Bouwbedrijf juni 2021

Page 1

Bouwbedrijf

maandblad van en voor de aannemer • uitgave van de Confederatie Bouw • Lombardstraat 34 - 42 • 1000 Brussel

JUNI 2021 AFGIFTEKANTOOR GENT X – €6

EUROPEES RELANCEPLAN

De sector krijgt een hoofdrol

DOSSIER

Industrialisatie:

een kans voor de bouw

TOPICS

Lerend netwerk over BIM

Deceuninck kiest met Phoenix voor 100 % gerecycleerde profielen

/confederatie.bouw @Confedbouw

www .confederatiebouw.be

Confederatie Bouw - Confédération Construction

RENOVATIES IN BRUSSEL

RENOLUTION maakt € 350 miljoen vrij



EDITO

Leveringsproblemen en prijsverhogingen mogen onze relance niet hinderen

H

et gaat conjunctureel beter in de sector. De orderboeken zijn weer beter gevuld en de bouw krijgt een groot stuk van de Europese relancemiddelen. Maar net nu duiken er twee nieuwe problemen op: leveringsproblemen en prijsver­hogingen. In april werd maar liefst 97 % van de bouwondernemingen met bevoor­radingsproblemen geconfronteerd, zo blijkt uit een enquête van de Confederatie.

We hebben een maatregel op Europees niveau voorgesteld aan federaal minister van Economie Pierre-Yves Dermagne.

De prijsverhogingen van hout, staal, non-ferrometalen, cement, plastiek, isolatiematerialen en kleiproducten spelen de sector nog veel meer parten. 37 % van de bouwbedrijven stelt voor deze producten prijsverhogingen van meer dan 15 % vast sinds november 2020. Bovendien krijgen steeds meer producten te maken met prijzen die 15 % of meer stijgen. Een vijfde van de bouwondernemers verwacht prijsverhogingen van 15 % en meer in de komende drie maanden. Uit onze enquête blijkt dat voor een overgrote meerderheid van 87 % van de bouwbedrijven deze prijsverhogingen dikwijls voor hun rekening zijn. 24 % rekent ze vaak gedeeltelijk door aan de klant, maar slechts 13 % doet dat vaak helemaal. Merk daarbij op dat een dergelijke doorrekening alleen contractueel of bij solidariteit kan. In nieuwe contracten zegt 4 op de 10 aannemers vaak te werken met een dagprijs en 3 op de 10 met een herzieningsclausule. Gezien de omstandigheden moedigt de beroepsorganisatie beide manieren van werken absoluut aan. Ze is immers evenwichtig en transparant. Ondertussen zit de Confederatie niet stil. Ook al gaat het hier om een mondiaal probleem en is ons land een kleine speler op dit vlak, toch kunnen we onze rol binnen Europa spelen. Ons land kan aanbevelingen formuleren aan de Europese Commissie. Eén van de maatregelen die onze organisatie voorgesteld heeft aan federaal minister van Economie Pierre-Yves Dermagne, is de omstandigheden die zich voordoen als uitzonderlijk te benoemen en de Europese concurrentieautoriteiten te laten nagaan of er geen kartels of overeenkomsten worden gevormd tussen grote spelers die de prijs beïnvloeden. Het mag dan gaan om een internationaal vertakt probleem, we plaatsen de belangen van onze bedrijven voorop, in België en in Europa. De bouw moet als motor van de economie de relance immers kunnen dragen.

Robert de Mûelenaere Gedelegeerd bestuurder juni 2021 • Bouwbedrijf 3


INHOUD

8 Europees relanceplan

€ 5,9 miljard van het Europese relanceplan is bestemd voor ons land. Van de 142 projecten hebben een veertigtal te maken met de bouwsector. Ze zijn goed voor ruwweg de helft van het totaalbedrag.

16 Bouwindustrialisatie Om de verwachting gesteld aan de sector waar te maken, zullen we alle kansen moeten grijpen. Eén van die kansen is de industrialisatie van de bouwprocessen.

4 Bouwbedrijf • juni 2021

30 Topics

Bent u bang van BIM? Misschien weet u er gewoon te weinig van. Een lerend netwerk van Topics maakt aannemers beter vertrouwd met deze evolutie in opmars.

44 Gipsrecyclage

Ons lid Dufour stapte in een publiek-private samenwerking die een centrum voor gipsrecyclage opzette. We gingen een kijkje nemen en vroegen waarom.


Bouwbedrijf

maandblad van en voor de aannemer • uitgave van de Confederatie Bouw • Lombardstraat 34 - 42 • 1000 Brussel

12 Werknemers aantrekken Constructiv onderzocht in- en uitstroom. 14 Veiligheid Bouwbedrijven boekten vooruitgang.

JUNI 2021 AFGIFTEKANTOOR GENT X – €6

EUROPEES RELANCEPLAN

De sector krijgt een hoofdrol

DOSSIER

Industrialisatie:

een kans voor de bouw

DOSSIER

16 Inleiding Efficiënter bouwen met industrialisatie. 17 Panelgesprek Vier experts analyseren de situatie in de bouw. 20 Ervaringen van bedrijven Wat denken aannemers van industrialisatie? 22 Sociale-woningbouw Een voorbeeld van prefab-bouwen. 24 Geïndustrialiseerd renoveren Enkele voorbeelden uit binnen- en buitenland.

TOPICS

Lerend netwerk over BIM

Deceuninck kiest met Phoenix voor 100 % gerecycleerde profielen

/confederatie.bouw @Confedbouw

RENOVATIES IN BRUSSEL

RENOLUTION maakt € 350 miljoen vrij

www .confederatiebouw.be

Confederatie Bouw - Confédération Construction

INLEIDING

3 Edito Leveringsproblemen en prijsverhogingen mogen onze relance niet hinderen. 7 Regionaal standpunt Ministeriële instructie eerste stap naar definitieve stikstofregeling.

BOUWBELANGEN

SECTOR & BEROEPEN

8 Europese fondsen De grote lijnen van het ­Europese relanceplan geanalyseerd. 10 Stijgende materiaalprijzen Uniek fenomeen in de recente geschiedenis.

CONTACTEN Bouwbedrijf is het maandblad van de vzw ­Confederatie Bouw, Lombardstraat 34-42, 1000 Brussel Verantwoordelijke uitgever: Filip Coveliers, Lombardstraat 34-42, 1000 Brussel Afgiftekantoor: Gent X Redactie: Peter Graller, Marc Guéret, tel. 02 545 57 30 – fax 02 545 59 02 peter.graller@confederatiebouw.be Vormgeving: Nikka Cuypers nikka.cuypers@confederatiebouw.be Abder-Razzaaq Boujdaini abder-razzaaq.boujdaini@cnc.be Franstalige uitgave: Construction Druk: Graphius

27 Energiepremies Ze zijn er ook voor nietwoongebouwen. 28 Laadinfrastructuur De verplichtingen samengevat. 30 Lerend netwerk Topics zegt wat BIM voor u kan betekenen.

Reacties - vragen: communicatie@confederatiebouw.be Met de medewerking van: • de studiediensten van de Confederatie Bouw Morgane Halleux, tel.02 545 56 33 - fax 02 545 59 09 morgane.halleux@confederatiebouw.be • Vlaamse Confederatie Bouw Johan Walewijns, tel. 02 545 57 49 - fax 02 545 59 07 johan.walewijns@confederatiebouw.be • Confederatie Bouw Brussel-Hoofdstad Morgane Cendoya, tel. 02 545 58 29 - fax 02 545 59 06 morgane.cendoya@confederatiebouw.be • Confédération Construction Wallonne Catherine Houtart tel. 02 545 56 68 - fax 02 545 59 05 catherine.houtart@confederatiebouw.be

32 Overleg met de Vlaamse regering

Ze wil een investeringsregering zijn.

35 Webinar digitalisering Het thema leeft in de sector. 36 RENOLUTION € 350 miljoen voor renovaties. 38 Circulaire bouwen Veel interesse bij de Brusselse aannemers. 40 WTCB • De aard van de isolatie heeft weinig belang voor oververhitting in de zomer • Zonnepanelen die waterstofgas produceren.

PROJECTEN & BEDRIJVEN

44 Replic Gipsafval wordt hergebruikt. 46 Ledenvoordelen Uw lidmaatschap rendeert. 49 Bouwmarkt • Amani Spaces • Delta Plus 58 Markant • Matexpo Het wordt een klassieke beurs in september. • Hypothecaire leningen Na een dip weer veel aanvragen.

Abonnementen: Claude Bernaerts, tel. 02 545 56 88 - fax 02 545 59 00 claude.bernaerts@confederatiebouw.be Reclame: Kristel Dekempeneer, tel. 02 545 56 99 - fax 02 545 59 08, kristel.dekempeneer@confederatiebouw.be of kde@confederatiebouw.be. Prijs jaarabonnement Leden van de Confederatie Bouw: begrepen in het lidgeld Niet-leden: € 137,80 (incl. BTW en ­portkosten) / buitenland: € 300 (incl. BTW en portkosten)

Lid van de Unie van de Uitgevers van de Periodieke Pers De vzw Confederatie Bouw wil met deze publicatie gepaste, betrouwbare, volledige en exacte informatie brengen. Ze kan echter niet aansprakelijk worden gesteld indien ze hierin tekortschiet. Alle elementen van deze publicatie zijn beschermd door het auteursrecht van de vzw Confederatie Bouw. Overname van artikelen, geheel of gedeeltelijk, is slechts toegelaten mits voorafgaande toestemming en uitdrukkelijke vermelding van de bron.

Vanaf nu wordt B­ ouwbedrijf gedrukt op papier geproduceerd met hout uit duurzaam beheerde bossen. De­­duur­­zaamheid wordt gegarandeerd door de internationale organisatie Forest Stewardship Council (FSC), die niet alleen het bos controleert maar de hele handelsketen tot aan de drukker.

juni 2021 • Bouwbedrijf 5


T H C A R K E D W U E I N P OM O N E T R A T S TE n ons. Die kracht zit in elk va us wel. Samen komen we er d

WE BUNDELEN ONZE KRACHTEN OP STERKERDANCORONA.BE


REGIONAAL STANDPUNT

Ministeriële instructie eerste stap naar definitieve stikstofregeling

D

e stikstofproblematiek heeft in Nederland de bouwsector bijna volledig lamgelegd. Een gelijkaardige situatie dreigde ook in Vlaanderen. Maar mede onder druk van VCB en VOKA heeft minister Zuhal Demir een instructie uitgebracht die alvast voorlopig soelaas brengt.

Zonder rechts­ zekerheid komen investerings­plannen op de helling te staan en dreigt de postcorona relance in het gedrang te komen.

Om wilde planten en dieren te beschermen verplicht Europa elke lidstaat om op zijn grondgebied zones aan te duiden waarop Europese natuurdoelen gehaald moeten worden. In Vlaanderen zijn er 62 speciale beschermingszones afgebakend. Die beslaan zelf ongeveer 12 % van het Vlaamse grondgebied maar met een perimeter van 5 kilometer bijna de volledige Vlaamse oppervlakte. Om de impact van stikstofuitstoot op die beschermde gebieden te beoordelen, hanteerde de Vlaamse overheid enkele jaren zogenaamde ‘significantiedrempels’. Zij ging ervan uit dat een vergunning zonder uitgebreide natuurtoets mogelijk was als het project minder dan 5 % uitstootte van het maximum dat de kwetsbare habitats in de buurt kunnen verdragen. Maar in februari hebben enkele milieuorganisaties met succes de vergunningsaanvraag van een pluimveestal in Kortessem aangevochten. De Raad voor Vergunningsbetwistingen oordeelde dat het louter verwijzen naar die drempels niet volstond om een project uit te sluiten van een individuele beoordeling. Dit oordeel dreigde de facto tot een veralgemeende vergunningsstop te leiden. Uit de cijfers van de instructie van minister Demir blijkt nu dat de uitstoot van stikstofoxiden in Vlaanderen fors is gedaald, onder meer door de strengere energieprestatienormen voor gebouwen. De renovatiegolf en de opgang van hernieuwbare energie met nog meer laadpalen zullen daaraan extra bijdragen. De uitstoot van ammoniak is dan weer voor 95 % afkomstig uit de landbouw. Volgens Nederlandse cijfers bedraagt de stikstofbijdrage van de bouwactiviteit minder dan 1 %. De bouw is dus niet het probleem maar juist de oplossing. De instructie van minister Demir van 2 mei heeft de drempelwaarde voor de uitstoot van stikstofoxides verlaagd van 5 % naar 1 %. Enkel bij een uitstoot van meer dan 1 % is in principe een passende beoordeling vereist. De instructie werd onmiddellijk van toepassing in alle lopende vergunningsaanvragen waarin nog geen definitieve beslissing genomen werd. Maar de VCB benadrukt dat er tegen het einde van dit jaar een definitieve regeling moet komen die de bouw rechtszekerheid op lange termijn biedt. Want zonder rechtszekerheid komen investeringsplannen op de helling te staan en dreigt de postcorona relance in het gedrang te komen.

Marc Dillen Directeur-generaal Vlaamse Confederatie Bouw juni 2021 • Bouwbedrijf 7


EUROPEES RELANCEPLAN

Hoeveel geld is bestemd voor de bouwsector? € 5,9 miljard van het Europese relanceplan is bestemd voor ons land. Ruwweg de helft van dat bedrag heeft te maken met bouwprojecten. We bekijken wat dat betekent.

H

et totale pakket relancemaatregelen in België bestaat uit een federaal, een regionaal en een Europees deel. In dit artikel hebben we het alleen over dat laatste. Het gaat over 142 projecten waarvan er een veertigtal de bouwsector aanbelangen. Deze bouw-gerelateerde projecten krijgen in totaal ongeveer € 3 miljard. Maar opgelet: dit betekent niet noodzakelijk dat er ook € 3 miljard naar bouwwerken zal gaan. In een hele reeks projecten moeten niet alleen de bouwwerken maar ook de studiekosten betaald worden. Daartegenover staat dat er soms méér dan het gebudgetteerde bedrag naar

werken zal gaan. Dat is het geval wanneer het geld dient voor premies. In de tabel vindt u de verdeling van de bouw-gerelateerde middelen voor België uit het Europese relanceplan. De bedragen zijn opgesplitst per type werk en per opdrachtgever: de federale overheid, het Vlaams gewest enzovoort. De burgerlijke bouwkunde krijgt 51 % van het totaal, de werken aan gebouwen 44 %. Op dat punt is de verdeling dus vrij evenwichtig. De resterende 5 % bestaat uit werken die niet eenduidig in een van deze twee categorieën geplaatst konden worden. Ook de verdeling over de opdracht-

gevers is vrij evenwichtig. 35 % gaat naar Vlaanderen. De Franstalige gemeenschap en Wallonië krijgen samen 37 %. Daarnaast gaat 22 % naar de federale regering, 4 % naar het Brussels gewest en 1 % naar de Duitstalige gemeenschap.

€ 500 miljoen voor rails en spoorwegen

De federale overheid gaat het Europese relancegeld vooral besteden aan de spoorwegen, waarvoor € 350 miljoen bestemd is. Het Waals gewest wil € 165 miljoen uitgeven aan de uitbreiding van metro's en trams. De rails en de spoorwegen krijgen dus € 515 miljoen van het Europese relanceplan.

€ 1 miljard voor renovatie

Het zijn evenwel de renovatiewerken die de grootste brok krijgen: € 1 miljard, deels bestemd voor een reeks grote

BOUWPROJECTEN VAN HET BELGISCHE DEEL VAN HET EUROPESE HERSTELPLAN

Gebouwen Bouw Renovatie Diverse Totaal Burgerlijke bouwkunde Spoorwegen Snelwegen Trage wegen Waterwegen Diverse Totaal

11

362

25

105

298

11

362

25

105

298

20

30 352

20

324 719

350 32 32 80 514

Diverse

130

Algemeen totaal

654

8 Bouwbedrijf • juni 2021

Federatie Duitstalige Brussels Vlaams Wallonië-Brussel gemeenschap hoofdstedelijk gewest gewest

20

Waals Algemeen gewest totaal

191 211 84 486

191 1.012 84 1.287

165 27 14 26 18 256

515 89 417 26 422 1.528

30 362

45

125

1.047

160 742

2.974

Bron: Confederatie Bouw

Federale overheid


projecten. Het Vlaams gewest wil € 243 miljoen spenderen aan de renovatie van woningen en niet-woongebouwen in privéhanden. Dit bedrag zal uitgegeven worden in de vorm van premies. De

totale waarde van de bijhorende werken zal dus hoger liggen. De Franstalige gemeenschap heeft € 230 miljoen voor de renovatie van scholen, en het Waalse gewest gaat € 150 miljoen uitge-

“BOUW”-PROJECTEN VAN HET BELGISCHE DEEL VAN HET EUROPESE HERSTELPLAN

€ 500 miljoen voor (trage) wegen

Opvallend is dat er ook veel Europees relancemiddelen naar trage wegen zullen gaan in ons land. Dat komt vooral door Vlaanderen, dat € 352 miljoen gaat uitgeven aan fietsinfrastructuur. De andere gewesten en de federale regering hebben hiervoor samen ongeveer € 60 miljoen Europees geld bestemd. Naar het opknappen van de andere wegen gaat in totaal ongeveer € 90 miljoen.

Overigen

983

Fietsinfrastructuur (Vlaanderen)

352

Offshore energy island

Blue Deal (Vlaanderen)

75 100

290

105

Uitbreiding tramnet (Wallonië)

265

152 165

Renovatie overheidsgebouwen (Wallonië)

10 projecten, € 2 miljard

Spoornet

Bouw sociale woningen (Wallonië)

231

243 Renovatie van privégebouwen (Vlaanderen)

Renovatie scholen (Fédération Wallonie-Bruxelles)

Bron: Confederatie Bouw

Toegankelijkheid & multimodaliteit van stations

VERDELING VAN HET EUROPESE HERSTELPLAN IN DE TIJD 30% 25% 20%

De wegenwerken, de renovaties en de werken aan rails en spoorwegen maken in de meeste gevallen deel uit van omvangrijke initiatieven. Op dit gebied zijn er zeven projecten die elk meer dan € 75 miljoen krijgen. Maar daarnaast trekken drie andere projecten van meer dan € 75 miljoen de aandacht in het relanceplan. Het grootste is de Vlaamse Blue Deal tegen de verdroging en de waterschaarste. Deze krijgt € 290 miljoen uit de Europese relancemiddelen. Dan volgt het plan van het Waals gewest om € 165 miljoen te besteden aan 700 nieuwe sociale woningen. En ten slotte gaat de federale regering € 100 spenderen aan een offshore energie-eiland.

Piek in 2024

10% 5%

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Bron: Federaal Planbureau

15%

0%

ven aan de renovatie van de gebouwen van de lokale besturen. Samen hebben de drie gewesten een budget van € 122 miljoen voor de renovatie van hun overheidsgebouwen, en een budget van € 98 miljoen voor de renovatie van sociale woningen. Vooral Brussel wil aan dat laatste veel Europees geld besteden.

Wanneer zal dit geld naar de bouw gaan? Iets minder dan € 300 miljoen is normaal gezien nog voor dit jaar. Dan volgt een geleidelijke stijging tot in 2024, wanneer een piek van bijna € 700 miljoen bereikt wordt. In 2025 en 2026 nemen de bestedingen dan geleidelijk af.

juni 2021 • Bouwbedrijf 9


PRIJZEN VAN BOUWMATERIALEN EXPLODEREN

"Een dergelijk vraagcrisis gevolgd door een aanbodcrisis is in vredestijden nooit eerder gezien" De bouw maakt zich zeer veel zorgen over de stijgende materiaalprijzen. Wat is er aan de hand? Is beterschap in zicht? We gingen het vragen aan Philippe Donnay, commissaris bij het Federaal Planbureau.

H

et Federaal Planbureau (FPB) is een onafhankelijke instelling. Het maakt studies en vooruitzichten over economische, sociale en milieubeleidskwesties. Ook wordt de integratie van die beleidskwesties in een context van duurzame ontwikkeling bestudeerd. Als commissaris bij het FPB is Philippe Donnay dus een expert ter zake. Is de economie al aan het herstellen van de coronacrisis?

Philippe Donnay: "Er bestaat een vrij grote spreiding tussen sectoren maar ook binnen iedere sector. We hebben al herstel gezien in het vierde kwartaal van 2020 en het eerste kwartaal van 2021, maar we zullen moeten wachten tot het einde van 2022 om het niveau van vóór de crisis weer te bereiken. De economie zal dan niet alles teruggewonnen hebben, want zonder de coronacrisis zou er groei geweest zijn. Hoeveel permanent verlies er zal zijn, kunnen we nu niet echt schatten. Laten we hopen dat er geen vierde en vijfde ziektegolf zal zijn door de Braziliaanse en de Indiase varianten van het virus. U zegt dat er vrij veel spreiding is tussen de sectoren. Houdt de bouw zich sterk?

Philippe Donnay: "Uw sector was een van de eerste die weer op gang kwam, vanaf het einde van de eerste lockdown. De GEES, de Groep van Experts belast met de Exitstrategie, heeft de regering aangeraden de bouw snel weer te lanceren. Het is ook de eerste sector die profiteert van de relanceplannen, vooral die op Europees niveau. Maar dat veroorzaakt zijn eigen problemen. De sector moet nu het hoofd bieden aan een sterke stijging van de prijzen, en hij moet de men10 Bouwbedrijf • juni 2021

Philippe Donnay: "Ik heb geen kristallen bol maar nee, de spanningen zullen niet van vandaag op morgen verdwijnen."


sen vinden om de opdrachten die gaan komen, uit te voeren. Vraagje: zullen die er dit jaar of in 2022 zijn? De vraag stellen, is een beetje het antwoord geven. Hoe verklaart u de gestegen prijzen van de grondstoffen en dus ook van de bouwmaterialen?

Philippe Donnay: "De verklaring bevindt zich op wereldschaal. De vraag is dan wel teruggekeerd naar een normaal peil, het aanbod is dat niet. De coronacrisis heeft een impact gehad op de internationale waardeketens. Neem bijvoorbeeld Indië, een grote producent van staal. De gezondheidssituatie is daar achteruitgegaan en de productie is in de problemen gekomen, met vanzelfsprekend een impact op wereldschaal. Andere situatie: China. Dat kende ondanks de crisis een positieve groei in 2020 en is als enige land niet in een recessie terechtgekomen. De overheid heeft daar investeringen in infrastructuur sterk gestimuleerd, met een grote vraag naar beton, staal enzovoort. Maar het aanbod is niet onmiddellijk teruggekeerd naar het normale peil. We zien dus dat de waardeketens op wereldschaal verstoord geweest zijn." Is dit een uitzonderlijke situatie?

Alles zal afhangen van de beschikbaarheid en de effectiviteit van de vaccins, en van de vaccinatiegraad van de bevolking. Er bestaat een duidelijke link tussen vaccinatie en het afnemen van de spanningen op de wereldmarkt." U suggereert dat beterschap niet voor morgen is.

Philippe Donnay: "Ik heb geen kristallen bol maar nee, de spanningen zullen niet van vandaag op morgen verdwijnen." België staat op zijn eentje vrij machteloos. Wat kan Europa doen?

Philippe Donnay: "Op wereldschaal is België een kleine speler op dit gebied. Op Europees niveau moet het directoraat-generaal Concurrentie de marktwerking in het oog houden en nagaan of er kartels gevormd worden, verstandhoudingen tussen de grote spelers die de prijzen beïnvloeden. België zou de Europese Commissie die aanbeveling kunnen doen."

Er bestaat een duidelijke link tussen vaccinatie en het afnemen van de spanningen op de wereldmarkt.

Philippe Donnay: "Een dergelijk vraagcrisis gevolgd door een aanbodcrisis is in vredestijden nooit eerder gezien. Een oorlog vernietigt het productieapparaat. Dat is hier niet gebeurd. Door die uitzonderlijke kenmerken, handelen de overheden een beetje op de tast. Tijdens de financieel-economische crisis van 2008 wisten ze wat te doen. Er bestonden theorieën voor die situatie, maar niet voor deze. " Hadden de ondernemingen kunnen anticiperen op deze prijsstijgingen?

Philippe Donnay: "De geschiedenis herschrijven is altijd gemakkelijk. Niemand had kunnen voorspellen dat een virus afkomstig uit China de wereldeconomie zodanig zou verstoren. Een verstoring van de waardeketens viel te verwachten, maar niet van die omvang. Bij de ondernemingen kunnen de grote groepen zich indekken, maar dat geldt niet voor middelgrote bedrijven en dus niet voor de meerderheid van uw leden."

Misschien is er ook goed nieuws. Er is een groot Europees relanceplan en van de € 6 miljard die ons land krijgt, komt meer dan de helft ten goede aan de bouw.

Philippe Donnay: "Dat is zeer goed voor de Belgische economie in het algemeen en voor de bouw in het bijzonder. Sinds de jaren 1980 liggen onze overheidsinvesteringen te laag. Maar die € 6 miljard mag geen one shot zijn. De inspanningen moeten op de langere termijn volgehouden worden. Het Federaal Planbureau beveelt jaarlijkse bijkomende overheidsinvesteringen aan ter waarde van 0,5 % van het bbp. De Belgische regering wil de investeringen optrekken tot 4 % tegen het einde van 2030. Ik weet niet of dat haalbaar is. Maar de bouw moet in ieder geval in staat zijn de toegenomen vraag op te vangen. Er bestaat al een tekort aan Belgische arbeidskrachten, dat wordt opgevuld met Polen, Roemenen, Bulgaren enzovoort. Maar die landen hebben ook relanceplannen en gaan ook investeren in hun infrastructuur. De concurrentie zal dus toenemen, en het zal heel belangrijk zijn Belgische arbeidskrachten op te leiden. Men moet zich daarvoor engageren en erin investeren."

Zal het erger worden, of snel weer beter?

Welk advies geeft u aan onze leden in deze economische context?

Philippe Donnay: "Dan hangt af van de manier waarop corona op wereldschaal aangepakt wordt. In grote economieën zoals de Verenigde Staten, China en Europa zijn er vaccinaties beschikbaar, ook al zijn er verschillen. Maar dat is nog niet het geval in de economieën in ontwikkeling.

Philippe Donnay: "Wees wendbaar. Zij die zich uit de crisis werken, zullen inspelen op de nieuwe maatschappelijke behoeften en op de nieuwe economische omgeving: klimaatverandering, vergrijzing … Wendbaarheid is het sleutelwoord voor de toekomst."

juni 2021 • Bouwbedrijf 11


DE HERMES-STUDIE

Leeftijd bepaalt in hoge mate verloop in de bouw In het vorige nummer van Bouwbedrijf vond u de resultaten van een enquête van Constructiv. Ze onderzocht wat bouwvakarbeiders denken van hun baan en hun baas. Het sectorfonds van de bouw deed daarnaast een tweede onderzoek, de HERMES-studie. Die keek niet naar opinies, maar naar de harde cijfers van het verloop in onze sector.

A

l een kleine twintig jaar onderzoekt Constructiv nauwkeurig hoe het zit met de tewerkstelling van de bouwvakarbeiders die vallen onder paritair comité 124. De recentste HERMES-studie werd opgefrist met een twintigtal bijkomende indicators, zodat het beeld van in- en uitstroom verder verfijnd kon worden. Deze indicators bestaan uit drie groepen: de persoonlijke kenmerken van de arbeiders, de kenmerken van de onderneming en ten slotte de kenmerken van de arbeidsorganisatie (het "arbeidsregime").

Bovendien zit er geen grote vooruitgang in de trouw aan de werkgever. Het aandeel bouwvakarbeiders dat in de onderneming blijft, schommelt al jaren rond de 80 %, ondanks de kleine toename van 77,8 % in 2010 naar 81,1 % in 2019.

Persoonlijke factoren

De recentste HERMES-studie keek naar de persoonlijke kenmerken van de bouwvakkers zoals hun leeftijd en hun woonplaats. Deze blijken duidelijk samen te hangen met het verloop.

Hoog verloop

De recentste studie vergeleek de situa­tie eind juni 2019 met die een jaar later. De eerste conclusie: het verloop in bouwbedrijven blijft relatief hoog. Eén op de vijf van alle bouwvakkers veranderde van werkgever in die periode. Eén op de acht van alle bouwvakkers ging zelfs naar een baan buiten de sector. In percentage uitgedrukt ging 6,7 % naar een ander Belgisch bouwbedrijf; 12,2 % verliet de bouw. Samen is dat dus ongeveer een op de vijf. Vergeleken met andere sectoren is dat veel. Volgens het Dynam-onderzoek van het HIVA en de KU Leuven was er in de periode 2017-2018 in de industrie een verloop van 10,7 %. Het gemiddelde voor alle sectoren was 17 %. 12 Bouwbedrijf • juni 2021

VOORZICHTIG INTERPRETEREN Deze studie brengt een aantal verbanden aan het licht, bijvoorbeeld de samenhang tussen bedrijfsgrootte en verloop. Hoe kleiner het bouwbedrijf, hoe groter het verloop. Maar daaruit mag je niet zomaar afleiden dat de grootte de oorzaak is van het verloop. Voor die conclusie zou nader onderzoek nodig zijn. Met andere woorden: de samenhang die vastgesteld wordt, is niet noodzakelijk een oorzaakgevolg relatie.

Vooral de leeftijd speelt een grote rol. De jongste en de oudste bouwvakkers zijn het meest mobiel. De jongeren zijn meer geneigd naar een ander bedrijf in de sector te gaan, en de ouderen zijn meer geneigd de sector te verlaten. Dat laatste hangt wellicht samen met het natuurlijke verloop veroorzaakt door pensioen of eventueel arbeidsongeschiktheid. Maar er zijn ook andere trends. Vrouwelijke bouwvakkers kennen meer arbeidsverloop, net als ongehuwde bouwvakkers en Brusselse bouwvakkers. Maar hierbij is enige nuancering nodig (zie de kadertekst), want de leeftijd speelt ook mee. In Brussel is er veel meer instroom van jongere bouwvakarbeiders, en die zijn mobieler. Iets gelijkaardigs geldt voor de gemiddelde vrouwelijke bouwvakker, die vaker voorkomt in de jongste en oudste leeftijdscategorie. En ook het aantal ongehuwden is groter in deze twee categorieën. De kans dat een bouwvakker ongehuwd is, is groter bij de jongeren en de ouderen. Dat laatste heeft onder meer te maken met de echtscheidingen en de overlijdens van de partner. Ten slotte zijn er nog de niet-Belgische bouwvakkers. Deze hebben ook een groter verloop. Ze zijn ook vaker van Brussel, maar het verband met de leeftijd is hier minder duidelijk.


VERLOOP IN DE BOUW 6,0%

5,0%

4,0%

3,0%

2,0%

0,0% 15

17

19

21

23 25 27 29

Tewerkstelling

Bedrijfskenmerken

Er bestaat een duidelijke samenhang tussen de kenmerken van de onderneming en het verloop waarmee ze geconfronteerd wordt. Maar volgens Constructiv is deze samenhang doorgaans minder uitgesproken dan bij de persoonskenmerken. In het algemeen is er meer verloop in Brusselse bouwbedrijven, in kleine bouwbedrijven en in de bedrijven met activiteiten als dakwerken, grondwerken, restauraties en pleisterwerken. Het verloop is het kleinste bij de wegenwerkers en de baggeraars. Voor weinig andere indicators is de samenhang zo sterk als voor de bedrijfsgrootte. Twee aspecten vallen daarbij op. De kleine bedrijven hebben doorgaans meer jongere arbeiders. Maar ze hebben ook het hoogste percentage bouwvakkers die in de sector blijven maar naar een andere bouwwerkgever gaan. Het lijkt erop dat de kleinste bedrijven meer dan de andere een soort poort naar de sector zijn voor jongeren. Maar volgens Constructiv mogen we geen overhaaste conclusies trekken. Het is weinig waarschijnlijk dat een

31

33

35

37

39 41

ZWB

43 45 47 49

AWB

bedrijfskenmerk op zijn eentje verantwoordelijk is voor de trends van het verloop. De bedrijfsgrootte is vermoedelijk een factor, maar de andere bedrijfskenmerken en ook de persoonlijke kenmerken van de bouwvakkers mogen niet over het hoofd gezien worden.

Arbeidsorganisatie

Ten slotte onderzocht de recentste HERMES-studie ook de arbeidsorganisatie of anders gezegd het arbeidsregime. Opnieuw bestaat er een samenhang met het verloop van bouwvakkers. Het verloop is groter bij arbeiders die niet voltijds werken en bij arbeiders die verhoudingsgewijs weinig gewerkte dagen kennen. Het is ook groter wanneer arbeiders veel te maken hebben met economisch verlet, slecht-weerverlet, ziekteverlet en verlet door een arbeidsongeval. Ook de coronacrisis laat sporen na. Het verloop is groter wanneer bouwvakkers veel coronaverlet opgebouwd hebben. Maar opnieuw staat de arbeidsorganisatie niet op zichzelf. Ook de per-

51

53 55

Uitstroom

57 59 61

63 65

Instroom

Bron: Constructiv

1,0%

soons- en bedrijfskenmerken blijven meespelen. Als we de data combineren, zijn er twee interessante vaststellingen mogelijk. Er bestaat een sterke samenhang tussen slecht-weerverlet en bedrijfsgrootte. Een groter bouwbedrijf heeft verhoudingsgewijs meer slecht-weerverlet. Dat leidt tot de volgende vaststelling: veel slecht-weerverlet gaat samen met een grotere kans op veranderen van werkgever, en toch hebben grote bouwbedrijven minder verloop. Daarnaast vertoont verlet vanwege ziekte of arbeidsongeval een negatieve samenhang met de instroom. Dat blijkt uit een analyse van de bouwvakkers die de sector verlieten vóór juni 2019. Hoe meer verlet zij gekend hebben, hoe kleiner de kans dat ze in de periode 20192020 weer instroomden. Hierbij moet opgemerkt worden dat sectorverlaters met veel verlet gemiddeld genomen ouder zijn, en dat oudere arbeiders hoe dan ook minder instromen. Maar ook als daarmee rekening wordt gehouden, blijft er een negatieve samenhang bestaan tussen instroom en verlet voor ziekte of arbeidsongeval.

juni 2021 • Bouwbedrijf 13


INTERNATIONALE DAG VAN DE VEILIGHEID

Arbeidsongevallen in de Belgische bouw daalden gevoelig in de afgelopen vijf jaar Het gaat de goede kant op met het aantal arbeidsongevallen met minstens 1 dag arbeidsongeschiktheid in de bouw. Dat kon de Confederatie Bouw tijdens de internationale dag van de veiligheid en het welzijn op het werk melden op een druk bijgewoonde persconferentie op één van de werven van de Oosterweelverbinding.

O

p 5 jaar tijd nam het aantal arbeidsongevallen met 14,2% af, zo blijkt uit cijfers van FEDRIS, het Federaal Agentschap voor Beroepsrisico’s. Tijdens diezelfde periode nam het aantal arbeidsongevallen met arbeidsongeschikt­heid in alle sectoren slechts met 1,1% af. “En toch moeten we in de bouw nog beter kunnen qua veiligheid," vindt Niko Demeester, directeur-generaal van de Confederatie Bouw. “Op Europees vlak zit ons land in het peloton, maar bedoeling is om ons op korte termijn naar de koplopers te gidsen. Dat zijn Nederland, Groot-Brittannië, Ierland en Zweden, waar bouwvakkers twee keer minder kans hebben op een arbeidsongeval.” Elk arbeidsongeval is er één te veel. Daarom lanceerde de Confederatie Bouw in 2019 de sensibiliseringscampagne Safety My Priority. Die campagne moet alle bouwaannemers op het belang wijzen van veiligheid op, naar en van de werf. Via een apart magazine en een specifieke website, www.safetymypriority.be, kunnen alle bouwonderne14 Bouwbedrijf • juni 2021

mers een charter ondertekenen dat hen ertoe verbindt om op alle werven en bij alle werkzaamheden de absolute voorrang te geven aan veiligheid en veilig gedrag en dat zowel bij hun eigen werknemers, hun onderaannemers als hun bouwpartners. Ondertussen tekenden ruim 2500 bouwondernemingen dit charter. Bij deze, mocht uw onderneming dit charter nog niet ondertekend hebben, een warme oproep om dat te doen op https://www.safetymy­ priority.be/ondertekenen/. Op 28 april 2021, op de internationale dag van de veiligheid en het welzijn op het werk, hing de Confederatie Bouw samen met de bouwpartner van de Ooster­weelverbinding Linkeroever en Zwijndrecht, namelijk THV Rinkoniên (bestaande uit Stadsbader, Artes, CIT Blaton en Mobilis) en bouwheer Lantis werfdoeken op aan één van de werven van de Ooster­ weel. Ook op deze werf van de eeuw, die behoorlijk complex is, is veiligheid van cruciaal belang. En onze Safety My Priority-campagne wijst iedereen op de werf daar dag na dag op.

Peter Vanhoegaerden (COO Lantis), Niko De Meester (directeur-generaal Confederatie Bouw) en Anthony Casteels (projectdirecteur Oosterweel Linkeroever THV Rinkoniên).

“Als bouwheer zijn we uitermate tevreden dat de bouwondernemingen waar wij mee werken dit charter hebben ondertekend. Want veiligheid is een absolute prioriteit. Maar het mag niet bij woorden of goede intenties blijven”, zegt Peter Vanhoegaerden, COO bij bouwheer Lantis. “Daarom hebben wij in onze opdrachten naar de aannemers toe zeer strikte voorwaarden opgelegd rond veiligheid op de werf. Aan de hand van regelmatige bezoeken aan de werf verzekeren we ons ervan dat de werkzaamheden

veilig verlopen. Ongevallen worden steeds geanalyseerd om te kijken wat we kunnen veranderen om de arbeidsomstandigheden nog veiliger te maken. Onze werf is complex, maar we willen aantonen dat complex en veilig perfect hand in hand kunnen gaan.” Anthony Casteels, projectdirecteur Oosterweel Linkeroever bij THV Rinkoniên, vult aan: “De sensibiliseringscampagne ‘Safety My Priority’ geeft aan wat te allen tijde onze eerste zorg is en moet zijn: de veiligheid van onze medewerkers.”


Veilig bouwen: eerst denken, en dan doen!

Doe mee op safetymypriority.be


DOSSIER

Industrialisatie: een kans voor de bouw Er wordt bijzonder veel van de Belgische bouw verwacht in de komende jaren. Zonder grootschalige renovaties en bijna energieneutrale nieuwbouw zullen we de Europese klimaatdoelstellingen niet halen. En dan zijn er nog de relanceplannen, die een duurzame, milieuvriendelijke groei willen stimuleren. Onze sector krijgt daarin een prominente plaats. Hoe gaan we het klaarspelen? We zullen geschikte werknemers nodig hebben. In samenwerking met Constructiv doet de sector grote inspanningen om hun instroom te garanderen. Maar we zullen ook nog efficiënter moeten gaan bouwen. In dit dossier onderzoeken we welke kansen standaardisering, prefab en industrialisatie op dat punt bieden.

16 Bouwbedrijf • juni 2021


BOUWINDUSTRIALISATIE

Een debat met inzet De blik stevig gericht op de toekomst, denken onze gewestconfederaties hard na over de rol die industrialisatie kan spelen in de sector. Het blijkt een evolutie te zijn met veel vertakkingen en verbindingen. Er is de link met efficiëntie, maar ook met digitalisering en circulair bouwen. Dat bleek uit een panelgesprek met vier experts: Petra Ronda (VCB), Johan Vanden Driessche (VCB), Aymé Argeles (CCW) en Hugues Kempeneers (CBBH).

D

e aftrap van het panelgesprek werd gegeven met een controversiële stelling: de bouwsector staat verder met industrialisering dan wordt gedacht. Onder meer in de afbouw bestaan activiteiten die al in hoge mate gestandaardiseerd zijn, zoals keukens en ramen. Maar onze vier specialisten waren het niet eens met dat optimisme. Hugues Kempeneers: "Er zijn al zaken gestandaardiseerd zoals inderdaad keukens en ramen. Het gaat hier om enkele ver gevorderde deelsectoren. Maar er is industrialisering en industrialisering. Wanneer je kijkt naar landen als Nederland, Frankrijk en de VSA, dan stel je vast dat we ver achterlopen. Het debat moet gaan over de projecten die we nu beginnen te zien: gebouwen die opgetrokken zijn uit prefab, met als onderliggend doel sneller, goedkoper en met meer kwaliteit te bouwen." Aymé Argeles: "Inderdaad, het gaat niet meer alleen over deelactiviteiten. De vraag is of de sector een beweging zal maken naar productie met een indus­ trieel karakter, met als motivatie dingen als kwaliteit en een snellere uitvoering

"De grote winst van industrialisatie komt bij grootschalige inzet. Je maakt producten en technieken daardoor betaalbaarder, ook voor de particulier." PETRA RONDA (VCB)

die minder mankracht vraagt. Waaraan we kunnen toevoegen dat industrialisering niet dé oplossing is. Maar ze zal wel een deel van de oplossing zijn." Petra Ronda: "Het moet gaan over innovatieve en duurzame industrialisatie, dus niet alleen standaard keukens en ramen. We moeten onze ecologische voetafdruk als sector verkleinen. Circulair bouwen is daarvoor een middel en industrialisatie is op zijn beurt een mid-

del om circulair bouwen toegankelijker en betaalbaarder te maken." "Er bestaan al kant en klare modulaire technische ruimtes zoals de Litobox, prefab- en containerwoningen zoals Skilpod of The Mobble, Junoo interieurwanden, Façadeclick stenen … Dat zijn innovaties met industriële potentie, en we zien tegenwoordig nog initiatieven die hierop inzetten. Eén van de principes van de circulaire economie juni 2021 • Bouwbedrijf 17


BOUWINDUSTRIALISATIE

"De grote uitdaging is het enorme aantal gebouwen dat we energiezuinig moeten maken. Je stuit hier op een probleem: de typologie van de Belgische woningen is zeer divers." JOHAN VANDEN DRIESSCHE (VCB)

is dat je modulair bouwt, zodat je een constructie later kunt aanpassen aan de nieuwe behoeftes en functies. Dat kan op de dezelfde plek zijn, je kunt het gebouw oppakken en verplaatsen, je kunt het demonteren enzovoort." Aymé Argeles: "De houtbouw is al bezig met deze evolutie, van bouwen met geprefabriceerde elementen naar complete modules met installaties. Maar industrialisatie heeft niet alleen een link met circulair bouwen. Industrialisatie gaat ook hand in hand met innovaties zoals BIM en digitalisering. Er zal in de toekomst steeds meer stroomopwaarts gebeuren, in het ontwerpproces en het atelier. Die trend is er. Dat zie je in het buitenland, maar ook in Bouw 4.0, de toekomstvisie van het WTCB." Jullie spreken over trends en innovatie, maar bestaat er ook een vraag bij de opdrachtgevers?

Aymé Argeles: "Zeker. Dit is een debat met een grote inzet. We zien steeds meer openbare en private opdrachtgevers die geprefabriceerde en zelfs modulaire gebouwen willen. De moeilijkheid voor veel bouwbedrijven is dat industrialisering een aanzienlijke investering vraagt. Maar niet alles zal geïndustrialiseerd worden, er zullen altijd werken op de bouwplaats nodig zijn." 18 Bouwbedrijf • juni 2021

Hugues Kempeneers: "De overheid en publieke instanties spelen daarin een grote rol. Sociale-huisvestingsmaatschappijen evolueren meer en meer naar gestandaardiseerde, herhaalbare renovatie en nieuwbouw. Ook het feit dat de overheid streeft naar de verdichting van stedelijke centra zal de vraag naar geïndustrialiseerde oplossingen stimuleren." Het woord is gevallen: renovatie. Biedt de industrialisatie van de bouw ook daarvoor kansen?

Johan Vanden Driessche: "Bij nieuwbouw, zeker van grotere projecten, is de industrialisatie al aan de gang. Maar de grote uitdaging is inderdaad het enorme aantal gebouwen dat we in de komende dertig jaar energiezuinig moeten maken. Je stuit hier op een probleem: de typologie van de Belgische woningen is zeer divers. Standaardiseren zal dus moeilijk zijn, hoewel er mogelijkheden bestaan bij de sociale woningen en andere vormen van groepswoningbouw. Daar is een schaaleffect zeker mogelijk." "Binnen Flux50 bereidt BAM nu een proefproject voor. Na een 3D-scanning krijgen drie sociale woningen een nieuwe gebouwschil. Ze is opgetrokken in houtbouw en integreert installaties zoals de ventilatie. Het plaatsen duurt

enkele dagen en de bewoners kunnen in hun woning blijven tijdens de werken. In Nederland, waar je minder verschillende typologieën hebt, wordt het zo al gedaan. Als je deze geïndustrialiseerde benadering geschikt kunt maken voor individuele woningen, dan heb je een eenduidig proces met iedere keer een verschillend resultaat." Aymé Argeles: "Het zal een uitdaging zijn voor de bouw om te ontdekken welk niveau van industrialisering aangepast is aan ons diverse gebouwenbestand. Voor renovaties zal industrialisatie hier niet dezelfde omvang krijgen als in Nederland. We zullen naar een ander evenwicht gaan, waarbij er altijd een behoefte aan mankracht zal blijven bestaan. Maar er lopen al projecten, in samenwerking met de industrie. Ze maken snellere renovaties mogelijk, met minder hinder en een hogere productiviteit in de bouwbedrijven." Moeten we, gezien de voordelen van industrialisatie bij nieuwbouw, niet meer afbreken en vervangen in plaats van te renoveren?

Hugues Kempeneers: "Dat is niet de discussie hier. Als je spreekt over afbraak en heropbouw, dan moet de hele situatie analyseren. Die kan sterk verschillen naargelang het profiel van de investeerder, het gewest en de nieuwe bestemming. Uit het resultaat kun je dan afleiden wat aangewezen is, renovatie of vernieuwbouw. Maar als je heropbouwt, moet de nieuwe constructie wel multifunctioneel zijn. Kantoren moeten gemakkelijk omgezet kunnen worden in woningen, woningen moeten omgezet kunnen worden in dienstengebouwen. De architect-ontwerper moet van bij het begin de multifunctionaliteit integreren." Kunnen gestandaardiseerde, geïndustrialiseerde oplossingen de particulier stimuleren om te renoveren?

Johan Vanden Driessche: "Naast de diversiteit van de woningen is er nog


een tweede challenge: de versnippering van het eigenaarschap. Iemand van 70 heeft andere motieven dan een jong stel. Sommige eigenaars hebben al veel gerenoveerd, andere hebben jarenlang niets gedaan. De noden zijn iedere keer anders. Ook op dat punt is elk project uniek. En dan is er nog een derde challenge: de eigenaar moet de middelen hebben. De overheid kan stimuleren met premies maar ze gaat het niet allemaal betalen. Een massaproduct als een zonnepaneel is in enkele jaren 60 % goedkoper geworden. Maar renovaties zullen nooit een dergelijke prijsdaling doormaken. Zoals Aymé al opmerkte: industrialisering is een deel van de oplossing maar niet de volledige oplossing. " Wie zal de evolutie naar industrialisering dan trekken?

Petra Ronda: "Op het kleinschalige privéniveau moet je bewustzijn creëren bij de particulier. De overheid kan hierin zeker een rol spelen, met premies voor bepaalde producten en toepassingen zoals modulaire technische ruimtes. Groepsaankoop door particulieren kan ook, dat zie je al veel in Nederland. Je kunt naar een iets grotere schaal gaan met renovaties op wijkniveau. Maar uiteindelijk is ook dat een verzameling individuen. Ik denk dat de drijvende

"Industrialisatie gaat hand in hand met innovaties zoals BIM en digitalisering. Er zal in de toekomst steeds meer stroomopwaarts gebeuren, in het ontwerpproces en het atelier." AYMÉ ARGELES (CCW)

kracht zal zitten bij de projectontwikkelaars. De grote winst van industrialisatie komt bij grootschalige inzet. Je maakt producten en technieken daardoor betaalbaarder, ook voor de particulier. Bovendien geef je producenten daarmee de mogelijkheid hun producten verder te ontwikkelen en interessante businessmodellen te creëren." Johan Vanden Driessche: "Het zullen inderdaad niet de kleine ondernemingen zijn die het voortouw nemen. Die zullen voortdoen zoals ze bezig waren en werken aan oplossingen op maat voor individuele, unieke projecten." Petra Ronda: "Ik denk bijvoorbeeld aan de Hertogensite in Leuven,

"De overheid en publieke instanties spelen een grote rol. Sociale-­ huisvestingsmaatschappijen ­evolueren meer en meer naar een gestandaardiseerde, ­herhaalbare renovatie en nieuwbouw." HUGUES KEMPENEERS (CBBH)

een enorm terrein waar vroeger een ziekenhuiscomplex stond. Je kunt op dergelijke terreinen aan renovatie en urban mining doen, maar je bouwt er ook met nieuwe materialen en voor nieuwe functies. Uiteraard heb je kleine projecten nodig om te experimenteren en te innoveren, en daarin speelt de aannemer een rol. Maar het standaard economische model zegt: hoe groter de schaal, hoe meer de prijs kan dalen en hoe meer acceptatie van de systemen. Voor acceptatie is het belangrijk dat grote projecten voorbeeldprojecten zijn waarin de toepasbaarheid wordt bewezen." Het woord "groot" valt hier enkele keren. Riskeert de kleine aannemer de boot te missen?

Aymé Argeles: "Op dit moment wordt elk jaar ongeveer 1 % van het gebouwenbestand energiezuinig gerenoveerd. Dat moet naar 3 % gaan om de Europese doelstellingen tegen 2050 te halen. De inspanningen moeten dus opgedreven worden. We zullen veel vooruitgang boeken wanneer we grootschalige projecten uitvoeren, en industrialisatie zal vooral daar een invloed hebben. Maar bij particulieren en voor onze talrijke unieke gebouwen zal er altijd werk blijven voor de kleinere bouwbedrijven. De heterogeniteit van onze gebouwen is voor hen een pluspunt."

juni 2021 • Bouwbedrijf 19


CLUSTER BOUWINDUSTRIALISATIE & OFF-SITE PRODUCTION

"Voldoende schaalgrootte. Daar draait het om." In 2019 liep de cluster Bouwindustrialisatie & Off-site construction af. Er namen een vijftigtal ondernemingen en instellingen aan deel. Ze wisselden ervaringen uit en onderzochten de kansen en uitdagingen. We gingen op bezoek bij Luc François, senior projectleider bij het WTCB en coördinator van de cluster. De eerste vraag is natuurlijk: wat is bouwindustrialisatie? Bouwindustrialisatie – Samen werken aan de toekomst, het zeer lezenswaardige verslag van de cluster, zegt het als volgt: "Niet zozeer de productie van volledige gebouwen in een industriehal is het streefdoel, wel de toepassing van de industriële logica op het ontwerp, de voorbereiding, de planning, de realisatie en het latere gebruik van gebouwen." Luc François: "Het is dus meer dan prefab. Het is een proces, waaraan de hele keten deelneemt met als doel beter, sneller en goedkoper te bouwen. In het ideale geval wordt er gewerkt met een bouwteam met daarin ontwerpers en

Industrialisatie moet al beginnen in de ontwerpfase.

20 Bouwbedrijf • juni 2021

aannemers maar ook producenten. En het eigenlijke bouwen doe je met een planning en realtime opvolging, die zeggen wanneer welke bouwelementen en producten naar de bouwplaats gaan, wanneer welke teams van uitvoerders daar moeten zijn enzovoort."

Stroomopwaarts

Bouwindustrialisatie vereist onder meer dat een ontwerp zover mogelijk vooruitdenkt en in een vroege fase knopen doorhakt. Dat vermindert het risico op faalkosten. Luc François: "We stellen bij het WTCB vast dat het vaak fout loopt waar de ingrepen van de verschillende bouwpartners samenkomen op de bouwplaats. Een klassiek voorbeeld is het plaatsen van ramen. Voor goede energieprestaties moet de aansluiting op de muren, het venstertablet en de isolatie perfect zijn. Dat lijkt een detail maar het is geen detail!" Maar er bestaan nog andere redenen waarom industrialisatie vraagt dat je vooruitdenkt. Neem bijvoorbeeld een modulaire badkamer. Het voordeel van dergelijke modules gaat verloren wanneer de klant na de plaatsing ineens beslist dat hij liever andere tegels heeft of

Het project waarvan sprake was het Innovatief BedrijfsNetwerk Bouwindustrialisatie & Off-site construction, dat drie jaar lang liep. Het werd opgezet door 3E, WOOD.BE en het WTCB. Het VLAIO verleende financiële steun. Bij de deelnemers talrijke leden van de Confederatie zoals Bostoen, Ibens, BAM, Vanhout, Dewaele, Renotec, Siboma, Machiels Building Solutions en Willemen. Ook de Confederatie Bouw Limburg nam deel aan de cluster.

het plafond een andere kleur moet krijgen. Zoiets moet vooraf beslist worden. Luc François: "Op dat punt is er nog veel werk aan de winkel. Bij bouwindustrialisatie moet je vroeg in het proces en samen met de andere partners bepalen hoe je gaat bouwen met de componenten die er zijn. Ook de vorige Vlaamse bouwmeester, Leo Van Broeck, is het daarmee eens. Nu zijn de meeste ontwerpen van architecten eigenlijk prototypes. Daardoor ont-


staan er iedere keer nieuwe problemen en moeten iedere keer specifieke oplossingen gezocht worden. Dat staat haaks op industrialisatie."

BIM faciliteert bouwindustrialisatie. Het verplicht je om van in het begin na te denken over de manier van bouwen en over kwaliteit.

Digitalisering

In de cluster kwam ook naar voor dat industrialisering niet alleen een link heeft met bouwteams maar ook met lean bouwen, BIM en de andere aspecten van digitalisering. Luc François: "BIM faciliteert bouwindustrialisatie. Het verplicht je om van in het begin na te denken over de manier van bouwen en over kwaliteit. Je kunt er ook potentiële conflicten mee opsporen vóór ze zich voordoen op de bouwplaats en daar vertragingen veroorzaken. BIM is een sterk communicatiemiddel om met de andere partijen dit alles vooraf te bespreken. Ook voor een geïndustrialiseerde planning, levering en uitvoering zijn digitale tools zoals ERP onmisbaar."

Weerstand

Opvallend: aan de cluster deed een breed spectrum van ondernemingen mee. Maar daarbij zeer weinig architecten. Luc François: "En dat terwijl industrialisatie al moet beginnen in de ontwerpfase. Industrialisatie en prefab hebben geen positieve connotatie bij architecten. Het beknot hun ontwerpvrijheid. Maar in de cluster kwam ook aan het licht dat er ook binnen bouwbedrijven soms weerstand bestaat. Het is niet gemakkelijk een hele onderneming ervan te overtuigen dat industrialisatie leidt tot een hoger rendement en minder faalkosten." Een probleem is dat ondernemingen geen aparte post "Faalkosten" in hun boekhouding hebben. Ze worden niet apart bijgehouden. Ze worden min of meer als normaal beschouwd. Er valt nog veel winst te rapen, maar die wordt niet gemeten. Luc François: "In bepaalde types van bouwbedrijven zoals de sleutel-op-dedeur-bouwers zit het idee van industri-

alisatie en standaardisering veel meer ingebakken. Hun aanbod is daarop gebaseerd. Zeker bij houtskeletbouwers is de industrialisering soms al ver doorgedrongen. Zij trekken de industrialisering door tot de automatisering van de hun ateliers. Zij zien de winst daarvan."

Ook voor renovaties

Opdrachtgevers vinden industrialisatie vooral interessant voor grote, nieuwe gebouwen. Industrialisatie vraagt veel investeringen vooraf, die je pas terugwint als de schaalgrootte van de opdracht voldoende groot is. Maar standaardisatie en industrialisatie bieden ook kansen voor renovaties. Luc François: "Er vallen efficiëntieen kwaliteitswinsten te boeken door uit te gaan van standaardproducten, -onderdelen en -activiteiten. Niet alles woning per woning bekijken, maar voor een grote groep van woningen onderzoeken welke modules en producten het beste geschikt zijn. Met andere woorden: bij een renovatie vertrekken van bestaande mogelijkheden en oplossingen op de markt, liefst in een bouwteam natuurlijk " Er bestaan al energiemodules die de installaties voor sanitair warm water, een warmtepomp en zonnepanelen combineren. Ze kunnen bovenop op een huis of ertegen geplaatst worden. Luc François: "Je kunt ook denken aan kant-en-klaar-pakketten voor een specifiek type huis. Maar ook bij renovaties moet gezocht worden naar voldoende schaalgrootte. Daar draait het om." "Daarnaast denk ik dat de wensen van de klant zeer belangrijk zijn. Hij wil comfort, veel licht en dergelijke. Dat moet je hem geven. Maar doorgaans is hij in eerste instantie niet echt geïnte-

resseerd in doorgedreven energieprestaties. In de standaardisatie moet dus in zijn plaats al nagedacht zijn over dergelijke aspecten, en over de vraag hoe je deze, eventueel later, kunt integreren in een renovatie."

Groot en klein

Luc François: "Aan de cluster namen eerder grote bouwbedrijven deel. Maar toch durf ik niet zeggen dat industrialisatie er alleen is voor de groten. Kleinere aannemers hoeven zich niet ongerust te maken: naar alle verwachtingen zal er in de komende jaren werk genoeg zijn in de bouw. Voor het WTCB is bouwindustrialisatie trouwens een weg en niet dé weg. Maar als je het mij persoonlijk vraagt: ik denk wel dat in een meer geïndustrialiseerde benadering hun rol kan veranderen. Minder in een logica van aannemer en onderaannemer, en meer als deel van het bouwteam. Voor een dergelijke rol hoef je niet groot te zijn, maar wel complementair aan de anderen." Daarnaast kan de monitoring van installaties in gebouwen verbeterd en beter betaalbaar worden door standaardisatie en industrialisatie. Het op peil houden van de gebouwprestaties kan in de toekomst misschien een taak worden van de aannemer, wiens werk dus niet meer ophoudt na het bouwen.

Businessmodel

Luc François: "Technische gezien is alles in feite aanwezig voor de industrialisatie van de sector. De technologie maakt veel mogelijk. Maar in tegenstelling tot bijvoorbeeld de automobielsector, liggen de verschillende puzzelstukken nog verspreid in de bouw. Wat nu nog ontbreekt zijn overtuigende businessmodellen die alle partners linken en die hen laten profiteren van de potentiële toegevoegde waarde."

Bouwindustrialisatie – Samen werken aan de toekomst kan gedownload worden op www.bouwindustrialisatie.be. juni 2021 • Bouwbedrijf 21


LAKEN (BRUSSEL)

Het houtskelet werd voorbereid in een maatwerkbedrijf. Er zit dus ook een sociaal aspect aan dit project.

H

et gaat om drie appartementsblokken die opgebouwd zijn uit geprefabriceerde modules. Het resultaat voegt twintig passief­ woningen van goede kwaliteit toe aan de Modelwijk in Laken, een bekend ontwerp van Renaat Braem. Voor dit Design & Build-project vormden Lamcol (Laminated Timber Solutions) en Valens een maatschap. Samen met het architectenbureau Baneton-Garrino haalden ze de opdracht binnen. De opdrachtgevers is de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij (BGHM). Lamcol stond in voor het concept (het studiewerk en BIM-model), de prefabricage, de houtbouw en de montage op de bouwplaats. Valens was verantwoordelijk voor de installaties, de afbouw, de bekleding van de gevels, het schrijnwerk en de terreinaanleg rond de gebouwen. Zoals het past in een logica van industrialisatie, werd er gewerkt in een sterk gedigitaliseerde omgeving.

Twee soorten prefab

In april 2021 werd de tweede blok opgetrokken. Hij bevat acht apparte22 Bouwbedrijf • juni 2021

Geprefabriceerde In Laken worden op dit moment geprefabriceerde sociale woningen in houtbouw opgetrokken. Volgens Lamcol en Valens, twee leden van de Confederatie die instaan voor dit project, gaat het om een primeur voor België. Genoeg om de redactie van Bouwbedrijf nieuwsgierig te maken. menten. Er was heel wat mediabelangstelling, want het ging om een première voor ons land, zegt Philippe Courtoy (expert houtbouw bij Lamcol). Philippe Courtoy: "We hebben voor dit project twee verschillende prefabtechnieken gebruikt. De eerste bestaat uit driedimensionale modules gemaakt van Cross-Laminated Timber (CLT). De modules zijn er voor de ruimtes met installaties, zoals de keuken, de badkamer en het kamertje voor de cv. Daarnaast waren er tweedimensionale prefab-elementen in houtskelet voor de woon- en de slaapkamers. In die 2D-elementen hebben we geen installaties geïntegreerd."

Voordeel

De 2D-componenten werden gemaakt in de Ateliers de l’Avenir, een maatwerkbedrijf (sociale werkplaats) in Grâce-Hollogne. Het project is heeft dus ook een sociaal tintje. De 3D-modules werden gemaakt bij Lamcol in Marcheen-Famenne. Voor Philippe Courtoy hebben ze alleen voordelen. Philippe Courtoy: "Houtbouw, wat erg geschikt is voor prefabricage, heeft een lage CO2-uitstoot. De constructie hoeft achteraf niet te drogen. De voorbereidingstijd duurt langer maar het grote voordeel is de snelle uitvoering. Er waren drie weken nodig voor de blok die we net gebouwd hebben,


In april werd het tweede gebouw opgetrokken. Het telt acht flats.

"De toekomst van prefab-bouwen is het juiste materiaal op de juiste plaats." De verschillende units worden geprefabriceerd geleverd.

sociale woningen in plaats van negen. De werken op de bouwplaats verliepen dus drie keer sneller, terwijl de kans op fouten toch kleiner is. We laten bovendien zoveel mogelijk doen door onze eigen mensen in de fabriek. Met een dergelijke bouwwijze verminder je dus het risico op sociale dumping. Ook de installaties zijn bij ons in de fabriek in de modules geplaatst door een onderaannemer van Valens. Onze arbeiders hoeven niet in weer en wind te werken en de veiligheid op de werkplaats kan gemakkelijker gegarandeerd worden, wat het welzijn verhoogt. Je hebt minder transport naar de bouwplaats nodig en vermindert dus de drukte op de weg. En in het algemeen kun je het hele proces beter controleren met prefab."

Materialen

Het feit dat er in Laken in de Modelwijk met hout gebouwd wordt, is een belangrijk aspect van dit project. Maar nog los daarvan vallen er interessante zaken te zeggen over prefab.

Philippe Courtoy: "Extremisme moet vermeden worden. Je moet niet alles met hetzelfde materiaal willen prefabriceren. De toekomst van prefabbouwen is het juiste materiaal op de juiste plaats. Soms moet je, zoals in dit project, metalen of betonnen balken plaatsen." Is prefab er alleen voor grote ondernemingen en grote projecten? Niet volgens onze gesprekspartner. Ook een kmo kan zonder problemen prefab-bouwen. Philippe Courtoy: "Het is gewoon een andere manier van werken, die je een beetje uit je comfortzone haalt. Je moet een transitie doormaken, waaraan de hele keten zich dan moet aanpassen. Voor een kmo is dat beheersbaar. Wat prefab betreft zich ik weinig vooruitgang bij de individuele woningen. Maar we gaan duidelijk die richting uit voor dienstengebouwen en sociale woningen."

Valens

Belangrijk voor dit project was de nauwe samenwerking tussen Lamcol en

Valens, aldus Stéphanie D’Hondt (projectmanager Valens). Stéphanie D’Hondt: "Dit is een voorbeeldwerf, die staat voor een toekomstvisie. Je zult niet overal exact dezelfde oplossingen zien, maar je zult ze wel meer en meer tegenkomen. In het buitenland, waar de vraag groter is dan in België, is dat al het geval." Net als Philippe Courtoy wijst ze op de snelle montage op de bouwplaats, en op de voordelen van een gecontroleerde productie-omgeving. Daarnaast moet er meer stroomopwaarts gewerkt worden. Stéphanie D’Hondt: "Op de bouwplaats zelf verandert er niet zoveel. De verandering zit meer in de organisatie en in de coördinatie van de fabriek met de bouwplaats. Alles is ook veel preciezer. De dikte van de vloerbekleding, de plaats van deuren en ramen … Je kunt daar niet meer aan knoeien achteraf."

Optopping

Ook zij vindt dat elk soort bouwbedrijf het zich kan permitteren prefab te bouwen. Stéphanie D’Hondt: "Het hoeft niet te gaan om project zoals hier in Laken. Neem bijvoorbeeld een optopping, dus een bijkomende verdieping, die op een moeilijk bereikbare plaats moet staan. In dergelijke gevallen kunnen een metaalstructuur of houtprefab heel goed van pas komen, zelfs als het een project van bescheiden omvang is." Het is de eerste keer dat Valens zoveel met hout gebouwd heeft, maar volgens Stéphanie D'Hondt zal het niet de laatste keer zijn. Tegen het einde van het jaar zou ook de ruwbouw van de derde blok er moeten staan in de Modelwijk.

juni 2021 • Bouwbedrijf 23


FILIP VERCAUTEREN (MBS)

"De bouwsector moest even wennen aan het concept." Willen we onze woningen versneld energiezuinig maken, dan moeten we ook de sociale woningen aanpakken. Precies op dat punt biedt een gestandaardiseerde, geïndustrialiseerde benadering kansen.

S

ociale woningen hebben een aantal kenmerken die de industrialisatie van renovaties bevorderen. Vaak gaat het om flatgebouwen of om relatief grote groepen woningen met een gelijkaardige typologie. Dat maakt grootschaligheid mogelijk, wat standaardisatie en industrialisatie sneller rendabel maakt. Tegelijk hebben ze ook nadelen. Zo ligt een tijdelijke verhuis van de inwoners moeilijk, onder meer omdat ze doorgaans een lager inkomen hebben. Maar zoals de Nederlandse filosoofvoetballer Johan Cruijf ooit zei: "Ieder nadeel heb zijn voordeel." De renovaties moeten liefst zo weinig mogelijk hinder veroorzaken en zo snel mogelijk verlopen. Er moet dus zoveel mogelijk vooraf in het atelier gebeuren, en dat is net wat industrialisering doet.

Integratie

Zoals u elders in dit dossier kunt lezen, staat de houtskeletbouw vrij ver in het proces van industrialisatie. Dat is niet alleen het geval voor nieuwbouw maar ook voor de renovatie van sociale woningen. Ons lid Machiels Building

Een industriële aanpak met houtbouw-elementen maakt het plaatsen van een steiger overbodig. Een groot voordeel in stedelijke omgevingen (foto MBS). 24 Bouwbedrijf • juni 2021


De elementen bevatten ramen, isolatie en buitenafwerking. Ze vertrekken wind- en waterdicht naar de bouwplaats.

er een aaneengesloten gevel die aan alle kwaliteits- en comforteisen voldoet.” Aan dergelijke projecten gaat uiteraard een lange voorbereidingstijd vooraf. Alle activiteiten moeten goed op elkaar afgestemd worden. Een bouwproject is teamwerk: schrijnwerkers, elektriciens, loodgieters, installateurs, projectontwikkelaars, iedereen moet samenwerken.

Woningen

Solutions (MBS) heeft op dat punt al enige ervaring opgebouwd. Een voorbeeld is de wijk Driehoeven in Genk, waar de socialewoningmaatschappij Nieuw Dak twee flatgebouwen met 32 flats laat renoveren. Beide gebouwen worden ingepakt in een nieuwe gebouwschil, gebaseerd op houtbouw. De gevelelementen worden volledig voorbereid in de productiehal, inbegrepen de ramen, de isolatie en de buitenafwerking. Dat deel van het proces heeft dus geen last van de weersomstandigheden of van onvoorziene omstandigheden op de bouwplaats, aldus Filip Vercauteren (CEO MBS). De houtskeletgevels vertrekken lucht- en waterdicht naar de bouwplaats. Filip Vercauteren: “Daarbij volgen we de strengste voorschriften en regels. De gevels zijn brandveilig, tegelijk zijn ze akoestisch en thermisch geïsoleerd. In de productiehal installeren we vooraf het aluminium schrijnwerk en de gevelbekleding met steenstrips."

Gestroomlijnde uitvoering

Een essentieel onderdeel van een geïndustrialiseerd bouwproces is dat de werken op de bouwplaats zo efficiënt mogelijk verlopen. Houtskeletbouw leent zich daar erg goed voor. De elementen vertrekken in de juiste volgorde naar de bouwplaats, waar ze gemonteerd worden. Dankzij de planning gebeurt dat erg snel. De overlast

voor de bewoners wordt dus tot een minimum beperkt. In Driehoeven in Genk was een tijdelijke verhuis van de bewoners onnodig.

Antwerpen

Een ander voorbeeld van deze aanpak ligt in de Julius Vuylstekelaan in Antwerpen. De sociale-huisvestingsmaatschappij ABC laat daar de gevels van een woonblok met 129 appartementen renoveren. MBS werkt daar in onderaanneming met Artes Roegiers en in samenwerking met arQ-architecten. Opnieuw vormen prefab houtskeletbouwelementen een essentiële component van het project. Deze bouwplaats illustreert dat een geïndustrialiseerde manier van werken niet alleen technische maar ook logistieke voordelen heeft. Het gebouw ligt op Linkeroever in Antwerpen, de manoeuvreerruimte is er beperkt en er passeren veel omwonenden. Filip Vercauteren: “We monteren de gevel zonder steigers te gebruiken. In een stedelijke context is steigerloos bouwen een onmiskenbaar voordeel. Zo hoef je minder publiek domein in te nemen, hinder je de omstaanders niet en spaar je de – aanzienlijke - kosten uit die gepaard gaan met de steigers." "Een bouwkraan is voldoende. Die hijst de panelen naar de juiste plaats, waar onze monteurs elk onderdeel snel en duurzaam vastschroeven. De doordachte voorbereiding garandeert dat de panelen strak op elkaar aansluiten. Zo ontstaat

Ook voor woningen is een geïndustrialiseerde benadering haalbaar als de typologie voldoende uniform is. Bij onze Noorderburen komt deze situatie meer voor, aangezien zelfs gewone privéwoningen daar vaak gebouwd worden door grote woningcorporaties. In Kerkrade in Nederland. renoveerde MBS in onderaanneming met BAM 153 woningen. Net als bij het project in Genk konden de bewoners tijdens de renovatie in hun woningen blijven wonen. In Kerkrade werden het dak en de volledige voor- en achtergevel vervangen door een prefab houtskeletwand. Alleen al voor de daken ging het om 10 000 vierkante meter. Er werden zonnepanelen en ook een nieuwe verwarmingsinstallatie voorzien. Verschillende componenten zoals ramen, deuren en kanalen voor installaties werden al in de productiehal van MBS in Genk gemonteerd. De woningen voldoen nu aan de passiefnorm en hebben een uiterst laag energieverbruik. Het hele renovatieproces vroeg slechts acht dagen per woning. Filip Vercauteren: “We geloven dat steigerloze gevelbouw in houtskelet een steile opgang zal maken, vooral in stedelijke omgevingen. De bouwsector moest even wennen aan het concept, maar nu geraakt het in sneltempo ingeburgerd. Dat is mede te danken aan de Europese klimaatdoelstellingen. Tegen 2050 moeten alle gebouwen energieneutraal zijn. Heel wat bestaande gebouwen uit de twintigste eeuw zijn dan ook aan een energetische renovatie toe."

juni 2021 • Bouwbedrijf 25


UW VOERTUIG BESCHERMT U. MAAR WIE BESCHERMT UW VOERTUIG?

De Omnium van Federale Verzekering: de verzekering die uw voertuig beschermt. U bent de gelukkige (toekomstige) eigenaar van een nieuwe bestel- of vrachtwagen? U koos voor zo wat alle opties voor uw veiligheid? Heel goed! U bent helemaal beschermd. Maar... wat met uw nieuwe voertuig? Bescherm het tegen materiële schade met onze verzekering Omnium, de onmisbare bescherming voor nieuwe voertuigen. Geniet van een dienstverlening op maat en ontdek het plezier van het rijden zonder zorgen...

NU

3 MAAND GRATIS *

Bereken uw premie op federale.be/3maandgratis De verzekeraar die zijn winst met u deelt

* Korting geldig vanaf het eerste jaar van de overeenkomst onderschreven tijdens de actie, rechtstreeks verwerkt in de berekening van de premie en pro rata herberekend bij verzekeringsduur van minder dan één jaar. Meer info en voorwaarden van onze actie op federale.be/3maandgratis. Federale Verzekering – Stoofstraat 12 – 1000 Brussel www.federale.be Coöperatieve Vennootschap voor Verzekering tegen Ongevallen, Brand, Burgerlijke Aansprakelijkheid en Diverse Risico’s CV. Financieel rekeningnummer: BIC: BBRUBEBB IBAN: BE31 3100 0723 3155 - RPR Brussel BTW BE 0403.257.506.


INTERESSANT VOOR UW BEDRIJFSGEBOUW?

Premies voor opslagplaatsen, kantoren, hangars en andere niet-woongebouwen Fluvius heeft in opdracht van de Vlaamse Regering ook dit jaar premies voor bestaande nietwoongebouwen. Ze kunnen interessant zijn voor aannemers.

GEBOUWSCHIL

Voor de gebouwschil zijn er premies voor: • dak- of zoldervloerisolatie (€ 4 per vierkante meter); • vloer- of kelderisolatie (€ 6 per vierkante meter); • spouwmuurisolatie (€ 5 per vierkante meter); • muurisolatie aan de binnenkant (€ 15 per vierkante meter); • muurisolatie aan de buitenkant (€ 30 per vierkante meter); • beglazing (€ 16 per vierkante meter). Het maximumbedrag van de premies is 100 % van de factuur exclusief btw. Het gebouw in kwestie moet op het elektriciteitsnet aangesloten zijn vóór 1 januari 2006; ofwel moet de omgevingsvergunning aangevraagd geweest zijn vóór 1 januari 2006. Alleen renovaties komen in aanmerking voor deze premies. Sloop- en herbouwprojecten worden beschouwd als nieuwbouw en vallen hier niet onder.

ELEKTRISCHE INSTALLATIES

Ook voor installaties kunnen nietresidentiële gebouwen premies krijgen. Er is bijvoorbeeld een premie voor de relighting van de binnenverlichting van een gebouw aangesloten op het elektriciteitsnet vóór 1 januari 2006. Het bedrag hangt af van de technische prestaties en het geïnstalleerde vermogen. Het is nooit meer dan 100 % van de factuur exclusief btw, met een maximum van € 15 000 zonder daglichtsturing en € 20 000 met daglichtsturing. Als het niet-woongebouw aangeslo-

ten werd op het elektriciteitsnet vóór 1 januari 2014 is er ook een premie voor de installatie van pv-panelen. De premie bedraagt € 300 per kWp voor de eerste 4 kWp en € 150 per kWp van 4 tot 6 kWp. De premie is beperkt tot 40 % van de factuur exclusief btw met een maximum van € 1500.

WARMTE EN KOELING

Daarnaast komen warmtepompen in aanmerking voor een premie. Deze is afhankelijk van het type warmtepomp en het elektrische compressorvermogen of het geïnstalleerde gasvermogen. De maxima zijn: • € 57 000 voor een geothermische warmtepomp; • € 23 500 voor een lucht/water warmtepomp; • € 12 500 voor een hybride lucht/ water warmtepomp; • € 4800 voor een lucht/luchtwarmtepomp. In gebieden waar geen aardgas ligt, worden deze maximale premiebedragen verdubbeld. De premie voor een warmtepompboiler bedraagt € 300 tot 2 kW. Vanaf 2 kW wordt hij berekend in functie van het elektrisch compressorvermogen. Het maximum is € 3 780. Een investeerder in een zonneboiler kan rekenen op een premie van € 200 per vierkante meter, met een maximum van € 10 000. De premies voor warmtepompen, warmtepompboilers en zonneboilers zijn nooit hoger dan 40 % van de factuur exclusief btw. Bovendien moet het niet-woongebouw in kwestie aange-

sloten zijn op het elektriciteitsnet vóór 1 januari 2014; ofwel werd de omgevingsvergunning meer dan vijf jaar geleden verleend én voldoet het gebouw aan de EPB-eisen én werd de EPB-aangifte tijdig ingediend.

ENERGIEAUDIT

Ten slotte heeft Fluvius een premie voor niet-woongebouwen als er wordt geïnvesteerd in het verbeteren van de energieprestaties, en een energiestudie of energieaudit aantoont dat de ingreep een belangrijke energiebesparing oplevert. De betrokken gebouwen moeten minstens vijf jaar oud zijn op de datum van de premie-aanvraag. De premie bedraagt € 0,035 per bespaarde kWh primaire energie. Het maximum is € 25 000 per project en per jaar. De terugverdientermijn moet in ieder geval langer zijn dan twee jaar. Gaat het om bijkomende nieuwe installaties of om uitbreidingen dan worden alleen de meerkosten en de bijkomende besparing ten opzichte van de standaardinvestering in rekening gebracht

INFO: Nog vragen? Stel ze aan tim.vanhelden@vcb.be. Meer informatie vindt u ook op www.fluvius.be. Rechtsboven "premies voor bedrijven" als zoekterm invullen. Over de energie-audit vindt u informatie op www.energiesparen.be. Rechtsboven klikken op Premies en dan op Voor bedrijven - Tegemoetkomingen via de netbeheerders - Energiepremies voor niet-woongebouwen in 2021. juni 2021 • Bouwbedrijf 27


ELEKTRISCHE VOERTUIGEN

Verplichting voor laadinfrastructuur Sinds midden maart moeten sommige nieuwe woon- en niet-woongebouwen een minimum aan laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen hebben. Hetzelfde geldt wanneer de gebouwen een ingrijpende renovatie ondergaan. We bekijken de regels.

D

eze regels zijn van toepassing op nieuwbouw en ingrijpende renovaties waarvoor een omgevingsvergunning wordt aangevraagd, zowel voor woon- als voor niet-woongebouwen. "Ingrijpende renovatie" heeft in deze context een specifieke betekenis die we verderop uitleggen.

vanaf dan minstens twee oplaadpunten voorzien moeten worden.

Wat is een parkeerplaats?

De verplichtingen gelden niet voor de oprit van een woning. Die wordt niet als een parkeerterrein beschouwd, maar als een toegangsweg. Ze gelden daarentegen wel in de volgende gevallen:

specifiek bedoeld zijn om elektrische voertuigen op te laden. Ze moeten minstens uitgerust zijn met een type 2 connector voor het laden met wisselstroom (AC) zoals omschreven in de norm EN62196-2; of met een combo 2 connector voor het laden met gelijkstroom (DC) zoals omschreven in de norm EN62196-3.

Woongebouwen

Bij nieuwe woongebouwen met twee of meer parkeerplaatsen moet laadinfrastructuur geïnstalleerd worden voor elke parkeerplaats. In het geval van een ingrijpende renovatie geldt de verplichting vanaf parkings met meer dan tien plaatsen

Niet-woongebouwen

Bij niet-woongebouwen met meer dan tien parkeerplaatsen moeten er minstens twee oplaadpunten voorzien worden én bovendien laadinfrastructuur voor een op de vier parkeerplaatsen.

Ingrijpende renovatie

In de context van de elektromobiliteit heeft het begrip ingrijpende renovatie een eigen definitie. Het gaat om gebouwen of parkeergebouwen waarbij meer dan 25 % van de oppervlakte van de bouwschil een renovatie ondergaat. Tot waar de verplichting reikt bij ingrijpende renovaties, hangt af van de totale kosten van de renovatie. Men is slechts verplicht om te werken aan oplaadinstallaties of erin te investeren tot 7 % van deze totale kosten.

Bestaande gebouwen

Vanaf 2025 komen er ook verplichtingen voor bestaande niet-woongebouwen. Als die een parkeerterrein hebben met meer dan 20 plaatsen, zullen er 28 Bouwbedrijf • juni 2021

• het parkeerterrein bevindt zich binnen het gebouw of parkeergebouw; • het gaat om een naastgelegen parkeerterrein; • in het geval en een ingrijpende renovatie: wanneer er ook gewerkt wordt aan het parkeerterrein of aan de elektrische infrastructuur van het gebouw, parkeergebouw of parkeerterrein.

Technische vereisten

De oplaadpunten moeten een hoger vermogen kunnen leveren dan een standaard stopcontact, hoger dus dan 3,7 kW of 16 A. De oplaadpunten moeten daarnaast

Boetes

Wanneer het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap vaststelt dat er niet voldaan is aan de verplichtingen, kan het administratieve geldboetes opleggen. Het gaat om € 2000 per ontbrekend oplaadpunt voor elektrische voertuigen en € 1000 per parkeerplaats wanneer niet werd voorzien in infrastructuur voor leidingen om de installatie van oplaadpunten in een later stadium mogelijk te maken.

INFO: Nog vragen? Stel ze aan tim.vanhelden@vcb.be van de Vlaamse Confederatie Bouw.


magenta.be

ISOVER glaswol is gegarandeerd de beste oplossing voor het isoleren van elke gevel. Gebruiksvriendelijk, duurzaam en brandveilig, kortom geschikt voor elk bouwproject. ISOVER Multimax 30 beantwoordt aan de strengste wetgeving en levert topprestaties door de jaren heen. Meer weten over beter isoleren van spouwmuren op www.isover.be/muurdossier

ISOVER MULTIMAX 30, DE MAX IN SPOUWMUURISOLATIE

www.isover.be/muurdossier


TOPICS TRAJECTEN

BIM je weg naar de digitale toekomst! De Topics Trajecten van de Vlaamse Confederatie Bouw en Techlink, met steun van VLAIO, stellen nieuwe ontwikkelingen en innovatieve technologieën in de bouwsector centraal. Building Information Modelling (BIM) is daar één van. BIM wordt namelijk steeds vaker gevraagd en toegepast in de bouwsector. Hoe met je bedrijf BIM toepassen voor technische installaties? Ontdek het in het Lerend Netwerk “BIM voor technische installaties”.

‘T

echlink is een voortrekker als het gaat over BIM. We hebben reeds in 2018 TechBiM gelanceerd om de Belgische installatiesector op een juiste manier te laten starten met BIM en het gebruik van BIM efficiënter en toegankelijker te maken. TechBiM is een open ecosysteem dat de ontwerpprocessen, stroomlijnt m.b.t. technische installaties, waardoor effec-

tieve samenwerking een feit kan worden. In dit lerend netwerk komen de deelnemers in groepsverband meer te weten over hoe ze het best mee op de BIM-trein voor technische installaties kunnen springen. Met deze opgedane kennis kunnen de bouwprofessionals dit ook effectief implementeren binnen hun bedrijf ’, zegt Kris Van Dingenen, Director General van Techlink.

Jouw Topics Traject

 1 kennismakingssessie  4 inspirerende en praktische groepsmomenten  Leer van experten en andere deelnemers  Indien gewenst, kan je achteraf een bijkomende individuele begeleiding van max. 4 uur krijgen van onze experten. DOELGROEP:

• Installatiebedrijven • Algemene aannemers • Advies- en ingenieursbureaus

KENNISMAKINGSSESSIE:

• 10 juni 2021 (online)

DATA & LOCATIES:

• Zwijnaarde (Huis van de Bouw): 09/09-16/09-23/0930/09 • Kortenberg (Techlink): 13/10-21/10-28/10- 4/11 • Telkens van 15.00 tot 18.00 u. • Prijs: € 500 (exl. btw)/ persoon

30 Bouwbedrijf • juni 2021


Topic 1: Wat is praktisch BIM’men? Spreken wij dezelfde (digi)taal? Wat is BIM?

De samenwerkingsfilosofie is de basis van deze sessie. We gaan bekijken wat we willen bereiken en welke actoren betrokken zijn bij technische installaties. We kaderen ook de bestaande standaarden. Onze BIM-adviseur geeft uitleg over hoe we effectief kunnen samenwerken. We staan stil bij het BIM-visiedocument, het BIM-protocol, het BIMuitvoeringsplan en de BIM-modelleerrichtlijnen. Topic 2: Is BIM’men verstandig? Verstandig BIM’men wel! Waarom BIM’men wij of net niet?

We gaan kijken naar de individuele redenen voor elke deelnemer om te BIM’men. Hiervoor onderzoeken we het traject voor elke organisatie en de

"Verwacht je aan een interactief lerend netwerk waarna je zelf aan de slag kunt gaan in jouw eigen bedrijf." KRIS VAN DINGENEN

impact van BIM op je bedrijf en je medewerkers. Via een pragmatische invalshoek, bekijken we de impact van BIM op je projecten. Iedere deelnemer bepaalt zijn eigen strategie en maakt op basis hiervan keuzes. Via een gezamenlijke analyse wordt dit concreet toepasbaar op jouw bedrijf. Topic 3: Wat levert de toepassing van BIM op in een installatieproject? En hoe? What’s “BIM” it for me?

In deze sessie geven we een overzicht van “delivrables” voor technische instal-

laties per fase en per rol en gaan we die ook toepassen. In de hoe-vraag, bieden we een overzicht van de keuzes aan: • BIM modelleersoftware • Mogelijke applicaties • Contentbibliotheken (objecten) Topic 4: Wat kost dit? En welk resultaat staat hiertegenover? “BIMpact” voor je bedrijf?

Het financiële plaatje moet kloppen, dus we bestuderen de financiële impact voor jouw bedrijf én voor je projecten. Door praktijkvoorbeelden van collega’s (externe sprekers) zoals algemene aannemers, installateurs, ontwerpers en facility managers kan je een beter inzicht krijgen op het kosten- en resultatenplaatje.

INFO: Neem contact op met Vik Vanackere via bim@techlink.be.

EINDELIJK... IK KAN MIJN KLANTEN WEER BEDIENEN! MAAR HOE VERSTERK IK NU MIJN TEAM? Een terechte vraag voor elke werkgever in de Brusselse horeca… en één die we elke dag beantwoorden bij Select Actiris. Na maandenlang wachten kan de horeca stilaan weer de deuren open. Een opluchting maar ook een enorme uitdaging... Select Actiris staat klaar om je te helpen! Rekruteringen, stages, tewerkstellingsmaatregelen: onze consultants serveren je de oplossingen die het best bij je passen.

Contacteer Select Actiris en krijg gratis advies van een consultant die gespecialiseerd is in de horeca.

Helpt werkgevers werk geven.

www.actiris.brussels/werkgevers 02 505 79 15

B2B_Annonce 128x90.indd 4

Medegefinancierd door de Europese unie

6/05/21 12:42 juni 2021 • Bouwbedrijf 31


VBOC

Overleg met Vlaamse regering in teken van relance De Vlaamse regering is op 19 april met de Vlaamse bouwsector samengekomen tijdens het jaarlijkse Vlaams Bouwoverlegcomité (VBOC). Het was een virtueel overleg waaraan minister-president Jan Jambon deelnam, samen met de ministers Hilde Crevits, Lydia Peeters, Bart Somers en Ben Weyts.

D

e VCB is de stuwende kracht achter dit overleg en schrijft de nota's, weliswaar in overleg met Bouwunie, de bouwvakbonden, de advies- en ingenieursbureaus in ORI en de Beroepsvereniging van de Vastgoedsector BVS.

Vastlegging

Op het VBOC bleek dat de Vlaamse overheid in 2020 een hoog vastleggingspercentage heeft kunnen bereiken, ondanks de coronacrisis. Voor 2021 bedraagt het investeringsbudget van de Vlaamse regering ruim € 10 miljard. Het meeste geld gaat naar mobiliteit en openbare werken (€ 4,7 miljard), omgeving (waaronder energie, leefmilieu, wonen en erfgoed – bijna € 3 miljard) en onderwijs en vorming (meer dan € 1 miljard). Belangrijk: de regering gaf uitdrukkelijk toe dat “het peil van de overheidsinvesteringen in ons land relatief laag ligt en investeringen de laatste jaren blijvend werden verdrongen door consumptieve uitgaven”. In die € 10 miljard zit € 2,5 miljard voor de Oosterweelverbinding, maar de € 4,3 miljard van het Vlaamse herstelplan komt er nog bovenop. De bouwinvesteringen van dat plan hebben voor bijna € 900 miljoen te maken 32 Bouwbedrijf • juni 2021

met infrastructuurwerken, voor bijna € 600 miljoen met een renovatiegolf in Vlaanderen, met circa € 400 miljoen met investeringen in gebouwen (cultuur, ziekenhuizen, sport enzovoort) en eveneens voor circa € 400 miljoen omgevingswerken. Verdere details gaf de regering niet. Ze verwees naar het monitoringrapport van 23 april, dat staat op www.vlaanderen.be/uw-overheid/beleid/vlaamse-veerkracht.

GIP

Voor een groot deel van de € 10 miljard aan investeringen is de Vlaamse overheid de opdrachtgever. Van groot belang is dat het GIP (Geïntegreerd Investeringprogramma) voor 2021 al werd goedgekeurd. Nu wordt werk gemaakt van een meerjarendoorkijk naar 2022-2023. Voor ongeveer € 4,2 van de € 10 miljard gaat het om investeringssubsidies, kredieten en participaties. Veel hangt dus af van derden zoals particulieren, lokale besturen en Vlaamse instellingen zoals scholen, die hun eigen inbreng moeten leveren. Positief is dat de aanbestedingen van de gemeenten in 2020 ondanks de coronacrisis constant zijn gebleven. Maar in het algemeen liggen zij nog relatief laag, zoals altijd in de jaren na

de gemeenteraadsverkiezingen. Positief is ook dat de lokale besturen hun investeringsambities voor de volledige legislatuur hebben opgetrokken van € 14,7 naar 17,1 miljard. Minister Somers wees erop dat de subsidiestroom van de Vlaamse overheid naar de gemeenten in deze legislatuur € 5 miljard hoger zal liggen dan tijdens de vorige legis­latuur. Via de BCC (Beleids- en Beheers­cyclus) kan hij trouwens niet alleen de investeringsplannen maar ook de reële investeringsuitgaven van de gemeenten opvolgen.

Renovaties

Er komen extra renovatiecoaches en een uitgebreide communicatiecampagne om de particulieren tot renovaties aan te sporen. Binnen het lokaal energie- en klimaatplan worden extra middelen uitgetrokken voor collectieve en wijk-per-wijk gerichte renovatietrajecten. De VCB gaf te kennen dat zij dit plan mee wil ondertekenen. In het kader van het charter Werftransport dat steeds meer gemeenten ondertekenen, vindt de VCB het positief dat minister Peeters € 30 miljoen wil uittrekken voor veiligere schoolroutes. Minister Demir gaat mede-eigenaars ondersteunen bij de opmaak van masterplannen voor BENOvaties en via VME-renovatie­


Oosterweelverbinding werken lente 2021 (St Anna)

leningen met een langere looptijd dan de courante 10 jaar.

nakosten van bedrijven wacht de Vlaamse regering op de federale herziening van het KB Uitvoering. De VCB heeft gevraagd dat de Vlaamse opdrachtgevers die flexibel toe te passen zodra ze er komt.

Gebouwenbeleid

De VCB pleitte op het VBOC voor een meer gecoördineerd gebouwenbeleid van de Vlaamse regering. Heel wat departementen voeren nu een eigen vastgoedbeleid. Hun aanpak is te sterk versnipperd. Zij zouden voor hun gebouwen meer resultaatsgericht moeten werken. Digitalisering zal daarbij een belangrijk deel van de oplossing vormen. In zijn antwoord stelde minister-president Jambon dat hij publieke gebouwenbeheerders aanmoedigt tot de uitwerking van strategische vastgoedplannen waardoor hun patrimonium tegen 2045 koolstofneutraal kan worden. Bovendien zullen tussen 2021 en 2024 zo’n 120 gebouwen en gebouwdelen worden ingekanteld bij het Facilitair Bedrijf. Verder streefde hij vooral naar maximale kennisdeling over reeds bestaande documenten en niet naar nieuwe leidraden voor gebouwen.

Hervormingen

Het relanceplan hangt ook samen met een aantal hervormingen die een duurzame groei beogen. De plannen van de Vlaamse regering om de beroeps- en MER-procedures te versnellen zijn daarbij van cruciaal belang. Tegelijk moet het Vlaamse relanceplan voor de bouw de definitieve doorbraak van de digitalisering betekenen. Minister-president Jambon gaf een overzicht van de fasegewijze invoering van BIM bij de gebouwen: vanaf 2020 bij de studieopdrachten en in 2021 bij de aannemers. Het Facilitair Bedrijf zal vanaf 2021 voor elk nieuw project van enige omvang BIM opleggen. De minister-president beloofde een gepaste vergoeding van de aannemers bij hun BIM-inspanningen voor gebouwen zoals nu al gebruikelijk is in de wegenbouw. Bij het agentschap Wegen en Verkeer werd BIM-gericht werken al

in 2020 in 10 % van de gepubliceerde uitvoeringsbestekken en in 25 % van de gepubliceerde studiebestekken opgenomen. In 2021 zal het agentschap op dit elan verder gaan. Minister Demir beloofde in haar schriftelijke antwoord het gebruik van BIM in het kader van de vergunningsverlening te verkennen. Bij een vergunningsaanvraag moet een BIM nu nog worden samengedrukt tot een tweedimensioneel plan.

PPS

Voor het VBOC heeft de VCB een uitvoerige nota over de toepassing van PPS in Vlaanderen uitgebracht. De principes beschreven in het charter Samenwerking bij PPS van 2019 worden te vaak met voeten getreden. PPS-partners moeten te hoge risico’s dragen. Biedvergoedingen voor wie de opdracht uiteindelijk niet krijgt, zijn te gering of zelfs onbestaande. Het kabinet van minister Diependaele wees op de verankering van de principes van het charter in het decreet voor grote projecten maar stelde tegelijk bilateraal overleg voor om samen met de VCB de opgesomde knelpunten te overlopen. Positief in dit verband zijn de duidelijke plannen van diverse departementen (zoals Facilitair Bedrijf en departement Omgeving) om met formules van bouwteams en Design & Build te werken. Het departement Omgeving heeft intussen de VCB om advies gevraagd over de wijze waarop een Design & Build snel op de markt kan worden gezet.

Corona

Voor de vergoeding van de coro-

Opleiding

De instroom van werknemers in de bouw moet omhoog. Daarom gaan de Vlaamse sector en de Vlaamse overheid initiatieven nemen om de opleidingscapaciteit te vergroten. De VCB wees erop dat het belangrijk is dat de opleidingscapaciteit van VDAB op peil blijft, zowel voor werknemers als voor werkzoekenden. Het aantal duale leerlingen in de sector moet omhoog. Het zijn er nu slechts ongeveer 180. De VCB pleitte voor een 2de graad installatietechnieken en een 3de graad wegenbouw. Minister Weyts stelde dat de bouw deze voorstellen vanaf september kan indienen. Met het Innovet-programma wil hij in secundaire scholen innoverende cursussen stimuleren. Constructiv is bereid elk Innovet-project tot € 10 000 te co-financieren. De klemtoon zal in het opleidingsplan van de bouw moeten liggen op werkplekleren. Minister Crevits zag voor de verbetering van de instroom vooral heil in aantrekkelijke werkplekken. Die kunnen dan ook bijdragen tot een positiever imago van de bouw. Tot slot wees de VCB erop dat de bouw amper 4 % van het door het VLAIO toegekende steunbedrag voor innovaties kreeg, terwijl 40 % naar de industrie gaat. Bouwkmo's hebben vanzelfsprekend weinig onderzoekscapaciteit, maar minister Crevits antwoordde dat zowel product- als proces- en diensteninnovaties voor ondersteuning in aanmerking komen. Verder verwees zij naar de lerende netwerken. De VCB antwoordde dat zij precies via deze netwerken bouwbedrijven zal motiveren om dossiers in te dienen.

juni 2021 • Bouwbedrijf 33


Deceuninck kiest met Phoenix voor 100% gerecycleerde profielen Circulair bouwen wordt de nieuwe standaard en daar is Deceuninck vandaag al op voorbereid. Met hun 100% gerecycleerde raam- en deurprofielreeks Phoenix en hoogtechnologische recyclagefabriek in eigen beheer gaan ze vol voor circulariteit. Deceuninck is op vandaag de grootste recycleerder van harde kunststof in de Benelux. Het bedrijf ijvert al langer voor een duurzame toekomst en verwerkt al jaren gerecycleerde kunststof in hun profielen, maar Phoenix is de eerste reeks die voor 100% uit gerecycleerde kunststof bestaat. Het nieuwe gamma profielen schenkt oude materialen een nieuw leven door ze te recupereren en te recycleren, waardoor hun levenscyclus verlengd wordt. Net zoals een feniks die uit zijn eigen as herrijst. Eerste projecten in Nederland

Elegant profielreeks als basis

Nederland stelde in 2018 ambitieuze circulaire doelstellingen

Deceuninck selecteerde het minimalistische ‘Infinity’ design

voorop. Zo wil men vanaf 2023 alle overheidsopdrachten met

uit hun nieuwe Elegant‑reeks voor de Phoenix‑lijn. Dit zorgt

recycled materiaal laten uitvoeren. Tegen 2030 wil men

voor een uiterst hedendaagse look voor de circulaire raam‑ en

het CO2‑verbruik in de bouw halveren om tegen 2050 volledig

deurprofielen. De Phoenix kunststof profielen scoren even

circulair te bouwen. Het valt dus ook geen toeval te noemen

sterk op het vlak van vormvastheid, weerstand en thermische

dat de eerste Phoenix‑projecten in Nederland gerealiseerd

isolatiewaarden als andere kunststof profielen. Het recycleren

werden. Begin dit jaar werd de school Aloysius Stichting in

van kunststof heeft geen invloed op de kwaliteit, aangezien

Eindhoven voorzien van Phoenix‑ramen. Raamfabrikant Ploeg

het materiaal tot wel tien keer opnieuw gebruikt kan worden.

kozijnen koos ook voor de Phoenix‑reeks voor de duurzame

Dat maakt kunststof een uiterst duurzaam materiaal.

renovatie van hun kantoren. Resultaat van jarenlange inspanningen “Deze Phoenix lijn betekent een nieuwe mijlpaal voor

“Circulair bouwen wordt de nieuwe standaard en daar is Deceuninck vandaag klaar voor met de 100% gerecycleerde raam- en deurprofielreeks Phoenix en een hoogtechnologische recyclagefabriek in eigen beheer.”

Deceuninck. In 2012 zijn we gestart met recycleren We namen toen een hoogtechnologische recyclagelijn in onze compounding site in Diksmuide in gebruik”, aldus Tom Driessens, Materials & Sustainability Business Manager bij Deceuninck. “In 2018 verviervoudigden we onze recyclage‑ capaciteit tot 45.000 ton kunststof, wat overeenkomt met 2,3 miljoen oude ramen per jaar die niet worden gestort of verbrand. Het resultaat is 90.000 ton minder CO2‑uitstoot. Met deze inspanningen is Deceuninck voorbereid op de toekomstige vereisten voor de bouwsector, aangezien het gebruik van een maximaal percentage aan gerecycleerd materiaal de norm wordt. Kunststof recycleren vergt namelijk maar liefst 90% minder energie dan nieuwe grondstof produceren.

Voor meer informatie over de Phoenix‑reeks kan u terecht op www.deceuninck.be/phoenix of u kan contact opnemen met benelux@deceuninck.com.


WEBINAR

Digitale tools slaan een brug tussen werf en kantoor

O

p 23 april organiseerde de Confederatie Bouw een zeer boeiend webinar over de digitalisering van de bouw. Het verliep– zeer toepasselijk, gezien het onderwerp – virtueel. Het was een eerste keer, maar de belangstelling was zeer bemoedigend. Er waren een kleine veertig deelnemers, wat eens te meer bewijst dat digitalisering een thema is dat leeft in de sector. Het webinar werd ingeleid door directeur-generaal Niko Demeester van de Confederatie. Daarna was het de beurt

aan Koen Van Echelpoel, B2B Marketing Manager bij telecomprovider Orange. Hij schetste de context waarin de bouw digitaliseert. Wereldwijd is de sector in 2021 sterk gegroeid, met ongeveer 3 %. Maar daartegenover staat dat bouwbedrijven wereldwijd gemiddeld slechts 1 % of minder investeren in ICT. Bovendien ligt hun winstmarge gemiddeld onder de 5 %, wat laag genoemd mag worden. Het moet dus beter. Dat blijkt ook uit andere indicators. Grote bouw­projecten duren vaak 20 % langer

dan gepland, en kunnen tot 80 % duurder eindigen. Digitalisering kan de marges optrekken en projecten beter doen verlopen. Een studie van McKinsey suggereert dat ICT een productiviteitswinst van 14 tot 15 % mogelijk maakt terwijl de kosten met 4 tot 6 % dalen. Orange ontdekte dat er in de Belgische bouw weliswaar een flinke groep van digitale voorlopers bestaat, maar dat een zeer grote groep aannemers nog de eerste stappen moeten zetten. Tijdens het webinar legden

drie providers van digitale tools uit wat ze voor de bouw kunnen betekenen: Koen Van Echelpoel, en daarnaast Steve Tambuyser, manager business development & integration bij Abax (vroeger bekend van RAM Track & Trace) en Pepijn De Cuyper, accountmanager en digitaal adviseur bij UseITGroup (bekend van het pakket Bouwsoft).

U kunt het webinar bekijken op https://business.orange.be/ en/content/how-digitaltools-can-make-bridgebetween-site-and-office.

GO tankkaart

bespaar tijd en kosten  Altijd een station op weg naar een werf  Minstens 12ct korting op diesel en benzine* Contacteer ons, vermeld de code “VCB” en tank met minstens 12ct korting op meer dan 1400 stations. Tel: 02 808 29 28 E-mail: gocard.be@wexinc.com

GoTankkaart.be *Minstens 12 cent korting op diesel en benzine bij de niet autostradestations van Texaco, Esso, Q8, Octa+, G&V, Maes, Gabriëls en Power. Korting is inclusief BTW en per liter berekend op de officiële prijs. Indien de prijs aan de pomp nog lager zou zijn, wordt de laagste prijs gefactureerd.

23156 SD_FR-NL-advertentie-confederatie-bouw_210x140.indd 2

n.v. Gabriëls & Co - Hekkestraat 41 (Industriezone) - 9308 Hofstade (Aalst) T 053 78 98 78 - F 053 77 82 96 - BE 0447 725 175 - info@gabriels.be

12-05-2021 10:07

juni 2021 • Bouwbedrijf 35


RENOLUTION.BRUSSELS

Meer dan € 350 miljoen voor de renovatie van de Brusselse gebouwen Het Brussels gewest maakt meer dan € 350 miljoen vrij om tussen nu en 2024 de kwaliteit van de Brusselse gebouwen te verbeteren. Dat bleek tijdens een voorstelling van RENOLUTION.Brussels, de renovatiestrategie van het gewest. Het plan zal werk voor aannemers creëren en de economie stimuleren. Maar ook op sociaal en milieuvlak biedt het kansen.

H

et is de vorige Brusselse regering die de ambitieuze renovatiestrategie van het gewest op poten heeft gezet. Het gemiddelde energieverbruik van de Brusselse woningen moet dalen tot 100 kWh per jaar en per vierkante meter. Voor veel woningen is dat drie of vier keer minder dan hun huidige verbruik. Dienstengebouwen moeten tegen 2050 energieneutraal zijn.

Versnelling

Met RENOLUTION.Brussels schakelt de Brusselse regering een versnelling hoger, zegt Alain Maron, Brussels minister van Leefmilieu, Energie en Klimaattransitie. Alain Maron: "Het tempo van de renovaties moet opgedreven worden, niet alleen ten voordele van het klimaat maar ook voor onze energiefactuur en voor de werkgelegenheid. Het gaat om de energietransitie van onze gebouwen en de economische transitie van de bouwsector. Daarmee zullen we onze woningen comfortabeler en zuiniger maken, met een lokaal verankerde bouwsector die het voortouw neemt in het duurzame en circulaire bouwen."

36 Bouwbedrijf • juni 2021

Alliantie

De bouw zal dus een doorslaggevende rol spelen in het waarmaken van dit ambitieuze project. Maar we zijn niet de enige speler. De overheid zal een dialoog aangaan met alle betrokkenen: onze sector, de financiële spelers, de architecten, de sociale partners … Dit zal plaatvinden binnen een Alliantie RENOLUTION. Deze laatste moet een gewestelijke katalysator worden voor een duurzame renovatie.

Werkgelegenheid en opleiding

RENOLUTION creëert grote kansen voor de werkgelegenheid in de bouw. Een onderzoek van Leefmilieu Brussel bracht aan de licht dat de geplande budgetten na verloop van tijd meer dan 8000 bijkomende banen zullen scheppen die lokaal zijn en lokaal zullen blijven. De sector zal die arbeidskrachten moeten vinden en hen de nodige opleidingen geven. Build Circular.Brussels, dat eind 2020 gelanceerd werd door de Brusselse regering, zal daarbij helpen. Het gaat bouwbedrijven en aannemers die in het gewest werken de principes van circulair bouwen bijbrengen en hen begeleiden. Maar intussen heeft de sector

niet stilgezeten, beklemtoont Laurent Schiltz (secretaris-generaal van de Confederatie Bouw Brussel-Hoofdstad). Laurent Schiltz: "We bereiden ons voor op de uitdagingen die gepaard gaan met de renovaties in Brussel. Dankzij Build Circular.Brussels zijn al meer dan 300 bouwbedrijven meegegaan met die circulaire dynamiek, en er komen er nog voortdurend bij. We zijn bij de CBBH trouwens van mening dat circulair bouwen nog een voordeel heeft: het is een manier om je te onderscheiden van de buitenlandse concurrentie." Naast Build Circular.Brussels is er


RENOLUTION creëert grote kansen voor de werkgelegenheid in de bouw. tingen om te renoveren er vanaf 2030 zullen komen. De stijging van de vastgoedprijzen zal nauwgezet in het oog gehouden worden, en de inwoners krijgen begeleiding. Een premie aanvragen wordt eenvoudiger gemaakt. Begin 2022 is er een gecombineerde energie- en renovatiepremie voor eigenaars-bewoners. Later zullen ook eigenaars-verhuurders deze onder bepaalde voorwaarden kunnen aanvragen. Tot dan hebben ze alleen recht op de energiepremies. De sociale dimensie van duurzame ontwikkeling staat centraal in RENOLUTION, aldus Brussels minister-president Rudi Vervoort. Rudi Vervoort: "Niemand mag achtergelaten worden. Er bestaan dus evenwichtige begeleidende maatregelen om de renovatiestrategie te doen slagen. Doelstellingen daarbij zijn onder meer een hogere levenskwaliteit en een lagere energiefactuur, zonder dat de vastgoedprijzen te veel stijgen."

Vereenvoudiging

nog een tweede project dat werkgelegenheid en opleiding een duw in de rug zal geven: Construcity.Brussels, hét contactpunt in Brussel voor informatie, oriëntatie en tewerkstelling in de sector. Het valt onder de bevoegdheid van Bernard Clerfayt, minister van Werk en Beroepsopleiding. Bernard Clerfayt: "In maart 2021 waren er 4980 Brusselse werkzoekenden voor de bouwsector. De renovatiestrategie gaat hun de kans geven om - eventueel na een opleiding - een bouwbaan te vinden. Tijdens deze legislatuur zal ook een Pool Opleiding-

Werk voor de bouw opgezet worden, die de verbinding zal vormen tussen de bouwsector enerzijds en anderzijds de openbare arbeidsbemiddelaars en de publieke opleidingsinstellingen. Deze Pool gaat niet alleen werkzoekenden en alternerende leerlingen opleiden, maar ook mensen die al een baan hebben en die meer willen weten over de nieuwste technieken, onder meer wat betreft duurzaam bouwen."

Premies

RENOLUTION gaat er op dit moment vanuit dat de eerste verplich-

De Brusselse regering geeft niet alleen financiële steun aan inwoners die willen renoveren, ze stelt ook een administratieve vereenvoudiging in het vooruitzicht. Tegen het einde van de zomer wil ze een besluit goedkeuren dat een stedenbouwkundige vergunning overbodig maakt voor de isolatie van daken en van buitenmuren die niet zichtbaar zijn vanop het openbare domein. Zowel de overheid als de burger zullen daarvan profiteren. De werklast voor de gemeenten en het gewest gaat naar beneden, en de Brusselaar moet minder administratieve formaliteiten vervullen. Of zoals Pascal Smet (staatssecretaris bevoegd voor Stedenbouw) het zegt: "Vereenvoudigen, versnellen en isoleren. Dat is pas een concrete actie voor het klimaat!"

juni 2021 • Bouwbedrijf 37


LEEFMILIEU - ENERGIE

Circulair bouwen boekt terreinwinst dankzij Build Circular.Brussels In ons oktobernummer kondigden we Build Circular.Brussels aan. Intussen is dit project van start gegaan. Met succes, want ongeveer 400 bouwbedrijven hebben er al een beroep op gedaan. Enkele aannemers vertellen over hun ervaringen.

D

e Brusselse gebouwen behoren bij de grootste energieverbruikers in de EU. Meer dan de helft van de broeikassen van het hoofdstedelijk gewest komt uit hun schoorstenen. De Brusselse regering heeft daarom een ambitieus renovatieprogramma opgezet dat onze aannemers veel werk zal bezorgen (zie ook blz. 36). Het besef groeit dat de circulaire economie hiervan een waardevolle component kan zijn. Onder meer daarom heeft Brussel ook Build Circular.Brussels opgezet, een project dat opleiding en advies over kringloopbouwen aanbiedt. Het wordt stilaan duidelijk hoe 38 Bouwbedrijf • juni 2021

belangrijk het is om de lokale materiële hulpbronnen maar ook het lokale menselijke potentieel optimaal in te zetten. Build Circular.Brussels speelt daarop in. Het project ondersteunt innovatieve ketens en de creatie van nieuwe banen.

Getuigenis

Alles bij elkaar gaat het niet slecht met de bouw, maar de uitdagingen mogen ook niet ontkend worden. Onze bedrijven zullen hun plaats over de Brusselse bouwmarkt moeten blijven verdienen. Circulair bouwen en verantwoord ondernemen kunnen een instrument zijn in die strijd. De aannemers die al een beroep gedaan hebben

Arbeiders van BAM Galère krijgen dankzij Build Circular.Brussels een opleiding in het scheiden van bouwafval.

op Build Circular.Brussels, hebben dat begrepen. Yannick Warnau is een van hen. Hij vestigde zich recent als zelfstandige ondernemer onder de naam Bru Co Création. Om zijn professionele toekomst beter te kunnen bepalen, stapte hij naar Build Circular.Brussels. Een circulaire visie is voor hem nu een evidentie. Yannick Warnau: "Ik heb uit nieuwsgierigheid een beroep gedaan op Build Circular. Maar tijdens de individuele adviesverlening heb ik


SAVE THE DATE: OPLEIDINGSDAGEN IN HET NAJAAR Wilt u ook kennismaken met een brede waaier van circulaire technieken? Blokkeer dan 14 en 15 oktober in uw agenda. Build Circular organiseert dan twee opleidingsdagen voor Nederlandstaligen. Ze vinden plaats in het BRC Bouw. De deelname is kosteloos voor bouwbedrijven die in het Brussels gewest gevestigd zijn. De Confederatie houdt u op de hoogte zodra meer details over het programma bekend zijn.

begrepen dat er iets mankeerde, en de adviseurs konden mijn noden vertalen. Build Circular, dat zijn contacten, netwerken, opleiding en continue verbetering. Het doel is ervoor zorgen dat de samenleving vooruitgaat. Wat mij betreft is een verantwoord ondernemer in Brussel op de juiste plaats. Zijn bedrijf kan er groeien in een stad en op een bouwmarkt die zeer veel belang hechten aan duurzaamheid. Als aannemer moeten we onze klanten sensibiliseren en met verantwoord advies helpen bij hun keuzes. Elke onderneming die beseft hoe belangrijk milieuvriendelijkheid is, zal zich kunnen vinden in de waarden van Build Circular en toegevoegde waarde halen uit de begeleiding. Ik benadruk: opleiding

Build Circular.Brussels wil een verschuiving van het denken over kringloopbouwen in gang zetten, weg van de vraag "waarom?" naar de vraag "hoe?".

in circulair bouwen is een investering voor later, geen tijdverlies!"

een opleiding voor arbeiders over het scheiden van afval op de bouwplaats.

Contactpersoon

Concreet

Build Circulair kent iedere onderneming een contactpersoon toe. Deze staat hun bij als ze vragen hebben, wijst de weg naar de juiste opleidingen

en brengt hen in contact met experts. Hoe dat werkt, wordt geïllustreerd door de ervaringen van BAM Galère, een onderneming waarvoor circulariteit een prioriteit is. BAM Galère: "We maken een analyse van onze bouwplaatsen om het afval zoveel mogelijk te beperken, onder meer door ketens van hergebruik in te schakelen, zowel voor overschotten als voor specifieke afvalstromen. We proberen ook zelf sloop- en afbraakmaterialen te hergebruiken. We slopen selectief en testen een model van sloopinventaris. Om dat allemaal waar te kunnen maken, hebben we een opleidingscampagne voor onze mensen opgezet." Build Circular speelde in op de noden van BAM Galère en organiseerde

Engepar heeft zich gespecialiseerd in de inrichting van kantoren, showrooms en winkels. Ook deze algemene aannemer is een pionier van de circulariteit. Engepar: "We hadden het genoegen om bij Build Circular een gemotiveerd en dynamisch team te ontmoeten. We hadden vooraf enkele algemene ideeën verwacht. Maar het team kwam met concrete ideeën om onze circulaire ontwikkeling een stap vooruit te laten zetten. De toegevoegde waarde van de ondersteuning was tastbaar. We waren aangenaam verrast door de individuele begeleiding, compleet met bezoeken aan bouwplaatsen. Dat is een must, verreweg de beste manier om de zaken aan te pakken."

Lijst

Bedrijven die een beroep doen op Build Circular en die een circulair initiatief uitproberen, kunnen zich op een lijst laten zetten. Deze staat op de website www.buildcircular.brussels. Ze geeft een overzicht van de bouwondernemingen die actief zijn in Brussel en die zoals Bru Co Création, BAM Galère en Engepar concreet bezig zijn met de transitie naar een circulaire economie.

Nog tot eind dit jaar kunnen bouwbedrijven kosteloos een beroep doen op de opleidingen en het advies op maat van Build Circular. De experts en docenten van dit project staan klaar om hen te helpen. info@buildcircular.brussels – www.buildcircular.brussels – 02 545 58 27. juni 2021 • Bouwbedrijf 39


WTCB

Oververhitting in de zomer: de aard van de gebruikte isolatie heeft weinig belang Door de opwarming van ons klimaat, worden er in België alsmaar vaker hittegolven vastgesteld. Wat kan men doen om het risico op oververhitting in onze gebouwen het best te beperken? Het Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf (WTCB) heeft hieromtrent een onderzoek gevoerd. Hieruit is gebleken dat de aard van de isolatie die gebruikt wordt in hellende daken slechts een beperkte invloed heeft op deze oververhitting.

I

n 2010 heeft het WTCB een aantal numerieke simulaties van de warmteoverdracht uitgevoerd om de impact van de aard van de thermische isolatie (rotswol en minerale wol) op het risico op oververhitting tijdens een hittegolf te beoordelen. Het Technisch Comité Dakbedekkingen van het WTCB wou deze vergelijking uitbreiden door ook de invloed van isolatiematerialen op basis van polyisocyanuraat (PIR) en cellulosewatten in aanmerking te nemen.

Drie manieren om oververhitting te bestrijden

1

De warmtetoevoer minimaliseren, bijvoorbeeld door de wanden te isoleren, de bezonning te verminderen en de energietoevoer afkomstig van elektrische toestellen en sanitairwarmwaterinstallaties te beperken.

2

De ruimten afkoelen door te zorgen voor nachtelijke ventilatie of een klimaatregelingssysteem. Dit laatste heeft echter wel een invloed op een aantal andere parameters en is

40 Bouwbedrijf • juni 2021


VERGELIJKING VAN DE IMPACT VAN DE INSTALLATIE VAN ZONWERINGEN OF VAN NACHTELIJKE VENTILATIE OP DE OVERVERHITTINGSINDICATOREN VANAF 25 °C.

ongunstig voor het EPB-certificaat van het gebouw.

3

Profiteren van de thermische inertie van de materialen die zich binnenin het gebouw bevinden. Hun volume en warmtecapaciteit bepalen de inertie ervan. Deze inertie leidt tot

een vermindering van de snelheid en de intensiteit van de opwarming onder het dak, wat zorgt voor een stabielere binnentemperatuur tussen dag en nacht. In het geval van hellende daken is het vaak moeilijker om te profiteren van de inertie van de structuur. Het gaat hier immers vaak om een houten

timmerwerk, wat een redelijk lichte constructie is met een bepekte thermische inertie. Om de intensiteit van de oververhitting in een gebouw te evalueren, heeft het WTCB gebruikgemaakt van een oververhittingsindicator, uitgedrukt in graad-uren. Deze indicator toont aan dat de oververhitting niet zozeer beïnvloed wordt door de aard van de isolatiematerialen (schema links), maar eerder door het gebruik van zonweringen aan de buitenzijde van de beglazingen en/of van een nachtelijke ventilatie (schema's rechts). Deze twee maatregelen maken het mogelijk om de oververhittingsindicator tot twee derden te verminderen voor een vergelijkbare warmteweerstand. Ze moeten dan ook als prioritair beschouwd worden. Indien er desondanks een groot ongemak blijft bestaan, dan kan men overwegen om een klimaatregelingssysteem te installeren, waarvan het verbruik beperkt zal zijn dankzij de passieve maatregelen die vooraf genomen werden.

REFERENTIE WTCB-Contact 2021/2 pp. 6 en 7. Enkel de originele tekst, van de hand van D. De Bock en N. Heijmans, ingenieurs bij het WTCB, geldt als referentie.

juni 2021 • Bouwbedrijf 41


WTCB

Het zonnepaneel dat waterstofgas produceert De idee is aanlokkelijk: zonnepanelen ontwikkelen die, onder invloed van het zonlicht en gebruikmakend van de in de lucht aanwezige waterdamp rechtstreeks waterstofgas produceren in de plaats van elektriciteit ... Deze waterstof zou dan opgeslagen kunnen worden in een ondergronds opslagvat en later gebruikt kunnen worden voor de productie van elektriciteit of warmte, de aandrijving van voertuigen, de verwarming van een gebouw, de elektriciteitsvoorziening enzovoorts of gekoppeld kunnen worden aan diverse andere toepassingen, onder meer in de chemische industrie.

E

r wordt al jaren onderzoek gevoerd naar verschillende concepten van dit type zonnepanelen. De omzettingsefficiëntie verschilt van systeem tot systeem, maar is vaak nog beperkt, gelet op het feit dat alle concepten zich nog in een laboratorium- of prototypestadium bevinden. Via de cel C-Watch wil het WTCB ze echter wel al onder de aandacht van de sector brengen, want deze uitvinding is veelbelovend! 42 Bouwbedrijf • juni 2021

Het paneel van de bio-ingenieurs van de KUL

Het zonnepaneel van de KU Leuven bestaat uit een dunne zonnecel met membranen die toelaten om de lucht te filteren en uit een waterstofpaneel met katalysatoren die de vorming van het waterstofgas in gang zetten. Het water wordt langs de zijkant van het paneel opgevangen en het invallende zonlicht zorgt voor de nodige energie om de waterdamp via elektrolyse te ont-

binden in waterstofgas en zuurstofgas. Het waterstofgas kan vervolgens opgevangen en opgeslagen worden voor later gebruik. Dit zonnepaneel zou een energie-efficiëntie van 15 % hebben en op jaarbasis gemiddeld zo'n 250 liter waterstofgas per dag produceren. Volgens de ontwikkelaars zouden twintig van deze panelen, gekoppeld aan een ondergrondse opslagtank van 4 m³, dankzij opslag van het in de zomer


Zonnepaneel dat waterstofgas produceert.

Het proces zou ook overal toepasbaar zijn, zelfs in zones waar slechts kleine hoeveelheden water beschikbaar zijn (bv. in woestijnen). Tot slot zou het waterstofgas bij grotere productiehoeveelheden op doeltreffende wijze opgeslagen en getransporteerd kunnen worden in de bestaande aardgasinfrastructuur.

Aandachtspunten voor de veiligheid

geproduceerde overtollige waterstofgas, voldoende zijn om, complementair aan een klassieke PV-installatie, één jaar zonder elektriciteit of gas van het net te leven in een zeer goed geïsoleerde woning, zelfs als er in de winter weinig zonlicht voorhanden is. Eenzelfde hoeveelheid panelen zou voldoende zijn om een heel jaar lang met een auto op waterstofgas rond te rijden (ongeveer 10.000 km per jaar). Sedert begin 2019 worden er twintig waterstofpanelen met een ondergronds opslagvat continu uitgetest in een goed geïsoleerde woning in Oud-Heverlee bij Leuven en dit, over een periode van twee jaar. Het is de bedoeling om op termijn alle 39 woningen uit de straat bij het project te betrekken en dus te werken op wijkniveau teneinde de kosten te drukken.

Een systeem met verschillende voordelen

Volgens energie-experts zal waterstof in 2050 zeker behoren tot de belangrijkste energiedragers ter wereld.

Vooral de manier waarop het gas geproduceerd zal worden, is hierbij belangrijk. Bij het hier beschreven systeem gebeurt dit met zonnepanelen die water(damp) uit de lucht en zonlicht opvangen. Het waterstofgas kan dan omgezet worden in elektriciteit en/of warmte voor allerlei toepassingen. Het afvalproduct van deze reactie is zuiver water, dat terug afgegeven wordt aan het leefmilieu. Bovendien kan de door de zonnepanelen geproduceerde energie onder de vorm van waterstofgas gemakkelijk over langere tijd en zonder enig verlies onder lage temperatuur of hoge druk opge­ slagen worden in een (ondergronds) drukvat. Dit vereist dan wel de aanwezigheid van een koelinstallatie of van een hogedrukcompressor. Volgens de ontwikkelaars zouden een aantal concepten daarenboven voor iedereen betaalbaar zijn, omdat ze geproduceerd worden met goedkope, veelvoorkomende grondstoffen, zonder gebruik van edelmetalen of andere dure componenten.

Waterstofgas is zeer licht en gemakkelijk ontvlambaar. Het moet dus met grote voorzichtigheid behandeld worden, met een goede brand- en explosiebeveiliging. Bovendien gebeurt de opslag van waterstofgas onder zeer hoge druk, wat veel energie vraagt. Hierdoor lijkt het ons minder evident om dit concept op kleine schaal toe te passen.

Welke toekomst voor dit systeem?

De kans op succes van dit type zonnepanelen is moeilijk in te schatten. Het rendement van deze directe waterstofproductie is momenteel vergelijkbaar met andere productiewijzen voor hernieuwbare energie. Het opwekken van stroom met een hoogwaardig, maar standaard zonnepaneel (rendement van 20 %) en een aparte installatie voor de elektrolyse van water (rendement van 75 %) zou volgens een Nederlandse expert eveneens een totaalrendement van 15 % opleveren. Een bijkomend voordeel van gescheiden zonnepanelen en elektrolyse is volgens hem dat men op basis van de marktprijs kan kiezen om de opgewekte stroom direct aan het elektriciteitsnet te leveren dan wel om deze om te zetten in waterstof.

REFERENTIE www.wtcb.be/homepage

juni 2021 • Bouwbedrijf 43


REPLIC

Het recyclagecentrum ligt niet ver van Doornik aan de Schelde in de binnenhaven van Pecq.

Nieuw centrum voor de recyclage van gips Per jaar ontstaan er tienduizenden tonnen gipsafval die niet gemakkelijk te recycleren zijn. In Henegouwen exploiteert ons lid Dufour sinds 2020 Replic, een groot recyclagecentrum dat ook mikt op klanten in Vlaanderen en Frankrijk.

R

eplic ligt aan de Schelde bij Pecq, niet ver van Doornik en dus niet ver van Frankrijk en Vlaanderen. Het mag een voorbeeld van circulaire economie genoemd worden. Replic is het resultaat van een projectoproep van Greenwin, een Waals regeringsinitiatief. Het gaat om een publiek-privaat partnership. De Waalse regering subsidieerde de infrastructuur en de studiekosten. € 2,5 miljoen werd geïnvesteerd door de Waalse intercommunale Ipalle, Suez en Dufour. Bouwbedrijf vroeg aanDavid Hoorebeeke (projectingenieur bij Dufour) wat een bouwbedrijf motiveert om in een dergelijk project te stappen. David Hoorebeeke: "We hebben al een site waar afval gescheiden wordt. We behandelen er gewoon industrieel afval en inerte stromen van afbraak en sloop. Daarbij zaken als beton maar ook gipsafval. Dat laatste wilden we valoriseren, door het naar Replic te transporteren en de site te exploiteren."

Laboratoriumtesten

De site heeft een oppervlakte van 2200 vierkante meter. De hall voor het recyclagecentrum stond er al. Maar verder moest Replic zeer grondig voorbereid worden, want gips recycleren en hergebruiken is geen evidentie. De activiteit van

44 Bouwbedrijf • juni 2021

Replic is gebaseerd op testen uitgevoerd in laboratoria. Het CTP (­ Centre Terre et Pierre) in Doornik onderzocht vooraf onder meer welke uitrusting nodig was. CRIC-OCCN, het Belgische collectieve onderzoekscentrum van de cementsector en het stortklare beton, bestudeerde welk potentieel gips heeft voor hergebruik en valorisatie in cement. Euremi ontwikkelde de industriële installaties die geplaats werden door Dufour. Er ging in totaal maar liefst 4500 uur studiewerk vooraf aan het project. De installaties en de ingebruikname vroegen ongeveer zeven maanden.

Werking

Dufour wierf twee mensen aan die het centrum exploiteren. Het is drie voormiddagen per week open voor een brede groep klanten: kmo's en grotere ondernemingen die sloopen afbraakwerken uitvoeren maar ook beheerders van containerparken die gips willen laten recycleren. David Hoorebeeke: "Wanneer afval geleverd wordt, wordt het eerst uitgespreid in de hall. De eerste, preliminaire scheiding gebeurt handmatig. Het is ook dan dat de kwaliteit van het afval bepaald wordt. Er worden drie niveaus gehanteerd: A zijn de gipsbrokken zonder onzuiverheden, B


David Hoorelbeke (rechts) en de twee medewerkers van Dufour in het centrum.

De granulaten van het eindproduct zijn kleiner dan 4 millimeter.

de stukken gipsplaat met papier en C ten slotte de zwaar verontreinigde mengsels."

Drie stappen

Na de eerste scheiding begint een industrieel proces dat tot 15 ton per uur kan behandelen.

VLAANDEREN In Vlaanderen is de grootschalige inzameling en recyclage van gipskartonafval van de sloopsector in 2010 op kruissnelheid gekomen. Dat is mee het gevolg van de vrijwillige samenwerkingsovereenkomst die de gipssector in 2009 heeft gesloten met de Vlaamse overheid. In dat jaar heeft de Belgisch-Luxemburgse Gipsvereniging (BLGV) een grootschalige verwerkingseenheid voor gipskartonafval in gebruik genomen. Ze heeft ook met de OVAM, de Vlaamse Confederatie Bouw, CASO en andere betrokkenen een vrijwillige overeenkomst gesloten voor het sluiten van de materiaalkringloop van gips in de Vlaamse bouwsector. In 2018 werd er zo ongeveer 45 000 ton gipsafval, waarvan ongeveer 17 000 ton post-consumer gipsafval, gerecycleerd. Na een lichte terugval rond 2015 tekent zich de laatste jaren opnieuw een stijging af in de hoeveelheid ingezameld en gerecycleerd gipsafval.

www.ovam.be.

Na de eerste scheiding gaat het afval naar een industrieel proces dat tot 15 ton per uur kan behandelen. De recyclage bestaat uit drie grote stappen. David Hoorebeeke: "In de eerste stap wordt het gips gebroken om het juiste formaat te verkrijgen. De grootte moet teruggebracht worden tot minder dan 250 millimeter. In de tweede stap wordt het verder gebroken en ten slotte worden de andere stoffen verwijderd. Gemiddeld halen we 20 % andere stoffen uit wat hier binnenkomt. Het eindproduct, dat bestaat uit granulaten met afmetingen onder de 4 millimeter, wordt daarna opgeslagen in een ander deel van de hall. Het gaat om gips dat cementproducenten kunnen gebruiken om de binding of opstijving van cement te vertragen. Ze komen het gerecycleerde gips hier ophalen. Het resultaat kan ook gebruikt worden door de gips-industrie zelf. Deze producenten hebben al interesse laten blijken voor gerecycleerd post-consumer gipsafval maar ook voor het gebruik in de post-productie. Er bestaat groeiende interesse voor hoogwaardig hergebruik van gerecycleerde materialen."

Niet alleen Wallonië

Voorlopig is Replic hoofdzakelijk bekend in de omgeving van Doornik en komen de klanten vooral uit de streek. David Hoorebeeke: "Maar intussen zijn enkele Franse en Vlaamse ondernemingen hier ook al klant. Onze naambekendheid neem toe. Gemiddeld komen hier twee tot zes vrachtwagen het eindproduct ophalen. Uiteindelijk willen tussen de 15 000 en de 18 000 ton gips per jaar behandelen. De circulaire economie is in opmars in veel sectoren, en zeker in de bouw."

juni 2021 • Bouwbedrijf 45


LEDENKORTINGEN JUNI

Gratis 2 paar innovatieve DryTex-sokken, versterkt met Cordura® en ESD gekeurd! (Geldig bij aankoop van een paar veiligheidsschoenen)

Gratis 2 paar innovatieve DryTex-sokken, versterkt met Cordura® en ESD gekeurd! Promotie geldig van 01.06.2021 - 31.08.2021 of zolang de voorraad strekt. Aanbieding is niet cumuleerbaar met andere acties van Sievi.

(Geldig bij aankoop van een paar veiligheidsschoenen) www.sievi.com

Promotie geldig van 01.06.2021 - 31.08.2021 of zolang de voorraad strekt. Aanbieding is niet cumuleerbaar met andere acties van Sievi.

46 Bouwbedrijf • juni 2021

G D m g

www.sievi.com

Aa


Opdracht tot het uitvoeren van Bijwerken De bouwheer geeft u de opdracht om een bijkomend werk uit te voeren op de bouwplaats. Omdat hiervoor vaak een schriftelijke opdracht is vereist geeft de Confederatie een handig reçuboekje uit in NCR papier (doorslagpapier) dat u onmiddellijk kunt invullen met de melding van de verlenging van de uitvoeringstermijn, prijsaanpassing …

Eenmaal ingevuld kunt u direct ter plaatse een kopie bezorgen aan de architect en bouwheer. Dit handig heruitgegeven boekje kost slechts 8 €/stuk (voor de leden van de confederatie Bouw) en 15 €/stuk voor de niet-leden. PROMOTIE (enkel voor de leden): 5 exemplaren = 35 € (prijzen BTW exclusief)

Speciale verkoopprijs enkel voor de maand mei Ledenprijs voor deze publicatie: € 8, (exclusief BTW) Niet-ledenprijs voor deze publicatie: € 15, (exclusief BTW) Deze uitgave kan besteld worden via de website www.confederatiebouw.be, e-shop, publicaties, vakpublicaties, juridisch. Er kan ook gemaild worden naar bestellingen@confederatiebouw.be

juni 2021 • Bouwbedrijf 47


 De Belgische vakbeurs voor alle installatietechnieken:

binnenklimaat, sanitair, elektrotechniek, automatisering én beveiliging, verwarming, schoorsteenvegen, waterbehandeling.  In de ruime hallen van Brussels Kart Expo van 9u00 tot 19u00.  Gratis toegang voor bouwprofessionals.  Sfeer en gezelligheid verzekerd dankzij gratis buffetten en drank.

VRIJDAG 19 NOVEMBER 2021

Meer info: www.installday.be organisatie:

mediapartners:

by Techlink

by Techlink by Techlink

initiatief van:

by Techlink

 Vakbeurs en netwerkevent van het jaar voor fabrikanten, voorschrijvers, architecten en vakmannen uit de volledige afwerkingsector: schilders, schrijnwerkers, plaatsers van plafond- en wandsystemen, parket-, tegel- en mozaïekplaatsers, stukadoors, glazenmakers,…  In de ruime hallen van Brussels Kart Expo in Groot-Bijgaarden van 9u00 tot 19u00.  Gratis toegang tot meer dan 160 standen.  Gemoedelijke sfeer met gratis buffetten en drank.

Meer info: www.dagvandeafwerking.be

DINSDAG 23 NOVEMBER 2021

De Nationale Raad van Dak- en Dichtingswerken nodigt u uit op haar

 Dé leidinggevende vakbeurs en het netwerkevent in de Benelux voor dakdekkers, dakafdichters, fabrikanten, architecten, voorschrijvers en vakmannen uit de dakensector...  In de ruime hallen van Brussels Kart Expo van 09u00 tot 19u00.  Gratis toegang tot meer dan 140 standen.  Gemoedelijke sfeer met gratis buffetten en drank.

VRIJDAG 26 NOVEMBER 2021

Meer info: www.belgianroofday.be

organisatie:

media partner:

initiatief van:


BOUWMARKT

Naar kantoor in je eigen tuin met Amani Spaces Tegenwoordig is thuiswerk voor veel werknemers een verplichting. Maar een pretje is het niet altijd, zeker niet als je thuis geen werkkamer of geen aparte ruimte hebt. Wie een tuin of tuintje heeft, hoeft evenwel niet te wanhopen, want er bestaat intussen al een heus tuinkantoor. Het is een idee van de de Belgische startup Amani Spaces, een project van Charlotte Renson. De familie-

naam doet wellicht een belletje rinkelen, en dat is logisch: Charlotte is de dochter van Paul Renson, CEO van de bekende gelijknamige onderneming. Het tuinkantoor van Amani Spaces is het resultaat van de samenwerking met product­ ontwikkelaar Bruno Claeys. Het creëert een extra eigen ruimte die comfort en design uit­ straalt. De opbouw is modulair en polyvalent: van thuiskan-

toor over praktijk-, hobby- of ontspanningsruimte tot zelfs gastenverblijf of tiny house. Charlotte Renson: " Nog te vaak wordt modulair en prefab bouwen stiefmoederlijk behandeld. Nochtans is het perfect te combineren met design en comfort op maat. Met Amani Spaces streven we naar de perfecte combinatie van industriële efficiëntie enerzijds en hoogwaardige afwerking

anderzijds. De modulaire units worden als een plug & play systeem snel en onder de beste omstandigheden geprefabriceerd in het atelier. Tegelijk zijn de units sterk personaliseerbaar. Elke klant stelt z’n eigen unit samen op basis van verschillende opstellingen, kleuren en materialen. De plaatsing van een Amani Space neemt amper één dag in beslag, zonder dat daar een betonfundering aan te pas komt.”

www.amani-spaces.com

Delta Plus veiligheidshelm met uniek ontwerp

De Belgische bouwsector telt jaarlijks 14 600 arbeids­ongevallen. De missie van Delta Plus is er om de mens te beschermen op het werk. Als fabrikant hebben we hiertoe een breed innovatief aanbod ontwikkeld voor hoofd -, hand-, lichaams-, voet- & valbescherming. Qua hoofdbescherming beschikken we over een te personaliseren geventileerde ABS helm die sterk geïnspireerd is op de zogenaamde baseballpetten. Naast een maximaal beschermingsniveau is de Delta Plus Baseball Diamond VI-helm eveneens gecertificeerd om ook omgekeerd gedragen te worden. Interesse in wat we u allemaal kunnen bieden?

Meer weten? Mail naar ask-belgium@deltaplus.fr. juni 2021 • Bouwbedrijf 49


MARKANT

Matexpo gaat helemaal voor een normale editie in 2021 ING proudly presents

CONSTRUCTION EQUIPMENT KORTRIJK XPO | WWW.MATEXPO.COM BBD2105 GEBRUIK DEZE CODE VOOR

GRATIS REGISTRATIE OP WWW.MATEXPO.COM

MATEXPO | President Kennedypark 31B | 8500 Kortrijk | T +32 (0)56 98 07 60 | info@MATEXPO.com | www.MATEXPO.com |

MATEXPO

509100_MATEXPO21_Adv_A4_BBD2105_NL.indd 1

105 200 In het eerste kwartaal van 2021 werden 105 200 hypothecaire leningen aangevraagd bij de kredietinstellingen. Dat blijkt uit een enquête van de Nationale Bank. In het eerste kwartaal van 2019 waren het er nog 84 700 en in het eerste kwartaal van vorig jaar 71 700. In het tweede kwartaal van 2020, waarin het grootste deel van de eerste lockdown plaatsvond, werd een dieptepunt bereikt met 69 900 aanvragen. Daarna was er een geleidelijke stijging. De aankoop van een woning was goed voor 54,8 % van de kredietaanvragen in het eerste kwartaal van 2021. Met 23,6 % stonden de verbouwingen op plaats twee, en dan volgde de bouw van een woning met 14,7 %. Er waren ook aanvragen voor de aankoop van een woning gecombineerd met verbouwing en voor de aankoop van een ander onroerend goed dan een woning. Die waren allebei goed voor 6,9 %. De resterende 17,4 % had te maken met de herfinanciering van een lening.

50 Bouwbedrijf • juni 2021

MODULO.be - 509100

Het tweejaarlijkse machinefestival Matexpo vindt dit jaar plaats van 8 tot 12 september. Zoals in het verleden zal the place to be Kortrijk Xpo zijn. En eveneens zoals in het verleden wordt het een normale editie, zegt Gregory Olszewski (directeur Matexpo). Gregory Olszewski : "We zullen ons uiteraard aanpassen en de eventuele maatregelen die op dat moment gelden, gaan we toepassen. De beurs vindt voornamelijk buiten plaats en het is ook mogelijk om alle poorten van de hallen te openen. Op die manier creëren we ook voor de binnenstanden een buitenklimaat. Intussen is toch duidelijk geworden dat buitenlucht de beste garantie is op een veilige omgeving. In elk geval verwachten we geen ingrijpende beperkingen qua bezoekersaantallen."

MATEXPO

MATEXPO

7/04/21 15:51

Johan Verhelst (voorzitter Matexpo) geeft toe dat de organisatie geen evidentie is, maar de exposanten zijn enthousiast. Johan Verhelst: "Zowat elke vierkante centimeter van de beschikbare ruimte is intussen verhuurd. Dat duidt toch op een grote behoefte om weer deel te nemen aan beurzen, om klanten te zien, om te netwerken. Dat zien we trouwens ook aan de registraties van bezoekers. Enkele weken geleden kwam die online en die is meteen geboomd! Iedereen heeft er enorm veel zin in." Verwacht wordt dat ongeveer 40 000 bezoekers zullen komen voor de meer dan 300 exposanten. Door het wegvallen van verschillende internationale beurzen is Matexpo dit jaar ongeveer het enige ontmoetingsmoment voor de sector in heel Europa.


GO DIGITAL! BRUSSELS KART EXPO

WWW.DIGITALCONSTRUCTIONBRUSSELS.BE


ING proudly presents

CONSTRUCTION EQUIPMENT MODULO.be - 509100

KORTRIJK XPO | WWW.MATEXPO.COM BBD2105 GEBRUIK DEZE CODE VOOR

GRATIS REGISTRATIE OP WWW.MATEXPO.COM

MATEXPO | President Kennedypark 31B | 8500 Kortrijk | T +32 (0)56 98 07 60 | info@MATEXPO.com | www.MATEXPO.com |

MATEXPO

MATEXPO

MATEXPO