Bio Actief 48

Page 1

Bio Actief 48 Jouw ontmoeting met een dynamische sector

“Durven innoveren, dat heb ik van mijn voorganger geleerd.� K R I S TO F M OYAERT

driemaandelijks tijdschrift verschijnt in maart

- juni - september - december


WORD LID

Word lid van BioForum en draag bij tot de stem van een sector!

Meer dan 400 bedrijven hebben ervoor gekozen om lid te worden van BioForum. Ze hebben daar maar liefst vijf redenen voor.

Jij beslist mee

Persoonlijk advies

Wij hechten veel belang aan ­stemmen uit de sector. Als lid speel je mee een rol in de vorming van standpunten. Enkel als lid kan je ook zetelen in de Raad van Bestuur of Algemene Vergadering en bepaal je mee waar wij op moeten inzetten.

De biologische bedrijfsvoering vergt heel wat van een ondernemer: nieuwe technieken, nieuwe leveranciers, nieuwe afnemers en een wetgeving die voortdurend evolueert. De medewerkers van BioForum staan jou graag bij met advies op maat.

In actie voor jouw belangen

Versterk je netwerk

B i o Fo r u m i s d é ­­­­­­­­g e s p r e k s partner voor overheid en m ­ iddenveld als het over bio gaat. We zetelen in meerdere belangrijke raden en ­adviseren het beleid, Vlaams, Belgisch en Europees. Hoe meer leden, hoe sterker onze boodschap.

Een sterk netwerk is een ­kapitaal waard, zeker in de kleinere ­biosector. Speciaal voor leden organiseert BioForum nuttige netwerkmomenten. De personeelsleden van BioForum staan je ­individueel bij om je netwerk uit te breiden. Ons netwerk is ook het jouwe.

Voordelen voor jouw bedrijf Als lid van BioForum geniet je van kortingen op promomateriaal voor jouw bedrijf, op studiedagen en advertenties. Als lid krijg je korting bij onze partners. We zetten vooral leden in de kijker in de media. Enkel als je lid bent, kan je het Biogarantie-label dragen.

WIL JIJ OOK LID WORDEN? Surf snel naar www.bioforum. be/wordlid en meld je daar aan! Je vindt daar ook de tarieven voor lidmaatschap.


fotografie

Astrid Agemans

Bio Actief

Jouw ontmoeting met een dynamische sector JUNI 2020 , E DITIE 48 Bio Actief is een uitgave van BioForum vzw. Bio Actief vind je vier keer per jaar in je brievenbus. BIOFOR UM VZW Regine Beerplein 1 bus E305 2018 Antwerpen T 03 286 92 78 E info@bioforum.be www.bioforum.be V.U. Alexander Claeys, Regine Beerplein 1 bus E305, 2018 Antwerpen HOOFDR E DACTIE Tom Wouters

VOORWOORD

Een nieuwe wind Beste lezer,

E

r waait een nieuwe wind door bio. Ik heb het dan niet over de droge voorjaarswind die onze boeren als het ware de pet van het hoofd blies en de broodnodige regen ­tegenhield en al helemaal niet over het feit dat ik sinds april het ­voorrecht heb jullie nieuwe voorzitter te mogen zijn. Ik bedoel het eerder spreekwoordelijk. De afgelopen ­maanden zaten mensen door de coronacrisis wekenlang thuis. Niet alleen gingen we massaal tuinieren, mensen begonnen ook na te denken over hoe het leven anders kan. Sommigen legden het verband met de andere storm die nog op ons afkomt, de klimaatcrisis. Veel mensen ontdekten dat er ook in hun buurt lekkere ­bioproducten te vinden zijn. We horen van alle kanten dat de verkoop van bio de afgelopen maanden sterk gestegen is. Onze boeren, verwerkers en handelaars zijn erin geslaagd om die enorme toename van de vraag op een professionele manier te beantwoorden. De biosector krijgt duidelijk weer wat meer krediet om haar eigen koers aan te houden en zo de hele voedingsindustrie te blijven inspireren. BioForum is hierin een belangrijke schakel, waar ik als nieuwe voorzitter graag aan meewerk! Waarom zou ook Vlaanderen niet meer inzetten op productie en verwerking van lokale, gezonde en smaakvolle grondstoffen met een biolabel ? De vraag is er, zoals weer eens werd bevestigd.

E INDR E DACTIE Annemie Lambert R E DACTIE R AAD E N INHOUDE LIJK E E XPE R TIS E An Jamart (Landbouw), Laura Van Vooren (projectmedewerker landbouw), Marijke Van Ranst (Verkooppunten & food­services), Esmeralda Borgo (Beleid), Paul Verbeke (Ketenmanager), Sabrina Proserpio (Communicatie consument), Lieve Vercauteren (Directeur), Annick Cnudde (Coördinator wetgeving), Sofie Vandewijngaarden (Verwerkers en keten) FOTOG R AFIE Astrid Agemans COVE R FOTO Astrid Agemans VOR MG E VING We make. ME T DANK AAN Kristof Moyaert, Laurent Jadot, Wim Vanlee, Kristien Soffers, Lien Fonteyne, Pieter De Zutter, Louise Luttikholt, Myriam Dumortier, Lieven Delanote DR UK Antilope De Bie - Printing VE R ZE NDING De Brug vzw ABONNE R E N Belgische marktspelers krijgen een gratis abonnement. Ben je geen marktspeler, maar wel geïnteresseerd in een jaarabonnement? Maak dan 25 euro over op bovenstaand rekeningnummer met de vermelding 'Abonnement Bio Actief'. Buitenlandse abonnees betalen 30 euro (BIC: TRIOBEBB, IBAN: BE30 5230 8012 5311). ADVE R TE R E N ELMA Multimedia, Steven Hellemans, s.hellemans@elma.be, 015/55.88.88 Deze publicatie kwam tot stand met de steun van het Departement Landbouw en Visserij.

ALEXANDER CLAEYS

Voorzitter BioForum alexander.claeys@bioforum.be

Bio Actief

48

03


Uw BIO partner voor droog-, vers- & diepvrieswaren Vanaf heden ook ultraverse groenten & fruit!

TEL 016 63 27 36 | WWW.MARMA.BE 2190000719_2_ADV_8516.indd 1

23/04/20 08:51

TIJDELIJKE ACTIE Doe nu een gift en ontvang een cadeautje

AUTHENTIEKE MEDITERRANE DELICATESSEN alleen maar pure ingrediënten...

NIEU

W

BEZOEK ONZE VERNIEUWDE WEBSITE OP: WWW.FLORENTIN-BIO.COM

Samen bestemmen we 8 ha grond voor bio voor altijd

www.delandgenoten.be/ schenkeenbloemetje


BIO ACTIEF 48

Inhoudstafel 19

Dag van een collega

26

20

Clean Label: een kleine toevoeging

28

21

23

08

Biomarketing

30

Gesprek met Louise Luttikholt Bio in Denemarken De Biostelling

Bio, en waarom dan wel?

12 SECTOR IN GESPREK

Levende sector

Nieuwe voorzitter BioForum Alexander Claeys

16 VERANDERENDE

Corona en biodiversiteit

Bio Actief

48

05


Bio Flash

Kurt Sannen verkozen tot voorzitter Farmers Group IFOAM EU Begin april nam Kurt Sannen afscheid als voorzitter van BioForum, maar hij blijft zich engageren voor de b ­ iosector. In mei werd hij verkozen als voorzitter van de Farmers Interest Group van IFOAM EU. Deze vertegenwoordigers van bioboerenorganisaties over gans Europa bepaalt vanuit de praktijk mee de aanpak van koepelorganisatie IFOAM EU. Wie hier meer over wil weten, neemt contact op met Kurt Sannen via kurt@bolhuis.be.

Europa wil 25 procent bioland­ bouw tegen 2030 Over tien jaar moet een kwart van de landbouw in de Europese Unie biologisch zijn, dat is althans de ambitie van de Europese commissie. Eind mei telde EU-commissaris Frans Timmermans twee strategische plannen: voor landbouw en biodiversiteit. In beide plannen is bio een ankerpunt. Je kan meer lezen op www.bioforum. be/25procentbio.

Jaarverslag BioForum Ondanks de coronacrisis stelden we op een virtuele Algemene Vergadering begin april ons jaarverslag 2019 voor. Daarin lijsten we op wat we vorig jaar allemaal realiseerden. Je kan meer lezen op www.bioforum.be/jaarverslag.

06

Bio Actief

48


DE UITBLINKER In de uitblinker laten we biobedrijven aan het woord die zich onderscheiden en de dingen op hun manier aanpakken.

+10

% Zelfzorg

In Vlaanderen blijft de bioproductie groeien. Volgens het nieuwe biorapport van de Vlaamse overheid steeg het bio-areaal met 10 procent in 2019. Het aantal biologische landbouwbedrijven nam toe met 9% tot 562. Lees meer op www.bioforum.be/biorapport2019

B

egin maart merkten we dat het drukker werd in onze biowinkel in Kalmthout en dat klanten grotere hoeveelheden kochten. We vroegen ons af: is dit een corona-effect? Vanaf 13 maart ging het land in lockdown light. We kregen toen veel nieuwe klanten over de vloer die het te druk vonden in supermarkten. Daardoor hadden we de eerste dagen alleen nog maar tijd om mensen te bedienen: er was geen tijd meer om rekken aan te vullen, advies te geven... dat ritme bleek niet houdbaar. Op den duur werk je jezelf tegen. We sloten voor een korte periode onze winkel en deden een aantal aanpassingen die het winkelen veiliger zouden maken voor ons en onze klanten. We namen het systeem van winkelkarretjes van de supermarkten over en voerden éénrichtingsverkeer in. Maar ook: we openden de winkel daarna maar met halve dagen. Die halve sluitingsdag was nodig om de rekken aan te vullen, leveringen te doen bij ouderen of zieke mensen, maar ook om voor onze twee jonge kinderen te zorgen.

"Korte keten of bio moet uit de niche, voorbij “leuk”. Het moet een essentieel onderdeel van de landbouweconomie worden, met innovatie en stevige structuren en afzetkanalen, zoals we die hebben uitgebouwd voor de industriële landbouw." J OACHIM DECLERCK, D IRECT E U R VA N D E N KTA N K A RCHITECTU RE WORKROOM D E STANDAARD, 2 ME I 2020

Haalbaarheid was voor ons belangrijker dan een hogere omzet halen. We zouden een breder cliënteel kunnen bereiken als we ons in de gekste bochten wringen om langer open te zijn, maar dat hebben we niet nodig. Onze vaste klanten toonden veel begrip en zijn flexibel, dat is geweldig! Soms speelde die onzekerheid wel op. Dan denk je: moet ik nu meer meer doen? Maar het andere gevoel overheerst. Willen we dit op een langere termijn volhouden, dan moeten we voor onszelf grenzen afbakenen. W I M VA N L E E E N K R I S T I E N S O F F E R S

De Natuurbron

Bio Actief

48

07


Levende sector De biosector bestaat uit ondernemers met een hart voor mensen. Elk nummer brengen we drie biobedrijven in beeld die de diversiteit tonen van onze sector. Deze keer gaan we langs bij bioboer Kristof Moyaert, bioverwerker Pa’Lais en biologische winkel BioVita.

LANGE INTERVIEWS ONLINE Je vindt een uitgebreidere versie van deze interviews op onze website. www.bioforum.be/bedrijfindekijker 08

Bio Actief

48

fotografie

Astrid Agemans


fotografie

Astrid Agemans

Kristof Moyaert WIE?

Kristof Moyaert WAT ?

Groente- en kruidenteelt WAAR?

Poperinge A A N TA L H E C TA R E ?

±12 ha BIO SINDS?

Eind jaren 1980

I

n de Westhoek, op nog geen 200 meter van de Franse grens, teelt Kristof Moyaert industriegroenten als prei en boerenkool, zoete aardappel en biologische kruiden (basilicum, bieslook, waterkers, enzovoort). Maar zijn carrière als bioboer heeft hij te danken aan de fiets.

Kristof: "Tijdens mijn trainingstochten als amateurwielrenner vielen de nicheteelten (bieslook, pompoen, ...) van biopionier Hugo Claes mij altijd op. Via-via leerde ik hem kennen. Door zijn visie op landbouw begon het bij mij ook te kriebelen om te gaan boeren. Door mijn schoonbroer, die bioteler was, stond ik al open voor bio. Ik ben een boerenzoon en had wel een landbouwopleiding gevolgd, maar ik werkte op dat moment in de voedingsindustrie." Kristof begon freelance te helpen bij Hugo

en huurde in 2013 een aantal hectare als z­ elfstandige in bijberoep. Zo rolde hij het bedrijf in tot een volledige overname in 2018. Wat Kristof leerde van Hugo? Durven innoveren. "Hugo deed altijd dingen die een ander niet deed. Als iemand zei dat basilicum telen in volle grond niet ging, dan bewees hij het tegendeel. Zo probeer ik het ook te doen. Ik teel bv. zoete aardappel en yakon. Het duurt toch zo’n 5 jaar voor je zo’n nieuwe teelt helemaal in de vingers hebt."

“Ik vind dat land­ bouw op het vlak van biodiversiteit een voortrekkers­ rol heeft”

aardappels zijn bedoeld voor de v­ ersmarkt in Noord-Frankrijk. "In de industrie ligt de prijs lager, maar omdat alles in één keer wordt geoogst win je wel veel tijd. De korte keten is tijdsintensiever, maar geeft als ik eerlijk ben wel iets meer voldoening." Kristof is een groot pleitbezorger voor ­ amenwerking. "Ik werk nauw samen met s mijn buurman, die ook een paar hectare heeft omgeschakeld. Officieel zijn we twee aparte bedrijven, maar in de realiteit is de grens erg dun. We hebben een gezamenlijk machinepark en ook de teeltrotatie plannen we samen." In bio merkt hij sowieso meer openheid en de wil om samen te werken. Hij is een groot fan van de Biobedrijfsnetwerken, waar b ­ oeren openlijk hun ervaring delen. Die aanpak ­realiseert hij ook op kleinere schaal. "Toen er vanuit de industrie de vraag kwam om 15 hectare boerenkool te telen, staken we met enkele biotelers de koppen bij elkaar. We b ­ ouwen met hulp van Lieven Delanote van Inagro teeltexpertise op en maken afspraken over levertijdstip en homogeniteit."

De kruiden gaan naar een industrieel verwerker. Kristof: "Kruidenteelt is erg uitdagend op het vlak van onkruidbestrijding, en het vraagt bovendien erg veel water. Voor een deel van de kruiden ben ik BioSuisse-gecertificeerd. Voor dat label, vooral te vinden op de Duitse en Zwitserse markt, moet ik een heel natuur- Kristof is blij dat hij destijds de stap heeft plan maken: broedplaatsen voor insecten, gezet naar een voltijds boerenbestaan. nestkastjes, bijenkasten. Ik vind dat land- "Mensen verklaarden me gek, maar sinds ik bouw op het vlak van biodiversiteit een boer ben, heb ik nog geen moment gedacht voortrekkersrol heeft." aan mijn pensioen." Voor de groenten zet Kristof doelbewust in op twee kanalen. Een groot deel gaat naar industriële verwerking, de pompoenen en zoete

MEER WETEN?

Je kan Kristof bereiken op kristof.moyaert@telenet.be.

Bio Actief

48

09


Pa’lais

L

aurent Jadot had geen ervaring in ­voeding of ondernemerschap toen hij in 2018 de wereld van de media achter zich liet. Maar een zoektocht naar veganistisch ­broodbeleg zorgde voor een carrièreswitch. Laurent: "Al heel mijn leven hecht ik veel belang aan ecologie en dierenwelzijn, maar de link met voeding heb ik lang niet gelegd. Toen ik die wel begon te zien, zette ik de stap naar vegetarisme en daarna veganisme."

WIE?

Laurent Jadot WAT ?

Vegan broodbeleg WAAR?

Brussel BIO SINDS?

2018

fotografie

Saskia Vanderstichele

fermenteren met een vegetarisch stremsel. Dat proces lijkt sterk op hoe ze kaas maken." Voor zijn ingrediënten kijkt Laurent naar het buitenland. "De cashewnoten komen uit Vietnam, maar ik koop ze aan in Nederland. Ik kies daarbij bewust voor fairtrade. De amandelen komen uit Spanje en ook die worden in goede werkomstandigheden geproduceerd. Andere ingrediënten zoals kruiden en komkommers koop ik wel zo lokaal mogelijk."

Het bestaande aanbod veganistische kazen vond hij niet goed genoeg. "Ik ben dan maar zelf beginnen experimenteren. Op basis van noten maakte ik alternatieven voor verschillende kazen zoals camembert en smeerkaas. Die vielen in de smaak bij vrienden. Zo is het plan voor Pa’lais stilaan gegroeid."

Op dit moment is Laurent volop nieuwe r­ ecepten aan het ontwikkelen, zodat er ­binnenkort 6 smaken in de rekken liggen. Tijdens de opstart mikte hij op Brusselse winkels als Färm en Sequoia, maar nu is het doel om overal in België verkrijgbaar te zijn. "Ik ben via Biofresh snel naar andere biowinMet de hulp van een foodlab verfijnde kels kunnen uitbreiden. Ook Bio-Planet heeft Laurent de receptuur van zijn producten. mijn producten in zijn gamma." "Drie ­maanden lang hebben we geëxperimenteerd met samenstelling en fermentatie om de juiste smaak en structuur te krijgen. Het product moest ook zonder toevoegingen optimaal bewaren."

“Ik mik op biowinkels omdat daar mijn klanten zitten.”

Zijn broodbeleg bevat alleen maar ­ingrediënten die bijdragen aan de smaak en structuur. "We gebruiken geen onnodige "Ik mik op biowinkels omdat daar mijn ­klanten vulingrediënten als kokosolie of aardap- zitten. Enerzijds zijn dat de ­mensen die om pelzetmeel. De basis zijn cashewnoten, ethische redenen minder of geen d ­ ierlijke amandelnoten en water. Cashewnoten geven producten willen eten. Voor hen is het een vetstructuur, de amandelnoten zorgen vegan-aspect belangrijker dan bio. Anderzijds voor smaak en voedingswaarde. Dat laten we heb je klanten die om gezondheids­redenen ander broodbeleg willen, bijvoorbeeld omdat ze lactose-intolerant zijn. Die laatste is de grootste groep en die geven de voorkeur aan bio." Alleen de prijszetting is voor Laurent nog wat zoeken. "Voor een aantal klanten is prijs nog een drempel. Ik maak een artisanaal product met pure ingrediënten en een duurzame ­verpakking. Omdat ik daar geen toegevingen op wil doen, probeer ik de prijs te drukken door te werken met grotere volumes en een beperkte automatisering." De toekomst van Pa’lais ziet er rooskleurig uit. "Het bedrijf heeft zeker nog groeipotentieel. De grootste uitdaging is op dit moment dat ik alles alleen doe. Daarom ben ik aan het ­kijken waar er partnerschappen mogelijk zijn." MEER WETEN?

www.palais.be

10

Bio Actief

48


Biovita WIE?

Lien Fonteyne en Pieter De Zutter WAT ?

Biowinkel WAAR?

Brugge en Roeselare BIO SINDS?

1988

T

oen Noëlla Vantyghem, de moeder van zaakvoerder Lien Fonteyne, in 1988 de eerste Biovita-winkel opende in Brugge was Lien net geboren. Zij is dus letterlijk opgegroeid met de winkel. Een jaar ­geleden nam ze, samen met haar echtgenoot Pieter, de zaak over.

"Ik heb daar altijd wel aan gedacht, maar ik wou eerst toch elders werkervaring opdoen. Vanuit mijn job ondersteunde ik winkels bij de opstart van webshops. Dat deed ik daarna ook voor Biovita. Na jarenlang samen te werken met mijn moeder en ons team en nadat ik Pieter had leren kennen, hebben we beslist om er samen voor te gaan en Biovita over te nemen." Pieter: "Ik kom uit de supermarktwereld. Bio was nieuw voor mij, maar de overgang liep vlot. Ik heb de smaak van bio letterlijk en figuurlijk te pakken. Ons motto is wel:

eerst wandelen, dan lopen. We hebben drie ­vestigingen, dus operationeel komt daar heel wat bij kijken." De moeder van Lien startte de winkel d ­ estijds omdat ze als verpleegkundige het belang inzag van voeding en levensstijl op onze gezondheid. "De eerste winkel bood naast een basisassortiment bioproducten ook ­verpleegartikelen aan. De winkelruimte was wel erg klein. Na 8 jaar zijn we naar een ­groter pand verhuisd en introduceerden we ­winkelkarren. Dat was in die tijd absoluut niet gebruikelijk in onze sector."

“Ons ­versaanbod is vaak een eerste, goede kennis­ making voor nieuwe klanten.”

In al die jaren heeft Lien vooral het a ­ anbod bioproducten breder zien worden. "In het begin bestonden bijvoorbeeld de hippe ­biologische drankjes nog niet. Maar de winkel heeft altijd ingezet op een zo breed mogelijk assortiment. De eerste glutenvrije ­producten vond je bij ons in de rekken. We zien wel dat het accent weer wat meer ­verschuift naar verse voeding. Voor mensen die onze ­winkel niet kennen, is ons v­ ersaanbod vaak een e ­ erste, goede kennismaking." Drie winkels openhouden is niet vanzelfsprekend. Gelukkig kan Lien rekenen op een naar eigen zeggen fantastisch team. "We ­hebben zo’n 30 mensen in dienst, met elk hun eigen sterktes. Er zijn mensen die goed ­initiatief kunnen nemen, mensen die heel veel ­expertise hebben op het vlak van ­fytotherapie, aromatherapie enzovoort. We hebben veel ­vertrouwen in hen. Om te vermijden dat een van onze winkels een eiland wordt, roteren onze medewerkers tussen de winkels. Zo leren we ook beter van elkaar en kunnen we aan de slag met vragen van klanten."

Sindsdien zijn er naast de winkel in Sint- Het is ook die expertise die de biowinkel Andries nog twee vestigingen bijgekomen, in ­onderscheidt van een gewone supermarkt. Sint-Kruis en Roeselare. "We zagen dat veel "Wij bieden een persoonlijke aanpak en geven van onze klanten vanuit de regio Roeselare en deskundig advies aan onze klanten. Dat wordt Zuid-West-Vlaanderen tot in Brugge ­kwamen. gewaardeerd." Daar was dus wel wat mogelijk. Nu bereiken MEER WETEN? we daar ook weer nieuwe klanten uit heel www.biovita.be West-Vlaanderen."

fotografie

Astrid Agemans

Bio Actief

48

11


GEZONDHEID

ZORG

EERLIJK

ECOLOGIE

SECTOR IN GESPREK

Bruggen bouwen Begin april werd biologisch kaasmaker Alexander Claeys verkozen tot nieuwe voorzitter van BioForum. We hadden een kennismakingsgesprek met hem.

12

Bio Actief

48


VOOR WIE?

De hele biosector

D

oor de coronacrisis liep de voorzitterswissel iets anders dan voorzien. Op 7 april namen we tijdens een virtuele ­algemene vergadering afscheid van v ­ oorzitter Kurt Sannen en werd Alexander Claeys verkozen tot nieuwe voorzitter. Hij had zich de eerste weken als voorzitter ongetwijfeld anders voorgesteld, maar we maakten toch al van de gelegenheid gebruik voor een virtueel kennismakingsgesprek.

Alexander, kan je jezelf even voorstellen aan de mensen die jou niet zouden kennen? Alexander: "Ik ben een van de oprichters van de coöperatieve kaasmakerij Het Hinkelspel. In de jaren 1970 zag je in Vlaanderen dat de voedselproductie steeds meer een i­ ndustrieel karakter kreeg. Dat ging ten koste van de kleinschalige, ambachtelijke aanpak. Zo verdwenen er bijvoorbeeld heel wat dorpsmelkerijen. In 1982 heb ik samen met twee vrienden Het Hinkelspel opgericht. De b ­ edoeling was teruggaan naar het ambacht van het kaasmaken met rauwe melk op natuurlijke wijze. Op die manier streefden we naar een kwalitatief hoogstaand product. We kozen ook doelbewust voor een coöperatief model, omdat we samenwerking erg belangrijk vonden.

Was Het Hinkelspel al van bij de start biologisch? "Dat was in het begin niet zo ­vanzelfsprekend. We maakten rauwmelkse kazen, en dus moest de melk van zeer hoge hygiënische kwaliteit zijn. Alleen ontbrak het op dat moment aan grondstoffen die én biologisch waren én aan die voorwaarde voldeden. Maar na verloop van tijd schakelden een aantal grote boeren om, en in 1994 zijn we wel met uitsluitend biologisch gecertificeerde melk beginnen werken. Ik was wel van bij het begin betrokken bij de biobeweging. Dat was een echte pioniersfase, waar mensen met veel idealisme en weinig centen de boel op gang trokken. Via mijn studies sociale agogiek en filosofie kwam ik terecht in de Nederlandse biowereld die toen al vrij professioneel bezig was en ons

­inspireerde om ook aan de slag te gaan.

Welke accenten wil jij leggen als voorzitter?

Sinds begin dit jaar ben je niet meer actief bij Het Hinkelspel?

In feite gaat het om dezelfde dingen als bij Het Hinkelspel: de liefde voor vakmanschap en samenwerking.

Na een carrière van 40 jaar bij Het Hinkelspel kriebelde het om nog een aantal andere projecten te realiseren. Sinds 1 januari van dit jaar ben ik dus niet meer actief in de kaasmakerij. De opvolging is verzekerd met heel wat jonge mensen die geëngageerd en met kennis van zaken verder doen. Naast tijd voor mijn eigen projecten kwam er daardoor ook ruimte om in te gaan op de vraag van BioForum om mij kandidaat te stellen voor het voorzitterschap. Ik ben dus nog lang niet met pensioen.

BioForum verenigt de hele sector. In hoeverre ben je vertrouwd met de sector? Dankzij Het Hinkelspel heb ik een vrij groot netwerk binnen de biosector. Ik ken heel wat biologische ondernemers en boeren. Ik heb de groei van de sector uiteraard zelf ­meegemaakt via ons bedrijf, ik ben echter nooit echt actief geweest op sectorniveau. Ik heb ook al regelmatig contact gehad met de mensen van BioForum zelf. Een aantal van hen ken ik dus al wel.

Métier kan een manier zijn om verbinding te maken met anderen. Toen we met Het Hinkelspel begonnen was de wereld van de kaasmakers eigenlijk een vrij conservatief milieu. We werden in die kringen in ­eerste instantie dan ook wat vreemd bekeken, zeker omdat we bezig waren met bio. Maar omdat we met onze ambacht een hoogkwalitatief product maakten, slaagden we er wel in een brug te bouwen en mensen geïnteresseerd te krijgen in bio die daar eigenlijk niet mee bezig waren. Die verbinding met de gangbare landbouw- en voedingssector zou ik ook graag maken als voorzitter van BioForum. Ik streef graag naar een consensus en kijk liefst naar wat ons verbindt met een ander. Het kan soms wel eens goed zijn om aan de boom te ­schudden, maar het mag nooit de bedoeling zijn om bestaande tegenstellingen verder op te fokken.

Kan je daar voorbeelden van geven? Wat vind je de sterkte van BioForum als organisatie? BioForum lijkt me een forum in de ware zin van het woord, waaraan ondernemers hun ­vragen kunnen stellen en waar men ook actief wordt aangespoord om bij vragen contact op te nemen. Ik zie heel veel expertise binnen het team, er wordt er op verschillende vlakken erg grondig werk verricht. Ik vind ook dat de organisatie goed communiceert naar de ­buitenwereld. Tot slot vind ik het fijn om te zien dat de organisatie contacten heeft met zowat alle ketenactoren die van ver of dichtbij te maken hebben met bio. Ik denk aan de overheid of aan andere middenveldorganisaties.

In de landbouw botsen heel veel gangbare ­boeren op dit moment tegen bepaalde l­ imieten aan. Ze mogen bijvoorbeeld m ­ inder producten gebruiken en ondervinden ook de gevolgen van de klimaatverandering. Daardoor zie je dat ze in de gangbare landbouw steeds vaker teruggrijpen naar methodes die eigenlijk aansluiten bij wat wij als biosector al een hele tijd doen. Er is een synergie aan het ontstaan, we zijn naar elkaar toe aan het groeien. Als we hen ­zouden kunnen aanspreken vanuit ons gedeeld v­ akmanschap en hen tonen dat we in hetzelfde schuitje zitten, komt er misschien ook meer openheid voor bio en dus voor innovatieve creativiteit.

“Ik streef graag naar een consensus en kijk liefst naar wat ons verbindt met een ander.” Bio Actief

48

13


We zijn al op de goede weg op dat vlak. Zo las ik in het vorige nummer van Bio Actief het interview met Johan Colpaert van Fedagrim, die stelde dat de landbouw anders moet. Hij doet dat weliswaar vanuit de vast­stelling dat vele boeren het opgeven en hij dus zijn markt ziet verdwijnen, maar dit kan een ­trigger zijn om fundamentele veranderingen te bekomen. De biobeweging is destijds als idealistische beweging begonnen. Misschien is het nu tijd om aan boeren te laten zien dat idealisme één ding is, maar dat ze er ook zelf belang bij hebben om op een andere manier aan landbouw te doen. De biosector is altijd met heel fundamentele veranderingen bezig geweest, niet alleen op ecologisch vlak, maar ook op economisch en sociaal vlak. Die beweging zien we stilaan overal, al is het een traag proces. De coronacrisis versterkt het natuurlijk wel erg hard. Maar het inzicht dat we moeten veranderen, dat we weg moeten van een industriële

14

Bio Actief

48

manier van voedselproductie, is wel overal aan het groeien. We leven natuurlijk in Vlaanderen, waar bio nog steeds een erg kleine sector is. ­In Wallonië is dat besef al groter. In het ­verleden is het misschien ook niet altijd even goed aangepakt en werd er soms wat te veel uitgedaagd. Dat mag wel, maar je moet weten wanneer en hoe.

Wat zal voor jou de grootste uitdaging zijn als voorzitter? Omdat ik nooit een functie binnen BioForum heb bekleed, moet ik nog veel leren over interne werking en bestaande structuren. Ik zal dus in eerste instantie vooral bezig zijn met me in te werken en iedereen goed te leren kennen. Veel luisteren en contacten leggen wordt de boodschap de volgende maanden. Dat betekent ook dat ik me niet meteen sterk zal profileren als voorzitter. Dat hoeft ook niet, want ik heb veel vertrouwen in

het team. Die zijn goed bezig. Ik zal sowieso deel uitmaken van het dagelijks bestuur en de b ­ estuursvergaderingen voorzitten. Ik zal ook een zitje opnemen in de sectorgroep bio van VLAM. Op termijn zal ik natuurlijk wel groeien in mijn rol, al vind ik het te vroeg om te zeggen hoe ik die precies zal invullen. Ik ben ergens wel ambitieus om op het vlak van beleid ook de tegenstellingen tussen de gangbare wereld en de biowereld te slopen. Dat zal niet van de ene dag op de andere gebeuren, het zal ­eerder een lang proces zijn. En met oog voor de gevoeligheden die er leven. Maar het idee dat ik kan helpen om die muren te s ­ lopen was een belangrijke motivatie om de rol van voorzitter op mij te nemen. MEER WETEN?

Je kan altijd contact opnemen met Alexander Claeys via alexander.claeys@bioforum.be.


CERTISYS, BELGISCHE PIONIER IN BIOCERTIFICATIE Onze opdracht? De geloofwaardigheid van bio garanderen!

Bijna 40 jaar geleden vond een aantal pioniers met een passie voor de aarde elkaar rond gemeenschappelijke waarden: respect voor de bodem, biodiversiteit en welzijn. Daaruit is Certisys ontstaan, het allereerste controle- en certificatieorgaan voor de biologische landbouw in België. Wij blijven, trouw aan onze overtuigingen, nog steeds 100% BIO, geëngageerd en onafhankelijk.

Wilt u overstappen naar BIO? Ons team is beschikbaar om al uw vragen te beantwoorden.

IN DEZE PERIODE VAN ONZEKERHEID KUNT U OP ONZE TEAMS REKENEN! Certisys verzekert meer dan ooit haar controle- en certificatiemissie en garandeert de geloofwaardigheid van uw bioproducten. Samen, actoren in de Bio sector, zijn we hier om de uitdagingen van nabijheid, gezondheid en biodiversiteit aan te gaan!

®

CERTI SYS BIO CERTIFICATION

info@certisys.eu - 081/600.377 - www.certisys.eu Bio Actief 180 x 130 NL.indd 1

28/04/2020 16:33

Biogarantie Omdat bio niet stilstaat

INTERESSE OM ZELF HET BELGISCHE BIOGARANTIE-LABEL

OOK BIOGARANTIE TE WORDEN?

Het Belgische label Biogarantie gaat voor bio op volle

Lees meer op www.bfvl.be/biogarantie.

kracht. Wie voor Biogarantie kiest, kiest voor extra

Wil je Biogarantie gebruiken, dan moet je lid

criteria op ecologisch, economisch en sociaal vlak.

zijn of worden van BioForum.

Met Biogarantie Belgisch wil Biogarantie sterker inzetten op lokale origine en eerlijke prijs.


GEZONDHEID

VERANDERENDE SECTOR

Corona en biodiversiteit

ECOLOGIE

Corona overheerste het wereldnieuws de afgelopen maanden. Myriam Dumortier, professor bos- en natuurbeleid aan UGent, schreef voor Bio Actief over hoe nieuwe infectieziekten tot bij de mens geraken en hoe we dat in de toekomst kunnen voorkomen.

VOOR WIE?

De hele biosector

D

e voorbije decennia kreeg de mensheid een groeiend aantal nieuwe infectie­ ziekten over zich heen. De meerderheid daarvan (hiv, ebola, zika, ...) is afkomstig van dieren. Dat is ook zo bij SARS-CoV-2. Uitbraken van infectieziektes hebben met nabijheid ­tussen mensen en wilde dieren te maken. Er zijn drie spelers in het verhaal: (1) de wilde dieren die pathogenen dragen, (2) de mensen die ze kunnen krijgen, en (3) het vee, dat als tussengastheer kan optreden.

Minder wilde diersoorten en meer pathogenen Naarmate mensen natuur vernietigen, ­verdwijnen steeds meer soorten. Maar er zijn ook soorten die blijven en soms zelfs tussen mensen kunnen overleven. Helaas blijken die overlevers vaak pathogenen te dragen. In Afrika vonden onderzoekers ­bijvoorbeeld een verband tussen ont­bossing en uitbraken van ebola. Na verlies van hun

16

Bio Actief

48

leefgebied zochten vleerhonden, drager van het ebola-virus, hun toevlucht tot menselijke nederzettingen, met alle gevolgen van dien. Hetzelfde gebeurde na ontbossing in Madagaskar: knaagdieren, drager van de pestbacterie, verschansten zich in dorpen en daarna volgden de uitbraken. De degradatie van natuur blijkt gelijkaardige gevolgen te hebben. Normaal gaat veel biodiversiteit samen met veel diversiteit aan pathogenen. Men spreekt daarbij van verdunning: meer diersoorten betekent een verdunning van de dragers van pathogenen. Maar wanneer de soortenrijkdom afneemt, blijken vooral de dragers van pathogenen te overleven en zich zelfs uit te breiden. Zo bleek droogte ten gevolge van klimaatverandering mee verantwoordelijk voor uitbraken van ebola in Afrika. Omdat de vleerhonden niet genoeg vruchten meer ­vonden in bossen, gingen ze die in menselijke nederzettingen zoeken. Datzelfde mechanisme werd ook aangetoond voor de ziekte van Lyme. Hoe minder soorten zoogdieren, hoe meer besmette zoogdieren, hoe meer besmette teken en hoe meer Lyme-ziekte bij de mens.

Tot slot brengt de handel in wilde dieren mensen en dieren met elkaar in contact. Bij ons is er groeiende interesse in ­exotische huisdieren. Bij de Chinezen gaat het vooral om culinaire rariteiten en traditionele ­medicijnen. Tot die laatste behoren onder meer civetkatten en schubdieren, meteen de verdachten voor de transmissie van ­respectievelijk SARS-CoV-1 en SARS-CoV-2 van waarschijnlijk vleermuizen naar mens. Het kan zijn dat die vleermuizen ook op de markt te koop waren, of misschien kwamen ze in de buurt van de markt omdat hun leefgebied niet meer voldeed. De rest van het verhaal kennen we.

Meer mensen en meer risico op besmetting Met hoe meer mensen we op aarde zijn, hoe groter het risico dat ergens iemand besmet geraakt met een pathogeen van een wild dier. Bovendien zijn we ook hypermobiel. Als iemand besmet raakt en die besmetting overdraagbaar is tussen mensen, dan duurt het niet lang voor het pathogeen elke uithoek van de wereld bereikt. Dat is wat we nu meemaken.


fotografie

Kobe Van Looveren

De groeiende ongelijkheid versterkt dit nog. Volgens het VN-Voedselagentschap is de honger in de wereld sinds 2015 opnieuw aan het toenemen, onder meer als gevolg van klimaatverandering. Voor mensen in extreme armoede is er soms geen andere uitweg dan bos vernietigen en aan overlevingslandbouw doen, of diep in de bossen naar voedsel zoeken en wilde dieren eten. Dat vergroot uiteraard het risico op nieuwe infectieziekten.

Industriële veehouderij Er is ook steeds meer vee op aarde. Vee kan de overdracht van pathogenen van wilde ­dieren naar mensen faciliteren. We moeten hier wel onderscheid maken tussen verschillende vormen van veeteelt. Bij kleinschalige veeteelt, waarbij enkele dieren vrij rondlopen, is het risico op besmetting door wilde dieren groot. Maar bij een eerste besmetting doet een pathogeen het doorgaans nog niet zo goed. Bovendien zijn er maar een beperkt aantal andere dieren om de besmetting door te geven. Daardoor verdwijnen veel van die besmettingen snel.

Bij industriële veeteelt gelden strenge bioveiligheidsmaatregelen om het risico op besmetting door wilde dieren in te dijken. Maar hoe streng die maatregelen ook zijn, besmetting kan nooit 100% worden uitgesloten. Denk aan de vele transporten, de ventilatie, het veevoeder, de afvalverwerking. Bovendien gaat het bij industriële veeteelt om grote aantallen dieren, dicht op elkaar, genetisch zeer gelijkend en geselecteerd op productie. Als er daar een besmetting plaatsvindt, kan die zich enorm snel verspreiden. Tijdens die verspreiding gebeuren constant mutaties. Hoe meer mutaties, hoe groter het risico dat ergens onderweg een conversie naar een hoog-pathogene variant plaatsvindt. Onderzoek op conversies van laag-pathogene naar hoog-pathogene vogelgriep toonde aan dat de meeste van die conversies in grote stallen plaatsvinden, bovendien vooral in het globale noorden. Om risico’s te kunnen inschatten is het belangrijk stil te staan bij hoeveel wilde dieren, mensen en gekweekte dieren er zijn. Onderzoekers berekenden de verdeling van de biomassa van zoogdieren op aarde. Hun

conclusie was ontluisterend. 60% van de biomassa zoogdieren bestaat uit vee, 36% uit mensen. De overige 4% zijn wilde dieren. Bij de vogels is de scheefgroei gelijkaardig. Bijna driekwart van de biomassa vogels op aarde is pluimvee, de rest zijn wilde vogels. Dat is een zeer zorgwekkende situatie, want het betekent dat het maar een kwestie van tijd is voordat de volgende infectieziekte uitbreekt. Hoe kunnen we die scheefgegroeide situatie rechttrekken en het risico op nieuwe infectieziekten intomen?

Veestapel verkleinen Zowat de enige optie om het onevenwicht recht te trekken is de veestapel te ­verkleinen. We moeten daarbij onderscheid maken ­tussen verschillende vormen van veeteelt. Enerzijds is er vee dat graast en met lokaal groen- en ruwvoer en oogstresten wordt gevoed. Er is veel grasland op aarde en daar is veeteelt de meest duurzame vorm van voedselproductie. Anderzijds is er ook veeteelt op basis van

Bio Actief

48

17


fotografie

Kobe Van Looveren

graan en oliehoudende zaden (vooral soja), krachtvoer dus. Om de gigantische veestapel te kunnen voeden ontstond de voorbije decennia een internationale handel in krachtvoer, meteen ook een belangrijke oorzaak van ontbossing in de tropen. Denk aan de soja uit Brazilië. Met krachtvoer gevoed vee noemt men wel eens graanvee. Het is een bijzonder inefficiënte manier om voedsel te produceren. Het is meer dan zes keer efficiënter om plantaardig eiwit te produceren voor menselijke consumptie, bijvoorbeeld peulvruchten. Dit inzicht opent mogelijkheden. Mochten we de teelt van graan en oliehoudende zaden voor krachtvoer vervangen door p ­ eulvruchten voor menselijke consumptie, dan zouden we het graanvee kunnen uitfaseren ­zonder gevolgen voor de voedselzekerheid. We zou-

“Agro-ecologie toont hoe we onze negatieve impact op de natuur kunnen minimaliseren” 18

Bio Actief

48

den zelfs veel minder grond nodig hebben. Daarmee zou niet alleen het risico op nieuwe infectieziekten verkleinen, het zou ook de biodiversiteit en het klimaat ten goede komen, het zou de mestproblematiek helpen oplossen en zelfs beter zijn voor de menselijke gezondheid. Als dat geen knoert van een win-win is! Dit voorstel heeft uiteraard implicaties voor ons dieet. Het betekent dat we onze consumptie van dierlijk eiwit drastisch verminderen, en in plaats daarvan veel meer plantaardig eiwit eten. Het wil evenwel geenszins zeggen dat we met z’n allen veganist moeten worden. Voor de productie van dierlijk eiwit hebben we nog de eerste vorm van veeteelt. Het is een hoopgevende gedachte dat we gewoon door anders te gaan eten zoveel positieve impact kunnen hebben.

Samenwerken met de natuur Combineer dat veel plantaardiger dieet met consuminderen, en er komt weer meer ruimte vrij voor de natuur, zodat de pathogenen verdund raken en het risico op infectieziekten verkleint. Maar we moeten ook zorgen dat die natuur niet degradeert, door onze negatieve impact op de natuur te minimaliseren. De sleutel

is samenwerken met de natuur, in plaats van er tegen vechten. Agro-ecologie toont hoe dit kan in de landbouw. In plaats van tegen de natuur te vechten met bijvoorbeeld pesticiden, draagt de agro-ecologische landbouwer zorg voor de natuur. Het leidt tot een rijkere en meer evenwichtige natuur, en zo tot minder plagen. De agro-ecologische landbouwer draagt ook veel zorg voor de bodem, waardoor water goed infiltreert en er minder uitdroging en erosie optreedt. Dit zorgende uitgangspunt zou in alle maatschappelijke activiteiten moeten worden doorgetrokken. Daar bestaan al voorbeelden van. Zo beschermt het Vlaamse Sigmaplan het bekken van de Schelde tegen overstromingen. In plaats van tegen de natuur te vechten en hogere dijken te bouwen heeft men ervoor gekozen om met de natuur samen te werken via overstromingsgebieden. Agro-ecologische principes dus. De coronacrisis heeft de kwetsbaarheid van de mensheid duidelijk gemaakt. Door onze nonchalante omgang met de natuur zijn we onze eigen toekomst aan het o ­ ndermijnen. We kunnen onszelf nog redden door g ­ raanvee uit te faseren, te consuminderen en de hele samenleving te inspireren op agro-­ ecologische principes.


BIO ACHTER DE SCHERMEN O P S TA P M E T

Laura Van Vooren Wat doet BioForum voor en met de sector? In deze rubriek gunnen we je een blik achter de schermen en volgen we de hele dag een collega. Dit keer gaan we op stap met Laura Van Vooren, projectmedewerker landbouw.

08:30

Op bedrijfsbezoek

Ik werk bij BioForum voornamelijk rond dierenwelzijn in de biologische varkens- en leghennenhouderij. Omdat het voor mijn werk belangrijk is om in nauw contact te staan met de sector, plan ik regelmatig een bedrijfsbezoek in. Tijdens dit bezoek leer ik de landbouwer en zijn of haar bedrijf kennen. Op die manier kom ik te weten wat er leeft, hoe de sector ervoor staat, wat de eventuele problemen zijn en wat BioForum voor de sector kan doen. Tijdens dit bedrijfsbezoek bespreken we ook altijd een aantal thema’s gelinkt aan dierenwelzijn.

13:30

Informatie verzamelen en uitwisselen

Ik krijg tijdens contacten met bedrijven soms vragen waar ik zelf niet meteen het antwoord op weet. Gelukkig heeft binnen BioForum ieder zijn of haar expertise. Samen met de collega’s komen we er meestal wel uit. Daarom plan ik regelmatig een overlegmoment in waarop ik op zoek ga naar de gevraagde informatie. Afhankelijk van wat er speelt, organiseert BioForum daarnaast ook zelf infosessies over bijvoorbeeld wetgeving en beleid of administratie.

MEER WETEN?

Heb je nog vragen? Neem contact op met Laura Van Vooren via laura.vanvooren@bioforum.be.

11:30

Projectoverleg BioForum werkt voor verschillende projecten samen met Europese partners. Daar hoort regelmatig overleg bij, waar we onder meer de resultaten van de werking in Vlaanderen met de anderen terugkoppelen. Ook de andere landen delen hun ervaringen. Soms kunnen we hieruit leren, soms is onze aanpak inspiratie voor anderen.

15:00

Voorbereiding netwerkmoment Om bepaalde knelpunten of problemen in de keten aan te pakken, is overleg tussen verschillende partijen nodig. Daarvoor moeten we eerst alle betrokken partijen en hun standpunten leren kennen. In een volgende stap ­bekijken we dan wat er nodig is om die knelpunten te kunnen verlichten of wegnemen. Zo’n overleg is het meest c­ onstructief als we de verschillende partijen samen rond de tafel krijgen. Dat helpt om te werken aan een verbetering of oplossing waar iedereen zich goed bij voelt.

Bio Actief

48

19


WETGEVENDE SECTOR GEZONDHEID

Een kleine toevoeging

ZORG

Voedingsproducenten beweren steeds meer dat hun producten geen extra additieven bevatten en gebruiken daarvoor de term ‘clean label’. Alleen is deze claim vaak onterecht en misleidend voor de consument. fotografie

Lisa Develtere

VOOR WIE?

De hele biosector

B

ij de productie van voeding wordt vaak om technische redenen een beroep gedaan op additieven. Deze stoffen helpen om bepaalde processen te realiseren. Ze geven bijvoorbeeld kleur aan een product of ze versterken de smaak.

De wet ziet additieven als ingrediënten. Ze staan daarom ook vermeld op de verpakking, maar worden niet als dusdanig geconsumeerd. Europa hanteert een lijst van toegelaten additieven, bij de consument beter gekend als de zogenaamde E-nummers. Elk additief wordt onderworpen aan een toxicologisch onderzoek en moet beantwoorden aan zuiverheidscriteria. Voor sommige ­a dditieven legt men een Aanvaardbare Dagelijkse Inname (ADI) vast. Het gebruik is dus streng gereglementeerd. De biosector focust zich bij de verwerking van producten op natuurlijke processen, waardoor er vanzelf veel minder additieven nodig zijn. Soms zijn ze onvermijdelijk. De biowetgeving laat maar zo’n vijftig additieven toe.

Geen E-nummers Ook in de gangbare voedingsindustrie zien we

20

Bio Actief

48

een trend naar minder additievengebruik. De consument wil immers niet langer een waslijst aan E-nummers op zijn producten zien. Veel voedingsproducenten gebruiken daarvoor de term ‘clean label’, al is dat begrip niet wettelijk gedefinieerd. We juichen deze evolutie toe, al blijkt de realiteit een pak genuanceerder. Vaak worden additieven immers ingeruild voor extra ingrediënten, die dezelfde functie hebben als het oorspronkelijke additief en voor het eindproduct geen andere rol spelen. Het zijn dus in feite gewoon additieven.

Wetgeving omzeilen? Dat brengt vragen met zich mee. Door iets niet te benoemen als additief, terwijl het dat eigenlijk wel is, misleidt men de consument. Vaak wordt dat nog versterkt doordat producenten zeggen dat hun product ‘natuurlijk’ is. Maar dat is niet het enige probleem. Deze ingrediënten hebben niet dezelfde strenge toelatingsprocedures doorlopen, waardoor men bepaalde beperkingen inzake additieven kan omzeilen. Dat is een ongeoorloofd gebruik. Een goed voorbeeld is nitriet/nitraat, dat gebruikt wordt bij vleesproducten. Sommige fabrikanten vermijden liever het woord nitraat of nitriet op de verpakking en nemen daarom hun toevlucht tot spinazie-extract.

Dat is rijk aan nitraat, maar valt buiten de additievenwetgeving. Een ander voorbeeld is het kleuren van levensmiddelen. De wetgeving maakt een onderscheid tussen kleurstof (een additief) en een kleurend levensmiddel (ingrediënt). Kurkuma en saffraan zijn een voorbeeld van kleurend levensmiddel. Wanneer een kurkuma-extract zodanig is opgezuiverd dat enkel de kleurende pigmenten nog overblijven, wordt het een additief. In de realiteit wordt dat vaak niet zo benoemd. Ook in bio pleiten een aantal bedrijven voor minder additieven ten voordele van clean label-oplossingen. De biosector beperkt het gebruik van additieven tot het strikt noodzakelijke, maar het verminderen van het aantal additieven is geen doel op zich. Biobedrijven die toch willen inzetten op nog minder additieven, moeten zich dus bewust zijn van het feit dat de alternatieven niet altijd de beste oplossing zijn. Essentieel blijft dat we transparant blijven naar de consument.

MEER WETEN?

Neem contact op met onze adviseur voedingsbedrijven Sofie vandewijngaarden sofie.vandewijngaarden@bioforum.be.


LERENDE SECTOR EERLIJK

Biomarketing Tijdens de coronacrisis van maart en april zagen korteketenen biowinkels heel wat nieuwe klanten over de vloer komen. Maar hoe zorg je ervoor dat ze blijven komen als de crisis is gaan liggen? We geven een aantal tips. fotografie

Kobe Van Looveren

VOOR WIE?

Bioverkooppunten

B

io gaat uit van het basisidee dat we via onze voeding zorgen voor het welzijn van bodem, plant, dier, mens en planeet. Dat is ook precies waar heel wat consumenten zich als gevolg van de coronacrisis meer op zijn gaan richten. Bovendien heeft de pandemie ertoe geleid dat mensen van hun gewoontes afweken en andere verkooppunten gingen zoeken.

Met andere woorden: de korte keten boomt, net als de algemene verkoop van bio. Alleen is de vraag nu hoe we deze klanten blijven houden als deze crisis is gaan liggen. Daarvoor moeten we ook kijken naar de motivatie van mensen om plots bio en/of lokaal te kopen. Sommigen doen dat omdat ze het te druk vonden in de supermarkten of omdat ze online jouw verkooppunt zagen passeren en eerder impulsief langskwamen. Deze twee groepen zullen niet makkelijk te behouden zijn. Tegelijkertijd zijn er mensen die plots beseffen dat lokale verkoop best belangrijk is. En tot slot heb je de mensen die er al langer aan dachten om bij jou te komen winkelen, maar daarvoor tot dan de tijd niet hadden. Deze twee laatste groepen zouden wel eens klant kunnen blijven.

De sleutel is dus verbinding met je klanten maken, zodat ze graag bij jou willen blijven winkelen. Marketing dus. Dat klinkt misschien als iets waar je geen tijd voor hebt, maar eigenlijk is het gewoon een verzamelterm voor de manier waarop jij je klanten aan jou bindt.

Bouw relatie op Verbinding met je klanten begint bij jezelf. Wie gelooft in zijn eigen product of bedrijf, heeft een sterke mindset. Dat zet aan tot actie. Als je gelooft dat klanten terug zullen komen, dan onderneem je ook stappen om de relatie met de nieuwe klanten verder uit te bouwen. Leer dus je klanten kennen en kom te weten wat hun verwachtingen zijn. Dat kan via een gesprek, maar ook door een bevraging. Vraag hen naar hun motivatie om bij jou te komen winkelen, maar pols ook naar de persoonlijke situatie. Iemands job kennen geeft bijvoorbeeld zicht op diens huishoudbudget. Op basis van de antwoorden kan je ­winkelinrichting, assortiment of communicatie aanpassen. Eventueel brei je na een aantal weken een vervolg aan de enquête, waarin je nagaat hoe tevreden ze zijn over je winkel en assortiment en waarin je hen ruimte geeft om eventuele noden nog aan je kenbaar te maken. Wil je dit via e-mail doen, dan moet je wel e-mailadressen verzamelen.

Door aan je klanten duidelijk te communiceren hoe ze deel uitmaken van jouw verhaal, zullen ze zich ook meer betrokken voelen.

Klantenbinding in je winkel Klanten verwachten dat je inspeelt op hun wensen. Dat vraagt een zekere flexibiliteit, maar tijdens de lockdown zagen we daaraan geen gebrek. Zo voerden verschillende winkels elektronisch betalen in toen dat plots de norm werd. Dat gaat niet meer weg. Heb je zelf nog geen elektronische betaalmogelijkheid? Payconiq is makkelijk in te voeren en kost bovendien niet zoveel. Ook de mogelijkheid om online te bestellen werd plots op veel plaatsen mogelijk. Zo’n bestelplatform is goedkoper dan vroeger. Twijfel je of je ook na de pandemie nog online bestellingen wil doen? Er zijn wel wat argumenten voor te bedenken: klanten hebben via de online bestellijst een duidelijk overzicht van je assortiment en het kan hen helpen om aankopen in jouw winkel beter te combineren met hun drukke leven. Het kan dus een manier zijn om klanten bij je te houden. Tot slot onderscheid je je als korteketen- en/ of biowinkel door je productassortiment. Niet alle producten zijn even gekend bij nieuwe klanten. Geef ze gratis proevertjes (met recept) en maak hen enthousiast voor seizoensproducten.

Bio Actief

48

21


Klantenbinding digitaal Daarnaast is er ook de online wereld, die een flink deel van je tijd kan opslorpen. Sociale media, nieuwsbrieven, een website... Hoe hou je al die ballen in de lucht, zeker in ­combinatie met telen (in het geval van korte keten) en een gezin? De Amerikaanse bioboerin en marketeer Charlotte Smith helpt korte­ ketenboeren met hun digitale strategie. Volgens haar hebben bioboeren 1 uur per dag nodig om hun marketing op punt te stellen. Dat geldt ook voor biowinkels. Charlotte Smith maakte een weekplanning die als inspiratie kan dienen. Je vindt ze op www.bfvl.be/ BA48_weekplanning. Een digitale nieuwsbrief blijft de basis. Stuur minstens één, maar liefst twee mailings per maand. Beperk je niet tot ­verkooppraatjes, maar vertel ook je persoonlijke verhaal. Het kan helpen om je de ideale klant in te beelden en hem te vertellen hoe je zijn hang naar puurheid, beleving, dierenwelzijn of seizoensgebonden producten invult. Via e-maildiensten als Mailchimp (www.mailchimp.com) kan je mails naar veel mensen tegelijk versturen. Dat kan gratis, al zijn er

22

Bio Actief

48

“Volgens bioboerin Charlotte Smith hebben bioboeren 1 uur per dag nodig om hun marketing online op punt te stellen.” dan wel beperkingen op hoeveel mails je per maand kan versturen. Op je website vinden klanten waarvoor je staat en wat je verkoopt. Vergeet ook ­praktische informatie als openingstijden en contactinformatie niet. Voorzie eventueel een blog met recepten, persoonlijke v­ erhalen, verhalen van klanten ...

ligt je bereik automatisch lager. Instagram en Pinterest zijn meer op het visuele gericht. Omdat het doel voor alle platformen anders is, is het niet zo zinvol om dezelfde post te herhalen op alle sociale media. Probeer wel minstens 3 keer per week iets te posten. Dat alles is geen garantie dat alle nieuwe klanten zullen blijven komen. Het is op zich normaal dat mensen afhaken, al kan het wel handig zijn om te achterhalen waarom ­precies en daaruit dan lessen te trekken.

Tot slot zijn er nog de sociale media. Hoe leuk likes op Facebook, Instagram of Pinterest ook zijn, deze mensen zijn niet per se je klanten. Sociale media helpen wel om je bedrijf een MEER WETEN? gezicht te geven en een gemeenschap te ­creëren. Je gebruikt ze dan ook om te inspi- Op www.3cowmarketing.com, de ­website van Charlotte Smith, vind je heel wat reren, informatie te delen en verbinding te interessante informatie. Ze heeft met creëren. Je hebt wel geen controle over wie je berichten te zien krijgt. Dat bepaalt Facebook ‘Profitable Mindset’ ook een interessante zelf. Beperk de verkooppraatjes, want dan podcast over dit thema.


LERENDE SECTOR

Bio, en waarom dan wel?

EERLIJK

Bio is overal, maar toch weten consumenten nog te weinig waar het label precies voor staat. Communiceer jij naar je klanten dat je biologisch werkt en wat dat betekent? Doe de checklist!

VOOR WIE?

De hele biosector

S

inds begin 2019 ontvangt BioForum jammer genoeg geen overheidssteun meer voor het informeren van de consument. Toch vonden we dit te belangrijk om te laten vallen. Daarom vindt elke consument op www.biomijnnatuur.be antwoord op veel­ gestelde vragen over bio en vertellen we via productfiches wat bio bijzonder maakt. Op www.biopunten.be kan hji of zij op zoek gaan naar verkooppunten van bio. Daarnaast zijn we aanwezig op Facebook en Instagram onder de noemer ‘Lekker Bio’ en versturen we ­maandelijks een nieuwsbrief.

We hebben een checklist gemaakt, zodat iedereen voor zijn eigen bedrijf kan nagaan hoe de eigen communicatie over bio nog kan versterkt worden.

Doe de checklist  Regelmatig zien we websites van biobedrijven waarop het woord bio niet of nauwelijks voorkomt. Dat is jammer. Maak aan bezoekers duidelijk dat je biologisch werkt en jaarlijks controle over de vloer krijgt. Pak uit met het Europese biolabel en Biogarantie, als dat van toepassing is.

Al deze hapklare informatie mag gratis over-

 Vertel op je website wat bio voor jou inhoudt. Gebruik daarvoor gerust de informatie op www.biomijnnatuur.be. Als boer kan je uitleggen dat je geen kunstmest gebruikt of dat jouw dieren

genomen worden op je eigen website of social media. Het enige wat we vragen is een bronvermelding en – als dat mogelijk is – een link waarop bezoekers kunnen doorklikken naar onze website.

buiten mogen lopen. Als verwerker benadruk je bijvoorbeeld waarom je alleen biologische ingrediënten gebruikt. Als winkelier kan je uitleggen waarom je voor een bio-­assortiment kiest.

Waarom we dat doen? Biobedrijven zijn door hun rechtstreekse contact met klanten vaak het best geplaatst om consumenten te informeren over wat bio inhoudt en waarom ze daarvoor kiezen. Het is belangrijk dat een biologisch ondernemer zich bewust is van de rol die hij of zij kan spelen in de communicatie over bio. Alleen samen kunnen we iedereen de juiste informatie over bio bezorgen.

 Veel boeren en winkeliers hebben al begrepen dat een bedrijfspagina op Facebook onmisbaar is. Je hebt interactie met je klanten en kan sneller nieuws delen dan op je website. Deel naast je eigen berichten (promo’s, foto’s, ...) ook de algemene berichten die verschijnen op Lekker Bio via www.facebook.com/lekkerbio.

 Dat Instagram door veel boeren wordt gebruikt, is niet zo verwonderlijk. Instagram is vooral beeldgericht, en zij kunnen makkelijk foto’s en video’s delen van oogstmomenten, boerderijdieren, recepten. Ook videorondleidingen doen het goed. Tip: koppel je accounts via ‘Creator Studio’, zodat je in één oogopslag posts op Facebook en Instagram kan inplannen. Volg ook onze Instagram-pagina!  Organiseer je een activiteit (rondleiding, workshop...)? Laat het ons weten via het formulier op https://biomijnnatuur.be/ kalender. Je kan bij ons ook gratis drukwerk over bio bestellen: folders, stickers, receptenkaarten....  We brengen regelmatig getuigenissen op Bio Mijn Natuur over BioForum-leden die verder gaan dan wat de biowetgeving oplegt. Wil je graag zelf in beeld komen? Stuur een mailtje met jouw verhaal naar pers@bioforum.be.

MEER WETEN?

Wil je graag in beeld komen? Heb je advies nodig voor je website? Wil je drukwerk bestellen? Stuur een mailtje naar pers@bioforum.be

Bio Actief

48

23


GEZONDHEID

ZORG

EERLIJK

ECOLOGIE

SECTOR IN GESPREK

Bio als inspiratie Louise Luttikholt, directeur bij IFOAM - Organics International, is blij om te zien dat de biologische principes die ze zelf mee tot stand bracht, na 15 jaar nog altijd standhouden. Maar ze kijkt graag ook verder. Een gesprek.

24

Bio Actief

48


VOOR WIE?

De hele biosector

D

e Nederlandse Louise Luttikholt is sinds 2018 directeur van IFOAM - Organics International (hierna IFOAM), de internationale koepelbeweging van de biosector. Van 2003 tot 2009 was ze ook al actief bij IFOAM. Toen coördineerde ze het proces dat in 2005 leidde tot de 4 biologische principes. Een ideale gast, dachten we, om te komen spreken op ons netwerkevent Bio2Bio eind maart. Maar we weten allemaal hoe dat gelopen is. Gelukkig kunnen we dankzij de moderne technologie alsnog vragen wat Louise precies wou komen vertellen aan de Vlaamse biosector.

Jij hebt het ontstaan van de 4 biologische principes van dichtbij meegemaakt. Hoe ging dat precies in zijn werk? Luttikholt: "Dat was een erg intensief proces, dat in totaal twee jaar heeft geduurd. Zoals bij veel dingen in de biologische landbouw ging het niet alleen om het resultaat, maar was ook de weg ernaartoe heel belangrijk. We wilden de hele biosector betrekken, waar ook ter wereld. De eerste vraag was e­ envoudig: als jullie je eigen principes in woorden z­ ouden gieten, welke woorden zouden dat dan zijn? Zo kwamen we uit bij acht kernbegrippen. Daar zijn we mee aan de slag gegaan. Na ­verschillende feedbackrondes zijn we in 2005 uiteindelijk beland bij de vier p ­ rincipes: gezondheid, ecologie, zorg en eerlijkheid. Deze principes staan na 15 jaar nog steeds als een huis. In een tijd waar alles altijd heel snel verandert, is dat best bijzonder. Ik kom als directeur van IFOAM over de hele wereld, en het is prachtig om te zien hoe je die principes overal ziet terugkomen.

We spreken altijd over de biologische principes, maar je wil graag een lans breken om dat open te trekken. Luttikholt: "Zeer zeker. Ken je het begrip ‘Planetaire grenzen’? Die term werd in 2009 bedacht door de Zweedse hoogleraar Johan Rockström. Hij deelt de planeet op in 9 chemisch-fysische systemen die relevant zijn

voor onze overleving en bepaalt dan voor elke categorie een grens die we beter niet overschrijden. Het gaat concreet om opwarming van de aarde, verlies biodiversiteit, stikstofkringloop, gat in de ozonlaag, oceaanverzuring, waterschaarste, landgebruik, chemische verontreiniging en aerosolen in de atmosfeer. (zie figuur op pagina 24, red.) Wat vooral opvalt is dat zeven van deze categorieën rechtstreeks invloed hebben op de landbouw. En omgekeerd. Concreet betekent dat ook dat de manier waarop we aan landbouw doen positieve of negatieve gevolgen kan hebben voor deze grenzen. En dat die op hun beurt effecten hebben op hoe we aan landbouw doen. Landbouw is met andere woorden de sleutel in dit verhaal. Dan kan je zeggen: biologische landbouw is de oplossing, want daar houden we rekening met de draagkracht van de aarde. De vraag is alleen of we daarvoor wel groot genoeg zijn. Elk jaar kijken IFOAM en onderzoeksinstelling FiBL naar de stand van de biolandbouw wereldwijd, de statistieken. We kijken naar gecertificeerde bedrijven en de participatieve garantiesystemen die buiten Europa vaak de norm zijn. En daaruit blijkt dat eind 2018 1,5 procent van alle landbouw biologisch was. We groeien wel, maar ons aandeel blijft dus erg klein. Kunnen we met dat kleine beetje biolandbouw wel die grote noden in de wereld oplossen? En dan komen we uit bij wat we bij IFOAM bio 3.0 noemen. We kunnen niet blijven zeggen dat die principes alleen van ons zijn, want dan komen we te laat. In plaats van alleen maar te focussen op dingen als wetgeving, denk ik dat we ons dus ook moeten gaan bezighouden met de anderen die (nog) niet duurzaam werken en kijken hoe we een inspiratie kunnen zijn voor hen.

Doen we dat te weinig? In het verleden hadden we als sector toch iets betweterigs en preekten we vooral voor eigen kerk. We zijn misschien ook iets te bang voor die buitenwereld, terwijl dat niet hoeft. Net omdat onze principes zo in steen gebeiteld zijn, hebben we een goede basis om op terug te vallen. Nu, de laatste jaren

Bio Actief

48

25


zijn we daar als sector al sterk in gegroeid.

Op welke manier kunnen wij de buitenwereld inspireren? Er zijn verschillende strategieën nodig. In de eerste plaats moeten bepaalde schadelijke landbouwpraktijken gewoon verboden worden. Het gebruik van glyfosaat of het verbranden van oogstresten zoals in ontwikkelingslanden vaak gebeurt, hebben een erg negatief effectief op de planetaire grenzen van Rockström. Om zo’n verbod voor elkaar te krijgen, moeten we samenwerken met organisaties als Greenpeace. Die wegen sterk op het maatschappelijk debat en kunnen de hele landbouw verder helpen verduurzamen. Daarnaast moeten we ook het gesprek aangaan met niet-biologische boeren. We doen een heleboel dingen goed die ook in de gangbare landbouw handig zouden zijn. Die kennis moeten we gewoon delen. Anderzijds moeten we niet doen alsof we alles beter weten. De Europese biowetgeving is voor veel bioboeren de enige maatstaf, terwijl daarin niet alle bioprincipes zijn opgenomen. Tegelijkertijd zijn er best wel wat gangbare boeren die op hun

bedrijven dingen doen die perfect beantwoorden aan een of meerdere principes. Tot slot moet het biologisch verhaal ook voor de consument nog aantrekkelijker worden. Daar zijn we al sterk in verbeterd. Toen ik in 1992 begon te werken bij Biologica (de voorloper van Nederlandse ketenorganisatie Bionext, red.), had je biowinkeltjes waar ze verschrompelde appeltjes verkochten. Zo krijg je niet uitgelegd waarom bio beter is. Dat is al sterk gebeterd, al betekent dat ook weer niet dat we geen kromme wortels mogen verkopen. Waarom we dat doen, hoort ook bij ons verhaal. Vanuit IFOAM hebben we met ‘Honest Food’ een wereldwijde toolkit voor communicatiecampagnes opgezet die de consument duidelijk moet maken waarom bio de juiste keuze is.

In de biosector leeft er wel een angst dat je een bio met twee snelheden krijgt: zij die zich louter aan de regels houden en zij die de biologische principes volledig nastreven. Hoe gaan we daar mee om? Sowieso moet elk bedrijf de kans krijgen om daarin te groeien. We mogen niet vergeten dat boeren die omschakelen en zich puur aan de wetgeving houden ook goed bezig zijn. Je hebt tijd en ruimte nodig om te evolueren. Maar het probleem is ook de economische context. Dingen anders doen brengt vaak ook een grotere kost met zich mee, en die ­financiële marges ontbreken doorgaans. Op dat vlak vind ik True Cost Accounting wel een geschikt instrument. Zo kan je alle kosten ­doorrekenen. Stel dat uit de berekening blijkt dat je het water veel minder vervuilt als bioboer, en daarvoor ook financieel beloond wordt, dan ontstaat er wel ruimte. Het is vooral een instrument om overheden duidelijk te maken welke m ­ aatschappelijk winst bio zou kunnen opleveren. Nu al gaan ontwikkelingsorganisaties er mee aan de slag om te laten zien hoe (in)efficiënt landbouwsubsidies worden ingezet. En in Duitsland maken ook biohandelsbedrijven zo al berekeningen. Voor True Cost Accounting hebben we ­trouwens ook partners uit onverwachte hoek. In de internationale zakenwereld nemen ­herverzekeraars klimaat- of bodemkaarten en kostberekeningen bij de hand om te k ­ ijken

26

Bio Actief

48


of een bepaalde investering slim is. Ze kijken dus op lange termijn. Als zulke bedrijven al mee zijn in het verhaal, dan ben je goed op weg natuurlijk.

In hoeverre moeten we boeren stimuleren om zich biologisch te laten certificeren? IFOAM werkt over de hele wereld, en het valt me op dat we in Europa bij bio meteen ­denken aan certificatie en wetgeving. Ik ben een grote fan van Europa en de Europese instellingen, maar het bepaalt heel erg hoe we denken. Dat is niet negatief of positief, we moeten er ons alleen van bewust zijn. In de rest van de wereld bestaan er ook andere vormen van verificatie, zoals participatieve ­systemen. Europese CSA-bedrijven m ­ oeten zich laten certificeren om zichzelf bio te mogen ­noemen, terwijl het model an sich ook al een vorm van verificatie is. Er moet vooral transparantie zijn. De ­maatschappij verlangt van bedrijven dat ze helder zijn in hoe ze werken. Certificatie is één manier om transparant te zijn, maar het kan ook anders. Een aantal Oostenrijkse biobedrijven publiceren elk jaar een publiek jaarverslag waarin ze oplijsten hoe hun bedrijven mee hebben bijgedragen aan het maatschappelijk nut. Sommige Oostenrijkse regio’s werken volledig biologisch. Eigenlijk is het best vreemd dat er bij al die bedrijven nog een controleur langsgaat met een checklist. Je zou het ook kunnen omdraaien. Biologisch zien als de norm, en vooral de bedrijven controleren die niet gecertificeerd zijn en nog wel met bepaalde belastende inputs werken. Dan ontstaat er een heel andere dynamiek. Uiteindelijk telt de praktijk en het doel om onze planeet vooruit te helpen.

Hoe ziet die transparantie er dan uit buiten Europa? In Azië wordt veel meer op lokaal niveau gedacht. 250 gemeenten in Zuid-Oost-Azië zijn volledig biologisch. En ongeacht wat er op hoger politiek niveau gebeurt, gaan die gewoon door. Ze wachten niet op nationale wetgeving en zijn er dus een pak onafhankelijker van. Bovendien komen die gemeenten af en toe samen. Daar maken ze dan afspraken met elkaar en wisselen ze onderling ideeën uit.

In India zie je boerencollectieven. Ik ken een boerencollectief dat bestaat uit ‘maar’ 5.000 boeren – en dat is dus weinig – die afspraken maken over afzet, communicatie enzovoort. Dat verloopt allemaal zonder problemen.

Tot slot: hoe zie jij de toekomst van de biosector? Ik ben positief. In Europa doet IFOAM EU heel belangrijk werk. Dan heb ik het niet alleen over hun rol in de nieuwe biowetgeving, maar ook hun ambities op langere termijn. Ze w ­ illen dat tegen 2030 de helft van de landbouw in Europa biologisch is of gebaseerd is op de biologische principes. Ze denken dus al breder en voorzien ook ruimte voor boeren die niet gecertificeerd zijn. Om die ambities van 2030 te halen zullen we ook moeten kijken naar grotere bedrijven. Je hoeft geen er geen fan van te zijn, maar we zien dat bedrijven als Unilever en Danone volop bezig zijn om hun productielijnen en waardeketens te verduurzamen. In plaats van hen tegen de schenen te stoppen, ­moeten we kijken hoe we ze meekrijgen in ons ­verhaal. En ongetwijfeld kunnen wij ook van hen wat leren. Maar erg belangrijk is dat we ook ­kijken naar de geweldige dingen die buiten Europa aan het gebeuren zijn. Op onze blog www.organicwithoutboundaries.bio verza­melen we positieve voorbeelden van over de hele wereld. Erg inspirerend is het verhaal van bioboerin Sylvia Kuria uit Kenia, die heel wat boeren in haar regio aanmoedigt om ook biologisch te gaan telen. Wist je dat biologische landbouw een middel was om een burgeroorlog te stoppen in de Filippijnen? Rebellen kregen toegang tot land, op voorwaarde dat ze de wapens neerlegden en biologisch gingen boeren. Dat is een erg mooi verhaal.

MEER WETEN?

Ook BioForum doet mee aan de Honest Food-campagne, samen met Voedsel Anders. Je vindt Nederlandstalig campagnemateriaal op https://voedsel-anders.be/ tips/294-honest-food-campagne. Deel deze campagne gerust via je eigen kanalen.

Bio Actief

48

27


EERLIJK

INTERNATIONALE SECTOR

Bio in Denemarken

ECOLOGIE

In Denemarken maken bioproducten 12 procent uit van de totale verkoop van voedingsmiddelen. Op dat vlak is het land wereldleider. Reden voor ons om te kijken waar dit succes vandaan komt.

aandeel heel hoog: natuuryoghurt (48,6%), wortelen (45,2%), melk (32,3%) en eieren (29,9%). Groenten en fruit maken samen zo’n 33 procent uit van de totale bio-omzet.

VOOR WIE?

De hele biosector

W

ie in Deense winkels op zoek gaat naar bio, moet niet alleen kijken naar het groene EU-logo, maar ook naar het label met de rode ø. Dit door de Deense overheid gecertificeerde logo staat voor Økologisk.

Bio boomt in Denemarken: in 2019 kochten de Denen voor 14,1 miljard Deense Kroon (1,88 miljard euro) bioproducten in de detailhandel. Tel daar de verkoop in foodservices (335 miljoen euro) en nog andere kanalen (80 miljoen euro) bij, en de totale omzet komt uit op zo’n 2,29 miljard euro. Bio neemt ongeveer 12 procent van de totale voedingsmarkt in. Denemarken is wereldleider op dat vlak, voor Zwitserland (10,3%) en Zweden (9,6%). De Denen kopen hun bioproducten vooral in supermarkten (41,2%) en discounters (39,4%), maar ook online verkoop scoort goed met een aandeel van 13,5%. Marktonderzoekers verwachten dat de Deense biologische voedselmarkt tegen 2030 nog zal verdrievoudigen. Vooral basisproducten domineren de biomarkt. Voor enkele producten is het markt-

28

Bio Actief

48

Exportland Zo’n grote biomarkt vraagt natuurlijk ook een aanzienlijk aandeel biologische landbouw. In 2018 was bijna 10 procent van het totale areaal biologisch. Op een jaar tijd kwamen er 250 nieuwe landbouwbedrijven bij en nam het bio-areaal toe met 25 procent. Analisten gaan er van uit dat een verdere groei van de productie nodig zal zijn om aan de stijgende vraag te kunnen voldoen. Tegelijkertijd is Denemarken sterk gericht op export. In 2018 werd voor 385 miljoen euro geëxporteerd, waarvan 42% naar Duitsland en 15% naar Zweden. De belangrijkste exportproducten zijn melk- en eiproducten, onder meer naar China. Verwacht wordt dat de export met 10% per jaar zal blijven groeien.

Ambitieuze overheid Waarom doet bio het zo goed in Denemarken? De ambities van de Deense overheid spelen een grote rol. Al sinds 1995 voorzien ze actieplannen. In 2012 legden ze zich als doel op om het bio-areaal tegen dit jaar te verdub-

belen. Daar zijn ze intussen ook in geslaagd. Om dit te realiseren werd ingezet op verschillende terreinen: export, onderwijs, onderzoek en een aanbod in de publieke sector. En de regering in Kopenhagen zit niet stil: in 2019 lanceerden ze een nieuw actieplan. Tegen 2030 willen ze de consumptie van biologische etenswaren onder Denen verdubbelen.

Biologisch in de keuken Dagelijks eten meer 800.000 mensen biologisch in kantines, ziekenhuizen en kinderdagverblijven. In de Deense foodservice-sector heeft bio een marktaandeel van 10 procent, en elk jaar stijgt dit. Er is sinds 2009 zelfs een apart label voor. Het "biocuisine"-label duidt aan hoeveel procent van de producten in de keuken biologisch is. Dat gaat van Brons tot Goud, waarbij Goud staat voor een aandeel bio van 90 tot 100 procent. In Kopenhagen zijn 9 op 10 stadskeukens biologisch gecertificeerd. Toen de stad vorig jaar gastheer was voor een internationale bijeenkomst van burgemeesters, werd er dan ook een oproep gedaan voor gezondere, klimaatvriendelijkere biologische voeding in openbare instellingen. Het Deense voorbeeld helpt bij het realiseren van de Duurzame ontwikkelingsdoelstellingen van de VN.


Er is ook een maximale transporttijd voor biologische dieren tot aan het slachthuis. Het gebruik van gesekst sperma is toegelaten op biobedrijven. Op die manier vermijdt men de geboorte van stierkalveren. Er is namelijk geen markt voor biologische stierkalveren en zo vermijdt men dat biologische stierkalveren op de gangbare markt moeten worden afgezet.

Onderzoek Al van bij het eerste actieplan bio in 1995 was er aandacht voor onderzoek. 11 Deense onderzoeksinstellingen werkten samen een vierjarig onderzoeksprogramma uit. Dat leidde uiteindelijk tot het IRCOFS (International Centre For Research In Organic Food Systems). Zij beheren onder meer Organic ePrints (www.orgprints.org), een internationaal archief van meer dan 20.000 publicaties over onderzoek in de biologische landbouw en voeding.

Samenwerking Samenwerking is ongetwijfeld een van de succesfactoren van de Deense biosector. Er wordt op zeer veel verschillende niveaus goed samengewerkt: de overheid met private ondernemingen, binnen grote en kleinere landbouwcoöperaties, intern bij ondernemingen ... Dat bevestigt ook Pernille Bundgård, internationaal marketingdirecteur bij Organic Denmark, de sectororganisatie van de Deense biowereld. "Sinds de introductie van het rode Ø-label in 1990 hebben de opeenvolgende Deense regeringen een positieve kijk op bioproducten. Ze hebben de ontwikkeling ervan ondersteund met onder meer financiering voor onderzoeks- en marketingcampagnes. De samenwerking tussen de overheid en de sector heeft een belangrijke rol gespeeld in het succes van bio in ons land. Deense consumenten hebben veel vertrouwen in de manier waarop producten door een staatsagentschap gratis worden gecontroleerd, van boer tot supermarkt."

belangrijke rol in het succes van de Deense (biologische) landbouw. Coöperaties zijn verantwoordelijk voor productontwikkeling, verwerking en verkoop van landbouwproducten. De ontwikkelingen in de Deense biosector werden in belangrijke mate geleid door enkele zéér grote landbouwcoöperaties, maar tegelijk ook door een groot aantal kleine maar sterk innovatieve voedingsbedrijven. De wetgeving stimuleert bovendien gemengde landbouwbedrijven en/of samenwerking tussen plantaardige en dierlijke bedrijven. Zo werken veel melkveebedrijven samen, om zich van daaruit elk verder te specialiseren. Op die manier krijg je coöperaties die samen tot wel 1200 ha bewerken, waarin elk bedrijf zijn eigen taak heeft. Eén collega is bijvoorbeeld gespecialiseerd in de voederteelten, terwijl een ander vooral bezig is met het houden van de melkkoeien. "Op die manier lijkt er veel meer rust te komen in de bedrijfsvoering.", aldus Bundgård.

Dierenwelzijn Dierenwelzijn staat hoog op de agenda in Denemarken. Biologische melkkoeien moeten in Denemarken minimaal 150 dagen per jaar weidegang hebben, telkens minimaal 6 uur per dag. Er dient minimaal 0,3 ha weide ter beschikking te zijn voor deze weidegang. Kalveren moeten minstens de eerste 24 levensuren bij de moeder te blijven. Stierkalveren worden niet geëxporteerd.

Bovendien kiezen veel Denen steeds meer voor plantaardige voeding en minder dierlijke producten. Dat is onder meer ingegeven door de sterke overtuiging dat veehouderij mee verantwoordelijk is voor de opwarming van het klimaat. Dat valt ook te zien aan de verkoop van plantaardige melk, zoals sojaof havermelk. Die steeg met 22 procent in 2019, terwijl de verkoop van koemelk maar met 7 procent toenam. Qua volume ligt de verkoop van koemelk wel nog twaalf keer hoger.

Maaltijdboxen Aarstiderne is een groot Deens biobedrijf dat groenten en andere producten in de vorm van pakketten verkoopt. Het was oorspronkelijk gericht op groentepakketten, maar 3 jaar geleden zagen ze die markt teruglopen en lanceerden ze maaltijdpakketten. Het systeem is vergelijkbaar met dat van het Nederlandse bedrijf HelloFresh, dat ook in Vlaanderen levert. Zo’n maaltijdbox bevat alle ingrediënten voor een 3-tal maaltijden. Er zijn verschillende formules op maat van de Deense consument. Op dit moment bestaat 75% van hun pakketten uit deze maaltijdpakketten. Ze hebben een ‘meal box’, een fast box (30 min), een fast fast box (20 min), een vegan box, een only Danish box,... Het productiebedrijf zelf bestaat uit 700 ha, waarvan 300 ha bosgebied. In 1996 schakelde het bedrijf om naar de biologische teelt. Momenteel verdeelt Aarstiderne 30 à 40.000 boxen per week. 10% daarvan gaat naar Zweden, de rest blijft in Denemarken. In een proeftuin test Aarstiderne jaarlijks zo’n 150 nieuwe rassen en soorten uit. Chefs en boeren ontmoeten er elkaar en beslissen welke 5 gewassen of variëteiten geteeld zullen worden en in de boxen terecht komen.

Ook de coöperatieve gedachte speelt een

Bio Actief

48

29


BIOSTELLING GEZONDHEID

Vlaamse foodservices moeten verplicht onder controle staan voor bio

EERLIJK

In de Biostelling gaan we bij de sector te rade over een actueel thema dat de gemoederen beroert. Moeten Vlaamse horecazaken en grootkeukens ook certificatieplicht voor bio hebben? Die vraag stelden we aan een aantal mensen uit de sector.

I

n Vlaanderen moeten boeren, voedingsbedrijven en winkeliers die de term bio willen gebruiken, zich laten certificeren. Foodservices – horeca en grootkeukens – kennen die certificatieplicht niet. Ze mogen dus bio vermelden op hun menu’s als ze werken met bio-ingrediënten, zonder dat ze daarop gecontroleerd worden. In Brussel en Wallonië moeten foodservices zich in dat geval wel laten certificeren. Dat kan verwarrend zijn. Moet Vlaanderen even streng worden als de rest van het land of zijn er goede redenen voor deze uitzonderingsregel? We vroegen het aan de sector.

VOOR WIE?

De hele biosector

ja

nee

Bij de verdelers van bioproducten vinden we een aantal voorstanders van zo’n certificatieplicht. Zij leveren producten aan grootkeukens en horeca. Filip Fraeye van Biofresh vindt certificatie een vorm van bewijs naar de klant, zeker in het geval van grootkeukens: "Een opdrachtgever kan vanuit zijn eigen strategisch beleid vragen aan een cateraar om een aandeel bio op het menu te voorzien. Dat kan ook gaan om slechts enkele ingrediënten. Hierover wil men ook goed en rechtmatig kunnen communiceren naar de consument. Certificatie zorgt ervoor dat zij bio op een correcte en controleerbare wijze aanbieden en zo stapsgewijs kunnen groeien naar nog méér bio, en helder promotie voeren." Distributeur Lode Speleers van Biosano vindt ook dat certificatie toegevoegde waarde heeft en duidelijker is voor de consument. "We moeten er alleen over waken dat het eenvoudig kan en niet te duur is."

MEER WETEN?

Heb je zelf ook iets toe te voegen aan deze discussie? Neem dan contact op met adviseur Foodservices Marijke Van Ranst marijke.vanranst@bioforum.be.

30

Bio Actief

48

Daar wringt net het schoentje, aldus Peter Pattyn van BNIP. Die levert ijs aan een aantal horecazaken en baat ook zelf een ijssalon uit. "Ik ben het er mee eens dat de term bio beschermd moet worden en dat er controles nodig zijn om te kijken of de term niet onterecht gebruikt wordt. Alleen is de stap naar certificatieplicht een serieuze administratieve last. De kosten die het met zich meebrengt, zijn vaak niet in verhouding met de hoeveelheid bioproducten op de kaart. Door ook deze bedrijven verplicht onder controle te stellen, remmen we vooral de afzet van bio af. Dat kan niet de bedoeling zijn." Die vrees bestaat ook bij Yo De Beule van Duizendblad, een biologische theeverwerker: "Chefs kunnen als ambassadeur van de smaak een belangrijke bijdrage leveren aan de promotie van bio. Als daar administratie, kosten of sancties tegenover staan, zullen ze eerder zwijgen dan de loftrompet over bio te steken." Veel belangrijker volgens groentekok Frank Fol is dat chefs kiezen voor bioproducten. Over certificatie spreekt hij zich niet uit: "Mensen willen garanties krijgen dat de ingrediënten die gebruikt worden op hun best zijn. Bio kan die garantie grotendeels invullen. Daarom roep ik alle chefs op om te kiezen voor meer bio en met seizoensgebonden en lokale producten zelfs voor 100 procent bio te kiezen. Wie durft het aan?"


Advies over bio? BioForum helpt je verder! Ben je een voedingsbedrijf en heb je de stap naar bio gezet? BioForum geeft advies en opleidingen op maat. OPLEIDINGEN Hoe start je met biologische productie? Een opleiding voor personeel over wat bio precies inhoudt

路 路

ADVIES Het opstellen van een risicobeheersplan Welke procedures, instructies en registratieformulieren zijn er nodig?

路 路

V O O R M EER I N FO neem contact op met adviseur Sofie Vandewijngaarden sofie.vandewijngaarden@bioforumvl.be of T 03 286 92 72.

Je vindt alle mogelijkheden en tarieven op www.bfvl.be/advies.


Wie anders is even lokaal als u? Onze 200 Agri-experts staan voor u klaar. Crelan weet als geen ander wat er leeft en beweegt in uw buurt. We houden met z’n allen opnieuw van meer lokaal. Net als onze Agri-experts, die u betrouwbaar advies en een degelijke ondersteuning bieden om uw lokale ambities te doen slagen. Ook zij gaan daarvoor tot het uiterste. Want wie gaat voor duurzaam, verdient duurzame steun uit de buurt. Toch?

Afspraak bij uw expert in een Crelan-agentschap in uw buurt.

www.crelan.be


Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.