Page 1

architectenweb

nummer 12 — jaargang 5 — februari 2017

Thema Kantoren Project

Joolz

Achtergrond

Collectieve ruimtes

Interview

Fokkema & Partners


MOTEK MONEYPENNY briefcase designed by Bernadette Ehmanns for HEY-SIGN (2004)

chair designed by Luca Nichetto | Cassina Contemporanei Collection

UNDER THE BELL pendant lamp designed by Iskos-Berlin for Muuto (2011)

FELT felt clock designed by Sebastian Herkner for Leff Amsterdam (2012)

by design

Modulair vilten that plafondsysteem The Ceiling had to be

made

Vervaardigd uit cradle-to-cradle vilt, met design als inspiratiebron en vanaf nu beschikbaar als lineair plafondsysteem waarbij akoestiek en design zijn verenigd. Benieuwd naar deze innovatieve toepassing? Bezoek onze website of neem contact op met ons verkoopkantoor.

Hunter Douglas Architectural Nederland Piekstraat 2 - 3071 EL Rotterdam - Postbus 5072 - 3008 AB Rotterdam Tel. (010) 496 22 22 - Fax (010) 423 78 90 - info@hunterdouglas.nl www.hunterdouglas.nl

CM

CERTIFIED


Partners

Een overzicht van de partners van Architectenweb.

Solid Wood Systems 4 — architectenweb


world leading in bamboo

The Floor is Yours

R

architectenweb — 5


16

In dit nummer

64

42 10—15 In beeld Een kantoor toont de identiteit van zijn gebruiker en wordt steeds meer een ontmoetingsplek. Hoewel ontspanning er ook steeds nadrukkelijker de ruimte krijgt, blijft het toch vooral een plek om te werken. 16—21 Inside-out kantoor voor Joolz Naar ontwerp van Space Encounters is een voormalige machinefabriek in Amsterdam Noord getransformeerd tot hoofdkantoor van Joolz. 22—29 Gevoel van vrijheid Een uitgebreid interview met Fokkema & Partners over hun ontwerpbenadering aan de hand van enkele recent opgeleverde projecten. 30—33 Een vitrine voor creativiteit Voor AVEC heeft Bedaux de Brouwer Architecten een zeer transparant kantoor ontworpen dat voorzien is van ranke profielen van Reynaers. 34—35 Daglichtnabootsing verhoogt welzijn op kantoor Wanneer je kunstlicht toepast in de kantooromgeving, zorg er dan voor dat dit het daglicht nabootst en niet alleen direct maar ook indirect op de werkplekken valt. 8 — architectenweb

42—47 Collectieve ruimte in de hoofdrol

Hoe geef je een nieuw leven aan een versleten kantoorgebouw? Voeg een grote gemeenschappelijke ruimte toe. Het nieuwe bedrijfspand van Liander, het hoofdkantoor van De Alliantie en het kantoor van PWN zijn drie voorbeelden van deze succesvolle renovatiestrategie.

36—41 Tot in de kleinste details In de Amsterdamse Houthavens heeft MVSA Architects het nieuwe Europese hoofdkantoor van Calvin Klein en Tommy Hilfiger ontworpen. 48—51w Hoe vloeren kunnen bijdragen aan een gezond kantoor Luchtkwaliteit, akoestiek, reflectie, beleving, exploitatie... vloeren kunnen op allerlei manieren bijdragen aan de gezondheid en het welzijn van medewerkers. 52—53 Milieuvriendelijke mobiliteit, stijlvol ontwerp In het nieuwe hoofdkantoor van AkzoNobel zijn liften van Schindler toegepast die voorzien zijn van geavanceerde bestemmingsbesturing.


54—63 Voorzieningen en diensten met elkaar delen Steeds meer bedrijven zoeken elkaar op in bedrijfsverzamelgebouwen waar ze voorzieningen en zelfs diensten met elkaar delen. Een rondgang bij Spaces, Makerversity, CIC en B. Amsterdam.

Hoofdredactioneel

76—83 Nieuwe producten

Door een samenloop van omstandigheden zaten we met Architectenweb tegen het einde van afgelopen jaar een periode van enkele weken zonder kantoor. Onze kantoorruimte op IJburg was na het vertrek van Materia enkele jaren geleden echt aan de ruime kant geworden. Toen we onverwachts de kans kregen om er te vertrekken, grepen we die kans met beide handen aan. Een nieuwe, passende ruimte bleek echter nog niet zo eenvoudig te vinden. De ervaring van het contractueel vastzitten in een te ruime kantoorruimte bracht ons tot het idee om een ruimte te zoeken die we om te beginnen een paar jaar konden huren. Met een inbouwpakket dat bij onze organisatie paste. In de regio Amsterdam staat een ongelofelijke hoeveelheid kantoorruimte leeg, maar die wordt bijna allemaal kaal opgeleverd, zonder inbouwpakket, met contracten van vijf tot tien jaar. Ik herhaal, voor vijf tot tien jaar! Wie kan in deze tijd zo ver vooruit kijken? Dat zijn perioden waarin disruptive technologies volledige bedrijfstakken kunnen transformeren. Hier en daar vonden we gelukkig wel ruimtes waarbij de eigenaren bereid waren om creatiever om te gaan met de voorwaarden en uit een shortlist van vijf ruimtes kozen we uiteindelijk onze favoriet: een compacte en zelfstandige kantoorruimte in Amsterdam Noord, gelegen op steenworp afstand van het IJ, en uitstekend bereikbaar met het openbaar vervoer, de fiets en de auto. Perfect! Op Architectenweb.nl publiceerden we tijdens de themaperiode ‘Kantoren’ een serie interviews rond nieuwe kantoorconcepten. Bij die kantoorconcepten kun je als huurder op flexibele basis ruimtes huren, hoef je vaak zelf geen inbouwpakket te realiseren, en worden allerlei voorzieningen en services geleverd. Steeds meer gebouwen worden op die manier verhuurd, volgens een groeiende reeks van concepten zoals Spaces, HNK, Tribes, B. Amsterdam en WeWork. Het grote voordeel van deze concepten: als huurder kun je je op je core business richten, terwijl de rest voor je wordt geregeld. Helemaal van deze tijd. Voor een organisatie van elf mensen, wat Architectenweb momenteel is, zijn de concepten nog wel behoorlijk kostbaar. Maar voor kleinere organisaties kunnen de concepten echt een uitkomst zijn. Tussen ons vertrek uit onze oude kantoorruimte en de start in onze nieuwe ruimte zat een periode van enkele weken waarin we als Architectenweb even zonder kantoor zaten. Dat was heel leerzaam. Je merkt al heel snel wat je mist. Al onze systemen zitten in de cloud en communicatie tussen collega’s via telefoon, chat, mail en Skype was eenvoudig. Zonder kantoor konden al onze processen en projecten gewoon doorgaan. Maar na de eerste week ‘ik kan goed doorwerken thuis’ kwamen toch ook de eerste klachten: ‘het is wel lastiger samenwerken’ en ‘werk en privé lopen wel erg in elkaar over’. Als het veel langer dan een paar weken zou duren, komt de onderlinge verbondenheid denk ik ook onder druk te staan. Nieuwe mensen inwerken lijkt me al helemaal lastig. Hoe introduceer je iemand in een bedrijfscultuur als je niemand fysiek ziet? “Ben je nog een organisatie zonder ruimte?”, vroeg architect Joost Ector me in die periode. Een terechte vraag, die me deed realiseren dat we ook in deze tussenperiode nog wel degelijk een soort kantoorruimte hadden. De verschillende teams kwamen iedere week in mijn loft in Amsterdam bij elkaar om te overleggen. Feitelijk was ons kantoor zo gekrompen tot zijn kleinste essentie: een ruimte waarin mensen elkaar ontmoeten en met elkaar samenwerken. Dat is waar het kantoor begint.

86 Colofon en advertentie-index

Michiel van Raaij Hoofdredacteur

64—67 Uit de bureaustoel Steeds meer onderzoeken tonen aan dat teveel zitten op een dag zeer schadelijk is voor de gezondheid. Wat te doen? 68—69 Van stadswapen naar gevelbeeld De hoge duurzaamheid van het stadhuis van Almelo, een ontwerp van Kraaijvanger, wordt ondersteund door het gevelisolatiesysteem van Strikolith, dat de architect ook decoratief heeft ingezet. 70—71 Architectuur, interieur en landschap als gesamtkunstwerk Een jaar na oplevering keerde fotograaf Katja Effting/DAPh terug om het kantoor van Pop Vriend Seeds te fotograferen in het inmiddels volgroeide landschap.

36 72—75 Quist 2.0 Het hoofdkantoor van Randstad, een ontwerp van Wim Quist, is aan de binnenzijde, met respect voor zijn geschiedenis, volledig vernieuwd.

architectenweb — 9


Identiteit

Je kantoor zegt veel over waar je als persoon of organisatie voor staat. Klaararchitectuur heeft zich gevestigd in een zestiende-eeuwse kapel in het Vlaamse Sint-Truiden. Om in de de ruimte een geklimatiseerd kantoor te kunnen maken, koos het bureau ervoor om het bestaande gebouw te houden zoals het was en hier een scherp gesneden stapeling van volumes tegenover te stellen. De ruimte die overbleef verhuurt het bureau aan particulieren of verenigingen voor vergaderingen, tentoonstellingen, concerten of recepties. Uiteindelijk weerspiegelt het ontwerp volgens architect Gregory Nijs de bureauvisie: “Een eigenzinnig ontwerp, vanuit ogenschijnlijke eenvoud.” — Foto: Klaararchitectuur 10 — architectenweb


architectenweb — 11


Werken

Tussen alle tafeltennistafels, felgekleurde prints en gezellige zitjes in veel kantoren lijkt het soms wel alsof ‘werken’ van ondergeschikt belang is geworden in de kantooromgeving. De inrichting van het nieuwe kantoor van KAAN architecten in Rotterdam laat hier echter geen misverstand over bestaan. Op de bel-etage van de voormalige vestiging van De Nederlandsche Bank aan de Boompjes staan de bureaus strak in het gelid tussen de lange betonnen kolommen. Als contrast met het bestaande gebouw is in het interieur veel notenhout toegepast. Het motto dat het bureau in zijn werk hanteert, ‘functionalisme met een toegevoegde waarde’, is volgens KAAN architecten ook op hun eigen kantoor van toepassing. Een prachtige ruimte om in te werken. — Foto: Simone Bossi 12 — architectenweb


Lorem Ipsum

Xeriorro que conecae que nonectur? El ipsant, omnihilit id enimoluptat at facea nia nim audam, sitibus id que mi, sit, sequatem et invelita doloritat et fuga. Sedipit ibusdaes que libus, quidio. Nequiae rspiend andemqui apient omnihil iandende si sunt et et int asimend aectin evelectum idemo coreritatur minvellupta nos esto most lita quam et fugiatibust fugia voluptas quam, aborent estrum lab imagnia spedissi rerum ut omnisquat. Reperi omnis adiorae stiatioria comnistiam, ut re millupiciis dolor suntur andae la alibusdant dolo iduciam quasint et, ut adit, comnimi ncienitis moles dolorente dole. — Foto Xxx Xxx architectenweb — 13


14 — architectenweb


Verzamelplek Nu iedereen overal kan werken en dat ook steeds meer doet, is er steeds grotere behoefte aan plekken waar je elkaar fysiek weer even ontmoet. Den Haag heeft sinds enkele jaren in het Beatrixkwartier zijn eigen World Trade Centre. De voorzieningen van het zakencentrum lagen voorheen verspreid door het gebouwencomplex, maar zijn nu geconcentreerd in een van de atria. Zodoende heeft het WTC een herkenbare hoofdentree gekregen, een plek waar je elkaar bijna als vanzelf treft. Om de verblijfskwaliteit te verhogen is een deel van het overdekte plein leeg gehouden, terwijl commerciële functies op de begane grond van het gebouw juist op het atrium zijn aangesloten. Een dubbele roltrap verbindt de lobby met een galerij die tussen de verschillende kantoortorens loopt. Bij het project was Atelier PRO verantwoordelijk voor de architectuur en Concern voor het interieurontwerp. — Foto: Gilian Schrofer/Concern

architectenweb — 15


Insideout kantoor

voor Joolz Halverwege 2015 won Space Encounters de opdracht om een voormalige machinefabriek in Amsterdam Noord te transformeren tot hoofdkantoor voor Joolz. De ontwerper en fabrikant van kinderwagens heeft een sterke ideologische agenda op het gebied van verantwoord ondernemen en wilde dit ook in de eigen huisvesting tot uitdrukking laten komen. Met enkele simpele maar uiterst doeltreffende ingrepen creëerde Space Encounters een positieve en stimulerende omgeving voor klanten en werknemers — tekst Leon Sebregts

16 — architectenweb


Foto: Hennie Raaymakers/DAPh

In hun detaillering sluiten de toegevoegde kassen aan op de architectuur van de industriĂŤle hal.

architectenweb — 17


De grote ramen, die over de verdiepingen zijn samengetrokken, bieden vanaf de straat zowel overdag als ‘s avonds een blik op het interieur.

In vorm en schaal zijn de kassen een echo van de industriële daklichten

tectonische vinding voor iedereen die bij Joolz binnenkomt letterlijk onontkoombaar. Architect-partner van Space Encounters Joost Baks: “De kassen zijn een architectonische vertaling van de kernwaarde van Joolz, ‘positive design’, maar zorgen ook voor een heldere, programmatische tweedeling.” Ontvangst, ontmoeting, ontspanning en informeel overleg vinden plaats in het ruime werkrestaurant in de voormalige fabriekshal, terwijl in het tweelaagse Het industriële pand aan de Distelweg bouwdeel aan de straat de bureauwerkbestaat uit twee, van elkaar gescheiden plekken zijn ondergebracht. Eenvoudelen: een lichte fabriekshal en een dige volumes van kalkzandsteenbloktweelaags, generiek kantoor. De eerste ken verdelen beide zones in kleinere, ingreep van Space Encounters was om overzichtelijke eenheden. Ze herbergen de wand tussen de beide bouwdelen op functies als keuken, kleedruimten, de begane grond open te breken, waarpantry, toiletten en opslag. Ook de door er één grote ruimte ontstond. De verticale verbindingen bevinden zich in architectonisch interessante fabriekshal Programmatische de volumes. werd hierdoor vanaf de straat zichtbaar. tweedeling Het werkrestaurant is ruimer De harde barrière maakte plaats Doordat Space Encounters de entree tot vormgegeven dan noodzakelijk voor voor een natuurlijke, doorwaadbare het kantoor precies in het verlengde van het aantal medewerkers. Baks licht toe: scheiding in de vorm van drie kassen vol de kassen positioneerde, is de archi“Naast de primaire functie van bedrijfs18 — architectenweb

tropische planten en bomen. Ze zijn direct onder een reeks bestaande daklichten geplaatst en liggen daardoor zowel architectonisch als botanisch op exact de juiste plek. Niet alleen zijn de kassen in vorm en schaal een echo van de daklichten, ook in hun detaillering en materialisering versterken ze het gevoel van logica. De slanke, stalen profielen van de kassen zijn een verticale vertaling van de bestaande, horizontale dakspanten. In de kassen, waar de planten letterlijk richting de hemel groeien, zijn diverse overleg- en concentratieplekken voorzien. De exotische werkplekken bieden dankzij de dichte begroeiing en de aanwezigheid van grote, glazen schuifpuien zowel visueel als akoestisch de nodige privacy.


1e verdieping

Begane grond Links De kassen bieden tussen de tropische planten ook ruimte voor informele overlegplekken.

Foto linkerpagina: Space Encounters Foto’s rechterpagina: Hennie Raaymakers/DAPh

Onder Het bedrijfsrestaurant is ruimer ontworpen dan strikt noodzakelijk was, zodat deze ook voor events (voor de buurt) te gebruiken is.

restaurant, heeft het restaurant ook een buurtfunctie. De ruimte is bijvoorbeeld te gebruiken voor borrels, presentaties of feesten. Daarom hebben we er eigenlijk ook een te professionele keuken in gemaakt.” Middels schuifpuien tussen de kassen is de zone geheel af te sluiten van het kantoor. Het informele gebied bestaat naast het restaurant uit een gym, waarvan medewerkers op eigen houtje of onder begeleiding van een personal trainer gebruik kunnen maken. De kantoorzone bestaat op de begane grond uit grootschalige, open werkplekken, terwijl de verdieping middels kalkzandstenen wanden op stramien opgedeeld is in kleinere werkgebieden. De gangzone ligt hier langs de gevel, maar is van het werkgebied af te sluiten met glazen schuifdeuren. Dankzij een groot aantal trappen blijven alle ruimten bereikbaar, ook als plaatselijk de glazen deuren dicht zijn geschoven. De kantoren zijn ingericht met het door Space Encounters voor Lensvelt > architectenweb — 19


Onder Met eenvoudige kalkzandstenen blokken heeft Space Encounters de industriële ruimte opnieuw ingedeeld.

Rechts De kassen scheiden de werkplekken langs de gevel van het restaurant en de gym in de industriële hal erachter.

De kassen functioneren ook als natuurlijk luchtverversingssysteem 20 — architectenweb

ontworpen werkplekmeubilair van de Boring Collection. Het monotone grijs van het meubilair gaat volledig op in het sobere materiaal- en kleurgebruik in het interieur. Eén concessie heeft Space Encounters moeten doen omdat de opdrachtgever het niet aandurfde om ook de werkbladen van de bureaus in lichtgrijs uit te voeren. Baks lacht: “Ik geloof dat ze daar inmiddels toch een beetje spijt van hebben.”

zxxxxx

De kleinere ruimtes op de verdieping worden ontsloten via een gang langs de gevel.


Er leiden meerdere trappen naar de kantoren op de verdieping, zodat deze ook bij events in de hal beneden altijd bereikbaar blijven.

Foto’s boven: Hennie Raaymakers/DAPh Foto linksonder: Jordi Huisman Foto middenonder: Charlotte Odijk

Inside-out

Hoewel de uitvraag een typische interieuropgave betrof, is Baks er heilig van overtuigd dat zijn bureau de opdracht heeft binnengehaald dankzij de bredere benadering die het voorstelde: “Deze plek blijft achter bij alle ontwikkelingen in Noord. We wilden met behulp van ons interieur de buurt een beetje mooier en veiliger maken. Niet alleen door het kantoor een buurtfunctie te geven, maar ook als baken van licht en leven langs een vrij donkere en anonieme route.” In het kantoorbouwdeel langs de doorgaande Distelweg zijn bestaande ramen op begane grond en verdieping daarom samengetrokken tot grote glazen puien. Dankzij de gekantelde plaatsing van het glas is de transparantie maximaal. Vooral in de avonduren, als de grow lights in de kassen aangaan, opent het pand zich als een poppenhuis waar voorbijgangers dwars doorheen kunnen kijken. Baks ziet het als een compliment dat mensen van buitenaf het hele concept kunnen doorgronden: “Voor mij is het de bevestiging dat de eenvoud van het schema werkt.”

“Een baken van licht en leven langs een vrij donkere en anonieme route in Amsterdam Noord” Groene long

Dankzij de consistent uitgewerkte, sobere basis van beton, staal en kalkzandsteen belandt de blik steeds bij het ene element dat het verhaal van Joolz vertelt: de kassen. Ze verbeelden de visie van het bedrijf over verantwoord ondernemerschap en leggen direct de link naar het Geboortebos in Colombia waar Joolz voor de verkoop van iedere kinderwagen een boom plant. Baks: “In eerste instantie wilden we dat de planten niet alleen de lucht in het kantoor, maar ook de vervuilde grond eronder zou zuiveren. Volgens GrownDownTown, het bedrijf dat ons bijstond bij de uitwerking van het groenconcept, zouden er in dat geval alleen

brandnetels kunnen groeien. Uiteindelijk is ervoor gekozen een nieuw grondpakket aan te brengen.” Door planten te selecteren die zoveel mogelijk koolstofdioxide absorberen en zuurstof afgeven, functioneren de kassen als een natuurlijk luchtverversingssysteem. Het levert niet alleen een gezonde werkomgeving op, maar ook een aanzienlijke reductie in het energiegebruik. Iedere kas is een mini-ecosysteem met een zelfregulerend bewateringssysteem, waarvoor regenwater wordt gebruikt. Het dak van het pand is daarnaast voorzien van tweehonderd zonnepanelen, waardoor Joolz vrijwel energieneutraal kan werken.

Groei

Steeds als Joost Baks bij Joolz komt, is hij verbaasd over het tempo waarin de bomen en planten in de kassen groeien: “Ik kijk uit naar het moment dat ze de bestaande constructie volledig gaan overwoekeren.” De groei van het groen gaat gelijk op met de groei van het bedrijf Joolz. Een paar maanden na opening wordt ieder hoekje van het 1600 vierkante meter grote kantoor gebruikt en staat een uitbreiding met een aangrenzend pand op stapel. — architectenweb — 21


De juten zakken in het restaurant van Nidera verwijzen naar hun handel in grondstoffen: dat gebeurde vroeger hierin.

Gevoel van vrijheid De kantoorinterieurs die Fokkema & Partners ontwerpt zijn altijd tot het kleinste detail uitgewerkt. Doordat iedere organisatie op zijn eigen manier werkt en zijn eigen identiteit wil uitdragen, is iedere kantoorruimte die het bureau aflevert totaal anders. Een uitgebreid interview met een van de partners binnen Fokkema & Partners, interieurarchitect Laura Atsma. — tekst Michiel van Raaij

Welke veranderingen zien jullie in de vragen die opdrachtgevers aan jullie stellen? “Als het gaat om nieuwe werkplekconcepten, dan zijn de vragen breder geworden. De focus op samenwerking was er voorheen ook wel, maar is nu nog sterker. Het kantoor is echt om te ontmoeten. Vijftien jaar geleden ging het erover dat je overal moest kunnen werken en dat het kantoor een van die plekken was. Tegenwoordig is het: als we het kantoor tot een aantrekkelijke plek maken, dan komt 22 — architectenweb

iedereen daar naartoe en kunnen we de onderlinge samenwerking daar faciliteren. Er wordt echt nagedacht over de minisamenleving die daar gecreëerd wordt. Bij grotere organisaties ligt daar de focus. De focus is veel minder komen te liggen op de exacte mix van ingrediënten: het aantal concentratiewerkplekken, het aantal belcellen, enzovoorts. Opdrachtgevers gaan ervan uit dat je dat als interieurarchitect wel oplost. Het gaat veel meer om het gevoel: hoe gaan we hier met elkaar samenwerken? Identiteit is daarbij

nog altijd cruciaal. Laten zien wie je bent, wat je doet. En dat in één oogopslag. Wat echt anders is geworden, is dat er iets minder nadruk ligt op perfecte ergonomie, op perfect affe omgevingen. Dat komt misschien omdat mensen nu al lange tijd op allerlei andere plekken werken, zoals thuis. Maar het heeft ook te maken met interesse voor de start-up cultuur. De generatie van mijn vader wilde het liefst bij een grote multinational werken en binnen die organisatie met een vast contract een leven lang carrière maken. De jongste generatie werkenden nu hangt, naar ons idee, veel minder aan die zekerheden. Ze zijn ondernemender. Ze zijn gewend alles te delen en hechten niet meer aan het bezit van een auto. Voor hen zijn de platte start-ups veel interessanter dan de hiërarchische multinationals. Die laatste groep bedrijven ziet werknemers vertrekken en kijken nu hoe ze in hun werkomgevingen iets van die start-up cultuur kunnen opnemen.” Met een interieur kun je als organisatie een bepaald imago neerzetten


Bij Nidera heeft Fokkema & Partners de kernen ‘opgedikt’ om hier de overleg- en vergaderruimtes een plek te geven.

Foto’s: Horizon Photoworks

Alle driehonderd medewerkers van Nidera werken vanuit één grote, open ruimte.

dat talent aantrekt en vasthoudt? “Ja, die functie van het kantoorinterieur wordt steeds belangrijker. Wat start-ups zo aantrekkelijk maakt is het gevoel van vrijheid en potentie. Wij noemen dat mental space. Als architect denk je als eerste aan de functional space: hoe pas je het programma van eisen perfect in de ruimte? In de mental space gaat het daarnaast over mogelijkheden en emotie. Je kunt een ruimte ontwerpen als een maatpak: perfect voor een bepaald type gebruik, met bijvoorbeeld uitstekende akoestiek. Maar als je kijkt naar hoe ruimtes bij start-ups ingericht worden, daar nemen werknemers bijvoorbeeld hun eigen bureau en computer mee, zetten die gewoon ergens neer, soms eigenlijk te ver van het daglicht.

Het maatpak kun je misschien vergelijken met een Vinex-wijk: zeer voorspelbaar. Terwijl in de binnenstad van bijvoorbeeld Rotterdam iedereen het gevoel heeft: hier kan van alles gebeuren. Een gevoel van vrijheid. Bij start-ups voel je de potentie, dat samen aan iets werken, met een duidelijk doel voor ogen. Je begint met weinig en bouwt iets op. Ook de grotere, gevestigde organisaties zijn daarnaar op zoek.”

In de pantry van Nidera kan gezeten worden op geabastraheerde ‘hooibalen’ en in uitvergrote juten zakken.

voor retail of leisure, maar nooit als zodanig verhuurd. Nidera zat aan de overzijde van de Maas, kende het gebouw, en zag de ruimte helemaal zitten. Als handelsbedrijf is Nidera sterk verbonden met de haven en kon hier de schepen voorbij zien trekken. Alleen al de keuze voor deze ruimte gaf aan dat ze iets anHoe vertalen jullie dat gevraagde ders wilden. Ze wilden doorpakken met gevoel van vrijheid en potentie naar hun organisatie en wilden driehonderd ontwerpen? Hoe komt dit bijvoorbeeld man samen op een vloer van 4.500 m2 in jullie ontwerp voor Nidera terug? plaatsen – zonder tussenwanden. “Ons ontwerp voor Nidera startte Als een organisatie de ambitie bij de ruimte die ze gekozen hadden: de uitspreekt om in een open kantoorlandenorme bovenste verdieping van de plint schap te willen gaan werken, zijn wij van gebouw De Rotterdam. Bedoeld gewend om de ook gevraagde > architectenweb — 23


Rechts en rechtsonder De rauwe basis van het interieur van OC&C in de voormalige vestiging van De Nederlandsche Bank in Rotterdam is benadrukt door er twee hoge stalen liggers aan toe te voegen. Onder Op de dakverdieping van het gebouw zijn voor OC&C onder meer een restaurant en een grote vergaderruimte gemaakt.

afgesloten concentratie- en overlegplekken ertussen toe te voegen om de ruimtes toch een prettige maat te geven. Met een beetje lucht en kleur, dan voelt iedereen zich comfortabel. Bij Nidera geloofden we echter dat een grotere maat wel zou kunnen en hebben we ervoor gekozen dit model los te laten. Het ging hen om het gevoel, dat met elkaar werken, met de traders in het midden, en de mensen die ondersteunend zijn aan dat trading process daar omheen. Bij Nidera hebben we alle werkplekken, die bij hen vast zijn, in één open ruimte geplaatst. Dat heb ik niet eerder op deze schaal zien gebeuren. De concentratie- en overlegruimtes hebben we rond de grote kern gelegd, zodat die als het ware opgedikt is. Wat al groot was, hebben we nog groter gemaakt. En dan hebben we 24 — architectenweb

nog twee knooppunten ontworpen die echt over samenwerken gaan, de pantry en het restaurant. Die liggen, tegen de gewoonte in, vijftien meter uit de gevel, op plekken zonder direct daglicht.” Ongelofelijk dat ze die enorme open ruimte met alle werkplekken erin aandurfden. “Jazeker. En bij die krachtige keuze wilden we iets maken dat net zo krachtig was. Daarbij hadden we het voordeel dat er nog geen installaties in de ruimte waren. Alle plafonds en installaties hebben we zelf kunnen ontwerpen. Hoe we de identiteit van Nidera in het interieurontwerp vertaalden werd door de organisatie ook uitermate belangrijk gevonden. Zij verhandelen koffiebonen, granen, zaden, en derge-

lijke uit landen als Brazilië en verschepen deze producten overal ter wereld. Vroeger ging dat vervoer in juten zakken. Daarom hebben we de kleur en textuur daarvan, samen met die van de koffiebonen, granen en zaden, in het ontwerp verwerkt. Alle wanden en vloeren hebben de textuur van die juten zakken gekregen. Ook hebben we bewust geen licht interieur ontworpen, maar warme kleuren gekozen, waar het goudgele van de granen en zaden dan in opgloeit. Het thema van de juten zakken wordt af en toe ook letterlijker. Zo hangen ze in hun originele vorm boven het uitgiftepunt van het restaurant en in de concentratieen overlegplekken. De inrichting van de pantry verwijst weer naar gestapelde hooibalen, maar er hangen ook hele grote juten zakken waar mensen – als grapje


Aanlandplekken en informele ontmoetings-plekken in de buurt van een van de pantries bij Robeco in Rotterdam.

“Het is zit-sta, je moet lopen, naar de printer, naar de pantry, trappen op”

Foto’s: Horizon Photoworks

– ook in kunnen zitten. Zeer identiteitsrijk. Het vertelt over hun geschiedenis.” Vinden jullie het belangrijk dat de werknemers van Nidera het verhaal erachter direct begrijpen? “Een verhaallijn werkt niet als het een lelijk interieur oplevert. De eerste trots die ze voelen gaat, denk ik, over hoe mooi het eindresultaat is, hoe bijzonder het is. Daarna is het leuk om dit verhaal erover te vertellen. Voor ons is echter het belangrijkste dat we hiermee iets unieks hebben ontworpen dat echt bij Nidera past en waar zij zich thuis in voelen. Bij het ontwerp van de pantry en het restaurant hebben we veel aandacht besteed aan de verlichting. Dat is cruciaal voor de sfeer daar. Het restaurant grenst aan de roltrappen in het gebouw. Af en toe klopt er weleens iemand op de deur die denkt dat het een openbare gelegenheid is. Het is bijna niet meer herkenbaar als kantooromgeving.” “Het interieur dat we voor OC&C hebben ontworpen laat op zijn eigen manier ook zien hoe we aan dat gevoel van vrijheid ontwerpen. OC&C is strategy consultant en hun oog was gevallen op een vervallen ruimte bovenin het voormalige gebouw van De Nederlandse Bank in Rotterdam. De ruimte had jarenlang leeggestaan, maar zij zagen de potentie ervan, en wilden het zo rauw laten. Vanuit die ambitie hebben we twee enorme stalen liggers, HEA600, uit een oude spoorbrug, ingebracht. Paar bladen en krukjes eraan. Het is een element dat direct duidelijk maakt waar

Bij Robeco zijn de verschillende verdiepingen via een serie van trappen met elkaar verbonden.

Hoe zorgen jullie in een dergelijke industriële ruimte, met in het geval van OC&C bijvoorbeeld een harde vloer, voor een goede akoestiek? “Als een opdrachtgever een gietvloer wil, omarmen we dat idee altijd direct. Want architectuur gaat ook over dat je ook een keer wat anders maakt dan de standaard. We lossen de akoestiek vervolgens op in de wanden, plafonds en panelen die we ophangen.”

snel veranderen. Je ziet steeds meer elementen uit de openbare horeca terug. “Ik denk dat we tot een aantal jaar geleden met z’n allen nog heel erg gefocust waren op hoe we die innovatieve werkplekken moesten maken. Veel van de ontwerpenergie ging toen ook nog naar het creëren van draagvlak voor Het Nieuwe Werken binnen organisaties. Dat speelt tegenwoordig veel minder. Veel organisaties werken inmiddels al zo, zodat je je als ontwerper veel meer kunt richten op de look and feel van de ruimtes.”

De manier waarop ontmoetingsruimtes in kantoren vormgegeven worden zie je de afgelopen jaren

Uit talloze onderzoeken blijkt dat veel zitten op een dag zeer schadelijk is voor de gezondheid. >

het project over gaat en versterkt heel mooi de lengte van de ruimte.

architectenweb — 25


Voor het atrium in het kantoor van Stibbe op de Amsterdamse Zuidas ontwikkelde Fokkema & Partners maatwerk akoestische panelen.

Hoe brengen jullie kantoorwerkers in beweging? “In ons ontwerp voor Asics in Hoofddorp verstopten we de liften en zorgden we ervoor dat mensen de trap eenvoudig konden vinden. Het kantoor van Robeco in gebouw First Rotterdam was oorspronkelijk ontworpen zonder open trappen, maar wel met een geweldig atrium met een goed overzicht over alle vloeren. Wij hebben daar allerlei typen trappen aan toegevoegd, onderin eerste een ronde trap, dan een rechte trap, dan een tribunetrap, enzovoorts. Langs de route die al die trappen vormen liggen de ontmoetingsplek26 — architectenweb

ken, de pantry’s. De laatste trap steekt het atrium over en gaat naar de bar. Robeco besloot, vrij laat in het proces, om op hun vloeren van 2.500 m2, niet twee pantry’s te plaatsen, maar eentje. Iedereen op de vloer komt zo naar één plek, wat goed is voor de sociale interactie, maar je vraagt mensen wel flinke afstanden af te leggen. Jaren geleden had je van die bureaus met zo’n boog erin, zodat je alles wat je nodig had om je heen kon opstellen. Ergonomische perfect, maar totaal niet gericht op het in beweging brengen van mensen. Dat is nu helemaal anders. Het is zit-sta, je moet lopen, naar de printer, naar de pantry, trappen op. De actieradius is veel groter geworden. Daarbij zouden wij het niet erg vinden als de arbo nog wat verder opgerekt wordt. Zelf worstel ik soms nog weleens met die zit-staplekken. Op het moment dat iedereen in een organisatie zo’n zit-stabureau heeft, bestaat het gevaar dat mensen alles weer op één plek doen. Terwijl je graag beweging wilt creëren, mensen van hun eilandjes af wil krijgen. Voor veel organisaties is dat heel belangrijk. Wat soms ook lastig is, is dat met het digitale werken de kastruimte verdwijnt. Dat was altijd de scheiding tussen de werkplekken, dus hoe moet dat dan? In een project als Nidera zie je echter dat die afscheiding misschien helemaal niet zo belangrijk zijn.”


Links De grootte van de perforaties van de akoestische panelen in het atrium wisselt subtiel. Onder De koffiebar bij Stibbe wilde Fokkema & Partners er heel anders uit laten zien dan we van kantoren gewend zijn.

Foto’s: Horizon Photoworks

Jullie ontwerpen geen akoestische schermen tussen de werkplekken? “Nee, de kasten verdwijnen gewoon. De opgave is gewoon veranderd. Bij Robeco hebben mensen alleen nog een locker. In totaal kom je dan echter nog wel op zo’n 1000 lockers, dus daar konden we wat mee doen. Daar hebben we een op het werk van kunstenaar Jan Schoonhoven geïnspireerde kastenwand van gemaakt.” “De opkomst van agile werken begint ook zijn weerslag te hebben op de kantooromgeving. Dat is eigenlijk het tegenovergestelde van activiteitsgerelateerd werken. Om de samenwerking en innovatie te stimuleren worden daarin verschillende disciplines een tijdlang bij elkaar aan tafel gezet. Daarbij worden de wanden om de werkplekken gebruikt om samen te brainstormen en prestaties aan elkaar te laten zien. In het agile werken wordt eigenlijk weer heel erg naar een specifieke plek toe getrokken. Wat hoe dan ook blijft is dat er functies gemaakt worden om mensen van hun werkplek af te krijgen, met een bedrijfsrestaurant dat de hele dag open is, dat er een bar is, een dakterras, ruimtes met een hele sterke beleving binnen het geheel.” In kantooromgevingen zie je steeds vaker tafeltennistafels, biljarttafels, en dergelijke. Hoe kijken jullie aan tegen deze ontwikkeling? “Het moet wel passen bij de organisatie. Bij een advocatenkantoor heeft zoiets geen zin, daar hoef je niet eens een sociaal gebied te maken, want daar gaan advocaten nu eenmaal niet zitten. Sommige organisaties grijpen wel heel snel naar zoiets vrolijks, om uit te stralen dat het werken er echt leuk is. Ze maken dan bijvoorbeeld een glijbaan. Wij proberen het wel authentiek houden.”

“Bij sommige elementen, zoals het natuursteen, denken mensen dat het al in de architectuur zat, zo vanzelfsprekend is het” Als jullie daartoe de kans krijgen, dan werken jullie jullie ontwerpen ver door, met maatwerkmeubels, net een ander seriematig meubel, een unieke print, enzovoorts. “Daar zit voor ons ook de lol. Een goed voorbeeld van hoe integraal een ontwerp kan zijn, is het interieur dat we voor advocatenkantoor Stibbe aan de Zuidas hebben ontworpen. Het gebouw waar Stibbe zich in heeft gevestigd, is ontworpen door architect Jo Coenen. Het ontwerpproces startte nog voor het gebouwontwerp afgerond was. Zo konden wijzigingen die we in het casco door wilden voeren nog meegenomen worden in de aanvraag van de bouwvergunning. Zo kan het elkaar direct versterken. Het is een gebouw met driehoeken, cirkels en glooiende lijnen. Het gebouw heeft ook een groot atrium en daar hebben we op de achtste verdieping nog een spectaculaire vide aan architectenweb — 27


Voor de bar in het gerenoveerde Havenhuis in Amsterdam ontwikkelde FOKlab nieuwe tegels.

De grote vergaderruimte bovenin het kantoor van Stibbe.

toe kunnen voegen. De vormentaal zie je terug in de detaillering van sommige tafels. Omdat de akoestiek vanuit de architectuur nog niet volledig opgelost was, hebben we akoestische panelen ontworpen met een driehoekig patroon, dat zich over de volledige hoogte van het atrium uitstrekt. In die panelen wisselt, heel subtiel, de grootte van de perforaties. Het ondersteunt wat Jo Coenen voor het gebouw had bedacht. Waarom die driehoek? Omdat het een 28 — architectenweb

driehoekig atrium betreft, het ook iets anders kunnen zijn. Waar het om gaat is de zorgvuldigheid waarmee het interieur gemaakt is. Wij vinden het gaaf om dat dan technisch ook helemaal perfect te krijgen. Bij sommige elementen, zoals de natuurstenen vloeren en wanden, denken mensen dat het al in de architectuur zat, zo vanzelfsprekend is het. Maar wij hebben dat allemaal ingebracht. Ook bij Stibbe hebben we weer geprobeerd om de horecafuncties en hospitality-functies er heel anders uit te laten zien dan we van kantoren gewend zijn. Het restaurant is bijvoorbeeld echt geen kantine meer, maar past op deze manier helemaal bij Stibbe. Verderop in het gebouw is er een bibliotheek. En

er is een koffiebar die ook voor externen toegankelijk is. Daar zijn we een beetje op de jaren ’50 uitstraling gaan zitten, met een eigentijdse draai. Je ziet dat zelfs bij Stibbe de inrichting iets ongedwongener kan. Dat je niet de bank, stoelen en tafel als setje bij dezelfde leverancier besteld, maar meubels van verschillende leveranciers mixt. Gek genoeg is dat nog best lastig om te doen. Het mag een beetje wringen, maar op een gek soort manier moet het wel bij elkaar passen. Maar niet te perfect.” Is er dan nog een onderwerp dat jullie graag willen bespreken? “Ja, FOKlab, ons label waarin we producten ontwikkelen. Bij projecten komt

Foto’s: Horizon Photoworks

Studieruimte in het kantoor van Stibbe aan de Zuidas.


De dubbelgekromde zittingen en leuningen van de Pi-stoelen zijn gemaakt van 3D-fineer.

Foto’s: Piiroinen

De vanuit FOKlab ontworpen Pi-stoelen kunnen optioneel worden voorzien van deze karakteristieke, opgedeelde padding.

“Wij creëren de omgeving waar mensen in hun werkende leven het grootste deel van hun tijd in verblijven”

Een materiaal dat we hebben gebruikt om het hoge zitcomfort mee te behalen is 3D fineer. Dit is fineer waarin hele kleine inhet weleens voor dat we ergens aan werken en bedenken dat cisies zijn gemaakt, waardoor het twee kanten op kan buigen. we daar iets speciaals van willen maken. Als bureau maken we Vooral en profil en aan de achterzijde van de kuip zie je goed daar dan een klein onderzoeksbudget voor vrij, om tot iets in- hoe dit werkt. Een elegante stoel met hoog comfort, onder het novatiefs te kunnen komen. Zo hebben we voor de bar in het motto ‘simplicity is complexity resolved’. gerenoveerde Havengebouw in Amsterdam in samenwerking Onze signatuur is te vinden in de eenvoud, slankheid en met Tichelaar speciale tegels ontwikkeld. vloeiende lijnen. Deze wordt expressiever wanneer de stoel Afgelopen najaar hebben we op Orgatec ons eerste prowordt voorzien van padding.” duct gepresenteerd dat we los van projecten hebben ontwikkeld: de familie Pi stoelen voor Piiroinen. Heel gaaf zijn die. Tot slot: zien opdrachtgevers voldoende welke meerEn allemaal zitten ze fantastisch.” waarde jullie als interieurarchitect inbrengen? Voor een toelichting op het ontwerp van de stoel haalt Atsma: “Wij creëren de omgeving waar mensen in hun Atsma haar collega Bénine Dekker bij het gesprek. werkende leven het grootste deel van hun tijd in verblijven. Die omgeving heeft, als je het goed doet, een grote impact op Er zijn al zoveel stoelen. Hoe hebben jullie het ontwerp de beleving en het gevoel van mensen. Voor organisaties is van de Pi aangevlogen? het ook hun visitekaartje, zowel intern als extern. Het is dus Dekker: “We zijn niet begonnen vanuit een ambitie om iets heel belangrijk werk. En ik vind dat dat weleens onderschat wordt. anders neer te zetten, maar hebben ernaar gestreefd om een Ik ken genoeg bedrijven die, voordat wij er aan de slag gingen, hele mooie stoel te ontwerpen die ook heel comfortabel is. Naast moeite hadden om jong talent aan zich te binden. Na de realihet zitcomfort, was vormgeving met slanke en vloeiende lijnen satie van hun nieuwe interieur wilde iedereen er werken. belangrijk voor ons. Het gebruik van natuurlijke materialen en Ons werk gaat ook veel verder dan het toevoegen van een tijdloos ontwerp passen binnen onze duurzaamheidsvisie. een stilistische laag. Het Apollohuis in Amsterdam hebben De samenwerking met de Finse producent Piiroinen heeft ook we zelfs volledig gerenoveerd. Wij worden interieurarchitect bijgedragen aan de Nordic look and feel van de stoelen. genoemd, maar het is veel meer dan dat.” — architectenweb — 29


— advertorial

 Een  vitrine voor

creativiteit De onderneming AVEC ontwerpt en ontwikkelt hobbyproducten en geschenkartikelen voor bekende winkelketens, zoals Blokker, Hema, Kruidvat en Xenos. ‘Alles Voor Educatie & Creativiteit’, was de insteek toen het bedrijf in 1995 startte. AVEC was gevestigd in Waalwijk, maar wilde verhuizen naar het centrum van Tilburg, op loopafstand van de winkels en warenhuizen van zijn afnemers. Het Veemarktkwartier was een goede optie: het is net buiten het winkelgebied gelegen en hier waren al zo’n dertig andere creatieve bedrijven neergestreken. Die clustering is erop gericht dat de creatieve ondernemers elkaar inspireren en versterken.

Ingetogen kader

Met het oog op de nieuwe vestiging gaf AVEC bij Bedaux de Brouwer Architecten aan dat ze “een open en modern kantoor” wenste. Het architectenbureau nam die wens vrij letterlijk, legt architect Jacq. de Brouwer uit, en ontwierp voor de onderneming een gebouw waarvan grote glasvlakken het gevelbeeld bepalen. Het kantoorgebouw met showroom is als een stedelijke vitrine. “Een vitrine waardoor de interactie tussen buiten en binnen is gemaximaliseerd. Een vitrine, die de binnen30 — architectenweb

wereld van het ontwerp- en ontwikkelbedrijf toont aan de Tilburgse binnenstad”, aldus De Brouwer. Voorbijgangers krijgen vanaf de straat een blik in de maakwereld van AVEC; vanuit het gebouw kijken de medewerkers uit op het omliggende historische stadscentrum. ’s Avonds licht de vitrine op, zoals etalages in een winkelstraat dat doen. Drie gevels vertonen deze openheid; de vierde gevel grenst aan de Tivoliparkeergarage en is gesloten. Het pand biedt een oppervlak van zo’n 2.000 m2, verdeeld over vijf bouwlagen. Het architectenbureau heeft het ontwerp ingetogen gehouden. Materialen en kleuren, kaders en lijnen heeft het tot een minimum beperkt. Het strak gedetailleerde gebouw vormt daardoor een rustig kader voor het vrolijke en kleurige interieur. Om het beeld van de grote glasvlakken te optimaliseren zijn de aluminium profielen bijna onzichtbaar weggewerkt achter de contouren van het metselwerk. Om dezelfde reden heeft Bedaux de Brouwer Architecten gekozen voor de heel ranke profielseries van producent Reynaers. Gekozen is voor het raam- en deursysteem CS68, dat zeer geschikt is voor de realisatie van grote raam- en deurelementen. Het architectenbureau geeft aan bijzonder tevreden te zijn over de techniek van Reynaers, en de service >

Foto: Michel Kievits

Voor de creatieve onderneming AVEC heeft Bedaux de Brouwer Architecten een nieuw kantoorgebouw met showroom ontworpen in de Tilburgse binnenstad. Het pand oogt even statig als open, met strakke detaillering en grote glasvlakken. Om dat beeld te versterken heeft de architect gekozen voor ranke profielen die bovendien uit het zicht zijn gehouden.


advertorial —

architectenweb — 31


— advertorial

Ononderbroken

Om het effect van een vitrine of etalage te behouden, zijn de grote glasvlakken niet onderbroken door borstweringen, draaiende delen of uitzetraampjes. Alleen de extra hoge ramen op de begane grond, waar zich een vide bevindt, worden halverwege gescheiden door een smal profiel. Echter, de gebruiker wilde wel de mogelijkheid hebben om frisse buitenlucht toe te laten door het openen van ramen. Om aan die behoefte tegemoet te komen, zijn naast enkele van de grote vensters smalle roosters in

De ranke profielen zijn weggewerkt achter het metselwerk 32 — architectenweb

Boven Het bedrijfsrestaurant op de vierde verdieping ligt aan een terras met uitzicht op de Tilburgse binnenstad. Rechts Het strak gedetailleerde gebouw biedt een rustig kader voor het kleurige interieur van AVEC.

combinatie met naar binnen draaiende ramen toegepast. Volgens De Brouwer zijn de roosters – geperforeerde metalen platen – een inbraakveilige oplossing, die desgewenst nog zijn aan te vullen met horren tegen insecten. Het gevelmetselwerk is uitgevoerd in antracietkleurig steen, waardoor het gebouw een link legt met het nabijgelegen Tilburgse poppodium 013. De donkere baksteen is kleurvast, zodat bij een eventuele uitbreiding of verbouwing dezelfde steen kan worden toegepast.

Interieur

Het interieur is vormgegeven door i29 interior architects. Op de begane grond heeft AVEC haar showroom met de hobbyproducten, schrijf- en papierwaren, geschenkartikelen en andere ontwerpen gesitueerd. Aan de voorzijde van het gebouw strekt de ruimte hier over twee verdiepingen. In combinatie met de grote glasvlakken zou bij langslopend publiek de indruk kunnen ontstaan dat hier een winkel is gevestigd, maar de onderneming levert alleen aan inkopers

Foto’s: Michel Kievits

en samenwerking prettig te vinden. Gevelbouwer Mondana heeft de kozijnen vervolgens secuur geconstrueerd en geplaatst.


advertorial —

Links Het kantoorgebouw met showroom licht ’s avonds net zo op als de etalages in een winkelstraat. Onder Bedaux de Brouwer vertaalde de wens van AVEC, “een open en modern kantoor”, naar grote glasvlakken in ranke profielen van Reynaers.

Meer informatie Reynaers B.V. Maisdijk 7 5704 RM Helmond 0492-561020 info@reynaers.nl www.reynaers.nl

van creatieve producten voor grote winkelketens. Om de verkeerde suggestie te voorkomen, heeft i29 in de showroom op enige afstand van de ramen hoge schotten geplaatst. De schotten, voorzien van ontwerptekeningen, nemen het zicht op de showroom grotendeels weg, terwijl het ‘vitrinegevoel’ is gebleven. De ontwerpschetsen sieren ook de muren. De afdelingen ontwerp, productontwikkeling, grafische vormgeving, IT, marketing en dergelijke hebben op de bovengelegen verdiepingen hun ruimtes. Op de vierde verdieping ligt het bedrijfsrestaurant. Schuifpuien, gerealiseerd met het systeem CP130 van Reynaers, geven toegang tot een groot terras. Dit schuifdeursysteem biedt een economische en esthetische oplossing met een slanke middenstijl en onderdorpel. Bij goed weer kunnen de medewerkers op het dakterras genieten van een hapje en een drankje met zicht op het silhouet van de Tilburgse binnenstad. — architectenweb — 33


— advertorial

Daglicht nabootsing verhoogt welzijn op kantoor

Waldmann biedt ook armaturen die aan de werkplek kunnen worden gekoppeld.

“Het beste licht is daglicht, maar in kantoren is het vaak niet voldoende”, zegt Henk van Geresteyn, directeur Waldmann Nederland. Als we kunstlicht toepassen, om steeds en overal in het gebouw het juiste licht te hebben, waarom dan niet het daglicht nabootsen? Van Geresteyn gaat in op het belang van indirect licht en biodynamische verlichting. ker weer is het effect van daglicht op de kantoorvloer te verwaarlozen. Je moet aanvullen met kunstlicht. De vraag is: wat is goed kunstlicht?”

In het licht plaatsen

Anders dan in omringende landen worden in Nederland overwegend ledrasters en downlighters toegepast, gemonteerd tegen of in het plafond. Die kunnen voldoen aan de norm (500 lux

voor kantoortuinen en werkplekken), maar hebben zo hun nadelen. Zo is niet gegarandeerd dat ze na het inrichten – of herinrichten – van het kantoor goed op de bureaus schijnen. Een tweede nadeel is dat plafondarmaturen werknemers onder en niet in het licht plaatsen. “Wat mensen fijn vinden aan daglicht is dat het hun omgeeft. Het valt onder de juiste hoek in onze ogen”, zegt Van Geresteyn. “Een juiste oplossing is een armatuur die zowel omlaag als omhoog schijnt en het licht reflecteert via wanden en plafonds. Dat zorgt voor goed, normconform zicht op het werkblad en een aangenaam lichtniveau om ons heen. Door de gelijkmatige verlichting hoeven we onze ogen ook niet steeds bij te stellen. Als je dit combineert met biodynamische verlichting, ondersteun je de natuurlijke dagcyclus van mensen.”

Bioritme

Armaturen die ook omhoog schijnen zorgen voor veel gelijkmatiger licht.

34 — architectenweb

“Wij onderscheiden licht in drie dimensies: visueel, biodynamisch en emotioneel”, legt Van Geresteyn uit. “Ons netvlies bevat zogeheten ganglioncellen, receptoren die het licht registreren en met pulsen naar het zenuwstelsel onze biologische processen regelen.” Bij het heldere ochtendlicht stimuleren ze de aanmaak van cortisol, dat ons wakker en actief maakt, en de onderdrukking van melatonine, dat slaperig maakt. Naar-

Foto’s: Herbert Waldmann GmbH & Co. KG

We onderkennen het belang van daglicht in gebouwen. Architecten ontwerpen kantoren met grote raampartijen en interieurontwerpers stellen bureaus nabij de ramen op. Echter, het daglicht bereikt niet alle kantoorwerkers in voldoende mate en soms helemaal niet. “De invloed van daglicht reikt tot zo’n twee meter vanaf de raampartij”, legt Henk van Geresteyn uit. “Daarnaast is daglicht geen constante. Zeker bij don-


advertorial —

Links Een met Pulse VTL uitgeruste lamp verandert gedurende de dag zijn helderheid en lichtkleur, net als daglicht dat doet.

mate de dag vordert en het licht meer rood bevat, prikkelen ze juist tot het afbouwen van cortisol en het aanmaken van melatonine.

Visual Timing Light

Dit proces heeft Waldmann in samenwerking met de Ludwig Maximilians Universität in München vertaald naar Pulse Visual Timing Light (VTL), dat de onderneming al twaalf jaar toepast bij haar armaturen. De armatuur is

voorzien van twee sensoren: een bewegingssensor registreert aanwezigheid en schakelt de verlichting in, een daglichtsensor registreert de helderheid van het daglicht, stelt daarop het lichtniveau in en maakt vervolgens de cyclus af. Een met Pulse VTL uitgeruste lamp verandert gedurende de dag zijn helderheid en lichtkleur, gerelateerd aan het natuurlijke licht. “Op die manier ondersteun je het bioritme van mensen in de kantooromgeving, ook bij donkere dagen of

op plekken dieper in het gebouw”, zegt van Geresteyn. “Dat leidt tot een groter gevoel van comfort en welbevinden met een lager ziekteverzuim, maar ook minder faalkosten.”— Meer informatie Waldmann B.V. Lingewei 19 4004 LK Tiel 0344 631019 info-nl@waldmann.com www.waldmann.com

architectenweb — 35


Tot in de kleinste details

Het kantoor van Calvin Klein en Tommy Hilfiger in Amsterdam is niet zomaar een werkplek. Hier komen inkopers uit heel Europa om de nieuwe collecties te bekijken, waarbij het de kunst is om hen meer dan kleding te verkopen: de beleving van het merk. MVSA Architects’ idee van een gebouw als een cruiseschip sluit daar wonderwel bij aan. — tekst Kirsten Hannema

36 — architectenweb


Foto: Ronald Tilleman

Door zijn locatie op de kop van een pier ligt het kantoorgebouw rondom aan het water.

architectenweb — 37


Links Met zijn gestroomlijnde gevels, vele zonnedekken en houten interieur verwijst het gebouw naar de langsvarende jachten en cruiseschepen.

In televisieseries als The Office en Toren C wordt de banaliteit van het kantoor gevierd. In een standaard kantoorpand met systeemplafonds, luxaflex en TL-verlichting nemen alledaagse gebeurtenissen op de werkvlaoer absurde wendingen, die sterk op de lachspieren werken. Het Europese hoofdkantoor van PVH, eigenaar van de Amerikaanse modemerken Calvin Klein en Tommy Hilfiger, in de Amsterdamse Houthavens, is het tegenovergestelde. Het gebouw is op maat voor de opdrachtgever en de plek aan het water ontworpen. Met zijn gestroomlijnde 38 — architectenweb

gevels, vele zonnedekken en houten interieur, doet het denken aan een luxe jacht. Wie binnenstapt in de metershoge entreehal, met rondom uitzicht over het IJ, vergeet spontaan zijn beslommeringen. Gezeten in een van de hippe lounge chairs, met een verse cappuccino naast je en coole muziek op de achtergrond, waan je je op vakantie. Een gebouw als een cruiseschip. Noem het so nineties, noem het uiterlijk vertoon, maar het past wonderwel bij de functie van dit kantoor. Dit is immers niet zomaar een werkplek voor kantoorklerken. Hier worden elk seizoen inkopers uit heel Europa uitgenodigd

voor de presentatie van de nieuwe collecties. Modellen tonen de nieuwe kleding in de showrooms en tijdens modeshows in de evenementenruimte op de bovenste verdieping. Daarna wordt er geborreld en gefeest op het dakterras. Calvin Klein en Tommy Hilfiger verkopen meer dan kleding; het


Calvin Klein en Tommy Hilfiger verkopen meer dan kleding; het draait om de beleving van het merk Situatie

Boven Het gebouw vouwt zich vanaf het maaiveld omhoog.

Foto rechtsboven: Albert Bakker Foto’s: Ronald Tilleman

Onder Grote glasvlakken bieden een breed uitzicht over het IJ en de verderop gelegen havens.

draait om de beleving van het merk. “De mode-industrie gaat over stijl, over vormgeving”, zegt architect Wouter Thijssen van MVSA Architects. “Dat idee past bij ons streven naar architectuur met een zeer hoog afwerkingsniveau.” Van de privésteiger vanwaar boten de klanten ‘s

zomers ophalen van station Amsterdam Centraal, tot de ventilatieschachten van de parkeerkelder, ontworpen als schoorstenen op een stoomschip; het gebouw biedt een totaalervaring. Het is niet moeilijk te begrijpen waarom PVH viel voor de locatie op de kop van de Danzigerkade.

De plek verenigt het beste van twee werelden: aan de westzijde heb je de ruige haven met zijn rokende schoorstenen, binnenvaartschepen en silo’s, richting het oosten doemt de skyline van Amsterdam op. De Houthavens is in korte tijd uitgegroeid tot een populaire wijk voor creatieven en waar bijvoorbeeld verschillende ontwerpbureaus en kledingmerken als Diesel en Quicksilver zich hebben gevestigd. Er wordt volop gebouwd. “We wilden de dynamiek van de havens en de nautische sfeer vangen in dit gebouw”, vertelt Thijssen. “En de plek vroeg om een stedenbouwkundig gebaar.” Samen met het Muziekgebouw en filminstituut Eye vormt het kantoor een reeks van landmarks langs de oevers van het IJ. Het sculpturale gebouw vouwt zich vanaf de straat op als een groot zonneterras, rijst vervolgens negen verdiepingen omhoog, en eindigt > architectenweb — 39


In het interieur is volop hout toegepast; voor de vloeren, de wanden en de plafonds.

Rechts Een blik op het restaurant op de begane grond van het kantoorgebouw.

in een spectaculaire luifel boven de entree; alsof het kantoor een zonneklep op heeft. De gevels zijn bekleed met spierwitte aluminium panelen, afgebiesd met rvs strips – een referentie aan de metalen railings van schepen. Binnen draait alles om het panorama. De kern met de liften en sanitaire ruimtes is asymmetrisch in de plattegrond geplaatst, aan de zuidgevel. Zo wordt de zon buiten de werkvertrekken gehouden en blijft een maximaal vloeroppervlak open, met aan drie zijden uitzicht. “Essentieel voor ons was dat er zo veel mogelijk glas kwam”, wijst Thijssen op de verdiepingshoge, voorover hellende glazen puien die voor de noord- en oostgevel gebruikt zijn. Aan de westzijde zijn balkons gemaakt, waar werknemers in de 40 — architectenweb

zon kunnen pauzeren of lunchen. Zelfs de pantry’s en de toiletruimtes hebben grote ramen, zodat je ook daar over de stad kunt uitkijken. De derde, vierde en vijfde verdieping zijn ingericht als open werkvloeren, volgens het principe van Het Nieuwe Werken, met flexplekken, loungehoeken en coupézitjes. Daarboven liggen de showrooms, die aan elkaar gekoppeld zijn door middel van vides. Met de trap kunnen klanten van de ene naar de andere presentatieruimte lopen om de verschillende collecties te bekijken. Voor het interieurontwerp werkte de afdeling creative services van PVH, die geleid wordt door Dan O’Kelly, nauw samen met MVSA Architects. Creative Services is

Foto’s: Barwerd van der Plas

Boven Voor het interieur werkte MVSA samen met de eigen ontwerpafdeling van de opdrachtgever.


Begane grond

5 e verdieping

binnen PVH verantwoordelijk voor de inrichting van de showrooms en winkels van Calvin Klein en Tommy Hilfiger. Thijssen: “Het was een leuke samenwerking, de ambitie lag hoog. Hoe vaak zie je notenhout in liften, of een plafond van larikshouten latten in een bedrijfspand? Kantoorprojecten eindigen doorgaans bij de gevel, waarna een interieurarchitect binnen zijn ding doet. Hier sluit de inrichting naadloos op de architectuur aan.” Wat Thijssen betreft is dat het meest geslaagde aan het gebouw, dat het integraal ontworpen is. De details maken de illusie van het cruiseschip geloofwaardig. Hoe bepalend die details zijn, merk je als je bij de achteringang de kamer van de conciërge ziet. Het is de enige ruimte waar standaard systeemplafonds zijn toegepast. Maar het blijft een droom. “Zo’n schitterende kans, om een gebouw tot en met de deurkrukken te ontwerpen, krijgen wij niet vaak. En de gebruikers zijn tevreden. Ze roemen vooral de rust, de ruimtelijkheid.” Het kantoor

11e verdieping

12e verdieping

“We wilden de dynamiek van de havens en de nautische sfeer vangen in dit gebouw” bevalt zo goed dat Calvin Klein en Tommy Hilfiger hun hele bedrijf van de Stadhouderskade naar deze locatie gaan verhuizen. Op het naastgelegen kavel is begonnen met de bouw van twee nieuwe gebouwen van in totaal 18.000 m2, die samen met het nu gerealiseerde gebouw de PVH Campus gaan vormen. Een mooie nieuwe klus voor MVSA Architects. —

architectenweb — 41


Collectieve ruimte in de Hoe geef je een nieuw leven aan een versleten kantoorgebouw? Voeg een grote gemeenschappelijke ruimte toe. Het nieuwe bedrijfspand van energiebedrijf Liander in Duiven, het hoofdkantoor van woningcorporatie De Alliantie in Hilversum en het kantoor van PWN in Velserbroek zijn drie voorbeelden van deze succesvolle renovatiestrategie. — tekst Kirsten Hannema

42 — architectenweb

hoofdrol


Foto: Marcel van der Burg

De bestaande kantoorgebouwen van Liander zijn van binnen en buiten totaal gerenoveerd en met elkaar verbonden via een groot atrium.

architectenweb — 43


Rechts en rechtsonder Bij Liander is onder een ‘energiedak’ een gemeenschappelijke ruimte gemaakt waar werknemers en relaties elkaar kunnen ontmoeten en individueel of samen kunnen werken.

Boven, onder en rechterpagina onder Voorzieningencluster De Veste in Borne naar ontwerp van LKSVDD.

Het kantoor van energiebedrijf Liander in Duiven was er een zoals er zoveel langs de Nederlandse snelweg staan: een troosteloos complex van grijze dozen met een hek er omheen. Dertig jaar na oplevering zag het er versleten uit, de inrichting met kamertjes was hopeloos achterhaald en door de gespreide opzet werkten afdelingen langs elkaar heen. De gevels waren niet geïsoleerd, de installaties gedateerd. Slopen en opnieuw beginnen leek de logische keuze, de enige optie. Maar vanuit het oogpunt van duurzaamheid besloot Liander het gebouwencomplex een tweede kans te geven en het te transformeren tot het visitekaartje van het bedrijf: een energieproducerend kantoor dat voor 85 procent is gerealiseerd met hergebruikte materialen. Het hek is neergehaald, het geasfalteerde terrein omgevormd tot een wandelpark met een vijver en boomgaard. De bestaande gebouwen zijn overkoepeld door een gigantische ‘energiekas’. Deze vormt de basis vormt voor het energiepositieve klimaatconcept, terwijl onder het golvende dak extra vierkante meters gebruiksruimte gecreëerd zijn. Vervolgens zijn de gebouwen onderling verbonden door loopbruggen, waarop gemeenschappelijke functies zoals de koffiebar, lounges en (flex)werkplekken een plek hebben gekregen. Vooral dat – publiek toegankelijk – atrium springt in het oog. De groezelige stegen zijn veranderd in een groene, hedendaagse kantooromgeving, de loze tussenruimte die voorheen de gebruikers verdeelde, is nu het kloppend hart van het gebouw. De metamorfose is compleet. Opmerkelijk als het is staat het project voor Liander niet 44 — architectenweb

op zichzelf. Het hoofdkantoor van woningcorporatie De Alliantie in Hilversum en het kantoor van waterbedrijf PWN in Velserbroek leken ook afgeschreven, maar werden door respectievelijk Studioninedots en Kraaijvanger Architects ook omgetoverd tot architectonische pareltjes. In alledrie de projecten is een hoofdrol weggelegd voor een centrale, collectieve ruimte. Hoe valt deze trend te verklaren? En wat houdt die rol precies in? Om te beginnen is er een esthetisch motief. In al deze gebouwen is de collectieve ruimte de architectonische smaakmaker – de ruimte die je de jaren tachtig-lelijkheid in een klap doet vergeten. Bij Liander bepaalt het golvende dak van de ‘kas’ het beeld, de Alliantie kreeg een hal in de vorm van een Tetris-spel, het PWN-kantoor straalt weer dankzij de uitbreiding met een wit paviljoen annex atrium. Ten tweede is er een energetisch motief. Net als bij Liander wordt ook bij De Alliantie en PWN de collectieve ruimte ingezet om het binnenklimaat te regelen. Simpel gezegd fungeert het atrium als warmtebuffer, waardoor minder energie voor verwarming nodig is.

Foto’s Liander: Marcel van der Burg Foto’s PWN: Ronald Tilleman

Linksonder Het kantorencomplex van Liander vóór de grootschalige renovatie door RAU en Fokkema & Partners.


Rechts Bij PWN zijn op de begane grond het restaurant en de ontvangstruimte ondergebracht, op de overloop zijn samenwerkplekken gemaakt. Onder Het nieuwe atrium verbindt bij PWN de verschillende kantoorvleugels.

Een derde verklaring voor de opmars van de collectieve kantoorruimte is Het Nieuwe Werken. Door de toegenomen mobiliteit en digitalisering schakelen bedrijven massaal over van een inrichting met vaste werkplekken naar een open flexkantoor. Maar juist omdat je tegenwoordig op elke plek, op elke tijd (al dan niet thuis) kunt werken, is het niet meer evident dat je collega’s ziet. Daarom wordt het kantoor als gemeenschappelijk thuisbasis en plek voor fysieke ontmoeting steeds belangrijker. De collectieve ruimte, of het nu een plint, een atrium, of een dakopbouw is, geeft invulling aan die behoefte. “Het kantoor van PWN bestond uit een toren en twee zijvleugels”, vertelt Daniela Schelle van Kraaijvanger architecten. “Vanaf het uiteinde van de ene vleugel naar de andere was het ruim een halve kilometer lopen. De nieuwe collectieve ruimte verkleint de collectieve afstanden letterlijk, en werkt als een symbool voor het bij elkaar brengen van de verschillende afdelingen. Maar het is meer dan een ‘verdeelstekker’. Op de overloop langs de centrale ruimte zijn alle plekken

Bij goed weer kan er bij PWN ook buiten, aan het water, geluncht of gewerkt worden.

geplaatst waar samengewerkt wordt, het concentratiewerk hebben we bewust in de vleugels gehouden.” Aanleiding voor alledrie de projecten was het samenvoegen van een aantal vestigingen. Dit gebeurt om te besparen op huurkosten, maar vooral ook om een betere samenwerking te bewerkstelligen (wat uiteindelijk tot betere bedrijfsresultaten en meer winst moet leiden). Kraaijvanger spreekt over een atrium dat “de communicatie tussen afdelingen bevordert”, met zogenoemde “communicatietrappen”. Maar volgens architect Diederik Fokkema van Fokkema & Partners, dat samen met RAU het interieurontwerp

Het kantoor als plek voor ontmoeting wordt steeds belangrijker voor Liander maakte, speelt er meer. “Bedrijven veranderen hun organisatie. In verschillende van onze projecten zien wij dat zij zich in toenemende mate concentreren op de ontwikkeling van deelproducten en –oplossingen.” Hij noemt DSM als voorbeeld: ooit > architectenweb — 45


begonnen als staatsmijnbouwbedrijf, tegenwoordig producent van kunststof halffabrikaten die onder meer in autodashboards en smartphones worden toegepast. “Zij moeten partners naar zich toetrekken die hun ideeën kunnen gebruiken in een product. Ze moeten uitdragen wat zij maken en wat je daarmee kunt doen.” Co-creatie, waarbij bedrijven samen werken aan innovaties, is ook wat Liander nastreeft. Fokkema: “Als modern netwerkbedrijf staat Liander voor een grote opgave: de transitie van fossiele naar duurzame energiebronnen. Duidelijk is dat deze transitie alleen tot stand gebracht kan worden door meer 46 — architectenweb

“Bedrijven moeten partners naar zich toetrekken die hun ideeën gebruiken” en betere samenwerking – binnen het bedrijf, maar ook met overheden en organisaties daarbuiten. Hoe kunnen privégebruikers in de toekomst energie opwekken en deze aan het netwerk

leveren, hoe kun je elektrisch rijden daaraan koppelen? Het atrium is een uitnodiging aan andere bedrijven en omwonenenden om binnen te stappen en ideeën uit te wisselen. Essentieel is daarom de herkenbaarheid als publieke ruimte, en de toegankelijkheid.” Daar waar Fokkema de opkomst van de collectieve ruimte vooral vanuit de organisatie van bedrijven verklaart, beschouwt architect Metin van Zijl van Studioninedots de ontwikkeling vanuit de gebruiker. “Wij vinden dat mensen beter verdienen dan een leuk aangekleed kantoor, met een hippe stoelen en kekke verlichting. Zo’n inrichting is mooi, maar het heeft ook iets onpersoonlijks.

Foto’s: Peter Cuypers

De gemeenschappelijke voorzieningen, zoals vergaderruimtes en aanlandplekken, zijn bij De Alliantie allemaal aan het atrium gelegd.


“Wij willen een ruimtelijke interventie doen waarmee menselijke interactie ontstaat”

Het atrium in het kantoor van De Alliantie zorgt, naast interactie, ook voor meer daglicht in de kern van het gebouw.

Het restaurant en de (samen)werkplekken op de begane grond van De Alliantie zijn vrij toegankelijk.

Elk bedrijf heeft tenslotte hetzelfde programma, met vergaderplekken, concentratiecellen en lounges. Je kunt proberen om het ‘anders’ vorm te geven; bij Google hebben ze glijbanen en gametapijt. Maar het voelt nep, als een laag die er zo weer uitgetrokken kan worden. De opgave die wij onszelf stellen is om een ruimtelijke interventie te doen waarmee – los van het programma – menselijke interactie ontstaat.” Ongemak, zo omschrijft Van Zijl het. Tot voor kort waren kantoren een soort bubbels. In het gebouw van De Alliantie wordt de buitenwereld bewust naar binnen gehaald. “Iedereen kan hier binnenlopen”, vertelt Van Zijl in het restaurant aan het atrium. Het lijkt meer op een buurtcafé. “De kans bestaat dat er ineens iemand naast je staat die jij niet kent. Er ontstaat een ander soort dynamiek dan in een kantoor waar je over een trap van de coupézit naar de zitzak loopt.” Bedrijven zijn niet direct op zoek naar ‘ongemak’, merkt Van Zijl. “Dit atrium omvat veel loze ruimte. Het is een

investering die niet direct rendement oplevert. Je moet dus argumenten aandragen om de opdrachtgever te overtuigen. Zoals daglicht; zonder de vide was het gebouw erg donker geweest. Een prominente trappartij doet het tegenwoordig ook goed; dat stimuleert beweging. Maar het mooiste is natuurlijk dat de Alliantie naar ons toe komt om te zeggen dat de ruimte werkt als een trein. Het atrium zit bijkans voller dan de werkvloeren.” Hoewel de gebruiker voor Studioninedots voorop staat, erkent hij dat bedrijven ook belang hebben bij meer menselijke interactie. “Als je elkaar niet tegenkomt, krijg je de situatie dat Pietje op de tweede verdieping zonder het te weten hetzelfde doet als Jantje op de vierde. En we gaan steeds meer naar een deeleconomie. Wat we met auto’s en huizen al doen, zie je nu ook op het gebied van kennis.” Anders dan Liander is de Alliantie niet nadrukkelijk op zoek naar bedrijven om mee samen te werken. “Het gaat er hier vooral om dat er interactie ontstaat met de omgeving, en dat het gebouw openheid en transparantie uitstraalt. Imago speelt ook een rol.” Net als Fokkema denkt Van Zijl dat de rol van de publieke ruimte in het kantoor nog lang niet uitgespeeld is. “Steden verdichten, grond wordt duurder en woningen daardoor steeds compacter. In aanvulling op die beperkte ruimte worden collectieve plekken waar je kunt werken of afspreken steeds belangrijker.” Deze ontwikkeling zie je ook in hotels, bibliotheken en woongebouwen. “Het is een way of life, nu in elk geval.” Je zou het ook een mode kunnen noemen. Van Zijl is zich ervan bewust dat de collectieve ruimte, net zoals een kantoorinrichting, gemakkelijk tot een standaard recept kan verworden. “Het is de kunst om voor elk gebouw een specifieke ruimtelijke oplossing te bedenken. Bij De Alliantie hebben we het gebouw als het ware uitgehold waarbij het karakteristieke betonskelet tevoorschijn kwam, in een eerder project voor bedrijfsverzamelgebouw De Burgemeester in Hoofddorp hebben we een trap als een reusachtige sculptuur in een bestaande vide geplaatst. Wij geloven in deze strategie. Het is nu aan ons om te bewijzen dat het elke keer anders kan.” — architectenweb — 47


— advertorial

Hoe vloeren kunnen bijdragen aan een gezond kantoor Dat een goede werkomgeving van belang is voor gezondheid, welzijn en productiviteit van de werknemers weten we eigenlijk wel. Toch valt hier nog een wereld te winnen, meent Forbo Flooring. In het meedenken over een gezond kantoor kijkt de onderneming verder dan de vloerbedekking. meubels, vloeren, schoonmaakmiddelen en bouwmaterialen zijn. Het uitsluiten van producten met een hoge VOS-emissie kan de luchtkwaliteit dus verbeteren. Marmoleum, bijvoorbeeld, bestaat uit louter natuurlijke grondstoffen en bevat geen ftale weekmakers die slecht zijn voor mens en milieu. Linoleum biedt zelfs een natuurlijke bescherming tegen bacteriën, aldus Forbo. De vinylvloeren van Forbo Flooring zijn eveneens vrij van ftalaten. Ook de uitstoot van stoffen door printers en kopieermachines is ongezond. Het inrichten van een aparte print- en kopieerruimte is een oplossing. Echter, bij alle oplossingen moet er ook goed geventileerd worden. Als de toevoer van verse lucht onder de 30 à 40 m3/u per persoon komt, neemt de kans op geur- en gezondheidsklachten toe, zo is uit onderzoek gebleken. Maar: slechte Luchtkwaliteit ventilatie is nu net een volgende bron van Een belangrijk probleem in de werkomde magere luchtkwaliteit. geving is de slechte luchtkwaliteit. Dit Een klimaatbeheersingssysteem in facet is uitgebreid onderzocht, waarbij combinatie met natuurlijke ventilatie is diverse verbanden zijn aangetoond. volgens experts de beste oplossing. Ze Slechte luchtkwaliteit kan leiden tot zorgt bovendien voor een optimale baluchtwegaandoeningen en andere zieklans tussen de kwaliteit van het klimaat ten, maar heeft ook invloed op het werk. en de lucht, en het energieverbruik. Een Een analyse uit 2006 van 24 studies op hoger plafond zorgt voor gelaagdheid dit gebied heeft laten zien dat slechte van de lucht, waardoor een effectieve, luchtkwaliteit in de werkomgeving de natuurlijke luchtverplaatsing ontstaat. productiviteit tot wel 10% kan verlagen. Een hoog plafond schept tevens meer Bron van slechte binnenlucht kan de ver- mogelijkheden voor luchttoevoer. Een damping van vluchtige organische stofludieke oplossing: stromend water en fen (de VOS-uitstoot) uit bijvoorbeeld planten in de kantooromgeving. Ze 48 — architectenweb

Rechts Looproutes door het kantoor kunnen uitgevoerd worden in eenvoudig te reinigen PVC, zoals hier Allura Wood in De Bulb, Heemstede. Rechtsonder Duurzame vloerbedekking voor een duurzaam gebouw: Marmoleum Walton in cementkleur voor The Edge, Amsterdam.

nemen verontreinigde stoffen op en hebben bovendien een positief effect op het menselijk gemoed.

Rondwarrelend stof

In de branche woedt van tijd tot tijd de discussie of in verband met (fijn)stof een harde, dan wel een zachte vloerbedekking de voorkeur verdient. Harde vloerbedekking, zoals laminaat, linoleum of vinyl, laat zich makkelijker reinigen is een argument; zachte vloerbedekking zoals tapijt houdt stof beter vast, stellen anderen daar tegenover. Weliswaar warrelt bij zachte vloerbedekking minder stof op bij loopbewegingen van personen in de ruimte, maar uit TNO-onderzoek

Foto De Bulb: Erik Poffers Foto The Edge: Ronald Tilleman

In Nederland zijn jaarlijks 3,3 miljoen werknemers ziek. Dat is een behoorlijk hoog aantal en het kost werkgevers veel geld: in totaal zo’n 11,5 miljard euro per jaar. Het is begrijpelijk dat werkgevers vanuit bedrijfseconomische overwegingen – naast sociale en ideële – die kosten zo ver mogelijk willen terugdringen. Het ziekteverzuim onder kantoorwerkers kan het gevolg zijn van een ongezonde en van een onprettige werkomgeving; de werkgever moet dus zorgen voor een fysiek en mentaal welzijn. Over de invloeden op een gezonde en aangename werkomgeving denkt de onderneming Forbo Flooring graag mee. “In gesprekken met de opdrachtgever of eindgebruiker gaat het nooit alleen over de vloerbedekking”, zegt Piet Looijen, product line manager bij de onderneming.


advertorial —

is nog niet gebleken medewerkers door tapijt minder worden blootgesteld aan allergenen en fijnstof. “Welk type vloerbedekking je ook kiest, op de juiste wijze onderhouden is belangrijk”, zegt Looijen. “Op het moment wordt in kantoren veel gekozen voor multilevel tapijt. De hoog-laagstructuren zien er mooi uit en de naadverhulling is beter. Wij wijzen er dan op dat als je textiele vloerbedekking kiest, je ook beslist de apparatuur moet hebben om die te onderhouden: een goede borstelstofzuiger met de juiste filters. Kies je voor gladde vloerbekleding, dan moet die ook worden onderhouden: met een microvezeldoek.” Forbo Flooring heeft verschillende types > architectenweb — 49


— advertorial

Een combinatie van vloerbedekkingen – hier bij Greenberry, Utrecht – kan een aangename sfeer creëren en medewerkers een gevoel van verbondenheid en welbevinden geven.

dekking is te doen. Dat doen we bijvoorbeeld met tapijttegels”, vertelt Looijen. De opdeling van de open werkvloer in kleinere gebieden lost overigens niet alleen geluidsoverlast op. “Mensen voelen zich minder prettig in kantoortuinen. Ze voelen zich bijvoorbeeld overvallen door collega’s die opeens achter hen bij het bureau staan. Werknemers voelen zich minder op hun gemak.” De vloer speelt een belangrijke akoestische rol in de kantooromgeving. Akoestiek Onderzoekbureau Peutz heeft op verzoek Geluidsoverlast blijkt een van de grootste van Forbo de akoestische kwaliteit van storingsfactoren op kantoor te zijn; het verschillende, harde en zachte, vloeren heeft de sterkste relatie met productibekeken. Zowel geluidsabsorptie als viteitsverlies. Werknemers blijken veel verbetering van bijvoorbeeld loopgeluid belang te hechten aan privacy en mogelijk- is daarin meegenomen. De toepassing heden tot concentratie. Ontwerpen voor van onder andere Granit naaldvilt en de kantooromgeving sluiten de laatste Helix tapijttegels leveren een aanzienlijke tijd meer aan bij de verschillende soorten bijdrage aan de totale geluidsabsorptie, werkzaamheden: een zonering van de zo is aangetoond. Flotex en Forbo-tapijt werkvloer die activiteit gerelateerd is. “We verminderen bovendien het loopgeluid gaan niet terug naar muren in het kantoor, met 10dB. De onderneming produceert maar wel naar kleinere zones. Wij krijgen tegenwoordig ook vloerruggen – softbacs dan ook de vraag of daar iets met vloerbe- – met sterk geluidsabsorberende kwaliteit. 50 — architectenweb

Daglicht en verlichting

Naast de luchtkwaliteit en de akoestiek is nog een aantal factoren bepalend voor het welbevinden en de productiviteit op kantoor. Daartoe behoren de lichtsituatie en de temperatuur. De norm voor verlichting van werkplekken is 500 lux. Aan het raam kan dat worden bereikt met daglicht, maar op donkere dagen en dieper in de kantoorruimte is kunstlicht noodzakelijk. Voor de vloer zijn in verband met de lichtsituatie de lichtreflectiewaarden (LRV’s) belangrijk. De meeste fabrikanten, waaronder Forbo, leveren die gegevens bij hun vloer. In bepaalde omstandigheden is het goed om terughoudend te zijn met sterk glimmende vloeren in verband met hinderlijke reflecties en mogelijke verblinding. Wat een aangename temperatuur is, is persoonlijk, maar vaststaat dat vanaf 15°C en lager de doorbloeding van de vingers vermindert en je trager gaat typen. Bij hogere temperaturen wordt de koeling van de hersenen moeizamer en ga je trager denken. Binnen die grenzen

Foto Greenberry: Maarten Noordijk Foto’s 76Interactive en Transavia: Erik Poffers

vloerbedekking – Marmoleum, Flotex, naaldvilt, tapijttegels, vinyl – waardoor het bedrijf zonder terughoudendheid kan adviseren welk type vloerbedekking op welke plek past. “Maar we willen graag het hele verhaal vertellen”, vervolgt Looijen. “Want laten we eerlijk zijn: een weloverwogen keuze van vloerbedekking helpt, maar een gezond binnenklimaat is nog steeds het meest gebaat bij goede ventilatie.”


advertorial — Links Bij internetbureau 76Interactive in Breda is in doorloopruimtes Marmoleum Concrete toegepast, in de aangrenzende kamers ligt Flotex. Onder Bij Transavia op Schiphol-Oost is een dessin met Marmoleum in de bedrijfskleuren toegepast.

is de individuele ervaring van thermisch comfort belangrijk. Die blijkt niet alleen afhankelijk van lucht- en stralingstemperatuur, maar ook van (verwachtingen rond) de mogelijkheden tot aanpassing. Zelf de temperatuur kunnen regelen door middel van een thermostaat, het openen van een raam of gevelroosters, en het bedienen van zonwering blijken de perceptie van thermisch comfort positief te beïnvloeden en daarmee ook de productiviteit.

Ontspanning

Ook op andere vlakken blijkt het gunstig als werknemers invloed op hun werkomgeving kunnen uitoefenen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de verstelbaarheid van een tafel, een stoel en een beeldscherm tot en met de personalisatie van de werkplek. Een eigen kleedje onder het bureau of op sokken werken geeft werknemers een gevoel van autonomie. Er zijn sterke wetenschappelijke aanwijzingen dat ‘ownership’ een grote positieve invloed heeft op productiviteit, motivatie, groepscohesie en werktevredenheid. Verbondenheid wordt verder gestimuleerd door een omgeving die zowel persoonlijke gesprekken als gemeenschappelijke, aangename activiteiten faciliteert. De medewerkers voelen zich daardoor begrepen en gewaardeerd. Informele break-out gebieden leiden tot ontspanning en productiviteit. Maar ook de algehele uitstraling van het kantoor kan een positieve invloed hebben op zowel de verbondenheid met de onderneming als het persoonlijke gevoel van welbevinden. Hoewel daar minder harde onderzoeksgegevens over bestaan, is de aanname dat bijvoorbeeld diversiteit in kleuren en materialen belangrijk is. Die afwisseling is heel goed mogelijk met behoud van een rustige uitstraling.

“Voor de zonering van kantoorvloeren werken we met verschillende vloerproducten”, vertelt Looijen. “We kijken naar zowel de functionele eisen als de esthetische wensen voor een ruimte en vullen dat in met verschillende, op elkaar afgestemde vloerproducten. Looproutes door het kantoor kun je bijvoorbeeld uitvoeren in een vloerbekleding die makkelijk is te reinigen en de werkplekken met zachter en akoestisch werkend materiaal.” De Synergy-collectie biedt tal van mogelijkheden voor een vloerontwerp, dankzij drie ontwerpen en drie texturen in zowel tapijt- als vinyltegels. Als voorbeeld van een gemengde vloertoepassing noemt Looijen het gemeentehuis van Ede. Hier is aan de voorzijde van de publieksbalies, waar druk gelopen wordt, Flotex toegepast. “Het oogt en voelt als zachte vloerbedekking, maar laat zich schoonmaken als een harde vloerbedekking. Achter de balies is een aansluitende textiele vloerbedekking toegepast.”

Exploitatie

Voor opdrachtgevers is uitstraling en duurzaamheid belangrijk, net als

exploitatiekosten. “Soms wordt bij de keuze alleen gekeken naar de esthetiek, of naar het prijskaartje bij aanschaf”, legt Looijen uit. “Dan brengen wij graag flexibiliteit en facilitaire aspecten onder de aandacht. Het is belangrijk dat vloerbedekking mooi blijft. Dat betekent niet alleen de juiste vloerbedekking op de juiste plek, maar ook rekening houden met onderhoud. Zonder regelmatig schoonmaken worden de reinigingskosten op den duur hoger. Feitelijk begint het al bij een goede schoonloopzone, met een schraapmat buiten voor het grove vuil, dan een schoonloopmat voor het kleinere vuil en tot slot een droogloopmat. Zo houd je al 95% van het binnengelopen vuil tegen en dat scheelt in het onderhoud van de rest van het kantoor. Daar haal je je investering wel weer mee terug.” — Meer informatie Forbo Flooring Postbus 13 1560 AA Krommenie 075-6477477 contact@forbo.com www.forbo.com

architectenweb — 51


Foto’s: Schindler Liften

— advertorial

52 — architectenweb


advertorial —

De Schindler 5500-liften met PORT bestemmingsbesturing zorgen voor een efficiënte verkeersafhandeling.

Boven Door de keuzevrijheid die Schindler biedt, kon het design van de liften volledig op de architectuur van het gebouw worden afgestemd. Links De dubbele gevel zorgt niet alleen voor een prettig binnenklimaat, maar weert ook het geluid van de A10 die nu nog even bovengronds ligt.

Milieuvriendelijke mobiliteit,

stijlvol ontwerp

AkzoNobel heeft begin vorig jaar haar nieuwe hoofdkantoor aan de Amsterdamse Zuidas in gebruik genomen. Het ontwerp van GROUP A belichaamt de kernwaarden van de onderneming: een harmonieus, transparant gebouw waarbij duurzaamheid is geïntegreerd van de klimaatgevel tot de energieinstallaties en de liften. Zowel het exterieur als het interieur van het AkzoNobel Center & Art Space zijn ontworpen door GROUP A. Beeldbepalend voor het exterieur is de dubbele vliesgevel met houten elementen. Het gebruik van verschillende glassoorten zorgt voor een spel van reflectie en lichtbreking. Een inkeping aan een zijde van het pand creëert een toegangsplein en zorgt voor scherpe lijnen. De afgeronde hoeken van het gebouw verzachten het gevelbeeld.

Spectrum

In het interieur keren de afgeronde hoeken terug bij de borstweringen rond

de atria. Twee verweven atriumruimtes vormen de ruggengraat van het gebouw. Het eerste atrium verbindt visueel de publieke begane grond met de semiopenbare eerste verdieping. Op de begane grond bevinden zich onder meer de receptie, het restaurant en de Art Space. De eerste verdieping is de ontmoetingsruimte voor medewerkers en zakenpartners. Een tweede atrium strekt door de hoger gelegen kantoorverdiepingen. Elke verdieping kent een ander kleurgebruik, toegepast in vloerbedekking en tafelbladen. ’s Avonds zijn de kleuren, reflecterend tegen het plafond, zichtbaar vanaf de straat: een spectrum dat verwijst naar de gebouwgebruiker. De werkomgeving is ingericht op Het Nieuwe Werken. GROUP A is hierbij uitgegaan van aspecten als intensief en efficiënt ruimtegebruik, en een gezonde en energiezuinige werkomgeving.

Energie-efficiënt

Duurzaamheid is een leidraad geweest bij het ontwerp. De dubbele vliesgevel zorgt in de winter voor isolatie van het

gebouw; ’s zomers wordt tussen de gevels geventileerd om opwarming van het kantoorinterieur tegen te gaan. Met het oog op het energieverbruik zijn verschillende toepassingen ingezet. Op het dak zijn zonnepanelen geplaatst en ook de atriumbeglazing is voorzien van PV-cellen. Verder maakt het gebouw gebruik van een WKO-installatie en energiezuinige techniek. De CO2 -certificering van Schindler Liften speelde een belangrijke rol om deze onderneming te kiezen voor de mobiliteitsoplossingen. Haar liften dragen bij aan energie-efficiëntie doordat verlichting en elektronica uitschakelen wanneer een lift niet in gebruik is, maar zeker zo interessant is de regeneratieve aandrijving: bij dalen wordt energie teruggewonnen.

Ontwerpvrijheid

Er zijn nog twee redenen waarom voor Schindler 5500-liften is gekozen. De PORT bestemmingsbesturing zorgt voor een efficiënte afhandeling van het liftverkeer; daarnaast was de grote vrijheid in ontwerp een doorslaggevend aspect. “De afmetingen en de technologie zijn volledig te configureren naar wens”, vertelt Rob Jue, Directeur Nieuwbouw en Modernisering bij Schindler Liften. “Maar ook in design bestaat een grote keuzevrijheid. Zo konden we tot een verfijnd ontwerp komen, passend in het stijlvolle gebouw dat het hoofdkantoor van AkzoNobel is.”— Meer informatie Schindler Liften Verheeskade 4 2521 BN Den Haag 070-384 37 00 info@nl.schindler.com www.schindler.com

architectenweb — 53


Voorzieningen en diensten

met elkaar delen

Steeds meer bedrijven zoeken elkaar op in bedrijfsverzamelgebouwen waar ze voorzieningen en zelfs diensten met elkaar delen. Spaces en Makerversity richten zich puur op het delen van voorzieningen en laat huurders verder vrij. CIC en B. Amsterdam willen een stap verder gaan en bouwen met aanvullende diensten aan ecosystemen. — tekst Michiel van Raaij

Spaces

Wanneer je als klein bedrijf een zelfstandige kantoorruimte huurt, kun je in die ruimte een vergaderruimte maken en een lunchruimte. En dan heb je misschien nog ruimte om een voetbaltafel in de hoek te zetten. Maar al die voorzieningen gebruik je slechts sporadisch of enkel op bepaalde tijdstippen. Het zijn dure vierkante meters. “Door die voorzieningen te delen, kun je er een breed scala van aanbieden, en heeft iedere huurder uiteinde54 — architectenweb

lijk veel meer mogelijkheden”, zo legt interieurarchitect Maarten Jamin het concept van Spaces uit. Bij de vestiging van Spaces aan de Vijzelstraat in Amsterdam hebben huurders bijvoorbeeld de keuze uit een variatie aan vergaderruimtes, van klein tot groot. Voor iedere vergadering kan de best passende ruimte uitgezocht worden. In aanvulling op de traditionele werkplekken, die de huurders zelf inrichten, biedt Spaces in de plinten van haar gebouwen ook allerlei andere typen werkplekken aan. Het aandeel

van andere werkplekken bedraagt bij Spaces zo’n 20-25%, een percentage dat je volgens Jamin als zelfstandige huurder nooit haalt. “Het zijn inspirerende ruimtes, buíten je eigen kantoorruimte, alleen dat helpt al.” Bij Spaces Vijzelstraat wordt huurders een reeks van omgevingen aangeboden waarin gewerkt en/of overleg kan worden. Dat begint bij het café dichtbij de entree, die zowel loungeplekken als actieve zitjes biedt. Daarachter kun je aan een van de lange tafels aan de gevel plaatsnemen, of in een van de booths ernaast. Of in rustige ‘bibliotheek’ aan de binnentuin. Maar je kunt ook via de trap naar de eerste verdieping, waar meer lange tafels, kleine tafels en booths te vinden zijn, net als de kantine. Ook is hier een tafeltennistafel en voetbaltafel te vinden. “Voor ZZP’ers en bedrijven tot tien personen is Spaces ideaal”, vertelt Jamin. “In de gemeenschappelijke ruimtes kun je je klanten ontvangen. Je komt dan direct professioneel over.” Door zich in Spaces te vestigen hebben

Foto’s: Spaces

Het blootgelegde betonnen skelet geeft de vestiging van Spaces aan de Vijzelstraat in Amsterdam een heel eigen identiteit.


Links De koffiebar vormt het kloppend hart van iedere Spaces. Linksonder De ‘bibliotheek’ in de vestiging van Spaces aan de Vijzelstraat in Amsterdam.

ze geen eigen vergaderzaal, kantine of biljart meer nodig. “Zelf hoeven ze zo minder kantoorruimte te huren.” Een van de zaken die Spaces volgens Jamin onderscheidt van andere kantoorconcepten is de persoonlijke service. “De medewerkers kennen je echt persoonlijk.” Aan de werving daarvan wordt dan ook veel aandacht besteed. De balie bij de entree vormt, samen met het café, het hart van iedere Spaces. Hoewel het café in Spaces doet denken aan andere hippe café’s, zorgt precies die balie bij de entree in combinatie met de persoonlijke service voor een essentieel verschil daarmee. “Je zit hier wel degelijk achter een beveiliging, ook al zie je die niet.” Bij Spaces Vijzelstraat is de entree bewust klein gehouden en aan de zijkant achter een kleine winkel gelegd. Daardoor lopen mensen er niet zomaar naar binnen. Als dat toch gebeurt, dan worden ze altijd aangesproken. Want geen van de voorzieningen zijn publiek toegankelijk. De huurders zijn bij Spaces zo altijd onder mede-huurders, wat hen volgens Jamin een gevoel van rust geeft.

Met zijn voorzieningen en service is Spaces wel iets duurder dan een regulier kantoor, vertelt Jamin. Het is daarom niet voor alle start-ups interessant. Er zitten bedrijven waarvan de business zich bewezen heeft en vanuit Spaces willen doorgroeien. Na eerste enkele Spaces in Nederland te hebben ontworpen samen met de Britse interieurarchitect Sevil Peach, zoals ook Spaces Vijzelstraat, is Maarten Jamin sinds enkele jaren design manager van Spaces wereldwijd. Daarnaast heeft hij ook een eigen bureau, dat behalve voor Spaces ook voor andere opdrachtgevers werkt. “Wat betreft de inrichting van de ruimtes, ben ik altijd op zoek naar schaal”, vertelt Jamin. “Dat het geen zee van meubels wordt, maar dat er echt ruimtes ontstaan, zodat je van de ene naar de andere omgeving kunt lopen.” In Spaces Vijzelstraat is goed zichtbaar hoe dit werkt. Vanuit het café is de gehele ruimte bijvoorbeeld niet te overzien, maar zijn er wel doorzichten, ook naar de verdieping erboven. Terwijl je van ruimte naar ruimte loopt, ontvou-

Rechts Proefopstelling van overdekte cubicles die als vaste werkplek gehuurd kunnen worden bij Spaces. Rechtsonder De telefooncellen bij Spaces.

wen zich steeds nieuwe perspectieven. “Zo kun je de ruimte echt ontdekken.” Opvallend is dat de afstand tussen de meubels overal riant is en dat er nergens veel meubels in de ruimte staan. Jamin vertelt dat hij daar steeds de juiste balans in wil vinden. Bij Spaces loopt het interieurontwerp door tot en met de styling. Voor iedere vestiging worden passende boeken en accessoires uitgezocht, en wordt een samenwerking aangegaan met een lokale instelling voor de kunst aan de muur. In Amsterdam werkt Spaces daarvoor samen met FOAM. Qua materialisering wordt iedere Spaces afgestemd op de plek en het gebouw, legt Jamin uit. Bij Spaces Vijzelstraat is ervoor gekozen het betonnen casco van het gebouw te > architectenweb — 55


Studio Maarten Jamin ontwerpt de ruimtes van Spaces tot en met de invulling van de kasten.

Bij de receptie van Spaces kent het personeel alle huurders persoonlijk.

Rechts De booths bij Spaces in gebouw de Rode Olifant in Den Haag.

Je hebt geen eigen vergaderruimte, kantine of biljart meer nodig

professionele ruimte blijven. Met weliswaar een no-nonsense uitstraling. Maar ook een kwalitatieve uitstraling.” De inrichting van iedere Spaces wordt stap voor stap doorontwikkeld. Na zeven jaar is Spaces Herengracht nu bijvoorbeeld toe aan een eerste update. “Daar worden nu Skype-kamers toegevoegd, net als meer interactieve plekken en concentratieplekken.” laten zien, maar iedere locatie vraagt om Jamin is er trots op dat de telefooneen eigen benadering. Jamins doel is dat cellen bij Spaces goed werken. In veel de gebruikers blij worden van de werkkantoren worden die volgens hem niet omgeving, de stoelen en boeken goed gebruikt. De telefooncellen bij die ze aantreffen eigenlijk zelf zouden Spaces zijn vrij ruim en voorzien van willen hebben, en trots zijn dat ze er een lage stoel, maar zonder bureau. “Ze kunnen werken. moeten zo comfortabel zijn dat je er een De uitstraling van Spaces zou uurtje wilt zitten, maar niet zo comforJamin niet ‘huiselijk’ willen noemen. Dat tabel dat ze de hele dag bezet blijven.” associeert hij met rommelig, wat Spaces In gebouw de Rode Olifant in Den zeker niet is. Hij omschrijft het liever als Haag wil Spaces ook proberen om indi‘warm en persoonlijk’. “Het moet een viduele, vaste werkplekken te verhuren. 56 — architectenweb

“Doordat mensen hun eigen apparatuur meenemen, dingen laten liggen en opplakken, kan dat snel rommelig worden.” Aan de Vijzelstraat heeft Spaces een proefopstelling gebouwd van een overdekte cubicle. Deze is echter nog te duur om breder toe te passen. Samen met Vitra ontwikkelt Spaces daarom een ander meubel dat hier een oplossing voor moet bieden.

Makerversity

Op het Marineterrein in de binnenstad van Amsterdam heeft Makerversity afgelopen najaar zijn deuren geopend. Waar Spaces zich richt op het delen van typische kantoorvoorzieningen als vergaderruimtes, overleg- en werkplekken, daar biedt Makerversity zijn leden een gedeeld machinepark. In het machinepark vinden de gebruikers zaagmachines, boormachines en schuurmachines, maar ook verschillende naai- en breimachines, 3D-printers en lasersnijders. De trots van het machinepark is een CNC-freesmachine, de duurste machine van allemaal. Makerversity richt zich op ‘makers’ op het gebied van industrieel ontwerp, interieur, mode, food en robotica. Ursela Davies, een van de oprichters van

Foto’s: Spaces Foto vergaderruimte: Ewout Huibers Foto booths: Gilbert McCarragher

Links Aanlandplekken in de vestiging van Spaces in Den Haag.


Foto’s: Makerversity

Het team van Makerversity heeft het interieur van hun nieuwe vestiging in Amsterdam zelf gebouwd.

Makerversity, legt uit dat de voorzieningen die Makerversity biedt zich perfect lenen voor het ontwikkelen van prototypen. “Daar draait maken in de stad om”, vindt ze. Het produceren van kleinere objecten in kleinere oplagen kan ook wel, maar daar lenen de voorzieningen zich al minder voor. In Amsterdam heeft Makerversity zich gevestigd in Gebouw 027E, een voormalig onderwijsgebouw voor de marine, dat naar ontwerp van Bureau SLA is gerenoveerd. In het schijfvormige gebouw exploiteert Makerversity de eerste verdieping. Hier kunnen de ‘makers’ aan lange tafels hun ontwerpen op een open kantoorvloer uitdenken. Aan het gebouw zijn verschillende industriële hallen gekoppeld, waarvan er twee door Makerversity zijn omgetoverd tot werkruimtes vol machines. Makerversity startte drie jaar geleden in Londen toen het monumentale Summerset House daar een nieuwe functie zocht voor een deel van zijn enorme kelder. De prijsvraag die het Summerset House hiervoor uitschreef, werd gewonnen door de oprichters van Makerversity met hun idee voor een coworking space voor professionele makers, dat tegelijkertijd kon dienen als een leeromgeving voor de jeugd. Die twee kanten, zowel werkomgeving en leeromgeving, vormen nog altijd de kern van Makerversity. Al moet Davies wel toegeven dat de werkomgeving sneller stond dan de onderwijsomgeving. Geholpen door het feit dat Makerversity de ruimte in het Summerset House het eerste jaar gratis kon gebruiken en daarna een lage huur kon betalen, zat het na negen maanden vol met zo’n 250 leden en is dat zo gebleven. Het interieur ontwierpen en bouwden de makers zelf. De onderwijsomgeving had een wat langere aanlooptijd nodig. Inmiddels heeft Makerversity daar verschillende

sponsors voor gevonden en lopen er samenwerkingen met scholen. Maar het lesprogramma is nog in ontwikkeling. Davies realiseerde zich al snel de unieke locatie en huurprijs van het Summerset House in Londen zelf nergens te evenaren zou zijn, en richtte zich daarom op nieuwe locaties elders. Makerversity is door veel steden benaderd, maar kwam via makers uit Nederland – die in hun Londense vestiging werkten – in contact met de Stichting DOEN, dat een vestiging in Nederland steunde. Na verschillende locaties in Amsterdam bekeken te hebben, kwam het via een winnende pitch op het Marineterrein middenin de stad terecht. Met een team uit Londen is het interieur ontworpen en gebouwd. Er zijn inmiddels zo’n 50 personen lid van Makerversity Amsterdam en dit aantal groeit nu snel. Daarnaast wil de organisatie ook hier met lesprogramma’s jongeren inspireren om zelf dingen te gaan maken. Makerversity heeft geen programma voor kennisdeling onder de professionele makers. “Als je de juiste mensen bij elkaar brengt, gebeurt dit vanzelf”, is de ervaring van Davies. “Als je iets nieuws gaat maken, weet je nooit precies hoe dat moet. Je vraagt dan vanzelf anderen naar hun ervaringen.” De technici van de werkplaats zelf denken ook met de makers mee en leggen verbindingen tussen de makers onderling. Daarnaast worden er natuurlijk ook regelmatig events en feesten gegeven waar de makers elkaar leren kennen, benadrukt Davies. Het uiteindelijke doel van Makersversity is dat het startende makers in staat stelt een bedrijf op te bouwen met een grote continuïteit. In Londen heeft ze al verschillende bedrijven zien groeien, ook tot een schaal waarbij ze Makersversity ontgroeiden. Dat maakt dan weer ruimte voor nieuwe leden. > architectenweb — 57


Rechts Gebouw 027E is van een nieuwe brise soleil-gevel voorzien naar ontwerp van Bureau SLA. Onder Makerversity biedt haar leden een zeer uitgebreid machinepark.

CIC

58 — architectenweb

Bij Makerversity bereiden de makers aan lange tafels hun ontwerpen voor.

tachtig meter afstand van elkaar. Zo kom je bij de bar automatisch veel meer mensen tegen. In het Groothandelsgebouw zijn overal lange, rechte middengangen te vinden zonder daglicht. Als je door die gangen beweegt, krijg je een opgesloten gevoel, vindt Van der Meulen. Om dit te voorkomen ontwikkelden Kraaijvanger en CIC een concept waarin de gangen zich continu vertakken en ‘naar buiten’ lopen: naar de gevels en het daglicht. Daar waar een gang bij een gevel komt, kan deze zich vervolgens verbreden om ruimte te maken voor een bar of andere gemeenschappelijke voorziening. Aangezien mensen graag naar het licht lopen, hebben de gemeenschappelijke plekken in de kantoorruimte een natuurlijke aantrekkingskracht, legt Van der Meulen uit. Daarbij creëert deze strategie als vanzelf bijzondere plekken: een vergaderruimte in een bijzondere vorm, een hoekje voor telefooncellen, enzovoorts. Vanuit het idee dat de start-ups razendsnel moeten kunnen groeien of inkrimpen, biedt CIC zijn leden een grote

Foto’s: Makerversity

In het Groot Handelsgebouw naast Rotterdam Centraal opende ook afgelopen najaar CIC zijn deuren. Een Amerikaans concept dat ooit startte als Cambridge Innovation Center en zich inmiddels als CIC op verschillende plekken heeft gevestigd. Na Cambridge, Boston en St. Louis waagt het concept nu de stap over de oceaan naar Rotterdam. Waar Spaces en Makerversity draaien om het delen van voorzieningen, daar gaat CIC een stap verder door zijn leden ook toegang te willen geven tot een zakelijk netwerk. CIC bouwt aan een ‘ecosysteem’ dat start-ups zo optimaal mogelijk moet ondersteunen. De leden van CIC kunnen elkaar verder helpen, maar de start-ups worden ook in contact gebracht met investeerders. De Rotterdamse vestiging van CIC is ontworpen door Kraaijvanger in samenwerking met het designteam van CIC zelf. Als belangrijk onderdeel van het ecosysteem noemt architect Vincent van der Meulen het Venture Café dat iedere donderdagavond georganiseerd wordt. Het publiek toegankelijke event vindt plaats in de grootste lounge van CIC. In de vergaderruimtes rond deze open ruimte kunnen start-ups dan hun ideeën presenteren aan potentiële investeerders. Iedere week komen hier zo’n 150 personen op af. “Er heerst een leuke sfeer, heel laagdrempelig, een beetje Amerikaans”, vertelt Van der Meulen. “Je voelt er echt het ecosysteem dat ze willen maken.” Typerend voor CIC is dat het, ook in het Groot Handelsgebouw, al iedere week zijn Venture Café hield, voordat de huidige ruimte gereed was. Het netwerk, daar draait het om bij CIC. Om ontmoetingen tussen de leden van CIC te stimuleren zijn niet overal coffee corners gemaakt, maar is ervoor gekozen het eten/drinken te concentreren in grotere bars op


Links Een blik op de entree van CIC in Rotterdam met erachter het Venture Café.

Foto’s: Ossip van Duivenbode

Onder Bij CIC heeft iedere kamer zijn eigen, herkenbare print.

variatie aan ruimtes aan, van klein tot groot, zodat er veel te kiezen valt. In de ruimtes is alles al aanwezig, van verlichting en internet tot bureaus en stoelen. “Je moet iedere week meer of minder ruimte kunnen huren”, vertelt Van der Meulen. “Als gebruiker moet je je daarbij volkomen kunnen focussen op waar je mee bezig bent.” In tegenstelling tot andere kantoorconcepten hebben veel bedrijven bij CIC, naast de gemeenschappelijke werkplekken en voorzieningen, hun eigen, afgesloten ruimte. In de optiek van CIC hebben start-ups een dergelijke privacy nodig bij het ontwikkelen van hun innovaties. De glazen wanden tussen de ruimtes hebben hebben om die reden een hoge geluidsdichtheid. Van der Meulen: “Op dit vlak vaart CIC echt zijn eigen koers.” De wens om ook veel kleinere kantoren te maken, in combinatie met de diepe vloeren van het Groothandelsgebouw, heeft bij CIC geresulteerd in een bijzondere kantoortypologie, waarbij de kamers tot drie diep achter elkaar aan de gevel liggen. Door gebruik te maken van grote ramen valt daglicht tot in de achterste kamer. Wanneer een startup groeit kan het snel een kamer erbij pakken, of een van de flexibele wanden tussen de kamers laten verwijderen. In aanvulling op de café’s en kantoorruimtes biedt CIC zijn leden nog een reeks aan extra voorzieningen, zoals telefooncellen, een grote game room en

CIC bouwt aan een ecosysteem dat start-ups optimaal moet ondersteunen kleinere moederkamers, massagekamers en douches. Van der Meulen heeft ervaren dat CIC sterk toekomstgericht is en uit is op constante verbetering van de kantoorruimte op de lange termijn. Zo zijn bij de vergaderruimtes kleine iPads opgehangen die informatie geven over hun beschikbaarheid. De tablets zijn daarbij niet geïntegreerd in de wand, maar zo gemonteerd dat ze over een

paar jaar eenvoudig vervangen kunnen worden door een nieuwer model. De zichtbare montage van de tablets had mooier gekund, maar praktisch is het wel. Hetzelfde geldt voor de servers: die zijn niet weggestopt, maar staan zichtbaar achter glazen wanden aan de gangen opgesteld. Zo kun je er niet alleen snel bij, maar zie je ook direct als er iets mis is en zorgt het natuurlijk voor een bijzonder beeld. “Ik ben al heel lang jaloers op softwareontwikkelaars”, vertelt Van der Meulen: “Omdat zij hun ontwerp in beta eerst kunnen testen en het met updates kunnen doorontwikkelen.” In de architectuur kan dat maar zelden. Het voorstel van Kraaijvanger om bij CIC de eerste 1.000 m² vooruit te ontwerpen en te bouwen, en daarbij te leren voor het ontwerp en de bouw architectenweb — 59


Rechts Door de koffiebars te concentreren ontmoet je er meer mensen.

van de volgende 3.000 m², viel bij de opdrachtgever echter in goede aarde. De eerste fase werd in het voorjaar van 2016 opgeleverd, de tweede fase aan het begin van het najaar van 2016. Wat betreft de uitstraling van het interieur heeft Kraaijvanger bewust niet voor retro of felle kleuren gekozen, maar heeft het gezocht naar een eigen identiteit voor CIC op deze plek. Om de ritmiek van het Groot Handelsgebouw te eren zijn in de gangen op de stramienlijnen messing kaders aangebracht. Omdat de gangen veelal diagonaal lopen, levert dat steeds anders gevormde kaders op, die het interieur een bijzonder soort ritmiek verlenen.

B. Amsterdam

Net als CIC wil ook B. Amsterdam zijn leden een ecosysteem bieden. “We wil60 — architectenweb

in energie”, zegt Van Loenen hierover. “We laten daarom ook niet iedereen toe. Bedrijven moeten wel in de community passen, dezelfde energie hebben.” Wie bij B. Amsterdam binnenstapt, valt die ‘energie’ meteen op. Het bruist er. Door de grote diversiteit aan creatieve bedrijven. Maar ook door de druk gebruikte voorzieningen, zoals het café/ restaurant op de begane grond en de maar liefst 24 (deels te koppelen) event spaces daar. Of het nieuwe restaurant met daktuin bovenin het gebouw. Of de talloze plekken op de kantoorvloeren voor informeel overleg, kleine events of een potje tafelvoetbal. Sinds kort heeft B. Amsterdam zelfs een eigen fitnesslen de ideale omgeving voor start-ups ruimte met glijbaan. bieden”, vertelt mede-oprichter Ricardo Bedrijven kunnen binnen B. Amvan Loenen. Als onderdeel van dat sterdam een eigen ruimte huren, maar ecosysteem huisvest B. Amsterdam een ook werkplekken huren in een open opleiding (BSSA) die jeugdwerklozen coworking space. Wat betreft dat laatste klaarstoomt om bij start-ups aan de slag ontdekte Van Loenen dat een te kleine te gaan, bijvoorbeeld als programmeur. ruimte daarbij niet werkt. Pas bij zo’n 65 De nieuwe vestiging in New York, werkplekken ervaar je de juiste energie. waar B. Amsterdam momenteel aan Belangrijk verschil met Spaces, werkt, moet een nieuwe dimensie aan Makerversity en CIC is dat de voorziehet ecosysteem toevoegen. De sprong ningen van B. Amsterdam nadrukkelijk over de oceaan moet via die vestiging vereenvoudigd worden. Waarom dan geen vestiging in Silicon Valley? “Dat is te gehyped”, vindt Van Loenen, die veel meer kansen ziet aan de oostkust van de Verenigde Staten. Misschien wel de grootste meerwaarde die B. Amsterdam zijn leden wil bieden, zit ‘m in de ‘energie’ die de plek biedt. “Wij zitten niet in stenen, maar

“Bedrijven moeten in de community passen, dezelfde energie hebben”

Foto’s: Ossip van Duivenbode

Onder De vestiging van CIC in Rotterdam biedt haar leden allerlei voorzieningen, zoals deze game room.


Foto’s: B. Amsterdam

Op de diepe vloeren van B. Amsterdam zijn in het midden gemeenschappelijke ruimtes ingericht.

toch wel noemen. IBM gebruikte het gebouw destijds om een groot machinepark in te huisvesten. Om die reden heeft het enorm diepe vloervelden, maar ook een heel hoog plafond. Daarbij staat het tussen Amsterdam West en de Amsterdamse Zuidas in, op een plek waar wel goed geparkeerd kan worden, maar (nog) nauwelijks openbaar vervoer is. Op Het Grote Kantorencongres vertelde Bas van Veggel, Het restaurant op de begane ontwikkelaar en mede-oprichter van B. Amsterdam, dat er grond van B. Amsterdam is voorlange tijd gezocht is naar een oplossing voor het pand. In de zien van zelfgemaakte meubels. loop van de jaren zijn plannen gemaakt om het gebouw te slopen en te vervangen door nieuwbouw. Maar ook om grote vides in het gebouw aan te brengen en het volledig te renoveook door niet-leden gebruikt kunnen worden. Zo reikte de ren. Het bleek allemaal te duur. De crux was uiteindelijk om BNA afgelopen najaar in B. Amsterdam zijn Kubus uit aan de denkwijze volledig om te draaien en in plaats van met het UNStudio. In het restaurant bovenin het gebouw kan iedereen gebouw te beginnen juist het programma centraal te stellen. komen lunchen of dineren. Die openheid naar buiten toe vindt B. Amsterdam ging van start op twee vloeren in het Van Loenen cruciaal. “Een community is stilstaand water.” pand, met een eenvoudige en flexibele inrichting, en nauweOp een gegeven moment ken je iedereen. “Het moet altijd in lijks wijzigingen aan het pand zelf. Bij het ontwerp van deze beweging blijven.” ruimtes werd NEXT architects betrokken. “Wij interpre Voor de schaal van de bedrijven die zich er willen vestiteerden het meer als een stad of een landschap, dan als een gen hanteert B. Amsterdam geen vaste standaard. Hij heeft gebouw”, vertelt architect Marijn Schenk. “Als een soort al meegemaakt dat een bedrijf van twee tafels groeide naar camping, die bij wijze van spreken ieder seizoen kon veraneen ruimte van 1.000 vierkante meter. De mix van grotere deren.” Om het idee van de stad kracht bij te zetten werden en kleinere bedrijven vindt Van Loenen juist interessant: die twee auto’s in het pand gehesen, die dienst gingen doen als kunnen elkaar verder helpen. Om die reden richt B. Amster- overlegruimtes. dam zich ook niet per se op jonge ondernemers, maar op een “Iedere vloer hebben we eerst voor zo’n 80% gebouwd”, goede mix van jong en oud, en houdt het nauwgezet in de vertelt Van Loenen. “Vervolgens hebben we gekeken naar gaten dat de verhouding mannen en vrouwen 50/50 blijft. hoe het gebruikt werkt, om te zien wat er verder nog nodig Dat het gelukt is om het voormalige IBM-kantoor in was.” Daarbij konden en kunnen huurders ook zelf met Slotervaart, waar B. Amsterdam in is gevestigd, om te toideeën hiervoor komen. Dit ruimte laten voor eigen interveren tot zo’n levendige plek is een klein wonder. Want ‘het pretaties van de ruimtes zorgt voor een creatieve atmosfeer verkeerde gebouw, op de verkeerde plek’ kon je IBM-kantoor volgens Van Loenen: “Het gevoel dat je het zelf af kunt > architectenweb — 61


Links Op de bovenste verdieping van B. Amsterdam is een tweede restaurant geopend.

maken.” Schenk vult aan: “Soms gaf ik een rondleiding en wilde ik iets laten zien wat we eerder ontworpen hadden, en werd ik verrast doordat iemand anders op die plek alweer iets nieuws had gebouwd.” Met zijn team richtte Schenk zich in beginsel op de ‘straten’ en ‘pleinen’ in de stad: het organiseren van de vluchtroutes, het uitnodigender maken van de entree, en het optrekken van de trappenhuizen om het dak te ontsluiten. Binnen die kaders hadden de gebruikers alle vrijheid om hun eigen ruimtes te bouwen. De open houding richting het gebruik van de ruimte wordt bij B. Amsterdam ondersteunt door een rauwe materialisering van wanden en meubilair. Er is veel gewerkt met materialen en meubels van de kringloop. Ook ziet veel eruit alsof het zelf gemaakt is. “Die grove materialisering maakt het eenvoudiger om het te transformeren”, zegt Schenk. “Ook ga je van een dure stoel niet beter werken”, vult Van Loenen aan, die aangeeft dat hun strategie juist een gevoel van vrijheid uitstraalt: je kunt de wereld vormgeven zoals je zelf wilt. Schenk vertelt dat hij als architect bij zichzelf wel een knop moest omzetten. In plaats van alles te kunnen ontwerpen, kon hier immers alleen op hoofdlijnen regie gevoerd worden. “Je moet die kwaliteit leren waarderen.” Met zijn eigenwijze benadering heeft B. Amsterdam een heel eigen identiteit ontwikkeld. Dit wordt goed geïllustreerd in B. Amsterdam 2, dat eind vorig jaar in gebruik is genomen. Op enkele minuten lopen van het voormalige IBM-kantoor staat een groot kantoorgebouw dat sinds zijn oplevering meer dan veertien jaar geleden nooit gebruikt is. Het is een typisch speculatief ontwikkeld kantoorgebouw met dragende gevels en een atrium waar in een formele setting gasten ontvangen konden worden. 62 — architectenweb

Als tweede vestiging van B. Amsterdam is het witte interieur overschilderd in stemmiger kleuren. Daarbij is een systeem uit de kassenbouw ingezet om de verdiepingen van rauwe glazen wanden te voorzien. De grootste verandering betreft het atrium, waar over twee verdiepingen een groot café/restaurant is gebouwd, verbonden met een brede tribunetrap. Buiten in het water dobberen twee waterfietsen in de vorm van enorme zwanen. De renovatie van dit tweede pand laat goed zien hoe de werkomgeving aan het veranderen is. Niet alleen qua voorzieningen en services, maar ook hoe je met elkaar een kantoorgebouw deelt, en tenslotte ook qua uitstraling. Werknemers hebben steeds meer vrijheid in hun werk, al dan doordat ze als ZZP’er werken, en oefenen steeds creatievere beroepen uit. Die gewonnen vrijheid en ruimte voor creativiteit moet ook in de architectuur van de kantoorruimte tot uitdrukking komen. Voor de toekomst droomt Van Loenen ervan om de ruimte rond de gebouwen onderdeel te maken van het ecosysteem, met stedelijke voorzieningen waarin het ambacht weer centraal staat. “Een makersplek.”

Foto’s: Francisco Nogueira

Onder Het restaurant bovenin het gebouw grenst aan een riante daktuin, waar ook groente verbouwd wordt.


Boven en onder Een café/restaurant over twee lagen, onderling verbonden met een tribunetrap, vormt het hart van B. Amsterdam 2. Linksmidden Een enorme B. markeert de hoofdingang van de tweede vestiging van B. Amsterdam.

Een gevoel van vrijheid: dat je de wereld kunt vormgeven zoals je zelf wilt

Foto’s: B. Amsterdam

Een nieuwe kantooromgeving

Op de achtergrond spelen ook andere ontwikkelingen een rol. In de traIn de afgelopen jaren zijn er tal van nieuwe ditionele kantorenmarkt worden ruimtes kantoorconcepten in Nederland gelanverhuurd voor vijf of tien jaar. Wie kan in ceerd. Naast het hierboven besproken deze dynamische wereld zo ver vooruit Spaces, Makerversity, CIC en B. Amster- plannen? Daarbij wordt ook nog eens dam bijvoorbeeld Tribes, HNK, WeWork van je verwacht dat je die ruimte zelf of oVVice. Van het totale oppervlak aan inricht, terwijl dat voor veruit de meeste kantoorruimte in Nederland wordt nog bedrijven niet hun core business is. Onmaar een klein deel door deze kantoorcon- der jonge professionals is de aandacht op cepten beheerd, maar dit aandeel groeit veel vlakken verschoven van bezit naar wel snel. In de wereld van de kantoren gebruik. Dit geldt in toenemende mate wordt dit een factor van belang. ook voor kantooromgevingen. Natuurlijk Het is niet moeilijk te zien waarom. wil je gebruikmaken van voorzieningen Waarom zou je als kleiner bedrijf al die van een hoog niveau, maar dat betekent dure voorzieningen zelf willen beheren? nog niet dat je ze hoeft te bezitten. Liever Waarom zou je ergens in je eentje gaan zit- niet zelfs. ten, als je ook samen met gelijkgestemde Een andere factor van belang is de bedrijven ergens kunt zitten? En waarom cultus van de start-up. In plaats van zou je je als start-up niet ergens vestigen stap voor stap carrière te maken bij een waar investeerders al rondlopen? multinational, kiezen veel jonge profes-

sionals ervoor om via een start-up een gooi te doen naar het grote succes. De onbeperkte mogelijkheden en dynamiek die bij start-ups horen, moeten ook in de kantooromgeving terugkomen. Hoewel de omgeving regelmatig neigt naar antidesign, betekent dit niet dat deze ruimtes niet ontworpen zijn of moeten worden. Zeker wel. Maar de opgave is natuurlijk wel anders dan het ontwerp van een corporate kantoor. De toenemende drukte op de markt van de kantoorconcepten zorgt ervoor dat ieder kantoormerk nadrukkelijker zijn eigen positie in het veld moet claimen en uitdragen. Zo geeft Spaces in zijn vestigingen zijn merkteken sinds kort meer nadruk. Maar ook qua voorzieningen, diensten, doelgroep en uitstraling zullen de verschillen benadrukt moeten worden. Een uitdagende ontwerpopgave. — architectenweb — 63


Uit de

bureaustoel Het wordt wel ‘het nieuwe roken’ genoemd en als je het veel doet heb je een grotere kans om dood te gaan. Maar we doen het allemaal: thuis, in de auto en trein, op de wc en vooral ook op kantoor: zitten. Hoe krijg je mensen uit hun (bureau)stoel? Bewegingswetenschappers, artsen en ontwerpers zoeken naar oplossingen. Maar hoe effectief zijn die? — tekst Kirsten Hannema

Van roken, alcohol, slechte voeding, stress en weinig bewegen wisten we al lang dat het ongezond is. Sinds vijf jaar is zitten aan dat rijtje toegevoegd. “Veel mensen zagen zitten als de onderkant van bewegen”, zegt Willem van Mechelen, hoogleraar Sociale Geneeskunde aan het Amsterdamse VU medisch centrum. “Maar (te weinig) bewegen en zitten zijn twee aparte risicofactoren. Het effect van lang zitten staat los van hoeveel we bewegen, daar is inmiddels wetenschappelijk bewijs voor.” Dat effect is onder meer: een grotere kans op chronische (hart- en vaat)ziektes. Uiteindelijk is de kans dat je daaraan dood gaat groter. Het is de paradox van de vooruitgang. Ons leven wordt te comfortabel. Sinds de industriële revolutie hebben machines fysieke arbeid grotendeels overgenomen, thuis doet de vaatwasser de afwas en zuigt de stofzuigrobot het huis. Teveel zitten is een luxeprobleem, waar niettemin een oplossing voor gevonden moet worden. Het kantoor, 64 — architectenweb

waar veel mensen een groot deel van hun dag doorbrengen, is volgens Van Mechelen een goede plek om te beginnen. Maar hoe je krijg je werknemers uit hun (bureau)stoel? Van Mechelen gelooft dat inrichting en architectuur kunnen helpen om mensen in beweging te brengen. “Een mooi vormgegeven trappenhuis op een prominentere plek dan de lift, een goede fietsenstalling en kleedgelegenheid; dat helpt om mensen meer te laten bewegen. We hebben een onderzoek gedaan in het Provinciehuis ZuidHolland, waarbij in een deel van het gebouw een aantal veranderingen werd aangebracht. Medewerkers werden richting de trap geleid, het aanbod in de kantine werd aangepast. Daar zag je verschillen in het gedrag ontstaan.” Maar minder zitten is dus iets anders dan meer bewegen. Het onderzoek ernaar staat nog in de kinderschoenen. Van Mechelen is net gestart met een driejarige studie, waarbij duizend kantoormedewerkers zit/stabureaus

krijgen en hulp door een leefstijlcoach. Maar volgens hem moeten architecten niet gaan zitten wachten op de uitslag. “Laat ontwerpers alvast nadenken over alternatieven, en daar bijvoorbeeld gebruikersonderzoek naar doen.”

Nieuwe denkbeelden nodig

RAAAF (Rietveld Architecture Art Affordances) is daar al volop mee bezig. In 2014 ontwikkelde de studio in opdracht


Foto: Hugo Iglesius

Tussen achterover leunen en plat liggen is volgens zU Studio nog een andere houding mogelijk: re-lying. Een houding waarmee je even helemaal tot jezelf komt.

van Atelier Rijksbouwmeester samen met kunstenaar Barbara Visser een nieuw concept: The End of Sitting. Een soort apenrots waarin je hangend, leunend en liggend kunt computeren, lezen en overleggen. “Als je lichamelijke en geestelijke activiteit wilt stimuleren, moet je de omgeving veranderen en niet een nieuwe meubellijn ontwerpen”, zegt Ronald Rietveld over de radicale keuze om bureaus en tafels te vervangen door een landschap aan ‘handelingsmogelijkheden’ (affordances). Het daagt mensen uit om gedurende de dag steeds van werkpositie te wisselen. Daarbij wordt het lichaam ondersteund, en de (boven)beenspier belast. RAAAF heeft samen met Visser de ondersteunde werkhoudingen zelf uitgevonden. Het

werklandschap en het onderzoek dat bewegingswetenschappers van de Rijksuniversiteit Groningen naar het gebruik daarvan deden, trok wereldwijd belangstelling. De belangrijkste onderzoeksconclusies: werknemers zijn in dit werklandschap veel actiever, zowel fysiek als mentaal. Als vervolg op het project bouwde RAAAF een tweede, rondreizende installatie. Deze zogeheten cut-out (een uitsnede uit het werklandschap) was in 2015 te zien op de Architectuurbiënnale in Chicago en stond daarna op het hoofdgebouw van de VU voor een observatiestudie. “We hebben vooral gekeken of het landschap bezoekers aantrok”, vertelt VUmconderzoeker Lidewij Renaud. Zij promoveert momenteel > architectenweb — 65


Een cut-out van het End of Sittingwerklandschap dat RAAAF heeft ontworpen is tentoongesteld op de Architectuurbiënnale in Chicago en getest op de VU in Amsterdam.

Verschillende typen werkplekken in het kantoor van OVG Real Estate stimuleren het werken in verschillende houdingen.

op het verminderen van zitgedrag bij kantoormedewerkers. “In aantallen viel het tegen, maar er was wel aandacht. Het is een ontwerp dat mensen aan het denken zet.” En dat is precies wat Rietveld wil bereiken. “Wij zijn er niet op uit alle problemen op te lossen, we willen tot nieuwe denkbeelden komen, door de knuppel in het hoenderhok te gooien.” Voor de dagelijkse praktijk is The End of Sitting nog een stap te ver, merkt Renaud, die eerder als ergonoom werkplekadvies gaf op kantoren. “Mensen 66 — architectenweb

“Een mooi vormgegeven trappenhuis helpt mensen al om meer te bewegen”

houden niet van verandering. Ik zit nu ook”, bekent ze. “Maar ook als je een stabureau met succes introduceert, ben je er nog niet”, vult Van Mechelen aan. “Men gebruikt het een week, een maand, een half jaar. En stopt. Alleen als de context dwingend is, is er een blijvend effect.” Daarbij is begeleiding een must. Rietveld: “Op de architectuurbiënnale in Chicago zagen we dat sommige mensen de installatie anders gebruikten dan bedoeld. Je moet mensen leren om in een nieuwe omgeving te werken.”


Links Een scène uit het kantoor van OVG Real Estate. Van onderuit gezakt op de bank tot actief op een kruk: er is zoveel meer dan de standaard (bureau-) stoel. Onder In de kantoorruimte die D/Dock voor OVG Real Estate ontwierp stond het welbevinden en de gezondheid van de medewerkers centraal.

Foto linksboven: RAAAF Foto’s onder en rechts: D/Dock

Active Building Design

Vooralsnog ziet Renaud echter weinig drastische aanpassingen in de kantooromgeving. “Sommige bedrijven zijn er wel mee bezig, zij plaatsen bureaufietsen, of gebruiken stahulpen.” Want alleen maar staan is ook niet goed, dat vergroot de kans op rugklachten. Ideaal is een afwisseling van houdingen, daar zijn onderzoekers het inmiddels over eens. Renaud: “Zitten hoeft niet volledig afgeschaft te worden, die nuance mis ik soms in de berichtgeving.” Heeft ze een advies aan architecten? “Ik ben een voorstander van Active Building Design. Kijk als ontwerper vanuit de basis naar de positie van trappen en wc’s. Zet niet bij elk bureau een prullenbak, maar maak een centraal afvalpunt. Met gekleurde banen in de vloerbedekking kun je mensen een bepaalde kant op leiden. Zo lok je beweging door het gebouw uit.” Deze aanpak sluit aan bij Het Nieuwe Werken en het streven van bedrijven om kennis te delen en mensen meer te laten samenwerken. Bijna elk nieuw kantoor heeft tegenwoordig een grote hal met loopbruggen, ‘ontmoetingstrappen’ en − als ‘lokkertje’ − de koffiebar; voor een goede espresso komen medewerkers graag hun stoel uit. In zo’n ruimte zou een ontwerp als The End of Sitting heel goed passen, denkt Renaud. RAAAF denkt ondertussen al na over de volgende stap in de strijd tegen zitten. Niet dat ze denken dit wereldprobleem even op te lossen; het gaat de ontwerpers erom radicaal nieuwe denk-

Veel staan is ook niet goed, ideaal is een afwisseling van houdingen beelden te schetsen. In opdracht van het Stimuleringsfonds voor de Creatieve Industrie doet de studio onderzoek naar het Openbaar Vervoer van de toekomst (Rietveld toont een filmpje waarin onderzoekers tussen dikke elastieken in een bus hangen). Er is een opstelling voor het auditorium van de toekomst (de spreker leunt tegen een stuk opgespannen tapijt), en er zijn ideeën voor

een bibliotheek en ziekenhuis van de toekomst. Half februari is in het gebouw van het Mondriaanfonds in Amsterdam de installatie The End of Sitting at Home geopend. Of het effect zal hebben op ons zitgedrag? Rietveld: “Wij denken na over de lange termijn. Maar nu ook al merken we door alle aandacht dat het onderwerp leeft en begint te landen. Ik werd net nog gebeld voor een facility management vakbeurs, die onze Cutout wil hebben. Dit is helemaal niet onze doelgroep, maar zelfs zij hebben door: er is geen weg terug.” — The End of Sitting at Home is op 16 februari geopend in het gebouw van het Mondriaanfonds in Amsterdam. architectenweb — 67


— advertorial

Van stadswapen naar gevelbeeld Van meet af aan is voor het nieuwe stadhuis van Almelo ingezet op een hoge mate van duurzaamheid. Na oplevering is het stadhuis, een ontwerp van architectenbureau Kraaijvanger, BREEAM Excellent gecertificeerd. Die uitstekende score is bereikt met tal van energiebesparende maatregelen. Een belangrijke bijdrage daaraan levert het gevelisolatiesysteem van Strikolith, dat de architect tegelijkertijd decoratief heeft ingezet. Rechts Het stadswapen is verdiept in het stucwerk aangebracht, waartoe de afwerking iets dikker dan gebruikelijk is aangebracht. Links Rondom de laagbouw is de gevel voorzien van een gepleisterd isolatiesysteem van Strikolith.

Het stadhuis bestaat uit een drie verdiepingen tellende plint, waarboven twee verbonden torens verrijzen. De torens bieden ruimte aan de kantoren; in de plint zijn de publieke voorzieningen, de bestuurlijke ruimtes en het vergadercentrum ondergebracht. De representatieve functies zijn goed zichtbaar voor voorbijgangers. Doordat Kraaijvanger de torens iets heeft teruggeplaatst ten opzichte van de plint, voegt het stadhuis zich visueel in de schaal van Almelo.

Gevelisolatiesysteem

Een samenspel van ingrepen heeft geresulteerd in een bijzonder hoge score 68 — architectenweb

op het vlak van duurzaamheid. Er is gebruik gemaakt van ledverlichting met daglicht- en aanwezigheidssensoren, automatische zonwering, warmte-koudeopslag en betonkernactivering. Ook de architectuur speelt mee: optimalisering van daglichttoetreding draagt bij aan een lager elektriciteitsverbruik en natuurlijke zonwering voorkomt te sterke opwarming van het interieur. Het stadhuis is daar bovenop goed geĂŻsoleerd met drievoudige beglazing en een compact gevelisolatiesysteem. De laagbouw is voorzien een gepleisterd isolatiesysteem. De ondergrond bestaat uit houtskeletbouw met isolatie

in een staalframe, aan de buitenzijde dichtgezet met cementgebonden platen en een dampdoorlatende folie. Hierop is het Strikotherm-systeem Comfort aangebracht. Dit dampopen gevelsysteem bestaat hier uit 20 centimeter dikke isolatieplaten, afgewerkt met Strikotherm schuurpleister SILICAAT 0,5 millimeter. Het vlakke pleisterwerk is toegepast in twee banden rondom de laagbouw van het stadhuis en tussen de banden op de dichte vlakken en kolommen, die afwisselen met verdiepingshoge ramen.

Verdiepte decoratie

Kraaijvanger heeft in het ontwerp van


advertorial —

Foto’s: Strikolith

Kraaijvanger heeft de kantoortorens iets teruggeplaatst ten opzichte van de plint, zodat het stadhuis zich visueel voegt naar de schaal van Almelo.

het stadhuis een duidelijke verbinding met Almelo en haar geschiedenis willen maken. De grote vensters bieden zicht op historische gebouwen, de stadsplattegrond is in de vloer geëtst en het gevelpleisterwerk is op een aantal plaatsen van het stadswapen voorzien. De drie ruiten uit het wapen – twee boven en één onder – liggen verdiept in het stucwerk, omdat de architect met schaduwwerking

een levendig gevelbeeld nastreefde. Om het ruitpatroon verdiept te kunnen aanbrengen, is de afwerking iets dikker dan gebruikelijk toegepast. Voordat de mortelweefsellaag volledig was uitgehard, zijn de ruiten met behulp van een mal uitgekrabd. Hierover is 0,5 mm schuurpleister aangebracht. Om de opengekrabde ruiten weer waterdicht te maken, zijn die nog eens extra voorzien van het

Strikotherm Pearlcoat verfsysteem. Het gevelsysteem laat zien dat ook in isoleren verbeelding mogelijk is.— Meer informatie Strikolith B.V. Postbus 52 4940 AB Raamsdonksveer 0162 – 514750 info@strikolith.com www.strikolith.com

architectenweb — 69


— advertorial

Architectuur, interieur en landschap als

Gesamtkunstwerk Mark Fuller Architects kreeg de opdracht om een zaadveredelingsbedrijf dat uit zijn jasje groeide meer ruimte te geven. In samenwerking met StudioErikGutter voor het interieur en B+B voor het landschap is een duurzaam en flexibel Gesamtkunstwerk ontstaan dat verandert met de seizoenen en de jaren. DAPh-fotograaf Katja Effting legde het project direct na oplevering vast en keerde een jaar later terug om te zien hoe het gebouw en het landschap zich ontwikkeld hadden. — foto’s Jan Katja Effting/DAPh

Pop Vriend Seeds is een zaadveredelingsbedrijf dat gespecialiseerd is in het kweken van nieuwe groentezaden. Ook het bedrijf zelf groeit en daarom kreeg architect Mark Fuller van Mark Fuller Architects de opdracht het bestaande kantoor en vooral het laboratorium flink uit te breiden. Pop Vriend Seeds is een familiebedrijf dat al sinds de oprichting in 1956 is gevestigd in Andijk. Het bedrijf is letterlijk en figuurlijk geworteld in de regio en verhuizen was dus niet aan de orde. Voor een bedrijf dat werkt met natuurlijke materialen is groen en duurzaam niet zomaar een imago, maar de kern van de activiteiten. Dat was dus ook een van de uitgangspunten van het nieuwe ontwerp. Verder moest het nieuwe gebouw flexibel zijn en in de toekomst kunnen worden uitgebreid. In het ontwerp is een groot deel van het oude kantoor behouden, zij het met de nodige aanpassingen. Zo werd een glazen piramide op het dak verwijderd en is het gebouw architectonisch opgetild om het in lijn te brengen met de nieuwbouw. De nieuwbouw zelf bestaat uit twee hoofdvormen. In de onderste laag zijn de ruimtes ondergebracht voor mensen die ook buiten werken. Het lineaire ontwerp van de onderverdieping zorgt er voor dat dit gedeelte in de toekomst eenvoudig kan worden uitgebreid. Een tweede verdieping wordt gevormd door een cortenstalen doosvormig volume dat daar dwars op ligt en waar de kantoren zich bevinden. Het ontwerp voorziet in de mogelijkheid om hier een tweede, soortgelijke constructie naast te plaatsen. Dat geeft veel flexibiliteit en maakt het gebouw toekomstbestendig. Het nieuwe kantoor staat in direct verband met het landschap er omheen. Van beide kanten is er lichtinval en uitzicht 70 — architectenweb

naar buiten. Lijnen en kleuren in het landschap lopen binnen door in het tapijt, dat van gerecyclede visnetten is gemaakt. Voor het interieur werd een beroep gedaan op interieurarchitect Erik Gutter. Speciaal voor dit project ontwierp hij een behang met een patroon dat gebaseerd is op voormalige kassen. Ook koos hij voor groene stoelen die volledig recyclebaar zijn. Het gebouw is voorzien van een sedumdak, maar het groen loopt ook gedeeltelijk door in en onder het pand. B+B, bureau voor stedebouw en landschapsarchitectuur, creëerde een prairietuin die met minimaal onderhoud iedere paar weken nieuwe kleuren laat zien en zelfs in de winter nog een bijzondere aanblik biedt. Voor de klimaatbeheersing is het pand onder meer voorzien van warmte en koudeopslag in de bodem en een warmtepomp. Het gebouw is gemaakt om met de seizoenen en door de jaren heen steeds te veranderen. Fuller: “Het ziet er anders uit in de zomer en de winter. Het hout is onafgewerkt en vergrijst. Het staal verkleurt ook. Zo wordt het gebouw steeds meer onderdeel van de natuur en dat is een van de kernwaarden van de opdrachtgever.” Katja Effting van DAPh fotografeerde het gebouw in opdracht van Mark Fuller na de oplevering. Het landschap was op dat moment nog niet volledig aangelegd. “Wat wel opviel was de grote aandacht voor detaillering,” aldus Effting: “De afgeronde hoeken van het cortenstalen bouwvolume en de prachtige vlakverdeling die weer doorloopt in de houten lamellen eronder.” Ook de manier waarop de personeelsingang gestalte kreeg, vindt zij bijzonder. Personeel komt binnen onder een luifel, waardoor zij als het ware al omarmd worden door het gebouw. Vervolgens moeten zij een ranke cortensta-


advertorial —

Doordat het cortenstaal verkleurt en het hout vergrijst, verandert het gebouw met de seizoenen en wordt het steeds meer onderdeel van de natuur.

Bij de personeelsingang omarmt het gebouw de medewerkers, terwijl de cortenstalen trap ze optilt.

len trap op, waardoor ze opgetild worden, voordat ze tussen de houten lamellen naar binnen gaan. Het is een hele zachte entree. Een jaar later keerde Effting terug naar het project om het project te fotograferen toen de prairietuin in bloei stond. “Dat verrijkte het gebouw enorm,” vertelt zij: “Het werd één met het landschap.” De houten lamellen rond het gebouw hebben een aantal functies. Ze zorgen voor een beter klimaat en enige afscherming van de mensen die binnen werken van de buitenwereld. Maar ze zorgen er ook zeker voor dat het een gelaagd gebouw is geworden. Effting is niet alleen gediplomeerd fotograaf, maar ook afgestudeerd als architect aan de TU Delft. In het laatste ontwerp dat ze daar maakte stond de relatie tussen gebouw en landschap ook centraal. Dit project sluit daarmee aan op een diepere fascinatie van haar. En dat is te zien in de beelden die zij er gemaakt heeft. — DAPh staat voor Dutch Architectural Photographers. Het is een collectief van zelfstandige architectuurfotografen bestaande uit: Hennie Raaymakers, Imre Csány, Jan Paul Mioulet, Katja Effting en Thea van den Heuvel. Meer informatie www.daph.nl

architectenweb — 71


Quist 2.0 Afgelopen najaar vond de opening plaats van het volledig heringerichte hoofdkantoor van Randstad in Diemen. Het kantoor stamt uit 1990 en is een ontwerp van architect Wim Quist. Het toont zich van buiten nog even ongenaakbaar als bij oplevering. De kantoorvloeren vroegen echter om een grondige herziening, die door Quist Wintermans Architekten en OTH Architecten met beide handen is aangepakt. — tekst Teun van den Ende Wat onmiddellijk opvalt in de lobby is dat behalve Randstad ook Yacht en Tempo-Team van het kantoor gebruikmaken. Aan een ronde balie verwelkomt het hospitality-team bezoekers. International design manager Wim Vos legt uit: ”We richten ons op de gehele customer journey. Bedrijf en klant ontmoeten elkaar op allerlei momenten en plekken, zoals via een website of advertentie. Ook de entree van het kantoor is zo’n touching point, we besteden daarom veel aandacht aan de ontvangst.” Vos vervulde vanuit Randstad de rol van 72 — architectenweb

opdrachtgever voor de herinrichting. Quist Wintermans Architekten en OTH Architecten bundelden hun krachten in het team QWA-OTH en wonnen de competitie om de 20.000 m 2 aan kantoorvloeren om te vormen tot een eigentijdse open office-omgeving. Het team nam de uitgangspunten van het oorspronkelijke ontwerp serieus en hield contact met Wim Quist. Maar er moest ook heel wat veranderen, licht architect Joost Brands (QWA) toe: “Vanaf de oplevering in 1990 is QWA betrokken gebleven bij aanpassingen en uitbreidingen. Voor deze nieuwste en grootste upgrade konden we onze kennis van het gebouw in het proces inbrengen.” Architect Julian Wolse (OTH) vult aan: “Bijna elke vierkante meter is aangepakt. Maar ik durf wel te zeggen dat we het originele ontwerp geen geweld aan hebben gedaan.”

De twist van Quist

Bij oplevering in 1990 was het Randstad-kantoor op maat gemaakt voor de toenmalige gebruiker. Quist stelde de mens centraal, die moest kleur geven aan het gebouw. Hij gebruikte daarom vooral grijstinten en hield de vormgeving sober en

Foto’s: Christiaan de Bruijne Foto exterieur: Kim Zwarts

Glazen paviljoens met focusplekken en overlegruimtes delen de open vloeren op.


Links Het hoofdkantoor van Randstad kort na oplevering.

rechtlijnig. In tegenstelling tot andere kantoorontwerpen uit de jaren ’90, zoals Interpolis in Tilburg (Bonnema, 1996), waren de werkplekken van elkaar gescheiden door gangen en wanden. “Dat paste niet meer bij de huidige organisatie”, legt Vos uit. “We wilden de less is more-filosofie van Quist niet overboord gooien, maar er was behoefte aan een ander soort ruimtelijke beleving die uitnodigt tot ontmoeten en samenwerken. Met een bezettingsgraad van slechts 34% bleek het kantoor niet aantrekkelijk genoeg voor de huidige én toekomstige generaties.” De gesloten gangen moesten verdwijnen, zodat de ruimtes in elkaar konden overvloeien: “We wilden een spannende en afwisselende wandeling over de werkvloer creëren. Daarbij namen we één van de subtiliteiten van het oorspronkelijke ontwerp over, we noemden dit in het team de twist van Quist.” Hiermee doelen Brands en Wolse op het structurerende principe van de middengang: “Ter plaatse van de diagonaal geplaatste liftkern verspringt de route ten opzichte van de kolommenstructuur. Hierdoor wisselt het perspectief als je van de ene helft van de werkvloer oversteekt naar de andere helft.” Het ontwerpteam besloot uit kostenoverwegingen de oorspronkelijke donkergrijze natuurstenen vloer van de gang te behouden. Omdat de gang anders dan in het ontwerp van Quist nu niet meer recht loopt, maar inspringt en uitdijt, moest de vloer her en der met nieuwe tegels aangeheeld worden, met een zichtbaar kleurverschil tussen de oude en de nieuwe tegels tot gevolg. Dit is niet de enige vorm van materiaalbehoud, ook veel plafonds, armaturen en installaties zijn hergebruikt. Het oorspronkelijke ontwerp leverde daarmee al veel bruikbare hardware op voor de transformatie.

Rechtsboven De middengang zoals Quist die oorspronkelijk had ontworpen. Boven Geïnspireerd door de twist van Quist verspringt het middenpad steeds.

Paviljoens voor overleg en stilte

Team QWA-OTH had als doel een grotere diversiteit aan werkvormen mogelijk te maken en meer ruimte te bieden aan ontmoeting. Dit vormde de aanleiding om uitgebreid te studeren op ruimtelijke afwisseling en een goed evenwicht tussen stilte-werkplekken en ontmoetingsplekken. Een uitdagende opgave, want het gedrag van gebruikers kon gezien de korte doorlooptijd van het project niet tussentijds getest worden in een mock-up. Gesprekken met gebruikers hielpen om een beeld te vormen van de behoeften. Dat de beste ideeën worden geboren bij de koffiemachine, dat weet iedereen. De coffee corners zijn daarom ingezet als ankerpunten op de vloeren. Er omheen lijkt het ‘werken’ ook in houding (staand, zittend, hangend) op die in een café-omgeving. Verder verwijderd van deze actieve ruimte zijn plekken gemaakt om in relatieve stilte te kunnen werken. Aan de uiteinden van de vloeren laten de kenmerkende diagonale uiteinden van het gebouw ruimte voor zitjes en open ruimten om bijvoorbeeld een telefoongesprek te voeren. Het resultaat is een zorgvuldig geregisseerd verloop van dynamiek naar rust met paviljoens als structurerend principe in het ontwerp. In de paviljoens zijn zowel focusplekken als gesloten > architectenweb — 73


3 e verdieping

overlegruimtes ondergebracht. De wanden zijn meestal uitgevoerd in glas, maar sommige wanden zijn met stoffering bekleed of in eikenhout afgewerkt, die op ‘praathoogte’ subtiel geperforeerd zijn voor de akoestiek. Ondoorzichtige wanden lopen niet helemaal tot aan het plafond door, het bovenste deel is van glas gemaakt voor meer dag74 — architectenweb

Boven Beeld van een van de actieve zones waarbij vanaf krukken gebrainstormd of gepresenteerd kan worden.

lichttoetreding. Samen met de open opzet van de paviljoens creëert dit een lichte kantooromgeving.

Kleur en kunst

Eén van de cruciale afwegingen in het ontwerp was de vraag in hoeverre de grijze kleurstelling van Quist mocht worden verlaten. Wolse licht toe: “Eerst waren we terughoudend om in sprekende kleuren te schetsen. Maar in het kleurenpalet dat Randstad, Yacht en Tempo-Team hanteren in hun marketing bleken behalve koele tinten ook felroze en gele tinten te zijn opgenomen. Om afwisseling te krijgen tussen de verdiepingen hebben we toen besloten om iedere verdieping een andere kleurstelling mee te geven.”

Foto’s: Christiaan de Bruijne

“Een ruimtelijke beleving die uitnodigt tot ontmoeten en samenwerken”


Boven Rond het centrale verticale stijgpunt, zoals hier in de entreehal, is de grootste dynamiek ingebracht. Onder Overal in het kantoor is de kunst van Randstad terug te vinden.

zeefdrukken) en uit fotografie. De kleurstelling van de campagneposters, foto’s en objecten is losjes afgestemd op de kleuren die het team QWA-OTH toepaste op de verschillende verdiepingen. Een slimme vondst, want de toepassing van kunst en promotiemateriaal uit de 56-jarige geschiedenis van Randstad versterkt het nieuwe werkplekconcept op een speelse en ongedwongen manier. In actieve zones is tapijt gelegd zodat er gemakkelijk met krukken geschoven en gescrumd kan worden. Ook bij de meubilering is aandacht besteed aan de relatie met het interieur de inrichting: zo is de bekende poldersofa in overleg met ontwerper Hella Jongerius wat betreft zijn kleurstelling gematcht met zijn omgeving. Dit maakt de meubels ook tot dragers van het integrale ontwerp. Om een écht Randstad-gevoel op te wekken is de kunstcollectie van Randstad ingezet. De collectie bestaat uit grafiek (litho’s, etsen en

Adaptief vermogen

Trends op het gebied van kantoorinrichting volgen elkaar steeds sneller op. De materialen en stofferingen die bij deze tijd horen, zullen ook uit de mode raken en vervangen moeten worden. Maar door de heldere en flexibele kolomstructuur van het ontwerp van Quist is de kans groot dat ook toekomstige ingrepen moeiteloos in het gebouw te integreren zijn. De herinrichting van team QWA-OTH toont aan dat een sprekende en eigentijdse vormgeving prima in de geest van het oorspronkelijke ontwerp van Quist te realiseren is. — architectenweb — 75


Nieuwe

producten

Duurzaam daglicht

Daglicht is het beste licht dat er is. In gebouwen wordt daglicht vaak onderschat als in pure vorm bruikbare duurzame energie. Gelukkig ontwerpen architecten steeds vaker met aandacht voor daglicht. Hunter Douglas draagt met haar hoogwaardige systeemoplossingen voor lichten warmteregulering bij aan duurzame gebouwen. Screen Nature Ultimetal is Hunter Douglas’ jongste innovatie op dit gebied. Het product bestaat voor bijna 100% uit glas, met een microscopisch laagje aluminium. Screen Nature Ultimetal koppelt duurzame materiaaleigenschappen aan exceptioneel licht-, zicht- en warmtecomfort. www.hunterdouglas.nl 76 — architectenweb


Uitnodigend meubilair in de hal

Science Park Amsterdam is de plek waar kennis, innovatie en ondernemerschap samenkomen. Voor de entreehal en de directe omgeving van het Amsterdam University College, onderdeel van het Science Park, heeft Grijsen het meubilair gemaakt. De meubelen zijn tot stand gekomen in samenwerking met HKSJ Architecten. De volumineuze houten zitelementen brengen warmte in de industriële entreehal. De royale zittingen zijn uitnodigend, terwijl de hoge rugleuningen privacy bieden. Dankzij de ronde vormen is het meubilair speels en vriendelijk. De solitaire banken en muurbanken die buiten staan, zijn duidelijk familie van de zitmeubelen binnen. www.grijsen.nl

Decorcollectie Finsa Gama Duo

Met de Finsa Gama Duo-decorcollectie is het mogelijk om van elk interieur iets bijzonders te maken. De collectie bestaat uit meer dan honderdvijftig, internationaal georiënteerde decoren en tien structuren. Finsa Gama Duo is in zowel melamine als HPL, en met passend kantenband, verkrijgbaar. Twee nieuwe structuren springen er meteen uit: een structuur met een leeroptiek en een zeer verfijnde houtstructuur, die bijna niet van echt te onderscheiden is. De collectie wordt standaard op de FSC gecertificeerde SuperPan-drager geleverd. Deze dragerplaat is steviger dan de traditioneel gebruikte spaanplaat. In Nederland wordt Gama Duo geleverd door Baars & Bloemhoff. www.gamaduo.nl architectenweb — 77


Karaktervol met Fashion&

Jouw interieur is de spiegel van je persoonlijkheid. Modulyss introduceert Fashion&: “tapijttegels met karakter.” De Fashion&-collectie bestaat uit stijlvolle tapijttegeldessins in 36 trendkleuren. De lijn Retro neemt je mee terug in de tijd met een mix van geel-, beige- en bruintinten, meldt Modulyss. Met Pop kies je voor kleur, een gedurfd design en een opvallend resultaat. New Natural is ‘au naturel’ met groen- en blauwtinten. Het zachte minimalisme van Scandinavian biedt rustgevende pasteltinten. De extravagantie van New Luxury balanceert tussen modern design en tijdloze traditie met diepe blauw- en groentinten. Grey staat voor verfijning in patroon en tint. Keuzestress? Niet nodig, met Fashion& mix & match je er op los. www.modulyss.com

Optimale transparantie, optimaal comfort

Interior Glassolutions heeft een nieuw, onderscheidend wandsysteem ontwikkeld. SYSTEMS CLIP-IN SILENCE is een volglazen, kitloze geluidwerende scheidingswand met bijbehorende deuren. Nieuw in het gamma en uniek op de markt zijn de SYSTEMS CLIP-IN SILENCEwanden met een sterk verbeterde geluidwerende prestatie tot en met Rw 60dB. De SYSTEMS SILENCE DOOR PC4700 betekent een verdere uitbreiding van het gamma met een volglazen deur die de sterk geluidwerende prestatie heeft van Rw 47dB. De geluidwerende prestaties van zowel de wanden als de deuren zijn getest door het onafhankelijke bureau Peutz. www.interiorglassolutions.com 78 — architectenweb


Het plafond dat er moest komen

Hunter Douglas Architectural creëerde het plafond dat gemaakt moest worden: HeartFelt. Een modulair, lineair, vilten plafondsysteem met ongekende akoestische en visuele eigenschappen. HeartFelt biedt ontwerpers de mogelijkheid om eindeloos te variëren in paneelgrootte, voegbreedte en kleur. De panelen zijn vervaardigd uit niet-geweven, thermogevormde PES-vezels. HeartFelt is leverbaar in vijf tinten grijs, 100% recyclebaar en Cradle to Cradle gecertificeerd. Daarnaast voldoet het plafond aan de belangrijke criteria voor VOCemissie en zijn de akoestische eigenschappen bovengemiddeld.  www.hunterdouglas.nl/heartfelt

Los te leggen luxe vinylvloeren

Met Matrix heeft IVC Group een nieuwe collectie modulaire ‘luxe vinyl’-tegels en planken, die los gelegd kunnen worden. De collectie omvat zeven dessins en zestien kleuren. De tegels en planken kunnen gemakkelijk worden opgetild, weggehaald en hergebruikt.De Matrixcollectie garandeert een snelle plaatsing, is schoonmaak- en onderhoudsvriendelijk, en is duurzaam. Ze vormt een ideale vloerbekleding voor kantoren met of zonder verhoogde computervloer of met natte zones. Bij vervanging of verplaatsing kan het kantoorwerk gewoon doorgaan: geen langdurige verbouwing, overlast en verlies van tijd en geld. Matrix is met 5 mm dikte bovendien probleemloos te plaatsen op bestaande vloerbedekkingen. Meer informatie: projectnl@ivcgroup.com

architectenweb — 79


Gebruik de ruimte op het dak

Nophadrain draagt met de ontwikkeling en productie van slimme groendak- en gebruiksdaksystemen bij aan een groenere en gezondere leefomgeving. De focus wordt daarbij gelegd op optimaal ruimtegebruik. De Nophadrain gebruiksdaksystemen maken het mogelijk om het dak van een ondergrondse parkeergarage van een kantorencomplex in te richten als tuin of het dak van een kantoorpand om te toveren in een gezellig terras. Nophadrain slaat met haar expertise een brug tussen de verschillende partijen die betrokken zijn bij een groenen/of gebruiksdak. Zo wil de onderneming bijdragen aan een succesvol project. www.nophadrain.nl

Veilige en praktische vloerdozen

Met OCS-vloerdoos VELOX 2.0 maakt u een ontwerp tot in de puntjes klaar voor de veilige, moderne werkomgeving van vandaag en morgen. Dankzij de halogeenvrije bedrading en kunststoffen – UL94-V0 vlamdovend – voldoet deze vloerdoos aan de strengste eisen en is hij breed inzetbaar. Geopend krijgt iedere (werk)plek toegang tot diverse RA WCD’s en dataaansluitingen. Ook gesloten past de VELOX 2.0 goed in ieder interieur. Naast de kunststof deksel – in de kleur RAL7024 – is ook een rvs deksel beschikbaar. Zelfs 15 mm dik parket of natuursteen kan hierin worden geplaatst. www.ocsystems.nl 80 — architectenweb


Aanraakvrij en hygiënisch

Met de TECElux Mini bedieningsplaat kan het toilet aanraakvrij of met een lichte aanraking worden gespoeld. Daarvoor zorgt de nieuwe optische spoelactivering. Komt een persoon nabij het toilet, dan lichten de contouren van de ‘bedieningstoetsen’ op. Men kan dan kiezen voor een kleine of volledige spoeling door een lichte aanraking of hygiënische bijna-aanraking. De glasplaat heeft een diepte van slechts 8 mm. Met een speciaal inbouwraam kan hij volledig vlak in een wand worden verwerkt. De bedieningsplaat past bij alle TECE-inbouwreservoirs en is leverbaar in wit en zwart. Optioneel is een inworpschacht voor reinigingstabletten. www.tece-nederland.nl

Op-Art in het kantoor

Het nieuwe meubelprogramma Mesh, ontworpen door Werner Aisslinger, speelt in op de wens van open en flexibele kantooromgevingen. De serie van producent Piure omvat verschillende kasten bureau-elementen, waarmee meubels voor ontvangst-, vergader- en kantoorruimtes met zit- en stawerkplekken kunnen worden samengesteld. De strak vormgegeven en zorgvuldig gedetailleerde elementen bestaan uit smalle aluminiumprofielen, verchroomd of gekleurd in wit, zwart, zacht blauw, geel of rood. Gekleurd glas en geperforeerd aluminium zorgen voor een relatieve transparantie, waarbij het verschil in grootte van de perforaties als hedendaagse Op-Art voor een kinetisch effect zorgt. www.piure.de architectenweb — 81


Toekomstbestendig bouwen

Door in de draagconstructie rekening te houden met de flexibiliteit van een gebouw wordt het gebouw al in het ontwerp toekomstbestendig gemaakt. In het O|2 onderzoeks- en onderwijsgebouw zijn kanaalplaatvloeren toegepast, waardoor flexibele, universele laboratorium-modules, die in een vast stramien ontworpen zijn, naar wens kunnen worden geschakeld. Daarmee kan de draagconstructie inspelen op steeds veranderende onderzoeksprogramma’s. Door het toepassen van kanaalplaatvloeren is het gebouw ook duurzaam en wordt tot 50% beton bespaard ten opzichte van massieve vloeren. De vloer is daarnaast 100% recyclebaar. www.vbi.nl

Diamant aan de horizon

De skyline van Antwerpen is een diamant rijker: het Havenhuis van Zaha Hadid Architects. Het gebouw is tevens een architectonisch monument. Door gebruik te maken van contrasten is het projectteam erin geslaagd om het nieuwe volume niet met het monumentale pand eronder te laten concurreren. De kantoorverdiepingen bestaan met name uit open landschappen en overlegruimtes. Tevens omvat de nieuwbouw een bibliotheek, auditorium en een restaurant. Voor de invulling van onder andere de werkplekken was de Duitse kantoormeubelproducent Palmberg met de Belgische projectinrichter Forum Office verantwoordelijk. Het bedrijf kon namens Palmberg goed adviseren en specials toepassen. www.palmberg.nl 82 — architectenweb


Zwevende vliesgevelconstructie

In de Spaanse gemeente Hernani is een energetisch en ecologisch duurzaam kantorencomplex opgeleverd. WICONA heeft hiervoor het vliesgevelsysteem WICTEC 50 SG geleverd. Daarbij springt het tot zestien meter hoge cilindrische segment met een diameter van 90 meter in het oog. Doordat het 15° naar het zuiden helt lijkt het gedeeltelijk te zweven. WICONA ontwikkelde een speciale vliesgevelconstructie, waardoor trapeziumvormige frames met binnen- en buitenhoekelementen ontstonden. Het buitengevel oogt als een vlak uit talloze pixels. Deze indruk ontstaat door de mix van volkomen doorzichtige, gedeeltelijk doorschijnende en geheel doorkijkvrije driehoekselementen. www.wicona.nl

Roomdivider met extra’s

In een handomdraai werkplekken transformeren tot een groene oase? Het kan met de Natural Wall Roomdivider. Deze dubbelzijdige verticale plantenwand kan zowel vast als verrijdbaar geleverd worden en is daardoor multifunctioneel inzetbaar. De wand is ontworpen door Zuidkoop Natural Projects. Naast sfeer en inspiratie zorgt deze eyecatcher bovendien voor een beter klimaat in de ruimte. De planten in de wand zuiveren de lucht en zetten schadelijke stoffen als CO2 , formaldehyde en ozon om in zuurstof. Ook verbetert deze roomdivider de luchtvochtigheid en de akoestiek in de ruimte. Een roomdivider met extra’s. www.naturalwall.nl architectenweb — 83


Akoestisch Greenpanel DUURZAAM en LICHTGEWICHT plaatmateriaal

BUREAUSCHERMEN/ -BLADEN

WANDEN

SCHUIFDEUREN

Greenpanel® is een lichtgewicht plaatmateriaal dat FSC® gecertificeerd is en een kleinere ecologische voetafdruk heeft. Het is eenvoudig te monteren en in alle kleuren laminaat verkrijgbaar. Bovendien is het geschikt voor tal van akoestische oplossingen. Greenpanel® is ideaal voor ondermeer bureauschermen, bladen, tafels, kasten, schuifdeuren, geluiddempende panelen en baffles.

voetafdruk

arm

van gewicht

uitstoot

Laat u inspireren op www.dekkerzevenhuizen.nl/projecten

recyclebaar

Architectenweb.nl is volledig vernieuwd Een nieuw uiterlijk, nog grotere beelden en verbeterde navigatie... de website van Architectenweb biedt op alle vlakken een totaal nieuwe beleving. Bovendien werkt de website nu op al jouw apparaten: desktop, tablet en smartphone. Als ontwerper kun je nu ook gratis vijf projecten publiceren op de website. Maak nu een gratis persoonlijk account aan om te beginnen.

architectenweb.nl


TEKTONIEK

kennisnetwerk architectuur in beton

Al eens aan architectuur in beton gedacht? Er bestaan voldoende architectonisch interessante bouwprojecten die de kwaliteit en het aantrekkelijke karakter van beton aantonen. Toch worden de mogelijkheden van beton in Nederland vaak niet maximaal benut. Hoe komt dat? Is het een kwestie van onbekendheid? Of wordt er onvoldoende vakkennis uitgewisseld tussen architecten en producenten? Tektoniek maakt relevante informatie en inspiratie toegankelijk. Actuele projecten en innovatieve ontwikkelingen worden gepresenteerd in de vorm van online artikelen en evenementen. Daarbij gaat het altijd om de relatie tussen vormgeving, constructie en maakbaarheid. Blijf op de hoogte en meld je aan voor de nieuwsbrief via

tektoniek.nl

Drents Museum Assen - designed by Erick van Egeraat - foto: J. Collingridge


Colofon

Advertentie-index

Architectenweb magazine Architectenweb magazine verschijnt tweemaal per jaar. ISSN 1877-8690 Redactieadres Architectenweb B.V. Johan van Hasseltweg 33a 1021 KN Amsterdam 020 - 71 30 600 redactie@architectenweb.nl www.architectenweb.nl Uitgever Martijn Postmus mp@architectenweb.nl Hoofdredacteur Michiel van Raaij mvr@architectenweb.nl Redactie Robert Muis rm@architectenweb.nl Ronnie Weessies rw@architectenweb.nl Medewerkers aan dit nummer Teun van den Ende, Kirsten Hannema, Sjoerd Reitsma, Karin Roelofse, Leon Sebregts Ontwerp Solar Initiative, Amsterdam Drukkerij Veldhuis Media Coverbeeld Peter Cuypers

86 — architectenweb

Advertenties Jenneke Hellemons jh@architectenweb.nl Niek Oostendorp no@architectenweb.nl Bart Sakkers bs@architectenweb.nl Vrijwaring Uitgever en auteurs verklaren dat dit blad op zorgvuldige wijze en naar beste weten is samengesteld. Evenwel kunnen uitgever en auteurs op geen enkele wijze instaan voor de juistheid of volledigheid van de informatie. Uitgever en auteurs aanvaarden dan ook geen enkele aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook. © 2017 — Architectenweb B.V. Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen en/of op enigerlei wijze worden gereproduceerd zonder schriftelijke toestemming van Architectenweb B.V. Het binnenwerk van Architectenweb magazine is gedrukt op FSC-gecertificeerd papier.

Branded content Forbo — 48 Reynaers — 30 Schindler — 52 Strikolith — 68 Waldmann — 34 Advertenties Cement & Betoncentrum — 85 Dekker Zevenhuizen — 84 Emco — 7 Grohe — 6 Hunter Douglas — 3 Reynaers — 2 Saint-Gobain Glass — 88 VBI — 87 Advertorials Gama Duo — 77 Grijsen — 77 Hunter Douglas — 76, 79 Interior Glassolutions — 78 IVC Group — 79 Modulyss — 78 Zuidkoop — 83 Nophadrain — 80 OCS — 80 Palmberg — 82 Piure — 81 Tece — 81 VBI — 82 Wicona — 83


Hoe bouwt u aan de toekomst?

The Edge, Amsterdam

Toekomstvast rendement ontstaat door toekomstvast gebruik. VBI bouwt daarom mee aan duurzame, fl exibele en comfortabele woon- en werkomgevingen die steeds aan te passen zijn aan de wensen van de eindgebruiker. Flexibel comfort noemen we dat. Meer weten? Bel +31 (0)26 379 79 79 of volg ons via @fl exibelcomfort


VIEWCLEAR Optimaal thermisch comfort en ongehinderd doorzicht? VIEWCLEAR biedt een nieuwe en unieke oplossing tegen condensatie op de buitenruit van zeer performant thermisch isolerend glas. Minder condens betekent meer doorzicht en extra zonnewarmte in uw gebouw!

Meer info? www.saint-gobain-glass.com

Architectenweb magazine #12  
Architectenweb magazine #12  

Elk nummer van Architectenweb magazine staat in het teken van een bepaald thema. In dit nummer staat het thema Kantoren centraal

Advertisement