Page 1

1

r e o b g a D Dag burg er WERKVORMEN VOOR KENNISMAKING EN DEBAT OP OPEN AGRARISCHE BEDRIJVEN


2

‘De gemoedelijke sfeer, het contact met buren onderling, het werd als zeer positief gezien.’

‘Dat is het leuke ervan, dat de gespeelde scènes veel discussie oproepen.’ ‘Erg waardevol!’

‘Zonder de handhavers- of vergunningverlenerspet op, de dagelijkse praktijk meemaken.’

‘Interessante middag voor de stadsmens!’

‘Zo’n debat is levendig en geeft scherpte aan de discussie.’


3

Proeftuin Kromme Rijn De werkvormen die hier worden besproken, zijn uitgetest in het Kromme-Rijngebied. Deze regio, die wordt omringd door de steden Utrecht, Houten en Nieuwegein enerzijds, en de Lek/Nederrijn en de verstedelijkte band van de gemeente Utrechtse Heuvelrug anderzijds, vormt een prachtig landelijk gebied met meer dan 11.000 hectare landbouwgrond. Vele gezinnen verdienen er hun boterham met de productie van melk, fruit, vlees en eieren en weer andere met de toelevering van materialen en diensten aan de agrarische sector.

Inhoud 4 Inleiding 6

Burenexcursie

10 Erfspel 14 Inspringtheater 18 Dagje Praktijk 22 Erf-lagerhuisdebat

Ook al is de “verburgerlijking� van het Kromme-Rijnse platteland onmiskenbaar, in de regionale economie en zeker in het landschap speelt de grondgebonden landbouw een breed erkende, dragende rol. De melkveehouderij is essentieel in het open houden van belangrijke delen van het landschap, zowel grootschalig (Eiland van Schalkwijk) als kleinschalig (Langbroekerwetering). Anderzijds is de fruitteelt (met name appels, peren, kersen en pruimen) vanouds een beeldbepalende activiteit op de stroomruggen. Kortom, veel van de kenmerkende landschappelijke, ecologische en cultuurhistorische waarden van het KrommeRijnlandschap zijn direct verbonden met de land- en tuinbouw. Het Kromme-Rijngebied is en blijft voor de land- en tuinbouw bovendien een interessant gebied door de diversiteit, bijvoorbeeld van grondsoorten. Zeker voor de fruitteelt zijn de omstandigheden op de stroomruggen overwegend gunstig. Ook de centrale ligging in Nederland geeft een meerwaarde, je zit overal dichtbij. Binnen een uur rijden heb je veel afnemers, zowel grootschalig (distributiecentra van grootwinkelbedrijven) als kleinschalig (individuele en groepen consumenten, tot wel 1 miljoen).


4

Dag boer Dag burg er

INLEIDING Vroeger spraken we van boeren en tuinders, vandaag de dag noemen we hen vaak agrarisch ondernemers. Maar de overgang van de ambachtelijk gedreven vakman naar een marktgedreven ondernemer gaat niet vanzelf! Met melk, tarwe, varkens of fruit van hoge kwaliteit is de ondernemer immers niet klaar. Het gaat ook om iets extra’s, zich onderscheiden, een gat in de markt vinden en om maatschappelijk ondernemen. Om kansen te zien én die te realiseren. Daarvoor moet je je omgeving kunnen “lezen”. Nu heeft een agrarisch ondernemer tegenwoordig te maken met vele beperkingen op het gebied van tijd, geld, energie, kennis, wet- en regelgeving, etcetera. Het valt niet mee om binnen die beperkingen vraaggericht én innovatief te opereren. Bovendien stelt de omgeving, zeker in de dichtbevolkte gebieden van het land, steeds meer eisen aan de landen tuinbouw. Zo heeft de intensieve veehouderij zich tientallen jaren in technische zin ontwikkeld, maar gaat

de samenleving daar nu steeds meer vraagtekens bij zetten. Dat grijpt direct in op de ontwikkelingsruimte van de veehouders. Hetzelfde geldt voor de glastuinders die te maken krijgen met klachten over lichthinder, voor bedrijven die rekening moeten houden met landschappelijke inpassing van hun gebouwen, voor veehouders en viskwekers die het gebruik van antibiotica moeten terugdringen en voor groente- en fruittelers die onder druk staan om de residuen van bestrijdingsmiddelen op hun producten te beperken. DRAAGVLAK Agrarisch ondernemen is niet meer los te zien van de wensen van de samenleving. De agrariër moet de markt en de maatschappij aanvoelen en tijdig anticiperen op nieuwe ontwikkelingen. Innoveren lukt niet als je achter de feiten en de wet- en regelgeving aanloopt. Innovaties stoelen op een succesvolle dialoog met de omgeving, met de samenleving, zowel

over het productieproces als over het eindproduct. In een dichtbevolkt en druk bereisd land als Nederland is bedrijfsontwikkeling sterk afhankelijk van begrip en draagvlak bij bewoners en bestuurders. Er is daarom meer uitwisseling nodig tussen de agrarische sector en de rest van de streek om zo de ontwikkelingsruimte die de landbouw nodig heeft te motiveren. Public Relations in de meest letterlijke betekenis: publieke relaties. Immers, als de omgeving geen weet heeft van het waaróm van bepaalde ontwikkelingen, draait het vaak uit op onbegrip en weerstand. Voorbeelden daarvan zijn het agrarisch verkeer op de weg, het ’s nachts op het land werken, melkvee dat jaarrond op stal staat en geuroverlast. Anderzijds kan meer uitwisseling tussen agrariërs en burgers ook leiden tot meer begrip bij de agrariërs voor het doen en denken van hun buren


5

en waar mogelijk tot aanpassingen in de bedrijfsplannen. Kortom, het gaat om een herwaardering van de relatie tussen het agrarisch bedrijf en zijn omgeving.

tuinbouw komt weinig in beeld. Er is nog weinig aandacht voor het nut en de achterliggende noodzaak van ontwikkelingen in die reguliere landbouw.

TOEGANKELIJKHEID EN CONTACT Cruciaal voor meer uitwisseling tussen de boeren en de burgers is een grotere toegankelijkheid van bedrijven en meer ruimte voor contact tussen agrarische ondernemers en de overige bewoners. De toegankelijkheid wordt bijvoorbeeld bevorderd door wandel-, fiets- en ruiterpaden langs agrarische bedrijven, paardenstalling en dagrecreatie op het bedrijf. Voor contacten worden bijvoorbeeld open dagen georganiseerd (Kom in de Kas, appelplukdag, biologische landbouw), maar ook vrijwillige weidevogelbescherming, huisverkoop en oogstfeesten dragen daaraan bij. Deze contacten zijn nogal incidenteel en vaak éénzijdig gericht op de belevingskant van de boerderij of tuinderij. De reguliere, dagelijkse land- en

WERKVORMEN Er zijn méér mogelijkheden om het draagvlak voor land- en tuinbouw te vergroten. Tien agrariërs uit de Utrechtse Kromme-Rijnstreek hebben, samen met CLM Onderzoek en Advies en Projecten LTO Noord, vijf werkvormen uitgeprobeerd. Werkvormen waarin kennis en opvattingen over agrarische bedrijfsvoering worden uitgewisseld tussen de ondernemers en hun omgeving. Bij de omgeving ging het in eerste instantie om: ambtenaren, politici (raads- en statenleden), leden van milieu- en natuurorganisaties, buren, journalisten en fotografen, middenstand en horeca.

Vormen die in de Kromme-Rijnstreek zijn getest zijn:

Burenexcursie Erfspel Inspringtheater Dagje Praktijk Erf-lagerhuisdebat In deze brochure doen wij verslag van de ervaringen met deze vijf werkvormen. Daarmee hopen we dat ook elders in het land gewerkt kan worden aan open agrarische bedrijven.


6 7

Dag boer Dag burg er

Burenexcursie


6 7


8

Dag boer Dag burg er

BURENEXCURSIE: ontmoeting tussen boer en buur De meeste agrarische bedrijven zijn gezinsbedrijven. Dat is een steeds zeldzamer wordend fenomeen in onze samenleving. In het gezinsbedrijf werken gezinsleden nog vaak samen aan een voedingsproduct (melk, fruit, vlees). Deze bedrijfsvorm kent een hele serie eigenaardigheden zoals de generatieopvolging, het feit dat het eigendom uit grond bestaat, de zeer wisselende opbrengsten en het werken in en met de natuur. Deze eigenaardigheden kunnen verklaren waarom de meeste boeren, soms tegen alle economische logica in, boer willen blijven. De burenexcursie, vooral bedoeld voor de (burger)buren van het bedrijf, kan een heleboel inzicht geven in deze eigenaardigheden. Maar ook allerlei andere vragen waar de buren van agrarische bedrijven mee rondlopen, komen aan de orde. Bijvoorbeeld de vraag waarom je soms de varkens en koeien helemaal niet meer buiten ziet, waar bepaalde geuren vandaan komen en welke geluiden je als buren soms hoort. Of

waarom die tractoren almaar groter worden. De burenexcursie is dé ontmoetingsplaats voor boer en buur. En om de deelnemers te prikkelen wordt de excursie afgesloten met een quiz. Gezellig en leerzaam Begin april 2010 zijn de uitnodigingen voor de burenexcursie rondgebracht door de familie Meijers uit Leersum. De uitnodiging geeft aan dat de Kromme-Rijnstreek een prachtig gebied is, waar de agrarische bedrijven een zichtbaar onderdeel van zijn: ‘U ziet ons bedrijf vanuit uw raam, maar u ziet niet wat er binnen precies gebeurt en hoe wij als familie ons bedrijf – een intensieve varkenshouderij vlak aan de rand van het dorp – runnen. Daar willen wij wat aan doen. Daarom nodigen wij u uit voor een burenexcursie op zaterdag 10 april 2010. We ontvangen u graag om 13.15 uur met een kop koffie, gevolgd door een rondleiding door de stallen. We sluiten af met een quiz… en een hapje en een drankje!’

Inzicht en contact De familie Meijers kreeg veel positieve reacties op hun initiatief om deze middag te organiseren. Aan de excursie namen ruim veertig volwassenen deel en een heleboel kinderen. De schuur was mooi aangekleed en de koffie en thee stonden op tijd klaar. Om te beginnen vertelde Gijsbert Meijers over het ontstaan van zijn bedrijf en daarna gingen de deelnemers naar de verschillende soorten stallen. Van zeugenafdeling, via kraamkamer naar gespeende biggenafdeling en mestafdeling. Ondertussen zeiden de buren tegen elkaar dat ze geen idee hadden gehad hoe het eraan toe gaat op een varkenshouderij. Ja, ze zwaaiden wel altijd naar buurman en buurvrouw Meijers, maar wat zich precies op het bedrijf afspeelde, dat wisten ze niet. Interessant vonden de mensen het om uitleg te krijgen hoe de zeug in de box ligt om de kleine biggetjes te voeden. De gemoedelijke sfeer, het contact met buren onderling, werd als zeer positief gezien.


Na de rondleiding kon iedereen meedoen aan een quiz. Er werden vragen gesteld zoals: • Hoe lang duurt de dracht van een varken? • Hoeveel biggen worden er gemiddeld geboren per worp? • Hoe heet een varken dat voor het eerst gaat werpen? • De buren deden massaal mee aan de quiz. De uiteindelijke winnaar had alle vragen goed beantwoord. Ervaringen Uit een korte evaluatie bleek, dat de burenexcursie beter voldeed dan men verwachtte. Gevraagd naar de ervaringen klonken er reacties als ‘interessante middag voor een stadsmens’, ‘nooit geweten dat er zoveel varkens op één bedrijf zijn’ en ‘interessant al die logistieke stromen op en rond het bedrijf’. Bovendien vonden veel deelnemers het leuk om dit samen met hun buurtgenoten

9

te doen. Het effect was ook dat ze elkaar onderling wat beter leerden kennen. Een aantal mensen is ook bereid om voor zo’n excursie een paar euro per persoon te betalen. De familie Meijers zelf vond het een geslaagde middag. Kleinschaliger De burenexcursie is ook op een kleinere schaal te organiseren. Een paar maanden later organiseerde Antoon van der Gun, melkveehouder in Tull en ’t Waal, een excursie voor één gezin uit het dorp. Het bereik was daardoor natuurlijk kleiner, maar de kleinschaligheid biedt wel de kans om wat dieper op de zaken in te gaan. En om de gasten meer ervaringen te bieden. Ze konden bijvoorbeeld helpen met melken en op een machine meerijden. Het directe contact met de dieren werd erg gewaardeerd, hoewel... ‘Je moet best even iets overwinnen. Koeien zijn erg grote dieren!’


10 11

Dag boer Dag burg er

Erfspel


10 11


12

Dag boer Dag burg er

Erfspel “Waarden van het land” Hoe staat het eigenlijk met de toekomst van de land- en tuinbouw? Kan de agrarische sector zijn economische en landschappelijke rollen blijven vervullen? Hoe kijken de agrariërs zelf tegen hun toekomst en die van hun streek aan? Bij het spelen van het kaartspel “Waarden van het land” komen dergelijke thema’s uitgebreid aan bod. Het kaartspel is bedoeld als stimulans voor het gesprek tussen agrariërs onder elkaar en tussen agrariërs en burgers. In het spel staan de persoonlijke drijfveren en motivaties van boeren en tuinders centraal. Ook de beleving van de burgers van de land- en tuinbouw en het platteland komt aan bod. Veel gesprekken tussen agrariërs gaan over regelgeving, melkquota en prijzen. Maar naast het inkomen en de opbrengsten gaat het in het boerenbestaan om meer waarden, zoals de levensstijl. Door het spelen van het kaartspel denken de deelnemers na over deze waarden en gaan

ze met hun medespelers hierover in gesprek. We horen en lezen vaak hoe de samenleving denkt over de agrarische sector. Het kaartspel biedt de agrariërs en burgers de kans met elkaar in gesprek te gaan en op een persoonlijke manier ideeën en verwachtingen te bespreken. Op die manier kunnen beiden elkaar beter leren kennen. Het kaartspel is verkrijgbaar bij Kenniscentrum Waarden van het Land, T 073 - 613 41 40. “Waarden van het land” in de praktijk Op 25 februari 2010 speelden boeren en burgers uit de omgeving van Wijk bij Duurstede het spel. In de persoonlijke uitnodiging stond dat het de bedoeling was om in een informeel samenzijn een serieuze discussie te voeren over diverse (maatschappelijke) onderwerpen.

Het spel werd door twaalf deelnemers gespeeld aan de keukentafel van het melkveebedrijf van de familie van Rooijen in Wijk bij Duurstede. Tot de deelnemers behoorden onder meer een journalist, de eigenaar van een kaaswinkel, een buurman met een camping, een accountant en enkele agrariërs. Een van de eerste kaarten die getrokken werd door een agrariër had de volgende tekst: ‘Het werken met en leven dichtbij de natuur is prettig, zo zeggen veel agrariërs. Het is een leven dat past bij wie ze zijn. Het boerenleven is een soort levensstijl die past bij de aard van boeren en tuinders. Herkent u deze levensstijl en kunt u dit uitleggen?’ Uit het antwoord bleek dat vooral de vrijheid en het omgaan met levende have en de afwisseling als belangrijke aspecten van het boerenleven werden gezien. De mensen aan tafel konden zich goed vinden in dat antwoord.


In de supermarkt Een andere kaart die later getrokken werd had de volgende tekst: ‘In supermarkten liggen gezonde, veilige, lekkere producten die op een diervriendelijke, ecologische en sociaal verantwoorde wijze geproduceerd zijn. Waar let u op als consument in de supermarkt?’ In de daarop volgende discussie werd duidelijk dat de prijs van het product weliswaar belangrijk is, maar niet alles overheersend. Zo wordt bij verse producten als vlees en groente vooral gekeken naar uiterlijk en kwaliteit, soms aangeduid met labels als “Beter Leven” of “Eko”. Sommige consumenten hebben een voorkeur voor Nederlandse producten of koesteren een merkentrouw. Wel werd duidelijk dat boeren en tuinders weinig van dit soort signalen ontvangen via hun afzetkanaal. De vragen op de kaarten zijn best pittig, zeker voor mensen die niet in de agrarische sector leven en werken. Na afloop van het spel stelden de

13

deelnemers vast dat de groep evenwichtig moet zijn samengesteld met agrariërs en deelnemers die niet uit de sector komen om te zorgen dat er voldoende discussie loskomt. Na het spelen en de discussies naar aanleiding van enkele kaarten volgde een korte rondleiding op het melkveebedrijf. Voor sommige mensen was het boerderijbezoek niets nieuws, voor anderen was het jeugdsentiment.


14 15

Dag boer Dag burg er

Inspringtheater


14 15


16

Dag boer Dag burg er

Het Inspringtheater maakt conflicten zichtbaar Waarom zou je theater inzetten als je de relatie tussen agrarische bedrijven en hun omgeving wilt verbeteren? Het helpt afstand te nemen van de eigen rol en je te verplaatsen in die van de ander. De werkwijze van het Inspringtheater uit Wageningen is daarop gericht: het stelt actuele thema’s van het platteland en de agrarische sector ter discussie. Dat doen ze door op het podium op ludieke wijze een belangenconflict neer te zetten tussen de verschillende partijen op het platteland, gebaseerd op de reële problematiek. Natuurlijk wordt vooraf besproken welke thema’s aan de orde moeten komen. Na afloop van de scène vraagt de discussieleider van het Inspringtheater het publiek om te reageren op het nagespeelde belangenconflict. Daarna mogen mensen uit het publiek hun reactie op de gespeelde scène verduidelijken door een rol op het podium over te nemen. Door “in te springen” krijgt men de kans om zich in te leven in iemand anders. Maar het is ook mogelijk “de

eigen rol” te spelen. Uiteindelijk gaat het erom dat het publiek zelf actief op zoek gaat naar manieren waarop het conflict voorkomen of opgelost kan worden. Inspringtheater is heel geschikt als onderdeel van een wat langer programma, waarbij een informele borrel achteraf bijdraagt aan het toelichten van standpunten en zo nodig wegnemen van irritaties. Een optreden duurt ongeveer een uur en kost inclusief de voorbereiding 700 à 1000 euro. Voor meer informatie en boekingen kunt u per e-mail contact opnemen met st.inspringtheater@wur.nl. Zie ook www.inspringtheater.nl. Boeren, burgers en buitenlui in de Kromme-Rijnstreek Op 16 februari 2010 speelde het Inspringtheater op de boerderij van de familie Verhoef in Schalkwijk. Het publiek bestond uit ruim dertig

personen. De deelnemers waren allemaal betrokken bij de ontwikkelingen in Schalkwijk, een plattelandsdorp met ongeveer tweeduizend inwoners en nog maar acht melkveehouders. Het is een gebied waar nogal wat boeren wegtrekken, terwijl stadsuitbreiding en een toevloed van burgers die “buiten” willen wonen het agrarisch karakter van de streek aantasten. Onder het publiek waren inwoners van Schalkwijk, zowel boeren als burgers, maar bijvoorbeeld ook projectontwikkelaars, weidevogelbeschermers en gemeenteambtenaren. Het doel was in dit geval om de conflicten en belangentegenstellingen tussen boeren en burgers zichtbaar te maken, het onderlinge begrip te bevorderen en de bestaande vooroordelen weg te nemen. De deelnemers deden actief mee: er kwamen veel reacties uit de zaal en er werd flink gediscussieerd.


17

Oefenen voor werkelijkheid Het Inspringtheater is geïnspireerd door het gedachtegoed van de Braziliaanse regisseur Augusto Boal. Hij was de pionier van het Theater van de Onderdrukten, een vorm van participatief theater. Het Theater van de Onderdrukten streeft ernaar de dialoog tussen allerlei mensen te stimuleren. Hierbij worden “onderdrukten” uitgenodigd om op het toneel uit hun onderdrukte positie te stappen en hun leven in eigen hand te nemen. Zoals Augusto Boal zei over deze methode: ‘Het publiek krijgt de kans te oefenen voor de werkelijkheid!’

Onbegrip tussen buren Gastvrouw Antje Verhoef vertelt: ‘Steeds meer agrariërs hebben burgers als buren. Die snappen weinig van het boerenbedrijf. Ze klagen over stank- en geluidsoverlast, ze begrijpen niet dat een agrariër zeven dagen per week en 24 uur per dag standby moet zijn. Wij hebben 150 stuks melkvee en honderd fokschapen. Ik vind het jammer dat we steeds minder collega’s hebben in de omgeving.’ Wat was het doel van het optreden van het Inspringtheater? ‘Het doel was, te laten zien hoe het boerenleven is en zo begrip te kweken bij de burgers. Burgers willen genieten van het buitenleven en zijn dan boos als er tractoren langskomen, of als ze mest ruiken. Voor anderen is het platteland een plek om te recreëren, om van de vogels te genieten, bijvoorbeeld. Maar voor de agrariërs gaat het erom hun werk te doen en een renderend bedrijf in stand te houden. Dat levert tegenstel-

lingen op. Dat vogels op het land voor ons een schadepost kunnen betekenen, dat hadden ze nog niet bedacht.’ Hoe verliep de avond? ‘Er werd telkens op het toneel een probleem tussen boeren en burgers nagespeeld. Dan stopten de acteurs en werden er mensen uit het publiek uitgenodigd om achter de acteurs te gaan staan en te vertellen wat ze moesten zeggen of doen. Dan werd de scène overgedaan volgens hun ideeën. Daarna werd er gediscussieerd met de zaal. Dat ging er heel levendig aan toe. Dat is het leuke ervan, dat de gespeelde scènes veel discussie oproepen.’

Wat leverde de avond op voor de relatie tussen de boeren en hun omgeving in de Kromme-Rijnstreek? ‘Ik denk niet dat de standpunten principieel veranderd zijn, maar er is wel iets meer begrip ontstaan, denk ik. Het was goed om in de discussie al

die verschillende meningen te horen. Waar problemen zijn tussen buren kan het zinvol zijn. Met je buren heb je tenslotte het meest te maken. Wat leuk is, is dat de projectontwikkelaars en de mensen van de gemeente op die avond aan de praat raakten met elkaar tijdens de borrel na afloop. Er was een nieuwe wijk van Houten gepland, maar die gaat niet door. Toen ze elkaar hier toch spraken, hebben ze meteen afspraken gemaakt om te overleggen hoe dat gebied het beste ingericht kan worden. Dat was anders ook wel gebeurd, maar misschien veel later.’ Mooi dat ook die “buren” ongedwongen met elkaar in gesprek raakten.’


18 19

Dag boer Dag burg er

Dagje Praktijk


18 19


20

Dag boer Dag burg er

Een Dagje Praktijk voor gemeenteambtenaren Een boer ervaart de uitwerking van het gemeentelijk beleid en de gemeentelijke plannen in zijn dagelijkse praktijk, bijvoorbeeld als het gaat om bestemmingsplannen, milieu- of kapvergunningen. De gemeente staat aan het roer bij die planvorming en de handhaving van het beleid. Boeren en gemeenteambtenaren komen elkaar in dat kader regelmatig tegen, maar dan staan ze vaak tegenover elkaar. Voor een ambtenaar is het niet altijd makkelijk om inzicht te krijgen in de dagelijkse praktijk van het agrarisch ondernemen. Maar ook voor de ondernemer is het vaak lastig de overwegingen te doorgronden die een rol spelen bij het formuleren en uitvoeren van beleid. Een zinvolle én leuke optie om dit probleem bij de kop te pakken is het organiseren van een (half) dagje praktijk voor medewerkers van de gemeente. Overigens is zo’n dag ook geschikt voor medewerkers van de provincie of het waterschap.

Doelen • De medewerkers van de afdeling Beleid en Onderzoek ervaren wat de dagelijkse praktijk van het ondernemen behelst en hoe het gemeentelijk beleid in de onderneming doorwerkt. • De ondernemers maken kennis met het werk van de ambtenaren. Ze krijgen ook een beeld van de overwegingen en belangenafweging die nodig zijn bij het formuleren en uitvoeren van beleid en plannen. • Door het leren kennen van elkaars praktijk wordt het inlevingsvermogen in elkaars rol en werkzaamheden groter. Een zinvolle investering In juni 2010 waren drie melkveehouders in de Kromme-Rijnstreek gastheer voor Een Dagje Praktijk voor ambtenaren van de gemeenten Houten, Bunnik en Utrechtse Heuvelrug. Jan en Annah van de Worp hebben een biologisch melkveebe-

drijf in de dorpskern van Schalkwijk, waar veel veehouders al zijn weggetrokken omdat er jarenlang plannen waren voor woningbouw, Marcel Verkerk heeft een vrij gangbaar gezinsbedrijf in Werkhoven en Gerard van Cooten een relatief groot melkveebedrijf met ruim honderd melkkoeien in een qua natuur en landschap kwetsbaar gebied in Doorn. Alle drie hebben ze regelmatig te maken met het beleid van hun gemeente. Aan het Dagje praktijk deden gemeenteambtenaren van verschillende afdelingen mee: ruimtelijke ontwikkeling, milieu, recreatie en natuur en landschap. Zij waren allemaal medewerkers die contact hebben met agrarische ondernemers over specifieke knelpunten, hetzij in het gemeentekantoor, hetzij op het erf. Meestal is in zo’n contact geen ruimte voor een wat langduriger en open achtergrondgesprek. En dat is nu juist het idee achter Een Dagje


Praktijk. ‘Druk, druk, druk’, klinkt het vaak als zo’n extra activiteit wordt voorgesteld. Maar de deelnemers ervoeren het achteraf als een zinvolle investering. Tijd voor een open gesprek Marietje van Eeghen is Adviseur Milieu van de gemeente Utrechtse Heuvelrug. ‘Het was een uitermate interessante ochtend. We zijn zeer gastvrij ontvangen en hebben open kunnen praten, waarbij onze gastheer helder wist te vertellen over de dagelijkse praktijk en de zaken waar hij tegenaan is gelopen, in zijn contacten met de overheid.’ Wat kunnen we leren over de communicatie tussen de gemeente en de boeren? ‘De problemen ontstaan vaak door het wisselen van de contactpersonen bij de gemeente en langlopende procedures waarin eerder gemaakte afspraken niet worden nagekomen. Zo ontstaat makkelijk het beeld van

21

de “onbetrouwbare overheid”. Andere pijnpunten zijn het uitblijven van een duidelijk antwoord op een vraag en gebrek aan kennis bij ambtenaren over de realiteit in een agrarisch bedrijf.’ Voor wie is “Een Dagje Praktijk” het meest geschikt? ‘Het Dagje Praktijk is ten eerste voor beleidsmedewerkers van Ruimtelijke Ontwikkeling. Maar ook voor medewerkers van de Milieudienst: de handhavers en vergunningverleners komen over het algemeen regelmatig op boerenbedrijven. Juist voor hen is het goed om eens zonder de handhavers- of vergunningverlenerspet op, op bezoek te gaan en de dagelijkse praktijk mee te maken.’ Zijn er vervolgafspraken gemaakt? ‘Niet concreet, maar wel is het besef gegroeid dat het goed is af en toe zo’n bezoek te brengen om contact te houden met de praktijk en de communicatie te verbeteren. We denken

daarbij aan een frequentie van eens per drie of vier jaar.’ Terugkijkend: een goede investering? ‘De opzet was met één of twee mensen te gaan meelopen en meehelpen. Die is goed en levert een heel ander soort gesprek en contact op dan een rondleiding met groep. Erg waardevol! Door de dagelijkse drukte kom je er zelf niet snel aan toe iets vergelijkbaars te organiseren.’ Marcel Verkerk kijkt als gastheer voor een medewerker Ruimtelijke Ordening van de gemeente Bunnik terug op een leuk bezoek. ‘Je merkt dat je in twee heel verschillende werelden leeft. Maar als je samen optrekt van zeven uur ’s morgens tot en met het middageten bij ons in de keuken, leer je toch meer over elkaars werk en mogelijkheden.’ Marcel zou graag ook eens omgekeerd een halve dag meelopen op het gemeentehuis, ‘maar daar konden we nog geen afspraak voor maken’.


22 23

Dag boer Dag burg er

Erf-Lagerhuisdebat


22 23


24

Dag boer Dag burg er

Erf-lagerhuisdebat: meningen op waarde geschat Een erf-lagerhuisdebat is een debat over scherp geformuleerde stellingen dat gevoerd wordt in een lagerhuisopstelling: links tegenover rechts. En het vindt natuurlijk plaats in een agrarische omgeving. Het draait in een lagerhuisdebat vooral om de manier van debatteren en de argumenten. In een strak geregisseerde vorm komen alle deelnemers en hun argumenten aan bod. Het doel van het debat is om de anderen met jouw argumenten te overtuigen van je gelijk. Daarbij is het minder van belang of je het in werkelijkheid eens bent met de stelling, al werkt het “natuurlijker” als je dicht bij je eigen standpunt kunt blijven. Naast de deelnemers aan het debat is er een voorzitter/debatleider, iemand die de tijd bewaakt en een jury. Tijd De voorzitter legt eerst de spelregels en het tijdspad uit. Daarna volgt het debat. Eén debatronde duurt zo’n 15 minuten. Per stelling ziet een debatronde er als volgt uit:

• Toelichting op de stelling door de voorzitter: 1 minuut • Pleidooi van een voorstander: 1 minuut • Pleidooi van een tegenstander: 1 minuut • Interactief debat: 12 minuten Per bijeenkomst houdt men doorgaans niet meer dan vier debatrondes. Bij meer rondes vloeit de energie van de groep al gauw weg. Het aantal rondes is mede afhankelijk van het thema, de stellingen en het tijdstip van de dag. Na het debat Het debat eindigt met de uitslag van de jury en de prijsuitreiking. De jury, die eventueel kan worden gevormd door de debatleider, beoordeelt de deelnemers en reikt na afloop prijzen uit, bijvoorbeeld voor de grootste verbale uitglijder (prijssuggestie: een banaan), de beste debater (prijssuggestie: een mok met blabla) en de meeste gepeperde uitspraak (prijssuggestie: een peper- en zoutstel).

Een informeel samenzijn na afloop van het debat is heel nuttig. Dan kunnen de deelnemers nog eens doorpraten over de stellingen en eventuele vervolgafspraken maken. Voor meer informatie over het erflagerhuisdebat als werkvorm: Projecten LTO Noord, Linda Mooijman E lmooijman@projectenltonoord.nl T (088) 888 66 77 Boeren, milieubeschermers en politici Eind juni 2010 kwamen in Boerderij Mereveld in Utrecht een vijftigtal agrariërs, natuurbeschermers en politici bij elkaar voor een debat. De stellingen gingen over de concurrentie om de schaarse grond in de provincie. Studenten van de HAS Den Bosch hadden op verzoek van LTO Noord Utrecht geïnventariseerd hoeveel overlappende grondclaims er in de provincie zijn voor woningbouw, infrastructuur, natuur, waterberging, etcetera. De conclusie was dat de


25

Spelregels • Gelijk hebben is nog geen gelijk krijgen. • Elke mening mag betwist worden. • Geloof niet dat de tegenstander beter is. • De beste volgorde is: luisteren, denken en dan spreken. • Zelfs het meest serieuze onderwerp leent zich voor humor. • Overtuigen is overdrijven.

landbouw erg in het nauw zit. Het doel van het debat was aandacht te vragen voor deze problematiek bij politici, bestuurders en belangenbehartigers. De deelnemers debatteerden er lustig op los; meer dan de helft van de aanwezigen deed wel een duit in het zakje. Kort en krachtig argumenteren Willem Dijkema, agrarisch journalist voor weekblad Nieuwe Oogst, speelde de rol van debatleider in dit erflagerhuisdebat. “Zo’n debat is een inspirerende vorm om je eigen argumentatie over hete hangijzers scherp en bondig onder woorden te brengen. Over landschap, over milieu, over dierenwelzijn. Bovendien betrekt het debat alle deelnemers bij de discussie, zodat niet alleen de geroutineerde sprekers de hele tijd aan het woord zijn, zoals vaak gebeurt. De voorzitter moet elke bijdrage bijtijds afkappen. Dat geeft snelheid aan de

• • • • •

De wil van de voorzitter is wet. De jury heeft altijd gelijk. Laat rivaliteit nooit tot na de wedstrijd voortduren. Debatteer op inhoud, nooit op de persoon. En het elfde gebod: Geniet van elk debat.

discussie. Als voorzitter moet je dus wel brutaal genoeg zijn en liefst de meeste deelnemers kennen en bij de voornaam durven noemen.” Pieter van der Grift, melkveehouder in Bunnik en provinciaal bestuurder van LTO Noord, was een van de deelnemers aan de discussie. ‘De vorm werkt goed om van een bepaald, actueel vraagstuk de verschillende kanten te laten zien en verwoorden. Het is wel belangrijk dat de deelnemers bij hun argumentatie niet vastzitten aan de standpunten van hun organisatie. Het is het beste als iedereen op persoonlijke titel spreekt. Dat moet je van tevoren afspreken.’ Terugkijkend op het lagerhuisdebat stelt Marco Glastra, directeur van het Utrechts Landschap, vast dat deze vorm levendig is en scherpte geeft aan de standpunten. Maar dat voordeel is ook een risico: ‘Juist omdat de deelnemers in deze spelvorm hun standpunten scherp moeten neer-

zetten, leidt het zeker niet gemakkelijk tot het overbruggen van meningsverschillen’. Daarom pleit Glastra ervoor, deze vorm niet geïsoleerd te gebruiken, maar bijvoorbeeld als opwarmer voor een inhoudelijke discussie, of als onderdeel van een cyclus.


26 Dag boer Dag burg er


26


28

Dag boer Dag burg er

Agrarische ondernemers staan midden in de maatschappij. Hun bedrijf moet economisch renderen en voldoen aan wetten en regels. Ze hebben te maken met het beleid van de gemeente, de provincie en het waterschap. Hun omgeving bestaat niet alleen uit collega’s, maar ook uit burgers: buren en recreanten. Hun belangen zijn soms strijdig met die van natuurliefhebbers of projectontwikkelaars. Maar wat weten al die mensen en instanties van het boerenbedrijf? Vaak bitter weinig. De moderne boer moet aan pr doen. Deze brochure beschrijft vijf manieren om de buitenwacht te laten kennismaken met het agrarisch bedrijf en het wederzijds begrip te bevorderen.

COLOFON Teksten Eric Hees (CLM), Linda Mooijman (Projecten LTO Noord), Jet Holleman (Communicatiebureau de Lynx) Eindredactie Jet Holleman (Communicatiebureau de Lynx)

Vormgeving Annemarie Wijmenga (Communicatiebureau de Lynx) Uitgave December 2010 Verkrijgbaarheid CLM Onderzoek en Advies Postbus 62 4100 AB Culemborg

Dag boer, dag burger  

Werkvormen voor kennismaking en debat op open agrarische bedrijven. Uitgave van CLM, LTO Noord en Netwerk Platteland.

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you