Page 1

(on)gewoon goed wonen Ontwerpen aan een GGz-vriendelijke Wijk

Open Oproep Chronisch Gezond

Verslag Fase 1


2


Inhoudsopgave

5

Inleiding

7

Onderzoek: doelgroep en opgave

8

Plan van Aanpak

9

Methode Users as Designers: Ask, Make, Try

12

Locatie 1 Amersfoort Paladijnenweg

16

Locatie 2: Amersfoort Graaf Janlaan

20

Locatie 3: Lelystad Waterwijk

24

Keuze locatie

26

ASK

28

Analyse Waterwijk

36

Interviews

52

MAKE

54

Ontwerpideeën Wonen

58

Ontwerpideeën Voorzieningen

70

Ontwerpideeën Openbare Ruimte

76

Ontwerpideeën Wijk Algemeen

82

TRY

84

Miro Workshop

90

Conclusies

98

Routekaart Waterwijk

100

Onderzoekresultaten: doel bereikt?

102

Vervolg: fase 2

105

Deelnemers

3


4


(on)gewoon goed wonen Ontwerpen aan een GGz-vriendelijke Wijk

Open Oproep Chronisch Gezond

“De ongeveer 160.000 volwassenen met een ernstige psychische aandoening in Nederland verkeren doorgaans in een nadelige positie, met achterstanden ten opzichte van andere burgers in o.a. gezondheid, veiligheid, acceptatie en participatie om hun levenswensen te realiseren. (...) Op het gebied van gezondheid, (sociale) relaties, (arbeids)participatie, maatschappelijke acceptatie (stigma) en persoonlijk herstel blijven behoeften onvervuld.” “Te vaak hebben half gelukte pogingen om deze zorg te vermaatschappelijken ertoe geleid dat mensen met ernstige psychische aandoeningen wel in de samenleving komen te verblijven, maar niet werkelijk meedoen. We moeten een stap extra zetten.” (uit 'Over de Brug', plan van aanpak 2014)

inleiding

Wat willen mensen met een ernstige psychische aandoening zelf? De manier waarop de GGz traditioneel is ingericht sluit niet altijd aan bij de behoeften en belevingswereld van de patiënt. De verplaatsing van deze zorg van de kliniek naar de wijk kan worden aangegrepen als een kans om de invulling ervan beter af te stemmen op de wensen van de patiënten zelf. Mensen met psychische problemen geven volgens psychiater Jim van Os zelf aan: 'de zorg die wij nodig hebben is niet dat wij 'gefixt' moeten worden in onze symptomen, maar dat er plekken zijn waar we heel langzaam grip op problemen kunnen krijgen en hoop kunnen krijgen'. Zo'n plek is bijvoorbeeld een herstelacademie, waarbij ervaringsdeskundigen een heel belangrijke rol spelen en laagdrempeligheid voorop staat. Dit geluid klinkt bij meer patiënten-verenigingen in de hele geneeskunde met name op gebied van chronische aandoeningen: “meer mens, minder patiënt”, ofwel minder gericht op 'gefixt worden' en meer op 'het leven kunnen leven' op een goede manier. Volgens 'de Nieuwe GGz' zou onderdeel van de hervorming van de GGz moeten zijn om meer geld beschikbaar te maken voor het opzetten van een nieuwe geïntegreerde GGz in de wijk, die nauw samenwerkt met huisartsen en WMO partners, zodanig dat er een sociale economie ontstaat op basis van onderlinge dienstverlening. In deze 'GGz als netwerk' wordt niet alleen gewerkt vanuit symptoombestrijding maar ook vanuit weerbaarheidsbevordering en het activeren van netwerken rond mensen. Naast de tastbare wijk community kan er ook een online community worden opgezet om elkaar, lotgenoten en hulpverleners te ontmoeten. GGz Centraal en Caro van Dijk Architectuur geloven dat het ruimtelijke ontwerp van woongebouwen, buurten en woonwijken hierbij een belangrijke rol kan spelen, en zijn daarom samen dit onderzoek gestart, binnen het programma Chronisch Gezond van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie en Agis Innovatiefonds. Dit is het verslag van Fase 1 van dit onderzoek, waarbij we op zoek zijn gegaan op concrete locaties in Amersfoort en Lelystad samen met bewoners met en zonder psychische problematiek naar specifieke oplossingen voor hún woonomgeving. Hiermee geven we mensen zelf de regie om aan te geven waar ze behoefte aan hebben, en brengen we deze als ontwerpers direct in beeld als een concreet toekomstscenario. De volgende stap (fase 2) is de realisatie van dit scenario als proeftuin, samen met betrokken stakeholders. We ontwikkelden hiermee tevens een creatieve werkmethode waarbij mensen met een psychische aandoening zelf aan zet zijn, en die de basis kan vormen voor een locatiespecifieke wijkaanpak, waar bewoners, gemeentes, corporaties en wijkteams in andere wijken in Nederland gezamenlijk mee aan de slag kunnen.

5


De Doelgroep ^ 1. en 2.: Samen Sterk Wonen - HVO Querido: zelfstandig wonen met hulp van naasten 3. Volgens het Housing First principe kan herstel pas beginnen als je een stabiele basis hebt. Zorg dus dat mensen eerst een huis hebben of hun huis niet kwijtraken.

De doelgroep van dit onderzoek zijn mensen met een ernstige psychische aandoening (EPA), die hier langere tijd, of een groot deel van hun leven, mee worstelen. Zij ervaren een weerslag van hun problematiek op allerlei andere gebieden: op hun sociale netwerk, op gebied van werk, woning en financiën, en op gebied van lichamelijke gezondheid. Mensen met een EPA hebben een lagere levensverwachting en een slechtere gezondheid dan gemiddeld, soms mede als gevolg van bijwerkingen van medicatie. Voorheen werden mensen met een EPA vaak langdurig klinisch behandeld in een instelling, wat veilig leek maar hen afhankelijk maakte en de terugkeer in de maatschappij tegenhield. Nu gaan we alleen in het uiterste geval over tot opname, zo kort mogelijk, en vindt het leeuwendeel van de behandeling en herstel plaats in de eigen woonomgeving. Ook als het zware zorg en/of crisissituaties betreft, zoals bij Intensive Home Treatment. In de nieuwe Wet Verplichte GGz die vanaf 1 januari 2020 is ingegaan is de bepaling geschrapt dat een verplichte behandeling moet plaatsvinden in een GGz-instelling: ook deze nieuwe wet richt zich dus op meer mogelijkheden van behandeling in de eigen woonomgeving, zelfs in extreme situaties. We gaan de mensen uit deze doelgroep, (ex-)patiënten en ervaringsdeskundigen aan het woord laten; hun dromen en wensen zijn leidend in dit onderzoek. Daarnaast praten we met het professionele netwerk rondom de wijk: de corporatie, het wijkteam, de gemeente, GGz organisaties en andere stakeholders die een rol spelen voor deze doelgroep.

opgave

De Opgave De zorg verplaatst zich naar de wijk en wordt geacht naadloos aan te sluiten over alle verschillende potjes van financiering en organisatie heen. Hoe landt de zorg voor mensen met een EPA in de woonwijk? En hoe ervaren mensen met een EPA zelf hun leefsituatie en hun contact met de samenleving? “Te vaak hebben half gelukte pogingen om deze zorg te vermaatschappelijken ertoe geleid dat mensen met ernstige psychische aandoeningen wel in de samenleving komen te verblijven, maar niet werkelijk meedoen. We moeten een stap extra zetten.” werd typerend opgemerkt in het Plan van Aanpak 'Over de Brug' uit 2014. Maar welke extra stap is dat dan precies? Wat is er nodig voor mensen met ernstige psychische aandoeningen om mee te kunnen doen in de maatschappij? Hoe kunnen zij zich beter zelfstandig redden? Welke voorzieningen hebben zij nodig? Welke rollen kunnen de wijk en de woonomgeving spelen? Wat willen en kunnen mensen zelf bijdragen aan de samenleving? De rol van de wijk De transitie in de GGz naar de wijk gaat om het creëren van een integraal zorgnetwerk, waarin de veelheid aan financieringsstromen geen belemmering vormt voor bereikbare en laagdrempelige zorg. De zorg wordt gezien als breed netwerk waarin patiënten en hun naasten zelf een grote rol spelen, en wat behalve medisch-psychische zorg ook ondersteuning biedt op gebied van destigmatisering, deelname aan de maatschappij, het ontmoeten van lotgenoten en het bevorderen van een gezonde leefstijl om somatische klachten te verminderen. Er is aandacht voor het brede perspectief: sociaal netwerk, leefstijl, zingeving, meedoen, financiën en werk. Met name in deze brede ondersteuning spelen de woonomgeving, de sociale omgeving en de (ruimtelijk-programmatische) inrichting van de wijk een grote rol. Zijn er andere vormen van wonen, werken en samenkomen nodig dan die er al zijn om deze specifieke doelgroep te ondersteunen?

6


We vliegen de opgave aan vanuit drie verschillende schaalniveaus: _ de eigen woning, straat en/of woongebouw (ontwerpopgave 1) _ de buurt, voorzieningen en aansluiting bij de sociale structuur (ontwerpopgave 2 en 3) _ de openbare ruimte en ruimtelijke samenhang van de wijk (ontwerpopgave 2 en 3)

thema’s

De Woning Ontwerpopgave 1: eigen regie in het alledaagse leven Wonen en dagelijks leven: de eigen woning, de eigen straat of flat, en de eigen woonomgeving gaan een hoofdrol spelen in het herstel. Hoe kan je eigen woning en woonomgeving je helpen? Het Housing First principe gaat uit van de woning als basisbehoefte voor herstel. Voor veel mensen betekent het veel om tijdens hun proces van behandeling en herstel in hun eigen veilige omgeving te kunnen blijven en in contact met hun netwerk, zoals blijkt uit verhalen van ervaringsdeskundigen uit de publicatie 'Mens tussen de Mensen'. Maar er zijn ook verhalen van overlast, onbegrip vanuit buren en onveiligheid, vaak in buurten die sociaal-economisch al kwetsbaar zijn. Hoe gaat dit herstelproces thuis precies in zijn werk? Wat voor weerslag heeft dit op een woonomgeving? Zijn bestaande 'gewone' woningen van mensen voldoende? Of zijn er ook beschermd wonen concepten nodig, zoals het Samen Sterk Wonen concept van HVO Querido? Hoe landen behandelingen als IHT (Intensive Home Treatment) in de wijk? Hoe gaan we om met onbegrepen gedrag of overlast? Hoe voorkomen we dat kwetsbare bewoners andere overlast aantrekken, bijv op gebied van drugsoverlast of verwaarlozing? Welke ruimtelijke factoren kunnen hierbij helpen? De Buurt Ontwerpopgave 2: versterking van samenredzaamheid Ontwerpopgave 3: mensgerichte gezondheidsconcepten Er is bij veel mensen in hun herstelproces behoefte aan contact met lotgenoten: een eigen plek voor de ontmoeting met ervaringsdeskundigen, gelijkgestemden of 'peers'. Dit moeten laagdrempelige voorzieningen zijn, bij voorkeur in de eigen wijk en zonder afspraak. Goede voorbeelden zijn: De Brouwerij, Herstelacademie Enik Recovery College, en buurtvoorzieningen binnen de proeftuin Amsterdam-Zuid – deze voorbeelden gebruiken we ter inspiratie om mensen zelf te laten dromen van wat zij zouden willen voor hun eigen herstelproces. Maar behalve zorg kan het ook juist gaan om het beter toegankelijk maken van het sociale netwerk en algemene publieke voorzieningen in de buurt. Kunnen mensen met een ernstige psychische aandoening ook aansluiting vinden bij bredere maatschappelijke voorzieningen en ontmoetingsplekken? Hoe zit het met de reactie vanuit de buurt, in hoeverre is acceptatie en inclusie haalbaar? Hoe voorkomen of genezen we stigmatisering? Uit 'Mens tussen de Mensen' komt de aanbeveling: geef buurthuizen, (sport)clubs en andere sociale functies training hoe om te gaan met mensen met psychische problemen, en laat ervaringsdeskundigen de buurt op sleeptouw nemen. Wij kunnen leren van goede voorbeelden elders, en samen met onze groep van (ex)patiënten, familie en ervaringsdeskundigen onderzoeken of een innovatief concept ook kan werken in hún buurt, in een kleinere stad of in een dorp. We denken dat juist lokale worteling het verschil kan maken, dus denken we eerder aan maatwerk dan aan copypaste.

De Openbare Ruimte Ontwerpopgave 2: versterking van samenredzaamheid Ontwerpopgave 3: mensgerichte gezondheidsconcepten We hebben dit schaalniveau toegevoegd aan het onderzoek omdat uit de wijkwandelingen en interviews bleek dat dit een belangrijke rol speelt voor GGz cliënten: niet alleen de woning en de beschikbare voorzieningen, maar ook de routes die deze ondeling verbinden, bij voorkeur te voet, zijn van belang. En de ervaring van de wijk als geheel, sociale controle, het ontmoeten van anderen op straat, of juist het kunnen vermijden van drukte, en de aanwezigheid van natuur en ‘bruikbaar groen’ zijn allemaal factoren die kunnen meespelen in het woonplezier en het herstelproces van deze doelgroep.

7


aanpak

Plan van Aanpak in dit onderzoek werken mensen met een ernstige psychische aandoening samen met (zorg)professionals, GGz Centraal, Caro van Dijk Architectuur en lokale betrokkenen aan zo concreet mogelijke toekomstdromen voor een 'GGz-vriendelijke wijk': een plek waar je met een ernstige psychische aandoening goed kunt wonen en leven, in contact met je netwerk, waar je aansluiting vindt bij voorzieningen en sociale functies. Een plek die je helpt bij je herstel. We werken met drie concrete cases, aangedragen door GGz Centraal vanuit hun dagelijkse praktijk. Voor elke locatie maken we een zorg-inhoudelijke, sociale en ruimtelijk analyse, we vergelijken ze onderling, en kiezen de meest kansrijke als onderzoekslocatie. Hier gaan we de wijk in voor wijkwandelingen en interviews, waarbij de mensen zelf hun wensen en dromen benoemen voor hun eigen leefomgeving, waarbij wij als ontwerpers zo specifiek mogelijk in beeld brengen hoe hún GGz-vriendelijke wijk eruit moet zien. Hieruit is een grote verzameling aan ontwerp-ideeën gekomen op alledrie de niveaus wonen, voorzieningen en openbare ruimte. Deze ideeën hebben we in beeld gebracht en met de groep betrokken professionals besproken in een Miro digitale workshop, met als doel om de meest kansrijke ideeën eruit te halen. Deze zijn samengebracht in een zo concreet mogelijk toekomstscenario voor de Waterwijk, en vastgelegd in een routekaart. We wijzen ook zo concreet mogelijk aan wie welke rol gaat spelen en wat er nodig is om de toekomstdroom werkelijkheid te laten worden. Dit scenario is het resultaat van Fase 1. In Fase 2 wordt de locatie als proeftuin ingericht om de toekomstdroom daadwerkelijk te gaan verwezenlijken. Samenwerkingspartners Dit onderzoek is een samenwerking tussen GGz Centraal, hun cliënten en Caro van Dijk Architectuur, aangevuld met de professionele organisaties uit de wijk, zoals corporatie, wijkeam en andere GGz-organisaties. GGz Centraal levert zorg en ondersteuning in de wijk, met name via de FACT-teams en BAR/IPS-teams. FACT-teams (Flexible Assertive Community Treatment) behandelen en begeleiden mensen die een ernstige psychiatrische aandoening hebben in combinatie met problemen op andere levensterreinen (wonen, werken, sociale contacten, financiën etc.). Deze behandeling en begeleiding vindt plaats in de eigen woonomgeving van de cliënt. Onderdeel van elk FACT team is IPS begeleiding om betaald werk te vinden en te houden. GGz Centraal is actief in verschillende regio's rondom Amersfoort, Flevoland en de Veluwe. Hieronder vallen grotere en kleinere steden, zoals Amersfoort en Lelystad, maar ook kleinere gemeenten zoals Ermelo en Putten, en verschillende dorpen. Ervaringsdeskundigen: zij zijn in dienst bij GGz Centraal. Dit zijn ex-cliënten die een psychisch herstelproces hebben meegemaakt, en dus weten waar ze over praten. Zij verzorgen binnen GGz Centraal diverse trainingen en bijeenkomsten voor mensen die nog in dat herstelproces zitten, en bouwen vanuit gelijkwaardigheid en hun eigen persoonlijke ervaring vaak snel een vertrouwensband op met hun cliënten. Voor dit onderzoek hebben we ervaringsdeskundigheid zowel als professional als vanuit persoonlijke reflectie ingezet. Cliënten staan centraal: hun ervaringen, dromen en wensen zijn leidend in het onderzoek. GGz Centraal heeft hun cliënten die in de betreffende wijken wonen gevraagd om deel te nemen aan dit onderzoek. De input van GGz cliënten zelf is onmisbaar geweest voor dit onderzoek, maar we hebben ook gemerkt hoe lastig het is om deze doelgroep te benaderen, zeker met de bijkomende beperkingen en persoonlijke belasting door de Corona-pandemie. Hier hebben we onze onderzoeksmethode drastisch op aangepast en hebben we echt moeten zoeken naar maatwerk: de één vond een telefonische interview prettig, de ander wilde meedoen met video, en weer anderen gaven toch de voorkeur aan een gesprek in levende lijve, wat we konden organiseren op één van de behandellocaties van GGz Centraal. Zo hebben we toch zoveel mogelijk input kunnen verzamelen. Bij de conclusies aan het eind in dit verslag lichten we onze leermomenten op dit gebied toe. Professionals uit de wijk: hun kennis en kunde is van groot belang geweest in dit onderzoek. We hebben vooral gesproken met die professionals die dicht bij de cliënten staan en de wijk en de bewoners goed kennen, bijvoorbeeld het sociaal wijkteam, GGz zorgverleners, het buurthuis, of de bewonersconsulent van de corporatie. Een compleet overzicht van alle betrokkenen is te vinden aan het eind van dit verslag.

8


Users as Designers Voor dit onderzoek hebben we onze werkmethode gebaseerd op de methode ‘Users as Designers’ ontwikkeld door Waag Society. De Waag heeft als één van haar doelstellingen om technologie voor een breed publiek toegankelijk te maken, en het betrekken van gebruikers bij het ontwikkelen van nieuwe producten is daar onderdeel van. De methode Users as Designers richt zich op productontwikkeling en laat zien hoe gebruikers betrokken kunnen worden in elke fase van het ontwerpproces. Wij hebben de methode toegepast op onze eigen manier die past bij deze opgave en het schaalniveau van architectuur en wijkontwikkeling. Het ontwerpproces wordt verdeeld in drie fases:

1. ASK In deze fase staat het ophalen van informatie, eisen en wensen van de gebruiker centraal. Het ontwerpteam moet zich de belevingswereld en de behoeften van de gebruiker helemaal eigen kunnen maken, en de gebruiker moet de gelegenheid krijgen om zelf uit te leggen wat hij nodig heeft. In ons onderzoek hebben we deze fase ingevuld door eerst zelf de wijk te leren kennen en te analyseren. Vervolgens hebben we wijkwandelingen gemaakt met professionals uit de wijk die ons al wandelend (of fietsend) een indruk hebben gegeven van belangrijke plekken en hun onderlinge samenhang, en ons verhalen hebben verteld vanuit hun dagelijkse praktijk. De belangrijkste tool in deze fase waren de interviews met GGz cliënten en professionals, die we via video, telefonisch of in levende lijve hebben bevraagd, en die hun ervaringen en verhalen met ons gedeeld hebben.

2. MAKE Met alle verzamelde input zijn we als ontwerpteam aan de slag gegaan om concrete ontwerp-ideeën te verbeelden en letterlijk in kaart te brengen. De combinatie van onze eigen kennis en beleving van de wijk, samen met de ideeën die uit de interviews kwamen, gaven een rijke verzameling mogelijkheden om te onderzoeken. Ook de onderlinge ruimtelijke samenhang in de wijk is van belang, het positioneren van ingrepen op de juiste plek, en het koppelen van bestaande ruimtelijke factoren aan opgehaalde wensen. Als laatste is het belangrijk om dit zo tastbaar mogelijk in beeld te brengen zodat het voor bewoners en betrokkenen goed voor te stellen is. We hebben hier gekozen voor een combinatie van kaarten en impressies van plekken in de wijk.

3. TRY In deze fase gaat het om het toetsen van de ontwikkelde ideeën bij de gebruikers, en het ophalen van feedback. Met de feedback kunnen weer aanpassingen gemaakt worden op het ontwerp (make) waarna weer een nieuwe feedback ronde volgt (try), totdat het goed is. In dit onderzoek hadden we oorspronkelijk het plan om met zoveel mogelijk GGz cliënten en professionals samen te komen om ons gezamenlijk over de ontwerp-ideeën te buigen. Door Corona werd dit in plaats van een fysieke schets-sessie helaas een digitale bijeenkomst - wat ons betreft levert dit toch minder gezamenlijke energie en dialoog op dan dat we in een fysieke workshop zouden hebben bereikt. Ook bleek een digitale workshop voor de cliënten geen goede optie. Met de professionals hebben we een digitale Miro workshop kunnen houden om de ontwerpideeën kritisch te bekijken en de meest interessante eruit te pikken. Uiteindelijk hebben we hier nog waardevolle feedback opgehaald voor de waardering van de diverse ontwerp-ideeën en suggesties voor de realisatie.

Bron: https://waag.org/sites/waag/files/Publicaties/Users_as_Designers.pdf

9



LOCATIES


locatie 1

Amersfoort Paladijnenweg De wijk Amersfoort Schothorst is een ruim opgezette wijk gebouwd in de jaren ‘70 en ‘80. Zo ruim opgezet dat we hier geen wijkwandeling maar een wijkfietstocht doen met twee medewerkers van GGz Centraal, Annelies Rooiman van het FACT-team en André Postma, casemanager. We concentreren ons in deze wijk op een specifiek woongebouw, waar twee cliënten van GGz Centraal wonen. Dit woongebouw is als casus gekozen omdat er in het verleden meer GGz cliënten hebben gewoond, en er wat problemen zijn geweest met buren onderling. Dit liep zo hoog op dat buren aangaven zich niet meer veilig te voelen, en de corporatie Portaal ertoe over moest gaan om een bewoner te laten verhuizen - een uiterste maatregel die natuurlijk zeer ongewenst is. Inmiddels is de rust weergekeerd in dit gebouw en lijkt de tijd rijp voor een nieuwe blik op de toekomst - iets wat we met dit onderzoek tot stand zouden kunnen brengen. Met dit woongebouw als startpunt verkennen we verder de wijk. Het woongebouw is een kleinschalig appartementencomplex uit de jaren ‘70, met sociale huurwoningen in twee bouwlagen rondom een gemeenschappelijke besloten binnentuin. In een appartement wat leegstaat is een groep studenten neergestreken die activiteiten organiseren voor de bewoners - hier willen we natuurlijk mee in gesprek. Het appartementengebouw staat in een rustige straat die verder vooral uit rijwoningen bestaat. Een deel hiervan is corporatiebezit, en een deel zijn koopwoningen. Ook zijn er enkele grote middelbare scholen naast en achter het gebouw. Deze hebben een stedelijke of regionale functie en hebben hierdoor eigenlijk weinig binding met deze buurt. In de directe omgeving op loopafstand van dit woongebouw zijn weinig sociale voorzieningen. Er waren een buurthuis en een bibliotheek maar deze zijn door de gemeente gesloten. Er is wel een soort inloophuis in een rijwoning maar het is niet duidelijk of en hoe dit gebruikt wordt. Op korte loopafstand van het gebouw is eigenlijk alleen de Koperhorst: een locatie voor ouderenzorg die een buurtrestaurant heeft met vriendelijke prijzen. Ook organiseren zij activiteiten en is er bijv een repair café. Maar hun activiteiten zijn meestal alleen voor 65+, en van het restaurant is bekend dat mensen die 'al te raar' zijn of te onrustig niet welkom zijn: het is in de eerste plaats een plek voor ouderen dus die moeten zich veilig voelen. Naast de Koperhorst is een woonvoorziening voor mensen met een verstandelijke beperking. Hier wonen ook enkele cliënten van GGz centraal in een soort 'aanleun'woning. Al fietsend bespreken we ook de veranderingen in de GGz door de jaren heen. De cliënten van het FACT team zijn door de jaren heen veranderd, en hebben een zwaardere problematiek dan vroeger. Het ambulantiseren gebeurde ook al in de jaren 70 en 80, maar toen werd er intensiever begeleid naar zelfstandigheid. Nu ben je al heel gauw 'te goed' voor begeleiding door GGz centraal, terwijl er dan wel sprake kan zijn van overlast, verslaving of risicovol gedrag. Verderop in de wijk is een winkelcentrum, waar we op de fiets naartoe gaan vanaf de Paladijnenweg. Het is ook mogelijk erheen te lopen maar dan moet je al een redelijk goede conditie hebben - dat geldt zeker niet voor iedereen. Tegenover het winkelcentrum zijn ook sociale huurwoningen waar cliënten van GGz centraal wonen, zij kunnen veel makkelijker het winkelcentrum bereiken. Achter het winkelcentrum is de kerk en een jongerencentrum. Hier was ook het wijkcentrum maar dat is nu helaas gesloten, net als de bibliotheek en een inloophuis. Aan de andere kant van de Ringweg aan de zuidzijde is de apotheek. Ook dit is eigenlijk te ver lopen voor veel cliënten , en bovendien geen prettige route. Dat geldt ook voor de weggeefwinkel aan de Keerkring; dit is wel een heel populaire plek waar mensen elkaar ontmoeten, maar ook deze winkel is niet handig gesitueerd, en is ook niet zeker hoe lang ze het pand nog mogen gebruiken van de gemeente. Het beleid lijkt niet gericht op het realiseren of behouden van voorzieningen in deze wijk. Het belang van ruimtelijke relaties en voorzieningen op loopafstand wordt tijdens deze fietstocht duidelijk bevestigd. Het woongebouw aan de Paladijnenweg ligt erg geïsoleerd en de drempel voor bewoners om ergens naartoe te komen lijkt veel te hoog. Er zijn niet veel voorzieningen in de buurt waar GGz cliënten een beroep op kunnen doen of überhaupt aansluiting bij kunnen vinden.

12


13


bestaande waardevolle plek sociale functie religieuze functie winkels scholen appartementen woningen speeltuin/sport

14


het winkelcentrum

Amersfoort Paladijnenweg Om verder te komen met het onderzoek naar deze locatie hebben we contact gelegd met de woningcorporatie Portaal. Zij hebben aangegeven dat dit onderzoek volgens hen niet op het goede moment komt, aangezien er een grote kans is dat dit de onrust die bij de bewoners van de Paladijnenweg enige tijd speelde weer zou kunnen oprakelen. Er zijn nog teveel gevoeligheden om op een voldoende open manier te kunnen brainstormen over de toekomst van dit woongebouw en bijbehorende wijk. Om deze reden hebben we in dit onderzoek de Paladijnenweg verder met rust gelaten en geen contact gelegd met bewoners of professionals in de wijk.

de weggeefwinkel

15


locatie 2

Amersfoort Graaf Janlaan Als alternatief voor de Paladijnenweg gaan we in Amersfoort kijken op de Graaf Janlaan. Ook hier wonen een aantal cliënten van GGz Centraal. We maken een wandeling door de wijk met Joep ter Horst, teamleider FACT, en Corina Bloeming - van Veenhuizen, ambulant psychiatrisch verpleegkundige bij GGz Centraal. Vanuit hun uitvalsbasis aan de Utrechtseweg loop je zo de wijk in. De woongebouwen aan de Graaf Janlaan bestaan uit drie appartementengebouwen met appartementen en maisonnettes, rondom een binnengebied met parkeerplaatsen. In dit complex bevinden zich ook 14 Fokuswoningen, waar mensen met een lichamelijke beperking zelfstandig wonen. De gebouwen rondom de Graaf Janlaan zijn relatief grootschalig en daarmee heel anders van stijl en opzet dan de omliggende buurten; ze vormen een eigen ruimtelijk geheel. De buurt rondom de Graaf Janlaan is een gevarieerde omgeving. Aan de westkant is een gedeelte met vrijstaande woningen in het hoge segment, verbonden met de winkels en voorzieningen aan de Utrechtseweg. Aan de oostkant ligt het Juliana van Stolbergpark, met eromheen markante voormalige kazernegebouwen die zijn omgebouwd tot (luxe) koopwoningen. Aan de andere kant van de Leusderweg kom je de Driehoek, een knus buurtje met lage arbeiderswoningen aan smalle straatjes of rondom een hof. Dit is meer een volksbuurtje dan het gedeelte ten westen van de Gaarf Janlaan, wat wellicht ook zorgt voor meer tolerantie en acceptatie. Ook hier wonen GGz cliënten, en hier bevindt zich ook het wijkhuis De Driehoek, een belangrijke ontmoetingsplek voor GGz clienten waar ook kantoren zijn van GGz partner Kwintes. Verder richting het zuiden wordt de Leusderweg een winkelstraat met de grote supermarkten en diverse kleine winkels. Al deze voorzieningen zijn goed bereikbaar op loopafstand en de Graaf Janlaan is daarmee behoorlijk centraal gelegen. Wijkhuis De Driehoek is een gezellige plek waar veel georganiseerd wordt en waar ook vaak samen gegeten kan worden tegen een schappelijk tarief. Ook is er een weggeefkast. Speciaal voor mensen met een psychiatrische problematiek is er de Wekendtref om elkaar te ontmoeten en ervaringen uit te wisselen. We vragen ons wel af of dit Wijkhuis in alle behoeften in de wijk voorziet, en of GGz cliënten ook op andere plekken in de wijk aansluiting kunnen vinden, bijvoorbeeld bij sportclubs of andere verenigingen.

16


de woongebouwen aan de Graaf Janlaan

17


bestaande waardevolle plek sociale functie religieuze functie winkels scholen appartementen woningen speeltuin/sport

18


het Juliana van Stolbergpark

Amersfoort Graaf Janlaan Na de wijkwandeling was de volgende stap geweest om cliĂŤnten en professionals uit de wijk te benaderen om meer te weten te komen over de vraagstukken die spelen rondom deze woongebouwen en de buurt. Ons onderzoek naar de locatie Graaf Janlaan viel helaas samen met de tweede Corona-golf, waardoor er onvoldoende capaciteit was bij de verschillende organisaties om dit in gang te zetten.

wijkhuis De Driehoek

19


locatie 3

Waterwijk Lelystad In Lelystad richten we ons niet op een woongebouw als startpunt van ons onderzoek, maar meteen op een wijk als geheel: de Waterwijk. Hier maken we een wandeling met Tim Korff, teamleider bedrijfsvoering van het Gebiedsteam Zuidoost van GGz Centraal, Patricia Schmitz, maatschappelijk werker bij GGz Centraal, en Elleke Leijten van het Sociaal Wijkteam. We verkennen de Waterwijk zelf, en de naastgelegen buurten De Landerijen en het Sidha-dorp. De Waterwijk in Lelystad ligt aan de zuid-oost zijde van de stad en is gebouwd in de jaren ‘70 en ‘80. Een deel van de woningen zijn koopwoningen, en een deel wordt verhuurd door corporatie Centrada, de verhuurder voor alle sociale huurwoningen in Lelystad. Er zijn diverse woningtypes: veel grondgebonden eengezinswoningen met tuin, maar ook een flink deel appartementen en maisonettes. Er is een duidelijk centrum in deze wijk waar bijna alle winkels en voorzieningen bij elkaar liggen rondom de Voorstraat. De rest van de wijk zijn rustige woonstraten. Door de wijk heen lopen groene routes met wandel- en fietspaden, vaak gecombineerd met een kanaal of gracht. Direct naast de Waterwijk ligt de Landerijen, een buurt met een totaal ander karakter: zeer breed opgezette straten met grote veelal vrijstaande koopwoningen. Nog een heel andere wereld vinden we in het Sidha-dorp. Dit is een wijk die is opgezet door een groep mensen die een gemeenschappelijke leefwijze nastreven met als belangrijke kenmerken spiritualiteit, meditatie en duurzaamheid. Zij hebben hun eigen wijk ontwikkeld met duurzame woningen, en eigen voorzieningen zoals een supermarkt, een vegetarisch restaurant en zelfs een eigen woningbouwvereniging. Er lijkt niet veel contact of relatie te zijn tussen de voorzieningen of bewoners van de Waterwijk rondom de Voorstraat, en dit eigenzinnige Sidha-dorp of de bewoners van de Landerijen. In het onderzoek concentreren we ons op het ‘centrum’ van de Waterwijk: het gebied rondom de Voorstraat waaraan de supermarkt, winkels en eethuizen, en de Waterbever zijn gesitueerd. Tijdens de wijkwandeling wordt al genoemd hoe goed het werkt dat de Waterbever in één gebouw zit samen met het Sociaal Wijkteam en het Gezondheidscentrum met de huisartsen. De huisartsen en het wijkteam kunnen zo heel makkelijk mensen naar elkaar doorverwijzen, en als je komt voor de gezelligheid van het buurtcentrum je ook laagdrempelig toegang krijgt tot hulpverlening en andersom. Behalve het Wijkteam en De Waterbever is er ook nog een inloophuis van IDO, wat in een woonhuis gevestigd is en zich richt op het aanbieden van maaltijden, gezelligheid en enkele vormen van hulpverlening. Er zijn dus in de Waterwijk in vergelijking met de andere locaties veel voorzieningen om bewoners van de wijk te ondersteunen met activiteiten, sociale bijeenkomsten en concrete oplossingen zoals schuldhulpverlening. In dit centrumgebied zijn de meeste gestapelde woningen gesitueerd. Er zijn op verschillende plekken in de buurt woongroepen voor begeleid wonen, onder andere van Kwintes, maar deze zijn eigenlijk niet als zodanig herkenbaar, om stigma tegen te gaan. Verder bestaat de Waterwijk vooral uit rustige woonstraten met eengezinswoningen, meestal met tuin, voor de vele gezinnen in de wijk. Er zijn verschillende basisscholen die met hun gebouwen en schoolpleinen tussen de woonstraten gelegen zijn. Tussen de sportvelden en de sporthal is een grote speeltuin Schateiland die gerund wordt door vrijwilligers, en die behoorlijk populair is in de buurt. Het laatste opvallende kenmerk van de Waterwijk is het vele groen én water wat door de hele buurt loopt en de verschillende delen met elkaar verbindt. Er zijn verschillende grotere en kleine parken, en groene routes langs het water voor fietsers en voetgangers. De grenzen tussen buurten worden vaak gevormd door zo’n groene route met water, zoals de grens tussen de Waterwijk en de Landerijen. Terwijl het centrumgebied aan de Voorstraat en ook veel woonstraten eromheen behoorlijk ‘versteend’ zijn met veel ruimte voor autoverkeer, zijn er in ieder geval op korte afstand daarvan groene ruimtes en routes om op een langzamere manier door de wijk te bewegen. De Waterwijk is een arme wijk waar best wat mensen met problemen wonen. Het relatief grote aanbod aan sociale voorzieningen is dus ook gewoon noodzaak. Uit andere projecten weten we dat de tolerantie in minder welvarende wijken juist groter kan zijn dan in wijken met veel dure koopwoningen. We zijn benieuwd hoe mensen met een GGz problematiek die in deze buurt wonen hun omgeving ervaren, welke voorzieningen ze graag gebruiken of missen, en of ze aansluiting vinden bij het sociale leven van de buurt.

20


21


bestaande waardevolle plek sociale functie winkels scholen woningen speeltuin/sport groen/water

22


23


locatie keuze

Locatiekeuze: Waterwijk Lelystad We hebben ervoor gekozen om verder te gaan met de Waterwijk, om samen met cliënten en stakeholders een scenario voor de wijk te gaan schetsen. De Waterwijk heeft een heel interessante dynamiek: enerzijds de veelheid aan problematiek en sociale kwetsbaarheid, en anderzijds de grote mate van sociale cohesie en voorzieningen voor kwetsbare mensen. Hoe mensen met een ernstige psychische aandoening zich hiertussen redden en hoe zij hun wijk ervaren zal de centrale vraag zijn die we willen ondezoeken. De keuze heeft ook een praktische kant: in Lelystad hebben we de meeste inzet en enthousiasme ontmoet bij professionals, zodat we hier heel goed toegang hebben gekregen tot het verhaal van veel verschillende mensen uit de wijk. Rondom GGz cliënten zien we verschillende thema’s die mogelijk een rol spelen in deze wijk. Allereerst het thema woonvormen: hoe wonen mensen in de wijk, hoe is het contact tussen buren, hoe vinden begeleid wonen locaties hun plek in de buurt, en welke woonwensen kunnen een rol spelen bij beter herstel? Voor wat betreft de voorzieningen zijn we benieuwd in hoeverre het brede aanbod ook werkelijk aansluit bij de behoeften van GGz cliënten in hun herstelproces. Vinden zij ook daadwerkelijk aansluiting bij de aangeboden programma’s? Mist er nog iets in het aanbod? In hoeverre weten ze de aangeboden activiteiten ook te vinden? In de openbare ruimte zien we vraagstukken rondom veiligheid, je veilig voelen, sociale interactie of juist liever niet, en eigenaarschap. Ook willen we weten of de inrichting van de openbare ruimte überhaupt een rol speelt bij het herstelproces van GGz cliënten, en zo ja welke dan? Als laatste zijn we benieuwd hoe deze wijk als geheel wordt ervaren door bewoners met een ernstige psychische aandoening. Het typische karakter van de wijk, met veel sociale interactie maar ook veel kwetsbaarheid en soms wat ‘gedoe’, zou tegelijkertijd een vloek en een zegen kunnen zijn. We zijn benieuwd of we daar meer over kunnen leren. Voor de Waterwijk gaan we de drie stappen ASK-MAKE-TRY doorlopen, op zoek naar een toekomstdroom en concreet scenario voor beter herstel voor GGz cliënten in de Waterwijk.

24


25



ASK


wijk analyse

Waterwijk: analyse algemeen de Waterwijk is een arme wijk met veel (multi)problematiek achter de voordeuren; bijna de helft van de inwoners heeft een laag inkomen. Maar het is ook een levendige wijk met een hecht sociaal leven. Bewoners van de Waterwijk zijn erg betrokken bij elkaar en helpen elkaar. Ook zijn ze gewend om hun eigen boontjes te doppen, dus mensen stappen op elkaar af en lossen problemen onderling op – op een directe manier passend bij deze volkswijk. Alle mensen die we spraken die professioneel bij deze wijk betrokken zijn bevestigen dit verhaal, maar geven ook aan dat bewoners soms wel erg veel onderling willen regelen, dus dat professionals er dan soms pas te laat bij worden gehaald. Vertrouwen in instanties zou nog wat kunnen worden verbeterd, en contact maken en dit vertrouwen winnen bij de bewoners is een belangrijk onderdeel van het werk in de Waterwijk. In de Waterwijk wonen veel gezinnen met kinderen, met een diverse culturele achtergrond. Bijna 60% van de bewoners heeft een Nederlandse achtergrond, en 32% is van niet-westerse afkomst. De grootste culturele groep behalve de Nederlandse zijn mensen met een Surinaamse of Antilliaanse achtergrond, samen 18% van de Waterwijkers. Dit is ook te herkennen aan de eethuisjes en aan het vele leven op straat in de zomer waar veel onderling sociaal contact is. Voor GGz cliënten kan de onderlinge sociale betrokkenheid en levendigheid erg fijn zijn, maar het kan ook teveel worden en als hinderlijk of bemoeizucht ervaren worden. Sommigen hebben moeite om aansluiting te vinden in de hechte gemeenschap van de wijk. De vraag rijst bij ons team hoe ook GGz cliënten meer deel kunnen nemen en onderdeel van de wijk kunnen zijn.

28


29


wijk analyse

Waterwijk: analyse wonen De meeste woningen in de Waterwijk zijn gebouwd in de jaren '80 van de vorige eeuw. Een deel van de woningen in de Waterwijk zijn koopwoningen in het lagere segment met een prijs gemiddeld onder de twee ton – dit zijn vaak voormalige corporatiewoningen die in de markt zijn gezet als goedkopere koopwoningen. De andere helft wordt verhuurd als sociale huurwoning door Centrada, de corporatie die alle sociale huurwoningen van Lelystad verhuurt. De woningvoorraad in de Waterwijk bestaat voor een groot deel uit grondgebonden eengezinswoningen met een tuin, er wonen dan ook veel gezinnen met kinderen. Met name rondom het winkelcentrum zijn ook andere woningtypes te vinden zoals appartementen en maisonnettes. De dichtheid van de wijk ligt vrij hoog. 68% van de woningen is aangesloten op stadsverwarming, wat de betaalbaarheid van de woningen op de langere termijn ten goede komt. Hoewel de meeste woonstraten kleinschalig en vriendelijk aandoen, zijn er ook bij die een wat verwaarloosde indruk wekken wat betreft de woningen zelf, de tuinen en de openbare ruimte. Een type dat veel voorkomt zijn rijtjeshuizen met een berging aan de straatzijde. Deze berging zijn helemaal dicht met een metselwerk gevel en ontnemen het zicht op de voordeuren en tuinen, waardoor de straten een wat onoverzichtelijk gevoel geven. Als bewoners er niet zelf voor kiezen om hun tuin te beplanten zijn deze straten ook behoorlijk 'stenig' en hard. De appartementengebouwen zijn kleinschalig tot maximaal vier bouwlagen, en hebben meestal een portiek-ontsluiting. Soms zijn de appartementen gelegen boven winkels, met name aan de Voorstraat. In de Waterwijk zijn ook verschillende woongroepen voor begeleid wonen. Er is bijvoorbeeld een huis van Timon voor kwetsbare moeders, en een huis van Kwintes voor GGz cliÍnten. Deze woongroepen zijn niet als zodanig herkenbaar in de wijk, wat goed is voor het tegengaan van stigmatisering en het beschermen van kwetsbare bewoners. Sommige woongroepen zoeken het contact met de buurt door bijvoorbeeld samen een tuin te onderhouden, anderen zijn meer besloten en intern gericht. Aan de zuidkant van de Waterwijk bevindt zich nog een bijzonder gedeelte: het Sidhadorp. Een leefgemeenschap van mensen gekoppeld aan een leefstijl met meditatie. Duurzaamheid staat hoog in het vaandel, de woningen in deze wijk zijn dan ook van hout en met een voor die tijd hoge duurzaamheidsambitie gebouwd. De woningen in het Sidhadorp worden verhuurd door een eigen woningcorporatie Harmonisch Wonen. Om in aanmerking te komen voor een woning in het Sidha-dorp moet een toekomstige bewoner ook de levenswijze van deze community omarmen en meedoen aan activiteiten en meditatie bijeenkomsten. Ten oosten van de Waterwijk liggen de Landerijen, een wijk met veel vrijstaande villa's en koopwoningen in het hogere segment. Behalve gebruik van het winkelcentrum zijn de Landerijen min of meer gescheiden van de Waterwijk door een groene zone en een gracht, en lijkt er ook niet veel contact tussen deze twee gebieden.

30


31


wijk analyse

Waterwijk: analyse voorzieningen in de Waterwijk zijn de meeste voorzieningen geclusterd rondom de Voorstraat. Hier bevinden zich de winkels, eethuisjes en restaurants, en sociale voorzieningen. De Voorstraat is een drukke straat met veel autoverkeer, parkeerplaatsen, en de bushaltes die de wijk verbinden met de rest van Lelystad. De trottoirs zijn vrij ruim opgezet, plaatselijk tot bijna plein-achtige ruimtes, en bieden in de zomer plek om elkaar te ontmoeten. Qua winkels is er de supermarkt waar bijna de hele buurt boodschappen doet, en een bakker, een kapper en nog wat kleinere winkels en eethuisjes. De kapper Bahar is het resultaat van project 'Broeinest' waar buurtbewoners met subsidie de kans kregen om een eigen onderneming te starten in leegstaande winkelpanden. Kapsalon Bahar bleek succesvol en staat nu al enige tijd op eigen benen, met een uitbreiding naar het pand ernaast. Andere Broeinest-ondernemers bleken minder succesvol, en er staan nu weer verschillende winkelpanden leeg, ook in het meest centrale gebied nabij de bushaltes en supermarkt. Het gezondheidscentrum zit aan dit drukke gedeelte van de Voorstraat schuin tegenover de supermarkt, onder ĂŠĂŠn dak met buurtcentrum De Waterbever en het sociaal wijkteam. In het gebouw kan men binnendoor van de ene naar de andere voorziening komen. Deze nauwe ruimtelijke relatie versterkt de samenwerking onderling, en maakt de voorzieningen nog toegankelijker voor buurtbewoners. Iemand die bij de huisarts komt vindt ook makkelijker de weg naar de activiteiten van het buurtcentrum of de sociale kring van het wijkteam, en iemand die komt voor de gezelligheid van De Waterbever kan discreet de gang naar schuldhulpverlening of andere steun vinden. Een andere belangrijke sociale functie is het inloophuis van IDO, om de hoek bij de Waterbever. Het IDO is gevestigd in een aantal woonhuizen, en valt daardoor niet echt op. Dat komt de vindbaarheid en toegankelijkheid wellicht niet ten goede, maar als je eenmaal binnen bent is er een warme sfeer. Het IDO biedt gezellige bijeenkomsten en gezamenlijke maaltijden, maar richt zich ook op hulpverlening zoals schuldhulp. Aan de Voorstraat achter de sporthal en het basketbalveldje bevindt zich speeltuin Schateiland, een veelgeroemde grote speeltuin die geheel gerund wordt door vrijwilligers uit de buurt. Met name in de zomer is dit de ideale plek voor gezinnen om bij elkaar te komen terwijl de kinderen lekker kunnen spelen. Samen met de vele scholen en schoolpleinen is te merken dat er in deze buurt veel kinderen wonen, maar de voorzieningen zijn wel met name gericht op jonge kinderen. Voor oudere kinderen en jong-volwassenen is er niet zoveel aanbod. Het Sidha-dorp aan de zuidkant van de Waterwijk heeft zijn eigen voorzieningen, zoals een vegetarisch restaurant, een biologische supermarkt en een meditatiecentrum. Al deze voorzieningen zijn ook open voor andere buurtbewoners, maar we kregen de indruk dat daar niet door iedereen gebruik van wordt gemaakt, en dat er weinig uitwisseling is tussen de voorzieningen in het Sidha-dorp en voorzieningen elders in de wijk zoals bijvoorbeeld de Waterbever.

32


33


wijk analyse

Waterwijk: analyse openbare ruimte Zoals gebruikelijk in de periode dat de Waterwijk werd ontwikkeld zit er een duidelijke hiÍrarchie in de verkeersstromen door de wijk. De Voorstraat is de doorgaande route, met autoverkeer en winkels met veel parkeerruimte erbij, en met de bushaltes voor bussen naar de rest van de stad. De straten hieromheen zijn veelal kleinschalig en alleen bedoeld voor bestemmingsverkeer van de mensen die er wonen. De Voorstraat is dan ook behoorlijk druk, maar de rest van de wijk doet rustig aan. De doorgaande fietspaden tussen verschillende buurten en wijken in de stad lopen separaat van de autoroutes vaak door groene gebieden en vormen daarmee hun eigen wereld. Voor voetgangers is er een fijnmazig netwerk van looproutes: de brede trottoirs en pleintjes bij de winkels op de Voorstraat, smalle stoepen en achterom-paadjes in de woonstraten, en groene routes door parken en langs het water die prettige wandelroutes door de buurt vormen. Met name deze voetgangersstructuur vonden wij van waarde voor de wijk: bereikbaarheid op loopafstand van voorzieningen is belangrijk voor bewoners, en de Waterwijk biedt daarin ruimte mogelijkheden. Ook is er veel variatie in looproutes en verschillende belevingen in de wijk, van druk tot rustig. Wel vragen we ons af of al deze paden en paadjes ook veilig genoeg zijn, met name in de avonduren – hier is wellicht nog ruimte voor verbetering. De openbare ruimte is eveneens gevarieerd: er is heel veel groen in de Waterwijk, maar ook heel veel steen. De groene gebieden zoals parken, groene zones langs het water, sportvelden, of speeltuin Schateiland, zijn onderling verbonden door een groene structuur die door en om de hele wijk loopt. Buurten worden ook begrenst door deze groene ruimtes: bij elke overgang naar een ander deel van de stad zit ook een groene buffer meestal met daaraan gekoppeld een doorgaande fietsroute. Het centrum van de Waterwijk rondom de Voorstraat met de winkels en voorzieningen is juist enorm steen-achtig, met veel parkeerplekken en brede trottoirs. Ook bij de woningen is de 'voortuin' vaak bestraat of bestemd als parkeerplaats, of grenzen de voordeuren van de woningen direct aan de straat zonder iets ertussen. Dit is een flink contrast met het vele groen in de rest van wijk, wat dit centrumgebied ondanks de levendigheid ook iets onvriendelijks en kils geeft. Hier is in de openbare ruimte zeker nog wat te winnen wat betreft verblijfskwaliteit.

34


35


interviews

Het verhaal van.. K., cliënt bij GGz Centraal “Ik woon nu 4-5 jaar in de Waterwijk in een eengezinswoning met een tuin. Ik heb niet veel contact met mijn directe buren, maar ik heb ook geen last van ze. Ik heb wel last van andere mensen in mijn wijk: ik vind dat er veel asociale types wonen. De Waterwijk staat bekend als een slechte wijk. De voortuinen staan er in de hele straat heel erg rommelig bij, maar goed, daar doe ik zelf ook aan mee, want ik wil eigenlijk geen tuin. Ik zou best willen verhuizen naar een appartement als dat zou kunnen. Ik maak me in deze buurt zorgen om mijn zoon, ik heb liever niet dat hij teveel omgaat met kinderen die te wild spelen of gevaarlijke dingen doen. Daarom zit hij ook niet op school in deze buurt maar in de Boswijk, dat is een fijnere buurt waar ik zelf ook liever zou wonen. Ik breng hem elke dag naar school met de fiets, want het verkeer is ook best gevaarlijk hier. De speeltuin Schateiland is heel leuk, maar daar wordt mijn zoon nu al een beetje te oud voor. Er is eigenlijk niet zoveel te doen voor wat oudere kinderen in de Waterwijk. In de buurt kom ik eigenlijk alleen bij de supermarkt, verder nergens. In de Waterbever ben ik één keer geweest omdat een vriend daar iets organiseerde en ik toen gratis koffie kreeg, maar verder kom ik er nooit. Ik heb het idee dat de activiteiten daar meer gericht zijn op oudere mensen, bijvoorbeeld de bingo. Ik zou wel willen dat ze ook meer zouden organiseren voor jongere mensen – waarom is er geen bingo voor jongeren? Vrijwilligerswerk begin ik niet aan – ik ga niet gratis werken! In het contact met GGz gingen we wel eens samen wandelen, of ik kwam naar het kantoor – nu is alles vanwege corona even digitaal. Via internet heb ik wel eens met lotgenoten gepraat, maar wat ik heb is zo specifiek dat ik landelijk op zoek moet naar iemand die hetzelfde heeft meegemaakt. Dat kun je dus eigenlijk binnen de wijk niet organiseren.”

36


37


interviews

Het verhaal van.. D., cliënt bij GGz Centraal “Ik woon in de Waterwijk in een maisonnette. Het is een fijne woning maar ik heb wel een beetje last van het verkeerslawaai, want mijn slaapkamer ligt aan de straatzijde. Ook zou ik graag een woning met een tuin willen voor mijn kat, maar de wachttijd om een woning toegewezen te krijgen is 9 jaar, dus dat zal nog wel even duren voordat dat mogelijk is. Met de buren heb ik goed contact, ik ken iedereen en we helpen elkaar met boodschappen, spullen sjouwen, of andere dingen. Dat vind ik prettig, dat mensen elkaar helpen in de Waterwijk, er is veel sociaal contact. In de Waterwijk kwam ik wel eens bij het inloophuis IDO, daar was het gezellig en kon je samen eten – nu is het gesloten vanwege corona. Wat mij betreft zouden inloopplekken zo laagdrempelig mogelijk moeten zijn, bijvoorbeeld door gratis koffie aan te bieden. De koffie is al best goedkoop (€0,60), maar dat kan voor veel mensen toch nog een drempel zijn, bijvoorbeeld voor mensen die dakloos zijn of heel erg weinig geld hebben. Ik ben zelf ook heel kort even dakloos geweest, dus ik weet hoe het is. Het is ook lastig dat de opvang voor mensen die dakloos zijn al om 7u-7:30u dicht gaat, maar een inloophuis of activiteitencentrum gaat pas om 10u open – daar zit dus een gat. Ik vind het belangrijk dat hier beter rekening mee gehouden wordt. Ik ga ook vaak naar de Waterspiegel, een activeringscentrum van Kwintes in het centrum van Lelystad. Daar is altijd wel koffie en wat aanspraak, maar er zijn weinig activiteiten naar mijn smaak. Ik zou willen dat hier meer trainingen en cursussen voor GGz cliënten worden aangeboden. Ook mis ik hier gesprekken die wat dieper gaan, het blijft toch vaak best oppervlakkig. In de begeleiding vanuit GGz zou ik willen dat het niet alleen blijft bij praten, maar dat je ook samen met je begeleider dingen kunt aanpakken waar ik in mijn eentje moeite mee heb, bijvoorbeeld samen het huis schoonmaken. Als ik het een paar keer samen doe kan ik het beter oefenen. Bij de Waterbever kom ik nooit. Daar moet je lid worden om mee te doen met activiteiten, en dat kost weer geld. Ik zou wel graag aan Tai Chi willen doen, en yoga. Bij buurtcentrum De Brink in de Boswijk wordt dat wel aangeboden. Verder doe ik graag vrijwilligerswerk in de ouderenzorg of bij de nachtopvang. Ik denk dat daar best meer mogelijk zou kunnen zijn, bijvoorbeeld om via het wijkteam te regelen dat vrijwilligers tuinen van ouderen gaan opknappen.”

38


39


interviews

Het verhaal van.. K., cliënt bij GGz Centraal “De Waterwijk is een rustige buurt, ik woon hier nu 1 jaar. Er gingen wilde verhalen rond over deze wijk, maar ik heb dat niet zo ervaren. Vanwege mijn angsten kom ik weinig buiten de deur. Ik vind het gauw te druk, bijvoorbeeld de Voorstraat bij de supermarkt: een lange rechte weg met veel mensen en verkeer, dat vind ik niet prettig. Ik doe wel boodschappen bij de supermarkt maar niet iedere dag, dat is te veel – ik probeer het zo te plannen dat ik niet zo vaak hoef. Ik hou wel erg van wandelen en ik wandel graag door de buurt. Dan ga ik nooit via de Voorstraat, maar via de rustige groene routes. Soms komt er een vriendin uit Almere met wie ik samen kan wandelen, maar ik wandel ook vaak 's avonds na het eten. Ik hou van wandelen als het schemerig of al donker is – dat vind ik prettig want dan is het minder druk. Ik heb wel een beetje contact met de buren, bijvoorbeeld met een nieuwe buurvrouw waar ik een praatje mee maak, maar van mij hoeft dat burencontact niet zo. Er is een buurvrouw die bemoeit zich met alles, dat vind ik vervelend dus die probeer ik een beetje op afstand te houden. Ik kom zelf oorspronkelijk uit een dorp en dat geroddel ken ik, maar daar heb ik zelf niks mee. Maar die buurvrouw is zelf misschien gewoon eenzaam, dat kan ook. Ik doe vrijwilligerswerk in het buurtcentrum in de Atolwijk, in de kledingwinkel, dat vind ik erg leuk om te doen. Ik zou dat werk niet hier in de Waterwijk willen doen, hier let iedereen teveel op elkaar. Ik vind het dan fijner om het werk ergens anders te doen. In de Waterbever ben ik één keer geweest, als test voor vrijwilligerswerk. Ik vond het een leuk gebouw, mooi licht en best lekker rustig. Ik kan me voorstellen dat ik daar meer naartoe zou gaan als ik beter zou weten wat er aangeboden wordt. Ik heb nog geen ervaring in contact met lotgenoten, maar ik zou best eens samen iets willen doen met mensen die net als ik moeite hebben met naar buiten gaan. Ik zou het dan fijn vinden als er vooral ruimte is om samen dingen te ondernemen, of elkaar te helpen met praktische zaken, in plaats van alleen maar praten.”

40


41


interviews

Het verhaal van.. Lieme Lautenbach, ervaringsdeskundige bij GGz Centraal “Als ervaringsdeskundige werk ik bij GGz Centraal om mensen te begeleiden en geef ik diverse cursussen en trainingen. Ik woon zelf niet in de Waterwijk, maar ik ken wel cliënten die er wonen. Wat mij betreft zijn de belangrijkste voorzieningen altijd: mensen. Het gaat er niet om een of ander groot ambitieus gebouw neer te zetten met allerlei culturele functies bij elkaar, of een huisarts erbij – er wordt zo vaak iets duurs gebouwd waar helemaal geen behoefte aan is. Het is veel belangrijker om te weten wat er nodig is, en dat betrokkenen daar samen over na kunnen denken. Dan kun je de ideeën die daaruit ontstaan ook best op een flexibele manier onderbrengen in bijvoorbeeld een kerk of een sportschool: een plek die goedkoop is en de wijk faciliteert. In Lelystad vind ik dat er in het algemeen best weinig leuke plekken zijn om elkaar te ontmoeten, dat geldt ook voor de Waterwijk. Er moet aandacht zijn voor het gevoel wat mensen er hebben, de beleving van de wijk. Verder lijkt de Waterwijk me best aantrekkelijk, er is veel groen net als in de rest van Lelystad. Maar om de Waterwijk positief te laten ontwikkelen moeten er plekken zijn waar verbinding en cohesie kunnen ontstaan. Er kan veel meer levendigheid ontstaan als er meer kleine winkeltjes zijn of horeca. Er zouden ook woon-werk-woningen kunnen zijn, waarin je ook een handeltje kunt beginnen aan huis, of voor kleinschalige bedrijvigheid, thuiswerkplekken of ateliers – ook voor mensen met een uitkering die er dan iets naast mogen doen. Als die bedrijvigheid zichtbaar is op straat ontstaat daardoor ook weer interactie en contact. (Patricia: dat was er ook, in de vorm van het Broeinest: mensen konden met subsidie een zaak starten in leegstaande winkelpanden. Na stopzetten subsidie is eentje overgebleven: de kapper. Hoe maak je zo'n initiatief dan duurzamer, zodat het niet inzakt als subsidie stopt? Of moet je het toch duurzaam ondersteunen?) Voor voorzieningen voor GGz cliënten is toegankelijkheid heel belangrijk, qua maat, geld en beleving. Het is belangrijk dat activiteiten zichtbaar zijn, dat er iets te beleven is, en dat je andere mensen bezig kunt zien. Buurtfuncties moeten voor de hele buurt zijn, niet alleen voor GGz cliënten. Lotgenoten contact kun je niet op wijkniveau organiseren, je wilt juist een gemixte wijk, niet een concentratie van GGz cliënten bij elkaar. We willen geen stigma creëren maar we gaan voor inclusieve voorzieningen. Een mooi voorbeeld is STIP in multifunctioneel centrum in de Atolwijk: zoiets zou er ook moeten zijn in de Waterwijk, gerund door cliënten zelf. STIP moet dan ook een eigen plek krijgen en zichtbaar zijn in het straatbeeld: geen schaamte en tegengaan van stigma, dus iedereen is welkom.”

42


43


interviews

Het verhaal van.. Cobie de Roos, bewonersconsulent bij woningcorporatie Centrada “Als woningcorporatie komen we vaak bij mensen thuis op huisbezoek, dat blijven we doen zelfs tijdens de corona-pandemie. We zijn op dit moment één van de weinigen die dit nog doen, omdat instellingen dit vanwege corona hebben afgebouwd. Als we signaleren dat er zorg nodig is schakelen we het sociaal wijkteam of een andere zorgverlener in. In de Waterwijk zien we veel armoede, veel vervuiling en veel mensen die moeilijk meekomen, zoals mensen met laaggeletterdheid of een lichte verstandelijke beperking. Ook is er in de Waterwijk veel sprake van multiproblematiek: een combinatie van verschillende psychische, sociale en economische problemen achter één voordeur. Dat zie je in de Landerijen, een veel welvarendere wijk naast de Waterwijk, veel minder. Maar in vergelijking met de Boswijk of de oude Atolwijken zijn er in de Waterwijk minder bewoners met psychische problemen. In de Waterwijk is veel sociale controle en de tolerantie is hoog. Mensen zijn gewend om hun eigen boontjes te doppen en lossen problemen dus vaak onderling zelf op. Mensen spreken elkaar aan op problemen, soms om te helpen maar bij overlast kan het ook ruzie geven. Dit zelf oplossen werkt vaak wel, en mensen houden het lang vol – soms té lang: dan hadden ze beter eerder de hulp van professionals erbij kunnen halen. De mensen in de Waterwijk hebben elkaar nodig, wat dat betreft is het een beetje een dorp. Ze komen elkaar tegen op straat en hangen samen rond, er is veel onderling contact. Wat betreft voorzieningen en woningaanbod is de Waterwijk heel goed voorzien. Er zijn veel verschillende woningtypes, van eengezinswoning tot woningen voor jongeren, en er zijn winkels en voorzieningen. De Waterbever werkt echt als een centrum. We merken meteen dat er meer gedoe is nu het vanwege corona lang gesloten is geweest. Mensen missen heel erg de dagbesteding en de inloop. Als corporatie zou ik meer in overleg willen treden met alle instanties. Het is belangrijk om te voorkomen dat er teveel mensen met psychische problemen bij elkaar komen te wonen in één straat of buurt, dan gaan veel andere bewoners zich onveilig voelen. In het verleden is dat in de Waterwijk wel gebeurd: er werd veel 'overloop' uit Amsterdam bij elkaar gezet, en dat was echt teveel – er moet aandacht zijn voor de veerkracht in een wijk. Uiteindelijk gaat het herstelproces van mensen met een psychische problematiek ook beter in een stabiele buurt, en kun je het ook beter uitleggen aan de buren en extra steun rondom een bewoner organiseren. Wij zouden de plaatsing van bewoners met een psychische kwetsbaarheid graag samen met de zorgorganisaties willen doen. Mensen weigeren is heel moeilijk vanwege de urgentie verklaringen, ook de gemeente heeft hier geen stem in. Vanwege privacy mogen wij niet vragen naar een eventuele psychische problematiek. Wat we wel kunnen doen is voorwaarden in het huurcontract zetten, zodat een bewoner als deze teveel overlast veroorzaakt toch ergens anders geplaatst kan worden – dat is eigenlijk ons enige middel om spreiding nog te kunnen sturen. Uiteraard is uitplaatsing een uiterste maatregel die we liever niet toepassen, we kunnen de voorwaarden uit het huurcontract ook inzetten als stimulans voor mensen om hun gedrag aan te passen en om hulp te aanvaarden. We zien ook kansen in slimme woonvormen, zoals het LARS-project van Centrada. Dit is een woongebouw waar een huismeester als kwartiermaker wordt ingezet, en een gevarieerde groep bewoners een plek vindt: dat kunnen mensen met psychische problemen zijn, maar ook bijvoorbeeld statushouders die vanuit het COA een plek krijgen. Met iedereen wordt een intake gesprek gehouden, zodat we weten wie de nieuwe bewoners zijn en hoe ze zich willen inzetten in hun woonomgeving. Centrada ziet echt een rol voor zichzelf in het netwerk rondom kwetsbare bewoners. Vanwege de versnippering in de zorg zien we een taak voor onszelf om te signaleren, en uiteindelijk levert dat ons als corporatie ook meer op. Soms zijn er zoveel verschillende hulpverleners betrokken bij een gezin dat wij de stabiele factor zijn voor bewoners die het overzicht soms dreigen te verliezen. Het is beleid van Centrada om deze rol ook echt te pakken, als enige corporatie in Lelystad zijn veel mensen van ons afhankelijk voor een woning en zien wij voor onszelf een brede sociale taak.

44


We missen in de samenwerking met professionals in de wijk het meest de gemeente: wat ons betreft mag die veel actiever bijdragen aan het welzijn in de wijk. Bijvoorbeeld het groen onderhoud in de Waterwijk is heel slecht, en daar geef je bewoners ook niet het goede voorbeeld mee voor hun eigen tuin. Er is wel ruimte voor bewonersinitiatieven vanuit de gemeente, en daar wordt ook wel gebruik van gemaakt. Wij steunen die ook zelf als corporatie: vanuit Centrada is er de Beter Buurt Bijdrage waarmee initiatieven als een groentetuin of een vlindertuin mogelijk gemaakt zijn. “

45


interviews

Het verhaal van.. Elleke Leijten, coördinator van het Sociaal Wijkteam “Het Sociaal Wijkteam zit in hetzelfde gebouw als de Waterbever. Mensen die komen voor gezelligheid en activiteiten kunnen we op een laagdrempelige manier ook toegang geven tot hulpverlening als dat nodig is. Dit jaar is vanwege corona De Waterbever lange tijd dicht geweest. Nu is alleen de bar dicht, maar kleine activiteiten gaan wel door, zoals de wandelgroep en de buurtkamer. We merken dat mensen zoekende zijn en behoefte hebben aan contact, maar ze zijn ook bang om deel te nemen en vinden het eng om bij elkaar te komen. Het gezondheidscentrum dat ook in hetzelfde gebouw is gevestigd heeft het drukker, de huisartsen moeten veel extra werk verzetten. Voor het Sociaal Wijkteam lopen de financiële spreekuren wel gewoon door, dat gaat goed. We doen het keukentafelgesprek nu vaak telefonisch of via video. Maar we zijn ook meer aanwezig in de wijk, met name om zorgmijders toch te kunnen bereiken. We doen meer huisbezoeken, door aan te bellen en een praatje te maken bij de voordeur: zo blijven we toch met mensen in contact. In de Waterwijk is de tolerantie heel groot, dat is echt bijzonder aan deze wijk: mensen zorgen voor elkaar en helpen elkaar. Overlast wordt ook onderling opgelost. Als er een melding wordt gemaakt dan is het ook echt heel erg – en dan gaat het vaak om een GGz client. Ook in coronatijd hebben we gezien dat er onderling veel hulp wordt geboden, de vrijwilligers uit de wijk zorgen echt voor elkaar. Zorgmijders die zich verstoppen achter hun voordeur komen meestal via hun huisarts toch wel bij ons in beeld, dat onderlinge contact is dus belangrijk. Er is veel armoede in de Waterwijk, maar ondanks dat heeft iedereen wel een mobiele telefoon en een tv en/of wifi. Dat is voor ons team fijn om ook via deze weg met mensen in contact te blijven. Computers hebben mensen vaak niet, en computer vaardigheden ontbreken ook nog al eens. We herkennen het beeld dat mensen in de Waterwijk soms teveel zelf willen oplossen en te laat een beroep doen op professionele hulp. Wij benadrukken altijd het belang van een melding, ook de wijkagent wijst hierop. Maar bewoners van deze wijk hebben over het algemeen wat minder vertrouwen in instanties. De wijkagent steekt veel tijd en moeite in het contact met bewoners, dat is ook echt nodig. Wat wij echt als een kwetsbaarheid zien in de Waterwijk is de overerving van problematiek binnen gezinnen. Er zijn veel problemen met drugs en alcohol, en dat geeft vaak een overdracht van problemen naar de kinderen. Het is belangrijk om kinderen weerbaar te maken ongeacht hun thuissituatie. De vele scholen in de Waterwijk zijn daarin onmisbare partners, maar die kunnen het niet alleen. Een heel geslaagd voorbeeld was het project 'Politiekids', georganiseerd door de politie samen met sport en het sociaal wijkteam. Kinderen werden opgeleid tot 'politiekids', inclusief een eed die ze moesten afleggen. Dan kregen ze 2x per maand een weerbaarheidstraining, 1x sport, en 1x op pad met de politie. Door dit project zagen we echt veranderingen in gedrag op school. Het was heel erg populair, er waren zelfs wachtlijsten. De politie werd daarna door de kinderen meer als een vriend gezien. Het is ontzettend waardevol om meer te doen via de scholen, want de kinderen krijgen uiteindelijk ook hun ouders mee, die waren door dit project meer aanwezig en betrokken. Helaas is het project Politiekids gestopt door diverse bezuinigingen bij politie, sport en welzijn. Zo sneuvelen er veel waardevolle dingen: ook de leefstijltrainingen van het sociaal wijkteam zijn door bezuinigingen komen te vervallen.

46


Vanuit het sociaal wijkteam zie ik erg het belang van aandacht voor kinderen voor preventie, om te voorkomen dat problemen zich blijven doorgeven naar volgende generaties. Basisschoolkinderen zijn de beste leeftijd hiervoor, die zijn flexibel en schoolkinderen hebben nog een sterke binding met hun buurt – meer dan middelbare scholieren die vaak verder weg op school zitten. Ook beïnvloeden kinderen op hun beurt hun ouders weer, in bijvoorbeeld gezond eten. In de Waterwijk zijn ook kinderen die kwetsbaar zijn, bijvoorbeeld als er thuis veel armoede is, of mantelzorgkinderen die een deel van de zorg voor het gezin moeten opvangen als hun ouders dat onvoldoende kunnen. Deze kinderen verdienen extra aandacht en willen we graag bereiken om hen te steunen. Wij denken dat kinderen meer ruimte en meer zichtbaarheid zouden kunnen krijgen in de openbare ruimte van de Waterwijk, niet alleen beperkt tot de scholen. Het is belangrijk dat kinderen genoeg plekken en voorzieningen hebben in de buurt, zoals de grote speeltuin Schateiland die geheel gerund wordt door vrijwilligers. Voor mensen met een psychische kwetsbaarheid merken we dat de Sociale Kring in de Waterbever heel waardevol is: een laagdrempelige manier om bij elkaar te komen en je verhaal te delen. Om een goede woonomgeving voor herstel te maken is het belangrijk dat de buurt weet wie er bij hen komt wonen, en dat we buren betrekken bij een plan hoe we alles samen goed kunnen laten verlopen. Dit komt overeen met de RACT-methodiek die GGz Centraal gaat gebruiken: vanuit de client mensen eromheen verzamelen die steun kunnen geven. Maar het is ook belangrijk dat er geen stigma ontstaat, mensen moeten ook de kans krijgen om mee te kunnen doen. Daarom moet er meer algemeen bewustzijn komen in de maatschappij, met anti-stigma bijeenkomsten die zorgen voor meer acceptatie. De samenwerking met GGz Centraal is voor ons als Sociaal Wijkteam heel belangrijk. Het gaat al beter nu GGz Centraal aansluit bij onze overleggen, maar die samenwerking zou nog intensiever kunnen. En de GGz zorg zou zich beter kunnen profileren in de wijk, meer zichtbaar zijn voor mensen die het nodig hebben.”

47


interviews

Het verhaal van.. Martine Schenk van Mee IJsseloevers “Mee IJsseloevers is actief in de Waterwijk in opdracht van de gemeente als onderdeel van het sociaal wijkteam, maar ook in de rol van onafhankelijke cliëntenondersteuning voor heel Lelystad. Onze expertise is van huis uit zorg voor mensen met een beperking, maar de GGz problematiek krijgen we er als het ware bij – daar zijn we ons dan ook extra op aan het scholen. Vanuit het Sociaal Wijkteam voeren we keukentafelgesprekken met bewoners. Het wijkteam hoort bij de WMO en bestaat uit verschillende instanties: de maatschappelijke dienst, welzijn, Woonzorg Flevoland en Mee IJsseloevers. Kwintes is de partij die alle ondersteuning thuis aanbiedt, wij verwijzen naar hen door. Als wijkoverstijgende cliëntenondersteuning bedenken we een plan voor een bewoner en doen we ook de aanvragen bij alle verschillende 'potjes'. In de Waterwijk zien we veel mensen met multiproblematiek, en sociaal zwakke gezinnen met een zwak netwerk. Er zijn relatief vaak incidenten met verwarde mensen, meestal GGz cliënten en ook vaak zorgmijders, waarbij we van de politie horen als er een crisis is. Er is best veel aan de hand achter de voordeur, de kunst is voor ons om daar op tijd bij te komen. De buurt is wel erg sociaal en betrokken met elkaar: als ik bijvoorbeeld in de Zeelaan bij iemand aanbel dan staan alle buren zich ermee te bemoeien om me te vertellen hoe het zit. Vooral in de zomer leven mensen op straat en is er veel sociaal contact. De inclusiviteit is goed: mensen accepteren veel van elkaar en de verwachting ligt niet zo hoog. Contact tussen buren kan ook snel omslaan in ruzie, maar dat wordt vaak even snel weer bijgelegd, en mensen worden niet gauw buitengesloten, je mag in de Waterwijk altijd meedoen. Maar er is ook veel afval en verwaarlozing. In buurtcentrum De Waterbever is die acceptatie er ook, en dat voel je meteen als je er binnenstapt. Het ligt geweldig midden in de wijk, en het is voor veel mensen echt de 'place to be'. Het interieur is licht en er is een warme sfeer, je voelt je meteen welkom. Het IDO inloophuis is minder zichtbaar van buiten, want het zit in een woonhuis, dus dat zorgt voor een grotere drempel om er binnen te gaan. Maar als je er eenmaal bent is het wel heel gezellig. Zeker nu zijn veel mensen best huiverig om ergens heen te gaan. Voor GGz clienten is de drempel al gauw te hoog, en nu met corona nog extra. Nieuwe mensen zijn vaak onzeker, dus die proberen we actief te betrekken of aan iemand te koppelen die er al vaker komt. En de koppeling met de huisartsen in het gezondheidscentrum is ideaal: mensen zijn eigenlijk al binnen voordat ze het goed en wel door hebben. Wat we wel zien is dat er in de Waterwijk als geheel veel is bezuinigd. Er werd eerst veel meer ingezet op preventie, en ook de ondersteuning thuis is minder geworden. Mensen zijn dan echt afhankelijk van voorzieningen zoals de Waterbever. Qua woningaanbod vind ik het leuk dat er in de Waterwijk best veel locaties voor beschermd wonen zijn, maar dat die eigenlijk niet opvallen en mooi opgaan in de rest van de wijk. Bij Timon, een huis voor kwetsbare moeders, zoeken ze ook actief het contact met de buren, door samen een tuin in te richten en te onderhouden. Bij andere locaties zoals de locatie van Kwintes aan de Grevelingenstraat is dat minder, daar is de doelgroep ook complexer en is veel doorstroom. Het is belangrijk om nauw in contact te zijn met alle hulpverleners en professionals samen. GGz Centraal is onlangs aangesloten bij de overleggen van het gebiedsteam en dat helpt heel erg. Intern is er bij GGz Centraal soms nog weinig kennis over wat er in wijk te halen is voor hun clienten, nu kunnen GGz medewerkers hun clienten beter wegwijs maken naar de verschillende voorzieningen, en kunnen mensen die bijvoorbeeld na een opname terug naar huis komen beter in de wijk worden opgevangen. Hiervoor is de RACT-methodiek van waarde, om meteen een netwerk vanuit de client zelf te kunnen opbouwen.”

48


49


interviews

Het verhaal van.. Marianne Westerhof, intake coördinator en persoonlijk begeleider bemoeizorg bij Kwintes “Als intake-coördinator komen de meldingen bij mij binnen. Daarnaast benader ik mensen actief als persoonlijk begeleider bemoeizorg, bijvoorbeeld na een signaal van buren of de politie. Lelystad is opgedeeld in gebieden, en Kwintes is in de Waterwijk de 'hoofdaannemer' op gebied van GGz-zorg. In deze rol coördineren we zorg aan huis en verdelen we de taken. De Waterwijk vind ik een bijzondere wijk. Er is een hele brede populatie, met allemaal verschillende leeftijden, achtergronden en lagen van de bevolking. Dat is een kwaliteit, maar al die verschillende mensen zitten niet altijd op elkaar te wachten, bijvoorbeeld ouderen die vinden dat jongeren overlast geven. Maar er is een -vaak onuitgesprokensterke saamhorigheid in de wijk, jongeren zeggen dit ook: je hebt de wijk altijd achter je, je bent één van ons. Als iemand ergens last van hebt stappen mensen gewoon op elkaar af, in de sfeer van de oude volksbuurt – soms nogal recht voor zijn raap. Het zijn met name onze GGz clienten die dat lastig vinden, die zich gaan terugtrekken. Zij ervaren teveel sociale controle en willen soms liever met rust gelaten worden. Daarnaast is er ook best wat gedoe, veel impulsieve vechtpartijen, veel verslaving. De grote tolerantie in de wijk kan dan ook een obstakel worden voor hulpverleners, die er te laat bij worden geroepen. De problematiek die er wel degelijk is wordt dan teveel het nieuwe normaal en mensen trekken elkaar daardoor ook sneller naar beneden. De Waterbever is een belangrijke voorziening voor bewoners, net als het Inloophuis IDO waar ook voedselpakketten en schuldhulp wordt geboden. Maar ik herken wel wat clienten aangeven: dat de drempel toch te hoog blijft. Veel van onze clienten hebben extra moeite om zomaar ergens binnen te lopen, dus de eerste keer ga ik vaak met hen mee. De sociale kring die vanuit welzijn wordt gehouden in de Waterbever werkt goed, daar koppelen we mensen actief aan elkaar zodat een nieuweling de volgende keer makkelijker aansluiting kan vinden, of meteen iemand kent met dezelfde interesses. Ook de buurtkamer is van grote waarde als het gaat om preventie en problemen op tijd signaleren. De laagdrempeligheid kan misschien nog beter, maar ik vind De Waterbever al het beste functioneren van alle buurtcentra in Lelystad. Vanuit de hulpverlening mis ik in de Waterwijk de verslavingszorg: die is nu niet standaard betrokken. Een vast spreekuur voor verslavingszorg in de Waterbever zou goed zijn. Wat betreft woonvormen zie ik nog niet direct aansluiting tussen clienten die zelfstandig wonen, en clienten uit een begeleid wonen locatie. Clienten die zelfstandig wonen hebben daar meestal geen behoefte aan, en begeleid wonen bestaat vaak uit gesloten woongroepen. Maar wat wel zou kunnen helpen is de aanwezigheid van zorg in de wijk. De wetenschap dat er hulpverleners 24u per dag aanwezig zijn op loopafstand kan wel heel veel rust geven, waardoor er uiteindelijk misschien wel minder begeleiding nodig is. We hebben nu veel meer digitaal contact met clienten, maar we merken wel dat zij toch vaak een voorkeur houden voor fysiek bij elkaar komen. Met video bellen zie je ook niet alles, je mist eerder bepaalde signalen zoals een rommelig huis, en met name zorgmijdende clienten kunnen ook dingen voor je verborgen houden als ze niet willen dat je je ermee bemoeit. Dat soort informatie pik je veel bter op als je bij mensen thuis langs kunt gaan. Of clienten in de Waterwijk ook behoefte hebben aan contact met lotgenoten die hetzelfde hebben meegemaakt, zoals op andere plekken in Nederland wel gebeurt, weten we eigenlijk niet. Via buurtkamers of de sociale kring kunnen we clienten wel aan elkaar koppelen. Maar op buurtniveau is dit lastig te organiseren, er moet maar net iemand wonen die bij je past. Op stadsniveau in Lelystad is het er nog niet, maar zou het wel kunnen werken. En het gebeurt ook in de wijk als het gaat om concrete stukjes van de problematiek, zoals schuldhulp of verslaving. De kunst is om te beginnen met praktische ondersteuning om het vertrouwen op te bouwen, en daarna pas dieper in te gaan op onderliggende psychische problemen. Zo doen ze dat ook bijvoorbeeld bij de Enik recovery academie: laagdrempelig beginnen en van daaruit opbouwen.”

50


51



MAKE


ideeën: wonen

(client K) “De voortuinen staan er in de hele straat heel erg rommelig bij, maar goed, daar doe ik zelf ook aan mee, want ik wil eigenlijk geen tuin. Ik zou best willen verhuizen naar een appartement als dat zou kunnen.”

ontwerp ideeën

(client D) “Ik zou graag een woning met een tuin willen voor mijn kat, maar de wachttijd om een woning toegewezen te krijgen is 9 jaar, dus dat zal nog wel even duren voordat dat mogelijk is.“

Idee: woningruil onderling mogelijk maken om woonwensen beter te faciliteren. Kan dit met sociale huurwoningen? Of botst dat met het toewijzingsbeleid en regelgeving? Antwoord woningcorporatie Centrada: ja dat mag, maar mensen moeten er zelf mee komen.

54


(GGz) “Wat betreft woonvormen zie ik nog niet direct aansluiting tussen cliënten die zelfstandig wonen, en cliënten uit een begeleid wonen locatie. Cliënten die zelfstandig wonen hebben daar meestal geen behoefte aan, en begeleid wonen bestaat vaak uit gesloten woongroepen. Maar wat wel zou kunnen helpen is de aanwezigheid van zorg in de wijk. De wetenschap dat er hulpverleners 24u per dag aanwezig zijn op loopafstand kan wel heel veel rust geven, waardoor er uiteindelijk misschien wel minder begeleiding nodig is. “

Idee: het principe van de aanleunwoning maar dan voor GGz zorg: iemand woont zelfstandig, maar in geval van nood kan hij/zij altijd een beroep doen op een begeleider van de locatie begeleid wonen. De wetenschap dat er hulp is als dat nodig is, kan iemand al helpen om in balans te blijven.

Voorbeelden van elders in NL: woonvormen tussen begeleid wonen en zelfstandig wonen in. Bijvoorbeeld LARS van Centrada, Wijck Wonen van Kwintes, of Samen Sterk Wonen van HVO Querido. Zelfstandig maar niet helemaal op jezelf aangewezen.

55


ideeën: wonen

56

(ervaringsdeskundige): “Er zouden woonwerk-woningen kunnen zijn, waarin je een handeltje kunt beginnen aan huis. Of voor kleinschalige bedrijvigheid, thuiswerkplekken of ateliers – ook voor mensen met een uitkering die er dan iets naast mogen doen. Als die bedrijvigheid zichtbaar is op straat ontstaat daardoor ook weer interactie en contact.”


57


ideeën: voorzieningen

(wijkteam) “Voor GGz clienten is de drempel gauw te hoog, en nu met corona nog extra. De koppeling met de huisartsen in het gezondheidscentrum is ideaal: mensen zijn eigenlijk al binnen voordat ze het goed en wel door hebben.“

(wijkteam) “Zorgmijders die zich verstoppen achter hun voordeur komen meestal via hun huisarts toch wel bij ons in beeld, dat onderlinge contact is dus belangrijk.”

Bestaande ruimtelijke kwaliteit: het Sociaal Wijkteam, buurtcentrum De Waterbever, en het gezondheidscentrum zitten samen in één gebouw, met handige interne verbindingen die de stap van de ene naar de andere functie zo klein en makkelijk mogelijk maken.

58


(client) “Ik ga ook vaak naar de Waterspiegel, een activeringscentrum van Kwintes in het centrum van Lelystad. Daar is altijd wel koffie en wat aanspraak, maar er zijn weinig activiteiten naar mijn smaak. Ik zou willen dat hier meer trainingen en cursussen voor GGz cliënten worden aangeboden. Ook mis ik hier gesprekken die wat dieper gaan, het blijft toch vaak best oppervlakkig.”

(client) “Bij de Waterbever kom ik nooit. Daar moet je lid worden om mee te doen met activiteiten, en dat kost weer geld. Ik zou wel graag aan Tai Chi willen doen, en yoga.

Idee: kan een client ook deelnemen aan activiteiten in ruil voor inzet of vrijwilligerswerk? Idee: meer ruimte voor gespreksgroepen en/of ontmoetingen met ervaringsdeskundigen in de wijk. Herstelwerkgroepen GGz Centraal koppelen aan De Waterbever en Wijkteam? Voorbeelden elders: Enik Recovery College, Living Museum Tilburg

59


ideeën: voorzieningen

Idee: activiteiten Waterbever beter zichtbaar maken aan buitenzijde. Ook ruimte voor activiteiten buiten, in openbare ruimte.

(GGz) “De Waterbever is een belangrijke voorziening voor bewoners Maar ik herken wel wat cliënten aangeven: dat de drempel toch te hoog blijft. Veel van onze clienten hebben extra moeite om zomaar ergens binnen te lopen, dus de eerste keer ga ik vaak met hen mee.

60


(client K) “In de Waterbever ben ik één keer geweest. Ik vond het een leuk gebouw, mooi licht en best lekker rustig. Ik kan me voorstellen dat ik daar meer naartoe zou gaan als ik beter zou weten wat er aangeboden wordt.”

61


ideeën: voorzieningen

Idee: activiteiten IDO beter zichtbaar maken aan buitenzijde; minder gesloten gebouw.

(wijkteam) “Buurtcentrum De Waterbever ligt geweldig midden in de wijk, en het is voor veel mensen echt de 'place to be'. Het IDO inloophuis is minder zichtbaar van buiten, want het zit in een woonhuis, dus dat zorgt voor een grotere drempel om er binnen te gaan. Maar als je er eenmaal bent is het wel heel gezellig.”

62


(ervaringsdeskundige): “ Voor voorzieningen voor GGz cliënten is toegankelijkheid heel belangrijk, qua maat, geld en beleving. Het is belangrijk dat activiteiten zichtbaar zijn, dat er iets te beleven is, dat je andere mensen kunt zien.”

63


ideeën: voorzieningen

De koffiehoek van de supermarkt komt naar buiten op het plein. Een zichtbaar koffiepunt dat ook meteen dient als aanspreekpunt. Het wijkteam en de Waterbever kunnen hier hun aanbod laten zien en contact maken, maar ook de wijkagent of GGz zorg kunnen hier contact maken met buurtbewoners.

(cliënt D) “Wat mij betreft zouden inloopplekken zo laagdrempelig mogelijk moeten zijn, bijvoorbeeld door gratis koffie aan te bieden. De koffie is bijvoorbeeld bij inloophuis IDO al best goedkoop (€0,60), maar dat kan voor veel mensen toch nog een drempel zijn, bijvoorbeeld voor mensen die dakloos zijn of heel erg weinig geld hebben.”

64


(wijkteam) “De samenwerking met GGz Centraal is voor ons als Sociaal Wijkteam heel belangrijk. De GGz zorg zou zich beter kunnen profileren in de wijk, meer zichtbaar zijn voor mensen die het nodig hebben. “

65


ideeën: voorzieningen

In de openbare ruimte zijn de activiteiten van de Waterbever, het Wijkteam en IDO zichtbaar aanwezig. Openheid en zichtbaarheid verlagen de drempel om mee te doen, en versterken de positieve levendigheid in de buurt. Mensen ontmoeten elkaar en komen in gesprek door een gedeelde activiteit.

(ervaringsdeskundige): “Buurtfuncties moeten voor de hele buurt zijn, niet alleen voor GGz cliënten. Lotgenoten contact kun je niet op wijkniveau organiseren, je wilt juist een gemixte wijk niet een concentratie van GGz cliënten bij elkaar. We willen geen stigma creëren maar we gaan voor inclusieve voorzieningen.”

66


(ervaringsdeskundige): “Om de Waterwijk positief te laten ontwikkelen moeten er plekken zijn waar verbinding en cohesie kunnen ontstaan. Er kan veel meer levendigheid ontstaan als er meer kleine winkeltjes zijn of horeca. Het hoeven geen nieuwe dure gebouwen te zijn, zoiets kan ook in een bestaand pand wat ruimte over heeft�

67


ideeën: voorzieningen

Een centrum voor mentale gezondheid openen in de Waterwijk, op een prominente plek in het winkelcentrum, bijvoorbeeld in de leegstaande winkel tegenover de supermarkt. Het centrum is voor iedereen, dus niet alleen voor GGz cliënten, want voor iedereen is het belangrijk om aan zijn of haar mentale gezondheid te werken. Het centrum wordt gerund door GGz cliënten, maar ook buurtbewoners kunnen meehelpen of zelf een cursusprogramma opzetten. Voorbeeld: 'In de Kern Beter' van Lister in Leidscherijn.

(ervaringsdeskundige): “een mooi voorbeeld is STIP in multifunctioneel centrum in de Atolwijk: zoiets zou er ook moeten zijn in de Waterwijk, gerund door cliënten zelf. STIP moet dan ook een eigen plek krijgen en zichtbaar zijn in het straatbeeld: geen schaamte en tegengaan van stigma, dus iedereen is welkom.”

68


(client) “Ik heb nog geen ervaring in contact met lotgenoten, maar ik zou best eens samen iets willen doen met mensen die net als ik moeite hebben met naar buiten gaan. Ik zou het dan fijn vinden als er vooral ruimte is om samen dingen te ondernemen, of elkaar te helpen met praktische zaken, in plaats van alleen maar praten.�

69


ideeën: openbare ruimte

Bestaande ruimtelijke kwaliteit: achterommetjes, kleinschalige looproutes verbinden groene zones met het centrumgebied.

(client) “Vanwege mijn angsten kom ik weinig buiten de deur. Ik vind het gauw te druk, bijvoorbeeld de Voorstraat bij de supermarkt: een lange rechte weg met veel mensen en verkeer, dat vind ik niet prettig. Ik doe wel boodschappen bij de supermarkt maar niet iedere dag, dat is te veel – ik probeer het zo te plannen dat ik niet zo vaak hoef.”

70


Idee: in inrichting openbare ruimte aandacht voor prikkel-arme verbindingen; versterken ‘achterommetjes’ en zorgen voor ‘escape’ uit drukte.

71


ideeën: openbare ruimte

Bestaande ruimtelijke kwaliteit: rustige groene wandelroutes in het groen. Idee: wandelroutes versterken en veilig maken voor in het donker.

(client) “Ik hou erg van wandelen en ik wandel graag door de buurt. Dan ga ik nooit via de Voorstraat, maar via de rustige groene routes. Soms komt er een vriendin met wie ik samen kan wandelen, maar ik wandel ook vaak 's avonds na het eten. Ik hou van wandelen als het schemerig of al donker is – dat vind ik prettig want dan is het minder druk.”

72


Bestaande ruimtelijke kwaliteit: achterommetjes, kleinschalige looproutes verbinden groene zones met het centrumgebied.

73


ideeĂŤn: openbare ruimte

Bestaande ruimtelijke kwaliteit: plek in centrumgebied waar drukke en rustige routes samen komen - gevoel van veilige verbinding stimuleren.

Idee: plein aan ĂŠĂŠn kant vergroenen en aansluiten op prikkelarme looproute. Idee: rustige wandelroutes helemaal doortrekken tot in centrumgebied gebaserd op affiliatie: van een veilige afstand toch kunnen zien wat er allemaal gebeurt.

74


75


ideeën: wijk algemeen (client) “Ik doe graag vrijwilligerswerk in de ouderenzorg of bij de nachtopvang. Ik denk dat daar in de Waterwijk best meer mogelijk zou kunnen zijn, bijvoorbeeld om via het wijkteam te regelen dat vrijwilligers tuinen van ouderen gaan opknappen.”

(client) “Vrijwilligerswerk begin ik niet aan – ik ga niet gratis werken!”

Wat zijn de mogelijkheden bij het Werkbedrijf voor de Waterwijk? Kan er ook een ander soort vergoeding tegenover werk staan dan geld? Voorbeeld: Challenge Up - jongeren werken voor tegoed te besteden in de supermarkt. Idee: gratis deelname in ruil voor inzet bij Waterbever of (te realiseren) centrum voor mentale gezondheid.

76


(wijkteam) “Om een goede woonomgeving voor herstel te maken is het belangrijk dat de buurt weet wie er bij hen komt wonen, en dat we buren betrekken. Dit komt overeen met de RACT-methodiek die GGz Centraal gaat gebruiken: vanuit de client mensen eromheen verzamelen die steun kunnen geven. Maar het is ook belangrijk dat er geen stigma ontstaat, mensen moeten ook de kans krijgen om mee te kunnen doen met een schone lei. Daarom moet er meer algemeen bewustzijn komen in de maatschappij, met anti-stigma bijeenkomsten die zorgen voor meer acceptatie.”

(corporatie) “Er moet aandacht zijn voor de veerkracht in een wijk. Uiteindelijk gaat het herstelproces van mensen met een psychiatrische problematiek ook beter in een stabiele buurt, en kun je het ook beter uitleggen aan de buren en extra steun rondom een bewoner organiseren.

Idee: anti-stigma bijeenkomsten en meer inclusiviteit bij activiteiten en voorzieningen.

77


ideeën: wijk algemeen

(wijkteam) “In de Waterwijk is de tolerantie heel groot, dat is echt bijzonder aan deze wijk: mensen zorgen voor elkaar en helpen elkaar. Overlast wordt ook onderling opgelost. Ook in coronatijd hebben we gezien dat er onderling veel hulp wordt geboden, de vrijwilligers uit de wijk zorgen echt voor elkaar.”

(GGz) “Er is een sterke saamhorigheid in de wijk: je hebt de wijk altijd achter je, je bent één van ons. Als iemand ergens last van hebt stappen mensen gewoon op elkaar af, in de sfeer van de oude volksbuurt – soms nogal recht voor zijn raap. Het zijn met name onze GGz clienten die dat lastig vinden, die zich gaan terugtrekken. Zij ervaren teveel sociale controle en willen soms liever met rust gelaten worden.“

Bestaande kwaliteit: veel tolerantie. Hoe kunnen GGz cliënten nog beter aansluiting vinden in de wijk? Idee: ontwerpen voor diversiteit en keuzenvrijheid: bewoner kan kiezen hoeveel privacy, prikkels of interactie.

78


(wijkteam) “Vanuit het sociaal wijkteam zie ik erg het belang van aandacht voor kinderen voor preventie, om te voorkomen dat problemen zich blijven doorgeven naar volgende generaties. Wij denken dat kinderen meer ruimte en meer zichtbaarheid zouden kunnen krijgen in de openbare ruimte van de Waterwijk, niet alleen beperkt tot de scholen. Het is belangrijk dat kinderen genoeg plekken en voorzieningen hebben in de buurt, zoals de grote speeltuin Schateiland die geheel gerund wordt door vrijwilligers.”

Kunnen we kinderen meer ruimte, zichtbaarheid en eigenaarschap geven in de buurt? In hoeverre is dit ook van waarde voor het herstelproces van GGz cliënten?

79


80


81



TRY


miro workshop

Miro Workshop Om de ontwerpideeën te toetsen hebben we een digitale workshop via Miro georganiseerd. We hebben hiervoor alle mensen die we geïnterviewd hebben uitgenodigd - de meeste professionals waren aanwezig, de cliënten helaas niet. De bedoeling was om tijdens deze gezamenlijke sessie cliënten en professionals met elkaar in gesprek te laten gaan, maar de workshop vond plaats in een hectische periode van de tweede corona-golf. Wellicht was dit de reden dat cliënten er geen ruimte voor hadden, of was het digitale karakter ervan niet aantrekkelijk. Natuurlijk hadden ook wij liever een fysieke workshop in de wijk willen houden, maar dat was in deze tijd helaas geen optie. Desalniettemin hebben we met de aanwezigen nuttige feedback opgehaald om de veelheid aan ontwerp-ideeën door te nemen en de beste of meest kansrijke eruit te vissen.

84


Miro Workshop Aanwezigen: Cobie de Roos, bewonersconsulent bij Centrada, Patricia Schmitz, maatschappelijk werker bij GGz Centraal Tim Korff, teamleider gebiedsteam bij GGz Centraal Lieme Lautenbach, ervaringsdeskundige bij GGz Centraal Marianne Westerhof, intake-coรถrdinator bij Kwintes Saskia Meulenberg, gemeente Lelystad Jolanda van Dijk, gemeente Lelystad Caro van Dijk, Oostwest Frederieke Hakman, Oostwest

85


miro workshop wonen


miro workshop voorzieningen


miro workshop openbare ruimte


miro workshop wijk algemeen



CONCLUSIES


(on)gewoon goed wonen Waterwijk - kansen wonen:

begeleid wonen geintegreerd in de wijk

tussenvorm wonen: zelfstandig maar niet alleen

diversiteit in woningaanbod

92


Waterwijk - kansen wonen De diversiteit aan woningtypes in de Waterwijk is een positief punt, net als de vanzelfsprekende integratie van woongroepen voor begeleid wonen. Deze woongroepen hebben in wisselende mate contact met de buurt: bij een woongroep voor kwetsbare moeders wordt veel samen gedaan met de buurt, onder andere het onderhouden van een tuin. Bij een groep van Kwintes voor GGz cliënten is dat minder, omdat de behoefte er minder is bij bewoners en er ook meer doorstroom is. Voor elke woongroep geldt wel dat contact maken met buren van belang is, om elkaar te kunnen vinden en om begrip en tolerantie te waarborgen. Het huisvesten van woongroepen in gewone woongebouwen zonder dat ze opvallen als 'anders' is een manier om stigma te voorkomen.

conclusies wonen

Voor zelfstandig wonende GGz cliënten is het contact met woongroepen van begeleid wonen niet altijd persé wenselijk, omdat dit niet altijd aansluit bij hun behoeften en herstelproces. Wij konden ons wel voorstellen dat er meerwaarde zit in een wisselwerking, bijvoorbeeld dat zelfstandig wonende cliënten in geval van nood een beroep kunnen doen op de medewerkers van de begeleid wonen groepen, en dat de wetenschap dat er iemand voor ze is op loopafstand veel rust kan geven. Van woonvormen op andere plekken in het land leren we dat zelfstandig wonen voor veel GGz cliënten prima mogelijk is als ze daar nét wat meer hulp bij zouden krijgen: een woonvorm tussen begeleid wonen en zelfstandig wonen in. Een voorbeeld is LARS van Centrada: een hybride concept waar je je eigen woning hebt, maar waar ook een huismeester is als kwartiermaker die ook een oogje in het zeil houdt. Toekomstige bewoners leren elkaar actief kennen en er wordt van bewoners verwacht om iets bij te dragen aan de gemeenschap. In zo'n woongemeenschap ken je je buren en is het makkelijker om ergens hulp bij te vragen of elkaar aan te spreken. Andere voorbeelden zijn Samen Sterk Wonen van HVO Querido, een semi-beschermde woonvorm waarbij familie van cliënten wordt ingeschakeld om GGz cliënten te helpen het zelfstandig te redden, of Wijck Wonen van Kwintes, waarbij ook actief wordt gewerkt aan de community en het samenbrengen van kwetsbaarheid en veerkracht. In de Waterwijk is het contact tussen buren er op veel plekken al, en kijken mensen naar elkaar om in de buurt. Dat is op zich een grote kwaliteit, waar sommige GGz cliënten heel goed hun weg in vinden, maar anderen toch juist moeite mee hebben. Daarom is ook voor de Waterwijk een hybride woonvorm waarin zelfstandig wonende GGz cliënten net wat meer ondersteuning krijgen een mogelijke waardevolle toevoeging. Deze kan nieuw gerealiseerd worden, maar het kan ook een concept zijn wat in bestaande woongebouwen of straten geprogrammeerd kan worden. Belangrijke stakeholders zijn natuurlijk de woningcorporatie Centrada, maar ook de GGz organisaties kunnen een rol spelen via het werken met de RACT-methode vanuit het netwerk rondom de client. Daarnaast kunnen hybride woonvormen een gat vullen wat wordt geslagen door de afbouw van beschermd wonen. Sinds de decentralisatie valt het realiseren van voldoende plekken voor beschermd of begeleid wonen onder de verantwoordelijkheid van de gemeenten, waarbij de budgetten vaak ontoereikend zijn om voldoende plekken te garanderen. Hierdoor vallen veel mensen die uitstromen o.a. vanuit de GGz tussen wal en schip. Het ontwikkelen van nieuwe woonvormen waardoor deze mensen zich toch kunnen redden is daarmee noodzaak geworden. https://www.zorgvisie.nl/afbouw-beschermd-wonen-onverantwoord/

93


bestaande waarde nieuwe waarde looproutes

school

school inloop huis IDO

centrum voor mentale gezondheid in leegstaande winkel

wijkteam en buurtcentrum de Waterbever

bushalte

bushalte school super markt

koffie- en ontmoetingspunt voor de wijk

94

gezondheids centrum

activiteiten zichtbaar in openbare ruimte

speeltuin schateiland

sporthal

kansen voor ondernemers broeinest #2?


Waterwijk - kansen voorzieningen In de Waterwijk zijn veel sociale voorzieningen met een breed aanbod. Het inloophuis IDO is gevestigd in een woonhuis en biedt een breed programma van schuldhulpverlening tot gezellig samen eten. Het Sociaal Wijkteam, onder één dak met buurtcentrum De Waterbever en het gezondheidscentrum heeft ook een uitgebreid programma, waarin met name de sociale kring een rol van betekenis speelt voor GGz cliënten. De Waterbever en het Sociaal Wijkteam doen samen met collega's van GGz enorm hun best om mensen binnen te halen – het feit dat ze onder één dak zitten met de huisartsen helpt daarbij erg. Maar ondanks het brede aanbod hoorden wij ook van cliënten dat ze dit aanbod niet altijd weten te vinden, of niet vinden dat het aansluit bij hun behoeften.

conclusies voorzieningen

Een belangrijke factor is laagdrempeligheid en openheid. Soms gaat dat om geld: zelfs een kleine bijdrage kan een barrière vormen voor mensen met een kleine portemonnee om ergens aan mee te doen – dit werd een aantal keer genoemd bijvoorbeeld bij activiteiten die door De Waterbever worden aangeboden. Daarnaast leeft soms het idee van een sociale drempel: een bestaande groep lijkt van buiten soms niet benaderbaar of er is een bepaalde mate van verlegenheid om 'zomaar' ergens bij aan te sluiten. De GGz professionals gaven aan daarom vaak hun cliënten te begeleiden de eerste keer zodat ze de volgende keer makkelijker zelf kunnen gaan en al iemand kennen. Dan nog kan er een beeld zijn van 'dat is niet voor mij' – iemand dacht bijvoorbeeld dat de Waterbever alleen voor ouderen was – of 'ik weet niet wat daar wordt aangeboden'. Laagdrempeligheid en openheid is ook: zichtbaarheid. De activiteiten van De Waterbever en IDO zijn niet zichtbaar in de openbare ruimte, je moet met name bij het IDO al binnen zijn gelopen voordat je weet wat er is. Zichtbaar aanwezig en aanspreekbaar zijn in de openbare ruimte is voor deze functies van belang. Ook de GGz wil beter zichtbaar en aanspreekbaar zijn in de wijk, een belangrijk onderdeel van de veranderende manier van zorg aanbieden. Als je zichtbaar aanwezig bent in de wijk kun je contact maken en vraag en aanbod directer aan elkaar koppelen. In onze ontwerp-ideeën is de zichtbaarheid in het straatbeeld uitgewerkt in enkele schetsen: de activiteiten van de Waterbever en IDO zijn van buitenaf te zien op straat en nodigen uit tot meedoen. Daarnaast hadden we het idee om het koffie-punt van de supermarkt in te gaan zetten als centrale ontmoetingsplek, waar ook de sociale organisaties aanwezig zijn. De ene dag kan het sociaal wijkteam er laten zien wat ze in huis hebben, de andere dag kan de wijkagent er aanwezig zijn voor een praatje, en ook het FACT-team van GGz kan zich in de wijk laten zien en dichtbij zijn voor hun cliënten. Het gaat om contact maken: mensen in hun dagelijkse routine kunnen aanspreken en gelijkwaardig met elkaar in gesprek gaan. Een ander idee wat veel van de betrokkenen aansprak was het 'centrum voor mentale gezondheid', met aanbod voor iedereen, op een prominente plek midden in de Waterwijk – bijvoorbeeld in de leegstaande winkels tegenover de supermarkt. Van cliënten hoorden we de interesse in meer variatie en laagdrempeligheid in de begeleiding, en vanuit GGz zijn er verschillende nieuwere vormen van zorg, zoals de herstelwerkgroepen van ervaringsdeskundigen, die hier een plek kunnen vinden. Maar er was ook een duidelijk geluid tégen een 'GGz-voorziening': de wens is om een voorziening voor iedereen te maken, zonder stigma, open en inclusief: mentale gezondheid is tenslotte iets wat voor ons allemaal van belang is. Het aanbod kan dan ook breed zijn: van herstelwerkgroepen tot mindfulness of trainingen in communicatie. Cliënten kunnen trainingen volgen maar ook zelf een bijdrage leveren in de bemanning en programmering van dit centrum, en hun ervaringsdeskundigheid is van waarde om anderen te helpen. Het laatste idee wat werd genoemd was meer kansen voor ondernemerschap in de wijk. Het project ‘Broeinest’ bood subsidie aan buurtbewoners om een onderneming te starten in leegstaande winkels. Hier is één succesvolle kapsalon van overgebleven die het ook na de subsidie goed bleef doen. Maar de meerwaarde zat ook in de toegevoegde levendigheid en betrokkenheid van de buurt - wellicht dus tijd voor een tweede editie.

95


bestaande waardevolle plek groene ontmoeting met pluktuin verbindende route

96


Waterwijk – kansen openbare ruimte Uit de interviews kwam de openbare ruimte in de Waterwijk op verschillende manieren naar voren. Er werd gezegd dat er veel sociaal leven op straat is, met name rondom het centrumgebied aan de Voorstraat. Dit is een drukke en stenige omgeving, met veel autoverkeer, waar eigenlijk niet veel ruimte of inrichting is in de openbare ruimte om het samenkomen te stimuleren. Pleinen en stoepen zijn kaal en niet altijd even goed onderhouden – de kwaliteit van de openbare ruimte blijft hier eigenlijk achter bij de behoeften van de buurt.

conclusies openbare ruimte

Er was wel veel waardering voor de groene gedeeltes van de Waterwijk: de groene fiets- en wandelroutes langs de kanalen, de parken en de grote speeltuin Schateiland kwamen in veel verhalen van mensen terug. De mogelijkheid om je ook langs rustige routes door te wijk te bewegen zijn belangrijk voor mensen die gevoelig zijn voor prikkels en drukte. Dit is een kwaliteit die al aanwezig is in de Waterwijk: er is een heel netwerk van langzamere rustige routes door de groene ruimtes van de wijk. Wel zouden deze routes beter onderhouden kunnen worden en kan de veiligheid voor de avond/nachtsituaties nog verbeterd worden. Ook kunnen deze routes verder versterkt worden Een idee wat ons een belangrijke aanvulling leek was het uitbreiden van de groene rustige looproutes helemaal tot in het centrumgebied: alle bewoners zijn op dit centrumgebied aangewezen bijvoorbeeld voor de dagelijkse boodschappen of de huisarts, maar voor sommige mensen is het echt een zware opgave om door deze drukke straat met al het verkeer te bewegen. Door de groene structuur van de wijk iets te verlengen kunnen we de looproutes helemaal tot aan deze basisvoorzieningen laten lopen, en geven we mensen een kans om via een 'achterommetje' toch te komen waar ze moeten zijn, met minder stress. Dit kan mensen zelfs helpen om meer aansluiting te vinden bij het sociale leven in de buurt: vanuit een veilige ruimte het sociale leven van anderen zien draagt ook bij aan een gevoel van erbij horen (affiliatie) en kan een stimulans zijn om deel te nemen. Er kan daarnaast meer ruimte voor sociale interactie komen gekoppeld aan de groene routes door de buurt, door meer verblijfskwaliteit, zitplekjes of pluktuinen langs de routes in te richten. Dit zou passen bij de combinatie van groen en rust en het sociale leven van het centrumgebied, waardoor ook de leefbaarheid en kwaliteit van de openbare ruimte in het centrumgebied kan verbeteren.

97


school

centrum voor mentale gezondheid in leegstaande winkel inloop huis IDO

begeleid wonen geintegreerd in de wijk

pluktuin / groene ontmoetingsplek

school

wijkteam en buurtcentrum de Waterbever

bushalt

bushalte school super markt

koffie- en ontmoetingspunt voor de wijk

98


tussenvorm wonen: zelfstandig maar niet alleen

gezondheids centrum

speeltuin schateiland

sporthal

te

activiteiten zichtbaar in openbare ruimte

kansen voor ondernemers broeinest #2?

diversiteit in woningaanbod

Waterwijk - routekaart bestaande waarde voorzieningen nieuwe waarde bestaande waarde openbare ruimte groene ontmoeting met pluktuin verbindende route

99


conclusies

Gewijzigde aanpak ten gevolge van corona? In ons projectplan waren we van plan om voor de gekozen locatie ontwerpateliers te organiseren waarbij GGz-clienten en professionals uit de wijk met elkaar aan de slag zouden gaan om een toekomst scenario voor hun wijk te schetsen, met als doel beter herstel voor GGz-cliënten in de Waterwijk. Vanwege Corona konden we echter niet bij elkaar komen, zeker niet in een grote groep. Aangezien de ontwerpateliers een vrij centrale rol speelden in ons onderzoek, hebben we onze werkwijze drastisch moeten omgooien. Aanvankelijk hebben we de ontwerpateliers uitgesteld, met het idee dat we deze later alsnog zouden kunnen houden, omdat we het idee van gezamenlijk ontwerpen op locatie niet wilden loslaten. In de tussentijd hebben we alternatieve manieren gevonden om toch verder te komen: we hebben wijkwandelingen gehouden met professionals uit de wijk, en hebben we zoveel mogelijk cliënten en professionals geïnterviewd – via video, telefoon of toch in persoon, met twee of drie personen tegelijk op veilige afstand. Dit was ter vervanging van het eerste ontwerpatelier in de fase ASK, om de vragen en behoeften van de doelgroep en de wijk te achterhalen. In plaats van een gezamenlijke brainstorm bestond de oogst nu uit een hele serie persoonlijke verhalen, aangevuld met onze eigen analyse van de wijk. Deze bonte verzameling hebben we zelf in de fase MAKE omgezet naar een breed palet aan ontwerp-ideeën voor de Waterwijk. Uiteindelijk belandden we in de tweede golf en bleek het gewoon echt niet haalbaar om bij elkaar te komen in groter comité – toen hebben we het tweede ontwerpatelier alsnog gehouden op een digitale manier via Miro. Het doel van dit tweede atelier was het toetsen van de ontwerp-ideeën met een brede groep betrokkenen: dat bleek via Miro gelukkig ook best goed mogelijk. De slotbijeenkomst waarin we onze ideeën zouden delen met een breed publiek hebben we omgezet naar een webinar, waarbij we een aardig grote opkomst hadden uit Lelystad maar ook van collega organisaties uit de rest van Nederland. Daarnaast bieden we deze publicatie online aan om onze resultaten te delen met zoveel mogelijk geïnteresseerden. Toepassen methode Users as Designers? het toepassen van de methode Users as Designers zoals die is ontwikkeld door Waag was voor ons een waardevolle tool om de betrokkenheid van de doelgroep in alle fasen leidend te laten zijn. Hoewel we door de pandemie niet fysiek bij elkaar konden komen om gezamenlijk te ontwerpen, heeft de methode ons wel van ideeën voorzien om ons eigen proces te monitoren en de input die we hebben gekregen van cliënten en betrokken organisaties zo goed mogelijk te implementeren. Het ontwerpen samen met de doelgroep is een belangrijke voorwaarde bij het ontwikkelen van beter herstel in de wijk voor mensen met een ernstige psychische aandoening. Lokale aanpak? In het projectplan voor ons onderzoek hebben we gesteld dat een lokale aanpak de enige manier is om tot een werkelijk bruikbaar scenario voor een wijk te komen. We kunnen veel leren van voorbeelden uit andere wijken in Nederland, maar dat wil niet zeggen dat we concepten die elders zijn ontwikkeld één op één kunnen kopiëren naar een andere plek. In dit onderzoek analyseerden we drie heel verschillende woonomgevingen die allemaal een ander beeld lieten zien van de mogelijke kansen voor beter herstel voor GGz cliënten. Hieruit blijkt dat er geen one-size-fits-all oplossing bestaat: elke wijk heeft een ander karakter en andere behoeften. Ook de specifieke ruimtelijke factoren in de wijk zijn van belang: woningtypes en opbouw, bereikbaarheid van voorzieningen op loopafstand, ruimtelijke relaties die sociale interactie bevorderen of juist niet, routes en samenhang hebben allemaal invloed. Daarnaast gaat het om het ontwikkelen van oplossingen samen met de mensen om wie het gaat: die hebben met ons nagedacht over wat er nodig is in hun eigen wijk. Een lokale aanpak gaat ook over het creëren van eigenaarschap en betrokkenheid van bewoners en lokale organisaties, zodat te ontwikkelen voorzieningen duurzaam in de wijk geïmplementeerd kunnen worden.

100


Betrekken van GGz-cliënten?

conclusies

Het betrekken van mensen met een ernstige psychische aandoening bij ons ontwerpproces is tegelijkertijd lastig en onmisbaar gebleken. We hebben gemerkt dat maatwerk het meeste resultaat geeft. Door de corona-pandemie, en de bijbehorende richtlijnen van de overheid die we natuurlijk wilden volgen, waren we veel beperkter dan normaal in onze mogelijkheden om mensen ter plekke uit te nodigen en bij elkaar te komen. In het contact met de doelgroep bleek dat een extra hindernis: meedoen aan ons onderzoek was minder aantrekkelijk, en mensen in een psychisch herstelproces hebben het in het algemeen extra moeilijk gehad tijdens de pandemie omdat veel direct contact en voorzieningen wegvielen, waardoor wellicht niet iedereen het kon opbrengen. We hebben op zoveel mogelijk verschillende manieren geprobeerd om toch in contact te komen: zowel via video of telefoon als toch in levende lijve, want waar de één huiverig was voor een fysieke ontmoeting, had de ander juist moeite met video-gesprekken of had gewoon liever persoonlijk contact. Wat heel erg geholpen heeft is de betrokkenheid van medewerkers van GGz Centraal die de cliënten zelf persoonlijk goed kenden en een vertrouwensband met hen hadden opgebouwd: dit hielp om mensen te betrekken bij ons project. Meer vrijblijvende methodes zoals een schriftelijke vragenlijst hebben in dit geval niks opgeleverd; persoonlijk contact maken op een manier die per persoon past ging beter. We hebben het wel als een gemis ervaren om niet een grote groep bijeen te komen: dit is hoe we gewend zijn te werken, met iedereen rondom de tekeningen en ter plekke kunnen tekenen en op elkaar kunnen reageren. Met name dat laatste hadden we erg voor ogen als het gaat om ontwerpen samen met de doelgroep: cliënten en professionals samen laten nadenken. Ook is het ons niet gelukt om cliënten te betrekken bij digitale bijeenkomsten zoals het Miro-ontwerpatelier. We denken dat we dit met een fysieke bijeenkomst op locatie misschien wel hadden kunnen bereiken, maar gezien de omstandigheden was dat onmogelijk. Ondanks de hindernissen hebben we wel degelijk gemerkt dat het contact met cliënten zelf van heel groot belang en waarde is voor een onderzoek zoals dit. De input die we hebben gekregen van cliënten gaf een heel eigen beeld van hun herstelproces in hun wijk, wat we niet hadden kunnen halen uit alleen gesprekken met de professionals die met hen werken. Het betrekken van de doelgroep was dus onmisbaar voor het behaalde resultaat. De professionals die meededen aan dit onderzoek hadden zelf in wisselende mate contact met GGz cliënten: de medewerkers van GGz Centraal en Kwintes kennen hun cliënten natuurlijk goed, maar bij andere organisaties uit het veld en beleidsmakers is die afstand groter. Bijvoorbeeld de gemeente Lelystad gaf aan interesse te hebben om meer directe input van cliënten mee te kunnen nemen in hun beleid voor de Waterwijk. De gevolgde methode Users as Designers waarin de doelgroep centraal staat zou beleidsmakers kunnen helpen dit te implementeren.

101


vervolg

Waterwijk – vervolg Voor de belangrijkste ontwerp-ideeën hebben we gekeken naar wie en welke stappen er nodig zijn om dit idee te realiseren. Vervolgens hebben we voor onszelf een keuze gemaakt waar we mee verder willen in het projectplan voor de tweede fase van dit onderzoek.

..wonen: ontwikkelen locaties met wonen in ‘tussenvorm’: zelfstandig maar niet alleen. Met afbouw beschermd wonen locaties winnen deze woonvormen alleen maar aan betekenis. Stakeholders: Centrada, GGz Centraal, Kwintes, ... Voorbeelden: Wijck Wonen, Samen Sterk Wonen, LARS Centrada ..voorzieningen: openen centrum voor mentale gezondheid, gerund door cliënten, gebaseerd op de principes van positieve gezondheid. Stakeholders: Wijkteam, GGz Centraal, Kwintes, ... Voorbeelden: STIP, In de Kern Beter, Enik herstel academie ..en: creëren laagdrempelige ontmoetingsplek / aanspreekpunt voor zichtbaarheid wijkteam/GGz ..openbare ruimte: aandacht voor verschillende zones voor verschillende behoeften: rust en individualiteit versus sociale interactie en drukte. Aandacht voor ontmoeting en positieve interactie. Stakeholders: gemeente, bewoners, Wijkteam

stap 1: betrek corporatie

stap 3: benoem kwartiermaker

stap 2: ontwerp met bewoners

stap 1: trekkers programma

stap 4: realisatie community

stap 3: reuring + bekendheid

stap 2: (tijdelijke?) ruimte, zichtlocatie

stap 1: betrek gemeente stap 2: ontwerp met de buurt

stap 4: starten programma

stap 3: duurzaam eigenaarschap stap 4: realisatie, met vrijwilligers?

Onderzoek Fase 2 Dit onderzoek bestaat uit twee fasen. Voor de vervolgfase willen we voor de Waterwijk in Lelystad uit deze routekaart ideeën halen om op door te werken. Hierbij kiezen we voor de opgave uit het programma Chronisch Gezond die op dit moment het meest urgent en relevant lijkt om in de Waterwijk het herstelproces van mensen met een ernstige psychische aandoening te verbeteren: versterking van samenredzaamheid. Versterking van samenredzaamheid We hebben tijdens het hele onderzoek in fase 1 gehoord en gezien hoe belangrijk aansluiting vinden en contact maken is in het herstelproces van GGz cliënten, maar ook hoe moeilijk dat kan zijn en hoeveel weerstand en drempels er te overwinnen zijn. De corona-pandemie legde hier nog extra hindernissen bovenop, waarbij voorzieningen en ontmoetingsplekken gesloten waren en mensen met een kwetsbare gezondheid nog meer in een isolement raakten. Sommige GGz cliënten hebben een kwetsbare fysieke gezondheid, en moeten daardoor extra voorzichtig zijn; velen ervaren meer angst of weerstand om de deur uit te gaan. Door corona is nog eens bewezen hoeveel negatieve impact een sociaal isolement heeft op het herstelproces. Ook professionals in het sociaal-maatschappelijke veld geven aan tijdens de pandemie moeite te hebben gehad om contact te houden, ook al improviseren zij zich suf met voortuin-gesprekken en video-mogelijkheden. Met minder persoonlijk contact is het ook moeilijker om preventief te signaleren en op tijd te komen met ondersteuning. Ook hier is écht contact maken onmisbaar. Hoe moeilijk en paradoxaal ook in deze pandemie-tijd, in fase 2 zal ontmoeting en contact maken centraal staan in ons onderzoek, omdat we hebben gezien dat deze behoefte alleen maar groter is geworden. Daarom willen we ons richten op samenredzaamheid en de ontwerp-ideeën die daar het meest bij aansluiten. Daarbij blijven we werken vanuit de behoeften en wensen van de cliënten zelf, die leidend zijn in ons hele proces.

102


Onderzoek Fase 2

vervolg

We willen graag verder met de Waterwijk Lelystad en wat we daar hebben opgehaald in fase 1. De ontwerp-ideeën die in Fase 1 zijn ontwikkeld op gebied van voorzieningen sluiten het beste aan bij de geconstateerde behoefte van contact maken en het versterken van samenredzaamheid. Deze ontwerp-ideeën uit fase 1 worden uitgewerkt naar 2 deelprojecten: Deelproject 1: het opzetten van een ontmoetingsplek, (mede) gerund door cliënten van GGz Centraal, zo laagdrempelig mogelijk, “zoals het gratis koffiepunt van de supermarkt”, in de openbare ruimte. Doel van dit deelproject is contact maken: tussen buurtbewoners onderling, tussen sociale professionals en bewoners, tussen (zorg)vraag en (zorg)aanbod. Deelproject 2: het opzetten van een open ‘academie voor mentale gezondheid’: voor iedereen, inclusief en zonder stigma, (mede) gerund door cliënten van GGz Centraal. Doel van dit 2e deelproject is om meer laagdrempelige geestelijke ondersteuning te bieden in de wijk, maar om dit vorm te geven als een open voorziening: mentale gezondheid is van belang voor iedereen. Beide deelprojecten vliegen we op een experimentele manier aan door middel van pop-up interventies in de wijk, die dienen als pilot om te experimenteren met plek, vormgeving en programma. De interventies bestaan uit een fysieke installatie, die in vormgeving uitnodigt tot interactie, op een verrassende manier die mensen aan het denken zet. We programmeren de installaties met activiteiten georganiseerd door GGz Centraal, in samenwerking met cliënten. Het aansluiten bij bestaande voorzieningen uit de buurt is een belangrijke voorwaarde voor het inbedden ervan in de wijk. We maken gebruik van de aanwezige kennis en het aanbod in de wijk, en willen dit versterken en aanvullen. Het hoofddoel van dit project blijft net als in Fase 1: beter herstel realiseren voor en door GGz cliënten in de Waterwijk. Deze proeftuin van Fase 2 moet leiden tot een concreet plan voor een permanente ingreep, die na dit onderzoek duurzaam voortgezet kan worden door lokale stakeholders in de buurt. Daarnaast willen net als in Fase 1 een werkmethode ontwikkelen om beter herstel voor GGz cliënten te ontwikkelen mét cliënten zelf, die op andere locaties in Nederland op een vergelijkbare manier kan worden toegepast door andere GGz organisaties, gemeentes en/of lokale stakeholders.

103


104


Aan dit onderzoek werkten mee: cliĂŤnten van GGz Centraal Patricia Schmitz, sociaal werker bij GGz Centraal Tim Korff, teamleider gebiedsteam bij GGz Centraal Lieme Lautenbach, ervaringsdeskundige bij GGz Centraal Annelies Rooiman, FACT-team GGz Centraal Andre Postma, GGz Centraal Joep ter Horst, FACT-team GGz Centraal Corina Bloemig, GGz Centraal Arjan Theil, bestuurder GGz Centraal Cobie de Roos, bewonersconsulent bij Centrada Elleke Leijten, Sociaal Wijkteam Lelystad Zuidoost Marianne Westerhof, intake-coĂśrdinator bij Kwintes Martine Schenk, Mee IJsseloevers Saskia Meulenberg, gemeente Lelystad Jolanda van Dijk, gemeente Lelystad Caro van Dijk, architect bij Oostwest Frederieke Hakman, assistent ontwerper bij Oostwest Dit onderzoek werd mogelijk gemaakt door: Stimuleringsfonds Creatieve Industrie Agis Innovatiefonds

105



Millions discover their favorite reads on issuu every month.

Give your content the digital home it deserves. Get it to any device in seconds.