Page 1

architectenweb Project Volkshotel

Interview i29 interior architects

Thema Interieur Achtergrond End of Sitting

nummer 7 — jaargang 2 — januari 2015


MAAK RUIMTE

FUNCTIONEEL Art by Fenna Grijpma

PANEELWANDEN

|

SCHUIFWANDEN

|

VOUW WANDEN

ZICHTBARE E N ONZICHTBAR E PE R FEC TIE Zichtbare en onzichtbare perfectie vormt de doorslaggevende succesfactor achter onze mobiele wanden. Zichtbaar zijn de precieze passingen, de fraaie detailleringen en de mooie afwerkingen. Maar de niet zichtbare technieken vormen eigenlijk het ĂŠchte succes achter onze wanden. Zoals sterke en oerdegelijke mechanieken. En het beproefde hang-, loop- en sluitwerk. Gericht op langdurig en veelvuldig gebruik. Kijk ter inspiratie op www.breedveld.com Of bel voor advies of een afspraak 0487-542888.

|

GL ASWANDEN

|

SPECIAL S


Partners Een overzicht van de partners van Architectenweb.

MBI

The Floor is Yours

4 — architectenweb


architectenweb — 5


Busch-free@home®. Huisbesturing was nog nooit zo gemakkelijk.

Busch-free@home®. Jaloezie, licht, verwarming, airco of deurcommunicatie – allemaal in één netwerk geïntegreerd. Heel gemakkelijk. Van eenvoudige installatie van de free@home-producten tot aan de slimme inbedrijfname met de geïntegreerde webinterface. Met de gratis app voor tablet en smartphone kunnen zelfs ook de bewoners het systeem aan hun behoeften aanpassen. Gemakkelijker gaat niet. Meer informatie op www.BUSCH-JAEGER.nl/freeathome.

www.BUSCH-JAEGER.nl

De toekomst begint nu.


Interiorscreens van Zonnelux Decoratieve en warmtewerende screendoek rolgordijnen voor kleine, maar ook bijzonder grote raampartijen.

Maak gebruik van onze professionals die u van A tm Z kunnen adviseren & ontzorgen.

windowfashion

Shutters van Zonnelux Een ruimte met daglicht regulerende shutters verandert in een oase van stijl en rust. De hoogwaardige kwaliteit van shutters vindt men terug in de perfecte afwerking van dit geheel in Europa geproduceerde product. • • • •

In 4 tot 5 weken geleverd Een Europees Product, uit eigen fabriek Scherp geprijsd maatwerk programma Lamelbreedtes in 35, 60, 80 en 90 mm

Shutters van Lindenhout, Wengé, Eiken of Abachi

• • •

Bedieningslat en clear view bediening Verborgen en opdek scharnieren Eigen meet- en montageservice

www.zonnelux.nl


LINEACUBE lineaCube is een autonome ruimte met een unieke en zelfdragende, dubbele flush beglaasde constructie met gepatenteerde, onzichtbare glasverbindingen. Luchtventilatie, zeer goede akoestische isolatie en absorptie, stroom, data, audio en verlichting zijn ge誰ntegreerd in het verzonken plafond. De lineaCube is flexibel in afmetingen, indeling en modulatie, zoals volledig transparant of uitgevoerd met jaloezie谷n of gesloten modules. Daarnaast kunnen alle Maars Living Options ge誰ntegreerd worden in de lineaCube, bijvoorbeeld sound panels, whiteboards en multimedia met touch screens. Kijk voor meer informatie en de digitale brochure op:

www.maarslivingwalls.com


48

In dit nummer 40

62

12—17 In beeld Een drietal trends in het interieur: ontmoetingsruimte wordt steeds belangrijker, net als hospitality, en natuurlijke elementen. 18—23 Als de stad zelf In het gemeentekantoor dat GROUP A en Studio Makkink & Bey in De Rotterdam hebben ontworpen zijn allerlei elementen rond de werkplekken verbijzonderd. 24—27 Een nieuw denkbeeld In de installatie End of Sitting kon in allerlei houdingen gewerkt worden. Een gesprek met Ronald Rietveld van RAAAF over hoe dat in de praktijk beviel. 28—29 Werkplekken als ruimtelijke bouwstenen In het interieurontwerp voor SOZAWE in Groningen heeft MVSA Architects flexibel meubilair van Gispen opgenomen. 10 — architectenweb

40—46 “Il faut insister” Na een moeilijk jaar, waarin haar bureau Merkx + Girod door ongelukkige omstandigheden ophield te bestaan, is interieurarchitect Evelyne Merkx onverminderd enthousiast aan het werk. Onder de naam Studio Merk X werkt ze als zelfstandig ontwerper aan uiteenlopende projecten. Haar kracht – tevens vawlkuil – schuilt in de manier waarop ze haar ruimtelijke visie weet te vertalen tot in het allerkleinste detail.

30—35 De verbindende werkomgeving Het nieuwe hoofdkantoor van Nuon naar ontwerp van Heyligers staat in het teken van ontmoeting en kennisuitwisseling. 36—39 Flexwerken in een duurzame omgeving In het Stadskantoor van Utrecht koos Kraaijvanger voor duurzame en akoestische bamboe wandbekleding van Baars & Bloemhoff. 48—53 Als een oude spijkerbroek Bij de transformatie van het Volkskrantgebouw tot Volkshotel is iets van het krantenmaken teruggebracht. Op de begane grond van het hotel is een publiek interieur ontworpen voor hotelgasten, buurtbewoners, flexwerkers en clubbers.


54—57 Transparantie en toegankelijkheid voor revalidant en personeel Bij de renovatie van De Hoogstraat Revalidatie heeft Van den Berg Architecten gekozen voor makkelijk bedienbare zweefdeuren van KONE.

Hoofdredactioneel

70—77 Nieuwe producten Een overzicht van nieuwe bouwproducten.

Op verschillende momenten binnen de themaperiode ‘Interieur’ stak het probleem van de meetbaarheid van de gedane ingrepen de kop op. Hoe meet je of mensen zich bij binnenkomst in een ruimte direct prettig voelen en er daarom langer wensen te blijven? Hoe meet je de vooruitgang (of achteruitgang) van productiviteit en werknemerstevredenheid bij de introductie van Het Nieuwe Werken? En hoe meet je hoe gezond een kantooromgeving is? Bij de binnen de themaperiode gekozen accenten Het Nieuwe Werken en hospitality staat de ‘zachte’ kant van interieurontwerp centraal en dat maakt discussies over wat wel (of niet) werkt complex. Als ontwerper enkel afgaan op jouw eigen intuïtie en ervaring is volgens omgevingspsycholoog Susanne Colenberg (p60) niet afdoende, vanwege de beroepsdeformatie die je als ontwerper onvermijdelijk hebt. Op Het Grote Interieurcongres kondigde D/Dock daarom aan bij verschillende ontwerpen zeer uitgebreid onderzoek te doen, om de effecten van de verschillende ingrepen helder te krijgen en daarmee in gesprek te kunnen met opdrachtgevers. Bij een van de ontbijten die tijdens deze themaperiode plaatsvonden vertelde een vertegenwoordiger van Microsoft dat de overstap van de Nederlandse tak van het bedrijf op Het Nieuwe Werken zo’n tien jaar geleden de werknemerstevredenheid enorm verhoogd heeft. De vrijheid om zelf de werkdag in te kunnen delen en zelf te bepalen waar men werkt, wordt als bijzonder prettig ervaren. Op Het Grote Interieurcongres vertelde facility manager Frans van Eersel dat ook bij Google de werknemerstevredenheid centraal staat. Dat heeft erin geresulteerd dat iedere medewerker in het Amsterdamse kantoor van Google twee werkplekken heeft: een compacte vaste werkplek met een bureau, plus een zelf te kiezen plek in een van de keukens, vergaderruimtes, stilteruimtes, enzovoorts. Zo is er volop de gelegenheid om voor iedere activiteit de beste werkplek te kiezen. Daar bovenop is het wisselen van houding door de dag heen ook nog eens heel gezond. Met de opkomst van Het Nieuwe Werken is er veel meer aandacht gekomen voor al die andere activiteiten in de werkomgeving dan het werken achter een bureau. De prachtig vormgegeven ontmoetingsruimtes in het nieuwe gemeentekantoor van Rotterdam (p18) en het nieuwe hoofdkantoor van Nuon (p30) illustreren wat dit op kan leveren. Maar helaas wordt Het Nieuwe Werken door opdrachtgevers ook regelmatig ingezet om niet te investeren in de medewerkers, maar gewoon te besparen op huisvesting: door de vaste werkplek af te schaffen en alle noodzakelijk voorzieningen eromheen achterwege te laten. Hoe bewijs je als ontwerper dat dit niet werkt? Voor onderzoeksinstellingen maar ook voor de beroepsgroep zelf ligt hier een grote opgave. Een heel nieuwe opgave als het om de inrichting van de werkomgeving gaat is gezondheid. Steeds meer onderzoek wijst uit dat het ongezond is om de hele week in dezelfde houding te werken. Een mix van werkplekken en/of in hoogte verstelbare tafels kunnen dan helpen. Met zijn installatie End of Sitting (p24) laat RAAAF zien hoe zo’n gezonde werkomgeving eruit zou kunnen zien. Maar dé oplossing is er nog niet. Een grote kans voor de ontwerpers die in dit gat durven te springen. —

78 Colofon en advertentie-index

Michiel van Raaij Hoofdredacteur

58—59 Inspirerend centrum voor de interieurprofessional De ETC Expo in Culemborg is een designcentrum voor professionals in de interieurbranche. 60—61 Symbiose tussen mens en omgeving Een interview met omgevingspsycholoog Susanne Colenberg over hoe de beleving van de gebruikers een centralere plek kan krijgen in het ontwerpproces. 62—69 Altijd de ruimte als geheel Geen interieurarchitectenbureau wordt internationaal zoveel gepubliceerd als i29 interior architects. Een uitgebreid interview met de twee oprichters.

30

architectenweb — 11


Elkaar ontmoeten Op hoeveel manieren kun je bij elkaar zitten? In een bestaande industriële hal op Campus Chemelot in Geleen heeft Broekbakema samen met Studio Niels een enorme variatie aan zitmogelijkheden ontworpen. Voor ieder wat wils. En bij events is de schikking nog eenvoudig aan te passen ook. Het interieur is rauw gematerialiseerd en vormt de huiskamer voor de 1350 mensen die op de campus werken. Het geheel moet ontmoetingen, en dus kennisuitwisseling, en dus innovatie, stimuleren. — Foto Serge Technau 12 — architectenweb


architectenweb — 13


14 — architectenweb


Als een hotel Bij de herinrichting van de plint van het voormalige hoofdkantoor van Nedlloyd aan de Boompjes in Rotterdam heeft Powerhouse Company ingezet om de service en ervaring te bieden van een chic hotel. Er is een koffiebar, een brasserie en een restaurant ontworpen, net als een enorme lounge. Daarbij is veel hout, leer en natuursteen toegepast. En natuurlijk zijn ook de toiletten niet vergeten. Met dit concept is het bedrijfsverzamelgebouw aantrekkelijk voor bedrijven die met minder geen genoegen nemen. Dat is een groeimarkt. — Foto Kim Zwarts

architectenweb — 15


16 — architectenweb


In de natuur Weinig heeft zo’n positieve invloed op het gemoed als natuurlijk daglicht en uitzicht op de natuur. Voor een binnenstedelijke vestiging van de gemeente Amsterdam heeft CUBE architecten een oude winkelruimte getransformeerd tot een groene en multifunctionele kantoorruimte waar overlegd, gewerkt of gepresenteerd kan worden. De schijnbaar willekeurige plaatsing van de elementen maakt dat de ruimte er niet alleen als park uitziet, maar ruimtelijk ook als zodanig werkt. — Foto Yvonne Lukkenaar architectenweb — 17


18 — architectenweb

— tekst Michiel van Raaij “Met 33 verdiepingen is dit Rotterdamse gemeentekantoor ongelofelijk groot”, vertelt architect Folkert van Hagen van GROUP A. “Op al die verdiepingen krijg je zoveel indrukken, dat het me niet lukt het volledige project in een dag te bekijken. Dat is me niet eerder overkomen.” De opdracht om het interieurontwerp van de middelste toren in De Rotterdam te maken verwierf GROUP A samen met Studio Makkink & Bey en Roukens + van Gils via een aanbesteding. “De schaal en repetitie spraken ons direct aan”, herinnert Van Hagen zich. “Om-

Foto’s: ScagliolaBrakkee

Als de stad zelf

Sinds de Rotterdamse gemeenteambtenaren naar De Rotterdam verhuisd zijn, ontvangen ze hun gasten daar op de 22e verdieping. In de plint was hiervoor te weinig ruimte. Het interieur dat GROUP A en Studio Makkink & Bey voor het gemeentekantoor hebben ontworpen zit vol met dergelijke strategische slimmigheden. Een gesprek met ontwerpers Folkert van Hagen en Jurgen Bey over het ontwerp, de schaal ervan en Het Nieuwe Werken 010.


dat het project zo groot is hebben we gezegd: dit moeten we benaderen als een stedenbouwkundig ontwerp.” Op de plek waar de twee gestapelde bouwvolumes van de kantoortoren iets ten opzichte van elkaar zijn verschoven stelden de bureaus voor het ‘stadshart’ te positioneren. Van daaruit kun je naar allerlei ‘pleinen’ en ‘parken’ die verspreid liggen door het gebouw, en waar ontmoetingen plaats kunnen vinden en er vergaderd kan worden. En vervolgens kun je verder de ‘wijken’ in, de gedifferentieerde velden van werkplekken. De liften in het gebouw verbinden als een ‘metro’ al deze plekken direct met elkaar.

Stadshart

Links en rechtsonder De welkomstverdieping op de 22e verdieping met koffiebar en opgetilde vergaderruimte. Middenonder De pantry op een van de ‘generieke’ verdiepingen.

kink & Bey. “Op de 22e verdieping daarentegen heb je rust.” “En als ambtenaar ben je er toch ook trots op dat je hier zit?”, stelt Van Hagen. “Wat is er dan mooier dan je bezoek op de 22e verdieping te kunnen ontvangen?” Hiervoor kunnen bezoekers zelfstandig naar die welkomstverdieping komen, de ambtenaren ontmoeten ze daar. De welkomstverdieping leent zich volgens Van Hagen uitstekend voor korte besprekingen. Voor langere besprekingen ga je samen wel echt de verdiepingen op. “Om dit concept te laten werken moet de welkomstverdieping natuurlijk goed ingericht worden, echt een bijzondere plek zijn, en moet er de beste kof- >

“De verhuizing van de gemeente naar De Rotterdam, naar het centrum van de stad, was medebepalend voor het concept van het interieur”, vertelt Van Hagen. “Daarop hebben wij voorgesteld de stad ook naar binnen te trekken, tot middenin het gebouw.” Op de dubbelhoge verdieping op de 22e verdieping van het gebouw is daarvoor een zogenaamde welkomstverdieping ingericht. Mede door zijn beperkte grootte leende de begane grondverdieping zich minder goed voor ontvangst; hier bevindt zich nu alleen de receptie en beveiliging. “Bij de binnenkomst op de begane grond zijn mensen vaak net te laat en haasten ze zich naar de liften”, analyseert ontwerper Jurgen Bey van Studio Mak-

architectenweb — 19


fie van het gebouw geschonken worden”, vertelt Van Hagen. Dat is ook gebeurt, en het werkt: “Het is er altijd druk.” In een van de zijbeuken is ook een bibliotheek ingericht, met boeken die over Rotterdam gemaakt zijn. De welkomstverdieping leent zich volgens Van Hagen ook uitstekend om er kleinere evenementen en debatten te organiseren. Het originele idee was om deze verdieping echt publiek toegankelijk te maken en hier op verschillende manieren de cultuur uit de stad een plek te geven. Voorlopig vindt dit idee geen doorgang, al heeft Van Hagen goede hoop dat dit in de toekomst alsnog zal gebeuren. “Wij hebben met z’n allen niet door dat onze publieke gebouwen de afgelopen twintig jaar steeds geslotener zijn geworden”, stelt hij. 20 — architectenweb

“Dat beschouw ik niet als vooruitgang.” Als architect wil hij een bijdrage leveren om deze trend om te draaien. In de basis wilden de bureaus niets aan het gebouw veranderen. Maar bij de welkomstverdieping is toch een gat in de vloer gemaakt om er een trap naar de 21e verdieping te kunnen maken. Op die verdieping bevindt zich het restaurant en stoppen alle liften. Omdat dit de overstapverdieping van de low- en highrise is, was het zeer wenselijk om een goed zichtbare verbinding met de welkomstverdieping te maken.

Pleinen In het Programma van Eisen voor het interieur van het gemeentekantoor was een mix van werk- en ontmoetingsplek-

ken voorzien. Met de verhuizing naar het nieuwe kantoor gaat de gemeente Rotterdam over op wat Het Nieuwe Werken 010 genoemd is. De flexratio is 1.3, wat betekent dat er voor iedere 10 medewerkers 7 Arbo-werkplekken zijn. Naast de informele werkplekken en de overleg- en loungeplekken natuurlijk. In hun ontwerp hebben GROUP A en Studio Makkink & Bey de kantoorinrichting in twee delen opgedeeld. Het ‘generieke’ deel van de werkomgeving is ontworpen door GROUP A. Denk hierbij aan de reguliere werkplekken, overlegplekken en concentratieruimtes; kortom de ‘wijken’. Het meer ‘speciale’ deel van de werkomgeving is ontworpen door Studio Makkink & Bey. Dit zijn de informelere overleg- en loungeplekken


Links De huiskamer op een van de ‘generieke’ verdiepingen. Midden Een plek voor informeel overleg tussen de vergaderruimtes op een ‘speciale’ verdieping. Onder Het restaurant op de 21e verdieping.

en verbijzonderde overlegruimtes en concentratieplekken. De ‘pleinen’ en ‘parken’ noemen de bureaus dit laatste. Om te voorkomen dat de grote liftkernen in De Rotterdam de torens ondoordringbaar en niet transparant zouden maken, heeft OMA ervoor gekozen de kernen extra uit elkaar te trekken. Middenin de toren is hierdoor veel ruimte ontstaan. “Er is in totaal 3.500 vierkante meter liftlobby”, aldus Bey. Daar wilden de bureaus iets mee. “Wat als wachten niet meer bestaat, omdat het ontmoeten wordt?” Dat werd hun voorstel. De door Studio Makkink & Bey ontworpen ontmoetingsruimtes manifesteren zich direct vanaf de liften, met kleurrijke hang-/sta-meubels en leun-/ zit-meubels op een even kleurrijke vloer. Vanaf de lobby’s loopt deze ontmoetingszone de verdiepingen op en faciliteren onder meer een ‘huiskamertafel’, verschillende loungeplekken en vergaderruimtes. De ‘pleinen’ en ‘parken’ komen min of meer om de verdieping terug, op de 33 verdiepingen zijn er in totaal 17. Van elke andere verdieping is zo’n ruimte nooit verder dan één trap weg. “En net zoals ieder plein en park in de stad steeds anders

is, is dat ook hier het geval”, vertelt Van Hagen enthousiast. Vanaf de liftkernen loopt deze zone iedere keer net een andere kant op, zodat zich telkens een ander zicht op de stad toont. In de voorgeschreven mix van werkplekken moesten ook ondersteunende

“Dit moesten we benaderen als een stedenbouwkundig ontwerp” functies in het gebouw verdeeld worden. De bureaus hebben vergelijkbare plekken gegroepeerd. “Om het karakter ervan te versterken.” Zo is er bijvoorbeeld een speciale verdieping waar rust- en kolfruimtes zijn, maar ook behandelkamers voor de fysiotherapie en de Arboarts. Planten krijgen centraal een plek op the gardenverdieping, de huismeester en zijn werkplaats zijn niet weggestopt, maar bevindt zich middenin een highrise verdieping, tussen de werkplekken. Doordat het reguliere werk in de ‘generieke’ ruimtes gedaan kon worden, lukte het de bureaus bij het ontwerp van de ‘speciale’ zones, van de opdrachtgever meer vrijheid te krijgen. In eerste instantie wilde de gemeente nog exact aangeven hoe iedere plek gebruikt moest worden. “Zeer tegenstrijdig met het hele idee van Het Nieuwe Werken”, geeft Bey toe. “De scherpe randjes hebben we daar van afgehaald. Je wilt juist dat het een enigs- >

architectenweb — 21


LOWRISE HIGHRISE KNIP

e

26 verdieping highrise ‘generiek’

e

40 verdieping highrise ‘speciaal’

40 THE COLLEGE

39 38

37 THE GARDEN

36

35 THE COLLEGE 34

33 THE PARK 32

31 THE VOID 30

29 THE EXHIBIT 28

27 THE VOID 26 25

24 THE FLIP

22 WELKOM 21 RESTAURANT

20 THE UNIT 19 18

17 THE VIEW 16

15 THE VOID 14

13 THE CURTAIN 12

11 THE VOID 10

09 THE FOREST 08 07

00 ENTREE

Dwarsdoorsnede

21e verdieping restaurant

22e verdieping welkom

8 e verdieping lowrise ‘generiek’

11e verdieping lowrise ‘speciaal’

zins grijs gebied is, dat het op verschillende manieren gebruikt kan worden, dat mensen zelf beslissen wat ze ergens doen, en dat het zichzelf reguleert.”

Wijken “Voor wat betreft de ‘generieke’ ruimtes hebben we heel goed gekeken naar de inrichting”, vertelt Van Hagen. “Alles is 22 — architectenweb

“Wat als wachten niet meer bestaat, omdat het ontmoeten wordt?”

tot in detail uitgedacht. Dit komt immers 33 keer terug. Het moesten ruimtes zijn waar iedereen zich in kon vinden.” Daarom is hier onder meer gekozen voor een rustig kleuren- en materialenpalet. Op de verdiepingen zijn de standaard functies – garderobe, lockers, koffiecorners, printers, concentratieplekken – overal hetzelfde gepositioneerd en uitgevoerd. Zo kan iedereen overal direct zijn weg vinden. Verder wilden de ontwerpers dat het gebruik van de ruimte zich zoveel mogelijk zelf zou wijzen. Dat betekent grosso modo dat de ruimtes voor groepswerk zich centraler op de vloeren bevinden en dat de concentratieplekken meer op de hoeken gelegen zijn. Vooral in de low-rise speelde bij de indeling van de vloeren ook de context nog een rol. Architect Rem Koolhaas heeft eens verkondigd dat in De Rotterdam langs de zeer smalle ruimtes tussen de gebouwen de donkerte opnieuw ontdekt kon worden. Van Hagen en Bey hebben die kanten van het gebouw niet direct als positief ervaren. Daar waar de low-rise van de kantoortoren aan het woongebouw ernaast grenst werden zij geconfronteerd met een dichte wand. Vergaderruimtes, concentratieruimtes en archiefruimtes kregen hier echter een plek. Aan de andere zijde kijkt de low-rise uit op de liftlobby’s van het hotel ernaast. Ook hier


Boven Meubels om te zitten, hangen of leunen voor informeel overleg. Links Een concentratie werkplek op een ‘generieke’ vloer. Rechts Een ‘speciale’ verdieping met behandelkamers voor de Arboarts, fysiotherapie en rust- en kolfruimtes.

hebben de bureaus de meer gesloten functies, zoals team- en vergaderruimtes en concentratie werkplekken ontworpen.

Stoelen en tafels Op initiatief van de bureaus is niet slechts een deel van de bestaande stoelen hergebruikt in het nieuwe kantoor, maar zijn alle stoelen hergebruikt. “Het zijn allerlei type stoelen”, vertelt Van Hagen. “Maar hierdoor hebben we kunnen besparen op de kosten van stoelen en het is duurzaam. Het zijn toch onze belastingcenten, dus je probeert te besparen waar dat kan en te investeren waar dat voor de stad het meeste oplevert.” Bij het project diende 5% van het budget direct ten goede te komen aan de maatschappij. Dit budget hebben de bureaus ingezet om een speciale Rotterdamstof te ontwikkelen en hiermee alle stoelen opnieuw te stofferen. Dit laatste

De stoelen zijn opnieuw bekleed met een zelf ontwikkelde Rotterdamstof is gedaan door de sociale werkplaatsen in Rotterdam en Den Haag. De stof kent een 18 meter lang patroon van Rotterdamse straatnamen en is ontworpen door kunstenaar Andre Castro. Doordat iedere stoel met een ander deel van de stof bekleed is, is uiteindelijk geen stoel hetzelfde. Ook alle bureaus in het nieuwe kantoor zijn meegenomen uit de oude kantoren. Om eenheid te brengen in de werkomgeving zijn alle bureaus voorzien van twee witte zijschotten die verbonden worden door een groot akoestisch scherm

hier dwars op. De bureaus zijn zo ingebouwd in nieuwe kaders. Ook op een ander punt waren deze kaders echter noodzakelijk. In De Rotterdam zijn alle kabelgoten langs de gevel gelegd. “Maar lang niet iedereen zit aan de gevel natuurlijk”, verklaart Van Hagen. In de vloeren zijn daarom extra sleuven gefreesd. Deze komen uit in de nieuwe kaders, waar de verschillende kabels doorheen geleid worden om op bureaubladniveau te eindigen. Het interieur van het Rotterdamse gemeentekantoor is in een bijzonder kort tijdbestek tot stand gekomen. GROUP A en Studio Makkink & Bey hebben hun deel van het ontwerp vanwege de tijd grotendeels naast elkaar uitgewerkt. De aansluiting tussen de delen bood hier voldoende flexibiliteit voor. Bey: “Je hoeft het ook niet altijd met elkaar eens te zijn.” Van Hagen roemt ten slotte de opdrachtgever waarmee, vanuit een vertrouwen in het proces, een open dialoog gevoerd kon worden over de inhoudelijke kant van het ontwerp: “Dan kun je het ontwerp stap voor stap beter maken.” — architectenweb — 23


denkbeeld Eind vorig jaar was gedurende drie weken de installatie End of Sitting te bezoeken aan de Looiersgracht in Amsterdam. In het experimentele kantoorlandschap hebben gedurende die periode ook mensen gewerkt. Een gesprek met architect Ronald Rietveld van RAAAF over wat hem hierbij opviel. — tekst Michiel van Raaij 24 — architectenweb

Foto’s: Jan Kempenaers (kleur), Frederica Rijkenberg (zwart-wit)

Een nieuw


werkomgeving van de toekomst en kwam daarbij op het spoor van de gezondheid in de werkomgeving. Samen met galerie Looiersgracht 60 heeft RAAAF vervolgens het initiatief genomen dit onderzoek te materialiseren in deze installatie.

Ondersteund staan

“Na een dag werken waren mensen mentaal moeier, maar mentaal fitter; en dat was precies de bedoeling”, vertelt architect Ronald Rietveld van RAAAF, dat de installatie End of Sitting met zijn team ontwierp en bouwde. In de korte periode dat de installatie bestond hebben er mensen gewerkt van allerlei typen bedrijven, zelf heeft Rietveld er ook verschillende dagen gewerkt. “Iedereen vond als vanzelf zijn plek in de installatie en vrijwel iedereen beoordeeld het als beter dan de reguliere werkomgeving. Daarbij bleek de productiviteit bij het uitvoeren van opdrachten hoger dan in de reguliere werkomgeving.” Dat zijn de eerste conclusies die Rietveld durft te trekken.

Wetenschappelijk bewezen kan hij het nog niet noemen. De analyse van de betrokken wetenschappers zal in het voorjaar van 2015 gepresenteerd worden. Wat Rietveld betreft werkte de installatie echter zoals gedacht. Waar gaat End of Sitting precies over? Eigenlijk is het heel eenvoudig. In de reguliere werkomgeving worden de grootste spieren die we als mens hebben – die in onze benen – nauwelijks aangesproken. Steeds meer onderzoek wijst uit dat dit zeer ongezond is. Het is veel beter om deze spieren gedurende de dag wel op verschillende manieren in te zetten. In opdracht van Atelier Rijksbouwmeester heeft RAAAF in samenwerking met Barbara Visser onderzoek naar de

“De kern van End of Sitting is mensen te verleiden om gedurende de dag in verschillende houdingen te werken”, vertelt Rietveld. “Aan de installatie hebben we eigenlijk weinig ontworpen. We hebben simpelweg een diversiteit aan houdingen bedacht en die ruimtelijk verspreid.” Door variatie in de maatvoering kunnen mensen van verschillende lengtes allemaal een geschikte plek vinden. Het geheel is gerealiseerd in MDF. In de installatie is het mogelijk leunend tegen wanden te staan, over een rand te hangen, te zitten, achterover te leunen, te liggen, en allerlei houdingen daartussenin aan te nemen. Volgens Rietveld waren er wel een paar populaire plekken: de hangplek in de touwen, de ligplaats middenin de rots en de staplekken aan de rand van de installatie. “Maar wat ook echt geldt: wat voor de een comfortabel is, kan dat voor een andere helemaal niet zijn.” Op veel plekken in de installatie kunnen mensen onder een kleine hoek achterover of voorover leunen. Doordat de vloer eveneens gekanteld is en in een hoek van negentig graden op de wand aansluit kun je hier volgens Rietveld als het ware rechtop staand leunen. “Dat hebben we he- > architectenweb — 25


“Het gaat erom mensen te verleiden in verschillende houdingen te werken” lemaal zelf uitgevonden, dat is nooit eerder zo gerealiseerd.” Ondersteund staand werken noemt hij het, en die bleken in de praktijk te beklijven. “Mensen werkten soms langere tijd in die houding.” Over al die schuine vloervlakken naar je werkplek wandelen bleek bij een eigen bezoek op de openingsavond soms wel wat omslachtig: je glijdt snel uit. Op dat punt is het echt een prototype. In een eventuele volgende versie van de installatie kunnen daarvoor eenvoudig extra vlakke delen toegevoegd worden. Wisselden mensen echt van houding, zoals de bedoeling was? “Ja, mensen wisselden iedere paar uur van houding”,

heeft Rietveld vastgesteld. De onderzoekers die zich bij TNO met gezondheid in de werkomgeving bezighouden adviseren dat mensen sneller van houding wisselen dan dat, maar Rietveld is trots op het nu al behaalde resultaat. Veel mensen werkten in de installatie op hun laptop. “Dat die hier soms schuin stond, daar wenden mensen heel snel aan.”

Niet de gekke Henkie Belangrijk aan de ontworpen werkomgeving vond Rietveld dat het een geheel zou zijn. “Daardoor ontkom je er niet aan”, analyseert Rietveld. “Als je een hoge tafel met een fietsje eronder in de hoek neerzet, dan ben je de gekke Henkie van de afdeling als je daarop gaat zitten. In deze installatie is iedereen erbij betrokken. Je gaat het als collectief aan.” De vormgeving van End of Sitting illustreert de breuk met de reguliere werkomgeving. Als contrast met de leegte en luchtigheid van de traditionele kantooromgeving ontwierp RAAAF een

installatie waar volte en tussenruimte domineren. “Het is een soort rots, waarin plekken uitgehakt zijn”, omschrijft Rietveld het. De verwijzing naar de rots lijkt er eentje uit de losse pols te zijn, maar de link met het natuurlijke is erg raak. Net als in de natuur zijn er in de installatie namelijk geen plekken gedefinieerd. Het is een landschap van mogelijkheden, waarin je een passende plek voor jezelf creëert. “In de praktijk bleken mensen zich heel natuurlijk door de installatie te verspreiden”, vertelt Rietveld. Daarbij was het niet zo dat mensen op exact gelijke afstand van elkaar gingen zitten, zoals bijvoorbeeld in treinen, trams en bussen te zien is. “Soms gingen mensen in groepjes bij elkaar zitten, soms gingen mensen meer individueel zitten.” Al direct op de openingsavond was te zien hoe de vormgeving van de installatie invloed had op het gebruik. Daar waar de 26 — architectenweb


“De productiviteit was hoger dan in de reguliere werkomgeving” Boven Binnen End of Sitting bleek iedereen als vanzelf zijn plek te vinden. Beneden Door variatie in de maatvoering is het werklandschap door mensen van verschillende lengten te gebruiken. Linkerpagina End of Sitting stelt een nieuwe sculpturaliteit voor de werkomgeving voor.

paden een fijnmaziger netwerk vormden, verzamelden zich groepjes voor overleg. Op de plaatsen waar de paden doodliepen zaten mensen geconcentreerd te lezen. Bij de hogere delen was het dringen, hier wilden veel mensen uitkijken over het werklandschap beneden. De vraag of RAAAF geïnteresseerd zou zijn om een permanente versie van End of Sitting te ontwerpen beantwoordt Rietveld ontkennend. Met zijn bureau wil hij denkbeelden realiseren, de verdere toepassing hiervan – met alle bijbehorende compromissen – vind hij iets voor anderen. Het ontwerp van een tweede installatie lijkt hem wel heel interessant. Daarin zou hij het geleerde van dit eerste project kunnen verwerken en zouden ook andere materialen onderzocht kunnen worden. — architectenweb — 27


— advertorial

Werkplekken als ruimtelijke bouwstenen ‘Het huis van SOZAWE’, dat was de wens voor het gemeentekantoor aan het Harm Buiterplein. Vriendelijk en uitnodigend voor zowel publiek als medewerkers moest het zijn, met een efficiënt en flexibel interieur. Door reorganisaties binnen de gemeente is de beloofde flexibiliteit op gebouwniveau nog voor de oplevering getoetst: wat oorspronkelijk bedoeld was als gebouw voor SOZAWE (Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid) is nu een gemeentekantoor voor verschillende afdelingen geworden. MVSA Architects heeft een gebouw ontworpen met twee overdekte atria. Het grote atrium aan de oostzijde is publiek toegankelijk en ontsluit de diensten voor 28 — architectenweb

de burgers en de semipublieke functies, zoals het vergadercentrum. Het westelijke atrium is bestemd voor de medewerkers en dient als ontmoetingsruimte en multifunctioneel restaurant. Deze ruimte kan voor grote bijeenkomsten en – doordat ze is voorzien van databekabeling en elektra – als werkplek worden gebruikt. De implementatie van flexibele werkplekken heeft geleid tot een algemeen inrichtingsconcept voor de werkvloeren. “We hebben gekozen voor werkplekken anticiperend op de verschillende werkstijlen”, vertelt Beate Schröder van MVSA. “De plekken zijn onderling uitwisselbare ruimtelijke bouwstenen.” Overlegruimten vormen een buffer tussen open werk-

plekken, zodat er geen geluidsoverlast ontstaat. Ten behoeve van optimale flexibiliteit hebben we ondersteunende faciliteiten zoals huiskamers, lockers en garderobes strategisch gesitueerd.” Aanvullend op de gesloten overlegplekken zijn er afgeschermde aanland- en concentratiewerkplekken gecreëerd. Het assortiment van Gispen sloot perfect aan bij de binnen dit project gestelde eisen aan functionaliteit en duurzaamheid. Het feit dat de producten zich ook uitstekend lenen voor maatwerk, bleek een pré. Er is in overleg met de gemeente en op advies van Gispen gekozen voor de Ellen Lounge in een duo (coupé-) opstelling om de lounge- en overlegplek-

Foto’s: Gispen/Chris van Koeverden

In zijn nieuwe kantoor op het Harm Buiterplein in Groningen heeft de gemeente besloten om Het Nieuwe Werken toe te passen. MVSA Architects heeft in overleg met de gebruiker bouwstenen voor activiteitgerelateerde werkplekken ontwikkeld. In samenwerking met Gispen is het hierbij passend meubilair gekozen, dan wel naar behoefte gespecificeerd.


advertorial —

Links Uiteenlopende werkplekken anticiperen op verschillende werkstijlen. Onder Het westelijk atrium is een multifunctionele ontmoetingsplek voor de medewerkers van SOZAWE. Rechtsboven Op basis van zijn portfolio heeft Gispen projectspecifieke oplossingen geboden. Rechtsonder MVSA Architects heeft ruimte gecreëerd voor terugtrekken en ontmoeten.

ken in te vullen. Voor de concentratieplekken zijn de CubiC 80-bureaus aangepast aan de wensen en eisen van de opdrachtgever. “De wanden rond het bureau zijn hoger gemaakt en aan de binnenzijde geheel gestoffeerd in een paarse accentkleur”, vertelt Karin Werges van Gispen. “De wanden bieden privacy en rust, maar kunnen ook worden gebruikt om bijvoorbeeld notities en een customized pennenbakje aan te hangen.” Het is een van de voorbeelden voor klantspecifieke oplossingen in een project. “Het Nieuwe Werken betekende voor sommige medewerkers een nieuwe situatie; daarom hebben we in overleg met de gemeente en de architect oplossingen

gezocht die zowel de akoestiek verbeteren als visuele rust geven”, zegt Werges. Tegelijkertijd moesten ze passen binnen de visie die MVSA voor het interieur, met betrekking tot bijvoorbeeld het algemene beeld en de duurzaamheid, had opgesteld. Een opvallende oplossing voor privacy bieden ook de Gispen SDK kasten, die in dit project zijn voorzien van geïntegreerde plantenbakken. Deze combinatie laat beplanting onderdeel zijn van het hele interieurconcept en niet alleen decoratieve toevoeging, zo merkt Schröder op. MVSA heeft binnen het interieurconcept ook ruime aandacht gegeven aan terugtrekken en ontmoeten. “Ten behoeve van interactie en ontmoeting hebben we

‘huiskamers’ geïntroduceerd”, vertelt Schröder. In aanvulling op deze ontmoetingsplekken zijn er tuinen op drie niveaus ontworpen, die tevens bijdragen aan een verbetering van de sfeer en het binnenklimaat. Met een flexibel inrichtingsconcept anticipeert MVSA ook op de toekomst. “Daarmee kan de gemeente adequaat reageren op eventuele veranderingen in organisatie en gebruik”, aldus Schröder. — Meer informatie Gispen International BV Postbus 30 4100 AA Culemborg 0345 474 211 info@gispen.nl gispen.nl

architectenweb — 29


De

Het Nieuwe Werken is voor architect Willem Heyligers alweer een gepasseerd station, liever spreekt hij over ‘het werken van nu’. “Het open kantoor met flexplekken, zoals dat twintig jaar geleden op het hoofdkantoor van Interpolis in Tilburg werd geïntroduceerd, kwam voort uit het feit dat veel verzekeraarsagenten de hele dag op pad waren; een groot aantal bureaus was onbezet. Het had allereerst te maken met efficiënter ruimtegebruik.” Digitalisering heeft die ontwikkeling verder geholpen. Heyligers ziet dat thuiswerken inmiddels minder populair is. “Het kantoor is toch de plek waar je mensen ontmoet, inspiratie opdoet, waar het DNA van het bedrijf zit. ‘Het werken van nu’ gaat minder om vierkante meters winnen, en meer om het creëren van een kantooromgeving die past bij vandaag. Jong talent hecht niet aan de status van een eigen kamer met secretaresse. In deze wereld draait het om connected zijn: verbindingen aangaan. Dat gaat verder 30 — architectenweb

In het ‘werken van nu’, zoals architect Willem Heyligers de kantooromgeving van de 21e eeuw noemt, draait het niet alleen om efficiënt ruimtegebruik, maar vooral om het stimuleren van ontmoeting en kennisuitwisseling. Wat zijn de valkuilen bij het ontwerpen van zo’n open werkvloer, en wat de succesfactoren? — tekst Kirsten Hannema

dan een vrije opstelling met instelbare bureaus en verrijdbare ladeblokken. Het welslagen van deze manier van werken valt of staat met de faciliteiten eromheen: de publieke ruimte.”

Werkplezier en ontmoeting Heyligers leidt rond door het kantoor van Nuon in gebouw Nieuw Amsterdam (in de jaren tachtig ontworpen en nu gerenoveerd door de Architekten

Cie) waarvoor hij het interieurontwerp maakte. De publieke entreehal, ontworpen als een verlengstuk van het Hoekenrodeplein, met een plantenwand, een grote leestafel, een mineraalwaterbar en een receptie waar hostesses in hippe jurken bezoek ontvangen, lijkt niet op een typisch kantoor. Afgaand op het hoge plafond, de vide en de uitnodigende trappartij naar de koffiebar op de verdieping, zou het ook een bibliotheek of de lobby van een stijlvol hotel kunnen zijn. In een oorfauteuil, met zijn laptop op schoot, zit een jonge man in pak te tikken. In de espressobar tel je zo tien tafeltjes met mensen in bespreking, in een van de coupézitjes geeft een vrouw een PowerPoint-presentatie. De sfeer is energiek, dynamisch; mensen lopen heen en weer over de trap, groeten elkaar of maken een praatje. “Je moet vanaf het moment dat je binnenkomt het gevoel hebben dat er iets gebeurt”, zegt Heyligers. “Werkplezier, ontmoeting – dat is wat we met >

Foto’s: Rick Geenjaar/Procore

verbindende


Om maat te geven aan het grote gebouw heeft Heyligers verschillende thema’s geïntroduceerd verwijzend naar de energiebronnen die Nuon gebruikt, hier is dat gas.

architectenweb — 31


het ontwerp wilden bewerkstelligen.” Maar Nuon hoopt ook dat een open werkomgeving stimuleert tot meer kennisuitwisseling en samenwerking, wat uiteindelijk moet resulteren in betere bedrijfsresultaten.

Gevoel van vrijheid De overgang van een traditioneel cellenkantoor naar een open werkvloer gaat nogal eens gepaard met verzet. Zo niet bij Nuon, waar zelfs de directeur zijn vaste bureau opgaf; hij zit nu bij voorkeur in het café, waar alle routes door het gebouw samenkomen, en hij makkelijk medewerkers aan kan spreken. “Het is de kunst om mensen een gevoel van vrijheid te geven”, zegt Heyligers. “Met het werken van nu heb je niet langer een kamer van tien vierkante meter tot je beschikking, maar een heel gebouw.” Tegelijk benadrukt hij het belang van de menselijke maat. “Dit project omvat 27.000 m2; zo’n gigantisch gebouw moet je behapbaar maken. Je hebt herkenningspunten nodig, anders voelen mensen zich verloren.” Om die reden zijn de verdiepingen, en ook het 32 — architectenweb

grote bedrijfsrestaurant, onderverdeeld in ‘buurtjes’ met een eigen identiteit, aansluitend bij de zes energiebronnen die Nuon gebruikt bij het opwekken van elektriciteit: zon, wind, water, biomassa, kolen, en gas. Bij ‘water’ werkte de architect met

Het draait om connected zijn: verbindingen aangaan


“Je hebt niet langer een kamer tot je beschikking, maar een heel gebouw” Boven Ga am nobitectin et maiorum quo odi occati ilibus pa verum vellace percia Onder Ga am nobitectin et maiorum quo odi occati ilibus pa verum vellace percia

gezamenlijke functies – koffieautomaat, pantry, kopieerapparaat. De bars en zithoeken worden voor lunchpauzes en overleg gebruikt, maar dankzij het geïntegreerde beeldscherm en de aansluitingen voor internet en elektriciteit, kun je er ook makkelijk een presentatie geven voor een paar collega’s.

Diversiteit aan werkplekken

Linkerpagina In het interieur zijn in totaal veertig verschillende stoelen gebruikt. Midden boven en midden onder In de lunchruimtes kan buiten lunchtijd ook

gewerkt en overlegd worden. Rechtsboven Op de werkvloer worden medewerkers uitgedaagd in verschillende houdingen te werken.

blauwe accenten, voor ‘gas’ ontwierp hij spectaculaire bolvormige lampen en zitjes, bij ‘wind’ zie je graphics van een landschap met windmolens. Ook in deze buurtjes staat ontmoeting centraal. De werkplekken zijn gegroepeerd rond een ‘dorpspomp’ met de

Op de werkvloer zelf valt vooral de enorme variatie aan plekken op. Er zijn glazen concentratieruimtes, belcellen, ‘werkbanken’, bars waar je actief op een kruk zit, fauteuils om in onderuit te zakken, schommelstoelen voor brainstormsessies, vergaderruimtes als zitkamers en meer formele conferentieruimtes en – uiteraard – ook ‘gewone’ bureaus. In totaal heeft Heyligers veertig ver- > architectenweb — 33


“We weten dat het niet goed is om almaar in dezelfde houding te zitten” schillende stoelen gebruikt. De variatie in type en vorm bewerkstelligt niet alleen keuzevrijheid en een afwisselend beeld, maar draagt volgens de architect ook bij aan de gezondheid. “We weten dat het niet goed is om almaar in dezelfde houding te zitten. Het is inmiddels bekend dat staand werken sowieso beter is. Om die reden is dertig procent van de (arbo)werkplekken als zodanig uitgevoerd. Maar je ziet wel dat men er nog aan moet wennen.”

Rust Wat is het belangrijkste als je ontwerpt voor ‘het werken van nu’? Heyligers: “Dat is paradoxaal genoeg ook het meest verwaarloosde onderdeel van de interieurarchitectuur: akoestiek. Ik beschouw het als dé succesfactor.” Hij attendeert op de serene rust tussen de bureaus, waar toch zo’n zestig mensen zitten te werken. En ook in het drukke restaurant hoef je geen moeite te doen om elkaar te kunnen verstaan. Hoe hij dat voor elkaar heeft gekregen? “Dat is eigenlijk heel simpel: zorg voor voldoende absorptiemateriaal, bij voorkeur op spreekhoogte.” Hij wijst op de geperforeerde plafondplaten in het restaurant, waarachter isolatiemateriaal verstopt zit. In de coupezitjes is het schuim weggewerkt achter de houten betimmering met ingefreesde sleuven. De afgesloten bel- en vergaderruimtes zijn voorzien van akoestische platen. “Doordat het geluid niet weerkaatst, zullen mensen zachter spreken, wat weer scheelt in het geluid naar buiten toe”, verduidelijkt Heyligers. Met zijn moderne kantoor, voorzien van Breaam-NL Very Good-certificaat, loopt Nuon momenteel voorop. Maar net zoals het Nieuwe Werken, is het wer34 — architectenweb


4 e verdieping

Linkerpagina en onder Een blik op de entreehal. Volgens Heyligers moet je vanaf het moment dat je binnenkomt het gevoel hebben dat er wat gebeurt. Midden Een overlegruimte met akoestisch plafond, akoestische vloer en akoestische houten wand.

Begane grond

Het belangrijkste is het meest verwaarloosde in de interieurarchitectuur: akoestiek ken van nu een relatief begrip – daar is ook Heyligers zich van bewust. Daarom speelt zijn ontwerp in op mogelijke veranderingen in de organisatie. “Het kantoor kan ‘mee ademen’. Er kan makkelijk geschoven worden binnen de plattegrond, krimp en groei binnen het bedrijf kunnen worden opgevangen zonder te verbouwen. Interieur is geen modeproduct; wij kijken vanuit de functie en vorm naar het gebouw, we zoeken naar een tijdloze uitstraling. Dit ontwerp is niet alleen voor nu; het moet minstens twintig jaar meegaan.” — architectenweb — 35


Foto’s: Jeffrey de Bie (Fotostudio De Bie)

— advertorial

36 — architectenweb


advertorial —

Flexwerken in

een duurzame omgeving In het Stadskantoor van Utrecht moesten nagenoeg alle gemeentelijke diensten een onderkomen vinden. Daarnaast wilde de gemeente meteen een nieuwe vorm van werken invoeren en heeft de stad Utrecht hoge duurzaamheidsambities. Architectenbureau Kraaijvanger koos voor de open werkvloeren bamboe wandbekleding, die in de vorm van akoestisch bewerkte panelen van Baars & Bloemhoff bijdroeg aan een lagere nagalmtijd.

Vanuit de entreehal van het Stadskantoor Utrecht zien de bezoekers in een oogopslag alle verdiepingen met publieksfuncties.

Vijftien onderdelen van de gemeente, die voorheen verspreid over de stad waren gehuisvest, zijn samengebracht in het nieuwe Stadskantoor. Het markante witte gebouw, dat oprijst naast en deels boven de eveneens nieuwe stationshal, biedt onderdak aan nagenoeg alle gemeentelijke diensten. De vloeren in het Stadskantoor zijn ingedeeld met activiteitgerelateerde, nietpersoonsgebonden werkplekken. Elke kantoorverdieping heeft tevens afdelingsgebonden ontmoetingsgebieden, ‘huiskamers’, die in overleg met en naar wens van afdelingen zijn ingericht. Daardoor verschillen ze sterk van sfeer. Ze zijn gesitueerd tussen de ontsluitingskernen en bevatten ook faciliteiten als de lockers en pantry’s. Aan de korte zijden zijn de concentratiewerkplekken – in de vorm van onder meer coupés en bureaus met verhoogde schermen – gesitueerd. Op de open vloeren is een grote diversiteit aan werkplekken gerealiseerd, zoals lounges, gesloten cellen en overlegplekken. Daarnaast is er een aantal algemeen toegankelijke stilte- en ontspanningsruimten. Op de zesde verdieping bevindt zich een vergaderplein. Door de asymmetrie van het gebouw is er een grote variatie in plattegronden. “Dat biedt al verschillende indelingsmogelijkheden”, zegt architect Dirk Jan Postel, partner bij Kraaijvanger. Postel heeft het gebouw ontworpen in samenwerking met architect Christian Müller. Om aan de wensen van de nieuwe manier van werken tegemoet te komen zijn de kantoorvloe-

ren ingericht met onder meer maatwerkmeubilair. Ook alle vaste meubels, zoals kasten, kastombouwen en lockers, zijn speciaal voor het Stadskantoor vervaardigd. Alles is uitgevoerd in door-en-door zwart mdf, geleverd door Baars & Bloemhoff. Het zwarte mdf is tevens achter de bamboe wandbekleding toegepast, zo vertelt Theo van Veenendaal van Baars & Bloemhoff. Dat het deels zichtbaar is achter de bamboelatten geeft volgens hem een fraai effect en versterkt de eenheid in het interieur.

Duurzame ambities De bamboe wandafwerking had Postel aanvankelijk gekozen omwille van die andere wens bij de gemeente: een uiterst duurzaam gebouw. Bamboe is een onuitputtelijke grondstof met de hardheid van tropisch hardhout. Het heeft een enorme groeisnelheid en alleen de oude stammen worden geoogst. Daarbij neemt bamboe meer CO2 op dan dat er vrijkomt tijdens de verwerking en het transport, aldus Baars & Bloemhoff, zodat alle bamboeplaten en -fineer gegarandeerd CO2-neutraal zijn over de hele levenscyclus. Toen Postel voor de wandafwerking Baars & Bloemhoff benaderde, adviseerde de leverancier zijn akoestisch bewerkte panelen van bamboe, een product dat niet alleen ecologisch verantwoord is, maar ook zorgt voor een sterke vermindering van de nagalmtijd in de ruimte. Op zowel de open kantoorvloeren > architectenweb — 37


— advertorial

Roltrappen en liften verbinden de publiek toegankelijke vloeren met elkaar.

als de ruimtelijke publieksverdiepingen zou dat een goede zaak zijn. “Voor de akoestisch bewerkte panelen van Baars & Bloemhoff wordt bamboe in combinatie met een dragerplaat – in dit geval het door-en-door zwarte mdf – in de diepte doorboord en aan de achterzijde voorzien van een akoestisch doek en minerale wol”, legt Van Veenendaal uit. “De achterconstructie absorbeert de geluiden, waardoor de wandpanelen tot op grote hoogte nagalm wegnemen.” Daarbij heeft bamboe een warme en aangename uitstraling. In totaal is er zo’n 6.500 vierkante meter aan bamboe wandpanelen door het hele gebouw toegepast. De toegepaste materialen en producten zijn zoveel mogelijk duurzaam, aldus Postel. Zo zijn de bamboe wandpanelen en de vloerbedekking Cradle to Cradle gecertificeerd. Dat de gemeente Utrecht een zeer duurzaam gebouw wenste, betekent ook dat het Stadskantoor energieefficiënt moest worden. Hieruit volgde bijvoorbeeld dat de verlichting in het gebouw zich automatisch aanpast aan de hoeveelheid daglicht en aanwezigheid van mensen. Er zijn korte leidingafstanden en er wordt gebruik gemaakt van een warmte-koudeopslag. Zonneboilers zorgen voor het warm water van het restaurant. Het dak en een van de schuine torengevels zijn voorzien van in totaal 660 vierkante meter zonnepanelen. 38 — architectenweb

De bamboe wandpanelen zijn duurzaam, nemen nagalm weg en geven het interieur een warme uitstraling.

De witte lichtgewicht composietpanelen van de gevel zorgen verder voor een goede energieprestatiecoëfficiënt. Postel wilde naadloze panelen, zowel uit esthetisch als duurzaam oogpunt. Alle gewenste functionaliteiten, zoals brandwerendheid en warmte-isolatie zijn bij de vervaardiging van het paneel er direct in geïntegreerd. De gevel behaalt een warmte-isolatiewaarde van Rc 11. Met al deze maatregelen heeft het Stadskantoor het energielabel A+ behaald met een bijbehorende waarde van 0,61.

Drie gebouwtypen “Het Stadskantoor Utrecht is een publiek gebouw met een grote publieksfunctie”, zegt Postel. De publieke functies zijn gesitueerd op de eerste vijf niveaus van het 21 verdiepingen tellende gebouw. Bij het betreden van het gebouw staat de bezoeker in een grote, ruimtelijke vide, van waaruit hij alle verdiepingen met publieksfuncties kan zien. Daarbij zijn de vloeren rond het hoge atrium niet gelijkvormig, maar verspringen ze enigszins ten opzichte van elkaar. Het

overzicht geeft de bezoeker het gevoel dat het gebouw zich voor hem opent; dat komt onder meer tegemoet aan de wens van de gemeente om zich toegankelijk en transparant op te stellen. De centrale hal vangt ruim daglicht door het glazen dak en de vier verdiepingen hoge vliesgevel. De publieke vloeren zijn op verschillende manieren met elkaar verbonden. Vanuit de hal voeren liften en roltrappen naar boven. Bovendien verbindt een grote stenen trap de begane grond met de eerste verdieping. Een regelrechte attractie vormt de roltrap die over drie verdiepingen naar de zesde etage voert. Dit is de laatste verdieping die vrij toegankelijk is en tevens de eerste (van zes lagen) die de torens onderling verbindt. De zes verdiepingen vormen een omlopend, rechthoekig bouwdeel dat boven de stationshal van Benthem Crouwel Architecten uitsteekt; daarop verrijzen de twee torens.


advertorial —

De publieksverdiepingen in het Stadskantoor van Utrecht hebben een zeer ruimtelijke opzet.

Drie verdiepingen – 6, 11 en 21 – zijn ingericht voor verschillende vormen van ontmoeting met bijvoorbeeld het personeelsrestaurant, ontvangst- en receptieruimtes en dergelijke. Deze verdiepingen hebben een grotere plafondhoogte, die ook in de gevel zichtbaar is. Als geheel is het Stadskantoor een stapeling van drie gebouwtypen, aldus Postel. De constructieve opzet gaat uit van een gering aantal steunpunten met grote krachten. Het overstekende deel met daarop de zuidelijke toren draagt af op slechts drie punten. Vanuit bepaalde gezichtshoeken lijkt het boven de stationshal te zweven.

Stadsbaken De contouren van het Stadskantoor volgen de complete bouwenvelop. Daarin heeft Kraaijvanger op verschillende plaatsen uitsneden gemaakt waarmee het vides en binnentuinen heeft gecreëerd. De ingrepen zorgen voor variatie en een optimale lichtinval in het interieur. Ook zorgen de uitsneden voor variatie in het gevelbeeld, samen met het schijnbaar willekeurige spel van schuine lijnen. Kraaijvanger heeft niet de gewoonlijke kruisverbanden willen toepassen, maar heeft gekozen voor ‘intuïtief-constructieve’ stabiliteitsverbanden. Ze tekenen zich af in de gevormde gevelpanelen. Een antivervuilingscoating moet er overigens voor zorgen dat in elk geval de komende decennia de panelen wit blijven. Zowel het Stadskantoor als de stationshal zijn toegankelijk vanaf een plateau, 7,5 meter boven maaiveld. De entree van het gemeentegebouw en de westelijke ingang van het station liggen aan een zogenoemde centrumboulevard, die over de

In totaal is zo’n 6.500 m2 aan bamboe wandpanelen toegepast sporen strekt en de westkant van Utrecht met het centrum moet gaan verbinden. De vier verdiepingen hoge vliesgevel van het Stadskantoor en de glazen façade van de stationshal zorgen voor een boeiende visuele verbinding. Het plateau ligt op drie bouwlagen, die zijn bestemd voor parkeren en technische voorzieningen. Hierin is ook een drie verdiepingen tellende fietsenstalling – eveneens ontworpen door Kraaijvanger – opgenomen, onder andere bereikbaar via een opening in

de brede trappartij naar het plateau. Als over enige tijd ook de geplande vervoersknoop van bus- en sneltramverbindingen op maaiveldniveau is voltooid, zien de reizigers vanuit alle richtingen het Stadskantoor als een baken van de stad en een poort die stadsdelen verbindt. — Meer informatie Baars & Bloemhoff Laagraven 44 3439 LK Nieuwegein 030 288 21 34 utrecht@baars-bloemhoff.nl baars-bloemhoff.nl

architectenweb — 39


“Il faut

insister”

Na een moeilijk jaar, waarin haar bureau Merkx + Girod door ongelukkige omstandigheden ophield te bestaan, is interieurarchitect Evelyne Merkx onverminderd enthousiast aan het werk. Onder de naam Studio Merk X werkt ze als zelfstandig ontwerper aan uiteenlopende projecten. Haar kracht – tevens valkuil – schuilt in de manier waarop ze haar ruimtelijke visie weet te vertalen tot in het allerkleinste detail. — tekst Michiel van Raaij, portretfoto’s Jan Paul Mioulet/DAPh Hoe ver kun je gaan als interieurarchitect? Met het vormgeven van binnenruimten; wanden, vloeren, plafonds, zelf ontworpen behang, vloerkleden en lambrisering, op maat getimmerde meubels, lampen, deuren, en – ogenschijnlijk onbeduidende – zaken als ventilatieroosters en scharnieren? Evelyne Merkx (1947) gaat tot het gaatje. Neem Het Concertgebouw Amsterdam, dat gedurende de afgelopen twintig jaar compleet gerenoveerd is aan de hand van haar masterplan uit 1996. Voor de grote zaal stelde zij een kleurenbibliotheek samen met alleen al zestien verschillende kleuren wit. Of kijk naar de 40 — architectenweb

speciale, geblazen lichtelementen die ze voor de Raad van State in Den Haag ontwierp, en de stof die ze voor dit project met vakmensen uit zijdemekka Lyon liet weven, die de glans van echt zijde heeft maar ook brandwerend is. En dan is er nog de wandbekleding voor advocatenkantoor Rutgers & Posch, waarvoor ze de Albert Cuyp afspeurde naar betaalbaar linnen, zodat ze vervolgens zo veel mogelijk van het budget kon besteden aan manuren borduurwerk in het TextielLab Tilburg. Zelfs over de ‘nonchalante’ omzoming van de wandbespanning is nagedacht. “Ik ben misschien te zorgvuldig – althans, dat zeggen mijn financi- >


architectenweb — 41


ele controleurs”, zegt Merkx. Het is een verwijt dat ze maar moeilijk kan begrijpen. “Zorgvuldigheid is vaak tijdrovend. Ik maak iets opdat het heel goed wordt. Dan móet je dingen heroverwegen, dan begin je soms helemaal opnieuw of benader je een probleem alsnog andersom. Hoe kun je iemand dan tot haast aanzetten? Dat vind ik het allermoeilijkst van mijn vak: alles gaat over tijd en geld. Ik begrijp het best. Maar ik wil me er niet bij neerleggen. Ik krijg werk aangeboden – en ik hoef me niet neer te leggen bij concessies ten aanzien van tijd en geld. Ik bepaal zelf hoe lang ik ergens over wil doen. Ik wil die zorgvuldigheid. Als mensen dat 42 — architectenweb

teveel gedoe vinden, dan moeten ze iemand anders nemen.”

Uiterst gevarieerd portfolio Uit de manier waarop ze spreekt – enthousiast, met grote gebaren, van de hak op de tak – is niets te merken van de moeilijke periode die Merkx achter de rug heeft. In haar studio in de Amsterdamse Jordaan vertelt ze vol passie waar ze mee bezig is. Station Amsterdam Centraal, waaraan ze samen met ontwerper Jan Willem Wijker en architectenbureau Benthem Crouwel werkt, vindt ze ‘heerlijk’. “We gaan de hal als voorportaal van het stationseiland teruggeven

aan de stad.” In haar atelier op zolder toont ze samples van het wandelement – 2,5 bij 3 meter groot – dat ze voor het Concertgebouw maakt, een indrukwekkende ‘broche’ van messing en kunsthars. Op de grond liggen de proefstukken van door haar (en Edith van Berkel)

”Zonder groot bureau kan ik me weer bezig houden met wat ik het liefste doe: ontwerpen”

Foto’s Rutgers & Posch en Het Concertgebouw: Roos Aldershoff Foto’s Rozet: Katja Effting

Voor advocatenkantoor Rutgers & Posch heeft Merk X aan de Herengracht een nieuw interieur ontworpen.


ontworpen vloerkleden voor het advocatenkantoor. Terloops legt ze uit wat er eind 2012 is gebeurd, toen Merkx + Girod failliet ging. Duidelijk moet zijn dat de financiele leiding niet in de handen van Patrice Girod lag, noch de hare; zij waren samen verantwoordelijk voor de creatieve leiding. Van financiën heeft ze weinig kaas gegeten, zegt ze, en wil ze er het liefst zo min mogelijk van weten, al heeft ze altijd de vinger op zere plekken weten te leggen. Het grote project voor gebouw Rozet in Arnhem (Neutelings Riedijk architecten) hebben ze gelukkig op een goede manier af kunnen maken. Het ontwerpteam won er onlangs de ARC14 Interieur Award mee. Inmiddels is Merkx er bovenop. Ze heeft besloten als ‘kleine, wendbare’ studio verder te gaan. “Uiteindelijk is het goed geweest; nu ik geen groot bureau meer heb om te runnen, kan ik me weer bezig houden met wat ik het liefste doe: ontwerpen.” “Ik bemoei me in een opgave met alle aspecten”, antwoordt ze op de vraag wat de kwaliteit van haar ontwerpen bepaalt. Zo selecteerde ze voor pastaketen Julia’s niet alleen de materialen – solid surface, roestvrij staal, hout, tegels – maar dacht ze ook mee over de keukenopstelling. “Dan stonden we samen met de opdrachtgever te testen in hoeveel seconden je spaghetti opwarmt, of hoeveel tupperwarebakjes naast elkaar passen.” ‘Snelheid, versheid, frisheid’ – dat is wat Julia’s moet uitstralen, tot in de knalgroene prullenbakken, de grafische vormgeving van het logo en de geruite servetten van ontwerpster Irma Boom. Haar uitzonderlijke aandacht voor details heeft niet alleen te maken met het streven naar esthetiek en functionaliteit; het gaat Merkx om ‘de totale sfeer’: het gevoel van vertrouwen en comfort. Zelf

Boven Bij de renovatie van Het Concertgebouw is Merkx inmiddels bijna 20 jaar betrokken. Midden en onder Het interieur van Rozet in Arnhem heeft Merk X ontworpen samen met de Munnikde Jong-Steinhauser architectencollectief. Hier is het café te zien.

“Zorgvuldigheid is vaak tijdrovend. Dan begin je soms helemaal opnieuw” juiste maat, waar staat de bar, hoe rennen de obers – is dat een logische route?”

Bescheidenheid ten opzichte van het bestaande

kan ze niet anders dan op die manier naar interieurs kijken. “Mijn kinderen namen het mij vroeger weleens kwalijk dat ze met mij niet meer gewoon in een restaurant konden zitten zonder het plafond te controleren”, lacht ze. Waar ze nog meer op let? “Is het licht prettig, voelt het materiaal aangenaam, is de akoestiek goed, zit de stoel lekker, heb ik een tafel met de

Nu lijkt het misschien alsof het geheim van een goed interieurontwerp in de details schuilt. Maar zo simpel ligt het niet. “Interieurarchitectuur en architectuur gaan hand in hand, van het grootste tot het kleinste schaalniveau. Je moet van alle disciplines veel weten. Je moet een goede gesprekspartner zijn voor de constructeur, maar ook kennis hebben van installaties – vooral in een monumentale omgeving speelt techniek een belangrijke rol. Net als licht en akoestiek trou- > architectenweb — 43


Alle gebruikersgroepen bedienen Haar werk aan Het Concertgebouw, dat ze sinds 1995 onder haar hoede heeft, wordt precies om die reden geroemd. “Aanvankelijk leefde het gevoel dat het gebouw goed genoeg was en je daar niet aan moest komen. Maar je gelooft niet wat we tegenkwamen; er was niet eens water in de foyers, de koffie werd op karren uit de kelder gehaald. Tijdens concerten hoorde je dan gekletter met kopjes, er waren altijd koffievlekken. En veel van 44 — architectenweb

het interieur was heel plat: een RALkleur met de roller eroverheen, gestuukte plinten waar je zo doorheen prikte…” Het lastige van het concertgebouw is volgens Merkx niet zozeer de omgang met het monument, als wel met uiteenlopende gebruikers. “Je hebt musici en technici die met grote muziekkoffers slepen, personeel – belangrijk voor het reilen en zeilen van het gebouw – en het publiek, dat komt voor een feestelijk avondje uit. Al die mensen moet je bedienen.” De verplaatsbare balies in de foyer werden vervangen door vaste, marmeren balies, die opengeklapt kunnen worden

Het gaat Merkx om ‘de totale sfeer’: het gevoel van vertrouwen en comfort Boven Binnen Rozet heeft Merkx onder meer Bibliotheek Arnhem ontworpen. Onder Blik in het Erfgoedcentrum dat gevestigd is de kelder van Rozet.

Foto’s Rozet: Katja Effting; foto Julia’s: Roos Aldershoff

wens. Het is lastig om ons vak in een paar woorden samen te vatten, het is een heel breed en complex gebied.” Juist omdat er zoveel verschillende aspecten spelen, is ruimtelijke visie cruciaal. “Je moet weten wat je wilt zien, en vooral ook wat je niet wilt zien. Niet in standaardoplossingen denken – voor verbouwingen zijn die vaak ongeschikt – maar in maatpakken. Wat je wilt bereiken is dat het werkt.” Ruimtelijke visie begint met een grondige analyse, ‘de herkenning wat de aangereikte ruimte aan kan’. Juist daar gaat het vaak mis, ziet Merkx. “Als interieurarchitect heb je een bepaalde mate van bescheidenheid nodig; je moet kunnen buigen voor het gebouw. Dat geldt net zo goed voor de monumentale kerk in Maastricht, die we tot boekhandel hebben verbouwd, als voor de drukke stations waarin Julia’s is gevestigd.”


“Zeker bij verbouwingen kun je niet in standaardoplossingen denken” voor onderhoud. Ze ontwierp een stootvaste lambrisering, met neuten en plinten van natuursteen. De plafonds en vloeren boven de grote zaal zijn ’praktisch’; ze zijn beloopbaar gemaakt voor onderhoud en voorzien van aluminium kokers die zo min mogelijk opvallen waardoor de vakwerken voor de techniek getrokken kunnen worden, zonder het stucwerk te beschadigen. “De metamorfose schuilt in het gebruiksgemak; dat maakt het gebouw zo gastvrij.”

Zelf ontwikkelde wandbekleding Hospitality speelt ook een grote rol bij de omvangrijke verbouwing van de Raad van State in Den Haag, een project waar haar bureau elf jaar mee bezig is geweest. De ontvangst van publiek was karig; mensen moesten verspreid over het hele gebouw in de gangen wachten. De organisatie van de kantoren in een reeks oude panden was bovendien een chaos van kruip-door-sluip-doorroutes. Merkx + Girod wonnen de pitch met een doordachte oplossing voor dat laatste probleem: een verkeerszone die als een ‘breinaald’ door de 19e eeuwse panden aan de Parkstraat getrokken is en een uitbouw aan de achterzijde waardoor de kantoren ontsloten worden. De zittingszalen, voorheen verspreid door het gebouw, werden geclusterd rond de centrale lobby, met zitjes waar advocaten en cliënten kunnen overleggen. Het is een project waarin ze heel ver is gegaan met detailleren. Voor de zittingszalen werd een houten wandbekleding ontwikkeld, voorzien van geperforeerde bloemmotieven, afgeleid van een stuk behang uit de 17e eeuw, dat ze in het gebouw vond. De bekleding is als een reusachtig vel Japans papier rond de wanden en het plafond gevouwen. Alle technische voorzieningen – akoestisch materiaal, geluidsinstallaties, verlich- >

Onder In opdracht van NS Stations Retailbedrijf heeft Evelyne Merkx het interieur voor de Julia’s restaurants ontworpen.

> architectenweb — 45


Boven Voor de Raad van State in Den Haag ontwierp Merkx + Girod een volledig nieuwe entreezone. Onder De kantoorgebouwen van de Raad van State aan de Parkstraat worden via een nieuwe as ontsloten.

ting – zijn erin weggewerkt. De inrichting van het naastgelegen Paleis aan de Kneuterdijk is ‘een verhaal op zich’. Samen met Edith van Berkel ontwierp ze een gigantisch vloerkleed voor de balzaal met een mix van wol, zijde en polyester garens, en tekeningen en onderdelen die citaten zijn van de voor het paleis kenmerkende empirestijl. “De proefstukken lagen op de binnenplaats bij ons bureau en we maakten vanuit het raam boven foto’s om te kijken of en hoe het werkte. Zo’n project gaat niet over een bepaald aantal uren werk; je moet zin hebben in het onderzoek naar materialen, licht en kleur.” Merkx heeft er duidelijk zin in. Momenteel is ze bezig met het ontwerp voor de toevoeging van een extra zittingszaal in de Raad van State. Daarnaast werkt ze aan een wisseltentoonstelling in museum Cuypershuis in Roermond. “Er is nauwelijks geld voor, maar ik doe het toch. Het is de instelling die ik hoop over te brengen. Kwaliteit beklijft. Il faut insister, dat zei mijn moeder altijd.” — 46 — architectenweb

Foto’s: Roos Aldershoff

Bij het ontwerp voor de Raad van State is Merkx heel ver gegaan in de detaillering


Als een oude

spijkerbroek Het Volkshotel in Amsterdam is nog maar net open, maar past als die favoriete oude spijkerbroek. Met zijn ruige betonconstructie, comfortabel ingericht met basic materialen en vintage meubilair, is het een gebouw waar je je meteen op je gemak voelt: een tijdelijk thuis voor de toeristen die er overnachten, een stadse huiskamer voor zzp-ers en buurtbewoners, de belichaming van modern gastheerschap. Wat is het je ne sais quoi van dit ontwerp? — tekst Kirsten Hannema, foto’s Hennie Raaymakers/DAPh

48 — architectenweb


Om de begane grond een werkelijk publiek karakter te geven lopen cafĂŠrestaurant, hotellobby en werkplekken er in elkaar over.

architectenweb — 49


De aantrekkelijkheid van het Volkshotel is niet vanzelfsprekend als je bedenkt hoe de Wibautstraat er een paar jaar geleden nog bij lag. Volgens velen was het met stip de lelijkste straat van Amsterdam, en ook het voormalige Volkskrantgebouw zelf (architectenbureau Kraaijvanger, 1965) oogde niet bepaald uitnodigend. “Het is echt een ontwerp uit de wederopbouwperiode”, legt architect Steven Steenbruggen uit. “De tijd van grootse plannen, van ongebreideld optimisme. De stad moest ontsloten worden voor de auto, dat was het idee achter de Wibautstraat: een brede weg, met kloeke gebouwen erlangs – van een geheel andere allure dan de grachtenpanden. Het is niet voor niets dat dit gebouw door een Rotterdamse architect ontworpen is.” Boven en onder Geïnspireerd op het hippe Michelberger hotel in Berlijn biedt de begane grond van het

50 — architectenweb

Volkshotel ruimte voor een mix van hotelgasten, buurtbewoners, flexwerkers en clubbers.


Links De gevel van het voormalige Volkskrantgebouw is volledig gerenoveerd.

Onder Een blik op het caférestaurant op de begane grond van het Volkshotel.

De eigenaar wilde een ‘volks’ hotel, toegankelijk voor een brede doelgroep

De Volkskrant heeft er een mooie tijd beleefd, al functioneerde het gebouw niet optimaal. Vooral het binnenklimaat liet te wensen over; door de grotendeels transparante gevel – enkel glas – kon het stikheet (en ijskoud) worden. In loop der tijd werd daarom spiegelend dubbelglas geplaatst, terwijl het gebouw dichtslibde met binnenwanden, naarmate de wensen van de redactie veranderde. “Het was volledig afgekeerd van de stad”, vertelt Steenbruggen over wat hij aantrof toen hij in 2011 werd gevraagd om een verbouwingsplan te maken. Zijn eerste zorg was dan ook om het gebouw weer te openen naar de straat, met een glazen plint, lange zitbanken aan het raam en een terras op de hoek. De ingreep staat niet op zichzelf; het Volkshotel is onderdeel van een grotere ontwikkeling, waarbij het straatprofiel is ‘strakgetrokken’ en verschillende panden (Trouwgebouw, Cygnus Gymnasium) zijn opgeknapt.

Als een levendig stadsplein “Gastvrijheid begint op straat”, aldus Steenbruggen. De façade – goed geïsoleerd – heeft een nieuwe stuuklaag gekregen, met een classy streepje, het spiegelglas is vervangen en de nieuwe rode luifel, die dwars door de glazen begane grondgevel steekt, maakt een uitnodigend gebaar. Kom binnen, lijkt hij te zeggen naar passanten – gezinnen, zakenlui,

backpackers. Eigenaar Job Heimans wilde een ‘volks’ hotel, toegankelijk voor een zo breed mogelijke doelgroep, met een lage kamerprijs (vanaf 79 euro per nacht), gratis werkplekken en een grotendeels publiek interieur. Hij raakte geïnspireerd door de sfeer van het hippe Michelbergerhotel in Berlijn (ontwerp: Studio Aisslinger, 2009), waar hotelgasten, buurtbewoners, flexwerkers en clubbers elkaar tegenkomen; die mix van gebruikers maakt het gebouw aantrekkelijk. “We hebben doelbewust een voordeur gemaakt voor alle gebruikers”, vertelt interieurontwerper Bas van Tol, >

“Het Volkskrantgebouw was in de loop der tijd volledig afgekeerd van de stad” architectenweb — 51


Begane grond

“je kan niet om elkaar heen.” Vanuit dezelfde gedachte heeft hij de begane grond als één grote ruimte vormgegeven. Het café-restaurant, de hotellobby en werkplekken lopen vloeiend in elkaar over, wat benadrukt wordt door de inrichting. De receptiebalie en bar zijn in een langgerekt meubel opgenomen, de leisteen op de (bestaande) vloer is doorgezet in het terras en de luikenwand van de conferentieruimte op de kop kan helemaal opengeklapt worden. Het resultaat is een levendig stadsplein, waar altijd wel iets gebeurt en je gemakkelijk aan de praat raakt, maar waar je je ook terug kunt trekken in een zithoek of achter je laptop.

Voortbouwen op de geschiedenis Van Tol’s uitgangspunt was om te werken met de rijkdom die het gebouw in zich droeg: de openheid van Kraaijvan-

“Het zetten, de typografie, de rasterpunten – dat wilde ik opnieuw beleefbaar maken” 52 — architectenweb

ger’s modernistische architectuur, het kenmerkende betonskelet en de geschiedenis van de krant. “De 45 jaar dat de Volkskrant hier werd gemaakt en gedrukt, is de periode dat de analoge krant min of meer zijn einde heeft gevonden. Die gebeurtenis, het fysieke van de krantenpagina’s – het zetten, de typografie, de rasterpunten – dat wilde ik opnieuw beleefbaar maken.” Uit het Volkskrantarchief selecteerde hij foto’s met typisch nieuws uit de afgelopen halve eeuw. Elke verdieping vertegenwoordigt een decennium. Zo stuit je als je de lift uitstapt op de vakbondsdemonstraties in de jaren vijftig en in de gangen zie je de Damslapers uit de jaren zeventig en de krakersrellen in de jaren tachtig. Voor de jaren negentig (“weinig schokkend”) koos Van Tol het weerbericht. Het Volkskrant-logo is verwerkt in het barmeubel. Naast het gebouw was het low-budget-concept een sturende factor bij het ontwerpen. “We wilden elementair comfort”, zegt Van Tol. “Een goed bed, een goede wasplek en het gevoel dat je niet in een standaard hotelconcept zit.” De indeling die de architect had gemaakt, bood al een zekere luxe: de kamerbrede ramen, op de koppen zelfs overhoeks. “Dat gegeven wilden wij uitbuiten. Door een houten kader om het raam te maken, is het niet enkel een gat, maar doet

Dat een hotelkamer betaalbaar is betekent niet dat deze geen uiterst bijzondere ruimtelijk ervaring kan bieden.

het mee met de ruimte zelf. Het kan als werkblad gebruikt worden, of als zitvensterbank; het geeft een menselijke maat aan de ruimte. Tegelijk kleurt het hout de kamers, en vormt het de basis voor de rest van de inrichting.”

Karakter uit de detaillering De multiplex platen zijn op verschillende manieren bewerkt; ze zijn in verschillende tinten gekleurd, gebeitst, bedrukt en vervolgens verwerkt in wanden, plafonds, kasten en tafels. Van Tol: “Het is een goedkoop materiaal. Maar door een extra laag aan te brengen, krijgt het karakter. Hetzelfde geldt voor de zeefdrukken, die met de hand op de kamerwanden zijn aangebracht. Dat is iets anders dan de standaard posters of printjes. Je ziet de inkt op de muur – die persoonlijke touch voel je. Comfort heeft vooral daarmee te maken: aandacht.”


Door de kamerbrede ramen te voorzien van houten kaders doen ze mee met de ruimte zelf

Boven De houten raamkaders brengen de schaal van de gevel terug naar die van de kamer. Onder De karaktervolle hotelkamers bieden elementair comfort.

De ontwerpers hebben veel energie en tijd gestopt in details als de zwarte luxaflex in de kamers. “Voor het schoonmaken niet ideaal, maar je weet dat gordijnen altijd dicht zullen zitten. Terwijl het uitzicht en het licht juist kwaliteiten zijn.” Bovendien vindt Van Tol gordij-

nen in een vensterbank ‘te tuttig’. Maar hij benadrukt dat het ook goed is om te weten waar je op moet houden. “Op verschillende plekken hebben we heel bewust besloten: hier laten we het aan de eigenaar. Het hotel moet ten slotte functioneren, door de gebruikers onderhouden worden.” De tweedehands meubels zijn niet zijn keuze, maar hij kan er prima mee leven. Dat er inmiddels een hele rij vlaggen op ‘zijn’ luifel geplant is, vindt hij helemaal niet erg – eerder positief. “Uiteindelijk wil je met je ontwerp gebruiksmogelijkheden aanbieden. Ik kan me zelfs voorstellen dat over een paar jaar de hele begane grond opnieuw ingericht wordt rond de vaste meubels die wij hebben ontworpen. Je moet mensen de mogelijkheid geven om zich de ruimte eigen te maken; authenticiteit ontstaat van daaruit.” — architectenweb — 53


— advertorial

Transparantie en toegankelijkheid voor

revalidant en personeel “De Hoogstraat staat al jaren bekend als toonaangevend in de revalidatiezorg in Nederland”, zegt architect Maarten Laout van Van den Berg Architecten. “Het personeel en de behandeling krijgen hoge beoordelingen; je zou kunnen stellen dat het gebouw zelf niet meer in overeenstemming was met de prachtige reputatie.” Bij de opzet van de grootscheepse operatie om hierin verandering te brengen, zijn zowel medewerkers als revalidanten nadrukkelijk betrokken geweest, zo vertelt Laout. Uit enquêtes kwam naar 54 — architectenweb

voren dat revalidanten in de oude situatie ontevreden waren over klimaat, ruimte en privacy. “Wassen en toiletbezoek zijn voor veel revalidanten een confronterende zaak. Het gedeelde sanitair op de gang was in dit opzicht verre van ideaal”, aldus Laout. “Verder kwam het gebouw door de lange gangen met dichte wanden en deuren ongastvrij en gesloten over. Tussen hoofdgang en afdelingen bestond geen duidelijke hiërarchie, wat zorgde voor veel onnodige verkeersbewegingen en onrust op de gangen met bedkamers. Voor het

personeel was er onvoldoende bewegingsruimte om de revalidanten in de bedkamers te assisteren.”

Licht, lucht, ruimte Uitgangspunt bij de nieuwbouw en renovatie was om het interieur van De Hoogstraat dan ook van ‘licht, lucht en ruimte’ te voorzien. In 2010 werd de nieuwbouw opgeleverd van De Hoogstraat Orthopedietechniek en momenteel is de renovatie van het revalidatiecentrum aan de Rembrandtkade in volle gang. Een nieuwe interne routing voorkomt ‘sluipverkeer’ en brengt rust op de afdelingen. De weg van en naar de hoofdentree wordt duidelijk aangegeven met feloranje accenten. Van den Berg Architecten versterkt de oriëntatiemogelijkheden doordat de liftpleinen doorbraken krijgen, zodat daglicht vanuit

Foto’s: Henk Leijen/Van den Berg Groep

De Hoogstraat Revalidatie in Utrecht ondergaat een grootscheepse renovatie in verschillende fasen. Met verschillende ingrepen maakt Van den Berg Architecten het gebouw lichter, ruimtelijker en beter toegankelijk. Zo is er met het oog op revalidanten in een rolstoel gekozen voor extra brede deuren. Bij het grote aantal schuifdeuren is gekozen voor makkelijk bedienbare zweefdeuren van KONE.


advertorial —

Links Ruime toepassing van glas maken de gangen licht en dragen bij aan het overzicht. Onder De toegevoegde, verbindende betongevel heeft een meanderende vorm.

de patio’s binnenstroomt. De vele glaspuien maken de gangen lichter en aangenamer; ook dit draagt bij aan overzicht en inzicht in de samenhang van de activiteiten in het gebouw voor de revalidanten en de bezoekers. De frisse helderheid van verkeersruimten gaat over in warmte en huiselijkheid op de klinische afdelingen. Een warme houtkleur voor zowel de vloerbedekking als het meubilair en dimbare verlichting geven de kliniek de uitstraling van een gerieflijke hotelvleugel, volgens de architect. “De functionaliteit is er niet minder om”, aldus Laout, “de inrichting en ergonomie van bijvoorbeeld bed en badkamers is in samenwerking met het Hoogstraatpersooneel volledig uitgekiend.” Opdrachtgever, architect en KONE hebben gezamenlijk gedacht over de invulling van de deuren in het geheel.

Zweefdeuren In zowel nieuw- als oudbouw zijn alle ruimten rolstoeltoegankelijk. De deuren

Rond ‘t complex is een verbindende structuur ontworpen dat het gebouw ‘smoel’ geeft zijn in verband hiermee extra breed. Dat geldt ook voor alle schuifdeuren naar de natte cellen en toiletruimten. “Om deze schuifdeuren hanteerbaar te houden lag de toepassing van magnetische zweefdeuren voor de hand”, zegt Laout. De architect koos voor de KONE Mondoor. “De deur heeft geen rail met wieltjes, maar beweegt op basis van een magnetisch veld. Hij is ook vanuit een rolstoel licht te bedienen. Tevens zijn er geen bewegende onderdelen die onderhoud vergen, zodat de deuren mooi in de wanden ingebouwd konden worden.” In totaal heeft KONE 160 zweefdeuren geleverd, waarvan 24 die automatisch openen en sluiten en 136 handbediende uitvoeringen, alle in de wand schuivend. Daarnaast heeft KONE voor De Hoogstraat meerdere hardglazen schuifdeuren in dubbelvleugelige uitvoering geleverd. De glazen schuifdeuren zijn niet alleen praktisch, maar dragen ook bij aan de gewenste transparantie en lichtheid in het revalidatiecentrum. Verder maken vier kamers gebruik van een zogenaamde privacy-module van KONE, wat – eenvoudig gesteld – betekent dat ze dezelfde badkamer delen, maar dat deze slechts vanuit één toegang tegelijk gebruikt kan worden. De Hoogstraat werkt met diagnosegerichte afdelingen. De afdelingen, inclusief bedkamers, zijn echter tot op zekere hoogte generiek gehouden. Laout vertelt dat daardoor afdelingen kunnen meegroeien of -krimpen met toekomstige ontwikkelingen. Om effectiever met de beschikbare ruimte om te gaan, gaat De Hoogstraat bij de divisie kinder- en > architectenweb — 55


— advertorial

jeugdrevalidatie een vorm van Het Nieuwe Werken invoeren. Behandelkamers zijn niet langer het privédomein van een enkele behandelaar, maar zijn geschikt gemaakt voor meervoudig gebruik. Om dit mogelijk te maken zijn behandeling en administratieve afhandeling uit elkaar – en uit het zicht van de revalidant – getrokken, zo zegt de architect. “De renovatie heeft dus niet alleen een ruimtelijke maar ook een grote organisatorische impact.”

Verbindend element De operatie die De Hoogstraat ondergaat is omvangrijk en verloopt in een aantal fasen. Als eerste stap zijn het parkeren en de logistiek aangepast. Fase twee betekende de uitbreiding van de bestaande bouw met een state-of-the-art orthopedietechniekafdeling van 2.600 vierkante meter BVO. Deze nieuwbouw is recent opgeleverd. “Als derde en ingrijpendste stap krijgt de rest van het centrum een optopping in de vorm van een extra verdieping; tevens wordt het gebouw tot op het casco geheel opnieuw ingedeeld”, vertelt Laout. Eind 2015 moet de derde fase worden opgeleverd. Dan is er in totaal 24.500 vierkante meter BVO beschikbaar, dat plaats biedt aan onder meer een polikliniek met ruim honderd behandelkamers, een kliniek met hon56 — architectenweb

derd bedkamers en 134 bedden. Stedenbouwkundig waren de mogelijkheden voor uitbreiding beperkt. Het revalidatiecentrum ligt middenin de 19eeeuwse stadsuitbreiding van Utrecht-oost en het bestemmingsplan laat slechts een compacte, lage uitbreiding toe. Daarbij was er nauwelijks een duidelijke structuur zichtbaar tussen eerdere uitbreidingen van het revalidatiecentrum. De architect Boven De transparantie van het interieur geeft revalidanten inzicht in de samenhang van de activiteiten in het gebouw. Onder Impressie van een behandelkamer: warme houtkleuren en dimbare verlichting geven deze een warme en huiselijke uitstraling.

De renovatie van het revalidatiecentrum heeft een ruimtelijke en organisatorische impact


advertorial —

Boven De route van en naar de hoofdentree is voorzien van oranje accenten. Linksonder Opdrachtgever, architect en KONE hebben gezamenlijk de invulling van de deuren overdacht.

heeft de uitbreiding van de eerdere fase aangegrepen om rond het complex een verbindende structuur aan te brengen en het gebouw ‘smoel’ te geven. De maximale bouwhoogte van 4,40 meter was daarbij een leidend gegeven. “In de nieuw, verbindende betongevel is een meanderende vorm gecreëerd”, zegt de architect. “Uit de gevel van 45 centimeter dik massief beton zijn afwisselend smalle en brede verticale accenten uitgesneden.” De zachtgele kleur van het beton vormt de verbindende factor met het achterliggende bestaande gebouw, dat in dezelfde tinten is uitgevoerd. De betongevel is verder voorzien van een reliëf van riet, een directe verwijzing naar de begroeiing in de Ridderschapsvaart, die de hoofdingang van het parkeerterrein scheidt. De Ridderschapsvaart is een heldere snelstromende beek, onderdeel van de Ecologische Hoofdstructuur naar het stadshart van Utrecht. Een brug over deze vaart leidt naar de nieuwe hoofdingang van het complex en naar de uitbrei-

ding waarin de afdeling revalidatietechniek is ondergebracht. “Hier valt direct op wat de kracht is van het nieuwe gebouw”, zegt Laout. “De ruime, transparante opzet en het gerichte gebruik van licht en kleur.” — Meer informatie KONE De Smalle Zijde 20A 3903 LP Veenendaal 088 844 4777 nederland@kone.com kone.nl

De magnetische zweefdeuren van KONE zijn uiterst licht te bedienen architectenweb — 57


— advertorial

Inspirerend centrum voor de

interieurprofessional

58 — architectenweb

Het Grote Interieurcongres van Architectenweb is afgelopen november gehouden in ETC Expo in Culemborg. In dit designcentrum vinden professionals in de interieurbranche een breed aanbod aan producten. “We hebben een keuze gemaakt voor kwaliteit en exclusiviteit.” dat we ten opzichte van potentiële exposanten vrij kritisch zijn. Ze moeten het gewenste niveau bieden en de producten moeten voor ETC Expo een toegevoegde waarde hebben.” Naast de vaste expositieruimtes biedt het centrum op plekken verspreid in het twee verdiepingen tellende gebouw elk seizoen wisselende presentaties. Ze worden samengesteld met producten en materialen van de exposanten. De presentaties volgen vaak een thema, zoals kleurgebruik of een specifiek materiaal, “maar een volgende keer kan het om mode en interieur gaan”, aldus De

Koster. “Momenteel hebben we het thema ‘De Pracht van Ambacht’, waarin we hedendaagse toepassingen van ambacht laten zien.” “Het aanbod in ETC Expo is met name gericht op wooninterieur, echter, in de nabije toekomst willen we meerdere segmenten gaan bedienen. We hebben inmiddels eveneens producten voor het nautische segment en bijvoorbeeld kantoren”, zegt De Koster. “Het aanbod hiervoor bestaat momenteel met name uit technische verlichting en maatwerkmeubilair. Ons streven is om hierin te verbreden. Overigens oriënteren we ons op dit moment ook op uitbreiding van het buitensegment.” ETC Expo is geopend voor vakbezoekers op maandag van 10.00 tot 17.00 uur; op dinsdag tot en met vrijdag is het designcentrum uitsluitend te bezoeken op afspraak met een van de exposanten. Vier keer per jaar organiseert ETC Expo consumentendagen. Deze worden aangekondigd op de site. —

Meer informatie ETC Expo B.V. Randweg 20 4104 AC Culemborg 0345 519646 info@etcexpo.nl etcexpo.nl

Foto’s: ETC Expo

“In het buitenland zie je dit soort centra al veel meer”, zegt Len de Koster, eigenaar van ETC Expo. “In Nederland is ETC Expo het enige designcentrum voor de professional in de interieurbranche.” In het centrum presenteren ruim honderd vaste exposanten hun producten. Doelgroep is de interieurprofessional, uiteenlopend van decorateur tot interieurarchitect. “We zien een tendens dat particulieren meer en meer hun interieur laten vormgeven door een decorateur of zelfs interieurarchitect. Deze interieurprofessionals bezoeken ETC Expo met hun relaties voor inspiratie en de bijzondere producten”, aldus De Koster. Het aanbod in het designcentrum reikt van meubels, sfeer- en projectverlichting, bijzondere verf en interieurtextiel, tot wand- en vloerbekleding. Ook voor nieuwe en verrassende materialen is er plaats. “We hebben bijvoorbeeld aanbieders van flexibel natuursteen en betonbehang: flinterdun materiaal, dat je rond een balie of ander meubel kan bevestigen. Veel aandacht trekt ook de geroeste uitvoering van traanplaat en de wandbekleding van kokosnoot.” Naar dergelijke bijzonderheden is ETC Expo volgens De Koster steeds op zoek. “Hiervoor bezoeken we onder andere toonaangevende (buitenlandse) beurzen. Daarnaast krijgt het centrum regelmatig verzoeken om expositieruimte. We kiezen altijd voor kwaliteit en exclusiviteit”, zegt hij. “Dat betekent


advertorial —

architectenweb — 59


Symbiose

tussen mens en omgeving

Omgevingspsychologie onderzoekt hoe de fysieke omgeving mensen beïnvloedt (en vice versa) en tracht dit om te zetten in bruikbaar advies voor ontwerpers. Het is een brede discipline die laveert tussen theorie en praktijk. Omgevingspsycholoog Susanne Colenberg licht in een interview haar vak toe en geeft voorbeelden voor toepassing. — tekst Aldo Trim Het beruchte Sick Building Syndrome lijkt op zijn retour. Studies hiernaar hebben geleid tot meer kennis van het effect van gebouwontwerp op het menselijk welzijn; zo is ons besef vergroot dat naast fysieke ook psychologische factoren verantwoordelijk zijn hiervoor. Sinds de jaren ‘70 en ‘80 en vooral de laatste tien tot vijftien jaar is er vergrote aandacht voor ‘de mens centraal’ en het belang van ‘plekken maken’, aangestuurd door een interesse in de relatie tussen menselijk handelen en de gebouwde omgeving. Maar al in de jaren ’50 beschreven psychologen als Leon Festinger en sociale wetenschappers als Roger Barker hoe sociale omgangsvormen en gedragspatronen gerelateerd zijn aan de menselijke leefomgeving. Wetenschappelijke deelterreinen die samenkomen in omgevingspsychologie zijn onder andere sociale en cognitieve psychologie, neuropsychologie, biologie, geneeskunde en economie. Ook moet de omgevingpsycholoog enige kennis heb60 — architectenweb

ben van het ontwerpproces. Susanne Colenberg heeft zich als omgevingspsycholoog gespecialiseerd in interieurarchitectuur en geeft advies voor een goede afstemming tussen mens en omgeving. Daarnaast probeert zij meer bekendheid

van haar vak te kweken door kennisdeling via cursussen en lezingen. Colenberg bespeurt over het algemeen nog te weinig aandacht voor het menselijke gevoel in architectuur, waar het vaker draait om ruimtelijke, esthetische en technische aspecten. Zij is voorstander van meer aandacht voor gedragswetenschappen in de opleiding van (interieur)architecten. Architecten hoeven volgens haar geen omgevingspsychologen te worden, maar zouden wel wat meer basiskennis kunnen gebruiken om, net als bij constructies en klimaathuishouding, vooruit te kunnen denken. Andersom zou er bij omgevingspsychologen meer begrip moeten zijn voor de complexiteit van opgaven waar architecten en opdrachtgevers mee te maken hebben.

Voor- en nametingen ‘Gevoel’ is in gebouwontwerp vaak een lastig onderwerp tijdens onderhandelingen en verliest het al gauw als het om economische factoren gaat. Volgens Colenberg zijn keiharde cijfers meestal moeilijk op tafel te leggen. Maar wel degelijk is er te verwijzen naar onderzoek dat is gedaan naar het effect van een goed interieur op bijvoorbeeld ziekteverzuim, werknemerstevredenheid, arbeidsproductiviteit, verloop, genezing en imago. Indirect is er zo


In een ontwerpproces verliest het ‘gevoel’ het al gauw van economische factoren winst te behalen, die flink kan aantikken op de langere termijn. Om dit beter aan te kunnen tonen voor een specifiek project zou je een voor- en nameting moeten verrichten en een (statistische) analyse van de verschillen. Psychologische aspecten in architectuur kun je meetbaar maken door te definiëren op welk gevoel je uit bent, en dit vervolgens op een goede manier te toetsen. Bijvoorbeeld door genoeg mensen te vragen naar hun ervaring en daarnaast hun gedrag te observeren. In de Verenigde Staten is al meer aandacht voor deze structurele aanpak onder de noemer evidence-based design of informed design.

Hospitality Vooral in de zorg, zoals bij het ontwerp van ouderenhuisvesting en ziekenhuizen, wordt steeds meer aandacht besteed aan het psychologische effect van ontwerp. Daar wordt wel de term ‘hospitality’ voor gebruikt, wat ‘gastvrijheid’ betekent. Ook bespeurt Colenberg steeds meer aandacht bij scholenbouw en kantorenbouw, onder andere vanuit de toename van Het Nieuwe Werken. Volgens haar gaat het erom de mens serieus te nemen en na te gaan waar deze behoefte aan heeft. ‘Van een vriendelijke bejegening tot praktische zaken als duidelijke bewegwijzering, comfort en privacy, genoeg ruimte voor je spullen en niet in de rij te hoeven staan voor het toilet.’

Bij hospitality moet de gast ook genoeg controle kunnen houden over zijn of haar omgeving, en keuzes kunnen maken. Architectonische elementen die van grote invloed zijn op hoe mensen zich in of bij een gebouw voelen zijn bijvoorbeeld de balans tussen overzichtelijkheid en verrassing, tussen open en gesloten (veiligheid, privacy) een duidelijke ingang en routing (wayfinding), de vorm en afwerking (persoonlijke associaties, akoestiek), daglichttoetreding, efficiënte looplijnen en ruimtelijkheid. Welke elementen je inzet bij ontwerp hangt sterk af van de gebruikers en de functie van het gebouw. Bij een ziekenhuis zijn bijvoorbeeld wayfinding en privacy erg belangrijk. Ook is aangetoond dat de zichtbare aanwezigheid van natuur en groen een positief effect heeft op genezing. ‘In het algemeen is er geen hiërarchie in het effect van interieurelementen op ons welzijn aan te geven, daarvoor is de wisselwerking tussen mens en ruimte te complex’, zo stelt Colenberg. In ontwerponderhandelingen met een opdrachtgever moeten architecten daarom een afweging maken van kosten versus het effect, waarbij – na een inhoudelijke afweging – het meest aantoonbare effect een pré kan zijn en je daarna minder aantoonbare ingrepen voorstelt. Groen – levend groen, niet de kleur – en daglicht zijn vrijwel altijd effectief, materiaal en kleur zijn meer afhankelijk van het doel van het ontwerp. Het effect van deze laatste twee wordt namelijk ook beïnvloed door de associaties van mensen en de context waarin zij denken en handelen. Bijvoorbeeld door wat zij eerder hebben meegemaakt.

vies. In de voorbereiding op het ontwerp kan een omgevingpsycholoog bijvoorbeeld helpen met het indelen van gebruikersgroepen en het verzamelen van informatie over behoeften en wensen. Vervolgens kan meegekeken worden met de vertaling van deze informatie naar een ruimtelijk en materieel ontwerp. Na realisatie van het project kan gekeken worden naar de effecten van de gekozen ontwerpoplossingen op de gebruikers. Maar wanneer is een project nou geslaagd voor een omgevingspsycholoog? Je zou kunnen zeggen: als het welzijn van de gebruikers erop vooruit is gegaan, of (mede daardoor) hun productiviteit. Of als zij tevredener zijn over de ruimte. Susanne Colenberg refereert even aan wat zij ‘chronische moedeloosheid’ noemt. Het gaat dan om gebouwen die een constante ergernis oproepen, zonder dat de gebruikers daar iets tegen kunnen doen. Dat stapelt zich op naarmate men er langer en frequenter verblijft. Dit is een aantoonbaar slecht resultaat en ongezond bovendien. Colenberg stelt dat een geslaagd project juist geen ergernis oproept. ‘Je wordt nooit echt geconfronteerd met het gebouw.’ Architectuur wordt daarmee een aangename achtergrond in plaats van een obstakel. —

Aangename achtergrond De bijdrage van een omgevingspsycholoog kan in elke fase van het ontwerpproces van waarde zijn, maar idealiter ziet Colenberg zich vroegtijdig aansluiten, al is het alleen maar om op algemeen vlak mee te denken bij het ontwerp. Te vaak ziet zij nog dat een omgevingspsycholoog pas wordt ingeschakeld als er problemen zijn. Haar inbreng is dan meer een lapmiddel dan een constructief ontwerpad-

Een project is echt geslaagd als het welzijn van gebruikers erop vooruit is gegaan architectenweb — 61


Altijd de ruimte als geheel

Er is geen Nederlands interieurarchitectenbureau dat momenteel internationaal zoveel gepubliceerd wordt en zoveel prijzen wint als i29 interior architects. Welke benadering ligt ten grondslag aan de spraakmakende ontwerpen van dit bureau? Een interview met oprichters Jaspar Jansen en Jeroen Dellensen. — tekst Michiel van Raaij, portretfoto’s Jan Paul Mioulet/DAPh Wie een bezoek brengt aan i29 ziet meteen waar de naam van het bureau van afgeleid is. Het is een verkorting van het vestigingsadres: Industrieweg 29 in Duivendrecht. Op een rommelig industrieterrein, omgeven door snelwegen, heeft het bureau daar een grote loft ingericht als studio. Hoe is i29 ontstaan? Jeroen Dellensen (JD): “Na de afronding van onze opleiding, de meubelvakschool, wilden we direct voor onszelf beginnen. We waren misschien te eigenwijs om eerst ervaring op te doen bij een bureau. We begonnen klein, in het pand waar we nu nog inzitten, als een groep van vijf 62 — architectenweb

ontwerpers die allemaal hun eigen projecten deed. Zo zijn ook projecten uitgevoerd. Die situatie evolueerde over de jaren. Wij bleven met z’n tweeën over en merkten dat we heel goed konden samenwerken. Het is heel organisch gegaan.” Hoe komen jullie aan opdrachten, hoe vinden opdrachtgevers jullie? JD: “Via publicaties en via via. Dat zijn de kanalen waardoor opdrachtgevers ons momenteel weten te vinden. Maar toen we begonnen waren het vooral onze eigen contacten. We moesten ons eerst bewijzen. We hebben er ook best lang over gedaan

om een portfolio op te bouwen. Daarbij wilden we echter geen concessies doen. En ik weet niet of dat interessant is, maar we hebben heel lang heel weinig geld verdiend. Het omslagpunt kwam toen we in 2006 de eerste keer een Dutch Design Award wonnen. Toen werden we opeens gezien als een bureau. Daarvoor vroegen we ons weleens af of we wel de juiste weg waren ingeslagen. Maar gaandeweg merkten we dat we steeds meer publicaties kregen en prijzen wonnen. Voor het feit dat we heel erg ons eigen ding doen zijn we inmiddels wel beloond. We gingen en gaan nog steeds voor kwaliteit. Op dat punt is er niets veranderd. We zijn absoluut geen commercieel bureau. Daarvoor steken we veel teveel tijd in onze ontwerpen. Tegenwoordig worden we ook steeds vaker voor internationale projecten gevraagd. Dat komt puur door de publicaties in internationale media. We worden ook vaker benaderd door scouts, die bureaus selecteren voor een pitch. Daarvoor helpt het natuurlijk als je een beetje bekend bent.” Hoe ziet jullie ontwerpproces eruit? JD: “Het begint met brainstorms, met heel veel praten en schetsen. Jaspar en ik praten er vaak het meeste over, maar nu we met wat meer mensen zitten doen we ook experimenten om dat met z’n allen te doen. In de brainstorms proberen we de opgave heel open te benaderen, niet te snel in te zoomen op de praktische >


architectenweb — 63


“We zijn absoluut geen commercieel bureau. Daarvoor steken we veel teveel tijd in onze ontwerpen”

Hoe slagen jullie er steeds weer in uit alle vragen van opdrachtgevers zo’n eenvoudig concept te genereren? JD: “Als ontwerper krijg je heel veel informatie over je heen gestort. Het is dan heel eenvoudig om op de individuele vraagstukken ook individuele antwoorden te geven. Maar dan wordt het een chaos. Wij willen tegelijkertijd om open staan voor nieuwe 64 — architectenweb

ontwikkelingen en om bij het hoofdthema terug te blijven komen. Terugkijkend naar de projecten die we de afgelopen jaren gedaan hebben, komt een streven naar een soort eenvoud naar voren. Simpele gebaren. Terwijl dat erg moeilijk is in de complexe wereld van de bouw. Je hebt mee zoveel praktische dingen te maken, aannemers die niet mee willen werken, budgetten die er niet zijn…” Jullie lukt het ook nog eens om jullie ontwerpen ogenschijnlijk zonder compromissen gerealiseerd te krijgen. Veel ontwerpers willen dat misschien ook wel, maar lukt het toch niet. Wat is jullie geheim? JD: “Een goede verstandhouding met de opdrachtgever is heel belangrijk (lacht). Je probeert die echt mee te nemen. Wij blijven niet op een afstandje kijken en mopperen dat ze er

Links Het ontwerp voor scholengemeenschap Panta Rhei. Rechts Tegenover de grijze en koele architectuur van Combiwerk plaatste i29 in zijn interieurontwerp een kleurrijk ‘paradijs’.

ook niets van snappen; wij blijven met de opdrachtgever in gesprek en proberen die naar een hoger niveau te tillen. Dat is inderdaad weleens lastig. Het is overigens niet zo dat wij heel streng zijn. Als interieurarchitect kun je gebruikers niet voorschrijven wat ze wel of niet kunnen doen. We willen dat zij het net zo willen als wij. Maar het is ook wel zo dat als je echt overtuigd bent van jouw keuze, dat je mensen daar ook sneller naartoe brengt. Als je zelf niet weet wat het moet worden, weet op gegeven moment niemand dat meer.”

Foto’s Panta Rhei: Jeroen Musch; foto’s Combiwerk: i29 interior architects

kanten van specifieke onderdelen van het programma. We proberen op een abstracter niveau erover na te denken. Ik denk dat je dat ook terugziet in het uiteindelijke resultaat. Het zijn, vinden wij, vaak hele scherpe, eenduidige ontwerpen. Uit dat praten en schetsen ontstaat uiteindelijk een verhaal of een beeld. Daarop volgt een fase waarin we het ontwerp in de computer vormgeven. We maken geen maquettes, maar modelleren het volledige ontwerp in 3D in de computer. In die fase kan er nog een heleboel veranderen. Als we zien dat het niet de goede kant opgaat, gaan we soms weer helemaal terug en praten we er opnieuw over. Van een ontwerp dat werkt maken we een filmpje of 3Dmodel dat we aan de opdrachtgever presenteren. Meestal presenteren we maar één concept, en bieden we daarbinnen opties, zoals in de materialisering of de kleurstelling.”


als er een keer iets misgaat, er een paar tapijttegels uitgetrokken kunnen worden en er nieuwe voor in de plaats gelegd kunnen worden. Al die slimmigheden zaten er vanaf het begin in.”

Jaspar Jansen (JJ): “Om het aan het eind allemaal overeind te kunnen houden, moeten we aan het begin zoveel mogelijk meenemen. We zitten wat dat betreft in een spagaat. Aan de ene kant willen we de grens opzoeken, dat doen we altijd, maar aan de andere kant moet het wel kúnnen. We kijken vaak al heel vroeg in het proces naar de materialen die we zouden willen gebruiken en of die wel op de manier toegepast kunnen worden zoals wij zouden willen. Dat onderzoek gaat niet altijd even systematisch (lacht), we ma-

“We proberen op een abstracter niveau over de opgave na te denken” ken soms allerlei omwegen, maar het is wel zo dat we het allemaal onderzoeken. Combiwerk in Delft is hierbij een goed voorbeeld. Het functioneert als een soort café, maar voor de akoestiek in die grote hal ligt er toch tapijt. Dat zorgt voor comfort. In die context zoek je een tapijt dat lang meegaat, goed te reinigen is, en ook nog eens betaalbaar is. Zodat

Helpt jullie ervaring in meubelontwerp hier nog bij? JD: “Zeker toen we ons bureau net gestart hadden hielp dat wel mee. Die ervaring zie je echter vooral terug in onze voorliefde om complexe dingen op te lossen in meubels. We kopen natuurlijk ook weleens meubels in, maar heel vaak ontwerpen we ze zelf. Daarmee kun je een project echt vormen en wordt het heel eigen. Dat is ook wel iets waarvoor opdrachtgevers naar ons toe komen.” Waar komt die drang tot eenvoud bij jullie vandaan? In jullie kleurgebruik is dat ook terug te zien: jullie gebruiken meestal één dominante kleur: zwart, wit, grijs of rood. JD: “Op het moment dat je jezelf dwingt één keuze te maken, in plaats van allerlei keuzes, wordt die ene keuze in- > architectenweb — 65


It eni medici aborerovid quam nus nes ex eossint ut et invelic iendic te nonsed con

eens heel belangrijk. Daar moet je dan echt heel goed over nadenken. Daar wordt een project sterker van. Een waterval van kleuren en materialen kan ook heel overweldigend zijn, maar dat ligt ons persoonlijk eerlijk gezegd ook niet…” Verlangen jullie naar rust in een interieur? Neigen jullie daarom naar een zeker minimalisme? JJ: “We proberen hele sterke beelden te maken, interieurs met een grote zeggingskracht. En de paradox is dat je dat met hele eenvoudige middelen moet doen. Juist dat maakt het sterker. Het minimalisme is dan het middel, maar niet het doel. We streven naar helderheid en duidelijkheid.” 66 — architectenweb

Maar hoort een beperkt kleurenpallet daar per se bij? JJ: “Nu we het er zo over hebben, realiseer ik me dat we niet zozeer bezig zijn om verzamelingen objecten te ontwerpen, als wel ruimtes of ervaringen willen ontwerpen. Door toevoeging van kleur worden objecten heel erg dingen. Van kleur wordt het sneller objecterig, en dat willen we juist niet. Daarom kiezen we er vaak voor verschillende elementen in dezelfde kleur uit te voeren. Daarmee wordt het een geheel. Door gebruik van kleur ontstaat al snel een zekere platheid… Dat hebben we vanaf het begin gehad, dat we bijvoorbeeld een stoel niet alleen zien als iets waarop gezeten kan

worden, maar ook als iets dat een relatie aangaat met de volledige compositie. Door zijn belijning of door kleurgebruik. Of door zijn structuur. Bij scholengemeenschap Panta Rhei is dat heel duidelijk. In dat project zijn er beige en zwarte volumes, en daar gaat een fijner patroon doorheen van de stoelen. En dan de teksten overal nog. Een zeer gelaagde compositie.” Combiwerk is een van de weinige projecten waar jullie schakeringen van kleur ingezet hebben. Wat is de achtergrond van dat ontwerp? JJ: “Combiwerk was door de architect ontworpen als een grijze, koude we-

Foto’s: i29 interior architects

“Wij lossen graag complexe dingen op in zelf ontworpen meubels”


“Wij willen ruimtes of ervaringen ontwerpen, geen verzamelingen van objecten” reld. Ons uitgangspunt was om in die betonnen jungle een verborgen paradijsje te ontwerpen. In die context moest het stevig aangezet worden. Het is zeer kleurrijk, maar in die context wordt dat moeiteloos geabsorbeerd. Het is zeker niet zo schreeuwerig dat je je zonnebril erbij op moet zetten! Het matchen van al die materialen en materialen bij Combiwerk was nog wel een puzzel, want omdat er heel weinig budget was zijn het allemaal standaard kleuren.” “Wat ik erg leuk vind aan onze recentste projecten, zoals de Framewinkel bij Felix & Foam, is dat er

Boven en onder De spiegelende objecten voor de Frame-winkel in Felix & Foam contrasteren met de oude architectuur, maar versmelten er tegelijkertijd ook mee.

grote tegenstellingen in zitten. Tegenover die bombastische, ouderwetse ruimte van het oude Felix Merites hebben we iets gezet dat superstrak en glashelder is. Een grote tegenstelling, maar toch ook een eenheid. Heel interessant vind ik dat. In een klassiek appartement vol ornamenten in Parijs hebben we een hele strakke tafel ontworpen waarop gekookt kan worden. Door zijn transparantie en eenvoudige vorm gaat deze keuken op een of andere manier niet de strijd aan met de ruimte, maar gaat hij erin op. Terwijl het eigenlijk een tegenstelling is. Invisible Kitchen noemen we dat project. Net als bij de Frame-winkel verdwijnt het toegevoegde element soms, lijkt het er even niet te zijn, lijkt het iets anders te zijn… is het wel echt een keuken waarin je kunt koken? We vinden het belangrijk dat het een uitnodigende verrassing is, dat het je als bezoeker niet opgedrongen wordt, maar dat het te ontdekken is, het liefst dat het nog gelaagd is ook. Het zoeken naar een verrassing is de laatste tijd ook sterker geworden in ons werk.” Kunnen jullie iets meer vertellen over de keuken die jullie zelf ontwikkeld hebben voor jullie project Invisible Kitchen? JJ: “Op zo’n blog waar het project gepubliceerd was, reageerden sommige mensen: dat kan toch niet, dat kun je toch niet als keuken gebruiken? Het interessante is: het kan dus wel! De eigenaresse van het appartement kookt er iedere dag. De veronderstelling is dat een spoelbak altijd diep moet zijn. Maar in deze tijd heeft iedereen een vaatwasser en gebruik je die kraan om een pan met water te vullen en je handen te wassen. Meer niet. En mocht je onder de kraan toch een keer een krop sla willen wassen, dan kun je uit de kast erachter gewoon > architectenweb — 67


Een van de thema’s waar we deze themaperiode op inzoomen is hospitality. Welke middelen zetten jullie in om ervoor te zorgen dan mensen zich welkom en prettig voelen in een ruimte? JD: “Iets waar wij altijd naar kijken is de openheid van de ruimte. Je wilt niet dat mensen zich opgesloten voelen in kleinere ruimtes. Met ruimtelijkheid en natuurlijk licht los je dat op. Dat is de basis.” JJ: “Ruimte heeft allerlei connotaties. Ruimte is iets fysieks, maar net zo belangrijk is de ruimte om ergens te kunnen zijn, waarin je je kunt bewegen, die je prikkelt, enzovoorts. Al die aspecten van ruimte spelen tegelijkertijd. Ruimtelijkheid heeft voor ons een zeer brede betekenis. En zo beleven mensen dat ook.” Is er naast openheid in een interieur niet ook een bepaalde geborgenheid nodig? Jullie gebruiken vaak warme, zelfs zachte materialen. Is dat hieraan gerelateerd? JJ: “Klopt. In een zee van ruimte voel je je verloren, van een labyrint van kleine kamers wordt je claustrofobisch. Het is het spel tussen aan de ene kant openheid en aan de andere kant toch een plekje voor jezelf hebben, een plekje die op jouw 68 — architectenweb

Linksboven De voor Tribal ontworpen vilten kantooromgeving. Rechtsboven Door te kiezen voor een kleine spoelbak kon i29 voor dit Parijse appartement een zeer transparante keuken ontwerpen. Onder In het kantoor van MediaXplain worden eigen producties in een diepzwarte ‘bioscoop’-zone getoond.

Foto’s MediaXplain: Ewout Huibers, foto’s Tribal en Invisible Kitchen: i29 interior architects

een rubberen teiltje pakken en die eronder zetten. Werkt prima.”


praktisch niveau hebben we gespeeld met wat er is. Dat is wel ons streven, dat we op verschillende niveaus dingen met elkaar verbinden.”

“Is het wel echt een keuken waarin je kunt koken?” maat is toegesneden. Eigenlijk wil je een zo groot mogelijke tegenstelling, die dan toch op een of andere manier weer verenigd wordt (lacht). Voor het kantoor van Tribal hebben we een grote, open ruimte ontworpen waarin iedereen zijn eigen plek heeft die akoestisch afgeschermd is. Bij dit project vonden we het zonde om het systeemplafond eruit te halen, om er even later weer een nieuwe in te hangen, en daardoor kwamen we terecht op het spoor van een bekledingsmateriaal. Daar kwam toen het verhaal bij van het bedrijf, dat wel onderdeel is van een wereldwijd opererende organisatie, maar zich daar in dit kantoor van af wilde keren met een softere, intuitievere benadering. Zo kwamen we op vilt als materiaal. Als alle niveaus van de opdracht met elkaar verbonden raken en alles op z’n plek valt… dat is natuurlijk een mooi moment.” In jullie ontwerp voor MediaXplain in de Amsterdamse Houthaven zetten jullie een open en lichte ruimte tegenover een gesloten en donkere ruimte. JJ: “Het interessante daar is dat de gang tegelijkertijd een bioscoop is waar de door hun gemaakte mediaproducties te zien zijn. Op een heel

Speelt bij het ontwerp van een werkomgeving het uitdragen van de identiteit van de organisatie nog een grote rol? JJ: Ja, dat nemen we vaak als startpunt van het verhaal dat we gaan vertellen. Wij interpreteren dat, voegen er eigenlijk wat aan toe.” JD: “Bij Frame stond het reflecteren bijvoorbeeld centraal.” Dus die identiteit kan ook zeer abstract in een ontwerp terugkomen? JJ: “Juist! Als je iets voor Bol.com moet maken, dan moet je zeker geen blauwe bollen gaan maken; dat is niet ons idee. Zo’n thema moet er niet van buitenaf opgeplakt worden (slaat met z’n vlakke hand op tafel), maar moet van binnenuit komen en abstract zijn.” JD: “Je moet ook niet bij binnenkomst direct het idee hebben: o, dit is het thema, hier is een ontwerper bezig geweest. Het mag best een beetje verborgen zitten. Het is ook niet erg als je het niet begrijpt, of er misschien wel nooit achter komt.” Het is de bedoeling dat het niet snel zal vervelen en mede daardoor lang meegaat? JJ: “Ja, dat hebben wij natuurlijk niet in de hand, maar het is wel de bedoeling.” —

“Het zoeken naar de verrassing is sterker geworden in ons werk” architectenweb — 69


Baden van gegoten staal

Nieuwe producten

70 — architectenweb

Het bijzondere kenmerk van de BetteLux designlijn is de zacht vloeiende vorm. Het gegoten en geëmailleerde staal van het ligbad- en wastafelensemble vloeit zonder hoeken of randen naar de afvoer; de vorm volgt de natuurlijke weg van het water. De streng geometrische badrand, die doorloopt in de zachte rondingen van het inbouwbad, is slechts acht millimeter dik. Het bad is nu tevens verkrijgbaar als Highline-variant met een halfhoge ommanteling en als volledig vrijstaand ligbad. Eén binnenvorm, meerdere buitenvormen, meer vrijheid bij de vormgeving van de badkamer. bette.nl


Arturo Color Collection Arturo Unique Flooring presenteert voor haar gietvloeren de Arturo Color Collection. Deze collectie brengt acht actuele interieurstijlen samen in het Arturo Style Compass. Voor elke stijl is een up-todate kleurenpalet ontwikkeld met effen gietvloeren, gietvloeren die zijn ingestrooid met een eigen combinatie Arturo Flakes en gietvloeren in betonlook. Het praktische comfort van gietvloeren in combinatie met de kleurmogelijkheden bieden volgens de producent een uitstekende basis voor een persoonlijk interieur. Arturo gietvloeren worden geproduceerd door Unipro bv in naar eigen zeggen de ‘groenste’ fabriek van Nederland. arturocollection.nl

Leer voor luxe scheidingswanden De trend dat leer belangrijker wordt voor interieur(architecten) is nu al een jaar zichtbaar en zet overduidelijk door. Ook als het om met leer en kunstleer afgewerkte mobiele scheidingswanden gaat. Zowel in professionele - als private omgevingen maken de Breedveld-wanden met leer een gestage groei door. Woonkamers met bijbehorende werkkamer, boardrooms, luxe conferentiezalen en hotels: allemaal omgevingen waar de met leer en kunstleer afgewerkte vouw- en paneelwanden tot hun recht komen. Leren afwerkingen zijn in tal van kleuren en soorten verkrijgbaar. De Chesterfieldlook (zie foto) is daarvan een goed voorbeeld. breedveld.com architectenweb — 71


Eindeloos her te gebruiken scheidingswanden Faay biedt scheidingswanden met volgens eigen zeggen uitzonderlijke eigenschappen. De wanden zijn milieuvriendelijk geproduceerd met biobased materialen en geschikt voor eindeloos hergebruik. De massieve kern van geperste vlasvezels zorgt voor een sterke geluid- en brandwerendheid. De FAAY-scheidingswanden hebben een brandwerendheid van wel 62 minuten; de woningscheidende wanden halen een brandwerendheid van meer dan 120 minuten. Deze spijker- en schroefvaste, en handzame elementen bieden vele mogelijkheden in nieuwbouw, renovatie en transformatie, voor retail, utiliteitsbouw en woningen. faay.nl

Transparante geluidswering Het interieur van het hoofdkantoor van TenneT is ingericht op inspirerend werken en vergaderen. Het ontwerp van Studio Groen+Schild stimuleert medewerkers tot samenwerken en ontmoeten. De verdiepingen zijn open en veel ruimtes staan met elkaar in verbinding. Om te zorgen voor auditieve privacy, zonder dat de transparantie verloren gaat, zijn afgescheiden ruimtes gecreÍerd met Systems Clipin Silence van Glassolutions Interior. Deze volglazen scheidingswanden en glazen deuren hebben geteste geluidwerende prestaties tot en met respectievelijk 52 dB en 47 dB. sgg-igs.nl 72 — architectenweb


Techstyle akoestische plafonds Het bedrijfsrestaurant van Ferrari kenmerkt zich door een grote open ruimte met imposante glasoppervlakken. Vanwege de drukke bezetting in het restaurant was er behoefte aan een geluidsabsorberende oplossing om nagalm zoveel mogelijk te verminderen. Het Techstyle akoestisch plafondsysteem van Hunter Douglas brengt zowel vanuit functioneel als esthetisch oogpunt ‘rust’. De honingraatcompositie van de panelen absorbeert de hoge en lage frequenties tot op zeer hoog niveau. De textiele naturelle look van het Techstyle-plafond zorgt voor een goede verdeling van natuurlijk daglicht in de ruimte. hunterdouglas.nl/techstyle

Deurbeslag door Erik Munnikhof Exclusief voor Intersteel heeft interieurarchitect Erik Munnikhof een bijzondere lijn in deurbeslag ontwikkeld. Zijn ontwerpen kenmerken zich door een heldere, leesbare vormtaal. Geometrie, symmetrie en interessante technische principes zijn terugkerende elementen in zijn werk. “Ik zoek altijd naar de optimale mix van esthetica, ergonomie, ecologie, economie, constructie en functionaliteit”, aldus Munnikhof. De lijn in deurbeslag is modulair opgebouwd waardoor een keuze mogelijk is tussen bijvoorbeeld de warme uitstraling van notenhout, de moderne look van rvs of de prettige ‘feel’ van kunststof. intersteel.nl

architectenweb — 73


Dauphin X-Code bureaustoel Dauphin X-Code is een innovatieve bureaustoel, ontworpen door Daniel Figueroa. De stoel biedt ergonomisch en langdurig zitplezier. De kunststof membraanrugleuning verleent in combinatie met een aanpasbare lamellenstructuur optimale ondersteuning van de rug. Het driedimensionale materiaal Wovenit geeft de rugleuning bovendien een beter ademend vermogen. Op de armleuningen van de X-Code bureaustoel kan het antibacteriële MicroSilver worden toegepast. De Dauphin X-Code bureaustoel laat zien dat innovatief design, ergonomie en een betaalbare prijs goed samengaan. brokx.com

Emco 3-zoneschoonloopsystemen Het 3-zoneschoonloopsysteem is volgens Emco het optimale entreematsysteem bij intensieve belasting in kantoorgebouwen, ziekenhuizen en winkelcentra. Meer dan negentig procent van het vuil en vocht wordt opgevangen, wat een aanzienlijke besparing op schoonmaakkosten van de aangrenzende vloeren oplevert. Elke zone is in verschillende kleuren en materialen leverbaar voor een esthetisch mooi en exclusief ontwerp, dat voldoet aan individuele wensen en eisen. Een 3-zoneschoonloopsysteem is een maatwerkoplossing. De eerste en tweede zone bestaan uit een aluminium profielmatsysteem, de derde uit een schoonlooptapijt. emco-bau.com

74 — architectenweb


De eerste Soft Ceiling-collectie Het Soft Ceiling-concept maakt het mogelijk om meerdere lichtscenario’s te maken met één en hetzelfde type toestel. Architecten en designers kunnen een project invullen met verschillende lichtsterktes, bundels, effecten en filters, zonder verschillende toesteltypes te moeten inzetten. Soft Ceiling zorgt op die manier voor een uniform plafondbeeld en maximaal comfort voor de gebruiker. De iMax-reeks is de eerste collectie die is ontworpen volgens het Soft Ceilingconcept. De naam maakt een woordspeling in het Engels: een maximaal comfort voor het oog en een discrete vorm. De iMax-reeks omvat een reeks aan armaturen. deltalight.com

Akoestiek die werkt CVOUSPLAIT ontwerpt en produceert akoestische producten voor plaatsen waar mensen werken, verblijven en elkaar ontmoeten. De onderneming noemt haar drijfveren simpel en helder: mooie producten maken, die akoestisch écht werken, met respect voor ‘people & planet’. Recent heeft creatief directeur Jeroen Oprinsen aan de wieg gestaan van de ontwikkeling van de Acoshape+ amazing acoustic objects. Het opvallende concept combineert design, verbluffend licht en akoestische prestaties en kon bij zijn introductie op Architect@Work in Rotterdam en de Biënnale Interieur in Kortrijk op grote belangstelling rekenen. akoestiekbycvousplait.com

architectenweb — 75


MIRRA past iedereen MIRRA is een ergonomische topstoel en ideale zitoplossing, aldus Herman Miller. De stoel is voor 96% recyclebaar en bestaat voor 42% uit gerecycled materiaal (geen PVC). Nieuw is de MIRRA2 TriFlex, een lichtgewicht bureaustoel en een toonbeeld van duurzaamheid. De gepatenteerde TriFlex flexibele rugleuning bestaat uit één stuk en buigt op natuurlijke wijze. De stoel past zich zo aan lichaamsvorm, lengte en bewegingen aan. De rugleuning biedt groot comfort en ondersteuning voor de onderrug bij elke zithouding. De Mirra2 TriFlex is in alle kleuren en door productie in Engeland op korte termijn leverbaar. hermanmiller.nl

Gezond daglicht in elke ruimte Niets is zo prettig als daglicht in huis. Solatube voert daglicht via een reflecterende buis naar vrijwel elk vertrek in de woning. Dat schept mogelijkheden voor elke ruimte: de opslag wordt kinderkamer en de zolder wordt een kantoor. Een speciale doorvoer brengt ook daglicht in de kelder. Het systeem geeft een hoge lichtopbrengst en visueel comfort, en verlaagt volgens de leverancier tevens energieverbruik, geluid en inbraakgevoeligheid. De UV-werende koepel zorgt voor natuurlijke kleuren, maar voorkomt verkleuring van meubels en tapijt. De ruime keuze aan plafondplaten maakt een verzorgde afwerking, passend bij elk interieur, mogelijk. solatube.nl

76 — architectenweb


Essentie van luxe Het designmerk Axor van Hansgrohe en de Italiaanse architect en designer Antonio Citterio hebben onlangs de badkamercollectie Axor Citterio E geïntroduceerd. De kranen en douches worden gekenmerkt door een flexibele toepassing en bijzonder eenvoudige bediening. Slanke kraangrepen en de combinatie van rechte oppervlakken en zachte rondingen karakteriseren het design van de collectie, zowel in de ééngreeps wastafelkraan met joystick-greep als in de driegats kranen met kruisgrepen. De collectie bestaat uit 37 producten en is uitstekend te combineren met het nieuwe accessoireprogramma Axor Universal. pro. hansgrohe.nl/axor

Duurzame schoonheid Durabella omvat een serie naadloze terrazzovloeren met een bijzondere uitstraling en karakter. Klassieke kleine stenen of grote brokstukken met Venetiaans karakter, of de stoere uitstraling van gerecycled beton of kopersnippers. Ook is Durabella Terrazzo mogelijk met prachtig gekleurd Winckelmansgranulaat, schelpen of FSC hout. Duracryl kan dankzij moderne technieken deze eeuwenoude vloeren naadloos in grote velden aanbrengen, zonder dilataties of strippen. duracryl.nl

architectenweb — 77


Colofon Architectenweb magazine Architectenweb magazine verschijnt vier maal per jaar. ISSN 1877-8690

Redactieadres Architectenweb B.V. Postbus 92103 1090 AC Amsterdam 020 - 71 30 600 redactie@architectenweb.nl www.architectenweb.nl Uitgever Martijn Postmus mp@architectenweb.nl Hoofdredacteur Michiel van Raaij mvr@architectenweb.nl Redactie Robert Muis rm@architectenweb.nl Ronnie Weessies rw@architectenweb.nl

Advertentie-index Abonnementen Jaarabonnement (4 nummers) € 79,– Nabestellingen € 24,50 per nummer (incl. BTW en verzendkosten) Alle prijzen zijn onder voorbehoud van prijswijzingen. Het abonnementsgeld dient bij vooruitbetaling aan het begin van ieder kalenderjaar te worden voldaan. Voor de betaling ontvangt u een factuur. Abonnementen kunnen per nummer ingaan en worden zonder tegenbericht aan het einde van het kalenderjaar automatisch verlengd. Opzeggen dient schriftelijk te gebeuren bij Architectenweb B.V., minimaal vier weken voor het einde van het kalenderjaar. Adreswijzigingen dienen schriftelijk te worden doorgegeven. Wet op de persoonsregistratie Wij maken u erop attent dat wij enkele door u als abonnee verstrekte gegevens, zoals naam, adres en telefoonnummer, hebben opgenomen in ons gegevensbestand.

Medewerkers aan dit nummer Vrijwaring Kirsten Hannema, Sjoerd Reitsma, Uitgever en auteurs verklaren dat dit Karin Roelofse en Aldo Trim blad op zorgvuldige wijze en naar beste weten is samengesteld. Evenwel Basisontwerp en vormgeving kunnen uitgever en auteurs op geen Solar Initiative, Amsterdam enkele wijze instaan voor de juistheid of volledigheid van de informatie. Drukkerij Uitgever en auteurs aanvaarden dan Ipskamp Drukkers, Enschede ook geen enkele aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook. Coverfoto i29 interior architects © 2015 — Architectenweb B.V. Niets uit deze uitgave mag worden Advertenties overgenomen en/of op enigerlei Bart Sakkers wijze worden gereproduceerd zonder 020 - 71 30 600 schriftelijke toestemming van sales@architectenweb.nl Architectenweb B.V. Het binnenwerk van Architectenweb magazine is gedrukt op FSC-gecertificeerd papier.

78 — architectenweb

Branded content Baars & Bloemhoff — 36 ETC Expo — 58 Gispen — 28 KONE — 54 Advertenties Breedveld — 3 Busch-Jeager — 7 Dynamobel — 47 Eurocave — 2 Jaarbeurs — 6 Maars — 9 Reynaers — 79 Saint-Gobain Glass — 80 Zonnelux — 8 Advertorials Bette — 70 Breedveld — 71 Cvousplait — 75 Dauphin — 74 Delta Light — 75 Duracryl — 77 Emco — 74 Faay — 72 Glassolutions Interior — 72 Hansgrohe — 77 Herman Miller — 76 Hunter Douglas— 73 Intersteel — 73 Techcomlight — 76 Unipro — 71


Op zoek naar het geschikte glas voor uw interieurtoepassing?

Design Glass App

De

wijst u de weg! Raadpleeg de applicatie om inspiratie op te doen en om gericht advies te kunnen geven aan uw klant of opdrachtgever. Op basis van toepassing, glastype of productnaam vindt u in een handomdraai de verschillende mogelijkheden.

Download de gratis App op designglass.nl of scan deze code

Beschikbaar voor

en

Architectenweb magazine #7  

Architectenweb magazine is een Nederlands vakblad over architectuur. In iedere editie van het magazine wordt een actueel thema uitgediept. I...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you