Page 1

Tijdschrift voor

Lichamelijke Opvoeding

Vakblad voor gevormden in de LO, trainers en jeugdsportbegeleiders

Met o.a. Gezondheid en LO Leren reanimeren

www.bvlo.be Bond voor Lichamelijke Opvoeding vzw BVLO

Trimestrieel tijdschrift nr. 4 - 2011 - oktober - november - december - Aflevering 232 - Erkenningsnummer: P409677 - Afgiftekantoor Gent X


Laat een perte totale je niet stoppen

Eindelijk een aangepaste formule voor wagens die niet nieuw zijn. Ook na een paar jaar is uw wagen nog splinternieuw voor u. Maar twijfelt u of investeren in die dure omnium nog wel zin heeft? Dan heeft Ethias nu de Mini Omnium+, een formule speciaal ontworpen voor ‘niet nieuwe wagens’. Vraag uw offerte en vergelijk met uw huidige verzekeraar. 2

Ethias NV, rue des Croisiers 24, 4000 Luik. RPR Luik BTW BE 0404.484.654 Zetel voor Vlaanderen : Prins-Bisschopssingel 73, 3500 Hasselt.

Meer weten ? ethias.be 0800 25 777


Woord vooraf

BVLO

In dit nummer

Theorie

Beste lezer

Woord Vooraf ..............................................................................................................3

Wie nog niet weet dat een dagelijkse behoorlijke portie beweging noodzakelijk is om gezond door het leven te gaan, komt van een andere planeet. Dat het vak Lichamelijke Opvoeding tot de basisvorming behoort van alle leerlingen, ongeacht hun studierichting, is dan ook zeer terecht. Toch hebben vele leraren LO het gevoel dat zij met hun expertise ondergewaardeerd worden in het lerarenkorps, terwijl zij eigenlijk over veel aspecten van de persoonlijke ontwikkeling van het kind kunnen getuigen. Dat ons vak te weinig gewicht in de schaal werpt bij de deliberaties op het eind van het schooljaar en dat Lichamelijke Opvoeding wordt beschouwd als een ‘vak onder de streep’ is onaanvaardbaar. Wij moeten er samen voor te zorgen dat alle betrokkenen de Lichamelijke Opvoeding zien als een vak ‘boven de streep’. De Bond voor Lichamelijke Opvoeding zet in elk tijdschriftnummer een school in de kijker die de Lichamelijke Opvoeding en de sport belangrijk vindt, een school die investeert in de sportieve mentaliteit van zijn leerlingen en leerkrachtenkorps. Het Vrij Landelijk Instituut van Oudenaarde is een uitstekend voorbeeld, met een directeur-LO’er aan het roer en een enthousiast en uiterst actieve vakgroep Lichamelijke Opvoeding. De invloed van beweging op de gezondheid en welzijn is onmiskenbaar. Dit besluit werd geformuleerd op het Global Forum over LO Pedagogie (GOFPEP) 2010. De consensusverklaring benadrukt dat we onze toekomstige LO-leerkrachten degelijk moeten voorbereiden, dat we gebruik moeten maken van de nieuwe technologieën en we partnerships moeten sluiten tussen scholen, universiteiten, de gemeenschap en bedrijven. Dat onze universiteiten met een opleiding Lichamelijke Opvoeding en Bewegingswetenschappen groen licht krijgen van de Visitatiecommissie is alvast een opsteker. Het partnership waarvan sprake in de GOFPEP-aanbevelingen is een item waarvoor de BVLO al vele jarenijvert. Een mooi naslagwerk over de BVLO-visie hierover zijn de proceedings van de Staten-Generaal van 2007. Deze principes van samenwerking tussen de driehoek school-club-gemeente werden afgelopen november tijdens de jaarlijkse BVLO-Studiedag annex EUPEA Symposium nog maar eens bevestigd. Ook de internationale sprekers hamerden op het belang van samenwerkingsverbanden om samen sterk te staan, ook op Europees vlak. U krijgt een kort verslag van deze activiteiten in dit tijdschriftnummer, meer informatie vindt u op de websites: www.bvlo.be Veel leesgenot

Meer LO op school? Het kan!....................................................................4 Het VLIO, een zorgzame sportieve school

Sophie Van Aelst & Steph Storme Groen Licht. Vlaamse universitaire opleidingen Lichamelijke Opvoeding en Bewegingswetenschappen krijgen groen licht van externe visitatiecommissie .........7 Vlaamse Interuniversitaire Raad Gezondheid en LO: een nieuwe algemene consensusverklaring................................................................................................................9 Christopher R. Edginton, Ming-Kai Chin, Eric De Boever & Jan Seghers Vechtsport en jongeren. ............................................................................. 14 Jikkemien Vertonghen & Marc Theeboom Leren reanimeren door partnerleren met taakkaarten.19 Peter Iserbyt, Liesbet Mols, Nathalie Charlier, Sophie De Meester Make your 3-year-old walk.................................................................... 23 Becommentarieerd door Greet Cardon Vlabus vzw… met een duidelijke visie voor de toekomst....................................................................................................................... 24 BVLO-Activiteiten & Partners................................................................ 28 Nieuwe Publicaties: Bewogen Bewegen & Basis voor Verantwoord Trainen........................................................................................ 30 Bond voor Lichamelijke Opvoeding - voorstelling........ 31

Praktijk Olympische Balspelen Elke Thomassen BALVAARDIGHEID 013-020 Preventie doping Middelbaar onderwijs Vlaamse Overheid, Departement CJSM, Team Medisch Verantwoord Sporten ALGEMEEN SPORT 001-004

De redactie

Het Tijdschrift voor Lichamelijke Opvoeding is een vakblad voor gevormden in de LO, trainers en jeugdsportbegeleiders. Het verschijnt trimestrieel: 5 maart, 5 juni, 5 september en 5 december. Een abonnement op het Tijdschrift voor Lichamelijke Opvoeding is inbegrepen in het lidmaatschap van de BVLO. Alle individuele leden van de Bond voor Lichamelijke Opvoeding vzw krijgen het Tijdschrift voor Lichamelijke Opvoeding toegstuurd. Maar een BVLO-lidmaatschap is meer dan dat! Kijk voor alle mogelijke formules en voordelen op onze site: www.bvlo > LO & Sport > Lidmaatschap of bel de ledentelefoon 09- 218 91 23 (kantooruren). NIEUW: het BVLO-lidmaatschap sluit je af voor 12 maanden of de volle 365 dagen. Alle info en online lid worden: www.bvlo.be

Publiciteit: Bond voor Lichamelijke Opvoeding vzw Tel. 09 218 91 20 - Fax 09 229 31 20 - email: info@bvlo.be Copyright: Het overnemen van artikels en foto's is zonder schriftelijke toestemming van de redactieraad niet toegelaten. Iedere auteur is verantwoordelijk voor de inhoud van zijn/haar artikel. Tijdschrift voor Lichamelijke Opvoeding is ondertekenaar van de Milieubeleidsovereenkomst Papier Vlaanderen en steunt de inspanningen van de Vlaamse regering i.v.m. papierrecuperatie.

Verantwoordelijke uitgever: E. De Boever Waterkluiskaai 16, 9040 Sint-Amandsberg/Gent

Lid van de Unie van de Uitgevers van de Periodieke Pers.

De redactieraad bestaat uit: Kristine De Martelaer, Eric De Boever, Sophie Van Aelst en wordt bijgestaan door een ruime adviesgroep en een reviewpanel.

drukkerij New Goff - Kaleweg 5 - 9030 Mariakerke(Gent) Tel 09 216 73 73 - fax 09 216 73 74 - info@newgoff.be

Bond voor Lichamelijke Opvoeding vzw - BONDSHUIS BVLO - Waterkluiskaai 16 - 9040 Sint-Amandsberg/Gent

Bond voor Lichamelijke Opvoeding Bankrekening BVLO: IBAN BE51 4469 7200 0162 BIC: KREDBEBB - Tel. (09) 218 91 20 - Fax (09) 229 31 20 - e-mail: info@bvlo.be - Openingsuren: 9 tot 13 uur & 14 tot 17 uur nr. 4 / 2011

3


BVLO

Meer LO op school? Het kan Trefwoorden: Lichamelijke Opvoeding, Sport, sportschool, dagelijks uur LO

VLIO

een zorgzame

Het

sportieve school

We stellen voor om de Hoogstraat in Oudenaarde om te dopen tot Schoolstraat of Scholenstraat. Op enkele honderden meters verschuilen ongeveer 3.300 leerlingen zich achter diverse voorgevels van schoolgebouwen. Het minste wat je kan zeggen is dat er redelijk wat jong talent rondloopt in deze Oudenaardse buurt. Wij hadden een afspraak in het VLIO, het Vrij Landelijk Instituut van Oudenaarde. Het woord landelijk verklapt natuurlijk al dat het om een land- en tuinbouwschool gaat, maar het VLIO heeft ook een sportafdeling, sinds 1992.

Ons gesprek met de directeur, een ‘oude’ bekende Het was vooral deze laatste richting die ons interesseerde en de vraag of die ‘sportkriebels’ in de school misschien aanstekelijk werken en ook de andere richtingen meer aan het bewegen zetten. We vroegen een woordje uitleg aan de directeur Patrick Vansteenbrugge die ons op

maandagmorgen welkom heette. We groetten bij het binnengaan collega-directeur Geert Van Bever, verantwoordelijk voor het land- en tuinbouwgedeelte en de biotechnische wetenschappen. “Ons dagelijks overlegmoment”, verklaart onze gesprekspartner, “we delen de functie directeur en adjunct-directeur en deze duobaan bevalt ons wel, maar we moeten elkaar natuurlijk perfect informeren.” Patrick Vansteenbrugge is een licentiaat Lichamelijke Opvoeding (UGent, 1982) en velen onder u zullen hem ook kennen van het boek ‘Leren Voetballen’ dat hij samen met Robert Goethals en Bart Van Renterghem schreef en herwerkte. Aan de opleiding Sport- en Bewegingswetenschappen was hij jarenlang als praktijkassistent, verantwoordelijk voor het voetbalonderwijs inclusief de specialisatie voetbal. Bovendien was hij vele jaren Directeur Sportka-

4

deropleiding Voetbal binnen de schoot van de Vlaamse Trainersschool VTS.

Opstart van de sportschool, door een a-sportieve priester Maar terug naar Oudenaarde. Patrick Vansteenbrugge is een oud-leerling van het voormalige Onze-Lieve-Vrouwecollege Oudenaarde, sinds enkele jaren omgedoopt tot Sint-Bernarduscollege. “Als pas afgestudeerde licentiaat Lichamelijke Opvoeding startte ik mijn carrière in het vrij technisch instituut Sint-Lucas in Oudenaarde. In 1992 maakte ik de overstap naar het VLIO dat trouwens tot dezelfde scholengemeenschap behoorde. Even daarvoor was er tussen de directeur van het Vlio en de superior van het college, twee priesters, een strijd geleverd om een sportafdeling te mogen opstarten. Het VLIO won, maar probleem was dat de toenmalige directeur eigenlijk a-sportief was. Het was heel belang-


rijk voor hem om zich goed te omringen met sportmensen en zo heeft hij mij kunnen overtuigen om mee de sportrichting uit te bouwen. We startten met de technische afdeling, later volgde ook de ASO.” Het werd een succes. De sportafdeling leverde de school een stijgend aantal leerlingen op. “De aangroei was spectaculair, van een goede 300 leerlingen groeiden we tot het huidige aantal van 750”, legt Vansteenbrugge uit. “Met als gevolg dat het hier qua infrastructuur wel vaak ‘behelpen’ is. We beschikken hier over een klein turnzaaltje, maar we trekken dan ook vaak naar buiten waar er wel redelijk veel mogelijkheden zijn. En eenmaal per week gaan we voor 4 aaneensluitende uren naar de sportaccommodaties van Kruishoutem, een super-deluxe binnen- en buiteninfrastructuur met alles op en aan. Dit geeft ons enorm veel mogelijkheden. Voor deze uren trekken de vijfdes bijvoorbeeld met 4 klassen (zo’n tachtig leerlingen), begeleid door 6 leerkrachten naar ginder en dan kunnen ze enorm differentiëren.”

Optie Sport in TSO of ASO In het VLIO kan je vanaf de tweede graad kiezen voor LO & Sport (TSO) of Sportwetenschappen (ASO).

»» LO & Sport In de afdeling LO & Sport krijgen de leerlingen 2 uur LO + 7 uur sport, aangevuld met wetenschappen en wiskunde. Vanaf de derde graad wordt ook in de theorievakken specifiek naar sport en lichaam gewerkt (anatomie, fysiologie, psychologie,…). De jongeren leren er ook manifestaties te begeleiden, te spreken voor grote groepen, werken met specifieke doelgroepen zoals personen met een handicap, senioren… kortom een enorm uitdagend aanbod. “Het gebeurt vaak dat hier bij de leerlingen een lichtje gaat branden over wat ze later willen doen. Dan zie je iemand resoluut kiezen om in een rust- en verzorgingstehuis te gaan werken, of toch verzorging te kiezen, of kleuteronderwijs. Het feit dat ze een beetje hebben kunnen proeven van het werkveld betekent toch een enorme meerwaarde. “In het zesde jaar werken de jongens en meisjes een geïntegreerde proef (GIP) af. Doel hiervan is de integratie van de algemene vakken met praktijk- en sportgerichte thema’s. De GIP vormt op die manier een afronding van de kennis en inzichten die werden verworven tijdens de studieloopbaan binnen de studierichting LO & Sport. Bij het uitvoeren van de opdrachten wordt zoveel mogelijk vakoverschrijdend gewerkt, zodat de GIP echt ‘geïntegreerd’ is in de opleiding. Het eindwerk bestaat uit verschillende onderdelen. Vooreerst kiest elke leerling een opleidingscur-

sus erkend door de overheid, veelal is dat een cursus van de Vlaamse Trainersschool (VTS). Wij raden aan een trainerscursus te volgen in een sporttak waarin de leerling gespecialiseerd is. We eisen geen diploma omdat er uiteindelijk heel veel verschil is tussen de verschillende cursussen, maar vaak slagen ze wel, wat toch weer een meerwaarde geeft aan hun opleiding. Een ander element van de GIP is een schriftelijk werk binnen een zelfgekozen, sportspecifiek thema. Hier raden we onze jongens en meisjes aan om zo persoonlijk mogelijk te werken. Vakken als Toegepaste Biologie, Toegepaste Psychologie en LO & Maatschappij kunnen hierin aan bod komen. Daarnaast plannen de leerlingen nog een face-to-face interview met een bekende sporter, wat altijd een unieke en onvergetelijke ervaring blijkt. Ook aan de taalkundige opbouw van de GIP hechten wij grote waarde. Zowel het schriftelijk verslag van het eindwerk als de mondelinge verdediging voor een jury worden ook naar taal toe geëvalueerd”, licht de directeur toe. Na de TSO-opleiding kunnen de leerlingen nog een zevende jaar ‘Sportclub- en fitnessbegeleider’ volgen, maar evengoed gaan ze hogere studies aanvatten.

Sportwetenschappen In deze ASO-afdeling krijgen de leerlingen we-

Steph Storme, Voorzitter BVLO OostVlaanderen

Sophie Van Aelst, Communicatie BVLO

Bond voor Lichamelijke Opvoeding nr. 4 / 2011

5


kelijks 2 uur LO + 3 of 4 uur sport en daarnaast staan nog 6 uren wetenschappen en 5 uren wiskunde op het programma. De leerlingen worden ideaal voorbereid om alle mogelijke hogere studies aan te vatten. Vooral voor alle studiegebieden die in de medische, paramedische, wetenschappelijke sector liggen, is deze richting een ideale voorbereiding. In het vijfde en zesde jaar ASO, Sportwetenschappen, zit er in het lessenpakket één uurtje ‘vrije ruimte. In vele scholen wordt die ingevuld door een extra uur wiskunde, Duits of chemie. Onze school kiest daar bewust niet voor, maar opteert voor een ruimere invulling. In het vijfde jaar werken de leerlingen aan het maken van een skibrochure en het organiseren van een schoolreis (lees: driedaagse uitstap). Het creëren van de skibundel leunt perfect aan bij de skistage van de leerlingen in het tweede semester van het schooljaar. Geheel zelfstandig graven de leerlingen in o.a. de boeiende wereld van de geschiedenis, de geografie en de cultuur van het land van bestemming. Ook talen en ICTvaardigheden worden in dit ‘projectuur’ geïntegreerd. Bij het organiseren van een schoolreis nemen de leerlingen de volledige verantwoordelijkheid op zich. Ze leggen zelf contacten, maken afspraken, plannen, beslissen en voeren uit. Hier willen we de leerlingen vooral ervaringen laten opdoen én hun eigen leerproces laten sturen. De zesdejaars schrijven dan weer een eindwerk. Het onderwerp is vrij, maar moet aanleunen bij de eindejaarsreis die op het programma staat. Hoogtepunten zoals Barcelona en Praag liggen al achter ons; een citytrip naar Londen staat ons dit jaar nog te wachten. Gaandeweg leren de leerlingen allerhande bronnenmateriaal efficiënt te gebruiken en krijgen ze meer en meer ICT-vaardigheden onder de knie. De leerlingen vatten het eindwerk trouwens ook altijd samen

in het Frans en in het Engels. Tenslotte verdedigen ze hun eindwerk tegenover een jury en op die manier worden ook sociale en verbale skills aangewakkerd.

Een primeurtje voor ons Tijdschrift “Vanaf volgend schooljaar zou ik ook in onze beroepsafdeling een dagelijks uur LO willen invoeren. In het eerste jaar kan dat wettelijk niet (jammer genoeg), maar vanaf het tweede jaar wil ik dat echt doen, dan mogen we de uren uitbreiden van 32 naar 34. En dat geeft mij perfect de gelegenheid om hen 2 uur extra LO aan te bieden, en dat zal dat vooral de basis-LO zijn. Het is heel belangrijk dat onze jongeren weten dat ze een ‘lijf’ hebben dat moet bewegen. Ik heb lang genoeg rondgelopen en rondgereden met de sticker ‘Elke dag LO op school’, wel nu ik de kans heb om dat ook in te voeren in mijn school, zal ik die niet laten liggen. Misschien wordt het goede voorbeeld dan wel gevolgd!”, zo besluit Patrick Vansteenbrugge.

Een sportieve directeur is een plus Uiteraard is het voor de LO en de sport en voor het LO-leerkrachtenkorps een enorm voordeel als de directie vol de kaart van LO en sport trekt. “Natuurlijk is het als LO’er een luxe om hier te werken, dat heb ik zelf veel jaren mogen ervaren, tot ik zes jaar geleden directeur werd. Omdat ze met velen zijn, kunnen ze soms wel meer hun specialiteit geven en elkaar ondersteunen. Maar er wordt ook veel verwacht van onze LO’ers en de leerkrachten in het algemeen. Bovendien is het zo dat alle LO-leerkrachten ook een theorievak geven. Op die manier zien ze hun leerlingen op verschillende manieren, wat hen een beter beeld geeft van elke jongere. De LO’ers zitten ook in alle werkgroepen, van be-

geleid zelfstandig leren, over taal- en gezondheidsbeleid, tot pastoraal. Alle LO-leerkrachten zijn tegelijk ook klastitularis en het valt mij toch op dat de meeste leerlingen toch wel opkijken naar hen en dat ze over het algemeen een goede band hebben met hun LO-leerkracht. Zo worden ze ook vaak gekozen als vertrouwenspersoon of groene leerkracht. Ja, als leerkracht sta je veel dichter bij de leerlingen, dat moet ik nu als directeur wel missen. Ik ken de leerlingen niet meer allemaal bij naam, de ‘speciallekes’ zijn mij natuurlijk wel bekend, maar de doorsneeleerling ken ik niet meer. Dat mis ik soms wel een beetje”, geeft de directeur grif toe.

Wat moeten we vooral onthouden van het VLIO? Zonder enige aarzeling was het antwoord hier: “Dat we heel veel zorg dragen voor onze leerlingen.” Meer dan de helft van de jongeren die hier aankomen zijn gekwetste leerlingen, omdat ze ‘moesten zakken’, een negatieve keuze maakten, geen goesting meer hebben, gedemotiveerd of schoolmoe zijn. We kunnen ze natuurlijk niet allemaal weer op de rails krijgen, maar ik maak me sterk dat we er toch vaak in slagen ze opnieuw te motiveren, hun zelfvertrouwen op te krikken en goesting laten krijgen om hun diploma te halen en er iets van te maken. Dat is het mooiste aspect van onderwijs, het kind, de jongere helpen slagen.” En met deze wijze woorden namen we afscheid. Meer info Vrij Landelijk Instituut Hoogstraat 20, 9700 Oudenaarde Tel. 055/33 46 80 – Fax 055/33 46 82 E-mail: info@vlio.be Url: http://www.vlio.be

PAST UW SCHOOL OOK IN DEZE RUBRIEK? Neem dan als de bliksem contact op met de redactie Sophie Van Aelst, sophie.vanaelst@bvlo.be

Wij brachten in deze rubriek al verslag uit over - Sportschool Gentbrugge - Vrij Landelijk Instituut Oudenaarde - MPI Zonnebos in ’s Gravenwezel - Atheneum Wispelberg Gent - Middenschool Maaseik - Basisschool De Reigers Zelzate - Maria-Boodschaplyceum Brussel

- Sportbasisschool Heusden - De Oester Oetingen/Strijland - Atheneum Avelgem - Basisschool Hof Pepijn Landen - KTA Jette - KTA De Beeltjens Westerlo - Universiteit Gent

- Basisschool De Regenboog Ertvelde - De Meidoorn Eeklo - Freinetschool De Boomgaard Gent - Middenschool Lyceum Hasselt - Koninklijk Atheneum Ninove - Basisschool De Beeltjens Westerlo - Middenschool Ieper

WIE PRIJKT HIER ALS VOLGENDE “GOEDE VOORBEELD” 6


Groen

Licht! Vlaamse interUniversitaire raad - VLIR Vlaamse universitaire opleidingen Lichamelijke Opvoeding en Bewegingswetenschappen krijgen groen licht van externe visitatiecommissie In Vlaanderen hebben de universiteiten in 1991 in ruil voor een grotere zelfstandigheid een systeem van interne en externe kwaliteitszorg opgezet. Dit systeem van kwaliteitszorg werd voornamelijk vanuit een verbeterperspectief opgevat. De verantwoordelijkheid en het eigenaarschap van het kwaliteitszorgsysteem werd door de overheid volledig bij de instellingen gelegd. De visitaties worden gecoördineerd door de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR). Elke 7 jaar worden alle Vlaamse opleidingen die de opleiding Lichamelijke Opvoeding en Bewegingswetenschappen organiseren (UGent, K.U.L. en VUB) gevisiteerd. De vorige visitatie dateert van 2003 en de laatste onderwijsvisitatie werd in najaar 2010 uitgevoerd. Het visitatiestelsel valt uiteen in drie fasen. In de eerste fase ligt het zwaartepunt op de

kritische zelfanalyse door de betrokkenen van de te visiteren opleidingen. De resultaten van deze zelfbevraging, die ongeveer een jaar in beslag neemt en waarbij academisch, administratief en technisch personeel, studenten, afgestudeerden en vertegenwoordigers van het beroepenveld worden betrokken, worden samengebracht in een uitvoerig rapport, het zelfevaluatierapport. Ook de samenstelling van de visitatiecommissie situeert zich in deze fase. In de tweede fase vinden de eigenlijke visitaties plaats en worden de deelnemende opleidingen bezocht door de visitatiecommissie. De planning van deze visitaties gebeurt in overleg met de institutionele coördinatoren van de universiteiten. In de derde fase publiceert de commissie een openbaar rapport, waarin zij haar oordeel weergeeft over de kwaliteit van het onderwijs in de betrokken opleidingen en tevens aanbevelingen formuleert om tot kwaliteitsverbetering te komen. Bij een onderwijsvisitatie worden opleidingen

doorgelicht voor 6 onderwerpen: Doelstellingen van de opleiding, programma, inzet van personeel, voorzieningen, interne kwaliteitszorg en resultaten. Elk onderwerp bestaat nog uit diverse deelfacetten die individueel gescoord worden. De opleidingen moeten op alle onderwerpen een positieve score halen om geaccrediteerd te kunnen worden. Die positieve score wordt bepaald op basis van de deelscores die per onderwerp op de diverse facetten gegeven worden. Die deelscores kunnen onvoldoende, voldoende, goed of excellent zijn. Een onvoldoende score betekent dat de opleiding voor dat specifieke facet niet aan de minimumeisen voldoet. Een excellente score staat voor ‘best practise’ en kan internationaal als voorbeeld dienen. Alle Vlaamse universiteiten hebben op basis van de scores voor de diverse facetten een positieve score gehaald voor alle onderwerpen en zullen aldus geaccrediteerd worden. Uiteraard legt elke opleiding eigen accenten en vertaalt zich dat ook in de deelscores per facet. Bond voor Lichamelijke Opvoeding nr. 4 / 2011

7


De Vlaamse Universitaire Raad (VLIR) publiceerde volgende perstekst: Eind 2010 werden de bachelor- en masteropleidingen Lichamelijke Opvoeding en Bewegingswetenschappen van de Vrije Universiteit Brussel, de Universiteit Gent en de K.U.Leuven, samen met de ‘Erasmus Mundus Master in Adapted Physical Activity’ van de K.U.Leuven, bezocht door een commissie van nationale en internationale experten, die de kwaliteit van deze opleidingen grondig onderzocht. In haar eindrapport, dat op 30 september 2011 officieel aan de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR) wordt aangeboden, brengt de commissie verslag uit van haar bevindingen.

Inhoudelijke kwaliteit De commissie toont zich in haar rapport globaal gezien tevreden over de kwaliteit van de Vlaamse LO-opleidingen. Zij wijst er onder meer op dat de ambities van de opleidingen stroken met wat vanuit internationaal perspectief van een academische LO-opleiding verwacht mag worden en zegt ook een erg positief beeld gekregen te hebben van de inhoudelijke kwaliteit van de aangeboden programma’s. Met name de kennisontwikkeling acht zij erg goed in de Vlaamse curricula verankerd. De gedoceerde stof wordt up-to-date genoemd en de commissie waardeert zowel de vakinhoudelijke deskundigheid van de docenten als hun grote inzet om de lesinhouden zo aantrekkelijk mogelijk vorm te geven.

Verschillen tussen de opleidingen Wat de VUB betreft meent de commissie dat voor beide opleidingen de weg tussen vooropgestelde en behaalde competenties nog efficiënter zou kunnen worden afgelegd. De commissie pleit in het deelrapport over de VUB herhaaldelijk voor een meer regelmatig opleidingsbreed docentenoverleg en een sterkere centrale regie op de opleidingen. Voor de masteropleiding beveelt de commissie een ondubbelzinnige bewaking van het eindniveau aan. Positief gequoteerde masterproeven die eigenlijk de minimumnorm niet halen zouden in de toekomst vermeden moeten worden. Over de kwaliteit van de stages die de Brusselse universiteit aanbiedt is de commissie dan weer bijzonder tevreden. Aan de K.U.Leuven trof de commissie hoge ambities aan die volgens haar consequent worden vertaald in coherent opgebouwde, weloverwo8

gen en goed beheerde curricula. De masteropleiding slaagt er in om zowel ‘massa’ als ‘focus’ te genereren wat de commissie een mooie realisatie vindt. De Leuvense opleidingen kunnen volgens het rapport ook profiteren van een sport- en bewegingsonderzoekinfrastructuur van internationaal topniveau. Een factor die een duidelijk negatieve invloed heeft op het uiteindelijk behaalde niveau is volgens de commissie de beschikbare tijd in de voorlopig nog éénjarige master, wat zich met name toont in de variabiliteit van het niveau van de gerealiseerde masterproeven. Over de opleidingen van de UGent is het commissierapport over de hele lijn bijzonder positief. De commissie complimenteert de Gentse opleidingen met name voor hun prima bestuurlijke en organisatorische omkadering, voor de uitstekende interne kwaliteitszorg en voor de sterke regie door de opleidingcommissie. Voor zowel de bachelor als voor de master leidt dit volgens de commissie tot erg mooie resultaten.

Aanmoedigen van internationalisering en verdere samenwerking tussen de universiteiten Een belangrijk aandachtspunt dat geldt voor alle opleidingen betreft de verdere versterking van de internationalisering. Het rapport geeft aan dat de opleidingen reeds verschillende goede initiatieven hebben genomen maar dat de resultaten op het vlak van bijvoorbeeld de studentenmobiliteit nog erg beperkt blijven. Opvallend vond de commissie dat het geven van onderwijs in het Engels nog geen gemeengoed is. Zij zegt te begrijpen dat dit inherent is aan de wijze waarop het universitair onderwijs in Vlaanderen is georganiseerd, maar wil toch in overweging geven nog eens nauwkeurig naar dit aspect van het onderwijs te kijken. Het huidige format van de eenjarige master zorgt er volgens de commissie voor dat er veel moet gebeuren op erg korte tijd. De commissie stelde in de meeste opleidingen vast dat met name de gerealiseerde kwaliteit van de masterproeven lijdt onder deze hoge belasting. De commissie spreekt dan ook volmondig haar steun uit voor de beslissing om vanaf 2013-2014 een tweejarige master in te richten. De instellingen zullen hun masteropleidingen daarbij volgens eenzelfde structuur (een parallelle opbouw met een gelijke verdeling van studiepunten) inrichten en plannen ook inhoudelijk nauwer te gaan samenwerken. Ook dit wordt in het commissierapport erg sterk aangemoedigd.

Groen licht De commissie komt in haar conclusies tot een globaal positief eindoordeel voor alle betrokken opleidingen, wat betekent dat zij de kwaliteit van de opleidingen gegarandeerd acht. De opleidingen verdienen volgens de commissie dus het groene licht voor de komende acht jaar, de decretaal bepaalde accreditatietermijn. Met dit positieve rapport kunnen de opleidingen nu naar de Nederlands Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO) die op basis van dit rapport de nodige formele stempels kan zetten.

De commissie De visitatiecommissie werd voorgezeten door prof. dr. Willem van Mechelen, hoofd van de Afdeling Sociale Geneeskunde en co-directeur van het EMGO+ Instituut, VU medisch centrum Amsterdam. De commissie bestond verder uit mevr. Line Dumoulin, Secretaris Generaal van de Bond voor Lichamelijke Opvoeding (BVLO); prof. dr. Hubrecht Toussaint, lector Bewegingswetenschappen aan de Academie voor Lichamelijke Opvoeding van de Hogeschool van Amsterdam en hoofd onderzoek van het InnoSport fieldlab zwemmen aan de Faculteit bewegingswetenschappen van de VU Amsterdam; en prof. dr. em. Jules Peschar, emeritus Hoogleraar Onderwijssociologie aan de basiseenheid Sociologie van de Rijksuniversiteit Groningen. Dhr. Sander Raeymaekers, master in de lichamelijke opvoeding en de bewegingswetenschappen van de K.U.Leuven en mevr. Kimara Goethals, master in de lichamelijke opvoeding en de bewegingswetenschappen van de Universiteit Gent verzekerden het studentenperspectief binnen de commissie. Dr. Steven Van Luchene, stafmedewerker van de Cel Kwaliteitszorg van de Vlaamse Interuniversitaire Raad, trad op als projectbegeleider en secretaris voor deze visitatie.

Het volledige rapport werd op 30 september 2011 bekendgemaakt en kan nagelezen worden op de website van VLIR: http://www.vlir.be/media/docs/Visitatierapporten/2011/VLIR_LO_def.pdf

Trefwoorden: onderwijsvisitatie, opleidingen LO en Bewegingswetenschappen, kwaliteitszorg, accreditatie


&

Gezondheid een

LO:

nieuwe algemene

consensusverklaring Christopher R. Edginton, Ph.D. Professor School of health, Physical Education and Leisure Services University of Northern lowa Cedar Falls, lowa USA

Inleiding De jongste 40 jaar hebben zich in de LO belangrijke veranderingen voorgedaan, met een overgang van een traditioneel op sportieve vaardigheden gerichte oriëntering naar een grotere nadruk op gezondheidsgerelateerde fitness en levenslange fysieke activiteit (Bocarro et al., 2008; Jago et al., 2009; McKenzie & Kahan, 2008). Nochtans worden programma’s LO wereldwijd teruggeschroefd, geminimaliseerd en/of ronduit geschrapt uit curricula in het lager en secundair onderwijs (Hardman & Marshall, 2009; Puhse & Gerber, 2005). Het wordt steeds duidelijker dat de waarde van LO -programma’s wereldwijd onder druk komen te staan. In een tijdperk van toenemende verantwoordelijkheid betekent het gebrek aan doeltreffende maatstaven om het belang van LO in de ontwikkeling van leerlingen aan te tonen een

Ming-kai Chin, Ph.D. Vice president of Global Affairs and research HOPSport, inc Valencia, California USA

Eric De Boever Voorzitter Bond voor Lichamelijke Opvoeding (BVLO) België

belangrijke uitdaging voor de toekomst van het vak (Lund & Kirk, 2010). Het verbinden van de voordelen en resultaten van LO aan kernleergebieden zoals kritisch denken, probleemoplossend vermogen, de bekwaamheid om alert en tactisch te handelen, de vaardigheid om informatie te analyseren, om doelgerichte communiceren en de bekwaamheid om vernieuwend te handelen zal essentieel zijn om LO als volwaardig onderdeel van het fundamentele schoolcurriculum te blijven beschouwen (Bailey, 2006). Als men effectief het verband met dergelijke kernleergebieden kan aantonen, zal het belang van LO meer algemeen gedragen worden. Kortom, we staan voor de uitdaging om aan te tonen dat LO even belangrijk is als andere leergebieden van de basisvorming zoals lezen, schrijven en wiskunde. Het spreekt voor zich dat we meer doeltreffende beoordelingsinstrumenten moeten ontwikkelen om een betere bewijsvoering te

Jan Seghers, Ph.D. Professor Faculteit Bewegings- en Revalidatiewetenschappen Departement Humane Kinesiologie - Afdeling Bewegingsopvoeding en Sportpedagogie K.U.Leuven

bereiken. LO -programma’s moeten data voortbrengen die de presentaties van het vak veel meer kunnen aantonen voor ingrepen in programma’s. Het gebrek aan bewijsvoering in LO belet dat programma’s een deel worden van het systeem van gezondheidszorg van een gemeenschap. Er is een duidelijke nood aan uitvoeringsstandaards en manieren om de impact van LO te meten. De noodzaak dat LO-programma’s studenten in staat moeten stellen hun basisvaardigheden te demonstreren is prioritair in een toenemend gestandaardiseerde onderwijswereld. Net zoals er een nood is om basisvaardigheden zoals lezen, wiskunde en wetenschappen te verbeteren, is er een nood om het bestaan van LO-programma’s te rechtvaardigen/verantwoorden. De LO-leerkracht wordt steeds meer opgeroepen om aan te tonen dat studenten bekwaam zijn vaardigheden te ontwikkelen om een gezonde actieve levensstijl te bereiken.

Bond voor Lichamelijke Opvoeding nr. 4 / 2011

9


We leven in een tijdperk waarin obesitas en overgewicht, vooral bij kinderen en jongeren, wereldwijd een grote gezondheidsbezorgdheid geworden is (International Obesity Task Force, 2009; World Health Organization, 2010). Het is ruim aangetoond dat patronen die tijdens de kindertijd ontwikkeld werden, er daadwerkelijk zullen voor zorgen dat die worden getransformeerd in het volwassen leven (Freedman et al., 2007). De opkomende ‘obesitas-epidemie’ bij kinderen en jongeren wordt dus een zorg voor de toekomstige volwassen populaties. De uitdaging is complex en vraagt een meer holistisch en multidisciplinair denken om het probleem te bestrijden. Professionelen in gezondheid, vrije tijd en LO overal ter wereld moeten een sleutelrol spelen in het formuleren van strategieën om dit probleem aan te pakken. We moeten innovatieve onderwijskundige (werk)vormen aanwenden, gezondheids- en LO-programma’s meer doelgericht integreren, de ontwikkeling van een gezonde, actieve levensstijl ondersteunen, manieren zoeken om technologie aan te wenden in LO-lessen, schoolgebonden beweegactiviteiten linken aan informele gemeenschapsprogramma’s en de manier waarop LO -leerkrachten worden opgeleid en voorbereid herzien (Edginton et al., 2011). In het Vlaamse onderwijssysteem maakt Lichamelijke Opvoeding (LO) deel uit van de basisvorming voor klein en groot (van 2,5 tot

18 jaar). LO wordt in Vlaanderen inhoudelijk gedefinieerd als ‘motorische basisvorming door bewegingsactiviteiten gericht op de ontwikkeling van (1) motorische competenties, (2) een gezonde, fitte en veilige levensstijl en (3) een positief zelfbeeld en sociaal functioneren ontwikkelen’ (De Knop et al., 2005). Om deze LO-doelen te realiseren worden wekelijks minimaal 2 lestijden LO (van 50 minuten) geprogrammeerd. Tijdens het eerste decennium van de 21ste eeuw worden we echter geconfronteerd met een toenemende drop-out uit sportclubs en dalende niveaus van fysieke activiteit (Brettschneider en Naul, 2007). Uit talloze internationale onderzoeken is gebleken dat de toenemende fysieke inactiviteit van kinderen een risicofactor is voor het ontwikkelen van obesitas. Het promoten van een gezonde en actieve levensstijl wordt dan ook beschouwd als belangrijkste (langetermijn)doelstelling van LO op school (Cardon and De Bourdeaudhuij, 2002; De Knop et al., 2004). Toch zou het een naïeve gedachte zijn om uitsluitend via de les LO een gezonde levensstijl te promoten bij onze kinderen. Begin 2006 ondertekenden vier Vlaamse Ministers een intentieverklaring waarin zij gezamenlijk willen bijdragen tot de gezondheidsbevordering in het basis- en secundair onderwijs. Concreet wordt er vanaf september 2007 van de scholen verwacht dat

ze een gezondheidsbeleid uitstippelen op maat van hun leerlingen, met specifieke aandacht voor lichaamsbeweging en gezonde voeding ter preventie van obesitas. Het ‘gezonde scholenconcept’ biedt scholen een geschikte kadermethodiek aan om rond gezondheid te werken. Het spreekt voor zich dat voor het bewegingsbeleid op school de leraar LO als bewegingscoördinator op de voorgrond dient te treden (Seghers et al., 2009). Het is echter belangrijk dat de schooldirectie deze functie de nodige erkenning geeft en valoriseert in extra taakuren. Om zoveel mogelijk kinderen en jongeren aan te zetten tot een gezonde en sportieve levensstijl dient de school ook nauw samen te werken met de schoolsportorganisatie, lokale sportclubs en andere partners uit de buurt en gemeenten (Brede School met Sportaanbod) (Van Acker et al., 2011). Dit zijn werkelijk moeilijke en complexe uitdagingen, problemen en kwesties die veelzijdige perspectieven vereisen en, in toenemende mate, inzichten die alles omvattend zijn die succesvolle methodes, strategieën en procedures van over de hele wereld weerspiegelen. Het wereldwijde Forum over Lichamelijke Opvoeding Pedagogie 2010 (GOFPEP 2010) werd opgericht en gestructureerd om manieren te verkennen om zowel de gezondheid en LO pedagogiek als de leerkrachtenopleidingen LO te hervormen en te omkaderen.

Referenties Brettschneider W.-D., Naul R. (2007). Obesity in Europe: young people's PA and sedentary lifestyles. In: Sport Sciences International, vol. 4, Obesity in Europe: young people's PA and sedentary lifestyles, (Ed.) W.-D. Brettschneider, R. Naul. Frankfurt am Main: Peter Lang, 7–26. Cardon G.M., De Bourdeaudhuij I.M.M. (2002). Physical education and physical activity in Elementary Schools in Flanders. European Journal of Physical Education 7, 5–18. De Knop P., Theeboom M., Huts K., Van Hoecke J., De Martelaer K. (2004). The quality of school physical education in Flemish secondary schools. European Physical Education Review 10(1), 19–38. De Knop P., Theeboom M., Huts K., De Martelaer K. and Cloes M. (2005). The state of school Physical Eduation in Belgium. In: International Comparison of Physical Education. Concepts,

10

Problems, Prospects, ed. U. Pühse and M. Gerber Aachen, Meyer and Meyer Sport, 104–131. Seghers J., De Martelaer K., Cardon G. (2009). Young people’s health as a challenge for physical education in schools in the 21st century: the case of Flanders (Belgium). Physical Education and Sport Pedagogy. 14, (4), 407–420. Van Acker R., De Bourdeaudhuij I., De Martelaer K., Seghers J., Kirk D., Haerens L., De Cocker K., Cardon G. (2011). A framework for Physical Activity programs within School-Community partnerships. Quest 63(3), 300-320.


Wereldwijde Forum over LO Pedagogie 2010 (GOFPEP 2010) GOFPEP 2010 werd georganiseerd om innovatieve onderwijskundige (werk)vormen te onderzoeken en streefde naar het herbekijken van het gebruik van technologie, naar manieren om praktijk aan theorie te linken en het belang van contextgebonden onderwijs dat ingebed is in het gemeenschapsleven als een manier om de toekomst van gezondheid en LO te hervormen en te herkennen. GOFPEP 2010 onderzocht diverse basisdomeinen waaronder 1) internationaal herstructureren van gezondheid en LO pedagogiek door dialoog en discussie over kritieke thema’s en kwesties te promoten; 2) verkennen van een nieuw vakdidactisch model om leerkrachten gezondheid en LO voor te bereiden dat verantwoordelijkheid promoot, meebouwt aan het gemeenschapsleven, meer gebruikmaakt van reflectie om de praktijk te verbeteren en het leren inbedt in praktijk; 3) uitbreiding van gezondheids- en LO-programma’s op school in het gemeenschapsleven onderzoeken; 4) het evalueren van het gebruik van technologie bij het aanleren van gezondheid en LO; 5) het promoten van het opstarten van partnerships tussen school, de gemeenschap, de universiteit, nietgouvernementele organisaties en commerciële ondernemingen; 6) het herdenken van de relatie tussen gezondheid en LO als een strategie om een levenslange actieve levensstijl te promoten; en 7) het stimuleren van vooruitstrevend denken. GOFPEP 2010 nodigde internationale verantwoordelijken uit voor een dynamisch programma gericht op onderwijskundigen, professionelen in de gezondheidszorg, bestuurders, beleidsmaker en burgers waarin ze de mogelijkheid kregen om de toekomst van de LO pedagogiek te bediscussiëren. Het forum bood unieke kansen voor professionele verbetering door het bijeenbrengen van toonaangevende onderwijskundige en professionele experts uit de hele wereld. GOFPEP 2010 nodigde 70 afgevaardigden uit uit 25 landen die samen 64 universiteiten, instituten en scholen vertegenwoordigen. De afgevaardigden ontmoetten elkaar gedurende een tweedaags programma gevuld met keynote presentaties, workshops en discussiegroepen. Een hoofddoelstelling van GOFPEP 2010 was het tot stand brengen van een ConsensusVerklaring die de aandacht vestigt op het thema van “Ge-

zondheid en LO Pedagogiek in de 21e eeuw” en die u vindt in Tabel 1. De Consensusverklaring was gebaseerd op vroegere documenten zoals het Internationaal Charter voor LO en Sport van de Onderwijskundige, Wetenschappelijke en Culturele Organisatie van de Verenigde Naties (UNESCO) die aanvaard werd tijdens de Algemene Conferentie in Parijs, 1978; De Berlijnse Agenda voor Actie voor Ministers, aanvaard tijdens de 1e Wereldtop van de LO, 1999 (ICSSPE, 1999); en het Magglingen Engagement voor LO dat in 2005 in Zwitserland werd goedgekeurd (ICSSPE, 2005). Het unieke van GOFPEP 2010 was dat het diep ingebed was in de huidige schoolcontext en de gemeenschap. Dit liet scherpe dialoog en discussie toe in ‘real time’ zoals de schooldag zich ontvouwde, ervoor zorgend dat er een meer authentieke analyse kon worden gemaakt van de uitdagingen, problemen, kwesties en oplossingen. Elke deelnemer aan GOFPEP 2010 werd gevraagd op voorhand suggesties en aanbevelingen te doen onder de vorm van posterpresentaties. Aanbevelingen werden in de volgende domeinen gezocht: 1) innovatieve strategieën die gebruikt worden in het onderwijzen van gezondheid en LO in het lager en secundair en/of hoger onderwijs; 2) innovatieve benaderingen die aangewend worden in de opleiding/voorbereiding van leerkrachten gezondheid en LO; en 3) drie tot vijf van hun belangrijkste aanbevelingen die gebruikt konden worden bij het formuleren van de GOFPEP 2010 Consensusverklaring. Informatie van de discussiegroepen en postperspresentatie werd geanalyseerd door gebruik te maken van het Qualrus kwaliteitsanalysesoftwarepakket. Nadien werden deze bekomen thema’s benadrukt in het eindontwerp van het document.

Afsluitende Commentaren De GOFPEP 2010 Consensusverklaring zorgde voor zeer gevarieerde aanbevelingen rond het verbeteren van de LO-pedagogiek en de voorbereiding van LO-leerkrachten. Aanbevelingen onderstreepten het belang van de een gezonde actieve levensstijl, het integreren van gezondheid en LO, de promotie van de goede voorbeelden, het verhogen van de kennis en vaar-

digheden betreffende fysieke geletterdheid, het beoordelen van studenten en leerkrachten en partnerships van de gemeenschap/maatschappij. De kern van de Consensusverklaring riep op om de gezondheid en het welzijn van de mensen te verbeteren en op peil te houden. Studenten, LO-leerkrachten, professionelen uit de gezondheids- en de vrijetijdssector, beleidsmakers, burgers en bedrijfsleiders werden opgeroepen om programma’s te voorzien die een permanente inspanning promoten om de steeds groeiende wereldwijde bezorgdheid van obesitas en overgewicht bij kinderen en jongeren aan te pakken.

Consensusverklaring LO-programma’s van de 21e eeuw kunnen studenten inspireren, motiveren en voorbereiden om te leven in een steeds veranderde wereld, die steeds meer gekenmerkt wordt door de epidemie van obesitas en mensen met overgewicht. Steeds meer hebben globalisatie, uitbarsting van kennis en veranderde bevolkingsstatistieken een belangrijke impact op de kennis, vaardigheden en aanleg die nodig zijn om te leven, werken en spelen in de 21e eeuw. Kinderen en jongeren zullen moeten in staat zijn om kritisch te denken en problemen op te lossen, om alert en flexibel te handelen, om doeltreffend informatie te analyseren, te communiceren en diverse mondelinge en schriftelijke vormen, om meer nieuwsgierigheid, verbeelding en vernieuwing in te bouwen in hun denken en om een gezonde actieve levensstijl te ontwikkelen. Wereldwijd zullen LO-programma’s en opleidingsprogramma’s voor leraren LO herdacht en hervormd moeten worden. De Global Forum GOFPEP 2010 die te gast was in de universiteit van Noord lowa (USA) en het Grundy Center Iowa (USA) Community Schools werd georganiseerd om het volgende te onderzoeken: 1) nieuwe pedagogiek om LO-leraren voor te bereiden; 2) het gebruik van technologie om LO te helpen onderwijzen; 3) het maken van partnerships tussen scholen, universiteiten, de gemeenschap en bedrijven. De Consensusverklaring omtrent de Gezondheid en LO pedagogiek in de 21e eeuw roept studenten, LO-leerkrachten, professionelen uit de gezondheids- en vrijetijdssector, beleidsma-

Bond voor Lichamelijke Opvoeding nr. 4 / 2011

11


kers en wetgevers, burgers en bedrijfsleiders en industriëlen op tot actie om programma’s te bevorderen die een permanente inspanning promoten om de gezondheid en het welzijn van elk individu te verhogen en in stand te houden door:

LO Pedagogiek • Zich concentreren op inhoud en methodologieën om gezonde actieve levensstijlen voor kinderen en jongeren te ontwikkelen. Dit vereist de integratie van ontwikkeling van vakkundigheid, fysieke fitheid,gezondheid, voeding en vrijetijdsplanning • Het hertekenen van het LO-curriculum om actief en leerling-georiënteerd leren te promoten en om individuen in staat te stellen levensvaardigheden te ontwikkelen die leiden tot een levenslang en zelfsturend engagement in fysieke activiteit • Het benadrukken van het belang van 12

samenwerking tussen stakeholders in de gemeenschap (leerkrachten, beheerders, ouders, verenigingsleden, bedrijfsleiders en anderen) om individuen in staat te stellen fysieke activiteit te integreren in hun dagelijks leven • Het opstellen van LO- en gezondheidsprogramma’s als model van sociaal recht die een veilig leeromgeving bevorderen, het met plezier deelnemen aan fysieke activiteiten promoten en die culturele, raciale, etnische, sociale en economische verschillen naar waarde schatten • Het linken van kennis, vaardigheden en aanleg die studenten in de 21e eeuw nodig hebben gericht op het (vakoverschrijdend) bevorderen van fysieke competenties (vaardigheden en fitness), gezondheid en vrijetijdsplanning Het integreren van technologie om individuele leerprocessen en beoordelingen te ondersteunen • Het herconceptualiseren van de evaluatie-

strategieën met geschikte meetbare en op uitvoering gebaseerde onderwijsdoelen en doelstellingen gebonden aan standaarden die een grotere verantwoordelijkheid promoten • Het verzekeren dat gekwalificeerde professionelen LO en gezondheid, fysieke activiteiten en sport en vrije tijd onderwijzen en begeleiden

Voorbereiding van LO- leerkrachten • Het benadrukken van het verwerven onderwijstechnieken en strategieën voor het begeleiden van individuen bij het ontwikkelen van een gezonde, actieve levensstijl; iemand die het belang van de integratie van gezondheid en LO erkent • Het bepleiten van beleid en een breed continuüm van programma’s rond gezonde voeding, gewichtscontrole, fysieke activiteiten en vrijetijdsplanning


• Het creëren van een positieve leerlinggerichte omgeving die goede praktijken weerspiegelt en studenten aanzet om actief deel te nemen aan het leerproces • Het promoten van de ontwikkeling van partnerships met ouders, scholen en organisaties om ervoor te zorgen dat contextuele programmaelementen opgenomen en voorzien worden die de opleiding van LOleerkrachten op een hoger peil brengen • Het ontwikkelen van een gevoeligheid voor de rol die iemand kan hebben zowel bij het aanpakken van raciale, ethische, culturele verschillen, socio-economische niveaus, de mate van financiering, toegang tot materiaal en faciliteiten als bij de benadering om deze kwesties te verzachten • Het opnemen van beoordelings- en onderwijsstrategieën die programmaverantwoordelijkheid meten en daarnaast ook focussen op onderwijsprocessen en individuele ontwikkelingsresultaten

• Het linken van praktijk aan theorie, het promoten van reflectie en het gebruik van doeltreffende technologieën om leerkansen te benadrukken

• Het koppelen van de evaluatie van studenten LO aan relevante kennis, vaardigheden en aanleg/talent die rechtstreeks verbonden is met goede praktijk.

Referenties Bailey, R. (2006). Physical education and sport in schools: A review of benefits and outcomes. Journal of School Health, 76(8), 397-401. Bocarro, J., Kanters, M. A., Casper, J., & Forrester, S. (2008). School physical education, extracurricular sports and lifelong active living. Journal of Teaching of Physical Education, 27,155-166. Edginton, C. R., Kirkpatrick, B., Schupach, R., Philips, C., Chin, M. K., & Chen, P. (2011). A dynamic pedagogy of physical education teacher preparation: Linking practice with theory. Asian Journal of Physical Education and Recreation, 16(2), 7-23. Freedman, D. S., Mei, Z., Srinivasan, S. R., Berenson, G. S., & Dieta, W. H. (2007). Cardiovascular risk factors and excess adiposity among overweight children and adolescents: The Bogalusa heart study. Journal of Pediatrics, 150, 12-17. Hardman, K., & Marshall, J. (2009). Second world-wide survey of school physical education: Final report. Berlin: ICSSPE/CIEPSS. International Council of Sports Science and Physical Education. (1999). The Berlin agenda for action for government ministers: 1st

world summit of physical education, Retrieved February 13, 2011, from http://www. icsspe.org/index.php?m=13&n=78&o=41 International Council of Sports Science and Physical Education. (2005). Magglingen commitment for physical education: 2nd world summit of physical education. Retrieved February 1, 2011, from http://www.icsspe. org/download/documente/deklaration/ Magglingen%20Commitment%20for%20 Physical%20Education.pdf International Obesity Task Force. (2009). Obesity: Understanding and challenging the global epidemic. 2009-2010 report . Retrieved February 13, 2011, from http://www.iaso. org/site_media/uploads/IASO_Summary_ Report_2009.pdf

McKenzie, T., & Kahan, D. (2008). Physical activity, public health, and elementary schools. The Elementary School Journal, 108(3), 171179. Puhse, U., & Gerber, M. (2005). International comparison of physical education: Concepts, problems, prospects. Oxford: Meyer & Meyer Sport (UK) Ltd. UNESCO. (1978). International chapter of physical education and sport. Retrieved January 3, 2011, from http://portal.unesco. org/en/ev.phpURL_ID=13150&URL_DO=DO_ TOPIC&URL_SECTION=201.html World Health Organization. (2010). Global strategy on diet, physical activity and health: Childhood overweight and obesity. Retrieved February 9, 2011, from http://www.who. int/dietphysicalactivity/childhood/en/

Jago, R., McMurray, R. G., Bassin, S., Pyle, L., Bruceker, S., Jakicic, J. M., Moe, E., Murray, T., & Volpe, S. L. (2009). Modifying middle school physical education: Piloting strategies to increase physical activity. Pediatric Exercise Science, 21(2), 171-185. Lund, J. L., & Kirk, M. F. (2010). Performancebased assessment for middle and high school physical education. Champaign, IL: Human Kinetics.

Bond voor Lichamelijke Opvoeding nr. 4 / 2011

13


Trefwoorden: vechtsporten, onderzoek, jongeren, educatief instrument, contextuele factoren, begeleiding

(Deel 2) VECHTSPORT EN JONGEREN

Onderzoek naar contextuele factoren die een invloed kunnen hebben op effecten van vechtsportbeoefening bij jongeren Deel 1: Tijdschrift voor Lichamelijke Opvoeding afl. 231, 2011/3, pp. 22-25) Jikkemien Vertonghen Doctor in de Lichamelijke Opvoeding en Bewegingswetenschappen Vrije Universiteit Brussel

1. TYPE VAN BEGELEIDING »» Identificeren van verschillende lesgeefmethoden van vechtsportleraren Sociaal-psychologische effecten van vechtsportbeoefening zouden beïnvloed kunnen worden door de soort begeleiding (Cox, 1993; Jones, MacKay & Peters, 2006). Aangezien tot op heden echter amper onderzoek werd verricht naar de rol van de lesgever, was één van de doelstellingen in dit onderzoek om verschillende benaderingen van vechtsportleraren te identificeren en te analyseren. Hiervoor werd een instrument ontwikkeld (“Teaching Approach in Martial Arts”framework, TAMA) dat ingevuld werd door 20 vechtsportleraren. Dit instrument, weergegeven in tabel 1, bestaat uit 7 items waarbij de score van ieder item kan variëren tussen 1 en 5 (1 = 14

typisch karakteristiek voor een traditionele benadering en 5 = typisch karakteristiek voor een moderne/efficiëntie benadering). Bij het analyseren van de data werd voor iedere vechtsportleraar een totaalscore berekend. Op basis van deze scores werden de lesgevers verdeeld in drie groepen: traditioneel, sportief en efficiënt (tabel 2). Hieruit bleek dat alle aikidoleraren in de traditionele groep teruggevonden werden en de meerderheid van de kick-/ thaiboksers in de efficiëntie groep. Eén van de lesgevers van kick-/thaiboksen was ingedeeld in de sportieve groep die voornamelijk bestond uit karateleraren. Deze laatste werden echter in alle drie groepen teruggevonden.

»» Karakteristieken van lesgeefmethoden Naast het invullen van TAMA werden de vecht-

Marc Theeboom Hoogleraar in de Lichamelijke Opvoeding en Bewegingswetenschappen Vrije Universiteit Brussel

sportleraren geobserveerd en geïnterviewd. De observaties dienden als achtergrondinformatie, om beter inzicht te verwerven in de organisatie en pedagogische aanpak van de vechtsportleraren. De interviews werden afgenomen om dieper in te gaan op ieder item van TAMA. Hieronder worden de belangrijkste resultaten per item weergeven, waarbij een vergelijking gemaakt wordt tussen de antwoorden van de lesgevers van de drie groepen. a) Doel van de training Uit de interviews met de vechtsportleraren is gebleken dat vechtsportleraren verscheidene doelen vooropstellen. Enkele van deze doelstellingen zijn dezelfde voor lesgevers uit de traditionele, sportieve en efficiëntie groep, zoals het bijbrengen van respect, discipline, assertiviteit, sociale vaardigheden, plezier en het aanleren


Tabel 1 Instrument ontwikkeld om benaderingen van vechtsportleraren te identificeren (Teaching Approach in Martial Arts framework, TAMA)

1

2

3

4

5

1

2

3

4

5

1

2

3

4

5

1 1  

“Tijdens mijn trainingen is de opvoeding van de kinderen belangrijk. Het is een manier om kinderen op te voeden en waar er naast de sport nog een extra aspect aanwezig is. Uithouding, inzet, fierheid karaktervorming, overwinning op jezelf, jezelf motiveren en dit in combinatie met een goede trainer geeft voor mij aikido.” (A 1) Vechtsportleraren uit de sportieve groep hechten ook veel belang aan pedagogische en educatieve doelen, maar in vergelijking met lesgevers met een traditionele aanpak, benadrukken ze meer de sportieve en fysieke aspecten van hun vechtsportbeoefening (n = 5).

“Als ze bij mij buiten gaan dan moeten ze eigenlijk voldaan zijn qua inspanning. Ze moeten moe zijn. Ze moeten zeggen: pff, vandaag was echt een goede training. En weten dat ze af en toe toch nog iets hebben opgestoken van wat ik verteld heb. En dat gaat niet altijd alleen over kickboksen, het gaat ook over het sociale leven, over vriendschap, over weet ik wat. Dat is ergens mijn doelstelling … Mentaal en fysiek uitleven zodanig dat ze dan waarschijnlijk ook beter functioneren in de maatschappij.” (KTB 3)

2 2   2  

3

3 3   3  

4

4 4   4  

En ten slotte, de meerderheid van de vechtsportleraren uit de efficiëntie groep (n = 6) gaf aan dat het aanbieden van een sportieve activiteit, met voornamelijk de nadruk op het deelnemen aan competitie, hun belangrijkste doelstelling is bij het geven van een vechtsporttraining aan jongeren.

“…We proberen competitief mee te doen. Dat is eigenlijk mijn doelstelling toch een beetje. Ik probeer zoveel mogelijk iedereen 1u30 te laten werken, fysiek zeer intensief, zolang de training duurt. Dus niet te veel stilstaan.” (K 1) Hierbij is het wel interessant om te vermelden dat één van de lesgevers uit de efficiëntie groep vertelde dat hij voornamelijk een extra sportaanbod wil bieden voor de jongeren in de buurt om hen op die manier weg te houden van de straat en hen te betrekken in positieve activiteiten.

“Ik heb liever dat jeugd zich bezighoudt met sport dan dat ze rondhangen op straat, want dat kan wel eens de verkeerde kant opgaan. Dan heb ik liever dat ze komen trainen. En uiteindelijk als ze hier een anderhalf uur hebben getraind, zijn ze moe en denken ze enkel nog aan eten, douchen en slapen … Bovendien hebben ze ook stof om over te praten… over positieve zaken, over de sport, in plaats van over dat wat gebeurt op straat.” (KTB 4) b) Groetritueel De resultaten van de interviews hebben aange-

                   EFFICIËNT  

Sportactiviteit met  een  focus  op  fysieke   aspecten     Er  is  geen  ritueel  

Jongeren worden  ingedeeld  in  groepen  

5

Het aanleren  van  technieken  gebeurt   zoveel  mogelijk  in  zijn  totaliteit   (globaal)   Beide  personen  vallen  aan  en  willen   winnen   Plaats  om  technieken  aan  te  passen  om   hen  effectiever  te  kunnen  uitvoeren  

5 5  

Extern en  fysiek  georiënteerde  straffen   - 4  =  fysieke  straffen  (pompen  ...)   - 5  =  schorsing  

5

toond dat het groetritueel anders gepercipieerd wordt door vechtsportleraren. Zo werd teruggevonden dat vechtsportleraren die gebruik maken van een traditionele of sportieve lesgeefmethode dit een belangrijk onderdeel vinden van de training, in tegenstelling tot lesgevers die een efficiëntie benadering hanteren. Sommige lesgevers uit de traditionele en sportieve groep (n = 5) bouwden tijdens het groetritueel ook een meditatiemoment in waarbij de jongeren op hun knieën zitten met hun ogen gesloten en waarbij alles wat die dag gebeurde vergeten wordt. Tabel 2 Totaalscores op TAMA van de geïnterviewde trainers

Geïnterviewden   A  1   A  3   A  4   A  2   K  2   K  3   A5   K  7       K  5   K  10   K  6   K  9   KTB  3       K  4   K  1   KTB  2   K  8   KTB  4   KTB  1   KTB  5    

A = aikido K = karate KTB = kick-/thaiboksen

Totaalscore TAMA   (min.  =  7,  max.  =  35)     7   9   11   12   12   13   14   16       18   20   21   22   24       26   27   29   30   31   34   35    

   

Traditioneel  

1

2

 

1

Gekwantificeerd als: 1 = >60sec., 2 = 31-60sec., 3 = 16-30sec., 4 = 1-15sec., 5 = geen ritueel

van technieken. De resultaten tonen echter aan dat de belangrijkste doelstellingen verschillen tussen de drie groepen. Een meerderheid van de lesgevers uit de traditionele groep (n = 6) gaf aan dat het creëren van een pedagogisch en educatief klimaat de voornaamste doelstelling is.

                 

Sportief  

a

traditionele of   effectieve  technieken   7. Reageren  op  ongepast   Intrinsiek  en  mentaal   georiënteerde  straffen  (bijv.   gedrag   verbaal  motiveren...)  

 

6. Gebruik van  

 

5. Sparring

Jongeren worden  niet  ingedeeld   in  groepen   Het  aanleren  van  technieken   gebeurt  zoveel  mogelijk  in   aparte  delen  (analytisch)   Slechts  1  persoon  valt  aan,  ze   moeten  elkaar  helpen   Houdt  zich  vast  aan  de   traditionele  technieken    

 

     Efficiënt  

4. Aanleren van   technieken  

Aandacht voor  de  eenheid   tussen  fysieke  en  spirituele  of   mentale  aspecten  +   pedagogische  doelstellingen   Langer  dan  één  minuut  

 

Groep 1:  Traditioneel   (tot.  score  =  7-­‐16)  

2. Duur van  het   groetritueela   3. Groepsindeling    

 

Groep 2:  Sportief   (tot.  score  =  17-­‐25)  

ITEMS 1. Doel  van  de  training  

 

Groep 3:  Efficiënt   (tot.  score  =  26-­‐35)  

BENADERING                                  TRADITIONEEL          

 

Bond voor Lichamelijke Opvoeding nr. 4 / 2011

15


“Er zijn twee momenten waar ik absolute stilte vereis en dat is bij het begin en bij het einde van de les. Ik vind dit een vorm van respect voor alles wat te maken heeft met aikido.” (A 3) Enkele leraren uit de efficiëntie groep (n = 4) hebben ook aangegeven dat een groetritueel tijdens de training van belang is voor de jongeren. Het maakt de training meer gestructureerd, maar in vergelijking met lesgevers uit de andere twee groepen is dit slechts zeer kort van duur en houdt dit vaak enkel in dat de jongeren zich moeten opstellen op één lijn. Twee leraren uit de efficiëntie groep (n = 2) gaven aan dat het groetritueel geen deel uitmaakt van de trainingen.

"We groeten niet, we zitten in een boksclub." (KTB 5) c) Groepsindeling In deze studie werden de vechtsportleraren gevraagd of ze bij het lesgeven de vechtsportbeoefenaars indelen in groepen. Er werden enkele opmerkelijke verschillen teruggevonden tussen vechtsportleraren uit de drie groepen. Lesgevers die gebruik maken van een traditionele aanpak verdeelden zelden of nooit jongeren in groepen. De voornaamste reden die hiervoor opgegeven werd, was dat ze hierdoor de jonge-

16

ren kunnen aanmoedigen om elkaar te helpen en van elkaar te leren.

“Ik zou de groepen wel kunnen opsplitsen, want sommigen zijn vaardiger dan anderen. Zo zouden de betere ook sneller vooruit. Dit zou wel kunnen, maar dit is niet de insteek van aikido.” (A 5) De meeste leraren (n = 4) met een sportieve aanpak deelden de jongeren in groepen volgens hun vechtsportervaring voor een deel van de training, voornamelijk bij het aanleren technieken. Eén lesgever die gebruik maakte van de sportieve benadering gaf aan dat hij alle jongeren die geïnteresseerd waren in het deelnemen aan competitie indeelde in een afzonderlijke competitiegroep. Dit is vergelijkbaar met de aanpak van de leraren uit de efficiëntie groep. Al deze lesgevers hadden een afzonderlijke wedstrijdgroep of maakten deze indeling in de voorbereiding naar belangrijke competities. Ze gaven hierbij aan dat ze de jongeren op deze manier specifieker kunnen trainen en de jongeren aldus beter kunnen voorbereiden. d) Aanleren van technieken Uit de resultaten van de interviews is bovendien gebleken dat vechtsportleraren op een verschil-

lende manier technieken aanleren aan jongeren. Zo werd teruggevonden dat een meerderheid van de vechtsportleraren die een traditionele of sportieve lesgeefmethode hanteren (n = 12) technieken aanleren in aparte delen, waarbij een nieuwe techniek stap voor stap wordt geanalyseerd.

"Ik werk heel analytisch. Ik splits één techniek op in verschillende bewegingen en dan moeten ze één beweging ten minste 10 keer doen ... en dan de volgende. "(K 9) Een meerderheid van de lesgevers uit de efficiëntie groep daarentegen (n = 5) gaven aan dat zij technieken voornamelijk aanleren in hun totaliteit, omdat het te lang zou duren indien iedere techniek afzonderlijk geanalyseerd wordt:

"Stel je voor dat je bij mij komt trainen en je wilt een goede vechter worden. Met een traditionele aanpak zou het meer dan 6 jaar duren. Dat is niet het geval is in mijn club. We willen zo goed en zo efficiënt mogelijk werken om van iemand een goede bokser te maken." (KTB 5) e) Sparring In dit onderzoek werd ook nagegaan wat de vechtsportleraren verstaan onder ‘sparren’. Alle lesgevers gaven eenzelfde algemene omschrij-


“… De wil om te winnen wordt wel gebruikt, maar dan per 2. Waarmee ik bedoel dat ze in een ‘sparvorm’ enkel hun punten kunnen halen als ze alle twee even goed zijn. Waarbij ze elkaar moeten helpen om even goed te zijn” (A 1) Sommige lesgevers uit de traditionele groep (n = 3) stelden dat sparren ook wel beschouwd kan worden als een soort van vrij gevecht, waarin beide individuen aanvallen. Ze gaven hierbij wel aan dat dit amper deel uitmaakt van de trainingen. Lesgevers uit de sportieve of efficiëntie groep (n = 12) beschouwden sparren ook als een soort van vrij gevecht, maar in tegenstelling tot de lesgevers uit de traditionele groep, komt dit vaak voor tijdens trainingen. Verder was sparren voor verscheidene lesgevers uit de sportieve en efficiëntie groep (n = 7) een simulatie van een echte wedstrijd. Bovendien benadrukte een meerderheid van de vechtsportleraren uit deze twee groepen (n = 8) dat het belangrijk is dat de jongeren tijdens het sparren respect tonen voor elkaar.

“Bij sparren is het de bedoeling dat ze de technieken uitproberen die ze geleerd hebben tijdens de les, en dat ze die ook in wedstrijdritme leren gebruiken. Hierbij moeten ze altijd respect hebben voor elkaar. Ik zeg altijd als we gaan sparren dat de sterkste zich moet aanpassen aan de zwakste, zodanig dat ze allebei leren.” (K 8) f) Gebruik van traditionele of effectieve technieken Er werd aan de vechtsportleraren gevraagd of zij kleine aanpassingen aan een techniek zouden tolereren indien zou blijken dat het op die manier efficiënter uitgevoerd zou kunnen worden. Hieruit bleek dat een meerderheid van de leraren die gebruik maken van een traditionele (n = 8) of een sportieve aanpak (n = 4) eerder de voorkeur geven aan traditionele technieken.

Figuur 1 Gepercipieerd motivationeel klimaat van jongeren die een vechtsport beoefenen volgens een bepaalde benadering

5,0

4,10 4,13   4,10  

4,0

Gemiddelde

ving, namelijk ‘het inoefenen van technieken per twee’. Toch werden enkele opmerkelijke verschillen teruggevonden, voornamelijk tussen lesgevers uit de traditionele groep en deze uit de sportieve of efficiëntie groep. Een meerderheid van de lesgevers die een traditionele benadering hanteren, gaven aan dat bij sparren meestel één iemand de techniek uitvoert, terwijl de andere deze ondergaat. Daarnaast stelden ze ook dat deze laatste de uitvoerder moet helpen. Verder is het interessant om te vermelden dat winnen en verliezen zich ook kan voordoen bij dergelijke oefeningen, dit blijkt uit het volgende citaat:

3,0 2,0   1,0  

a b

1,82a

1,96b

Traditioneel Sportief  

2,27a,b

Prestatie

EfAiciënt

Taak

Significant verschillend: p < 0,001 Significant verschillend: p = 0,005

"Als ik technieken zou veranderen, dan zouden ze niet meer correct zijn. En als dan later iemand een examen zou afleggen voor het behalen van een zwarte gordel, dan moet hij/zij de technieken uitvoeren voor een jury. Dus ik kan ze niet veranderen, want anders zou de jury zeggen: 'Waar heeft die dat geleerd?!'." (K 6) Drie lesgevers uit de traditionele groep gaven echter wel aan dat het mogelijk was variaties op bepaalde technieken te ontwikkelen, maar dit gebeurt echter enkel in een ver gevorderde fase. Volgens de vechtsportleraren uit de efficiëntie groep zijn kleine veranderingen aan een techniek toegestaan om hem efficiënter te maken.

“Bij traditionele vechtsporten, mag uw voet niet zo staan, maar hij moet zo staan. In thaiboksen kan je je voet zo zetten, dat is niks.” (KTB 1) g) Reageren op ongepast gedrag Aan de vechtsportleraren werd ook gevraagd hoe ze reageren indien jongeren ongewenst gedrag vertonen tijdens de training. Uit de resultaten bleek dat de lesgevers uit de traditionele groep een zachtere methode gebruiken, die meer intrinsiek en mentaal gericht is. Ze gaan jongeren voornamelijk verbaal aanspreken en hen laten nadenken over hun gedrag.

“In het begin van de les gaan we altijd op onze knieën zitten met onze ogen gesloten en dan gaan we ons voorbereiden om heel goed ons best te doen. Als iemand zich dan tijdens de training niet fatsoenlijk gedraagt, dan zeg ik: ‘je hebt u in het begin niet goed voorbereid, ga maar terug op uw knieën zitten met uw ogen toe. Als je denkt dat je klaar bent, dan kom je

terug meedoen.’ Het is een straf en geen straf, ze moeten gewoon zelf is gaan nadenken.”(K 2) Vechtsportleraren uit de sportieve en efficiëntie groep gebruikte een hardere aanpak in vergelijking met de lesgevers uit de traditionele groep. De straffen zijn meer extrinsiek en fysiek georiënteerd (bijv., push-ups, sit-ups, hardlopen, etc.). Bovendien gaven een aantal lesgevers (n = 4) uit de efficiëntie groep aan dat indien iemand de regels verschillende keren overtreedt, hij/zij geschorst kan worden. Twee lesgevers uit de efficiëntie groep gebruikten echter een zachtere aanpak, vergelijkbaar met de leraren uit de traditionele groep. Zij beschouwden het geven van een fysieke straf als de makkelijkste oplossing en ze zouden het aanzien als een persoonlijke zwakte. Volgens hen is een meer mentaal gerichte aanpak effectiever, omdat de jongeren dan moeten nadenken over hun eigen gedrag.

»» Gepercipieerd motivationeel klimaat In dit onderzoek werd ook nagegaan hoe jongeren de benadering die hun vechtsportleraar hanteert, ervaren door rekening te houden met het gepercipieerd motivationeel klimaat. Hiervoor werd gebruik gemaakt van de ‘Gepercipieerd motivationeel klimaat in sport’-vragenlijst (Newton, Duda & Yin, 2000). Dit meetinstrument bestaat uit twee subschalen waarvan één het prestatiegericht en de andere het taakgericht klimaat meet. Terwijl voor deze laatste subschaal geen verschillen werden gevonden tussen de verschillende benaderingen (traditionele, sportieve en efficiënt), was dit wel het geval voor de subschaal die het prestatiegericht klimaat meet.

Bond voor Lichamelijke Opvoeding nr. 4 / 2011

17


Zoals weergegeven in figuur 1, percipiëren jongeren die een vechtsport beoefenen volgens een efficiëntie benadering een meer prestatiegericht klimaat in vergelijking met deze die een vechtsport beoefenen volgens een sportieve of traditionele benadering.

2. Conclusie Hoewel verscheidene studies verricht werden met betrekking tot effecten van vechtsportbeoefening bij jongeren, is er weinig geweten over de onderliggende processen en condities die aanleiding geven tot deze effecten. Dit onderzoek heeft een bijdrage geleverd om een beter inzicht te krijgen in contextuele factoren die een invloed kunnen hebben op sociaal-psychologische effecten van vechtsporten beoefend door jongeren. De resultaten van deze studie gaven aan dat afhankelijk van de soort vechtsport verschillen bestaan in verscheidene contextuele factoren (type van begeleiding, karakteristieken van de deelnemers en sociale context). Met betrekking tot de karakteristieken van de jongeren werd, op basis van zelfrapportering, vastgesteld dat kick-/thaiboksers meer fysieke agressie vertonen dan judoka’s, aikidoka’s en karateka’s betrokken in deze studie. Betreffende de sociale context van de jongeren werd teruggevonden dat kick-/thaiboksers afkomstig zijn uit een lagere sociale klasse dan beoefenaars van de andere drie vechtsporten. Aangezien voor de karakteristieken van de jongeren en de sociale context geen interactie-effect gevonden werd met de duur van de vechtsportbeoefening, tonen deze resultaten aan dat verschillende vechtsporten verschillende soorten jongeren aantrekken. Tot slot werd het type van begeleiding nader onderzocht. Er werd empirisch bewijs gevonden voor drie verschillende benaderingen volgens dewelke er training gegeven wordt binnen vechtsporten: traditionele, sportieve en efficiëntie benadering. Lesgevers die een traditionele benadering hanteren, leggen voornamelijk de nadruk op traditionele aspecten en pedagogisch georiënteerde doelstellingen. Leraren met een sportieve lesgeefmethode achten de traditionele aspecten nog steeds belangrijk, maar beschouwen het beoefenen van een vechtsport eerder als een sportieve activiteit. En ten slotte, bij vechtsportleraren die de efficiëntie benadering gebruiken, ligt de focus voornamelijk op competitie en het efficiënt uitvoeren van een techniek. Het meetinstrument dat ontwikkeld werd in deze studie (d.i., TAMA) heeft bovendien aangetoond dat verschillende benaderingen gehanteerd worden door leraren van verschillende vechtsporten (lesgevers van aikido gebruiken een traditionele

18

en die van kick-/thaiboksen een efficiëntie benadering), alsook binnen één vechtsport (karateleraren hanteren de drie benaderingen). Voor een aantal items van TAMA vertoonden leraren uit de sportieve groep gelijkenissen met deze uit de traditionele groep, namelijk voor het groetritueel, het aanleren van technieken en het gebruik van traditionele of effectieve technieken. Voor andere items hadden ze echter meer gelijkenissen met de lesgevers die een efficiëntie benadering hanteren, namelijk voor sparring en het reageren op ongepast gedrag. Hoewel de vechtsportleraren in deze studie ingedeeld werden in drie groepen, toont deze bevinding aan dat de lesgeefmethoden van lesgevers eigenlijk gesitueerd kunnen worden op een spectrumlijn. Hierbij zou dan duidelijk weergegeven kunnen worden dat iedere vechtsportleraar zijn eigen aanpak heeft, waarbij gelijkenissen gevonden kunnen worden tussen de verschillende aanpakken. Verder werd in deze studie ook vastgesteld dat de verschillende benaderingen verschillend ervaren worden door de deelnemers, door het gepercipieerde motivationeel klimaat in rekening te nemen. Jonge vechtsporters binnen een efficiëntie benadering percipiëren een meer pres-

tatiegericht klimaat dan deelnemers binnen een sportieve of traditionele benadering. Aangezien in de literatuur werd vastgesteld dat hogere percepties van een prestatiegericht klimaat geassocieerd zijn met negatievere sociaal-psychologische effecten (Duda & Balaguer, 2007), wordt dan ook de traditionele en sportieve benadering meer aangeraden om te hanteren bij het geven van vechtsporten bij jongeren. Er kan geconcludeerd worden dat dit doctoraatsonderzoek heeft bijgedragen tot een beter inzicht in verschillende contextuele factoren die een invloed kunnen hebben op sociaal-psychologische effecten van vechtsportbeoefening bij jongeren. Hoewel het relevant zou zijn de onderlinge relaties tussen deze en eventueel andere contextuele factoren nader te onderzoeken, heeft deze studie aangetoond dat men rekening moet houden met (a) de structurele kwaliteiten van vechtsporten, (b) het type van begeleiding, (c) de karakteristieken van de deelnemers en (d) hun sociale context, wil men uitspraken formuleren over de effecten van vechtsporten bij jongeren.

Referenties Cox, J. C. (1993). Traditional Asian martial arts training: a review. Quest, 45, 366-388. Duda, J.L., & Balaguer, I. (2007). Coach-created motivational climate. In S. Jowett & D. Lavallee (Eds.). Social Psychology in sport, (pp.117-130). Champaign, IL: Human Kinetics. Jones, G. W., MacKay, K. S., & Peters, D. M. (2006). Participation motivation in martial artists in the West Midlands region of England. Journal of Sports Science and Medicine, 5, 28-34. Newton, M., Duda, J., & Yin, Z. (2000). Examination of the psychometric properties of the Perceived Motivational Climate in Sports Questionnaire-2 in a sample of female athletes. Journal of Sports Sciences, 18, 275- 290.


Inleiding

Leren reanimeren door

partnerleren taakkaarten:

met

Leraren LO even effectief als het Rode Kruis Peter Iserbyt Afdeling Bewegingsopvoeding en Sportpedagogie aan de Katholieke universiteit Leuven

Liesbet Mols Afdeling Bewegingsopvoeding en Sportpedagogie aan de Katholieke universiteit Leuven

Nathalie Charlier Specifieke lerarenopleiding gezondheidswetenschappen aan de Katholieke universiteit Leuven

Sophie De Meester Afdeling Bewegingsopvoeding en Sportpedagogie aan de Katholieke universiteit Leuven

Basic Life Support (BLS) is een levensreddende handeling die bestaat uit negen deelvaardigheden die in een bepaalde volgorde moeten worden uitgevoerd. Onderzoek heeft aangetoond dat wanneer omstaanders BLS correct starten bij een slachtoffer met plots hartfalen, de overlevingskansen van die persoon twee- tot driemaal groter worden (Herlitz et al., 2005). Dit verklaart waarom er een groeiende aandacht is om deze levensreddende vaardigheid aan te leren in het onderwijs, op de werkplek en bij diverse sociaal-culturele organisaties. Uit onderzoek blijkt dat lessen rond reanimatie en eerste hulp in het onderwijs meestal gegeven worden door de leerkracht Lichamelijke Opvoeding (68%) (Van Raemdonck, De Martelaer, De Decker, 2011). In de vakgebonden eindtermen van LO staat dat er van leerlingen van de derde graad verwacht wordt dat zij hun kennis rond reanimatie kunnen vertalen naar risicovolle bewegingssituaties (ET 17) en dat zij bij ongevallen in staat zijn om eerste hulp te bieden (ET 18). Eveneens is reanimatie een vakoverschrijdend thema binnen de context van Lichamelijke gezondheid en veiligheid (VOET 12: Roepen hulp in en dienen eerste hulp en CPR toe). Bijna de helft van de leerkrachten geeft aan dat de eindterm rond reanimatie moeilijk realiseerbaar is (Elchardus, 2008). Naast de lesgever LO wordt soms ook een beroep gedaan op een gastlesgever (24%), welke meestal iemand van het Rode kruis is of een verpleegkundige uit de regio (Van Raemdonck, De Martelaer, De Decker, 2011). In het labo sport- en bewegingspedagogie aan de KU Leuven wordt reeds enkele jaren onderzoek gevoerd rond partnerleren (Iserbyt, 2010). In voorliggende studie wordt partnerleren met taakkaarten onderzocht voor het leren van BLS. De bedoeling is om de kwaliteit van partnerleren met taakkaarten na te gaan door vergelijking met de werkvorm van het Rode Kruis. Tevens werd onderzocht of het hebben van expertise in BLS als leraar LO een invloed heeft op het leren van studenten.

Partnerleren met taakkaarten Partnerleren is een werkvorm waarbij leerlingen per twee samenwerken met als doel het optimaliseren van elkaars leren. EĂŠn persoon voert de taak uit (de uitvoerder), terwijl de andere (de helper) instructies en feedback geeft aan de uitvoerder. Na een tijdje worden de rollen van helper en uitvoerder gewisseld, Bond voor Lichamelijke Opvoeding nr. 4 / 2011

19


meestal op signaal van de leraar. Deze werkvorm wordt vaak ondersteund door het gebruik van taakkaarten. Ze hebben meestal een A4 formaat en combineren een foto van de te leren vaardigheid met geschreven instructie. De taakkaarten gebruikt in deze studie, werden ontworpen op basis van wetenschappelijk onderzoek (Mayer, 2005) (Figuur 1). Bij partnerleren leert de uitvoerder door het actief oefenen van de vaardigheid op basis van instructies en feedback die de helper geeft. De helper leert dan weer door observatie, vergelijking van de uitvoering van de partner met informatie op de taakkaarten en het geven van feedback (Mosston & Ashworth, 2002). Ook geblesseerde leerlingen kunnen actief deelnemen en leren van de lessen LO tijdens partnerleren. Bij blessures kunnen ze immers steeds de rol van helper vervullen. Tijdens partnerleren kan de leraar tevens aandacht schenken aan persoonsdoelen zoals leren luisteren naar elkaar, geven en aanvaarden van feedback en het positief kunnen formuleren van feedback. Met dit onderzoek willen we de kwaliteit van deze werkvorm afwegen tegenover de gevestigde werkvorm van het Rode Kruis die gebruik maakt van een DVD. Tevens willen we nagaan of de expertise die de leraar LO in BLS bezit een effect heeft op het leren van leerlingen.

De studie Proefpersonen voor deze studie waren 175 studenten pedagogie van de KU Leuven, welke willekeurig in drie groepen werden verdeeld om BLS te leren. Studenten uit de eerste groep werkten per drie samen en leerden de vaardigheid van een instructeur van het Rode Kruis (RK). Hij maakte gebruik van een DVD (‘reanimeren met Sofie’, 2009) die bestaat uit drie

grote delen. Eerst werden de borstcompressies en beademingen aangeleerd. Vervolgens leerde de tweede student de negen BLS stappen in de juiste volgorde uit te voeren. Ook de derde student oefende de verschillende stappen in een basisreanimatie (Figuur 2). Beide andere groepen kregen les van een leraar LO met meer dan tien jaar ervaring, die de werkvorm partnerleren met taakkaarten toepasten (Figuur 3). Studenten werkten per twee aan een reanimatiepop. Het verschil tussen de twee laatstgenoemde groepen die les kregen met taakkaarten van een leraar LO was dat de instructeur van de tweede groep naast leraar LO tevens docent Hoger Redder was en dus een vakinhoudelijk expert op vlak van BLS (VI: vakinhoudelijke groep). De leraar LO van de derde groep had geen expertise in BLS (NVI: niet-vakinhoudelijke groep). Elf taakkaarten werden gebruikt als enige bron van informatie om de BLS vaardigheid onder de knie te krijgen. Leraren dienden les te geven volgens een strikt protocol om de correcte invoering van de werkvorm ‘partnerleren met taakkaarten’ te garanderen. In tabel 1 zijn de drie groepen schematisch weergegeven.

Proefpersonen werden per groep verdeeld in vier even grote lesgroepen. In elk van de drie condities gaf de instructeur dus vier lessen, die telkens tussen de 50 en 60 minuten duurden. De vaardigheid van de studenten werd één dag na de les (interventie) en drie weken nadien (retentie) gemeten. Bij deze metingen werd gevraagd aan de studenten om de reanimatie nogmaals zo goed mogelijk uit te voeren zoals geleerd tijdens de les. Na drie cycli van 30 compressies en twee beademingen werden studenten gevraagd om te stoppen. Na de laat-

Ik lift de kin met wijs- en middenvinger

Ik kantel het hoofd zo veel mogelijk achterwaarts

Ik leg mijn platte hand op het voorhoofd

Figuur 1 Voorbeeld van een taakkaart gebruikt voor de studie

20

Figuur 2 Rode Kruis groep

ste meting werd eveneens gevraagd een vragenlijst in te vullen dat de voorkennis mat. Studenten met voorkennis werden uit de analyses gehaald. Evaluaties vonden plaats op een pop die via een verbinding met een computer de kwaliteit van hartmassage en beademing mat. Alle variabelen met betrekking tot hartmassage en beademing werden geregistreerd door de pop, terwijl volgende BLS vaardigheden geëvalueerd werden op basis van videobeelden: controle van de veiligheid, controle van het bewustzijn, hulp roepen, luchtwegen vrijmaken, ademhaling controleren, 112 bellen, verder gaan met de hartmassage en beademingen totdat professionele hulp overneemt, je zelf te uitgeput bent of het slachtoffer tekenen van leven vertoont. Een individuele BLS score, die de kwaliteit van die vaardigheid meet, werd berekend aan de hand van een combinatie van data van de LaerdalResusciAnne pop en gegevens gecodeerd door twee observatoren.

Resultaten »» BLS scores In Figuur 4 zijn de gemiddelde totale BLS scores per groep te vinden, uitgedrukt in percentage van de totaal haalbare score. Statistische analyse toont aan dat er geen verschil waar te nemen was tussen de drie groepen één dag na het lesmoment (interventie). Drie weken na de les (retentie) is er echter een significant hoger resultaat waar te nemen bij studenten die les kregen van leraren LO ten opzichte van de Rode Kruis groep. Dit werd onderzocht aan de hand van de niet-parametrische Kruskal-Wallis test. Tussen beide groepen die les kregen van een leraar LO vonden we geen significant verschil. Een volgende bevinding was dat 90% van de


studenten uit de partnerleersettings zich alle onderdelen van de BLS vaardigheid herinnerden én uitvoerden drie weken na de les. Dit tegenover 75% van de studenten die les kregen van een instructeur van het Rode Kruis.

Figuur 4 Percentage van de totale BLS score op interventie en retentie in de Rode Kruis(RK)-, Vakinhoudelijke (VI)-, en de niet-vakinhoudelijke groep (NVI).

»» Cardiopulmonaire Resuscitatie (CPR) waarden: hartmassage en beademen In tabel 2 is een overzicht gegeven van de CPR waarden in de drie verschillende groepen bij interventie. Telkens werden de Europese richtlijnen (2005) ernaast gezet ter vergelijking van de testwaarden. Voor compressiefrequentie, beademingsvolume en beademingssnelheid werd een significant hogere waarde gevonden bij studenten uit de VI groep, vergeleken met die uit de RK groep. Deze waardes liggen voor de RK groep steeds dichter bij de ERC richtlijn. Voor compressiebehoud werd echter een significant beter resultaat gevonden in de NVI groep, vergeleken met de RK groep. Compressiebehoud geeft het percentage tijd aan die aan de hartmassage besteed wordt. In tabel 3 is eveneens een overzicht waar te nemen van de CPR waarden voor de drie groepen. Hier gaat het om retentiewaarden, gemeten drie weken na de eigenlijke les. Ook hier werd er voor compressiefrequentie, beademingsvolume en beademingssnelheid een significant verschil waargenomen. De RK groep scoorde beter in vergelijking met de VI- en de NVI groep. Bijkomend is dat de compressiefrequentie in de NVI groep lager en correcter is dan de frequentie in de VI groep.

Conclusie Uit de resultaten blijkt dat studenten die BLS

aangeleerd kregen in een partnerleersetting met taakkaarten significant hogere leerresultaten behaalden op retentie dan studenten die les kregen via de methode van het Rode Kruis. De expertise van de leraar LO op vlak van BLS had geen effect op het leren van leerlingen. Daarnaast herinnerden meer studenten uit de partnerleersettings zich alle deelvaardigheden van BLS bij retentie in vergelijking met deelnemers uit de Rode Kruis groep. De resultaten tonen aan dat een leraar LO een evenwaardig en zelfs hoger leerresultaat kan bereiken als instructeurs van het Rode Kruis die gebruik maken van een DVD. Reanimatie en EHBO staan in de eindtermen omschreven en deze blijken volgens de leraren LO moeilijk te behalen (Elchardus, 2008). Uit deze studie blijkt echter dat een leraar geen expert in BLS hoeft te zijn. Leraren

kunnen er toch in slagen om leerlingen de BLS vaardigheid aan te leren mits het invoeren en beheersen van een effectieve werkvorm en kwalitatieve instructiemiddelen. De lage percentages van correcte hartmassages en beademingen zijn opmerkelijk. Deze lage scores zijn te wijten aan de hoeveelheid factoren die een kwalitatieve hartmassage of beademing definiëren. In het geval van hartmassage zijn dit bijvoorbeeld correcte plaatsing van de handen, diepte van compressies. Voor een kwalitatieve beademing is dit onder andere het beademingsvolume en dichtknijpen van de neus. Bijgevolg is het behalen van een correcte hartmassage of beademing een moeilijke taak. BLS is een procedure die geen variatie op de

GROEP

INSTRUCTEUR

WERKMIDDEL

Rode Kruis (RK)

Instructeur Rode Kruis + docent Hoger Redder

DVD ‘reanimeren met Sofie’

Vakinhoudelijke groep (VI)

Leraar LO + docent Hoger Redder

Taakkaarten

Niet-vakinhoudelijke groep (NVI)

Leraar LO

Taakkaarten

Tabel 1 Schematische weergave drie groepen

Figuur 3 Partnerleren met taakkaarten

Bond voor Lichamelijke Opvoeding nr. 4 / 2011

21


uitvoering toestaat en dus zeer concreet omschreven kan worden. Taakkaarten geven enkel de essentie weer en extra informatie is dan ook niet relevant, daar het de handelingswijze van de studenten niet beïnvloedt. De kaarten kunnen zoals in deze studie per twee gebruikt worden of zelfs in kleine groepjes. Taakkaarten zorgen enerzijds voor standaardisatie van de leerinhoud en anderzijds beperken ze het

te uitvoerig doceren van de leraar. Een correcte implementering van partnerleren zorgt tevens voor een maximalisatie van ‘hands-on’ activiteit waardoor lerenden meteen oefenen op de pop zelf. De taakkaarten helpen studenten om flexibel met de leerinhoud om te gaan. Daar ze een continue leraardemonstratie en –instructie zijn, kunnen studenten de taakkaarten op hun eigen tempo doornemen zonder informatie te

missen. Bij moeilijke stappen kan men wat langer stilstaan, bij meer eenvoudige taken kan men sneller vorderen. Tijdens het partnerleren moet de leraar zich focussen op het begeleiden en superviseren van de leerlingen. De lesgever zorgt ervoor dat er op een correcte en effectieve manier samengewerkt wordt en superviseert zowel helper als

Tabel 2 Overzicht van de kwaliteit van hartmassage en beademen bij interventie in de Rode Kruisgroep (RK), de Vakinhoudelijke groep (VI), en de niet-vakinhoudelijke groep (NVI).

a b

ERC Richtlijn 2005

Waarden retentie RK groep

VI groep

NVI groep

Totaalaantalcompressies

90

90

91

91

Compressiefrequentie (min-1) a

100

101

109

104

Compressiediepte (mm)

40-50

35

36

39

Compressies met correcte handenplaatsing (%)

N/A

83

81

78

Correcte compressies (%)

N/A

31

34

25

Compressiebehoud (%)b

50

41

43

44

Totaal aantal beademingen

6

5

6

5

Beademingsvolume (ml)a

500-600

641

853

796

Beademingssnelheid (ml/s)a

500-600

531

754

670

Correcte beademingen (%)

N/A

10

6

8

= VI groep significant beter dan RKgroep (p< .05) = NVI groep significant beter dan RK groep (p< .05)

Tabel 3 Overzicht van de kwaliteit van hartmassage en beademen bij retentie in de Rode Kruisgroep (RK), de Vakinhoudelijke groep (VI), en de niet-vakinhoudelijke groep (NVI).

a b

22

ERC Richtlijn 2005

Waarden retentie RK groep

VI groep

NVI groep

Totaalaantalcompressies

90

90

90

91

Compressiefrequentie (min-1)a b

100

102

112

105

Compressiediepte (mm)

40-50

35

36

36

Compressies met correcte handenplaatsing (%)

N/A

65

74

80

Correcte compressies (%)

N/A

26

31

29

Compressiebehoud (%)b

50

42

44

44

Totaal aantal beademingen

6

5

5

6

Beademingsvolume (ml)a

500-600

613

817

810

Beademingssnelheid (ml/s)a

500-600

488

772

765

Correcte beademingen (%)

N/A

13

7

8

= RK groep significant beter dan VI- en NVI groep (p< .05) = NVI groep significant beter dan VI groep (p< .05)


uitvoerder. De helper fungeert als aanspreekpunt voor het gedrag van de uitvoerder. Als de leerling correct instrueert en feedback geeft of wanneer de uitvoerder een goede uitvoering doet, krijgt de helper positieve feedback. Wanneer de uitvoerder fouten maakt, wordt de helper hier uiteraard ook op aangesproken. Partnerleren met taakkaarten leent zich erg goed om op grote schaal toegepast te worden in het onderwijs. De leraar of lesgever hoeft geen expert te zijn in de te leren vaardigheid, maar moet wel in staat zijn om de werkvorm effectief in te voeren bij de lesgroep. Voor meer info peter.iserbyt@faber.kuleuven.be

Referenties Byra, M. (2006). Teaching styles and inclusive pedagogies. In D. Kirk, D. Macdonald, & M. O’Sullivan (Eds.), The handbook of physical education. London: Sage Publications Ltd, 449-466. Elchardus M, Op de Beeck S, Duquet F, Roggemans L (2008). Vakoverschrijdendeeindtermen in het secundair onderwijs: een onderzoek naar de relevantieen de haalbaarheid van de vakoverschrijdende eindtermen in het secundaironderwijs, TOR 2008/37 geraadpleegd op 9 september, 2011, van http:// www.vub.ac.be/TOR. Herlitz J., Engdahl J., Svensson L., Angquist K. A., Young M., Holmberg S. (2005). Factors associated with anincreased chance of survival among patients suffering from an out-of-hospital cardiac arrest in a national perspectivein Sweden, AM. HEART J., 149, 61-66. Iserbyt, P., Behets, D. (sup.), Elen, J. (cosup.)

(2010). Reciprocal Peer Tutoring with task cards: Fostering learning outcomes in psychomotor tasks. Mayer, R.E. (2005). The Cambridge handbook of multimedia learning. Cambridge, UK: Cambridge University Press. Mosston, M., & Ashworth, S. (2002). Teaching physical education. (5th ed.). San Francisco: Benjamin Cummings. Van Raemdonck, V.; De Martelaer, K.; De Decker, S. (2011).Reanimatie in het secundair onderwijs: puzzelen met didactisch materiaal, Tijdschrift voor Lichamelijke Opvoeding, 229 (1), 14-18. Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming. (2010). VOET@2010 Nieuwe vakoverschrijdende eindtermen voor het secundair onderwijs, geraadpleegd op 9 september, 2011, van http://www.ond.vlaanderen.be/publicaties/ eDocs/pdf/393.pdf.

Make your 3-year-old walk, says minister Uit het VRT journaal van 19 oktober: Krantenkop van de Britse krant ‘The Telegraph’ De Britse minister van volksgezondheid, Anne Milton, gaf met deze stelling aan dat ouders meer verantwoordelijkheid moeten nemen voor het gewicht en de fysieke conditie van hun kinderen. Ze stelde dat het aanmoedigen van de kinderen om op een actieve manier naar school te gaan en het niet gebruiken van de buggy voor korte trips bij kinderen vanaf 3 jaar, kan bijdragen tot een actieve levensstijl. De reactie van de minister was gestoeld op het feit dat overgewicht en obesitas bij kinderen een groeiend probleem is, dat vaak zijn oorsprong vindt voordat kinderen de schoolleeftijd bereikt hebben. Dit thema is internationaal van belang en haalde dan ook het VRT journaal, waarin professor Greet Cardon van de onderzoeksgroep “Fysieke activiteit, fitheid en gezondheid”, van Universiteit Gent, om een reactie gevraagd werd. De onderzoeksgroep treedt deze bevinding en reactie volledig bij. Onderzoek bij Vlaamse kinderen toonde eveneens aan dat heel wat kinderen, zelfs reeds op kleuterleeftijd, overgewicht heb-

ben en te weinig actief zijn. Hierdoor hebben ze een sterk verhoogd risico om ook op latere leeftijd te weinig actief te zijn en overgewicht te ontwikkelen, wat op zijn beurt gezondheidsproblemen met zich mee kan brengen. Een zeer opvallende bevinding uit het onderzoek van de onderzoeksgroep van Universiteit Gent is dat kleuterleidsters en ouders heel vaak de indruk hebben dat de kinderen zeer actief zijn. Maar als het bewegingsgedrag van de kinderen objectief in kaart gebracht wordt of onderzoeksmatig geobserveerd wordt, blijkt dat ze heel wat tijd sedentair doorbrengen en helemaal niet zo actief zijn. Het is inderdaad belangrijk dat naast de kleuterscholen, ook de ouders hun verantwoordelijkheid opnemen. Vaak worden 4- of zelfs 5jarige kinderen in een buggy gezet voor kleine verplaatsingen, die ze makkelijk actief zouden kunnen doen. Daarnaast wordt na schooltijd de TV wat te makkelijk als babysit gebruikt.

het eerst bewegingsrichtlijnen voor kleuters geformuleerd, die stellen dat 3 tot 5- jarigen 3 uren per dag moeten bewegen, in de vorm van spelen, rondlopen, of zich verplaatsen. Ook de onderzoeksgroep “Fysieke activiteit, fitheid en gezondheid” van Universiteit Gent zat in de werkgroep om tot deze richtlijnen te komen en de gegevens van Vlaamse kleuters werden eveneens gebruikt. Fragment uit het VRT nieuws: http://www.deredactie.be/cm/vrtnieuws/mediatheek/programmas/journaal/2.18322/2.18323/1.1135697 UK PHYSICAL ACTIVITY GUIDELINES http:// www.dh.gov.uk/en/Publicationsandstatistics/ Publications/PublicationsPolicyAndGuidance/ DH_127931 Greet Cardon UGent, Vakgroep Bewegingsen Sportwetenschappen

In juli werden in het Verenigd Koninkrijk voor Bond voor Lichamelijke Opvoeding nr. 4 / 2011

23


Vlabus vzw … met een duidelijke visie voor de toekomst! In het voorjaar 2011 werkte Vlabus samen met het Kabinet Sport en het Bloso aan een visienota, waarin een heleboel uitdagingen en werkpunten voor Vlabus vervat staan voor de toekomst. We verwachten eerstdaags van Vlaams minister van Sport Philippe Muyters respons waarin hij de uit te voeren taken zal beschrijven en de gestelde prioriteiten zal bepalen. We schetsen voor u de belangrijkste punten in een bondige, boeiende samenvatting:

Vlabus, een korte voorstelling Vlabus staat voor "Vlaams Bureau voor Sportbegeleiding" en is een vzw die in 1986 is opgericht. Een project ter bevordering van de werkgelegenheid in de sector van de sportbegeleiding werd door de toenmalige ministers van Begroting en van Tewerkstelling en Arbeid goedgekeurd. De 5 provinciebesturen stonden mee aan de wieg van deze vzw en leveren tot op vandaag hun bijdrage onder de vorm van logistieke en financiële ondersteuning en huisvesting. De missie van Vlabus: “Vlabus wil de ideale partner zijn voor kwalitatieve begeleiding van de sportsector in Vlaanderen”. Vlabus beoogt professionalisering in de Vlaamse sportsector, dit houdt in dat: • zij officiële tewerkstelling realiseert via vaste contracten • zij losse opdrachten realiseert. Dit kunnen opdrachten zijn van zelfs minder dan drie uur aaneensluitend.

24

Vlabus richt zich naar alle sportactoren op Vlaams, provinciaal en lokaal vlak en is actief naar alle specifieke doelgroepen (o.m. personen met een handicap, allochtonen, gevangenen,…) en naar alle leeftijdsgroepen (van peuters tot senioren). Als unieke organisatie in Vlaanderen heeft Vlabus een jarenlange know-how op het gebied van tewerkstelling in de sportsector opgebouwd.

Vlabus, een oplossing voor vele uitdagingen en problemen in de sportsector In dit luik worden 5 kerntaken voor Vlabus toegelicht. De verschillende problemen en uitdagingen die momenteel bestaan in de sportsector en hoe Vlabus hier momenteel en ook toekomstgericht een rol kan spelen, worden uitvoerig opgesomd per kerntaak: 1. Zoeken en tewerkstellen van sportbegeleiders voor sportactiviteiten In de toekomst wil Vlabus blijven inspelen op de vele vragen voor ondersteuning vanuit de sportsector, met nog meer accent op kwaliteit in de dienstverlening, een goede recruteringsstrategie en een doordachte promotiecampagne. 2. Administratief tewerkstellen van door sportactoren voorgestelde, sportbegeleiders/docenten In de praktijk kennen sportactoren soms een

geschikte lesgever maar zijn ze niet in de mogelijkheid om deze officieel te werk te stellen omwille van de administratieve lasten, een gebrek aan know how en de moeilijk toepasbare arbeidswetgeving. Vlabus wil verder flexibel inspelen op deze specifieke problematiek. Daarnaast vinden vele instanties geen oplossing voor de verloning van docenten bij de vorming van sportlesgevers en voor gastsprekers. Deze kunnen door Vlabus correct en vlot tewerkgesteld worden. Daarenboven hebben overheden geen flexibel systeem om mensen in dienst te nemen voor bepaalde (tijdelijke) projecten of bij de opstart van een nieuw project. Vlabus biedt als oplossing snelle selectie- en aanwervingmogelijkheden en wil deze professionalisering van de sportsector in de toekomst helpen stimuleren door als opstap te dienen voor volwaardige tewerkstelling in gemeenten, federaties, clubs,… voor o.a. trainers, jeugdsport-coördinatoren,… De vraag naar maatwerk in het algemeen is een uitdaging voor Vlabus de komende jaren. 3. Uitbouwen van een kenniscentrum voor tewerkstelling in de sportsector Geen enkele instantie beschikt over alle nuttige informatie rond sport en tewerkstelling. Vele mensen in de sport blijven met vragen zitten, zelfs na het contacteren van meerdere instanties. Met de cursus “Sport en Tewerkstelling in de non-profit sector, een zwart-wit verhaal” en de brochure “Je sportclub en tewerkstelling” bundelt Vlabus al heel wat nuttige informatie


voor o.m. bestuurders van sportclubs en sportfunctionarissen. devan toekomst wil Vlabus (genzich educatieveInrol sport promoten mensen met een handiverder dergelijkheid, profileren als expertiseen informatiecap, bescherming van jongeren,…) centrum rond sport en tewerkstelling. Een ken• uitwisseling van kennis, dialoog en goed niscentrum oprichten en uitbouwen onder de beheer van de sportorganisaties bevorvorm van een(licentiesystemen, helpdesk is één vanmobiliteit de ambities. deren van sporters/trainers,..) • projecten tot een in gezonde 4. Uitbreiden vandie debijdragen dienstverlening levensstijl door middel in van functie van tewerkstelling desport sportsec• samenwerking met andere Europese tor landen en internationale organisaties op het vlak van sport De huidige dienstverlening kan uitgebreid worden in Tijd de toekomst via o.m. de ontwikkeling voor actie! van kant-en-klare sportpakketten, uitbreiding In 2010 wordt een oproep gelanceerd naar sportgerelateerde functies, specialisatie voor een aantal voorbereidende acties, naarwaarna specifieke en samenwereenkansengroepen Europees Sport Programma king uitgewerkt met andere (volksgezal beleidsdomeinen worden in de periode 2010 – 2012, dat actief zal zijnen vanaf 2014. zondheid & welzijn, onderwijs mobiliteit). Ook Vlaamse sportfederaties, sportclubs en sportorganisaties zullen projecten die Vlabus is ook één van de drijvende krachten bij beantwoorden aan de criteria kunnen de mogelijke van een “statuut indienen realisatie en hun expertise kunnensemidelen agorale arbeid-sportbegeleider”, als oplossing met Europese partners. Daarnaast zullen ook kunnen leren voordie het Vlaamse probleemactoren van duizenden sportclubs van de kennis en ervaring uit andere en trainers. Dit is een apart statuut waarbij de Europese landen en op die manier hun eigen werking en projecten verbeteren.

sportbegeleider een billijke verloning ontvangt voor prestaties binnen eenook aanvaardDoorgeleverde het Lissabonverdrag wordt een Formele Europese dedeministers baar sociaal en fiscaalRaad kader.van Voor sportclubs vanditSport opgericht, en waar de lidstaten zou een betaalbaar administratief haalhun concreet engagement op het gebruik vlak baar middel moeten zijn. Het verkeerd van sport uitspreken en gezamenlijk een of misbruik van “het statuut van de vrijwilliger” aantal prioriteiten stellen. kan zo in de toekomst vermeden worden.

België voorzitter van de

lingsbeleid in de sport in Vlaanderen. Vlabus hiervoorinijveren andere de wil partners eigensamen land,met maar ooksportmetactoren. de Europese (Europese Ook metinstellingen de hogescholen en universiCommissie, Europees Parlement) en deom zo teiten wil Vlabus nauwer samenwerken andere Europese lidstaten. de databank van gediplomeerden verder uit te up to datevan te houden. Debreiden Vlaamsenminister Sport Philippe Muyters zal die Europese vergaderingen voorzitten en heeft dus een belangrijke rol Dat op Vlabus het internationale toneelintehet spelen en de sportwereld algemeen in 2010. nog heel wat werk voor de boeg heeft en nog vele informatie uitdagingen over kan aangaan, daar zal nieMeer het Belgische mand aan twijfelen!sport wordt later EU-voorzitterschap bekendgemaakt, maar de voorbereidingen zijnGraag al in meer volle weten gang binnen het en departeover sport tewerkstelment CJSM van de Vlaamse overheid. ling? Surf dan naar www.vlabus.be! Via de gratis nieuwsbrief van Vlabus word je automatisch, Meer weten? om de twee maanden, geïnformeerd over de Neem een kijkje op: evolutie en ontwikkelingen binnen dit vakgehttp://ec.europa.eu/sport. Maar ook via bied. www.vlaanderen.be/sport kan je in 2010 berichtgeving rond sport en Europa opvolGeschreven door Natalie De Neef, stafmedegen. werker Vlabus vzw

Een nieuw pilootproject sportclubs is dit najaar Europese Unie in 2010 opgestart waarbij trainers minstens halftijds teVanaf 1 juli 2010 tot het einde van werkgesteld worden. dat jaar zal België voorzitter zijn van de Europese Unie. Voor materies waarvoor de 5. Optimaliseren van de randvoorwaarden Gemeenschappen bevoegd zijn, werden om de professionele begeleiding en de afspraken gemaakt welke Gemeenschap legalezaltewerkstelling in de sport te verBelgië vertegenwoordigen. beteren Zo zal Vlaanderen met betrekking tot sport België vertegenwoordigen is Vlaanderen Op verschillende vlakken wilen Vlabus werk leveverantwoordelijk voor het coördineren van ren om zo de professionele begeleiding en de het Belgisch EU-voorzitterschap Sport. legale tewerkstelling in de sport te verbeteren. Samenwerking en anDat betekent met niet(semi-)overheden alleen de praktisch dere partners van wordt de toekomst verder uitorganisatie dein verschillende evenementen, maar ook de inhoudelijke voorgebreid. Bron: VSFmagazine 4. 2009, pp. 23-24 vanaan de een agenda, het uitwerken Erbereiding is behoefte eenvormig tewerkstelwww.vlabus.be van de thema’s en documenten en dat allemaal in overleg met de verschillen-

ZEEZEILEN

Ook voor uw sportdagen of sportkampen Sterk gereduceerde all-in prijzen voor scholen 1 dagreis, of meerdere dagen met overnachting mogelijk INFO: CHANNEL SAILING - Koestraat 1, 8490 Jabbeke - Tel. 050/81.53.40 - Fax 050/81.53.50 e-mail: info@channelsailing.be website: www.channelsailing.be CHANNEL SAILING: JACHTVERHUUR - JACHTCHARTER

SPORTDAG-FORMULE: 40 euro/leerling/dag - incl. verzekering, schipper, waarborg per jacht mag één begeleider gratis mee - vanaf 4 dagen: 30 euro/leerling/dag Bond voor Lichamelijke Opvoeding

Tijdschrift voor Lichamelijke Opvoeding nr.2010/1 4 / 2011

25 23


Info en bestellen via ISB www.isbvzw.be of 03/780.91.00

26


Foto: Io Cooman

verantwoordelijke uitgever: Vlaamse overheid, Christine Claus, secretaris-generaal CJSM

Doping? Blijf eraf!

“Mountainbike was mijn leven, daar heb ik alles aan te danken. Toch heb ik spijt dat ik mij die keer liet verleiden tot het gebruik van doping... Dat blijft een smet op mijn palmares. Daarom één gouden raad: blijf eraf!” Filip Meirhaeghe, ex-topsporter mountainbike

Meer info over dopingvrij sporten? Surf naar

www.dopinglijn.be Bond voor Lichamelijke Opvoeding nr. 4 / 2011

27


BVLO

BVLO-activiteiten

Geslaagde 37ste BVLO-Studiedag aan VUB Op donderdag 10 november 2011 vond de 37ste BVLO-Studiedag plaats, in de campus van de Vrije Universiteit Brussel. Een 400-tal aanwezigen werden ondergedompeld in de ‘Lichamelijke Opvoedingen in een Veelzijdig Europees Landschap’. Onze voorzitter Eric De Boever (tevens SecretarisGeneraal EUPEA) mocht volgende personaliteiten aankondigen: Prof. Paul De Knop, Rector VUB, Dhr. Bert Anciaux, Senator en voormalig Minister van Jeugd en Sport en Prof. Marcos Onofre, Ondervoorzitter EUPEA. Rector Paul De Knop heette iedereen welkom en stelde de VUB voor. Hij onderstreepte het belang van internationalisering en juichte het initiatief toe dat de BVLO-Studiedag over de grenzen heen wou kijken. Aansluitend wees Dhr. Anciaux op het belang van het onderwijs en meer bepaald de Lichamelijke Opvoeding om alle kinderen tot sporten en bewegen aan te zetten en levenslang fysiek actief te zijn. Prof. Onofre verving EUPEA-voorzitster Rose-Marie Repond en stelde kort de Europese vereniging voor. EUPEA is een koepelvereniging voor nationale verenigingen voor Lichamelijke Opvoeding, opgericht in 1991 in Brussel onder impuls van o.a. Dhr. Eric De Boever. Intussen groepeert EUPEA verenigingen in 30 landen en vertegenwoordigt het in totaal zo’n 200.000 leden.

Debat over LO Tijdens het daaropvolgende debat o.l.v. Prof. Dr. Kristine De Martelaer, Coördinator Studiedag, gaven Mevr. Mieke Van Hecke, Directeur-generaal VSKO en Mevr. Raymonda Verdyck, Afgevaardigd bestuurder GO! hun visie op een aantal LO-gerelateerde vragen. Ook Jan Rijpstra, voorzitter van KVLO, onze zustervereniging in Nederland, deelde zijn mening. Wij geven u graag een samenvatting mee: Op welke manier kan en zal jullie onderwijsnet binnen haar scholen het imago van de lessen LO en de leraar LO bewaken en optimaliseren? De sprekers waren het erover eens dat Lichamelijke Opvoeding een gelijkwaardig, volwaardig en waardevol vak moet zijn en blijven. Dat LO bijdraagt tot het ontwikkelen van gezonde en fitte levensstijl staat buiten kijf, bovendien levert het een belangrijke bijdrage in de persoonsvorming (sociaal, winnen & verliezen, inspanningen, grenzen, …). De drie VIPs vinden het bovendien 28

Op de eerste rij vlnr. Mevr. Raymonda Verdyck, Mevr. Mieke Van Hecke, Dhr. Bert Anciaux, Prof. Thierry Zintz, Dhr. Eric De Boever, Prof. Paul De Knop, Prof. Marcos Onofre.

belangrijk dat kinderen en jongeren maximale bewegingskansen krijgen met het accent op plezierbeleving via een ontwikkelingsgerichte aanpak. Degelijk uitgewerkte leerlijnen en een goed leerlingvolgsysteem bieden daarvoor een houvast. Er werd gewezen op het pijnpunt dat de LO nog niet als zodanig beschouwd wordt bij deliberatie in de klassenraad. Maar het is ook aan de leraar LO om voldoende aandacht te schenken aan procesevaluatie en zich te profileren als dé leerkracht die de leerlingen als persoon zeer goed kent en volgt en hierover ook voldoende communiceert. Over de LO-leerkracht wijzen ze op de noodzaak dat die goed opgeleid moet zijn en perfect kan samenwerken in de vakgroep LO en in het leerkrachtenkorps. De opleiding van een leerkracht stopt niet bij het afstuderen aan de hogeschool of universiteit. Een leerkracht moet zich continu bijscholen. Levenslang leren is een must. Hoe kan een gezonde en fitte levensstijl nog verder gestimuleerd worden binnen de school, naast de lessen LO? Binnen de school kan er al heel veel verwezenlijkt worden in de gezondheidsopvoeding en -bevordering. Vakoverschrijdend werken biedt ontelbare mogelijkheden om dit thema te realiseren. Bovendien dragen ook themadagen & projectweken, actieve speelplaats en bewegingstussendoortjes bij tot een kwaliteitsvol bewegingsbeleid. Om tot een goed resultaat te komen moeten we alle leerkrachten betrekken bij dit streven, het volledige schoolteam moet deze mentaliteit delen en uitstralen. Pas dan is de slaagkans optimaal. Buiten de schoolcontext liggen ook massa’s kansen voor het grijpen. De leerkrachten LO moeten hier de drijvende kracht zijn en samenwerkingsverbanden afsluiten. Uiteraard is dit een opdracht voor de leerkrachten met een flexibele opdracht in Vlaanderen of de combinatiefuncties in Nederland, maar ook op kleinere schaal kan elke leerkracht LO samenwerking met partners zoals de sportclubs en de gemeenten stimuleren. Zolang deze inspannin-

gen maar de bewegingskansen van de kinderen en jongeren vergroten en de kans op levenslang fysiek actief zijn doen toenemen. Na de inleiding was er een ruim aanbod van praktijk- en theoriesessies, waarbij deelnemers konden proeven van uiteenlopende sporten. Foto’s van onze 37ste studiedag, kan je vinden op onze website.

Parallel met de studiedag liep het internationaal EUPEA symposium. Internationale sprekers zorgden voor een landenoverschrijdende kijk op ‘The European dimension of Physical Education and Sport’. Ook een aantal BVLO-leden woonden deze internationale sessies bij. Tijdens het Symposium bekrachtigden de deelnemers de Verklaring van Madrid, geamendeerd in Amsterdam in 2009 en voegden nog zes stellingen toe aan de verklaring. Alle info hierover vindt u op de website: www.eupea.com Volgend jaar vindt de studiedag plaats op donderdag 15 november in Gent Hou alvast een plaatsje vrij in je agenda!


data om bij te houden Nascholing Gymnastiek en Atletiek

BVLO-Toert met Sneukeltoer

Trainers, sportmonitoren, sportfunctionarissen, leraren en studenten LO kunnen zich gedurende een volledige dag bijscholen in gymnastiek en atletiek onder leiding van vakspecialisten. Donderdag 2 februari 2012 van 9u30 tot 15u Artesis - Sporthal Park Spoor Noord - Viaduct Dam – Antwerpen Info: www.bvlo.be

Zondag 22 april in Belsele, een organisatie van BVLO i.s.m. WTC De Belseelse Trappers – Info: www.bvlo.be

Ekiden Gent Zaterdag 17 maart – m.m.v. BVLO Een Ekiden is een aflossingsmarathon die zijn oorsprong vindt in Japan. Elk team telt zes deelnemers die afwisselend een verschillende afstand van 5 tot 10 km lopen en zo samen 42,195 km afleggen. Info: www.sfinxekidengent.be

BVLO nascholing Dans/Voetbal/Rugby voor dummies Op woensdagvoormiddag 21 maart organiseert BVLO een navorming. Je kiest in de voormiddag 2 van de 8 aangeboden workshops dans, voetbal of rugby. Na afloop ga je naar huis met kant-en-klare dansjes en een basispakket omhoop nieuwe ideeën om aan de slag te gaan. Woensdag 21 maart 2012 - Sporthal ’t Wit Zand in Melsele

Sportstage voor studenten LO BVLO Oost-Vlaanderen vzw organiseert deze zomer opnieuw een sportkamp om studenten 2de zit en toekomstige studenten LO klaar te stomen voor het nieuwe academiejaar. Een perfecte gelegenheid om opnieuw in vorm te komen en tekorten weg te werken onder leiding van gespecialiseerde lesgevers. Maandag 30 juli tot en met vrijdag 3 augustus 2012 Sportaccommodaties Universiteit Gent, Watersportlaan 3, 9000 Gent

Nascholingsweek BVLO Oost-Vlaanderen vzw organiseert in 2012 opnieuw zijn jaarlijkse nascholingsweek. Trainers, sportmonitoren, sportfunctionarissen, leraren en studenten LO kunnen zich gedurende een volledige week bijscholen in verschillende sportdisciplines onder leiding van vakspecialisten. Maandag 20 tot en met vrijdag 24 augustus 2012 Sportaccommodaties Universiteit Gent, Watersportlaan 3, 9000 Gent

Voordelen met je BVLO-lidkaart! De Bond voor Lichamelijke Opvoeding vzw wil zijn leden graag nog meer voordelen aanbieden en gaat actief op zoek naar partnerships. Er zijn een heel aantal onderhandelingen bezig, maar intussen kunnen wij jou al volgende voordelen aanbieden: Running Gent Op vertoon van je BVLO-lidkaart krijg je 10% korting op het volledige gamma. Running Gent is dé specialist in loopschoenen. Je krijgt een gratis loopanalyse en wordt professioneel geholpen. Bij een aankoop krijg je tevens een kortingsbon van 10 euro voor vrienden of familie. Adres: Kortrijksepoortstraat 19, 9000 Gent Website: www.runninggent.be Intersport Gent Op vertoon van je BVLO-lidkaart krijg je: • 10 % korting op het hele gamma voor alle leden + een extra korting van 5% vanaf een 4e aankoop • Ben je BVLO-lid én leerkracht LO dan krijg je 15% korting Adres: Wijmenstraat 1a, 9030 Mariakerke Website: www.intersportgent.be Channel Sailing Channel Sailing schenkt een zeiltocht met schipper, elke eerste maandag en dinsdag van juli, voor in totaal 14 BVLO-leden. Wil je ook kans maken, stuur een mail naar info@bvlo.be. In de loop van juni trekt een onschuldige hand de gelukkige zeilers. Adres: Koestraat 1, 8490 Jabbeke & Rederskaai 52 Westhinder Marina, Zeebrugge Website: www.channelsailing.be

Polar Polar stelt hartslagmeters ter beschikking die wij kunnen uitlenen aan BVLO-leden voor hun klassen of clubs. Wil je graag een pakket hartslagmeters uitlenen (tot max. 20) voor een bepaalde duur, neem contact op met het BVLOsecretariaat of vul het aanvraagformulier in op de website: www.bvlo.be. VAB Als BVLO-lid krijg je een korting van +/- 10% bij het afsluiten van een VAB verzekering ‘pechservice benelux' en/of ‘reisbijstand buitenland'. Neem contact op met het BVLO-secretariaat of vul het aanvraagformulier in op de website: www.bvlo.be. Mars Actie Stap en blijf fit (i.s.m. Mars) - zie ook www.stapenblijffit.be, Gratis stappentellers Stap en Blijf Fit, is een project van de firma Mars, gericht naar jongeren van 12 tot 18 jaar met als doel hen zowel binnen als buiten de school meer te laten bewegen. Breng een goed idee aan om je leerlingen meer te laten bewegen door het gebruik van stappentellers en je krijgt een pakket stappentellers cadeau! Stuur je idee op naar het BVLO-secretariaat via e-mail info@bvlo.be

Tijdelijke acties zijn er ook: Zo konden we tijdens de jongste BVLO-Studiedag onze deelnemers een geschenkbon cadeau doen van Sea Life Blankenberge. Met deze speciale bon kan je met 2 binnen voor de prijs van 1! Het aanbod was een succes, de bonnen gingen vlotjes de deur uit. Heb je ideeën voor nieuwe partnerships en voordelen voor BVLO-leden? Breng zelf een partner aan en krijg je lidmaatschap cadeau! *Neem contact op met Emmeline Haek, tel. 09/ 218 91 25 of Emmeline.Haek@bvlo.be Uiteraard willen we hier ook onze hoofdsponsors vermelden Ethias www.ethias.be

Janssen en Fritsen www.janssen-fritsen.be

Bond voor Lichamelijke Opvoeding nr. 4 / 2011

29


nieuwe publicaties

BEWOGEN BEWEGEN met uitgewerkte activiteitenfiches Innovatieve bewegingsrecreatie voor personen met een beperking Dienst Sport en Beweging van het DVC Heilig Hart in Deinze

over vorm en inhoud. Bewogen Bewegen wordt gegarandeerd een succes, en dat kan alleen maar ten goede komen aan vele kinderen en volwassenen die meer gaan bewegen, op een verantwoorde en leuke manier.

handigen aan een ouderpaar. De familie Joeri en Rhea Callaert en zoontje Lander kregen het eerste exemplaar. Beide ouders zijn gediplomeerden in de Lichamelijke Opvoeding en weten dus als geen ander hoe belangrijk beweging en sport zijn. Hun zoontje Lander wordt sinds kort opgevangen in het DVC Heilig Hart in BachteMaria-Leerne.

Op donderdag 20 oktober 2011 verzamelden meer dan 100 geïnteresseerden voor de officiële boekvoorstelling van ’Bewogen Bewegen’. Dhr. André De Decker, Directeur DVC Heilig Hart en Dhr. Eric De Boever, Voorzitter Publicatiefonds voor Lichamelijke Opvoeding (PVLO) vzw, hadden de eer de productie in te leiden. Het boek werd met vereende krachten onthuld: de coverpersonages Kimberly en Xavier lieten samen met de mensen van de sportdienst en peter Cédric Van Branteghem de parachute zweven en na de onthulling mocht Sophie Van Aelst van het PVLO het eerste boek symbolisch over-

Bewogen Bewegen kost slechts 25 euro voor BVLO-leden.

Peter Cédric Van Branteghem nam kort het woord om alle betrokkenen van harte te feliciteren met de productie die hij absoluut een warm hart toedraagt. “Iedereen heeft recht op sport en beweging, op plezier beleven aan bewegen of bewogen worden. Jullie zorgen ervoor dat heel veel mensen die anders nooit aan bewegen toekomen, daar nu wel kunnen van genieten. Dit boek zal een nog groter aantal mensen in beweging zetten.” Meter Hilde De Baerdemaeker had verstek moeten geven wegens opnames. Zij wenste het team heel veel succes toe.

bewogen bewegen MET UITGEwErKTE aCTIvITEITENfICHES

Na de onthulling mocht een trotse afgevaardigde van de dienst sport en beweging het publiek actief meenemen doorheen de activiteitenfiches. De enthousiaste aanwezigen waren vol lof

Innovatieve bewegingsrecreatie voor personen met een beperking

Publicatiefonds voor Lichamelijke Opvoeding vzw

vzw Dienstverleningscentrum Heilig Hart

PR5 Bewegen.indd 1

1

23/09/11 11:52

BASIS VOOR VERANTWOORD TRAINEn Jan Bourgois - Christophe Delecluse - Matthieu Lenoir - Romain Meeusen - Renaat Philippaerts - Jacques Vrijens - Erik Witvrouw Dit boek bespreekt de fysiologische betekenis van de verschillende basiseigenschappen van de sportprestatie en legt de link naar de sportpraktijk. De auteurs belichten de trainingsmethoden, de basiswetten van het trainingsproces en de trainingsopbouw en illustreren dit met talrijke praktijkvoorbeelden. Qua doelgroepen gaat bijzondere aandacht uit naar de jeugdsport, maar ook de vrouw in de sport en sportbeoefening voor senioren komen

JAN BOURGOIS

30

Dit boek richt zich zowel naar de student Lichamelijke Opvoeding, de trainer in opleiding en de gevestigde coach als naar de sporter zelf. Zij streven immers allemaal naar steeds betere sportprestaties en een lichamelijk gezonde levenswijze.

CHRISTOPHE DELECLUSE

• Doctor in de Lichamelijke Opvoeding, Universiteit Gent

• Doctor in de Lichamelijke Opvoeding, Katholieke Universiteit Leuven

• Professor aan de Vakgroep Bewegings- en Sportwetenschappen, Universiteit Gent

• Professor aan het Departement Biomedische Kinesiologie, Katholieke Universiteit Leuven

• Doceert de vakken Algemene, Specifieke en Klinische Inspanningsfysiologie • Onderzoeksgebied en publicaties:

• Doceert vakken in het domein van de Trainingsleer, Fitheid en Gezondheid en Sportbiomechanica • Onderzoeksgebied en publicaties: Training van

Inspanningsfysiologie en Trainingsleer • Wetenschappelijke begeleider en physical trainer van

spierkenmerken ter optimalisatie van prestatie • Directeur Topsport (VAL) en trainingsbegeleider van

verschillende sportploegen en individuele sporters

MATTHIEU LENOIR

• Doctor in de Lichamelijke Opvoeding, Universiteit Gent • Professor aan de Vakgroep Bewegings- en Sportwetenschappen, Universiteit Gent • Doceert de vakken Motorische Controle en Leren,

Lichamelijke en Motorische Ontwikkeling en Specifieke Trainingsmethodiek • Onderzoeksgebied en publicaties: Motorische Controle, Motorisch Leren en Motorische Ontwikkeling

RENAAT PHILIPPAERTS

• Doctor in de Lichamelijke Opvoeding, Katholieke Universiteit Leuven • Professor aan de Vakgroep Bewegings- en Sportwetenschappen, Universiteit Gent • Doceert de vakken Lichamelijke Ontwikkeling en

Deze nieuwe, grondig herwerkte en uitgebreide uitgave van dit standaardwerk kwam tot stand door de samenwerking van een aantal experten verbonden aan de drie Vlaamse Universiteiten met een opleiding in de Lichamelijke Opvoeding en Bewegingswetenschappen.

uitvoerig aan bod. Ook bijzondere aspecten zoals training op hoogte en overbelasting en overtraining worden ruim belicht.

Algemene, Specifiek en Bijzondere Trainingsleer • Onderzoeksgebied en publicaties: fysieke fitheid, talentidentificatie en -ontwikkeling in verschillende sporten met focus op voetbal en handbal • Voetbaltrainer, jeugdbegeleider en physical coach

elitesprinters in binnen- en buitenland.

ROMAIN MEEUSEN

• Doctor in de Motorische Revalidatie en Kinesithera-

pie, Vrije Universiteit Brussel • Professor aan het Departement Humane Fysiologie, Vrije Universiteit Brussel • Doceert de vakken Inspanningsfysiologie, Training, Coaching en Sportfysiotherapie • Onderzoeksgebied en publicaties: invloed van neurotransmitters op prestatie, thermoregulatie, overtrainingssyndroom en neurogenese tijdens inspanning • Voorzitter van de Belgische Vereniging voor Fysiotherapie en Secretaris-Generaal van het European College of Sports Science

• Diensthoofd van het Laboratorium voor Inspanning en Topsport, Vrije Universiteit Brussel belast met de begeleiding van topatleten en sportploegen waaronder de Omega Pharma-Lotto wielerploeg

ERIK WITVROUW • Doctor in Motorische Revalidatie & Kinesitherapie, Katholieke Universiteit Leuven

Alle informatie en bestellingen: Publicatiefonds voor Lichamelijke Opvoeding vzw Waterkluiskaai 17, 9040 Sint-Amandsberg Tel. 09 218 91 21 – fax 09 229 31 20 info@pvlo.be – www.pvlo.be van KAA Gent

JACQUES VRIJENS

• Doctor in de Lichamelijke Opvoeding, Universiteit Gent • Ere-Professor Universiteit Gent • Doceerde de vakken Algemene en Specifieke Trainingsleer • Onderzoeksgebied en publicaties: Trainingsleer en

• Professor aan de vakgroep Revalidatiewetenschappen & Kinesitherapie, Universiteit Gent

VERANTWOORD TRAINEN

De prijs is altijd zeer democratisch geweest: 48 euro voor een bijzonder mooi uitgevoerd en hoogstaand standaardwerk, dat is een koopje. De leden van de Bond voor Lichamelijke Opvoeding hebben het boek al voor de prijs van 35 euro of ongeveer 0,07 euro per blad! (Je hebt er maar een simpele zwartwitkopie voor)! In Vlaanderen spreekt men van een bestseller als de oplage 5.000 exemplaren bereikt. Intussen zijn er zeker al 15.000 boeken Basis voor Verantwoord Trainen verkocht. Niet alleen in Vlaanderen, ook in Nederland loopt de verkoop vlot.

BASIS VOOR

Het Publicatiefonds voor Lichamelijke Opvoeding is heel fier de zesde editie van Basis voor Verantwoord Trainen te kunnen voorstellen. Dit is een standaardwerk dat iedereen die van ver of van dicht met sport heeft te maken gewoonweg moet hebben. Niet alleen om mee te pronken of omdat het mooi oogt in de stijlvolle boekenkast, maar vooral omdat het een begrijpelijk en gebruiksklaar instrument is om doorzicht te krijgen en om zich te verdiepen in de trainingsleer.

BASIS VOOR

VERANTWOORD TRAINEN EDITORS

JAN BOURGOIS JACQUES VRIJENS

• Doceert de vakken Preventie & sportkinesitherapie, Musculoskeletale revalidatie van het onderste lidmaat • Onderzoeksgebied en publicaties: sportrevalidatie en preventie • Voorzitter Vakgroep Revalidatiewetenschappen & Kinesitherapie

Inspanningsfysiologie • Gewezen Olympisch Celhoofd Roeien en Technisch Directeur Vlaamse Trainersschool

Een uitgave van het publicatiefonds voor Lichamelijke Opvoeding vzw Monografie voor Lichamelijke Opvoeding nr. 47

PR2 Cover.indd 1

Een uitgave van het publicatiefonds voor Lichamelijke Opvoeding vzw

17/08/11 11:00


BVLO

BVLO

“Dynamische jonge staf” Het BVLO-Secretariaat is open alle werkdagen van 9u tot 13u en van 14u tot 17u. Onze algemene gegevens: tel. 09 218 91 20 – fax 09 229 31 20 - E-mail: info@bvlo.be We stellen ons even voor: Stephanie Coppens (1) – bijgestaan door Kirsten Bogaerts (2) als je iets wil weten of melden i.v.m. “Ledenadministratie: databeheer, verzekeringen”: tel. 09 218 91 23

Hanne Gyselbrecht (5) voor alle informatie over “Nascholingen & Studiedagen”: tel. 09 218 91 29 Emmeline Haek (6) weet u alles te vertellen over “Clubinfo, Activiteiten & Sportkampen”: tel. 09 218 91 25 Sophie Van Aelst (7) het adres voor “Publicaties, Persrelaties, Communicatie”: tel. 09 218 91 22

Tom De Clerck (3) de man van de “Facturatie & Bestellingen”: tel. 09 218 91 21 Line Dumoulin (4) dagelijkse leiding BVLO: tel. 09 218 91 27

(1)

(2)

(3)

(4)

(5)

(6)

(7)

dagelijkse leiding en besturen Dagelijks Bestuur • Eric De Boever (1), Voorzitter, Ter Rivieren 11, 9031 Gent/Drongen, tel. 09 282 66 96, eric.deboever@bvlo.be • Patrick De Poorter (2), Financieel Directeur, Monterreystraat 51, 9000 Gent, depoorterpatrick@live.be • Line Dumoulin (3), Secretaris-Generaal, Fraterstraat 96, 9820 Merelbeke, tel. 09 230 59 98, line.dumoulin@bvlo.be • Josse Lambrix (4), Voorzitter BVLO Limburg, Eerste Ondervoorzitter, Maastrichtersteenweg 202, 3700 Tongeren, tel. 012 23 38 01, josse.lambrix@telenet.be • Anny Devreker (5), Draverstraat 5, 9810 Nazareth, tel. 09 385 52 55, anny.devreker@edpnet.be BVLO Adviescomité • Kristine De Martelaer (6), Voorzitter, Smalle Heerweg 211, 9080 Lochristi, kdmartel@vub.ac.be • Jorge Cottyn (7), Goedendaglaan 106, 8500 Kortrijk, jorge.cottyn@katho.be • Anny Devreker (5), Draverstraat 5, 9810 Nazareth, anny.devreker@edpnet.be • Josse Lambrix (4), Maastrichtersteenweg 202, 3700 Tongeren, josse.lambrix@telenet.be

• Jan Seghers (8), Tervuursevest 101, 3001 Leuven, jan.seghers@faber.kuleuven.be RAAD VAN BESTUUR BVLO Jan Boutmans, Jorge Cottyn, Eric De Boever, Dirk De Clercq, Mario De Jans, Kristine De Martelaer, Patrick De Poorter, Anny Devreker, Jan Dumon, Freddy Gatz, Eveline Lagae, Josse Lambrix, Johan Lefevre, Eric Leijnen, Jan Seghers, Steph Storme, Linda Van Puymbroeck, Johan Vanthournout, Wim Verbessem & Line Dumoulin, gemachtigd lid SENAAT BVLO Gerda Billiauws, Jean-Pierre Bormans, René Goossens, Jan Priem, Philippe Storme, Georgette Swinnen, Guy Van der Marlière

(1)

(2)

(3)

(4)

(5)

(6)

(7)

(8)

"provinciaal uitgebouwd" BVLO is nooit veraf. Neem gerust contact op met jouw provinciale afdeling: BVLO Antwerpen vzw • Voorzitter: Linda Van Puymbroeck • Secretaris: Geoffrey Hermes • Penningmeester: Joeri Clerckx Correspondentieadres: Huis van de Sport, Boomgaardstraat 22 bus 32, 2600 Berchem BVLO Limburg vzw • Voorzitter: Josse Lambrix, Maastrichtersteenweg 202, 3700 Tongeren, tel. 012 23 38 01, josse.lambrix@telenet.be • Secretaris: Sonia Meurant, Nieuwe Steenweg 3A bus 201, 3850 Nieuwerkerke, tel. 011 48.72.13, sonia.meurant@scarlet.be • Penningmeester: Marc Broeks, Heidestraat 112, 3500 Hasselt, tel. 011 22.96.41, marcbroeks@telenet.be BVLO Oost-Vlaanderen vzw • Voorzitter: Steve Storme, Slodelwiezeweg 9, 9890 Vurste, tel. 09 363 04 82, stesto@telenet.be • Ondervoorzitters: Marie-Anne De Pape, Patronagiestraat 7, 9950 Waarschoot, marieannedepape@hotmail.com Hanne Gyselbrecht, Meienbroek 43, 9920 Lovendegem, hannegyselbrecht@hotmail.com

• Secretaris: Sofie Meneve, Bekemolen 1, 9700 Oudenaarde, sofie.meneve@vlg.be • Penningmeester: Eveline Lagae, Keizer Karelstraat 14, 9700 Oudenaarde, eveline.lagae@westvl.schoolsport.be BVLO Vlaams-Brabant • Voorzitter: Kristine De Martelaer, Smalle Heerweg 211, 9080 Lochristi kdmartel@vub.ac.be • Secretaris: Thomas Doms, Motstraat 10, 1980 Eppegem, thomasdoms@gmail.com • Penningmeester: Steve De Decker, Rode Kruisstraat 13, 2830 Willebroek, tel. 02 629.37.56 BVLO West-Vlaanderen • Voorzitter: Jorge Cottyn, Goedendaglaan 106, 8500 Kortrijk, tel. 056 21 20 23, JorgeCottyn@katho.be • Secretaris: Michel Rys, E. Ronselaan 10, 8630 Veurne, tel. 058 31.20.87, rysdeb@hotmail.com • Penningmeester: Ruben Ost, Begoniastraat 25, 8310 Assebroek, tel. 0473 676 960, Ruben.Ost@hotmail.com

Bond voor Lichamelijke Opvoeding nr. 4 / 2011

31


van educatie tot wereldprestatie

Janssen-Fritsen n.v. 32

Klaverbladstraat 2 • 3560 Lummen • Tel: 013/53.15.07 • Fax: 013/53.15.10 info@janssen-fritsen.be • www.janssen-fritsen.be


Balspelen

BVLO

Mijn eerste Olympische ervaring Balspelen Elke Thomassen, Bachelor Lichamelijke Opvoedingt

Het is belangrijk om de jongeren van kleins af aan bij te brengen dat sport noodzakelijk is voor de gezondheid. Het belangrijke element dat we zeker niet mogen vergeten is het sociale aspect dat komt kijken bij het sporten. Ze leren respect hebben voor elkaar en het materiaal, leren omgaan met winnen en verliezen en leren hun grenzen verleggen. Dit alles leren ze voornamelijk in de lessen lichamelijke opvoeding. De olympische waarden draaien vooral rond: - het aanvaarden en juist toepassen van regels - respect hebben voor de tegenstander - respect hebben voor je gezondheid - Doping en corruptie zijn uit den boze - Tolerantie, solidariteit, vrede, vriendschap,... De turnlessen / sportlessen zijn dus ideaal om de kinderen deze waarden bij te brengen. Het is dan ook onze taak om deze waarden iedere les aan te halen naar gelang de situatie die zich voordoet. In de demolessen werken wij dit onderwerp verder uit zodat de kinderen gaan inzien dat er bij de olympische spelen meer komt kijken dan alleen maar een medaille winnen!

2. Praktijklessen 1.1 Inkleding praktijklessen Doping Voorbeeld: De leerkracht vertelt een verhaaltje: “iedereen krijgt vandaag een snoepje van mij. Dat snoepje is een speciaal snoepje! Wie ervan eet, kan véél harder lopen als iemand anders!!! Maar… je mag het eigenlijk niet opeten omdat dat vals spelen is! De les begint met een tikspelletje. De kinderen houden het snoepje zelf bij. De leerkracht gaat rond en spreekt enkele kinderen aan en daagt hen uit: “eet dat snoepje vlug op, je gaat echt veel harder lopen!!!” Na het tikspel volgt een gesprek… wie heeft een snoepje gegeten? Rangschikking De kinderen voeren verschillende olympische sporttakken uit (vb. wedstrijd basketbal, handbal, voetbal, tennis, spurt). Na de wedstrijden worden er steeds 3 winnaars gelauwerd. Ze gaan dan ook op het podium staan voor de 1e, 2e en 3e plaats. Alle drie krijgen ze een medaille (goud, zilver, brons). Deze medailles kan je gemakkelijk zelf maken: een rond stukje karton met verf (goudkleu-

rig, zilverkleurig, bronskleurig) bespuiten. Als afwerking eventueel de sporttak erop plakken. Dit kunnen de kleuters in de klas knutselen als de kleuterleidsters meewerken met dit onderwerp. Fair play De kleuters/kinderen spelen een tikspel. De leerkracht observeert en noteert welke kleuters/kinderen niet eerlijk spelen. Verschillende hebben de neiging om door te lopen ook al zijn ze niet getikt. Nadien houden we hierover een kort gesprek. Bij de 1e graad kan men de kinderen een wedstrijdvorm laten spelen (voetbal, handbal, basketbal, trefbal). Bij het eerste spel is er geen scheidsrechter in betrokken. Hoe verloop dit? Bij het volgende spel komt de scheidsrechter erbij. Tolerantie, vrede, vriendschap Eerst spelen al de kleuters/kinderen een spel tegen elkaar. Dit kan in ploegvorm, maar ook in partnervorm. Telkens met winnen en verliezen. Na ieder spel geven ze elkaar de hand en feliciteert de verliezen de winnaar. De winnaar toont respect voor de verliezer. Je kunt als afsluiter een dansfeest organiseren en alle winnaars en verliezers met elkaar laten dansen.

1.2 Tips Materiaal: Wij zijn voorstander om softballen te gebruiken in plaats van lederen of harde ballen. Dit heeft als voordeel dat de kleuters of de kinderen geen schrik gaan ontwikkelen bij het vangen van de bal. Zie je dat de kleuters of kinderen toch klaar zijn om met de officiële ballen te spelen, mag je hen dit aanreiken. De turnzaal is versierd met de olympische ringen, een podium, bekers en medailles. Weekthema: Indien de kleuterleidsters en de leerkrachten van het eerste studiejaar ermee akkoord gaan, kan je de olympische spelen als weekthema gebruiken. In de klas krijgen ze een theoretisch en praktisch gedeelte (knutselen) en in de turnlessen mogen ze zelf deelnemen aan hun eigen olympische spelen! Die week maken we foto’s van de kinderen met hun medaille en deze worden opgehangen in de school met de discipline erbij. Nadien kunnen ze hun eigen sportkrant maken in de klas. De kinderen moeten tijdens de speeltijd ook de kans krijgen om te oefenen. Reik hen dan eventueel materiaal aan.

Balvaardigheid 013

1. Inleiding

Bond voor Lichamelijke Opvoeding 1


Olympische balspelen

Leeftijd: 2,5 - 3

SUBDOELEN

BEWEGINGSINHOUDEN, WERKVORMEN EN DIDACTISCHE AANPAK

Duidelijk weergeven dat de olympische spelen een heel groot sportevenement is dat reikt over de hele wereld (foto’s tonen van andere nationaliteiten zoals afrikanen, chinezen,…) Ook de nadruk leggen op het vieren van winnaars en het vieren van sport. Het is één groot feest over de hele wereld. Ruzie is uitgesloten

Opwarming

Balvaardigheid 014

Balvaardigheid ontwikkelen Wennen aan de verschillende soorten ballen

2

OPWARMINGSFASE Leerkracht geeft een inleiding in verband met de olympische spelen. Dit kan a.d.h.v. Jules (of een andere pop). Hey allemaal, Jules heeft een verhaal! Hij was vorige week niet in de school omdat hij naar de olympische spelen was gaan kijken! Weet iemand wat dat is? … Jules vertelt: “ iedere dag moet mijn papa gaan sporten net zoals jullie in de turnles doen, wij noemen dat “trainen”. Papa moet dan heel veel met de bal spelen en oefeningen doen En vorige week moest papa naar een ander land. Daar moest papa met het vliegtuig naartoe! Hij sliep dan in een hotel met allemaal andere sporters. De dag erna ging hij wedstrijden spelen. Dat wil zeggen dat je om ter eerst of om ter best moet sporten. En de winnaar krijgt dan een medaille. Kijk, papa heeft er eentje gewonnen! Hij kan namelijk het verste gooien! Zullen we samen eens wat oefeningen doen? Dan zien jullie wat wij allemaal moeten kunnen om zo een medaille te kunnen winnen! Wie doet er mee? BEWEGINGSACTIVITEITEN 1. spelvorm Jullie moeten allemaal Jules volgen met lopen. Jules doet gekke oefeningen en jullie doen hem na - lopen - lopen tussen de ballen door, zonder ze te raken - lopen over de ballen zonder ze te raken - met de hand tegen al de ballen duwen (wegrollen) - met de voet tegen al de ballen rustig trappen (niet in de lucht trappen) - al de ballen stil leggen - rond elke bal lopen/stappen

2. balvaardigheden Zo moeten wij altijd ons opwarmen voor wij kunnen beginnen aan de moeilijke oefeningen. Wie wil er nu meedoen met de moeilijke oefeningen? - bal rond lichaam draaien (enkels, knieën, heupen, buik, borst, schouders, hals, hoofd) - bal op de grond in 8-vorm rollen tussen de benen - bal tussen de benen in 8-vorm draaien - bal slalom rollen rond de kegels, onder een poort, over een bank, van een schuine helling - bal door poortjes rollen - kruipen en terwijl de bal voorwaarts rollen alle kleuters staan op een lijn aan de ene zijde van de zaal. Ze voeren de oefening uit van de ene zijde naar de andere zijde: - bal door de benen werpen - trappen tegen de bal - bal zo ver mogelijk werpen (2 handen bovenhands, 2 handen onderhands, 1 hand bovenhands, 1 hand met slingertechniek) - bal rollen naar de overzijde

ORGANISATIE EN MATERIAAL Organisatie: - iedereen zit rond Jules op de grond Materiaal: - handpop - medaille

Organisatie: - evenveel ballen als er kleuters zijn liggen verspreid in de zaal Tip: - als je ziet dat de kinderen nog moeten experimenteren met de bal, las dan een experimenteerfase in. (merk je aan hun gedrag). Zijn ze niet aandachtig en hebben ze enkel oog voor de bal en niet voor de opdrachten, laat ze dan even spelen met de bal)

Organisatie: - elke kleuter heeft een bal Tip: werk met verschillende ballen (balsoorten) - plastic ballen - pingpongballen - foamballen - tennisballen - ballonnen - krantenproppen - strandballen - voddenballen - springballen


3. sportspelen Nu hebben we allemaal wel genoeg geoefend hé. Willen we anders hier in de turnzaal eens olympische spelen organiseren?! We zullen verschillende wedstrijden (spelletjes) spelen, wie dat het beste kan, die krijgt een medaille! a) Ballon - Wie kan het mooiste spelen met de ballon? - Ballon in de lucht houden met verschillende lichaamsdelen - de ballon om ter langs in de lucht houden. Valt de ballon op de grond, dan moet je op de grond gaan zitten met de ballon tussen je benen. b) krantenstok en ballon - de Ballon begeleiden over de grond met de krantenstok - de Ballon in de lucht houden d.m.v. de krantenstok - de Ballon zo ver mogelijk slaan met de krantenstok - de Ballon ze hoog mogelijk slaan met de krantenstok c) frietzakken - de leerkracht hangt de kegels omgekeerd op of hangt grote frietzakken op aan een draad. De kleuters werpen de kleine ballen in de frietzakken. (kleine ballonnen, voddenballen, pingpongballetjes, …) d) ballenbeest - de kleuters werpen de ballen door de gaten van het beest - gebruik maken van verschillende ballen (vormen, materiaal, grootte) e) werpen over toversnoer - het toversnoer hangt op een hoogte van 1,50 – 2m - werpen met verschillende ballen (vormen, materiaal, grootte) f) basketbal - bal in de ring werpen - de ring mag niet te hoog hangen, ze moeten de bal er nog in kunnen werpen (als ze hun armen uitsteken + 20cm) g) voetbal - bal in doeltjes trappen (al dan niet met keeper of kegels) - mat leggen op 2 – 3m van het doel af - op de dunne mat leggen ze hun bal

h) traumadame - bal door poortjes rollen. Kleuters maken gebruik van kleine balletjes (tennisballen, wollen ballen, plastic balletjes)

i) ballenspuwer ballenspuwer staat op grond of op een bank. kleuters leggen bal in ballenspuwer en experimenteren. - Variant: ballenspuwer wat hoger zetten zodat ze de bal erin moeten werpen - Werken met zachte en kleine ballen (wollen ballen) j) blikken werpen - vanaf 1m werpen de kleuters de blikken om met een zachte bal

Organisatie: - zorg ervoor dat iedereen op het einde van de les een medaille heeft verdiend. je kan hier ook mee verder gaan de volgende les. zo leren de kleuters ook omgaan met winst en verlies. Materiaal: - ballonnen - krantenstokken - kegels of echte frietzakken maken - ballenbeest - verschillende balsoorten - toversnoer - mini basketbalring - doeltjes + dunne matten - traumadame - ballenspuwer - blikken Verloop sportspelen - elke oefening doe je afzonderlijk met de hele klas - nadat je alle oefeningen overlopen hebt en telkens een winnaar hebt uitgekozen, krijgt deze een medaille. - Als je onvoldoende tijd hebt en toch iedereen en medaille wil geven, kies dan een 1e, 2e en 3e plaats uit. - Huldig de kinderen ook echt zoals het hoort! Met podium, applaus, felicitaties (3 kussen + omdoen van medaille) - Dit doe je na ieder spel - Indien je wenst, kan je de kinderen laten kiezen welk spel ze nog eens willen spelen. Dit gebeurt geheel vrijblijvend Traumadame maken: - rechthoekige grote doos - overzijde deksel afsnijden - poortjes uitsnijden - zorg ervoor dat de doos zeer stevig is (copydozen) - de bodem kan een vervelende factor zijn. Is deze te dik, dan de bodem verwijderen - aan de achterzijde zijn er ook openingen Ballenspuwer maken - doos waarvan je de dekstel schuin naar beneden drukt

Bond voor Lichamelijke Opvoeding

Balvaardigheid 015

Zich aan de kleine regels kunnen houden Het loven van de winnaars, maar tevens de “verliezers” motiveren.

3


Balvaardigheid 016

Tot rust komen

4

RELAXATIEFASE Nabespreken wat ze hebben gedaan vandaag in de turnles. Wat betekent Olympische spelen? Ook al verlies je, toch moet je vrienden blijven met iedereen. / Jules: â&#x20AC;&#x153;wie heeft er allemaal zo een medaille als ik? Dat betekent dat we heel goed zijn in het sporten. Maar als ik zo heb gesport, dan gaan we allemaal heel vroeg ons bed in want we zijn super moe! Kom, we gaan allemaal een klein dutje doenâ&#x20AC;Ś Jules maakt de kinderen wakker na 1 minuut en ze gaan hun turnschoenen aandoen


Olympische balspelen

Leeftijd: 4 jaar - tweede kleuterklas

SUBDOELEN

BEWEGINGSINHOUDEN, WERKVORMEN EN DIDACTISCHE AANPAK

ORGANISATIE EN MATERIAAL

Inleiding

OPWARMINGSFASE Inleiding: Prenten, materiaal en foto’s van de olympische spelen laten zien aan de kinderen. Deze hangen overal op in de turnzaal. Ook foto’s van sporters die medailles dragen en foto’s van de huldigingen. De kleuters laten beschrijven wat ze allemaal zien. Uitleg geven over huldiging, medailles, …

Materiaal: - materiaal dat te maken heeft met de olympische spelen - tekeningen en foto’s van de voorbije olympische spelen - teken olympische spelen ophangen in de school

Dribbelvaardigheid

Vangen en gooien Ruimteperceptie Algemene lichaamscoördinatie

Omloop kunnen volgen Ruimteperceptie

Omloop balvaardigheden - Raak gooien - Ergens in gooien - Passeer de hindernis - Ergens overheen gooien - Vanaf een afstand ergens laag onderdoor - Samen gooien

Oog – handcoördinatie

2. Ballonnen - 1 ballon in de lucht houden - 2 ballonnen in de lucht houden - per twee; 2, 3 of 4 ballonnen in de lucht houden - met verschillende lichaamsdelen de ballon in de lucht houden - de ballon over hoog gespannen touw slaan (1m50 – 1m80) - de ballon omhoog werpen en weer vangen - een knikker in de ballon doen, de ballon opwaarts werpen en vangen - voetballen met de ballonnen (door poortjes, in de lucht, …) - dribbelen met de ballon aan de hand

Materiaal: - ballen - kegels - poortjes - banken - schuine hellingen (glijbaan,…) - plint

Organisatie omloop: - alles in een omloop achter elkaar zetten. Voor elk nieuw spel een paal plaatsen met een andere kleur van vlag aan. Zo weten de kinderen dat ze hier was anders moeten doen

Materiaal: - ballonnen - toversnoer - knikker in ballon - poortjes Balvaardigheid 017

Lichaamsbewustzijn

BEWEGINGSACTIVITEITEN Oefenmomenten 1. balvaardigheden - bal rond lichaam draaien (enkels, knieën, heupen, buik, borst, schouders, hals, hoofd) - bal op de grond in 8-vorm rollen tussen de benen - bal tussen de benen in 8-vorm draaien - bal slalom rollen rond de kegels, onder een poort, over een bank, van een schuine helling - bal stuiten op de grond met 2 handen samen - bal stuiten op de grond, klappen in handen en bal opvangen - bal stuiten op de grond, gaan zitten, terug rechtstaan en de bal opvangen zo snel je kan (mag nog stuiten) - bal opwaarts werpen, zitten op de knieën, terug rechtstaan en de bal opvangen - als de leerkracht het woord “bal” uitspreekt, stuiten de kinderen de bal 1maal op de grond - Bal over bank rollen tot in de doos die achter de bank staat - Bank ingehaakt in plint (zonder bovendeel). Bal omhoog rollen zodat hij in de plint valt - Poortjes achter elkaar zetten; bal doorrollen

Bond voor Lichamelijke Opvoeding

5


Balvaardigheid 018

Spelvormen met alternatief materiaal:

6

Voorbereidende oefeningen

1. Tennis - krantenstok en ballon (kan ook met dubbelgevouwen isolatiebuis en ballon) - tussen 2 spelers is een net gespannen op 80cm - de kleuters slaan de ballon naar elkaar met behulp van de krantenstok - ballon eerst laten botsen, daarna overspelen - ballon niet laten botsen maar onmiddellijk overspelen

Wanneer de pantybal los laten?

2. pantybal - dit kan je heel gemakkelijk zelf maken: een halve panty met een zachte tennisbal in - de pantybal ronddraaien en loslaten - wie werpt het verste of het hoogste? - Over een touw werpen of in een korfbalring werpen

Fijne motoriek

3. krantenprop - de kleuters maken zelf een krantenprop - de prop werpen - trappen tussen poortjes - de prop werpen/trappen over poortjes - de prop werpen in een omgekeerde kegel (partner houdt deze vast)

Afstand kunnen schatten

4. bloempot en tennisbal - de tennisbal in de bloempotten gooien - kan ook per twee

Materiaal: - krantenstokken - ballonnen - isolatiebuizen - pantyballen - kranten - kegels - bloempotten - tennisballen


Willen meewerken Zich inleven

De olympische spelen in de school Je maakt als leerkracht allemaal standen in de turnzaal. Elke stand heeft een kijkwijzer (bijvoorbeeld gooien in de ring ook uitgetekend). De kleuters krijgen allemaal een kaartje met de tekeningen van de standen op. Dit kaartje hangt rond hun nek (elastisch).

De olympische spelen in de school - houd in het oog wie er te snel om het stempel komt vragen. Stuur deze terug als hij de opdrachten niet lang genoeg heeft volgehouden.

Er zijn bijvoorbeeld 10 standen: - door de basketbalring werpen - bal door poortjes rollen - bal botsen in de hoepels - kranten afwerpen - op het biebaballenbeest werpen (door de gaten van het beest) - blikken werpen - spelen met krantenstok en ballon (ballon over hindernissen kloppen, tussen hindernissen, onder hindernissen) - touwtje met belletje aan; met de bal tegen het belletje werpen (4 touwtjes, 4 hoogten) - bowling (kegels omrollen van 2m afstand (matje leggen op 2m afstand waar ze op kunnen zitten): op papier staat de afdruk van de kegels getekend zodat de kleuters de kegels weer perfect zelf op hun plaats kunnen zetten - voetballen door het bos (palen en kegels zetten (bomen), de kleuters moeten met de bal aan de voet door het bos geraken zonder de bomen te raken) - Telkens als een kleuter een 5-tal minuten heeft gespeeld aan een stand, mag hij een stempel bij de leerkracht komen halen. - De kleuters krijgen op het einde van de les allemaal een medaille omdat ze zo goed hebben meegewerkt! Dat zijn nu eens echte winnaars! Iedereen mag op het podium en de krant maakt een foto! (nadien ophangen in de school)

Materiaal: - mini basketbalring - mini basketbal - zachte bal - poortjes met verschillende ballen (ook ballen met knotsen op, knikkers, tennisballen, pingpongballen) - hoepels + ballen die goed stuiten - kranten + wasdraad + tennisballen - biebaballenbeest + tennisballen - blikken + tennisballen - krantenstokken + ballonnen + hindernissen (hoge en lage) - touwtjes + belletjes + mousse balletjesbowlingkegels + grondplan + matje + plastic bowlingballen - iets zwaardere ballen + palen en kegels - Medailles - Kaartjes met elastiek aan en tekeningen op van de oefeningen - Prenten aan de oefeningen waarop getekend staat wat ze moeten doen.

RELAXATIEFASE Doping Inleiding: nu moet ik jullie nog iets vertellen! Toen ik naar de olympische spelen aan het kijken was, gebeurde er iets vreselijks! Ik was naar een wedstrijd gaan kijken waar ze om ter hoogst moesten springen. En een zekere Gennezovich had gewonnen. Hij was super blij en danste in het rond, daarna mocht hij op het podium gaan staan en kreeg een super mooie gouden medaille. De dag erna kwam ik hem tegen in het hotel en hij was vreselijk hard aan het huilen! Ik ben dan gaan vragen wat er scheelde… Het olympisch comité had zijn medaille afgepakt! Waarom toch? Hij was toch de beste in het hoogspringen?! Wel… hij had doping genomen… Dat is een middel waardoor je net iets beter wordt dan je normaal gezien bent. Hij zei dat hij absoluut wou winnen en daarom dus dat middel had geslikt… maar dat is vals spelen he! Hij had er héél veel spijt van, maar hij krijgt zijn gewonnen medaille nooit meer terug omdat hij vals heeft gespeeld….

Materiaal: - snoepjes die kleuren of fel ruiken - echte medaille

Spel 1: speurder en de valsspeler - de speurders gaan even de klas uit, de leerkracht geeft aan enkele kleuters een snoepje (dat fel ruikt of fel de tong kleurt) - de speurders komen terug binnen en gaat controleren wie doping heeft gebruikt (of vals heeft gespeeld)

Balvaardigheid 019

Tot rust komen

Bond voor Lichamelijke Opvoeding

7


8

Balvaardigheid 020


Bond voor Lichamelijke Opvoeding

9

Balvaardigheid/Ultimate Algemeen Sport 001 Ball 009


10

Balvaardigheid/Ultimate Algemeen Sport 002 Ball 010


Bond voor Lichamelijke Opvoeding

11

Balvaardigheid/Ultimate Algemeen Sport 003 Ball 011


12

Balvaardigheid/Ultimate Algemeen Sport 004 Ball 012

2011 nr 4  

volledig nummer 5 december 2011

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you