Issuu on Google+

SELIM LEMOUCHI: 1980 – 2014

T.R.A.S.H.: IS ER LEVEN NA DE REBELLIE?

Nr 6

Juni 2014 € 7,95 bijzondere cultuur in Noord-Brabant

DESIGNER

JETSKE VISSER:

“Design is voor mij een manier om naar de wereld te kijken. Verbanden zien, structuren opleggen.”

LUC DE VOS: HIJ LEEFT!


[Advertentie]

GA JE MEE NAAR BUITEN?

Ap pn uo

ok me t ro ut

altijd verrassend dichtbij es! Download nu de InBrabant app

In deze app vind je alle uitjes van UitinBrabant.nl en de UITpunten, aangevuld met toeristische informatie van de VVV’s en de mooiste thematische routes van RoutesinBrabant.nl. Meer weten? InBrabant.nu


INHOUD Nr 6

38

BREDAPHOTO

De drie curatoren blikken vooruit met een selectie van favoriete foto’s.

18

SELIM LEMOUCHI

7

14

HET SPEELKAARTENMUSEUM: HET KAARTSPEL TIJDENS WO I

32

SERIE BURENGERUCHT: WO I VERSCHERPTE DE GRENS TUSSEN VLAANDEREN EN NEDERLAND

64

DE ZONE: DE SLIMME SNELWEG

1980-2014

“Deze wereld is te groot voor mij”, zei Selim Lemouchi toen hij als 4-jarige uit het raam van zijn ouderlijk huis keek.

MEST nr 6

JACK JERSEY, DE NEDERLANDSE ELVIS MET DE KRUIDNAGELOGEN

3


Kijk ook op

www.mestmag.nl Op de site:

• Elke week een overzicht van het belangrijkste cultuurnieuws in Nederland en Noord-Brabant • Overzicht van Brabantse cultuur-vacatures • Wekelijks nieuwe artikelen Met de site en het tijdschrift tonen we de waarde van cultuur in Noord-Brabant. Onder andere door te laten zien wat de waarde van kunst en cultuur is voor verschillende facetten van ons persoonlijke en maatschappelijke leven, zoals welzijn, economie, wetenschap, politiek en milieu. MEST magazine wordt in controlled circulation verspreid onder ongeveer drieduizend personen, binnen en buiten Noord-Brabant, die belangrijk zijn, kunnen zijn of moeten zijn voor kunst & cultuur in Brabant. Daarnaast is MEST een publiekstijdschrift: het wordt verspreid via de boekhandel en belangstellenden kunnen zich abonneren (zie ook pagina 63).

facebook.com/MestMag

@mestmagazine

linkedin.com/company/mest-magazine


48

JEROEN DE LEIJER ONTMOET: LUC DE VOS

Zanger en schrijver De Vos laat zich spiritueel gidsen door sjamaan De Leijer.

12

10 JAAR T.R.A.S.H. Ook een rebel heeft af en toe een hand in de rug nodig.

24

DE 10 GEBODEN DER KERKELIJKE HERBESTEMMING Hoop en advies in goddeloze tijden.

56

DE SLOOPHAMER VAN HERINGA / VAN KALSBEEK Alsof we al niet genoeg dood en verderf hebben in dit zalige zomernummer.

52

HET GELUID VAN ORDE

Prachtige fictie van Elske van Lonkhuyzen, geïnspireerd door haar verblijf in het Eindhovense verzorgingstehuis Peppelrode. MEST nr 6

koestert de mythe

D

e gemiddelde metalhead is een hardnekkig leeghoofdig mens. Althans, zo wil hij ons doen geloven. Geen minderheidsgroepering die zo allergisch is voor moeilijke woorden en zich met zoveel overgave dommer voordoet dan hij is dan de hardrocker. Geen idee waarom. In regio’s met een agrarisch verleden – en in Noord-Brabant in het bijzonder - zie je die antiintellectuele tik wel vaker. Evenals een passie voor het hardere muziekgenre. Ergens moet daar een verband zijn. In deze contreien is een doordacht en erudiet vocabulaire iets om te wantrouwen. Of biedt overdreven bescheidenheid blijkbaar een evolutionair voordeel. Johan Anthierens gaf in zijn biografie over Jacques Brel de schuld aan het doorzakkend hemelplafond alhier. ‘De natuur is begonnen, het grondscherende zit ons in de genen, wij leven in de Lage Landen van Europa en moeten ons daarnaar voegen’. Selim Lemouchi begon daar niet aan. De voormalig frontman van de band The Devil’s Blood graasde als aanhanger van de satanistische filosofie aan de kliffen van de ratio, en ging daarbij een stevig gesprek over zijn ideeën nooit uit de weg. Te vuur en te zwaard bevocht hij ingesleten morele waarden en patronen, evenals de demonen in de krochten van zijn eigen geest. Om op 4 maart uiteindelijk in het oneindig diepe ravijn te springen. Op pagina 18 een bijzonder portret, zowel in woord als in beeld. Vanwege Selim Lemouchi’s bijzondere bijdrage aan de muziek. Maar ook omdat we in ons land oorspronkelijke geesten zo spaarzaam koesteren. En om een bijdrage te leveren aan de mythe. Want we kampen met een chronisch tekort aan mythes, in dit land van de knechtende hemel.

Stan van Herpen Hoofdredacteur

5


[Advertentie]

Foto: Suna Karaca

GardenMania GardenMania is een mobiele tuin op 1500 vierkante meter asfalt midden op Strijp-S. In bakken en zakken verbouwen, oogsten en consumeren buurtbewoners samen groenten, fruit en (eetbare) bloemen. Iedereen is welkom mee te bouwen aan deze groene oase, die tevens fungeert als buitenpodium voor lezingen, exposities en mini-festivals. Kijk voor een ϐ‹Ž’Œ‡‘˜‡”†‹–’”‘Œ‡…–‘’ǣ™™™Ǥ‡•–ƒ‰ǤŽ

ƒ”†‡ƒ‹ƒ™‘”†–ϐ‹ƒ…‹‡‡Ž‡†‡‘‰‡Ž‹Œ gemaakt door het Prins Bernhard Cultuurfonds. Als Fonds stimuleren we talent en bijzondere initiatieven op het gebied van cultuur, natuur en wetenschap. In Noord-Brabant ondersteunen we op jaarbasis ruim 500 projecten. Garden Mania is een van deze projecten.

De projectnaam ‘GardenMania’ verwijst naar een boek waarin 18de en 19de eeuwse Engelse en Franse klassieke tuinen worden beschreven en geïllustreerd. Tuinieren stond toen hoog in het vaandel en werd gezien als een ware kunst. GardenMania is ook nu actueel, de tuin in de stad, de schoonheid van de natuur in een tijd dat deze onder druk staat.


ER LOOPT WEER EEN HOND OVER MIJN GRAF Schrijver / journalist Eric Alink bezoekt graven van illustere Brabanders. Dit keer: zanger Jack Jersey (1941-1997)

GEEN JUKEBOX ZONDER JACK ier ligt-ie. De Nederlandse Elvis met de kruidnagelogen, de componist van H aansteker-in-de-lucht-liedjes, de tekstschrij-

ver die The Shorts een wereldhit bezorgde. Ik kniel bij zijn graf. Zachtjes zing ik de titel van het singletje dat in 1983 ruim vier miljoen keer over de toonbank ging: Comment ça va. Even blijft het stil. Dan bewegen de lippen van Jack Jersey, van wie een zwart-witfoto op de grafsteen is aangebracht: “Comme ci comme ci comme ci comme ça.” Het klinkt bedrukt. Dat is begrijpelijk: begraafplaats Zegestede in Roosendaal staat niet op de wereldlijst van duizend plaatsen die je vóór of na je dood zou moeten bezoeken. Het is er keurig, braaf, blekig. Wel opmerkelijk: in veel zerken is een afbeelding uitgebeiteld. Een bol wol met breipennen bij Nel, een kraanwagentje bij Adrie, een kanarie bij Piet. Die zangvogel komt van pas. Zij kan vast partituren lezen! Na enige aarzeling fladdert de kanarie naar Jersey’s graf en fluit op verzoek de eerste noten van de gebeitelde muziekbalk. Ik hoor In the still of the night. Zijn paspoortnaam was Jack de Nijs. Geboren: 18 juli 1941 in Tjimahi bij Bandung op Java. De zoon van een KNIL-militair, die in 1951 naar Nederland repatrieerde. Verdiende vader De Nijs slechts rijst, kuch en bonen? “Papa was a poor man”, zou Jack later zingen. Wellicht om halsstarrige gerechtsdeurwaarders te ontmoedigen, luidde de tweede regel: ‘Papa was a poor, poor, poor,

poor, poor, poor, poor man.’ Fortuinlijker is Jack zelf. Na jarenlang sappelen in dorpszaalbandjes schrijft hij een sliert frivole hitjes voor Nederlandse artiesten. Zijn favoriete thema’s: vrouwen, drank en zomernachten waarin kwik noch libido zakken. Tot de klassiekers behoort Zuster oh Zuster, waarin de bedlegerige Sjakie Schram om een verpleegkundige-in-duster roept. Andere hits: het profetische Morgen een kater van Leo den Hop en Gina Lollobrigida van zanger Tony Bass, die zich aan een foto van de gelijknamige Italiaanse actrice verlustigt. Nee, geen jukebox zonder Jack. Zijn lichtvoetige repertoire geeft zelfs het leven in De Dood – een gehucht vijf kilometer ten westen van zijn graf – tijdloze glans.  Na exact 2 minuut 23 seconden vliegt de kanarie van Piet weg. Geschrokken? Nee, In the still of the night is een kort liedje. Maar Jack blijft niet alleen. Een stenen herdershond-met-afgebroken-pootje waakt bij zijn graf. Er ligt ook een gedenkplaatje uit Lourdes. Een spin kruipt over het gezichtje van Bernadette. Zij gilt niet. Ik sta op. Afscheid van Jack Jersey, die op 26 mei 1997 aan keelkanker stierf. Leeftijd: 55 jaar. Het leven eindigt vaak als B-kantje. Zelfs voor Jack die – op zoek naar een internationale artiestennaam – ooit in de atlas bladerde en bij het eiland Jersey bleef steken. Laten we hem danken voor zijn alliteratiezucht. Bij het graf van Jack Alcatraz, Jack Rottumeroog of Jack Kaaimaneiland wil je niet mijmeren. Tekst Eric Alink Beeld Anouk Essers


MOOI-LEKKER-HANDIG

-BOEIEND-PIJNLIJK-GRAPPIG

iedereen is te koop WOODY

€33,00 €300,00

tussen en

Als iemand een ander woord weet voor het truttige ‘onweerstaanbaar’… Ze heten simpelweg Urban Woody en ze zijn ontstaan uit – maar dat zag u zelf al – afvalhout. Een soort analoge Wall•E dus, gemaakt van latjes, takjes, oud speelgoed en soms een sleutel of lollystokje. Gepetto van de houten henkie’s zijn de Bossche tweelingzussen Tineke en Marieke Willems, van ontwerpstudio Tweelink. Ja, ook ooit begonnen op de Design Academy, zijn ze nu hard bezig de wereld te veroveren. www.tweelink.nl

DESIGN

TEKENKUNST

VROLIJKE MISANTROOP €17,50

Tekenaar Matthias Giesen kun je kennen van zijn absurdistische illustraties in o.a. HP/De Tijd en Onze Taal. De oud-Eindhovenaar/ Bosschenaar presenteerde eind mei zijn nieuwe boek, Het Uitje van de Muggenziftersclub. Het werk van misantroop Giesen doet denken aan dat van tekenaars als Glen Baxter en Edward Gorey, maar hij heeft ontegenzeglijk een eigen stijl en veel gevoel voor taal. Eén lichtpuntje geluk, daar moeten we naar streven, zei Giesen in het Eindhovens Dagblad. “Ik werd vanochtend wakker met merelgezang. Zo’n beestje van vijf gram dat naar Afrika kan vliegen, kan zíngen. Zo’n fascinerend beestje, dáár word ik vrolijk van.” Het Uitje van de Muggenziftersclub (De Harmonie)

BEELDENDE KUNST

GALERIE VAN HET JAAR

€5600,00

Galerie Majke Hüsstege in Den Bosch werd uitgeroepen tot Galerie van het Jaar 2014. Tot 27 juli is er een solotentoonstelling te zien van Simon Schrikker, met onder andere dit schilderij (zonder titel, 160 x 240, olie op linnen). Ook bezoekwaardig: de eigen conceptstore van de galerie, Outspoken, met fashion, design en accessoires van vooral jonge talenten. www.majkehusstege.nl

8

MEST nr 6


COL

UMN

SMAAK BESTAAT NIET THEATER

Het stuk De Kerkvervolgers door leerlingen van het seminarie van de kapucijnen in Langeweg, 1907.

150 JAAR BRABANTS AMATEURTONEEL €29,50

Jan Smeets, tot zijn pensioen in 2006 consulent amateurtoneel, schreef een boek over 150 jaar amateurtoneel in Brabant. De periode die het boek behandelt, loopt van 1848 tot 2000. Je moet ergens stoppen. Maar dat 1848 is niet zomaar gekozen, dat was het jaar dat het katholieke bevolkingsdeel van Nederland verenigingsrecht kreeg. Dat was niet zomaar iets. Na ruim tweehonderd jaar mochten Brabantse katholieken weer een toneelvereniging oprichten. De auteur stelt dat toneelspelen een ‘teamsport’ is. ‘Een gezamenlijke prestatie, en als je een bijrol krijgt en een ‘muur’ moet spelen in Pyramus en Thisbe om de gelukkige geliefden te laten blinken op het podium, dan doe je dat. Hun glans straalt ook op jou af. Want zonder jou als muur met een gat erin, voor hen geen drama om mee uit te pakken.’

TUSSEN TWEE WERELDEN €19,95

LITERATUUR

De Tilburgse schrijfster Hülya Cigdem kwam onlangs met haar nieuwe roman, De Val van Mehmet. De journaliste en televisieredacteur debuteerde in 2008 met de succesvolle, autobiografische roman De Importbruid. In haar nieuwste boek maken we kennis met Mehmet, die zijn geboortedorp in Anatolië inruilt voor een nieuw bestaan in Tilburg. Daar krijgen hij en zijn vrouw Hatice drie kinderen. Hun leven wortelt in de traditie van het Turkse platteland, waar geloof en regels alles bepalen. Maar de Nederlandse werkelijkheid kent andere normen en waarden. Naarmate de kinderen ouder worden, groeien de conflicten. Zeker als Mehmet via zijn zoon wordt geconfronteerd met de harde praktijk van de hennepteelt. De Val van Mehmet (Arbeiderspers, 300 p.)

MEST nr 6

ls kunstenaar ben je afhankelijk van de smaak van anderen. Maar autonome A smaak bestaat helemaal niet. Of althans, wat

er in de regel voor moet doorgaan is slechts een waterig aftreksel. Een homeopathische verdunning. Als er iets is waarin we ons laten sturen dan is het smaak. Of we nu met de massa mee lullen of ons er tegen af zetten, uiteindelijk zijn we bezig ons te verhouden tot wat anderen vinden. Dat heeft niks met instinct te maken. Het Eurovisie Songfestival toonde dat maar weer eens mooi aan. Want wat vonden we The Common Linnets een partijtje kut, met zijn allen, tot ineens het vermoeden van succes begon te rijzen. Toen kantelden we onder leiding van wat stemmingmakers onze mening, en rap ook, want de finale naderde met rasse schreden. En toen we in die finale tweede werden (maar eigenlijk eerste, want die travestiet daar kon je niet van winnen) was het feest! We hadden het de wereld maar mooi laten zien! Dat je het met eenvoud en integriteit ook heus ver kunt schoppen! Ach, The Common Linnets. Ze waren van ons allemaal. Nederland zit vol meningfabrieken. Grootste speler is natuurlijk De Wereld Draait Door. Maar op een kwaaie dag kan het ook zomaar nu.nl of Albert Verlinde zijn die je met succes influistert wat te vinden. Ikzelf ben wat dat betreft een van de makkelijkste slachtoffers. Recensies lezen moet ik helemaal niet doen, want ik neem het allemaal mee de bioscoop- of theaterzaal in. En dan zit ik daar, te wachten op dat ene moment ‘dat de hele plot onderuit schoffelt’. Of op die ene acteur ‘die het niveau van de rest niet bijgebeend krijgt’. Mijn eigen mening blijkt geen knip voor de neus waard. En dat terwijl meningen de waarde van kunst bepalen. Zelf bewegend in dat werkveld dat leunt op smaak, jaagt dit me wel eens schrik aan. Want wat is belangrijker? Iets moois maken, of men ervan overtuigen dat het mooi is? Zoals altijd zal de waarheid wel weer in het midden liggen. Op precies gelijke afstand van hart en portemonnee. Maar ondertussen vind ik dus wel die plaat van The Common Linnets goed. En daar ben ik mooi klaar mee. Tekst Lucas de Waard

9


T I E N J A A R T.R . A . S .H.

I S E R L E V EN

T.R.A.S.H. kwam ruim tien jaar geleden met een mokerslag de vaderlandse dans binnen. Zulke heftige postpunkdans hadden we hier nog niet. Obsessief, gewelddadig, hard, kirrend, zwalkend en krijsend. Grimmige livemuziek met hardvochtige dans van opgedirkte kindvrouwtjes, wankelend naast hun hakken. Maar na tien jaar is de verrassing er wat vanaf. Logisch ook. Annette Embrechts blikt terug en vooruit. T.R.A.S.H. – hun nieuwe voorstelling Swamp gaat in première op Theaterfestival Boulevard – staat internationaal op de kaart, maar ook op een tweesprong. Want (hoe) blijf je eeuwig rebels?

O

m op het juiste moment talent te spotten, moet je als recensent soms ook een beetje geluk hebben. Het is november 2005 wanneer Annemarie Pijnappel, projectcoördinator op de Fontys Hogeschool voor de Kunsten, mij tipt over een dansclubje uit Tilburg, dat ik zeker moet gaan zien. Die avond staat T.R.A.S.H. met de voorstelling Pork-in-Loop toevallig in de Melkweg, Amsterdam – handig voor iemand die in Hilversum woont.

Theaterfestival Boulevard in Den Bosch, hét theaterfestival van Zuid-Nederland. Dit jaar van 7 t/m 17 augustus. Check de website van MEST, www.mestmag.nl, voor tips van onze redacteuren.

10

Pork-in-Loop (2005) is niet de eerste productie van T.R.A.S.H.. Eerder heeft het Tilburgse collectief, ontstaan uit een schimmige undergroundscene in een kunstenaarsfabriek, al zijn kleinschalig debuut gemaakt met Bagger 1 & 2 (2001), op festivals als Cement en Noorderzon.

T.R.A.S.H. presenteert de projecten zonder veel ruchtbaarheid. Geen publiciteit, geen persbericht, alleen mondtot-mondreclame. Logisch dat landelijk nog niemand de groep heeft opgepikt. Maar met La femme qui rit (2003) en de voorstelling Mauserparabellum (2004), komt de groep stilletjes tevoorschijn uit de krochten van hun eigen studio aan de Tilburgse Mechtildisstraat. In de Melkweg heeft de lijpe performance iedereen volledig in de wurggreep. Het bomvolle zaaltje kijkt ademloos toe hoe goed getraind mensenvlees tegen muren met een aftands behangetje wordt gekwakt. Zeven losgeslagen dansers zuigen de toeschouwers mee in een draaikolk van bewegingen. Beng, klets, boem: keihard beuken dansers tegen de koude vloer, zonder kniebescherming.

MEST nr 6


Swamp (foto: Paul van Weert)


‘Phoenix-feesten’ (what’s in a name)? En wie doet precies wat achter de schermen? Terwijl ik typ, hoor ik dat choreografe Kristel van Issum, componist Arthur van der Kuip en decorontwerper Paul van Weert de artistieke ruggengraat vormen. Dat Van Issum de choreografie maakte in samenwerking met de dansers, dat Van der Kuip de melancholieke muziek heeft gecomponeerd (voor cello en bassax), en Van Weert tekent voor het knap aftandse behangetje en de betegelde vloer. Nee, verzekeren ze mij, het is niet erg dat ik niet alle haperende teksten precies begrijp: Pork-in-Loop gaat ergens ook over geheugenverlies.

We must be willing to let go (foto: Lisa Klappe)

Rebels en grunge blijf je niet ten eeuwigen dage, tenzij je je laat uitdagen door nieuwe, onverwachte invloeden. Guilherme Miotto draagt die avond een schouderband, een bewijs dat de gespierde dansers de hardvochtige motoriek van T.R.A.S.H. toch niet geheel zonder kleerscheuren doorstaan.

Poel van verderf

Ulrika Kinn-Svensson, Tegest Pecht Guido en Alexandre Tissot slingeren cryptische performanceteksten richting elkaar en publiek. Iets over trots, eenzaamheid en verval, over machtsmisbruik en moreel verderf en over het leven dat langzaam verdwijnt. Geen vrolijke boodschap, nogal mistig ook; de mens in een poel van verderf. De dansers benaderen elkaar en zichzelf koud en hard: het is bijten of gebeten worden. Hier staan mensen (of zijn het als mens verklede varkens, getuige de titel Pork-in-loop?), die al ver heen zijn op de schaal van paranoia.

12

Eenmaal thuis baal ik dat de kunstpagina’s van De Volkskrant de komende dagen zo vol zitten met kopij dat ik geen ruimte krijg te schrijven over de ontdekking. Het Holland Dance Festival is net achter de rug. Er heeft, zo vindt de chef kunst, wel even genoeg dans in de krant gestaan.

Geheugenverlies

Dan belt ’s middags de kunstcoördinator. Er valt een artikel uit, of ik toevallig een bijzondere voorstelling heb gezien en met spoed een recensie kan leveren, binnen een klein uur. Ik schiet achter mijn computer en knal er een stuk uit over Pork-in-Loop. Ondertussen bel ik snel de ontstaansgeschiedenis na van T.R.A.S.H.. Hoe zit het nu precies met die door brand aangetaste en door T.R.A.S.H. opgeknapte ruimte in de voormalige gloeilampenfabriek? Is de groep echt ontstaan uit

Ik schrijf: ‘Mannen pakken vrouwen bij kop en kruis en jonassen hen vervaarlijk de lucht in. Als ze zichzelf niet tegen de grond kwakken, doet een ander dat wel. Wat begint als een erotische toenaderingspoging, ontaardt al snel in een vernedering of afwijzing. Het is een schuimbekken in dans waarbij de dansers elkaar, maar ook het publiek in een wurggreep houden’.

Afscheid tussen koude mensen

Die formulering, ‘een schuimbekken in dans’, wordt het citaat waarmee T.R.A.S.H. zich jarenlang presenteert. Logischerwijs volg ik vanaf dan de groei van het repertoire van T.R.A.S.H.. Ik onderga de alarmerende situaties in To File for Chapter 11 (2006), vol dans-in-hoogtempo dat in al zijn extremiteit tegen de grenzen van het fysiek haalbare beukt. Dansers mengen fonetische klankassociaties tot een collage aan talen. De bonkige energie contrasteert met de innemende stem van sopraanzangeres Hannah Morrison en de klanken van celliste Jacqueline Hamelink in de klassiek georiënteerde composities van Jeroen Strijbos en Van der Kuip. In íSA (2008) vertaalt T.R.A.S.H. het ijselijk gehuil uit de Scandinavische legende van de ijskoningin naar een kil relaas over afscheid tussen koude mensen. Wederom geen vrolijke problematiek, met meestal contrapunten in de nieuw gecomponeerde muziek. Nee, het wereldbeeld dat de groep in zijn voorstellingen naar voren schuift,

MEST nr 6


is donker en duister, gewelddadig en grof, één waarop de afglijdende mens geen grip krijgt, ook al veren de dansers altijd weer razendsnel op, als doorgedraaide springveertjes. Die sombere kijk op de mens blijft, al wordt er wel degelijk gegrijnsd en gelachen in voorstellingen van T.R.A.S.H; grimassen waarmee extase aan doodsangst wordt gekoppeld. De dansers ogen bijna altijd als een kruising tussen topsporters en junkies.

Pornopopjes

In de onewomanshow Girl 29 (2012) en de feminiene speed race We must be willing to let go (2013) transformeren danseressen van verleidelijke vamp tot kwetsbaar kind, van uitgeleefd lichaam tot herboren foetus. T.R.A.S.H. grossiert in ijzersterke kindvrouwtjes op toneel: frêle ogende dametjes met rood gestifte lippen en uitgelopen mascara, die wankelen naast hun hakken, neervallen en weer opveren. Doorgedraaide barbiepoppen murmelen monologen, pornopopjes maken gore grappen. Het buitenland pikt T.R.A.S.H. ook op, vooral Frankrijk, Italië en Duitsland. Van de veertig speelbeurten voltrekt zich zeker een kwart over de grens. Maar na een aantal voorstellingen vertoont het herkenbare T.R.A.S.H.stramien slijtage. De voorstellingen hebben meer ontwikkeling nodig, zeker in de grote zaal, waar de groep naar toe verhuist. Het wonderlijk amalgaam van heftige dans en verfijnde muziek blijft weliswaar werken en komt nog steeds compact en sterk over. Maar de dramaturgie van hun voorstellingen blijkt een zwakke plek. In bijna alle voorstellingen zet T.R.A.S.H. direct na aanvang hoog

MEST nr 6

in door zo energiek van leer te trekken, dat het moeilijk wordt op dat niveau een performance lang te blijven variëren. Scènes lijken soms willekeurig aan elkaar gemonteerd, tot de verbeelding van een reeks ‘toestanden’ in plaats van een doordachte opbouw van dramaturgisch uit elkaar volgende tableaus. Bewegingssequenties spatten uiteen als een leeggegooid net stuiterballen. Het blijft vaak onduidelijk waartoe al die springerigheid moet leiden. Begeleidende teksten bieden weinig houvast, die zijn soms van een wazigheid waar menig toeschouwer geen touw aan vast kan knopen.

komediant, wetenschapper of collega-choreograaf en laat ze mee dabben in de vuilnisbak die T.R.A.S.H. heet.

Tekst Annette Embrechts

Post-humane crash

De groep ademt eenzelfde soort postpunksfeer uit als Club Guy & Roni uit Groningen, die aan een minstens zo snelle (internationale) opmars bezig zijn. Het choreografen-duo Guy Veizman en Roni Haver heeft slim de samenwerking gezocht met het Noord Nederlands Toneel. Ze hebben een ervaren actrice als dramaturge en laten de al jarenlang meedraaiende toneelschrijver Ko van den Bosch eigenzinnige teksten leveren. Daardoor ontstaat er coherentie in de voorstellingen, die, net als bij T.R.A.S.H., bijna altijd gaan over energiek herstel na een post-humane crash. Een van de recente voorstellingen van T.R.A.S.H., Agnes und Ekel (2013), is misschien wel het meest symbolisch voor de tweesprong waarop T.R.A.S.H. staat. Vier performers wachten tussen verzonken schepen in een azuurblauw decor op de overtocht naar, ja, naar wat? De veerman laat lang op zich wachten. Wie zet T.R.A.S.H. over naar een nieuw decennium? De groep heeft nog steeds het aura van één van de meest eigenwijze en tegendraadse dansgezelschappen van Nederland. Maar ook een rebel heeft af en toe een hand in de rug nodig. Of een moment van rust en bezinning. De samenwerking tussen de drie oprichters van T.R.A.S.H. – Van Issum, Van der Kuip en Van Weert – is hecht en consequent. Maar rebels en grunge blijf je niet ten eeuwigen dage, tenzij je je laat uitdagen door nieuwe, onverwachte invloeden. Nodig een schrijver uit, dansdramaturg, podiumfreak, actrice,

Bagger (foto: Yvonne Jurriaans-Mulder)

KARATE IN DRIJFZAND Tijdens Festival Boulevard gaat de nieuwe voorstelling van T.R.A.S.H., Swamp, in première. Vier dansers uit vier landen en geloofsgebieden dolen als blaffende en kirrende bermtoeristen rond in een desolaat moeraslandschap. Moeder Aarde lijkt eerder een apocalyptische zone dan een vruchtbare planeet. Met karatesprongen en meditatieve bewegingen zoeken de dansers ondanks het drijfzand naar saamhorigheid, aangespoord door livemuziek van viool en cello. Langzaam ontdekken ze plekken waar wél iets wil groeien. Wie eerder T.R.A.S.H.-dansers tegen tegelmuren heeft zien klappen of door waterbakken heeft zien kolken, weet dat die nergens bang voor zijn. Niet voor blauwe plekken, niet voor vieze vlekken. Obsessieve dans die zich het netvlies inbrandt. Dit keer trekt een bataljon aan hemelse boodschappers voorbij – profeten, priesters, sjamanen, zieners, medicijnmannen en psychonauten – om de chaos en ontreddering het hoofd te bieden. In spirituele rituelen schudden zij modder en wanhoop van zich af, op zoek naar ware liefde van Moeder Aarde. Ergens op locatie in Den Bosch en daarna in de theaters.

13


KRONIEK DER

MINIMUSEA

“Het kaartspel gaat door, al branden de steden”

H

et best bewaarde geheim over oorlogen is dat ze vaak strontsaai zijn. Met de Eerste Wereldoorlog begon voor veel soldaten een lang gevecht tegen de verveling. In de loopgraven liet de tijd zich moeilijk doden. Speelkaarten waren daarom razend populair. Ze vormden zowat de enige vorm van vermaak. Het Duitse keizerrijk vond het kaartspel zelfs zo belangrijk dat het de titel ‘kriegswichtig’ meekreeg. Speelkaarten werden onderdeel van de oorlogsindustrie en bedrukt met propaganda. Bijkomend voordeel: de foto’s van kaartende soldaten hadden een geruststellende uitwerking op de families thuis. Wie aan de Eerste Wereldoorlog denkt, ziet beelden voor zich van de Slag aan de Somme, de uitgestrekte niemandslanden vol landmijnen en prikkeldraad, of van de luchtgevechten van de Rode Baron. Na een bezoek aan het Nationaal Museum van de Speelkaart in het Vlaamse Turnhout kun je daaraan het beeld van de kaartende soldaat toevoegen. Minder heroïsch, wel prikkelend. De Eerste Wereldoorlog was ook een speelkaartenoorlog. Zelfs als de steden branden gaat het spel door. Het Speelkaartenmuseum is ondergebracht in een vijftien meter hoog fabriekspand. Dat is even schrikken. Knockout gaan door een overdosis speelkaarten, ik weet niet of het mogelijk is, maar wil er liever niet achter komen. Als belangrijkste exporteur van speelkaarten ter wereld zou de stad Turnhout het museum overigens binnen no time tot de nok toe kunnen vullen. Dagelijks worden er in het Belgische stadje meer dan 600.000 speelkaarten geproduceerd, die over de hele wereld worden verkocht. Eenmaal binnen blijkt dat de enorme ruimte voor een groot deel in beslag wordt genomen door drukpersen waarmee kaarten werden gemaakt. Loop langs de persen en langzaam krijg je een beeld van de industriële revolutie. De mechanisering van de drukpers heeft niet alleen van de speelkaart een massaproduct gemaakt, het proces vormt überhaupt de grondslag van de massamediamaatschappij waarin we leven. Van een 14

simpel klein persje, uitgevonden door James Watt, tot aan de prachtig versierde ‘Columbian’ van George Clymer, alles staat hier. ‘Verstandige mensen raken het tentoongesteld materiaal niet aan. Voor de anderen is het verboden’, waarschuwt een bordje. De joker van de collectie is een stoommachine. Aangedreven door elektriciteit weliswaar, omdat het museum zijn bezoekers niet wil verstikken. Het reusachtige gevaarte trekt heel wat bekijks. Opgekocht als oud schroot zijn twee medewerkers acht jaar lang bezig geweest om de machine opnieuw in elkaar te zetten aan de hand van twee zwart-witfoto’s. Maar het resultaat mag er zijn. De enorme draaiende wielen, waarvan de grootste een doorsnee van bijna zes meter heeft, maken indruk. Arbeiders zagen die wielen vroeger liever stilstaan. Soms gooiden ze er een klomp tussen, zodat de machine een half uur buiten werking was. Pauze. Naast de drukpersen en de stoommachine komt dan eindelijk de ruimte waarin het museum zijn kaarten op tafel legt, waaronder zelfs zéér pikante. Ondertussen worden al je vragen over speelkaarten beantwoord. Mogen nonnen kaartspelen? Wie heeft het spel eigenlijk uitgevonden? Hoe bouw je huisjes? Geen vraag zo gek of dit museum geeft antwoord. Tot slot is er de speciale expositie Kartonnen Wapens, over het kaartspel tijdens de Eerste Wereldoorlog. Aan het einde van de expositie hangt een schilderij van Otto Dix, De Skaatspelers. Daar zien we hoe het de soldaten na de wapenstilstand in 1918 verging. Voorgoed verminkt en gehandicapt slijten ze hun dagen kaartend in de kroeg. De oorlog verdween. De verveling bleef. Tekst Bart Smout Fotografie Erik van der Burgt

Kort, aanvullend interview met de directeur van het museum op onze website, www.mestmag.nl.

MEST nr 6


De expo Kartonnen Wapens loopt t/m 31 december. Nationaal Museum van de Speelkaart, Druivenstraat 18, Turnhout (B). www.speelkaartenmuseum.be

MEST nr 6

15


A

LL

GEVEN V S O E

O

R

HET GRO TE N I E TS

“Deze wereld is te groot voor mij”, zei Selim Lemouchi toen hij als 4-jarige uit het raam van zijn ouderlijk huis keek. Nee, deze jongen was niet geboren om als blije lulhannes door het leven te gaan. Maar het grootse, meeslepende leven dat volgde, kon niemand voorspellen. Als artistiek leider van de Eindhovense hardrockband The Devil's Blood zette hij occulte rockmuziek wereldwijd weer op de kaart. Bedanken mochten we hem niet, Satan had alles ingefluisterd. Op 4 maart koos hij zelf voor de dood. Een portret van de meest wezenlijke rockheld die Nederland ooit heeft gekend.

H

et stinkt naar rottend vlees in de Eindhovense Kruidenbuurt. En de zon schijnt. Verder is alles gewoon troosteloos als altijd in het arbeiderswijkje. De huizen drukken elkaar bijna uit de door hen gevormde rijtjes en een voortuin hebben ze niet. Wel veel raamdecoraties. Rood-witte voetbalstickers zijn populair, en op de hoek heeft iemand een vredige regenboogvlag voor zijn kozijn getim-

16

merd. Op de voordeur van Distelstraat 1 staat in zwarte blokletters ‘HAIL SATAN’ geschreven. Onder de deurbel hangt een stickertje: ‘Killing is cool’. Daar belt Jérôme Siegelaer aan. Tring. Als de deur opengaat, stormt Jérôme’s labraweiler Jena vrolijk naar het schuurtje in de achtertuin. Daar liggen een paar kilo vlees, botten en een joekel van een duif. De stank is er niet te harden. Die maand, op 21 mei 2010, zal The

De illustratie is getekend met het bloed van Farida en Jimmy Lemouchi en leden van The Devil’s Blood (met dank aan Gerry).

MEST nr 6


1980 - 2014 MEST nr 6

17


Devil's Blood een headlinershow spelen op het Duitse Rock Hard Festival. Selim Lemouchi wil daar bijzondere beelden bij van videokunstenaar Jérôme, en daarvoor heeft hij dierlijke botten met rottende vleesresten bij de slager gehaald. Van een vriend leende hij een collectie menselijk gebeente en de verlepte duif vond hij op straat. Met een zakdoek vol Vicks VapoRub onder zijn neus betreedt Jérôme de poel van verderf. Het is er snikheet en zijn hond probeert op allerlei manieren binnen te dringen. Er wordt veel gelachen. De vrienden hebben wel vaker lol om absurde situaties. Soms klinkt er ook een serieuze noot, tijdens een van hun vele wandelingen in het Leenderbos bijvoorbeeld, met Jena en Selims Argentijnse dog Diesel. Zo onderhouden ze jarenlang een hechte vriendschap. Tot dinsdag 4 maart 2014, want dan gaat Selim dood. Het moest er een keer van komen.

Helmond – maakt hij vanaf zijn veertiende al naam als begenadigd gitarist. Hij begint in bandjes als Godhead en Red King Rising. Het latere JudasVille zegt sommige Eindhovenaren nog wel iets, evenals de hardrock van Powervice. Die laatste band valt net voor zijn mentale instorting uit elkaar. “In Powervice zat een aantal behoorlijke problem childs, er was altijd gedoe”, zegt Farida nu. “Dat kon hij er echt niet bij hebben. Hij had zelf al genoeg problemen in zijn kop.” Haar broer is chronisch depressief – een erfelijke kwaal van hun Algerijnse vader. Lang weet hij zijn duistere zwaarmoedigheid met

Strijder

Op de haard bij Farida Lemouchi thuis staat nog altijd een knutselwerkje van haar broer. Een zwaard en een schild. Selim heeft het gemaakt in 2007. “Een cadeautje voor zijn neefje Jimmy”, zegt Farida. Ze haalt de namen van haar zoontje en haar negen jaar jongere broertje regelmatig door elkaar. “Ik kan er niets aan doen, ze lijken ook zo verdomd veel op elkaar.” Na de zelfmoord heeft Jimmy ‘strijder’ op het schild laten schrijven, want dát was zijn oom: ondanks alle depressies en teleurstellingen bleef hij altijd doordenderen. Hij barstte van de levenslust, vooral toen hij in 2007 uit de psychiatrische afdeling van het Eindhovense Diaconessenhuis kwam. Inmiddels weten we dat dit een keerpunt was in zijn leven, het begin van The Devil's Blood bovendien. Selim speelde altijd al in bandjes. Met zijn rode Yamaha-gitaar – gekregen tijdens een hardrockavond in

18

Farida Lemouchi met haar broertje Selim (1980). humor te relativeren. Bovendien zijn er altijd de drugs, de drank en de vrouwen – de beproefde vluchtheuvel voor veel getroebleerde twintigers. Tot hij in 2007 op de resetknop drukt. Eenmaal uit het ziekenhuis staat het idee voor The Devil's Blood kraakhelder op zijn netvlies. Typisch Selim, volgens Farida. “Een huis schoonhouden kon hij niet en van zijn administratie bakte hij ook niets, maar de muziek had hij altijd heel goed op orde.” The Devil's Blood moet een occulte rockband worden, met ‘rituelen’ in plaats van ‘optredens’. Kaarsen, geitenschedels, bloed, wierook – de hele bataclan. Hij moet alleen zijn zus nog even overtuigen, de rest

van de wereld zou wel volgen. Farida: “Zijn oude bandmaat Milko Bogaard introduceerde hem ooit in het occulte. Selim bestudeerde dat en toen hij uit de kliniek kwam, dook hij er opeens vol overgave in. Gewoon boem, een sprong in de duisternis. Hij zei: ‘Ik wil dat je in de band gaat zingen en bloed over je hoofd gooit’. Ehm, oké...”

Chaos

“Ehm”, denkt ook Jérôme Siegelaer als hij het stinkende schuurtje binnenloopt. Selims vrienden krijgen wel vaker extremen opgediend in die jaren. De schaduwzijde van het leven waar hij zolang voor vluchtte, blijkt opeens zijn grote passie. Hij lijkt verlichting te vinden in de satanistische filosofie. Farida: “Chaos is gaaf, vond hij, want dan gebeuren er dingen, net als in de dierenwereld. Zelfs in de dood zag hij schoonheid.” Sommigen accepteren dit als een artistieke drijfveer, Jérôme bijvoorbeeld. “Onze samenwerking was gebaseerd op sferen, niet op boodschappen.” Wie wel behoefte heeft aan uitleg, krijgt een uitvoerig betoog opgediend. Selim is een intellectueel zwaargewicht, een erudiete doordenker. Farida: “Soms dacht ik ook weleens: ‘Wat zeg je nou toch allemaal joh.’ Maar Selim wist zijn ideeën altijd kraakhelder uit te leggen, en je hóefde het ook niet met hem eens te zijn. Bovendien zag ik dat het hem goed deed, dat maakte het een stuk makkelijker om dat occulte gedoe te accepteren.” De satan die Selim na zijn inzinking omarmt, is geen gevallen engeltje met horens en een drietand. Eerder een alles omvattende kracht, de satan als symbool voor de chaos van het leven. Wie de bijbehorende filosofie aanhangt, wil leven zonder belemmeringen. Het omarmt liefde en haat, trouw en bedrog, het leven en vooral ook de dood; alles wat rondvaart in de grote, troebele soeppan des levens. Het doel: alle aspecten

MEST nr 6


van een mensenleven accepteren. “De wereld neigt naar chaos, daar moet je geen orde op leggen”, verklaart Darko Groenhagen. De boeddhistische tatoeëerder is, ondanks hun verschillen, een belangrijke spirituele maat voor Selim. “Laat de chaos zijn, dat vond hij heel belangrijk. Hij had respect voor mensen die zich overgaven aan natuurdriften, of dat nou rondneukende groupies waren of moordenaars. Dat vond hij de natuur, the survival of the fittest. Dat idee geeft enorm veel vrijheid natuurlijk.” Die vrijheid wordt Selims artistieke drijfveer. De rituelen die hij later op het podium uitvoert, zijn bedoeld om de geest vrij te maken. Zijn bandleden moeten zich overgieten met bloed om los te komen van hun ego en rationele gedachten. Hij eist complete overgave aan de muziek. In zijn woonkamer hangt hij een met bloed besmeurde crucifix, ondersteboven gekeerd. Na een creatief proces snijdt hij zichzelf soms open. Darko: “In zijn overtuiging werd alle muziek en creativiteit ingefluisterd. Uit dankbaarheid aan die voorzienigheid offerde hij zijn eigen bloed, een deel van zijn eigen leven. Zie het als boeddhisten die een ledemaat offeren aan Shiva; arm omhoog en wachten tot-ie afsterft.”

Nieuw elan

“Ik ga echt geen varkensbloed over m'n hoofd gieten”, is Farida’s eerste antwoord op de plannen van haar broertje. Op donderdag 17 april 2008 staat ze toch met een volle kelk in haar handen. Een aantal optredens later zou de zangeres zichzelf voor het eerst overgieten, maar nu zegent ze alleen de rest van de band met bloed. Geen van hen is satanist, maar het zijn allemaal muzikale klasbakken die de strenge voorselectie van hun voorman hebben overleefd. The Devil's Blood is op dat moment al een voorzichtige hype op internet. Nu,

MEST nr 6

tijdens het festival Roadburn in Tilburg, debuteert de band in poppodium 013. Als de podiumverlichting aan gaat, wordt een altaar zichtbaar. “Na zo’n entree verwacht iedereen natuurlijk brute black- of deathmetal” reflecteert festivalorganisator Walter Hoeijmakers. Niets blijkt minder waar. “De band zette een zeer intense, maar weloverwogen rockshow neer. Het was pure kwaliteitsrock, zoals Thin Lizzy in de jaren zeventig. Heel aanstekelijk. The Devil's Blood gaf ter plekke nieuw elan aan dubbele gitaarsolo’s en klassieke riffs. Dat kwam als geroepen:

Oude metalheads vinden hun heil in de muziek, maar de band bereikt ook een nieuw publiek. Walter: “Selim was een getormenteerde jongen, dat soort mensen trok hij ook aan. The Devil's Blood werd een veilige haven voor getroebleerde jongens en meisjes. Bij latere optredens zag ik mensen in zichzelf snijden voor het podium. Bizarre taferelen. Selim wist hun diepste spirituele noot te raken. Hij straalde bevrijding uit, hij had geen waardeoordeel over hen.” Die aantrekkingskracht tilt de band vanaf dat moment naar grote podia in heel Europa. Na het album The Thousandfold Epicentre (2011) volgt zelfs een Amerikaanse tournee. Een commerciële doorbraak lonkt. En Selim? Die kijkt de andere kant op.

Compromisloos

Selim met zijn eerste gitaar, de rode Yamaha (1994). de liefhebbers wachtten al jaren op een band als dit. Selim wist dat heel knap te koppelen aan de duistere psychedelica uit de hippietijd. Daarmee bracht hij de spanning terug in de rockmuziek. The Devil's Blood zette occulte rockmuziek weer op de kaart. Kijk maar naar de Zweedse heavymetalband Ghost, die speelt nu overal ter wereld grote, occulte rockshows.”

Zomer 2010, The Devil's Blood is op tournee. Selim en zijn manager Bidi van Drongelen staan backstage bij een festival in Frankrijk. Verderop doet rockheld Sebastian – Skid Row – Bach wat rockhelden doen: op de foto met fans, handen schudden, alles wat men van hem verlangt. “Kijk hem nou bezig, dat wil je toch niet als mens”, zegt Selim. “Ja, dat hoort er ook bij jongen”, antwoordt Bidi, “dat staat jou ook te wachten.” Selim blijft zijn manager een tijdje aankijken. Wat voor Sebastian een levensstijl is, blijkt voor Selim een doemscenario. Bidi: “Ik zag hem ter plekke ongelukkig worden. Hij had sky high kunnen gaan met The Devil's Blood, maar dan had hij wel zakelijker moeten worden. Dat vergt mentale constellatie. Hij heeft dat nooit onder de knie willen krijgen.”

“Er moest altijd puurheid van muziek uitgaan, hij zocht een publiek dat het ook zo beleefde.” 19


Bidi voert in die tijd meer moeilijke gesprekken. Met het legendarische label Roadrunner bijvoorbeeld: of Selim even wil tekenen, dan hoeft hij alleen nog maar zes platen te maken. “Dat zag hij echt niet zitten”, zegt Bidi. “Als je muziek maakt op contractbasis wordt het werk. Hij voelde zich beter bij het kleinere, onafhankelijke Ván Records.” Even later belt De Wereld Draait Door. “Dat gaan we niet doen”, antwoordt Bidi namens Selim. “Dat wordt alleen maar een minuutje bebloede aapjes kijken.” Ook grote festivals worden afgeketst. “Selim vond Noorderslag een soort ‘marktkraam’ voor bandjes en Lowlands was te veel weggedreven van zijn roots. Er moest altijd puurheid van muziek uitgaan, hij zocht een publiek dat het ook zo beleefde.” In de studio gaat het ondertussen niet veel anders. Selim is compromisloos als een afgeschoten kogel, hij staat in Eindhoven bekend als een ‘bandnazi’. Hij werkt alle muziek tot in detail uit in zijn hoofd en kan pislink worden als dat er tijdens de opnames niet uitkomt. Zijn vaste producer Pieter Kloos moet hem vaak tot rede brengen. “Selim heeft een keer ongelooflijk staan schreeuwen omdat Farida een tekst verkeerd uitsprak”, zegt Pieter. “Hij was de boodschapper, de rest het medium. Zij moesten zijn ideeën zonder ruis over-

“Er is geen weg terug als je met zoveel overgave de duisternis omarmt.” 20

brengen. Als je met hem wilde samenwerken moest je beter zijn dan hij. Ron (van Herpen-red) was misschien een betere gitarist dan Selim en Micha (Haring-red) kon de meest complexe roffels spelen. Fantastisch, maar dat vond Selim soms nog niet genoeg. Tja, wie expliciete muziek maakt, moet expliciet werken.”

Diepte

Zelfmoord, maar vooralsnog alleen de commerciële variant. Begin 2013 – tijdens de opnames van III: Tabula Rasa or Death and the Seven Pillars – trekken Selim en Farida samen de stekker uit The Devil's Blood. Dat heeft meerdere

Mens Animus Corpus. Het werk komt in 2013 uit onder de vlag van Selim Lemouchi & His Enemies – de bandformatie is nagenoeg dezelfde als The Devil's Blood. De creatieve motor van Selim draait overuren, maar de aanloop naar de geplande shows verloopt zeer moeizaam. “Hij kon zich steeds moeilijker staande houden”, zegt Farida. “Mensen kwamen hun afspraken niet na en er was altijd gezeik over dat klote-geld. ‘Wat doe ik nou verkeerd’, vroeg hij dan aan mij. Hij stond hier te trillen in de woonkamer. Ik denk dat hij merkte dat bepaalde dingen zich herhaalden. De depressies van vóór The Devil's Blood kwamen vaker en intenser terug, en toch had hij altijd de behoefte om alles in de hand te houden. Dat werd hem te veel. Hij ging er mager en bleek uitzien. Ik heb me zo ontzettend zorgen gemaakt de laatste maanden.”

Dood

Selim (l.) met zijn neefje Victor (1992). aanleidingen. De temperamentvolle broer-zusrelatie komt onder druk te staan en de uitspattingen in de studio vermenigvuldigen zich. In die tijd krijgt de band ook steeds meer volgers – die verantwoordelijkheid trekt Selim slecht. Bovendien verschuift zijn creatieve visie. “Natuurkrachten werden steeds belangrijker voor hem”, zegt Jérôme. “Het occulte maakte plaats voor een donkere spiritualiteit. Hij creëerde muziek die ontegenzeggelijk de diepte opzocht. Dat was een bijzonder productieve tijd. Bijna manisch. Hij wist de ene na de andere mooie melodielijn uit te werken.” Earth Air Spirit Water Fire is er het prachtige resultaat van, evenals de EP

Op 4 maart 2014 sterft Selim Lemouchi een aangekondigde dood. In interviews was hij altijd bijzonder open over zijn lot: hij zou op aarde blijven zolang hij iets te zeggen had. “Ik hoop een stem te zijn die doordringt bij mensen”, zegt hij een jaar voor zijn dood tegen het Amerikaanse Northern Fury. “Op een gegeven moment zal die energie verbruikt zijn. Ik hoop dat ik dan de zelfreflectie heb om te stoppen.” In datzelfde interview bespreekt hij de dood. “Het concept ‘dood’ is alleen eng als je gelooft dat de oneindigheid uit duisternis bestaat. Als je gelooft dat het vuur is, zijn er mogelijkheden.” De vraag blijft of die dood een rationele keuze was – ingefluisterd door een satanistische filosofie – of een wanhoopsdaad van een geestelijk gekwelde man. Darko Groenhagen denkt diep na. “Het was duidelijk een rationele keuze. Ik denk dat hij in 2007, net voor het begin van The Devil's Blood, al aan zijn laatste jaren was begonnen. Hij dook vol

MEST nr 6


foto: Jérôme Siegelaer.

Selim Lemouchi, 2014.

in het occulte. Hij nodigde zijn demonen bij wijze van spreken uit op de koffie. Dat heeft hem lang goed gedaan, maar hij heeft altijd geweten dat ze hem op een gegeven moment te grazen zouden nemen. Kijk naar de duivel, de gevallen engel. Die wist ook dat hij niet meer bij God aan hoefde te kloppen. Er is geen weg terug als je met zoveel overgave de duisternis omarmt.”

Het grote niets

‘Death is the crown of all’, zo sloot Selim al jaren zijn mailtjes af. De dood als beloning voor het leven. Alles geven voor het grote niets. ‘I want nothing and in return give all’, zo klinkt de exemplarische tekstregel in het nummer I Was Promised a Hunt (2013). De teksten van The Devil's Blood lezen sowieso als één grote sprong in het diepe, soms wanhopig, maar meestal als een viering van het nihilistische bestaan. ‘Even though my voice is choked with joy, my song is a call for grief to come’, zingt hij in hetzelfde nummer. En zo geschiedde. Farida: “In de weken voor zijn dood zag hij echt nergens meer waarde in. Het laatste waar ik hem enthousiast over hoorde, was een televisieserie, True

MEST nr 6

Detective. Hij kon daar vroeger helemaal in opgaan. Die dinsdagavond werd de laatste aflevering uitgezonden, maar hij heeft er niet op gewacht. Dat vind ik veel zeggen.” Zondagmiddag 13 april 2014 betreedt Farida opnieuw het podium van 013. Roadburn, het enige concert dat Selim niet geannuleerd had op de speellijst. Selim Lemouchi's Enemies treden voor de laatste keer op – in een halve cirkel, met in het midden een gapend gat om de spirituele aanwezigheid van hun bandleider te symboliseren. Jérôme vult het achterliggende scherm met beelden. “Dat je na je dood nog zo'n optreden kunt geven”, verzucht Walter. Selim is niet meer. Hij heeft zijn ego vermoord. Dat was altijd al zijn doel: het ego elimineren zodat niets de kunst in de weg kan staan. Het ego is niet meer, dat heeft hij eigenhandig omgebracht. Wat blijft is de muziek, daar gaat het om. De rest mocht wat hem betreft wegrotten in de Kruidenbuurt.

Tekst Thomas Snoeijs Illustratie Anouk Essers

THE DEVIL'S BLOOD The Devil's Blood was buiten de landgrenzen groter dan in Nederland. Het debuutalbum The Time of No Time Evermore (2009) werd wereldwijd jubelend ontvangen. Het tweede album The Thousandfold Epicentre (2012) scoort nog altijd 79 punten op de recensieverzamelsite Metacritic – een Nederlands record. In de zeven bestaansjaren trok de band door grote delen van Europa. Vooral in het Duitse circuit deed de muziek het goed, dankzij de levende hardrockscene aldaar. De band speelde in 2010 op het grootste metalfestival ter wereld: Wacken Open Air. Ook op andere grote festivals als Hellfest (Frankrijk), Graspop (België) en Summerbreeze (Duitsland) stond de naam op het affiche. In 2012 volgde een succesvolle tournee door Amerika en Canada. De relatie met het thuisland was moeizamer. Ondanks geslaagde optredens op festivals en in clubs, bleek een doorbraak naar het grote publiek in Nederland lastig. De vaak extreme ideeën van Selim Lemouchi botsten met de heersende, zeg maar nuchtere muziekcultuur hier.

21


TI

EN

DE

GEBODEN DER HERBESTEMMING

De komende jaren zullen naar verwachting elke week twee kerken sluiten. In Brabant alleen al verliest de helft van de 528 kerken binnen tien jaar de oorspronkelijke functie. Wat te doen met al die leegstand? MEST (ge)biedt hoop en advies in deze goddeloze tijden. 22

“Gij zult zorg dragen voor uw naasten� Gezondheidscentrum, Roosendaal Van buiten lijkt de nieuwe aanbouw op een grijs gezwel dat je zo snel mogelijk door een dokter weg wilt laten halen, maar van binnen is de Heilig Hartkerk helemaal niet zo lelijk. Voor elke kwaal kunnen de Roosendalers sinds 2009 terecht bij het gezondheidsplein in de kerk. De voormalig rooms-katholieke kerk herbergt nu een apotheek, huisarts, fysiotherapeut en pedicure. De Heilig Hartkerk werd in 2011 genomi-

neerd voor de Brabantse Cultuurprijs. Het behoud van muurschilderingen, wijwaterbakjes en het kruisbeeld werd geprezen. Overigens kan iemand die alle moderne aanpassingen afschuwelijk vindt, de kerk zonder veel moeite herstellen in de oorspronkelijke staat. Heilig Hartplein 28 www.gezondheidspleinkalsdonk.nl MEST nr 6


MEST nr 6

23


“Gij zult dagelijks (inleg)kruisjes (in)slaan” Supermarkt Jumbo, Helmond Een gebouw waar jarenlang een leven van eenvoud en soberheid gepredikt werd, lijkt onmogelijk plaats te kunnen bieden aan een supermarkt. Toch deden ze in Helmond niet moeilijk toen er een nieuwe bestemming gezocht moest worden voor de Heilige Bernadettekerk die vanaf 1996 leegstond. Op de plek van het altaar staan nu blikjes Bavaria manshoog opgestapeld, de sterkere alcoholica zijn te vinden in de doopkapel. Waar ooit tijdens de uitvaartmis de doodskist stond opgesteld, is nu de vers-vleesafdeling. Toiletpapier en inlegkruisjes staan in het middenschip. Bisschop Hurkmans gruwelde destijds bij het idee, maar eigenlijk is het nog niet eens zo'n gekke oplossing. De winkel voorziet in een eerste levensbehoefte en het is lang geleden dat het zo druk was in de kerk. Wie midden in zijn eigen wijk ook zo'n prachtig staaltje jaren zestig-architectuur leeg heeft staan, hoeft dus niet diep na te denken over een originele herbestemming. Vaak zijn er voldoende commerciële jongens te vinden die hun consumptieve leer door de intercom willen laten schallen. Azalealaan 64 www.jumbosupermarkten.nl

KAN ALLES IN EEN KERK? Veel katholieken vinden van niet. Hun kerken staan op gewijde grond en verschillende bisdommen zouden daarom de gebouwen liever slopen wanneer zij hun religieuze functie verliezen. Ook dominee Wuijster uit Eindhoven heeft moeite met sommige nieuwe bestemmingen. Zij gruwelt bij het zien van de Jumbo in de Helmondse Heilige Bernadettekerk. “In de doopkapel is de emballage voor lege flessen geplaatst. Ik vind dat vanuit pastoraal opzicht heel pijnlijk. Je kind zal er maar gedoopt zijn.” Dat wil volgens haar niet zeggen dat je heel rigide moet zijn in herbestemming. “De sluiting van kerken hou je niet tegen. Voor mij moet de nieuwe bestemming wel boven het gewone uitstijgen. Dus geen commerciële supermarkt, maar iets waar een idee achter zit. Waar mensen elkaar ontmoeten en waar bezieling is.” 24

MEST nr 6


MEST nr 6

25


“Gij zult eeuwig herbestemmen”

“Laat de kinderen tot u komen”

Cultureel Centrum Roepaen, Ottersum

Kinderdagverblijf FRIS!, Apeldoorn

Na een wild feestje kan er gekotst worden in de gangen en getongd in de wc's. Dat was ooit wel eens anders in Ottersum. In de negentiende eeuw werd daar in een oude boerderij door zusters een klooster gesticht. Er kwam een school, een pensionaat en een opvang voor weesmeisjes. In de daarop volgende eeuw werd het kloostergebouw sterk uitgebreid met een nieuw zusterklooster, een schoolvleugel en een neogotische kapel. Later werd het een tehuis voor verstandelijk gehandicapten. Bijna twintig jaar geleden zijn het klooster en de kerk omgedoopt tot de Roepaen: een cultureel centrum voor evenementen, concerten, exposities, vrijgezellenfeestjes, bedrijfsuitjes; je bedenkt het maar. Wees er wel snel bij, want het gebouw is in twee eeuwen tijd zo vaak van gedaante veranderd, dat het zomaar kan zijn dat er straks opeens een bowlingbaan of kartcentrum in zit.

Kinderen en de katholieke kerk waren - to put it mildly de laatste tijd een wat ongelukkige combinatie. Uiteraard hebben de misstanden niets te maken met het Woord Gods. Wie op een christelijke basisschool heeft gezeten kan het liedje 'Laat de kinderen tot mij komen' immers niet ontgaan zijn. Jezus is een kindervriend. Een kerk als opvangplaats voor kinderen is dan ook helemaal niet zo'n gekke gedachte. Kinderdagverblijf FRIS! in Apeldoorn is gevestigd in een voormalige apostolische kerk. Een kerk die op allerlei forums als gevaarlijk sektarisch wordt omschreven, maar dat terzijde. De nieuwe eigenaren hebben kerkelijke verwijzingen zoveel mogelijk verwijderd. De kerk (of sekte?) heeft zelf overigens nog geen afscheid kunnen nemen van het gebouw. Op diverse websites staat nog vrolijk vermeld dat het geloof in Jezus er iedere zondag gevierd kan worden.

Kleefseweg 9 www.cultureelpodium.nl

Het Bakhuis 1 www.friskinderdagverblijven.nl

“Gij zult u geestelijk ontwikkelen” (en er van tevoren niet zo lang over steggelen) Boekhandels Waanders en Dominicanen, Zwolle en Maastricht Van kerk naar boekhandel is niet eens zo'n grote sprong. Het Woord krijgt simpelweg een nieuwe kaft. Bijvoorbeeld in de boekhandels Waanders in de Broeren (Zwolle) en Dominicanen (Maastricht). Winkels waar nog verstilling en verdieping te vinden is. In twee oude kerken staat het volledige alfabet der literatuur opgestapeld onder het alziend oog. Zwolle keek de kunst af van Maastricht. Toen Selexyz (kent u die nog?) in 2005 begon met de bouw van een boekhandel in de Dominicanenkerk in Maastricht, benaderde boekhandelaar Wim Waanders het Zwolse gemeentebestuur met eenzelfde plan. Het college vond het plan nog niet zo gek, maar er moest – zoals het ambtenaren betaamd – wel eerst jaren over 26

gesteggeld worden. Uiteindelijk opende de winkel vorig jaar haar deuren. Ook een boekhandel beginnen in een kerk? Dat kost wel wat. Waanders investeerde uiteindelijk vijf miljoen euro. Maar dat is natuurlijk een schijntje voor geestelijke ontwikkeling. Waanders in de Broeren Achter de Broeren 1-3, Zwolle www.waandersindebroeren.nl Domincanen Dominicanerkerkstraat 1, Maastricht MEST nr 6


“Gij zult uw lichaam goed onderhouden” Fitnessclub en nog meer, Breda Een gebouw in verval, een torenspits die bij harde wind om kon waaien en gangen vol troep dankzij jarenlange bezetting door krakers. Dertig jaar geleden werd de Heilig Hartkerk in Breda onttrokken aan de eredienst. Pas afgelopen maart werd er een grote stap gezet naar herbestemming. Tot die tijd leek het er op dat de neogotische kerk afgebroken zou worden. Het verwaarloosde gebouw had zoveel te lijden gehad dat zelfs de meest enthousiaste help-mijn-man-is-klusser-consulent met hangende schouders zou afdruipen. Na uren en uren overleg (bij welke kerk zagen we dat eerder?) lijkt er nu eindelijk iets te gebeuren. De kerk en het gebied er

omheen worden een allegaartje van ‘health club’, sauna, restaurant, kantoorunits, een ontmoetingsruimte voor de buurt, een kinderdagverblijf en appartementen. Overigens lijkt dit plan in niets op dat van de vereniging Salvator. Die had ooit het gezellige idee mensen flink te laten betalen om begraven te worden in de kerk. Vreemd genoeg bleken mensen enthousiaster te worden van een fitnessclub dan van een bovengrondse begraafplaats. Baronielaan 24

“Gij zult de wijn niet langer delen”

“Gij zult twijfelend uw naasten dienen”

Café Olivier, Utrecht

Vluchtelingenopvang, Den Haag

In de zestiende eeuw schuilden de katholieken er voor de reformatie en de beeldenstorm, nu komen de mensen er om zich te onttrekken aan de verplichtingen van het dagelijks leven. De voorgevel van Café Olivier in Utrecht doet in niets denken aan de voormalige kerk Maria Minor. Dat verklaart ook direct het vroegere succes van de schuilkerk. Je moet eerst twee deuren door voordat je in de oude kerk staat met zijn indrukwekkende gewelven en een groot orgel. Maria Minor wisselde al vaker van gedaante. Ooit gebouwd als huis, daarna een (schuil)kerk, later een opnamestudio voor klassieke muziek en in de eenentwintigste eeuw een café. Inmiddels is het café uitgegroeid tot een geliefde horecagelegenheid. In 2013 werd Olivier door het vakblad Misset Horeca uitgeroepen tot beste café van Nederland. Je hoeft de wijn hier niet meer te delen, en de barman kan zelfs een beetje vreemd opkijken wanneer u een Merlot bestelt. Want in Olivier drinkt men bier.

Een goede les voor wie niet uit een herbestemming komt: soms dient een oplossing zich vanzelf aan. Toen de Allerheiligst Sacramentskerk in 2008 werd gesloten, kwam een stevige discussie over de toekomst van het gebouw op gang. Het bisdom Rotterdam wilde de kerk laten slopen, een Rijswijkse projectontwikkelaar vond het een goed idee om er appartementen van te maken. En waar twee honden vechten om een been, enfin. In 2013 besloten zestig uitgeprocedeerde asielzoekers uit Irak de kerk te kraken. Tot op de dag van vandaag verblijven zij nog altijd in het enorme gebouw. Omdat het Rijk de belofte om een nieuw verblijf voor de Irakezen te regelen (nog) niet is nagekomen, maakte de gemeente onlangs bekend dat zelf te gaan doen. Intussen is de kerk geen kerk meer, maar doet ze wel waar het oorspronkelijk voor is opgericht. Het geeft vluchtelingen en ontheemden tijdelijk een veilige plek. Misschien niet de verrassendste herbestemming, wel een hele mooie.

Achter Clarenburg 6a www.cafe-olivier.be

Sportlaan 125

MEST nr 6

27


Check de website (www.mestmag.nl) voor meer beeld en achtergronden.

28

MEST nr 6


“Gij zult uw eigen museum maken” Het Nederlands Dakpannen Museum, Alem Nog nooit over nagedacht misschien, maar er zijn mensen die dakpannen verzamelen. En soms loopt zo'n verzameling een beetje uit de hand. Geen nood, dan koop je gewoon een kerk om alles in tentoon te stellen. Dat deed Huub Mombers uit Druten. Inspiratie nodig voor een eigen museum? Kom even kijken in het kerkje van Alem, in de Bommelerwaard.

Daar zijn behalve dakpannen ook gresbuizen en een grote collectie keramische schoorsteenpotten te vinden. Ah, en er is ook een ‘Begin-Hoekkepervorst’ in de vorm van een Saterkop. Geen idee wat dat is, maar het klinkt heel spannend. Sint Odradastraat 12 www.dakpannenmuseum.nl

“Gij zult Gods zwaartekracht tornen” Skatehal, Arnhem Een halfpipe in het middenschip en een ramp in de kooromgang. De St. Jozefkerk stond al sinds 2004 leeg en was een doorn in het oog van wethouder Roeland Kreeft, wiens zoon een fanatiek skater is. Zo kwam hij op het idee een paradijs voor skaters te maken in de lege kerk. Niet alle parochianen waren daar blij mee. Vooral omdat wijkbewoners ooit de kerk met dubbeltjes en kwartjes bij elkaar hadden gespaard. Maar de parochiebestuurder sprak vergoelijkend dat de skatehal, net als de kerk, nog steeds om het verbinden van mensen gaat. Daar heeft hij gelijk in. Regelmatig moeten

gewonde skaters door vrijwilligers verbonden worden om het bloeden te stoppen. Wie ook een ramp op het altaar wil, moet zich wel even voorbereiden. Een skatehal in een kerk gaat namelijk niet zonder slag of stoot. De skatehal in Arnhem was al eens een maand dicht, omdat er onvoldoende vrijwilligers waren met een EHBO-diploma. Rosendaalseweg 700 www.skatehalarnhem.nl Tekst Pol & Van Oijen Fotografie Frank Ruiter

Ook een kerk op de kop getikt en op zoek naar een nieuwe bestemming? Bij deze organisaties kunt u terecht: • Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. www.cultureelerfgoed.nl • Nationaal Restauratiefonds. www.restauratiefonds.nl • Stichting Behoud en Herbestemming Religieus Erfgoed. www.bhre.nl • Taskforce Toekomst Kerkgebouwen. www.toekomstkerkgebouwen.nl • Reliplan: www.reliplan.nl MEST nr 6

29


[Advertentie]


[Advertentie]

ste

Het leukste tekenlokaal van het land

50ste INTERNATIONAAL VOCALISTEN CONCOURS 4 – 14 september 2014 Theater aan de Parade ’s-Hertogenbosch

Opera | Oratorium | Lied Duo

www.vincentstekenlokaal.nl

Cv-ketel

huur en lease al vanaf

€ 25,- p/mnd

Meer dan 200 installateurs staan voor u klaar!

W W W. G A S N E D . N L

www.ivc.nu

Er was eens… De collectie nu vanaf 02.11.2013

PETER VAN DEN BRAKEN CENTRUM

Schilders uit Brabant

Tijdloos klassiek

Heezerweg 2, Sterksel www.petervandenbrakencentrum.nl

www.stabatmater.nl

5113035 STA advertentie 60 x 36 mm alg.indd 1

27-05-14 17:27

de nieuwe klassieker fontys.nl/kunsten

volg ons via

facebook

twitter

CACAOKADE 5 NL-5705 LA HELMOND


V De Vlaming:

“DE EERSTE WERELDOORLOG, DAAR HEBBEN JULLIE TOCH NIKS MEE?” serie

BURENGERUCHT #2

Leg je oor te luisteren, diep in het hart van een Brabander, en je hoort de grom van de Vlaamse leeuw. Maar de liefde lijkt nauwelijks wederzijds. Onze verslaggever en tekenaar – beiden genetisch deels geworteld in de Vlaamse klei – onderzoeken de culturele overeenkomsten. Met twee prominenten in een grenscafé. Deel 2: café In Holland in Castelré, Brabants schiereiland, diep in België. Met historici Leen Huet (B) en Arnoud-Jan Bijsterveld (NL). Wat heeft Den Grooten Oorlog betekend voor de verhoudingen?

b De Brabantse Hollander:

“TUURLIJK WEL. WAAR VINDEN WE ELKAAR? BIJ DE MILJOEN VLUCHTELINGEN EN DE DODENDRAAD” 32

MEST nr 6


MEST nr 6

33


C

astelré? Dat is een reis met nul overstappen, zegt de OV-reisplanner. Men neemt de bus naar Ulicoten, en loopt vanuit de Kloosterstraat aldaar, hupsakee, rechtstreeks naar Castelré. In 86 minuten. Wie met de auto komt, moet mikken op die ene asfaltweg. Vele (smokkel)wegen leiden naar het gehucht, maar slechts één daarvan is verhard. Castelré is geografisch gezien het meest bizarre stukje Nederland. Het Hollandse gehucht – 143 inwoners – steekt als een vijf kilometer lange stofzuigerzak westwaarts België in. Het wordt vrijwel geheel omsloten door Belgisch grondgebied; een landtong van amper tweehonderd meter breed vormt de doorvoerhaven naar Nederland.

LEEN HUET (Hoogstraten 1966) is schrijfster, filosofe en (kunst-)historica. Schreef o.a. de roman Almanak (2005), die zich afspeelt in de jaren zestig rond Wortel Kolonie. Binnenkort verschijnt haar verhalenbundel De Vergulde Wijzers, geïnspireerd op Brabant. Ze werkt aan een biografie van Pieter Bruegel.

ARNOUD-JAN BIJSTERVELD (Waalre 1962) is hoogleraar Cultuur in Brabant aan de Tilburg University. Schreef onder meer Maakbaar erfgoed. Perspectieven op regionale geschiedenis, cultureel erfgoed en identiteit in Noord-Brabant (2009). 34

Het is het enige stukje Nederland dat zowel aan het noorden, het westen als het zuiden aan België grenst. Officieel hoort de bijna-exclave bij Baarle-Nassau, veertien kilometer verderop. Maar de bewoners zijn veel meer op de nabijgelegen Belgische dorpen Wortel, Minderhout en Hoogstraten gericht. Ze behoren tot de parochie Minderhout, gaan daar naar de kerk, en de jeugd gaat er naar school. Water en gas komen uit Nederland, elektriciteit uit België.

U hebt de grens overschreden!

“Pff, mijn TomTom had het moeilijk”, zegt professor Arnoud-Jan Bijsterveld als hij café In Holland binnenstapt. “Om de vijftig meter zei hij: ‘U hebt de grens overschreden! U hebt de grens overschreden!’ Bijsterveld (1962) is hoogleraar Cultuur in Brabant aan de Tilburg University. “Brabant”, benadrukt hij, “niet Noord-Brabant, maar het héle hertogdom.” Schrijfster en historica Leen Huet (1966) uit Leuven werd geboren in het Moederhuis van Hoogstraten en groeide op bij de grens van Wortel en Merksplas. Bij de zusters Ursulinen in Hoogstraten ging ze naar school. Haar ouders hadden een café, De Diept, en wonen nog steeds op het gelijknamige domein. “Leen, hoe ist met ullie pa?”, vraagt barvrouw Carin. “Goe hè”, antwoordt Huet, terwijl ze plaats neemt onder een kruisboog van het plaatselijke St. Jorisgilde. “Hij is gras aan het afrijden op zun trakteurke.”

Terwijl even verderop, op een weiland, De Slag bij Hoogstraten van exact een eeuw eerder wordt uitgevochten in de grootste re-enactment van Vlaanderen ooit, zijn ook de herinneringen aan ‘14-18’ nog lang niet uitgewist in Castelré. Tijdens ‘Den Grooten Oorlog’ was het gehucht weliswaar vrij gebied, maar compleet van ‘moeder’ België afgesneden door de beruchte Duitse dodendraad. Iedereen heeft zo zijn eigen verhaal, ook Huet. In haar ouderlijk huis woonde eerder de legendarische schelm, soldaat en sportman Martial Van Schelle (1899-1943), held van twee oorlogen. Grootvader Armand wijdde er een boekje aan. Van haar andere grootvader, Frans Vermeiren, kent Huet het verhaal van Toke en Sjoke Verheijen. Toke was dienstmeid in Minderhout (B), Sjoke woonde bij haar ouders in Castelré. De zussen werden van elkaar gescheiden door de dodendraad, die ook door Nederland werd bewaakt ter verzekering van haar neutraliteit. Sjoke wilde een pakketje met klompen over de draad gooien. Dat mislukte en beiden kregen tweeduizend volt door het lijf gejaagd. Huet: “Mijn grootvader, bij wie Duitsers waren ingekwartierd, moest als vijftienjarige de lichamen mee helpen opladen. Dat heeft diepe indruk gemaakt.”

Daar hebben jullie toch niks mee?

Arnoud-Jan Bijsterveld had op zijn beurt een oudoom die vocht aan De IJzer. ‘Invalide van 14-18’ stond er op een bordje bij de deur van zijn huis. Volgens de Tilburgse hoogleraar, die net als Huet onderzoek deed naar de oorlog, zit er nog wel wat oud zeer over en weer. “Ik heb onderzoek gedaan in Leuven. Daar begonnen mensen herhaaldelijk in verwijtende toon over de oorlog. ‘Jullie profiteerden ervan, zijn er rijk van geworden. Jullie hebben de Duitse keizer onderdak verleend’.” Beetje kort door de bocht, vindt hij, maar er zit een kern van waarheid in. “Feit is dat een stad als Tilburg tijdens de oorlog rijk geworden is van de productie van uniformen.” Huet heeft nooit iets verwijtends opgevangen uit Vlaamse hoek. Wel ergernis van Hollandse zijde. “Ik zat laatst in de jury van een literatuurprijs [De Gouden Uil- red]. Wim Brands, (Nederlands) mede-jurylid, zei schertsend: ‘Die Eerste Wereldoorlog is nu jullie wingewest’. Er zit ergens een doorn in het vlees. Alsof

MEST nr 6


hij bang is dat de Nederlanders nu vier jaar lang met de mond vol tanden zullen staan.” Nee hoor, zijn we niet bang voor, zegt Bijsterveld, terwijl hij nét geen Vlaamse biljartkeu in zijn rug krijgt. Die oorlog is namelijk ook best een beetje van de Hollanders. “‘De Eerste Wereldoorlog, daar hebben jullie toch niks mee?’, krijgt de Tilburgse hoogleraar regelmatig te horen. Tuurlijk wel, zegt hij dan. “ Waar vinden we elkaar? Bij de vluchtelingen. Een miljoen hè! En bij de dodendraad. Vergeet niet dat er in Nederland ook veel mensen door gedood zijn. Bovendien werd er door de oorlog ook op grote schaal honger geleden.”

Hesp met ei, brood en koffie

In café In Holland zit ondertussen een groep mensen aan een goedgevuld bord hesp met ei met brood en koffie. “Daar staan wij bekend om”, zegt Jos Snoeijs met Vlaams accent. De kroegbaas is Hollands, maar voelt zich “voor tachtig procent Belg.” Zijn familiecafé mag dan op Hollandse bodem staan, het is hier “natuurlijk allemaal eigenlijk gewoon Bels.” Niet alleen de koffie met filterke en zijn vrouw Carin, zeker tachtig procent van de clientèle is Vlaams. Nederlanders sluiten zich gevoelsmatig subiet bij de Belgen aan, volgens de barman, andersom ligt het soms iets lastiger. In Holland, anno 1896, ligt aan de Schootsenhoek, de enige verharde weg naar Castelré, die doorloopt naar ’t Groeske, het driehoekige ‘dorpsplein’, gegoten in Frankische driehoek. Ooit waren er – volgens de overlevering – achttien cafés in het gehucht, op 42 huizen. Nu nog twee. Vanaf het terras kijk je uit op de fraaie hoge kerk van Hoogstraten. Aan de overkant van de weg begint een onverhard pad, waar ooit op grote schaal boter, jenever en koffie over de grens gesmokkeld werd, zo weet Snoeijs.

Slechte verhoudingen

De Vlaams-Nederlandse grens is door de Eerste Wereldoorlog wat scherper getrokken, denkt Huet. “ We stonden daarna op voet van oorlog. Nederland was bevreesd voor annexatie toen België als compensatie Zeeuws-Vlaanderen opeiste.” Bijsterveld: “ Tot aan de Tweede Wereldoorlog zijn de verhoudingen slecht geweest.”

MEST nr 6

Maar ook nu merk je – als het over WOI gaat – nog wel degelijk iets van rancune jegens de Nederlanders, merkt Bijsterveld. Huet betwijfelt dat. Belgen en Hollanders zitten gewoon anders in elkaar, zegt ze. Punt. De Belg is formeel, gezagsgetrouw en individualistisch. De Hollander is stijfjes, hautain en opereert in clubjes. Huet: “Belgen hoeven niet zo solidair met elkaar te zijn. Die sociale controle bij jullie, die gordijntjes die opzijgaan als er iemand langskomt...” De Belgen kunnen behoorlijk benepen zijn, merkte Bijsterveld in zijn Leuvense tijd, maar de Nederlanders juist weer repressief tolerant. “‘Je bent hier van harte welkom, als je je maar aanpast’. We hebben een miljoen Belgische vluchtelingen opgevangen. Maar we hebben na de oorlog wel de rekening gestuurd. Typisch Nederlands.”

Guus wie?

De Vlaamse houding ten opzichte van Nederlanders is tweeslachtig, weet Huet. “ We kijken soms tegen jullie op, maar zijn ook erg trots op onszelf. Mijn vader zei: ‘Ze zijn hier nog te stom om af te kijken van den Hollander.’ Maar hij zei ook: ‘Een Hollander moet niet denken dat hij mij hier de les kan komen lezen.’” Wij kijken op tegen het ‘Bourgondische’ van de Vlaming, denkt Bijsterveld. “ We denken dat we ook Bourgondisch zijn. Ik zet daar mijn vraagtekens bij. Want de feestcultuur, het eten en drinken, hoe verzoen je dat met het beeld van De Aardappeleters?” Bindende factoren voor de Vlamingen: duivensport, wielrennen, veldrijden. Voor de Brabanders: het Koningshuis en iemand als Guus Meeuwis. Denkt Bijsterveld. Wablief, wie? zegt Huet. Bijsterveld: “Een zanger die met het lied Brabant een officieus Brabants volkslied schreef. Vertolkt het levensgevoel voor veel jongeren, wordt omarmd door veel Brabanders.”

De scheidslijn van 1648

De mentale en culturele scheidslijn tussen Vlaanderen en Nederland is met het einde van de Tachtigjarige Oorlog – in 1648, de Vrede van Munster – al getrokken, toen het noorden loskwam van het hertogdom, denken Huet en Bijsterveld. Huet: “Sindsdien hebben we eigenlijk nog

maar weinig overeenkomsten. De Eerste Wereldoorlog bevestigde die verschillen nog ’s.” Tussen Brabant en Vlaanderen zijn de verschillen wel veel subtieler, merkt Huet. “ We zijn gezamenlijk katholiek, dat schept een band.” Bijsterveld knikt: “Religie heeft een enorm stempel gedrukt op het handelen van mensen.” Vlamingen en Brabanders zijn de laatste jaren meer gaan samenwerken, merkt Huet, bijvoorbeeld op het gebied van grensoverschrijdende natuurgebieden. We groeien juist verder uit elkaar, vreest Bijsterveld. “Naar België reizen met het OV wordt steeds moeilijker, we kijken nog nauwelijks naar elkaars tv-programma’s, dus worden het Vlaams en Nederlands nu ondertiteld. En je moet echt je best doen om elkaar te ontmoeten. Ook de mentale afstand blijft groot. Ga ik in Hoogstraten een lezing geven, zeggen ze: ‘ Wat geweldig dat u helemaal uit Tilburg gekomen bent.’ Man, het is een half uurtje rijden!”

Gedoemd te mislukken

Samenwerking is door cultuurverschillen soms ook gedoemd te mislukken, weet Bijsterveld. Neem de burgemeester van Hilvarenbeek en schrijver Jan Naaijkens, die in 1946 naar België fietsten om samen de Groot-Kempische Cultuurdagen op te zetten. “Dat was geen succes. De Nederlander wil altijd eerst een stichting oprichten, dan een reglement en gaat dan pas aan de slag met de inhoud. De Belg wil het precies andersom.” Terug naar 14-18. De Dodendraad. De afschrikwekkende elektrische wegversperring is anno 2014 weer helemaal terug op Castelré. Althans, fragmenten daarvan. Het Dodendraadpad en de Dodendraadroute lopen er langs. De wandel- en fietstochten zijn net een week geopend, maar kroegbaas Snoeijs merkt nu al dat hij extra aanloop heeft. De Eerste Wereldoorlog, die op 28 juli 1914 begon, is goed voor zijn café, zegt hij. In Holland profiteert men weer lekker mee.

Tekst Dieter van den Bergh Illustratie S. Lloyd Trumpstein

35


HET Oftewel: hoe een boek, lied, kunstwerk

LICHT of voorstelling iemands leven heeft veranderd.

“Kunst hoeft niet donker en deprimerend te zijn” Samantha Gonzalez,

Amerikaans modeontwerpster in Eindhoven.

H

aar haren zijn geverfd in de haarkleur van de kleine zeemeermin uit de gelijknamige Disneyfilm. Dat is het eerste wat opvalt als ze de deur opendoet van haar zonnige etagewoning nabij het stadscentrum van Eindhoven. Dat en haar lengte: de één meter zestig haalt ze niet. Haar ouders zijn Cubaans, vertelt ze. Maar opgegroeid in Amerika, net als zij. Tot haar 23e woonde ze in Miami. In 2007 kwam ze naar Nederland voor haar geliefde, vorig jaar trouwden ze.

het Beest juist zo mooi omdat het een alledaagse scène tot leven wekt. Zij loopt door het dorp. Langs de bakker, de smid. Een inbreker en allerlei andere dorpsbewoners beginnen te zingen. Zo wordt een saai moment prachtig. In de tijd dat ik in een winkel werkte, moedigde ik mijn collega’s in de pauzes aan om samen liedjes te zingen. We konden zitten en wat kletsen, maar we konden ook iets bijzonders doen, vond ik.”

Samantha Gonzalez (30) praat in het Engels. Hoewel ze Nederlands verstaat en het ook prima kan spreken. Maar op de een of andere manier vindt ze dat gênant, zegt ze schouderophalend terwijl ze aan haar koffiezetapparaat prutst. “Wat is het precies voor een rubriek waar ik in kom?”, vraagt ze voorzichtig. “Ga je me belachelijk maken omdat Walt Disney mij inspireert?”

Nu verzorgt ze de Facebookmarketing voor kinderkledingbedrijf 4funkyflavours. Mode ontwerpen en pianospelen zijn haar passies. Disneyfilms kijkt ze niet meer regelmatig, maar de muziek luistert ze vrijwel dagelijks. “Er zit altijd een Disney-cd in mijn autoradio. Naast de muziek zijn het vooral de mode en de overgave waarmee de films zijn gemaakt die me inspireren.”

Ze is het gewend dat mensen meesmuilen. Vooral op de kunstacademie haalden ze hun neus voor Disney op. “Het lijkt wel of alles daar donker en deprimerend moet zijn om kunst’ genoemd te mogen worden. En of je suïcidaal moet zijn om over te kunnen gaan.”

De mode? “De strakke bovenlijfjes met baleinen en de wijd uitlopende jurken.” Ze loopt naar haar slaapkamer en komt tevoorschijn met een zelfgemaakte, klassieke jurk. “Ik hou van hele meisjesachtige, theatrale kleding. Helaas is daar in Nederland geen markt voor. Hier moet alles een beetje gewoon, een beetje stoer.”

Wanneer kwam je voor het eerst in aanraking met Disney? “In mijn kleutertijd. Wij hadden een videoband met daarop de mooiste Disneyliedjes uit alle Disneyklassiekers, met fragmenten uit die films en de tekst onder in beeld. Ons hele gezin zong uit volle borst mee. Ik vond de muziek prachtig en herkende de melodieën van Tsjaikovski die ik op de piano speelde; ik viel al heel jong als een blok voor klassieke muziek. Ik vond het fascinerend om te zien hoe muziek een sfeer kon bepalen.” Leg eens uit. “Ik hou ontzettend van het idee dat je leven een soundtrack heeft, of een soort musical is. Toen we bijvoorbeeld locaties gingen uitzoeken voor onze bruiloft, reden we richting een kasteel. Ik heb speciaal het liedje Jolly holiday uit Mary Poppins opgezet. Gewoon, om de toon te zetten.” Wil je zo het leven mooier maken? “Zeker. Ik vind het beginliedje van Belle en

En wat bedoel je met ‘de overgave’? “Disneyfilms worden gemaakt met zoveel oog voor detail. Voor De Kleine Zeemeermin zijn allerlei vissen uitvoerig bestudeerd. De bewegingen van de monden van de hoofdrolspelers zijn afgestemd op de mondbewegingen van de mensen die hun stem vertolken. Ik geniet van die verzorging tot in de puntjes, je moest mijn huis eens zien rond Halloween. Die overgave zorgt er volgens mij ook voor dat veel Disneyfilms klassiekers worden.” Verveelt het je niet dat Disneyfilms altijd goed aflopen? “Ik kijk geen droevige films, daar word ik alleen maar intens verdrietig van. Ik besteed mijn vrije tijd liever aan plezierige dingen. En van Disneyfilms en -muziek krijg ik altijd weer een gelukkig gevoel.” Tekst Esther Wittenberg Fotografie An-Sofie Kesteleyn

Ook een voorbeeld van een boek, voorstelling, kunstwerk of lied dat je leven heeft veranderd? Mail ons: redactie@mestmag.nl 36

MEST nr 6


MEST nr 6

37


38

MEST nr 6


B R E DA PHOTO Het internationale fotofestival BredaPhoto, iedere twee jaar te zien op verschillende locaties in het stadscentrum van Breda, is sinds de start in 2003 uitgegroeid tot één van de belangrijkste fotofestivals van de Benelux. Dit jaar van 11 september tot 26 oktober, met werk van meer dan vijftig fotografen. Curatoren Geert van Eyck, Reinout van den Bergh en Jan Schaerlackens kozen voor MEST uit de foto’s die straks te zien zijn, ieder drie persoonlijke favorieten.

Foto uit de serie Orchard Beach: The Bronx Riviera van Wayne Lawrence (VS). Favoriet van Geert van Eyck (GvE). “Portretten met een opvallend zelfbewuste uitstraling. De Bronx en haar bewoners hebben vaak een negatief imago. Deze foto’s laten vooral de eigenwaarde van de geportretteerden zien.” Expositie is te zien op stadsstrand Belcrum Beach.

MEST nr 6

THEMA: DE ROMANTIEK IN DE 21STE EEUW BredaPhoto onderscheidt zich van veel andere fotofestivals door het engagement rondom een maatschappelijk thema. Dit jaar is dat Songs From the Heart. Daarmee onderzoekt BredaPhoto wat de waarde van de romantiek nog is in de 21ste eeuw. Op de site: ‘Hoewel de romantische idealen

van authenticiteit, oprechtheid en uniciteit al meer dan twee eeuwen oud zijn, zijn ze vandaag de dag weer springlevend. Tijdens het festival verkennen de geselecteerde fotografen het spanningsveld rond de romantiek als kunststroming, als lifestyle en als scheldwoord.’     39


40

MEST nr 6


Foto’s uit de serie Fortune Market van Kris Vervaeke (B). Vervaeke fotografeert de fortune tellers in Hong Kong. Favoriet van Jan Schaerlackens (JS). “Hij kiest steeds voor dezelfde beelduitsnede. Mede daardoor ga je als kijker info halen uit de details.”

Foto uit de serie Purple Mountain Majesties van Gregory Halpern (VS). Serie waarvoor Halpern terugkeerde naar California, waar hij een groot deel van zijn jeugd doorbracht. (Keuze: GvE).

Foto uit de serie Zatsuran (‘rotzooi’) van de Japanse fotograaf die zichzelf Photographer Hal noemt. Hij fotografeert stelletjes in een vacuüm zak, samen met hun favoriete objecten. Favoriet van Reinout van den Bergh (RvdB).

MEST nr 6

41


Foto uit de serie Pierdom van Simon Roberts (UK). Dit is de Clevedon Pier in Somerset. (Keuze: RvdB).

42

MEST nr 6


MEST nr 6

43


Foto van An-Sofie Kesteleyn (B) uit een serie over het festival Burning Man. Het wereldvermaarde festival in de Black Rock Desert in Nevada (VS), is volgens de deelnemers een tijdelijke, experimentele samenleving, waar zelfexpressie en zelfvoorziening centraal staan. (Keuze: RvdB).

Foto uit de serie Mimus van Wiesje Peels (NL). Lopend project, waarbij Peels visueel onderzoek doet naar het circusleven. Jan Schaerlackens: “Ze kiest er bewust voor om mensen tamelijk anoniem in beeld te brengen. Het is meer een antropologisch dan een psychologisch onderzoek. Ze gebruikt tegelijkertijd het decor van het circus om visuele metaforen te tonen waarin aspecten van haar eigen persoonlijkheid terugkomen.� Het boek Mimus wordt tijdens het festival gepresenteerd. (keuze: JS).

44

MEST nr 6


Selectie foto’s uit een project van beeldend kunstenaar Sven Fritz (D). Fritz fotografeerde alle, ruim duizend minuscule steentjes uit de maag van een oude auerhoen (dat is een vogel). Elke auerhoen heeft zulke steentjes (zo’n 2 mm groot) in zijn maag, die helpen bij de spijsvertering. (Keuze: JS).

MEST nr 6

45


Beeld uit het project Seeds van Jos Jansen (NL). Visueel onderzoek naar ons voedsel, en de vaak valse romantiek rondom eten. Zoals bijvoorbeeld bij de (vermeende) gezondheidsvoordelen van biologisch voedsel. (Keuze: GvE).

BREDAPHOTO Centrale uitgangspunten van BredaPhoto: engagement, toegankelijkheid en een programmering van toonaangevende fotografen (uit binnen- en buitenland) naast jong talent. Het festival toont dit jaar het werk van zo’n vijftig fotografen. Op verschillende plekken in het centrum van Breda, waarbij de tentoonstellingen op de buitenlocaties gratis toegankelijk zijn. Dit jaar varen er bootjes over de Singel, met onder de bruggen foto’s die je alleen vanuit de boot kunt zien. Opvallend is verder het Academieproject. BredaPhoto werkt samen met opleidingen fotografie in Nederland en België, waarbij studenten de mogelijkheid krijgen om hun werk aan de curatoren te presenteren. De uiteindelijk selectie van foto’s van studenten wordt gelijkwaardig geëxposeerd naast het werk van gevestigde namen. Tekst Stan van Herpen

46

MEST nr 6


TRUMPSTEIN

MEST nr 6

& DE LEIJER

47


KENJEZELF KIT-SESSIE 1 MET JEROEN DE LEIJER EN LUC DE VOS

JE MOET ALTIJD

RIJK EN GELUKKIG Z IJN

Jeroen de Leijer, naast tekenaar ook sjamaan, spiritueel gids en bedenker van de Kenjezelf Kit, ontvangt vanaf nu in elke editie van MEST een bekende culturele Brabander of Vlaming op zijn sofa. Aan de hand van de Kenjezelf Kit biedt hij haar of hem de unieke mogelijkheid om middels de spirituele kaarten te komen tot een bijzondere mate van zelfreflectie. In deze eerste aflevering: zanger en schrijver Luc De Vos. Omdat zijn band Gorki 25 jaar bestaat. En hij deze zomer met een nieuwe roman komt, ‘Paddenkoppenland’.

48

MEST nr 6


MEST nr 6

49


���D

e middenstand regeert het land, beter dan ooit tevoren’, zong Luc De Vos, de voorman van Gorki in zijn hit Mia uit 1992. Inmiddels bestaat Gorki 25 jaar en hebben die woorden niets aan actualiteit ingeboet. Het festival waar ik De Vos ontmoet heet Arendonk zingt & swingt en wordt mogelijk gemaakt door onder andere: Frituur Den Driehoek, Bas Vosters strafrechtadvocaat, Garage Mangelschots, Aanhangcentrale Arendonk, Spoormans Comfortabelzitten. com, Metselwerken Frank Meulemans, Kapsalon Ghislaine en diverse andere lokale middenstanders. Arendonk zingt & swingt is een festival voor het hele gezin. Terwijl de ouders hun speciale bieren drinken op het festivalterrein, geniet het jeugdige publiek bepuist en bebrild van topact Gers Pardoel. Alle huisvrouwen van Arendonk zijn ingezet om smoutebollen, loempia’s en pizza’s te verkopen, bonnen te verstrekken of de artiesten op te vangen. Een lokale madam begeleidt mij naar het jeugdhonk van Arendonk dat tijdens het festival dienst doet als backstageruimte. Hier ontmoet ik Luc De Vos, om met hem aan de hand van de Kenjezelf Kit te spreken over zijn onbestemde momenten. Hoe brengt de zanger van Gorki zijn onbestemde momenten vlak voor het optreden door? Hoe opent hij zijn kanalen voor de kosmische energie?

Rumoer

Bij het open raam rookt Luc een sigaret en staart peinzend naar een blinde muur. Vindt hij het niet vervelend om zo vlak voor een optreden nog een gesprek te moeten voeren? Integendeel. “Als artiest heb ik het liefst een publiek om me heen. Ik word juist rustig als er wat rumoer is. Wel moet ik nog even wat stemoefeningen doen.” Gezeten op een zwartlederen fauteuil pingelt Luc wat op zijn gitaar en maakt hij gorgelende keelgeluiden terwijl ik zijn portret teken. Dan wordt hij geroepen om zijn fans tijdens een meet & greet de hand te schudden en met ze op de foto te gaan. Zonder Luc oogt de ruimte nog ruimer, het zwarte, afgeleefde bankstel nog

50

afgeleefder. Op het tafeltje ligt een brief van een fan. ‘Hoe gaat het met Mia? Heb je je lieve kleine piranha’s al eten gegeven vandaag?’ “Wat moet ik doen?” vraagt Luc als hij weer in de kleedkamer is. “Er moet niks”, leg ik uit, “maar er mag van alles.” “Kom”, zegt Luc, “ik zal de kaarten eens schudden.” Voor Luc is één keer schudden genoeg.

Loopvogel

J: “Het is wel een mooie vogel.” L: “Wat is mooi? Ik vind dat we een mooie band zijn om naar te kijken. We staan niet stil. We spelen alles zelf. Tegenwoordig is dat met al die computers een zeldzaamheid aan het worden.” “Gisteren zag ik de band Kasabian bij Later with Jools Holland op de BBC. Die speelden ook alles zelf terwijl het toch best een dance-achtige techno-act was. Dat deed mij wel plezier, dat ze stonden te rammen op die instrumenten. Bam! Bam!” “Een goede plaat.” Zegt de bassist. “Wat? Bam bam?” “Nee, die nieuwe van Kasabian.”

Samenzwering

Een vogel op een tak... Er staat een ladder bij de boom. “Ik zie niet goed in waarom een vogel een ladder nodig zou hebben om op een boom te landen.” Hij kijkt peinzend naar de veelkleurige vogel op de kaart. “Is de boom een podium? Laat de vogel zien hoe mooi hij is? Als je zanger bent doe je het vooral voor de muziek, maar je doet het ook wel om op een podium te kruipen. Om te laten zien: jongens, hier ben ik. Ik doe het toch voor de aandacht. Toen ik jong was, als 14-, 15-jarige, was op een gitaartje spelen een vorm van aandacht vragen. Toch probeer ik die aandacht tot een minimum te beperken. Zo van: ik sta hier nu wel, maar let maar niet te veel op mij, je moet naar de muziek luisteren. Ik probeer mij natuurlijk rot te amuseren, daarvoor doe ik het óók. Het is fantastisch om op een podium te kunnen staan en lawaai te maken. Maar ik probeer toch ook een soort van afwezigheid te creëren. Of is dat een te groot woord? Het gaat om de muziek.” J: “En die trap?” L: “Misschien dat er nog iemand bij de vogel wil kruipen?”

Vier konijnen op een berg, daaronder staat een diamant. “Staat deze afbeelding symbool voor de band? Ik speel graag in een band. Ik heb nooit de ambitie gehad om solozanger te worden. Ik heb er altijd naar gestreefd om een bandje te hebben. Ik hoefde zelf niet de zanger te zijn, als ik maar in een band zat. Door puur toeval, omdat niemand anders wilde zingen, ben ik de zanger geworden. Ik vind het leuk om in een collectief te zitten.” Tijger met een vogeltje op zijn kop. “Tsja, wat moet ik daarvan zeggen. Het is een mooie tekening. Een prachtige tijger. Hij kijkt een beetje boos, maar toch mag dat vogeltje op zijn kop zitten. Misschien heeft het wel iets te maken met kritiek of zo. Kritiek glijdt van mij af als water van een eend. Ik ben daar onontvankelijk voor. Ik heb het altijd zo graag gedaan, muziek maken, dat ik het

MEST nr 6


Vogeltje

andere dingen gaan doen. Dus in die twee uur moet het gebeuren. Het is alsof je de studio voor twee dagen hebt geboekt en in die tijd een plaat moet opnemen. Dat vind ik goed. Discipline kan niet onderschat worden denk ik. Je kunt ook om de twaalf jaar een dichtbundeltje van een paar bladzijden afleveren, maar dat schiet niet op. Als je het lef hebt om te zeggen dat je schrijver bent, moet je ook wat neerpleuren zo nu en dan.”

Diepzeemonster

gevoel had: dit is wat we doen, je mag er van vinden wat je wilt. Het is te nemen of te laten.” J: “Vanwaar die keuze voor Nederlandstalig?” L: “Nederlandstalig is altijd een beetje een moeilijke oefening geweest, maar ik heb graag wat weerstand. Hoe moeilijker hoe liever.” “Hoewel ik in het begin ook wel in het Engels zong. Of in het Duits, dat sprak mij ook wel aan. Ik kan geen teksten van iemand anders zingen. Op dat vlak ben ik wel een dictator. Niemand kan liedjes maken zoals wij en het is onmogelijk ons te vergelijken met een andere band.” Een octopus. Hier herkent Luc zich wel in. Een creatieve duizendpoot. “Ik doe nog een hoop andere dingen. Ik schrijf, na de zomer komt mijn nieuwe boek uit: Paddenkoppenland. En ik ben huisman, ik heb een kind en een vrouw. Ik vind het wel een leuke opdracht om alles door elkaar te moeten doen. Ik ben niet zo iemand die in de Ardennen op een berg moet gaan zitten om zich te kunnen concentreren.” Terwijl hij dit zo vertelt realiseer ik mij dat op ditzelfde moment Luc op de nationale televisie te zien is als panellid in het programma De klas van Frieda. Gelukkig heb ik de videorecorder geprogrammeerd. J: “Hoe kanaliseer je al die energie?” L: “Dat is niet zo moeilijk. Ik sta ’s morgens om half acht op en om negen uur begin ik te schrijven tot elf uur. Dan moet ik

MEST nr 6

Joepie!

Even later zingt en swingt Gorki in de festivaltent. Een groep bakvissen staat voor mij selfies te nemen. “Arendonk, ik neem je mee!” roept Luc tussen twee nummers door. “Ik neem je mee op reis, naar Rome of Parijs! Joepie!” De lichtshow draait op volle toeren, de muzikanten rammen op hun instrumenten. Bij het nummer Mia zingt de hele tent luidkeels mee. De Vos, wijdbeens hengstend op zijn elektrische gitaar, is zichtbaar in zijn element. Hier zijn alle kanalen open. Ik leg hem een citaat voor uit zijn boek De Volksmacht: ‘Inderdaad is het beter rijk en gelukkig te zijn dan arm en ongelukkig’. “Waarom zou je tijd verliezen met arm en ongelukkig zijn? Je moet altíjd rijk en gelukkig zijn. Je moet geen tijd verliezen met verlangen naar dingen die je niet kunt krijgen. Ik ben ontzettend rijk. Ik heb wel niet veel maar ik heb een gitaar, ik heb een band. Ik kan alles doen wat ik wil.”

Tekst en illustraties Jeroen de Leijer

JEROEN DE LEIJER: “De Kenjezelf Kit is een methode die ik heb ontwikkeld om met 48, intuïtief getekende kaarten, onbestemde momenten te duiden en te laten voor wat ze zijn. Tijdens momenten die geen bestemming hebben, is er ruimte voor rust en contemplatie.”

LUC DE VOS (1962) is zanger van de bekende Vlaamse band Gorki en schrijver. Deze zomer verschijnt bij uitgeverij Atlas Contact zijn nieuwe roman Paddenkoppenland. Het verhaal vangt aan op de eerste autoloze zondag van 1973, in een armzalig dorp onder de rook van Gent. Ronny De Keyzer groeit op tussen de ‘paddenkoppen’, zoals hij ze noemt. Zelf is hij voorbestemd om zijn afkomst te ontstijgen, zo meent hij. Hij vindt zichzelf knapper dan zijn dorpsgenoten, en hij speelt gitaar. Maar zijn muzikale dromen vervagen en zijn kantoorbaan blijkt minder tijdelijk dan hij dacht. Hij heeft de hoop al bijna opgegeven wanneer als bij toverslag toch liefde en succes in zijn leven komen.

Een fragment van het interview is te horen op onze website, www.mestmag.nl.

51


H ET GELUID V A N O R D E ELSKE VAN LONKHUYZEN Schrijfster Elske van Lonkhuyzen verbleef op uitnodiging van Literair Productiehuis Wintertuin en het Groot Letterfestival dit voorjaar een kleine maand als artist in residence in het Eindhovense verzorgingstehuis Peppelrode. Speciaal voor MEST schreef ze dit korte verhaal, geĂŻnspireerd door haar verblijf aldaar.

E

erst komt de onrust. Het gevoel dat er storm op komst is, terwijl in de tuin geen blad ritselt. De enige beweging komt van de merel die in de perenboom woont. Hij beweegt van links naar rechts over zijn tak, alsof hij voorzichtig zijn territorium aftast. Hij bouwt een nest want het is lente. De man kijkt ernaar door het keukenraam en dan komt de pijn. Scherp en onverwacht. En kort

52

daarop het besef dat hij iets kwijt is, al kan hij met geen mogelijkheid zeggen wat. Het gemis is hevig. Alsof er een stuk van hemzelf ontbreekt. Maar als hij langzaam de trap naar boven beklimt en zich uitkleedt voor de staande spiegel in de badkamer, blijkt dat alles er nog gewoon zit, net als de vorige keer en de keer daarvoor. De rare, bleke tenen, de knieĂŤn met de schrale huid, de oren en neus waarvan hij eens heeft gelezen dat ze je leven lang blij-

MEST nr 6


MEST nr 6

53


ven groeien. De neus is groot, de oren reusachtig. Hij kijkt er lang en aandachtig naar. Hoe ze afstaan van zijn hoofd. Hoe roze ze zijn. Hoe buigzaam als hij er een beetje tegenaan duwt. Ik ben oud, denkt hij terwijl hij naar het lichaam kijkt. Ik ben een oude man. Op dinsdag komt de dochter om te stofzuigen. Hij weet dit omdat het op de grote kalender staat die in de keuken hangt, in een sierlijk handschrift. Ze kust hem op beide wangen en drukt hem stevig tegen zich aan en daar schrikt hij elke keer weer van. Ze stofzuigt alle hoeken van het huis. Ze weet de weg. Ze zet koffie en sorteert de post en soms vraagt ze wanneer hij de kasten boven opruimt. Ze durft hem niet goed aan te kijken als ze dat vraagt. Haar blik is op de schone vloer gericht. Ze zegt: “Dit kan niet zo blijven doorgaan.” Ze zegt dat hij de administratie niet meer in de koelkast moet leggen en dat de pantoffels niet in de oven thuishoren, ook al is het daar lekker warm. “Geen wonder dat jij dingen kwijtraakt”, zegt ze, en hij denkt: is dat dan wat ik kwijt ben? De administratie? De pantoffels? Hij probeert de dingen in zijn hoofd met elkaar te verbinden maar het komt nooit helemaal uit. Als een verjaardagslinger die de gordijnrails net niet haalt. De zee spoelt verdrietig aan ‘t land, denkt hij. Mijn gedachten zijn een zee, ze spoelen verdrietig aan hun grenzen. * De man is in zijn leven al veel kwijtgeraakt. Hij maakt er een lijstje van aan de keukentafel terwijl op het fornuis zachtjes een ei kookt. De stoom die van het pannetje komt herinnert hem aan hoe een ei in kokend water klinkt, hoe het door luchtbellen opgetild wordt en de schaal bij het vallen tegen de rand en bodem van de pan tikt. Zonder het echt te horen speelt hij het geluid af in zijn hoofd. Misschien is het als met de liefde, denkt hij. Je hoeft het niet steeds te voelen, om te weten dat het er is. Hij kan naar de dochter kijken en hoe ze door zijn

huis gaat als een vreemde en dan weet hij toch dat hij van haar houdt. Het is immers zijn dochter. Op het lijstje met verloren dingen staan tot dusver de witte Volkswagen Golf, de broek van zijn driedelig pak, het blikje echte Cubaanse sigaren dat de dochter – wanneer was het toch? – voor hem meebracht van vakantie, de afstandsbediening. Er zijn ook dingen die niet goed op het lijstje passen. De zachte geluiden die hij nu zelf bij de gebeurtenissen moet denken. Bepaalde woorden. Dat zit hem bijzonder dwars. Alsof de taal een loopje met hem neemt. Soms staat hij minutenlang naar een woord te zoeken, halverwege de woonkamer, met een beker koffie in zijn hand en de weekendbijlage van de krant onder zijn arm. Hij kan het woord bijna voelen, het staat om de hoek in zijn vuistje te lachen. Dat maakt het zo erg, dat het binnen zijn bereik lijkt zodat hij het blijft proberen, terwijl de klok tikt, terwijl de koffie afkoelt. Met het telefoonboek opengeslagen op schoot, belt hij naar het Loket Gevonden Voorwerpen. Hij zit in de stoel bij het raam vanwaar hij de perenboom nog net kan zien, met de merel die bedrijvig stukjes mos verzamelt. De telefoon gaat lang over maar de man heeft alle tijd. De dag strekt zich voor hem uit als een vers ingezaaid voetbalveld. “Ja?” klinkt plotseling een meisjesstem. “Ja”, zegt de man. “Ja. Ik zoek iets.” “Dat snap ik”, zegt het meisje. “Wát zoekt u?” “Iets dat zich moeilijk laat omschrijven,” zegt de man. “Er zijn dagen dat ik het vreselijk mis en dagen dat ik er niet eens aan denk.” Het meisje zegt dat ze daar heel weinig mee kan. Ze zegt dat je iets waarvan je niet weet wat het is, ook niet kunt missen. “Dat kan wél”, zegt de man, “ik ben het levende bewijs.” “Het lijkt me gewoon sterk”, zegt het meisje. Daarna zwijgen ze. De man heeft alle tijd. “Vooruit dan maar”, zegt het meisje na een tijdje.

*Deze twee zinnen zijn ontleend aan Nescio, uit Titaantjes.

54

MEST nr 6


MEST nr 6

“We kunnen beginnen met de rubrieken. Alles past wel in een rubriek. En wat niet in een rubriek past, past in de rubriek ‘overig’.” Ze lacht. Ze bewoont een wereld waarin alles klopt. “Goed”, zegt de man. “Ze staan op alfabetische volgorde”, zegt ze, “als er een belletje gaat rinkelen geeft u maar een gil.” Ze schraapt haar keel. “Auto’s. Betaalmiddelen. Boeken. Brillen. Campingspullen.” Na elke rubriek pauzeert ze even, haar geduld is ontroerend. “Computer”, vervolgt ze, “Fiets. Gereedschap. Kind.” Een kind kwijt zijn, denkt de man. Verschrikkelijk. Hij denkt aan de dochter die soms de kleinzoon bij zich heeft als ze komt stofzuigen. Ze zet hem midden op het kleed en geeft hem gekleurde blokken die hij in de juiste vormen moet duwen. Het rode vierkant in het vierkante gat. De blauwe driehoek in het driehoekige gat. De kleinzoon vindt het een lastig taakje. Hij wil de groene cirkel perse door het vierkante gat duwen. Als het niet lukt krijgt hij een rood hoofd. Hij leert dat de dingen begrensd zijn. “Kleding. Koffers/tassen. Kunst. Muziek”, somt het meisje op. Bij ‘kleding’ ineens het beeld van de jurken die in de kast op de slaapkamer hangen, achter de linker deur die nu op slot zit. Niet een gebrek aan iets, maar een overschot, al die oude jurken. Als ze alle rubrieken hebben gehad, zwijgen ze verslagen. “Ik maak hier gekke dingen mee, hoor”, zegt het meisje schor. “Vooral in de rubriek ‘medisch’.” Ze zegt dat er infusen gebracht worden, kunstgebitten, plastic armen en benen. “Hoe kom je ergens zonder je benen?” zegt ze. Haar stem gaat van verbazing de hoogte in. De man weet het ook niet. “Je kruipt misschien”, zegt hij.

hoe hard de vloer is, ook al ligt er een dik kleed. De man is naast zijn stoel gaan zitten, in het luchtledige. De adem is uit zijn longen geslagen en hij ligt op zijn rug, tussen de donkere houten poten van de comfortabele leunstoel en het dressoir met de verzameling Delftsblauwe boerderijdieren. Buiten wordt het langzaam donker. Alleen het licht van de koplampen van auto’s die behoedzaam door de straat rijden, schuift zo nu en dan in brede gele banen over het plafond. Vallen is altijd het einde van iets, denkt de man. Alle valpartijen die hij zich herinnert, schuiven over elkaar heen, als dia’s. De keer dat hij zijn vijftigste verjaardag vierde en struikelde over een verlengsnoer in de tuin. Einde van het feestje. De keer dat hij een tree miste op de trap. Einde van de lange wandelingen in het bos. De keer dat het stuur van zijn fiets in het stuur van haar fiets... De berm was zacht en ze vergaten dat gras vlekken maakt, de kou die optrok uit de grond. Door het vloerkleed trekt de kou van de plavuizen. De nacht slokt hem op als een loom dier. Het donker vermengt zich met de kou en een voortdurend suizen. Als water door een verwarmingsbuis, als het ruisen van populieren, hoog boven zijn hoofd, op een doodgewone zomerdag. Hij raakt dingen kwijt, bij bosjes. En de dochter zal hem straks vinden. Tenzij ik dood ga, denkt de man. En hij ziet de rechthoekige kist al voor zich, die precies zal passen in het rechthoekige gat. De pijn trilt als een snaar in zijn borst. Hij is iets kwijt en de dochter gaat hem vinden, haar sleutel past precies in het slot, hij zal het niet horen maar hij weet hoe het klinkt. Metaal tegen metaal en dan de zachte klik. Het geluid van orde, denkt de man met open ogen in het donker, zijn blik op het plafond en het maanlicht dat over zijn haren strijkt als een vrouwenhand.

Dat hij valt op een maandagavond is een geluk bij een ongeluk. Het is verrassend hoe snel het gaat en

Illustratie Ilse Weisfelt

55


KUNSTENAARSDUO HERINGA / VAN KALSBEEK EN HUN FASCINATIE VOOR HET CORSO ZUNDERT

DE

SCHOONHEID VAN ONZE BINNENKANT Liet Heringa en Maarten van Kalsbeek worden al jaren geïnspireerd door het Corso Zundert. En dan vooral door het verval van de wagens na afloop. Het Stedelijk Museum ’s-Hertogenbosch toont sculpturen die daarnaar verwijzen, inclusief een gigantische, onttakelde corsowagen op het binnenplein. MEST-redacteur Anneke van Wolfswinkel interviewde Heringa / Van Kalsbeek en een aantal jonge corso-ontwerpers die aan het project meewerken. In een essay duidt ze het werk van het befaamde kunstenaarsduo. “De gestolde explosies leiden onze gedachten naar de binnenkant van de dingen.”

56

MEST nr 6


Zonder titel, 2013

MEST nr 6

57


CORSOKADAVER DE GEKOESTERDE VLOEK Het corso rust als een gekoesterde vloek op Zundert. In 1936 wordt het feest voor het eerst gehouden, ter ere van de verjaardag van de toenmalige koningin Wilhelmina. De met dahlia's versierde fietsen, steppen en boerenkarren roepen iets wakker in de Zundertse bevolking, en in de decennia die volgen dijt het corso gestaag uit, totdat de wagens krankzinnige afmetingen aannemen. Twintig buurtschappen richten in het voorjaar elk een eigen tent op, waarin gestaag gebouwd wordt aan de wagen. Met maar één doel: het winnen van de ereprijs. De laatste dagen en nachten voor het corso stijgt de corsokoorts tot gevaarlijke temperaturen, als in 72 uur onafgebroken de dahlia's – tot wel een half miljoen per wagen – met spijkertjes op het papier-maché worden geprikt. Absoluut hoogtepunt is de optocht op de eerste zondag van september. De jury maakt de winnaar bekend: alleen die wagen mag stoppen op de Markt. De vreugde-uitbarsting bij het winnende buurtschap heet ‘Zundertse jubel’: alle emotie die in een jaar is opgebouwd, komt in één geweldige golf naar buiten. In 2014 vindt het Corso Zundert plaats op 7 & 8 september. Op zondag is de optocht, op maandag zijn de wagens nog één dag te bewonderen op het veilingterrein.

en gigantisch, metershoog kadaver, uit elkaar gereten door gieren. Zo gaat het er ongeveer uitzien. Rondom de onttakelde corsowagen zal, in elk geval in het begin, de geur hangen van rottende dahlia's. De stunt die Heringa / Van Kalsbeek en Corso Zundert samen gaan klaarspelen, doet de ogen van kunstenaars en corsobouwers nu al glimmen. Transport- en takelwagens (de grootste in hun soort) zijn geregeld. Nu hoeft alleen die wagen nog maar gebouwd te worden. Voor Liet Heringa en Maarten van Kalsbeek, die samen het kunstenaarsduo Heringa / Van Kalsbeek vormen, was de ontdekking van het Zundertse corso, nu ruim tien jaar geleden, niet minder dan een openbaring. Sindsdien komen ze elk jaar kijken naar de spectaculaire, met dahlia's overdekte wagens, die op de eerste zondag van september in optocht door Zundert gaan. Al komt voor hen het echte hoogtepunt twee dagen later: de vernietiging van de wagens. Liet: “Eerst halen ze het dure spul eruit, de mechaniek. Dan worden ze met grote takelwagens de lucht in getild en uit elkaar getrokken. Dat vinden wij nog steeds een fantastisch moment.” Als je het werk van het duo ziet, snap je waar de fascinatie vandaan komt. Het verval, de dynamiek, de binnenkant die buitenkant wordt – het komt allemaal in hun sculpturen terug. Een groot verschil is de schaal: een corsowagen is al gauw zo'n 25 meter lang en negen meter hoog. Een Heringa / Van Kalsbeek blijft

meestal kleiner dan een meter. Met als één van de uitzonderingen: ‘Prolong’, een sculptuur van veertien meter hoog, van 2008-2010 op het festivalterrein van Lowlands. Maarten: “Dat was een krankzinnig project.” Liet: “En een ode aan het corso.” De flamingo's die ze er het tweede jaar aan monteerden, waren afkomstig van een Zundertse corsowagen.

Koeienschedel

De uitnodiging om in de zomer van 2013 deel te nemen aan het artist in residence-programma van het Vincent van GoghHuis in Zundert, grepen ze met beide handen aan. Op één voorwaarde: ze wilden samenwerken met corso-ontwerpers. Dat werd geregeld, en samen met een groep van twintig Zundertnaren stortten ze zich op het project, met de veelzeggende naam Kill Your Darlings. Met een koeienschedel als inspiratiebron gingen ze aan het werk, in een ouderwets geïmproviseerde corsotent middenin Zundert. Betonstaal buigen, lassen, vormen maken. Maar: wat de één maakte, kon de volgende dag door een ander weer bewerkt worden. Opengeslepen, verbogen, onderdeel gemaakt van een ander, groter ding. Het was voor de ontwerpers een heel nieuwe manier van werken. Huub van Caam (41), ontwerper voor buurtschap Schijf: “De werkwijze van Heringa / Van Kalsbeek en die van ons staan eigenlijk lijnrecht tegenover elkaar. Wij maken eerst een gedetailleerd plan, en bouwen dan een zo mooi mogelijke wagen. Zij werken zonder vaststaand doel en reageren op wat toevallig gebeurt. Toch vullen we elkaar op een vreemde én

Binnenkant corsowagen (l.), sculptuur Zwaan (r., 2013).

58

MEST nr 6


Bountiful, 2013

natuurlijke wijze aan.”

Rauwe binnenkant

Het project beviel zo goed, dat Huub en acht andere ontwerpers na afloop de club Cadavre Exquis oprichtten. De geest is uit de fles – wekelijks komen ze samen om nieuwe ideeën uit te wisselen. Gijs Martens (24), onwerper voor buurtschap Molenstraat en student autonome beeldende kunst aan de AKV|St. Joost in Breda: “Bij het corso draait alles om het mooie plaatje, de perfecte buitenkant. Daarom is het zo mooi dat Heringa / Van Kalsbeek daar dwars doorheen gaat en juist de rauwe binnenkant laat zien.” In de corsotent achter het Van Gog-

MEST nr 6

hHuis ging het er niet zachtzinnig aan toe. Maarten: “We lasten eerst een stuk staal, op basis van een karkas. Ribstukken noemden we dat. Als het helemaal af was, trok een ander dat ding helemaal uit elkaar, met tang en slijptol. Dat deden ze met een satanisch genoegen.”

samen met Liet en Maarten het ontwerp uitkozen, was memorabel. Gijs: “Eerst keken we even naar het ontwerp van de wagen, en direct daarna gingen we in discussie: hoe gaan we hem mollen? De wagen was al gesloopt voordat hij gebouwd was.”

De serie sculpturen die uit Kill Your Darlings is ontstaan, vormt straks het hart van de grote Heringa / Van Kalsbeek-expositie Nachtvangst in het Stedelijk Museum in Den Bosch. Absolute blikvanger wordt de onttakelde corsowagen, die op het binnenplein vlakbij de ingang wordt geplaatst. Het idee voor de stunt is afkomstig van Cadavre Exquis. De avond in januari 2014 waarop ze

Corsomentaliteit

Tussen het corso in Zundert en de opening van de expositie in Den Bosch zitten precies vijf dagen. Een schier onmogelijke klus – maar het gaat lukken. Maarten: “In Zundert kan alles, omdat iedereen zo hecht samenwerkt. ‘Komt goed’, zeggen ze, en dan regelen ze het. Echt ongekend. Dat is de corsomentaliteit.”

59


ESSAY

KIJKEN ONDER HOOGSPANNING e kennen onszelf maar oppervlakkig: we kunnen niet verder kijken dan onze huid. Dat er onder die huid spieren vetweefsel, botten, organen, slijm en bloed schuilgaan weten we wel, maar we kunnen ons nauwelijks voorstellen hoe het er werkelijk uitziet.

En een uit elkaar gereten mens? Beelden daarvan zijn er wel, natuurlijk. Maar we houden ze angstvallig buiten ons blikveld, de beelden van de soldaat die zijn handen tegen zijn uitpuilende darmen drukt, de man die op de zandweg ligt, met een bloedende stomp op de plek van zijn been. De paradox: we kunnen pas zien wat er binnen in een mens zit als we die mens uit elkaar trekken, en dus doodmaken.

Een uit elkaar gereten dier (een aangereden kat, een geslachte os) wekt onze huiver op: we zetten ons schrap tegen onze oerangst om kapot te gaan. Maar het prikkelt ook onze nieuwsgierigheid, omdat we zien wat normaal verborgen blijft. Kunstenaars, van Rembrandt tot Chaim Soutine en Marc Mulders, hebben gevilde en geslachte beesten geschilderd – schilderijen waar we met een mengeling van weerzin en fascinatie naar kijken.

De dood als kunststuk

Zonder titel, 2013

Heringa / Van Kalsbeek reizen vaak en ver, en blijven haken aan plaatsen waar de binnenkant van de dingen aan het licht komt. Markten waar de beesten voor je neus worden geslacht en van hun ingewanden ontdaan. Tempels waar godenbeelden met vet en pigment besmeurd worden, waarna de materie langzaam vervalt en opnieuw wordt aangebracht. Woningen gebouwd van wat toevallig voorhanden was aan planken, plastic en touw. Allemaal taferelen

die in het gladgestreken Nederland zo goed als verdwenen zijn. In het Zundertse corso is perfectie de standaard. De bloemen die de wagens overdekken zijn als een smetteloze, stralende huid, en dát is waar de massaal toegestroomde bezoekers zich aan vergapen. Maar bloemen gaan dood op het moment dat je ze afsnijdt: de honderdduizenden dahlia’s die elke wagen overdekken, voeren hun grootse kunststuk op terwijl ze sterven. Onder die huid verborgen zitten verf, papier-maché, tempex, betonijzer en staal. Ofwel: spieren, pezen, botten. De verwoesting van de wagens, twee dagen na de pracht en praal van de optocht, is ronduit bruut. Door kranen worden de wagens opgetild en uit elkaar gereten, de binnenkant puilt naar buiten, de bloemenhuid laat los en wordt vertrapt.

Schoonheid aan de afgrond

Die corsowagens zijn een gigantische, groteske uitvergroting van onszelf. Kijk maar: de zorgvuldig verhulde binnenkant, de ingebouwde aftakeling. Schoonheid die balanceert op de rand van de afgrond. Het is niet zo dat kunstenaarsduo Heringa / Van Kalsbeek die geslachte beesten en verwoeste corsowagens letterlijk proberen na te maken. Maar de processen van groei, verwoesting en verval resoneren in hun werk. In een sculptuur van het duo bestaat geen binnen- of buitenkant. Je ziet alleen maar binnenkant, of alleen maar buitenkant – je weet niet wat je ziet. In de wirwar van vormen, draden, holtes en uitstulpingen zoekt je blik naar herkenning en houvast. Naar een antwoord op de vraag: wat is dit? Maar dat antwoord komt niet: het is wat het is. Je blik kan eindeloos rondwaren door de vreemde wereld die elk werk is, kan er dwars doorheen gaan. En dan een kleine schok als je op iets heel gewoons stuit: een tak, een porseleinen Mariabeeldje, vogelve-

60

MEST nr 6


HERINGA / VAN KALSBEEK Liet Heringa ('s-Hertogenbosch, 1966) en Maarten van Kalsbeek (Oegstgeest, 1962) ontmoetten elkaar op de Rietveld Academie in Amsterdam en vormen sinds 1998 het kunstenaarsduo Heringa / Van Kalsbeek. Voor hun kleurrijke, grillig gevormde sculpturen gebruiken ze uiteenlopende materialen, van brons en keramiek tot kunsthars en polyester. Ook verwerken ze vaak schelpen, veren of botten in hun werk. Heringa / Van Kalsbeek exposeert in binnen- en buitenland en hun werk is opgenomen in de collecties van onder meer het Stedelijk Museum in Amsterdam en het Kröller-Müller Museum in Otterlo. In de expositie Nachtvangst in het Stedelijk Museum ’s-Hertogenbosch zijn de sculpturen te zien van het project Kill your darlings, dat Heringa / Van Kalsbeek in 2013 uitvoerde in samenwerking met Corso Zundert. Daarnaast is een ruime selectie uit hun andere werk te zien, met keramiek als zwaartepunt. Heringa / Van Kalsbeek: Nachtvangst. 13 september 2013 – 15 januari 2014, Stedelijk Museum ’s-Hertogenbosch.

Zonder titel, 2013

ren, een strijkstok, een bot. Bij sommige sculpturen biedt spiegelbeeldigheid een rustpunt: een vorm die zich, als je er precies goed voorstaat tenminste, verdubbelt als in een Rorschachtest.

ijzeren natuurwetten én tegelijk door grillig toeval. Zonder vastomlijnd plan reageren de twee kunstenaars op wat er tijdens het proces gebeurt.

Kunsthars kun je laten druipen en vloeien, je kunt het uitrekken tot draden en vliezen. Maar hoe het precies omkrult en stolt is moeilijk te voorspellen. En als je keramiek op hoge temperaturen bakt, of combineert met al bestaand porselein, kan het zomaar barsten, inzakken of smelten. De sculpturen van Heringa / Van Kalsbeek ontstaan zoals dingen in de natuur ontstaan: organisch. Volgens

Naar een Heringa / Van Kalsbeek blijf je kijken. De kleuren zijn oogstrelend, de glans van hars en glazuur is verleidelijk. En: het is vreemd, anders dan alles wat je normaal ziet, ook anders dan veel wat je in musea ziet. Maar er speelt nog iets mee bij dat kijken, iets dat alles te maken heeft met de huiver die ons overvalt als we een uit elkaar gereten dier zien. Als we een echt karkas zien, willen we

MEST nr 6

Huiveringwekkend mooi

onze blik het liefst afwenden, omdat angst en walging op de loer liggen. Heringa / Van Kalsbeek transformeren die heftige emoties tot schoonheid. Hun gestolde explosies leiden onze gedachten naar de binnenkant van de dingen. Onbewust denken we dan ook aan onze eigen binnenkant, die we pas zouden zien als we uit elkaar getrokken zouden worden. En we zien dat dat huiveringwekkend mooi is. Die dubbelzinnigheid zet het kijken naar hun werk onder hoogspanning.

Tekst Anneke van Wolfswinkel Beeld Maria van Hasselt

61


MUZIEK VOOR ALLE BRABANDERS [Advertentie]

VERDIEPING

Heel veel Brabanders zijn in hun vrije tijd bezig met instrumentale en vocale muziek. De inspanningen van Kunstbalie zijn gericht op het ondersteunen van de kwaliteit van koren en orkesten. Dat doen wij door verenigingen, koepels, topensembles en concoursen te ondersteunen met onder andere financiële middelen en scholing. Speciaal voor de amateurmusici maakt Kunstbalie muziekexamens en kaderopleidingen mogelijk. Voor koren en orkesten draagt een geschoold dirigent bij aan de kwaliteit. Daarom ondersteunen wij Stichting Maestro en BVO&I die diverse vormen van scholing aanbieden. zoals de kaderopleidingen voor dirigent. Deze meerjarige opleidingen voor dirigent vocaal en instrumentaal starten beide na de zomer 2014. Voor meer info: www.stichtingmaestro.nl en www.bvodi.nl. Speciaal voor de amateurmusici bij harmonieën, fanfares, brass- en drumbands (HaFaBra) verzorgt Kunstbalie jaarlijks ruim 750 muziekexamens in heel Brabant. Uit recent klanttevredenheidsonderzoek blijkt dat deze muziekexamens met een ruime 7,5 worden beoordeeld. Ga voor meer informatie naar www.kunstbalie.nl/muziek-examens

TALENTONTWIKKELING

PLEZIER

KWALITEITSVERBETERING

62

MEST nr 6


[Advertentie]

GIER MEE EN NEEM NU EEN JAARABONNEMENT OP

Voor €30,– per jaar, 4 edities vol bijzondere cultuur in Noord-Brabant. Wie nu een abonnement neemt op MEST, krijgt de nieuwe, veelgeprezen roman van Jaap Robben cadeau (winkelprijs: €19,95). Of je kiest voor een van de andere cadeaus, zie onze website.

Ga voor het afsluiten van een abonnement naar

www.mestmag.nl


GOED

HIPPE MUZIKALE

ONTDEKKINGSTOCHT

GRUT

F

estival Mundial in Tilburg verhuisde vorig jaar – na 25 jaar – van het groene en uitgestrekte Leijpark naar de industriële Spoorzone achter het station, de voormalige NS-werkplaats. Vaste bezoekers waren

Ook op Mundial: Kali Mutsa (uit Chili).

DE CANON

sceptisch: op Mundial hoor je met een biertje in het gras te liggen. De eerste editie van Mundial-nieuwe-stijl werd echter een doorslaand succes met een kleine 25.000 bezoekers. Nieuwe stijl betekent niet alleen een totaal andere, rauwe en grootstedelijke omgeving – met schitterende concertzalen als de Koepelhal en Club Smederij – , maar ook muzikaal een nieuwe koers. De organisatie koos voor een jonge, hippe urban-koers met veel dance en hiphop van ‘nog te ontdekken artiesten’. Maar nog steeds met een werelds tintje. Weinig commerciële namen, wel talent uit stadse smeltkroezen zoals Coely (B), Knarsetand, het Eindhovense zangtalent Kovacs, het Tilburgse Projekt Rakija, Bomba Estéreo (Col), Skip & Die (Z-Afr) en het Koreaanse Jambinai. Enkele bekende namen: Los de Abajo, Transglobal Underground, Asian Dub Foundation, Kraantje Pappie en Ibrahim Maalouf. Dit jaar maakt de indrukwekkende Locomotiefhal ook deel uit van het festival. Naast wereldse muziek is er traditiegetrouw ook veel (straat)theater, dans en circus. Festival Mundial, 27, 28 en 29 juni Tilburg. www.festivalmundial.nl

Frank Lammers (l.) als romein.

VAN LAMMERS

A

cteur Frank Lammers (1972), geboren en getogen in Mierlo, is de vleesgeworden cultuurgezant van de provincie Brabant. En tegenwoordig ook bekend van de commercials van een Veghelse grootgrutter. In navolging van De Kracht van Brabant gaat hij in een oude rammelbak opnieuw on tour in het Brabantse land: van Boxmeer tot Bergen op Zoom. ‘Op zoek naar de plekken waar de grond trilt van de geschiedenis’. Het resultaat moet een ontdekkingstocht door ruimte en tijd worden, verpakt in een tiendelige televisieserie voor Omroep Brabant (i.s.m. 64

Erfgoed Brabant): De Canon van Lammers. Lammers is volgend jaar overigens weer te zien op het witte doek: hij gaat de rol van Michiel de Ruyter spelen in een speelfilm over het leven van de zeeheld.  Regisseur van de film, die momenteel wordt opgenomen, is oud-Eindhovenaar Roel Reiné.

De Canon van Lammers wordt vanaf 28 september uitgezonden door Omroep Brabant. MEST nr 6


TUSSEN LUXAFLEX, LIFT EN KOFFIEAUTOMAAT

T Foto: Mark Janssen

oneelschrijver Marcel Osterop, artist in residence voor Het Zuidelijk Toneel in het Eindhovense Parktheater, liep drie maanden fulltime mee met de gemeente Eindhoven. Een poging om het voor hem lastig te vatten geheimzinnige en complexe apparaat dat ‘overheid’ heet te doorgronden. Als vlieg op de muur kreeg hij een unieke inkijk in het gemeentelijke bestel, woonde raadsvergaderingen bij, liep mee met raadsleden en wethouders en sprak met ambtenaren. Op basis van zijn observa-

ties schreef hij het theaterstuk Waterdragers. Met naast Osterop de acteurs Carola Arons, Dennis Coenen, Michiel Nooter en Juul Vrijdag. Waterdragers van Marcel Osterop/Het Zuidelijk Toneel, te zien in Parktheater Eindhoven: 3 t/m 5 september (try out), 6 september première. Vervolgens nog in Eindhoven te zien t/m 13 september. Vanaf 22 september tot en met 15 oktober op tournee. Zie ook het promofilmpje op YouTube. www.hzt.nl.

DE

MAKERSBUZZ

B

innenkort (waarschijnlijk vanaf eind juni) trekt De MakersBuzz door Noord-Brabant. De bus, een initiatief van de Brabantse Netwerkbibliotheek, is ingericht als een mobiele makersplaats waar je kennis en ervaring kunt opdoen met de nieuwste digitale technieken. Een plek om je 21ste eeuwse vaardigheden aan te scherpen dus. Je kunt er werken met nieuwe digitale apparaten, zoals een 3D-printer en een lasersnijder. Het is de bedoeling dat de bus op de meest uiteenlopende plekken te betreden zal zijn. Van scholen en bibliotheken tot aan festivals en verzorgingstehuizen. Voor meer info: Angeliek van der Zanen, 013 – 4656110.

MEST nr 6

De Zweedse band Goat.

CUTTING EDGE FEST

D

e lijst met namen blijft traditiegetrouw wekelijks groeien. En daar kunnen op het laatste moment nog klinkende acts tussen zitten. Incubate, het Tilburgse festival voor grensverleggende cultuur, verrast graag. Muziek overheerst. Bekendste namen so far: de Belgische EBM-pioniers The Neon Judgement, de Amerikaanse experimentele punkrockband Tuxedomoon (anno 1977) en hun alt. country-collega’s van Wovenhand, het soloproject van

domineeszoon en voormalig 16 Horsepower-frontman David Eugene Edwards. Verder op de rol o.a. 65daysofstatic, Current 93 (‘the final hallucinatory patripassianist rockgroup’) en Goat, een mysterieuze Zweedse ‘afrobeat’-band, met een exclusief Nederlands concert. Tijdens Incubate treden meer dan tweehonderd artiesten op in meer dan twintig Tilburgse cafés, theaters en kerken. Incubate, 15 t/m 21 september. www.incubate.org 65


ONDER

GROND

V

In elke editie van MEST graaft een gastredacteur in de ondergrond van zijn/haar stad. In deze editie: zanger, schrijver, schilder, stripmaker, presentator, cursusleider en coach Jan Vriends - Helmond.

LM HE H G DE GO N A

ONDSE

Begin vorig jaar wandelde Robin Heller bij onze creatieve flexwerk-locatie Vrijwerkers binnen. Robin vertelde zijn verhaal: over hoe hij sinds twintig jaar schizofreen is, dat hij daarvoor lang opgenomen is geweest en dat hij inmiddels weer (begeleid) in Helmond woont. Zijn ziekte weet hij nu te beheersen met medicatie en psychische hulp. En door veel te tekenen. Heel veel te tekenen. Zijn werk is fantastisch en wordt steeds vaker ontdekt en herkend. Hij exposeert nu op diverse plekken in de stad, o.a. bij Vrijwerkers. Ik vergelijk zijn werk graag met dat van Van Gogh. Dat vind hij fijn om te horen en ik méén het ook nog eens!

Zo rond de opening van het indrukwekkende nieuwe theater Het Speelhuis vertelde theatermaker John van der Sanden me over een idee waar hij al een tijdje mee rondliep. Hij wilde een stuk schrijven, een musical, over Berry van Aerle, de beroemde Helmondse voetballer. Overweldigend was het enthousiasme waarmee het plan werd ontvangen. Er werd een bestuur gevormd, een artistiek team van professionals, er werden sponsoren gevonden en audities gehouden. Inmiddels zijn de repetities in volle gang. Op 26 december is de première. De bezoekers krijgen – naast een (ik weet het nu al) originele productie – een lesje Helmondse geschiedenis te zien.

ds

an o ll

US R M BE

66

IC RY A L VA OV E N A R ERLE

eH

oo

g te

www.dehelmondsemusical.nl

fo

:H to

MEST nr 6


R

D

is t or

is c

hC

e nt

r um

Eindhoven

VO O

T

REN A V

aa

lH

Tot twintig jaar geleden voeren vrachtschepen op het kanaal dwars door het centrum. In 1993 werd de omleiding van de Zuid-Willemsvaart in gebruik genomen en werd het rustig op het water in de stad. In de loop der jaren raakten bruggen buiten werking en de spoorbrug werd zelfs dichtgelast. Daar gaat verandering in komen. De gemeente bestudeert de mogelijkheden om weer leven op het water te krijgen, met wellicht zelfs een museumhaven of een stadsstrand. Een ondernemer heeft al vergevorderde plannen om volgend jaar een ‘pannenkoekenboot’ in het centrum te leggen. Binnenkort zien we weer bootjes op het water in de stad!

IE

P

on e gi R : foto

F

In maart ging ik met mijn kinderen naar de opening van de expositie Getekende Helden, met honderden originele tekeningen van illustratrice Fiep Westendorp, bekend van Pim en Pom, Pluk, Floddertje en natuurlijk Jip en Janneke. Onze kinderen vonden het prachtig, ze konden zich verkleden en spelen in het huis van Jip en Janneke. En wij genoten van de prachtige illustraties met al hun details. Aan de originele tekeningen kun je zien hoe perfectionistisch Fiep Westendorp (1917-2004) werkte: correcties met dekwit die je in drukwerk niet ziet, kanttekeningen en veel knip-en plakwerk. Tot 14 september in het Gemeentemuseum Helmond.

GASTREDACTEUR

JAN VRIENDS

Jan Vriends (Helmond, 1970) is vader, echtgenoot, zanger, schrijver, schilder en stripmaker. Hij presenteerde voor radio en tv, speelde theater en cabaret, geeft cursussen in creatief denken en talentontwikkeling en coacht. En samen met zijn vrouw Ingeborg runt hij Vrijwerkers in Helmond. www.jandemandiealleskan.nl

www.gemeentemuseumhelmond.nl

MEST nr 6

67


Locaties met een geschiedenis.

Of nabije toekomst.

DE ZONE

oplichtende lijnen wat had je dan verwacht, vroeg de uitvinder, en hij antwoordde zelf: bioluminescentie. bioluminescentie. we lazen zijn woorden even vaak in de informatiefolder terug. ‘ik vind het helemaal geen uitvinder’ zei sasja, maar heel zacht, veel te zacht om opgemerkt te worden. langsrijdende auto’s & lichtgevende lijnen, de uitvinder wees ons alles aan, en daarna was hij even bij ons in het gras gaan zitten. niet alle plannen worden door iedereen gezien, vervolgde hij, sommige zijn slechts vaag oplichtende lijnen, te weinig om opgemerkt te worden, maar genoeg om een verandering te zijn.

Glowing Lines In Oss, op de rijksweg N329, experimenteren kunstenaar Daan Roosegaarde en bouwbedrijf Heijmans met de snelweg van de toekomst, de ‘smart highway’. Denk aan sneeuwvlokken die als symbolen op het wegdek oplichten als er door vorst gladheid ontstaat. Of aan een wegdek dat met inductie elektrische auto's kan opladen tijdens het rijden. Het eerste onderdeel dat nu echt is uitgevoerd, zijn de Glowing Lines. Op vijfhonderd meter rijksweg werd half april de belijning van speciale verf voorzien, die overdag licht opneemt en 's nachts weer licht uitstraalt. Zo’n beetje als de lichtgevende sterretjes op het plafond van de kinderkamer, maar dan een stuk geavanceerder. Ondertussen is de verf weer verwijderd, omdat tijdens de proef bleek dat-ie niet werkte als het vochtig werd. Dichter Wout Waanders (24) won in april de Bossche voorronde van schrijfwedstrijd Write Now! Gedicht Wout Waanders Fotografie David Stevens

68

MEST nr 6


FIJNE TIPS VAN DE

Thomas Snoeijs journalist Valkhof Festival. 12-18 juli, Nijmegen. Altijd goed, altijd gratis. Mijn persoonlijke favorieten: Son Lux en Timber Timbre.

Annette Embrechts journalist Van Rotgod in een leegstaande kerk tot tijd die letterlijk vliegt in een theater. Ruik de nazomer tijdens Cultura Nova in Zuid-Limburg.

Ilse Weisfelt illustrator Ben erg benieuwd naar Birds of Paradise, pluimen en veren in de mode. t/m 24-08, MOMU, Antwerpen.

Jeroen de Leijer tekenaar Zwarte Cross. Decibellen happen in Lichtenvoorde op 25, 26 & 27 juli. Een heel weekend benzine, bier en tieten met Joppiesaus.

Lucas de Waard schrijver, columnist La Truite Magique. Lief, sfeervol festivalletje in de Belgische Ardennen. 22, 23 augustus, naast Houffalize.

Maria van der Heyden fotograaf, beeldredacteur De tentoonstelling Flatscreens van Ger van Elk in het Kröller Müller. Te zien tot 21 september.

Mijke Pol journalist Het Nederlands Dakpannenmuseum in Alem, net over de Maas. Museum in kerkje met verloren gresbuizen en afgedankte dakpannen.

Stan van Herpen hoofdredacteur MEST Woolstock, goed bewaard geheim. Nieuw, mysterieus muziekfestival op 22 en 23 augustus, ergens in een Brabantse wei. Met lammetjes aan het spit.

David Stevens fotograaf De eindexamenexposities van AKV| St. Joost van 28 juni t/m 2 juli op de locaties in Den Bosch en Breda.

Esther Wittenberg journalist Expositie Grandeur – Franse beeldhouwkunst van Laurens tot heden in Museum Beelden aan Zee in Scheveningen. Nog tot en met 26 oktober.

Erik van der Burgt fotograaf Vensters, expositie samengesteld door Marc Mulders. Kunsthal KAdE, Amersfoort, www.kunsthalkade.nl. Nog t/m 31 augustus.

Dieter van den Bergh journalist en eindredacteur Reggae Sundance. Zon, bos & reggae. En oh ja, gras. 9-10 augustus, Liempde, Landgoed Velder.

IS EEN UITGAVE VAN bkkc, Cubiss, Erfgoed Brabant, Kunstbalie, het PON, VisitBrabant, met medewerking van het Prins Bernhard Cultuurfonds en de Provincie Noord-Brabant.

Advertenties: info@mestmag.nl

Oplage: 4500 MEST verschijnt medio eind maart, eind juni, eind september en eind december.

HOOFDREDACTIE Stan van Herpen, redactie@mestmag.nl

ISSN 2214-451X CONTACT Redactie: redactie@mestmag.nl Abonnementen, vragen, adreswijzigingen of nazendingen: www.mestmag.nl of info@mestmag.nl

70

MENSEN

REDACTIEADRES MEST, Postbus 72, 5000 AB Tilburg www.mestmag.nl

BASISONTWERP + ART DIRECTION GOOD Inc. www.goodinc.nl Luis Mendo + Masaya Takeda EINDREDACTIE Dieter van den Bergh en Stan van Herpen

Anneke van Wolfswinkel schrijver, journalist Genderblender bij MU Eindhoven, expositie t/m 17 augustus. Kunstenaars verkennen de glijdende schaal tussen 100% man en 100% vrouw.

GIER-TEAM VAN #6 Maria van der Heyden (beeldredactie), Lucas de Waard, Thomas Snoeijs, Jeroen de Leijer en S. Lloyd Trumpstein. VORMGEVING Masaya Takeda AAN DIT NUMMER ­ WERKTEN VERDER MEE Eric Alink, Erik van der Burgt, Annette Embrechts, Anouk Essers, An-Sofie Kesteleyn, Elske van Lonkhuyzen, Mijke Pol, Bart Smout, Studio De Leijer, Frank Ruiter, David Stevens, Milan Vermeulen, Ilse Weisfelt, Wout Waanders, Esther Wittenberg, Anneke van Wolfswinkel.

Frank Ruiter fotograaf Guido Guidi-Veramente, Huis Marseille, nog t/m 7 september. Prachtige alledaagse onderwerpen, zonder opsmuk gefotografeerd.

LITHOGRAFIE Plusworks Amsterdam DRUKWERK PreVision Eindhoven ABONNEMENTEN Een abonnement kost € 30,- voor vier nummers per jaar. Zie ook pag 63. Aanmelden kan via www.mestmag.nl. Ook voor vragen, adreswijzigingen of nazending van een editie kun je op de site terecht. Abonnementen worden aangegaan tot wederopzegging. Opzegging kan schriftelijk, per mail (info@mestmag.nl) of via de website tot uiterlijk één maand voor het einde van de lopende abonnementsperiode.

MEST #7 VERSCHIJNT BEGIN OKTOBER www.mestmag.nl

Papier Munken Print White Fonts Macula, Brandon Grotesque en Paperback. COPYRIGHT Alle zorg is besteed aan het achterhalen van de rechthebbenden. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen contact opnemen met de redactie. © Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen zonder nadrukkelijke toestemming van de uitgever.

MEST nr 6


JONG OP

DE COVER

“De mooiste dingen gebeuren op de momenten dat ik gedachteloos bezig ben” Bij ontwerper Jetske Visser (28) zijn de dingen die toevallig gebeuren vaak het begin van iets moois. Gedreven door nieuwsgierigheid experimenteert ze met oude ambachten en nieuwe technieken. Stoom, roet of ijzererts – ze vindt er verrassende toepassingen voor. En vaak komt ze weer terug bij haar grote liefde: textiel.

“A

ls kind wilde ik bij Greenpeace werken. Ik wist nooit zo goed wat ik wilde studeren, totdat ik op een studiebeurs in gesprek raakte met een student van de Design Academy. De passie waarmee hij vertelde, sprak me geweldig aan. En ik vond het altijd al leuk om dingen te maken. De energie daar is echt heel bijzonder. En die passie zie ik nog steeds, ook bij mijn vrienden: je doet dit werk alleen als je het heel graag wilt. Je moet alles uit jezelf kunnen halen.” Leven met Alzheimer “Voor mijn afstudeerproject Forgotten Memory heb ik me geprobeerd voor te stellen hoe het is om te leven met Alzheimer. Voor de stoffencollectie Raw Materials heb ik me verdiept in grondstoffen die te vinden zijn in de Biesbosch. Greenpeace is het dus niet geworden, maar in mijn werk draait het wel vaak om de verhouding tussen mens en natuur. Ik zoek naar evenwicht tussen die twee, en naar duurzame manieren van productie.” “De mooiste dingen gebeuren juist op de momenten dat ik gedachteloos bezig ben. Zonder verwachting of doel doe ik wat proefjes, tussen het ‘echte’ werk door.

Leven

• Geboren op 14 juli 1985 in Lintelo, groeide op in boekendorpje Bredevoort (Achterhoek). • Studeerde in 2010 af aan de Design Academy Eindhoven. • Woont nu in Eindhoven, samen met een andere ontwerper, Michiel Martens.

Werk

Met haar afstudeerproject Forgotten Memory won Visser MEST nr 6

En dán gebeurt het. Dan ontstaat er iets, dan zie ik iets waar ik verder meer kan. Je hersenen kunnen een soort sluimerstand aannemen. Als je niet bewust nadenkt over een probleem, gaat het proces als het ware ondergronds. Het is een soort toestand tussen bewust en onbewust in; het is ook weer niet zo dat je helemáál niet nadenkt. Gek genoeg ben je juist in die toestand het meest creatief.” Nieuwsgierig “Mijn onderwerpen verschillen sterk, maar de overeenkomst zit ’m in mijn benadering. Ik ga een wereld binnen, kijk ernaar, en reageer op wat ik zie.”

En wat er gebeurt als je roet gebruikt als kleurstof voor wit satijn. Het contrast tussen een ‘waardeloze’, vieze kleurstof en een kostbaar soort textiel vind ik heel spannend. Inkt maken van roet is enorm bewerkelijk, maar het is wel aan diezelfde inkt te danken dat we nu nog steeds de teksten kunnen lezen die de Chinezen eeuwen geleden hebben geschreven. En dat zo’n lamp door de roetvorming steeds zwarter wordt, totdat hij geen licht meer geeft, zie ik ook als een metafoor voor het menselijk leven. Wij bestaan voor een groot deel uit hetzelfde materiaal als roet: koolstof. Al die betekenislagen werken door in het ontwerpproces.”

“Een project kan beginnen met een toevallige gebeurtenis, zoals een druppel verf die in een glas water valt. Dan word ik nieuwsgierig, ontdek ik een eigenschap van een materiaal die ik verder wil onderzoeken.”

Openleggen van structuren “Design is voor mij niet in de eerste plaats het maken van producten, maar een manier om naar de wereld te kijken. Het zien van verbanden, het openleggen van structuren.”

“Ik stuitte op een artikel over de manier waarop de Chinezen vroeger inkt maakten. Ze lieten honderden olielampen branden, en de roet die die lampen afgaven, gebruikten ze als basis voor inkt. Zo’n verhaal pakt me, en dan ga ik dingen uitproberen. Hoe je een olielamp maakt.

in 2010 de Allumonde Ring, een social-designprijs van de Design Academy Eindhoven. Theekopjes die smelten zodra je er thee in giet verbeelden de verwarring van Alzheimerpatiënten.

op water. Voor Steam experimenteerde ze op uitnodiging van het Textielmuseum in Tilburg met het maken van patronen op textiel met behulp van stoom.

In 2013 nam ze deel aan de Salone del Mobile in Milaan met Hydrophobia: een collectie keramiek en textiel met patronen die ontstaan als gevolg van de hydrofobe reactie van olie(verf)

Deze zomer verblijft Visser in Nanjing, China, om een oud ambacht te leren waarbij met koperdraad en borstelhaartjes ingenieuze figuurtjes worden gemaakt.

Tekst Anneke van Wolfswinkel Fotografie (cover en achterpagina) Milan Vermeulen

71


Designer

Jetske Visser in haar atelier

{ zie ook pagina 71 }


MEST #6