Page 1

Bijzondere cultuur in Noord-Brabant

Nr 1

Mei / juni 2013 € 7,95

Rap uit de riemenfabriek HET FENOMEEN FRESKU, VERKLAARD

Ontwerpster Roos Gomperts DE ONWEERSTAANBARE CHARME VAN ARCHAÏSCHE VORMEN

Bloedwraak PERSOONLIJKE OVERDENKINGEN BIJ DE P.C. HOOFT-PRIJS VAN AFTH


‘Cultuur ontstaat door mensen en is er voor mensen’ Cultuur brengt mensen samen. Ook speelt cultuur een rol bij de identiteit van mensen. Het PON zet cultuur in bij het oplossen van maatschappelijke vraagstukken en draagt bij aan het versterken van de sector door het leveren van kennis en advies. We doen dit voor en samen met provincies, gemeenten en instellingen.

Benieuwd naar wat het PON voor uw organisatie kan betekenen? Neem gerust contact met ons op. www.hetpon.nl | info@hetpon.nl | 013-5351535

Een greep uit onze cultuurprojecten Advies en visie Trends en ontwikkelingen Nieuwe allianties en innovatie Monitoring en onderzoek Beleidsevaluatie

BRIEL: verbinding tussen brein en ziel Advies aan de provincie Noord-Brabant over de versterking van de relatie tussen cultuur en bedrijfsleven.

De culturele smaak van Brabanders Ontwikkeling van acht cultuurtypen die de culturele smaak van Brabanders laten zien.

Social design Designers en wijkbewoners werken samen aan het verbeteren van de leefbaarheid.

2018Eindhoven|Brabant Culturele Hoofdstad Onderzoek onder burgers, ondernemers en instellingen naar het draagvlak.

Impuls momenten Evaluatie van de subsudieregeling voor de restauratie en instandhouding van monumenten.


INHOUD Nr 1

7

ER LOOPT WEER EEN HOND OVER MIJN GRAF

9 16

HORROR-BARBAPAPA WAAROM CULTUURGELD VOORAL NAAR DE RANDSTAD ROLT

23

HET WORSTENBROODJE ZIT ONS IN HET BLOED

30

NIEUW MUSEUMKWARTIER DEN BOSCH

36

KITTY VAN EERD EN DE ENERGIE VAN EEN MELKMEISJE

58

LAMPENKAPGELUK

62

RONDJE KUNST

65

SCHULDIGE PLEKKEN

MEST nr 1

48 NEW ERA MACHINE

Een groteske ode aan de nutteloosheid en andere hoogtepunten van de STRP Biënnale in Eindhoven.

8

KLEINE MUSEA Eerste aflevering van onze Kroniek der Kleine Musea. Met het Nationaal Varkensmuseum.

3

3


Netwerkpartner in Innovatie & Ondernemerschap Cubiss werkt onder meer samen met de 20 Brabantse basisbibliotheken aan bibliotheekvernieuwing. Als onderdeel van de Brabantse Netwerkbibliotheek (BNB) draagt Cubiss bij aan innovatie en ondernemerschap. Hierbij ontwikkelt en realiseert Cubiss aansprekende projecten op het gebied van Taal & Media, Kennis & Informatie en Netwerk & Ondersteuning. Cubiss stimuleert de ontwikkeling van netwerken, plekken waar ideeën floreren, waar informatie en ervaringen worden uitgewisseld en waar kennis wordt gedeeld. Vanuit een sterke netwerkgedachte zoekt en vindt Cubiss hierbij, behalve met de bibliotheek, ook de samenwerking met organisaties uit andere sectoren, zoals culturele organisaties, het onderwijs en het bedrijfsleven.

De komende periode organiseert Cubiss een aantal bijeenkomsten, die in samenwerking met organisaties uit verschillende sectoren tot stand komen: 27 mei – Masterclass Regie 3.0: een masterclass rondom ondernemerschap, innovatie en leiderschap, in samenwerking met TiasNimbas Business School (Tilburg) en het Van Gogh Museum (Amsterdam); 28 mei (avond) – Landelijke finale voorleeswedstrijd Read2Me! voor kinderen uit de brugklas: een evenement in samenwerking met bibliotheken en het voortgezet onderwijs (locatie: Vredenburg Leidsche Rijn, Utrecht); 29 mei - Samen-werken aan sociale innovatie: een bijeenkomst gericht op medewerkers van bibliotheken (locatie: Cubiss, Tilburg).

Wilt u net als ons samen werken aan innovatie en ondernemerschap? Neem dan contact op met Cubiss - T 013 - 46 56 700 - E info@cubiss.nl. Kijk voor activiteiten in het Brabantse bibliotheeknetwerk op www.bnbibliotheek.nl. Cubiss is onderdeel van

www.cubiss.nl


38

P.C. HOOFT-PRIJS VOOR AFTH

12

WAT I S ?

FRESKU

Het Eindhovense rapfenomeen verklaard. “Hij is de menselijke stem in de hiphopwereld.”

Een bijzondere, persoonlijke bespiegeling van schrijver/journalist Serge van Duijnhoven.

54

FRANK LAMMERS

44

LEKKERE LANDKUNST

Het is lente dus duiken we de natuur in, op zoek naar landkunst.

Over de verschrikkelijke mens en het sardonisch vernuft van God.

26

De geldschieters willen graag dat ik in een voorwoordje duidelijk maak wat hier voor je ligt. Maar ik hou niet van inleidingen en kan het kort houden. Want er is weinig ingewikkelds aan MEST. We maken een blad over cultuur in Noord-Brabant. Niet over Brabantse cultuur; chauvinisme daar houden we bij MEST niet van. Maar er gebeurt in dit stuk land veel interessants op cultureel gebied waar de meeste Brabanders en andere Nederlanders geen weet van hebben. En dat is jammer en onterecht, vinden wij althans. Daarom vier keer per jaar MEST, waarin we aandacht besteden aan kunst & cultuur waarvan we denken dat ze die in zowel Oss, Oudenbosch als Alkmaar interessant vinden. Soms elitair, vaak helemaal niet, want cultuur huist overal vinden wij. Af en toe promoten we ‘onze helden’ schaamteloos, een andere keer analyseren we kritisch en hopelijk kun je er zo nu en dan ook om lachen. Mail me gerust als we iets stoms hebben gedaan of geschreven: redactie@mestmag.nl. Zeuren op Facebook mag ook: facebook.com/MestMag.

Stan van Herpen Hoofdredacteur

ZIGEUNERSWING Hoe komt het toch dat er zoveel wereldvermaarde muzikanten komen van die paar Sinti-kampjes bij Nuenen?

MEST nr 1

5


KRONIEK DER

KLEINE MUSEA

Van zaadje tot karbonaadje

A

ls wij vroeger ribkarbonade aten, zei mijn vader altijd verlekkerd: “Een goed varken is een dood varken.” Gelukkig heeft mijn vader nooit samen aan tafel gezeten met boer Bert. Die had zonder twijfel de tanden uit zijn mond gemept bij het horen van die woorden. Boer Bert is namelijk dol op varkens. Hij is er zelfs zo aan verslingerd dat hij zijn boerderij in Eersel heeft omgebouwd tot Het Nationaal Varkensmuseum. Motto: Van zaadje tot karbonaadje. In Het Nationaal Varkensmuseum draait volgens boer Bert ‘alles om het varken’. Want varkens, daar moet je je niet in vergissen, zijn prachtige beesten. En ook heel nieuwsgierig. “Hoewel sommigen dan weer angstig zijn aangelegd.” Na deze introductie word ik het museum ingestuurd. Bij de ingang hangen allerlei certificaten die schreeuwen dat dit een officieel goedgekeurde educatieboerderij is en dat boer Bert een opleiding tot museumgastheer heeft gevolgd. Dat soort bewijsdrang vind ik niet echt geruststellend. Alsof iemand met een bebloed mes en doorgedraaide ogen aan je voordeur staat te schreeuwen dat hij de beste bedoelingen heeft. De eerste ruimte staat vol varkensbeeldjes, van groot tot klein, uitgestald in vitrines. In totaal zijn het er zo’n vijfduizend, vertelt boer Bert. “Kwestie van sparen. Door de tijd heen pak je steeds wat mee.” Hier en daar vind je ook informatie over varkens en

6

het boerderijleven. Maar wat je vooral leert is dat mensen in staat zijn tot het verzamelen van vijfduizend varkensbeeldjes. Omdat ik de enige volwassen bezoeker ben die geen kinderen bij zich heeft, word ik een beetje wantrouwend aangekeken. Er zijn ook echte varkens in Het Nationaal Varkensmuseum. IJzeren roosters op de vloer, stalen stangen, weinig ruimte. En dan hebben ze het hier niet eens slecht. Ze kunnen zich bewegen, dit zijn geen megastallen waarin ze tegen elkaar staan geplakt. Aan het einde van de rit kijk ik door een raam naar een stuk of tien stoeiende biggetjes. Op het raam hangt een briefje: ‘Als de biggetjes honderd kilo zijn worden ze geslacht.’ Even krijg ik het idee dat boer Bert misschien een duistere kant heeft. Een duistere kant die het best met mijn vader eens kan zijn. De spelende biggetjes, de harde zwarte letters die stellen dat het bij honderd kilo is gedaan; het heeft iets poëtisch. Met minimale middelen wordt hier de tragedie van het bestaan geopenbaard. Zo’n dramatische wending zag ik niet aankomen. Boer Bert heeft gevoel voor pathos, dat moet je hem nageven. En dat allemaal voor maar vier euro. Daar kun je verdomme geen fatsoenlijke ribkarbonade meer voor kopen. Tekst Bart Smout Fotografie Sophie Eekman

MEST nr 1


ER LOOPT WEER EEN HOND OVER MIJN GRAF Schrijver/journalist Eric Alink bezoekt graven van illustere Brabanders. Dit keer: slager en humorist Ko de Laat (1895-1937)

gRoEnEzEePhUmOr Afvalcontainers zijn raadsels op zwenkwieltjes. Zeker bij begraafplaatsen. Ik til de klep op. Traag en behoedzaam — een overdaad aan twee-sterren-of-lager-cultfilms heeft zijn prijs. Achter me stamelt stadsverkeer. Koopzondag te Tilburg. Ik staar in de afgrondelijkheid die Afvalbedrijf Verhoeven uit Hilvarenbeek – ook voor al uw transporten – biedt. Op de bodem liggen een sneeuwschuddebolletje met vergane babyfoto, heel-erg-droogboeketten en een kleurplaat van Lara met vijf blauwe muizen. Die linker met dat feesthoedje lijkt te zingen. Klep dicht. Op begraafplaatsen wijken leven en werkelijkheidszin. Want de gebeitelde belofte ‘We zullen je nooit vergeten’ miskent dementie. ‘Bedankt voor alles!’ gaat luchtig voorbij aan dat legendarische ochtendhumeur en die stapels dwangbevelen. ‘Rust zacht’ veronderstelt traagschuimmatrassen aan gene zijde. Is alles hier een leugen? Nee. Vijfde rijtje van links. Bij dat tuiltje plastic margrieten met productcode AC 007329. Het grafopschrift: Herman Ligt. Het is druk vandaag. Tussen de graven staat een rood brommertje. De eigenares-met-sjekkie rochelt. Maar Brigitte en Jan zeggen er niks van. Dat zijn haar kinderen. Hij ligt links. Zij rechts. Hun graven bezoekt ze elke dag. Op doktersadvies. Want drank, pillen of gokken: alleen de dood kalmeert. Lachen ontspant ook, zou Ko de Laat (1895-1937) zeggen. Zou? Graaf een

kuil voor de futurum praeteriti. Want Ko is hier al. In een sober graf met gouden letters. Herenigd met vrouw Anna en zoon Broer. Slager was Ko. Hij beende ook de klok uit. Zijn vrije tijd was mager. Maar kaantjesvet de pret. Geacht publiek: komisch duo De Laat! Samen met broer August trad hij op in Nederland en Vlaanderen. Zo’n drie- à viermaal in de week stopten ze hun Fordje vol: rokkostuums, hoge hoeden en attributen waaronder feestneuzen en een steenhard brood. Met groenezeephumor – struikelig maar fris – vrolijkten zij theaters, bedrijfskantines en kazernes op. Het vooroorlogs duo trad op voor de Hilversumse radio, nog voordat August zou doorbreken met Breng eens een zonnetje onder de mensen. Tot hun klassiekers behoorden de klucht De luitenant en zijn oppasser, de sketch De Hengelclub en het lied Waarom zullen we treuren? waarin Ko een knuppel omhoog hield en het publiek ‘Knots!’ riep. Ook de dood knuppelde. Ko kwam uit een Tilburgs gezin met twaalf kinderen, van wie er vijf hun eerste verjaardag niet haalden. Zelf stierf hij op z’n 41ste aan een vage luchtweginfectie. De doodshemden van Tilburgse snit hoefden niet altijd ver te reizen. Zacht motorgeronk. De vrouw met de Tomos Xtreme vertrekt. In het voorbijgaan: kent ze de Tilburgse humorist Ko de Laat? Nee, onbekend. Te laat. Ze lacht, rijdt weg, kijkt eenmaal om. Maar het podium is al leeg. Tekst Eric Alink Beeld Anouk Essers


MOOI-LEKKER-HANDIG

-BOEIEND-PIJNLIJK-GRAPPIG

tE kOoP KUNST

THEATER

GUMMBAH SCHILDERT OOK €1,500

Titel: Permafrost (2012) 50 x 70 cm €1500 (ex BTW) www.weteringgalerie.nl

MUZIEK

KRAUD-FUN-DING. €15

Katja Heitmann is een jonge, pas afgestudeerde theatermaker. In deze crisistijd onderzoekt ze hoe je als kunstenaar ondernemend kunt zijn, maar ook wat geld met mensen doet. Met een korte, inventieve en humoristische voorstelling die ‘gratis’ toegankelijk is, maar alleen doorgaat als het publiek genoeg betaalt. Live crowdfunding dus. De gevel van de tent bestaat uit kleine spaarvarkentjes en iedereen kan een spaarvarkentje sponsoren voor €15. Dan staat je naam de hele zomertournee op de tent. De voorstelling was al te zien op festival Cement en staat deze zomer onder andere op Festival Mundial en Theaterfestival Boulevard. www.kraud-fun-ding.nl

WERELDUO AAN JE ONTBIJTTAFEL €450

Improvisatieduo met vermaarde gitaarvirtuozen Aart Strootman en Bram Stadhouders (op klassiek gitaar, denk qua genre aan ‘improvised minimal music’) is te huur. €450 (ex BTW en reiskosten) aartstrootman@hotmail.com 8

MEST nr 1


COL

UMN

HORROR-BARBAPAPA

o lang ik me kan heugen, staat in Den Bosch een spuuglelijk soldeerwerk van drie meter Z hoog voor het gebouw van Rijkswaterstaat. Het

DESIGN

heeft met veel fantasie iets weg van twee insecten die elkaar naar de strot vliegen, maar dan moet je er wel pootjes en voelsprieten bij denken. Het geheel is opgetrokken uit groengrijs metaal en ziet eruit alsof het al zeven keer is omgedonderd en in allerijl weer rechtgezet. Elders in mijn stad is een nieuwere aanwinst te bewonderen. Pal voor de in vergetelheid geraakte St. Jacobskerk staat sinds enkele jaren een peervormig gevaarte volstrekt ondoorgrondelijk te wezen. Het is wit, er groeien rode kabels uit, daaraan hangen dan weer kleinere witte peertjes, en er is iets met stromend water. Een soort horror-Barbapapa, die dagelijks stomverbaasd wordt gadegeslagen vanaf het terrasje ertegenover.

VINGERVLINDER Kunstenaar en designer Hanneke Wetzer illustreert, fotografeert, animeert en maakt objecten. Zoals deze, Pollex morpho Wetzerius (2012). Afmetingen: 8 x 11 cm (wordt geleverd inclusief vlinderkast met passe-partout: 40 x 40 cm) Prijs: op aanvraag bij de kunstenaar. info@hannekewetzer.nl

DIY

CARTON €16,50

Ontwerper Floris Hovers houdt van speelgoedautootjes. Wij ook. De CARton is in de werkplaats van Floris gemaakt van hout en karton. Kinderen kunnen het autootje zelf beplakken en beschilderen. De basis is een stationcar, door de achterkant eraf te halen, krijg je een sedan. www.florishovers.nl MEST nr 1

De gemeente Eindhoven op haar beurt heeft ooit, ik hoop onder hypnose of chantagedruk, een set gigantische bowlingkegels plus bal aan de rand van de stad laten plaatsen. Het ‘waarom’ hiervan dringt zich allesverzengend op. Waarom kegels? Waarom geen levensgroot triktrakspel? Waarom geen manshoge blokfluiten? Waarom niet een enorme bronzen uitvoering van de kop van Willy van der Kuijlen? Met kunst in de openbare ruimte is het altijd gelazer. Gemeentes trekken met regelmaat een flinke trog subsidie tevoorschijn om een verpieterd pleintje op te leuken en dat is lief van ze, maar het kan zelden rekenen op applaus. Vaak terecht, want vaak is het lelijk of gewoonweg raar – vinden ook zij die er kijk op hebben. Maar het feit dat er gemeenschapsgeld voor gebruikt is, maakt dat het kunstwerk bij de onthulling al met 3-0 achter staat. ‘Gemeenschapsgeld’ is tegenwoordig sowieso een levensgevaarlijk begrip. Op de een of andere manier is Nederland de afgelopen jaren bevangen geraakt door het idee dat belastingcenten niet bedoeld zijn om anderen ermee te plezieren. Laat staan kunstliefhebbers. En alleen al om die reden mag er van mij nog veel meer kolossale rotzooi verrijzen. Hoe duurder hoe beter. Een vuist tegen het stompzinnige idee dat kunst niks kosten mag, is me vele malen meer waard dan een goed zicht op de St. Jacobskerk. Het mag van mij lelijk zijn, onbegrijpelijk, lomp, het mag de zon blokkeren en vernielzucht uitlokken; zolang het cynische opportunisten een doorn in het oog is, vind ik het z’n geld dubbel en dwars waard. Tekst LUCAS DE WAARD

9


FRESKU, HET FENOMEEN VERKLAARD

rEsKu Gevoelsmens en

Rasprovocateur

Fresku is momenteel niet te ontlopen. Met het hart op de tong en het brein bij de volgende ludieke actie stuitert hij van CafĂŠ Repelsteel in Eindhoven naar de grootste podia van het land. En nu krijgt-ie ook nog zijn eigen sneaker. Portret van een dapper gevoelsmens, handig provocateur en bijzonder verschijnsel in de Nederlandse hiphop. 10

MEST nr 1


MEST nr 1

11

Foto: Berthil Reymound


n de Amsterdamse Westergasfabriek is De Wereld Draait Door een half uur bezig als Fresku wordt aangekondigd. Kort samengevat: Nederlandse belofte, buitenbeentje in de muziekwereld en volgens tafelheer Giel Beelen the shit. In één minuut mag Fresku de superlatieven waarmaken. Zestig seconden later heeft hij zijn kersverse labelbaas Kees de Koning beledigd (“Ik moet geld verdienen voor de vergroting van zijn kleine penis”), zichzelf belachelijk gemaakt (“O jeetje, weer zo’n mongooltje dat rapt”) en korte metten gemaakt met het programma dat zo vriendelijk was hem een podium te bieden (“Ik zit hier voor m’n albumdebuut maar kan geen indruk maken in een fucking minuut”). Dan sjokt hij ogenschijnlijk ongeïnteresseerd het podium af. Van Nieuwkerk lacht zenuwachtig, zijn gast Maxime Verhagen zit in de bank gedrukt en kijkt gechoqueerd. Ze denken hetzelfde. Wie is deze jongeman en wie heeft hem binnengelaten?

Riemenfabriek

Roy Michael Reymound wordt in 1986 geboren in Eindhoven. Een groot deel van zijn kinderjaren woont hij bij zijn Antilliaanse vader op Curaçao. Zijn jongere broer Berthil woont bij hun moeder in Eindhoven. Met regelmaat ploft er een stripboek op de mat. Star Wars. Van Roy, voor Berthil. Om de vraag of Roy als kind zo’n obsessieve actiefigurenverzamelaar was, moet zijn broertje hard lachen. “Was? Nu hij wat geld heeft begint hij pas echt. Hij heeft een vitrinekast vol ondertussen.” Op veertienjarige leeftijd mag Roy

kiezen tussen Nederland en Curaçao. Hij vertrekt naar Eindhoven om zich te herenigen met moeder en broer. “Vanaf het moment dat hij uit het vliegtuig kwam hing ik aan zijn benen. Letterlijk. We hadden elkaar zo gemist. Die emotie zit nog steeds diep bij ons allemaal.” Terug in Nederland weet de veertienjarige Roy een hechte vriendengroep om zich heen te verzamelen. Het park in het Eindhovense stadsdeel Gestel wordt samen met jongerencentrum Dynamo hun hangplek. Berthil blijft thuis als Roy de straat opgaat. “Tegenwoordig ben ik creatief betrokken bij zijn projecten, maar in die tijd blowde hij nog enzo, daar wilde hij mij niet bij hebben. Hij is altijd heel beschermend geweest.” Eindhoven kent een compacte, maar actieve hiphopcultuur in die tijd. Hiphop-pioniers als D.A.M.N. en 24K zetten de stad op de kaart in de jaren negentig en Dynamo en de illegale Samplism-feesten in de tunnels bij Veldhoven zijn broedplaatsen voor nieuw talent. Zie hier het fundament voor rapper Roy. Op school wil het niet echt vlotten met de vmbo’er. Later zet hij zichzelf regelmatig neer als luie Antilliaan: Mensen zeggen me je zit alleen te lamballen / Als ik gemekker wil horen zou ik wel een lam ballen. Grapje, want lui is hij alles behalve. Hij gaat werken in een riemenfabriek. Leerlappen klaarleggen, op een knop drukken, stans erin, stapels van vijf maken, afbinden en weer opnieuw. Dat vijf dagen in de week. Altijd netjes op

“Hij is de menselijke stem in de hiphopwereld”

tijd. “Ondertussen schreef hij teksten in zijn hoofd”, zegt zijn oud-collega Mohammed als we hem vragen naar zijn ‘lieve vriend’ Roy. “Hij was altijd met muziek bezig. In de pauzes waren wij als collega’s het klankbord voor zijn nieuwe raps.” Zo moeten zijn eerste hits ontstaan zijn: Twijfel en Brief aan Kees. Twee nummers die in 2008 op het YouTube-kanaal van zijn vaste producer Teemong verschijnen. Dit is het moment dat wij – de luisteraars – het verhaal binnenstappen.

Fresku-soap

De kennismaking met Fresku is voor ons in 2008 niet veel aangenamer dan voor Maxime Verhagen twee jaar later. Ook wij worden in de bank gedrukt. We krijgen een brok persoonlijk leed op ons bord, terwijl we niets besteld hadden.


We spreken Kees de Koning, labelbaas van TopNotch, en daarmee de belangrijkste smaakmaker in de Nederlandse hiphop. Hij is Fresku’s metafoor in de internethit Brief aan Kees. Kees ik bedoel het niet onbeleefd / Maar deze jongen heeft hard ge-

werkt en merkt dat hij nog steeds met honger leeft. Het nummer is een smeekbede om een contract, maar vooral een aanklacht tegen de scene die volgens hem cliché en vlak is. Het heeft niets meer te maken met echtheid / Rappers worden famous en ze raken respect kwijt / Wie neukt de meeste bitches maak ’t een wedstrijd / Geld is de reden dat iedereen graag over seks schrijft. “Ja, dat was redelijk gênant de eerste keer dat ik het hoorde”, lacht Kees de Koning. “Opeens richtte een onbekend persoon zijn pijlen op mij. Rappers Sticks en Winne attendeerden mij op dat nummer met de boodschap dat het niet alleen spitsvondig, maar ook steengoed was. Die emotie en openheid, dat was echt ongehoord in de Nederlandstalige hiphop. Ik was het niet zozeer eens met zijn aanklacht, maar hoorde wel dat hij iets toe te voegen had aan de scene: een open persoonlijkheid en een frisse visie.” De volgende dag kreeg Roy een belletje uit Amsterdam. Kees de Koning: “Wij moeten praten.” Een jaar later valt een pakketje van TopNotch op de mat bij journalist Alex van der Hulst: het debuutalbum Fresku. “Hij verkent een heel nieuw gebied in de Nederlandse hiphop”, zegt OOR’s hiphoprecensent. “Er klinkt een bittere zelfhaat in zijn teksten, soms humoristisch bedoeld, soms ernstig. Veel rappers zijn bang onzeker over te komen, Fresku buit dat juist

uit. Waar het gros van de Nederlandse hiphop zich richt op muzikale vernieuwing en creatieve flows, legt Fresku de nadruk op zijn teksten. Ze vertellen een verhaal. Hij is de menselijke stem in de hiphopwereld, een rapper waarmee iedereen zich kan identificeren.”

Onderbroek

Eind 2012 hangt Fresku in een fauteuil in het Rotterdamse Corso. Hij is naar 010 afgereisd om twee awards op te halen. De lezers van online hiphopblad State Magazine hebben hem uitgeroepen tot ‘Beste Rapper’, en zijn tweede album Maskerade krijgt de prijs ‘Beste Album’. “Het is een ingenieus spel met maskers die Fresku op- en afzet”, zegt Van der Hulst over het tweede album. “Soms speelt hij de liefdevolle vader, soms het aanstormend talent in de Nederhop en dan weer de onzekere man die het moeilijk vindt om die rollen te combineren.” En we zien hem als Gino Pietermaai; een populair typetje op YouTube waarmee hij de stereotypering van Antillianen op komische wijze belachelijk maakt. Zo bespeelt Fresku de muziekwereld. Telkens als de hiphopscene grip op hem lijkt te krijgen, gooit hij de boel om. “Roy houdt niet van de hokjes”, zegt broer Berthil. “Als hij ziet dat mensen iets over hem denken, heeft hij de drang om weer een heel andere kant op te gaan. Hij moet blijven experimenteren, anders verliest hij zijn interesse.” Deze werkwijze kan hij het beste uitoefenen als niemand iets van hem verwacht, leren we van Kees de Koning. Hij koestert de positie van de underdog. In Corso ziet de platenbaas alle karaktertrekken samenkomen. “Roy had bedacht dat hij het optreden na de prijsuitreiking in zijn onderbroek zou doen. Nou, je moet twee dingen van hem weten: hij is altijd vreselijk zenuwachtig voor optredens én erg onzeker over zijn lichaamsomvang. Daarnaast koos hij ervoor de set te openen met een van zijn meest ontoegankelijke nummers. Dat is dus typisch Roy hè, altijd op zoek naar de meest ongemakkelijk situatie. Altijd de grenzen verkennen van de muziekwereld en zijn eigen persoon. Hij maakt zichzelf

Foto: Studio Pluriform

Enkele feitjes die hij op ons afvuurt: in zijn jeugd werd hij geslagen door zijn vader. Zijn moeder is ingetrokken bij een heroïnegebruiker en komt altijd geld te kort. Zijn ex heeft hem bedrogen met meerdere mannen, en met de vrouw die op korte termijn zal bevallen van zijn dochtertje Alisha is hij voortdurend aan het bekvechten. Als een soapster in de huid van het meest getergde personage rolt Fresku onze levens binnen. In twee tracks geeft hij een kijkje in zijn turbulente leven zonder het plot te verklappen. Aardige cliffhanger.


14

MEST nr 1

Foto: Studio Pluriform


slachtoffer van zijn eigen experimenteerdriften en relativeert het vervolgens met humor. Dat maakt hem uniek in de Nederlandse hiphop. Zo weet hij al vijf jaar de aandacht naar zich toe te trekken.”

bouwen wij ons eigen feestje. D.A.M.N. en 24K hebben nog altijd een enorm aanzien hier. Rappers als Önder Doğan en La Melodia kozen ervoor te verhuizen naar de hoofdstad na hun doorbraak. Dat zie ik Roy niet doen.”

Eindhovense attitude

Talent moet in Eindhoven blijven van Roy, zegt schrijver Henk van Straten. Hij werkt regelmatig met Fresku samen, met vaak als derde musketier Theo Maassen, die figureerde in de clip van de spraakmakende Fresku-hit Hedde Druksop. “Ik heb overwogen om naar Amsterdam te verhuizen, maar toen kreeg ik opeens allemaal cadeautjes van Roy. Aan Eindhoven gerelateerde artikelen. Hij heeft niets met Amsterdam. Hij vindt de grachten lelijk en trekt de mensen niet. Eindhoven is zijn thuisbasis, dus voor hem is het belangrijk dat het creatief gezien een interessante omgeving blijft.”

En dan is er nog Eindhoven. Geen rapper in Nederland die zo vaak zijn woonplaats aanhaalt. Zoals hij het stereotypebeeld van Antillianen graag bevestigt, doet hij dat ook met zijn ‘boerendorp’. Ik kom uit Eindhoven tuurlijk ben ik hetero / Niks tegen homos ik ken er zelfs twee ofzo / Kees de Koning ken ik, die is oké, Giel Beelen ook / Maar Lady Gaga is een kutflikker en dat weet ie ook / Dus kom naar Eindje en neem je hark mee. Cultureel werker en rapper Kareem Gazuani herkent in zijn voormalige rappartner de Eindhovense attitude. “Hier heerst geen statuscultuur, lol en eerlijkheid staan centraal. Los van Randstedelijke normen en waarden

WOENSEL SUPERTOLL!

Underdog

Fresku steekt de draak met alles in zijn omgeving, terwijl hij wordt geïn-

troduceerd als ernstig persoon. Een handig provocateur en een bewierookt muzikant die zichzelf tackelt om de underdog te kunnen blijven. In de grauwe straten van Eindhoven ligt zijn verhaal. Het verhaal waar hij altijd zo open over is, wat hem geliefd maakt bij duizenden hiphopliefhebbers. De goede tijden, de slechte tijden. Roy Reymound is de soapster, de Lichtstad zijn decor. En zodra je denkt het plot te zien, gooit hij het hele verhaal in één fucking minuut om.

De Eindhovense kunstenaar Tijs Rooijakkers start in juni met de eerste fase van het bijzondere wijk- en kunstproject Woensel Supertoll! Mét allesvreter Fresku, social design-collectief Tante Netty, het Van Abbemuseum en bewoners.

s

amen met buurtbewoners uit de Eindhovense wijk Woensel zoeken kunstenaar Tijs Rooijakkers en rapper Fresku naar de drijfveren en ambities van de bewoners. Dat moet leiden tot bijzondere teksten, die vervolgens onderdeel worden van een publiek kunstwerk: een gigantische tol, bestaande uit gebogen en beschreven houten wimpels. Daarnaast bestaat het kunstwerk uit verschillende houten ‘zwermkunstwerken’, die hangen in de delen van de wijk waar ze gemaakt zijn. Het kunstwerk wil de bewoners helpen hun

MEST nr 1

Roy Reymound is de soapster, de Lichtstad zijn decor

persoonlijke levensdoelen helder te krijgen. Rooijakkers: “Door hun drijfveren te visualiseren en te verwoorden, willen we mensen stimuleren hun ambities verder te ontwikkelen. Veel mensen laten zich in hun leven toch vooral leiden door wat de buitenwereld van hen verwacht. Ik zou het prachtig vinden als tenminste een paar mensen door dit project hun eigen passies serieus nemen en daar daadwerkelijk voor gaan.”

van houten wimpels, die beschreven zijn door Fresku. De tol moet model staan voor de grote tol die de komende jaren als sculptuur moet verrijzen in Woensel. Rooijakkers: “De tol staat symbool voor de wil, kracht en passie van de mens. Als een tol eenmaal draait, overstijgt-ie de zwaartekracht.”

Tijs Rooijakkers start zijn project eind juni in het Van Abbemuseum, waar hij het komend half jaar een tol construeert

15


wAaRoM cUlTuUrGeLd vOoRaL nAaR dE

rAnDsTaD rOlT... …EN HET ZUIDEN WEDEROM WEINIG OPSTRIJKT.

16

MEST nr 1


De provincie Noord-Brabant krijgt in vergelijking met andere provincies opvallend weinig cultuursubsidie van het Rijk. Dat bleek ook weer bij de recente verdeling van de landelijke subsidies voor de komende vier jaar. Volgens deskundigen ligt de bal vooral bij Brabant zelf. Matige aanvragen, onterechte bescheidenheid en teveel navelstaarderij. “We verbinden ons erg weinig met de rest van het land.”

W

ie af wil van Guus Meeuwis als hét voorbeeld van de Brabantse cultuur, moet zelf een ander cd’tje opzetten. Ook als er geen geld is voor een speler. Dan knutsel je er maar een. Dat lijkt minister van Cultuur Jet Bussemaker te zeggen in het programma Kunststof, als ze daar eind 2012 te gast is. Volgens Bussemaker is het lang winter geweest in de cultuursector en mag er wel weer eens een lentebriesje gaan waaien. Om dat voor elkaar te krijgen moet de cultuursector volgens haar ondernemender worden, want de bezuinigingen die ingezet zijn door de vorige regering worden niet teruggedraaid. Voor wie de cijfers vergeten is: Rutte I besloot gefaseerd tweehonderd miljoen euro te bezuinigen op de vierjarige cultuursubsidies die het ministerie van OCW en de rijkscultuurfondsen verstrekken. En in het akkoord van Rutte II, dat eind 2012 is gepresenteerd, was te zien dat die ‘ambitie’ onverminderd hetzelfde blijft. Er wordt bezuinigd, en flink ook.

Ongelijke verdeling

Het gevolg van die bezuinigingen is dat er in de hele kunst- en cultuursector wordt gesneden. Het aantal instellingen dat onder de zogeheten culturele basisinfrastructuur – de BIS (zie kader p20) – valt, is onder voormalig staatssecretaris Halbe Zijlstra flink afgeslankt. Instellingen die nog wel

MEST nr 1

onder de BIS vallen, krijgen aanzienlijk minder geld. En ook de rijkscultuurfondsen (Fonds Podiumkunsten, Mondriaanfonds) kunnen aanmerkelijk minder subsidie beschikbaar stellen aan initiatieven die niet tot de BIS behoren. Opvallend is dat wie naar de geografische spreiding van de cultuursubsidies kijkt, ziet dat de regio’s Zuid en Noord verreweg het minst subsidie ontvangen. Het zuiden (lees: NoordBrabant en Limburg) ontving in 2011 zes procent van de gelden uit de BIS en de fondsen, in 2013 is dat nog maar vijf procent. In perspectief: een inwoner van de provincie Noord-Holland ontvangt momenteel gemiddeld 51,40 euro per jaar vanuit de BIS en het Fonds Podiumkunsten, een inwoner van de provincie Noord-Brabant 2,80 euro (zie ook infographic op pagina 18). Is die beperkte regionale spreiding te rechtvaardigen? Minister Bussemaker wil daar, ook na herhaaldelijk aandringen, geen antwoord op geven. Vreemd, want in de taakomschrijving van de minister staat dat zij juist verantwoordelijk is voor de geografische spreiding van cultuur. D66-Kamerlid Vera Bergkamp was de ongelijke verdeling ook al opgevallen en wil wel reageren. Bergkamp, die voor de partij de portefeuille Cultuur beheert, heeft de minister en de Raad voor Cultuur – het adviesorgaan van

de regering – aangesproken op die geografische spreiding. Bergkamp: “Ik vind het heel belangrijk dat er een mooi verspreid cultureel aanbod is. Het is – helaas – zeker waar dat sommige regio’s veel minder geld krijgen. Dat komt deels omdat de meeste BIS-instellingen in de grote steden zitten. Maar het heeft er ook mee te maken dat uit sommige regio’s weinig aanvragen komen. Zo heeft Zeeland maar één aanvraag ingediend bij de Raad voor Cultuur.”

Strikte regels

Die Raad heeft de verantwoordelijkheid om de beschikbare BIS-gelden in haar advies te verdelen over de diverse instellingen. En daar zit een probleem volgens Bergkamp. “De Raad heeft heel weinig bewegingsruimte in de verdeling. In de huidige regelgeving wordt er gewerkt met normbedragen, minimale bedragen die een instelling moet krijgen. Dat betekent dat de Raad geen 80.000 euro kan geven als voor een bepaalde instelling een normbedrag van 120.000 euro is vastgesteld.” Dat doet

17


Aantal euro subsidie per inwoner per provincie per jaar van het rijk voor cultuur (2013-2016)

Friesland

Groningen

€ 4,90

€ 17,30

Drenthe

Noord-Holland

€ 0,80

€ 51,40

Overijssel

€ 8,90

Flevoland

€ 1,80

Zuid-Holland

€ 27,60

Gelderland

€ 19,60 Utrecht

€ 11,10 Noord-Brabant

€ 2,80 Zeeland

€ 1,60

Limburg

€ 7,50 18

MEST nr 1


denken aan een kinderfeestje waarbij tien kinderen bij het weggaan vragend naar tien snoepzakjes kijken, maar de jarige verplicht is twee zakjes per kind te geven. Bergkamp vindt de situatie onwenselijk. “De minister heeft toegezegd om met de Raad te gaan kijken wat de mogelijkheden zijn om hier verandering in aan te brengen. Maar op z’n vroegst wordt die regelgeving pas bij een volgend kabinet gewijzigd. Voor deze periode zijn alle bedragen al verdeeld.”

aanvragen in Brabant. De ambitie mag wel een beetje worden aangescherpt. Bij het advies aan de minister kijken we naar de plannen die de instellingen hebben ingediend. En sommige waren kwalitatief gezien gewoon niet goed genoeg. Dat heeft niets te maken met vermeende bescheidenheid of achterstelling van Brabanders, laat staan

Navelstaren

Dat denkt cultuurhistoricus Arend-Jan Bijsterveld ook. Hij bestudeert al jaren de Brabander. “Er zitten maar weinig Brabanders in de Tweede Kamer. En ja, wie het dichtst bij het vuur zit, krijgt nu eenmaal het meeste geld. Men kan zich in Den Haag niet voorstellen dat er iets hips uit Brabant komt. Je kunt je zelfs afvragen of het geen vriendjespolitiek is. De Randstad geeft de Randstad geld. En zo krijg je een volstrekte overbelichting van hetgeen wat er in de grote steden gebeurt.”

De Raad zit dus vast in een web van strikte financiële regels, waardoor voor sommige instellingen onterecht geen geld meer is. Gerard Rooijakkers, lid van de Raad, beaamt dat. “Door de normbedragen hebben we weinig speelruimte. We hadden in de afgelopen ronde soms liever met budgetten geschoven. Dat hebben we ook bij de minister neergelegd. Daarnaast vind ik dat er binnen de BIS meer ruimte moet zijn voor (tussentijdse) nieuwkomers. Er moet ruimte zijn voor nieuw talent. Bijvoorbeeld uit provincies als NoordBrabant.” Ook Rooijakkers maakt zich zorgen over de matige regionale spreiding van de subsidies. “De Raad heeft gewaarschuwd voor de regionale spreiding. Die staat sterk onder druk. Voor een deel is dit ook historisch gegroeid doordat een groot aantal instellingen met een nationaal bereik – zoals het Concertgebouw en Rijksmuseum – destijds nu eenmaal in de Randstad zijn ontstaan. Die vestigingsplaats laat zich met monumentale panden moeilijk wijzigen. Maar we wijzen in de besteltaken van dergelijke instellingen wel regionale verplichtingen aan.”

“De raad was kritisch over de kwaliteit van veel aanvragen in Brabant. De ambitie mag wel een beetje worden aangescherpt.”

Onvoldoende kwaliteit in Brabant

Blijft de vraag waarom Noord-Brabant bij de afgelopen subsidieverdeling zo weinig kreeg. Uit de BIS-pot gaat in de periode 2013-2016 jaarlijks zes miljoen naar Noord-Brabant. Ter vergelijking: alleen de provincies Friesland, Drenthe, Flevoland en Zeeland scoren lager, waarbij de laatste drie helemaal geen geld krijgen uit de basisinfrastructuur. Rooijakkers: “De Raad was kritisch over de kwaliteit van veel MEST nr 1

Vera Bergkamp denkt dat er nog iets anders speelt: de Brabanders lobbyen niet genoeg. Ze denkt dat er op dat terrein nog wel iets te winnen valt. Althans, dat is haar eigen ervaring als nieuw Tweede Kamerlid. “Brabant bereikt mij lang niet altijd. Het kan geen kwaad om daar wat opvallender en actiever in te zijn, zoals Twente heeft gedaan in de strijd om het behoud van het Rijksmuseum Twenthe.”

vriendjespolitiek. Brabant denkt zelf dat ze het erg goed doet, maar in de regio Zuid heeft Limburg aanzienlijk beter gescoord. De klassieke reflex om verongelijkt naar de ander te wijzen is te gemakkelijk: ook in de Randstad zouden de afgewezen Brabantse instellingen niet in het topsegment van de BIS zitten.”

Toch hebben de Brabanders daar volgens Bijsterveld zelf ook schuld aan. “Wij zijn waanzinnig goede navelstaarders. We verbinden ons erg weinig met de rest van het land. Op een klagerige toon wordt er iedere vier jaar weer gezegd dat er zo weinig Brabantse Kamerleden zijn. Ja, hallo, wij manifesteren ons ook niet goed! We zijn veel te bescheiden en moeten nu eens af van dat gekke Calimero-complex.”

Onterechte bescheidenheid

Het woord ‘bescheidenheid’ valt bijna bij ieder antwoord op de vraag waarom het zuiden van Nederland relatief zo weinig cultuursubsidie krijgt. Ook Geert Overdam, directeur van Theaterfestival Boulevard in Den Bosch, is er van overtuigd dat de Brabanders last hebben van een karaktertrek die de mens doorgaans siert, maar nu verrekte onhandig is. “Brabant is te lang te bescheiden geweest. En we hebben op alle niveaus – denk aan de makers, podia, festivals, politiek en het bedrijfsleven – onvoldoende kunnen duidelijk maken wat hier gebeurt.” “Toen ik in 2003 bij het Fonds Podiumkunsten vertrok om in Brabant 19


directeur te worden van festival Boulevard, vond ik dat geweldig. Er gebeurt hier zoveel waarin we ons kunnen onderscheiden op cultureel gebied. Maar we vinden het lastig om onszelf op de borst te kloppen en te zeggen: kijk wat wij hier allemaal doen. En dus lukt het niet om vervolgens via de politieke kanalen het geld binnen te slepen.” Dat is Overdam ook niet gelukt, ondanks een onbescheiden houding. (“Tja, ik kom niet uit Brabant, dus ik heb er geen last van.”) Het budget van zijn theaterfestival is van 2011 naar 2013 met een kwart verminderd. De provincie geeft minder en het Fonds Podiumkunsten kon, ondanks een positief advies, geen geld geven omdat het eigen potje op was. Het Fonds zegt daar zelf over: “De eerder door het Fonds Podiumkunsten vierjarig gesubsidieerde festivals, muziekensembles en gezelschappen hebben (...) stevig te lijden gehad van de concurrentie van instellingen uit de basisinfrastructuur en veelbelovende nieuwkomers. Bijna 60% van de 118 bestaande fondsinstellingen keert niet terug. Daaronder bevinden zich veel bekende en prominente namen zoals (...) Theaterfestival Boulevard. We winden er geen doekjes om: de schade door de bezuinigingen is groot.” De enige hoop voor instellingen en festivals die getroffen zijn door de bezuinigingen, ligt bij de gemeente of provincie. Bergkamp (D66): “Daar liggen inderdaad nog kansen. De gemeente en provincie stellen jaarlijks een begroting op, dus die hebben meer bewegingsvrijheid.”

Gevolgen voor Brabant

Dat het zuiden van Nederland achteraan staat bij het uitdelen van subsidies heeft het dus deels aan zichzelf te wijten. We zijn te bescheiden, lobbyen niet goed, houden van navelstaren en de aanvragen bij de Raad voor Cultuur waren kwalitatief vaak niet goed genoeg. Daarnaast heeft de Raad minder bewegingsruimte dan ze zelf zou willen. Het zou voor Noord-Brabant positief kunnen uitpakken als daar verandering in komt.

20

Die verandering is volgens professor Greg Richards noodzakelijk. Richards is verbonden aan de Universiteit van Tilburg en doet veel onderzoek naar cultuur en cultureel toerisme. Richards constateert dat er na een politieke verandering vaak op cultuur wordt bezuinigd. “Cultuur wordt vaak gezien als niet iets echt noodzakelijks. Als je daar op kort, sterft er immers niemand.” Volgens Richards heeft cultuur niet alleen harde, economische effecten. De sociale effecten, zoals cohesie in een samenleving en

van het ecosysteem, dat hij een bestel met een brede humuslaag noemt. “Bij iedere subsidieverlening staat altijd de instelling centraal, terwijl ik denk dat de samenhang in ketens van instellingen meer aandacht verdient. Dus een muziekschool hangt samen met een orkest en een muziekfestival. Niemand neemt op dit moment de verantwoordelijkheid voor de samenhang in het geheel. Wat doen overheden om de keten in stand te houden? Ik vind dat we daar veel meer naar moeten kijken. Wat er bij het Brabants en het Limburgs (Symfonie) Orkest gebeurd is, verdient geen schoonheidsprijs. Twee instellingen van naam en faam moeten we met een stok tot samenwerking dwingen. Beseffen ze wel dat ze worden gesubsidieerd ten behoeve van een optimaal maatschappelijk rendement?”

Lange adem

DE BIS Sinds 2009 krijgen instellingen rechtstreeks subsidie van OCW als hun activiteiten passen binnen de zogenaamde landelijke basisinfrastructuur (BIS). Zij vallen dan direct onder de ministeriële verantwoordelijkheid. Deze instellingen moeten zorgen voor een landelijke gespreid aanbod en vervullen ‘specifieke en cruciale functies’, die niet of onvoldoende door de markt worden ondersteund. Andere instellingen moeten voor financiële ondersteuning een aanvraag indienen bij een van de cultuurfondsen, zoals het Fonds Podiumkunsten en het Mondriaanfonds (voor beeldende kunst en cultureel erfgoed).

het imago van een regio of stad, zijn minstens zo belangrijk. Richards: “Gebrek aan investering in cultuur kan heel veel effecten hebben. Cultuur is onderdeel van een ecosysteem, waarin de verschillende elementen met elkaar samenhangen en onderhouden moeten worden. Als een deel niet goed functioneert, is het zeer waarschijnlijk dat je ook effecten in andere delen van het systeem zal voelen. Bijvoorbeeld in de sociale cohesie.” Ook Gerard Rooijakkers van de Raad voor Cultuur hamert op het belang

En juist om de samenhang – tussen de diverse regio’s en ketens van instellingen – in de toekomst te waarborgen moet er in de huidige subsidieverlening iets veranderen volgens Rooijakkers. “Er moet een cultuurbeleid komen van de lange adem. Nu houden instellingen iedere vier jaar hun adem in, dat is geen doen. Doelstellingen op het gebied van educatie, ondernemerschap en talentontwikkeling vereisen continuïteit.” Noord-Brabant heeft drie jaar de tijd om te laten zien dat ze een dergelijke verandering waardig is. Dat de provincie onontbeerlijk is in het landelijke culturele ecosysteem. Het is dus tijd dat de Brabander actie onderneemt en het niet alleen aan Guus Meeuwis overlaat de provincie op de kaart te zetten. Bijsterveld: “Om jezelf op te kaart te zetten, moet je de deuren wagenwijd openzetten.” Daar heeft de professor

een punt. Maar vergeet ook niet dat het vervolgens heel zinvol, nee, cruciaal is dat de provincie door die open deuren ook af en toe het huis verlaat. Ga eens op theevisite in Den Haag en wordt zichtbaar in Amsterdam. Hup, die rivieren over.

Tekst Mijke Pol Beeld Shootmedia MEST nr 1


Regionale spreiding naar landsdelen en de vier grote steden van subsidies van BIS en alle fondsen in 2011 en 2013 (bron: Cultuur in Beeld, juni 2012)

Amsterdam

Den Haag

Rotterdam

Utrecht

Noord

Oost

Zuid

West

2011 MEST nr 1

2013 21


IMAGINATION DESIGNS EUROPE

AD

22

MEST nr 1


JEROEN DE LEIJER

MEST nr 1

23


HET GEHEIM VAN DE BRABANTSE

zIgEuNeR De Sinti-zigeunerkampjes in de omgeving van het Brabantse Nuenen brengen al generaties lang opvallend veel beroemde muzikanten voort. Ze vormen tegenwoordig het hart van de internationale gipsyswing. De verklaring? Genen, traditie, maar ook simpelweg broodwinning.

b

laffende honden, bergen oud ijzer en andere troep, vervaarlijke blikken? Van stereotypen geen spoor aan de Bosweg in Gerwen. Op het Sinti-zigeunerkampje, ingeklemd tussen paardenwei en bos net buiten het Oost-Brabantse dorp, heerst een serene rust. Als op een verlaten camping, waar alleen de vogels fluiten. Onder een partytent staan barbecues, de laatste wintersneeuw smelt onder een uitbundige zon van het dak. Voor zijn woonwagen rookt Paulus Schäfer (35) een sigaret. Zes bij vijftien

24

is-ie, de wagen, zegt hij trots. De vorige was nog dertien bij vier. Omdat er gezinsuitbreiding op komst was, kreeg hij een ander ‘vak’. Zo gaat dat in Gerwen. De ‘Sinto’, zoals hij zichzelf noemt, wijst op een witte keet aan de rand van het kamp: een geïmproviseerd evangelisch kerkje. Zijn vader is er voorganger, zijn broer predikt er het woord van God. Drie keer per week zijn er diensten. Maar Schäfer komt er weinig. “Je kunt geen twee wegen oplopen, vriend, een bietje van allebei, da ga nie. Ik moest kiezen: het geloof of een carrière.” Hij koos voor het laatste

en werd muzikant. Met succes. Met zijn wereldberoemde neefjes van het Rosenberg Trio, die een paar kilometer verderop op het kampje in Nuenen wonen, behoort hij tot de bekendste gipsyjazzmuzikanten van Europa. Hij speelde in Hongarije op het grote Sziget, op het fameuze Django Reinhardt Festival in Samois-sur-Seine en is al jaren vaste gast op het Gipsy Festival in Tilburg. Binnenkort reist hij naar Rusland.

Een legende

In zijn luxe wagen staat de tafel vol koekjes en snoepjes, voor de gasten.

MEST nr 1


Paulus Schäfer met dochter Gina

Partner Rebecca stelt zich op in de keukenhoek, dochters Sharona (12) en Gina (6) zitten voor een enorme flatscreen. De gipsyjazzgitarist spreekt zangerig Eindhovens, met een randje Sinti en Duits, moedertaal van de familie, die ooit uit Duitsland kwam. Schäfer: “We worden allemaal opgevoed met Duitse films.” Maar thuis is de voertaal Sinti, de niet op schrift vastgelegde taal van de West-Europese zigeuners. De wagen van de familie Schäfer is modern ingericht, met leren meubels en glanzende tegelvloer. Op de grond een enkel traditioneel tapijtje, aan de

MEST nr 1

wanden schilderijtjes met romantische taferelen, antieke geweren en muziekinstrumenten. Met een grammofoon leerde Schäfer op zijn zevende gitaarspelen. Platen van Django Reinhardt (1919-1953), de Waalse godfather van de gipsyswing, en inspirator van zowat iedere Sinti-muzikant. Hij draaide ze tot in den treuren en speelde ze keer op keer na. Een andere leermeester: Stochelo Rosenberg, neef en meestergitarist in het vermaarde Rosenberg Trio. Stochelo woonde twintig jaar geleden nog in de oude wagen van Paulus. “Ik woonde

zelf drie wagens verderop en liep dan naar hem toe: ‘Stochelo, doe nog ’s Django.’ Ik keek op zijn vingers en leerde zo spelen.” Maar de real master, zegt Schäfer, is gitarist Wasso Grünholz, een zeventiger inmiddels, woont ook in Gerwen. “Hij kwam uit België, speelde meer dan vijftig jaar en trad over de hele wereld op. Een legende.” Maar Grünholz wilde ‘God volgen’ en trok zich een aantal jaar geleden terug.

Gepriegel

Voor veel buitenstaanders klinkt de –

25


Poepa Schäfer

hoofdzakelijk instrumentale – gipsyswing of jazz manouche allemaal als hetzelfde, vingervlugge gepriegel. Daarom probeert Schäfer graag andere dingen uit. Hij speelt met ‘burgermuzikanten’ of maakt rockcovers in gipsyswingstijl, zoals op zijn recente cd Rock Django. Dé kans om zich te ontwikkelen, zegt de Gerwenaar, kreeg hij van Albert Siebelink, organisator van het Tilburgse Gipsy Festival, die hem de afgelopen jaren met de meest uiteenlopende muzikanten liet spelen. “Zonder Albert zou de Hollandse Sinti-scene er heel anders hebben uitgezien. We zijn enorm blij dat een burger zoiets doet, dat zou een zigeuner niet zo gauw lukken.”

Nederlandse School

Waar in de jaren dertig en veertig de Parijse Hot Club de France, met legen-

“Ongelooflijk dat er in ZuidOost-Brabant zoveel virtuoze muzikanten op enkele vierkante kilometers wonen”

darische artiesten als Reinhardt en violist Stéphane Grappelli, het hart van de internationale gipsyswing vormde, is dat nu Zuid-Oost-Brabant: de kampjes van Gerwen, Best en Nuenen. Er is zelfs sprake van een Nederlandse School binnen de gipsyjazz. De Brabantse Sinti onderscheiden zich met hun fingerpicking-stijl, het samenspel, de ritmiek, de swing en hun interpretatie van het traditionele repertoire, dat de meetlat vormt van hun (virtuoze) kunnen. Henk van Beurden van Stichting Sinti Music: “Ik was met Paulus in Samois op het Django Reinhardt Festival. Op een terrasje ontmoetten we een Franse gitarist. Toen Paulus begon te spelen, zei hij meteen: ‘Ik hoor Wasso!’” Het ‘Wasso-effect’, zegt Van Beurden, wordt wereldwijd herkend. “Ongelooflijk dat er in Zuid-Oost-Brabant zoveel virtuoze muzikanten op enkele vierkante kilometers wonen”, zegt Van Beurden. Genen? Traditie? Het is een familieding, denkt Paulus Schäfer. “Kijk je vijftig jaar terug, dan was dit al een heel muzikale familie. En bijna iedereen is hier familie.” En, vult hij aan, muziek is natuurlijk serious business. Zigeuners waren van oudsher ketenlappers, stoelenmatters en scharenslijpers, maar ook muzikanten.

Pipo-wagen

Schuin tegenover Paulus wonen vader en moeder Schäfer, Fetela (77) en Poepa (73). In een houten, kleurrijk ingerichte woonwagen, zoals je die verwacht bij klassieke zigeuners. Met veel kunst

Gina Schäfer 26

MEST nr 1


en kitsch, uitbundige tierlantijnen, tegelspreuken – Herr, segne dieses haus und alle die da gehen ein und aus – en met een enorme eettafel. “Zitten we elke zondag aan, met z’n dertigen.” Aan de muur violen en een antieke citer; Fetela, pater familias in Gerwen, verdiende er vroeger zijn geld mee. Hij reisde rond met paard en wagen, door België en Duitsland. Naast hun woonwagen staat een vooroorlogse Pipo-wagen. Daar willen ze zomers nog wel eens een paard voorzetten, om de hort op te gaan. Op zijn vijfde kwam Fetela Schäfer met zijn ouders – op de vlucht voor de vervolgingen in Duitsland – naar Gerwen, het oudste kampje rond Nuenen. Het bestaat meer dan tachtig jaar en werd een symbool voor de Sinti-kampjes in Oost-Brabant. Paulus Schäfer: “Dit kamp mag nooit meer weg, hebben ze ook in Den Haag besloten. Het is een monument geworden. Er mag geen wagen meer bij, maar er gaat er zeker ook geen één af.”

Romantiseren

De laatste jaren zijn er nieuwe kampjes ontstaan rond Nuenen. Met chaletjes, zonder wielen. “De mensen moeten met de maatschappij mee gaan, vinden ze. Horen dus in een huis. Maar een huis, dat gaat dus niet voor mij. Moet je kijken hier, aan de rand van het bos… Je wordt wakker met de vogeltjes die fluiten, snap je? Bij die vrijheid hoort een wagen.” Maar je moet het leven op een kamp ook niet romantiseren, waarschuwt de Sinti-gitarist. “Als mijn meid iets uitvreet op school, dan komt er meteen iemand langs. Niet om haar op de vingers te tikken, maar om het hele kamp toe te spreken. Als een jongen van zestien een fiets weghaalt in het dorp, heeft het hele kamp het gedaan. Dat nadeel hebben we.” Voor ‘burgermensen’ heeft het kamp

nog altijd een hoge drempel, erkent Schäfer. Maar in de zomer – de gitaren komen uit de wagens, barbecue, kampvuur en biertje erbij – willen langskomende fietsers nog wel eens voorzichtig een kijkje komen nemen.

Familiebedrijf

Iemand die in razend tempo drempels slecht, is Paulus’ achterneef Django Wagner, een imposante verschijning en als succesvol Nederlandstalig levensliedzanger een vreemde eend in de Sinti-bijt. Omwille van de privacy ontvangt hij journalisten liever niet op het kamp in Nuenen, maar op het kantoor van zijn platenlabel Berk Music in Eindhoven. Wagner werd in 1970 geboren in Amsterdam, maar verhuisde in 1981 naar Nuenen. “Mijn ouders vonden het hier gezelliger omdat er meer zigeuners wonen.” In 2009 kwam zijn eerste single Kali uit (‘donker meisje’ in het Sinti) en sindsdien scoort hij hit na hit. Twee gouden albums heeft hij al te pakken en vorig jaar won hij zelfs een Zilveren Harp. “Ik zing het levenslied, maar wel met een neiging naar Sinti-muziek. Daarmee hebben we een nieuwe stijl neergezet.” De jazzgitaren, de halve noten, de accordeon, het geeft zijn muziek een vrolijk zigeunersausje, zegt hij. Daarmee raakt hij zowel zigeuners als Hollandse burgers. Wagner groeide op met Jordaan, Alberti en Hazes, maar ook met de grote Django – naar wie hij ‘waarschijnlijk’ vernoemd is. “Nooit naar gevraagd.” Hij wordt regelmatig bijgestaan door familie, zoals de Rosenbergs. “Django Wagner is een familiebedrijf.” Platenbaas Adrie van den Berk wil iets groots

INTERNATIONAL GIPSY FESTIVAL Op 25 en 26 mei vindt in Tilburg het International Gipsy Festival plaats, het grootste festival voor zigeunermuziek in Nederland. Locatie: de Interpolistuin in het centrum van Tilburg. TIPS VAN DE REDACTIE Koby Israelite. In Israël geboren, Londense multi-instrumentalist uit John Zorn’s New Yorkse ‘alt-Jewish’ Tzadik-stal. Mixt Balkan en gipsy met bluegrass, metal en nog veel meer: liefst in één track. KAL. Achtkoppige popband uit de suburbs van Belgrado, rond zanger/activist Dragan Ristić. Meest politieke zigeunerband. Maakt frisse ‘rock, reggae ’n roma’. Stonden al op grote festivals als Sziget en Roskilde. Orchestre International de Vetex. Alternatieve achttienkoppige Belgisch/Franse fanfare. Hoempa meets tarantella, rumba meets Balkan. Ontstaan in een loods van industriecomplex Vetex in textielstad Kortrijk. Bollywood Masala Orchestra. Gypsies of Rajasthan. 17-koppig circus met muzikanten, dansers en acrobaten. Project Rakija. Onstuimige Hollandse Balkanband rond Bosnische gitarist Igor Sekulovic. Mixt sevdalinka-blues met Balkan beats en rockende gitaren. Oana Cătălina Chiţu. Zangeres uit Boekarest, probeert de Roemeense tango uit de vergetelheid te halen. Brengt in Tilburg ode aan Maria Tanase, de Roemeense Piaf. Op vrijdag 24 mei is er een opmaat naar het festival met een concert van het Paulus Schäfer Trio in Paradox Tilburg. Schäfer speelt voor de gelegenheid samen met gitarist Fapy Lafertin, een van de Vlaamse nestors van de gipsyjazz.  Romino Grunholz en Fremdo Rosenberg

MEST nr 1

27


Fetela en Poepa Schäfer

“Nuenen is het Volendam van Brabant”

is het altijd gegaan. Maar dat gaat veranderen, als het aan hem ligt. Als Gina zeven is, mag ze de gitaar oppakken. Ze heeft er een ‘abnormaal’ gevoel voor, dat weet hij zeker. Om dat te bewijzen speelt hij nog een liedje, maar met een verkeerd akkoord. “Klopt niet”, schudt Gina meteen. Het Gipsy Festival maakte Paulus Schäfer groot en hij ziet het helemaal voor zich: Gina, die straks als eerste Sinti-gitariste op het podium in Tilburg staat.

gaan neerzetten met zigeunermuzikanten, vooral uit Nuenen. Een soort Hollandse Gipsy Kings. “Nuenen is het Volendam van Brabant.”

Zo gaat het van generatie op generatie, zonder noten. Dat is hét verschil met burgers, zegt Schäfer. Hij grijnst. Laatst werd hij gebeld vanuit Amerika. Of hij kon komen spelen. Zijn eigen band meenemen was te duur, maar ze hadden daar een paar goede muzikanten klaar staan. “Ik speelde mijn liedjes voor aan die gasten en zij als een gek meeschrijven. Binnen een uur hadden ze alles op noten gezet en speelden ze de muziek perfect mee. Zou ik niet kunnen hè, ik kan geen noot lezen. Maar een uur na het concert konden zij die liedjes zonder noten niet meer spelen. Dát is het verschil.”

Sinti-ster

Terug in zijn Gerwense woonwagen pakt Schäfer de gitaar. In het Sinti zegt hij iets tegen zijn zesjarige dochter. Die pakt volautomatisch een viool, voor de show. Terwijl vader razendsnel tokkelt, zingt dochter – viool op de schouder – een zigeunerlied. Loepzuiver. Vrouwen binnen de Sinti-gemeenschap musiceren niet. Ze zingen. Dat is nu eenmaal de traditie, zegt Schäfer. Vrouwen zorgden voor het eten en de kinderen, de mannen gingen met hun instrument op pad om geld te verdienen. Zo

28

www.paulusschafer.com www.sintimusic.nl www. gipsyfestival.nl

Tekst Dieter van den Bergh Fotografie Joyce van Belkom

MEST nr 1


voordekunst organisaties en particulieren ondersteunen Brabantse kunstprojecten via crowdfunding Een avontuurlijke animatiefilm, het debuutalbum van een jonge rockband of het missende meesterwerk binnen een expositie: via voordekunst.nl maken publiek, overheid en bedrijfsleven dromen van kunstenaars en kunstinstellingen waar. Uiteraard met een passende tegenprestatie. Crowdfunding heet dat. bkkc is partner van voordekunst en geeft Brabantse kunstenaars en kunstinstellingen de kans om op een nieuwe manier de financiering van hun project rond te krijgen.

Tot nu toe behaald via voordekunst.nl/brabant Donaties: €193.000 Gerealiseerd: 28 projecten Donateurs: 1784 Is uw organisatie ook voor de kunst? Met een deelname aan crowdfunding bepaalt u mede het kunsten cultuuraanbod in uw omgeving. Wat krijgt u er voor terug? Enkele voorbeelden: ōHHQSULYÒYRRUVWHOOLQJ ōXZRUJDQLVDWLHPHWORJRRSGHDIWLWHOLQJYDQHHQğOP ōHHQIRWRVKRRWYRRUXZRUJDQLVDWLH Nieuwsgierig geworden? Kijk voor meer informatie op www.voordekunst.nl/brabant of op www.bkkc.nl/voordekunst. bkkc is ook op zoek naar Brabantse partners. Draagt u de Brabantse kunstensector een warm hart toe? Neem dan contact op met Luc Begas, l.begas@bkkc.nl of 013 7508433.

foto’s: net geslaagd: Fotoboek Men & Pussy door Marieke Plasier best scorend Brabants project (166%): Debuutalbum van Hunting the Robot

CMYK

CMYK

CMYK

bkkc maakt de waarde van kunst en cultuur tastbaar Spoorlaan 21 i-k | 5038 CB Tilburg | Postbus 72 | 5000 AB Tilburg | 013 7508400 | www.bkkc.nl PMS

MEST nr 1

PMS

PMS

29


Museumkwartier Den Bosch

GEDURFDE SYMBIOSE TUSSEN

oUdeN nIeUw

30

MEST nr 1


Prinses Beatrix opent op 24 mei het nieuwe Museumkwartier in de binnenstad van Den Bosch. Een dag later gaan de deuren open voor het publiek. Met onder andere de eerste grote overzichtstentoonstelling van schilder Marc Mulders. Opvallend zijn de architectuur, de verscheidenheid van collecties en gebouwen en de mix van oud en nieuw. Met de fysieke koppeling van het Noordbrabants Museum en het Stedelijk Museum ’s-Hertogenbosch ontstaat een van de grootste museumcomplexen van Nederland.

b

eide musea houden straks gewoon hun eigen voordeur, maar binnen zijn ze – elk met hun eigen uitgesproken karakter – ruimtelijk nauw met elkaar verbonden. En daar ontstaat iets, zeggen de directeuren. René Pingen van het Stedelijk Museum ‘s-Hertogenbosch: “De meerwaarde voor de bezoeker zit ‘m in een heel gevarieerd aanbod dat elkaar aanvult. Je treft een enorme variëteit aan van erfgoed, geschiedenis, beeldende kunst en design.” Variërend van de Prada-tas met gouden pistool van Ted Noten tot aan de stadsgezichten van Pieter Saenredam (1597-1655), en dat alles verspreid over vijfduizend vierkante meter tentoonstellingsruimte, geplooid rondom de historische paleistuin. Het complex zelf

Het Gouvernementspaleis (Noordbrabants Museum) op de voorgrond met rechtsachter de nieuwbouw van het Stedelijk Museum. MEST nr 1

is ook een reis door de eeuwen. Dwaal van het Gouvernementspaleis met zijn vergulde Rococo-deuren (waar tot in de jaren tachtig de commissaris van de koningin huisde), door de eerdere uitbreiding van architect Wim Quist naar de recente nieuwbouw van Bierman Henket architecten met de interieurontwerpen van de Campana Brothers.

Symbiose

Het Noordbrabants Museum richt zich van oudsher met name op kunst en erfgoed uit Noord-Brabant, het Stedelijk Museum op moderne kunst, waarbij vooral de collectie keramiek en sieraden van beroemde kunstenaars als Picasso, Léger en Mendini vermaard is. “Dat ze oude en moderne kunst hebben, is op zich niet zo verrassend”, zegt Jaap Guldemond, hoofd Tentoonstellingen van het EYE Filminstituut Nederland en daarvoor onder meer conservator van het Van Abbemuseum. “Het gaat er om: hoe zet je het in als museum? Weet je een interessante meerwaarde te creëren?” De musea delen niet alleen onderdelen van hun bedrijfsvoering (zoals horeca, museumwinkel en auditoria), maar kunnen ook uit elkaars collecties putten en presentaties combineren of aanvullen. Charles de Mooij, directeur van het Noordbrabants Museum, kent in Nederland geen ander voorbeeld van zo’n samenwerking en spreekt van een ‘nieuw model, een vorm van symbiose’. René Pingen: “Er is geen plek in Nederland waar twee musea, met zulke ver-

schillende collecties, zo dicht op elkaar zitten en zo nauw samenwerken.”

Experiment

Zowel de minister als de Raad voor Cultuur zijn een warm voorstander van museale krachtenbundeling. De Raad suggereert in een recent advies om acht ‘kernmusea’ aan te wijzen, die elk een verzamelgebied onder hun hoede nemen (zoals oude kunst, moderne kunst of archeologie) en nauw moeten gaan samenwerken met andere musea. Met als doel onder andere het beter ontsluiten van collecties voor het publiek en het slechten van schotten tussen sectoren, zoals bijvoorbeeld erfgoed en hedendaagse kunst. Edwin Jacobs, directeur van het Centraal Museum in Utrecht en lid van de Commissie Musea van de Raad voor Cultuur: “Heel bijzonder wat in Den Bosch gebeurt. Ik vind het een mooi experiment in het licht van de advies van de Raad voor Cultuur. Samenwerken en dat ook uitdragen… ze hebben bijna een fysiek voorbeeld ontworpen.” De Mooij: “Wat hier in het Museumkwartier gebeurt, is meer de vorm van samenwerking die de Nederlandse musea zelf hebben voorgesteld. Samenwerking op basis van vrijwilligheid. Het gaat hier ook niet over een groot museum dat een ander op sleeptouw neemt; we hebben beiden onze eigen expertise en doelgroepen.”

Tekst Leo de Boer 31


Tel even mee VLOEROPPERVLAKTE

13.650m

2

5.090 m2 tentoonstellingsruimte / 1.240 m2 publieksfaciliteiten / 5.680 m2 openbare buitenruimte

INVESTERING

52,35

miljoen euro

uitbreiding/renovatie Noordbrabants Museum: 29,5 miljoen euro nieuwbouw Stedelijk Museum ’s Hertogenbosch: 17,5 miljoen euro museale inrichting: 5,35 miljoen euro

VERWACHT BEZOEKERSAANTAL

205.000 Noordbrabants Museum 130.000 (+30%) / Stedelijk Museum 75.000 (+135%)

32

MEST nr 1


De architectuur: EEN CULTURELE INJECTIE, MAAR WIM QUIST IS ER NIET ZO BLIJ MEE Markant aan de nieuwbouw van het Stedelijk Museum zijn de groene glazen gevel, de monumentale trap naar de eerste verdieping en de inrichting door het Braziliaanse Campana Brothers. Theo Mathijssen, voorzitter van het Bosch Architectuur Initiatief: “Met deze bundeling krijgt dit stuk binnenstad een sterke culturele injectie. De binnentuin was altijd al een prettige plaats, maar ook een wat onbekende plek in de stad. Daar komt nu verandering in. En de schakeling van de gebouwen rond de tuin is goed voor de museumbeleving. Al is het maar als oriëntatiepunt, want het is een groot complex.”

“De grote zaal is eigenlijk gedegradeerd tot entreeruimte naar de uitbreiding”

Het oude Gouvernementspaleis was volgens Mathijssen altijd al een mooi museum. “En de uitbreiding door Quist was heel goed, ik denk dat die zeker versterkt wordt.” Maar Wim Quist zelf is minder enthousiast. De gerenommeerde architect realiseerde in 1987 de uitbreiding van het Noordbrabants Museum. “Ik vind dat de grote zaal die ik ontworpen heb qua ruimte en museale kwaliteit nogal is aangetast, ik ben er niet erg blij mee. Hij is eigenlijk gedegradeerd tot entreeruimte naar de uitbreiding.”

WIM QUIST architect

Favoriete plek?

“Als je aan de kop van onze uit ’87 daterende tuingale- “Onze hal scoort wat mij rij staat, heb je een prachbetreft heel hoog, niet in tig overzicht over het hele het minst vanwege die fancomplex. De fraaie historitastische monumentale sche bouw, de nieuwe ver- wenteltrap en de ontwerpen bindingsgang, die mooie van de Campana Brothers glaswand en die prachtige voor de publieksruimten op tuin die alles verbindt.” de begane grond.”

CHARLES DE MOOIJ directeur Noordbrabants Museum

MEST nr 1

RENÉ PINGEN directeur Stedelijk Museum

33


HET MUSEUM STAAT IN BRAND, WELK STUK NEEM JE ONDER DE ARM?

“Het servies Madame de Pompadour van Cindy Sherman. Op de oude locatie hadden we dit een tijdje geleden in een tentoonstelling staan en zodra ik het zag, was ik er meteen van onder de indruk.”

MACHIEL MARSÉ vloermanager Stedelijk Museum

“Ik ben altijd erg gesteld geweest op Minerva beteugelt Pegasus met de hulp van Mercurius van Jan Boeckhorst. Alleen, dat stuk kan ik in m’n eentje niet dragen.”

“Het meest bijzondere is dat het groot is en nieuw. En dat de beslissing voor de flinke investering is genomen in een tijd dat het nog kon. Daar kunnen we als Brabanders heel gelukkig mee zijn.”

CHARLES DE MOOIJ directeur Noordbrabants Museum

FRANS ELLENBROEK directeur Natuurmuseum Brabant

34

HANDIG OM TE WETEN —

een groot deel van de begane grond van het Museumkwartier is straks gratis toegankelijk.

MEST nr 1


GIER MEE EN NEEM NU EEN JAARABONNEMENT OP

Voor ₏30,– per jaar, 4 edities vol bijzondere cultuur in Noord-Brabant. Veel geld hebben we niet, maar toch delen we graag cadeautjes uit. Nieuwe giervrienden kunnen kiezen uit:

Schatten van nieuwe Brabanders Vijftig interviews en portretten van mensen uit alle delen van de wereld die zich in NoordBrabant hebben gevestigd.

Wat ik zie kan ik niet zijn Dichter Serge van Duijnhoven op zoek naar de bronnen van Het Groene Woud.

Stallen in het Landschap Over innovatieve en duurzame ontwerpen van stallen in het landschap.

Ga voor het afsluiten van een abonnement naar

www.mestmag.nl


HET Oftewel: hoe een boek, lied, kunstwerk

LICHT of voorstelling iemands leven heeft veranderd.

“Bij een mooi schilderij voel ik de kracht in me vloeien” Kitty van Eerd, fervent cultuurliefhebster en vrouw van Jumbo-oprichter Carel van Eerd

h

artelijk opent ze de deur van haar twee eeuwen oude herenhuis in het centrum van Veghel. Zwart-blauw mantelpakje, subtiele make-up, keurige coupe, smaakvolle sieraden. Ze gaat voor naar de eetkamer, waar ze uit een zilveren pot thee schenkt in Wedgwood-kopjes. Kitty van Eerd (71) is de vrouw van Carel van Eerd, de oprichter van supermarktketen Jumbo. “Normaal maak ik om tien uur een lijstje van wat ik deze dag moet doen”, vertrouwt ze ons toe, terwijl ze gaat zitten. Carel stapt de kamer binnen, zijn hand nog op de klink, zijn jas al aan. “Ik ben even naar de zaak.” Kitty knikt. “Tot straks.” Hij gaat nog elke dag naar de zaak, vertelt ze als hij weg is. De zaak is op steenworp afstand van hun huis. Als hij thuiskomt, speelt hij vaak piano. Aan wat hij speelt, hoort Kitty hoe het was. Chopin betekent: rustig. Hoort ze jazz, dan was het een spannende dag. Ze heeft iets koninklijks. Ze lacht gevleid – ze bewondert de koningin enorm – en grapt: “Koningin van 70.000 mensen dan.” Ze doelt op de werknemers van de Jumbo. In elke supermarkt hangt een foto van haar, Carel, hun drie kinderen en hun kleinkinderen. In het Jumboblad geeft ze, met een portretfotootje erbij, elke keer een huishoudelijke tip. Op verschillende plekken in het bedrijf hangen schilderijen die Kitty heeft uitgezocht. “Die hangen er niet automatisch. Kunst verdien je bij de Jumbo.” Voor ijverige mensen van de fruitafdeling zocht ze een kleurig werk vol vruchten uit. Voor een goede toezichthouder een schilderij met een giraffe van Nico Molenkamp. Ze houdt ontzettend van schilderkunst. Is het werk dat uw leven het meest heeft beïnvloed ook een schilderij? “Ja. Dat is dit schilderij.” Ze gaat voor naar een hoekje in de eetkamer waar haar bureau staat. Erboven hangt een schilderij van een Zeeuws melkmeisje. “Mijn oma, de moeder van mijn vader.”   Welke betekenis heeft het voor u? “Ik kom uit een welvarend boerengezin en we hadden een grote boerderij. Maar ik geloof dat het schilderij ons kostbaarste bezit was. Het hing prominent boven de schouw. Vanaf mijn geboorte stond vast dat het naar mij zou gaan als mijn ouders stierven, omdat ik net als 36

oma Catharina heet. Mijn zussen waren jaloers. Voor mij had het iets magisch. Steeds als ik naar het schilderij keek, dacht ik: ‘Dat is voor mij’. Dan voelde ik me heel bijzonder.” Wanneer kwam het schilderij naar Veghel? “Tien jaar geleden. Ik wist meteen: het moet hier hangen, op mijn plekje. We hebben het laten schoonmaken. Dat was nodig, want mijn vader rookte een doosje sigaren per dag. Toen werden bijvoorbeeld de touwen die van het juk op haar schouders naar de emmers lopen zichtbaar. Kijk. Prachtig.”   Hoe voelt het om oma thuis te hebben? “Vanaf het moment dat ze hier was, zette ik een vaasje met een bloem onder het schilderij. Uit dankbaarheid voor mijn ouders en grootouders, omdat ik zo’n ontzettend mooie, warme jeugd heb gehad. Maar soms verwelkte de bloem, omdat we een tijdje in ons huis in Marbella waren. Dan gebruikte ik maar een kunstbloem. Tot ik vijf jaar geleden de ultieme oplossing vond.”   Vertel! Ze wijst naar het schilderijtje met lieflijke, zachtpaarse bloemen in het hoekje schuin tegenover oma. “Vijf jaar geleden liep ik over de kunstbeurs TEFAF en toen zag ik dit. Ik kreeg kippenvel, ik werd helemaal warm en koud. Ik dacht: ‘Dat zijn de bloemen voor oma’. Het werkje bleek best prijzig. Dus ik zei: ‘Ik ga lunchen om er over na te denken’. Maar tijdens de lunch met vriendinnen was ik steeds maar bang dat iemand anders het zou kopen. Ik ben op een gegeven moment opgestaan en heb gezegd dat ik even weg moest.”   En het hing er nog… “Ja. Aan het einde van de dag heb ik het heel onopvallend in een plastic Albert Heijn-zak meegenomen. Ik kwam huppelend thuis, zo blij was ik. En nu heeft oma altijd bloemen.”   Ze gaat weer zitten aan de eettafel. “Ik ben een heel druk en chaotisch mens. Maar als ik naar een mooi schilderij kijk, kom ik tot rust. Dan voel ik nieuwe energie en kracht in me vloeien. Daarna kan ik er weer tegenaan.” Tekst Esther Wittenberg Fotografie An-Sofie Kesteleyn MEST nr 1


MEST nr 1

37


38

MEST nr 1


Op 23 mei

– de sterfdag van zijn zoon Tonio –

krijgt de schrijver A.F.Th. van der Heijden (Geldrop 1951) de P.C. Hooftprijs uitgereikt voor het uitgebreide oeuvre waarmee hij de Nederlandse letteren sinds zijn debuut in 1978 heeft verrijkt. Schrijver/journalist Serge van Duijnhoven (Oss, 1970) schreef voor MEST een persoonlijke bespiegeling. Over zijn relatie met de romancier, over vriend en collegaschrijver Joris Abeling en de onwaarschijnlijke manier waarop hun levens met elkaar en het oeuvre van Van der Heijden verstrikt zijn geraakt.

D

e importantie van Van der Heijden voor de Nederlandse letteren kan denk ik nauwelijks worden overschat. Ze is vergelijkbaar met de betekenis van Gustave Flaubert en Emile Zola voor de Franse literatuur in de negentiende eeuw. En met die van Dostojevski en Tolstoj voor de Russische. Als het gaat om het schrijven van grote, alomvattende romans die een uiting zijn van een specifieke tijdsgeest, en die ook nog vervat zijn in ambitieuze, meervoudige cycli, dan verdient Van der Heijden heden ten dage in het Nederlandse taalgebied alle honneurs die in het recente verleden toekwamen aan zijn voorgangers Hugo Claus, W.F. Hermans, Gerard Reve en Harry Mulisch. Met de invloed en betekenis van Van der Heijdens werk en persoon op mezelf als eveneens uit Brabant afkomstig auteur, is het ingewikkelder gesteld. Die invloed is ook onmiskenbaar groot. Maar op een onvoorzien aspect zijn onze levens elkaar tezeer genaderd om een objectief oordeel in deze nog mogelijk te maken. Via een aantal beslissende lotgevallen in mijn leven, ben ik op een gegeven moment (helaas) het oeuvre van de grote meester binnengeslopen. En op omgekeerde wijze heeft de dood van Adri’s zoon Tonio (23 mei 2010 – red.) eveneens onverhoedse uitwerkingen gehad op mijn recente literaire werk en huidige bestaan. Uit Tonio, p.297/98: “Frans vertelde dat hij op een website een necrologie van Tonio was tegengekomen, geschreven door Serge van Duijnhoven, compleet met allerlei portretfoto’s. Meteen ontstond weer de indruk dat alles van de afgelopen dagen een absurde parodie was.”

MEST nr 1

“Serge van Duijnhoven kwam als zestienjarige gymnasiast, tevens gedoemd dichter, al bij ons over de vloer toen Tonio nog geboren moest worden, soms samen met zijn boezemvriend Joris Abeling (omgekomen bij een auto-ongeluk in ’98). Ze wilden nou eindelijk wel eens van me horen hoe ze, vanuit hun woonplaats Oss, de wereld konden veroveren. Bij Boudewijn Büch, aan de Keizersgracht, hadden ze ook al een keer op de stoep gestaan om hun licht op te steken, maar die had ze van de deur gejaagd. (…) Overigens was Serge zo gedoemd niet of hij kwam na Tonio’s geboorte op kraamvisite, om een zilveren lepel met inscriptie te brengen. Dat hij nu Tonio’s necrologie had geschreven, bewees dat er niets meer klopte van de wereld.” Mirjam Rotenstreich, de levensgezel van Adri van der Heijden, schrijft me in de zomer van 2012:

Serge van Duijnhoven (Oss, 1970) is dichter, journalist, performer, schrijver en historicus. Hij is de oprichter van het tijdschrift MillenniuM en frontman van het muzikale gezelschap Dichters Dansen Niet.

Lieve Serge, Dank je wel voor je mailtje en de reacties op je In Memoriam voor onze overleden zoon. Hoe het gaat met ons? Wisselend. Het leven is erg ingewikkeld geworden. Niks is meer zeker. Het weer, heel banaal, maar soms toch wel van belang, werkt ook niet erg mee. Ik heb onlangs ons souterrain, dat vol stond met spullen van Tonio, uitgeruimd en nu wordt het verbouwd tot een archief voor Adri. Het was/is zwaar om daarmee bezig te zijn. Veel lieve groeten, ook van Adri, Mirjam 39


Patrizio Canaponi

De wegen van mijn Osse boezemvriend Joris Abeling en mezelf hadden die van de schrijver A.F.Th. van der Heijden, Mirjam Rotenstreich en hun zoon Tonio in de jaren negentig geregeld gekruist. Gedurende het laatste jaar van zijn leven was Joris werkzaam geweest als redacteur voor NRC Handelsblad, tevens als verzorger van de literaire rubriek ‘Ingenaaid & gebonden’ – geestige titel, waarin te weinig lezers de echo beluisterden van wat Gerard Reve ooit vond dat er met zijn vijanden moest gebeuren. In zijn laatste aflevering, die eind januari 1998 in de krant was verschenen, schreef hij over de ‘Collectie Van der Heijden’, een uniforme reeks herdrukken van Adri’s publicaties die vanaf dat voorjaar zou verschijnen. Joris had daartoe Ary Langbroek gebeld van uitgeverij Querido, hem gevraagd hoe het nu zat met het ‘Canaponi-werk’ en wanneer dat zou worden opgenomen in de Collectie van der Heijden. Een terechte vraag, want voordien was dat werk enkel nog onder Adri’s nom de plume Patrizio Canaponi verschenen. Als het aparte werk van een quasi-andere auteur. Aan het slot van Joris’ krantenstukje schijnt Ary Langbroek verkeerd te zijn geciteerd. “Ooit komt nog eens het verzameld werk van Van der Heijden uit, dat als subtitel zal krijgen Het verzameld werk van Patrizio Canaponi.” Adri moest daar destijds hartelijk om lachen. Langbroek niet. Hij schreef een rectificatie naar NRC Boeken op een – vond Adri – onevenredig hoogpoterige toon. Daarop schreef Van der Heijden weer een sussende brief naar zijn redacteur waarin hij, net als later in de requiemroman voor zijn zoon Tonio, herinneringen ophaalde aan een bezoek dat Joris en ik aan zijn verdieping in de Jacob Obrechtstraat hadden gebracht in het najaar van 1989. Aan de vooravond van ons eerste college Oude Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, besloten Joris en ik destijds langs te gaan bij de twee magisters die we van nabij hadden 40

leren kennen: Boudewijn Büch en Adri van der Heijden. Joris wist waar Büch in de grachtengordel resideerde, ik kende de weg naar de Obrechtstraat in de buurt van het Concertgebouw. Boudewijn Büch was niet ingenomen met ons bezoek, om het zacht uit te drukken. Hij joeg ons weg uit zijn voorportaal, waar we geduldig op de grond een boek lezend, zijn komst hadden afgewacht. Met een halfje bruin onder de arm, wierp hij ons de ene na de andere verwensing toe. Joris was een arrogante kwal die over zijn rug carrière wilde maken. Aan het KRO-interview op tv voor het programma Screentest, dat Joris als zestienjarig knaapje had weten te winnen met een interview met de schrijver van De kleine blonde dood, bewaarde hij “alles behalve goede herinneringen.” Tegen mij riep hij: “En jouw kop staat me al helemaal niet aan!” Zo gemakkelijk lieten we ons niet uit het veld slaan. Op naar de statige burcht van A.F.Th. van der Heijden! De langspeelplaat van Leo Ferré (Ferré chante Rimbaud et Verlaine), die ik bij een eerder bezoek had mogen lenen toen ik het gegraveerde lepeltje voor Tonio was komen brengen, had ik bij me. Bij wijze van retributie. In de Jacob Obrechtstraat wachtte ons een welkom dat niet heviger had kunnen contrasteren met onze recente ervaring aan de Keizersgracht. We werden ontvangen als vrienden, kregen te drinken en te eten. En mochten op kousenvoeten een bezoek brengen aan de kinderkamer waar Tonio, net een jaartje oud, vredig lag te soezen in een babybox. In zijn sussende brief aan redacteur Langbroek schreef Adri destijds: “Die jongens kwamen gewoon eens informeren hoe ze de wereld moesten veroveren. En daar zijn ze sindsdien hard mee bezig.”

Een doodsengel

Joris was een begenadigd auteur en kritisch journalist. Hij richtte met mij het Tijdboek MillenniuM op, was redacteur van het historisch tijdschrift Skript en van het VPRO-programma Lopende

Zaken. Hij schreef verschillende boeken over de geschiedenis van de Nederlandse monarchie, was pleitbezorger van het Nieuw Republikeins Genootschap, en werd omwille van zijn kwaliteiten als ‘intellectuele straatvechter’ door Hubert Smeets in dienst genomen als eigenwijs redacteur bij NRC Handelsblad. Aan zijn beklimming van de Hollandse Parnassus kwam abrupt een einde toen Joris en ik een auto-ongeluk kregen in Hongarije, op de beruchte route des doods tussen Szeged en Wenen. 16 februari 1998, vier uur ’s middags, nabij het gehucht Nemeskeresztúr. Een stomdronken doodsengel, luisterend naar de naam Imre Forintos, kwam ons al slingerend en spookrijdend op de heuvel tegemoet, alvorens af te slaan op een tractorpaadje temidden van de korenvelden naast zijn boerderij. De onverlaat zou later worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar voor het rijden onder invloed met een fataal ongeluk tot gevolg. Ik bracht het er, in tegenstelling tot mijn kameraad, levend vanaf. Met een verbrijzelde knieschijf, een hersenschudding en wat schaafwonden werd ik drie kwartier na de crash door de brandweer met een electrische snijbrander uit het wrak bevrijd.

Brandschoon handschrift

Als ik op een zaterdagmiddag in 2013 de Oosterbegraafplaats in Amsterdam bezoek, lees ik op Joris’ graf de zin uit een van de brieven die hij naar huis schreef toen hij aan het einde van de jaren tachtig enige semesters in Oxford studeerde.

‘Zal zo mijn leven zijn… dat ik, bang veel tijd verloren te hebben, op een dag zie hoe vroeg het is?’ De woorden staan er in een nog brandschoon handschrift. Ik huiver als ik bedenk hoe Joris de regels als zeventienjarige moet hebben opgeschreven, zonder te kunnen vermoeden dat ze amper een decennium later al op zijn graf zouden staan. MEST nr 1


Twee stappen verder prijkt het praalgraf van de koning der vandalen, Carlo Picornie, de Ajax-supporter die met honkbalknuppels en metalen staven bij Beverwijk het hiernamaals in geslagen werd. Zijn forse lichaam was achtergebleven in een weiland nadat de stoottroepen van Feyenoord en Ajax er slag hadden geleverd. De hotemetoten hadden collectief de aftocht geblazen toen de politie in zicht was, maar het lijk van de gesneuvelde gladiator was te zwaar om tijdig te kunnen worden weggesleept. De lokatie van Joris’ graf had ik mogen bepalen samen met zijn vriendin Yoline. Die had me destijds na de repatriëring in een rolstoel tussen de hagen door gemanoeuvreerd, en uiteindelijk waren we hier tot stilstand gekomen. De medewerker van de begraafplaats vroeg of we het niet erg vonden dat Picornies graf op steenworp afstand lag, ‘in verband met mogelijke Ajax-pelgrimmages’. Yoline had me aangekeken. Allebei dachten we aan het boek van Bill Buford dat de brandweerlieden in Hongarije van Joris’ verfomfaaide en met bloed besmeurde schoot hadden geplukt: Among the Thugs. Een serie literaire reportages over Engelse voetbalvandalen. Voor het VPRO-programma Lopende Zaken had Joris een uitzending willen maken over het verborgen leven van hotelbaas, huisvader en supervandaal Picornie, maar zijn plannen waren afgeketst op de onwil van deze en gene om voor de camera te verschijnen. Yoline en ik konden het niet erg vinden dat Joris en Picornie buren werden. Es muss sein. De diepere bedoeling van dit ‘grapje van het toeval’ bleef onduidelijk, maar op zoek gaan naar een andere plek leek ons flauwekul.

Ajax-Feyenoord

Op de dag voor Joris’ begrafenis, 27 februari 1998, ontvang ik een handgeschreven brief van A.F.Th. van der Heijden, die me door Mirjam persoonlijk wordt bezorgd. In zijn volmaakte schoonschrift schrijft hij: “Toen ik vernam dat Joris naast Carlo Picornie MEST nr 1

komt te liggen, kreeg ik een dreun voor m’n kop. Bij Querido hoorde ik dat hij, behalve informeren naar de ‘Collectie Van der H.’, had zitten vissen naar mijn eerstvolgend te verschijnen nieuwe boek, waarvan hij had horen verluiden dat het Moeilijke Voeten zou gaan heten. Wat was dat voor boek? Bij Querido verzekerden ze me dat ze er niets over hebben losgelaten, en ik geloof ze. Moeilijke Voeten is een laat-20ste-eeuwse remake van Sophocles’ Koning Oedipus. Het is, net als het origineel, een ‘tale of two cities’ (A’dam en R’dam) en speelt in kringen van Feyenoord- en Ajax-hooligans. Oedipus betekent, zoals je weet, zoiets als ‘gezwollen voeten’; mijn hoofdpersoon heet (bijnaam) Movo (=Moeilijke Voeten). Tijdens een hooliganveldslag, gelijkend op die bij Beverwijk, vermoordt Movo (Ajax) zijn vader (Feyenoord), zonder te weten dat het zijn vader is. Uiteraard heeft, ondanks de omkering, de zaak-Picornie model gestaan. Mijn verhaal (geen toneel, maar proza) zit, net als Sophocles’ tragedie, vol raadsels. Het is een wat wrange gedachte dat Joris, die in telefonisch verkeer met Querido het raadsel Moeilijke Voeten opgelost wilde hebben, nu naast de oplossing van dat raadsel zal komen te rusten. (…)”

‘requiemroman’ worden. In de verhalenbundel Gentse lente uit 2008, verduidelijkt de meester de titel Leproza in het titelverhaal van het boek. Daarin belandt de schrijver midden in de nacht per ongeluk en goeddeels naakt op straat temidden van een bende dronken Engelse voetbalsupporters (p.47/48). “Het was me vaak door collegae en neerlandici voorgehouden: zulke verhalen, met hun ongeloofwaardige synchronismen, zijn schadelijk voor de literatuur. Ze waren besmet. Geen proza – leproza. Melaatse vertellingen, die eigenlijk de bel aangebonden moesten krijgen, zodat de schrijver die graag gezond wilde blijven ze al van verre hoorde aankomen, en er met een boog omheen kon lopen. Verhalen die eigenhandig de ratel hanteerden: O wee! Blijf op afstand! Wij zijn de lepralijders van de vertelkunst! (…) Ik had het nooit durven toegeven, maar mijn hart lag bij deze leprozenkolonie van de literatuur. Misschien werd het tijd om de melaatsen in heel hun mismaaktheid te erkennen en een plaats onder de zon te geven, de ratel en de bel tot vrijmetselaarssymbolen van een nieuwe stiel te maken.”

In een dubbeldik nummer van het literaire tijdschrift De Revisor, dat begin 2004 verscheen ter viering van het 25-jarig schrijversjubileum van A.F.Th. van der Heijden, vernam ik voor het eerst van Adri’s plannen om het allerlaatste deel van zijn romancyclus Homo Duplex – waar Moeilijke voeten, uiteindelijk uitgebracht als De Movo Tapes, het eerste deel van vormde – te wijden aan Joris Abeling, “wiens geschiedenis als gevolg van een aantal ‘synchroniciteitachtige toevalligheden’ een voorname rol gaat spelen in de romancyclus.”

Inmiddels is, zoals we weten, de eerste requiemroman van A.F.Th. van der Heijden in druk verschenen. Alleen is het wederom de verstrikkende werking van de werkelijkheid, die de schrijver publiekelijk een beentje heeft gelicht. Wie had er kunnen of willen denken, dat hij in dit bewuste leprozenrequiem uit 2011 niet de synchronismen uit het leven en werk van de jonge Titaan Joris Abeling, maar dat van zijn eigen en enige zoon diende te bezingen? Tonio van der Heijden, die net als Joris vroegtijdig om het leven is gekomen op een kruising. Door een stompzinnige botsing met het immer op wraak beluste Lot.

Leproza moest dit laatste deel gaan heten, een kruising tussen een essayistische roman en een requiem. Adri’s voorstel was om meteen maar een nieuwe term te munten in de literatuurgeschiedenis: Leproza moest een

Het Lot

Tekst Serge van Duijnhoven Illustratie Martyn F. Overweel 41


LEKKERE LANDKUNST (DAAR SCHIJNEN ZE IN BRABANT ERG GOED IN TE ZIJN)

“Niet zomaar een homp metaal neersmijten� M

isschien is het goed om eerst een misverstand uit de wereld te helpen. Het betonblok dat een abstracte kunstenaar in jouw buurtplantsoen plempte, is geen landkunst. En ook de conifeer die je oma zo kunstig heeft bijgesnoeid is geen landkunst. Wat is het dan wel? Het ligt voor de hand, maar landkunst vind je in de natuur. En dan wel natuur met een hoofdletter N, niet dat grasveldje om de hoek vol enge hangjongeren. Landkunst 42

heeft altijd een directe verbinding met de locatie waarop het verschijnt. De kunstenaar zet niet zomaar een mooi beeldje tussen de paardenbloemen. De bedoeling is meestal dat een kenmerkend aspect van het land op originele wijze wordt verbeeld. En tenslotte lijkt het erop dat vooral de provincie NoordBrabant er dol op is. Landkunstwerken vermenigvuldigen zich daar de laatste jaren sneller dan puisten op een pubergezicht. In het bidbook waarmee Eindhoven MEST nr 1


Foto: Your Captain Luchtfotografie

Als cultuurliefhebber hoef je echt niet ieder weekend fluisterend door museumzalen te sluipen. Je kunt ook de natuur induiken, op zoek naar landkunst. Brabant is er dol op. “Landkunst laat je dingen zien die voorheen verborgen waren.�

MEST nr 1

1

Wassende Maan

VAN Paul de Kort WAAR Nationaal Park de Biesbosch, Werkendam WAAROM Wordt algemeen beschouwd als de koningin onder de landkunstwerken. Loop de heuvel over en er wacht een adembenemend uitzicht op je. Kijk naar het waterpeil dat verandert onder invloed van het getij (dat weer wordt veroorzaakt door de maan) en ineens besef je dat de maan meer invloed op het landschap heeft dan je dacht. 43


zich kandidaat stelt voor Culturele Hoofdstad 2018, valt te lezen dat de provincie Noord-Brabant ‘voorop loopt op het gebied van landschapskunst’. Het bekendste voorbeeld is Wassende Maan, van beeldend kunstenaar Paul de Kort. Wassende Maan is een labyrint van zo’n vier hectaren in natuurgebied De Noordwaard in de Biesbosch. Bij hoogwater lopen de geulen van het doolhof langzaam vol, waardoor het soms zelfs aan het zicht ontsnapt. Een indrukwekkend gezicht, maar is Wassende Maan een voorbeeld van typisch Brabantse landkunst?

Kansen grijpen

“Nee”, antwoordt Paul de Kort droogjes. “Er bestaat niet zoiets als typisch Brabantse landkunst.” Natuurlijk nam De Kort het lokale landschap als uitgangspunt, maar als hij ergens in

2

Groningen aan het werk was gezet had hij dat evengoed gedaan. “Je kunt ook niet zeggen dat het Brabantse landschap geschikter is voor landkunst dan bijvoorbeeld het Groningse landschap. Dat is onzin.” Volgens De Kort is het een kwestie van kansen grijpen. “Tien jaar geleden was Flevoland heel actief op het gebied van landkunst. Toen de initiatieven daar dood bloeiden, nam Brabant vijf jaar geleden het stokje over.” Marcel van Ool bespeurt eveneens geen Brabantse identiteit in de landkunstwerken die de afgelopen jaren verschenen. Hij werkt als adviseur landschap en cultuurhistorie voor Staatsbosbeheer en initieerde verschillende landkunstprojecten. “Wel wordt landkunst hier goed gefaciliteerd en wordt de kwaliteit van de projecten streng bewaakt. Brabant heeft meer expertise in huis

dan andere provincies op dit gebied, daarom loopt het voorop.”

Manifest

De Kort en Van Ool mogen wel zeggen dat Brabantse landkunst geen eigen identiteit heeft, daar denkt Liesbeth Jans van het bkkc (brabants kenniscentrum kunst en cultuur) anders over. Als programmaleider droeg zij bij aan de totstandkoming van verschillende landkunstprojecten. Landkunst is volgens Jans niet zomaar een vertaling van het Engelse begrip land art, waarmee een internationale kunststroming wordt aangeduid die begin jaren ’60 opkwam en waarbij kunstenaars ingrepen aanbrachten in de natuur. Nee,

5

Het Observatorium

VAN Frank Havermans WAAR De Dommel, Sint-Oedenrode WAAROM In plaats van een weids uitzicht drukt dit kunstwerk je met de neus op de grond. Het observatorium is in de grond verzonken, waardoor je de natuur vanuit een ongewoon standpunt ziet.

3 Occupied spaces

VAN Bram Braam WAAR Landgoed Velder, Liempde WAAROM De geometrische, houten constructies vloeken op het eerste gezicht met de omgeving. Maar hoe langer je ernaar kijkt, hoe meer kunst en landschap in elkaar vervloeien. 44

4

4 Meanwhile in the Woods

VAN Lucia Luptáková WAAR De Oude Buisse Heide, Achtmaal WAAROM Tussen de bomen buigt een organische ribbenkast zich over het water. Betoverend en een tikkeltje absurd.

5 De Traan

VAN Edward Geluk. WAAR Het Verdronken Land, tussen Bergen op Zoom en Woensdrecht WAAROM Ook hier zorgt een ongewoon standpunt voor een opmerkelijke ervaring. MEST nr 1


het bkkc heeft de vertaling geïntroduceerd om er een zekere eigenheid mee aan te geven. Bij alle landkunstprojecten in Brabant staat het contact met de locatie voorop. Jans: “De kunstenaar is dienstbaar aan het landschap. Hij diept de eigenschappen van een specifiek gebied uit, of dat nu historisch, ecologisch of sociologisch is. Zo geef je relatief onbekende gebieden een gezicht.”

1

3

2

Margriet Kemper is artistiek leider van Euro Land Art, een Frans-DuitsNederlands samenwerkingsverband dat natuurgebieden meer smoel wil geven met landkunst. Tja, dat land art in de titel werkt een tikje verwarrend, maar ook voor haar is er geen twijfel over mogelijk. In Brabant wordt landkunst gemaakt, “waarbij de kunstenaar zich laat leiden door wat de plek geeft.” In een vervallen kas op Landgoed Velder in Liempde staat zelfs een heus Landkunstmanifest dat dit onderstreept: ‘Landkunst respecteert de levende elementen/gebruikt de fysieke aspecten van de plek/onderzoekt de niet-fysieke aspecten van de plek/ erkent dat de plek er eerst was.’

Clichés

Natuurliefhebber Kester Freriks, verbonden aan NRC Handelsblad en schrijver van onder andere Verborgen Wildernis, heeft als natuurkenner landkunst leren waarderen. “Landkunst laat je bepaalde accenten van het landschap beter zien. Het stuurt je waarneming, laat je dingen zien die voorheen verborgen waren.” Hij beschouwt de kunstvorm niet als een inbreuk op de natuur. “Zeker niet. In Brabant worden landkunstwerken juist met veel zorg in de natuur geplaatst. Het is niet zo dat er even een homp metaal wordt neergesmeten.”

Het landschap opnieuw beleven, dat is een belangrijke functie van landkunst, vindt Kemper. “Het platteland wordt de laatste jaren herontdekt. Kunst kan hieraan bijdragen. Het kan clichés over de natuur bijstellen en doorprikken. Zo stimuleer je de lokale economie en identiteit.” Dat neemt volgens Sjaak Langenberg niet weg dat die herontdekking van het platteland soms wel met wat minder tromgeroffel mag. Als kunstenaar werkte hij in het Fyksesund Landschapspark in Noorwegen en schreef een essay over landkunst. “Er wordt tegenwoordig door beleidsmakers snel geschreeuwd dat ieder stukje natuur heilig is en van een uitzonderlijke schoonheid. Dat is natuurlijk propagandapraat.” De landkunstenaar moet waakzaam zijn dat hij geen verlengstuk wordt van die propagandamachine. Langenberg: “Als kunstenaar moet je altijd kritisch zijn. Je moet oppassen dat je niet wordt meegesleurd door al die natuurverering. Dat gevaar is er.” Voorlopig komt er geen einde aan de hardnekkige voortplantingsdrang van de Brabantse landkunst. Binnenkort verschijnt alweer een nieuwe creatie ontworpen door Sannah Belzer, in het grasland ten zuiden van de Biessertweg in Vlijmen. Nog even en je ziet door alle kunstwerken het land niet meer.

Tekst Bart Smout Illustratie Saskia Rasink

VERSE LANDKUNSTWERKEN

Onstuitbaar zijn ze, die landkunstwerken. Onlangs of binnenkort weer enkele nieuwe. Zoals: WAT De Hilverkaveling van Willem Claassen. Een beeld, geïnspireerd door de herverkaveling van het landschap in het gebied. WAAR Gebied De Hilver, ten zuidoosten van Tilburg tussen Biest-Houtakker en Haghorst. WAT Woeste Stilte van Carmela Bogman. Een stalen uitkijktoren in de vorm van een geabstraheerde kleine kapel. WAAR Bij de entree van natuurgebied Het Bossche Broek bij Vught. MEST nr 1

WAT Ontsnappingsroute van Martijn Engelbregt. Woonachtig in Den Bosch en ook al regelmatig de raadselachtige wegwijzers gezien met daarop woorden als Rode Spurrie en Aardhommels? Wij snappen het ook nog niet helemaal, maar het is landkunst! Zie ook www.ontsnappingsroute.nl WAAR diverse locaties in en om Den Bosch.

WAT Watermerk van Sannah Belzer. Een soort lage muur van zogeheten ‘schanskorven’ met stenen uit de Maas van zo’n tweehonderd meter lang. Die de dynamiek van het gebied als gevolg van het veranderende waterpeil verbeeldt. WAAR in de polder ten westen van Vlijmen, aan de noordkant van de A59.

Meer informatie op www.landkunst.nl

JA, ER IS OOK EEN APP!

Een speciale app voor wie Brabantse kunstroutes wil volgen op fiets of te voet. Voor Android en iPhone, te vinden in de App Store, met zoekwoord ‘kunstroutes’. 45


6E EDITIE VAN ART & TECH-FESTIVAL STRP

cYbOrGs, kRiStAlLeN zUsJeS eN eEn gRoTeSkE oDe aAn dE nUtTeLoOsHeId

De STRP Biënnale in Eindhoven, het grootste publieksfestival voor kunst & technologie in Europa, beleefde begin maart zijn zesde editie. Met tien dagen lang muziek, kunst en technologie. Een van de opvallende onderdelen was City of Cyborgs over de fysiek geïntegreerde verhouding tussen mens en machine. En The New Machine Era, een enorme, hybride, met de hand gebouwde machine van houtje-touwtje en high tech. Tekst Stan van Herpen Fotografie Erik van der Burgt/STRP 46

MEST nr 1


PROFIEL

STRP BiĂŤnnale Locatie: de enorme hallen van het Klokgebouw, een van de oude Philips-fabrieken op Strijp-S in Eindhoven. Op dit vroegere hoofdterrein van Philips zagen uitvindingen als het cassettebandje en de cd het licht, niet in de laatste plaats door een vruchtbare symbiose van technologie en creativiteit. Programmering: elektronische muziek, kunst en performances. Op het snijvlak van kunst en techniek, waarbij wordt onderzocht hoe machines, kunst en de mens zich tot elkaar verhouden.

MEST nr 1

47


Zes onderdelen van de STRP Expo die je niet had willen missen

Animatronics Gustav Hoegen —

Meest populaire onderdeel van de STRP Expo onder het publiek. Gustav Hoegen is een Nederlandse animatronicexpert, werkend in Londen. Animatronics zijn robots die zo natuurgetrouw mogelijk bewegen, emotie suggereren en veel worden gebruikt in films. Hoegen werkte onder meer aan de cyborg ‘David’ in de film Prometheus van Ridley Scott. Op de Expo was een indrukwekkend robot-aapje van zijn hand te zien.

Valerie, my chrystal sister – Lucas Maassen —

Dat techniek en wetenschap ook kunnen ontroeren, bewijst Lucas Maassen met zijn project Valerie, my chrystal sister. Maassen liet enkele DNA-fragmenten van zijn ouders kristalliseren door biotechnologie-bedrijf Roche. Kristalfabriek Lobmeyer produceerde vervolgens een uitvergrote glazen versie van dit kristal, dat je alleen kunt zien onder een microscoop. Met duizend van die kristallen maakte Maassen een kroonluchter, die genetisch gezien dus familie van hem is. Hij noemt de kroonluchter Valerie, naar het zusje dat hij nooit gehad heeft omdat het huwelijk van zijn ouders eindigde voordat zij geboren kon worden.

Exoskeleton – Stelarc —

Stelarc (1946) is een fenomeen en een van de grondleggers van de cyborg-kunst. Hij werkt vooral met indrukwekkende technologische extensies van zijn eigen lichaam. Meest omstreden is hij om het reserve-oor dat hij in 2007 op zijn arm liet transplanteren. Tijdens STRP nam hij zijn vijftien jaar oude, zes-potige Exoskeleton live mee uit wandelen.

48

The Opera of Prehistoric Creatures – Marguerite Humeau —

Centraal in dit werk van de Franse kunstenares staan drie prehistorische dieren: een baby-keizersmammoet, een ambulocetus (‘wandelende walvis’) en een entelodont (een enorm zwijn met dito tanden). In The Opera of Prehistoric Creatures wekt Humeau de stemgeluiden van de dieren, al miljoenen jaren geleden uitgestorven, weer tot leven. Na lang research heeft ze de strottenhoofden, stembanden en luchtpijpen van de beesten weten te reconstrueren. Door vervolgens lucht door de sculpturen te jagen, ontstaat het geluid dat deze prehistorische wezens waarschijnlijk miljoenen jaren geleden maakten. Humeau, ooit student aan de Design Academy, won talloze prijzen met het project.

EMG Muscle Game – Adriaan Wormgoor —

Interaction designer Adriaan Wormgoor ontwierp de EMG Muscle Game in 2012 in samenwerking met een studiegroep van het Erasmus Medisch Centrum die onderzoek doet naar de (spier)ziekte van Pompe. Om te laten zien hoe spierspanning werkt, ontwierp hij een vliegspel waarbij de speler stuurt door zijn of haar spieren aan te spannen. Zodat je als bezoeker zelf kunt ervaren hoe je ook zonder handen en voeten interfaces kunt besturen.

Sonochromatic portrait #1 – Neil Harbisson — Neil Harbisson is kunstenaar, componist en ‘cyborg activist’. De volledig kleurenblinde Harbisson kreeg in 2004 als eerste persoon ter wereld een permanent ‘eyeborg’. Harbisson mag het apparaat op zijn paspoortfoto laten zien, wat hem tot de eerste, officieel erkende cyborg maakt. De camera op zijn hoofd pikt kleuren op en converteert die direct naar geluidsgolven. De kunstenaar kan 360 verschillende tonen en geluidsniveaus herkennen, gekoppeld aan verschillende kleuren. Daarmee maakt hij kunstwerken, zoals ‘sonochromatic portraits’, geluidsportretten van mensen, gebaseerd op hun gezichtskleuren. Sonochromatic portrait #1 was te zien op de Expo.

MEST nr 1


The New Machine Era Zes interdisciplinaire teams van studenten, kunstenaars, wetenschappers en oudPhilips-ingenieurs bouwden ieder een onderdeel van The New Machine Era, een bijna monsterlijke ‘kettingreactie-machine’ op 400 m2 van hout, ijzer, tweedehands materialen en allerhande technische onderdelen. 5 belangrijke uitgangspunten van The New Machine Era:

1 2 3 4

Conditional design Je ontwerpt in teamverband iets onder enkele, vooraf bepaalde condities. In dit geval: 400 m2, zes teams, zes weken de tijd. Zichtbare techniek Breng techniek terug naar de mens en zet het in als inspiratiebron.

Proeftuin The New Machine Era is het eerste experiment met de Proeftuin, een centraal concept in de kandidatuur van Eindhoven als culturele hoofdstad van Europa. In de Proeftuinen werken multidisciplinaire teams aan maatschappelijke vraagstukken, met kunst en cultuur als grondstof en inspiratiebron.

Simpele oplossingen... ... voor ingewikkelde problemen. Of in de variant van curator Leon van Rooij: “High tech problems, low tech solutions.”

Multidisciplinaire teams Deelnemers waren: studenten en docenten van de Technische Universiteit Eindhoven, kunstacademie St. Joost in Breda, oud-ingenieurs van Philips en andere technische bedrijven in de regio en kunstenaars Guus Voermans en Simon Haen. Achterliggend idee: deel je unieke kennis en treed buiten je eigen kaders; zo kom je tot nieuwe inzichten. Daarbij geldt: het proces is het doel, niet het eindproduct.

5

Leve de nutteloosheid Cultuurfilosoof George Steiner in zijn essay Universitas? (onlangs uitgegeven door het Nexus Instituut): “Nutteloosheid is de meest bewonderenswaardige passie in de wereld. (…) Het nutteloze is de hoogste vorm van menselijke activiteit. Muziek is nutteloos, maar we zouden niet zonder kunnen leven.” STRP-directeur Angelique Spaninks: “Het nut van nutteloosheid wordt onderschat, zeker in Nederland. Als je doelen te streng verwoordt, wordt je focus kleiner en daarmee het aantal mogelijkheden. Alleen door nutteloosheid toe te laten, kun je bij toeval op verrassingen stuiten.”

MEST nr 1

49


AD

50

MEST nr 1


Inspiratiebronnen New Machine Era Rube Goldberg-machine Vernoemd naar cartoonist Rube Goldberg, die zijn karakters vaak confronteerde met complexe apparaten die zeer eenvoudige taken onnodig langzaam en omstandig uitvoeren. www.rubegoldberg.com De ideeën van Gilles Holst, tot 1946 directeur van het wereldvermaarde NatLab van Philips op Strijp-S. Een van zijn befaamde tien geboden: ‘Geef medewerkers veel vrijheid en aanvaard hun eigenaardigheden.’ En: ‘In geval van twijfel: geef anarchie de voorkeur.’ Melvin the Machine van de Eindhovense designstudio HeyHeyHey. www.melvinthemachine.com Homo Ludens het beroemde boek van historicus Johan Huizinga over het belang van spelen voor onze cultuur en samenleving. Der Lauf der Dinge van Fischli & Weiss (zie YouTube).

MEST nr 1

51


OPEN

BOEK

In iedere editie van MEST interviewen we iemand aan de hand van een literaire klassieker. Frank Lammers speelt in de voorstelling To be or not to be van Het Zuidelijk Toneel. Een stuk over een theatergezelschap dat in 1939 betrokken raakt bij het verzet. De acteur reageert op zeven citaten uit W.F. Hermans’ De donkere kamer van Damokles.

“Mocht gOd bestaan dan heb ik nog wel een appeltje met ’m te schillen” FRANK LAMMERS (1972, MIERLO) Studeerde af aan de Toneelacademie in 1995 Speelde in films (o.a. De Marathon, Het Schnitzelparadijs, De Dominee, De Bende van Oss) Televisieseries: o.a. All Stars, Wildschut en de Vries Toneel en musicals: Road 66, Zij gelooft in mij, Love Yo Yo Stuff 52

MEST nr 1


«Nee, zo dom ben ik niet. Ik heb hem ook niet verteld dat die Elly zonder persoonsbewijs rondliep. Want de mensen zijn slecht en hoe slecht ze zijn dat merk je pas onder een Duitse bezetting zoals nu.»

“Daar is geen speld tussen te krijgen. De mens is verschrikkelijk. Ook in het dagelijks leven, daar kwam ik als kind al achter. Ik was door het ijs gezakt en kwam er zelf niet meer uit. Er stonden MEST nr 1

vijftien mensen aan de kant te kijken. Niemand deed wat.” “Maar in een oorlog komt de slechtheid van de mens nog duidelijker bovendrijven. In de voorstelling To be or not to be speel ik een über-ijdele acteur. Als de oorlog uitbreekt, pleegt onze toneelgroep een soort verzetsdaad, maar tegelijkertijd is het nog steeds zo dat ik de hoofdrol wil spelen.” “De interesse voor de oorlog was er altijd al. Mijn ouders waren nog jong

toen de oorlog uitbrak en mochten niet naar school. Dat vonden ze verschrikkelijk. Maar honger hebben ze niet geleden op het platteland. Het grootste drama in mijn familie was de dood van een zusje van mijn moeder direct na de bevrijding. Ze stak de weg over en werd overreden door een Engelse tank. Maar na de bevrijding was de oorlog niet zomaar voorbij. Mijn ouders hadden een overbuurman die in een jappenkamp had gezeten. Als je een Japanse auto had gekocht, werd hij woest.” 53


Een pater zet kaarsjes neer naast de bedden van de zieken. «Hij zette er een op het nachtkastje van Osewoudt. -Neemt u dat maar weg, alstublieft, zei Osewoudt, ik ben niet opgevoed in die flauwekul.»

“Ik ben wel katholiek opgevoed. Maar toen ik acht werd, mocht ik kiezen: op zondag naar de kerk of met mijn zusje mee naar

turntraining. Ik moest dus kiezen tussen een man in een jurk of meisjes in strakke turnpakjes. Daar is het mis gegaan. Ik ben niet meer gelovig. Mocht God bestaan, dan heb ik wel een appeltje met hem te schillen. Er is zo veel ellende in de wereld. Dat maakt het wel heel moeilijk om nog te geloven. Stel dat God de mens inderdaad geschapen heeft, dan heeft hij dat wel met zo’n sardonisch en ellendig vernuft gedaan dat ik het

onmogelijk een aardige man kan vinden.”

Vonden je ouders het jammer dat je niet meer naar de kerk ging?

“Dat weet ik eigenlijk niet. Inmiddels zijn er in onze familie wel een paar dingen gebeurd waardoor mijn vader heel erg aan het twijfelen is geslagen. Hij gelooft nog wel, maar het echte kerkse is er af. Afgelopen kerstmis waren we op Terschelling. Ik heb ze

toen meegenomen naar de nachtmis en dat vonden ze toch wel heel erg leuk. En dat vind ik ook goed. Het is een onderdeel van onze cultuur. Ik vind het mooi om zoiets samen te doen. Want, wat ik er ook van vind, de kerk zorgt wel voor een gevoel van saamhorigheid. Dat er dan uitspraken worden gedaan waar ik niet in geloof, maakt me dan niet zoveel uit.”

TO BE OR NOT TO BE — In de komedie To be or not to be van Het Zuidelijk Toneel vormen Ellen ten Damme, Raoul Heertje, Peter de Jong, Frank Lammers, Han Römer, Waldemar Torenstra en Viggo Waas een theatergezelschap dat in 1939 betrokken raakt bij het verzet. Nog te zien t/m 14 juni. www.hzt.nl

«Ria! snikte zij, je vergooit je toekomst!» “Dat zei mijn moeder toen ik vertelde dat ik acteur wilde worden. Ik kon goed leren, dus zij wilde dat ik ‘een gewone studie’ deed. Ik vond het niet erg dat ze dat zei, Het was goed dat ze destijds die vragen opwierp, dat is de taak van een ouder. Zeker als je zo’n vak als dit gaat doen. Er zijn veel te veel acteurs, zoveel werk is er niet. Door een barrière op te werpen, moet een mens meer moeite doen om er mee door te gaan.”

54

Ik heb niet het idee dat je ooit echt onzeker bent geweest over je werk.

“Ik ben wel onzeker geweest, maar daar heb je niets aan. Gevoelens waar je niets aan hebt, gooi ik weg. Soms tot frustratie van mensen om me heen. Ik accepteer de dingen heel snel. Als iemand zegt dat die en die kanker heeft, en toevoegt dat dat zo erg is, wat moet ik dan zeggen? Hoe lang moeten we daarover praten? Je kunt vijftig keer zeggen hoe erg het is, maar daar heb je niets aan. Ik ben pragmatisch opgevoed. Toen mijn opa doodging, zei mijn vader: ‘Het is niet anders’. Tja, en dat is ook zo. Dat wil niet

zeggen dat je niet verdrietig bent, maar het er heel lang over hebben lost niets op.”

Wat als je niet aangenomen was op de Toneelacademie?

“Dan was ik gewoon wat anders gaan doen. Mijn vader was een slimme man, maar mocht niet studeren. Mijn moeder kon van alles worden, maar mocht niet gaan werken. Onze generatie heeft alle keuzes die ze maar willen. Dat is bijna te ver doorgeslagen. Mensen willen van alles wat ze eigenlijk niet kunnen. Laat ik even ijdel zijn: ik kan heel goed acteren, dus blijf uit mijn vaarwater. Dat verlies je.” “Ik heb een keuze gemaakt,

die godzijdank gelukt is. Maar ook als het niet lukt, nou, dan ga je toch iets anders doen? Er is iets geks aan de hand in Nederland. Mensen vinden dat ze een bepaald niveau hebben en willen geen werk meer doen dat onder hun niveau ligt. Dus als Koninginnedag opgeruimd moet worden, worden er Polen ingevlogen om dat te doen. Ik heb vanaf mijn dertiende altijd gewerkt. Kranten bezorgd, in fabrieken gestaan, ik vond dat ook leuk. Je kunt overal iets leuks van maken.”

MEST nr 1


DE DONKERE KAMER VAN DAMOKLES — Oorlogsroman van W.F. Hermans uit 1958. Hoofdpersoon Henri Osewoudt komt in het verzet terecht, maar wordt aan het einde van de oorlog niet als een verzetsheld, maar als een verrader gezien. Hermans brengt de hoofdpersoon en de lezer hiermee sterk aan het twijfelen. Wat is de waarheid?

«De belangstelling van het dorp begon meer en meer de omvang van een samenscholing aan te nemen.»

“Roem is het minst leuke onderdeel van het vak. Mensen vinden je bijzonder omdat je bekend bent, maar dat moet je helemaal niet willen. Je bent nooit meer ergens anoniem. En de meeste

«Hoe durf je dat te zeggen! Je moeder is ziek. Denk aan andere dingen. Dan mag je in Amsterdam op school. Vind je dat niet fijn?» “Ik ben zeer verknocht aan Brabant. Vroeger wilde ik in Amsterdam naar school, ik wilde naar de grote stad. Maar uiteindelijk bleek dat helemaal niet zo’n grote stad. Toen ik aangenomen werd voor de toneelacademie, dacht ik dat het leven echt zou beginnen. Tijdens mijn eerste avond in Amsterdam ging ik meteen naar een café, maar om kwart voor één zei de barman: ‘Laatste ronde’. Ik dacht: Wát? Als ik nu naar Eindhoven ga, kan ik nog zes uurtjes door. Het valt nog steeds een beetje tegen, dat wonen in Amsterdam. Maar ja, mijn vrouw komt hier vandaan, dus ik MEST nr 1

mensen komen ook niet met de interessantste vragen. Van tevoren heb ik daar helemaal niet over nagedacht. Natuurlijk streelt het mijn ego, maar ik word er niet gelukkig van. Ik snap het dat mensen mij aanspreken, dan moet ik maar niet in het openbaar verschijnen. Als ik alleen ben, vind ik het nooit erg. Maar als ik met mijn kinderen ben, denk ik: laat me met rust.”

«U moet zo gauw mogelijk rust nemen, anders gaat u er onderdoor. Juist iemand met een ondernemend karakter, iemand die alles aandurft zoals u!»

ben de sjaak. Voor haar is het onmogelijk om in het zuiden iets te beginnen, daar kent ze niemand. Dankzij mijn werk moet ik af en toe terug naar Brabant, daar ben ik heel blij om.”

«Hij maakte zijn huiswerk met lusteloze vlijt, behaalde redelijk goede cijfers, maar had nergens belangstelling voor, behalve voor judo.»

Terwijl hij dat zegt, zet de eigenaar van het Tilburgse café De Burgerij een plank neer vol stukken langgerijpte kaas, Franse worst en chutney. Frank veert op en zijn Brabantse accent wordt opeens nog zwaarder wanneer hij enthousiast zegt: “Dit bedoel ik nou! Dat gebeurt in Amsterdam dus niet. Ik ben hier nog nooit geweest en je krijgt meteen een gastvrije ontvangst. Het contact in Brabant is losser.”

“Dat is zeker soms waar. Ik heb het wel eens té druk gehad en daar leed mijn werk onder. Ik kan heel veel dingen tegelijk, maar niet oneindig veel dingen. Met mijn vrouw heb ik de

“Ik was juist het tegenovergestelde, had altijd overal interesse voor. Ik was een van de weinige mensen die op het V WO wél oplette. Ik vond het leuk; dingen leren, inzichten krijgen. Als kind was ik nog helemaal niet bezig met theater. Mijn broer ging het op een gegeven moment doen, ik vond dat tof en stoer en toen ben ik er ook maar mee begonnen. Meteen, bij het eerste stuk dat ik speelde op de middelbare school, merkte ik dat ik het kon. Na een soort oefenweek werden de rollen verdeeld. Ik kreeg direct de hoofdrol: de koning. Mijn vertolking sloeg in als een

afspraak dat de kerst- en zomervakantie heilig zijn. Tenzij Spielberg belt.” “Verder heb ik niks met gezond leven. Toeren met een toneelgezelschap is topsport in het afzien. Je zit avonden in hotels. Of je zit in de bus, ook heel gezellig. Dat betekent: tankstations en drank. Anders is het niet vol te houden.”

bom. Ik was toen een heel klein, iel mannetje, maar die machtige, grote koning spelen, dat kon ik.”

En toen werd je aangenomen op de Toneelacademie.

“Ja, tot mijn eigen verbazing! Toen ik auditie moest doen, had ik werkelijk geen flauw idee. En ik was ook niet iemand die het anderen ging vragen. In de bibliotheek van Eindhoven ben ik bij de ‘t’ van toneel gaan kijken. Daar kwam ik Antigone tegen en dat heb ik toen maar op de auditie gedaan.”

55


UitinBrabant.nl UitinBrabant.nl trekt gemiddeld 80.000 bezoekers per maand. Brabantse instellingen uit de kunst- en cultuursector kunnen gratis gebruik maken van de promotiemogelijkheden van UitinBrabant.nl. Benieuwd? Neem contact met ons op via marketing@vrijetijdshuis.nl. /uitinbrabant

/uitinbrabant

Van Abbemuseum, foto Peter Cox

Een leuk dagje uit is geen toeval meer


«Ria! snikte zij, je vergooit je toekomst!» “Dat zei mijn moeder toen ik vertelde dat ik acteur wilde worden. Ik kon goed leren, dus zij wilde dat ik ‘een gewone studie’ deed. Ik vond het niet erg dat ze dat zei, Het was goed dat ze destijds die vragen opwierp, dat is de taak van een ouder. Zeker als je zo’n vak als dit gaat doen. Er zijn veel te veel acteurs, zoveel werk is er niet. Door een barrière op te werpen, moet een mens meer moeite doen om er mee door te gaan.”

Ik heb niet het idee dat je ooit echt onzeker bent geweest over je werk.

zeggen dat je niet verdrietig bent, maar het er heel lang over hebben lost niets op.”

“Ik ben wel onzeker geweest, maar daar heb je niets aan. Gevoelens waar je niets aan hebt, gooi ik weg. Soms tot frustratie van mensen om me heen. Ik accepteer de dingen heel snel. Als iemand zegt dat die en die kanker heeft, en toevoegt dat dat zo erg is, wat moet ik dan zeggen? Hoe lang moeten we daar over praten? Je kunt vijftig keer zeggen hoe erg het is, maar daar heb je niets aan. Ik ben pragmatisch opgevoed. Toen mijn opa doodging, zei mijn vader: ‘Het is niet anders’. Tja, en dat is ook zo. Dat wil niet

Wat als je niet aangenomen was op de Toneelacademie? “Tja, dan was ik gewoon wat anders gaan doen. Mijn vader was een slimme man, maar mocht niet studeren. Mijn moeder kon van alles worden, maar mocht niet gaan werken. Onze generatie heeft alle keuzes die je maar wil. Dat is bijna te ver doorgeslagen. Mensen willen van alles wat ze eigenlijk niet kunnen. Laat ik even ijdel zijn: ik kan heel goed acteren, dus blijf uit mijn vaarwater. Dat verlies je.”

“Ik heb een keuze gemaakt, die godzijdank gelukt is. Maar ook als het niet lukt, nou, dan ga je toch iets anders doen? Er is iets geks aan de hand in Nederland. Mensen vinden dat ze een bepaald niveau hebben en willen geen werk meer doen dat onder hun niveau ligt. Dus als Koninginnedag opgeruimd moet worden, worden er Polen ingevlogen om dat te doen. Ik heb vanaf mijn dertiende altijd gewerkt. Kranten bezorgd, in fabrieken gestaan, ik vond dat ook leuk. Je kunt overal iets leuks van maken.”

Tekst Mijke Pol Illustratie Frank Ruiter

5 VRIJKAARTEN voor To be or not to be —

MEST verloot vijf vrijkaarten onder onze lezers voor To be or not to be in een theater naar keuze. Stuur een mailtje naar redactie@mestmag.nl o.v.v. ‘Osewoudt’ en je naam en telefoonnummer.

MEST nr 1

57


IEDEREEN

BEROEMD

Er is zweet. Er zijn tranen. Er leeft hoop. Er sneeft een droom. Maar vergeefs is het zelden. In de serie Iedereen Beroemd duiken we in de wereld van de culturele wedstrijden. Van schuttersfeesten en talentenjachten, tot aan harmonieconcoursen en filmprijzen. Cultuur huist overal, op naar bokaal en zilverpoets.

Lampenkapgeluk Voorleeswedstrijd. Dat woord herinnert aan verloren eenvoud. Terecht? Op bezoek bij Read2Me!, de eigentijdse versie van het voorleesduel. “Ik had niet verwacht dat ik zou winnen. Thuis lees ik alleen Donald Duck.�

Thijs Kouwenberg 58

MEST nr 1


A

Op het kantoor staan drie borden en een kuipje mayonaise. Want leeshonger stil je met boeken, maar de buik wil friet van Automatiek van den Akker.

vond in Schijndel. Dat is donker. Maar de ogen van Anne van den Oetelaar (23) lichten op. Zo meteen duelleren zes brugklassers uit Boxtel en Schijndel in de tussenronde van Read2Me! Ooit heeft de bieb in Roosendaal de voorleeswedstrijd voor jongeren bedacht, nu is het een landelijk succes. Het wordt spannend, lacht Anne. Ze is medewerker van bibliotheek De Meierij, die zich over vijf Oost-Brabantse gemeenten uitstrekt. Of Anne zelf veel leest? Ze bekent wat er in 2012 op haar nachtkastje lag: een gidsje van Lonely Planet met reisblunders en een boek over het succes van Starbucks. Oh ja, en de Flair, Psychologie Magazine en Happinez. Maar ze houdt van het woord.

Friet

Eerder die avond. Op het kantoor staan drie borden en een kuipje mayonaise. Want leeshonger stil je met boeken, maar de buik wil friet van Automatiek van den Akker. Tussen twee happen kroket door onderstreept cultureel specialist Bianca Moors (33) van De Meierij

MEST nr 1

de zin van lezen: “Lezen biedt je een beter begrip van ik, de ander en de wereld. Maar het is een middel – geen doel.” Links van haar ligt het kleuterboek Hoera voor Thomas!. Is lezen voor oudere jeugd een gepasseerd station? Nee, stelt Bianca. Maar het luistert nauw. Poëzie van P.C. Hooft zal bij jongeren niet snel tot de aanmaak van endorfine stoffen leiden. Zelfs de vijftig jaar oude klamme-liezen-literatuur van Wolkers veroorzaakt nu eerder gaapzucht dan geestdrift of geilheid. Wil je werkelijk de 128-beats-per-minute-harten van scholieren winnen, dan zijn spanning, humor en vaart de voorwaarden. Maar het allerbelangrijkste is eigentijdsheid. Scholieren willen hun wereld in een boek kunnen herkennen. Max Havelaar? Nee meneer, bij ons op school drinken ze Douwe Egberts.

Dikke negen

Half zeven. Ah, de jury! Vier leden, jong en oud, van student tot neerlandica. Op het kantoortje nemen ze de beoordelingslijsten door. Enkele criteria: klemtoon, prettig tempo, stemgebruik dat bij de tekst past. “We

59


“Mijn ouders zijn ook gescheiden”, heeft Lynn eerder die avond gemompeld, “maar ze doen het beter dan in het boek.”

Elize Groot

Poëzie een herziene druk. Inclusief Brabantse yells. Trappenhuis in. Deur door. De gang van de eerste verdieping. Daar staan ze. In een cirkel: de zes kandidaten en Bianca die uitleg geeft. Voor de statistieken: twee van hen dragen een bril. Bij vier steken de voeten in sportschoenen. Drie deelnemers hebben wat zweet op het voorhoofd. Eén meisje heeft vuurrode wangen. Aan het plafond hangt een sprinklerinstallatie. Nog even en het gaat regenen. Het is 19.23 uur. “Nu jij,” lacht Bianca tegen Elize. De kandidaat loopt naar de vide, zwaait naar het publiek beneden. Gejoel. Om de beurt tonen de zes zich in een balkonscène. Vlaggetjesgewapper, spandoeken, het biebdak er af. Wat helpt, is de opzwepende muziek: Eye of the Tiger. Voortaan is dat het strijdlied van de Partij Voor Voorlezers. Nu nog de wil van Nederland om met open oor te luisteren.

Doodskreet

gaan ook letten op een goede overdracht van emotie”, stelt de voorzitter met doorleefde ernst in zijn stem en mimiek – een dikke negen. Voor-lees-wed-strijd. Dat klinkt archaïsch, het herinnert aan lampenkapgeluk, maar het leeft. Ooit volstonden een boek, een stem en minimaal twee luisterende oren. Je had een stoel. Kandidaten wisselden elkaar af. De stoelbekleding raakte klam. Het publiek verroerde geen vin. Alleen dictie, intonatie en volume van het gesproken woord veranderden. Einde verhaal. Want in 2013 blijkt een voorleeswedstrijd het karakter van een battle te hebben.

Bodywarmer

Klokslag zeven uur. Tachtig bezoekers drommen de bieb binnen. “Boxtel hier!” brult acteur Ton van Theatergroep Bluf. “Schijndel verzamelen!”, tettert tegenspeelster Tineke. Zij heeft zich in een blauwe bodywarmer van Action gesjord, met het prijskaartje van €8,95 nog in haar nek. Met een net-zo-blauw vlaggetje oefenen de Schijndelse supporters hun yell: “Yo, Schijndel, Yo!” Maar het rivaliserende Boxtel, dat met groene vlaggetjes is uitgerust, slaat meedogenloos terug: “Oksel, oksel, oksel, de beste is Boxtel!” Spijtig dat Komrij pedra morto is, in oneerbiedig Portugees. Want na vanavond verdient zijn bloemlezing Nederlandse 60

Iets na half acht. Terwijl uit de geluidsboxen wind huilt, klinkt een rauwe doodskreet tussen de boekenrekken. “Hierheen!” roepen de acteurs verschrikt. Achter een grote tafel wacht voorleeskandidaat 1. Ze kijkt ernstig. Sssssst. Binnen vijf alinea’s weet Elize de Schijndelse bieb in een akelig Waals winterbos te veranderen. Zinnen zwiepen in je gezicht. De verhaallijn vertakt zich. Een moord. Vals van Mel Wallis de Vries blijkt een bijl van een boek. In de spaties tussen Elizes woorden klinkt af en toe een cameraklik. Applaus. “Mooi hoor!”, zegt een rolstoelhoudster die zich tussen de boekrekken ‘Hobby’s’ en ‘Nederland’ heeft gewrikt. Langzaam komt het publiek in beweging. Op naar de volgende. Dit is Expeditie Orenspits: alle kandidaten zullen hun verhaal op een andere plek in de bieb voorlezen. Halverwege de korte wandeling staat een bak met het opschrift ‘Afgeschreven boeken’. Zou de rest nog niet klaar zijn? Een open einde biedt ook Thijs, de tweede kandidaat. Zijn keuze: het oorlogsboek De jongen in het achterhuis van Sharon Dogar. “Mai negentienfaifenfeertig” begint Thijs. Dat is geen Teutoonse tongval, maar Brabants. Toch wint de geloofwaardigheid. Als Thijs kiezels tussen spoorwegbielzen beschrijft, knerpt er grind in z’n mond. Zo maken wij met tachtig mensen de treinreis naar Mauthausen. Wij stappen bijtijds uit. Eén leeshalte verder wacht Sanne. Ze trakteert het publiek op lesbische liefde. In letters: een fragment uit Dat heb ik weer! van Carry Slee. Een kleurig spandoek roept ‘Hop Hop, Sanne zet ’m op!’ Het verlangen naar de reïncarnatie van Komrij groeit.

CSI

Kandidaat vier is Lynn, die Pizza’s & Gin-Tonic van Hilde E. Gerard openslaat. Het blijkt een doos van MEST nr 1


Pandora: de vader van Kirsten vindt tralala in de armen van een te jonge troeliewoelie, waarop Kirstens moeder flink aan de fles raakt. Plus: drugs, zelfmoord en pesten – Wipneus en Pim, grijp alsjeblieft in. Het publiek luistert aangedaan. “Mijn ouders zijn ook gescheiden”, heeft Lynn eerder die avond gemompeld, “maar ze doen het beter dan in het boek.” Op adem komen bij Danny? Vergeet het maar. Op zijn leesplek staat het silhouet van een lichaam getekend. In schoolbordkrijt. Andere relevante CSI-info: die bananenschil. Maar ook dat mysterieuze flesje, met kleurloze vloeistof die naar alcohol ruikt. Niemand wil het proeven –uitzonderlijk in Schijndel. Liever hangen de luisteraars aan de lippen van Danny, die voorleest uit de thriller Out!, van Theo en Marianne Hoogstraaten. Hekkensluiter is Sanne #2. Ook zij heeft geen confetti-tekst. In Steeds minder mij van Liesbeth van Binsbergen vecht een christelijk meisje tegen overgewicht. Dik boek: 215 pagina’s. Met een onverdunde les aan de lezer: neem anorexia serieus. Terwijl de tengere Sanne haar boek dichtslaat, rollen drie vriendinnen hun spandoek op. In rode letters: ‘Sanne Hup Hup Hup Win De Cup Dubbel D’.

Sanne Bergman

Zo lief!

Juryberaad. Altijd ingewikkeld. Zeker in Brabant, thuisland van verlangen naar consensus. “We kunnen niet twee mensen één maken”, peinst een jurylid hardop – het boek over

de ethiek van medische experimenten blijft in de kast staan. Na 38 minuten valt de beslissing. Even later zal Thijs Kouwenberg van het Jacob-Roelandslyceum in Boxtel beduusd een kartonnen bokaal plus cadeau in ontvangst nemen. “Ik had niet verwacht dat ik zou winnen. Thuis lees ik alleen Donald Duck.” De familie is pauwentrots, Thijs z’n klasgenoten mogen delen in de roedelroem. Op naar de volgende ronde van Read2Me! De vijf andere voorlezers? Zo lief! Ze feliciteren de winnaar grootmoedig. Eerder die avond klapten ze voor elkaar. Ze veinsden geen hoestbuien. Evenmin verstopten ze heimelijk elkaars keuzeboek. Zou je van lezen een goed karakter krijgen? Tegen half elf sijpelt de Schijndelse bieb leeg. Bianca doet alle lichten uit. Op tafel in het kantoortje ligt Over de top van Van Sark en Nelis, over jongeren, talent en passie. Er zitten ezelsoren aan.

Tekst Eric Alink Ilustraties Luis Mendo

De landelijke finale van Read2Me! is op 28 mei in Vredenburg Leidsche Rijn, Utrecht. www.read2mevoorleeswedstrijd.nl Thijs Kouwenberg MEST nr 1

61


ROUNDANDROUND

ANDROUND WE GO

Een experiment, deze rubriek, waarin we aandacht besteden aan kunst in de openbare ruimte, in het bijzonder bij rotondes. En waarbij we kijken of je zinnige meningen kunt ophalen via Facebook over zulke kunst. Om lezers vervolgens te verleiden zelf eens te gaan kijken. Op Facebook viel al meteen op dat mensen vaak denken dat we het kunstwerk in kwestie in het ootje nemen. Maar wij hebben op deze plek geen mening. Fotografie Sophie Eekman

62

MEST nr 1


Ties van de Werff (wetenschapper, schrijver, curator) via Facebook: “Het is een lenig konijn met vooruitstekende mensenbenen op een blauwe bol. Dat betekent natuurlijk dat wij mensen als fokkende species met moeite balans weten te houden op onze aarde, die uiteindelijk verandert in een grote zee. En iedereen blijft er maar rondjes om heen draaien. Een alleraardigst idee, maar ik had liever het aspect van de seksuele drift wat beter uitgewerkt gezien.”

MEST nr 1

Kunstwerk in kwestie Haasje Over (2005) van Leontine Sies. Locatie Reusel (rotonde o.a. Beekseweg – Randweg-oost)

63


Cultuur verbindt. Al voor â‚Ź 4 sluit u zich aan.

EUR T A DON U! D R WO JUIST N

Ook MEST wordt ondersteund door het Cultuurfonds. Beeldende kunst, geschiedenis & letteren, monumentenzorg, muziek & theater en natuurbehoud. Het Prins Bernhard Cultuurfonds zet zich in voor cultuur die u raakt. Al vanaf â‚Ź 4 per maand sluit u zich aan. Ga naar www.cultuurfonds.nl.


Locaties met een geschiedenis. Of nabije toekomst.

DE ZONE

Nergens in Normandië Het strand is waar zand op water treft. Hier treft zand op asfalt. Soms lijkt het alsof de sporen die in ons achterblijven daarbuiten al lang door de zee zijn weggespoeld. Maar als je hier diep genoeg graaft, vind je een hamer, met aan de spitse kant een roestvlek, in de steel de afdruk van een hand – de opponeerbare duim. Als je op het strand graaft, vind je zand.

De locatie: hoek Koeveringsedijk-Molenweg bij Schijndel. Dit was een onderdeel van ‘Hell’s Highway’, de route in Noord-Brabant waarlangs veel Britse en Amerikaanse soldaten in 1944 tijdens hun opmars richting Arnhem de dood vonden. Het is een van de locaties van de Liberation Route, een verzameling ‘luisterplekken’ in Noord-Brabant en Gelderland met geluidsfragmenten over gebeurtenissen in ’44-’45. www.liberationroute.com Gedicht Dennis Gaens Fotografie David Stevens


MEDEWERKERS

NUMMER 1

David Stevens Student fotografie www.davidstevens.nl

Masaya Takeda Grafisch ontwerper www.nthlts.com

Lauren Noort Student grafisch ontwerpen

Stephanie v.d. Harst Student grafisch ontwerpen

Pauline Scheel Student grafisch ontwerpen

Dieter van den Bergh Freelance (cultuur) journalist voor o.a. BN DeStem, Brabants Dagblad en Eindhovens Dagblad

Jelle Kok Student grafisch ontwerpen

Saskia Rasink Student illustratie

Eric Alink Journalist, columnist, stadschroniqueur van Den Bosch www.bosschekroniek.nl

Maxime Alink Student grafisch ontwerpen

BASISONTWERP EN ART DIRECTION GOOD Inc. www.goodinc.nl Luis Mendo + Masaya Takeda

AAN DIT NUMMER WERKTEN VERDER MEE Joyce van Belkom, Mirthe Blussé, Leo de Boer, Erik van der Burgt, Sophie Eekman, Anouk Essers, Dennis Gaens, An-Sofie Kesteleyn, Jeroen de Leijer, Shootmedia, Martyn F. Overweel, Mijke Pol, Saskia Rasink, Frank Ruiter, Bart Smout, Thomas Snoeijs, David Stevens, Milan Vermeulen, Lucas de Waard, Esther Wittenberg.

EINDREDACTIE Dieter van den Bergh

LITHOGRAFIE Plusworks

GIER-TEAM Eric Alink, Maria van der Heyden, S Loyd Trumpstein

DRUKWERK PreVision Eindhoven

REDACTIEADRES MEST, Postbus 72, 5000 AB Tilburg www.mestmag.nl HOOFDREDACTIE Stan van Herpen, redactie@mestmag.nl

IS EEN UITGAVE VAN bkkc, Cubiss, Erfgoed Brabant, Kunstbalie, het PON, Vrijetijdshuis Brabant, met medewerking van 2018Eindhoven, het Prins Bernhard Cultuurfonds en de Provincie Noord-Brabant. ISSN 2214-451X

66

VORMGEVING Luis Mendo, Masaya Takeda, met medewerking van academie St. Joost: Yvo de Ruiter (begeleidend docent) en studenten Jelle Kok, Pauline Scheel, Maxime Alink, Lauren Noort en Stephanie van der Harst.

ABONNEMENTEN Een abonnement kost € 30,– voor vier nummers per jaar. Zie ook pag 35. Aanmelden kan via www.mestmag.nl. Ook voor vragen, adreswijzigingen of nazending van een editie kun je op de site terecht. Abonnementen worden aangegaan tot wederopzegging. Opzegging kan schriftelijk, per mail (info@mestmag.nl) of via de website tot uiterlijk één maand voor het einde van de lopende abonnementsperiode. ABONNEMENTEN EN ADVERTENTIES BCM, Postbus 1392 5602 BJ Eindhoven. 040 844 76 44. Contactpersoon voor advertenties: Angela Hoogduin.

COPYRIGHT Alle zorg is besteed aan het achterhalen van de rechthebbenden. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen contact opnemen met de redactie. © Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen zonder nadrukkelijke toestemming van de uitgever.

MEST nr 1


cOvErHeLd

Een glimp van de wereld achter de vormen De Eindhovense ontwerpster Roos Gomperts valt op met haar eenvoudige, humoristische en archaïsche objecten. Dit jaar stond ze voor het eerst op de Salone del Mobile in Milaan.

ROOS GOMPERTS (1987) — studeerde vorig jaar af aan de Design Academy in Eindhoven. Naast haar objecten – veelal opgebouwd uit keramiek, plastic, hout en stoffen – was in Milaan ook haar video-installatie Blush (geproduceerd met Thalia de Jong) te zien. MATHIEU MEIJERS (1951) — beeldend kunstenaar en docent op de Design Academy in Eindhoven.

De drijfveer

De inspiratie

De kracht

MM “Alle research is in eerste instantie nutteloos en poëtisch, het nut wordt meestal pas later gevonden. De cultuurkant van design en haar poëtische kwaliteit heeft het laatste decennium haar hoogtijdagen gekend. De nadruk verschuift momenteel van het poëtisch narratieve naar design met nadruk op functionele en sociale aspecten. Roos trekt zich daar niks van aan. De ene ontwerper is analytisch, de ander heeft een sociale vraagstelling, bij Roos komt de drijfveer vooral intrinsiek vanuit zichzelf. Het maken zelf, dat is haar hartstocht. Dat zie je aan haar werk: dit is iemand die wil handelen.”

RG “Mathieu was geen makkelijk docent. Hij gaf bijvoorbeeld vaak zoveel werk op dat je niet meer kon denken, alleen nog maar handelen. Van hem heb ik geleerd dat je mooie dingen kunt creëren, puur vanuit dat handelen. En hij kon bepaalde dingen zeggen – zonder de clou te verraden – waardoor ik beter tot de essentie kwam van hetgeen ik wilde maken. Een goede docent laat je anders kijken, zo structureel dat je het de rest van je leven meeneemt.”

RG “Ik ben meer bezig een beeld neer te zetten dan een functie. Het is niet zo dat ik vies ben van functioneel, maar ik zal altijd zoeken naar het beeldende aspect. Ik denk dat mijn werk speelsheid uitstraalt, plezier, ik hou ervan als je het handelingsproces terug ziet in het eindproduct. En het heeft iets ongewoons in de vormentaal. Maar ik vind het moeilijk om te zeggen waarom mijn objecten succesvol zouden zijn. Niet omdat ik bang ben om het kapot te redeneren, maar omdat ik bang ben ergens op vastgepind te worden.”

RG “Ik denk niet vanuit een functie, of vanuit een ingewikkelde theorie; het verhaal volgt uit wat ik maak. Wanneer het handelen denken wordt, ben ik lekker bezig. Andersom niet. Ik maak vrij werk, maar dat is geen keuze. Bij functioneler werk ligt mijn passie niet, en dus ook niet mijn kracht.”

MM “Echt talent zie je niet meteen. Vaardigheden wel. Eigenzinnigheid ook. En of iemand de drang, de lust van het maken bezit. Bij Roos zag ik alledrie. Ze viel in het derde jaar al meteen op vanwege de eerlijke noodzakelijkheid die ze uitstraalt om iets te maken. Ze had het hart precies waar ik het ook wil hebben. Ik zie bijvoorbeeld zorgvuldigheid in de manier waarop ze dingen maakt. Daar zit een betekenis achter, maar die legt ze bewust niet op tafel.”

MM “Haar werk is sensueel, oogstrelend, tactiel, humoristisch, eenvoudig, het blijft dicht bij archaïsche vormen. Daardoor heeft het een grote aantrekkingskracht. Haar oog hecht op een bijzondere manier aan objecten, dat is misschien wel mijn grootste genoegen. Als je naar haar werk kijkt, zie je dat er een wereld achter de vormen schuilgaat.” Tekst Stan van Herpen Fotografie Milan Vermeulen


Werk van ontwerpster Roos Gomperts { Zie ook pagina 67 }

MEST#1 (mei 2013)  

MEST is het tijdschrift over kunst en cultuur in Noord-Brabant. Er gebeurt in dit stuk land veel interessants op cultureel gebied waar de me...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you