Issuu on Google+

Neerslag

Neerslag 2011 #4 | 2010 6657_Pom1_nr4_2011_fc.indd 1

#4|2011 17-06-11 11:52


neerslag Tijdschrift voor de regionale secties van Waternetwerk

www.neerslag-magazine.nl Raad van Advies en Redactie T. Dekker (voorzitter) mw. M.C. van Houten (secretaris),. K. Sinnema (vice-voorzitter), J.C. Blaauw, mw. A. van den Bor, H.G. Letteboer, H. Dekker, P.P. van der Pijl, J.L.M. Schwartz,. mw. M.E.P. Verhoeven,. mw. M.J.L. van de Vondervoort

Abonnementenadministratie

Koninklijk Nederlands Waternetwerk Binckhorstlaan 36-M417 2516 BE Den Haag Telefoon (070) 322 27 65 Abonnementsprijs E 25,00 per jaar (buitenland E 30,00 per jaar) Abonnementen worden genoteerd (uitsluitend op kalenderjaarbasis) tot wederopzegging. Opzegging dient te geschieden voor 1 december.

Kopij en sectienieuws zenden aan:

Koninklijk Nederlands Waternetwerk t.a.v. redactie Neerslag Binckhorstlaan 36-M417, 2516 BE Den Haag info@neerslag-magazine.nl

Advertentie-exploitatie (tevens druk) Elma Multimedia B.V. Postbus 18, 1720 AA Broek op Langedijk Telefoon (0226) 33 16 00 Fax (0226) 33 16 01 E-mail: info@elma.nl Internet: www.elma.nl Informatie over tarieven, afsluitdata e.d.: Dhr. P. van den Ancker

ISSN 1382-2586 46e jaargang, nr. 4, juli 2011

Verschijnt eens per twee maanden in een oplage van 2000 ex. Auteursrechten voorbehouden

In dit nummer: Voorwoord. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1 Van Amersfoort naar Amersfoort Zuid Afrika. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3 BuiStat: Neerslagstatistiek op maat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7 Waterkwantiteit Informatie Systeem (WIS). . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13 Gert Jan Geerdink onderscheiden. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15 Schuim- en drijflaagvorming in gistingen van de rwzi Utrecht. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17 Innovatie bij Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23 In memoriam: Sjoert Oldenkamp. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25 Energiezuinige retourslib-regelingen in de prakijk. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27 Excursie Sectie Noord-Nederland . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 33 Waterbeheer in Matagalpa. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 35 STAR verbreedt de horizon van rwzi Ede. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 41 Meervoudig ruimtegebruik in de Schammerpolder. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 47 Verenigingsnieuws. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 50 Optimalisatie WKK rwzi Utrecht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 53 Studiereis sectie Midden-Nederland . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 56 Lekdetectie. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 58 Uit de pers. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 60 Ws Zuiderzeeeland op cursus. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 61 Waterschap Vallei & Eem gebruikt aanvoervoorspelling om beluchting efficiĂŤnt in te zetten . . 62

6657_V00_colofon.indd 1

17-06-11 10:53


Voorwoord Het begrip innovatie en duurzaamheid staat bij de werkgevers van de sectie-leden hoog op de agenda. Zo ook in de regio van de sectie Midden Nederland. Het was daarom niet zo moeilijk een aantal onderwerpen voor Neerslag bij elkaar te krijgen, hoewel, zoals zo vaak, men wacht met inleveren tot de deadline (bijna) bereikt is. Ik denk dat we weer een aantal interessante artikelen voor u verzameld hebben. Er komen thema’s aan de orde uit de hele doelgroep van de secties. Innovatie op de werkvloer van waterschappen wordt omschreven in artikelen over de optimalisatie van een WKK installatie, een vispassage en de problemen die zich met slibgistingstanks voor kunnen doen. Innovatie op de werkvloer bij een drinkwaterbedrijf wordt omschreven in een interview dat Herman Letteboer afgenomen heeft bij Vitens. In samenwerking met adviesbureaus zijn onderwerpen aangedragen waarin energiebesparing en beluchtingsregeling een hoofdrol spelen. Innovatie staat vaak ook voor duurzaamheid. Dit komt tot uitdrukking in het artikel waarbij landbouwgrond omgetoverd wordt in natuurgebied. Dat er verder gekeken wordt dan je eigen beheersgebied bewijzen de artikelen over een project in Nicaragua en de samenwerking met Zuid-Afrika. Tijdens de droge periode dit voorjaar zul je er niet aan denken, maar ook een artikel over het verzamelen en interpreteren van neerslaggegevens heeft zijn weg naar Neerslag gevonden. Nu we het toch over Neerslag hebben, er gaan stemmen op de benaming van het lijfblad van de secties aan te passen, het zou door de fusie met de drinkwatersector de lading niet meer dekken. Naar mijn mening is dat echter nog steeds het geval, als basisproduct voor drinkwater wordt uiteindelijk ook ‘NEERSLAG’ gebruikt. Wat wel zorgen baart is de vergrijzing van het sectieledenbestand. De gemiddelde leeftijd ligt boven de 50 jaar. Als we hier op korte termijn niets aan doen zullen er binnen 15 jaar bijna alleen nog gepensioneerde sectieleden over zijn. Vanuit de secties dient dit opgepakt te worden door actief sectieleden te gaan werven. Eén van de mogelijkheden is de cursisten bij de Stichting Wateropleidingen te wijzen op het gratis ‘kennismakingslidmaatschap’. Naast vergrijzing is ook de opzet van de secties een onderwerp dat onder de loep genomen moet worden. Vanuit de KRS (Kring Regionale Secties) is een werkgroep gevormd die zich hierover buigt en tot aanbevelingen zal komen. Tot slot wil ik alle auteurs hartelijk dank zeggen voor hun bijdrage en wens een ieder veel leesplezier. Gert Jan Geerdink, voorzitter sectie Midden Nederland Neerslag 2011/IV

6657_V01_art78.indd 1

1

16-06-11 15:56


LightInd08 - Olanda 125*199:Lay1

14-04-2008

9:56

Pagina 1

Lowara

Laat de wielen van de industrie draaien Haal het beste uit uw produktie proces Er zijn veel manieren om specifieke onderdelen en machines te reinigen; het kiezen van de juiste pomp garandeert dat u het beste uit uw productieproces haalt. • Pompen voor reiniging en onderhoud in licht industriële omgevingen • Inzetbaar voor water onder hoge druk en agressieve reinigingsmiddelen • Minder onderhoud en een langere levensduur (LCC) Uw fabriek loopt gesmeerd met Lowara pompen.

Lowara Benelux Postbus 54 4180 BB Waardenburg Web site: www.lowara.com - E-mail: lowaranl.info@itt.com

1_1_stC5_fc_C.indd 1

1000-20-0000-6365 Neerslag 4-2011 1000-20-8000-8691 Neerslag 2-2011 1000-20-9000-7094 Neerslag 6-2010

Kleur: FullColor

17-06-11 09:59


Van Amersfoort naar Amersfoort Zuid Afrika In oktober 2011 ben ik namens het Waterschap Vallei & Eem op oriëntatiebezoek geweest in Zuid-Afrika om de mogelijkheden te onderzoeken voor samenwerking op gebied van rioolwaterzuivering. Het gebied dat ik heb bezocht ligt in de provincie Mpumalanga met daarin o.a plaatsen Amersfoort, Ermelo en Volksrust. Het verzoek om deelname is gekomen van de Fa. Imtech, die met een tweetal teams al actief is in Zuid Afrika. Op grond van hun MVO (maatschappelijk verantwoord ondernemen) is Imtech bezig met het opzetten van een ‘Management Information System’ voor o.a het beheer van rwzi’s. Het ‘Gert Sibande District Municipality’ dat ik heb bezocht ligt in de provincie Mpumalanga met zo’n 3,1 miljoen inwoners. Het district is één van de 3 districten in de provincie. Het district is met 31.842 km² ongeveer zo groot als België. Ter vergelijking: het gebied van het Waterschap Vallei & Eem is 1070 km². De organisatorische structuur: De eigenaars van de rwzi’s zijn de gemeentes. Ze zijn door de regering verantwoordelijk gesteld op het gebied van afvalwater, drinkwater en distributie. De gemeenten vergaren hun inkomsten als volgt: – De regering betaalt een deel van de kosten voor de levering van drinkwater aan de gemeenten (Nelson Mandela regelde het recht op drinkwater voor iedere Zuid-Afrikaan; – Afhankelijk van de hoeveelheid grond, die men bezit, betaalt men grondbelasting; – Geld uit het ‘districtsbudget’; – Geld van de centrale overheid om de taak als waterbeheerder uit te voeren; Geld van de huishoudens (De huishoudens krijgen een deel van het drinkwater gratis; aan de hand van de totale drinkwaterleveNeerslag 2011/IV

6657_V02_art65.indd 3

3

16-06-11 15:56


ring per huishouden wordt bepaald hoeveel men loost op de riolering en daar betaalt men een gemeentelijke belasting over). De structuur van waterschappen staat in Zuid Afrika nog in de kinderschoenen. Los hiervan heeft een waterschap ook niet de taken die men in ons land krijgt toebedeeld. In het bezochte district is geen waterschap. De centrale overheid op het gebied van waterbeheer is ingericht vanuit het ‘Departement Of Water Affairs’ afgekort DWA. Het DWA heeft als hoofdtaak het reguleren van het waterbeheer en het ondersteunen van de organisaties die daar verantwoordelijk voor zijn. De strategie is gebaseerd op het belonen in plaats van sancties. De strategie is geëffectueerd in het Green en Blue Drop programma. Het Green en Blue Drop programma is ingericht om de gemeentes die voldoen aan de minimumeisen voor drinkwater (blue) en afvalwater (green) te belonen met een certificaat. Jaarlijks vindt een audit plaats om de status te bepalen. De regionale overheid in het bezochte gebied is het ‘Gert Sibande District Municipality’. De rol van het district is advisering, technische en financiële ondersteuning. De eerste dagen in Zuid-Afrika hebben Marcel Rep van Imtech en ik een aantal gesprekken gevoerd. We hebben in Pretoria op de Nederlandse Ambassade gesproken met Pauline Wolthuis en de ambassadeur. In Secunda waar het kantoor staat van het ‘Gert Sibande District Municipality’ hebben we een gesprek gehad met dhr. Michael Wells. Michael is ‘director water and sanitation’. In Pretoria hebben we een bezoek gebracht aan dhr. Leonardo Manus op het Department Of Wateraffairs. Uit de gesprekken kwam naar voren dat samenwerking op prijs word gesteld. Uit alle gesprekken bleek wel dat er geen behoefte is aan even snel een paar pompen plaatsen of een zuivering opknappen. Je moet meer denken aan samenwerking op het gebied van advisering, technologische ondersteuning en eventueel uitwisseling van zuiveringstechnici. Ik verbleef gedurende mijn bezoek in Trichard, een klein plaatsje in de buurt van Secunda, zo’n 150 km ten oosten van Johannesburg. Vanuit Trichard hebben we een bezoek gebracht aan de gemeente Pixley Ka Seme. In deze gemeente liggen o.a de plaatsen Volksrust en Amersfoort. In Volksrust hebben we eerst contact gelegd met dhr. Stean van der Linden. Stean is de technische man en verantwoordelijk voor de rwzi’s. Stean heeft een boerderij in dat gebied met een grondgebied zo groot als het Waterschap Vallei & Eem. Hij is een veeboer die 4

6657_V02_art65.indd 4

Neerslag 2011/IV

16-06-11 15:56


van de opbrengst alleen niet kan leven en zodoende op contractbasis voor de gemeente werkt. Met hem zijn we naar de rwzi Volksrust gereden.

Rwzi Volksrust De rwzi Volksrust is een installatie zoals er vele waren in Nederland in de jaren 60/70. De ontwerpcapaciteit is 4000 m3/dag. De belasting is op dit moment 3300 m3/dag. De installatie heeft een handgeruimd fijnrooster, drie kleine voorbezinktanks, twee oxidatiebedden, een arëatietank, nabezinktanks, koude gisting en droogbedden. De influentstroom wordt verdeeld over de oxidatiebedden en de arëatietank. Het verse slib wordt verpompt naar een koude gisting. Het geproduceerde gistingsgas word gespuid. Het uitgegiste slib word afgevoerd naar droogbedden. Het gedroogde slib wordt met de hand geruimd en afgevoerd naar de vuilstort. De technische staat van de installatie is beroerd. De draaisproeier van één van de bedden lag op de lavastenen en was al geruime tijd defect. Bij het andere oxidatiebed lekte de draaisproeier zo hevig dat er niet veel water over het bed ging. Bij de borstelbeluchters in de beluchtingstank was een aantal deksels verdwenen zodat de inbreng van zuurstof ook niet optimaal was. Het effluent was niet echt van een goede kwaliteit en wordt geloosd op nabij gelegen lagunes. Bemonsteren gebeurt nooit, zodat er geen cijfers zijn over de zuiveringsresultaten. Stean vertelde dat er nog geen geld was om alles te reparen. Hij is afhankelijk van de gemeenteraad die prioriteiten stelt over het beschikbare budget. Als er toevallig een weg gerepareerd moet worden gaat dat voor. Op de rwzi werken drie mensen. Ze zijn ongeschoold en ik heb het idee dat ze niet echt weten hoe een zuivering beheerd moet worden. Het zou niet echt een probleem hoeven zijn als er regelmatig bezoek komt van bijvoorbeeld een technoloog die de zaken recht kan zetten. Het beschikbare budget is natuurlijk ook een groot probleem.

Rwzi Amersfoort Na de rwzi Volksrust zijn we gereden naar de rwzi Amersfoort. De afstanden zijn enorm in de gemeente Pixley Ka Seme. Het gebied is heuvelachtig en kaal. Onafzienbare droge vlaktes waar hier en daar wat vee op loopt. De rwzi Amersfoort ligt in een heuvelachtig gebied zodat het water de rwzi onder vrijverval doorloopt. De ontwerpcapaciteit is 3000 m3/dag. De belasting is dit moment 3300 Neerslag 2011/IV

6657_V02_art65.indd 5

5

16-06-11 15:56


m3/dag. Het influent passeert als eerste een automatisch geruimd fijnrooster. Het roostergoed wordt door het personeel met een kruiwagen elders op het terrein gedumpt. In plaats van voorbezinktanks hebben ze twee grote lagunes (vijvers) gegraven. Oorspronkelijk zouden er voorbezinktanks komen maar gebrek aan geld is de reden dat er gekozen is voor lagunes. Waarschijnlijk is het idee achter die lagunes dat in de tweede lagune slib vergist wordt. Als dat de bedoeling is, moet je het slib ook regelmatig aflaten naar droogbedden. Er lagen wel een paar droogbedjes, maar zijn nooit gebruikt. Op het oppervlakte van de lagunes lag een grote drijflaag. Die stond compleet te gassen. Na de lagunes loopt het influent naar ĂŠĂŠn groot oxidatiebed. Toen we op de rwzi arriveerden zat de draaisproeier geheel verstopt. Nadat Stean het personeel opdracht gaf werd de draaisproeier ontstopt. Het is natuurlijk dweilen met de kraan open. In de kortste tijd zit de draaisproeier weer verstopt. Na het oxidatiebed stroomt het water naar een humustank. De effluentkwaliteit was erg slecht. Vanuit de humustank was een recirculatieleiding aangelegd die humusslib terug voert naar de tweede lagune. Het recirculatieslib was van een hele slechte kwaliteit. Voor het effluent de rwzi verlaat word er in een kleine contacttank nog sodium hypochloride gedoseerd. Het effluent wordt geloosd op een riviertje. Terug in Nederland heb ik verslag uitgebracht van mijn bezoek. Onderzocht wordt op dit moment nog of we een samenwerkingsverband aangaan. Er zijn reeds contacten gelegd met het Waterschap Groot Salland en de gemeente Amersfoort. Jan Prinsen, Waterschap Vallei & Eem 6

6657_V02_art65.indd 6

Neerslag 2011/IV

16-06-11 15:56


BuiStat: Neerslagstatistiek op maat De ontwikkelingen op het gebied van neerslaginformatie gaan snel. Met name de komst van de neerslagradar heeft die ontwikkeling versneld. Een waterbeheerder heeft met enkele muisklikken een schat aan neerslaginformatie tot zijn beschikking. Daar kon hij twintig jaar geleden alleen maar van dromen‌ In het kielzog van die ontwikkelingen is door marktpartijen een groot aantal tools ontwikkeld om al die neerslaginformatie te beheren. Daardoor blijft het enorme gegevensaanbod overzichtelijk en beheersbaar. Er was echter nog geen tool beschikbaar om al die informatie om te zetten naar een frequentie van voorkomen of herhalingstijd. Waterschap Vallei & Eem heeft daar iets voor ontwikkeld: BuiStat.

Aanleiding De aanleiding van de ontwikkeling van BuiStat was de hevige neerslag in augustus/september 2010. Waterschap Vallei & Eem heeft toen, net als veel andere waterschappen en gemeenten, met wateroverlast te maken gehad. Dankzij de gebruikte software (FEWS) was tijdens die calamiteit alle neerslaginformatie steeds actueel en betrouwbaar. Tot zover was alles goed voor elkaar. Maar het werd lastiger toen er al tijdens de calamiteit vragen gesteld werden over de herhalingstijd van de buien. Hoe presenteer je dat? De herhalingstijd is sterk afhankelijk van de beschouwde locatie en periode. Van welke buiduur moet je uitgaan? Bij welke buiduur was de herhalingstijd het grootst? En hoe moet je dat berekenen voor een groot aantal deelstroomgebieden? Hoe kunnen de gegevens weer snel geactualiseerd worden als het weer is gaan regenen of is blijven regenen? Het idee voor BuiStat was geboren! Uiteindelijk is het Microsoft Excel tool geworden, zodat het voor alle waterbeheerders bruikbaar is.

Brongegevens:toekomstbestendig BuiStat bestaat uit twee hoofdingrediĂŤnten. De eerste zijn door de gebruiker ingevoerde neerslagreeksen. Die kunnen uit allerlei bronnen in BuiStat gezet worden. Bijvoorbeeld uit radarbeelden of neerslagmeters. De tijdsinterval van de neerslagreeksen is hierbij niet van belang. BuiStat kan alleen geen herhalingstijden berekenen voor buiduren die korter zijn dan het tijdsinterval van de ingevoerde neerslagreeks. Het maximum aantal reeksen dat in een berekening kan worden geanalyseerd is 254.

Neerslag 2011/IV

6657_V03_art66.indd 7

7

16-06-11 16:01


Buiduur Herhalingstijd 1 jaar 2 jaar 10 jaar

1 uur

4 uur

12 uur

24 uur

14 18 27

21 25 36

27 32 46

33 39 54

Het tweede belangrijke onderdeel is een tabel met herhalingstijden per buiduur en neerslaghoeveelheid. In de hierboven afgebeelde tabel is een voorbeeld weergegeven. Deze tabel is samengesteld uit diverse beschikbare bronnen, zoals gegevens van een onderzoek van de STOWA (Statistiek van extreme neerslag in Nederland, 2004). Als een BuiStat gebruiker nieuwe of andere gegevens wil gebruiken, kan hij dat in de tabel verwerken. Voor deze mogelijkheid is gekozen om BuiStat toekomstbestendig te maken en de gebruiker maximale vrijheid te geven voor het gebruik van eigen gegevens.

Hoe werkt het? Verder is BuiStat gebruiksvriendelijk en transparant opgezet. Voor een uitgebreide toelichting wordt verwezen naar de handleiding (zie link aan het einde van dit artikel). BuiStat rekent van iedere opgegeven neerslagreeks voor de hele duur van de reeks de herhalingstijd uit. Dat gebeurt achtereenvolgens voor alle door de gebruiker opgegeven buiduren. Bij ontbrekende gegevens wordt ge誰nterpoleerd. Stel dat de neerslagsom in 24 uur 35 mm is. In bovenstaande tabel ligt de daarbij behorende herhalingstijd tussen de 1 jaar en 2 jaar. Ge誰nterpoleerd komt BuiStat dan op een herhalingstijd van 1,3 jaar. Maar is dit de hoogste herhalingstijd van de geanalyseerde bui? Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat van de 35 mm er 28 mm gevallen is binnen 4 uur. In dat geval wordt de herhalingstijd hoger, namelijk 2,8 jaar. Om er achter te komen wat de hoogste herhalingstijd voor een neerslagreeks is, zou op ieder tijdstip voor iedere buiduur de herhalingstijd berekend moeten worden. De hoogst berekende herhalingstijd van al die berekeningen is het getal dat we nodig hebben. En juist omdat zoveel rekenstappen nodig zijn om tot dat resultaat te komen, is dat proces in BuiStat geautomatiseerd.

Flexibiliteit BuiStat geeft de gebruiker zo veel mogelijk flexibiliteit en keuzemogelijkheden. De gebruiker heeft onder andere de volgende keuzemogelijkheden: 8

6657_V03_art66.indd 8

Neerslag 2011/IV

16-06-11 16:01


– De buiduur waarvoor de herhalingstijden berekend moeten worden. – De optie om slechts één reeks te analyseren. Met de resultaten van die ene reeks kan worden bekeken voor welke buiduren de herhalingstijd het grootst was. Door daarna bij de berekening van alle reeksen alleen die buiduren te selecteren, kan veel rekentijd worden bespaard. – In bovenstaand voorbeeld werd de herhalingstijd lineair geïnterpoleerd. In werkelijkheid verloopt de herhalingstijd tussen de weergegeven waarden niet lineair. BuiStat heeft de mogelijkheid om niet lineair, maar met een ‘kromme’ te interpoleren (zie voorbeeld hiernaast). – Als uitvoer kan behalve de herhalingstijd ook gekozen worden voor de neerslagsom voor iedere buiduur.

Uitvoer Van iedere reeks wordt voor alle door de gebruiker opgegeven buiduren de hoogst voorkomende herhalingstijd in een tabel weergeven. Ook de hoogst voorkomende herhalingstijd (Tmax, zie onderstaande tabel) van al die buiduren staat in de tabel. Als extra informatie wordt ook gepresenteerd de buiduur waarbij die hoogste herhalingstijd voorkwam (Tmax bui), gepresenteerd. Buiduur (uren) Gebied Bikkerspolder

12

24

36

48

72

Tmax Tmax bui

87

75

92

53

49

92

36 uur

Haarbrug

105

87

103

59

53

105

12 uur

Schuitenbeek Noord

173

165

186

110

92

186

36 uur

Uiterwaarden

39

67

88

57

57

88

36 uur

Voorthuizen

56

64

76

44

35

76

36 uur

Van één neerslagreeks wordt het resultaat nog gedetailleerder weergegeven in een grafiek. In het geval van één ingevoerde neerslagreeks is dat uiteraard die ene reeks. Als meerdere reeksen ingevoerd zijn, is dat detailniveau alleen van de laatst berekende reeks te zien. Deze manier van uitvoer is zeer geschikt voor presentatie op een kaart met een GIS-systeem. Als alle reeksen door de gebruiker voorzien zijn van een ID of naam, is het niet moeilijk een koppeling te maken met een kaart met gebieden die dezelfde ID of naam hebben. Als voorbeeld staat op de volgende pagina een kaart met herhalingstijden die zo gemaakt is. Neerslag 2011/IV

6657_V03_art66.indd 9

9

16-06-11 16:01


Slotopmerkingen • Vanuit de NBW-systematiek wordt sterk gefocust op T=10 of T=100 situaties. Dat is begrijpelijk. Het biedt een helder kader en het is een objectieve manier van toetsing. Echter de herhalingstijd van een gevallen bui en de herhalingstijd van afvoer die daardoor ontstaat, is vrijwel nooit gelijk. Zo veroorzaakt lokale intensieve neerslag niet altijd regionale problemen. Er zijn veel oorzaken voor te benoemen, maar dat valt buiten het onderwerp van dit artikel. In het vakblad Stromingen is daarover door Deltares al iets geschreven (‘Verantwoord omgaan met de nieuwe neerslagstatistiek, Stromingen 12, 2006, nummer 1). • Voor de herhalingstijden in BuiStat is geput uit verschillende bronnen. Die bronnen zijn in BuiStat ook beschreven en dus herleidbaar. Het nadeel van het gebruik van meerdere bronnen is de kans op inconsistentie in de gegevens. De gebruiker is zelf verantwoordelijk voor het gebruik van de juiste statistische getallen. • Veel waterbeheerders, aggregeren radarneerslaginformatie tot (stroom) gebiedsgemiddelde hoeveelheden. Of puntwaarnemingen (neerslagstations) of gebiedsgemiddelde waarden gebruikt worden, is van groot belang voor de interpretatie. Neerslagintensiteit kan op punten met een onderlinge afstand van enkele kilometers significant verschillen. De huidige neerslagstatistiek is gebaseerd op gegevens van neerslagmeters. Het baseren van een herhalingstijd op regionaal gemiddelde neerslag kan lokaal een verkeerd beeld opleveren. Met name bij kortdurende, lokale buien zal die afwijking optreden. Het KNMI doet al onderzoek naar regionale neerslagstatistiek (Extreme value modeling of areal rainfall from weather radar, 2010). Waterschap Vallei & Eem heeft plannen om dit uit te breiden en te verwerken in BuiStat. • Waterschap Vallei & Eem is een warm voorstander van het delen van kennis en ervaring. BuiStat en handleiding zijn daarom te downloaden op: www.modelwalhalla.nl/cgi-bin/wiki/view/Tools/BuiStat. Marinus van Dijk, Waterschap Vallei & Eem 10

6657_V03_art66.indd 10

Neerslag 2011/IV

16-06-11 16:01


Waterkwantiteit Informatie Systeem (WIS) Meer inzicht in foutenbronnen binnen het oppervlaktewatersysteem dankzij gebiedsgerichte waterbalansen op basis van metingen Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden is eind 2009 begonnen met de implementatie van een Waterkwantiteit Informatie Systeem (WIS), gebaseerd op Delft-FEWS. Het gaat om het ontsluiten van de gegevens van neerslag, verdamping, afvalwater, oppervlaktewater en grondwater. Aanleiding voor het optuigen van deze databank met nieuwe functionaliteit was de onnauwkeurige waterbalans. Voor tal van beleidstudies is een accurate waterbalans een vereiste en dat blijkt meer voeten in de aarde gehad te hebben dan vooraf voorzien kon worden. Met het WIS kan nu snel en eenvoudig inzicht verkregen worden of gegevens bruikbaar zijn. De kwaliteit ervan wordt in een apart traject verbeterd, maar met het WIS komt in beeld waar verbeteringen in het beheer van het watersysteem om prioriteit vragen. De gewenste nauwkeurigheid van de waterbalans per deelgebied kan zo op kostenefficiënte wijze behaald worden. Dit artikel belicht de randvoorwaarden om dit te bereiken.

Validatietechnieken Net als andere waterschappen heeft HDSR een aantal ontwikkelingen binnen FEWS geïnitieerd. Voor het WIS van HDSR zijn de principes zoals beschreven in het STOWA-handboek Validatieplan Waterkwantiteit (rapport 2009-20) leidend geweest bij het uitbreiden van de FEWS-functionaliteit. Voorbeelden hiervan zijn de analytische grafieken zoals de frequentiediagram, duurlijn, boxplot, Gausscurve, strooidiagram, dubbele sommatiekromme, interval-aggregatie en piek/ dal-duurplot. Bovendien worden bij de validatie de gegevens gecontroleerd aan de hand van waterbalansen, afvoernormen, langsprofielen en peilbesluiten. Deze afgeleide informatie staat afgebeeld op de volgende pagina’s.

Een meetpunt als fysiek object De informatie-architectuur van HDSR staat bij het WIS ook hoog in het vaandel. Dat betekent dat de meetpunten objectgericht zijn gekoppeld aan kunstwerken (stuw, pomp/vijzel, schuif, krooshek of vispassage) en aan watergangen (peilschaal en niveaulogger). Ook houdt dat in dat de software waarmee deze objecten beheerd worden de meetpunt-informatie met het WIS gaan synchroniseren. Voorbeeld hiervan is niet alleen de XY-coördinaten van het object, maar ook de Neerslag 2011/IV

6657_V04_art69.indd 11

11

17-06-11 10:43


afmetingen van het kunstwerk (in verband met debietformules) en de bodemhoogte van de watergang (ten bate van datavalidatie). De meerwaarde van de objectgerichte relatie tussen een meetpunt, de watergang waar die in ligt en het bijbehorende gebied wordt verderop in dit artikel nader toegelicht.

Ruimtelijke afhankelijkheden Watersysteembeheerders vragen vaak om tijdreeksen van meetpunten, terwijl ze eigenlijk behoefte hebben aan gebiedsgerelateerde informatie zoals de samenhang van de waterbalanscomponenten, de afwijking van de afvoernorm of de afwijking van het peilbesluit. Deze afgeleide informatie verlangt een geldige beschrijving van de ruimtelijke relatie tussen meetpunten en bijbehorende gebieden. Veranderingen in de tijd binnen het watersysteem

12

6657_V04_art69.indd 12

Neerslag 2011/IV

17-06-11 10:43


(watergangen en/of kunstwerken) hebben veelal gevolgen voor de gebiedsgrenzen en dus de berekening van bovengenoemde afgeleide informatie. Een aandachtspunt hierbij is de gebruik van unieke identificatiecodes voor de objecten. Een identificatiecode van een verdwenen meetpunt mag te nimmer hergebruikt worden, anders wordt de afgeleide informatie niet consistent berekend.

Opsporen van foutenbronnen In het STOWA Validatieplan wordt gesteld dat debieten altijd berekend moeten worden uit gevalideerde basisreeksen zoals waterstanden en bijv. stuwstanden. Om tot een goede waterbalans van een gebied te komen moeten de volgende gegevens bij een stuw achtereenvolgens op orde zijn: – het meetbereik van de waterstandsmeter, de bodemhoogte als minimum, de maaiveldhoogte als maximum, de peilschaal waaraan de waterstandsmeter gerefereerd is; – de relatie tussen waterstandsmeetpunten ter opvulling van gaten in de meetreeks; – de afstand van de waterstandsmeter tot de stuw (namelijk buiten invloedsfeer) – de minimale en maximale stuwstand, doorstroombreedte, bodemprofiel bovenstrooms en benedenstrooms ten behoeve van de debietformule; – de koppeling tussen de waterstandsmeetpunten en het kunstwerk waarover het debiet gaat; – de koppeling tussen het kunstwerk en het bijbehorende gebied; – de begrenzing van het gebied in verband met de oppervlakte die bij het debiet hoort; – de relatie tussen gebieden waar uitwisseling van water plaatsvindt. Neerslag 2011/IV

6657_V04_art69.indd 13

13

17-06-11 10:43


Door in deze volgorde alle betrokken gegevens langs te lopen, kan de fout in de waterbalans voor de componenten aanvoer en afvoer geminimaliseerd worden. Een onderdeel in de restpost van de waterbalans blijft natuurlijk de onbemeten inlaten en uitlaten. Zodra een gebied qua restpost afwijkt van omliggende gebieden, is het raadzaam om te zoeken naar die onbemeten inlaten en uitlaten. Verder zal dit jaar de actuele verdamping op basis van satellietbeelden de waterbalans verbeteren.

Versiebeheer Mutaties in de kenmerken van kunstwerken, watergangen en gebieden zullen voortaan beheerd moeten worden als versies met een begin- en einddatum in plaats van steeds de actuele waarde te overschrijven. Alleen op die manier kunnen tijdreeksen met terugwerkende kracht gecorrigeerd worden zodra ĂŠĂŠn van de foutenbronnen gekwantificeerd is. Dit versiebeheer maakt herberekening van debieten weliswaar behoorlijk complex, maar garandeert wel een correcte waterbalansbepaling. In de figuur hieronder is de doorwerking van veranderingen in het veld schematisch weergegeven.

Belang van correcte gegevens Het WIS is nu voornamelijk een desktop applicatie die in juni ter beschikking wordt gesteld aan een dertigtal medewerkers die er regelmatig mee zullen werken. In de tweede helft van 2011 zal het accent rondom WIS vooral liggen op de ontsluiting van de gegevens via intranet, zodat alle medewerkers de gegevens uit WIS kunnen raadplegen. Logische vervolgstap is publicatie via internet ten behoeve van elektronische dienstverlening aan burgers, bedrijven en mede-overheden. 14

6657_V04_art69.indd 14

Neerslag 2011/IV

17-06-11 10:43


Die partijen vragen naast actuele informatie ook om historische informatie die alleen tot stand kan komen als de gegevens ten alle tijde correct zijn. Een externe trigger dus voor de waterschappen. Verder geven het Nationaal Bestuursakkoord Water en de Kader Richtlijn Water aanleiding om de waterbalans nauwkeuriger te berekenen. Zonder de bovenbeschreven benodigde verbeteringen zal de stoffenbalans per KRW-waterlichaam een onjuist beeld geven met de kans op onterechte sancties vanuit de Europese Unie. Evenzo zal een verkeerd onderbouwde NBW-wateropgave kunnen leiden tot maatregelen die mogelijk minder effectief blijken en dus kosteninefficiënt. Het moge duidelijk zijn dat met de ingeslagen weg HDSR alles in het werk stelt om de invloed van onjuiste gegevens op gebiedsgerichte waterbalansen zo transparant mogelijk te maken. Daarmee kan HDSR de inspanningen rondom data-analyse en databeheer verantwoorden ten dienste van het behalen van de waterschapsdoelen. De verwachting is dat binnen 5 jaar de onnauwkeurigheid in de waterbalanscomponenten Aanvoer & Afvoer teruggebracht kan worden van 25% naar 10%. Roger de Crook Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden

Gert Jan Geerdink onderscheiden Tijdens de jaarlijkse lintjesregen, voorafgaand aan Koninginnedag, werd dit jaar ook KNW-lid Gert Jan Geerdink in het zonnetje gezet. Geerdink, die voor zijn vele vrijwilligerswerk werd onderscheiden als lid in de Orde van Oranje Nassau, was zeer verrast door de eer die hem te beurt viel. Geerdink: „Ik heb de onderscheiding totaal niet zien aankomen. Ik zou met mijn vrouw ’s morgens ergens naartoe gaan toen zij er op hintte dat ik wellicht toch iets nettere kleren aanmoest. Toen begon er wel iets te dagen, maar het was een grote verrassing. Ik voel me uiteraard zeer vereerd.” Geerdink werd voorgedragen wegens het vele vrijwilligerswerk dat hij al jarenlang doet. Zo is hij onder andere actief in de bouwcommissie van de Tennishal bij de plaatselijke tennisvereniging en is hij daar ook voorzitter van de accommodatiecommissie. Daarnaast is Geerdink al jarenlang actief lid van Koninklijk Nederlands Waternetwerk. De onderscheiding is dan ook meer dan verdiend. En Geerdink is voorlopig nog niet klaar: „Eind dit jaar ga ik met pensioen, maar ik blijf actief als vrijwilliger. Wie weet wat er allemaal nog op mijn pad komt als ik straks meer tijd heb. Voorlopig heb ik nog genoeg te doen.” Neerslag 2011/IV

6657_V04_art69.indd 15

15

17-06-11 10:43


1_1_stC5_fc_AC.indd 1

1000-21-0000-5304 Waternetwerk Neerslag 4-2011

Kleur: fc

17-06-11 09:12


Schuim- en drijflaagvorming in gistingen van de rwzi Utrecht Inleiding Net als een aantal andere communale zuiveringen met gistingen, heeft ook de zuivering van Utrecht al een aantal jaren last van schuim- en drijflaagvorming in de gistingen. Daarom hier een korte samenvatting van de gebeurtenissen en de acties die hierop genomen zijn in Utrecht.

Achtergrond De rwzi Utrecht zuivert het rioolwater van de gemeente Utrecht, volgens het AB-systeem. Deze zuivering is uitgerust met een eigen slibgisting en een slibontwatering. De slibgisting was oorspronkelijk enkel bedoeld voor verwerking van het eigen A- en B-traps slib. Net als bij veel andere waterschappen, verdwenen ook bij het HDSR de slibverwerkingen van de kleinere zuiveringen, omdat die niet meer rendabel waren. Nu hebben binnen het HDSR alleen de zuiveringen De Meern, Nieuwegein en Utrecht nog eigen gistingen. Omdat rwzi Utrecht de grootste is, wordt het meeste van de spuislib van de zuiveringen naar de rwzi Utrecht gebracht.

Historie In het ‘verre’ verleden van de zuivering kende men geen bijzondere problemen, het water werd in twee stappen door middel van puntbeluchters van het grootste deel van het ammonium ontdaan. Later werden er aanpassingen gedaan om in de waterlijn ook wat te kunnen denitrificeren. Ook kwam er een ijzerchloridesulfaat-dosering op de waterlijn voor de P-verwijdering. Dit om aan de toenemende effluenteisen te kunnen blijven voldoen. Dit was ook het moment dat de eerste problemen voorzichtig de kop op gingen steken. Rond de feestdagen of net er na, werd er schuimvorming zichtbaar op een van de B-trap beluchtingstanks. (Vreemd genoeg nooit op alle drie de straten tegelijk.) Dit bleek een jaarlijks terugkerend verschijnsel en al snel werd er bij het eerste schuimvlokje dat onder de luiken vandaan zichtbaar werd ‘Microthrix parvicella’ en ‘meer beluchten’ geroepen. Neerslag 2011/IV

6657_V05_art70.indd 17

17

16-06-11 16:03


Omdat de schuimvorming soms toch letterlijk de pan (AT) uit liep, zijn we begonnen met een antischuimolie van de toenmalige PE-leverancier. Als een van de tanks flink begon te schuimen, maar nog wel binnen de tank bleef, werd er een aantal liters van dit middel in de betreffende tank gegoten. Hoewel er nu geen schuim meer in het effluent of op het terrein kwam, werd het probleem groter: de perioden dat de schuimvorming optrad werden langer en ook in de gistingen begonnen er problemen op te treden. De vergisting op de rwzi Utrecht vond plaats in vier warme voorgistingen en twee koude nagistingen. Deze laatste twee zijn voorzien van drijvende gashouders. De verwarming van het slib gebeurde d.m.v. een slibcirculatiepomp en een heater per voorgisting, plus een compressor die warm gistingsgas via een aantal lansen onder in de gisting bracht. Door onverklaarbare redenen zaten de gasleidingen en compressoren soms plotseling vol met schuimig slib. Beschadiging van de compressoren, kleppen en meetinstrumenten was het gevolg. Al snel leek er een verband: enkele weken nadat schuimvorming op de AT’s ontstaan was (en soms ook al weer verdwenen was), begon de schuimvorming in de gistingen. Een logische stap voor ons leek dan ook om het antischuimmiddel van de waterlijn in de gisting te gieten en dat gaf vaak het gewenste resultaat. Toch keerde het schuim op de meest onverwachte momenten terug en ontstond er schade. Tijd voor een grondige aanpak dus.

Probleemstelling Binnen het HDSR hebben we zoveel mogelijk gegevens verzameld, ook als ze niet belangrijk leken, en alles naast elkaar gelegd. Het eerste dat opviel was de toename van extern slib, terwijl de eigen slibproductie nauwelijks wijzigde. Dat was natuurlijk logisch omdat de ene na de andere zuivering zijn eigen slibverwerking kwijtraakte. De verblijftijd in de warme gisting was daardoor teruggelopen naar 20-24 dagen. Vervolgens was het duidelijk dat het externe slib grotendeels afkomstig was van zuiveringen met bio-P. Dit aandeel werd door aanpassingen en verbouwingen van de zuiveringen alleen maar groter. Omdat de schuimvorming op de gistin18

6657_V05_art70.indd 18

Neerslag 2011/IV

16-06-11 16:03


gen meestal ontstond kort na het verschijnen van schuim of drijflagen op een AT of nabezinktank van een van de slibaanvoerende zuiveringen, begonnen we bij de eerste schuimvlokken daar met handmatig doseren van antischuim op de gistingen. Om eerder op het schuim in te kunnen spelen, werd er regelmatiger met de microscoop naar de diverse actief slibsoorten gekeken. Daarmee was het inderdaad mogelijk om de groei van de bekende en beruchte M.parvicella in en om de slibvlokken te volgen. Hierdoor kon er weer eerder ingespeeld worden op de vorming van schuim en drijflagen op de AT’s en nabezinktanks en dus ook op de gistingen. Inmiddels was door het HDSR onder leiding van ons eigen ingenieursbureau een verbeterslag van de slibverwarming in gang gezet. Het was bekend dat de gistingen in de winter niet boven de 30 ˚C gehouden konden worden. Daarom werd gekozen om de koude nagistingen continue te gaan verwarmen. Verder werd het leidingwerk en regelaars aangepast en de ketels werden vervangen (2006/2007). Door deze maatregelen werd het warmte tekort in de winter aanzienlijk kleiner, maar soms viel de temperatuur toch nog terug. Schuim vormde zich toch onverwacht in de gistingen, waarbij het door de gasleidingen in de compressoren en tot de gasmotoren kon komen. Ook wilde het schuim door de veiligheden en door het waterslot van de gashouder heen komen. De schade was aanzienlijk, er konden in principe minder veilige situaties ontstaan en het terrein en gebouwen vervuilden. Daarop werd besloten om Amecon er bij te halen, als gistingsdeskundige (2007). Er werden nog meer gegevens verzameld, proeven gedaan, tekeningen en grafieken bestudeerd en vervolgens werden de bevindingen op een rij gezet: – De menging was niet optimaal. Er konden mogelijk kortsluitstromen ontstaan tussen het inkomende en uitgaande slib; – De gasinblaastijd (verwarming en menging) was aanzienlijk langer dan landelijk gebruikelijk en er leken kortsluitstromen op te treden bij langere inblaastijden. Toch waren de debieten aan de lage kant; – Temperaturen in de gistingen wisselden te veel door het jaar en waren gemiddeld te laag; – Toename bio-P slib van externen; – De inbreng van vers slib wisselde sterk. Met name het aangevoerde externe slib varieerde door de week erg; – Sommige slibben hadden een schuimpotentie, maar die kon na enige tijd verdwijnen. Deze slibben hadden ook een drempelwaarde: lager debiet –> geen schuimvorming; hoger debiet –> wel schuimvorming; – Het slibwater van de Utrechtse gistingen was zacht.

Maatregelen Mede naar aanleiding van het rapport van Amecon is er in 2008 een aantal veranderingen doorgevoerd: – Gasinblaasdebiet kon nog iets verhoogd worden. – Menging in de gistingen werd verbeterd door de voorgistingen wat makkelijker (leidingen op gelijke hoogte gebracht) te laten overlopen naar de nagistingen. Daarnaast werd er een verbetering gevonden door het slib te onttrekken uit de Neerslag 2011/IV

6657_V05_art70.indd 19

19

16-06-11 16:03


– –

– – –

nagistingstanks en dat vervolgens met voor iedere gistingtank een aparte pomp en heater terug te pompen naar de betreffende voor- en nagisting. In die zelfde ronde werden ook de pompen vervangen. Het recirculatiedebiet werd daarmee verhoogd van 4x16 m3/h naar 6x25 m3/h. Er werd overgestapt op een ander antischuim middel speciaal voor de gisting en er werd een vaste opstelling gemaakt voor dit antischuim. Daardoor was dosering in het aangevoerde slib mogelijk en werd een gelijkmatige verdeling over de gistingen verzekerd. Intussen was er ook een sproeileiding op het waterslot van de nagistingen gekomen. Het idee daarachter was om het ontstane schuim met water neer te laten slaan. Eerlijkheidshalve dient vermeld te worden, dat deze leiding niet meer gebruikt wordt, omdat de werking in de praktijk erg tegenvalt. Op initiatief van een van onze technische applicatiebeheerders heeft er nog een optimalisatie plaats gevonden op het verwarmingswater. Dit resulteerde in een betere warmte-overdracht bij de gasmotoren, waardoor het cv-water naar de gebouwen en dus ook de gistingen op een hogere temperatuur gebracht konden worden. Bijkomend voordeel was en is dat de ketels veel minder bij moesten komen. (2009/2010). Oorspronkelijk werd er slechts sporadisch ijzerslib naar de gistingen gepompt. Het doel was slechts het H2S in het gistinggas binnen de perken te houden, zodat de motoren hier geen last van hadden. Er is een oude slibbuffer voor opslag van het ijzerslib ingericht, zodat er per week nu ca. 30 m3 geleverd kan worden en dat vervolgens verspreid over de hele week de diverse gistingen in gepompt wordt. (2009/2010). In het verleden werd het warme slib uit de gisting ontgast in een uitgegist slibbuffer. Dit omdat de toenmalige centrifuges bij het ontwateren last hadden van de gasbellen in het slib. Omdat sinds enkele jaren de centrifuges vervangen zijn door zeefbanden, was het probleem van gas in het slib ook niet meer actueel. Daarom hebben we de vrij gekomen uitgegist slibbuffer omgebouwd, zodat hij nu dienst kan doen als buffer voor het externe slib. De slibtransporteur kon nu naar eigen voorkeur de slibbuffer vol rijden. Het externe slib werd vervolgens met het eigen ingedikt spuislib opgemengd en d.m.v. een debietregeling in stappen van 25 m3 over de vier voorgistingen verdeeld. Met de schuimpotentie van de diverse slibben konden we niet veel. Door het wisselen van de potentie en de te verrijden vrachten, zou dit te intensief onderzoek vergen.

Resultaten Alle maatregelen hebben geleid tot een aantal verbeteringen: – De schuimvorming op de gistingen is aanzienlijk verminderd. – Het slib in alle gistingen heeft nu een zeer homogene samenstelling. – De warme verblijftijd is opgelopen naar ca. 25 dagen in de winter en 30 dagen in de zomer. – De biogasproductie is aanzienlijk toegenomen. Omdat de ketels minder bij hoeven te komen is er nu zoveel biogas over, dat er een extra wkk geplaatst gaat worden. 20

6657_V05_art70.indd 20

Neerslag 2011/IV

16-06-11 16:03


Hoe verder Om alle aanpassingen en veranderingen op de voet te kunnen volgen is er veelvuldig met de microscoop gekeken. Daardoor was per actie een goed beeld te krijgen van de uitwerking hiervan op het gistingsslib. En nog steeds blijkt microscopisch slibonderzoek zeer nuttig, omdat: – De mate van afbraak van het slib in de gistingen is sneller te zien met de microscoop, dan dat men de cijfers van biogasvorming moet afwachten. – Door de diverse draadvormende bacteriën in de AT’s, maar ook in de anoxische en anaërobe tanks, goed in de gaten te houden, kan men op grond van deze slibbeelden ruim van te voren de kans op schuim- en/of drijflaagvorming voorspellen. Daarmee kunnen de diverse setpoints vroegtijdig verzet worden. Hierdoor ontstaat uiteindelijk daadwerkelijk minder schuim- en drijflaagvorming. Ongeacht de mogelijke drijflaagvorming, kan op deze manier de SVI uiteraard ook beter in de hand gehouden worden. – Als er toch nog schuim of een drijflaag ontstaan is in de waterlijn, dan is het goed mogelijk om hiermee een inschatting te maken van de kans op schuimvorming in de gisting. Afhankelijk van dat slibbeeld kunnen ook maatregelen genomen worden ter bestrijding van die schuimvorming: • Mooie slibvlokken in de waterlijn en een goede werking van de gistingen: Door het hele jaar, maar vooral in het voor- en najaar kan een soort schuim optreden, dat als kenmerk een slibbeeld heeft wat alleen gevormd wordt door losse cellen, kleine afgeronde slibvlokjes en (kort) afgebroken draadvormers. De afbraak van het slib is dan goed, maar door de zachtheid van het water of door andere oppervlakte actieve stoffen ontstaat een schuim. Hier tegen helpt iets meer ijzerslib doseren. Ook het antischuimmiddel heeft enig effect. • Schuim gevormd in januari en februari, wordt meestal gevormd door M.parvicella. Voorkomen in de waterlijn is natuurlijk het beste, maar als deze draadvormers toch massaal in de gisting komen, dan hebben ze door hun hydrofobe karakter de neiging om snel naar het vloeistof oppervlakte te stijgen. Komen ze daar, dan is bestrijding met antischuim een goede remedie. Beter is het echter om ze in de waterfase te houden, want ze kunnen betrekkelijk snel afgebroken worden tot niet hinderlijke draadstukjes. Door de betere menging tegenwoordig is de overlast van dit soort schuim op de zuivering Utrecht afgenomen. Helaas is het hier niet mogelijk om de bovenste lagen van de gistingen afdoende te mengen en dus blijft deze vorm van tijd tot tijd de kop op steken. • De verschillende typen N.limicola, die vaak verantwoordelijk zijn voor de drijflagen op vooral anaërobe en anoxische tanks, geven tegen de verwachting in nauwelijks overlast. Natuurlijk zijn ze sterk hydrofoob en stijgen snel naar boven in de gisting. Ze worden echter snel afgebroken en in een gistingsschuim zijn ze dan ook niet of nauwelijks aanwezig. Dit betekent dus dat geen bestrijding nodig is in de gistingen. • Nocardia in de gistingen zijn zeer specifiek. Ze zijn heel karakteristiek van vorm en op grond daarvan vrij makkelijk terug te leiden naar een bepaalde zuivering. Nocardia veroorzaken normaal geen noemenswaardig schuim op de waterlijn, ze kunnen echter de SVI sterk beïnvloeden. Afhankelijk van Neerslag 2011/IV

6657_V05_art70.indd 21

21

16-06-11 16:03


het aangevoerde influent (soort industrie: limonade, smaak- en geurstoffen, temperatuur, etc.) en de ontvangende installatie, kunnen Nocardia het hele jaar of juist in heel specifieke perioden voorkomen. Daardoor is er per locatie goed rekening mee te houden. Nocardia zullen bij het inpompen van slib in de gisting altijd direct naar boven stijgen. Niet alleen zijn ze hydrofoob, ze vangen door hun netwerkstructuur ook de ingeblazen en ontstane gasbelletjes. Zelfs bij een relatief klein aandeel van Nocardia bevattend slib, kunnen zich zeer snel en hardnekkig schuimlagen vormen op de gisting. Bestrijding is niet mogelijk, omdat antischuim hierop niet werkt en eenmaal bovenaan het sliboppervlakte zijn ze ook nauwelijks meer op te mengen. Voorkomen dat deze draadvormers in de gistingen komen is hier dus het beste. Deze slibben zouden beter apart ontwaterd kunnen worden, maar daar is in Utrecht geen mogelijkheid voor. Komen ze toch in de gisting, dan ontkomt men er bijna niet aan om de gevormde schuimlagen gecontroleerd over te laten lopen naar de terreinriolering. Zo komen de draadvormers weer terug in het influent en kunnen ze onder gunstige omstandigheden afgebroken worden in de waterlijn. Het gevaar dreigt hier echter altijd dat de hoeveelheid Nocardia zo groot is, dat ook de waterlijn van de rwzi Utrecht ‘besmet’ raakt.

Conclusie Tot slot wil ik de conclusie trekken, dat er op de rwzi Utrecht veel bereikt is in de afgelopen jaren. Ondanks alle extra slibvrachten, waarvan het grootste deel bio-P slibben, is de werking van de gistingen uit 1959, alleen maar verbeterd. De temperaturen zijn toegenomen en zijn nu het hele jaar op peil; afbraak is goed en de gistinggasproductie is sterk toegenomen. Ook de ontwaterbaarheid van het uitgegiste slib is weer terug op het oude niveau (toen alleen eigen slib verwerkt werd). Dat er toch nog van tijd tot tijd schuimvorming in de gistingen plaats vindt is een gevolg van levende biomassa’s en een verouderde slibgisting. Ombouw van deze gistingen, waarbij de gasinblaas vervangen zou worden door mengers en er voor zorgend dat ook de bovenste sliblagen gemengd blijven, lijkt niet meer rendabel. Het besluit is genomen om de hele zuivering Utrecht te ver- of herbouwen op de huidige locatie, maar of de slibverwerking op de huidige locatie blijft of gaat uitwijken naar een andere locatie is nog niet bekend. Dankzij goed advies (extern en intern), diverse aanpassingen aan de installatie en alertheid van de mensen op de diverse zuiveringslocaties, hebben we in Utrecht een goed werkende slibgisting en slibverwerking. Zo kunnen we nog een aantal jaren door tot de nieuwbouw is gerealiseerd. (Voor geïnteresseerden: lees ook eens het STOWA-rapport 43-2010) Helmert van Maanen, Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 22

6657_V05_art70.indd 22

Neerslag 2011/IV

16-06-11 16:03


Een nieuw type sluis-vispassage:

Innovatie bij Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden Introductie Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden heeft onlangs de tweede De Witsluisvispassage geplaatst bij gemaal Caspargouw in Wijk bij Duurstede. Met dit ontwerp van waterschapsmedewerker Wim de Wit kunnen vissen een groot peilverschil overbruggen en kunnen de kosten en het waterverlies beperkt blijven.

Waarom een vispassage Een van de taken van het waterschap is het op peil houden van het oppervlaktewater. Via een ingenieus systeem van stuwen, sluizen en gemalen zorgen de waterschappen er voor dat er zowel in de hoge als de lage gebieden van Nederland voldoende water is, niet te veel en niet te weinig. Het probleem van al die gemalen, sluizen en stuwen is dat vissen op deze manier in hun bewegingsvrijheid worden beperkt en onneembare hindernissen vormen. Om dit bezwaar op te heffen zijn er vispassages ontwikkeld. De waterbeheerders zijn verantwoordelijk voor een ecologisch gezond watersysteem. Hierbij hoort ook een gezonde visstand. In de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) wordt de visstand als kwaliteitskenmerk genoemd. Waterbeheerders moeten doelen vastleggen voor de visstand en deze doelen ook realiseren. Met het organiseren van een goede vismigratie bereikt het waterschap deze doelen op een effectieve manier.

Traag zwemmende vissen Er zijn verschillende typen vispassages met specifieke toepassingsmogelijkheden. In Nederland werden vispassages tot 1995 vooral in beken aangelegd; meestal was dit de ‘V-vormige bekkentrap’. In het buitenland werd en wordt vooral de ‘Vertical-slot’ vispassage toegepast. Beide typen zijn echter minder geschikt voor kleinere watergangen met een beperkt wateraanbod. In 1992 heeft schrijver van dit artikel een nieuwe compacte vispassage bedacht. Dit concept ontstond als nevenproduct van de AMI-stuw, die het water onder de stuwschuif door afvoert. Deze ‘de-Wit-vispassage’, bestaat uit een bak met tussenschotten. In elk schot is een klein doorstroom- / doorzwemvenster onder de waterspiegel ontworpen. Het aantal schotten is afhankelijk van het plaatselijke peilverschil. Het water mag niet te snel door de vensters stromen omdat vissen met een lage zwemsnelheid er anders niet doorkomen. Daarom is gekozen voor een ontwerp-stroomsnelheid van maximaal 1 m per seconde in de vispassage. Neerslag 2011/IV

6657_V06_art73.indd 23

23

17-06-11 10:07


Dit betekent voor elke 5 cm peilverschil één venster. Bij een peilverschil van bijvoorbeeld 50 cm zijn dus 50/5 = 10 vensters benodigd, ofwel 9 kamers. Deze vispassage biedt verschillende voordelen en waterbeheerders plaatsen dit type inmiddels op diverse plaatsen in Nederland en België.

Nieuw ontwerp sluis-vispassage Naast stuw/gemaal Caspargouw moest volgens een afspraak uit 2009 tussen ons waterschap, Rijkswaterstaat en de provincie Utrecht ook een vispassage aangelegd worden. Vissen moeten van het Amsterdam-Rijnkanaal naar de Caspargouwse wetering kunnen zwemmen en omgekeerd. Helaas is het peilverschil hier 2,5 m, wat erg veel diepe kamers tot gevolg zou hebben; de bouwkosten zouden hierdoor erg hoog worden en het onderhoud (schoonhouden van de vensters) wordt, vanwege de diep gelegen vensters, een probleem. Daarom zijn we gaan zoeken naar een andere oplossing. Een ‘normale’ sluis-vispassage bestaat uit een betonnen of gemetselde bak met aan weerszijden een schuif (of deur). Het systeem werkt als een scheepvaartsluis, maar dan voor vissen. De nadelen van deze sluisvispassage zijn de relatief dure ’schutkolk’ voor de vissen, het relatief grote waterverlies en de grote wachttijden voor de vissen om te passeren. ‘Dit kan beter’, dachten wij. Ons idee: in plaats van een schutkolk met deuren of schuiven maken we een constructie met een gesloten, schuin oplopende, buisleiding met twee schuiven (één schuif aan de laagwaterzijde en één schuif aan de hoogwaterzijde). Door de twee schuiven telkens om beurten te sluiten en te openen, creëren we een schutfunctie. Bovendien zetten we de te sluiten schuif niet geheel dicht maar op een kierstand. Hierdoor blijft er water stromen waardoor er een continue lokstroom voor de vissen ontstaat. Cruciaal voor dit nieuwe type sluis-vispassage is een zorgvuldig ontwerp en uitvoering van luchtdichte koppelingen en aansluitingen in het hele systeem waarbij de in- en uitstroomzijde geheel onder water zijn gesitueerd. Hierdoor blijft de hele buis door vacuümwerking continu volledig gevuld met water. Zo kunnen we het waterverlies beperken tot slechts circa 30 liter per seconde en maken we de wachtruimte voor de vissen in de buis 24

6657_V06_art73.indd 24

In deze 3D-schets staat de onderste schuif open, de bovenste schuif staat op een kierstand. Door het stromende water (de lokstroom) worden de vissen de buis ingelokt. Dan gaat de onderste schuif dicht en vervolgens gaat de bovenste schuif open. Daarna kunnen de vissen de buis uitzwemmen naar het bovenliggende water. Dit ’sluiten en openen’ herhalen we elke 10 of 15 minuten, zodat de vissen bijna continu kunnen doorzwemmen.

Neerslag 2011/IV

17-06-11 10:07


zo groot mogelijk. Het waterverlies kan verder beperkt worden door de vispassage niet het gehele etmaal te laten functioneren maar slechts een nader te bepalen aantal uren per etmaal. Dit is vrij eenvoudig in te stellen met een tijdklok of te programmeren.

Voordelen van dit type sluis-vispassage Eind vorig jaar is de eerste sluis-vispassage (met een inwendige diameter van 60 cm) aangelegd naast het gemaal Smidsdijk in Cothen. In april/mei is de werking onderzocht. De nieuwe sluis-vispassage Caspargouw (met een buisdiameter van 85 cm) is eind april opgeleverd. Ook deze is gedurende enkele weken nog onderzocht op zijn werking. Op het moment van het schrijven van dit artikel was slechts een klein deel van de resultaten bekend, maar de verwachtingen zijn (zeer) positief. Dit type sluis-vispassage is zodanig interessant, dat er op andere locaties in ons waterschapsgebied reeds vier andere zijn gepland. Het waterschap maakt, bij peilverschillen groter dan 1 m, met dit type veel minder kosten. Het geeft ook (veel) minder waterverlies. Tenslotte blijkt dit type vispassage weinig gevoelig voor verstopping.

In memoriam Sjoert Oldenkamp Op 14 mei is in zijn woonplaats Maastricht Sjoert Oldenkamp overleden. Sjoert heeft als technoloog bij DHV en Tauw gewerkt, hij is 78 jaar geworden. Gedurende zijn gehele carrière heeft Sjoert zich ingezet om het oppervlaktewater in Nederland schoner te krijgen. In de jubileumuitgave van Neerslag in 2005 zijn hier nog de herinneringen over opgehaald. Het citaat: ‘Ik zag het pikzwarte oppervlaktewater weer helder worden’ was kenmerkend voor zijn betrokkenheid bij het verbeteren van de kwaliteit van het water. Groot was zijn betrokkenheid met de mensen in de (afval-) water wereld. Dat vond zijn meest praktische vorm als actief lid van KNW. Zo was hij vele jaren lid van de historische commissie en verzorgde hij als lid van de redactie van Neerslag de intake en correctie van artikelen. Met name deze laatste taak is door Sjoert met zeer grote toewijding uitgevoerd. Elke spelfout of verkeerd gebruik van koppeltekens in de gedrukte Neerslag was hem een doorn in het oog. Dankzij zijn inzet is Neerslag getransformeerd van zwart-wit blad, zonder foto’s, tot de huidige vorm. Wij zijn hem veel dank verschuldigd. Wij wensen zijn vrouw, kinderen en kleinkinderen veel sterkte toe. Redactie Neerslag

Neerslag 2011/IV

6657_V06_art73.indd 25

25

17-06-11 10:07


Kunststof monsternamekast BÜHLER 3010 Kunststof behuizing, kostenefficiënt in aanschaf en gebruik ➔ Gekoeld, conform norm: tot een omgevingstemperatuur van 43°C wordt het monster gekoeld naar 4°C. ➔ Eenvoudig onderhoud en reiniging: het reinigen van monstervaten neemt 50% minder tijd in beslag. ➔ Representatief monster, zeer nauwkeurig monstervolume: alle BÜHLER drukvacuüm monsternamesystemen werken conform ISO 5667

LABORATORIUMANALYSE VIS SPECTROFOTOMETER MET RFID DR 3900 Nieuw: Betrouwbaarheid dankzij RFID-technologie ➔ Monsterherkenning met 100% herleidbaarheid: verwisseling onmogelijk tijdens het analyseproces dankzij RFIDtechnologie ➔ Automatische update: vanaf RFIDtag in verpakking kuvettentest direct naar DR 3900 ➔ Actuele batchinformatie: alle gegevens direct via RFID beschikbaar voor uw kwaliteitssysteem

Voor meer informatie bel: Tel: +31 (0)344 63 11 30 www.hach-lange.nl

11065 1_1_stC5_fc_V.indd Adv [162x229] Bü 1 hler.indd 1

1000-21-0000-5932 Neerslag 2011-4

Kleur: fc

17-05-11 17-06-11 16:34 10:59


Energiezuinige retourslibregelingen in de prakijk Het retourslibgemaal verbruikt 5 tot 10% van de energie op een rwzi. In de praktijk blijkt echter dat op veel rwzi’s meer retourslib wordt verpompt dan nodig is. Door het retourslib op een slimmere wijze te verpompen kan daarom een interessante energiebesparing worden gerealiseerd. Door de STOWA is geïnventariseerd welke waterschappen hier aandacht aan besteden. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de mogelijkheden, de aandachtspunten en de gerealiseerde besparingen. Het STOWA-rapport over dit onderzoek zal medio 2011 verschijnen.

Capaciteit van het retourslibgemaal Bij het ontwerp van de retourslibcapaciteit wordt uitgegaan van een benodigd drogestofgehalte in de beluchtingstank en een te verwachten slibvolume-index (SVI). In de praktijk blijken beiden vaak lager te zijn dan tijdens het ontwerp was bedacht. Tot circa 10 jaar geleden werd in Nederland vaak een SVI van 150 ml/g aangehouden. Dit was een veilige keuze en gezien de ervaringen misschien ook wel de goede keuze. Sinds de opkomst van de biologische fosfaatverwijdering wordt echter meestal een SVI van 120 ml/g aangehouden. In de praktijk blijkt de SVI van veel installaties gedurende een groot deel van het jaar zelfs nog lager dan 120 ml/g te zijn. Zeker wanneer ook nog eens chemische fosfaatverwijdering plaatsvindt. Daarnaast blijkt ook het drogestofgehalte in de beluchtingstank vaak lager te zijn dan volgens het ontwerp. Meestal komt dit doordat de rwzi onderbelast is en met een lager slibgehalte wordt bedreven. Op veel rwzi’s wordt in de zomer bovendien het slibgehalte verlaagd om energie te besparen. Door het lagere slibgehalte en/of de lagere SVI heeft de nabezinktank het relatief makkelijk en hoeft er minder retourslib te worden teruggevoerd naar de beluchtingstank.

Uitvoering en procesregeling In de meeste gevallen is één retourslibpomp of vijzel per nabezinktank aanwezig. De regeling hiervan vindt vaak plaats op basis van een vaste verhouding met het influentdebiet (of effluentdebiet). Dit principe is weergegeven in afbeelding 1. De verhouding tussen retourslibdebiet en influentdebiet (de retourslibverhouding) kan over het algemeen worden ingegeven door de bedrijfsvoerder. Bij RWA draait de pomp/vijzel meestal op maximale capaciteit en bij lage aanvoer op minimale capaciteit. Neerslag 2011/IV

6657_V07_art74.indd 27

27

16-06-11 16:04


Bij het ontwerp van het retourslibgemaal is de capaciteit bij RWA maatgevend. Het minimum bereik van een retourslibpomp of vijzel is meestal 30 tot 40% van het maximum. Bij DWA is de benodigde capaciteit over het algemeen 40 tot 60% van de RWA-capaciteit. In de nacht, als er weinig aanvoer is, hoeft echter veel minder retourslib te worden verpompt. Indien ook nog eens het drogestofgehalte en/of de SVI lager zijn dan volgens van het ontwerp, kan het zijn dat de benodigde DWA-retourslibcapaciteit nog veel lager is. Vaak is dan de minimale capaciteit van de retourslibpomp- of vijzel (veel) te groot met als gevolg dat bij DWA (zowel ’s nachts als overdag) te veel retourslib wordt verpompt.

Praktijkervaringen Uit een inventarisatie in 2010 bleek dat circa de helft van de waterschappen actief bezig is met (onderzoek naar) energiebesparing in het retourslibgemaal. In Neerslag nr 6 van 2010 is beschreven hoe op de rwzi’s Walcheren [lit. 1] en de Kralingseveer [lit. 2] de retourslibregeling is aangepast. De eerste stap die wordt gemaakt is het regelen van de retourslibpomp op basis van de actuele procesgegevens in plaats van de ontwerpwaarden. Dit houdt in dat de instelling van de retourslibverhouding wordt verlaagd waardoor de retourslibpomp minder zal hoeven te verpompen en vaker op minimale capaciteit zal draaien. Vaak is echter de ondergrens van de retourslibpomp- of vijzel te hoog om hiermee veel energie te kunnen besparen. Een mogelijkheid is dan om de ondergrens verder te verlagen. Dit is beperkt mogelijk bij retourslibvijzels maar niet bij retourslibpompen. De meest toegepaste maatregel is het intermitterende bedrijf van het retourslibgemaal bij DWA. In plaats van continu retourslib te verpompen wordt de pomp of vijzel af en toe gewoon even uitgezet. De wijze waarop de intermitterende regeling is uitgevoerd verschilt. Er worden vier methoden toegepast: 1. Intermitterend op basis van een tijdklok (vaste tijden AAN en UIT); 2. Intermitterend op basis van het influentdebiet. Hierbij wordt de tijd dat de retourslibpomp aanstaat berekend op basis van het cumulatieve influentdebiet en een instelbare retourslibverhouding; 3. Intermitterend op basis van de massabalans. Hierbij wordt de retourslibpomp aangezet op het moment dat een bepaalde slibmassa in de nabezinktank ligt. Deze slibmassa wordt bepaald aan de hand van het influentdebiet en de drogestofmeting in de beluchtingstank. De onttrokken slibmassa wordt bepaald op basis van het retourslibgehalte en het retourslibdebiet. 4. Intermitterend op basis van de slibdeken. Hierbij wordt de niveaumeting in de nabezinktank gebruikt om de retourslibpomp aan en uit te sturen. Bij hoog niveau schakelt de pomp aan en bij laag niveau uit. In het STOWA-onderzoek zijn vier rwzi’s geselecteerd waar de retourslibregeling is geoptimaliseerd. Op de rwzi Nijmegen worden de retourslibvijzels continu bedreven en geregeld op basis van een retourslibverhouding met het influentdebiet. De retour28

6657_V07_art74.indd 28

Neerslag 2011/IV

16-06-11 16:04


Afbeelding 1 – Retourslibregeling op basis van het influentdebiet.

slibverhouding wordt echter ingesteld op basis van de actuele procesgegevens (drogestofgehalte en SVI) en niet, zoals voorheen het geval was, op basis van de ontwerpwaarden. Hierdoor is het benodigde retourslibdebiet aanzienlijk lager. Omdat de ondergrens van de retourslibvijzel te hoog was om hiervan optimaal te kunnen profiteren is onderzocht of deze kan worden verlaagd. Uiteindelijk is gekozen voor een verlaging van 40 tot 15% van de maximale capaciteit. Deze maatregelen hebben geleid tot een energiebesparing van 40%. Op de rwzi Walcheren is op één van de zes nabezinktanks een intermitterende regeling op influentdebiet getest [lit. 1]. Hierbij zijn verschillende maatregelen genomen die tot energiebesparing hebben geleid. Als eerste is de intermitterende regeling geïmplementeerd. Ten gevolge hiervan wordt circa 17% minder retourslib verpompt. Vervolgens is onderzocht wat het energetisch optimale werkpunt is van de retourslibpomp. Dit blijkt rond de 27 Hz te liggen. Als de retourslibpomp in bedrijf komt wordt deze op de optimale frequentie bedreven. Dit leidt tot een extra energiebesparing per m3 verpompt retourslib van 22%. In totaal hebben beide maatregelen tot een energiebesparing van circa 35% geleidt. Tenslotte is er een technische maatregel getest, de zogenaamde fluxoptimalisatie. Dit betreft een instelling op de frequentie-omvormer die bij lage capaciteit tot een rendementsstijging leidt. De winst hiervan is echter relatief gering. Inmiddels is de intermitterende regeling op alle nabezinktanks van de rwzi Walcheren geïmplementeerd. Op de rwzi Arnhem-Zuid is op één van de vijf nabezinktanks een intermitterende regeling op slibdekenniveau getest. Hierbij is het slibdekenniveau waarop de retourslibvijzel wordt aangezet stapsgewijs verhoogd tot maximaal 150 cm (110 cm onder de waterspiegel). Hierbij kwam het voor dat de retourslibvijzel langer dan een dag niet in bedrijf kwam. Het gevolg hiervan was dat fosfaatafgifte in de nabezinktank plaats vond. Bij de lagere slibdekeninstellingen leidt de intermitNeerslag 2011/IV

6657_V07_art74.indd 29

29

16-06-11 16:04


Op één van de nabezinktanks van de rwzi ArnhemZuid is een slibdekenregeling getest.

terende regeling tot een energiebesparing van 35%. Op de rwzi Kralingseveer is een vergelijkbare regeling toegepast (lit. 2) en is eveneens een energiebesparing van 30-35% vastgesteld. Op de rwzi Goedereede is op één van de twee nabezinktanks een intermitterende regeling op massabalans toegepast. Deze regeling is echter maar 1 à 2 dagen per week actief. Bovendien was de regeling zodanig ingesteld dat deze meestal overruled werd door een maximaal retourslibgehalte. Indien het retourslibgehalte boven een instelbare waarde komt wordt de retourslibpomp aangeschakeld. De toepassing van de regeling kan niet alleen tot een aanzienlijke energiebesparing in de retourslibpompen leiden maar ook in de slibontwatering.

Energiebesparing Op basis van de beschreven praktijkcases wordt geconcludeerd dat een significante energiebesparing mogelijk is bij het verpompen van retourslib. Afhankelijk van de uitgangssituatie en de systeemconfiguratie wordt een besparing van 30 tot 40% bereikt (met zelfs een uitschieter naar 60%). Dit leidt over het algemeen tot een verlaging van het energieverbruik op de rwzi van 1,5 tot 3%. Er zijn echter omstandigheden waarbij de energiebesparing nog hoger kan uitvallen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn op rwzi’s met een hoge RWA/DWAverhouding, een sterk onderbelaste rwzi of een rwzi met een zeer lage SVI. Op de rwzi Goedereede is de energiebesparing op de rwzi door aanpassing van de retourslibregeling bijvoorbeeld 11%. Dit is met name een gevolg van de overdimensionering van de retourslibpompen en het lage slibgehalte. Naast de directe energiewinst kan er ook energiewinst (of verlies) ontstaan in andere procesonderdelen. Op de rwzi Goedereede is de energiewinst in de 30

6657_V07_art74.indd 30

Neerslag 2011/IV

16-06-11 16:04


slibontwatering nog groter dan de energiewinst in het retourslibgemaal. Op de rwzi Walcheren neemt het energieverbruik van het tussengemaal af doordat er minder retourslib wordt verpompt. Een toename van het energieverbruik kan bijvoorbeeld plaatsvinden doordat met het retourslib minder nitraat wordt teruggevoerd waardoor de interne recirculatiepompen harder moeten draaien. Deze aspecten verschillen per rwzi en dienen bij de afweging voor de implementatie van een dergelijke regeling te worden meegenomen.

Fosfaatafgifte Op basis van de praktijkervaringen kan fosfaatafgifte in de nabezinktank als belangrijkste risico en aandachtspunt worden benoemd. Fosfaatafgifte is opgetreden op de rwzi Arnhem-Zuid bij (extreem) lange slibverblijftijd in de nabezinktank. Het is aan te bevelen de regeling zodanig in te stellen dat slibverblijftijden in de nabezinktanks van langer dan enkele uren niet voorkomen. Dit geldt uiteraard alleen voor rwzi’s met biologische fosfaatverwijdering. Daarnaast wordt aanbevolen om dit aspect nader te onderzoeken.

Perspectief Energiebesparing is een belangrijke doelstelling van de waterschappen. Door het aanpassen van het zuiveringsconcept (‘energiefabriek’) of het vervangen van bepaalde systeemcomponenten (b.v. toepassen bellenbeluchting in plaats van oppervlaktebeluchting) kan veel energie worden bespaard. De kosten die hiermee gepaard gaan zijn echter hoog, en ook kostenreductie staat hoog in het vaandel bij de Waterschappen. Door het verbeteren van procesregelingen kan op vele rwzi’s tegen relatief geringe kosten een interessante energiebesparing worden gerealiseerd [lit. 3]. Als eerste wordt hierbij natuurlijk aan de beluchterregeling gedacht. Ook de retourslibregeling kan echter een interessante kandidaat zijn. Tegen relatief geringe kosten kan de procesregeling zodanig kan worden geoptimaliseerd dat een absolute energiebesparing tot ruim 1 kWh/i.e.verwijderd mogelijk is. Deze duurzame investering is in enkele jaren terugverdiend.

Literatuur 1] Energiezuinige retourslibregeling Marc Augustijn, Neerslag 2010/VI, p.33-36 2] Slibretourregeling met behulp van slibspiegelmeting Marcel van Hees en Alex Sengers, Neerslag 2010/VI, p.19-24 3] Energiebesparing op rwzi’s is een kwestie van goed regelen André van Bentem en Kim van Schagen, H2O, 2010/11, p.13-15 André van Bentem, DHV Marc Augustijn, waterschap Scheldestromen

Neerslag 2011/IV

6657_V07_art74.indd 31

31

16-06-11 16:04


Wij stoppen al onze energie in het besparen van de uwe!

Droge voeten op Terschelling met Emotron Eenvoud en betrouwbaarheid kenmerken Emotron frequentieregelaars!! Uitwateringssluizen Kinnum en Lies op Terschelling. Na wateroverlast in voorgaande jaren heeft Wetterskip Fryslân in 2010 de bestaande uitwateringssluizen op Terschelling uitgebreid met pompen. De nieuwe combi gemalen kunnen bij eb nog steeds via automatische schuiven onder vrij verval water lozen op de Waddenzee, maar bij vloed kan er nu ook gepompt worden. De vier Hidrostal pompen (twee per gemaal) kunnen gezamenlijk maximaal 145m³/min. verpompen.Daar de opvoerhoogte van de pompen varieert van 1 tot maximaal 3 meter moet het toerental van de pompen bij lage opvoerhoogte worden beperkt om cavitatie te voorkomen. Het toerental van de pompen wordt geregeld door middel van Emotron frequentieregelaars. De voordelen van het toepassen van Emotron frequentieregelaars zijn, naast het kunnen draaien op lager toerental, vooral het veel gecontroleerder starten en stoppen van de pompen. Daardoor zijn problemen als geluidsoverlast door ontsnappende lucht, waterslag of dreunen van uitstroomkleppen te voorkomen. Ook is er, bij weinig aanvoer, door het draaien op een lager toerental een constanter polderpeil en minder vuilaanbod bij de gemalen door de lagere stroomsnelheid van het water. Tevens zijn door het lagere toerental de pompen visvriendelijker. Meer informatie? +31(0)497 389 222 of info@emotron.nl of www.emotron.nl

1_1_stC5_fc_I.indd 1

1000-21-0000-5608 Waternetwerk Neerslag 2011-4

Kleur: fc

17-06-11 11:20


Excursie Sectie Noord-Nederland Dit is een kort verslag van sectie Noord-Nederland wat betreft de excursie (volgens onze voorzitter Herman duidelijk een studiereis) naar de fabriek van Seepex te Bottrop op dinsdag 12 april 2011. We zijn ’s ochtends precies op tijd vertrokken vanuit Drachten, want kwart over zeven is kwart over zeven. Nadat we de laatste passagiers opgepikt hadden vanuit Emmen bleek dat één persoon de bus gemist had; uiteindelijk gingen wij met 50 goedgemutste heren richting Bottrop. Tegen 8.45 uur kregen we bijna allemaal tegelijk een smsje, welkom in Duitsland. Toch aardige mensen die Duitsers. 9.10 uur: Herman neemt het woord en opent de ledenvergadering in de bus en sluit deze na 20 minuten keurig af. In de tussentijd is Johan Toering voor de komende 3 jaar als vrijwillig aangewezen voor de controle van de kas, weten wij dat begin 2012 sectie Noord de Neerslag mag vullen en dat in oktober 2011 de volgende excursie gepland staat naar de Ultra Puur Waterfabriek in Emmen. Bij Seepex te Bottrop hebben we een kijkje kunnen nemen in hun keuken, o.a. de fabriek, de testhal en horen we wat de laatste technische, innovatieve ontwikkelingen zijn op het gebied van hun excentrische wormpompen. Ook werd er een wedstrijd gehouden hoe snel wij een stator konden wisselen bij een pomp, gebouwd volgens het Smart Conveying Technology principe. Na loting konden 6 personen zich bewijzen, Erik Besteman was daarin de snelste met Neerslag 2011/IV

6657_V08_art64.indd 33

33

16-06-11 16:05


een tijd van 3 minuut, 3 seconden en nog een beetje. Na overladen te zijn met cadeaus (o.a. elektrische gereedschap om nog sneller te werken) werd hem ook nog een werkcontract aangeboden door Seepex. Wij hebben heftig geprotesteerd, zo’n topper kunnen wij niet missen in onze sectie. Na een heerlijk diner in Steakhouse te Bocholt zijn we weer richting Nederland gereisd. Bij het instappen bleek dat we nog 1 passagier misten; de gepensioneerde Jitze Krol was nog bezig met het bedelen naar 4 prachtige bierglazen van het Steakhouse. Dankzij de goede bediende Steffie is ook dit met succes afgelopen, net als deze gehele studiedag.

34

6657_V08_art64.indd 34

Neerslag 2011/IV

16-06-11 16:05


Waterbeheer in Matagalpa Inleiding In de afgelopen vier jaar heeft een samenwerkingsverband van Stichting LeAF, waterschap de Dommel en hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden samen met de milieuafdeling van de gemeente Matagalpa (Nicaragua) zich ingespannen het waterketenbeheer in Matagalpa op een hoger niveau te brengen. Met dit project is invulling gegeven aan de zogenaamde Millennium Development Goals van de Verenigde Naties op het gebied van drinkwater en sanitatie. Een kort verslag van het project dat op 30 juni dit jaar afloopt.

Achtergrond De stad Matagalpa, in het bergachtige centrale noorden van Nicaragua, is gelegen in een kwetsbaar stroomgebied waarin twee rivieren, de Rio Molino Norte en de Rio San Francisco, ontspringen. De stad is voor 42% van haar drinkwatervoorziening afhankelijk van Rio Molino Norte. De Rio San Francisco is te zwaar verontreinigd om als bron voor drinkwater te kunnen dienen. De overige 58% is afkomstig van grondwaterwinningen ca. 23 km benedenstrooms de stad. Bovendien moet hierbij een hoogteverschil van 200 - 300 meter worden overwonnen. De kosten voor deze winning en het transport leiden er toe dat Matagalpa ĂŠĂŠn van de hoogste drinkwatertarieven van Nicaragua kent. Deze grondwaterwinning is eindig en zal vanwege de verslechterende kwa-

Molino Norte

Matagalpa

San Francisco

Neerslag 2011/IV

6657_V09_art75.indd 35

35

16-06-11 16:06


liteit binnen afzienbare tijd gestopt moeten worden. Daarbij komt dat de waterbehoefte van Matagalpa, als gevolg van een sterke bevolkingsgroei, de komende jaren sterk zal toenemen. Het zoeken naar alternatieven voor de drinkwatervoorziening is dan ook zeer urgent. Hierdoor wordt het belang van de natuurlijke waterbronnen in het gebied rond Matagalpa erg groot. De bedreigingen van deze bronnen komt vooral van de agrarische activiteiten, waarvan de koffieteelt de voornaamste is. Tijdens het koffieplukseizoen is er sprake van een aanzienlijke vervuiling van de rivieren door koffieafvalwater. Bovendien vindt er vervuiling plaats vanuit de veehouderijen en is er sprake van lozingen van ongezuiverd huishoudelijk afvalwater vanuit de woongemeenschappen in de buitengebieden (rurale gebieden). Kortom, het doel van het project, dat de naam ‘Agua para Todos, Agua para Siempre’1) heeft meegekregen, was: hoe kunnen we de kwaliteit van het rivierwater beschermen of verbeteren zodat de drinkwatervoorziening van Matagalpa voor de komende jaren kan worden veiliggesteld. En op welke manier kunnen we de leefomstandigheden van de mensen in de rurale gebieden verbeteren, gericht op de drinkwateren sanitatievoorzieningen.

Projectuitvoering Omdat de probleemstelling in het stroomgebied van de Rio Molino Norte en Rio San Francisco vrij complex in elkaar zit is het project op drie verschillende terreinen (drinkwater, sanitatie en afvalwaterzuivering) aangepakt hetgeen resulteerde in twee deelprojecten.

Drinkwatervoorziening en sanitatie. Hoewel de woningen in Matagalpa zelf voorzien zijn van stromend drinkwater is dat in de bovenstrooms gelegen gebieden in veel gevallen niet zo. Voor dit project is een vijftal leefgemeenschappen, variërend van 159-60 inwoners, geselecteerd waarvoor binnen dit project de drinkwater- en sanitatie- voorzieningen zijn aangepakt. In deze leefgebieden moest 17-80% van de huishoudens het doen zonder drinkwateraansluiting, terwijl deugdelijke sanitaire voorzieningen geheel ontbraken. Verder bleek dat de wateraanvoer tekort schoot om aan de totale behoefte te voorzien, terwijl al bestaande drinkwatersystemen in een slechte staat van onderhoud verkeerden. Hierdoor was de distributie niet altijd even efficiënt en de kwaliteit van het water niet altijd even betrouwbaar. In de gevallen waar geen drinkwateraansluiting aanwezig was werd soms een collectief watertappunt gebruikt, maar niet zelden was men aangewezen op oppervlaktewater, waarbij vooral de kwaliteitsbewaking/bronbescherming niet de aandacht kreeg die het verdiende. Zeker wanneer leefgemeenschappen zich benedenstrooms een rivier bevinden is de kwaliteit van dit water vanwege agrarische activiteit of afvalwaterafvoer van bovenstrooms gelegen leefgemeenschappen lang niet altijd geschikt voor drinkwater. In overleg met de plaatselijke overheid en bewoners is gezocht naar mogelijke aanvullende en nieuwe waterbronnen. Hiervoor komen rivierwa1 Agua para Todos, Agua para Siempre betekent: Water voor iedereen, water altijd. 36

6657_V09_art75.indd 36

Neerslag 2011/IV

16-06-11 16:06


Links: latrine; rechts: watertappunt. ter of grondwater in aanmerking. In een aantal gevallen wordt de opvang van regenwater toegepast. Het ontwerp van de benodigde voorzieningen (leidingnetten en opslagtanks) werd uitgevoerd door experts van de Nederlandse partners en het milieubureau van Matagalpa. De aanleg en het leveren van de materialen is door lokale aannemers uitgevoerd. Door deze opzet hebben lokale aannemers ervaring opgedaan met de aanleg van drink- en afvalwatervoorzieningen. De betrokkenheid van de lokale bevolking werd bevorderd door hen bij de aanleg van de systemen in te zetten als arbeidskrachten. Bovendien werd van de gebruikers een financiĂŤle bijdrage gevraagd van 15-20% van de totale kosten. Gedurende de loop van het project zijn voor ca 2900 bewoners in de rurale gebieden sanitatievoorzienigen aangelegd. Deze bestaan voornamelijk uit latrines. Als gevolg hiervan is de vervuiling van het oppervlaktewater en de directe leefomgeving van de bevolking fors afgenomen. Voor de behandeling van het huishoudelijk afvalwater (grijswater) zijn zogenaamde waterharmonicasystemen ontworpen. Hierbij wordt het afvalwater over vloeibedden gevoerd waarop planten groeien. Deze planten groeien op de verontreiniging in het afvalwater dat hierdoor wordt gezuiverd. De planten worden hierna gebruikt als veevoer.

Afvalwaterbehandeling koffieafvalwater EĂŠn van de grootste vervuilers in de stroomgebieden Molino Norte en San Francisco is de koffiesector. Tegelijk is deze sector ook van groot belang voor de regionale economie. Vanuit deze regio wordt hoogwaardige kwaliteitskoffie geproduceerd die een belangrijk aandeel levert aan de totale koffieproductie van Nicaragua. Neerslag 2011/IV

6657_V09_art75.indd 37

37

16-06-11 16:06


Bij de verwerking van koffiebessen tot koffiebonen is een grote hoeveelheid water nodig die vervolgens wordt geloosd in de natuur. Dit afvalwater kenmerkt zich door een hoge concentratie aan organische stoffen (BZV), nutriënten en een lage pH-waarde. Daarbij komt dat het koffieplukseizoen samenvalt met de droge periode, waardoor het aandeel afvalwater relatief groot is (10%) van de totale rivierafvoer. Vanwege deze relatief grote invloed op de kwaliteit van het oppervlaktewater is besloten gedurende het project voor een aantal koffieplantages waterzuiveringsinstallaties te ontwerpen en te bouwen. Ook hier is het uitgangspunt dat de koffieboeren een eigen verantwoordelijkheid hebben te nemen in de aanpak van deze problematiek. Ze moeten bereid zijn te investeren in het oplossen van de problemen die zij zelf veroorzaken. Tijdens de uitvoering van dit deelproject zijn bij een vijftal koffieboeren voorzieningen getroffen om het geproduceerde afvalwater te behandelen. Voor de wat groter producenten bestaan deze voorzieningen uit de volgende onderdelen: 1. een bufferbassin waarin de pH wordt gecorrigeerd; 2. een anaërobe zuiveringsstap voor de verwijdering van vooral BZV; 3. nazuivering volgens het waterharmonicasysteem voor de verwijdering van nutriënten. Voor de middelgrote en kleinere koffieboeren kon de tweede stap, de anaërobe zuiveringsstap, achterwege worden gelaten. Net als bij de sanitaire voorzieningen zijn de ontwerpen van de afvalwaterbehandeling door het samenwerkingsverband verzorgd, in nauwe samenwerking

Anaërobe waterzuivering. 38

6657_V09_art75.indd 38

Neerslag 2011/IV

16-06-11 16:06


met de plaatselijke milieudienst en lokale aannemers. De realisatie is door lokale aannemers uitgevoerd. De kosten voor de materialen zijn deels door de boeren zelf gedragen.

Hoe verder Na 1 juli 2011 is het project afgerond en moet de lokale milieudienst van Matagalpa samen met de betrokkenen ter plekke (bewoners en boeren) het stokje overnemen. Ook tijdens de afgelopen vier jaar is hier al ruim aandacht aan gegeven. Er is instructie gegeven over hoe de verschillende installaties moeten worden onderhouden. Aannemers ter plekke zijn bekend gemaakt met het ontwerpen en construeren van de installaties en voorzieningen. De milieudienst probeert de overige boeren over de streep te trekken ook maatregelen te nemen om de verontreiniging van het rivierwater terug te dringen. Mogelijk dat in de toekomst dit met behulp van bestuurlijke dwang moet worden ondersteund. Voorlopig kosten de maatregelen de boeren alleen nog maar geld. Wanneer het lozen van het afvalwater gebonden wordt aan lozingseisen zullen de overige koffieboeren ook maatregelen moeten gaan nemen. Ook hierin hebben we de milieudienst van Matagalpa ideeĂŤn aan de hand gedaan. De bemoeienissen van het samenwerkingsverband zoals deze binnen dit project hebben gewerkt zal per 1 juli ophouden. Gelukkig is een nieuw project met o.a. twee van de huidige deelnemers in Nederland ondertussen gestart. Met een scheef oog zullen de resultaten van de afgelopen jaren in de gaten gehouden gaan worden. Voor de deelnemers geldt in ieder geval dat met plezier teruggekeken wordt op een mooi project waar we als Nederlandse waterdeskundigen onze kennis op een hele andere, maar zeker niet minder zinvolle manier hebben kunnen inzetten.

Hoe was dit allemaal mogelijk Om dit project te kunnen realiseren waren natuurlijk middelen nodig. Naast de kennis en uren van de waterschappen en LeAF is er een financiĂŤle bijdrage en arbeid geleverd door de lokale bevolking. Daarnaast kon dit project gerealiseerd worden dankzij subsidies van Aqua for All en het NWB-fonds. Tonny Oosterhoff, Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden

Neerslag 2011/IV

6657_V09_art75.indd 39

39

16-06-11 16:06


Schuck isolatiestukken voor drinkwater Optimaal isolatiestuk voor alle soorten water

iso

l at i e

stukken

Symmetrische of asymmetrische inbouw mogelijk

100% bescherming tegen corrosie Ge誰soleerd scheidingspunt Inwendige coating

keuze uit meerdere soorten coatings

Imbema Denso B.V. Nijverheidsweg 5-7 Postbus 160 NL-2000 AD Haarlem Tel.: +31 (0)23 - 517 24 24 Fax: +31 (0)23 - 531 74 33 E-mail: info@imbemadenso.nl www.imbemadenso.nl Een onderneming van de Imbema Groep.

6657_P40_fc.indd 1

17-06-11 11:22


STAR - Superior Tuning And Recording

STAR verbreedt de horizon van rwzi Ede Inleiding Binnen het Waterschap van Vallei & Eem is de rwzi Ede de op één na grootste zuivering. Vanaf 2007 zijn er regelmatig overschrijdingen geweest van de lozingseisen. Het oorspronkelijke ontwerp van de rwzi was 300.000 i.e. met gebruik van 8 nabezinktanks. Door een aantal aanpassingen en een nieuw overkoepelend controlesysteem, voldoet de zuivering nu ruimschoots aan de lozingseisen: (N < 10mg/l, P < 1 mg/l) en is de hydraulische capaciteit van de rwzi inmiddels verhoogd van 6500 m3/h naar 8000 m3/h. De huidige belasting bedraagt 240.000 i.e., dit is exclusief de toename vanaf de slibverwerking en maakt gebruik van de 6 nabezinktanks ( zie figuur 1). Vanwege de problemen zijn diverse studies uitgevoerd. Deze bevestigden de biologische en hydraulische problemen evenals de onvoldoende fosfaatverwijdering. Ook trad vaak slibuitspoeling op bij regen. Bij de systeemkeuzestudie van DHV zijn de onderstaande aandachtspunten meegenomen: – Hydraulische verdeling tussen de straten; – Hydraulische beperking afvoer nabezinktanks; – Niveauregeling in de beluchtingstanks; – Hogere fosfaatbelasting; – Het ombouwen van het Biodenipho™-concept naar een omloopsysteem; – Ombouw van borstelbeluchting naar bellenbeluchting. In 2008 heeft Rossmark het Waterschap benaderd over de nieuwe ontwikkelingen binnen het Biodenipho™-systeem. Met behulp van de nieuwe ontwikkelingen STAR-control® zou het mogelijk moeten zijn om weer aan de huidige effluenteisen te voldoen. STAR® is oorspronkelijk ontwikkeld door Krüger als besturingssysteem voor haar Biodenipho™-concept. Het is inmiddels uitgegroeid tot het besturingssysteem ‘STAR 2’, dat voor allerlei zuiveringsprocessen wordt toegepast. STAR staat voor Superior Tuning And Recording. Het is een bovenliggend besturingssysteem voor (online) procesbeheersing dat werkt als een verlengstuk van een SCADA- of PLC-systeem. Krüger maakt, net als Rossmark, deel uit van Veolia. Het STAR-team heeft een voorstudie uitgevoerd en daar kwam uit dat bij een goede technische werking ook een verbeterde hydraulische situatie zou ontstaan en dat bij toepassing van de STAR-regeling tevens aan de effluenteisen kon worNeerslag 2011/IV

6657_V10_art71.indd 41

41

16-06-11 16:07


den voldaan. Door de presentaties en discussies tussen Veolia enerzijds en het projectteam bestaande uit DHV en Waterschap Vallei & Eem anderzijds is het projectteam overtuigd geworden en is besloten het Biodenipho™-systeem op de rwzi Ede te handhaven, inclusief de borstelbeluchting. Uit deze studie bleek ook dat handhaving van het bestaande Biodenipho™systeem en aanpassing van de automatisering door het STAR 2-systeem veruit de goedkoopste oplossing was, ongeacht de te verwachte energiebesparing. De uitgevoerde werkzaamheden: – Nieuwe regeling van de aan- en afvoer kleppen; – Per straat herschikking van monitoren: vanuit de nabeluchting werden de ammonium- fosfaat- en nitraatmonitoren naar één van de twee beluchtingstanks verplaatst en werd in de andere beluchtingstank enkel een extra ammoniummonitor geplaatst; – Vanwege de verhoging van de hydraulische belasting werden alle nabezinktanks van een extra afvoer voorzien. – Plaatsing en realisatie STAR 2–server, inclusief de drie onderstaande modules: • Faseregeling • Nitrificatie/denitrificatie en zuurstofregeling (N/DN zuurstof) • Slibretourregeling – Vanwege de problemen met de fosfaatverwijdering heeft het waterschap al eerder de regeling voor de metaaldosering geautomatiseerd. De rwzi Ede bestaat uit twee straten met elk een Biodenipho™-systeem. Elk Biodenipho™-systeem is een soort sequentieel SBR-systeem bestaande uit twee

Overzicht rwzi Ede twee straten met elk 3 nabezinktanks 42

6657_V10_art71.indd 42

Neerslag 2011/IV

16-06-11 16:07


met elkaar in verbinding staande omloopsystemen. Het STAR-systeem bepaalt, afhankelijk van de actuele situatie in de biologische tanks, welk compartiment wordt gevoed. Net als in een Nereda®-systeem vinden aan- en afvoer tegelijkertijd plaats, alleen de uitloop van iedere straat wordt in dit geval naar elk drie nabezinktanks geleid. De aanbesteding van de aanpassing van de E&I vond plaats in medio 2010. De server is eind 2010 geplaatst. Begin januari 2011 werd STAR geïnstalleerd. Begin februari is met succes opgestart en opgeleverd. De daadwerkelijke omschakeling van het oude naar de nieuwe Figuur 2. De STAR 2 in- en uitlaat processituaties van besturing vond vanwege één straat . het twee straten concept van de rwzi Ede, plaats in twee fasen. Direct na ingebruikname van STAR was het duidelijk dat de nieuwe fase regeling succes heeft. De effluenteisen zijn ondanks de winterperiode reeds gehaald.

De geïnstalleerde modules/regelingen De informatie uit het SCADA-systeem wordt periodiek door het STAR 2-systeem uitgelezen en worden afhankelijk van de aanwezige modules/regelingen nieuwe setpunten berekend en teruggekoppeld. Zuurstof faseregeling De zuurstofregeling komt voort uit de faseregeling. Gecombineerd met de N/ DN faseregeling zorgt deze voor automatische aanpassing van de faselengte. De regeling is gebaseerd op de signalen van de online metingen in de beluchtingtank. Afhankelijk van de concentratie en de relatie tussen ammonium-, nitraat en de zuurstofconcentratie in de verschillende compartimenten, bepaalt de regeling het zuurstofsetpunt en op welk moment, welk compartiment wordt gevoed, en/ of wordt afgelaten. De zuurstofregeling van het SCADA bepaalt het aantal beluchters en voortstuwers dat nodig is om dit setpunt te bereiken. Dit betekent dat de zuurstofinbreng ten alle tijden volledig is afgestemd op de biologische vraag. Deze wijze van besturing van de wisselende processen, verbetert zowel de biologische stikstof- als fosfaatverwijdering bij een zo laag mogelijke energie-inbreng. De zuurstofregeling zorgt ook voor de aansturing van de nabeluchting. Fase regeling In totaal zijn een 12-tal fases gedefinieerd, met elk een range van specifieke voorwaarden aan biologische behoefte, maar ook op de hydraulische capaciteit. STAR 2 evalueert de individuele processen in iedere straat met twee beluchtingNeerslag 2011/IV

6657_V10_art71.indd 43

43

16-06-11 16:07


compartimenten. Pas nadat beide beluchtingcompartimenten van de straat hun proces hebben beëindigd, zal er een echte ‘flow fase wisseling’ uitgevoerd worden met het wijzigen van de aansturing van de inlaten en aflaten van de beluchtingcompartimenten. Retourslibregeling Ten behoeve van de retourslibregeling is elke nabezinktank voorzien van een slibspiegelmeter. Eén van de drie pompen per nabezinktank is voorzien van een frequentieregeling. In de gezamenlijke slibretourleiding van drie nabezinktanks is één drogestofmeter geplaatst. De hoeveelheid slibrecirculatie wordt hiermee beperkt tot een minimaal noodzakelijk niveau, waarmee direct al energie wordt bespaard (voorbeeld in figuur 3).

Figuur 3. Overzichtscherm retourslibregeling. Terugval (Fall Back) regelingen Uniek van STAR zijn de terugvalregelingen. Deze worden bepaald aan de hand van kwaliteitsbeoordeling van signalen die afkomstig zijn van monitoren, sensoren of communicatie. Deze regelingen zijn gedeeltelijk gepatenteerd. Elk inkomend signaal wordt op kwaliteit beoordeeld. Hierna wordt gekeken naar een andere waarde, de zogenaamde Fallback. Bijvoorbeeld: de beluchtingsregeling op basis van Zuurstof, Ammonium, Nitraat en OUR ( oxygen uptake rate) of op basis van metingen uit de andere straat, of voorafgaande metingen. Volgens een bepaald algoritme bepaald STAR tot op welk niveau Fallback moet plaatsvinden alvorens validatie plaatsvindt. In het ergste geval zal STAR zich zelf uitschakelen en zal de besturing terugvallen naar de oude Scada-regeling. Een voorbeeld is te zien in figuur 4 waarbij in de 44

6657_V10_art71.indd 44

Neerslag 2011/IV

16-06-11 16:07


Figuur 4. Voorbeeld beluchtingsregeling. Rechts is het effect van de fallback regeling te zien. Het ammonium signaal (groen) blijft onveranderd, terwijl de nitraat (roze) cyclus gewoon doorloopt. In de grafiek is ook het influentdebiet (lichtgrijs) en het fosfaatgehalte (blauw) zichtbaar. regeling van de N/DN beluchtingsregeling het Ammoniumsignaal onveranderd blijft maar de beluchting wel wisselt gezien de veranderende nitraat concentratie.

GUI Gebruikers interface Via het scherm ( Grafische gebruikers interface_GUI) ) is het direct duidelijk in welke fase het proces zich bevindt of welke regeling actief is of van welke ‘Fallback’ regeling gebruik wordt gemaakt. Deze grafische interface kan ook via internet worden benaderd via beveiligde protocollen. Met de standaard rapportagefuncties kunnen zowel de operators als het management worden voorzien van de gewenste rapportages. Wijzigingen in instellingen kunnen gemakkelijk zichtbaar worden gemaakt. Door de aanpassing en besturing voldoet de rwzi Ede al in de winterperiode aan de eflluenteisen en is daarmee klaar voor de toekomst. De energiebesparing op retourslib lijkt gunstig, maar zal pas op langere termijn worden geëvalueerd. Kortom met STAR wordt de horizon van rwzi Ede verlegd, en kan zelfs nog verder worden verbreed door toepassing van andere modules, zoals bijvoorbeeld: – ATS (Active Tank Settling), speciaal voor verhoogde regenweer aanvoer. – RTC (Real Time sewer Control), besturing van riool en/of influentgemalen – Regenweermodules – Slibleeftijdregeling Neerslag 2011/IV

6657_V10_art71.indd 45

45

16-06-11 16:07


Kruger zal de komende maanden het proces nog op afstand volgen en kan in overleg met de procesbegeleiders/operators van Vallei & Eem wijzigingen in instellingen voorstellen. Echter na de twee laatste trainingssessies op locatie kunnen de operators goed met STAR omgaan en zullen zij zich meer en meer op andere zaken kunnen richten dan STAR en de Biodenipho™.

Referenties: – Onderzoek optimalisatie rwzi Ede, Waterschap Vallei & Eem, DHV B.V. Maart 2009 – Ede wwtp, Prestudy for STAR control Waterschap Vallei & Eem, Kruger May 2009 – Systeemkeuzestudie rwzi Ede, DHV B.V. juli 2009 Ronnie van Brummelen en Dirk van Kleef, waterschap Vallei & Eem Dirk van Kleef, coördinator , waterschap Vallei & Eem Jaap Verkuijlener, Rossmark/Veolia

Nieuwe cursusbrochure 2011/2012 De nieuwe cursusbrochure van Wateropleidingen voor het cursusjaar 2011/2012 is uit! Naast de bekende titels op het gebied van • Drinkwater • Riolering & stedelijk water • Waterzuivering • Waterbeheer • Waterveiligheid • Vergunningen & handhaving • Beheer & onderhoud • Didactiek & communicatie • Internationaal zit de nieuwe brochure boordevol nieuwe cursustitels. Alle opleidingen en cursussen kunnen in-company en als maatwerk voor u uitgevoerd worden. U kunt ook een beroep op ons doen voor de didactische en logistieke begeleiding van uw bedrijfsopleidingen of voor capacity building binnen uw buitenlandprojecten. Wilt u een brochure ontvangen of heeft u vragen, neem dan contact met ons op (030) 60 69 400 of info@wateropleidingen.nl. 46

6657_V10_art71.indd 46

Neerslag 2011/IV

16-06-11 16:07


Meervoudig ruimtegebruik in de Schammerpolder Inleiding Ingeklemd tussen Amersfoort, Hoevelaken en Leusden ligt de Schammerpolder, één van de drie waterbergingsgebieden van waterschap Vallei & Eem. De functie van een waterbergingsgebied is het tijdelijk opvangen van overtollig water om het in drogere perioden gecontroleerd weer terug te laten lopen in het watersysteem. Deze gebieden zijn nodig om grotere vormen van wateroverlast en daarmee gepaard gaande schades, te voorkomen. De Schammerpolder kent een van nature zeer lage ligging en is daardoor sinds jaar en dag een natuurlijk waterretentiegebied (‘het putje van de Gelderse Vallei’). De waterafvoer van de langs de polder stromende Barneveldse Beek kent namelijk een grote variatie. In nattere perioden treedt de Barneveldse Beek juist ter hoogte van de Schammer regelmatig buiten haar oevers. Waterschap Vallei & Eem, provincie Utrecht, gemeente Amersfoort, gemeente Leusden en Stichting Het Utrechts Landschap hebben gezamenlijk het plan opgevat om het bestaande, laag gelegen agrarische gebied her in te richten en het een meervoudige functie te geven: waterberging, natuur en recreatie. Het project kende 5 doelstellingen: – Behouden van regionale waterberging. – Vormgeven van de ecologische verbindingszone langs de Barneveldse Beek en het Valleikanaal. – Mogelijk maken van natuurontwikkeling. – Vormgeven van mogelijkheden voor recreatief medegebruik van het gebied.

Barneveldse beek oud (links) en nieuw (rechts). Neerslag 2011/IV

6657_V11_art72.indd 47

47

16-06-11 16:08


Schammerstapsteen.

Schammervlonder.

Wat is er gerealiseerd? De eerste voorbereidende werkzaamheden voor het project de Schammer dateren al uit 2004. Toen ging het vooral om planvorming en fondsenverwerving. Omdat de benodigde gronden niet vrijwillig verkregen konden worden, is een onteigeningsproces gestart waardoor pas in 2010 kon worden gestart met de uitvoeringswerkzaamheden. Direct voorafgaand aan de uitvoering is een archeologisch onderzoek verricht. Tijdens dit onderzoek kwam naar voren dat het gebied al lang geleden zijn eer48

6657_V11_art72.indd 48

Neerslag 2011/IV

16-06-11 16:08


ste bewoners had. Zo zijn er in het voormalige beekdal de paalsporen van een vierkant gebouwtje uit de IJzertijd aangetroffen. Verder is een plattegrond van een 12de eeuwse boerderij blootgelegd met daaromheen sporen van het erf zoals afvalkuilen, dierbegravingen en meerdere waterputten. Na afronding van het archeologisch onderzoek is in maart 2010 gestart met de uitvoeringswerkzaamheden. Gestart is met het vormgeven van het waterbergingsgebied. De bergingscapaciteit van het gebied is lokaal vergroot door het verlagen van het maaiveld en het aanleggen van plassen en watergangen met flauwe taluds. Er zijn twee stuwen (houten overlaten) geplaatst die het water in het gebied op peil houden en zorg dragen voor een gedoseerde afvoer. Door variatie aan te brengen in maaiveldhoogtes zullen zich verschillende soorten vegetatie gaan ontwikkelen. Vochtminnende soorten op de lager gelegen delen en wat bosrijkere soorten op de hoger gelegen delen. Daarnaast zal elk deel zo zijn eigen dieren gaan aantrekken. In de Barneveldse Beek zijn maatregelen genomen die de stroming bevorderen. De beek is plaatselijk versmald zodat het water een hogere stroomsnelheid krijgt. Hierdoor wordt de beek aantrekkelijker voor flora en fauna die gebaad zijn bij stromend water en kan worden voldaan aan de eisen die worden gesteld door de Kader Richtlijn Water. In de vorm van nevengeulen zijn twee ecologische verbindingszones aangelegd: één langs de Barneveldse Beek en één langs het Valleikanaal. Halverwege het project is gestart met de aanleg van wandel- en fietspaden en is een brug aangelegd over de Barneveldse Beek. Hierdoor is een directe verbinding gelegd met het nabij gelegen Bloeidaal, een eerder heringericht en waterbergend deel van de Schammerpolder. Op en rond twee aangelegde plassen kunnen watergerelateerde activiteiten ontwikkeld worden. Om het recreatieve deel van het gebied meer in te kleuren is begroeiing in de vorm van bomen en struiken aangebracht.

Conclusie Een geslaagd samenwerkingsproject van waterschap, provincie, gemeenten en Utrechts Landschap met als resultaat een volledig heringericht landschap waar op een innovatieve wijze een duurzame oplossing gevonden is voor de combinatie van water, natuur en recreatie. Peter van Dijk, waterschap Vallei & Eem

Neerslag 2011/IV

6657_V11_art72.indd 49

49

16-06-11 16:08


Verenigings­n ieuws nummer 4-2011

KNW nu ook op YouTube! In het kader van het uitbreiden van de  digitale dienstverlening heeft KNW sinds kort ook een eigen kanaal op YouTube! Op dit kanaal vindt u filmpjes van en over het KNW. U kunt hier op reageren of commentaar op geven. Als u een vraag of een leuke en relevante bijdrage voor ons kanaal heeft kunt u ons dat uiteraard laten weten per e-mail: info@waternetwerk.nl. U vindt het kanaal via onze website.

Water in Beeld De website van KNW heeft sinds kort een nieuwe rubriek op de homepagina, Water in Beeld. Voortaan vindt u hier een aantal evenementen, bijeenkomsten of nieuwsberichten die we, om verschillende redenen, in de schijnwerpers willen zetten. Zo Uiteraard is het mogelijk om suggesties of ideeën in te zenden, dit kan door een e-mail te sturen naar info@waternetwerk.nl. Plaatsing van uw bericht is echter niet gegarandeerd.

Programma Najaarscongres bekend Het programma van het Najaarscongres Water wordt digitaal!, dat op 24 november zal plaatsvinden in Burgers´ Zoo in Arnhem, is bekendgemaakt. Centraal op het congres staan ITtrends in de watersector. Onder de slogan ‘Water wordt digitaal’ worden verschillende aspecten van de digitalisering van de sector besproken. De dag wordt, geheel in stijl, geopend door de oprichters van TomTom. Er zullen diverse voorbeelden van ITontwikkelingen aan bod komen, onderverdeeld in de thema’s meten, analyse, sturing en integratie. Sprekers zijn o.a. Janneke Hadders (DACOM, winnaar MKB innovatie top 100), Gerard Blom (unitmanager Kennis Deltares Software Centre), Kim van Schagen (consultant PA&ICT DHV) en Wytze Schuurmans (Nelen & Schuurmans). Daarnaast zullen er diverse workshops zijn en zal ook de jaarlijkse scriptieprijs voor studenten weer worden uitgereikt. Kijk voor meer informatie op de website van KNW.

50

Neerslag 2011/VI

6657_V12_art80_vernws.indd 50

16-06-11 16:15


Themagroep Dienstverlening in de Watersector wordt Water en Maatschappij De themagroep Dienstverlening in de Watersector is sinds kort overgegaan in de nieuwe themagroep Water en Maatschappij. Deze themagroep beziet het handelen van organisaties in de watersector tegen de achtergrond van de maatschappij en haar burgers. Dit houdt onder andere het agenderen en bediscussiëren van maatschappelijke ontwikkelingen in. Daarbij zal er speciale aandacht zijn voor de rol die burgers daarin kunnen spelen en hoe deze rol zich verhoudt tot het handelen van diverse organisaties in de watersector.

Rectificatie Waterboek Helaas zijn  er  door een fout in de software een aantal fouten in de laatste versie van het Waterboek geslopen. Bij een aantal leden staat daardoor de verkeerde werkgever weergegeven. KNW betreurt deze gang van zaken ten zeerste. Voor de correcte en meest actuele gegevens kunt u altijd terecht bij de ledenzoekfunctie op onze website. Let op: u moet dan wel inloggen. Als u uw inloggegevens kwijt bent kunt u contact opnemen met het bureau.

Agenda 27 september: Houden we het nat? De Miljoenennota in Waterperspectief Op 27 september 2011, de vierde dinsdag in september, komt de watersector wederom bijeen om de Miljoenennota en de gevolgen daarvan voor de waterwereld te bespreken. Prominente sprekers uit de watersector en de politiek zullen met elkaar in debat gaan en het vuur aan elkaars schenen leggen! Samen proberen we een beeld te vormen van de toekomst van de watersector  en hoe we het beste om kunnen gaan met de kansen en uitdagingen die de nieuwe begroting ons biedt. 29 september: Studiemiddag risicoaansprakelijkheid voor opstallen in het waterrecht n.a.v. het arrest van de Hoge Raad inzake de dijkverschuiving in Wilnis Op donderdag 29 september organiseert KNW samen met het Instituut voor Bouwrecht (IBR) de Studiemiddag: Risicoaansprakelijkheid voor opstallen in het waterrecht n.a.v. het arrest van de Hoge Raad inzake de dijkverschuiving in Wilnis. Op 17 december 2010 besliste de Hoge Raad dat een veendijk een opstal is en dat op de bezitter van een dijk een risicoaansprakelijkheid rust, indien de dijk vanwege een gebrek schade veroorzaakt. Het arrest roept vele vragen op en kan grote consequenties hebben voor het waterveiligheidsbeleid in Nederland. Op deze middag worden door desNeerslag 2011/VI

6657_V12_art80_vernws.indd 51

51

16-06-11 16:15


kundige sprekers niet alleen de juridische vragen behandeld, maar wordt ook inzicht gegeven in de mogelijke technische, beleidsmatige en bestuurlijke consequenties van het arrest. 6 oktober: Symposium Praktijkcases Behandeling Industrieel Afvalwater Op donderdag 6 oktober 2011 zal bij Tata Steel IJmuiden BV (het vroegere Corus) een themadag worden georganiseerd met als titel ‘Praktijk Cases van Behandeling van Industrieel Afvalwater’. De procesvoering van industriële biologische afvalwaterzuiveringen levert in de praktijk soms problemen op, waardoor het geloosde effluent niet kan voldoen aan de gestelde lozingseisen. Er wordt veel onderzoek verricht om oplossingen in kaart te brengen, maar de kennis daarover is in Nederland zeer versnipperd aanwezig, waardoor regelmatig het wiel opnieuw moet worden uitgevonden. Het symposium is dan ook bedoeld om kennis en ervaringen uit te wisselen. 6 oktober: Assetmanagementervaringen - water, gas en elektriciteit Op donderdag 6 oktober organiseert Themagroep Asset management een Onder Weg Naar Huis-bijeenkomst over asset managementervaringen op het gebied van water, gas en elektriciteit. Deze drie sectoren zullen kennis en ervaringen uitwisselen om zo van elkaar te leren en hun eigen sector verder te brengen.  29 oktober – 4 november: International Water Week Amsterdam De International Water Week (IWW), hét internationale evenement voor waterprofessionals en industry-leaders, wordt dit jaar voor het eerst gehouden in Amsterdam, en wel van zaterdag 29 oktober tot en met vrijdag 4 november. Het is uitzonderlijk dat een internationaal waterevenement van deze omvang en importantie in Nederland wordt georganiseerd. De partners bieden gezamenlijk een scala van conferenties en evenementen, waaronder de vooraanstaande Aquatech-beurs en Aquaterra conferentie. KNW neemt diverse conferenties voor haar rekening tijdens deze week. 24 november – Najaarscongres KNW: Water wordt digitaal! Op 24 november 2011 wordt het KNW Najaarscongres Water wordt digitaal! georganiseerd in Burgers’ Zoo in Arnhem. Het thema van het congres is Technologische Trends en ICT in de watersector. Tijdens het congres, dat voorafgegaan wordt door een Algemene Ledenvergadering, zullen diverse voorbeelden van IT-ontwikkelingen aan bod komen, onderverdeeld in de thema’s meten, analyse, sturing en integratie. Daarnaast zullen er diverse workshops zijn en zal ook de jaarlijkse scriptieprijs voor studenten weer worden uitgereikt. Kijk voor meer informatie op de website van KNW. 52

Neerslag 2011/VI

6657_V12_art80_vernws.indd 52

16-06-11 16:15


Optimalisatie WKK rwzi Utrecht Inleiding Op de rwzi Utrecht heeft het hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden (HDSR) recent een project afgerond waarbij de WKK-installatie is geoptimaliseeerd. De WKK van Utrecht bestaat uit een tweetal gasmotoren met een elektrisch vermogen van elk 500 kW elektrisch/972 kWthermisch en 3 warmwaterketels van elk 350 kWthermisch en is gebouwd in 1986. Hoewel de rwzi Utrecht op korte termijn zal worden gerenoveerd, waarbij de slibverwerking inclusief de WKK zal worden vervangen, waren de problemen wat betreft besturing dermate groot dat besloten is de noodzakelijke aanpassing toch nog uit te voeren.

Proleemstelling De belangrijkste oorzaken voor de genoemde problemen waren de te kleine primaire warmtewisselaars van de gasmotoren, waardoor deze hun warmte niet kwijt konden. Wat ook niet meehielp was dat de diverse besturingen van de gasmotoren, ketels, circulatiepompen en regelkleppen niet op elkaar waren afgestemd. Elk onderdeel had zijn eigen regeling. Verder was het vanwege het ontbreken van voldoende meetgegevens in de diverse processen niet mogelijk een goed overzicht te krijgen van het procesverloop. Ondanks het feit dat er steeds meer slib vergist werd op de rwzi Utrecht, doordat kleinere gistingsinstallaties (Zeist, De Bilt en Breukelen) werden opgeheven, was met name in de winter het aardgasverbruik erg hoog. En dat terwijl er ook regelmatig een behoorlijke hoeveelheid biogas werd afgefakkeld. In winterperiodes bleek het ondanks dit overschot aan biogas erg moeilijk de gistingstanks op temperatuur te houden waardoor het gistingsproces ernstig werd verstoord.

Maatregelen Als eerste zijn de primaire warmtewisselaars van de gasmotoren vervangen door aanzienlijk grotere platenwisselaars. Hiermee kon de geproduceerde warmte van de gasmotoren ook doorgegeven worden aan de warmtevragende processen en hoefde de geproduceerde warmte niet via de noodkoeling te worden afgevoerd. Om zicht te krijgen op het spel van vraag en aanbod van warmte was het nodig om hierover meer gegevens ter beschikking te hebben dan tot nu toe mogelijk was. In totaal zijn 42 PT100 temperatuuropnemers geplaatst welke via het Scadasysteem van de rwzi gevisualiseerd worden (afbeelding 1). In ĂŠĂŠn oogopslag heeft de operator een beeld van het aanbod en vraag van warmte van de gasmotoren, ketels, de 6 gistingstanks en de gebouwverwarming. Neerslag 2011/IV

6657_V13_art79.indd 53

53

16-06-11 16:16


Afbeelding 1

Afbeelding 2

Om op basis van de nu aanwezige gegevens de vraag en aanbod ook goed af te stemmen is er voor gekozen de gehele besturing van de WKK-installatie inclusief de warmtegebruikers te vervangen. Hiervoor is de bestaande relais-besturing vervangen door een PLC-regeling. In deze regeling is er voor gezorgd dat de verschillende regelingen binnen het WKK-proces op elkaar inhaken. Dit is gerealiseerd door naast de regelingen van de gasmotoren, ketels, gistingsproces en warmteverdeling gebouwen/slibverwarming een zogenaamde ‘overall-regeling’ te plaatsen. (afbeelding 2) Via deze regeling, die in een eigen PLC is geplaatst, wordt aan de warmtevraag (vanuit de gistingsprocessen en de gebouwenverwarming) voldaan door de juiste energieleverancier (gasmotor of ketel op biogas of aardgas). Door naast de warmtevraag ook te kijken naar de hoeveelheid beschikbaar biogas en daarnaast de urgentie van de warmtevraag vast te stellen kan voorkomen worden dat onnodig aardgas wordt verstookt. Voorbeeld: Als de warmtewisselaar voor de slibverwarming warm water vraagt van 80 °C en het biogas is bijna op, dan kan ook volstaan worden met een tem-

54

6657_V13_art79.indd 54

Neerslag 2011/IV

16-06-11 16:16


peratuur van 78 °C. Zeker wanneer hierdoor kan worden voorkomen dat duur aardgas moet worden ingekocht. Wat ook is geïntroduceerd in de nieuwe regeling is dat we tegenwoordig niet meer uit volle kracht een gasbuffertank leegtrekken. Afhankelijk van de inhoud van de gasbuffertanks worden warmteproducenten af- of bijgeschakeld en worden de gasmotoren zonodig in deellast bedreven zodat een gelijkmatig procesverloop wordt gerealiseerd.

De resultaten Terugkijkend op de afgelopen twee strenge winters hebben we kunnen vaststellen dat de inkoop van aardgas teruggelopen is van 330.000 m3/jaar tot een beperkte hoeveelheid van 2.800 m3/jaar. Dit levert een jaarlijkse besparing op van ruim € 130.000,- aan gaskosten. Daarnaast kunnen we het gistingsproces veel beter in de hand houden. Dat dit succes ook werd opgemerkt buiten onze poorten bleek wel uit het telefoontje van het gasbedrijf wat we na enkele maanden binnen kregen. Of het allemaal wel goed ging op de zuivering... Ruud van Rooijen HDSR

Neerslag 2011/IV

6657_V13_art79.indd 55

55

16-06-11 16:16


Sectie Midden Nederland bezoekt Noordersluis, gemaal plus spuisluis in IJmuiden en de Space Expo te Noordwijk

Studiereis sectie Midden-Nederland Een studiereis, zo wordt een excursie van een regionale sectie tegenwoordig genoemd… Nou, dat was het zeker! Na de ontvangst door Rijkswaterstaat en een uitleg over de renovatie van de Noordersluis kon het gezelschap (35 man) direct een kijkje nemen bij de Noordersluis, een van te grootste sluizen ter wereld, waar net het cruiseschip de ‘AIDA cara’ lag om te worden geschut. Van het bestaan en de werking van de spuisluis waren de meeste deelnemers niet op de hoogte: als het zeeniveau minstens 12 cm onder het niveau van het Noordzeekanaal ligt kan er door de sluis water uit het binnenland onder vrij verval op zee geloosd worden. Als het zeeniveau te hoog is en er moet tóch worden gespuid, dan treedt het gemaal in werking. Met vier pompen, die elk een diameter hebben van bijna vier meter (foto onder) kan er dan 270 m3 per seconde worden afgevoerd!’ De kosten voor het uitmalen zijn niet gering. Daarom luidt het principe voor het bedrijven van het spuigemaal: ‘spuien als het kan, malen als het moet…’

56

6657_V14_art81.indd 56

Neerslag 2011/IV

16-06-11 16:16


Na de middag werd de Space Expo te Noordwijk bezocht. In Noordwijk is ESTEC (European Space Research and Technology Center) gevestigd. ESTEC, waar 2700 mensen werken) is de grootste technische afdeling van de ESA (European Space Agency) die het hoofdkantoor in Parijs heeft. Wat binnen ESTEC wordt ontwikkeld voor de ruimtevaart wordt in verschillende landen in Europa gefabriceerd. In de expositieruimte kun je de geschiedenis van de ruimtevaart volgen. Er zijn curieuze zaken te bewonderen, zoals stenen afkomstig van de maan, een Russische satelliet (foto boven) en een spaceshuttle op ware grootte (foto onder). Kortom, weer een studiereis die de moeite waard was! Jacques Schwartz Neerslag 2011/IV

6657_V14_art81.indd 57

57

16-06-11 16:17


Hoe doe je dat? Opsporen van lekken in een drinkwaterleiding?

Lekdetectie Wie aan de ene kant water in een leiding pompt denkt dat het er aan de andere kant ook weer uit komt, maar zo simpel is het niet altijd. Vitens heeft een project opgestart om lekken in leidingen op te sporen door middel van het meten van hoeveelheden en geluid. Met deze aanpak wordt water en geld bespaard.

NRW Non-Revenu-Water is het verschil tussen de hoeveelheid geproduceerd drinkwater die het leidingnet wordt ingepompt en de hoeveelheid die via de watermeters bij de gebruikers binnenkomt. Het is niet vreemd dat een stelsel van leidingen dat permanent onder druk staat een klein percentage van zijn water verliest. Als dat echter boven de zeven procent begint te komen wordt het zorgelijk. Drinkwater wordt niet geproduceerd om zomaar in de grond te laten verdwijnen en lekwater wordt niet betaald. Een lek, en het opsporen ervan is duur en kost veel tijd. Waar hebben we het over? Mogelijke oorzaken van een lek zijn een lekkende brandkraan, een scheur in een buis door grondzetting of overbelasting door zwaar verkeer, een spontaan gat door veroudering of corrosiegaatjes. Ook stilstaande watermeters komen in de waterbalans over als waterverlies, NRW (Non Revenue Water). Om een indruk te geven over hoeveelheden: 15% NRW is een uitzonderlijk hoog waterverlies, een lek van 40 of 50 m3/uur is een groot lek, een hoeveelheid van 5 m3/uur op een 500 mm-transportleiding is weinig. Over een groot gat in een leiding, met vaak veel water op straat, hoeven we het hier niet te hebben; dat is gauw genoeg bekend. Het spuien van leidingen via een brandkraan telt qua hoeveelheid nauwelijks mee, het haalt soms wel de krant vanwege klachten over bruin water. Een groepje monteurs van Vitens draait mee in een pilot-project waarbij met een systematische aanpak en moderne meetapparatuur lekken kunnen worden opgespoord.

Meten en interpreteren Als uit de reguliere NRW-berekeningen blijkt dat het te veel is en mogelijk veel water verloren gaat door een lek, wordt begonnen met een flowmeting voor een bepaald gebied. Als dan blijkt dat het verbruik relatief hoog is wordt voor dat gebied verdere actie ondernomen. Stromend water veroorzaakt trillingen, uitstromend water bij een lek ook. Daarom worden, in een aanpak van grof naar fijn, geluidsmetingen uitgevoerd op een moment met weinig of geen waterverbruik. Op meerdere plaatsen in het net worden meters met loggers op de leidingen geplaatst. De apparatuur wordt daarbij magnetisch op een brandkraan of een afsluiter geplaatst. De gegevens van 58

6657_V15_art90.indd 58

Neerslag 2011/IV

16-06-11 16:17


Johan Duifhuizen en Rinie Diepenveen op het steunpunt Veenendaal. de loggers geven aan of er in de omgeving een eventueel lek aanwezig is. Om storingen door andere omgevingsgeluiden, b.v. van verkeer of een draaiende pomp, zoveel mogelijk te voorkomen wordt bij voorkeur ’s nachts gemeten. De gemeten geluidssterkte en de –frequentie geven aanwijzingen over de afstand tussen het meetpunt en het lek èn over de grootte van het lek. Een hoog geluid met een frequentie >600 Hz duidt b.v. op een klein lek, een hard geluid met een lage frequentie zou op een groot gat kunnen duiden. Om meer informatie over de plaats van het lek te krijgen worden in leidingtrajecten, steeds tussen twee brandkranen of afsluiters, correlatiemetingen uitgevoerd. De correlatie geeft een vrij nauwkeurige plaatsbepaling van het lek. Als laatste stap in de opsporing kan op de aangegeven locatie van de correlatie met een grondmicrofoon de exacte locatie van het lek worden bepaald. Reparatie kan dan worden uitgevoerd.

Het project Aan het pilot- project van Vitens wordt onder aansturing van Johan Duifhuizen enthousiast meegewerkt door een ploeg van vier monteurs, waaronder Rinie Diepenveen, en een werkvoorbereider. Tot nu toe is aan meetapparatuur ongeveer € 40.000,- geïnvesteerd. De grootste winst die met de bovenomschreven manier van opsporen van lekken wordt gehaald is tijdwinst. De plaats van een lek kan veel sneller worden vastgesteld. De resultaten zijn zodanig positief dat de proeven en de praktijk worden voortgezet. Herman Letteboer, redactie Neerslag Neerslag 2011/IV

6657_V15_art90.indd 59

59

16-06-11 16:17


Uit de pers Kallisto winnaar AVG Waterinnovatieprijs 2011 n Op 27 april zijn de winnaars van de AGV Waterinnovatieprijs bekend gemaakt. Kallisto won de eerste prijs in de categorie ‘Overheid’. De jury heeft Kallisto als winnaar gekozen vanwege de intensieve samenwerking tussen gemeenten en waterschap die tot een grote kostenbesparende aanpak leidt. De prijs is een initiatief van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht en werd dit jaar voor de zesde keer uitgereikt. Waterkwaliteit verbeteren met Kallisto Het project Kallisto monitort de waterkwaliteit vanaf de rioolaansluitingen bij de mensen thuis tot aan de lozing op het oppervlaktewater. Kallisto is opgezet om de waterkwaliteit van de rivier de Dommel te verbeteren, door het nemen van slimmere en effectievere maatregelen. Daarbij worden diverse sturings-, bergings-, zuiverings- en inrichtingsmaatregelen verkend. Een integrale beslismethodiek bepaalt de mate van verbetering van de oppervlaktewaterkwaliteit en de daarmee gemoeide kosten. Dit levert altijd de beste oplossing op. Het eindresultaat is een pakket van kosteneffectieve maatregelen, dat leidt tot de gewenste kwaliteitsverbetering voor de Dommel. In Kallisto werken de volgende organisaties samen: Waterschap de Dommel, Gemeente Eindhoven, Waterschap Vallei&Eem, Waterschap Brabantse Delta, Universiteit van Gent, Wageningen Universiteit en STOWA. Agentschap NL levert financiële ondersteuning. Juryoordeel De jury, onder leiding van de heer Kamminga (algemeen directeur Vereniging FME-CWM), vindt het goed om te zien dat een intensieve samenwerking tussen onder andere gemeente en waterschap tot deze kostenbesparende aanpak leidt. Dit project heeft een hoge navolgingsfactor en zou een voorbeeld moeten zijn voor andere overheden. De jury wil stimuleren om dit concept uit te breiden naar de rest van Nederland. AGV Waterinnovatieprijs De AGV Waterinnovatieprijs wordt jaarlijks uitgereikt aan personen en instanties, aan initiatieven die een bijdrage leveren aan voldoende en schoon water voor mens, dier en plant en aan de bescherming tegen water. Met het uitreiken van de AGV Waterinnovatieprijs biedt Waterschap Amstel, Gooi en Vecht een podium voor innovatieve waterprojecten. Een podium waar verschillende partijen van overheid tot particulieren elkaar ontmoeten en inspireren om de waterkwaliteit en –veiligheid te bevorderen. Een omschrijving van alle projecten en details over de inzenders zijn te vinden op www.waterinnovatieprijs.nl. Meer informatie over Kallisto is te vinden op www.samenslimschoon.nl. nn

60

Neerslag 2011/IV

6657_V16_art68_persbericht.indd 60

16-06-11 16:18


Cursus ‘Energiemanagement voor operationele organisaties’ bij waterschap Zuiderzeeland

Ws Zuiderzeeland op cursus Op 15 en 16 februari is door Knol Training & Advies de cursus ‘Energiemanagement voor operationele organisaties’ bij waterschap Zuiderzeeland gegeven op de rwzi Dronten. De cursus, geïnitieerd door het waterschap Zuiderzeeland, is een groot succes. Twee groepen van ca. 12 personen hebben gedurende twee dagen de informatiedag gevolgd. In het kader van de MJA3-afspraken moeten de waterschappen een energiemanagementsysteem invoeren. Waterschap Zuiderzeeland heeft besloten om het energiemanagementsysteem volgens de NEN-EN 16001 te implementeren in het bestaande milieumanagementsysteem NEN-EN-ISO 14001. Waterschap Zuiderzeeland heeft aan Knol Training & Advies gevraagd om ondersteuning te verlenen bij de implementatie van een energiemanagementsysteem in het milieumanagementsysteem. Knol Training & advies heeft ervaring hiermee en heeft dit voor een aantal waterschappen ook al uitgevoerd. Een van de onderdelen van het energiemanagementsysteem is opleiding. Na onderzoek door waterschap Zuiderzeeland blijkt dat er nog geen cursussen in Nederland zijn die invulling geven aan de bewustwording van medewerkers voor energie binnen de organisatie en de betekenis van energiemanagement. Na overleg met verschillende waterschappen over de inhoud, is na 2 maanden voorbereiding op 15 en 16 februari voor ca. 24 medewerkers van waterschap Zuiderzeeland, verdeeld over 2 dagen, de cursus gegeven. De volgende onderwerpen zijn behandeld: MJA3, Klimaatakkoord, ‘Wat doet Zuiderzeeland al op energiegebied?’ Verder zijn voor de waterlijn en sliblijn en transport van afvalwater de nieuwe technieken en energiebesparingsmogelijkheden behandeld. Elke onderdeel is afgesloten met een praktijk casus die door de deelnemers uitgewerkt moesten worden. Verder is er een brainstormsessie ‘Good Housekeeping’ gehouden waarbij de medewerkers eigen ideeën in konden brengen voor mogelijke, eenvoudig uit te voeren, energiebesparingsmaatregelen. Hier kwamen veel goede ideeën naar boven waarvan een aantal in het Energie-Efficiëntie Plan van 20122016 worden meegenomen. Alle deelnemers hebben aan het eind van de dag een certificaat meegekregen en een evaluatieformulier ingevuld. De reacties zijn over het algemeen positief. Ondertussen is de cursus ook al gegeven voor 40 medewerkers van Waterschap Scheldestromen en overweegt een aantal andere waterschappen ook om deze cursus aan hun medewerkers aan te bieden. Rob van Pinxteren, Knol Training & Advies Hans Kuipers,waterschap Zuiderzeeland

Neerslag 2011/IV

6657_V17_art83.indd 61

61

16-06-11 16:18


Waterschap Vallei & Eem gebruikt aanvoervoorspelling om beluchting efficiĂŤnt in te zetten Samenvatting In de afgelopen jaren worden in Nederland in toenemende mate beluchtingregelingen toegepast die het ammoniumgehalte regelen door het toepassen van een variabel zuurstofsetpoint. Deze besturingswijze is gericht op het behalen van de effluenteisen (stikstof) en voorkomt overbeluchting doordat in het geval van weinig ammonium een lager zuurstofsetpoint wordt toegepast. Waterschap Vallei & Eem en DHV hebben op de zuivering in Soest een regeling geĂŻmplementeerd waarin het zuurstofsetpoint nog intelligenter wordt bepaald, namelijk door voorspelling van de aanvoer van ammonium op basis van influentpatronen. Al meer dan 15 jaar en voor meer dan 5 miljoen mensen wordt het drinkwaterverbruik voorspeld om de drinkwatervoorziening te optimaliseren, wat heeft geleid tot een stabielere bedrijfsvoering en minder energie- en chemicaliĂŤn verbruik. Hetzelfde wordt voor Soest beoogd! De aanvoer op Soest blijkt zeer goed te voorspellen en voorlopige onderzoeksresultaten laten zien dat met een stabiele en rustige regeling het ammonium- en nitraatgehalte beter onder controle is en er energie bespaard wordt. Doordat ammonium en nitraat goed onder controle is, kunnen op den duur de setpoints dichter tegen de lozingsnormen aan worden gekozen, waardoor de beluchtingsinspanning nog kleiner wordt en er een significante hoeveelheid energie wordt bespaard.

Inleiding Enige jaren geleden heeft waterschap Vallei & Eem in samenwerking met DHV een standaard beluchtingregeling opgesteld, welke inmiddels op een zestal zuiveringen van het waterschap is toegepast. Het belangrijkste verschil van deze standaard regeling ten opzichte van voorlopers is dat ammonium de leidende parameter in de besturing vormt in plaats van zuurstof. Dit wordt mogelijk gemaakt doordat in toenemende mate ammonium online wordt gemeten en beluchters worden uitgerust met frequentie-omvormers. In 2010 heeft Waterschap Vallei & Eem besloten een nog slimmere beluchtingregeling toe te passen op de rioolwaterzuivering van Soest. Deze regeling is bekend als CarCON, de modulaire en intelligente beluchtingregeling van DHV welke onderdeel vormt van de AquaSuite productreeks. Deze regeling onderscheidt zich vooral door voorwaartskoppeling op basis van een voorspelling van het aanvoerdebiet. Dit artikel toont de eerste onderzoeksresultaten waarin het effect van de aanvoervoorspelling inzichtelijk wordt gemaakt. 62

6657_V18_art77.indd 62

Neerslag 2011/IV

16-06-11 16:19


Standaard beluchtingregeling bij V&E Enige jaren geleden is een standaard beluchtingregeling opgesteld welke over alle zuiveringen wordt uitgerold. De standaard regeling bestaat uit onderstaande componenten. Cascaderegelaar De kern van de regeling bestaat uit een cascaderegelaar. Dit houdt in dat de uitsturing naar de beluchters wordt bepaald door een PID-regelaar op basis van het zuurstofgehalte. Het zuurstofsetpoint wordt binnen grenzen bepaald door een tweede PID-regelaar op basis van het ammoniumgehalte. Op deze manier ontstaat een regeling die elk realistisch ammoniumsetpoint kan realiseren en overbeluchting voorkomt door het terugbrengen van het zuurstofsetpoint in het geval dat het ammoniumsetpoint wordt onderschreden. RWA-voorziening In het geval van droogweeraanvoer (DWA) verloopt de vrachtaanvoer op een zuivering vrij gelijkmatig over een etmaal. In het geval van regen is er sprake van RWA. Doorgaans bevat het eerste gedeelte van dit regenwater verhoudingsgewijs een hoge vuilvracht. Het resterende deel bestaat juist uit veel maar relatief schoon water. De standaard beluchtingregeling detecteert de aanvang van een RWA-situatie op basis van het aanvoerdebiet en stuurt dan de beluchting maximaal uit om te anticiperen op de eerste vrachtpiek. Na circa 30 minuten wordt de besturing op basis van ammonium weer actief om desgewenst de beluchting weer te minderen.

Afbeelding 1: Luchtfoto rwzi Soest Neerslag 2011/IV

6657_V18_art77.indd 63

63

16-06-11 16:19


Bovenstaande beluchtingregeling is inmiddels toegepast op zes zuiveringen van Waterschap Vallei & Eem, die aanzienlijke verschillen vertonen in opbouw. Zo zijn er zuiveringen die naast puntbeluchters ook beschikken over basisbellenbeluchting of hydraulisch als propstromer functioneren in plaats van een omloopsysteem. Door alert te zijn op de gevolgen van deze verschillen en zorg te besteden aan het inregelen is op elke zuivering naar tevredenheid van de betreffende bedrijfsvoerder een verbetering in de effluentkwaliteit behaald. Implementatie CarCON op Soest In 2010 heeft Waterschap Vallei & Eem besloten de beluchtingregeling van rwzi Soest aan te passen. Deze zuivering behandelt het afvalwater uit Baarn en Soest en heeft een ontwerpcapaciteit van 130.000 i.e. De waterlijn bestaat uit 2 straten met achtereenvolgens voorbezinking, een beluchtingcircuit van het type Carrousel-2000 en nabezinking. Per beluchtingcircuit zijn 2 puntbeluchters ge誰nstalleerd, beide van ca. 100 kW. Beide circuits beschikken o.a. over een online zuurstof- en ammoniummeting. Het waterschap heeft besloten om CarCON als beluchtingregeling te implementeren. Deze regeling biedt een aantal voordelen ten opzichte van een conventionele regeling. Aanvoervoorspelling Het rioolstelsel van Soest fungeert onder vrij verval. Dit heeft tot gevolg dat op droge dagen de aanvoer op de zuivering een duidelijk dagpatroon vertoont en daardoor goed te voorspellen is. Naast deze voorspelling wordt de relatie bepaald tussen debiet en vracht, wat een goede indicatie is voor de te verwachten zuurstofbehoefte. Met deze kennis kan een feed forward worden toegepast in de beluchtingsregeling waarmee de beluchting al vermeerderd/verminderd, nog voordat er een afwijking van het ammoniumgehalte optreedt. In het geval van afwijkingen van het voorspelde patroon zorgt de feedback regelaar alsnog voor een wijziging van de beluchting. Dagkalibratie Na elk etmaal stelt CarCON opnieuw de relatie tussen debiet en vracht vast aan de hand van alle verzamelde data zoals de totaal ingebrachte beluchtingscapaciteit en het daggemiddeld (volumeproportioneel) ammoniumgehalte. Door dit mechanisme is de feed forward component van de regeling zelflerend. PC-platform CarCON is een PC-applicatie die gekoppeld is aan het PA-netwerk van een zuivering. De CarCON-PC ontvangt metingen uit het veld en stuurt setpoints voor de beluchters terug naar de PLC. De status van de communicatie wordt bewaakt door de PLC, in het geval van uitval van CarCON valt de PLC terug op een eenvoudige lokale regeling. Een PC is bij uitstek geschikt voor intelligente programmastructuren waarvoor meer rekenkracht benodigd is. Daarnaast is een PC makkelijk van buitenaf benaderbaar wat de mogelijkheid biedt voor ondersteuning op afstand zoals het analyseren van data en ondersteuning van de bedrijfsvoering.

64

6657_V18_art77.indd 64

Neerslag 2011/IV

16-06-11 16:19


Werking voorspelling In het geval van DWA vertoont het influentdebiet van rwzi Soest een duidelijk dagpatroon. Dit patroon wordt op basis van een beproefde techniek uit de drinkwaterwereld voorspeld. Deze voorspellingsmodule onderkent verschillen per dag van de week (op zondag vertoont het debiet bijvoorbeeld een latere en vlakkere ochtendpiek dan op maandag) en baseert het patroon van een bepaalde dag op de meest recente 7 weken. De voorspelde dag wordt geanalyseerd en indien de data representatief is, wordt deze voor de komende weken meegenomen. Hierdoor ontstaat een zelflerend mechanisme. Resultaten Tijdens de implementatie van CarCON zijn data verzameld over de verschillende regelingen, welke hieronder worden toegelicht. De data zijn afkomstig uit representatieve perioden. Dit wil zeggen dat regendagen buiten beschouwing worden gelaten en dat in beide straten gelijke procesomstandigheden heersen ten aanzien van drogestofgehalte en dosering van chemicaliĂŤn. De resultaten worden weergegeven in een grafiek met 2 assen. Op de horizontale as is het ammoniumgehalte van het effluent uitgezet, op Afbeelding 2: Aanvoervoorspelling rwzi Soest. In bovende verticale as het nitraat- staande afbeelding is een voorspelling zichtbaar. De lijn gehalte. De vlakverdeling met bollen is het aanvoerpatroon, zoals op voorhand representeert een beoor- voorspeld door CarCON. De tweede lijn is het werkelijk deling. Een totaal (opge- opgetreden debiet. lost) stikstofgehalte hoger dan 10 mg/l of een ammoniumgehalte hoger dan 4 mg/l wordt als ongewenst (rood) beoordeeld. Binnen deze grenzen wordt een waarde als gewenst (groen) beoordeeld, of als kritisch (geel) indien het nitraatgehalte 2 mg/l hoger is dan het ammoniumgehalte. In het vlak is een reeks met 5-minutenwaarden uitgezet, waarbij is afgerond op 0,5 mg/l. De grootte van de bollen is een maat voor het aantal metingen in het betreffende kwadrant.

Neerslag 2011/IV

6657_V18_art77.indd 65

65

16-06-11 16:19


Afbeelding 3: Resultaten lokale zuurstofregeling in BC1. In bovenstaande afbeelding zijn de resultaten zichtbaar voor de lokale zuurstofregelaar in beluchtingcircuit 1 (BC1). Er is duidelijk te zien dat het continue zuurstofgehalte een kleine spreiding in nitraatgehalte tot gevolg heeft. Er is echter een grote spreiding in optredende ammoniumgehaltes. Enerzijds zijn er veel metingen met een ammoniumgehalte dat aanzienlijk boven de eis ligt, aan de andere kant zijn er metingen waarin minder beluchting had volstaan.

Afbeelding 4: Resultaten cascaderegeling in BC2. In bovenstaande afbeelding zijn de resultaten zichtbaar voor de cascaderegelaar op ammonium in beluchtingcircuit 2. Het ammoniumsetpoint bedraagt 2,0 mg/l. Het grootste deel van de metingen ligt rond deze waarde, er zijn echter ook veel punten waarin het ammoniumgehalte circa 3,5 mg/l bedraagt.

De resultaten in afbeelding 5 afbeelding vertonen minder spreiding, het ammoniumgehalte bedraagt afgerond maximaal 2,5 mg/l bij een setpoint van 2,0 mg/l. Deze resultaten zijn behaald met CarCON bij DWA-omstandigheden in beluchtingcircuit 1.

66

6657_V18_art77.indd 66

Neerslag 2011/IV

16-06-11 16:19


Afbeelding 5: Resultaten cascaderegeling met aanvoervoorspelling in BC1 Uit voorgaande afbeeldingen blijkt duidelijk dat een cascaderegeling op ammonium aanzienlijke voordelen biedt voor de effluentkwaliteit ten opzichte van een zuurstofregeling. De aanvoervoorspelling biedt daarnaast de mogelijkheid om tot nog nauwkeuriger sturing op het ammoniumsetpoint te komen. Op een eerder project is al gebleken dat de cascaderegeling tot energiebesparing kan leiden. Voorlopige resultaten uit het onderzoek op rwzi Soest laten zien dat met de aanvoervoorspelling nog meer energie bespaard kan worden. Daarnaast biedt deze wijze van besturing de bedrijfsvoerders de mogelijkheid om het setpoint minder conservatief (veiligheidmarge) en dichter in de buurt van de effluenteis te kiezen zodat de benodigde beluchting en daarmee het energieverbuik verder afneemt.

Verdere ontwikkeling CarCON Nu ammonium en nitraat zo goed onder controle zijn (zie afbeelding 5) ontstaat er ruimte om de setpoints voor ammonium en nitraat automatisch te optimaliseren. Met deze volgende stap in CarCON kan nog een aanzienlijke factor energie bespaard worden. Een andere ontwikkeling die op dit moment al plaats vindt voor de zuivering van Soest is dat CarCON naast ammonium ook het biologisch fosfaatgehalte in beschouwing neemt bij de bepaling van het beluchtingsetpoint. CarCON biedt de mogelijkheid tot het invoeren van laboratoriumwaarden. Over langere termijn kunnen de online ammoniummeting en de gekalibreerde laboratoriummetingen met elkaar vergeleken worden. In het geval van verschillen kan in de regeling hiervoor worden gecorrigeerd. Daarnaast is het met behulp van de laboratoriumwaarden mogelijk om sturing op ammonium toe te passen, zelfs als er geen online meting beschikbaar is op een zuivering. Robbert Wagemaker en Michel de Koning, DHV Dirk van Kleef, waterschap Vallei & Eem

Neerslag 2011/IV

6657_V18_art77.indd 67

67

16-06-11 16:20


Wateropleidingen, hét opleidingsinstituut voor waterketen en watersysteem

Wateropleidingen (SWO) levert professionele bij- en nascholing voor de watersector. Deze scholing, in de vorm van opleidingen, cursussen en trainingen maakt van medewerkers waterprofessionals. De cursussen worden binnen alle vakgebieden (Drinkwater, Riolering, Waterzuivering, Waterbeheer, Stedelijk water, Waterveiligheid, Vergunningen & handhaving, Beheer & onderhoud en didactische trainingen) en op alle niveaus verzorgd, van vmbo+ – hbo+/academisch, altijd actueel en praktijkgericht. Wateropleidingen verbindt de (water)professionals met hun expertise met de wensen en behoeften van de watersector. Wateropleidingen werkt volgens het unieke SWO-concept: • voor en door professionals; • ontwikkelen en organiseren van praktijkgerichte opleidingen; • not-for-profit De kennis wordt overgedragen in combinatie met ervaring. Hiermee levert SWO een hoge mate van praktijkgerichtheid. Vrijwel alle docenten zijn ervaren professionals uit het watersector die de theorie aan de hand van voorbeelden vertalen naar de dagelijkse werkpraktijk. Alle cursussen en opleidingen kunnen op locatie worden uitgevoerd en desgewenst als maatwerk. Wateropleidingen participeert in buitenlandprojecten van water­partners, met als doel waterscholing in ontwikkelings- en transitielanden duurzaam te organiseren. Dit wordt de World Water Academy genoemd. Het bewezen SWO concept levert een wezenlijke bijdrage aan de duurzame verankering van praktijkgerichte scholing. World Water Academy is ervaringsdeskundig in landen als bijvoorbeeld Vietnam en Zuid-Afrika. Graag beantwoorden wij uw vragen. Tot ziens bij Wateropleidingen! Meer informatie: Wateropleidingen/World Water Academy Postbus 1410 3430 BK Nieuwegein Telefoon: 030 60 69 400 Fax: 030 60 69 401 E-mail: info@wateropleidingen.nl of info@worldwateracademy.nl Website www.wateropleidingen.nl of www.worldwateracademy.nl

1_1_stC5_fc_D.indd 1

1000-21-1000-2646 Neerslag 4-2011 1000-21-1000-1441 Neerslag 3-2011

Kleur: fc

17-06-11 11:25


Koninklijk Nederlands Waterboek Neerslag 2011-4