Page 1

architectenweb Interview Mecanoo

Thema Scholen Achtergrond Het klaslokaal uit

Project Leiden University College

nummer 5 — jaargang 2 — juli 2014


ARCHITECT @WORK THE NETHERLANDS

architect meets innovations

TOTAALEVENEMENT MET FOCUS OP PRODUCTINNOVATIES VOOR ARCHITECTEN, INTERIEURARCHITECTEN EN VOORSCHRIJVERS

Ahoy Rotterdam 17 - 18 sept. 2014 ARCHITECT @WORK

5째 editie - 13.00 - 20.00

W W W. A R C H I T E C TAT W O R K . N L

BELGIUM

ARCHITECT @WORK LUXEMBOURG

ORGANISATIE Beurzen Adviesbureau T 030 298 22 93 netherlands@architectatwork.eu

ARCHITECT @WORK FRANCE

ARCHITECT @WORK GERMANY

ARCHITECT @WORK UNITED KINGDOM

ARCHITECT @WORK ITALY

ARCHITECT @WORK DENMARK

ARCHITECT @WORK AUSTRIA

ARCHITECT @WORK SWITZERLAND

Mediapartners


MAAK RUIMTE

FUNCTIONEEL

PANEELWANDEN

|

SCHUIFWANDEN

|

VOUW WANDEN

ZICHTBAR E E N ONZICHTBAR E PE RFEC TIE Zichtbare en onzichtbare perfectie vormt de doorslaggevende succesfactor achter onze mobiele paneelwanden. Zichtbaar zijn de precieze passingen, de fraaie detailleringen en de mooie afwerkingen. Maar de niet zichtbare technieken vormen eigenlijk het ĂŠchte succes achter onze wanden. Zoals sterke en oerdegelijke mechanieken. En het beproefde hang-, loop- en sluitwerk. Gericht op langdurig en veelvuldig gebruik. Kijk ter inspiratie op www.breedveld.com Of bel voor advies of een afspraak 0487-542888.

|

GL ASWANDEN

|

SPECIAL S


— advertorial

Partners Een overzicht van de partners van Architectenweb.

MBI

4 — architectenweb


architectenweb — 5


— advertorial

4 — architectenweb


L E A R N I N G

S M A R T E R

T H A N

E V E R

Maars is continu actief in scholen en universiteiten, zowel bij nieuwbouw als renovatie. Maars volgt de dynamische ontwikkelingen in de sector op de voet en heeft up-to-date kennis van de eisen en wensen. Maars denkt gericht met u mee om de ideale ruimtes voor les en studie te creëren. Ruimtes die de concentratie verhogen en stimulerend werken op de leerprestaties. Met innovatieve wandsystemen en een groot aantal te integreren functionaliteiten uit het Living Options programma zorgt Maars voor goede geluidsisolatie en akoestiek, brandveiligheid en een prettig binnenklimaat. Bovendien bevatten de wanden slimme technieken, zoals geïntegreerde whiteboards, multimedia, akoestische panelen en kluisjes. De flexibiliteit voor aanpassing en hergebruik van de systeemwanden is ongeëvenaard. Zo creëert Maars verrassende, multifunctionele living walls met het oog op de toekomst.

www.maarslivingwalls.com


58

In dit nummer 40

16

In beeld Driemaal een strategische ingreep waarmee het schoolgebouw niet alleen beter presteert, maar ook zijn uitstraling op een hoger plan getild is. 16—23 Samen een maatpak ontwerpen De belangrijkste functie van een schoolgebouw is om mensen bij elkaar te brengen, stelt architect Wilco Scheffer van BDG architecten ingenieurs. Een uitgebreid interview. 24—25 Integrale teg a e aanpak aa pa van a comfort co o t in klaslokaal Met ComfoSchool kan de ventilatie en akoestiek tegelijkertijd opgelost worden. 26—27 Een school die uitdaagt In Houten heeft BBHD architecten een uiterst kleurrijke school ontworpen die is voorzien van beplating van Trespa. 8 — architectenweb

40—47 Altijd meer bieden dan gevraagd Mecanoo wint niet alleen de ene na de andere aanbesteding, maar ontvangt voor de gerealiseerde schoolgebouwen ook de ene na de andere prijs: Gouden A.A.P. 2013 (Amsterdam University College), Scholenbouwprijs (Sterren College) en WAF Award (Fontys Sporthogeschool). Wat is hun geheim? Een interview met Ellen van der Wal en Paul Ketelaars, partners bij het bureau.

28—31 ‘Ontwerp robuuste klimaatsystemen’ BBA Binnenmilieu legt uit hoe voor schoolgebouwen een gezond binnenklimaat ontworpen kan worden. 32—35 Flexibel en gezond, maar ook ruimtelijk Op Zeeburgereiland heeft Studioninedots binnen een pilot-DBMO-contract een uiterst flexibel schoolgebouw ontworpen. 36—39 Een interieur voor de lange termijn De Melanchton Mavo Schiebroek naar ontwerp van RoosRos architecten heeft een onderhoudsarme vloer van Tarkett gekregen.


Een brede trap verbindt de school met zichzelf en het plein ervoor 48—53 Het klaslokaal uit Door de opkomst van het internet en mobiele digitale leermiddelen staat het schoolgebouw aan de vooravond van een revolutie.

Hoofdredactioneel

70—76 Nieuwe producten Een selectie van bouwproducten die specifiek ontwikkeld zijn voor schoolgebouwen.

Een beperkt aantal leermiddelen en een groep leraren vormden voor leerlingen voorheen de poort tot de kennis in de wereld. Met de opkomst van het internet en mobiele digitale leermiddelen zoals laptops, tables en smarthpones is dit totaal veranderd. Kennis is overal en op afroep beschikbaar. Het vinden van de juist bronnen en beoordeling ervan vraagt nog steeds begeleiding, maar de hoeveelheid beschikbare kennis, via bijvoorbeeld TED Talks, is meer dan welke leraar dan ook zelf zou kunnen beheersen. Welke impact heeft deze informatierevolutie voor het onderwijs? Het is een vraag waar weinigen een volledig antwoord op hebben. Daarvoor is de verandering te nieuw en te verstrekkend. Wat wel duidelijk is, is dat de nieuwe manieren van leren die ontstaan meer van schoolgebouwen vragen dan klaslokalen alleen. Voor veel activiteiten voldoet een klaslokaal prima, maar voor werken in kleinere groepen zijn kleinere ruimtes handiger en voor zelfstandig leren zijn studielandschappen of studiecellen functioneler. Volgens Mecanoo (p40), BDG (p16), atelier PRO en D/DOCK (p48) ligt de oplossing in het aanbieden van een grote diversiteit aan ruimtes, zodat leerlingen voor iedere activiteit de beste omgeving kunnen kiezen. Hoe die diversiteit vervolgens uitgewerkt wordt, verschilt sterk per bureau. Opvallend is dat in die mix ook volkomen nieuwe ruimtes hun intrede doen, zoals lounges met zitzakken. Binnen de grote omslag waar het onderwijs mee te maken heeft, lijken toch ook de verschillen tussen schoolgebouwen alsmaar groter te worden. Mecanoo en BDG benadrukken dat iedere onderwijsvisie en locatie om zijn eigen oplossing vraagt. Onderlinge concurrentie vraagt daarbij ook steeds meer om een unieke uitstraling. Tegenover deze ‘maatpakken’ zijn er in het afgelopen jaar ook twee projecten opgeleverd die een heel ander type onderwijsgebouw representeren. Leiden University College in het centrum van Den Haag (p64) en Level in het centrum van Leiden (p58) voegen met een zeer compacte vorm heel veel ruimte toe aan de betreffende steden. Bij beide gebouwen stond vooraf het precieze programma ervan niet vast. Als gevolg hiervan, maar ook vanuit het besef dat de gebouwen in de toekomst ook andere functies moeten kunnen huisvesten, is de structuur van beide gebouwen behoorlijk generiek gehouden. Level huisvest zelfs nu al ook andere functies dan alleen onderwijs. In het huidige systeem van aanbestedingen is het voor architecten maar zeer beperkt mogelijk om de uitvraag ter discussie te stellen. Dit systeem werkt goed wanneer het schoolbestuur weet wat het wil. Wanneer het echter geen visie heeft op bijvoorbeeld de informatierevolutie waar het momenteel mee geconfronteerd wordt, dan kan dat ertoe leiden dat het verkeerde gebouw gerealiseerd wordt. Het beste alternatief voor het huidige systeem van aanbesteden ziet Mecanoo in GrootBrittannië, waar een architect op zijn visie wordt geselecteerd. Zowel voor schoolbesturen als architecten zou dit beter kunnen werken dan het huidige systeem. Hoog tijd dat (opnieuw) de haalbaarheid hiervan in Nederland wordt onderzocht. In het onderwijs mogen geen kansen gemist worden. Het is onze toekomst. —

78 Colofon en advertentie-index

Michiel van Raaij Hoofdredacteur

54—55 Ontmoetingsplek onder houten lamellen Het Erasmus Paviljoen ontworpen door Powerhouse Company en De Zwarte Hond is voorzien van een gewelfd houten plafond van Derako. 56—57 Filter tussen binnen en buiten AOC Oost in Twello is ontworpen door SP Architecten en is uitgerust met Multifilmbinnenzonwering. 58—63 Stedelijke spons Door zijn generieke structuur huisvest Level in Leiden, ontworpen door MVSA Architects, net zo gemakkelijk een school als kantoren en een hotel.

64

64—69 Binnenstedelijke universiteitscampus Van buiten algemeen, van binnen een school met studentenhuisvesting: Leiden University College naar ontwerp van Wiel Arets.

architectenweb — 9


10 — architectenweb


Activator De nieuwe multifunctionele ruimte van de Jorisschool in Helmond is aan weerszijden voorzien van een industriële roldeur. Bij ieder evenement dat er plaatsvindt, of het nu een tentoonstelling of opvoering is, kunnen zodoende de verschillende pleinen van de school betrokken worden. Met deze strategische ingreep heeft architecten-en-en het uit de jaren zestig stammende gebouw in een klap naar de huidige tijd gehaald en alle noodzakelijke middelen in handen gegeven om zich, zoals het wenste, te kunnen profileren op het gebied van kunst, cultuur, wetenschap en techniek. — Foto BASE Photography

architectenweb — 11


Sociale ruimte Op een middelbare school is de sociale ruimte minstens zo belangrijk als de klaslokalen zelf. In het ontwerp van DP6 voor het St. Nicolaaslyceum op de Amsterdamse Zuidas slingert de gemeenschappelijke ruimte van buiten naar binnen en vervolgens omhoog het gebouw in. Daarbij heeft de gemeenschappelijke ruimte afwisselend de vorm van sportveld, trap, plein, restaurant, tribune, mediatheek, studielandschap en dakterras. Een school die bruist van het leven. — Foto Jeroen Musch

12 — architectenweb


architectenweb — 13


Beeldmerk Bij de uitbreiding van een bestaande school heb je als architect de kans zowel de functionaliteit als de beeldwerking hiervan te versterken. Bij de uitbreiding van het Geert Groote College in Amsterdam, een vrije school, heeft SeARCH beide overtuigend gedaan. Zo is de nieuwe kantine op de eerste verdieping volledig beglaasd en direct verbonden met een grote tribune buiten. De atelierruimtes bovenin het gebouw zijn voorzien van vrij gevormde sheddaken. Terwijl het ontwerp harmoniseert met de ‘organische architectuur’ van de oudbouw, brengt de uitbreiding het geheel ook op een hoger plan. Door zijn positie voor de oudbouw vormt de nieuwbouw ook het nieuwe beeldmerk van de school. In de onderlinge concurrentiestrijd tussen scholen geen onbelangrijke troef. — Foto John Lewis Marshall

14 — architectenweb


architectenweb — 15


Samen een

maatpak

ontwerpen Onderwijs zal in de toekomst steeds meer gaan over slimme samenwerkingsverbanden, zegt architect Wilco Scheffer van BDG architecten ingenieurs Zwolle. Digitale technieken zijn daarbij behulpzaam, maar architectuur en stedenbouw zijn minstens zo belangrijk als het gaat om het creëren van verbindingen tussen mensen. “Uit het toevallig bij elkaar zijn, ontstaan de eureka-momenten.” Tekst Kirsten Hannema

Wilco Scheffer

16 — architectenweb


architectenweb — 17

Foto Stoas: ScagliolaBrakkee


18 — architectenweb

een reusachtige kas, die als een glazen stolp over een ensemble van houten volumes is geplaatst. De uitgesproken onderwijsfilosofie van Hogeschool Stoas Vilentum in Wageningen, samengevat als ‘ecologische intelligentie’ – trefwoorden: holistisch, non-lineair, samenhangend, flexibel, open-minded – zette het bureau om in een cilindervorm met een radiale organisatie. Een gebouw vrij van hiërarchie, en bovendien met een gunstige verhouding tussen geveloppervlak en inhoud, waardoor het warmteverlies via de huid geminimaliseerd is. De plattegrond van Brede School Het Festival in Zwolle weerspiegelt op zijn beurt de manier waarop hier les wordt geven: ’s ochtends klassikaal, terwijl de kinderen ‘s middags ‘leren door doen en ervaren’ in de felgekleurde open zones in het gebouw.

Boven Door de gunstige verhouding tussen geveloppervlak en inhoud wordt het warmteverlies via de huid geminimaliseerd.

Foto’s: ScagliolaBrakkee

Wat is een school? Iedereen heeft daar wel een beeld bij: een verzameling klaslokalen, meestal aan een lange gang met kapstokken, een hal waar je binnenkomt en een gymzaal met die kenmerkende linoleumgeur. Maar als architect moet je onderwijs vooral niet zo simplistisch bekijken, vindt architect-directeur Wilco Scheffer van BDG architecten. “Mijn zoon leert thuis liggend op de vloer, voeten op de bank, met behulp van een spel op de iPad Franse woorden. Dat is ook een vorm van leren. Onderwijsvisies verschillen enorm van elkaar. Aan ons als architect de taak om dat te doorzien en naar een ontwerp te vertalen.” De landbouwkundige aard van de Christelijke Agrarische Hogeschool in Dronten, bracht BDG op het idee om daarvoor een gebouw te maken als


Rechtsboven Studieplekken langs het raam, achter een van de ‘nesten’, in Hogeschool Stoas Vilentrum.

Onder De onderwijsfilosofie van Hogeschool Stoas Vilentum in Wageningen heeft BDG vertaald naar een cilindrisch ontwerp met een radiale organisatie – vrij van hiërarchie.

Het zijn stuk voor stuk atypische scholen: maatpakken Scholen bouwen is niet het enige dat BDG architecten ingenieurs Zwolle doet. Het bureau, dat werkt op het snijvlak van architectuur, stedenbouw en landschap, ontwerpt ook woningbouw, kantoren en brandweerkazernes. Vooral met zijn onderwijsgebouwen – dertig procent van de opdrachtenportefeuille – weet BDG zich echter te onderscheiden. Stuk voor stuk zijn het atypische scholen: maatpakken. Logisch, meent Scheffer, want scholen bouwen is ‘mensenwerk’. En als mensen allemaal verschillend zijn, waarom zouden scholen dan uniform zijn?

De opgave doorgronden De eerste grote onderwijsopgave, de multifunctionele accommodatie (MFA) Veluvine in Nunspeet, was meteen al ‘iets bijzonders’: een school met een theater, filmzaal, bibliotheek, muziekschool, sportaccommodatie, dorpshuis en jeugdhonk. “Het project lag nogal gevoelig”, vertelt Scheffer. “Tienduizend vierkante meter, midden in een dorps- > architectenweb — 19


Hogeschool Stoas Vilentum In ‘nesten’ kan klassikaal les gegeven worden, in de ‘grotten’ daartussenin kan op een vrijere manier gestudeerd worden.

‘Nesten’

“Je moet echt sámen met de verschillende betrokken partijen een gebouw willen maken”

‘Grotten’

Foto: ScagliolaBrakkee

Samenwerken met alle betrokken partijen

Linksonder Het atrium van Hogeschool Stoas Vilentum. Rechterpagina boven Onder de kas wordt de geïsoleerde binnengevel van de Agrarische Hogeschool niet belast door het weer. Rechterpagina onder De Agrarische Hogeschool heeft onder de kas verschillende gemeenschappelijke ruimtes die praktisch het hele jaar door gebruikt kunnen worden.

20 — architectenweb

park… de omwonenden wílden dat gebouw helemaal niet.” De architect besloot hen te verleiden. Hij ontwierp een gelobde structuur, verstrengeld met het parklandschap, en tilde deze iets op, zodat de geparkeerde auto’s eronder verdwijnen. Op het dak legde hij een reeks pleinen aan, ‘s zomers te gebruiken als openluchttheater. Zo bleef het park gevrijwaard van bestrating. Binnen, achter de glazen gevels met overstekken, valt vooral het vele daglicht op, en het geweldige uitzicht op de groene omgeving. “Uiteindelijk maakte niemand bezwaar; het gebouw is echt omarmd. Daarvoor moet het natuurlijk ook goed gebruikt worden. Veluvine draait nu al vier jaar met zwarte cijfers, er melden zich vrijwilligers. Het werkt.”

Wat is het geheim van een goed onderwijsgebouw? Volgens Scheffer begint het met ‘aandachtig luisteren’. Naar de schooldirectie, het bestuur, de studenten, omwonenden. “Je moet echt sámen met hen een gebouw willen maken. En omdat je bij scholen te maken hebt met veel verschillende partijen, is er dikwijls sprake van tegengestelde wensen. De kunst is om die tegenstellingen te overbruggen, om verschillende schaalniveaus met elkaar te verbinden: gebouw en landschap, onderwijsvisie en architectuur, leerlingen en directie.” “Toen wij het idee van een kas opperden voor de Agrarische Hogeschool, was de directie weliswaar enthousiast omdat het perfect paste bij hun onderwijsvisie. Maar het bestuur, verantwoordelijk voor de financiën, stelde meteen vragen over de exploitatiekosten. Hoe vaak moet je zo’n glazen gevel wassen? Hoe zit het met opwarming? Al die verschillende krachten moet je zien te bundelen. Zo hebben we berekeningen gemaakt, om aan te tonen dat het gebouw over dertig jaar beduidend goedkoper is in exploitatie dan een standaard school. De geïsoleerde gevel in de kas wordt immers niet belast door weer en wind. Daarbij komt dat de school voor het standaard scholenbudget 30 procent extra ruimte heeft gekregen, die buiten de winter veel gebruikt wordt.”


Diversiteit aan onderwijsruimten Samenwerken is niet alleen een sleutelwoord in het bouwproces, maar wordt ook in het onderwijs steeds belangrijker, ziet Scheffer. Een goed voorbeeld is Hogeschool Stoas Vilentum, waarvoor BDG een ruimtelijk concept ontwikkelde met ‘grot-’ en ‘nestruimtes’. De ‘nesten’ zijn de klassieke lokalen, de ‘grotten’ daartussen nodigen uit om op een meer vrije manier met de lesstof aan de slag te gaan, al dan niet in groepsverband. Er zijn werkplekken aan het raam, waar studenten met laptops samenscholen, lounges met zitzakken om met de tablet te werken en glazen ruimtes waar projectgroepen neerstrijken. Vooruitstrevend? De architect beschouwt dit slechts als het begin van hoe onderwijsgebouwen er op termijn uit zouden kunnen zien. “Ik denk dat het model van de leraar voor de klas en de leerlingen in de schoolbanken, van negen tot drie, anno 2014 niet optimaal is. Als je ziet hoe makkelijk kinderen tegenwoordig Frans leren, door woordjes > architectenweb — 21


“Voor de koeling van de scholen zoeken we ruimtelijke oplossingen” in te voeren op de computer, die de input vervolgens test. Dat past veel beter bij hun manier van denken, als een soort spel. Zo zal het onderwijs er ook meer uit zien: spelenderwijs leren, samen ontdekken. Dát moeten gebouwen stimuleren.” Dit alles betekent overigens niet dat het klaslokaal helemaal verdwijnt. “De ene methode sluit de andere niet uit. Natuurlijk moet je soms ouderwets rijtjes stampen. Al geloof ik niet dat je dat perse in een klaslokaal zou moeten doen. Er zijn zoveel meer instrumenten om te leren, en wat het best werkt verschilt per persoon. Daarom hebben we bij zowel Stoas als de Agrarische Hogeschool gekozen voor ruimtelijke variatie. Vrije ruimtes kom je steeds meer tegen, op universiteiten en hogescholen, maar ook in het basisonderwijs. Wat dat betreft lijken onderwijssoorten steeds meer op elkaar.”

Naast veranderende onderwijsvisies, spelen eisen ten aanzien van binnenklimaat en duurzaamheid ook een belangrijke rol. Deze eisen zijn de laatste jaren flink aangescherpt. Het installatiebudget is inmiddels zo’n 25 tot 30 procent van het totale bouwbudget. Hoe gaat BDG daar mee om? Scheffer: “Wij streven ernaar om niet vanuit regels en installaties te denken, maar vanuit het gebouw. Het probleem is met name de koeling, vanwege de warmte die leerlingen en computers produceren. Daarvoor zoeken we ruimtelijke oplossingen. Voor de MFA die we in Westerbork bouwen, hebben we een luifel van lamellen ontworpen die 90 procent van de dag de zon buiten houdt, maar wel daglicht binnenlaat. De kas voor de Christelijke Agrarische Hogeschool is een ander voorbeeld van een klimatologische oplossing waarmee we ruimtelijke meerwaarde hebben gecreëerd.” Dat scholen vanaf dit jaar zelf hun onderhoudsbudget mogen besteden, vindt Scheffer ‘een goede zaak’. “Je wordt gedwongen na te denken over de lange termijn, iets te maken dat niet alleen nu mooi 22 — architectenweb

is, maar ook over twintig jaar. Voor ons is het een argument om niet te experimenteren met bijvoorbeeld gevelmaterialen. Voor de Agrarische Hogeschool hebben we een beproefd systeem uit de kassenbouw toegepast – een sector die bij uitstek opbrengstgedreven opereert. We kijken graag over de grenzen van disciplines heen, om te zien of we van hun kennis gebruik kunnen maken.”

Naar een opener onderwijslandschap Sinds zijn eigen kinderen naar de middelbare school gaan, is Scheffer zich bewust van de toenemende concurrentie tussen scholen. “Onbewust speelt het gebouw mee in de keuze voor een bepaalde opleiding. Een trappenhuis dat vies is omdat de hoeken niet goed schoon te maken zijn, is funest voor de eerste indruk.” De beste manier om je als school te

Boven Brede School Het Festival in Zwolle. Onder De plattegrond van Het Festival weerspiegelt de manier waarop er les wordt gegeven: ’s ochtends klassikaal, ’s middags vrijer. Rechterpagina boven Door MFA Veluvine in Nunspeet op te tillen, kon eronder geparkeerd worden en bleef het omliggende park gespaard. Rechterpagina onder Het ontwerp voor MFA Westerbork.

Foto’s Het Festival: Gerard van Beek

Binnenklimaat integraal oplossen


onderscheiden is volgens de architect het uitdragen van de eigen identiteit. “Wij spelen erop in door de visie heel precies te vertalen naar het ontwerp.” Met het oog op de toekomst denkt Scheffer dat er vooral stedenbouwkundig nog veel winst te behalen valt in het onderwijs. “Tijdens een inspiratiesessie met het bestuur van de Hanzehogeschool Groningen, viel het me op dat de hogeschool en de universiteit Groningen met de rug naar elkaar toe liggen. Het typeert de manier waarop over onderwijs nagedacht werd, met ‘schotten’ tussen vmbo en havo, hbo en wo. Dat traditionele onderscheid is achterhaald. De vraag is nu: hoe breng je symbiose tot stand? Als studenten elkaar weten te vinden, kan dat een enorme versnelling teweeg brengen. Techniek is daarbij behulpzaam. Een student die op Facebook zegt: ik heb dit nodig voor mijn onderzoek, wie kan mij helpen? Maar een architect kan dit ook bevorderen, door plekken te maken waar spontane ontmoetingen ontstaan. Juist uit het toevallig bij elkaar zijn, ontstaan de eureka-momenten.” — architectenweb — 23


— advertorial

Integrale aanpak van comfort in klaslokaal De Brede School Lekboulevard Hoog Zandveld in Nieuwegein is een Frisse School. Topos Architecten heeft het complex ontworpen als een aangename en veilige, maar zeker ook gezonde omgeving. Een geïntegreerd systeem voor akoestiek en ventilatie draagt daaraan bij. Lekboulevard Hoog Zandveld in Nieuwegein biedt met 3.180 vierkante meter ruimte aan drie basisscholen: De Tweeklank, Ziezo en de Willem Alexanderschool (met in totaal 350 leerlingen). Daarnaast vormt het gebouw het onderkomen van een kinderdagverblijf en een buitenschoolse opvang met peuterspeelzaal. De Brede School is sinds zijn oplevering in december 2013 een baken bij de entree van de wijk. Topos Architecten heeft het complex een alzijdige oriëntatie gegeven en het zicht op het park, waarin de Brede School ligt, rondom gewaarborgd. Op de begane grond bestaat de gevel uit glaspuien en kleurrijke beplating; op de verdieping is de gevel gemetseld met een donkere steen en heeft ze een geslotener karakter.

Samenwerking Het interieur is overal uitnodigend, open en kleurrijk. Tegelijkertijd is er gestreefd naar plekken met een geborgen en prettige sfeer. Topos Architecten heeft het gebouw ontworpen als een veilige, duurzame en gezonde school. Lekboulevard Hoog Zandveld is gecertificeerd als Frisse School klasse 24 — architectenweb

ComfoSchool is een ventilatieplafond dat ook de akoestiek verbetert.

B. Om te voldoen aan de eisen met betrekking tot een gezond binnenklimaat heeft het architectenbureau verschillende ventilatiesystemen onder de loep genomen. Na uitgebreide voorlichting en in overleg met de installatieadviseur Valstar Simonis koos Topos Architecten het geïntegreerde systeem ComfoSchool. Deze totaaloplossing voor akoestiek en ventilatie is door de twee samenwerkende marktpartijen Zehnder J.E.StorkAir en Rockfon ontwikkeld. Uit meerdere onderzoeken is gebleken dat in veel Nederlandse lokalen de CO2-limietgrens van 1200 ppm wordt overschreden; daarnaast zorgen oververhitting, en buiten- en installatielawaai voor veel overlast. De hoofdoorzaak bleek te liggen in de luchttoevoer, die tochtvrij noch geluidsarm was. Naast een gebrek aan comfort leidt dit tot gezondheidsrisico’s en verminderde leerprestaties. Het belang van een gezond binnenklimaat wordt breed onderkend, volgens Zehnder J.E.StorkAir en Rockfon, maar het realiseren daarvan is niet eenvoudig. Dat plafond en luchtbehandeling in andere delen van het bestek zijn opgenomen, maakt het aanbieden van een geïntegreerd product lastig, maar betekent ook dat de architect het ontwerp integraal moet benaderen en de installateurs van plafond en luchttechniek elkaar moeten opzoeken. De Nederlandse takken van beide fabrikanten in de bouw


advertorial —

ComfoSchool is gezamenlijk ontwikkeld door Zehnder J.E.StorkAir en Rockfon.

ComfoSchool verbetert naast de luchtkwaliteit ook de akoestiek

hebben de handen ineen geslagen om met ComfoSchool een afgestemd systeem te kunnen bieden.

Een van de voordelen van een decentraal ventilatiesysteem: het klimaat is echt per lokaal regelbaar.

Plafond als verdeelvlak ComfoSchool is een ventilatieplafond, dat naast de luchtkwaliteit ook de akoestiek verbetert. Het systeem bestaat uit de ventilatie-unit, de automatische regeling en het geluidsabsorberende plafond. Elk lokaal heeft een eigen ventilatie-unit, verwerkt achter het plafond. Een decentraal systeem heeft een aantal voordelen: het klimaat is per lokaal regelbaar, er lopen minder leidingen door het gebouw en renovatie van het systeem is makkelijker. Via roosters in de gevel of het schooldak wordt buitenlucht aangezogen; de ComfoSchool-unit filtert de lucht voordat ze in het plenum wordt geblazen. Door de overdruk in het plenum wordt de frisse lucht gelijkmatig in het klaslokaal verspreid via het gaatjespatroon – de nozzles – in het plafond. Dit gebeurt boven een hoogte van 1,80 meter, zodat geen tocht wordt gevoeld. Door de inzet van de nieuwste ventilatietechnieken blijft ComfoSchool altijd binnen de wettelijke geluidsnorm. De gebruikte lucht wordt via roosters afgevoerd. De hoeveelheid ventilatie wordt gestuurd door sensoren, afgestemd op de temperatuur, de CO2-concentratie en het aantal aanwezigen in het klaslokaal. Daardoor is het systeem bovendien efficiënt en energiezuinig. —

Een gezond binnenklimaat vraagt om een integrale benadering Meer informatie ComfoSchool T +31 (0) 38 429 69 11 E info@comfoschool.nl I www.comfoschool.nl

architectenweb — 25


— advertorial

Een gebouw dat zowel personeel als leerlingen zou motiveren, dat wenste de opdrachtgevers van Houtens. In antwoord hierop ontwierp BBHD Architecten een zowel van binnen als van buiten zeer kleurrijk gebouw. Voor een blijvend stralende gevel koos het bureau uiteindelijk voor Trespa. 26 — architectenweb

Materiaal en kleur In het verlengde van de onderwijsvisie wenste het Houtens een eigentijds gebouw,

Fofo’s: Trespa

Een school die uitdaagt

Het gebouw van Houtens, een school voor beroepsgericht onderwijs, ligt iets buiten de rondweg van de gemeente Houten. De nieuw gevormde school, die is voortgekomen uit een samenwerking tussen College de Heemlanden en Anna van Rijn College, heeft als motto dat onderwijs gezien en ervaren moet worden. Binnen de school moeten leerlingen bijvoorbeeld letterlijk de ruimte krijgen om op ontdekkingstocht te gaan en hun eigen talenten te ervaren en deze verder te ontwikkelen.


advertorial —

Links Kleuraccenten maken de gebouwdelen van Houtens herkenbaar. Rechtsboven Materiaal- en kleuruitwerking voor het interieur vormden een belangrijk deel van de ontwerpopdracht.

Rechtsonder Materiaalkeuzes en detaillering dragen bij aan zo laag mogelijke exploitatiekosten.

Onderhoud

dat zowel personeel als leerlingen zou uitdagen en motiveren. Het ontwerp van BBHD Architecten is een markant schoolgebouw, met bouwdelen die een duidelijk eigen karakter hebben en door kleuraccenten herkenbaar zijn. In dit verband zijn de uitstraling van het schoolgebouw en de nieuw ontwikkelde huisstijl zorgvuldig op elkaar afgestemd. Materiaal- en kleuruitwerking voor interieur en afwerkingen vormden, samen met de overige interieur- en meubilairkeuzes, een belangrijk onderdeel van de ontwerpopdracht. Zo is er nadrukkelijk gekozen voor ruime toepassing van hout en andere natuurlijke materialen.

BBHD Architecten heeft gestreefd naar een gebouw dat, naast markant, ook duurzaam en efficiënt is en voldoet aan de richtlijnen voor Frisse Scholen. Houtens heeft volgens het architectenbureau door bouwopzet, installatietechnische voorzieningen en materiaalgebruik een energiezuinig, veilig, milieuvriendelijk en duurzaam gebouw gekregen. Verder is bij de materiaalkeuzes en detaillering optimaal rekening gehouden met de eis om de exploitatielasten zoveel mogelijk te beperken. Eén van deze gekozen materialen is Trespa Meteon, dat werd toegepast voor de kleuraccenten op de façade. Volgens Ton van ‘t Hoff, architect en directeur van BBHD Architecten, waren hier verschillende redenen voor. “Allereerst zijn er de kleuren. We waren op zoek naar een fris pallet en met Trespa Meteon waren we in staat een gevel neer te zetten die letterlijk straalt”, aldus Van ’t Hoff. “Even belangrijk is de kleurechtheid, want je wilt niet na een jaar of vijftien het gebouw gaan schilderen. Omdat wij de kleurechtheid van Trespa beter vonden dan die van concurrerende materialen

was de keuze snel duidelijk. Daarnaast heeft de opdrachtgever ook rekening gehouden met de onderhoudsaspecten en – last but not least – de kosten.” Hij besluit: “Trespa Meteon was een weloverwogen keuze – en het resultaat is een sprekend, bijna iconografisch gebouw.” Door de afwisseling van panelen in twee net verschillende tinten, lijkt de feitelijk vlakke gevel te golven. — Meer informatie Trespa Wetering 20 6002 SM Weert I info@trespa.com E trespa.com

architectenweb — 27


‘Ontwerp

robuuste

klimaatsystemen’ In de praktijk worden installaties vaak niet goed onderhouden en worden ze door gebruikers vaak verkeerd gebruikt. Om op de lange termijn een gezond binnenklimaat te realiseren is het volgens adviseur Mark Verlinde van BBA Binnenmilieu daarom van belang dat er robuuste klimaatsystemen ontworpen worden met slimme interfaces zodat ze door gebruikers optimaal bediend kunnen worden. Tekst Michiel van Raaij

Op dit moment doet BBA Binnenmilieu in opdracht van de GGD een groot onderzoek naar het binnenklimaat in meer dan honderd scholen in Rotterdam en Den Haag. Omdat het onderzoek nog loopt, kan adviseur Mark Verlinde van BBA de resultaten alleen op hoofdlijnen bespreken. De normen wat betreft het CO2-niveau in de klaslokalen worden in de meeste scholen die BBA heeft onderzocht nog altijd overschreden. “In de meeste scholen zijn de ventilatievoorzieningen simpelweg nog altijd onder de maat. Met veel goede bedoelingen is er vaak al geprobeerd de bestaande systemen te verbeteren. Maar het gaat dan meestal om lapmiddelen, waardoor het allemaal nét niet goed werkt”, vertelt Verlinde. “Ook zijn ventilatiesystemen in scholen, vanwege het geluid dat ze produceren, door de gebruikers vaak lager gezet. Ze hebben dan één probleem, het geluid, opgelost, maar realiseren zich niet welke gevolgen die stap heeft voor het binnenklimaat.” “In ongeveer de helft van de onderzochte scholen staat om verschillende redenen tenminste één installatie uit. Soms al maanden. Dan is er een storing, staat een schakelklok niet goed ingesteld, of is er iets anders aan de hand. En meestal wordt dat niet eens opgemerkt.” Bij schoolbesturen is er wat Verlinde betreft daarom meer aandacht nodig voor het onderhoud van de installaties. Voor gebouwontwerp haalt hij er ook een les uit: “Maak het allemaal zo robuust mogelijk.” Verlinde spreekt overigens liever over binnenmilieu dan over binnenklimaat. Onder dat laatste valt in de definitie van 28 — architectenweb

Rechterpagina Impressie van de speelzaal/aula van basisschool Onze Wereld in Rotterdam, ontworpen door Van den Berg Kruisheer Elffers architecten.

BBA alleen luchtkwaliteit en temperatuur, terwijl onder binnenmilieu ook licht en geluid vallen.

Bouwfysica Als onderdeel van de themaperiode ‘Scholen’ vond op donderdagochtend 3 april een ontbijt plaats waarin verschillende visies op het ontwerpen van een gezond binnenklimaat gedeeld werden. Het rondetafelgesprek tussen de bijeengekomen architecten, adviseurs en opdrachtgevers ging van start met een opsomming van de installaties waarmee aan alle eisen voldaan kon worden. SP Architecten sprak met enthousiasme over het nieuwe Comfoschool-concept, dat het nu in verschillende scholen toepast. Na enige minuten met stijgende verbazing hiernaar geluisterd te hebben brak Alex Letteboer, architect en partner bij atelier PRO, in op het gesprek. Installaties komen in zijn visie altijd op de tweede plaats, het gaat allereerst om bouwfysica: hoe zijn de verschillende functies georienteerd, hoe kan het gebouw voor natuurlijke verwarming en koeling zorgen, hoe kunnen luifels, lamellen en neggen daarbij helpen, hoe kunnen bomen dat ondersteunen, enzovoorts. Op basis van zijn onderzoek naar fijnstof en scholenbouw adviseerde Letteboer daarbij zeer kritisch te kijken naar de locatie waar de school staat. Verlinde van BBA is het hier helemaal mee eens. “De installaties moeten


de imperfecties van de bouwfysische eigenschappen van een gebouw compenseren. Hoe beter de bouwfysica, hoe minder van de installaties gevraagd wordt.” Als voorbeeld noemt hij een school in Rotterdam waarin alle klaslokalen op het noorden georiënteerd zijn, zodat hoge temperaturen in de zomer zo voorkomen worden. De betreffende school is ontworpen door Van den Berg Kruisheer Elffers architecten Rotterdam. “Door de hoge isolatiewaarde van nieuwe schoolgebouwen kunnen ruimtes in relatief korte tijd te warm worden. Dat is een nieuwe opgave.” Verlinde noemt ook het voorbeeld van loofbomen die ’s winters de zon doorlaten, maar ’s zomers tegenhouden. Met dat soort slimmigheden zouden ontwerpen moeten beginnen. Daar is voor

alle partijen de grootste winst te behalen. Om opwarming gedurende de dag te absorberen kijkt Verlinde onder andere naar phase change materials: materialen die bij een kleine temperatuurstijging hun vaste vorm inwisselen voor een vloeibare vorm en daarbij warmte absorberen. Het aantrekkelijke van deze materialen is dat de opwarming van de ruimte door gebruikers gedurende de dag in eenzelfde cyclus van een dag geabsorbeerd kan worden en weer afgegeven kan worden. De gedurende dag opgeslagen warmte kan ’s nachts ingezet worden om het gebouw op temperatuur te houden of kan ’s ochtends gebruikt worden om het gebouw voor te verwarmen. Over betonkernactivering is Verlinde kritisch. “Het wordt vaak toegepast, maar doordat bijna alle disciplines in de

“In de meeste scholen zijn de ventilatievoorzieningen onder de maat” bouw er een bijdrage aan moeten leveren, is het optimaliseren van betonkernactivering een uitdaging”, zegt hij. “Ik heb het nog nooit optimaal zien werken, al zou ik er graag eens in willen duiken.”

Robuustheid Als het om installaties gaat is robuustheid volgens Verlinde de sleutel. Het systeem moet eenvoudig te onderhouden zijn en voor de gebruikers moet inzichtelijk > architectenweb — 29


‘Door de hoge isolatiewaarde van nieuwe schoolgebouwen kunnen ruimtes snel opwarmen’ zijn hoe het werkt. Wat onderhoud betreft is een enkele centrale klimaatinstallatie wat Verlinde betreft slimmer dan meerdere kleinere installaties. “Decentrale systemen zijn een ramp.” Qua inzichtelijkheid in hoe het werkt kan volgens Verlinde niets op tegen een te openen raam. “Dat begrijpt iedereen.” Om de in de Frisse Scholen-certificering en Bouwbesluit gevraagde hoge ventilatievouden te behalen en tegelijkertijd weinig energie te gebruiken wordt volgens Verlinde in de meeste gevallen gekozen voor mechanische ventilatie in combinatie met warmteterugwinning (WTW). Bij bezuinigen sneuvelen dan nog weleens de werkelijk goed bruikbare te openen ramen, die hier strikt genomen niet voor nodig zijn. Het advies van Verlinde: niet doen. “De tevredenheid van mensen is sterk gerelateerd aan de mate waarin ze de ventilatie en temperatuur zelf kunnen beïnvloeden.” In de projecten waar BBA aan werkt adviseert het adviesbureau altijd zoveel mogelijk natuurlijk te ventileren. Hierbij is het belangrijk om tocht te voorkomen. Dit kan bijvoorbeeld met kleine klapramen bovenin de klaslokalen. Als variant hierop heeft BBA in samenwerking met een leverancier een nieuwe versie van de bekende tochtplank ontwikkeld. Een schuin geplaatste plank stuurt de aangetrokken buitenlucht zo dicht mogelijk langs het plafond, waar het via het Coanda-effect aan blijft ‘plakken’. Een naverwarmer achter de plank kan de lucht in de winter voorverwarmen. Als gevolg van de lage budgetten, maar vooral ook door de vraag naar energiezuinigheid, is er een trend naar compactere gebouwen. “Natuurlijke ventilatie is daardoor moeilijker dan ooit”, aldus Verlinde. Dwarsventilatie is dan immers 30 — architectenweb

nog lastig te realiseren. Andere vormen van natuurlijke ventilatie, door gekken of trekkappen, worden bijvoorbeeld GrootBrittannië wel toegepast, in Nederland ziet Verlinde dat echter nog maar weinig.

Links Door de klaslokalen bij basisschool Onze Wereld op het noorden te oriënteren worden hoge temperaturen in de zomer voorkomen. Boven Impressie van het gevelontwerp van Onze Wereld, ontworpen door Van den Berg Kruisheer Elffers architecten.

Vier seizoenen “Wat installaties betreft ontwerpen we een gebouw in principe voor de drie, vier winterse maanden dat die echt nodig zijn”, verklaart Verlinde. “Het is niet nodig die situatie ook de rest van het jaar te laten gelden. Wij adviseren altijd om een gebouw te ontwerpen op de vier seizoenen.” Door een installatie slim te ontwerpen kan deze ieder seizoen anders werken en wordt deze alleen in de winterperiode voluit gebruikt. Wat de energiezuinigheid van gebouwen betreft pleit Verlinde ervoor dat de rijksoverheid deze in een groot en langdurig onderzoek gaat monitoren. Hij vermoedt dat energiezuinige gebouwen uitnodigen tot energie-onzuinig gedrag

en daardoor veel minder goed presteren dan nu gedacht wordt. Er is al eens een onderzoek gehouden waaruit bleek dat wanneer mensen wisten dat ze zuiniger producten hadden, ze deze langduriger gebruikten. De producten waren immers toch zuinig. Het gevolg was dat energiezuinige producten in sommige gevallen zelfs tot een toename van het energiegebruik leidden. Deens onderzoek wijst er volgens Verlinde op dat energiezuinige gebouwen lang niet altijd energiezuinig gebruikt worden. Naast het energiezuinig maken van gebouwen is het stimuleren van energiezuinig gedrag volgens Verlinde daarom doorslaggevend. Hij ziet hierbij


veel kansen voor slimme interfaces (bijvoorbeeld touchscreens) die gebruikers instant feedback geven op hun gedrag. In de wintersituatie kan deze interface gebruikers stimuleren dat ramen dicht blijven, terwijl het openen van de ramen in het voor- en najaar, en in de zomer juist gestimuleerd kan worden. Verlinde: “Nu is dat voor gebruikers allemaal totaal niet inzichtelijk.” De recente overname door Google van Nest, een leverancier van slimme thermostaten, maakt het plausibel dat de ontwikkelingen op dit gebied de komende jaren weleens heel snel zouden kunnen gaan.

Proces Volgens Verlinde zijn architecten de aangewezen partij om de inbreng van alle adviseurs als een bouwmeester te integreren. “Architecten zijn vaak de langste constante factor in het proces”, zegt Verlinde. “Adviseurs komen en gaan toch vaak.” Voor een optimaal binnenmilieu is het belangrijk dat advies hierover vroeg in het ontwerpproces wordt ingebracht. Volgens Verlinde is het belangrijk dat het ontwerp ook in latere stadia steeds ge-

Energiezuinige gebouwen worden niet altijd energiezuinig gebruikt toetst wordt. Hij ziet te vaak dat de ambitie op het gebied van binnenmilieu in de loop van het proces uit het oog wordt verloren. Een goede score aan het begin van het proces zegt dan uiteindelijk weinig meer over het eindresultaat. Gaat BBA enkele jaren na oplevering ook nog weleens terug naar projecten om de binnenmilieu te toetsen? “Dat doen we wanneer een opdrachtgever daarom vraagt”, vertelt Verlinde. “Dat zouden we vaker moeten doen.” Adviseurs zouden volgens Verlinde moeten leren van hun eigen projecten, maar ook van die van anderen. Platformen en brancheorganisaties zouden projecten langdurig moeten monitoren en die kennis moeten delen. Een uitstekend idee. Wie pakt die handschoen op? —

Opwarming luchttoevoer door convector in spoiler

Suskast Geperforeerde steen op zijn kant

Luchttoevoer langs plafond (coanda-effect)

Boven Samen met een leverancier heeft BBA een nieuwe versie van de tochtplank ontwikkeld.

architectenweb — 31


Flexibel en gezond, maar ook

Hoe kan dat anders – beter? Ofwel: hoe kun je een school maken die flexibel genoeg is om al die veranderingen op te vangen? Zonder te vervallen in een neutrale doos, met inachtneming van het beperkte scholenbouwbudget, de frisse scholen-normen én de strikte eisen voor onderhoud en energiezuinigheid. Dat was de ingewikkelde vraag die Studioninedots zichzelf stelde bij het ontwerp voor het Integraal Kindcentrum (IKC –basisschool en kinderopvang ineen) in de nieuwe Amsterdamse wijk Zeeburgereiland.

ruimtelijk

Binnen een pilot-DBMO-contract heeft Studioninedots in de nieuwe Amsterdamse wijk Zeeburgereiland een uiterst flexibele school ontworpen. In het ontwerp is het bureau erin geslaagd om de gevraagde investeringen in een gezond binnenklimaat te gebruiken om de school een bijzondere ruimtelijkheid te geven. Tekst Kirsten Hannema

Niets zo veranderlijk als het weer. Maar het onderwijs is een goede tweede. De basisvorming, het nieuwe leren, de brede school, de iPad-school – de ene leermethode is nog niet ingevoerd, of hij wordt alweer afgeschaft. En ondertussen verandert ook de omgeving van de school.

Op het platteland, waar de bevolking vergrijst en krimpt, daalt het aantal leerlingen snel, in de grote steden stijgt het vooralsnog. Het gevolg: ongeschikte onderwijsgebouwen, (half) leegstaande scholen en overvolle panden waarnaast leerlingen in containers les krijgen. Een compact en robuust gebouw met gevels van grijze vezelcement platen

32 — architectenweb

Het antwoord oogt verrassend simpel: een compact en robuust gebouw met gevels van grijze vezelcement platen. De verrassing openbaart zich pas als je binnenstapt en naar boven kijkt in de metershoge, met bamboe beklede entreehal. Deze ruimte, van waaruit het auditorium, de speelzalen, de bibliotheek en de lunchruimte ontsloten worden, is niet alleen de eyecatcher en de sociale spil van de school, maar speelt ook een cruciale rol in het lichtplan. Het verzoek om zo veel mogelijk met ‘schoon licht’ te werken, is door de architecten opgeblazen tot twee enorme lichttrechters waardoor het daglicht naar binnen valt. Zodoende is kunstlicht slechts beperkt nodig. De lokalen van de school en de kinderopvang zijn, rond de centrale ruimtes, aan de gevel geplaatst. Ze hebben grote (te openen) ramen, waarin een zogeheten lichtplank is opgenomen, die het daglicht verder het lokaal in reflecteert. De gymzaal heeft zelfs een panoramavenster met fraai uitzicht op de naastgelegen silo’s van de voormalige rioolwaterzuiveringsinstallatie. De circulaire opzet heeft meerdere voordelen. Zo zijn er geen lange gangen – de typische sfeerbedervers in schoolgebouwen – en kijken alle verkeersruimten uit op de lichte hal. Hierdoor, en doordat alle deuren uitkomen op de centrale ruimte, waar ouders, kinderen, leraren en medewerkers elkaar ontmoeten, zal het IKC in de toekomst ongetwijfeld een zeer levendig gebouw worden. >

Fofo’s: Peter Cuypers

‘Schoon licht’


Dankzij lichttrechters valt daglicht naar binnen en is slechts beperkt kunstlicht nodig.

architectenweb — 33


Links Doorsnede van het gebouw. Onder Directiekamer.

Door twee enorme lichttrechters valt daglicht naar binnen Uitbreidbaar en demontabel We spreken in de toekomstige tijd, want vooralsnog zijn de meeste lokalen in het gebouw onbezet. Een zandvlakte met een paar huizen, meer is Zeeburgereiland niet; de crisis heeft de bouw van de wijk flink vertraagd. Maar nu de huizenmarkt langzaamaan aantrekt, zou dat snel kunnen veranderen – de grillige ontwikkeling van IJburg heeft dat geleerd. Het gebouw speelt daarop in, met een uitbreidbare verdieping. Op het dak kunnen binnen een zomervakantie nog eens acht extra lokalen bijgebouwd worden. Omgekeerd is ook nagedacht over het scenario waarbij het leerlingenaantal sterk slinkt. De prefab constructie kan volledig gedemonteerd worden en elders weer opgebouwd – de bouwtijd daarvan bedraagt dan zeven maanden. Al ligt transformatie misschien meer voor de hand; het casco leent zich zowel voor studentenwoningen, als voor kantoorruimte, cultureel centrum of gezondheidscentrum. De flexibiliteit van het interieur schuilt in de minimale draagconstructie 34 — architectenweb

Midden De gymzaal is voorzien van riante vensters. Rechterpagina onder Een van de sculpturaal vormgegeven atria.

en het klimaatconcept. De stalen kolommen zijn opgenomen in de wanden en trappenhuizen, de ventilatiekanalen en leidingen zijn in de verdikte gevel opgenomen. De loze ruimte boven de kleedkamers, naast de dubbelhoge gymzaal, is gebruikt om alle installaties weg te werken. Frisse lucht wordt via kanalen vanaf het dak de lokalen geblazen en vervolgens weer afgezogen. De binnenruimten zijn hierdoor vrij indeelbaar, alle binnenwanden kunnen in principe verwijderd worden. Door de klaslokalen aan elkaar te schakelen met kleinere ruimtes, gescheiden door schuifwanden, kunnen lokalen eenvoudig vergroot of verkleind worden. Op deze manier kan het gebouw zich aanpassen aan allerlei onderwijsconcepten.

Pilotproject Het IKC is een pilotproject, waarmee de gemeente Amsterdam een nieuwe manier hoopt te vinden om scholen ‘sneller, beter en goedkoper’ te huisvesten. Nieuw aan dit project is niet alleen de ruimtelijke opzet, maar ook de integrale DBMOaanbesteding (Design Build Maintain Operate) aan één marktpartij, voor een periode van 30 jaar. Op deze manier

De flexibiliteit schuilt in de minimale draagconstructie en het klimaatconcept


13

IKC Zeeburgereiland

4

4

5

2e verdieping

2

9

5

2

2

13

1e verdieping

2

1 3

Begane grond 1 Kinderdagverblijf 2 Klaslokalen basisschool 3 Aula 4 Kleedruimtes 5 Gym / speelzaal

wil de gemeente de scholen ‘ontzorgen’; onderhoud is immers de verantwoordelijkheid van het consortium. Op termijn zal de school bovendien energieneutraal zijn; het dak voorziet in de plaatsing van zonnepanelen. De bedoeling is om bij succes in elk geval nog twee IKC’s te bouwen. Het architectonische concept, met lokalen rond een centrale ruimte, die samen met de gevel de identiteit van het gebouw bepaalt, leent zich volgens Studioninedots goed om mee te variëren. De evaluatie van het project loopt nog. — architectenweb — 35


Fofo’s: Frans Strous

— advertorial

36 — architectenweb


advertorial —

Een interieur voor de lange termijn De nieuwbouw voor de Melanchthon Mavo Schiebroek is gerealiseerd op een binnenstedelijke kavel aan de Molenvijver in Rotterdam Noord. Een belangrijk uitgangspunt bij het ontwerp was voor RoosRos Architecten een goede inpassing in de bestaande omgeving. Voor het interieur heeft het bureau zich onder meer laten leiden door zijn visie op duurzaam en exploitatiebewust bouwen.

Bij het ontwerp voor de nieuwbouw van het Melanchthon College, locatie Molenvijver, heeft RoosRos gestreefd naar een goede inpassing in de situatie en een aansluiting op de architectuur van de omliggende bebouwing. De Rotterdamse tuinstad Schiebroek Noord kenmerkt zich door baksteenarchitectuur uit de jaren dertig. RoosRos heeft een traditionele baksteenuitstraling, met een rijke detaillering, gecombineerd met een vrij indeelbaar, toekomstbestendig onderwijsgebouw. In het ontwerp is de toegangspoort van de voormalige Groen van Prinsterer Mavo opgenomen. Voor veel oud-leerlingen en docenten, maar ook voor omwonenden, is de poort een herinnering aan de oude Mavo, die vroeger op dezelfde plek aan het water stond.

Aanpasbare indeling

Links Het entreegebied is het scharnierpunt tussen de gebouwvleugels en gericht op ontmoeting en ontspanning. Onder RoosRos heeft het schoolgebouw een traditionele baksteenuitstraling met een rijke detaillering gegeven.

zijn gericht op leren en ontwikkelen. De ene vleugel is bestemd voor onderwijs, de andere voor sport. Het ontwerp van RoosRos houdt rekening met veranderend gebruik: de vloeren zijn vrij in te delen en in de toekomst kunnen ze volgens gewijzigde wensen of inzichten worden aangepast. De onderwijsvisie van de school vroeg om een klassieke indeling voor klassikaal onderwijs; de indeling bij oplevering voorziet in ruimtes die op de schoolvakken zijn toegesneden.

Lijnen en kleuren RoosRos heeft, om tot een coherent geheel te komen, ook het interieurontwerp voor zijn rekening genomen. Het bureau heeft voor het interieur een rustig palet met twee accentkleuren gekozen: oranje voor de algemene ruimtes, blauw >

Het gebouw biedt op een oppervlakte van circa drieduizend vierkante meter onderdak aan dertien leslokalen, een mediatheek, een gymzaal en een aula. Het entreegebied is het levendige hart van de school; het is centraal gelegen, als een scharnier tussen beide vleugels van het gebouw, en is gericht op ontmoeting en ontspanning. De grote entreehal op de begane grond doet tevens dienst als aula. Hieraan grenzen een keuken en een ruimte – met podium – voor dramaen muziekuitvoeringen. Op de eerste verdiepingen liggen de docenten- en de stafkamer. De vleugels van het gebouw architectenweb — 37


— advertorial

voor de lesgebieden. Dit is toegepast in onder meer meubels, vloerbedekking en wandbekleding. Met de accentkleur is in de vloerbedekking een zebrapatroon gecreëerd. Optisch verbreedt het streeppatroon de gangen, waarbij de accentkleur op subtiele wijze de entree van lokalen aangeeft. De vloeren zijn uitgevoerd in homogeen vinyl uit de IQ-collectie van Tarkett. Deze collectie biedt een ruime keuze aan kleuren en dessins en is toepasbaar voor uiteenlopende ruimtes en gebruikssituaties. Daardoor kon in verschillende ruimtes dezelfde vloerbekleding in meerdere kleuren worden toegepast. De accentkleuren keren terug bij de lockers en zitjes in de gangen langs de lokalen. Het doorgaande vloerpatroon sluit in de aula aan op de architectuur van het gebouw, in het bijzonder op het ritme van de gevel. Bij het ontwerp van de gevel heeft het architectenbureau van binnen naar buiten gedacht: zo is bij het ontwerp van de openingen rekening gehouden met het gewenste zicht en de gewenste lichtinval. Het lijnenspel in vloer en wand keert overal terug. De sanitaire groepen en kleedruimtes zijn 38 — architectenweb

voorzien van tegelwanden met een barcodepatroon in verschillende kleuren.

Duurzaam in de breedte In het ontwerp heeft het architectenbureau zich laten leiden door zijn sterke visie op duurzaamheid. De genoemde vrijheid in indeling en toekomstbestendigheid zijn daarvan een resultaat. Doordat het ontwerp bestaat uit een generiek kader met een flexibele invulling, kunnen eventuele toekomstige bestemmingswijzigingen van de binnenruimte probleemloos worden doorgevoerd. Met het oog op licht, lucht en ruimte is gekozen voor hoge onderwijsruimten. De volgens het bestemmingsplan maximaal toegestane bouwhoogte van tien meter was daarbij een uitdaging. Om een zo groot mogelijke hoogte te bereiken heeft RoosRos in de lokalen geen systeempla-

De IQ vloerbekleding is een exploitatiebewuste keuze

Links Onderhoudsarme, eenvoudig te reinigen materialen dragen bij aan exploitatiebewust bouwen. Onder Het architectenbureau koos voor een rustig palet met twee accentkleuren.


advertorial —

Rechts Een streeppatroon verbreedt optisch de gangen, waarbij de accentkleur op subtiele wijze de entree van de lokalen aangeeft.

Samenhangend en beschermend concept

fonds toegepast. Verder is gestreefd naar een hoge isolatiewaarde, slimme oriëntatie van de glazen geveldelen en passieve zonwering door middel van luifels. Er is gebruik gemaakt van zonnepanelen voor een groot deel van de benodigde energie, terwijl de energiebehoefte wordt beperkt door bijvoorbeeld daglichtafhankelijke verlichting en aanwezigheidsdetectie.

IQ Duurzaamheid is tevens nagestreefd door exploitatiebewust te bouwen: de architecten hebben gekozen voor materialen die onderhoudsarm zijn en eenvoudig kunnen worden schoongemaakt. Ook op dit vlak is de IQ-collectie van Tarkett een uitkomst. Het homogene vinyl in deze collectie heeft, aldus de producent, een zelfherstellend vermogen. Enkel droog opwrijven is voldoende om de vloer er als nieuw te laten uitzien en de levensduur te verlengen. Dat er voor het onderhoud

geen grote hoeveelheden water en chemicaliën nodig zijn, betekent een verminderde belasting van het milieu. Verder bestaat het product voor een groot deel uit gerecycled materiaal en kan het volledig worden gerecycled. De gehele IQcollectie is ftalaatvrij en draagt daarmee bij aan een gezond binnenklimaat met VOS-emissies die volgens Tarkett onder het meetbare niveau liggen. De exploitatiebewuste keuzes van de architect zijn, vanuit financiële overwegingen, interessant voor de school, nu het budget voor schoonmaak en onderhoud is overgeheveld van de overheid naar de stichtingbesturen. Scholen kunnen kiezen voor een wellicht iets duurder product, dat zich in een aantal jaren terugverdient door lagere onderhoudskosten. De collectie van Tarkett laat zien dat die praktische keuze kan samengaan met ruime vormgevingsmogelijkheden. RoosRos heeft een coherent interieurontwerp gerealiseerd. — Meer informatie Tarkett Denariusstraat 21 4903 RC Oosterhout NB T +31 76 5780 786 I www.tarkett.nl

Voor een samenhangend interieurontwerp heeft Tarkett het concept ‘Make the Perfect Match’ geïntroduceerd, waarin collecties in vloer- en wandbekleding kunnen worden gecombineerd. Doordat kleuren, dessins en technische eigenschappen op elkaar zijn afgestemd, biedt het concept een totaaloplossing voor het onderwijs. Dit wordt nog eens versterkt door een bijpassend accessoireprogramma, aldus de producent. Het betreft de collecties Acczent & Tapiflex Evolution en ProtectWALL. Deze collecties zijn weer goed te combineren met het Wetroom-concept, waardoor het interieurontwerp kan worden doorgezet tot in de sanitaire en natte ruimtes. Tarketts Wetroom-concept bestaat uit op elkaar afgestemde vloer- en wandbekleding en bijpassende accessoires zoals profielen, afvoeren en drains. Niet alleen vormt Make the Perfect Match met onderling afgestemde kleuren en dessins een goede basis voor een consistente vormgeving van het interieur, ook biedt het concept reinigings- en onderhoudsgemak voor scholen. Wanden hebben in dergelijke gebouwen veel te lijden. De collectie ProtectWALL biedt muren extreme bescherming tegen stoten, krassen, slijtage en vlekken. De renovatiekosten voor wanden worden door deze collectie drastisch verlaagd, zo stelt Tarkett, en door het eenvoudige onderhoud blijft de wandbekleding er jarenlang goed uitzien. Daarnaast hebben scholen te maken met zwaar loopverkeer. De robuuste en onderhoudsarme vinylcollecties Acczent & Tapiflex Evolution kunnen tegen een stootje, aldus de fabrikant. Ze behoren tot de top end-collecties in Tarketts aanbod van vinyl in banen. De vloeren zijn sterk en slijtvast en bovendien omvat de collectie een uitvoering die bijdraagt aan een goede akoestiek en tegelijkertijd zeer indrukbestendig is. Een verder voordeel van de vinylvloer is dat ze geen stof vasthoudt. De ftalaat-vrije weekmakers en de lage vos-uitstoot zorgen mede voor een gezond binnenklimaat. Make the Perfect Match draagt op tal van vlakken bij aan een prettige leeromgeving.

architectenweb — 39


40 — architectenweb

Foto: Christian Richters


Altijd meer bieden dan gevraagd Mecanoo wint niet alleen de ene na de andere aanbesteding, maar ontvangt voor de gerealiseerde schoolgebouwen ook de ene na de andere prijs: Gouden A.A.P. 2013 (Amsterdam University College), Scholenbouwprijs (Sterren College) en WAF Award (Fontys Sporthogeschool). Wat is hun geheim? Een interview met Ellen van der Wal en Paul Ketelaars, architecten en partners bij het bureau. Tekst Michiel van Raaij

Bij het ontwerp voor het Sterren College in Haarlem stond de integratie met het omliggende landschap centraal.

Iedere school die jullie ontwerpen krijgt een heel eigen karakter, passend bij het onderwijs dat er gegeven wordt en de plek waar de school staat. Hoe verloopt jullie ontwerpproces? Paul Ketelaars (PK): “De programma’s van eisen (PVE) die wij aan het begin van het ontwerpproces voorgelegd krijgen, zijn vaak behoorlijk standaard. Dan heeft een managementbureau dat voor het schoolbestuur opgeschreven of hebben ze standaard ruimtestaten genomen. Dat betekent dus niet dat dat ook hetgene is dat de school echt wil. Ze hebben vaak nog niet bedacht dat het ook anders kan. Wij zoeken altijd de interactie met de gebruikers om uit te vinden waar echt behoefte aan is. Vanuit hetzelfde PVE ontstaat zo toch elke keer iets anders.” In aanbestedingen wordt die interactie met de gebruikers vaak beperkt toegestaan. Ellen van der Wal (EvdW): “Aanbestedingsvormen wisselen nogal. We doen er nu toevallig eentje waar al heel veel dialoog in zit en waar we dus de vraag achter de vraag op die manier naar boven kunnen halen. Voor sommige aanbestedingen maken we meteen een compleet ontwerp, dat zijn de Design&Build-opgaven, voor anderen maken we alleen een visie.” PK: “Bij aanbestedingen proberen wij tussen de regels door te lezen, te zien wat nu echt gevraagd wordt. Meestal vinden we wel aanwijzingen van wat ze nu echt vragen: in het type onderwijs of de omschrijving van de gewenste beleving van de verschillende ruimtes. Daarnaast halen we natuurlijk ook veel inspiratie uit de plek en kijken we hoe we de bestaande kwaliteiten daarvan in het schoolontwerp kunnen benutten. Als we het echt niet weten, laten we verschillende ontwerprichtingen zien om zo te illustreren dat we het graag samen met hen wil ontwerpen. Als we het project hebben binnengehaald, kunnen we dat contact met de gebruikers, de docenten, echt opzoeken en met hen boven tafel krijgen waar ze behoefte aan hebben.” > architectenweb — 41


“Wij zoeken altijd de interactie met de gebruikers om uit te vinden waar echt behoefte aan is”

Links Het Sterren College bestaat uit een ensemble van vier ‘diagonale’ gebouwen. Onder Amsterdam University College is ontworpen als een ‘huis’ waar de hele dag verbleven kan worden.

Onderscheidt deze dialoog met de gebruikers jullie van andere bureaus? EvdW: “In het voeren van die dialoog zijn wij denk ik niet uniek, maar wel in het feit dat er daadwerkelijk iets anders uitkomt. Geen enkele door ons ontworpen school lijkt op een ander. Dat kan alleen als de locatie en gebruiker diepgaand invloed heeft gehad op het ontwerp. Wij zoeken ook altijd naar een meerwaarde ten opzichte van de uitvraag, naar iets dat boven de verwachtingen van de opdrachtgever uitsteekt. Soms kunnen we die meerwaarde op het vlak van duurzaamheid bieden, soms op het vlak van ruimtelijkheid. In Dordrecht hebben we een school ontworpen voor speciaal onderwijs. In het PVE stonden twee gymzalen genoemd, maar toen we daar goed naar keken bleek één gymzaal voldoende. Toen hebben we onderzocht wat we met die tweede zaal konden doen. Uiteindelijk zijn we gekomen tot een overdekte buitenruimte, een soort kas, waar kinderen in het vroege voorjaar of in de winter toch buiten kunnen spelen. Iedereen, van schoolbestuur tot docenten tot leerlingen, voelt de meerwaarde daarvan.” Trekken jullie met jullie benadering een bepaald soort opdrachtgevers? PK: “Dat denk ik wel. Er zijn opdrachtgevers die 42 — architectenweb

vanaf het begin behoefte hebben aan duidelijkheid. Wanneer wij dan met meerdere mogelijkheden komen, kan dat voor hen beangstigend zijn. Ga je met ons in zee, dan stap je in een zoektocht naar het meest optimale. Wij beleven veel plezier aan die zoektocht, en schoolbesturen ook – die bouwen maar één keer een school. Het is zonde wanneer je heel snel een keuze maakt. Processen moeten niet te lang duren, maar wel voldoende tijd krijgen. Zodat er verschillende oplossingen afgetast kunnen worden, mensen


Foto’s: Christian Richters

eraan kunnen wennen en het kunnen overdenken. Dat worden vaak toch de betere scholen.” Hoe ervaren jullie het systeem van aanbestedingen? EvdW: “De discussie daarover loopt natuurlijk al heel lang. En die vind ik erg geredeneerd vanuit de architecten zelf. Voor ons als architecten is het inderdaad niet zo gunstig, nee. Je stopt er veel werk in, en je hebt vaak maar een kans van één op vijf. Maar voor opdrachtgevers ligt dat anders. Soms weet een opdrachtgever al met welke architect die in zee zou-

Linksboven Een open studielandschap verbindt de verschillende verdiepingen en functies van Amsterdam University College. Rechtsboven Amsterdam University College bevat een grote diversiteit aan ruimtes: van klein en individueel tot groot en gezamenlijk.

den willen – dan is die hele molen vooral onhandig. Maar ik zie dat schoolbesturen en docenten het altijd heel leuk vinden wanneer en dan vijf plannen gepresenteerd worden en dat ze daar onwijs veel van leren. Voor hen is het verassend om te zien wat er allemaal kan. Het systeem van aanbestedingen kan zeker beter, maar zoals het op dit moment georganiseerd is hebben wij er geen bezwaar tegen. In Engeland zijn aanbestedingen overigens veel meer op de visie van het bureau gebaseerd en maak je helemaal geen ontwerp. Wij zijn er voorstander van om dit systeem ook meer in Nederland te introduceren.” Jullie ontwerpen basisscholen, middelbare scholen, hogescholen en universiteiten. Hoe zouden jullie de leeromgevingen die daarbij horen karakteriseren? PK: “Iedere school en onderwijsvorm vraagt om > architectenweb — 43


andere oplossingen, maar over het geheel genomen veranderen de behoefte van leerlingen naarmate ze ouder worden ook. Basisscholen ontwerpen wij als beschermende omgevingen. De onderbouw is vaak afgescheiden van de middenbouw en bovenbouw. Scholen zijn kleinschaliger van opzet, zodat kinderen zich veilig voelen. Ruimtes geven we een sterke identiteit. Ook is het belangrijk dat de docent alles in de gaten kan houden. En het gaat ook erg om spelenderwijs leren: over de relatie met het schoolplein en de gang. Op een middelbare school is het sociale aspect veel belangrijker, het ontmoeten van elkaar. De ruimtes daarvoor zijn eigenlijk nog belangrijker dan de leslokalen zelf. Een netwerkbeheerder van zo’n school heeft me weleens verteld dat hij kon zien dat 95% van de bandbreedte van het netwerk werd gebruikt voor niet aan school gerelateerde zaken. Dat toont aan dat het sociale aspect daar mogelijk nog belangrijker is dan het onderwijskundige aspect. Studeren kun je ook thuis doen, en is misschien ook wel leuker als je alleen bent. Bij universitair onderwijs gaat het vooral om keuzevrijheid. Studenten zijn zelf verantwoordelijk en willen daarom zelf uit kunnen maken wanneer en hoe ze studeren. Ga ik me vandaag concentreren? Of gaan we met z’n tweeën, vieren, achten werken? Dat vraagt allemaal om andere ruimtes. Het gebouw moet die diversiteit faciliteren.” 44 — architectenweb

Kunnen jullie een voorbeeld geven van een project waarin jullie die keuzevrijheid nadrukkelijk ontworpen hebben? EvdW: “In ons ontwerp voor Amsterdam University College zitten ruimtes in allerlei variaties, van kleine cel tot grote gemeenschappelijke ruimte. Er zijn de bekende klaslokalen, die in geen jaren zijn veranderd en nog steeds zeer geschikt om les te geven aan groepen. Er zijn project rooms, waar je met z’n vieren kan werken. Langs de balustrades zijn er overal aanlandplekken. En er zijn common rooms, groepsruimtes waar je op de bank kan hangen, maar waar ook veel interactie plaats kan vinden. Alles is er. Als je wilt, kun je de hele dag in het gebouw verblijven. Laatst hadden de leerlingen in de grote open ruimte beneden TEDx-lezingen georganiseerd. Dan volgen zo’n honderdvijftig jongvolwassenen daar een lezingreeks. Helemaal door henzelf georganiseerd trouwens.” PK: “Bij middelbaar en hoger onderwijs is kleinschaligheid ook weer een thema. Dat je als docent de studenten weer gewoon kent, dat je voor hen weer benaderbaar bent. Dus dat je als docent niet op een voetstuk staat, alleen maar even les komt geven, maar dat je er als coach voor de studenten bent en daarvoor ook vindbaar bent. Dat zie je bijvoorbeeld terug bij de Fontys Sporthogeschool in Eindhoven, waar de docenten tussen de studenten werken, lunchen, en dergelijke.” EvdW: “Bij de Sporthogeschool zaten de do-

Links Het terras van de kantine van de Fontys Sporthogeschool op het zuiden. Onder Door de sportzalen op te tillen kon de Fontys Sporthogeschool voorzien worden van een transparante plint.


“Het gaat erom dat je een diversiteit aan plekken aanbiedt”

Foto’s: Christian Richters

centen voorheen in hun eigen vleugel. In het PVE van de nieuwbouw zat ook weer een aparte docentenkantine. Wij hebben voorgesteld die samen te voegen met de studentenkantine, die we op een prachtige plek op het zuiden hadden gepositioneerd. De meerderheid van de docenten was het daarmee eens, al durfden ze het uiteindelijk toch niet helemaal aan en hebben we een schuifwand geïntroduceerd. Wanneer er bijvoorbeeld van iemand afscheid genomen wordt, wordt de wand gesloten. Maar verder staat hij altijd open. Dat werkt uitstekend. De docenten gingen sowieso al over op Het Nieuwe Werken, dus iedereen kon toch al gaan zitten waar hij wilde.” Welke ontwikkelingen zien jullie als het om onderwijs gaat? Wat zijn de gevolgen van de opkomst van digitale leermiddelen? PK: “We spiegelen ons aan Het Nieuwe Werken: het tijds- en plaatsonafhankelijk werken. Bij scholen zou je dat Het Nieuwe Leren kunnen noemen. Daar horen omgevingen bij die diverser van aard zijn, dat je zelf kan kiezen op welk moment welke omgeving het beste bij jou past.” EvdW: “Het is wel echt een andere manier van werken. Waar vroeger informatie beperkt beschikbaar was en dit

Boven In de visie van Mecanoo werkt specifiek meubilair beter dan simpelweg maar het gemiddelde te nemen. Rechtsonder Bij een van de sportzalen kan rondom naar binnen gekeken worden.

hoofdzakelijk via de leraar in het klaslokaal ontsloten werd, is informatie via het internet nu overal en in overvloed beschikbaar. Wij spreken in die context over een learning environment. Dat kan veel meer zijn dan een traditioneel schoolgebouw. Een bibliotheek kan dat ook zijn. De Bibliotheek van Birmingham die wij hebben ontworpen trekt 10.000 mensen per dag. Het is een stimulerende omgeving, die zeer toegankelijk is, waar je anderen kan ontmoeten, en alleen of met die anderen dingen kunt leren.” PK: “Ik hoor docenten zich weleens hardop afvragen of er nog wel een ge-

bouw nodig is. Er kan ook gewoon op het station afgesproken worden? Maar wanneer je daarover doorpraat kom je toch iedere keer weer tot de conclusie dat een eigen gebouw toch een plek is waarmee je je kunt identificeren en die een veilige wereld vormt waar je altijd weer naar kunt terugkomen. Als je helemaal tijdsen plaatsonafhankelijk gaat leren, wordt het ook wel heel eenzaam. Juist het onderdeel voelen van een klas, een groep, een leergang, of wat dan ook, is heel belangrijk. De sociale druk die daarbij hoort helpt je om je huiswerk te maken en naar school te komen.” > architectenweb — 45


Welke gevolgen heeft Het Nieuwe Leren verder voor de inrichting van scholen? EvdW: “Het gaat erom dat je een diversiteit aan plekken aanbiedt. Bij de Fontys Sporthogeschool hebben we de activiteiten van de studenten bekeken en op basis daarvan een aantal zones gedefinieerd met verschillend meubilair. Je moet plekken aanbieden waar je normaal met een laptop kunt werken, maar we hebben daar ook een aantal gekke meubels op de grond voorgesteld waar je eigenlijk niet normaal op kunt zitten, maar als het ware ondersteboven op kunt hangen. De eerste reactie van de opdrachtgever daarop was: dat kan toch niet? Maar nu ze er staan zie je dat de studenten er inderdaad ondersteboven met hun laptop zitten te werken. Er zijn allerlei manieren waarop gestudeerd kan worden. Daarbij gaat het er niet om dat je overal maar het gemiddelde aanbiedt, onze ervaring is juist dat het helpt om het specifiek te maken.” PK: “De opkomst van digitale middelen heeft overigens ook gewoon heel concreet gevolgen voor het tafeltje waar leerlingen in het lokaal aan zitten. Voor een school zijn we dat nu aan het bekijken. En het eerste dat dan naar boven komt is dat iedereen zijn eigen stopcontact moet hebben om zijn laptop, tablet en telefoon op te kunnen laden.” Krijgen scholen onder invloed van Het Nieuwe Leren steeds meer open ruimtes? EvdW: “Niet per se. Er ontstaat ook een nieuwe behoefte aan kleinere ruimtes, waar je met een paar mensen lawaai kunt maken.” PK: “Bij Fontys Economische Instituten in Eindhoven maken we over de vier verdiepingen die het gebouw telt een soort gradiënt. Onderin gaat om toegankelijkheid en ontmoeten, het gebouw is daar een soort doorgang. Naar boven toe worden de vides kleiner, de trappen smaller. Hoe meer rust je wilt hebben, hoe hoger je in het gebouw terecht komt. Dat wijst zich straks vanzelf. De ontwikkeling die we daar ook terugzien is dat het PVE steeds diverser wordt en dat er juist ook steeds meer kleinere ruimtes gevraagd worden. Voor Fontys Economische Instituten ontwerpen we lokalen in allerlei groottes: van 15 studenten tot 50 studenten. Voor iedere groepsgrootte is dan een passende ruimte te vinden.” Hoe ontwerpen jullie aan een gezond binnenklimaat? PK: “Bij lager onderwijs kunnen we vaak natuurlijk ventileren, maar bij grotere gebouwen wordt het rendement op de warmteterugwinning (WTW) en warmtekoudeopslag (WKO) groter en ligt mechanisch ventileren meer voor de hand. Bij de Frisse Scholen-classificering zijn de eisen die op gebied 46 — architectenweb

van daglicht gesteld worden vaak een punt. Iedereen denkt dat Frisse Scholen klasse A beter is dan B, maar bij A moet de gevel volledig van glas zijn. Dan krijg je in de zomer al snel teveel warmte binnen, terwijl je in de winter teveel warmte verliest. Teveel licht zorgt ook snel voor verblinding of maakt het digitale schoolbord onleesbaar. Je hebt dus ook heel veel zonwering nodig. Als we dat allemaal uitleggen, schrikken opdrachtgevers daar ook wel van: dat hadden ze zich niet gerealiseerd. Volgens mij moet het gaan over het optimale binnenklimaat. Licht, lucht en ruimte. Met optimale raamopeningen. En wat ik dan weer heel positief vind is dat we weer lokalen maken met een hoogte van 3,20 meter of meer. Heel prettig. En dat biedt ook een buffer wat lucht betreft.” EvdW: “De discussie die ontstaan is door de Frisse Scholen-classificering is erg goed. Dat was nodig. Maar zoiets moet iedere vijf jaar herijkt worden


“In de scholenbouw werk je als architect met hele betrokken opdrachtgevers”

Boven De Anne Frankschool in Utrecht is georganiseerd rond twee patio’s. Linkerpagina boven Grote luifels weren direct zonlicht uit de klaslokalen van de Anne Frankschool. Linkerpagina onder Extra hoogte in de klaslokalen zorgt ervoor dat bij de natuurlijke ventilatie geen tocht ontstaat.

en ik denk dat we onderhand toe zijn aan een opvolger. De techniek is inmiddels ook weer verder. Frissen Scholen 2.0.”

Foto’s: John Lewis Marshall

Het onderhoud van schoolgebouwen is doorgedecentraliseerd van de gemeenten naar de scholen zelf. Merken jullie daar al wat van? Ik hoor dat de eerste scholen zich al gegroepeerd hebben om gezamenlijk onderhoudswerkzaamheden in te kopen. De eerste DBMO-scholen zijn ook al gerealiseerd. PK: “De financiering van scholen zit nu zo in elkaar dat het niet mogelijk is om extra te investeren zodat later lagere onderhoudskosten gerealiseerd worden. Dat heeft iets krankzinnigs. Voor PV-cellen zijn bijvoorbeeld geen extra financiële middelen vrij te maken. De vraag is of je zo’n ingewikkeld DBMO-contract nodig hebt om dat op te lossen. Het gaat bij

“Nu bouwt iedere opleiding nog zijn eigen gebouw. Delen is interessanter”

scholen immers meestal om relatief kleine projecten. Een goedkope lening aan een school is misschien ook al voldoende. Wordt een onderwijsgebouw altijd maar door één opleiding gebruikt? Richting de toekomst is dat denk ik een belangrijke vraag. Nu bouwt iedere opleiding nog zijn eigen gebouw. Het is veel interessanter om voorzieningen met elkaar te delen. Dan profiteer je van elkaars aanwezigheid. Op de campus van de TU Delft zie je de eerste stappen daartoe. Als een opleiding daar groeit, wordt niet direct bijgebouwd, maar wordt gekeken welke andere opleidingen ruimte over hebben. Meestal is een andere opleiding net weer gekrompen. In het Angelsaksische universitair onderwijs bestaan student centres. Dat is een fenomeen dat we in Nederland eigenlijk niet kennen. Dat zijn gebouwen die faculteitoverstijgend voorzieningen aanbieden. Het Nieuwe Leren speelt daar toch ook een rol in. Naast gebouwen met voorzieningen die specifiek voor de betreffende opleiding zijn, zoals laboratoria, zijn er student centres met goede koffie, een lounge, een bibliotheek, media centre en misschien wel sportfaciliteiten. Daar kun je ook iemand van een andere

opleiding ontmoeten. De ruimtes met verschillende studieplekken die we bij Fontys in Eindhoven maken, komen in een bestaand schoolgebouw op een bestaande campus. Daarbij werd op een gegeven moment gezegd: maar het is wel voor ónze studenten. Alsof de andere studenten er niet mochten komen. Dat is een discussie die we in Nederland vaker tegenkomen. Zo beklaagden de studenten van de Universiteit van Amsterdam zich over het feit dat hun bibliotheek ook intensief gebruikt wordt door hogeschoolstudenten. Eigenlijk zou je moeten zeggen: als het goed werkt, was er blijkbaar behoefte aan, misschien moet het een algemeen gebouw worden? Het enige dat ik op het systeem van aanbestedingen tegen heb is dat op het moment dat wij bij een opgave betrokken worden, de uitvraag al gedefinieerd is. De uitvraag werkelijk ter discussie stellen kan dan niet meer. Een opdracht voor een renovatie ombuigen naar nieuwbouw, of andersom, is niet mogelijk. Wij zouden eerder bij de opgave betrokken willen worden, echt mee willen denken over de visie van de school op de huisvesting. In Groot-Brittannië speelt de architect een belangrijke rol in de totstandkoming van het PVE. De keuze om wel of niet bestaande gebouwen te gebruiken is daar nog open. Omdat wij het blikveld van de opdrachtgever graag breed trekken, de verschillende opties laten zien, zijn wij daar redelijk succesvol.” We zijn er doorheen. Is er nog iets dat jullie willen toevoegen? EvdW: “Dat het ontwerpen van scholen leuk is!” PK: “Als architect werk je met hele betrokken opdrachtgevers. De docenten, die met hart en ziel voor de klas staan, zijn ontzettend leuke gesprekspartners. Met hen kun je er echt voor zorgen dat het gebouw gewoon goed wordt.” — architectenweb — 47


Het

klaslokaal

uit

“Waar de leraar voorheen de poort was tot kennis, daar worden leerlingen via het internet nu omringd door kennis”, stelt architect Francesco Messori van D/DOCK. De tijd dat er enkel klassikaal lesgegeven kon worden is daarmee voorbij. Over de aanstaande revolutie binnen het schoolgebouw.

In de praktijk stranden voorstellen voor heel andere plattegronden voor scholen op zaken als dat docenten uiteindelijk geen afscheid willen nemen van hun eigen klaslokaal, verklaarde Dorte Kristensen, architect en partner van atelier PRO, op Het Grote Scholencongres. Om een school een gedifferen- > 48 — architectenweb

Foto’s: Adam Mørk

Tekst Michiel van Raaij


De U-vormige vloervelden van het Ă˜restad College zijn voor een optimale ruimtelijkheid per verdieping een kwartslag gedraaid.

architectenweb — 49


tieerde plattegrond te kunnen geven, met verschillende ruimtes voor verschillende activiteiten, is een sterke visie van het schoolbestuur nodig. Maar zelfs dán. Er wordt al meer dan een eeuw klassikaal lesgegeven. Dat veranderen betekent het omgooien van een cultuur. En dat is geen kleinigheid. Maar hoe geweldig zou het zijn als een groep op een basisschool ’s ochtends begint in een kleine ronde ruimte voor het kringgesprek en dat de kinderen daarna in speciaal daarvoor toegeruste ruimtes kunnen tekenen, rekenen, lezen, spelen?, vroeg Kristensen zich op het congres hardop af. In de meeste basisscholen nu worden al die activiteiten verspreid over de dag in dezelfde ruimte uitgevoerd. Met als gevolg dat de indeling van de ruimte continu veranderd moet worden en eigenlijk voor geen enkele activiteit optimaal ingericht is. Ook hebben kinderen van nature een hoog metabolisme, stelde Jaap Wiedenhoff, adviseur en partner bij ABT op hetzelfde congres. Waarom vragen

Het klaslokaal is niet voor iedere activiteit de beste oplossing

Onder Ontspannen studeren in een van de zitkuilen met zitzakken van het Ørestad College.

we die kinderen om de hele dag stil te zitten in een klaslokaal met een voor hen relatief hoge temperatuur? Meer variatie in zithoudingen, mogelijkheid om te bewegen, en ruimtes met een iets lagere temperatuur zou veel beter bij hen passen. Daarbij winnen onderwijsvormen waarin zelfstandig leren gestimuleerd wordt langzaam maar zeker terrein. Deze ontwikkeling wordt versterkt door de opkomst van mobiele digitale leermiddelen, zoals laptops, tablets en smartphones. Waar kennis voorheen schaars was en via de docent en een beperkte hoeveelheid leermiddelen ontsloten werd, daar is die kennis voor iedere leerling nu direct beschikbaar, verklaarde Ellen van der Wal, architect en partner bij Mecanoo eveneens op het congres. Het is duidelijk dat de hegemonie van het klaslokaal voorbij is. Voor bepaalde activiteiten is het klaslokaal zeer geschikt en dient het behouden te blijven. Maar wanneer er op een middelbare school bijvoorbeeld in teamverband gewerkt moet worden, zijn kleinere ruimtes daarvoor geschikter. Voor zelfstandig leren lenen open studielandschappen zich weer beter.

Ørestad College Hoe zou zo’n school met meer dan alleen klaslokalen eruit kunnen zien? Alweer enkele jaren geleden heeft het Deense architectenbureau 3XN in Ørestad een schoolgebouw ontworpen voor de hoogste klassen van een Gymnasium daar. Het schoolbestuur was erop gericht voor de leerlingen een levendige en interactieve omgeving te bieden en hen voor te bereiden op het zelfstandige leren op de universiteit. Mobiele digitale leermiddelen zouden daarin een grote rol gaan spelen. Voor het Ørestad College heeft 3XN een vijf verdiepingen hoog gebouw ontworpen waarin 50 — architectenweb


collegezaal opgenomen. De gezochte diversiteit in ruimtes is ook in het studielandschap doorgevoerd: naast de reguliere werkplekken zijn er in het oog springende ronde zitkuilen met grote zitzakken gerealiseerd. Voor wie op een net andere manier wil leren.

Foto’s Metis Montessori Lyceum Oosterpark: Dirk Verwoerd

Metis Montessori Lyceum Oosterpark

grote vides de verschillende verdiepingen letterlijk en figuurlijk met elkaar verbinden. Op de verschillende verdiepingen zijn verschillende open studielandschappen gerealiseerd. Maar door de manier waarop het gebouw rond de vides georganiseerd en gematerialiseerd is, lijkt het nog veel opener dan het feitelijk is. Langs de gevels zijn namelijk overal ook nog klaslokalen te vinden. De klaslokalen zijn aangevuld met kleinere ronde werkruimtes en onderin het gebouw is een grote

Boven In het Metis Montessori Lyceum Oosterpark hebben leerlingen een lounge, stilteruimtes en kleinere ruimtes tot hun beschikking. Onder Bogen met glazen wanden hebben het voorheen gesloten interieur geopend.

Aan de rand van het Oosterpark in Amsterdam laat atelier PRO zien dat ook in oudere schoolgebouwen plek te maken is voor een diversiteit aan ruimtes. In het Metis Montessori Lyceum Oosterpark heeft het bureau in verschillende dragende wanden bogen aangebracht om de ruimtes via glazen wanden onderling met elkaar te kunnen verbinden en de bruikbaarheid van de ruimtes te vergroten. Volgens de principes van het Montessorionderwijs kunnen leerlingen in de school individueel of in groepjes werken en wordt hen daartoe onder meer een lounge, stilteruimte en kleinere ruimtes ter beschikking gesteld. Overal in het oude gebouw zijn plafond- en wandpanelen toegevoegd om een optimale akoestiek te bereiken. In een uitbreiding van de school, waar atelier PRO momenteel aan werkt, zal een met schuifwanden flexibel in te richten ‘leerplein’ komen.

Brede School Brunssum Dat een diversiteit aan ruimtes niet enkel voorbehouden is voor middelbaar en hoger onderwijs, illustreert D/DOCK met zijn interieurontwerp voor de Brede School Brunssum. In nauwe samen- > architectenweb — 51


werking met KOW, dat het exterieur en casco van de school ontwierp, heeft D/DOCK een brede school ontworpen waarin gangen ontbreken en in plaats daarvan verschillende zones gedefinieerd zijn voor de verschillende typen activiteiten. Centraal in de school ligt een groot atrium, de ‘waterput’. Deze kan gebruikt worden voor grote bijeenkomsten, maar fungeert de rest van de tijd als een overdekt plein. De tribune in het atrium vormt meteen ook de trap naar de eerste verdieping. De onderwijsfuncties liggen aan weerszijden van het atrium en worden via deze grote ruimte met elkaar verbonden. Ten oosten van het atrium liggen twee basisscholen, ten westen van het atrium liggen een peuterspeelzaal en een kinderdagopvang. Na schooltijd wordt de kinderdagopvang gebruikt als naschoolse opvang. In de onderwijsruimtes heeft het klaslokaal plaatsgemaakt voor een flexibele omgeving met twee vaste elementen: het ‘kampvuur’ als plek waar met behulp van een digitaal bord lesgegeven kan worden, en de ‘keukentafel’ waar kinderen zelfstandig aan kunnen werken. Tussen de onderwijsruimtes en het atrium zijn gevarieerd ingerichte ‘hubs’ gerealiseerd. Francesco Messori, architect en partner bij D/ DOCK, heeft het interieurontwerp voor de school samen met zijn collega Irene Snel ontwikkeld. “Kinderen hebben een grote tastzin, maar er is geen budget voor een goed interieur. Waarom is dat?”, vraagt Messori zich hardop af. Het interieur van de school krijgt een palet van zachte kleuren. Messori: “Waarom zijn scholen, maar ook kinderspeeltjes, altijd zo fel gekleurd en vereenvoudigd qua vorm? Omdat kinderen het anders niet begrijpen? We zouden onze kinderen juist moeten omringen met schoonheid, complexiteit en nuances. Dit waarderen wij als volwassenen ook, dus waarom zou een kind hier geen behoefte aan hebben?”

Een school moet eigen onderzoek door kinderen ondersteunen

Scholen als kenniscentra voor de maatschappij

moeten scholen middenin de maatschappij staan”, verklaart Messori. Zelf heeft hij tijdens zijn studententijd nog een ambacht geleerd in een Italiaanse bottega, een atelier. Wat Messori betreft zouden kinderen van jongs af aan, naast de huidige lessen, een deel van de tijd ook gewoon vakken moeten leren: meelopen met een loodgieter, helpen groenten te verbouwen in de tuin, dat soort dingen. “De manier om als Nederland onze plek in de wereld te behouden is wanneer we een land van innovators worden”, aldus Messori. Een school moet daarvoor eigen onderzoek door de kinderen ondersteunen. Het schoolgebouw ziet Messori voor zich als een marktplein dat omringt is door een verzameling van ‘winkels’, waarin leraren hun kennis aanbieden. “De rol van de leraren is totaal aan het veranderen”, stelt Messori. “Waar de leraar voorheen

Aan de basis van het ontwerp van D/DOCK voor de Brede School Brunssum ligt een jarenlang onderzoek naar de toekomst van het onderwijs. “Aan het einde van de achttiende eeuw was de school een manier om kinderen uit het werkende leven te halen, ze daar als het ware van te redden”, zegt Messori. “Maar het gevolg is dat we nu bijna alleen maar ‘witte boorden’ opleiden.” Vakmanschap is nauwelijks meer aanwezig en heeft het een laag aanzien gekregen. Bovendien zijn scholen totaal losgekoppeld van de maatschappij. “Kinderen leven in een soort koelkast, waarin alle invloeden van buiten tegengehouden worden.” In de visie van D/DOCK moet het geïsoleerde onderwijssysteem radicaal opengegooid worden. “In plaats van buiten de maatschappij te staan, 52 — architectenweb

Links Aan de ‘keukentafel’ kunnen kinderen in de Brede School Brunssum zelfstandig werken. Boven Het atrium verbindt alle functies en verdiepingen met elkaar en is zo ingericht dat er ook events gehouden kunnen worden. Rechterpagina onder Een blik op de tussenruimte tussen de ‘kampvuren’ en de ‘keukentafels’, en het atrium.


de poort was tot kennis, daar worden leerlingen via het internet nu omringd door kennis.” Geïnspireerd door een Amerikaans voorbeeld ziet Messori voor zich dat een school verschillende zones krijgt: een Einstein Plek waar in een tuin inspiratie en kennis opgedaan kan worden, een Da Vinci Studio waar dingen gemaakt kunnen worden, en een Jamie Oliver Studio waar opgebouwde kennis gedeeld wordt en erover gecommuniceerd wordt. Een school staat zo niet alleen permanent in verbinding met de maatschappij, maar voegt er ook continu iets aan toe. “Kinderen kunnen op het ene moment in de tuin werken en op een ander moment een videoconferentie hebben met mensen in China”, ziet Messori. “We gaan toe naar een ‘lobal society’, waarin we ‘global’ denken en ‘local’ werken.” — architectenweb — 53


— advertorial

Ontmoetingsplek onder houten lamellen Het Erasmus Paviljoen vormt letterlijk en figuurlijk het centrum van de nieuwe universiteitscampus Woudestein in Rotterdam. Powerhouse Company en de Zwarte Hond hebben een even sfeervol als opvallend paviljoen ontworpen. Een glazen gevel rondom toont in een uitnodigend gebaar het interieur, waarin een houten wand die ombuigt naar plafond een hoofdrol speelt. De gewelfde wandbekleding vormde een ontwerpuitdaging voor de producent Derako International BV, die met doordachte engineering en goede samenwerking succesvol is opgelost. De campus Woudestein van de Rotterdamse Erasmus Universiteit is volgens een nieuw stedenbouwkundig plan heringericht. Daarbij is onder een dynamisch en kwalitatief hoogwaardig verblijfsgebied toegevoegd. Op de kruising van de twee hoofdassen ligt het Erasmus Paviljoen, ontworpen door Powerhouse Company en de Zwarte Hond. Het paviljoen is de plek waar studenten en academisch personeel elkaar kunnen ontmoeten voor onder meer studie, overleg, lezingen en voorstellingen.

Functionaliteit De architecten hebben het gebouw volgens drie thema’s ontworpen: intimiteit, duurzaamheid en iconiciteit. Bij het ontwerp en de uitwerking hebben Powerhouse Company en de Zwarte Hond 54 — architectenweb

sterk oog gehad voor de functionaliteit van het gebouw; de verwachtingen en de wensen van zowel de eigenaar als de gebruiker zijn sterk in de gaten gehouden: ook met de uitbater van het café zijn er al snel gesprekken gevoerd. De universiteit wilde een gebouw met allure en uitstraling, transparant en alzijdig georiënteerd. Het Erasmus Paviljoen is een gebouw dat, zo stelt Nanne de Ru van Powerhouse Company, “wil uitnodigen tot spontaan gebruik. Je wandelt er als het ware vanzelf naar binnen.” Rondom uitgevoerd in glas worden de binnenruimte en het omliggende terrein sterk op elkaar betrokken. Vanuit het interieur is er naar alle zijden zicht over de campus; de levendigheid in het paviljoen is van buitenaf zichtbaar. De publieke functies – studieplekken, bespreekkamers, de foyer en het café met terras – liggen als een ring langs de gevel. Binnen de publieke zone ligt de logistieke kern met daarboven een multifunctionele zaal. De wanden van de gesloten kern gaan welvend over in het plafond van de open zone. De welving voelt als een warm en koesterend gebaar over de gebouwgebruikers, een gevoel dat wordt versterkt door de bekleding met massief houten lamellen.

Integrale samenwerking De houten wand- en plafondbekleding neemt een prominente plek in het ontwerp in. De architecten hebben om meerdere redenen gekozen voor massief hout. Het materiaal is bij uitstek geschikt voor de gewenste intimiteit, allure en prettige sfeer. Hout draagt ook bij aan

een goede akoestiek, wat het paviljoen mede tot een aangename verblijfsplek maakt. Dit zijn alle belangrijke voorwaarden voor de functionaliteit van het gebouw. Verder past massief hout goed in het duurzaam bouwen. Er is gebruik gemaakt van het Derako Lineair open systeem. De onderneming Derako zat al in een vroeg stadium met de architecten om de ontwerptafel. Technisch was het ontwerp vrij lastig. De wanden gaan aan elke gebouwzijde met een andere radius over in het plafond. De hoekaansluitingen vormden de grootste uitdaging in dit project. Derako heeft die overwonnen door toepassing van het nieuwe SLR-montagesysteem en doordachte engineering. De onderne-


advertorial —

Linkerpagina De massief houten lamellen dragen bij aan een aangename sfeer, goede akoestiek en duurzaam bouwen.

Fofo: Derako

Fofo: Derako

Rechts De rondom glazen gevel betrekt het interieur en het omliggende terrein sterk op elkaar. Onder De wanden gaan aan elke gebouwzijde met een andere radius over in het plafond.

ming heeft in de realisatie nauw samengewerkt met af bouwbedrijf Punt Systeembouw, zodat elke partij zijn kennis en ervaring kon inbrengen.

Fofo: Christian van der Kooy

Speciaal systeem Het hele gebouw, inclusief de wandbekleding in latten, is in een 3D BIMmodel uitgetekend. Derako heeft in de productie elke hoek op maat gezaagd met een speciaal daarvoor aangeschafte machine en de lamellen vervolgens genummerd. De af bouwende partij heeft de latten als het ware als bouwpakket

kunnen installeren. De radia zijn uitgefreesd op houten schenkels, die hart op hart 600 millimeter uit elkaar zijn geplaatst. Op de schenkels zijn Derako SLR-profielen inclusief een speciale, door Derako gepatenteerde, clip gemonteerd. De profielen zijn zwart gecoat en vooraf in de juiste radius gewalst. Door het SLR-systeem en clip zijn de rood eiken lamellen bevestigd zonder dat er nagels of beschadigen aan het hout zichtbaar zijn. De houten lamellen zijn brandvertragend behandeld en blank afgelakt. Er is gekozen voor

open voegen tussen de lamellen met het oog op verlichting die achter de schenkels is aangebracht. De achterwanden zijn uitgevoerd in rood akoestisch spuitpleister. ’s Avonds straalt het licht tussen de lamellen door en gloeit het paviljoen op als een baken op de campus. — Meer informatie Derako International B.V. Kanaalkade 66 1756 AD 't Zand T +31 224 592340 E info@derako.com I www.derako.com

architectenweb — 55


— advertorial

Filter tussen

binnen en buiten De AOC Oost in het Gelderse Twello biedt voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs in de sector groen. Het schoolgebouw ligt aan de rand van het dorp, grenzend aan een landschap met weiden en landgoederen. Het ontwerp van SP De architect wenste montage van de Multifilmbinnenzonwering in een lijn

Architecten legt een duidelijke relatie met het groen, zowel dat van het onderwijsprogramma als dat van de omgeving. De atria zijn uitgevoerd met standaard kasprofielen en enkel glas, zoals in de glastuinbouw gebruikelijk is. Hierdoor

vormen ze een overgangsklimaat tussen buiten en de gebouwblokken waarin onder meer de lokalen zijn gesitueerd. Vijvers in de buitenruimte lopen door in de atria, waarmee SP Architecten binnen en buiten letterlijk heeft samengebracht. Ook het omliggende terrein laat de grenzen tussen school en groene omgeving vervagen: aan de zuidzijde lijkt het meer op een boerenerf dan op een schoolterrein en het noordelijk deel van de buitenruimte bestaat grotendeels uit een sortimentstuin. Natuur kenmerkt ook de gevels: bij de glazen atria en de gymzalen zijn ze voorzien van verticaal groen; de gebouwblokken zijn voornamelijk voorzien van glas en verduurzaamd houten gevelbekleding in een opvallend patroon.

Warmtewerend, lichtfilterend SP Architecten heeft bij het ontwerp van de gevel geen rekening hoeven te houden met de plaatsing van buitenzonwering. 56 — architectenweb

Fofo’s: Ingenieursburo De Leeuw

Het nieuwe gebouw AOC Oost in Twello bestaat uit verschillende paviljoens die worden verbonden door glazen atria. De gevels van de paviljoens zijn bekleed met verduurzaamd hout in verspringende en diagonale banen. SP Architecten heeft deze gevel kunnen ontwerpen door de keuze voor Multifilm binnenzonwering. Het product is in warmtewering gelijkwaardig verklaard aan buitenzonwering; daarnaast filtert Multifilm binnenvallend licht en behoeft het geen onderhoud.


advertorial —

Op aanraden van het architectenbureau is gekozen voor Multifilm van De Leeuw, een product dat – anders dan de naam doet vermoeden – geen folie maar een beweegbaar systeem betreft. Deze binnenzonwering is gelijkwaardig aan buitenzonwering, zoals formeel vastgelegd in een verklaring van Agentschap NL. Voor SP Architecten betekende de keuze voor het product dat er geen enkele belemmering was voor de bijzondere bouwkundige detaillering. Daarnaast werkt Multifilm ook lichtfilterend, zodat het tevens een oplossing biedt voor de reflectieproblemen bij de digitale schoolborden. Het architectenbureau wist dat AOC Oost daarmee zou gaan werken. Multifilm is een ‘doek’, bestaande uit drie lagen: een reflecterende zilverfolie aan de raamzijde, een flinterdunne transparante laag en een kleurlaag aan de binnenzijde. Naar gelang de situatie kan gekozen worden voor doeken uiteenlopend van geheel verduisterend tot zeer

Boven De paviljoengevels zijn bekleed met hout in verspringende en diagonale banen. Onder Bij Multifilm blijft zicht naar buiten behouden

transparant, met gelijkblijvende eigenschappen. Licht- en zichtproblemen in het interieur worden opgelost en tegelijkertijd blijft het zicht naar buiten goed.

Onderhoud De binnenzonwering heeft ten opzichte van buitenzonwering een aantal voordelen. Buitenzonwering vereist veel onderhoud en is bij harde wind niet bruikbaar. Multifilm is niet aan weersinvloeden onderhevig; daarnaast behoudt het zijn reflecterende eigenschappen doordat borstels in de cassette het doek bij oprollen telkens schoonvegen. Het doek rolt op in een aluminium cassette via geleiders. De Leeuw, dat het product uit Duitsland

importeert en monteert in Nederland en België, geeft aan dat Multifilm een kleine oproldiameter heeft. Bij een standaardhoogte van 3,40 meter is de cassette slechts 55 millimeter diep en hoog. De cassette en de geleiders kunnen in elke RAL-kleur worden uitgevoerd. Het doek kan bovendien decoratief worden ingezet met een kleur, dessin of zelfs foto naar wens. — Meer informatie Ingenieursburo De Leeuw BV Postbus 3 1740 AA Schagen T +31 (0)224 591941 F +31 (0)224 591266 E info@multifilm.nl I www.multifilm.nl

architectenweb — 57


Stedelijke spons

Gebouw Level in hartje Leiden was van begin af aan voorzien als multifunctioneel complex. Naast een ROC bevat het door MVSA Architects ontworpen gebouw ook een hotel, zorghotel, wellness centre, kantoren en commerciële ruimten. Het interieur functioneert als een compacte stad, waarvan de ruimtelijke opzet ervoor zorgt dat de functies elkaar werkelijk aanvullen. Tekst Aldo Trim

58 — architectenweb

Rechterpagina Een van de vides in de S-vormige plattegrond, die daglicht en uitzicht diep het gebouw in brengen.

Deze werden vooral gevonden in de complexiteit van het forse programma en de beperkingen die de locatie opwierp.

Permeabiliteit Door architect Roberto Meyer van MVSA Architects moest creatief binnen het strikte kader van stedenbouwkundige randvoorwaarden gemanoeuvreerd worden. Zo stond de bebouwingsenveloppe een smal rechthoekig blok voor van 60 meter hoogte waar vanaf 6 meter hoogte een bebouwingsoppervlakte van 50% was toegestaan om het zicht door het blok te garanderen. Massastudies die MVSA deed leidden uiteindelijk tot een interne opbouw van S-vormige vloeren, ontsloten door drie kernen. Twee grote vides brengen daglicht en uitzicht diep het gebouw in. Op verschillende niveaus zijn grotere open vloeren gemaakt om samen met de vides de 50% transparantie te waarborgen. MVSA noemt deze ruimten ‘marktpleinen’, wat illustreert hoe het bureau heeft getracht een stedelijke sfeer in de architectuur te vangen. >

Foto’s: Ronald Tilleman

De verantwoordelijkheid voor de bouw van Level naast Leiden Centraal lag oorspronkelijk bij ROC Leiden. Na verloop van tijd werd echter duidelijk dat voor de realisatie van een dergelijk complex gebouw een ontwikkelaar nodig was. Het project is toen overgenomen door GREEN Real Estate dat de benodigde financiën wist te regelen en ook een aannemer inschakelde. Dit toont aan wat het belang is van ontwikkelaars binnen de bouwwereld; vastgelopen of stroef lopende projecten kunnen met een beter beleid een vlucht nemen. Gaandeweg het ontwikkelingstraject is Level uitgegroeid tot een generiek gebouw dat in zichzelf meer bijdraagt aan algemene waarden van beleving en gebruik dan dat het afgestemd is op een specifieke functie. Ongeacht zijn invulling stimuleert het gebouw interactie en uitwisseling, het faciliteert in ruimte. Dit is niet alleen het resultaat van de ontwerpuitgangspunten, ook het ontwikkelingstraject zorgde voor een alsmaar groeiende behoefde aan flexibiliteit. Voor de architect is dan de vraag welke aanknopingspunten er nog zijn voor het ontwerp.


architectenweb — 59


60 — architectenweb


Ongeacht zijn invulling stimuleert het gebouw interactie en uitwisseling Op de begane grond bevindt zich een grootse binnenstraat die toegang biedt tot de verschillende functies in het gebouw. De functies hebben hun entrees naast de kernen. De binnenstraat bevat de commerciële ruimten en werkt als een continuering van het aangrenzende stationsplein. Het publiek kan hier overdekt doorsteken richting het naastgelegen ziekenhuis. Een grote brede trap leidt vanuit de binnenstraat naar een plateau op de eerste verdieping, waar je de vide van het ROC betreedt. Het is deze trap die het beeld suggereert van de trappen in sommige Europese steden die door het publiek als tribune worden toegeëigend. De entree van het ROC is zo eigenlijk de enige specifieke ruimte die in relatie tot een gebruik is ontworpen. In ruimtelijke zin heeft het gebouw de structuur van een spons; hallen, vides en open vloeren gaan in elkaar over. Al bewegend door het gebouw voel je hoe het stationsplein via de binnenstraat, door de entreehal van het ROC, doorloopt naar het dakterras. Doorkijken in de ruimten en naar de binnenstad versterken dit effect. De permeabiliteit van het gebouw is imposant, het zicht op Leiden maakt dat je daardoor het gevoel hebt in direct contact met de stad te staan.

Kruisbestuiving Het gebouw is met een overmaat ontworpen en staat toe dat in de toekomst nog meer gebruikers worden toegevoegd. Voor een optimale flexibiliteit is maatsystematiek van 1,8 meter in het vierkant ingebracht. Samen met het gekozen ontsluitingsprincipe bleek dit veranderingen in de indeling tot zelfs tijdens de bouw toe te laten. Zo was het mogelijk om met een paar lokale aanpassingen aan de construc-

Boven Het gebouw staat op een smalle rechthoekige kavel naast het station. Onder Door de permabiliteit van het gebouw krijgt de gebruiker het gevoel dat hij direct in contact staat met de stad. Linkerpagina Een brede trap leidt vanuit de binnenstraat naar een plateau op de eerste verdieping.

tie op het allerlaatste moment nog een sauna met zwembad op de bovenste verdieping toe te voegen. Interessant om te zien is dat de functies zich naar het gebouw voegen en in elkaar grijpen. De plotse overgangen zorgen voor kruisbestuiving tussen gebruikers en verrassende ontmoetingen. Ook zorgt dit ervoor dat de studenten van het ROC makkelijk praktijkervaring kunnen opdoen bij het hotel en het wellness centre, alles lijkt onderdeel te zijn van de school. In het restaurant, dat als een glazen volume de binnenstraat insteekt, werken studenten in de bediening en de keuken. Wat de grote kwaliteit van het ontwerp is, heeft echter ook een moeilijkheidsgraad in zich: hoe scheid je in een verbindend gebouw totaal verschillende functies zonder hun onderlinge relaties te belemmeren? In horizontale zin vormen de vides belangrijke ruimtelijke scheidingen, maar brengen ze aangrenzende functies ook samen. Loopbruggen worden daardoor ontmoetingsplekken. In > architectenweb — 61


Verticale stad

Langsdoorsnede

Dwarsdoorsnede

1 Entree 2 Horeca 3 Commerciële ruimtes 4 Expeditie 5 Onderwijsruimte 6 Kantoorruimte

5

6 e verdieping

6

5

1e verdieping

2

1 1

1

3

Het gebouw heeft de ruimtelijke structuur van een spons: hallen, vides en open vloeren gaan in elkaar over

3 4

Begane grond

verticale zin scheiden vloeren functies, want het programma is verdiepingsgewijs in het gebouw verspreid. Op één verdieping komen dus nooit verschillende functies samen, tenzij deze door een vide gescheiden worden. Algemene (nood-)trappenhuizen in de kernen zijn uitgerust met rolhekken. Deze zijn gewoonlijk dicht, zodat studenten zich niet door het gebouw verspreiden. In geval van brand gaan de hekken open zodat mensen van de hogere verdiepingen kunnen vluchten.

Uniforme uitstraling Vanwege de geluidsdruk van het spoor en de grillige ruimtelijke structuur van het interieur, is om het gebouw een glazen gevel als beschermende huid 62 — architectenweb

Rechterpagina boven De flexibele structuur van het gebouw staat allerlei functieveranderingen in de toekomst toe. Rechterpagina onder Klaslokalen en werkplekken in het onderwijsgedeelte.

aangebracht. Dit werkte kostenbesparend, omdat de vides nu niet geïsoleerd hoefden te worden. De vides dienen als overstort voor de gebruikte lucht. Via een warmte terugwin-installatie wordt de warmte hiervan weer hergebruikt. Openheid van de vloeren rondom helpt de doorstroming van lucht, maar biedt vooral de kenmerkende ruimtelijke eenheid en transparantie. De diversiteit aan functies binnenin het gebouw is niet direct af te lezen aan de buitenkant; de gevel is ontworpen als een ingetogen voile, bestaande uit glas en verticale aluminium lamellen. De diepte van de lamellen varieert in een willekeurig patroon, zodat er een spel van schaduwen en lijnen ontstaat. Dit geeft het grote volume in de stad een abstract en speels karakter, zeker gezien vanuit het centrum. ’s Avonds wordt het gebouw spannend als de binnenruimten oplichten, pas dan wordt werkelijk duidelijk wat er binnenin gebeurt. Als een futuristische machine lijkt het blok geland in het historische Leiden. De fascinatie in architectuur voor functionele


expressie die met het modernisme is ontstaan, lijkt in dit soort gebouwen door de economische realiteit een halt toe te worden geroepen. Onzekerheid in de ontwikkeling maakt het dat de architectuur minder toegespitst kan worden op één type gebruiker. Het is niet meer de functie die de esthetiek bepaald, maar andere uitgangspunten in het ontwerp. In de klassieke architectuur was dit vaak een geometrisch spel om het gebouw op zichzelf, ongeacht de invulling, een wetmatigheid te geven. Tegenwoordig is dit bij gebouwtypen als Level meer de intentie om het diverse gebruik te laten spreken binnen een helder ruimtelijk gebaar. MVSA is er in geslaagd om in het uitdagende traject een concept neer te zetten dat weerbarstig is. Zo eenduidig als het gebouw aan de buitenkant oogt, zo veelzijdig is de beleving van het interieur dat haar karakter aan de mens te danken heeft. Het ene moment loop je door een rustig hotel met gasten in badjas, een paar stappen later sta je in een bruisende hal vol studenten. — architectenweb — 63


Fofo’s: Jan Bitter

64 — architectenweb


Binnenstedelijke

universiteitscampus De tot voor kort wezenloze omgeving van station Den Haag Centraal is verrijkt met een gebouw voor het Leiden University College van Wiel Arets Architecten. Het interieur van de school is ontworpen door Studio RTM. Gedurende het ontwerpproces wisselde de functie van het gebouw. Met een generieke architectuur speelt Wiel Arets Architecten in op deze realiteit en houdt het bureau bewust de deur open voor toekomstige functieveranderingen. Tekst Tekst Elsbeth Ronner

Linkerpagina De gevel en structuur van de Anna van Bueren Toren zijn bewust generiek gehouden.

De Anna van Bueren Toren is eind 2013 in gebruik genomen als campusgebouw door Leiden University College (LUC). Het 21 verdiepingen tellende gebouw huisvest commerciële ruimte op de begane grond, onderwijsvoorzieningen op de eerste tot en met de vierde verdieping en 396 woonstudio’s daarboven. De campus is een van de weinige gebouwen in Nederland waar studentenhuisvesting en onderwijs zo direct met elkaar zijn verbonden. De architectuur is de verwezenlijking van een proces waarin, op de architect als constante factor na, zowel opdrachtgever als opdracht steeds veranderde. Het ontwerp voor het gebouw ontstond vanuit de visie van Wiel Arets Architecten (WAA) op de stedenbouwkundige situatie. De gevel en structuur van het gebouw heeft het architectenbureau bewust generiek gehouden. Pas bij de interieurarchitectuur doet het karakter van de school zijn intrede in het gebouw.

Een antwoord op de situatie De locatie van het gebouw wordt gedomineerd door grootschalige infrastructuur en introverte kolossen uit de jaren ‘70, zoals de Koninklijke Bibliotheek en het voormalige Ministerie van Buitenlandse Zaken. Ondanks de vele reizigers die het gebied doorkruisen, was de buitenruimte tot de bouw van de Anna van Bueren Toren alles behalve levendig. De opdracht om op deze locatie een kantoorgebouw te ontwerpen is door WAA direct heroverwogen. Om beter aan de sluiten bij de stedelijke omgeving stelde het bureau voor kantoorruimte te

combineren met bijvoorbeeld een museum eronder en een hotel erboven. Ook is contact gelegd met de bibliotheek. Leidend in de zoektocht naar het juiste programma was de motivatie van WAA om het gebouw als animator voor de omgeving in te kunnen zetten. In de visie van het bureau fungeert het Anna van Buerenplein ervoor als lobby voor het gebouw en is daarom op de eerste verdiepingen van het gebouw een levendige functie gewenst. Wanneer in de initiatiefase nog gezocht wordt naar het juiste programma is het volgens Wiel Arets slim om als architect een architectonische strategie te hanteren die een grote flexibiliteit oplevert, zodat gedurende het gehele proces het programma nog kan wijzigen. Met het aandienen van het LUC als gebruiker van het gebouw vielen alle puzzelstukken in elkaar. Op de begane grond van de toren heeft zich inmiddels een broodzaak met terras gevestigd, wat de reuring op het Anna van Buerenplein al versterkt. De hoofdentree van de toren ligt ernaast en valt, op een genereuze trap na, nauwelijks op. Achter de entreehal wordt de trap doorgezet en leidt deze naar de verdiepingen. De combinatie van de vloeiende ontsluiting door deze trap en de articulatie van de onderbouw in de gevel versterkt de relatie tussen het gebouw en de openbare ruimte.

Een antwoord op het programma Het gebouw is niet specifiek ontworpen op het programma dat het momenteel huisvest. Geredeneerd vanuit de veranderende opdracht heeft WAA een > architectenweb — 65


Een brede trap verbindt de school met zichzelf en het plein ervoor

gebouw ontworpen dat meerdere functies kan huisvesten. Op basis van uitvoerige gesprekken met de gebruiker is dat basisontwerp vervolgens aangepast. WAA heeft inmiddels veel ervaring met onderwijsgebouwen. Zo bouwde het bureau de universiteitsbibliotheek op de Uithof in Utrecht en Campus Hoogvliet in Rotterdam. Tussen Campus Hoogvliet en de Anna van Bueren Toren bestaan enkele overeenkomsten. Bij beide projecten gaat het enerzijds om het scheppen van een beschermde omgeving om te studeren en gaat het anderzijds om het naar binnen halen van de collectieve openbare ruimte. Refererend aan Campus Hoogvliet vindt Arets het een plezier om te zien dat de manier waarop leerlingen zich door het gebouw bewegen werkt. Vanuit de buitenpatio komen leerlingen in de lobby, van waaruit de hal met trappen zichtbaar is. De Anna van Bueren Toren heeft een soortgelijke routing: vanuit de hal zien de studenten de sculpturale trap en ontstaat het gevoel dat er ‘verderop iets gebeurt’. Binnen de generieke architectuur doet het karakter van de school pas zijn intrede in de vormgeving van het interieur. Studio RTM is hiervoor aangetrokken door het LUC. Naast de optimalisatie van de gegeven ruimtelijke indeling, heeft het bureau de opgave opgevat als het zoeken naar een balans tussen 66 — architectenweb

Boven De entreehal voor het schoolgebouw in de plint

Onder In het interieur is gezocht naar een balans.


een prettig verblijfsklimaat, de architectuur van WAA en de gewenste uitstraling van het LUC. De chique materialisatie en gedegen detaillering, ontstaan in overleg met de projectarchitect van WAA, benadrukt de statuur van de instelling. Referenties naar Nobelprijswinnaars in de vorm van citaten in het plafond en afbeeldingen op tussenwanden moeten de studenten tonen in wiens voetsporen zij treden. De functionaliteit van de ruimte sluit aan bij trends in het onderwijs, maar ook bij Het Nieuwe Werken, waarbij in een studielandschap een grote diversiteit aan plekken wordt gecreëerd. Studenten kunnen op verschillende plekken overleggen en studeren. De natuurlijke loop zorgt vanzelf voor een differentiatie: van druk bij de bar van het café naar rustig op verder gelegen plekken. Daarnaast zijn er de gebruikelijke werkgroepzalen en collegezaal.

Flexibiliteit Waar het interieur van het gebouw specifiek ontworpen is voor het LUC, is de architectuur op de stad en op flexibiliteit ontworpen. De gevel is onderverdeeld

Boven Het ontwerp kenmerkt zich door de gerichtheid op de stad en een hoge mate van flexibiliteit.

in een plint met grote vensters, een middendeel met een verticale onderverdeling en een bovenbouw met afwisselend schuiframen en grote vensters. Niets in de gevel verwijst naar de educatieve functie van het gebouw en kan ook geïnterpreteerd worden als de gevel van een kantoorgebouw. Het generieke karakter van de gevel wordt onderschreven door Arets: “Het articuleren van de gevel betekent niet dat afleesbaar is dat op de bovenste verdiepingen alleen gewoond kan worden.” Dat generische heeft belangrijke voordelen. De woonstudio’s van de studenten kunnen samengevoegd worden tot appartementen en de onderwijsruimten zouden ook goed een bibliotheek of andere publieksvoorziening kunnen huisvesten. Volgens Arets kan er geen onderscheid gemaakt worden tussen de techniek van een kantoorgebouw, een onderwijsgebouw of een woongebouw. Dat de bouw van de Anna van Bueren Toren een constructief lastige opgave was, kwam door de aansluiting op de parkeergarage onder het gebouw. Andere technische componenten waaraan het > architectenweb — 67


bij de onderwijsruimten gezocht naar een ideale verhouding tussen het gewenste meubilair en de afmetingen van de ruimtes. De belangrijkste aanpassing bij de kantoorverdieping is het scheiden van kantoorplekken en spreekruimten – wat de functionaliteit van de plattegrond vergrootte. Onderwijs vraagt ook extra aandacht voor audiovisuele middelen. Het integraal betrekken van deze middelen aan het begin van het ontwerpproces levert volgens architect Ewoud Netten van Studio RTM een enorme bijdrage in hoe de ruimtes er uiteindelijk uitzien. Dit is bijvoorbeeld zichtbaar in de nauwkeurige inpassing van de apparatuur in het interieur en de voor dit doeleinde ontworpen meubels.

Het gebruik gebouw moet voldoen, zoals ventilatie, daglichttoetreding en akoestiek, gelden volgens Arets voor alle gebouwen. Er is alleen een goede afstemming van de componenten nodig. Belangrijkste wapenfeit voor het vergroten van het comfort in de woningen was de standvastigheid van de architect om schuiframen te plaatsen. Om de overgang te maken van de kolommenstructuur van de parkeergarage naar een optimale maatvoering voor de studentenwoningen is op de begane grond en de eerste verdieping een zogeheten tafelconstructie gemaakt van ruimtelijke vakwerken. Binnen de gegeven maatvoering zijn, als gevolg van nadere eisen van het LUC, door Studio RTM aanpassingen gedaan aan de plattegronden van zowel de onderwijsruimten als de kantoren. Hierbij is 68 — architectenweb

Linksboven Het gebouw is een verticale campus waar wonen en studeren aan elkaar zijn gekoppeld. Rechtsboven Cabines en open plekken om te studeren zijn met elkaar afgewisseld.

De studenten komen hoofdzakelijk uit het buitenland en zijn volgens architect Nanne Verbruggen van Studio RTM veel aanwezig in het gebouw en zeer betrokken bij de organisatie. In deze verticale campus, waarin wonen en studeren aan elkaar gekoppeld zijn, kan zo een hechte gemeenschap opgebouwd worden. Uit een gesprek met een student, die wel in het gebouw woont maar uitsluitend in Leiden en Amsterdam studeert, blijkt overigens de organisatorische complexiteit van de opgave. De functies hebben verschillende openingstijden en mate van beveiliging. Het is de verdienste van WAA dat de entree van het LUC gecombineerd is met de entree naar de woningen. Op deze manier wordt de relatie tussen beide functies versterkt. Het gebouw wordt beheerd door verschillende


Publiek programma voelt zich als vanzelf thuis onderin het gebouw Anna van Bueren Toren 7 7

7

11

8 7 3 e verdieping

16 e verdieping

6

5

11 7

8

7

9

7 2e verdieping

5 e verdieping

3 1

10

2 4

10

1e verdieping

9

4 e verdieping

1 Entree 2 Lounge / bar 3 Studentenraad 4 Muziekruimte 5 Studielandschap 6 Grand café 7 Werkgroepruimte 8 Collegezaal 9 Patio / terras 10 Kantoren 11 Appartementen

bedrijven. Voor de buitenlandse studenten is het lastig te achterhalen met welke instantie contact gezocht moet worden, bijvoorbeeld in geval van een reparatie. Wil deze verticale campus werkelijk slagen, dan zal ook de organisatie van het gebouw aangepast moeten worden op het samenkomen van verschillende functies onder één dak.

Campusmodel voor de toekomst? Met zijn heldere basisconcept voor de Anna van Bueren Toren kon WAA gedurende het proces snel inspelen op veranderingen in de opdracht. Het gevaar ligt dan op de loer dat het gebouw zich te makkelijk aanpast en in plaats van een allemansvriend een niemandsvriend blijkt te zijn, een niemandsvriend waar geen enkele functie zich echt in thuis voelt. Het grote voordeel van de generieke architectuur is dat de invulling van het gebouw eenvoudig kan veranderen wanneer het onderwijslandschap verandert. Met zijn subtiele verschillen tussen onderbouw en bovenbouw is ervoor gezorgd dat (semi-)publiek programma zich als vanzelf zal thuis voelen onderin het gebouw en privaat programma zich erboven zal nestelen. Het gebouw zal daarom een lange termijn impuls geven aan de stad en het Anna van Buerenplein. Waar veel universiteiten en campusgebouwen zich terugtrekken uit het centrum van de stad is hier de gelegenheid te baat genomen dit levendige programma een aanvulling te laten zijn op het stedelijk leven. Deze verticale campus toont op welke manier de universiteit wederom een plek in de binnenstad kan krijgen. — architectenweb — 69


Natuur aan je voeten

Nieuwe producten

70 — architectenweb

Werk-, leef- en leerervaring op scholen kun je verbeteren met inspirerend, duurzaam design, aldus Tretford. De onderneming maakt al meer dan zestig jaar het bekende ‘ribbeltapijt’ met kasjmiergeitenhaar, scheerwol en jute. Het is in tegels en banen verkrijgbaar in zestig kleuren. Tretford-tapijt laat zich rafelloos snijden en leggen in elk patroon, waardoor het tal van creatieve mogelijkheden biedt. De natuurlijke materialen hebben de beste hypoallergene, hygroscopische en akoestische eigenschappen. Tretford draagt op die manier bij aan frisse scholen, aldus de tapijtfabrikant. Tot slot zijn met een ijzersterk en onderhoudsvriendelijk tapijt de costs of ownership laag. tretford.nl/zakelijk/tapijt-voor-onderwijs


Dubbel beglaasde Connection

Veilige en comfortabele toegang Op het vlak van veiligheid zijn deuren één van de meest tegenstrijdige punten van een school. Enerzijds moeten ze verhinderen dat onbevoegden de school en de klaslokalen betreden, anderzijds moeten deuren in noodgevallen optimale vluchtmogelijkheden bieden. Dorma heeft talrijke oplossingen die speciaal ontwikkeld zijn voor de behoeften en eisen in een school. Deze oplossingen zorgen onder andere voor meer comfort, toegankelijkheid, brandveiligheid en toegangsbeveiliging. Het doel is steeds om de toegang te regelen en controleerbaar te maken.

De nieuwe dubbel beglaasde paneelwand Breedveld Connection is een interessante uitkomst voor ruimtes waar zowel openheid, als flexibiliteit, stilte en privacy gewenst is. De paneelwand kan een oplossing bieden in scholen, vergadercentra of kantoren, maar ook in religieus of zorgvastgoed waar nieuwe maatschappelijke functies de ruimte moeten krijgen. Mede dankzij de twee

dikke glasplaten kan de geluidsisolerende waarde oplopen tot 45 dB Rw, wat betekent dat er prima een vergadering achter kan plaatsvinden. De losse panelen zijn eenvoudig door één persoon verplaatsbaar. De strak vormgegeven kaderprofielen zijn leverbaar in iedere gewenste RAL-kleur. breedveld.com

go.dorma.com/scholen_nl

architectenweb — 71


Brandveilige geluidschotten De belangrijkste wijziging in de huidige NEN 6069-2011 ten opzichte van eerdere versies is dat geluidschotten boven scheidingswanden nu als onderdeel van de wand worden gezien. Dat betekent dat ze moeten voldoen aan het temperatuurcriterium (EI). Samen met Peutz BV heeft Nofisol zijn complete programma geluidschotten volgens de laatste normen laten onderzoeken op brandwerendheid. Dit heeft er in geresulteerd dat alle Nofisol-schotten zijn geclassificeerd als brandschot en/of rookschot voor het toepassingsgebied ‘boven EI beproefde scheidingswand’. Nofisol verklaart dat dit mogelijk wordt gemaakt door de zelf ontwikkelde universele wandaansluiting. nofisol.com

Minder energie, beter klimaat Aan gebouwen in het algemeen en schoolgebouwen in het bijzonder worden steeds hogere eisen gesteld. Voldoende daglicht en een prettig binnenklimaat dragen bij aan betere werk- en leerprestaties. Het Frisse Scholenproject stimuleert scholen om minder energie te verbruiken en het binnenmilieu te verbeteren, waaronder door isolatie. Spouwmuurisolatie met het Isotech-systeem van Isolatietechniek Best loont, aldus de fabrikant: het systeem zorgt voor een forse besparing op stookkosten en draagt bij aan een verbeterd binnenklimaat. Isotech is volgens de fabrikant duurzaam, onderhoudsvrij, veilig en brandvertragend. Isolatietechniek Best biedt vijftien jaar garantie op de spouwmuurisolatie. isotech.nl

72 — architectenweb


Koel met kunststof dakbedekking

Eenvoudig, esthetisch, doordacht FSB introduceert isis, een elektronisch toegangscontrolesysteem op basis van Mifare. Het systeem biedt voor zowel kleinere organisaties als complexere gebouwen oplossingen op maat, omdat isis toepasbaar is als zowel offline als online systeem. De techniek is volledig weggewerkt in het garnituur, waardoor het FSB-design behouden blijft. Het systeem is geschikt voor binnen- en buitendeuren, voor houten, glazen en profieldeuren. Bovendien is isis toepasbaar met de diverse, bekende FSB- deurkrukmodellen in de materialen aluminium, rvs, messing en brons. fsb.de/isis

Voor een gebouw dat energiezuinig moet zijn, is witte dakbedekking een goede keuze: die zal de zonnestralen sterk reflecteren. Zo houdt ook de witte versie van Vaetech-dakbanen het onderliggende gebouw in de zomer minstens 5°C koeler, stelt Derbigum. De onderneming biedt de kunststof Vaetechdakbanen nu aan naast haar bestaande bitumineuze en plantaardige dakbanen. De dakbanen op basis van VAE zijn gemakkelijk te plaatsen, zonder te hoeven branden, en zijn verkrijgbaar in verschillende kleuren. De Vaetech-dakbedekking heeft volgens Derbigum een aangetoonde levensduur van meer dan veertig jaar. De kunststof dakbedekking kan worden gecombineerd met bitumineuze dakbanen. Vaetech heeft een hoge chemische resistentie en mechanische weerstand; het laatste is een pluspunt bij het plaatsen of herstellen van technische installaties op het dak. derbigum.nl/kunststof-dakbanen

architectenweb — 73


Voor tal van oppervlakken De inrichting van een school moet in de eerste plaats functioneel en praktisch zijn. Formica Group, die zich profileert als een toonaangevende internationale fabrikant van innovatieve oppervlaktematerialen, biedt een brede waaier aan ontwerpopties om steeds de juiste sfeer te creëren. Formica-laminaat is geschikt voor tal van toepassingen, uiteenlopend van deuren, wandpanelen en meubels, lockers en kleedruimtes, tot werkvlakken in aula’s. Formica Magnetisch laminaat kan worden gebruikt als whiteboard, projectie- of krijtbord. VIVIX, de serie buitenbekleding van Formica Group, is bijzonder geschikt voor schoolgebouwen, zo stelt de onderneming. formica.com

Een dynamische werkomgeving Om de tijdelijke huisvesting van de Hogeschool Utrecht in een leeg kantorenpand te faciliteren, heeft Office Cabling Systems een flexibele werkomgeving gecreëerd. Met herbruikbare bureau-opbouwunits worden apparaten als laptops en telefoons nu eenvoudig overal aangesloten en gebruikt door de studenten en werknemers. Dit maakt van het statische gebouw een dynamische werkplek en zorgt voor een optimaal gebruiksgemak van de ruimtes. Office Cabling Systems, gespecialiseerd in vloerdozen, opbouw- en inbouwunits, is partner in de flexibele inrichting van werkomgevingen. reklaspits.nl

74 — architectenweb


Solide banken en tafels

Eenvoudig opgeruimd

FalcoBloc, een bijzonder stevig en degelijk gemaakt straatmeubilairprogramma van Falco, wordt volgens de onderneming steeds vaker toegepast op schoolpeinen en campussen. Kenmerkend voor FalcoBloc zijn de kloeke stalen kokerbalken, die thermisch worden verzinkt. De zinklaag beschermt goed tegen corrosie en is weerbestendig. Ook het gebruikte FSCgecertiďŹ ceerde hardhout komt de levensduur ten goede. FSC-hout voldoet aan de eisen voor duurzaam inkoopbeleid. Het Arentheem College koos voor een groot aantal FalcoBloc-tafels en -banken, die werden geplaatst op het dakterras en in de aula.

De FalcoBox is een lage, vergunningsvrije berging met een handig scharnierdak en deuren aan de voorzijde voor snel en makkelijk opbergen. Daarmee is ze een zeer praktische opslag voor allerlei goederen die regelmatig worden gebruikt, zoals speelgoed op een schoolplein. Voor de Bredeschool in Rheden heeft Falco een bijzondere versie van deze FalcoBox gemaak: niet, zoals meestal, uitgevoerd met hardhouten belatting, maar met Trespa Meteon in de kleur lichtblauw. Gecombineerd met een FalcoLok-overkapping in hetzelfde materiaal is zo een fraai en samenhangend geheel op het schoolplein ontstaan.

falco.nl

falco.nl

architectenweb — 75


Efficiënte toegangsverlening Geluidabsorberend in 3D Het Luxalon BXD-plafond van Hunter Douglas combineert een opvallend design met bijzonder goede geluidsabsorptie (tot W = 0,85). De robuuste uitstraling van het BXDplafondsysteem past goed in grote open ruimtes met een hoog geluidsniveau zoals luchthavens, winkelcentra en congresgebouwen. Dankzij de sterk geluidsabsorberende prestaties toveren de BXD-panelen lawaaiige omgevingen om tot ruimtes met een aangename akoestiek. Het nieuwe BXD-plafondsysteem biedt een variëteit aan paneelhoogtes, -breedtes, -lengtes en kleuren en voor de architect de mogelijkheid om – geheel naar eigen idee – onderscheidende, driedimensionale plafonds te ontwerpen. hunterdouglas.nl/BXD

76 — architectenweb

Het assortiment slotsystemen van Burgman Security BV is breed toepasbaar. Van hoofdingang tot klaslokaal, van facilitaire deur tot nooduitgang: voor iedere deur is er een oplossing leverbaar, zo stelt de leverancier. Alle deuren zijn desgewenst op te nemen in, en te controleren via, een online systeem. De slotsystemen van Burgman Security zijn te bedienen doormiddel van RFID, het systeem waarbij deuren worden geopend door een sleutelkaart voor een kaartlezer te houden. Volgens de leverancier is dit een veilig, niet te kopiëren systeem. De vormgeving van de sloten is strak, functioneel en in iedere omgeving in te passen. burgman-security.nl


SONICO MOBIELE PANEELWANDEN ? #"!!  ? !  ?"  !! ) ?#""%

3-*)*3)&&,7*7(-41*3(918996-9.>*3*32918.+93(8.43*1* (*386&>./324'.*1*;&3)*33.*82**6;*,8*)*30*3 1*<.'*1.38*)*1*369.28*7,*:*32**6;&&6)*&&3)* '*7(-.0'&6*:.*60&38*2*8*679.28*7).*78**)7&3)*67 .3,*)**1)0933*3;46)*33&&6)*'*-4*+8*:&3-*8242*38 75*64'.*)89**369.2*0*9>*&&324'.*1*;&3)7=78*2*3 **6.3+462&8.*'*78*07*6:.(**3564/*(856*7*38&8.*:.3)8 94543>*;*'7.8*;;;*75*6431

75

jaar

MOBIELE

WANDEN Espero BV 19.7;*,    $&&1;./0 T    E.3+4*75*6431I;;;*75*6431


Colofon Architectenweb magazine Architectenweb magazine verschijnt vier maal per jaar ISSN 1877-8690

Redactieadres Architectenweb B.V. Postbus 92103 1090 AC Amsterdam 020 - 71 30 600 redactie@architectenweb.nl www.architectenweb.nl Uitgever Martijn Postmus mp@architectenweb.nl Hoofdredacteur Michiel van Raaij mvr@architectenweb.nl Redactie Robert Muis rm@architectenweb.nl Ronnie Weessies rw@architectenweb.nl Medewerkers aan dit nummer Kirsten Hannema, Sjoerd Reitsma, Elsbeth Ronner, Karin Roelofse en Aldo Trim Basisontwerp en vormgeving Solar Initiative, Amsterdam Drukkerij Ipskamp Drukkers, Enschede Coverfoto Christian Richters Advertenties Bart Sakkers 020 - 71 30 600 sales@architectenweb.nl

Advertentie-index Abonnementen Jaarabonnement (4 nummers) € 79,– Nabestellingen € 24,50 per nummer (incl. BTW en verzendkosten) Alle prijzen zijn onder voorbehoud van prijswijzingen. Het abonnementsgeld dient bij vooruitbetaling aan het begin van ieder kalenderjaar te worden voldaan. Voor de betaling ontvangt u een factuur. Abonnementen kunnen per nummer ingaan en worden zonder tegenbericht aan het einde van het kalenderjaar automatisch verlengd. Opzeggen dient schriftelijk te gebeuren bij Architectenweb B.V., minimaal vier weken voor het einde van het kalenderjaar. Adreswijzigingen dienen schriftelijk te worden doorgegeven. Wet op de persoonsregistratie Wij maken u erop attent dat wij enkele door u als abonnee verstrekte gegevens, zoals naam, adres en telefoonnummer, hebben opgenomen in ons gegevensbestand. Vrijwaring Uitgever en auteurs verklaren dat dit blad op zorgvuldige wijze en naar beste weten is samengesteld. Evenwel kunnen uitgever en auteurs op geen enkele wijze instaan voor de juistheid of volledigheid van de informatie. Uitgever en auteurs aanvaarden dan ook geen enkele aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook. © 2014 — Architectenweb B.V. Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen en/of op enigerlei wijze worden gereproduceerd zonder schriftelijke toestemming van Architectenweb B.V. Het binnenwerk van Architectenweb magazine is gedrukt op FSC-gecertificeerd papier.

78 — architectenweb

Branded content Comfoschool — 24 De Leeuw — 56 Derako — 54 Tarkett — 36 Trespa — 26 Advertenties Architect@Work — 3 Breedveld — 2 Espero — 77 Gispen — 79 Maars — 7 Reynaers — 6 Saint-Gobain Glass — 80 Advertorials Breedveld — 71 Burgman Security — 76 Derbigum — 73 Dorma — 71 Falco — 75 Falco — 75 Formica — 74 FSB — 73 Hunter Douglas — 76 Isotech — 72 Nofisol — 72 Office Cabling Systems — 74 Tretford — 70


TURN UITGESPROKEN MINIMALISTISCH DESIGN

DESIGN PAUL BROOKS Paul Brooks’ fascinatie voor kunststof frames uit één stuk en zijn ervaring met netweave-bespanning komen samen. Resultaat: een ogenschijnlijk eenvoudige bureaustoel die sierlijk, functioneel en duurzaam is. Alles klopt, tot in perfectie.

www.gispen.nl


Saint-Gobain Glass is de eerste glasfabrikant die Environmental Products Declarations (EPD) uitbrengt op basis van een complete Life Cycle Assessment. De Life Cycle Assessment (LCA) is een beproefde wetenschappelijke aanpak die het mogelijk maakt in elke levensfase van het product te beoordelen en te kwantificeren (CO2-uitstoot, energie- en waterverbruik, luchtverontreiniging, …).

Stap 2: productie van vlakglas Stap 3: behandeling van het oppervlak (coating)

Stap 1: grondstofwinning

Life Cycle Assessment

Stap 4: verwerking

g

Stap 5: transport

Stap 7: end of life

Stap 6: levensduur van de beglazing

De LCA is gebaseerd op internationale ISO-normen en daarmee van grotere waarde dan een privaat label. De LCA resultaten kunnen op gebouwniveau worden geconsolideerd. Dankzij dit instrument kan Saint-Gobain Glass dagelijks haar beperken en zo een bijdrage leveren aan een duurzame leefomgeving.

The future of glass. Since 1665. Scan de QR-code om meer over EPD te lezen en de resultaten te bekijken.

Aan dit logo herkent u beglazing die een Life Cycle Assessment heeft ondergaan. De Environmental Product document waarin de beoordelingsresultaten worden getoond.

anderen kunnen volgen...

Om volledig transparant te zijn, hebben we besloten de resultaten door een derde partij te laten verifiëren. www.sgglca.com

Architectenweb magazine #5  

Architectenweb magazine is een Nederlands vakblad over architectuur. In iedere editie van het magazine wordt een actueel thema uitgediept. I...