Issuu on Google+

#7

iNFO Tweemaandelijks tijdschrift 2e jaargang september-oktober 2012

Tijdschrift voor de rechtspracticus.

Advocaat met een linkerhart Csr ingekort wCo en gelijkheid wCo en redelijkheid ondertekening vonnis onbruikbare stukken na bemiddeling Huuropzeg voor eigen betrekking zonder bewoning Arbeidsrelatie en geweld Sollicitatie en privacy opzet in strafrecht

I


De vraag van advocaten is ... Wie is geloofwaardig om mijn financiĂŤle situatie grondig te bespreken?

Tja, Dat is een vraag voor Bank J.Van Breda & CËš.

U bent welkom voor een persoonlijk gesprek en een gespecialiseerd antwoord. Bel ons op 03 217 53 33 of kijk op www.bankvanbreda.be/contact

Enkel voor ondernemers en vrije beroepen 2

info@law 2012 i september-oktober

BVB-Concept-adv-advocaten.indd 1

14/03/12 10:40


CoLoFoN Info@law Tijdschrift voor de rechtspracticus. Info@law is een juridisch tijdschrift dat zich richt tot advocaten en de praktijkjurist in het algemeen. Periodiciteit Info@law verschijnt 6 maal per jaar, namelijk in de maanden september, november, januari, maart, mei en juli. Hoofdredactie Elfri DE NEVE Eindredactie Elfri DE NEVE Redactieadres Stationsstraat 29 9700 Oudenaarde elfri@elfri.be Verantwoordelijke Uitgever Erik-Frederik VAN EECKHAUT Uitgeverij UGA Stijn Streuvelslaan 73, 8501 Heule. druk en prepress Continuga NV Stijn Streuvelslaan 73, 8501 Heule. www.continuga.be sales@continuga.be Advertenties en reclame Voor meer informatie over de reclamemogelijkheden of het plaatsen van een advertentie in info@law, kan u een e-mail sturen naar magazine@uga.be D/2012/0857/58 ISSN 2034-452X Alle rechten voorbehouden. info@law wordt bij verwijzing afgekort als “i@L”

Abonnementen

De abonnementsprijs bedraagt 25 € (excl BTW) voor 1 jaar. Een abonnementsjaar loopt van 1 september tot en met 31 augustus van het daaropvolgende jaar. U ontvangt alle niet ontvangen edities van het abonnementsjaar waarin u zich abonneerde. Prijs voor een los nummer is 7€ te bestellen bij uitgeverij UGA of door een email te sturen naar magazine@uga.be U krijgt 25% korting op alle bestellingen van vastbladige boeken van UGA wanneer u zich abonneert en dit voor de duur van het abonnement, te weten 1 jaar. Het jaarabonnement op info@law kan slechts opgezegd worden door een aangetekende brief te verzenden uiterlijk voor de aanvang van de maand augustus van het jaar van editie waarvoor u zich abonneerde. Wenst u een abonnement? Stuur dan een e-mail met uw gegevens naar magazine@uga.be. De redactie, de verantwoordelijke uitgever of uitgeverij UGA, kunnen op geen enkele wijze verantwoordelijk of aansprakelijk gesteld worden voor schade die het gevolg is van het gebruik van de informatie en teksten uit info@law. Het overnemen van artikels uit info@law is alleen toegelaten met bronvermelding en na schriftelijke toestemming van de uitgever. info@law is gedrukt en verspreid op een oplage van plus minus 10.000 exemplaren per editie. Alle teksten uit info@law worden samengesteld door de redactie. Voor zover geen andere naam of bronmelding wordt weergegeven onder een bepaald artikel of tekst, is deze samengesteld door de redactie op basis van informatie op de site www.elfri.be. Het volstaat het vermelde onderwerp in te geven in de zoekrobot op www.elfri.be om doorverwezen te worden naar de van toepassing zijnde link.

3.

Colofon

4.

Voorwoord

6.

Advocaten in de kijker: Cyriel Heerman

opiniestuk

8.

De advocaat helper van de justitie?

Insolventierecht 11.

Aanvangstermijn van de aanzuiveringsregeling in de collectieve schuldenregeling.

14.

WCO gerechtelijke organisatie gedifferentieerde behandeling van schuldeisers.

17.

WCO - homologatie - reorganisatieplan en redelijkheid.

gerechtelijk recht 18.

Ondertekening van het vonnis door de rechters als geldigheidsvoorwaarde.

19.

Vertrouwelijkheidsbeginsel inzake bemiddeling.

woninghuur 23.

Huuropzeg om een goed te betrekken zonder bewoning.

Arbeidsrecht 29.

Geweld door de werkgever in de uitoefening van de arbeidsrelatie

Mensenrecht 30.

Vraagrecht en antwoordplicht van de sollicitant, privacy tijdens de sollicitatie.

strafrecht

iNFO

31.

Opzet in het strafrecht.

33.

Prikbord

Tijdschrift voor de rechtspracticus.

Info@law Uitgeverij UGA Stijn Streuvelslaan 73, 8501 Heule Tel: 056 36 32 11 Fax: 056 35 60 96 Email: publ@uga.be www.uga.be

info@law 2012 i september-oktober

3


Voorwoord September, september 2012, een nieuw gerechtelijk jaar.

De jacht is nog niet geopend. Schuchter en soms iets minder schuchter maar met grote fierheid, leggen jonge advocaten de eed af en zetten zij voor het eerst de stappen aan de balie. Velen van hen hebben geen Latijnse humaniora gevolgd, slechts enkelen kennen de klassieke retorica of hebben noties van Grieks of de Griekse gedachten. Zij hebben het recht niet gestudeerd zoals de ouderen onder ons in de enige beschikbare uitvoerige Franstalige rechtsleer maar hebben bijna uitsluitend kunnen gebruik maken van de inmiddels veel ruimere Nederlandstalige rechtsleer. De tweetaligheid van de juristen is al lang verleden tijd. Zij hebben slechts enkele uren kennis gemaakt met filosofie en de kennis van de vaderlandse geschiedenis en de wereldgeschiedenis is beperkt gebleven tot de studie van de geschiedenis van het recht vaak zonder de nodige achtergrond die in de humaniora achterwege werd gelaten. Zij hebben geen boodschap aan lange volzinnen of diepzinnige overwegingen. Zij hebben hun studies in een beschermd elitair milieu aan de universiteiten verworven en zullen thans kennis maken met de “echte samenleving”, vaak voor het eerst met de buik en de onderbuik van de samenleving. Of ze nu gelovig of vrijzinnig zijn, een kennis van de pijlers van de westerse cultuur beheersen zij zelden, met name de Romeinse, de Griekse, de Joodse, de christelijke en de Germaanse pijlers naast de verworvenheden van de renaissance, de verlichting en de daaruit volgende stromingen die finaal ons recht hebben gekneed. Hun ouders hebben de oorlog niet meegemaakt. De oorlog is voor hen veraf en vragen zoals hoe het recht tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog bedreven werd op het Belgisch grondgebied, een verloren en verborgen kennis, zijn aan hen niet besteed. En de oudere advocaat fronst de wenkbrauwen. Beschikken deze jonge wolven over een voldoende basis en de nodige mensenkennis in de komende jaren te verwerven om een rijpere jurist te worden? Zij vergissen zich. De grijze wolven zijn vergeten in welke onbegrijpelijke taal het recht ex cathedra vaak werd gereciteerd waarbij ze wanhopig op zoek dienden te gaan naar enige draad in de leerstof. De oudere juristen kregen in de kandidaturen een opleiding samen met de letteren en wijsbegeerte en wanneer de later de kandidaturen gescheiden werden, bleven heel wat vakken in de kandidaturen een algemene kennisbasis vormen. Hierna werd het recht in de licenties plots een blokgeheel met regeltjes en opsommingen, waarna de grijze wolven van vandaag als hulpeloze schapen hun weg zochten aan de balie om zich daar te conformiseren en het recht aan te leren zoals het in de praktijk werd bedreven en hen werd voorgedaan door hun patron. Maar de jonge wolven van vandaag die de eed afleggen zijn eerder een soort ingenieurs van het recht geworden al dan niet terecht gespeend van overtollige ballast, waarbij het recht veel meer dan vroeger op een pedagogisch verantwoorde wijze werd aangeleerd. Het volstaat voor de oudere jurist de nieuwe handboeken recht die gebruikt worden aan de universiteiten even open te slaan. We doen dit te weinig. Maar wanneer we dit doen worden we verrast door de heldere taal, de aangename schrijfstijl, een openbaring als het ware. 4

info@law 2012 i september-oktober

Net zoals het Hof van Cassatie vandaag in een totaal andere schrijfstijl haar arresten formuleert, zo ook is de taal van de studie gewijzigd, in eenvoudige krachtige zinnen die de lezer en de student boeien en tot nadenken aanzetten. Aan deze jonge advocaten is de “leuke boodschap” medegedeeld en ingeprent dat hun studie niet beëindigd is maar pas begonnen en zij levenslang aan hun kennis en zichzelf zullen dienen te schaven om een goed en waardig advocaat, jurist, gerechtsdeurwaarder, notaris of magistraat te worden. Zij zullen de lacunes in hun opleiding op hun eigen wijze dienen in te vullen, hun talen verder bijschaven, hun culturele bagage verder verrijken, de samenleving verkennen en leren kennen als een queste. Zij zullen hun zintuigen de kost geven, maar ook vaak net zoals Odyseus, hun zintuigen afstoppen en zich vastbinden aan de mast om niet tegen de klippen te slaan door de lok van de sirenen die hen van het rechte pad en goede vaart, de rechtvaardige vaart, willen afwijken. Zij worden de nieuwe strijders binnen deze maatschappij van het recht van en voor het recht en met als enig wapen het recht, hun kennis en de kennis van de mens. Zij zullen vaak ontgoocheld worden, zeker wanneer zij de oplossing van een probleem van hun cliënt niet in het recht kunnen vinden. Zij zullen leren dat frustratie de bron van elke inspiratie is maar dat inspiratie steeds dient afgetoetst te worden aan wettelijkheid en rechtvaardigheid. Met vallen en opstaan zullen zij leren dat het bedrijven van het recht geen eenvoudige weg is, een weg met vele omwegen en zijwegen en vaak doodlopende of gevaarlijke stegen en dat geluk soms belangrijker is dan gelijk. En wanneer zij in hun eerste contacten met hun cliënten zullen proberen het probleem van de cliënt op te lossen, zullen zij als het ware een splinter uit het oog van de cliënt trachten te halen terwijl ze zelf zullen vaststellen dat ze terzelfdertijd een balk uit hun eigen oog halen om op die manier zelf meer mens, meer jurist, rechtvaardiger en gelukkiger te worden. De redactie van dit tijdschrift heet u allen welkom met open armen. Wij hebben jullie nodig, jullie generatie, deze nieuwe generatie, vlak voor het nieuwe jachtseizoen in deze nieuwe tijden.

• Elfri de Neve Advocaat - Hoofdredacteur Augustus 2012


Advocatenkantoor Elfri de Neve presenteert Uw wetboeken lezen op uw iPad, iPhone, iTouch, Smartphone. Voor wie?

Beschikbare titels, tot op heden:

Ideaal zo niet onmisbaar, voor alle burgers die geïnformeerd willen zijn, advocaten, gerechtsdeurwaarders, notarissen, magistraten, landmeters, vastgoedmakelaars, overheden, fiscalisten accountants, vermogensplanners, adviseurs, bedrijfsjuristen, arbiters, pers, studenten.

• Wetboek van vennootschappen e-book: downloaden: www.elfri.be/node/6003 • Burgerlijk wetboek e-book : downloaden: www.elfri.be/node/5997 • Gerechtelijk wetboek e-book: downloaden: www.elfri.be/node/5998

Voor wie meer uitleg wil hoe je een e-book kan lezen en gebruiken:

• Strafwetboek e-book : downloaden: www.elfri.be/node/6000

wanneer u dit e-book aankoopt, kan u dit wetboek lezen op uw e-reader, iPhone, iPad, iTouch, Blackberry, Android, PC, Laptop

• Wetboek van strafvordering e-book: downloaden: www.elfri.be/node/6001 • Grondwet e-book: downloaden: www. elfri.be/node/5999 • Boswetboek e-book : downloaden: www.elfri.be/node/5996 • Waalse huisvestingscode: downloaden: www.elfri.be/node/6002 • Handelsagentuurwet: downloaden: www.elfri.be/node/7036 • WMPC: downloaden: www.elfri.be/node/7042 Wenst u een bepaald nog niet gepubliceerd wetboek te bekomen in e-books formaat met de nodige instructies waardoor u zoals in een boek op uw iPad of andere mobiel toestel elk wetboek kan lezen, stuur dan een e-mail met de gewenste wetboeken naar elfri@elfri.be Kostprijs standaardwetboeken: 10 euro per wetboek Kostprijs wetboeken op maat: 25 euro per wetboek.

U heeft aldus dit wetboek steeds in handbereik. U hoeft er nooit meer naar te zoeken en neemt het overal mee, zonder dat het plaats inneemt. Het komt gewoon lokaal te staan op uw mobiel toestel en zelfs op plaatsen zonder internetverbinding, raadpleegt u het boek waar en wanneer u wil … op de rechtbank, tijdens vergaderingen, gewoon thuis, op reis. U kan uw collectie aanvullen met de overige wetboeken en andere boeken die wij op onze site aanbieden. U bladert in het wetboek op uw mobiel toestel alsof het een boek is. Maar u kan dit ook op uw PC via verschillende gratis programma’s zoals Calibre.

Meer info en downloadsite: http://www@elfri.be/node/5966

Hoe zet u epub boeken over naar uw mobiel toestel? Er zijn veel mogelijkheden: • U kan vooreerst het e-book aanschaffen via uw mobiel toestel waardoor het onmiddellijk lokaal komt te staan en u over alle mogelijkheden beschikt om het te plaatsen in de e-book reader van uw keuze die meestal (zo niet bijna steeds) vooraf geïnstalleerd is op uw mobiel toestel (vb. iBooks maar er zijn er tientallen andere). • Voor de Apple producten kan je handig werken via iTunes: Selecteer de EPUB in de Explorer/ Verkenner (Windows) en sleep of verplaats ze naar iTunes. Ze komen dan automatisch onder het tabje “Library->Books” te staan. Selecteer vervolgens in iTunes je mobiel toestel en selecteer de tab “Books”. Check nu of er een vinkje bij “Sync Books” staat. Selecteer vervolgens “All Books” radiobutton. Druk tot slot op “Sync”. Hierna zie je binnen iBooks je boeken staan. • De eenvoudigste oplossing is dat u uw aangekochte e-book verstuurt per e-mail als bijlage naar uw mailadres dat u kan openen met uw mobiel toestel. Heeft u geen toegang tot uw e-mail via uw mobiel toestel, maak dan een hotmail of gmail-adres aan (Waarbij u dan de mailbox opent met de internetbrowser op uw mobiel toestel.) Open nu de bijlage op uw mobiel toestel en kies voor opslaan. U krijgt dan de keuze om het e-book op te slaan in uw e-reader van uw keuze (bv. ibooks). Vanaf nu kan je zelfs zonder nog verbonden te zijn met internet steeds al uw aangekochte boeken lezen.

Nieuw: nu ook modellen beschikbaar op de site http://www@elfri.be/documenten Nieuw: onze diensten aan advocaten en juridische beroepen http://www@elfri.be/node/7377 info@law 2012 i september-oktober

5


AdVoCAAT IN dE

kijkEr Advocaat met een linkerhart Cyriel Heerman, advocaat

Latijnse in kwestig college, en die zich een beetje als mentor opstelde over hem, daar hij misdienaar was van 1937 tot 1941 in Sint Martens Lierde. - Cyriel Heerman genoot voor gans de duur van zijn middelbaar onderwijs van een studiebeurs van het zgz Fonds der Meestbegaafden, na gelukt te zijn in een desbetreffend arrondissementsexamen in Oudenaarde. - Na zijn retorica trok hij naar de Rijksuniversiteit te Gent vanaf okt. 1947 en promoveerde als Dokter in de Rechten op 7 juli 1952.

Meester Cyriel HEERMAN, advocaat te 9700 oudenaarde er kantoor houdende aan de Einestraat 34, is geboren op 2 mei 1929 (met een dag vertraging omdat zijn moeder niet wilde werken op 1 mei (toen reeds) te sint Martens Lierde (thans na fusie met 3 omliggende gemeenten LIErdE geworden)

- Hij volgde lagere school aan de gemeenteschool van Sint Martens Lierde, thans Lierde. - Op 12-jarige leeftijd studeerde hij dan verder vanaf de zesde Latijnse aan het Sint Catharina College te Geraardsbergen, van 1941 tot 1947, jaar waarin hij promoveerde in de Retorica. - Zijn keuze voor de oude humaniora was zeer sterk beïnvloed door de toenmalige onderpastoor van Sint Martens Lierde, E.H. Daem, die titularis-lesgever was van de vijfde 6

- Einde september 1952, verwierf hij bij middel van een enige proef ( wat toen nog kon) het licentiaat Notariaat aan de zelfde Rijksuniversiteit te Gent. Terloops wil hij hier bijzondere dank betuigen aan de heer notaris Robert RENS met standplaats te Geraardsbergen, van dewelke hij een zeer grondige voorbereiding en opleiding mocht ontvangen van circa 15 juli tot circa 15 sept. 1952 tot dit examen; dhr. Robert RENS was toen de eminente professor in notarieel recht aan de ULB te Brussel. Inmiddels heeft hij de eed afgelegd als advocaat bij het Hof van Beroep te Gent op 15 sept.1952, ( zijnde de toenmalige datum van de opening van het gerechtelijk jaar). Zijn stagemeester was wijlen dhr. Laurent MERCHIERS, advocaat bij het Hof van Beroep te Gent, doch ook gewezen Minister van Justitie en gewezen burgemeester van de Stad Gent en ook oud - professor van sociaal recht aan de Universiteit Gent. Er dient gezegd dat hij bij zijn stage een volle namiddag op elke vrijdag zijn patron zag en hem volledig kon “ benutten” voor al zijn juridische

info@law 2012 i september-oktober

problemen; voor de overige dagen van de week, deed hij eerder stage bij de echtgenote van dhr. L. Merchiers, nl. Mtr. P. HALLET , dochter van een toenmalig alomgekende gewezen Kamervoorzitter van het Hof van Beroep te Gent, hij was toen ingeschreven op de lijst van de stagiairs van de Balie te Gent. - In zijn legerdienst ( 21 maanden vanaf 1 dec. 1952 tot eind sept. 1954) was hij begonnen als KRO bij de infanterie ( opleiding in Aarlen) doch hij buisde bij het eindexamen als adjunct-officier op 6 juni 1953, doordat hij door de fysische proeven niet geraakt was. Hij kreeg dan twee maand stage als milicien op het Parket generaal van Brussel en voltrok nadien de rest van zijn legerdienst zonder taak ( dus zonder mos-nummer, zoals dit toenmaals werd genoemd) in de kazerne van Sysele bij de Transmissietroepen, m.a.w. bij de T.T.R. ( vulgo dictu genoemd “ Tracht TE RUSTEN” ). - Te noteren valt dat hij 2 à 3 avonden in de week vanaf 18.00 uur tot 22 à 23.00 uur vanuit de kazerne met de fiets naar het bureau van wijlen Mtr. V. SABBE reed in de Waalse straat te Brugge, om er zijn juridische kennis bij te werken ( een soort stage, zo men wil). Ook naar wijlen Victor Sabbe gaat er van hem een dankbare herinnering uit, zelfs verering. - Te noteren valt dat hij de laatste twee jaren van zijn Universiteitsjaren hoofdredacteur is geweest van het maandblad “ NEO HUMANISME “ het studentenblad van het LVSV (Liberaal Vlaams Studentenverbond) aan de U.G. waarin hij nogal wat nationale beroering verwierf met zijn ophefmakend hoofdartikel, luidend:


“ Ons liberalisme zal Vlaams zijn, of het zal niet zijn” ( niet dat hij een Vlaams-nationalist was, doch wel een overtuigde anti Franskiljon) lid van “’t Zal wel gaan” trouwens ). - Na de legerdienst muteerde Mtr. Heerman van de Balie van Gent naar de Balie van Oudenaarde en kreeg daar als patron, wijlen Mtr. Fernand DE BISSCHOP, de toenmalige Stafhouder, en de éminence grise van de Balie te Oudenaarde. - In oktober 1954 werd hij aangesteld als lesgever – avondschool van het Koninklijk Atheneum te Oudenaarde in de afdeling Secretariaat – Boekhouden waar hij les gaf in Handelsrecht – Burgerlijk recht – Sociale Wetgeving. Na 19 jaar heeft hij als lesgever eervol ontslag genomen en gekregen. - In 1962 werd hij voor de eerste maal gekozen als lid van de Raad van de Orde bij de Balie te Oudenaarde en sinds 1962 nog wel ettelijke keren verkozen in de Raad. - Werd nadien nog zesmaal Stafhouder van de Balie te Oudenaarde, zijnde viermaal fulltime, de eerste maal verkozen met 75 % van de stemmen en de volgende driemaal met unanimiteit van de stemmen; de vijfde en zesde maal is slechts een tijdelijke vervanging geweest van enkele maanden, zijnde de tijd die nodig was om een nieuwe Stafhouder te kiezen in vervanging van de toenmalig benoemde Magistraten als Vrederechter, zijnde de heren D. Broocorens en F. De Smet, die op het ogenblik van hun benoeming als magistraat in functie waren als Stafhouder. - In 1966 heeft hij een onderafdeling opgericht voor het arrondissement Oudenaarde - Ronse van de Nationale Vereniging voor Hulp aan Verstandelijke Gehandicapten (N.V.H.V.G.) thans anders genaamd als “ INCLUSIE VLAANDEREN”

(het klassiek type is de mongolide) waarvan hij ongeveer 30 jaar lang de Voorzitter is geweest en nadien de Ere - Voorzitter, doch nog steeds tot op heden de verslaggever van de maandelijkse vergadering van het Directie- Comité. - Midden de jaren zeventig werd hij benoemd als plaatsvervangend rechter bij de Arbeidsrechtbank te Oudenaarde, en kreeg eervol ontslag op de wettelijke voorziene leeftijd van 67 jaar, nl. in 1996. - Is nog steeds aan de Balie, doch zijn uitoefening van het beroep van advocaat beperkt zich principieel tot een cliënteel van vrienden en kennissen, en is meer dan een broodwinning, eerder een hobby geworden.

- Heeft als hobby de geschiedeniswetenschap en is fervent tegenstander en afbreker van Napoleon I, ex - keizer van Frankrijk; voor meerdere service -clubs in de streek van Oost - Vlaanderen heeft hij jarenlang voordrachten gegeven anti - Napoleon. - Het is ook zijn ( subjectieve) overtuiging dat Margaretha Van Pamel niet de dochter is van een Oudenaards dienstmeisje van Keizer Karel, doch wel de incestueuze dochter van Maria Van Hongarije, de zuster van Keizer Karel.

- Louter familiaal blijft hij voor gans zijn leven pijnlijk bedrukt door het verlies van zijn zuster Aline ( vandaar de voornaam die bij afkorting van Aline gegeven is aan zijn zoon Ali) die overleden is te Brussel in 1955, de vijfde dag na haar bevalling aan peritonitis op 24 jarige leeftijd en aan zijn eigen dochter Adinda, die overleden is in Antwerpen aan darmkanker op 38 - jarige leeftijd.

- Mtr. Heerman heeft in totaal 38 stagiairs gehad, waaronder een latere Minister, en heel wat latere magistraten. - Ideologisch, maatschappelijk en politiek is hij overtuigd links; zeer links, doch zeer tolerant; de politiek bracht hem tot gewezen SP Schepen van Financiën van de Stad Oudenaarde.

- Zijn motto is dat hij in gedachte reeds sinds zijn twintigjarige leeftijd in gemoede een dagelijkse strijd voert tussen zijn verstand en zijn hart, en het is uiteindelijk wel het hart dat het steeds haalt.

Hij was aanvankelijk lid van de liberale partij en als dusdanig is hij gedurende 4 jaar plaatsvervangend Volksvertegenwoordiger geweest van de Liberale partij van het arrondissement Oudenaarde. Sinds de liberale partij verworden werd tot P.V.V. in 1961 ( of 1962) is hij niet meegegaan in de nieuwe partij P.V.V. en is gedurende meer dan 20 jaar politiek passief gebleven, doch nooit meer lid geweest van enig segment van de liberale zuil, doch wel lid geworden van de S.P. sedert 1962.

• CYRIEL HEERMAN Oudenaarde, de 18 mei 2012

info@law 2012 i september-oktober

7


Opiniestuk

DE ADVOCAAT HELPER VAN DE JUSTITIE ? In een 60-jarige ononderbroken carrière als advocaat is er ongetwijfeld wat beleefd , doch is het ook zo dat men uitgesproken standpunten heeft gevormd over het beroep dat men heeft uitgeoefend en nog uitoefent. Vooreerst het anekdotische dat als onvergetelijk werd beleefd.

1. In 1955 (of 1956) werd Mtr. Cyriel Heerman aanzocht om de verdediging waar te nemen van twee gebroeders uit St.L.H. ( beide circa 25 jaar; de ene jonggehuwd, de andere nog vrijgezel) die moesten terechtstaan voor de correctionele rechtbank te Gent, enige rechter, voorgezeten door de heer Serck, toenmalig onder Voorzitter van de Rechtbank van eerste aanleg te Gent.

Beide gebroeders stonden terecht voor diefstal met de verzwarende omstandigheden van braak en inklimming. wAT H A d d E N z I j M I s dA A N? Op weg met de fiets naar hun werk van uit St.L.H. naar Gent, passeerden zij dagelijks omstreeks 6.00 uur in de morgen te Melle langs een bepaalde bloemkwekerij. Deze paalde aan de Steenweg, doch was rondom afgesloten met een draad op dezelfde wijze als een weide gewoonlijk werd afgesloten ( 3 draden zowat 30 à 40 cm boven elkaar) : die bloemkwekerij lag wat dieper dan de steenweg en van de draadafspanning kwam de bovenste draad ongeveer gelijk met het niveau van de steenweg.

Beide mannen stopten aan de voormelde pepinière, sprongen over de draad en grapten elk één plant mee, die ze onder de elastiek van hun bagagestoel op hun fiets meenamen. Dit was echter opgemerkt door een getuige die trouwens reeds sedert lange tijd die twee gebroeders kende, door ze reeds een paar jaar dagelijks te zien passeren op die plaats op dit uur. Het resultaat was dat wanneer de betrokkenen om 17.00 uur van hun werk terugkeerden naar huis dat zij werden tot staan gebracht door de Politie en werden geverbaliseerd en de planten uiteraard moesten teruggeven. Dit gebeurde één of twee dagen voor Moederkensdag van bewust jaar. Volgde dan de vervolging ter correctionele zitting. Op die zitting was de eigenaar van die planten opgeroepen als getuige. Toen deze getuige verklaarde onder ede dat de gezamenlijke waarde van die twee planten 50 BF bedroeg, kreeg hij een zeer stevige uitbrander van de Voorzitter, dhr. Serck, die hem verweet veel te lichtzinnig de zaak op te vatten, en alle normenbesef van schadebegroting te ontbreken. Als een geslagen hond droop die man af. Na pleidooi, werd door dhr. Serck onmiddellijk uitgesproken op de banken: nl. voor elk van beide een effectieve gevangenisstraf van 6 maand (zij hadden een blanco strafregister).

8

info@law 2012 i september-oktober


Het Openbaar Ministerie ( dhr. Meert) reageerde niet op die uitspraak, doch plots schoot dhr. Serck in woede en viel heftig uit tegen het Openbaar Ministerie en eiste als het ware dat het O.M. de onmiddellijke aanhouding moest vorderen;

De betrokkene had zich schuldig gemaakt aan diefstal van een bankbiljet van 50 Belg. fr. die hij uit de zak had gehaald van een andere jongeling die met hem en met vele anderen aanwezig was in de dancing Barabas in WortegemPetegem.

Dhr. Meert werd vuurrood, stelde zich recht, en prevelde bijna onhoorbaar dat hij de onmiddellijke aanhouding vorderde.

Hij werd voorgebracht naar het Justitiepaleis te Oudenaarde, doch werd niet aangehouden en mocht s’anderdaags s’morgens naar huis.

Mtr. C. Herman kreeg het woord, doch vergeefs: de onmiddellijke aanhouding werd bevolen, beide clienten werden ter zitting geboeid en naar het gevang gebracht. M I j N w E r E L d A L s P I E Pj o N g E A dVO C A AT STO RT T E I N. Er werd toch beroep ingesteld en 30 dagen nadien (dag op dag) kwam de zaak voor het Hof van Beroep en het O.M. vorderde aldaar de beperking van de straf tot 30 dagen en beide gebroeders konden s’namiddags naar huis. Ik kan dat nog steeds niet verwerken – 6 maand effectief voor een plant van 25 Bf waarde! De pers heeft in de eerste dagen na dit vonnis, daar nationale schande over geschreven, zelfs de POURQUOI Pas, een toenmalig bestaand Brussels weekblad wijdde daaraan een lang artikel (wellicht communiceerde de ene krant het voorval aan de andere). 2. Een tweede onvergetelijk voorval was het volgende: Omstreeks midden de jaren ’90 moest een jonge Noord-Afrikaan uit Rijsel alhier in Oudenaarde voor de Correctionele rechtbank verschijnen , enige rechter, voorgezeten door wijlen dhr. Robert Crommar met als Openbaar Ministerie, de latere Voorzitter van de rechtbank, de heer R. Contreras.

Hij had geen rooie duit op zak; zijn schamelijke centjes zaten bij zijn kameraad uit Rijsel, die hem vergezeld had naar de kwestige dancing, en die kameraad was uiteraard reeds lang terug in Roubaix.

De ongelukkige Roubaisien werd gecapteerd en naar de gevangenis van Oudenaarde overgebracht. Dank zij een fout in de procedure van betekening werd het verzet tegen dit verstekvonnis ontvankelijk verklaard en de Roubaisien kwam na vijf dagen gevangeniszitting er vanaf met 1 maand voorwaardelijk en mocht naar huis. Het gevolg was ook dat de toenmalige heer Procureur des Konings te Oudenaarde (de heer H. De Jonge) een rondschrijven liet geworden aan zijn substituten dat zij niet meer mochten vervolgen voor eenvoudige diefstallen als de waarde van het gestolen goed de 500 Belg. Fr. niet overtrof.

Mijn client vertrok dus s’anderdaags s’morgens te voet van Oudenaarde naar Roubaix.

Dit zijn anekdotes die bijblijven, niet om het anekdotische op zich, doch omwille van een moeilijk te verwerken inbreuk op de schoonmenselijkheid.

Hij was fysische gehandicapt doordat hij een stuk van zijn gezicht kwijt was (ogenschijnlijk een volledig kaakbeen kwijt) en dat was misschien wel de reden waarom hij als auto-stopper door niemand werd meegenomen wegens zijn wandrochtelijk uitzicht, vermoed ik.

3. Misschien mag ik alhier nog vermelden dat de gekende strafpleiter Mtr. J. Vermassen zijn allereerste Assisenzaak einde 1973 van mij heeft gekregen., uiteraard met het akkoord van de client.

In elk geval op het einde van de dag zakte hij in mekaar van honger en dorst en vermoeidheid, toen hij bijna Doornik had bereikt; aldaar werd hij gevonden en opgenomen en naar de kliniek gebracht, waar hij zelfs een 8-tal dagen werd verpleegd. Enkele maanden later stond hij terecht voor de Correctionele rechtbank te Oudenaarde voor die diefstal van 50 Belg. Fr, hij maakte verstek en kreeg één maand effectief. Dit vonnis werd hem betekend in Roubaix via een Franse collega - gerechtsdeurwaarder, aangesteld door wijlen de gerechtsdeurwaarder M. Nachtergaele die het exploot van betekening had opgesteld.

Het ging over een cafémoord in Aaigem, nl. de zaak “ ’t Schoon Marietje” : ik was immers toen sedert 1 sept. 1973 in associatie gestapt met de toenmalige confrater Mtr. A. De Buyst ( later de eminente Vrederechter van het Kanton Geraardsbergen geworden); op dit ogenblik was de voormelde zaak reeds gefixeerd voor het Hof van Assisen te Gent en mijn associé (Mtr. De Buyst voornoemd was van oordeel dat onze nieuwe associatie te zwaar beladen was om nog een assisenzaak er bij af te werken; zodus, was ik genoodzaakt weliswaar met mijn volle toestemming (doch met spijt in het hart) iemand anders te zoeken en mijn keuze viel op de toenmalige jonge Mtr. J. Vermassen. Ik zelf was nochtans goed op weg als

info@law 2012 i september-oktober

9


assisenpleiter, ik had er toen reeds 7 opzitten, meer dan 20 jaar later heb ik er nog een gedaan en meer dan 30 jaar later deed ik mijn laatste. Dergelijke herinneringen draagt men zijn ganse leven mee, naast tal van anekdoten die doodgewoon voorbijgaand zijn en met vlug voorbijgaande impact op de herinnering. Naast die blijvende anekdotische voorvallen in mijn carrière, wil ik hieronder toch nog even mijn visie en mijn standpunten, die ik nog steeds (en zelfs meer en meer) voorsta aangaande mijn beroep, laten kennen. Ik heb door de jaren heen, ook vaste ideeën opgebouwd, en waar het kon, heb ik ze ook verkondigd en verdedigd, en blijf ik ze gestand houden.

2. Bij meerdere gelegenheid heb ik op nationale congressen vooral gepleit voor de oprichting van afzonderlijke instellingen ter bescherming en behandeling van de mentaal – minder – validen (ontoerekenbare) wanneer zij een misdrijf plegen in plaats van ze in een gewone strafinrichting te plaatsen, zoals thans nog steeds het geval is. 3. Gezien door mijn bril van de sociale rechtvaardigheid, verkondig ik overal dat ik een zware hekel heb aan het feit dat onze erelonen worden getarifieerd, zoals o.m. de bepaling van het ereloon naar gelang de werktijd. Ik geef steeds als verrechtvaarding van mijn kritiek het feit dat een debutant allicht drie à vier uur zal werken aan een dossier, waarbij een gechevronneerde advocaat slechts een half uur zal nodig hebben om hetzelfde dossier te instrueren.

I k H E b M I j sT E E d s L AT E N L E Id E N d o o r wAT M E N T H A N s N o E M T : d E s o C I A L E r EC H TVA A R d I g H E I d. 1. Zo predik ik reeds, sedert meerdere decennia voor de oprichting van de familierechtbanken, waarin naast familiale geschillen (echtscheiding – onderhoudsgelden en dies meer) ook de ganse problematiek van het persoonlijk statuut zou onderbrengen, minderjarigheid, verlengde minderjarigheid, toevoeging van een voorlopige bewindvoerder, collocatie, en dies meer, met de daaraan verbonden geschillen over verzorging en sociale tegemoetkomingen zouden worden toevertrouwd. Dergelijke speciaal opgerichte rechtbanken zouden vlug gespecialiseerd zijn in de materie en het gemakkelijker hebben dan de rechtbanken, die thans vigeren in die materie, en waarbij overigens onze Vredegerechten OVERBELAST zijn. 10

M.a.w. de ervaren advocaat zal misschien 5 maal minder ereloon kunnen aanrekenen dan een debutant; daarbij hoort ook het verschil tussen een vlijtige raadsman en een slomerd, daar waar het verschil van tijdsduur voor de instructie van een dossier ook tot een onrechtvaardige staat van ereloon kan leiden. 4. Nog uit mijn bril van sociale rechtvaardigheid heb ik felle kritiek op het huidige stelsel van de rechtsplegingvergoeding, waarbij bedragen worden bepaald, die Jan modaal moeten afschrikken van procedure, ook als hij overtuigd is van zijn recht, doch de procedurekosten niet kan betalen, voor het geval het proces tegen alle verwachting, verkeerd zou aflopen.

info@law 2012 i september-oktober

Dat is het Amerikaans systeem, waar enkel rijke mensen kunnen procederen om hun rechten te verwerven of

te doen eerbiedigen; dat komt hier ook zo met die R.P.V.’s. 5. Het gehele systeem van de begroting van de honoraria is trouwens verkeerd, reeds jaren verkondig ik de stelling dat de advocaten ook zouden verenigd zijn in een soort – advocatenparket, similair aan onze penale parketten, waar de advocaten zouden bezoldigd worden door de staat. De kwaliteit van de processen (zowel wat de vorderingen betreft, als de verdediging) zouden er bij winnen, omdat er veel aan specialisatie zou kunnen worden gedaan, naar gelang de distributie van de zaken door de leider van dit advocatenparket ( in casu b.v. de Stafhouder)

Laat ik dit alles, in alle bescheidenheid noemen : “ ma part de verité ”

• CYRIEL HEERMAN Oudenaarde, de 18 mei 2012


Insolventierecht

AANVANGSTERMIJN VAN DE AANZUIVERINGSREGELING IN DE COLLECTIEVE SCHULDENREGELING Instantie: Arbeidsrechtbank Plaats van uitspraak: Veurne datum van de uitspraak: maa, 07/05/2012 A.R.: CSR 08/472 Samenvatting Aangezien de opofferingen die de schuldenaar zich in het kader van de procedure van de collectieve schuldenregeling dient te getroosten, reeds beginnen vanaf het moment dat hij tot de procedure van de collectieve schuldenregeling wordt toegelaten, is de arbeidsrechtbank van oordeel dat de termijn van maximaal 5 jaar voor een gerechtelijke aanzuivering moet worden gerekend vanaf de beschikking van toelaatbaarheid.

T E k sT Vo N N I s ARBEIDSRECHTBANK VEURNE Collectieve schuldenregeling • schuldenaar F. raadsman Meester Elfri De Neve • schuldbemiddelaar Meester Karel VERSTEELE • Schuldeisers 1[...] tot 29[...] gelet op:

[...] het vonnis d.d. 6 september 2010 waarbij de arbeidsrechtbank het verzoek tot herroeping van de collectieve schuldenregeling als ongegrond afwees; 18. het verzoekschrift tot beëindiging van de collectieve schuldenregeling dat de schuldbemiddelaar op 10 oktober 2011 op de griffie heeft neergelegd. Op 10 oktober 2011 heeft de schuldbemiddelaar een verzoekschrift op de griffie neergelegd waarin hij vraagt dat de collectieve schuldenregeling zou worden beëindigd. [...] 2.1 Kan nog een aanzuiveringsregeling uitgewerkt worden voor de heer F. 2.1.1. hamvraag in de discussie of al dan niet nog een aanzuiveringsregeling mogelijk is voor de heer F., is de vraag vanaf wanneer de maximale duurtijd van een gerechtelijke aanzuiveringsregeling, nl. 5 jaar, begint te lopen. Art. 1675/12, §2, 1ste lid van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat het vonnis de looptijd van de gerechtelijke aanzuiveringsregeling aangeeft en dat deze looptijd de vijf jaar niet mag overschrijden. Art. 1675/12, §2 van het Gerechtelijk Wetboek zegt dus niets over het aanvangstijdstip van deze maximale looptijd

van 5 jaar. Ook in de parlementaire voorbereidingswerken valt niets te vinden over deze kwestie. De filosofie die achter de beperking van de looptijd van een gerechtelijke aanzuiveringsregeling steekt, is dat aan de schuldenaar niet kan gevraagd worden om langer dan 5 jaar de door de wet vooropgestelde belangrijke opofferingen te maken. Deze opofferingen waarbij de schuldenaar o.a. niet langer zelf over zijn inkomen kan beschikken en hem door zijn schuldbemiddelaar een beperkt leefgeld ter beschikking wordt gesteld, starten reeds vanaf de beschikking waarbij de schuldenaar tot de procedure van de collectieve schuldenregeling wordt toegelaten. Van zodra de schuldenaar tot de procedure van de collectieve schuldenregeling wordt toegelaten, wordt gepoogd om in de mate van het mogelijke een budget op te bouwen om de schulden af te betalen. Aangezien de opofferingen die de schuldenaar zich in het kader van de procedure van de collectieve schuldenregeling dient te getroosten, reeds beginnen vanaf het moment dat hij tot de procedure van de collectieve schuldenregeling wordt toegelaten, is de arbeidsrechtbank van oordeel dat de termijn van maximaal 5 jaar moet worden gerekend vanaf de beschikking van toelaatbaarheid, in casu vanaf 30 juni 2004. De procedure van de collectieve schuldenregeling duurt nu reeds langer dan

info@law 2012 i september-oktober

11


5 jaar voor de heer F. zodat de arbeidsrechtbank voor hem en zijn schuldeisers geen gerechtelijke aanzuiveringsregeling meer kan opleggen. 2.1.2. In het kader van een minnelijke aanzuiveringsregeling is wel een langere looptijd mogelijk. Een minnelijke aanzuiveringsregeling vergt evenwel de instemming van alle betrokken partijen, inclusief de schuldenaar. Een voorstel van minnelijke aanzuiveringsregeling stuit evenwel op het bezwaar van de heer F.. Nu een minnelijke aanzuiveringsregeling onmogelijk blijkt, blijft enkel de mogelijkheid over van een gerechtelijke aanzuiveringsregeling. Sedert de beschikking waarbij de heer F. tot de procedure van de collectieve schuldenregeling werd toegelaten, zijn meer dan 5 jaar verstreken zodat de arbeidsrechtbank geen gerechtelijke aanzuiveringsregeling meer kan opleggen. Thans dienen dan ook de nodige schikkingen getroffen te worden om de procedure van de collectieve schuldenregeling af te sluiten voor de heer F.. 2.2. BEËINDIGING VAN DE COLLECTIEVE SCHULDENREGELING VOOR DE HEER F. 2.2.1. Rest dan de vraag wat met de nog resterende schulden van de heer F. dient te gebeuren, m.a.w. in welke mate kunnen de nog resterende schulden van de heer F. worden kwijtgescholden? 2.2.2. De arbeidsrechtbank stelt vast dat de heer F. volgens de schuldbemiddelaar geen goederen bezit die zouden kunnen verkocht worden en waarmee vervolgens de schulden of een deel ervan zouden kunnen gedelgd worden. In het vonnis van 6 september 2010 oordeelde de arbeidsrechtbank reeds dat er geen redenen waren om aan te nemen dat de heer F. zijn onvermogen zou georganiseerd hebben door vermogensbestanddelen te onttrekken aan zijn schuldeisers. 12

In de loop van de procedure van de collectieve schuldenregeling dienden de inkomsten van de heer F. in belangrijke mate aangewend te worden om de lopende boedelschulden te betalen, en meer in het bijzonder de onderhoudsgelden die de heer F. voor zijn kinderen dient te betalen. Er kon dan ook niets opzij worden geplaatst om pondspondsgewijze te verdelen onder de schuldeisers. [...] Om alle bovenstaande redenen stelt de arbeidsrechtbank de beëindiging vast van de procedure van collectieve schuldenregeling voor de Heer F. en dit op datum van 7 mei 2012. De arbeidsrechtbank verleent aan de Heer F. kwijtschelding van de kwijtscheldbare schulden die bestonden op het ogenblik dat hij tot de procedure van de collectieve schuldenregeling werd toegelaten en die thans nog niet afbetaald zijn. De arbeidsrechtbank machtigt Meester Karel VERSTEELE om het bedrag van zijn staat van kosten en erelonen bij voorrang vooraf te nemen uit de beschikbare gelden op de rubriekrekening. De arbeidsrechtbank stelt vast dat aan deze procedure geen kosten van registratie-, griffie- en uitgifterechten verbonden zijn. De arbeidsrechtbank verklaart dit vonnis op grond van artikel 1675/16 van het Gerechtelijk Wetboek uitvoerbaar bij voorraad.

info@law 2012 i september-oktober

N o oT: Dit vonnis slaat op een collectieve schuldenregeling die werd aangevraagd voor 23 april 2012 en die nog valt onder de oude wetgeving. Alle collectieve schuldenregelingen die werden toelaatbaar verklaard voorafgaand aan 23/04/2012, zijn dus niet onderworpen aan de nieuwe wettelijke bepalingen van de wet van 26 maart 2012. De wet van 26 maart 2012 is eigenlijk niets meer en niets minder dan de verduidelijking van de bedoeling van de oorspronkelijke wetgever en de verdere uitwerking van de menselijke waardigheid die deze wet voor mensen met schuldoverlast wou dienen. Eén van de grootste problemen van de collectieve schuldenregeling is dat deze jarenlang en veel langer dan voorzien blijft duren omdat in de regel de duurtijd berekend wordt vanaf de goedkeuring van de aanzuivering dan wel vanaf de gerechtelijke aanzuivering. De nieuwe wet voorziet dat de duur begint te lopen vanaf de neerlegging vanaf de beschikking van toelaatbaarheid. En eigenlijk is dit steeds het opzet van de wetgever geweest. Dit vonnis geeft een aanzet voor de discussie en biedt de mogelijkheid om de lopende collectieve schuldenregeling vervroegd te beëindigen.

krachtpunten van de wet van 26 maart 2012: Leefgeld Het leefgeld moet ten ministe gelijk zijn aan het onbeslagbaar deel van de inkomsten, bedragen die met toepassing van de artikelen 1409 et 1412 van het gerechtelijk wetboek worden beschermd. Met de uitdrukkelijke schriftelijke instemming van de verzoeker mag dit leefgeld tijdelijk worden verminderd, maar moet het altijd hoger zijn, zowel in de minnelijke als in de gerechtelijke aan-


zuiveringsregeling, dan de in artikel 14 van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie bedoelde bedragen, vermeerderd met de som van de in artikel 1410, § 2, 1°, bedoelde bedragen. In de minnelijke aanzuiveringsregeling wordt de gedetailleerde en geactualiseerde staat van de inkomsten en de beschikbare middelen van het gezin opgenomen. De bijlage bij het plan, dat enkel wordt bezorgd aan de rechter, bevat een gedetailleerde staat van de lasten en de tegoeden van de schuldenaar en, in voorkomend geval, van de lasten en tegoeden van zijn gezin.

Looptijd vanaf beschikking toelaatbaarheid De minnelijke aanzuiveringsregeling begint te lopen op de datum van de beschikking van toelaatbaarheid. De rechter kan hiervan afwijken bij een met redenen omklede beslissing.

Maximumduur minnelijke aanzuivering De minnelijke aanzuiveringsregeling mag niet niet langer zijn dan zeven jaar, tenzij de schuldenaar uitdrukkelijk en met opgave van redenen vraagt om de verlenging met het doel bepaalde elementen van zijn vermogen te beschermen en de eerbiediging van de menselijke waardigheid te verzekeren. De rechter beslist over deze aanvraag. In voorkomend geval neemt hij akte van het gesloten akkoord.

Tijdige betaling van het leefgeld De schuldbemiddelaar staat in voor een tijdige uitbetaling van het leefgeld, op de data die werden overeengekomen met de verzoeker of die werden bepaald in de minnelijke of gerechtelijke aanzuiveringsregeling.

opleiding van de schuldbemiddelaars

Initiatiefrecht van de schuldenaar om kwijtschelding van schulden te vragen in collectieve schuldenregeling:

Schuldbemiddelaars moeten worden erkend en om erkenning te bekomen is een opleiding vereist. Jaarlijkse en tussentijdse verslaggeving Elk jaar, te rekenen van de beschikking van toelaatbaarheid of telkens wanneer de rechter er om verzoekt en bij het verstrijken van de aanzuiveringsregeling, bezorgt de schuldbemiddelaar de rechter een verslag over de stand en de evolutie van de procedure. Het verslag beschrijft de stand van de procedure de verrichtingen van de schuldbemiddelaar, de redenen voor de verlenging van de termijnen, de geactualiseerde sociale en financiĂŤle toestand en de toekomstperspectieven van de persoon, de stand van de bemiddelingsrekening en alle inlichtingen die de bemiddelaar dienstig acht. Daarbij wordt ofwel het overzicht van de bewegingen op de bemiddelingsrekening, ofwel het dubbel van de rekeninguittreksels gevoegd.

De schuldenaar heeft het recht om het initiatief te nemen om de gedeeltelijke of gehele kwijtschelding te vragen wanneer geen zinvolle betalingen kunnen worden gedaan. Zie arrest Grondwettelijk Hof, 22.12.2011. rechtsleer: Schuldenaar mag om kwijtschelding van schulden vragen, bijdrage van Bertel De Groote, de juristenkrant, 25.01.2012, 242.

De schuldbemiddelaar bezorgt een afschrift van het verslag aan de schuldenaar. De schuldeisers kunnen ter plaatse of op de griffie van dat verslag kennisnemen.

Inwerkingtreding 23-04-2012 met uitzondering van de bepalingen inzake de opleiding van de schuldbemiddelaars. De wet is niet van toepassing op oude reeds lopende collectieve schuldenregelingen maar enkel van toepassing op de collectieve schuldenregelingen waarvan de beschikking van toelaatbaarheid werd uitgesproken na haar inwerkingtreding.

info@law 2012 i september-oktober

13


Insolventierecht

WCO GERECHTELIJKE ORGANISATIE GEDIFFERENTIEERDE BEHANDELING VAN SCHULDEISERS Instantie: Hof van Beroep Plaats van uitspraak: Antwerpen Datum van de uitspraak: 06/10/2012

sA M E N VAT T I N g De mogelijkheid om in een reorganisatieplan te voorzien in een gedifferentieerde behandeling van de schuldeisers is een doelgebonden bevoegdheid. Een ongelijke behandeling die louter arbitrair is, schendt de openbare orde. Tekst arrest

1.2. Met het bestreden vonnis van 27 juni 2011 heeft de eerste rechter het reorganisatieplan niet gehomologeerd en de procedure gesloten. De eerste rechter oordeelde dat het plan strijdig is met de openbare orde omdat, terwijl een kwijtschelding van schulden van 0% is bepaald voor vorderingen kleiner dan 1.500 euro en voorts kwijtscheldingen van 35% tot 66%, naar gelang van de aard van de vordering, geen kwijtschelding wordt gevraagd van de werkend vennoot, die een vordering heeft van 52.850,98 euro en die het recht op integrale betaling behoudt. ...

NV L.P.P. 1. De antecedenten en de vorderingen 1.1. NV L.P.P. heeft op 23 februari 2011 een verzoekschrift neergelegd, strekkende tot de opening van een procedure van gerechtelijke reorganisatie, waarbij een termijn van opschorting van zes maanden werd gevraagd. Bij beschikking van 23 februari 2011 werd een gedelegeerd rechter aangesteld en bij vonnis van 7 maart 2011 werd het verzoek toelaatbaar en deels gegrond verklaard en een termijn van opschorting verleend tot 9 mei 2011. Bij vonnis van 16 juni 2011 werd deze termijn verlengd tot 6 juli 2011. Het reorganisatieplan werd neergelegd op 1 juni 2011. Op de vergadering van de schuldeisers van 20 juni 2011 werd het reorganisatieplan met de vereiste meerderheid goedgekeurd. 14

2. B EO O R d E L I N g 2.1. Krachtens art. 55 WCO kan de homologatie van het door de schuldeisers goedgekeurd reorganisatieplan enkel worden geweigerd in geval van nietnaleving van de door de wet opgelegde vormvereisten of wegens schending van de openbare orde. 2.2.1. Krachtens art. 48 WCO beschrijft het reorganisatieplan de rechten van alle personen die houder zijn van schuldvorderingen in de opschorting.

onder meer op grond van de omvang of de aard ervan. 2.3.2. Het reorganisatieplan bevat volgende bepalingen: “De gewone schuldeisers: – Van 0 tot 1500 euro: 100% te betalen binnen vier jaar; – Boven 1500 euro: 65% te betalen over een periode van vier jaar. De overheden: kwijtschelding ten belope van 66% in hoofdsom en voor 100% in interesten en schadebedingen. Resterende openstaande schuld af te lossen in een periode van vier jaar met gelijke jaarlijkse terugbetalingen. Schulden aan de banken: – I.: instandhouding van het kaskrediet ten bedrage van 50.000 euro – K.: herschikking aflossingen over een periode van vijf jaar, zijnde ca. 18.000 euro per jaar De verhuurder: aflossingsschema voor 100% over een periode van vijf jaar

...

De werkend vennoot: geen opvordering van deze schuld tot het einde van de uitvoering van het reorganisatieplan”.

2.3.1. Art. 49 WCO laat toe af te wijken van de gelijke behandeling van de schuldeisers, door te voorzien in een gedifferentieerde regeling voor bepaalde categorieën van schuldvorderingen,

Het plan besluit: “De bevoorrechte schuldeisers (banken en verhuurder) en 29 schuldeisers zullen volledig betaald worden, de overige schuldeisers tussen de 33 en 65%”.

info@law 2012 i september-oktober


2.3.3. Gelet op de omvang van zijn vordering en de aard ervan, moet worden vastgesteld dat de schuldvordering van de heer L. op een afwijkende wijze wordt behandeld. Hij zal geen uitkering krijgen gedurende de periode van vier jaar, waarover het afbetalingsplan loopt, maar behoudt zijn integraal vorderingsrecht. De eerste rechter heeft geoordeeld dat geen enkel objectief criterium deze bevoorrechte behandeling van de heer L. kon staven. Hij oordeelde dat daardoor “op manifest arbitraire wijze in de kwijtschelding en niet-kwijtschelding van schulden werd voorzien” en achtte het reorganisatieplan daarom strijdig met het gelijkheidsbeginsel en daardoor met de openbare orde. NV L.P.P. voert in haar verzoekschrift tot hoger beroep aan dat: – de heer L. tijdens de duur van de opschorting geen enkele vergoeding ontvangt; – de heer L. de kwestieuze vordering ook na vier jaar volledig zou achterstellen en alleen zou vorderen indien de vennootschap na de periode van vier jaar in betere doen zou komen. Naar ter zitting werd toegelicht ontstond de vordering van de heer L. bij de oprichting van de vennootschap in 2002 door de inbreng van zijn eenmanszaak. Ter zitting werd eveneens verklaard dat de heer L. sedert het ontstaan van de vennootschap nog nooit enige vergoeding heeft ontvangen en dat hij leeft van de inkomsten die zijn echtgenote verwerft. Dat de heer L. tijdens de periode van opschorting geen vergoeding ontvangt, kan in die omstandigheden niet gelden als een inspanning die in rekening kan worden gebracht bij het behoud van zijn volledige vordering.

Voor wat zijn vordering betreft, bepaalt het reorganisatieplan enkel dat de heer L. deze niet zal opvorderen zolang het reorganisatieplan loopt. Daar staat echter tegenover dat de vordering van de heer L. op de vennootschap reeds sedert de oprichting van de vennootschap in 2002 bestaat en, gedurende de voorbije acht jaren, door de heer L. niet werd opgeëist. Kortom, van de heer L. wordt niets anders gevraagd dan zich te gedragen zoals hij zich sedert de oprichting van de vennootschap gedurende acht jaren heeft gedragen. 2.3.4. De mogelijkheid waarover de schuldenaar beschikt om een reorganisatieplan op te stellen dat in een gedifferentieerde regeling voorziet voor bepaalde categorieën van schuldvorderingen, is een doelgebonden bevoegdheid. Vereist is dat de gedifferentieerde regeling verantwoord wordt door het doel van de wet, namelijk het behoud van de continuïteit van de onderneming en haar sanering. NV L.P.P. legt op geen enkele wijze uit waarin het de continuïteit van de onderneming ten goede komt dat, terwijl van alle gewone schuldeisers in de opschorting met vorderingen, groter dan 1.500 euro, een gedeeltelijke kwijtschelding wordt gevraagd, een dergelijke kwijtschelding niet wordt gevraagd van de heer L.

De eerste rechter heeft terecht vastgesteld dat het reorganisatieplan strijdig is met de openbare orde en de homologatie geweigerd.

Noot Contra: Instantie: Rechtbank van Koophandel Plaats van uitspraak: Antwerpen Datum van de uitspraak: 21/12/2010 Publicatie R.W. 2011-2012, 188 Samenvatting Een gedifferentieerde behandeling van diverse categorieën van schuldvorderingen die is gebaseerd op het respectieve belang van deze schuldvorderingen voor het voortbestaan van de onderneming, is niet onredelijk.

De eerste rechter heeft terecht vastgesteld dat de behandeling van de vordering van de heer L. arbitrair is. Daarmee wordt niet enkel het gelijkheidsbeginsel geschonden, maar wordt eveneens de wet betreffende de continuïteit van de ondernemingen, die een wet van economische ordening is, zelf geschonden, omdat afbreuk wordt gedaan aan de gelijke behandeling van de schuldeisers, zonder dat daaraan een verantwoording ten grondslag ligt die kadert in de doelstellingen van de wet.

info@law 2012 i september-oktober

15


Philippe salens

Accountant – belastingconsulent Programmadirecteur Expert Class Vermogens- en Successieplanning Brugge Business School

Cnockaert & salens Koude Keukenstraat 13 8200 Brugge Tel.: 050/54.80.78

Technologielaan 9 3001 Heverlee Tel.: 016/40.72.40

info@cnockaert-salens.be

16

info@law 2012 i september-oktober


Insolventierecht

WCO – HOMOLOGATIE – REORGANISATIEPLAN EN REDELIJKHEID In zekere zin impliceert een WCO dat bepaalde schuldeisers niet of minder zullen betaald worden en soms zelfs niet op dezelfde voet behandeld zullen worden.

Het louter eigenbelang van de onderneming volstaat dus niet om een regeling te laten homologeren die verregaande negatieve gevolgen zou hebben voor derden.

Dit laatste is evenwel omstreden en slechts overweegbaar voor zover de ongelijkheid niet disproportioneel is. Het is finaal de bedoeling van de wetgever geweest om faillissementen te vermijden, in de overweging dat een faillissement voor alle partijen nadeliger is dan het redden van een onderneming, weze het met bloed, zweet en tranen, weze het dat hierbij niet iedereen wordt betaald.

Verder wordt er een stemming georganiseerd bij een goed te keuren reorganisatieplan. Deze stemming gebeurt meerderheid tegen minderheid. Maar finaal dient het reorganisatieplan gehomologeerd te worden waarbij de rechtbank een reorganisatieplan alsnog kan weigeren wanneer het onredelijk zou zijn, zelfs voor die schuldeisers die in de minderheid waren en die derhalve tegen hun wil in door de meerderheid het plan goedgekeurd zagen.

Dit impliceert natuurlijk dat de onderneming moet kunnen gered worden en dat er dus wel degelijk een kans tot slagen moet blijven bestaan om de onderneming te redden.

Voor een overzicht van rechtsleer en rechtspraak met toelichting, zie B. Coppin, redelijkheid wordt grens van bescherming tegen schuldeisers, de juristenkrant, 30.05.2012, nr. 250 pag. 1.

Bovendien impliceert dit dat er naast het eigenbelang van de onderneming ook een maatschappelijk belang moet bestaan, zoals het belang van de schuldeisers, zoals het belang van de tewerkstelling en dergelijke meer.

Nog dit gErECHTELIjk rECHT

b E Vo Eg d E V r E d E r EC H T E r N A oV E r P L A AT s I N g VA N E E N z I E k E d I E VA LT o N d E r d E w E T o P d E P E rs o o N VA N d E g E EsT Es z I E k E N. Wanneer een geesteszieke wordt doorverwezen van een instelling naar een andere, wordt onmiddellijk de Vrederechter van de nieuwe instelling bevoegd waarbij ook het dossier van het ene vredegerecht verhuist naar het andere vredegerecht. Een en ander in toepassing van artikel 622 en 627 Ger.W. Voor verdere commentaar zie Ulrik Van Den Plas, bevoegde Vrederechter na overbrenging zieke naar andere dienst (artikel 18 WPG), tijdschrift van de Vrederechters, 2011, 483.

info@law 2012 i september-oktober

17


gerechtelijk recht

ONDERTEKENING VAN HET VONNIS DOOR DE RECHTERS ALS GELDIGHEIDSVOORWAARDE Instantie: Hof van Cassatie datum van de uitspraak: 01/12/2011 A.R.: C.11.0078.N

[…]

III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel 1. Artikel 782, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek, zoals het is gewijzigd bij de wet van 26 april 2007 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op het bestrijden van de gerechtelijke achterstand, bepaalt dat het vonnis voor de uitspraak wordt ondertekend door de rechters die het hebben gewezen en door de griffier. Artikel 785, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat, indien de voorzitter of een van de rechters in de onmogelijkheid verkeert om het vonnis te ondertekenen, de griffier daarvan melding maakt onderaan op de akte. De beslissing is dan geldig met de handtekening van de overige rechters die ze hebben uitgesproken. Krachtens artikel 782bis, Gerechtelijk Wetboek dat in dat wetboek werd ingevoegd bij de wet van 26 april 2007, wordt het vonnis uitgesproken door de voorzitter van de kamer die het heeft gewezen, zelfs in afwezigheid van de andere rechters. Uit de parlementaire voorbereiding van deze wet blijkt dat de wetgever de 18

bij artikel 782bis in de uitspraak van het vonnis aangebrachte versoepeling gekoppeld heeft aan de voorwaarde dat het vonnis moet worden ondertekend door alle rechters die het hebben gewezen. 2. Het bestreden vonnis dat gewezen is door een collegiale kamer van de rechtbank van eerste aanleg en waarvan de handtekeningen boven de namen “B. De Temmerman” en “H. De Wildeman” identiek zijn, is niet ondertekend door alle rechters, zonder dat de onmogelijkheid waarin één van de rechters zou hebben verkeerd om het vonnis te ondertekenen, verantwoord is overeenkomstig het bovenaangehaalde artikel 785. Het ontbreken van de handtekening van één van de rechters heeft de nietigheid van het vonnis tot gevolg. Het middel is gegrond. Valsheidsvordering 3. De eiser stelt een valsheidsvordering in tegen het bestreden vonnis, omdat het vier handtekeningen bevat waarvan de handtekeningen boven de namen “B. De Temmerman” en “H. De Wildeman” identiek zijn. Ingevolge de vernietiging van het bestreden vonnis heeft de valsheidsvordering geen belang meer. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van het arrest melding zal

info@law 2012 i september-oktober

worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de uitspraak daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde, zetelend in hoger beroep. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer

Noot zie ook Cass. 2 december 2009, R.W. 2011-2012, 1903 Het ontbreken van een handtekening in een vonnis of een proces-verbaal kan worden hersteld volgens de procedure die in art. 788 Ger.W. is geregeld. Dit herstel heeft terugwerkende kracht en kan ook gebeuren nadat tegen de beslissing een rechtsmiddel is ingesteld. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat sedert de neerlegging van de memories van de eiser, de ontbrekende handtekening overeenkomstig de voormelde wettelijke bepaling werd aangebracht onderaan het proces-verbaal van de terechtzitting waarop de zaak werd onderzocht en in beraad genomen. Het middel is niet ontvankelijk bij gebrek aan belang.


gerechtelijk recht

VERTROUWELIJKHEIDSBEGINSEL INZAKE BEMIDDELING. Artikel 734 van het Gerechtelijk Wetboek stelt dat de documenten die worden opgemaakt en de mededelingen die worden gedaan in de loop en ten behoeve van een bemiddelingsprocedure vertrouwelijk zijn. Zij mogen niet worden aangevoerd in een gerechtelijke, administratieve of arbitrale procedure of in enige andere procedure voor het oplossen van conflicten en zijn niet toelaatbaar als bewijs, zelfs niet als buitengerechtelijke bekentenis. Bij schending van die geheimhoudingsplicht door één van de partijen doet de rechter of de arbiter uitspraak over de eventuele toekenning van een schadevergoeding. Vertrouwelijke documenten die toch zijn meegedeeld of waarop een partij steunt in strijd met de geheimhoudingsplicht worden ambtshalve buiten de debatten gehouden. De bemiddelingswet voorziet in de vertrouwelijkheid van de bemiddeling. Deze vertrouwelijkheid dient strikt te worden toegepast hetgeen impliceert dat geen rekening kan worden gehouden met documenten die werden opgemaakt en mededelingen die werden gedaan in de loop van en ten behoeve van de bemiddelingsprocedure (artikel 1728 § 1 Ger.W.). Die documenten en mededelingen zijn niet toelaatbaar als bewijs, zelfs niet als buitengerechtelijke bekentenis. Het vertrouwelijkheidsbeginsel dient, enerzijds, strikt te worden toegepast om de bemiddeling ten volle een kans op slagen te bieden.

Anderzijds is waakzaamheid geboden omdat moet vermeden worden dat bepaalde documenten en informatie zouden worden geïmmuniseerd. Maar dit laatste is en blijft de verantwoordelijkheid van de partijen bij de bemiddeling. De wet voorziet uitdrukkelijk dat in het bemiddelingsprotocol herinnerd dient te worden aan het principe van de vertrouwelijkheid. Dit impliceert dat in het bemiddelingsprotocol niet kan afgeweken worden van deze vertrouwelijkheid dan wel dat de vertrouwelijkheid der stukken wordt gemoduleerd. Bij een behandeling van een rechtszaak na een bemiddeling, dient abstractie gemaakt van alle overgelegde stukken en overwegingen in conclusies met betrekking tot voorstellen die gedaan werden tijdens de bemiddelingsprocedure. Evenmin kan verwezen worden naar concrete afspraken die tijdens de bemiddeling werden gemaakt tussen partijen. Niets belet dat na de bemiddeling de partijen een overeenkomst kunnen sluiten nopens de aanwending van bepaalde stukken. In feite komt dit erop neer dat zij de bemiddeling als ten dele geslaagd beschouwen en een deel van de stukken als deelakkoorden aanzien. Zo kunnen partijen ook overeenkomen dat bepaalde uitspraken, standpunten, voorstellen, voorlopige regelingen, ontwerpen, briefwisseling als bewijsstuk kan worden gebruikt.

Ook deze akkoorden kunnen pas de bemiddeling, lees na de mislukte bemiddeling tot stand komen. Zonder deze akkoorden dienen deze voormelde elementen steeds uit de debatten gewezen. Partijen mogen naar deze stukken of elementen ook niet in conclusies verwijzen. Elke communicatie die tussen de partijen in de loop en ten behoeve van de bemiddeling werd gevoerd, is gedekt door de vertrouwelijkheid. Verwijzen naar de tussenkomst van de bemiddelaar of naar de bereidheid van de ene of gene partij om een bepaalde regeling te aanvaarden, is helemaal uit den boze. Alle stavingstukken die door een partij worden aangewend in strijd met deze verbodsbepalingen dienen dan ook door de rechter zelfs ambtshalve uit de debatten geweerd. Evenzeer dient de rechter ten gronde de argumentatie in conclusies op die grond voor onbestaande te aanzien.

r EC H T s P r A A k: • Gent, 30.09.2010, RABG 30.09.2010, pagina 298 • rb. Gent 8 november 2007, RABG, 2009/4, 231: info@law 2012 i september-oktober

19


1. Ter terechtzitting van 4 oktober 2007 werden er door de geïntimeerde synthese-conclusies en aanvullende stukken (bundel VIII stukken 7 tot 13) neergelegd. Appellant verzet zich tegen de neerlegging van deze syntheseconclusies en stukken en stelt dat ze geweerd moeten worden uit de debatten daar deze getuigen van een deloyale procesvoering in hoofde van de geïntimeerde. De rechtbank oordeelt evenwel dat er geen reden voorhanden zijn om de synthese-conclusies en aanvullende stukken van de geïntimeerde uit de debatten te weren daar er in deze zaak geen conclusietermijn werd voorzien. 2. De appellant voert in tweede instantie aan dat al de stukken in verband met de bemiddeling (bundel VIII stukken 1, 2 en 3) tussen de partijen geweerd zouden worden uit de debatten en eist op grond van artikel 734 van het Gerechtelijk Wetboek een schadevergoeding van 1.000 EUR. De rechtbank oordeelt dienvolgens dat ingevolge artikel 734 (zie hoger) van het Gerechtelijk Wetboek de stukken 1, 2 en 3 van bundel VIII van de geïntimeerde buiten het debat moeten worden gehouden. Bovendien worden de onderdelen van de conclusies van de geïntimeerde neergelegd ter zitting op 4 oktober 2007 en die betrekking hebben op de bemiddeling (in casu I Voorafgaandelijk nopens de bemiddeling p. 1, 2 en 3 en het stuk op p. 11 in verband met de bemiddeling) als niet bestaande beschouwd. De rechtbank is evenwel van oordeel dat de geïntimeerde hiervoor geen schadevergoeding dient te betalen aan de appellant.

20

Door het weren van de documenten en het deels als onbestaand beschouwen van de conclusies, is vermeden dat de appellant schade heeft geleden of lijdt, ook op moreel vlak.

r EC H T s L E E r: • Vertrouwelijkheid: essentiële waarborg bij bemiddeling, noot onder rb. Gent 8 november 2007, RABG, 2009/4 231 • Ann Vanderhaeghen, bemiddeling en vertrouwelijkheid, nieuw juridisch weekblad, 198, pagina 194 • Steven Brouwers, bemiddelingsprotocol, bemiddelingsakkoord en bemiddelingsbeding: zoek de verschillen , RABG 2012/5, pagina 311.

U I T Vo E r I N g VA N E E N Vo N N I s U I T Vo E r bA A r b I j Vo o r r A A d wA A rT Eg E N E E N r EC H T s M I d d E L w E r d I N g EST E L d. VoorzICHTIgHEId Is EEN soorT sCHAAMTE VAN dE HOOgMOEd. Wie een vonnis dat uitvoerbaar bij voorraad is, het weze van rechtswege, het weze door de termen van het vonnis zelf, doet dit op eigen risico (artikel 1398, 2de lid Ger.W.). Wanneer het vonnis of arrest nadien hervormt wordt zal de persoon die het vonnis uitvoerde objectief aansprakelijk zijn.

info@law 2012 i september-oktober

Hierbij zal de schadevergoeding niet alleen bestaan in de terugbetaling van hetgeen ingevolge de executie werd ontvangen maar tevens zal de schadevergoeding bestaan uit elke bijkomende schade die door de tenuitvoerlegging werd veroorzaakt en dit onafgezien hierbij een fout werd begaan. Zie Cassatie 07.04.1995, arrest in Cassatie 1995, 383; Rechtskundig weekblad 1995-1996 met noot K. Broeckx.

d E b E Vo Eg d H E I d VA N d E r EC H T E r I N g r A A d VA N b E ro E P M E T b E T r E k k I N g ToT d E U I T Vo E r bA A r H E I d B I J VO O R R A A d. De rechter in graad van beroep mag de opportuniteit van de uitvoerbaarheid bij voorraad zoals bevolen door de eerste rechter niet in vraag stellen (zie K. Broeckx, “Schorsing door de appelrechter van de voorlopige tenuitvoerlegging wegens schending van het recht van verdediging moet strikt worden uitgelegd”, noot: onder cassatie 01.04.2004, rechtskundig weekblad 2004-2005; K. Broeckx, “Is het verbod voor de appelrechter om de uitvoerbaarheid bij voorraad te schorsen absoluut?” (artikel 1402, Ger.W.), noot: onder rechtbank Mechelen 24.06.1991, TBBR, 1994, 143; zie E. Dierickx en K. Broeckx, beslag, APR, Mechelen Kluwer, 2010, 253; H. Van Gompel, “uitvoerbaarverklaring bij voorraad en (uitdrukkelijke) motiveringsverplichting (noot onder Antwerpen 24.03.1998), Limburgs rechtsleven, 1998; Cassatie 01.04.2004, rechtskundig weekblad 2004-2005, 1422 met noot: K. Broecks en Gent 03.01.2005, NJW 2006, 711. Op basis van het cassatiearrest van 01.04.2004 en 01.07.2006 kan gesteld worden dat artikel 1402 Ger.W., niet verhindert dat de rechter in graad van beroep de door de eerste rechter toegestane voorlopige tenuitvoerlegging teniet doet wanneer de voorlopige tenuitvoerlegging niet werd gevorderd wanneer zij niet door de wet is toegestaan of nog wanneer de beslissing is tot stand gekomen met miskenning van het recht van verdediging.


A Rg U M E N T E N I N P L E Id O O I E N d I E N I E T I N C O NC LU s I Es sTA A N kU N N E N d O O R d E R EC H T E R W E E RH o U d E N wo r d E N To E L I C H T I N g Meer dan één advocaat durft tijdens pleidooi een argument aan te halen dat niet in zijn conclusies werd aangehaald. Als een deus ex machina wordt een nieuw en krachtig argument aangehaald, of een bestaand argument verder onderbouwd. Meer dan één tegenpartij zal zich hierbij verschalkt voelen. Of dit argument in de herinnering van de rechter zal blijven hangen bij het opstellen van het vonnis, hangt af van de overtuigingskracht van de advocaat, waarbij hij een ezelbruggetje tracht te leggen naar deze argumenten door het gebruik van het spetakelelement van het argument, humor (als geheugensteun), dan wel de schriftelijke nota’s die de rechter kan en mag nemen tijdens dde zitting. Het is de rechter toegelaten de argumenten die de procespartijen voor het eerst in pleidooien aanvoeren, in zijn beoordeling te betrekken, mits hij het recht van verdediging niet miskent.

Nationaal Netwerk van Gespecialiseerde Nationaal Netwerk van Gespecialiseerde Privédetectives

Nationaal Netwerk van Gespecialiseerde Privédetectives Privédetectives

U vindt bij ons de “nieuwe” generatie vergunde privédetectives : hoger geschoold, professioneel en to the point !

U vindt bij ons de “nieuwe” generatie vergunde privédetectives : De tijd dat privédetectives in hun wagen sprongen en achter de hoger en to the point ! privédetectives : U vindtgeschoold, bij ons deprofessioneel “nieuwe” generatie vergunde feiten aangingen is immers lang voorbij. Vandaag staat de Nationaal Netwerk van Gespecialiseerde hoger geschoold, professioneel en to the point ! verhouding kostprijs van inde t.o.v. de De tijd dat privédetectives hunopdracht wagen sprongen en resultaten achter de Privédetectives voorop ! feiten aangingen is immers lang voorbij. Vandaag staat de Nationaal Netwerk van Gespecialiseerde De tijd dat privédetectives in hun wagen sprongen en achter verhouding kostprijs van de opdracht t.o.v. de resultaten U vindt bij ons de is “nieuwe” vergunde privédetectives feiten aangingen immersgeneratie lang voorbij. Vandaag staat de: Onze specialiteiten : Privédetectives hoger geschoold, professioneel to the point ! voorop ! verhouding kostprijs van de en opdracht t.o.v. de resultaten Solvabiliteitsonderzoeken Nationaal Netwerk van Gespecialiseerde

U vindt bij ons de “nieuwe” generatie vergunde privédetectives : voorop De tijd !dat privédetectives in hun wagen sprongen en achter de Nationaal Netwerk van Gespecialiseerde hoger geschoold, professioneel en to the point ! Pre-employment screening Privédetectives Onze feitenspecialiteiten aangingen :is immers lang voorbij. Vandaag staat de

Privédetectives

verhouding kostprijs van inde t.o.v. de resultaten De tijd dat privédetectives hunopdracht wagen sprongen en achter de Onderzoek op Onze specialiteiten : kandidaat-huurder U vindt aangingen bij generatie vergunde privédetectives : voorop ! ons de “nieuwe” feiten is immers lang voorbij. Vandaag staat de Solvabiliteitsonderzoeken Opzoeking “Bron vangeneratie Inkomsten” U vindt bij ons deprofessioneel “nieuwe” vergunde : hoger geschoold, enopdracht to the point ! privédetectives verhouding kostprijs van de t.o.v. de resultaten Solvabiliteitsonderzoeken hoger geschoold, professioneel en to the point ! Pre-employment screening Onze specialiteiten : voorop De tijd !dat privédetectives in hun wagen sprongen en achter de Pre-employment screening De tijd aangingen dat privédetectives in hun sprongen en achter de feiten is kandidaat-huurder immers langwagen voorbij. Vandaag staat de Onderzoek op Ward VRIJSEN Solvabiliteitsonderzoeken Onze specialiteiten : immers feiten aangingen is voorbij. Vandaag staat de verhouding kostprijs van de lang opdracht t.o.v. de resultaten Onderzoek op kandidaat-huurder Pre-employment screening “Bron van Inkomsten” verhouding kostprijs van de opdracht t.o.v. de resultaten Fraud Forensic Investigator voorop !Opzoeking Solvabiliteitsonderzoeken voorop Opzoeking !Onderzoek“Bron Privédet., FOD BiZa nr. 14.1675.02 van vergund Inkomsten” op kandidaat-huurder Pre-employment screening Onze specialiteiten : Opzoeking “Bron van Inkomsten” Onze specialiteiten : Serge DE CORTE Onderzoek op kandidaat-huurder Ward VRIJSEN Solvabiliteitsonderzoeken Solvabiliteitsonderzoeken Opzoeking “Bron van Inkomsten” Criminoloog Ward VRIJSEN Pre-employment screening Fraud Forensic Investigator Wardscreening VRIJSEN Pre-employment Privédet., vergund FOD BiZa nr. 14.1683.08 Onderzoek Privédet., op kandidaat-huurder vergund FOD BiZa nr. 14.1675.02 Fraud Forensic Investigator Fraud Forensic Investigator Onderzoek op kandidaat-huurder Ward VRIJSEN Opzoeking “Bron van Inkomsten” Peter DU CHAU Privédet., Privédet., vergund vergund FOD FOD BiZa BiZa nr. nr. 14.1675.02 14.1675.02 Opzoeking “Bron van Inkomsten” SergeForensic DE CORTE Fraud Investigator Commercieel Directeur Serge DE DEvergund CORTE Privédet., FOD BiZa nr. 14.1675.02 Serge CORTE Ward VRIJSEN Criminoloog Ward VRIJSEN Criminoloog Serge DE CORTE Fraud Forensic Investigator Privédet., vergund FOD BiZa nr. 14.1683.08 Criminoloog Privédet., vergund FOD BiZanr. nr. 14.1675.02 14.1683.08 Fraud Forensic Investigator FOD BiZa OPGELET : wij Privédet., werken invergund eerste instantie voor bedrijven !

Privédet., vergund FOD nr. 14.1683.08 Criminoloog vergund FOD BiZa BiZa nr. ze 14.1675.02 Private opdrachtenPrivédet., worden enkel aanvaard indien ons worden Peter DU DUvergund CHAU FOD BiZa nr. 14.1683.08 Peter CHAU Privédet., Serge DE CORTE aangereikt door bemiddeling van een advocaat, een Serge DE notaris. CORTE Peter DU CHAU gerechtsdeurwaarder of een Commercieel Directeur Peter DU CHAU Criminoloog Commercieel Directeur

www.checkpoint-online.be Criminoloog Privédet., vergund FOD BiZa nr. 14.1683.08

Commercieel Directeur Commercieel Directeur Privédet., vergund FOD BiZa nr. 14.1683.08

Molenkouter 148/6 - 9620 ZOTTEGEM

r EC H T s P r A A k Instantie: Hof van Cassatie datum van de uitspraak: 18/03/2011 J.P. t/ Faillissement BVBA I.C. en H. I. Rechtspleging voor het Hof Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen van 1 oktober 2009.

Peter DU CHAU OPGELET : wij werken in eerste instantie voor bedrijven ! Peter DU CHAU Private opdrachten worden aanvaard indien ze bedrijven ons worden T : 09/369.99.20 Minenkel : eerste info@checkpoint-online.be OPGELET : wij Commercieel werken instantie voor ! Directeur aangereikt : wij doorwerken bemiddeling een voor advocaat, een OPGELET in eerstevan instantie bedrijven Private opdrachten wordeninenkel aanvaard indien ze bedrijven ons worden!! Commercieel Directeur OPGELET : wij werken eerste instantie voor gerechtsdeurwaarder of eenenkel notaris. Private opdrachten worden aanvaard indien ze ons worden

aangereikt door bemiddeling van een advocaat, een Private opdrachten enkel aanvaard indienadvocaat, ze ons worden aangereikt door worden bemiddeling van een een www.checkpoint-online.be gerechtsdeurwaarder of een notaris. aangereikt door bemiddeling van een advocaat, een gerechtsdeurwaarder of een notaris. OPGELET : wij werken in eerste instantie voor bedrijven ! OPGELET : wij werken in eerste instantie voor bedrijven gerechtsdeurwaarder of een notaris. Private opdrachten worden enkel aanvaard indien ze ons worden! Molenkouter 148/6 - 9620 ZOTTEGEM

www.checkpoint-online.be

Private opdrachten enkel aanvaard indien ze ons worden aangereikt door worden bemiddeling van een advocaat, een aangereikt door bemiddeling advocaat, een gerechtsdeurwaarder of 148/6 een T : 09/369.99.20 M notaris. : info@checkpoint-online.be Molenkouter - van 9620een ZOTTEGEM gerechtsdeurwaarder of een notaris.

www.checkpoint-online.be Molenkouter 148/6 - 9620 ZOTTEGEM www.checkpoint-online.be T : 09/369.99.20 M : info@checkpoint-online.be Molenkouter 148/6 - 9620 ZOTTEGEM www.checkpoint-online.be T : 09/369.99.20 M : info@checkpoint-online.be Molenkouter 148/6 - 9620 ZOTTEGEM Molenkouter 148/6 - 9620 ZOTTEGEM T : 09/369.99.20 M : info@checkpoint-online.be

T : 09/369.99.20 T : 09/369.99.20

M : info@checkpoint-online.be M : info@checkpoint-online.be

... III. Beslissing van het Hof Beoordeling info@law 2012 i september-oktober

21


Eerste middel 1. Krachtens art. 744 Ger.W. moeten de conclusies uitdrukkelijk de eisen van de concluderende partij uiteenzetten alsook de middelen in feite en in rechte waarop iedere eis is gebaseerd. 2. Volgens art. 756bis, eerste lid Ger.W. betekent, onverminderd de in art. 735, ยง 3 bedoelde regels, het ontbreken of het ambtshalve weren van de conclusies geen verbod tot pleiten en geldt dit pleidooi niet als conclusie. Volgens het tweede lid van dat artikel kan een partij na het pleidooi van haar tegenpartij antwoordconclusies indienen. 3. Het is de rechter niet verboden de argumenten die de procespartijen voor het eerst in pleidooien aanvoeren, in zijn beoordeling te betrekken, mits hij het recht van verdediging niet miskent.

N o oT: E E N ko E ks k E L Eg g E N de kracht van een pleidooi wordt vaak onderschat. Advocaten worden vaak geconfonteerd op de zitting met conclusies die onvolledig zijn. Een andere techniek bestaat erin om zwak te concluderen, waardoor de tegenpartij gerust gesteld is om op de zitting deus ex machina met een aantal nieuwe argumenten aan te komen draven. Probleem is dan wel dat de rechter die 4 weken later het vonnis velt nog kennis

4. In zoverre het middel ervan uitgaat dat de artikelen 741, 744, 756bis en 1042 Ger.W. eraan in de weg staan dat de rechter zijn beslissing baseert op elementen die tijdens de pleidooien werden aangevoerd, faalt het naar recht. 5. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eiser op de terechtzitting gevraagd heeft om ter zake van de door de verweerders in de pleidooien nieuw aangevoerde elementen, een conclusie te mogen indienen. In zoverre het middel de miskenning aanvoert van het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging en de schending van art. 774, tweede lid Ger.W., kan het niet worden aangenomen. 6. De appelrechters die hun beslissing baseren op door de partijen ter terechtzitting gegeven toelichting, miskennen het algemeen rechtsbeginsel van de autonomie van de procespartijen niet. Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen. 22

info@law 2012 i september-oktober

moet hebben voor dit uitzonderlijk pleidooi en zich de nieuwe krachtige juridische argumenten dient te herinneren. Dit kan bereikt worden door humor, soms sarcastische humor, soms Aristohaanse humor, soms zelfs sels. De hersenen ook die van de rechter leggen verbindingen en die ezelsbruggetjes dienen onbewust aan de rechter gegeven. De grootmeester in deze techniek was wijlen Meester Johan de Koekelare. Die in elk pleidooi uit een onverwachtse hoek kwam, de nodige bruggetjes legde voor de rechter.


Woninghuur

HUUROPZEG OM EEN GOED TE BETREKKEN ZONDER BEWONING Instantie: Vredegerecht

eisende partij;

Plaats van uitspraak: oudenaarde

TEgEN :

datum van de uitspraak 19/04/2012

D. J. , wonende te 9700 OUDENAARDE, […],

Rolnummer : 08A125

sA M E N VAT T I N g Een verhuurder geeft huuropzeg aan de huurder gemotiveerd door het persoonlijk gebruik dat zijn dochter van de woning wil maken. Na enkele maanden stelt de opgezegde huurder vast dat de dochter aldaar niet ingeschreven is als hebbende er haar woonplaats. Hij eist op basis van de woninghuurwet schadevergoeding van de verhuurder. de dochter woonde inderdaad niet in de woning maar maakte hiervan gebruik. Zij betrok de woning om er gebruik van te maken voor een atelier. de Vrederechter stelde deze eigen betrekking gelijk met eigen gebruik en eigen bewoning en gaf de verhuuder gelijk. Uittreksel uit het vonnis VrEdEgErECHT van het kanton Oudenaarde - Kruishoutem zetel OUDENAARDE Rolnummer : 08Al25 INzAkE : G. P. , wonende te 9700 OUDENAARDE, […], mr Elfri DE NEVE, advocaat te 9700 Oudenaarde, Stationsstraat 29

- subsidiair: de gegeven huuropzeg dd. 25.10.2007 van waarde te horen verklaren, met machtiging om de verwerende partij uit te drijven met behulp van de openbare macht;

verwerende partij; werden de partijen ter openbare terechtzitting van 15 maart tweeduizend en twaalf aanhoord waarna de debatten gesloten werden, de zaak in beraad werd genomen en voor uitspraak gesteld op de terechtzitting van 19 april tweeduizend en twaalf ( artikel 770 Ger.W.); het dossier van de rechtspleging en de overgelegde stavingsstukken werden ingezien. 1) De vordering Bij verzoekschrift in toepassing van art. 1344bis Ger. W. neergelegd ter griffie op 8.2.2008 vorderde de eisende partij, bij uitvoerbaar verklaard vonnis: - de veroordeling van de verwerende partij tot betaling aan de eisende partij van de achterstallige huur van 370,00 EUR voor de maand januari 2008 en voor de eventuele verstreken periode op datum uitspraak; - de ontbinding van de huur tussen de partijen in het nadeel van de verwerende partij en bijgevolg aan de eisende partij toelating te verlenen tot uitzetten van de verwerende partij en de zijnen uit het gehuurde pand, zo nodig met tussenkomst van de openbare macht, binnen de 15 dagen na betekening van het te vellen vonnis; - de veroordeling van de verwerende partij tot betaling van een vergoeding voor wederverhuring gelijk aan drie maanden huur nl. 1.110,00 EUR;

- de eisende partij machtiging te horen verlenen de huurwaarborg ten belope van 1.110,00 EUR en interesten die geconsigneerd staan alleen in ontvangst te nemen teneinde in mindering te brengen op de bedragen welke de verwerende partij aan de eisende partij verschuldigd is; - aan de eisende partij akte te horen verlenen voor het voorbehoud dat hij formuleert voor alle huurschade die zou zijn veroorzaakt door de verwerende partij en een deskundige te horen aanstellen met als opdracht tot vaststelling en raming hiervan over te gaan; - de veroordeling van de verwerende partij tot de kosten van het geding, daarin begrepen een rechtsplegingsvergoeding van 1.200,00 EUR. Tijdens onderhavige procedure werd aan de huurovereenkomst afgesloten voor een duur van 9 jaar (ingaand op 1.10.2003 om te eindigen op 30.9.2012) betreffende een appartement gelegen te Oudenaarde, […] een einde gesteld ingevolge opzegging van de verhuurder bij aangetekend schrijven dd. 25.10.2007 ten voordele van zijn dochter op 30.4.2008. De verwerende partij heeft het appartement op 30.4.2008 verlaten. Bij vonnis dd. 19.2.2009 werd als volgt geoordeeld: “Veroordeelt de verwerende partij, J. D., om aan de eisende partij, P. G.,

info@law 2012 i september-oktober

23


te betalen het bedrag van DUIZEND VIJFHONDERDTWEEENTACHTIG EURO VIERENZESTIG CENT uit hoofde van huurachterstal.

komend geval te adviseren of het niet uitvoeren van deze werken enige genotsderving heeft veroorzaakt in hoofde van de verwerende partij;

Beveelt de vrijgave van de huurwaarborg ten belope van 1 110,00 EUR in het voordeel van de eisende partij, méér de inmiddels verworven intresten, mits het bedrag in mindering te brengen van de tegen de verwerende partij uitgesproken veroordelingen.

[…].

Alvorens uitspraak te doen nopens de vordering inzake huurschade en genotsderving, bevelen Wij de hiernavolgende onderzoeksmaatregel: Benoemt Dhr. A. Bauwens, architect, te 9000 Gent aan de Visserij 84, als deskundige met de hiernavolgende opdracht:

Op 30.11.2010 werd het deskundig verslag neergelegd ter griffie, waarbij de deskundige de huurschade raamde op 3 120,50 EUR (excl. BTW) en de gebruiksderving op 370 EUR.

- zich ter plaatse te begeven te 9700 Oudenaarde, Ter Eecken 5A en er na kennisname van alle nuttige stukken en bemerkingen te pogen een vergelijk tot stand te brengen. Indien hij hierin niet slaagt: een met redenen omkleed schriftelijk verslag op te maken waarin, ter advisering van de vrederechter, volgende punten worden behandeld: - het gebouw te bezoeken en te beschrijven en de eventuele schade aan te duiden; - de oorzaken ervan vast te stellen derwijze dat o.m. kan worden geoordeeld of het al dan niet “huurschade” betreft; - te adviseren over de herstellingswijze; - de kostprijs en de duur van de herstelling te bepalen; - de eventuele minderwaarde te omschrijven en te ramen; - de genotsderving te omschrijven en te schatten; - alle vragen van de partijen, nuttig voor de oplossing van het geschil, te beantwoorden; - desgevallend bijkomende opdrachten, waar over de partijen het eens zijn, uit te voeren mits terzake een onderscheid te maken in zijn kosten- en ereloonstaat; - vast te stellen of de herstellingswerken (tasso hangen in de living en de slaapkamer en twee lagen verf erboven) al of niet werden uitgevoerd en in voor24

Wijzen de vordering van de verwerende partij inzake de betaling van 1 210 EUR door de eisende partij af als ongegrond. Reserveren de gedingskosten.”

Bij syntheseconclusies neergelegd ter griffie op 18.5.2011 stelt de eisende partij dat inzake de ontvankelijkheid bij tussenvonnis reeds uitspraak werd gedaan, nu alsdan een onderzoeksmaatregel werd bevolen. De eisende partij had wel degelijk het vereiste belang en hoedanigheid op het ogenblik van het instellen van de vordering en heeft die nu nog steeds. Wat de genotsderving en de huurschade betreft sluit de eisende partij zich volledig aan bij de bevindingen van de deskundige. De eisende partij vordert vergoedende rente vanaf 30.4.2008, zijnde de datum waarop het pand werd verlaten en de verwerende partij is gehouden tot de expertisekosten. Inzake de tegenvordering gaat de eisende partij ervan uit dat de verwerende partij niet langer aandringt, nu in de laatste conclusies daaromtrent niets meer wordt geformuleerd. Wat de beweerde schending betreft van art. 3 §2 Woninghuurwet, wijst de eisende partij erop dat de opzeg geldig werd verklaard bij tussenvonnis dd. 19.2.2009, doch werpt de verwerende partij op dat de eisende partij het opzegmotief niet is nagekomen. De eisende partij is van oordeel dat de verwerende partij daaromtrent niets bewijst. De eisende partij wijst erop dat zijn dochter niet noodzakelijkerwijze gedomicilieerd dient te zijn op het adres van de vroegere huurwoonst. Uit het plaatsbezoek van de deskundige blijkt wel degelijk volgens de eisende partij dat zijn dochter de woonst betrekt en desgevallend de deskundige daarom-

info@law 2012 i september-oktober

trent kan worden gehoord. De eisende partij stelt tenslotte dat van enige rechtsmisbruik in zijnen hoofde geen sprake is. Bij syntheseconclusies neergelegd ter griffie op 30.6.2011 wijst de verwerende partij er in eerste instantie op dat inzake de genotsderving, de eisende partij heden ten dage niet langer de eigenaar is van de betrokken woning, zodat de vordering dienaangaande onontvankelijk is, nu hij niet langer noch enig belang, noch enige hoedanigheid heeft om deze vordering in te stellen. Minstens maakt deze vordering thans rechtsmisbruik uit. In ondergeschikte orde wijst de verwerende partij erop dat er geen sprake is van genotsderving, nu de woning geenszins werd bewoond of verhuurd sinds april 2008. Wat de huurschade betreft maakt de verwerende partij eveneens de opmerking dat ook hier de vordering onontvankelijk is; minstens dient het weerhouden bedrag door de deskundige gereduceerd te worden met een aantal bedragen (370 EUR). Immers, de deskundige heeft een aantal posten weerhouden die nochtans niet waren beschreven bij de ingaande plaatsbeschrijving. De verwerende partij formuleert een tegenvordering op basis van art. 3 §2 Woninghuurwet, nu de opzeg werd gegeven om het goed persoonlijk te laten betrekken door de dochter van de eisende partij, die thans huidige eigenaar is van het goed. De verwerende partij houdt voor dat de dochter nooit, minstens niet binnen het jaar na de opzeg, de woning heeft betrokken. Noch is op heden voldaan aan de vereiste van twee jaar werkelijk en doorlopende betrekking. Zo is de dochter er niet gedomicilieerd, noch waren er tekenen tijdens de expertise van effectieve bewoning. Desgevallend dient de deskundige daaromtrent te worden gehoord. De eisende partij brengt evenmin stukken bij die wijzen op het betrekken van de woning (nutsvoorzieningen, internet, e.d.). Het rechtsmisbruik in hoofde van de eisende partij is bewezen, nu na het ontruimen van de woning de eisende partij de volle eigendom van het goed heeft geschonken aan zijn dochter en het in die optiek is dat een opzeg werd


Milieu INHOUD De uitgave ‘Milieu’ bestaat uit twee delen, ondergebracht in vier gebruiksvriendelijke mappen.

en.

Deel 1 (1e en 2e map) bevat de algemene milieuwetgeving, die niet specifiek betrekking heeft op de milieucompartimenten afval, lucht, geluid, bodem en water:

4 (zonder abonnement).

etapplicatie beschikbaar

reuvelslaan 73 eule 6 36 32 00 35 60 96 publ@uga.be e: www.uga.be

4 aanvullingen per jaar

Deel 2 (3e en 4e map) behandelt volgende onderwerpen: • afvalwetgeving : ook de regeling inzake meststoffen is opgenomen • lucht en luchtverontreiniging • geluidsnormen • water (grondwater, oppervlaktewater, …) • bodemsanering

• het milieuvergunningsdecreet • de milieu-effectrapportering • de Seveso-reglementering • Vlarem I en II • andere algemene regelgeving

Volledigheidshalve bevat deze uitgave links naar verschillende relevante websites teneinde u in staat te stellen onmiddellijk over die informatie te beschikken die u nodig hebt. Prijs: € 129,45 (portkosten niet inbegrepen)

EVENEENS VERKRIJGBAAR

WETGEVING WELZIJN OP HET WERK Een losbladige uitgave in samenwerking met: de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, PreBes (Koninklijke Vlaamse Vereniging voor Preventie en Bescherming), Prevent (het Instituut voor Preventie, Bescherming en Welzijn op het Werk) en het Provinciaal Veiligheidsinstituut (P.V.I.) van Antwerpen. Map 1 Welzijnswet Codex over het welzijn op het werk Mappen 2 tot 5 A.R.A.B. (Algemeen reglement voor de arbeidsbescherming) Andere teksten inzake arbeidsbescherming, o.a.: • afwijkings- en uitvoeringsteksten van het A.R.A.B. • gevaarlijke stoffen (o.a. REACH & CLP) • ingedeelde inrichtingen • A.R.E.I. (Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties) Prijs: € 167 (portkosten niet inbegrepen) Onze uitgave Wetgeving welzijn op het werk is ook via een internetapplicatie beschikbaar (www.preventlex.be).

U WENST TE BESTELLEN? Uitgeverij UGA U kan ook online bestellen op

T: 056 36 32 11 - F: 056 35 60 96 www.uga.be

Stijn Streuvelslaan 73, 8501 Heule E: publ@uga.be

info@law 2012 i september-oktober

25


betekend om het goed vrij te krijgen met het oog op schenking. Nu volgens de verwerende partij geen bewijs wordt aangebracht dat vereisten van art. 3 §2 Woninghuurwet werden ingelost en tevens geen buitengewone omstandigheden voorhanden zijn, maakt de verwerende partij aanspraak op een schadevergoeding van 18 maanden huur, zijnde 6 660 EUR. De gedingvoerende partijen werden gehoord op de zitting van 22.9.2011, waarna de debatten werden gesloten en de zaak in beraad werd genomen. Bij tussenvonnis dd. 20.10.2011 werd als volgt geoordeeld: “ Veroordeelt de verwerende partij, J. D., om aan de eisende partij, P. G., te betalen het bedrag van DRIEDUIZEND VIERHONDERDNEGENTIG EUR VIJFTIG CENT, méér de vergoedende rente vanaf 30.4.2008 en de gerechtelijke rente tot de dag der algehele betaling uit hoofde van huurschade en genotsderving. Verklaart de tegenvordering inzake de schadevergoeding ten belope van 6 660 EUR ontvankelijk, doch alvorens te oordelen nopens de gegrondheid ervan: Beveelt een plaatsopneming op ACHT NOVEMBER TWEEDUIZEND EN ELF te Oudenaarde, […] om 16.00 uur met persoonlijke verschijning van partijen en hun raadslieden. Beveelt dat de eisende partij de nodige stukken (facturen) aanbrengt inzake de aansluiting van elektriciteit, gas, water, telefoon, kabel, internet e.d. uiterlijk op 8.11.2011. Neemt akte dat de verwerende partij afstand doet van zijn vordering inzake genotsderving. Zegt voor recht dat de verwerende partij de kosten van de plaatsopneming zal provisioneren. Zegt tevens dat de verwerende partij, uiterlijk acht dagen voor de plaatsopne26

ming, de hieraan verbonden kosten ten bedrage van 39,04 EUR zal consigneren ter griffie van dit vredegerecht, hetzij bij contante betaling ter griffie, hetzij door storting op rekeningnummer 6792008424-39, hetzij door tijdige afgifte van een griffiebon. Zegt tevens dat bij gebreke aan naleving van bovenvermelde bepaling, de plaatsopneming niet zal doorgaan en de zaak zal worden uitgesteld. Reserveren de gedingkosten. Laat de voorlopige tenuitvoerlegging van dit vonnis toe , zonder borgstelling.” Op 8.11.2011 werd de bevolen plaatsopneming gehouden, waarbij van het interieur van de woning 7 foto’s werden genomen. Bij conclusies na tussenvonnis neergelegd ter griffie op 23.1.2012, verdedigt de eisende partij de stelling dat wel degelijk is voldaan aan de voorwaarden van art. 3 §2 Woninghuurwet en dat genoegzaam is gebleken aan de hand van de plaatsopneming dat de woning daadwerkelijk betrokken wordt door de dochter van de eisende partij. Bij conclusies na tussenvonnis neergelegd ter griffie op 2.2.2012 stelt de verwerende partij dat de stukken van de eisende partij inzake het laag energieverbruik, het ontbreken van aansluiting inzake telefoon, internet e.d. alsmede het feit dat in de woning geen professionele activiteit wordt uitgeoefend door de dochter bewijzen, dat van het daadwerkelijk betrekken van de woning geen sprake is, zodat de verwerende partij aanspraak maakt op een schadevergoeding van 6 660 EUR.

2.1 Inzake de tegenvordering wegens schending van art. 3 §2 Woninghuurwet Bij aangetekend schrijven dd. 25.10.2007 werd door de eisende partij een opzeg betekend aan de verwerende partij in toepassing van art. 3 §2 Woninghuurwet, zijnde een opzeg voor eigen gebruik. De eisende partij wenste de vrije beschikking te verkrijgen van de woning tegen uiterlijk 30.4.2008 opdat zijn dochter het appartement wenste te betrekken. Art. 3 §2 Woninghuurwet stelt: De verhuurder kan de huurovereenkomst evenwel te allen tijde beëindigen met inachtneming van een opzeggingstermijn van zes maanden, indien hij voornemens is het goed persoonlijk en werkelijk te betrekken of het op dezelfde wijze te laten betrekken door zijn afstammelingen, zijn aangenomen kinderen, zijn bloedverwanten in opgaande lijn, zijn echtgenoot, door diens afstammelingen, bloedverwanten in opgaande lijn en aangenomen kinderen, door zijn bloedverwanten in de zijlijn en de bloedverwanten in de zijlijn van zijn echtgenoot tot in de derde graad. Wordt de opzegging gegeven opdat bloedverwanten in de derde graad het goed kunnen betrekken, dan kan de opzeggingstermijn niet verstrijken vóór het einde van de eerste driejarige periode vanaf de inwerkingtreding van de huurovereenkomst.

2) Bespreking

De opzegging vermeldt de identiteit van de persoon die het goed zal betrekken en de band van verwantschap met de verhuurder. Deze laatste moet op verzoek van de huurder de band van verwantschap bewijzen. De verhuurder moet aan dit verzoek voldoen binnen een termijn van twee maanden te rekenen van de kennisgeving ervan; zoniet kan de huurder de nietigverklaring van de opzegging vorderen. Die vordering moet op straffe van verval uiterlijk twee maanden vóór het verstrijken van de opzeggingstermijn worden ingesteld.

Op tegeneis

Het goed moet binnen een jaar na het

De partijen werden gehoord op de zitting van 15.3.2012, waarna de debatten werden gesloten en de zaak in beraad werd genomen.

info@law 2012 i september-oktober


verstrijken van de opzegging door de verhuurder of, ingeval van verlenging, na de teruggave van het goed door de huurder, worden betrokken. Het goed moet gedurende ten minste twee jaar werkelijk en doorlopend betrokken blijven.

een videotheek kan worden beschouwd als ‘werkelijk betrekken’ in de zin van voornoemd artikel. De bewijslast voor het beweerde betrekken ligt bij de verhuurders (zie Vred. Wolvertem 18 januari 1996 Huurrecht 1996, 79, noot DE BRUYN, W.).

Indien de verhuurder, zonder het bewijs te leveren van buitengewone omstandigheden, binnen de gestelde termijn en voorwaarden de betrekking van het goed niet verwezenlijkt, heeft de huurder recht op een vergoeding die gelijk is aan achttien maanden huur.

De rechtbank oordeelt soeverein aan de hand van de feitelijk voorhanden zijnde gegevens of de verhuurder die heeft opgezegd voor eigen gebruik al dan niet voldoet aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 3, § 2 Huurwet 1991.

De partijen kunnen evenwel overeenkomen om de mogelijkheid van vroegtijdige beëindiging uit te sluiten of te beperken. De sanctie van art. 3, par. 2, lid 4 Huurwet 1991 beoogt de verhuurder die voor eigen gebruik heeft opgezegd, te ontraden lichtzinnig af te zien van de tenuitvoerlegging van het opzeggingsmotief. De ratio legis is te voorkomen dat de verhuurder onder het voorwendsel van eigen gebruik de huurder op elk ogenblik zou kunnen opzeggen, terwijl niet ernstig aan eigen gebruik wordt gedacht. Eigen gebruik in de zin van de wet betekent “het goed werkelijk betrekken”, nu bij het wetsontwerp destijds in de Kamercommissie de term “bewonen” werd vervangen door “betrekken” (zie Verslag Kamercommissie 1990-91,199091,55). Het beoogde gebruik hoeft derhalve geen bewoning te zijn, noch dient de hoofdverblijfplaats er te zijn gevestigd. Het gehuurde goed kan voor andere doeleinden gebruikt worden (bijv. dokterskabinet, kantoren) (zie J. Herbots en Y. Merchiers , “Woninghuur, Die Keure, 1997, 87). Het ‘werkelijk betrekken’ in de zin van art. 3, par. 2 Woninghuurwet bestaat niet noodzakelijk in bewoning maar kan eveneens de exploitatie van een handel of de uitoefening van een vrij beroep zijn. Het gebruik van een appartement als stockageruimte voor

Het door de verwerende partij aangehaalde argument dat de dochter van de eisende partij tot op heden nooit effectief gedomicilieerd is geweest, betekent op zich niet dat de woning niet zou betrokken worden door de dochter van de eisende partij. Het volstaat dienaangaande te verwijzen naar de boven aangehaalde beschouwingen, nu het ‘werkelijk betrekken’ in de zin van art. 3, par. 2 Woninghuurwet niet noodzakelijk bestaat in bewoning, nu het eveneens de exploitatie van een handel of de uitoefening van een vrij beroep kan zijn. Dat de verwerende partij in conclusies niet langer betwist dat de dochter van de eisende partij voormelde woning niet daadwerkelijk moet betrekken in de zin van bewonen. In die optiek doet het neergelegde attest van woonst geen afbreuk aan de betekende opzeg in toepassing van art. 3, §2 Woninghuurwet. Dat er ten tijde van de rondgang door de deskundige geen plaatsen waren van effectieve bewoning, wordt nergens hard gemaakt door de verwerende partij en heeft dus eigenlijk op zich geen enkele relevantie, nu het betrekken van de woning veel ruimer is dan louter het begrip bewonen van de woning. Dat naar aanleiding van de plaatsopneming werd vastgesteld (zie de 7 genomen foto’s) dat wel kan gesproken worden van een daadwerkelijk betrekken van de woning, nu in de diverse plaatsen van de woning spullen en allerhande zaken aanwezig waren die duidelijk

verband houden met de professionele activiteit van de dochter van de eisende partij. Uit de stukken 34 en 35 van de eisende partij blijkt dat zij cursussen doceert inzake Marokijnbewerker en Decorateur textielstoffen en de aanwezige vaststellingen ter plaatse hebben duidelijk aangetoond dat de aldaar aanwezige spullen en de inrichting van de woning daar niet vreemd aan zijn. De verwerende partij kan geenszins worden gevolgd waar hij het heeft over een zogenaamde hobbyactiviteit van de dochter van de eisende partij. Uit de stukken 34 en 35 wordt duidelijk gesproken over de docent G. Catharina en het studieprogramma laat duidelijk zien dat het om een volwaardige opleiding gaat, nu deze opleiding zich richt o.a. naar de werknemers uit de confectiesector en bestemd is voor wie zich o.a. professioneel wil bezighouden met textieldecoratie. Dezelfde opmerking is toepasselijk voor de opleiding marokijnbewerker (zie stuk 35 - eisende partij), zodat ook hier kan besloten worden dat het om een volwaardige opleiding gaat en niet zozeer een hobbyactiviteit. Dat ook blijkt dat er aansluiting is van elektriciteit en water in de woning, waarbij de opmerking van de verwerende partij dat er een laag verbruik is, geen afbreuk doet aan de nakoming van de voorwaarde, omdat heel duidelijk blijkt dat de woning niet bewoond is en zulks automatisch een lager verbruik impliceert dan bij een bewoning. Ook dit verklaart waarom geen aansluiting van telefoon en internet aanwezig is. Wij zijn dan ook van oordeel dat de eisende partij voldoet aan de gestelde voorwaarde van art. 3 §2 Woninghuurwet en de tegenvordering van de verwerende partij dan ook iedere grond mist. 2.2 Inzake de rechtsplegingsvergoeding De eerste regel is dat, ex. art. 557 Ger. W., moet worden uitgegaan van de som die in de gedinginleidende akte wordt

info@law 2012 i september-oktober

27


geëist, met uitsluiting van de gerechtelijke intrest, alle gerechtskosten en dwangsommen. In casu, was er in de gedinginleidende akte een niet in geld waardeerbare vordering en in geld waardeerbare vorderingen en bestaat de tegenvordering uit een in geld waardeerbare vordering. Zowel in de rechtspraak als in de rechtsleer wordt de stelling verdedigd dat de in het gelijk gestelde partij enkel recht heeft op de hoogste van de beide rechtsplegingsvergoedingen (zie P. Taelman, “Het burgerlijk procesrecht na de hervormingen van 2007: een stand van zaken”, Rechtskroniek voor Vrede- en Politierechter 5 Gent, 14 maart 2009, p. 39). Wanneer het geschil betrekking heeft op zowel in geld als niet in geld waardeerbare vorderingen, past de rechter het hoogste tarief toe (J.F. Van Drooghenbroek en B. De Coninck, “La loi du 21 avril 2007 sur la répétibilité des frais en honoraires d’avocat”, J.T., 2008, p. 41, nr. 14). Uit de procedurestukken blijkt dat de gevorderde ontbinding werd verlaten, nu een opzeg werd betekend waaraan gevolg werd gegeven door de verwerende partij (zie tussenvonnis dd. 19.2.2009), zodat de rechtsplegingsvergoeding voor de in geld waardeerbare vordering dient toegepast te worden. De eisende partij vordert twee rechtplegingsvergoedingen (voor zowel de hoofdeis als de tegeneis), terwijl de verwerende partij één rechtsplegingsvergoeding vordert. De aanrekening van een rechtsplegingsvergoeding vindt haar grondslag in het procesrisico en het procesbeleid, waarbij onder procesrisico moet worden verstaan, het risico dat elke partij loopt om haar eis of verweer afgewezen te zien, ongeacht de intrinsieke waarde hiervan, en bij een aanvullende vordering ongeacht een andere oorzaak of rechtsgrond. Er dient vastgesteld te worden dat aan de hoofd- als tegenvordering wel een afzonderlijk procesrisico is verbonden, nu een vordering in betaling van huur28

schade totaal los staat van een vordering inzake schadevergoeding wegens niet nakoming van de voorwaarden vermeld in art. 3, §2 Woninghuurwet. De beide ingestelde vorderingen kunnen duidelijk afzonderlijk worden ingesteld, zodat zowel voor de hoofd- als de tegeneis een rechtsplegingsvergoeding kan worden toegekend. In toepassing van art. 1017 Ger. W. wordt bij ieder eindvonnis de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, onverminderd de overeenkomst tussen partijen, die het eventueel bekrachtigt, en de kosten kunnen worden omgeslagen zoals de rechter het raadzaam oordeelt.

OM DEZE REDENEN Wij, Vrederechter met inachtneming van de artikelen 2, 3, 34, 36, 37, 41 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van de talen in gerechtszaken. Rechtdoende op tegenspraak Verklaart de tegenvordering ontvankelijk, doch ongegrond. Veroordeelt de verwerende partij, J. D., tot de kosten van het geding. Begroot de kosten van het geding als volgt: - aan de zijde van de eisende partij op 35,00 EUR rolrecht + 1.424,44 EUR expertisekosten + 990,00 EUR rechtsplegingsvergoeding (op hoofdeis) + 990,00 EUR rechtsplegingsvergoeding (op tegeneis) - aan de zijde van de verwerende partij op 39,04 EUR verplaatsingskosten + 990,00 rechtsplegingsvergoeding (hoofdeis) + 990,00 EUR rechtsplegingsvergoeding (tegeneis). Laat de voorlopige tenuitvoerlegging van het vonnis toe, zonder borgstelling. Uitgesproken ter openbare terechtzitting van donderdag, negentien april tweeduizend en twaalf door de vrederechter van het kanton Oudenaarde Kruishoutem,

info@law 2012 i september-oktober

Noot: woninghuur en opzegging voor eigen bewoning Zie ook: Rechtbank eerste aanleg Nijvel 03/02/2009, T.Vred. 2011, 7-8, 344 Wanneer een verhuurder gebruik maakt van het recht op te zeggen voor eigen gebruik (woninghuur) , dan heeft hij het recht voorafgaandelijke aanpassingswerken aan het gehuurde goed uit te voeren, teneinde hem toe te laten het goed daadwerkelijk bewoonbaar te maken. Let wel, de uitvoering van deze werken is niet gelijk te stellen met het bewonen van de woning in de zin van de Woninghuurwet. De termen van artikel 16, I, 1° van de Handelshuurwet kunnen niet naar analogie gebruikt worden om de tekst van artikel 3, § 2 van de Woninghuurwet te verduidelijken. Wanneer laattijdig een stedenbouwkundig attest wordt afgeleverd door een stedenbouwkundige voor een kinderopvang in een deel van de woning, maakt zulks geen buitengewone omstandigheid uit, die de verhuurder ontslaat van de verwezenlijking van het opzeggingsmotief binnen de door de wet opgelegde termijnen. Hierbij kan opgemerkt worden dat de verhuurder nalatig is geweest bij de opvolging van de aanvraag. Het uitstel van de exploitatie van de kinderopvang belette de verhuurder bovendien niet de eerste en tweede verdieping te bewonen.


Arbeidsrecht

GEWELD DOOR DE WERKGEVER IN DE UITOEFENING VAN DE ARBEIDSRELATIE

Advocaat Elfri De Neve is afgestudeerd in 1983 aan de VUB te Brussel als licentiaat in het recht, waarna hij als advocaat startte in Oudenaarde. Het kantoor heeft momenteel verschillende interne en 20 externe medewerkers. Hij is gespecialiseerd in o.a. betalingsverkeer, consumentenkrediet en schuldbemiddeling en won verschillende grote processen inzake deze materie. Hij heeft meer dan 25 jaar ervaring in beslagrecht en schrikt er niet voor terug om zelfs tegen de machtigsten hard op te treden en heilige huisjes in te stampen, zoals het blootleggen van de machinaties van kredietgevers, en elke dag opnieuw in alle onafhankelijkheid het belang van de burger te verdedigen. Van tal van zijn spectaculaire zaken werden de vonnissen gepubliceerd in de vakpers, waarin hij de verdediging opnam tegen de banken waardoor hij de financiële sector op zijn kop zette.

de gerechtsdeurwaarder en uw schuldeisers het beslagrecht ontmaskerd Elfri DE NEVE

De laatste jaren ontpopte advocaat De Neve zich als mediafiguur in diverse tijdschriften, radio en TV. Maar hij is vooral bekend als auteur van de gekende site www.elfri.be, de grootste open juridische site van het land met een antwoord op bijna alle juridische vragen en met dagelijkse updates.

Elfri De Neve

U zag hem in het VT4 programma “ rekeningen in het rood ”, samen met mental coach Greet Dyckmans.

Uw rechten tegenover de gerechtsdeurwaarder en uw schuldeisers: het beslagrecht ontmaskerd

Advocaat Elfri De Neve

Uw rechten tegenover

1

DEEL

1

10-85750-00-E-K RECHTSMIDD.indd 1

zowel bij de beëindiging als bij de uitvoering van de arbeidsovereenkomst, staat de werknemer onder toezicht en gezag van de werknemer. Overeenkomsten die tot stand komen tussen werknemer en werkgever impliceren derhalve steeds dat de werkgever in een gezagpositie staat ten aanzien van de werkgever waardoor een zekere mate van dwang steeds kan worden verondersteld. De onrechtmatige dwang die een werkgever kan uitoefenen, kan erin bestaan dat hij bepaalde documenten laat ondertekenen onder dreiging van ontslag of andere sancties, overplaatsing, andere functionele invulling. De werknemer zal het vaak niet moeilijk hebben om een dreiging met ontslag te bewijzen. Meer zelfs, zij zal in heel wat concrete situaties zelfs a priori verondersteld worden, telke male de werkgever zijn gezagsrelatie aanwendt.

13/09/10 10:57

Deze tweedelige uitgave bevat enerzijds alle van toepassing zijnde wetgeving en praktische informatie over het beslagrecht en anderzijds handige modellen die u kan gebruiken in tal van procedures. Deze modellen kan u rechtstreeks downloaden van de internetapplicatie. Prijs: Deel 1: 19,95 € Deel 2: 49,95 € Bestel deel 1 en 2 vóór 31 oktober en u krijgt 10% korting op de beide delen, plus gratis toegang tot de internetapplicatie. Uitgeverij UGA U kan ook online bestellen op

T: 056 36 32 11 - F: 056 35 60 96 www.uga.be

www.lindersbrussels.be www.lindersbrussels.be bvba linders quality toga’s & uniforms sprl A. Dansaertstraat 84 Rue A. Dansaert • 1000 Brussel-Bruxelles • België-Belgique

bvba linders quality toga’s & uniforms sprl A. Dansaertstraat 84 Rue A. Dansaert • 1000 Brussel-Bruxelles • België-Belg info@law 2012 i september-oktober

29


Mensenrecht

VRAAGRECHT EN ANTWOORDPLICHT VAN DE SOLLICITANT, PRIVACY TIJDENS DE SOLLICITATIE Het recht op privacy is principieel absoluut en geldt ook tijdens een sollicitatiegesprek. Dit neemt niet weg dat een sollicitatie een voorstelling is van een arbeidskracht waarbij een arbeidscontract intuitu personea wordt aangegaan waarbij dus ook de persoon van de sollicitant een rol speelt bij de aanwerving. Dit intuitu personea karakter van het arbeidscontract impliceert dan ook een vraagrecht naar elementen die in feite tot de strikte privacy van de betrokkene behoren. Solliciteren impliceert dat men een deel van zijn privacy opgeeft zonder de echte dieperliggende privacy vrij te geven. De werknemer geeft derhalve bepaalde objectieve informatie over zichzelf ter kennis voor zover deze relevant is in het kader van de tewerkstelling die hem wordt aangeboden. Het relevantie beginsel werd ingeschreven in art. 11 van CAO 38 van 6 december 1983 betreffende de werving en selectie van werknemers zoals gewijzigd door CAO 38 bis van 29 oktober 1991, nr. 38 ter van 17 juli 1998, nr. 38 quater van 14 juli 1999, nr. 38 quinquies van 21 december 2004 en 38 secties van 10 oktober 2008, algemeen verbindend verklaard bij KB van 11 januari 2009 en gepubliceerd in het BS van 4 februari 2009. Er kunnen vanzelfsprekend vragen gesteld worden over de studie en beroepsverleden van de sollicitant. De sollicitant is verplicht hier in eerlijkheid op te antwoorden waarbij er dus niet alleen een vraagrecht is maar ook een correcte antwoordplicht. 30

Hierbij mag er ook geen informatie verzwegen worden. Het is evident dat een werknemer zich niet mag voordoen als een universitair wanneer hij dit in werkelijkheid niet is. We kennen allemaal de korte omschrijvingen zoals; - Gestudeerd aan de universiteit van … Wanneer de werkgever kan aantonen dat hiermee de indruk werd gewekt dat betrokkene universitaire diploma had daar waar hij in feite tevergeefs poogde een universitair diploma te halen, dan heeft de werknemer inderdaad een ernstige fout begaan. Wanneer de werknemer melding maakt van een aantal cursussen bij een aantal universitaire instellingen is er principieel geen probleem maar wanneer bepaalde cursussen kleintjes worden vermeld en er veel poeha gemaakt wordt over de gerenommeerde instelling alwaar deze cursus werd gevolgd, kan er toch van een zekere misleiding sprake zijn. Zeker wanneer deze gekwalificeerd is maar even ernstig als het upgraden van een CV is het downgraden van een CV. Sommige werkgevers wensen absoluut geen universitairen aan te nemen of zeker geen universitairen voor bepaalde functies. Heel wat universitairen weten dit en gaan dus gaan verzwijgen dat zij een universitair diploma hebben. Het verzwijgen van een universitair diploma of het verzwijgen van middelbare studies of andere opleidingen die relevant kunnen zijn bij de beoordeling van de kwalificatie kunnen inderdaad een wilsgebrek uitmaken inhoudende dwaling bij de totstandkoming van het contract.

info@law 2012 i september-oktober

Een overgekwalificeerde werknemer wordt immers door werkgevers eerder gemeden dan gezocht. Met betrekking tot zaken die de strikte privacy raken, heeft de sollicitant niet alleen een zwijgrecht maar zelfs een liegrecht. Zo wordt onder meer weerhouden dat elke informatie die slaat op geslacht, religie, seksuele voorkeur, etnische afkomst totaal irrelevant is en aldus komen bij de discussie inzake zwangerschap. Nu dit toch een zeer strikt, persoonlijke aangelegenheid is. Voor de ontleding van deze problematiek verwijzen wij naar het uitstekende artikel ‘wilsgebreken in het arbeidsrecht’ van Aline Van Bever, NJW 2012 op pag. 118 en volgende waarbij zij zeer genuanceerd de problematiek van de zwangerschap en vooral de verzwegen zwangerschap behandelt.


Strafrecht

OPZET IN HET STRAFRECHT Principieel kan men als beklaagde slechts veroordeeld worden mits het bewijs wordt geleverd van opzet, het weze als dader, het weze bij wijze van strafbare deelneming. Om iemand strafrechtelijk te veroordelen dient derhalve bewezen te worden dat de persoon wist dat hij strafbaar handelde. Dat de dader had moeten weten dat hij strafbaar handelde volstaat op zich niet, behoudens in die gevallen waarin de wet het anders bepaalt. Bij de beoordeling van dit “weten” moet men zich op het moment van de feiten plaatsen en mag men niet overgaan tot een postfactumredenering. Grove onachtzaamheid kan niet gelijk gesteld worden met opzet of de wetenschap dat men meewerkte aan strafbare feiten. Deze overweging is vooral van belang voor criminele organisaties dan wel criminelen die intellectuele hulp nodig hebben bij de verwezenlijking van misdrijven, zoals witwassen, BTW-carrousel, fiscale misdrijven en waarbij vrije beroepen zoals boekhouders worden ingeschakeld. Maar dit kunnen ook ingeschakelde advocaten, notarissen, revisoren, … zijn. De “slachtoffers” die later vervolgd zullen worden voor mededaderschap worden vaak precies gekozen niet omwille van hun reputatie of ervaring maar precies omwille van het gebrek ervan. Zij worden vaak onder extreme tijdsdruk geplaatst zodat hun oordeel en hun besef vertroebeld worden. Voor de toepassing waarbij aldus een vrijspraak werd bekomen op grond

van de afwezigheid van een bewezen deelnemingsopzet, zie Antwerpen 15.09.2010 RABG 2011/14, pagina 983. In een arrest van 10.02.2011 stelde het Hof van Beroep te Antwerpen (RABG 2011/14, pagina 987): “Het komt de vervolgende partij toe om de schuld van de beklaagden te bewijzen. Buiten elke twijfel moet worden aangetoond dat de beklaagden de hen ten laste gelegde feiten materieel hebben gepleegd en dat het vereiste moreel element in hunnen hoofde aanwezig is. De beklaagden hoeven hun onschuld niet te bewijzen. Indien zij een grond van rechtvaardiging of verschoning aanvoeren die niet van elke geloofwaardigheid is ontdaan dient de vervolgende partij de ongegrondheid van die grond aan te tonen. … De strafrechtelijke aansprakelijkheid van de beklaagde en in zonderheid het vereiste moreel element moet worden beoordeeld rekeninghoudende met de kennis en de inzichten die zij hadden op het ogenblik dat de hen verweten feiten werden gepleegd. Een schuldigverklaring is maar mogelijk indien vaststaat dat de beklaagden hebben gehandeld met het vereiste deelnemingsopzet.

Door verschillende beklaagden wordt terecht voorgehouden dat het systeem van de verkoop van een kasgeldvennootschap geen intrinsiek frauduleuze techniek is. Dit systeem werd in de rechtsleer en door gereputeerde fiscale kantoren voorgesteld als een legale fiscale optimalisatiestructuur. Terecht wordt door meerdere beklaagden aangevoerd dat het loutere gegeven dat de overnemers van de kasgeldvennootschap de kasgeldvennootschapsconstructie hebben misbruikt doordat zij hebben nagelaten de handelingen te stellen met het oog op een legale vermijding van de vennootschapsbelasting (effectieve investeringen) en gewoon de liquide middelen van de kasgeldvennootschap zich hebben toegeëigend zonder zich te bekommeren om de latente belastingsschuld, niet automatisch impliceert dat ook de verkopers frauduleuze intenties hadden of dat zij mee in het complot zaten.”

Zie ook noot onder voormeld arrest van P. Waeterinckx, After the event the fool is wise, RABG 2011/14, pagina 989 met diverse verwijzingen.

Er moet dan ook worden aangetoond dat de beklaagden wisten dat ze strafbaar handelden hetzij als dader, hetzij als deelnemer. Dat ze dat hadden moeten weten volstaat – behoudens voor wat een aantal specifieke misdrijven betreft – niet. Daarbij dient men zich te hoeden voor postfactumredeneringen. Het is niet omdat het nu van algemene bekendheid is dat kasgeldvennootschapsconstructies waarbij bepaalde Zweedse staatsburgers als overnemers optraden niet echt koosjer waren, dat dit ook gekend was in de tweede helft van de jaren 90. info@law 2012 i september-oktober

31


Productiviteit onderweg met de dicteerrecorder voor iPhone

DICTEERT U NOG ANALOOG?

De weg van uw dictaat naar het kant-en-klare tekstdocument was nog nooit zo kort Van analoog naar digitaal is een eenvoudige omschakeling. Digitale dicteeroplossingen Doordatdicteren u dicteerbestanden via uw iPhone kunt opnemen, van Philips bieden in vergelijking met analoge, op cassette gebaseerde dicteerapparaten een hele reeks aan bewerken en verzenden wint u aan mobiele flexibiliteit en voordelen en kunnen naadloos in uw bestaande ondernemingsworkfl ow geïntegreerd worden. kunt u de verwerkingstijd van een document verbeteren. Van de nummer 1 in professioneel dicteren Interesse? Contacteer

onswww.philips.com/dictation om uw inruilkorting te kennen*. *Aanbod geldig tot 31/12/2011

SPEECH AND LANGUAGE TECHNOLOGY Services and Integration

Contactinfo: tel. 0475 58 59 84 – e-mail: info@e-deo.be – www.e-deo.be

Contactinfo • Tel: 0475 58 59 84 • email: info@e-deo.be • www.e-deo.be

AD_IPHONE_A4_NL_E_DEO.indd 1

321 PHIL_e-deo_adv.indd

info@law 2012 i september-oktober

22.05.12 17:53 28/09/11 10:25


Prikbord

U zoekt wat u niet vindt?

Prik hier uw memo en bereik duizenden mensen uit de juridische wereld. Voor meer info over het plaatsen van een oproep of advertentie stuurt u best een e-mail naar magazine@uga.be met vermelding “MEMO”.

Memo! iNFO Tijdschrift voor de

ghostwriter gezocht,

die in samenwerking met een auteur aan de hand van gesprekken of aangeleverde teksten een redactioneel afgewerkt boek kan samenstellen. Vergoeding op basis van percentage op het auteursrecht. Reageren: Email: magazine@uga.be www.uga.be

gEzoCHT! Foto’s van gerechtsgebouwen, zittingszalen, magistraten, advocaten, griffiers, liefst in toga, dan wel abstracte foto’s met justitie als thema. Mail naar elfri@elfri.be

UgA zoekt auteurs ! Hebt u een vlotte pen en bent u gespecialiseerd in een bepaalde rechtstak ?

I

Lees nu uw wetboek op uw Ipad of Ipod Meer info: www.elfri.be\node\5966 of http://tinyurl.com/42el73g

rechtspracticus.

Ik zoek een stageplaats Reageren via …

Meent u dat over een bepaald juridisch onderwerp moet worden gepubliceerd ? KN-HEIST prachtig gerenoveerd app, mooi zeezicht, 2 slk., lift, alle comfort, nt-rokers, gn huisdieren, 400 euro/ week behalve in schoolvak juni en sept, vr inl.: 0477 61 00 90

Neem contact met ons op en vertel uw project of suggestie! Stuur gewoon een e-mail met uw gegevens en korte omschrijving van uw project naar magazine@uga.be Wij nemen in ieder geval contact op met u. Erik-Frederik VAN EECKHAUT Uitgeverij UGA

info@law 2012 i september-oktober

33


Toonaangevende uitgeverij inzake wetgeving welzijn op het werk, milieu & verkeer. Gespecialiseerd in diverse takken van het recht.

www.uga.be

www.continuga.be

De specialist in al uw drukwerk.

34

info@law 2012 i september-oktober


SYNTRA Midden-Vlaanderen is in Oost-Vlaanderen en Vlaams Brabant de toonaangevende opleidingsorganisatie, erkend door de Vlaamse Regering, en werkt aan een kwaliteitsvolle, arbeidsmarktgerichte competentieontwikkeling in functie van meer en beter ondernemen. We streven ernaar het centrum te zijn voor talent- en competentieontwikkeling van bedrijven en bedrijvige mensen en willen de markt klantgericht benaderen via een innovatief, kwaliteitsvol en arbeidsmarkt-gericht opleidingsaanbod. Met meer dan 100 vaste medewerkers en een gespecialiseerd netwerk van meer dan 1.200 docenten en trainers organiseren wij in onze campussen te Aalst, Asse, Gent, Oudenaarde en Sint-Niklaas of op locatie, ondernemersopleidingen voor particulieren en bijscholingen en trainingen voor tal van ondernemingen, overheidsbedrijven, openbare besturen,...

Meer info over deze opleidingen? Surf naar: www.syntra-mvl.be of e-mail naar: info@syntra-mvl.be

MIDDEN-VLAANDEREN

[ uw opleiding

•

onze zaak ]

Schrijf online in op www.syntra-mvl.be info@law 2012 i september-oktober

35


iNFO Tijdschrift voor de rechtspracticus.

36

info@law 2011 i juli-augustus


info@Law 7