Issuu on Google+

de puur muziek

16.11.2011 | 20:00 | KRAAKHUIS

Alexei Lubimov schubert onder de sovjethamer


programma

UITVOERDERs

Mikhail Glinka (1804-1857) Introductie en variaties op een thema uit Bellini’s ‘I Capuleti e i Montecchi’ in Bes

Alexei Lubimov | pianoforte

Franz Schubert (1797-1828) Vier Impromptus, D 899 (Opus 90) Nr. 1 in c - Allegro molto moderato Nr. 2 in Es - Allegro (Scherzo) Nr. 3 in Ges - Andante Nr. 4 in As - Allegretto

PAUZE

Ferdinand Hérold (1791-1833) Sonate opus 3/2 in c 1. L’Amante disperato. Allegro molto. 2. La consolation. Pastorale. Franz Schubert Fantasie in C opus 15, ‘’Wanderer-Fantasie’’, D 760 1. Allegro con fuoco ma non troppo 2. Adagio 3. Presto 4. Allegro

Aandacht! Gelieve uw mobiele telefoon uit te schakelen.

2


schubert onder de sovjethamer Siegfried Dehn. Die raadt hem aan om specifiek Russische muziek te schrijven. Dat was iets nieuws, en het paste wel in de tijdgeest van de romantiek en het opkomende nationalisme. Zo schrijft hij de eerste echte Russische opera, ‘Een leven voor de Tsaar’. Glinka had een enorme invloed op de generatie componisten na hem, waaronder RimskyKorsakov, Borodin en vooral Tsjaikovski.

Mikhail Glinka Glinka is de eerste Russische componist die grote erkenning vond in de rest van Europa. Hij is de vader van het Russische nationalisme in de muziek en ook de eerste grootmeester van de Russische opera. Hij wordt geboren in een welvarend gezin van landeigenaren en krijgt als 13-jarige in Sint-Petersburg les van de Ierse componist/pianist John Field. In 1824 geeft hij zijn muziekstudie op om ambtenaar te worden bij het Ministerie van Communicatie. Hoewel hij nog recitals geeft en als amateurzanger optreedt, gaat hij zich pas in 1828 definitief aan de muziek wijden. Glinka zuigt in het begin van zijn componistenbestaan alle muziek die hij hoort als een spons in zich op. Hij is natuurlijk een geprivilegieerd man: zijn oom, die in de buurt woont, heeft een privéorkest met horigen. In de vroege werken kijken Haydn, Mozart en John Field mee over zijn schouder. In 1830 trekt Glinka naar Italië. Tijdens zijn driejarig verblijf in Italië ontmoet hij onder meer Mendelssohn en Berlioz, bezoekt hij veelvuldig de opera, dineert bij vooraanstaande personen, flirt met de jongedames en houdt nog wat tijd over om te componeren. Hij schrijft sierlijke muziek in de trant van zijn vrienden Donizetti en Bellini. Hij voelt zich in zijn sas met de Italiaanse operastijl en componeert heel wat pianowerken volledig in de Italiaanse stijl, zowel wat melodie als wat harmonische structuur betreft. Toch blijft het mooie liedje niet duren en wil hij iets nieuws. Na Italië trekt hij naar Berlijn. Glinka, de autodidact, besluit er voor het eerst formeel compositieles te nemen, bij

Franz Schubert Vier Impromptus opus 90, D 899 Het woord impromptu komt van het Latijnse in promptu (‘gereed’, ‘bij de hand’) en duidt op een muziekstuk dat zich als een losse inval voordoet, improvisatorische elementen bevat, vaak een vrije vorm heeft, maar ook als driedelige liedvorm voorkomt. De term ‘impromptu’ duikt voor het eerst op in Wenen in 1822. Een redacteur van de Allgemeine musikalische Zeitung gebruikt de term voor de omschrijving van een pianowerk van de Bohemer Jan Václav Hugo Voříšek, een vriend van Schubert. Het duurt niet lang voor de eerste generatie romantische componisten het idee overneemt en het verheft tot een belangrijk lyrisch-romantisch genre. Schubert componeert zijn Impromptus voor piano wellicht met een commerciële reflex in het achterhoofd of op vraag van zijn uitgever om muziek te schrijven voor de steeds grotere markt van amateurmusici met een piano in huis. De muziek kan dan ook door een goede amateur gespeeld worden. Schuberts uitgever Tobias Haslinger vindt de term impromptus passend voor de acht losse

3


dus meestal niet aan de vertolker gesteld, hoewel de Wanderer Fantasie een uitzondering vormt. Dat zorgt er wel voor dat Schuberts unieke lyrische gaven op de voorgrond komen in vrijwel alles wat hij voor piano componeert. Op 7 december 1822 schrijft Schubert in een brief aan zijn vriend Josef von Spaun dat hij “een Fantasie voor pianoforte voor twee handen gecomponeerd had, opgedragen aan een rijke particulier”. Die rijke particulier is Emanuel Karl Edler Liebenberg, een grootgrondbezitter en amateurpianist. Hij noemt het stuk een ‘Fantasia’ omdat het een doorgecomponeerde sonate is, waarin de delen ononderbroken in elkaar overgaan. Het stuk krijgt daardoor een verhalend, fantasieachtig karakter. Bovendien is al het thematische materiaal ontleend aan een en hetzelfde muzikale gegeven: een ritmisch motief, waarbij telkens één beklemtoonde vierde en twee onbeklemtoonde achtste noten elkaar opvolgen. Schubert had al eerder het inmiddels beroemde staccatomotief gebruikt in het lied ‘Der Wanderer’ (D 489), op een tekst van Georg Lübeck. Vandaar de later bedachte bijnaam ‘Wanderer Fantasie’. Het werk oogst lovende recensies en in augustus 1828 – enkele maanden voor Schuberts dood – schrijft Robert Schumann in zijn dagboek “Schubert wilde hier een volledig orkest in twee handen verenigen en de bezielde aanvang is een engelenhymne tot lof van de Godheid; men ziet de engelen bidden; het Adagio is een milde reflectie over het leven en neemt er de omhulling vanaf; dan donderen fuga’s een lied van de oneindigheid van de mens en van de klanken”. Schumann en ook later Liszt herkennen het orkestrale karakter van de compositie. Schubert zelf moet eens, toen hij het stuk voor zijn vrienden wilde uitvoeren en in het laatste deel bleef steken, overeind zijn

composities die Schubert hem in de loop van 1827 ter publicatie aanbiedt. Ze worden uitgegeven als opus 90 en opus 142 postuum. Tegenwoordig zijn we er zo aan gewend de Impromptus als een cyclus gepresenteerd te krijgen, dat we wellicht opkijken dat Schubert de mogelijkheid openhield ze als vier afzonderlijke stukken uit te geven. In een tijd waarin de concertbezoeker of cd-luisteraar er niet voor terugdeinst de zes Cellosuites van Bach of de complete Nocturnes van Chopin in één sessie tot zich te nemen, lijkt het niet meer dan vanzelfsprekend vier stukken met een gezamenlijk opusnummer als een onlosmakelijke cyclus te beschouwen. Onbeduidende improvisaties zijn de Impromptus van Schubert echter allerminst. De vier Impromptus opus 90 componeert hij tussen de twee sets van de Winterreise door. We vinden iets van het duistere en de tragiek van die liederen terug in de pianostukjes. Kenmerkend voor zijn Impromptus is de grote verscheidenheid aan stemmingen en de grote variëteit van opbouw en vormen (rondo, menuet, variaties). Aan zijn vader schrijft hij: “De mensen vertelden me dat de toetsen zingende stemmen werden onder mijn handen”. De vocale aard van zijn pianomuziek is dan ook opvallend. Wanderer Fantasie ‘’Daar waar je niet bent, daar is je geluk’’, zo eindigt Der Wanderer van Schubert, het lied dat aan de basis ligt van zijn grandioze Wanderer Fantasie. Schuberts omvangrijke repertoire voor piano is toch wel merkwaardig te noemen. In tegenstelling tot de meeste andere grote pianocomponisten was hij zelf geen pianovirtuoos. Dat blijkt onder meer uit het ontbreken van echte bravura passages in de meeste van zijn pianowerken. Zware technische eisen worden

4


Hector Berlioz.

gesprongen met de woorden “Das Zeug soll der Teufel spielen!” [Dat spul moet de duivel maar spelen].

Als winnaar van de Prix de Rome brengt Hérold in 1813 enkele maanden door in de Villa Medici. Daar is het ook dat jonge componisten met zachte dwang richting opera gestuurd worden. In die tijd was je in Frankijk nu eenmaal operacomponist, of je was gewoonweg niet. Niemand vandaag kent nog Hérolds talrijke werken voor piano solo (sonates, caprices en fantasia’s) of zijn vier pianoconcerto’s, waarbij sommigen gewagen van de ‘missing link’ tussen Mozart en Chopin.

Ferdinand Hérold De klassieke muziek ontleent haar naam aan de periode van het classicisme. Binnen de muziekgeschiedenis is dat een bijzonder korte periode (ruwweg gesitueerd tussen 1750 – dood van Bach – en 1810). Het omvat hoofdzakelijk de werken van Wolfgang Amadeus Mozart en Joseph Haydn. Ook de vroege werken van Ludwig van Beethoven vallen nog te categoriseren onder het begrip classicisme. Het classicisme was nochtans in oorsprong een literaire stroming die in Frankrijk aan het eind van de 17e eeuw was ontstaan. Binnen de Franse literatuur wordt de classicistische periode als één van de belangrijkste beschouwd, en dan vooral de jaren 1660-1680. Schrijvers als Molière, Corneille en Racine springen er bovenuit. Die beweging waaiert ook in de rest van Europa uit, niet alleen in de literatuur, maar ook in de beeldende kunst en de muziek. Merkwaardige inleiding zult u denken, ware het niet dat we met Ferdinand Hérold een Franse epigoon van het classicisme geserveerd krijgen. Net als Londen geldt Parijs als internationaal concertpodium, waar de Weense klassieken veruit favoriet zijn. Maar Frankrijk heeft aanvankelijk weinig eigen klassieke componisten. Etienne Méhul, de gevierde operacomponist en muzikaal icoon van de Franse Revolutie, zorgt in Parijs als docent voor een kersverse nieuwe lichting componisten, onder wie Hérold, die de mosterd halen bij Mozart, Haydn en Beethoven. Het werk van Ferdinand Hérold bevindt zich dus in het verlengde van de klassieke stijl, mijlenver verwijderd van een revolutionaire

5


BIO dirigenten als Ashkenazy, Järvi, Kondrashin, Hogwood, Mackerras, Nagano, Norrington, Pletnev, Saraste, Salonen, Janowski en Tortelier. Op het gebied van de authentieke uitvoeringspraktijk waren er optredens met o.a. Orchestra of the Age of Enlightenment, Wiener Akademie en Collegium Vocale Gent. Verder is Alexei Lubimov een toegewijd beoefenaar van kamermuziek, die hij samen met andere grote solisten op internationale festivals ten gehore brengt. In de afgelopen seizoenen speelde hij onder meer met het City of Birmingham Symphony Orchestra, Russian National Orchestra, Österreichisches Tonkünstlerorchester en gaf daarnaast talrijke recitals. Op het Salzburg Festival 2003 en in Kopenhagen was hij solist in Skrjabins ‘Prometheus’. In 2005 was hij solist bij het Orchestra of the Age of Enlightenment (Beethoven), Münchener Philharmoniker (Silvestrov), SWR Stuttgart (Pärt), Deens Nationaal Symfonieorkst (Pärt), Anima Eterna en RNO Moskou. In Nederland en België gaf hij de laatste jaren recitals (Antwerpen, Gent, Brugge) en was hij solist bij o.a. Koninklijk Concertgebouworkest, Koninklijke Filharmonie Vlaanderen, Radio Filharmonisch Orkest en de Radio Kamerfilharmonie. Van Lubimov verscheen een groot aantal opnamen voor verschillende labels, zoals Melodia, Erato, BIS, ZigZag en Sony. Ze omvatten de complete pianosonates van Mozart, verder Schubert, Chopin, Beethoven, Brahms en componisten uit de 20ste eeuw. Zijn meer recente opnamen voor ECM werden door de internationale vakpers bijzonder lovend ontvangen.

Alexei Lubimov, in 1944 geboren in Moskou, geldt als een van de meest oorspronkelijke musici van zijn tijd. Zijn brede repertoire en zijn gewetensvolle instelling over muziek maken hem tot een welkome uitzondering in het hedendaagse muziekleven. Al tijdens zijn studie bij de beroemde Heinrich Neuhaus (die ook de leraar was van Emil Gilels en Sviatoslav Richter) ontwikkelde hij een passie voor zowel de barokmuziek - indien uitgevoerd op historische instrumenten - als voor 20steeeuwse componisten als Schönberg, Webern, Stockhausen, Boulez, Ives, Ligeti, Schnittke, Gubaidulina en Pärt. In de voormalige SovjetUnie gaf hij premières van veel hedendaagse composities. Ook was hij de oprichter van het festival “Alternativa”. Daarnaast richtte hij een barokkwartet op toen zijn internationale loopbaan in de jaren ‘70 van de vorige eeuw hinder ondervond van steeds verdergaande reisbeperkingen. Een en ander weerhield hem er niet van zich te ontwikkelen tot een pianist van uitzonderlijk formaat, bedreven in zowel klassiek als hedendaags repertoire, een feit waarvan zijn vele opnames getuigenis afleggen. Het gaandeweg verdwijnen van de politieke restricties in de jaren ‘80 gaf Alexei Lubimov gelegenheid om met talrijke optredens in Europa, Amerika en Japan toe te treden tot de rangen van de internationale toppianisten. Zo was hij solist bij de filharmonische orkesten van Helsinki, Israël, Los Angeles, München en St Petersburg en bij de Royal Philharmonic, Russian National, Orchestre Philharmonique de Radio France, Toronto Symphony en Deutsches Symphonieorchester Berlin met

6


goed om te weten ZA | 19 november | Jazz & Sounds Jazz & Sounds: een driedaagse hoogmis voor creatieve muziek in de Vooruit, het Conservatorium en De Bijloke.

Vandaag: officiële opening van het vernieuwde Kraakhuis Vandaag opent Muziekcentrum De Bijloke Gent officieel het hernieuwde Kraakhuis. Deze 16e-eeuwse ziekenzaal werd tijdens de zomermaanden omgevormd tot een perfect uitgeruste hedendaagse concertzaal.

In De Bijloke staat het festival in het teken van twee uiteenlopende invalshoeken. Aan de ene kant is er de rijzende ster van de Belgische jazzscene Robin Verheyen en zijn nieuwe project. Aan de andere kant is er de Canadese felle madam Lisa Cay Miller. PROGRAMMA 16:00 | Lisa Cay Miller solo (piano) Een reeks miniaturen gebaseerd op de kortverhalen van de Britse schrijfster en Nobelprijswinnares Doris Lessing.

Eerst en vooral werd gezocht naar meer zit- en zichtcomfort voor de luisteraars. Daarom werden op maat gemaakte inschuifbare tribunes voorzien met inklapbare stoelen. Zo heeft elke bezoeker een goed zicht op het podium. Bovendien werden alle nieuwe stoelen genummerd.

18:00 | Lisa Cay Miller duo with Audrey Chen (cello) Miller als fantastische pianiste met een superbe gevoel voor harmonie en ritmiek, in duo met celliste Audrey Chen.

Er werden ook akoestische aanpassingen gedaan aan het Kraakhuis. Zware technische investeringen zorgden ervoor dat we nu meer en gerichter licht kunnen ophangen. En u kan vooral niet naast het grote doek kijken dat zich uitstrekt over de hele lengte van 21 meter van het Kraakhuis. Het 6 meter hoge doek heeft vooral een akoestische functie: door het op en neer laten kan er meer of minder akoestische resonantie gegeven worden zodat er in nog betere omstandigheden naar de musici kan geluisterd worden. De Bijloke heeft er ook meteen een kunstwerk van gemaakt. De jonge Franse kunstenares Ara Starck – dochter van de befaamde designer Philippe Starck – ontwierp het doek op maat: in de kleuren van het Kraakhuis tekende zij verstrengelde handen. Die verwijzen naar musici die met hun handen hemelse muziek uit hun instrumenten halen maar ook naar de handen van het publiek dat applaudiseert voor al dat moois. Het Kraakhuis is dus nu een gezonde concertzaal!

20:00 | Robin Verheyen (saxofoon), Aki Rissanen (piano), Katrien Baerts (sopraan) en het Kryptos Kwartet Voor de gelegenheid vroeg De Bijloke aan Verheyen werk te maken van een ‘klassieke compositie’. Hij opteerde voor de septetformule: sax, piano, stem en strijkkwartet. 22:00 | Lisa Cay Miller project with Jean-Yves Evrard (gitaar), Joachim Badenhorst (klarinet & saxofoon) en Audrey Chen (cello) Gebruik makend van zowel nieuw geschreven werk als improvisatievormen schildert Lisa Miller met deze drie topmuzikanten aquarellen van klank. Stille waters, diepe gronden… ze doorzwemt vele watertjes van de ene soundscape naar de andere. Tickets € 22 | Reductie € 18, € 5 (-18) 09 269 92 92 | tickets@debijloke.be | www.debijloke.be Meer info: www.jazzandsounds.be

7


binnenkort ZA | 19.11.11 | Jazz & Sounds 16:00 | Lisa Cay Miller solo 18:00 | Lisa Cay Miller duo with Audrey Chen 20:00 | Robin Verheyen, Aki Rissanen, Katrien Baerts, Kryptos Kwartet 22:00 | Lisa Cay Miller project with Jean-Yves Evrard, Joachim Badenhorst, Audrey Chen

ZA | 03.12.11 | 17:00 & 20:00 Le Poème Harmonique o.l.v. Vincent Dumestre Caligula: marionettenopera

DI | 22.11.11 | 15:00 Cecilia Bernardini & Mirsa Adami Van Beethoven, Brahms, Bartok

WO | 07.12.11 | 20:00 Geri Allen & Time Line Quartet Jazz

DO | 24.11.11 | 20:00 Kayhan Kalhor & Madjid Khaladj ensemble Perzische liederen op gedichten van Hafez en Rumi

VR | 09.12.11 | 20:00 deFilharmonie, Jaap van Zweden (dirigent), Katia en Marielle Labèque (piano) Poulenc, Sjostakovitsj

VR | 25.11.11 | 20:00 Carlos Mena, Romina Lischka, Sarah Ridy & Richard Sweeney | UITVERKOCHT Kapsberger, Ferrari, Dalla Casa, Mazzocchi, Sances, Rognoni, Monteverdi ZO | 27.11.11 | 15:00 Symfonieorkest Vlaanderen, Seikyo Kim (dirigent), Pieter Wispelwey (cello) Ravel, Lalo, Sibelius VR | 02.12.11 | 20:00 Ensemble Organum | UITVERKOCHT Oudromeinse gezangen uit de kerstliturgie

Bespreekbureau Muziekcentrum De Bijloke Gent J. Kluyskensstraat 2, 9000 Gent Di - vr 10:00 - 12:00 & 13:00 - 17:00 | za 13:00 - 17:00 09 269 92 92 | tickets@debijloke.be | www.debijloke.be

ZO | 04.12.11 | 16:00 deFilharmonie, Clara Cleymans, Thomas Vanderveken De Schone Slaapster, KIDconcert

ZA | 10.12.11 | 20:00 Brussels Philharmonic, Michel Tabachnik (dirigent), Eugene Ugorski (viool) Bartok, Sibelius, Schumann WO | 14.12.11 | 20:00 Ricercar Consort, Oltremontano Schütz, Scheidt, Praetorius DO | 15.12.11 | 20:00 | MIRYZAAL Leipziger Streichquartett, Pianoduo Tal & Groethuysen Mendelssohn

v.u. | Daan Bauwens © | Muziekcentrum De Bijloke Gent info@debijloke.be Muziekcentrum De Bijloke is mobiel dankzij het partnership met Gent Motors (www.gentmotors.be)


Alexei Lubimov 16.11.2011