Issuu on Google+

ROL 1 : De begeleiding zegt regelmatig welke minuut het is. Via dit schema zie je wat je op de minuut moet doen. Staat er niets, dan ben je nog steeds het vorige aan het doen of luister je wat andere zeggen. Ben je leiding, dan draag je een leidingskoord, anders doe je die uit. Materiaal mag je vragen aan je begeleiding. Je bent leider en je leden gaan ‘kaas met gaten’ spelen. Je medeleider legt 1 -3 het spel uit. 4-7 Geef je leden positieve bevestiging, ook die het spel niet durven te spelen. 8 - 15 Probeer diegene dat het spel niet durven te spelen, extra aan te moedigen. 16 Kom bij je leden die al door de kaas zijn, te weten wat ze van het spel vonden. 17 18 Rond het spel af en zeg dat ze naar het lokaal mogen gaan. 19 Je gaat mee naar het lokaal en springt in de zetels/stoelen. 20-23 Vanaf nu ben je geen leider meer maar een tito. 24 -28 Andere proberen je bier te laten proeven. Jij vindt dat heel vies maar je durft dat niet goed zeggen. 29 -31 Je stelt voor om een kamp te gaan bouwen. 32 Je wilt niet mee opruimen en je moet naar de WC. 33 34 Je zoekt uw medeleden om mee het volgende spel te spelen. 35 Vanaf nu ben je een speelclubber. 36 Jullie groep wordt in 2 ploegen verdeeld. 37 38 Je vindt het erg dat je niet bij je vriend(in) in de ploeg zit. 39 40 -46 Het spel wordt uitgelegd. Je kent het spel en je vindt dat geen leuk spel. 47 Je hebt hoofdpijn en vraagt of je aan de kant mag gaan zitten. 48 49 50 Je bent blij dat je naar huis mag.

ROL 2: De begeleiding zegt regelmatig welke minuut het is. Via dit schema zie je wat je op de minuut moet doen. Staat er niets, dan ben je nog steeds het vorige aan het doen of luister je wat andere zeggen. Ben je leiding, dan draag je een leidingskoord, anders doe je die uit. Materiaal mag je vragen aan je begeleiding. Je bent leider. Jullie gaan ‘kaas met gaten’ spelen en je doet de speluitleg 1-5 maar je bent zelf niet gemotiveerd. Kaas met gaten: Tussen 2 bomen zijn er touwen gespannen met grote en kleine gaten. Alle spelers moeten door de gaten zonder de touwen te raken. Elk gat mag maar 1 keer gebruikt worden. 6 -13 Begin tegen je medeleider te praten over afgelopen nacht en dan je e nog hoofdpijn van hebt. Praat hierover gedurende het spel. 14 - 18 1 van de leden wilt graag iets anders doen, je negeert die en je vindt dat ene lid lastig en laat dit merken. 19 Het spel rond je af en je gaat naar het lokaal. Je zegt dat jullie even iets gaan drinken. 20 Vanaf nu ben je geen leider meer maar een tito! 21 -23 Je vind dat sommige te veel lawaai maken en precies speelclubbers zijn, je zegt dit ook. 24 -26 Je wilt water drinken want je hebt nog een kater van gisteren. Je zegt fier dat het gisteren een leuke fuif was en dat je het stom vindt dat sommige er niet waren. 27 - 29 Je ligt te slapen in de zetel, te moe van gisteren. 30 Je vindt een kamp bouwen stom! 31 32 - 34 Je begint mee op te ruimen zodat je het volgende spel kunt gaan spelen. 35 -49 Vanaf nu ben je een speelclubber die geen Nederlands verstaat. Je begrijpt dus niets van de speluitleg. 50 Je neemt afscheid van je leiding en gaat naar huis.


ROL 3 : De begeleiding zegt regelmatig welke minuut het is. Via dit schema zie je wat je op de minuut moet doen. Staat er niets, dan ben je nog steeds het vorige aan het doen of luister je wat andere zeggen. Ben je leiding, dan draag je een leidingskoord, anders doe je die uit. Materiaal mag je vragen aan je begeleiding. Je bent keti en luistert naar de speluitleg. 1 2-4 Je het geen zin in dit spel en laat dit merken. 5 -10 Vanaf dat je door een gat bent gegaan zet je je aan de kant en doe je niet meer mee. 11-13 Je geeft aan dat je je verveeld. 14 - 17 Je vraagt wanneer je iets mag drinken. 18 Je vraagt wanneer je een ander spel gaat doen. 19 Iedereen gaat naar het lokaal maar je gaat niet mee! Je gaat naar de begeleiding en krijgt er een zakje chips. 20 Je bent vanaf nu titoleiding. 21 Je gaat naar het lokaal en eet het zakje chips op. De chips is alleen voor u en je wilt niet delen. Wie iets wil snoepen moet dit maar van thuis meebrengen, is uw mening! 22 23 Je merkt dat er enkele leden met vuur aan het spelen zijn. Je wordt heel boos en doet het vuur uit. 24 25 - 29 Je medeleider vindt dat je leden bier mogen drinken. Jij zelf vindt dat dit niet kan. 30 Je begint mee te onderhandelen welk spel ze willen spelen. 31 32 Voordat je het volgende spel speelt moet het lokaal terug wat op orde zijn. 33 34 Je zegt dat iedereen naar buiten moet gaan want je gaat ‘zwart schaap’ spelen. 35 Vanaf nu ben je een speelclubber. 36 37 - 40 Ploegen zijn verdeeld maar je vindt ze oneerlijk! Je zegt dit ook. 41 Spel wordt uitgelegd en je zegt dat het niet eerlijk is wegens de andere ploeg veel sterker is. 42 - 50 Je speelt het spel mee maar blijft zeuren

ROL 4: De begeleiding zegt regelmatig welke minuut het is. Via dit schema zie je wat je op de minuut moet doen. Staat er niets, dan ben je nog steeds het vorige aan het doen of luister je wat andere zeggen. Ben je leiding, dan draag je een leidingskoord, anders doe je die uit. Materiaal mag je vragen aan je begeleiding. 1 Je bent keti met overgewicht en luistert naar de speluitleg. 2 Wegens je overgewicht, heb je schrik voor dit spel. Je zegt dat dit geen leuk spel is voor jou. 3 4-7 Je vertrouwd de rest niet en durft niet door een gat gaan je houd je stil en op de achtergrond. 8 - 11 Je moet dringend naar het toilet. 12 Als je terug komt probeer je ongemerkt bij de groep aan de overkant te gaan staan. 13 14 – 18 Je bent bang dat de rest je niet kan houden en zegt dat je liever niet meespeelt met dit spel. 19 Iedereen gaat naar het lokaal maar je gaat niet mee! Je gaat naar de begeleiding en krijgt er een bak drinken (frisdrank en bier). 20 -24 Je bent vanaf nu titoleiding. Jullie nemen een 4-uurtje in het lokaal je maakt een praatje met de tito’s en vraag hoe hun week geweest is. 25 - 29 Je gaat naar het lokaal met je bak drinken en vraagt wie wat wil drinken. 30 Enkele leden willen een kamp gaan bouwen. Jij zegt dat kampen bouwen voor speelclubbers is en jullie dat dus niet gaan doen. 31 - 33 Als ze toch blijven zagen dan zeg je dat echte tito’s graag in de zetel liggen! 34 Je gaat ongemotiveerd naar buiten voor het volgende spel. 35 Vanaf nu ben je een speelclubber en je vraagt of jij de ploegen mag kiezen voor het volgende spel. 36- 43 Je speelt enthousiast mee met het spel. 44 - 46 Je valt en doet je pijn. Je blijft op de grond liggen. 47 -49 Je probeert mankend terug mee te spelen 50 Ga tegen 1 van de leiders zeggen dat je nog steeds veel pijn hebt.


ROL 5 : De begeleiding zegt regelmatig welke minuut het is. Via dit schema zie je wat je op de minuut moet doen. Staat er niets, dan ben je nog steeds het vorige aan het doen of luister je wat andere zeggen. Ben je leiding, dan draag je uw leidingskoord, anders doe je die uit. Materiaal mag je vragen aan je begeleiding. Je bent keti en je hebt veel zin in dit spel. 1 2 3-6 Er is 1 iemand in jullie groep waarvan je vindt dat die te dik is voor dit spel. Je haalt dit regelmatig aan en pest hem/haar hiermee. Omdat hij/zij zaagt. 7 - 12 Je probeert vals te spelen als je denkt dat de leiding toch niet kijkt. 13 - 18 Ook het ‘dikkertje’ probeert vals te spelen, maar jij hebt dat gezien en roept het uit. 19 Je loopt heel snel naar het lokaal want je hoopt de beste plaats te kunnen hebben. 20 - 22 Je bent vanaf nu tito en je begint met je buur te praten over jullie leerkracht. 23 In het lokaal vind je lucifers en een aansteker. Je begint hiermee te spelen en maakt een vuurtje. 24 25 Je hebt zin in bier drinken en je zult dan ook bier drinken! 26 -28 Sommige tito’s zijn gisteren naar een fuif geweest. Jij mocht niet mee van je ouders. 29 -31 Je wilt een kamp gaan bouwen want jullie zitten al lang genoeg. 32 Je vraagt om toch iets anders te gaan doen. 33 Je gaat akkoord met ‘zwart schaap’. 34 Je gaat mee naar buiten. 35 -37 Vanaf nu ben je een leider van de speelclub. Je medeleider verdeeld de ploeg in 2 groepen, daarna doe jij de speluitleg. 38 -43 Je legt het spel ‘zwart schaap’ uit met veel enthousiasme: Spel in 2 ploegen elke ploeg heeft een ‘kamp’ afgebakend met lint of kegels. In elke ploeg is er ook een persoon het Zwarte schaap. Je moet proberen mensen van de andere ploeg in jouw kamp te krijgen. Als ze in jouw kamp zijn mogen ze vertellen of zij het zwarte schaap zijn of niet. Als je het zwart schaap gevonden hebt heeft jouw team gewonnen. 44 Iemand is gevallen en je merkt dat je geen EHBO bij hebt. Je bent in paniek en over bezorgd. 45 46 - 48 Geef 1 iemand steeds positieve en 1 iemand steeds negatieve bevestiging. 49 Rond het spel af want de ouders komen je leden bijna halen. 50

ROL 6 : De begeleiding zegt regelmatig welke minuut het is. Via dit schema zie je wat je op de minuut moet doen. Staat er niets, dan ben je nog steeds het vorige aan het doen of luister je wat andere zeggen. Ben je leiding, dan draag je uw leidingskoord, anders doe je die uit. Materiaal mag je vragen aan je begeleiding. 1 Je bent een hyperactieve keti en je luistert naar de leiding. 2 -4 Je wil er meteen invliegen en probeert in je eentje al over de touwen te kruipen. 5-9 Je merkt dat er zijn die dit spel niet durven spelen. Jij vindt dat ze watjes zijn. 10 -15 Voor jou is niets moeilijk, je begrijpt niet dat anderen er lang over doen. Je wil actie ! Het gaat te traag voor jou. 16 - 18 Je bent afgeleid en gaat zelf wat anders doen. 19 Jullie gaan iets drinken in het lokaal en je vraagt of jullie bier krijgen. 20 Je bent vanaf nu tito en je wilt bier! 21 - 23 Je leider heeft chips en je wilt hiervan mee eten. 24 Iemand maakt vuur en je vind je leider flauw omdat hij zegt dat dat niet mag. 25 Je wilt mee bier drinken en je vindt dat iedereen is moet proeven. 26 Je bent gisteren samen met enkele andere mee naar een fuif geweest, je vond de muziek heel goed! 27 -31 Je houdt iedereen in het oog of ze wel hun bier opdrinken, anders zeg je hier iets van. 32 Je stelt voor om ‘zwart schaap’ te spelen. 33 34 Je gaat mee naar buiten. 35 - 37 Vanaf nu ben je de leider. Jij verdeeld de ploeg in 2 groepen. Als jullie met oneven zijn, dan doe jij mee. Je ploeg verdelen doe je als volgt: iedereen moet zijn beide schoenen uitdoen en op een stapel leggen. Daarna moeten ze allemaal op een rij gaan staan. Als je start zegt moeten ze allemaal één schoen nemen. Diegene die een linker schoen vast hebben zijn een ploeg, en diegene met de rechter schoen zijn een ploeg. 38- 43 Uw medeleider legt het spel uit. 44-47 Er is iemand gevallen. Je zegt dat het niet erg is en dat hij/zij moet rechtstaan en verder moet spelen. Een speelclubber is namelijk stoer en kan daar tegen! 48 Kom te weten wat ze van het spel vonden. 49 Je sluit het spel af en vraagt wie er volgende week terug komt. 50 Je leden gaan naar huis, je kan nog iets tegen de ouders zeggen.


ROL 7: De begeleiding zegt regelmatig welke minuut het is. Via dit schema zie je wat je op de minuut moet doen. Staat er niets, dan ben je nog steeds het vorige aan het doen of luister je wat andere zeggen. Ben je leiding, dan draag je uw leidingskoord, anders doe je die uit. Materiaal mag je vragen aan je begeleiding. Je bent een keti en je hebt veel zin in dit spel. 1 2-7 Je vind dat je eerst moet nadenken, overleggen en een strategie bepalen. 8 -12 Je begint tegen de leider die het spel uitlegde te zeggen dat je hem afgelopen nacht hebt gezien en dat hij heel zat was. 13 -18 Je wil dat er toch nog eens goed nagedacht wordt over de volgorde. En roemt iedereen even bij elkaar 19 Spel is afgelopen en je gaat niet direct naar het lokaal. Je gaat buiten nog wat zitten kijken naar andere. 20 Je bent vanaf nu tito. 21 22-24 Je gaat naar binnen, je bent heel stil en gaat rustig ergens zitten. 25 Je neemt bier aan maar eigenlijk doe je dit alleen om stoer te doen want je lust dit niet. 26 27 Je zet je flesje bier terug in de bak, terwijl je er amper van gedronken hebt. 28 29 -33 Je wilt mee een kamp gaan bouwen. 34 Je gaat mee naar buiten. 35 Je bent vanaf nu een speelclubber. 36- 38 Je vind dat iemand stinkvoeten heeft en je wilt bij die persoon niet in de groep zitten. 39 Je bent tevreden over je ploeg en speelt enthousiast mee 44 Je moet naar de WC en je gaat er naar toe zonder iets te zeggen. 45 -50 Je gaat helemaal voor de winst en vliegt er kei hard in.

ROL 8 : De begeleiding zegt regelmatig welke minuut het is. Via dit schema zie je wat je op de minuut moet doen. Staat er niets, dan ben je nog steeds het vorige aan het doen of luister je wat andere zeggen. Ben je leiding, dan draag je uw leidingskoord, anders doe je die uit. Materiaal mag je vragen aan je begeleiding. Je bent keti en je hebt veel zin in dit spel. 1-3 4-6 Je durft niet door een gat, maar je durft dat niet zeggen. 7- 12 Je wil alleen door een laag gat gaan. Maar je bent bang dat de anderen je niet kunnen houden en doet er daardoor heel lang over. 13-15 Je bent heel opgelucht dat je er geraakt bent en moedigt de anderen aan. 16 Zeg dat je dit een leuk spel vond. 17 18 19 Spel is gedaan en je gaat naar het lokaal. Je roept: pinte drinken! 20 -23 Je bent vanaf nu tito. In het lokaal begin je vanalles af te breken. 23 -25 In het lokaal vind je lucifers en een aansteker. Je begint hiermee te spelen en maakt een vuurtje. 26 -29 Je bent gisteren naar een fuif gegaan en je hebt daar een geweldige verovering gedaan. Je praat hier fier over en geeft alle details. 30 - 32 Je wilt geen kamp bouwen! 33 Je gaat akkoord met ‘zwart schaap’. 34 Je gaat mee naar buiten. 35 Je bent vanaf nu een hyperactieve speelclubber. 36 -39 Jullie moeten jullie schoenen uitdoen. Zonder dat iemand het ziet ga je schoenen verstoppen, zodat iemand zijn schoenen kwijt is. 40 - 49 Je wil winnen en roept naar de andere ploeg dat ze losers zijn. En lacht ze uit als ze een iets “dom” doen. 50 Je loopt naar 1 van je leiders, springt op die rug en zegt: tot volgende week!


ROL 9: De begeleiding zegt regelmatig welke minuut het is. Via dit schema zie je wat je op de minuut moet doen. Staat er niets, dan ben je nog steeds het vorige aan het doen of luister je wat andere zeggen. Ben je leiding, dan draag je uw leidingskoord, anders doe je die uit. Materiaal mag je vragen aan je begeleiding. Je bent keti die hoogtevrees heeft. Bij de speluitleg krijg je al een paniek 1-6 aanval. 7 - 13 Je begint tegen iemand te vertellen over het weekend en je verovering van afgelopen nacht. 14 - 18 Vraag aan iedereen hoe het met hun liefdesleven gaat. 19 Spel is afgelopen en je gaat naar het lokaal, je begint daar direct op alles te trommelen en muziek te maken. 20 Je bent vanaf nu tito. 21 Je wilt graag chips eten. 22 23 Er wordt met vuur gespeeld. Je vindt dit heel gevaarlijk en je wilt dat ze stoppen. 24 25 Er is bier en je stelt voor om een bierspel te doen. 26- 28 Je praat mee over de fuif van gisteren waar je was. Je vraagt wie er allemaal was. 29 - 31 Er wordt voorgesteld om een kamp te maken, je wil dat niet doen maar liever een spel binnen. 32 Je wilt ook graag iets anders doen en je moedigt de andere aan. 33 Je gaat akkoord met ‘zwart schaap’. 34 Je gaat mee naar buiten. 35 - 40 Vanaf nu ben je speelclubber. 41 - 49 Je gaat een hevig spel spelen. Je moeder had gezegd dat je niet vuil mocht zijn wegens je na de chiro naar de bomma moet. Je bent heel voorzichtig en wordt heel kwaad als ze jouw proberen mee te nemen. Je mag niet vuil worden! 50 Als ze vragen of je kan komen zeg je nee, volgende week is je bompa jarig.

ROL 10: De begeleiding zegt regelmatig welke minuut het is. Via dit schema zie je wat je op de minuut moet doen. Staat er niets, dan ben je nog steeds het vorige aan het doen of luister je wat andere zeggen. Ben je leiding, dan draag je uw leidingskoord, anders doe je die uit. Materiaal mag je vragen aan je begeleiding. 1 Je bent keti en je luistert naar de speluitleg. 2 3- 6 Je kent dit spel en je neemt de leiding. 7- 11 Je moedigt al de medeleden aan om eerlijk te spelen. 12- 16 Je verklikt andere mensen als ze valsspelen of het touw toch beweegt. 17 Je bent heel enthousiast over het spel en dat wil je nog eens doen. 18 19 Jammer maar helaas, het spel is afgelopen en jullie gaan naar het lokaal. 20 Je bent vanaf nu tito. 21 22 Iemand begint met een vuurtje te maken. Je doet uitbundig mee. 23 24 Je hebt dorst en neemt frisdrank. Sommige drinken bier, maar jij vindt dat niet lekker en je zegt dat ook. 25 -30 Sommige tito’s zijn gisteren naar een fuif geweest. Jij wist niet dat er een fuif was. En vind het niet leuk dat jij niet verwittigd werd. 31 - 33 Jij vind kampen bouwen leuk en weet een goede plaats. 34 Je gaat mee naar buiten. 35 - 40 Vanaf nu ben je speelclubber. En speelt enthousiast mee. Zwart schaap is je lievelingsspel. Je wilt altijd het zwart schaap zijn want jij bent toch veel sneller dan alle anderen. 41 - 48 Iemand is gevallen en je bent bezorgd. 49 Je zegt dat het jammer is dat het al tijd is en dat je liever elke dag zondag wou hebben! 50


50 minutenspel Vowas deel 1