__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

Veel kansen... met eigen initiatief In gesprek met... een 'super nurse' Inspiratie, samenwerking... en ontwikkeling

Verpleegkundigen! Verpleegkundig leiderschap in Amsterdam UMC

1.


voorwoord

Jij bent elke dag bijzonder

V

erpleegkundigen! Wat goed dat er een volgend magazine is voor, door, met en over jullie. Jullie vormen de grootste beroepsgroep in de ziekenhuiszorg. Dus dat uitroepteken is wel terecht!

Het uitroepteken slaat niet alleen op aantallen en op kwantiteit. Juist inhoudelijk en in kwaliteit spelen jullie een hoofdrol. We beginnen in de patiëntenzorg niets zonder jullie professionaliteit, zonder jullie hart en ziel, zonder jullie hoofd en handen, zonder jullie. Daar ben je je misschien niet elk moment van de dag bewust van. Als je elke dag iets bijzonders doet, wordt het gewoon. Realiseer je wel dat het voor patiënten nooit gewoon zal zijn om met ons te maken te hebben. Dus voor hen ben jij elke dag bijzonder. Waarschijnlijk begeleid je ook studenten en denk je met collega’s af en toe na over versterking van jullie evidence based practice. Dan ben je werkzaam op alle kerntaken van een universitair medisch centrum: patiëntenzorg, onderwijs en wetenschap.

Hiermee heb ik mooi de combinatie met de strategie van Amsterdam UMC te pakken, die kort wordt verwoord in de missie en visie: Missie:‘Samen ontdekken wij de zorg van morgen.’ Visie:‘Onze kennis en onze zorgzaamheid verbeteren aantoonbaar de gezondheid in de wereld.’ De uitnodiging daarbij is nadrukkelijk om deze strategische richting in te vullen op geleide van je functie, je verantwoordelijkheid, je belangstelling, je afdeling en zo verder. Want: ‘Wij zijn Amsterdam UMC.’ Met elkaar vullen we dus ook de strategische richting van Amsterdam UMC in, waarbij elk van ons haar of zijn bijdrage levert om dit voor elkaar te krijgen.

Het thema van dit magazine is klinisch leiderschap, met verpleegkundig leider-schap als verbijzondering. Deze vorm van leiderschap gaat elke zorgprofessional aan. Daar hoef je geen ‘formele’ leidinggevende voor te zijn. Het gaat erom de juiste dingen voor elkaar te krijgen in de context van patiëntenzorg: voor de individuele patiënt, voor groepen patiënten en voor de organisatie waar je werkt. Een van de definities (1) beschrijft verpleegkundig leiderschap als:

Vind in dit magazine de inspiratie voor jouw verpleegkundig leiderschap. En realiseer je: jij bent elke dag bijzonder. Dank daarvoor!

Karen Kruijthof

Het samen met collega’s van eigen en andere disciplines én met patiënten en familie werken aan waardevolle zorg, passend bij de situatie. Verpleegkundig leiderschap hoort bij je dagelijks werk, waarbij je invloed uitoefent op zowel de zorg dicht bij de patiënt als de strategische richting van de zorgorganisatie waarin je werkt en daarbuiten.

Namens de raad van bestuur (1) HESTER VERMEULEN, GERDA HOLLEMAN, ANITA HUIS, ERWIN ISTA, PIETER LALLEMAN, VERPLEEGKUNDIG LEIDERSCHAP (BSL; HOUTEN 2017).

2.


Inhoud Pag. 4

Inleiding…

Niets over ons, zonder ons

Pag. 7

Competent

Pag. 8

Vragen aan…

Een bevlogen ‘super nurse’

Pag. 12

Seniorverpleegkundige HR …

Femke van Brenk

Pag. 14

Dubbelinterview…

Competente teamleiders

Pag. 17

Compassie

Pag. 18

Dubbele speeddate….

Slah Chouchane en Anne van Wijk

Pag. 20

Blog…

Nicky van den Bosch

Pag. 21

Teamspeler

Pag. 24

Reportage…

De werkdag van Olimpia Moldovan

Pag. 28.

Blij met kansen van collega’s…

Michèle van der Lee

Pag. 30

Een extra teamlid…

Samenwerken op de kinderafdeling

Pag. 33

Ontwikkelen

Pag. 34

Oncologieverpleegkundige…

Romy Vonk

Pag. 36

Drieluik…

Inspiratie, samenwerking & ontwikkeling

Pag. 40

Kansen door eigen initiatief…

Marloes Badenbroek

Pag. 42.

Blog…

Noor Rouw

Pag. 43

Colofon

3.


inleiding

Verpleegkundig leiderschap:

'Niets over ons, zonder ons' Het belang van een vitale, sterke verpleegkundige beroepsgroep is nog nooit duidelijker naar voren gekomen dan het afgelopen jaar. Verpleegkundige zeggenschap en verpleegkundig leiderschap; er is de afgelopen jaren veel over gezegd en geschreven. Het gaat er dan al snel over dat er ook voor verpleegkundigen een stoel moet zijn aan de bestuurstafel. ‘Niets over ons, zonder ons.’ Een goede en terechte discussie, maar de focus moet niet alleen hierop liggen. Sterker nog, verpleegkundig leiderschap begint wat ons betreft bij de patiënt.

Van verpleegkundig leiderschap zien we elke dag veel mooie voorbeelden. Die alledaagse situaties waarin verpleegkundigen opkomen voor de patiënt en daarbij vertrouwen op de eigen, verpleegkundige expertise. Bijvoorbeeld door een patiëntenbespreking te organiseren over het al dan niet behandelen van een ernstig zieke patiënt. Verpleegkundigen zijn als enige professional 24/7 bij de patiënt en kunnen het initiatief nemen om met verschillende disciplines het gesprek aan te gaan. Een gesprek over zorginhoudelijke vragen, maar ook over de emoties die een situatie oproept. Emoties, niet alleen bij de patiënt en de familie, maar ook bij de zorgverleners. Dit soort gesprekken zijn er niet voor de waarheidsvinding, maar voor het horen van elkaars standpunten. Daarmee ontstaat begrip, van daaruit kunnen samen keuzes worden gemaakt.

arm van de arts. De covid-pandemie heeft heel duidelijk gemaakt dat het vervangen van verpleegkundigen door andere beroepsgroepen lastig is en het ondersteunen van verpleegkundigen slechts tot bepaalde hoogte mogelijk is. Als verpleegkundige vervul je echt een eigen, cruciale rol in het behandelteam. De basis van verpleegkundig leiderschap is wat ons betreft dat iedereen vakbekwaam is en zelf zorgt voor de competenties om goede zorg te leveren. Vakbekwaamheid en zelf verantwoordelijkheid nemen voor je vak betekent ook vertrouwen hebben in de verpleegkundige professional. Niet alles kan in regels of protocollen gevangen worden. Het is veel belangrijker om zaken goed met elkaar te bespreken om daarmee het innerlijke kompas te versterken. Uit onderzoek in Amerika blijkt dat het beroep van verpleegkundige al 30 jaar op rij wordt gezien als ‘most trusted profession’. Onderzoeken uit Nederland onderschrijven dit vertrouwen in de verpleegkundige. Vanuit dat vertrouwen nemen we verantwoordelijkheid voor de patiënt én voor de manier waarop de zorg is georganiseerd. Door

Verpleegkundig leiderschap betekent dat je je niet neerlegt bij de status quo, maar signaleert wat niet goed gaat, zelfstandig nadenkt hoe je dit verbeterd zou willen zien, en vervolgens ook actie onderneemt. Hoe die actie eruit ziet, hangt af van wat bij je past. Verpleegkundigen zijn niet meer de verlengde

4.


verantwoordelijkheid te nemen voor het vak maken we zichtbaar waar de toegevoegde waarde zit van de verpleegkundige. Verpleegkundige kracht is er in allerlei gedaanten. Voor de een is het de jarenlange ervaring in het werken met een bepaalde patiëntengroep, al dan niet met een gespecialiseerde opleiding. De ander doet een masteropleiding om diezelfde verpleegkundige zorg te onderbouwen. Sommigen verkiezen een combi-baan om verantwoordelijk te zijn voor een groter deel van de keten. Weer een ander gaat les geven aan (aankomend) verpleegkundigen. Het gaat erom dat je je interesse volgt. Daarmee versterk je je positie als verpleegkundige en wordt je werk aantrekkelijker.

werken, we halen er kracht uit om het samen te doen. Daarom werken we dit jaar samen met alle verpleegkundigen uit hoe we de positie van verpleegkundigen zelf willen versterken binnen Amsterdam UMC. In maart en april zijn er focusgroepbijeenkomsten geweest met verpleegkundigen in verschillende fasen van hun carrière om te horen wat daarvoor belangrijk is. Binnenkort krijgen jullie allemaal de gelegenheid om te reageren op wat er in de focusgroepen is gezegd. Na de zomer stellen we op basis daarvan een nieuw meerjarenplan verpleegkunde vast: ‘Alles over ons, met ons’. Op die manier blijven we kritisch op ons eigen handelen, ook op bestuurlijk gebied. Net zoals het evalueren van de dienst op de afdeling, of terug op de fiets met een collega, belangrijk is om steeds van elkaar te blijven leren.

Welke rol je als verpleegkundige ook vervult, allemaal zijn we onmisbaar. Personeelsschaarste is al drie jaar op rij een van de toprisico’s van Amsterdam UMC en het verpleegkundig verloop is een groot onderdeel van dit probleem. Het belang van een vitale, sterke verpleegkundige beroepsgroep is nog nooit duidelijker naar voren gekomen dan het afgelopen jaar. Als verpleegkundige zijn we gewend om vanuit een team te

Namens alle verpleegkundig directeuren, Annamarike Seller, verpleegkundig directeur, kwartiermaker verpleegkundige versterking

Imre den Breejen, verpleegkundig directeur divisie Neuro/Hoofd-hals

5.


visie

compassie compassie

ontwikkelen ontwikke

mspeler teamspeler

mpetent competent

6.


quote

Competent teamoverstijgend kijken * de toekomst zien voor wat die zou kunnen zijn * informeel leiderschap * bijdragen aan betere behandeling en screening * je unieke rol als verpleegkundige zichtbaar maken * het niveau wordt hoger * zorg op maat * veel weten en stevig in je schoenen staan * coaching op verbetergedrag * collega’s in hun kracht zetten * flexibel en eigenwijs * artsen vanuit de hele wereld inwerken * de kartrekker van de afdeling * ervoor zorgen dat iedereen het beste uit zichzelf haalt * opgedane kennis toepassen in de praktijk 7.


vragen aan...

8.


Peter Tabak interviewt Esther Kuyvenhoven:

Een bevlogen ‘super nurse’

“Jullie hebben geen arts nodig, jullie hebben míj nodig.” Ze moest het een paar keer herhalen en uitleggen, maar uiteindelijk kreeg verpleegkundig specialist Esther Kuyvenhoven de kans. Ze zette de complete screeningpolikliniek voor haar patiëntengroep op, organiseerde het multidisciplinaire consult en geldt wereldwijd als expert op het gebied van hoogresolutieanoscopie. Ze droomt nu nog van een expertisecentrum en hoogleraarschap. Peter Tabak werkt nauw met haar samen en hij vindt Esther een fantastisch inspirerende en bevlogen collega. Patiënten lopen met haar weg en ze ontvangt zeer vaak complimenten. Voor het samenstellen van deze uitgave werd een oproep gedaan om inspirerende collega's aan te dragen. Peter twijfelde niet over zijn keuze en hij stelt Esther graag zelf aan de lezer voor in tien vragen. 9.


PETER: “Wat mij betreft ben jij een lichtend voorbeeld van verpleegkundig leiderschap. Jouw bevlogenheid is ongeëvenaard. Hoe ben je in Amsterdam UMC terechtgekomen?” ESTHER: “Dat is best een lange reis geweest. Ik ben geboren in Zuid-Afrika en heb in Engeland mijn eigen bedrijf gehad. Eenmaal in Nederland werkte ik eerst in het OLVG. Ik wilde me echter verder ontwikkelen en besefte dat ik daarvoor bij een universitair medisch centrum moest zijn. Want juist daar ligt de nadruk op hoe de kwaliteit van zorg verbeterd kan worden en dat vind ik belangrijk. Toen kwam ik deze vacature tegen. Eigenlijk zochten ze arts-onderzoekers, maar ik wist meteen: dit is het. ‘Jullie moeten mij hebben!’ heb ik gezegd. Dat werd niet meteen opgepikt. (Lachend:) Eigenlijk heb ik net zo lang aangedrongen totdat ze me hebben aangenomen.”

Het opleidings- en carrièrepad van…

PETER TABAK (40)

Havo – hbo-v – verpleegkundige neurochirurgie/orthopedie – verpleegkundig teamleider afdeling Neurologie – verpleegkundig teamleider polikliniek Dermatologie – hoog resolutie anoscopist – physician assistant in opleiding

gevraagd of iemand anders wel eens over de grenzen van de patiënt is gegaan. Wij hebben er voor gezorgd dat deze vraag gesteld wordt. Mede daarom vind ik het ook extra belangrijk dat je tijdens de HRA altijd de eindregie geeft aan de patiënt. Ik vraag bijvoorbeeld bij elke handeling om toestemming en wacht daarop.”

PETER: “Waarom ben jij zo geraakt door dit specialisme?” ESTHER:“Ik kom uit Zuid-Afrika en ik heb daar duizenden mensen zien doodgaan aan hiv. Mijn ouders hebben altijd tegen apartheid gestreden. Ik ben strijdbaar waar het erom gaat dat iedereen even goed en veilig behandeld wordt. Dat er bij zo’n invasief onderzoek goede pijnmedicatie gegeven wordt en dat het geen rol moet spelen of iemand homoseksueel is of hiv-positief. Een andere motivatie is dat je kanker kunt voorkomen bij grote groepen door goed te screenen. Als de kanker pas ontdekt wordt als het zich al in het tweede of derde stadium bevindt, is de kwaliteit van leven veel minder en de kans op overlijden veel groter. Dat kan anders. In de eerste plaats door HPV-gerelateerde kankers te voorkomen door jongeren te vaccineren en nu ook door deze screening bij hoog risicogroepen.”

Onze polikliniek wordt gerund door verpleegkundigen, dat is niet gebruikelijk

PETER: “Dit specialisme valt onder dermatologie. Kun je iets meer vertellen over HRA, hoogresolutie-anoscopie?” ESTHER:“Wij screenen anuskanker en het voorstadium van anuskanker – anale intra-epitheliale neoplasie, kortweg AIN – bij risicogroepen en dat zijn vooral hiv-positieve mannen die seksueel actief zijn met mannen. Anuskanker en AIN heeft veel te maken met het humaan papilomavirus (HPV), hetzelfde virus dat bijvoorbeeld baarmoederhalskanker kan veroorzaken. HRA is een techniek waarmee we anuskanker of de voorstadia ervan kunnen opsporen en behandelen. Dat gebeurt met een colposcoop en anoscoop, waarmee vanbinnen en vanbuiten kan worden gekeken. Als er afwijkingen zijn, nemen we een biopt voor nader onderzoek. Het is een vervelend, maar ook noodzakelijk onderzoek voor de patiënt.”

PETER: “Hoe zou jij verpleegkundig leiderschap omschrijven?” ESTHER: “Toch wel als rebels leiderschap. Ik geloof erg in het belang van cognitieve diversiteit. Als iedereen hetzelfde is, is de uitdaging weg. Je moet lef hebben, elkaar de ruimte geven om je individueel te ontwikkelen en dan samen een eenheid zien te vormen. Met diversiteit kun je meer complexe problematiek oplossen, omdat je dan verschillende uitgangspunten hebt. Het heeft waarschijnlijk met mijn apartheidsverleden te maken dat ik dat graag zie, die diversiteit. Je kunt een gezamenlijk doel hebben, maar juist de diversiteit kan heel mooie dingen brengen en ruimte bieden aan de verschillende wegen die naar dat doel leiden.”

PETER: “Dat laatste speelt een belangrijke rol. Voor ons is het een handeling die we op de poli een paar keer per dag doen. Maar voor de patiënt is het een heel naar en ingrijpend onderzoek; het belangrijkste moment van zo’n dag om tegenop te zien. Hoe blijf jij je daarvan bewust?” ESTHER: “Wij hebben ontdekt dat een hoog percentage van onze patiëntengroep een negatieve seksuele ervaring of seksueel grensoverschrijdend gedrag heeft meegemaakt. We schrokken daarvan. Daarom is er ook veel overleg met de afdeling Seksuologie en is het belangrijk om dat mee te nemen in ons onderzoek. Tegenwoordig wordt al bij het eerste consult

PETER: “Misschien is het ook wel rebels dat je je zo bezighoudt met dit specialisme.” ESTHER: “Het zou wellicht passender zijn als een homoseksuele man zo’n onderzoek zou doen, of in elk geval een man. In plaats van een vrouw als ik. Onze patiëntengroep vormt een vrij hechte gemeenschap en er wordt tegenwoordig veel gegoogeld. Ze kunnen mij zo vinden. Er is dus ook voor de patiënten lef nodig om over vooroordelen heen te stappen en contact met mij te zoeken.”

10.


PETER: “Je runt hier de hele screeningpolikliniek en hebt het multidisciplinaire consult ingevoerd. Kun je daar iets meer over vertellen?” ESTHER: “Als je een vermoeden hebt dat er sprake is van anuskanker, dan zijn er diepere biopten nodig. Daar is een colorectaal-chirurg of andere specialist voor nodig. Om ervoor te zorgen dat de patiënten de juiste zorg en begeleiding krijgen, komen we met verschillende specialismen bij elkaar. Niet een voor een, maar allemaal tegelijk en de patiënt er ook bij. De colorectaal-chirurg, de radioloog en de MDL-arts kan erbij zijn, of bijvoorbeeld de seksuoloog: iedereen die iets voor die betreffende patiënt kan betekenen, haal ik erbij. Het is mooi dat ik de vrijheid kreeg om dit te organiseren. Ik heb die ruimte ook wel gepakt, maar dat kan hier dus. Dat maakt het werk ontzettend boeiend, vind ik.” PETER: “Er komen artsen uit Nijmegen, België en zelfs uit Kenia en Japan, om door jou te worden opgeleid. Een van je dromen is dat wij hier een expertisecentrum worden op dit gebied.” ESTHER: “In Amsterdam UMC leggen we de focus vooral en continu op verbetering van het proces. Ik denk dat we als expertisecentrum hier nog meer aan kunnen bijdragen. We zijn bezig om de HRA te professionaliseren en de zogeheten patient journey te verbeteren. We werken aan een internationale training. Ik vind dat anuskanker nóg beter behandeld kan worden. Er zouden nationale richtlijnen moeten komen om (de voorstadia) van anuscarcinoom te screenen en behandelen. Daar wil ik graag aan meewerken.” PETER: “We zijn een ‘best practice’ voor de hele afdeling, omdat onze polikliniek gerund wordt door verpleegkundigen en dat is niet gebruikelijk. Daar heb jij een belangrijke rol in gespeeld.” ESTHER: “Meestal werken op een poli uitsluitend doktersassistenten ter ondersteuning. Ik ben van mening dat je in een academisch ziekenhuis

Je moet het lef hebben om elkaar de ruimte te geven en vervolgens samen een eenheid vormen

Het opleidings- en carrièrepad van…

ESTHER KUYVENHOVEN (44) Zuid-Afrika: bachelor verpleegkunde, verloskundige, GGZ verpleegkundige, algemeen verpleegkundige, Nurse Practitioner in community gezondheid. Wereldwijd: eigen bedrijf Thandeka in gespecialiseerde verpleegkundigenthuiszorg vanuit Londen en New York in 84 verschillende landen. Nederland: OLVG: MDL/ interne geneeskunde verpleegkundige – gespecialiseerd dialyseverpleegkundige – lid van de ondernemingsraad – verpleegkundig specialist i.o. bekkenbodemzorg en overgangsklachten gynaecologie. Amsterdam UMC: verpleegkundig specialist algemene gezondheid - hoogresolutie-anoscopist – internationaal bestuurslid van International anal neoplasia society (IANS) met speciale attentie voor Europa – bestuurslid verpleegkundig specialisten – redactieraad verpleegkundigen – werkgroep functiewaardering verpleegkundig specialisten – promovenda

11.

verpleegkundigen moet hebben op de poli. Mbo-verpleegkundigen, hboverpleegkundigen, verpleegkundig specialisten, op die manier krik je het hele niveau op. Er is veel geïnvesteerd in het opleiden van artsen, maar je moet ook investeren in verpleegkundigen. Bij onze screeningpoli hebben wij dat gedaan. In de eerste plaats is de patiënt hierbij gebaat, door de verbetering en continuïteit van zorg. De medisch specialisten ervaren ook veel voordelen, want zij hebben hierdoor weer meer tijd voor andere taken. Je bent zo goed als je team is.” PETER: “Wat zijn je persoonlijke ambities?” ESTHER: “Ik ben erg bezig met de ontwikkeling van het vakgebied van verpleegkundig specialisten. Ik zit in het bestuur van verpleegkundig specialisten en draag bij aan het schrijven van een nieuw functieprofiel. Zelf wil ik uiteindelijk hoogleraar worden. Er zijn veel te weinig hoogleraren met een verpleegkundige achtergrond. Ook in ons ziekenhuis zijn ze op één hand te tellen. Verpleegkundigen zouden meer zeggenschap moeten krijgen in verschillende lagen van de organisatie; óók op het hoogste directieniveau, bijvoorbeeld bij de raad van bestuur. We moeten meer de regie nemen, maar die regie moet ons ook gegund worden. Gelukkig zie je wel dat verpleegkundigen zich steeds meer professionaliseren. Ik wil de beroepsgroep graag vertegenwoordigen. Ik wil graag een supernurse zijn; een inspiratie voor anderen.”


speeddate

Er zijn geen ‘gekke’ of ‘te grote’ ideeën om de kwaliteit van zorg te verbeteren

Femke van Brenk

is 29 jaar en werkt als seniorverpleegkundige HR op de afdeling Cardiologie. Ze heeft hbo-v gevolgd aan de HvA en een seniorenleergang en een master Evidence Based Practice aan de UvA. 12.


1.

Waarom heb je gekozen voor dit vak en voor Amsterdam UMC? “Ik heb altijd geweten dat ik in de zorg wilde werken. Op de ambulance, dacht ik eerst. Na twee jaar op de afdeling Cardiologie merkte ik hoeveel energie en waardering ik kreeg door het opzetten van projecten ter verbetering van de kwaliteit van zorg. Ik wil altijd het beste uit mezelf halen en zoek uitdagingen. Die kunnen Amsterdam UMC en het Hartcentrum mij bieden.”

2.

Je bent seniorverpleegkundige. Hoe vul jij die voorbeeldfunctie in? “Greta Cummings, Professor of Nursing, zei: ‘Verpleegkundig leiderschap is in staat zijn om het heden te zien voor wat het werkelijk is, de toekomst te zien voor wat deze zou kunnen zijn en dan actie te ondernemen om de kloof te dichten.’ Zo

zie ik mijn rol als seniorverpleegkundige. Ik werk regelmatig mee in de zorg en signaleer dagelijkse punten ter verbetering. Ik denk mee met het werkplekmanagement over de toekomst. Daarnaast vind ik het ook erg leuk om collega’s te blijven stimuleren, er zijn in mijn ogen geen ‘gekke’ of ‘te grote’ ideeën om de kwaliteit van zorg te verbeteren.”

3.

Wanneer ben je tevreden over je eigen functioneren? “Collega’s laten vaak weten dat ze bij mij terechtkunnen. Daar ben ik trots op en ik vind dit het belangrijkste als seniorverpleegkundige. Ik denk graag mee over kwaliteitsverbetering en onderzoeksideeën, maar ben ook graag een luisterend oor na een zware dienst.”

13.

4.

Wanneer was je echt blij dat je een collega van advies kon voorzien? Tijdens beoordelingsgesprekken die ik voer, blijkt vaak dat jong gediplomeerden graag snel doorstromen naar een gespecialiseerde afdeling. Ik denk dat er veel meer verdieping mogelijk is op de afdeling: cursussen, een masteropleiding of verdieping aan de managementkant. Ik heb een collega kunnen adviseren die op dit moment start met een onderzoekstraject, dat we als afdeling voor deze medewerker hebben ontwikkeld.” Davy Dekker, cardiologieverpleegkundige: “Femke is degene naar wie je toegaat, wanneer je ergens niet uit komt en ze denkt altijd mee om tot oplossingen te komen. Ze is een kartrekker van de afdeling en zorgt ervoor dat iedereen het beste uit zichzelf haalt.”


dubbelinterview

Competente teamleiders

Kijken naar tips en tops Informeel leiderschap: dat is wat zowel Liede Maas (teamleider MPU) als Tessa Möring (teamleider Verloskunde) uitoefent. Het werkt goed: de afdelingen lopen gesmeerd en de teamleden, maar ook andere collega’s, zijn blij.

H

oe doen ze dat? Wat is belangrijk voor hen bij het aansturen van het team en in hun werk? Wat heeft het ze gebracht?

Informeel leiderschap Coaching “Ik kies bewust voor het informeel leiderschap. Het is misschien een afgezaagd woord, maar transparantie is een belangrijk thema in mijn leiderschap,” vertelt Liede. “Ik ben heel makkelijk te lezen en laat merken wat ik vind. Ik ben blij met de goede eigenschappen van een collega, maar heb ook geen moeite met slechte. De goede benadruk ik. Daarmee vertel ik: je wordt gezien. Niet alleen door mij, maar ook door je collega’s, want ik bespreek

die dingen altijd in het overleg. Dat zijn de tops; ik noem het tips en tops. De tips krijg je als je iets wellicht beter of handiger kan doen. Geen kritiek dus, maar coaching, dat ligt mij het beste. Coaching op goed gedrag of op verbetergedrag. Dat is handig voor jezelf, maar ook voor collega’s: op die manier krijgen ze inzicht in sterke of minder sterke eigenschappen van zichzelf of van een ander. Als je dan een keer hulp nodig hebt, weet je meteen bij wie je terecht kunt.” Jonge leidinggevende “Informeel leiderschap, daar houd ik ook van. Ik ben zelf best lang zoekende geweest,” geeft Tessa eerlijk toe. “Ik ben relatief jong leidinggevende geworden, maar het ging allemaal vrij natuurlijk. Dan ontstaat dat informele leiderschap vanzelf. Het ligt mij goed en ik vind het erg leuk. Ik houd er enorm van om dingen te regelen, om collega’s een luisterend oor te bieden en met ze in gesprek te gaan over het vak

14.

en het werk. Ik los graag dingen op en ik vind het leuk om zaken te faciliteren. Om teamoverstijgend te kijken, want dat is ook belangrijk.”

Het vak Zichtbaar Tessa wil graag van betekenis zijn voor haar team, maar ook voor het vak. Bij V&VN is ze bijvoorbeeld voorzitter van de afdeling VOG, voortplanting, obstetrie en gynaecologie. “Dat doe ik nu twee jaar, nadat ik eerst vier jaar bestuurslid ben geweest. Ik ben daar destijds ingerold terwijl ik nog geen ervaring had. Kan mij het schelen, dacht ik, ik doe het gewoon. Daar ben ik nog steeds blij om. Op die manier kun je goed met elkaar sparren, kijken hoe andere ziekenhuizen en verpleegkundigen het doen, wat de ontwikkelingen in het vak zijn. Je kunt je als verpleegkundige nog beter zichtbaar maken. Dat is in ons vak sowieso heel


is natuurlijk uniek, maar op onze afdeling speelt dat extra. Wij kijken steeds goed naar wat de patiënt nodig heeft, naar wat we hem kunnen bieden. We leveren dus echt maatwerk. Zo kunnen we een behandeling beter doen slagen. Want als een patiënt de opdracht van de arts niet naleeft, de voorgeschreven medicatie niet neemt of bijvoorbeeld rond gaat lopen terwijl hij of zij moet blijven liggen, dan moeten wij dat tij proberen te keren. Dat geldt op onze afdeling, maar eigenlijk overal. De rol van een verpleegkundige is daarin doorslaggevend.”

Meebewegen

Het opleidings- en carrièrepad van…

LIEDE MAAS (57): belangrijk: daar zijn best nog wel wat stappen te maken.” Holistisch Ook Liede zet zich graag in voor het vak. Haar afdeling, de MPU – de Medisch Psychiatrische Unit – is een relatief nieuw specialisme bij Amsterdam UMC. “Toen deze afdeling werd opgezet, wist ik meteen: dat is iets voor mij. Vanuit mijn passie en idealisme, maar ook vanuit het idee dat ik wilde meehelpen om deze unit verder te ontwikkelen. Die gedrevenheid is wel groot bij mij. Op de MPU komen patiënten met zowel lichamelijke aandoeningen als psychiatrische klachten, die niet terechtkunnen op een reguliere verpleegafdeling. Je krijgt dus te maken met een combinatie van diagnoses. Meestal verkeren de patiënten op onze afdeling in een crisis.” Op de MPU is een andere manier van zorg nodig. Zorg op maat, noemt Liede het. “Wij zijn behoorlijk holistisch bezig. Iedere patiënt

Mavo – Verpleegkunde A – Diaconessenhuis Arnhem – Radboudumc Nijmegen – Amsterdam UMC (1989) – gewerkt op diverse afdelingen – verpleegkundig teamleider nieuwe afdeling MPU – kaderopleiding – middenmanagement zorg & welzijn – diverse bijscholingen op het gebied van leiderschap

Onze afdeling werd een edelsteen of 'gem' genoemd, een prachtig compliment

” 15.

Vervolgopleiding Liede heeft ervoor gezorgd dat er een verpleegkundige vervolgopleiding ziekenhuispsychiatrie is gestart,. “Ik ben de grondlegger van de opleiding en heb ook meegeholpen aan de ontwikkeling ervan. Onlangs is de opleiding CZOgeaccrediteerd,” zegt ze trots. “Ik leid hier ook mensen op en herken vaak meteen of dit werk bij iemand past. Het is toch een bijzondere afdeling. We werken in een academische setting en je vindt hier voornamelijk specialistische afdelingen. Wij werken juist heel generalistisch, omdat hier mensen komen met allerlei lichamelijke – en psychische – aandoeningen. Je moet dus veel weten en tegelijkertijd stevig in je schoenen staan. Uit je comfortzone durven te stappen, tegendraads kunnen denken. Flexibel zijn, mee kunnen bewegen en misschien ook wel een beetje ondeugend zijn, eigenwijs. Vanuit je verpleegkundige vak weet je iets soms beter dan bijvoorbeeld een arts; dat moet je dan ook durven te zeggen.” Corona- en niet-coronapatiënten Ook op de afdeling bij Tessa is het vaak enorm hectisch. Dat werd nog vele malen erger ten tijde van de coronagolven. Die brachten een enorme uitdaging met zich mee. “Elke dag hebben we het team bij elkaar gehaald


en ingelicht over de maatregelen. Het ging allemaal zó snel; élke dag was er wel weer iets nieuws. De partner wel of niet bij het bed, de bezoekregels veranderden steeds. Dagelijks kregen we de meest recente informatie van onze verpleegkundig directeuren. Handig, want dan kon je daar meteen op anticiperen. Amsterdam UMC heeft twee locaties Verloskunde en we willen één lijn trekken, dus ook met elkaar hadden we continu overleg. Belangrijk was ook: hoe ziet het team eruit, zijn er zieken, hoe krijgen we de diensten rond? Voor ons geldt een uitzonderlijke situatie, omdat op de afdeling Verloskunde coronaen niet-coronapatiënten door elkaar heen liggen. Hoe organiseer je dat? Zijn de kamers veilig genoeg, hoe kun je communiceren? Vanuit locatie VUmc kwam bijvoorbeeld het briljante idee om met walkietalkies te werken. Ideaal, dan hoefden onze collega’s zich niet continu in zo’n pak te hijsen om alleen een vraag te stellen of te beantwoorden.”

In the lead Enthousiast blijven Vooral gedurende de coronaperiode merkte Tessa dat ze echt ‘in the lead’ was. “Op zo’n moment komen je leiderschapskwaliteiten wel naar voren. Alle vragen kwamen bij mij terecht, maar ook de problemen. Ik vond het leuk om te ervaren. Omdat het zo hectisch was, kon ik andere projecten laten liggen en me volledig hierop focussen. Dat was ook wel nodig met al die overleggen en vragen.” Niet iedereen is het altijd eens geweest met de vele veiligheidsregels, dat geldt natuurlijk ook op een afdeling. Hoe deal je daarmee als teamleider en hoe krijg je mensen steeds weer in hun kracht? Tessa: “Door zelf heel enthousiast te blijven. Dat hoor ik ook wel terug. Zelf positief erin blijven staan, dat ligt ook wel in mijn aard. Ik kan mensen heel goed enthousiasmeren. Wat ook belangrijk is: neem je collega’s altijd serieus.”

Hoe krijg je mensen in hun kracht

” Het opleidings- en carrièrepad van…

TESSA MÖRING (31) Havo - hbo-v - vervolgopleiding tot gynaecologieverpleegkundige vervolgopleiding tot obstetrieen Critial Care obstetrie verpleegkundige - interne opleiding tot senior verpleegkundige verpleegkundig teamleider afdeling Verloskunde - diverse interne managementcursussen

16.

Compliment Liede herkent dit meteen. “Bij ons is het soms best zwaar, bijvoorbeeld ook omdat we met een klein team zijn. Dat is soms best pittig. Een klein team is kwetsbaar, maar ook heel loyaal. Wij hebben bijvoorbeeld een heel laag ziekteverzuim. Onze mensen zijn ongelofelijk gemotiveerd en er is een goed leerklimaat.” Liede is trots op haar team en op haar afdeling. “Het idee achter de MPU komt uit de Verenigde Staten en het geeft onze organisatie een flinke kwaliteitsimpuls. Toen er hier controleurs kwamen van het internationale kwaliteitskeurmerk JCI (Joint Commission International, red.), werd onze afdeling door hen een ‘gem’ genoemd, een edelsteen. Dat was een prachtig compliment.”


quote

Compassie persoonlijke aandacht geven * steun aan een collega * vriendelijk, geduldig, eerlijk en met empathie * transparant en een luisterend oor * het mango-effect: kleine gebaren en onverwachte attenties * patiënt kracht geven om door te vechten * een laatste wens in vervulling laten gaan * het dierbaarste dat ouders hebben ligt in jouw handen * onderbuikgevoel en subtiele signalen * ouders zijn begrijpelijk emotioneel * opgelucht vanwege hoop op een goed herstel * klaarstaan voor patiënten én collega’s * betrokken en empathisch * ouders voelen zich gehoord * een collega als mens zien en niet als functionaris 17.

C


dubbele speeddate

1.

Waarom heb je gekozen voor dit vak en dit ziekenhuis? “Verpleegkundige is een veelzijdig beroep. Elke dag voor patiënten zorgen en de patiënt begeleiden bij het ziekteproces is heel mooi. Het geeft mij energie. In Amsterdam UMC werk je met diverse specialismen en met complexe en uitzonderlijke aandoeningen, waar je veel verschillende verpleegtechnische handelingen voor moet verrichten. Patiënten kunnen vaak alleen in een academische setting behandeld worden.”

2.

Hoe draag jij ‘compassie’ uit naar collega’s? “Compassie betekent voor mij een collega zien als mens en niet als functionaris. Het gaat om persoonlijke aandacht. Als je handelt uit compassie, handel je als medemens. Gezien worden, weten dat een collega met je begaan is en steun van een collega, dat zijn de drie meest voorkomende uitingen van compassie. Op korte termijn kan compassie helpen om een lastige situatie met een collega het hoofd te bieden en te transformeren naar een vruchtbare samenwerking. Op lange termijn draagt het bij aan prettiger en effectievere relaties met je collega’s en een fijne werksfeer.”

3.

Wat vind jij belangrijk in de omgang met patiënt en familie? “Als ikzelf een patiënt of diens naaste zou zijn, zou ik het fijn vinden om vriendelijk, geduldig, eerlijk en vooral met veel empathie behandeld te worden. Bovendien meten mensen kwaliteit van zorgverlening vooral af aan de manier waarop met hen is omgegaan. Belangrijk hierin is dat zij zich gezien voelen en gehoord worden. Ik behandel een patiënt zoals ik een familielid zou behandelen.”

4.

Wanneer was je echt blij over de manier waarop je met een collega bent omgegaan? “Toen laatst een collega slecht nieuws van het thuisfront kreeg, heb ik haar gekalmeerd en gezorgd dat een andere collega haar meteen naar huis bracht. Later kreeg ik van haar een bericht dat zij dankbaar was voor de manier waarop ik gereageerd had.”

Slah Chouchane

is 58 jaar en is werkzaam als seniorverpleegkundige personeelsmanagement en materiaal op de PACU. Hij volgde de vervolgopleiding tot High Care verpleegkundige en deed de leergangen seniorverpleegkundige en leidinggeven vanuit persoonlijke kracht. Sinds 1997 werkt hij in Amsterdam UMC.

Compassie betekent voor mij een collega zien als mens en niet als functionaris

Julia de Rijcke, High Care verpleegkundige PACU: “Slah doet zijn werk met liefde en staat altijd klaar voor de patiënten én collega’s. Hij is transparant en heeft echt een luisterend oor. Daarbij kent heel het Amsterdam UMC hem; ik zie hem als het boegbeeld van de verkoever!”

18.


1.

Waarom heb je gekozen voor dit vak en dit ziekenhuis? “Ik heb van jongs af aan interesse voor de zorg meegekregen. Ik mocht vaak met mijn moeder mee naar het verzorgingshuis waar zij werkte. Tijdens het stage lopen bleek dat ik vooral aandacht had voor acute zorg, klinisch redeneren en teamwork. Mijn teamleider van de afdeling Chirurgie heeft me toen aangemoedigd de stap naar de IC te maken. Door de dynamiek en diversiteit blijft het vak uitdagend. Geen dag is hetzelfde.”

2.

Hoe draag jij ‘compassie’ uit naar collega’s? “Het mango-effect, oftewel het effect van kleine gebaren en onverwachte attenties in de zorg, is zo belangrijk. Als leerlingcollega’s met mij meelopen, vraag ik altijd: hoe zou jij je vader of moeder hier willen zien? Basiszorg is essentieel. Een patiënt moet herkenbaar in bed liggen, met eigen bril, luchtje en foto’s van naasten om zich heen. Familie moet weten dat hun dierbare in goede handen is.”

3.

Wat vind jij belangrijk in de omgang met patiënt en familie? “Empathie is erg belangrijk bij het verstrekken van informatie. Waarden en normen respecteren en daarop anticiperen waar het kan. De familie wil graag uit jouw mond horen dat het goed komt. Ik probeer altijd duidelijk te zijn: we doen er alles aan, maar uw familielid ligt wel op een IC. Het kan ook omslaan.”

Anne van Wijk

is 40 jaar en werkt als senior IC-verpleegkundige kwaliteit en veiligheid. Na de hbo-v deed ze de vervolgopleiding tot IC verpleegkundige en werkt inmiddels dertien jaar in Amsterdam UMC.

4.

Wanneer was je echt blij met de manier waarop je een patiënt hebt behandeld? “Het zijn de kleine dingen die het werk zo mooi maken. Patiënt en familie hopelijk kracht geven om door te vechten. Het geeft mij een goed gevoel als de lange liggers even naar buiten kunnen. Even frisse lucht, een laatste wens in vervulling laten gaan, een huisdier laten komen, facetimen met familie in het buitenland, end of life care. Ik weet zeker dat ons team er ook zo over denkt. Met samenwerking is heel veel mogelijk en dat siert ons team enorm.”

Het mango-effect – het effect van kleine gebaren en onverwachte attenties in de zorg – is heel belangrijk

Alwin Eijsenga, verpleegkundig hoofd IC volwassenen: “Anne is een zeer betrokken en competente collega, betrokken bij de patiënten en hun familie en bij het team en de afdeling. Ze zet zichzelf niet snel op de voorgrond, is een stille kracht en een motor achter veel activiteiten op de afdeling.”

19.


social media

Blog van Nicky...

"Dit werk zou iedereen toch geweldig vinden?" Zo’n jaar geleden startte Nicky van den Bosch met een blog over haar werk op de afdeling IC Neonatologie. “Buitenstaanders hebben vaak geen idee wat ons werk inhoudt. Nog steeds overheerst het beeld dat verpleegkundigen ondergeschikt zijn aan een arts, terwijl we eigenlijk de spil in het zorgproces zijn. Wij staan de hele dag naast het bed van de patiënt. Wij zien en horen alles: wij zijn de ogen en oren van de arts en de stem van de patiënt. Zeker bij onze patiëntjes die nog niet kunnen praten, is dat soms van levensbelang. Je herkent bepaalde signalen. Je moet als verpleegkundige goed klinisch kunnen redeneren en als er iets aan de hand is ook leiderschap tonen. Want dan moet je overleggen en actie ondernemen.”

N

icky vindt het heerlijk om via haar blog over haar ervaringen te vertellen. “Vroeger werd er vanuit de zorg nogal argwanend gekeken naar social media, maar Amsterdam UMC moedigt juist aan om er iets mee te doen. Het is een leuke manier om andere mensen enthousiast te krijgen voor dit werk. Zelf denk ik vaak: dit werk zou iedereen toch geweldig

vinden? Je staat aan het begin van het leven. Het dierbaarste dat ouders hebben, ligt in jouw handen en wordt jou toevertrouwd.” Nicky had aan de start van haar verpleegkundeopleiding nooit gedacht dat ze op een IC zou belanden. “Dat is het mooie van dit vak: je groeit als vanzelf in je carrière. Op de IC Neonatologie is het vaak heel hectisch, en het werk is tegelijkertijd enorm persoonlijk. Je leert ouders echt hun kind kennen; je leert ze omgaan met hun te vroeg of ziek geboren kindje, dat soms nog maar 500 gram weegt. Je ziet ouders gedurende de opname

20.

echt groeien in hun rol. Het is mooi om samen dat traject te doorlopen.” Compassie Afhankelijk van de werkdrukte probeert Nicky met regelmaat een blog te schrijven. “Ik wil mooie verhalen schrijven die wat betekenen. De basis van een blog is een situatie die ik heb meegemaakt tijdens mijn werk. Ik krijg heel veel reacties en dat maakt het extra leuk: daar word ik nog enthousiaster van. Er komen ook reacties van ouders. Het allermooiste is als zij zeggen: ‘Dit is compassie voor je vak.’ Dat is een geweldige beloning.”


Blog 20 juli 2020 online Ik ben denk ik vaak de verpleegkundige die, tot ergernis van haar collega’s, zegt: “Het is wel erg rustig, hè?” Ik houd wel van een beetje actie in de tent. Ik ben natuurlijk niet voor niets op een IC gaan werken. Maar als je mij vraagt wat ik het lastigst aan mijn werk vind, dan is het loslaten. Vandaag heb ik een dagdienst. Mijn collega van de nachtdienst draagt een patiëntje over. Een pre-dysmatuur geboren meisje van twee weken oud. Ze beschrijft haar als een stil meisje. Stil? Dat is niet wat ik van haar gewend ben. De afgelopen dagen trok ze met haar kleine maar krachtige handjes meermaals haar ademhalingsondersteuning los. Ergens in mij ontstaat het welbekende onderbuikgevoel. Een gevoel waarbij in dit geval het patiëntje zich anders gedraagt en ik mij hier zorgen over maak. Het zijn vaak subtiele signalen die voor dit gevoel zorgen.

Ik schuif langzaam de cover open en observeer houding, kleur en ademhalingspatroon. Er ligt een stil en bleek meisje. Het valt mij direct op dat ze gespuugd heeft. Nog voordat ik actie kan ondernemen gaat er een monitoralarm af: apneu. Ik tik haar iets aan, en ze begint weer te ademen. Eigenlijk zou ze nu opnieuw voeding moeten krijgen. Ik controleer de neus-maagsonde en bepaal de maagretentie. Een grote hoeveelheid oude voeding gemengd met gal. Voor mij nog een alarmsignaal: ze verdraagt haar voeding niet meer goed. Ik besluit haar even goed van top tot teen na te kijken. Ik vraag een collega om te ondersteunen tijdens deze handelingen. Het meisje heeft een bolle buik. Zou ze daar last van hebben? Ik open de luier en zie dat ze ontlasting geloosd heeft. Brijige met bloed vermengde ontlasting. Opnieuw een alarmsignaal! Ik verschoon de luier, leg het meisje zo comfortabel mogelijk neer en bel de arts-assistent op. Met behulp van de

21.

SBAR-methodiek maak ik de situatie van mijn patiëntje inzichtelijk. Ik benadruk dat ik er geen goed gevoel over heb. Ik ben bang dat zij een NEC, necrotiserende enterocolitis, ontwikkelt. Een ernstige en levensbedreigende aandoening die soms razendsnel kan ontstaan. Er wordt een buikoverzichtsfoto aangevraagd. Aan de ene kant ben ik blij, want dat gaat ons mogelijk meer inzicht geven in de situatie. Maar aan de andere kant is dit wéér een handeling waarbij ik het kleine meisje moet storen. Helaas zal dit, achteraf gezien, de rest van de dag niet anders zijn. Inmiddels zijn ook de ouders gearriveerd op de afdeling. Ik breng hen op de hoogte van de afgelopen uren, en zie twee bezorgde gezichten. De buikoverzichtsfoto laat een beginnend stadium van NEC zien. Ouders worden bijgepraat door de neonatoloog. Behandeling bestaat voor nu uit het geven van antibiotica en rust geven aan de darmen. De voeding wordt gestopt. Een


spannende tijd breekt aan. Voor nu is het afwachten, hoe moeilijk het ook is. Begin van de middag krijg ik van alle kanten signalen dat de situatie verslechtert. Het ademhalen wordt voor het meisje steeds lastiger. Ophogen van de ademhalingsondersteuning heeft geen effect. We besluiten om de ademhaling over te nemen. Er volgt een intubatieprocedure. Ondertussen wordt ook haar buik steeds boller en pijnlijker, tevens ontstaat er een donkerblauwe waas. Een herhalingbuikoverzichtsfoto toont een perforatie aan. De kinderchirurg spreekt met de ouders. Hij zal het zieke gedeelte van de darm proberen te verwijderen tijdens een operatie. Ik loop na het gesprek met de ouders terug naar de unit. Zij zijn begrijpelijk erg emotioneel. Ik open de kap van de couveuse, zodat de ouders nog even hun dochter kunnen aanraken en haar een kus kunnen geven. Wat moet het voor hen moeilijk zijn om nu afscheid te nemen, niet wetende hoe de uitkomst van de operatie zal zijn. Ondertussen wordt de unit gereedgemaakt voor deze operatie. Het meisje is zo instabiel dat transport naar de OK niet meer mogelijk is. De ruimte rondom de couveuse wordt leeggemaakt, een assortiment aan medicatie wordt klaargemaakt en bloedproducten worden opgetrokken. Op het moment dat de operatie start zit mijn dienst er al lang en breed op. Ik draag mijn werkzaamheden over aan mijn collega van de avonddienst. Ik vraag haar, als zij hier tijd voor heeft, om mij een update te sturen ergens in de avond. Loslaten is een kunst die ik niet goed beheers. Maar in mijn achterhoofd weet ik dat dit er ook voor zorgt dat ik mijn onderbuikgevoel volg en daadkrachtig handel. In de loop van de avond krijg ik een berichtje: de operatie is succesvol verlopen. Opgelucht haal ik adem. Er volgt nog een lang traject voor dit kleine meisje en haar ouders, maar er is hoop op een goed herstel.

SPOT ON AMSTERDAM UMC Steeds meer afdelingen van Amsterdam UMC hebben een eigen Instagramaccount. “Iedereen heeft een eigen visie en concept,” vertelt Nicky. “Er zijn acounts die heel geestig zijn. Zoals het account van het Operatiecentrum (ok. stories.24.7) die covers van ouderwetse doktersromannetjes zelf uitbeelden. Anderen maken prachtige foto’s. Met onze afdeling IC Neonatologie proberen we vooral heel informatief te zijn. We willen graag vertellen wat onze afdeling en ons werk inhoudt.”

Via social media krijgen we mensen enthousiast voor het vak

www.instagram.com/ babiesareourbusiness/ Het Instagram-account van de afdeling van Nicky: IC Neonatologie. www.instagram.com/ de.groene.ic.brigade/ Vier IC-verpleegkundigen die meer inzicht willen geven in hun werkzaamheden. www.instagram.com/weare.er/ Een kijkje achter de schermen op de SEH. www.instagram.com/bloed.fanatiek/ Verpleegkundigen van de afdeling Hematologie. www.instagram.com/verlos.verhalen Meekijken met de obstetrieverpleegkundigen van het Verloscentrum.

Het opleidings- en carrièrepad van…

NICKY VAN DEN BOSCH (33) mbo-v – verpleegkundige Interne geneeskunde – vervolgopleiding tot kinderverpleegkundige – kinderverpleegkundige - vervolgopleiding tot IC Neonatologie verpleegkundige – IC Neonatologie verpleegkundige – hbo-v – senior IC Neonatologieverpleegkundige kwaliteit

22.


quote

Teamspeler

tevreden zijn als het team goed heeft gehandeld * als verpleegkundige sta je naast de ouders * het team bij elkaar houden * collega’s blijven stimuleren * deskundigheid overbrengen aan ouders en collega’s * kansen en uitdagingen krijgen via collega’s * ons team staat bekend om de goede cultuur * neem je collega’s altijd serieus * aardig zijn gaat goed samen met ambities hebben voor jezelf en de patiënt * benaderbaar, positief, duidelijk en vriendelijk * fijne teamplayer met veel verpleegkundige ambities * prettig in de omgang en altijd positief 23.


reportage

De werkdag van...

Olimpia Moldovan Olimpia Moldovan is verpleegkundig consulent stoma-, wond- en continentiezorg in Amsterdam UMC. In Roemenië volgde ze de opleiding tot verpleegkundige en werkte ze op de ambulance. Op haar 25ste kwam ze naar Nederland. In het begin van haar carrière in Nederland was Olimpia onder meer werkzaam in een verpleeghuis, in de revalidatie en in de palliatieve zorg. In Amsterdam UMC werkte ze op diverse afdelingen voordat ze te maken kreeg met stoma-, wond- en continentiezorg. Ze was meteen verkocht; de wisselende werkzaamheden, de holistische manier van zorg en werkelijk iets kunnen betekenen in het leven van de patiënt: het sprak haar allemaal aan. “Ik vind mijn werk en collega’s geweldig en ik ben bovendien erg dankbaar dat ik de kans krijg om me verder te ontwikkelen, bijvoorbeeld dat ik een bachelor kan volgen.”

Zorgdoelen “Wij komen voor een operatie bij de patiënt op de afdeling. De stomaeducatie begint daar dus al. Bij geplande operaties begint het zelfs al op de polikliniek. Samen met de patiënt kiezen we wat een geschikte plaats is voor de stoma. Dat is belangrijk en kan het comfort en de kwaliteit van leven van de patiënt, als de stoma eenmaal geplaatst is, verbeteren. We ondersteunen de patiënt bij het bereiken van zorgdoelen en dat begint eigenlijk meteen al.” 24.


Korte lijnen “We werken veel samen met de decubitusconsulenten. Daarbij is sprake van korte lijnen en een goede vertrouwensrelatie. Vaak kijken we samen naar een patiënt, als die ook decubituswonden heeft. We benutten elkaars expertise en indien nodig ondersteunen we elkaar. Zodoende leren we erg veel. Fijn voor ons en natuurlijk ook voor de patiënt.”

Multidisciplinair “Als verpleegkundig consulenten vormen we een essentiële en unieke schakel tussen de polikliniek en kliniek enerzijds en de casemanager van de patiënt anderzijds. Wij zijn eigenlijk de spin in het web en het aanspreekpunt voor iedereen. Er is dan ook regelmatig multidisciplinair overleg. Dus met andere expertises, zoals in dit geval met een verpleegkundig consulent MDL die kinderverpleegkundige is. Daar leer je dan weer van.”

Eigen regie “Ik houd niet letterlijk de hand van een patiënt vast, maar eigenlijk wel figuurlijk: ik neem de tijd voor een patiënt en luister goed naar zijn of haar verhaal. Vervolgens ga ik samen met die patiënt gezondheidsdoelen opstellen. ‘Wat is voor jou belangrijk? Wat heb je daarvoor nodig, en vooral wíe heb je daarvoor nodig?’ Het zwaartepunt ligt altijd bij de patiënt; die beslist. Maar ik ondersteun en help. Wij fungeren eigenlijk als een soort coach, waarbij we erop blijven hameren dat iedereen zo veel mogelijk de eigen regie in handen houdt. Dat is belangrijk. In het najaar van 2020 zijn we ook gestart met videoconsulten, zodat de patiënt niet voor alles naar het ziekenhuis hoeft te komen. Dat werkt goed bij bijvoorbeeld stomazorgeducatie, coaching, leefstijladvies en het aanzetten tot zelfmanagement. Als het echt gaat om een handeling, bijvoorbeeld de wondverzorging, komen patiënten meestal wel naar ons toe.” 25.


reportage Stoma App “In ons ziekenhuis is de Stoma App ontwikkeld, in samenwerking met onder andere de Stomavereniging. Ik zat in het projectteam en daar ben ik heel trots op. Het is een app om volwassenen met een stoma nog beter te informeren en steun te bieden. Momenteel is er een studie aan de gang om de app verder door te ontwikkelen.”

Holistisch “Als verpleegkundig consulente coördineer je de zorg voor de patiënt. Dus ook met bijvoorbeeld de fysiotherapeut, de diëtist, de huisarts en de specialisten. Je bespreekt de thuissituatie, hebt korte lijnen met de huisarts, de thuiszorg en met de mantelzorger. Ook de psychische begeleiding kan erbij komen. Het gaat heel ver; het is echt een holistische aanpak. Stomazorg is maar één aspect. Waar het vooral om draait: hoe kan de patiënt weer goed functioneren en terugkomen in de maatschappij. Wij kijken wat nodig is en hoe we dat kunnen faciliteren.”

26.


Opleidingen “Toen ik in Nederland kwam wonen, moest ik opnieuw opgeleid worden. In Roemenië ga je met de opleiding meer de diepte in en is het meer klinisch gericht. In Nederland is de opleiding veel breder. Dat geldt zeker voor de bachelor verpleegkunde die ik nu volg. Daarbij gaat het vooral over management en verpleegkundig leiderschap. Heel boeiend. In mijn werk ben ik continu bezig om de kwaliteit van zorg te verbeteren. Ik miste vaak de theoretische onderbouwing. Dankzij de opleiding die ik nu volg lukt dat veel beter. Af en toe is het lastig voor mij, vanwege de taal. Ik zeg wel eens dat ik twee opleidingen tegelijk volg, want ook mijn Nederlands gaat erop vooruit!”

Het opleidings- en carrièrepad van…

OLIMPIA MOLDOVAN (46) Opleiding tot verpleegkundige in Roemenië – opleiding tot verpleegkundige in Nederland – klinisch B verpleegkundige kwaliteit en deskundigheid – VMS-coördinator – vervolgopleiding tot stomaverpleegkundige – verpleegkundig consulent stoma-, wond- en continentiezorg – bachelor of nursing (september 2018). Werkzaam bij Amsterdam UMC sinds januari 2005.

27.


speeddate

Ik ben blij met de kansen en uitdagingen die ik krijg van mijn collega’s

Michèle van der Lee

is 26 jaar en is werkzaam als seniorverpleegkundige kwaliteit en veiligheid (io) op de afdeling Chirurgie. Na haar hbo-v-opleiding is ze direct aan de slag gegaan in Amsterdam UMC, waar ze inmiddels bijna vier jaar werkzaam is. 28.


1.

Waarom heb jij voor dit vak en voor Amsterdam UMC als werkgever gekozen? “Ik zorg graag voor mensen en ik vind het menselijk lichaam interessant. Hoewel ik in de functie als seniorverpleegkundige iets minder aan het bed sta, zie ik het als een uitdaging om mensen bij hun herstel te helpen. Het is afwisselend werk als je een echte ‘doener’ bent en tegelijkertijd van de klinische kant houdt. Daarom heb ik bewust gekozen voor Amsterdam UMC, vanwege de hoog complexe zorg die er wordt gegeven. Je moet hier echt scherp blijven.”

2.

Hoe pak jij je rol binnen het team? “Van ‘organiseren, regelen en helpen’ krijg ik energie en ik pak daarin van nature een

voortrekkersrol. Ik ben nooit bang geweest om mijn stem te laten horen en schiet snel in de modus: ‘dat ga ik regelen’. Ook in roerige tijden moet je je verantwoordelijkheid nemen. Zoals nu is onze afdeling voor de helft een covid-afdeling geworden. Dat vraagt om extra organisatie en veel regelwerk. De kwaliteit van zorg moet ook bij hectiek op peil blijven.”

3.

Waarom is het belangrijk om goed samen te werken? “Ons team staat erom bekend dat er een goede teamcultuur heerst en dat mensen goed in hun vel zitten. Ze gaan met plezier naar hun werk. Daar ben ik trots op en patiënten merken dat ook. Het werkt indirect door in de kwaliteit van zorg.”

29.

4.

Wanneer is jouw werkdag helemaal geslaagd? “Of het nu steeds beter of juist slechter gaat met een patiënt, ik ben heel tevreden als het team goed heeft gehandeld. Covid geeft extra belemmeringen of roosterproblemen, maar als de kwaliteit van zorg gewaarborgd is aan het einde van de dag, ga ik tevreden naar huis. Zorgen voor elkaar is ook heel belangrijk in deze tijd. Ik ben blij met de kansen en uitdagingen die ik krijg van mijn collega’s. Door hen sta ik waar ik nu ben!” Stephanie Kwee, Physician Assistent Chirurgie: “Michèle is zeker in deze roerige tijden en ware leider. Ze is benaderbaar, positief, duidelijk en vriendelijk. Ze is streng doch rechtvaardig zonder irritatie op te weken bij degene die ze soms helaas teleur moet stellen.”


een extra teamlid

Samenwerken en verpleegkundig leiderschap op de kinderafdeling Familieparticipatie is een belangrijke ontwikkeling binnen Amsterdam UMC. In het Emma Kinderziekenhuis werken veel afdelingen daar al langer mee. Hoe pak je ‘verpleegkundig leiderschap’ als er meerdere leiders zijn in het team, namelijk de ouders of het wat oudere kind? Kinderverpleegkundigen Veerle Wille (29) en Melissa van Pierre (28) zijn beiden werkzaam op de afdeling Emma Acuut en hebben veel ervaring met dit soort situaties. 30.


Het opleidings- en carrièrepad van…

MELISSA VAN PIERRE (28)

Ook samen met de ouders vorm je een hecht team

Havo - hbo-v - vervolgopleiding tot kinderverpleegkundige kinderverpleegkundige. Werkzaam bij Amsterdam UMC sinds september 2014

” “Als kinderverpleegkundige sta je letterlijk en figuurlijk naast de ouders,” vertelt Melissa. “Je hebt een ondersteunende rol naar de ouders toe. Dat is eigenlijk altijd al de cultuur geweest in het Emma Kinderziekenhuis.” Veerle knikt: “Toch is er ruim vijf jaar geleden een belangrijke slag gemaakt: ouders en oudere kinderen zijn toen mee gaan doen met de artsenvisite. Het hele multidisciplinaire team komt dan bij elkaar om de patiënt te bespreken. Sindsdien doen ze dat samen met de ouders.” In eerste instantie leek het even lastig, maar in de praktijk pakte het heel goed uit. Melissa: “Soms hebben ouders andere ideeën over het behandelplan. Vaak zijn de verpleegkundigen, die het vaakst op de kamer staan, degenen die dat als eerste oppikken.” Veerle lacht: “Wij hebben daar extra voelsprieten voor ontwikkeld. In zo’n geval is het altijd belangrijk om in gesprek te gaan met de ouders. Wat maakt dat ze het anders zien? Wat willen ze precies? Vaak zijn ouders heel open tegen ons, terwijl ze dat tegen de behandelend artsen niet altijd durven. Wij kunnen dan het voortouw nemen en ze aansporen om het issue aan te kaarten tijdens de visite. Of we brengen het zelf ter sprake in zo’n

overleg. Daar is iedereen bij gebaat.” Melissa: “Het werkt goed. Ouders voelen zich echt gehoord.” Zorg afstemmen met de ouders Op de kinderafdeling zijn er volgens de twee collega’s veel situaties waarbij verpleegkundig leiderschap een rol speelt. Bijvoorbeeld als het gaat om pedagogische problemen. Veerle: “Je leert om objectief te kijken. Het gaat er niet alleen om wat je subjectief vindt; je moet feiten signaleren.” Melissa: “We willen allemaal het beste voor het patiëntje. Samen met de ouders en de artsen ben je continu op zoek naar de beste zorg voor het kind.” Ze vinden het beiden heel goed dat de ouders een stem hebben in het proces. Melissa: “Het is ook helemaal van deze tijd. In de volwassenzorg komt er steeds meer op de schouders van de familie van de patiënt te rusten. Hier is dat ook zo.” Veerle: “De ouderparticipatie op de kinderafdeling is 24/7. Ouders mogen bijvoorbeeld blijven slapen en zorgen samen met de verpleegkundigen voor het kind.” Melissa: “Dan stem je ook de zorg af met de ouders. Daar zijn wij al helemaal aan gewend.” Ontwikkelcultuur Op de afdeling is Veerle senior kwaliteit en innovatie. Op elke afdeling werken twee van deze seniors. “Ongeveer een kwart van mijn werktijd is hiermee gemoeid. Ik heb daarbij veel te maken met het keurmerk van JCI. We toetsen voortdurend of we voldoen aan alle kwaliteitseisen. Ik vind het leuk om te doen; ik houd ervan om te zorgen dat we goede kwaliteit leveren. Als ik of een collega iets signaleer dat beter kan, ga ik er met mijn andere collega kwaliteit en innovatie meteen mee aan de slag. We kijken bijvoorbeeld naar de medische veiligheid of naar het patiëntendossier. Het kan van alles zijn. Als iets bijvoorbeeld niet duidelijk is in de communicatie of er wordt iets voorgeschreven wat niet klopt; we zoeken continu uit hoe iets beter kan.” Melissa heeft diverse aandachtsgebieden. Zo is ze BLS-instructeur

31.


en PBLS-instructeur. PBLS staat voor Pediatric Basic Life Support, dus reanimatie die speciaal gericht is op kinderen. Ze traint hiervoor collega’s en ouders. Ook is ze bedrijfshulpverlener (bhv’er) en lid van de commissie van het IMS (incident-meldsysteem). Veerle: “In dit ziekenhuis heerst een ontwikkelcultuur. Dat is het leuke van een universitair medisch centrum. ‘Leading by example’, dat is ook een vorm van verpleegkundig leiderschap.”

Het opleidings- en carrièrepad van…

VEERLE WILLE (29) Vwo – hbo-v – vervolgopleiding tot kinderverpleegkundige – kinderverpleegkundige– Minervatraject – senior kwaliteit en innovatie – huidige opleiding Post-hbo bedrijfskunde zorg en welzijn (maart 2021). Werkzaam bij Amsterdam UMC sinds juni 2015.

Geen hiërarchie Het vak verpleegkunde vraagt om bepaalde kwaliteiten, die je dicht bij jezelf kunt zoeken. “Deskundigheid overbrengen aan ouders of andere collega’s is ook verpleegkundig leiderschap,” vindt Melissa. “Op onze afdeling is er weinig hiërarchie tussen artsen en verpleegkundigen, dat is fijn. We spreken elkaar overal op aan.” Veerle: “Waarbij je nooit mag vergeten dat je met kinderen werkt. Kinderen zijn enorm kwetsbaar. Je vormt daarom samen een hecht team, ook met de ouders. Je noemt de patiënt bij de voornaam en ouders doen dat ook bij ons. Vaak vragen zij of wij ze willen tutoyeren. Dat helpt mee, dat maakt het samenwerken en de communicatie erg toegankelijk.”

Je wilt professioneel zijn, maar soms grijpt iets je als mens erg aan

“Of ouders waaraan je op sociaal gebied veel aandacht moet besteden. Maar dat is meteen ook het boeiende van ons vak.” Melissa: “Je wilt professioneel zijn, maar soms grijpt iets je als mens erg aan.” Veerle: “Melissa is er heel goed in om de kern van het probleem te doorzien. Ze komt altijd op voor de belangen van de patiënt en de ouders, maar kan wel heel duidelijk aangeven wat het beste werkt. Soms moet dat met een kleine omweg, maar wat uiteindelijk telt is dat de kinderen de beste behandeling krijgen. Ook dat is verpleegkundig leiderschap.”

Complex Door hun leidinggevende worden zowel Melissa als Veerle ‘erg bescheiden’ genoemd. Melissa: “Het is verpleegkundigen eigen, denk ik, om zichzelf op de achtergrond te plaatsen.” Veerle knikt lachend: “Ja, dat klopt wel. Dat zit in ons zorgzame karakter!” Gelukkig bevestigt ook de leidinggevende dat die bescheidenheid wel een tandje minder mag: “Veerle blinkt uit door de inzet en positieve houding waarmee zij collega’s in het team ondersteunt bij hoog complexe patiëntenzorg. Melissa is heel professioneel bij complexe casussen.” Melissa: “Elk ziek kind is eigenlijk complex, maar in de afgelopen periode hebben we wel wat moeilijke situaties meegemaakt, waarbij kinderen zijn overleden.” Veerle:

EMMA ACUUT Op de afdeling Emma Acuut in het Emma Kinderziekenhuis komen kinderen van 0 tot 18 jaar die ‘acuut’ zijn opgenomen. Zij komen vanuit een spoedsituatie of vanwege een ongeplande opname en zijn doorverwezen door bijvoorbeeld de SEH, de huisarts of een ander ziekenhuis. In theorie verblijven deze jonge patiënten maximaal 72 uur op deze afdeling; daarna worden ze óf ontslagen, of ze verhuizen naar een andere afdeling. Daarnaast liggen op Emma Acuut de patiënten van de afdelingen neurologie, neurochirurgie en oogheelkunde. Deze patiënten blijven wel op deze afdeling tot ze ontslagen worden uit het ziekenhuis.

32.


quote

Ontwikkelen mogelijkheid om een vervolgopleiding te doen * achter de schermen de patiëntenzorg verbeteren * zelf een lesprogramma opzetten * functioneren vanuit vertrouwen * evidence based werken * altijd vraagtekens blijven zetten * spreken op medische congressen * de kinderpoli voorbereiden op het kwaliteitskeurmerk van JCI * verder ontwikkelen op leiderschapsgebied * lesgeven als reanimatieinstructeur * bijleren houdt het werk interessant * veel kansen als je zelf initiatief neemt * aan tafel met een loopbaancoach * verpleegkundige vervolgopleiding implementeren * een onderzoekstraject ontwikkelen 33.


speeddate

De ontwikkelingsmogelijkheden binnen een universitair medisch centrum waren voor mij doorslaggevend

Romy Vonk is oncologieverpleegkundige op de afdeling Gynaecologie en raadslid VAR. Ze is 28 jaar en werkt inmiddels zes jaar in Amsterdam UMC. Romy volgt momenteel een post-hbo bedrijfskunde zorg en welzijn bij Inholland Alkmaar. 34.


1.

Waarom heb jij voor dit vak en voor Amsterdam UMC als werkgever gekozen? “In eerste instantie wilde ik verloskundige worden. Omdat ik dat bij nader inzien te afgebakend vond en weinig carrièreperspectief zag, heb ik toch gekozen voor de opleiding verpleegkunde. Gedurende mijn hbo-v-opleiding heb ik stage gelopen in Amsterdam UMC. Hierdoor was ik bekend met de organisatie. De mogelijkheid om een verpleegkundige vervolgopleiding te doen, in mijn geval de oncologieopleiding en de ontwikkelingsmogelijkheden binnen een universitair medisch centrum waren voor mij doorslaggevend.”

2.

Je doet nu een studie naast je werk. Waarom is dat belangrijk voor jou? “Na het afronden van mijn oncologieopleiding heb ik met een loopbaancoach

aan tafel gezeten. Natuurlijk leiderschap zit in de aard van het beestje. Gedurende dit traject ben ik erachter gekomen dat ik mij graag verder wil ontwikkelen op leiderschapsgebied. De modulen van deze opleiding spraken mij enorm aan. Daarnaast duurt de opleiding tien maanden, wat ook nog eens goed te overzien is naast mijn fulltime baan.”

3.

Wat zijn je ambities? Hoe zie jij je toekomst binnen het vak? “De verpleegkundige werkvloer vind ik nog veel te leuk, waardoor ik ook echt niet van het bed weg wil stappen. Graag zou ik de schakel willen zijn tussen de werkvloer en het achter de schermen verbeteren van de patiëntenzorg. Ik vervul momenteel geen senior- of leidinggevende rol, maar voor de toekomst ambieer ik dat wel.”

35.

4.

Hoe denk jij die patiëntenzorg te kunnen verbeteren? “Kort geleden heb ik de module strategisch management, veranderkunde, marketing & persoonlijk leiderschap afgerond. Op afdelingsniveau binnen de Gynaecologie kunnen daar nog zeker stappen in gezet worden. De afdeling Gynaecologie wordt over een jaar gesplitst en de gynaecologische oncologie gaat verhuizen naar locatie VUmc. Ik kijk er dan ook onwijs naar uit om de opgedane kennis toe te passen in de praktijk.” Yvet Koopmanschap, oncologieverpleegkundige: “Romy is een verpleegkundige die scherp en alert is, momenteel bezig met een studie naast het werk op de vloer en ook tijdens de eerste golf veel ingezet op COVID-IC. Hele fijne teamplayer met veel verpleegkundige ambities.”


drieluik

Inspiratie, samenwerking & ontwikkeling Elke afdeling kent haar eigen parels. Zoals deze drie verpleegkundigen. Ze blinken uit dankzij hun specifieke talenten. Ze zijn rolmodel; een inspiratie voor hun collega’s. Een generalist, een specialist en een bruggenbouwer aan het woord.

36.


de generalist

Het opleidings- en carrièrepad van…

PAUL RUISCH

Ik vind het interessant om steeds te onderzoeken of iets goed is en niet in routines te vervallen

Mavo – mbo sociaalpedagogisch werk – diverse stages – werkzaam op mytylscholen, in de verstandelijk-gehandicaptenzorg, bij de jeugdhulpverlening, bij een kinderdagverblijf – 2007 hbo-v duaal/ Slotervaart – 2012 Acute opname afdeling– vervolgopleiding tot AOA verpleegkundige - SEH - opleiding tot SEH verpleegkundige

” “Ik heb een heel lange weg afgelegd voordat ik hier op de Spoedeisende hulp terecht ben gekomen. Ooit dacht ik dat ik kinderverpleegkundige zou worden en nu ben ik senior SEH-verpleegkundige met kwetsbare ouderen als aandachtsgebied. Het is echt mijn stokpaardje, bij hen ligt mijn affiniteit. Ik kwam voor het eerst met deze doelgroep in aanraking toen ik in het Slotervaartziekenhuis stage liep op de afdeling Geriatrie. Ik vond ook het sociale aspect meteen erg leuk: wat jij aan je patiënten geeft, krijg je terug, net als bij kinderen. Dat spreekt mij erg aan. Ik ben me in de loop der jaren steeds meer gaan verdiepen in deze doelgroep. De SEH is echt een afde-

37.

ling vol spanning en sensatie; niet iedereen kiest ervoor om oudere mensen te gaan verplegen. Mede door de vergrijzing zie je toch veel mensen uit die groep hier terechtkomen. Ik geef nu zelfs les over dit onderwerp op de SEH-opleiding, een lesprogramma dat ik zelf heb opgezet. Amsterdam UMC heeft korte lijnen met de Amstelacademie, dat is fijn. Op de SEH moet je eigenlijk overal wel verstand van hebben. Nog belangrijker is het om een teamplayer te zijn. Je moet je ervan bewust zijn dat je kracht niet overal ligt en dat je een beroep kunt doen op elkaars krachten en affiniteiten. Dus als je ergens affiniteit mee hebt, moet je dat uitspreken, zodat je collega’s daar gebruik van kunnen maken. Wij hebben een ijzersterk team waarbij dat erg speelt. De collegialiteit is sterk en vanuit dat vertrouwen functioneren we heel goed. Je leert hier op de praktijkopleiding ook om het beste uit jezelf te halen. Je ontwikkelt je makkelijker vanuit een sterke basis, waar je je veilig voelt en de ruimte krijgt om te groeien. Het eerste contact met de patiënt is bij ons heel belangrijk. Iedereen komt hier vanuit een kwetsbare situatie en als je goed begint, heb je al veel gewonnen. Het is belangrijk om nooit zomaar iets aan te nemen. Vanuit de hbo-v heb ik geleerd om evidence based te werken. Er worden soms aannames gedaan en deze worden vervolgens een werkwijze. Al snel daarna is het de cultuur en voor je het weet is iets dan al tien jaar de standaard, terwijl het wellicht anders moet of beter kan. Ik vind het interessant om steeds te onderzoeken of iets goed is en niet in routines te vervallen. Juist op onze afdeling vol dynamiek is dat een valkuil, want bij urgentie ligt routine op de loer. Je moet ook altijd blijven kijken vanuit het perspectief van de patiënt. Altijd vraagtekens blijven zetten bij wat je doet en blijven checken of iets écht zo is of écht de beste manier is.”


de specialist

op een medisch congres ergens in de wereld. Het afgelopen jaar zou dat Australië zijn, maar vanwege corona is dat helaas uitgesteld. Je zou het van mij misschien niet denken, maar ik ben autist; ik zit met Asperger op het autistisch spectrum. Daardoor loop ik soms tegen problemen aan, omdat ik heel zwart-wit ben en rechttoe rechtaan. In de loop der tijd is mijn grijze gebied gelukkig wel wat groter geworden en ben ik meer flexibel geworden. Humor speelt voor mij daarbij een belangrijke rol. Ik probeer altijd plezier te hebben in mijn werk: in het werk zelf, maar ook met de patiënten. Dat kan op allerlei manieren. Met humor dus, maar dat hoeft niet altijd. Je kunt de patiënt ook uitdagen om niet uitsluitend in de rol van patiënt te blijven hangen, maar ook gewoon als mens te acteren. Humor is een vorm van complementaire zorg. Het moet niet, maar het kan wel. Verpleegkundigen hebben onderling vaak veel lol met elkaar, maar bijna nooit met de patiënten. Ik probeer dat dus te hebben. Hoe? Dat is natuurlijk afhankelijk van de persoon die je voor je hebt. Kijk altijd goed naar je patiënt en laat voorzichtig een proefballonnetje op. Zo ontdek je wat kan en wat je moet laten. Ik ben van mening dat je in elke situatie humor kunt gebruiken, zelfs als een patiënt terminaal is. Je moet er wel voor waken dat je niet de clown gaat uithangen. Je professie staat altijd op één, daarna je persoonlijkheid en dan pas de humor."

Ik bezoek internationale medische congressen om op uitnodiging te spreken over humor als verpleegkundige interventie

” “Voor de eindscriptie van mijn studie verpleegkunde heb ik als onderwerp ‘humor als verpleegkundige interventie’ gekozen. Ik zocht een origineel onderwerp dat nog niet uitgekauwd was. Ik haalde me wel wat op de hals, want het is natuurlijk een gedurfd thema. Ik heb erg lopen stoeien met de scriptiebegeleidster, die het ook heel uitdagend en innovatief vond. Uiteindelijk is het gelukt. Het verhaal is zelfs vertaald en in Australië in een tijdschrift gepubliceerd. Toen dacht ik: hier moet ik meer mee doen. In die tijd, in 2002, was er over dit onderwerp niets te vinden, dus ik besloot zelf een website op te zetten. Ik schrijf hierop om de drie weken een blog en ik probeer jaarlijks te spreken

Het opleidingsen LOON carrièrepad ASCHWIN VAN (50)van… Havo – CIOS - Verpleegkunde A (niet afgemaakt) – verpleeghulp – zweminstructeur – Verpleegkunde A (afgemaakt) –VUmc Neurochirurgie en Orthopedie – LUMC Neurologie en Neurochirurgie –Heliomare revalidatie – 2018 Slotervaart Neurologie en Neurochirurgie – 2019 Amsterdam UMC– vervolgopleiding tot neurologie- en neurochirurgie verpleegkundige

38.

TIP VAN ASCHWIN “Ik adviseer mijn collega’s in de zorg altijd om naar de film Patch Adams te kijken, met Robin Williams in de hoofdrol. Die is gebaseerd op een waargebeurd verhaal en gaat ook over humor als medische interventie. Leerzaam en heel leuk!”


de bruggenbouwer

Het opleidings- en carrièrepad van… Het opleidingsen carrièrepad van… SUSANNE WAGNER-

HEEMSKERK PAUL RUISCH(41) (XX)

Samen met een collega heb ik vorig jaar de hele kinderpoli voorbereid op het kwaliteitskeurmerk van JCI

Havo Mavo – – hbo-v mbo sociaalpedagogisch – LUMC – vervolgopleiding werk – diverse tot kinderverpleegstages – werkzaam kundige op mytylscholen, - vervolgopleiding in de verstantot hematologie delijk-gehandicaptenzorg, verpleegkundige bij de – werkzaam jeugdhulpverlening, in Denemarken bij een–kinderAmsterdam dagverblijf –UMC 2007(vanaf hbo-v2011) duaal/ – Kinderafdeling Slotervaart – 2012 – poli Acute Dagbehandeopname ling afdeling– AOA-specialisatie – SEH – SEH-opleiding – seniorverpleegkundige SEH

” “De poli Dagbehandeling voor kinderen, waar ik werk, staat eigenlijk een beetje los van alles. Ik begon in 2011 op de kinderafdeling en ben in 2017 naar de dagbehandeling gegaan. Ik wilde wat meer regelmaat in mijn werk en het kortere contact met de patiënten sprak mij ook aan. Op de poli zijn veel kinderen die terugkomen, maar er komen natuurlijk ook nieuwe patiënten bij. Het is zaak om in korte tijd een band op te bouwen en vertrouwen op te wekken bij zowel ouder als kind. Verpleegkundig leiderschap speelt daarbij ook een rol. Je denkt misschien meteen aan de teamleider bij het woord leiderschap, maar ook als teamlid ben je een soort leider. Zo vind ik het heel leuk om dingen te regelen, om een beetje sturing te geven en de regie te nemen. Op de dagbehandeling komen er veel patiënten en

39.

dat is soms best een puzzeltje. Dagelijks is er een coördinator in het team die het overzicht moet houden en zorgt dat alles gestroomlijnd verloopt. Die taak ligt mij goed. Ik houd ervan om samen te werken; dat maakt het werk extra leuk. Mijn valkuil is dat ik het iedereen naar de zin wil maken, dus daar blijf ik alert op. De training ‘werken vanuit essentie’, die ik kreeg aangeboden van de werkgever, heeft daar goed bij geholpen. Ook met patiënten doe ik de dingen graag in overleg, maar soms moet je dan toch dat leiderschap pakken. Als een kind bijvoorbeeld prikangst heeft of als ouders hun angst projecteren op het kind. Ervaring leert je hoe je daar het beste mee om kunt gaan. Je probeert met elkaar een weg te vinden, maar soms moet je als verpleegkundige even doorpakken. Samen met een collega heb ik vorig jaar de hele kinderpoli klaargestoomd voor de accreditatie voor het kwaliteitskeurmerk van JCI. Ook dat was ongelofelijk leuk om te doen. Ik verdiep me graag in nieuwe onderwerpen; zo is allergie er bij ons op de dagbehandeling bij gekomen. Ik heb me goed laten inwerken door verpleegkundigen die er veel ervaring mee hebben. Ook van de artsen kregen we veel achtergrondinformatie. Ik kan me voorstellen dat ik in de toekomst een keer een cursus ga doen op dat vlak. Sinds kort ben ik ook reanimatie-instructeur; inmiddels heb ik de hele poli al les gegeven. Ik ga dat ook op andere plekken in het ziekenhuis doen. Lesgeven is nieuw voor mij. Zo blijf je steeds bijleren; dat houdt voor mij het werk interessant.”


speeddate

Je krijgt veel kansen als je zelf initiatief neemt, er wordt naar je geluisterd

Marloes Badenbroek is seniorverpleegkundige kwaliteit en innovatie op de IC kinderen. Ze is 37 jaar en momenteel volgt ze een opleiding Middenmanagement zorg & welzijn. Hiervoor heeft ze hbo-v en de vervolgopleiding tot IC-kinderverpleegkundige gedaan. 40.


1.

Waarom heb jij voor dit vak en voor deze werkgever gekozen? “Op de kinder-IC is zorg en techniek direct met elkaar verbonden. Die combinatie heeft mij altijd aangetrokken. Kinderen zijn onbevangen en gaan ervoor, ook als ze heel ziek zijn. Dat vind ik bewonderenswaardig. Amsterdam UMC ervaar ik als een vooruitstrevend ziekenhuis, er wordt altijd gezocht naar hoe iets beter kan. Die ambitieuze benadering past bij mij. Je krijgt veel kansen als je zelf initiatief neemt. Er wordt naar je geluisterd.”

2.

Hoe ervaar jij je rol als seniorverpleegkundige? “Ik probeer collega’s te stimuleren om naar manieren te zoeken waarop iets beter kan. Communicatie is daarbij heel belangrijk. Ik probeer hierin een voortrekkersrol te vervullen.”

3.

Kun je daar een voorbeeld van geven? “We werken bij Amsterdam UMC met Epic. Dat werkt goed als patiënten blanco bij ons binnenkomen, na bijvoorbeeld een aanrijding. Maar als het gaat om chronisch zieke kinderen, waarbij ouders veel meer kennis inbrengen en regie pakken, is er behoefte aan uitgebreidere informatieverstrekking. We zijn op zoek naar een betere manier om de informatie over deze categorie patiënten in Epic te verwerken. Het verbeteren kan ook in kleine dingen zitten, die eigenlijk alleen irritant zijn. Zoals wanneer een printer niet goed werkt en er geen goede labels uit komen. Dergelijke ongemakken probeer ik snel te verhelpen.”

4.

Communicatie vind jij belangrijk. Hoe communiceer je met ouders? “Family Centered Care is een focuspunt binnen onze afdeling. Ouders worden

41.

zoveel mogelijk betrokken bij de behandeling. In het geval van bijvoorbeeld een chronisch ziek kind zijn zij de expert als het gaat om de begeleiding van het kind: samen proberen we de best mogelijke zorg te bieden. De uitdaging hierbij is om de scheidslijn te zoeken. Wanneer is de behandeling de eindverantwoordelijkheid van de ouders en wanneer ligt die bij de IC? Ook hier moet je jouw verwachtingen goed uitspreken, dat geldt ook voor collega’s onderling. Je moet overal over kunnen praten. Saamhorigheid is essentieel.” Anja Esmeijer, verpleegkundig hoofd IC kinderen: “Marloes valt op door haar constructieve manier van werken tijdens de patiëntenzorg. Pakt problemen of onduidelijkheden direct op en komt met voorstellen om het probleem op te lossen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de senior kwaliteit functie, die zij nu een jaar naar volle tevreden vervuld, haar past als een jas.”


blog

Trots! Noor Rouw

IC verpleegkundige en stafadviseur kwaliteit en veiligheid

nek uitstaken. Voor de patiënt, het vak en voor elkaar. Hoe zij door te luisteren en door observaties kennis vergaarden, ervaringen deelden om kennis over te dragen en verpleegkundig onderwijs ontwikkelden. Hoe zij systematisch te werk gingen, wijkzorg opbouwden, de samenwerking met huisartsen zochten en hoe zij een leidende rol pakten in voorlichting en preventie. Ongeacht het (voor)oordeel van de dokters, de maatschappij en soms zelfs van en over elkaar, zetten zíj de eerste stappen in de verpleegkundige emancipatie.

W

einigen weten dat ik een liefhebber ben van kostuumdrama’s en series over tijden van weleer. Series als Reign, Outlander, The English game, Charité, Downton Abbey, Call the midwife, Charté at war… ik verslind ze! Geen idee waarom ik me zo kan vergapen aan tijden waarin levens soms zo weinig betekenen, vrouwen per definitie ondergeschikt zijn aan (hun) mannen en de kerk véél te veel macht heeft. Naast het smullen van intriges, romantiek en nostalgie, heeft het vast iets te maken met het begrijpen van het nu, hoe patronen diep zijn ingesleten in onze huidige cultuur en wellicht om te bedenken hoe die patronen zouden kunnen veranderen. Zo zou je ook met een verpleegkundig oog naar een aantal van deze series kunnen kijken. De evolutie van verpleegkundige zorg in beeld gebracht. Hoe de zorg van de nonnen een vak werd, ‘hulpverpleegsters’ ontstonden, generalistische zorg werd uitgebouwd tot specialistische zorg… Ongeacht welk tijdperk, altijd waren ze daar: de moedige strijdsters die opstonden en hun

Het is geweldig om te zien hoe de verpleegkundige zorg zich stapsgewijs ontwikkeld heeft. In de schaduw van de medische zorg, want de mening van ‘de zuster’ deed er niet toe, met alle gevolgen van dien. Het was zoals het was. Tenenkrommend, maar tegelijk maakt het mij ook zo ontzettend trots; hoeveel wij als verpleegkundigen inmiddels bereikt hebben, ondanks (of misschien wel dankzij) de beperkte mogelijkheden en middelen. Gelukkig verandert de tijd en hoewel steeds minder, verpleegkundigen ervaren soms nog hinder van patronen in de zorgcultuur die nog stammen uit het jaar ‘kruik’. Toch: ik zie met trots, hoe verpleegkundigen weer opstaan. Zich inzetten voor de patiënt, het werk en elkaar. Steeds vaker staan we op, claimen we zeggenschap over óns vak en werkveld en pakken onze plek in het behandelteam van de patiënt. We bouwen onze kennis op en uit, zoals het hoort, middels gedegen onderwijs en wetenschap, maar de kracht zit

"Steeds vaker staan we op, claimen we zeggenschap over ons vak en pakken onze plek in het behandelteam van de patiënt" hem in het trouw blijven aan onze ‘voorzusters’. Door ons oor te luister te leggen, te leren van onze observaties en het delen van kennis en ervaringen, leren we de allerfijnste kneepjes van het vak. De expertise die niet in boeken te vinden is… De klinische blik. Het ‘onderbuikgevoel’. Zonder dat we het goed gezien hebben, tonen verpleegkundigen al eeuwen lang leiderschap. Iets waar we veel trotser op zouden moeten zijn. De Anna Reynvaanweek van 2021 staat in het teken van de emPOWERment van verpleegkundigen. Ik zou graag zien, dat mijn kleinkinderen over pakweg 30 jaar, smullen van een kostuumdrama van onze ‘verpleegkundige tijd’ en denken: jeetje, toen zetten onze oma’s (en opa’s), de láátste stap in de verpleegkundige emancipatie. Dus draag je beroep met trots: want: I’m a nurse: what’s your superpower??

42.


Colofon Dit magazine verspreidt waardevolle verhalen van verpleegkundigen in Amsterdam UMC. Om elkaar te inspireren, om potentiële sollicitanten nieuwsgierig te maken, om rolmodellen zichtbaar te maken, om trots op ons beroep te zijn en meer. Het magazine is digitaal beschikbaar op www.werkenbijamsterdamumc.nl , dus verspreid het naar iedereen die dat leuk vindt. Verpleegkundigen in Amsterdam UMC verdienen deze aandacht omdat ze een belangrijke spil zijn in de zorg die we dagelijks met z’n allen geven. Voor deze tweede editie konden collega’s elkaar aandragen om geïnterviewd te worden. We hebben veel inspirerende inzendingen gekregen, die aantonen hoe hecht de teams zijn en hoe collega’s elkaar dagelijks motiveren. De redactie heeft een selectie gemaakt uit de aanmeldingen en we willen iedereen bedanken voor de hartverwarmende reacties die we mochten ontvangen. Ingeborg Goes,

Coördinatie

verpleegkundig directeur divisie Inwendige

was in handen van Noor

Geneeskunde

Rouw, Manouk Backer en

Joost van Galen,

Marissa de Kort. Dank!

verpleegkundig directeur divisie Chirurgische Specialismen

Concept en realisatie

Kareliene Pouw,

Branding Media B.V.

verpleegkundig directeur divisie Hartcentrum

Marian Abeling

Gerda Berkhout,

Sarah Saarberg (interviews)

verpleegkundig directeur divisie Vrouw-Kindcentrum Imre den Breejen,

Fotografie

verpleegkundig directeur divisie Neuro/Hoofd-hals

Mark van den Brink

Caroline de Ridder, verpleegkundig directeur divisie Operatiecentrum & IC

Grafisch ontwerp

Jeanet Steenbruggen,

Tein Janmaat

verpleegkundig directeur portefeuille opleiden Annamarike Seller, verpleegkundig directeur kwartiermaker verpleegkundige versterking

43.


compassie competent

teamspeler

compassie compassie competent competent

team

kkelen ontwikkelen

Verpleegkundigen van Amsterdam UMC bouwen hun beroep verder uit en ontwikkelen een ‘eigen kleur’, passend bij hun voorkeur en talent. Zo ontstaan mogelijkheden om uit te blinken en je talent goed in te zetten. We benutten diversiteit, zodat het team als geheel zorg van topniveau kan leveren. Ontwikkeling in het werk wordt verwacht en ondersteund. Amsterdam UMC is een aantrekkelijke werkplek voor verpleegkundigen die meer uit hun beroep willen halen! Uitgave: © Amsterdam UMC, Meibergdreef 9, Postbus 22660, 1100 DD Amsterdam Oplage 3000 exemplaren. April 2021

Profile for Amsterdam UMC

Verpleegkundigen! Verpleegkundig leiderschap in Amsterdam UMC  

Editie 2 van het verpleegkundig magazine van Amsterdam UMC. Vol verhalen van verpleegkundigen die stevig in hun vak staan er op hun eigen ma...

Verpleegkundigen! Verpleegkundig leiderschap in Amsterdam UMC  

Editie 2 van het verpleegkundig magazine van Amsterdam UMC. Vol verhalen van verpleegkundigen die stevig in hun vak staan er op hun eigen ma...

Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded