Schoolfacilities juni 2019

Page 1

School

facilities

jaargang 35 nummer 4 juni 2019

www.schoolfacilities.nl

Platform voor huisvesting en facilitaire processen in het onderwijs

Voor de kinderen Verduurzaming Digitale beveiliging


2

Heeft u suggesties hoe het onderwijs beter geregeld kan worden? Stuur die dan naar nieuws@schoolfacilities of attendeer ons hierop via twitter @SF of LinkedIn.

Schoolfacilities, juni 2019


Van de redactie

Inhoud

3

04

24

Geen enkel kind is een

Beveiliging digitale

binnenkind

toetswerkplekken

Spelen in de natuur is goed voor de ontwikkeling van kinderen . 4

In een digitale toetsomgeving zijn extra strenge beveilingsmaatregelen noodzakelijk. 24

Inspiratie van buiten Veel mensen kijken er reikhalzend naar uit: het is weer bijna zomer. Zo op het eind van het jaar raakt de energie een beetje op. Het is ook de tijd om inspiratie op te doen en weer naar buiten te gaan. Voor dit nummer zijn we op pad gegaan om mooie voorbeelden te zien. Zo zijn we op bezoek geweest bij Struin in Nijmegen, waar de kinderen na school de hele dag buiten zijn. Ze leren beter creatief te denken en hun geestelijke stabiliteit gaat erop vooruit. Kortom, zegt directeur Matthijs, kinderen zijn simpelweg gelukkiger als ze veel in de natuur zijn. Buiten zijn gaat natuurlijk vaak samen met bewegen, maar wij trekken dat begrip graag iets breder. Zo zijn we ook op zoek gegaan naar inspiratie buiten Nederland. De verduurzaming is nog altijd een belangrijk onderwerp. Ook dit nummer hebben we mooie voorbeelden, onder meer uit de provincie Overijssel. We hebben het over de verduurzaming van het maatschappelijk vastgoed aan de hand van de route verduurzaming van Bouwstenen voor Sociaal. Daar gaan we graag samen met u verder mee aan de slag na de zomer. Fijne vakantie en graag tot ziens, Joep van ‘t Hof

28

32

Spectaculaire resultaten

Overijssel helpt basisscholen

trash roulette

verduurzamen

Een afvalbak die registreert dat iemand z’n restjes weggooit en leuke prijsjes uitdeelt. 28

Met een energiescan krijgen scholen inzicht in de opties van verduurzaming van hun schoolgebouw. 32

Rubrieken: Gezien & Gelezen (8) Nieuw op de markt (18), Beroep & Branche (26). En verder: Voor de kinderen (6), Routes naar verduurzaming (12), Buiten de klas afkoelen (14), Spelen is leren (16), Energiebesparing is een vak apart (20), Buitenlandse inspiratie voor toekomstscholen (22), Imago verbeteren? Begin met verantwoorden (30), Nieuwe Energie Overijssel helpt basisscholen met verduurzaming (32), Kennispartners (34)

Colofon Schoolfacilities is een onafhankelijk magazine voor huisvesting en facilitaire processen in het onderwijs. Oplage en bereik: Verschijnt 4 keer per jaar in een oplage van 4.200 exemplaren, bij het VO, BVE, HBO, Universiteiten, gemeenten en het bovenschools management van het PO. Eindredactie: Ingrid de Moel Hooglandseweg Zuid 34 3813 TC Amersfoort Te­le­foon: 033 - 258 7160 E: redactie@schoolfacilities.nl

Schoolfacilities, juni 2019

Uit­g a­ve van: Bouwstenen voor Sociaal ISSN: 1383-6331 Aansprakelijkheid: Uitgever en auteurs verklaren dat deze uitgave op zorgvuldige wijze en naar beste weten is samengesteld. Zij aanvaarden geen enkele aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook, die het gevolg is van handelingen en/of beslissingen die zijn gebaseerd op bedoelde informatie.


4

Struin Kinderopvang: natuurbeleving voor kinderen

‘Geen enkel kind is een binnenkind’ Door: Ivo van der Hoeven

Spelen in de natuur is goed voor de ontwikkeling van kinderen. Ze zitten tenslotte al genoeg tussen vier muren in het klaslokaal. Vanuit die gedachte startte Matthijs Gruijter in 2007 met Struin, een centrum voor natuurpedagogiek. Sindsdien is de organisatie explosief gegroeid en dus trekken er wekelijks veel tientallen groepjes kinderen de wilde natuur in rondom Nijmegen.

Weer of geen weer, de kinderen van Natuur-BSO Struin in Nijmegen trekken eropuit om in de natuur te struinen, te spelen en te ontdekken. Door een buitje laten ze zich niet weerhouden en ook als het vriest zijn ze buiten te vinden. De seizoenen en de invloeden van het weer, het hoort allemaal bij de natuur die ze bij Struin zo hartstochtelijk omarmen. “Onze kinderen, ongeveer 550 in totaal, zijn 99 procent van de tijd buiten te vinden. We gaan alleen naar binnen bij code rood”, vertelt directeur en grondlegger Matthijs Gruijter.

Wilde natuur Twaalf jaar geleden startte Gruijter met één groep van acht kinderen in Nijmegen met de Natuur-BSO. Een paar keer per week trok hij met een Struin-fiets - een elektrische transportfiets - met daarin de kinderen naar de wildere natuur. Al snel groeide de animo voor Struin en dus werd er een tweede groep opgestart, daarna een derde en zo verder. In twaalf jaar tijd is Struin gegroeid tot een Natuur-BSO en Natuur-Kinderopvang met meer dan vijfhonderd kinderen, een team van veertig gediplomeerde leiders en

Schoolfacilities, juni 2019

evenzoveel Struin-fietsen. Vanuit zes vestigingen in en rond Nijmegen worden de kinderen elke week opgehaald van school voor belevenissen in de natuur.

Evolutionair geprogrammeerd “Geen enkel kind is een binnenkind”, vertelt Gruijter. “We zijn allemaal evolutionair geprogrammeerd om buiten te leven, maar we hebben onszelf aangeleerd om meer binnen te verblijven. Voor de gezondheid en ontwikkeling van kinderen is dat helemaal niet goed. Verblijven in de natuur is veel beter. Uit onderzoeken blijkt dat buiten spelen grote voordelen heeft voor de ontwikkeling van het kind. Het vergroot het doorzettingsvermogen, de weerstand en het incasseringsvermogen. Daarnaast worden kinderen zelfstandiger als ze veel buiten spelen, ze leren beter creatief denken en hun geestelijke stabiliteit gaat erop vooruit. Kortom, kinderen zijn simpelweg gelukkiger als ze veel in de natuur zijn.”

Slap aftreksel Toch bestond er twaalf jaar geleden nog niet zoiets als Struin in Nederland. En dus bezocht Gruijter in het buitenland, de


5

Rubriek Scandinavische landen en Duitsland, voorbeelden van kinderopvang in de natuur. “In Duitsland heb je veel Waldkindergarten, daar is het concept al wijdverspreid en ook in de Scandinavische landen spelen kinderen veel meer in de natuur.” Geïnspireerd door de buitenlandse voorbeelden startte Gruijter met Struin en al snel groeide de belangstelling voor dit nieuwe groene concept. Veel kinderopvangorganisaties kwamen kijken in Nijmegen en probeerden het concept te kopiëren. Maar in Gruijters ogen zijn de meeste ‘groene kinderdagverblijven’ slappe aftreksels van Struin. “Vaak zijn het light-versies van ons concept, laagdrempelige compromissen waarbij gespeeld wordt in het stadspark. Bij ons gaat het echt om natuurbelevenissen in de wildere natuur. Kinderen vrij laten struinen en ontdekken, ook bij wind en regen. Daar groeien ze van.”

Lemen hutjes Met de groei van de organisatie kwam er voor Struin ook de noodzaak van een thuisbasis, een plek waar kantoor, schuilruimte en fietsenstalling hand in hand gaan. Die ruimte werd het Struinhuis, een uit hout opgetrokken gebouwtje aan de oevers van de Waal met een grote lap grond eromheen. Wilde paarden houden hier het gras in toom en op verschillende plekken zijn dorpjes met lemen hutjes gebouwd door de kinderen en de Struin-leiders. Hier kunnen de kinderen heerlijk spelen en ravotten.

Logistieke operatie Toch is het Struinhuis meer kantoor en fietsenstalling dan opvangplek voor de kinderen. “Eigenlijk verblijven de kinderen bij ons altijd buiten”, vertelt Gruijter. “Ze worden met de Struin-fietsen door tientallen leiders opgehaald bij de verschillende scholen in en om Nijmegen en gaan vandaaruit rechtstreeks de natuur in.” Een logistieke operatie waar je u tegen zegt. “Op woensdag en vrijdag, onze top dagen, hebben we leiders die alleen maar bezig zijn met kinderen ophalen van school, naar de natuur brengen en later weer

dezelfde route terug. Maar dit is de veiligste manier om de kinderen te vervoeren, we willen niet dat ze zelf gaan fietsen.”

Kinderen vrij laten struinen en ontdekken in de natuur, ook bij wind en regen. Daar groeien ze van Eetbare kruiden In de natuur spelen de groepjes van acht tot tien kinderen onder begeleiding van één leider. Hierbij kunnen de kinderen zelf vrij ontdekkend leren. “Dat is heel belangrijk en dat stimuleren we zo veel mogelijk. Maar we willen de kinderen soms ook wat extra’s meegeven over de natuur en hebben regelmatig thema’s die we uitlichten. Bijvoorbeeld een ‘lesje’ over eetbare kruiden. Dan zoeken en plukken we eetbare kruiden met de kinderen en maken daar als afsluiting thee van. Of we gaan in het voorjaar met de hele groep op zoek naar kikkers en geven daar extra informatie over.”

Schoolfacilities, juni 2019

Groepsprocessen De jongens zijn bij Struin in het overtal, maar meisjes vinden het struinen in de natuur minstens zo interessant volgens Gruijter. “Jongens blijken dominant in het groepsproces in speeltuinen en op andere speelplekken, maar in de natuur blijken de meisjes dominant te zijn. Dit heeft te maken met hun goede sociale vaardigheden. Juist deze meisjes kunnen bij ons goed oefenen om zo later door dat glazen plafond te breken. De eerste stappen in hun carrière zetten ze door in de natuur te struinen.” Het is Gruijter ook opgevallen dat kinderen met een rugzakje, bijvoorbeeld kinderen met ADHD, het doorgaans heel goed doen bij Struin. “Dit concept slaat goed aan bij deze kinderen, ze worden niet overprikkeld in de natuur. En als het ze toch even allemaal teveel wordt, dan kunnen ze zich prima even terugtrekken en afstand nemen van de groep.”

Groene kinderopvang Waar Gruijter in 2007 startte met het idee om in Nijmegen te blijven en een klein lichtend voorbeeld te zijn, is hij door het succes ingehaald. Nu telt Struin al zes vestigingen in Nijmegen, Oosterhout, Wijchen en Ooijpolder. Daarnaast is Gruijter onlangs een franchise gestart om de Struin-filosofie verder over Nederland te verspreiden. Met de eerste twee potentiële partners is hij al in onderhandeling. En zo hoopt hij het echte groene kinderopvang ook in Nederland tot een succes te maken. “Hiermee bieden we kinderen een goede basis om zich in de natuur optimaal te ontwikkelen.”


6

Voor de kinderen

Kinderen weten goed wat ze nodig hebben. “Een leerplein? Willen we niet, zeggen de kinderen. Ze hebben er goede argumenten voor. Daar kunnen we van leren”, zegt Maartje van der Linden, kindercoach en interim directeur van Bello in Alkmaar. Door: Bouwstenen Samen met diverse beleids- en huisvestingsmedewerkers uit het onderwijs bekeek ze de film Scholen van de toekomst, die de gemeente Rotterdam liet maken onder leiding van Hans van der Hek van VDH adviseurs. De film gaat over de wensen van kinderen uit het primair en voortgezet onderwijs. “Kinderen willen beweging en vrijheid, ruimte om je eigen pad te kiezen, ruimte om te bewegen en ruimte in je hoofd”, zegt Charlotte Jager, beleidsmedewerker huisvesting bij Service en Advies PCOU Willibrord in Utrecht.

Een voorbeeld. Leerplein? Willen we niet, zeggen kinderen. Glazen wanden, willen we niet. En ze hebben daar goede argumenten voor. Daar kunnen we van leren.”

Beelden in je hoofd Maartje ging bij acht scholen met leerlingen tussen de 4 en 25 jaar en verschillende niveaus in gesprek aan de hand van de vragen uit het scholenkwartet van Bouwstenen. Eerst sprak ze alleen met de kinderen, daarna presenteerden de kinderen de resultaten uit dat gesprek aan de meedenkers die met haar mee reisden. “Het was voor die groep ook nog wel even wennen om goede vragen te stellen. In het begin waren het veel ‘ja-maar’ vragen. Sturende vragen, omdat we in ons hoofd allemaal ideeën en beelden hebben hoe het zou moeten gaan. In de loop van de tijd kwamen er steeds meer open vragen en konden we steeds beter luisteren wat de kinderen ons te vertellen hadden.”

Maartje van der Linden: “Wat hebben kinderen nodig? Wij weten dat niet. Toen ik op school zat had mijn docent als één van de eerste een cd-speler, nu is dat bijna ouderwets. Pas jaren later kwam de mobiele telefoon. In ons beeld past die telefoon niet zo goed in het onderwijs, maar kinderen groeien er mee op. Kinderen weten heel goed wat ze nodig hebben en kunnen ons dat‘Bijschrift ook van de foto’ vertellen. Ze denken goed mee.

Schoolfacilities, juni 2019

“Kinderen hebben veel dezelfde wensen. Ze willen meer bewegen, kunnen kiezen en leren op verschillende niveaus. Ze willen het primair en voortgezet onderwijs apart omdat dat ze een kans geeft op een nieuwe start. Ze willen ook de praktijk zien. Dat helpt hen om te kiezen. En ze willen meer praktische zaken leren die ze in het leven nodig hebben, zoals hoe je een huis moet huren en hoe je een belastingformulier invult. Zaken die nodig zijn een zelfstandig leven te leiden tussen alle andere mensen. Ze willen elkaar daarvoor ontmoeten. Niet alleen op school en niet alleen met mensen uit het onderwijs”, vertelt Maartje. “We zijn ook op een school in Amsterdam geweest. De kinderen wonen in een multiculturele stad en vinden het gek dat vanuit hun eigen school de verbinding met anderen niet wordt gemaakt. We hebben een school gezien met 300 eigen leerroutes die door de Inspectie als excellent werd beoordeeld. Dito voor een school die alle regels had losgelaten.” Daar moest Maartje zelf ook aan wennen: “Ik ging daar ook naar binnen met het idee, dit kan niet werken. Ik moest ook loskomen van de beelden in mijn hoofd.” ‘Bijschrift van de foto’


7

Toekomstige school Op basis van de gesprekken heeft Hans van der Hek de geluiden van de kinderen vertaald naar waar het gesprek op school over zou moeten gaan: de manier van lesgeven, de organisatie van de school en de schoolomgeving. Die zaken kan je niet los van elkaar zien. Bestuurders willen soms een mooi nieuw iconisch gebouw omdat dat nieuwe leerlingen kan trekken, maar het iconische zit niet in het gebouw. Goed onderwijs kan ook in een oud gebouw, zelfs in een oud kantoor. De beleids- en huisvestingsmedewerkers gaan aan de hand van het scholenkwartet zelf aan de slag met de vragen die ook aan de kinderen gesteld zijn. Ze kiezen steeds uit vier opties hoe hun ideale school eruitziet. Het kwartet is een praktische manier om het gesprek met leerlingen, ouders, medezeggenschapsraad, docenten en directeuren mee te voeren. Zo vertelde een gebruiker van het kwartet: “Ouders zitten soms ook nog met oude beelden over het onderwijs in hun hoofd, vanuit de tijd dat zij zelf op de basisschool zaten. We kunnen bij ons op school dit kwartet heel goed gebruiken. Ik denk dat het kwartet een leuke, laagdrempelige manier is om in gesprek te komen over de school van de toekomst. Met elkaar als schoolteam, als beleidsmedewerkers,

bestuurders, maar ook met ouders. Onderwijsvernieuwingen in je school gaan makkelijker als er draagvlak is bij ouders en zij kunnen meedenken en meepraten.” “Hoe dan ook blijft het natuurlijk moeilijk de toekomst te verbeelden”, zegt Hans van der Hek. “Maar neem elkaar mee in het beeld en houd elkaar scherp. Praat met en leer van elkaar; ieder in zijn eigen omgeving. En vergeet niet: luister vooral naar de kinderen, want zij zijn de toekomst. Zij weten heel goed wat ze nodig hebben om goed te kunnen leren.”

Aandachtspunten voor toekomstig onderwijs • Manier van lesgeven • Device / digitale instructie • Projecten / outside • Beroepsavonden • School organisatie • Bij- en afleren (onderwijssysteem kraakt) • Ontmoeten, recepten, leerlab • Experiment, extrapoleren • Leerruimten • Splitsen / samenvoegen • Wanden / plafonds • Campus / Roulerende (LKP? / leraar?)

Zelf aan de slag? De film is de zien op YouTube onder titel ‘Gebouwd voor de toekomst’: https://youtu.be/Zz-eu3_Djhg Het scholenkwartet is te bestellen via: www.bouwstenen.nl/publicaties ‘Bijschrift van de foto’

Schoolfacilities, juni 2019


8

Gezien &gelezen Grootste trend Duurzaamheid is de belangrijkste maatschappelijke trend binnen de facilitaire markt volgens het tweejaarlijkse onderzoek van Twynstra Gudde en Facility Management Nederland. De meerderheid van de respondenten geeft aan dat hun organisaties een concreet plan hebben om aan de slag te gaan met de duurzaamheidsdoelen.

Studieschuld FACILITY & WORKPLACE MANAGEMENT IN 2019 Cijfers, trends & ontwikkelingen Marktomvang incl. vastgoed 2017

€75,2

€3,1

44%

€33,4

in euro’s (miljard)

}

stijging sinds 2015 (miljard)

uitbestedingsgraad

De marktomvang (incl. vastgoed) is met ruim 4% gestegen sinds 2015

uitbesteed in euro’s (miljard)

% verdeling type FM-organisatie

Marktomvang excl. vastgoed 2009 2009 33.669

2011 2011

2013 2013

2015 2015

32.247

31.470

31.748

59%

62%

60%

19.851

63%

33% 64%

20.552

19.975

19.417

19.364

15%

2017 2017 32.356

52% 292.999

265.411

277.427

267.410

Beheer/uitvoeringsorganisatie

276.642

Regieorganisatie

Marktomvang excl. vastgoed ( x € 1.000.000 ) Uitbestedingsgraad Uitbesteed in euro’s ( x € 1.000.000 ) Uitbesteed in aantal medewerkers

Ze zien ook uitdagingen: organisaties hebben intern met verschillende belangen te maken. Zo wil een inkoopafdeling een hoog percentage hergebruikt materiaal inkopen, terwijl een beheerafdeling belang heeft bij zo laag mogelijke onderhoudskosten. De verschillende doelen van te voren samen uitwerken is van belang bij dit soort spanningsvelden.

Demandorganisatie

Geldzorgen hebben een nadelig effect op de studie. Het leidt vaak tot concentratieverlies, verzuim en lagere cijfers. In het hoger beroepsonderwijs groeit dit probleem. Dat was dan ook de aanleiding voor een spoedcursus bij de Hogeschool Rotterdam, schrijft NRC.

Uitbestedingsgraad Facility Management Vastgoedbeheer Servicedesk Post

Eigen beheer

Receptie Repro Wagenparkbeheer Verhuizen en transport Technisch beheer en onderhoud Catering Afvalbeheer

Uitbesteed

Beveiliging Schoonmaak Textielverzorging Groenservices 0

20

Eigen beheer

40

Eigen beheer, uitbesteden wordt overwogen

60

Uitbesteed

80

100

Uitbesteed, eigen beheer wordt overwogen

Trends facility & workplace management Trends in 2019 en in de toekomst Positie trend in 2019

55%

1 Duurzaamheid

44%

2 Klantgerichtheid

1

1

2

5

3 Technologie

3

2

39%

3 Technologie

Verwachte positie in 3 tot 5 jaar

1 Duurzaamheid 2 Klantgerichtheid

Duurzaamheid

Ook de gebruikers zijn essentieel bij samenwerking rondom verduurzaming. Als gebruikers geen bijdrage willen leveren aan het besparen van energie of papier, wordt het lastig om stappen te zetten. Het is van belang dat de duurzaamheid niet simpelweg wordt belegd bij één afdeling, het raakt immers de hele organisatie. Duidelijke organisatie-brede plannen zijn cruciaal om tot een goede uitvoering te komen.

Duurzaamheid stijgt van de tiende naar de eerste plek “Duurzaamheid is niet meer voor early adopters maar zowel landelijk als internationaal een ‘hot-topic’. Organisaties durven hun ambitie uit te spreken en zetten stappen om energieneutraal te worden. Of klimaatneutraal of zelfs circulair.” Wet- en regelgeving duurzaamheid 2015 - 2050 MPG<1

Label C

Label A

Thema

SDG

Invloed van FM’er

Energie

2015

2020 BENG 2019/2020

2025

2030

2035

2040

2045

Gezondheid

2050

Klimaatakkoord Parijs: Nederland circulair en Alle overheidsaanbestedingen circulair energieneutraal Alle overheidsaanbestedingen circulair, tenzij

Materialen en afval Water

Klantgerichtheid

Met 44% van de respondenten eindigt Klantgerichtheid als nummer 2 trend

TOP-5 uitdagingen klantgerichtheid

“De klant weet steeds beter wat hij wil, hij wordt mondiger en de nieuwe generatie heeft andere verwachtingen van ondersteunende dienstverlening.”

1. Inzicht 2. Betrokkenheid 3. Verwachtingsmanagement 4. Segmentatie 5. Methoden

Technologie Technologie zakt van plek 1 naar plek 3 “De toepassingen van technologie zijn legio. Zowel voor de eigenaar, de gebruiker als de facility manager. De uitdaging is om deze drie perspectieven met elkaar te verenigen.” Belangrijkste technologieën voor de facilitaire markt:

96% gaat in de aankomende 5 jaar investeren in innovatieve technologieën

4%

3d printen

20%

Augmented reality

TOP-3 redenen voor investeringen technologie

82%

Big data

11%

Biometrie

De uitgave Facility & workplace management in 2019 is te bestellen via www.FMN.nl/marktonderzoek-2019

Invloed FM’er op duurzaamheid

49% CO2 reductie Kolencentrales dicht

1. Een aantrekkelijke werkgever zijn 2. Bieden van een kwalitatief betere werkplek

23%

Cloud computing

73%

Internet of things

32%

Kunstmatige intelligentie

24%

Robotica

3. Efficiënter ruimtegebruik

8%

3d Spraaktechnologie

Bron: Facility & Workplace Management in 2019, door FMN en Twynstra Gudde

0%

20%

40%

60%

Hoewel de meerderheid van de studenten graag met de hogeschool over de geldzorgen zou willen spreken, gebeurt dat vaak niet omdat ze zich ervoor schamen. Het is dus belangrijk om er expliciet naar te vragen. En de problemen moeten herkend worden. Signalen zijn colleges missen of concentratieproblemen. Het kan ook zijn dat studenten niet alle, of verouderde, boeken hebben en dat ze veel werken naast hun studie.

80%

100%

“Onderschrift bij de foto”

Schoolfacilities, juni 2019 2018

Een docent kan meestal niet meer voor studenten met geldproblemen doen dan doorverwijzen naar decanen of daarvoor bestemde instanties, blijkt. Het is niettemin fijn als mensen hun verhaal kunnen


9 doen op school, zegt decaan Tijink in het artikel. “Niet iedereen heeft een sociaal vangnet.” www.nrc.nl

Boerkaverbod

Zittend plassen

Scholen krimpgebieden

Eerder dit schooljaar is uitgebreid onderzoek gedaan naar hygiëne op Nederlandse scholen. Met name de toiletten zijn vaak niet goed schoon. Kantar Public heeft in opdracht van Essity een vervolgonderzoek uitgevoerd bij ruim 1.000 ouders en leraren van basisscholen naar mogelijke oorzaken en oplossingen.

In gesprek met VOS/ABB vertelt Pieter Huisman over de keuzevrijheid die leerlingen hebben in krimpgebieden als het gaat om het soort onderwijs dat ze willen volgen. “Die keuzevrijheid is iets typisch Nederlands. Daar zijn we behoorlijk uniek in. Al die ruimte die we laten aan scholen en richtingen, die we ook weer bekostigen en subsidiëren. Het is een hoge mate van autonomie die wordt gecompenseerd door ons nationale systeem van toetsing. Dat is behoorlijk uniek in de wereld en dat moeten we koesteren.”

Daaruit is gebleken dat leraren jongenstoiletten significant viezer beoordelen dan de toiletten van de meisjes. Bijna alle leraren (90%) vinden dat de toiletten schoner blijven als jongens zittend plassen. Tweederde van de leraren vindt zelfs dat het op school een regel kan worden dat jongens zittend plassen.

Vanaf 1 augustus is de boerka verboden op school. De Wet Gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding treedt dan in werking. Volgens de Wet Gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding is het verboden om kleding te dragen die het gezicht geheel bedekt of zodanig bedekt dat alleen de ogen onbedekt zijn, of onherkenbaar maakt. Het verbod geldt voor alle vormen van gezichtsbedekking zoals bivakmutsen, boerka’s, niqabs en integraalhelmen. Een hoofddoek, een geschminkt gezicht, een sluier die het gezicht niet bedekt of een hoofddeksel valt niet onder het verbod. Het verbod geldt ook in het openbaar vervoer, overheids- en zorginstellingen.

Er is echter onder ouders van jongens weinig steun voor een mogelijke verplichting voor het zittend plassen. Slechts één op de drie is het daar mee eens. Gek vindt Essity dat niet. Van de jongens zal de rest van hun leven verwacht worden dat ze staand kunnen plassen. Dan is het gek om de kinderen op jonge leeftijd te verbieden om dit te doen op de schooltoiletten. Beter kan er worden gekeken naar andere mogelijkheden om de toiletten gemakkelijker schoon te houden. Zo zouden er bijvoorbeeld urinoirs kunnen worden geplaatst.

Doen we dat dan niet? ‘Niet genoeg. Het aanbod is nog steeds gevarieerd, maar de praktijk is weerbarstig. Ik spreek helaas ook uit eigen ervaring. Wij zijn verhuisd van de regio Den Haag naar Soest. Daar zochten we een basisschool in de buurt voor onze jongste. Alle omliggende scholen zaten vol, behalve een openbare school die net het predicaat ‘zeer zwak’ had gekregen. Natuurlijk weet ik dat er dan direct allerlei mechanismen in werking treden en dat een school er op dat moment júist extra hard aan gaat trekken, maar toch is het lastig. We hebben uiteindelijk wel voor die school gekozen en het kwam helemaal goed, maar het toont wel aan dat de keuzevrijheid behoorlijk relatief is.’

www.essity.nl

Waar wringt het dan?

De school kan het verbod op een positieve manier onderbouwen, door uit te leggen dat het vanuit de onderwijskundige en pedagogische opdracht die de school heeft belangrijk is dat je elkaars gezicht kunt zien. En dat het voor de veiligheid van leerlingen en personeel belangrijk is te herkennen wie rondloopt in en om de school. www.schoolenveiligheid.nl Beweegkruk Wigli

2018 Schoolfacilities, juni 2019

‘Wat je in feite doet, is twee onderdelen in het systeem verenigen die eigenlijk niet met elkaar te verenigen zijn. Dus dan krijg je een heel complex model met bijvoorbeeld een identiteitscommissie die dan weer de balans bewaakt en kijkt of beide identiteiten wel genoeg aan bod komen. Juridisch is het dan wel allemaal geregeld, maar het wordt er niet eenvoudiger op. Uiteindelijk is zo’n samenwerkingsschool dan eigenlijk gewoon een openbare school, maar dan met een bijzondere rand eraan. Die school is dan wel algemeen toegankelijk en je kunt ook niet selecteren op personeel. Wat is er dan eigenlijk nog ‘bijzonder’ aan?’


10 Wat werkt dan wél? ‘Het is heel simpel. Als een gebied té klein is voor afzonderlijke richtingen dan bestaat er een grondwettelijke garantie in de vorm van de openbare school. Dat is toch veel zuiverder dan krampachtig proberen je eigen identiteit in stand te houden? Een openbare school heeft pedagogische autonomie en kan dus ook heel goed aandacht geven aan verschillende richtingen en geestelijke stromingen en zelfs godsdienstonderwijs geven. Dan wordt het verschil met een samenwerkingsschool wel heel klein.’ Maar dan moet die openbare school daar wél voor kiezen. ‘Dat is waar. Het is nog altijd aan de school zelf om te bepalen hoe en of ze daar invulling aan geven. Sommige openbare scholen vieren alle feesten, andere doen er minder aan en kiezen ervoor om neutraler te blijven. Ook dat is pedagogische autonomie. En ook dat moeten we koesteren.’

Gezien & Gelezen Aanpak lerarentekort Amsterdam steekt de komende vier jaar 22,9 miljoen euro in de aanpak van het lerarentekort. Er komt onder meer extra ondersteuning van scholen met de grootste tekorten. Ook wordt geld gestoken in reiskostenvergoedingen voor leraren van buiten de stad. In Amsterdam is het lerarentekort bovengemiddeld hoog. De plannen moeten vijfhonderd extra leraren opleveren. www.gemeente.nu

Overzicht regels

In de wirwar aan beleid en wetten rond energie, duurzaamheid en circulariteit is het soms lastig te weten wanneer je waaraan moet voldoen. Daarom heeft Bouwstenen een overzicht gemaakt van alle afspraken en regels die voortkomen uit het energie-, (concept) klimaat- en grondstoffenakkoord en de transitieagenda bouw, voor zover relevant voor maatschappelijke vastgoed. www.bouwstenen.nl

Wethouder Moorman

www.vosabb.nl/wp-content//uploads/2019/04/ Openbare-school-prima-oplossingvoor-krimpgebieden.pdf

CO2-reductie bij BOOR Scholenstichting BOOR heeft berekend dat zij tot 2030 ca. 40% CO2 reductie kan bereiken zonder hiervoor extra geld uit te hoeven trekken. Remco Verheij, bestuursen beleidsconsulent bij de stichting: 'Wat ik heb gedaan is gewoon voor al onze 130 gebouwen het energiegebruik in 2017 op een rijtje gezet. Vervolgens heb ik alle cijfers omgerekend naar kWh en ingeschat hoeveel besparing de maatregelen uit het IHP en MJOP opleveren. Verder ben ik uitgegaan van eenvoudige maatregelpakketten.’ Remco heeft een notitie gemaakt waarin hij stap voor stap uitleg wat hij heeft gedaan. Deze notitie en rekensheet is te vinden op de website van Bouwstenen. www.bouwstenen.nl

Geluidoverlast De bovenbouw van basisschool 't Palet in Vlaardingen moet verhuizen naar een ander gebouw omdat ze te veel herrie maken. De buren van de school klagen al jaren over geluidsoverlast. In het gebouw zit ook een BSO en de kinderen zijn veel buiten. De overlast wordt vooral veroorzaakt door de U-vorm van het gebouw, waardoor het geluid maar één kant op kan; richting buurtbewoners. www.jeugdjournaal.nl

Schoolfacilities, juni 2019 2018


11

Gezien & Gelezen

Werkdrukverlaging De leerlingen van de Kardinaal Alfrinkschool in Emmen hebben elke dag gymles welk wordt gegeven door een vakdocent. De school slaat hiermee twee vliegen in één klap. De kinderen bewegen meer en tegelijkertijd wordt de werkdruk van de groepsleerkrachten verlaagd. De

vakleerkracht verzorgt elk half uur een gymles voor een andere groep; bij mooi weer buiten. De leerlingen vinden het leuk, leren andere dingen en kunnen hun energie kwijt. Daarna hebben ze meer concentratie waardoor ook de andere lessen beter gaan. De school bekostigt de dagelijkse gymlessen uit een financieringsregeling voor de werk-

Beweegkruk Wigli

2018 Schoolfacilities, juni 2019

drukverlaging van docenten. Scholen kunnen van dat geld een conciërge of onderwijsassistent aantrekken of ICT aanschaffen, maar ook het aantrekken van een vakleerkracht behoort tot de mogelijkheden. www.sportenstrategie.nl


12

Routes naar verduurzaming

We hadden al best veel data beschikbaar, maar bepaalde dingen heb je gewoon niet meteen bij de hand. Zo werd gevraagd of er een toerenregeling op de compressor zit. Afgezien van de vraag hoe zinvol dit soort informatie is: dat moesten we natuurlijk wel even uitzoeken.”

Een ware worsteling

De rompslomp en de financiering van de vereiste maatregelen. Dat zijn voor onderwijsinstellingen de voornaamste hordes bij de verduurzaming van hun gebouwenvoorraad. Reden voor Bouwstenen voor Sociaal om in haar notitie ‘Route verduurzaming maatschappelijk vastgoed’ een alternatieve aanpak voor te stellen.

De informatieplicht is een typisch voorbeeld van in ‘Den Haag’ bedachte wet- en regelgeving, die in de praktijk tot een ware worsteling en veel administratieve rompslomp leidt. Omdat de gevraagde informatie over het onderwijsvastgoed (nog) niet beschikbaar is, omdat er te weinig capaciteit en geld voor beschikbaar is, en omdat het werkveld twijfelt aan de effectiviteit ervan. Reden voor Bouwstenen om in haar notitie ‘Route verduurzaming maatschappelijk vastgoed’ een alternatieve aanpak voor te stellen. Dat gebeurde na raadpleging van en dus mede namens het werkveld: de vastgoedprofessionals bij gemeenten, scholen en andere maatschappelijk vastgoedeigenaren. Zij zijn allen bij Bouwstenen aangesloten.

Meer samenwerking Volgens Bouwstenen vereist de verduurzaming van onderwijsgebouwen en ander maatschappelijk vastgoed meer samenwerking en een integrale aanpak, eenvoudiger en meer op de praktijk aansluitende regels en meer, maar ook betere openbare informatie over vastgoed en energiegebruik. Door: Eric Harms Het mag ten zeerste worden betwijfeld of alle scholen in Nederland per 1 juli aanstaande zullen kunnen voldoen aan de vanaf dat moment geldend informatieplicht uit de wet Milieubeheer. Leo van Wijchen, teamleider Huisvesting & Facilities van de stichting Carmel College uit Hengelo zegt het onomwonden: “We hebben inmiddels diverse externe partijen ingeschakeld om het zo snel mogelijk voor elkaar te krijgen, maar 1 juli gaat ons gewoon niet lukken.”

Teveel details In totaal heeft de stichting 54 scholen voor het voortgezet onderwijs in portefeuille, waarvan 14 nieuwbouwlocaties. Eén daarvan, een school in Emmen uit 1968, heeft als pilot gediend voor de informatieplicht. “Het achterhalen van de vereiste informatie levert bij nieuwe gebouwen niet zoveel problemen op. Maar op al die andere locaties stuiten we op de nodige problemen. Het vereiste detailniveau is gewoon te hoog.

Schoolfacilities, juni 2019

Het is nadrukkelijk zaak om de noodzakelijke beleidsmaatregelen te treffen in nauwe samenspraak met het werkveld, stelt Bouwstenen. Alleen dan kan het gewenste tempo worden gehaald. Van Wijchen is het daar van harte mee eens.

1 juli gaat ons niet lukken

‘Bijschrift van de foto’


13 Tweede kamer

Energie- en klimaatakkoord

(maatschappelijk vastgoed)

B&W’s en lokale besturen Bestuurlijke commissies, VNG, PO, VO, enz.

mm i n g

uitvoering

a f s t e mm i n g

afste

bestuur

a f s t e mm i n g

Regering

Gemeenteraden

Gemeenten, scholen, enz.

Departementen van EZK, BZK, OCW en WVS afste m ming

Financiering is een probleem Frank Rubel, beleidsmedewerker Huisvesting & Facilitaire zaken van onderwijsstichting Swalm & Roer uit Roermond, heeft 23 scholen voor primair onderwijs in portefeuille. “We hebben al wel iets aan verduurzaming gedaan, maar om in 2050 energie- en CO2-neutraal te kunnen zijn, moet er nog heel wat gebeuren.” Niet alleen omdat nog niet helder is wat er wanneer precies moet gebeuren, maar ook omdat er aan iedere maatregel een prijskaartje hangt, waarvan niet duidelijk is wie daarvoor gaat opdraaien. “De financiering is echt een probleem. Ik begrijp dat er schoolbesturen zijn die hebben geïnvesteerd in het energieneutraal maken van hun gebouwen en nu worden geconfronteerd met

Bouwstenen.nl De notitie ‘Route verduurzaming maatschappelijk vastgoed’ beschrijft de knelpunten en doet suggesties voor het realiseren van de doelen uit het Energieakkoord,

een stijging van de exploitatielasten met drie procent omdat de installaties meer onderhoud vergen. Het is niet automatisch zo dat je met een duurzame technische installatie geld uitspaart. In de praktijk lijkt het tegendeel het geval.”

meer openbare informatie Betere oplossingen Daarbij komt dat de huidige regelgeving dwingt om te investeren in ‘laaghangend fruit’; maatregelen die snel kunnen worden terugverdiend. Terwijl met andere maatregelen, met een langere terugverdientijd,

(concept) Klimaatakkoord en Grondstoffenakkoord. Het is als download beschikbaar op de website van Bouwstenen voor Sociaal (https://bouwstenen.nl/ Maatschappelijk-VastgoedRoutekaart-Duurzaamheid).

2018 Schoolfacilities, juni 2019

misschien meer rendement kan worden geboekt. Rubel: “Ik kan overal bewegingsmelders laten installeren bij mijn verlichting, maar op termijn zou het compleet vervangen van de verlichting een veel betere oplossing kunnen blijken te zijn. Ik kan mijn verwarmingsinstallatie waterzijdig inregelen, maar misschien bespaar je wel veel meer energie door het hele gebouw goed te isoleren en andere installaties in te zetten die minder warmte hoeven op te wekken. Wanneer je kleine dingen doet voordat je het groot aanpakt, gooi je geld weg. We moeten er veel integraler naar kijken. In die zin ben ik het helemaal eens met de routekaart van Bouwstenen. Zeker, korte termijn maatregelen kunnen effect hebben, maar de lange termijn is minstens zo belangrijk om erbij te betrekken.”

Hier vindt u bovendien de nodige informatie over de informatieplicht uit de wet Milieubeheer en de ervaringen die hiermee in de praktijk is opgedaan (https://bouwstenen.nl/ informatieplicht).


14

Leerling de klas uit gezet? Laat de conciërge de bliksemafleider zijn.

Buiten de klas afkoelen Door: Piet Scheerhoorn De meeste scholen proberen incidenten te voorkomen waarbij leerlingen de klas uit worden gezet. Meestal lukt dat wel, maar een enkele keer kan een leerling beter even buiten de klas afkoelen. Helemaal zonder veiligheidsrisico’s is dat niet, zegt agressie-kerntrainer Roderik Sommerdijk. Daarom is een goed protocol onmisbaar. “Het is net als met brand: ook al gaat het jaren goed, toch doe je de brandblusser niet weg.”

Goed opvangen Leerlingen krijgen regelmatig conflicten met de docent over het gedrag van die leerling in de klas. Als dat gedrag dermate storend is dat de les niet normaal door kan gaan wordt de leerling uiteindelijk de klas uitgezet. Het is belangrijk dat zo’n

leerling daarna goed wordt opgevangen en met de gevolgen van zijn gedrag wordt geconfronteerd. Want als hij het wegsturen uit de klas ervaart als een beloning, zal hij zich in de toekomst vaker zo gaan gedragen dat hij de klas uit wordt gezet. Leerlingen kunnen op allerlei manieren worden opvangen als ze de klas zijn uitgezet. In elk geval moet worden voorkomen dat ze door de school rond gaan hangen. Want dat zorgt voor onrust bij leerlingen op andere plekken in de school en bij het OOP. Bovendien kan een leerling gebrek aan professionele opvang op een negatieve manier opvatten, bijvoorbeeld door zich buitengesloten te voelen. “Als school moet je die opvang goed organiseren en iedereen moet weten hoe dat is geregeld. Dat is complexer dan het op het eerste gezicht lijkt.”

Schoolfacilities, juni 2019

Klagen bij school Het afhandelen van leerlingen die uit de klas zijn gezet gebeurt anders dan vroeger. Als je vroeger met veel commotie de klas uit werd gestuurd wist de hele school het. En als je ouders het te horen kregen stond je thuis het één en ander te wachten. Als leerling keek je dus wel uit wat je deed. Tegenwoordig behandelen ouders hun kinderen min of meer als kleine prinsjes en prinsesjes. Zodra kinderen de klas worden uitgestuurd gaan de ouders klagen bij de school en zeggen ‘wat doe jij nou met mijn kind?’ Dat heeft effect op kinderen. Omdat ze weten dat ze onvoorwaardelijk door hun ouders worden gesteund komen ze veel gemakkelijker in opstand tegen de autoriteit die de school zou kunnen of moeten zijn. “Vroeger waren ouders boos op hun kind als ze eruit werden gestuurd; nu zijn ze boos op de school."


15

Nu zijn ouders boos op school Straatcultuur Als school moet je daarom meer alert zijn op agressie. Dat wordt versterkt vanwege het langzamerhand doorsijpelen van straatcultuur in de school. In die cultuur wordt rebellie stoer gevonden en daardoor word je populairder bij je klas- en straatgenoten. Hoe meer een school een straatcultuur accepteert, des te onveiliger het wordt binnen de muren van het schoolgebouw. Vooral conciërges moeten dan enorm hard knokken om de onveiligheid van de openbare ruimte buiten te houden. “De positie van de school als veilige omgeving loopt hierdoor gevaar. Dat maakt meteen duidelijk waarom je het omgaan met incidenten als school goed moet regelen.”

Agressie aanpakken Door bovenstaande ontwikkelingen neemt het risico op agressie toe zodra een leerling de klas wordt uitgestuurd. Social Media speelt daar ook een rol in. Leerlingen sturen meteen een appje naar hun ouders als ze het ergens niet mee eens zijn. Menig ouder komt dan op hoge poten naar de school toe, zonder het hele verhaal te kennen. Het kan gebeuren dat een conciërge, die daar rondloopt, ineens een boze ouder tegen het lijf loopt, zonder dat hij weet wat er aan de hand is. Conciërges, die met agressie kunnen omgaan, kunnen zo’n situatie op een professionele wijze afhandelen. “Ouders die iets willen bereiken doen dat door aandacht te vragen en veel lawaai te maken. Dat maakt indruk en het wordt onrustig op school. Als je daar goed mee omgaat kun je die ouder laten inzien dat hun doel zo niet bereiken. Maar als je ze de ruimte geeft worden ze gesterkt en zullen ze het vaker gaan doen.”

Bliksemafleider Ook het verwijderen van een leerling uit de klas moet op een rustige professionele manier gebeuren. Een goede methode, waarbij de docent zijn aandacht bij de rest van de klas kan houden, is de leerling te laten ophalen door de conciërge. Dat werkt uitstekend, want die leerling heeft immers geen conflict met de conciërge, die daarmee fungeert als een soort bliksemafleider. “Zo’n conciërge komt rustig de klas binnen en zegt ‘loop maar mee’. Dan begint zo’n heel boos kind meteen te ontdooien. Ik vind dat prachtig om te zien. Het biedt de mogelijkheid om buiten de klas even met die leerling te praten, zodat die zijn verhaal kwijt kan.”

Loop maar even mee Protocol biedt houvast Sommerdijk adviseert scholen om een protocol te hanteren, waar de hele organisatie – inclusief de leerlingen – van op de hoogte zijn. In zo’n protocol staan afspraken over de ruimte waar een leerling naartoe moet als hij de klas wordt uitgestuurd, hoe hij wordt opgevangen en wat de sancties zijn. “Elke school kan zo’n protocol naar eigen inzicht

Schoolfacilities, juni 2019

invullen. Veel scholen laten de leerlingen de rest van de les in een leeg lokaal schoolwerk maken. Later volgt een gesprek met de betreffende docent. Soms volgt aan het eind van de dag nog een straf, zoals helpen schoonmaken.” Een protocol is een goed middel om excessen succesvol af te handelen. Desondanks blijft het nodig dat docenten en ondersteunend personeel regelmatig oefenen in het omgaan met agressie. “Wij merken tijdens de trainingen dat veel mensen erg veel tekst gebruiken. Met een non-verbale houding kun je ook ongelofelijk veel doen, en dat gaat veel rustiger. Het is goed om je daar in de veilige omgeving van een training wat beter bewust van te worden.”

Voorkomen is beter Het blijft echter het beste om te voorkomen dat kinderen de klas uit worden gestuurd. Dat kan door te werken met bevlogen docenten, die onderwijs geven dat aansluit bij de belevingswereld van de kinderen. Dat gebeurt in een geschikt gebouw waar iedereen zich veilig voelt, met een team dat goed communiceert en op elkaar is ingespeeld. “Als zo’n omgeving weet te creëren is de sfeer veel prettiger en lopen conflicten minder hoog op.”


16

Spelen is leren Door: Jeroen Hoyng en Dayenne L’abée

Kinderen zijn niet gemaakt om de hele dag op school te zitten. Teveel en te lang zitten is ongezond en daarom dienen schoolomgevingen de jeugd meer te verleiden tot lichamelijke activiteit. Het is niet meer voldoende om een zandbak en een rekstok te plaatsen voor gebruik in de pauze. Er kan veel meer: in het leslokaal, het gebouw, op het schoolplein en in de schoolzone. De Nederlandse jeugd beweegt te weinig. Momenteel voldoet 56 procent van de kinderen tussen de 4 en 11 jaar en slechts 23 procent van de jongeren tussen de 12 en 17 jaar aan de beweegrichtlijnen. Aangezien de jeugd een groot deel van de dag op school zit, is dat de plek om daar eens verandering in aan te brengen. Meer bewegen op school draagt bij aan de verbetering van beweegvaardigheden en gezondheid van kinderen. Onderzoeksresultaten lijken nu ook aan te tonen dat als kinderen meer bewegen, ze beter worden in rekenen en wiskunde, ze beter kunnen concentreren en volgens leerkrachten

een positieve invloed op de sfeer, het gedrag en de aandacht van de kinderen in de klas (Collard e.a., 2018). De Nederlandse Sportraad, de Onderwijsraad en de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) adviseren om leerlingen in het primair onderwijs, voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs minimaal twee keer per dag een half uur matig intensief te laten sporten en bewegen. Als leerlingen dat doen, halen ze de beweegrichtlijnen. Het vervangen van reguliere lestijd door bewegen heeft in ieder geval geen nadelige effecten op cognitieve prestaties.

Schoolfacilities, juni 2019

Beweegstimulerend In Finland is het gebruikelijk om na elke les van 45 minuten een kwartier pauze te houden om vrij (buiten) te spelen. In deze ‘speeltijd’ leren kinderen vaardigheden, zoals creativiteit en fantasie, die belangrijk zijn voor hun algehele ontwikkeling. Geen verloren tijd, blijkt. Finland voert al jarenlang de PISA-ranglijst aan, terwijl de Finse leerlingen, in vergelijking met andere Europese leerlingen, de minste lesuren en het minste huiswerk hebben. Als we kinderen op school tot meer bewegen willen uitdagen, moet de schoolomgeving ook als zodanig worden ingericht. Denk aan brede gangen waar kinderen kunnen rennen, een groen schoolplein, maar ook activiteiten die de school organiseert: beweegactiviteiten in de pauze, naschoolse sportactiviteiten en stimuleren dat kinderen lopend of met de fiets naar school komen. Het gaat altijd om een combinatie van fysieke infrastructuur (hardware), activiteiten en begeleiding (software) en organisatie en communicatie (orgware).


17 Bewegend leren in de les De meeste tijd van een schooldag zit een leerling in het klaslokaal. Interventies als ‘De klas beweegt’ en ‘Fit & Vaardig’ maken de lessen actiever. Bij het Stanislascollege in Rijswijk maken ze gebruik van ‘Bewegend leren’ en leren de leerlingen steden op de trampoline of maken ze sommen op de evenwichtsbalk. Sinds 2015 beginnen de leerlingen daar de dag met een uur mountainbiken, zwemmen of gewichtheffen. Ook bij het Hervormd Lyceum Zuid in Amsterdam beginnen de Universalis-klassen elke dag met een uur sport. Naast een actieve lesvorm is het ook goed om inhoudelijk aandacht te besteden aan sport, bewegen en gezondheid.

voor een betere motoriek (‘Natuurlijk Bewegen’). En sluit de poorten van het schoolplein niet als de lesuren zijn afgelopen. Je kunt zelfs overwegen activiteiten te organiseren met leerlingen voor bewoners uit de directe omgeving.

Beweegvriendelijke zone

Fuji Kindergarten (Tokio, Japan)

Beweegvriendelijk gebouw De gemeente Amsterdam heeft een boekje uitgebracht ‘Beweeglogica in gebouwen’ met vele tips over hoe je een gebouw kunt inrichten zodat het bewegen stimuleert. Denk aan het strategisch plaatsen van verschillende bestemmingen in het gebouw, zoals de aula, de gymzaal, lokalen en toiletgroepen. Deze plekken worden intensiever gebruikt als ze een aangename verblijfskwaliteit bezitten. Variatie in kleur, materiaal, daglicht, meubilair, belijning en beweegaanleidingen (klimmuur, beweeggames) zorgen dat het bewegen wordt gestimuleerd. Daarnaast zou je met het lesrooster het aantal verplaatsingen gedurende de dag kunnen opvoeren en/of het traplopen kunnen stimuleren. Niet alleen het gebouw, maar ook de overgang tussen de publieke buitenruimte en een gebouw (plint) heeft invloed op het beweeggedrag. Een mooi voorbeeld is Fuji Kindergarten in Tokio waar de kinderen gemiddeld 4 kilometer per dag door het hele gebouw bewegen. Dit voorbeeld is gekopieerd in Brussel.

Basisschool Les Trèfles (Brussel, België)

Een gezond schoolplein Op een gezond schoolplein krijgen kinderen de ruimte om te bewegen, te spelen en te sporten in een uitdagende, groene en rookvrije omgeving. Belangrijk daarbij is dat het ontwerp en de aankleding van het schoolplein voldoende beweegaanleidingen bevat, passend bij de leeftijden van de leerlingen. Denk aan toestellen, belijning, speelvelden, voldoende bergruimte voor speel- en sportattributen en veilige fietsenstallingen. Er zijn ook goede mogelijkheden voor dubbelgebruik van de ruimte op het schooplein, bijvoorbeeld overdag een speelstraat en ‘s avonds parkeerterrein. Laat in ieder geval de leerlingen zelf meedenken over de inrichting van het schoolplein. Besteed naast de inrichting van het schoolplein (hardware) ook aandacht aan de software, bijvoorbeeld het opleiden van speelbegeleiders die aanwezig zijn op het schoolplein (‘Beweeg Wijs’), het organiseren van ‘The Daily Mile’ of speciale lessen

Schoolfacilities, juni 2019

Een schoolzone is niet enkel het gebied met markeringen “SCHOOL” op de straat, maar het geheel aan infrastructuur die de wijk met de school verbindt. Om het actief transport te stimuleren in de schoolomgeving kun je het S.T.O.P.-principe hanteren: prioriteer voetgangers (Stappers) boven fietsers (Trappers) en fietsers boven Openbaar vervoer en Personenauto’s. Zorg voor een sociale, veilige omgeving en creëer kindvriendelijke routes naar school, zoals vrijliggende voetpaden, brede stoepen, veilige oversteekplaatsen, in zicht van woningen, afgeschermd van de drukte van de stad, met verlichting en schaduw. Doel van deze routes is dat kinderen zelfstandig veilig door de wijk kunnen bewegen én dat deze routes kinderen verleiden tot vaker te voet of met de fiets te verplaatsen en vaker buiten te spelen of sporten. Om het gebruik van zo’n route te vergroten, kun je met een campagne als de International Walk to School Day, of interventies als ‘Walking schoolbus’ of ‘Speelsafari’ meer kinderen en ouders overtuigen lopend of fietsend naar school te komen.

Meer informatie De omgevingswet heeft een gezondheidsdoelstelling en biedt een mooie kans om een beweegvriendelijke (school)omgeving te realiseren. Kijk voor meer informatie op www.allesoversport.nl en voor hulpmiddelen als Stappenplan Schoolzone op www.kenniscentrumsport.nl.


18

Nieuw op de markt Samen beter leren

Meepraat-spel

Veilige back-up

Een jonge start-up heeft een nieuwe app genaamd SchoolMi ontwikkeld waarmee leerlingen uit het VOonderwijs elkaar kunnen helpen bij het leren.

Het Landelijk Aktie Komitee Scholieren (LAKS) heeft het spel ‘Schoolgebouwd’ ontwikkeld: een laagdrempelig rollenspel voor leerlingen, bedoeld om hun interesse te wekken voor de medezeggenschapsraad. Het spel is gratis beschikbaar voor alle scholen in het voortgezet onderwijs.

Veel onderwijsinstellingen zijn van een on-premise-omgeving overgegaan naar de cloud. De cloud biedt veel voordelen voor studenten, leerlingen en medewerkers. Zo kunnen zij met Office 365 overal en altijd bij hun werkplek. Waar u als onderwijsinstelling normaal gesproken een eigen back-up maakte van uw omgeving, laat u dat in dit geval over aan de cloudprovider. Maar is deze back-up voldoende?

Het gebruik van SchoolMi helpt niet alleen de schoolprestaties te verbeteren en de kosten voor huiswerkbegeleiding te beperken, maar vermindert ook de werkdruk bij docenten en geeft hen op gestructureerde wijze de nodige feedback om eventueel hun les aan te passen. Tel uit je winst.

Community SchoolMi is een instrument in handen van de school als lerende organisatie en helpt ook de school als community vooruit. Alles is ontwikkeld, beveiligd en uitgetest, maar er ontbreekt nog één ding. Goede contacten in het onderwijs.

Uit de LAKS-monitor van 2018 blijkt dat leerlingen het belangrijk vinden om mee te praten over onderwerpen die op scholen spelen. Tegelijkertijd blijkt dat ruim 70% van de leerlingen nog nooit van de medezeggenschapsraad (MR) heeft gehoord. Ook vinden leden van leerlingenraden wet- en regelgeving vaak ingewikkeld, waardoor ze terugschrikken voor een MR-lidmaatschap.

Welke bestuurder van een VO-school met minimaal 500 leerlingen wil de app een jaar lang gratis uitproberen en de jongens ontvangen voor meer uitleg?

Via het rollenspel ‘Schoolgebouwd’ kunnen leerlingen op een laagdrempelige manier kennis maken met medezeggenschap. In het spel nemen zij verschillende rollen aan - zoals dat van ouder, docent of directielid -, waarna verschillende kwesties worden besproken.

www.schoolmi.nl

www.laks.nl/schoolgebouwd/

Schoolfacilities, juni 2019 2018

Terughalen Office 365 heeft een standaard back-upproces van 14 dagen retentie, zonder garanties op hersteltijden. Daarnaast is het herstellen van individuele bestanden niet mogelijk. Heeft u behoefte aan meer veiligheid en zekerheid over de bestanden van uw studenten, leerlingen en medewerkers? Vancis helpt u om Office 365-bestanden veiliger op te slaan en indien nodig sneller terug te halen. Zo ontzorgt Vancis u in het gehele back-upproces op de meest veilige manier.

www.vancis.nl


19

‘Bijschrift op de foto’

Slimme werkplek

Betere meldcode

Preventie-cursus

U wilt bezoekers een mooie werkplek bieden, maar updates, haperende hardware en netwerkproblemen kosten uw organisatie veel tijd en geld. Herkenbaar? Stap dan over op Slimme Werkplek van Xafax!

De Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling is verbeterd. Het is duidelijker wanneer professionals in het onderwijs vermoedens van mishandeling moeten melden.

Komend schooljaar wordt het cursusaanbod voor Preventiemedewerkers in het Onderwijs uitgebreid met een derde studiedag. Preventiemedewerkers zijn aanjagers van verbetering van arbeidsomstandigheden en veiligheid. Zij lopen dagelijks aan tegen ‘de waan van de dag’: er wordt niet geluisterd of ze ondervinden weerstand wanneer ze collega’s aanspreken op (on)veilig werken. Overleggen, adviseren en benadrukken dat er iets moet veranderen stelt hoge eisen.

Stappenplan De werkplek is zeer gebruiksvriendelijk en toegankelijk. Met de Slimme Werkplek kunt u leerlingen een volledig uitgeruste en up-to-date werkplek aanbieden. Xafax neemt al het werk van u over, zodat u tijd en geld overhoudt. Slimme Werkplek is goedkoper dan u denkt. Onze oplossing is tot 50% goedkoper dan traditionele werkplekken: u bespaart op de aanschaf van hard- en software, IT-capaciteit én op uw energiekosten!

Meer informatie? Kijk op onze website of neem direct contact met ons op via 072-566 7400.

www.xafax.nl

Te veel gezinnen in risicovolle omstandigheden blijven buiten beeld van hulpinstanties zoals Veilig Thuis en het wijkteam. Als er hulp wordt ingezet, gaat er vaak langere tijd overheen voordat de veiligheid hersteld is. In de verbeterde Meldcode is daarom vastgelegd dat professionals vermoedens van acute en structurele onveiligheid altijd melden bij Veilig Thuis. Daarnaast is er onderscheid meer tussen melden óf hulpverlenen. Als je een melding doet bij Veilig Thuis overleg je met hen welke hulp je kunt bieden of organiseren. Melden én hulpverlenen zijn zo beide mogelijk. Bij de Meldcode zit ook een stappenplan wat je moet doen als je vermoedt dat een kind thuis in de knel zit.

www.veiligmetdemeldcode.nl

Omgaan met weerstand Doel van de cursusdag ‘Preventiemedewerker 3’ is handvatten geven om lastige gespreks- en werksituaties beter tegemoet te treden, omgaan met weerstand en overleg- en adviesvaardigheden versterken. Met deze driedaagse leergang worden de belangrijkste taakaspecten behandeld van Preventiemedewerkers in het onderwijs. De cursusdata voor ‘Preventiemedewerker 3’ staan na de zomervakantie op www.nishv.nl. Kosten: €350,- (vrijgesteld van BTW). Aanmelden kan online. Nederlands Instituut voor Schoolhulpverlening & Veiligheid Telefoon 0252 – 340 413

www.nishv.nl

Schoolfacilities, juni 2019


20

‘Energiebesparing is een vak apart’ Door: Eric Harms

Onderwijsinstellingen die snel resultaat willen boeken met het verduurzamen van hun vastgoed, kunnen daarvoor onder andere hun licht opsteken bij het programma Scholen besparen energie. Aan de hand van praktijkvoorbeelden en met ondersteuning van energieadviseurs wordt zoveel mogelijk ‘laaghangend fruit’ geplukt. “Het heeft het proces hier een enorme boost gegeven.” Aldus Arnoud Andeweg, manager Facilitair & Beheer van Scholengroep Den Haag Zuid-West. Hij was een van de eersten die zich aanmeldde voor deelname aan het programma. “Toen definitief duidelijk was dat de Informatieplicht zou worden ingevoerd, ben ik hulp gaan zoeken. Weliswaar heb ik zelf een bouwkundige achtergrond, maar energiebesparing is toch een vak apart. Daar wilde ik zoveel mogelijk ondersteuning bij hebben.” Juist daarin wil het programma Scholen besparen energie voorzien.

onderwijs meer goedkope energiebesparende maatregelen te nemen, die op korte termijn – binnen een periode van vijf jaar – terug kunnen worden verdiend. Via het programma kan onder andere een beroep worden gedaan op een energiebespaarder: een adviseur die scholen concreet kan helpen met het in kaart brengen van de mogelijkheden om tot energiebesparing te komen.

erom het meerjarig onderhoudsplan (MJOP) uit oogpunt van verduurzaming up to date te krijgen.” Met de energiebespaarder overlegt Andeweg concreet over de stappen die gezet kunnen worden. “Hij helpt bij het maken van de juiste keuzes en de stappen die ik neem. Daarbij wordt mij continu een spiegel voor gehouden. Daar ben ik wel blij mee. Want de maatregelen die we nu gaan nemen, kunnen we niet zomaar weer overdoen. Als ik nu kies voor dubbel glas terwijl het triple glas had moeten zijn, dan is er geen geld meer voor om dat in een later stadium te corrigeren.”

Weg uitgestippeld

De energiebespaarder Jeroen Paas is ook met Andeweg aan de slag gegaan. “Samen met hem heb ik Bespaarder aan huis de weg uitgestippeld die we als Het betreft een initiatief van het scholengemeenschap zouden kunministerie van BZK, in samenwerking nen bewandelen. Niet alleen tot met het ministerie van OCW, de PO1 juli aanstaande maar ook daarRaad, de VO-raad, Bouwstenen voor na. Want met het voldoen aan de Sociaal, Ruimte-OK en RVO. Doel Informatieplicht houdt het niet is om in het basis- en voortgezet‘Bijschrift natuurlijk niet op. Feitelijk gaat het van de foto’

‘Bijschrift van de foto’ Energiebespaarder Jeroen Paas

Schoolfacilities, juni 2019


Energie besparen Verduurzamingsproces De ondersteuning vanuit het programma biedt ook uitkomst in de discussie met het schoolbestuur over verduurzaming in het algemeen. “Met feiten onderbouwd kan ik nu duidelijk maken welke stappen we zouden moeten zetten en wat daarvan de terugverdientijd is. Dankzij het programma heb ik het verduurzamingsproces een enorme boost gegeven. We kunnen nu een aantal hele mooie stappen maken.” Zeker als er in de toekomst een koppeling kan worden gemaakt met het verduurzamingsprogramma van de gemeente Den Haag. “Daar willen onderwijsorganisaties natuurlijk graag in meelopen, omdat op die manier de mogelijkheid ontstaat om voor bepaalde maatregelen co-financiering voor elkaar te krijgen. Dan wordt het voor directies meteen veel interessanter.”

Tips over duurzaamheid Via websites maar ook op de diverse bijeenkomsten van Bouwstenen verzamelt Andeweg ondertussen veel praktische informatie en tips over duurzaamheidsmaatregelen in het onderwijs. “Op zo’n bijeenkomst hoor je waar je collega’s mee bezig zijn en waar zij hun kennis en informatie vandaan halen. Als je de goede praktijkvoorbeelden hoort, kun je er veel van leren.” Het neemt niet weg dat Andeweg nog wel wat vragen heeft. “Voor mij is bijvoorbeeld het gedrag van de gebruiker een moeilijk grijpbaar onderwerp. Ik kan nog zoveel maatregelen nemen om energie te besparen, maar als de leerlingen, docenten en andere medewerkers daar niet in mee gaan zal het effect minimaal zijn. Gedragsverandering

met feiten onderbouwd stappen zetten

21 de beste maatregelen zijn en welke kant we op moeten. Er zijn inmiddels ook zoveel verschillende aanpakken en strategieën, vanuit het rijk, vanuit de gemeenten die hun eigen beleid voeren, vanuit de PO- en de VORaad, et cetera.”

op het gebied van verduurzaming krijgt geen prioriteit. Al helemaal niet in het onderwijs. Schooldirecties geven voorrang aan de kwaliteit van het onderwijs. Dat begrijp ik helemaal, maar in mijn eentje gaat het me niet lukken om het energieverbruik in onze scholen terug te dringen. Naast het gebouw zelf zal ook het gebruik ervan aandacht moeten krijgen.”

Handen ineenslaan

Halve graad zakken Ook het gebrek aan informatie over de presentaties van zijn gebouwen speelt Andeweg parten. “Die informatie is nodig om op het juiste moment de juiste maatregelen te kunnen nemen. Wat gebeurt als ik de temperatuur van de verwarmingsinstallatie anderhalve graad laat zakken? In het ene gebouw zal dat nauwelijks opgemerkt worden, terwijl de gebruikers in het andere gebouw zullen gaan klagen. Aan de hand van dat soort informatie kun je beter bepalen welke maatregelen je kunt treffen. Daar denken we op dit moment dus ook over na: hoe krijgen we dit soort informatie boven tafel?”

Het programma Scholen besparen energie voorziet in een behoefte, merkt ook Ingrid de Moel, directeur van Bouwstenen. “Huisvesters kunnen het niet alleen. Voor het verduurzamen van onderwijsvastgoed is alles en iedereen nodig. Daarbij moeten we voor een kosteneffectieve aanpak zo inclusief mogelijk naar 2040 toewerken: energie, gezondheid, duurzaamheid, circulariteit. Alles in een keer. En vooral ook: houdbaar op de lange termijn.”

Tijdrovende exercitie Al met al is het een tijdrovende exercitie voor gebouwbeheerders. Andeweg: “Voor mij en mijn vakgenoten is het natuurlijk echt smullen om te zien wat er inmiddels technisch allemaal mogelijk is. Maar tegelijkertijd wordt het er niet eenvoudiger op om te achterhalen wat

Meer informatie Een nadere toelichting op wat het programma Scholen besparen energie voor u kan betekenen is te vinden op scholenbesparenenergie.nl en bouwstenen.nl/scholenbesparenenergie. Duurzaamheid in de brede context is tevens een belangrijk thema in het Bouwstenen-netwerk Onderwijs. Dit netwerk is exclusief voor besturen en huisvestingsmedewerkers in het onderwijs. Voor gemeenten zijn er binnen Bouwstenen andere netwerken. U leest er meer over op www.bouwstenen.nl. ‘Bijschrift van de foto’

Schoolfacilities, juni 2019


22

Studeren in een waterbassin:

buitenlandse inspiratie voor toekomstscholen Door: Tommy van Eldik

Dokter op school

In het buitenland bruist het van de inspiratie voor het schoolgebouw van de toekomst, blijkt na een rondgang bij winnaars van prijsvraag School van de Toekomst. Drie winnaars vertellen over hun buitenlandse inspiratie: van een waterbassin in Barcelona tot Ierse verzamelplaats-gebouwen. Hoe ziet de school van de toekomst eruit? De gemeente Rotterdam organiseerde in 2018 een prijsvraag om dat te ontdekken. Verschillende winnaars haalden hun inspiratie uit het buitenland. Van een oud waterbassin dat nu dienst doet als universiteitsbibliotheek, tot een school waar je geen lokalen tegenkomt, maar onderwijsplekken in de vorm van een ijsberg of boom.

Verzamelplaats “Een schoolgebouw alleen voor onderwijs gebruiken is een achterhaald principe”, zegt Francesco Messori, één van de winnaars van School van de Toekomst. Zijn bureau D/Dock maakt interieurconcepten, onder andere voor het onderwijs. Messori spreekt liever over een gebouw

waarin onderwijs gegeven wordt, én dat na schooltijd beschikbaar is voor bedrijfjes en verenigingen. Met de lokale gemeenschap als eigenaar. “Een school zou veel meer diensten aan de lokale samenleving kunnen aanbieden, zoals een kinderopvang of muziekvereniging”, betoogt hij. Dat past beter bij de tijd waarin we leven: “Het aantal tweeverdieners neemt toe. Daardoor is er steeds minder vaak iemand thuis als de kinderen uit school komen. Scholen zouden daar beter op kunnen inspelen. En het aanbieden van die diensten levert hen extra inkomsten op.”

Schoolfacilities, juni 2019

Shane Pattipeilohy, student Business Innovation bij Avans Hogeschool en net als Messori winnaar van School van de Toekomst, ondervond zelf de voordelen van een gebouw met meerdere functies. Hij werkte in 2017 in Ierland bij Voxpro, onderdeel van techgigant Google. “In het pand zaten een sportschool, een dokter, een fysiotherapeut en een masseur, waarvan je altijd gebruik mocht maken. Dat is niet zomaar. Google hecht veel belang aan gezonde werknemers en stimuleert hen gebruik te maken van die faciliteiten. In Nederland zouden scholen eigenlijk ook twee keer per week een dokter aanwezig moeten hebben voor de leerlingen.” Hij ziet zo’n verzamelplaats ook voor zich in Nederlandse schoolgebouwen. “Op school verwerf je theoretische kennis, van ondernemers leer je welke competenties je in het bedrijfsleven nodig hebt en in het restaurant eet je een goede maaltijd. Na schooltijd leef je jezelf uit bij theater- of sportcursussen, bedrijfjes kunnen er kantoor houden en voor studenten is er woonruimte in het gebouw. Al die groepen komen elkaar daar tegen en leren van elkaar. Zoiets zou fantastisch zijn!”


Buitenlandse inspiratie Oud waterbassin dwingt stilte af Amber Peters, projectmanager bij Res & Smit en deelnemer aan School van de Toekomst, raakte geïnspireerd door de rust van een oud statig waterbassin in Barcelona: Dipòsit de les Aigües. Het gebouw onderging een transformatie in de jaren 90 en fungeert sindsdien als bibliotheek van de Pompeu Fabra-universiteit. Tijdens haar bezoek raakte Peters onder de indruk van de stilte die er heerste. “Het voelt alsof je in een kerk bent. De sfeer is er kloosterachtig, bijna sacraal”, zegt ze. De bibliotheek met haar hoge bakstenen bogen en mooie lichtinval is populair onder studenten. Peters: “In alle rust kunnen ze er lezen en studeren, zonder dat er expliciete regels zijn dat ze stil moeten zijn. Er zijn geen bordjes of overijverige bibliothecarissen die studenten tot zwijgen moet manen.” Nederlandse beleidsbepalers in het onderwijs kunnen absoluut iets leren van het lichtinval en de hoogte, vindt Peters. “Omdat het gebouw op een kerk lijkt, dwingt de bibliotheek uit zichzelf rust en stilte af. Daardoor kunnen de studenten ongestoord hun werk doen.”

IJsberg Ook Francesco Messori vindt dat er meer aandacht moet komen voor ‘zachte eigenschappen’ als kleur, licht en sfeer bij de inrichting van een onderwijsgebouw. “In Nederland geven we veel geld uit aan stoelen en tafels. Dat geld zouden we beter kunnen besteden aan kleurgebruik, lichtin-

val en de atmosfeer die daarmee in een ruimte ontstaat. Dat soort zaken stimuleert de creativiteit van kinderen en komt hun ontwikkeling en leerprestaties ten goede.” Het voorbeeld van hoe die zachte eigenschappen succesvol in de praktijk gebracht worden? Daarvoor kijkt Messori naar Zweden, naar de Vittra School in Stockholm, locatie Telefonplan. Kinderen konden hun mening geven en de architect Rosan Bosch luisterde naar hun ideeën. Je vindt er geen traditionele lokalen met tafels en stoelen: de tafels zijn golvend gevormd als Barbapapafiguren, er staat een ijsberg met een bioscoop aan de binnenkant en in het midden een grote boom. Er is veel aandacht besteed aan de invloed van licht en donker en de verhouding tussen zachte en harde kleuren van de objecten en muren. “Dat stimuleert de creativiteit van kinderen en komt hun ontwikkeling ten goede”, zegt Messori.

Leraar als gids Als het aan Messori ligt, gaan we in Nederland meer de kant van de Vittra School op. De blik moet dan ook op de manier van lesgeven gericht worden. “Het huidige onderwijs is erg theoretisch ingericht. We verwerven kennis, maar er is weinig aandacht voor sociale vaardigheden en vakmanschap. En dat terwijl de arbeidsmarkt vraagt om mensen met uitstekende ‘soft skills’ of een echte vakman of -vrouw, zoals een loodgieter.”

www.ddock.com/learning-landscapes/ DDock | fotografie Tessa Jol

Schoolfacilities, juni 2019

23

De leraar zou daarnaast veel meer een inspirator en gids voor de kinderen kunnen zijn. Messori: “Zij kunnen een bijdrage leveren aan het aanleren van de waarden en het gedrag die we als samenleving van hen verwachten. Nu wordt dat in de kiem gesmoord door overheidsbeleid, dat hen overstelpt met administratieve lasten. Dat zorgt voor frustraties. Zo kunnen leraren niet doen waar ze goed in zijn en waarom ze het vak hebben gekozen.”

Voorbereiding Bij Voxpro hanteren ze al zo’n aanpak, merkte Pattipeilohy in Ierland. “Als werknemer volg je daar vakken als marketing, leiderschap, coaching en presentaties geven. Samen met de HR-adviseur bepaal je welke vakken passen bij de ontwikkeling die je wilt doormaken. De vakken volg je in je eigen tempo. Na het afronden praat je weer met HR over de doorgroeimogelijkheden binnen het bedrijf. Zo blijf je jezelf continu ontwikkelen.” Net als Messori mist Pattipeilohy de aandacht voor praktische kennis bij Nederlandse scholen. “Waarom leren jongeren bij een vak als maatschappijleer niet hoe ze een zorgverzekering moeten afsluiten, hoe ze een toeslag kunnen aanvragen, hoe je een belastingformulier hoort in te vullen en waar je op moet letten bij het afsluiten van een arbeidsovereenkomst? Die kennis kunnen ze na schooltijd direct toepassen: een echte voorbereiding op de samenleving.”


24

Voorkom fraude:

beveilig digitale toetswerkplekken Digitale toetsen worden vaak afgenomen op apparaten en locaties die normaal ergens anders voor worden gebruikt, zoals een studiewerkplek of een praktijklokaal. Het is belangrijk dat de digitale werkplekken snel kunnen worden aangepast om te voldoen aan de wisselende gebruiksdoeleinden. Hoe zorg je daarvoor? Door: Mark-Peter Mansveld

Bij toetsing moet altijd rekening worden gehouden met het risico van fraude. Met de komst van allerlei technische hulpmiddelen en het internet is het repertoire aan fraudemogelijkheden sterk toegenomen. Denk bijvoorbeeld aan een rekenmachinefunctie, Wikipedia en Google, Skype en Whatsapp. Deze risico’s zijn er in de hele toetscyclus, maar op het daadwerkelijke toetsmoment is zowel de kans op incidenten als de impact ervan het hoogst. Hoewel maatregelen voor eerlijke en veilige toetsing gelden voor analoge en digitale toetsen, zullen er in een digitale toetsomgeving extra strenge beveiligingsmaatre-

gelen genomen moeten worden. Voorbeelden hiervan zijn een afzonderlijke netwerkomgeving voor de digitale toetswerkplekken, verplichte multi-factor authenticatie bij het inloggen op de digitale toetswerkplek en afscherming van bluetooth, infrarood, vaste en draadloze internettoegang, applicaties, datalocaties, USB-poorten en harde schijven tijdens de toets.

Dynamische eisen Beveiligingseisen en inrichtingswensen kunnen per toets verschillen. Voor alle toetsen is toegang tot het toetsplatform de minimale eis, maar daarnaast zijn mogelijk andere vormen van toegang gewenst, zoals

toegang tot specifieke websites of gebruik van applicaties. Zo zal de grammatica- en spellingscontrole van Microsoft Word normaliter geen frauderisico vormen, maar tijdens een taaltoets natuurlijk wel. En hoewel toegang tot USBopslagapparaten meestal niet is toegestaan tijdens een toets, is een USB-aansluiting voor een muis of koptelefoon vaak wel nodig. Met een dynamische oplossing voor inrichting van digitale toetswerkplekken kan worden voldaan aan wisselende inrichtingswensen en beveiligingseisen.

‘Bijschrift van de foto’

Schoolfacilities, juni 2019


25 Toegang tot internet Simpel gezegd dienen digitale werkplekken in een toetsperiode geconfigureerd en beveiligd te worden voor afname van toetsen. Op het moment dat een toetsperiode voorbij is, moeten deze werkplekken weer hun gebruikelijke doel dienen, zoals een studiewerkplek. Een voorbeeld daarvan is de toegang tot het internet, wat meestal ongewenst is tijdens een toets maar vereist bij dagelijks gebruik als studiewerkplek. Het niet of laat instellen van deze en andere functionaliteiten kan de productiviteit van zowel de student als de onderwijsinstelling in de weg zitten - om nog maar te zwijgen over de frauderisico’s tijdens een toetsperiode. De flexibele inzet van digitale werkplekken is voor de meest onderwijsinstellingen een uitdaging. Het kost tijd om de digitale werkplek te configureren en te voorzien van de juiste applicaties, laat staan als ze ook gebruikt worden voor digitale toetsen. Het omzetten van een digitale werkplek naar een digitale toetswerkplek gebeurt doorgaans door de werkplek opnieuw in te richten met de benodigde configuratie. Na de toetsperiode begint dit proces opnieuw, dit keer om de studiewerkplek weer te herstellen.

Daarnaast is onderhoud van toetswerkplekken een lastig en langzaam karwei. Het niet eenvoudig om snel nieuwe configuraties of beveiligingsmaatregelen door te voeren. Het noodzakelijk om al ver van tevoren te weten wanneer toetsen afgenomen worden. Daarbij zijn de digitale werkplekken in tijden van configuratie niet beschikbaar, wat ten koste gaat van de beschikbaarheid van faciliteiten en de productiviteit van studenten.

Zelfservice Een oplossing is de automatisering en beveiliging van de digitale (toets)werkplek op basis van tijd, locatie, apparaat en identiteit en de aanvraag van een toetsomgeving te automatiseren via selfservice. Bijvoorbeeld: Een docent wil een digitale toets afnemen en kiest een datum en lokaal via een selfservice-aanvraag. Wanneer deze aanvraag is goedgekeurd - bijvoorbeeld door een medewerker van het secretariaat of door integratie met een reserveringssysteem - zullen de digitale werkplekken op de betreffende locatie tijdens de toetsperiode automatisch geconfigureerd worden als toetswerkplek.

Onderwijsinstellingen kunnen dit faciliteren door een filter aan te brengen tussen de student en de digitale werkplek. Dit filter bepaalt op basis van de context van de student - identiteit, locatie, apparaat en tijd – hoe de werkplek geconfigureerd wordt op basis van de eerder ingestelde (beveiligings)eisen. Zo kunnen om fraude te voorkomen bepaalde toepassingen worden uitgeschakeld, zoals het internet en USB-opslagapparaten. De student kan alleen de toetsapplicatie starten en eventueel de geautoriseerde hulpapplicaties die bij de betreffende toets toegestaan zijn. Wanneer de periode van toetsen voorbij is, kan de werkplek ook weer automatisch teruggezet worden naar de oorspronkelijke staat. Zo worden risico’s beperkt, tijd bespaard en de productiviteit van studenten en de beschikbaarheid van de faciliteiten verbeterd.

Individueel toetsen Deze flexibele aanpak van digitale werkplekconfiguratie brengt de mogelijkheid tot afname van individuele toetsen op onregelmatige tijdstippen. Een student met een individueel leerpad zou door middel van selfservice een aanvraag kunnen indienen voor een bepaalde toets op een bepaald moment. Deze student wordt dan een digitale toetswerkplek aangeboden die vooraf en automatisch geconfigureerd is met de specifieke digitale toets en de benodigde instellings- en beveiligingseisen.

Dit artikel werd u aangeboden door ‘Bijschrift van de foto’ Ivanti.

Schoolfacilities, juni 2019


26

Beroep &branche De veiligheidsinstructiefilmpjes zijn voor iedereen vrij toegankelijk via de website www.veiligepraktijklokalen.nl/bwi (te vinden bij de

Alle onderwijsinstellingen fungeren als voorbeeld voor de circulaire maatschappij. De school staat midden in de samenleving en zowel

instructiekaarten)

het eigen gebouw als de omgeving wordt gebruikt als lesmateriaal.

www.voion.nl

U bent van harte uitgenodigd om op 12 oktober de gehele toelichting te horen, te ontvangen, en te beleven. Tot dan!

Veilige machines Om leerlingen veilig te laten werken met gereedschappen en machines moeten ze leren hoe ze deze veilig kunnen bedienen en welke veiligheidshulpmiddelen zij moeten gebruiken. Voion heeft in samenwerking met Platform vmbo Bouwen, Wonen en Interieur een aantal veiligheidsinstructiefilmpjes laten maken die docenten kunnen gebruiken om hun leerlingen veilig met (houtbewerkings)machines te laten werken. Er is een algemeen instructiefilmpje over het gedrag in een technieklokaal en daarnaast zijn er filmpjes per machine zoals bijvoorbeeld voor de freesmachine, de lintzaag en de betonmolen. De instructiefilmpjes zijn een aanvulling op de veiligheidsinstructiekaarten en bieden een extra mogelijkheid voor docenten om leerlingen te instrueren. De website Veiligepraktijklokalen.nl/ bwi bevat naast de instructiefilmpjes en -kaarten nog meer adviezen en informatie over arbo-eisen en checklists om het onderwijs veiliger te maken voor docenten én leerlingen.

www.jongeklimaatbeweging.nl/

Klimaatfestival Op het Klimaatfestival op 12 oktober 2019 lanceert de Jonge klimaatbeweging de vernieuwde Jonge Klimaatagenda, ons visiedocument op 2050, geformuleerd door onze aangesloten en betrokken jongerenorganisaties. Deze dag bieden we een veelzijdig programma aan met workshops, sprekers en activiteiten welke in het teken staan van de beleving van een duurzame toekomst in 2050. We informeren en betrekken een diverse groep jongeren over de klimaatopgave en inspireren hen om hiermee aan de slag te gaan. Met hen overhandigen we de klimaatambities van meer dan een half miljoen jongeren aan het kabinet. Hoe deze ambities eruit zien met betrekking tot de onderwijsfaciliteiten? Een tipje van de sluier: in 2050 vormt duurzaamheid een rode draad door ons onderwijssysteem.

“Onderschrift bij de foto”

Schoolfacilities, juni 2019 2018

Routekaart klimaat VO-raad en PO-Raad hebben op 1 mei hun routekaart naar Binnenlandse Zaken gestuurd. In die routekaart leggen zij voor hun sectoren uit hoe zij de doelen uit het Klimaatakkoord willen gaan halen. Een belangrijk document dus. Hevo heeft het onderzoek gedaan waardoor wij nu kunnen onderbouwen hoe wij te werk willen gaan. Het doel in 2030 is 49% reductie van de CO2-uitstoot, in 2050 moet de reductie zelfs 95% bedragen. Om dit te bereiken moet er in korte tijd heel veel gebeuren. Uitgangspunt is namelijk een 30-jarige investeringscyclus.


27

Alleen met zo’n korte cyclus worden voldoende gebouwen op tijd verduurzaamd. En ze moeten meteen naar energieneutraal (ENG) worden gebracht, naar bijna energieneutraal (BENG) is onvoldoende. Het is opvallende dat het financieel niet heel veel uitmaakt of je een gebouw BENG maakt of ENG. Daarmee is ook financieel gezien BENG geen aantrekkelijke optie. De routekaart is een zogenaamd groeidocument. Het is nog niet af en zal de komende jaren worden bijgesteld. Zo is de informatievoorziening nog een belangrijk aandachtspunt. Die is nog niet op orde, maar daar zal de komende jaren hard aan worden gewerkt. En de financiën, zult u zich afvragen? Ja, verduurzaming kost een paar centen. Wie daarbij wat moet gaan betalen is nog volstrekt onduidelijk. Dus daarover zal de komende jaren nog het nodige gesteggeld worden. We houden u op de hoogte. www.vo-raad.nl/

kostiging mogelijk te maken. Bij de uitwerking van de plannen moet veel ontwikkeld en aangepast worden, zoals modellen voor

Huisvesting bekostigen Voor de uitwerking van plannen die de VNG samen met PO- en VO-Raad heeft ontwikkeld voor de onderwijshuisvesting heeft de LVO een notitie opgesteld: “Onderwijshuisvesting… en nu aan de slag!” Het concept hiervoor is in een goed bezochte bijeenkomst op 5 april 2019 besproken met leden en andere (gemeentelijke) onderwijshuisvesters. Daarbij zijn nog wat aanvullingen gemaakt, accenten gezet en discussiepunten vastgelegd.

de huisvestingsverordening en de verordening materiële financiële gelijkstelling. Maar ook modellen voor IHP’s, protocollen en kwaliteitseisen, evenals normeringen voor levensduur van gebouwen en de eigen bijdragen van belanghebbenden. In de notitie en in een eerdere brief van het LVO-bestuur wordt voor de uitwerking een zelfde werkwijze bepleit als voor “de lat omhoog”. Daarbij droegen veel collega’s bij aan een werkbare toekomstverkenning. www.lvo-onderwijs.nl

De drie voorstellen –een verplicht IHP, renovatie als voorziening en opheffen investeringsverbod PO/SO– worden breed gesteund. De collega’s staan klaar om deze uit te werken, samen met VNG, PO- en VO-Raad. Bij de aanvullingen wordt voorgesteld dat de medebekostiging door besturen van vervangende nieuwbouw, inclusief renovatie, minder vrijblijvend wordt. Zeker als die vernieuwbouw plaatsvindt (ver) voor het eind van de levensduur (juridisch niet verplicht) en het gevolg is van het streven naar een hogere kwaliteit en meer duurzaamheid. Tevens worden mogelijkheden benoemd om sneller dan via een wetwijziging de medebeBeweegkruk Wigli

Schoolfacilities, juni 2019 2018

“Onderschrift bij de foto”


28

Spectaculaire resultaten ‘Trash Roulette’

Door: Gom Onderwijs

Een afvalbak die registreert dat iemand z’n restjes weggooit. En af en toe ook nog een leuke prijs uitdeelt. Het is het nieuwe wapen in de strijd tegen zwerfafval, één van de grootste irritaties in schoolkantines. Die ‘Trash Roulette’ is een heel effectief wapen, blijkt uit een experiment van Gom Onderwijs. Na ruim twee maanden proefdraaien op een locatie van Zadkine in Rotterdam ligt de helft minder aan rommel op tafels en op de grond. Wat conciërges en goed bedoelde postercampagnes niet lukt, lukt de Trash Roulette wel. De ongekende resultaten zijn aanleiding om op meer scholen het gedrag van kantinegebruikers te beïnvloeden. ‘Bijschrift van de foto’

Schoolfacilities, juni 2019


Afval Gamification Het Benthemplein is één van de grotere locaties van onderwijsinstelling Zadkine. Problemen met afval spelen er al langer. Studenten die in de kantine lunchen, laten vaak veel rommel achter op tafels en op de vloer. Dat leidt tot irritatie bij conciërges en vooral bij schoonmaakmedewerkers, die dit eerst moeten opruimen en dus minder tijd over houden voor hun eigenlijke schoonmaakwerk. Tijdens één van de kennissessies van Gom Onderwijs ontstond het idee om het gedrag van studenten te beïnvloeden met gamification. Dat leverde uiteindelijk de ‘Trash Roulette’ op die eind januari in de kantine werd onthuld. Studenten die hun afval deponeren in de bak maken kans op een kleine prijs, zoals een broodje of een blikje drank. Ook zijn er andere interventies bedacht. Zo is er een welkomstmat bij de kantine-entree neergelegd om een zogenaamd huiskamergevoel te creëren, de trap is bestickerd met motiverende teksten en andere afvalbakken kregen een opvallende make-over.

Kans op een prijsje De resultaten van de interactieve afvalbak zijn boven verwachting. In de week vóór plaatsing is een nulmeting in de kantine gedaan. Na zes weken blijkt de hoeveelheid afval met 47% te zijn afgenomen. Die opzienbarende score is geen toevalstreffer. Het is het gewogen gemiddelde van meerdere metingen tijdens de ‘piekuren’ tussen 12.30 en 14.00 uur. Objectleidster Helena La Luz van Gom Onderwijs zag meteen resultaat voor ‘haar’ schoonmaakmedewerkers: ‘ Ik kom ook op andere scholen, maar op het Benthemplein was het afvalprobleem echt heel groot. Vanaf de eerste dag was de Trash Roulette echter een succes. De schoonmaakmedewerkers op deze locatie kunnen het echt merken.’

Studenten zien effect Een enquête onder de studenten laat zien dat ook zíj het initiatief omarmen. Een paar cijfers: maar liefst 94% vindt het een nuttig

experiment, ook omdat zij het doel ervan erkennen. Acht van de tien studenten verwachten dat het effect heeft op het gedrag van henzelf en medestudenten. En nog eens 83% heeft daadwerkelijk opgemerkt dat het in de kantine een stuk schoner is geworden: ‘Ik zit hier al vier jaar op school en heb het nog nooit zo opgeruimd gezien!’ Een aanbeveling van één van de studenten is dat de conciërge moet stoppen met het opruimen van de rommel, omdat dit eigenlijk het vervuilingsgedrag in stand houdt. Het geeft de studenten het idee dat de rommel tóch wel wordt opgeruimd. Een andere overweging die studenten teruggeven: vindt een student het wel leuk om letterlijk - in de spotlights te staan, als hij of zij degene is die in de prijzen valt? Tips kwamen er ook, zoals de suggestie om de motiverende teksten op de traptreden ook te laten gaan over sociaal wenselijk gedrag zoals ‘Zoek eens iemand op waar je normaal niet naast gaat zitten’.

Ludiek experiment Martin Overes is niet alleen facilitair manager en parttime docent bij Zadkine, maar ook de bedenker van dit experiment. Hij kwam op een kennissessie van Gom met de suggestie om een afvalbak te ontwikkelen die als een speelautomaat prijzen zou uitdelen. Hierop heeft Gom dit plan verder uitgewerkt met Overes én haar partner Urban Senses, een bureau gespecialiseerd in gedragsbeïnvloeding. Met elkaar werd het idee naar een hoger plan getild en uiteindelijk sleutelde Urban Senses de eerste versie van de prullenbak in elkaar. Compleet met discoverlichting, geluid en een printer die de ‘winnaar’ registreert. Ook Overes is zeer tevreden. ‘Ik heb alleen maar positieve reacties gehoord, vooral van studenten en schoonmaakmedewerkers. Er is zelfs interesse uit het land voor ons experiment en het heeft óók het AD gehaald. Dit is natuurlijk wel een locatie met een hele grote kantine. We zijn dan ook benieuwd of de Trash Roulette op onze andere, kleinere, locaties hetzelfde effect heeft.’

Schoolfacilities, juni 2019

29 Trash Roulette gaat ‘on tour’ Het Benthemplein van Zadkine is niet de enige school waar de kantine ‘s middags de vergelijking met een puinhoop glansrijk kan doorstaan. In onderwijsland is het opvallende experiment daarom met meer dan gemiddelde interesse gevolgd. Ook Gom Onderwijs wil op basis van één proefperiode nog geen definitieve conclusies trekken. Daarom circuleert er inmiddels een extra Trash Roulette die dienst gaat doen op andere scholen. Eén ervan is het Carolus Clucius College in Zwolle, onderdeel van Landstede Groep. De interactieve afvalbak komt te staan op een locatie die net is verbouwd, zegt leveranciersmanager FD Eefje Roelofs. ‘Schoonmakers op die locatie liepen eveneens tegen het probleem aan dat er veel afval werd achtergelaten. Conciërges en docenten probeerden het altijd wel te reguleren, maar zonder veel resultaat. Leerlingen vinden het toch makkelijker om afval gewoon te laten liggen. Acties als deze hebben we nog nooit gehad. We hopen dat de Trash Roulette dan ook bijdraagt aan een stukje bewustwording: dat leerlingen gaan inzien dat het toch écht heel makkelijk is om even je rommel op te ruimen en dat het veel fijner is om in een opgeruimde omgeving rond te lopen.’

Dit artikel wordt u aangeboden door Gom Onderwijs Tel. 088 298 63 00 https://gom.nl/onderwijs

‘Bijschrift van de foto’


30

Imago verbeteren? Begin met verantwoorden Door: Schoolfacilities

Het onderwijs heeft het de laatste tijd zwaar met zijn imago. Er blijft meer en meer geld naar het onderwijs toe gaan, maar het lijkt niet te helpen. Of tenminste, het is niet duidelijk waar het geld precies blijft. Je zou kunnen stellen dat het imagoprobleem direct verbonden is aan het ontbrekende inzicht in de verantwoording van onderwijsgeld. Dat is dan ook één van de eerste stappen die genomen moeten worden om het onderwijs weer goed op de kaart te zetten.

Schoolfacilities, juni 2019


31 Extra docenten of innovatie Afgelopen oktober schreven ministers Van Engelshoven en Slob een brief aan de Tweede Kamer. De belangrijkste conclusie? Schoolbesturen in alle onderwijssectoren moeten beter verantwoorden wat ze met het onderwijsgeld doen. “Als dat niet gebeurt, verliest de maatschappij haar vertrouwen en dat ondermijnt de grote kracht van ons onderwijsstelsel: de financiële en inhoudelijke autonomie”, schrijven ze. Deze autonomie is van belang omdat deze de vrijheid biedt aan de besturen om eigen keuzes te maken over de financiële middelen. Zo kan een mbo- of hbo-instelling bijvoorbeeld op korte termijn geld vrijmaken om digitale praktijksimulaties aan te schaffen die net op de markt zijn verschenen. Bij de ene school ligt de wens om extra geld uit te geven aan extra docenten, terwijl ze bij een andere school meer geld willen stoppen in innovatie.

dere betrokkenen: ouders, leraren, de MR en de schoolleiding. Ook krijgen medezeggenschapsraden in het primair en voortgezet onderwijs instemmingsrecht op de hoofdlijnen van de begroting. Dat is nu al het geval in het mbo en het hbo. Het geven van financiële duidelijkheid zal helpen bij het openbreken van het ‘gesloten bolwerk’. Dat is namelijk hoe een groot deel van de samenleving de onderwijsbesturen op dit moment ziet.

Leg kostenstijging uit Anko van Hoepen, vice-voorzitter van de po-raad, schreef naar aanleiding van de brief van de ministers dat de verantwoording als sector nog een stuk beter kan. “Beleidsrijk begroten, het gesprek aangaan met de omgeving van de scholen over de gemaakte keuzes, jaarverslagen online publiceren, Vensters vullen en daarmee de cijfers duiden en financiële gegevens van de hele sector inzichtelijk maken.”

Gesloten bolwerk openbreken Naast het verbeteren van de verantwoording, gaat het volgens de ministers ook om het beter inzichtelijk maken van de eigen keuzes die besturen maken rondom die middelen. Maar moeten schoolbesturen niet al een jaarrekening indienen? De jaarrekening van het bestuur biedt inzichten, maar heeft ook beperkingen. Zo laat de jaarrekening zien hoe het financieel met álle scholen onder het bestuur gaat, en niet per individuele school. De onderwijsministers willen schoolbesturen daarom wettelijk verplichten om te rapporteren over hoe ze het geld verdelen tussen individuele scholen, de bestuurskosten en de reserves, en wat de achterliggende redenen zijn om het geld op die manier te verdelen. Deze ‘benchmark’ moet openbaar toegankelijk zijn, zodat schoolbesturen met elkaar te vergelijken zijn. En zodat de financiële keuzes van het bestuur besproken kunnen worden met an-

Van Hoepen geeft aan hoe belangrijk het is om duidelijk te schetsen waardoor de overhead is gestegen. Is dit bijvoorbeeld doordat je als bestuurskantoor meer zelf ging doen in plaats van alles uit te besteden aan een administratiekantoor? “Leg dan uit dat dit voortkwam uit behoefte van scholen zelf om de kennis binnen het schoolbestuur zelf te hebben. Bovendien is dit veel efficiënter en goedkoper.” Zo nam zijn eigen oude schoolbestuur een werknemer in dienst voor onderwijshuisvesting, waardoor er geen dure externe expert hoefde te worden ingehuurd. Hiermee was deze investering in het bestuur positief. Volgens de vo-raad, de vereniging van scholen in het voortgezet onderwijs, zijn er al veel goede ontwikkelingen gaande op het gebied van verantwoording. Vrijwel alle scholen (97%) publiceren hun jaarverslag online. En naar schatting de helft van de middelbare scholen doet

Schoolfacilities, juni 2019

al mee aan een sectorale benchmark met de overhead van schoolbesturen. “Het staat buiten kijf dat besturen zich helder en volledig dienen te verantwoorden.” De vo-raad gaat aan de slag met het ontwikkelen van een benchmark.

Kijken naar het mbo Ze nemen daarbij een voorbeeld aan hoe de mbo-benchmark ingericht is en uitgevoerd wordt. De benchmark sectorinformatie laat zien hoe mbo-scholen hun budget besteden, hoeveel studenten het mbo met een diploma verlaten, wat ze van het onderwijs vinden en hoe medewerkers over de werkgever denken. Dat is ook strategisch voor de scholen zelf: zo kunnen ze hun prestaties vergelijken met andere scholen en hoe ze het doen ten opzichte van de hele sector. Samen met de wens om verantwoording speelt binnen het onderwijs ook de wens om de bekostiging te vereenvoudigen. Zo schreef schoolbestuurder Edith van Montfoort op Twitter: “Vereenvoudiging van de bekostiging…wat zou dat mooi zijn, zodat we inderdaad met alle belanghebbenden gewoon inhoudelijk kunnen spreken over een deugdelijke inzet van middelen.”


32

Nieuwe Energie Overijssel helpt basisscholen met verduurzaming Door: Joop van Vlerken

Alle 600 basisscholen in de provincie Overijssel moeten voor het einde van dit jaar kennis gemaakt hebben met de mogelijkheden voor energiebesparing. Met behulp van een energiescan krijgen de scholen inzicht in de opties voor verduurzaming van hun schoolgebouw en wat dat oplevert. Pluspunt is dat ook de kinderen op een ludieke manier leren dat energiebesparing en verduurzaming belangrijk zijn. Het programma Nieuwe Energie Overijssel wil met het project Duurzame Scholen op een betaalbare manier een gezonde leer- en werkomgeving creëren voor leraren en leerlingen. In het programma werken acht kernpartners, zoals provincie, woningcorporaties, netbeheerders en gemeenten, samen aan een energieneutraal Overijssel in 2050. Concreet is het doel 20% duurzaam opgewekte energie en 6% energiebesparing in 2023. Het programma zoekt daarbij continu de samenwerking met jeugd en jongeren en investeert in hun bewustwording. De energietransitie gaat immers over hun toekomst.

Neutraal en onafhankelijk “Hoewel Nieuwe Energie Overijssel het project ondersteunt, moeten de scholen het zelf doen”, vertelt projectleider Judith Siebring. “Wij kunnen een soort schakel zijn tussen de partijen die er wel echt iets mee

moeten: de gemeenten en schoolbesturen. Die brengen we bij elkaar zonder een oordeel te vellen. Die positie als onafhankelijke en neutrale partij wordt gewaardeerd door de schoolbesturen. We zeggen alleen: ‘Jullie zijn aan zet en het is jullie verantwoordelijkheid.’ Wij kunnen vervolgens natuurlijk wel meedenken over de opties en kunnen een coachingsrol vervullen om partijen te laten samenwerken. We hebben bovendien het overzicht omdat we zien wat er in de 25 Overijsselse gemeenten gebeurt.

aangeboden. Deze bestaat uit: een overzicht van quick wins om energie te besparen, andere energiemaatregelen, benchmark-vergelijking met landelijke gemiddelden en een indicatie van het energielabel. Het enige waar de school zich toe verplicht is om de quick wins uit de energiescan uit te voeren.

Monitoring De scan wordt bovendien nog toegelicht door de energieadviseur aan de school en de energiecoach. De coach neemt na de scan nog contact op met de school, licht Siebring toe. “We willen niet dat de energiescan in een laatje beland. Daarom houden we een monitoringsdocument bij waarin staat welke scholen we al bezocht hebben en welke maatregelen er genomen zijn. Want het gaat niet alleen om de quick wins. Juist bewustwording en langetermijnmaatregelen zijn belangrijk.” Zo wordt het project Duurzame Scholen ook voor de langere termijn geborgd en kunnen scholen permanent profiteren van genomen energiebesparende maatregelen.

Begeleiding Energiescan Voor het project Duurzame Scholen heeft Nieuwe Energie Overijssel vier energiecoaches beschikbaar gesteld. Als na een eerste gesprek blijkt dat de school weinig of geen inzicht heeft in het eigen energieverbruik wordt een gratis energiescan door een onafhankelijk energieadviseur

‘Bijschrift van de foto’

Schoolfacilities, juni 2019

Bij het energiezuiniger maken van schoolgebouwen en het verbeteren van het binnenklimaat kunnen scholen wel wat hulp gebruiken. Want het gaat niet altijd meteen goed, legt Siebring uit. “We laten scholen eerst een plan van aanpak maken en onderzoek doen hoe het ervoor staat met Integrale Huisvestingsplannen. ‘Bijschrift van de foto’


33

Verduurzamen

Bron: www.nieuweenergieoverijssel.nl We merken dat bepaalde duurzame projecten niet van de grond komen. Dat kan juridisch zijn, maar er spelen ook financieringskwesties omdat bepaalde gelden alleen niet voor duurzaamheid ingezet mogen worden. En soms zijn er ook bouwtechnische aspecten waar het moeilijker zit.” Het doel van Nieuwe Energie Overijssel is de opgave van de scholen beter in beeld te krijgen, expertise en kennisdeling gemeenteoverstijgend te faciliteren en scholen en gemeenten te ondersteunen bij het nemen van energiemaatregelen.

Expertise Het komt dus regelmatig voor dat scholen er niet meteen uitkomen, omdat ze kennis ontberen om effectieve maatregelen te nemen op het gebied van energiebesparing en verduurzaming. Op dat punt kan het netwerk van Nieuwe Energie Overijssel helpen, vertelt Siebring. “De ondersteuning die wij bieden zit vaak in expertise. Het begeleiden van een verduurzamingsproces is vaak niet de corebusiness van het schoolbestuur of de gemeente. Ze hebben dus expertise nodig. Op dat moment kunnen wij een versnellingsteam instellen. Dat zijn experts die helpen om dit soort projecten van de grond te krijgen. Vaak is er al een Integraal Huisvestingsplan, maar is net nog dat extra zetje nodig.”

Educatie Op scholen wordt de verduurzamingsopgave zichtbaar gemaakt voor schoolbesturen, leerkrachten en de betrokken gemeenten, maar ook voor ouders en leerlingen. Daar liggen natuurlijk ook educatieve kansen, benadrukt Siebring. “We gaan eerst in gesprek met de scholen of ze iets met educatie willen en hoe ze dat in het lesprogramma kunnen inpassen. Je kunt bijvoorbeeld denken aan een energy challenge. Hierbij kunnen ook de energiecoaches die aan het project verbonden zijn een rol spelen. Zij gaan het gesprek aan met het schoolbestuur en de gemeente. Soms is er bijvoorbeeld niet meteen geld beschikbaar voor energiemaatregelen maar willen scholen wel iets met het thema doen voor hun leerlingen. Maar in de ideale situatie kun je energiebesparende maatregelen koppelen aan educatie en daarnaast ook nog iets vertellen over energiebesparend gedrag. Dat kan leiden tot meer bewustwording bij leerlingen en ouders. Zo breng je het thema op alle mogelijke manieren aan de man.”

beschikbaar krijgt. Dan kun je aan de slag.” Dat plan van aanpak is nodig om de problematiek te kaderen en te bepalen wat je doelgroep is, legt Siebring uit. “Aanvankelijk was de doelgroep in Overijssel scholen. Dat is een nogal brede doelgroep. Dan kom je er pas achter hoeveel partijen erbij betrokken zijn en hoe groot het speelveld is. Daarom moest ik gaan trechteren en kwam ik bij een overzichtelijke doelgroep uit: basisscholen. Daardoor was het makkelijker het overzicht te behouden en het project concreet te maken, zodat we aan de slag konden. Ik zeg geen nee tegen bijvoorbeeld middelbare scholen. We kijken wat we voor ze kunnen doen, maar we zetten er niet specifiek deze middelen voor in.”

Aan de slag Siebring denkt dat het project Duurzame Scholen ook in andere provincies gekopieerd kan worden. “Ze mogen altijd contact met me opnemen. Belangrijk is dat je een plan van aanpak maakt en geld

‘Bijschrift van de foto’ Projectleider Judith Siebring

Schoolfacilities, juni 2019


Kennispartners

34 Zicht op risico

Inkoopkenniscentrum

Een belangrijke gronddoelstelling van elke organisatie is het waarborgen van financiële continuïteit. Het gaat hierbij om de vraag of de organisatie op korte en langere termijn aan haar financiële verplichtingen kan voldoen. Om in de toekomst onderbouwd belangrijke beslissingen te kunnen blijven nemen is een goed zicht op de financiële risico’s belangrijk. Daarnaast is het noodzakelijk om over voldoende vermogen te beschikken om de aanwezige (financiële) risico’s af te kunnen dekken.

Inkoop heeft een prominente rol binnen het onderwijs. Dit komt onder andere door bewustwording bij bestuurders en directie, als gevolg van de toenemende aandacht op het dossier inkoop en aanbesteden in het ‘Onderwijsaccountantsprotocol’.

Voor de beantwoording van de vraag hoeveel (buffer-)vermogen noodzakelijk is, is het dus van belang om zicht te krijgen op het financiële risicoprofiel van uw organisatie. Om de onderwijsorganisatie hierbij te ondersteunen werken wij met een beproefde methodiek waarmee de financiële risico’s in beeld worden gebracht en worden gewaardeerd. Dit proces verloopt in nauwe samenwerking met de onderwijsorganisatie. In de afgelopen jaren hebben wij al veel onderwijsorganisaties in zowel het primair als voortgezet onderwijs geholpen bij de totstandkoming van een financieel risicoprofiel. De Controlgroep heeft ruime ervaring in controlling, financieel management en risicomanagement in zowel het voortgezet onderwijs, primair onderwijs en speciaal onderwijs. Wij kennen de specifieke risico’s die zich bij onderwijsorganisaties kunnen voordoen.

Pro Mereor is een gespecialiseerd inkoopadviesbureau voor het onderwijs. Klanten variëren van primair onderwijs tot hoger onderwijs. In ruim 20 jaar heeft Pro Mereor een brede klantenkring opgebouwd in onderwijs, zorg en overheid en kan bogen op aansprekende referenties. Ruime ervaring op het gebied van inkoop en Europees aanbesteden koppelt Pro Mereor aan specialistische kennis. Haar dienstverlening kenmerkt zich door een handson mentaliteit en een pragmatische aanpak. Praktische advisering waarmee uw organisatie direct aan de slag kan. De inkoopadviseurs en juristen van Pro Mereor zorgen ervoor dat de aanbestedingswetgeving begrijpelijk en inzichtelijk is en borgen de doel- en rechtmatigheid. De inkoopadviseurs hebben alle kennis in huis om klanten te bedienen binnen uiteenlopende segmenten, zoals onder andere facilitaire diensten en leveringen, hrm-diensten en ICT-diensten. Door de brede ervaring worden klanten voorzien van deskundig en juridisch advies op gebied van inkoop en aanbesteden. Pro Mereor ondersteunt op het gebied van: Inkopen en organisatie Europees aanbesteden Inkoopcollectieven Inkooptrainingen Inkoopcontractmanagement

Controlgroep Telefoonnummer: 055-599 44 64 www.controlgroep.nl

Pro Mereor

Lumia van Rentokil

Lumia van Rentokil

www.pro-mereor.nl

Schoolfacilities, juni 2019 2018


Kennispartners Schoonmakers

Veiligheid op school

Schoon… Schoon is van iedereen. Ook van iedereen in het onderwijs. Daarom zetten duizenden Hago-medewerkers zich elke dag graag in voor meer dan 259.000 leerlingen en studenten in het voortgezet onderwijs, MBO, HBO en wetenschappelijk onderwijs.

Schoolhulpverlening (SHV) is de benaming die NISHV heeft gekozen voor het organiseren van en opleiden voor de interne hulpverlening (BHV) in het onderwijs. Onderwijsinstellingen hebben specifieke kenmerken en risico’s. Die vragen om een toegesneden BHV-concept speciaal voor medewerkers in het onderwijs.

Hago is het grootste schoonmaakbedrijf van Nederland. Een landelijk opererend familiebedrijf met ruime ervaring in de schoonmaakdienstverlening en specialistische schoonmaak. We maken onder meer schoon in het onderwijs, kantoren, industrie, treinen, op Schiphol en in de zorg. ’s Ochtends, ’s avonds en steeds vaker overdag.

Vanuit NISHV verzorgen we opleidingen en diensten die naast de algemeen geldende uitgangspunten voor de veiligheid binnen orga-

Wij staan aan de basis van bijzondere momenten in het leven van vrijwel iedereen. Zo ook in het onderwijs. Van middelbare scholen tot en met universiteit zorgen wij voor een schone en veilige leeromgeving. Zodat leerlingen en studenten het beste uit zichzelf kunnen halen. En daar zijn wij bij Hago ontzettend trots op. Want schoonmaken is een vak, een vak dat zich bij ons de afgelopen jaren enorm heeft ontwikkeld. Hago staat voor schoonmaak op maat, passend bij de wensen van iedereen. Schoonmaak waar je geen omkijken naar hebt. Meedenkend en proactief handelend vanuit ons eigen vakspecialisme. Klantkennis combineren met vakkennis. Ons voortdurend blijven ontwikkelen om het beste uit onszelf te halen. Vooruitgang door mensenwerk. Samen stappen zetten. Dat is waar wij elke dag weer voor gaan.

nisaties ook recht doen aan specifieke kenmerken binnen scholen. We noemen in dit verband de aanwezigheid van (jonge) kinderen op school, gymlessen en praktijklokalen van beroepsopleidingen. Dit vindt u terug in onze opleidingen en training, maar onze uitgangspunten ziet u ook terug bij het opstellen van hèt basisdocument voor schoolveiligheid, de wettelijk verplichte Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (RI&E). NISHV heeft een uniek aanbod dat inspeelt op de specifieke kenmerken en risico’s van scholen, met onder meer: • Speciale EHBO-cursussen voor gymdocenten en praktijklokalen • Trainingen basisvaardigheden SHV en nascholing als maatwerk in kleine groepen • Cursusprogramma ‘Preventiemedewerkers in het Onderwijs’ (in 2019-2020 uitgebreid tot driedaagse leergang) • Opstellen en toetsen van de RI&E door veiligheidskundigen die het onderwijs kennen • Het opstellen van een Arbobeleidsplan en afgeleide documenten als het Schoolnoodplan en het Schoolhulpverleningsplan (SHV-/BHVplan)

Hago Nederland B.V. Contactpersonen: Marcel Mannheims: 06 47416557 | Matthijs Vos: 06 52364174

Nederlands Instituut voor Schoolhulpverlening & Veiligheid (NISHV) Contactpersoon: Mark den Elzen Telefoon: 0252 – 340 413 | www.nishv.nl.

Lumia van Rentokil

Lumia van Rentokil

Schoolfacilities, juni 2019 2018

35


28

November 2019 Het Gooiland, Hilversum

Kom ook!

Meer informatie en aanmelden: www.bouwstenen.nl/ jaarbijeenkomst