Page 21

AMC collectie Tja, wat moet je daar nou van denken als kunstenaar. Wie de afgelopen weken de AMC Brummelkampgalerie in liep, zag er twee werken van Wouter van Riessen, bekend om zijn gestileerd geschilderde poppen en personages in gladde lijnen. Het AMC bezit een gezeefdrukt dubbelportret van hem, waarin twee mensfiguren onherkenbaar bedekt worden door narcissen. Ze hebben het maar te ondergaan. Zoals ook Van Riessen dit maar te ondergaan heeft: dat niet zíjn werk hier getoond wordt, maar een kopie. Het lijkt op het origineel maar is groter, ietsje slordiger ook wel lijkt het, en geprint op het soort weerbestendige zeildoek dat als reclamemateriaal aan gevels hangt. En het wordt nóg erger. Want dichterbij gekomen zie je iets vreemds aan de lijnvoering – gearceerd, gepointilleerd misschien? Nee, niets daarvan. Het is het logo van het AMC, eindeloos herhaald in knalkleuren, waaruit deze kopie van Van Riessens voorstelling is opgebouwd. Wat schaamteloos. Hoe durft een ziekenhuis zo ver te gaan in het zich profileren met zijn kunstcollectie. Kunst versmelten met een logo? Kan dat zomaar? Nee, dat kan niet. Maar niet het ziekenhuis overtreedt auteurswetten, het is een kunstenaar die dit schilderij met huisstijl versmelt: de Zwitserse Céline Manz (1981), woonachtig in Bazel en Amsterdam. “Alles wat ik doe, is positief bedoeld richting andere kunstenaars”, vertelt ze via Skype vanuit Bazel. “Voor kunstenaars zijn kunstwerken hun babies. Daar wil ik respectvol mee omgaan.” Deze kopieën – meervoud, Manz imiteerde meer kunstenaars – provoceren niet om het choqueren, maar om voor haar belangrijke discussies uit te lokken. Door kunst en logo’s zo letterlijk te mixen, stelt Manz de vraag hoe kunst met bedrijven, ziekenhuizen of andere verzamelaars versmolten raakt door de aanleg van bedrijfscollecties. Wordt kunst dan een uithangbord voor een bedrijf, ook een soort logo – waar ligt de grens?

Gemakkelijke kopie

Deze vraagstelling past bij een terugkerende vraag in Manz’ oeuvre: hoe ver mag je als kunstenaar gaan als je iets wilt doen met beeldcultuur, artistiek eigendom, authenticiteit, eigenaarschap? Juridisch gezien mogen kunstenaars niet andermans werk, huisstijlen of bedrijfslogo’s verbeelden. Hierover gaat de serie ‘Banners’, waarvan deze banier met Narcissen deel uitmaakt. De serie maakte ze vorig jaar voor een jubileumtentoonstelling van de VBCN, de Vereniging Bedrijfscollecties Nederland, waar ook het AMC bij aangesloten is. De expositie was cijfermatig ingericht: twee curatoren kozen de meest gemiddelde en de meest uitzonderlijke kunstwerken (gebaseerd op prijs, formaat, techniek). Uit de lijst meest gemiddelde kunst koos Manz op haar beurt schilderijen met een zekere grafische reproduceerbaarheid, met gladde lijn en verf – zoals Van Riessen. Deze ging ze namaken in Photoshop. “Het moest eruit zien als een snelle en gemakkelijke kopie, maar het moest ook lijken op het origineel.” Deze banners bestaan in eerste instantie alleen online: digitaal nagemaakte kunstwerken uit bedrijfscollecties,

21

getekend met een ‘kwast’ in de vorm van een logo van het bedrijf. Online vormen ze een visueel kabaal met knipperende logo’s, zoals hinderlijke pop-upschermen – óók banners. De afdeling Kunstzaken van het AMC vond het dusdanig intrigerend dat het haar Narcissen aankocht, iets wat Manz verheugt: “Ik vind het mooi hoe het werk in een ziekenhuis deel wordt van een grotere wereld, zonder witte museummuren. Het is geen plek om over kunst te contempleren, maar in Amsterdam merk je een sensitiviteit voor kunst, meer dan in Bazel. Dit werk heeft vrolijke kleuren, ik hoop dat dit patiënten en hun naasten opbeurt.”

De wetten op auteursrecht lopen achter op de kunstenaarspraktijk en smoren conceptuele bewegingen in de kiem Toch zijn vrolijke kleuren geen criterium voor het kunstbeleid van het AMC; eerder past Manz’ werk in de collectie omdat het conceptueel is en kwesties rond authenticiteit bevraagt. Dat was een rode draad in de expositie met nieuwe aanwinsten onlangs in de AMC Brummelkamp Galerie. Meerdere kunstenaars, ook vaak jong, bleken er andermans beeldmateriaal te gebruiken voor commentaren op originaliteit en beeldcultuur. Lennart Lahuis bewerkt bestaande foto’s tot onherkenbare abstracties. Dieuwke Spaans en Sybren Renema maken collages van ansichten en gevonden foto’s. Daniëlle van Ark, die objets trouvés gebruikt, toonde een sculptuur. ‘Reappropriation’ heet zulk gapwerk in internationale kunstkringen. Kan dit soort kunst straks niet meer? Dat is waar Manz bang voor is: de wetten op auteursrecht lopen achter op de kunstenaarspraktijk en smoren conceptuele bewegingen in de kiem. Dat wil ze tegengaan. Daardoor hebben haar Banners een artistieke én een politieke betekenis: het is een vrijheid van meningsuiting die ze nastreeft. Daarom runt ze bovendien een eigen kunstplatform, Studio 47, waarin ze kunstenaars uitnodigt om appropriation-projecten te ontwikkelen. Met een eigen uitgeverij, Studio 47 Press, geeft ze bovendien publicaties uit – gratis beschikbaar net als haar kunst zoals haar eerdere collages van ‘geleende’ modefoto’s (als u haar Narcissen in huis wilt hebben, kunt u ze in hoge resolutie van haar website downloaden en printen). Intussen zijn de Banners “een uitnodiging om haar aan te klagen”, zoals ze het zelf zegt, wat ze zich financieel niet kan permitteren. Dus intussen gaat ze door op allerlei niveaus. In samenwerking met juristen, kunsthistorici en curatoren heeft ze zelfs het voortouw genomen om een amendement op de Europese copyrightwetgeving te schrijven: een juridische uitzonderingssituatie scheppen op basis van originaliteit. Zo wil ze zorgen dat de kunsten de vrijheid hebben om door te gaan met het stellen van kritische vragen over de wereld waar we in leven.

AMC magazine

Amc magazine nr 3 april 2016  
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you