Page 1

s u t a t S januari 2014 nummer 1, jaargang 23

Sochi Promovendus in de bobslee Marcel Levi ‘Volgend jaar zijn we gezond’

Lean Efficiëntie als levensmotto


Inhoud Op de cover: Marcel Levi (p12)

03 In de startblokken voor JCI 04 AMC’er naar Sochi 08 Andere werkwijze voor de poli 10 De switch van Frida van den Maagdenberg 12 Een jaartje extra om 65 miljoen te halen 16 Pingelen op zorg 18 Lean werkt. Aldus de volgers

Colofon

Status is het interne voorlichtingsorgaan van het Academisch Medisch Centrum (AMC), Amsterdam. Gepensioneerden kunnen een abonnement nemen voor 10 euro per jaar via communicatie@amc.nl. Redactie: Tim van den Berg, Frank van den Bosch (hoofdredactie), Marc van den Broek, Irene van Elzakker, Jasper Enklaar, Edith Gerritsma, Andrea Hijmans, Simon Knepper, Fija Nijenhuis (eindredactie). Basisvormgeving: Vandejong, Amsterdam. Druk: Deltahage, Den Haag. Redactieadres: Afdeling Communicatie, C0-229, Academisch Medisch Centrum, Meibergdreef 9, 1105 AZ Amsterdam Zuidoost, tel: (020) 5667943, e-mail: status@amc.nl. Niets uit deze uitgave mag worden gereproduceerd door middel van druk, kopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande toestemming van de uitgever. Status is verpakt in polytheen, een plasticsoort die volledig afbreekbaar is en onschadelijk bij verbranding.

AMC Breed Nieuwe Status biedt meer servicenieuws Status begint 2014 met een nieuwe vormgeving en een aantal nieuwe en vernieuwde rubrieken. De Werkplek staat voortaan ín Status en niet meer op de achterkant. Daar staat nu de nieuwe rubriek Mijn ding, over bijzondere, zeldzame, originele bezittingen van AMC’ers op hun werkplek. Ook nieuw is de rubriek op deze pagina, AMC Breed, die vanaf februari in z’n geheel zal bestaan uit HR-mede­ delingen, (niet-wetenschappelijke) benoemingen, berichten over door de RvB vastgestelde richtlijnen, nieuws van ziekenhuisbrede commissies en organisaties en mededelingen naar aanleiding van publicaties in Kwadraet. Nieuws voor AMC Breed is welkom op status@amc.nl!

Oplossing Eindejaarspuzzel En dan was er nog de Eindejaarsprijspuzzel. Opnieuw goed voor vele in aangenaam gepeins doorgebrachte uren, getuige de bevlogen reacties. De juiste oplossing luidde: ‘Ik tel tien tenen aan uw voeten/ Gegroet, wij zullen verder moeten’. Twee door de puzzelmaker nog ietwat verfraaide dichtregels van Han G. Hoekstra (uit ‘Ochtendgroet aan de liefste vreemde’), die het aantal tenen in zijn eigen versie tot vijf beperkte. Extra hulde aan de goede inzenders die ook dat correct wisten te vermelden! De feestelijke loting onder het toeziend oog van afdelingssecretaresse M. de Vries-Akkerman leverde maar liefst dertien winnaars op. De door Hairtrends beschikbaar gestelde kappers­bon komt ditmaal toe aan Esther Taanman (Celbiologie/ Histologie). Het staatslot á vijftien euro (dank aan het AMC Postagentschap) gaat naar Henk van Lenthe (lab GMZ), het door de AKO gedoneerde boek­werk naar Atie van der Plas (poli Kinder­­geneeskunde). Voor de tien koffie­strippen­kaarten van AH to go selecteerde het lot Irma Hein, R. Broerse, Michel Korsse, Tineke van Heuveln, Marijke Gerver, Frits Mestebeld, Annie/ Jan van Roon, Bernadette Schutijser, H.P. Roelofsen en Hannie Schipper. Alle winnaars gefeliciteerd, kom even naar de afdeling Communicatie (C0-229) om uw prijs in ontvangst te nemen.

Heraccreditatie Busch voorzitter OMSO Prof. Olivier Busch is de nieuwe voorzitter van het Onderwijsinstituut Medisch Specialistische Opleidingen (OMSO). Hij volgt prof. Aart Schene op.

Gepubliceerd in Kwadraet: Rechten en Plichten: herziene patiënteninformatie over Rechten en Plichten is intern (Kwadraet) en extern (website) gepubliceerd. De zeven hoofdstukken zijn op de website van het AMC onder de knop ‘Rechten en plichten’ te bekijken.

UMC’s verbeterd 2013 De acht umc’s presenteren op de NFU-website elk voorbeeldprojecten waarin een aantoonbare verbetering is gerealiseerd op een thema dat de kwaliteit van zorg en zorgverlening betreft. http://www.nfu.nl/publicaties/ umc-s-verbeterd-2013/. Het AMC noemt JCI als voorbeeld.

Incidenten in de zorg Om alvast te noteren: op donderdag 25 september organiseert de Centrale Incidenten Commissie (CIC) in samen­ werking met het Stafconvent het jaarlijkse symposium ‘Incidenten in de patiëntenzorg’. Dit jaar zal vooral in het teken staan van good practices van verbetermaatregelen. Wie een onderwerp heeft en dat wil delen, kan contact opnemen met de secretaris CIC, telefoon 64468.

Stuurgroep JCI van start In opdracht van de Commissie Kwaliteit en Veiligheid gaat op 10 februari de centrale stuurgroep JCI weer van start. De stuurgroep staat onder voorzitterschap van prof. Maas Jan Heineman en houdt zich bezig met de voorbereiding op de JCI-heraccreditatie in 2015. De stuurgroepleden zijn de linking pin met de decentrale stuurgroepen kwaliteit in de divisies/directoraten en hebben een JCI-ambassadeursfunctie. Het Bureau Kwaliteit en Veiligheid begeleidt de stuurgroep. Zie ook het artikel op pagina 3.

Tandje erbij voor EVA en JCI Nu alweer in de benen voor de JCI-accreditatie? Jawel, want die accreditatie is voor ziekenhuizen wat drie Michelinsterren zijn voor toprestaurants. Wil het AMC de JCI-commissie in 2015 met een gerust hart kunnen ontvangen, dan is het zaak de lat voor patiëntenzorg en veiligheid doorlopend hoger te leggen. Tekst: Simon Knepper Illustratie: Gemma Pauwels

‘Bij de JCI-beoordeling van anderhalf jaar geleden kwamen dossiervoering, patiënten- en familie-educatie, pijn en valpreventie als zwakke punten uit de bus’, zegt Tamara Slagter, hoofd bureau Kwaliteit en Veiligheid. ‘Aan die risicogebieden gaan we de komende tijd speciale aandacht besteden aan de hand van maandcampagnes, waarbij één thema op uiteenlopende manieren langskomt. Via intranet onder meer, maar je moet ook denken aan afdelings­ bezoeken en focustracers om na te gaan of het beleid bekend is.’ Zeker in de dossiervoering moeten in 2014 flinke stappen gezet worden om aan de JCI-normen te kunnen voldoen. Dat het EVA-programma daarin een cruciale rol speelt, ligt voor de hand. Via EVA werken AMC en VUmc immers aan een gloednieuw digitaal patiënten­ dossier dat van vele markten thuis moet zijn. Logisch ingedeeld, duidelijk gestructureerd, in te zien door alle betrokken zorgverleners en bruikbaar voor méér doeleinden dan de directe patiëntenzorg. Vandaar dat er breed over wordt meegedacht.

3

‘Per specialisme zijn voor het EVAprogramma kernteams geformeerd’, vertelt EVA-implementatiemanager Miranda Tromp. ‘Die hebben een groot aandeel in de validatiesessies van maart, april en mei, als de belangrijke keuzen gemaakt worden. Hoe onder­ steunt het EPD een polibezoek of het OK-proces? Wie doet wat bij het plannen van een afspraak? Daarover moeten nu snel knopen doorgehakt worden, wil het nieuwe EPD in 2015 live kunnen gaan.’ Dat JCI en EVA hetzelfde doel nastreven, kwalitatief hoogstaande en veilige zorg voor patiënten, betekent allerminst dat ze elkaar in de weg zitten. Slagter: ‘Als continu programma schept JCI randvoorwaarden voor een adequate informatievoorziening, EVA zorgt voor de invulling. Op voorwaarde van een zorgvuldige afstemming kunnen we alleen maar steun van elkaar hebben.’ En niet alleen op beleidsniveau, volgens chirurg annex werkplek­ manager Els Nieveen, die de afgelopen twee jaar al veel ten goede heeft zien veranderen. Nieveen: ‘Ringen kwam

je hier op G6-zuid al niet meer tegen, maar sinds de accreditatie kunnen we elkaar ook makkelijker aanspreken op horloges en open jassen. Daar komt bij: iedereen is tegenwoordig alert op de compleetheid van het patiëntendossier. Reanimatiecode, MRSA-besmetting, allergieën – vóór JCI ontbrak er nog wel eens wat. Nu naderen we de honderd procent’. Wat Nieveen betreft mag de patiënten­voorlichting op haar afdeling als volgende in aanmerking komen voor een heilzame JCI-opknapbeurt. ‘We lichten onze patiënten keurig in over procedures, mogelijke complicaties enzovoort, en we informeren naar hun verwachtingen. Maar volgens de JCI-normen moeten we ons er ook van verzekeren dat die voorlichting wordt opgepikt. Daar kan EVA enorm bij helpen, met name door het ontwikkelen van een patiëntenportaal waarin persoonlijke informatie thuis nog eens rustig na te lezen is. Als patiënten dan ook nog digitaal kunnen reageren, zetten we een kolossale stap vooruit.’

status


Olympische Spelen

AMC kort

Esme Kamphuis in de bobslee

Compleet door elkaar gerammeld

In de achtbaan durft ze niet, maar promovendus van de afdeling Gynaecologie Esme Kamphuis (30) komt dit jaar tijdens de Olympische Winterspelen in Sochi wel uit voor Nederland als pilote van het damesbobsleeteam. Ze combineert topsport met haar andere passie, die van de obstetrische gynaecologie.

Tekst: Suzanne Bremmers Foto: Charlie Booker Haar eerste bevalling als coassistent in het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis (SLAZ) zal Kamphuis nooit vergeten. Iedereen verwachtte het hoofdje, maar er kwamen twee billetjes. Die onverwachte stuitligging, met gelukkig een goede afloop, maakte zoveel indruk op Kamphuis dat ze besloot gynaecoloog te worden. Een heel ander soort afdaling beleeft Kamphuis binnenkort in het Russische Sochi als bobsleester. Ondanks grote concurrentie gaat ze voor een medaille. Na haar geneeskundestudie en werkzaamheden als anios in het SLAZ startte Kamphuis met een promotietraject op de afdeling Gynaecologie in het AMC. Ze onderzoekt de iatrogene oorzaken van vroeggeboorte, ofwel de niet spontane vroeggeboortes. Haar promotor Ben Willem Mol maakt het mogelijk dat ze dit onderzoek kan combineren met een carrière als topsporter. Dat gaat over het algemeen als volgt: overdag is Kamphuis

4

samen met haar teamgenoot Judith Vis aan het trainen en afdalingen aan het maken in de bobslee, in de pauze en ’s avonds zit ze achter de computer grafieken over vroeggeboortes te bestuderen. In de laatste weken voor de Winterspelen richt Kamphuis zich volledig op de bobslee en ligt het onderzoek stil.

Verslingerd Kamphuis begon haar sportcarrière in de atletiek. De overstap naar de bobslee komt vaker voor. Bobsleeërs moeten goed kunnen rennen, fysiek sterk zijn en doorzettingsvermogen hebben. Kamphuis is meteen verslingerd aan de bobslee. ‘De buitenkant van de bobslee ziet er supermooi uit, maar van binnen zit je in een metalen frame zonder enige luxe. Je wordt compleet door elkaar gerammeld. De ervaring is nergens mee te vergelijken. Ook niet met de achtbaan, want daar durf ik niet in. Eenmaal beneden giert de adrenaline door je lijf.’

Hoewel de wereld van de verloskamer en die van de bobslee in eerste instantie totaal verschillend lijken, ziet Kamphuis juist overeenkomsten. ‘Een vlotte run in de bobslee is voor een groot gedeelte afhankelijk van een goede start. Ook bij een bevalling is er na de start geen weg meer terug. En als het anders loopt dan gepland, moet je in een split second adequaat handelen.’ Hoewel Kamphuis momenteel alleen nog maar aan Sochi denkt, ziet ze de verdere toekomst in grote lijnen voor zich. ‘Na het promotietraject wil ik een opleidingsplek als gynaecoloog proberen te vinden, het liefst in het AMC. Dat dit tegelijkertijd betekent dat mijn carrière als topsporter voorbij is, voelt nog onwerkelijk. Voor alle topsporters is dat een eng moment. Tegelijkertijd geniet ik van de momenten in het AMC. Mijn leven is soms zo bizar. Ik reis de hele wereld over, slaap altijd in hotels. Het zal prettig en rustgevend zijn om net als gewone mensen een normaal leven te leiden.’

januari 2014

In Memoriam Jaap Steltman

Nieuwe trolley voor IC Kinderen

Op 19 december overleed Jaap Steltman, verpleegkundige en opnamecoördinator. Jaap had al een carrière in de zorg achter de rug toen hij in 1998 werd aangenomen als verpleegkundige op G7-noord, Traumatologie/Vaatchirurgie. Vanaf dat moment was het AMC zijn ziekenhuis en dat is het al die jaren gebleven. Hij werkte met veel plezier tien jaar als (senior)verpleegkundige op G5-zuid, Vaatchirurgie/Plastische Chirurgie en stapte daarna over naar Verloskunde/Gynaeco­ logie. De kraamafdeling (H4-zuid) en later ook de SEHV (spoedeisende hulp voor vrouwenziekten) werden zijn nieuwe stek. In het begin was het even wennen, maar na korte tijd wist Jaap zich te manifesteren als een zeer gewaardeerde collega. Bovendien bleek zijn levens- en werkervaring van grote toegevoegde waarde. Sinds begin 2011 combineerde hij zijn functie met de rol van opnamecoördinator in de avonddiensten. Jaap regelde voor spoedpatiënten zo snel mogelijk een plek op de afdeling van het juiste specialisme, een leenbed of desnoods een plek in een ander ziekenhuis. Hij voelde zich als een vis in het water. Jaap was een no nonsense man, altijd in voor goed overleg maar indien nodig ook streng. Ondanks zijn dubbele werkplek was hij uitermate flexibel. Was er een probleem, dan kwam het door zijn optimisme altijd goed. Dat optimisme had hij ook toen hij opnieuw ziek werd. Tot op het laatst hield hij de hoop dat hij toch nog wat klussen kon doen in het AMC. De warme reacties van collega’s deden hem goed toen hij patiënt geworden was in zijn eigen ziekenhuis. Hij voelde zich veilig met een deskundig team om zich heen. Toch nog onverwacht overleed hij, enkele dagen nadat hij 62 was geworden. We hadden hem meer tijd met zijn vrouw Greet, kinderen en kleinkinderen gegund.

Een nieuwe aanwinst voor de Intensive Care Kinderen: de in eigen huis gebouwde brancard waarmee IC-patiëntjes veilig van ziekenhuizen uit de regio naar het AMC en andere umc’s vervoerd kunnen worden. Hoofdverpleegkundige Dirk Tol is supertrots en ontwerper Niels Kind niet minder. Er was er natuurlijk al een, een ‘trolley’ met alle apparatuur die nodig is om een IC-behoeftig kind te vervoeren. Dertien jaar geleden werd die trolley gebouwd. ‘Maar hij werd oud en had een “geschaard” onderstel. Dat betekende veel bukken voor ambulancepersoneel en verpleegkundigen. Niet fijn’, zegt Dirk Tol. Derde reden dat het tijd werd voor een nieuwe trolley was een scherpere wet- en regelgeving. Zo moet een brancard in een ambulance botsingproof zijn. Dat was de oude niet. En dus ging Niels Kind, destijds nog mede­ werker van het Instrumenteel bedrijf maar inmiddels in dienst bij Medische Technische Innovatie en Ontwikkeling, met een aantal collega’s aan de slag. Anderhalf jaar kostte het om de nieuwe self supporting unit te bouwen, wat zoveel betekent dat alles aanwezig is, behalve stroom. ‘De trolley kan nu tien keer z’n eigen gewicht dragen en heeft niet langer een knik. Je schuift ‘em zo in de ambulance’, aldus Kind. De nieuwe brancard is wel zo groot dat hij alleen nog in een ‘groot-volume-ambulance’ past. Dat lijkt een nadeel maar valt mee: sinds kort telt de regio Amsterdam twee van deze grote ambulances en dat aantal is voldoende om het vervoer van IC-patiëntjes in Noord-Holland en Flevoland op te vangen en naar andere centra in Nederland te brengen. Voordeel van de grotere ambulance is dat er plek is voor vier ‘meerijders’. ‘In de gewone ambulance konden alleen een intensivist en IC-verpleegkundige mee’, vertelt Tol, ‘dus dat was lastig bij trainingen. We werkten daarom zo dat de meest ervaren dokter de minst ervaren IC-verpleegkundige mee kreeg, en andersom. Nu kun je met vier man achterin en er kan ook een ouder mee.’ De brancard kostte 115.000 euro maar… en nu komt het mooie, aldus Tol: ‘We hebben contact met collega’s van het VUmc opgenomen en het bleek

Sjouke Boonstra, hoofdverpleegkundige Verloscentrum Justine Smit en Liesbeth Jonas, opnamecoördinatoren Marian Mens, verpleegkundig bestuurder

5

status


AMC kort dat zij ook wel iets zagen in de nieuwe trolley. Dus hebben we de kosten gedeeld, passen we dezelfde protocollen toe en maken we allebei gebruik van de trolley.’ Over samenwerking gesproken.

A2 - poli Oogheelkunde

Docent van de maand: Saskia Kolkman

Bieb verfijnt registratie De Medische Bibliotheek timmert hard aan de weg om de registratie van wetenschappelijke publicaties van AMC’ers verder te verfijnen. Sinds kort verschijnen bij de artikelen ook het aantal citaties. Een onderzoeker die wil weten hoe vaak hij geciteerd wordt, kan dat nu in één oogopslag  op de intranetsite van de bieb zien. Bovendien wordt de impactfactor van artikelen ook getoond en de Hirschindex automatisch berekend. ‘We zijn prima voorbereid op de AMC-brede onderzoeks­ evaluatie die binnenkort op het programma staat’, aldus directeur Lieuwe Kool.  4723 wetenschappelijke artikelen, boeken en promoties hebben AMC’ers in 2013 gepubliceerd. Ieder jaar worden het er meer en het verzamelen van al die ‘output’ is de taak van de Medische Bieb. ‘Dat is tegenwoordig een continu proces’, aldus Kool. Het gaat bovendien snel: ‘Vandaag gepubliceerd, meteen opgenomen in ons systeem. Publicaties worden ook direct getoond op de Whois-Who-pagina van de onderzoekers en principal investigators (PI’s).Tenminste, als de onderzoeker zijn internetpagina heeft geactiveerd en daar schort het soms aan.’Terwijl het echt niet veel werk is, zegt Kool: ‘Onderzoekers hoeven ons alleen een mailtje te sturen, wij doen dan de rest.’ Voor onderzoekers is het prettig dat het aantal citaties direct zichtbaar is bij hun publicaties. Ze hoeven niet meer allerlei stappen te volgen voordat ze die informatie hebben. ‘Bovendien waren de gegevens soms incompleet. We hebben wel vergelijkingen gemaakt tussen door onderzoekers aangeleverde info en systematisch verzamelde citaties en vrijwel iedereen bleek bij die laatste manier iets beter te scoren. Dat is ook wel te begrijpen als je letterlijk honderden artikelen achter je naam hebt staan.’

Meer griepvaccinaties Het aantal AMC’ers dat zich heeft laten inenten tegen griep, is met de helft gestegen. Vorig jaar haalde 22 procent een prikje bij de Arbodienst, dit jaar ruim meer dan 30 procent. Voor het eerst is een ludieke campagne gevoerd met ‘Loesje’-achtige posters die overal in het gebouw zijn opgehangen. Ook een brief van de Raad van Bestuur naar de hoofden heeft bijgedragen aan de hogere opkomst.

6

Tijdens de nieuwjaarstoespraak van Marcel Levi werd de docent van de maand onthuld: radioloog Saskia Kolkman. Vanwege haar bijdrage aan het geneeskundecurriculum mag zij twee maanden lang deze speciale titel dragen én heeft ze recht op de meest gewilde parkeerplek van het AMC: die voor de deur van de J-faculteit. Kolkman ontwikkelde de lijn Beeldvorming die door alle blokken van het curriculum loopt in de vorm van casuïstiek, zeg maar het bespreken van individuele patiënten. Haar uitgangspunt: lessen moeten zo interactief mogelijk zijn, want dan blijft de meeste lesstof hangen. ‘Van hoorcolleges onthoud je maar vijf procent omdat je passief luistert. Maar als je studenten zelf aan de slag laat gaan, door bijvoorbeeld de lessen interactief te maken, dan levert dat een hogere leeropbrengst op. Dat is wetenschappelijk aangetoond’, zegt Kolkman. Een mooi voorbeeld daarvan vormt het blok de 3D-mens, dat Kolkman samen met Kees de Jong van Anatomie & Embryologie ontwikkelde. Ze was verantwoordelijk voor het beeldvormende deel, dat met het al bestaande anatomie-onderwijs is verweven. En het is dat stukje waar Levi aan refereerde in zijn bekendmaking van de docent van de maand. Kolkman: ‘Bedoeling is dat de student kennis neemt van het menselijk lichaam in al zijn dimensies. In de snijzaal leert hij prepareren, en met die kennis van het lichaam gaat hij naar radiologische beelden kijken. Ook leert hij hoe hij wat hij geleerd heeft, toepast bij lichamelijk onderzoek van een patiënt. Als je die dingen combineert, maak je het onderwijs extra krachtig. We hebben geprobeerd de kennis te plaatsen in de context van de vraag: waar heb je die informatie allemaal voor nodig? Hoe pas je die in de praktijk toe?’ Geeft Kolkman zelf ook les? ‘Dit is zo’n gigantisch project dat ik daar bijna niet aan toe kom. Maar ik ben wel de backup!’

Minne Stoelwinder Technisch oogheelkundig assistent Tekst: Andrea Hijmans Foto: Sake Rijpkema

‘Iets met mensen, dat wilde ik. Mijn eerste baan was ziekenverzorger in de Amstelhof, de huidige Hermitage. Op een gegeven moment vond ik het tijd voor iets anders; ik werd doktersassistent. In 1998 belandde ik in het AMC, en vervolgens ben ik nooit meer weggegaan. Oncologie was mijn eerste werkplek. Zwaar, ja, vooral de confrontatie met leeftijdgenoten die doodgingen. Dus toen er een vacature kwam bij Oogheelkunde solliciteerde ik. Nee, van ogen wist ik niets – nou ja, dat je erdoor kunt kijken. Nu ben ik TOA

januari 2014

7

(technisch oogheelkundig assistent). Ik doe, zou je kunnen zeggen, het voorbereidende werk voor de oogarts. Brillen aanmeten, oogscan maken, oogdruk meten, de patiënt voorbereiden op een staar­operatie. Een prachtvak. Centraal staat het contact met mensen. Allerlei mensen. Iedereen, van top­ manager tot dakloze, kan immers oog­problemen krijgen. Als TOA moet je dan ook overweg kunnen met vogels van verschillend pluimage. Goed inschatten wat iemand nodig heeft. Sommige patiënten houden van zakelijk,

kort en bondig, anderen stellen prijs op een arm om hun schouder, meer uitleg of een praatje. Of daar wel tijd voor is? Kijk, als TOA draai je mee met een spreekuur met vaak, pak ‘m beet, twintig patiënten. Misschien dat je een stuk of vijf daarvan wat meer aandacht moet geven. Dat kost inderdaad extra tijd, maar die achterstand loop je, zo leert de ervaring, wel weer in. Bovendien: het draait om mensen, niet om richtlijnen of schema’s. Als je dat uit het oog verliest kun je beter een baan zoeken buiten de zorg.’

status


Poliklinieken

Poliklinieken

De divisie P run je samen

Roos Leber (l) en Ineke Moleman

Tekst: Tim van den Berg Foto: Sake Rijpkema

‘Waar het meestal op neerkomt is hospitality’, zegt Roos Leber, directeur bedrijfsvoering van de divisie Poliklinieken. ‘Dat bepaalt voor een groot deel het succes van een polikliniek.’ Het divisiebestuur vroeg polimedewerkers vorig jaar naar eigen patiëntervaringen. Wat was hen bijge­ bleven van een ziekenhuisbezoek? ‘Dan hoor je vooral zaken terugkomen als aandacht, inlevings­ vermogen, hulpvaardigheid en aanspreekbaarheid. Dat vinden patiënten belangrijk. Als patiënt heb je van alles aan je hoofd. Dan wil je niet eindeloos zoeken naar de juiste balie, daar lang moeten wachten en dan horen dat je een week later weer mag terugkomen voor een onderzoek bij een andere arts.’ Om de juiste dosis hospitality te kunnen bieden, is binnen de divisie P het roer drastisch omgegooid. De poli’s van zestien verschillende afdelingen zijn samengevoegd tot vijf clusters. Deze zijn ingedeeld op de gemiddelde lengte van een consult, op de overeenkomsten tussen de specialismen en op patiëntengroepen. ‘Daarbij proberen we de scheiding tussen kindergeneeskunde en andere afdelingen wat meer los te laten’, zegt verpleegkundig bestuurder Ineke Moleman,

8

De divisie P(oliklinieken) is aan het veranderen. Drie maanden geleden zijn de medewerkers een ont­ wikkelingstraject begonnen van achttien maanden, om ze voor te bereiden op de nieuwe poliwerkwijze. Het doel? Breed inzetbare mede­werkers, die meer samenwerken en patiënten nog betere service gaan verlenen. die samen met Leber en divisievoorzitter Marianne de Visser het bestuur van divisie P vormt. ‘Neem bijvoorbeeld een kind met cystic fibrosis. Die kwam voorheen tot zijn of haar achttiende jaar op de kinderpoli en ging dan ineens over naar Inwendige Geneeskunde. Die overgang was enorm. Door de afdelingen binnen het cluster beter te laten samenwerken moet dat geleidelijker verlopen.’ De nieuwe werkwijze binnen de divisie vraagt straks meer van de medewerkers. Daarvoor krijgen 380 medewerkers, onder wie verpleeg­ kundigen, doktersassistenten, consulenten en administratief personeel, een ontwikkelingstraject van achttien maanden aangeboden. Dat traject heeft tot doel medewerkers breed inzetbaar te maken, een extra expertise te laten ontwikkelen en ook de servicegerichtheid te verbeteren. Het eerste deel, over algemene competenties, is de afgelopen drie maanden behandeld. Hierin was aandacht voor het geven of krijgen van feedback, voor het uitdragen van hospitality en voor gedrag en ethiek. ‘Al klinkt dat laatste wel erg belerend’, zegt Moleman. ‘Het ging er vooral om dat we samen nadachten over hoe we met elkaar om willen gaan. Wat is er nodig om goed samen te werken?’

januari 2014

Uiteindelijk moet er binnen het ontwikkelingstraject een nieuwe poliwerkwijze met nieuwe werkprocessen worden ontwikkeld. De komende maanden gaan medewerkers zich eerst verdiepen en verbreden. Met behulp van een buddy-systeem, waarin twee polimedewerkers van verschillende afdelingen aan elkaar worden gekoppeld, leren ze de werkzaamheden van een ander specialisme. Het voordeel: flexibiliteit en persoonlijke ont­ wikkeling. Bij ziekte of drukte op de poli van de ene afdeling, kan personeel van een andere afdeling bijspringen. Dat wordt mede mogelijk doordat administratieve werkzaamheden straks beter worden gescheiden van de baliewerkzaamheden. Leber: ‘Administratieve handelingen die we vooraf kunnen uitvoeren, doen we ook vooraf.’ Als voorbeeld noemt ze de patiënt die zich meldt bij de balie en vervolgens minuten moet wachten tot een baliemedewerker allerlei gegevens heeft ingevoerd. ‘Dat is voor patiënten vervelend. Die willen snel horen wanneer ze aan de beurt zijn, maar zien iemand naar een beeldscherm staren. Door die gegevens zoveel mogelijk vooraf in te voeren op een backoffice kunnen baliemede­werkers patiënten meteen te woord staan.’ Het is overigens de vraag of er straks nog balies bestaan op de poli. In de Isala Klinieken in Zwolle werkt men al met een digitaal systeem waarmee patiënten via hun mobiele telefoon worden opgeroepen voor hun afspraak. Patiënten melden zich bij een zuil, kunnen daarna in het gebouw winkelen of koffie drinken, en krijgen een sms wanneer ze (bijna) aan de beurt zijn. ‘Op onze flexpoli experimenteren wij ook met een balieloze ontvangst en dat lijkt goed te werken’, aldus Leber. ‘De baliemedewerkers kunnen we dan inzetten voor extra serviceverlening en het persoonlijk contact met patiënten.’ Ook zou hiermee personeel kunnen worden vrijgemaakt om de artsen te ondersteunen. ‘Die moeten nu nog zoveel niet-medische handelingen uitvoeren’, zegt Leber. ‘Dat is natuurlijk zonde van hun tijd. Wanneer ondersteunend personeel een aantal van die taken overneemt is er voor de arts meer tijd om aan patiënten te besteden.’ Om alle veranderingen binnen divisie P in goede banen te leiden, is er voor elk van de vijf clusters een clustermanager aangesteld. Dit zijn allrounders die, naast het aansturen van een cluster, ook allemaal een eigen specialiteit voor hun rekening nemen, zoals ICT of onderwijs en opleiding. Echte stafmedewerkers kent divisie P niet. De ondersteuning wordt grotendeels door de clustermanagers, de coördinatoren en het personeel uitgevoerd. ‘Ook dat is opgenomen in het ontwikkelingstraject’, zegt Moleman. Elke medewerker zal zich ook verdiepen in iets extra’s, bijvoorbeeld de protocollen, milieu-eisen of de indeling van de medicijnenkasten. Zo runnen we de divisie echt met zijn allen.’

9

Stout

Geverfde muur Tekst: Marc van den Broek Foto: Edith Gerritsma De gemiddelde werkkamer in het AMC is zakelijk ingericht. De muren zijn gebroken wit geschilderd, er ligt zeil op de grond, niks bijzonders. En daarin moet je dan heel wat uren van de week door­ brengen. Ter verfraaiing kan iemand er wat foto’s neerzetten, een kunstwerk ophangen of een plantje neerzetten en daar blijft het bij. Nou ja, meestal. Er zijn ook AMC’ers die genoeg hebben van het doffe wit van de wanden. Zo heeft iemand één wand donkerrood geverfd, een beetje de huiskleur van het AMC. Het geeft die kamer een heel andere uitstraling. Alsof je even in een andere wereld stapt. Wie wat rond kijkt in het AMC ziet op wel meer plaatsen dat muren zijn overgeschilderd. In allerlei kleuren, zoals oranje. ‘Ik heb het gedaan omdat ik de ruimte wat mooier wilde krijgen’, zegt de gebruiker van de bordeauxrode kamer. ‘Ik vind het huiselijker en prettiger zo. Ik heb het gevraagd aan het hoofd van mijn afdeling en die vond het prima. Tijdens een weekeinde ben ik met pot en roller in de weer gegaan. Het ziet er goed uit zo. Ik krijg veel positieve reacties van mensen die op mijn kamer komen. Niemand heeft er moeite mee.’ Bij Huisvesting denken ze daar iets anders over. ‘Het is niet verboden, zo ligt het niet’, zegt Onno Valk. ‘Er is geen boek met regels waar in staat dat de wanden geen andere kleur mogen krijgen. Wel is de formele werkwijze dat wij voor het schilderen van een wand toestemming moeten geven. De muur wordt dan in opdracht van ons geschilderd. Het komt erop neer dat we het niet aanmoedigen, want het is veel gedoe.’ Uiteraard brengt Huisvesting kosten voor de schilderbeurt in rekening. Wat veel enthousiastelingen die graag kleur op hun kamer willen niet moeten vergeten is dat het te betalen bedrag uit twee verfbeurten bestaat. De wand moet weer worden geschilderd in gebroken wit als de AMC’er de kamer dient te ontruimen. ‘De kosten zijn dan hoog’, zegt Valk. ‘Dit remt het enthousiasme.’

status


Switch

Frida van den Maagdenberg Tekst: Jasper Enklaar Foto: Hans van den Bogaard

Switch

‘Vrouwen haten het idee dat ze benoemd zijn omdat ze vrouw zijn, terwijl dat wel gebeurt.’ Waarom deze carrièreswitch? ‘Ik heb veel in de universitaire wereld gedaan: in Utrecht, Tilburg, aan de UvA en bij de Vereniging van Universiteiten VSNU. Daarna ben ik gevraagd te komen werken bij het universitair ziekenhuis in Utrecht, het UMCU. Dat is het leukste wat er is, want er is niets complexer dan een universitair ziekenhuis. In het UMCU had ik geen bestuurlijke verantwoordelijkheid. Ik had op een gegeven moment het gevoel dat ik daaraan toe was. Daarom heb ik de stap gezet naar het SLAZ, een heel mooi opleidingsziekenhuis. Nu met de overstap naar het AMC ga ik weer terug naar de academie. En het AMC is een van de mooiste huizen die er zijn.’ Welke kwaliteiten moet een lid van de RvB in elk geval hebben? ‘Ik denk dat je moet houden van complexiteit en dat je gevoel moet hebben voor de verschillende dynamiek van de drie hoofdgebieden zorg, onderzoek en onderwijs. Voor onderzoek heb je soms chaos nodig, voor onderwijs juist structuur. Je moet gevoel hebben voor deze organisatie, zo’n ziekenhuis kunnen snappen, daar hoef je bij mij geen twijfel over te hebben.’

Frida van den Maagdenberg (52) treedt op 1 februari toe tot de Raad van Bestuur. Haar aandachtsgebieden: financiën, huisvesting en ICT. Eerder was zij lid van de RvB van het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis.

Wat ga je in deze functie in elk geval proberen te bereiken? ‘Je gaat zelden iets alleen bereiken, dat bepaal je met collega’s in de RvB, met de Raad van Toezicht en de toplaag van de organisatie. Eén ding is helder: er moeten stappen gezet worden in de fusie met VUmc. En er zijn investeringskwesties, dat is een groot vraagstuk. Ook dat moet je samen met VUmc doen, want het gaat om immense bedragen. Dan is er de financiële discussie. De middelen zijn niet meer zo onbegrensd als ze ooit waren. Waar ik mijn stempel gezet wil hebben over een paar jaar? Dan wil ik liever eerst een paar maanden rondlopen. Ik vertel dat graag, maar wel pas na een nadere, intensieve kennismaking met de organisatie.’

gevormd. Als we thuis kwamen uit school, ging mijn zus meestal koken en ik deed de winkel. Dan leer je met mensen omgaan, je leert wat geld is. Het was een klein dorp. Bijzonder is dat mijn ouders me ook hebben meegegeven dat de wereld ontdekt moet worden.’ Welk heersend misverstand moet nodig worden rechtgezet? ‘Dat je maar beter kunt verhullen dat je benoemd wordt omdat je een vrouw bent. Vrouwen haten het idee dat ze benoemd zijn omdat ze vrouw zijn, terwijl dat wel gebeurt. Je wordt altijd benoemd om je kwaliteiten, maar dat er bewust wordt gekozen voor een vrouw om de diversiteit in een team te bevorderen vind ik juist heel goed. Dat durft niemand te zeggen en dat verbaast me. Bovendien: als een headhunter kandidaten voor een functie presenteert, zijn daar altijd een paar vrouwen bij. Omdat men vindt dat dat hoort. Daar hebben wij vrouwen baat bij.’ Welke kwaliteit zou je in ruimere mate willen bezitten? ‘Geduld. Ik ben een tamelijk ongeduldig type. Als ik het gevoel heb dat mensen niet tot de kern komen, eromheen draaien, word ik ongeduldig. Ik hou niet van geneuzel over dingen die er niet toe doen. Natuurlijk moet je mensen gehoor geven. Maar zeker in zo’n grote organisatie moeten mensen ook zelf dingen oplossen. Als ik ongeduldig word, ben ik niet zo aangenaam en kan ik echt boos worden.’ Wat is het beste advies dan je ooit hebt gekregen? ‘Het beste advies is: alles wat je zelf niet kunt uitleggen, is niet goed. Als je het verhaal erbij niet kunt verzinnen, dan moet je het niet doen. Dat is een belangrijk kompas van een bestuurder. Dat leerde je al in de winkel; je moet geen flauwekul verkopen.’

Vul aan: het belangrijkste wat ik van mijn ouders heb geleerd is… ‘...verantwoordelijkheid nemen. Mijn ouders hadden een zaak in West-Brabant. Midden in het dorp, een soort winkel van sinkel met van alles: het was een drogisterij, we hadden witgoed, mijn vader was ook fietsenmaker. Wij moesten allemaal meewerken. Dat heeft mij mede

11

status


Uitgelicht

Uitgelicht

Gezond in 2015 Tekst: Fija Nijenhuis Illustraties: Gemma Pauwels Foto: Jeroen Oerlemans

Grote woorden, prachtige vergezichten, Marcel Levi is er niet zo van. Tenminste, niet zonder tegelijkertijd de realiteit uit het oog te verliezen. Droom en werkelijkheid kwamen beide aan bod in zijn nieuwjaarstoespraak op 9 januari. 12

januari 2014

De droom is bekend: met het Universitair Medisch Centrum Amsterdam de Europese top halen. Maar zolang er nog de letters AMC op het dak staan, zijn er ook andere zaken die aandacht verdienen, bijvoorbeeld – helaas – 65 miljoen euro bezuinigen. Het AMC zit op het goede spoor om dit doel te halen, aldus Levi, hoewel ook het jaar 2015 is daarvoor nodig is. Volgens de voorzitter is het niet zo gek dat het langer duurt dan drie jaar geleden werd gedacht. De bezuinigingen gaan ook gepaard met reorgani­ saties en die kosten nu eenmaal tijd. ‘Hoe moeilijk en hard het ook is voor medewerkers die herplaatst moeten worden of zelfs hun baan verliezen, het kan helaas niet anders.’ Dit en volgend jaar gaat het AMC dus verder met het in 2012 ingezette beleid van ‘heel erg doelmatig werken, zoveel mogelijk minder zinvolle zaken schrappen, zoveel mogelijk bureaucratie wegsnijden en scherp inkopen.’ Vorig jaar werd daarmee al dertig miljoen bezuinigd, dit jaar moet nog twintig miljoen binnengehaald worden. Het overgrote deel van dat bedrag is overigens het resultaat van al vorig jaar ingezette activiteiten, aldus Levi. Voor 2015 blijft dan zo’n vijftien miljoen over. Blijft de vraag waarom ineens een jaar extra beschikbaar blijkt. Meevallers, verduidelijkt de voorzitter een dag na zijn toespraak. ‘We hebben redelijke afspraken kunnen maken met zorgverzekeraars, een aantal verbouwingen is uitgesteld en ook factureren we beter sinds de invoering van het DOT-systeem. Plus een voor het AMC gunstig uitvallen transitiebedrag dat we krijgen vanwege de overgang naar het nieuwe bekostigingssysteem. Dat bij elkaar zorgt ervoor dat we – op basis van wat we nu weten – in 2015 financieel gezond kunnen zijn.’ Hij baalt wel eens, geeft hij toe, dat tijdens zijn aantreden in 2010 geld zo’n heet hangijzer is.

13

‘We hebben het er noodgedwongen te veel over, terwijl ik het liever heb over de kwaliteit van de patiënten­zorg, of nog betere research of supergoed onderwijs en opleiding. Maar het kan nu even niet anders. Als we de geldzaken niet goed regelen, kunnen we al die andere dingen ook niet doen. Gelukkig hoeven we het niet alleen over geld te hebben: er is nog voldoende tijd om het ook over de echt belangrijke zaken te hebben.’

‘Ik zou meer willen investeren in jonge talenten’ En het is nou ook weer niet zo dat helemaal geen budget is voor nieuwe dingen. ‘In vrijwel alle divisiebegrotingen zitten plannen voor innovatie. Daarnaast gaat er ook flink wat geld naar het nieuwe elektronisch patiëntendossier waaraan momenteel hard gewerkt wordt.’ En waar zou Levi zélf het liefst geld naar toe sluizen? ‘Ik zou nog meer willen investeren in jonge talenten. Zij raken steeds meer in de knel door de krappe financiën.’

Kleuterjuf Onderwijs mag rekenen op de warme aandacht van de voorzitter. Hij begon zijn nieuwjaarstoespraak ermee en liet weten het maar raar te vinden dat iemand die kleuterjuf wordt allerlei diploma’s moet hebben, terwijl lesgeven aan de universiteit bij wijze van spreken getuigschriftloos kan. Levi vindt het dan ook een goede zaak dat inmiddels meer dan 40 procent van alle AMC-docenten het Basis Kwalificatie Onderwijscertificaat gehaald heeft. Maar genoeg is dat nog niet. ‘Op naar de honderd procent!’ Die betrokken­heid bij onderwijs, waar komt die eigenlijk vandaan? ‘Wat een gekke vraag’,

status


Uitgelicht

Het nieuws van…

Brenda Krolis Tekst: Annet Muijen Foto: Sake Rijpkema

‘Soms kun je met een simpele handeling een opmerkelijk effect bereiken. Bij het Behandelcentrum Oncologie/Hematologie op Q2, waar ik als verpleegkundige werk, behalen we zo’n effect door het geven van handmassages. Patiënten zijn veelal angstig en gestrest omdat ze een behandeling moeten ondergaan. Door een handmassage ebt die angst weg en worden mensen rustiger. Onze gastvrouwen – allemaal vrijwilligers – hebben een korte training gevolgd en verzorgen het leeuwendeel van de massages. Zij informeren eerst bij een verpleegkundige of de behandeling bij de betreffende patiënt verantwoord is. Als dat het geval is en als de patiënt behoefte heeft aan zo’n massage gaan de gordijnen halfdicht en wordt de vrije hand, waar geen infuus in zit, gedurende ongeveer twintig minuten gemasseerd. Die persoonlijke aandacht en de aanraking brengt een weldadige ontspanning teweeg. Patiënten genieten van die intimiteit en praten over hun emoties, hun problemen. Na een tijdje sluiten ze vaak de ogen, soezen langzaam weg. Onze gastvrouwen zijn verrast over de positieve effecten. Voordien bleef hun taak beperkt tot het rondbrengen van koffie en thee en het maken van een praatje. Het geven van handmassages zien ze als een verrijking van hun werkzaamheden. Het is mooi om te zien dat ook mannen van zo’n massage genieten. Het niet tuttig vinden, zoals wij aanvankelijk dachten. Afgelopen voorjaar zijn we op Q2 met de handmassages begonnen en in het najaar zijn via het Bureau Vrijwilligerswerk nog meer gastvrouwen getraind. Er worden nu ook handmassages ge­geven op Cardiologie, Cardiothoracale Chirurgie en Orthopedie. Als we goed voor patiënten willen zorgen, moeten we niet alleen naar de ziekte kijken, maar naar de hele mens.’

Marcel Levi

reageert hij. ‘Onderwijs is ongeveer de ruggengraat van het AMC. Het uiteindelijke bestaansrecht van een universitair medisch centrum is de opleiding van artsen, specialisten en andere gezondheidszorgmedewerkers. Natuurlijk bieden we ook topzorg en hebben we sterke research, maar dat zou in principe overal kunnen. Onderwijs en opleiding zijn voorbehouden aan de universiteit en in ons geval dus aan het AMC, het aan de Universiteit van Amsterdam gelieerde centrum. De kracht van het AMC is dat we uitblinken in de combi­natie van onderwijs en opleiding, patiëntenzorg en research.’ Wat dat laatste betreft is het AMC goed bezig. In 2013 waren er maar liefst 238 promoties, het hoogste aantal ooit in de geschiedenis van het AMC. Ruim vierduizend wetenschappelijke publicaties werden afgeleverd en het AMC heeft ‘by far’ het hoogste aantal promovendi van alle wetenschappelijke instellingen in Nederland, aldus Levi. Last but not least leverde het AMC in 2013 van alle umc’s het hoogste aantal penvoerende artikelen in gezaghebbende wetenschappelijk tijdschriften. Heel erg mooi, aldus de voorzitter. Lijnen En het wordt natuurlijk nóg mooier als AMC en VUmc samengaan. ‘Als we dat met z’n allen goed doen, dan boeken we echt een potentieel geweldig resultaat voor AMC en VUmc, maar ook voor de universiteiten, de hele regio Groot-Amsterdam en waarschijnlijk zelfs voor het hele land. Samen kunnen we de Europese top behalen. Nooit eerder hebben we zo’n mooie kans gehad om dit doel te bereiken.’ Daarvoor moet nog wel het een en ander gebeuren. 2014 wordt het jaar van een bestuurlijke fusie. ‘Als het goed is wordt dit jaar

14

duidelijk hoe het nieuwe UMC Amsterdam eruitziet, wat we in grote lijnen zullen doen, hoe we dat doen en waar.’ De medewerker merkt in de praktijk nog weinig van de samenvoeging. ‘Maar ik hoop op heel veel betrokkenheid van de AMC’ers bij alle plannenmakerij. De uitvoering zal over een lange periode plaatsvinden, voor de een wat eerder dan voor de ander.’

Wat dit jaar ook duidelijk moet worden, is de plek waarop alles gaat gebeuren. VUmc-bestuurs­ voorzitter Wouter Bos zei onlangs in het Parool dat er plek genoeg is bij het VUmc voor het UMCA. Marcel Levi is diplomatieker. ‘Voor mij is de beste locatie waar we onze doelen en ambities het beste kunnen realiseren. Ik heb geen vooringenomen standpunt over waar die locatie zou moeten zijn. Veel mensen gaan ervan uit dat het AMC-terrein daar de beste mogelijkheden voor biedt, maar Wouter Bos heeft willen aangeven dat dat in principe ook op de Boelelaan zou kunnen. We doen er nu onderzoek naar en zullen zien wat daaruit komt.’

januari 2014

15

AMC magazine


Onderhandelingen

Onderhandelingen

De zorg en de pegels

En ja, het AMC bedient zich van onderhandelings­ technieken om dingen voor elkaar te krijgen. Verdonkschot: ‘We doen soms de good en bad guy-­ politiek. De een werkt een beetje mee, de ander stelt zich hard op. Samen met mijn collega Annemiek de Koning vorm ik een goed duo. De verzekeraars hebben natuurlijk macht en het geld, maar wij zijn zeker niet de underdog. Feit is dat de verzekeraars niet om het AMC heen kunnen.’ Ze relativeert de onderhandelingen ook. ‘Het gaat ook om goede persoonlijke verhoudingen. We doen veel aan relatiebeheer. In zo’n sfeer is het op een gegeven moment makkelijker geven en nemen.’ Bovendien is er altijd het resultaat van vorig jaar. Van daaruit onderhandel je over het nieuwe jaar met een goed inhoudelijk verhaal en duidelijke onderbouwing. ‘Vaak nodigen we specialisten uit om een toelichting te geven. En we organiseren informatiebijeenkomsten voor verzekeraars en medici. Nee, ik heb geen slapeloze nachten tijdens de onderhandelingen, hoewel het soms over veel geld gaat.’ Ook onderhandelt ze niet alles tot ver achter de komma uit. ‘Belangrijk onderwerp op de onderhandeltafel is het onderwerp “onstuurbare zorg”. We willen begrip voor de zorgkosten die wij als AMC niet goed in de hand kunnen houden. Een voorbeeld is zeer dure transplantaties, waarvan je op voorhand niet weet hoeveel er het komend jaar gedaan zullen worden.’ De onderhandelingen voert Verdonkschot redelijk onafhankelijk binnen het mandaat van de RvB. Ze hoeft niet voor elk wissewasje advies te vragen. ‘Als dreigt dat we er niet uitkomen, dan moet Marcel Levi gaan overleggen met zijn collega bij de zorgverzekeraar. Dat komt wel eens voor.’ Deze werkwijze volgt het AMC voor de twee grootste spelers Achmea en VGZ, die veel klanten hebben in deze regio. Voor de andere drie grote spelers, Menzis, CZ en Multizorg, gaan de onderhandelingen voor het belangrijkste deel schriftelijk en over de telefoon. De sommen voor 2014 zijn bijna vastgelegd, maar het werk is niet klaar. Verdonkschot: ‘We gaan de komende maanden afspreken wat de behandelingen mogen kosten. Dat gaat tegen­ woordig via de zogenoemde DOT’s. Voor elke behandeling wordt een prijs overeengekomen en bepaald hoeveel we er denken te gaan doen.’ Je moet je voorstellen dat er ongeveer vijfduizend DOT’s zijn in het AMC. Natuurlijk overleggen we niet over elke prijsafspraak, maar het is nog een fikse klus die we moeten klaren.’ Als ook deze afspraken zijn gemaakt, dan kunnen de facturen de deur uit. Verdonkschot is optimistisch en verwacht dat het AMC dit jaar in april kan beginnen met het innen van de rekeningen. Recent werd nog onderhandeld over 2013, over enkele maanden start het team al weer met 2015.

Het AMC is een bedrijf waar­ in vele miljoenen omgaan. Waar dat geld vandaan komt, is niet voor iedereen duidelijk. Vijf mensen zijn verantwoordelijk voor het binnenslepen van ongeveer de helft van het AMC-budget. Het team Zorgverkoop. Tekst: Marc van den Broek Foto: Edith Gerritsma Sabine Verdonkschot

Grofweg ging er in 2012 iets minder dan negenhonderd miljoen euro om binnen de muren van het AMC. Pakweg de helft, ruim vierhonderd miljoen, komt binnen via de zorgverzekeraars die bij het AMC zorg inkopen. Het team Zorgverkoop voert de onderhandelingen met de verzekeraars zodat het AMC over voldoende geld beschikt om patiënten te behandelen. ‘Ik bereid de gesprekken met de verzekeraars voor, waarbij ik ernaar streef een zo hoog mogelijk bedrag voor het AMC binnen te halen’, vat hoofd Zorgverkoop Sabine Verdonkschot haar werk in een zin samen. De zorgverzekeraars willen in wezen het omgekeerde. Ze willen zoveel mogelijk zorg voor zo weinig mogelijk geld inkopen. Verdonkschot zit er eind december ontspannen bij. De onderhandelingen met de grote zorgverzekeraars zijn zo goed als rond. Het resultaat voor 2014 is in orde. Verdonkschot: ‘Vroeger was het zo dat we een bepaald bedrag kregen en daar moesten we het mee doen. We onderhandelden toen met één partij, die voor alle verzekeraars zorg inkocht. Nu moeten we met de afzonderlijke verzekeraars zaken doen en we moeten ook onderhandelen over de prijs van de behandelingen die we aanbieden. Daar-

16

naast worden alle afspraken vastgelegd in dikke juridische overeenkomsten.’ In de onderhandelingen hamert ze op het feit dat het AMC een academische instelling is. Uiteraard krijgt het AMC van de overheid een extra bedrag in de vorm van de academische component, maar dat dekt niet alles. ‘Ik wil dat de verzekeraars rekening houden met de ingewikkelde zorg die we bieden. De patiënten die hier liggen, kosten meer dan in een algemeen ziekenhuis zoals het BovenIJ.’ Verdonkschot, econoom en sinds 2005 aan het AMC verbonden, ontvangt de vertegenwoordigers van de zorgverzekeraars dan in het AMC. ‘In de eerste ronde wisselen we standpunten uit, maken de rol van het AMC duidelijk en bespreken issues over kwaliteit van de zorg en nieuwe ontwikke­ lingen zoals afgelopen keer de alliantie tussen AMC en VUmc.’ Naarmate de tijd vordert worden de gesprekken intensiever. ‘Bij de grote verzekeraars praten we soms een paar keer per week, zeker vlak voor de deadline van 1 november. Het finale gesprek kan zes tot zeven uur duren, inclusief schorsingen voor overleg met de achterban.’

januari 2014

17

Cor 18+ Dag, ik ben Anne Mreijen, drieëntwintig jaar oud. Bij mijn geboorte had ik een hersenbloeding met als gevolg een waterhoofd. Ik kreeg daarom een drain en door idioot veel gedoe daarmee lag ik idioot vaak in het Emma Kinderziekenhuis. Op mijn achttiende verdween die vertrouwde omgeving met kookavonden en Cliniclowns. Dág donderdagmiddaggeitjes en -konijnen van de kinderboerderij! Begeleiding van spelleidsters voorgoed voorbij. Dág fantasiewereld! Tijd om op eigen benen te staan, ik moest voortaan zélf communiceren met medici. Daarvoor was ik zelf al wijs genoeg geworden maar talloze lotgenoten helemaal niét. Mede daardoor kreeg ik kreeg het plan een hip en gaaf tijdschrift (18+) op te richten. Vóór en dóór leeftijdgenoten, jong volwassenen, met een chronische ziekte en/of lichamelijke beperking. In een blad met inspirerende verhalen en prikkelende beelden laten zien wat je allemaal nog wél, in plaats van niét kan, bewijzen dat het leven mooi is. Ziek maar niet zielig. Mede door de Bart de Graaf Foundation kon ik mijn plan verwezenlijken: ik sta nu aan het hoofd van de redactie van Unlimited, blad vol inspirerende verhalen…. enz. Veertig jonge mensen die op een aangepaste manier vrijwillig meewerken aan dit geweldige magazine. Een platform waar zieken én gezonden geïnspireerd door raken. Het magazine met zijn verhalen én www.unlimitedonline.nl, met nieuwsberichten en blogs, laat zien wie we zijn. Dát is wat ik wilde toen ik in mijn ziekenhuisbed lag te fantaseren. Cor van der Wijk

status


Lean

Lean

Efficiënt tot op het bot

Paul Baars, medisch immunoloog in opleiding, is gewend kritisch naar zichzelf te kijken. Die houding sluit naadloos aan bij de uitgangspunten van het managementconcept Lean, waarmee Baars in 2011 kennismaakte. ‘Ons werd verteld dat Lean is bedoeld om de kwaliteit en veiligheid van werkprocessen te optimaliseren en verspilling tegen te gaan. Die verspilling zit hem in dingen dubbel doen, in het verrichten van handelingen die overbodig zijn, in het onnodig heen en weer lopen, in spullen zoeken. Er zijn zoveel routinehandelingen die eenvoudiger kunnen. Die gerichtheid op doelmatig werken spreekt mij bijzonder aan.’ Na de introductiebijeenkomst besluit het Labo­ ratorium Medische Immunologie het experiment aan te gaan. Sindsdien steken Baars en zijn collega’s dagelijks de koppen bijeen. Dat gebeurt staande voor een bord dat is behangen met memo’s voorzien van ideeën en in gang gezette acties. Tijdens die zogeheten ‘stand-ups’ wordt de voortgang richting het subdoel besproken, knelpunten benoemd en ideeën ter verbetering gelanceerd. Duur van dit alles: één kwartier. Baars: ‘Sinds we volgens de principes van Lean werken, zijn vele processen vereenvoudigd en gestroomlijnd. Dit alles is bedacht door het hele team en resulteert in een grote betrokkenheid en een aanzienlijke tijdwinst. Onze roosters zien er nu totaal anders uit dan voorheen, in die zin dat mensen veel meer bepalingen op één dag kunnen doen.’

Het bleek een effectief redmiddel dat door de gehele auto-industrie is gekopieerd. Aan het begin van deze eeuw omarmden de eerste Amerikaanse ziekenhuizen de nieuwe manier van werken. Die wisten miljoenen te besparen zonder op personeels­ kosten te beknibbelen. Nederland kent sinds enkele jaren een florerend Lean-netwerk, waarbij ruim vijftig zorginstellingen zijn aangesloten. ‘De drijvende kracht achter dit concept is de leidinggevende’, zegt Papadopoulos. ‘Die moet regelmatig op de werkvloer aanwezig zijn en personeelsleden uitdagen om het gestelde doel te behalen. Deze insteek werkt motiverend: mensen vinden het leuk om het heft in eigen hand te nemen.’ Het Laboratorium Medische Immunologie werkt inmiddels bijna drie jaar met Lean en de ideeën om werkprocessen te verbeteren blijven binnenstromen. ‘Dat komt’, analyseert Baars, ‘door ons enthousiasme in combinatie met de voort­ durende veranderingen in de omgeving: er komen nieuwe testen, nieuwe medewerkers, nieuwe doelen. Ik hoop alleen wel dat meerdere afdelingen volgens de Lean-methode gaan werken. Wij kunnen zaken soms niet goed regelen, omdat er in het voor- of natraject een probleem schuilt, waar wij geen vat op hebben. Het zou geweldig zijn als met name de ondersteunende diensten volgens Lean gaan werken, want de oplossing voor een knelpunt zit vaak in de ICT-hoek.’

Lege vakjes Pijn lijden

Stand-up bij het Lab Medische Immunologie

Tekst: Annet Muijen Foto: Jeroen Oerlemans

18

Continue doelgericht verbeteren: dat is het oogmerk van de management­filosofie Lean. Sinds 2011 experimenteert het AMC ermee. RvB-lid Maas Jan Heineman: ‘Het is een methode die werkt. Dus, afdelingen en divisies, doe er je voordeel mee.’ januari 2014

Het succes van Lean staat en valt met de inzet van medewerkers. Zij worden getraind en gestimuleerd om hun ogen en oren goed de kost te geven, knelpunten te melden en aan te pakken. ‘Lean staat voor het systematisch en stapsgewijs naar lange-termijndoelen toewerken’, resumeert Niki Papadopoulos, programmaleider van Lean in het AMC en werkzaam bij de afdeling Kwaliteit en Procesinnovatie. ‘Je formuleert als team een einddoel, bijvoorbeeld: patiënten mogen geen pijn lijden. Vervolgens breng je de huidige situatie in kaart. Van daaruit bepaal je het eerste subdoel, zoals het omlaag brengen van de pijnscore tot een op dat moment haalbaar niveau. Op weg naar de realisatie van dat doel kom je obstakels tegen. Het zichtbaar maken en uit de weg ruimen van die obstakels is een essentieel onderdeel van Lean.’ Het nieuwe managementconcept verschilt op essentiële onderdelen van bestaande efficiencymaatregelen. Papadopoulos: ‘Die zijn veelal kortstondig, projectmatig, gericht op brandjes blussen. En als een project is beëindigd, leunen we zelfvoldaan achterover. Lean is gericht op de lange termijn, op het dagelijks doelgericht toewerken naar die stip aan de horizon. Medewerkers leren verspilling te herkennen en problemen zelfstandig op te lossen. Lean is ontwikkeld door Toyota, dat na de tweede wereldoorlog in zwaar weer was beland.

19

Bij de afdelingen Inkoop en Logistiek zijn inmiddels de eerste schreden op het Lean-pad gezet. Aanjager is de nieuwe directeur Inkoop, Rob van der Kolk, die in zijn vroegere werkkring als supply consul­ tant de vele voordelen van Lean heeft leren kennen. Bij zijn aantreden in mei 2013 werd hij geconfronteerd met problemen rond de invoering van CareCTRL. Het bestel- en leverproces haperde en vanuit de afdeling Endoscopie kwamen klachten. ‘Daar werden ze regelmatig geconfronteerd met “lege vakjes”’, zegt hij terugblikkend, ‘met essen­ tiële spullen die opeens niet voorhanden waren. De communicatie tussen Inkoop, Logistiek en Endoscopie liep niet soepel en Lean is de aan­ gewezen manier om dat te verbeteren. Sinds er met Lean wordt gewerkt, arriveren bestellingen op tijd en weten de afdelingen Inkoop, Logistiek en Endoscopie elkaar ook op dit vlak te vinden, concludeert Van der Kolk. ‘Het is belangrijk dat muurtjes worden geslecht, dat er over de af­ delingsgrenzen heen wordt gekeken. Er is nu een basis gelegd die andere afdelingen die kampen met leverantieproblemen kunnen benutten. Ik zou graag zien dat Lean breder wordt ingezet, zodat we uiteindelijk met zijn allen dezelfde taal spreken.’ Ook Maas Jan Heineman hoopt dat Lean zich als een olievlek in het AMC verspreidt. ‘Maar’, zegt hij gedecideerd, ‘ik ga niet topdown het evangelie van Lean verkondigen. Afdelingen moeten zelf overtuigd raken van de meerwaarde.’

status


Mijn ding

Teer, fijn, vrij Dit zijn de papegaaien van Joke Schumacher. Haar werkkamer op G4 telt er achttien. Tekst: Fija Nijenhuis Foto’s: Hans van den Bogaard

De vogels staan niet allemaal zo mooi bij elkaar zoals op de foto, dat is zo gedaan door de fotograaf. Maar ze hebben allemaal ergens een plekje in de kamer op G4 waar Joke het secretariaat van het chirurgie-onderwijs bemant. Intrigerend is dat – behalve het enorme schilderij met papegaaien – de vogels niet direct opvallen. Ze vormen een subtiele aanwezigheid, als je dat zo kunt zeggen. Joke is al jaren gek van vogels. ‘Thuis heb ik twee tamme parkieten. Daar is het mee begonnen. Ik heb er alles voor over. Mijn parkieten hebben drie soorten voer in hun bakje en krijgen verse traktaties.’ Het tere, het fijne, dat vindt ze mooi. ‘En dat ze zo weg kunnen vliegen.’ Verder gaat haar voorkeur uit naar

kleurrijke vogels. Dan kom je al snel uit bij papegaaien. ‘Het leuke is dat iedereen er lucht van krijgt. Gaan mensen op vakantie, zien ze een uiltje, denken ze aan mij en nemen het mee. Dat waardeer ik zo.’ En nee, dan is ze echt niet kritisch. Die uil komt gewoon op het bureau. Over de opstelling van de vogels, zo’n achttien stuks in totaal, is nagedacht. ‘Ze moeten niet op de mensen afkomen. Er moet ook nog gewerkt worden. Iemand heeft wel eens tegen me gezegd dat het niet professioneel is om zoveel papegaaien op je kamer te hebben. Wat ik dan zeg? Dat is jouw probleem. Maar de meeste mensen vinden het leuk.’

60 005 status issue1 4  
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you