Issuu on Google+

#2

iNFO Tweemaandelijks tijdschrift 1e jaargang november-december 2011

tijdschrift voor de rechtspracticus.

Europa en de Belgische gezondheidszorg. sekswerk en sociale zekerheid:

ook een porno acteur betaalt rsz bijdragen.

Energielevering:

Verhuist mijn factuur mee?

Exit-mogelijkheden in de BVBA:

Hoe vermijd ik conicten in mijn BVBA?

I


2

info@law 2011 i november-december


colofoN Info@law Tijdschrift voor de rechtspracticus. Info@law is een juridisch tijdschrift dat zich richt tot advocaten en de praktijkjurist in het algemeen. oprichters Info@law is een initiatief van Elfri DE NEVE Erik-Frederik VAN EECKHAUT Stephanie LALEEUW Periodiciteit Info@law verschijnt 6 maal per jaar, namelijk in de maanden september, november, januari, maart, mei en juli. Hoofdredactie Elfri DE NEVE eindredactie Stephanie LALEEUW redactieadres Stationsstraat 29 9700 Oudenaarde elfri@elfri.be Verantwoordelijke uitgever Erik-Frederik VAN EECKHAUT Uitgeverij UGA Stijn Streuvelslaan 73, 8501 Heule. druk en prepress Continuga NV Stijn Streuvelslaan 73, 8501 Heule. www.continuga.be sales@continuga.be Advertenties en reclame Voor meer informatie over de reclamemogelijkheden of het plaatsen van een advertentie in info@law, kan u een email sturen naar magazine@uga.be D/2011/0857/37 ISSN 2034-452x Alle rechten voorbehouden.

Abonnementen

De abonnementsprijs bedraagt 25 € (excl BTW) voor 1 jaar. Een abonnementsjaar loopt van 1 september tot en met 31 augustus van het daaropvolgende jaar. U ontvangt alle niet ontvangen edities van het abonnementsjaar waarin u zich abonneerde. Prijs voor een los nummer is 7€ te bestellen bij uitgeverij UGA of door een email te sturen naar magazine@uga.be U krijgt 25% korting op alle bestellingen van vastbladige boeken van UGA wanneer u zich abonneert en dit voor de duur van het abonnement, te weten 1 jaar. Het jaarabonnement op info@law kan slechts opgezegd worden door een aangetekende brief te verzenden uiterlijk voor de aanvang van de maand augustus van het jaar van editie waarvoor u zich abonneerde. Wenst u een abonnement? Stuur dan een email met uw gegevens naar magazine@uga.be. De redactie, de verantwoordelijke uitgever of uitgeverij UGA, kunnen op geen enkele wijze verantwoordelijk of aansprakelijke gesteld worden voor schade die het gevolg is van het gebruik van de informatie en teksten uit info@law. Het overnemen van artikels uit info@law is alleen toegelaten met bronvermelding en na schriftelijke toestemming van de uitgever. info@law is gedrukt en verspreid op een oplage van plus minus 10.000 exemplaren per editie. Alle teksten uit info@law worden samengesteld door de redactie. Voor zover geen andere naam of bronmelding wordt weergegeven onder een bepaald artikel of tekst, is deze samengesteld door de redactie op basis van informatie op de site www.elfri.be. Het volstaat het vermelde onderwerp in te geven in de zoekrobot op www.elfri.be om doorverwezen te worden naar de van toepassing zijnde link.

iNFO

3.

Colofon

4.

Voorwoord

6.

Advocaat in de kijker: Stefaan Callens

Impact van Europa voor de klinische gezondheidszorg. fiscaal recht 9.

Terugbetaling onkosten - vergoeding voor kosten eigen aan de vennootschap - de fiscale aspecten.

sociaal recht 12. Sekswerk en sociale zekerheid. consumentenrecht 14. Energieleveringscontracten na verhuis. Vennootschapsrecht 18. Exit - mogelijkheden in een BVBA vermijd onnodig conflicten. Verkeer en Verzekering 22. Niet ingeschreven voertuig is niet verzekerd. Verbintenissenrecht 23. Algemene voorwaarden vergen expliciete instemming 26. Gezamenlijk aangegane schuld kan daar de rechten niet verdeeld worden familierecht 27. Verkeerd gebruik van de term “alternerend verblijf” kan verregaande fiscale gevolgen opleveren

tijdschrift voor de rechtspracticus.

Info@law Uitgeverij UGA Stijn Streuvelslaan 73, 8501 Heule Tel: 056 36 32 11 Fax: 056 35 60 96 Email: publ@uga.be www.uga.be

IcT-recht 29. Word - tips voor juristen 33. Prikbord info@law 2011 i november-december

3


Voorwoord Na zo vele maanden zonder regering, was de algemene verwachting dat het wetgevend werk zou hebben stilgelegen. Vele juristen hadden verwacht dat deze lange periode van regeringsformatie ook een periode van juridische rust zou zijn waarin er weinig in het “wettenland” zou veranderd worden.

Negeer deze praatjes. Maar geniet mee als jurist van het intellect van onze collega-juristen en confraters. Drink mee van hun enthousiasme in het recht, hun dagelijkse strijd voor een betere samenleving en de meerwaarde die juristen kunnen bieden zoals een Hugo Vandenberghe, Stefaan De Clerck, Renaat Landuyt, Guido De Padt, Sabien Lahaye – Battheu, Carina Van Tittelboom – Van Cauter en een aantal anderen die in eerbaarheid en integriteit met inzicht handelen.

wij hebben echter moeten vaststellen dat de wetgever bijzonder actief is gebleven en dat het Parlement als wetgevende instelling wel degelijk kan opereren met een regering lopende zaken.

Op zeer korte tijd lijkt het recht plots jonger en frisser geworden.

Parlementaire meerderheden zijn blijven bestaan zodat nieuwe wetten met ingrijpende gevolgen op de dagelijkse juridische praktijk tot stand kwamen. Elke jurist is in deze periode waakzaam gebleven en is het wetgevend werk blijven volgen. Hierbij danken wij onmiddellijk alle parlementairen van alle fracties die op een constructieve wijze hebben bijgedragen tot het wetgevend werk en tot de instandhouding van onze rechtstaat. Sommige parlementsleden die juridisch werk leveren, verdienen inderdaad een standbeeld in de galerij van de juridische geesten van onze parlement. Het Intellect dat zij ter beschikking stellen van de rechtstaat, vaak vrij van partij-politieke overwegingen. Wel gelardeerd met de overweging nopens de echte functionele werking van de rechtstaat. Dit zijn de echte juristen, hoogwaardige parlementsleden, die als advocaat of jurist hun kennis, opleiding en kunnen ten dienste stellen van ons land. Zij zijn niet de grote stemmenkanonnen. Zij zijn vaak van het vrouwelijk geslacht. Zij beheersen de politiek in de echte zin van het woord, het beheer, het beleid en het vastleggen van de regels in de “polis”, de staat. Beter dan wie ook beseffen ze dat recht de grondslag van de staat uitmaakt. En ja zij hebben het recht lief. Spijtig genoeg moeten wij vaststellen dat er ook anderen zijn. Niet elke advocaat in het parlement, niet elke jurist die parlementslid is, verleent zijn intellect aan het recht, de totstandkoming van degelijke wetten, het debat dat hiermee gepaard gaat. Het is pijnlijk te moeten vaststellen dat zij moeten leven tussen stadslegendes die beweren dat bepaalde advocaten in het parlement zich afzijdig houden van het recht, behoudens dan voor hun eigen praktijk of associatie waarbij zij voor hun moeilijke dossiers parlementaire ambtenaren of politieke adviseurs van hun fractie hun advocatenbundels laten onderbouwen onderzoeken naar rechtspraak, rechtsleer en wetgeving Natuurlijk is dit onzin. Welke advocaat of welke advocatenassociatie zou zijn of haar toekomst op het spel zetten? Dergelijk misbruik zou zowel op deontologisch vlak als op strafrechtelijk vlak onmiddellijk beteugeld worden. De politicus-advocaat zou zijn politiek mandaat moeten neerleggen en zijn partij in opspraak brengen. Geen enkele ambtenaar en geen enkele politieke adviseur zou zich ooit plichtig maken aan dergelijk ordinair misbruik waardoor hij niet alleen zijn reputatie, zijn eer maar ook zijn job zou verliezen. 4

info@law 2011 i november-december

Wellicht heeft u ook de totaal nieuwe schrijfwijze die gehanteerd wordt in het Hof van Cassatie opgemerkt, waardoor arresten van het Hof van Cassatie zijn gaan uitblinken tot pareltjes van juridische leesbaarheid waarin precies de rechtsonderhorigen de essentie van het recht terugvindt. Enkele jaren geleden was het nog anders. Arresten van het Hof van Cassatie lezen was echt vakwerk. Nu de arresten van het Hof van Cassatie open en publiek staan ten aanzien van elke burger, zijn zij precies een bron geworden van het Recht in de echte zin van het woord, met name een bron waarin elke burger en elke rechtsonderhorige zijn dorst naar Recht kan lessen. Dit is zeker een belangrijke stap voorwaarts. Met dit enthousiasme en met het geloof in de nieuwe jonge generatie magistraten, jonge advocaten, jonge parlementairen, jonge notarissen (die eindelijk spreken in een verstaanbare taal ten aanzien van de burger met de nodige empathie) wil ik het voorwoord van dit tweede nummer afsluiten, weze het met een pluim naar de jonge enthousiaste vrouwen, die in tegenstelling tot heel wat mannelijke collega’s ongebonden, onbevooroordeeld, met de nodige juridische intuïtie en in volledige intellectuele en ethische overweging handelen, met rechtstreekse pragmatiek en zoveel vrijer van besloten ruimtes, clubgeesten of oude-krokodillenstreken. • Elfri de Neve vrijdag 23 september 2011


Advocatenkantoor Elfri de Neve presenteert Uw wetboeken lezen op uw iPad, iPhone, iTouch, Smartphone.

Beschikbare titels, tot op heden:

Voor wie?

Hoe zet u epub boeken over naar uw mobiel toestel?

• Wetboek van vennootschappen e-book: downloaden: www.elfri.be/node/6003

Ideaal zo niet onmisbaar, voor alle burgers die geïnformeerd willen zijn, advocaten, gerechtsdeurwaarders, notarissen, magistraten, landmeters, vastgoedmakelaars, overheden, fiscalisten accountants, vermogensplanners, adviseurs, bedrijfsjuristen, arbiters, pers, studenten. Voor wie meer uitleg wil hoe je een e-book kan lezen en gebruiken:

Er zijn veel mogelijkheden: • U kan vooreerst het e-book aanschaffen via uw mobiel toestel waardoor het onmiddellijk lokaal komt te staan en u over alle mogelijkheden beschikt om het te plaatsen in de e-book reader van uw keuze die meestal (zo niet bijna steeds) vooraf geïnstalleerd is op uw mobiel toestel (vb. iBooks maar er zijn er tientallen andere). • Voor de Apple producten kan je handig werken via iTunes: Selecteer de EPUB in de Explorer/ Verkenner (Windows) en sleep of verplaats ze naar iTunes. Ze komen dan automatisch onder het tabje “Library->Books” te staan. Selecteer vervolgens in iTunes je mobiel toestel en selecteer de tab “Books”. Check nu of er een vinkje bij “Sync Books” staat. Selecteer vervolgens “All Books” radiobutton. Druk tot slot op “Sync”. Hierna zie je binnen iBooks je boeken staan. • De eenvoudigste oplossing is dat u uw aangekochte e-book verstuurt per e-mail als bijlage naar uw mailadres dat u kan openen met uw mobiel toestel. Heeft u geen toegang tot uw e-mail via uw mobiel toestel, maak dan een hotmail of gmail-adres aan (Waarbij u dan de mailbox opent met de internetbrowser op uw mobiel toestel.) Open nu de bijlage op uw mobiel toestel en kies voor opslaan. U krijgt dan de keuze om het e-book op te slaan in uw e-reader van uw keuze (bv. ibooks). Vanaf nu kan je zelfs zonder nog verbonden te zijn met internet steeds al uw aangekochte boeken lezen.

• Burgerlijk wetboek e-book : downloaden: www.elfri.be/node/5997 • Gerechtelijk wetboek e-book: downloaden: www.elfri.be/node/5998 • Strafwetboek e-book : downloaden: www.elfri.be/node/6000 • Wetboek van strafvordering e-book: downloaden: www.elfri.be/node/6001 • Grondwet e-book: downloaden: www.elfri.be/node/5999 • Boswetboek e-book : downloaden: www.elfri.be/node/5996 • Waalse huisvestingscode: downloaden: www.elfri.be/node/6002 Wenst u een bepaald nog niet gepubliceerd wetboek te bekomen in e-books formaat met de nodige instructies waardoor u zoals in een boek op uw iPad of andere mobiel toestel elk wetboek kan lezen, stuur dan een e-mail met de gewenste wetboeken naar elfri@elfri.be

wanneer u dit e-book aankoopt, kan u dit wetboek lezen op uw e-reader, iPhone, iPad, iTouch, Blackberry, Android. U heeft aldus dit wetboek steeds in handbereik. U hoeft er nooit meer naar te zoeken en neemt het overal mee, zonder dat het plaats inneemt. Het komt gewoon lokaal te staan op uw mobiel toestel en zelfs op plaatsen zonder internetverbinding, raadpleegt u het boek waar en wanneer u wil…op de rechtbank, tijdens vergaderingen, gewoon thuis, op reis. U kan uw collectie aanvullen met de overige wetboeken en andere boeken die wij op onze site aanbieden. U bladert in het wetboek op uw mobiel toestel alsof het een boek is. Maar u kan dit ook op uw PC via verschillende gratis programmaa’s zoals Calibre.

Kostprijs standaardwetboeken: 10 euro per wetboek Kostprijs wetboeken op maat: 25 euro per wetboek.

Meer info en downloadsite: http://www@elfri.be/node/5966

info@law 2011 i november-december

5


AdVocAAT IN dE

kijkEr Stefaan CALLENS advocaat te Brussel

Ook op het vlak van kwaliteitsnormen en erkenningen zijn er de laatste jaren tal van wetteksten verschenen, zoals het decreet van 2003 omtrent de kwaliteit van gezondheids- en welzijnsvoorzieningen en de normen voor zorgprogramma’s in ziekenhuizen, zoals bvb. voor cardiale pathologie (2004), oncologie (2003), geriatrie (2007).

Stefaan Callens houdt zich al twintig jaar bezig met gezondheidsrecht. nadat hij eerst de relatie tussen recht en gezondheid gedurende een jaar aan de Amerikaanse duke university bestudeerde en nadat hij in leuven doctoreerde met een doctoraat over ‘privacy en gezondheidsgegevens’ schreef hij zich in 1995 in aan de Brusselse balie. Een advocaat gespecialiseerd in het gezondheidsrecht moet volgens stefaan callens vooral in staat zijn de snel evoluerende gezondheidswetgeving op gemeenschaps- en op federaal vlak bij te houden, een ruime kijk hebben op zowel het recht als de sector van de gezondheidszorg en de recente Europese ontwikkelingen op de voet volgen. Sinds een tiental jaar zijn er talrijke nieuwe wetteksten verschenen waarmee gezondheidsjuristen werken, zoals bvb. de wet patiëntenrechten (2002), de euthanasiewet (2002), de wet betreffende het onderzoek op embryo’s in vitro (2003), de experimentenwet (2004), de wet betreffende de medisch begeleide voortplanting (2007), het decreet betreffende het gezondheidsinformatiesysteem (2006), de wet betreffende het eHealth-platform (2008) en de wet betreffende het gebruik van lichaamsmateriaal (2009). Tegelijkertijd ontstaan op het vlak van de terugbetaling van geneeskundige prestaties en verstrekkingen tal van wetteksten die soms leiden tot juridische geschillen, zoals bvb. omtrent de al dan niet correcte aanrekening van supplementen, de terugbetaling van medische hulpmiddelen en van geneesmiddelen , de financiering van zorginstellingen enz.

6

info@law 2011 i november-december

Om het voor patiënten gemakkelijker te maken om een vergoeding te verkrijgen bij schade als gevolg van gezondheidszorg voorziet de wet van 31 maart 2010 in een specifieke procedure die vrij gedetailleerd is geregeld. Deze verschillende voorbeelden van nieuwe en complexe regelgeving leidt er toe dat patiënten en/of patiëntenorganisaties, ziekenhuizen, ziekenfondsen, farmaceutische firma’s, overheidsdiensten meer nog dan vroeger een beroep doen op een advocaat gespecialiseerd in het gezondheidsrecht. Het is de uitdaging voor die advocaat om de zorgactor (en dat kan een patiënt, een hulpverlener, een firma of een ziekenfonds zijn) op een goede juridische wijze te adviseren en bij te staan. In veel sectoren wordt de impact van Europese wetgeving groot. Dit geldt ook voor de gezondheidszorg. Dit is merkwaardig, vermits de gezondheidszorg tot voor kort vooral uitsluitend door de lidstaten werd georganiseerd. Op Europees vlak zijn er evenwel de laatste decennia tal van richtlijnen uitgevaardigd die ontzettend belangrijk zijn voor de Belgische gezondheidszorg, zoals de privacyrichtlijn, het communautair wetboek voor geneesmiddelen, de richtlijnen inzake medische hulpmiddelen enz. Via een toepassing van de basisprincipes uit het Verdrag heeft ook het Hof van Justitie, bv. bij de terugbetaling van buitenlandse medische prestaties, een belangrijke invloed uitgeoefend op de nationale gezondheidszorgsystemen. Naar aanleiding van de rechtspraak van het Hof is er trouwens zeer recent een richtlijn uitgevaardigd omtrent de toepassing van de rechten van de patiënt bij grensoverschrijdende zorg. De impact van die richtlijn die tegen 25 oktober 2013 moet zijn omgezet zal zeer groot zijn. Een advocaat werkzaam in het domein van gezondheidsrecht moet deze nieuwe Europese ontwikkelingen zeer goed opvolgen wil hij met succes een zorgactor bijstaan. Precies het snel evoluerend karakter van de sector, de uitgebreidheid van de toepasselijke wetgeving en de veelheid aan actoren die in de zorgsector optreden, maakt het werk van een advocaat gespecialiseerd in gezondheidsrecht uitdagend en zeer boeiend. Meer informatie over Stefaan Callens vindt u op www.callens-law.be


Medischrecht

IMPACT VAN EUROPA VOOR DE BELGISCHE GEZONDHEIDSZORG 1. I N l E I d I N g De terugbetaling van gezondheidszorg en de organisatie en inrichting van een gezondheidszorgsysteem is op het eerste gezicht vooral een nationale materie. Toch is het duidelijk dat het Europees recht in toenemende mate een immense impact heeft op de Belgische gezondheidszorg. Dit wordt in deze bijdrage duidelijk gemaakt met een korte uiteenzetting over de recente Richtlijn 2011/24/EU betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg (zie onder 2) en met een reflectie over de relatie mededinging en gezondheidszorg (zie onder 3).

2. r I c H T l I j N PAT I ë N T E N r Ec H T E N E N g r E N s oV E rs c H r I j d E N d E g E zo N d H E I d s zo rg De laatste jaren heeft het Hof van Justitie in tal van arresten - en dit met verwijzing naar bv. de principes omtrent het vrij verkeer van goederen en het vrij verkeer van diensten - belangrijke uitspraken gedaan rond de terugbetaling van buitenlandse gezondheidszorgprestaties. Om opnieuw zelf meer de principes inzake gezondheidszorg uit te werken heeft de Commissie een richtlijn uitgewerkt die door het Europees Parlement is aangenomen en die een belangrijke invloed zal hebben op de gezondheidszorg. Het betreft Richtlijn 2011/24/EU van 9 maart 2011 betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg. De richtlijn moet op 25 oktober 2013 door de lidstaten geïmplementeerd zijn. Of de Richtlijn de impact van het Hof van Justitie zelf op de gezondheidszorgsystemen zal doen afnemen is zeer de vraag maar het is duidelijk dat de Richtlijn 2011/24/EU een zeer grote impact zal hebben op de rechtspositie van patiënten. Elke lidstaat moet volgens de richtlijn een nationaal contactpunt hebben dat patiënten informatie moet geven over het recht van een specifieke zorgaanbieder om diensten te verlenen of

mogelijke beperkingen ten aanzien van zijn praktijk, over de patiëntenrechten, over kwaliteits- en veiligheidsnormen, de klachtenregelingen, de rechtsmiddelen, de wettelijke en bestuursrechtelijke opties om geschillen te beslechten, onder meer wanneer schade ontstaat als gevolg van grensoverschrijdende gezondheidszorg. Indien een Belgische verzekerde grensoverschrijdende zorg heeft ontvangen in bv. Frankrijk, dan voorziet de richtlijn dat die zorg moet worden terugbetaald indien die zorg deel uitmaakt van de prestaties waarop de verzekerde volgens de Belgische wetgeving recht heeft. Voor bepaalde vormen van zorg kan een lidstaat van aansluiting de terugbetaling van kosten van grensoverschrijdende gezondheidszorg evenwel afhankelijk stellen van een voorafgaande toestemming. Dit is bv. het geval voor ziekenhuiszorg waarvoor minstens één nacht in het ziekenhuis moet worden verbleven. Hoe dan ook kan die voorafgaande toestemming om de zorg in bv. Frankrijk te verkrijgen niet worden geweigerd als de Belgische verzekerde recht heeft op de betrokken zorg omdat die deel uitmaakt van prestaties waarop hij in België recht heeft en als die zorg in België niet kan worden verleend binnen een termijn die medisch verantwoord is, op basis van een objectief medisch oordeel over de gezondheidstoestand van de patiënt, de voorgeschiedenis en het te verwachten verloop van zijn ziekte, de mate van pijn en/of de aard van zijn handicap op het tijdstip waarop het verzoek om toestemming is ingediend of opnieuw is ingediend.

3. M E d E d I N g I N g E N g E zo N d H E I d s zo rg I N sT E l l I N g E N Het is merkwaardig dat, in tegenstelling tot in de buurlanden, de Europese (en nationale) mededingingsregels (met in begrip van de regels inzake kartels, misbruik van dominantie positie, concentratiecontrole, enz.) in de Belgische verzorgingsinstellingen nog vrij onbekend zijn. Zo worden zelden of nooit fusies van ziekenhuizen aangemeld.

Uit de Wet Economische Mededinging (WEM) volgt nochtans dat bij een fusie van twee of meer voorheen onafhankelijke ondernemingen die elk een omzet van 40 miljoen Euro realiseren en samen een omzet van 100 miljoen EUR hebben, een aanmelding noodzakelijk is. Ziekenhuizen zijn nochtans ondernemingen in de zin van het mededingingsrecht en moeten dus aanmelden in geval van fusie. Dat fusies in de verzorgingssector niet worden aangemeld doet twee vragen rijzen: 1° Heeft het niet-aanmelden van fusies van verzorgingsinstellingen te maken met een gebrek aan kennis omtrent de WEM of met een verkeerde interpretatie van de impact van de WEM? 2° Als de concentratieregels uit de WEM niet worden toegepast, worden dan de andere bepalingen van de WEM, zoals het verbod op afspraken die de concurrentie verhinderen of beperken en het verbod op misbruik van machtspositie, wél toegepast? Het antwoord op de eerste vraag is niet direct te formuleren en vereist ongetwijfeld diepgaand onderzoek. Allicht gaan ziekenhuizen er omwille van hun not-for-profit karakter van uit dat het mededingingsrecht sowieso niet van toepassing is. Bovendien wordt er soms op gewezen dat – zoals ook uitdrukkelijk in art. 2 van de Ziekenhuiswet is voorzien - ziekenhuizen een opdracht van algemeen belang vervullen en dus geen ondernemingen zouden zijn. Tenslotte menen zorgactoren vaak dat de toepassing van de WEM de deur openzet voor meer marktwerking of zelfs commercialisering in/van de ziekenhuiszorg. Het is echter foutief te denken dat de WEM sowieso niet van toepassing zou zijn op Belgische ziekenhuizen. Ziekenhuizen zijn wel degelijk ondernemingen. Ze streven op een duurzame wijze een economische activiteit na; ze bieden op zelfstandige wijze producten en/of diensten aan op de ‘markt’. Het hebben van een niet-winstgevend doel en/of het krijgen van subsidies verandert niets aan het feit dat ziekenhuizen ondernemingen zijn.

info@law 2011 i november-december

7


Het is ook niet omdat een artikel uit de Ziekenhuiswet voorschrijft dat ziekenhuizen een opdracht van algemeen belang hebben dat ze geen economische activiteiten verrichten en niet als ondernemingen moeten worden beschouwd. In tegenstelling tot wat soms wordt gedacht staat het toepassen van de WEM of het mededingingsrecht in het algemeen, op zich niet gelijk met het introduceren van ‘meer marktwerking’ en ‘commercialisering’. Meer marktwerking in de zorg en in het bijzonder het vrij laten van erelonen van ziekenhuisartsen en tarieven voor ziekenhuisprestaties en het afschaffen van programmatienormen van (medisch-technische) diensten enz. zijn uitingen van meer marktwerking. Deze veranderingen zijn evenwel niet het gevolg van het toepassen van het mededingingsrecht maar van een politieke keuze.

De keuze in een gezondheidszorgsysteem voor meer marktwerking staat eigenlijk los van de vraag of het mededingingsrecht geldt voor ziekenhuizen. Ook in markten met programmatienormen en (redelijk) vaste prijzen en tarieven is concurrentie mogelijk. Ziekenhuizen kunnen concurreren op basis van de prijs vermits ze al dan niet (ereloon)supplementen kunnen vragen.

positie maar ook bij het afsluiten van de vele overeenkomsten - bvb. tussen een ziekenhuis en een ander ziekenhuis (in het kader van een associatie of groepering), tussen een ziekenhuis en een arts, tussen een ziekenhuis en een farmaceutische firma/distributeur van medische hulpmiddelen - en bij het toetreden als lid tot een beroepsorganisatie van ziekenhuizen.

Ze kunnen er ook voor kiezen om bepaalde zorgprogramma’s of (medischtechnische) diensten al dan niet aan te bieden enz. Het toepassen van het mededingingsrecht op ziekenhuizen staat dus niet gelijk met het introduceren van meer marktwerking. Aandacht voor het mededingingsrecht in de ziekenhuiszorg valt ook helemaal niet samen met een pleidooi voor meer commercialisering in de zorg. Indien commercialisering wordt opgevat als het toelaten van winst in een door de overheid gesubsidieerde ziekenhuissector waarbij vennootschappen met aandeelhouders de (gesubsidieerde) ziekenhuiszorg organiseren, dan staat dit toch zeer ver af van het gewoon toepassen van het mededingingsrecht en het verhinderen van kartels of misbruik van machtspositie.

Bij al deze overeenkomsten en gedragingen moet er worden op toegezien dat er geen verboden afspraken, bvb. afspraken omtrent supplementen, omtrent het al dan niet direct toegankelijk maken van nieuwe technologie in de zorg, omtrent het uitwisselen van vertrouwelijke informatie over ziekenhuizen, worden gemaakt. In bepaalde gevallen kan met verwijzing naar kwaliteitsvolle zorg een overeenkomst die in principe de concurrentie kan belemmeren, toch worden toegelaten.

De onwetendheid, onzekerheid of angst bij ziekenhuizen omtrent de toepassing en gevolgen van de WEM is onterecht. De doelstellingen van het mededingingsrecht liggen eigenlijk niet zo ver af van wat ziekenhuizen nastreven. Het mededingingsrecht wil concurrentie beschermen als een middel om welvaart van consumenten te verhogen en een efficiënte allocatie van middelen te garanderen. Toegepast op de ziekenhuissector houdt dit in dat het mededingingsrecht er naar streeft om de beste ziekenhuiszorg tegen een zo laag mogelijke prijs aan te bieden. Die doelstelling moet ook centraal staan bij het aangaan van fusies, het uitbouwen van een dominante 8

info@law 2011 i november-december

Bovendien is het een feit dat in geval van het verrichten van diensten van algemeen economisch belang, de regels van het mededingingsrecht niet altijd moeten worden toegepast. Bij het beheer van diensten van algemeen economisch belang wordt de WEM nageleefd voor zover de toepassing van de WEM de vervulling van de door of krachtens de wet toevertrouwde taak niet verhindert.

• Stefaan Callens Advocaat te Brussel Buitengewoon hoogleraar gezondheidsrecht, KU Leuven

1 Zie FORNACIARI, D., De wisselwerking tussen het mededingingsrecht en het recht op kwaliteitsvolle zorg, Brugge, Die Keure, 2011, 315p. 2 Zie Callens, S, “Ziekenhuizen en mededinging(srecht)”, T. Gez.R/Rev. Dr. Santé, 2010-2011, 214-216


Fiscaal recht

TERUGBETALING ONKOSTEN VERGOEDING VOOR KOSTEN EIGEN AAN DE VENNOOTSCHAP - DE FISCALE ASPECTEN 1 A lg E M E E N Wanneer een vennootschap aan zijn werknemer, zaakvoerder of bestuurder een vergoeding betaalt voor kosten die laatstgenoemde maakt in het kader van de uitvoering van zijn werkzaamheid voor de vennootschap dan is deze vergoeding geen loon, waardoor : 1. er geen sociale zekerheidsbijdragen verschuldigd zijn op de vergoeding; 2. de vergoeding niet belastbaar is in hoofde van de werknemer of bedrijfsleider; 3. de vergoeding voor de vennootschap een aftrekbare beroepskost is. Het gaat dus over kosten die in principe door de vennootschap gedragen en betaald moeten worden, maar die door de werknemer of bedrijfsleider voorgeschoten worden. De terugbetaling van deze kosten eigen aan de vennootschap kan op twee manieren gebeuren: - ofwel betaalt de vennootschap de werkelijk gedragen kosten terug na voorlegging van de bewijsstukken (bv. parkeertickets, restaurantbonnetjes, enz.) door de bedrijfsleider of werknemer; - ofwel betaalt de vennootschap een forfaitair bedrag terug dat geacht wordt de gemaakte beroepskosten te dekken. Dit forfaitaire bedrag moet uiteraard overeenstemmen met de werkelijkheid en moet dan ook verantwoord kunnen worden en desgevallend gestaafd worden aan de hand van materiële bewijsstukken. De forfaitaire vergoedingen zijn zeer dikwijls het voorwerp van betwistingen met de RSZ en de fiscus. De RSZ heeft een aantal forfaitaire onkostenvergoedingen gepubliceerd die zij aanvaardt. De fiscus daarentegen hanteert voor bepaalde van die kosten andere forfaits of helemaal geen forfait.

Dubbel gebruik, lees: uzelf een forfaitaire onkostenvergoeding toekennen en verder ook uw werkelijk gemaakte kosten laten terugbetalen, is uiteraard uitgesloten. Dubbel gebruik in de zin van u als werknemer of bedrijfsleider een kost laten terugbetalen en deze dan in uw persoonlijke aangifte opnemen als kost is eveneens uitgesloten. Werkgeverskosten kunnen geen persoonlijke kosten van de werknemer zijn. Deze bijdrage handelt over de fiscale aspecten van de genoemde kosten eigen aan de werkgever of vennootschap.

2 d E B E w I j s l A sT 2.1. Algemeen – bewijslast voor de belastingadministratie – geen bewijslast bij de werkgever Een vergoeding voor eigen kosten werkgever is in principe geen verrijking en dus is er ook geen taxatie. Het is niet aan de belastingplichtige om te bewijzen dat er geen verrijking is, het is de belastingadministratie die de mogelijke verrijking in hoofde van de belastingplichtige dient aan te tonen. 2.2. Bewijslast bij reële kosten Art. 31 lid 2 1° in fine (dat bepaalt dat de terugbetaling van eigen kosten van de werkgever geen bezoldiging is voor de werknemer en dus niet belastbaar) en art. 32 lid 2 1° in fine WIB (dat hetzelfde bepaalt maar dan voor de bedrijfsleider) houden volgens het Hof van Cassatie een vermoeden ‘iuris tantum’ in . Dit wil zeggen dat het vermoeden kan worden weerlegd doordat de fiscus aantoont dat het om een vermomde bezoldiging gaat (Cass., 2.1.1962, Van Buylaere (Bull. 389, blz. 1422), Cass. 6.3.1962, Boey (Bull. 391, blz. 1861), Cass., 30.10.1986, Borremans (Bull. 668, blz. 136)). De administratie kan zich bij het leveren van haar bewijs niet

beperken tot loutere beweringen of forfaitaire willekeurige ramingen. Ze zal haar bewijs moeten leveren op grond van een resem ernstige, duidelijke en overeenstemmende elementen. Zo bijvoorbeeld bevestigt het Hof van Cassatie in haar arrest van 23 januari 1987 (Cass., 23.1.1987, Dubrulle,Bull. 668, blz. 141)) dat het inderdaad om vermomde bezoldigingen gaat, wanneer op grond van feitelijke vaststellingen blijkt dat bij de werkgever slechts bewijsstukken voor een klein bedrag zijn gevonden en dat die werkgever voor het overige verwees naar de werknemer, die evenmin bewijsstukken voorlegde, mede gelet op het feit dat waar er sprake was van forfaitaire bedragen, niet vermeld is waarop die sloegen en bovendien uit de stukken van het dossier blijkt dat de autokosten rechtstreeks door de werkgever zijn gedragen. Slaagt de fiscus er in dat bewijs te leveren dan is de taxatie van de bezoldiging als geheim commissieloon bij de werkgever / vennootschap mogelijk en zal er taxatie zijn in hoofde van de persoon die de vergoeding mocht ontvangen als bijkomende bezoldiging. De commentaar van de belastingadministratie voorziet (Comm. IB 31/32 ) dat de werkgever een dubbel bewijs dient te leveren, namelijk dat a) de vergoeding is bestemd voor het dekken van kosten die eigen zijn aan de werkgever en b) dat die vergoeding ook daadwerkelijk aan deze kosten is besteed. Maar zelfs al zouden de kosten in hoofde van de werkgever of vennootschap toch niet als beroepskosten aftrekbaar zijn, dient de fiscus nog aan te tonen dat dit gepaard gaat met een vermomde bezoldiging en dus een verrijking bij de belastingplichtige. Zo besloot de rechtbank van eerste aanleg te Gent dat, uit het loutere feit dat noch de werknemer, noch

info@law 2011 i november-december

9


de werkgever de nodige bewijselementen kunnen voorleggen die aan de administratie de mogelijkheid bieden om na te gaan of de vergoeding voor autokosten, kosten eigen aan de werkgever zijn, niet kan afgeleid worden dat het vermoeden van niet-belastbaarheid is weerlegd en dat deze sommen verkapte bezoldigingen vormen voor de werknemer. Het volstaat niet te bewijzen dat deze vergoeding aan de werknemer werd uitbetaald, de administratie moet bewijzen dat het niet gaat om beroepskosten, maar wel om vermomde bezoldigingen (Gent, 11.10.1988, Verbanck (Bull. 686, blz. 1848)). 2.3. Bewijslast bij forfaitaire onkosten In zoverre forfaitaire vergoedingen zijn gebaseerd op zogenaamde ernstige normen (zijnde overheidsnormen, individuele of collectieve akkoorden of op normen die het resultaat zijn van herhaalde waarnemingen of steekproeven) zal de fiscus aannemen dat er geen verrijking in hoofde van de belastingplichtige is (Comm. IB 31/36). Deze forfaitaire onkostenvergoedingen worden hierna toegelicht.

1. d E fo r fA I TA I r E o N ko sT E N V E rg o E d I N g E N 1.1. Forfaitaire onkostenvergoedingen vastgesteld volgens de overheidsnormen Op fiscaal vlak gaat het in de praktijk het meestal om de hieronder vermelde forfaitaire onkostenvergoedingen (vergoedingen voor dienstreizen en wagen).

BuITENlANdsE dAg V E rg o E d I N g Jaarlijks publiceert de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken een lijst van forfaitaire dagvergoedingen per land die zij hanteert wanneer haar ambtenaren een zgn. dienstreis naar het buitenland maken. (Voor 2011, zie Ministerieel besluit van 28 april 2011 houdende vaststelling van verblijfsvergoedingen toegekend aan afgevaardigden en ambtenaren afhangend van de 10

Federale overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en ontwikkelingssamenwerking die zich in officiële opdracht naar het buitenland begeven of zetelen in internationale commissies, Belgisch Staatsblad van 9 mei 2011, bladzijde 26896).. De lijst vermeldt per land een dagelijkse forfaitaire vergoeding die de uitgaven dekt voor maaltijden, drank en kleinde uitgaven en maakt daarbij een onderscheid tussen agenten van het hoofdbestuur (categorie I) en personeel dat in het buitenland is gestationeerd (categorie II). De dagelijkse forfaitaire vergoedingen van categorie I van de lijst mogen ook gebruikt worden wanneer de werknemer of bedrijfsleider een buitenlandse zakenreis maakt. Zo bv. mag er voor een zakenreis naar Parijs per dag forfaitair 95 euro worden ingebracht. De lijst bevat tarieven in de lokale munt, evenals een indicatieve omrekening in euro. Alleen de bedragen in lokale munt zijn geldig. De omrekening naar euro dient te gebeuren tegen de gemiddelde koers van de maand die het vertrek voorafgaat. Het volledige bedrag van de forfaitaire verblijfsvergoeding per land mag in de volgende gevallen als niet-belastbare kosten eigen aan de vennootschap in aanmerking genomen worden: - voor elke volle dag van afwezigheid: daarmee wordt bedoeld één dag tussen twee overnachtingen op dienstreis; - voor dienstreizen met vertrek en terugkeer op dezelfde dag met een afwezigheid van minstens tien uur. De toegekende bedragen worden geacht betrekking te hebben op: 15% voor het ontbijt; • 35% voor het middagmaal; • 45% voor het avondmaal; • 5% voor de kleine uitgaven (plaatselijk vervoer zoals tram, bus, metro, lokale telefoongesprekken en fooien). Het gaat dus enkel om de kosten die de werknemer/bedrijfsleider overdag maakt, kosten voor de verplaatsing naar het buitenland en de kosten van overnachtingen dienen overeen te stemmen met de werkelijk gemaakte kosten en moeten dus bewezen worden met bewijsstukken. De maximumbedragen voor hotels die eveneens vermeld zijn op de genoemde landenlijst gelden dus

info@law 2011 i november-december

alleen voor ambtenaren van Buitenlandse Zaken. Voor dienstreizen die langer dan één dag duren, wordt de dagvergoeding voor de dag van vertrek en terugkeer voor 50% als eigen kosten van de werkgever of de vennootschap in aanmerking genomen en daar telt de hiervoor vermelde procentuele opsplitsing dan niet. Indien de afwezigheid minder dan tien uur bedraagt, wordt enkel de terugbetaling op basis van de kosten die worden verantwoord door het voorleggen van bewijsstukken aangemerkt als een terugbetaling van eigen kosten van de werkgever of de vennootschap. De belastingadministratie heeft met haar circulaire van 15 april 2011 bevestigd dat de dagelijkse forfaitaire vergoedingen op de landenlijst enkel mogen worden toegekend aan werknemers/ bedrijfsleiders die occasioneel of regelmatig dienstreizen naar het buitenland maken, en dit voor zover deze dienstreizen geen deel uitmaken van hun normale, dagelijkse beroepsactiviteit (bijvoorbeeld handelsvertegenwoordigers die verantwoordelijk zijn voor Centraal-Europa). De circulaire herhaalt bovendien het principe dat de bedragen vermeld in de lijst enkel mogen worden gebruikt voor opdrachten van korte duur (niet langer dan 30 kalenderdagen) in het buitenland in effectieve dienst of opdracht van de werkgever. Indien de reis van langere duur zou zijn, kunnen enkel de kosten die verantwoord worden door bewijsstukken belastingvrij worden toegekend als kosten eigen aan de werkgever.

BINNENlANdsE dAg V E rg o E d I N g Het gehanteerde beginsel is dat de uitkering van een dagvergoeding gerechtvaardigd is indien men als bedrijfsleider minstens vier uur per dag in buitendienst is, de baan op zeg maar... De forfaitaire vergoeding dekt dan kosten waarvoor men normaal gezien geen factuur vraagt (telefonie, openbaar vervoer, een taxi, broodjes, drank, de carwash, enz.). Men moet wel kunnen bewijzen dat men minstens vier uur weg was aan de hand van bv. dagrapporten of uw agenda.


De bedragen van de forfaitaire binnenlandse dagvergoeding zijn aanvaardbaar in de mate dat ze de analoge vergoeding die de staat aan haar ambtenaren toekent, niet overschrijdt. (De vergoedingen die de staat aan zijn personeel verleent zijn opgenomen in art. 2 KB. 24.12.1964, gewijzigd bij KB 04.12.1990, tot vaststelling van de vergoeding wegens verblijfskosten) De bedragen die de staat momenteel toekent aan haar ambtenaren zijn de volgende (bedragen per 01.10.2010):Middagmaal Nachtverblijf • Klassen A4 en A5 (oa hoger kader) 18,11 41,26 • Klassen A1 en A3 (middenkader) 15,19 38,36 • Niveaus B, C en D (lager kader) 12,29 35,48 In praktijk aanvaardt de administratie de vergoeding voor het lager kader als forfaitaire onkostenvergoeding. De vergoedingen van het middenkader en hoger kader worden niet zonder meer aanvaard als forfaitaire vergoeding voor binnenlandse dienstreizen.

V E rg o E d I N g Vo o r g E B r u I k E I g E N wAg E N Wanneer een zaakvoerder/bestuurder met zijn eigen wagen die hij privé heeft aangekocht ook beroepsmatige verplaatsingen doet voor zijn vennootschap, dan kan hij hiervoor een forfaitaire kilometervergoeding opnemen uit zijn vennootschap. Het bedrag van die kilometervergoeding wordt ieder jaar geïndexeerd en bedraagt sinds 1 juli 2011 € 0,3352 per km. 1.1. Forfaitaire onkostenvergoedingen op basis van een individueel akkoord of ruling De vennootschap of werkgever mag met de dienstchef van de taxatiedienst, dienstchef van Inspectie A of met de directie (afhankelijk van de grootte van de onderneming) een individueel akkoord sluiten over forfaitaire vergoedingen die volgens ernstige normen zijn vastgesteld. In de praktijk wordt een akkoord voor een beperkte periode verleend nadat de werkgever of de vennootschap de werkelijkheid van de kosten heeft toegelicht en verantwoord in zijn aanvraag. Om er zeker van te zijn dat bepaal-

de forfaitaire kostenvergoedingen alleen kosten eigen aan de werkgever dekken en dus niet belastbaar zijn, kan men ook een ruling of een voorafgaande beslissing aanvragen. In haar recent gepubliceerde rulings forfaitaire kosten eigen werkgever vermeldt echter niet vaak bedragen. In een recente ruling (2010.499, dd. 08.02.2011) doet ze dit wel. In de ruling worden forfaitaire onkostenvergoedingen toegekend in functie van de “categorieën” werknemers. Zo varieert de vergoeding voor kosten van bureel thuis tussen de 40 en 100 euro, communicatiekosten worden bepaald op 20 euro, representatiekosten variëren tussen de 15 en 20 euro en kosten van parking carwash, garage worden forfaitair voor maximum 35 euro vergoed. 1.2 Forfaitaire onkostenvergoedingen op basis van een collectief akkoord Voor bepaalde sectoren (vb CAO in de bouwsector voor terugbetaling kosten eigen werkgever) bestaan er collectieve akkoorden. 1.3. Forfait op basis van herhaalde waarnemingen en steekproeven Zoals hiervoor reeds vermeld voorziet de administratieve commentaar (Comm. IB. 31/36) dat bepaalde forfaitaire onkosten de aard van werkelijke kost behouden wanneer hun bedrag is bepaald overeenkomstig bepaalde normen die het resultaat zijn van herhaalde waarnemingen en steekproeven.

In principe volstaat het melding te maken van “ja - ernstige normen” ingeval van onkostenvergoeding die forfaitair en overeenkomstig ernstige en met elkaar overeenstemmende normen zijn vastgesteld of “ja, bewijsstukken” ingeval het reële bedrag wordt terugbetaald op basis van bewijsstukken. In geval het een forfaitair bedrag betreft dat niet overeenkomstig ernstige en met elkaar overeenstemmende normen werd bepaald dient het bedrag van de onkostenvergoeding zelf op de fiche te worden vermeld.

B Es lu I T Onkostenvergoedingen kunnen zolang ze verantwoord zijn op basis van de toepassing van een forfait zoals hiervoor vermeld of zolang het terugbetaling van werkelijke kosten betreft. Zoals steeds geldt dat redelijkheid de norm is in combinatie met een juiste toepassing van de wettelijke en administratieve bepalingen.

• Dorine Aneca fiscaal jurist AFJ bvba www.aneca-afj.be

Aneca accountancy fiscaal & juridisch advies

fIscAlE fIcHE

Dorine Aneca

De onkostenvergoedingen die worden toegekend aan werknemers of bedrijfsleiders als kosten eigen werkgever worden slechts erkend als aftrekbare beroepskosten wanneer ze worden verantwoord door individuele fiches en wanneer een samenvattende opgave wordt opgemaakt door de werkgever of vennootschap waarin de passende vermeldingen worden aangebracht (zie jaarlijks bericht van de FOD Financiën AOIF aan de werkgevers en aan de andere schuldenaars van aan de bedrijfsvoorheffing onderworpen inkomsten)

Accountant Belastingconsulent Jurist

St.-Gerolflaan 7-0A · B-9880 Aalter tel. 09-375 32 77 · fax 09-375 09 62 gsm 0484-185 314 info@aneca-afj.be www.aneca-afj.be

info@law 2011 i november-december

11


Sociaal recht

SEKSWERK EN SOCIALE ZEKERHEID H E T w E r k ro o sT E r VA N d E MAssEusE Arbeidshof, Gent, 04/12/2009 A.R. 2009-AG-12 Masseuses die werken volgens instructies inzake uitbatingen en prestaties werken in ondergeschikt verband. Bij ontstentenis van openbaarmaking van de werkroosters van de deeltijdse werknemers worden die geacht op voltijdse basis te zijn tewerkgesteld. Het gebrek aan juiste identiteit van de in het werkboekje genoteerde namen is geen beletsel voor ambtshalve onderwerping.

P o r N o Ac T E u rs E N Ac T r I c Es z I j N o N d E r wo r P E N A A N d E rs z Arbeidsrechtbank Tongeren 13/02/2004 Porno acteurs zijn onderworpen aan de RSZ. Wie hen contracteert zal voor hen RSZ bijdragen dienen te betalen. […]

dE fEITEN Verweerster heeft sinds januari 1998 een eenmanszaak, die volgens het handelsregister een publiciteitsonderneming is. Zij wordt bijgestaan door haar zoon [...], beter bekend als [...]. De activiteit van de eenmanszaak bestaat in werkelijkheid uit het zoeken van locaties en modellen/acteurs en het maken van beeldmateriaal voor een volwassen publiek. Uit een onderzoek van de Sociale Inspectie is gebleken dat 36 verschillende 12

personen in negen pornofilms hebben gespeeld en hiervoor in totaal 1.576.000 BEF aan loon ontvingen. Verweerster deed geen enkele aangifte van de lonen of prestaties bij de RSZ. Met elk van de acteurs werd een contract opgemaakt, waarin zij hun toestemming gaven om gefilmd/gefotografeerd te worden voor een pornografische productie en waarmee ze afzien van hun rechten opzichtens de publiciteitsonderneming van verweerster. In het aanvankelijk P.V. van verhoor door de RVA, verklaart / op 4.4.2001 : “.... Ik kan geen bewijzen voorleggen dat ik deze vergoedingen uitbetaalde. Ik heb de meisjes cash uitbetaald. ... Ik heb er wel degelijk bij stilgestaan of de acteurs al dan niet werknemers zijn en heb mij bevraagd : men heeft mij nergens sluitende antwoorden kunnen geven. Ik heb derhalve uitsluitend overeenkomsten met modellen gemaakt, vergoedingen betaald, doch geen RSZ aangiften gedaan. De uitbetaalde bedragen worden in de boekhouding geboekt als artiestennota’s (onkosten).” Gezien de bewuste personen onder het toepassingsgebied van de RSZ-wetgeving vielen, diende de sociale inspectie conform haar wettelijke opdracht de aangifte voor de 36 tewerkgestelde personen op te stellen, waarna de R.S.Z. tot regularisatie overging.

T E N g ro N d E 1. In artikel 3.2 van het K.B. van 28.11.1969 wordt de toepassing van de wet van 27.6.1969 betreffende de maatschappelijke zekerheid van arbeiders verruimd tot rolnr.837/2003 de tot de schouwspelartiesten zoals de dramatische, lyrische, choreografische en variétéartiesten, alsmede de musici, de

info@law 2011 i november-december

orkestleiders, de balletmeesters, de aanvullingsartiesten, die tegen betaling van een loon aangeworven worden om op te treden tijdens voorstellingen, repetities, radio en televisie-uitzendingen, film, plaat- of bandopnamen, alsook tot de personen die deze artiesten aanwerven. Het is vaststaande cassatierechtspraak dat de feitenrechter enkel moet onderzoeken of de betrokken personen schouwspelartiesten zijn en zo ja, of zij aangeworven worden om tegen betaling van een loon, op te treden tijdens voorstellingen. Een positief antwoord op deze vragen leidt noodzakelijk tot de toepassing van de R.S.Z.-wet, ook wanneer de artiest niet werkt in gelijkaardige voorwaarden als die van een arbeidsovereenkomst. (zie PUT J. en SIMOENS D, Ontwikkelingen van de sociale zekerheid 1990-1996, blz. 113). In casu staat het vast dat de 36 aangeworven personen loon ontvingen en optraden tijdens voorstellingen, andere dan familiefeesten. Het is dus niet nodig dat de rechtbank nagaat of er sprake is van een gezagsverhouding. Verweerster betwist aldus ten onrechte de vordering, stellende dat de bewuste personen niet werkten in ondergeschikt verband, doch wel op zelfstandige basis. Er worden overigens geen elementen bijgebracht die erop zouden kunnen wijzen dat de bewuste personen zelfstandigen zijn. 2. Het begrip schouwspelartiest wordt door de rechtspraak algemeen vrij ruim en zonder veel bekommernis om de artistieke waarde van het gebrachte spektakel geïnterpreteerd. (zie PUT J. en SIMOENS D, Ontwikkelingen van de sociale zekerheid 1990- 1996, blz. 113) Het feit dat men spreekt van artiest wijst er niet op dat de bedrijvigheid arstistieke pretenties moet hebben of


effectief een kunstzinnig karakter moet vertonen. Zo werden in de rechtspraak een stripper onder de noemer van een schouwspelartiest geplaatst en zelfs een disc-jockey, die dansavonden verzorgde in het hotel. Het feit dat deze voor zijn prestaties geen loon, maar een honorarium ontving, noch de taxatie hiervan als zelfstandige, had geen enkel impact op de toepassing van artikel 3,2. (zie PUT J. en SIMOENS D, Ontwikkelingen van de Sociale Zekerheid 1996rolnr. 837/2003 2001, blz. 256). In casu kan dan ook niet anders dan besloten worden dat de acteurs, die door verweerster werden aangeworven, schouwspelartiesten zijn en bijgevolg vallen onder de toepassing van de R.S.Zwet. •

Nationaal Netwerk van Gespecialiseerde Nationaal Netwerk van Gespecialiseerde Privédetectives

Nationaal Netwerk van Gespecialiseerde Privédetectives Privédetectives

U vindt bij ons de “nieuwe” generatie vergunde privédetectives : hoger geschoold, professioneel en to the point !

U vindt bij ons de “nieuwe” generatie vergunde privédetectives : De tijd dat privédetectives in hun wagen sprongen en achter de hoger en to the point ! privédetectives : U vindtgeschoold, bij ons deprofessioneel “nieuwe” generatie vergunde feiten aangingen is immers lang voorbij. Vandaag staat de Nationaal Netwerk van Gespecialiseerde hoger geschoold, professioneel en to the point ! verhouding kostprijs van inde t.o.v. de De tijd dat privédetectives hunopdracht wagen sprongen en resultaten achter de Privédetectives voorop ! feiten aangingen is immers lang voorbij. Vandaag staat de Nationaal Netwerk van Gespecialiseerde De tijd dat privédetectives in hun wagen sprongen en achter verhouding kostprijs van de opdracht t.o.v. de resultaten U vindt bij ons de is “nieuwe” vergunde privédetectives feiten aangingen immersgeneratie lang voorbij. Vandaag staat de: Onze specialiteiten : Privédetectives hoger geschoold, professioneel to the point ! voorop ! verhouding kostprijs van de en opdracht t.o.v. de resultaten Solvabiliteitsonderzoeken Nationaal Netwerk van Gespecialiseerde

U vindt bij ons de “nieuwe” generatie vergunde privédetectives : voorop De tijd !dat privédetectives in hun wagen sprongen en achter de Nationaal Netwerk van Gespecialiseerde hoger geschoold, professioneel en to the point ! Pre-employment screening Privédetectives Onze feitenspecialiteiten aangingen :is immers lang voorbij. Vandaag staat de

Privédetectives

verhouding kostprijs van inde t.o.v. de resultaten De tijd dat privédetectives hunopdracht wagen sprongen en achter de Onderzoek op Onze specialiteiten : kandidaat-huurder U vindt aangingen bij generatie vergunde privédetectives : voorop ! ons de “nieuwe” feiten is immers lang voorbij. Vandaag staat de Solvabiliteitsonderzoeken Opzoeking “Bron vangeneratie Inkomsten” U vindt bij ons deprofessioneel “nieuwe” vergunde : hoger geschoold, enopdracht to the point ! privédetectives verhouding kostprijs van de t.o.v. de resultaten Solvabiliteitsonderzoeken hoger geschoold, professioneel en to the point ! Pre-employment screening Onze specialiteiten : voorop De tijd !dat privédetectives in hun wagen sprongen en achter de Pre-employment screening De tijd aangingen dat privédetectives in hun sprongen en achter de feiten is kandidaat-huurder immers langwagen voorbij. Vandaag staat de Onderzoek op Ward VRIJSEN Solvabiliteitsonderzoeken Onze specialiteiten : immers feiten aangingen is voorbij. Vandaag staat de verhouding kostprijs van de lang opdracht t.o.v. de resultaten Onderzoek op kandidaat-huurder Pre-employment screening “Bron van Inkomsten” verhouding kostprijs van de opdracht t.o.v. de resultaten Fraud Forensic Investigator voorop !Opzoeking Solvabiliteitsonderzoeken voorop Opzoeking !Onderzoek“Bron Privédet., FOD BiZa nr. 14.1675.02 van vergund Inkomsten” op kandidaat-huurder Pre-employment screening Onze specialiteiten : Opzoeking “Bron van Inkomsten” Onze specialiteiten : Serge DE CORTE Onderzoek op kandidaat-huurder Ward VRIJSEN Solvabiliteitsonderzoeken Solvabiliteitsonderzoeken Opzoeking “Bron van Inkomsten” Criminoloog Ward VRIJSEN Pre-employment screening Fraud Forensic Investigator Wardscreening VRIJSEN Pre-employment Privédet., vergund FOD BiZa nr. 14.1683.08 Onderzoek Privédet., op kandidaat-huurder vergund FOD BiZa nr. 14.1675.02 Fraud Forensic Investigator Fraud Forensic Investigator Onderzoek op kandidaat-huurder Ward VRIJSEN Opzoeking “Bron van Inkomsten” Peter DU CHAU Privédet., Privédet., vergund vergund FOD FOD BiZa BiZa nr. nr. 14.1675.02 14.1675.02 Opzoeking “Bron van Inkomsten” SergeForensic DE CORTE Fraud Investigator Commercieel Directeur Serge DE DEvergund CORTE Privédet., FOD BiZa nr. 14.1675.02 Serge CORTE Ward VRIJSEN Criminoloog Ward VRIJSEN Criminoloog Serge DE CORTE Fraud Forensic Investigator Privédet., vergund FOD BiZa nr. 14.1683.08 Criminoloog Privédet., vergund FOD BiZanr. nr. 14.1675.02 14.1683.08 Fraud Forensic Investigator Privédet., FOD BiZa OPGELET : wij werken invergund eerste instantie voor bedrijven !

Privédet., vergund FOD nr. 14.1683.08 Criminoloog vergund FOD BiZa BiZa nr. ze 14.1675.02 Private opdrachtenPrivédet., worden enkel aanvaard indien ons worden Peter DU DUvergund CHAU FOD BiZa nr. 14.1683.08 Peter CHAU Privédet., Serge DE CORTE aangereikt door bemiddeling van een advocaat, een Serge DE notaris. CORTE Peter DU CHAU gerechtsdeurwaarder of een Commercieel Directeur Peter DU CHAU Criminoloog Commercieel Directeur

www.checkpoint-online.be Criminoloog Privédet., vergund FOD BiZa nr. 14.1683.08

Commercieel Directeur Commercieel Directeur Privédet., vergund FOD BiZa nr. 14.1683.08

Molenkouter 148/6 - 9620 ZOTTEGEM

Peter DU CHAU OPGELET : wij werken in eerste instantie voor bedrijven ! Peter DU CHAU Private opdrachten worden aanvaard indien ze bedrijven ons worden T : 09/369.99.20 Minenkel : eerste info@checkpoint-online.be OPGELET : wij Commercieel werken instantie voor ! Directeur aangereikt : wij doorwerken bemiddeling een voor advocaat, een OPGELET in eerstevan instantie bedrijven Private opdrachten wordeninenkel aanvaard indien ze bedrijven ons worden!! Commercieel Directeur OPGELET : wij werken eerste instantie voor gerechtsdeurwaarder of eenenkel notaris. Private opdrachten worden aanvaard indien ze ons worden

aangereikt door bemiddeling van een advocaat, een Private opdrachten enkel aanvaard indienadvocaat, ze ons worden aangereikt door worden bemiddeling van een een www.checkpoint-online.be gerechtsdeurwaarder of een notaris. aangereikt door bemiddeling van een advocaat, een gerechtsdeurwaarder of een OPGELET : wij werken in notaris. eerste instantie voor bedrijven ! OPGELET : wij werken in eerste instantie voor bedrijven gerechtsdeurwaarder of een notaris. Private opdrachten worden enkel aanvaard indien ze ons worden! Molenkouter 148/6 - 9620 ZOTTEGEM

www.checkpoint-online.be

Private opdrachten enkel aanvaard indien ze ons worden aangereikt door worden bemiddeling van een advocaat, een aangereikt door bemiddeling advocaat, een gerechtsdeurwaarder of 148/6 een T : 09/369.99.20 M notaris. : info@checkpoint-online.be Molenkouter - van 9620een ZOTTEGEM gerechtsdeurwaarder of een notaris.

www.checkpoint-online.be Molenkouter 148/6 - 9620 ZOTTEGEM www.checkpoint-online.be T : 09/369.99.20 M : info@checkpoint-online.be Molenkouter 148/6 - 9620 ZOTTEGEM www.checkpoint-online.be T : 09/369.99.20 M : info@checkpoint-online.be Molenkouter 148/6 - 9620 ZOTTEGEM Molenkouter 148/6 - 9620 ZOTTEGEM T : 09/369.99.20 M : info@checkpoint-online.be

T : 09/369.99.20 T : 09/369.99.20

M : info@checkpoint-online.be M : info@checkpoint-online.be

info@law 2011 i november-december

13


Consumentenrecht

ENERGIELEVERINGSCONTRACTEN NA VERHUIS V r E d Eg E r Ec H T VA N H E T k A N To N M Ec H E l E N Rolnr.:

10A58

21/04/2010 Samenvatting De vordering betreft energiefacturen voor de periode 1 juni 2004 tot en met 27 maart 2006 op het verbruiksadres … te 2520 RANST, waar T.B. ingeschreven was tot 20 november 2005. Vanaf 21 november 2005 was hij ingeschreven op het adres …. te 2860 SINT-KATELIJNE-WAVER . Het huurcontract van T.B. voor het pand….. te 2860 SINT-KATELIJNE-WAVER is ingegaan op 1 november 2005. T.B. blijkt op dit adres aangesloten bij Nuon vanaf 31 oktober 2005. Na een aanmaning van gerechtsdeurwaarder Brackeva d.d. 8 maart 2006 reageert T.B. op 12 maart 2006, stellende dat hij op 1 november 2005 verhuisd is en dat facturen van na deze datum niet meer ten laste worden genomen. T.B. bewijst niet de overeenkomst met NV S.P.E. naar aanleiding van de verhuis te hebben beëindigd en de verhuis aan NV S.P.E. met overdrachtbeëindiging te hebben betekend. In ieder geval kan T.B. niet als uitgangsdatum nemen 1 november 2005, nu uit zijn eigen stukken blijkt dat de opvolger met Nuon slechts op 10 november 2005 een verhuisdocument opmaakte. Terecht stelt NV S.P.E. dat de verbruiker die de woning verlaat en het contract beëindigt verantwoordelijk is voor verbruik tot tegensprekelijk overdracht van het contract aan de nieuwe bewoner is geregeld of tegensprekelijke overdracht aan een andere leverancier. 14

Uit de door T.B. overgelegde stukken blijkt niet dat op het verbruiksadres…te RANST vanaf 1 november 2005 of vanaf 10 november 2005 door Nuon op de nieuwe bewoner N. is gefactureerd. Tot nader order blijft derhalve het verbruik op dit adres geleverd door NV S.P.E. ten laste van T.B.. Dit is voorschotfacturen tot en met maart 2006 verrekend met eindafrekening d.d. 12 oktober 2006 en meer openstaand saldo op de afrekening van 31 augustus 2005. Vonnis INZAKE: T.B. , geboren te Antwerpen op […], wonende te […] , hebbende als raadsman mr. Saskia NEDEE, advocaat te 2018 ANTWERPEN, Jan Van Rijswijcklaan 17

I. Vo r d E r I N g 1. T.B. vordert het verzet tegen het vonnis van 14 oktober 2009 gegrond te verklaren en opnieuw rechtdoende, de oorspronkelijk vordering van NV S.P.E. ongegrond te verklaren. NV S.P.E. te veroordelen tot het terugbetalen van de som van 881,80 EUR, nl. de hoofdsom gevorderd in de oorspronkelijke dagvaarding, verhoogd met de wettelijke intresten. NV S.P.E. te veroordelen tot de kosten van het geding, rechtsplegingsvergoeding inbegrepen. 2. NV S.P.E. besluit tot het verzet af te wijzen als ongegrond. Het bestreden vonnis te bevestigen in al zijn onderdelen. De rechtsplegingsvergoeding te begroten op 400,00 EUR.

EISENDE PARTIJ OP VERZET OORSPRONKELIJK VERWERENDE PARTIJ

I I. B Eo o r d E l I N g TEGEN: NV S.P.E., met uitbatingszetel te 3500 HASSELT, Kempische Steenweg 299, handeldrijvende onder de benaming “LUMINUS”, met ondernemingsnummer 0471.811.661, met vennootschapszetel te 1000 BRUSSEL, Regentlaan 47, hebbende als raadsman mr. Stijn VAN NIEL SCHUUREN, advocaat te 9830 SINTMARTENS-LATEM, Edgard Gevaertdreef 10

1. De vordering betreft energiefacturen voor de periode 1 juni 2004 tot en met 27 maart 2006 op het verbruiksadres ... te 2520 RANST, waar T.B. ingeschreven was tot 20 november 2005. Vanaf 21 november 2005 was hij ingeschreven op het adres ... te 2860 SINT-KATELIJNE-WAVER (stuk 3 T.B.). Het huurcontract van T.B. voor het pand ... te 2860 SINT-KATELIJNEWAVER is ingegaan op 1 november 2005 (stuk 1 T.B.). T.B. blijkt op dit adres aangesloten bij Nuon vanaf 31 oktober 2005 (stuk 8 T.B.).

VERWERENDE PARTIJ OP VERZET OORSPRONKELIJK EISENDE PARTIJ

Gelet op […]

info@law 2011 i november-december

2. Na een aanmaning van gerechtsdeurwaarder Brackeva d.d. 8 maart 2006 (stuk 4 NV S.P.E.) reageert T.B. op 12 maart 2006 (stuk 2 T.B.), stellende dat hij op 1 november 2005 verhuisd


is en dat facturen van na deze datum niet meer ten laste worden genomen. Hij erkent wel een openstaande schuld van 787,13 EUR, welke met 2 maandelijkse betalingen zou afgelost worden. Uit de gedetailleerde afrekening van NV S.P.E. (stuk 1 NV S.P.E.) blijkt dat nog 881,80 EUR in hoofdsom gevorderd wordt, bestaande uit 313,10 EUR saldo afrekening d.d. 31 augustus 2005 en 5 voorschotfacturen periode november 2005 tot en met maart 2006 van ieder 113,74 EUR. Anderzijds blijkt een slotafrekening van 852,75 EUR d.d. 21 april 2006 na correctie gecrediteerd te zijn op 18 september 2006 (stuk 1 NV S.P.E.). 3. In een mail van 15 maart 2010 stelt Nuon dat zij geen verhuisdocument van T.B. gearchiveerd hebben (stuk 7 T.B.). Er wordt wel een verhuisdocument van Nuon overgelegd van 10 november 2005 op naam van [...] op het adres ... te 2520 Broechem, met als vertrekkende klant T.B. met meterstanden elektriciteit 156247,4 en gas 9877,377 (stuk 6 T.B.). De slotafrekening van NV S.P.E. van 21 april 2006 wordt niet overgelegd en de voorschotfacturen bevatten geen meterstanden. NV S.P.E. stelt in conclusies dat er een gecorrigeerde slotafrekening was van 12 oktober 2006 met een credit van 474,03 EUR dat zou verrekend zijn. De factuur van deze slotafrekening van 12 oktober 2006 komt voor op de afrekening (stuk 1 NV S.P.E.) en is daar effectief gecrediteerd. 4. T.B. bewijst niet de overeenkomst met NV S.P.E. naar aanleiding van de verhuis te hebben beëindigd en de verhuis aan NV S.P.E. met overdrachtbeëindiging te hebben betekend. In ieder geval kan T.B. niet als uitgangsdatum nemen 1 november 2005, nu uit zijn eigen stukken blijkt dat de opvolger met Nuon slechts op 10 november 2005 een verhuisdocument opmaakte.

Terecht stelt NV S.P.E. dat de verbruiker die de woning verlaat en het contract beëindigt verantwoordelijk is voor verbruik tot tegensprekelijk overdracht van het contract aan de nieuwe bewoner is geregeld of tegensprekelijke overdracht aan een andere leverancier. Uit de door T.B. overgelegde stukken blijkt niet dat op het verbruiksadres ... te Broechem vanaf 1 november 2005 of vanaf 10 november 2005 door Nuon op de nieuwe bewoner [...] is gefactureerd. Tot nader order blijft derhalve het verbruik op dit adres geleverd door NV S.P.E. ten laste van T.B.. Dit is voorschotfacturen tot en met maart 2006 verrekend met eindafrekening d.d. 12 oktober 2006 en meer openstaand saldo op de afrekening van 31 augustus 2005. OM DEZE REDENEN, WIJ, VREDERECHTER, Rechtdoende op tegenspraak. Alle andere tegenstrijdige en/of verderreikende conclusies verwerpend. Verklaren het verzet ontvankelijk doch ongegrond. Wijzen T.B. ervan af en bevestigen -voor zoveel als nodig- het vonnis bij verstek d.d. 14 oktober 2009 (rolnummer 09A2815 - Rep.V. 5825/2009) in al zijn geledingen. Veroordelen T.B. tot de kosten van het geding, inbegrepen de rechtsplegingsvergoeding voorzien bij art. 1022 van het Gerechtelijk Wetboek.

wordt de denkfout gemaakt dat de beeindiging van de bewoning (einde huur, verkoop) automatisch een einde stelt aan de energieleveringsovereenkomst. Dit is echter niet het geval. De energieleveringsovereenkomst is een op zichzelf staande overeenkomst. Het loutere feit van een verhuis maakt daarbij geen einde aan de energieleveringsovereenkomst. Het behoort tot de verantwoordelijkheid van de verbruiker die de woning verlaat (de vertrekkende bewoner en contractant) om de nodige handelingen te stellen zodat de energieleveringsovereenkomst kan worden beëindigd dan wel kan worden overgedragen. Tot op het moment van overdracht blijft de gekende verbruiker verantwoordelijk voor het verbruik, zelfs al heeft deze de woning reeds verlaten. De achterliggende reden is de specifieke organisatie van de energiemarkt. Voor de liberalisering van de energiemarkt ging een verbruiker voor zijn energievoorziening te rade bij de intercommunale of het gemeentebedrijf met het monopolie op dit vlak (aansluiting, levering, opnemen van de meterstanden, netwerkbeheer enz).

Begroten deze kosten in hoofde van T.B. tot op heden in hun geheel op HONDERD EN TIEN EURO NEGEN CENT (110,09 EUR), zijnde kosten van akte van verzet en rolstelling. Begroten deze kosten in hoofde van NV S.P.E. tot op heden in hun geheel op VIERHONDERD EURO (400,00 EUR), zijnde rechtsplegingsvergoeding. Verklaren huidig vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande alle verhaal en zonder borgstelling. En Wij, Vrederechter, hebben getekend met de Griffier.

N o oT Bovenvermeld vonnis behelst de vaak voorkomende problematiek van het lot van een energieleveringsovereenkomst in de context van een verhuis. Vaak info@law 2011 i november-december

15


Milieu

n

g, PreBes Bescherming), en Welzijn op V.I.) van Antwerpen.

escherming) a.: R.A.B.

INHOUD

sche Installaties)

llingen) of € 164 (zonder abonnement). ook een internetapplicatie beschikbaar

Stijn Streuvelslaan 73 8501 Heule Tel. 056 36 32 00 Fax 056 35 60 96 E-mail: publ@uga.be Website: www.uga.be

De uitgave ‘Milieu’ bestaat uit twee delen, ondergebracht in vier gebruiksvriendelijke mappen.

4 aanvullingen per jaar

Deel 1

(1e en 2e map) bevat de algemene milieuwetgeving, die niet specifiek betrekking heeft op de milieucompartimenten afval, lucht, geluid, bodem en water:

Deel 2

• het milieuvergunningsdecreet • de milieu-effectrapportering • de Seveso-reglementering • Vlarem I en II • andere algemene regelgeving

(3e en 4e map) behandelt volgende onderwerpen: • afvalwetgeving : ook de regeling inzake meststoffen is opgenomen • lucht en luchtverontreiniging • geluidsnormen • water (grondwater, oppervlaktewater, …) • bodemsanering

Volledigheidshalve bevat deze uitgave links naar verschillende relevante websites teneinde u in staat te stellen onmiddellijk over die informatie te beschikken die u nodig hebt. Prijs: € 129,45 (portkosten niet inbegrepen)

EVENEENS VERKRIJGBAAR

WETGEVING WELZIJN OP HET WERK Een losbladige uitgave in samenwerking met: de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, PreBes (Koninklijke Vlaamse Vereniging voor Preventie en Bescherming), Prevent (het Instituut voor Preventie, Bescherming en Welzijn op het Werk) en het Provinciaal Veiligheidsinstituut (P.V.I.) van Antwerpen. Map 1

Mappen 2 tot 5 A.R.A.B. (Algemeen reglement voor de arbeidsbescherming) Andere teksten inzake arbeidsbescherming, o.a.: • afwijkings- en uitvoeringsteksten van het A.R.A.B. • gevaarlijke stoffen (o.a. REACH & CLP) • ingedeelde inrichtingen • A.R.E.I. (Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties) Prijs: € 167 (portkosten niet inbegrepen) Onze uitgave Wetgeving welzijn op het werk is ook via een internetapplicatie beschikbaar (www.preventlex.be).

U WENST TE BESTELLEN? T: 056 36 32 11 - F: 056 35 60 96 www.uga.be

Stijn Streuvelslaan 73, 8501 Heule E: publ@uga.be

16

info@law 2011 i november-december

De liberalisering van de energiemarkt en het daaraan gekoppelde keuzerecht van de verbruiker om vrij een energieleverancier te kiezen, heeft een aantal bijkomende gevolgen gehad. Zo heeft de Decreetgever aan het keuzerecht van de consument een gevolg gekoppeld door op te leggen in het EnergieDecreet dat de leverancier van een leverpunt steeds geregistreerd dient te zijn bij de Netbeheerder. M.a.w. een leverpunt kan nooit zonder leverancier zijn. Eveneens kan er ten allen tijde slechts één leverancier per leverpunt zijn, waarbij ook de mogelijkheid bestaat dat de netbeheerder zelf als leverancier zal optreden (sociale leverancier). Eén van de belangrijkste gevolgen van de vrijmaking van de energiemarkt, is de splitsing tussen enerzijds de energieleveranciers en anderzijds de distributienetbeheerders. Deze splitsing heeft een aantal repercussies op het facturatieproces van de energieleveranciers. De wetgever is bij de vrijmaking van de energiemarkt vertrokken vanuit de gedachte dat de basis van facturatie, zijnde het op basis van de meterstanden geregistreerde verbruik, diende te worden toegewezen aan een objectieve derde en dit voor alle energieleveranciers.

Welzijnswet Codex over het welzijn op het werk

Uitgeverij UGA U kan ook online bestellen op

Sinds de liberalisering van de energiemarkt in 2003 kan er vrij gekozen worden voor een energieleverancier. Als de verbruiker dit recht niet uitoefent, wordt de energie geleverd door de standaardleverancier, nu de wet voorziet dat iedere verbruiker van energie (gas en/of elektriciteit) een leveringsovereenkomst moet hebben met een erkende energieleverancier.

De energieleveranciers doen louter dat wat hun naam doet vermoeden: zij leveren energie en, in de meeste gevallen, produceren zij energie. De distributienetbeheerders of netbeheerders, zijn belast met het onderhoud en beheer van het net. Conform §1 van artikel I.1.2.1 van het Technisch reglement op de distributie van gas in het Vlaams Gewest


(04.12.2009) voert de distributienetbeheerder in het gebied waarvoor hij is aangewezen de taken en verplichtingen uit die hem worden opgedragen krachtens de Vlaamse energiewetgeving, de bijbehorende uitvoeringsbesluiten en het Technisch Reglement Distributie Gas.

naderhand de reële standen ter beschikking, dan geeft dit aanleiding tot correcties.

De Vlaamse energiewetgeving werd gecodificeerd in het energiedecreet dat op 1 januari 2011 in werking is getreden en dat werd goedgekeurd door de Vlaamse regering op 8 mei 2009.

De energieleverancier dient te worden ingelicht door de verbruiker van het voornemen om de energieleveringsovereenkomst te beëindigen dan wel over te dragen. De tegensprekelijke vaststelling van de teller en meterstanden is daarbij van cruciaal belang aangezien de eindmeterstand van de vertrekkende verbruiker immers de beginmeterstand zal zijn van de intrekkende verbruiker.

Dit Decreet “houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid”, kortweg Energiedecreet genaamd, bundelt en vervangt alle bestaande energiegerelateerde decreten, waarvan de belangrijkste het Elektriciteits- en het Aardgasdecreet zijn.

l I N ks oV E r r Ec H T E N N u T sVo o r z I E N I N g E N • Schade aan elektrische apparaten door gebrek in de stroomvoorziening:

Het gegeven van schatting, meteropname en correctie is inherent aan de werking van onderscheiden entiteiten netbeheerder en leverancier.

• Verjaring nutsvoorzieningen: • Verkoop buiten de onderneming zelfs verkoop op parking vergt een verzakingsbeding bij afwezigheid is de verkoop absoluut nietig: • Netbeheerders zijn onderworpen aan de WMPC en de wet Productaansprakelijkheid • Opzegging van consumentencontracten van onbepaalde duur Zie: www.elfri.be

• Stephanie Laleeuw Advocaat

Artikel 1.1.3., 28° van voormeld Decreet definieert distributie als zijnde “de werkzaamheid die erin bestaat elektriciteit via plaatselijke elektrische leidingen of aardgas via plaatselijke pijpleidingen te brengen tot bij afnemers”. Dit netwerk valt onder de bevoegdheid van de distributienetbeheerder, dewelke conform artikel 4.1.1. door de VREG wordt aangeduid, telkens voor een geografisch afgebakend gebied, waarbij de netbeheerder steeds een rechtspersoon is dewelke belast is met het beheer van het elektriciteits- of aardgasdistributienet in dat gebied. Conform art 4.1.6 van voormeld Decreet heeft de netbeheerder de taak van het ter beschikking stellen, de plaatsing, de activering, de desactivering, het onderhoud en het herstellen van meters en tellers op de toegangspunten op zijn net; De netbeheerder is als enige belast met de taak van het aflezen van de meters en tellers op de toegangspunten op zijn net, alsook het verstrekken van de nodige meetgegevens en andere gegevens aan oa de leveranciers en de afnemers. Het aflezen van de meters en tellers gebeurt periodiek. Zijn er geen meteropnames ter beschikking, dan kan de netbeheerder overgaan tot schatting op basis van historische data. Komen info@law 2011 i november-december

17


Vennootschapsrecht

ExIT-MOGELIJKHEDEN IN EEN BVBA VERMIJD ONNODIGE CONFLICTEN Hoog oplopende ruzies tussen de vennoten van een vennootschap zijn geen uitzondering. Gezien er in betere tijden nooit nagedacht werd over exit - mogelijkheden monden dergelijke ruzies niet zelden uit in lange gerechtelijke procedures (geschillenregeling, aanstellen van een voorlopig bewindvoerder, gerechtelijke ontbinding, …). deze oplossingen hebben meestal met elkaar gemeen dat ze geen enkele partij echt ten goede komen. Na de principes inzake de overdracht van de aandelen in een bvba te hebben in herinnering gebracht, geven wij hierna een mogelijke exit-regeling.

Principes g o E d k E u r I N g oV E r d r Ac H T Gelet op het besloten karakter van de bvba is wettelijk voorzien dat de aandelen ervan niet kunnen worden overgedragen dan met instemming van: - ten minste de helft van de vennoten; - die bovendien ten minste drie vierde van het kapitaal bezitten, na aftrek van de rechten waarvan de overdracht is voorgesteld. Deze instemmingsvereiste kan niet worden versoepeld, maar enkel worden verstrengd1.

oV E r d r Ac H T E N zo N d E r goEdkEurINg Wettelijk geldt deze instemmingsvereiste niet voor overdrachten aan een vennoot, de echtgenoot van de overdrager of van de erflater; de bloedverwanten in rechte opgaande of nederdalende lijn. Verder wordt de mogelijkheid geboden in de statuten nog andere personen (nauwkeurig te omschrijven) op te sommen aan wie een overdracht kan gebeuren zonder voormelde instemming2. 18

Wat bij weigering? Wettelijk is verder voorzien dat de belanghebbenden tegen een weigering kunnen opkomen voor de bevoegde rechtbank. Oordeelt deze rechtbank dat de weigering willekeurig is, dan moeten de vennoten die zich tegen de overdracht (willekeurig) verzet hebben, een koper vinden voor de aandelen. Bij gebrek aan statutaire bepalingen en overeenstemming tussen de belanghebbenden, zal de rechtbank de prijs en voorwaarden van de koop vaststellen. Komt de koop niet tot stand binnen de drie maand, dan kan de vennoot die zijn aandelen wenst over te dragen, binnen de veertig dagen na het verstrijken van deze termijn van drie maand, de ontbinding van de vennootschap vorderen3. De vraag stelt zich of het mogelijk is het beroep op de rechter volledig uit te sluiten. Het feit dat dit mogelijk is, blijkt uit de wet zelf; wat de gevolgen daarvan betreft, bestaat geen absolute eensgezindheid in de rechtsleer. Het merendeel van de huidige auteurs bespreekt ze niet of lijkt er impliciet van uit te gaan dat de vennoot die zijn aandelen wenst over te dragen in dat geval in principe geen enkel verhaal heeft; hij kan zijn aandelen bijgevolg niet overdragen4. Volgens Bouckaert dienen de aandeelhouders die zich verzet hebben ook in dit geval een koper te vinden voor de aandelen binnen de drie maanden; zoniet zou ook hier de ontbinding kunnen gevorderd worden5. In oudere commentaren, die verschenen kort nadat voormelde wettelijke regeling in 1935 werd ingevoerd, werd evenwel algemeen aanvaard dat de kandidaatoverdrager geen enkel verhaal heeft tegen een weigering, wanneer de statuten de mogelijkheid om een beroep op de rechter te doen uitsluit.

info@law 2011 i november-december

Chevalier schreef: “Il se peut que les statuts stipulent que la décision de la majorité des associés est souveraine. Dans ce cas le cédant n’aura pas de recours; il devra s’incliner. Mais si les statuts ne contiennent aucune stipulation spéciale, le cédant, qui croit que le refus lui a été opposé arbitrairement, peut assigner les opposant devant le tribunal compétent siégeant en matière de référé.6” Resteau schreef “Les statuts pourraient parfaitement disposer qu’en cas de refus d’agrément de cession par l’assemblée générale des associés, le cédant et le cessionnaire ne pourraient exercer aucun recours contre cette décision.” Een dergelijk clausule was volgens voormelde autoriteit zelfs wenselijk7. Loir schreef: “On y pourra notamment supprimer le recours accordé en cas de refus d’agrément, majorer le délai de trois mois prévu par la loi, préciser le point de savoir si l’ordonnance est ou pas susceptible d’appel, et même supprimer le droit de dissolution résultant de l’article 127, alinéa final”8. Deze auteur verwerpt bijgevolg uitdrukkelijk het door Bouckaert ingenomen standpunt. Recent werd in de doctrine het standpunt verdedigd dat het koppelen van een weigering aan de verplichting een koper te vinden of zelf te kopen, een versoepeling inhoudt van de instemmingsvereiste, wat niet mogelijk is (zie supra). Volgens deze auteur moeten de overige vennoten discretionair kunnen weigeren, wanneer er verplichtingen gekoppeld worden aan een weigering dan is dit niet meer mogelijk9. De vraag stelt zich hierbij of het vennootschapsrecht zelf die anders in de ontbinding voorziet dergelijke discretionaire beoordeling toelaat. Het komt ons voor dat de gevolgen moeten worden onderzocht vanuit de algemene rechtsregel dat de beperking of uitsluiting van het recht tot eenzijdige beëindiging mogelijk is, indien die gecompenseerd wordt door een redelijke vrije overdraagbaarheid van het aandeel10.


Het komt ons voor dat de gevolgen moeten worden onderzocht vanuit de algemene rechtsregel dat de beperking of uitsluiting van het recht tot eenzijdige beëindiging mogelijk is, indien die gecompenseerd wordt door een redelijke vrije overdraagbaarheid van het aandeel10. Volgens Van Bruystegem kan de vennoot die zijn aandelen wenst over te dragen, wanneer de overdracht wordt geweigerd en elk verzet tegen de weigering werd statutair uitgesloten, een andere kandidaat – overnemer voorstellen en uiteindelijk een beroep doen op de geschillenregeling, inzonderheid de uittreding, voor zover hij een gegronde reden kan aanvoeren om de overname van zijn aandelen door de medevennoten te bekomen11. De vraag stelt zich of deze geschillenregeling een redelijke mogelijkheid tot uitstap inhoudt. Ons is daarover geen rechtspraak bekend. Een gezaghebbende auteur heeft onder verwijzing naar de hiervoor geciteerde oudere rechtsleer herhaald dat de statuten « peuvent (…) librement disposer qu’en cas de refus d’agrément, le cédant et le cessionnaire ne disposeront pas d’un recours judiciaire. Par conséquent, le candidat au départ en peut plus demander la dissolution de la société si un acquéreur n’est pas trouvé. Il lui reste, cependant, l’action en reprise forcée si les coassociés manquent à la bonne foi par un refus systématique et abusif de tour cessionnaire »12. Verder kan een vennoot eveneens steeds de ontbinding vorderen op basis van wettige redenen13.

B I j zo N d E r AT T E N T I E P u N T Indien bepaalde vennoten rechtspersonen zijn, kan de overdracht van de aandelen ook onrechtstreeks bewerkstelligd worden, via een overdracht van de aandelen van de rechtspersoon-aandeelhouder. Dergelijke overdracht wordt in principe niet geviseerd door voormelde bepalingen. De andere vennoot kan zich daar enkel tegen beschermen via een call- en/of putopie te krijgen op de aandelen onder de opschortende voorwaarde van controlewijziging over een aandeelhouder.

B e t e r z e L F e e n e x i t-M o G el I j k H E I d Vo o r z I E N

Motivering Wat er ook van zij, het komt ons voor dat het zinloos is om vennoten te verplichten om tegen hun zin samen te blijven in een vennootschap. Daarom zijn wij er voorstander van steeds een realistische exit-mogelijkheid te voorzien. Het komt ons verder voor dat de modaliteiten van deze mogelijkheid best op voorhand door de vennoten worden vastgelegd. Op die manier wordt vermeden dat wanneer één van de vennoten niet langer vennoot wenst te blijven, er tijdrovende procedures voor de rechtbank moeten worden gevoerd. Dergelijke procedures komen er bovendien vaak op neer dat wat de waardebepaling betreft er een blanco cheque aan de rechter (of de door hem aangestelde deskundige) wordt gegeven. In de praktijk hebben deze procedures meestal een zeer negatieve invloed op de waarde van de vennootschap.

Wat is een realistische exit? Een realistische exit-mogelijkheid kan op volgende pijlers steunen: - De vennoot die wil uittreden, moet daartoe de mogelijkheid krijgen. - De andere vennoot, moet de mogelijkheid krijgen de vennootschap alleen verder te zetten. - Gezien er voor een deel van de aandelen van een KMO waarschijnlijk geen kopers gevonden kunnen worden, kan voorzien worden dat de vennoot die wil uittreden een koper kan zoeken voor alle aandelen. De andere vennoot krijgt dan uiteraard het recht de aandelen van de vennoot die wenst uit te treden te kopen tegen de voorwaarden die door deze de kandidaat-koper geboden. Teneinde de andere ven-

noot te beschermen en hem een realistische mogelijkheid te geven de aandelen effectief te kopen kan een décote op de geboden prijs worden overeengekomen en kunnen interessantere betalingsmodaliteiten worden voorzien. Teneinde te vermijden dat de vennoot die wenst uit te treden de procedure vrijblijvend opstart (indien hij veronderstelt dat de andere vennoot toch zijn calloptie niet wenst of kan uitoefenen), kan ter bescherming van de andere vennoot tevens een putoptie voor hem voorzien worden. Met die putoptie kan hij in elk geval verkopen tegen een prijs die bijvoorbeeld 25 % hoger ligt dan de door de kandidaat-koper voorgesteld prijs. Deze putoptie moet er voor zorgen dat de vennoot die de procedure opstart in elk geval ter goeder trouw wenst te verkopen (hetzij aan de andere vennoot; hetzij aan de kandidaat-koper).

Shoot-out Tenslotte kan nog een shoot-out procedure worden voorzien. Het kan immers zijn dat er voor de aandelen van de vennootschap geen kandidaat-kopers gevonden kunnen worden, maar de vennoten niettemin niet langer wensen samen te werken. De shoot-out procedure zorgt er dan voor dat diegene die het meest biedt voor de aandelen de vennootschap alleen kan verder zetten. Het spreekt voor zich dat een dergelijke procedure vergaand is. Het is uiteraard mogelijk deze procedure niet op te nemen en in voorkomend geval toch de eieren in de mand van de wettelijke geschillenprocedure of ontbinding om wettige redenen te leggen.

info@law 2011 i november-december

19


PrAkTIscH Voormelde exit-mogelijkheid wordt naar ons gevoel best geregeld in een aandeelhoudersovereenkomst. In de statuten wordt alleen de vrije overdracht tussen vennoten toegestaan. Voor alle andere overdrachten tussen levenden dient de goedkeuring te worden verkregen. Het komt ons immers voor dat het risico bestaat dat een belanghebbende vennoot zou kunnen argumenteren dat zijn plicht om te verkopen (volgplicht – putoptie) niet tot het voorwerp van de eigenlijke statuten behoort en bijgevolg opgezegd kan worden volgens het gemeen recht. Volgens bepaalde rechtsleer bestaat de verplichting van de aandeelhouders binnen de vennootschap er slechts uit de onderschreven inbreng vol te storten. De algemene vergadering en a fortiori de statuten zouden geen bijkomende verplichtingen kunnen creëren14. In deze visie zou de plicht tot het verkopen van de aandelen derhalve niet in de statuten geregeld kunnen worden. Indien de vennootschap voor onbepaalde duur werd gesloten,

zou dit meteen met zich meebrengen dat de belanghebbende aandeelhouder voormelde verbintenis zou kunnen pogen op te zeggen met een redelijke opzegtermijn. Het lijkt ons daarom aangewezen één en ander te regelen in een aandeelhoudersovereenkomst voor bepaalde termijn (die bijgevolg niet eenzijdig kan opgezegd worden). Daarbij kan verder voorzien worden dat de overeenkomst automatisch vernieuwd zal worden voor eenzelfde periode indien de partijen zich daartegen niet verzetten uiterlijk bv. drie maand voor het verstrijken van de lopende termijn. Op die manier heeft de andere vennoot nog steeds de mogelijkheid om tijdens voormelde termijn van drie maand zijn rechten uit te oefenen. Een belangrijk verschil tussen een aandeelhoudersovereenkomst en statuten is de tegenstelbaarheid ervan aan derden. Hoewel daaromtrent geen eensgezindheid in de rechtsleer bestaat, verdedigt het merendeel ervan dat overdraagbaarheidsbeperkingen in de statuten tegenstelbaar zijn aan derden15. Aandeelhoudersovereenkomsten zijn

evident niet tegenstelbaar aan bona fide derde-verkrijgers. Merk op dat dit onderscheid in casu geen problemen zal scheppen. De statuten voorzien immers dat de aandelen enkel vrij overdraagbaar zijn tussen vennoten. • Philippe Salens Zaakvoerder Cnockaert & Salens

1

Artikel 249, eerste lid W.Venn.; Cass., 24 februari 1959, Pas., 1959, 644; Cass., 15 mei 1970, Pas., 1970, I, 810

2

Artikel 249, tweede lid W.Venn.

3

Artikel 251 W.Venn.

4

VAN GERVEN D., Aandelen, overdrachtsbeperkingen, in Handboek voor Estate Planning, 3. Vermogensplanning met effect bij leven. Rechtspersoon, Ed. VERBEKE A., DERYCKE H. en VAN GERVEN D., Larcier, Brussel, 2004, p. 12; VAN BRUYSTEGEM B., Artikel 252, Vennootschap en verenigingen. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Kluwer, Mechelen, losbladig, Aflevering 14, 16 september 2003, p. 3; SPRUYT E., De juridische aspecten, in Praktijkgids KMO Overdracht, Ed. BERQUIN H. en SPRUYT E., Kluwer, Mechelen, 2002, p. 238

5

BOUCKAERT F., Notarieel vennootschapsrecht. N.V. en B.V.B.A., Kluwer, Antwerpen, 2000, p. 454 en 455

6

CHEVALIER P., Commentaire pratique de la Loi du 9 juillet 1935 sur la Société de personnes a responsabilité limitée, Maison Ferdinand Larcier, Bruxelles, 1935, p. 81

7

RESTEAU C., Des sociétés de personnes à responsabilité limitée, Bruxelles, Polydore Pée, 1936, n° 168, p. 162

8

LOIR M., Traité et formulaire des sociétés de personnes à responsabilité limitée, Maison Ferdinand Larcier, Bruxelles, 1936, p. 220

9

AYDOGDU R., Les clauses statutaires d’agrément dans les s.p.r.l.: “aménager n’est pas dénaturer”, J.T., 2008, 6302, p. 167, nr. 14

10 TILLEMAN B., Ontbinding van vennootschappen, Biblo, Kalmthout, 1997, p. 30, nr. 12 11 VAN BRUYSTEGEM B., o.c., p. 4 12 COIPEL M., Les sociétés privées à responsabilité limitée, Larcier, 2008, p. 374, nr. 222/223 13 Artikel 343, derde lid W.Venn. 14 VAN CANEGEM L., Statuten en aandeelhoudersovereenkomsten, R.W., 2006-07, nr. 11, p. 470 15 BLUMBERG J.P. en VAN LANKER J., De overdracht van aandelen op naam en het nieuwe artikel 1690 BW, T.R.V., 1995, 361-363; PEETERS I., Kunnen beperkingen van de overdraagbaarheid van aandelen van een N.V. jegens een derde-verkrijger enkel afgedwongen worden op grond van het leerstuk van de derde-medeplichtigheid aan andermans contractbreuk, T.R.V., 1991, 512; GEENS K., Vooronderstelt een aanvaardingsclausule in een naamloze vennootschap dat de aandelen op n aam zijn, T.R.V., 1989, p. 416, nr. 8

20

info@law 2011 i november-december


Philippe salens

Accountant – belastingconsulent Programmadirecteur Expert Class Vermogens- en Successieplanning Brugge Business School

cnockaert & salens Koude Keukenstraat 13 8200 Brugge Tel.: 050/54.80.78

Technologielaan 9 3001 Heverlee Tel.: 016/40.72.40

info@cnockaert-salens.be

info@law 2011 i november-december

21


Verkeer en Verzekering

NIET INGESCHREVEN VOERTUIG IS NIET VERZEKERD H o f VA N c A s sAT I E 15/12/2010

II. Beslissing van het Hof Beoordeling

A.R.:P.10.1269.F

Middel

Uit artikel 4, 1°, b, van de modelovereenkomst voor de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen, die als bijlage gehecht is aan het koninklijk besluit van 14 december 1992, volgt niet dat de uitbreiding van de daarin bepaalde dekking uitgesloten is wanneer het rijtuig van de derde niet is ingeschreven

Het middel voert schending aan van artikel 4, 1°, b, van de modelovereenkomst voor de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen, die als bijlage is gehecht aan het koninklijk besluit van 14 december 1992. De eiser verwijt het vonnis dat het hem tot vergoeding van de burgerlijke partijen veroordeelt, terwijl de schade had moeten gedekt worden door de verzekeringsmaatschappij, verweerster, waartegen hij zijn vordering heeft gericht.

GEMEENSCHAPPELIJK MOTORWAARBORGFONDS, tegen 1. GENERALI BELGIUM, naamloze vennootschap,

2. B. S., e.a., I. Rechtspleging voor het Hof Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Brussel van 16 april 2010. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Benoît Dejemeppe heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Jean Marie Genicot heeft geconcludeerd.

22

Krachtens het voormelde artikel strekt de dekking van de verzekeringsovereenkomst zich uit, zonder dat hiervoor een mededeling is vereist, tot de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de verzekeringnemer alsmede van diens echtgenoot en kinderen, indien deze bij hem inwonen en de wettelijke leeftijd om een motorrijtuig te besturen bereikt hebben, in hun hoedanigheid van bestuurder van een aan derden toebehorend motorrijtuig, dat zij toevallig zouden besturen, zelfs wanneer het omschreven rijtuig in gebruik is. Uit die bepaling volgt niet dat de uitbreiding van de daarin bepaalde dekking uitgesloten is wanneer het rijtuig van de derde niet is ingeschreven. Het vonnis stelt vast dat de persoon die de schade heeft veroorzaakt achttien jaar oud was en bij zijn vader woonde,

info@law 2011 i november-december

die verzekeringnemer is bij de verweerster voor een hem toebehorend rijtuig van het merk Citroën, dat die persoon een Mercedes bestuurde die onlangs door een derde is aangekocht, hij daarop het nummerbord van de Citroën heeft aangebracht en die persoon aansprakelijk werd gesteld voor het ongeval met de Mercedes. Doordat het vonnis weigert de dekking van de verzekering uit te breiden alleen omdat het in het ongeval betrokken voertuig niet was ingeschreven, voegt het vonnis aan artikel 4, 1°, b, van de modelovereenkomst een voorwaarde toe die er niet in staat en schendt het bijgevolg die bepaling. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Veroordeelt de verweerders in een vierde van de kosten van het cassatieberoep. Verwijst de zaak naar de correctionele rechtbank te Nijvel, zitting houdende in hoger beroep. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel. •


Verbintenissenrecht

ALGEMENE VOORWAARDEN VERGEN ExPLICIETE INSTEMMING instantie: Rechtbank van Eerste Aanleg, Veurne, 10/03/2011 A.R. 09/494/A De Rechtbank van Eerste Aanleg van het gerechtelijk arrondissement Veurne, vierde kamer, wijzend in burgerlijke zaken, heeft het volgende vonnis uitgesproken : In de zaak: AR n° : 09/ 494/A DCK, wonende te […] eiser op verzet, oorspronkelijke verweerder, met als raadsman, Mr. DE NEVE ELFRI, kantoorhoudende te 9700 OUDENAARDE, Stationsstraat 29 tegen : H.S. met vennootschapszetel te […]; verweerster op verzet, oorspronkelijke eiseres, met als raadsman, Mr. FEYS IVES, kantoorhoudende te 8670 KOKSIJDE, Zeelaan 195.

1. P ro c E d u r E De rechtbank heeft het dossier van de rechtspleging gezien, in het bijzonder:

genomen. De rechtbank heeft toegezien op de naleving van de artikelen 2 e.v. van de Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken .

2. f E I T E N E N Vo o rg A A N d E N. DCK sluit op 06.09.2008 een makelaarsovereenkomst met H.S. met als opdracht te bemiddelen bij de verkoop van de hoofdverblijfplaats van DCK gelegen te Koksijde, […] met als vooropgestelde verkoopprijs 475.000 euro. De overeenkomst wordt aangegaan voor onbepaalde duur waarbij vanaf het verstrijken van de 3e maand door beide partijen ten alle tijde aangetekend kan worden opgezegd mits in acht name van een opzeggingstermijn van 30 dagen.

H.S. stelt vast dat DCK nog andere agentschappen heeft gecontacteerd om het huis te verkopen en schrijft hem hierover aan op 27.11.2008 waarop DCK bij schrijven van 28.11.2008 onmiddellijk betwist dat er tussen hen een contract met exclusiviteit werd afgesloten. (stuk 2a verweerster op verzet)

• de overige stukken van het geding.

Bij schrijven van 04.12.2008 stelt H.S. dat DCK haar een exclusieve opdracht had gegeven gedurende de eerste 4 maand om te bemiddelen bij de verkoop van zijn hoofdverblijfplaats. Ze vordert een verbrekingsvergoeding tbv 9.500 euro. (stuk 2b verweerster op verzet)

De rechtbank heeft op de zitting van, 21.10.2010 partijen gehoord in hun middelen en besluiten. Partijen leggen hun stukkenbundel neer, de debatten worden gesloten en de zaak wordt in beraad

DCK betwist deze ingebrekestelling bij schrijven van 08.12.2008 stellende geen exclusiviteit verleend te hebben aan H.S.. Hij had reeds met Immo V. een contract afgesloten voor hij contracteerde

• het exploot van dagvaarding betekend op 24.07.2009, • de conclusies van partijen,

met verweerster op verzet en Immo V. had het recht verder te verkopen. (stuk 3 verweerster op verzet) DCK meldt bij schrijven van 16.01.2009 aan H.S. dat de verkoop van het goed nog enkel via CY te Nieuwpoort gebeurt. (stuk 7 verweerster op verzet) H.S. betwist voormelde verbreking van de overeenkomst stellende dat door het doorbreken van de exclusiviteit de overeenkomst al ontbonden is.

Partijen komen niet tot een minnelijke regeling.

H.S. gaat over tot dagvaarding op 28.01.2009 voor de Rechtbank van Eerste Aanleg te Veurne teneinde de verbreking van de overeenkomst vast te stellen en de veroordeling te bekomen van DCK in betaling van de som van 9.500 euro meer de kosten en de interesten.

Bij verstekvonnis van 28.05.2009 wordt de overeenkomst tussen partijen ontbonden en wordt DCK veroordeeld tot betaling aan H.S. van de som van 9.500 euro meer de vergoedende interesten aan de wettelijke interestvoet vanaf 04.12.2008 tot datum vonnis meer de gerechtelijke interesten aan dezelfde interestvoet vanaf datum vonnis tot de dag der algehele betaling.

Het verstekvonnis wordt op 25.06.2009 aan DCK betekend.

DCK tekent op 24.07.2009 verzet aan tegen voormelde verstekvonnis.

info@law 2011 i november-december

23


3. d E Vo r d E r I N g E N E N B E T w I sT I N g E N a) Eiser op verzet vordert - de oorspronkelijke vordering of te wijzen als onontvankelijk minstens ongegrond, - de oorspronkelijke eiseres, huidige verweerster op verzet, te verwijzen in de kosten van het geding, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoedingen. Hij stelt • dat de overeenkomst nietig is wegens bedrog minstens wegens dwaling, • dat de eerste rechter de overeenkomst tussen partijen ten onrechte bestempelt als een exclusieve opdracht tot bemiddeling, • ondergeschikt dat art 3 van de algemene voorwaarden onduidelijk is zodat het dient te worden uitgelegd ten voordele van de partij die zich verbonden heeft (art 1162 BW), • dat er op rechtsgeldige wijze opgezegd is zodat er geen ontbinding op grond van wanprestatie meer kan worden uitgesproken, • dat art 8 lid 2 van de algemene voorwaarden een onrechtmatig beding is in de zin van art 32,15 WHPC en dient nietig te worden verklaard, minstens dient de gevorderde 9.500 euro ogv art 1231 §1 en 2 BW te worden gematigd,

• dat tevens geen gemeenrechtelijke schadevergoeding kan gevorderd worden daar er geen fout, schade en oorzakelijk verband met de schade bewezen wordt.

twistingen door eiser op verzet blijkt duidelijk dat hij wel degelijk weet wat een exclusiviteitsbeding inhoudt.

b) Verweerder stelt :

2. d E B Eo o r d E l I N g

• dat de algemene voorwaarden deel uitmaken van de overeenkomst en tegenstelbaar zijn aan eiser op verzet gezien hij er redelijkerwijze van kon kennisnemen, • dat in de diverse aanmaningen steeds naar de algemene voorwaarden werd verwezen en eiser op verzet de geldigheid van deze algemene voorwaarden nooit heeft betwist, • dat er geen sprake is van bedrog noch van dwaling, • dat hij geen kennis had van het nog lopende contract met Immo V., • dat opzeg de ontbinding wegens wanprestatie voorafgaandelijk aan de opzeg niet verhindert, • dat het schadebeding bij verbreking van het exclusiviteitsbeding geldig is en niet kan gematigd worden, • dat art 8 lid 2 algemene voorwaarden geen onrechtmatig beding is gezien het duidelijk voorziet in een wederkerige verplichting tot het betalen van een schadevergoeding indien 1 van ‘ de partijen haar verbintenis niet nakomt, • dat indien de rechtbank art 8 lid 2 toch als nietig beschouwd dat zij dan nog recht heeft op een gemeenrechtelijke schadevergoeding wegens contractbreuk, begroot op 50% van het bedongen commissieloon, • dat het exclusiviteitsbeding duidelijk is en geen interpretatie hoeft. Uit de be-

a) Het verzet is tijdig en ontvankelijk.

b) mbt de tegenstelbaarheid van de algemene voorwaarden Eiser op verzet had bij overeenkomst afgesloten op 18.03.2008 en geldig voor 4 maanden een exclusieve verkoopopdracht betreffende zijn hoofdverblijfplaats gegeven aan Immo V.. Deze overeenkomst werd stilzwijgend verlengd. Bij aangetekend schrijven dd 09.08.2008 liet eiser op verzet aan Immo V. weten de exclusiviteit te willen opheffen en te beëindigen per 17.09.2008. Immo V. kreeg wel verder de opdracht om een koper te zoeken. (stuk 6 eiser op verzet) Eiser op verzet tekent vervolgens op 06.09.2008 een overeenkomst met verweerster op verzet. (stuk 1 verweerster op verzet) Deze makelaarsovereenkomst vermeldt bovenaan onder de Bijzondere voorwaarden dat de ‘Algemene Voorwaarden’ integraal deel uitmaken van de ‘Bijzondere Voorwaarden’. Deze algemene voorwaarden maken echter geen deel uit van de papieren overeenkomst zelf maar worden gedrukt op de binnenzijde van een kartonnen mapje dat volgens verweerster op verzet steeds wordt gebruikt om een afgesloten overeenkomst in te steken zodat het deel uitmaakt van de afgesloten overeenkomst. Eiser op verzet betwist deze algemene voorwaarden op het ogenblik van het afsluiten van de overeenkomst gezien te hebben, gekregen te hebben en aanvaard te hebben. Hij stelt deze algemene voorwaarden pas ontvangen te hebben van verweerster op verzet nav zijn schrijven dd 10.06.2009. (stuk 3 eiser op verzet) Eiser op verzet heeft elke pagina van de overeenkomst zelf geparafeerd en de laatste pagina ondertekend. De bladzijden

24

info@law 2011 i november-december


waarop de algemene voorwaarden vermeld staan zijn echter niet geparafeerd noch ondertekend. De rechtbank acht het derhalve niet bewezen dat eiser op verzet op het ogenblik van het afsluiten van de overeenkomst kennis had van deze algemene voorwaarden, Iaat staan ze aanvaard heeft. Tevens dient te worden vastgesteld dat in de overeenkomst zelf onder punt 6 de vraag wordt gesteld of er een lopende opdracht is met een andere makelaar. Deze vraag is door partijen niet ingevuld. Bij een exclusieve opdracht zou deze vraag ingevuld zijn. Voormelde stellingname door de rechtbank wordt tevens ondersteund door de gegevens dat eiser op verzet zijn contract met Immo V. niet had opgezegd, enkel de exclusiviteit, en dat eiser op verzet tevens nog een contract had afgesloten met CY (op 22.11.2008)om het huis te verkopen. Het feit dat verweerster op verzet haar opdracht pas mocht aanvangen per 16.09.2008 heeft juist te maken met het beëindigen van de exclusiviteit toegekend aan Immo V. op die datum. Uit de stukken blijkt dat eiser op verzet in, financiële problemen zat en dringend zijn huis diende te verkopen. In die omstandigheden werd dan ook tegelijkertijd beroep gedaan op drie makelaars om het huis zo spoedig mogelijk verkocht te krijgen. Eiser op verzet heeft nav de aanmaningen nooit de geldigheid van de algemene voorwaarden betwist maar wel het feit dat ze hem niet tegenstelbaar waren. Vanaf de eerste aanmaning heeft hij gesteld dat er tussen partijen geen exclusiviteit was afgesproken. Gelet op voorgaanden werd ten onrechte in het vonnis a quo besloten dat er een makelaarsovereenkomst met exclusief karakter tussen partijen was afgesloten. De vordering tot het verkrijgen van een schadevergoeding in gevolge het doorbreken van de exclusiviteit dient te worden afgewezen. Gezien de rechtbank van oordeel is dat de algemene voorwaarden niet tegenstelbaar zijn aan eiser op verzet dient

op het argument van bedrog en dwaling niet te worden ingegaan.

c) mbt de verbreking/ontbinding van de overeenkomst

meer de kosten en de interesten ongegrond. Veroordeelt verweerster op verzet tot de gerechtskosten langs • de zijde van eiser op verzet begroot op

Art 4 van de makelaarsovereenkomst bepaalt :

• kosten dagvaarding in verzet: 212,01 euro

De overeenkomst wordt voor onbepaalde duur aangegaan. Vanaf het verstrijken van de derde maand kan zij te allen tijde door de partijen aangetekend worden opgezegd mits inachtneming van een opzeggingstermijn van dertig dagen.

• rechtsplegingsvergoeding: 990,00 euro

Eiser op verzet meldt per aangetekend schrijven van 16.01.2009 aan verweerster op verzet dat de verkoop nog enkel langs CY, […] gebeurt. (stuk 8 verweerster op verzet) De overeenkomst is op een geldige manier opgezegd zodat de vordering tot ontbinding zonder voorwerp is. Verweerster op verzet bewijst niet dat eiser op verzet foutief zou hebben gehandeld waardoor zij schade zou hebben opgelopen zodat zij geen aanspraak ,kan maken op een schadevergoeding.

d) mbt de rechtsplegingsvergoeding Aangezien de rechtsplegingsvergoeding per aanleg wordt bepaald en een verzetprocedure geen nieuwe aanleg vormt is er slechts een rechtsplegingsvergoeding verschuldigd.

• langs de zijde van verweerster op verzet niet to begroten gezien ze haar ten taste blijven. Uitgesproken in openbare terechtzitting van donderdag tien maart 2011.

N o oT: In rechtspraak en rechtsleer wordt veel aandacht besteed aan algemene voorwaarden in facturen. Gezien hier de algemene voorwaarden aan bod komen in het verbintenissenrecht, los van facturen, werd deze rechtspraak even in de kijker geplaatst. •

Zie ook Steven Ongena, Algemene voorwaarden, Kluwer 2006

OM DEZE REDENEN, DE RECHTBANK, wijzende in burgerlijke zaken, in eerste aanleg en op tegenspraak Verklaart het verzet ontvankelijk en gegrond in de volgende mate: Vernietigt het vonnis gewezen bij verstek op 28.05.2009. Opnieuw rechtdoende, Stelt dat de vordering tot ontbinding van de makelaarsovereenkomst afgesloten tussen partijen op 06.09.2008 zonder voorwerp is. Verklaart de oorspronkelijke vordering tot betaling van de som van 9.500 euro info@law 2011 i november-december

25


Verbintenissenrecht

GEZAMENLIJK AANGEGANE SCHULD KAN DOOR DE RECHTER NIET VERDEELD WORDEN. Hof van Cassatie 07/11/2008 A.R.: C.07.0567.N De verschuldigde prestatie uit een verbintenis die verschillende schuldenaren aangaan, wordt in beginsel van rechtswege onder hen verdeeld; de schuldeiser kan ieder van hen slechts aanspreken voor zijn deel; deze regel lijdt uitzondering ingeval de verbintenis ondeelbaar is, hoofdelijk is aangegaan of een verbintenis in solidum uitmaakt. D. B. M.,

Advocaat-generaal met opdracht AndrĂŠ Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

I I. c A s sAT I E M I d d E l De eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit.

I I I. B Es l I s s I N g VA N H E T H o f

eiseres, tegen

Beoordeling

IMMAS ANTWERPEN, besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, met zetel te 2910 Essen, Velodreef 53, die woonplaats kiest bij gerechtsdeurwaarder Johan Van Lierde, met kantoor te 2800 Mechelen, Nekkerspoelstraat 55,

1. Wanneer verschillende schuldenaren een verbintenis aangaan, wordt de verschuldigde prestatie in beginsel van rechtswege onder hen verdeeld. De schuldeiser kan iedere schuldenaar slechts aanspreken voor zijn deel.

verweerster.

I. r Ec H Ts P l Eg I N g Vo o r H E T H o f Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 25 juni 2007 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen. Raadsheer Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. 26

Deze regel lijdt uitzondering ingeval de verbintenis ondeelbaar is, hoofdelijk is aangegaan of een verbintenis in solidum uitmaakt. 2. De appelrechters oordelen dat de eiseres en haar partner zich met het geven van de opdracht tot verkoop, tot eenzelfde zaak hebben verbonden. Daardoor stellen zij niet vast dat de eiseres en haar partner zich ondeelbaar, hoofdelijk of in solidum hebben verplicht tot betaling van het makelaarsloon aan de verweerster.

info@law 2011 i november-december

Met die reden beslissen zij niet naar recht dat de eiseres voor het gehele bedrag van het makelaarsloon kan worden aangesproken. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre dit de eiseres veroordeelt tot betaling aan de verweerster van het gehele bedrag van het makelaarsloon meer de interest en uitspraak doet over de kosten ten aanzien van de eiseres en de verweerster. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing hieromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer. •


Familierecht

VERKEERD GEBRUIK VAN DE TERM “ALTERNEREND VERBLIJF” KAN VERREGAANDE FISCALE GEVOLGEN OPLEVEREN. Sinds de wet van 18 juli 2006 tot het bevoorrechten van een gelijkmatig verdeelde huisvesting van het kind van wie de ouders gescheiden zijn en tot regeling van de gedwongen tenuitvoerlegging inzake huisvesting van het kind (B.S. 04.09.2006), werd het zogenaamd “alternerend verblijf” voor kinderen de norm. Deze wet gaf aanleiding tot wijziging van artikel 132 bis van het Wetboek van Inkomstenbelasting, hetgeen gebeurde bij de Wet diverse bepalingen (I) d.d. 27.12.2006 (B.S. 28.12.2006). Artikel 279 van voornoemde wet heeft het, bij de Wet van 4 mei 1999, ingevoegde artikel 132bis van het Wetboek van Inkomstenbelasting als volgt vervangen: “De toeslagen bedoeld in artikel 132, eerste lid, 1° tot 6°, worden verdeeld over twee belastingplichtigen die geen deel uitmaken van hetzelfde gezin maar samen het ouderlijk gezag uitoefenen over één of meer kinderen ten laste die recht geven op de bovenvermelde toeslagen en waarvan de huisvesting gelijkmatig is verdeeld over de beide belastingplichtigen: - hetzij op grond van een geregistreerde of door een rechter gehomologeerde overeenkomst waarin uitdrukkelijk is vermeld dat de huisvesting van die kinderen gelijkmatig is verdeeld over beide belastingplichtigen en dat zij bereid zijn de toeslagen op de belastingvrije som voor die kinderen te verdelen;

- hetzij op grond van een rechterlijke beslissing waarin uitdrukkelijk is vermeld dat de huisvesting van die kinderen gelijkmatig is verdeeld over beide belastingplichtigen.

Naar aanleiding van deze wijziging werd de circulaire Ci.RH.331/598.621 (AOIF 37/2010) van 26 april 2010 uitgevaardigd. Deze circulaire stelt als algemene regel op aan alle ambtenaren:

In dat geval worden de toeslagen bedoeld in artikel 132, eerste lid, 1° tot 5°, waarop die kinderen recht geven, en die worden vastgesteld ongeacht of er al dan niet andere kinderen zijn in het gezin waarvan ze deel uitmaken, voor de helft toegekend aan elk van de belastingplichtigen.

Art. 14 De fiscale co-ouderschapsregeling die is opgenomen in art. 132bis, WIB 92, is slechts van toepassing voor zover de ouders gezamenlijk het ouderlijke gezag over hun gemeenschappelijke kinderen uitoefenen.

Een afschrift van de rechterlijke beslissing of de overeenkomst bedoeld in het eerste lid, moet ter beschikking van de administratie worden gehouden zolang minstens één van de kinderen waarover het ouderlijk gezag gezamenlijk wordt uitgeoefend en waarvan de huisvesting gelijkmatig is verdeeld, recht geeft op de in dit artikel bedoelde toeslagen.

Art. 17 De fiscale co-ouderschapsregeling is van toepassing voor de hierboven bedoelde gemeenschappelijke kinderen wanneer de volgende voorwaarden vervuld zijn:  de ouders maken geen deel uit van hetzelfde gezin (zie nr. 18);  de huisvesting van de kinderen is gelijkmatig verdeeld over de ouders op grond van een overeenkomst of een rechterlijke beslissing die voldoet aan een aantal voorwaarden (zie nrs. 19 tot 23);  geen van de ouders trekt voor die kinderen onderhoudsuitkeringen als bedoeld in art. 104, 1°, WIB 92 af (zie nr. 34).

Dit artikel is slechts van toepassing indien uiterlijk op 1 januari van het aanslagjaar de in het eerste lid bedoelde overeenkomst is geregistreerd of gehomologeerd of de in het eerste lid bedoelde rechterlijke beslissing is genomen.

Art. 19 De gelijkmatig verdeelde huisvesting moet blijken:  ofwel uit een geregistreerde of door een rechter gehomologeerde overeenkomst;  ofwel uit een rechterlijke beslissing.

Dit artikel is niet van toepassing op de in de eerste lid bedoelde toeslagen met betrekking tot een kind waarvoor onderhoudsuitkeringen als bedoeld in artikel 104, 1°, worden afgetrokken door één van de hierboven bedoelde belastingplichtigen.”

Art. 20 De overeenkomst of de rechterlijke beslissing moet uitdrukkelijk vermelden dat de huisvesting van de kinderen gelijkmatig is verdeeld. Die voorwaarde is ingevoerd om te vermijden dat de taxatieambtenaren

In het geval bedoeld in het eerste lid wordt de in artikel 132, eerste lid, 6° bedoelde toeslag, voor de helft toegekend aan de belastingplichtige die geen aftrek vraagt van de uitgaven voor kinderoppas bedoeld in artikel 104, 7°.

info@law 2011 i november-december

27


moeten oordelen of een tussen de ouders overeengekomen verblijfsregeling al dan niet als een gelijkmatig verdeelde huisvesting kan worden beschouwd (Kamer, 2006-2007, doc 51 2760/001, blz. 169). Art. 21 In geval van een gelijkmatig verdeelde huisvesting die blijkt uit een overeenkomst, moet bovendien uitdrukkelijk in de overeenkomst zijn vermeld dat de belastingplichtigen bereid zijn om, voor de kinderen voor wie een gelijkmatig verdeelde huisvesting van toepassing is, de toeslagen op de belastingvrije som voor kinderen ten laste te delen. Art. 22 Op 1.1.2008 bestaande gehomologeerde of geregistreerde overeenkomsten die de in nr. 21 bedoelde verplichte fiscale clausule bevatten, maar waarin de term ”(verblijfs)coouderschap”, “gedeeld hoederecht” of “bilocatie” wordt gebruikt in plaats van het recent ingevoerde begrip “gelijkmatig verdeelde huisvesting” mogen voor de gewijzigde fiscale co-ouderschapsregeling als geldig verantwoordingsstuk worden overgelegd. Hetzelfde geldt voor de bestaande rechterlijke beslissingen waarin sprake is van een “coouderschapsregeling”, een “regeling gedeeld hoederecht” of “bilocatie”. Tengevolge van bovenstaande worden heel wat rechtzoekenden geconfronteerd met beslissingen van de Administratie welke systematisch de toepassing van het gedeeld fiscaal voordeel overeenkomstig artikel 132bis WIB92 verwerpen wanneer een van de ouders zich hiertegen verzet en dit omwille van de hiernavolgende overwegingen: “Overeenkomstig art.132bis, eerste lid, WIB ‘92 is de verdeling van de toeslagen op de belastingvrije som voor kinderen ten laste over beide inzonderheid afhankelijk van de voorwaarde dat in een (geregistreerde of door een rechter gehomologeerde) overeenkomst of 28

rechterlijke beslissing “uitdrukkelijk is vermeld dat de huisvesting van die kinderen gelijkmatig is verdeeld” over beide ouders.

geregistreerde of gehomologeerde overeenkomst of van de rechterlijke beslissing is vermeld, moet art. 132 WIB ‘92 niet worden toegepast.

Uit de Memorie van toelichting bij het wetsontwerp dat tot de W 27.12.2006 houdende diverse bepalingen (I) heeft geleid, blijkt dat die voorwaarde is ingevoerd “om te vermijden dat ambtenaren moeten oordelen of een tussen de ouders overeengekomen verblijfsregeling wel als gelijkmatig verdeelde huisvesting kan worden beschouwd” (Kamer, doc 51 2760/001, blz 169).

Het is immers niet aan de taxatieambtenaar om te oordelen of een door de ouders overeengekomen of door de rechter opgelegde verblijfsregeling voor de kinderen als een gelijkmatig verdeelde huisvesting kan worden beschouwd.”

Op die voorwaarde voorziet diezelfde Memorie slechts één uitzondering, nl. bestaande gehomologeerde of geregistreerde overeenkomsten en rechterlijke beslissingen “waarin de term (verblijfs)co-ouderschap, gedeeld hoederecht of bilocatie wordt gebruikt in plaats van het recent ingevoerde begrip gelijkmatig verdeelde huisvesting”. Die overeenkomsten en beslissingen “kunnen voor de gewijzigde fiscale coouderschapsregeling (eveneens) als geldig verantwoordingsstuk worden voorgelegd” (Kamer, doc 51 2760/001, blz 169). Uit samenlezing van art. 132bis, eerste lid, WIB ‘92 en bovenvermelde verduidelijkingen in de Memorie van toelichting kan worden besloten dat de wetgever de toepassing van art. 132 bis WIB ‘92 heeft willen voorbehouden voor overeenkomsten en rechterlijke beslissingen waarin het begrip “gelijkmatig verdeelde huisvesting” expliciet is vermeld, met dien verstande dat voor de (op 1.1.2008) reeds bestaande overeenkomsten en beslissingen ook de termen “(verblijfs) co-ouderschap”, “gedeeld hoederecht” en “bilocatie” in aanmerking mogen worden genomen. Aangezien de andere ouder het fiscaal co-ouderschap betwist, dienen wij aldus art. 132 WIB ‘92 strikt te gaan interpreteren. Aangezien het begrip “gelijkmatig verdeelde huisvesting’ niet uitdrukkelijk in de tekst van de

info@law 2011 i november-december

Dergelijke visie tart werkelijk alle verbeelding maar is nu eenmaal de realiteit en geeft aanleiding tot aanzienlijke problemen ingeval één van de ouders de toepassing van artikel 132bis van het Wetboek van Inkomstenbelasting weigert en de andere ouder een vonnis bezit welke niet uitdrukkelijk de vermelding “gelijkmatig verdeelde huisvesting” bevat. Deze al te strakke zienswijze zal voor de rechtzoekende welke reeds een bestaande overeenkomst of rechterlijke uitspraak bezit, doch welke niet aan bovenstaande voorwaarde voldoet, aanleiding geven tot bijkomende kosten tengevolge van het indienen van bezwaarschriften en het voeren van fiscale procedures, maar het zal eveneens een bijkomende belasting voor de rechtbanken uitmaken. Aldus zal de magistratuur in deze eveneens overbelast worden met bijkomende procedures waarin dient geoordeeld te worden ten aanzien van de strakke standpunten van de Administratie maar wellicht ook met het opstellen van verbeterende vonnissen in functie van de einduitspraak met betrekking tot de administratieve discussie. Gebruik dus als advocaat, magistraat, notaris steeds de termen “gelijkmatig verdeelde huisvesting” en dit met uitsluiting van elke andere terminologie, zoals bilocatie, week-weekregeling, alternerend verblijf edm., wil men toekomstige fiscale problemen voor de rechtzoekenden vermijden. • stephanie laleeuw Advocaat


iCt-recht

WORD-TIPS VOOR JURISTEN E E N B r I E f M A k E N I N wo r d E N V E rsT u r E N I N o u T lo o k De mogelijkheden die Outlook biedt om teksten aan te maken zijn heel wat minder dan de mogelijkheden die Word biedt. Zo beschik je niet over de modellen, modelalinea’s, modelbrieven en dergelijke meer die Word biedt. In Outlook 2003 werd de teksteditor gebruikt van Word. Dit betekende concreet dat alle mogelijkheden van Word gewoonweg in Outlook aanwezig waren. In Word 2007 is dit totaal losgekoppeld. Dit leek onbegrijpelijk tot wanneer we opnieuw naar de mogelijkheden kijken die Word 2007 biedt. Het is namelijk zeer eenvoudig om een brief die gemaakt is in word door te sturen via outlook

Hoe doe je dit? Maak gewoon uw Worddocument of ander Microsoft-document. Nadat je jouw document gemaakt hebt, spaar je het best op in het dossier. Hierbij is het steeds nuttig om onder handtekening in een zeer klein lettertype (8 punten) of na de betreft, de bestandlocatie van het document in te geven. Dit kan natuurlijk pas nadat je het document eerst hebt opgeslagen. Om het document nu te verzenden duw je op de ronde knop links bovenaan, zijnde de zogeheten Outlook 2007 besturingsknop waarin het icoontje van Microsoft staat bestaande uit 4 vierkantjes in verschillende kleuren. Je zal zien dat één van de laatste opties verzenden is. Wanneer je duwt op verzenden krijg je verschillende mogelijkheden. De eerste mogelijkheid is de rechtstreekse verzending van dit document als email. Je kan ook van het document een pdf maken en deze als pdf doorsturen. Dit biedt het voordeel dat de bestemmeling het document niet kan wijzigen en dat de bestemmeling het document ook kan lezen wanneer deze niet beschikt over Word.

Het feit dat het document niet kan gewijzigd worden via pdf is eigenlijk een vals argument. Met heel wat middeltjes kan men een standaard pdf-document toch wijzigen. Weliswaar kan een pdf dan weer met andere programma’s of tools beveiligd worden tegen wijzigingen en ook andere beperkingen, eigenschappen of uitbreidingen toekennen. De ene pdf is inderdaad de andere niet. Wanneer je op die manier een testdocument hebt aangemaakt en op de verzendknop duwt, zal je onmiddellijk zien dat Outlook gestart wordt en een standaardvenster weergeeft waarin je de bestemmeling van de email kan weergeven en waarbij jouw Worddocument of bijvoorbeeld Excel-document onmiddellijk wordt vermeld als bijlage in dit document. Je hoeft alleen nu nog het e-mailadres in te geven en een korte tekst. Gebruik je een andere e-mail account dan kan je dit perfect instellen zodat je ook op andere wijze en met andere programma’s dan Outlook kan verzenden vanuit Word. oP wElkE MANIEr kAN jE oP EEN docuMENT dE B EsTA N d s lo c AT I E V E r M E l d E N? Bij heel wat juridische documenten is het nuttig om ergens onderaan of bovenaan de pagina dan wel in de kop of voettekst de plaats te vermelden waar je dit document op jouw computer of netwerk hebt opgeslagen, zodat je het later gemakkelijk kan terugvinden op basis van uw papierendocument alwaar je dan steeds de bestandslocatie kan kezen. Je doet dit door bovenaan i.p.v. het startblad Start te kiezen voor het Tabblad invoegen.

info@law 2011 i november-december

29


In dit tabblad in de voorlaatste kolom vind je bovenaan snel onderdelen. Hierin kan je kiezen voor de 2de mogelijkheid, zijnde veld. Hierna krijg je een scherm waarin bovenaan links staat categorieën en hieronder veldnamen. De knop categorieën laat je ofwel onberoerd, ofwel kies je voor documentgegevens. Wanneer je kiest voor documentgegevens krijg je heel wat minder mogelijkheden in het volgende vak veldnamen. Wanneer je niet gekozen hebt voor documentgegevens zal je iets verder dienen te scrollen tot wanneer je de mogelijkheid ziet “filename”. Op welke manier je er ook aan geraakt, het is de bedoeling dat je “filename” selecteert. Hierna krijg je de gelegenheid om bij opmaak te kiezen. Standaard stel ik voor om te kiezen voor kleine letters. Dit is de derde keuzemogelijkheid. Uiterst rechts zie je nu de mogelijkheid veldopties. Hier staat een vakje leeg wat niet aangekruist is. Kruis het vakje veldopties aan naast de tekst “pad aan bestandsnaam toevoegen” en kies op “Ok”. Op de plaats waar jouw cursor stond op het ogenblik dat je deze bewerking uitvoerde komt er nu de bestandsnaam.

Op die manier wordt het document opgespaard voorzien van de naam van de naam van de locatie op onze computers. Dit kan vooral handig zijn wanneer we dit document opnieuw in onze handen krijgen. Au To c o r r Ec T I Es Autocorrecties dienen eigenlijk om vaak verkeerd gespelde woorden automatisch te verbeteren. Standaard heeft Word een aantal autocorrecties ingebouwd. Je kan deze autocorrecties onbeperkt uitbreiden. Zo kan je bv. • “dmv” laten vervangen door “d.m.v.” • “electriciteit” door “elektriciteit” • “terzake” door “ ter zake” • “BW” door “B.W.” let wel indien je dan een cliënt hebt met de naam “Bwana” zal er steeds “B.W.ana” verschijnen.

$iban$ voor jouw IBANcode $tel$ voor jouw telefoonnummer $OR$ voor jouw ondernemingsnummer We kunnen nog veel verder gaan en hier hele stukken tekst met zelfs tekstopmaak mee maken. Voorbeelden: $ovbh$ jouw standaard zin “Onder voorbehoud van alle recht en middel en zonder…” $dis$ kan gebruikt maken om een standaarddispositief in een conclusie aan te maken $729$ voor een standaardalinea inhoudende tussenkomstmelding aan de rechtbank $opv$ voor een standaardalinea ter opvolging van een confrater

Maar je kan ook veel verder gaan.

$oeps$ voor een standaardalinea wanneer je zelf opgevolgd wordt

Hoe vaak heb je je rekeningnummer nodig, je derdenrekening, je IBANcode.

$rap$ voor een alinea ter herinnering tot betaling van je erelonen

Welnu deze gegevens kunnen we eveneens met autocorrecties in onze teksten voegen.

$CG$ voor de afsluiting “met confraternele groeten”

Selecteer deze tekst even en verklein het lettertype. Dit kan je doen door ofwel terug te keren naar het tabblad start en daar te kiezen op lettertype, dan wel door onmiddellijk na het selecteren op de lichte balk te klikken die verschijnt en daar het lettertype te verkleinen. Standaard voor de bestandsnaam stellen wij 8 punten voor.

Hiervoor hebben we eerst een eenvoudig stukje tekst nodig dat nooit of te nimmer in één of andere context gebruikt kan worden in onze teksten. We lossen dit op door het begin van ons tekstje te laten beginnen met (bijvoorbeeld) een dollar teken en te laten eindigen met een dollarteken.

Vergeet niet om hierna op de knop bewaren te duwen.

Stel dat uw bankrekening 123-123456789 is. Welnu dan kan je de autocorrectie $R$ (“R” kan je zelf kiezen en staat hier voor rekening nummer”. Eens ingesteld zal je telkens je in Word de tekst $R$ ingeeft je rekeningnummer krijgen.

30

Andere voorbeelden die je kan aanmaken:

Een paar voorbeelden:

info@law 2011 i november-december

De mogelijkheden zijn eindeloos en je kan zelfs hele bladzijden tekst en modellen, fragmenten of modelalinea’s aanmaken. De werkwijze verschilt lichtelijk volgens de versie van de tekstverwerker. Heb je hulp nodig stel dan de vraag in de helpfunctie van je tekstverwerker (bijvoorbeeld via F1)

E E N Au To co r r Ec T I E A A N M A k E N I N o f f I c E 2007 Om een autocorrectie te maken, maak je eerst in het programma waarin je de autocorrectie wil invoegen (en dit afzonderlijk te gebeuren per computer en per programma) een selectie van het tekstfragment. Maak dus het tekstfragment in een leeg venster van Outlook door bijvoorbeeld een mail naar jezelf te sturen. Selecteer de tekst. In deze tekst


kunnen er zelfs afbeeldingen zitten. Duw op ctrl+c van kopie.

Advocaat Elfri De Neve is afgestudeerd in 1983 aan de VUB te Brussel als licentiaat in het recht, waarna hij als advocaat startte in Oudenaarde. Het kantoor heeft momenteel verschillende interne en 20 externe medewerkers. Hij is gespecialiseerd in o.a. betalingsverkeer, consumentenkrediet en schuldbemiddeling en won verschillende grote processen inzake deze materie. Hij heeft meer dan 25 jaar ervaring in beslagrecht en schrikt er niet voor terug om zelfs tegen de machtigsten hard op te treden en heilige huisjes in te stampen, zoals het blootleggen van de machinaties van kredietgevers, en elke dag opnieuw in alle onafhankelijkheid het belang van de burger te verdedigen. Van tal van zijn spectaculaire zaken werden de vonnissen gepubliceerd in de vakpers, waarin hij de verdediging opnam tegen de banken waardoor hij de financiële sector op zijn kop zette. De laatste jaren ontpopte advocaat De Neve zich als mediafiguur in diverse tijdschriften, radio en TV. Maar hij is vooral bekend als auteur van de gekende site www.elfri.be, de grootste open juridische site van het land met een antwoord op bijna alle juridische vragen en met dagelijkse updates.

de gerechtsdeurwaarder en uw schuldeisers het beslagrecht ontmaskerd Elfri DE NEVE

Elfri De Neve

U zag hem in het VT4 programma “ rekeningen in het rood ”, samen met mental coach Greet Dyckmans.

Uw rechten tegenover

Het scherm bestaat nu uit een linker- en rechterkolom. Kies hier voor controle en kies rechts bovenaan voor autocorrectie opties. De tekst die u nu zo pas heeft geselecteerd verschijnt in een venstertje vlak voor het lichtblauw balkje onder het woord “door”. De cursor staat te pinken in het vak “vervang”.

Advocaat Elfri De Neve

Uw rechten tegenover de gerechtsdeurwaarder en uw schuldeisers: het beslagrecht ontmaskerd

Ga nu naar de ronde knop linksbovenaan (zijnde de Microsoft ronde besturingsknop) maak nu met uw muis een diagonaal over het scherm zodat u rechtsonderaan eindigt bij editoropties.

1

DEEL

1

10-85750-00-E-K RECHTSMIDD.indd 1

Hier geef je dan de code in die je gekozen hebt beginnend met een $ en eindigend met $teken. Eens je dit hebt ingegeven duw je op enter ofwel op de knop toevoegen. Voor een oefening gebruik je misschien gemakkelijkheidhalve $test$. Nadien kan je dit gerust verwijderen. Duw nu op Ok en dan nogmaals op OK en de autocorrectie is gemaakt.

13/09/10 10:57

Deze tweedelige uitgave bevat enerzijds alle van toepassing zijnde wetgeving en praktische informatie over het beslagrecht en anderzijds handige modellen die u kan gebruiken in tal van procedures. Deze modellen kan u rechtstreeks downloaden van de internetapplicatie. Prijs: Deel 1: 19,95 € Deel 2: 49,95 € Bestel deel 1 en 2 vóór 31 oktober en u krijgt 10% korting op de beide delen, plus gratis toegang tot de internetapplicatie. Uitgeverij UGA U kan ook online bestellen op

T: 056 36 32 11 - F: 056 35 60 96 www.uga.be

Op gelijkaardige wijze maak je dan jouw autocorrectie in “Word 2007”.

Tip: maak eerst een document waarin je al jouw autocorrecties opneemt. Bewaar deze lijst en maak dan jouw autocorrecties aan op basis van dit document telkens door de stukjes tekst te selecteren. Dit document kan je dan doorgeven aan jouw medewerkers of secretariaat die dan op hun PC dezelfde autocorrecties kunnen doorvoeren. Tip: Heeft de autocorrectie een bewerking gedaan die u niet bevalt, dan kan je deze automatische correctie zeer eenvoudig ongedaan maken door Ctrl Z in te duwen. De automatische correctie verdwijnt dan en uw eigen getypte ingave verschijnt opnieuw. Meer info over autocorrecties zie http://www.elfri.be/node/5718. Op deze webpagina vind je links met korte lesjes, instructiefilmpjes, autocorrecties in andere programma’s, exporteren, importeren en overzetten van autocorrecties en tal van andere tips. •

www.lindersbrussels.be www.lindersbrussels.be bvba linders quality toga’s & uniforms sprl A. Dansaertstraat 84 Rue A. Dansaert • 1000 Brussel-Bruxelles • België-Belgique

bvba linders quality toga’s & uniforms sprl A. Dansaertstraat 84 Rue A. Dansaert • 1000 Brussel-Bruxelles • België-Bel info@law 2011 i november-december

31


DICTEERT U NOG ANALOOG?

Van analoog naar digitaal dicteren is een eenvoudige omschakeling. Digitale dicteeroplossingen van Philips bieden in vergelijking met analoge, op cassette gebaseerde dicteerapparaten een hele reeks aan voordelen en kunnen naadloos in uw bestaande ondernemingsworkflow geïntegreerd worden. Interesse? Contacteer ons om uw inruilkorting te kennen*. *Aanbod geldig tot 31/12/2011

Contactinfo • Tel: 0475 58 59 84 • email: info@e-deo.be • www.e-deo.be

321 PHIL_e-deo_adv.indd

info@law 2011 i november-december

28/09/11 10:25


Prikbord

U zoekt wat u niet vindt?

Prik hier uw memo en bereik duizenden mensen uit de juridische wereld. Voor meer info over het plaatsen van een oproep of advertentie stuurt u best een email naar magazine@uga.be met vermelding “MEMO”.

Memo! iNFO tijdschrift voor de

rechtspracticus.

Advocatenkantoor Van Eeckhaut & Van Eeckhaut zoekt: voltijds of part-time stagiair regio Gent Mathias Gesweinstraat 44, 9000 GENT T 09/225.33.52 of email naar jan.vaneeckhaut@advocaten-gent.be

gEzocHT! Foto’s van gerechtsgebouwen, zittingszalen, magistraten, advocaten, griffiers, liefst in toga, dan wel abstracte foto’s met justitie als thema. Mail naar elfri@elfri.be

lees nu uw wetboek op uw Ipad of Ipod Meer info: www.elfri.be\node\5966 of http://tinyurl.com/42el73g

stagiair gezocht Reageren via …

Bibliotheek juridische boeken omvangrijk … Reageren via …

Ik zoek een stageplaats Reageren via …

u zoekt een nieuwe uitdaging. u bent advocaat met 3 jaar balie-ervaring. Reageren via …

Medewerker gezocht voor middelgroot kantoor, goede verdienste. Reageren via …

Advocaat 9 jaar ervaring zoekt werk in een advocatenkantoor regio gent, Antwerpen, … Reageren via …

info@law 2011 i november-december

33


Toonaangevende uitgeverij inzake wetgeving welzijn op het werk, milieu & verkeer. Gespecialiseerd in diverse takken van het recht.

www.uga.be

www.continuga.be

De specialist in al uw drukwerk.

34

info@law 2011 i november-december


CO

2

132g/km ofwel 13%

Als u zich met de wagen naar buiten begeeft, hoeft u niet buiten bereik te zijn. Daarom hebben we van de nieuwe Audi A6 Avant een rijdende hotspot gemaakt door hem optioneel met een Wi-Fi-verbinding uit te rusten. Hier kan u tot 8 toestellen op aansluiten zodat u op elk moment de laatste nieuws- of weerberichten of zelfs Google Earth info kan binnenhalen via het MMI-systeem. Zo bent u altijd mee in deze snelle wereld.

De nieuwe Audi A6 Avant met Audi ultra lichtgewicht technologie.

Milieu-informatie (KB 19/03/2004): www.audi.be Getoond model met opties.

5,0 - 8,2 L/100 KM â—† 132 - 190 G CO2/KM. info@law 2011 i november-december 0190_A6_Lease_297x210_ss_prix_NL.indd 1

35 19/09/11 15:15


iNFO tijdschrift voor de rechtspracticus.

36

info@law 2011 i juli-augustus


info@Law 2