{' '} {' '}
Limited time offer
SAVE % on your upgrade.

Page 1

2015

werken aan boomveiligheid

Stikstof en mineralen uit balans: WAT nU?

Water en natuur:

een gouden koppel

magazine

Nieuwe richtlijn voor


Natuurbeheer is een vak apart. Er professioneel over communiceren ook! Bij Communicatiebureau de Lynx weten we hoe dat moet. We zijn goed bekend met uw werkveld. Vanuit een heldere communicatievisie en –strategie werken we dagelijks aan projecten en producten in de groene sector. Met steeds de focus op: wat wilt u bereiken?

Meer weten? Neem contact op (0317-465544, info@delynx.nl) en vraag naar Rob Janmaat of Judith Harrewijn. Of kijk op www.delynx.nl.

U zoekt ook groene communicatieprofessionals? We zijn aanwezig op de beheerdersdag.


De beheerder

E

centraal

en dag van, voor én door beheerders, dat is wat de Bosgroepen en de VBNE elk jaar beogen met de Beheerdersdag. Het begon in 2009 klein, met een handvol deelnemers. Hoe anders is dat nu, zes jaar later: honderden beheerders weten elkaar te vinden op de laatste vrijdag van september en de dag staat altijd ruim van tevoren in ieders agenda. Want iedereen weet: de Beheerdersdag, daar moet je bij zijn!

“De Beheerdersdag is een uniek concept”, vindt Ben Huisman (directeur Unie van Bosgroepen). “Het is de enige landelijke dag waar zo veel verschillende beheerders, particulier en georganiseerd, samenkomen. Ondanks de flinke groei in deelnemers en het aantal workshops en excursies, hebben we het informele karakter altijd weten te behouden. Dat zorgt voor een aangename sfeer en maakt de dag tot hét ontmoetingsmoment van het jaar.” Evelien Verbij (directeur VBNE) voegt daaraan toe: “Het is een dag waarop de beheerder centraal staat. Deelnemen betekent niet alleen aanwezig zijn en kennis opdoen, maar juist ook kennis en ervaring(en) delen door zelf een workshop, lezing of excursie te geven.” De Bosgroepen en de VBNE ondersteunen de professionaliteit van beheerders. Ze vullen elkaar daarin goed aan: de Bosgroepen hebben veel deskundigheid als het gaat om het uitvoerende beheer en de vertaling van beleid en onderzoek naar beheer. De VBNE weet alles van de randvoorwaarden van het beheer. Beide organisaties hebben een goed beeld van de kennisbehoefte in het veld. Het is dan ook niet vreemd dat ze samen deze landelijke dag organiseren. Verbij: “Het ‘merk’ Beheerdersdag is de afgelopen jaren steeds sterker geworden doordat de formule goed aanslaat. Dit jaar hebben we een eigen logo en website ontwikkeld. In de komende jaren willen we de formule nog verder verbeteren.” De beheer-

Ben Huisman en Evelien Verbij. Foto: Anne Stellinga

praktijk blijft daarbij leidend: “We werken in de voorbereiding nauw samen met beheerders en beheerorganisaties. Zo laten we de dag optimaal aansluiten bij wat er leeft in de beheerpraktijk. En wordt het voor beheerders ook echt ‘hun’ dag.” De Beheerdersdag is bij uitstek een dag waar onderzoek, beleid en praktijk samenkomen. De dag heeft een grote rol in de landelijke kennisuitwisseling en -ontwikkeling over terreinbeheer. Diverse organisaties zijn daarom al partner geworden van de Beheerdersdag: BIJ12, OBN, KNBV, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, Landschappen NL en FPG. Beide directeuren zijn verheugd over het aantal partners, maar blijven ambitieus: “Nieuwe partners zijn altijd welkom, want hoe meer draagvlak er is, hoe beter wij het evenement kunnen neerzetten en hoe meer kennis beheerders kunnen opdoen”, aldus Huisman. Beide directeuren zijn in elk geval zeer tevreden over het inhoudelijke programma van dit jaar. “Het wordt nog moeilijk kiezen. Gelukkig kan iedereen dankzij de nieuwe website en het magazine alle informatie nog eens rustig nalezen wanneer de dag voorbij is!”

Beheerdersdag magazine 2015 3


De Beheerdersdag 2015 is mede mogelijk gemaakt door bijdragen van:

Inhoud 11

Colofon Dit magazine is een eenmalige uitgave, horende bij de Beheerdersdag 2015. De Beheerdersdag is de landelijke dag voor beheerders van bos, natuur en landschap in Nederland. De dag wordt georganiseerd door de Bosgroepen en de VBNE, samen met een aantal partners. www.beheerdersdag.nl Tekst en redactie Anne Reichgelt / VBNE Sandra Binken / BIJ12 Karin Cox / BIJ12 Lotty Nijhuis / Communicatiebureau de Lynx Renske Terhürne / Bosgroepen Eindredactie Renske Terhürne / Bosgroepen Vorm en opmaak Mariëtte Boomgaard / Communicatiebureau de Lynx Drukwerk Rikken Print, Gendt Oplage: 600 Beeld omslag voorzijde: OBN Veldwerkplaatsen achterzijde: Hans Peter Föllmi / I See For You

27 achtergrond Water en natuur: een gouden koppel 6 NDFF: weten wat er groeit en bloeit dankzij 90 miljoen waarnemingen 12 Schapenbegrazing met kwaliteit 15 “Zeggen: ‘Wij regelen het, en u mag af en toe komen wandelen’, dat kan niet meer” 24

In de praktijk Nieuwe richtlijn voor werken aan boomveiligheid 9 Voorkomen is beter dan blussen 16 Het duizendknoopdilemma 20 Weet welk plantmateriaal u (ver)koopt! 22


15 21 24 30 34

38

Digitaal beheer

WETGEVING

Beheren met Betula 18

Nieuwe Natuurwet laat ruimte voor jagers 28

Beheren op maat met de BOOM-app 27

Wat u moet weten over de Programmatische Aanpak Stikstof 31

CMSi: de digitale gereedschapskist voor natuurbeheerders 38

Kennis

Werken met de Flora- en faunawet 34 De nieuwe Wet natuurbescherming 36

Kennis van bosbeheer opgefrist 23

EN VERDER

Landgoedbedrijf: de kracht van kennisdeling 30

3 vragen aan Hank Bartelink, directeur LandschappenNL 11

Stikstof en mineralen uit balans: wat nu? 32 De Biomassa Arena 35

3 tips voor twitteren met impact 21

training Gezond en veilig werken in bos en natuur 17 Beheerdersdag magazine 2015 5


achtergrond

Water en natuur: een gouden koppel De Hunze. Foto: Archief Het Drentse Landschap

Wie geen goedgevulde zakken geld achter de hand heeft, kan maar beter creatief te werk gaan. Samenwerking zoeken, geld efficiënt inzetten en win-winsituaties creëren. Een succesconcept is het koppelen van natuurontwikkeling aan wateropgaven. Deze klimaatbuffers hebben de toekomst, gelooft Paul Vertegaal van Natuurmonumenten. Doe er uw voordeel mee.

H

et klimaat verandert, dat is geen nieuws. We krijgen te maken met een hogere zeespiegel, piekbuien en langere perioden van droogte. Dat zet ons voor nieuwe uitdagingen. Zijn alsmaar hogere dijken genoeg? En waar halen we voldoende schoon en zoet water vandaan?

de opgaven van waterschappen en Rijkswaterstaat? “De ecosysteemdiensten van natte natuur zijn heel goed en direct te benutten”, legt Vertegaal uit. “Natuur maakt water schoon, houdt water vast, kan golven breken. Een natuurlijke oplossing om ons voor te bereiden op klimaatverandering.”

Zeven natuurorganisaties gooiden het over een andere boeg. In 2009 richtten zij een coalitie op vanuit de vraag: kunnen we onze wensen (natuurbehoud en -ontwikkeling) koppelen aan

Beter, mooier, goedkoper Ruimte voor meanderende rivieren, natuurlijke buffergebieden, zandmotoren voor kustversterking: dit soort ‘klimaatbuffers’ werden

6 Beheerdersdag magazine 2015


“Natuurbeheerders moeten zelf in een vroeg stadium kansen zien” Kansen voor 100 klimaatbuffers Vertegaal ziet enorme kansen. “Het Deltaprogramma wordt nu verder uitgewerkt. Klimaatbuffers worden met open armen ontvangen. Ons land heeft tot 2028 een enorme dijkversterkingsopgave met een budget van circa 4 miljard. Er zijn tientallen projecten denkbaar om vooroevers te maken, waterbergingsgebieden in te richten voor natte natuur, enzovoorts. Het liefst willen we de komende tijd nog honderd klimaatbuffers toevoegen.” Maar ook op kleine schaal is veel mogelijk. “In kleinere natuurgebieden kan heel veel worden gedaan met hydrologisch herstel. Het waterschap kan zorgen voor een natuurlijk peilregime, zodat water langer wordt vastgehouden. Goed voor de natuur, goed voor de landbouw. En het waterschap hoeft minder water voor veel geld naar de zee te dragen.” in twintig projecten en veertien studies getest. Het programma is in 2014 afgerond, maar de Coalitie Natuurlijke Klimaatbuffers (nu acht partners) maakt een doorstart. “Uit alle ervaringen blijkt dat klimaatbuffers werken, soms beter dan harde technische oplossingen. Mensen vinden ze mooier. En vaak zijn ze ook goedkoper. Sterk Consulting heeft becijferd dat ze jaarlijks meer dan 45 miljoen euro kunnen besparen. En dat is een voorzichtige schatting.”

Proactief werken Het is wel belangrijk dat we niet afwachten tot het waterschap aan de deur klopt. Natuurbeheerders moeten zelf in een vroeg stadium kansen zien, vindt Vertegaal. “Dat zijn we niet altijd gewend, maar we moeten proactief zijn en andere doelstellingen in ons achterhoofd houden. Een natuurbeheerder met een verdrogingsprobleem zou meteen zijn voelhorens op moeten zetten: liggen hier ook kansen voor het waterschap, boeren, drinkwaterbedrijven of recreanten?”

En de winst voor de natuur? “Via klimaatbuffers wordt geld uit de watersector ook benut voor de natuur. En we gaan anders naar natuur kijken. Natuur is niet langer alleen kwetsbaar, maar blijkt ook een oplossing voor problemen in onze samenleving. Natuur is onmisbaar voor onze gezondheid, onze veiligheid en dus onze economie. Klimaatbuffers maken dat bij uitstek zichtbaar.”

Als gelijkwaardige partners “En je moet een waterschap dan dus niet alleen aanspreken op zijn geld, maar vooral op de baten van een samenwerking. Misschien betekent dat een andere inrichting dan je voor ogen had. Daartoe moet je bereid zijn, en dat van meet af aan uitstralen. Neem Klimaatbuffer Hunzedal. Een groot deel van de Hunze kronkelt weer als vroeger, met natte graslan-

Beheerdersdag magazine 2015 7


Potentiële projecten voor een meekoppelprogramma Water en Natuur

gerealiseerde projecten

Potentiële projecten

Zuidwest-Ameland Zeegrasherstel Waddenzee

Oostdijk Texel Afsluitdijk

Onlanden

Friese IJsselmeerkust

• 36 • 37 • 43 • 33

HunzedalTorenveen

• 38

• 45 • 42 • 39 44 • 41 • • 72 • 56

• 54

• 39

• 53 • 40

• 52 • 51 • 49 50 • 57 • 81 • 74 •

• 67 • 55 • 48

• 84 • 85

• 81 • 87 • 98

• 91 • 25

Anserveld, Leisloot, Ootmaanlanden

• 66

• 65

• 35 • 34 • 24

• 108 • 58 • 64

• 59 • 61

• 30 • 71

Oeverdijken Markermeer

• 46

• 39 • 47

Harger en Pettemer Polder Schoonwatervallei Castricum

• 46

• 82

• • 89

• 70

• • 97 • 96 • 92

• 83

• 88

• 103

• 60 • 62

Regge

• 80

92

• 106

• 13

• 90

• 93

• 102

• 63 • 86

Stedelijk gebied Zoetwater Laag Nederland Punt van Voorne Zuidwestelijke Delta

IJsselmonde

Oesterdam

• 69

IJsselpoort

Waalweelde Beuningen

•8

• 22 • 32

Rijnstrangen

• 17

Internationale Rijncorridor

Groene Rivier Vlijmen-Den Bosch Bergboezem Oude Maasarm Breda Ooijen-Wanssum Weerterbos Kempen~broek

Gerealiseerd gebiedsproject Klaar in 2013/2014 Strategisch project

• 31 • 27

• 28

• 26

• 29

• 16 20 • • 68

21

•2 •

• 100 • 7599 •

•1 •6 • ••5 7 •

•9

• 15

• 18 • 19

• 23

• 104

• 11

14

12

• 105 • 101 • 94 •4 •3

• 79 • 107 • 78 • 10 • 76 • 77

“Klimaatbuffers hebben de toekomst. maar mensen hebben soms nog wel een zetje nodig” den en moerassen aan weerszijden die vrijelijk kunnen overstromen. Nu willen Het Drentse en Groninger landschap de relatie met de Waddenzee herstellen inclusief vrije vismigratie. Zo’n ambitieus plan kan alleen slagen als je het waterschap meeneemt als gelijkwaardige partner.” En waterbeheerders zijn hierin best geïnteresseerd: zij willen zich nog steeds waarmaken als een onmisbare overheidslaag die ons belastinggeld maatschappelijk verantwoord investeert. Ze begrijpen dat dat vraagt om projecten die meer waarde voor mensen hebben dan waterveiligheid alleen. “Kijk naar de dijkversterking langs de Eem. Natuurmonumenten heeft klei van naastgelegen natuurgrond aangeboden. Met de opbrengst van de klei konden we in het gebied natte hooilanden, waterriet en nevengeulen realiseren. Het waterschap bespaarde transportkosten, die het heeft geïnvesteerd in een aansluitend natuur-

8 Beheerdersdag magazine 2015

compensatieproject. Dubbele winst.” Toekomst Volgens Vertegaal hebben klimaatbuffers de toekomst. Maar mensen hebben soms nog wel een zetje nodig. “Iedereen ziet het wel. Maar je moet wel durven afstappen van de monofunctionele oplossingen die je kent van school en in een vroeg stadium andere partijen betrekken. Eraan wennen dat mensen een andere taal spreken en een andere kijk hebben op een gebied. Dat kost eerst tijd. Maar later is iedereen laaiend enthousiast!” De Coalitie Natuurlijke Klimaatbuffers wordt gevormd door ARK Natuurontwikkeling, de12landschappen, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, WNF, Vogelbescherming Nederland, de Waddenvereniging en de Natuur- en Milieufederaties. Kijk op www.klimaatbuffers.nl.

• 73


In de praktIjk

nieuwe richtlijn voor werken aan

boomveiligheid De huidige manier waarop boomcontroles worden uitgevoerd in bos en natuur past niet bij de aard en omvang van de gebieden. Daarom is er onder de vlag van de VBNE gewerkt aan een nieuwe benadering voor boomveiligheid in bos en natuur. We vroegen Anja Koning (Loo Plan) en Anne reichgelt (VBNE) naar het nut en de noodzaak van de richtlijn. Waarom werken jullie aan een speciale richtlijn boomveiligheid? “Er was tot nu toe geen richtlijn boomveiligheid specifiek voor bos en natuur. We merkten in de praktijk dat er behoefte is aan duidelijkheid over dit thema. De laatste jaren is het toepassen van boomveiligheidscontroles steeds belangrijker geworden, vooral in bos, natuur en landschap. De gangbare werkwijze van de boomveiligheidscontrole is in deze gebieden lastig toepasbaar en het is de vraag of deze werkwijze het doel dient dat de beheerder ermee wil bereiken. De richtlijn is opgesteld om een eenduidige benadering en basiswerkwijze voor boomveiligheid in bos- en natuurgebieden te krijgen.

Uitgangspunten hierbij zijn: • een groeps- of gebiedsgewijze benadering, • basisborging veiligheid door reguliere beheermaatregelen, • acceptatie dat bomen met gebreken aanwezig zijn in bos en natuur, een essentieel onderdeel van de ecosystemen en een geaccepteerd risico, • een efficiënte en praktische werkwijze.” Bij veel beheerders klinkt de roep om minder regels. Wat hebben zij aan deze richtlijn? “De richtlijn gaat uit van een flexibele interpretatie van de bestaande regels. Een recente uitspraak van de Hoge Raad (31 mei 2013) biedt hiervoor duidelijke handvatten. De uitspraak ging om een geval waarbij een tak van een beukenboom tijdens een stormdepressie op een auto was gevallen, die op dat moment op een provinciale weg reed.

Beheerdersdag magazine 2015 9


De uitspraak luidde onder andere: • Leven met bomen is leven met risico’s. • Afscheuren van takken betekent nog geen schade. • Voorzichtigheid past bij het gemakkelijk aannemen van aansprakelijkheid op grond van gekunstelde zorgplichten. • Een boom verwijderen, terwijl de kans klein is dat een bepaalde tak uit zal breken, is een buitenproportionele maatregel. Er komen dus geen regels bij, het is een werkwijze hoe om te gaan met de bestaande ‘regels’ over zorgplicht. De nieuwe richtlijn zorgt er juist voor dat niet iedereen opnieuw het wiel hoeft uit te vinden. Een beheerder kan namelijk naar de richtlijn verwijzen. De richtlijn is een gezamenlijk project van mensen uit de praktijk, waarmee een statement wordt gemaakt omtrent de omgang met boomveiligheid. De aangeboden methode is bovendien kostenbesparend ten opzichte van nu gangbare methodes.” Wat willen jullie meegeven aan beheerders die bezig gaan met boomveiligheid? “Kijk realistisch naar een gebied en boomveiligheid. Handel vanuit vakkennis en niet vanuit angst. Kijk verder dan alleen het uitvoeren van de nu bekende boomveiligheidscontroles

en stel een boomveiligheidsplan op waarin boomveiligheid begint met het reguliere beheer.” Welke praktische tips hebben jullie voor beheerders? • “Wanneer ergens bomen staan met gebreken, bekijk dan eerst of een pad gesloten of verlegd kan worden, in plaats van meteen over te gaan tot het verwijderen van de bomen. • Wanneer vanuit het reguliere beheer dunning worden uitgevoerd, neem boomveiligheid dan meteen mee in de blesinstructie. • Voer na een calamiteit zoals brand, storm, sneeuw of ijzel, een quickscan boomveiligheid uit. De kans is namelijk groot dat er gevaarlijke situaties zijn ontstaan. • Leg alle activiteiten die worden ondernomen in het kader van boomveiligheid, zoals een extra controleronde of het snoeien of vellen na stormschade, vast in de administratie (bijvoorbeeld door de facturen of de werkinstructies te bewaren).” Tot slot: Waar kunnen we de richtlijn vinden? “De richtlijn kan gedownload worden op de website www.vbne.nl en kan gedrukt opgevraagd worden via info@vbne.nl.”

Foto’s: Loo Plan

10 Beheerdersdag magazine 2015


“Landschap moet terug op de agenda” Foto: Irene Vijfwinkel

3 vragen aan Hank Bartelink, directeur LandschappenNL Het landschap komt er beleidstechnisch bekaaid vanaf, vindt LandschappenNL. Het Landschapsobservatorium Nederland, dit voorjaar opgericht, moet daaraan iets veranderen. Onder andere door informatie te ontsluiten. Directeur van initiatiefnemer LandschappenNL, Hank Bartelink: “We willen kritisch en onafhankelijk naar de staat van het landschap kijken. Pas dan kun je doelen stellen.”

1

Waarom is dat landschap zo belangrijk? “Landschap is beleidsmatig een heel arm dossier. De rijksoverheid ziet voor zichzelf zelfs helemaal geen rol. Kijk, iedereen is voor landschap, maar niemand is nu verantwoordelijk. Terwijl landschap belangrijke waarden heeft als beleving, drager is voor natuurbeheer en landbouw. Daarom moet landschap een plek krijgen in ons denken over het landelijk gebied.”

2

Hoe gaat het Landschapsobservatorium daar verandering in brengen? “Het Landschapsobservatorium is een website. Een platform waarop we zo objectief mogelijk informatie bij elkaar willen brengen. We hebben verschillende partners uit het landelijk gebied waarmee we ook later verder in gesprek gaan, waaronder Staatsbosbeheer, Alterra, de RCE en IPO. In eerste instantie richten we ons vooral op groene professionals en beleidsmakers, later willen we ook burgers gaan betrekken.”

3

en beheerders? “Veel beheerders zijn zich wel bewust van landschap: hoogveen kun je niet beheren als je niet het waterpeil in het hele gebied op orde hebt. Dat leidt nu al tot afspraken met omgevingspartijen. Maar je zou verder kunnen gaan: wat betekent hoogveen voor dit landschap? En zelfs: misschien moeten we hier het veen laten voor wat het is, even verderop past het geomorfologisch veel beter. Beheerders zouden meer hun voordeel met landschap kunnen doen.”

Beheerdersdag magazine 2015 11


achtergrond

nDFF: weten wat er groeit en bloeit

90 miljoen

dankzij waarnemingen

Natuurlijk kent u uw bos of natuurterrein op uw duimpje. Maar heeft u de plotselinge vestiging van die ene vogel ook in de smiezen? Of wist u dat er potentie is voor een zeldzame dagvlinder? De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geeft toegang tot een schat aan informatie over het (potentieel) voorkomen van planten en dieren. Mede dankzij waarnemingen van heel veel vrijwilligers. Manager Beheer en Exploitatie Martin Epe: “Door zoveel mogelijk informatie te bundelen, krijg je steeds meer kennis over een gebied.�

12 Beheerdersdag magazine 2015


D

e NDFF werd gebouwd in opdracht van het ministerie van LNV en is opgezet samen met Particuliere Gegevensbeherende Organisaties (PGO’s) als De Vlinderstichting, Sovon en FLORON. Doel: zoveel mogelijk waarnemingen van planten en dieren valideren en centraal beschikbaar stellen. “Aanleiding was de komst van de Flora- en faunawet in 2002. Doel van die wet was dat de economie rekening zou houden met soorten waarmee het slecht ging. Maar dat pakte anders uit. De kranten stonden er vol van: dat een slakje een bouwproject stil kon leggen, dat Nederland ‘op slot zat’. Maar verspreidingsgegevens van planten en dieren waren onvind-

baar weggestopt in rapporten of bij tientallen verschillende natuurorganisaties. De NDFF moest dat probleem oplossen. Want als je weet waar soorten zitten, kun je op voorhand bijsturen.” Vrijwilligers voor miljoenen data In 2008 ging de eerste versie van de databank online. Inmiddels zijn we 90 miljoen waarnemingen verder. Data worden ingevoerd door PGO’s, adviesbureaus, gemeenten en waterschappen. Daarnaast komen veel data van vrijwillige waarnemers, naar schatting zo’n 20.000 mensen. En al die data worden gevalideerd, aan de hand van bepaalde kennisregels. “Een vlinder in de winter? Opvallend. Validatieteams, georganiseerd per soortgroep, nemen indien nodig contact op met de waarnemer. Zo zorgen we voor een zo betrouwbaar mogelijke dataset.”

“20.000 mensen zien meer dan de boswachter alleen” Een werkwijze die voor alle partijen prima werkt, zegt Epe. “Voor determinatie van bepaalde soorten blijft altijd specifieke kennis nodig. Maar heel veel soorten zijn prima te herkennen. En zonder vrijwilligers is het onmogelijk de databank te vullen.” Kansenkaarten voor witte vlekken Welke data kunnen we in de NDFF terugvinden? “Er gaat natuurlijk veel aandacht naar beschermde soorten. Maar in principe is alles welkom; je weet nooit hoe een soort zich gaat ontwikkelen. Neem de veldleeuwerik. Dat was een veelvoorkomende soort in Nederland, maar het aantal is de laatste decennia dramatisch achteruitgegaan. Dan is het wel interessant om te weten waar de soort wanneer wordt gezien, en wanneer de aantallen begonnen te dalen.”

Foto: Bosgroepen

Beheerdersdag magazine 2015 13


Waarnemingen doorgeven wordt steeds makkelijker: vroeger ging dat via een formulier, tegenwoordig heel nauwkeurig via een app op je smartphone. “Maar 100% compleet is het nooit, de natuur is tenslotte constant in beweging. Aan de hand van rekenmethodes maken we kansenkaarten voor de gebieden waar weinig geïnventariseerd wordt. Bestaande waarnemingen en abiotische gegevens voorspellen de kans dat een soort ergens zit. Daarnaast kijken we of we ook de witte gebieden kunnen vullen. Met kaarten waarop die ‘lege’ plekken staan, proberen we vrijwillige waarnemers te blijven enthousiasmeren.” Voor beheerders én burgers En wie heeft hier nou iets aan? Er zijn vier hoofddoelen, legt Epe uit: natuurbeheer, ruimtelijke ontwikkeling, publieksvoorlichting en onderzoek. “Iedereen kan via een eenmalige levering of een doorlopend abonnement de gegevens in de databank inzien. Het helpt terreinbeheerders bijvoorbeeld bij het afstemmen van beheerplannen. Projectontwikkelaars kunnen zien wat op een locatie al bekend is en – belangrijker nog – of ze verder onderzoek moeten doen. Ook zijn er voorbeelden van gemeenten die de data gebruiken in de communicatie naar hun inwoners. En dan zijn er nog onderzoekers, die de gegevens over het voorkomen van soorten bijvoorbeeld gebruiken bij onderzoek naar klimaatverandering.”

Foto: Bosgroepen

14 Beheerdersdag magazine 2015

Financiën blijven heikel punt Op dit moment wordt de helft van de kosten gedekt door een consortium van IPO, ministerie van Economische Zaken, Rijkswaterstaat en de terreinbeherende organisaties. De andere helft komt van de abonnees. “Uiteindelijk willen we steeds meer naar open data toe. Maar het opslaan en beheren van data is niet gratis, dus ook dan moet er ergens geld op tafel komen. En vrijwillige waarnemers moeten zeggenschap houden over hun eigen data, dus daar moeten we een aanpak voor vinden.” Het nut van de NDFF heeft zich inmiddels wel bewezen, zegt Epe. “De gegevens uit de NDFF maken het in ieder geval een stuk makkelijker om beter afgestemd natuurbeheer uit te voeren. 20.000 mensen zien meer dan de boswachter alleen. Je krijgt een completer beeld van je gebied. Het helpt om beschermde soorten betere bescherming te bieden. En je kunt nieuwe plekken ontdekken. Plekken met kleine populaties waar vroeger gewoon de shovel overheen ging.”

Het Natuurloket verzorgt de exploitatie van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) in opdracht van BIJ12: www.ndff.nl, www.bij12.nl.


achtergrond “Laat bij aanbestedingen de prijs niet het belangrijkste zijn” versterken. Daarom ontwikkelen we een aantal middelen: een online kennisbank, een opleiding tot schaapherder (i.s.m. Helicon MBO Velp) en een kwaliteitsregeling.”

Herder Luuc Bos bij zijn schaapskudde

Schapenbegrazing met kwaliteit De meer dan honderd gescheperde schaapskuddes in Nederland leveren een belangrijke bijdrage aan natuurbeheer. De kuddes trekken rond door duinen, heide, schrale graslanden, dijken of stadsnatuur en zorgen zo voor een grotere biodiversiteit en voor het behoud van waardevolle landschappen. Om de positie en de kwaliteit van gescheperde schaapskuddes te verbeteren, is een Praktijknetwerk Gescheperde Schaapskuddes opgericht. Tijd voor een korte kennismaking. We vragen Luuc Bos, schaapherder en lid van de projectgroep, naar het hoe en waarom van het praktijknetwerk. Wie doen er mee aan het praktijknetwerk? “In de projectgroep zitten drie grote partijen: LTO Nederland, de Vereniging Gescheperde Schaapskudden Nederland (VGSN) en de Landelijke Werkgroep Professionele Schapenhouders (LWPS). Daarmee zijn vrijwel alle schaapherders vertegenwoor-

digd. De projectgroep stuurt het praktijknetwerk inhoudelijk aan, communicatie- en adviesbureau Schuttelaar & Partners is penvoerder.” Wat wil het praktijknetwerk bereiken? “Wij willen de professionaliteit van de sector verbeteren en de positie van schaapherders

Waarom is het nodig dat er een kwaliteitsregeling komt? “Met zo’n kwaliteitsregeling kunnen herders aan hun opdrachtgevers laten zien dat zij hun vak op een professionele manier uitoefenen, kennis van natuur- en landschapsbeheer hebben en zich daarmee onderscheiden.” Wat hebben natuurbeheerders daar aan? “Voor natuurbeheerders (en groenbeheerders) komt er meer duidelijkheid over de kwaliteit van een schaapherder. Dit is bijvoorbeeld handig bij aanbestedingen. Het wordt eenvoudiger om de beste herder te kiezen.” Wat willen jullie meegeven aan beheerders van bos, natuur en landschap? “Onze oproep aan natuur- en landschapsbeheerders is: heidebeheer = begrazingsbeheer. Ga hierbij voor de hoogste kwaliteit. Laat bij aanbestedingen de prijs niet het belangrijkste zijn, maar kies voor een gekwalificeerd bedrijf.”

Meer informatie over het praktijknetwerk is te vinden op www.schapenvoornatuur.nl.

Beheerdersdag magazine 2015 15


in de praktijk

Voorkomen is beter dan blussen Er is de laatste jaren steeds meer aandacht voor natuurbrandpreventie. Kennis, ervaring en bewustwording zijn echter nog onvoldoende aanwezig bij de brandweer én bij natuurbeheerders. Terwijl door een aantal simpele maatregelen al veel natuurverlies voorkomen kan worden.

C

onstantijn Kok, werkzaam bij de brandweer in de veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland: “Slechts een handvol mensen heeft op dit moment kennis van compartimenteren. Terwijl dit een essentieel onderdeel is van de beheer-

sing van een natuurbrand.” Kok zet zich in om de ‘rode’ en de ‘groene’ kant bij elkaar te brengen. Hij constateert dat er vaak nog geen gelijkwaardigheid is in het gesprek over natuurbrandpreventie en dat er te weinig begrip is voor elkaars verantwoor-

delijkheden. “Het begint aan de voorkant: door afspraken te maken, bijvoorbeeld over wat er mag afbranden en wat absoluut niet, kun je kostbare natuur beter beschermen. De schaarse middelen van de brandweer kunnen tijdens een natuurbrand dan daar worden ingezet waar het grootste effect bereikt kan worden.” Voor terreinbeheerders is het van belang om te weten wat ze zelf kunnen doen. Natuurdoe-

Wat is compartimentering?

Compartimentering is de opdeling van een terrein in deelgebieden waarin een bepaalde (eventueel te behouden) vegetatie of vitale functie overheerst. Compartimenten zijn van elkaar gescheiden door (natuurlijke) stoplijnen. Deze stoplijnen dienen voor de brandweer bereikbaar te zijn. Geïsoleerde dennengroep. Een groep dennen is rondom geïsoleerd van andere dennen. Mocht de geïsoleerde groep toch gaan branden, dan kan de hittestraling een andere groep niet ontsteken.

16 Beheerdersdag magazine 2015


training len staan in het beheer voorop, maar deze kunnen vaak samengaan met preventie. Daarbij kan gedacht worden aan compartimentering en het verlagen van de brandbaarheid van de vegetatie (zie ook de foto’s). Verder is het zaak om over een aantal praktische punten na te denken. Kok: “Het scheelt enorm als een beheerder van tevoren, samen met de brandweer, heeft nagedacht over dingen als toegankelijkheid, inrijpunten, berijdbaarheid van het terrein en waterwinning. Wil de beheerder ‘vreemd’ bluswater in zijn gebied of blusschuim? Ook het aanwezig zijn van actueel en uniform kaartmateriaal is essentieel tijdens de bestrijding van een natuurbrand.” Preventie is dus geen kwestie van één keer met elkaar praten. Men moet er regelmatig op terugkomen. Dat vraagt om bewustwording bij terreinbeheerders, maar ook bij de brandweer. Want alleen door samenwerking tussen beide partijen wordt natuurbrandpreventie een succes. Meer informatie over natuurbrandpreventie kunt u vinden in de brochure ‘Risicobeheersing natuurbranden’. De brochure is te downloaden op www.vbne.nl.

Gezond en veilig werken in bos en natuur

O

p de Beheerdersdag presenteert Stigas in samenwerking met de VBNE en sociale partners in bos en natuur de actualiteiten op het gebied van gezond en veilig werken. Er is aandacht voor het nieuwe filmpje over tekencontrole en voor de toolkit agressie en geweld die binnenkort beschikbaar komt op de website van de VBNE. Ook duurzame inzetbaarheid komt aan bod. Duurzame inzetbaarheid is het vermogen van een medewerker om, nu en in de toekomst, toegevoegde waarde te leveren voor een organisatie en daarbij zelf ook meerwaarde te ervaren. In de training ‘Houd medewerkers inzetbaar’ leert u wat u kunt doen om de duurzame inzetbaarheid van medewerkers op de lange termijn te vergroten. Deze training wordt in het najaar nog twee keer gegeven. Er is een workshop op 15 oktober bij Bruins en Kwast in Goor (Overijssel) en op 10 november bij de AVIH in Houten (Utrecht). Meer informatie? Kijk op www.stigas.nl/diensten/ cursussen-en-workshops

Vrijgezette dennen. Een naaldboom is rondom zodanig vrijgemaakt dat, mocht deze boom branden, de hittestraling omliggende dennen niet kan ontsteken.

of neem contact op met: Mirjam de Groot t: 06 20 09 66 79 e: mcg.de.groot@stigas.nl of: Annika van Dijk t: 0343 74 52 57 e: a.vandijk@vbne.nl

Foto’s: Veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland, Constantijn Kok.

Beheerdersdag magazine 2015 17


digitaal beheer

Foto’s: Betula

Beheren met Betula:

de juiste informatie op het juiste moment “Een digitaal beheersysteem is tegenwoordig een onmisbaar hulpmiddel voor het beheer.” Dat zegt Frans van Diepen, ontwikkelaar van beheerapplicatie Betula. Met dit programma kan een beheerder actuele informatie bundelen zodat deze altijd en overal beschikbaar is. Hoe werkt dat precies?

Wat is Betula? “Betula is een digitaal beheersysteem dat werkt via internet. Het systeem is in eerste instantie ontwikkeld voor landgoederen, als digitaal hulpmiddel voor al het ‘groene’ beheer. Alle bos- en natuurpercelen en alle landschapselementen staan op kaart en zijn gekoppeld aan informatie van dat perceel of element. Via selectiefilters is gemakkelijk een planning te maken voor het beheer. In samenwerking met de Federatie Particulier Grondbezit (FPG) is Betula-beheer afgestemd op

18 Beheerdersdag magazine 2015

hun model voor SNL-certificering. De formats voor de aanvragen zijn digitaal uitgewerkt en de jaarlijkse werkplannen en verantwoording zijn eenvoudig uit het systeem te halen.” Wat heeft een beheerder aan Betula? Wat kan hij ermee in de dagelijkse praktijk? “Alle informatie over bos, natuur, landschap, paden, waterlopen, kadastrale kaarten en vastgoed is samengevat in één digitaal systeem met actuele informatie. Alle personen die betrokken zijn bij het beheer, maken


gebruik van dezelfde informatie. Doordat het systeem via internet werkt, kan het vanuit elke locatie worden benaderd. De beheerder beschikt dus altijd over actuele informatie, de werkplanning bespaart hem veel tijd en de kwaliteit van het beheer neemt toe.”

de kwaliteit van het beheer gaat er enorm op vooruit Wordt Betula al veel gebruikt in de praktijk? “14 landgoederen zijn inmiddels in zee gegaan met Betula, waaronder Landgoed Scherpenzeel en Landgoed De Boom. In totaal worden nu 13.720 hectare en 8.581 percelen en elementen beheerd met Betula. Beheerders zijn tevreden over de applicatie en laten weten dat het systeem precies de informatie geeft die ze nodig hebben, zonder dat het te complex wordt.

Betula heeft de erkenning van de Stichting Certificering, FPG en Part-Ner voor digitale subsidieaanvragen en verantwoording. Drie landgoederen zijn via Betula SNL-gecertificeerd.” Waarom zou een beheerder met een digitaal systeem moeten gaan werken? “Een landgoed moet bedrijfstechnisch zo effectief mogelijk worden beheerd met professionele kwaliteit. Daarbij is een digitaal systeem tegenwoordig eigenlijk onmisbaar. Het opnemen van een landgoed in een systeem kost natuurlijk geld, maar het is een eenmalige investering die in de loop van een paar jaar wordt terugverdiend. Bovendien gaat de kwaliteit van het beheer er enorm op vooruit.” Betula-beheer is een samenwerking van Goedlandbeheer (Frans van Diepen), die zorgt voor de groene deskundigheid, en ROM3D (Bram van Rooij), die de digitale verwerking en GIS kaarten verzorgt. Kijk voor meer informatie op www.betula-beheer.nl.

Beheerdersdag magazine 2015 19


In de praktIjk

Het

duizendknoopdilemma

Duizendknoop is een exoot die een steeds groter probleem vormt voor beheerders van bos- en natuurterreinen. Casper de groot en Jan oldenburger begeleiden namens Probos een uitgebreide praktijkproef. Wij stelden hen de meest prangende vragen. Hoe is duizendknoop te herkennen? “Er zijn drie soorten duizendknoop. De belangrijkste kenmerken en verschillen worden goed weergegeven in tabel 1.”

Stel, een beheerder heeft duizendknoop in zijn terrein. Wat kan hij doen om de soort te bestrijden? “Allereerst is het belangrijk om vast te stellen of bestrijding daadwerkelijk noodzakelijk is. Zorgt de duizendknoop op de betreffende plek voor problemen? Brengt de soort beheerdoelstellingen in gevaar? Is er een groot risico op verdere verspreiding vanaf die plek? Als dat het geval is, dan is bestrijding noodzakelijk. In alle andere gevallen is het waarschijnlijk verstandiger de plant ongemoeid te laten. Probos begeleidt een landelijke praktijkproef die tot doel heeft de meest geschikte bestrijdingsmethode(n) te vinden. Op dit moment zijn er alleen voorlopige resultaten beschikbaar. Veelbelovend lijkt de methode waarbij men met een soort pistool glyfosaat in de stengels van duizendknoop injecteert. Die methode kan echter nog niet op grote schaal worden toegepast, omdat deze niet in het wettelijke gebruiksvoorschrift van glyfosaat is opgenomen.” Hoe voorkomt de beheerder verdere verspreiding of nieuwe vestiging? “De verspreiding van duizendknoop vindt plaats door menselijk handelen en dan met name via onzorgvuldig maaibeheer en grondtransport

20 Beheerdersdag magazine 2015


(in het verleden door het dumpen van tuinafval). Locaties met duizendknoop zouden daarom eigenlijk apart of helemaal niet moeten worden gemaaid. Of men moet de machines reinigen na het maaien van elke (!) duizendknooplocatie. Daarnaast is het belangrijk dat het maaisel wordt afgevoerd naar een locatie waar geen risico op verdere verspreiding bestaat. Wanneer een locatie met duizendknoop wordt afgegraven, dan dient de vrijgekomen grond te worden afgevoerd naar een grondbank onder vermelding van het feit dat er wortels van duizendknoop in zitten. De grondbank kan deze grond vervolgens op grote diepte verwerken. Wanneer grond van elders wordt aangevoerd, dan is het belangrijk te eisen dat de grond duizendknoopvrij is. Organisaties kunnen de bovenstaande zaken het beste vastleggen in een duizendknoopprotocol, zodat verdere verspreiding binnen de terreinen van de betreffende organisatie wordt tegengegaan.” Waar kunnen mensen terecht met andere vragen? “De resultaten van de praktijkproef zijn na te lezen op www.bestrijdingduizendknoop. nl. Men kan natuurlijk ook contact opnemen met Probos voor advies.” Hoe voorkomen we dat we ‘verzuipen’ in de duizendknoop? Foto: Bart Brugmans / Waterschap Aa en Maas

3 tips voor twitteren met impact

Veel beheerorganisaties en hun medewerkers zijn actief op Twitter en vertellen op die manier over hun dagelijkse werk in bos en natuur. Met Twitter heeft u al gauw een groot bereik. Verschillende boswachters hebben duizenden volgers. Hoe zorgt u nu dat uw tweets aanslaan? Dit zijn de tips van twitterende boswachter André Donker (Natuurmonumenten):

1

Gebruik foto’s met een kort tekstje dat aansluit bij uw beleving.

2 3

Retweet met regelmaat een bericht van anderen dat past bij uw uitstraling. Het vergroot de saamhorigheid met uw volgers.

Wees zo persoonlijk en sociaal mogelijk. Verschuil u niet achter een bedrijfsnaam. Foto: Eric Bergmeester / Natuurmonumenten

Beheerdersdag magazine 2015 21


in de praktijk

Weet welk plantmateriaal u (ver)koopt! Bosplantsoen van berk. Foto: CGN Inzet: Het is bij aflevering belangrijk om de kwaliteit van uw plantsoen te controleren. Foto: Bosgroepen

I

n het kader van een Green Deal hebben diverse partijen de afgelopen jaren gewerkt aan het verbeteren van de keten van goed plantmateriaal voor bos- en haagplantsoen. Vaak heeft de kwaliteit van plantmateriaal onvoldoende aandacht en dat moet anders. “Het gebruiken van plantmateriaal van onbekende herkomst is de ultieme respectloosheid voor duurzaam bosbeheer”, vindt Patrick Jansen (Probos). “De kwaliteit van plantmateriaal

22 Beheerdersdag magazine 2015


kennis

is namelijk van groot belang voor de gezondheid, groei en kwaliteit van een beplanting en daarmee voor het financiële eindresultaat.” Om beheerders een extra zetje in de goede richting te geven, is er een praktijkgids met achtergrondinformatie en tips gemaakt. Een aantal adviezen uit de gids die u zeker niet mag missen: • Vraag bij aankoop van plantsoen om herkomsten uit de Nederlandse Rassenlijst Bomen. • Vraag aan de leverancier om te voldoen aan de eisen uit de norm NEN7412 met het oog op de kwaliteit van het plantmateriaal. • Formuleer uw eisen aan plantsoen nauwkeurig en eenduidig in uw bestek of bestelling. • Besef dat de kwekers niet alle soorten, herkomsten en leeftijden op voorraad kunnen hebben en bestel daarom tijdig. • Controleer bij aflevering goed of u de gewenste kwaliteit heeft gekregen: let op gezondheid, L/D-verhouding, kroonvorm en wortelstelsel. • Vraag om een leverancierscertificaat en controleer of u inderdaad de herkomsten heeft gekregen die u heeft besteld.

Op de site van Probos vindt u meer achtergrondinformatie over de Green Deal en kunt u de praktijkgids bestellen: www.probos.nl. Aan deze Green Deal werkten mee: VBNE, Naktuinbouw, AVIH, LTO Nederland, Probos, Handelsgroep voor Boom- en Heesterzaden (BoHeZa) en de Raad voor Plantenrassen.

Kennis van bosbeheer opgefrist

D

e afgelopen jaren is het belang van houtoogst toegenomen en dus is er meer aandacht voor productie, oogst en afzet van hout. Bij veel beheerders is er behoefte aan meer kennis en kunde op dit gebied. De Bosgroepen hebben daarom in samenwerking met Staatsbosbeheer en de AVIH (Algemene Vereniging Inlands Hout) een opfriscursus bosbeheer ontwikkeld. In deze cursus wordt onder andere ingegaan op dunning, verjonging, exploitatie, houtmeten, afzet, verkoop en voorlichting. Naast de cursus voor professionals, die regelmatig wordt gegeven, komt er binnenkort ook een cursus voor particulieren.

Kijk op www.bosgroepen.nl voor meer informatie.

Boven: Jeroen de Haas tijdens de mini-opfriscursus in 2014. Rechts: Het belang van houtoogst is toegenomen. Foto’s: Bosgroepen

Beheerdersdag magazine 2015 23


achtergrond

“Zeggen: ‘Wij regelen het, en u mag af en toe komen wandelen’, dat kan niet meer” BuRGeRBetRoKKeNHeId IN de 21e eeuW

24 Beheerdersdag magazine 2015


Drie burgers maakten zich zorgen over de toekomst van een stuk oude landbouwgrond in Boxtel. Daarom kochten zij het zelf maar aan, via crowdfunding en voorfinanciering van het Brabants Landschap. ‘Dommelbimd’ wordt nu een mooi stukje boerennatuur. Het laat zien dat mensen zelf, met een beetje hulp, tot heel veel in staat zijn. Maar dat wist u al, want burgerbetrokkenheid is niet nieuw. Wel zijn de spelregels veranderd, vertelt Fleur Smout van LandschappenNL.

“J

e ziet steeds vaker dat mensen meer willen en kunnen, terwijl de provincie zich terugtrekt. Ik vind het leuk om uit te gaan van dat ‘eigen kunnen’.” En dat is wat Fleur Smout doet, als ‘Netwerker Burgerbetrokkenheid’. Burgerbetrokkenheid ja, dat

dekt meer de lading dan burgerparticipatie. “Mensen kunnen veel aan alle uiteinden van het spectrum. Het is niet meer alleen het vrijwilligerswerk, maar mensen besluiten steeds vaker ook op eigen initiatief iets te gaan doen aan de boomgaard om de hoek.”

Fleur Smout met de vrijwilligersgroep Swifterbant van Landschapsbeheer Flevoland

Beheerdersdag magazine 2015 25


Andere spelregels Burgerbetrokkenheid, een nieuw fenomeen? Smout grinnikt: “Het is helemaal niet nieuw, dat is het mooie. Net als alle trends pendelt het steeds heen en weer. Grote organisaties als Natuurmonumenten zijn ook begonnen als burgerinitiatief. Ze groeiden, er kwam steeds meer geld bij en het natuurbeheer werd steeds professioneler. Maar daardoor kwam het ook verder van de mensen af te staan. Nu zie je een terugslag. Er is minder geld, maar er zijn ook steeds meer mensen die zeggen: ik wil zelf wel wat doen.”

‘What’s in it for me?’ wordt steeds belangrijker Oké, niets nieuws onder de zon dus. Of toch wel? “Door een aantal trends is burgerbetrokkenheid nu wel anders dan dat we gewend waren. ‘What’s in it for me?’, wordt steeds belangrijker. Vroeger waren mensen dienstbaar en hadden ze tijd over. Nu hebben ze minder tijd en willen ze iets tastbaars terugzien: nieuwe skills leren, iets bruikbaars voor op hun cv. Ook is informatie overal beschikbaar: mensen ‘weten’ voordat ze naar de dokter gaan al wat ze mankeert. Waar mensen vroeger onder begeleiding aan het werk gingen, willen ze nu veel meer vrijheid en verantwoordelijkheid. Dat botst met wat de grote instituties gewend zijn: vroeger deden zij alles, nu is er iemand in de buurt die ineens van alles wil en vindt. Dat is best spannend, en vraagt ook om een andere mindset. ” Geen kant-en-klaar-recept Dan is de logische vervolgvraag: hoe krijg ik burgerbetrokkenheid van de grond? Smout heeft geen kant-en-klaar-stappenplan. Het blijft altijd maatwerk. “Soms dient een hele capabele vrijwilliger zich aan, een geboren leider. Met een extra training kun je die letterlijk zo het bos insturen. In andere gevallen moet je naar zo’n persoon op zoek. Beheerders moeten in ieder geval af van het idee dat ze elke

26 Beheerdersdag magazine 2015

vrijwilliger professioneel moeten begeleiden. Bij Landschap Overijssel werken ze met mentoren, goede vrijwilligers. Als je zulke mensen goed uitrust, kun je veel meer werk verzetten.” Burgerbetrokkenheid wil in ieder geval niet zeggen dat je alles los moet laten. “Je moet van tevoren goed je grenzen aangeven, dat vinden mensen zelf ook fijn. De meesten willen helemaal niet elke zondag motorcrossen, maar hebben wel een idee over loslopende honden.” Winst Er zijn inmiddels genoeg succesvolle voorbeelden van burgerbetrokkenheid, weet Smout. “Voor sommige terreinbeheerders is het een tweede natuur. Het zijn boswachters die hun buurt en hun gebruikers kennen. Even bellen, even kletsen, en zorgen dat je bereikbaar bent.” Natuurlijk moet ieder voor zich kijken waar hij zich goed bij voelt. Maar er is zeker winst. “Met vrijwilligers kun je meer gedaan krijgen. En als mensen elkaar eenmaal gevonden hebben, jaagt dat ook weer nieuwe projecten aan. Er ontstaat voldoening en betrokkenheid. En je krijgt meer informatie uit je gebied. Bovendien: er komt meer druk op natuurgebieden. Mensen willen er sporten, maar die sporters zijn meestal niet je leden. Het is dan wel fijn als ze meedenken.” Nieuwe definities van natuur Kortom: eigenlijk ontkomen we niet aan burgerbetrokkenheid. Steeds minder mensen zullen ‘alleen maar lid’ willen zijn. En ze verwachten ook iets anders bij natuur. “De EHS is ‘klaar’. Tegelijkertijd zijn er veel gemeentes die grond afstoten. Je ziet dat terreinbeheerders nu gronden gaan aankopen die ze vroeger nooit hadden aangekocht: de ‘dorpsbosjes’, niet de pareltjes, maar wel belangrijk voor de mensen. Want daar zit wel je steun. Het is een heel andere doelstelling, en dat vraagt ook een omschakeling. Maar de definities van natuur veranderen. Natuurlijk moeten terreinbeheerders nog steeds voor waardevolle natuur zorgen. Maar zeggen: ‘wij regelen het, en u mag af en toe komen wandelen’, dat kan niet meer.”


dIgItaal beheer

De digitale wereld biedt steeds meer mogelijkheden voor beheerders, maar vind uw weg er maar eens in. Een aantal partijen met beheerervaring heeft samen de beheerapplicatie BOOM (Beheer en Onderhoud op Maat) ontwikkeld, waarmee landschapsbeheer eenvoudig te plannen is. Geschikt voor elk type beheerder: van natuurorganisatie tot particuliere eigenaar.

Beheren op maat met de

B

Boom-app

OOM is een applicatie die beheerders kan ondersteunen bij het plannen, uitvoeren en evalueren van beheer. Op basis van een webbased beheerplan kunt u een planning maken voor het beheer van al uw landschappelijke elementen, maar ook voor bosjes, gebouwen en andere objecten in het landschap. De applicatie kent meerdere modules, die optioneel zijn. Er is een module soortenmonitoring, een module met de checklist bos- en natuurbeheer en binnenkort is er ook een module voor kosten en opbrengsten. Zo kan aan meerdere eisen en wensen vanuit de beheerpraktijk én de regelgeving worden voldaan.

gebiedspartijen is veel beter te stroomlijnen”, aldus Hopman. De applicatie biedt namelijk de mogelijkheid om informatie met andere partijen te delen. Zo is BOOM handig voor het opstellen van gezamenlijke aanbestedingen en kan het gekoppeld worden aan andere beheersystemen, zoals het door grote organisaties al meer gebruikte beheerprogramma CMSi.

De applicatie wordt op dit moment al op verschillende plekken in het land gebruikt, onder andere door de Vereniging voor het Nederlands Cultuurlandschap, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en diverse agrarische natuurverenigingen. Bij die laatste groep helpt BOOM om het beheer overzichtelijk te houden. Wilfried Berendsen Het idee achter de applicatie is dat het beheer van ANV ’t Onderholt: “Onze vereniging beheert efficiënter wordt. Dat het inderdaad zo werkt, sinds het jaar 2000 honderden landschapseleblijkt uit ervaringen van gebruikers. Piet Hopmenten in de Achterhoek. Met BOOM leggen man is als projectleider bij Staatsbosbeheer gebruiker van BOOM: “Sinds wij BOOM gebrui- we alle elementen en het uitgevoerde beheer ken bij het beheer van het Maasheggengebied, vast. Zo weet je precies wat er waar en wanneer nog moet gebeuren.“ Ook bij de uitvoering komt lukt het ons om kwalitatief goed beheer uit te de applicatie van pas: “BOOM voorziet in het voeren. Dat komt doordat wij het beheer nu efficiënt en op maat kunnen plannen en evalue- aansturen van uitvoerende partijen. We kunnen beschikken over werkomschrijvingen en gederen.” tailleerde kaarten. Ontzettend handig.” Niet alleen het landschap profiteert, maar ook de samenwerking in het gebied gaat beter: “De Meer weten? Kijk op boomapp.nl. afstemming van integraal beheer met andere

Beheerdersdag magazine 2015 27


wetgeving

Nieuwe Natuurwet laat Op 1 juli 2015 stemde de Tweede Kamer over de nieuwe Natuurwet. Het zag er voor jagend Nederland somber uit. Er was namelijk een sterke anti-jachtlobby actief. Uiteindelijk heeft de Tweede Kamer ingestemd met een Natuurwet die ruimte laat aan jagers. De stemming in de Eerste Kamer volgt later dit jaar. Wat verandert er straks concreet voor jagers in Nederland? We vroegen dit aan Reinier van Elderen, één van de auteurs van het boekje ‘Naar nieuwe regels voor de Nederlandse jager’.

Wat gaat er precies veranderen als de Natuurwet wordt ingevoerd? “Met de komst van de nieuwe Natuurwet wordt de jacht planmatiger en transparanter. Dit wordt gerealiseerd door een aantal aspecten: • Jacht wordt een onderdeel van provinciale Faunabeheerplannen. • Faunabeheereenheden krijgen een andere structuur en samenstelling. • Jagers worden verplicht om lid te worden van de wildbeheereenheid in hun jachtgebied. • Jagers worden verplicht hun afschotcijfers te registreren en openbaar te maken. • Jagers moeten een ‘redelijke wildstand’ handhaven in het veld.”

Dat klinkt mooi, maar is het ook een verbetering ten opzichte van de huidige situatie? “Ja en nee. De wetgeving wordt duidelijker en jagers krijgen iets meer ruimte. In de nieuwe Natuurwet gaat het onder andere over een ‘redelijke wildstand’ en over ‘intrinsieke waarde’. Dat zijn begrippen die onderhevig zijn aan interpretatie. Of die interpretatie positief of negatief uitpakt voor jagers valt nu nog niet te zeggen. Het is wel duidelijk dat er van de jagers een stuk extra administratie verwacht wordt. De bureaucratie wordt groter.” Welke informatie biedt het boekje dat door u en Ton Uphof is geschreven? “Wij hebben het boekje geschreven voor de Federatie Particulier

“‘Redelijke wildstand’ en ‘intrinsieke waarde’ zijn begrippen die onderhevig zijn aan interpretatie” 28 Beheerdersdag magazine 2015


ruimte voor jagers Grondbezit (FPG), voorafgaand aan de behandeling van de Natuurwet. Het boekje is erop gericht grondeigenaren en jachthouders te informeren over alles wat speelt rondom de invoering van de nieuwe wet.” Welk adviezen heeft u voor jagers en grondeigenaren? “Het handelen van jagers en grondeigenaren zal ook na invoering van de wet onder een vergrootglas liggen. Daarom is het belangrijk nauwkeurig te handelen.

Foto: Rademakerfotografie / Dreamstime.com

Dus: • Voer het Provinciaal Faunabeheerplan gedegen uit. • Werk aan het behoud van een redelijke wildstand. • Houd een logboek bij en lever op tijd alle gevraagde telgegevens in.“ Het boekje ‘Naar nieuwe regels voor de Nederlandse jager’ is te downloaden op de site van de FPG: www.grondbezit.nl.

Beheerdersdag magazine 2015 29


kennis

Landgoedbedrijf: de kracht van kennisdeling

E

en oud huis, natuur, een beetje landbouwgrond: het gemiddelde landgoed kost vaak meer dan het opbrengt. Landgoedeigenaren moeten zich daarom niet terugtrekken, maar juist samen naar nieuwe kansen zoeken, vindt Adrienne Vriesendorp van de Federatie Particulier Grondbezit (FPG). In Het Landgoedbedrijf worden landgoedeigenaren uitgenodigd samen stappen voorwaarts te zetten. Wat is het Landgoedbedrijf? “Het Landgoedbedrijf is een koepel binnen de FPG speciaal voor landgoedeigenaren en een voortzetting van de gelijknamige Green Deal. Doel is gezamenlijke profilering, een goed contact met

Kasteel Duivenvoorde. Foto: FPG

30 Beheerdersdag magazine 2015

maatschappelijke partners en overheden en de ontwikkeling van nieuwe verdienmodellen. We willen een breed kennisnetwerk opzetten, zodat ervaring uit lokale projecten overal beschikbaar is.” Verdienmodellen zijn ‘hot’ maar wat werkt nou echt? “Dat is niet in één zin te zeggen. Elke eigenaar en elk landgoed is zo verschillend. Het is de kunst aan te sluiten bij behoeften in de omgeving, ook van de overheid, en op basis daarvan het landgoed te versterken. Misschien zijn er kansen voor biomassa, of is de maatschappelijke vraag op het gebied van recreatie en toerisme groot. Er is geen kant-en-klaar stappenplan,

maar het helpt om kennis en ervaring te delen.” Wat is een succesvol voorbeeld? “Een mooi voorbeeld is het project Food4Bees in NoordBrabant. Daar werkt een landgoed samen met een imkervereniging, de gemeente, agrariërs en natuurorganisaties. Het mes snijdt aan meerdere kanten: de bijenpopulatie wordt versterkt, er wordt honing geproduceerd, het landschap wordt verfraaid. De kennis die de landgoedeigenaar daar opdoet, is de moeite van het verspreiden waard!” Lees meer op www.grondbezit.nl en www.hetlandgoedbedrijf.nl.


wetgeving Wat is de rol van provincies bij de natuurherstelmaatregelen en monitoring? Partijen als waterschappen en natuurbeherende organisaties voeren, vaak in opdracht van provincies, herstelmaatregelen uit. Provincies en het Rijk zijn ervoor verantwoordelijk dat de herstelmaatregelen die in de gebiedsanalyses van de PAS staan, worden uitgevoerd.

Foto: BIJ12

Wat u moet weten over de

Programmatische Aanpak Stikstof Welke natuurherstelmaatregelen moeten uitgevoerd worden? In gebiedsanalyses per Natura 2000-gebied, opgesteld in nauw overleg met de partijen in het gebied, staat beschreven welke herstelmaatregelen moeten worden uitgevoerd. Het gaat veelal om fysieke ingrepen in het systeem, denk aan waterhuishoudkundige maatregelen, of beheermaatregelen, zoals begrazen of het afvoeren van maaisel. Waarom is monitoring zo belangrijk? Doel is jaarlijks te bekijken hoe het met de uitvoering van het PAS-programma staat. Monitoring is ook essentieel om een goed beeld te krijgen van het effect van de maatregelen. Zo kan het programma na drie en zes jaar op de juiste wijze worden geĂŤvalueerd. Monitoring is ook belangrijk voor juridische onderbouwing van de PAS.

De voortgang van het PAS-programma wordt via een uitgebreid monitoringprogramma bijgehouden. Het gaat enerzijds om monitoring van de ontwikkeling van de stikstofemissie en -depositie en de benutting van depositieruimte. Anderzijds gaat het om ontwikkeling van natuur en natuurwaarden in de Natura 2000-gebieden. Nemen de natuurwaarden toe en/of wordt behoud van waarden geborgd door de maatregelen? Provincies zijn in vrijwel alle gebieden verantwoordelijk voor de natuurmonitoring. Wat is de rol van de beheerders in het kader van de PAS? Beheerders spelen een rol in de uitvoering van de herstelmaatregelen, de monitoring van de voortgang uitvoering herstelmaatregelen en monitoring van de natuurkwaliteit van de Natura 2000-gebieden.

Het PAS-bureau is ondergebracht bij BIJ12: pas.bij12.nl, www.bij12.nl.

Beheerdersdag magazine 2015 31


kennis

Stikstof en mineralen uit balans: wat nu? De verhouding tussen stikstof en minerale plantenvoedingsstoffen in het Nederlandse droge zandlandschap is zoek. En de gevolgen daarvan werken via de vegetatie in de hele voedselketen door. De mogelijkheden voor beheerders om de balans te herstellen zijn beperkt en bovendien niet helder. Het OBN Deskundigenteam Droogzandlandschap publiceert dit najaar een brochure om beheerders toch enkele handvatten te geven. We spreken ecoloog Arnold van den Burg.

Wat is het probleem? “Bomen hebben stikstof en mineralen nodig. Vroeger was stikstof limiterend. Nu is er juist veel stikstof. Stikstof is een meststof: in een bos waar veel mineralen zijn, doen de bomen het goed. Maar op veel plaatsen zijn de bodems juist armer geworden door verzuring. Mineralen worden dan limiterend. Dit zien we vooral op sterk verzuurde bodems waar nog extra stikstof overheen komt, zoals bossen op voormalig stuifzand en heide.” Welke gevolgen heeft dat? “Bomen gebruiken stikstof om aminozuren te maken. Zijn er in verhouding te weinig mineralen, dan gaan bomen vreemde dingen doen. Wat precies weten we nog niet, maar ze produceren dan in ieder geval andere stikstofhoudende verbindingen. De boom kan daardoor bijvoorbeeld minder goed tegen schimmels of maakt mogelijk minder zaad. Maar de problemen zijn vooral groot voor herbivoren.” Namelijk? “Rupsen leggen massaal het loodje. Tot in de top van de voedselketen zien we aminozuurgebreken optreden, waardoor vogels geen eieren meer leggen en de populatie instort. Dat geldt voor roofvogels, maar ook andere vogelsoor-

32 Beheerdersdag magazine 2015

ten krijgen grote klappen, zoals groene spechten, draaihalzen en duiven.”

“Er is helaas geen kant-enklaar-recept. Er zijn meer beheerexperimenten nodig om precies uit te zoeken wat wanneer werkt.” Wat kan de beheerder doen? “De stikstofkant, daar kan de beheerder weinig aan doen. Beheerders kunnen wel mineralen toevoegen. Maar dat leidt soms weer tot ongewenste verruiging van de ondergroei. En er is niet altijd effect. Er is helaas geen kant-en-klaar-recept. Er zijn meer beheerexperimenten nodig om precies uit te zoeken wat wanneer werkt. Wat een beheerder wél kan doen: de detrivore voedselketen stimuleren. Als bacteriën voor de aminozuren zorgen, dan is de samenstelling daarvan veel constanter. Het is bovendien een no regret-maatregel, want die keten wil je sowieso goed ontwikkelen. Dus: rooi je een boom, laat dan een meter staan.”


Foto: Bosgroepen

En wat moeten beheerders vooral niet doen? “Net zoals heide niet zomaar geplagd moet worden, is het ook niet wenselijk de humuslaag uit een bos weg te halen. Beheerders komen soms in de verleiding, maar dan gooien zij het kind met het badwater weg. Niet alleen de stikstof, ook de mineralen worden verwijderd. De stikstof regent vervolgens gewoon weer terug en de balans raakt verder verstoord.” Tot besluit “We weten nog lang niet hoe alle lijnen lopen en zijn nog druk met onderzoek. We ontdekken ook verschillen tussen soorten: we vermoeden dat sommige soorten, zoals heidehaantjes en eikenprachtkevers, overleven

omdat bacteriën in hun verteringsstelsel de juiste aminozuren maken. Ik wil beheerders die iets willen doen, daarom oproepen experimenteel te werk te gaan, zodat we er allemaal van kunnen leren. En neem contact op met het deskundigenteam, wij hebben de laatste kennis over dit onderwerp in huis.”

Meer informatie: Wouter van Heusden Secretaris Deskundigenteam Droog Zandlandschap Tel. 06 50 50 87 53 e-mail: wouter.vanheusden@rvo.nl

Beheerdersdag magazine 2015 33


wetgeving

Werken met de Flora- en faunawet:

regulier beheer of project? Iedere beheerder heeft te maken met de Flora- en faunawet. Maar wist u dat deze wet een onderscheid maakt tussen regulier beheer en de uitvoering van projecten, en hiervoor andere werkwijzen hanteert?

B

ij regulier beheer gaat het om ingrepen die met een zekere regelmaat plaatsvinden, terwijl tegelijkertijd de leefomgeving nog steeds geschikt blijft voor de aanwezige soorten. Denk aan vellen, begrazen, plaggen en schonen van poelen. Wanneer u regulier beheer uitvoert op basis van een gedragscode, zoals de Gedragscode bosbeheer of de Gedragscode natuurbeheer, dan is gewaarborgd dat u zorgvuldig werkt en valt u daarom onder een vrijstelling van de verbodsbepalingen van de Flora- en faunawet. Dit betekent dat u niet strafbaar bent wanneer u ondanks alle voorzorgsmaatregelen onverhoopt tóch een verbodsbepaling van de Flora- en faunawet overtreedt. Bij projecten gaat het om ruimtelijke ontwikkelingen. Bijvoorbeeld kaalkap gericht op omvorming naar heide of het aanleggen van

Foto: Ronald Jansen / Dreamstime.com

34 Beheerdersdag magazine 2015

een mountainbikeroute. Dan kan niet gewerkt worden met een gedragscode, maar is meestal een ontheffing nodig. Bij een ontheffing krijgt u in een individueel concreet geval een uitzondering op een wettelijk verbod. Bij een ontheffing wordt meestal van u gevraagd om één van de soortenstandaarden van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) te raadplegen. Deze vormen een richtlijn voor de preventieve maatregelen die u kunt nemen om schade aan soorten te voorkomen. Er zijn aparte soortenstandaarden voor onder andere de das, de buizerd en veel vleermuissoorten. Heeft u nog vragen of opmerkingen dan kunt u contact opnemen met de RVO via www.rvo.nl/over-ons/over-ons/wat-doetrvonl/contact.


kennIs

Biomassa Arena

De B

iomassa. Het is nog steeds een onderwerp dat veel vragen oproept. Steeds meer partijen beschikken over kennis op het gebied van biomassa, maar tegelijkertijd blijkt het nog steeds lastig wat ‘we’ in het bos met het onderwerp biomassa moeten. VBNE en AVIH werken aan meer kennisuitwisseling op dit thema, onder andere door het organiseren van de ‘Biomassa Arena’ op de Beheerdersdag. “Uit een inventarisatie onder beheerders is gebleken dat er nog veel onduidelijkheid is over biomassa. Daardoor vinden beheerders het lastig om te beslissen of ze iets met biomassa willen doen en zo ja, wat dan”, zegt Berdien van Overeem (AVIH). Mede-initiatiefnemer Annika van Dijk (VBNE) voegt toe: “In de Biomassa Arena discussiëren we aan de hand van stellingen over een aantal terugkerende aspecten in het biomassa-vraagstuk. Zo hopen we de kennis bij beheerders te vergroten en ze handvatten te geven om straks wél die beslissingen te kunnen nemen.” Aspecten die bediscussieerd worden zijn onder andere het belang van ketentransparantie, het nut van een keurmerk voor biomassa en de ecologische effecten van biomassa-oogst. meer weten? De VBNE brengt dit najaar het praktijkadvies ‘Biomassa; oogsten opslag en transport’ uit met daarin allerhande praktische zaken die u als beheerder moet weten over biomassa. U kunt het praktijkadvies straks downloaden op www.vbne.nl.

Save the date Heeft u de Biomassa Arena op de Beheerdersdag gemist? Op 14 oktober krijgt u nog een kans! Kijk op www.avih.nl voor meer informatie. Foto: Landbeeld

Beheerdersdag magazine 2015 35


wetgeving

De nieuwe Wet natuurbescherming:

Wat verandert er voor de dagelijkse beheerpraktijk? Wordt het makkelijker om bos te vellen of juist moeilijker? Worden soorten straks beter beschermd of juist minder? Wat gebeurt er met de beschermde natuurmonumenten? In dit artikel laten we u alvast kennismaken met de mogelijke veranderingen als gevolg van de nieuwe Wet natuurbescherming.

D

e Wet natuurbescherming gaat drie wetten vervangen: de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet en de Boswet. Op 1 juli 2015 heeft de Tweede Kamer de Wet natuurbescherming aangenomen met een ruime meerderheid van PvdA, VVD, ChristenUnie, SGP, CDA, PVV, D66 en GroenLinks. De wet wordt dit jaar nog behandeld door de Eerste Kamer en zal waarschijnlijk begin 2016 in werking treden. Projecten In de nieuwe wet blijft de bescherming van Natura 2000-gebieden hetzelfde. Voor een project of andere handelingen die een negatief effect kunnen hebben op een Natura 2000-gebied moet een beheerder een vergunning aanvragen. Een vergunningvereiste kan ook gelden buiten een Natura 2000-gebied, bijvoorbeeld wanneer een agrariÍr wil uitbreiden in de omgeving van zo’n gebied. Maar voor rust, ruimte, weidsheid, stilte en duisternis en

36 Beheerdersdag magazine 2015

de beschermde natuurmonumenten vervalt deze bescherming. Wel kunnen provincies ervoor kiezen om gebieden waar deze waarden voorkomen alsnog aan te wijzen als bijzonder provinciaal natuurgebied. Bij projecten of andere handelingen die niet vallen onder het regulier beheer dat opgenomen is in het beheerplan, kunt u nu naast een NB-wetvergunning ook een ontheffing voor de Flora- en faunawet nodig hebben als er sprake is van mogelijke schade aan beschermde soorten. De Flora- en faunawet beschermt een groot deel van de plant- en diersoorten in Nederland. In de nieuwe Wet natuurbescherming zijn alle soorten uit de Vogel- en Habitatrichtlijn overgenomen. Soorten uit de Rode Lijst zijn niet altijd opgenomen. Bij dagvlinders en libellen is de wettelijke bescherming beter geworden onder de nieuwe wet. Maar vaatplanten zijn juist bijna niet opgenomen. En de bescherming van mieren vervalt in zijn geheel.


Swalmdal. Foto: Anne Reichgelt

Regulier beheer Bij regulier bosbeheer heeft u op dit moment te maken met de Boswet en de Gedragscode bosbeheer. De twee belangrijkste instrumenten in de Boswet zijn de meldingsplicht en de herplantplicht. Wie een houtopstand velt moet dit van tevoren melden bij de provincie en heeft de plicht om hetzelfde areaal te herbeplanten. Dit instrumentarium keert terug in de nieuwe wet. Nieuw is onder meer dat het mogelijk is om houtopstanden te vellen zonder herplantplicht, om een instandhoudingsmaatregel voor Natura 2000-gebieden uit te voeren. Ook wordt het mogelijk een vrijstelling te krijgen van de meldingsplicht en herplantplicht als gewerkt wordt volgens een door de minister goedgekeurde gedragscode. De gedragscode bosbeheer biedt op dit moment nog geen vrijstelling van de meldingsplicht en herplantplicht. Daar zal waarschijnlijk een nieuwe gedragscode voor moeten worden opgesteld.

Disclaimer Omdat de nieuwe Wet natuurbescherming nog behandeld moet worden door de Eerste Kamer kunnen er in principe nog zaken veranderen aan de Wet. Ook is de uitvoeringswetgeving van het ministerie van Economische Zaken en de provincies nog niet bekend. Dit kan gevolgen hebben voor hoe een en ander daadwerkelijk uit gaat pakken voor de beheerpraktijk. Met dank aan Houdijn Beekhuis voor de juridische check.

U kunt het volledige artikel lezen in het septembernummer van het Vakblad Natuur Bos Landschap.

Beheerdersdag magazine 2015 37


dIgItaal beheer

CmSi

de digitale gereedschapskist voor natuurbeheerders

De term CMSi is inmiddels vrij bekend bij beheerders, maar wat is het nu precies en wat kunt u er als beheerder mee? Vier vragen aan Hennie Blikman (Natuurmonumenten), gebruiker van het eerste uur. Voor de mensen die het niet kennen: wat is CmSi en wat kan men ermee?

“CMSi staat voor Conservation Management System international. Het is een modulair software pakket waarmee u planning, uitvoering en evaluatie van beheer kunt ondersteunen. Het is gebaseerd op het idee ‘lerend beheren’: wat goed gaat zet je voort, wat minder goed gaat pas je aan. CMSi biedt de mogelijkheid om als geheugen te fungeren: planning, uitvoering, evaluatie en nieuwe inzichten komen door de jaren samen.” CmSi is met name bij de grote natuurorganisaties al in gebruik. Is het ook geschikt voor kleine beheerders en particulieren?

“Zeker. In Groot-Brittannië zijn bijvoorbeeld diverse kleine wildlife trusts die CMSi naar volle tevredenheid gebruiken.”

38 Beheerdersdag magazine 2015

Wat is de kracht van CmSi?

“CMSi kan aansluiten bij veel verschillende behoeften. Daarom is het ook geschikt voor zowel grote als kleine beheerders. De kunst is om de software zo in te richten en te gebruiken dat het aansluit bij het doel van de beheerder. Dat betekent dat hij goed moet nadenken over het gewenste detailniveau en de benodigde onderdelen voordat hij begint. Doet een beheerder dat goed, dan kan hij CMSi optimaal benutten en wordt het beheer een stuk overzichtelijker.” Waar kunnen mensen terecht voor meer informatie?

“Op de site www.software4conservation.com is meer te lezen over de mogelijkheden van CMSi. U kunt natuurlijk ook direct contact opnemen om vragen te stellen: h.blikman@natuurmonumenten.nl.”


2013 & 2014 Foto: H.P. Fรถllmi

Foto: H.P. Fรถllmi


Profile for Communicatiebureau de Lynx

Magazine Beheerdersdag 2015  

Eenmalige uitgave van de Beheerdersdag 2015. Het magazine bevat actuele achtergrondartikelen. De Beheerdersdag is een dag over beheer van bo...

Magazine Beheerdersdag 2015  

Eenmalige uitgave van de Beheerdersdag 2015. Het magazine bevat actuele achtergrondartikelen. De Beheerdersdag is een dag over beheer van bo...

Profile for delynx
Advertisement