Issuu on Google+

GRAUPNER 2010 FESTIVAL Weihnachtsoratorium ZA | 11.12.10 | 20:00 Collegium Vocale & Concerto KOln olv Marcus Creed

PROGRAMMA

UITVOERDERS

Johann Sebastian Bach (1685-1750)

Collegium Vocale Gent Concerto Köln

Weihnachtsoratorium BWV 248 (Deel 1, 2, 3 & 6)

Marcus Creed | dirigent

Deel 1 (eerste kerstdag): Tönet, ihr Pauken! Erschallet, Trompeten!

Christina Landshamer | sopraan Ulrike Schneider | alt Julian Prégardien | tenor Andreas Wolff | bas

Deel 2 (tweede kerstdag): Und es waren Hirten in derselben Gegend Pauze Deel 3 (derde kerstdag): Herrscher des Himmels, erhöre das Lallen Deel 6 (Driekoningen): Herr, wenn die stolzen Feinde schnauben

Aandacht! Gelieve uw mobiele telefoon uit te schakelen.


2

TOELICHTING Graupner 2010 Festival - 10, 11, 12 december 2010

Duits barokcomponist Christoph Graupner is geen onbekende meer! En daar zit Muziekcentrum De Bijloke Gent voor iets tussen. Sinds begin 2010 besteedt het Muziekcentrum uitvoerig aandacht aan deze illustere tijdgenoot van Bach en Telemann met de bedoeling Graupner de plaats in de muziekgeschiedenis te geven die hij verdient. 250 jaar na Graupners dood is dat niets te vroeg. Muziekcentrum De Bijloke Gent en Florian Heyerick (musicoloog, klavecinist en dirigent) sloegen de handen in elkaar en haalden Graupners eeuwenoude partituren van onder het stof. Onder andere het Vlaamse barokorkest B’Rock, het Duitse toporkest Akademie für Alte Musik Berlin, en Ex Tempore tekenden in op deze muzikale ontdekkingstocht en brachten in 2010 enkele prachtige onbekende pagina’s uit de muziekgeschiedenis ten gehore. Als klap op de vuurpijl sluit Muziekcentrum De Bijloke het Graupner-jaar feestelijk af met het ‘Graupner 2010 Festival’ op 10, 11 en 12 december. Een indrukwekkende cast muzikanten brengt naast muziek van Graupner werken van tijdgenoten als Bach en Telemann.

Weihnachtsoratorium BWV 248 (tekst : Frederik Styns)

Een van de belangrijkste tijdgenoten van Graupner is uiteraard J. S. Bach. Van hem horen we deze avond delen 1, 2, 3 en 6 uit het magistrale ‘Weihnachtsoratorium’, een muzikaal antwoord op ‘Ein Weihnachtsoratorium’ van Christoph Graupner dat gisteren op het programma stond. Zesdelige kerstcyclus Op vijftigjarige leeftijd en op het hoogtepunt van zijn creatieve krachten vatte J. S. Bach een prestigieus project aan. Hij schreef het ‘Weihnachtsoratorium BWV 248’, een zesdelige cyclus voor de kerstperiode 1734 - 35. De zes delen werden geschreven voor eerste, tweede en derde kerstdag, voor Nieuwjaar, de eerste zondag na Nieuwjaar en Driekoningen. De delen 1, 2, 4 en 6 werden uitgevoerd in de twee hoofdkerken van Leipzig (de Thomaskirche en de Nicolaikirche), delen 3 en 5 enkel in de Nicolaikirche. Dat Bach de zes delen van het oratorium als een eenheid beschouwde, blijkt zowel uit de narratieve continuïteit als uit de formele opbouw van het werk. ‘Recyclage’ Vanaf 1730 maakte Bach steeds meer gebruik van de techniek van het ‘parodiëren’, ofwel het omwerken en arrangeren van oudere gelegenheidswerken tot een ‘nieuw’ werk, vaak met een andere tekst. Sinds de renaissance was het zeer gewoon dat een componist hele muziekstukken uit zijn eigen repertoire


TOELICHTING aanpaste, bijvoorbeeld met behulp van een andere tekst, of dat hij van een wereldlijk een geestelijk werk maakte. Dat was geen traditie van gemakzucht, maar van kwaliteitsbesef, want componisten beschermden zodoende hun vluchtige kunst tegen vergetelheid. Een van de belangrijkste voorbeelden van hergebruik door Bach is het ‘Weihnachtsoratorium’. Daarin nam hij bijna alle koren en aria’s uit zijn recente verjaardagscantates, de ‘Drammi per musica BWV 213-14’, in aangepaste vorm op. Zodoende hoefde Bach alleen de verbindende recitatieven en koralen nieuw te componeren. In zijn ogen was het volstrekt logisch om de verjaardagsmuziek voor een koninlijke familie opnieuw te gebruiken ter ere van het geboortefeest van Christus. De lof- en vreugdethema’s leenden zich in beide gevallen even goed, en de allegorische of mythologische figuren en de Bijbelse personen ontliepen elkaar niet veel. Zo is het wiegelied uit de cantate ‘Hercules af dem Scheidewege BWV 213’ even geschikt voor een Griekse godenzoon als voor het Christuskind. De zorg van de tekstschrijver was natuurlijk vooral de nieuwe tekst wat betreft metrum, rijm en vorm te modelleren naar de bestaande muziek. Dat is goed te zien in het openingskoor van het ‘Weihnachtsoratorium’: het rijmschema en de da capo-vorm komen volledig overeen met die in de ‘Hercules-cantate’. Omwille van de samenhang en interne logica van het ‘Weihnachtsoratorium’ moest Bach bij het bewerken bestaande koren en aria’s transponeren en anders instrumenteren. Het toonsoortencontrast dat Bach in de wereldlijke cantates creëerde door de effectieve volgorde van de aria’s, moest hij herwerken omdat het voor het ‘Weihnachtsoratorium’ ongeschikt was. Door het transponeren van alle aria’s schiep hij een nieuwe tonale samenhang tussen de zes delen. Zo vormen de delen 1, 2 en 3 een symmetrie. Ze zijn bestemd voor de drie kerstdagen, hebben een identieke instrumentatie en een verbindende hoofdtoonsoort. Deel 4 voor nieuwjaarsdag heeft twee extra hoorns en staat in een andere toonsoort. Deel 5, voor de minder belangrijke zondag na Nieuwjaar, heeft een kleinere bezetting, maar is wat toonsoort betreft de tegenhanger van deel 2. Toonsoort en instrumentatie uit deel 1 keren weer terug in deel 6, het laatste deel van het oratorium, voor het stralende feest van Epifanie, de Openbaring. Deel 1, 2, 3 en 6 Deel 1 (eerste kerstdag) Het eerste deel van het oratorium beschrijft de tocht die Jozef en Maria naar Bethlehem maakten. Het recitatief en de dansante aria van de alt kondigen na het openingskoor verheugd de komst van Christus aan, die vervolgens in het koraal en de recitatieven beschreven wordt. Met een krachtige en stralende

3


4

TOELICHTING aria verhaalt de bas, begeleid door natuurtrompetten, hoe schril het contrast is tussen het grote belang van de komst van de Messias en zijn schamele ontvangst op aarde. Deel 2 (tweede kerstdag) De recitatieven, aria’s en koorzangen vertellen vol vreugde over de engelen die de geboorte van Jezus verkondigen aan de herders. De cantate begint met een instrumentale pastorale ‘Sinfonia’, de ‘Hirtenmusik’ (de muziek van de herders), in een wiegende 12/8 maat. De ‘Sinfonia’ is een dubbelkorig stuk waarbij de engelen (de strijkers en fluiten) in dialoog treden met de herders (de hobo’s). Precies middenin deze cantate valt het koraal ‘Schaut hin, dort liegt in finstern Stall’. Dit koraal is in een lage toonzetting geschreven om de nederigheid van de mens uit te drukken. Een van de meest beklijvende momenten van het hele oratorium is de altaria ‘Schlafe, mein liebster, genieße der Ruh’ een wiegelied voor het Christuskind. Deel 3 (derde kerstdag) In het derde deel wordt het bezoek van de herders aan Jezus beschreven. In deze cantate staat vooral ‘de dankbaarheid’ centraal. Ze opent met een door pauken en natuurtrompetten begeleid koor, waarin aan de koning van de hemel om vergiffenis gevraagd wordt. Sopraan en bas zingen vervolgens in een dansant duet dat Gods mededogen troostend en bevrijdend is. Na het recitatief van de evangelist bezingt de alt – de stemsoort die symbool staat voor Maria – in een als wiegelied getoonzette aria, begeleid door een expressieve vioolsolo, hoe het goddelijke wonder in haar hart wordt gesloten. Deel 6 (Driekoningen) Het laatste deel van het oratorium verhaalt over het bezoek van de wijzen uit het oosten aan Jezus. De algemene gedachte in dit deel is dat de vijandelijke machten het Christuskind geen schade kunnen berokkenen. In het openingskoor keren de pauken en trompetten uit deel één terug. Concertante delen worden afgewisseld met fuga’s en canons. De ‘stolzen Feinde’ (de harde dissonanten) worden overwonnen door het geloof (de stralende akkoorden en trompetfanfares). Deel zes is een muzikale synthese van het oratorium: het openingskoor in 3/8-maat, de dansante 3/4-maat voor de sopraanaria ‘Nur ein Winken von seinem Händen’, de galante 2/4-maat in de bruisende tenoraria ‘Nun mögt ihr stolzen Feinde schrecken’ en de traditionelere 4/4-maat in het slotkoraal. Dit slotkoraal is een stralend concertant deel met een prominente trompetpartij, waarbij Bach de koraalmelodie ‘Herzlich tut mich’ gebruikt.


5

TEKSTEN DEEL 1 1. Koor Tönet, ihr Pauken! Erschallet, Trompeten! Rühmet, was heute der Höchste getan! Lasset das Zagen, verbannet die Klage, Stimmet voll Jauchzen und Fröhlichkeit an! Dienet dem Höchsten mit herrlichen Chören, Laßt uns den Namen des Herrschers verehren! 2. Recitatief T Evangelist Es begab sich aber zu der Zeit, dass ein Gebot von dem Kaiser Augusto ausging, dass alle Welt geschätzet würde. Und jedermann ging, dass er sich schätzen ließe, ein jeglicher in seine Stadt. Da machte sich auch auf Joseph aus Galiläa, aus der Stadt Nazareth, in das jüdische Land zur Stadt David, die da heißet Bethlehem; darum, dass er von dem Hause und Geschlechte David war: auf dass er sich schätzen ließe mit Maria, seinem vertrauten Weibe, die war schwanger. Und als sie daselbst waren, kam die Zeit, dass sie gebären sollte. 3. Recitatief A Nun wird mein liebster Bräutigam, Nun wird der Held aus Davids Stamm Zum Trost, zum Heil der Erden Einmal geboren werden.

Nun wird der Stern aus Jakob scheinen, Sein Strahl bricht schon hervor. Auf, Zion, und verlasse nun das Weinen, Dein Wohl steigt hoch empor! 4. Aria A Bereite dich, Zion, mit zärtlichen Trieben, Den Schönsten, den Liebsten bald bei dir zu sehn! Deine Wangen Müssen heut viel schöner prangen, Eile, den Bräutigam sehnlichst zu lieben! 5. Koraal Wie soll ich dich empfangen Und wie begegn’ ich dir? O aller Welt Verlangen, O meiner Seelen Zier! O Jesu, Jesu, setze Mir selbst die Fackel bei, Damit, was dich ergötze, Mir kund und wissend sei! 6. Recitatief T Evangelist Und sie gebar ihren ersten Sohn und wickelte ihn in Windeln und legte ihn in eine Krippen, denn sie hatten sonst keinen Raum in der Herberge. 7. Koraal S en Recitatief B Er ist auf Erden kommen arm, Wer will die Liebe recht erhöhn, Die unser Heiland vor uns hegt? Dass er unser sich erbarm, Ja, wer vermag es einzusehen, Wie ihn der Menschen Leid bewegt?


6

TEKSTEN Und in dem Himmel mache reich, Des Höchsten Sohn kömmt in die Welt, Weil ihm ihr Heil so wohl gefällt, Und seinen lieben Engeln gleich. So will er selbst als Mensch geboren werden. Kyrieleis! 8. Aria B Großer Herr, o starker König, Liebster Heiland, o wie wenig Achtest du der Erden Pracht! Der die ganze Welt erhält, Ihre Pracht und Zier erschaffen, Muss in harten Krippen schlafen. 9. Koraal Ach mein herzliebes Jesulein, Mach dir ein rein sanft Bettelein, Zu ruhn in meines Herzens Schrein, Dass ich nimmer vergesse dein! DEEL2 1. Sinfonia 2. Recitatief T Evangelist Und es waren Hirten in derselben Gegend auf dem Felde bei den Hürden, die hüteten des Nachts ihre Herde. Und siehe, des Herren Engel trat zu ihnen, und die Klarheit des Herren leuchtet um sie, und sie furchten sich sehr. 3. Koraal Brich an, o schönes Morgenlicht, Und lass den Himmel tagen! Du Hirtenvolk, erschrecke nicht,

Weil dir die Engel sagen, Dass dieses schwache Knäbelein Soll unser Trost und Freude sein, Dazu den Satan zwingen Und letztlich Friede bringen! 4. Recitatief T S Evangelist (T), Engel (S) Tenor Und der Engel sprach zu ihnen: Sopran Fürchtet euch nicht, siehe, ich verkündige euch große Freude, die allem Volke widerfahren wird. Denn euch ist heute der Heiland geboren, welcher ist Christus, der Herr, in der Stadt David. 5. Recitatief B Was Gott dem Abraham verheißen, Das lässt er nun dem Hirtenchor Erfüllt erweisen. Ein Hirt hat alles das zuvor Von Gott erfahren müssen. Und nun muss auch ein Hirt die Tat, Was er damals versprochen hat, Zuerst erfüllet wissen. 6. Aria T Frohe Hirten, eilt, ach eilet, Eh ihr euch zu lang verweilet, Eilt, das holde Kind zu sehn! Geht, die Freude heißt zu schön, Sucht die Anmut zu gewinnen, Geht und labet Herz und Sinnen! 7. Recitatief T Evangelist Und das habt zum Zeichen: Ihr werdet finden das Kind in Windeln gewickelt und in einer Krippe liegen.


7

TEKSTEN 8. Koraal Schaut hin, dort liegt im finstern Stall, Des Herrschaft gehet überall! Da Speise vormals sucht ein Rind, Da ruhet itzt der Jungfrau’n Kind. 9. Recitatief B So geht denn hin, ihr Hirten, geht, Dass ihr das Wunder seht: Und findet ihr des Höchsten Sohn In einer harten Krippe liegen, So singet ihm bei seiner Wiegen Aus einem süßen Ton Und mit gesamtem Chor Dies Lied zur Ruhe vor! 10. Aria A Schlafe, mein Liebster, genieße der Ruh, Wache nach diesem vor aller Gedeihen! Labe die Brust, Empfinde die Lust, Wo wir unser Herz erfreuen! 11. Recitatief T Evangelist Und alsobald war da bei dem Engel die Menge der himmlischen Heerscharen, die lobten Gott und sprachen:

singet, Dass es uns heut so schön gelinget! Auf denn! wir stimmen mit euch ein, Uns kann es so wie euch erfreun. 14. Koraal Wir singen dir in deinem Heer Aus aller Kraft, Lob, Preis und Ehr, Dass du, o lang gewünschter Gast, Dich nunmehr eingestellet hast. DEEL 3 1. Koor Herrscher des Himmels, erhöre das Lallen, Laß dir die matten Gesänge gefallen, Wenn dich dein Zion mit Psalmen erhöht! Höre der Herzen frohlockendes Preisen, Wenn wir dir itzo die Ehrfurcht erweisen, Weil unsre Wohlfahrt befestiget steht! 2. Recitatief T Evangelist Und da die Engel von ihnen gen Himmel fuhren, sprachen die Hirten untereinander:

12. Koor Die Engel Ehre sei Gott in der Höhe und Friede auf Erden und den Menschen ein Wohlgefallen.

3. Koor Die Hirten Lasset uns nun gehen gen Bethlehem und die Geschichte sehen, die da geschehen ist, die uns der Herr kundgetan hat.

13. Recitatief B So recht, ihr Engel, jauchzt und

4. Recitatief B Er hat sein Volk getröst’,


8

TEKSTEN Er hat sein Israel erlöst, Die Hülf aus Zion hergesendet Und unser Leid geendet. Seht, Hirten, dies hat er getan; Geht, dieses trefft ihr an! 5. Koraal Dies hat er alles uns getan, Sein groß Lieb zu zeigen an; Des freu sich alle Christenheit Und dank ihm des in Ewigkeit. Kyrieleis! 6. Aria (Duet) S B Herr, dein Mitleid, dein Erbarmen Tröstet uns und macht uns frei. Deine holde Gunst und Liebe, Deine wundersamen Triebe Machen deine Vatertreu Wieder neu. 7. Recitatief T Evangelist Und sie kamen eilend und funden beide, Mariam und Joseph, dazu das Kind in der Krippe liegen. Da sie es aber gesehen hatten, breiteten sie das Wort aus, welches zu ihnen von diesem Kind gesaget war. Und alle, für die es kam, wunderten sich der Rede, die ihnen die Hirten gesaget hatten. Maria aber behielt alle diese Worte und bewegte sie in ihrem Herzen. 8. Aria A Schließe, mein Herze, dies selige Wunder Fest in deinem Glauben ein! Lasse dies Wunder, die göttlichen Werke,

Immer zur Stärke Deines schwachen Glaubens sein! 9. Recitatief A Ja, ja, mein Herz soll es bewahren, Was es an dieser holden Zeit Zu seiner Seligkeit Für sicheren Beweis erfahren. 10. Koraal Ich will dich mit Fleiß bewahren, Ich will dir Leben hier, Dir will ich abfahren, Mit dir will ich endlich schweben Voller Freud Ohne Zeit Dort im andern Leben. 11. Recitatief T Evangelist Und die Hirten kehrten wieder um, preiseten und lobten Gott um alles, das sie gesehen und gehöret hatten, wie denn zu ihnen gesaget war. 12. Koraal Seid froh dieweil, Dass euer Heil Ist hie ein Gott und auch ein Mensch geboren, Der, welcher ist Der Herr und Christ In Davids Stadt, von vielen auserkoren. 13. Koor Herrscher des Himmels, erhöre das Lallen, Laß dir die matten Gesänge gefallen, Wenn dich dein Zion mit Psalmen


9

TEKSTEN erhöht! Höre der Herzen frohlockendes Preisen, Wenn wir dir itzo die Ehrfurcht erweisen, Weil unsre Wohlfahrt befestiget steht! DEEL 6 1. Koor Herr, wenn die stolzen Feinde schnauben, So gib, dass wir im festen Glauben Nach deiner Macht und Hülfe sehn! Wir wollen dir allein vertrauen, So können wir den scharfen Klauen Des Feindes unversehrt entgehn. 2. Recitatief T B Evangelist (T), Herodes (B) Tenor Da berief Herodes die Weisen heimlich und erlernet mit Fleiß von ihnen, wenn der Stern erschienen wäre? und weiset sie gen Bethlehem und sprach: Bass Ziehet hin und forschet fleißig nach dem Kindlein, und wenn ihr’s findet, sagt mir’s wieder, dass ich auch komme und es anbete. 3. Recitatief S Du Falscher, suche nur den Herrn zu fällen, Nimm alle falsche List, Dem Heiland nachzustellen; Der, dessen Kraft kein Mensch ermißt, Bleibt doch in sichrer Hand. Dein Herz, dein falsches Herz ist

schon, Nebst aller seiner List, des Höchsten Sohn, Den du zu stürzen suchst, sehr wohl bekannt. 4. Aria S Nur ein Wink von seinen Händen Stürzt ohnmächtger Menschen Macht. Hier wird alle Kraft verlacht! Spricht der Höchste nur ein Wort, Seiner Feinde Stolz zu enden, O, so müssen sich sofort Sterblicher Gedanken wenden. 5. Recitatief T Evangelist Als sie nun den König gehöret hatten, zogen sie hin. Und siehe, der Stern, den sie im Morgenlande gesehen hatten, ging für ihnen hin, bis dass er kam und stund oben über, da das Kindlein war. Da sie den Stern sahen, wurden sie hoch erfreuet und gingen in das Haus und funden das Kindlein mit Maria, seiner Mutter, und fielen nieder und beteten es an und täten ihre Schätze auf und schenkten ihm Gold, Weihrauch und Myrrhen. Ich steh an deiner Krippen hier, O Jesulein, mein Leben; Ich komme, bring und schenke dir, Was du mir hast gegeben. Nimm hin! es ist mein Geist und Sinn, Herz, Seel und Mut, nimm alles hin, Und lass dirs wohlgefallen! 7. Recitatief T Evangelist Und Gott befahl ihnen im Traum,


10

TEKSTEN dass sie sich nicht sollten wieder zu Herodes lenken, und zogen durch einen andern Weg wieder in ihr Land. 8. Recitatief T So geht! Genug, mein Schatz geht nicht von hier, Er bleibet da bei mir, Ich will ihn auch nicht von mir lassen. Sein Arm wird mich aus Lieb Mit sanftmutsvollem Trieb Und größter Zärtlichkeit umfassen; Er soll mein Bräutigam verbleiben, Ich will ihm Brust und Herz verschreiben. Ich weiß gewiss, er liebet mich, Mein Herz liebt ihn auch inniglich Und wird ihn ewig ehren. Was könnte mich nun für ein Feind Bei solchem Glück versehren! Du, Jesu, bist und bleibst mein Freund; Und werd ich ängstlich zu dir flehn: Herr, hilf!, so lass mich Hülfe sehn! 9. Aria T Nun mögt ihr stolzen Feinde schrecken; Was könnt ihr mir für Furcht erwecken? Mein Schatz, mein Hort ist hier bei mir. Ihr mögt euch noch so grimmig stellen, Droht nur, mich ganz und gar zu fällen, Doch seht! mein Heiland wohnet hier. 10. Recitatief S A T B Was will der Höllen Schrecken nun, Was will uns Welt und Sünde tun,

Da wir in Jesu Händen ruhn? 11. Koraal Nun seid ihr wohl gerochen An eurer Feinde Schar, Denn Christus hat zerbrochen, Was euch zuwider war. Tod, Teufel, Sünd und Hölle Sind ganz und gar geschwächt; Bei Gott hat seine Stelle Das menschliche Geschlecht.


BIO Collegium Vocale Gent Collegium Vocale Gent werd in 1970 opgericht door Philippe Herreweghe. Als één van de eerste ensembles paste het de nieuwe inzichten inzake de uitvoering van barokmuziek toe op de vocale muziek. Meteen toonden musici als Gustav Leonhardt, Ton Koopman en Nikolaus Harnoncourt belangstelling voor de frisse en dynamische aanpak van dit Vlaamse ensemble, wat resulteerde in een intensieve samenwerking. Vanaf het midden van de jaren tachtig kreeg het ensemble internationale bekendheid en werd het uitgenodigd op alle belangrijke podia en muziekfestivals ter wereld. Het repertoire van het Collegium Vocale Gent behoort niet tot één specifieke stijlperiode. De grootste troef van het ensemble bestaat erin om voor elk project een geoptimaliseerde bezetting bijeen te brengen die toelaat zowel polyfone muziek uit de renaissance, klassieke en romantische oratoria als hedendaagse muziek uit te voeren. Voor de uitvoering van het grote symfonische repertoire en de rekrutering van zangers op Europees niveau wordt sinds 2009 samengewerkt met de Accademia Chigiana in Siena. Barokmuziek, en meer specifiek het oeuvre van J.S. Bach en G.F. Händel, staat centraal in de concertkalender van het ensemble. Concerto Köln Concerto Köln werd opgericht in 1985 en behoort tot een van de beste en meest gerenommeerde orkesten op het vlak van oude muziek. Kort na de oprichting concerteerde het orkest op de belangrijkste podia en was het te gast op de belangrijkste festivals voor oude muziek. Het orkest werkt nauw samen met het label Berlin Classics en maakte tal van opnames die bekroond werden. Martin Sandhoff is sinds 2005 verantwoordelijk voor de artistieke leiding van het orkest. Naast de concertmeesters van het orkest zelf, worden ook vaak externe concertmeesters geëngageerd. Repetities worden meestal geleid door musici van het ensemble zelf, waaronder Sylvie Kraus en Werner Matzke. Het orkest concerteert voornamelijk zonder dirigent. Voor grotere producties zoals opera’s en oratoria wordt een beroep gedaan op dirigenten zoals René Jacobs, Marcus Creed, Daniel Harding. Marcus Creed De Engelse dirigent Marcus Creed studeerde aan King’s College in Cambridge. Verdere studies volgde hij aan de Christ Church in Oxford en de Guildhall School in Londen. Sinds 1977 leeft Marcus Creed in Berlijn, waar hij eerst als repetitor en later als koorleider verbonden was aan de Deutsche Oper. Daarnaast dirigeerde hij de ensembles Neue Musik en het Scharoun Ensemble en leidde hij de liedklas aan de Hochschule der Künste. In 1987 werd Marcus Creed artistiek leider van het RIAS-Kammerchor, dat onder zijn leiding talrijke internationale prijzen kreeg.

11


12

GRAUPNER 2010 FESTIVAL PROGRAMMA VR | 10.12.10 20:00 | Graupner 2010

ZO | 12.12.10 11:00 | Graupner 2010

Ex Tempore, Florian Heyerick (dirigent)

Il Gardellino

Graupner: Ein Weihnachtsoratorium

Bach, Telemann, Graupner, Vivaldi

ZA | 11.12.10 15:00 | Graupner 2010

ZO | 12.12.10 16:00 | Graupner 2010

ZO | 12.12.10 10:00 en 15:00

Geneviève Soly (klavecimbel)

Gerda Dendooven (schrijver, tekenaar),

Concert-lecture: Graupner - portret van

Frédérick Haas (klavecimbel)

een virtuoos klavecinist

De sneeuwengel (6+) ZO | 12.12.10 20:00 | Graupner 2010 ZA | 11.12.10 20:00 | Graupner 2010

Bach Concentus, Ewald Demeyere

Debat : Kunstenaar anno 2010

(muzikale leiding), Barthold Kuijken

Herman De Winné (moderator), Jan

(traverso)

Hoet, Barthold Kuijken en Erwin Mortier

J. S. Bach, Graupner, Telemann, J. B. Bach

(sprekers), Korneel Bertholet (klavecimbel) ZA | 11.12.10 20:00 | Graupner 2010 Collegium Vocale, Concerto Köln, Marcus Creed (dirigent) Bach, Weihnachtsoratorium

Bespreekbureau Muziekcentrum De Bijloke Gent J. Kluyskensstraat 2, 9000 Gent Di - vr 10:00 - 12:00 & 13:00 - 17:00, za 13:00 - 17:00 t. 09 269 92 92 e. tickets@debijloke.be w. www.debijloke.be Colofon Tekst programmaboekje | Frederik Styns Inleiding | Frederik Styns & Cristina Landshamer (auditorium, 19u15) Coördinatie programmaboekje | Veerle Vogelaere Verantwoordelijke uitgever | Daan Bauwens © Muziekcentrum De Bijloke Gent Muziekcentrum De Bijloke is mobiel dankzij het partnership met Gent Motors (www.gentmotors.be)


Bach Weihnachtsoratorium