Issuu on Google+

de puur muziek

09.03.2012 | 20:00 | CONCERTZAAL

defilharmonie TRIOMF VAN DE GEEST OVER DE MATERIE


programma

UITVOERDERs

Anton Bruckner Symfonie nr. 8 in c (versie 1890, Nowak)

deFilharmonie Edo de Waart | dirigent

I. Allegro moderato II. Scherzo (Allegro moderato) III. Adagio (Feierlich langsam, doch nicht schleppend) IV. Finale (Feierlich, nicht schnell

Einde omstreeks 21:30

2


TRIOMF VAN DE GEEST OVER DE MATERIE Bruckners Achtste symfonie Op 18 december 1892 dirigeerde Hans Richter in de grote zaal van het Weense Musikverein de wereldcreatie van Bruckners Achtste symfonie. Het publiek reageerde laaiend enthousiast, ondanks het feit dat de nieuwe symfonie zowel qua uiterlijke als qua spirituele dimensies alle tot dan toe gecomponeerde symfonische muziek ruimschoots overtrof. Bruckners vriend Hugo Wolf, zelf een gevreesd criticus met een vlijmscherpe pen, was voor één keer kwistig met het wierookvat: “Deze symfonie is het werk van een gigant en overtreft aan spirituele kracht, aan ideeënrijkdom en grootsheid alle andere symfonieën van de meester. Ondanks enkele Kassandravoorspellingen was het succes weergaloos. Het werd een volledige overwinning van het licht op de duisternis. Na elke beweging brak een stormachtig applaus los. Kortom, het was een triomf waarvan een Romeins imperator alleen maar had kunnen dromen.”

inzette. Dankzij zijn talloze uitmuntende vertolkingen van dat werk groeide het respect en de waardering voor Bruckners oeuvre gestaag, niet alleen in Duitsland en Oostenrijk maar ook in de omliggende landen. Bruckner beschouwde Levi zelfs aan zijn ‘artistieke vader’, en het wekt dan ook geen verwondering dat hij veel van Levi’s oordeel over de nieuwe symfonie verwachtte. Levi ontgoochelde Bruckner echter zwaar: hij slaagde er niet in zijn weg te vinden in de gigantische partituur, en schreef enkele weken later aan Bruckners vriend Joseph Schalk: “Orkest en publiek zullen zich ertegen verzetten. Zelf ben ik vreselijk ontgoocheld, hoewel ik geen oordeel uit wil spreken, want misschien ben ik te dom of te oud. Maar vooral de instrumentatie vind ik onmogelijk en wat me ook enorm stoort, is de grote gelijkenis met de zevende symfonie en het bijna sjabloonachtige van de vorm. De laatste beweging is voor mij een gesloten boek. Ik huiver bij de gedachte hoe dit oordeel door onze vriend zal verwerkt worden. De ontgoocheling zal hem waarschijnlijk compleet van zijn stuk brengen.”

Het succes van die avond stond echter haaks op de ontgoocheling die Bruckner te verwerken had gekregen, toen hij in september 1887 de pas voltooide symfonie naar de dirigent Hermann Levi stuurde. Levi behoorde toen tot de weinige topdirigenten die echt in Bruckners muziek geloofde, waarbij hij zich in het bijzonder voor de Zevende symfonie

Bruckner was inderdaad diep gekwetst, en volledig van zijn stuk gebracht. Hij was van nature uit immers al een twijfelaar, iets waarvan de vele herwerkingen van zijn symfonieën getuigen.

3


Vaak, maar niet altijd, begon hij aan zo een herwerking immers eerder omdat enkele vrienden hem die raad gaven, dan wel omdat hij zelf van de noodzaak ervan zou overtuigd zijn. Ook na de kritiek van Levi zette hij zich met de moed der wanhoop opnieuw aan het werk, om de Achtste symfonie grondig te herwerken. De herziening verliep moeizaam, niet in het minst omdat een aantal van zijn vrienden – waaronder Joseph Schalk – Bruckner nogmaals probeerden te beïnvloeden. Bruckner herzag de symfonie uiteindelijk op verschillende vlakken. Zo paste hij bijna doorlopend de instrumentatie aan, waarbij hij het aantal houtblazers van twee op drie bracht, en ook de dynamiek en de fraseringsaanduidingen werden grondig opnieuw bekeken. Het meest ingrijpend waren echter enkele structurele aanpassingen aan de beide laatste delen van de symfonie, adagio en finale, evenals het componeren van een geheel nieuw trio als middendeel van het scherzo. De aanpassingen in de twee laatste delen behelzen hoofdzakelijk coupures, die onder Brucknerspecialisten al heel wat stof hebben doen opwaaien. Bruckner ging bij het maken van deze coupures immers niet altijd even ‘consequent’ te werk: in de finale bijvoorbeeld schrapte hij een 14-tal maten uit het tweede thema bij de herneming ervan na de doorwerking, maar diezelfde 14 maten liet hij wel staan in de expositie. Het is uiteraard onmogelijk nu nog uit te maken of Bruckner dergelijke coupures inderdaad op aanraden van figuren zoals Joseph Schalk heeft aan-

gebracht, of dat hij integendeel zelf van de noodzaak ervan overtuigd was. Musicologen zijn het trouwens onderling nog steeds uitermate grondig oneens over de vraag welke versie uiteindelijk te prefereren is. Uiteindelijk geldt voor de Achtste symfonie echter hetzelfde als voor zoveel andere Bruckner-symfonieën: dé definitieve versie bestaat niet, en mocht Bruckner tien jaar ouder zijn geworden, had deze symfonie er wellicht weer heel anders uitgezien. Bruckners Achtste symfonie is in meerdere opzichten hét ideale voorbeeld van de groots opgevatte romantische symfonie, een muziekgenre dat feitelijk met de Negende symfonie van Ludwig van Beethoven was begonnen, en dat uiteindelijk zijn bekroning vond in de symfonieën van Anton Bruckner en – zij het op een heel andere wijze – in die van Gustav Mahler. De ultieme droom van deze romantici was een symfonie te componeren die, voor zover mogelijk, de kosmische mysteries van het bestaan zou weten te verklanken. Uiteraard kon een dergelijk werk alleen op de allergrootste schaal geconcipieerd worden: Beethovens Negende symfonie bijvoorbeeld duurt ruim een uur, terwijl de gemiddelde lengte van een symfonisch werk in de eerste decennia van de negentiende eeuw slechts dertig tot veertig minuten bedroeg. Maar de ‘romantische symfonie’ diende niet alleen in haar dimensies, maar ook in haar opbouw en structuur ‘iets van de kosmos’ in zich te dragen. Vooral de verbluffende samenhang van zelfs de

4


kleinste onderdelen uit die kosmos intrigeerde de romantici. Ze waren gefascineerd door de perfecte wijze waarop de diverse dieren of planten gebouwd zijn, waarbij ieder onderdeeltje, zelfs iedere minuscule cel, zijn onmisbare rol in het geheel speelt.

gang opvolgen, met extreme en plotse contrasten in bijvoorbeeld dynamiek en instrumentatie tot gevolg. Een goed voorbeeld van die schijnbaar fragmentarische opbouw vinden we bij het begin van het eerste deel. Na het mysterieuze begin, met een stokkende melodie in de lage strijkers onder geheimzinnige, aangehouden tremolo’s in de violen, lijkt de muziek pas echt goed op dreef te komen wanneer de violen hun tremolo’s opgeven. Nog enkele maten later klinkt hierbij voor het eerst de ritmische cel die heel de symfonie door prominent aanwezig zal blijven: de opeenvolging van een twee- en een driedelig ritme (twee vierde noten gevolgd door een triool van vierde noten). Dat ritmisch patroon, dat voortdurend tracht de regelmatige metrische puls te doorbreken, is overigens zowat Bruckners muzikale handtekening: in bijna al zijn werken is het wel op de een of andere wijze prominent aanwezig. Plots wordt deze melodie afgebroken, en keren de openingsmaten terug, nu echter in een majestueus fortissimo. Toch is het contrast niet zo groot als het auditief lijkt: het melodisch materiaal dat de violen spelen terwijl ze voor de eerste keer het ‘Bruckner-ritme’ brengen, is immers rechtstreeks afgeleid van de melodische fragmenten die de lage strijkers in de openingsmaten spelen, meer bepaald van de drie opeenvolgende dalende noten (fa – mi – mi-mol) op het einde van dat thema.

Idealiter moest een muziekwerk op net dezelfde ‘organische’ wijze opgebouwd worden: elke noot diende perfect op haar plaats te staan, elke passage moest vanuit haar positie in het geheel kunnen verklaard worden. Uiteraard was dat in de eerste plaats een zaak van de componist, en niet van de luisteraar: het uiteindelijk klinkend resultaat mocht niet lijden onder de strenge normen die de componisten zichzelf oplegden. Met andere woorden: componisten zoals Beethoven of Bruckner (maar zeker ook Brahms en Mahler) streefden ernaar muziek te componeren die uitermate logisch en organisch was opgebouwd, zonder dat die een geforceerde auditieve indruk zou nalaten. Bruckners Achtste symfonie is een perfect voorbeeld van dergelijk organisch opgebouwd muziekwerk, maar dan wel op een tot dan toe ongeëvenaarde schaal. Het bijzondere aan Bruckners muziek is bovendien dat de organische organisatie van de muziek sterk ingaat tegen de feitelijke luisterervaring: na een eerste beluistering krijg je als luisteraar immers veeleer een verbrokkelde dan een sterk samenhangende indruk. Bruckner lijkt immers veeleer losse fragmenten naast elkaar te plaatsen, fragmenten die elkaar vaak zonder over-

Dat kleine voorbeeld kan model staan voor de hele symfonie: dit is een werk

5


waar iedere noot perfect op haar plaats staat en logisch verklaarbaar is vanuit wat voorafging of in verbinding met wat nog komt. Bovendien hangen de delen niet alleen intern erg nauw samen, maar heeft Bruckner er ook voor gezorgd dat de symfonie in haar totaliteit één logisch geheel vormt, zowel muzikaal-technisch als qua emotionele evolutie binnen het werk. Voor muzikale samenhang zorgt hetzelfde procédé van motivische verwantschappen dat Bruckner ook binnen de afzonderlijke delen toepast, een procédé dat in de triomfantelijke coda zijn hoogtepunt bereikt. Vlak voor het einde van de finale brengt Bruckner immers de hoofdthema’s uit alle vier de delen simultaan tot klinken, waarbij hij ook meteen duidelijk maakt hoe nauw al die thema’s wel met elkaar verwant zijn.

nele odyssee, met een louterend effect. Voor Bruckner zelf was dit werk de verklanking van zijn onwrikbaar en absoluut geloof, iets wat bij uitbreiding voor heel zijn symfonisch en religieus oeuvre geldt, maar het staat uiteraard iedere luisteraar vrij deze ‘reis van de ziel’ op geheel persoonlijke wijze te beleven.

BIO Edo de Waart is chef-dirigent van deFilharmonie (Royal Flemish Philharmonic). Daarnaast is hij muziekdirecteur van het Milwaukee Symphony Orchestra, eredirigent van het Radio Filharmonisch Orkest (Hilversum) en vast verbonden aan het Saint Paul Chamber Orchestra. Edo de Waart studeerde hobo, piano en orkestdirectie in Amsterdam en werd na zijn studies aangesteld als eerste hobo solo van het Concertgebouworkest. Twee jaar later, op 23-jarige leeftijd, won hij de Dimitri Mitropoulos Conducting Competition in New York, waarop hij aangesteld werd als assistent van Leonard Bernstein aan de New York Philharmonic. Bij zijn terugkeer naar Nederland werd hij assistent van Bernard Haitink aan het Concertgebouworkest. In 1967 werd hij door het Rotterdams Philharmonisch Orkest aangesteld als vaste gastdirigent en zes jaar later als chef-dirigent en muziekdirecteur. Nadien werd hij chef-dirigent van het Radio Filharmonisch Orkest en muziekdirecteur van het San Francisco Symphony en Minnesota

Dezelfde coda vormt ook het emotionele eindpunt waarnaar de hele symfonie als het ware streeft: een moment van onwrikbare en absolute triomf, triomf die des te overweldigender is gelet op de onvoorstelbare strijd die eraan is vooraf gegaan. De hele symfonie evolueert grosso modo van een onzeker, omfloerst en snel van stemming wisselend begin naar een standvastig en triomfantelijk slot, met tussenin een moment van zelfverzekerdheid in het scherzo, en een onwezenlijk visioen als een plotselinge blik op een verborgen droomwereld in het adagio. Bruckners Achtste symfonie is zodoende niet alleen een compositorische krachttoer die intellectuele bewondering afdwingt, het is ook een emotio-

6


Orchestra, chef-dirigent van het Sydney Symphony Orchestra en chef-dirigent van de Nederlandse Opera. Hij is de voormalige chef-dirigent van het Hong Kong Philharmonic Orchestra. Edo de Waart stond als gastdirigent voor diverse toporkesten, waaronder de Berliner Philharmoniker, de New York Philharmonic, het Los Angeles Symphony Orchestra, de Royal Stockholm Philharmonic, het Orchestre de la Suisse Romande en het NHK Symphony Orchestra (Japan). Als operadirigent werkte hij in de belangrijkste operahuizen ter wereld: de Metropolitan Opera, Opéra de Bastille, Covent Garden, de Nederlandse Opera, Nikikai Opera, de Opera van Genève en de Santa Fe Opera. Edo de Waarts uitgebreide cd-catalogus omvat opnames voor Philips, Virgin, EMI, Telarc en RCA. Met het Radio Filharmonisch Orkest maakte hij opnames van het volledige orkestwerk van Rachmaninov en orkestwerk van Wagner voor het label Octavia/Exton. Met deFilharmonie zal hij in de toekomst het grote orkestrepertoire opnemen.

chef-dirigent in voor het grote orkestrepertoire. Met zijn ruime orkestervaring draagt hij bij tot de vorming van het unieke karakter van deFilharmonie. Hij werkt daarvoor nauw samen met hoofddirigent Philippe Herreweghe, die zich vanuit zijn specifieke achtergrond toespitst op de (pre)romantische muziek. Martyn Brabbins is eerste gastdirigent. Dankzij eigen concertreeksen in grote zalen bekleedt deFilharmonie een unieke positie in Vlaanderen. In het buitenland werd deFilharmonie uitgenodigd door de belangrijkste huizen, waaronder de Musikverein en het Konzerthaus in Wenen, het Festspielhaus in Salzburg, het Amsterdamse Concertgebouw, de Suntory Hall en de Bunka Kaikan Hall in Tokio en het National Grand Theatre van Peking. Internationale concertreizen door diverse Europese landen en Japan vormen een constante in de kalender. Naast haar reguliere concerten werkte deFilharmonie opMaat uit, een geheel van educatieve projecten en sociale projecten, waarmee het orkest kinderen, jongeren en mensen met verschillende achtergronden doorheen de symfonische klankenwereld gidst. Samen met uitgeverij Lannoo ontwikkelt het orkest een reeks luisterboekjes voor kinderen. Verschillende cd’s van het orkest werden bekroond door de vakpers. Het orkest maakt o.a. opnames voor zijn eigen label, waarin het focust op het grote orkestrepertoire, Belgische muziek en hedendaags klassiek.

Als stilistisch flexibel symfonieorkest bezit deFilharmonie (Royal Flemish Philharmonic) een artistieke souplesse die toelaat om meerdere stijlen op een historisch verantwoorde wijze te vertolken. De Nederlandse dirigent Edo de Waart, die voorheen aan het hoofd stond van het Radio Filharmonisch Orkest, het San Francisco Symphony en het Hong Kong Philharmonic Orchestra, staat als

7


binnenkort ZO | 11.03.12 UNESCO MUZIEKDAG 16:00 | B’Rock (Gent) 19:00 | Accademia degli Astrusi (Bologna) 21:00 | Orquesta Barroca de Sevilla (Sevilla) 22:15 | Grand Finale met de 3 ensembles Barokmuziek uit Sevilla, Bologna en Gent DO | 15.03.12 | 20:00 London Baroque, Reinoud van Mechelen (tenor) Couperin, Haendel, Rameau, Marais, Leclair VR | 16.03.12 | 20:00 Amsterdam Sinfonietta, Candida Thompson, Robert McDuffie (viool) Glass, Keuris, Adams ZA | 17.03.12 | 20:00 Orchestre National de Lille Sibelius, Schumann, Tsjaikovski ZO | 18.03.12 | 17:00 Docentenconcert Octaaf Van Geert WO | 21.03.12 | 20:00 Compagnie Bischoff Via Dolorosa | Liszt, Glowicka

ZA | 24.03.12 | 20:00 Symfonieorkest Vlaanderen, Vitaly Samoshko (piano) Borodin, Rachmaninov, Sjostakovitsj ZO | 25.03.12 | 16:00 deFilharmonie, Dirk Brossé (dirigent), Karlijn Sileghem & Ides Meire (acteurs) KIDconcert: Alice in Wonderland WO | 28.03.12 | 14:00 & 16:00 Michiel Hendryckx (verteller), Benjamin Glorieux (cello) De Grote Oorlog - muzikale vertelling voor kinderen (10-14j) WO | 28.03.12 | 20:00 | MIRYZAAL Brodsky Quartet Turina, Puccini, Tanaka, Janacek, Schubert DO | 29.03.12 | 20:00 | UITVERKOCHT Collegium Vocale Gent J.S. Bach: Mattheuspassie VR | 30.03.12 | 20:00 Paco del Pozo, Antonio Carrión Andalusische passiegezangen VR | 30.03.12 | 22:00 João Escada, Maria da Saudade Traditionele fado

VR | 23.03.12 | 15:00 Guido De Neve, Frank Agsteribbe J.S. Bach, Haendel, Kennis Bespreekbureau Muziekcentrum De Bijloke Gent J. Kluyskensstraat 2, 9000 Gent Di - vr 10:00 - 12:00 & 13:00 - 17:00 | za 13:00 - 17:00 09 269 92 92 | tickets@debijloke.be | www.debijloke.be

v.u. | Daan Bauwens • tekst | Diederik Verstraete © | Muziekcentrum De Bijloke Gent info@debijloke.be Muziekcentrum De Bijloke is mobiel dankzij het partnership met Gent Motors (www.gentmotors.be)


deFilharmonie - Brückner 09.03.12