Page 1

het instituut case studies inhoud: Kleine veranderingen, grote gevolgen

het instituut Ontstaan van nieuwe dimensies case study Parkway N340 case study Sterrentoerisme in Alentejo, Portugal case study Polikliniek van de Toekomst case study Bos en Lommer kans Stadshagen infotainment oproep deelnemers Post HBO

Grid#01

Nieuwsblad en update van het instituut - februari 2009


Grid#01 pagina 03 - februari 2009

Grid#01 pagina 02 - februari 2009

Ontstaan van nieuwe dimensies

Kleine veranderingen, grote gevolgen

Door Lilian Bense en Sarah van den Berg

Johan Wagenaar, artistiek leider van het instituut

Als je een beeldend kunstenaar vraagt waar hij aan denkt bij het restylen van een autoweg krijg je waarschijnlijk een ander antwoord dan van een ambtenaar. Dat is de werkwijze van het instituut in een notendop. Mensen met verschillende visies, met verschillende achtergronden laten denken en werken aan maatschappelijke problemen.

Kofi, de man uit Togo die mij hielp mijn huis te verbouwen, vertelde het verhaal hoe in Togo een aap wordt gevangen. Een kalebas wordt uitgehold, met een dubbele knoop maak je het ding vast aan een touw. In de kalebas wordt een gat gemaakt ter grootte van de hand van een aap. Het touw met de kalebas wordt aan een boom vastgemaakt en in de holle vrucht wordt een overheerlijke truffel gelegd. Nu is het wachten.

In een wereld waarin alles voornamelijk gericht is op vooruitgang en economische groei, staan snelheid en schaalvergroting centraal. Begrippen die nogal eens in schril contrast staan met de behoefte van de bevolking; een menselijke leefomgeving. Terwijl in nieuwe wereldmachten als China de snelwegen en de hogesnelheidslijnen dwars door woonwijken worden aangelegd, vindt er in het Westen langzaam maar zeker een omslag plaats in het economische vooruitgangsdenken. Steeds meer wordt er gezocht naar nieuwe, creatieve oplossingen van maatschappelijke problemen, waarbij niet de snelheid, maar de duurzaamheid voorop staat. En een nieuwe visie. Doel van het instituut is mensen met verschillende visies en achtergronden bij elkaar te brengen om tot een concrete oplossing te komen voor een maatschappelijk probleem. De nadruk ligt hierbij op de ‘360 graden’ benadering; knelpunten die bij bedrijven of overheden worden gesignaleerd, worden opnieuw onder de loep genomen en vanuit verschillende invalshoeken bekeken, waardoor een nieuwe dimensie ontstaat. Deze gesignaleerde vraagstukken,de case studies, worden uitgebreid onderzocht door een team, bestaande uit jonge professionele deelnemers begeleid door deskundigen uit de praktijk: beeldend kunstenaars,vertegenwoordigers van overheidsinstellingen, architecten en wetenschappers. Het initiatief voor de case studies ligt bij de instellingen zelf, die met hun specifieke vraag of probleem het instituut benaderen.

De geur van de truffel verspreidt zich en spoedig komt een aap op de kalebas af. De hand van de aap verdwijnt in de kalebas en zoekt de truffel. De apenhand grijpt de lekkernij en wil direct weer uit de kalebas. Maar dat is onmogelijk doordat de hand met de truffel te groot is om uit de kalebas te komen. En dat is het moment om het dier te pakken want zijn gulzigheid is groter dan zijn verstand. Loslaten kan hij niet, het ding vergeten en wegrennen komt niet in hem op. Gevangen!

case study Parkway N340 De vraagstelling varieert sterk per geval. In samenwerking met choreograaf Hans van Manen, landschapsarchitecten Katie Tedder, la4sale en Michael van Gessel is gezocht naar een creatieve oplossing voor de opwaardering van de Parkway N340, de provinciale weg tussen Zwolle en Ommen. In opdracht van de provincie Overijssel werd gekeken of het ontwerp van een weg gebaseerd kon worden op de al danniet aanwezige ritmische gegevens in het landschap. Vraagstelling: hoe kijken beeldend kunstenaars en ontwerpers naar deze weg wat betreft ritme en poëzie? Welk landschap hebben zij eigenlijk voor ogen? (zie vanaf pagina 3).

case study Sterrentoerisme De case study Sterrentoerisme in Alentejo, Portugal zal ingaan op de vraag hoe duurzame sterrentoerisme toe kan nemen in een arm gebied zoals Alentejo zonder dat de natuur, stilte en duisternis aangetast worden. Een reis naar Portugal met een Nederlands-Belgische delegatie die allerlei ontmoetingen had met vertegenwoordigers van deze regio zorgde al voor opmerkelijke inzichten (zie pag 17).

case study Polikliek van de Toekomst Momenteel is het Vooronderzoek van de case study Polikliniek van de Toekomst afgerond. Hierin hebben deelnemers onderzoek gedaan naar welke mogelijkheden nieuwe media en technieken hebben om de arts-patiëntrelatie positief te beïnvloeden. Ook wordt onderzocht wat het academisch onderzoek betekent voor de polikliniek. Het resultaat van het Vooronderzoek zal uitgangspunt zijn voor de Ontwerpfase. In deze fase zullen de meer theoretische voorstellen uit het Vooronderzoek omgezet worden in een beeld dat het netwerk van een toekomstige polikliniek zichtbaar maakt en de consequenties die dat heeft voor mensen. In de laatste fase, de uitwerkingsfase, wordt een filmisch model ontwikkeld. Onder leiding van actrice Beppie Melissen gaan de deelnemers in samenwerking met het UMC het ‘live’ beleven doormiddel van rollenspellen (zie pagina 21).

case study Bos en Lommer Op de Bos en Lommerschool gaat over een aantal maanden een case study van start met als doel om het imago van deze basisschool te verbeteren. De leerlingen van de Bos en Lommerschool zullen samen met hun ouders, omwonenden en de school zelf in deze case study een grote rol spelen. De kinderen gaan samen met de leraren en professionals van het instituut een visie ontwikkelen over een vernieuwde uitstraling van de school in de wijk. Bij de uitwerking van deze case study zullen gesprekken worden gevoerd met deskundigen op het gebied van leefbaarheid, jeugdzorg, kinderpsychiatrie, beeldende kunst en architectuur. (lees alvast het interview met Mellouki Cadat op pag 25).

kans Stadshagen Hoe moet een nieuw te bouwen wijk in een grote provinciestad eruit zien? Met case study Stadshagen wordt er geprobeerd om op een aantal vragen een antwoord te vinden: Hoe komt men tot interessante rituelen, zinvolle ceremoniën en festiviteiten als draagvlak voor een nieuwe leefomgeving? Hoe start men een dialoog tussen stedenbouwkundigen, beleidsmensen, projectontwikkelaars, architecten, bewoners, kunstenaars? Er wordt gestreefd naar méér woon- en ruimtelijke kwaliteit en een interessante, inhoudelijk relevante integratie van kunst.

Ik vroeg Kofi of hij werkelijk dacht dat ooit iemand op die manier een aap heeft gevangen. Dat wist hij niet maar daar ging het niet om. Het is een Afrikaanse manier om aan te geven dat out-of–the-box denken soms nodig is om te overleven. Een verhaal met een gelijke strekking vertelde Aike Kruize, de reumatoloog van het UMC Utrecht en Master in de case study (zie zijn bijdrage op pag 22). Het gaat over een miraculeuze redding van een brandweerman. Met zes andere collega’s ingesloten door een steppebrand zag hij dat het onmogelijk was om nog te ontsnappen. De man overleefde als enige de brand omdat hij op het cruciale moment bedacht dat hij het gras om zich heen in de brand moest steken. De paradoxale oplossing zorgde ervoor dat de plek om de man heen al door hem zelf verbrand was toen het grote vuur hem naderde maar geen brandstof vond in het al afgebrande terrein.

case study

Parkway N340

Extreme verhalen waar wij ons graag aan optrekken maar in de praktijk van alle dag zijn de problemen van een andere, minder confronterende aard. Daar is het out-of-the-box denken lastig omdat de wereld lijkt door te draaien als er een rechte weg in plaats van een slingerende weg komt (case study N340). Het vege lijf lijkt niet direct gered als we het hebben over een kleine imagoverbetering voor de Bos en Lommerschool (case study Bos en Lommer) of over een beter intakegesprek voor de patiënt (case study Polikliniek van de Toekomst). Vaak wil een opdrachtgever zich houden aan de economische eisen, vooral niet meer geld uitgeven en de afgesproken deadline halen. Toch kunnen de innovatieve maar op de wereldschaal kleine veranderingen het begin zijn van grote gevolgen. De negatieve lijn kan omgebogen worden naar een positiever perspectief. Om die ombuiging te bewerkstellingen is het belangrijk dat er niet zomaar een ontwerp van bijvoorbeeld een weg gemaakt wordt. De organisatie van het instituut zal samen met de opdrachtgever aan de masters en deelnemers duidelijk moeten maken dat een voorstel tot verandering niet alleen een doordacht ontwerpvoorstel is. De kwaliteit van een ontwerp is ook wat er naast het ingevulde kan bestaan, in de ruimte die niet vormgegeven is. Goede ontwerpers en opdrachtgevers herkennen die ruimte die nodig is voor verdere menselijke invulling en behoefte. Snelheid, opportunisme en ‘economische overkill’ staan hier haaks op en resulteren meestal in middelmatige oplossingen of erger.

Colofon Redactie GRID#01 - februari 2009 Artistiek leider v/h instituut: Johan Wagenaar Zakelijk leider v/h instituut: Martijn Jacobus Redactie: Sarah van den Berg Eindredactie: Simon Jacobus Vormgeving: DesignArbeid Medewerkers: Dirk Baalman, Wim van der Beek, Lilian Bense, Eric Colpaert, Jan Taco te Gussinklo, Bart ter Horst, Aike A. Kruize, Adri Manten, Renée van Riessen, Katie Tedder, Kees Vuyk, Willem van der Werf, Motive gallery, KcO Illustratie cover: DesignArbeid Fotografie: Ruben Abels, Sarah van den Berg, Pieter Boersma, Chris van Houts, Willem van der Werf, Ruben Lammerink, Joel Fonseca, Giulia Melloni Advertenties: SJ Communicatie Drukkerij: Hoekstra Boom Offset Rotatie BV GRID# is een uitgave van het instituut/case studies. Niets aan deze uitgave mag zonder toestemming van het instituut/case studies worden hergebruikt of overgenomen voor publicatie. © 2009 het instituut/case studies Oudezijds Voorburgwal 72 1012 GE Amsterdam Email: info@hetinstituut.org Tel. +31 (0)20 427 09 06 www.hetinstituut.org

Parkway als geuzennaam van de N340 Door Sarah van den Berg De opzet van de case study Parkway N340 had nogal wat voeten in aarde maar was zeker succesvol. Hierbij zetten we de ontwikkeling en voortgang van de case study op een rij.

De opdracht van de provincie Overijssel De provincie Overijssel heeft het voornemen de N340, de provinciale weg tussen Zwolle en Coevorden, te verbeteren. Het instituut/case studies werd gevraagd ideeën te ontwikkelen om de aanpak van deze weg in een zo groot mogelijke ruimtelijke en sociale kwaliteit te laten uitmonden.

Aanpak De idee was om Post HBO studenten uit de beeldende disciplines te betrekken bij de conceptontwikkeling voor en ideevorming over de N340. Deze deelnemers zouden daarbij begeleid worden door coaches en feedback krijgen van masters. Het instituut/case studies stelde twee masters aan, landschapsarchitect Michael van Gessel en choreograaf Hans van Manen vanwege hun uitzonderlijke expertise en creativiteit. Op aanraden van Michael van Gessel werd landschapsarchitect Katie Tedder gevraagd om als coach voor de deelnemers te fungeren. Johan Wagenaar (artistiek leider van het instiuut),

Bustour, juni 2008. Fotografie: Sarah van den Berg

Eveline Vermeulen (programmamanager) en Katie Tedder hebben de aanpak van de case study vormgegeven, rekening houdend met het korte tijdsbestek waarin de fases uitgevoerd moesten worden. In het Plan van Aanpak introduceerde Katie Tedder de Parkway-gedachte waarnaar de case study vernoemd is. Een Parkway houdt in dat het landschap deel uit maakt van de weg, in plaats van dat de weg het landschap willekeurig doorsnijdt. Van het begin af aan kwam er een samenwerking tot stand tussen Het Oversticht en het instituut/case studies. Het Oversticht werkt als expertisecentrum voor ruimtelijke kwaliteit en ruimtelijk erfgoed. Gedurende de case study verstrekte Het Oversticht culturele en historisch informatie van het gebied rondom de N340.

Busreis In juni organiseerde het instituut/case studies een busreis. Hiervoor werden mensen uitgenodigd die betrokken zijn bij de ontwikkeling van de N340. Hierbij waren onder andere Hans van Manen, Katie Tedder, Dirk Baalman (Het Oversticht), Gerard van Weerd (Projectleider N340) en Annelies van der Horst (Programmaleider Cultuur en Ruimte, provincie Overijssel)


Grid#01 pagina 04 - februari 2009

Grid#01 pagina 05 - februari 2009

aanwezig. Met de kaart van het gebied erbij, Gerard van Weerd en Dirk Baalman als reisleiders en verschillende stops in de omgeving, kreeg iedereen een indruk van het gebied. Na afloop van de busreis kwam er een discussie opgang en werd wederom duidelijk hoe ingewikkeld het proces is en dat creativiteit een belangrijke rol kan spelen.

Over het bulldozergedrag van een snelweg

Neem nou de Belgen

Pleidooi voor de Park Lane

Groot verschil

Het Vooronderzoek De deelnemers van het Vooronderzoek werden geworven via het netwerk van ArtEZ. Het team bestond uit de kunstenaars: Sjanet Bijker, Danny Jeroense, Heidi Linck en Gerco Lindeboom. Zij werden geselecteerd op basis van hun ervaring, kwaliteiten en motivatie. Het instituut/case studies kreeg door de gemeente Dalfsen een geschikte werkruimte aangeboden. In het Eshuis, een leegstaand kantoorpand, konden de bijeenkomsten met de deelnemers onder begeleiding van Katie Tedder en Eveline Vermeulen plaatsvinden. De deelnemers hebben ruim een maand gewerkt aan hun onderzoek. Hiervoor hebben ze in de omgeving gefilmd, gefotografeerd, bewoners geïnterviewd en internet research gedaan. Het Oversticht en Arcadis hebben bijgedragen aan het verstrekken van relevante informatie. Het eindresultaat bestaande uit films, beeldfragmenten en een game hebben de deelnemers aan elkaar gepresenteerd.

Publiek tijdens de presentatie

Dirk Baalman

Nieuwe coaches Katie Tedder

Marijne Beenhakker

Bas Kools

Suzanne Valkenburg

Landschapsarchitecten Pepijn Godefroy en Marieke Timmermans van la4sale namen de taak als coach van Katie Tedder over. Het resultaat van het Vooronderzoek werd besproken tijdens de overdracht van de coaches. Godefroy en Timmermans kwamen na het analyseren van het Vooronderzoek met vier positieve perspectieven. 1 2 3 4

De De De De

weg weg weg weg

als als als als

scenic route landschapselement belevenis ontginningslijn

Belgen zijn bourgondiërs, ze genieten, ze proeven, ze beleven, ze verdiepen. Onlangs was ik in Antwerpen en liep ik door de Nationalstraat, van de winkel van Ann de Meulemeester langs de grootste winkel in Europa van Yamamoto en Walter van Beirendonck via het modemuseum naar Dries van Nooten. Tussen die prachtige modewinkels zitten veel onbekende modewinkeltjes, veel restaurants, maar ook veel modestudenten en modebewuste toeristen uit heel de wereld. Ze lopen gefronst, hangen met de meest bijzondere petjes tegen bijzondere voertuigen op een te smalle stoep. Dit in een straat die te smal is voor de vele auto’s maar waar toch een tram doorheen rijdt. Je moet steeds naar het trottoir kijken anders ga je op je bek, zo onregelmatig ligt de bestrating al heel lang rommelig te zijn. Het is beleving, je wordt er vrolijk en opgewonden van. Je wilt weer jong zijn en je wilt zonder belachelijk gevonden te worden ook zo’n petje dragen.

Nemen we als vergelijking de PC Hooftstraat in Amsterdam met z’n net zulke hoge kwaliteitswinkels, dan zien we toch een groot verschil. Modewinkels van naam, jammer genoeg ook mensen van naam. Hier gaat het niet om de beleving, het gaat om erbij te horen. Er moet verkocht worden en er wordt in grote hoeveelheden gekocht. Je wilt er niet toeven, je wordt er zeker niet vrolijk van. In het leven gaat het niet alleen om vraag en aanbod, het gaat om meer. Het gaat om de ontdekking van de ziel van het onderwerp waar je mee bezig bent. Zo hebben de Belgen hun levensgenietende houding, heerlijk eten, mooie kleren. Zo hebben de Italianen hun slow food en wij Nederlanders hebben: HAAST. We zijn constant op zoek naar een opeenvolging van prikkels en snelheid. En dat is mijn bruggetje naar vormgeving van snelwegen

De Schetsfase Bovengenoemde perspectieven heeft la4sale tijdens een bijeenkomst met consultatiegroepen in Oud-Leusen toegelicht. Hierna ging de Schetsfase in september 2008 van start. Aan de Schetsfase namen zeven deelnemers deel waarbij Sjanet Bijker en Heidi Linck, van het Vooronderzoek, hun ideeën konden uitwerken. De overige deelnemers waren Marijne Beenhakker, Carmela Bogman, Lea Brinckman, Bas Kools en Suzanne Valkenburg. Deze deelnemers bestaande uit kunstenaars, een designer, fotograaf, landschapsarchitect in opleiding en een mediawetenschapper werden geselecteerd via verschillende media. De eerste bijeenkomst van de deelnemers vond tijdens de Triënnale in Apeldoorn plaats waar onder meer een tentoonstelling van de landschapsarchitect Michael van Gessel te zien was. De deelnemers werden in Dalfsen en in Amsterdam in groepsverband en individueel begeleid door de coaches Pepijn Godefroy en Marieke Timmermans. Geert Medema van Het Oversticht heeft de deelnemers veel over het gebied verteld tijdens een busrit door het gebied van de N340. Bij de laatste bijeenkomsten van de Schetsfase kregen de deelnemers naast hun begeleiding van de coaches feedback van masters Michael van Gessel en Jeroen van Westen, beeldend kunstenaar met veel ervaring op het gebied van landschapsontwikkeling.

Presentatie provincie Overijssel Op 2 december 2008 werd de eindpresentatie gehouden op het provinciehuis te Zwolle. Hierbij waren meer dan zestig genodigden aanwezig. Helaas waren Pepijn Godefroy en Marieke Timmermans verhinderd en derhalve presenteerde Katie Tedder hun bijdrage. Na de inleiding van Annelies van der Horst en Johan Wagenaar nam Katie Tedder het woord en vertelde over de Parkway-gedachte. Hierna presenteerde ze kort de resultaten van het Vooronderzoek en de Schetsfase. Daarna presenteerden de deelnemers één voor één hun werk kort en bondig. De presentatie werd afgewisseld met beeldfragmenten die tijdens de case study vastgelegd zijn. Daarin zag je de deelnemers aan het werk in groepsverband en een interview met Hans van Manen en Katie Tedder. Het publiek reageerde enthousiast, verrassend en kritisch op de ideeën van de deelnemers. Na afloop werd een hand-out uitgedeeld met het resultaat van de case study Parkway N340. De provincie Overijssel gaat nog een beslissing nemen hoe de visies en schetsen van de deelnemers opgenomen kunnen worden in de plannen van de provincie. Hiervan zullen we u op de hoogte houden.

Annelies van der Horst

Eveline Vermeulen

Heidi Linck

Doorgaande snelwegen worden ontworpen met het doel punten met elkaar te verbinden. Doorstroming en veiligheid is hierbij essentieel. We worden daarbij geholpen door een goed onderhouden wegennet, met perfect getrokken witte lijnen, ongehavende vangrails en overzichtelijke bewegwijzering door de ANWB borden. Het is opvallend dat alleen beschadigde vangrails zichtbaar zijn wanneer er net een ongeluk is gebeurd. Hij wordt vervangen en zakt weer op de achtergrond. Dagelijks worden aangereden dode dieren weggehaald. Letterlijk staat niets ons in de weg.

Sjanet Bijker

Waarom deze case study? Gerard van Weerd

Johan Wagenaar

Carmela Bogman

Omdat het saai is! Er valt zo weinig te beleven. Wegen worden ontworpen voor de automobilist die haast heeft. Wegen vormen barrières in het landschap. We gaan met deze studie onderzoeken of een andere manier van ontwerpen door andere disciplines dan technische verkeersdeskundigen een andere snelweg als product heeft. Er moet ruimte komen voor andere aspecten in de vormgeving van snelwegen.

Lea Brinckman

Wie is wie bij case study Parkway N340? Fotografie: Chris van Houts Voor de case study Parkway N340 werd een interdisciplinair team samengesteld, dat onder leiding van Eveline Vermeulen, bestond uit een aantal coaches en masters die ideeën en plannen hebben ontwikkeld voor deze case study. Landschapsarchitect Katie Tedder introduceerde de Parkway-gedachte waardoor de case study de geuzennaam Parkway N340 kreeg. Pepijn Godefroy en Marieke Timmermans van la4sale lieten zich inspireren door het Vooronderzoek en kwamen met de vier positieve perspectieven om de nieuwe N340 te benaderen. Andere betrokkenen zijn landschapsarchitect Michael van Gessel, filosoof/ dichteres Renée van Riessen en choreograaf Hans van Manen. Ook belangrijke spelers in het veld zijn: Johan Wagenaar, artistiek leider van het instituut; programmamanager van case study Parkway N340 Eveline Vermeulen; programmacoördinator Sarah van den Berg; Geert Medema en Dirk Baalman van Het Oversticht; Jeroen van Westen, beeldend kunstenaar, met veel ervaring op het gebied van landschapsontwikkeling; en de deelnemers Marijne Beenhakker, Sjanet Bijker, Lea Brinckman, Carmela Bogman, Danny Jeroense, Bas Kools, Heidi Linck, Gerco Lindeboom en Suzanne Valkenburg. En natuurlijk zijn ook vertegenwoordigers van de provincie Overijssel en Arcadis alsmede consultatiegroepen, bestaande uit bewoners en ondernemers uit de regio, bij de case study betrokken.

Project Leidsche Rijn Park, West 8. Fotografie: Katie Tedder

‘In het leven gaat het niet alleen om vraag en aanbod, het gaat om meer. Het gaat om de ontdekking van de ziel’ Door Katie Tedder Tijdens de presentatie van de case study Parkway N340 in Zwolle, december 2008, verzette Katie Tedder zich in een vlammend betoog tegen de saaiheid van de Nederlandse snelwegen. Als gerenomeerd landschapsarchitect was ze een van de coaches van de zeven ondernemers die zich over de case study Parway N340 bogen. Hieronder een gedeeltelijke weergave van haar spreekbeurt. Nederland is een handelsland. En dat toont het op vele vlakken. Karaktertrekken hiervan zijn: Eerlijkheid, rechtlijnigheid, efficiëncy, soberheid en hand op de knip. En een levensmotto: Doe maar gewoon dan doe je gek genoeg. Karaktertrekken die het goed doen in deze tijd van financiële crisis. De vormgeving van de snelwegen zijn hiervan ook een afspiegeling. Ze zijn eerlijk: you get what you see. Rechtlijnig, efficiënt, sober en duidelijk gemaakt met de hand op de knip. Handel is uitwisselen en ik vraag me daarom af of we op de goede weg zijn.

Is het wel het belangrijkste om snel op je bestemming te komen? Voor de een wel, maar voor de ander niet en toch is de weg ontworpen op de automobilist, waarbij goede doorrijdbaarheid, veiligheid en zeker ook betaalbaarheid hoog in het vaandel staan. Of de snelweg een barrière in het landschap vormt, staat volgens mij helemaal niet in het lijstje van belangrijke eisen. Er is weinig dat het bulldozergedrag van een snelweg uit z’n hiërarchie kan drukken.

Saai en functioneel Niet alleen is de snelweg voor de automobilist ontworpen maar ook de auto zelf. Niet vreemd, maar het is opvallend hoe saai de auto eruit ziet in welke saaie kleuren. Zoals grijs, beige, zwart en weer grijs. De modellen gaan steeds meer op elkaar lijken. Ook stel ik vanuit het landschap dat de snelwegen in hun hoogste hiërarchische notering geen ruimte geven voor het aangrenzende landschap. Ze vormen een niet te overbruggen barrière door de verdichting van infrastructuur, zowel visueel als functioneel. Het landschap, de mens en het dier moeten wijken voor dit ‘gevaarte’. Maar vanuit de automobilist: zijn de wegen te lang recht, te netjes en opgeruimd: saaie auto’s, saaie strepen, een saaie kleur asfalt, saai uitzicht/zichtlijnen.


Grid#01 pagina 06 - februari 2009

Grid#01 pagina 07 - februari 2009

Hoe zou het beter kunnen? We moeten aandacht trekken!!!! Hoe kun je als ontwerper aandacht van de automobilist blijven trekken?

1. Lange rechte wegen zijn uit den boze, tenzij je op die stukken geen maximale snelheid voorgeschreven krijgt.

De weg als verhaal en belevenis

Geschiedenis van het landschap

Er is niets zo lekker om heel erg hard te rijden op een goed geasfalteerde weg, ander uitzicht te krijgen en een goede aanleiding te vinden om vaart te minderen.

2. Toepassing van een andere beeldtaal Witte strepen kunnen andere fosforescerende kleuren krijgen in een ander ritme. Asfalt hoeft niet altijd hetzelfde zwart te zijn. Kunsttoepassingen kunnen op het asfalt plaats vinden, bijvoorbeeld de grote bloemen van Andy Warhol. Ribbels kunnen in het asfalt gemaakt worden waardoor er verschillende ritmes ontstaan bij verschillende snelheden.

‘De N340 waar we over3. Wat dwingt respect af? heen rijden, was oorspronkelijk een HessenWaar maakt een tracé weg die van Zwolle over een omweg voor? Ommen naar Duitsland voerde’

Grote natuurgebieden, zoals de Veluwe, de Wadden en Mergelgroeve in Zuid- Limburg. Deze ‘waardeloze’ gronden (=niet toegankelijke gronden) zijn hot items. Deze ‘waardeloze’ gronden kunnen ook gebruikt worden als waterberging met bijbehorende beplanting.

De Parklane

Door Renée van Riessen

Een antwoord kan zijn het concept ‘De Parklane’. Zoals je raffia in fijnere eenheden (slierten) uiteen kunt halen, zo zou een meerbanige snelweg ook in de lengterichting verfijnd kunnen worden. De maat en daarom de functie van het tussenliggend groen die bij een dergelijke uiteenrafeling van de rijbanen ontstaat, is van even groot belang als een gestroomlijnd wegennet (Zo heeft een boer meer aaneengesloten maat nodig dan er voor een zwembad nodig is voor de verhitte fietser). Voordeel is dat vanuit de ervaring van de automobilist je niet op een verbindingsweg rijdt van A naar B maar door een landschap. Nadeel is dat de infrastructuur meer ruimte inneemt. De studie onderzoekt in hoeverre een ‘verdunning’ van de rijbanen de barrièrewerking vermindert.

Project Leidsche Rijn Park, West 8. Fotografie: Katie Tedder

De N340 waar we overheen rijden, was oorspronkelijk een Hessenweg die van Zwolle over Ommen naar Duitsland voerde, naar steden als Münster en Osnabrück. Deze Hessenwegen, waarvan er meer door Oost-Nederland lopen, leiden niet noodzakelijk naar de deelstaat Hessen. Hun naam verwijst naar de Duitse voerlui die er vroeger overheen reden: in de volksmond ‘Hessen’ geheten. De Hessenweg die van Zwolle langs Ommen loopt, is gaandeweg opgewaardeerd. Eerst heeft men de weg verhard, daarna is hij verbreed, toen is er iets aan het tracé veranderd, zodat de weg pal langs Ommen kwam te liggen. Zo kon het dorp beter van de weg profiteren. Nu zou men dat wel weer anders willen: de huidige N340 is druk, en daardoor eerder een belasting voor de dorpskern van Ommen. Verder heeft N340 een spannende verhouding tot de Vecht. Soms nadert de weg de rivier, dan weer keert hij zich ervan af. Vanaf de weg kun je ook goed zien hoe het land hier vroeger ontgonnen is in noordelijke richting. Daar had je moeras en heidegronden. Een nieuwe ontginning betekende een ‘slag’ in de goede richting, waardoor een nieuw stuk landbouwgrond gewonnen werd. Vaak werd zo’n stuk land omzoomd door sloten voor de afwatering. Liep er langs die sloten een weg, dan werd die ‘slag’ genoemd, zoals bijvoorbeeld de Leusdenerslag.

Elke weg vertelt zijn eigen verhaal, en als je door het landschap rijdt, fietst of wandelt, dan ben je in feite bezig dat verhaal te ontcijferen. Maar dan moet het landschap wel leesbaar zijn, en niet leeg. Filosoof/dichteres Renée van Riessen gaat op weg met Dirk Baalman van Het Oversticht in Zwolle. Op een licht mistige maandagmorgen rijdt Dirk Baalman van Het Oversticht, het Genootschap tot bevordering en instandhouding van stedelijk en landelijk schoon, met mij door het gebied tussen Zwolle en Ommen. Terloops wijst hij op een truckersrestaurant bij Lichtmis. “Dat restaurant is een voorbeeld van leesbaar landschap. De eigenaar weet het misschien niet, maar hier heeft altijd al een herberg gestaan. Toen de A28 nog een kanaal was, was het een café voor schippers. Uitspanningen en herbergen vertellen hun eigen verhaal. Soms ook door de naam die ze dragen. Verderop heb je hier twee restaurants met historische namen: Het Rode Hert en Het Zwarte Paard.” We rijden langs een smidse, waarachter je nog de romp van een windmolen kunt zien. Die molens wil men tegenwoordig graag in hun oude glorie herstellen. “Dat is niet verkeerd”, zegt Baalman, “maar soms vergeten ze dat zo’n afgeknotte romp van een molen een heel eigen verhaal vertelt. Toen de dieselmotor werd uitgevonden, verloren molens al snel hun betekenis. Meel en veevoer konden veel makkelijker op een andere manier gemalen worden. Je was dan niet meer afhankelijk van de wind.”

Een weg is dus veel meer dan een simpele manier om van A naar B te komen. Hij laat ons iets zien van de geschiedenis van het landschap. Elke weg laat een manier zien om het landschap open te leggen, te ontginnen. Hoe komt het dan dat zoveel wegen in Nederland worden aangelegd alsof ze door een lege ruimte lopen? “Dat komt door het perspectief van wegenbouwers”, legt Baalman uit. “Zij vatten de meeste landschapselementen op als een mogelijke belemmering voor de weg die ze projecteren. Boerderijen moeten onteigend worden; een bos met egels en vleermuizen wil men ontzien en een oud tolhuis vraagt erom bewaard te blijven. Zo brengen de wegenbouwers alle mogelijke hindernissen in kaart. De weg wordt tussen de hindernissen door aangelegd, als een vleesgeworden compromis. Maar je kunt ook anders naar een weg kijken: met verbeelding en met gevoel voor de nieuwe mogelijkheden die een weg opent. Toch blijkt het in de praktijk vrij moeilijk te zijn om wegenbouwers ertoe te brengen alle juridische en procedurele kwesties aan de kant te schuiven. “Wij denken dat je daar kunstenaars en ontwerpers voor nodig hebt”, zegt Baalman. “Vanuit Het Oversticht hebben wij die sprong gewaagd door ons in samenwerking met het instituut/ case studies te gaan verdiepen in de vraag hoe de N340 van Zwolle naar Ommen verbeterd kan worden. In de afgelopen maanden hebben 7 beeldend kunstenaars en ontwerpers onderzocht wat de N340 betekent voor het bestaande landschap. Ze onderzochten ook welke betekenissen en mogelijkheden een nieuwe weg zou kunnen toevoegen. Ze werkten vanuit een locatie in de omgeving (het Eshuis in Dalfsen) en werden begeleid door coaches en masters uit de wereld van kunst en vormgeving, onder andere Hans van Manen en Michael van Gessel.”

Belang van kunstenaars Waarom kunstenaars? Wat dragen zij bij? Wat kunnen ze veranderen aan de bestaande ideeën over een weg? Opvallend is dat deze jonge deelnemers een scherp oog voor ervaring en belevenis hebben. Ze beseffen dat een weg meer is dan de kortste lijn tussen twee punten. Hoe gehaast ook, de weggebruiker wil onderweg iets beleven. Zelfs wegenbouwers erkennen dit: zij hebben ontdekt dat een kaarsrechte weg niet langer dan 1,8 km mag duren. Duurt het langer, dan valt de automobilist in slaap en krijg je ongelukken. Maar belevenissen en ervaringen zijn er niet alleen om ongelukken te vermijden. We willen ze ook omdat ze ons verbinden met het landschap waar we doorheen rijden. Hoe zou je die verbinding kunnen versterken en accentueren? Heidi Linck, één van de deelnemers aan de case study Parkway N340, kwam met het voorstel om in het landschap verschillende ‘kamers’ te onderscheiden. In die kamers trekt één bepaalde ervaring vooral de aandacht. Zo roept het Transformatorstation bij Zwolle sterk de ervaring van ijzer op. Linck doet daarom het verrassende voorstel om het nieuwe tracé van de N340 door deze ‘ijzeren kamer’ te laten lopen. Kun je niet een elektriciteitsmast midden tussen twee wegstroken plaatsen? Dan vermijd je de centrale niet, als belemmering voor het tracé, maar je rijdt er dwars doorheen en gebruikt hem als verrijking van de weg.

Nieuwe ervaringen Aan het einde van onze tocht belanden we bij Gijs Dragt. Hij is beeldend kunstenaar en woont in Nieuwleusen. Vanuit zijn werkkamer kijken we uit over de akkers waar de nieuwe Parkway N340 misschien in de toekomst zal komen te liggen. “Liever niet té dichtbij”, zegt Gijs, “anders kan ik de kikkers in mijn vijver niet meer horen. En wil ik eigenlijk wel zo snel in Hardenberg zijn?” “Tsja, daar vraag je wat”, zegt Dirk Baalman. “Wie wil er nu met 100 km per uur naar Hardenberg? Maar je kunt het ook anders zien. Waarom kan de nieuwe weg niet een bundeling zijn van nieuwe ervaringen, zoals die ijzeren kamer? En intussen is het ook een ontginningsweg, die de oude ‘Hessenweg’ ontlasten kan. Een weg die voert langs plaatsen waarop agrarische industrie zich ontwikkelt, zoals grote varkens- en kippenboerderijen. Als die weg door een spannend ontwerp ook nog leuk is om op te rijden, dan staan de mensen in Hardenberg voor ze het weten. Ze rijden met plezier, en op een gegeven moment ontdekken ze dat ze er zijn. Dan heb je ook je doel bereikt.”

‘Opvallend is dat deze jonge deelnemers een scherp oog voor ervaring en belevenis hebben’ Slow road and fast road In de wereld van het voedsel heb je slow food en fast food. Maar ook wegen kunnen op die manier ingedeeld worden. Dat ontdekten de ontwerpers Suzanne Valkenberg en Bas Kools toen ze de bedrijfsmatige activiteiten in de omgeving van de N340 in kaart brachten. Ze kwamen tot de conclusie dat er twee wegen nodig zijn, die verschillend van karakter zijn: een ‘slow road’ en een ‘fast road’. De langzame weg noemden zij ‘Hessenweg’. Die loopt langs diensten die een landelijke, plaatselijke uitstraling hebben. Denk aan een boerderijwinkel of een paardenpension. Langs de snelle weg, de nieuwe N340, vind je bedrijven en diensten met een bovenplaatselijke waarde. De afnemers en leveranciers komen hier van ver. Er wordt veel gebruik gemaakt van groot verkeer. Voorbeelden zijn Kippenboerderij Visscher (een bedrijf met bijna 100.00 kippen) en Bandenhal Kloppenberg. Deze methode heet het ‘ontvlechten’ van functies. Het helpt je om positieve argumenten aan te voeren voor de aanleg van een nieuwe, snellere weg met een duidelijk profiel. Daarmee ontlast je niet alleen de oude weg, maar kun je ook haar landelijke functie verder uitbouwen en profileren. Ontvlechting vraagt dat je gelijktijdig over beide wegen nadenkt: de oude en de nieuwe. Een sterk economische functie wordt meegeven aan de snelle weg: de nieuwe N340. Wanneer bovenplaatselijke bedrijven zich juist hier gaan vestigen krijgt die een heel eigen profiel en een duidelijke functie in de provincie. Een nieuwe N340, opgevat als ontginningslijn, kan deze bedrijven aansluiten op de rest van Nederland.Tegelijk kunnen ze middels ventwegen en afslagen in contact blijven met het plaatselijke achterland. Samen maakt sterk Dirk Baalman is architectuur-historicus. Hij is als adjunct-directeur verbonden aan Het Oversticht, het Overijssels expertise-centrum voor ruimtelijke kwaliteit en ruimtelijk erfgoed. In het voorjaar van 2008 is het instituut/ case studies, als masteropleiding van ArtEZ Hogeschool voor de kunsten, een samenwerking aangegaan met Het Oversticht en de provincie Overijssel. Doel van de samenwerking was het ontwikkelen van nieuwe concepten voor de aanleg van de provinciale weg van Zwolle naar Ommen. Het Oversticht bracht de cultuurhistorie in kaart, het instituut zette kunstenaars in voor nieuwe concepten. In de zomer van 2008 is er veel materiaal verzameld over het tracé, de omgeving en de bewoners. Er is ook vergaderd met consultatiegroepen, bestaande uit bewoners en ondernemers. Hierbij was ook de provincie Overijssel betrokken. Na een schetsfase zijn 4 positieve perspectieven ontwikkeld op de weg: de weg als scenic route (het zien staat centraal), of als onderdeel van het landschap; daarnaast kun je uitgaan van de beleving van de weg en van de weg als ontginningslijn. Alle ontwerpen zijn gekoppeld aan één of meer van deze perspectieven.


Grid#01 pagina 08 - februari 2009

Grid#01 pagina 09 - februari 2009

case study Parkway N340

Heidi Linck, beeldend kunstenaar

Het perspectief van de deelnemers Door Sarah van den Berg Zeven deelnemers zijn betrokken bij de Schetsfase van case study Parkway N340. Ze kunnen putten uit de vier perspectieven die la4sale had ontworpen: de weg als scenic route, de weg als landschapselement, de weg als belevenis en de weg als ontginningslijn. De deelnemers hebben drie van deze perspectieven uitgewerkt.

De weg als ‘scenic route’

‘De weg is te snel voor het landschap. Hij leidt ons als een gang met slechts een voor- en achterdeur zo snel mogelijk door het huis. Maar wie reist, verblijft’ In het voorstel ’t Huis over de brug is Heidi Linck uitgegaan van de benadering van het landschap als een huis met veel en diverse kamers. Deze benadering ontwikkelde zij toen ze in haar onderzoek de autoweg verliet en te voet op ontdekkingstocht ging in het landschap. Dit landschap blijkt vol bijzondere plekken, ‘kamers’, die een zekere eenheid vormen. Zij zijn ontstaan door de natuur en door cultuurhistorische gebeurtenissen. In een film van twintig minuten heeft Heidi Linck vijftien kamers uit haar vooronderzoek verbeeld. Zij veronderstelt echter dat er nog veel meer kamers te ontdekken zijn.

Marijne Beenhakker, De weg als belevenis beeldend ‘We verwachten te weinig kunstenaar en landschapsarchitect van de weg’ in wording

De huidige N340 loopt door een afwisselend landschap met veel erven. Desondanks wordt het tracé door gebruikers saai gevonden. Dat staat in een rapport van de provincie Overijssel. Marijne Beenhakker raakte geïnteresseerd in factoren die bijdragen aan een rijke beleving van het landschap vanuit de auto. Ze reed bijna duizend kilometer over diverse N-wegen om ze te ontdekken. Haar verkenning leidt tot een aantal suggesties toegespitst op de nieuwe Parkway N340.

De schaduwkamer: verweving met aan te leggen bos

Industriële allure. Architect Liesbeth van der Pol

Het gehele traject interfereert met landschap

Intieme doorkijk bij landgoed Rosengaarde

Strakke weg langs rationele verkaveling. Wegperspectief wordt versterkt door bomenrij De waterkamer: verweving met aan te leggen plas, perspectief vanuit de weg

De ijzeren kamer: perspectief vanuit de weg

Na verandering verkavelingspatroon krijgt de weg bochten. Perspectief wordt verlevendigd door bomenrijen in bochten

Poort van bomen geeft gemeente-grens aan

Bocht van donker naar licht introduceert open gebied na bosrijke omgeving

Slootpatroon te ervaren door plaatsing van weg in juiste hoek

De ijzeren kamer: beelden ‘s nachts bij lichtplan

De bloemenkamer: verweving met aan te leggen bloemenveld

De waterkamer: verweving met aan te leggen plas


Grid#01 pagina 10 - februari 2009

Lea Brinckman, media wetenschapper

Grid#01 pagina 11 - februari 2009

De weg als belevenis

‘De weg zal een ‘interactieve’ belevenis zijn’

Carmela Bogman, De weg als belevenis kunst en vormgeving ‘My way or the highway in de openbare ruimte begon als onderzoek

naar kansen van privaat wegeigendom, maar eindigde als onderzoek naar mogelijkheden om protest om te buigen naar draagvlak’

Lea Brinckman heeft een voorstel voor de Parkway N340 gemaakt waarin de beleving van de automobilist en beloning voor correct rijgedrag centraal staan. Ofwel, de automobilist wordt tijdens het rijden op een subtiele wijze beloond, indien hij zich conformeert aan de correcte snelheid zoals aangegeven op de weg. Een weg die zowel veilig als leuk is. Zo wordt autorijden op de Parkway N340 een ‘interactieve’ belevenis.

My way or the highway is een onderzoek naar een mogelijke omslag in de Parkway N340. Een onderzoek naar de kansen van privaat wegeigendom. Een N340 die niet langer van de overheid is, maar steeds meer van ons, of toch niet… My way or the highway is een persoonlijke interpretatie van vier partijen die een bijdrage zouden kunnen leveren aan de N340. Aan de hand van een imagoprofiel wordt gekeken naar de mogelijke belangen van de verschillende partijen en de gevolgen die dit kan hebben voor de Parkway N340.

MyWoth Bewoners

LED animatie van level 1 identificeert de elektriciteitskabels, knopen en lijnen in de omgeving

MyWoth Multinational

MyWoth Agragiërs

MyWoth Natuurorganisatie

LED animatie van level 2 identificeert de Vecht

Economy Plus: My Woth Multinatinationals en MyWoth Bewoners


Grid#01 pagina 12 - februari 2009

Grid#01 pagina 13 - februari 2009

De weg als belevenis Sjanet Bijker, kunst en vormgeving ‘Hoe meer verhalen in de openbare ruimte toegankelijk zijn voor

de mensen die het culturele landschap bewonen of doortrekken, des te rijker het landschap’ Verhalen zijn dragers van cultuur, van identiteit. De gevonden verhalen vormen de coördinaten die bepalen waar de epische route langs loopt. Deze epische route, een dynamisch virtueel model, zigzagt langs de verhalen. De verhalen van de epische route komen binnen bij de reiziger/automobilist op het daadwerkelijke nieuwe tracé en leggen zo de verbinding tussen het culturele landschap, de mensen die er wonen en de mensen die er door heen trekken over de nieuwe weg.

Het nieuwe tracé en epische route

Bas Kools, designer De weg als ontginningslijn

Suzanne Valkenburg, beeldend kunstenaar en fotograaf

‘De nieuwe Parkway N340: een nieuwe economische verbindingslijn met zijn eigen identiteit’ Aan de Hessenweg is een grote variatie van diensten te vinden. Het onderzoek van Bas Kools en Suzanne Valkenburg is gebaseerd op de sfeer van deze diensten in relatie tot de sfeer van de weg. Zijn ze gebaat bij een ruraal landschap en hebben ze een lokale functie? Of zijn ze gebaat bij een snellere weg met een goede verbinding en een snelle uitstraling?


Grid#01 pagina 15 - februari 2009

Hans van Manen verwerpt franje

Het ontwerp van een weg moet over mentaliteit gaan ‘Weg met alle franje! Aan het rommelige langs de Nederlandse snelwegen moet een halt worden toegeroepen’

‘De beleving van een weg valt of staat met ritme en herhaling’

R.W. van de Wint, De Tong, 1991-1993, Flevoland

Tekst en beeld: Johan Wagenaar

Door Wim van der Beek Fotografie: Pieter Boersma

Onconventionele inzichten

“Van de N340 kun je zonder problemen een vierbaansweg maken. Het gebied waar de weg doorheen loopt, is wonderschoon en kan best een brede weg verdragen.” Aan het woord is choreograaf Hans van Manen. Hij is een van de masters en was deelnemer aan de excursie die het startschot vormde voor de case study N340. Na die eerste verkenning is hij van het gebied gaan houden. Reden waarom hij binnen het project graag hardop wil meedenken over de verdere ontwikkeling van de weg. Eén aanname staat voor hem op voorhand al vast: “Die weg, daar is niets mis mee!”

Uitgaande van deze vooronderstellingen is het een interessante uitdaging om een choreograaf te laten kijken náár en nadenken óver de projectie en het verloop van een (al dan niet denkbeeldige) weg in een (eventueel fictief) landschap. Als geen ander is een choreograaf gefocust op het opbouwen van visuele spanning, beweging, ritmiek en andere elementen die de blik van de toeschouwer fixeren, meenemen en sturen. Een choreograaf weet welke essentiële spanningselementen nodig zijn om de geest scherp en het oog alert te houden. De implementatie van zijn ideeën in het concept voor een weg kan tot frisse en onconventionele inzichten leiden en zijn kennis van bewegingsaspecten kan geconcretiseerd en geïncorporeerd worden in de ontwikkelingsplannen voor een weg die door een landschap loopt. De non-conformistische visie van een choreograaf op een weg levert extra impulsen, inzichten en cross-overs op. Zijn artistieke idioom wordt immers bepaald door elementen als versnelling en vertraging, dieptewerking, perspectief, scherpte, concentratiepunten of knooppunten, ontspanning en rust, climax, de ervaring en bepaling van plaats en tijd, (a) symmetrie, contrastwerking, kleur, vervreemdingseffecten, de relatie tussen vorm en functie, herkenningspunten en herhaling van handelingen. Het betreft elementen die concreet te vertalen zijn naar gegevens die bepalend zijn bij het aanleggen van een weg zoals stoplichten, bochten, omgevingselementen, bermen, begroeiing, landschap en decor, vergezichten, afstand en nabijheid, verkeersborden, snelheid, vorm en functie.

Er bestaan betekenisvolle parallellen tussen de fysieke ervaring van een weg en de beleving van een toneelstuk, balletvoorstelling, film, boek of concert. In alle gevallen openbaart zich aan degene die ermee geconfronteerd wordt een reeks van elkaar snel opvolgende waarnemingen en ervaringen. Het is van (levens)belang om de aandacht van de automobilist, passagier, bezoeker of toeschouwer te focussen en vast te houden. Zodra verveling toeslaat, gaan gedachten dwalen en raken reiziger of publiek het spoor bijster. De attentiewaarde van een weg en de avontuurlijkheid van een parcours zijn in alle opzichten vergelijkbaar met de resultaten van een geregisseerde artistieke productie.


Grid#01 pagina 16 - februari 2009

Grid#01 pagina 17 - februari 2009

case study

‘Wat is aangenamer dan langs de N340 af en toe even de Vecht te zien?’ Choreografie van een weg Hans van Manen (Nieuwer-Amstel, 1932) verwierf internationale bekendheid als balletdanser, choreograaf en fotograaf. Gezien zijn sterke focus op ballet, lijkt het vreemd dat hij geïnteresseerd is in infrastructurele problemen. Zelf was hij aanvankelijk ook verbaasd dat hem gevraagd werd om mee te denken over de choreografie van een weg. Al snel ontdekte hij dat er bijzondere interacties mogelijk zijn tussen beide werkvelden. Kruisbestuivingen kunnen zich op uiteenlopende terreinen manifesteren: “Ik maak abstracte balletten waarbij helderheid en eenvoud het vertrekpunt zijn. Dat abstracte denkniveau laat zich heel goed vertalen naar de context van de aanleg van een weg. Ik heb altijd veel gereisd en me veelvuldig verbaasd over de manier waarop wegen zijn aangelegd. Mijn credo is: hoe eenvoudiger, hoe beter. Een weg moet baden in ruimte en niet ingeklemd worden tussen bomenrijen of vangrails. Essentieel voor de beleving van de N340 is dat je af en toe de Vecht kan zien. Die rivier moet het karakter van de weg mede bepalen.”

Aversie tegen bomenrijen Hans van Manen heeft een uitgesproken aversie tegen bomenrijen. Ze veroorzaken niet alleen ongelukken maar zijn ook saai en belemmeren het zicht op het omringende landschap. Ook de werking van het licht wordt hinderlijk verstoord door bomenrijen. Van Manen licht toe: “Ik kan geen enkel esthetisch argument verzinnen dat pleit voor het behoud van eentonige bomenrijen langs een weg. Hier en daar een bosje, daar is niets mis mee, maar je moet wel zoveel mogelijk naar twee kanten toe het uitzicht behouden. Ook vangrails tussen twee weghelften zijn dodelijk saai. Vervang ze door lage struikachtige begroeiing!” Zijn afkeer van onnodige overdaad spreekt niet alleen uit de vele balletten waarvoor Hans van Manen als choreograaf verantwoordelijk is. Het streven naar helderheid, zuiverheid en eenvoud is één van de fundamenten van zijn levensvisie: “Weg met alle franje! Aan het rommelige langs de Nederlandse snelwegen moet een halt worden toegeroepen. De architectuur van nieuwe bedrijventerreinen is niet om aan te zien. Ook geluidwallen zijn taboe. Tenzij ze van hout of begroeid zijn. Daar komt bij dat een weg af en toe omhoog en omlaag moet lopen zodat onverwachte uitzichten voor automobilisten gecreëerd worden. Wat is aangenamer dan langs de N340 af en toe even de Vecht te zien?”

Enerverende kijkervaring Ook over verlichting langs Nederlandse autowegen heeft Van Manen een duidelijke mening: “Hoe minder hoe beter! Alleen enkele lichtbronnen in bochten zijn nodig. Het is prettig om al op grote afstand te zien dat er een bocht nadert. Een paar bochten in een weg kunnen overigens geen kwaad. Die houden de bestuurder alert. Een redelijk alternatief voor al de overbodige lantaarnpalen zijn kattenogen tussen twee weghelften. Ze zijn niet alleen functioneel maar hebben ook een entertainende waarde. Op zich heb ik daar geen moeite mee, zolang het niet te veel wordt. Af en toe mag er best iets te beleven zijn langs de weg. Als het maar geen beeldhouwkunst is! Die is bijna altijd bedacht en geforceerd. Een karakteristieke oude boom met een spotje erop. Dat zie ik wel zitten. Of een enorme verticale straal water. Geen fontein, want dat is een overbodig ornament, maar een waterstraal die uit het niets tevoorschijn lijkt te komen. Vooral wanneer de zon die straal van achteren belicht, levert dat een enerverende kijkervaring op. Daar komt bij: een waterstraal schaadt de natuur niet.” Hoewel hij zich doorgaans mateloos ergert aan de vele beeldhouwwerken langs Nederlandse (en buitenlandse) autowegen, kan Hans van Manen zich wel voorstellen dat er beperkt een minimalistische ingreep gerealiseerd wordt. Zijn waterstraal is daar een voorbeeld van, maar ook een naakte neonbuis kan een bijzondere attentiewaarde opleveren. Van Manen: “Als choreograaf ben ik me terdege bewust van de functie van een toneelbeeld. Zo’n beeld mag echter nooit de aandacht afleiden van de dansers. Het moet ondersteunend en dienend zijn. De beeldende ingreep moet simpel en effectief zijn. Dat geldt ook voor beelden die langs een weg opduiken. Peter Struycken lijkt me bij uitstek in staat om zo’n minimalistische toevoeging aan een weg te ontwerpen. De artistieke toevoeging moet zo abstract mogelijk zijn. Verder moet het landschap zelf de kijkervaringen genereren. Dorpjes, boerderijen, weilanden en begroeiing bepalen de choreografie van een weg. Deze elementen dragen bij aan het entertainment dat wat mij betreft met mate is toegestaan.”

R.W. van de Wint, De Tong, 1991-1993, Flevoland

Functie van licht Hans van Manen is gewend te denken in ritme en herhaling. Ook het verloop van een weg wordt bepaald door die twee elementen. Om die reden is een bomenrij taboe. Daar zit geen ritme of herhaling in. Dat is wel het geval wanneer er incidenteel een boom opduikt. In de optiek van de choreograaf gelden voor ballet, minimal music, minimalisme in de beeldende kunst en het ontwerpen van een weg dezelfde mechanismen, eisen en wetmatigheden: “Op minimalistisch gebied is in beeldende kunst en muziek alles wel zo’n beetje gezegd en gedaan. In landschapsarchitectuur is op dit specifieke vlak echter nog een wereld te winnen. De beleving van een weg valt of staat met ritme en herhaling. Ik zie automobilisten niet als dansers maar als publiek. De weg die ze afleggen is de voorstelling die zich voor hun ogen afspeelt. Het omringende landschap is een onvervreemdbaar onderdeel van die voorstelling: meer dan alleen decor. Een verhaal apart is de functie van het licht: die moet in alle gevallen ondersteunend zijn. Licht is bedoeld om duidelijk te maken waar je bent of (op het toneel) wat je wilt laten zien. Het gebruik van licht moet effectief zijn maar mag nooit ondergeschikt gemaakt worden aan effectbejag.” Volledige vrijheid voor de ontwerper is voor Hans van Manen een voorwaarde vooraf. Ooit werd hij door Rudi Fuchs gevraagd om mee te denken over het ontwerp van een plein in Breda. Zijn opvatting lag eigenlijk al op voorhand vast: “Een plein moet zo leeg mogelijk zijn en er moeten altijd auto’s kunnen rijden. Zowel voor de landschapselementen die langs de N340 opduiken als voor de gebouwen rond een plein geldt dat cultuurhistorische elementen en functionele ‘ornamenten’ hun plaats moeten behouden. Een benzinepomp is zo’n functioneel element, een stoplicht of een parkeerplaats. Ze leveren visuele impulsen die ervoor zorgen dat de weg niet te eentonig wordt. Een weg van ongeveer dertig kilometer, zoals het tracé van de N340 dat ik heb afgelegd, heeft een bepaalde spanningscurve nodig. Uitgaande van een reistijd van ongeveer een half uur, zijn de door mij voorgestelde onderdelen ruimschoots voldoende om die spanningscurve te garanderen.”

Eigen artistieke visie Zijn betrokkenheid bij de N340 ziet Hans van Manen vooral als die van een buitenstaander die onbevangen kijkt vanuit zijn eigen artistieke visie. Hij fungeert als katalysator, is een aanjager die een denkrichting aangeeft: “Ik ben geen ontwerper. Mijn ideeën moeten door een landschapsarchitect omgezet worden in concrete uitwerkingen. Ik kom met suggesties maar de vertaling daarvan in een effectief ontwerp vergt een andere discipline. Van mij wordt vaak gezegd dat ik experimenteel denk en werk. Dat mag waar zijn, maar bij die constatering moet wel een kanttekening geplaatst worden: Ik maak namelijk géén experimenten, maar ik maak balletten. Voor mij is essentieel dat het bij een choreografie moet gaan over mentaliteit. Dat geldt ook voor het ontwerpen van een weg.”

‘Ik heb altijd veel gereisd en me veelvuldig verbaasd over de manier waarop wegen zijn aangelegd. Mijn credo is: hoe eenvoudiger, hoe beter’

Sterrentoerisme in Alentejo, Portugal

‘Het vervangen van de huidige lampen van het dorpje Monsaraz met led-lampen zou een doorslaggevende factor kunnen zijn voor de vermindering van de lichtvervuiling’

Monsaraz, Portugal

Op slag verliefd op de sterrenhemel

Wat te doen met een bijzonder stukje Portugal? Door Lilian Bense Fotografie: Ruben Lammerink, Joel Fonseco De Vlaamse projectontwikkelaar Jean-Paul Derveaux heeft het instituut benaderd om samen na te denken over een nieuwe toekomst voor de bestemming van een bijzonder stukje grond in Zuid-Portugal. Met wellicht als doel een stilteresort onder een verbluffend mooie sterrenhemel. Een delegatie uit Nederland met Johan Wagenaar van het instituut, Erwin Dolmans van Philips en Jean-Paul Derveaux, bezocht Portugal. Vijf jaar geleden is in de grensstreek tussen het Zuid-Portugese Alentejo en het Zuid-Spaanse Extremadura het Barragem do Alqueva aangelegd. Een stuwmeer dat voornamelijk dient als drinkwaterreservoir en voor de bevloeiing van de landbouwgrond. Met een oppervlakte

van 250 km² is het Barragem do Alqueva het grootste stuwmeer in Europa. Oorspronkelijk werd het meer als integraal onderdeel van het natuurgebied gezien. Maar helaas is de landbouw langzamerhand aan het verdwijnen in de regio. Door te weinig neerslag is de grond niet vruchtbaar genoeg en zijn de kosten van het transporteren van het water te hoog. De volledige Portugese rand van het stuwmeer, een oppervlak van zo’n duizend kilometer, valt onder het bestuur van drie kleine gemeenten: Reguengos de Monsaraz, Mourão en Moura. Dit gebied behoort tot de armste van Europa. De werkloosheidsgraad loopt op tot dertig procent en de meeste jongeren trekken weg naar het nabij gelegen Lissabon. Dat is jammer, want tegelijkertijd is op dit prachtige, desolate stuk land de meeste stilte en de mooiste sterrenhemel van Europa te vinden. Ook zijn er de steencirkels Cromeleque do Xeres en Cromeleque dos Almendres te bewonderen. De laatste is een van de grootste megalitische monumenten van Europa.

Ambitieuze plannen De Vlaamse projectontwikkelaar Jean-Paul Derveaux heeft onlangs het instituut benaderd om samen na te denken over een nieuwe toekomst voor dit bijzondere stukje Portugal.Toen hij er tien jaar geleden op vakantie was, raakte hij op slag verliefd op het uitgestrekte landschap. Sindsdien is zijn grote wens ooit, als de tijd rijp is, rond het Barragem do Alqueva een stilteresort te ontwikkelen. Met twinkels in zijn ogen laat de Belg een kaartje van Europa zien waarop duidelijk wordt op welke plekken van Europa welke hoeveelheid licht aanwezig is in de lucht. Boven dichtbevolkte gebieden en de grote hoofdsteden is duidelijk sprake van lichtvervuiling; verspreiding van overbodig licht. Het gebied in Zuid Portugal daarentegen is bijna geheel zwart, wat betekent dat de hemel daar nog relatief helder is. Derveaux zegt: “ Wat betreft lichtvervuiling is het gebied in Zuid-Portugal uniek te noemen. Het zou zo zonde zijn als met dit kostbare gegeven niks gedaan wordt!” aldus Derveaux. Het gebied dat zich uitstrekt van Zuid-West Spanje tot Santiago de Compostela is eveneens nog weinig vervuild. Ook daar ziet Derveaux mogelijkheden voor zijn ambitieuze plannen “Ooit zou ik ook in dit gebied een stilteresort willen ontwikkelen. Wie weet…” Binnenkort wordt er een TGV-lijn aangelegd van Lissabon via Evora naar Spanje. Evora ligt op 37 kilometer afstand van Reguengos de Monsaraz (het grootste stadje in de regio). Een ontwikkeling die veel invloed heeft op de toekomstige bereikbaarheid van het gebied en die voor de plannen van Derveaux wel eens veel deuren zou kunnen openen.


Grid#01 pagina 18 - februari 2009

Grid#01 pagina 19 - februari 2009

term in zijn boek The rise of the creative class. Florida heeft baanbrekend onderzoek gedaan naar de creatieve klasse als economische drijfveer. Creatieve en getalenteerde mensen zijn altijd op zoek naar een inspirerende omgeving. Hoe meer een plek deze omgeving kan bieden, hoe meer de omgeving deze mensen aan zal trekken. Het enige wat een omgeving moet doen, is het creëren van het juiste klimaat. Onderzoek heeft aangetoond dat cultural creatives in hun vrije tijd voornamelijk op zoek zijn naar rust, gemeenschap, spiritualiteit, zelfontwikkeling en ‘communitybuilding’. Negentig procent van deze doelgroep beschouwt de natuur dan ook als sacraal. Als we het hebben over de cultural creatives hebben we het dus met nadruk niet over de gemiddelde Engelse toerist, of de toerist die zich thuis voelt in de Algarve. Nee, de kritische Eco-toerist slaapt liever in een ‘chambre d’ hôtes’ in plaats van in een hotel en maakt liever een wandeling door de ongerepte natuur dan over het strand. Probleemstelling Er zijn een aantal probleemstellingen die tijdens de case study onder de loep genomen moeten worden.

Lichtvervuiling Portugal en Spanje

Barregem de Alqueva

Led-verlichting

Werkwijze case study

Een belangrijk pluspunt is de al eerder genoemde verbluffende sterrenhemel. Op een berg aan de rand van het meer ligt Monsaraz. Dit dorpje telt ongeveer duizend inwoners en is omgeven door een middeleeuwse stadsmuur. Op en in deze muur zijn lampen aangebracht die overdreven fel licht produceren, waardoor Monsaraz s’ avonds al vanaf 25 kilometer afstand duidelijk zichtbaar is. In het kader van het Eco Vision Program heeft Philips aangegeven deze huidige lampen te willen vervangen door led-verlichting. Leds zorgen voor minder licht-diffusie, oftewel minder verspreiding van het licht in de lucht. Daarnaast verbruikt led-verlichting, wat staat voor ‘light emitting diode’, tachtig procent minder energie dan de huidige, ouderwetse lampen. Eerder heeft Philips succes gehad met het vervangen van de huidige verlichting voor leds op een Shell boorplatform op de Wadden omdat de vogels in de omgeving verstoord werden door het verblindende licht. Erwin Dolman, de vertegenwoordiger van Philips legt uit: “De lampen van de boortoren verblindden de vogels die rondom de toren vlogen. De led-lampen doen dat niet en zijn daarnaast ook nog eens veel minder energie-vretend dan de ‘reguliere’ lampen.” Het project in Zuid-Portugal biedt Philips de mogelijkheid de led-verlichting ook op internationaal niveau toe te passen. Het vervangen van de huidige lampen van Monsaraz met led-lampen zou een doorslaggevende factor kunnen zijn voor de vermindering van de lichtvervuiling in het gebied. Als het nachtelijke licht tot het minimale wordt beperkt, zijn de sterren weer volop te bewonderen. Wat het gebied natuurlijk weer aantrekkelijker maakt voor de toeristen. Een mogelijk scenario voor de case study is zelfs het creëren van een compleet duistere zone, als de stadsverlichting na elf uur s’ avonds geheel wordt uitgeschakeld en de overige publieke verlichting wordt vervangen door led-lampen.

Tijdens de case study wordt gekeken naar de mogelijkheden om het Barragem do Alqueva en het omliggende gebied in de toekomst als nieuwe troef voor het toerisme in te zetten. Enerzijds zijn er verschillende groepen die iets willen gaan doen. Anderzijds is er geen gemeenschappelijke strategie om de toekomstige Eco-toeristen te benaderen. Daar ligt de uitdaging van deze case study; onderzoek doen naar de kwaliteiten van het gebied en manieren zoeken hoe deze specifieke doelgroep bereikt kan worden. Om te beginnen wordt er een stukje land, een oppervlak van zo’n vierkante kilometer, gebruikt als proef. Samen met landschapsarchitect João Gomes wordt gekeken welk stuk land het best hiervoor geschikt is, wat betreft de archeologische, economische, en ecologische aspecten. Elementen die essentieel zijn voor dit vooronderzoek. Zo kan er bijvoorbeeld worden nagedacht over een nieuwe functie voor de waterzijde van het stuwmeer, waar de grond vruchtbaar is voor olijfbomen, of op welke manier de megalitische monumenten kunnen worden ingezet als trekpleister. Vanuit dit oriënterende onderzoek wordt een geraamte ontwikkeld welke vervolgens verder wordt uitgewerkt en uiteindelijk kan worden toegepast op grotere stukken land. Verder zal tijdens de case study de focus liggen op het aantrekken en faciliteren van bedrijven die gericht zijn op ecologische ontwikkeling. Ook zal aandacht besteed worden aan een ander belangrijk punt; de imagoverbetering van het gebied. Vanuit dit onderzoek wordt een aantal scenario’s voor de ontwikkeling uitgewerkt, die uiteindelijk worden voorgelegd aan de lokale politici en projectontwikkelaars.

‘Ooit zou ik ook in dit gebied een stilteresort willen ontwikkelen. Wie weet…’ Eco-toeristen Momenteel wordt Monsaraz, wat is beschermd als Portugees erfgoed, voornamelijk bezocht door bejaarde dagjestoeristen uit Lissabon. Ook in de andere kleine dorpjes ligt de gemiddelde leeftijd rond de zestig plus. In de toekomst gaan de projectontwikkelaars zich richten op toeristen van een heel ander kaliber: de zogenaamde Eco-toeristen. Hoogopgeleiden die zich nauw betrokken voelen bij de wereldproblematiek en begaan zijn met ecologie. Inmiddels bestaat 25 procent van de bevolking in Europa uit deze snel groeiende sector, die ook wel de ‘cultural creatives’ worden genoemd. Onder zware politieke en economische druk zijn inmiddels enkele licenties uitgereikt aan twee Portugese projectontwikkelaars. Parque Alqueva ziet potentie in het bouwen van een Eco-village, inclusief golf terrein. Aquapura heeft plannen om een luxe Eco-hotel met een biologische boerderij aan te leggen. Deze Portugese investeerders mikken voor tachtig procent op buitenlandse Eco-toeristen, vooral Engelsen. Portugal kent een lange traditie van Engelse investering. Zo hebben veel Engelsen eigendom in de Algarve en zijn de grootste Porto wijnhuizen Engels eigendom. Momenteel bestaan de bewoners van het gebied uit rijke Noord-Europeanen en een handje vol arme boeren. In de nabije toekomst zal veel land van deze oude boeren geërfd worden door hun kinderen. De kans dat deze jonge generatie openstaat voor nieuwe perspectieven is groot.

Internationale groep studenten Ter hoogte van Monsaraz bevindt zich het zeventiendeeeuwse klooster van Orada. In dit klooster, dat ooit als toevluchtsoord diende voor pelgrims op weg naar Compostela, gaat in september 2009 voor een periode van drie weken een internationale groep studenten aan de case study werken. In alle waarschijnlijkheid wordt hierbij samengewerkt met studenten van de Universiteit van Evora en landschapsarchitecten Michael van Gessel en João Gomes.

Bezoek aan de burgemeester Bijgestaan door twee vertegenwoordigers van Philips Portugal en twee lokale projectontwikkelaars wordt er uiteindelijk een bezoek gebracht aan de lokale burgermeester van Monsaraz de Reguengos om hem persoonlijk op de hoogte te stellen van de toekomstplannen en te overtuigen van het vruchtbare eindresultaat. Een kwestie van erop of eronder. Zonder goedkeuring van de burgermeester kan er immers niets gerealiseerd worden. Kortom; een spannende ontmoeting die vooral voor initiatiefnemer Jean Paul Derveaux veel betekenis heeft. De burgermeester is gelukkig enthousiast en geeft aan een intentieverklaring te willen ondertekenen. Na het ontvangen van deze verklaring kunnen er nieuwe subsidies worden aangevraagd en volgende stappen ondernomen worden.

Samenwerkingspartners Het instituut/case studies werkt samen met de Belgische projectontwikkelaar JeanPaul Derveaux; Portugese projectontwikkelaars; medewerker van Philips: Erwin Dolman met vertegenwoodigers van Philips Portugal; landschapsarchitect Michael van Gessel en landschapsarchitect en docent aan de universiteit van Evora: João Gomes Wie zijn de cultural creatives? Authenticiteit, ecologische duurzaamheid, heropbouwen van de gemeenschap en de ervaring van de natuur als sacraal. Dat zijn simpel gezegd de belangrijkste eisen van de zogenaamde cultural creatives. De doelgroep waar het allemaal om draait. De Amerikaanse econoom Richard Florida, introduceerde vijf jaar geleden deze

A) Hoe kan in het gebied rond het Barragem do Alqueva duurzaam toerisme ontwikkeld worden dat zich richt op de unieke troeven van het gebied: natuur, stilte en nachtelijke duisternis? B) Hoe kan zo’n vorm van toerisme maximaal worden ingebed in de plaatselijke economische, politieke, sociale en culturele structuur? C) Wat zijn de toekomstige bedreigingen voor natuur, stilte en duisternis? D) Hoe kan aan bewustwording worden gewerkt bij de lokale bevolking, de politiek, de toekomstige hotels en de toeristen? Lichtvervuiling Om de sterren is vandaag de dag veel te doen. Het jaar 2009 is door Unesco uitgeroepen tot International Year of Astronomy en het Mount Cook reservaat in Nieuw Zeeland heeft zich kandidaat gesteld om het eerste sterrenreservaat van de wereld te worden. Bladen als National Geographic schonken onlangs uitgebreid aandacht aan de lichtvervuiling van (sterren)hemels wereldwijd. Op de afbeelding op pagina 18 is te zien hoe kunstmatig licht zich over Europa verspreidt. Wat meteen opvalt, is dat het gebied in Zuid-Portugal als een van de weinige gebieden in West Europa op veel plaatsen nog helemaal zwart is. Wat betekent dat er dus nog uitzonderlijk weinig sprake is van lichtvervuiling.


Grid#01 pagina 20 - februari 2009

Grid#01 pagina 21 - februari 2009

‘Welke mogelijkheden bieden nieuwe media om de ruimtebeleving van patiënten te beïnvloeden?’

case study Sterrenhemel als remedie tegen obesitas?

Denk niet te licht over gewicht Door Jan Taco te Gussinklo Licht kent vele betekenissen. Als het tegenovergestelde van donker. Maar ook als tegenhanger van overgewicht (obesitas). Is er een causaal verband tussen die twee begrippen? Een verkenning.

Stil Licht De Mexicaanse speelfilm Stellet Licht (2008) begint met een fraaie sterrenhemel en eindigt daar ook mee. Stellet Licht staat voor Stil Licht. De schemering. Stil is het ook (afgezien natuurgeluiden van vogels, krekels. En op de achtergrond een kraaiende haan en een loeiende koe). De 135 minuten daartussen zien we de wederwaardigheden van een sober levende Mennonitische plattelandsgemeenschap in Mexico. Overspel in een religieuze context. De acteurs (niet-professionals) spelen zich zelf. Soberheid domineert.

Still Light (nog lichtgewicht) Opmerkelijk hoe slank deze mensen zijn! Zie maar eens de Flyer van de film. Een broodmagere vrouw in beeld. Toch eten ze stevige Mexicaanse Taco’s. Mijn vader Taco was altijd zeer geïnteresseerd in deze Mennonieten - volgelingen van Menno Simons - die nog steeds het plautdietsch spreken. Een taaltje dat zijn oorsprong heeft in Noord-Duitsland. Trouwens ook in deze ondertitelde film wordt deze “levende taal” gesproken. De aanhangers van prediker Menno Simons werden onderdrukt en vervolgd in de zestiende eeuw maar ook na de Eerste Wereldoorlog. Bijvoorbeeld vanwege hun weigering tot vervulling van de dienstplicht. Velen zijn uitgeweken naar vooral Canada (Saskatchewan). En kennelijk ook naar Mexico. Al met al leven daar ruim 200.000 Mennonieten. Het tweewekelijks sobere Mennonitische Immigrantenblad Der Bote vormde een bindmiddel. Dit blad lag steevast jarenlang op tafel in mijn ouderlijk huis. Het was gedrukt op een soort wc-papier en de foto’s waren gitzwart. Belangwekkend was het voor mij vanwege de overlijdensberichten met uitvoerige levensbeschrijving. Deze was vaak al bij leven opgesteld door de overledene. Maar anders wel door een zoon of dochter. Indrukwekkend. Ook omdat velen ontkomen waren aan pogroms in Zuid-Rusland. En de berichten zich lieten lezen als een biografie of roman. Maar ook die verhalen werden minder, want de groep dunt uit. Juist in maart 2008 is Der Bote uiteindelijke gestopt. Ik heb in 2004 mijn nog vader herdacht via een dergelijke mededeling in Der Bote.

Star Light Even terug naar de sterrenhemel zoals die in genoemde film zo fraai te zien is. Twee Belgische onderzoekers beijveren zich voor het behoud van een donkerte zone in Portugal. Tevens een stiltegebied. Het is één van de weinige landstreken in Europa waar de sterrenhemel nog goed te zien is. In de omgeving van een groot stuwmeer. Maar dat gebied schreeuwt om economische ontwikkeling. Immers de werkloze jongeren trekken weg. Hotels moeten er komen. Maar wellicht kan via de (licht)techniek rekening gehouden worden met het voorkòmen van light pollution? Philips-Portugal wordt dus benaderd voor een duurzame aanpak. Een integrale aanpak met steun vanuit Brussel biedt wellicht dus een oplossing. De Dark Sky Association beijvert zich voor het behoud van dergelijke donkerte zones in de wereld. Dat dit niet eenvoudig is, blijkt wel uit samengestelde kaarten waarin zichtbaar wordt dat wereldwijd in de loop van enkele decades deze zones steeds kleiner worden. En ook dat de intensiteit van de lichtvervuiling (light pollution) toeneemt. En echt niet alleen door de kassen zoals in ons Westland .Wel door de urbanisatie en toegenomen welvaart. En kaarten met geluidsvervuiling passen daar weer naadloos overheen.

BMI-index en welvaart Nu komt het. Wat valt mij op? De landkaarten met toename van light pollution vertonen een overlap met kaarten die wereldwijd de toename van overgewicht (obesitas) laten zien. De beide kaarten van de Verenigde Staten zijn bijgevoegd (zie boven). Voor de geïnteresseerden: overgewicht wordt weergegeven via de BMI. De BMI-index is een gewichtsmaat. En als index ook gerelateerd aan het optreden van ‘welvaartsziekten’. Dit twee cijferig getal wordt verkregen door van een volwassene het gewicht (kg) te delen door het kwadraat van de lengte (m.). Dus de BMI van een persoon met een lengte van 1,70 en een gewicht van 70 kilo bedraagt 24. Dat is nog netjes. Een BMI groter dan 25 noemen we officieel obesitas (overgewicht).

Hoe komt die relatie mogelijk tot stand? Kan er een verband zijn tussen genoemde fenomenen? Tussen Licht en Light? Dus te veel en langdurig omgevingslicht (geen ster te zien) leidt tot overgewicht. Een gemeenschappelijke noemer vormt de welvaart, die zowel meer energiegebruik (licht en geluid) als overgewicht (manier van leven, overvloedige en goedkope voedingsmiddelen) genereren. Een causaal verband is een mogelijkheid. Immers, het is bekend dat een korte nachtrust kan leiden tot overgewicht. En trouwens ook tot meer aderverkalking. Dat kan te maken hebben met het feit dat we blijven eten als we nog niet naar bed gaan. Bij baby’s is inmiddels komen vast te staan dat voldoende nachtrust een wapen is tegen optreden van overgewicht. Maar ook het eten van (vette) snacks beïnvloedt de slaap ongunstig en leidt tot kortere nachtrust. Misschien kunnen we dan toch de epidemie van overgewicht te lijf gaan door eerder onder de wol te gaan en het licht en de televisie uit te doen? Dankzij Stil Licht naar Licht Gewicht?

Polikliniek van de Toekomst Zal de energiecrisis de polikliniek van de toekomst raken? Door Kees Vuyk Vorig jaar werd het instituut ingeschakeld voor de case study Polikliniek van de Toekomst. Een samenwerking met het UMC Utrecht, dat zich al enige tijd met deze kwestie bezighoudt. Cultuurfilosoof Kees Vuyk zet de feiten op een rij. Medio 2008 kwam het instituut in contact met het Universitair Medisch Centrum Utrecht. Binnen het UMC Utrecht bestaat een project ‘Polikliniek van de Toekomst’. Met dat project wil men anticiperen op verwachte ontwikkelingen, die het noodzakelijk zullen maken dat de polikliniek van gedaante verandert. Twee ontwikkelingen werden daarbij expliciet benoemd. Ten eerste de vergrijzing, die de vraag naar medische zorg, juist die van de polikliniek, de komende jaren flink zal doen stijgen. De andere is de schaarste aan personeel. Het zal steeds moeilijker worden om voldoende goed gekwalificeerd personeel voor de poli te krijgen. Deze ontwikkelingen gecombineerd wijzen in elk geval op de noodzaak om efficiënt om te gaan met de beschikbare mensen en hulpmiddelen om in de toekomst de zorg op peil te kunnen houden.

Beeld: Rosa Druijven

Meer dan efficiënte zorgmachine Maar is dat het hele verhaal? Zijn er niet ook andere ontwikkelingen die de zorg van de toekomst beïnvloeden? Moet de polikliniek van de toekomst niet nog iets meer zijn dan een efficiënte zorgmachine? Deze vragen werden door het contact met het instituut geactiveerd. Voortvarend werd besloten om aan het project van het UMC Utrecht een case study van het instituut te koppelen. Stichting Doen, Gemeente Utrecht en Provincie Utrecht verklaarden zich bereid dit project mede te financieren. De case study Polikliniek van de Toekomst kon in september vorig jaar van start met het werven van deelnemers en masters. De case study bestaat uit 3 fasen: een onderzoekfase, een ontwerpfase en een uitvoeringsfase. Elke fase zal ongeveer 10 weken duren.

Ontwerpers, een socioloog en uitvinder De Onderzoeksfase ging in oktober 2008 van start. Voor de case study hebben zich ongeveer 20 deelnemers gemeld. Daarvan zijn er 12 geselecteerd. Tijdproblemen maakten dat enkele deelnemers uiteindelijk niet zijn begonnen of snel moesten afhaken. Ten slotte zijn er 8 deelnemers daadwerkelijk aan de slag gegaan. Van deze hebben er zes een achtergrond in een ontwerpende discipline (product ontwerpen, game design, interieurarchitectuur), een is socioloog en een ander is denker en uitvinder. Deze groep komt wekelijks bijeen met de ‘masters’ Aike Kruize (reumatoloog UMC), Jan van de Pavert (beeldend kunstenaar) en Kees Vuyk (cultuurfilosoof). Projectleiders zijn Erik Uitenbogaard en Rutger Merkerk. In de wekelijkse sessies is de polikliniek op allerlei manieren tegen het licht gehouden. Aan de hand daarvan hebben de deelnemers eigen invalshoeken gekozen, waarin zij zich in de tijd tussen de sessies verder verdiepten. Tijdens presentaties van deze ‘studies’ hebben deelnemers en masters elkaar bekritiseerd en gesteund. Zoals te verwachten zijn deze invalshoeken heel verschillend en vaak verrassend. Een deelnemer vraagt zich af hoe de energiecrisis de polikliniek van de toekomst zal raken. Een ander onderzoekt welke mogelijkheden nieuwe media bieden om de ruimtebeleving van patiënten te beïnvloeden. Andere onderwerpen zijn: de ontwikkeling van een nieuw meetinstrument om er achter te komen wat patiënten echt belangrijk vinden; maatschappelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op de wijze waarop in de polikliniek zorg verleend wordt (toenemende mondigheid van patiënten bijvoorbeeld); de overzichtelijkheid van de ruimte rondom en binnen het UMC Utrecht; het slecht nieuwsgesprek; de betekenis van het academisch onderzoek voor de polikliniek. En er zijn nog thema’s in ontwikkeling. Op 26 februari 2009 presenteren de deelnemers en masters de resultaten van de Onderzoeksfase aan de betrokkenen van Polikliniek van de Toekomst.


Grid#01 pagina 22 - februari 2009

Grid#01 pagina 23 - februari 2009

Van Grey’s Anatomy tot literatuuronderzoek

case study Polikliniek van de Toekomst:

Durf je boerenverstand te gebruiken!

Door Sarah van den Berg Deelnemers en coaches van de case study Polikliniek van de Toekomst hebben de afgelopen maanden materiaal verzameld over het onderwerp Polikliniek van de Toekomst. Artikelen, studies, foto’s maar ook televisieseries zoals ER, Grey’s Anatomy en De Co-Assistent dienen als inspiratiebron. Binnenkort komt er een overzicht van aan dit onderwerp gerelateerde kunstwerken.

Door Aike A. Kruize en Bart ter Horst Soms verwoorden literaire meesterwerken de realiteit van alle dag. Bij de case study Polikliniek van de Toekomst blijkt dat de gezonheidszorg in de huidige vorm nog overeenkomsten heeft met de situatie in de roman van Thomas Mann’s De Toverberg, zo vinden Aike Kruize, reumatoloog van het UMC Utrecht en Bart ter Horst, hoofd organisatie DP&O, UMC Utrecht. In De Toverberg (1924) beschrijft Thomas Mann hoe de jonge Hans Castorp vanuit het Noorden van Duitsland een bezoek brengt aan zijn neef Joachim, die voor tuberculose kuurt op de Toverberg, het ziekenhuis in Davos. In zijn onvolprezen vertaling (1975) laat Pé Hawinkels bezoeker Hans Castorp op gegeven ogenblik wat hoesten, geen sinecure in de wereld van De Toverberg.

Doelmatige zorg

Hij zweeg. De brave borst was nog zo jong, hij had nog niet verleerd hoe een schooljongen zwijgt, als hij voor het bord staat, niets weet te zeggen en zijn mond houdt. “Temperatuurt u soms helemaal niet?” “Zeker, mevrouw de hoofdzuster. Als ik koorts heb.” “Mensenskind, men neemt in de eerste plaats zijn temperatuur op om te zien of men koorts heeft. En nu heeft u die niet, naar uw mening?” “Ik weet niet goed, mevrouw de hoofdzuster; ik kan het niet zo goed uit elkaar houden. Een beetje verhit en rillerig ben ik wel sinds ik hierboven aangekomen ben.” “Aha! En waar is uw thermometer?” “Die heb ik niet bij me, mevrouw de hoofdzuster. Waarom zou ik ook, ik ben hier toch maar op bezoek? Ik ben gezond.” “Gezwets en gezwam! Hebt u me laten komen, omdat u gezond bent?”

Als we ons in het UMCU poliklinische zorg in de toekomst proberen voor te stellen, zijn we het er doorgaans over eens dat er vanuit een patiënt gerichte benadering meer doelmatig zal moeten worden omgegaan met tijd en inzet van zowel patiënt als professional. We denken dan aan de organisatie van grootschalige toonaangevende poliklinische zorg, onderzoek en onderwijs, die maximaal aansluit bij de persoonlijke situatie en behoeften van individuele patiënten èn professionals. We denken aan het segmenteren van patiëntgroepen en het differentiëren van het zorgaanbod, aan samenwerken en integratie, aan doelmatigheid door maatwerk. Nu zijn we echter doorgaans beter in staat de complexiteit van het geheel te zien, dan dat éne leidende principe te benoemen dat de kern van zorg in de toekomst raakt. Op de werkvloer ontbreekt het ons vaak aan creativiteit om de realiteit van alledag als het ware even los te laten om tot nieuwe gedachten over de toekomst te komen.

Zorg anno 2009

Nieuwsgierig naar ideeën

Zouden we nu in de huidige tijd van onze patiënten niet vergelijkbare vaardigheden vragen als die Hans Castorp aanwendt in zijn pogingen zich aan te passen aan het systeem op De Toverberg? Ook al behoort de Nederlandse gezondheidszorg zonder twijfel tot de beste ter wereld, het is op dit moment niet zo dat snelle toegang, evidence based zorg en open communicatie tussen patiënt en zorgverlener vanzelfsprekend zijn. En, het zorgsysteem anno 2009 is zeker niet minder ingewikkeld geworden dan de wereld van de Toverberg in het begin van de 20ste eeuw. “Control begins in the hands of the people we serve. If we caregivers wish to take it, we must ask. If a patient denies control, then we must accept their will as a matter of right. We are not hosts in our organizations so much as we are guests in our patients’ lives.” De kernwaarden van ons ziekenhuis (verleggen van grenzen, delen van kennis, zorgen voor mensen) bijten niet met internationaal geaccepteerde doelstellingen zoals veilige, tijdige en gelijkwaardige zorg, no harm, no waste. Het is echter nog niet zo eenvoudig deze doelstellingen vorm te geven.

Als we ons realiseren, dat zorg in de huidige vorm in zekere zin nog overeenkomsten heeft met de wereld van De Toverberg die Hans Castorp in 1920 bereid leek te accepteren, zijn wij uiterst nieuwsgierig naar de ideëen en suggesties van de jonge creatieve professionals, die deelnemen aan de case study Polikliniek van de Toekomst. We denken, dat zij ons kunnen helpen om een scherper beeld te krijgen van een leidend principe voor poliklinische zorg in de toekomst. Met een helder beeld hopen we van de individuele zorgprofessional meer escape fires te kunnen verwachten: “for we are not hosts in our organizations so much as we are guests in our patients’ lives”.

Heuvels van Montana Al in 1999 stelt Donald Berwick dat de gezondheidszorg een even dramatische aanpak nodig heeft, als Wag Dodge in 1949 heeft laten zien tijdens een bosbrand op de heuvels van Montana, waarbij 13 jonge mannen omkwamen. “Wag Dodge knew they would lose the race to the top. With the fire barely 200 yards behind him, he did a strange and marvelous thing. He invented a solution. On the spot. His crew must have thought that he had gone crazy as he took some matches out of his pocket, bent down, lit a match, and set fire to the grass directly in front of him. The new fire spread quickly uphill ahead of him, and he stepped into the middle of the newly burnt area. He called to his crew to join him as he lay down in the middle of the burnt area. Dodge had invented what is now called an “escape fire”, and soon after Man Gulch it became a standard part of the training of all Forest Service firefighters.” Berwick doelt op wat hij sensemaking in organisations noemt. Vrij vertaald is dat het durven gebruiken van boerenverstand in het uiterst complexe geheel van onze ziekenhuisorganisatie. Dat kan leiden tot wezenlijke verbeteringen, zoals bijvoorbeeld het verkorten van wachttijden, taakherschikking en taaksubstitutie, het bieden van de mogelijkheid afspraken te maken via internet, poliklinisch contact in de vorm van een gezamenlijk medische afspraak. Vaak spreken we dan van innovatie, terwijl het gaat om min of meer voor de hand liggende oplossingen van dagelijkse problemen.

Beeld: Rosa Druijven

Referenties: Thomas Mann, De Toverberg, Uitgeverij De Arbeiderspers, ISBN 90-295-3822-8/NUGI-302. Donald Berwick MD: Escape fires, an edited version of the Plenary Address delivered at the Institute for healthcare Improvement’s 11th Annual National Forum on Quality Improvement in Health Care, in New Orleans, Louisiana, on December 9, 1999, published in 2002 by The Commonwealth Fund, ISBN 1-884533-00-0.

Wie is wie? De masters zijn Aike Kruize, reumatoloog UMC Utrecht; Jan van de Pavert, beeldend kunstenaar; Kees Vuyk, cultuurfilosoof; de projectleiders Erik Uitenbogaard en Rutger Merkerk. De deelnemers zijn Ghita van Bergen, Joyce Deggens, Rosa Druijven, Erik Groen, Bas Kools, Simon van der Linden, Niki Smit, Isabelle Scholtemeijer.

De verzamelde literatuur is vooral afkomstig uit Nederland, Amerika en Engeland. Om een indruk te krijgen van het verzamelde materiaal worden hieronder een aantal artikelen toegelicht. In Etiquette-Based Medicine, een artikel van Michael W. Kahn, komt naar voren dat de patiënt tijdens het consult erg let op de lichaamstaal van de arts. De arts kijkt tijdens het gesprek bijvoorbeeld te veel naar zijn computerscherm, of hij lacht nooit. Patiënten willen dit apathische gedrag niet, ze willen juist dat de arts interesse in hun en in hun ziekte toont. Kahn geeft daarom aan dat artsen in opleiding een les moeten krijgen in body language om de omgang met patiënten te verbeteren. Het Literatuuronderzoek naar de invloed van het interieur op het welbevinden van patiënten/ bewoners en medewerkers in zorginstellingen is gericht op de gebouwde omgeving, met de extra beperking van de zorgomgeving. Hierbij wordt gedacht aan verandering van verlichting, kleurgebruik, materiaal, geluid en zelfs natuur. Zo zou de kleur in een ruimte invloed kunnen uitoefenen op de emoties van de patiënten. Jonge kinderen en oudere volwassenen hebben bijvoorbeeld een voorkeur voor heldere kleuren. Warme kleuren als rood en oranje wekken hevigere emotionele reacties op, terwijl blauw en groen een kalmerende werking hebben. Ziekenhuizen zouden nooit een monochromatische kleurschema moeten hebben en ook modekleuren zijn niet gepast. De zorgsector is erg afhankelijk van olie: niet alleen de gebouwen, apparatuur, ziekenwagens, traumahelikopters maar ook bij het maken van medicijnen, zalf en kunststof hartkleppen wordt olie gebruikt. Maar wat staat ons te wachten als de fossiele brandstoffen te duur of te schaars worden? Volgens Daniel Bednarz is het nu de tijd om over te gaan op een gezondheidszorg die zich richt op kostenefficiëntie, energie-efficiëntie en ecologisch duurzaamheid.

Observaties van patiënten In interviews met polikliniekbezoekers, afgenomen in het UMC Utrecht, is te lezen hoe patiënten het ziekenhuis in 2008 beleven. De patiënten krijgen vragen over de route, wacht- en spreekruimten en het gedrag van de zorgverlener. Er komen geen opzienbarende klachten naar boven maar er zijn wel opmerkingen over de parkeerruimte en de route door het ziekenhuis. Een kankerpatiënt met tien jaar ervaring in de zorg schreef in 2007 Knopen tellen. Hierin staan zijn belevenissen in verschillende ziekenhuizen. Hij geeft aan hoe de zorg ervoor staat en dat het verbeterd moet worden.

Design en andere kunstvormen Isabelle Scholtemeijer (deelnemer aan de case study), Mark Llli en Robert Baarsen hebben voor hun afstudeerproject van de Rietveld Academie een interactief design ontwikkeld, gericht op het verbeteren van de positie van de patiënt. Dit heeft geleid tot een nieuw soort ziekenhuis met als uitgangspunt het volgen van de behandelroute van de patiënt. Dr. Rosalia Lelchuk Staricoff heeft onderzoek gedaan naar de vraag of kunstvormen enige invloed hebben in het Chelsea and Westminister ziekenhuis, in de Engelse hoofdstad Londen. Ze kwam in Can the arts have a positive effect on health? tot de conclusie dat een kunstvorm wel degelijk effect heeft op patiënten. Zo heeft laat muziek wel sporen na. Het kan pijn verlichten of stress en angst verminderen en het kan invloed hebben op de bloeddruk en hartslag.

Studiemateriaal De genoemde artikelen zijn een greep uit de verzameling van studiemateriaal voor De Polikliniek van de Toekomst. Er zijn nog vele interessante bronnen en verwijzingen naar internetsites die niet genoemd zijn. • Michael W. Kahn, Etiquette-Based Medicine, www.nejm.org. 8 mei 2008. • Karin Slegers, Literatuuronderzoek naar de invloed van het interieur op het welbevinden van patiënten/bewoners en medewerkers in zorginstellingen. Universiteit Maastricht Faculteit Psychologie, maart 2001 • Daniel Bednarz, Medicin After Oil. It could be distributed a lot more democratically, Orion, juli/augustus, 2007 • Interviews patiënten, UMC 2008 • Henk Kuier, Knopen tellen, Lotgevallen, hartenkreten en tips van een patiënt. Utrecht juni 2007 • Isabelle Scholtemeijer, Mark Llli en Robert Baarsen. PlusHospital. Afstudeerproject Gerrit Rietveld Academie, juni 2006 • Dr. Rosalia Lelchuk Staricoff, Can the arts have a positive effect on health? 2004


Grid#01 pagina 24 - februari 2009

Grid#01 pagina 25 - februari 2009

Mellouki Cadat:

‘Je kunt een school nooit los zien van de omgeving’

En subjectieve onveiligheid? “De mate waarin men zich onveilig voelt. Dat moet je zien in de meest brede zin wat mij betreft. Een jonge Marokkaan kan zich onveilig voelen want hij ervaart dat hij niet welkom is in de samenleving, op school, op straat. En ook een autochtone oudere kan bang zijn slachtoffer te worden omdat hij last ervaart van de hangjongeren op straat. Binding met de buren, met de buurt ontbreekt.” Is die overlast van de hangjongeren op straat niet een objectief gegeven? “Wie definieert wat overlast is en voor wie? Als iemand het vervelend vindt dat jongeren op de stoep hangen, dan heeft hij daar last van. Maar het heeft niks te maken met objectiviteit. In onze democratische samenleving mogen jongeren gaan en staan waar ze willen. Het feit dat veel mensen dat als onveilig ervaren terwijl er feitelijk niks gebeurt, betekent niet dat het een gevaarlijk situatie is, waarbij er sprake zou zijn van een aantasting van de fysieke, mentale en psychische integriteit. Gevoelsmatig kan er zeker wel sprake van overlast. Dat heeft stadsdeel Slotervaart bewogen om de mosquito te gebruiken.” (een apparaat dat irritant hoge tonen maakt die alleen jongeren tot circa 25 jaar kunnen horen/ SJ). “Een symbolische maatregel per uitstek die mogelijk inbreuk maakt op grondrechten als de onaantastbaarheid van het lichaam. Over wiens onveiligheid hebben wij het dan?”. Je bent ook van mening dat Amsterdam-West een aparte enclave is? “Een enclave in wording, ja. Bewoners van West ervaren zichzelf vaak niet als mensen die in eerste instantie Amsterdammers zijn maar als mensen die in hun eigen wereld in Amsterdam wonen: namelijk West, omsloten door Nederlands grondgebied. Een goed beeld van deze enclave-mentaliteit wordt gegeven door de documentaire van twee jaar geleden De Ghetto Girls. Deze documentaire gaat over vier moslima’s die na de Franse rellen van 2005 zich afvragen hoe het gaat met de meiden in de Amsterdamse probleemwijken. Het gaat om identiteit, loyaliteit en eigen keuzes maken. Overigens overstijgen zij de enclavegrenzen in hun zoektocht. Zij verwoorden heel mooi de gevoelens van de bewoners van AmsterdamWest; een stadsdeel met een zekere dominantie van Zuid-Mediterrane groepen. Dat geldt dus ook voor Bos en Lommer. Samenvattend kun je zeggen dat West een eenzijdige etniciteit en veel armoede kent en te maken heeft met veiligheidsvraagstukken.”

case study

Bos en Lommer

Op de Amsterdamse Bos en Lommerschool, met zeventig procent Marokkaanse leerlingen, zal in 2009 een case study van start gaan om het imago van de school te verbeteren. Leerlingen zullen met ouders, leerkrachten en omwonenden een grote rol spelen. Ook worden er gesprekken gevoerd met kunstenaars en deskundigen, zoals politicoloog Mellouki Cadat. Om alvast een indruk te krijgen van de situatie in het stadsdeel West, een interview over onveiligheid, de A10 als barrière en het belang van de middenklasse.

Je kunt je voorstellen dat dit ook geldt voor Amsterdam-Oost waar grote groepen Marokkanen en Turken wonen of voor de Schildersbuurt in Den Haag en Lombok in Utrecht? “De sociaal-economische en maatschappelijke problemen zijn inderdaad vergelijkbaar. Maar ze vallen daar binnen de ringweg. De A10 geeft tocht een extradimensie, vormt een fysieke grens. Het is belangrijk om rekening te houden met wat zo’n grens doet met mensen, met hun gevoel, met hun vermogen tot identificatie. Zij zien het als een barrière, een begrenzing ook van hun maatschappelijke mogelijkheden in Amsterdam.”

Bos en Lommerschool, januari 2009

De Bos en Lommerschool wil haar imago verbeteren zodat er meer belangstelling komt van hoger opgeleide ouders om hun kinderen op deze school te doen. Deze basisschool is een brede school, dat wil zeggen dat ze samenwerkt met verschillende instellingen zoals kinderopvang, welzijnswerk of muziekscholen. Meer dan zeventig procent van de leerlingen is van Marokkaanse en Turkse afkomst. Het opleidingsniveau van de school is zeer afhankelijk van de buurtbewoners. De wijk rondom de school verandert voortdurend van gezinnen. Hoger opgeleide gezinnen verhuizen vaak naar andere wijken of steden waardoor het opleidingsniveau op de school daalt.

Nieuwbouw Na de sloopwerkzaamheden in Bos en Lommer is het aantal leerlingen afgenomen. Op de plaats van de gesloopte buurt komt binnenkort nieuwbouw. Deze nieuwbouw biedt weliswaar een kans om hoger opgeleide gezinnen aan te trekken en tot een andere samenstelling van de buurtbewoners te komen. Maar wat verwachten hoog opgeleide ouders eigenlijk van een school? Wat kan de school voor de ouders en kinderen betekenen? Welk imago hoort daarbij? Zoals alle andere case studies van het instituut zijn professionals betrokken bij het onderzoek, maar de leerlingen van de school hebben ook de mogelijkheid een bijdrage te leveren. Ze zullen in de vorm van lessen meedenken over hoe de omgeving van de school persoonlijker, menselijker en aantrekkelijker gemaakt kan worden. De leerlingen worden hierbij begeleid door hun leraren en professionals.

Verschillende perspectieven Aan het einde van het onderzoek zullen de leerlingen hun plannen in een tastbare vorm presenteren aan hun ouders en buurtbewoners. Dit kan variëren van een toneelstuk tot een maquette van bijvoorbeeld het schoolplein. Op deze creatieve en innovatieve manier leren de leerlingen goed met elkaar samen te werken en krijgen ze een beeld hoe je vanuit verschillende perspectieven naar een situatie kunt kijken. Ze gaan zich verdiepen in anderen en in hun buurt waardoor de school en de buurt dichter bij elkaar zullen komen. Daardoor ervaren de kinderen dat je zelf kunt ingrijpen in je omgeving en relaties en derhalve iets positiefs kunt bewerkstelligen.

Door Sarah van den Berg Fotografie: DesignArbeid

Door Simon Jacobus Fotografie: Chris van Houts

Er loopt dus een denkbeeldige muur door Amsterdam? “Een grens, zeggen sommigen… Je groeit op binnen of buiten de Amsterdamse ring (A10), één van de drukste snelwegen van Nederland, zou je kunnen zeggen. Ik heb zelf een fotoproject begeleid, Mijn wereld in Amsterdam waarin socioloog Sharog Heshmat Manesh deze muur heel mooi in beeld brengt. Bij het project – een good practice van het DiversiteitsLab van Erfgoed Nederland - waren 200 jongeren van 15 tot 20 jaar van het Nova College en van Hervormd Lyceum West betrokken. Die hebben onder begeleiding foto’s gemaakt van hun belevingswereld: wat zij zien, hoe zij zichzelf zien, met thema’s in huis, buitenhuis, op school, met vrienden, hun leefomgeving in West. Ze geven heel duidelijk aan hoe West hun werk- woon-en leefgebied in Amsterdam is. Van het project is trouwens ook een boek gemaakt. West heeft nu eenmaal een eigen etnische dynamiek en identiteit die zich van de rest van Amsterdam scherp onderscheiden.”

Betrokkenen Mellouki Cadat, afdeling leefbaarheid Stichting Movisie, Utrecht. Marja Valkesteijn, Nederlands Jeugdinstituut, Utrecht. Harrie van Leeuwen, de Bascule, kinder- en jeugdpsychiatrie, Amsterdam. Leraren, leerlingen en ouders van de basisschool Bos en Lommer, Amsterdam. Diederik Schönau, expertisecentrum kunsteducatie Artez, Zwolle. Beeldend kunstenaars, architecten en vormgevers, het instituut.

De ontmoeting met Mellouki Cadat vindt plaats in een sjieke winkelstraat in AmsterdamZuid, als een soort neutraal gebied tussen Amsterdam-Oost waar de politicoloog in het stadsdeel Zeeburg woont en Amsterdam-West, het stadsdeel waar de Bos en Lommerschool zetelt. De senior adviseur leefbaarheid van de stichting Movisie te Utrecht is een levendige man met een charmant accent dat zijn Frans-Algerijnse wortels verraad. Met veel overgave analyseert hij de situatie van zogenaamde achterstandswijken waartoe Bos en Lommer behoort, want om situaties op scholen goed te kunnen begrijpen moet je weten in welke sociaal-economische, psychologische en maatschappelijke context zij opereren. Mellouki Cadat: “Niet alle scholen in Amsterdam West zijn hetzelfde. Sommige scholen redden zich goed, andere iets minder, maar je kunt een school nooit los zien van de omgeving, van de positie van de wijk. De positie van een wijk kun je definiëren aan de hand van een aantal basisindicatoren zoals sociaal economische omstandigheden. Je spreekt van een achterstandswijk als veel mensen een laag inkomen hebben, laag zijn opgeleid en slechte huisvesting hebben, dat wil zeggen te kleine huisvesting voor de grote gezinnen. Het stadsdeel Amsterdam West kent ‘goede buurten’ zoals de nieuwbouwwijk Nieuw-Sloten. Daarnaast heb je het vraagstuk van veiligheid. Je moet een onderscheid maken tussen objectieve onveiligheid en subjectieve onveiligheid. Objectieve onveiligheid zijn de feiten, die door de politie zijn geregistreerd. Dat staat los van het subjectieve gevoel. Je kunt in een veilige buurt leven met een onveilig gevoel, je kunt ook in een relatief onveilige buurt leven met een veilig gevoel.” Objectieve onveiligheid is dat de politie bijvoorbeeld registreert hoeveel diefstallen en overvallen er worden gepleegd? “Ja, dat is de mate waarin men werkelijk onveilig is, gevaar loopt. De problematiek van jongeren in Overtoomse Veld kreeg landelijke bekendheid door de rellen van 1998. Er kunnen zelf bepaalde risicogebieden aangewezen worden, waar cameratoezicht kan worden ingesteld en waar preventief kan worden gefouilleerd. De politie doet dat op de plekken waar statistisch gezien het aantal delicten per duizend inwoners hoger ligt dan in de omliggende wijken of elders in het land. De Driehoek: Gemeente, Politie en het OM werken met een veiligheidsplan en houden de ontwikkeling van veiligheidsdelicten en geweldsdelicten heel goed in de gaten op buurtniveau.”

‘Bewoners van West ervaren zichzelf vaak niet als mensen die in Amsterdam wonen’ Welke gevolgen heeft die barrière? “Krachtige symbolieke gevolgen: dit is een fysieke grens tussen gewoon Amsterdam en het andere Amsterdam waar armoede en etnisch-culturele identiteit een neerwaartse spiraal vormen. Het versterkt negatieve uitingen: je hoort niet bij Amsterdam, bij de mainstream: je ontmoet elkaar niet meer, leeft langs elkaar heen, botst met elkaar. Je bekommert je niet om je leefomgeving en je maakt het kapot want je voelt je niet verantwoordelijk maar uitgesloten met als gevolg de actieve bijdrage aan de vergaande verloedering van pleinen, scholen, andere publieke gebouwen of van het trappenhuis van privé flats. Dat is een verenging van een leefwereld.” “Een ander gevolg kan zijn: de criminaliteit van met name van Marokkaanse jongeren. Ik interpreteer crimineel gedrag als een uiting van frustratie van jongeren met vaak psychiatrische of sociaal-psychologische problemen. Dan heb ik het over de situatie van armoede waarin ze leven, het gebrek aan toekomstperspectief in Nederland want ja ze hebben geen diploma’s, zijn veelal schoolverlaters die de Nederlandse taal slecht machtig zijn.” Tenslotte is er ook nog de verregaande terugtrekking in eigen kring: de radicalisering van groepen, het ontstaan van potentieel antidemocratische geweld onder sommige groepen jongeren met als symbolisch figuur Mohammed B., de moordenaar van Theo van Gogh, die in West is opgegroeid.” Lees verder op pagina 26


Grid#01 pagina26 - februari 2009

Wat is jouw oplossing? “Integrale ontwikkeling van de buurt ten aanzien van de economie en huisvesting, waarbij centraal staat dat de onzichtbare buurtbewoner zichtbaar wordt gemaakt. De onzichtbare Marokkaanse ouder die iets voor kinderen wil doen, moet je aanspreken. We moeten zorgen dat de nieuwe generatie middenklasse niet verhuist naar Almere of een andere stad wanneer men het economisch beter krijgt. Je moet zorgen dat ze een wooncarrière in de buurt kunnen maken, je moet ze betrekken bij de ontwikkeling van de wijk, en het gevoel geven dat ze mee kunnen doen. Pas dan heb je de kans dat men zich bindt aan de wijk en dat men blijft. Zoals mijn Movisie-collega’s Matthijs Uyterlinde en Vasco Lub hebben geanalyseerd in hun onderzoek Kiezen voor de Stad over de stedelijke binding van de allochtone middenklasse. Geef ze verantwoordelijkheid. Dat betekent concreet dat je een mechanisme ontwikkelt waarbij het bestuur kantelt naar de burger. Daarnaast is er heel duidelijk een rol weggelegd voor de woningcorporaties: ze moeten huizen bouwen voor de nieuwe middenklasse, een wijk waar ze zich kunnen ontplooien.”

De A10 als grens tussen Amsterdam-West en de rest van Amsterdam

Wat zijn eigenlijk de positieve aspecten? “Een absoluut positieve uiting op gebied van religie en cultuur is de zogenaamde Poldermoskee in Slotervaart, in het najaar 2008 geopend door de liberale Europese Islamgeleerde Tariq Ramadan en Slotervaartstadsdeelvoorzitter Ahmed Marcouch. De Poldermoskee gaat uit van actief burgerschap van moslimjongeren in Nederland. Deze moskee – de eerste in haar soort - sluit aan bij een modern Nederland en staat voor een gemeenschapscentrum van en voor tweede- en derde generatie moslim(a)’s, ongeacht hun etnische achtergrond. Het wil een ontmoetingsplek vormen voor jongeren waar ze herkenning en erkenning vinden, binding ervaren. De Poldermoskee laat de weerbaarheid van moslimsjongeren zien die in staat zijn zich aan te sluiten bij de samenleving. Dit laat meteen de veerkracht van de groep zien, de capaciteit zich te verzetten tegen negatieve uitingen.” Ook positief is, lijkt me, dat Ahmed Marcouch voorzitter is van stadsdeelraad Slotervaart, Fatima Elatik, net gekozen is als voorzitter van stadsdeelraad Zeeburg en dat Ahmed Aboutaleb na een wethouderschap in Amsterdam, een staatssecretariaat in Den Haag, tegenwoordig burgemeester van Rotterdam is. Maar deze succesvolle allochtonen zeggen ook dat mensen een eigen verantwoordelijkheid hebben, ongeacht hun omstandigheden? “In de buurt bestaan meestal ook sociale netwerken: netwerken van bewoners, van bezoekers van moskeeën. Binnen die netwerken heb je een allochtone middenklasse die de potentie heeft om het verschil te maken en te zorgen dat de buurt verbetert. Uitingen daarvan zijn Ahmed Markouch, Fatima Elatik en Ahmed Aboutaleb. Zij vormen dus een uiting van de allochtone middenklasse die zijn verantwoordelijkheid wel neemt.” Dus het klopt niet dat er groepen zijn die hun verantwoordelijkheid niet willen nemen en die zich verschuilen achter het slachtofferschap van: we worden gediscrimineerd, we zijn arm en wonen slecht? “Jawel maar dat is niet het hele verhaal. Nederland is een open society waarin wie verantwoordelijkheid neemt en kwaliteiten bezit, kansen krijgt en pakt. Je kunt als Marokkaanse vrouw met hoofddoek stadsdeelvoorzitter worden, je kunt als moslimse Marokkaan burgemeester van een grote stad worden of van een stadsdeel dat neigt een etnisch-culturele enclave te worden zoals in West. Dat kan in Nederland. Ahmed Aboutaleb, Ahmed Marcouch en Fatima Elatik zijn daar de eerste historische voorbeelden van. Dat is heel belangrijk voor een geradicaliseerde angry young moslim die tot voor kort in de machtspositie alleen maar Nederlanders zag. Uiteraard dragen de nieuwe etnisch-culturele leiders een grote verantwoordelijkheid: bouwen zij aan bindingen tussen groepen of versterken zij de institutionalisering van het enclave-denken? Daar ligt de challenge.” Anders is er aanleiding om te radicaliseren? “Ja, een gesloten lokale samenleving die zich in eigen kring ontwikkelt, werkt polarisatie in de hand. Het is natuurlijk veel makkelijker voor radicale recruiteurs die de Jihad aanhangen de Nederlandse samenleving te discrediteren als mensen geen gevoel van contact met de Nederlandse samenleving hebben. Vanaf het moment dat Marcouch voorzitter is geworden, heeft hij een boodschap gegeven: het glazen plafond is gebroken, het kan ook anders. Het is niet zo dat eerst het kalifaat moet worden uitgeroepen voordat wij iets gaan doen. Zie daar een Obama-effect.” “Het is dus heel belangrijk dat je laat zien dat je de enclave kunt doorbreken als er binnen de eigen groep een dialoog wordt gehouden tussen mensen met een verschillende interpretatie van de islam. Net zo belangrijk is de dialoog met de buitenwereld. Dat men buiten de groep, buiten de enclave, kennis maakt met een andere zienswijze. Daarmee laat je zien dat in de democratie verschillende zienswijze besproken kunnen worden.” “Als je kijkt naar de arme klasse in die wijken dan zie je dat de eerste generatie allochtonen als groep niet de capaciteit heeft om in een open society te leven omdat ze afkomstig zijn uit het RIF Gebergte, uit Marokko, een monarchie die niet democratisch is. Ze hebben Middeleeuwse waarden, hebben de opkomst van de arbeidersklasse en de emancipatie van de vrouw niet meegemaakt. Daarnaast heb je een jongere generatie, die weinig leert op school, die ontspoort. Die worden een gevaar als je niks doet.”

Wat betekent dat voor de buurt Bos en Lommer en de Bos en Lommerschool? “Een school kan opbloeien vanaf het moment dat er een goede interactie ontstaat tussen verschillende groepen: de leerlingen, de leerkrachten, de ouders en de buitenwereld zoals professionals, bijvoorbeeld de welzijnswerkers.” “Heel belangrijk voor het evenwicht is de kwaliteit van de ouders. En die kwaliteit hangt af van de capaciteit van de ouders – kennis, vaardigheid, interesse - om zich te kunnen aansluiten bij het Nederlandse democratische schoolsysteem, de ouderraad, de medezeggenschapsraad etc. Er wordt tegenwoordig nogal wat gevraagd van ouders. Als ouders die aansluiting missen dan doen ze maar een ding: ze brengen hun kind naar school omdat het moet en verder doen ze niks.” Dus op het moment dat je al die groepen weet te mobiliseren, zal het beter gaan met een school? Met als resultaat betere leerprestaties en minder criminaliteit en gevoel van onveiligheid? “Ja, zowel in de buurt als op school. En het imago van de school wordt verbeterd. Als de samenleving om de school heen in een staat van ontbinding verkeert, heeft dat meteen een vertaling op de situatie op school. Als er criminaliteit op straat is, dan is er meestal ook criminaliteit op school. We weten uit allerlei onderzoek dat de sociale klasse vooral het succes op school bepaalt. Als je uit een arbeidersklasse komt waar ouders niet in staat zijn om de kinderen te ondersteunen heb je een grote kans dat het niet goed gaat op school. Dat is een sociologisch gegeven.” Een oplossing is dus niet om- zoals onlangs werd geopperd vanuit de Amsterdamse PvdA - witte ouders te dwingen hun kind op een zwarte school te doen? “Dat is een fenomeen dat uit Amerika komt, en bussing wordt genoemd. Als middel tegen de segregatie door zwarte kinderen met de bus naar witte wijken te brengen om daar naar school te gaan. 40 jaar Civil Right Movement. Het heeft allemaal veel wrijvingen veroorzaakt. En het heeft niet geholpen.” Nog even terug naar de nieuwe middenklasse. Wat kunnen zij concreet doen om de situatie in bijvoorbeeld Bos en Lommer te verbeteren? “De middenklasse is al voor een deel bezig in de wijk, heeft zijn eigen netwerk, verenigingen, moskeeën. Als het gaat om de school moet je kijken in hoeverre de middenklasse betrokken is bij de school.“ “Een voorbeeld kan zijn de Stichting Integratie en Participatie (SIPI) van Esma Salama in een deels vergelijkbare wijk als de Czaar Peterbuurt in Amsterdam- Oost. Zij is een moeder uit de middenklasse, een ambtenaar met ook een Marokkaanse achtergrond. SIPI zorgt ervoor dat Marokkaanse vrouwen als intermediair optreden tussen bijvoorbeeld een school en de ouders en de buurt. Een welgestelde buurtbewoner met hart voor sociale cohesie heeft een pand ter beschikking gesteld waar kan worden vergaderd en gewerkt.” “Dat betekent concreet dat een Marokkaanse moeder met hoofddoek niet alleen kinderen naar school brengt maar ook blijft om koffie te drinken, inmiddels Nederlands op die school aan het leren is en meedoet aan activiteiten en het beleid van school.” Dat zou ook bij Bos en Lommerschool kunnen? “Ja, dat wil zeggen: men moet op zoek moet gaan naar de onzichtbare buurtbewoners. Je zegt tegen ze: ‘je hebt een verantwoordelijkheid. Wil je die nemen? Ik zorg ook dat het kan’.” “Voor de case study Bos en Lommer is het de meest doelmatige manier om de tijd voor de buurt en de school in de buurt te nemen: loop door de wijk en praat met mensen. Ga op zoek naar de Marokkaanse kruidenier, de Turkse slager, de oudere autochtoon uit het bejaardenhuis, de nieuwe middenklasse. Probeer een beeld van binnenuit te vormen. Laat de mensen zien dat je oprecht belangstelling hebt. Pas dan heb je een kans van slagen om iets te bereiken.”

Mellouki Cadat in het kort Hij is in 1958 geboren uit een moslim vader uit de Sahara die onder bezieling van Sint Charles de Foucauld in 1910 tot het katholicisme overging en een katholieke moeder uit Bretagne die in de jaren vijftig van de vorige eeuw naar Noord-Afrika reisde om onderwijs te geven. Mellouki Cadat groeide op in Algerije en Frankrijk en studeerde o.a. in Parijs waar hij in 1986 zijn doctoraal politicologische en juridische wetenschappen behaalde. Vanwege de liefde belandde hij in1989 in Nederland waar hij zijn doctoraal politicologie cum laude haalde aan de Universiteit van Amsterdam. Sinds 2007 werkt hij voor Movisie in Utrecht als senior medewerker bij de afdeling leefbaarheid. Daarvoor werkte hij bij het Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn en bij de Universiteit van Amsterdam. Mellouki Cadat woont in Amsterdam-Zeeburg en heeft een zoon van 13 jaar.


Grid#01 pagina 28 - februari 2009

kans

Stadshagen

Over een nieuwe woonwijk Door Eric Colpaert Fotografie: Willem van der Werf In de bloeiende provinciestad Zwolle is men druk aan het bouwen en uitbreiden. Maar hoe moet een nieuw te bouwen wijk in een middelgrote stad er eigenlijk uit zien? Hoe kunnen bewoners er goed toeven? Reden genoeg om een beroep te doen op het instituut/case studies. Eric Colpaert geeft alvast een voorzet. Sinds 1999 realiseert de stad Zwolle in de Mastenbroekpolder en in samenwerking met stedenbouwkundigen en projectontwikkelaars een nieuw stadsdeel voor 30.000 inwoners en bijna 16 km² groot. Stadshagen I werd recent opgeleverd en omvat 8000 woningen, scholen, een winkelcentrum, verzorgingscentra, sportaccommodatie, een cultuurhuis, een informatiecentrum e.d. Weldra start het ontwerpen van Stadshagen II of Stadshagen +. 4350 woningen, tramhaltes, horecagelegenheden, parken en plantsoenen, strandvoorzieningen bij de Milligerplas, religieuze gebouwen... maken deel uit van het programma. Opmerkelijk bij deze tweede fase is dat de insteek van kunst bij aanvang deel uitmaakt van de gesprekken, de discussie en het denkwerk. Men streeft naar méér woon- en ruimtelijke kwaliteit en een interessante, inhoudelijk relevante integratie van kunst.  

Kwaliteit woonomgeving In de nabije toekomst formuleert het instituut een aantal cases waarbij zowel het reeds gerealiseerde Stadshagen I, als het toekomstige ontwerp en de verdere ontwikkeling ervan, het studieobject en werkterrein vormen. Er zijn een heleboel vragen die gesteld zouden kunnen worden: Wat is de betekenis en kwaliteit van de huidige omgeving? Wat zijn pijnpunten en hoe kan men (restylen)herstijlen? Hoe komt men tot interessante rituelen, zinvolle ceremoniën en festiviteiten als draagvlak voor een nieuwe leefomgeving? Hoe start men een dialoog tussen stedenbouwkundigen, beleidsmensen, projectontwikkelaars, architecten, bewoners, kunstenaars? Hoe evolueert men de huidige betekenis en functie van kunst in de openbare ruimte?  Kan men speuren naar volkskunst, tradities enerzijds en anderzijds naar eigentijdse of experimentele invulling van de ruimte? Kunnen charme, eigenzinnigheid, vanzelfsprekendheid, waarachtigheid, harmonie, spiritualiteit of sacrale geografie en avontuur een passende uitbeelding krijgen in een menselijke habitat en unieke natuur?

Grid#01 pagina 29 - februari 2009

‘Hoe start men een dialoog tussen stedenbouwkundigen, beleidsmensen, projectontwikkelaars, architecten, bewoners en kunstenaars?’

infotainment Redactie Sarah van den Berg

Veiliger design voor verkeerslicht Sinds het ontwerp van de verkeerslichten zijn ze nauwelijks meer veranderd van design. De Russische ontwerpstudio Art Lebedev vindt dan ook dat het verkeerslicht aan vernieuwing toe is. Art Lebedev bedacht het concept van vierkante verkeerslichten. De lampen in de verkeerslichten zijn tot nu toe nog rond voor de evenredige belichting van de gekleurde lens. Dankzij de opkomst van de Led-technologie is met gebruik van felle diodes de ronde vorm niet meer noodzakelijk. De vierkante vorm zorgt samen met een hogere lichtopbrengst voor meer alertheid bij de voetgangers en automobilisten. En dus voor meer veiligheid. Art Lebedev heeft voor een aantal steden een voorstel gemaakt. Tokyo kan zijn verkeerslichten verrijken met ingebouwde speakers en in New York krijgen de verkeerslichten een gele buitenkant. Art Lebedev heeft al eerder toepassingen op verkeerslichten aangebracht. Zo heeft het ervoor gezorgd dat er op een aantal plaatsen in Nederland timers onder verkeerslichten zijn bevestigd. De timers geven aan hoelang je nog moet wachten voordat je kunt oversteken. Gebleken is dat fietsers en voetgangers beter bereid zijn voor rood licht te wachten als ze weten hoe lang de wachttijd is. De ontwerpstudio onderzoekt momenteel samen met de Amerikaanse autoriteiten of realisatie van het vierkante verkeerslicht in de praktijk mogelijk is. Meer info: www.artlebedev.com

Ragbag

Kunstwerk: Eric Colpaert

Betrokken kunstenaars De betrokken kunstenaars worden in eerste instantie initiator van evenementen en zullen speuren naar creativiteit bij de bewoners. Ze kunnen resideren in verplaatsbare ateliers die tijdelijk in verschillende wijken opgesteld worden en versterken reeds aanwezige initiatieven en feestelijkheden of zuiveren en herstijlen stoorzones en dissonanten in de woon- en leefomgeving. Immers wat is het nut van een solitair kunstwerk als het de omgeving bedrukt, frustreert, lelijk is of ziek maakt? Naast kunstenaars krijgen ontwerpers, bewoners en het verenigingsleven een belangrijke rol. Een belangrijk initiatief wordt de organisatie van een jaarlijkse ommegang voor alle bewoners langs een bijzonder vormgegeven en doelbewust ontworpen tracé, dat Stadshagen omschrijft. Met stedenbouwkundigen en architecten wordt nauw samengewerkt zodat het resultaat iets heeft wat verdiept, wat verruimt, wat tevreden stemt, wat goed doet en wat vooral in een grotere en harmonische context genoten kan worden. Een omgeving laat zich op een subtiel niveau verschillend ervaren of voelen. Hoe gaat men daar mee om? Wat doet of plaatst men of juist niet? In die zin is er alle ruimte voor vrij onbekende en nog niet eerder op die schaal toegepaste vakgebieden als geomantie, gaialogie of kwalitatief omgevingsonderzoek op zichtbaar en op energetisch- of gevoelsniveau. 

Wie is Eric Colpaert? De Belgische kunstenaar en architect Eric Colpaert werd in eerste Instantie aangezocht om, na grondige studie van Stadshagen en omgeving, een artistiek masterplan te ontwikkelen. Volgens J.C. Stadthouder denkt de Belgische kunstenaar vanuit de optiek van de beeldende kunst mee in het geheel van planvorming. Colpaert adviseert op welke wijze en op welk moment beeldende kunst een rol kan spelen en er beeldende kunstenaars zouden moeten worden betrokken. Colpaert ziet de rol van de kunstenaar méér dan enkel beeldend: het plaatsen van een sculptuur op een plein of bij een gebouw. De betrokkenheid van Eric Colpaert betreft niet alleen het bouwterrein van Stadshagen maar ook de omgeving van de IJssel en van het Zwarte Water. Ook heeft hij aandacht voor de historie en de kenmerken van de oude stad Zwolle.Tot op heden is de kleinste uitbeelding van één van zijn denkmodellen zo groot als een sleutelhanger en het grootste ruim 250 km lang.

Industrieel ontwerper Siem Haffmans heeft het merk Ragbag opgezet. Hij liet Ellen Sillekens, ontwerper van de Rietveld Academie, het ontwerp van de Ragbag maken. De tas bestaat uit maar liefst 80 plastic zakjes. Weggegooide plastictasjes zorgen voor veel rommel en verstopte rioleringen in India. In New Dehli’s sloppenwijk wordt de helft van al het afval van de 12 miljoen inwoners tellende stad gedumpt, de andere helft zwerft rond. Dankzij het Nederlandse project hebben inmiddels vijftig tot honderd inwoners van de sloppenwijk een baan. Na het succes in New Dehli zijn er Ragbag projecten gestart in Calcutta, Bhopal, Kameroen en Brazilië. De Ragbag wordt volledig in het land zelf geproduceerd. Het begint bij de allerarmste, ragpickers. Zij verzamelen de aangegeven kleuren plastictasjes. Omdat de werknemers niet allemaal dezelfde taal spreken, zijn de kleuren van de tassen vernoemd naar Bollywood sterren. De actrice Esha Deol staat bijvoorbeeld voor de kleur blauw. Na het verzamelen verkopen de ragpickers de plastic zakjes door aan de Indiase familiebedrijven. In de fabriek sorteren ze het vieze plastic, zo’n honderd kilo per dag, op kleur. Daarna wassen ze de tasjes grondig. Na het wassen van de tasjes persen ze het plastic machinaal zonder dat er kleurstoffen of lijm aan te pas komt. Vervolgens zetten ze de tassen in het naaiatelier in elkaar. De werknemers krijgen prima betaald voor Indiase begrippen: zo’n 80,- euro per maand. Daar kunnen ze goed van rondkomen. 20 procent van de verkoopprijs (vanaf 46,- euro) gaat naar de Indiase makers. Het lijkt weinig maar als je het vergelijkt met made in China-producten waarvan meestal maar 10 procent van de verkoopprijs naar de producent gaat, dan valt het mee. De tassen zijn onder andere in Nederland, Amerika en Australië te koop. Inmiddels zijn er ook agenda’s en portemonnees van gerecycled plastic verkrijgbaar. Meer info: www.ragbag.eu

Duurzame dance club In najaar 2008 is WATT, de eerste milieu verantwoorde dance club ter wereld, geopend in Rotterdam. WATT, voorheen Nighttown, is veranderd in een duurzaam cultureel podium, dance club en poppodium. Duurzaamheid speelt een grote rol in het gebruik en bedrijfsvoering van WATT. Niet alleen het gebouw is duurzaam ingericht, de bars zijn bijvoorbeeld ook volledig ingespeeld op ‘minimal waste of energy, time and money.’ De bars gebruiken

Dansvloer WATT. Foto: Giulia Melloni

dus zo min mogelijk elektriciteit en water. Zelfs het regenwater wordt opgevangen, hiermee spoelen ze de wc’s door. Maar het meest spectaculaire duurzame ontwerp in de club is de energieopwekkende dansvloer van zes bij zes meter. Deze vloer zet de beweging van de dansende bezoekers om in elektrische energie, waardoor de gekleurde tegels licht geven. De energie opwekkende dansvloer is uniek in zijn soort en daarom nu deels op tour in het buitenland zodat geïnteresseerden de werking van de vloer zelf kunnen ervaren. De organisatie Sustainable Dance Club was nauw betrokken bij de totstandkoming van WATT. Zij zorgden voor de juiste invoering van duurzaamheid in de bouw en exploitatie. De dance club is een ontwerp van de architectenbureaus Kossmann deJong in samenwerking met Döll – Atelier voor Bouwkunst. Meer info: www.watt-rotterdam.nl

Gesproken internet voor analfabeet Gesproken internet op een mobiele telefoon is een uitkomst voor analfabeten in ontwikkelingslanden. Het team Research Laboratory van IBM India onderzoekt momenteel de mogelijkheden van deze zogenaamde VoiceSites. Onder de plattelandsbevolking in ontwikkelingslanden komt veel analfabetisme voor. In India is bijvoorbeeld 30 procent van de mannen en 52 procent van de vrouwen analfabeet. Een groot deel van de bevolking heeft nog geen toegang tot het internet. Maar in India groeit net zoals in vele andere ontwikkelingslanden het aantal mobiele telefoons razend snel. India verbreekt al twee jaar lang de wereldrecords in de toename van nieuwe mobiele bellers. Van de 1,1 miljard inwoners zijn nu in totaal 310 miljoen mensen in het bezit van een mobiele telefoon. Juist daarom vormt gesproken internet voor deze groep een uitkomst. Temeer omdat de ontwikkeling van VoiceSites van IBM het mogelijk maakt dat mensen telefonisch bijvoorbeeld producten kunnen verkopen, reclame kunnen maken of gezondheidsinformatie kunnen opvragen. De onderzoekers van IBM namen in India interviews af om te bepalen hoe burgers met informatie en technologie omgaan. Ze ontdekten dat burgers weinig gebruik maken van tekst. Mensen bellen liever vrienden op voor een telefoonnummer dan dat zij het telefoonboek op hun mobieltje gebruiken. Een audio versie van het internet kan de drempel enorm verlagen en geeft analfabeten meer kans om er economisch op vooruit te gaan. Meer info: www.llink.nl

Grijze wolf of witte dolfijn als ringtone Center for Biological Diversity in de Verenigde Staten biedt gratis ringtones op hun website aan met geluiden van bedreigde diersoorten. De Afrikaanse olifant, keizerpinguïn, de Mexicaanse grijze tijger en de Antarctische witte dolfijn behoren tot het bedreigde soort. De dierengeluiden zijn overal ter wereld opgenomen door onderzoekers. Doormiddel van de ringtones wil de organisatie bewustwording creëren over het uitsterven van honderden diersoorten. Center for Biological Diversity streeft ernaar om iedere maand nieuwe ringtones op de site te plaatsen. Naast ringtones kun je via de site wallpapers en feiten over de dieren downloaden. Wetenschappers leveren hiervoor zoveel mogelijk materiaal aan. Inmiddels hebben ruim 100.000 mensen uit meer dan 150 landen een ringtone gedownload van het internet. Meer info: www.biologicaldiversity.com www.rareearthringtones.org


Grid#01 pagina 30 - februari 2009

Proces van de case study Parkway N340 als film Het instituut/case studies maakt een film, waarin het unieke proces van samenwerking op hoog niveau tussen verschillende disciplines te zien is. De film zal dienen als verslaglegging van de werkwijze van het instituut/case studies maar ook voor didactisch doeleinden voor bijvoorbeeld het HBO-onderwijs. Van meet af aan heeft het instituut/case studies de belangrijkste momenten van de case study Parkway N340 op film vastgelegd. Een aantal momenten die met het proces en de ontwikkeling van de case study te maken hebben, staan al op beeld. Dat zijn onder andere: de bustour, interviews met Hans van Manen en Jan Willem de Jager (Dienst Landelijk Gebied), discussiemoment tussen de vertegenwoordigers van de instellingen die betrokken zijn bij de N340, presentaties en de bijeenkomsten van de deelnemers in de aanwezigheid van masters Michael van Gessel en Jeroen van Westen. Om het verslag te completeren komen er nog beeldfragmenten van de inspiratiebron, het landschap, de verbale en beeldende reactie van de masters en deelnemers alsmede van gesprekken met bewoners. De vier positieve perspectieven zullen eveneens in beeld worden gebracht. De film duurt ongeveer 25 minuten en wordt mede mogelijk gemaakt door de Provincie Overijssel en Stichting Doen.

Ontwikkeling Toolbox Het instituut case studies is met Creativity2Business in overleg om te kijken of samen een Toolbox ontwikkeld kan worden. Creativity2Business is sinds 2007 een programa van Kunst en Zaken. Bij de meeste programma’s van Kunst en Zaken wordt het bedrijfsleven gestimuleerd om kennis en expertise te geven aan de creatieve sector, bij Creativity2Business gaat het juist om de inzet van creatieve oplossingen voor bedrijfsvraagstukken. Het probleem is vaak dat bedrijven en creatieven een verschillende achtergrond hebben. Door de twee culturen bij elkaar te brengen, kan er iets heel moois ontstaan maar het zou ook kunnen botsen. Om problemen te voorkomen in de samenwerking van deze twee uitersten biedt het ontwikkelen van een democratisch model een uitkomst. Daarin worden de verschillende de mogelijkheden van samenwerking begrijpelijk en bruikbaar beschreven en verbeeld. Het bedrijfsleven zal inzien dat toevoeging van creativiteit kan zorgen voor return on investment. Andersom leren creatieven hoe ze binnen een bedrijfsvoering verandering kunnen aanbrengen. Creativity2Business en het instituut/case studies willen een drievoudige Toolbox ontwikkelen gericht op onderwijs, overheden en bedrijfsleven. Hiervoor zullen verschillende deskundigen benaderd worden om vanuit hun expertise de nieuwe methode uit te werken. Deze Toolbox zal als leidraad kunnen fungeren voor projecten van beide partijen. Het ontwikkelen van de Toolbox wordt mogelijk gemaakt door Stichting Doen.

Welkom studenten Post HBO Ben je geĂŻnteresseerd in beeldende kunst, maatschappelijke kwesties, professionele begeleiding en originele oplossingen?

Doe dan mee aan het instituut/ case studies Het instituut brengt in een innovatieve studievorm mensen met verschillende visies en achtergronden bij elkaar. Wij zijn op zoek naar kunstenaars uit verschillende disciplines voor de case studies zoals Bos en Lommer en Sterrentoerisme in Alentejo, Portugal. Kun jij jouw beeldkracht, creativiteit en poĂŤzie inzetten? Meld je dan aan. Stuur een email naar: info@hetinstituut.org en vermeld daarin het volgende: voorkeur voor betreffende case study, motivatie, CV en beeldmateriaal. Kijk voor meer informatie op www.hetinstituut.org


GRID#01  
GRID#01  

Nieuwsbrief Instituut voor Case Studies. O.a. een interview met mij over Bos & Lommer, in Amsterdam West.

Advertisement