Issuu on Google+

de puur muziek

04.02.2012 | 20:00 | CONCERTZAAL

defilharmonie viktoria mullova bedwingt brahms


programma

UITVOERDERs

Johannes Brahms (1833-1897) Vioolconcerto in D, opus 77 I. Allegro non troppo II. Adagio III. Allegro giocoso, ma non troppo vivace – Poco più presto

deFilharmonie Alessandro Moccia | concertmeester Philippe Herreweghe | dirigent Viktoria Mullova | viool

PAUZE

Franz Schubert (1797-1828) Symfonie nr. 9 in C, D 944, ‘Grosse’ I. Andante – Allegro ma non troppo – Più moto II. Andante con moto III. Scherzo (Allegro vivace) IV. Allegro vivace

2


viktoria mullova bedwingt brahms klassieke vormen en genres immers met de nek aan. Hun muziekdrama’s en symfonische gedichten beloofden een muzikale toekomst waarin niet langer plaats was voor ‘traditionele’ symfonieën, ‘oudbakken’ concerto’s of ‘opgewarmde’ kamermuziek. Het was dus tegenover dat soort pessimisme dat Brahms, de machtigste man van Wenen, een standpunt innam. Brahms wilde bewijzen dat de levenskracht van de traditionele structuren allesbehalve uitgeput was. Hoe kon hij dat beter doen dan door zelf in de pen te kruipen?

Brahms’ Vioolconcerto - Muzikale propaganda Onuitwisbaar. Zo laat de bijdrage die Johannes Brahms tot de orkestmuziek leverde zich graag omschrijven. En toch. In weerwil van zijn alomtegenwoordigheid op het concertpodium was het ontstaan van Brahms’ orkestmuziek allesbehalve vanzelfsprekend. Brahms’ orkestwerken ontstonden namelijk relatief laat in zijn carrière en dan nog in een korte tijdspanne van ongeveer veertien jaar. Dat Brahms pas begin jaren 1870 de stap naar orkestmuziek zette, hoeft niet geïnterpreteerd te worden als de uitkomst van een artistiek moeizame queeste. Nochtans viel Brahms’ verkenning van de grote orkestgenres samen met de consolidatie, en niet het begin van zijn roemrijke status binnen het Weense establishment. Toen hij in 1876 zijn ‘Eerste symfonie’ aan het publiek voorstelde, was de componist reeds een wereldberoemd koor-, lied- en kamermuziekcomponist. Met andere woorden: niemand zat te wachten op Brahms’ orkestmuziek, want de componist had zijn positie binnen het Weense muziekleven al ruimschoots verzilverd. Waarom dan toch die late interesse?

Brahms’ ‘artistieke propaganda’ van de traditionele orkestgenres begon met zijn eerste twee symfonieën, die voltooid werden in 1876 en 1877. Een jaar later volgde zijn (enige) ‘Vioolconcerto’, dat hij componeerde voor zijn boezemvriend, violist en componist Joseph Joachim. Model voor dat concerto was onmiskenbaar Beethovens ‘Vioolconcerto’, waarmee het de toonaard én dezelfde zin voor orkestrale vormgeving deelt. Net zoals Beethoven laat ook Brahms het concerto beginnen met een ruime orkestintroductie. Brahms opent met een langzaam openbrekende hoofdmelodie. Van het wondermooie neventhema horen we voorlopig alleen de begeleiding. Na de (dramatische) entree van de solist duurt het een poosje vooraleer orkest en viool elkaar vinden, maar wanneer beide elkaar aanraken, ontstaat een weergaloos en onbaatzuchtig samenspel, waarin de nevenmelodie een hoofdrol opeist.

De muzikale visie die Brahms uitdroeg, stond lijnrecht tegenover de almaar populairder wordende ‘toekomstmuziek’ van Wagner. Niet zozeer hun muzikale stijl stond daarbij tegenover elkaar (Brahms hield erg van Wagner, meer dan omgekeerd), maar wel de esthetische waarden die hun muziek vertegenwoordigde. Wagners volgelingen keken de

Even geraffineerd is het Adagio, waarin de solist in het hoge register de melodische

3


verzuchtingen van de houtblazers varieert en omspeelt. Opnieuw etaleert Brahms zijn positie als hoeder van de muzikale traditie. De door de houtblazers gespeelde openingspassage van deze beweging is een herinterpretatie van de begeleiding van het ensemble ‘O Gott! Welch ein Augenblick’ uit Beethovens opera ‘Fidelio’. Als afsluiter componeerde Brahms een zigeunerachtige Finale, waarin hij met mefistofelisch genoegen de vioolpartij opsmukt met Hongaars-folkloristische trekjes. Het in dubbelgrepen geschreven hoofdthema, de cymbalonachtige haastigheid van de begeleiding, de improvisatorisch aandoende ritmes, de uit de haak slaande melodieën: het zijn allemaal elementen die dit concerto laten besluiten met een flinke portie animo. Evengoed echter zijn het slim aangewende compositorische (of zo je wil: propagandistische) middelen waarmee Brahms aantoonde dat je geen zeur hoefde te zijn om een ‘versleten’ genre als het concerto te behoeden voor de vergetelheid.

zen. De uitzonderlijke kwaliteit van die compositie, waarmee Schubert het symfoniewerk van Beethoven naar de kroon wilde steken, werd pas voor het eerst ontdekt in 1838, toen Robert Schumann een bezoekje bracht aan Schuberts broer Ferdinand. Die liet hem de onuitgegeven nalatenschap van Franz inkijken, waarna Schumann onmiddellijk gegrepen werd door de ambitieuze opzet van Schuberts laatste symfonie. Schumann wist zijn boezemvriend Mendelssohn te overhalen het werk op de pupiters van het Gewandhausorchester te leggen, en zo kreeg de ‘Grote symfonie’ haar (postume) première in 1839. Ook daarna echter bleek het moeilijk de symfonie te slijten. Toen Mendelssohn de symfonie in Londen wilde dirigeren, lachte het orkest zich een breuk over de bizarre strijkersfiguren in de finale. Ook in Parijs stootte de compositie op verzet en duurde het tot 1851 vooraleer de muziek er klonk. Pas na het midden van de negentiende eeuw was men overtuigd van de artistieke kwaliteit van de symfonie.

Schuberts ‘Negende symfonie‘ - Schwierig und schwülstig “Schwierig und schwülstig” (“moeilijk en bombastisch”): zo luidde het gangbare oordeel van uitgevers over de muziek van Franz Schubert. Zoiets laat sporen na, in harde cijfers zelfs. Een deel van zijn grootste liederen werden weliswaar uitgegeven, maar bij leven zag hij maar twee (!) van zijn kamermuziekwerken in druk gaan. Nog gekker wordt het wanneer we Schuberts orkestmuziek onder de loep nemen: geen enkele noot van zijn orkestmuziek haalde de drukpers.

Dat het zolang duurde vooraleer Schuberts ‘Grote symfonie’ als meesterwerk erkend werd, heeft veel te maken met de originele vorm- en orkestbehandeling. Zo begint de symfonie met een sfeervol Andante dat geen trage inleiding lijkt, maar een volwaardige inzet van de symfonie. De opener (twee hoorns die, in unisono, een delicate melodie spelen) wordt onderworpen aan een kleine variatiereeks, waarin Schubert het contrast tussen piano en forte verkent. Na een derde variatie (waarin de houtblazers de openingsmelodie hernemen) zwengelt Schubert het tempo plots aan en landt middels enkele duistere harmoniewendingen onverwacht in het Allegro ma non troppo, het eigenlijke hoofddeel. De retoriek is wonderlijk: Schubert slaagt erin een totaal ander karakter te creë-

Dat Schubert talloze werken – waaronder de ‘Grote symfonie’, zo genoemd om haar te onderscheiden van de ‘kleine’ ‘Zesde symfonie’ – ook nooit heeft gehoord, zal niet verba-

4


BIO

ren zonder echt veel aan het tempo te sleutelen. Zelfs de viriele hoofdmelodie laat zich interpreteren als een variant op de hoorns waarmee de symfonie zo delicaat opende. Als de bedeesde intro aan het einde van deze beweging terugkeert, is ze helemaal getransformeerd: niet alleen klinkt ze fortissimo, ze heeft alle schroom afgeworpen en krijgt nu een triomfantelijk finalekarakter. Of de melodie hier nu sneller of trager gespeeld moet worden dan in de intro, is een vraag waar elke dirigent zich het hoofd over breekt.

Viktoria Mullova studeerde viool aan het conservatorium aan Moskou. Haar uitzonderlijk talent werd voor het eerst internationaal opgemerkt in 1980, toen ze de eerste prijs wegkaapte op de Sibelius Competition in Helsinki. Twee jaar later won ze de gouden medaille op de Tchaikovsky Competition. In 1983 ontvluchtte ze de Sovjet-Unie, waarna ze een internationale carrière uitbouwde. Ze speelde met de grootste orkesten ter wereld en werkte samen met de meest gerenommeerde dirigenten. Viktoria Mullova wordt wereldwijd geroemd om haar muzikale integriteit. Haar artistieke nieuwsgierigheid duwde haar zowel in de richting van barokrepertoire als naar moderne fusion of experimentele muziek.

Net zoals de eerste beweging excelleren ook de overige delen in orkestraal vernuft. Er zijn de abrupte harmoniewissels in het Andante con moto, dat opent met een enigmatisch marsritme waarop de hobosolo een klaagliedje plaatst. Wanneer de hobomelodie terugkeert (na een middendeel vol zalvende strijkersklanken), countert Schubert haar met ironische fanfaremotiefjes in het koper, die doen vermoeden waardoor Mahler zich aan het eind van de negentiende eeuw zoal liet inspireren. Originaliteit troef in het Scherzo, waarin Schubert de luisteraar een mikmak aan thema’s en een rijk gamma aan klankkleuren presenteert. De finale ten slotte opent met een aandachtstrekkend intro, die overgaat in een energieke wervelwind die na anderhalve minuut plots halt toegeroepen wordt en daarna weer in alle intensiteit oprukt. Let vooral op de klarinetten, die ergens halverwege de finale een niet te missen allusie op de ‘Ode an die Freude’ uit Beethovens ‘Negende symfonie’ spelen. De ambitieuze bijnaam ‘Grote’ is voor deze symfonie dus in meer dan een opzicht gerechtvaardigd.

Haar interesse voor de historische uitvoeringspraktijk leidde tot samenwerkingen met ‘historische’ muziekensembles zoals het Orchestra of the Age of Enlightenment, Il Giardino Armonico, Venice Baroque en het Orchestre Révolutionnaire et Romantique. Ze werkt nauw samen met de klavecinist Ottavio Dantone, met wie ze verschillende concerttournees ondernam. Haar opname van de solosonates en partita’s van Bach is een mijlpaal in haar persoonlijke muziekcarrière. Deze opname werd door de internationale muziekpers bejubeld. Solorecitals, gewijd aan de muziek van Bach, zijn een constante in haar agenda. In kamermuziekverband treedt ze regelmatig op met Katia Labèque en pianofortespeler Kristian Bezuidenhout, met wie ze vioolsonates van Beethoven opnam. Op orkestpodia treedt ze op met orkesten als The Phil-

5


Steeds op zoek naar muzikale uitdagingen is Philippe Herreweghe sinds enige tijd erg actief in het grote symfonische repertoire van Haydn tot Mahler. Sinds 1997 engageert hij zich als hoofddirigent van deFilharmonie.

harmonia en het Swedish Radio Symphony Orchestra (onder Esa-Pekka Salonen). Haar uitgebreide cd-catalogus voor Philips Classics werd meermaals onderscheiden. Haar opname van vioolconcerto’s van Vivaldi met Il Giardino Armonico onder leiding van Giovanni Antonini werd bekroond met een Diapason d’Or. Ook haar Beethovenopname met Kristian Bezuidenhout werd in de muziekpers toegejuicht.

Door zijn consequente artistieke visie en engagement werd Philippe Herreweghe op verschillende plaatsen onderscheiden. Samen met het Collegium Vocale Gent werd hij in 1993 benoemd tot Cultureel Ambassadeur van Vlaanderen. Een jaar later werd hem de orde van Officier des Arts et Lettres toegekend en in 1997 werd hij benoemd tot Doctor honoris causa aan de Katholieke Universiteit Leuven. In 2003 kreeg hij in Frankrijk de titel Chevalier de la Légion d’Honneur toegekend. In 2010 tenslotte verleende van de stad Leipzig aan Philippe Herreweghe de Bach-Medaille voor zijn grote verdienste als Bachuitvoerder.

Viktoria Mullova bespeelt de ‘Jules Falk’ 1723 Stradivarius of een viool van G.B. Guadagnini. Philippe Herreweghe werd geboren in Gent en combineerde er zijn universitaire studies met een muzikale opleiding aan het conservatorium, waar hij piano volgde bij Marcel Gazelle. In dezelfde periode begon hij te dirigeren en in 1970 richtte hij het Collegium Vocale Gent op. Nikolaus Harnoncourt en Gustav Leonhardt merkten zijn uitzonderlijke benaderingswijze op en nodigden hem uit om mee te werken aan hun opnames van de verzamelde Bachcantates.

Als stilistisch flexibel symfonieorkest bezit deFilharmonie (Royal Flemish Philharmonic) een artistieke souplesse die toelaat om meerdere stijlen op een historisch verantwoorde wijze te vertolken. De Nederlandse dirigent Edo de Waart, die voorheen aan het hoofd stond van het Radio Filharmonisch Orkest, het San Francisco Symphony en het Hong Kong Philharmonic Orchestra, staat als chef-dirigent in voor het grote orkestrepertoire. Met zijn ruime orkestervaring draagt hij bij tot de vorming van het unieke karakter van deFilharmonie. Hij werkt daarvoor nauw samen met hoofddirigent Philippe Herreweghe, die zich vanuit zijn specifieke achtergrond toespitst op de (pre)romantische muziek.

Al gauw werd Herreweghes levendige, authentieke en retorische aanpak van de barokmuziek alom geprezen en in 1977 richtte hij in Parijs het ensemble La Chapelle Royale op, waarmee hij de muziek van de Franse Gouden Eeuw ten uitvoer bracht. Van 1982 tot 2002 was Philippe Herreweghe artistiek directeur van de Académies Musicales de Saintes. Op uitnodiging van de prestigieuze Accademia Chigiana Siena werkt Philippe Herreweghe sinds 2009 samen met Collegium Vocale Gent actief mee aan de uitbouw van een groot symfonisch koor op Europees niveau.

6


zondag 11 maart 2012: unesco muziekdag in de bijloke repertoire van Jacques (Jakob) Loeillet, een telg uit de beroemde Gentse familie. Loeillets collega’s Pieter van Maldere, Henri-Jacques De Croes, Georg Friedrich Haendel en Georg Philippe Telemann zetten de Gentse invalshoek in een breder Zuid-Nederlands en West-Europees perspectief.

Sinds juni 2009 is Gent opgenomen in de selecte lijst van ‘Unesco Creative Cities Network’. Samen met Bologna, Sevilla en Glasgow maakt Gent de club ‘Creative Cities of Music’ compleet. Een unieke titel. Een initiatief kon niet langer uitblijven, vond Muziekcentrum De Bijloke. En dus is er op zondag 11 maart de eerste Unesco Muziekdag.

De Accademia degli Astrusi uit Bologna focust dan weer op het oeuvre van Padre Martini. Bij ons niet zozeer bekend als componist, maar des te meer als leraar van Mozart. Ook Sevilla zet, net als Gent, met het Orquesta Barroca de Sevilla, in op een 18de-eeuws programma. De Andalusische traditie van Juan Francés staat er tegenover het toenmalige Europa met werken van J.S. Bach, G.F. Haendel, Domenico Scarlatti en Pietro Locatelli.

Die dag slaan Sevilla, Bologna en Gent de handen in elkaar voor een unieke muzikale uitwisseling. Het concept is eenvoudig: we putten uit het ontzettend rijke muzikale patrimonium dat alle steden hebben opgebouwd. Iedere stad selecteert een ensemble, gespecialiseerd in oude muziek, en laat het grasduinen in het renaissance en barokke erfgoed van de eigen regio. In Gent werkt De Bijloke samen met B’Rock, in Sevilla gaat het Orquesta Barroca de Sevilla aan de slag en Bologna brengt de Accademia degli Astrusi in stelling. Alle ensembles spelen ook één werk dat een weerspiegeling is van de internationale Europese stijlen die in de 17de en 18de eeuw opgang maakten: het concerto grosso opus 6, nr. 1 in G van Georg Friedrich Haendel. Het toenmalige Europa ligt er stilistisch in vervat. En Haendel zelf is het ultieme toonbeeld van die Europese stijl: geboren in Duitsland, en aan het werk in Italië en Londen. Het concert van Gent, en dus van B’Rock, heeft een 18deeeuws programma. Het ensemble verdiept zich in het barokke

Kort samengevat: virtuoze muziek uit de laat-barok in Europa, in drie bijzondere concerten. En dat op één dag, én voor een wel erg zachte prijs. Een unieke kans om drie Europese topensembles op een dag aan het werk te zien. Met als toetje een Grand Finale, met de drie ensembles samen op het podium. Het volledige programma vind je op www.debijloke.be ZONDAG 11 MAART | CONCERTZAAL 16:00 | B’Rock (Gent) 19:00 | Accademia degli Astrusi (Bologna, Italië) 21:00 | Orquesta Barroca de Sevilla (Sevilla, Spanje) 22:15 | Grand Finale

Dagticket: € 25 / € 10 (-18) Ticket voor 1 concert: € 10 / € 5 (-18)

INFO & TICKETS 09 269 92 92 | tickets@debijloke.be | www.debijloke.be Bespreekbureau | J. Kluyskensstraat 2, 9000 Gent | Di - vr 10:00 - 12:00 & 13:00 - 17:00 | za 13:00 - 17:00

7


binnenkort DO | 09.02.12 | 20:00 Nabla / Joachim Brackx Pàli Consort o.l.v. Benjamin Glorieux Crank o.l.v. Andreas Böhlen Bijloke-Manufactuur ZA | 11.02.12 | 20:00 Symfonieorkest Vlaanderen, Guy Van Waas (dirigent), Ning Kam (viool) Fauré, Saint-Saëns, De Boeck, Strauss

DO & VR | 01 & 02.03.12 | 18:00-23:30 En Avant Mars / Voorwaarts Maart Festival ZA | 03.03.12 | 20:00 Concerto Copenhagen Mendelssohn, Mozart ZO | 04.03.12 | 16:00 | STAM | UITVERKOCHT Tiburtina Ensemble Hildegard von Bingen

WO | 15.02.12 | 20:00 Krassport Portico Quartet Jazz

ZO | 04.03.12 | 17:00 | MIRY Docentenconcert Hobo & slagwerk

DO | 16.02.12 | 20:00 Me La Amargates Tu Sefardische liederen

WO | 07.03.12 | 20:00 Jason Moran Trio Jazz | Monk at Town Hall, 1959

VR | 17.02.12 | 20:00 Les Plaisirs du Parnasse Kamermuziek van Gabrieli, Piccinini, Marini, Vierdank e.a.

DO | 08.03.12 | 20:00 | UITVERKOCHT Graindelavoix Soefigezangen uit Sicilië

ZA | 18.02.12 | 20:00 | UITVERKOCHT The Hilliard Ensemble Muziek op teksten van Petrarca en Dante

VR | 09.03.12 | 20:00 deFilharmonie, Edo de Waart (dirigent) Bruckner: Symfonie nr. 8 in c

ZO | 19.02.12 | 20:00 deFilharmonie, Michaël Pas (acteur) Pulcinella, KIDconcert

ZO | 11.03.12 | 16:00 - 22:30 UNESCO MUZIEKDAG Barokensembles uit Sevilla, Bologna en Gent

Bespreekbureau Muziekcentrum De Bijloke Gent J. Kluyskensstraat 2, 9000 Gent Di - vr 10:00 - 12:00 & 13:00 - 17:00 | za 13:00 - 17:00 09 269 92 92 | tickets@debijloke.be | www.debijloke.be

v.u. | Daan Bauwens • tekst | Tom Janssens © | Muziekcentrum De Bijloke Gent info@debijloke.be Muziekcentrum De Bijloke is mobiel dankzij het partnership met Gent Motors (www.gentmotors.be)


deFilharmonie 04.02.12