Issuu on Google+

DE TRIOMF VAN DE MENSELIJKHEID WO | 12.01.11 | 20:00 B’Rock & Lod

PROGRAMMA Deel 1: “La Gioia” Thomas Smetryns (°1977) Elegy 1969 Claudio Monteverdi (1567-1643) Orfeo (uit: Atto I) Marco Uccellini (1610?- 1680) Aria sopra la Bergamasca Girolamo Frescobaldi (15831643)/Willem Ceuleers (°1962) Se l’aura spira

Deel 3: “La Speranza” Giovanni Battista Fontana (15711630) Sonata II in D Claudio Monteverdi Orfeo (uit Atto V) Redevoering deel 3 Maurizio Cazzati (1616-1678) Ciaccona a tre con il suo Balletto UITVOERDERS

Redevoering deel 1 Deel 2: “Lamento” Thomas Smetryns Love, we must part now Claudio Monteverdi Orfeo (uit Atto II) Domenico Belli (1550-1627) Orfeo dolente: Numi d’Abisso Sigismondo d’India (1589-1629)/ Girolamo Frescobaldi Piangono al pianger mio Partite sopra la Romanesca Thomas Smetryns Languor

Frank Vandenbroucke | redenaar Frank Agsteribbe | muzikale leiding Thomas Smetryns | nieuwe composities Stephan Van Dyck | tenor Barokorkest B’Rock: Rodolfo Richter | viool Adrien Mabire | cornetto Luc Gysbrechts | tenorviool Martin Bauer | viola da gamba Tom Devaere | violone Wim Maeseele | luit/theorbe Frank Agsteribbe | klavecimbel

Redevoering deel 2

Aandacht! Gelieve uw mobiele telefoon uit te schakelen.


2

TOELICHTING Een nieuw tijdperk, een nieuw geluid Simon Van Damme / Concertgebouw Brugge In de geschiedenis van de Europese kunstmuziek is de overgang van de 16de naar de 17de eeuw een van de meest ingrijpende scharniermomenten. Eeuwenlang hadden componisten gebouwd aan het ingenieuze systeem van de meerstemmigheid dat de westerse muziek zo uniek maakte. Met de renaissance kent de polyfonie, de kunst van het combineren van vele melodielijnen tegelijk, zijn hoogtepunt. Rond 1600 komt het systeem echter in diskrediet, onder invloed van het humanisme. Vanuit een literair-historische interesse om de antieke tragedie te herontdekken en te reconstrueren, wijzen musici en melomane intellectuelen uit Florentijnse en Romeinse salons op de beperkingen van de muzikale polyfonie zoals die in kerken weergalmde, maar evengoed werd toegepast in een wereldlijk genre zoals het poëtische madrigaal. Girolamo Mei was een van de humanisten van wie het onderzoek naar de Griekse muziek de moderne muziek uit zijn tijd danig heeft beïnvloed. In een brief van Mei aan Vicenzo Galilei (vader van de beroemde Galileo en zelf muzikant) lezen we hoe hij, net als voornoemde Vicenzo Galilei, vindt dat muziek bovenal in staat moet zijn om de ziel te beroeren. Beide theoretici vinden dat de meerstemmige renaissancemuziek daar niet in slaagt, of toch dat de emotionele impact ervan niet vergelijkbaar is met de geladenheid die uit bijvoorbeeld Griekse tragedieteksten spreekt. Ze verwijzen daarbij naar Plato en zijn visie dat muziek begint bij de tekst en het ritme ervan, en niet bij de klank als klank op zich. Het is net de polyfonie zelf, het weerklinken van verschillende stemmen tegelijk, die een directe muzikale expressiviteit in de weg staat doordat de teksten en zangstemmen door elkaar te horen zijn. Met die conclusies leveren Galilei en Mei niet alleen een fundamentele kritiek op de muziek van hun tijd, maar stellen ze ook een nieuw idioom voorop: dat van de begeleide monodie, waarbij een zangstem de bovenhand neemt en de overige partijen worden vervangen door instrumentale begeleiding (meestal het kleine ensemble dat instaat voor de basso continuo). De nieuwe stijl krijgt de naam ‘stile rappresentativo’, die in 1600 verschijnt in de ondertitel van de twee eerste echte opera’s. Zowel Jacopo Peri als Giulio Caccini schreven (op eenzelfde libretto) een Euridice, waarin ze de begeleide monodie in praktijk brengen en daarbij een zangstijl ontwikkelen die aansluit bij de noden van het toneel. Om het verhaal en de dialogen muzikaal te kunnen brengen, dienen de componisten immers af te stappen van lange melodische lijnen en eerder te kiezen voor een declamatorische, reciterende stijl. Instrumentale overgangen en enkele meerstemmig gezongen interventies


TOELICHTING geven daarbij vooral enig contrast maar zijn minder cruciaal voor de ontwikkeling van het dramatisch verloop. Een belangrijk neveneffect is dat de solozanger nu centraal komt te staan, wat het begin betekent van de verheerlijking van de virtuoze solist, een evolutie die trouwens ook ten opzichte van bepaalde instrumentalisten merkbaar is. De vroege opera ontstaat duidelijk dankzij enkele muzikale vernieuwingen, zoals de recitatiefstijl en de basso continuo-praktijk. Daarnaast bouwt het genre echter ook voort op bestaande tradities. Zo ligt het genre in de lijn van de zogenaamde ‘intermedii’, muzikale tussenspelen bij toneelvoorstellingen (zoals de cyclus ‘Orfeo Dolente’ van Domenico Belli), of madrigaalcycli met een verhalend karakter. Ook de voorliefde voor een pastorale liefdesthematiek en het obligate ‘lieto fine’ (happy end) zijn een restant van de link tussen dergelijke schouwspelen en feestelijke gebeurtenissen aan het hof (zoals een huwelijk). Niet toevallig zijn de eerste opera’s dan ook gebaseerd op het verhaal van Orpheus en Eurydice. De mythische zanger uit Thracië, die met zijn klanken mensen, goden en dieren kon bekoren, symboliseert als geen ander de kracht van het nieuwe muzikale ideaal. Het prille geluk van het jonge paar wordt daarbij uitgebreid in de verf gezet (met pastorale scènes en dansante aria’s), alvorens het noodlot toeslaat en Eurydice sterft. Orpheus’ smeekbede tot de goden van de onderwereld is het uitverkoren moment om de doordringende expressiviteit van de nieuwe monodie te demonstreren. Het einde is, zoals vermeld, doorgaans minder onzalig dan in de originele mythe. Eurydice bereikt in sommige versies levend en wel de bovenwereld, terwijl andere libretti de opgedoken Bacchanten alsnog een dansfeest laten ontketenen of Orpheus ten hemel laten voeren door Apollo als deus ex machina. Dat laatste is het geval in ‘L’Orfeo’ van Claudio Monteverdi, de beroemdste vroegbarokke versie van deze mythe. Met de creatie ervan in 1607 aan het hof in Mantua tilt hij het prille genre van de opera al meteen op een verbluffend niveau. Muzikaal incorporeert de componist uiteraard de innovaties van zijn voorgangers, maar ‘L’Orfeo’ is monumentaler van opzet, architecturaal gestructureerd en muzikaal bijzonder gepolijst. De aandacht voor instrumentale kleuren binnen de indrukwekkende orkestbezetting is ongezien. Het gebruik van sommige instrumenten staat ook ten dienste van bepaalde karakters of de theatrale uitwerking ervan. Verder is er ruimte voor madrigalen door het ensemble, instrumentale sinfonia’s en dansen die leiden tot een gevarieerd maar coherent totaalspektakel. Schijnbaar zonder aarzeling luidt Monteverdi een nieuw muzikaal tijdperk in, zich hullend in de huid van de grootste zanger die zijn cultuur kende: Orpheus, die uit liefde zelfs de goden tot tranen toe bewoog. De menselijkheid triomfeert daarbij niet enkel in de

3


4

TOELICHTING mythe maar ook in het affectief emotionele gehalte van de muziek zelf. De composities van Thomas Smetryns vormen een hedendaagse spiegel voor het vroegbarokke idioom. Zijn ‘Failure Madrigals’ knopen qua genrebenaming aan bij het oude tijdperk maar gaan niet uit van dramatische poëtische gestes zoals bij Monteverdi. De 20ste-eeuwse gedichten die als inspiratiebron dienen voor de muzikanten zijn minder hoog verheven, maar behandelen thema’s als onmacht ten aanzien van de wereldellende of falende liefde. In plaats van de wereld van mythische halfgoden of adellijke hoven uit het ancien régime komen hier als het ware de menselijkheden boven van de 21ste-eeuwse maatschappij, op zijn eigen scharniermoment anno 2011. Thomas Smetryns schreef voor ‘De triomf van de menselijkheid’ drie madrigalen, de ‘Failure Madrigals’. Het zijn instrumentale composities op gedichten van Mark Strand (VS, 1934), Philip Larkin (VK, 1922-1985) en Billy Collins (VS, 1941). Hun poëzie staat haaks op de emotionele hoogspanning en het hoogoplopend drama in het libretto van Monteverdi’s ‘L’Orfeo’ (er wordt al eens in gestorven, men barst al eens in jammerklachten uit). Hun gedichten gaan over het meer existentiële falen: over falend in het leven staan. Ondanks de verschillen in thematiek van de gedichten, vertonen de ‘Failure Madrigals’ nogal wat gelijkenissen met de madrigalen van bijvoorbeeld Monteverdi. Smetryns heeft zijn drie werken op de tekst van Monteverdi’s ‘L’Orfeo’ gecomponeerd zodat de muzikanten hun partijen aan de hand van die tekst kunnen fraseren. De muziek is bovendien vaak beschrijvend of iconisch. Zo kan je, als er in het gedicht een hond rustig ligt te ademen, dit misschien ook waarnemen in de compositie. De poëzie van Strand, Larkin en Collins handelt over onmacht, over hoe moeilijk het is om de wereld te verbeteren, over het falen in de liefde en de pogingen om dit falen een plaats te geven. Maar ook over loomheid, over het zoeken naar de kracht om zaken op orde te brengen. Het is onze manier van falen en niet die van de goden en halfgoden uit de renaissance en de barok.

Frank Vandenbroucke is lid van het Beschermcomité van Music Fund (www. musicfund.eu). Hij besliste zijn honorarium van deze voorstelling te schenken aan Music Fund. Met dank aan Gerard De Swerts, wetenschappelijk medewerker bij deze voorstelling.


BIO B’Rock Barokorkest B’Rock werd opgericht in 2005 op initiatief van klavecinist, componist en dirigent Frank Agsteribbe en contrabassist Tom Devaere. Het orkest is gehuisvest in Gent. B’Rock is ontstaan uit zin voor vernieuwing en verjonging in de wereld van de oude muziek. De vaste kern bestaat uit een twintigtal musici uit binnen- en buitenland, gespecialiseerd in de historisch geïnformeerde uitvoeringspraktijk. Barokorkest B’Rock onderscheidt zich door een uitvoeringsgerichte en stijlbewuste manier van spelen waarbij expressie en intensiteit centraal staan. In zijn programmakeuze verbindt het orkest vaste waarden uit de barokliteratuur met minder gekend repertoire uit de 17de en 18de eeuw. Daarnaast schenkt het orkest bijzondere aandacht aan de uitvoering en creatie van hedendaagse muziek op maat van zijn historisch instrumentarium. Opera en avontuurlijk muziektheater vormen een belangrijk onderdeel van de artistieke werking. In samenwerking met Muziektheater Transparant en LOD creëert B’Rock regelmatig nieuwe producties. Daarnaast wordt B’Rock dikwijls uitgenodigd door internationale operafestivals zoals Operadagen Rotterdam, KunstenFestivaldesArts of Musikfestspiele Potsdam Sanssouci. www.b-rock.org Frank Vandenbroucke Frank Vandenbroucke is licentiaat in de Economische Wetenschappen en studeerde daarna verder in Cambridge en Oxford. Hij is lid van de SP.A en bekleedde achtereenvolgens de volgende regeringsfuncties : vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken, minister van Sociale Zaken en Pensioenen, minister van Werk en Pensioenen, vice-minister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Werk, Onderwijs en Vorming Hij is gastprofessor aan de K.U.Leuven, de Universiteit Antwerpen en de Vrije Universiteit Brussel voor de vakken Europees sociaal beleid en Sociale economie. Frank Agsteribbe Frank Agsteribbe is een van de meest veelzijdige Vlaamse musici van zijn generatie. Als dirigent, klavecinist en componist zoekt hij naar een directe expressie, plasticiteit en levendige kleurrijkheid, dit zowel in opera als in barokof hedendaagse muziek. Raakvlakken tussen muziek uit de 17de of 18de eeuw met de muziek van vandaag genieten zijn bijzondere interesse. Hij studeerde orgel en klavecimbel (bij Jos Van Immerseel) en speelde bij de meest vooraanstaande Vlaamse barokensembles (La Petite Bande, Collegium Vocale, Huelgas Ensemble, Anima Eterna). Bij B’Rock is hij zowel klavecinist als (gast)dirigent. Daarnaast is hij een veelgevraagd kamermusicus. Als dirigent is Frank Agsteribbe actief in verschillende domeinen: opera,

5


6

BIO barokmuziek en hedendaagse muziek. Frank Agsteribbe is eerste gastdirigent bij het kamerkoor INECC in Luxemburg. Daarnaast zet hij zich bijzonder in voor oude muziek uit Vlaanderen. Frank Agsteribbe heeft inmiddels meer dan 80 composities op zijn naam staan, geschreven in opdracht van onder meer Klara, Transparant, Vlaams Radio Orkest, Concertgebouw Brugge, Muziekcentrum De Bijloke, Koninklijk Conservatorium Antwerpen, November Music, Il Gardellino ... Sinds 1989 is Frank Agsteribbe docent aan het Koninklijk Conservatorium Antwerpen. Thomas Smetryns Thomas Smetryns studeerde compositie en gitaar, luit en theorbe aan het conservatorium van Gent. Hij is docent gitaar aan het Conservatorium van Oostende. Hij schreef muziek voor onder andere Spectra Ensemble, Daan Vandewalle, percussionist Wim Konink, pianiste Heleen Van Haegenborgh en het HERMESensemble. In 2008 creëerde hij in opdracht van de Provincie Oost-Vlaanderen in het kader van het Festival van Vlaanderen ‘Terre de Flandre / Vlaanderland’, een programma omtrent het Vlaamse muzikale erfgoed. Sinds 2008 is hij in residentie bij LOD. Stephan Van Dyck Stephan Van Dyck behaalde het Hoger diploma Zang aan het Conservatoire Royal in Brussel en het licenciaatsdiploma musicologie aan de ULB. Hij vervolmaakte zich aan de Studio Versailles Opéra en aan het Conservatoire National Supérieur de Paris behaalde hij een eerste prijs in de klas van William Christie. Stephan van Dyck wordt door Concerto Palatino en La Fenice regelmatig uitgenodigd om vocale solopartijen te vertolken. Hij verleende zijn medewerking aan meer dan 60 muziekopnames. Vandaag geeft hij les aan de Koninklijke Muziekconservatoria van Brussel en Bergen. LOD LOD is een Gents productiehuis voor opera, musical en ander muziektheater dat borg staat voor baanbrekend artistiek werk, al twintig jaar lang. LOD zet artistieke trajecten uit met een pool van artiesten (componisten Kris Defoort, Dick van der Harst, Jan Kuijken, Dominique Pauwels, Daan Janssens en Thomas Smetryns, regisseuse Inne Goris, actrice/regisseuse An De Donder, acteur/ auteur/regisseur Josse De Pauw en filosoof/auteur Pieter De Buysser). Samen werken zij aan een brede waaier van projecten waarin verschillende artistieke genres elkaar ontmoeten. De LODartiesten worden gewaardeerd omwille van hun hedendaagse benadering van muziektheater. Hun werk getuigt van een groot creatie- en spelplezier. www.lod.be


7

NIEUWS Toegankelijkheid Muziekcentrum De Bijloke Door de winterse weersomstandigheden van de voorbije maanden was het tuinpad dat de Hogeschool met het Muziekcentrum verbindt, meermaals slecht begaanbaar. Tot de heraanleg van de tuin in de zomer van 2011, opteren we daarom om de toegangsroute via de Hogeschool lichtjes te wijzigen. Bezoekers kunnen het Muziekcentrum voortaan bereiken via het verharde pad langs de gevel van de Hogeschool. Zo kan u opnieuw met droge voeten genieten van de concerten in het Muziekcentrum. Beste wensen Muziekcentrum De Bijloke Gent wenst u het allerbeste voor 2011. Mogen al uw wensen en dromen ons als muziek in de oren klinken. Ook in 2011 bent u natuurlijk opnieuw van harte welkom !

Bespreekbureau Muziekcentrum De Bijloke Gent J. Kluyskensstraat 2, 9000 Gent Di - vr 10:00 - 12:00 & 13:00 - 17:00, za 13:00 - 17:00 t. 09 269 92 92 e. tickets@debijloke.be w. www.debijloke.be Colofon Tekst programmaboekje | Simon Van Damme Programmaboekjes | Sophie Cocquyt, Frank Pauwels, Frederik Styns, Johan Van Acker en Veerle Vogelaere v.u. | Daan Bauwens Š Muziekcentrum De Bijloke Gent Muziekcentrum De Bijloke is mobiel dankzij het partnership met Gent Motors (www.gentmotors.be)


8

BiNNENKORT DO | 13.01.11 20:00 | Musica Antiqua 1

VR | 04.02.11 20:00 | Miry+

Le Concert Spirituel, HervĂŠ Niquet

Carolyn Sampson (sopraan), Kristian

(dirigent)

Bezuidenhout (piano)

Ode aan leven en dood

Mozart, Schubert, Mendelssohn

VR | 14.01.11 20:00 | Miry

DO | 10.02.11 20:00 | Jazz Mix (in Vooruit)

Aviv Quartet

Anouar Brahem Quartet

Haydn, Sjostakovitsj, Brahms VR | 12.02.11 20:00 | Musica Antiqua 2 VR | 14.01.11 20:00 | Symfonisch 2

Anima Eterna, Jos van Immerseel (diri-

Symfonieorkest Vlaanderen, Jonas Alber

gent), Pascal Amoyel (pianoforte)

(dirigent), Isabelle Faust (viool)

Totentanz

Wagner, Stravinski, Rachmaninov WO | 16.02.11 20:00 | Jazz+ ZA | 15.01.11 20:00 | Symfonisch 1

Pierre Vaiana Quartet, Stefano Bollani

deFilharmonie, Philippe Herreweghe

Quintet

(dirigent), Dietrich Henschel (tenor)

Itinerari Siciliani

Rott, Mahler

I Visionari

DO | 20.01.11 20:00 | East of Eden

VR | 18.02.11 20:00 | Miry

Ashkan Kamangari (zang), Sardar

Arcanto Quartett

Mohammadjani (tar), Ali Rahimi (tombak

Dutilleux, Brahms, Mozart, Britten

& daf) Perzische liedkunst

ZO | 20.02.11 15:00 | Symfonisch 3 Brussels Philharmonic, Vlaams Radio

VR | 21.01.11 20:00 | Musica Antiqua 2+

Koor, Yoel Levi (dirigent), Alexander

Theatrum Affectuum

Gavrylyuk (piano)

Versiering en improvisatie

Mendelssohn, Liszt, Holst

ZO | 23.01.11 16:00 | De Bijloke Jong

VR | 25.02.11 20:00 | Musica Antiqua 1+

deFilharmonie, Dirk BrossĂŠ (dirigent),

Phantasm, Magid el Bushra (contra-

Sven Ronsijn, Dominique Collet (acteur)

tenor)

Kidconcert: Robin Hood (6+)

Come, Pretty Babe

VR | 28.01.11 20:00 | Voix gras +

ZA | 26.02.11 20:00 | Symfonisch 2

RIAS Kammerchor, Michael Alber

Symfonieorkest Vlaanderen, Seikyo Kim

(dirigent)

(dirigent)

Liebeslieder

Mendelssohn, Hindemith, Brahms


De triomf van de menselijkheid