Page 22

Tandheelkunde

De mond openbaart veel “De zorg moet weer terug in de tandheelkunde”, stelt professor Orale Geneeskunde Fred Rozema. Tandartsen weten vaak niet hoe zij moeten handelen bij gezondheidsvraagstukken in hun praktijk. De tandheelkunde is verworden tot een technisch vak, geënt op het uitvoeren van verrichtingen. Door Loes Magnin

Rozema’s hoogleraarschap bevindt zich op het snijvlak van de geneeskunde en de tandheelkunde. Of liever zou hij zeggen: tandheelkunde is een onderdeel van de gezondheidszorg. Wat betekent dat, dat ‘de zorg’ uit de tandheelkunde verdwijnt? “Binnen de tandheelkunde kom je soms opvallende redeneringen tegen. Medicatie van de patiënt? Niet mijn verantwoordelijkheid, maar die van de apotheker. Gezondheidsproblemen? Hoort bij de huisarts, niet bij de tandarts. Maar dit soort redeneringen is niet houdbaar in deze tijd. Tot zo’n dertig jaar geleden was het gebruikelijk dat mensen op relatief jonge leeftijd al een kunstgebit ‘namen’. Geen tanden is ook geen gedoe met je tanden, was het idee. En geen kosten. Dat is tegenwoordig niet meer zo. Mensen hebben tot op hoge leeftijd hun eigen gebit. Daar komen automatisch meer gezondheidsproblemen bij – veel mensen hebben te maken met ziekte op latere leeftijd. Daarnaast zijn veel aandoeningen (voor het eerst) in de mond te zien. De mond openbaart veel.” Is het dan de taak van de tandarts om gezondheidsproblemen te signaleren? Kan dat? “We zien steeds vaker de relatie tussen

22

mondgezondheid en algemene gezondheid. We wéten dat er een verband is tussen bijvoorbeeld parodontitis (een ontsteking die verder gaat dan alleen het tandvlees) en hart- en vaatlijden. Ook bijwerkingen van medicijnen zijn vaak zichtbaar in de mond. Als mondzorgverleners dat niet weten, maken zij verkeerde keuzes, of ze bieden in het geheel niet de zorg die nodig is. Denk bijvoorbeeld aan bloedverdunners. Het gebruik daarvan kan consequenties hebben voor het plaatsen van een implantaat of voor het trekken van een verstandskies. Dat is kennis waarvan ik vind dat een tandarts die moet hebben. En dat is nu niet altijd het geval.” Waar komt uw passie voor dit onderwerp vandaan? “In mijn werk als mond-, kaak- en aangezichtschirurg (MKA-chirurg) kwam ik deze kwesties vaak in de praktijk tegen. Ik werd op de issues gewezen. Dat gemis zag ik bij tandartsen, mondhygiënisten. Zij verwe­zen patiënten regelmatig door voor relatief eenvoudige zaken. Die patiënten kregen geen of niet de juiste zorg, vaak uit onzekerheid of onkunde. Dan krijg je als MKA-chirurg bijvoorbeeld iemand doorverwezen die bloedverdunners slikt en een vulling nodig heeft. Dat doet een MKA-chirurg helemaal niet. Maar de tandarts weet onvoldoende wat te doen of voelt zich te onzeker.”

november 2016

Amc magazine nr 8 november 2016  
Amc magazine nr 8 november 2016