een tweede paradox is dat we missionarissen vooral met Congo associëren, maar andere delen van de wereld uit het oog verliezen:
12
China, India, Latijns-Amerika, Canada … of Hawaï, zoals bij Pater Damiaan. Dat missionarissen alom gevierd zijn, vormt een derde paradox. Verschillende bekende – en vrijzinnige – figuren in Vlaanderen associëren zich nog graag met een missionaris. En dat is opvallend, omdat we in een geseculariseerde samenleving leven. De Kerk krijgt kritiek, maar missionarissen niet. Meer nog, we zijn bezig mentaal te dekoloniseren, maar missionarissen maken geen deel uit van het verhaal.” U spreekt van “een eenstemmige eerbied voor missionarissen”. Blijkt dat ook uit hun aanwezigheid in de publieke ruimte? U vond 323 markers voor missionarissen in Congo, tegenover 118 voor seculiere kolonialen. “Missie heeft geleefd én leeft in Vlaanderen. In Wallonië en Brussel zijn er niet zoveel markers.