__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

Het magazine van Cursuscentrum Dierverzorging

VOORJAAR 2019 | Jaargang 12 | Editie 27

MAGA ZINE

CAREL VISSER: GENESIS

“Verrijking stopt verveling.”

Zhang Dali. Body and Soul – 18 maart t/m 25 juni 2017, Grote Zaal |

1


NU IN FUNDATIE ZWOLLE:

OPEN DI T/M ZO 11-17 UUR BLIJMARKT 20, ZWOLLE, TEL: 0572-388188 WWW.MUSEUMDEFUNDATIE.NL

VRIJHEID DE VIJFTIG NEDERLANDSE KERNKUNSTWERKEN VANAF 1968 BAS JAN ADER, ERIK ANDRIESSE, ARMANDO, GERRIT VAN BAKEL, TJEBBE BEEKMAN, ROB BIRZA, MELANIE BONAJO, RENÉ DANIËLS, JAN DIBBETS, RINEKE DIJKSTRA, MARLENE DUMAS, MARCEL VAN EEDEN, HANS EIJKELBOOM, JEROEN EISINGA, GER VAN ELK, RIA VAN EYK, FERDI, GUIDO GEELEN, KEES DE GOEDE, DAAN VAN GOLDEN, HANS VAN HOUWELINGEN, FOLKERT DE JONG, NATASJA KENSMIL, SUCHAN KINOSHITA, GERT JAN KOCKEN, JOB KOELEWIJN, ROB VAN KONINGSBRUGGEN, ATELIER VAN LIESHOUT, ERIK VAN LIESHOUT, SEYMOUR LIKELY, MARK MANDERS, RENZO MARTENS, AERNOUT MIK, MARC MULDERS, NAVID NUUR, MICHAEL RAEDECKER, JEROEN DE RIJKE & WILLEM DE ROOIJ, MARIA ROOSEN, VIVIANE SASSEN, ROB SCHOLTE, FIONA TAN, MICHAEL TEDJA, MONIEK TOEBOSCH, EMO VERKERK, ROY VILLEVOYE, HENK VISCH, CAREL VISSER, MARIJKE VAN WARMERDAM, GUIDO VAN DER WERVE EN ROBERT ZANDVLIET.

Vrijheid is een ambitieus en tegelijk nogal ongebruikelijk project: op deze tentoonstelling in Museum de Fundatie zijn de vijftig ‘kernkunstwerken’ te zien, toonaangevende kunstwerken die de afgelopen vijftig jaar in Nederland zijn gemaakt. Vrijheid is nadrukkelijk subjectief, en wil zowel een uitnodiging tot discussie zijn als een liefdesverklaring aan de Nederlandse kunst. Daarmee is het een niet te missen expositie voor iedereen die eindelijk eens alle Nederlandse topkunstwerken van de laatste vijftig jaar bij elkaar wil zien. Vrijheid is samengesteld door de kunstcriticus en auteur Hans den Hartog Jager (1968).

Viviane Sassen (1972), D.N.A., 2007, foto, 45 x 35 cm, collectie van de kunstenaar; Jeroen Eisinga (1966), Springtime, 2010-2011, 35 mm film loop, 19’5”, collectie van de kunstenaar; Guido van der Werve (1977), Nummer acht, everything is going to be alright, 2007, video loop, 10’10”, collectie van de kunstenaar en GRIMM, Amsterdam | New York (video still © Ben Geraerts).

Ferdi, Clementine’s Dream,, 1968, schuimrubber en ‘Borg fabrics’ kunstbont, 70 x 90 x 170 cm, collectie Giotta en Ryu Tajiri, foto: Egon Notermans; Zaalfoto Vrijheid, met v.l.n.r. Erik Andriesse, Amaryllis, 1988, acrylverf op doek, 280 x 380 cm, Stichting Erik Andriesse, in bruikleen aan het Noordbrabants Museum, ‘s-Hertogenbosch; Henk Visch, Zonder titel (Brug),, 1980, hout, staal en verf, 206 x 515 x 77 cm, collectie Kröller-Müller Museum, Otterlo, © Pictoright Amsterdam 2019; Ria van Eyk, My Woven Diary, 1976-1977, geweven wol, 320 x 880 cm, collectie Stedelijk Museum, Amsterdam; Folkert de Jong, Actus Tragicus,, 2013, gemengde techniek, 310 x 120 x 100 cm, collectie van de kunstenaar; Natasja Kensmil (1973), Zelfportret met kruis, 1999, olieverf op doek, 124 x 144 cm, AkzoNobel Art Foundation, © Pictoright Amsterdam 2019.

VERWACHT VANAF 25 MEI:

CHARLOTTE VAN PALLANDT

ZOMEREXPO 2019

DISCORDIA CONCORS

KUNST ALS LEVENSDOEL

Charlotte van Pallandt (1898-1997) schiep een gevarieerd en krachtig oeuvre waarmee ze een prominente plaats heeft verworven in de 20e-eeuwse Nederlandse beeldhouwkunst. De Fundatie toont een groot overzicht van haar werk, met o.a. aandacht voor haar gipsen voorstudies, schilderijen en tekeningen.

EUROPA

MICHAEL TRIEGEL

Charlotte van Pallandt, Portret van Dirk Hannema, 1974, brons 32 cm (h); Staande vrouwenfiguur met voet vooruit (Truus), 1952-54, brons 65 cm (h), beiden collectie Museum de Fundatie, Zwolle en Heino/Wijhe.

In de serene schilderijen van Michael Triegel (1968) zijn christelijke motieven naadloos verweven met mythen en legenden. In thematiek en uitvoering ademen ze de sfeer van de Renaissance.

Michael Triegel, Portret van Paus Benedictus XVI, 2010, gemengde techniek op board, 100,5 x 76 cm, collectie Institut Papst Benedikt XVI, Regensburg, © Pictoright Amsterdam 2019, foto: Galerie Schwind.

De grootste kunsttentoonstelling met open inschrijving en anonieme selectie in een Nederlands museum is parallel te zien in de Fundatie Zwolle en Kasteel het Nijenhuis in Heino/ Wijhe. Tot en met 15 maart 2019 kan iedereen op zomerexpo.nl werk binnen het thema Europa aanmelden en kans maken op deelname aan Europa ZomerExpo 2019.


VOORJAAR 2019 | Jaargang 12 | Editie 27

06

In dit BAZ magazine 05

Editorial

06

Carel Visser: GENESIS over de retrospectief van een groot beeldhouwer

12

‘Heel fijne bladen’ Joost Bergman over het grafische werk van Visser

12 14

Maura Biava in de Quistvitrine

15

Beeldcolumn

18

Dubbele trappiramide Dick Leijnse interviewt Sipko Schat

20

Sfumato nimfen en razende bolides Jadwiga Pol-Tyszkiewick schrijft over penningen

23

Aanwinsten in reliëf

24

Terrassen van stilzwijgende standvastigheid door Dick van Broekhuizen

24

26

Carel Visser: GENESIS een column van Carel Blotkamp

28

Colofon

29

Samenwerking

Cover: Lake Powell, 1988, ijzer, 172 x 29 x 38 cm, particuliere collectie

26


1994 – 2019

Nederland Beeldhouwland aan Zee Vijfentwintig jaar geleden vierde Nederland het ‘Jaar van de Beeldhouwkunst’. De Rijksoverheid had bedacht dat deze tot dan toe nogal verweesde kunstdiscipline nu eens extra aandacht verdiende. En zo werd 1994 het jaar waarin vrijwel alle Nederlandse musea hun beelden uit het stof haalden en tentoonstellingen aan beeldhouwkunst wijdden. Een atlas met een kleine 1000 hoogtepunten aan de openbare weg begeleidde een sculpturale beek- en brinkroute door onze twaalf provincies. De tijd was rijp want diezelfde jaren ’90 deden een revival zien van een fenomeen dat in het naoorlogse decennium zijn bloeitijd had beleefd in het Arnhemse Park Sonsbeek, namelijk tentoonstellingen van moderne, internationale beeldhouwkunst in de openlucht. De jaren ’90 toonden niet alleen de opkomst van lommerrijke galerietuinen vol betaalbare sculptuur. Ook het befaamde Sonsbeek herleefde, Den Haag Sculptuur ging van start, in Amsterdam glansrijk nagevolgd door Art Zuid. De befaamde, in 1961 geopende beeldentuin van het Kröller-Müller Museum kreeg vanaf diezelfde jaren gezelschap van andere beeldentuinen van museaal niveau zoals Beeldentuin Clingenbosch in Wassenaar (1995), de Anningahof nabij Zwolle (2004) en het Rijksmuseum in Amsterdam (2013). Den Haag wist zich vanaf 1994 definitief ‘Nederlands Hoofdstad van Sculptuur’ want op 11 september opende in Scheveningen koningin en beeldhouwster Beatrix het eerste Nederlandse museum dat zich geheel aan de beeldhouwkunst zou wijden. Beelden aan Zee, gesticht door de verzamelaars Theo Scholten en Lida Scholten-Miltenburg, werd het huis voor de moderne en hedendaagse beeldhouwkunst, nationaal en internationaal, voor gelouterde meesters en onbekend talent. Sinds de opening zijn ruim anderhalf miljoen bezoekers de drempel van het illustere gebouw van architect Wim Quist gepasseerd, zijn er honderden beelden aan de collectie toegevoegd, een kleine 200 tentoonstellingen georganiseerd en even zovele catalogi en monografieën gepubliceerd. Zes jaar lang vormde het Lange Voorhout in de Haagse binnenstad een extensie van onze internationale tentoonstellingsdrift. Presentaties van de eigen collectie reisden van Deventer tot Florence en staan permanent in het noorden (De Havixhorst in De Wijk) en het oosten (Kasteel Het Nijenhuis in Heino) van ons land. Het museum werd uitgebreid met een Koninklijk Monument, een glazen wand met hedendaagse poëzie, een openbare sprookjesbeeldentuin aan de boulevard, een historische Gipsotheek met voorstudies van bekende monumenten en een onderzoeksinstituut dat via een bijzondere leerstoel is verbonden met de Universiteit Leiden. Zonder afstand te doen van de 100% particuliere status en de speciale organisatie met vrijwilligers, heeft Beelden aan Zee in die kwart eeuw een nationaal en internationaal gerespecteerde status verworven als hoogwaardig en publieksvriendelijk museum voor moderne en hedendaagse, internationale beeldhouwkunst. Sinds 1994 zijn onze bezoekersaantallen verdubbeld. In 2019 verwachten wij, dankzij uw trouwe steun, de magische grens van 100.000 te gaan overschrijden. Tot spoedig! Jan teeuwisse, directeur Beelden aan Zee

Zhang Dali. Body and Soul – 18 maart t/m 25 juni 2017, Grote Editorial Zaal |

5


Carel Visser met bull terrier Mozes, ca. 1990, foto: Ad Petersen


CAREL VISSER:

Genesis Hij kiest omstreeks 1950 voor het vrije kunstenaarschap, geïnspireerd door beeldhouwers als Constantin Brancusi, Alberto Giacometti, Julio González en architect en meubelontwerper Gerrit Rietveld

De voorjaarstentoonstelling van 2019 is voor niemand minder dan één van de grootste beeldhouwers van Nederland uit de twintigste eeuw: Carel Visser (Papendrecht, 1928 – Le Fousseret, Frankrijk, 2015). Visser werd en wordt internationaal tentoongesteld – zijn werk reisde van Seattle tot Tokyo – en is vertegenwoordigd in vele internationale museale en particuliere collecties, waaronder alle grote musea in Nederland en Tate in Londen. Beelden aan Zee toont de grootste tentoonstelling over Carel Visser ooit, met ca. 150 objecten. Gestileerde figuratie Als beeldhouwer is Visser autodidact, hij is spelenderwijs tot de beeldhouwkunst gekomen. Als tiener maakt hij al objecten in hout en ijzer; lassen leert hij in het constructiebedrijf van zijn vader. Soms zijn het abstracte vormen, soms voorstellingen van mens en dier. Na afgebroken opleidingen tot architect en tekenleraar, kiest hij omstreeks 1950 voor de beeldhouwkunst en het vrije kunstenaarschap, geïnspireerd door beeldhouwers als Constantin Brancusi, Alberto Giacometti, Julio González en architect en meubelontwerper Gerrit Rietveld. Eind jaren ’40 begon hij als jong kunstenaar beelden in ijzer te lassen. Na die gestileerde figuratie ging Visser rond 1955, op het moment dat De Stijl en het constructivisme hun revival beleefden, zijn ijzeren beelden geometrisch te abstraheren. Deze sobere sculptuur paste naadloos in de minimal art van de jaren ’60. Ten opzichte van deze gecorrodeerde en abstracte strengheid opende Visser met zijn assemblages van gevonden voorwerpen gedurende de jaren ’70 een geheel nieuwe richting. Daarna tekende zich een keerpunt af: de exuberantie van vormgeving en materiaalgebruik in zijn latere werk suggereert eerder dwarsverbindingen met de arte povera en zelfs met appropriation art. Maar parallel daaraan bleef hij sobere ijzeren beelden maken. Hand in hand met zijn sculpturale oeuvre heeft Visser zich op tal van andere terreinen begeven: grafiek, tekeningen en collages maar ook gebruiksvoorwerpen van tafels tot sieraden.

Ordeningsprincipes Bij de tentoonstelling verschijnt een rijk geïllustreerde catalogus met tekstbijdragen van Carel Blotkamp (Uitgeverij Waanders, Zwolle, €24,95)

Vissers oeuvre is weliswaar kameleontisch maar vertoont duidelijke doorgaande lijnen. In de eerste plaats komen, hoe onconventioneel het materiaalgebruik vaak ook is, bepaalde ordeningsprincipes telkens terug: symmetrie, herhaling, stapeling, rotatie, enz. In de tweede plaats heeft Vissers werk een onmiskenbaar klassiek karakter. Sterker dan bij enige andere naoorlogse beeldhouwer is door de hele ontwikkeling van zijn kunst heen zijn grote bewondering te bespeuren voor de al eerder genoemde klassiek-moderne beeldhouwers van |

7


Carel Visser maakt Kruis (1954) schoon, ca. 1988

het interbellum, met name Brancusi, Giacometti en Gonzalez. Visser transformeert als het ware aspecten van hun kunst, qua structuur, onderwerp en vormentaal, naar zijn eigen tijd. Een derde doorgaande lijn wordt gevormd door de natuurthematiek die van vroeg tot laat bepalend is voor zijn werk, eveneens in veel sterkere mate dan bij de meeste naoorlogse kunstenaars het geval is.

Genesis

Vissers werk daarentegen is het bijna altijd nadrukkelijk aanwezig, zelfs al in de vroegste ijzeren beelden, waar de sporen van het lassen zichtbaar zijn gelaten. Een tweede, minstens even belangrijke reden voor de keuze van de titel is dat deze verwijst naar het boek Genesis, het eerste Bijbelboek. Ook al heeft Visser zich in zijn volwassen leven losgemaakt van het calvinisme waarin hij was opgevoed, de verhalen en de beeldende taal van de Bijbel hebben in zijn jeugd een geweldige indruk op hem gemaakt en de doorwerking ervan is duidelijk merkbaar in zijn kunst. Het Bijbelse scheppingsverhaal en Darwins evolutieleer worden hier samengevoegd tot een rode draad door de tentoonstelling. Daarbij wordt duidelijk hoe ongewoon en oorspronkelijk Vissers onderwerpkeuze is binnen de traditie van de beeldhouwkunst, met thema’s als Rietstengel, Cactus en Landschap.

Het Bijbelse scheppingsverhaal en Darwins evolutieleer worden hier samengevoegd tot een rode draad door de tentoonstelling

Beeldend kunstenaar, kunstcriticus en kunsthistoricus Carel Blotkamp heeft in de laatste jaren van Vissers leven gewerkt aan het concept Genesis waarin hij de natuurthematiek als uitgangspunt heeft gekozen bij de samenstelling en presentatie van de tentoonstelling. Daarbij staan de sculpturen centraal maar wordt er ook ruim aandacht besteed aan zijn tekeningen, collages, grafiek, gebruiksvoorwerpen en sieraden, als 8

onderling nauw samenhangende bestanddelen van zijn oeuvre. Carel Visser: GENESIS in museum Beelden aan Zee is de eerste grote retrospectieve sinds 1989 toen in het KröllerMüller Museum circa 100 werken werden getoond, ontstaan in een periode van 40 jaar.

Deze nieuwe tentoonstelling, vier jaar na zijn dood, telt ca. 150 werken over een periode van ruim 60 jaar. De titel verwijst, uiteraard, in de eerste plaats naar het ontstaansproces van kunst. Sommige kunstenaars zijn geneigd om dat in het uiteindelijke resultaat te verbergen; in

| Carel Visser: GENESIS - 16 maart 2019 - 10 juni 2019, Grote Zaal


Familie, 1955, ijzer, 50 x 40 x 7 cm, collectie Stedelijk Museum, Amsterdam

Parende vogels, 1953, ijzer, beton, 50 x 15 x 15 cm, particuliere collectie

| Hand van Carel Visser met model voor Gebonden,1968

9


SPIEGELINGEN MIRRORING Nederlandse primeur

Schilderijen en tekeningen van Bettina van Haaren

10.02 t/m 02.06.2019

KUNSTADVIES Hanneke Janssen Verkoop & Bemiddeling

KLAAS GUBBELS

www.kunstadvies-hannekejanssen.nl Tel.: +31 (0)6 43 21 19 90 10

| Zhang Dali. Body and Soul – 18 maart t/m 25 juni 2017, Grote Zaal


Anton ter Braak O P E N AT E L I E R DAG E N

Aphrodite II H. 25 x B. 60 cm.

Othello III H. 55 x B 75 cm.

Open atelierdagen tijdens het Pinksterweekend: 8, 9 en 10 juni dagelijks van 11.00 - 17.00 uur Kunstmoment Diepenheim: 17 t/m 27 oktober dagelijks van 11.00 - 17.00 uur. 4 daagse cursus “van idee naar 3D” Maak je eigen bronzen beeld Anton ter Braak Noordijkerveldweg 20, 7161 LR Neede tel: 06 - 10187506 • E: info@antonterbraak.com

www.antonterbraak.com Zhang Dali. Body and Soul – 18 maart t/m 25 juni 2017, Grote Zaal |

11


‘Heel fijne bladen’

Zonder titel, 1965, houtsnede, 63 x 94 cm., Particuliere collectie

C

arel Visser (1928- 2015) wordt algemeen beschouwd als de belangrijkste Nederlandse beeldhouwer van na de Tweede Wereldoorlog. Aan zijn driedimensionale werk zijn in de afgelopen decennia talloze publicaties en tentoonstellingen gewijd. Minder bekend is zijn fascinerende grafische werk dat met slechts drie summiere uitgaven lange tijd sterk onderbelicht is gebleven. Ondanks de hoge kwaliteit van de bladen ging de meeste aandacht, net als bij collega beeldhouwers Hans Arp en Donald Judd, die beiden eveneens een omvangrijk grafisch oeuvre achterlieten, uit naar zijn sculpturen. Wel gingen in de vele Carel Visser-tentoonstellingen in binnen- en buitenland de beelden vaak vergezeld van enkele tekeningen en houtsneden. Afzonderlijk zijn ze slechts zelden geëxposeerd.

Vroege etsen Vissers werk is in Nederlandse museale prentenkabinetten goed vertegenwoordigd. Het Gemeentemuseum Den Haag en het Stedelijk Museum Amsterdam bezitten de mooiste en breedste collecties. Beide instellingen kochten dan ook al vroeg bij de kunstenaar zelf in het atelier. Zijn vroege etsen uit de jaren vijftig, de enkele zeefdruk en linoleumsnede die hij maakte en met name de grote aantallen houtsneden die hij vervaardigde tonen aan dat Visser ook met minder robuust materiaal dan ijzer, hout en steen zeer fraaie beeldende 12

|

resultaten wist te bereiken. Dat geldt niet alleen voor de grafiek die in oplage werd uitgegeven, maar zeker ook voor de unieke bladen die Visser ‘ter ontspanning’ na een zware dag in het beeldhouwatelier aan de keukentafel thuis zat te stempelen.

Houtsneden De ontwikkeling van Carel Vissers houtsneden beslaat een periode van ruim vijftig jaar. Van de unieke, zelfgemaakte stempeldrukken tot aan de door professionele drukkers uitgevoerde bladen. Hoewel hij, zoals gezegd, wel heeft geëxperimenteerd met andere grafische technieken, lag de eenvoud van de houtsnedetechniek hem het beste. Het werken met een ingeïnkt houtblok waarover hij een vel papier plaatste en dat vervolgens afwreef met een lepeltje verschafte hem de mogelijkheid om intuïtief beslissingen te kunnen maken. Met een eenvoudige geometrische grondvorm als basis maakt hij structuren door ze te herhalen, te stapelen, aan elkaar te schakelen en te spiegelen. Daarmee weet hij eindeloos te variëren. De bladen op dun Japans papier vertonen vaak vlekken en vegen die contrasteren met hun strenge geometrische vormentaal. Dat ‘slordige’ aspect werd juist gewaardeerd. Het toonde de ambachtelijke manier waarop ze werden vervaardigd en maakte de houtsneden persoonlijk en, minder ‘steriel’. Een criticus van Het Vrije Volk omschreef ze in 1970 mede daarom als ‘heel fijne bladen’. Vissers vroegste houtsneden uit 1954 zijn kleine ‘blokprenten’ met gesloten vormen. Kort daarna ontstonden de geometrisch abstracte


bladen waarin hij vrijwel dezelfde ordeningsprincipes onderzoekt als in zijn sculpturen. Ze ontstaan autonoom en gelijktijdig met zijn beelden. De formele overeenkomst tussen beide disciplines is dan ook goed zichtbaar. Soms gaan ze er zelfs aan vooraf, zoals bij de uitgebreide reeks ‘salami’ beelden die hij vanaf 1964 maakte. Het idee daarvan lag reeds enkele jaren eerder in zijn houtsneden besloten. Toch fungeren ze nooit expliciet als voorstudie of ontwerp.

Organische vormen

De formaten variëren. Soms worden de prenten op meerdere vellen papier gedrukt. Hij herhaalt oude vormen en combineert ze met nieuwe. Ook brengt hij steeds vaker natuurlijke materialen zoals wol of haar aan op de bladen of hij werkt ze op tot unica met potlood en verf. Op deze wijze ontstaat er steeds meer verwantschap met de collages die hij sinds de jaren zeventig op grote schaal is gaan maken. Vanaf die tijd maakte hij ook in zijn sculpturen steeds vaker gebruik van een veelheid aan materialen. Rond 2004 werd het hem fysiek onmogelijk om nog houtsneden te produceren. Zijn handen konden niet meer met een figuurzaag overweg. Een schaar kon hij nog wel hanteren waardoor het maken van collages uit dik karton nog enkele jaren binnen zijn bereik lag. Aan de halve eeuw waarin hij met veel plezier grafiek maakte en waarvoor hij meerdere prijzen in ontvangst had mogen nemen, kwam daarmee een einde. Het leverde een indrukwekkend oeuvre op van enkele honderden prenten.

Hoewel hij, zoals gezegd, wel geëxperimenteerd heeft met andere grafische technieken, lag de eenvoud van de houtsnedetechniek hem het beste

Vanaf 1973 stopt hij met het maken van unieke stempeldrukken. Voortaan laat hij zijn prenten door een professionele drukker uitvoeren. Aanvankelijk doet hij dat bij De Printshop van Piet Clement met wie hij ook al samenwerkte bij het maken van houtsneden voor Prent 190, een initiatief uit de zestiger jaren met als doelstelling om eigentijdse grafiek voor een breder publiek toegankelijk te maken. In de jaren zeventig heeft de door hem veelvuldig gebruikte kubusvorm afgedaan en hij vervangt die door de meer platte vierkanten en rechthoeken. Geleidelijk aan verschijnen er ook organische vormen in zijn werk. Soms maakt hij gebruik van ruwe houten planken die hij bij het grofvuil vindt om simpele, stoere afdrukken te maken waarbij het materiaal als zodanig zichtbaar blijft.

Joost Bergman, conservator Beelden aan Zee

Vlak nadat hij in 1981 in zee gaat met Steendrukkerij Amsterdam van de jonge drukker/ uitgever Rento Brattinga treedt al snel de figuratie op in zijn werk. De vormen en composities worden vrijer en kleurrijker.

Met de klok mee: Zonder titel (Arend en slang), 1997, houtsnede opgewerkt met potlood en verf, 122 x 98 cm., Steendrukkerij Amsterdam / Rento Brattinga; Zonder titel, houtsnede, 63 x 94 cm., Particuliere collectie; Zonder titel, 1958, houtsnede, 42,5 x 53 cm., Particuliere collectie.

|

13


Maura Biava in de Quistvitrine

Beeldend kunstenaar Maura Biava (1970) werd bekend met onderwaterportretten, waarin zijzelf de hoofdrol speelt. De foto’s zijn poëtisch en elfachtig: Biava ‘zweeft’ als het ware in het azuurblauwe water, volledig gekleed. Vaak zijn die foto’s een registratie van een performance onder water. Zo vermengt Biava het zeewater bijvoorbeeld met roodgekleurde verf, waarbij zij krachtige ronddraaiende bewegingen maakt met haar armen. Die krachtige beweging, het op gang brengen van energie met haar eigen fysiek, is een belangrijk thema in haar werk. Keramiek

Cartesian Transformation of Renè Descartes & Sine of Joseph Fourier, c-print, 30 x 40 cm, 2019

Inmiddels werkt Biava ook al ruim tien jaar in keramiek. Daar spelen eveneens haar eigen kracht en actie een rol. Door hard te knijpen in de klei komt er een vorm vrij die doet denken aan een soft ijsje of aan een ster. Die vorm wordt vervolgens getransformeerd tot een sculptuur in keramiek. Wie bovenstaande leest zou niet snel zeggen dat ook wiskundige formules aan de basis staan van de vormen die Biava creëert. De eigenlijke bron van haar werk is de natuur. Zoals ze gebruik maakt van haar eigen fysieke energie, maakt zij ook gebruik van wiskundige formules. Ze is geïnspireerd door de verborgen wetten van de natuur.

Deze prints zijn nu in combinatie met enkele sculpturen te zien in de Quistvitrine, in opmaat naar een grotere presentatie van Biava’s werk in 2020

Wiskunde Biava maakt gebruik van informa-

tie, van wiskundige formules, om vormen tot leven te wekken. Deze vormen zijn computergestuurd en abstract. Hoewel de vormen voortkomen uit een computerprogramma, zijn ze ook opvallend esthetisch en zacht. In 2016 publiceerde Biava een boek getiteld Form Informed, met kleurenprints van de vormen die ze op deze wijze creëerde. Deze prints zijn nu in combinatie met enkele sculpturen te zien in de Quistvitrine, in opmaat naar een grotere presentatie van Biava’s werk in 2020.

Bio Maura Biava (1970) woont en werkt in Amsterdam. Ze is Italiaanse van origine en doorliep de Accademia di Brera in Milaan, waar ze in 1992 afstudeerde. Ze vervolgde haar studie aan de Rijksakademie in Amsterdam, waar ze na haar afstuderen in 1999 bleef. Naast haar werk als beeldend kunstenaar is ze ook docent beeldhouwen aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag en gastdocent keramiek aan de Rietveld Academie in Amsterdam. Form Informed, speciale editie met prints, 30 x 42 cm, 2016

14

|

Emma van Proosdij, hoofd Artistiek bedrijf


Beeldcolumn Jiska de Waard |

15


ARMAND VAN DER HELM & DE VOORDE

Jaap Hartman, Beeldhouwer 06-53700183

06-04 t/m 26-05 2019

museumrijswijk.nl

museumrijswijk.nl

Sneeuwuil


8 Beeldvormers

Claus Bertram Annemie Bogaerts Mieke van den Hoeven Henny van der Meer Lidia Palumbi Louis Reijnen Rob Schreefel Marry Teeuwen

KuuB Ruimte voor Kunst & Cultuur Pieterstraat 3 Utrecht

www.kunstruimtekuub.nl

do tm zo 13.00-18.00 uur

tm 14 april 2019

Ravesteyn Heenvliet

Beeldentuin 2019 vrijdag 24 mei t/m zondag 16 juni Korte Welleweg 1 | 3218 AZ Heenvliet | donderdag tot en met zondag 12:00 - 17:00 uur

www.beeldentuinravesteyn.nl

kunstschouw.nl

ZEELAND

Gerti Bierenbroodspot ‘The last King of Atlantis’, foto: Fong Leng

SCHOUW

15 t/m 23 juni 2019

www.tonvanleeuwen.nl


DUBBELE

trappiramide

E

én van de werken op de tentoonstelling Genesis, een overzicht van het oeuvre van Carel Visser, is een bruikleen uit 1948 die het museum voor een paar maanden mag lenen van zijn eigenaar, Sipko Schat. Ik ontmoet Sipko in Beelden aan Zee, om met hem kennis te maken en om hem voor ons BaZ-magazine eens te bevragen over hoe dat nou zit met bruikleengevers en over wat er typisch is aan deze mensensoort. Het werk in kwestie is gemaakt door Carel Visser in circa 1948 en heet Dubbele trappiramide. Het is een stapeling van negen houten vierkanten die van beneden naar boven toenemen in grootte en daarna weer afnemen. Het is ongeveer 65 cm hoog. De vierkanten zijn gemaakt van oorspronkelijk hout van een meerpaal die door de jonge Visser werd verzaagd tot een uit negen delen bestaand, abstract kunstwerk.

Beginperiode Dubbele trappiramide is een werk uit de beginperiode van de kunstenaar. Carel Visser is immers geboren in 1928 en was ongeveer twintig jaar oud toen hij het werk maakte. Veel gelegenheid om nog vroegere beelden te maken zal er voor hem niet zijn geweest. Visser studeerde in die periode Bouwkunde aan de Technische Hogeschool Delft, een studie die hij niet afmaakte en na een paar jaar inruilde voor een opleiding Beeldhouwkunst aan de Koninklijke Academie in Den Haag. Daar studeerde hij af in 1951 en begon een 18

|

belangwekkende en productieve loopbaan als afgestudeerd beeldend kunstenaar en docent aan de kunstacademie. Rond de Dubbele trappiramide is het lang stil gebleven. Het is getoond op een overzichtstentoonstelling van werk van Carel Visser in het Kröller-Müller Museum in 1989 (met een inleiding door Carel Blotkamp) en in het Musée de Grenoble in 2004, maar er is verder geen informatie over het werk tot het in 2017 in Brussel op de markt komt.

Nieuwe eigenaar Sipko Schat, die in 2017 al enkele werken van Visser in zijn bezit had, was nieuwsgierig om dit zeer vroege beeld zelf te zien. Hij toog naar Brussel vergezeld door een bevriende kunstkenner en werd de nieuwe eigenaar. Sipko over deze aankoop: ‘Van de toenmalige, bejaarde eigenaars weten wij weinig anders dan dat zij het werk rechtstreeks van de kunstenaar hebben gekocht.’ Het is een transactie in de kunstwereld waar alle partijen blij van worden: het oudere Belgische echtpaar om hen moverende redenen, een verzamelaar met belangstelling voor het werk van Carel Visser is blij, omdat hij zijn horizon verbreedt, en de tussenpersonen wier schoorstenen moeten roken zijn op hun manier ook tevreden. Schat, die zijn geld verdient in de financiële wereld, heeft inmiddels een zekere bekendheid opgebouwd als kunstliefhebber en -verzamelaar. Zo was hij al voor de aanschaf van Dubbele trappiramide eigenaar van enkele werken van Carel Visser. Sipko: ‘In mijn privéverzameling bevinden zich ook werken van de Japans/Nederlandse kunstenaar Shinkichi Tajiri en de Deense Cobrabeeldhouwer Robert Jacobsen.’

De kenn ism met de t aking o jarige k en 82unste in zijn eig naar en omgevin g behoo rt tot mijn dierbare herinner ingen

Dierbare herinnering In de periode van 2008 tot 2013 was Schat onder andere voorzitter van de kunstcollectie van de Rabobank. In die hoedanigheid heeft hij ruimschoots de gelegenheid gekregen om kunstenaars te leren kennen en hun ateliers te bezoeken. Zo bezocht hij in 2010 Carel Visser in diens atelier in het dorpje Le Fousseret (Zuid Frankrijk). Sipko: ‘De kennismaking met de toen 82-jarige kunstenaar in zijn eigen omgeving, met uitzicht op een golvend landschap met een huis, een tuin en het atelier met een deel van zijn verzameling, behoort tot mijn dierbare herinneringen. Ik heb nog steeds contact met zijn zoon Harm Visser die met grote zorg de nalatenschap van zijn vader beheert.’ Er zijn natuurlijk kunstverzamelaars die kunst kopen als investering. om later met winst te kunnen doorverkopen. Sipko hoort niet in die categorie. De ‘grande dame’ van museum Beelden aan Zee, Lida Scholten, medestichter van het museum, heeft over haar leven ooit gezegd: ‘Kunst kopen en verzamelen is voor mijn man en mij een uit de hand gelopen hobby geworden. Het is in al zijn aspecten spannend en tevreden stellend, maar het mooiste is de kennismaking met de kunstenaars. Wij hebben hierdoor veel interessante mensen leren kennen en met velen van hen zijn wij goed bevriend geraakt.’ Mijn kennismaking met Sipko Schat doet vermoeden dat dit ook voor deze verzamelaar, bruikleengever en liefhebber volledig opgaat. Dick Leijnse, kunsthistoricus en vrijwilliger Beelden aan Zee


Sipko Schat Dubbele trappiramide, 1948, hout, 64 x 25 x 25 cm, particuliere collectie

19


SCHENKING

Sfumato nimfen en razende bolides

O

nlangs ontving museum Beelden aan Zee van een verzamelaar die anoniem wenst te blijven een uiterst waardevolle schenking van ruim dertig Franse en Belgische penningen uit de art nouveau en art deco periode. De penningen zijn stuk voor stuk prachtige voorbeelden van de artistieke opleving in de penningkunst die eind negentiende en begin twintigste eeuw in Frankrijk en de omringende landen plaatsvond. Ovide Yencesse (1869 – 1947), Eve, ca 1907, brons

Verkleinbank

Dromerige sfeer

De oorzaak van die opleving was de zogenaamde reduceermachine of verkleinbank die in 1870 in Parijs werd uitgevonden. Dankzij dit ‘gereedschap’ kregen de kunstenaars meer artistieke vrijheid bij het ontwerpen van penningen dan voorheen toen het snijden van de stempels nog het domein was van de fabrieksgraveurs die nauwelijks een artistieke achtergrond hadden. Zij maakten de stempels waarvan de veelal fantasieloze en saaie penningen werden geslagen die zo karakteristiek zijn voor de penningkunst uit eerste helft van de negentiende eeuw.

De uitvinding van de reduceermachine bracht vanaf circa 1870 de penningkunst binnen het terrein van de vrije beeldhouwkunst. De sculpturale penning, die gedurende de renaissance zo’n bloei had beleefd, werd herboren en groeide uit tot een populair medium van beeldende kunst tijdens de art nouveau en art deco. Beeldhouwers konden vanaf nu een model in was of klei op groot formaat boetseren, waarna dit met behulp van de reduceermachine werd verkleind tot elke gewenste afmeting. De art nouveaustijl kenmerkt zich door vloeiende, zachte lijnen en

elegante, poëtische composities. Daarin speelt de vrouw, als muze of andere personificatie, de hoofdrol. Zeer geliefd was het gebruik van het zogenaamde sfumato-effect, die de voorstelling een geheimzinnige, dromerige sfeer gaf. In de jaren twintig werd ook in de penningkunst de art decostijl geïntroduceerd. Deze stijl was behalve decoratief, ook bijzonder krachtig en expressief. De fascinatie voor de technische vooruitgang in het algemeen en voortrazende auto’s in het bijzonder komt in de penningen uit deze periode sterk tot uitdrukking. De omvangrijke en kostbare schenking die wij onlangs mochten ontvangen bevat absolute hoogtepunten uit de Franse en Belgische penningkunst uit de periode 1870-1940. Samen vormen zij een welkome aanwinst voor de groeiende collectie internationale, moderne penningkunst waarmee museum Beelden aan Zee zich een unieke plaats heeft weten te verwerven in museaal Nederland. Dankzij deze aanwinst is het mogelijk om de ontwikkeling van de artistieke, sculpturale penning in een breder chronologisch verband te plaatsen en de lijnen naar de hedendaagse penningkunst te verduidelijken. Jadwiga Pol-Tyszkiewicz,

H. Demey, Concours d’élégance. Libourne, 1934, verzilverd brons

20

|

conservator Beelden aan Zee


West

NIEUWE LOCATIE Tentoonstellingen, debatten, lezingen, evenementen en rondleidingen in de vml. Amerikaanse ambassade

4 EXPOSITIES 7 DAGEN PER WEEK

ASSEMBLE / CANDICE BREITZ / TEHCHING HSIEH / ROUSSEL / BRISSET / DUCHAMP WWW.WESTDENHAAG.NL

EENMALIG 5,- EURO KORTING OP DE ENTREE

BON

GRATIS VOOR MUSEUMKAART BEELDEN AAN ZEE MAGAZINE GELDIG TOT 1 JULI 2019

KNIP UIT >>

FOTO: JAN VERSNEL / MARIA AUSTRIA INSTITUUT, AMSTERDAM

21


RIKI MIJLING

vormen van betekenis

Galerie Schoots + Van Duyse Antwerpen 17.02.2019 - 21.04.2019 Galerie Schoots + Van Duyse, Napoleonkaai 15, 2000 Antwerpen. www.galerieschoots-vanduyse.com

EJA SIEPMAN VAN DEN BERG Art Zuid - Amsterdam 17.05.2019 - 15.09.2019 Beeldenpark De Havixhorst 19.05.2019 - 17.11.2019 Charlotte van Pallandt Maja van Hall Eja Siepman van den Berg


Aanwinsten in reliĂŤf Aankopen uit 2018 voor de collectie Beelden aan Zee Berend Bodenkamp (1942), Onderbroken, 2017, kwartsiet, linnen, lijm en lood Een horizontale breuklijn strekt zich uit over drie gepolijste segmenten. Zij wordt definitief onderbroken door een verticale loodlijn. Twee lijnen in elkaars tegendeel.

Harmen Brethouwer (1960), Red on Black, 2017, Urushilak op hout en metalen pin

Peer Veneman (1952), Frame, 1993, olieverf op cement

|

23


Terrassen

van stilzwijgende standvastigheid

M (links) Angus Taylor (1970), Disclosing Decay, 2008, steen en brons (rechts) Renze Hettema (1927 - 2008), Jacob en de engel, 1968, brons

Die term houdt in dat de kunstenaar de enige ‘auteur’ is van het beeld, dat geen andere ambachtsman het heeft aangeraakt

useum Beelden aan Zee is gehuisvest in een architectuur van Wim Quist, die twee aaneengesloten cirkeldelen als omtrek heeft. Het Paviljoen De Witte is in het midden van deze twee armen geprojecteerd. Het paviljoen bekroont het ondergrondse museumgebouw. De eerste cirkel bevat het toegangsgebied en de Grote Zaal. De gangen verbinden die cirkel met een tweede, die vooral bestaat uit buitenterrassen, op verschillende niveaus. De terrassen zijn bereikbaar door trappen en een hellingbaan. Het is mogelijk om vanuit de hogere niveaus te kijken naar de lagere terrassen, maar geheel zichtbaar zijn die andere lagen voor de kijker nooit.

Koninginnen Vanuit de Zeezaal kijkt de bezoeker uit op het Royal Court, het laagste terras, dat is gereserveerd voor het Monument voor de Koninklijke Familie van de familiebeeldhouwer van de museumstichters Theo en Lida Scholten, Arthur Spronken. Een dominant en monumentaal monument is het; in de karakteristieke bouw van Quist eist het volledig zijn eigen ruimte op. Dit monument, geliefd bij het publiek om zijn unverfroren aanwezigheid, is aard-en nagelvast gemonteerd in de vorstenhuisgezinde funderingen van het museum. Aanvullingen zijn bijgeplaatst: portretten van koninginnen Juliana van Pieter Starreveld en Maxima van Tony van der Vorst, een beeldhouwdocent van Beatrix, en een klein ruiterstandbeeldje van de zwijgende Vader des Vaderlands, Willem van Oranje van Arie Teeuwisse. Het museum dekt op deze manier ook nog een belangrijk beeldhouwthema af: namelijk de beeldhouwkunst in de openbare ruimte, vaak als monument.

Steen en brons De andere terrassen, drie in totaal, zijn gereserveerd voor karakteristieke moderne sculptuurthema’s: materiaal (steen), abstractie en figuratie. Het terras met stenen beelden is klein, maar bevat enkele saillante voorbeelden van de weerbarstigheid van het materiaal, dat naar de hand van de kunstenaar wordt gezet. Steen moet worden gehakt; de beeldhouwer wordt traditioneel ook als steenhouwer 24

| VoorBeelden op de buitenterrassen


Terras van de Figuratieve Voorbeelden

afgebeeld. Het Nederlandse woord voor het vak bevat de handeling van het hakken in een hard materiaal. Niet alle beeldhouwers echter zijn houwers, maar modelleurs. Zij bouwen een beeld op in klei of was, of mengen technieken van het opbouwen en afhakken totdat het beeld voltooid is. Op het steenterras zien we wel voorbeelden van beelden die in natuursteen zijn uitgehouwen. Die voorbeelden zijn allemaal modern, want het steenhakken is een modern fenomeen, voortgekomen uit een zeer oude traditie van bijvoorbeeld bouwbeeldhouwkunst uit vroeger eeuwen.

de figuur tot leidend principe van hun verzamelwoede verheven, dus het bovenste terras moet wel worden gevuld met figuratieve voorbeelden. Wat niet wil zeggen dat kunstenaars zich slaafs onderwerpen aan de copie van het lichaam: Iris Le Rütte toont een figuur die uitloopt als een boom en de Sirenen van Nic Jonk zijn verleidelijk in hun vormen, die niet naar de natuur zijn gevormd, maar wel vloeiend en natuurlijk aandoen.

Dit monument, geliefd bij het publiek om zijn unverfroren aanwezigheid, is aard- en nagelvast gemonteerd in de vorstenhuisgezinde funderingen van het museum

In de negentiende eeuw werden beeldhouwers vooral opgeleid als modelleurs; de reproductie in brons werd professioneel en fabrieksmatig. Dit alles zorgde voor een algemeen wantrouwen bij het publiek: is het beeld dat ik nu in de handen houd wel een uniek kunstwerk? Dat was het vaak niet, omdat brons gemakkelijk in serie kan worden vervaardigd. Kunstenaars konden een authentiek kunstwerk ‘makkelijk’ realiseren door een ingewikkeld materiaal als steen weer ter hand te nemen en met de beitel te lijf te gaan. De steen werd door de kunstenaar bewerkt en taille directe. Die term houdt in dat de kunstenaar de enige ‘auteur’ is van het beeld, dat geen andere ambachtsman het heeft aangeraakt. Er staan voorbeelden van de hand van Tony van der Vorst, de Graf von Bylandt Rheidt, Maja van Hall en anderen.

Al met al zijn de buitenruimten van het museum nu gevuld met beelden, die de collectiepresentaties in de Gipsotheek en de Kleine Zaal aanvullen, en een ruime blik geven op de collectie en de beeldhouwkunstgeschiedenis van de twintigste en eenentwintigste eeuw. Een geschiedenis die nu zichtbaar is in de buitenruimten, op beelden die zich stilzwijgend maar standvastig te weer stellen in de wisselende weersomstandigheden die de zeekant van Scheveningen kent. Dick van Broekhuizen, conservator Beelden aan Zee

Abstractie en figuratie Het derde terras, dat van de abstractie, is gewijd aan beelden die geen directe weergave van de zichtbare werkelijkheid nastreven. Deze richting, die een eeuw bestaat, kent vele gedaanten: van de min of meer gestileerde werkelijkheid tot de creatie van een compleet eigen wereld die schijnbaar in geen enkel opzicht nog refereert aan de realiteit waarin wij leven. Het gebrek aan houvast kan voor een toeschouwer confronterend of zelfs ontmoedigend werken, maar biedt tegelijkertijd de mogelijkheid tot nieuwe ervaringen, associaties en inzichten. Per Kirkeby’s beeld behoort tot het meest enigmatische van de beelden die hier staan; Leo de Vries’ blokken lijken verdacht veel op een figuur. Het laatste terras is dat van de figuratie. De menselijke figuur is het hoofdonderwerp van de beeldhouwkunst. Theo en Lida Scholten hebben

Eugène Dodeigne (1923 - 2015), Cathédrale, 1978, marmer (Carrara)

|

25


Column

Carel BLOTKAMP Werken aan de tentoonstelling van Carel Visser, dit voorjaar in museum Beelden aan Zee, is voor mij een trip down memory lane die me helemaal terugvoert tot mijn middelbare schooltijd. Ik was zeventien en mijn belangstelling voor moderne kunst was nog heel pril en ongericht toen ik in 1962 in De Zonnehof in Amersfoort een tentoonstelling zag van sculpturen van Carel Visser en schilderijen en aquarellen van Joost van Rooijen. Vissers stoere, uit ijzer gelaste beelden maakten veel indruk en in mijn studietijd en daarna bleef ik zijn werk volgen. In 1968 – inmiddels was ik begonnen als docent kunstgeschiedenis en kunstcriticus van Vrij Nederland – leerde ik Visser persoonlijk kennen; ik schreef toen ook mijn eerste tekst over zijn werk, een recensie van zijn prachtige presentatie in het Nederlandse paviljoen op de Biënnale in Venetië. Later volgden andere korte teksten. Maar het contact werd pas werkelijk intensief toen ik in het midden van de jaren tachtig begon aan een boek over hem dat uiteindelijk in 1989 zou verschijnen, samenvallend met een overzichtstentoonstelling in het Kröller-Müller Museum in Otterlo.

‘Vissers stoere, uit ijzer gelaste beelden maakten veel indruk en in mijn studietijd en daarna bleef ik zijn werk volgen’

Ter voorbereiding van mijn boek ging ik enkele jaren lang eens in de paar weken bij Visser op bezoek op de boerderij in de Betuwe waar hij toen woonde. Dat waren onvergetelijke dagen, door de gesprekken en door wat ik zag. Geleidelijk aan kreeg ik inzicht in zijn manier van werken en denken, maar vooral in zijn manier van kijken: want kijken was wat hem betreft de bron van alle scheppen. Vissers beelden, zeker die uit de periode tussen 1955 en 1975, zien er vaak uit als volledig abstracte constructies van geometrische vormen, maar zelfs voor die periode geldt dat zijn werk bijna altijd terug ging op sterke visuele indrukken die hij in zijn nabije omgeving of op verre reizen had opgedaan. Het konden ook afbeeldingen zijn die hij in kranten en tijdschriften of in reclamemateriaal aantrof, die hem op het idee voor een werk brachten. Hij vulde tientallen plakboeken met plaatjes die hem om een of andere reden aanspraken: een soort archief waaruit hij steeds weer kon putten. De hele wereld was een bron van inspiratie voor Vissers beelden. Daarom leek het me ook gerechtvaardigd om de mythische schepping van de wereld en alles wat zich daarop bevindt, als uitgangspunt te nemen voor de grote overzichtstentoonstelling van zijn kunst die ik voor Beelden aan Zee heb mogen maken. Genesis dus. Carel Blotkamp is gastconservator van de tentoonstelling Carel Visser: Genesis. Hij is emeritus hoogleraar moderne kunst aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en publiceerde o.a. boeken over Ad Dekkers, Pyke Koch, Piet Mondriaan en Carel Visser (1989). Hij is tevens werkzaam als beeldend kunstenaar.

26

|

Carel Visser maakt Kruis (1954) schoon, ca. 1988


CAREL VISSER

SCULPTURES AT TEFAF MAASTRICHT 2019

STAND 448

STAND 451


Museum Beelden aan Zee is het enige museum

internationale beeldhouwkunst en is gelieerd aan

Druk

in Nederland dat zich exclusief richt op de

museum Beelden aan Zee. Het Sculptuur Instituut

Vellendrukkerij BDU B.V. , Barneveld

moderne beeldhouwkunst, het museum is een

werkt samen met de Universiteit Leiden, vanuit

stichting die werd opgericht door echtpaar

het Instituut worden de colleges Moderne en

Fotografie

Theo en Lida Scholten. Beelden aan Zee is

hedendaagse beeldhouwkunst uitgedacht en gegeven.

Wim de Boer cover, 20, 23 (links- en rechtsonder) Ilsoo van Dijk 5

100% particulier en ontvangt geen structurele subsidie, maar wordt ondersteund door een

Uitgever

Jan Versnel/MAI 9 (linksboven)

groot aantal vrienden en zakenvrienden,

Louise Bos

Thijs Quispel 9 (onderste foto), 23 (bovenste foto) Gert Jan van Rooij 12, 13

sponsors, fondsen en circa 150 vrijwillige Redactie

Sander Tiedema, 14 (bovenste foto)

Dick van Broekhuizen

Dick van Broekhuizen 24, 25

museum Beelden aan Zee

Marjan Overdijk

Giovanni van Eijl 29

Harteveltstraat 1

Emma van Proosdij

medewerkers.

2586 EL Den Haag

Advertentieverkoop

Telefoonnummer: 070-358 58 57

Eindredactie

Ireta/Gideon Krebs

E-mail: info@beeldenaanzee.nl

Marjan Overdijk

museumbeeldenaanzee@ireta.nl

overdeijnse@planet.nl

(06) 24 60 98 25 © 2019 museum Beelden aan Zee

Openingstijden Dinsdag t/m zondag van 10.00 tot 17.00 uur.

Fotoredactie

ISSN 1876 9284

Elizabeth Muilwijk Van werken van beeldende kunstenaars aangesloten

Toegangsprijzen Museumkaart

gratis

Aan dit nummer werkten mee

bij een CISAC-organisatie is het auteursrecht

Vereniging Rembrandt

gratis

Joost Bergman

geregeld met © Pictoright Amsterdam.

Volwassenen

15,00

Carel Blotkamp

Kinderen 13-18

7,50

Frédérique Brinkerink

Niets aan deze uitgave mag worden gereproduceerd

Kinderen < 13

gratis

Dick van Broekhuizen

en/of openbaar gemaakt door middel van druk,

Dick Leijnse

foto-kopie, film en of op welke andere wijze dan ook

Met dank aan

Jadwiga Pol-Tyszkiewicz

zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van

Board of Trustees, Vormidable Patronen,

Emma van Proosdij

de uitgever.

Zakenvrienden, Sculpture Club, Gouden Vrienden en

Jan Teeuwisse

Vrienden van museum Beelden aan Zee

Jiska de Waard

Zakenvrienden van museum Beelden aan Zee

Hoofdsponsoren

niet aansprakelijk voor handelingen van derden die

Architectenbureau Veenendaal & Associates, ARDIS,

BankGiro Loterij, AEGON

mogelijkerwijs voortvloeien uit het lezen van deze

Beelden aan Zee is niet aansprakelijk voor eventuele onjuistheden in deze uitgave. Beelden aan Zee is

uitgave. Beelden aan Zee behoudt zich het recht voor

AutoBinck Group, Beheerskantoor Scheveningen b.v., Caldic Collectie b.v., Fugro n.v., Onno Schamhart

Sponsoren

ingezonden materiaal aangepast te publiceren. Over

Beheer, Pellenaer Events/Paviljoen De Witte, Rabobank

Prins Bernhard Cultuurfonds, Stichting Retourschip,

speciale acties kan niet worden gecorrespondeerd.

Regio Den Haag, Van Hilten Advocaten & Mediators

BorzoGallery, The Mayor Gallery

De uitgever heeft ernaar gestreefd de rechten met

Sculptuur Instituut

Ontwerp

bepalingen te regelen. Degenen die desondanks

Het Sculptuur Instituut is een onderzoeksinstituut

Studio Mooijman en Mittelberg

menen zekere rechten te kunnen doen gelden,

op het terrein van de moderne en hedendaagse

www.mooijmanenmittelberg.nl

kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

betrekking tot de illustraties volgens de wettelijke

28

|


Samenwerking

N

aar aanleiding van het feit dat Beelden aan Zee opnieuw een partnership aan is gegaan met Grand Hotel Amrâth Kurhaus Scheveningen interview ik Doret Huibers, verbonden aan het Kurhaus en tevens eigenaresse van Gallery Bell’Arte in het Kurhaus. Gallery Bell’Arte vestigde zich in 2014 in het Kurhaus en 2019 is het eerste jaar waarin de galerie een prachtige boutique in de entree heeft. Door het hele hotel en op de terrassen staat dan ook werk uit de galerie. Doret Huibers: ‘Op dit moment heb ik ook prachtige monumentale beelden van Gerti Bierenbroodspot (1940) te koop. In 2015 schilderde zij al een zeeblauw plafond bezaaid met speciale vogels en hun Latijnse benamingen in de serre van het hotel. Ik ben gefascineerd door de beeldhouwkunst als aparte, eigentijdse vorm van expressie en heb me bewust op deze kunst toegespitst. Enthousiaste beeldenliefhebbers van de galerie stuur ik ook door naar het museum.’

Opening ‘De relatie tussen Beelden aan Zee en het Kurhaus gaat terug tot voor de opening van het museum,’ vertelt Doret Huibers verder. ‘Toen ik eind 1993 de eerste beeldengalerie van Nederland oprichtte, werd de inauguratie verricht door Theo Scholten. Wij kenden elkaar omdat hij zich, net als ik, alleen toespitste op de beeldhouwkunst en omdat hij ook jong of onbekend talent wilde stimuleren. In september 1994 opende hij samen met zijn vrouw, Lida Scholten-Miltenburg, museum Beelden aan zee. En de feestelijke bijeenkomst vond plaats in het Kurhaus, waar koningin Beatrix het museum officieel geopend verklaarde.’

the hand is worth two in the bush van Nicolas Mukuomberanwa. Na de overname van het Kurhaus door Amrâth Hôtels in 2014 zijn de banden met het museum opnieuw aangehaald. Huibers onderstreept het belang van het partnerschap tussen het hotel en het museum. ‘Beelden aan Zee is een prachtig museum op een steenworp afstand van ons hotel. Naast het strand en de Pier komen vele bezoekers speciaal naar Scheveningen voor het Kurhaus en voor het museum; beide gebouwen staan dus echt voor Scheveningen. De Sprookjesbeelden op de Boulevard vormen voorts een speelse voorloper op de bijzondere beeldhouwkunst die zich in het museum bevindt. Voor ons is een samenwerking dan ook vanzelfsprekend.’ Verder laat zij weten dat de gasten gewezen worden op het unieke beeldenmuseum en dat zij hoopt dat folders en BaZ-magazines in de hotelkamers hen vooraf enthousiasmeren. ‘Daartegenover staat,’ vervolgt Huibers, ‘dat als er tijdens de opbouw en afbouw van tentoonstellingen (internationale) kunstenaars of andere VIP-gasten in Den Haag moeten verblijven, wij ze graag in ons hotel ontvangen. Wij zullen Beelden aan Zee op een speciale manier sponsoren, zo zijn er bijvoorbeeld ook Beelden aan Zee arrangementen.’

De toekomst In september 2019 bestaat museum Beelden aan Zee vijfentwintig jaar. Drie bijzondere

tentoonstellingen staan daarom op het programma. Met de retrospectief over Carel Visser (1928 – 2015) wordt in het voorjaar eer betoond aan de belangrijkste Nederlandse beeldhouwer van de tweede helft van de twintigste eeuw. De zomermaanden zijn voor het Nederlandse solodebuut van de wereldberoemde Spaanse beeldhouwer Jaume Plensa met wie Theo en Lida Scholten al in contact kwamen toen deze nog aan het begin van zijn loopbaan stond. En in het najaar en de winter zullen de fameuze Nana’s van beeldhouwster Niki de Saint Phalle het nuchtere museumgebouw van Wim Quist luister geven. Huibers: ‘Ook in het jubileumjaar gaan we onze gasten uiteraard weer enthousiast maken en aansporen om de tentoonstellingen te bezoeken. Wij zullen banners over Beelden aan Zee in het Kurhaus plaatsen en een soort belettering op de ramen maken. Ook willen we speciale Plensa- en Niki-arrangementen aanbieden, zodat bezoekers van het Kurhaus tegen een aangepast tarief het museum in kunnen en daarna bij ons van een speciaal hapje of drankje kunnen genieten. Wie weet wel tapas tijdens de Plensa-tentoonstelling of heerlijke Franse wijnen tijdens Niki de Saint Phalle. We kijken in elk geval erg naar de samenwerking uit! ‘ Frédérique Brinkerink, medewerker Development Beelden aan Zee

Lida Scholten-Miltenburg (l) en Doret Huibers voor het portret van het stichtersechtpaar Doppio ritratto (2000, staaldraad) van Mario Martinelli

Bruiklenen Sinds deze feestelijke opening staan er in het Kurhaus enkele permanente bruiklenen uit de collectie van Beelden aan Zee, zoals L’ été aux Tuileries van Joseph Erhardy en A bird in

|

29


Frieda Waanders Beelden in brons & natuursteen

Galerie & Atelier Herengracht 18-20, 7607 BR Almelo +31 (0)6 293 817 93 info@friedawaanders.nl www.friedawaanders.nl Bezoek op afspraak.


GALERIE MOA

BASIC ASPECTS

Expositie van 14 maart tot 6 april 2019.

C

M

Y

M

Y

Y

MY

K

Mauricio Arias

mixed media paintings

Den Bar sculptures

Galerie MOA Grote Looiersstraat 28a 6211 JJ Maastricht 06 255 999 01 arte@galeriemoa.nl www.galeriemoa.nl www.denbar.nl


TEGENBEELD Thematentoonstelling

Permanente en wisselende tentoonstellingen van ruim 350 torsen en fragmenten van hedendaagse beeldhouwers.

TEGENBEELD Thematoonstelling 7 april - 22 september 2019 Het Depot

opening 7 april en te zien tot en met 22 september

LOUIS NIĂ&#x2039;NHUIS Solotentoonstelling 3 februari - 10 juni 2019 Villa Hinkeloord benedenzaal

BOMEN ZIJN ALS MENSEN Thematentoonstelling 7 oktober 2018 - 24 maart 2019 Het Depot

ARBORETA DE DREIJEN & HINKELOORD Permanente tentoonstelling Het Depot

EJA SIEPMAN VAN DEN BERG Permanente tentoonstelling Villa Hinkeloord

Boven: Petra Boshart, Zwarte tors, 1985, hardsteen, 32 cm Onder: Karianne Krabbendam, Tors liggend, 2005, portugees marmer, 60 cm Beeldhouwkunst

Architectuur

Rijksmonument

Arboreta

Beeldengalerij Het Depot Arboretumlaan 4 6703 BD Wageningen Locatie Villa Hinkeloord Generaal Foulkesweg 64 6703 BV Wageningen T F E I

0031 (0)317 467 720 0031 (0)317 467 738 beeldengalerij@hetdepot.nl www.hetdepot.nl

Profile for Nina van Dijk

BAZ Magazine 27 – Voorjaar 2019  

BAZ Magazine 27 – Voorjaar 2019