Page 1

de puur muziek

12.05.2012 | 20:00 | CONCERTZAAL

Symfonieorkest Vlaanderen Seikyo Kim Copland – Mozart – Schumann


PROGRAMMA

UITVOERDERS

Aaron Copland (1900-1990) Appalachian Spring – Suite

Symfonieorkest Vlaanderen Jo Vercruysse | concertmeester Seikyo Kim | dirigent

1. Very slowly 2. Allegro 3. Moderato 4. Quite fast 5. Still faster 6. Very slowly (as at first) 7. Calm and flowing 8. Moderato (coda)

Lorenzo Gatto | viool Nathan Braude | altviool

Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791) Sinfonia concertante in Es voor viool, altviool en orkest, KV 364 1. Allegro maestoso 2. Andante 3. Presto PAUZE Robert Schumann (1810-1856) Symfonie nr. 1 in Bes, opus 38, ‘Frühling’ 1. Andante un poco maestoso - Allegro molto vivace 2. Larghetto 3. Scherzo: Molto vivace 4. Allegro animato e grazioso

2


INLEIDING Aaron Copland - Appalachian Spring – Suite Aaron Copland, misschien wel de belangrijkste klassieke componist ooit uit de Verenigde Staten, stierf op 2 december 1990, kort na zijn negentigste verjaardag. Tijdens zijn laatste twee decennia componeerde hij maar weinig meer, maar de halve eeuw daarvoor had hij in zowat alle mogelijke genres geschreven. Een groot deel van zijn repertoire ging in die lange periode zo vertrouwd klinken, dat je zonder overdrijving kunt stellen dat het nu deel uitmaakt van het Amerikaanse collectieve muzikale geheugen. In de jaren 1920 en 1930 experimenteerde Copland met ritmiek en bitonaliteit, en drie decennia later werkte hij met de twaalftoonstechniek; zijn populaire reputatie berust echter bijna volledig op werken uit de late jaren 1930 en 1940, in wat hij zijn ‘meer toegankelijke’ stijl noemde: “Fanfare for the Common Man”, “Lincoln Portrait”, “El Salon Mexico”, “Billy the Kid”, “Rodeo”, “Quiet City”, maar ook, en vooral “Appalachian Spring”. Gewoonlijk wordt “Appalachian Spring” beschouwd als het ultieme meesterwerk binnen de populaire composities van Copland. In feite was het een opdracht uit 1943, van de balletgroep van Martha Graham, voor een uitvoering in de Library of Congress in Washington D.C. De muziek is vandaag vooral bekend in de

vorm van de suite voor groot orkest, die Copland in 1945 uit het volledige ballet distilleerde (en die u ook vandaag zult horen), maar de originele versie was opgevat voor een ensemble van maar dertien instrumenten. Het scenario van “Appalachian Spring” (Graham koos uiteindelijk deze titel, die ze vond in een regel van een gedicht van Hart Crane; de werktitel van Copland zelf was “Ballet for Martha”) behandelt een pioniersviering bij de leden van een Amerikaanse religieuze sekte – de shakers – in een nieuw gebouwde boerderij in Pennsylvania in de vroege jaren 1800. Een toekomstige bruid en haar jonge landbouwer-echtgenoot vertolken er alle emoties, gelukkige en beangstigende, die hun nieuwe verbintenis met zich meebrengt. Een oudere buur is af en toe de verpersoonlijking van het rotsvaste vertrouwen dat ervaring oplevert. En een religieuze leider en zijn volgelingen herinneren de nieuwe bewoners aan de vreemde en gruwelijke kanten van het menselijke lot. Aan het einde wordt het koppel, rustig en gesterkt, in zijn nieuwe woonst achtergelaten. Het karakter van Graham, tenminste toch zoals Copland dat zag, beïnvloedde de muziek. Copland zei hier zelf over: “Ik dacht vooral aan Martha en haar unieke choreografische stijl, die ik erg goed kende. Er was iets primitiefs en inge-

3


togens aan haar, ze toonde de eenvoud maar ook de sterkte, die je typisch Amerikaans zou willen en kunnen noemen. “Appalachian Spring” zou er zonder haar bijzondere persoonlijkheid nooit gekomen zijn. De muziek weerspiegelt, zo hoop ik toch, de unieke kwaliteit van een menselijk wezen, een Amerikaans landschap en aanvoelen.” Net als Virgil Thomson en George Gershwin (in “Porgy and Bess”) dat al voor hem hadden gedaan, componeerde ook Copland zijn hoogsteigen volledige ‘hymnes’, die hij van een zachte en lieflijke lyriek voorzag. De orkestsuite van “Appalachian Spring” bestaat uit acht delen, die zonder onderbreking in elkaar overvloeien: 1. Very slowly. De voorstelling van de verschillende karakters. 2. Allegro. Een plotselinge uitbarsting bij de strijkers, die het begin van de actie aanduidt. Het sentiment dat hier wordt uitgebeeld, is een combinatie van opgetogenheid en religieuze gevoelens. 3. Moderato (Duo voor de bruid en haar toekomstige man). Een tedere en passionele scène. 4. Quite fast (De religieuze leider en zijn gemeenschap). De sfeer is die van het platteland, met echo’s van volksmuzikanten en boerendansen. 5. Still faster (Solodans van de bruid). De extremen van vreugde en angst krijgen hier een stem. 6. Very slowly (As at first). Dit is een soort overgangsscène waarin de muziek herinneringen uit de openingsscène oproept.

7. Calm and flowing (Scènes van dagdagelijkse activiteiten voor de bruid en haar landbouwer-echtgenoot). Hier hoor je een shaker-thema, gevolgd door vijf variaties. Het thema voor klarinetsolo is een authentieke Shaker-melodie met de titel “Simple gifts” (‘Tis a gift to be simple, ‘tis a gift to be free’). 8. Moderato (Coda). De coda is erg rustig, en klinkt als een gebed: muziek waarmee het getrouwde koppel alleen, rustig en sterk in zijn nieuwe huis wordt achtergelaten. En dat is, natuurlijk, het centrale thema van dit ballet: de moed van de Amerikaanse pioniers, hun onwankelbare kracht, karakter en vastberadenheid. Wolfgang Amadeus Mozart - Sinfonia concertante in Es voor viool, altviool en orkest, KV 364 Het genre van de ‘concertante symfonie’ ontstond in Parijs, en kwam tot bloei aan het prinselijke hof van Mannheim dat toen één van de belangrijkste en meest boeiende muzikale centra was. In feite schreef Mozart zijn eerste ‘concertante’ in Parijs voor musici uit Mannheim. Met deze “Sinfonia Concertante, KV 364” die Mozart in Salzburg in de late zomer van 1779 componeerde, bereikte hij zonder enige twijfel zijn verrukkelijke hoogtepunt in het genre. Van de talrijke combinaties van solo-instrumenten die tegenover het orkest geplaatst konden worden, koos Mozart voor die instrumenten die het meest in trek waren in zijn geboortestad Salzburg: viool en altviool. Hij benadrukte dat de altviool een

4


halve toon hoger dan gewoonlijk moest gestemd worden (‘accordata un mezzo tono piu alto’) en schreef haar partij in D, niet om die partij gemakkelijker uitvoerbaar te maken, maar om de toon van de altviool beter met die van de meer briljante viool te laten samensmelten. En zo slaagde Mozart erin van de beide solisten gelijkwaardige partners te maken, en tegelijkertijd het donkere timbre van de altviool los te maken van de orkestrale tutti. De omvang en de thematische rijkdom van de orkestrale inleiding geven dit werk meteen een symfonisch karakter, dat duidelijk verschilt van de meer vriendelijke en prettige sfeer van vroegere concerto’s. Door de verworvenheden en de ervaringen opgedaan in Mannheim en Parijs, leken de dagen van de jonge Mozart, vol zorgeloos maar ook nog wat conventioneel creatief werk, voorgoed voorbij. Deze “Sinfonia Concertante”, één van de grote meesterwerken van Mozart, kondigt al de late pianoconcerto’s aan die hij in Wenen zou schrijven. Een lach en een traan (zoals zo vaak bij Mozart), en een diep begrip voor de menselijke natuur: alleen zo kan je het zelfzekere karakter van het ‘allegro maestoso’, de rustige sereniteit van het ‘andante’ en de rondo-uitgelatenheid van het ‘presto’ verklaren. Het orkest heeft de standaardbezetting, maar Mozart voorzag de altviolen van verschillende partijen, en liet de contrabassen onafhankelijk van de cello’s spelen, waarmee hij een rijker effect bij de strijkers verkreeg. Het concerto begint

met een sterk ritmisch motief en laat één van de geliefde effecten van het orkest van Mannheim horen: een geleidelijk toenemen in sterkte. Het middendeel in c is gebaseerd op een klaaglijk thema dat in alle eenvoud door de solisten wordt aangevuld. De finale, ‘presto’, is een dartel rondo. Je kunt je er zo een hoogst amusante operascène bij voorstellen, waarin de twee hoofdpersonages opgewonden met elkaar kibbelen om zich uiteindelijk ook weer met elkaar te verzoenen. Een verrassend trekje, ten slotte, is een klein intermezzo met hobo’s en hoorns in een motief dat het eerste en laatste deel met elkaar verbindt. Robert Schumann - Symfonie nr. 1 in Bes, opus 38, ‘Frühling’ Schumann begon in de winter van 1841 met het componeren van zijn “Lentesymfonie”. Tegen het einde van februari was zij voltooid, en op 31 maart, op de drempel van het jaargetijde waaraan zij is opgedragen, dirigeerde Felix Mendelssohn de première in Leipzig. Het werk kon meteen rekenen op een erg warme ontvangst bij het publiek; alleen een paar critici hadden enkele bedenkingen. Die zetten Schumann meteen in april al aan tot het componeren van de heerlijke triptiek ‘Ouverture, Scherzo en Finale’ en, even later, van een tweede symfonie. Deze “Eerste Symfonie” was geïnspireerd op een gedicht, en even heeft Schumann overwogen om de delen de volgende namen te geven: ‘Ontwaken van de lente’, ‘Avond’, ‘Vrolijke speelkameraden’ en ‘Afscheid van de lente’. Gelukkig heeft hij

5


deze namen verworpen: een werk dat zo zelfverzekerd is, heeft geen tekst nodig om de kracht en de frisheid van de lente op te roepen. 1. Andante un poco maestoso – Allegro molto vivace “Ik zou graag willen dat de trompetten klinken alsof het geluid van boven komt, zoals een stem van iemand die je wakker maakt”, schreef Schumann over het ‘andante un poco maestoso’, de inleiding van het eerste deel. De greep van de winter wordt niet onmiddellijk verbroken, maar de vloeiende melodie van een fluit doet geleidelijk aan de bevroren aarde ontdooien, en met het ‘allegro molto vivace’ komt het voorjaar binnen, bruisend en tuimelend als een bergbeek. Naast de wervelende strijkers stellen de houtblazers een wat bezadigder thema voor. De doorwerking, helemaal opgebouwd volgens de regels van de sonatevorm, leidt naar de herneming, waarin het hoofdthema opnieuw schittert. In de coda, met een prachtige, hymne-achtige melodie, komt alles even tot rust. 2. Larghetto Het larghetto wordt gevormd door een teder liefdeslied zonder woorden dat gespeeld wordt door de violen, dan door de cello’s en tenslotte door de hobo en de hoorn. In de laatste maten kruipt de kilte dit idyllische tafereel binnen, als de trombones bedaard de toonsoort van Es naar g brengen en ons voorbereiden op de onbestemde emoties van het scherzo. 3. Scherzo. Molto vivace Het derde deel wordt aangeduid als ‘molto vivace’, en is een krachtmeting

tussen het sombere eerste thema en de vrolijker melodieën die dat thema proberen te verdringen. Dit scherzo heeft een ingewikkelde opbouw, die nog het dichtst in de buurt van een rondo komt. Twee contrasterende thema’s, het eerste levendig in de strijkers en het tweede meer lyrisch en zelfs dansant, vatten de strijd aan in wat je nog het best kan omschrijven als een zeer vrije fantasievorm. Dan volgen nog – en dat was in Schumanns tijd behoorlijk vernieuwend, twee trio’s van een bijzonder hoge compositorische kwaliteit, die tot de meest geïnspireerde bladzijden van de componist gerekend mogen worden: het eerste baadt in een schitterend licht, het tweede krijgt een meer sombere toon en dynamiek. 4. Allegro animato e grazioso Het energieke van het openingsdeel keert terug in de speelse en robuuste finale. Een bezield hoornsignaal, dat wordt gevolgd door een vibrerende cadens van een eenzame fluit, wijst erop dat er nog steeds droefheid is in deze stralende wereld. Maar de rest van het orkest heeft geen tijd voor wolken of overpeinzingen en danst verder naar het krachtige en zonnige slot.

BIO De in Osaka (Japan) geboren Seikyo Kim trok op veertienjarige leeftijd naar de Verenigde Staten. Hij studeerde aan het New England Conservatory in Boston, waarna hij zich met zijn deelname aan het Tanglewood Music Festival Conducting Semi-

6


nar vervolmaakte bij Seiji Ozawa, Robert Spano, Gustav Meier, Charles Brook, Elvin Atchel en Yuki Yuasa. Vervolgens trok hij in 1996 naar Europa om er verder te studeren bij professor Leopold Hager aan de Musikhochschule in Wenen. In 1997 maakte Seikyo Kim zijn debuut met het Osaka Symphony en in 1998 won hij de Eerste Prijs op het prestigieuze International Nicolai Malko Competition for Young Conductors in Kopenhagen, Denemarken. Momenteel woont Seikyo Kim in Tokyo waar hij een reputatie heeft opgebouwd als een van Japans meest toonaangevende jonge dirigenten. Inmiddels beheerst hij een breed repertoire en onderhoudt hij sterke banden met Japans meest vooraanstaande orkesten. Sinds april 2009 is hij chef-dirigent bij het Kanagawa Philharmonic Orchestra in Yokohama.

meer. Hij verrijkt zijn ervaring ook door op te treden met orkesten, bijvoorbeeld met het BBC Philharmonic Orchestra, het Nationaal Orkest van België, het Koninklijk Filharmonisch Orkest van Vlaanderen, het Orchestre Philharmonique de Luxembourg, het Orchestre Royal de Chambre de Wallonie, het New Russia Orchestra, ... en natuurlijk door de vele ontmoetingen met grote musici als Seiji Ozawa, Midori, Pamela Frank, Robert Mann, Zakhar Bron, Salvatore Accardo, Julian Rachlin en andere. De Belgisch-Israëlische violist Nathan Braude werd geboren in 1984 in Antwerpen. Hij studeerde bij zijn vader Benjamin Braude, Nobuko Imai, Carol Rodland en Kim Kashkashian. Op 19-jarige leeftijd won hij de Tweede prijs op de Elfde Internationale Brahms Competitie in Oostenrijk. Nathan trad onder meer op in Noord-Amerika, België, Nederland, Frankrijk, Oostenrijk, Zwitserland, Luxemburg, Italië en Duitsland (waar hij live optrad voor de SDR (Süddeutsche Rüdfunkt)). Hij wordt vaak uitgenodigd als solist bij diverse orkesten zoals Solistes Européens Luxembourg, Orchestre de Chambre d’Auvergne, Orquesta Filarmonica de Gran Canaria, Orchestre de Chambre de Gèneve en het Symfonieorkest van de Munt. Nathan Braude nam deel aan tal van festivals zoals het Verbier Festival in Zwitserland, het Chigiana Festival in Sienna, Ravinia Festival in Chicago, Colmar Festival, Cannes Music Festival en het Juventus Festival in Cambrai, waar hij in 2008 bekroond werd tot ‘Lauréat Juventus’.

“Scheppend kunstenaar”, “gepassioneerd virtuoos”: met deze bewoordingen looft een unanieme pers het talent en de passie van Lorenzo Gatto, die ook een intense band heeft met zijn publiek. Het talent van Lorenzo Gatto kwam echt aan het licht voor het grote publiek en de internationale kritiek door zijn Tweede Prijs en de Publieksprijs van de Koningin Elisabethwedstrijd 2009. Hij werd ook met talrijke andere prijzen beloond. Vanaf zijn twaalfde werd Lorenzo Gatto gevraagd om op te treden op festivals en op vermaarde podia over heel Europa, zoals het Paleis voor Schone Kunsten (Bozar) en Flagey in Brussel, de Philharmonie in Luxemburg, de Salle Cortot in Parijs, de Bridgewater Hall in Manchester, en zo

7


binnenkort WO | 16.05.12 | 20:00 Lisa Cay Miller and the band ‘Q’ Chamber jazz

VR | 01.06.12 | 20:00 (uitverkocht) Lorenzo Gatto, Roberto Giordano Van Beethoven, Debussy, Franck

DO | 24.05.12 | 20:00 Cinquecento Willaert, Des Prez, Van Parys

ZA | 09.06.12 | 20:00 Brussels Philharmonic Laureatenconcert Koningin Elisabethwedstrijd

ZO | 27.05.12 | 11:00 - ... Côté Jardin Gratis muzikale picknick in de Bijloketuinen

ZO | 10.06.12 | 11:00 (uitverkocht) & 15:00 Collegium Vocale Gent Responsoria | Gesualdo

WELKOM IN HET NIEUWE SEIZOEN

Bespreekbureau Muziekcentrum De Bijloke Gent J. Kluyskensstraat 2, 9000 Gent Di - vr 10:00 - 12:00 & 13:00 - 17:00 | za 13:00 - 17:00 09 269 92 92 | tickets@debijloke.be | www.debijloke.be

v.u. | Daan Bauwens • tekst | Bart Tijskens © | Muziekcentrum De Bijloke Gent info@debijloke.be Muziekcentrum De Bijloke is mobiel dankzij het partnership met Gent Motors (www.gentmotors.be)

Symfonieorkest Vlaanderen 12.05.12  

De lente is in het land. Aaron Copland viel voor de danscoryfee Martha Graham. De balletmuziek ‘Appalachian Spring’ die hij voor haar compon...