Page 1

#5

iNFO tweemaandelijks tijdschrift 1e jaargang mei-juni 2012

Tijdschrift voor de rechtspracticus.

van cicero tot daens van ďŹ losoof tot advocaat zijt gij in gemoede overtuigd? onrechtmatig voordeel Bevrijdende betaling aan een derde? over alcohol en blazen Naamvermelding en auteursrecht Een geweldige partner nieuwsgierige echtgeno(o)t(e)

I


De vraag van advocaten is ... Wie is geloofwaardig om mijn financiĂŤle situatie grondig te bespreken?

Tja, Dat is een vraag voor Bank J.Van Breda & CËš.

U bent welkom voor een persoonlijk gesprek en een gespecialiseerd antwoord. Bel ons op 03 217 53 33 of kijk op www.bankvanbreda.be/contact

Enkel voor ondernemers en vrije beroepen 2

info@law 2012 i mei-juni

BVB-Concept-adv-advocaten.indd 1

14/03/12 10:40


colofon Info@law tijdschrift voor de rechtspracticus. Info@law is een juridisch tijdschrift dat zich richt tot advocaten en de praktijkjurist in het algemeen. Periodiciteit Info@law verschijnt 6 maal per jaar, namelijk in de maanden september, november, januari, maart, mei en juli. Hoofdredactie Elfri DE NEVE Eindredactie Elfri DE NEVE redactieadres Stationsstraat 29 9700 Oudenaarde elfri@elfri.be Verantwoordelijke Uitgever Erik-Frederik VAN EECKHAUT uitgeverij uGA Stijn Streuvelslaan 73, 8501 Heule. druk en prepress Continuga NV Stijn Streuvelslaan 73, 8501 Heule. www.continuga.be sales@continuga.be Advertenties en reclame Voor meer informatie over de reclamemogelijkheden of het plaatsen van een advertentie in info@law, kan u een email sturen naar magazine@uga.be D/2011/0857/37 ISSN 2034-452x Alle rechten voorbehouden.

Abonnementen

De abonnementsprijs bedraagt 25 € (excl BtW) voor 1 jaar. Een abonnementsjaar loopt van 1 september tot en met 31 augustus van het daaropvolgende jaar. u ontvangt alle niet ontvangen edities van het abonnementsjaar waarin u zich abonneerde. Prijs voor een los nummer is 7€ te bestellen bij uitgeverij uGA of door een email te sturen naar magazine@uga.be u krijgt 25% korting op alle bestellingen van vastbladige boeken van uGA wanneer u zich abonneert en dit voor de duur van het abonnement, te weten 1 jaar. Het jaarabonnement op info@law kan slechts opgezegd worden door een aangetekende brief te verzenden uiterlijk voor de aanvang van de maand augustus van het jaar van editie waarvoor u zich abonneerde. Wenst u een abonnement? Stuur dan een email met uw gegevens naar magazine@uga.be. De redactie, de verantwoordelijke uitgever of uitgeverij uGA, kunnen op geen enkele wijze verantwoordelijk of aansprakelijke gesteld worden voor schade die het gevolg is van het gebruik van de informatie en teksten uit info@law. Het overnemen van artikels uit info@law is alleen toegelaten met bronvermelding en na schriftelijke toestemming van de uitgever. info@law is gedrukt en verspreid op een oplage van plus minus 10.000 exemplaren per editie. Alle teksten uit info@law worden samengesteld door de redactie. Voor zover geen andere naam of bronmelding wordt weergegeven onder een bepaald artikel of tekst, is deze samengesteld door de redactie op basis van informatie op de site www.elfri.be. Het volstaat het vermelde onderwerp in te geven in de zoekrobot op www.elfri.be om doorverwezen te worden naar de van toepassing zijnde link.

3.

Colofon

4.

Voorwoord

6.

Advocaat in de kijker: Piet Van Eeckhaut

Hof van Assisen 6. Zijt gij in gemoede overtuigd? Burgerlijk recht 9. Het onrechtmatig voordeel 10. Bevrijdende betaling aan een derde Burgerlijk recht - Erfrecht 11. Het erfrecht van de langstlevende wettelijk samenwonende Verkeersrecht 12. Eénmaal alcohol negatief blazen blijft negatief auteursrecht 14. Loutere naamvermelding op een werk verschaft geen auteursrecht Verzekeringsrecht 17. Opzet in het verzekeringsrecht Familiaal strafrecht 19. Een geweldige partner Familierecht 23. Recht op nieuwsgierigheid tussen echtgenoten

iNFO

huurrecht 25. Verjaring huurindexering

Tijdschrift voor de rechtspracticus.

Info@law uitgeverij uGA Stijn Streuvelslaan 73, 8501 Heule tel: 056 36 32 11 Fax: 056 35 60 96 Email: publ@uga.be www.uga.be

Verbintenissenrecht 28. Exceptio timoris 33. Prikbord info@law 2012 i mei-juni

3


advocaaT in de

kijker Een advocatenleven

Piet Van Eeckhaut, advocaat, oud-stafhouder Ik behaalde, met grote vreugde, dan ook de twee einddiploma’s, in 1962 het toenmalige doctoraat in de rechten en in 1964 werd ik licentiaat in de wijsbegeerte, een goede maand na mijn eedaflegging als advocaat.

de basis van mijn vorming – ook als advocaat – heb ik ontegensprekelijk gekregen tijdens mijn grieks-Latijnse humaniora in het Atheneum van Aalst, aan de graanmarkt, waar ik studeerde reeds van in het basisonderwijs, tussen 1945 (zo lang geleden ...) en 1957. de leraars waren, veelal, uitstekend, de lessen waren prachtig, de gevraagde inspanningen waren nog zeer groot, op het gebied van inzicht, geheugen, studie. Het Latijn is tot op vandaag voor mij een levende aanwezigheid. In de volle zin van het woord ben ik een kind van de democratisering van het onderwijs, die toen nog maar pas begonnen was.

Mijn vader was een spoorwegman en mijn moeder een arbeidster, die, toen ik een jaar oud was, gekozen heeft voor de opvoeding van haar vier zonen, waar ik de oudste van ben. Ik begon onder impuls van een paar leraars op het Atheneum, tegelijk met de rechten en de wijsbegeerte – dat kon toen nog, door het samenlopen van verschillende vakken in de kandidaturen. 4

info@law 2012 i mei-juni

Prachtige professoren ook weer: René Dekkers, Jean Limpens, vooral ook Willy Delva, Wilfried Roels, André Mast … en in de filosofie: de onvergelijkelijke Jaap Kruithof, die mijn promotor werd voor mijn licentiethesis, Leo Apostel, Emile Leemans … Ik noem er maar enkelen. De combinatie van rechten en wijsbegeerte heeft mij veel geleerd. Wijlen Paul Ghysbrecht, die niet alleen Aalstenaar was zoals ik, maar ook mijn piepjonge professor werd in de psychologie en in de forensische psychiatrie (we kwamen samen aan de universiteit, in 1957, hij als jonge docent en ik als schacht) zei altijd: het is een goede cumul, de theorie, de praktijk, samen. Aan de universiteit heb ik boeiende jaren meegemaakt. Van huize uit christelijk, door mijn moeder en door de achtergrond van het Daensisme in Aalst, evolueerde ik, via de studentenparochie van de universiteit, het aloude Sint-thomasgenootschap nabij de mooie kapel van Schreiboom, aan de Kortrijksepoortstraat, in voortdurend contact ook met sterke vrijzinnigen, onder de professoren en onder mijn medestudenten, naar wat ik reeds vroeger voor een stuk was en uiteindelijk echt geworden ben: een overtuigde linkse socialist, met uiterste verdraagzaamheid voor ideologieën, zonder illusies op ideologisch vlak, wel met veel culturele en filosofische belangstelling. In 1959 werd Etienne Vermeersch een medestudent in de filosofie. De ontmoeting met hem is in mijn leven betekenisvol geweest, tot op vandaag. Wij zagen onmiddellijk, als jonge snaken, dat hij – zelf toen ook nog zeer jong – een echte filosoof in Vlaanderen zou worden. We zagen het niet verkeerd.

Ik legde de eed af op 1 september 1964 en ben sedertdien onafgebroken advocaat, voor de allergrootste tijd op dezelfde plaats als nu trouwens, aan de Recollettenlei, tegenover het oude gerechtsgebouw in Gent, waar de Ketelvest in de Leie uitmondt. Een droom kwam uit: mijn grootvader, die warempel Pius heette met zijn voornaam en ook al machinist aan de spoorweg was, had altijd gezegd tegen mijn vader en mijn moeder: “onze Pierre - zo heette ik toen – zal advocaat worden … hij spreekt zo goed”. Mijn fiere grootvader had het nog moeten meemaken… Ik begon mijn stage in een andere tijd als nu, met een vreselijk moeilijke patroon, wijlen Maurits Van Kerckhove, die later nog Kamervoorzitter is geweest in het Arbeidshof. Vreselijk moeilijk qua karakter en qua veeleisendheid, maar een ongelooflijke bron van inzicht op het praktisch – juridische vlak. Hij was geassocieerd met Raymond Matthys, de latere Voorzitter van de Koophandelsrechtbank, die mij leren autorijden heeft, warempel, maar ook besluiten heeft leren maken, inzicht heeft leren krijgen in veel juridische vraagstukken. Advocaat dus …

Automatisch zullen velen die dit lezen aan het assisenhof denken en dat is niet ten onrechte, wat mij betreft. Ik heb er ongeveer 100 gepleit (de juiste tel zal ik eens moeten herstellen in mijn geheugen en mijn papieren). Mijn eerste assisenzaak dateert uit 1972: ik was al 10 jaar gediplomeerd jurist en al 8 jaar advocaat. Ik pleitte samen met wijlen Mr. Antoine D’Hooge, een oud-strijder van 1940, de slag aan de Leie, in wezen een held in zijn gedrag daar, de verdediger daarna van verschillende vervolgden in de repressie, met als een somber hoogtepunt de executie van Leo Vindevogel, de oorlogsburgemeester van Ronse.


Hij vertelde mij vaak over dit dramatisch gebeuren dat hem als mens getekend heeft. Met Antoine D’Hooge pleiten was een festijn: technisch-juridisch, oratorisch en cultureel. Iemand als mijn grote (en ook al zo lang betreurde) vriend John Bultinck was een beetje van hetzelfde genre: een advocaat met stijl, met grote stijl.

Als vice-stafhouder, als stafhouder in functie, als pro-stafhouder en daarna steeds als oud-stafhouder was en is het voor mij telkens een belangrijke ervaring de werkelijke problemen van een confrater, van de hele balie soms, ten gronde aan te voelen.

En natuurlijk, ik heb ook aan politiek gedaan.

Maar ik heb niet alleen assisenhoven gepleit. Veel “gewone” strafzaken (al is een strafzaak allicht nooit “gewoon” voor de betrokkenen, slachtoffer, dader), veel personen- en familierecht, veel uitzonderlijke processen daarbuiten. Ik denk aan mijn optreden aan de zijde van de drie syndicaten van de arbeiders van de Boelwerf, de vele malen dat ik, langs de vakbond om, vreemde matrozen verdedigd heb, door een schip aan de ketting te leggen, om eindelijk hun loon op een behoorlijke wijze te doen uitbetalen.

Ik was graag gemeenteraadslid van de Stad Gent, vele jaren, ik was in een boeiende periode schepen in het bijzonder belast met het openbaar onderwijs en met het toerisme, ik was 12 jaar voorzitter van de provincieraad, telkens unaniem en zonder betwisting gekozen, na fractieleider geweest te zijn in de oppositie gedurende 9 jaar.

Een veelheid van zaken, van kleuren, van problemen, van mensen, van nederlagen soms, soms ook van successen … Hoezeer die woorden, succes en nederlaag, ook hier bedrieglijk zijn …

In 1983 vroeg Karel Van Miert mij om naar Brussel te komen en senator te worden. Het was een mooi aanbod, eervol. Ik heb er lang over nagedacht. En ik heb het tenslotte niet gedaan. Ik droomde nochtans, oorspronkelijk, van een soort “Romeinse” carrière, tussen de rostra en de curia, iets in de voetstappen van Cicero …

Toen ik stafhouder werd, nu al 20 jaar geleden, was ik zeer fier. De uitverkiezing door mijn confraters was een grote eer voor mij. Het blijft in mijn herinnering waardevol. Mensen als Paul Van Malleghem, zelf oud-stafhouder, mijn echte mentor in het stafhouderschap, Frans Baert, wijlen onze deken Piet Blomme, Marcel Storme en vele anderen uit diverse richtingen hebben mij gesteund. Het stafhouderschap maakt u ook als advocaat, zoals onze huidige stafhouder Didier Goeminne mij onlangs zei, tot een ander mens. Ge ziet veel, ge hoort veel, ge zwijgt veel, ge begrijpt veel, ge tracht te helpen, ge probeert zo mild mogelijk te zijn, ook al is deontologische strengheid soms de regel …

Het voorzitterschap van de provincieraad gaf mij veel contacten, met zeer veel mensen, ook buiten de balie.

Ik had mijn oud professor Willy Callewaert altijd gevolgd op dat dubbele pad van de balie en van de politiek. Maar in wezen is dat niet echt realiseerbaar. En ik ben, zeer tot teleurstelling van mijn goede – ook al overleden – kameraad Karel Van Miert, dan geen senator willen worden. Stel u voor … Ik bleef liever in Gent en ik was liever quasi voltijds en met volle energie advocaat.

Eén van de belangrijke elementen van mijn professionele loopbaan is zonder twijfel de aanwezigheid van zeer vele stagiairs geweest. Ik heb aan de opleiding van veel advocaten kunnen meewerken en dat is, een paar zeer luttele uitzonderingen niet te na gesproken, altijd schitterend gegaan, in de loop van die meer dan veertig jaar. Hoeveel stagiairs? 35? Meer? Ook daar kan ik de tel niet bijhouden. En wat een mooie carrières hebben velen onder hen, de meesten, gemaakt: als advocaat, als ambtenaar, één zelfs als politieman, maar vooral ook als magistraat, zowel in de zetel als in het Openbaar Ministerie. Ik ben daar zeer fier op. Vele jaren waren we een driemanschap, met mijn jongste broer Jan Van Eeckhaut en met mijn goede wapenbroeder JeanPaul Roeland. En vandaag ben ik nog deeltijds medewerker bij de jonge maatschap die we per 1 januari 2007 gesticht hebben en die het kantoor heeft overgenomen: Peter Meirsman, Nina Van Eeckhaut, Frank Scheerlinck en Laurens van Puyenbroeck. Zeer geregeld doe ik nog consultaties, ik pleit nog veel, bestudeer en bespreek graag nog steeds dossiers. De balie houdt jong, mede door de afwisseling in het – steeds zeer harde – werk.

Ooit zei een advocaat – wijs geworden door het leven en door de balie – tegen mij: “er zijn twee elementen die ge altijd moet goed verzorgen: uw beroep en uw relatie. Het moeten uw twee bakens zijn” Nadine, een schitterende romaniste die in Gent en in Parijs gestudeerd heeft, vergezelt me al bijna 36 jaar. Zij is voor mij de echte baken, waardoor ik als advocaat ongeveer alles heb kunnen realiseren waarvan ik ooit gedroomd heb. • P. VAN EECKHAUT advocaat oud-stafhouder

info@law 2012 i mei-juni

5


Hof Van Assisen

ZIJt GIJ IN GEMOEDE OVERtuIGD? o m T r E N T d E j U ry Het is één van de grote tradities van onze rechtstaat dat de grondwet bepaalde zware misdaden onttrekt aan de gewone rechter om ze ter beoordeling over te laten aan de rechtsprekende gezworenen, de jury. Die juryrechtspraak wordt dikwijls in vraag gesteld. Zeker wanneer er een “spraakmakend” proces opdoemt, rijzen meteen de kritische – soms verstandige, soms minder verstandige – vragen: is dat wel goed, de jury? Ik heb al meer dan één keer in mijn loopbaan van ver en ook van dichtbij meegemaakt dat het ging over wat men een spraakmakende zaak noemde, jawel ik heb al een paar keer, een keer of drie vier zelfs, het “proces van de eeuw” meegemaakt, soms nog maar eens. De eeuw heeft vaak een brede rug.

strikte deontologische voorschriften. Maar ik heb mij al dikwijls afgevraagd, zeer zeker ook voor mezelf, hoe de oude deontologische regel van de bescheidenheid verzoenbaar is met het huidige mediageweld, vooral door de televisie-losbarsting sedert een paar decennia.. Ik heb die aspecten al enkele malen behandeld, ook in artikelen, zoals op uitnodiging van De Standaard bij de aanvang van het zogenaamde proces van de parachutemoord (woensdag 29 september 2010, De Standaard, Opinie & Analyse, vragen bij een spraakmakend proces, het volk oordeelt, p. 26). Maar eigenlijk zijn die aspecten, die problemen, geen hoofdzaak, of, althans, ze raken de essentie niet.

De media-belangstelling is natuurlijk vaak groot, men zou bijna zeggen te groot.

Laat ons nog eens proberen te zeggen waarom het in vraag stellen van de jury niet terecht is.

Het risico dat een proces dan buiten de rechtszaal nog eens apart wordt gevoerd, zelfs vóór de eigenlijke debatten, is soms gevaarlijk.

Er zijn verschillende aspecten.

Ik heb de tijd nog meegemaakt dat op het paleis van justitie de woorden “journalist” en “pers” een lelijke bijklank hadden. Bijna een soort scheldwoorden. Ik heb de invloed van de pers in het gerecht zien stijgen. Natuurlijk, er is altijd aandacht geweest voor die processen waar bloed, tranen en andere lichaamsvochten aan te pas kwamen. Daarbij hebben niet in het minst de advocaten het niet altijd gemakkelijk om de juiste houding aan te nemen tegenover de pers. Zeker, er zijn voorschriften, zelfs in de gewijzigde wetgeving in het wetboek van strafvordering, zeker er zijn ook tamelijk 6

info@law 2012 i mei-juni

-

Eerst en vooral is er een bijna rechts/filosofisch argument. Ik wil thematiseren over de democratie in de rechtszaal. Nooit is de macht van de burger zo groot, nooit is de invloed van een individu in onze maatschappij zo sterk ten aanzien van iemand anders, van anderen, als wanneer zij of hij tijdelijk rechter is. Het is etymologisch ook de betekenis van het woord democratie. De macht moet uitgeoefend worden, eigenlijk, door de burger. Zij of hij doet dat, als kiezer, als verkozene, als politiek mandataris, als ambtenaar … Maar nooit is die macht zo groot als wanneer men geroepen wordt om als jurylid, als rechter dus, te zetelen. Dit is een soort symbool. Maar het

is ook een realiteit. En het is een reeds eeuwenoude democratische verworvenheid. Men mag daar niet lichtvaardig mee omspringen. Het is een gelukkig teken dat in onze wetgevende kamers kennelijk er geen meerderheid wordt gevonden om de jury als dusdanig af te schaffen.

-

Men zegt: is de jury wel bekwaam? De belangrijke psychiatrische expert die prof. Paul Ghysbrecht was, legde uit hoe de jury groeit. Dat is een zekerheid. Ik heb tientallen malen meegemaakt hoe de gezworenen op maandagavond al bijlange niet meer dezelfden zijn als degenen die de vrijdag tevoren de eed hebben afgelegd, geroepen als ze waren door het lot en vaak tegen hun zin uitgekozen. Maar ze luisteren, urenlang, dagenlang, men hoort zeer veel gegevens herhalen, er worden gebeurlijk ook door de juryleden vragen gesteld. Er komt een Onderzoeksrechter alles uitleggen nopens het onderzoek. Er komen experten, over de lijkschouwing, over het wapen, over de psychiatrie van de beschuldigde. Er komen getuigen, ten laste maar ook ten ontlaste. Getuigen die opgeroepen zijn door de voorzitter, maar ook door het openbaar ministerie, door de burgerlijke partijen, door de verdediging van de beschuldigde. En de jury wordt geleidelijk meer en meer bekwaam. Moeten we trouwens niet ons soms te groot zelfbewustzijn als praktijkjuristen terzijde schuiven en een beetje bescheiden zijn? Is de gewone burger, wanneer er een grondige dagenlange informatie is, met woord en wederwoord, met


onderzoek ter zitting ten laste en ten ontlaste, minder goed geplaatst om te oordelen over menselijke thema’s als schuld, onschuld, bewijs, afwezigheid van bewijs, twijfel? Kan hier geen soort algemene menselijke wijsheid ter sprake worden gebracht? Antoine D’Hooge leerde mij hoe het oordelen over een andere ooit genoemd is “le pouvoir effroyable de juger ses semblables”. En inderdaad, op het einde moet er rustig geoordeeld worden, afwegend voor en tegen, niet overhaast, niet angstig, maar rustig en uiteindelijk beslist. De oude tekst die zo prachtig was in het wetboek van strafvordering is ondertussen aangepast, door de motiveringsplicht die vanuit Straatsburg op ons afgekomen is, ook voor de juryrechtspraak. Maar toch blijft het zo: de juryleden moeten zich in stilte bezinnen en in de oprechtheid van hun geweten nagaan welke indruk de tegen de beschuldigde aangevoerde bewijzen en zijn middelen van verdediging op hun geest hebben gemaakt … Ik weet het dus wel, het is nu al wat voorbijgestreefd door de recente motiveringsplicht. Maar in wezen blijft het nog altijd zo. Het oude “in gemoede” is door de motiveringsplicht niet afgeschaft. Is de schuld bewezen? Is de schuld niet bewezen? Is er twijfel? Op het einde moet er onpartijdig en bewust geoordeeld worden, niet angstig, wel zorgvuldig.

-

Vergist de jury zich soms? In de om en rond de 100 zaken die ik voor het assisenhof gepleit heb, voor burgerlijke partijen, voor beschuldigden, denk ik dat ik uiterst weinig echte vergissingen heb meegemaakt. uiterst weinig. Het is natuurlijk altijd te veel. Maar is het zich vergissen eigen aan de volksjury, of specifiek voor de volksjury? Iedereen is

kandidaat om zich te vergissen. De beroepsrechter, de advocaat, het lid van de jury, maar dat is niet eigen aan deze procedure, het is algemeen menselijk dat wij kunnen falen. Dat is dus geen argument tegen de jury. In de nog recente dramatische vergissingen in de zaak van beschuldigingen nopens pedofilie, in Outreau, in Frankrijk, kwam er geen jury aan te pas…

Het essentiële kenmerk van de advocaat in het assisenhof blijft dat zij of hij eenzaam is. Soms verdedigt men iemand van wie zelfs de moeder er niet wil over spreken of van wie alleen nog de moeder iets goeds wil zeggen … Het is daarom goed dat men niet te jong begint aan het assisenhof of dat men zich als jongere laat bijstaan door een oudere. Ik weet het wel “la valeur n’attend pas le nombre des années …” en ik weet het ook wel, intelligentie en wijsheid, verstand en inzicht kunnen eigen zijn aan jongeren én ouderen, precies trouwens zoals de dwaasheid en de overmoed geen leeftijd kennen … Het is de droom van vele jonge advocaten om voor het assisenhof te pleiten. Ik kan die droom warempel goed verstaan, uit mijn eigen ervaring. Maar het is geen eenvoudige kwestie. Het blijft zwoegen, hard werken, met slechts de relatieve beloning van enige bekendheid, van enige vermaardheid, van enige materiële of morele vergoeding … Maar daar gaat het niet over. Het gaat over de gedachte dat men, ook alweer “in gemoede”, existentieel, moet aanvoelen dat men zo goed mogelijk de zaak heeft behandeld, zo goed mogelijk heeft gepleit, wat ook de uitslag weze. trouwens veel van wat men “successen” noemt, maar ook veel “nederlagen”, ze worden vaak relatief door de afstand van de tijd.

assisenproces onderhevig zijn aan een echte existentiële ervaring. Dat geldt vooral, primordiaal, voor de familieleden van de slachtoffers, de doden. Het geldt ook voor mogelijke andere slachtoffers, burgerlijke partijen, in de eerste plaats. Het komt er ook op aan voor de beschuldigden. Maar diezelfde existentiële ervaring eigenlijk, op een ander vlak natuurlijk – gelukkig – geldt ook voor de magistraten en de advocaten en niet in het minst voor de juryleden. En ik durf zeggen, ook voor de journalisten, bij wie er gelukkig nog altijd velen zijn die hun taak echt ter harte nemen, met objectiviteit, met begrip soms, met passie ook en tegelijk met zin voor rechtvaardigheid. Ondanks hun niet steeds gemakkelijke situatie, ook alweer … Want het maatschappelijk exhibitionisme (en, ergo het dito voyeurisme), het woekert en eraan toegeven is verleidelijk.

Wat of er ook van zij, te midden van die moeilijke, ja harde werkelijkheid is het assisenhof een emanatie van die hardheid. Maar het kan enigszins verzacht worden door de troostende gedachte dat men – zeker ook als advocaat – haar of zijn plicht ten volle heeft gedaan.

• P. VAN EECKHAUT advocaat oud-stafhouder

Maar wat nooit echt voorbij gaat is de beleving door degenen die in een info@law 2012 i mei-juni

7


Advocatenkantoor Elfri de Neve presenteert

uw wetboeken lezen op uw iPad, iPhone, itouch, Smartphone en PC Beschikbare titels, tot op heden: • Wetboek van vennootschappen e-book: downloaden: www.elfri.be/node/6003 • Burgerlijk wetboek e-book : downloaden: www.elfri.be/node/5997 • Gerechtelijk wetboek e-book: downloaden: www.elfri.be/node/5998 • Strafwetboek e-book : downloaden: www.elfri.be/node/6000

Kostprijs standaardwetboeken: 10 euro per wetboek Kostprijs wetboeken op maat: 25 euro per wetboek. Voor wie? Ideaal zo niet onmisbaar, voor alle burgers die geïnformeerd willen zijn, advocaten, gerechtsdeurwaarders, notarissen, magistraten, landmeters, vastgoedmakelaars, overheden, fiscalisten accountants, vermogensplanners, adviseurs, bedrijfsjuristen, arbiters, pers, studenten.

• Wetboek van strafvordering e-book: downloaden: www.elfri.be/node/6001

Voor wie meer uitleg wil hoe je een e-book kan lezen en gebruiken:

• Grondwet e-book: downloaden: www.elfri.be/node/5999

Wanneer u dit e-book aankoopt, kan u dit wetboek lezen op uw e-reader, iPhone, iPad, iTouch, Blackberry, Android, PC, Laptop.

• Boswetboek e-book : downloaden: www.elfri.be/node/5996 • Waalse huisvestingscode: downloaden: www.elfri.be/node/6002 • Handelsagentuurwet: downloaden: www.elfri.be/node/7036 • WMPC: downloaden: www.elfri.be/node/7042 Wenst u een bepaald nog niet gepubliceerd wetboek te bekomen in e-books formaat met de nodige instructies waardoor u zoals in een boek op uw iPad of andere mobiel toestel elk wetboek kan lezen, stuur dan een e-mail met de gewenste wetboeken naar elfri@elfri.be

u heeft aldus dit wetboek steeds in handbereik. u hoeft er nooit meer naar te zoeken en neemt het overal mee, zonder dat het plaats inneemt. Het komt gewoon lokaal te staan op uw mobiel toestel en zelfs op plaatsen zonder internetverbinding, raadpleegt u het boek waar en wanneer u wil…op de rechtbank, tijdens vergaderingen, gewoon thuis, op reis. u kan uw collectie aanvullen met de overige wetboeken en andere boeken die wij op onze site aanbieden. u bladert in het wetboek op uw mobiel toestel alsof het een boek is. Maar u kan dit ook op uw PC via verschillende gratis programmaa’s zoals Calibre.

meer info en downloadsite: http://www@elfri.be/node/5966 8

info@law 2012 i mei-juni

Hoe zet u epub boeken over naar uw mobiel toestel? Er zijn veel mogelijkheden: • u kan vooreerst het e-book aanschaffen via uw mobiel toestel waardoor het onmiddellijk lokaal komt te staan en u over alle mogelijkheden beschikt om het te plaatsen in de e-book reader van uw keuze die meestal (zo niet bijna steeds) vooraf geïnstalleerd is op uw mobiel toestel (vb. iBooks maar er zijn er tientallen andere). • Voor de Apple producten kan je handig werken via iTunes: Selecteer de EPuB in de Explorer/ Verkenner (Windows) en sleep of verplaats ze naar itunes. Ze komen dan automatisch onder het tabje “Library->Books” te staan. Selecteer vervolgens in itunes je mobiel toestel en selecteer de tab “Books”. Check nu of er een vinkje bij “Sync Books” staat. Selecteer vervolgens “All Books” radiobutton. Druk tot slot op “Sync”. Hierna zie je binnen iBooks je boeken staan. • De eenvoudigste oplossing is dat u uw aangekochte e-book verstuurt per e-mail als bijlage naar uw mailadres dat u kan openen met uw mobiel toestel. Heeft u geen toegang tot uw e-mail via uw mobiel toestel, maak dan een hotmail of gmail-adres aan (Waarbij u dan de mailbox opent met de internetbrowser op uw mobiel toestel.) Open nu de bijlage op uw mobiel toestel en kies voor opslaan. u krijgt dan de keuze om het e-book op te slaan in uw e-reader van uw keuze (bv. ibooks). Vanaf nu kan je zelfs zonder nog verbonden te zijn met internet steeds al uw aangekochte boeken lezen.

Nieuw: nu ook modellen beschikbaar op de site http://www@elfri.be/documenten


Burgerlijk recht

HEt ONRECHtMAtIG VOORDEEL Samenvatting:

Aldus nemen de appelrechters aan dat de eiser geen rechtmatig belang heeft om de vordering in te stellen.

Een vordering tot behoud of uitvoering van een onrechtmatig contractueel voordeel dient afgewezen te worden bij gebrek aan belang

3. De appelrechters die vaststellen dat de vordering van de eiser “strekt tot uitvoering van de contractuele verbintenissen van (de verweerders) om een saldo aannemingssom (...) als tegenprestatie voor de inmiddels (door de) gefailleerde vennootschap BVBA AA Renovatiewerken uitgevoerde verbouwingswerken” en dus niet dat die vordering enkel het behoud van een wederrechtelijke toestand of van een onrechtmatig voordeel beoogt, verantwoorden hun beslissing niet naar recht en schenden artikel 17 van het Gerechtelijk Wetboek.

de krenking van een belang kan enkel tot een rechtsvordering tot vergoeding leiden als het om een rechtmatig belang gaat; hij die enkel het behoud van een toestand in strijd met de openbare orde nastreeft, heeft geen rechtmatig belang

Arrest Instantie: Hof van Cassatie Datum van de uitspraak: 02/03/2006 A.R.: C050061N […] III. BESLISSING VAN HEt HOF 1. Krachtens artikel 17 van het Gerechtelijk Wetboek, kan de rechtsvordering niet worden toegelaten indien de eiser geen belang heeft om ze in te stellen. De krenking van een belang kan enkel tot een rechtsvordering leiden als het om een rechtmatig belang gaat. Diegene die enkel het behoud nastreeft van een toestand in strijd met de openbare orde of van een onrechtmatig voordeel, heeft geen rechtmatig belang. 2. De appelrechters verklaren de vordering van de eiser ontoelaatbaar om reden dat voor het saldo van de aannemingssom waarvan de eiser betaling vordert, geen regelmatige factuur voorligt en dat “de imperatieve fiscale wetsbepalingen de openbare orde raken en het hof (van beroep) deze wetten dan ook niet mag miskennen en van het hof (van beroep) niet kan worden geëist aan de ontduiking van de imperatieve fiscale wetsbepalingen mee te werken”.

4. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Rechtspraak in zelfde zin: Instantie: Hof van Cassatie Datum van de uitspraak: 20/02/2009 A.R.: C.07.0127.N

Samenvatting:

de krenking van een belang kan enkel tot een rechtsvordering leiden als het om een rechtmatig belang gaat; hij die enkel het behoud nastreeft van een toestand in strijd met de openbare orde of van een onrechtmatig voordeel, heeft geen rechtmatig belang

Arrest III. BESLISSING VAN HEt HOF Beoordeling […]

1. Krachtens artikel 17 van het Gerechtelijk Wetboek, kan de rechtsvordering niet worden toegelaten indien de eiser geen belang heeft om ze in te dienen. De krenking van een belang kan enkel tot een rechtsvordering leiden als het om een rechtmatig belang gaat. Diegene die enkel het behoud nastreeft van een toestand in strijd met de openbare orde of van een onrechtmatig voordeel, heeft geen rechtmatig belang. Die regel geldt ook wanneer de vordering in kort geding wordt ingesteld. 2. Het staat aan de rechter in kort geding te oordelen of de eiser in kort geding die op grond van spoed een voorlopige maatregel vraagt, een rechtmatig belang heeft om die maatregel te verkrijgen. Hij geniet bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het belang over een grote mate van vrijheid. Die beoordeling blijft overeind indien de rechter in kort geding, hierbij geen normen betrekt die zijn beoordeling naar redelijkheid niet kunnen schragen. 3. Het middel verwijt in wezen aan het arrest dat het op een onjuiste wijze de rechtmatigheid van het belang heeft getoetst maar laat niet gelden dat de voorlopige beoordeling onredelijk was. 4. Het komt voor het overige op tegen de feitelijke beoordeling door de kortgedingrechter van de rechtmatigheid van het belang. Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Overige rechtspraak in zelfde zin • Cass., 2 april 1998, AR C.94.0438.N, nr 188, met concl. van adv.-gen. DE SWAEF; zie Cass., 7 okt. 2003, AR P.03.0422.N, nr 482. • Cass., 7 okt. 2003, AR P.03.0422.N, nr 482. info@law 2012 i mei-juni

9


Burgerlijk recht

BEVRIJDENDE BEtALING AAN EEN DERDE Betaling aan een derde waarbij de schuldeiser voordeel haalt uit deze betaling als bevrijdende betaling

de onderhoudsbijdragen die de eerste verweerder heeft betaald, aangerekend dienen te worden op de onderhoudsbijdragen die de eerste verweerder ten behoeve van zijn dochter aan de eiseres verschuldigd is.

Instantie: Hof van Cassatie

Het middel dat niet tot cassatie kan leiden, is niet ontvankelijk.

Datum van de uitspraak: 06/05/2011 III. Beslissing van het Hof Beoordeling 1. Art. 1239, eerste lid, BW bepaalt dat de betaling moet worden gedaan aan de schuldeiser of aan iemand die volmacht van hem heeft of die door de rechter of door de wet is gemachtigd om voor hem te ontvangen. Art. 1239, tweede lid, BW bepaalt dat de betaling gedaan aan iemand die geen macht heeft om voor de schuldeiser te ontvangen, geldig is indien de schuldeiser de betaling bekrachtigt of indien hij er voordeel uit getrokken heeft. 2. uit deze bepaling volgt dat wanneer een schuldenaar niet betaalt aan zijn schuldeiser, maar aan een derde, die betaling hem toch bevrijdt, indien de schuldeiser er voordeel uit getrokken heeft. 3. Het middel bekritiseert niet het oordeel van de appelrechters dat de eiseres voordeel heeft bij de maandelijkse onderhoudsbijdragen die de eerste verweerder rechtstreeks aan zijn dochter, de tweede verweerster, heeft betaald vanaf 1 oktober 2003. Die zelfstandige niet-bekritiseerde reden schraagt de beslissing dat 10

info@law 2012 i mei-juni

N o oT: Een aantal onderhoudsplichtigen betalen liever rechtstreeks het onderhoudsgeld aan hun kinderen dan aan hun ex-partner. Zij dienen evenwel te beseffen dat deze betalingen principieel niet bevrijdend zijn, zelfs niet wanneer de kinderen meerderjarig zijn. Vonnissen dienen strikt te worden uitgevoerd en ook een echtscheidingsovereenkomst onderlinge toestemming strekt een partij tot wet waarbij beide partijen zich dienen te houden aan de strikte termen ervan. Krachtens het bepaalde in artikel 1239 eerste lid burgerlijk wetboek moeten de betalingen gedaan worden aan de schuldeiser of aan iemand die volmacht heeft van hem, of die door de rechter of door de wet gemachtigd is om voor hem te ontvangen. Wel bepaalt het tweede lid van hetzelfde artikel dat de betalingen gedaan aan iemand die geen macht heeft om voor de schuldeiser te ontvangen geldig is indien de schuldeiser de betaling bekrachtigt of indien hij er een voordeel uit getrokken heeft.

Maar wanneer dit niet blijkt kan een onderhoudsplichtige zich niet bevrijden van zijn verplichting door rechtstreeks te betalen aan het kind. Deze betaling zal als niet geldig aanzien worden waarbij de onderhoudsplichtige gehouden blijft om ten opzichten van de onderhoudsgerechtigde opnieuw te betalen. zie Hof van beroep Antwerpen, 23 oktober 2007, NJW 184, 497. Welnu deze stelling is op losse schroeven komen te staan sinds het voormelde cassatiearrest van 6 mei 2011, waardoor dit arrest de klassieke rechtsleer en rechtspraak herziet.


Burgerlijk recht - Erfrecht

HEt ERFRECHt VAN DE LANGStLEVENDE WEttELIJK SAMENWONENDE Erratum: In het vorige nummer van info@law stond een onnauwkeurigheid mbt het erfrecht van de langstlevend wettelijk samenwonende. Ter rechtzetting en ter herinnering aan de recente wet deze bijdrage.

Vanaf 18 mei 2007 erven wettelijk (dus geen feitelijke samenwonenden) van mekaar, zonder dat er in een testament dient voorzien te worden. De langstlevende wettelijk samenwonende partner erft het vruchtgebruik van de gemeenschappelijke verblijfplaats en de daarin aanwezige inboedel. Dit vruchtgebruik kan net zoals bij echtgenoten enkel worden omgezet (in volle eigendom, kapitaal of in een rente) met de goedkeuring van de langstlevende wettelijk samenwonende partner. De langstlevende wettelijk samenwonende partner heeft evenwel geen reservatair recht op de gezinswoning, waardoor de wettelijk samenwonende partner middels testament kan onterfd worden. Indien de laatste gemeenschappelijke verblijfplaats in onverdeeldheid toebehoorde aan beide partners, dan behoudt de langstlevende samenwonende de helft in volle eigendom maar verwijst hij daarnaast een recht van vruchtgebruik op de helft van de eerststervende partner. Wanneer het onroerend goed het voorwerp uitmaakte van een tontine of een beding van aanwas zal deze tontine of het beding van aanwas volledige uitwerking krijgen ten voordele van de

langstlevende waardoor deze ingevolge de tontine of het beding van aanwas de volle eigendom zal verwerven.

beperkt zien tot de blote eigendom ingevolge het vruchtgebruik van de langstlevende samenwonende.

Indien de gemeenschappelijke verblijfplaats volledig behoorde tot het vermogen van de eerststervende dan zal de langstlevende samenwonende het vruchtgebruik van het volledige onroerend goed verwerven.

De overige erfgenamen die geconfronteerd worden met een erfrecht van de langstlevende samenwonende (in vruchtgebruik) kunnen eisen dat er een boedelbeschrijving wordt opgemaakt van de inboedel en een staat van de gemeenschappelijke verblijfplaats.

Indien de eerststervende geen volle eigendom had maar slechts vruchtgebruik over de woning, dan geldt er geen erfrecht voor de werkelijk langstlevende samenwonende. Gezien de erfopvolging van de langstlevende samenwonende een anomale erfopvolging betreft en de anomale erfopvolger ook dient in te stellen voor de schulden, zal de langstlevende samenwonende die de nalatenschap aanvaardt mee gehouden zijn tot de schulden, ten aanzien van derden ten belope van zijn volledig vermogen en ten aanzien van de andere erfgenamen ten belope van de interesten van de schulden omdat hij ook slechts gerechtigd is tot de vruchten van de goederen waarop het vruchtgebruik slaat. De langstlevende samenwonende kan de nalatenschap aanvaarden, verwerpen of aanvaarden onder voorrecht van boedelbeschrijving.

Dit vruchtgebruik kan worden omgezet naar volle eigendom mits een regeling met de naakte eigenaars en slechts voor zover de langstlevende partner hiermee instemt (het betreft immers preferentiĂŤle goederen). Het erfrecht van de langstlevende samenwonende is geen reservatair erfrecht zodat dit recht kan ontnomen worden bij testament aan de langstlevende samenwonende. wet van 28 MAARt 2007 B.S. 08/05/2007

De wettelijk samenwonende treedt van rechtswege in het bezit van de goederen en heeft aldus de saisine van de laatste gezinswoning en de inboedel. Het erfrecht van de langstlevende samenwonende heeft geen invloed op de wijze van berekening van de te verdelen massa, het beschikbare deel en de reserve, met dien verstande dat de reservatair erfgenamen zullen moeten aanvaarden dat zij hun reserve kunnen info@law 2012 i mei-juni

11


Verkeersrecht

ÉÉNMAAL ALCOHOL NEGAtIEF BLAZEN BLIJFt NEGAtIEF V E r K E E rs r EC H T – A LCo H o L en verkeer

er geen nieuwe testen opnieuw en opnieuw worden herhaald. wettelijke basis : 59 e.v. Wegverkeerswet

Stel een weggebruiker wordt tegengehouden door de politie voor een ademtest en blaast een eerste maal positief. Hierna volgt dan de ademanalysetest met het hiertoe geëigende toestel waarin een geldig negatief resultaat wordt geregistreerd. De plichtsbewuste politieagent die de ware toedracht wenst te achterhalen, vraagt vriendelijk of de betrokkene nog eens wil blazen, waarmee ingestemd wordt en neemt een volgende en een volgende ademtest af, tot wanneer er inderdaad een positief resultaat verschijnt. Finaal stemt de verdachte in met een bloedproef die eveneens positief is.

Welnu in dit geval geldt enkel het alcohol-negatieve resultaat en gaat de verdachte vrijuit, zelfs wanneer de alcohol-positieve testen werden uitgevoerd met instemming van de verdachte. De positieve analyseresultaten moeten immers ter zijde worden geschoven omdat de strafbare alcoholintoxicatie niet conform de wettelijke voorschriften en derhalve met schending van het recht van verdediging werd vastgesteld.

Een verdachte daarentegen heeft daarentegen wel het recht om tweede ademanalyse of bloedproef te mogen ondergaan. Maar van zodra de gebruikte toestellen tot een technisch geldig alcohol-negatief resultaat leiden kunnen 12

info@law 2012 i mei-juni

r ec h T s p r a a k Correctionele Rechtbank te Brugge, 13e Kamer 18 mei 2005 D. t/ O.M. “Verdacht van: ... C. Op een openbare plaats een voertuig of een rijdier te hebben bestuurd, namelijk een personenauto, of een bestuurder te hebben begeleid met het oog op de scholing, terwijl de ademanalyse een alcoholconcentratie van ten minste 0,35 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht mat of de bloedanalyse een alcoholconcentratie van ten minste 0,8 gram per liter bloed aangaf (art. 34, § 2, 1o en art. 38, § 1, 1o, van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij K.B. van 16 maart 1968); ... Het hoger beroep is regelmatig naar de vorm en werd tijdig binnen de wettelijk bepaalde termijn ingesteld, en is derhalve ontvankelijk. 2. ten gronde 2.1. De tenlasteleggingen A, B en E komen ook in hoger beroep bewezen voor en worden als zodanig door appellant ook niet betwist.

Deze tenlasteleggingen werden door de eerste rechter na toepassing van art. 65, eerste lid, Sw. ook passend beteugeld. 2.2. Appellant betwist de tenlastelegging C, omdat volgens hem de strafbare alcoholintoxicatie niet conform de voorschriften van art. 7 van het K.B. van 18 juli 1991 betreffende de analysetoestellen voor de meting van de alcoholconcentratie in de uitgeademde alveolaire lucht werd vastgesteld. Met verwijzing naar de stukken van het strafdossier werd door appellant in conclusies nauwkeurig uiteengezet hoe de verbalisanten zijn tewerkgegaan om de graad van alcoholintoxicatie te bepalen. Anders dan de eerste rechter, is de rechtbank van oordeel dat na een positieve ademtest en een eerste ademanalysetest met geldig (negatief) resultaat, aan appellant niet meer mocht worden gevraagd om zich aan een tweede ademanalysetest te onderwerpen, en a fortiori nadat ook de tweede geldige ademanalysetest een negatief resultaat opleverde zeker ook geen nieuwe ademtest met opvolgende derde en vierde ademanalysetest mochten worden opgelegd, zelfs al stemde appellant hiermee in. Omdat de eerste ademanalysetest geen foutmelding aangaf, bestond er immers geen aanleiding meer om een tweede ademanalysetest af te nemen, en allerminst om de in art. 7 van voormeld K.B. voorgeschreven procedure opnieuw te doorlopen. Krachtens art. 59, § 3, van de Wegverkeerswet wordt immers een tweede analyse slechts uitgevoerd op verzoek van de in § 1, 1o en 2o bedoelde personen, aan wie


een ademanalyse werd opgelegd. De in art. 59, § 1, van de Wegverkeerswet bedoelde overheidsagenten konden hiertoe derhalve zelf geen verzoek tot appellant richten.

Evenmin kon appellant op verzoek van de parketmagistraat met permanentie, zelfs met zijn instemming, nog worden onderworpen aan een bloedproef. Het laten nemen van een bloedmonster kan immers alleen worden opgelegd als de ademtest een alcoholgehalte van ten minste 0,22 milligram aangeeft per liter uitgeademde alveolaire lucht en een ademanalyse niet kan worden uitgevoerd, of indien noch die ademanalyse noch de ademtest uitgevoerd konden worden en de betrokkene zich blijkbaar bevindt in een toestand van alcoholintoxicatie of van dronkenschap (cf. Cass. 29 april 1998, Arr. Cass. 1998, 219).

Het laten nemen van een bloedmonster door een daartoe opgevorderde geneesheer kon al evenmin met toepassing van art. 63, § 3, van de Wegverkeerswet bij wijze van tegenexpertise plaatsvinden, daar zulks volgens deze bepaling eveneens slechts kan geschieden op verzoek van de personen bedoeld in art. 59, § 1, 1o en 2o, van de Wegverkeerswet indien de ademanalyse, verkregen na toepassing van art. 59, § 3, een alcoholconcentratie van ten minste 0,35 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht meet.

Omdat de strafbare alcoholintoxicatie bij appellant niet conform de wettelijke voorschriften en derhalve met schending van het recht van verdediging werd vastgesteld, kan met de resultaten van de derde en vierde ademanalysetest en de opgelegde bloedproef dan ook geen rekening worden gehouden, en komt de tenlastelegging C derhalve niet

bewezen voor, zodat appellant uit dien hoofde dient te worden vrijgesproken.” […] Rechtsleer: • P. Arnou en M. De Busscher, Misdrijven en sancties in de wegverkeerswet, 1999, Antwerpen, Kluwer • Sterkens Antigoon op het pad van de alcoholintoxicatie zie R.W. 2007-2008, 36 • F. Goossens en F. Hutsebaut, «Ademtest, ademanalyse, afname van een urinemonster en bloedproef in verkeerszaken», in Comm. Strafr., Mechelen, Kluwer • (Bestendig Handboek Verkeer, Mechelen, Kluwer, 1998, (losbl.), III.610; F. Goossens en F. Hutsebaut, o.c., Comm. Strafr., p. 9, nr. 11)),

• Ongena, «Een geldige ademanalyse sluit de onwettige weigering van een bloedproef uit» (noot onder Corr. turnhout 11 december 1997), R.W. 1999-2000, p. 99-101, nr. 6; • M. Sterkens, «Het opleggen van een ademtest en een ademanalyse», R.W. 2001-02, 277-278).

r ec h T s p r a a k Wac h T T i j d a d e m T esT A LCo H o L A d E m A N A Lys E T EsT es s e n T i e e l vo o r h e T r ec h T VA N V E r d E d I g I N g Instantie: Rechtbank van Eerste Aanleg Plaats van uitspraak: Charleroi Datum van de uitspraak: 15/12/2008 Samenvatting van het vonnis: De eerbiediging van de wachttijd voorafgaand aan de ademanalysetest is essentieel om een geldige ademanalysetest te bekomen. Wanneer deze wachttijd niet wordt geëerbiedigd worden de rechten van verdediging geschaad en kan anderzijds niet met zekerheid de werkelijke graad van alcoholintoxicatie worden vastgesteld omdat het doel van de wachttijd erin bestaat het effect van het laatste alcoholgebruik te corrigeren. Volledige tekst vonnis zie tijdschrift van de politierechters, 2009 pagina 165. Noot: Men mag (sinds 12 mei 2007) voor een ademanalyse alleen 15 minuten wachttijd vragen, als eerst geen ademtest werd afgenomen en men dus onmiddellijk met de ademanalyse begint. Heeft men dus (zoals in de meeste gevallen) eerst een ademtest gedaan, dan mag men voor je de ademanalyse begint niet opnieuw 15 minuten wachttijd vragen. info@law 2012 i mei-juni

13


Auteursrecht

LOutERE NAAMVERMELDING OP EEN WERK VERSCHAFt GEEN AutEuRSRECHt Vaderschap van een auteurswerk is een rechtsfeit dat door alle middelen van recht bewezen kan worden. Hij die zich op het recht beroept draagt de bewijslast.

4.1.1. Vastgesteld wordt dat op de frontzijde van het omslagkaft van het boek boven de hoofdtitel “Basic BBQ” (in grote letters) de naam is vermeld “P.D.C.” (in kleinere letters).

artikel 6, 2de lid AW stelt dat als auteur wordt aangemerkt hij wiens naam of letterwoord waarmee hij te identificeren is als dusdanig op het werk, op een reproductie van het werk, of bij een mededeling aan het publiek ervan wordt vermeld.

Op de binnenflap van het omslagkaft worden enkele biografische gegevens vermeld van P.D.C., samen met twee foto’s en met een verwijzing naar het boek “Just Grilling” waarbij vermeld “van dezelfde auteur”.

Maar niet elke naamsvermelding resulteert in de toepassing van het wettelijk vermoeden van vaderschap. De rechtspraak kan met dit vermoeden slechts rekening houden wanneer de naam verschijnt op de plaats waar men de naam van de auteur zou verwachten

r ec h T s p r a a k Rechtbank van Eerste Aanleg, Antwerpen, 30/06/2011 Samenvatting Door loutere vermelding van een naam in of op een auteursrechtelijk beschermd werk bekomt men geen auteursrecht, zelfs niet wanneer de persoon wiens naam vermeld werd grammaticale of redactionele aanpassingen heeft aangebracht. uittreksel uit het vonnis […] Artikel 6, 2de lid AW bepaalt dat, tenzij het tegendeel is bewezen, éénieder als auteur wordt aangemerkt wiens naam of letterwoord waarmee hij te identificeren is als dusdanig op het werk wordt vermeld. Beide partijen beroepen zich op dit vermoeden. 14

info@law 2012 i mei-juni

Op de rug van het boek is naast de titel de naam van P.D.C. vermeld. 4.1.2. Mevrouw W. laat gelden dat zij de auteur is van de teksten van het boek en verwijst daarvoor naar de vermelding die voorkomt op de laatste bladzijde van het boek, waar ongeveer in het midden, tussen andere vermeldingen en gegevens, is vermeld: “RECEPtEN: P.D.C.” “tEKStEN: W.” “FOtOGRAFIE: L.D.” “VORMGEVING: BEELD.INZICHt” Deze enkele vermelding van mevrouw W. volledig achteraan in het boek samen met andere medewerkers aan het boek, tussen andere mededelingen, is niet een vermelding zoals is bedoeld in artikel 6, 2de lid AW, dat van aard is om het vermoeden van auteurschap van toepassing te maken. 4.1.3.In acht genomen de vermeldingen op het boek (zie sub 4.1.1.), geldt het vermoeden dat P.D.C. de auteur is. Dit vermoeden kan worden weerlegd door diegene die beweert zelf de auteur of co-auteur te zijn van het werk. 4.2. Auteursrechtelijke bescherming Mevrouw W. voert aan dat haar vermelding op de laatste bladzijde van het boek bij “teksten” het bewijs levert dat zij de auteur is en de maker van de teksten.

Dit kan niet worden afgeleid uit deze vermelding, terwijl het vermoeden van artikel 6, 2de lid AW hierop niet van toepassing is. 4.2.1. Vooreerst blijkt uit de tussen partijen gewisselde mails (24 en 28 oktober 2008) in verband met de opdracht van mevrouw W. dat deze laatste werd aangezocht om de door P.D.C. aangeleverde recepten, omvattende de ingrediënten en tekst over de bereidingswijze, evenals nuttige tips, grammaticaal en taalkundig op punt te zetten. Mevrouw W. bewijst niet dat zij meer dan deze taalkundige aanpassingen heeft gedaan. Ook uit de e-mail van P.D.C. aan mevrouw W. d.d. 12 november 2008 blijkt dat de recepten werden aangeleverd door P.D.C., die tevens een voorstel maakte van onderverdeling van deze recepten en ook kenbaar maakte dat hij een losse ludieke stijl voorstaat. Deze zeer beperkte tekst (13 lijnen), gezien in het geheel van het boek, maakt mevrouw W. niet tot coauteur. Overeenkomstig de afspraak tussen partijen, viel deze zeer beperkte tekst binnen de gehele opdracht van redactie. 4.2.4. Mevrouw W. bewijst niet auteur of coauteur te zijn van voormeld boek. Haar vordering is bijgevolg ongegrond. OM DEZE REDENEN DE RECHtBANK Rechtdoend op tegenspraak; Gelet op de wet van 15 juni 1935; Verklaart de vordering ontvankelijk doch ongegrond. […] noot rechtsleer: • Cedric Van Leenhove, Naamsvermelding leidt niet automatisch tot vermoeden van auteurschap, RABG, 2011/18, 1295


• F. GOtZEN, “Overzicht van rechtspraak. Auteurs- en modellenrecht (1990-2004)”, tPR 2004, 1464. • art. 15, cijfer 1 Berner Conventie en art. 5 handhavingsrichtlijn 2004/48. • namens de Commissie voor de Justitie uitgebracht door de heer Erdman, Parl. St. Senaat 1993-94, nr. 145/12, 30. • J. KEuStERMANS, “Auteursrecht: recente evoluties in capita selecta”, CABG 2009/2, 19-20; • F. BRISON, noot onder Voorz. Rb. Brussel 2 oktober 1995, AM 1996, 327. rechtspraak: • Rb. Brussel 17 juni 2002, AM 2004, 252; F. DE VISSCHER en B. MICHAux, Précis du droit d’auteur et des droits voisins, Brussel, Bruylant, 2002, 36. • Antwerpen 15 juni 2009, IRDI 2010, afl. 3, 286.

Nog �it gErECHTELIjK rECHT pralines Voor dE dEsKUNdIgE Vonnis op tegenspraak in eerste aanleg A.R. Nr. 05A3751 Politierechtbank Oudenaarde 05.09.2011 “Hoewel de handelswijze van de deskundige, door in dank pralines te aanvaarden van verweerster, ernstige vragen oproept , is één en ander naar het oordeel van de rechtbank niet van aard om zijn deskundig verslag meteen af te doen als waardeloos.” NOOt Over de wraking van de deskundige (wet, rechtsleer, rechtspraak: zie http:// www.elfri.be/wraking-van-een-deskundige Of http://www.elfri.be/ node/271

Nationaal Netwerk van Gespecialiseerde Nationaal Netwerk van Gespecialiseerde Privédetectives

Nationaal Netwerk van Gespecialiseerde Privédetectives Privédetectives

U vindt bij ons de “nieuwe” generatie vergunde privédetectives : hoger geschoold, professioneel en to the point !

U vindt bij ons de “nieuwe” generatie vergunde privédetectives : De tijd dat privédetectives in hun wagen sprongen en achter de hoger en to the point ! privédetectives : U vindtgeschoold, bij ons deprofessioneel “nieuwe” generatie vergunde feiten aangingen is immers lang voorbij. Vandaag staat de Nationaal Netwerk van Gespecialiseerde hoger geschoold, professioneel en to the point ! verhouding kostprijs van inde t.o.v. de De tijd dat privédetectives hunopdracht wagen sprongen en resultaten achter de Privédetectives voorop ! feiten aangingen is immers lang voorbij. Vandaag staat de Nationaal Netwerk van Gespecialiseerde De tijd dat privédetectives in hun wagen sprongen en achter verhouding kostprijs van de opdracht t.o.v. de resultaten U vindt bij ons de is “nieuwe” vergunde privédetectives feiten aangingen immersgeneratie lang voorbij. Vandaag staat de: Onze specialiteiten : Privédetectives hoger geschoold, professioneel to the point ! voorop ! verhouding kostprijs van de en opdracht t.o.v. de resultaten Solvabiliteitsonderzoeken Nationaal Netwerk van Gespecialiseerde

U vindt bij ons de “nieuwe” generatie vergunde privédetectives : voorop De tijd !dat privédetectives in hun wagen sprongen en achter de Nationaal Netwerk van Gespecialiseerde hoger geschoold, professioneel en to the point ! Pre-employment screening Privédetectives Onze feitenspecialiteiten aangingen :is immers lang voorbij. Vandaag staat de

Privédetectives

verhouding kostprijs van inde t.o.v. de resultaten De tijd dat privédetectives hunopdracht wagen sprongen en achter de Onderzoek op Onze specialiteiten : kandidaat-huurder U vindt aangingen bij generatie vergunde privédetectives : voorop ! ons de “nieuwe” feiten is immers lang voorbij. Vandaag staat de Solvabiliteitsonderzoeken Opzoeking “Bron vangeneratie Inkomsten” U vindt bij ons deprofessioneel “nieuwe” vergunde : hoger geschoold, enopdracht to the point ! privédetectives verhouding kostprijs van de t.o.v. de resultaten Solvabiliteitsonderzoeken hoger geschoold, professioneel en to the point ! Pre-employment screening Onze specialiteiten : voorop De tijd !dat privédetectives in hun wagen sprongen en achter de Pre-employment screening De tijd aangingen dat privédetectives in hun sprongen en achter de feiten is kandidaat-huurder immers langwagen voorbij. Vandaag staat de Onderzoek op Ward VRIJSEN Solvabiliteitsonderzoeken Onze specialiteiten : immers feiten aangingen is voorbij. Vandaag staat de verhouding kostprijs van de lang opdracht t.o.v. de resultaten Onderzoek op kandidaat-huurder Pre-employment screening “Bron van Inkomsten” verhouding kostprijs van de opdracht t.o.v. de resultaten Fraud Forensic Investigator voorop !Opzoeking Solvabiliteitsonderzoeken voorop Opzoeking !Onderzoek“Bron Privédet., FOD BiZa nr. 14.1675.02 van vergund Inkomsten” op kandidaat-huurder Pre-employment screening Onze specialiteiten : Opzoeking “Bron van Inkomsten” Onze specialiteiten : Serge DE CORTE Onderzoek op kandidaat-huurder Ward VRIJSEN Solvabiliteitsonderzoeken Solvabiliteitsonderzoeken Opzoeking “Bron van Inkomsten” Criminoloog Ward VRIJSEN Pre-employment screening Fraud Forensic Investigator Wardscreening VRIJSEN Pre-employment Privédet., vergund FOD BiZa nr. 14.1683.08 Onderzoek Privédet., op kandidaat-huurder vergund FOD BiZa nr. 14.1675.02 Fraud Forensic Investigator Fraud Forensic Investigator Onderzoek op kandidaat-huurder Ward VRIJSEN Opzoeking “Bron van Inkomsten” Peter DU CHAU Privédet., Privédet., vergund vergund FOD FOD BiZa BiZa nr. nr. 14.1675.02 14.1675.02 Opzoeking “Bron van Inkomsten” SergeForensic DE CORTE Fraud Investigator Commercieel Directeur Serge DE DEvergund CORTE Privédet., FOD BiZa nr. 14.1675.02 Serge CORTE Ward VRIJSEN Criminoloog Ward VRIJSEN Criminoloog Serge DE CORTE Fraud Forensic Investigator Privédet., vergund FOD BiZa nr. 14.1683.08 Criminoloog Privédet., vergund FOD BiZanr. nr. 14.1675.02 14.1683.08 Fraud Forensic Investigator FOD BiZa OPGELET : wij Privédet., werken invergund eerste instantie voor bedrijven !

Privédet., vergund FOD nr. 14.1683.08 Criminoloog vergund FOD BiZa BiZa nr. ze 14.1675.02 Private opdrachtenPrivédet., worden enkel aanvaard indien ons worden Peter DU DUvergund CHAU FOD BiZa nr. 14.1683.08 Peter CHAU Privédet., Serge DE CORTE aangereikt door bemiddeling van een advocaat, een Serge DE notaris. CORTE Peter DU CHAU gerechtsdeurwaarder of een Commercieel Directeur Peter DU CHAU Criminoloog Commercieel Directeur

www.checkpoint-online.be Criminoloog Privédet., vergund FOD BiZa nr. 14.1683.08

Commercieel Directeur Commercieel Directeur Privédet., vergund FOD BiZa nr. 14.1683.08

Molenkouter 148/6 - 9620 ZOTTEGEM

Peter DU CHAU OPGELET : wij werken in eerste instantie voor bedrijven ! Peter DU CHAU Private opdrachten worden aanvaard indien ze bedrijven ons worden T : 09/369.99.20 Minenkel : eerste info@checkpoint-online.be OPGELET : wij Commercieel werken instantie voor ! Directeur aangereikt : wij doorwerken bemiddeling een voor advocaat, een OPGELET in eerstevan instantie bedrijven Private opdrachten wordeninenkel aanvaard indien ze bedrijven ons worden!! Commercieel Directeur OPGELET : wij werken eerste instantie voor gerechtsdeurwaarder of eenenkel notaris. Private opdrachten worden aanvaard indien ze ons worden

aangereikt door bemiddeling van een advocaat, een Private opdrachten enkel aanvaard indienadvocaat, ze ons worden aangereikt door worden bemiddeling van een een www.checkpoint-online.be gerechtsdeurwaarder of een notaris. aangereikt door bemiddeling van een advocaat, een gerechtsdeurwaarder of een notaris. OPGELET : wij werken in eerste instantie voor bedrijven ! OPGELET : wij werken in eerste instantie voor bedrijven gerechtsdeurwaarder of een notaris. Private opdrachten worden enkel aanvaard indien ze ons worden! Molenkouter 148/6 - 9620 ZOTTEGEM

www.checkpoint-online.be

Private opdrachten enkel aanvaard indien ze ons worden aangereikt door worden bemiddeling van een advocaat, een aangereikt door bemiddeling advocaat, een gerechtsdeurwaarder of 148/6 een T : 09/369.99.20 M notaris. : info@checkpoint-online.be Molenkouter - van 9620een ZOTTEGEM gerechtsdeurwaarder of een notaris.

www.checkpoint-online.be Molenkouter 148/6 - 9620 ZOTTEGEM www.checkpoint-online.be T : 09/369.99.20 M : info@checkpoint-online.be Molenkouter 148/6 - 9620 ZOTTEGEM www.checkpoint-online.be T : 09/369.99.20 M : info@checkpoint-online.be Molenkouter 148/6 - 9620 ZOTTEGEM Molenkouter 148/6 - 9620 ZOTTEGEM T : 09/369.99.20 M : info@checkpoint-online.be

T : 09/369.99.20 T : 09/369.99.20

M : info@checkpoint-online.be M : info@checkpoint-online.be

info@law 2012 i mei-juni

15


Philippe salens

Accountant – belastingconsulent Programmadirecteur Expert Class Vermogens- en Successieplanning Brugge Business School

Cnockaert & salens Koude Keukenstraat 13 8200 Brugge tel.: 050/54.80.78

technologielaan 9 3001 Heverlee tel.: 016/40.72.40

info@cnockaert-salens.be

16

info@law 2012 i mei-juni


Verzekeringsrecht

OPZEt IN HEt VERZEKERINGSRECHt Een schadegeval is opzettelijk wanneer de verzekerde vrijwillig en bewust schade heeft veroorzaakt.

Een verzekeraar is niet tot vergoeding gehouden wanneer de schade veroorzaakt is door een opzettelijke daad. Wanneer de verzekeraar beweert van deze dekking bevrijd te zijn dient hij in toepassing van artikel 1315 tweede lid van het Burgerlijk Wetboek te bewijzen dat de verzekerde een opzettelijke daad heeft begaan die hem het voordeel van de verzekering ontzegt.

De verzekeraar mag niet eisen dat de verzekerde het bewijs levert dat de schade veroorzaakt werd door een feit van een derde die zonder het medeweten en zonder instructie van hunnentwege heeft gehandeld. Een en ander werd bevestigd door het Hof van Cassatie van 2 april 2004 Rechtskundig Weekblad 2006-2007, kolom 1643.

Volgens artikel acht eerste lid van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekering, kan de verzekeraar, niettegenstaande enige andersluidend beding niet verplicht worden, te vergoeden aan hem die het schadegeval opzettelijke heeft veroorzaakt. In praktijk hanteren de verzekeringsmaatschappijen te vaak dit artikel om de uitbetaling van de schade te weigeren, waarbij zij opzet in hoofde van de verzekerde menen te kunnen inroepen. Zij baseren zich hierbij op de oude cassatierechtspraak die stelde dat een schadegeval opzettelijk is wanneer de verzekerde wetens en willens een daad stelt en zijn risicodragende handelswijze een redelijkerwijze voorzienbare schade aan een derde veroorzaakt. Deze cassatierechtspraak werd onder meer weergegeven in de arresten van 5

december 2000, rechtskundig weekblad 2001-2002, 977. Op basis hiervan kon men de dekking uitsluiten voor een bestuurder die bijvoorbeeld door het rode licht was gereden en die had kunnen voorzien dat hierdoor een aanrijding werd veroorzaakt.

Deze visie van het Hof van Cassatie werd evenwel verlaten door haar arrest van 24 april 2009 waarbij zij op een veel beperktere wijze het begrip opzet omschreef als zijnde het toebrengen van schade op bewuste en opzettelijke wijze, zonder dat hieraan nog werd toegevoegd dat met opzet kon gelijkgesteld worden een foutieve daad gesteld in omstandigheden waarbij de schade redelijkerwijze kon worden voorzien.

Op basis van deze cassatierechtspraak kan een bestuurder die door een rood licht gereden is en hierbij schade heeft veroorzaakt, niet worden aanzien als een persoon die opzettelijk schade heeft veroorzaakt, waardoor de verzekeringsmaatschappij in dit geval tot vergoeding van de schade aan derden zal gehouden zijn, behoudens wanneer kan aangetoond worden dat hij niet alleen opzettelijk door het rode licht is gereden maar ook opzettelijk nadien een aanrijding heeft veroorzaakt.

r EC H T s P r A A K: • Cass. (2e k.) Ar P.99.0223.N, 5 december 2000 ; Cass. (1e k.) Ar C.01.0343.F, 12 april 2002). Een schadegeval is opzettelijk veroorzaakt in de betekenis van art. 8, info@law 2012 i mei-juni

17

➤


lid 1 Wet Landverzekeringsovereenkomst, wanneer de verzekerde wetens en willens een daad stelt of zich ervan onthoudt en zijn risicodragende handelswijze een redelijkerwijze voorzienbare schade aan een derde veroorzaakt. De omstandigheid dat de dader deze schade, de aard of de omvang ervan niet gewild heeft, doet hieraan niet af. Het volstaat dat de schade is verwezenlijkt. De motieven dat de beklaagde zich niet louter passief heeft verzet tegen de Rijkswacht, maar er wetens en willens met geweld is tegen ingegaan, en dat de beklaagde zich niet kan beroepen op noodweer en dat het slachtoffer ten gevolge van de bewezen verklaarde slagen en weerspannigheid ernstige letsels heeft opgelopen, houden in dat het opzet van de beklaagde het schadegeval is voorafgegaan

• Cass. (1e k.) Ar C.02.0030.F, 2 april 2000) De verzekeraar draagt de bewijslast van het opzettelijk karakter van de fout

• Cass. 12 februari 2008 Een schadegeval is opzettelijk veroorzaakt in de betekenis van artikel 8, eerste lid, wanneer de verzekerde wetens en willens een daad stelt of zich ervan onthoudt en zijn risicodragende handelwijze een redelijkerwijze voorzienbare schade aan een derde veroorzaakt. De omstandigheid dat de rechter oordeelt dat een schadeverwekkend feit ten laste van de beklaagde bewezen is maar dat deze zich, op het ogenblik dat hij dat feit pleegt, in een ernstige staat van geestesstoornis bevindt die hem ongeschikt maakt tot het controleren van zijn daden, zodat de rechter die beklaagde op grond van de in artikel 71 Sw. bepaalde schulduitsluitingsgrond vrijspreekt, sluit volstrekt uit dat de vrijgesproken dader ‘het schadegeval opzettelijk heeft veroorzaakt’, zoals bedoeld in artikel 8, eerste lid 18

info@law 2012 i mei-juni

W E Tg E V I N g: Wet op de landverzekeringsovereenkomst Art. 8 Bedrog en schuld Niettegenstaande enig andersluidend beding, kan de verzekeraar niet verplicht worden dekking te geven aan hem die het schadegeval opzettelijk heeft veroorzaakt. De verzekeraar dekt de schade veroorzaakt door de schuld, zelfs de grove schuld, van de verzekeringnemer, van de verzekerde of van de begunstigde. De verzekeraar kan zich echter van zijn verplichtingen bevrijden voor de gevallen van grove schuld die op uitdrukkelijke en beperkende wijze in de overeenkomst zijn bepaald. De Koning kan een beperkende lijst opstellen van feiten die niet als grove schuld aangemerkt mogen worden.

Ten aanzien van levensverzekeringen gelden bijzondere regels: Artikel 101 §1 Landverzekeringswet van 25 juni 1992 stelt dat behoudens andersluidende clausule, de levensverzekering de zelfmoord dekt van de verzekeringsnemer die niet gebeurd is minder dan één jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst Artikel 12 Wet 16 maart 1994 houdende de wijziging van sommige bepalingen van de wet van 25 juni 1992 op de Landverzekeringsovereenkomst, B.S. 04 mei 1994; invoeging tweede zin huidige art. 101§ 1 stelt dat de zelfmoord die minstens één jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst gebeurt, wel gedekt is door de levensverzekering. De polis mag de zelfmoord die gebeurd is 1 jaar na het afsluiten van de polis niet uitsluiten, gezien een en ander een verplichte dekking uitmaakt van dwingend recht.

Zelfmoord en L E V E N sV E r z E K E r I N g Opzet is een algemene uitsluiting voor de tussenkomst van een verzekering en vormt tezelfdertijd het bewijs dat het ongeval geen relatie heeft met de arbeidsovereenkomst.

Zelfmoord is een zelf gestelde daad van levenbeëindiging, doch men kan niet zomaar zelfmoord met opzet gelijk stellen.

Onvrijwillige zelfmoord kan bestaan in zogeheten overmachtssituaties waarbij het slachtoffer in diens psychische toestand zo geraakt wordt dat er sprake is van overmacht.

Deze regeling bij de levensverzekering maakt dus geen onderscheid meer tussen de vrijwillige en de onvrijwillige (ontoerekenbare) zelfmoord. Dit neemt niet weg dat de verzekeringsnemer en de verzekeringsmaatschappij wel in de polis mogen overeenkomen dat de vrijwillige zelfmoord wordt uitgesloten van dekking.

Het bewijs van zelfmoord rust bij de verzekeraar. Zelfs na de dood van de patiënt blijft het beroepsgeheim van de geneesheer gelden, tenware de mededeling het belang dient van de overledene of zijn veronderstelde wil.

Dit zou het geval zijn wanneer de verzekering het bewijs van zelfmoord kan leveren, doch wanneer medische attesten kunnen bewijzen dat deze gebeurde ten gevolge van stress, depressie of andere externe oorzaken die overmacht inhouden en dus ook elk opzet. Maar de arts mag onder geen beding de doodsoorzaak zelfmoord kenbaar maken. Eventueel kan de rechter oordelen over het bestaan van al dan niet wettige redenen tot opheffing van het beroepsgeheim van de geneesheer.


Familiaal strafrecht

EEN GEWELDIGE PARtNER de wet van 28/01/2003 op het partnergeweld toegelicht in 15 vragen en antwoorden Vraag: Wat is partnergeweld: Antwoord: Fysiek, seksueel en psychisch geweld binnen een relatie. Vraag: Waarom partnergeweld? Dit gedrag wordt in een intieme relatie aangewend om controle en macht te winnen over de partner. Het geweld wordt vanuit frustratie (het niet kunnen bereiken van het vooropgestelde doel, onmacht of onkunde tot manifesteren) geuit en gaat vaak gepaard met minderwaardigheidscomplexen gekoppeld aan meerderwaardigheidscomplexen van de dader. Het is een strafbaar feit en valt onder de misdrijven met verzwarende omstandigheden. Partnergeweld ontstaat vaak heel geleidelijk door kleine vernederingen, toenemende controlezucht, machtsmisbruik en dan de eerste klap. Na een gewelddadig incident volgt er vaak ontkenning, verzoening en terug rust.

Daarom kunnen situaties van partnergeweld vaak lang aanslepen en uiteindelijke ernstige proporties aannemen met negatief zelfbeeld, isolement en machtsonevenwicht als gevolgen voor het slachtoffer. Partnergeweld komt voor in alle socioeconomische milieus, ongeacht de sociale status, de leeftijd, het opleidingsniveau, het beroep, de herkomst of het geloof. Een onderscheid dient gemaakt tussen strafbaar partnergeweld en partnergeweld dat als partnergeweld niet strafbaar is maar wel strafbaar kan zijn op andere gronden (vb bedreiging, afpersing, belaging). Maar deze voormelde misdrijven gepleegd door een partner brengen geen strafverzwaring mee. Vraag : Vaak wordt door de politiediensten weinig gevolg gegeven aan klachten wegens partnergeweld wat verandert de nieuwe wet aan deze feitelijke straffeloosheid?

Antwoord : Door deze nieuwe wet wordt geweld binnen een partnerrelatie (huwelijk of samenwoonst) heel wat ernstiger genomen. Meer zelfs het feit dat het slachtoffer samenwoont of gehuwd is met de dader van dit geweld, maakt thans een verzwaring van de feiten uit. In het verleden werd de relatie tussen dader en slachtoffer eerder aangewend om de feiten te banaliseren. De strafrechter zal ten aanzien van deze feiten thans strenger en harder kunnen optreden. Voor zeer ernstige feiten is de klacht met burgerlijke partijstelling bij de onderzoeksrechter nog steeds aangewezen. Op die wijzen kan vermeden worden dat de zaak geseponeerd wordt. Maar er resten ook burgerlijke sancties (zie verder).. Vraag : Kan een slachtoffer diens partner uit het huis laten zetten wanneer op het slachtoffer partnergeweld wordt gepleegd? Antwoord : Volmondig ja. De nieuwe wet voorziet dat het slachtoffer van het geweld bij voorlopige maatregel de dader van het geweld uit het huis kan laten zetten door de rechter en dit in een korte vrij eenvoudige procedure. Vraag : Het is vaak zeer moeilijk om het geweld te bewijzen. Heeft de wet hiermee rekening gehouden ? Antwoord : Inderdaad. De wetgever heeft rekening gehouden met het feit dat het vaak zeer moeilijk is om op juridische sluitende wijze het bewijs van het geweld te leveren. De loutere ernstige aanwijzing van geweld volstaat info@law 2012 i mei-juni

19


om de drastische maatregel om tot uithuiszetting uit te spreken. Vraag : Wat dient verstaan te worden onder “ernstige aanwijzingen” ? Antwoord : De rechter zal één en ander in alle vrijheid kunnen beoordelen . Hier kan gebruik gemaakt worden van o.m.: doktersattesten, geschreven verklaringen van derden, foto’s van letsels, briefwisseling, SMS-berichten, e-mails … Vraag : Bestaat er geen gevaar dat men weleens ten onrechte van partnergeweld zou beschuldigd worden om op die wijze een partner uit de woning te laten zetten of dat een bepaald feit uit alle proporties wordt getrokken ? Antwoord : Dit gevaar is niet denkbeeldig. Maar ook dit heeft de wetgever voorzien. Vooreerst zal in dergelijke procedures bijna steeds de rechter aandringen dat hij de partijen

hoort. Een dergelijke confrontatie kan verhelderend zijn. De rechter heeft hierbij een ruime ervaring en weet fantasie van werkelijkheid in het merendeel van de gevallen wel te onderscheiden. Bovendien heeft de rechter van de wet de mogelijkheid gekregen om uitzonderlijke omstandigheden in te roepen op grond waarvan hij niet tot de uithuiszetting beslist. Zo zou bijvoorbeeld de rechter kunnen rekening houden met het feit dat het geweld uitgelokt is door bv. aanhoudende pesterijen van de tegenpartij of een plots en shockerend vastgesteld overspel.

opnieuw toebedeeld krijgen. Maar deze echtscheiding kan lange tijd op zich laten wachten. De wetgever heeft voorlopige maatregelen willen opleggen waardoor het geweld onmiddellijk wordt stopgezet en het slachtoffer van het geweld bij wijze van een voorlopige maatregel opnieuw rust onder het bewoonde dak kan bekomen.

Vraag : En stel nu eens dat de geweldplegende partner zijn beroep uitoefent in de gezinswoning.

Antwoord : Inderdaad. Het slachtoffer van het geweld kan zich de woning laten toekennen ter definitieve titel na de echtscheiding of de ontbinding van het wettelijk samenlevingscontract.

Antwoord : In uitzonderlijke gevallen zal de rechter hiermee rekening kunnen houden. Maar hij zal bvb. een maatregel uitspreken waardoor de geweldplegende partner enkel op gezette tijdstippen de woning kan betreden om aldaar zijn beroep uit te oefenen en dit gedurende een korte periode van enkele weken of maanden, teneinde hem of haar toe te laten een andere beroepslocatie te vinden. Vraag : En wat wanneer de woning geen gemeenschappelijke eigendom is maar eigendom van de geweldplegende partner ? Antwoord : Bij wijze van voorlopige maatregel maakt dit geen verschil. De geweldplegende partner kan dus perfect uit zijn eigen woning worden gezet. Vraag : verliest de geweldplegende partner dan deze woning definitief ? Verliest hij dus zijn eigendomsrechten over deze woning ? Antwoord : Neen. De uithuiszetting is enkel een voorlopige maatregel. Bij een latere echtscheiding zal de geweldplegende partner deze woning weliswaar

20

info@law 2012 i mei-juni

Vraag : Kan de gemeenschappelijke woning na de ontbinding van het samenlevingscontract of het huwelijk aan het slachtoffer van het partnergeweld worden toegekend?

Vraag : Kan het slachtoffer van het geweld in de relatie dan deze woning bekomen zonder betaling van opleg ? Antwoord : Neen. Er zal nog steeds een opleg dienen betaald te worden. Deze opleg zal bepaald worden ofwel in gemeen overleg, al dan niet na schatting, ofwel door de rechtbank bij gebreke aan overeenkomst ter zake. Vraag : Welke straffen heeft de wet voorzien op partnergeweld ? Antwoord : ten aanzien van opzettelijke verwondingen of slagen in een partnerrelatie, kan door de nieuwe wet een maximum gevangenisstraf van 1 jaar worden opgelegd. Wanneer deze feiten bovendien een blijvende ziekte of blijvend letsel of een blijvende ongeschiktheid hebben teweeggebracht, worden deze straffen nog verhoogd. Vraag : Zijn er geen betere verzoenende oplossingen ? Antwoord : Nadat echt geweld in een relatie effectief door een partner wordt gebruikt, zal men zelden of nooit nog geluk in het huwelijk terugvinden. De ervaring leert dat geweld zich herhaalt en zelfs in ernst toeneemt. Een relatie


impliceert een vertrouwen. Partners delen niet alleen hetzelfde dak maar ook hetzelfde bed. De wetgever heeft gewild dat dit vertrouwen niet beschaamd wordt. Een partner dient namelijk onder alle omstandigheden zeker te zijn dat degene met wie men deze tafel, bed en dak deelt geen geweld op zijn medepartner pleegt. Wel in tegendeel het gezin is niet alleen een hoeksteen van onze maatschappij maar ook een burcht van veiligheid en geborgenheid. Dit beschamen, betekent hoe dan ook het einde van de relatie. Maar anderzijds zijn er naast de juridische stappen zoals de uithuisdrijving, de strafklacht en de vechtscheiding ook alternatieve mogelijkheden in het kader van een bemiddeling in familiezaken. De bemiddelaar in familiezaken zal de partijen eventueel kunnen begeleiden in het beëindigen van de partnerrelatie, het beëindigen van het geweld en het behoud van een ouderrelatie. Vraag : Zijn ook samenwonenden zonder gehuwd te zijn en zonder wettelijke samenlevingsovereenkomst door deze wet beschermd? Antwoord : Neen. De wet slaat enkel op gehuwden en personen met een wettelijk samenlevingscontract. Eén en ander kan een reden zijn om een samenlevingscontract af te sluiten. Door deze nieuwe wet zal het wettelijk samenlevingscontract niet alleen waarde hebben voor de concrete materiële afspraken die erin vervat zijn, doch zal het bovendien de belofte inhouden van beide partners om tegen mekaar onder geen enkel voorwendsel ooit geweld te gebruiken. Vraag : Wordt er in deze nieuwe wet verschil gemaakt tussen homoseksuele en heteroseksuele relaties ? Antwoord : Neen. Samenlevingscontracten tussen homoseksuele partners zullen even goed beschermd zijn als deze tussen heteroseksuele partners. Van zodra het homohuwelijk ook aanvaard zal zijn, zal deze wet evenzeer toepasselijk zijn op homohuwelijken als heterohuwelijken.

Vraag: Gevolgen voor de echtscheiding? Antwoord : Elke vorm van fysiek geweld tussen echtgenoten is ontoelaatbaar en maakt derhalve een omstandigheid uit op basis waarvan het huwelijk duurzaam ontwricht is en op grond waarvan de echtscheiding op basis van onherstelbare ontwrichting kan worden uitgesproken met verlies van het recht op eventueel persoonlijk onderhoudsgeld voor de dader.

Kritische noot Een partnerverhaal heeft vele kanten waarvan geweld één facet uitmaakt, het belang van de kinderen een ander facet, de overige grieven nog een ander facet. Elke partij heeft in een echtscheiding zijn eigen verhaal. Maar nog gevaarlijker is dat de zogeheten ernstige aanwijzing van partnergeweld volstaat. Opent dit niet de deuren naar cascades van valse klachten en vooral het zoeken en blijven zoeken naar al dan niet bestaande feiten die zo nodig met spitsvondigheid, fantasie en inkleuring tot “gewelddaden” kunnen benoemd worden om hiermee vergelding te bekomen ? Eén en ander opent fantastische perspectieven om de vechtscheiding een nieuw leven in te blazen. Is aanhoudende psychische terreur, belediging en vernedering geweld? En het subtiele spel waarbij het zelfbeeld zelfs zonder geweld wordt afgebroken en de ene het bloed van onder de nagels van de andere haalt met dan plots de explosie… - en wat doen we met de vrouw die op de middag thuiskomt en haar man op overspel betrapt en in een emotionele ontlading hem een blauw oog slaat ?

dAT I N g V I o L E N C E Het hebben van een relatie schept een band van bëinvloeding. Deze invloed wordt door sommigen als macht aanzien. In een subtiel spel van manipulatie en emoties vermindert zulks de weerbaarheid van de andere partner en verhoogt het risico op geweld. De bedoeling van de wetgever was precies personen die verzwakt werden door een relatie te beschermen tegen geweld. Maar hierbij is de wetgever voorbijgegaan aan de sociologische werkelijkheid dat een groot deel van de “partners” precies niet samenwonend zijn. Aanvankelijk had de wetgever het geweld binnen het huwelijk op het oog en heeft dit uitgebreid tot samenwonenden. Een volgende beschermingsstap dringt zich op, met name de uitbreiding van partnergeweld tot dating violence, ter bescherming van die personen die wel een relatie hebben maar niet samenwonen. ten onrechte menen echter slachtoffers van dating-violence dat zij niet beschermd zijn of geen maatregelen kunnen nemen tegen hun agressor: maar anderzijds is er de gekende strategie van de geweldpleger, die zeer vaak sociopatische kenmerken heeft en waardoor deze in staat is zijn slachtoffer zo te manipuleren waardoor deze niet doorzet of zelfs de klachten terugtrekt. Hier tegenover staat het gebrek aan kennis van de politiediensten en het parket die de houding van het slachtoffer verkeert inschat en hierdoor al te vaak seponeert. Het slachtoffer kan wel degelijk doorbijten. Een klacht met burgerlijke partijstelling bij de onderzoeksrechter, weze het niet wegens partnergeweld, maar wel voor de naakte gepleegde misdrijven, blijft de uitweg, Hierdoor zal de dader voor de strafrechter verschijnen, voor slagen, bedreiging, afpersing, moordpoging, vergiftiging, belaging, diefstal, huisvredebreuk... of welk ander feit ook. info@law 2012 i mei-juni

21


De strafrechter is weliswaar aan de wet gebonden is en kan dus geen verzwarende omstandigheid partnergeweld weerhouden. Maar in een krachtig pleidooi kan gewezen worden op de bedoeling van de wetgever en op de omstandigheid dat het hebben van een relatie, elke verzachtende omstandigheid, die een beklaagde broodnodig heeft om aan de maximumstraf te ontsnappen, uit te sluiten. …. En de maximumstraffen hierop zijn niet mals. Bovendien kan het slachtoffer voor de burgerlijke rechter (ook al is het slachtoffer niet samenwonend) een verontrustingsverbod, straatverbod, omgangsverbod e.d.m. eisen eventueel gesterkt onder verbeurte van een fikse dwangsom, naast een veroordeling tot schadevergoeding.

22

info@law 2012 i mei-juni

PA rT N E rg E W E L d o o K I N d E Vo Lg E N d E r E L AT I E Het is opmerkelijk dat vrouwen die slachtoffer waren van partnergeweld in hun nieuwe relatie opnieuw partnergeweld vinden. Het zou obsceen zijn om te stellen dat de fout bij hen ligt. Wel is het zo dat wordt vastgesteld dat vrouwen vaak kiezen voor een vast patroon, een rigide structuur, een rigide persoonlijkheid, hebben zij eens gekozen voor een man met een hoog machogehalte, dan zullen zij vaak ook een tweede keer kiezen voor een man met een hoog machogehalte. Vergeet niet dat het merendeel van de vrouwen die slachtoffer zijn van partnergeweld hun partner vergiffenis schenken, en vaak bij de advocaat komen smeken om deze partner uit de gevangenis te halen en hun klacht in te trekken. Dit soort vrouwen zijn bijzonder kwetsbaar om ook in een volgende relatie slachtoffer te worden van partnergeweld.

Door partnergeweld verzwakte vrouwen zoeken het bekende en zijn vaak angstig voor het onbekende. Zij voelen zich vertrouwd met mannen die “beschermend optreden” om achter deze façade pas na maanden of jaren een ziekelijke bezitsdrang te vertonen. Zij voelen zich vertrouwd met mannen die hun leven leiden, omdat hun eigen wilskracht en levenskracht vaak gebroken werd in de vorige relatie. Zij zijn de fout bij zichzelf gaan zoeken en geloven dat gehoorzaamheid een waarde is in een relatie, waarbij gedrag bepaald wordt door belonen en bestraffen. In zoveel relaties, wordt door beide partners afgetast en wanneer een man vaststelt dat hij gedrag en relatie kan bepalen door belonen en bestraffen, is de kans groot dat hij dit gedrag herhaalt, bevestigt en versterkt en meegroeit in een relatie die finaal op macht en geweld gesteund is, eerder dan op communicatie en wederzijds respect en groeien naar mekaar, waarin de ene, de ene maal leidend is en de andere maal volgend. de tango di amore.


Familierecht

RECHt OP NIEuWSGIERIGHEID tuSSEN ECHtGENOtEN Instantie: Hof van beroep Plaats van uitspraak: Antwerpen

inzage van haar e-mailverkeer na de feitelijke scheiding.

datum van de uitspraak: 21/04/2010

Samenvatting:

Echtgenoten hebben een recht op nieuwsgierigheid dat primeert op de privacyrechten en het briefgeheim. Aldus kunnen e-mailberichten en zelfs dagboeken worden aangewend als bewijs met oog op toepassing van art. 301 § 2 BW van zware fout, voor zover deze bewijsstukken gevonden werden vóór de machtiging tot afzonderlijke verblijfplaats met betredingsverbod.

Arrest […]

Beoordeling

[…]

3.2.1. Wat het e-postverkeer van appellante betreft: Anders dan wat geïntimeerde wil doen aannemen, heeft appellante reeds in haar verzoekschrift tot hoger beroep de disproportionele uitoefening van het zogenaamde “recht op nieuwsgierigheid” aangeklaagd, en met name ontzegde zij geïntimeerde het recht op verdere

Elke persoon, ook de gehuwde, heeft recht op privacy, zelfs tegenover zijn echtgenoot. Maar, waar de echtgenoten vrijelijk gekozen hebben voor het huwelijk, hebben zij daaruit ook zekere plichten opgenomen, en daaruit vloeit voor elke echtgenoot een zeker recht op nieuwsgierigheid voort, dat hem toelaat de nakoming van de huwelijkse plichten na te gaan, en in geval van tekortkoming daaraan, het bewijs daarvan te leveren. (zie ook: S. VANDROMME, Overspelige echtgenoot kan zich niet altijd op privacy beroepen, De Juristenkrant, 28 mei 2008, blz. 3)

Noch artikel 8 EVRM noch de artikelen 22 of artikel 29, eerste lid, Grondwet houden verbod in voor de echtgenoten om brieven die men op regelmatige wijze in zijn bezit heeft te gebruiken in een echtscheidingsgeding. (zie onder meer ook: Cass., 27 januari 2000 (arrest 980364N en 980365N), Arr. Cass. 2000, 73; alsook: HRVM, 13 mei 2008, inzake 65.097/ 01, jure.juridat.just.fgov.be/ justel=F-20080513-20).

Voorwaarde is wel dat de brieven niet gedekt zijn door het beroepsgeheim én dat ze niet op onrechtmatige wijze zijn verkregen. Die principes met betrekking tot papieren briefwisseling gelden onverminderd in verband met elektronische briefwisseling.

Wanneer dus een echtgenoot op de computer van zijn echtgenote, door gebruik te maken van haar wachtwoord, dat zij hem per hypothese in betere tijden ter beschikking stelde, e-postverkeer aantreft waaruit hij beledigende omgang met derden kan opmaken, dan kan hij daarvan rechtens gebruik maken.

Problematisch wordt dit na de feitelijke scheiding: immers, wanneer door de rechtbank afzonderlijke woonst is toegekend met betredingsverbod voor de andere echtgenoot, dan geldt de bescherming van de woonst die daaruit voortvloeit ook voor de brievenbus van die woonst, en kan de andere echtgenoot niet langer zonder woonstschennis te plegen kennis nemen van de brieven die hij in de brievenbus van zijn echtgenoot aantreft. En dit geldt bij uitbreiding ook voor de elektronische brievenbus.

De hier overgelegde e-postberichten zijn gewisseld tussen appellante en H.P. of uitgaande van de vriendin van H.P. aan appellante, en dateren van de periode 7 december 2007 tot en met 11 februari 2008, dit is ettelijke maanden nadat de Vrederechter partijen in een vonnis van 10 juli 2007 machtigde om afzonderlijk verblijf te houden, met betredingsverbod voor de andere echtgenoot. Ook bij beschikkingen van 18 september 2007 en van 22 januari 2008 werden die maatregelen verlengd.

Die hier overgelegde e-postberichten zijn manifest niet gedekt door enig beroepsgeheim. info@law 2012 i mei-juni

23


Maar ze zijn wel onrechtmatig verkregen: geïntimeerde legt immers uit dat hij toegang kreeg tot de e-postberichten “via de centrale server van Google”, dat partijen over drie computers beschikten en dat appellante kennelijk naliet om na de feitelijke scheiding haar “login”-gegevens aan te passen, zodat hij ook na zijn vertrek uit de echtelijke woonst via de door hem meegenomen computer toegang kon krijgen tot het e-mailverkeer van appellante.

Niet aangenomen wordt dan ook dat hij “niet bewust op zoek is gegaan naar haar e-postberichten” en/of dat hij er “gewoon automatisch toegang” toe kreeg: hij kon slechts toegang krijgen tot de e-postberichten door gebruik te maken van de login-gegevens van appellante, die de sleutel vormen op haar e-brievenbus, op een moment dat hij daar geen toegang meer mocht nemen.

Aan appellante is niet toe te rekenen dat zij zelf slordig zou zijn geweest door haar paswoord niet te wijzigen: ook wanneer zij zou hebben nagelaten de sloten van de woning c.q. de brievenbus te veranderen, dan kon geïntimeerde na de rechterlijke beslissing van 10 juli 2007 geen rechtmatige toegang meer nemen tot haar woning c.q. haar brievenbus, en bij uitbreiding tot haar elektronische brievenbus.

De door geïntimeerde overgelegde epostberichten van appellante onder stuk nr. 12 van zijn dossier worden door het Hof geweerd uit het beraad.

3.2.2. Wat de dagboekuittreksels van geïntimeerde betreft: Anders is het gesteld met de uittreksels uit het dagboek van geïntimeerde: Waar het dagboek van geïntimeerde principieel eveneens behoort tot de privé-sfeer, gelden hier dezelfde principes als met betrekking tot de briefwisseling: de echtgenoot beschikt ook hier over een gematigd recht van nieuwsgierigheid, mits de toegang tot dat dagboek niet onrechtmatig is bekomen; geïntimeerde toont hier niet aan dat appellante op onrechtmatige wijze in het bezit zou zijn gekomen van die stukken en/of dat zij haar gezond recht op nieuwsgierigheid op disproportionele wijze zou hebben uitgeoefend: uit de datum vermeld op sommige van die dagboekuittreksels blijkt dat die stukken dateren van een periode waarin partijen nog samenleefden, zodat mag worden aangenomen dat die vrijelijk in de echtelijke woonst ter inzage lagen.

Die dagboekuittreksels worden dan ook niet geweerd uit het beraad, zodat het incidenteel beroep van geïntimeerde hierover wordt afgewezen.

[...]

24

info@law 2012 i mei-juni


Huurrecht

VERJARING HuuRINDExERING op verzoek

de aanpassing van de huur aan de index gebeurt bij de woninghuur niet automatisch maar wel op verzoek van de verhuurder.

de verhuurder kan slechts met 3 maanden teruggaan voorafgaand aan zijn verzoek en dient zijn vordering in te stellen binnen het jaar.

startpunt verjaring Het startpunt van de korte verjaring inzake de huurindexatie is de datum van opeisbaarheid van de indexatie.

Indien de partijen in de huurovereenkomst of in een latere overeenkomst overeenkwamen dat de huuraanpassing zal gebeuren na een schriftelijk verzoek van de verhuurder, is de datum van dit verzoek de startdatum van de verjaringstermijn.

Wanneer de partijen overeenkwamen dat de huurgelden automatisch geĂŻndexeerd worden, is de startdatum van de verjaring de datum van verjaardag van de inwerkingtreding van huurovereenkomst.

Verjaring van de vordering van de huurder wegens teveel betaalde huur

De huurder heeft het recht, indien hij meer indexatie heeft betaald dan hij in toepassing van de wet of de overeenkomst verschuldigd is, om de terugbetaling ervan te vorderen aan de verhuurder (art. 1728quater BW). uit hoofde van dit artikel kan een huurder een verzoek tot terugbetaling indienen voor de te veel betaalde sommen, voor een periode van 5 jaar die dit verzoek voorafgaan.

De rechtsvordering van de huurders tot teruggave van het te veel betaalde verjaart door verloop van een jaar vanaf de verzending van het verzoek bepaald bij artikel 1728quater (art.2273 BW tweede lid).

stuiting verjaring De rechtsvordering van de verhuurders tot betaling van het bedrag dat volgt uit de aanpassing van de huurprijs aan de kosten van levensonderhoud verjaart door verloop van een jaar. (art. (2273 BW eerste lid).

Deze bepaling wil de huurder beschermen tegen de financiĂŤle ondraaglijkheid van de indexaanpassingen opgestapeld ten gevolge van het stilzitten van een onachtzame of slordige verhuurder en steunt niet op een vermoeden van betaling.

Net zoals andere verjaringen kan deze verjaring mbt de indexatie enkel gestuit worden door een bevel van betaling of een dagvaarding betekend door deurwaarder (artikel 2244 B.W.), dan wel door erkenning, door de huurder, van de aanspraak die het voorwerp is van de verjaring, ook al is deze erkenning slechts gedeeltelijk of onder voorbehoud (art. 2248 B.W.). De verjaring van de huurindexering raakt immers niet de openbare orde.

Deze verjaring heeft plaats, hoewel men met de verstrekkingen, leveringen, diensten en werken is voortgegaan.

Zij houdt slechts op te lopen, indien er een afgesloten rekening, een onderhandse of authentieke schuldbekentenis bestaat, ofwel een dagvaarding voor het gerecht, waarop geen verval van instantie is gevolgd.(art 2274 BW).

Onderhandelingen werken niet stuitend tussen partijen, noch ingebrekestellingen of aangetekende brieven.. info@law 2012 i mei-juni

25

➤


Milieu INHOUD De uitgave ‘Milieu’ bestaat uit twee delen, ondergebracht in vier gebruiksvriendelijke mappen.

pen.

Deel 1 (1e en 2e map) bevat de algemene milieuwetgeving, die niet specifiek betrekking heeft op de milieucompartimenten afval, lucht, geluid, bodem en water:

4 (zonder abonnement).

etapplicatie beschikbaar

reuvelslaan 73 eule 6 36 32 00 35 60 96 publ@uga.be e: www.uga.be

4 aanvullingen per jaar

• het milieuvergunningsdecreet • de milieu-effectrapportering • de Seveso-reglementering • Vlarem I en II • andere algemene regelgeving

Deel 2 (3e en 4e map) behandelt volgende onderwerpen: • afvalwetgeving : ook de regeling inzake meststoffen is opgenomen • lucht en luchtverontreiniging • geluidsnormen • water (grondwater, oppervlaktewater, …) • bodemsanering

Volledigheidshalve bevat deze uitgave links naar verschillende relevante websites teneinde u in staat te stellen onmiddellijk over die informatie te beschikken die u nodig hebt. Prijs: € 129,45 (portkosten niet inbegrepen)

EVENEENS VERKRIJGBAAR

WETGEVING WELZIJN OP HET WERK Een losbladige uitgave in samenwerking met: de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, PreBes (Koninklijke Vlaamse Vereniging voor Preventie en Bescherming), Prevent (het Instituut voor Preventie, Bescherming en Welzijn op het Werk) en het Provinciaal Veiligheidsinstituut (P.V.I.) van Antwerpen. Map 1 Welzijnswet Codex over het welzijn op het werk Mappen 2 tot 5 A.R.A.B. (Algemeen reglement voor de arbeidsbescherming) Andere teksten inzake arbeidsbescherming, o.a.: • afwijkings- en uitvoeringsteksten van het A.R.A.B. • gevaarlijke stoffen (o.a. REACH & CLP) • ingedeelde inrichtingen • A.R.E.I. (Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties) Prijs: € 167 (portkosten niet inbegrepen) Onze uitgave Wetgeving welzijn op het werk is ook via een internetapplicatie beschikbaar (www.preventlex.be).

U WENST TE BESTELLEN? Uitgeverij UGA U kan ook online bestellen op

T: 056 36 32 11 - F: 056 35 60 96 www.uga.be

Stijn Streuvelslaan 73, 8501 Heule E: publ@uga.be

26

info@law 2012 i mei-juni


Handelshuur? Deze regels zijn van toepassing op de woninghuur en niet op de handelshuur waar de regels inzake de verjaring van gemeen recht toepasselijk zijn.

oude huurcontracten

Huurcontracten afgesloten voor 28 februari 1991 kunnen slechts aangepast worden aan de index wanneer dit voorzien werd in het huurcontract.

Huurcontracten afgesloten na 28 februari 1991 kunnen steeds op hun verjaardag ge誰ndexeerd worden onafgezien of dit al dan niet in het huurcontract werd bepaald.

Mondelinge huurcontracten afgesloten na 31.05.1997 zijn niet vatbaar voor indexatie, aangezien slechts schriftelijke contracten vanaf 31.05.1997 vatbaar zijn voor indexatie.

Evenwel mag er contractueel worden vastgelegd dat de huur niet vatbaar is voor indexatie. Mondelinge huurcontracten afgesloten voor 28.02.1991 zijn niet vatbaar voor indexatie.

Berekening

Mondelinge huurcontracten afgesloten tussen 28.02.1991 en 31.05.1997 zijn vatbaar voor indexatie.

De huurindexatie wordt berekend volgens de formule basishuurprijs x nieuwe indexcijfer der consumptieprijzen die voorafgaat aan de maand van de verjaring van de inwerkingtreding van de huurovereenkomst en dit gedeeld door het aanvangsindexcijfer.

Voor huurovereenkomsten afgesloten voor 01.01.1981 is het aanvangscijfer het indexcijfer van de maand december 1982.

Huurovereenkomsten afgesloten tussen 01.01.1981 en 01.01.1984 die in werking traden voor 01.01.1984 hebben als aanvangsindexcijfer dat van de maand voorafgaand aan de maand waarin de indexatie kon worden toegepast in 1983 het weze het indexcijfer van de maand die voorafgaat aan de inwerkingtreding van de overeenkomst, voor zover deze in werking trad in 1983.

Voor de overeenkomsten die in werking traden vanaf 01.01.1984 is het aanvangsindexcijfer het indexcijfer der consumptieprijzen van de maand die voorafgaat aan de maand waarin de overeenkomst werd afgesloten.

Voor overeenkomsten afgesloten vanaf 01.02.1994 is het aanvangsindexcijfer de gezondheidsindex van de maand die voorafgaat aan de maand waarin de overeenkomst werd gesloten.

info@law 2012 i mei-juni

27


Verbintenissenrecht

ExCEPtIO tIMORIS Wanneer een contractpartij vreest dat de wederpartij haar verbintenissen niet zal nakomen of wanneer er duidelijke aanwijzingen zijn dat deze haar verbintenissen niet zal nakomen kan zij in een aantal gevallen beslissen eveneens tot niet-uitvoering over te gaan, niettegenstaande de verbintenis van tegenpartij nog niet opeisbaar is. dit is de exceptio timoris die dus een uitbreiding is van de exceptio non adimpleti contractus of de exceptie van niet uitvoering en die ondermeer wordt toegepast in artikel 1613 en 1653 B.W.en 33ter§2 WCK

De exceptio timoris tot opschorting van de uitvoering van de verbintenis gesteund op een gegronde vrees dat de wederpartij haar nog niet opeisbare verbintenissen niet zal nakomen is echter een exceptie die geen deel uitmaakt van het algemeen geldend recht en kan slechts toegelaten worden in die gevallen waarin de wet of een contract voorziet.

Partijen kunnen in een contract perfect bedingen welke de redenen, feiten of omstandigheden voor de wederpartij of zelfs beide partijen zijn om de verbintenissen te schorsen. Het gebruik van deze bedingen is vrij courant in de financiële wereld maar ook in het algemeen contractenrecht. Soms worden de omstandigheden opgesomd in een limitatieve lijst, soms in algemene termen in een exemplatieve lijst, dan wel in het voorzien van een recht om de exceptio timoris in te roepen, waarbij alsdan de rechter alle appreciatiebevoegdheid heeft.

De exceptio timoris kan contractueel tot ontbinding van de overeenkomst leiden maar kan ook voorzien in een schorsing van de overeenkomst tot wanneer er voldoende zekerheid is gesteld. Een contractueel gestipuleerde exceptio timoris is geoorloofd en geldig.

In consumentenrecht zal de exceptio timoris dienen te voldoen aan de WMPC, zo ondermeer aan artikel 74,6°. Volgens deze bepaling mag een onderneming niet zelf eenzijdig bepalen of de levering conform is of haar het exclusieve interpretatierecht verlenen van het contract. 28

info@law 2012 i mei-juni

Een al te ruime schorsingsmogelijkheid van de overeenkomst in consumentenzaken met al te ruime interpretatiemogelijkheid voor de ondernemer zou aldus een verboden beding kunnen uitmaken.

Weze ook opgemerkt dat voorzover een exceptio timoris wordt voorzien in een consumentencontract, niet alleen de onderneming maar ook de consument deze exceptie moet kunnen inroepen.

rechtsleer: • Jennifer DE WEGGHELEIRE, Opschortingsbedingen – Over de rechtsgeldigheid en tegenwerpelijkheid van contractuele clausules inzake de exceptie van niet-uitvoering en het retentierecht RW 2011-2012, 725. • B. Dubuisson en J.-M. trigaux, , in Les sanctions de l’inexécution des obligations contractuelles, p. 109, nr. 67; • J.H. Herbots, tPR 1991, p. 389, nr. 19; C. Marr, «L’exception d’inexécution comme instrument de prévention: vers un principe général de sanction de l’inexécution anticipée?» (noot onder Kh. Bergen 5 november 2003), JLMB 2005, (1066), 1071-1075; • M.E. Storme, o.c., RW 1989-90, p. 318, nr. 13; M. Vanwijck-Alexandre, Aspects nouveaux de laprotection du créancier à terme. Les droits belge et français face à l’anticipatory breach de la common law, Luik, Faculté de droit, 1982, 337


o N T B I N d E N d E Vo o r WA A r d E B Eg r E P E N I N W E d E r K E r I g E Co N T r AC T E N

o n T b i n d e n d e vo o rWa a r d e B Eg r E P E N I N W E d E r K E r I g E c o n T r ac T e n

EEN HANdLEIdINg Voor HET gEBrUIK VAN dE ExCEPTIo NoN AdImPLETI CoNTrACTUs

de rechter die uitspraak moet doen over de vordering tot ontbinding van een wederkerige overeenkomst, dient de omvang en de draagwijdte te onderzoeken van de door partijen aangegane verbintenissen en, aan de hand van de feitelijke omstandigheden, te beoordelen of de aangevoerde wanprestatie voldoende ernstig is om de ontbinding uit te spreken

Krachtens artikel 1184, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek is de ontbindende voorwaarde in wederkerige contracten altijd stilzwijgend begrepen, voor het geval dat een van beide partijen haar verbintenis niet nakomt.

Krachtens artikel 1184, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, heeft de partij jegens wie de verbintenis niet is uitgevoerd de keuze om ofwel de andere partij te noodzaken de overeenkomst uit te voeren, ofwel de ontbinding van de overeenkomst te vorderen met schadevergoeding.

Krachtens artikel 1184, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek moet de ontbinding van de overeenkomst in rechte worden gevorderd.

De rechter die uitspraak moet doen over de vordering tot ontbinding van een wederkerige overeenkomst, dient de omvang en de draagwijdte te onderzoe-

ken van de door de partijen aangegane verbintenissen en, aan de hand van de feitelijke omstandigheden, te beoordelen of de aangevoerde wanprestatie voldoende ernstig is om de ontbinding uit te spreken.

In een wederkerige overeenkomst heeft iedere partij die bewijst dat haar medecontractant in gebreke is gebleven zijn verbintenissen met betrekking tot die overeenkomst uit te voeren de mogelijkheid om, gelet op de onderlinge afhankelijkheid van hun wederkerige verbintenissen, de uitvoering van haar eigen verbintenis op te schorten en het nakomen ervan uit te stellen zolang de wederpartij de hare niet uitvoert.

Zie arrest van het Hof van Cassatie 24 september 2009

B E TA L I N g VA N V E r jA A r d E s C H U L d E N E N N AT U U r L I j K E verbinTenis

de verbintenis ten opzichte waarvan het vorderingsrecht van de schuldeiser verjaard is, is een natuurlijke verbintenis. Hieruit volgt dat wie vrijwillig een verjaarde schuld betaalt, niet gerechtigd is op terugvordering van wat hij heeft betaald.

Het algemeen rechtsbeginsel van de exceptie van niet-uitvoering laat toe dat de contractant, zonder tussenkomst van de rechter, overgaat tot het opschorten van de uitvoering van de eigen verbintenissen.

De betaling van een verjaarde schuld, zelfs indien deze vrijwillig gebeurt, sluit het recht op terugvordering evenwel niet uit, wanneer zij, blijkens de omstandigheden, niet kan worden opgevat als de voldoening van een door de betaler erkende schuld.

De rechter dient na te gaan of de partij die zich op de exceptie van niet-uitvoering beroept, bewijst dat haar medecontractant in gebreke is gebleven zijn wederkerige verbintenis uit te voeren, en of de exceptie niet werd ingeroepen buiten de grenzen van de onderlinge afhankelijkheid van de wederkerige verbintenissen.

Rechtspraak Cass. 06/03/2006

uit de enkele omstandigheid dat de niet-uitvoering van zijn verbintenissen door een contractant niet ernstig genoeg is om de wederkerige overeenkomst te zijnen laste te ontbinden, kan niet worden afgeleid dat de medecontractant, die zich op de niet-uitvoeringsexceptie beroept om tot het opschorten van de eigen verbintenissen over te gaan, hierdoor een ernstige fout begaat die de ontbinding van de overeenkomst te zijnen laste rechtvaardigt. info@law 2012 i mei-juni

29

➤


d E AC T I o I U d I C AT I de actio iudicati is de vordering met het oog op de tenuitvoerlegging van een gerechtelijke titel die zich heeft uitgesproken over een vordering.

Een vonnis of arrest inhoudende een burgerlijke vordering brengt een nieuwe vordering tot stand die de uitvoering van het vonnis als voorwerp heeft.

Ingevolge de nieuwe verjaringswetten is de verjaringstermijn van die nieuwe vordering tien jaar, zelfs wanneer de veroordelingen werden uitgesproken krachtens schuldvorderingen die aan een kortere of langere verjaringstermijn onderworpen zijn.

Deze verjaring wordt gestuit door: - de betekening van een bevel tot betaling door een gerechtsdeurwaarder - een uitvoerend of bewarend beslag - door erkenning, door de tegenpartij, van de aanspraak die het voorwerp is van de verjaring - door afstand van de verkregen verjaring of van het reeds verstreken

gedeelte van de verjaring - het instellen van een eis voor de rechtank

Een vonnis dat reeds betekend werd kan teneinde de verjaring te stuiten herbetekend worden en deze herbetekening strekt zelfs tot aanbeveling. Dit kan ook opgelost worden door een herhaald bevel of een beslag.

Door de (her)betekening van het vonnis, het betekenen van een herhaald bevel, of het leggen van een bewarend of uitvoerend beslag op roerende goederen in het uitvoeringsdossier, wordt de verjaring aldus gestuit, en begint de verjaringstermijn van 10 jaar van de betekeningsdatum opnieuw te lopen.

De verjaringstermijn van 10 jaar ten aanzien van vonnissen en arresten in verband met persoonlijke rechtsvorderingen, waarvan de uitvoering al begonnen was vóór 27.07.1998 begint opnieuw te lopen vanaf 27.07.1998, zonder dat de totale duur van de verjaringstermijn meer dan dertig jaar mag bedragen.

Concreet: voor een vonnis of arrest daterend van vóór 27.07.1998, begint de tienjarige verjaringstermijn opnieuw te lopen per 27.07.2008.

De verjaring is verkregen wanneer de laatste dag van de vereiste tijd is verlopen. 27.07.2008 valt op een zondag. Volgens het Hof van Cassatie geldt de regel dat indien de laatste dag van de termijn op een zondag of een feestdag valt, hij niet verplaatst wordt naar de eerstvolgende werkdag.

W E T T E L I j K B ro N N E N: Wet dd. 10 juni 1998 tot wijziging van sommige bepalingen betreffende de verjaring” (B.S. 17 juli 1998), waarbij de verjaringstermijn van de actio iudicati teruggebracht van 30 jaar naar 10 jaar. Deze wet trad in werking op 27.07.1998. De wet voorziet in een overgangsregeling en wijzigde de hierna vermelde artikels van het burgerlijk wetboek in volgende zin:

Art. 2262 Bur. Wb. <W 1998-06-10/39, art. 4, 004; Inwerkingtreding: 27-071998> Alle zakelijke rechtsvorderingen verjaren door verloop van dertig jaar, zonder dat hij die zich op deze verjaring beroept, verplicht is daarvan enige titel te vertonen of dat men hem de exceptie van kwade trouw kan tegenwerpen.

Art. 2262bis Bur. Wb. <Ingevoegd bij W 1998-0610/39, art. 5; Inwerkingtreding: 27-07-1998> 30

info@law 2012 i mei-juni


Advocaat Elfri De Neve

Advocaat Elfri De Neve is afgestudeerd in 1983 aan de VUB te Brussel als licentiaat in het recht, waarna hij als advocaat startte in Oudenaarde. Het kantoor heeft momenteel verschillende interne en 20 externe medewerkers. Hij is gespecialiseerd in o.a. betalingsverkeer, consumentenkrediet en schuldbemiddeling en won verschillende grote processen inzake deze materie. Hij heeft meer dan 25 jaar ervaring in beslagrecht en schrikt er niet voor terug om zelfs tegen de machtigsten hard op te treden en heilige huisjes in te stampen, zoals het blootleggen van de machinaties van kredietgevers, en elke dag opnieuw in alle onafhankelijkheid het belang van de burger te verdedigen. Van tal van zijn spectaculaire zaken werden de vonnissen gepubliceerd in de vakpers, waarin hij de verdediging opnam tegen de banken waardoor hij de financiële sector op zijn kop zette.

de gerechtsdeurwaarder en uw schuldeisers het beslagrecht ontmaskerd Elfri DE NEVE

Elfri De Neve

U zag hem in het VT4 programma “ rekeningen in het rood ”, samen met mental coach Greet Dyckmans.

Uw rechten tegenover

De laatste jaren ontpopte advocaat De Neve zich als mediafiguur in diverse tijdschriften, radio en TV. Maar hij is vooral bekend als auteur van de gekende site www.elfri.be, de grootste open juridische site van het land met een antwoord op bijna alle juridische vragen en met dagelijkse updates.

Uw rechten tegenover de gerechtsdeurwaarder en uw schuldeisers: het beslagrecht ontmaskerd

§ 1. Alle persoonlijke rechtsvorderingen verjaren door verloop van tien jaar. In afwijking van het eerste lid verjaren alle rechtsvorderingen tot vergoeding van schade op grond van buitencontractuele aansprakelijkheid door verloop van vijf jaar vanaf de dag volgend op die waarop de benadeelde kennis heeft gekregen van de schade of van de verzwaring ervan en van de identiteit van de daarvoor aansprakelijke persoon. De in het tweede lid vermelde vorderingen verjaren in ieder geval door verloop van twintig jaar vanaf de dag volgend op die waarop het feit waardoor de schade is veroorzaakt, zich heeft voorgedaan.

1

DEEL

1

10-85750-00-E-K RECHTSMIDD.indd 1

§ 2. Indien een in kracht van gewijsde gegane beslissing over een vordering tot vergoeding van schade enig voorbehoud heeft erkend, dan is de eis die strekt om over het voorwerp van dat voorbehoud vonnis te doen wijzen, ontvankelijk gedurende twintig jaar na de uitspraak.

13/09/10 10:57

Deze tweedelige uitgave bevat enerzijds alle van toepassing zijnde wetgeving en praktische informatie over het beslagrecht en anderzijds handige modellen die u kan gebruiken in tal van procedures. Deze modellen kan u rechtstreeks downloaden van de internetapplicatie. Prijs: Deel 1: 19,95 € Deel 2: 49,95 € Bestel deel 1 en 2 vóór 31 oktober en u krijgt 10% korting op de beide delen, plus gratis toegang tot de internetapplicatie. Uitgeverij UGA U kan ook online bestellen op

T: 056 36 32 11 - F: 056 35 60 96 www.uga.be

www.lindersbrussels.be www.lindersbrussels.be bvba linders quality toga’s & uniforms sprl A. Dansaertstraat 84 Rue A. Dansaert • 1000 Brussel-Bruxelles • België-Belgique

bvba linders quality toga’s & uniforms sprl A. Dansaertstraat 84 Rue A. Dansaert • 1000 Brussel-Bruxelles • België-Be info@law 2012 i mei-juni

31


De weg van stem naar tekstdocument was nog nooit zo kort

DICTEERT U NOG ANALOOG?

Philips SpeechExec – Spraakherkenning gekoppeld aan workflow Met de SpeechExec speech recognition workflow extension kan spraakherkenningssoftware volledig worden geïntegreerd in een kantoorworkflow. Deze ondersteunt essentiële functies, zoals het de rij plaatsenisvaneen dictaten van verschillende auteurs Van analoog naarautomatisch digitaalindicteren eenvoudige omschakeling. Digitale dicteeroplossingen verschillendemet assistenten, ondersteuning van spraakherkenning van Philips bieden invoor vergelijking analoge, op cassette gebaseerde dicteerapparaten een hele reeks aan in formulieren en sjablonen en de selectieve routering van voordelen en kunnen naadloos in uw bestaande ondernemingsworkflow geïntegreerd worden. Van de nummer 1 dicteerbestanden naar spraakherkenningssoftware. in professioneel dicteren Interesse? Contacteerwww.philips.com/dictation ons om uw inruilkorting te kennen*. *Aanbod geldig tot 31/12/2011

SPEECH AND LANGUAGE TECHNOLOGY Services and Integration

Contactinfo: tel. 0475 58 59 84 – e-mail: info@e-deo.be – www.e-deo.be

Contactinfo • Tel: 0475 58 59 84 • email: info@e-deo.be • www.e-deo.be

keyvisual_se_a4_nl.indd 2

321 PHIL_e-deo_adv.indd

28.03.12 18:17

info@law 2012 i mei-juni

28/09/11 10:25


Prikbord

U zoekt wat u niet vindt?

Prik hier uw memo en bereik duizenden mensen uit de juridische wereld. Voor meer info over het plaatsen van een oproep of advertentie stuurt u best een email naar magazine@uga.be met vermelding “MEMO”.

Memo! iNFO Tijdschrift voor de

ghostwriter gezocht,

die in samenwerking met een auteur aan de hand van gesprekken of aangeleverde teksten een redactioneel afgewerkt boek kan samenstellen. Vergoeding op basis van percentage op het auteursrecht. Reageren: Email: magazine@uga.be www.uga.be

gEzoCHT! Foto’s van gerechtsgebouwen, zittingszalen, magistraten, advocaten, griffiers, liefst in toga, dan wel abstracte foto’s met justitie als thema. Mail naar elfri@elfri.be

UgA zoekt auteurs ! Hebt u een vlotte pen en bent u gespecialiseerd in een bepaalde rechtstak ?

I

Lees nu uw wetboek op uw Ipad of Ipod Meer info: www.elfri.be\node\5966 of http://tinyurl.com/42el73g

rechtspracticus.

Ik zoek een stageplaats Reageren via …

Meent u dat over een bepaald juridisch onderwerp moet worden gepubliceerd ? KN-HEIsT prachtig gerenoveerd app, mooi zeezicht, 2 slk., lift, alle comfort, nt-rokers, gn huisdieren, 400 euro/ week behalve in schoolvak juni en sept, vr inl.: 0477 61 00 90

Advocaat 9 jaar ervaring zoekt werk in een advocatenkantoor regio gent, Antwerpen, … Reageren via …

Neem contact op met ons op en vertel uw project of suggestie! Stuur gewoon een email met uw gegevens en korte omschrijving van uw project naar magazine@uga.be Wij nemen in ieder geval contact op met u. Erik-Frederik VAN EECKHAUT Uitgeverij UGA

info@law 2012 i mei-juni

33


Toonaangevende uitgeverij inzake wetgeving welzijn op het werk, milieu & verkeer. Gespecialiseerd in diverse takken van het recht.

www.uga.be

www.continuga.be

De specialist in al uw drukwerk.

34

info@law 2012 i mei-juni


SYNTRA Midden-Vlaanderen is in Oost-Vlaanderen en Vlaams Brabant de toonaangevende opleidingsorganisatie, erkend door de Vlaamse Regering, en werkt aan een kwaliteitsvolle, arbeidsmarktgerichte competentieontwikkeling in functie van meer en beter ondernemen. We streven ernaar het centrum te zijn voor talent- en competentieontwikkeling van bedrijven en bedrijvige mensen en willen de markt klantgericht benaderen via een innovatief, kwaliteitsvol en arbeidsmarkt-gericht opleidingsaanbod. Met meer dan 100 vaste medewerkers en een gespecialiseerd netwerk van meer dan 1.200 docenten en trainers organiseren wij in onze campussen te Aalst, Asse, Gent, Oudenaarde en Sint-Niklaas of op locatie, ondernemersopleidingen voor particulieren en bijscholingen en trainingen voor tal van ondernemingen, overheidsbedrijven, openbare besturen,...

Meer info over deze opleidingen? Surf naar: www.syntra-mvl.be of e-mail naar: info@syntra-mvl.be

MIDDEN-VLAANDEREN

[ uw opleiding

â&#x20AC;˘

onze zaak ]

Schrijf online in op www.syntra-mvl.be info@law 2012 i mei-juni

35


iNFO Tijdschrift voor de rechtspracticus.

36

info@law 2011 i juli-augustus

info @Law 5  

Juridisch kritisch tijdschrift voor de rechtspracticus mei 2012

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you