__MAIN_TEXT__

Page 1

Lichamelijke Opvoeding Nummer 1 I J aarg ang 1 12

Aflevering 257 - Erkenningsnummer: P409677 - Afgiftekantoor Gent X - BVLO - Waterkluiskaai 16 - 9040 Sint-Amandsberg/Gent

H E T

M A G A Z I N E

V A N

D E

B O N D

V O O R

L I C H A M E L I J K E

O P V O E D I N G

ÂŤToyBox-studie: wat kunnen we hieruit lerenÂť Rollen in LO Foamrolling toegepast in de praktijk

BVLO


Woord vooraf

Theorie 3

Woord Vooraf

4

Meer LO op school. Zij doen het! Pleune Tasia

8

ToyBox-Studie Vakgroep Bewegings- en Sportwetenschappen, Ugent

13 Actie: Bewegen naar de zon Svs 27 Uitslag Win-actie Bvlo 28 Uitgetest voor jullie: Foamroller Lekens Stijn

36 BVLO nascholingen: Een impressie.. 37 Noteer in jouw agenda!

Praktijk 23 100 Dansopdrachten Paul Rooyackers

Het vertrouwde tijdschrift is niet meer. Zoals j­ullie merken zijn we met ons tijdschrift een nieuwe weg ingeslagen. We hebben ons tijdschrift in een moderner jasje gestoken, net zoals onze website al een update onderging. BVLO heeft vorig jaar enkele drastische veranderingen moeten ondergaan door het verliezen van onze subsidies van de overheid. Wij zijn geen erkende sportfederatie meer en onze clubwerking is ondergebracht bij Sportievak. Wij zijn er dus nog enkel voor en ook door jullie. Ondanks het verliezen van de subsidies laten wij ons hoofd niet hangen, maar proberen we onze plaats binnen het onderwijs en sportlandschap veilig te stellen.

32 Inspireren en bewegen: aan de slag met ondersteunende rollen in de lessen LO

15 Fairplay Gids Nado

Een nieuw jaar, een nieuwe start.

TE! E DA

TH 8 SAVE 16 -11-201

ag dag! Vrijd tudie s O BVL

Colofon Het Tijdschrift voor Lichamelijke Opvoeding is een vakblad voor gevormden in de LO, ­trainers en jeugdsportbegeleiders. Het verschijnt trimestrieel: 5 maart, 5 juni, 5 s­ eptember en 5 december. Een abonnement op het Tijdschrift voor Lichamelijke Opvoeding is ­inbegrepen in het lidmaatschap van de BVLO. Maar een BVLO-lidmaatschap is meer dan dat! Kijk voor alle mogelijke formules en ­voor­delen op onze site: www.bvlo > LO & Sport > Lidmaatschap of bel de ledentelefoon 09- 218 91 23 (kantooruren). Het BVLO-lidmaatschap sluit je af voor 12 maanden of de volle 365 dagen. Uitschrijven dient minstens één maand voor de verloopdatum te gebeuren. Alle info en online lid worden: www.bvlo.be Verantwoordelijke uitgever: E. De Boever Waterkluiskaai 16, 9040 Sint-Amandsberg/Gent De redactieraad bestaat uit: Kristine De Martelaer, Eric De Boever, en wordt bijgestaan door een ruime adviesgroep en een reviewpanel. Publiciteit: Bond voor Lichamelijke Opvoeding vzw Tel. 09 218 91 20 - e-mail: info@bvlo.be Copyright: Het overnemen van artikels en foto’s is zonder schriftelijke toestemming van de redactieraad niet toegelaten. Iedere auteur is verantwoordelijk voor de inhoud van zijn/haar artikel. Tijdschrift voor Lichamelijke Opvoeding is ondertekenaar van de ­Milieubeleidsovereenkomst Papier Vlaanderen en steunt de inspanningen van de Vlaamse regering i.v.m. papierrecuperatie.

Zo zullen wij nog steeds jullie verzekeringen verzorgen en alle vragen trachten op te lossen die jullie hebben. Ons tijdschrift wordt aangevuld met een maandelijkse nieuwsbrief waarin we alle weetjes trachten te bundelen in verband met sport en onderwijs. Ons aanbod van bijscholingen trachten we uit te breiden met nog enkele kleinere extra bijscholingen in het jaar. Ook bieden we nog steeds sportkampen aan voor kinderen van 3 tot 12. Onze werking blijft dus onveranderd behalve de clubwerking, en uiteraard moeten wij het met een heel pak minder financiële middelen stellen door het verlies van de subsidies. Maar ook dit jaar vliegen we er terug vol goede moed in!

De redactie

Lid van de Unie van de Uitgevers van de Periodieke Pers. Graphius - Eekhoutdriesstraat 67 - B-9041 Gent Tel 09 218 08 41 - fax 09 218 08 49 - info@graphius.com Bond voor Lichamelijke Opvoeding vzw BONDSHUIS BVLO - Waterkluiskaai 16 - 9040 Sint-Amandsberg/Gent Bankrekening BVLO: IBAN BE51 4469 7200 0162 BIC: KREDBEBB - Tel. (09) 218 91 20 www.bvlo.be - Openingsuren: 9 tot 12 uur & 13 tot 16 uur

3

Lichamelijke opvoeding  magazine - maart 2018


Meer LO op school Meer LO

Laat iedereen schitteren in het Stella-Matituna-college Lede Koud weer en veel file op de baan naar Lede. Ik dacht vijf minuten te laat toegekomen te zijn, maar bleek uiteindelijke veel te vroeg voor de les van de 6de jaars. Een hele resem fietsen deed mij wel vermoeden dat ik op de juiste locatie zat. Een moderne sporthal biedt soelaas voor de uitdaging die de leerkrachten voorzien voor de 6de jaars. Evert Walravens en Peter Verleysen Jr. zochten een alternatief omdat de laatstejaars van de school graag nieuwe uitdagingen aangaan. Het was dan ook Dirk de Bock, pedagogisch begeleider lichamelijke opvoeding & sport, die het werk van Evert en Peter graag eens in de schijnwerpers wou zetten en ik kan hem geen ongelijk geven.

“Onze leerlingen van het 6de jaar bleven een beetje op hun honger zitten”

4

Terug in de tijd

Niet alleen klassieke sporten

Het Stella-Matutina-college is een samenvoeging van het vroegere Stella-Matutina en SintMaarten-college. Het enige overblijfsel van voor de samensmelting is het feit dat voor sommige jaren LO nog apart gegeven wordt. Nu is het StellaMatutina-college een arme sportieve school die deel uitmaakt van de Katholieke scholengemeenschap Wetteren-Lede. De school biedt vanaf de 2de graad alleen maar ASO richtingen aan, de rest van de leerlingen verspreidt zich vanaf dan naar andere omliggende scholen. De school heeft ongeveer 800 leerlingen, waarbij er geen uitgesproken verschillen zijn in geslacht.

“De leerlingen van de laatste graad gaven vaak als opmerking dat ze al zo vaak een bepaalde sport gezien hadden, ze wilden eens iets anders”, aldus Peter. “Dit zette ons aan het denken om enkele nieuwe sporten en alternatieven aan te bieden. We hebben geluk dat onze directie ons hierin steunt. Alleen op die manier kunnen wij sporten zoals schermen, rolstoelbasket en torbal aanleren”. Groot bleek dan ook mijn verbazing dat dit geen sportrichting is, al zeker als je zag hoe enthousiast ze waren over de sporten. Zo werden ze al geblinddoekt voor dat ze in de sporthal waren, of zaten de leerlingen onmiddellijk in de rolstoel om al een toertje te rijden.

Lichamelijke opvoeding  magazine - maart 2018


“Ons belangrijkste doel is dat de leerlingen leren”, zegt Evert. “Vandaar dat wij verschillende alternatieven willen aanbieden en zoveel mogelijk prikkels willen geven aan de leerlingen. Ook krijgen we de kans en het budget om gastdocenten uit te nodigen, zo worden we vandaag bijgestaan door Mathias Huybens , expert in het schermen, die onze leerlingen op vier weken tijd een basis probeert bij te brengen.” De school en de sportomgeving bleken in het verleden te klein te worden voor de school. Daarom besliste de directie samen met de vakgroep LO dat de 6de jaars blokuren LO zouden krijgen in de sporthal van Lede.

Samen sporten met senioren Evert en Peter proberen ook om de leerlingen in contact te brengen met onder andere doelgroepen. Zo bieden ze tijdens de lessen ook wandelvoetbal aan. Tijdens de lessenreeks krijgen ze een peter aangesteld die hen begeleidt tijdens het sporten. Samen met de plaatselijke vereniging spelen ze op het einde van de lessenreeks een tornooi. “We merken dat zowel de leerlingen als de senioren hier zeer enthousiast voor zijn en veel leren van elkaar. Beide groepen moeten samenwerken om als een (h)echt team voor de dag te komen.”

Meer sporten dan enkel de LO-uren Dat sport op deze school leeft is wel een understatement als ik de waslijst te horen krijg. Het eerste wat bij mij opkomt is dat zowel de directie als de vakgroep hier echt achter moeten staan om zo een aanbod tot stand te krijgen. Dat blijkt ook uit de gesprekken met Peter en Evert, want met hun enthousiasme kregen ze niet alles verteld, alvorens we vriendelijke verzocht werden de cafetaria te verlaten. Maar zo heb ik het graag: mensen die leven voor hun vak en dat willen doorgeven. De school was één van de eerste “scholen in beweging”. Het departement onderwijs wou meer leren uit het beleid van scholen die activiteiten en bewegen promoten op hun school. Op die manier kunnen de scholen andere scholen inspireren tot initiatieven die de gezondheid van hun leerlingen en het schoolteam in het algemeen bevorderen, en laat het Stella Matutina college hier nu wel een mooi voorbeeld van zijn.

5

Lichamelijke opvoeding  magazine - maart 2018


6

De leerlingen worden op deze school echt gehoord. Zo kwam de vraag vanuit de leerlingenraad om beter voorbereid te zijn op een reanimatie en kregen ze hiervoor de kans om het project “Heart Times” uit de grond te stampen. Hierbij willen ze leerlingen informeren over enerzijds burgerschap en anderzijds reanimatie & EHBO. De leerlingen krijgen op deze projectdag les over deze onderwerpen door specialisten van dienst.

Lichamelijke opvoeding  magazine - maart 2018

Vervolgens is er ook wel altijd iets tijdens de middag te beleven van sport. De leerlingen kunnen vrijblijvend sporten op de terreinen van de school. Zo is er een volleybalterrein, een voetbalplein etc. Uiteraard hoort hier ook een uitleendienst bij waarbij de leerlingen zelf kunnen kiezen welke sport ze willen beoefenen die middag. Ook is er tweemaal per week sport over de middag. Hierbij begeleidt iemand van de leerkrachten verschillende kleine sportactiviteiten, die gericht zijn naar de eerstejaars.


Ook is er een project dans@school dat over de middag plaatsvindt. De leerlingen krijgen dan gedurende 6 weken over de middag een choreografie aangeleerd van een leerkrachte die zelf actief bezig is met dansen. Hier zijn het voornamelijk de meisjes die zich engageren. Ook is er nog een circusschool. Onder leiding van Peter Verleysen sr. leren de kinderen verschillende vaardigheden uit de circuswereld die ze dan tijdens de opendeurdag ten toon kunnen stellen. Zoals je ziet is er dus een hele waslijst aan sport- en bewegingsactiviteiten en dan heb ik ze nog niet allemaal opgenoemd, zoals bijvoorbeeld het gezond ontbijt, etc. De leerlingen blijken dan ook heel enthousiast te zijn, alsook de directie die dergelijke initiatieven allemaal steunt. Een voorbeeld voor anderen, en daarom waarschijnlijk ook een pilootschool voor het project “scholen in beweging”.

Pilootproject Peter en Evert staan al jaar en dag vol goede moed les te geven, maar ondervonden altijd een zware last: Quoteren. Hoe geef je een leerling punten op iets dat hij goed kan of juist niet? Wat zijn de belangrijke zaken bij een oefening of spelvorm? Waar moet ik juist punten op geven? De vragen die waarschijnlijk nog veel andere leerkrachten hebben. Daarom besloten zij het heft in eigen handen te nemen en een volledige nieuwe manier van evalueren uit te werken. Maar bij een nieuwe manier

“Ook voor ons is het belangrijk om onze werkpunten te benoemen in dit proces” van evalueren hoort ook een nieuwe manier van lesgeven. Zoals je je kan voorstellen gaat dit niet over één nacht ijs, maar is het een lang denk- en werkproces dat nooit volledig klaar is. Gesteund door de directie hebben ze vorig jaar een testjaar doorlopen bij de 6de jaars van het Stella-Matutinacollege. Vanaf toen werden ze geëvalueerd zonder quotering, een project dat ze verder willen uitrollen naar andere jaren. Ben je benieuwd naar de nieuwe manier van evalueren die Evert en Peter toepassen in hun lessen? Volgend magazine is er een volledig artikel over terug te vinden! Evert en Peter willen anderen inspireren met hun nieuwe manier van werken binnen LO. Ook voor hen is het een leerproces, waarbij ze nog steeds verschillende uitdagingen tegenkomen. Meer info Stella Matutina College Lede Bellaertsstraat 11 9340 Lede T 053 80 16 56 peter.verleysen_jr@smclede.be (vakverantwoordelijke LO) www.smclede.be

Lichamelijke opvoeding  magazine - maart 2018

7


Wetenschappelijk Artikel

Activiteiten in de kleuterklas en eenvoudig advies voor ouders beïnvloeden het zit­gedrag van Europese kleuters De hieronder beschreven studie betreft een samenwerking tussen zes Europese landen, met als doel overgewicht en obesitas te voorkomen bij vier- tot zesjarige kleuters. Het zogenaamde “ToyBox-project”, onder andere uitgevoerd door de Vakgroep Bewegings- en Sportwetenschappen van Universiteit Gent, richtte zich op vier belangrijke gezondheids­ gedragingen: minder zitten, meer bewegen, meer water drinken en ­gezonde tussendoortjes. De studie focuste vooral op de schoolomgeving, maar ook deels op de thuisomgeving. In totaal namen 2434 Europese gezinnen (ouders met kleuters) deel aan de studie. De resultaten tonen aan dat het organiseren van bepaalde activiteiten in de kleuterklas en eenvoudig ­advies voor ouders kan leiden tot een minder grote stijging in zitgedrag (en meer bepaald computergebruik) bij Europese kleuters. Drs. Julie Latomme. Vakgroep Bewegings-en Sportwetenschappen, Universiteit Gent

Prof. Dr. Greet Cardon. Vakgroep Bewegings- en Sportwetenschappen, Universiteit Gent

Inleiding

8

Tegenwoordig zitten Europese kleuters (<5 jaar) te veel neer, een gedrag dat kan gelinkt worden aan overgewicht, obesitas en verschillende andere gezondheidsproblemen op latere leeftijd (diabetes, hart- en vaatziekten en verschillende kankers) [1]. Zo tonen recente cijfers bijvoorbeeld aan dat in Europa 29% (Duitsland) tot 91% (Bulgarije) van de kleuters de norm van maximaal één uur ‘schermtijd’ per dag (TV/DVD/video-kijken en computergebruik) overschrijdt [2]. Verder spenderen kinderen (3-9 jaar) in België gemiddeld 6 uur en 27 minuten aan activiteiten van zittende aard (bv. rustig zitten, lezen of televisie kijken), en ze vertonen meer totale schermtijd (tv en computergebruik) tijdens het weekend (gemiddeld 2 uur en 29 minuten op een weekenddag) dan tijdens de week (gemiddeld 1 uur en 12 minuten op een week-

Lichamelijke opvoeding  magazine - maart 2018

Prof. Dr. Ilse De Bourdeaudhuij. Vakgroep Bewegings- en Sportwetenschappen, Universiteit Gent

Prof. Dr. Marieke De Craemer. Vakgroep Bewegings- en Sportwetenschappen, Universiteit Gent

dag). Voor kleuters (3-5 jaar) wordt aangeraden om de schermtijd tot 1 uur per dag te beperken. Echter, 35% voldoet niet aan deze richtlijn op een weekdag, en dit percentage loopt op tot 75% op een weekenddag. Het percentage kleuters dat niet voldoet aan de richtlijn stijgt bovendien met de leeftijd [3]. Het Europese “ToyBox-project” werd opgestart met als doel het gezondheidsgedrag van Europese kleuters te verbeteren. Dit project liep in zes Europese landen (België, Bulgarije, Duitsland, Griekenland, Spanje en Polen) en richtte zich op vier belangrijke gezondheidsgedragingen: minder zitten, meer bewegen, meer water drinken en gezonde tussendoortjes. De hieronder beschreven studie beperkt zich tot de invloed van de ToyBoxinterventie op het zitgedrag van kleuters, met name op computergebruik, TV//DVD/video-kijken en zittend spelen (bv. puzzelen, lezen).


De Europese ToyBox-studie Proefgroep In totaal namen 2434 gezinnen (ouders met vier- tot zesjarige kleuters) deel aan de studie, waarvan 52% jongens. De gemiddelde leeftijd van de kleuters was 4,7 jaar.

Experimentele groepen en procedure

keer een oudervragenlijst toegestuurd: één keer in te vullen voor aanvang van de interventie, en één keer na afloop van de interventie. Deze vragenlijst peilde onder andere naar het zittend gedrag van hun kleuter (computergebruik, TV/DVD/video-kijken en zittend spelen), zowel op weekdagen als op weekenddagen. In totaal behoorden 1642 gezinnen tot de interventiegroep en 792 gezinnen tot de controlegroep.

Materialen ToyBox Voor de start van de interventie ontvingen alle leerkrachten van de deelnemende kleuterscholen de “ToyBox”. Hierin zaten nieuwsbrieven, tipkaarten, posters, een kangoeroe handpop en vijf handboeken (één algemeen handboek met achtergrondinformatie over het ToyBox-project en een overzicht van de planning en de procedure die gevolgd moest worden, en vier handboeken met klasactiviteiten rond één van de vier gedragingen). Alle materialen kunnen ook terug gevonden worden op de ToyBoxwebsite (www.toybox-study.eu).

De ToyBox-interventie: een focus op zittend gedrag De ToyBox-interventie werd uitgevoerd gedurende één schooljaar (2012-2013), waarbij er afwisselend op elk gedrag (beweging, zittend gedrag, water drinken en gezonde tussendoortjes) werd gefocust gedurende vier opeenvolgende weken (zie Afbeelding 1). Na de eerste interventieperiode volgde een herhalingsperiode, waarbij er voor een tweede keer afwisselend werd gefocust op elk gedrag gedurende twee opeenvolgende weken.

75215beP4

Eerst werd in elk van de zes landen een lijst opgemaakt van alle verschillende regio’s in een bepaalde provincie (bv. Oost- en West-Vlaanderen in België), waarbij een onderscheid werd gemaakt tussen regio’s met een lage socio-economische status (SES), een matige SES en een hoge SES. Binnen elk van deze drie SES-groepen werden dan vijf steden/gemeenten random geselecteerd, om een gelijke verdeling te hebben van socio-economische achtergrond van de deelnemende gezinnen/ kleuters. Deze geselecteerde steden/gemeenten werden vervolgens willekeurig toegewezen aan de controlegroep of de interventiegroep. Daarna werden kleuterscholen binnen deze deelnemende steden/gemeenten willekeurig geselecteerd, waarna deze kleuterscholen werden bezocht om te vragen aan de directie en leerkrachten of ze wilden deelnemen aan de studie. Alle kleuterscholen van de interventiegroep die bereid waren tot deelname, ontvingen vervolgens de interventiematerialen (de “ToyBox”). Deze ToyBox kon gebruikt worden gedurende het daaropvolgende schooljaar. De deelnemende kleuterscholen van de controlegroep kregen de ToyBox-materialen pas één jaar later, na afronding van de interventiestudie. Alle ouders van de deelnemende kleuterscholen kregen een informatiebrief over het project mee via de school. Ouders die hun schriftelijke toestemming gaven, kregen twee

lang Zit niet te op a st – neer ief! ct a s e e en w

Zorg voo r actieve bewegin gstussen doortjes in het dagelijk se leven van de k leuters!

Zet TV e n compu ter uit – be leef je e igen ervaring en!

eega Proef- en bew

von

tu

re

n

Probeer om niet te eten voor TV of computer!

9

Lichamelijke opvoeding  magazine - maart 2018


Sedentair gedrag

eega Proef- en bew

von

tu

re

n

Nieuwsbrief 1

Beperk de tijd dat uw kind neerzit! Wat is “sedentair gedrag”? Sedentair gedrag omvat activiteiten die al zittend of al liggend worden uitgevoerd en dus ook niet veel energie vereisen. Enkele voorbeelden zijn kleuren, puzzelen, in de zandbak spelen, lezen, TV kijken en de computer gebruiken. TV kijken is de meest voorkomende vorm van sedentair gedrag. Niet alleen volwassenen zitten te vaak neer, ook kleuters spenderen een groot deel van hun dag aan zitten, zowel thuis als op de kleuterschool. Waarom is het belangrijk om sedentair gedrag te beperken? „„Kinderen die vaak TV kijken hebben een grotere kans op een negatief effect op hun gezondheid, zoals bijvoorbeeld een groter risico op overgewicht en een lagere botdensiteit, in vergelijking met kinderen die actiever zijn en die minder vaak neerzitten. „„Kinderen die vaak TV kijken hebben de neiging om agressiever te zijn (zowel verbaal als fysiek) en vertonen ook meer sociale vervreemding, onrust, irritatie en slaapstoornissen ten opzichte van kinderen die minder TV kijken. Daarom, Het is belangrijk om de tijd dat uw kind neerzit te beperken en om uw kind te motiveren om in beweging te zijn!

Hoeveel tijd mag mijn kind spenderen aan sedentaire activiteiten? In het beste geval zou uw kind niet langer dan 1 uur per dag naar TV mogen kijken, op de computer mogen spelen of andere schermgerelateerde activiteiten mogen uitvoeren.

Wist je dat…? „„Kinderen meer neerzitten tijdens het weekend in vergelijking met weekdagen. „„Het uitzetten van de TV slechts één van de voorbeelden is om de tijd dat uw kind neerzit of –ligt te beperken. „„Meer dan 2 uur per dag TV kijken een negatief effect heeft op de gezondheid en het welbevinden van uw kind, zelfs als hij/zij voor de rest van de dag zeer actief is.

Hoe kan ik de tijd dat mijn kind neerzit beperken? „„Probeer alternatieven voor het kijken van TV en het gebruiken van de computer voor te stellen. (bv. Binnen of buiten spelen, helpen met het klaarmaken van het eten, enz.) „„U kunt proberen om uw kind verbaal te motiveren door uw kind er aan te herinneren om fysiek actief te zijn in de vrije tijd. „„Probeer uw kind te ondersteunen wanneer hij/zij een actieve activiteit in plaats van een sedentaire activiteit heeft gekozen. „„U kunt proberen om actieve activiteiten in uw dagelijks(e) schema/routine te integreren. „„Probeer te vermijden dat uw kind de TV aanzet zonder uw toestemming. „„U kunt proberen om een niet-sedentaire activiteit samen te starten met uw kind en wanneer hij/zij goed bezig is, kunt u uw kind verder alleen laten spelen.

Tijdens week 13 tot 16 van de interventie werd er voor de eerste keer gefocust op zittend gedrag, en tijdens week 23 en 24 werd er voor de tweede keer op zittend gedrag gefocust. Afbeelding 1. Verloop van de ToyBox-interventie. Wanneer er gefocust werd op zittend gedrag, werd er specifiek gefocust op deze verschillende aspecten:

1. Aanpassingen in de kleuterklas Leerkrachten/kleuterleid(st)ers werden gevraagd om enkele aanpassingen te doen in de klasomgeving, zoals meer plaats vrijmaken in het klaslokaal zodat de kleuters vrijer kunnen spelen en staande werkplaatsen voorzien die het zitgedrag kunnen doorbreken. Op de figuur zie je bijvoorbeeld een statafel, die kan gebruikt worden om kleuters rechtstaand in plaats van al zittend activiteiten te laten uitvoeren zoals met speelgoed spelen of knutselen.

2. Bewegingstussendoortjes Leerkrachten werden ook gevraagd om zittend gedrag geregeld en op een vast tijdstip kort te onderbreken, door bijvoorbeeld twee korte (1-5 minuten) bewegingstussendoortjes te doen in de voormiddag en twee in de namiddag. Op de afbeelding hiernaast zie je bijvoorbeeld het draaiwiel.

10

Lichamelijke opvoeding  magazine - maart 2018


Een kleuter kon aan het wiel draaien en als die pijl op een bepaalde figuur stilstond moesten alle kleuters de opdracht uitvoeren die bij dit figuur hoorde (bv. op- en neer springen, dansen, enz.).

Sedentair gedrag

eega Proef- en bew

von

tu

re

n

Tip-Kaart 1

Hoe krijgt u een actief kind? Sedentair gedrag betekent activiteiten die zittend uitgevoerd worden (bv. TV kijken, de computer gebruiken, enz.) en waarbij je niet in beweging bent. De levensstijl van onze kinderen verandert, TV- en computergebruik worden steeds populairder. Nochtans heeft teveel zitten een negatieve invloed op de gezondheid van kinderen en daarom moet dit beperkt worden! Hoe kan u de tijd dat uw kind neerzit doen dalen? U kan proberen om activiteiten rechtstaand uit te voeren in plaats van zittend. Welke activiteiten kan uw kind rechtstaand uitvoeren?

3. Organiseren van klas­activiteiten Verder werden de leerkrachten ook gevraagd om voor ten minste één uur per dag een klas­ activiteit te organiseren rond zittend gedrag. Hier konden ze bijvoorbeeld een verhaaltje vertellen met het thema ‘zittend gedrag’, of een langer (1520 minuten) bewegingstussendoortje uitvoeren (bijvoorbeeld een wandeling maken).

„„kleuren „„puzzelen „„verven „„in een boekje kijken „„samen met u koken

Resultaten voor zittend gedrag De ToyBox-interventie beïnvloedde het computergebruik van Europese kleuters zowel op weekdagen als op weekenddagen. De ToyBox-interventie had een invloed op het zittend gedrag van Europese kleuters, en meer bepaald op hun computergebruik. Meer specifiek was er een minder grote stijging zichtbaar (voor de interventie vs. na de interventie) in het computergebruik van kleuters uit de interventiegroep, in vergelijking met kleuters uit de controlegroep. Deze minder grote stijging in computergebruik was zowel aanwezig op weekdagen (zie grafiek 1) als op weekenddagen (zie grafiek 2). Op week­ dagen steeg het aantal minuten computergebruik van kleuters uit de interventiegroep van 17 min/ dag naar 23 min/dag (zie oranje lijn van grafiek 1). Het aantal minuten computergebruik van kleuters uit de controlegroep steeg van 15 min/dag naar 23 min/dag (zie blauwe lijn van grafiek 1). De s­ tijging in computergebruik op weekdagen was dus ­minder groot bij kleuters uit de interventiegroep.

4. Eenvoudig advies voor ouders Tenslotte werden ook de ouders (passief) betrokken in de interventie. Zij kregen thuis een nieuwsbrief, tipkaarten en posters met een­voudig advies hoe ze het zittend gedrag van hun kleuter kunnen vervangen door actief gedrag (bv. samen naar het park gaan, het kind laten helpen in het huishouden door bijvoorbeeld samen eten te maken, enz.) en met tips over hoe ze een goed rolmodel kunnen zijn.

11

Lichamelijke opvoeding  magazine - maart 2018


Grafiek 1.

Computergebruik (min/dag) van Europese ­kleuters op weekdagen, voor en na de ToyBox-interventie.

Voor weekenddagen werd een gelijkaardig resultaat gevonden (zie grafiek 2). Het aantal minuten computergebruik van kleuters uit de interventiegroep steeg van 34 min/dag naar 43 min/dag (zie oranje lijn grafiek 2) en het aantal minuten computergebruik van kleuters uit de controlegroep steeg van 31 min/dag naar 47 min/dag (zie blauwe lijn grafiek 2). De stijging in computergebruik op weekenddagen was dus minder groot bij kleuters uit de interventiegroep. Tenslotte werd er geen invloed van de ToyBoxinterventie gevonden op de andere aspecten van zittend gedrag, namelijk TV/DVD/video-kijken en het zittend spelen (bv. puzzelen, lezen). De ToyBox-interventie was iets te intensief voor ouders en leerkrachten

Referenties [1] WHO. (2000). Obesity: preventing and managing the global epidemic. Report of a WHO consultation. World Health Organ Tech Rep Ser, 894, i-xii, 1-253. [2] De Craemer, M. (2014). Energy balance-related behaviours in four- to six-yearold preschool children: a focus on physical activity within the ToyBox-study. Doctoral thesis, Ghent University, Ghent.

12

[3] Bel, S., De Ridder, K., Lebacq, T., Ost, C., & Teppers, E. (2016). Rapport 3: Lichaamsbeweging en sedentair gedrag. Voedselconsumptiepeiling 2014-2015. Brussel.

Zowel de ouders als leerkrachten werden gevraagd om een vragenlijst in te vullen omtrent het proces van de interventie. De bedoeling hiervan was om de (mogelijke) effecten van de ToyBoxinterventie beter te kunnen begrijpen. Meer specifiek werd er gepeild naar (1) de kwaliteit van de interventie en de uitvoering ervan, (2) de mate waarin de interventie uitgevoerd werd, (3) het niveau van actieve deelname in de interventie, en (4) de mate van tevredenheid over de interventie. Zowel leerkrachten als ouders waren in het algemeen tevreden over het deel van de interventie dat focust op zittend gedrag. Leerkrachten bezorgden alle materialen (tipkaarten, posters) aan de ouders, en herschikten hun klaslokalen in het kader van zittend gedrag. Leerkrachten voerden echter niet alle aanbevolen klasactiviteiten rond zittend gedrag uit, vonden het niet gemakkelijk om de gevraagde klasactiviteiten in te plannen en tenslotte vonden ze de aanbevolen activiteiten rond zittend gedrag op het einde van de interventie niet meer leuk. Heel wat ouders beweerden dat ze de materialen niet ontvingen en/of gelezen

Lichamelijke opvoeding  magazine - maart 2018

 Grafiek 2.

Computergebruik (min/dag) van Europese kleuters op weekenddagen, voor en na de ToyBox-interventie. hebben, voerden de aanbevolen activiteiten rond zittend gedrag thuis niet uit of vonden de activiteiten rond zittend gedrag niet leuk. Dit toont aan dat de ToyBox-interventie mogelijks te intensief en/of tijdrovend was voor de leerkrachten, en dat zowel de leerkrachten als de ouders misschien niet voldoende gemotiveerd waren om de interventie goed en volledig uit te voeren.

Besluit Uit de huidige studie bleek dat de ToyBoxinterventie in staat was om de typische stijging in zittend gedrag bij 4-tot 6 jarige kleuters tegen te gaan. Er was namelijk een minder grote stijging in Europese kleuters hun zitgedrag (en meer specifiek hun computergebruik) op zowel week- als weekenddagen wanneer er zowel activiteiten in de klas werden georganiseerd rond het verminderen van zitgedrag, en wanneer ouders thuis eenvoudig advies en tips kregen over hoe ze het zittend gedrag van hun kleuter kunnen vervangen door actief gedrag. De gevonden effecten van de ToyBoxinterventie waren echter klein, wat mogelijks te wijten is aan het feit dat de ouders enkel passief betrokken werden in de interventie, en omdat de interventie te veeleisend was voor zowel leerkrachten als ouders. Voor toekomstig onderzoek wordt aangeraden om ouders actiever te betrekken in zowel de ontwikkeling als uitvoering van een interventie, en om praktische en eenvoudige activiteiten aan te bieden aan zowel ouders als leerkrachten, die niet erg tijdrovend zijn. Verder is het ook aan te raden om zowel leerkrachten als ouders regelmatig te motiveren tijdens het verloop van de interventie, zodat de interventie tot op het einde kwalitatief uitgevoerd wordt. Tenslotte werd in de huidige studie enkel zittend gedrag thuis onderzocht, en niet in de kleuterklas. Het kan dus interessant zijn om ook het effect van de interventie op het zittend gedrag in de klas te onderzoeken.


Bewegen naar de zon Vlaams minister Hilde Crevits zet binnen het actieplan ‘Hoog tijd voor geZONtijd’ in op beweging, op sensibilisering en bewustwording van de basisscholen. Als minister van onderwijs daagt ze ons uit om op een schooljaar de totale afstand tot de zon af te leggen. Concreet komt dit eigenlijk neer op het feit dat leerlingen bovenop de lessen lichamelijke opvoeding iedere dag een kwartiertje extra zouden moeten bewegen. Vanaf 1 september 2017 kunnen basisscholen de tijd die ze investeren om hun leerlingen elke dag minstens 1 extra kwartier bewegingskansen te geven, registreren op het digitaal platform www.bewegennaardezon.be. Alle Vlaamse leerlingen uit het basisonderwijs leggen tijdens 1 schooljaar samen de afstand tot de zon af. Dat is 150 miljoen kilometer. Deelnemende scholen ontvangen een schooleigen label ‘Bewegen naar de zon’. Hiermee kan de school aan de volgers tonen dat de school een beweegvriendelijk en gezond klimaat nastreeft. Op de website vind je extra inspiratie . Deel acties van je school met #zontijd .

Klasactie

Slechts 48% van de kinderen (6-9 jaar) en 29% van de adolescenten (10-17jaar) haalt de norm om 1 uur per dag aan matige tot zware intensieve lichamelijke beweging te doen. Kinderen zitten bovendien te lang stil op school.

Heel wat bekende gezichten ondersteunen de actie: Tia Hellebaut, Marc Herremans , Sven Nys, Ann Wauters, Sien Wynants. Ketnet-wrapster Sien daagde de leerlingen na de kerstvakantie uit om te bewegen naar de zon: https://www.youtube.com/ watch?v=2si2Ybv4TeQ. Intussen doen al 2.617 klassen mee met Zontijd en brengen ze maar liefst 50.167 kinderen in beweging! Heb jij ook zin gekregen om met jou school of klas deel te nemen? Registreer je dan snel en sport mee!

13

Lichamelijke opvoeding  magazine - maart 2018


100 Dansopdrachten: een impressie Auteur: Paul Rooyackers Praktijk

Eindelijk een boek dat doet dansen! 100 dansopdrachten telt het nieuwe praktische werk dat verder bouwt op het ­theoretische boek ‘dansant’. Je krijgt concrete inhouden waarmee je onmiddellijk zonder dansopleiding aan de slag kunt gaan in het basisonderwijs.

100 DANSOPDRACHTEN PRAKTIJKOEFENINGEN DANS VOOR HET BASISONDERWIJS

100 DANSOPDRACHTEN • PRAKTIJKOEFENINGEN DANS VOOR HET BASISONDERWIJS

ahekree”

Praktijk

Ben je geïnteresseerd in het boek? Koop het dan nu aan de ronde prijs van 20 euro zonder verzendkosten. De actie loopt tot 1 april!

23 Paul Rooyackers

19/10/16 10:00

Lichamelijke opvoeding  magazine - maart 2018


kelijk naar één of meerdere kanten uitrekken. De begeleider kan in dat geval op een centrale plek liggen – iedereen in een halve cirkel om de begeleider heen – en de rek-strek-bewegingen voordoen of vanaf de kant instructies geven aan de deelnemers.

5. KLEIN EN GROOT Doel: je zelf klein en groot maken is goed voor de totale doorstroming; bovendien wordt op de muziek bewogen waarna dansfrasen ontstaan. Een dansfrase is een korte reeks bewegingen, op basis van een begin, verloop en einde. Duur: 5 minuten Leeftijd: vanaf 7 jaar Muziek: Arvo Pärt – Spiegel im Spiegel

10. VAN EEN NAAR TWEE NAAR DRIE NAAR VIER

100 Dansopdrachten >> DEEL 2

Doel: meteen leren schakelen en al dansend formaties laten ontstaan en ook weer laten verdampen. Leren samenwerken, instant! 100 Dansopdrachten3.indd 23 Duur: 5 minuten Leeftijd: vanaf 6 jaar Muziek: Ludwig van Beethoven /Turkish March

24

Omschrijving opdracht: De begeleider stelt dat de bewegingssoort ’springen’ wordt, huppelen eigenlijk. Huppelen is gemakkelijk, maar de deelnemers kunnen zelf allerlei variaties bedenken om iedere vijf of tien seconden anders door de ruimte te huppelen. Dat blijf je doen door de zaal, alleen na enig huppelen, los van de anderen, maak je instant combinaties met een of twee, drie of maximaal vier deelnemers. Je huppelt even mee, en verdwijnt dan weer een andere richting in. Dat kan heel erg bevrijdend werken naar de deelnemers toe. Vanaf een leeftijd rond de 8 jaar kan dit zelfs erg dynamisch worden: maak partners voor enkele seconden, huppel instinctief dezelfde richting uit en wissel van partner. Doe dat snel op de muziek maar houd het even losjes als de muziek zachter is, even licht qua karakter en kwaliteit. De begeleider stimuleert de deelnemers om de armen en het totale lichaam mee te laten bewegen met als constante ‘de huppel-beweging’. Variatie: Vanaf 8 jaar: Met iemand een vaste partner vormen en kijken, al improviserend of je met elkaar kunt meehuppelen, alle richtingen uit, zonder dat af te spreken. Zelfs op afstand blijf je elkaar volgen, kom je weer bij elkaar om elkaar bijvoorbeeld op afstand te volgen. Dat kan veel vrijheid in dans opleveren. Tegelijkertijd zijn er allerlei andere koppels aan het dansen waar je rekening mee moet houden. Toch blijf je je partner ‘schaduwen’ en volgen. Dat is de kunst.

Lichamelijke opvoeding  magazine - maart 2018

23

18/10/16 11:55


REEKS 2 LICHAAMSTAAL

INLEIDING

Het is de kunst de signalen te begrijpen

Het lichaam is een fraai ontworpen creatie. Het ontvangt allerlei indrukken van buitenaf, verwerkt deze en geeft zelfs antwoorden terug. Een mens communiceert met zijn lichaam, of hij het wil of niet. Dat betekent echter niet dat deze vorm van praten met jezelf zo maar vanzelf geschiedt. Het is de kunst je eigen signalen te begrijpen, maar ook de signalen die je naar anderen toe uitzendt en terugkrijgt als antwoord. Begrijp je wat je zelf zegt met je lichaam? Dat is een ontdekkingsreis, ook voor veel kinderen. Vaak blijkt een eerste indruk allesbepalend voor een ander en die indruk blijkt dan ook nog eens moeilijk bij te stellen door wie jou waarneemt. Er zijn talloze boeken geschreven over wat voor signalen iemand uitzendt en hoe deze beantwoord kunnen worden. Deze reeks laat de deelnemer creatief omgaan met lichaamstaal en laat hem op die manier het arsenaal aan mogelijkheden verkennen. In deze reeks zijn veel dansopdrachten tot een grotere dansbijeenkomst te combineren. Nu staan ze als aparte dansopdracht genoteerd, maar voor een langere activiteit kun je ze goed achter elkaar plaatsen.

11. SIGNALEN Doel: weten wat de ander voelt Duur: 5 minuten Leeftijd: vanaf 8 jaar Muziek: Christina Perri -A Thousand Years (Piano/Cello cover)/The Piano Guys

30

100 Dansopdrachten >> DEEL 2

100 Dansopdrachten3.indd 30

18/10/16 11:55

Omschrijving opdracht: Weet je wat de ander vertelt met zijn lichaam? Je hele leven zal je meemaken dat je soms iemand niet of verkeerd begrijpt omdat je diens lichaamstaal niet doorgrondt. Je zendt met je lichamen signalen uit. Dit is een dansopdracht voor deelnemers die al wat ervaring hebben met improviseren om tot een mooi resultaat te komen. 1. De begeleider zet tweetallen tegenover elkaar. Op een teken van de begeleider maken de nummers 1 een dansbeweging waaruit een emotie duidelijk wordt, bijvoorbeeld een vrolijke of kwade dansbeweging. Elke nummer 1 bedenkt iets anders. De nummers 2 die ertegenover 100 Dansopdrachten >> DEEL 2 29 staan doen de beweging meteen na zonder de dansbeweging te benoemen. 2. Na enkele dansbewegingen laat de begeleider de rollen wisselen. De nummers 2 mogen nu enkele emotionele dansbewegingen doen. 100 Dansopdrachten3.indd 29 18/10/16 3. De nummers 1 maken een dansbeweging waarvan ze zelf weten dat ze een emotie laten zien, bijvoorbeeld vrolijk zijn. De anderen doen het opnieuw na en benoemen daarna of het is wat ze denken. 4. Daarna wissel je van doener en nadoener. Weet de ander wat je voelde en wat voor signaal je uitzond?

11:55

12. ADEM Doel: concentreer je op je adem, adem samen Duur: 5 minuten Leeftijd: vanaf 4 jaar Muziek: Tony Scott â&#x20AC;&#x201C; Music for Zen Meditation

25

Lichamelijke opvoedingâ&#x20AC;&#x201A; magazine - maart 2018


REEKS 3 FYSIEKE DANSOPDRACHTEN

INLEIDING

Je lichaam warmt op en ervaart nieuwe bewegingsmogelijkheden

Dansen is een fysieke en mentale bezigheid. Je lichaam warmt op en ervaart om steeds opnieuw andere bewegingsmogelijkheden te ontdekken. Dansen prikkelt ook de fantasie en allerlei emoties spelen mee in dit spectrum van ontdekkingen. Fysiek willen deelnemers in een dansbijeenkomst veelal ontladen, warm worden, voelen wat het lichaam allemaal kan. Je lichaam is je instrument, daarmee dans je, terwijl je geest de dans beleeft en de signalen van je lichaam terugvertaalt. Vooral jonge kinderen ervaren hun lichaam nog als een bal energie om ongeremd en vrij mee te spelen. Iets oudere kinderen, vanaf 8 jaar gebruiken de energie doelmatiger en zijn zich meer bewust van wat ze kunnen en wat niet. Op 12-jarige leeftijd kan een kind optimaal zijn fysieke lichaam inzetten. Dans is een vak dat daarvan optimaal kan gebruikmaken. Iedere leeftijd heeft zijn grenzen en zijn mogelijkheden. De begeleider ziet binnen iedere groep waar die individueel liggen. Bij de volgende dansopdrachten ligt het accent opvallend meer op het fysieke aspect dan op de mentale beleving.

21. EEN LICHAAMSDEEL LEIDT Doel: partieel leren denken met dans, je lichaam fysiek verkennen Duur: 15 minuten Leeftijd: vanaf 4- 6 jaar Muziek: Franz Liszt: Liebestraum no. 3, Notturno (Barenboim) 38

100 Dansopdrachten >> DEEL 2

Omschrijving opdracht: 1. De begeleider plaatst de deelnemers ieder op een eigen plek in de ruimte. 2. Hij laat zelf kort een voorbeeld zien hoe hij met een lichaamsdeel, dat de dans leidt, door de ruimte gaat. Dat lichaamsdeel stuurt hem die kant op waar het lichaamsdeel naar toe wijst. Het voelt alsof het lichaamsdeel de rest van het lichaam wegtrekt, de ruimte in. Voorbeeld: de rechterelleboog start, en wijst naar rechts, het lichaam volgt meteen; de knie, voet, hoofd, hand kan het overnemen van de elleboog en het lichaam ‘meenemen’ in een andere richting. Het lichaamsdeel neemt het hele lichaam als het ware mee op sleeptouw. Iedereen staat klaar en de begeleider geeft het startsein zodat iedereen door de ruimte gaat met een lichaamsdeel dat sturend is. De begeleider meldt dat de focus op krachtnuances ligt wanneer je een lichaamsdeel laat leiden. “Zet extra energie aan vanuit dat lichaamsdeel zodat duidelijk is welk lichaamsdeel je laat leiden.” 3. Op muziek waarin een lange bewegingslijn zit, kan iedereen apart de dans doen. 4. De begeleider kan de muziek enkele malen opnieuw draaien zodat iedereen de muziek goed in zich kan opnemen. Nadat iedereen solo heeft geoefend, kunnen de deelnemers hun oplossingen laten zien op een deel van de muziek. 100 Dansopdrachten >> DEEL 2 37

0 Dansopdrachten3.indd 38

18/10/16 11:55

100 Dansopdrachten3.indd 37

22. AANTIKKEN

Doel: elkaars lichaam leren kennen, leren exploreren Duur: 15 minuten Leeftijd: vanaf 6 jaar Muziek: Francisco Tarrega/ Recuerdos de la Alhambra/(Emmanuel Rossfelder)

26

Lichamelijke opvoeding  magazine - maart 2018

18/10/16 11:55


Profile for BVLO - Bond voor Lichamelijke Opvoeding vzw

BVLO Teasermagazine maart 2018  

BVLO Teasermagazine maart 2018  

Profile for bvlo
Advertisement