Page 1

CROSSBILL GUIDES

WADDEN De Natuurgids

wandel- en fietsroutes • flora en fauna • landschap • geologie waarnemingstips • inclusief route-app

Dirk Hilbers


WADDEN De Natuurgids

wandel- en fietsroutes •

flora en fauna •

landschap •

geologie •

waarnemingstips •

inclusief route-app

Dirk Hilbers


CROSSBILL GUIDES: WADDEN De Natuurgids Eerste druk: 2019 Idee, tekst en organisatie: Dirk Hilbers Redactie: Cees Hilbers, Riet Hilbers Eindredactie: Ita van Dijk, Illustraties: Horst Wolter Kaarten: Alex Tabak Ontwerp: Oscar Lourens Druk: Drukkerij Tienkamp, Groningen ISBN: 978-94-91648-15-1 Š Stichting Crossbill Guides, Arnhem

Dit boek is bewust en met trots gedrukt op een zo duurzaam mogelijke manier: in Nederland met waterloos off-set op FSC-gecertificeerd papier.

Niets aan deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, microfilm, fotokopie, scan of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Stichting Crossbill Guides en de auteur hebben hun uiterste best gedaan om de informatie in dit boek volledig, correct en accuraat te laten zijn. Dit wil zeggen dat de grootst mogelijke zorg is besteed aan de achtergrondinformatie, het voorkomen van flora en fauna, de loop van de routes en de informatie omtrent de toegankelijkheid van de routes. Desondanks zijn vergissingen mogelijk en situaties kunnen veranderen. Neem altijd de geboden en verboden in het veld in acht en blijf je gezond verstand gebruiken. Stichting Crossbill Guides noch de auteur kan aansprakelijk gehouden worden voor schade die voortvloeit uit het gebruik van dit boek. Dit boek is gedrukt in samenwerking met de KNNV Uitgeverij. SAXIFRAGA foundation

Dit boek is mede mogelijk gemaakt door de inzet, informatie en/of financiĂŤle steun van de onderstaande partijen; Stichting Crossbill Guides dankt iedereen zeer hartelijk. In het dankwoord op pagina 316 worden zij nader genoemd.


CROSSBILL GUIDES FOUNDATION Dit boek is het product van de non-profitorganisatie Stichting Crossbill Guides. Met de publicatie van ecologische natuurreisgidsen willen wij meer mensen enthousiasmeren voor natuur en draagvlak creëren voor natuurbescherming. De Nederlandse natuur is uniek en haar bescherming verdient onze permanente zorg. Met dit boek willen we laten zien wat de natuur van de Wadden zo bijzonder maakt. En natuurlijk hoe je dit zelf ‘in het veld’ kunt ervaren! Voor meer informatie, ga naar www.crossbillguides.org.


INTRODUCTIE OVER DEZE GIDS Voor je ligt de Crossbill Guide Wadden, door onszelf met enige bravoure dé natuurgids genoemd. Hij is speciaal geschreven voor mensen voor wie de natuur meer is dan een levend decor; voor mensen die in de natuur iets wil ontdekken, meemaken, beleven. Als dat voor jou geldt, dan zit je met dit boek goed. Dat ‘iets’ vullen we vervolgens zo breed mogelijk in. Van vogels, planten en vlinders kijken tot zeehonden kijken en het ‘lezen’ van het landschap. Van het wildernisgevoel tot natuurbeleving met kinderen – het is ons doel om een zo compleet mogelijke gids voor natuurliefhebbers te maken, zowel voor actieve buitenmensen als voor de comfort-minnende leunstoelreiziger. Met andere woorden: dit boek geeft je zowel achtergronden en mooie illustraties als concrete routebeschrijvingen en praktische tips over hoe, wanneer en waar je flora en fauna vindt. Volgens Crossbill Guides draait het daarbij altijd om de context. Die maakt het interessant en daarmee kun je de natuur op waarde schatten. Daarom hebben we ook onze naam Crossbill Guides gekozen. Als er één vogel is wiens uiterlijk schreeuwt om context, dan is het wel de kruisbek (Crossbill in het Engels). De vreemd gedraaide snavel (zie ons logo) lijkt in eerste instantie misvormd. Het is echter een zeer handige, specialistische aanpassing aan het voedsel van de kruisbek. De snavel fungeert als een soort tang waarmee de vogel de lamellen van dennenkegels openwrikt om de zaden eruit te eten. Meerdere soorten dennenappels betekent ook meerdere soorten kruisbekken. En doordat dennenbomen het ene jaar veel en het andere jaar weinig kegels dragen, zwerven de Europese kruisbekken over het continent, op zoek naar de plekken met de beste dennenappeloogst. Vandaar dat je ze soms veel en soms weinig tegenkomt op de Wadden. Dat is het soort context dat we graag willen bieden in de Crossbill Guides. Hierdoor zie je ook waarom de duinen, de kwelders, de wadplaten en oude kreken van het Waddengebied zo bijzonder en beschermingswaardig zijn. Gelukkig zijn er mensen die dit doen – al die gebieden beschermen en beheren. Hoewel er verschillen zijn in de benadering van natuurbeheer en -behoud is de kern van al die natuurorganisaties hetzelfde: het in stand houden en waar mogelijk herstellen of uitbreiden van de bijzondere natuur en het landschap van de Wadden. In deze gids willen we tenslotte ook laten zien wat deze organisaties voor de natuur en daarmee voor ons doen. Ze verdienen de steun van iedereen, zodat we vandaag, morgen en alle dagen die volgen, onze wandelschoenen aan kunnen trekken en de schoonheid van de Wadden kunnen ervaren.

4


INTRODUCTIE LEESWIJZER Dit boek bestaat uit vier delen die door de verschillend gekleurde zijbalken op de pagina’s gemakkelijk van elkaar te onderscheiden zijn. De eerste twee delen over het landschap en de flora en fauna zijn beschrijvend. De laatste twee zijn praktisch: routes en toeristische informatie. Het landschapsgedeelte beschrijft de verschillende ecosystemen, de geologische en historische ontstaansgeschiedenis van de Wadden, de natuurbescherming en de processen die de natuur bedreigen. Centraal in dit onderdeel van het boek staat de landschapstekening van pagina 28, die aangeeft waar op de Wadden de verschillende landschappen te vinden zijn en hoe ze zich tot elkaar verhouden. Het flora- en faunagedeelte laat zich lezen als een catalogus van het Waddenleven: de zoogdieren, vogels, reptielen, amfibieën en ongewervelden en de flora. In deze hoofdstukken hebben we in korte tekstkaders wat tips gegeven om de bijzondere soorten zelf te vinden. Het kerndeel van dit boek is de routesectie. Het aanbod aan wandelen fietspaden op de Wadden is in deze gids teruggebracht tot de 28 mooiste routes, waarvan de landschappelijke bijzonderheden uitgebreid beschreven worden, inclusief de zoogdieren, vogels, reptielen, vlinders en libellen die je onderweg tegenkomt. De mooiste routes – is dat niet wat subjectief? Tot op zekere hoogte wel, maar niet helemaal. Onder ‘mooiste’ verstaan we de plekken waar de landschappen het meest intact zijn en waar zeldzame plant- en diersoorten te vinden zijn. Of anders gezegd: de routes die langs die plekken voeren waar natuurbeheerders zelf het meest trots op zijn. Afhankelijk van het type landschap is er gekozen voor wandel- dan wel fietsroutes. Als de fiets het verkozen transportmiddel is, dan zijn er afstappunten beschreven met korte wandelingetjes die je naar de beste plekken voeren. Om fiets- en wandelroutes uit elkaar te houden, zijn wandelingen consequent met een rode lijn ingetekend en fietsroutes met een blauwe. Waar mogelijk zijn de routes lekker lang gemaakt, zodat je een volle dag onder de pannen kunt zijn. Kunt – het hoeft niet. Waar het padenstelsel het toeliet, zijn verkortingen aangegeven, zodat je de route ook op kunt delen in enkele korte trajecten. Tot slot vind je in het laatste gedeelte veel praktische informatie over natuur en natuurbeleving op de Wadden. Van vervoer tot duurzaam toerisme en van verblijfsaccommodatie tot natuurbeleving met kinderen. Kortom, met deze gids in de hand ben je klaar voor de Wadden!

LEGENDA ROUTEKAARTEN Startpunt 1 Routepunt

Excursie Wandelroute Fietsroute Autoroute Treinstation Landhuis / historische locatie Informatiepunt Parkeerplaats / Extra startpunt Restaurant Café / Theehuis / Lunchroom Hotel Camping Bungalowpark Landschap Geologie Ecologie Zoogdieren Vogels Reptielen / Amfibieën Libellen Vlinders Overige ongewervelden Zeedieren Planten Natte paden Honden toegestaan Honden aan de lijn Honden niet welkom Fietsroute Wandelroute Auto alternatief

5


INTRODUCTIE

6


INTRODUCTIE

INHOUDSOPGAVE LANDSCHAP De Wadden in vogelvlucht Geologie Anatomie van een waddeneiland Het waddenklimaat Landschap van het waddengebied Noordzee en strand Duinen en duinvalleien De polder De kwelder Het wad De waddenkust Geschiedenis De tijd voor de Romeinen Romeinen en de vroege middeleeuwen Dijken en bevolkingsgroei Vis en zeegras Stormen en vloeden Het eilander leven Bossen en stuifdijken Begin 20ste eeuw op de eilanden Opkomst van het toerisme Recht van opstrek Crisis en champagnejaren Inpolderingen in de 20ste eeuw De Tweede Wereldoorlog De naoorlogse jaren De wraak van het water De kracht van de kluut Natuurbescherming en -herstel Natuurbeheerders in het Waddengebied

15 16 18 24 27 28 30 36 48 56 62 72 79 79 80 81 83 84 85 88 90 91 91 92 93 94 94 95 97 98 103

FLORA EN FAUNA Zoogdieren Vogels Reptielen en amfibieĂŤn Insecten Schelpen en andere zeedieren Flora

107 108 113 140 142 149 151

ROUTES Texel Route 1: De Vogelboulevard Route 2: De Mokbaai en De Hors Route 3: De Hoge Berg Route 4: Polder Waalenburg

167 168 170 177 183 187

7


INTRODUCTIE Route 5: De Slufter en De Muy Route 6: Eierland en De Tuintjes En verder op Texel Eendenkooi Spang De Bollekamer De Dennen Dagje Vlieland Vlieland Route 7: Rondje Vlieland Route 8: Kroon’s Polder Route 9: Rondom het dorp En verder op Vlieland De Vliehors Eindeloze duinwandelingen Terschelling Route 10: Rondje Terschelling Route 11: De Noordsvaarder Route 12: De Koegelwieck Route 13: De Grië en de Berkenvallei Route 14: De Boschplaat En verder op Terschelling Kooibosjes bij Hee Ameland Route 15: Rondje Ameland Route 16: Duinen boven Hollum Route 17: Het Oerd en Nieuwlandsreid En verder op Ameland De Nassaukooi De Hon De Môchdijk Schiermonnikoog Route 18: Rondje Schiermonnikoog Route 19: Westerplas en duinvalleien Route 20: Tussen Kapenglop en Arnicaweide Route 21: De Oosterkwelder Het Vasteland Route 22: Wieringen en het Balgzand Route 23: De Friese Waddenkust Route 24: Rondje Lauwersmeer Route 25: De bossen bij Lauwersoog Route 26: Uithuizerwad en het Hoge Land Route 27: Polder Breebaart en de Punt van Reide Route 28: Het Oldambt en de Dollard En verder op het vasteland Huisduinen en Fort Kijkduin Balgzand – op excursie De Afsluitdijk Hegewiersterfjild

8

191 195 198 198 198 198 199 200 201 206 209 214 214 214 215 216 222 226 230 234 238 238 239 240 247 251 255 255 255 256 257 258 264 268 271 275 276 283 287 296 299 304 306 312 312 313 314 315


INTRODUCTIE Peazumerlannen Kwelders boven Pieterburen Oude terpdorpen – Niehove en Ezinge Eemshaven PRAKTISCHE INFORMATIE Kies je eiland (of toch het vasteland) Vervoer Oversteek naar de eilanden Fietsen en fietsvervoer op de eilanden Wel of niet de auto mee? Openbaar vervoer per regio Reizen op het vasteland Rondje Waddenzee – de perfecte waddenreis Hoe ‘hop je eiland’? Op pad met een lichamelijke beperking Buiten de paden gaan Op pad met de hond Voorbereid op pad: teken Voorbereid op pad: kleding Voorbereid op pad: de getijden Accommodatie kiezen Waddengastronomie Verantwoord toerisme Het Waddenjaar Activiteiten op het land en langs de kust Informatiecentra, (natuur)musea en zeeaquaria Op pad met de boswachter Een eendenkooi bezoeken Korexcursie Vogelexcursie De kwelder op tijdens het broedseizoen De lichtende zee Dark sky wandeling Activiteiten op de Waddenzee en Noordzee Zeehondentochten Wadlopen en wadexcursies Met de boot de Waddenzee op (Zee)vogeltrips De natuur in met kinderen Verder lezen Dankwoord Fotoverantwoording Gebiedenregister

315 316 316 317 319 319 321 321 322 322 322 323 324 325 325 326 326 326 327 328 329 332 335 337 342 342 345 345 345 346 346 346 347 348 348 349 351 353 353 356 362 363 366

9


INTRODUCTIE

16 HOOGTEPUNTEN VAN HET WADDENGEBIED 1 - Wadlopen of een wadexcursie Steek bij eb te voet de zee over of ga mee op excursie om het leven in de Waddenzee te bekijken. Een unieke ervaring en de mooiste manier om het gebied te beleven (zie pag. 350).

2 - Vogels kijken bij een hoogwatervluchtplaats Relax in het zonnetje op de dijk, verrekijker of telescoop bij de hand. Duizenden wadvogels komen steeds dichterbij terwijl ze de hoogwaterlijn volgen richting de kust (route 2, 8, 10, 13, 15, 18, 22, 26, 27 en Peazumerlannen; pag. 315). 3 - Winterstruintocht over de kwelder Verre einder, lage avondzon of donkere wolken en dan je weg zoeken tussen de geulen en de prielen. In de schemer scheert er een velduil voorbij. Kleed je warm aan, ga in de winter de kwelder op en beleef de ultieme oernatuur (route 41, 21, 23 en de Hon; op pag. 255). 4 - Zeehonden kijken, vanaf land, ter zee of in de opvang Stap op een boot en vaar naar een van de zandbanken waar de toppredator van de Waddenzee zich uitstekend laat bekijken (zie pag. 350).

10


INTRODUCTIE 5 - Ganzen in de winter Zie duizenden en duizenden ganzen aan je voorbij trekken. De enorme aantallen die Noord-Nederland in de winter aandoen behoren tot Europa’s meest indrukwekkende vogelspektakels (route 1, 10, 15, 22, 23 en 24). 6 - Orchideeën kijken in de duinvalleien Laat je verrassen door de massa’s wilde orchideeën (en vele andere bijzondere plantensoorten) in de duinvalleien en rond het Lauwersmeer (route 2, 5, 9, 10, 11, 12, 13, 18, 19, 24 en 25). 7 - Zalig voorjaarsduin Geniet van de uitbundigheid van het duin in het voorjaar, wanneer de meidoorns, vlieren en duinrozen bloeien en de blauwborsten en nachtegalen zingen bij de duinplassen (route 2, 5, 7, 10, 15, 16, 18 en 19). 8 - Het groene en het witte strand Maak een eindeloze wandeling over de vrijwel lege stranden. Die van de Waddeneilanden behoren tot de breedste, stilste en schoonste van ons continent. Uniek zijn de groene stranden onderlangs de duinen (route 2, 7, 8, 11, 15, 16, 18 en 19).

11


INTRODUCTIE 9 - Monumentale dorpen – de eilandercultuur Snuif de eilandercultuur op, met alle juttersparafernalia, de fantastische eilandverhalen, de bruine kroegen, de bittertjes en de cranberries (o.a. route 1, 9, 10, 15 en 18). 10 - Terpen bezoeken Het viel de Romeinen al op dat de Waddenbewoners zich beschermden tegen het hoge water door hun huizen op zelf opgeworpen heuvels te bouwen – de terpen of wierden. Bezoek een van de verstilde terpdorpen in het Friese of Groninger land, waar de tijd lijkt stil te staan (route 23 en 24). 11 - Eendenkooi bezoeken Ga mee op excursie naar een eendenkooi. Net als de terpen zijn de eendenkooien een bijzonder en uniek cultuurgoed van het Nederlandse Waddengebied (route 7, 10, 26 en pag. 347). 12 - De Afsluitdijk Bezoek de Afsluitdijk, een van de waterwerkhoogstandjes van ons land, die zoveel gevolgen heeft gehad voor natuur en cultuur van zowel het Wadden- als IJsselmeergebied. In de winter is het een geweldige plek om vogels te kijken (zie pag. 314).

12


INTRODUCTIE 13 - Het akkerland en de opstrekpolders Pak de fiets en bekijk de schier eindeloze graanpolders in Noordoost-Groningen, met hun slaperdijken, statige herenboerderijen en rijke akkervogelwereld (route 26 en 28).

14 - Wadden- of Noordzeetocht Laat jezelf droogvallen op het eindeloze wad of ga met een visser mee zeevogels kijken op de Noordzee (zie pag. 353 en 355). 15 - Op deltahoogte Maak een fietstocht langs de Waddendijk, zigzaggend om de schapen heen en uitkijkend over de weidse zee en polder met hun weide- en wadvogels (route 1, 10, 15, 18, 22, 23, 26, 27 en 28). 16 - Blikkerend parelmoer – vlinders van de zomer Geniet in juni en juli van de vlinderpracht van de eilandduinen, waar heivlinders, groentjes, kommavlinders en maar liefst vier soorten parelmoervlinders strijden om de aandacht (route 2, 5, 6, 7, 9, 10, 12, 17, 18 en 19).

13


TITEL HOOFDSTUK

14


LANDSCHAP Juli 2017. Juffrouw Loes van de basisschool van Schiermonnikoog neemt afscheid. Luid toeterend gaat het door de straten: de politieauto van het eiland voorop, dan de trekkers met de kinderen en de juf op de kar. De Arriva-bus met zijn claxon als een tuba sluit de rij. Wat een belevenis, wat een feest. De kinderen zwaaien naar de mensen langs de straat en ik betrap mezelf erop dat ik sta terug te zwaaien. Het is tenslotte niet niks dat Juffrouw Loes afscheid neemt. Ga ik vanuit tenminste. Ik ben koud een halve dag op het eiland en had nog nooit van juffrouw Loes gehoord. Het is dat ik de posters zag met de vriendelijk lachende dame bij de Spar in het dorp. Vlak daarvoor liep ik langs het basisschooltje en daar drong de gedachte meteen aan me op: hoe zou dat zijn, op een school werken op een eiland met amper 1000 zielen? En prompt ontstaat daar een beeld van – een gemeenschap waarin iedereen een geschiedenis met elkaar deelt in dat knusse dorp, midden in dat grootse landschap van duinen met daaromheen de eindeloze kwelders die oplossen in een ruige zee. Dat is, naar mijn idee, het eilandgevoel. Ondefinieerbaar maar voor iedere eilandbezoeker herkenbaar. De Wadden gaan direct onder je huid zitten. Overal hangt de geschiedenis, de jaren van kleine gemeenschappen temidden van de ruige, prachtige natuur waar je je meteen onderdeel van voelt. Het zit in de oude dorpshuizen en in de namen – vreemde, met verhalen beladen namen als de Koffijbonenplaat, de Fonteinsnol, Dodemanskisten en de Banck’s Polder. Je vindt het in de bruine café’s met een interieur vol vissersromantiek, waar je het gevoel thuis te komen al hebt op het moment dat je voor het eerst een voet over de drempel zet. Allemaal onzin natuurlijk. Die duizend Schiermonnikogers (nuchtere Friezen bovendien) worden jaarlijks overstelpt met zo’n 280.000 eilandgevoelnajagers. Maar dat geeft niet, het eilandgevoel is niets anders dan je reinste romantiek. Dit waddengevoel, samen met de overweldigende, weidse natuur, maakt ‘de kroon van Nederland’ zo bijzonder. Het maakt dat je er keer op keer weer terug wilt komen. Dit boek gaat over het landschap, de natuur, het verleden en heden van het Waddengebied. Samen met de beheerders heb ik geprobeerd het te vangen in achtergrondverhalen en wandel- en fietstochten. Met dit boek zul je de bijzondere vogelsoorten kunnen vinden, net als de orchideeën, de vlinders en de zeehonden. Je komt op plekken met een unieke ontstaansgeschiedenis en ecologie. Daarbij overvalt je op een goed moment, zo ergens tussen de bloeiende lamsoorvelden en de gulle lach van Loes, ongetwijfeld ook dat mythische waddengevoel.

Het brede zandstrand op de noordpunt van Texel (route 6).

15


DE WADDEN IN VOGELVLUCHT

DE WADDEN IN VOGELVLUCHT Voor je ligt de natuurgids van het Waddengebied. Hij beslaat – uiteraard – alle Nederlandse Waddeneilanden, de Waddenzee en de kustzone van de vaste wal. Daarmee is deze gids incompleet. Hij houdt namelijk op bij de Duitse grens wat betekent dat hij maar een derde beschrijft van de 500 kilometer die het Waddengebied lang is (gemeten langs een lijn van Den Helder over de Waddeneilanden naar Esbjerg in Denemarken, waar het vasteland weer bereikt wordt). In het gehele gebied liggen 25 bewoonde eilanden, waarvan slechts 5 in Nederland. Daarnaast is er nog een flink aantal onbewoonde eilanden. Hoeveel is moeilijk te zeggen, want als ergens de grens tussen land en zee vaag is, dan is het wel in het Waddengebied. De Waddenzee is het grootste aaneengesloten, min of meer intacte getijdenmoeras van zijn soort in de wereld. Een werelderfgoed dus, in 2009 als dusdanig erkend door UNESCO. Veel te groot om in één praktisch boek te vatten. Daarom richt dit boek zich op het Nederlandse deel. Ook dat is lastig te begrenzen. Alle Nederlandse Waddeneilanden horen erbij natuurlijk, met hun prachtige duingebieden, groene polders en ruige kwelders. De Waddenzee zelf, met zijn zand- en slikplaten en geulen en de weidse kwelders, is ook onderdeel van dit boek, evenals de moerassen en polders van de Waddenkust. De grens van het gebied in de provincie is wat diffuus. In Noord-Holland valt Den Helder en Huisduinen eronder, het Balgzand en het voormalige eiland Wieringen. De Afsluitdijk vormt de grens van het gebied dat deze gids bestrijkt en wat

N oordzee

16

Terschelling 10

12

13

14

8 6

Waddenzee 1

4 3 2

Overzicht van het Waddengebied met ligging van de routes (pag. 167 en verder).

16

N o o rd e rhaaks

G ri e n d

Leeuwarden Franeker

5

Texel

Richel

Den Helder 22

ijk td ui l s Af IJsselmeer Den Oever

Wieringen

17

23

9 7

15

Holwerd

11

Vlieland

Ameland

Harlingen


DE WADDEN IN VOGELVLUCHT

UNESCO WERELDERFGOED In 2009 is de Waddenzee van Nederland en Duitsland door UNESCO uitgeroepen tot werelderfgoed. In 2014 kwam daar het Deense gedeelte nog bij waardoor er nu met recht gesproken kan worden van één Waddenzee, één Werelderfgoed. Dit is een fantastische opsteker voor iedereen die de Waddenzee een warm hart toedraagt. Hoewel de erfgoedstatus geen formele bescherming met zich meebrengt, is de erkenning van het belang van het gebied goud waard. De Waddenzee staat hiermee in het rijtje van de Amerikaanse Grand Canyon, de Great Barrier Reef en de Amazone – een lijst van minder dan 200 natuurgebieden wereldwijd (de overige 800 UNESCO werelderfgoederen zijn cultureel erfgoed). De Waddenzee heeft de erfgoedstatus gekregen omdat het ‘onvervangbaar en uniek voor de wereld is. Zo bijzonder, dat het behouden moet blijven voor de toekomst’, aldus de Werelderfgoedorganisatie. Die prijst het Waddengebied om drie redenen. Allereerst is dit het grootste aaneengesloten getijdegebied ter wereld en is het van onschatbare waarde voor trekvogels. Ten tweede is het gebied bijzonder vanwege de natuurlijke dynamiek van getijden, erosie en sedimentatie. Tenslotte is het uitzonderlijk dat het geologisch zo jong is en zich continue via natuurlijke processen vernieuwt. Nederland, Duitsland en Denemarken hebben ervoor getekend deze kernwaarden, zoals geformuleerd door UNESCO, in stand te houden en zo dit erfgoed voor de wereld te behouden. betreft de vastelandskust van Friesland en Groningen is gekozen voor de natuurgebieden en het cultuurland dat een directe (historische) link met de Waddenzee heeft. Dit zijn de stadjes en dijk- en terpdorpen van Friesland en Groningen, de buitendijks gelegen kwelders, maar ook het Lauwersmeer- en Dollardgebied. De noordelijke begrenzing is uiteraard de Noordzee, waarvan ik de ondiepe kustzone ook meeneem. R o ttu m e rp l a at

Schiermonnikoog Rif

20 18 19

21

25 Lauwersmeer

R o ttu m e ro o g Zu i d e rd u i n e n

S i m o n sza n d

Eemshaven

26 Uithuizen

24

Delfzijl

Dokkum

Eems

27 Dollard

28

Groningen

Oldambt Blauwe Stad

17


LANDSCHAP VAN HET WADDENGEBIED

LANDSCHAP VAN HET WADDENGEBIED

NW ZO

Noordzee en strand

duinen en duinvalleien

NOORDZEE, STRAND EN ZANDPLATEN Waar: Langs de gehele noord-, west- en oostrand van de eilanden. Routes: 2, 6, 11, 14, 15, 16, 19 Pagina: 30 Landschap: Ondiepe kust met veel zand en een ruige branding. Brede stranden met poelen en embryonale duintjes. Natuur: Arm aan soorten, maar hoge aantallen: vooral zeevogels, zeehonden en allerlei schelpdieren. Onder water een sterke stroom met voedselrijk water en veel vis.

28

De eilanden, hoewel in detail allemaal verschillend, hebben grotendeels dezelfde indeling van landschappen. Daar zorgt het strikte regime van zout en zoet water, nat en droog, zand en klei wel voor. Het Waddenlandschap laat zich dan ook lezen als een boek. In de volgende hoofdstukken beschrijf ik het Waddengebied als een chirurgische dwarsdoorsnede. Je zwemt door de kustzone van de

de polder

DE DUINEN Waar: Bij Den Helder en op alle eilanden in een brede strook langs de west- en noordkant. Een variant ook bij Lauwersoog. Routes: 2, 5, 7, 8, 10, 11, 12, 15, 16, 17, 18, 19, 20, Huisduinen (pag. 312). Pagina: 36 Landschap: Jonge duinen met helm en open zand, oude duinen met grasland, korstmos, heide en bos. Groot verschil tussen kalkrijke en kalkarme duinen. Natuur: Rijk aan met name bloemen en vlinders. Geleidelijke overgang van kalkrijke natuur bij zee naar kalkarme natuur bij de binnenduinrand.

de kwelder

POLDERS OP DE EILANDEN Waar: Op alle voor het publiek toegankelijke eilanden, behalve Vlieland. Routes: 1, 4, 10, 15, 18. Pagina: 49 Landschap: Besloten tuinen en lanen, uitgestrekte open polders, eendenkooien, windsingels, zoetwaterkreken, plassen en moerassen. Natuur: Belangrijke broedgebieden voor weidevogels en vele duizenden ganzen in de winter. De moerasgebieden en eendenkooien zijn ook rijk aan vogels, waaronder trekvogels en wadvogels tijdens hoogwater.


LANDSCHAP VAN HET WADDENGEBIED

Noordzee naar het strand, klautert de zeereep over, doorkruist de jonge en de oude duinen. Via het dorp loop je, wind in het gezicht, door de polder, steekt de dijk over en plasdrast je een weg door de zompige kwelder tot de rand van de Waddenzee. Een laatste blik achterom en dan loop je van plaat tot plaat tot aan het vasteland, waar je de dijk weer oversteekt en de polders, de oude kreken, de terpen en het akkerland van de vroegere kwelders doorkruist, tot je, moe maar verrijkt, ongeveer uitkomt bij het dorpje Hongerige Wolf‌

het wad

DE KWELDER Waar: De oostpunten van Ameland, Terschelling en Schiermonnikoog en lokaal op Texel en Vlieland. Ook brede stroken langs de Friese en Groningse waddenkust en de Dollard. Routes: 1, 13, 14, 17, 21, 23, 26, 27, 28 de Hon (pag. 255), kwelders van Paesens en Pieterburen (pag. 315-316). Pagina: 57 Landschap: Spectaculaire weidse prairies met wilde kreken en velden van zoutminnende planten. Natuur: Prachtige overgangen van zoute naar brakke graslanden, ieder met een eigen flora en fauna. Belangrijke broedplekken voor vogels, hoogwatervluchtplaatsen voor wadvogels en veel roofvogels.

de kwelder

WADDENZEE Waar: De gehele zone tussen de eilanden en het vasteland. Het smallere, oostelijke deel heeft de meeste droogvallende platen. Het westelijke deel is dieper. Routes: 1, 7, 8, 9, 10, 13, 14, 15, 17, 18, 22, 23, 26, 27, 28; wadlopen (zie pag. 350). Pagina: 63 Landschap: Kreken, slikken, zand en modderplaten, oester- en mosselbanken en velden met zeegras. Natuur: Beroemd om zijn miljoenen vogels die met name in de winter en de trektijd (begin augustus tot eind mei) voedsel zoeken op de droogvallende platen. Kiezelwieren en schelpdieren zijn de motor van het ecosysteem.

de waddenkust van het vasteland

POLDERS, MOERASSEN EN KWELDERS OP HET VASTELAND Waar: In een strook van Den Helder tot Bad Nieuweschans. Routes: 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28 en alle gebieden op pag. 312 tot 317. Pagina: 73 Landschap: Weids en divers – met oude polders, kwelders, grote akkerbouwgebieden, moerassige rietgebieden in voormalige riviermondingen en kreken. Rijke terp- en visserijgeschiedenis. Natuur: Rietmoerassen, kwelders en sommige polders zijn rijk aan vogels. Het Lauwersmeer, de akkerbouwgebieden van Noordoost-Groningen en de getijdebaai van de Dollard behoren tot de belangrijkste vogelgebieden van ons land.

29


DUINEN EN DUINVALLEIEN DUINEN EN DUINVALLEIEN Een groot deel van het eilandoppervlak is bedekt met duinen. Dit is bij uitstek het terrein voor lange wandelingen. Hoe klein het eiland ook is, zigzaggend tussen de grazige bulten en op DUINEN EN DUINVALLEIEN IN HET KORT en neer over de zandige ruggen ben je als snel je richRoutes: 2, 5, 7, 8, 10, 11, 12, 15, 16, 17, 18, tingsgevoel kwijt – een schelpenpad is je gids door een 19, 20 doolhof van bloemrijke hellingen, heidevelden en struweLandschap: Zeereep, grazige duinen, len. Onderweg is de flora en fauna als een goedgevulde duinheiden, kalkrijke duinvalleien, kalkarme grabbelton: een duinvallei met een blauwborst, struikgeduinvalleien, duinbossen. was met een nachtegaal, langs het pad vliegt een duinTopgebieden: De Kreeftepolder, Bolle Kamer, parelmoervlinder op. Om het hoekje sta ineens tot aan je De Muy en de Nederlanden (Texel), Meewenknieën tussen de wilde orchideeën. duinen, Vallei van het Veen (Vlieland), NoordsDe duinen zijn een ‘hotspot’ van wilde planten en dieren. vaarder, Koegelwieck, Hoornse Bos (TerschelMaar liefst 75% van de Nederlandse flora is te vinden in ling), Lange Duinen, Zwanewaterduinen, Het de duinen (hoewel niet al die soorten ook in de WaddenOerd (Ameland), Westerduinen, Kapenglop, duinen voorkomen). Dat gevoel van rijkdom klopt dus. De Kobbeduinen (Schiermonnikoog), Huisduinen willekeur van de grabbelton niet. In werkelijkheid is het (Den Helder). duin juist een van de meest gestructureerde landschapBijzonderheden: pen van ons land. Zoals de vegetatie in de Alpen zich • Grote diversiteit aan planten en dieren. langs hoogtezones organiseert, zo is ook het duingebied • Duinvalleien met veel orchideeën en vlinders. een landschap in fasen. Als je van de zeereep in een • Dynamiek van in- en uitstuiven van duinen is rechte lijn naar de polder zou lopen (en dat kan op een de motor van het ecosysteem. aantal plekken – perfect is bijvoorbeeld route 2 op Texel en route 19 op Schiermonnikoog), dan kom je een aantal SOORTEN specifieke ecosystemen tegen, waar iedere plant en ieder konijn dier zijn eigen plek heeft. kneu, spotvogel, blauwborst, tapuit, blauwe Zo’n ‘ideale’ tocht van strand tot binnenduinrand heeft kiekendief wat weg van een tijdreis. De zeereep (de aan het strand zandhagedis, rugstreeppad gelegen duinenrij) is nog maar net ontstaan, wild, en nog groentje, kleine parelmoervlinder, duinniet in vormen vastgelegd. Waar vandaag een helmpol parelmoervlinder, grote parelmoervlinder, groeit, ligt volgend jaar een stuifkuil. De binnenduinrand heivlinder is juist volledig tot rust gekomen. Je loopt er in de berietorchis, groenknolorchis, gevlekte schutting van bossen en struiken. orchis, vleeskleurige orchis, Spaanse ruiter, duinviooltje, scherpe fijnstraal, duinroosje, cranberry en nog veel meer.

Wandelen langs de zeereep

38


DUINEN EN DUINVALLEIEN KALK, WATER EN WIND De natuurtijdreis wordt niet zozeer gemeten in jaren, maar in kalk. Kalk is van groot belang voor de vegetatie die op een bepaalde plek kan groeien. Van nature heeft het zand op de Waddeneilanden een vrij laag kalkgehalte (in tegenstelling tot de duinen van de Zeeuwse en Hollandse kust; zie pag. 23), maar door het jonge duinzand zit genoeg schelpengruis gemengd om het kalkminnaars naar de zin te maken. In de loop van jaren lost regenwater het aanwezige kalk in het zand op en spoelt het uit. Een ecologische osteoporose slaat toe. Waar de jonge duinen en duinvalleien aan zee nog begroeid zijn met fris, fier en buigzaam helmgras, vind je een kilometer of wat landinwaarts het oude zure duin, waar de broze heidestruikjes knappen onder je schoenen en waar kromgetrokken berken samenscholen in de valleien. Duinen zijn cruciaal voor de eilanden als zoetwaterreservoir. Diep onder de duinen ligt uiteraard zout grondwater, afkomstig van de zee. Maar doordat de duinen hoog opgetast liggen boven het zeewaterpeil en het zand bovendien poreus is, zakt het regenwater weg en hoopt het zich op in het binnenste van het duin. Het zoete water mengt zich vrijwel niet met het onderliggende zeewater. Het neerslagoverschot van ons land (er valt meer regen dan dat er water verdampt) zorgt ervoor dat het zeewater door het regenwater diep de ondergrond in geduwd wordt. Er ontstaat een ‘zoetwaterbel’ (zie illustratie hieronder). In natte duinvalleien komt het zoete water zelfs boven de grond te liggen. Sommige valleien zijn door de mens gegraven, maar veel zijn natuurlijk. Wanneer de wind grip krijgt op open zand, dan stuift het weg en ontstaat er een vallei. Vaak gaat deze ‘uitstuiving’ door tot aan het grondwater. Er ontstaat dan een vochtige duinvallei. Nat zand stuift niet, dus het proces stopt zodra het grondwater is bereikt. Maar het grondwaterpeil in het poreuze zand fluctueert nogal van jaar tot jaar. Gedurende droge zomers verdampt er veel water en komt het peil lager te liggen. Dan start ook het uitstuiven weer op, waardoor de vallei dieper wordt om vervolgens in natte jaren weer onder te lopen. Ook stijgt het grondwater naarmate de

N o o rdze e zeereep kalkrijk kwelwater

Wa d d e nze e kalkarm kwelwater ter wa er nd wat o r g ond r et zo u t g zo

zout kwelwater

Zeemelkdistel

Waterhuishouding van het duin in een notendop. Het zoete regenwater drukt het zoute grondwater naar beneden. Alleen aan de Waddenkant wil er nog wel eens zout grondwater (kwel) aan de oppervlakte komen. In de jonge duinen dicht bij de Noordzee zit vrij veel schelpengruis in het zand, waardoor het rijk is aan kalk. Daarom vind je kalkrijke duinvalleien meestal dicht bij de zeereep en de kalkarme verder het binnenland in.

39


DE POLDER

Gevlekte orchissen in een nat hooiland aan de binnenduinrand

Alarmerende kievit boven het nest

52

polder voedselrijke landbouwgrond zou worden. Weg met de hobbels en bobbels, het continu opwellende water op de ene plek en de zoute kwel op de ander. Dat is een heel eind gelukt, maar toch is er altijd iets van de oude gradiënt zichtbaar gebleven. Het polderland dicht bij de duinen heeft soms nog het enigszins hobbelige karakter afkomstig van ingeblazen duinzand: het nollenlandschap heet dit. Ook komt op verschillende plekken nog kwelwater omhoog vanonder de duinen. Hier liggen natte graslandjes, die van oudsher vol staan met bloemen en omzoomd zijn met elzensingels. Op Terschelling vind je zulke percelen nog bij de Kooibosjes bij Hee (pag. 238), op Ameland bij de natuurcamping Middelpôlle. Op Texel zijn de graslanden voor het bezoekerscentrum Ecomare briljant – het lijken wel orchideeënfabrieken, met in juni tienduizenden gevlekte orchissen die hier de velden roze kleuren. Dieper de polder in neemt de invloed van zoet kwelwater af, maar dat van zout toe. Via sloten en slootjes wordt het zoete water afgevoerd richting de Waddenzee. Die sloten hebben niet zelden ook een aantrekkelijke plantengroei, met zwanenbloemen, pijlkruid en kikkerbeet. Daar waar kwelwater uittreedt zijn vaak dotterbloemen te vinden in het vroege voorjaar. De groene weilanden zijn voedselrijk en sappig – ideaal voor vee en als hooiland. Ook zijn het belangrijke graasgronden voor ganzen en eenden in de winter. Met name smienten, brand- en rotganzen zijn hier niet zelden met duizenden tegelijk te vinden. In mindere mate zitten hier ook wel kolganzen en grauwe ganzen bij. Tel daarbij op de grote groepen kieviten, goudplevieren en wulpen en het beeld van de polder als vogelgebied is duidelijk. Overigens komen al die vogels niet alleen op het groene gras af. In het geval van de steltlopers zijn wormen en emelten het doelwit. De polder is daarnaast ook gewoon de plek om even een droge poot te halen en een dutje te doen in afwachting van het droogvallen van de wadplaten. Dichter bij de Waddendijk verandert de polder weer (subtiel) van karakter. Dit is het gebied dat het meest recent is gewonnen op de Waddenzee. De invloed van zoute kwel is hier het grootst. Ook is deze grond vaak wat natter, omdat het zo laag ligt. Deze hooilanden zijn voor de landbouw niet optimaal, maar staan wel vol met bloemen. Een zee van lichtroze pinksterbloemen in het voorjaar, lokaal ook met Engels gras en in de zomer met de rood-roze gloed van de rode ogentroost: dat zijn de mielanden. Mielanden hebben lokaal ook een rijke flora. Op Texel groeien hier de zeer zeldzaam geworden harlekijnorchis, de brede orchis en de rietorchis. De natte hooiland zijn de beste plekken voor de weidevogels. Vanaf half april tot ongeveer half juni hoor je hier overal de grutto’s en de tureluurs. Ook zijn het opnieuw mooie plekken voor de flora. Mielanden beperken zich niet alleen tot de zone langs de waddendijk. Op eilanden waar het oude krekenpatroon nog mooi zichtbaar is in de polder (met name op Texel, Terschelling en Ameland), vind je dit soort hooilanden als een slingerend lint het binnenland in. Op de fietsroutes op Texel (route 1 en 4) is dit prachtig te zien.


DE POLDER DIJKEN, WIELEN EN AFGESLOTEN ZEEARMEN De meest Hollandse aller uitvindingen, de dijk, scheidt het geciviliseerde land van de waterwildernis erachter. Het moment waarop je een dijk op fietst is altijd weer even spannend – de lage wal beneemt je het zicht, alleen de geluiden van de vogels geven iets weg van het landschap dat zich zal ontvouwen als je eenmaal bovenop staat. Dankzij de dijkhoogte heb je een perfect overzicht over het omliggende platteland – een uitzicht dat zo zalig is dat je bijkans een bijzonder ecosysteem van het Waddengebied over het hoofd ziet: de dijk zelf. Dijken zijn niet alleen afscheidingen, ze zijn ook van grote ecologische en cultuurhistorische waarde. Het materiaal dat gebruikt is en het afwijkende maai- en begrazingsregime maakt ze tot linten van bijzondere plantengroei, waarbij iedere dijk zijn eigen verhaal vertelt. Daarnaast hebben ze zonnige en schaduwrijke delen, alsook winderige en luwe – ieder met eigen soorten. Veel dijken zijn begroeid met planten die veel nectar herbergen, waardoor je er, als de wind niet al te bar is, een grote hoeveelheid vlinders, bijen, hommels en andere insecten tegenkomt. Dijken moet je historisch benaderen. Op veel plekken op het vasteland, Texel en Terschelling, steek je op je tocht naar de zee meerdere dijken over. Die in het binnenland, dicht bij de dorpen, zijn de oudste en laagste, die aan de kust zijn hoog. De alleroudste dijken dateren uit de 12e of 13e eeuw, maar daar is weinig tot niets van terug te vinden. De historische dijken liggen nu midden in de polder, maar toen ze aangelegd werden,

Zwanenbloem

Oude slenk op Texel

53


DE POLDER

Brede ereprijs op de dijk van Schiermonnikoog – meegekomen uit het rivierengebied met zand voor de dijkversterking.

54

vormden ze de zeewering. Ze braken geregeld en als dat gebeurde, stroomde het water met kracht het achterland in en spoelde daarmee een deel van de poldergrond weg. Deze min of meer ronde gaten heten wielen (of kolken of, op Texel, walen). De randen groeiden in de loop van tijd dicht met rietmoeras. De dijk werd simpelweg om het wiel gelegd. Het litteken van de overstroming werd zo toch nog een klein natuurmonument, waar moerasvogels broeden en ’s winters eenden en ganzen zitten. Een mooi voorbeeld is het Formerumer Wiel op Terschelling (route 10). Hetzelfde geldt voor de oude kweldergeulen die door de dijken zijn afgesloten. Ze verzoetten langzaam en een brede rietkraag begon zich om de geul te ontwikkelen. Veel geulen zijn rechtgetrokken, maar de oorspronkelijke vorm is toch nog vaak terug te vinden. Zoals bij de Roggesloot bij De Cocksdorp op Texel (route 1). En op hetzelfde eiland de geul die door Polder Waalenburg naar de Bol loopt (route 1 en 4). Op Terschelling zie je nog de oude slenk terug die Formerum en Midsland scheidde en op Ameland de geul tussen Hollum en Ballum en die ten westen van Nes. De moerassige oevers en plasdrasweides zijn rijk aan vogels. Na de watersnoodramp van 1953 zijn alle zeedijken naar één niveau gebracht, – de deltahoogte. En stevig zijn ze ook, doordat de voet van de dijk is vastgelegd met basaltblokken. Basalt is ondanks zijn geometrische vormen een natuurlijk gesteente – het is lava dat door stolling zijn vorm heeft gekregen. Met de basaltdijken heeft ons land er een


DE POLDER on-Nederlands ecosysteem bijgekregen. Een rotskust op een plek waar van nature nooit een rotskust te vinden zou zijn. De basaltglooiing onderaan de waddendijk en op de pieren waar boten aanmeren vormen een uniek milieu dat nog het meeste lijkt op de oester- en mosselbanken in de Waddenzee. Op het harde steensubstraat hechten zich allerlei schelpdieren en tussen het basalt huizen krabben. Ook planten van klifkusten zijn hier te vinden, zoals de zeevenkel en de zeekool. En tenslotte vogels. Oeverpiepers, paarse strandlopers, scholeksters en steenlopers zijn veel langs de stenen dijken te vinden, met name in de winter. EENDENKOOIEN Eendenkooien intrigeren. Alleen al de vorm op de kaart – groene vierkantjes met daarin een watertje in de vorm van een roggenei-kapsel. Curieus en opvallend. Maar eenmaal in het veld vallen ze juist totaal niet op. Gewoon een bosje met verwaaide elzen die versmelten met de horizon. De kooi zelf zie je niet. En dat is ook precies de bedoeling. Eendenkooien zijn aangelegd als een oase van rustig zoet water, volledig onttrokken aan het zicht. Ideaal voor schuwe eenden, die zich er veilig wanen. De wilde eenden worden gemakkelijk gelokt, want er dobberen al soortgenoten op de plas… De rest van het verhaal is bekend – de eend eindigt in de pot, zoals dat hoort in een goed jachtverhaal. Eendenkooien waren vooral op de eilanden, waar vers vlees een zeldzaamheid was, een belangrijk middel om het dieet aan te vullen. Ze passen dan ook in de rij van dijken, terpen en molens: klassiek Nederlandse landschapselementen. In aangrenzend Duitsland, Vlaanderen, West-Frankrijk en Engeland vind je eendenkooien naar Nederlands model. Naar alle waarschijnlijkheid is het principe door de Friezen in het buitenland geïntroduceerd. Van Engeland is dat vrijwel zeker – het Engelse woord ‘decoy’ (een afleidingsobject) zou een letterlijke verbastering zijn van ‘de kooi’. De vangst met de eendenkooi is een heel vernuftige jachtmethode. Niet alleen zijn de kooien beschutte plekken en worden er tamme lokeenden gebruikt om de wilde eenden te vangen. Er is ook een bijzonder systeem van vangarmen opgetuigd om de wilde te vangen zonder de tamme te doden. Het vangen van de eenden gebeurt aan de hand van vier kanaaltjes – de ‘pijpen’ of ‘vangarmen’. Al naar gelang de wind wordt er één gekozen. Ze zijn aan het zicht onttrokken door kierende schermen. De kooiker stapt tussen de kieren, onzichtbaar voor de eenden, en gooit voer in het kanaaltje. Wilde eenden zouden, schuchter als ze zijn, hier nooit op afkomen, maar de tamme kennen de procedure en zwemmen de pijp in voor het voedsel. Goed voorbeeld doet goed volgen en de wilde komen na. Scherm voor scherm lokt de kooiker de eenden verder in de pijp, die een bocht maakt waardoor op een goed moment de dieren de kooiplas zelf niet meer kunnen zien. Pas op dat moment laat de kooiker zich zien, waarop de wilde eenden in paniek verder de pijp inzwemmen waar ze in de val zitten. In ons land liggen de grote concentraties eendenkooienMandarijneenden in het rivierengebied, het Fries-Overijsselse veenweidegebied en op de Wadden, waar er van de oorspronkelijk 142 bekende kooien nu nog 29 over zijn. De oudste dateren uit de middeleeuwen. De meeste kooien zijn vandaag de dag verlaten, maar in sommige wordt nog actief gevangen. Vaak voor onderzoek, maar soms belandt er nog weleens een eendje in de pan.

55


HET WAD

Japanse oester

Wadleven op en in de slikplaat 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12

68

strandkokerworm wadpier platte slijkgaper nonnetje strandgaper slijkgarnaal (vergroot) kokkel mossel alikruik wadslakje (vergroot) zeegras kanoet

DROOGVALLENDE WADPLATEN Een wadplaat lijkt, afgezien van de vogels die erop zitten, een dode plak blubber waar niets op leeft. Het vergt dan ook wat voorstellingsvermogen om hier het op één na productiefste ecosysteem ter wereld in te zien. Want dat is het – na het tropisch regenwoud ontstaat er, in gewicht gemeten, nergens zoveel leven per jaar als in droogvallende wadplaten. Je ziet hier niet veel van omdat het leven zich voor een belangrijk gedeelte in het slik bevindt en niet erop. Verborgen in de dikke blubber zitten ontelbaar veel schelpdieren. Je hebt er een priemvormig snaveltje voor nodig om ze te vinden. Zoals die van een kanoet, een bonte strandloper of een rosse grutto. Met een slurf (sifo) houden schelpdieren contact met het zeewater, dat ze opzuigen, waarna ze de voedingsstoffen eruit filteren en vervolgens terug in zee spuiten. Het gaat maar om een paar soorten, waaronder nonnetjes, kokkels, Amerikaanse zwaardschedes, strandgapers en slijkgapers (zie pag. 149). De ene soort heeft een langere sifo dan de andere, dus vaak zijn er meerdere verdiepingen van de wadplaat bewoond. De dichtheden waarin ze voorkomen liegen er niet om. Het gaat voor sommige soorten om wel duizenden dieren op een vierkante meter. Het wadslakje (Hydrobia ulvae) spant de kroon. Op de drukst bevolkte plekken zijn er wel 300.000 per vierkante meter geteld. Wadslakjes leven overigens op het wad en niet erin. Stap maar eens de Waddenzee op; op slikkige bodems zie je er massa’s van (bijvoorbeeld bij het wandelpad onderlangs Het Oerd en Nieuwlandsreid op Ameland). Al deze dieren leven niet van de lucht of van het schone zeewater. Lange tijd is gedacht dat de voedingstoffen uit de rivieren die de Waddenzee instromen de belangrijkste voedselbron was voor eencelligen waarvan op hun beurt de schelpdieren leven. Maar het wordt steeds duidelijker dat het overgrote deel van de biomassa (de hoeveelheid levend materiaal, gemeten in gewicht) ter plekke door kiezelwieren (diatomeeën) worden gevormd, die leven op de droogvallende wadplaten en energie van de zon invangen. De wadplaten worden dan ook wel de zonnepanelen van de Waddenzee genoemd. De minuscule eencellige wieren maken van kiezel een doorzichtig bouwwerkje, een soort glazen

12

7

10 6

4

10 cm

Zand

9

8

1

20 cm

11

3 2

5

Slib


HET WAD huis. Kiezelwieren zijn soms maar 0,005 mm groot en zelfs forse jongens meten niet meer dan een bescheiden 0,3 mm. Pas als ze kolonies gaan vormen zijn ze (met moeite) met het blote oog te zien. In de loop van de lente, als de zon gaat schijnen, groeit het aantal kiezelwieren spectaculair. In de zomer zie je dat de moddervlaktes een groene zweem krijgen. Er zitten dan enkele miljoenen van deze diatomeeën op een vierkante centimeter. Die kiezelwieren zijn voedsel voor allerhande eencelligen, kreeftjes, heel veel schelpdieren en vissen, met name harders. En daar komen de vogels weer op af. Ook op zandplaten speelt het leven zich grotendeels in de bodem af. De dichtheid aan schelpdieren is hier alleen veel lager en het gaat om andere soorten. De wadvogels die van schelpdieren leven, zijn dus op de zandplaten minder goed af. Wel bevinden zich er grote hoeveelheden wadpieren en andere wormachtigen, waar met name vogels als rosse grutto’s en bonte strandlopers van profiteren. Dit verklaart ook meteen waarom natuurbeschermers zo bang zijn voor bodemdaling door gas- en vooral zoutwinning – de platen zakken onder water wat (waarschijnlijk) leidt tot extra zandaanvoer vanuit de Noordzee naar de Waddenzee (zie pag. 101). De vette slikplaten worden langzaam ‘overstoven’ met zand, wat schadelijk is voor de kwetsbare vogelsoorten die van schelpdieren afhankelijk zijn (zoals de kanoet). SCHELPENBANKEN EN ZEEGRASVELDEN Ondanks dit alles is de Waddenzee voor veel zeedieren helemaal geen gemakkelijke plek om te overleven. Die zachte prut die telkens maar wegspoelt. Geen zeewier kan er vaste grond vinden om aan te hechten, net zomin als zeeanemonen of schelpen die aan een harde bodem

Een vlucht kanoetstrandlopers

Rosse grutto

69


GESCHIEDENIS

Aangeplante dennenbossen

Stuifdijk bij de Noordsvaarder, Terschelling

88

BOSSEN EN STUIFDIJKEN – EILANDEN WORDEN VASTGELEGD Een fietstocht over een Waddeneiland – welke dan ook – brengt je vroeg of laat door heerlijke bossen. Geen ervan bestond al rond de eeuwwisseling van 19e naar de 20ste eeuw. Tot aan het begin van de 20ste eeuw nam de bevolking gestaag toe en daarmee ook de druk op de ruimte. Overbegrazing en houtkap maakten de eilanden kaal. Aan het einde van de 19e eeuw werd het probleem van het stuifzand aangepakt en wel op twee manieren. De zojuist in het leven geroepen organisatie Staatsbosbeheer had de opdracht om de duinen van de vier westelijke eilanden te bebossen en zo twee klappen ineens te slaan: het vastleggen van het duin en de productie van het zo nodige hout. Op Schiermonnikoog deed de eigenaar, de familie von Bernstorff hetzelfde. Er werd in eerste instantie geëxperimenteerd met de juiste boomsoort, waarbij zeeden en zwarte den als favorieten uit de bus kwamen (van die laatste werden twee ondersoorten, de Oostenrijkse en de Corsicaanse, beide geplant). Alle bossen op de eilanden, met uitzondering van de bosschages rondom eendenkooien en singels die als windvang dienden, stammen uit de laatste jaren van de 19e en de eerste helft van de 20ste eeuw. Aanplant van bos was lastig. Of de duinen waren te droog of te nat. Natte plekken werden ontwaterd door de aanleg van greppels. Deze zie je in de meeste bossen nog steeds terug. In de droge delen werden de dennen geplant in een bedje van turf, dat als spons de jonge boom van vocht moest voorzien. Vervolgens werd het geheel tegen verstuiving beschermd door er strooisel op te leggen. Voor de natuur was het in eerste instantie een verrijking. Een nieuw biotoop waar na verloop van jaren bosvogels gingen broeden en bijzondere planten tot bloei kwamen. In de loop van de 20ste eeuw kreeg de bosaanplant ook een schaduwrand. De dennen verdampten enorme hoeveelheden water, waardoor, samen met de toegenomen drinkwaterwinning en veranderde waterhuishouding, de duinen langzaam verdroogden. Aan het begin van de 20ste eeuw schaatsten de Terschellingers bijvoorbeeld van West naar Midsland via de duinplassen. Op het


GESCHIEDENIS klunen over een enkel duin na, kon de hele afstand nog per schaats worden afgelegd! TASTBAAR VERLEDEN: BOSSEN EN Om de verdamping tegen te gaan worden de bossen teSTUIFDIJKEN genwoordig omgevormd tot meer natuurlijke en minder Stuifdijken zijn op alle bewoonde Waddeneiwaterverslindende loofbossen. Toch blijven lokaal de landen aangelegd en hadden tot doel om overeenvormige dennenplantages nog staan – als historisch stromingen en afslag van het eiland vanaf de monument en als reservaat voor de bijzondere flora die Noordzee te voorkomen. De stuifdijken lijken erin voorkomt (zie pag. 156). op duinen, maar zijn rechter, gelijkmatiger en Niet alleen de wind, ook het water was een bedreiging doorgaans hoger dan natuurlijke duinen. Op voor de eilanden. Op sommige plekken groeit het eiland Texel vind je ze bij de Muy en Slufter (route 5), aan doordat de zee zand afzet, maar elders kalft het duin op Vlieland bij de Kroon’s Polders (route 8), op juist af. Texel en Ameland bestaan bovendien allemaal uit Terschelling bij de Noordsvaarder en Boschplaat meerdere kleinere eilanden die aan elkaar zijn gegroeid. (route 11 en 14), op Ameland bij de Môchdijk De ‘lasnaad’ tussen de oorspronkelijke delen is nog (pag. 256), het Zwanenwater (route 15) en het zwak. Zonder beschermende maatregelen zou springNieuwlandsreid (route 17) en op Schiermonniktij in combinatie met aanlandige wind nog wel eens het oog bij de kwelder (route 21). eiland in tweeën kunnen delen, met alle gevolgen van Alle eilanden hebben ook hun aanplantingsbosdien voor de bewoners. sen. Veel ervan zijn of worden nu omgevormd tot Al vanaf de 17e eeuw is men daarom begonnen om loofbos. De originele naaldbossen vind je onder stuifdijken aan te leggen. Het principe achter de stuifdijk andere nog bij de Fonteinsnol op Texel, De bosis eenvoudig en lijkt sterk op de landwinning in de Grosen rondom het dorp van Vlieland (route 9), het ningse en Friese vastelandskwelders: rijen van rijshout Hoornse Bos en langs de Longway op Terschelworden geplant die loodrecht op de windrichting staan. ling (route 10 en 11), het Kweekbos op Ameland Daarachter, in de luwte, hoopt het zand zich op. Hier en langs het Scheepstrapad op Schiermonnikwordt helmgras geplant, dat met zijn unieke eigenschap oog (route 18 en 20). om alsmaar te blijven groeien, het hoofd boven het zand houdt en tegelijkertijd steeds meer zand invangt. Een nieuw duin is geboren. Stuifdijken lijken dan ook in niets op de zeedijken aan de waddenkant. Op het eerste zicht zijn het gewoon duinen, maar ze staan in een lange, ononderbroken rij. De meeste hedendaagse stuifdijken zijn tussen 1910 en 1990 aangelegd of versterkt door Rijkswaterstaat. Ecologisch is de stuifdijk in alle opzichten een duin. De kans is dan ook groot dat je al vaker langs een stuifdijk bent gefietst en die altijd voor een duin hebt aangezien. Stuifdijken alleen waren niet genoeg. Alle eilanden hadden te maken met aangroei én afkalving van het duin. Het is een natuurlijk proces van de Waddeneilanden, maar dat maakt het niet altijd even aangenaam. Zeker niet wanneer je begin 20ste eeuw een badhotel runt in Nes, Ameland. De duinboog van Nes ligt precies op een plek waar de zeestroom de kustlijn erodeert. Met lede ogen moesten de Scheltema’s aanzien hoe de zee jaar naar jaar dichter bij hun badhotel kwam tot er in 1916 geen ontkomen meer aan was en het hele gevaarte in zee verdween. Kort erop bouwden ze een nieuw hotel, 600 meter landinwaarts. Het heeft er een kleine 50 jaar gestaan, tot de golven het opnieuw opeisten. Badpaviljoen Scheltema was niet het enige slachtoffer. In de loop der jaren zijn hele dorpen in zee verdwenen. In Duitsland hebben ze hierop een rigoureuze oplossing bedacht: de eilanden Borkum, Norderneye, Baltrum, Spiekerooge en Wangerooge

89


TITEL HOOFDSTUK

106


FLORA EN FAUNA

Niet alleen de bootreis, het landschap en typische eilanddorpjes, ook de waddenflora en -fauna geven je dat beroemde eilandgevoel. In het Waddengebied komen soorten voor die in de rest van Nederland zeldzaam of afwezig zijn. Soorten die je wel in het binnenland vindt, zien er hier vaak anders uit. Dat is niet verwonderlijk. Sommige ecosystemen zijn namelijk typisch voor de Wadden. De duinen en duinvalleien vind je uiteraard langs de hele kust, maar de kalkarme variant is uniek voor het Waddengebied en het bovendeel van Noord-Holland (zie pag. 23). Veel duinsoorten kom je alleen hier tegen. Ook de wadplaten en de kwelders vind je alleen in het Waddengebied en op kleinere schaal in Zeeland. Het klimaat draagt eveneens bij aan het waddenkarakter. De matigende invloed van de zee is voelbaar in het hele gebied. In de winter wordt het nooit echt zo koud als in het binnenland, want wind die over zee aan komt waaien wordt opgewarmd door het zeewater. In de zomer verkoelt de wind juist. Gek genoeg bevalt dit klimaat zowel planten en dieren die te boek staan als warmteminnend (dus zuidelijke soorten) als noordelijke koudeliefhebbers. In het Waddengebied ontmoeten soorten elkaar die in het binnenland strikt gescheiden zijn omdat de noordelijkste grens voor de zuiderlingen veel zuidelijker ligt dan de zuidgrens voor de noorderlingen. In de plantengroei is dit het beste te zien. Mediterrane soorten als verfbrem en gevlekt zonneroosje groeien op de eilanden net zozeer als de Scandinavische berendruif en kraaihei. Voor vogelliefhebbers is het voorkomen van dwergstern (zuidelijk) en noordse stern (noordelijk) een goed voorbeeld. Of kleine zilverreiger en eidereend. Deze overlap lijkt tegenstrijdig, maar is best logisch. De zuidelijke soorten houden niet zozeer van warmte maar kunnen niet tegen de winterkou, terwijl de Scandinavische planten en dieren vooral zomerse hitte (en droogte) slecht verdragen, maar geen probleem hebben met een milde winter. Het sterk Atlantische, gematigde klimaat maakt dat ze hier beide kunnen voorkomen. Tot slot is de isolatie van het eiland een belangrijke factor die het leven in het Waddengebied bepaalt. Die maakt het lastig voor landzoogdieren, vlinders, reptielen en amfibieĂŤn om de eilanden te bereiken. Veel soorten ontbreken dan ook, niet omdat hier geen geschikt leefgebied is, maar omdat de dieren domweg nooit de Waddenzee over zijn gezwommen. De afwezigheid van deze dieren leidt tot de aanwezigheid van andere. Op de grond broedende vogels als lepelaars spinnen garen bij het gebrek aan roofdieren als vossen en bunzings, net als de veldmuizen die Ameland en Schiermonnikoog wel ooit bereikt hebben. Die zitten er dan ook veel, en dat verklaart deels weer de grote aantallen roofvogels. Zo vormt zich een unieke eilandnatuur.

Gebruikte afkortingen in dit hoofdstuk: Fr = Friesland Gr = Groningen NH = Noord Holland Tx = Texel Vl = Vlieland Ts = Terschelling Am = Ameland Sch = Schiermonnikoog Hs = Huisduinen Lm = Lauwersmeer

Velduil

107


ZOOGDIEREN

ZOOGDIEREN Soms wordt een gebied eerder gekenmerkt door wat er niet is dan wat wel. Dat geldt zeker voor de zoogdierenwereld van de Wadden. Vanwege de geïsoleerde ligging ten opzichte van het vasteland ontbreken veel soorten, met name roofdieren. Behalve de grootste wilde predators van ons land natuurlijk. De zeehonden zijn het embleem van de Waddennatuur. ZOOGDIEREN OP DE WADDENEILANDEN De Waddeneilanden liggen al zo’n 900 jaar los van het vasteland. Daarvoor waren ze door een enorm gebied van zompige zout- en veenmoerassen gescheiden van de Drentse zandgronden. Dat zijn geen ideale omstandigheden voor landzoogdieren om zich te vestigen. Bovendien was er tot 100 jaar geleden geen bos op de eilanden en grote delen van de kust zijn nog steeds boomloos. Als SPECTACULAIR gevolg daarvan ontbreekt het op de eilanden aan landMaart-april: vechtende rammelaars roofdieren. Geen vos, geen das, geen boom- of steen(mannetjeshazen) op de velden. marters, geen bunzing of wezel. Alleen de hermelijn Zomer: blaffende reeën in het Lauwersmeerheeft zich op Texel gevestigd, waarschijnlijk toen dat nog gebied. vastzat via Wieringen aan het vasteland. Mede daarom Jaarrond: zeehonden kijken op de wadplaten zijn de eilanden zo in trek bij vogels om te broeden. Geen en bij kalm weer kans op bruinvissen bij de rover die de nesten komt plunderen. zeegaten. Van oorsprong kwamen er op eilanden ook nauwelijks muizen, spitsmuizen of ratten voor. Nog steeds is de diversiteit ervan niet hoog, maar toch komen bosmuis en huismuis op alle eilanden voor. De rosse woelmuis heeft zich gevestigd op Texel en Terschelling, de aardmuis op Texel en Ameland en de veldmuis op Ameland en Schiermonnikoog. Speciale vermelding verdient de noordse woelmuis, die zich thuisvoelt in moerassige (veen)landschappen. Bovendien is het een van de hele weinige endemische diersoorten van Nederland: Haas een diersoort (in dit geval een ondersoort) die nergens ter wereld voorkomt behalve in Nederland. De belangrijkste populaties van de noordse woelmuis komen overigens voor in het laagveengebied van Holland, Utrecht, Zeeland en Friesland, maar ook op Texel zit een populatie. Van de insecteneters is de huisspitsmuis te vinden op Texel, Ameland en Schier, de dwergspitsmuis op Terschelling en Ameland en de waterspitsmuis op Texel. De egel is op alle eilanden en aan de kust te vinden. Al met al is dit maar een kort lijstje, maar van groot belang. Veel van deze vestigingen zijn recent en dan ook nog maar op een enkel eiland, waardoor het effect ervan op met name de vogelstand makkelijk te zien is. Een kwestie van de vogelstand voor en na vestiging

108


ZOOGDIEREN

HET DUINKONIJN Het is de klassieke duinidylle: pluizige konijntjes met grote zwarte ogen. Jij op de fiets, het konijn langs het schelpenpad, beide genietend van de voorjaarszon. Perfecte harmonie tussen mens en natuur. Maar schijn bedriegt. In de turbulente relatie tussen mens en konijn, was de liefde altijd eenzijdig. Hield de mens van het konijn, dan betekende het voor flappie niet veel goeds. In tijden waarin het konijn profijt had van de mens, was die laatste de dupe. Het konijn is aan het einde van de middeleeuwen uit Zuid-Europa naar ons land gebracht. Fijn bont, goed vlees en een indrukwekkende voortplantingssnelheid maakte het tot het ideale dier om op de eilanden te houden. Vlees was hier schaars. In eerste instantie werden ze in omheinde jachtterreinen gehouden. Maar een hek in het duin houdt een konijn niet tegen – die gaat ondergronds. Misschien is hij ook wel bewust uitgezet, of beide. Hoe dan ook, het konijn vond in het duin een ideale leefomgeving. Met de opkomst van de landbouw en de bevolkingsgroei op de eilanden werd het konijn steeds meer als een plaag gezien. De dieren vraten het plantendek kapot en groeven de wortels los, waardoor het zand ging stuiven (zie pag. 87). Voor de konijnenbestrijding werden zelfs rigoureuze middelen als blauwzuurgas niet geschuwd. In 1952 werd – opzettelijk – het virus myxomatose geïntroduceerd. Dat gebeurde in Parijs, maar het virus sloeg zo snel om zich heen dat het een jaar later al in Nederland kwam en in 1956 op de Waddeneilanden. Het virus richtte een slachtpartij aan – slechts ongeveer 5% van de konijnenstand bleef over. De konijnenstand krabbelde op, tot de uitbraak van het volgende virus, VHS oftewel viral hemorrhagic syndrom. Sindsdien gaat het op en af met het duinkonijn, dat telkens weer opnieuw geplaagd wordt door ziektes. Inmiddels is de opinie over het konijn ook drastisch gewijzigd – in plaats van de grote verstoorder blijkt het konijn onmisbaar in het behoud van het open duin met zijn bijzondere flora en fauna. vergelijken. Zo blijkt het voorkomen van velduil sterk gekoppeld te zijn aan het voorkomen van de veldmuis. Texel en Ameland waren al lang bastions voor zowel veldmuis als velduil – Texel zat ooit vast aan het vasteland (zie pag. 21) en Ameland werd door veldmuizen ‘gekoloniseerd’ toen in 1887 een strekdam was gelegd naar Ameland (zie pag. 96). Toen de veldmuis in 2003 op Schiermonnikoog opdook, duurde het niet lang voordat de velduil er ook zat. Idem voor kerkuilen op Texel, die daar enkele jaren na het arriveren van de huisspitsmuis ging broeden. Als bezoeker zal je overigens van de muizen en spitsmuizen niet veel meekrijgen. Twee andere dieren daarentegen kunnen je nauwelijks ontgaan: de hazen in de polder en kwelder en de konijnen in de duinen. Beide komen in grote aantallen voor en zijn gemakkelijk te zien. De haas komt waarschijnlijk van nature voor op de eilanden, maar het konijn is eind 13e eeuw geïntroduceerd voor de huiden en het vlees. Het ree werd uitgezet op Ameland na de Tweede Wereldoorlog en pas in 1992 op Terschelling. Je ziet ze niet zo snel, maar hun sporen vind je des temeer in het duinzand. Op mooie zomeravonden zie en hoor je op groene plekjes in de dorpen regelmatig egeltjes rondkruipen. Net als de konijnen zijn ze door de mens geïntroduceerd.

109


VOGELS

TYPISCHE STELTLOPERS VAN HET WAD < TURELUUR Algemene broedvogel, algemene doortrekker en overwinteraar. Middelgrote steltloper met fel oranjerode poten en snavel. Aantal: max. rond 55.000. Habitat: kwelder en polder (om te broeden), slikken.

ZWARTE RUITER > Lokaal vrij algemene doortrekker. Fijne, rechte snavel en fijn gespikkeld (vgl. tureluur). Alleen in voorjaar zwart. Aantal: rond 5000. Habitat: voorkeur voor brakke en zoete wateren. Vastelandskust, vooral Dollard. < GROENPOOTRUITER Vrij algemene doortrekker, zeldzame overwinteraar. Forse, witgrijze ruiter met omhooggebogen snavel. Aantal: max. rond 15.000. Habitat: slikken, ondiepe brakke en zoetwaterplassen.

ROSSE GRUTTO > Algemene doortrekker en overwinteraar. Grote steltloper met lange poten, licht omhoog gebogen lange snavel en korte nek. Aantal: max. 140.000-190.000. Habitat: kwelderranden, zandige slikken, zandplaten. < KLUUT Algemene broedvogel en doortrekker, zeer schaarse overwinteraar. Zwartwit verenpatroon en omhooggebogen snavel. Aantal: max. rond 30.000 op trek; ongeveer half zoveel broedt. Habitat: kwelders, slikken en schelpenbanken, vooral Fries-Groningse vasteland en Texel.

116


VOGELS

< BONTE STRANDLOPER Zeer algemene doortrekker, algemene overwinteraar. Licht omlaag gebogen snavel. Zwarte buik in zomerkleed. Aantal: max. rond 500.000 op trek. Habitat: slikken, soms op strand.

KANOET > Zeer algemene doortrekker, algemene overwinteraar. Grote plompe strandloper, steenrood in broedkleed, grijs in de winter. Aantal: max. 200.000. Habitat: slikken. < DRIETEENSTRANDLOPER Vrij algemene doortrekker, vrij algemene overwinteraar. Kleine lichtgekleurde strandloper, rent langs de branding. Aantal: max. rond 20.000. Habitat: stranden, zandplaten. KROMBEKSTRANDLOPER > Vrij schaarse doortrekker in najaar, schaarse doortrekker en overwinteraar. Als bonte strandloper, maar langere, krommere snavel. In broedkleed steenrood. Aantal: max. rond 5.000. Habitat: kwelderranden, slibbige wadplaten, voornamelijk Friese waddenkust.

< KLEINE STRANDLOPER Schaarse trekvogel. Zeer kleine strandloper, met korte snavel en poten. Aantal: max. enkele honderden. Habitat: slikken, kwelderranden.

117


INSECTEN

INSECTEN Niet alle insecten kunnen zich goed verspreiden en dan liggen de Waddeneilanden best ver van het vaste land. Toch komt op de Waddeneilanden een zeer gevarieerde en heel interessante insectenfauna voor, waardoor er voor de liefhebber veel te beleven is. De meeste mensen kennen de opvallende insectengroepen wel zoals de dagvlinders, sprinkhanen en libellen. Ze zijn overzichtelijk, hebben niet te veel soorten en zijn relatief eenvoudig waar te nemen. De obscuurdere soorten zijn wellicht onopvallend, maar soms spectaculair in hun aanpassingen aan het leven op de Wadden.

Maar liefst vier soorten parelmoervlinders komen voor op de Waddeneilanden. Van boven naar beneden: grote parelmoervlinder, duinparelmoervlinder, kleine parelmoervlinder en zilveren maan.

142

VLINDERS De grote Waddeneilanden zijn echte hotspots voor vlinderaars. Hoewel er enkele soorten verdwenen zijn (o.a. grote ijsvogelvlinder), zijn er veel positieve trends. Zo heeft het groentje de eilanden weten te vinden en zit het landkaartje inmiddels op Ameland. De keizersmantel is de laatste jaren eveneens een nieuwkomer en lijkt zich te kunnen handhaven. Tijdens grote invasies van trekvlinders vestigen zich soms kortstondig nieuwe soorten. Denk aan de prachtige rouwmantel, de grote vos en in 2014 en 2015 zelfs de oostelijke vos. De invloed van brakke en zoute milieus zijn niet ideaal voor dagvlinders en daarom is het best opmerkelijk dat op de wat meer zandplaat-achtige eilanden ook dagvlinders worden waargenomen. Zo zijn er op Griend negen soorten gevonden, terwijl de teller voor Rottumerplaat en Rottumeroog op respectievelijk 18 en 23 staat. Het zijn vaak zwervers zoals bruin zandoogje, maar sommige hebben ook kleine populaties, zoals het zwartsprietdikkopje en de heivlinder. Het totaal aantal soorten op de grote eilanden varieert van 31 op Schiermonnikoog tot 39 op Terschelling en dat is vergelijkbaar met een welbekend vlindergebied als de Veluwe. Echt niet slecht dus! De meest opvallende soorten dagvlinders in de duinen zijn de prachtige parelmoervlinders. De kleine parelmoervlinder zit vaak op de grond. Hij heeft, in tegenstelling tot de andere soorten, zwarte stippen op de oranje vleugels en wordt daarom ook wel eens â&#x20AC;&#x2DC;pantertjeâ&#x20AC;&#x2122; genoemd. De grotere duinparelmoervlinder en de grote parelmoervlinder zitten vaker op bloemen of vliegen met flinke snelheid voorbij. Bijzonder is de forse populatie van de zilveren maan op Terschelling. Deze parelmoervlinder komt verder in Nederland, hetzij beperkt, op laagveen en in blauwgraslanden voor en heeft hier de enige populatie in de duinen. De overgang van binnenduin naar de open duinen biedt een gevarieerd landschap voor vlinders. De dorpen en de hogere bossen waar ook eiken en andere loofbomen staan, zijn geschikt voor bont zandoogje, eikenpage, boomblauwtje en gehakkelde aurelia en op Terschelling ook het koevinkje. In de open, schralere graslanden komen juist de kleine vuurvlinder, icarusblauwtje, hooibeestje en zwartsprietdikkopje voor (en op Ameland soms ook geelsprietdikkopje). Verder richting de zee kom je in het leefgebied


INSECTEN

Groentje

van de eerder genoemde parelmoervlinders, de heivlinder en de kommavlinder. De â&#x20AC;&#x2DC;alledaagseâ&#x20AC;&#x2122; soorten zoals dagpauwoog, kleine vos en atalanta kun je vrijwel overal verwachten. Distelvlinder en oranje luzernevlinder zijn echte trekvlinders en komen alleen in sommige jaren op de eilanden terecht. Een soort die in enkele jaren uit het grootste deel van Nederland verdween is de argusvlinder. De reden waardoor deze soort zo achteruit gaat is nog onduidelijk, maar heeft vermoedelijk met stikstofoverschot te maken. Op de Waddeneilanden komt hij nog verspreid voor in zowel de duinen als de polders, zoals dat ook eigenlijk hoort bij deze soort. De eilanden vormen inmiddels een uniek en belangrijk overlevingsgebied voor de argusvlinder in Nederland. Sommige vlindersoorten komen maar op een of enkele eilanden voor. In de open duinen van Schiermonnikoog bijvoorbeeld vind je de aardbeivlinder. De rups leeft van tormentil, dauwbraam en diverse ganzeriksoorten en ondanks dat deze waardplanten op alle eilanden groeien, is de aardbeivlinder beperkt tot dit Schiermonnikoog. Het heideblauwtje komt juist alleen voor op Texel, waar hij vliegt op de kleinere heideterreintjes tussen de duinen en de polders. BESTE VLINDERROUTES Texel (route 6): groentje, bruin blauwtje, kleine en grote parelmoervlinder, duinparelmoervlinder, heivlinder Vlieland (route 7): groentje, duinparelmoervlinder, argusvlinder, kommavlinder, zwartsprietdikkopje Terschelling (route 10 en 12): argusvlinder, eikenpage, groentje, koevinkje, kleine en grote parelmoervlinder, duinparelmoervlinder, zilveren maan, heivlinder Ameland (route 15): bruin blauwtje, kleine parelmoervlinder, duinparelmoervlinder, heivlinder, kommavlinder Schiermonnikoog (route 19 en 20): aardbeivlinder, oranjetipje, landkaartje, kleine parelmoervlinder, duinparelmoervlinder, heivlinder Lauwersmeergebied (route 24 en 25): koninginnenpage, eikenpage, grote weerschijnvlinder, argusvlinder, koevinkje, oranje zandoogje, groot dikkopje Het aantal nachtvlinders is veel groter dan het aantal dagvlinders. De meeste leiden echter een obscuur, nachtelijk bestaan. Toch zijn er een aantal opvallende soorten, met name diegene die overdag actief zijn.

143


TITEL HOOFDSTUK

166


ROUTES

TOELICHTING TEKSTKADERS maandaanduidingen 1 - 12 = januari - december geen aanduiding = hele jaar; sch = schaars; z = zeldzaam LEGENDA ROUTEKAARTEN Startpunt 1 Routepunt

In dit deel zijn 28 routes uitgeschreven waarop je alle landschappen, de flora, de fauna, geologie en geschiedenis van het Waddengebied te zien krijgt. Op pagina 319 en verder vind je tips over boottochten, wadtochten en georganiseerde excursies. De routes zijn zo samengesteld dat je een maximale diversiteit in landschap te zien krijgt en de beste kans maakt op vogels, zeehonden, vlinders, reptielen, flora enzovoort. Bij de punten op de routes staan soortenkaders die een indicatie geven van wat je hier zou kunnen zien, inclusief de periode waarin de soort te vinden is – bosanemoon (3-4) wil zeggen dat je in maart (3) en april (4) bosanemonen kunt zien bloeien. Als een soort weinig voorkomt, maar toch het vermelden waard is, staat erbij dat deze schaars (sch) danwel zeldzaam is (zz). Onder schaars wordt verstaan dat deze enkele keren per jaar gezien wordt, terwijl zeldzaam neerkomt op hooguit 1 of 2 keer per jaar. Fiets- en wandelroutes wisselen elkaar af. Op de eilanden heb ik telkens een fietsroute beschreven waarop je een goede eerste indruk van het eiland als geheel krijgt. Op de daaropvolgende wandelroutes verken je het eiland op je gemak. Aan de waddenkust is het landschap zo weids dat wandelen al snel een beetje saai wordt. Hier dus vooral fietsroutes. Sommige daarvan lenen zich (met kleine aanpassingen) ook voor een autotocht. Op de kaarten zijn fietsroutes consequent in blauw aangegeven en wandelroutes in rood. Waar de auto een alternatief is, is deze met een blauwe stippellijn aangegeven. De dikke lijnen refereren aan de hoofdroute en de dunne aan eventuele extra lussen, afstekers of alternatieven. Tot slot – veel routes in dit boek zijn behoorlijk lang. Daarom heb ik ook mogelijkheden tot inkorten van de tocht aangegeven. Zo kun je ze opknippen in meerdere korte tochten. In de bij dit boek horende route-app vind je deze kortere tochten terug. Tijd om op pad te gaan!

Excursie Wandelroute Fietsroute Autoroute Treinstation Landhuis / historische locatie Informatiepunt Parkeerplaats / Extra startpunt Restaurant Café / Theehuis / Lunchroom Hotel Camping Bungalowpark Landschap Geologie Ecologie Zoogdieren Vogels Reptielen / Amfibieën Libellen Vlinders Overige ongewervelden Zeedieren Planten Natte paden Fietsroute Wandelroute Auto alternatief Aan het strand van Ameland

167


TEXEL

TEXEL Texel is het grootste en meest westelijke eiland van de internationale Waddenzee en is anders dan alle andere Waddeneilanden. Hoewel ontegenzeggelijk een eiland, voel je van Texel dat het niet ver van het vasteland is. De boottocht duurt 20 minuten en de veerboot is zo groot en solide dat je zelfs met een stevige bries de deining nauwelijks voelt. Texel is ook het enige eiland waar je gemakkelijk met de auto komt, al is het openbaar vervoer met de unieke Texelhopper (zie kader) zo goed dat je de auto beter thuis kunt laten. Al met al is Texel veel gemakkelijker te bezoeken in een korte vakantie dan de andere eilanden. Ook is Texel het enige eiland dat onderdeel is van de provincie Noord-Holland â&#x20AC;&#x201C; alle andere zijn tegenwoordig Fries. Je merkt dit subtiel in de sfeer, maar ook in de aanwezigheid van grote polders en uitgestrekte bollenvelden, die het eiland kleur geven in april (maar voor de natuur verder niet interessant zijn). Dat Texel anders is dan andere eilanden zie je onder andere terug in de unieke schapenboeten en het tuinwallenlandschap. Ook de vogelwereld is bijzonder. Zo komen op Texel (samen met Vlieland) de meeste bijzondere dwaalgasten voor. Texel heeft zelfs de grootste diversiteit aan vogels van heel Nederland. Meer dan 390 verschillende vogelsoorten zijn er waargenomen. Daarnaast is het eiland uiteraard beroemd om zijn prachtige duinen, stranden en polders vol weidevogels. Wel heeft Texel minder kwelders dan de andere eilanden.

Meeuwen achter de boot van Texel

168


TEXEL

Den Hoorn tussen de bloembollen

TE ZIEN VANAF DE BOOT De boottocht tussen Den Helder en Texel is maar kort. De boot hoeft geen bijzondere bochten te maken, omdat hij door het diepste deel van de Waddenzee vaart, het Marsdiep. Eigenlijk gaat deze tocht dan ook niet door de Waddenzee zelf, maar door het zeegat tussen eiland en vasteland. Bijzonder aan de overtocht naar/van Texel zijn de vele meeuwen die achter de boot hangen en bedelen om voedsel. Statig hangen ze naast je en voor je, als luchtacrobaten, letterlijk een armlengte verwijderd. In winter en najaar heb je grote kans op zeevogels aan de Noordzeekant van de boot: duikers, jan-van-genten, drieteenmeeuwen, dwergmeeuwen, zeekoeten â&#x20AC;&#x201C; je kunt ze allemaal zien vanaf de boot. Of als je pech hebt geen enkele; dat hoort bij zeevogels kijken. Omdat het water hier zo diep is, maak je in het Marsdiep de beste kans op zeezoogdieren: gewone dolfijn, bruinvis, een enkele keer zelfs een bultrug. Verwacht niet teveel hiervan. De kans om ze te zien blijft erg klein. In de verte zie je een immense zandplaat in zee liggen: de Razende Bol. Deze zandplaat wordt ieder jaar iets groter en maakt kans om uit te groeien tot een heus eiland. Met de verrekijker kun je, zij het heel in de verte, vaak zeehonden zien liggen op de Razende Bol. Met wat geluk zie je ze ook naast de boot zwemmen. Tot slot heb je vlak bij Texel, ook aan de Noordzeekant, een prachtig zicht op de Mokbaai, een hoogwatervluchtplaats voor vogels. Lepelaars, eenden en duizenden steltlopers bieden een voorbode op wat je op Texel te wachten staat. Tip: neem een plekje achteraan of aan de Noordzeekant van de boot. Daar zie je het meest.

IN HET KORT VVV: Emmalaan 66, Den Burg. Natuurmuseum: Ecomare (zie pag. 344). Georganiseerde natuurexcursies: Bij Ecomare, het Vogelinformatiecentrum (www.vogelexcursiestexel.nl) en de afzonderlijke beheerders (www.natuurmonumenten.nl/texel en www.staatsbosbeheer.nl/ natuurgebieden/texel). Veerboot: Den Helder â&#x20AC;&#x201C; Texel (ieder uur; 20 min. www.teso.nl). Openbaar vervoer: Connexxion buslijnen; Texelhopper. Restricties: Veel paden zijn tijdens het broedseizoen afgesloten. Vlieland 6 veer naar Vlieland

De Cocksdorp

5

De Koog Ecomare De Dennen

1 Eendenkooi Spang

4

Den Burg 3

Bollekamer

2 Razende Bol

Texel

veerhaven

Den Helder

169


ROUTE 1: DE VOGELBOULEVARD

ROUTE 1: DE VOGELBOULEVARD KETTING VAN VOGELRESERVATEN AAN DE WADDENKUST fietsroute 40 km

Langs de Texelse Waddenkust ligt een hele keten van vogelgebieden. Ze zijn verbonden via de Waddendijk die daarom ook wel de ‘Vogelboulevard’ wordt genoemd. De meeste van deze natuurgebieden hebben recent een metamorfose ondergaan en trekken inmiddels enorme aantallen vogels. Het WAT KUN JE VERWACHTEN? zijn vooral binnendijkse brakwaterplassen, die door • De beste vogelgebieden van Texel. wadvogels worden gebruikt tijdens hoog water. In • Eldorado van sterns, kluten en plevieren. veel gebieden zijn schelpeneilandjes aangelegd, • Belangrijke binnendijkse hoogwatervlucht waar sterns, kluten en plevieren broeden. plaatsen. Een tocht langs de Vogelboulevard is het hele • Bijzondere orchideeën in mei. jaar door aantrekkelijk, maar vooral tijdens het • Geschiedenis van oude kwelderarmen en broedseizoen een waar spektakel. Dan kijk je uit zeedorpen. op broedende kluten, sterns en plevieren, fiets je langs polders vol broedende weidevogels en zie je foeragerende lepelaars op de plassen. De vogels zijn vaak van dichtbij te zien. Als je wat geduld hebt, zie je alle gezinsperikelen en burenruzies van de kolonie zich voor je neus voltrekken. Deze route loopt langs de gehele Vogelboulevard, waarbij binnenen buitendijkse gebieden elkaar afwisselen. De terugweg voert door de polder, waar het oude krekenpatroon van de kwelders nog deels zichtbaar is. Startpunt: Oudeschild Geniet voordat je op pad gaat even van de historische haven van Oudeschild. In de VOC-tijd was dit de rede van Texel, waar schepen die naar Afrika en Nederlands-Indië voeren een laatste keer aanlegden alvorens de zee op te gaan. Deze locatie is vanwege zijn ligging in de luwte, het relatief diepe water en de aanwezigheid van zoetwaterbronnen (zie route 3) de ideale aanmeerplaats. In de winter kan de haven interessant zijn voor zeevogels die hier even komen rusten. Zeekoet, alk of kuifaalscholver kun je hier soms aantreffen.

1

Verlaat het dorp in noordelijke richting, richting De Waal en sla rechtsaf als je Oudeschild uit bent, de Ottersaat in. Je fietst door Dijkmanshuizen en Ottersaat, een open polderland met karakteristieke weidemolentjes die vroeger de rietvelden nathielden. De bodem is hier wat zilt, doordat Waddenzeewater door de dijk sijpelt. Recent heeft Natuurmonumenten de waterstand verhoogd en het oude reliëf in het grasland hersteld. In het voorjaar hoor je overal

2

170


ROUTE 1: DE VOGELBOULEVARD

Wad

De Cocksdorp

De Volharding

12

11

oo

t

denz

Vogelinformatiecentrum

esl

Vakantiepark De Krim

gg Ro

ee

kijkscherm 14

13

D e S l u fte r

10 De Schorren

15

Polder Eierland

9

Utopia

8

16 Hoo

Prins Hendrik

gez an

dsk

Dijkvak alleen per fiets toegankelijk

il De Bol

17

7

Oost

Polder Waalenburg

Wagejot

Oosterend

6

Strends End

18

De Waal

5

Eendenkooi Spang Zandkes

4 vogelkijkhut Dijkmanshuizen 3 vogelkijkhut 2 Ottersaat

Oudeschild

0

1

1

2

3 KM

PUNTEN 2 - 8 rotgans (5-10), brandgans (10-5), grauwe gans, kolgans (10-4), kleine zwaan (10-2), bergeend, zomertaling (sch; 4-10), pijlstaart (9-4), slobeend, krakeend, smient (9-4), wintertaling (8-4), kuifeend, dodaars, lepelaar (4-10), bruine kiekendief (3-10), blauwe kiekendief, slechtvalk (9-4), waterral (sch), kluut, kievit, goudplevier (7-5), bontbekplevier, wulp, regenwulp (4-5; 7-8), rosse grutto, grutto (3-8), steenloper, kanoet, krombekstrandloper (z; 5; 7-10), Temmincks strandloper (sch, 5), bonte strandloper (7-5), kleine strandloper (sch; 5; 7-10), witgat (4-10), kemphaan (7-5), watersnip (8-11), oeverloper (5; 7-9), tureluur, visdief (4-8), oeverzwaluw (4-8), rietzanger (4-8), kleine karekiet (5-9), tapuit (4-5; 8-10), gele kwikstaart (4-5; 8-9)

de roep van de grutto, terwijl vanaf oktober tot ver in april de smienten, brand- en rotganzen zich massaal tegoed doen aan het gras. Vlak voordat de weg een scherpe bocht naar rechts maakt, staat aan je linkerhand een vogelkijkhut, waar, afhankelijk van het seizoen, ganzen, eenden, steltlopers en lepelaars te zien zijn. Met name voor steltlopers kan Dijkmanshuizen

171


ROUTE 21: DE OOSTERKWELDER Je loopt langs de stuifdijk, in 1960 aangelegd om de achterliggende Strandvlakte (rechts van je) en kwelder te beschermen tegen de Noordzee. Aanvankelijk was het de bedoeling om deze dijk helemaal door te trekken naar het Willemsduin (punt 6 van deze route). Dat mislukte. Nu loopt de stuifdijk tot net voorbij paal 10; ten oosten daarvan kan de kwelder zich volledig natuurlijk ontwikkelen. Aan je rechterhand ligt een groot moeras met riet en zeebies. Dit is een voormalige strandvlakte met lagune, die langzamerhand zoet werd nadat de stuifdijk was aangelegd. Alleen bij heel hoog water stroomt er nog Noordzeewater in via de opening aan het einde van de stuifdijk. Zoet kwelwater uit de duinen vult het gebied aan de west- en zuidkant, waardoor hier een groot rietmoeras ligt, waarin het hele jaar door veel vogels te vinden zijn. Verder naar het oosten verdwijnt het riet en zie je steeds meer zoutplanten. De Strandvlakte (zoals het gebied nogal prozaĂŻsch heet) is erg rijk aan vogels. Let ook op rugstreeppadden die vaak gewoon over het pad lopen. Rondom het einde van de stuifdijk is het goed planten kijken. Brakwateren zoetwaterplanten, duin- en moerasplanten ontmoeten elkaar hier.

PUNTEN 1 EN 3 waterral, bruine kiekendief (3-10), groenpootruiter (4-5; 7-10), zwarte ruiter (4-5; 7-10), kleine zilverreiger (7-10), lepelaar (3-10), grote zilverreiger (8-11), blauwborst (4-8), sprinkhaanzanger (4-8), kleine karekiet (5-9), bosrietzanger (5-8), rietzanger (4-8), rietgors rugstreeppad (4-10) rode ogentroost (7-9), stijve ogentroost (6-10), strandduizendguldenkruid (7-9), geelhartje (6-8), melkkruid (5-8), parnassia (6-10), sierlijke vetmuur (7-9), blauwe zeedistel (6-8)

1

Bij het einde van de strandvlakte, waar het pad een flauwe bocht naar links maakt om het laatste stuk van de stuifdijk te ronden, loopt een klein pad dat scherp naar rechts afbuigt. Het begint net na een paaltje met rood-gele markering en is gemakkelijk te missen. Volg dit pad. Het is meteen gedaan met het makkelijke wandelpad. Daar waar de route door een laagte gaat, ligt zo ongeveer het natste en minst begaanbare stuk van de vallei. Op de zandiger delen bloeit in de zomer overal parnassia en strandduizendguldenkruid â&#x20AC;&#x201C; een schitterend gezicht.

2

Rugstreeppad in de scheurende bodem van een opdrogende duinplas

Je steekt een kleine duinrug over (herkenbaar aan de duindoorns) en aan de andere kant kom je bij een onduidelijke kruising van paadjes. Volg het linkerpad. Je loopt dwars door een rietland met veel zeebies. Die laatste geeft aan dat de zee af en toe zijn invloed laat gelden. Op natte plekken op het pad bloeit het goudknopje. Aan je rechterhand ligt een grote meeuwenkolonie en in de zomer word je regelmatig lastiggevallen door kleine mantel-, zilver en stormmeeuwen (die er zelf overigens een ander perspectief op nahouden en vinden dat jij hen stoort). Vanaf hier en de gehele rest van de route is het zaak goed uit te kijken naar roofvogels. In het najaar en de winter, wanneer bijzondere soorten uit het noorden overwinteren, kan het hier spectaculair zijn. Sommige roofvogels hebben flink geprofiteerd van het

PUNT 3 kleine mantelmeeuw (3-10), zilvermeeuw, stormmeeuw, velduil, slechtvalk (9-4), torenvalk, smelleken (9-5), buizerd, ruigpootbuizerd (z; 10-4), bruine kiekendief (3-10), blauwe kiekendief heen (6-8), goudknopje (7-10), zeemelkdistel (6-10), haagwinde (6-9)

272

3


ROUTE 21: DE OOSTERKWELDER

feit dat in 2000 de veldmuis op Schiermonnikoog terecht is gekomen. Deze woelmuissoort (die ook in de winter actief is) doet het uitstekend in de zadenrijke hoge kwelder. Velduilen, buizerden, ruigpootbuizerden en kiekendieven varen er wel bij.

Het baken van Willemsduin

Sla linksaf bij het bordje Willemsduin. Dit gedeelte van de kwelder ziet eruit als een steppelandschap. Kweldergras domineert de vegetatie. In het verleden werd dit deel van de kwelder begraasd. Met het stopzetten daarvan kon het hoge zeekweek het gebied overnemen.

4

Vlakbij de Vierde Slenk wordt de Oosterkwelder weer spannender. Als je hier in de zomer bent, net na de broedtijd, bloeien zeeĂŤn van lamsoor, doorspekt met het zachte grijsgroen van zee-alsem. De massale bloei van de kwelder vind je bijna nergens zo uitbundig als hier. De 4e slenk zelf doorsnijdt het eiland bijna van zuid naar noord. Dit is ook het punt waarop je zult moeten besluiten of je rechtdoor gaat naar het Willemsduin of de slenk volgt tot het pad dat langs de noordzeezijde van de kwelder loopt.

5

Het Willemsduin bij het baken vormt een prachtig 6 voor uitzicht over de kwelder en de Waddenzee. In de zomer lijkt de kwelder op een schilderij van Van Gogh, opgebouwd uit streken paars, zilvergroen, rood, blauw en groen.

PUNT 6 lamsoor (7-10), zeealsem (7-10), melkkruid (5-8), zeeweegbree (5-9), gewone zoutmelde (7-10), zulte (7-10), schorrenzoutgras (5-8)

273


ROUTE 21: DE OOSTERKWELDER

Strenge winter op de Oosterkwelder

Het duin zelf is ecologisch ook interessant. Het is een van de weinige plekken op de kwelder die altijd droog blijven en waar een kleine bel zoet water in het zand verborgen zit, waardoor zoetwaterplanten als duindoorn kunnen groeien. Roofvogels gebruiken dit soort duinen vaak als uitzichtpunt. Het kwelderpad langs de Noordzeezijde loopt enkele tientallen meters ten noorden van het uiteinde van de Vierde Slenk. Volg het pad naar rechts, zo ver als je wilt.

PUNT 7 rugstreeppad (4-10) parnassia (6-10), sierlijke vetmuur (7-9), fraai duizendguldenkruid (6-10), strandduizendguldenkruid (7-9), bastaard van strand- en echt duizendguldenkruid (7-9)

De jonge strandvlakte wordt regelmatig overstroomd door de Noordzee, maar het grootste deel van het jaar vormt regenwater een zoete lens over het zand. Dit ultieme pioniersmilieu is de plek om in de zomer te genieten van vele duizenden parnassiaplanten en drie soorten duizendguldenkruid.

7

Kies een mooi punt uit om door te steken naar het strand. Het oostelijke strand van Schiermonnikoog heeft faam onder schelpenliefhebbers. Vanwege de stromingen is dit een van de beste plekken om zeldzame Noordzeeschelpen te vinden zoals de noordkromp, noordhoorn en wulken. Ook barnsteen kun je er soms tegenkomen (zie pag. 22).

8

De terugweg kun je helemaal langs het strand lopen. De Marlijn, startpunt van de route, zie je vanzelf liggen in het duin.

274


HET VASTELAND

HET VASTELAND De Nederlandse Waddenkust strekt zich uit van Den Helder tot Nieuweschans en biedt een totaal andere blik op het Waddengebied dan de eilanden. Hier geen gezellig kronkelende duinpaadjes of zanderige dennenbossen (behalve bij Huisduinen; pag. 312). Daar tegenover staat iets dat je op de eilanden weer minder tegenkomt: uitgestrekte moerassen met eenden, reigers en steltlopers, weidse akker- en polderlandschappen vol ganzen, roof- en weidevogels. Maar daarnaast ook orchideeĂŤnrijke graslanden, moerasbos en uitgestrekte kwelders. Wie de Noord-Hollandse, Friese en Groningse Wadden verkent, ontdekt al snel dat alles er doortrokken is van de bijzondere historie van de strijd tegen en het leven met het water: terpdorpen, oude dijken, opstrekpolders, slaperdijken, oude vissershavens en handelssteden die nog steeds vol in bedrijf zijn. En wat daarbij nog meer opvalt is dat, in tegenstelling tot de eilanden, het gebied nog nauwelijks door bezoekers ontdekt is. De laatste serie routes van dit boek exploreert de veelzijdige Waddenkust. Je ontdekt er het oude, glooiende eiland Wieringen, de Afsluitdijk, de moerassen en bossen van het Lauwersmeer, de uitgestrekte buitendijkse gebieden van Friesland en Groningen, en de akkers en vogelrijke poldergraslanden binnendijks.

IN HET KORT VVV: o.a. Den Helder, Den Oever, Harlingen, Sint Annaparochie, Appingedam, Oldambt. Natuurmusea: meerdere (zie pag. 346). Zeehondentochten: zie pag. 350. Georganiseerde natuurexcursies: o.a. Balgzand, Lauwersoog, Holwerd, Termunten; zie www.landschapnoordholland.nl; www.it fryskegea.nl; www.groningerlandschap.nl; www.natuurmonumenten.nl en www.staatsbosbeheer.nl. Openbaar vervoer: Het busbedrijf in NoordHolland is Connexxion; bus- en treindiensten in Friesland en Groningen worden verzorgd door Arriva. Restricties: autoâ&#x20AC;&#x2122;s en honden worden geweerd op de waddendijk. Schiermonnikoog

Ameland

N oordzee

Terschelling

Peazumerlannen

25

Lauwersmeer

Vlieland Texel

Den Helder Huisduinen

Wa

d

n de

e z e Griend Harlingen

23

24

Niehove

26 kwelder Pieterburen

27

Ezinge

Dollard

Groningen Leeuwarden

Eemshaven

28

Hegewiersterfjild

Nieuweschans A fs

Balgzand

lui

td

ijk

Waddencenter Kornwerderzand

22

275


ROUTE 22: WIERINGEN EN HET BALGZAND te dienen voor matrassen en kussens en als materiaal om dijken van te maken (zie pag. 69 en 83). Het gedroogde PUNTEN 15 EN 16 zeegras werd in balen tegen het dijklichaam aangezet en rotgans (10-5), brandgans (10-5), grauwe met stutpalen vastgehouden. Deze dijken raakten uit de gans, toendrarietgans (11-2), bergeend, gratie in de 18e eeuw, toen een exotische mosselsoort, smient (9-4), grote zilverreiger (8-3), wulp de paalworm, zich erdoorheen vrat waardoor de dijken (3-8), grutto (3-8) instabiel werden (zie pag. 105). tengere distel (6-8) Nog een bijzonderheid: de warme, op het zuiden gelegen dijk vormt de enige groeiplaats in Nederland voor de Zuid-Europese tengere distel. Sla linksaf de Varkensgrasdwarsweg in en neem vervolgens de eerste afslag rechts. Sla rechtsaf bij de splitsing en volg de weg als deze iets verderop weer linksaf gaat (Klieverkruisweg). Na enkele kilometers door het glooiende Wieringer stuwwalland-

16 schap kom je ter hoogte van de Lonjeweg bij een weidevogelgebied waar, onder andere, grutto’s en tureluurs broeden. Als je de Lonjeweg naar rechts affietst kom je bij het gemaal.

De zeer zeldzame tengere distel

Ga terug naar de kruising en sla rechtsaf. Verderop buigt de weg buigt linksaf (Nesseweg). Sla rechtsaf bij de splitsing en neem de eerste links (Den Oever staat aangegeven). De weg komt bij de rijksweg. Steek deze over (voorzichtig!) en sla rechtsaf. De weg maakt een bocht naar links. Bij de kruising ga je rechtsaf (Stroeërkoogweg) en volg deze almaar rechtdoor tot je terug bent bij Den Oever. Onderweg kom je opnieuw door een nat weidegebied (in het

17 Noord-Hollands dialect heten deze natte gronden ‘kogen’) waar in het voorjaar overal de grutto’s en de tureluurs te zien en te horen zijn.

Loofgang langs de Klieverkruisweg (punt 16)

282


ROUTE 23: DE FRIESE WADDENKUST

ROUTE 23: DE FRIESE WADDENKUST EINDELOZE HORIZON EN DUIZENDEN GANZEN IN DE WINTER fietsroute van 40,5 km en wandelroutes van 3,5 en 2,5 km

Het meest uitgestrekte kweldergebied aan de wal ligt tussen Zwarte Haan en Holwerd. Noard-Fryslân Bûtendyks heet het. Het is een immense open vlakte van kwelders en zomerpolders waar het hele jaar rond veel vogels te vinden zijn. Centraal in het gebied ligt het Noarderleech, het doel van WAT KUN JE VERWACHTEN? deze tocht. • Prachtig leeg landschap met hoge luchten en Het is een typische landaanwinningskwelder. Met een open horizon. behulp van rijshouten schermen en afwateringsgrep• Landwinningsgeschiedenis met slaperdijken, pels is het slib ingevangen, waardoor het land aanrijpe kwelders en rijshouten schermen voor groeide, de zoutinvloed afnam en het gebied klaar de aanslibbing. was om ingepolderd te worden. Tot men besloot dat • Vele duizenden rot- en brandganzen in het het mooi geweest was met het verder land winnen op winterhalfjaar. de Waddenzee en de kwelder voor de vogels te laten. • Veel weide- en kweldervogels in het voorjaar. Het gebied is nu in beheer bij It Fryske Gea. • Historisch Hogebeintum – de hoogste terp Deze route is zowel met de fiets als met de auto af van Friesland. te leggen. In beide gevallen kun je twee korte wandelroutes (3,5 en 2,5 km) volgen over de kwelder. De terugweg is vooral landschappelijk interessant. Het traject loopt over de oude ontginningsdijken, je komt langs een van de mooiste terpdorpen van Friesland (Hogebeintum) en door het historische Oude Bildtzijl. 0

1

2

3

4 KM

Blije

Waddenzee

KP 75

N oarderleech

5

Ferwert

3 observatiebunker 2 Dit dijkdeel alleen per fiets toegankelijk Nieuwe Bildtzijl

alternatief voor auto

1

H a rs ta

6 wei

De Pannekoektrein

vogelscherm

4

Hogebeintum

Don iawe g

Marrum

N357

De Zwarte Haan

Oude Bildtzijl

7

Hallum Boven: Beekhuizerbeek 283


ROUTE 23: DE FRIESE WADDENKUST

Beneden: Bron met goudveil Rechts: Ringslang De eindeloze kwelder van het Noarderleech

Startpunt: Zwarte Haan, gelegen aan het einde van de Nieuwe Bildtdijk, ten noorden van Sint Annaparochie.

Kluut

Net over de dijk bij café De Zwarte Haan is een uitkijkpunt vanwaar je een prachtig zicht hebt over het buitendijkse gebied. Het leuke van dit punt is dat je zowel zicht hebt op de kweldergraslanden als op het erachter gelegen waddengebied. In de trektijd en in de winter is dit een prachtig vogelkijkpunt. Soms zitten er duizenden kluten, dan weer grote groepen ganzen of is het wad bespikkeld met bergeenden. Hoe dan ook, kwantiteit. Diversiteit ook overigens, want verschillende steltlopers, roofvogels (in de winter) en allerlei zeldzaamheden worden geregeld gezien.

1

Volg het fietspad aan de kwelderkant van de dijk. Na 6,5 km vind je aan je linkerhand het eerste wandelpad. Automobilisten rijden de Nieuwebildtdijk af tot Nieuwe Bildtzijl en slaan daar linksaf om onderaan de dijk te parkeren en via de trap de zeedijk over te steken. Volg de gele paaltjes voor de rondwandeling. De route loopt door ‘big sky country’. Vrijwel niets breekt de lijn van de horizon. Loom lopen hier de koeien door de zilte zomerpolders. Er ligt een laag dijkje om de weilanden, net hoog genoeg om te voorkomen dat de polders in het milde zomerseizoen overstromen. De invloed van het zout is hier nog maar zo klein dat het gras er mals is. Dit is de ‘rijpe kwelder’, dat wil zeggen, in principe rijp om ingepolderd te worden. Maar die inpolderingspraktijken zijn nu verleden tijd – de vogelrijke buitendijkse zone wordt niet meer omgezet in akkerland.

PUNT 2 zulte (7-9), zeealsem, zoutmelde (7-10), goudknopje (7-10), melkkruid (5-8), heen (6-8), gerande schijnspurrie (6-10), zilte schijnspurrie (5-9)

284

2


ROUTE 23: DE FRIESE WADDENKUST In het voorjaar broeden hier grote aantallen grutto’s, tureluurs, kieviten, veldleeuweriken en kluten. In de winter tref je hier groepen brand- en rotganzen, en met een beetje geluk ook een velduil, slechtvalk of andere roofvogels. Een goed punt om te scannen voor roofvogels is het dak van de ‘uitkijkbunker’, een Duitse Tweede Wereldoorlogbunker die door de Luftwaffe gebruikt werd voor oefeningen. In 1943 is hier vlakbij een Messerschmitt gecrasht die zich zo diep de kwelderbodem inboorde dat piloot en vliegtuig nooit geborgen konden worden. Verder weg van de dijk en langs de slootjes is de bodem duidelijk zilter. Hier tref je aardbeiklaver, lamsoor, schorrenzoutgras en alle andere zoutplanten van de kwelder.

3

PUNTEN 2 - 5 rotgans (10-5), brandgans (10-5), bergeend, smient (9-4), wintertaling (8-4), pijlstaart (9-4), lepelaar (8-9), bruine kiekendief (3-9), slechtvalk (9-4), velduil (9-3), scholekster, kievit, goudplevier (8-4), zilverplevier (5; 7-9), bontbekplevier, kluut (grote aantallen; 7-11), tureluur, rosse grutto (5; 7-9), wulp, bonte strandloper (10-5), kanoet (8;5), strandleeuwerik (sch; 10-3), veldleeuwerik, graspieper, gele kwikstaart (4-9), groenling (9-4), putter (8-4), frater (sch; 11-2), sneeuwgors (sch; 10-3), rietgors

Fietsers volgen het fietspad onderlangs de dijk. Ben je met de auto, volg dan de Noarderleech (de weg aan de polderkant van de dijk) totdat je links op de dijk een groot monument met zuilen ziet. De Dijktempel, een kunstwerk van de Friese kunstenaar Ids Willemsma uit 1993, is opgericht ter ere van het op deltahoogte brengen van de Waddendijk. De verhoogde dijk beschermt heel Nederland en dat is precies wat het kunstwerk wil uitbeelden: een verhoging van de dijk, gedragen door twaalf zuilen die de Nederlandse provincies symboliseren. Op de zomerpolders zie je goed de landwinningsstructuur en de zogeheten dobbes – ronde drinkplassen voor het vee die aangelegd zijn op de zoute kwelder. Het water in de sloten en slenken zelf is te zout om te drinken.

4

Tureluur in de zomerpolders

Vervolg de weg buitendijks (dit gedeelte is ook voor auto’s toegankelijk). Na 1,3 km zie je aan je linkerhand een bord over het kweldergebied Noarderleech van it Fryske Gea. Vanaf dit bord loopt een wandelpad haaks op de dijk richting de Waddenzee. Dit heen-en-weertje lijkt op de vorige wandelroute (punt 2-3). Hier zie je mooi hoe de zoete hoge kwelder geleidelijk overgaat in de zoute lage.

5

Ga verder over de weg langs de dijk en na 4,6 km sla je rechtsaf de dijk over richting fietsknooppunt 75. Sla aan de andere kant linksaf en neem vervolgens de eerste afslag rechts (opnieuw richting knoopunt 75). Eenmaal bij de N357 sla je rechtsaf en vervolgens links, richting Blije. Dan, in plaats van linksaf het dorp in te gaan, ga je rechtdoor richting Hogebeintum. Ga op de T-splitsing naar rechts. Je ziet Hogebeintum al liggen. Automobilisten parkeren onderaan het dorp bij het bezoekerscentrum.

285


TITEL HOOFDSTUK

318


PRAKTISCHE INFORMATIE In dit gedeelte van de gids vind je praktische informatie over de keus van je bestemming, accommodatie en vervoer, verantwoord toerisme, de beste excursies, musea, wadlopen, zeehonden kijken, etc. Kortom alles over het zelf ontdekken van het Waddengebied. KIES JE EILAND (OF TOCH HET VASTELAND) De eerste keuze waar je als potentiële bezoeker voor staat is: ‘Waar ga ik naartoe?’. De logistiek gebiedt nou eenmaal dat als je voor het ene eiland kiest, de andere automatisch afvallen. Tenzij je een lange vakantie neemt en gaat ‘eilandhoppen’ (waarover meer op pag. 325). Je bent vrijer in je beweging wanneer je op het vasteland blijft en verschillende dagtochten naar de eilanden maakt, maar dan loop je het risico dat ene ongrijpbare en toch zo centrale element van de Wadden mis te lopen: het eilandgevoel. Waar je ook voor kiest, twee dingen zijn zeker. Het wordt geweldig en je wilt een keer terugkomen om dat-wat-je-nu-mist alsnog te bekijken. Hier volgt een klein en onvermijdelijk subjectief overzicht van de goede redenen om voor een bepaald eiland of de vaste wal te kiezen. Om je keuze nog wat verder te vergemakkelijken heb ik ook van iedere plek geprobeerd een (mogelijk) mindere kant te bedenken. En daarmee is de keuze verder aan jou. VIJF REDENEN OM VOOR TEXEL TE KIEZEN 1 - Texel is makkelijk bereikbaar, zowel met auto als openbaar vervoer. 2 - Texel is groot en divers, zowel in landschap als in flora en fauna. 3 - Veel wandel- en fietsmogelijkheden. 4 - Texel is een van de beste eilanden om vogels te kijken, met name in voor- en najaar. 5 - Texel heeft een van de mooiste bloemrijke duinvalleien en samen met Terschelling de rijkste vlinderwereld. Nadelen van Texel als verblijfsplaats: door de grootte en nabijheid van de kust heeft Texel net wat minder dat typische eilandgevoel van de Wadden. Ook ontbreken de uitgebreide kwelders.

Boven: oude land van Texel Onder: Vliehors op Vlieland Vorige pagina: wadlopers komen aan op Ameland

VIJF REDENEN OM VOOR VLIELAND TE KIEZEN 1 - Klein maar landschappelijk een prachtig eiland. Ook het dorpje is schitterend. 2 - Relatief weinig bezoekers die allemaal voor de rust komen (bezoekers mogen geen auto meenemen naar Vlieland). 3 - De immense zandplaat van de Vliehors en de vogelrijke Kroon’s Polders – deze ontbreken op de andere eilanden. 4 - Zeehonden kijken op Richel. 5 - Uitgebreid struinen door de duinen, die aan de zuidkant direct langs de Waddenkust lopen.

319


PRAKTISCHE INFORMATIE De toegang tot de Berkenplas op Schiermonnikoog wordt momenteel ook voor rolstoelgebruikers geschikt gemaakt. Zie voor meer informatie www.natuurzonderdrempels.nl. BUITEN DE PADEN GAAN Wat is er mooier dan vrij zwerven door duin en kwelder? Het kan en mag vaker dan je wellicht zou denken. Maar lang niet overal en altijd. De natuur blijft voorop staan, dus op plekken met kwetsbare vegetatie of waar vogels rusten of broeden voert de beheerder een strikt openstellingsbeleid. In het vogelbroedseizoen zijn veel paden zelfs afgesloten. Houd je aan deze regels, niet alleen vanwege de (behoorlijk strenge) controle op overtreding, maar vooral ook omdat het onverteerbaar is om de veroorzaker te zijn van verstoring en mislukte broedsels van (zeldzame) vogels. Wat wel en niet mag staat altijd helder aangegeven op de toegangsbordjes. Vrij zwerven is in veel duingebieden, op zandplaten aan de randen van de eilanden en op de kwelders buiten het broedseizoen toegestaan. Goede plekken om dit te doen zijn op de Vliehors (alleen in het weekend) en het droge duin van Vlieland, De Boschplaat op Terschelling, De Hon en Het Rif op Ameland en de Oosterkwelder op Schiermonnikoog, net als de zandplaat aan de westkant van het eiland. Op de Friese waddenkust kun je mooi struinen op het Noarderleech, opnieuw buiten het broedseizoen. Als je gaat zwerven, houd er dan rekening mee dat kwelders behoorlijk nat kunnen zijn in de winter. OP PAD MET DE HOND Een van de redenen dat er zoveel vogels in het Waddengebied zitten, is het gebrek aan roofdieren. Er zijn geen vossen of marters, alleen de hermelijn is in kleine aantallen aanwezig aan de vastelandskust. Een zalige rust voor vogels, totdat daar de recreant kwam, met zijn hond… Hoe lief je hond ook is, voor vogels is het een ongelofelijke stoorfactor én bron van gevaar. Voor schapen langs de dijken geldt hetzelfde. Vandaar dat de hond op veel plaatsen niet welkom is (zoals op veel dijken, rond het Lauwersmeer en in de vogelbroedgebieden) en op andere aangelijnd moet zijn. Op de bordjes staat duidelijk aangegeven wat wel en niet mag. Houd je er a.u.b. aan – loslopende honden vormen een van de belangrijkste bronnen van verstoring in het gebied. VOORBEREID OP PAD: TEKEN Het enige dier op de Wadden dat een reëel gevaar vormt, is kleiner dan een speldenknop: de teek. Neem hem heel serieus. Teken zitten in hoog gras, varens en struiken. Ze leven van bloed en laten zich vallen wanneer er een been of poot langs de vegetatie strijkt. Vervolgens kruipen ze naar de warmere en vochtiger streken van het lichaam waar de huid dun is en daar bijten ze zich vast. Dit zou allemaal geen enkel probleem zijn (je voelt er niets van), ware het niet dat sommige teken besmet zijn met een bacterie (Borrelia) die de ziekte van Lyme kan veroorzaken. Lyme is een chronische ziekte die in ernst verschilt van persoon tot persoon, maar als je pech hebt, kan

326


PRAKTISCHE INFORMATIE het je leven behoorlijk verzieken. Reden dus om heel goed uit te kijken. Teken vermijden: teken loop je op van lente tot herfst in de gebieden met vee, wild en vogels. In het Waddengebied is dit vooral in de bossen en duinen waar hoog gras groeit. De kwelders en polders zijn arm aan teken. Blijf je op de brede paden, dan is de kans gering, maar als je een serieuze tocht gaat ondernemen in de risicotijden en -gebieden, kun je het beste een lange broek dragen en over je ijdelheid heenstappen en je broekspijpen in je sokken stoppen. Nog betere bescherming bieden speciale sokken en broeken die geïmpregneerd zijn met antitekenmiddelen. Deze zijn verkrijgbaar in de betere outdoor-winkel. Daar kun je ook anti-tekenspray kopen. Teken verwijderen: De kans dat een teek besmet met de Borreliabacterie (de schatting is dat ongeveer 20% van de Nederlandse teken besmet is) je de ziekte van Lyme bezorgt, wordt zo’n 24 uur na de beet reëel. Desalniettemin wordt de besmettingskans slechts op 1-3% geschat. Het officiële advies is om na je wandeling uitgebreid je lichaam (met name de intieme delen, voeten, buik, knieholten, oksels) goed te controleren. Ik zou daaraan willen toevoegen om eerst even de teken van je broekspijpen af te halen direct nadat je een stukje door de duinen hebt gelopen. Als je een teek weghaalt (wat een pijnloze exercitie is), moet je uitkijken dat het monddeeltje niet achterblijft. Gebruik nooit alcohol. De geadviseerde manier om de teek te verwijderen is met een speciale tekentang (bij iedere drogist verkrijgbaar; zie www.lymenet.nl en www.tekenradar.nl). Symptomen, diagnose en behandeling van Lyme: Lyme is prima te behandelen met antibiotica, maar alleen als je er vroeg bij bent. Het rottige van de ziekte is dat de symptomen nogal wisselen en de klachten redelijk vaag zijn. Vanwege de ernst van de ziekte is het goed om het zekere voor het onzekere te nemen en je bij twijfel vroegtijdig te laten behandelen. De symptomen die vaak optreden (maar dus niet altijd) zijn een rode vlek of cirkel rond de beet (in plaats van een rood vlekje op de plek van de beet), na enkele dagen gevolgd door hoofdpijn, stijve nek, koorts, spierpijn of vermoeidheid. Als deze zich voordoen, ga dan naar de dokter. Die kan een bloedtest doen. Helaas is een negatieve uitkomst van deze test geen garantie dat je vrij van Lyme bent. Symptomen, testresultaten en de verdere ontwikkeling van klachten leiden samen tot de diagnose. Voor meer informatie, check www.lymenet.nl. VOORBEREID OP PAD: KLEDING De Wadden staan bekend om hun gematigde, milde klimaat, maar uiteindelijk bepalen wind, regen en zon de gevoelstemperatuur. De harde wind kan koel weer ijskoud maken en een buitje omvormen tot een snijdende regen. Het maakt ook dat het zelden heet is, zelfs niet als de lucht blauw en de UV-straling hoger is dan elders in Nederland. Ik bedoel maar: wees goed voorbereid op regen, kou én felle zonneschijn. Dat ben je door goede wind- en waterdichte kleding mee te nemen die je in lagen aan en uit kunt doen. Neem ook bescherming tegen de zon mee, zowel zonnebrand als een zonnehoed. Sommige routes in de duinen en met name in de kwelder kunnen erg nat

327


PRAKTISCHE INFORMATIE want een Waddendijk zonder schapen – dat kan eigenlijk niet. Kies je voor lamsvlees, let er in elk geval wel op dat je echt lokaal vlees koopt. LOKALE BIEREN In het kielzog van de recente liefde voor speciaalbiertjes zijn ook in het Waddengebied een behoorlijke reeks lokale bieren ontwikkeld die erg lekker zijn! De Texelse Skuumkoppe heeft inmiddels nationale bekendheid verworven, maar ook Vlieland heeft sinds 2017 zijn eigen bier en Terschelling heeft zowel de prachtige reeks Scelling bieren als de bieren van brouwerij de Schoemrakker (met de drieteenstrandloper op het etiket). Ameland heeft een kleine ambachtelijke brouwerij in Ballum met verschillende speciaalbieren. De bieren worden door ‘eilandse’ bedrijven gemaakt en maken gebruik van lokale grondstoffen. KRUIDENBITTER Kruidenbitter is een favoriet drankje voor de koude dagen. De typische jenever met een zoet-kruidige smaak van talrijke, vaak geheime kruidenmengsels, dankt zijn speciale smaak doorgaans aan de kruidnagel, in de VOC-tijd gehaald uit het voormalige Nederlands-Indië. Het Texelse ‘Juttertje’ en het Terschellingse ‘Skylger Jutters-bitter’ zijn de bekendste Waddenbitters. CRANBERRY, GAGEL, DUINDOORN, ZEEASTER EN ZEEKRAAL Een aantal waddenkruiden komen met enige regelmaat terug als smaakmakers in gerechten en dranken. De cranberry is daarvan de bekendste. Deze rode bes, verwant aan de heide, groeit op Vlieland en Ameland, maar komt vooral op Terschelling veel voor (zie kader op pag. 164). De fris-zure smaak is uitstekend in jams en compotes, maar doet het ook goed bij kaas en vlees. Minder algemeen is siroop van de duindoorn of vlierbloesem, die ook allebei veel in het duin groeien. De gagel is een struik met een enigszins laurierachtig blad die in het wild groeit in natte duinvalleien. De zoet-kruidige smaak past bij sauzen, maar ook als smaakmaker in bier. Zeeaster (nogal verwarrend ‘lamsoren’ genoemd in de keuken) en zeekraal zijn zilt-smakende, vitaminerijke kruiden uit de kwelder, die regelmatig als garnituur opduiken bij (vlees)gerechten. FRUIT-DE-WAD Oesters, mosselen, kokkels, alikruiken, garnalen – van oudsher worden er veel zeevruchten geoogst in het Waddengebied (in tegenstelling tot vis, die vooral uit de Noordzee komt). Met name de kokkelvisserij had een slechte naam, omdat de industriële oogst van de schelpdieren de waddenbodem vernietigde en daarmee een enorme negatieve invloed had op de vogelstand. De mechanische kokkelvisserij is inmiddels verboden en een kleinschalige, met de hand gevangen vorm van schelpdieroogst is daarvoor in de plaats gekomen. Deze producten zijn voorzien van het Waddengoud-keurmerk en worden verkocht in de (betere) restaurants in onder andere de vissersplaatsen Den Oever, Harlingen en Lauwersoog.

334


PRAKTISCHE INFORMATIE Er zijn ook catch-it-yourself excursies waarbij je met een visser het wad op gaat om je eigen maaltje bij elkaar te vangen (zie pag. 354). NOORDZEEVIS Je kunt uitstekend vis eten in het Waddengebied, maar dat wil niet zeggen dat die vis ook uit de Waddenzee komt. De meeste wordt gevangen in de Noordzee, die dieper is en waar meer vis zit. Net als de schelpdiervisserij in de Waddenzee heeft de visserij in de Noordzee te kampen met overbevissing. Toch is hier de omslag naar duurzame(re) vormen van visserij en regulering van vangsten al langere tijd gaande en zijn er goede alternatieven (naast de destructieve praktijken). Helaas serveren veel restaurants in het Waddengebied (en in de rest van Nederland) nog veel niet duurzaam gevangen vis. Stichting De Noordzee (www.noordzee.nl) wil een duurzaam gebruik van de Noordzee realiseren met daarin ruimte voor mens en natuur. Zij stelde de viswijzer samen (als app te downloaden) waarin je precies kunt zien welke vis je goed kunt eten en welke beter niet. Voor gekweekte vissen zet het ASC keurmerk en voor wilde vis het MSC keurmerk je op het goede spoor. Veel vissoorten die op de menukaart staan, zoals schol, (slip)tong en kabeljauw zijn momenteel niet bedreigd, maar de vangstmethode (bijvoorbeeld het grootschalig opzuigen en filteren van de bodem) kan voor de zee erg schadelijk zijn. De vis met het MSC-keurmerk is op een niet-schadelijke manier gevangen. Vissers zijn overigens echt niet altijd ‘bad guys’ die alleen door regulering, keurmerken en door kritische consumenten in het gareel gehouden moeten worden. Kijk ook eens naar www.goedevissers.nl, voor een collectief van vissers die zelf het roer om willen gooien in de visserij. BROOD EN KOEK Suikerbrood, pondkoek, potjekoek, kruidkoek, oudewijvenkoek, Groninger koek – er zijn nogal wat lokale baksels die het proeven waard zijn. Opvallend is dat de meeste zoet en stevig zijn en dat de ontbijtkoekcategorie goed vertegenwoordigd is – het type zwaar brood op basis van rogge en met kruiden uit de Oost dat met een laagje roomboter zowel als ontbijt als bij de koffie uitstekend op zijn plek is. In Friesland steken de lokale bakkers elkaar de loef af met het beste suikerbrood; in Groningen gebeurt hetzelfde met Groninger koek en oudewijvenkoek – die laatste heeft anijs als ingrediënt en dankt zijn naam aan de zompige textuur die zacht genoeg is om zelfs door tandeloze oude dames gegeten te kunnen worden. Pondkoek (een speculaasachtige koek) en potjekoek (een soort kruidkoek in tulbandvorm) zijn typisch Terschellingse lekkernijen.

Kunstwerk van plastic doppen op Vlieland

VERANTWOORD TOERISME ‘Take nothing but your photo, leave nothing but your footprint’ is het beroemde adagium dat ‘ethisch’ natuurtoerisme samenvat. Voor de Waddenbezoeker is dit van extra groot belang. Waar zo’n honderd jaar geleden nog geen hond kwam (letterlijk en figuurlijk), kwamen in 2015 volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek bijna 1,3 miljoen mensen naar de

335


PRAKTISCHE INFORMATIE Waddeneilanden. Dat is gemeten de hand van het aantal overnachtende bezoekers; dagjesmensen en bezoekers van de vastelandskust zijn hierin niet meegenomen. Het beeld is duidelijk: terwijl de Waddenzee 60 jaar geleden nog gezien werd als rijp voor inpoldering, blijkt die nu een toeristische goudmijn. Al die liefde voor de natuur is geweldig, maar niet geheel wederzijds. Verstoringen van broedvogels en het vertrappen van kwetsbare vegetatie en bodem zijn inmiddels reële gevaren voor de natuur. Minder ernstig dan inpoldering, maar toch. Hier volgen enkele tips om jouw bezoek positief te laten zijn voor de natuur. Wel doen: de beheerders van het Waddengebied werken hard om hun terreinen aantrekkelijk te maken voor natuur én bezoeker. Dat kost veel geld en dat komt slechts ten dele uit de belastingpot. Ondersteun deze partijen. Word lid van Natuurmonumenten, de Waddenvereniging of van jouw Provinciale Landschap (zie pag. 103). Staatsbosbeheer realiseert concrete natuurprojecten met behulp van giften via de stichting Buitenfonds (www.buitenfonds.nl). Je kunt op deze site kiezen voor welk project je wilt doneren. Door middel van je aankopen tijdens je verblijf op de Wadden, kun je je uitspreken voor de natuur. Het is misschien een open deur, maar koop biologische producten (onder andere EKO-keurmerk) en liefst ook lokale. Op pagina 334 vind je enkele producten. Niet doen: volg in elk geval de aanwijzingen op van de ge- en verboden die op de bordjes langs de paden staan: honden aan de lijn (zie pag. 326), blijf waar dit geboden is op de paden, gooi geen afval weg in de natuur, neem geen muziekspeler mee het gebied in, ga niet wildkamperen of met je elektrische all-terrain fatbike door de duinen raggen. Dit klinkt allemaal wat paternalistisch, maar met jaarlijks miljoenen bezoekers is enige zelfrestrictie noodzakelijk. Respecteer bovenal de rust in de broedtijd en blijf uit de broedgebieden als dit geboden is. Dat geldt zeker ook voor de hond. Wandelen langs de drooggevallen waddenkust is niet verboden. Het wad is immers zee en daar is vaak geen beheerder. Mede daardoor wordt juist hier veel schade aangericht. Wanneer het tij hoog is en de vogels dicht tegen het eiland zitten, kan een loslopende hond (of wandelaar) met gemak duizenden vogels opjagen. Als dit vaak gebeurt dan verliest de Waddenzee zijn functie als rust- en bijtankgebied voor wadvogels. Kortom – bij hoog water niet langs kwelderranden en over wadplaten lopen en de hond aangelijnd houden. Als je gaat wadlopen bij laag water, let dan goed op dat je niet door velden van zeegras banjert of over mosselbanken loopt. Deze vormen een uiterst kwetsbaar ecosysteem en zijn onmisbaar voor wadvogels. Ga je met een boot het wad op, kies dan zorgvuldig het bedrijf of de organisatie waarmee je in zee gaat. Op pagina 353 geef ik daar wat tips over. Meer nog dan van loslopende honden krijgen natuurbeheerders grijze haren van natuurfotografen. Tenminste die van het verkeerde slag, die de foto belangrijker vinden dan het welzijn van hetgeen erop staat. Wees niet een van hen.

336


PRAKTISCHE INFORMATIE

HET WADDENJAAR Januari – half maart: de winter is de perfecte tijd voor lange koude zwerftochten over verlaten, winderige vlaktes. De kwelders zijn niet afgesloten, dus je kunt eindeloos wandelen. Sjaal om, gezicht naar de lage, koele winterzon en lopen maar. Vergeet goede waterdichte schoenen niet, want duin en kwelder zijn behoorlijk nat. Als de zon eenmaal onder is en het laatste gevoel uit vingers en tenen is verdwenen, dan zijn de knusse dorpen met hun bruine café’s het meest aanlokkelijk. Winter op het wad is op zijn mooist als het een aantal dagen heeft gevroren. Dan kun je spectaculaire ophopingen van ijsschotsen zien. Tijdens laag water vormt ijs zich gemakkelijk; de combinatie van wind en stroming bij vloed maakt dat het snel gaat kruien. De winter is ook een schitterende tijd om vogels te kijken. Er zitten veel roofvogels en je kunt strandleeuweriken, sneeuwgorzen en andere noordelijke vogels vinden. Het oostelijk Waddengebied, zowel de eilanden als het vasteland, is het rijkst aan winterspecialiteiten. De aantallen ganzen en eenden op de Waddenzee, Lauwersmeer en langs de Afsluitdijk zijn spectaculair.

Boven: Oosterkwelder in de winter Onder: dwergmeeuw

DE BESTE PLEKKEN Texel: Mokbaai en de Putten (wadvogels; route 2), Utopia en de Schorren (ganzen; 1) en de Slufter Baucis en route Philemon (roofvogels en mooie zwerftochten; route 5). Vlieland: Haven en Oosterstrand (zeevogels; route 9); Pad van Zes (strand- en kweldervogels; route 7), Kroon’s Polders en Posthuyswad (eenden, kwelder- en wadvogels; route 8). Terschelling: De Noordsvaarder (wintervogels en zwerftochten; route 11), Grië (winter- en wadvogels; route 13) en Boschplaat (wintervogels en zwerftochten; route 14). Ameland: Ballumerbocht (wadvogels), Ballumerstrand (zee- en strandvogels) en Buurdergrië (ganzen; route 15), Nieuwlandsreid (kweldervogels en zwerftochten; route 17) en de Hon (kweldervogels en zwerftochten; pag. 255). Schiermonnikoog: Polder en pieren (kweldervogels; route 18), Westerstrand (kwelder- en strandvogels; route 19) en de kwelder (kweldervogels en zwerftochten; route 21). Vasteland: Noordrand Wieringen en Den Oever (ganzen, eenden en wadvogels; route 22), Afsluitdijk (eenden; pag. 314), Noarderleech (kweldervogels en zwerftochten; route 23), Peazumerlannen (kwelder- en wadvogels; pag. 315), Lauwersmeer (moerasvogels; route 24). Half maart – half april: De lente begint zich te roeren, maar het gaat wel traag! De wintervogels zitten er nog terwijl de eerste voorjaarsgasten er al aankomen. Ook beginnen de aantallen wadvogels langzaam toe te nemen, omdat de eerste trekvogels de overwinteraars komen versterken. Op de Wadden is het zeker in deze tijd van het jaar duidelijk koeler dan in het binnenland, maar op zachte dagen langs duinplassen en in de rietmoerassen zingen toch al de eerste blauwborsten, zwartkoppen en tjiftjaffen. In april vliegen de dwergmeeuwen langs de Waddeneilanden, op weg naar hun broedgebieden in Scandinavië. In korte tijd trekt vrijwel de hele Europese populatie van dit mooie meeuwtje langs. De lepelaars komen terug, zanglijsters zingen in de dorpen en de boomleeuweriken luisteren het open duin op. Dit is ook de tijd dat de eerste hagedissen

337


PRAKTISCHE INFORMATIE

ACTIVITEITEN OP HET LAND EN LANGS DE KUST Naast de routes en ‘sites’ in dit boek is er een keur aan georganiseerde excursies en musea in het Waddengebied die zeer de moeite waard zijn. Hier volgt een bloemlezing: Schiermonnikoog Terschelling Natuurmuseum

Ameland

Natuurcentrum

Bezoekerscentrum Lauwersmeer

De Noordhoren Bezoekerscentrum Waddenkust / Zeehondencentrum Pieterburen

De Noordwester

Bezoekerscentrum Dollard

Vlieland Vogelinformatiecentrum Ecomare Afsluitdijk Waddencenter

bezoekerscentrum / natuurmuseum excursie vogelexcursie

Texel

zeehondenopvang Zeeaquarium Fort Kijkduin

Vliehors-express

www.ecomare.nl Ruijslaan 92 De Koog T 0222 - 317741

342

wadexcursie

INFORMATIECENTRA, (NATUUR)MUSEA EN ZEEAQUARIA Het kan niet beter – ieder eiland heeft zijn eigen natuurcentrum en op het vasteland is met het Afsluitdijk Wadden Center in 2018 een informatiecentrum van wereldformaat geopend. En dat komt nog eens bovenop een ruim aanbod van kleinere informatiecentra langs de kust. De bezoekerscentra zijn op hun eigen manier allemaal startpunten voor een bezoek aan de regio. Naast informatie voor bezoekers kun je er excursies boeken en vanuit sommige centra wordt ook onderzoek gedaan. Er zijn infopunten die door natuurbeheerorganisaties worden gerund en andere staan op zichzelf, maar de meeste werken nauw samen met andere organisaties en bieden van hen ook activiteiten aan, zoals van de Waddenvereniging en het IVN. Wel zo leuk want dan weet je als bezoeker direct welke excursies er de komende tijd georganiseerd worden. Hier volgt een overzicht. Ecomare (Texel) is een groot en modern natuurmuseum en zeehondenopvangcentrum net buiten De Koog. Onder gezinnen is het museum vooral bekend omdat je van vlakbij kunt zien hoe de zeehonden en bruinvissen worden gevoerd. Maar Ecomare heeft meer. Er is een grote zaal met een uitgebreide collectie walvisskeletten, er is een wetenschappelijke Waddenexpositie (gericht op kinderen) en een expositie over wilde bijen. Er is een (bescheiden) vogelopvang en een zeeaquarium. Ecomare werkt nauw samen met andere Texelse musea,


PRAKTISCHE INFORMATIE zoals museum Kaapskil (www.kaapskil.nl), de vuurtoren (www.vuurtorentexel.nl) en de Oudheidkamer (www.oudheidkamertexel.nl). De Noordwester (Vlieland) ligt midden in het dorp, vlak bij de kerk. Het is een klein maar fijn waddencentrum, dat zowel een zeeaquarium, jutterszolder en een enorm potvisskelet heeft, als een winkel van Vlielandse producten. Ook is het samen met de VVV dé plek om excursies te boeken. De Noordwester kan zich ook bogen op de grootste zandverzameling ter wereld. Natuurmuseum Terschelling ligt in het centrum van West-Terschelling. Het museum herbergt ook een fors zeeaquarium met roggen, haaien en allerlei andere vissen van zowel Noordzee als Waddenzee. Het museum heeft verder drie tentoonstellingen – een over de natuur van Terschelling, een over het weer en klimaat en tot slot de zeezaal, waar allerlei informatie wordt gegeven over het leven van de van de zee.

www.denoordwester.nl Dorpsstraat 150 Vlieland T 0562 - 451700

www.natuurmuseumterschelling.nl Burg. Reedekerstraat 11 West-Terschelling T 0562 - 442390 bewoners

Natuurcentrum Ameland is een klein museum in Nes, dat nauw samenwerkt met de andere musea en opengestelde molens en de vuurtoren op Ameland. Het natuurmuseum richt zich vooral op kinderen en heeft een wisseltentoonstelling en een zeeaquarium.

www.amelandermusea.eu Strandweg 38 Nes T 0519 - 542737

Bezoekerscentrum Schiermonnikoog ligt aan de noordrand van het dorp en biedt, naast informatie en natuurboeken een wisselende tentoonstelling over natuur en cultuurhistorie van het eiland. Het bezoekerscentrum werkt nauw samen met VVV Schiermonnikoog, het schelpenmuseum, bunkermuseum Schlei en het Rariteitenkabinet Gribus.

www.np-schiermonnikoog.nl Torenstreek 20 Schiermonnikoog T 0519 - 531641

Het Afsluitdijk Wadden Center (Kornwerderzand aan www.afsluitdijkwaddencenter.nl de Afsluitdijk) is een groot en gloednieuw (2018) bezoeAfsluitdijk 1c kerscentrum met een ‘interactieve beleefexpositie’. De rode Kornwerderzand draad van de expositie is de geschiedenis, het heden en de T 0517 - 723 026 toekomst van onze omgang met water. Van watersnoodrampen en deltawerken tot klimaatverandering komen aan bod in de tentoonstelling over hoe Nederlanders leven met het water. Met ‘aquavista’ heeft het centrum iets heel bijzonders gemaakt – een virtuele rondvlucht over het land en het water rondom de Afsluitdijk. Natuurinformatiecentrum ’t Kuitje Balgzand ligt aan de dijk net buiten Den Helder. Het centrum dient primair als startpunt voor excursies, waar iedereen zich bij kan aansluiten, zonder aanmelding vooraf. Er zijn wadexcursies, vogelkijkexcursies en proef-het-wad-excursies.

www.kuitje-balgzand.nl Oostoeverweg 80 Den Helder T 0223 - 635 862

343


PRAKTISCHE INFORMATIE

Bot

Handige startpunten voor een dagje de zee op zijn het Goede Visserscollectief (www.goedevissers.nl) en het Wadvissersgilde (www.wadvissersgilde.nl). Zeehondentochten per RIB (rapid inflatable boat; een snelle, luide, gemotoriseerde opblaasboot) zijn af te raden, net als zeehondentochten waarbij je wordt afgezet op de zandplaat waarop de zeehonden rusten of waarbij je er vlak langs vaart. Kies bij twijfel een andere aanbieder. Er zijn er genoeg. Wadvogels en het waddenleven in het algemeen zijn gebaat bij rust. Net als de Waddenzee-bezoekers overigens. Een milde recreatiedruk is daarbij geen probleem, maar kies je activiteiten zorgvuldig. Wadlopen, wadvogels en zeehonden kijken, daarvoor zal je wel naar de Waddenzee moeten. Maar ‘sporten op het wad’, vrijgezellenfeestjes in de speedboot en ‘zandplaat-yoga trekken’ een onnodig zware wissel op Nederlands’ belangrijkste natuurgebied. Een tamelijk nieuwe en erg leuke wadexcursie is de ‘culinaire expeditie’, waarin je met een boot de oesterbanken afgaat en eet wat het wad te

WADDENTOCHTEN EN HUN AANBIEDERS RONDVAARTEN, EILANDBEZOEK EN ZEILTOCHTEN Aangename tochten door het Waddengebied. Sommige aanbieders hebben traditionele boten. Eilandhopper is een ‘zeilende dienstregeling’ met reguliere overtochten per zeilboot (ook op trajecten die niet door veerboten worden aangedaan) en andere tochten (www.eilandhopper.nl). Stichting Y8122 richt zich op het in standhouden van de gelijknamige stoomsleepboot. Je kunt mee op zeetochten en tochten naar Texel (www.y8122.nl). Waddentochten heeft twee boten met excursies vanuit Lauwersoog (www.waddentochten.nl; vertrekt van Lauwersoog). Droogvaltochten Tochten waarbij je bij eb op een zandplaat droogvalt, waardoor je je midden in de open leegte van het wad bevindt. Eilandhopper (zie hierboven). Historische zeilvaart Harlingen organiseert allerlei thematische zeiltochten (waaronder droogvallen en wadlopen; www.historischezeilvaart.nl). VIS- EN ZEEBEESTEN KIJKEN; VISSERIJDEMONSTRATIE Wad Anders biedt demonstratie-vistochten aan, leuk voor zowel kinderen als volwassenen (www.wadanders.nl). Wadvissersgilde biedt een breed spectrum aan visexcursies aan en vertrekt vanuit Den Oever (www.wadvissersgilde.nl). Goede vissers: collectief van duurzame Noordzeevissers, binnen en buiten het Waddengebied, met verschillende afvaartpunten. (www.goedevissers.nl) Jan Rotgans heeft een visserijbedrijf dat allerlei educatieve visserstochten aanbiedt vanuit Den Oever (www.janrotgans.com). CULINAIRE ‘WILDPLUKTOCHTEN’ OP DE WADDENZEE De Waddenvereniging en Landschap Noord-Holland organiseert wildpluktochten (www.wexcursies.nl).

352


PRAKTISCHE INFORMATIE bieden heeft. Glaasje wijn erbij – relaxter kan het niet. Kleinschalige culinaire waddentochten worden aangeboden in het kader van de werelderfgoedexcursies door de Waddenvereniging. Veel wadexcursies worden door of in samenwerking met de natuurmusea, de Waddenvereniging, het Landschap Noord-Holland, het Groninger Landschap en it Fryske Gea aangeboden. Bij die activiteiten kun je er in elk geval vanuit gaan dat respect voor de Waddenzee bovenaan staat. In het overzicht op de tegenoverliggende pagina vind je een selectie van aanbieders, die, afgaande op hun websites, geen verstorende activiteiten aanbieden. Let wel, daarmee geldt niet automatisch ook het omgekeerde – staat een aanbieder niet in onderstaande lijst, dan wil dit niet zeggen dat deze schadelijke excursies aanbiedt.

Chummen op de Noordzee

AANBIEDERS VAN (ZEE)VOGELTRIPS (ZEE)VOGELTRIPS Vogelinformatiecentrum Texel organiseert Een van de meest exclusieve vogelervaringen is een door het jaar heen een groot aantal excursies zeevogeltrip. Deze excursies worden gehouden op zowel op Texel, waaronder af en toe ook vogeltrips op de Noordzee als de Waddenzee en het IJsselmeer, maar de Waddenzee (www.vogelexcursiestexel.nl). alle trips worden maar een enkele keer per jaar gehouFogol richt zich vooral op het IJsselmeer den. Je zult dit dus goed van tevoren moeten plannen. De (www.fogol.nl). Noordzee-excursies richten zich vooral op de najaarstrek, Birding Holland heeft jaarlijks meerdere wanneer duizenden zeevogels langs de kust migreren. Het excursies op de Noordzee (www.birdingmooie van deze tochten is dat je vogels ziet die je vanaf holland.nl). land niet of maar moeilijk te zien krijgt, zoals jan-van-genten, roodkeelduikers, zeekoeten en jagers (zie ook pag. 138). Je krijgt ze meestal goed te zien omdat er ‘gechumd’ wordt. Chum is visafval dat overboord gemikt wordt met als doel de vogels te lokken. Met de juiste windcondities (west tot noord, matig tot krachtig) levert dat spectaculaire waarnemingen op. Vogeltrips op de Waddenzee richten zich op sterns en steltlopers en in de winter op eenden als topper en ijseend. Sommige aanbieders hebben ook het IJsselmeer als doel, met name het eilandje De Kreupel en de Markerwadden, waar grote aantallen sterns en meeuwen te vinden zijn.

DE NATUUR IN MET KINDEREN Maak je kind tot een woudloper. Het Wereld Natuur Fonds heeft raak geschoten door de kinderleden uit te roepen tot ranger. Stoere buitenlui op zoek naar coole dieren, dat wil iedereen. Ieder kind in elk geval. Hier volgen een aantal ideeën om samen met je kind(eren) te doen. Kijk ook de voorgaande pagina’s nog even door – een duisterniswandeling (pag. 349), een wadloopexcursie (pag. 350) of een zeiltocht op de Waddenzee zijn leuk voor alle leeftijden. SPOREN ZOEKEN EN GIPSAFDRUKKEN MAKEN Dieren laten het duidelijkst hun sporen na op nat zand. En nat zand is er voldoende. Langs het strand zie je overal vogelpoten van meeuwen, sterns, eenden en strandlopers. Op Ameland en Terschelling zie je soms

353


PRAKTISCHE INFORMATIE

DANKWOORD Het Waddengebied is een puzzel met duizend stukjes. Ieder vertelt zijn eigen verhaal. De kooiker met zijn familietraditie als eendenvanger en -verzorger. Prof. Dr. Victor Westhoff, die de ene lichting studenten na de andere vegetatieonderzoek liet doen op Terschelling. De Groninger boeren en hun werkers die de Waddendijk verzorgden en de zee inpolderden en daar afwisselend rijk van werden of met de dood moesten bekopen. De beheerders, de VVV’s, de vissers, de horecaondernemingen… Het was geen sinecure om uit al die verhalen een overkoepelend beeld te schetsen van het Waddengebied. Gelukkig ben ik tijdens het maken van dit boek met veel beheerders en bewoners in contact gekomen en hebben allerlei organisaties in het gebied op een of andere manier meegeholpen of bijgedragen aan het samenstellen van deze gids. Zonder hun medewerking was dit project niet gelukt. Dit is de plek waarop ik hen bedank. Als eerste wil ik de mensen noemen die zich sterk gemaakt hebben om dit project te realiseren en vanuit de beheerorganisaties te coördineren: Chris Braat, Quirin Smele, Alje Zandt en Sanne van Gemerden (Natuurmonumenten), Annelies van der Goot (Staatsbosbeheer), Sjon de Haan (UNESCO Werelderfgoed) en Hans Revier (Waddenvereniging). Mede dankzij jullie kon ik aan de slag. Gedurende het veldwerk ben ik bijgestaan door de enthousiaste boswachters van het Waddengebied. In het veld, de beheerderskeet, -kantoor en werkschuur, bij een kop koffie of tussen de orchideeën in een duinvallei, hoorde ik van hen de mooiste verhalen en kreeg ik de beste tips. Ook hebben zij de manuscripten van dit boek doorgelezen en met een ‘opbouwende rode pen’ van commentaar voorzien. Erik van der Spek en Charlotte Biskop (Staatsbosbeheer Texel), Jody Hille en Jerome van Abbevé (Natuurmonumenten Texel), Carl Zuhorn en Anke Bruin (Staatsbosbeheer Vlieland), Joeri Lamers (Staatsbosbeheer Terschelling), Robert Pater (Staatsbosbeheer Ameland), Erik Jansen (Natuurmonumenten Schiermonnikoog), Marco Glastra (Groninger Landschap), Albert Wester (it Fryske Gea), Roelf Hovinga (Landschap Noord-Holland), Renée Nitters en Hanneke Wijnja (Natuurmonumenten): mijn dank is groot! Naast deze beheerders hebben ook tal van ‘niet grondgebonden’ experts mij tips en informatie gegeven over uiteenlopende zaken van melanistische konijnen tot vogelakkers en van culinaire wadtochten tot vogels vangen in de eendenkooi. Dank ben ik verschuldigd aan Ineke Noordhoff (tijdschrift Noorderbreedte), Marc Plomp (Vogelinformatiecentrum Texel), Marijke Drees, Elvira Werkman, Arjen Kok, Ben Koks, Jan Beekman, Kees Woutersen, Rob Mooser, Peter de Boer (SOVON), Jan-Piet de Boer (Landschapsbeheer Friesland) en vele anderen. Binnen het team van Crossbill Guides heeft Kim Lotterman een enorme bijdrage geleverd met zijn planten- en vegetatiekennis. Zo’n twintig jaar geleden ontdekten Kim en ik als studenten samen onze eerste kleine keverorchissen op Terschelling – met dit boek konden we samen ons plantenhart verder ophalen. Cruciaal was het werk van Constant

362


PRAKTISCHE INFORMATIE Swinkels, die veel onderzoek heeft gedaan en feiten heeft gecheckt voor de gids. Daarnaast heeft Constant de routes van het boek omgezet naar de app en daar de soortteksten bij geschreven. Alex Tabak heeft het kaartmateriaal verzorgd en samen met biogeoloog Gino Smeulders heb ik de geologie van het Waddengebied bekeken. De op- en aanmerkingen en achtergrondonderzoeken van Gino hebben de tekst over de fascinerende waddengeologie verhelderd en verrijkt. Met het insectenhoofdstuk ben ik nog een stap verder gegaan: dit heb ik in zijn geheel aan de kundige pen van Crossbill Guides’ vlinder- en libellenspecialist Albert Vliegenthart overgelaten. De tekstredactie lag in handen van Kees Hilbers en Riet Hilbers en de eindredactie werd gevoerd door Ita van Dijk. Dank voor de niet aflatende concentratie en oog voor detail! Om te schrijven heb je een zekere mate van afzondering nodig, maar een boek promoten vereist precies het tegenovergestelde. Zonder mijn vaste communicatieteam van Marjolein de Graaf en Oscar Lourens waren beide niet te combineren. Tot slot nog een groot woord van dank aan alle fotografen die hun beeldmateriaal voor deze gids beschikbaar hebben gesteld: Stijn Smits, Mark Zekhuis, Luc Hoogenstein, Cor Fikkert, Jan Sohler, de vele fotografen van Stichting Saxifraga en de vele anderen die genoemd worden op pagina 364. En aan mijn vrienden Ruben Feenstra en Daniëlle Bouwmeester en hun kinderen Jesse, Lotta en Marij die zo mooi figureren in het hoofdstukje over natuurbeleving met kinderen. Dank aan allemaal! Jullie zijn tegelijkertijd solide als de Hoge Berg en flexibel als een wadplaat; precies wat je nodig hebt voor een boek over het mooiste natuurgebied van Nederland.

FOTOVERANTWOORDING Bruinsma, Frans: 114 Crossbill Guides / Hilbers, Dirk: cover, 6, 10 (1e+2e), 11 (2e-4e), 12, 13 (1e-3e), 18 (r), 20, 23 (b+o), 27, 32, 33 (b), 35, 38, 39, 40, 41 (b), 42 (b), 43, 45 (b+o), 47 (b), 51, 52 (b+o), 53 (b+o), 54, 60 (o), 61 (b), 65, 68, 75 (o), 76, 77 (b+o), 78 (o), 84, 87 (b+o), 88 (b+o), 91, 93, 94, 95, 100 (b), 102, 104, 108, 113, 117 (3e), 123 (b), 119 (4e+5e), 120 (o), 123 (b), 124, 132, 139, 140 (o), 144, 146, 147 (o), 150 (b+o), 151, 152, 154, (o), 155 (o), 156, 158 (m+r), 160 (1e), 161 (3e+4e), 162 (5e), 164 (b), 165, 166, 168, 169, 173, 174, 175, 176 (b), 178, 180 (l+r), 181 (l+m), 182 (r), 185 (b+o), 186, 189, 194 (b+o), 199 (b), 202, 204, 205 (b), 207, 208 (b+o), 210, 211, 214, 217, 219 (b+o), 224, 228 (b+o), 229, 232, 233 (o), 234, 238, 239, 244, 245, 246, 248, 249, 252 (b+o), 254, 256 (b), 259, 262 (o), 266, 269, 270, 272, 273, 278, 279, 282 (o), 284 (b), 285, 286 (m+o), 287, 289, 292 (r), 293 (o), 294 (b), 298 (o), 302 (o), 303 (b+o), 305, 309 (b+o), 310 (b+o), 311, 313 (o), 314 (o), 317, 318, 319 (b+o), 320 (b+m+o), 321 (b), 322, 323, 324, 329, 335, 338, 340 (b+o), 342, 345, 347 (b+o), 349 (1e+2e), 353 (b), 354 (b), 355 (o), 356, 357, 358

Nummers verwijzen naar de pagina’s. b = boven m = midden o = onder l = links r = rechts

363


PRAKTISCHE INFORMATIE Crossbill Guides / Swinkels, Constant: 47 (o), 80, 126 (o), 137, 138, 142 (4e), 163 (b), 181 (r), (l+ro), 215, 237, 293 (b) Crossbill Guides / Ten Cate, Bouke: 123 (o), 161 (5e), 295 Crossbill Guides / Vliegenthart, Albert: 41 (m), 42 (o), 142 (1e+2e), 143, 145, 148 (b+o), 179, 198, 264 De Graaf, Jakoba: cover, 33 (o), 99, 221 Dielissen, Esther: 147 (b) Feenstra, André: 349 (o), 351 (o), 353 (o), 354 (o), 355 (b) Fikkert, Cor: cover, 11 (1e), 61 (o), 69 (b), 106, 115, 128 (b), 133 (b), 134 (b+o), 135, 136 (b), 172, 213 (b), 218, 225 (o), 233 (b), 250, 281, 286 (b), 290, 294 (o), 298 (b), 337 (o) Folkers, Jack: 129 Hoogenstein, Dirk: 193, 205 (o) Hoogenstein, Luc: 10 (3e), 22, 100 (o), 117 (4e+5e), 125 (b), 131, 199 (0), 256 (o), 260, 261, 274, 337 (b), 352 Mager, Jörg: 126 (b), 354 Meesters, Ger: 112 Saxifraga / Baas, Ab: 159 Saxifraga / Barendse, Rutger: 292 (l) Saxifraga / Van Berkel, Kees: 242 Saxifraga / Boll, Hans: 351 (b) Saxifraga / Dekker, Hans: 47 (m), 141, 157, 158 (l), 160 (3e+4e), 161 (1e+2e), 162 (1e+2e), 163 (o), 190 (o), 220 (o), 225 (b) Saxifraga / Dijksen, Sytske: 24 Saxifraga / Felix, Rob: 140 (b) Saxifraga / Van Kruisbergen, Willem: 154 (b), 160 (2e+5e), 162 (3e), 182 (l) Saxifraga / Kruit, Rik: 34, 116 (4e), 314 (b) Saxifraga / Hoogenstein, Luc: 41 (o), 44 Saxifraga / Meininger, Peter: 116 (2e), 220 (b), 236 Saxifraga / Mollet, Martin: 75 (b), 133 (o), 297 Saxifraga / Munsterman, Piet: 118 (5e), 119 (1e+3e), 176 (o) Saxifraga / Nijendijk, Jan: 155 (b) Saxifraga / Van der Straaten, Jan: cover, 158 (l), 231, 262 (b), 267 (o), 316, 339 (b) Saxifraga / Vastenhouw, Bart: 280 Saxifraga / Verkerk, Janus: 291 Saxifraga / Zomerdijk, Piet: 282 (b) Saxifraga / Zwerver, Rudmer: 162 (4e), 316 Smits, Stijn: grote coverfoto, rugfoto, 10 (o), 14, 18 (l), 33 (m), 59, 60 (b), 97, 109, 111 (r), 117 (1e), 128 (o), 130 (b), 197, 284 (o), 339 (o) Sohler, Jan (www.jansohler.de): 46, 50, 67 (m+o), 69 (o), 70 (o), 71, 78 (b), 98, 116 (1e+5e), 119 (2e), 125 (o), 267 (b), 275, 301, 302 (b), 341 Van Uchelen, Edo: 116 (3e), 118 (2e), 120 (b), 149, 190 (b) Veling, Kars: 142 (3e) Verdurmen, Edwin: 349 (3e+4e) Zekhuis, Mark: 13 (o), 67 (b), 117 (2e), 111 (l), 118 (1e, 3e+4e), 121, 127, 130 (o), 136 (o), 164 (o), 196, 213 (o), 256 (o), 312, 313 (b), 321 (o) Zwart, Freek: 70 (b) Alle illustraties door: Crossbill Guides / Wolter, Horst

364


PRAKTISCHE INFORMATIE

LIJST VAN VERKRIJGBARE NATUURGIDSEN: Nederlandstalig België Crossbill Guide Kempen en Maasland Nederland Crossbill Guide Veluwe Nederland Crossbill Guide Wadden Engelstalig Bulgarije Crossbill Guide Eastern Rhodopes Finland Crossbill Guide to Finnish Lapland Frankrijk Crossbill Guide to Provence and Camargue (voorjaar 2019) Frankrijk Frankrijk

Crossbill Guide to The Cévennes and Grands Causses Crossbill Guide to the Loire Valley – Loire, Brenne and Sologne Griekenland Crossbill Guide Eastern Rhodopes Griekenland Crossbill Guide to Lesbos Hongarije Crossbill Guide to Hortobágy and Tisza River floodplain IJsland Crossbill Guide to Iceland Polen Crossbill Guide to Northeast Poland Portugal Crossbill Guide to Southern Portugal Portugal Crossbill Guide to Madeira (voorjaar 2019) Spanje Crossbill Guide to Extremadura Spanje Crossbill Guide Canary Islands 1 – Lanzarote and Fuerteventura Spanje Crossbill Guide Canary Islands 2 – Tenerife and La Gomera Spanje Crossbill Guide to Western Andalucia Spanje Crossbill Guide to Eastern Andalucia Spanje Crossbill Guide to the Spanish Pyrenees

365


PRAKTISCHE INFORMATIE

Achter de Zwarten 292 Afsluitdijk 12, 16, 66, 77, 85, 90, 93, 94, 95, 135, 275, 276, 277, 278, 314, 315, 325, 339, 338, 343 Ambonezenbosje 309 Amstelmeer 76, 104, 134, 276, 281 Arjensduin 238 Badhuiskuil 219, 220, 221 Balgzand 16, 77, 64, 66, 104, 121, 127, 275, 276, 279, 280, 281, 313, 324, 343, 350 Bank van Banck 260, 265 Banck’s Polder 15, 50, 264 Bantpolder 76, 96, 121, 293, 294, 295, 341 Berkenplas 268, 270, 325 Berkenvallei 47, 230, 233, 339 Bocht van Ballum 246 Bol, de 50, 54, 172, 173, 176, 346 Bollekamer 159, 198, 340, 341 Bomenland 203, 341 Bornrif 26, 32, 244, 249 Boschplaat 18, 19, 58, 59, 60, 64, 66, 79, 80, 89, 127, 163, 215, 230, 234, 235, 236, 237, 255, 261, 271, 320, 321, 324, 326, 339, 338, 339, 340, 341, 346, 347, 354 Buurdergrië, 241, 339 Carel Coenraadpolder 308, 310 Cranberryvlakte 205 Cupido’s Polder 236 Dennen, de 47, 133, 188, 198, 199 Dijkmanshuizen 121, 170, 171, 172, 173 Dodemanskisten 15, 225 Dollard 17, 22, 29, 66, 73, 74, 76, 78, 86, 92, 95, 96, 97, 100, 104, 112, 116, 126, 134, 135, 304, 305, 306, 307, 308, 310, 317, 325, 340, 341, 344, 355 Donkere duinen 313 Duinmeertje van Hee 238 Ecomare 52, 110, 112, 169, 188, 198, 324, 342, 344, 350, 356 Eemshaven 137, 301, 302, 317, 325 Ezinge 80, 316 Ezumakeeg 76, 96, 137, 292, 293, 294 Feddema’s plas 316 Fonteinsnol 15, 89, 199 Formerumer Wiel 54, 218 Fort de Schans 186 Friese Front 34 Georgiërs-begraafplaats 183, 186 Grafelijkheidsduinen 104, 312, 313, 339 Griend 66, 85, 86, 103, 120, 142, 147, 200, 215 Grië, de 66, 127, 230, 231, 232, 233, 339, 338 Groene Strand (Ameland) 248, 249, 250, 324

366

Groene Strand (Schiermonnikoog) 11, 262, 263, 266, 320, 325 Groene Strand (Terschelling) 100, 223, 225, 320, 338, 340, 341 Hagedoornveld 243, 244, 256 Hêdredersplak 229 Hegewiersterfjild 74, 97, 103, 132, 135, 315, 338 Hertenboschvallei 267 Hoge Berg 20, 77, 183, 184, 185, 324 Hoge Land 74, 80, 82, 91, 92, 103, 299, 300, 325, 345 Hollumerduin 244, 248 Hollumerheide 248, 250 Hoogezandskil 176 Hon de 10, 29, 58, 59, 60, 64, 67, 80, 104, 127, 163, 239, 251, 254, 255, 256, 271, 320, 321, 324, 326, 339, 340, 341, 346, 354 Hoornermiede 220, 229 Hoornsebos 219, 229 Hors, de 25, 32, 124, 181 Horsmeertjes 43, 178, 179, 324, 338, 339 Huisduinen 16, 28, 38, 95, 139, 275, 312, 313, 324, 348 Huisduinerpolder 312 IJsbaantje (Schiermonnikoog) IJsbaantje (Vlieland) Jaap Deensgat 289, 293 Johannes Kerkhovenpolder 307 Jollemabosje 233 Kapenglop 38, 46, 268, 269, 339 Kiekkaaste 135,306, 310, 325 Klutenplas 97, 104, 121, 301 Kobbeduinen 38, 258, 261, 262, 271 Koegelwieck 38, 124, 219, 226, 227, 339, 340, 341 Koffiebonenplaat 237 Kollumerwaard 291 Kooibosjes bij Hee 52, 238 Koppen van Achtentwintig 237 Kreeftepolder 38, 181, 182 Kroon’s Polders 59, 64, 89, 113, 121, 127, 199, 200, 201, 203, 204, 206, 207, 212, 225, 324, 339, 338, 339, 340, 341 Kroonpolders 223, 225 Kweekbos 89, 243 Land van Juffrouw Alie 296, 297 Lange Duinen 38, 43, 122, 123, 124, 135, 240, 248, 320, 324, 338, 339 Lauwersmeer 11, 17, 29, 74, 76, 77, 78, 83, 86, 96, 97, 98, 101, 103, 108, 110, 121, 124, 126, 130,131, 132, 134, 135, 136, 143, 148, 149, 151, 157, 162, 257, 275, 287, 289, 291, 293, 294, 295, 316, 324, 325, 326, 339, 338, 340, 341, 344, 346, 347, 355, 360


PRAKTISCHE INFORMATIE

Liesingerplak 220, 229 Mariëndal 104, 135, 312, 313 Marsdiep 22, 65, 66, 85, 86, 169, 328 Menkemaborg 303 Moksloot 100, 179, 182, 341 Môchdijk 89, 256, 341 Muy, de 38, 46, 47, 89, 124, 191, 193, 324, 339, 341 Nassaukooi 241, 255, 345 Nederlanden, de 38, 194 Niehove 80, 316 Nieuwe Robbengat 287, 297 Nieuwlandsreid 68, 240, 241, 242, 251, 252, 253, 255, 320, 339, 338 Noard-Fryslân Bûtendyks 283 Noarderleech 61, 58, 74, 81, 92, 95, 97, 104, 239, 283, 285, 316, 324, 326, 339, 338, 339, 340, 341, 346, 347 Nol van Bertus 193 Noordkaap 302 Noordkeeg 243 Noordpolderzijl 96, 300, 301, 339, 340 Noordsvaarder 25, 32, 35, 38, 89, 124, 215, 222, 223, 224, 225, 320, 339, 338, 348 Normerven 121, 280 Oldambt, het 74, 78, 92, 95, 129, 132, 275, 300, 306, 308, 310, 325, 338, 339, 340 Oerd, Het 23, 38, 68, 104, 124, 251, 252, 253, 254, 324, 339, 340, 341 Oerdblinkert 121, 240, 251, 253, 320 Oosterkwelder 58, 59, 60, 80, 127, 163, 255, 261, 264, 271, 273, 321, 324, 326, 339, 340, 341, 346 Oostervallei 212 Ottersaat 170, 172 Oude Kooi 203, 214, 345 Paesens 29, 74, 127, 315, 350 Peazumerlannen 10, 64, 92, 121, 315, 339, 338, 341 Pieterburen (buitendijks) 29, 86, 92, 110, 112, 127, 132, 316, 325, 344, 350, 356 Plak van Veertien 229 Polder Breebaart 78, 104, 121, 135, 304, 305, 338, 340, 341, 344 Polder Eierland 175, 189 Polder Waalenburg 50, 54, 103, 132, 137, 172, 187, 189, 324, 346 Posthuys 200, 204, 205, 214 Posthuyswad 113, 127, 203, 206, 207 Punt van Reide 78, 97, 104, 121, 127, 304, 305, 348 Putten, de 121, 178 Razende Bol (Noorderhaaks) 25, 66, 104, 120, 169, 188, 222, 312

Refugium, het 312, 313 Richel 25, 66, 200, 213, 222, 319, 348 Rif, het 25, 59, 326 Rimkeskooi 232 Reitdiep 74, 78, 287, 290, 291, 293 Renvogelveld 137, 197 Robbenbank 245 Roggesloot 50, 54, 135, 175, 176 Rottumeroog 64, 142 Rottumerplaat 142, 147, 349, 350 Ruidhorn 121, 299, 301, 302 Schorren, de 121, 127, 174, 175, 339, 338, 346 Seeryperpolder 218 Seinpaalduin 95, 222, 225 Simonszand 25, 66 Slufter 60, 89, 127, 147, 163, 174, 175, 191, 192, 194, 339, 340, 341, 346 Spang 198, 345 Stryp 64, 121, 217, 218, 324, 328, 338, 340, 341 Tjamme, de 74, 311 Tuintjes, de 137, 196, 341 Uithuizerwad 58, 121, 127, 302, 316 Utopia 103, 121, 127, 173, 339, 338, 339 Vallei van het Veen 38 Vierde Slenk (Schiermonnikoog) 273 Vliehors 32, 66, 67, 120, 196, 199, 200, 201, 204, 208, 214, 319, 324, 325, 326, 338 Volharding, de 174, 197 Vredenhof 270 Vuurboetsduin 210, 211 Waalenburgerdijkje 82, 188, 190 Wagejot, het 103, 121, 172 Waterplak 122, 220, 338 Wieringen 16, 74, 76, 77, 81, 83, 85, 86, 93, 94, 97, 108, 110, 121, 127, 130, 131, 132, 183, 275, 276, 279, 281, 324, 325, 339, 338, 340, 341, 350 Wieringermeerpolder 77, 93, 94, 281 Willemsduin 56, 272, 273 Witte Lid, het 212 Westerduinen 38, 263 Westerplas 43, 135, 258, 259, 264, 265, 324, 338 Westerstrand 263, 339, 338, 348 Westerwoldse Aa 78, 306, 310 Wezenputten 185 Wytsemakooi 303, 345 Zandkes 121, 135, 172, 176 Zandkuil 185 Zuiderduinen 66 Zwarte Haan 97, 104, 121, 283, 284, 286

367


ROUTE-APP WADDEN Download de gratis app ‘Crossbill Routes Wadden’ en ontdek de mooiste natuurroutes van de Wadden met je smartphone* Met de seizoensgebonden informatie beleef je de natuur ieder jaargetijde anders.

Met ingebouwde filteroptie kies je zelf wat jij wilt weten en zien. Wadden

Met de in de app opgenomen veldgids leer je de soorten van de Wadden kennen.

Wa dd en

W ad de n

Wad

den

Met behulp van heldere waarnemingstips ontdek je planten en dieren.

* Eenmaal gedownload functioneert de app zonder internetverbinding. Zoek ‘Crossbill Routes Wadden’ in Google Play Store of App Store.


Wadden

In 2017 zijn de Wadden uitgeroepen tot ‘mooiste natuurgebied van Nederland’. Geen wonder. Nergens anders vind je zulke weidse en wilde landschappen. Dit is het grootste getijdegebied van zijn soort ter wereld. De rijkdom aan flora en fauna is immens en de geschiedenis van het gebied en haar bewoners is uniek.

Deze complete gids is het eerste boek waarin al die bijzonderheden van de Wadden samenkomen. Via 28 wandelen fietsroutes en tal van excursies verken je ‘de kroon van Nederland’ – land én zee. Verder biedt deze gids je een overzicht van het landschap, de flora en fauna en tips om de meest bijzondere soorten te vinden. Kortom, dit is hét boek om de Waddennatuur te ontdekken.

• De 28 mooiste wandel- en fietsroutes • Tips om zeehonden, vogels, vlinders, flora, reptielen en amfibieën te vinden • Natuur beleven met kinderen • De beste plekken om te wadlopen, om wadvogels te spotten, eenzame zwerftochten te maken, de kwelder te zien bloeien en nog veel meer • Uitgebreide informatie over landschap, geschiedenis, geologie, flora en fauna • De hotspots in ieder jaargetijde • EN

DOWN L

TES WA DD OU

D GR A TIS OA

ME T E ROUTP AP OSSB ILL R CR

www.crossbillguides.org

Profile for Crossbill Guides

Wadden - De Natuurgids | www.crossbillguides.org  

In 2017 zijn de Wadden uitgeroepen tot ‘mooiste natuurgebied van Nederland’. Geen wonder. Nergens anders vind je zulke weidse en wilde lands...

Wadden - De Natuurgids | www.crossbillguides.org  

In 2017 zijn de Wadden uitgeroepen tot ‘mooiste natuurgebied van Nederland’. Geen wonder. Nergens anders vind je zulke weidse en wilde lands...

Advertisement