Page 1

dax

5

jaargang 5 • 2010 • nr. 30

jaargang 5 • 2010 • nr. 30

gasthoofdredacteur: abbink x de haas

tijd en verval

gasthoofdredacteur: abbink x de haas architectures


De onzichtbare voordelen van DuraGyp wandsystemen

Recyclebaar

Betere geluidsisolatie

Extra stootvast

Stil, slim en onzichtbaar. Dรกt zijn de vernieuwde stootvaste DuraGyp gipskartonplaten, voorzien van een KOMO certificaat. De sterkte en vochtbestendige eigenschappen zijn verbeterd terwijl de platen bovendien zijn voorzien van een zeer hard oppervlak. Toch kan er gemakkelijk mee worden gewerkt. Op maat snijden kan bijvoorbeeld heel eenvoudig met een gereedschapsmes.

Verhoogde brandwerendheid

Hogere vochtbestendigheid

Verbeterde schroefbaarheid

Het DuraGyp Systeem met KOMO-attest is bijzonder geschikt voor toepassing in scholen, woningen, ziekenhuizen, discotheken en sportcentra. Kortom, overal waar een wand tegen een stoot moet kunnen. De vernieuwde DuraGyp schroeven met de Metal Stud Plus profielen staan daarnaast garant voor een snelle, gladde en strakke afwerking. En dรกt voordeel blijft u zien! Kijk op www.duragyp.nl.

DuraGyp wandsystemen. Afbouw op zijn best. GYPROC9003_Adv dierencampagne.indd 2

24-08-09 16:38


Building values Good values

Wienerberger wil verantwoord ondernemen. Building value creĂŤren met onze keramische bouwproducten, met respect voor de natuur, mens en maatschappij. Zoekend naar de balans tussen People, Planet, Profit en Project. Werkend aan good values baseren we onze activiteiten op economische, ecologische en sociale aspecten.

Wilt u meer weten? Kijk op www.goodvalues.nl en vraag direct onze speciale Good Values-waaier aan.

info.nl@wienerberger.com www.wienerberger.nl www.goodvalues.nl


welkom tijd en verval “nothing lasts, nothing is finished, and nothing is perfect..” Richard R. Powell, ‘Wabi, Sabi, Simple’

“teruggebracht naar de pure essentie is wabi-sabi de Japanse kunst van het vinden van de schoonheid in imperfectie en de

wijsheid van de natuur, van het accepteren van de natuurlijke cyclus van groei, aftakeling en dood. Het is simpel, langzaam en helder - en het stelt authenticiteit boven alles... Het huldigt scheuren en rimpels en alle andere kenmerken die de tijd, het weer en liefdevol gebruik achterlaten. Het herinnert ons aan het feit dat we allemaal tijdelijke wezens zijn op deze planeet - dat onze lichamen en de materiële wereld om ons heen deel zijn van een proces dat alles terugbrengt naar de stof waaruit we zijn ontstaan. Door wabi-sabi leren we te houden van levervlekken, roest en rafelige randen en het verloop van de tijd die zij vertegenwoordigen.” Tadao Ando

“Duurzaamheid” lijkt de term die elke architect of zelfs elke mens - bovenaan het lijstje van criteria moet zetten om het dagelijks handelen te beoordelen. In dat woord is het thema van deze editie van dax besloten: een suggestie van tijd, een suggestie van verval. Behouden of behoudend? Het lijkt alsof de architectuur van vandaag staat voor een onmogelijke opgave: de milieu-eisen worden strenger, de budgetten kleiner, de exploitatietermijnen langer, de maatschappelijke belangen groter, enzovoorts.



welkom bij dax nr. 30

Toch leven architecten bijna uitsluitend naar het moment van de oplevering toe. Als alles nieuw en af is... terwijl het dan juist pas begint! Wat kunnen we leren van het verleden en de wijze waarop dat zich aan ons presenteert? Voor het maken van deze editie zochten we de discussie, vonden we projecten die de tijd en het daaraan gekoppelde onvermijdelijke verval met elkaar in harmonie brengen. En daarmee met een oerkracht betekenis geven aan duurzaamheid. Angie Abbink en Micha de Haas, Abbink X De Haas architectures, Amsterdam

jaargang 5 • 2010 • nr. 30


voormalig tuincentrum, Schellingwouderdijk Amsterdam-Noord • foto's Vincent Basler

jaargang 5 • 2010 • nr. 30

welkom bij dax nr. 30




inhoud

10

23

38

x

in gesprek 10

‘je moet gepassioneerd zijn over je vak maar het ook kunnen relativeren’ interview met Angie Abbink en Micha de Haas van Abbink X De Haas architectures

38

tijd en verval een rondetafelgesprek

fragmenten 18 19 20 21 22 23 24

x

 6

inhoud

abbink x de haas architectures medewerkers 2010 Monique Idema, Steven de Greef, Arjan Dubois, Sebastian Janusz, Roland Stuij, Dan Scott, James Marrinan, Giorgia Giordano, Ayelet Kamar, Matteo Lombardini, Paola Zuin, Bilgehan Kilic

oud & nieuws renovatie kantoor DHV, Amersfoort renovatie stadhuis Coolsingel, Rotterdam luifel woning, Oss uitbreiding kosterwoning, Medemblik herbestemming Drostecomplex, Haarlem Palmach Museum, Tel Aviv (IL) meesterwerk Angie Abbink ontmoet Wang Shu

26,117 dichtbij-veraf kinderdagverblijf Anansi, Utrecht 30

border conditions afstudeeratelier, door Micha de Haas

34

publicaties

36

onbegrijpelijk column van Rob Nijsse

jaargang 5 • 2010 • nr. 30


46

56

66

78

46

tijd en verval

thema

gasthoofdredacteur abbink x de haas architectures

projecten

documentatie

46

de korrels, haarlem Abbink X De Haas architectures, Amsterdam

78

56

ningbo museum of history, ningbo (cn) Amateur Architecture Studio, Beijing (CN)

66

museum can framis, barcelona (es) BAAS, Barcelona (ES)

87

monumentale innovativiteit Nieuw en oud gecombineerd op detailniveau

104

productinformatie elementen van de expositie ‘Wereldarchitectuur’

108

jaargang 5 • 2010 • nr. 30

oud uitzicht, nieuw inzicht Wessel de jonge over glasvervanging in monumenten

lezersservice colofon verkoopadressen

antarctica lounge dax brengt ontwerpers bij elkaar: een verslag

inhoud

8 8

je dax_collectie compleet

111

dax_seminars dax_pitch

112 112

update ontwerpprijsvraag MomentsOfInspiration

112

medewerkers dax nr. 30

113

advertentie-index

113

volgende editie

114




colofon

dax nr. 30

jaargang 5 • 2010 issn 1574-9290

gasthoofdredactie

Abbink X De Haas architectures, Amsterdam

uitgever

Caroline Kruit

eindredactie Philip Allin

dax is een onafhankelijk vakblad

Uitgever en redactie verklaren dat de

in Den Haag. In de vijfde jaargang is

en naar beste weten is samengesteld.

dat wordt uitgegeven door CCK Media dax zes keer verschenen: deze editie sluit de reeks. Abonnees van dax ontvangen ook de maandelijkse, digitale dax_nwslttr.

Een jaarabonnement voor de zesde jaargang van dax magazine (vier

edities) kost 52,50 euro (inclusief 6% btw). Bij abonnement-verlenging is er 2,50 euro korting. Voor KIvI-Niria leden is er een speciaal tarief.

vormgeving basislayout

Studenten architectuur en bouw-

Daniëlle Schaffelaars

van hun inschrijvingsbewijs.

il panda electrik, www.ilpanda.nl

kunde krijgen 50% korting op vertoon

aan deze dax werkten mee

CCK

Allard de Goeij, Barbara Heijl,

Wessel de Jonge, John Lewis Marshall, Richard Moerenhout, Rob Nijsse,

redactie-adres dax magazine

Postbus 96902

2509 JH Den Haag t

+31 (0)6 11 30 03 27

e

info@dax-magazine.nl

f i

+31 (0)8 47 16 83 67

www.dax-magazine.nl

© copyright cck media 2010

De bladformule van dax magazine

gaat uit van roulerende gasthoofdredacties: elke editie een andere archi-

tect of architectenbureau. Twee maal per jaar worden gasthoofdredacties

cck media

Koninginnegracht 47 2514 AE Den haag e i

die zijn gebaseerd op informatie in deze uitgave. Niets in deze uitgave

mag worden gereproduceerd, in welke vorm dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de uitgever.

losse verkoop

Bij de volgende boekhandels is dax

magazine verkrijgbaar. Voor een complete en actuele lijst, zie de website. Amsterdam Architectura & Natura,

Leliegracht 22 • Selexyz Koningsplein 20 • Athenaeum, Bouwkunde

Den Haag Daily Hoytema, Hoytemastraat t.o. 48 • Van Stockum, Herengracht 60

Groningen Boekhandel Godert Walter, Oud Ebbingestraat 53

Rotterdam NAi bookshop, Museumpark 25

advertentiewerving dax Caroline Kruit, uitgever e t

caroline@dax-magazine.nl +31 (0)6 50 28 78 00

website & dax_nwslttr bliss-webdesign

Jochen van Wylick e

info@bliss-webdesign.nl

Valkenswaard

colofon

komt uit beslissingen of handelingen

www.cckmedia.nl

digd op de website van het magazine. alle gasthoofdredacties tot nu toe.

kelijk voor eventuele schade die voort-

cck@cckmedia.nl

drukwerk

Zie pagina 111 voor een overzicht van



uitgeverij

gekozen tijdens de zogenoemde

dax_pitch. Deze worden aangekon-

Zij houden zich dan ook niet aanspra-

Delft Stylos bookshop, faculteit

Jurjen van Beek, Joyce Emid,

Erik Stekelenburg

inhoud van dit magazine zorgvuldig

Offset Services

beeld omslag

t

X De Haas architectures • foto Stobbe

i

+31 (0)40 207 37 77 www.offset.nl

De Korrels, Haarlem • ontwerp Abbink via VPT Versteeg, www. vptversteeg.nl

jaargang 5 • 2010 • nr. 30


interview gasthoofdredactie

WATT sustainable dance club, Rotterdam • image Kossmann.dejong, www.kossmanndejong.nl

detail gevel De Korrels, Haarlem • architect Abbink X De Haas architectures • foto architectenbureau


interview ‘je moet passie hebben voor je vak maar het ook kunnen relativeren’ Angie Abbink en Micha de Haas besloten tot een samenwerking na anderhalf jaar gesprek. ‘Je voelt intuïtief een gezamenlijke ambitie in architectuur, maar samenwerking gaat veel verder dan dat.’ Na de oprichting van Abbink X De Haas architectures in 2008 groeide het bureau heel snel. De crisis gaf de nog jonge samenwerking een nieuwe, krachtige dimensie. ‘We moeten weer nadenken over banale dingen. Dat is goed voor ons vakgebied en het vak in het algemeen.’ Angie Abbink en Micha de Haas, gefotografeerd tijdens het rondetafelgesprek in Amsterdam-Noord • beeld Vincent Basler

intuïtie M ‘Een samenwerking in architectuur is heel persoonlijk. Je herkent bij iemand een eigenwaarde en tegelijkertijd een bescheidenheid. De projecten die Angie en ik hebben gemaakt voordat onze samenwerking begon zijn heel verschillend. Maar ook binnen ons gezamenlijk oeuvre zie je uiteenlopende vormen en taal. Vormgeving is het laatste ding waar we het over hebben gehad in alle gesprekken naar onze samenwerking toe.’ A ‘Het gaat veel meer over hoe je in je vak staat. Wij zijn allebei in projecten heel erg bezig met de omgeving, de bewoners en de heel lange termijn. We kiezen voor een mate van diepgang. En willen dan nog iets opleveren dat er mooi uitziet. Bescheiden en spraakmakend tegelijk. Voor mij heeft de samenwerking veel te maken met intuïtie.’ M ‘Esthetiek is voor ons vanzelfsprekend, maar niet overheersend. We kiezen allebei voor een maatschappelijk bewustzijn en combineren dat met een fascinatie voor de techniek.’ A ‘Ons mission statement gaat dan ook uit van vier dingen: zinvolle architectuur, optimisme, verantwoordelijkheid en onderzoek. Zinvol moet je zien als

Angie Abbink (1968) groeide op in België en ging kunst studeren in Londen. De studie klikte, maar de locatie niet: Europese vasteland trok. ‘En na Londen kwamen Amsterdam en Parijs het meest in aanmerking voor een volgende stap’. Het werd de Rietveld Academie in Amsterdam. Een aantal tentoonstellingen en interieuropdrachten later besloot Angie de Academie van Bouwkunst in Amsterdam te gaan volgen. Met haar afstudeerwerk won ze de Archiprix 2001 en kreeg ze een nominatie voor de RIBA Presidents Medals. In 2002 richtte ze met een vriendin haar eigen bureau op (‘Nadat ik bij veel bureaus in de keuken heb gekeken!’). Aan deze samenwerking kwam enkele jaren later een eind, waarna ze in 2008 met Micha de Haas ging samenwerken.

10

interview angie abbink en micha de haas

logisch, betekenisvol én zintuiglijk. De architectuur is per definitie een optimistisch vak: je wilt dingen beter maken. Maar tegelijkertijd moet je jezelf vooral niet te serieus nemen. Onder verantwoordelijkheid vallen duurzaamheidsaspecten en de dienstverlening richting de opdrachtgever en gebruiker. En met onderzoek willen we een bijdrage leveren aan ons vakgebied.’ allochtoon A ‘We zijn allebei allochtoon, niet opgegroeid in Nederland, dat bindt ons. We hadden na onze studies geen netwerk in Nederland, wel wat familiebanden. We zijn in Nederland ‘gedropt’ met te weinig werkervaring en vrijwel geen professioneel netwerk. Dat moet je langzaam opbouwen.’ M ‘Een groot deel van de architecten van onze generatie heeft gezamenlijke ervaring. De meesten hebben in Nederland gestudeerd en gewerkt of stage gelopen bij OMA, UNStudio, etcetera.’ A ‘Bepaalde culturele, typisch Nederlandse dingen hebben we niet meegekregen in onze jeugd. Dat kan een nadeel zijn, maar ik draai het liever om naar een voordeel. Bij sommige, misschien wat beladen opdrachten voelen wij die druk veel minder. Het maakt dat je met een frisse blik naar opgaven kijkt.’ anderhalf jaar praten M ‘Na het winnen van de opdracht voor het Aluminium Centrum ben ik in 1997 een eigen bureau begonnen. Eigenlijk wilde ik wel een compagnon. Maar ik had geen partner, studiegenoten of oud-collega’s in Nederland waar ik op terug kon vallen. Ik heb zelfs een advertentie op ArchiNed gezet: maar zo werkt het dus niet. Uiteindelijk heb ik me er een beetje bij

Micha de Haas (1964) studeerde aan de Bezalel Academy of Arts and Design in Jeruzalem en vervolgens twee jaar Bouwkunde aan de Technische Universiteit Delft. In 1997 won hij een startstipendium én de prijsvraag voor het Aluminium Centrum in Houten met de inzending ‘Het Aluminium Bos’. Dat bleek voldoende aanleiding voor de oprichting van Architectenbureau Micha de Haas. Het project in Houten werd in 2001 opgeleverd. ‘De start van mijn bureau was wat vroeg, kwam door een beetje geluk en had heel veel doorzettingsvermogen nodig!’ Micha geeft les aan de TU Delft en aan de Academie van Bouwkunst Amsterdam

jaargang 5 • 2010 • nr. 30


Woongebouw Cadiz • Amsterdam,

2009 • Abbink X De Haas architectures • foto Willem Franken

jaargang 5 • 2010 • nr. 30

interview angie abbink en micha de haas

11


Tussen de Lakens • Amsterdam, in

Meerwijk Stadswoningen •

De Haas architectures

De Haas architectures samen met Els-

aanbouw • ontwerp en beeld Abbink X

Amsterdam, 2009• ontwerp Abbink X beth Falk, Ira Koers, Paulien Bremmer,

Nolet van herpen • foto's Roel Backaert en Abbink X De Haas architectures

12

interview angie abbink en micha de haas

jaargang 5 • 2010 • nr. 30


< Art Academy Bezalel, Jerusalem (IL) • ontwerp 2007

<< Studentenwoningen ‘De Zoete Haring’ • Amsterdam, ontwerp 2009 • ontwerpen en beelden Abbink X De Haas architectures

neergelegd dat mijn netwerk eerst moest groeien voordat ik een samenwerking kon vinden.’ A ‘Na mijn studie heb ik een bureau met een vriendin gehad. Zij wilde na verloop van tijd wat anders. We hadden wel veel projecten, maar alleen verder? Dat wilde ik absoluut niet. Ik heb de feedback van een team nodig.’ M ‘Ik had het werk van Angie gezien op de tentoonstelling van Archiprix. Het sprak me aan. Ik heb haar via-via proberen te benaderen per e-mail. Daar kwam niets op terug. Met een beetje trots heb ik toen gedacht ‘dan niet!’’ A ‘Die e-mail heb ik nooit gezien!’ M ‘Jaren later werkten we toevallig samen in een project waarbij een collectief van vijf architecten achtentwintig woningen mochten ontwerpen. Daar merkte ik dat we helemaal op één lijn zaten.’ A ‘Ik heb Micha toen benaderd want ik wilde wel eens weten hoe hij dat nou allemaal in zijn eentje deed. Toen zijn we begonnen met gesprekken over een mogelijke samenwerking. We hebben elkaar presentaties gegeven over heel verschillende onderwerpen: natuurlijk over een architectuurvisie, maar ook over je helden, over de relatie die je met je medewerkers wilt hebben, over je favoriete automerk.. Die periode duurde anderhalf jaar.’ M ‘Uiteindelijk hebben we een avond georganiseerd met een zaaltje vol “adviseurs”: mensen die ons kenden en wiens mening we zeer waarderen. Familie, medewerkers en collega-architecten. Daarna hebben we de knoop doorgehakt en zijn we de samenwerking formeel gaan maken.’ taakverdeling A ‘Voor onze samenwerking hebben we echt een modus moeten vinden. Micha was gewend om alles alleen te doen. Ik kwam uit een intensieve samenwerking en was gewend om over allerlei zaken te pingpongen.’ M ‘Met medewerkers communiceerde ik altijd als mede-ontwerper, maar vanuit de positie van eindbeslisser. Ik was niet gewend aan honderd procent gelijkwaardigheid. Bij Angie was dat precies andersom.’ A ‘En ik vond het juist moeilijk om te delegeren; ik wilde alles zelf doen. Bij het aangaan van de samenwerking hebben we uitgesproken dat we niet in de situatie terecht willen komen van twee bureaus onder één dak. De verschillen én de overeenkomsten

jaargang 5 • 2010 • nr. 30

zitten in de X van onze bureaunaam: Abbink X De Haas architectures. Projectinhoudelijk en organisatorisch vullen we elkaar aan.’ M ‘Soms pakt één een project op: dat is afhankelijk van tijd en affiniteit. Soms beginnen we samen aan een ontwerp. Daar is geen afgesproken strategie voor. Eén van ons is hoofdverantwoordelijk, maar voor alle projecten hebben we bureaubrede brainstorms en zijn we voortdurend aan het polsen en afstemmen.’ A ‘We hangen veel plannen op in het kantoor. Dan kan je en passant ook iets roepen. Hierdoor zijn we in staat elkaars werk over te nemen of zelfs te ruilen, als dat moet. Het geeft flexibiliteit.’ ondernemerschap M ‘We zijn een ontwerpatelier, maar tegelijkertijd ook een onderneming. We willen een goede werkgever te zijn en als bedrijf winst maken. In een architectenbureau heb je dan te maken met een cultuuromslag. Aan de ene kant leef je in een soort ideeënwereld, aan de andere kant moet je als ondernemer met beide benen op de grond staan.’ A ‘Als ondernemer moet je risico durven te nemen, al zijn daar voor kleine bureaus wel beperkende factoren voor. Je krijgt die kennis van het ondernemen ook niet mee. Op de Rietveld heb ik één lesje ondernemerschap en fiscale zaken gehad.’ M ‘Het ondernemerschap heeft ook te maken met een verantwoordelijkheidsgevoel in brede zin. Naar je opdrachtgevers toe, maar ook bij de medewerkers: je moet ze perspectief kunnen geven.’ A ‘We hebben heel ambitieuze jongens op het bureau. Maar die hebben ook een leven naast het bureau. Die balans is van belang. Waarin we onderscheidend zijn ten opzichte van andere bureaus? Voor zover van belang zit dat in kleine dingen, in eigen kwaliteiten en ook zeker in onze ambities.’ M ‘Ambitieus zijn betekent dat je heel gepassioneerd kan zijn over je vak. Maar je moet het ook kunnen relativeren. Daar moet iedereen zijn eigen balans in vinden: zowel professioneel als persoonlijk. Je moet jezelf niet te serieus nemen, maar er toch helemaal voor gaan.’ groeien A ‘Na de start van ons gezamenlijke bureau zijn we meteen heel erg gegroeid. Ik kwam uit een situatie van hooguit twee medewerkers, Micha had er vier.

interview angie abbink en micha de haas

13


Aluminium centrum • Houten, 2001 •

Abbink X De Haas architectures • foto's Willem Franken

> Parkcluster Noordwijkerduin •

prijsvraagontwerp 2007 • ontwerp en beeld Abbink X De Haas architectures >> Miss Backdrop • Amsterdam, 2008

• ontwerp en beeld Abbink X De Haas architectures

14

interview angie abbink en micha de haas

jaargang 5 • 2010 • nr. 30


< OVP Informatiecentrum, Lelystad • ontwerp en beeld Abbink X De Haas architectures

<< Villa Bolhuis, Leimuiden • ontwerp 2008 • ontwerp en beeld Abbink X De Haas architectures

Binnen een jaar zaten we met vijftien man. Dat gebeurde bijna vanzelfsprekend.’ A ‘We zoeken veel samenwerking. Dat is een verrijking voor de projecten. We werken met kunstenaars, andere bureaus, sociologen en historici. Samenwerking met andere vakgebieden levert vaak bijzondere resultaten.’ M ‘De projecten waaraan we werken zijn ook heel divers. We hebben projecten op het gebied van stedelijke verdichting, transformatie, stedenbouwkundig en woningbouw met een maatschappelijk randje. Naast architectuuropdrachten vinden we stedelijke strategische onderzoeken interessant: dan formuleer je doelstellingen waarop je later als architect antwoord op moet geven. In het begin van onze samenwerking hebben we als doel gesteld dat we meer overheidsopdrachten zouden willen hebben, een basisschool bijvoorbeeld. Het afgelopen jaar hebben we zo’n opdracht gekregen, in de Jordaan, voor een buurtcentrum, school en opvangfaciliteiten. Dergelijke opdrachten hebben een grote groep gebruikers; het zijn intensieve trajecten. Die willen we graag.’ crisis M ‘Ze zeggen dat we door deze crisis weer moeten leren focussen, je concentreren op je kracht. Dat is zeker waar. En ik vind het heel belangrijk om de zorgen met Angie te kunnen delen. Maar als het gaat om mensen dan is een crisis als deze natuurlijk waardeloos.’ A ‘Dat je zelf moet inleveren, is tot daar aan toe. Als je iemand van je team moet laten gaan, is dat heel erg.’ M ‘Misschien moet je af en toe door een dal gaan, om te weten dat je het aankunt.’ A ‘De laatste maanden ben ik wel optimistisch geworden. We hebben de laatste vier architectenselecties waar we voren waren uitgenodigd ook gewonnen: we gaan er goed doorheen komen. Dat is de goede kant van toch een beetje kunstenaar zijn. Een beetje afzien leidt tot creativiteit. Je gaat kritischer kijken naar wat dingen voor je betekenen. Je moet heel praktisch worden, de overbodige dingen en kleine luxes uit je plannen halen. Ik denk dat het ontzettend goed is voor ons vakgebied en het vak in het algemeen: we moeten weer nadenken over banale dingen.’ M ‘Je hoort vaak “De crisis heeft een louterende

jaargang 5 • 2010 • nr. 30

werking”. Nou, we zijn wat mij betreft genoeg gelouterd. Maar voor onze samenwerking is deze crisis heel goed geweest; we hebben geleerd op elkaar te kunnen rekenen.’ onderzoek M ‘We doen zeker twee prijsvragen per jaar. Met opgaven waar we normaal gesproken niet bij de aanbesteding voor in aanmerking komen. We zien het echt als research & development voor ons bureau. En vaak met succes. Bij de prijsvraag voor het Europese Octrooibureau hebben we in de eerste ronde veel grote bureaus als Foster of Fuksas verslagen en zijn we doorgedrongen tot de laatste ronde. Dat was een geweldige ervaring. Maar - eerlijkheidshalve - ook een enorme financiële aanslag voor het bureau.’ A ‘Toch blijven we prijsvragen doen. Al is het voor een continue zelfverrijking en het teamgevoel. De prijsvragen zijn een belangrijke tool binnen het bureau.’ M ‘We onderzoeken op eigen initiatief ook programma’s en producten voor de woningbouw.’ A ‘Bijvoorbeeld een aantrekkelijk, lichtgewicht en betaalbaar alternatief voor de standaard woningbouw. En we ontwikkelden het woonconcept Jenga, een binnenstedelijke woonomgeving voor één-ouder gezinnen. Dat is een onderwerp waar we veel affiniteit mee hebben. Er zijn nu serieuze initiatieven om dit concept tot uitvoering te brengen.’ openheid A ‘De collegialiteit tussen bureaus wordt groter. Zou dat ook door de crisis komen? We praten veel meer met elkaar.’ M ‘Het traditionele beeld van de bouw gaat veranderen. Nu is er bijna standaard een conflictrelatie in de basis van projecten: de aannemer wordt gezien als de natuurlijke vijand van de architect. Soms heb je een goed samenwerkingsproces, maar vaak gaat het ook minder goed. De bouw wordt steeds meer een open source: je kunt minder je eigen dingen beschermen en wordt gedwongen om te werken aan een gezamenlijk doel. Neem nu BIM (Building Information Model). Het dwingt ons informatie én vertrouwen te delen. Over kosten, dimensioneren, materialen moet je open kunnen zijn. Dat is nu nog wel een ideaalbeeld, maar hopelijk ook een realistisch toekomstperspectief.’ Caroline Kruit

interview angie abbink en micha de haas

www.abbinkdehaas.nl

15


Het nieuwe bouwen in prefab beton Assembling freeform buildings in precast concrete

Symposium, Delft 15 juni 2010 PROGRAMMA 9:30 Opening Prof.dipl.-ing Jan Vambersky / TU Delft Ing. Lambert Teunissen / voorzitter AB-FAB 9:45 Freeform architecture assembled on site Saffet K. Bekiroglu / Zaha Hadid Architects, Londen 10:30 Toekomstvisie op prefab beton Ir. Koos Tolsma / Ingenieursstudio DCK Ir. Diederik Veenendaal / Witteveen+Bos, ETH Zürich 11:45 Ultra High Performance Concrete in prefab Prof.dr.ir. Joost Walraven / TU Delft 14:00 - Parallelsessie Architectuur Drs. Jacco van Dijk / Hurks Beton/Hurks Oosthoek Kemper Prof.ir. Rudy Uytenhaak / Rudy Uytenhaak Architectenbureau Ir. Roel Schipper / TU Delft 14:00 - Parallelsessie Hoogbouw Prof. Björn Engström / Chalmers University of Technology Ir. Rob Huijben / Hurks Delphi Engineering Ir. Dick van Keulen / TU Delft, Ingenieursstudio DCK 14:00 - Parallelsessie Industrialisatie Prof.dr.ir. Dick Hordijk / TU Eindhoven, Adviesbureau Hageman Prof.dr.ir. Hennes de Ridder / TU Delft Ir. Fred Reurings / Bouwcombinatie Nieuwbouw Erasmus MC 16:45 Plenaire afsluiting Heydar Aliyev Cultural Centre Zaha Hadid Architects

Organisatie AB-FAB (Associatie van Beton Fabrikanten van constructieve elementen) en sectie Gebouwen en Civieltechnische Constructies, Faculteit CiTG TU Delft Info Marjo van der Schaaf en Anneke Meijer / +31 (0)15 2783990 / J.M.vanderSchaaf@tudelft.nl, J.H.Meijer@tudelft.nl

Station Luik-Guillemins architect Santiago Calatrava

Locatie TU Delft, Faculteit Civiele Techniek en Geowetenschappen Stevinweg1, 2628 CN Delft Kosten inclusief reader, lunch € 200; voor studenten geldt een speciaal tarief van € 25. Registratie www.aanmelder.nl/precast


fragmenten

WATT sustainable dance club, Rotterdam • image Kossmann.dejong, www.kossmanndejong.nl

detail gevel De Korrels, Haarlem • architect Abbink X de Haas • foto Ruud Stobbe via VPT Versteeg, www. vptversteeg.nl


oud & nieuws H

et zou renovatie kunnen heten, of restauratie, maar die termen dekken de lading niet helemaal. Het kan leerzaam zijn om juist te kijken naar gebouwen die oud- en nieuwbouw combineren. Als het oorspronkelijke goed rijmt met het hedendaagse onstaan vaak verrassend mooie projecten. We kijken andachtig naar projecten waarbij op verantwoorde wijze is omgegaan met de bestaande bouw maar waar een extra kwaliteit is toegevoegd.

Het hoofdkantoor van DHV in Amersfoort is ruim veertig jaar oud en in 2007 is begonnen met een grondige renovatie van het pand. Directe aanleiding was de povere technische staat van met name de houten gevelpuien. kantoor dhv, amersfoort architect (origineel) D. Zuiderhoek architect (nieuw) DHVarchitects, Roel Brouwers www.dhv-bouw.nl aannemer Dura Vermeer, www.duravermeer.nl

Het pand met duidelijke trekjes van het structuralisme bestaat uit een patroon van zeshoeken met relatief weinig geveloppervlak. Met de nieuwe gevel kon meer daglicht en uitzicht worden bereikt en daarom is gekozen voor een volledig transparante gevel. De nieuwe isolerende glasoppervlakken zijn slim ingedeeld omdat de vloeroverstekken ooit berekend waren op puien met enkel glas.

De energieprestatie is verhoogd van EPA label G naar A. Dit komt door een integrale aanpak van alle installaties, vloeroverstekken, daken en gevels waarbij steeds de effectiviteit van de duurzaamheids maatregelen is doorgerekend. Daarom kon ook de zonwering aan de binnenzijde geplaatst worden. Deze binnenzonwering bestaat uit zongestuurde screens met een aluminiumlaag die warmte afvoeren door gaten in de koven. Het resultaat is een effectieve en moderne kantoorruimte die even open en decentraal werkt als oorspronkelijk de bedoeling was, maar nu klaar is om de komende jaren mee te gaan.

aluminium vliesgevel Schüco 60, www.schueco.nl beglazing Scheuten Glas, www.scheuten.com screens Verosol, www.verosol.com/nl geveloppervlak 3400 m2

rondom geplaatste nieuwe gevel

18

fragmenten

jaargang 5 • 2010 • nr. 30


oud & nieuws

werkruimte vergaderkamer

stadhuis coolsingel, rotterdam opdrachtgever OBR, Rotterdam architect Merkx+Girod architecten, Amsterdam met IAA Architecten, Enschede, www.merkx-girod.nl, www.i-aa.nl budget 50 miljoen euro binnenwanden metalstud vloeroppervlak 50.000 m2

Eén van Rotterdams meest herkenbare gevels is die van het stadhuis aan de Coolsingel. De binnenkant van het gebouw is minder bekend. Voor een algehele modernisering van de kantoorverdiepingen tekende Merkx+Girod architecten een plan waarbij veel vergeten of ongebruikte ruimten een nieuwe of verbeterde functie gekregen. Minder kleine kamers en meer grote, open werkruimtes. Vrijwel het gehele interieur was versleten, verouderd of voldeed niet aan huidige eisen voor het werkklimaat. Naast noodzakelijke modernisering was er ook onvoldoende ruimte voor de huidige werkdruk.

jaargang 5 • 2010 • nr. 30

Daarom is de zolder ook ingenomen als werkruimte. Deze ruimte moest aan een aantal verschillende eisen voldoen: de opdrachtgever wilde informele groepen de ruimte geven maar ook mogelijkheid scheppen om met een kleine groep geconcentreerd aan de gang te gaan. Daarom is gekozen voor inbreiding op de bovenste verdieping. De witte dozen die op zolder zijn geplaatst zijn van metalstud wanden en afgewerkt met stuc, corian en rubber. In de kantoorvertrekken zijn koelplafonds aangebracht. Overal is rekening gehouden met de bestaande bebouwing en zijn waar mogelijk bestaande kanalen hergebruikt.

fragmenten

19


oud & nieuws B

ij toevoegingen of uitbreidingen aan bestaande gebouwen speelt de keuze voor het nieuwe (zichtbare) materiaal een grote rol. Een materiaal kan zich voegen naar het oude, of juist daarbij afsteken en een nieuwe dimensie geven aan het geheel. Maar ook bij de toepassing van “tijdloze” materialen kan met nieuwe vormen een kwinkslag aan het ontwerp worden gegeven.

woning, oss

Soms passen oud en nieuw wel heel netjes bij elkaar. Aan een huis in Oss is een koperen luifel geplaatst dat naadloos aan de gevel is bevestigd en de lijn van het bestaande rieten dak exact volgt. Aan de voorgevel van de woning is de luifel geplaatst van ruim 6 m lang en met een uitkraging van 1,4 m. De vorm is digitaal ontworpen aan de hand van de daklijn. Boven de voordeur is de kromming zo bepaald dat hemelwater zijwaarts wordt afgevoerd. project luifelconstructie ontwerp The Form Foundation, www.theformfoundation.com

De constructie bestaat uit platen van twee lagen 3mm multiplex. Overal zijn enkele krommingen gebruikt omdat het hout slechts één buigrichting

heeft. De platen zijn uitgesneden met een waterjet, die een nauwkeurigheid haalt van 0,2 mm. Het hele object is ruim bij 1,4 breed, met een maximale hoogte van 0,4 m. Alles bij elkaar weegt de constructie met bekleding 109 kilo en is daarmee weinig belastend voor de gevel. Om de constructie een naadloos uiterlijk te geven, om goed te passen bij het rieten dak, is de luifel bekleed met watervaste multiplex en daaroverheen ligt een laag koperepoxy. De epoxy voorkomt verkleuring van het koper maar het object moest er juist uitzien alsof het al jaren oud is. Daarom is een kleurig patina gebruikt.

constructie VormGrip, Amsterdam, www.vormgrip.nl perforaties in platen voor gewichtbesparing > De constructie bestaat uit 2 x 3mm multiplex platen. Over het geheel is

een laag aangebracht van epoxy met koperpoeder

20

fragmenten

jaargang 5 • 2010 • nr. 30


oud & nieuws

kosterwoning, medemblik

De opdracht om een uitbreiding te ontwerpen voor een voormalige kosterwoning in Medemblik werd een interessante opdracht voor ME-2 architecten. De bestaande woning heeft een oppervlakte van [xx]m2 en wordt uitgebreid met een volume aan de noordkant van de woning die in alle opzichten respectvol tracht om te gaan met het bestaande gebouw. Voorwaarde vanuit de Rijksdienst voor monumenten was een uitbouw die zo ondergeschikt moest zijn als mogelijk, zowel qua volume als detaillering en materiaalgebruik. Die restrictie maakt een aantal keuzes makkelijk. Voor de gevel en het dak werd dezelfde donkere leisteen gebruikt als in de naastgelegen St. Martinuskerk. Ander gevolg van de beperking aan het gebouwtje is de subtiele, goed gedetailleerde regengoot. Als een gleuf in ligt de goot laag in het dak van de nieuwbouw in lijn met de regengoot van de bestaande bouw. Hierdoor lijkt het alsof de twee vormen in elkaar geschoven kunnen worden. Al is dit in wezen niet zo, het is een mooi voorbeeld van architectuur die tot de verbeelding spreekt. Door het gebrek aan

jaargang 5 â&#x20AC;˘ 2010 â&#x20AC;˘ nr. 30

zichtbare detaillering - de leisteen verbergen de constructie geheel - lijkt de aanbouw niet meer te zijn dan een schaduw van de woning. Hiermee poneren de ontwerpers, op een kleine schaal, een stelling over tijd(elijkheid) in architectuur.

6 mm leien dak

loodslab over zinken goot

opgave woning uitbreiding architect ME-2 architecten, Mike Olthoff, www.me-2.nl uitvoering Ruyter, Zwaagdijk, www.bouwbedrijfruyter.nl

ruimte opgevuld met isolatie

fragmenten

21


oud & nieuws M

aterialen verouderen. Dat is een gegeven. Daar kan een architect en de architectuur voordeel mee doen. De hier getoonde projecten laten zien hoe blijvende kwaliteit en veranderende kwaliteit een essentieel onderdeel kunnen zijn van een ontwerp. Juist in combinatie die de tand des tijds op een andere manier beleven.

droste complex, haarlem locatie Haarlem opgave transformatie fabriek tot woningen architect Braaksma & Roos, Den Haag www.braaksma-roos.nl

Het Droste complex in Haarlem huisvestte tot begin deze eeuw de chocoladefabriek. In 2008 werd begonnen met de herontwikkeling van dit fabrieksterrein. De monumentale panden zijn door Braaksma & Roos Architecten herontworpen tot lofts, met horecagelegenheid op de begane grond. Een beperkt deel van de oorspronkelijke fabrieksgebouwen is behouden. Belangrijke herkenningspunt is de reclame met “het Droste-vrouwtje” op de gevel aan de waterkant. De tegeltableaus en de gevels zijn gerestaureerd maar niet opgepoetst. Zo wordt de patina behouden. Plaatselijk is aangrenzende bebouwing verwijderd. De voormalige aansluiting op gebouwen kenmerkt zich nu door stucwerk op de gevel, waardoor het silhouet van de gesloopte panden duidelijk afleesbaar is. Ook zijn ondiepe erkers aangebracht in de ‘gaten’ waar voorheen de verbindingsgang met de andere panden liep. Met de keuze voor stucwerk is een natuurlijke gelaagdheid gepresenteerd die vanzelf wordt voortgezet. De kleuren staan nu in contrast met elkaar, omdat de kleur van het stucwerk nog moet zetten. Uiteindelijk zullen de kleuren bovendien meer naar elkaar toe trekken, omdat stucwerk sneller vervuild dan metselwerk.

22

fragmenten

jaargang 5 • 2010 • nr. 30


oud & nieuws auditorium

kantoorvleugel

doorsnede museum schaal 1 : 1.000

tentoonstelling ruimte

De omgang met de geschiedenis is een integraal onderdeel van het bouwen in Israël. Zvi Hecker heeft een groot museum ontworpen dat enige vergelijking vraagt met Museum Ningbo in China (zie ook pagina 56-65). Het Palmach museum is een lang rotsachtig blok dat half verzonken is in het landschap naast de Middellandse Zee. De architect omschrijft het project niet zozeer als gebouw maar als een rij constructieve wanden die in verbinding staan met elkaar en een centraal plaza omsluiten, dat bestaat uit een aangelegde tuin. De binnenkant van het pand is een aaneenschakeling van introverte ruimten, kantoren en gangen. Enkele grotere zalen, zoals een auditorium met 400 zitplaatsen en een jeugdcentrum, maken deel uit van het culturele programma van het complex. Een groot deel van het gebouw is onder de grond aangebracht en is gemaakt van gegoten beton en betonblokken. De gevelbekleding bestaat naast beton ook uit pleisterwerk en Kurkar, een lokaal gewonnen zandsteen. Deze steensoort wordt in kustgebieden gewonnen en verweert in de wand langzaam tot een geërodeerde structuur.

axonometrie schaal circa 1 : 1.000

palmach geschiedkundig museum, tel aviv (il)

ontwerp Zvi Hecker, Berlijn (DE) constructie Waintraub-Naginski-Zeldin, Tel Aviv (Il)

jaargang 5 • 2010 • nr. 30

fragmenten

23


meesterwerk indrukwekkend. tijd, context en bouwen in china

Tijdens haar recente bezoek aan China bracht Angie Abbink een

bezoek aan het museum van Ningbo

(zie pagina 56 en verder) en sprak met de architect daarvan, Wang Shu.

Five Scattered Houses in Ningbo.

24

In China heerst in de vervaardigende kunsten nog altijd de ambachtelijke traditie. In de stad Jingdezhen, de bakermat van het porselijn, ontdek ik wat het is om in China een ‘meester’ te zijn. Het is een overkoepelende term die van alles kan inhouden: een decennialang leertraject of het vermogen iets meer kennis te tonen dan je buurman heeft.

Chinees project is. Maar de architect in hem wordt wakker: projecten als de Five Scattered Houses (FSH) en het Ningbo History Museum zijn ruimtelijke experimenten in het scheppen van een verhaal van een plaats. Vóór zijn FSH project werd niet aangenomen dat het hergebruik van materiaal mogelijk was. Dat hergebruik nu wel kan kenmerkt een belangrijk omslagpunt in de architectuur en bouwcultuur.

Zo was ik eerst onder de indruk van titels als ‘kleimeester’, ‘ovenmeester’, en ‘glazuurmeester’. Maar zo heten vaklieden hier al gauw: de taxichauffeur noemt zich ook wel meester van iets, als hij zich er een voordeel mee kan doen. Voor de leek komt het over alsof al deze porseleinmeesters precies weten wat ze doen, maar dat valt soms tegen. De mooiste werkjes verdwijnen de kalkoven in, om uren later als afgebrokkelde rommel eruit te komen. Het procédé is een gestoeld op een even ondoorgrondelijke als autoritaire traditie.

In zijn campus worden de lessen van de FSH uiteengezet. Welke rol spelen tijd en verval in zijn werk? Is het een probleem dat er planten groeien uit de muren van zijn museum? Hij aarzelt een moment en ontwijkt de vraag door te stellen dat de meeste architecten het graag over ruimte hebben. Hij praat liever over tijd, voor hem het bepalende element in de architectuur. Het is een les uit de natuur. Continue verandering is erg belangrijk voor ons besef van waar wij mee bezig zijn in ons leven. Van het werk van Wang Shu wordt wel gezegd dat het pas vele jaren na oplevering zijn ware schoonheid krijgt. Ik heb niet het idee dat hij zich bekommert om zijn metselwerk. Zijn geschiedenismuseum is een herinnering aan verloren dorpen maar het is ook een levend gebouw. Vogels hebben hun plekje gevonden, net als de studenten die op de campus wonen. Alles klinkt opgewekt en de gebouwen stralen levendigheid uit.

Met deze indrukken kom ik op bezoek bij architect Wang Shu. Ook hij heet meester. Hij is naast architect van de projecten in dit artikel (zie ook artikel op pagina’s 56-65) ook directeur van de architectuurschool in Hangzhou. Van zijn hand zijn alle faculteitsgebouwen, het landschap en de interieurs. Ik ontmoet hem in het strategisch geplaatste café dat uitkijkt over zijn Xiangshan Campus. In het stadspark van Ningbo zag ik vervallen en verlaten theehuisjes. Wang Shu bevestigt dat deze voorbeelden van zijn werk teleurstellingen zijn geworden. In een gebied zonder identiteit en waar niemand woont, zet de overheid bouwwerken neer zonder duidelijk doel. Hij zucht dat het een wel heel

fragmenten

Wang Shu heeft een credo: waar architecten een gebouw maken, maakt hij een huis. Al het gebouwde is - volgens zijn traditionele werkwijze - een huis. Of het nou een woninkje is of een paleis, alle gebouwtypen zijn gestoeld op het idee van het wonen. Dus ook een kantoor of een campus. Zijn campus is een stad, maar het is een model dat net zo goed past bij

jaargang 5 • 2010 • nr. 30


ontmoeting met wang shu Van links boven, met de klok mee: één van de Five Scattered Houses; nieuw-

bouw in Ningbo; Xiangshan Campus;

traditionele woningbouw in Wuyuan • foto's Angie Abbink en Roland Stuij

een dorp. Architectuur zou herleid kunnen worden tot een huis met een tuin. Natuur en een schuilplaats. Tijd speelt een leidende rol in zijn ontwerpproces. Een gebouw wordt niet gebouwd als de tekeningen af zijn, hij stopt pas met tekenen als het gebouw af is. Hij ontwerpt alles zelf in nauwkeurige potloodtekeningen. In de overhaaste bouwwereld van China is dit de enige manier om te werken, stelt hij. Zo behoudt een ontwerp ook een vrijheid: een faculteit voor industriëel ontwerpen kan ook als kantoorpand of woongebouw worden gebruikt, omdat er een ongebondenheid is tussen het gebouw en de plek die het inneemt in de tijd. Dat is een raar iets en heeft alles te maken met de Chinese houding ten opzichte van het behouden. Het is een complex gebeuren. De oudbewoners van de platgemaakte dorpjes zien restanten van hun huizen terug in de museummuren. Ze waren wel vóór de sloop: in eengezinswoningen leefden meerdere families en het gevoel van verantwoordelijkheid (en van bezit) was verdwenen. Overal willen burgers dat hun leefomgeving er nieuw en glimmend uitziet. Geen aardse kleuren meer: alles moet strak, en in felle kleuren gebouwd. Overal is gesloopt. Volgens Wang Shu is in de afgelopen twintig jaar zo’n 90% van alle traditionele bebouwing gesloopt, mede vanwege de economische hervorming vanaf de jaren negentig. Hij stelt verder dat de meeste Chinezen geen idee hebben waar het heen gaat, of heen moet gaan. Dat is zijn les aan de tweehonderd

jaargang 5 • 2010 • nr. 30

studenten die hij onderwijst. Zonder het verleden te begrijpen kun je geen visie vormen op de toekomst. Het onderwijzen is duidelijk een passie. Hij heeft docenten om zich heen verzameld die zijn visie delen en samen hebben zij het doel studenten ontvankelijk te maken voor open discussies over traditionele en hedendaagse architectuur. Op de campus is dat merkbaar. Elk gebouw verwelkomt de gebruiker met een tactiliteit en openheid. Dubbele gevels ademen de koelte en stilte uit van een onderwijsinstelling en licht valt door diepe, hoge neggen in een binnenplaats. Het spreekt boekdelen over inspiratie, rust, leerzaamheid. En experimenten: in een muur zijn met water gevulde plastic flessen tussen de stenen geplaatst. Samen vormen ze het woord Tomorrow. In de simpele, eerlijke werkwijze zie je ook zijn held Le Corbusier terug. Oost en West omarmen elkaar in concept en traditie. Maar, net als je denkt dat hij in herhaling valt, vertelt hij dat hij een nieuw pad inslaat. Hij laat zware materialen - steen en tegels en beton - achter zich en gaat met zijn studenten op onderzoek uit naar efficiënt gebruik van materialen en lichtgewicht constructies. Uiteraard met een oogje op traditionele bouwmethodes, maar tegelijkertijd met een drang om nieuwe functies en gebruiksmanieren te ontwikkelen. ‘Architectuurmeester’ dekt de lading niet. Hij is ruimtemeester, tijdmeester en vervalmeester. En laten we dan het belangrijkste element niet vergeten - Lu Wunyu, zijn vrouw en partner in alles dat hij doet. Zij is dan ook de bouwmeester. Angie Abbink

fragmenten

25


dichtbij - veraf

26

fragmenten

jaargang 5 • 2010 • nr. 30


fragment van kinderdagverblijf Anansi, Utrecht • architect Mulders vandenBerk • zie ook pagina 107

jaargang 5 • 2010 • nr. 30

fragmenten

27


border conditions ‘I

n Nederland zijn architecten alleen maar bezig met het nieuwe. Niemand heeft aandacht voor de tijd’ Umberto Barbieri, bij zijn afscheidsrede aan de Academie voor Bouwkunst in Rotterdam, in 2000

Bovenstaand citaat werd aangehaald door Marc Schoonderbeek bij een afscheidsdiner van Barbieri, tijdens het maken van deze dax. En inderdaad: Welke rol speelt tijd in het architectuuronderwijs? Bij projecten op het gebied van renovatie, restauratie en hergebruik is er een evidente rol voor het tijdsaspect. In ontwerpateliers wordt tijd voornamelijk in verband gebracht met onderhoud… De toekomst speelt een onmiskenbare rol in de steeds groeiende aandacht voor duurzaamheid. Dat geldt ook in het onderwijs, maar net als in de praktijk ligt de nadruk hierbij op technische aspecten. Het Delftse afstudeeratelier ‘Border Conditions’

vormt hierop een uitzondering. In dit atelier worden de studenten gestimuleerd om stedelijke condities met experimentele methoden te analyseren en in kaart te brengen. Tijd en ruimte worden - net als in de literatuur of de filmkunst bijvoorbeeld - als onlosmakelijke elementen gezien. Tijd en ruimte zijn essentieel om een stad te ontrafelen. De ontwerpen (afstudeerplannen) van de studenten van het atelier Border Conditions laten op uiteenlopende manieren zien hoe het tijdsaspect een ontwerpmiddel kan zijn. Conceptueel of fysiek, poëtisch of functioneel: de resultaten zijn vaak inspirerend en vernieuwend. Dat blijkt wel uit Archiprix nominaties en - recent - een Archiprix winnaar (Max Rink). Micha de Haas

negar sanaan bensi • havana

Negar Sanaan Bensi analyseerde de leegte in de stad Havana, een stad waarin verval tot cult is verheven. De lege plekken in de stad (‘voids’) - letterlijk ontstaan door het uit elkaar vallen van gebouwen - zijn een teken van het ontbreken van een nieuwe laag in de stad, maar vormen tegelijkertijd de beste representatie ervan. Het ontwerp van Sanaan Bensi ontsnapt aan een koppeling met een specifieke functie en is een monument voor de void. Het maken van tekeningen ziet

Sanaan Bensi als een manier van balanceren tussen herinneren en vergeten: een poëtische kijk op het ontwerpproces. Buitengewoon treffend is de maquette van dit afstudeerproject, waarin de bouwblokken rondom de locatie letterlijk als zandlopers zijn uitgevoerd. Straks raakt Havana echt op.

ruben bergambacht • havana

Ook Ruben Bergambagt studeerde af op een locatie in Havana. In zijn analyse probeerde hij een gegeven stedelijke ruimte te herleiden naar de elementen tijd, ruimte en beweging. Grafische, computer gestuurde boolean-operaties bleken hierbij een uitstekend hulpmiddel. In zijn ontwerp keert Bergambagt het proces om – met booleans liet hij het programma van een groot wellnesscentrum (wel een merkwaardig programma voor het straatarme Havana) vertalen

tot ruimten. Het resultaat is een buitengewoon rijk en complex ontwerp, dat tot in de puntjes is uitgewerkt. Ondanks de schijnbare generieke werkmethode is Bergambagt volledig in controle over de ruimten. In de bouwkundige uitwerking laat hij echter met opzet een deel van die controle los door materialen toe te passen die op verschillende snelheden verouderen en daarmee gestalte geven aan de factor tijd.

28

fragmenten

jaargang 5 • 2010 • nr. 30


afstudeeratelier

LANDSCAPE HOTEL

RELAX

ENTRANCEWELLNESS

SAUNA

WELLNESS

SAUNA TECHNICALROOM

jaargang 5 • 2010 • nr. 30

fragmenten

29


border conditions --

GARDEN OLDNEW CONTROLOFFICE INVASION

RUBLE CHIMNEY ISOLATION FARM GARAGES BARRIER 33

carolien schippers â&#x20AC;˘ kiev

Het project van Carolien Schippers, dat zoals de titel â&#x20AC;&#x2DC;passages of timeâ&#x20AC;&#x2122; suggereert, gaat op alle niveaus een dialoog met de tijd aan. Vanaf de analyse van de veranderingen van de stadsrand van Kiev, via de keuze van een programma (stadsarchief) tot de architectonische uitwerking. Het archief als een utilitair mechanisme voor het collectief en persoonlijk geheugen, wordt verbeeld door het ruimtelijke organisatieprincipe van het labyrint.

ASPHALT

Door transparanties tussen de verschillende paden van het labyrint kan de bezoeker de overlapping van heden, verleden en toekomst ervaren. De structuur daarentegen is gebaseerd

max rink â&#x20AC;˘ tallinn

Archiprix-winnaar Max Rink ontwierp een gigantische markthal in Tallinn. Tegen de achtergrond van de hyperkapitalistische vastgoed-bubbel van deze Baltische stad creĂŤerde hij een complex gebouw met een adembenemende ruwe schoonheid. Het gebouw distantieert zich niet van de chaos, hectiek en viezigheid van de markt, maar wil het juist omarmen. De betonnen en houten wanden nemen de geuren en sappen van de markt op en worden met de tijd rijper en rijker

aan betekenis. Rink wil volgens zijn eigen woorden een architectuur scheppen die verontrust door haar schaal en gebrek aan perfectie, maar tastbaar wordt door gebruik en materialisatie. Een ruimte die wil overgenomen worden. Een tegenhanger van de shopping mall.

hoda khanbani â&#x20AC;˘ new york

www.architectura.nl

Hoda Khanbani maakte een functieloze ruimte, net als het project van Sanaan Bensi, maar in een tegenovergestelde context: New York. Ze schrijft hierover: â&#x20AC;&#x153;Before, I have dreamt of going to New York. Once inside I couldnâ&#x20AC;&#x2122;t find it. [..]. This city was just happening once; each moment was producing a new one. Death was as certain as life. New York deals with decay in a contradictory way.â&#x20AC;? Voor haar paviljoen gebruikt Khanbani bouwstaal dat rond Broadway Junction in Brooklyn is opgesla-

gen. Het paviljoen is in feite een poĂŤtische interpretatie van het cradle-to-cradle principe en heeft een tijdelijk en een permanent deel. De tijdelijke elementen worden door detaillering beschermd tegen weersomstandigheden en kunnen gemakkelijk worden gedemonteerd en hergebruikt. De permanente delen worden overgeleverd aan het verval. Het is een uitzonderlijke maar toch treffende representatie van de tijd.

30

fragmenten

Meer voorbeelden van bijzondere pro-

jecten, waarbij de tijd als misschien wel de ultieme context van de gebouwde

omgeving wordt erkend, zijn opgenomen in het boek Border Conditions.

Dit boek, met bijdragen van studenten, docenten en internationale critici â&#x20AC;&#x201C;

onder redactie van Marc Schoonder-

beek â&#x20AC;&#x201C; verschijnt in juli 2010 bij Archi-

tectura & Natura Press in Amsterdam.

MARKET FUNNEL

SCARS

COLORS CLOSED

EXIT ""

op het stapelen: een onherroepelijk chronologisch principe. Het ontwerp is niet alleen conceptueel sterk, maar ruimtelijk intelligent en architectonisch adembenemend mooi.

jaargang 5 â&#x20AC;˘ 2010 â&#x20AC;˘ nr. 30

W


afstudeeratelier &0 - TREE

WC

TERRITORY

FLOWERPOT SOLUTION

TRANSPORT

DEPTH

46 KITCHEN

CAMERA

COFFEE

jaargang 5 • 2010 • nr. 30

BED

PIPES GUARD DOGHILL MATERIAL STACKS

CITYEDGE

"" 

FOREST

CHECKPOINT CARENTRANCE LAYERS

ELECTRICITY

PATTERN LIVINGROOM

CODE

HIDDEN STORAGE

GATE

fragmenten

SCREEN

BAR PAVEMENT HOME

- SHOP MYSTERY FENCE WATER LEVELS && & 

31


publicaties

0

23

0

21

0

18

categorie

de nieuwe traditie

1000 tips van 100 architecten

working with clay

vinden. De titel geeft een contrastrijk

architecten zelf aan het woord te

tijdloze materiaal op aarde. De

C

B N I T

contemporaine uitgave, hip en glossy boekenkast-item, tijdloos, monografie naslagwerk, catalogus, themaboek, jaarboek inspiratiebron, branchevreemd technisch-wetenschappelijk, studieboek

Ik wilde dit boek heel graag heel goed werkveld aan en de inhoud is spannend, met hoofdstukken ingedeeld

op schaal, voorzien van begeleidende

essays. De beeldselectie is fris en mooi gekozen. Het belooft nogal wat. Maar het geheel verliest aan kracht door

het ontbreken van een rode draad. De

verhalen komen wat clichématig over beoordeling grafische beeldkwaliteit volledigheid architectuur- presentatie, project documentatie diepgang toegankelijkheid informatie inspiratie

***** ***** ***** ***** *****

en de beelden stroken niet overal met de tekst. En dat is jammer want het

onderwerp is actueel en de presentatie aantrekkelijk. Er mist een duide-

lijke conclusie en mede daardoor blijft na het lezen weinig hangen, helaas.

Voor wie het boek bedoeld is blijft mij ook onduidelijk. Te serieus voor op de

koffietafel; te warrig voor het archief. PHA

De op deze pagina's beschreven boeken zijn verkrijgbaar bij de gespecialiseerde boekhandel, tenzij anders vermeld. Prijzen zijn richtprijzen.

32

De opzet van dit boek was om de

laten in plaats van hun projecten. Wat gebeurt er dan? Een voorbeeld. Tip

0038: ‘Deze hortus conclusus bevat vier citroenbomen en een waterto-

ren’. Mooi plaatje erbij. Interessant?

Tip? Nou nee. Dit boek had een veel strengere redactie moeten hebben;

het idee is namelijk wel goed. Maar veel architecten gaan ermee aan de haal en gebruiken het als een

uithangbord... voor hun projecten.

Waarmee het boek op veel aspecten een doorsnee bundel van verzameld

werk is geworden. De architecten die

het wel hebben begrepen, maken het

gelukkig een beetje goed. Daarom een nieuwe titel: ‘468 Tips van 59 Architecten met 1000 Leuke Plaatjes’.

CK

H. Ibelings, V. van Rossem • De nieuwe

Sergi Costa Duran, red. • 1000 Tips

in de Nederlands architectuur • SUN

Publications • Kerkdriel, 2009 • ISBN

traditie, Continuïteit en vernieuwing

Architecture • ISBN 978-9-0805-66927 • 272 pagina’s • 35 euro • kleur • Nederlands- en Engelstalig

B N

fragmenten

*****

Gebakken klei is wellicht het meest derde editie van dit Amerikaanse

handboek speelt in ieder geval wel

met die suggestie in het hoofdstuk “De tijdloze wereldgeschiedenis

van keramische kunst”. En - eerlijk gezegd - het vakmanschap is in al

die eeuwen ook bijna onveranderd

gebleven. Het boek toont technieken, kleisoorten en oventypes, laat zien

hoe je glazuur maakt, aanbrengt en

op kleur beoordeelt. Een boek voor de liefhebber dus, met een klein beetje innovatie en inspiratie dat wellicht

ook voor architecten interessant is. Zoals giet- en vormtechnieken en

wandhoge composities. In de context van het thema van deze editie van

dax is vooral de blijvende kwaliteit indrukwekkend.

CK

van 100 Architecten • Librero | Loft

Susan Peterson • Working with Clay •

978-9-0576-4751-2 • 320 pagina’s •

978-1-8566-9605-0 • 240 pagina’s •

20 euro • kleur • Nederlandstalig

N

*****

Laurence King • Londen, 2009 • ISBN 25 euro • kleur • Engelstalig

B

I

***** jaargang 5 • 2010 • nr. 30


publicaties

0

15

0

24

0

15

0

21

pinpoint: key facts + figures

serres & oranjerieën

imagine 04: rapids

building with water

is een verzameling cijfers, feiten en

oeuvreboek van iemand die zich heeft

wordt een bijdrage geleverd aan inno-

projecten die uiteraard, met water

Dit is nou echt een handig boek. Het vuistregels voor iedereen die precies wil weten hoe essentiële zaken als

constructies en energiebalansen in

elkaar zitten. Een Neufert is het echter - gelukkig - niet. Er wordt niet gezegd hoe een klaslokaal moet worden

ingericht; alleen het geluidsverloop in zo'n zaal wordt onderzocht. De vele

tabellen, reeksen en voorbeelden worden met heldere schema's verklaard en toegelicht. Zo kun je je kennis

toetsen en vergroten, heerlijk! En dat er achterin nog wat aantekenvellen

zijn opgenomen is de slagroom op het toetje. Wel leerzaam: niet belerend. Zo heb ik ze graag.

PHA

Het lijkt standaarwerk, maar is een

gespecialiseerd in serres, tuinkamers

en kassenbouw: Luc D’Hulst uit Zandhoven, België. Even op het verkeerde been gezet, maar toch gedoken in

een aaneenschakeling van beeld met drietalige toelichting. D’Hulst kan

gebouwen “omlijsten” met glas. Voor

de bewoners van de getoonde panden zijn de bouwwerken van metaal en

glas ongetwijfeld een aanwinst, zowel in aanzicht als gebruik. Rank waar

het kan, stevig als het moet. Rond, el-

lipsvormig of juist recht: dit boek laat wel zien waar je (als ontwerper én

opdrachtgever) op moet letten en wat de juiste ontwerpcriteria zijn.

CK

Pinpoint: Key Facts + Figures for

I. Pauwels • Serres & Oranjerieën. De

S. Rutz, red. • Zürich, 2010 • ISBN 978-

noo Publishers • Arnhem 2008 • ISBN

Sustainable Buildings • B. Keller & 3-0346-0120-7 • 280 pagina’s •

50 euro zwart-wit • Engelstalig

B T

*****

jaargang 5 • 2010 • nr. 30

sierlijke creaties van Luc D’Hulst • Lan-

Met dit deel van de Imagine serie

vatie in de bouwketen. De beschreven productiemethoden en -technieken

horen thuis bij de Fast Moving Consumer Goods waarbij wordt uitgegaan

van een omkering in het bouwproces. De mogelijkheden van technische

oplossingen zijn uitgangspunt voor het ontwerp, in plaats van oplos-

singen voor contextuele problemen. Projectspecifieke oplossingen zijn,

dankzij deze procesontwikkeling, even eenvoudig en efficiënt te produceren

als herhalende elementen. Zo worden gebouwelementen of aansluitdetails integraal afgestemd op de gewenste functionaliteit zonder beperkt te

worden door de beschikbare productietechniek. Actueel en informatief. JHE

978-9-0209-7702-8 • 224 pagina’s •

Rapids, Imagine 04 • U. Knaack, red •

en Franstalig

978-9-0645-0676-5 • 128 pagina’s •

40 euro • kleur • Nederlands-, Engels-

B N

010 Publishers, Rotterdam 2010 • ISBN 25 euro • kleur • Engelstalig

*****

C N

***** fragmenten

Een grote verzameling verschillende te maken hebben. Voorin een aantal verhalende essays, daarachter een

stuk of twintig mooi gepresenteerde

projecten die allemaal 'iets met water hebben'. Veel verder dan dat kom het vaak ook niet, en daarom is de titel

wel een beetje misleidend: het had

beter 'Bouwen met inachtneming van water' kunnen heten. Een (nog) niet

gebouwd paviljoen van een internationaal bekende architect aan de rand van een meer is veel minder interessant dan een (echt) drijvend huis.

Van Falling Water tot een zelfingenomen uitlating van Zaha Hadid:

hebben we de afgelopen halve eeuw

zo weinig geleerd met zijn allen? Jammer.

PHA

Building with Water • Zoë Ryan et al • Birkhäuser • Basel 2010 • ISBN 978-30346-0156-6 • 160 pagina’s • kleur • Engelstalig • 60 euro

N T

***** 33


onbegrijpelijk verval. je houdt het niet tegen Rob Nijsse, constructief ontwerper bij ABT in Velp en hoogleraar aan de faculteit Bouwkunde van de TU Delft, bespreekt in elke editie van dax een onbegrijpelijk fenomeen.

De sterfelijkheid van de mens, de aftakeling van een gebouw. Wat hebben zij direct met elkaar te maken? De mens wil zoveel mogelijk en als het kan nog bij leven. Dat duurt maar kort, verhoudingsgewijs. Een gebouw is meer gebaat bij een langetermijn visie. La Divina Commedia kan het mooi verwoorden, maar de dagelijkse realiteit geeft een nuchter beeld van de mens in conflict met zijn omgeving. Als het om aftakeling gaat. Het thema van deze dax is verval, de aftakeling. In dax hebben we het over gebouwen, maar gebouwen zijn gemaakt door en voor mensen. Laten we daarom daar maar beginnen met de Onbegrijpelijke Lichtheid van het Bestaan van de Mens. Wanneer het precies begint is moeilijk aan te wijzen, maar ergens richting de leeftijd van twintig jaar begint voor ieder mens de aftakeling, het verval. Groeide je eerst nog - zowel in de lengte als de breedte - en werd je steeds sterker, nu is de groei voltooid en leidt de weg alleen maar naar beneden. Eerst is het nog niet zo duidelijk en denk je “misschien valt het wel mee”. Maar halverwege je leven, zo tegen de veertig jaar, wordt het echt duidelijk. Het huis waarin je woont je lichaam - kan niet alles meer. Bij het sporten loopt de jeugd je fluitend voorbij en allerlei pijntjes en kwalen beginnen je aandacht te vragen. De onrust slaat toe, je beseft dat je sterfelijk bent. Het mooist is dit verwoord in de eerste regels van de rond 1320 geschreven “La Divina Commedia” van Dante Alighieri uit Florence.

Purgatoria: de Hel volgens Dante

34

twijfel Tja, de existentiële twijfel. De twijfel van het bestaan. Oftewel: waar doen we het allemaal voor? Mooi verbeeld door de Franse graveerder Gustave Doré zien we Dante staan in het midden van zijn leven. Hij kijkt om, een beetje angstig, rondom hem een donker bos vol verborgen gevaren, doornige struiken houden zijn kleed vast en tentakelachtige wortels bewegen naar hem toe. Toch gaat Dante verder om zijn mystieke reis door het Rijk van het Hiernamaals te vervolgen. Eerst de Hel, dan de Louteringsberg en tot slotte de Hemel. Eerst dus naar beneden langs de zeven spiraalvormig aflopende cirkels van het Purgatorio, de Hel waar de zondaars hun straf ondergaan. Niet de plaats waar je zijn moet.

fragmenten

Kennen we nog de zeven hoofdzonden? Vooruit dan maar, dan kan iedereen zichzelf eens kritisch tegen het licht houden in de christelijke betekenis van het woord: Trots, Afgunst, Toorn, Traagheid, Hebzucht, Vraatzucht en Wellust, dit alles in een “te veel”. De zondaars die hun eeuwig durende straf ondergaan zijn opgesloten in ringen van vuur, worden gemarteld door monsters of gekweld door onbedwingbare verlangens. Aardig om te weten is dat de onderste ring bestaat uit mensen ingevroren in het ijs. Zij hebben de ergste zonde begaan: zij hebben iemand die van hen hield bedrogen. U bent dus gewaarschuwd. het kan alleen maar minder worden Overigens een prachtig architectonisch beeld: die spiraalvormige Hel met verschillende niveaus. Of moet ik zeggen: een prachtig stedenbouwkundig beeld? Maar goed, deze dwaaltocht van Dante - een metafoor van ieders leven ter stichtelijke lering en (sadomasochistisch?) vermaak - is een leuke aanzet tot het eigenlijke onderwerp van deze (wederom) Onbegrijpelijk. We gaan het hebben over het ouder worden, niet van een mens maar van een gebouw. Die worden namelijk ook ouder in de betekenis van slijten, verweren en dingen die het niet meer doen. Er zijn architecten die bewust een week leegstand inplannen direct na de oplevering om zo mooi mogelijke foto’s van hun creatie te kunnen laten maken. Bij voorkeur door Christian Richters. Daarna kan het alleen maar minder worden, zo weten deze vooruitdenkende architecten. En dat wordt het ook. onderhoud doet slijten Vervuiling kun je nog wel tegen gaan door wassen en reinigen, maar ook daar slijt de boel weer van. Kleur verbleekt, materiaal brokkelt af, barsten vertonen zich in het eens zo glanzend strakke oppervlak: achteruitgang, de Tand des Tijds. Ik heb wel eens een opdrachtgever zo mooi van het ontwerpteam horen verlangen “dat het gebouw met waardigheid oud kan worden”. Dat gun je ieder mens ook! Maar helaas is de werkelijkheid anders. Actie is geboden om alle gebreken te herstellen. Dus de handen uit de mouwen, geld te voorschijn getoverd (de slimme boekhouder of de verstandige huisvader of -moeder heeft geld hiervoor opzij gelegd, de afschrijving) en aan het werk.

jaargang 5 • 2010 • nr. 30


onbegrijpelijk In het midden van de reis door ons leven Hervond ik mijzelf in een duister woud Want de rechte weg was geheel verloren

tekst uit La Divina Commedia van Dante • beeld door Gustave Doré

O, wat een hard ding is het te zeggen hoe het was Dat woeste en ruwe en ondoordringbare woud Dat in de gedachte mij de vrees hernieuwt! Zo bitter is ’t, dat de Dood dat nauwelijks meer is: Maar om te verhalen van het Goed dat ik er vond, Zal ik spreken van de andere dingen die ik er gewaar werd.

Schilderen, oud materiaal demonteren en opnieuw aanbrengen. Na afloop kan het gebouw aan zijn tweede jeugd beginnen op weg naar ..tja.. de derde jeugd die begint na weer een tijdje in de steigers en de stofschotten te hebben doorgebracht. Mooie werkgelegenheid voor de lagergeschoolden, zo kan je terecht opmerken, want niet iedereen kan de geniale architect, IT-deskundige, chirurg of advocaat zijn. ik wil winst en nú Maar om in dit Olympische jaar Henk Gemser te citeren: “Dat kan beter!” Het toepassen van materialen die weinig of geen slijtage of corrosie vertonen - zoals hogesterkte beton of roestvast staal (niet roestvrij staal, want dit is ieder schoongewreven staalplaat voor korte tijd) - zou een belangrijke stap in die richting zijn. Voor gebouwen die uit deze materialen zijn opgebouwd ligt het onderhoud vele malen lager. Met een financieel voordeel voor de

jaargang 5 • 2010 • nr. 30

eigenaar én een voordeel voor het milieu, want er wordt minder materiaal gebruikt en er is minder rotzooi die het milieu aantast. Vervelend alleen is dat de meer-investering in de stichtingskosten van het gebouw door de eigenaar pas na verloop van tijd wordt terugverdiend. Als de bouwer of ontwikkelaar niet dezelfde persoon of instantie is als de eigenaar (en dat is vaak het geval) dan is er dus een probleem. Of, zo zou je simpel kunnen denken, de koper moet bereid zijn meer te betalen, want hij kan het later weer terugverdienen in onderhoud en exploitatiebesparingen. In het kortetermijn denken waarvan onze moderne maatschappij doordrenkt is, gaat dat nooit op. Ik wil voordeel en winst en ik wil het NU! Dat zal dus moeten veranderen. Ik wens de mensen van postbus 51 veel sterkte toe. Rob Nijsse

fragmenten

35


Nordic Standard

Nordic Brass

Nordic Decor

Nordic Green

Nordic Brown

Nordic Brown Light

Nordic Royal

Nordic Green Living

Nordic Blue

Nordic Blue Living

www.luvatakoper.nl


documentatie gasthoofdredacteur: Abbink X De Haas architectures

detail gevel De Korrels, Haarlem â&#x20AC;˘ architect Abbink X De Haas architecturesâ&#x20AC;˘ foto Ruud Stobbe via VPT Versteeg, www. vptversteeg.nl


in gesprek

38

discussie: tijd en verval

jaargang 5 • 2010 • nr. 30


in gesprek tijd en verval. over respect en vernieuwing Op een prachtige, maar wel wat koude locatie - een verlaten tuincentrum in Amsterdam-Noord - vond in maart een rondetafelgesprek plaats met het thema 'Tijd en verval.’ Een multidisiplinair gezelschap naam deel aan het gesprek, dat de rol van verval (en de daaraan gerelateerde term duurzaamheid) in onze huidige maatschappij in kaart wilde brengen. Behouden, vernieuwen of opnieuw bouwen? Met een groeiend aandeel ‘bestaand’ in de opdrachtenportefeuille, komen architecten en opdrachtgevers steeds vaker voor die keuze te staan. Een antwoord is niet zondermeer gegeven en ook zeker afhankelijk van de tijdsgeest waarin de vraag wordt gesteld. de architect als beheerszuchtig vakman Micha de Haas: ‘Ondanks de wens van architecten om hun ontwerpen vooral onder controle te hebben, is er ook een hang naar dingen die de tijd laten zien. Tijdens vakanties genieten we van afgebladderde gevels en zeggen we tegen elkaar ‘Mooi! Niets meer aan doen!’ Thuis moet alles onderhoudsvrij zijn, voldoen aan garantievoorwaarden en woonborg. Hier en daar zie je een vertaling van die vakantiegevoelens - en dan noemen we het romantiek. Dat vertaalt zich in “instant” verouderde gevels en daken met voorgepatineerd koper of bijvoorbeeld meubels van sloophout. Verval wordt - ons inziens - te vaak gezien als een probleem dat moet worden opgelost. We hebben dat gezien bij het kiezen van weervast staal voor de gevel van De Korrels (het omslagartikel, red.). In plaats van het begin van een nieuw leven op die plek - zoals wij het zagen - werd het economisch potentieel van het project in twijfel gebracht.. alleen al door de keuze van het gevelmateriaal.’ Oliver Thill: ‘Dat klinkt als een pleidooi voor romantiek!’ Micha de Haas: ‘Nee, zo zien we dat niet. Voor ons is veroudering een belangrijk aspect van het ontwerp. En als een belangrijk argument in de keuze voor renoveren, restaureren of hergebruik.’ Peter Moser: ‘Opdrachtgevers hebben moeite met de natuurlijke effecten van materialen. Wij moeten de veroudering van materialen met duidelijke marges in kaart brengen, daar afspraken over maken. Voor investeerders en gebruikers heeft de veroudering van materialen een heel andere betekenis. We merken dat er bij stedenbouwkundige ontwikke-

jaargang 5 • 2010 • nr. 30

lingen nog wel eens moeilijke situaties ontstaan. Dan worden voor gebouwen nabij bestaande oude gebouwen andere materialen voorgeschreven als contrast of moet het juist “rustiek”, in samenhang. Dan krijg je moeilijke discussies over het verwachtingspatroon. Ook daarom is er een noodzaak tot het vastleggen van veroudering, bijvoorbeeld met keurmerken.’ Marc a Campo: ‘Architecten zijn panisch voor de natuur: wind, regen, beestjes.. het zijn directe bedreigingen voor ons werk. We hebben angst voor de dood en voelen ons Hansje Brinker, met zijn vinger in de dijk. We zijn tachtig procent van onze tijd bezig om beschutting te genereren. Daar is niks romantisch aan.’ Edwin Oostmeijer: ‘Ik heb een tijd gewoond in een ruïne, in de Franse Ardêche. “C’est la nature qui fait le manger”, zeggen ze daar. De natuur eet het op. Die ruïne was een schitterend gebouw, zo sterk. Het heeft mee heel erg geholpen met nadenken over het Bolwerk in Utrecht, dat toen nog een pril project was. Het heeft me geleerd om te beginnen met een groot geheel en dan de focus steeds een tandje gedetailleerder te zetten. Als opdrachtgever moet je geld, maar vooral bereidheid hebben om de beste materialen en beste detaillering te kiezen.’ Allard Jolles: ‘Is niet ieder werk van een architect een nieuwe variant op de oerhut? Die natuur moeten we vooral buiten laten.’ Anne Hemker: ‘Dat tot kunst verheffen van het beheersen van de natuur noemen we beschaving.’ Oliver Thill: ‘En dan zie je soms dat architecten - heel recent nog David Chipperfield - het natuurlijk verval willen vasthouden. Welke boodschap wil je daarmee afgeven? Verval wordt geromantiseerd. Er speelt een idolatie van het verval. Alsof ruïnes door God zijn aangeraakt. Lees Safranski er maar op na.’ Job Roos: ‘Verval is de opmaat tot herbestemming of grootse renovatie - het is de directe tegenhanger van beheerszucht. En dat terwijl beheerszucht heel erg bij architecten hoort: we willen graag dictaat geven aan alle keuzes, zeker die van bouwmaterialen. De drang naar beheersing is onlosmakelijk van ons vak. Ik zie in dat opzicht ook veel overeenkomsten tussen functioneel verval en esthetische veroudering: ze hebben beide betrekking op die beheerszucht.’ Anne Hemker: ‘Maar niet gebruiken is funest: een gebouw vervalt pas echt als je het niet gebruikt.’

discussie: tijd en verval

39


in gesprek ‘I

n periodes van verval ontstaat ruimte voor creativiteit’ Irene Ponec

Op uitnodiging van onze gasthoofd-

redacteuren Micha de Haas en Angie

Abbink vond het rondetafelgeprek over ‘Tijd en verval’ plaats in een verlaten tuincentrum in Amsterdam-Noord. foto's Vincent Basler, Delft, www.vincentbasler.nl

40

architectuur en de gebruiker Marc a Campo: ‘Bij verval denk ik ook vaak dat de gebruiker niet meer van het gebouw houdt.’ Allard Jolles: ‘Van stilstaande lucht wordt niemand blij: het gebruik is van wezenlijk belang voor een gebouw. Maar voordat je iets gaat doen aan een monument is het maken van afspraken met alle belanghebbenden cruciaal. Die samenwerking begint al voor de eerste schets. Wanneer grijp je in en wanneer niet? Waar ligt de grens? Want soms moet je de gebruikswaarde aanpassen aan de waarde van het erfgoed. Als je de huidige (energie-) normen loslaat op een monument uit 1610 heeft dat verstrekkende gevolgen. Dus soms moet je ook binnen een extra jas aan als het koud is en soms kan niet het hele pand rolstoeltoegankelijk worden gemaakt.’ Marc van Broekhuijsen: ‘Daarmee sluit je gebouwen met een monumentale waarde dus uit van de regelgeving.’ Job Roos: ‘Je moet als architect de sensibiliteit en vaardigheid hebben om door het bestaande heen het gebouw te willen ontdekken. Dat is het stukje van je beroep als architect waarbij je functioneert als ingenieur.’ Micha de Haas: ‘Wanneer laten we een ontwerp los? Je maakt als het ware een nieuw gebouw en dat moet de vrijheid krijgen om verder “te leven”. Het is vanaf dat moment voor een groot deel toevertrouwd aan de gebruikers.’

discussie:tijd en verval

Peter Moser: ‘Maar wat als die gebruikers het gebouw niet gebruiken in overeenstemming met het idee van de architect? Ik moet nu opeens denken aan al die televisieschotels die op gebouwen werden gezet. Nu maken we voorzetgevels die het aanzicht van die schotels weer afschermen. De meeste aanpassingen aan gebouwen worden direct na gemaakt, als antwoord op vragen van de gebruiker of opdrachtgever. Is het oorspronkelijke idee dan niet goed, of het idee van de gebruiker beter?’ Moriko Kira: ‘De huidige normen zijn niet ingespeeld op de veranderingen in ons leven. De beweging in de stad en maatschappij is niet te voorspellen. Normen maken geen onderscheid tussen tijdelijke en “permanente” ingrepen aan gebouwen. In onze bouwpraktijk zie je dat de periode vanaf het eerste ontwerp zo lang duurt, dat het gebouw bij oplevering al een beetje achterhaald is.‘

de architect en zijn onsterfelijke daden Job Roos: ‘Alles wat met geschiedenis te maken heeft, is wel een hype op dit moment. Het bepaalt in zekere mate de attitude die je als ontwerper hebt met het omgaan met bestaande dingen. Al in de jaren tachtig stonden wij voor die keuze bij de restauratie van een begraafplaats - een heel gevoelige locatie. We besloten toen het verval niet te stoppen, maar te begeleiden. Tegelijkertijd geef je de nieuwe

jaargang 5 • 2010 • nr. 30


job roos is architect en UHD/chair/visiting critic

oliver thill is architect bij Atelier Kempe Thill

architect bij de totstandkoming van de nieuwe

werkt onder meer aan een aantal publieke

bij r-MIT aan de TU Delft en was de coördinerend huisvesting voor de Faculteit Bouwkunde,

BK-City, de herbestemming van het voormalig hoofdgebouw van de TU Delft.

www.braaksma-roos.nl

architects and planners. Het Rotterdamse bureau transformatie-opgaves in Nederland, België en Duitsland.

www.atelierkempethill.com

marc a campo is architect-directeur bij ADP

irene ponec is projectontwikkelaar voor

werkzaam is in de particuliere sector en het

een gezamenlijke verantwoordelijkheid: inspelen

architectuur design en planning, dat vooral

bedrijfsleven. Hij stelt dat het “succes” van een gebouw omgekeerd evenredig is met de snelheid waarmee het wordt getransformeerd of afgebroken.

woningcorporatie Ymere. Irene ziet innovatie als

op veranderende omstandigheden, zoals bijvoorbeeld de eindige grondstoffenvoorraad.

www.adp-architecten.nl

www.ymere.nl

peter moser is commercieel directeur bij

anne hemker is is zelfstandig socioloog en werkt

gevel(cassette)systemen met als specialisme

met name bezig met stedelijke vernieuwing,

VPT Versteeg. VPT is producent van metalen

complexe paneelvormen voor toepassingen op verschillende gebouwtypen.

www.vptversteeg.nl

sinds 2007 onder de naam Stadstij. Zij houdt zich hergebruik en de nacht. In projectverband werkt

zij samen met ontwikkelaars, onderzoekers, architecten en kunstenaars.

www.stadstij.nl

marc van broekhuijsen werkte als projectarchi-

ronald van warmerdam is als manager en ont-

Kamp Vught. Vanaf 2007 werkt Marc als senior

het Project Management Bureau van Amsterdam.

tect bij Claus en Kaan aan De Bazel en Museum architect bij ONB architecten en adviseurs te

Utrecht aan transformatie- en duurzaamheidsprojecten zoals De Kameel van Noord in Buik-

www.onb.nl

sloterham.

wikkelaar van overheidsgebouwen werkzaam bij Sinds 2007 zit hij in het gemeentelijk klimaat-

bureau dat belast is met de CO2-reductie van de gehele stad. Hiervoor was hij tien jaar actief als architect en acht jaar bij een aannemer.

allard jolles is architectuurhistoricus. Hij werkt

edwin oostmeijer is opgeleid als journalist en

meester en houdt zich bezig met stedelijke

bijzondere woningbouwprojecten. In 2006 is

als afdelingshoofd bij het Atelier Rijksbouw-

vernieuwing, verstedelijking en architectuurbeleid. Eerder was hij popmuzikant, columnist en werkzaam bij de Dienst Ruimtelijke Ordening van Amsterdam.

werkt nu als zelfstandig projectontwikkelaar van hem de Gouden Piramide uitgereikt voor woningbouwproject 'Het Bolwerk' in Utrecht. Hij is voorzitter van de Utrechtse Dag van de Architectuur en bestuurslid van de Stichting Europan.

moriko kira is architect. In 1995 kreeg Moriko

jan-paul koning is architect en oprichter van

Rome. In 1996 richtte ze haar eigen bureau op

onder andere FARO architecten en Abbink X De

Kira de basisprijs toegekend van de Prix de

in Amsterdam en van 1998 tot 2003 heeft ze als

architect gewerkt voor de Rijksgebouwendienst in Den Haag.

www.morikokira.nl

jaargang 5 • 2010 • nr. 30

het bureau Joenit010. Eerder heeft hij gewerkt bij Haas architectures.

www.joenit010.nl

discussie: tijd en verval

41


in gesprek ‘W

e willen geen verval behouden. We willen behouden dat het kan vervallen. Je moet geen kunstgebit kopen als je kunt volstaan met één tandartsbezoek per jaar’ Ronald van Warmerdam

dingen die je laat ontstaan een eigen identiteit, een eigen aanleiding in de geschiedenis, de tijd en het verval. Het is heel afhankelijk van de sensibiliteit van de betrokken personen: als je het wilt zien, heeft verval een grote schoonheid. Maar een dergelijke opgave is ongelooflijk veel complexer dan een nieuwbouwopgave.’ Marc a Campo: ‘De samenleving verandert snel - daarmee ontstaat een behoefte aan eigenheid en zijn de verhalen die een plek vertelt veel belangrijker geworden. Bestrijden van verval wordt van oudsher in ons land gezien als een vorm van beschaving: “je moet je eigen tuintje aanharken”. Maar er is ook een tegenbeweging die alles “de eigen gang” wil laten gaan.’ Micha de Haas: ‘Dat verval als minder positief wordt gezien - ook al is er de hang naar geschiedenis - is dat een vorm van Westers materialisme?’ Moriko Kira: ‘Ja, dat denk ik wel. In de Oosterse cultuur is het veel meer geaccepteerd dat alles vervalt en verandert. Je kunt dat zien aan twee duidelijke stromingen in de bouwtechniek: er worden daar bunkers gebouwd en gebouwen met een los jasje. De term “onderhoudsvrij” vind ik ook plat. Verval zie ik als een dynamisch proces, net als ontwerpen dat is. In onze bouwpraktijk zie je dat de periode vanaf het eerste ontwerp zo lang duurt, dat het gebouw bij oplevering al een beetje achterhaald is.’ Micha de Haas: ‘Het door mij ontworpen en in 2001 opgeleverde Aluminium Centrum in Houten veroudert niet. Dat is enerzijds mooi, maar ook verontrustend: het voelt bijna onnatuurlijk. Soms is architectuur in de fase van verval “op zijn mooist”. Kijk bijvoorbeeld naar Zonnestraal. Daar ging de charme na de renovatie er toch een beetje van af.’ Allard Jolles: ‘Een gebouw dat mooi is bij de oplevering, kan later mooi verouderen. Dan wordt het anders mooi. Waarom vinden we een ruïne mooi? We zien er onze eigen sterfelijkheid in. Wees blij dat het allemaal doodgaat!’

zorgen voor architectuur Micha de Haas: ‘Onderhoud hoort bij bewoning en gebruik. Zo hechten mensen aan hun huis, aan hun omgeving. Als je een zogenaamd onderhoudsvrij gebouw oplevert, dan doe je de gebruiker en de stad in the long run geen goeds.’ Irene Ponec: ‘Maar dat kan je de bewoners niet

42

discussie:tijd en verval

aandoen! Als je ervoor kiest om op een woonboot te leven, dan weet je dat je elke twee jaar moet schilderen. Dat moet je leuk vinden of kunnen laten doen. Door woningcorporaties wordt beredeneerd vanuit wooncomfort: als dat niet meer voldoet, moet je ingrijpen.’ Edwin Oostmeijer: ‘Het heeft ook te maken met de mate van acceptatie van verval. In Frankrijk en Duitsland wordt een beetje schade aan een stucgevel geaccepteerd. Dat heeft alles te maken met culturele identiteit. In Nederland wordt er sneller negatief gereageerd.’ Job Roos: ‘Schoonheid betekent in ons land vaak dat alles blijft zoals het was. Ik woon zelf in een heel mooi aluminium gebouw - een onderhoudsarm materiaal zou je denken. Maar omdat het aan de kust ligt, vervuilt het wel. En daarom moet er twee keer per jaar een hoogwerker komen om het schoon te maken. Dat is een kostbare zaak. Maar inderdaad - dat heb je er dan voor over.’ Oliver Thill: ‘Ik vind dat de discussie hier het randje van decadentie raakt. Of verval mooi is of niet, dat is ook afhankelijk van de economische toestand: die bepaalt wel degelijk de hang naar het ene of het andere. ’

bouwen voor de eeuwigheid Oliver Thill: ‘Voor mij zou de discussie zich meer moeten richten op je grondhouding als architect: wat is je basis? Wij werken niet vanuit recente tradities, maar meer met Romeinse voorbeelden en Vitruvius. Een gebouw moet lang meegaan en makkelijk te onderhouden zijn want het is een enorme investering. De exploitatietijd van gebouwen is zoveel korter geworden. De exploitatietermijnen van gebouwen zijn nu maximaal veertig jaar. We moeten kijken of we die periode kunnen oprekken, dat gebouwen langer mee kunnen gaan.’ Irene Ponec: ‘De discussie over lange of korte exploitatietermijn is ook van alle tijden. We bouwen voor de eeuwigheid of voor de vraag van het moment. Na de oorlog zijn veel noodwoningen gebouwd, met de intentie om ze na enige tijd weer af te breken. Het zijn nu monumenten, die we met veel moeite in de markt proberen te houden.’ Oliver Thill: ‘Ik zie dit als een cultureel verschijnsel: in Japan zouden ze inderdaad na twintig jaar zijn gesloopt. Maar ook in Nederland is heel veel gesloopt.

jaargang 5 • 2010 • nr. 30


‘W

ees blij dat gebouwen ook doodgaan. Het brengt onze eigen sterfelijkheid in perspectief’ Allard Jolles

En nog steeds. Ik vind dat niet verantwoordelijk: uit economisch oogpunt kan dat gunstig zijn, maar uit het oogpunt van duurzaamheid niet.’ Moriko Kira: ‘De spanning tussen duurzaamheid en monumentale waarde is enorm. De politiek ziet dat weer heel anders dan architecten.’ Irene Ponec: ‘Soms moet je accepteren dat een gebouw niet meer werkt. En dus slopen. Maar dan wel de materialen hergebruiken.’ Anne Hemker: ‘De gedachte van “Weet je nog?” kan een grotere waarde hebben dan het aanzicht van een niet-functionerend gebouw.’ Allard Jolles: ‘Een gebouw kan door vernietiging een grotere waarde krijgen. Ik noem de Twin Towers, het Paleis voor Volksvlijt of het Barcelona Paviljoen.’ Marc a Campo: ‘En dan wil ik graag het woongebouw van Le Corbusier in Bordeaux noemen als voorbeeld van een mislukte restauratie. Waarschijnlijk zou Le Corbu nu zeggen “Sloop die handel!”’

authentieke architectuur? Marc a Campo: ‘Een mooi voorbeeld vind ik toch wel de Amsterdamse grachtengordel. We koesteren het als eeuwenoud monument, maar eigenlijk is alles al een keer opnieuw gebouwd. Kijk maar naar foto’s van Jacob Olie van honderd jaar geleden: alles is anders, maar je voelt de sfeer die je ook nu herkent als je er loopt.’ Micha de Haas: ‘Hoe bepaal je of een gebouw of deel van gebouw bewaard zou moeten worden, authentiek is? Vaak hebben oudere gebouwen verschillende lagen. Lagen in betekenis, lagen in tijd.’ Oliver Thill: ‘Het in kaart brengen van de geschiedenis van een gebouw is een project op zich. Ik vind de Akropolis een goed voorbeeld van een gebouw dat laat zien dat de keuze voor behoud van monumenten ook direct gerelateerd is aan het moment dat wordt besloten tot renovatie.’ Marc a Campo: ‘Het is een belangrijke taak voor een ontwerper: het gebouw kunnen lezen. De geschiedenis van een gebouw zou moeten bepalen wat je ermee moet doen: soms is dat terugkeren naar een bepaalde periode, in andere gevallen ga je er een nieuwe laag aan toevoegen.’ Job Roos: ‘Het is niet de taak van een architectuurhistoricus om de beslissing te nemen, die beslissing ligt mijns inziens bij de architect. Een architectuurhistoricus is overigens wel belangrijk bij het in kaart

jaargang 5 • 2010 • nr. 30

brengen van de geschiedenis van een gebouw.’ Allard Jolles: ‘Vervolgens is het aan de architect om te beslissen of die geschiedenis wordt weggelegd of opgepakt.’ Oliver Thill: ‘Ik zie wel een duidelijk verschil in de keuze om de geschiedenis te conserveren of het idee van het gebouw te restaureren. In het eerste geval zou een architectuurhistoricus een grotere rol spelen, in het tweede geval de architect.’ Job Roos: ‘De bewijslast ligt ten allen tijde bij de architect. Een sluitende analyse maken is niet altijd mogelijk, maar een goed verhaal opbouwen wel. Als architect moet je niet autonoom opereren. Op zijn minst moet je de opdrachtgever in je verhaal betrekken.’ Edwin Oostmeijer: ‘Als het goed is, helpt je opdrachtgever daarbij.’ Marc a Campo: ‘Een opdrachtgever is per definitie in verval! Zijn rol is zeer tijdelijk. Ook de gebruiker is bij veel opdrachten vrij onzichtbaar. Dus leg je het gebruik ergens neer, geef je het vorm. Probeer je het te voorspellen voor - zeg - dertig jaar.’

architectuur & sociaal verval Marc van Broekhuijsen: ‘Sociaal verval kan ook een rol spelen in de afweging van factoren. Ik noem als voorbeeld Oud Crooswijk in Rotterdam. Daar is sprake van een enorm veranderende doelgroep en

discussie: tijd en verval

43


‘B

eheerszucht hoort heel erg bij architecten. Wij willen zoveel mogelijk keuzes dicteren, zeker die voor bouwmaterialen’ Job Roos

44

discussie:tijd en verval

jaargang 5 • 2010 • nr. 30


in gesprek

een huisvesting die daar niet op inspeelt.’ Anne Hemker: ‘Dat uit zich vooral in de onverzorgdheid van de wijk en heeft niet per se met de architectuur te maken. Veel mensen die er wonen hebben toch een binding met de plek, ongeacht de gebouwen.’ Allard Jolles: ‘Architectuur is daar bij veranderingsprocessen niet het doel, maar kan wel een middel zijn. Dat kan onder andere met verdunning: zorg dat een groep van 500 klagende flatbewoners verandert in 250 blije bewoners. Architect Henk van Schagen heeft met een aantal projecten laten zien hoe je dat kan doen.’ Micha de Haas: ‘Er is een ander probleem met naoorlogse wijken. In deze wijken is er meer sociaal verval dan fysiek verval.’ Allard Jolles: ‘Daar ben ik het niet mee eens. De gebouwen hebben enkel glas, in veel woningen zit schimmel. Daar moet je echt wel wat aan doen en ervoor zorgen dat we er over vijfentwintig jaar niet weer staan.’ Job Roos: ‘Je moet niet denken dat met slopen en nieuwbouw een “perfecte” situatie ontstaat.’ Allard Jolles: ‘De Amsterdamse Pijp is een goed voorbeeld van een wijk met zelfregulerend vermogen. Dat zou je in de naoorlogse wijken ook willen laten ontstaan. De kavels daar zijn duidelijk anders ingevuld dan in de Pijp; je zult dus ook op een andere manier moeten ingrijpen. Het werk aan de wijken moet nu eens een keertje goed gaan, dat zijn we verplicht aan de bewoners.’ Anne Hemker: ‘Die mensen hebben een relatie met elkaar opgebouwd. Ze zijn verhuisd, hebben samen de buurt ontdekt. Mensen houden van dingen die groeien, afscheid nemen is veel moeilijker. En ze hebben naast de persoonlijke waarden en ervaringen een collectief geheugen dat ze bindt.’

bestaande gebouwen, nieuw programma Jan-Paul Koning: ‘Als je kijkt naar de grachtengordel, dan is het gebruik van die panden door de eeuwen heen wel veranderd. Een recente ontwikkeling speelt op dat gegeven in: de Solids van woningcorporatie Stadsgenoten, die een overmaat hebben en flexibel zijn in het gebruik. Job Roos: ‘Als een gebouw specifiek voor één functie is gemaakt, dan is verval niet acceptabel.’ Oliver Thill: ‘Nu raken we een gevoelig punt. Sinds de

jaargang 5 • 2010 • nr. 30

opkomst van het functionalisme moeten gebouwen de vertaling zijn een programma. In Nederland heb je dan ook nog de traditie van het structuralisme. Als je kijkt naar Romeinse architectuur dan gaat de architectuur niet over de gebruiker of het programma. Als je in staat bent om autonoom van het programma te ontwikkelen, dan komt dat het gebruik ten goede. Industriële gebouwen laten dat zien: er is neutraliteit en efficiëncy, weinig kolommen en veel ruimte.’ Job Roos: ‘Dan wil ik hier toch het faculteitsgebouw Bouwkunde in Delft ter sprake brengen, dat we met zes architecten hebben ontwikkeld. Hier is 35.000 vierkante meter afschuwelijk monument omgevormd tot een levendige architectuurschool. In een heel intensief ontwerpproces hebben we het gebouw naar ons toe laten komen. En nu het er is en heel goed functioneert, krijgen we als commentaar dat het geen architectonisch ikoon zou zijn.’ Allard Jolles: ‘Dat project bewijst wel dat je zonder programma van eisen een heel goed gebouw kan maken. Niet lullen, gewoon doen.’ Edwin Oostmeijer: ‘Zo is het. Aan de slag! In Nederland hebben we de ziekelijke behoefte om elke puntkomma vast te leggen van tevoren. Dat zorgt er vaak voor dat verrassingen worden uitgesloten. Ieder leven wordt er bij voorbaat uitgeperst. Je moet dingen durven laten ontstaan. Een bloem dwing je ook niet vooraf hoe die moet gaan bloeien.’ Allard Jolles: ‘Low trust, high trust: we vertrouwen elkaar niet, dus we gaan alles omschrijven. Ik werk liever wel op basis van vertrouwen.’ Ronald van Warmerdam: ‘Het is onmogelijk alles te omschrijven. Al zou je dat als opdrachtgever wel willen.’ Oliver Thill: ‘In een programma staan nooit dingen die een gebouw aangenaam maken. Als architect breng je - soms via een omweg - toch bepaalde elementen erin: extra ruimten, atria, grandeur. Afhankelijk van je opdrachtgever vertel je wat je doet - vaak is het beter om helemaal niets te vertellen en geen maquettes te laten zien. En als je iets maakt dat té mooi lijkt, kan dat ook heel snel tegen je werken. Als architect moet je het programma altijd heel kritisch bekijken en bedenken wat een gebouw werkelijk nodig heeft. Verbouwingsopgaves zijn hierbij vaak nog interessanter dan nieuwbouw omdat de logica van de aanwezige structuur een enorme impact kan hebben op het gewenste gebruik.’ Caroline Kruit

discussie: tijd en verval

45


project woningbouwproject de korrels haarlem Abbink X De Haas architectures met Elsbeth Falk, Amsterdam

In het hart van Haarlem is de grens van de vroegmiddeleeuwse stad nog steeds zichtbaar in de parkachtige omgeving rond het station: de Bolwerken en het Kenau-park. Duizend jaar geschiedenis laat zich hier van de stadsplattegrond en gebouwen aflezen. De plek waarop negen nieuwe woningen De Korrels zijn gerealiseerd bundelt het verre verleden met het heden en toont de vele stappen in de geschiedenis van de stad. Vandaar ook de naam ‘De Korrels’ die de architecten Angie Abbink en Elsbeth Falk begin deze eeuw gaven aan het plan dat ze indienden voor de prijsvraag die was uitgeschreven voor woningbouw op de plaats van de - inmiddels afgebroken - bejaardenflat van het zorgcomplex Schoterburcht aan de Schotersingel. Angie Abbink schreef een sprookje over de plek, waarbij de bestaande gebouwen werden opgevat als ‘korrels’, oftewel geschiedkundige en stedenbouwkundige fragmenten in de tijd en in de stad, ieder met een eigen verhaal.

gevel

grondgebonden De vraag van de uitschrijver (de gemeente Haarlem) was om op deze plek een appartementenblokje met 22 woningen te realiseren door een combinatie van architect en ontwikkelaar. De architecten wisten ‘hun’ partij HBB Planontwikkeling te overtuigen dat voor deze plek grondgeboden woningen een veel betere optie zouden zijn, zowel stedenbouwkundig als commercieel. Ze groepeerden de woningen in drie blokjes, plaatsen de (voorgeschreven) parkeergarage deels ondergronds en maakten een besloten binnenplaats op het dak van de garage. Het plan overtuigde de gemeente en het nog jonge bureau mocht met de opdracht aan de slag.

46

de korrels, haarlem

onder: renderingen van het ontwerp hiernaast: detail van het dak en de

Door het programma deels ondergronds te plaatsen, kregen de bouwblokjes in aanzicht en volume een vergelijkbare schaal met de omringende bebouwing aan de parkzijde: de verschillende elementen van Museum Het Dolhuys, waarvan de vroegste bebouwing uit 1320 stamt. Ook de vorm van de woningen en de schakelingen van de volumes sluiten op geabstraheerde wijze aan op de bebouwing van de Schoterburcht. Maar met de materialisering van de gevel zijn de architecten een radicaal andere weg ingeslagen: de huid van de woningen is gemaakt van weervast staal (beter bekend onder de merknaam Cor-Ten). Dit element van het plan stuitte in eerste instantie op weerstand van opdrachtgever, projectontwikkelaar en omwonenden. Praktische bezwaren werden (met hulp van gevelproducent VPT Versteeg) van de tafel geveegd. In het sprookje dat Abbink schreef over de Schoterburcht, over het verleden en de toekomst van deze bijzondere plek, speelde het materiaal een belangrijke rol. Terwijl het roestende staal refereert aan de geschiedenis van de plek en de verschijning van de bestaande (bakstenen) gebouwen respecteert, zijn er weinig materialen die met de jaren in schoonheid groeien en heel direct reageren op veranderende klimaatomstandigheden. Zon en regen brengen het omringende park én deze gevels tot leven. Dat maakt dat deze Korrels al bij oplevering hun eigen stukje geschiedenis meebrengen en daarmee hun plaats in het ensemble rechtvaardigen. eigentijdse, eigenwijze detaillering De negen woningen zijn verdeeld over drie volumes: een hogere bebouwing met vier woningen aan de straatzijde (Schotersingel) en twee geschakelde

jaargang 5 • 2010 • nr. 30


jaargang 5 • 2010 • nr. 30

de korrels, haarlem

47


tien eeuwen zichtbaar op één plek Al in de tiende eeuw wordt melding gemaakt van de stad Haarlem; de stadsrechten werden in 1245 verleend. Het

x

Spaarne was de grote vormgever van de prille nederzet-

ting. Met stadsmuren werden de grenzen van de bebouwing omkaderd en deze muren werden op hun beurt

beschermd door een bolwerk of ravelijn. Aan de vorm van

de waterpartijen bij het huidige Haarlemse station zijn de ravelijnsgrachten nog herkenbaar: als een zigzag om de

drie- of vijfhoekige eilanden waarop het verdedigingswerk

volume, de toevoeging van een ‘bejaardenflat’ met zeven

het zaak om “ziektekiemen” zo snel mogelijk uit de stad

burcht een geheel andere schaal. Na slechts dertig jaar

moet hebben gestaan. In de vroege Middeleeuwen was

te verwijderen. Buiten de stadsgrenzen werd in 1320 een

stenen Leproozen- Pest en Dolhuys gebouwd op het terrein van de Sint Jacobs Capelle. Dit pand staat er nog steeds

en is de aanzet geweest voor een vriendelijke verzameling van kleinschalige gebouwen die in de afgelopen zeven

eeuwen een rol hebben gespeeld in de gezondheidszorg in

Haarlem en omstreken. Naar gelang de zorgbehoefte, werden de gebouwen verbouwd en uitgebreid om te kunnen beelden

Noord-Hollands Archief (plan Zocher); United Photos, Haarlem (luchtfoto)

48

plan J.D. Zocher jr. uit 1864

functioneren als Pest- en Dolhuis, Armen- en Ziekenhuis

en Stadskinderziekenhuis tot het in de negentiende eeuw

de functie kreeg van ‘Tehuis voor ouden van dagen’. Waren de gebouwen tot die tijd relatief beknopt in hoogte en

de korrels, haarlem

bouwlagen in 1971 gaf het complex Verpleeghuis Schotervoldeed het complex niet meer en werd de flat afgebroken. De monumentale panden op het terrein kregen de functie van museum voor de psychiatrie en gaan sinds 2005 door voor Museum Het Dolhuys.

Plannen voor ‘andere’ bebouwing van het gebied rond de

voormalige ravelijnsgrachten zijn er in de loop der eeuwen volop gemaakt. Zo maakten zowel Jan David Zocher jr. (in

1821 en 1864) als zijn zoon Louis Paul Zocher (in 1878) tekeningen voor de parkachtige omgeving rond de Bolwerken

en een bebouwing met luxe villa’s in het gebied. Het parkplan van J.D. Zocher jr. is deels uitgevoerd, maar de villa’s zijn er niet gekomen.

jaargang 5 • 2010 • nr. 30


aanzichten

vanaf straatzijde (links) en Het Dolhuys

schaal 1 : 500

doorsnede

over woonblok aan parkzijde, met ingang parkeergarage schaal 1 : 200

doorsnede

over woonblok aan straatzijde (links) en tegenoverliggend volume schaal 1 : 200

jaargang 5 â&#x20AC;˘ 2010 â&#x20AC;˘ nr. 30

de korrels, haarlem

49


50

de korrels, haarlem

jaargang 5 • 2010 • nr. 30


1

2

8

3

7 4

5

6

verticale doorsnede nok

horizontale doorsneden vensteren hoekoplossingen schaal 1 : 10

14 17

1. U-profiel weervast staal

2. weervast staal 2 mm geperforeerd,

16

op kunststof afstandhouders

multiplexplaat 18 mm

3. bitumineuse dakbedekking op 4. dakisolatie 120 mm op afschot 5. regelwerk 30 x 46 mm

15

6. gipsplaten 2 x 12,5 mm

7. geĂŻsoleerde dakplaten 190 mm 8. ruimte voor dakdoorvoeren

12

13

9. weervast stalen rib

10

11

10. weervast staal 3 mm

11. weervast stalen omega profiel

9

12. dampdoorlatende, waterkerende folie 13. minerale wol 150 mm

14. kalkzandsteen 120 mm

15. houten kozijn 114 x 67 mm, RAL 9010 16. stalen kokers 10 x 40 mm

17. persrooster, maaswijdte 30 x 30 mm 18. weervast stalen U-profiel 13

19. hwa

14

11 << de nok van het dak, met perforaties 18

in de weervast stalen platen voor de ontluchting

19

jaargang 5 â&#x20AC;˘ 2010 â&#x20AC;˘ nr. 30

de korrels, haarlem

51


> zicht op noord-oost hoek met parkeerhelling

>> de woningen liggen deels verdiept

gevel met aanzicht op de binnenplaats

plattegrond begane grond,

plattegrond eerste verdieping schaal 1 : 200

52

de korrels, haarlem

jaargang 5 â&#x20AC;˘ 2010 â&#x20AC;˘ nr. 30


jaargang 5 • 2010 • nr. 30

de korrels, haarlem

53


volumes aan de zuidelijke parkzijde, waarin vijf woningen zijn ondergebracht. Aan de westzijde grenzen de woningen aan de bebouwing van het voormalige Badhuis, aan de oostzijde opent het project zich naar Museum Het Dolhuys. De drie volumes kregen ieder een eigen maatvoering en detaillering van de gevel.

eigen, robuuste taal.

verticale belijning De woningen aan de Schotersingel markeren de overgang naar de achterliggende woonwijk. Als statige herenhuizen kregen deze woningen een gladde gevel met een verticale belijning van stroken weervast stalen platen met een variërende breedte. De raampartijen zijn eveneens uitgevoerd als een verticale strook in het vlak van de gevel, met een paar uitzonderingen in de vorm van diepliggende kozijnen. De weervast stalen platen zijn met een regelmatig schroevenpatroon bevestigd op profielen van weervast staal op een geïsoleerde houten achterconstructie. In de daken zijn aan de straatzijde kantelramen in het vlak aangebracht en aan de zijde van het binnenhof krijgt de kapverdieping licht door bescheiden dakkapellen met geïntegreerde minibalkons. Aan woningen aan parkzijde hebben een verdiepte tuin. De gevel van het grootste blok is het minst traditioneel: als een binnenste-buiten gekeerde ribbenkast vouwen de weervast stalen platen zich naar buiten, waardoor het blok vanuit het park als een abstracte massa wordt afgelezen. Ook hier zijn de bevestigingen gemaakt met een in het oog springend patroon van roestvast stalen schroeven. De raampartijen zijn als troken over de volle hoogte van de gevel aangebracht met een doorlopende lijn - net als de naar buiten stekende ribben - tot in het

54

de korrels, haarlem

Het project is ontworpen in samen-

hang met de bestaande bebouwing

en het stedelijk landschap en past er ongedwongen bij. Op de schaal van

materiaal en details spreekt het een

hellende dakvlak. Het kleinste bouwblok kreeg een strakke beplating met een vierkant patroon. Ook hier is een rigide patroon van bevestiging gehandhaafd, maar krijgt de gevel een heel ander aanizcht door de maatvoering van de panelen. De kozijnen in dit deel zijn dieper gelegd en in tegenstelling tot de andere daken is het hellend vlak hier hermetisch gesloten. speelse diversiteit Veel aandacht is uitgegaan naar de detaillering van de stalen gevel. En terecht: het is het beeldbepalende onderdeel van het project. De architecten hebben zich het niet makkelijk gemaakt door voor drie zeer verschillende gevel- en dakmaatvoeringen te kiezen. Maar het maakt het plan wel spannend: zoals de omringende bebouwing een geschiedenis van detaillering van metselwerk gevels laat zien, zo is in dit plan al direct een speelse diversiteit geïntroduceerd. Een aantal constanten in de detaillering zorgen voor eenheid van het geheel. De al eerder genoemde bevestigingspatronen met glimmende schroeven springen het eerst in het oog. Maar zo zijn er ook de knap verholen hemelwaterafvoeren en de zogenoemde ‘nokkenroosters’ (geperforeerde, gevouwen staalplaten die de dakdoorvoeren verhullen). In de uitwerking van andere delen van het plan, zoals de keuze voor de kozijnen en de afwerking van de gevels en bestrating van het binnenterrein, hebben de architecten ruimte moeten geven aan de projectontwikkelaar-tevens-aannemer. Daardoor mist de kritisch beschouwer hier en daar de subtiliteit die wel is te vinden in de stedenbouwkundige opzet en de grote beeldbepalende elementen van het plan. Maar daar gaat ongetwijfeld de tijd zijn voordeel mee doen. Caroline Kruit

jaargang 5 • 2010 • nr. 30


woonproject de korrels, haarlem project 9 grondgebonden woningen en een halfverdiepte parkeergarage

installatie-advies Adviesgroep Duineveld, Katwijk, www.adviesgroepduineveld.nl

kavel 920 m2

constructief advies Bouwadviesbureau Strackee, Amsterdam, www.strackee.nl

bvo 2.200 m2 besloten prijsvraag gemeente Haarlem, 2004 oplevering 2009 projectontwikkelaar en hoofdaannemer Huib Bakker Bouw, HBB Planontwikkeling, Heemstede, www.hbbvastgoed.nl architecten Abbink X De Haas architectures met Elsbeth Falk, Amsterdam, www.abbinkdehaas.nl ontwerpteam Angie Abbink, Elsbeth Falk, Tycho Soffree, Roland Stuij, Floris Hund

jaargang 5 â&#x20AC;˘ 2010 â&#x20AC;˘ nr. 30

de korrels, haarlem

adviseur en leverancier gevel VPT Versteeg, Heusden, www.vptversteeg.nl montage weervast staal Smit Montage, Utrecht, www.smitmontage.nl timmerwerk D&S Houtconstructies, Beverwijk, www.dshoutconstructie.nl foto's

Willem Franken (pagina 52, 54, 55 boven); Abbink X De Haas

architectures (overige foto's en beelden)

55


project ningbo museum of history ningbo (cn) Wang Shu / Amateur Architecture Studio, Beijing (CN)

De nieuwbouw voor het museum van Ningbo, een industriestad aan de Chinese kust, is een opvallend project in de hedendaagse architectuur van het land. Het China van nu kampt met imagoproblemen op meerdere vlakken. In de architectuur van het zich nog altijd ontwikkelende land is dat goed merkbaar. De lokale traditionele bouw en de moderne ‘Westerse’ architectuur wisselen elkaar af. Beide architectuurvormen laten in nieuwe projecten kopieën zien van iconografische beeldelementen die uit hun verband zijn gehaald. Het museum in Ningbo probeert los te komen van de archetypische bouwkunst van het land en spreekt een eigen taal. De Amateur Architecture Studio is een jong Chinees collectief dat met een prijsvraag de opdracht won met een ontwerp voor een nieuw te bouwen museum in Ningbo. Deze groeiende stad, even ten zuiden van Shanghai, is een van de drijfveren van de de Chinese economie. Bij groei hoort bouw en bij bouw hoort (zeker in China) het vervangen van al het oude. De overheid bepaalt of een gebied moet blijven of moet worden vernieuwd. In het tweede geval is sprake van ‘herplaatsing’ van panden, wijken of dorpen. In Ningbo is een heel dorp verwijderd. In plaats ervan ligt nu een groot openbaar plaza en twee grote gebouwen, waaronder dit museum. blok De architecten hadden bij het ontwerpen van het gebouw een massief en monumentaal pand voor ogen dat volop ruimte zou bieden voor culturele tentoonstellingen. Tegelijkertijd moest in het ge-

bouw een expressie komen van de Chinese cultuur zelf. Het resultaat is een hoekig, zwaarlijvig gebouw dat meer wegheeft van een burcht dan van een museum. Het is een groot blok: 70 bij 150 m en bijna 20 m hoog. In het volume zijn sparingen gelaten die voor de toegang dienen en zijn snedes gemaakt die zichtlijnen creëren. eigen wereld De ingang van het gebouw is een spectaculair entree. Een brede brug steekt over een vijver en dringt het gebouw binnen door een 30 m breed gat in de oostgevel. In deze losstaande wereld ontdekt de bezoeker een landschap van beton en tegels. Drie valleien, vier grotten en vier tunnel-achtige binnenplaatsen openbaren zich aan de bezoeker. Binnenin is zo’n 7000 m2 gereserveerd voor exposities. De rest is opslag, kantoor, beveiliging (geen overbodige luxe) en een groot auditorium. De ruimten worden allemaal begrensd door een complexe en gelaagde gevel waarin een cultureel-maatschappelijk verhaal een plek krijgt. omhelzing Op de her en der in de gevel geplaatste kozijnen na, is het hele gebouw namelijk een referentie aan de berg, een haast heilig concept in de Chinese cultuur. Deze gemaakte wereld van gebouwde natuur appelleert aan het Chinese idee van de berg als een een rustige plek: een toevluchtsoord waarin mensen genegenheid kunnen zoeken. Er zit ook een ‘route’ in het gebouw - een archeologisch pad dat door de stenen volumes heen dwaalt. Om mensen het gevoel te geven van bescherming zijn vormen toegepast

> het museum staat op de plek van een voormalig dorp

>> in de gevel worden bouwmaterialen hergebruikt

56

ningbo museum of history (cn)

jaargang 5 • 2010 • nr. 30


jaargang 5 • 2010 • nr. 30

ningbo museum of history (cn)

57


1 3 2

58

ningbo museum of history (cn)

jaargang 5 • 2010 • nr. 30


< bovenop de hergebruikte materialen is ook de typische ‘wapan’ techniek toegepast in de gevel

<< verschillende steen- en tegelsoorten zichtbaar in de gevel die zijn variatie

vergroot door toepassing van een scala aan ramen

aanzichten

schaal 1 : 500

< noordgevel, waarin de ‘kloof’ zichtbaar is

<< oostgevel gevel met in de structuur de lijn van de toegangstrap

doorsnedes

3

schaal 1 : 500 4

1. toegangstrap 2. entreevide

3. tentoonstellingsruimte 4. kantoren

2

jaargang 5 • 2010 • nr. 30

ningbo museum of history (cn)

59


detail wandopbouw schaal 1 : 20

1. betonblad 120 mm

6

2. verborgen betonbalk

3. prefab betonplaat 120 mm 4. wapanwand 180 mm

5. plantenbak kaal beton

6. dakrand opstaand beton 7. constructiebalken

8. graniet deklaag 60 mm

2

3

7

4

5

8

60

ningbo museum of history (cn)

jaargang 5 â&#x20AC;˘ 2010 â&#x20AC;˘ nr. 30


detail wandopbouw

1

schaal 1 : 20

2

3

1. wapanwand 120 mm

4

2. beton 60 mm 3. betonbalk

4. eps 25 mm 5

5. grc plaat 120 mm

6. gewapende betonwand 150 mm

6

7. verborgen betonbalk

8. sand-cementlaag 20 mm

9. dubbel waterwerend membraan 10. steen 150 mm 11. beton 30 mm

12. hardrubber afdichting 13. water

14. grind (60-100 mm Ă&#x2DC;)

15. sand-cementlaag 30 mm

16. geotextiel membraan 5 mm

7

17. baksteen wand 250 mm 18. grondslagbalk

19. speciebed 20 mm

8

20. compressielaag betonvloer 100 mm 21. eps isolatie 50 mm

22. gewapende betonplaat 40 mm

9

23. grindbed 120 mm

10 21

11

12

20 19

13

22

15

16

23

18

jaargang 5 â&#x20AC;˘ 2010 â&#x20AC;˘ nr. 30

14

ningbo museum of history (cn)

17

61


1 plattegronden

begane grond, eerste verdieping, tweede verdieping schaal 1 : 500

2

4

1. ontvangsthal

2. tentoonstellingsruimte 3. kantoren

8

4. ingang

5. binnenplaatsen

6. multifunctionele ruimte 7. cafĂŠ

8. restaurant

5 5

5

2

2

2

3 5

5

5

2

2

2

>> Op de volgende pagina een beeld

6

van het interieur dat de sfeer van het

7

5

gebouw weergeeft en van de brede

trap die de bezoeker buitenlangs naar de top van het museum voert.

62

ningbo museum of history (cn)

jaargang 5 â&#x20AC;˘ 2010 â&#x20AC;˘ nr. 30


asfda

jaargang 5 • 2010 • nr. 30

ningbo museum of history (cn)

63


die de looppaden en grote ruimten omhelzing. Bij dit gebouw echter wel de oude, in de stad geldende stedenbouwkundige beperking van een maximale bouwhoogte van 24 m. Daarom steekt deze stenen ‘berg’ horizontaal de ruimte in. Daardoor is ruimte voor een lange en brede trap die op het zuiden is gericht. variatie Veel aandacht is besteedt aan de toegepaste materialen, zodat het geheel rustig en gevoelig overkomt. Zo heeft het beton in de gevel een zacht ogend uiterlijk gekregen door het gebruik van bamboe in de bekisting. De lijnen die hierdoor ontstaan accentueren de lagen in de lange gevelpartijen. Daar is gebruik gemaakt van hergebruikte materialen afkomstig van de boerderijtjes en woningen die ooit op de plek van de nieuwbouw stonden. Na de sloop van het oorspronkelijke dorp is de bouwafval blijven liggen en voor het ruwe materiaal heeft de architect meteen een nieuwe functie bedacht. De tegels en stenen zijn eenvoudig op elkaar gestapeld en geven een menselijke en zeer noodzakelijke schaal/ritme aan het gebouw. Zo’n 20 soorten steen, tegel en plaat zijn gebruikt in verschillende samenstellingen en composities, waardoor bij elkaar zo’n 80 varianten ontstaan van een simpel patroon.

www.iwanbaan.com

wapan De constructie van het buitenblad is afgeleid van de chinese techniek wapan, een regionale techniek die traditioneel werd gebruikt om tijdelijke wandjes te bouwen voor schuilhutten na orkanen, die in de kuststreken vaak voorkomen. Tijdens de uitvoering van de dunne gevelbladen zijn veel oneffenheden voorgekomen. Dit leidde tijdens de bouw van het

64

ningbo museum of history (cn)

foto’s

alle foto's Angie Abbink en Roland

Stuij, behalve Iwan Baan (pagina 56),

museum tot een soort nonchalance. Hoewel de ontwerpers voor elke hoek, venster en overgang een detail hebben getekend, is tijdens de constructie een groot aantal tekeningen genegeerd. Hierdoor zijn gekromde wanden ontstaan of vlakken die iets anders gebouwd zijn dan gedimensioneerd. Uiteindelijk heeft dit proces geleid tot een wederzijds respect tussen de ontwerpers en de uitvoerende krachten. oost en west Deze directe omgang met de historie en de cultuur van de plek was voor de ontwerpers een belangrijk uitgangspunt. De architecten hebben de ruimte gekregen om plaatselijkheid - en tijdelijkheid - te herontdekken in China. Zij zien een stroming die sterk beïnvloed is door het Westers modernisme dat door de lokale nouveau riche wordt aangemeten als standaard. Hier wordt meteen een deel van het architectonisch probleem duidelijk waarmee China kampt. De invloeden van buitenlandse architecten die sier maken met Westerse georiënteerde projecten weerhoudt de ontwikkeling van een eigen architectuur en daar strijdt onder andere de Amateur Architecture Studio tegen. Ooit was Ningbo een ommuurde vestingstad. De architect heeft veel tijd geïnvesteerd om het verleden een plek te geven binnen dit grote project, dat een soort samenvatting is van de oude stad. Uiteraard past deze respectvolle omgang met geschiedenis bij dit type museum. Het is te hopen dat de rustig bedoelde indruk van het pand overkomt bij de lokale bevolking, die door zijn komst of wegblijven uiteindelijk de toekomst van het museum zullen bepalen. Philip Allin

jaargang 5 • 2010 • nr. 30


ningbo museum of history, ningbo (cn) project Museum van de geschiedenis, Ningbo (CN)

bouwtoezicht Ningbo Yinzhou Urban Investment & Construction Ltd.

locatie Yinzhou district, Ningbo, China

hoofdaannemer Zhejiang Second Construction Group

opgeleverd 2009

Wang Shu richtte zijn bureau ama-

Wang Shu werd tijdens de bouw

1998 op en werkt samen met een

belangrijk teken van respect in

teur architecture studio (AAS) in partner en vier werknemers.

Anders dan veel bureaus stelt AAS zich de taak om zich los te werken

uit de greep van moderne of, zoals zij het noemen, capitalistische ar-

chitectuur en het westerse denken in het algemeen.

Zelf stellen zij locatie-specifiek te

ontwerpen met een proces waar-

bij ambacht en techniek verkozen worden boven professionele kennis en expertise.

jaargang 5 â&#x20AC;˘ 2010 â&#x20AC;˘ nr. 30

benoemd tot meesterbouwer, een deze cultuur. De architect maakt onderdeel uit van een groeiend

ontwerp Wang Shu / Amateur Architecture Studio, Beijing (CN) ontwerpteam Wang Shu & Lu Wenyu, Song Shuhua, Jiang Weihua, Chen Lichao, Amateur Architecture Studio

keling van de architectuur van

in samenwerking met Architecture & Landscape Research Institute, China Academy of Art

van hen in het buitenland heb-

constructief ontwerp Shentu Tuanbing, Chen Yongbing

frisse blik naar hun geboorteland

locatie 45.000 m2

collectief jonge ontwerpers die

zich bekommeren om de ontwikhun eigen land, juist omdat velen ben gestudeerd en nu met een terugkeren.

draagconstructie beton en staal buitenblad gevel bamboe-plaat beton, lokale materialen (steen) en hergebruikte materialen (bakstenen, tegels)

bruto vloeroppervlak 30.000 m2

ningbo museum of history (cn)

65


project museum can framis barcelona (es) BAAS, Barcelona (ES)

Architectenbureau BAAS is de winnaar van ‘de Stedelijke Prijs voor Ontwerp, Architectuur en Verstedelijking 2009’ (Premio Ciutat de Barcelona de Diseño, Arquitectura y Urbanismo). Deze prijs wordt jaarlijks uitgereikt door de gemeente Barcelona. BAAS heeft de prijs ontvangen voor het ontwerpen van museum Can Framis. ‘Het bureau is erin geslaagd een intiem openbaar gebouw te creëren in een versnipperde stedelijke context.’ Zo concludeert het juryrapport.

De hallen van Can Framis lopen niet parallel aan de omliggende wegen.

Dit komt doordat het grid van Cerda later is aangelegd dan de fabriek.

De entree bevindt zich in het nieuwe

Museum Can Framis staat in de wijk Poble Nou in Barcelona. De wijk ligt naast het oude centrum tussen de zee en de diagonaal, één van de hoofdverkeersaders van de stad. In de vorige eeuw was Poble Nou een zelfstandig dorp naast Barcelona, ontstaan vanuit de behoefte aan industrie. Later werd het dorp opgeslokt door Barcelona en werd de industrie verplaatst naar buiten de stad. Vanaf 1953 werd het straatbeeld van de wijk overheerst door hoogbouw met sociale woningbouw. Er bleef weinig over van het authentieke karakter van Poble Nou. In Poble Nou bruist het van de ontwikkelingen. In het jaar 2000 is de gemeente van start gegaan met het ambitieuze plan: 22@ Barcelona. Het industriële karakter van Poble Nou wordt nieuw leven ingeblazen door het gebied om te vormen tot het kenniscentrum van de stad. Voor zover mogelijk worden oude fabrieken herbestemd tot kantoren, universiteitsgebouwen en publieke voorzieningen.

boven het maaiveld zweeft.

conserveren Niet alleen architectonische hoogstandjes worden geconserveerd. Fabrieken van het eerste uur worden zo veel mogelijk bewaard. Zoals de fabriekshallen van Can Framis, één van de eerste textielfabrieken

66

museum can framis, barcelona (es)

gebouwdeel aan het plein, in de

oksel van het gebouw waar oud en

nieuw samen komen. De entree wordt overkapt door een betonnen luifel die

van Poble Nou. De textielfabriek is al lange tijd niet meer als zodanig in gebruik. Het terrein werd volgebouwd met een allegaartje van bijgebouwtjes uit latere perioden. Daartussen stonden de oude, ongebruikte fabriekshallen met dichtgemetselde kozijnen. Deze hallen vormen nu een hoofdbestanddeel van museum Can Framis. Het is een museum voor moderne Catalaanse schilderkunst van de stichting Vila Casas. Het gebouw is bedoeld als schatkist waarin een kunstperiode wordt geconserveerd voor latere generaties en niet als de nieuwe publiekstrekker. Het bescheiden ontwerp draagt hieraan bij. ingetogen Het gebouw wordt omringd door prestigieuze projecten zoals de Torre Agbar van Jean Nouvel en het nieuwe Media Tic-gebouw van Enric Ruiz Geli. Het museum zelf is alles behalve schreeuwerig, het valt op door de geringe bouwhoogte en het ingetogen kleur- en materiaalgebruik. Het hoogste bouwdeel, één van de oude fabriekshallen, telt slechts drie verdiepingen. oase Het museum bestaat uit drie gebouwdelen. Twee oude fabriekshallen en een derde nieuw gebouwdeel dat de twee oude hallen met elkaar verbindt tot één geheel. Besloten tussen de gebouwdelen ligt een plein dat een belangrijk onderdeel vormt van het ontwerp. Een kleine parkeerplaats heeft hiervoor als inspiratiebron gediend. Deze lag verscholen tussen de wirwar van aanbouwtjes op het fabrieksterrein. ‘Er heerste een opvallende rust in deze besloten ruimte. Het vormde een sterk contrast met de drukte van de stad erbuiten. Deze kwaliteit wilden

jaargang 5 • 2010 • nr. 30


jaargang 5 â&#x20AC;˘ 2010 â&#x20AC;˘ nr. 30

museum can framis, barcelona (es)

67


68

museum can framis, barcelona (es)

jaargang 5 â&#x20AC;˘ 2010 â&#x20AC;˘ nr. 30


doorsnede A-A

alle doorsneden schaal 1 : 500

doorsnede B-B

doorsnede C-C

doorsnede D-D

jaargang 5 â&#x20AC;˘ 2010 â&#x20AC;˘ nr. 30

museum can framis, barcelona (es)

69


21

14

1

2

3

4

5

6 7

22

8

geveldoorsnede nieuwe vleugel schaal 1 : 50

1. constructie gewapend wit beton minimale dikte 150 mm 2. harde isolatieplaat 80 mm 3. houten schenkels 4. frame van larixshouten strips 5. afdekprofiel 6. stalen buisprofiel 60x60x4 mm 7. stalen hoekprofiel 8. isolatieglas 6+6/12/8+8 9. kanaal luchtbehandeling 10. gewapend wit betonnen luifel 250 mm 11. wandopbouw, d = 450 mm: betonplaat, harde isolatieplaat, betonplaat 12. receptiebalie larixhout 13. gegoten betonnen vloer met kwartspoeder 50 mm 14. gewapend betonnen vloer 300 mm 15. asfalt 16. wand gewapend beton 400 mm 17. grind 18. gegoten betonnen vloer met kwartspoeder 100 mm 19. gewapend betonnen vloer 1000 mm 20. drainage-kanaal Ø 200 mm 21. harde isolatieplaten op afschot 22. scheidingswand opgebouwd uit larixhout en gipsplaat

13

1

9 10 11

12 13

14

15

16

Op de koppen van het gebouw bevinden zich de installatieruimtes. Ieder

18

gebouwdeel heeft een eigen instal-

latieruimte. De toe- en afvoer van de

19

17

20

ventilatie wordt in de oude gebouw-

delen via de voorzetwand gereguleerd. In de nieuwbouw zijn de kanalen

opgenomen in een verlaagd plafond.

70

museum can framis, barcelona (es)

jaargang 5 • 2010 • nr. 30


1

2

3

4

5

6

7

8

9 10 11

12 13

15

14

16

17

18

19

20

geveldoorsnede bestaande bouw schaal 1 : 50

1. zinken dakbedekking 2. delta drain 10 mm 3. waterkerende laag 19 mm 4. harde isolatieplaat 80 mm 5. gipsplaten 10 mm 6. houten dakbalk doorsnede 150x150 mm 7. gording 100x75 mm 8. dakgoot 9. gipsplaten 19 mm 10. houten stijl en regelwerk doorsnede 50x50 mm 11. stalen HEB-200 profiel 12. blinde metselwerk-ankers 13. gewapend wit betonnen wand- dikte 250 mm 14. bestaande wand van natuursteen metselwerk met kalkmortel 15. gepolijstte gegoten betonnen vloer 45 mm 16. gewapend betonnen vloer 350 mm 17. houten stijl en regelwerk door snede 60x100 mm 18. stalen buisprofiel met aangelaste flenzen 19. houten balk doorsnede 60x260 mm 20. houten schenkels 21. frame van larixhouten strips 22. isolatieglas 6+6/12/8+8 23. betonnen dekvloer 50 mm 24. gewapend betonnen vloer 250 mm 25. grind

21

22

23 24

jaargang 5 â&#x20AC;˘ 2010 â&#x20AC;˘ nr. 30

25

museum can framis, barcelona (es)

71


C

4

3

begane grond, eerste verdieping en

B

A

6

plattegronden

2

tweede verdieping (dakaanzicht) schaal 1 : 500

1

1. entree / receptie 3. kantoorruimte

4

5

D ▲

2. expositieruimte

D ▲

2 8

4. trappenhuizen 5. personenlift

6. goederenlift

7. installatieruimte 8. bergruimte

2

4

C

7

4 B

4

7

A

2 8

6

2

8

2

4

4

72

4

2

4

museum, barcelona (es)

jaargang 5 • 2010 • nr. 30


jaargang 5 â&#x20AC;˘ 2010 â&#x20AC;˘ nr. 30

museum can framis, barcelona (es)

73


Ondanks alle veranderingen heeft Can Framis haar naam behouden. Ook de bouwgeschiedenis is nog duidelijk af

lezen uit de gevel. Ieder materiaal staat voor een andere fase uit de geschiedenis van Can Framis: natuursteen, met-

selwerk en beton. Wat zal de volgende fase brengen?

we versterken in ons ontwerp.’ Aldus projectleider Jordi Framis. Het museum ligt vrij op de kavel. De ruimte rond het gebouw is ingericht als tuin, waarbij een groene bufferzone van heuveltjes is aangelegd tussen de straat en het gebouw. Daarmee wordt het zicht op verkeer en geparkeerde auto’s vanaf het plein geminimaliseerd. Het plein wordt nog meer geïsoleerd doordat het zo’n 1,5 meter onder straatniveau ligt. De fabriek Can Framis is namelijk ooit lager aangelegd dan het huidige Barcelona.

foto’s

Pedro Peganauta (pagina 67, 68, 71 l.o.,

levensverhaal De gevels van de oude fabriekshallen vertellen veel over de geschiedenis van het gebouw. Ze worden gekenmerkt door hun grove textuur. Deze textuur ging voorheen verborgen onder een dikke laag cement. Het ontbreken van een logische ritmiek in de gevel was voor de architect reden om de laag cement te laten verwijderen. Na het verwijderen kwam de oorspronkelijke opbouw tevoorschijn. De gevels bleken in verschillende fasen te zijn gebouwd. Ze bestaan namelijk zowel uit oud metselwerk van natuursteen, als uit metselwerk van baksteen uit latere tijden. De kozijnen zijn ook niet in één keer geplaatst. Dit is te zien omdat ze zijn aangebracht op wisselende hoogte, in verschillende grootte en vorm, met lateien van metselwerk of beton. Juist deze chaotische opbouw maakt de gevel uniek. Daarom heeft de architect ervoor gekozen de gevel slechts te laten schilderen en de textuur in het zicht te laten.

71 l.b., 74, 75 l.m.); BAAS (pagina 66, 75 l.b.) en bouw- en situatiefoto’s

contrast De oude gevels met grove textuur vormen een contrast met de gladde gevel van de nieuwbouw.

74

museum can framis, barcelona (es)

73, 75 r.b.); Bastiaan Bautz (pagina 70,

Om duidelijk te laten blijken dat dit gebouwdeel uit een andere tijd komt, is de gevel niet gemaakt van metselwerk maar van beton. De kleur van het ongeschilderde beton sluit wel aan bij de neutrale lichte kleur van de geschilderde gevel. Om de overgang van oud naar nieuw te benadrukken zijn kozijnen aangebracht die de delen van elkaar scheiden. Deze kozijnen zijn voorzien van verticale flenzen die de industriële uitstraling van het gebouw versterken. Binnen is de expositieruimte efficiënt en sober ingedeeld. Om de drie meter staat een wand haaks op de gevel, waarop schilderijen bevestigd zijn. Omdat het oude metselwerk de extra belasting op de vloeren niet kan dragen is een stalen constructie toegevoegd. In een voorzetwand zijn kolommen opgenomen waar de vloeren nu op rusten. De indelingswanden zijn los gehouden van de buitenwanden en zijn slechts bevestigd aan de vloeren. expressie Zo sober als de expositieruimte is ingericht, zo uitgesproken zijn de trappenhuizen en kozijnen vormgegeven. Er zijn weinig kozijnen in de expositieruimte aanwezig maar de kozijnen die er zijn, zijn spectaculair en stuk voor stuk verschillend. In de oude hallen zijn daarvoor al aanwezige gaten in de gevel gebruikt. De kozijnen worden ingelijst als schilderijen door overdreven grote houten kaders. Net als bij de kozijnen is elke trap anders vormgegeven. In tegenstelling tot de expositieruimte zijn de trappenhuizen juist voorzien van veel daglicht. De bijzondere trappenhuizen geven de lange hallen richting en identiteit. Barbara Heijl

jaargang 5 • 2010 • nr. 30


museum can framis barcelona (es)

BAAS is in 1994 opgericht door

Jordi Badia (Barcelona 1961). Het is uitgegroeid tot een multidisciplinaire studio waar gewerkt wordt door ontwerpers met verschil-

lende achtergrond aan architectuur, stedenbouw en interieur opdrachten.

BAAS heeft door de jaren heen een indrukwekkende en veelzijdige

portfolio opgebouwd. De studio

heeft veel publieke voorzieningen

architect BAAS, Barcelona www.jordibadia.com

adviseur constructie BOMA, Joseph Ramón Solé www.boma.es

projectteam Jordi Badia, Jordi Framis, Daniel Guerra, Marta Vitório, Mercè Mundet, Miguel Borrell, Moisès Garcia

installatietechniek PGI engineering www.pgigrup.com

gebouwd zoals, scholen, recht-

City Morque (2001)’ en ‘CH house

looptijd 2007 - 2008 bvo 5468 m2

landschapsarchitect Martí Franch www.emf.cat

maar is ook thuis in de sociale en

dit werk met lesgeven aan twee

opdrachtgever Fundacíó Vila Casas. Layetana www.fundaciovilacasas.com

projectmanagement LAYETANA www.layetana.com

aannemer Construcciones San José www.constructorasanjose.com

directievoering GPO Consultancy, Meritxell Bosch www.gpo.es

banken en gezondheidscentra, particuliere woningbouw.

Prijswinnende projecten waarmee zij internationale bekendheid

hebben gekregen zijn ‘The Leon

jaargang 5 • 2010 • nr. 30

(2002)’. Jordi Badia combineert bouwkunde faculteiten van de

Universitat Polytècnica de Catalunya.

museum can framis, barcelona (es)

75


V

P

T

V

E

R

S

T

E

E

G

VPT verzorgde voor De Korrels de adviesdetaillering, engineering, uitvoeringstekenwerk, productie en coรถrdinatie. Naast De Korrels in Haarlem heeft VPT vele andere in het oog springende Cortenstaalprojecten gerealiseerd. Een kleine greep: MTV (Amsterdam), Kazerne (Doorn), Brandweerkazerne (Berkel en Rodenrijs), Bedrijfshal en appartementen (Vijfhuizen) en clubhuis en de botenloods van Roeivereniging Den Hartog (Den Bosch). VPT Versteeg is leverancier van complete metalen gevel(cassette)systemen met als specialisme complexe paneelvormen. De ruime combinatie van innovatieve bewerkingstechnieken en ervaring maakt het mogelijk aan de steeds verdergaande eisen van architect en opdrachtgever te kunnen voldoen.

VPT Versteeg Bakkersdam 3 Postbus 25 5261 ZG Heusden

VPT denkt mee over het ontwerp, de materialen, de montagetechnieken en de oppervlaktebehandelingmethode. Welk idee ook voortkomt uit de creatieve geest van de ontwerper, VPT maakt het waar.

tel: 0416-662507 fax: 0416-661102 www.vptversteeg.nl verkoop@vptversteeg.nl

G e v e l d e s i G n i n m e ta a l

De Korrels, Haarlem

VPT_2.indd 1

10-03-2010 12:59:30

Weet u niet welke hardhoutsoort u moet gebruiken?

Gebruik onze nieuwe gids voor duurzame Amerikaanse hardhoutsoorten om de juiste keuze te maken. DOWNLOAD OF BESTEL EEN GRATIS EXEMPLAAR ONLINE

www.americanhardwood.org


productontwikkeling

renovatie HUF-gebouw, Rotterdam â&#x20AC;˘ ontwerp en foto: wessel de jonge architecten, Rotterdam


productontwikkeling de nieuwe kleren van de keizer. reflecties op vervangende beglazing Dit artikel is geschreven door Wessel

de Jonge en Jurjen van Beek, wessel de jonge architecten, Rotterdam.

www.wesseldejonge.nl

Het aantal gebouwen in Nederland dat wordt beschouwd als ‘modern erfgoed’ groeit. Dit betreft gebouwen van het vooroorlogse ‘Nieuwe Bouwen’, maar steeds vaker ook gebouwen uit de periode van de naoorlogse Wederopbouw. Bouwtechnische innovaties ontwikkelden zich toen in rap tempo en hadden een grote invloed op de ontwikkeling van de architectuur. In het streven naar transparantie en onbelemmerde toetreding van daglicht werd glas een steeds bepalender onderdeel van deze gebouwen. Maar zo snel als de productiemethoden zich toen ontwikkelden raken de destijds gebruikte glassoorten uit de handel of schaars te verkrijgen. Maar er komen steeds meer mogelijkheden om de bouwfysische prestaties van zulke glasgevels aanzienlijk te verbeteren - met behoud van de oorspronkelijke architectonische karakteristiek. eerste vliesgevel Het Nieuwe Bouwen experimenteerde in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw met ragdunne stalen kozijnprofielen en prototypische vliesgevels zoals die van de Van Nellefabriek. Door crisis en oorlog kwam de ontwikkeling van zulke industriële bouwmethodes echter tot staan. Na de oorlog keek heel Europa naar Amerika en eind jaren vijftig, met een vertraging van zo’n tien jaar, werd in ons land de eerste aluminium vliesgevel geïntroduceerd in het Gemeentelijk Administratie Kantoor in Amsterdam. Een Nederlandse vinding die de weg over de oceaan in omgekeerde richting wist te maken was ‘Schokbeton’: elementen van een mechanisch verdicht prefabbeton, die zo maatvast waren dat de beglazing koud in de betonsponningen kon worden geplaatst. Net als bij de metalen gevelsystemen ging dat tot de eerste energiecrisis van 1973 in de regel om enkele beglazing. Tot de introductie van het tegenwoordige floatglas rond 1960 betrof dit bovendien ‘getrokken’ glas dat door trekstrepen het doorzicht en de reflectie vervormd, waardoor glas meer fysiek ‘aanwezig’ was. De combinatie van twee enkele glaspanelen was weliswaar uit de vakliteratuur bekend, maar werd maar zelden toegepast. In 1948 kwam in Nederland het eerste isolatieglas op de markt waarbij twee

78

glasvervanging

glaspanelen, van elkaar gescheiden door een kleine spouw met droge lucht, tot één geheel verbonden waren. Pas in de loop van de jaren zeventig werd het gebruik hiervan algemeen. uitzicht, doorzicht en inzicht In gebouwen is de toepassing van helder enkelglas tegenwoordig zelden nog verantwoord. Zeker voor verblijfruimten worden de winterse verschijnselen van koudeval, koudestraling en energieverlies niet meer geaccepteerd. Zonder zonwerende coatings ontstaat een moeilijk beheersbare opwarming van het binnenklimaat in de zomer. Vroeger werden dan simpelweg de ramen opengezet, maar dat is door de toegenomen overlast van geluid, fijnstof en tocht meestal niet langer vanzelfsprekend. Transparantie, doorzicht en oorspronkelijke oppervlaktekenmerken zoals trekstrepen worden bij renovatie maar al te vaak teniet gedaan. Alleen al de keuze voor floatglas geeft door het perfecte oppervlak een veel opvallender reflectie. Hedendaags ‘helder’ glas is bovendien minder kleurloos (groener) en wordt in isolatieglastoepassingen vrijwel altijd van een HR++ of Low-E coating voorzien die als een - gelukkig steeds lichtere - grauwsluier zichtbaar is. De nieuwste zonreflecterende coatings vallen ook steeds minder op maar veroorzaken nog wel een metallic-achtige kleurwaas. optimale combinatie Kleine verbeteringen in de zonwerendheid van het glas veroorzaken daardoor al snel een sterk zichtbaar effect in de spiegeling en kleur van het glas, wat onwenselijk is. Een lagere zonwerendheid van het glas heeft een directe invloed op de koellast en daarmee op de omvang van de installaties, wat ook onwenselijk is. Technisch gesproken is de beste manier om de zonwerendheid van een gevel te verbeteren het aanbrengen van buitenzonwering, maar dat kan niet altijd. Een sterke verbetering van de thermische isolatiewaarde van het glas is te bereiken door een Low-E of HR++-coating, maar ook hier geldt dat dit behoorlijk zichtbare effecten kan hebben. Bovendien ontstaat dan een risico op condensvorming in omliggende, minder goed geïsoleerde constructies, waar vroeger condensatie op het koude glas kon worden beheerst met een simpel condensgootje. Dit kan leiden tot vochtschade en schimmelvorming. lees verder op p.81

jaargang 5 • 2010 • nr. 30


Sanatorium Zonnestraal, Hilversum •

ontwerp Jan Duiker, 1925 • restauratie wessel de jonge architecten • foto Jurjen van Beek

GLASTYPEN getrokken glas

ijzeroxide, folie, coating

enkel, getrokken glas. Het materiaal was het resul-

halve eeuw veel gesleuteld. Zo zijn glastypen ontwik-

Tot ongeveer 1956 bestond vrijwel alle beglazing uit taat van een mechanisch procédé waarbij uit een bad

vloeibaar glas met een horizontale staaf het stroperige

glas omhoog werd getrokken en vervolgens horizontaal afgekoeld op een lange serie rollen. Hierdoor ontstond

een snel verkregen, betrekkelijk vlakke glasplaat. Wel varieerde de glasdikte in het oppervlak zodat in de breedte vervormingen ontstaan, de zogenaamde trekstrepen. Hierdoor is een karakteristieke vertekening in door-

zicht en reflectie zichtbaar. Het percentage ijzer in het

gebruikte zand lag in die tijd ook wat lager, waardoor het glas veel minder groen was dan tegenwoordig.

floatglas

Vanaf de jaren zeventig worden bijna alle glassoorten volgens het float-procedé gefabriceerd. Daarbij wordt

gesmolten glas op een laag vloeibaar tin gegoten. Door het verschil in materiaaleigenschappen drijft het glas

op het tin en wordt zo perfect vlak. Door de volkomen

parallelle oppervlakken van voor- en achterzijde van de ruit ontstaat een veel strakkere weerspiegeling dan bij getrokken glas.

jaargang 5 • 2010 • nr. 30

Ook aan de verwerking van het glas is in de afgelopen keld die door een sterke kleuring zonwerende kwaliteiten verkrijgen door warmteabsorptie in het materiaal,

bijvoorbeeld door de toevoeging van ijzeroxide dat een diepgroene kleur geeft. Vanaf de jaren zestig werd al

geëxperimenteerd met zonreflecterende coatings en

folies. Sinds de jaren tachtig is dit doorontwikkeld en tot grootschalige productie gekomen. Hedendaagse glas-

soorten hebben zonwerende kwaliteiten én een sterke isolerende functie.

kleurloos glas

Het ‘heldere’ glas dat wij vandaag toepassen is eigenlijk groen. Volkomen helder glas, dat wil zeggen totaal

kleurloos, is prijzig. Het kan worden verkregen door het

gebruiken van heel zuiver zand met zeer weinig ijzerbe-

standdelen, of door het vloeibare glas extra te verhitten. Glasproductielijnen die aan het einde van hun levensduur zijn gekomen, worden vaak nog ingezet om dit

kristalglas te produceren voordat ze de geest geven. Het

materiaal wordt hoofdzakelijk ingezet voor restauratieve doeleinden.

glasvervanging

79


productontwikkeling Schoolgebouw Vrolikstraat, Amsterdam • ontwerp J. B. Ingwersen, 1952-56 • restauratie wessel de jonge architecten • foto wessel de jonge architecten

Dit schoolgebouw is duidelijk sterk

afgeleid van de principes die Le Corbu-

sier toepaste in zijn Unité d'Habitation projecten. Om het monumentale

karakter te behouden is gekozen voor vervangen glas in plaats van buitenzonwering.

80

glasvervanging

jaargang 5 • 2010 • nr. 30


Bij de vernieuwing van zulke gebouwen moet daarom worden gezocht naar vervangende glaspakketten die een optimale combinatie bieden van thermische isolatie (uitgedrukt in de U-waarde W/m2K), het doorlaten van een maximale hoeveelheid zichtbaar daglicht (een hoge LTA-waarde), het matigen van de buitenlichtreflectie (een lage BLR-waarde) en het tegenhouden van zoveel mogelijk infrarode warmtestraling (een lage ZTA factor). Bijkomende eisen die veel voorkomen zijn bijvoorbeeld doorvalveiligheid en geluidwering. Hoe kunnen deze schijnbaar tegenstrijdige eisen in een (her-)ontwerpproces tegen elkaar afgewogen worden?

ambachtsschool patrimonium, amsterdam De Patrimonium ambachtschool in Amsterdam uit 1956 van J.B. Ingwersen is onlangs aangewezen als Rijksmonument. De op het werk van Le Corbusier geïnspireerde architectuur dankt zijn verschijningsvorm aan een innovatieve toepassing van ‘Schokbeton’ maar de ‘brise-soleil’ heeft in ons klimaat nooit als effectieve zonwering gefunctioneerd. In het gebouw ontbreken bovendien ventilatievoorzieningen terwijl de houten schuiframen vanwege de geluidoverlast van de Wibautstraat niet meer open gaan. Regelmatig wordt het binnen veel te warm en treden CO2-gehaltes op, die ruim boven de toegestane grenswaarde liggen. Naar verwachting zal binnenkort met de renovatie van het gebouw worden begonnen, om het als multi-klassiek gymnasium in gebruik te nemen. Om het binnenklimaat te verbeteren wordt van de gevel een fors lagere ZTA-waarde geëist bij een hoge LTA-waarde. De toevoeging van een buitenzonwering was vanuit monumentaal oogpunt echter niet wenselijk. De glasselectie voor dit schoolgebouw vindt plaats in samenspraak met bouwfysisch adviseur Climatic Design Consult (CDC) en glasleverancier Comformea. Een veelbelovend ‘los’ monster van dubbelglas met een HR++-coating bleek bij een proefopstelling in de gevel tegen te vallen door de sterke groene kleur. Een glaspakket van tweemaal volledig helder kristalglas met een specifieke HR++-coating gaf het beste resultaat, maar bleek te kostbaar. Binnen de toegekende budgetten is gekozen voor isolerende beglazing met tweemaal standaard floatglas met

jaargang 5 • 2010 • nr. 30

een specifieke HR++-coating. Deze coating blijkt het glas al een redelijke zonwerende kwaliteit te verlenen zonder de nadelen van een duidelijk zichtbare zonreflecterende coating. In combinatie met een reflecterende binnenzonwering kan een voldoende ZTA-waarde worden bereikt. Dit vereist wel discipline van de gebruiker om de zonwering op tijd dicht te doen. Daarom wordt een geautomatiseerd systeem voorgesteld. Ten opzichte van het oorspronkelijke, getrokken enkelglas is er wel meer reflectie en is het doorzicht verminderd. Maar omdat de krachtig gearticuleerde ‘brise-soleil’ gevelelementen de uitstraling van de gevel als geheel overheersen, zal het totale gevelbeeld naar verwachting toch een goed resultaat opleveren.

Bewerkte foto van de gevel met de kleurverschillen in de glaspartijen

geaccentueerd • beeld Climatic Design Consult

Het geselecteerde glas heeft een ZTA-waarde van 55%, in combinatie met binnenzonwering is de totale ZTA-waarde 45%. De LTA-waarde van het glas is 78%, de U-waarde bedraagt 1,5 W/m2K en de buitenlichtreflectie BLR komt op 11%. Ter vergelijking: het oorspronkelijke, enkele glas van 6 mm heeft de zeer hoge ZTA-waarde van 83%, een LTA-waarde van 88%, een U-waarde 5,7 W/m2K en buitenlichtreflectie van ongeveer 8%. Het glas zal met een maatvast aluminium L-profiel in de betonsponningen worden geplaatst, dat wegvalt in de glaszetting. De isolator in het glaspakket is van grijs pvc, dat is afgestemd op de plaatsing in het betonkozijn. Hetzelfde glas wordt aangebracht in de vernieuwde houten schuiframen en de herstelde stalen klepramen. Andere gebouwen met een vergelijkbare ‘Schokbeton’ gevel zijn het Groot Handelsgebouw in Rotterdam, dat door architectenbureau J. Van Stigt onder handen genomen is in 2002-2005, en Las Palmas in Rotterdam, in 2003-2007 gerenoveerd door Benthem Crouwel architecten.

gak-gebouw, amsterdam Het ‘aquarium’ langs de A10 in het Amsterdamse Bos en Lommer dankt zijn bijnaam aan de uitgestrekte groene glasgevels. Het gebouw van architect Ben Merkelbach in samenwerking met Piet Elling en Alexander Bodon is in veel opzichten een uniek gebouw dat bij oplevering in 1959 zijn tijd ver vooruit

glasvervanging

81


productontwikkeling

Het HUF-gebouw aan de Lijnbaan,

Rotterdam • Van den Broek & Bakema, 1953 • restauratie wessel de jonge

architecten • beeld Jannes Linders

was. De aluminium vliesgevels waren een primeur voor Nederland en ontwikkeld naar het voorbeeld van het Lever House in New York (SOM/Gordon Bunshaft, 1953). Het was het eerste volledig airconditioned gebouw van Nederland met zonwerend dubbelglas – alleen in de stalen gevelkozijnen van de middenbouw konden de ramen open. De in de massa gekleurde glaspanelen danken de groene tint aan een hoog ijzergehalte. Dit geeft de ‘Parsol’ buitenruit een hoge warmte-absorptie. De waarschijnlijk met lood tot dubbelglas samengestelde ruiten zijn een zeer vroeg voorbeeld van isolatieglas in ons land. Wie tenslotte dacht dat warmte- en koudeopslag in het grondwater een duurzaam idee van de laatste tijd is komt hier opnieuw voor een verrassing te staan – en het systeem is nog steeds functioneel. Het oorspronkelijke glaspakket heeft een ZTAwaarde van 45%. Om de omvang van de nieuwe klimaatinstallaties binnen de perken te houden is een verbeterde ZTA-waarde kleiner dan 35% en een thermische isolatiewaarde van maximaal 1,4 W/m2K vereist, en bovendien een LTA-waarde van minimaal 45% en een geluidisolatie van minimaal 20 dB(A). Opnieuw was CDC onze partner om deze randvoorwaarden te definiëren. Glasleverancier Saint Gobain leek aanvankelijk een oplossing te hebben gevonden met een buitenruit van Parsol en een binnenruit van standaard floatglas voorzien van een HR++-coating die tevens bijdraagt aan de reflectie van zonlicht. Het risico dat de groene buitenruit barst door de gereflecteerde warmte van de coating kan worden voorkomen door de buitenruit te harden. Het lachspiegeleffect dat ontstaat door het voorspannen van glas heeft echter een nogal storende invloed op het gevelbeeld. Een alternatief is om het buitenste blad van het glaspakket op te bouwen uit twee lagen glas met een groene folie ertussen, maar de eerste proefresultaten daarvan vielen tegen qua kleur. De zoektocht naar een optimale oplossing zet zich dus nog voort.

beeld Jannes Linders

huf-gebouw, rotterdam Een met succes uitgevoerde renovatieproject is het vorig jaar opgeleverde HUF-gebouw in Rotterdam, ontworpen door Van den Broek en Bakema in 1953. Het gebouw is in 1954 in gebruik genomen

82

glasvervanging

>> Gevel en interieur van het HUF

gebouw aan de Lijnbaan , Rotterdam •

door schoenenmagazijn Huf en het Amerikaanse Consulaat. De 40 mm diepe stalen gevelprofielen waren oorspronkelijk voorzien van helder getrokken enkelglas. Bij gebrek aan zonwering en een geringe gebouwdiepte is oververhitting voor de kantoorgebruikers van meet af aan een ‘hot issue’ geweest. Op zich waren de herstelde staalprofielen diep genoeg voor de plaatsing van een 14 mm dun dubbelglaspakket. Een grote uitdaging was echter de zonwerendheid van de beglazing. Omdat de hoeken volledig beglaasd zijn en er overhoeks dus door vier lagen glas gekeken wordt zou elke kleuring van het glas enorm opvallen. Bouwhistorisch onderzoekster Suzanne Fischer bracht echter aan het licht dat het gebouw oorspronkelijk met buitenzonwering was ontworpen. Hoewel de montagegaatjes in de gevelstijlen werden teruggevonden, waren de uitvalschermen om onduidelijke redenen nooit aangebracht. Monumentenzorg kon zich vinden in het voorstel om alsnog geautomatiseerde zonwering aan te brengen, waarmee een belangrijke bijdrage aan de ZTA-waarde van de vliesgevel was verzekerd. De zontoetredingsfactor van de isolerende beglazing kon daardoor omlaag, waardoor een zeer transparant glaspakket binnen bereik kwam. Vanwege de hoge kosten is bij dit project echter afgezien van het terugbrengen van getrokken glas als buitenblad. Het op advies van CDC toegepaste HR++-glas heeft een ZTA-waarde van 60%, een LTAwaarde van 79%, een isolatiewaarde van 1,9 W/m2K en een buitenlichtreflectie van 11%. Omdat de uitvalschermen alleen op zichthoogte de zon weren bleef voor de beglaasde borstwering een hogere ZTA-waarde noodzakelijk en is een low-E coating gekozen die wel iets meer kleur heeft. Oorspronkelijke was hier bruut draadglas geplaatst, mede met het oog op veiligheid. Het samenstellen van isolatieglas met een draadglas paneel is wel mogelijk maar door de verschillen in thermische spanning is er een verhoogd risico op glasbreuk en lek raken, zodat er geen garantie op verkregen kan worden. Door de verschillende uitzetting van staaldraad en glas kan draadglas kan ook niet gehard worden om dit euvel te voorkomen. Een oplossing werd gevonden door gefigureerd Carréglas te gebruiken met een lees verder op p.85

jaargang 5 • 2010 • nr. 30


jaargang 5 • 2010 • nr. 30

glasvervanging

83


productontwikkeling

Kozijndetail van het Sanatorium Zonnestraal, Hilversum •beeld Jurjen van Beek / wessel de jonge architecten

OVERWEGINGEN BIJ GLASVERVANGING glasselectie

weerspiegeling

komen welk glas er oorspronkelijk toegepast is geweest.

heeft invloed op de weerspiegeling. Omdat de coatings

Bij modern erfgoed is het als eerste zaak om erachter te Vaak zijn in het gebouw nog oorspronkelijke ruiten te

traceren. Bij het selecteren van vervangend glas kunnen sommige glasproducenten en leveranciers speciale

demonstratiewagens inzetten, waarmee uiteenlopende glaspakketten ter plekke kunnen worden samenge-

steld en vergeleken. Na deze eerste verkenning kunnen potentiële beglazingstypen met een proefopstelling in de gevel nader worden beoordeeld. Belangrijk bij het

beoordelen is om vast te stellen welke kwaliteiten van

De positie van een coating in een dubbel glaspakket

kwetsbaar zijn, worden deze meestal op de spouwzijde van het buitenblad (positie 2) of van het binnenblad

(positie 3) aangebracht. Dit levert een subtiel verschil in reflectie op, dat bovendien wisselt afhankelijk van het

gezichtspunt. Het is daarom belangrijk goed vast te stellen welke zichthoeken belangrijk zijn voor het gebouw en bij de glasbemonstering ook daarop te letten.

het oorspronkelijke glas essentieel zijn in relatie tot de

tweede gevel

moeten minimaal worden teruggebracht? Bij een gladde

om de bouwfysische prestaties op hedendaags peil te

karakteristieken van de gevel. Welke van deze kwaliteiten vliesgevel zijn doorzicht en transparantie bijvoorbeeld veel bepalender dan bij een gevel die bestaat uit een

dominant rasterwerk, zoals bij betonnen gevelelementen.

drie criteria

Voor de transparantie en het doorzicht van buiten naar

Het sleutelen aan de oorspronkelijke (of replica-) gevel brengen is vaak zo ingewikkeld en kostbaar, dat het een

oplossing kan zijn om een tweede gevel op enige afstand van de originele te plaatsen. Dat kan aan de buitenkant, maar bij monumenten ligt het meestal voor de hand

om dit aan de binnenkant te doen, zoals bij de Van Nelle Ontwerpfabriek in Rotterdam.

binnen zijn drie dingen belangrijk: behalve de reflectie en de kleur is dat ook de LTA-waarde. Een hogere daglicht-

toetreding betekent een hogere luminantie in het interieur. Hoe kleiner het verschil met het daglicht buiten, des te beter is het doorzicht. Bovendien vermindert het de behoefte aan kunstlicht overdag.

84

glasvervanging

jaargang 5 • 2010 • nr. 30


Sanatorium Zonnestraal, Hilversum • beeld Jannes Linders

maatraster van 10x10 mm dat overeenkomt met dat van draadglas en door de fijne mattering van dit ‘nylonglas’ overtuigend oogt. Dankzij een uitgebreide reeks proefopstellingen van leverancier Glasdesign uit Schiedam is vanaf straatniveau nu de uitstraling verkregen van draadglas terwijl de gevel toch goed is geïsoleerd. Het veiligheidsprobleem is opgelost door de ledenradiatoren van oorspronkelijk model iets hoger terug te plaatsen en aan te merken als doorvalbeveiliging. Pas na de renovatie is het HUF-gebouw aangewezen als Rijksmonument.

zonnestraal, hilversum De restauratie van het even beroemde als fragiele ‘Zonnestraal’ legde een zware verantwoordelijkheid op onze schouders. Het leek wel of de hele wereld keek naar ons – en naar de kwaliteiten van de vervangende beglazing! Het voormalig sanatorium in Hilversum is ontworpen door de architect Jan Duiker in 1926-1931. Het optisch effect van het getrokken glas was in dit bijna volledig beglaasde gebouw oorspronkelijk sterk aanwezig. Bij renovatie in de jaren zeventig was echter standaard isolatieglas in brede aluminiumkozijnen geplaatst waardoor het gebouw zijn fijnheid helemaal was kwijtgeraakt. Omdat getrokken glas in West-Europa op dat moment niet verkrijgbaar was, werd voor de restauratie van het Hoofdgebouw in 2002 volkomen helder getrokken glas geïmporteerd uit Litouwen. In de ondiepe verblijfsruimten kon met enkelglas natuurlijk niet worden volstaan en is een zeer dun dubbelglaspakket van slechts 12 mm gebruikt. Het buitenblad van het Litouwse glas is met een grijze pvc isolator verlijmd aan een volkomen kleurloos floatglas binnenblad van Amerikaanse origine. Voor het verlijmen van de ongelijke buitenruit op

jaargang 5 • 2010 • nr. 30

een gladde ondergrond is een speciale spleetoverbruggende lijm gebruikt. Doordat deze ook UV- en vochtbestendig is kon het glaspakket met een volle glaszetting van in de massa gekleurde en overschilderbare kit zonder beluchting worden gegarandeerd. Hiermee is alleen een lichte verbetering van de thermische isolatie nagestreefd en zijn geen verdere coatings toegepast. Bouwfysica-adviseur DGMR heeft uitgekiend hoe het gebouw desondanks goed geklimatiseerd kon worden. Door het bijzondere dubbelglas in de verblijfruimten is er weinig zichtbaar verschil met het getrokken enkelglas in de gangen en hallen, die soms naast elkaar in dezelfde gevel voorkomen. De onregelmatige reflecties en de lichte vertekening van het uitzicht verlenen het glas een fysieke aanwezigheid die met floatglas nooit kan worden bereikt. Ondanks een aanmerkelijke verbetering van de bouwfysische prestaties heeft het gebouw door de kleurloosheid van de beglazing haar onwaarschijnlijke transparantie herkregen. sleutelrol Als oude gebouwen in hun waarde gelaten moeten worden mag het bepalen van vervangende beglazing dus geen sluitstuk zijn. De technische specificaties van het glaspakket zijn vaak bepalend voor de klimaatinstallaties. De optische kenmerken spelen in sommige gevallen een sleutelrol bij het behoud van de architectonische karakteristiek. Zeker bij de glasarchitectuur van de twintigste eeuw staat de glaskeuze voorop.

glasvervanging

85


HOOG KWALITEITKAN NIETHOOGGENOEGZIJN

WIJWETENHOEJECOMMUNICEERT METARCHITECTENENBOUWKUNDIGEN OMDATWEZELFARCHITECTENENBOUWKUNDIGENZIJN

CCK CCKMEDIANL

CCK

##+-EDIAISEENKLEINE ONAFHANKELIJKEUITGEVERIJIN$EN(AAG7EZIJNHETBEKENDSTVANDAX MAGAZINE-AARWEDOENMEER7ESCHRIJVENARTIKELENINOPDRACHTVANARCHITECTENBUREAUS BRANCHEVERENIGINGENENBOUWPRODUCENTEN7EADVISERENOPHETGEBIEDVANACQUISITIEEN MARKETING7EORGANISERENCURSUSSEN SEMINARSENEVENEMENTEN7EVERTALENBOUWKUNDIGE TEKSTENVANOFNAARHET%NGELS$EPRIMAIREDOELGROEPVANALONZEACTIVITEITENBESTAATUIT BOUWKUNDIGENENARCHITECTEN%NDATISMAKKELIJKUITTELEGGENWEZIJNHETZELFOOK"ENIEUWD NAARWAT##+-EDIAVOORJOUWBEDRIJFKANBETEKENEN.EEMCONTACTOPMET#AROLINE+RUIT T  OFCCK CCKMEDIANL


INNOVATIEVE MONUMENTALITEIT Architectonische samenhang op detailniveau


inhoudsopgave

III INNOVATIEVE MONUMENTALITEIT Een locatie herkennen als een goede plek voor een nieuwe ontwikkeling is op zich al een uitdaging. Staat er op die plek al een (monumentaal) gebouw, dan vraagt dat een extra inspanning. In deze inleiding een beschouwing van projecten, die tot voorbeeld dienen voor herontwikkeling en renovatie.

V LICHTTOREN, EINDHOVEN Een industrieel fabrieksgebouw, bij oplevering vooruitstrevend in architectuur, kreeg een nieuwe bestemming. De combinatie met nieuwbouw verzekerde de toekomst van de Lichttoren in het hart van Eindhoven.

VIII DE 3 RIVIEREN, RIDDERKERK Langs de rivier in Ridderkerk, met prachtig uitzicht op het drukke vrachtverkeer, is naast een monumentale fabriekshal een hoge woontoren geplaatst. Ook in de oude hal kwamen woningen, waarmee een industrieel terrein werd getransformeerd naar hoogwaardige woonplek.

XI DE HANGAR, EINDHOVEN Verlaten, maar nog niet verloren: de hangar van voormalig vliegveld Welschap stond er jaren verloren bij maar werd het hart van een nieuwe woonwijk. Met een gecompliceerd programma, gecombineerd met nieuwbouw, is dit de ontmoetingsplaats voor Meerhoven.

D

e Reynaers Project Prijs wordt jaarlijks uitgeschreven voor gevelbouwers die werken met de producten van Reynaers Aluminium. In 2009 vond de eerste beoordeling plaats, met ruim honderd projecten in vier categorieën: serres & tuinkamers, renovatie & herbestemming, woningbouw en utiliteitsbouw. Een dergelijke jurering is niet alleen een prachtige gelegenheid om een overzicht te krijgen van gerealiseerd werk, maar laat ook trends en nieuwe ontwikkelingen in het vakgebied zien. De jury voor de Reynaers Project Prijs signaleerde twee trends die aanleiding vormden voor deze uitgave. Beiden hebben te maken met de omgang met de bestaande bouw. Het thema ‘Monumentale innovatie’ is direct terug te brengen naar de zeer respectvolle wijze waarop panden met een monumentale waarde zijn herbestemd en gecombineerd met nieuwbouw, opdat de levensduur ruim wordt vergroot en de culturele waarde blijft behouden. ‘Respectvolle renovatie’ laat zien hoe voor grootschalige verbeteringsprojecten met extra aandacht voor het detail een hele wijk aan kwaliteit kan winnen. Voor de opdrachtgever én gebruiker zit de kracht van de oplossingen in kleine dingen: het gebruiksgemak, het doorzicht, het gevelbeeld. Het kozijn speelt in alle aspecten de hoofdrol.

XIV RESPECTVOLLE RENOVATIES

colofon

Voorbeelden van recente renovatieprojecten, waarbij de keuze voor kozijnen een grote impact heeft voor de beleving van het geheel.

Deze publicatie is tot stand gekomen naar aanleiding van de Reynaers Project Prijs 2010, een jaarlijkse selectie van projecten die zijn gerealiseerd met systemen van Reynaers Aluminium B.V. te Helmond.

XIV Huize Lidwina, Schijndel XV Plan Heseveld, Nijmegen XV Watertoren, Olst

concept, tekst en layout CCK Media, Den Haag redactie Rina van Heck (Reynaers Aluminium), Caroline Kruit, Philip Allin, Barbara Heijl (CCK Media) fotografie Reynaers, tenzij anders vermeld

© Reynaers Aluminium, voorjaar 2010

II


INNOVATIEVE MONUMENTALITEIT

H

et omgaan met bestaande objecten van monumentale waarde is niet eenvoudig. Zeker als het programma voor de locatie het volume van het monument overstijgt. De hiernavolgende drie projectbeschrijvingen zijn voorbeelden van goede oplossingen, ieder met een eigen insteek en karakter. Of het nu gaat om een monumentaal pand in een binnenstad, een karakteristieke loods aan de rand van een rivier of een oude hangar midden in een nieuwbouwwijk: respectvolle omgang en integratie met nieuwbouw is mogelijk. Bijzonder is dat de

connectie tussen oud en nieuw vaak op detailniveau het grootste effect heeft. In het kader van deze uitgave werd de relatie op kozijnniveau bestudeerd. Juist daar blijkt een coherentie van monumentaal oud en eigentijds nieuw goed maakbaar. De Lichttoren in Eindhoven, het project De 3 Rivieren in Ridderkerk en Spilcentrum De Hangar in Eindhoven: deze projecten zijn lichtende voorbeelden van de combinatie van (industriële) monumenten met nieuwbouw tot een resultaat van een hoge kwaliteit. De monumenten worden met respect behandeld, maar wel doelbewust naar

foto’s boven: loods in Ridderkerk, beeld via Arlan Architecten.

foto’s bovenste rij: De Lichttoren. Beeld via RHCe Eindhoven, www.rhc-eindhoven.nl

foto’s onderste rij: de hangar op vliegveld Welschap in vervlogen tijden. Beelden via Eindhoven In Beeld, www.eindhoveninbeeld.com; skyscrapercity.com.

IIi


de criteria van deze tijd getrokken. De nieuwbouw heeft een eigen karakter, maar sluit in materialisering en maatvoering aan op het bestaande. Bij het project Lichttoren in Eindhoven gaat het om de renovatie van een groot industriëel pand met een substantiële nieuwbouw ernaast. In het oorspronkelijke ontwerp voor het gebouw uit het begin van de twintigste eeuw was er een duidelijke geleding zichtbaar in drie horizontale stroken met (oorspronkelijk) een lichtere bovenrand of (later) een donkere bovenrand. De kozijnen staken af bij het glas. Met de oplossing die bij deze laatste renovatie is gekozen, is de oorspronkelijke architectuur toch wel enig geweld aangedaan door te kiezen voor een ander raster, donkere kozijnprofielen en donker glas, waardoor de gevelopeningen donkere vlakken zijn geworden. De gevel is echter onmiskenbaar functioneel en zeer degelijk uitgevoerd. Ook de combinatie met de nieuwbouw ernaast kan tot op het niveau van de kozijnen worden beredeneerd. Spilcentrum de Hangar in Eindhoven is van verwaarloosde plek veranderd in een multifunctioneel ontmoetingscentrum: een plek voor jong en oud. Oud zal de herinnering aan de oorspronkelijke hangar nog hebben, maar ook jong wordt bewust gemaakt van de cultuurhistorische waarde van de locatie van voormalig vliegveld Welschap. Met de invulling van de betonnen schalen met gesloten gevels is een duidelijk verband gelegd

met de oorspronkelijke maatvoering, maar zonder concessies te doen aan het nieuwe totaalbeeld. In vorm en volume mogen hangar en nieuwbouw dan duidelijk een eigen karakter hebben, met de gevelpartijen wordt het geheel bij elkaar getrokken. Verschillende typen kozijnen en gevelsystemen zijn gecombineerd, maar nergens met elkaar in concurrentie. Door een vergelijkbaar raster en afgestemde kleuren trekken de kozijnen het project als geheel bij elkaar. Ook de loods van het project De 3 Rivieren in Ridderkerk is een pluim waard als het gaat om de wijze waarop met respect is gezocht naar een functionele en esthetische oplossing. De gevel van de loods is volledig volgens de originele waarden gerenoveerd en kreeg een subtiele en kleinschalige geleding. De nieuwe toren Onyx ernaast is juist robuust met grote erkers met donkere, karakterbepalende kozijnen. Beide stralen een stoerheid uit, die prachtig combineert en de afzonderlijke gebouwen in de eigen waarde laat. Stoer, robuust én functioneel in zowel het architectonisch beeld als in het gebruik door de bewoners, aansluitend bij de industriële omgeving van het project. In kleurstelling en maatvoering zijn goede combinaties gemaakt met de materialen in de gevel. In Nederland staan nog - op vergelijkbare mooie locaties - legio industriële objecten die dezelfde behandeling zouden mogen krijgen! n Caroline Kruit

foto’s bovenste rij: De Lichttoren. Beeld via RHCe Eindhoven, www.rhc-eindhoven.nl

foto’s onderste rij: de loods in Ridderkerk, op locatie De 3 Rivieren. Beeld via Arlan Architecten.

IV


lichttoren, eindhoven

Renovatie en herbestemming, nieuwbouw, woningbouw Architect: awg architecten, Antwerpen

D

e Lichttoren, één van de eerste fabrieken van Philips, werd in het begin van de twintigste eeuw gebouwd. Met enorme raampartijen was deze fabriek het toonbeeld van vooruitstrevendheid in architectuur. Dankzij een grondige renovatie is dit, bijna een eeuw later, nog steeds het geval. Het gebouw dankt zijn naam aan een zevenhoekig torentje dat op de vijfde verdieping van het complex staat. Hier werd de levensduur van gloeilampen getest waardoor er dag en nacht licht brandde. In de jaren zeventig is de fabriek verbouwd tot kantorencomplex. Bij de verbouwing is onder andere een verlaagd plafond toegevoegd, is de kozijnindeling veranderd en zijn bovenlichten vervangen door dichte panelen. Aanpassingen die de functionaliteit ten goede kwamen, maar niet de architectuur. Met de intentie het gebouw in oude glorie te herstellen is het in 2003 verkocht aan woningbouwcoöperatie Trudo. Het gebouw is vervolgens grondig gerenoveerd en uitgebreid met drie nieuwbouwblokken. De renovatie- en uitbrei-

dingsplannen zijn gemaakt door awg architecten in samenwerking met Vrencken Hoen architecten. Bij de renovatie is het gebouw tot op het betonnen casco gestript en is de fundering vernieuwd. Alle kozijnen zijn vervangen om ze te voorzien van dubbel glas en de originele indeling van de puien uit 1910, in hoofdlijnen, terug te brengen. Speciaal voor de Lichttoren is door Reynaers een nieuw aluminium profiel ontwikkeld. In aanzicht is het bijna net zo slank als traditionele, stalen profielen die slechts geschikt zijn voor enkel glas. Omdat dubbele stijlen niet in het gewenste gevelbeeld passen, zijn de puien van 3 bij 6 meter in één stuk gemonteerd. De Lichttoren heeft een levendige begane grond met commerciële functies zoals een grand café. De eerste verdieping biedt ruimte aan kantoren en de tweede tot en met de vijfde verdieping is ingedeeld met loftwoningen. Een markante toevoeging aan het gebouw zijn glazen balkons aan de zuidgevel

V


die de woningen van buitenruimte voorzien. Ze zijn geïntegreerd in de grote raampartijen waardoor zij verhoogd liggen ten opzichte van het vloerniveau in de woning. Ook wordt de glazen vloer van het balkon onderverdeeld in segmenten zodat zij overeen komen met de breedte van de kozijnen. Hoewel de balkons geen onderdeel uitmaken van de oorspronkelijke gevel, sluiten zij er bijzonder goed bij aan. De paars-bruine baksteen waarmee de gevel van de drie nieuwbouwblokken is uitgevoerd, staat in

vi

sterk contrast met de witte gevel van de lichttoren. Toch zijn de vier gebouwen duidelijk familie van elkaar. De architect Jan Verrelst zegt hierover: ‘We hebben de verhoudingen van de Lichttoren geanalyseerd. Een aantal van deze verhoudingen is gebruikt in de nieuwbouw. Zo zijn de afmetingen van de puien in de nieuwbouw gebaseerd op de verhouding van de puien in de Lichttoren. Ook zijn dezelfde typen profielen toegepast. Oud en nieuw zijn op deze manier met elkaar in harmonie.’ n


1.

binnen

2. 4.

3.

5. 6. 7.

verticale doorsnede gevel nieuwbouw schaal 1 : 10 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10.

1. 2. 3.

isolatieglas aluminium kozijn Reynaers aluminium waterslag vensterbank, multiplex stelkozijn isolatiemateriaal prefab latei metselwerk stalen anker latei draagconstructie, beton metselwerk

4. 5. 6.

binnen 7.

8.

verticale doorsnede bestaande gevel met nieuwe kozijnen schaal 1 : 20 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

9.

10.

bestaande betonconstructie minerale wol stijl- en regelwerk, koudgevormd staal gipsplaat - dampremmend folie - gipsplaat aluminium kozijn Reynaers isolatieglas vensterbank, geschilderd multiplex

2. 1.

CS 38-SL (vlak)

aanzicht zuidgevel

projectgegevens project renovatie Lichttoren en aanvullende nieuwbouw, Eindhoven, www.lichttoren.nl opdrachtgever De Nieuwe Combinatie Vastgoedontwikkeling, Eindhoven, www.dncvastgoedontwikkeling.nl architect awg architecten, Antwerpen, www.awg.be in samenwerking met Vrencken Hoen Architecten, Maastricht, www.vrencken-hoen-architecten.nl

aannemer Stam + De Koning Bouw, Eindhoven, www.stamendekoning.nl gevelconstructie Rutolux, Groesbeek, www.rutolux.nl gevelprofielen Lichttoren maatwerk op basis van Reynaers CS 38 - SL (vlak)

VII


DE 3 RIVIEREN, ridderkerk

Renovatie en herbestemming, nieuwbouw, woningbouw Architect: Arlan Architecten, Rotterdam

E

en mooiere woonlocatie in Ridderkerk is bijna niet denkbaar: bij het knooppunt van de Nieuwe Maas, de Lek en De Noord. Toch was hier tot voor kort uitsluitend industriële activiteit. Een aantal oude loodsen is daar de stille getuige van. Borghvast ontwikkelde een plan voor deze locatie, met voornamelijk koopwoningen in het hogere segment. Om de culturele referentie naar de geschiedenis van de plek levendig te houden, is een combinatie van renovatie (herbestemming) en nieuwbouw gemaakt. Arlan Architecten maakte het ontwerp voor de eerste fase van het plan dat de naam De 3 Rivieren kreeg: de herbestemming van de fabriekshal van de voormalige scheepswerf Smit Slikkerveer en de hoge woontoren Onyx daarnaast. Bijzonder is te zien hoe deze gebouwen met elkaar communiceren op materiaal- en detailniveau. De fabriekshal is uiterlijk gerestaureerd naar vrijwel de oorspronkelijke staat. De toren kijkt stoer uit over de rivieren alsof het gebouw deze plek heeft veroverd.

viII

Ondanks zeer verschillende typologieën, horen deze gebouwen beslist bij elkaar. In de maatvoering, keuze voor materialen en de details zijn duidelijke referenties gezocht. In de fabriekshal uit 1931 zijn 26 woningen gerealiseerd. Alle woningen hebben split-level en een flink geveloppervlak. In de daken zijn flinke daklichten aangebracht. De woningen vangen zeer veel daglicht door de grote raampartijen van de fabriekshal, die volledig zijn behouden. De oude stalen kozijnen zijn vervangen door een geïsoleerd aluminium gevelsysteem, waarbij in de geleding en uitstraling zoveel mogelijk het oorspronkelijke beeld is behouden. De ranke profielen maken dat de relatief kleine ramen toch veel licht in het pand brengen. Anders dan in de tijd dat het gebouw functioneerde als fabriekshal, zijn de ramen in de woningen deels te openen. Maar met de gekozen slanke kozijnprofilering en positie van deze open delen valt de verdikking bij de draai-elementen nauwelijks op.


dwarsdoorsnede fabriekshal, kopwoningen

doorsnede bij split-level doorzonwoningen

doorsnede bij entree

aanzicht noordgevel met entree

IX


Opvallend is dat bij de samenstelling van de gevel is gekozen voor het hanteren van industriële componenten, zonder dat zij noodzakelijk zijn. Een voorbeeld daarvan zijn de roosters in de zuidoostgevel, die slechts deels voor luchttoevoer naar de woningen dienen maar over de hele breedte zijn aangebracht om een harmonieus beeld te creëren.

uniek uitzicht over de rivieren. De raampartijen zijn vormgegeven als erkers, waarbij de gevel deels te openen is. Elk appartement heeft twee balkons, die in formaat weliswaar bescheiden zijn, maar een fenomenaal uitzicht geven. In de materialisering en detaillering is ook bij Onyx gezocht naar robuustheid en bijna industriële combinaties. Het gebouw kan het hebben, zonder grof te zijn.

De woningen in de toren Onyx hebben met de loftwoningen in de loods gemeen dat ze licht en ruimtelijk zijn. Aan weerszijden van de stijgpunten (lift en trappenhuizen) heeft elke verdieping twee appartementen met elk een eigen voordeur. De plattegronden zijn ruim; elk appartement heeft een

De 3 Rivieren is nog steeds een gebied in ontwikkeling, zij het enigszins vertraagd door de huidige markt. De twee gerealiseerde gebouwen maken nieuwsgierig naar wat er nog meer is bedacht voor deze bijzondere plek. n

projectgegevens project verbouwing industriële loods en nieuwbouw Onyx als onderdeel van plan De 3 Rivieren, Ridderkerk, www.de3rivieren.nl opdrachtgever Borghvast, Ridderkerk architect Arlan Architecten, Rotterdam, www.arlan.nl aannemer Aan de Stegge West, Ridderkerk, www.adsw.nl

X

gevelconstructie Elementz, onderdeel van de Oskomera Groep, Deurne, www.oskomera.nl gevelprofielen nieuwbouw Reynaers CS 68 en CW 50 gevelprofielen loods Reynaers CS 38-SL en CW 50


de hangar, eindhoven

Restauratie en herbestemming, nieuwbouw school en sporthal Architect: diederendirrix, Eindhoven

D

e vliegtuighangar van voormalig vliegveld Welschap in Eindhoven heeft een tweede leven gekregen. Op de plaats waar het vliegveld lag, verrijst nu de woonwijk Meerhoven. Er zijn nog maar enkele gebouwen die herinneren aan het vliegveld. In opdracht van de gemeente Eindhoven is de karakteristieke hangar door architectenbureau diederendirrix getransformeerd tot het culturele centrum van de wijk. Om de wijk Meerhoven een ontmoetingsplek voor jong en oud te geven, is op de locatie van de hangar een omvangrijk programma gehuisvest. Om dit onder te brengen zijn twee volumes aan de hangar toegevoegd. In ĂŠĂŠn nieuwbouwvolume is het educatieve programma ondergebracht, met een basisschool en een bibliotheek. In de andere vleugel bevindt zich een sport- en ontmoetingscentrum, met onder andere een sporthal, een fitnesscentrum en horecagelegenheid. Het ontwerp voor deze nieuwe gebouwdelen is bewust ingetogen gehouden, zodat het oude gebouw karakter kan blijven tonen. Als gevolg van deze ontwerpkeuze is

de sporthal verdiept aangelegd. De hangar is nog steeds het hoogste bouwdeel en steekt fier boven de nieuwe delen uit. Door de toevoeging van de nieuwe volumes kon de bestaande hangar voor een groot deel vrij blijven van programma en fungeert de ruimte nu als multifunctioneel, overdekt plein. Het is de entreehal voor het gehele complex. De ruimte is vrij van kolommen door de grote overspanning die het gewelfde betonnen dak maakt. Het plein staat in open verbinding met de buitenlucht. In deze ruimte, met de draagconstructie volledig in het zicht, is de historie van het gebouw het meest aanwezig. De originele puien van de hangar, die de rondingen van het dak volgen, zijn vervangen door nieuwe aluminium kozijnen. Bij de kozijnen in de noordgevel is de indeling van de originele puien aangehouden. Het karakteristieke gevelbeeld blijft daarmee behouden. Ondanks de open verbinding met de buitenlucht heeft het overdekte plein een besloten karakter, door het dak maar zeker ook door de aanwezigheid van deze grote puien. Net als bij de

Xi


hangar zijn de gevels van de nieuwe gebouwdelen opgebouwd uit beton met aluminium kozijnen en glas. Horizontale banden van polyesterbetonplaten worden afgewisseld met aaneengesloten stroken glas in aluminium kozijnen. De slanke kozijnen liggen bijna in hetzelfde vlak als de gevelplaten en hebben nauwelijks een negge. Dit geeft een rustig en strak gevelbeeld. De strenge, geometrie van de gevel wordt verzacht door het gebruik van kleur. Achter het glas zijn folies in verschillende kleuren aangebracht. De lange stroken glas laten een vrolijk kleurpatroon zien. De drie gebouwdelen worden met elkaar verbonden door een centraal gelegen straat. Die loopt van de oude hangar, tussen de nieuwe gebouwdelen door, naar het schoolplein aan de andere kant van het complex. Er ontstaat een poort bij de overgang van het overdekte plein naar de straat, omdat

een pui uit het stramien van het gewelfde dak is weggelaten. In het beeld dat door de poort wordt ingekaderd, komen oud en nieuw samen. EĂŠn niveau hoger is een tweede belangrijke route aangelegd, over het dak van de sporthal. Het dak is te bereiken via een brede trap aan het schoolplein en loopt helemaal door in de hangar. Vanaf het dak zijn de bogen van de zuidgevel van de hangar plotseling zichtbaar. Projectarchitect Timo Keulen: â&#x20AC;&#x2DC;Wij hebben ervoor gekozen om de puien in deze gevel een eigentijdse invulling te geven. De originele indeling kon in ieder geval niet gehandhaafd blijven. De onderregel van de pui ligt namelijk hoger dan voorheen door het dak van de sporthal. De horizontale onderverdeling van de originele puien hebben we daarom achterwege gelaten. Dit resulteert in een rustige, verticale onderverdeling die beter aansluit bij de nieuwe gevels.â&#x20AC;&#x2122;

aanzicht straatzijde met links de nieuwbouw van de school en rechts de hangar

xii


aanzicht noordgevel met verticale geleding in hangargevel

aanzicht zuidgevel, met origineel ruitenpatroon

CS 38-SL

verticale doorsnede over sporthal (links) en nieuwbouw school (rechts)

projectgegevens project Cultureel en educatief centrum de Hangar, Eindhoven, www.dehangar.nl opdrachtgever Woonveste Vastgoed, Mierlo, www.woonveste.com architect diederendirrix, Eindhoven, www.diederendirrix.nl aannemer Woonveste Bouw, Mierlo, www.woonveste.com

gevelconstructie Thermo Konstrukties, Beugen, www.thermobv.nl gevelprofielen nieuwbouw Reynaers ES 50 en CW 50 gevelprofielen hangar Reynaers CW 60 en CS 38-SL

xIII


respectvolle renovaties

H

et aandeel renovatie onder de inzendingen van de Reynaers Project Prijs groeit jaarlijks. Dat is natuurlijk niet verwonderlijk, in het licht van duurzaamheid en de economische ontwikkelingen in de woningmarkt en utiliteitsbouw. Het is een algemene trend die zich zal voortzetten. Maar een nieuwe ontwikkeling is de kwaliteitsimpuls die wordt gegeven bij renovatieprojecten van een gemiddelde grootte. Werden kozijnen eerder voor een generatie bewoners of gebruikers vervangen, nu is de beoogde levensduur voor de nieuwe producten aanzienlijk langer. Niet alleen is de keuze voor aluminium dan gerechtvaardigd, het heeft ook consequenties voor de vormgeving van de kozijnen. Een aantal in de selectie getoonde renovatieprojecten laat zien dat meer aandacht wordt besteed aan de compositie van de kozijnen. Voorbeelden hiervan zijn Huize Lidwina in Schijndel en Plan Heseveld in Nijmegen. De kwaliteit van het bouwblok, danwel de hele wijk, is gebaat bij kozijnen die passen in de oorspronkelijke architectuur van het gebouw. Er wordt zichtbaar moeite getroffen om de oorspronkelijke geleding in de gevel terug te brengen, maar conform de huidige eisen ten aanzien van isolatie en comfort. Maar deze projecten zijn de krenten in een uniforme pap. Bij een flink aantal renovaties wordt het oorspronkelijk pand met minder respect behandeld. Ook lijkt het wel of er bij veel opdrachtgevers nog steeds te makkelijk wordt gekozen voor een herhaling van zetten, oftewel het vrijwel één op één overnemen van het kozijn dat wordt vervangen - ongeacht of dat recht doet aan de oorspronkelijke architectuur. Hierin ligt een duidelijk taak in de communicatie vanuit zowel de toeleverende industrie als de architectuurbranche, zeker als het gaat om renovatieprojecten in de zogenoemde prachtwijken. n Caroline Kruit

XIV

Huize Lidwina is een prachtig voorbeeld van extra aandacht aan de compositie van de kozijnen: hoe het oorspronkelijk beeld terug te krijgen met een kozijn dat voldoet aan alle hedendaagse eisen. Het pand deed eerder dienst als klooster. In een naar het oorspronkelijke beeld teruggebrachte gevel biedt het plaats aan koopappartementen.

huize lidwina project Huize Lidwina, Schijndel opdrachtgever woningbouwvereniging Huis en Erf, Schijndel, www.huisenerf.nl architect VVKH Architecten, Leiden, www.vvkh.nl gevelconstructie Sunvry Aluminiumbouw, Schijndel, www.sunvry.nl toegepaste gevelprofielen Reynaers CS 38 - SL


project 305 portiekwoningen in wijk Heseveld, Nijmegen opdrachtgever Portaal Vastgoed Ontwikkeling, Veenendaal, www.portaal.nl architect Van Hontem Architecten, Nijmegen, www.vanhontem-architecten.nl gevelconstructie Rutolux Groesbeek, www.rutolux.nl toegepaste gevelprofielen Reynaers CS 38 - SL

plan heseveld Een deel van de na-oorlogse wijk Heseveld in Nijmegen is enige jaren geleden benoemd tot beschermd stadsgezicht. Het gaat daarbij onder anderen om de hier getoonde portiekwoningen, die overwegend sociale woningbouw zijn. Bij eerdere renovaties waren de kozijnen vervangen door vlakke kunststof exemplaren, nu is gekozen voor een traditionele geleding met geïsoleerde, aluminium profielen.

De Watertoren in Olst is een charmant project dat velen tot de verbeelding zal spreken. Een goed voorbeeld van herbestemming met een groot respect voor het industriële verleden van het object en de omgeving ervan. Niet alleen is de ruimte nu functioneel, het is een plek waar om wordt gestreden. De nieuw gemaakte raampartijen zijn op subtiele wijze voorzien van hedendaagse kozijnen, die een essentiële bijdrage leveren in het comfort van de woningen.

watertoren olst project Watertoren, Olst opdrachtgever Boerhaar Onroerendgoed, Wijhe architect Architectenbureau Zwijnenberg, Wijhe gevelconstructie Façadis geveltechniek, Oldenzaal, www.facadis.nl toegepaste gevelprofielen Reynaers CW 50 en ES 50

XV


BUILDING INSPIRATIONS ramen, deuren, vliesgevels en zonwering

Reynaers ontwikkelt aluminium raam-, deur- en vliesgevelsystemen in nauwe samenwerking met architecten, projectontwikkelaars en gevelspecialisten. Een mooi voorbeeld hiervan is de renovatie en nieuwbouw van de Lichttoren in Eindhoven. Met de slanke, esthetische aluminium systemen van Reynaers is invulling gegeven aan de hoge eisen van de Commissie van Rijksmonumenten omtrent het behoud van de oorspronkelijke uitstraling. Interesse voor een proďŹ lering op maat? Neem contact op met de architectenadviseurs van Reynaers. Kijk op www.reynaers.nl of bel 0492 - 56 10 20


productinformatie

detail gevel De Korrels, Haarlem â&#x20AC;˘ architect Abbink X De Haas architectures â&#x20AC;˘ foto architectenbureau


productinformatie beton met coating solid poetry

solid poetry oostzijde 355 1508 ep zaandam t +31(0)648 076 449 e info@solidpoetry.com w solidpoetry.com

Het verkleurende beton van Solid Poetry is dit vooraar op meerdere beurzen te zien geweest en is nu in productie genomen. Een speciale coating op het beton wordt pas zichtbaar als er vocht op komt. Zo krijgt een betonwand, sandwichelement of vloer een extra dimensie. Met een gepatenteerde techniek wordt een laag

aangebracht op de buitenzijde van een prefab betonplaat. Hiermee kunnen patronen, afbeeldingen en abstracte vormen worden getekend die in het zicht komen als het regent. Solid Poetry is een product van het Nederlandse design bureau Studio Molen. Naast panelen moeten ook andere prefab onderdelen kunnen gemaakt,

zoals straatmeubilair. Naast beton worden nu ook bakstenen geleverd die op dezelfde wijze behandeld zijn.

Voor het Zorghotel Swinhove, een project dat aan de Plantageweg in Zwijndrecht moet komen, ontwikkelde Topos architecten een gebouw met een lamellengevel. Het gebouw staat langs de A12, wat voor de architecten aanleiding was om in de gevel een zeker bewegingselement te brengen. Gekozen werd voor verticale lamellen in de vorm van

een helix. In samenwerking met Trespa is hiervoor een verdiepingshoog, getordeerd element ontwikkeld, dat contrasterende kleuren heeft. Zo zal het gebouw vanuit het ene standpunt lichte gevel hebben (in de renderings is gekozen voor wit) en vanuit een ander standpunt patroon hebben met felle kleuren. Tijdens de expositie Wereldarchitectuur

op GEVEL2010 liet Trespa een andere variant zien, met een metallic kleur aan de ene zijde en een felle paarse kleur aan de andere zijde. De producent laat hiermee zien dat Trespa Meteon dubbelzijdig weervast is, tot een zekere mate in kromming kan worden gebracht en gefixeerd en dat verschillende patronen op het oppervlak mogelijk zijn.

verticale lamellen trespa meteon helix

trespa international wetering 20 6002 sm weert t +31(0)495 45 88 50 i infonederland@trespa.com w www.trespa.com/beNL/ www.toposarchitecten.nl

104

productinformatie

jaargang 5 â&#x20AC;˘ 2010 â&#x20AC;˘ nr. 30


productinformatie Tetterode Glas liet tijdens GEVEL2010 een paneel zien van de gevel voor het Infinity project in Belgrado van architect prof. dr. Miodrag Mirkovic die glooit ‘als een rimpeling in het water.’ De totale gevel is 300 m2 en bestaat uit glaspanelen van 100 x 110 cm. Tetterode glas kocht het patent van de TU Delft voor een systeem waarbij glaspanelen in aanpasbare mallen driedimensionaal worden gevormd. Het systeem is bedacht door Karel Vollers en Daan Rietbergen. De panelen bestaan uit twee lagen. Met staalkabels wordt de mal in de gewenste vorm gebracht. De onderste laag glas ligt in de mal als het geheel de oven ingaat. Bij ongeveer 570 oC begint het glas zacht te worden. Dan wordt de toplaag er bovenop gelegd, waardoor beide lagen zich naar de mal vormen. Volgens de ontwerpers ligt er nog een uitdaging om de mal computergestuurd aan te kunnen passen en de procedure in de oven te optimaliseren.

Het project kwam voorbij in de lezing op GEVEL2010 van Danny de Raadt (Studio Eleven - Architecture, Den Haag): Spoolderwerk in Zwolle, naar ontwerp van René Steevensz van PPKS Architects. De Raadt was projectleider namens het Amerikaanse bureau. De gevel maakt een visuele verbinding tussen de verschillende delen van het gebouw. Het ontwerp van de gevel is ontwikkeld door Rollecate, Schüco en AGC Flat Glas. De in totaal 9.000 m2 dubbelglas zijn samengesteld met Thermobel Stopray, een hoogrendementsglas met een dubbele zilvercoating. Het glas heeft een hoge lichtdoorlatingscoëfficiënt en een lage zontoetredingsfactor en is in verschillende (neutrale) kleurstellingen verkrijgbaar. De coating is een zogenoemde soft coating, waarmee rekening moet worden gehouden bij de compositie tot dubbelglas, omdat de randafdichting voor de verwerking moet worden gestript.

jaargang 5 • 2010 • nr. 30

gebogen glaspanelen

tetterode glas appelseweg 13 3781 md voorthuizen t +31(0)342 42 72 083 e info@tetterodeglas.nl w www.tetterodeglas.nl

werktekening mock-up

hoogrendementsglas thermobel stopray

agc flat glass postbus 6025 4004 je tiel t +31(0)344 67 99 22 e sales.nederland@eu.agcgroup.com w www.yourglass.com www.ppks.com www.rollecate.nl masterplan Spoolderwerk, Zwolle

mock-up bij Rollecate

productinformatie

105


productinformatie gebogen glas met zonnecellen freeformglass

brs groep industriestraat 15 2751 gt moerkapelle t +31(0)88 027 70 00 e info@brs.nl w www.brs.nl www.movares.nl

De BRS Groep kocht het patent voor het koud vervormbare Freeformglass en nam die ontwikkeling een stap verder door PV-cellen in de ruit te integreren. Een toepassing van deze ontwikkeling werd geplaatst in de kap van NS-station Zuilen (Utrecht, een project van Movares) en heeft inmiddels een aantal seizoenen alle tests doorstaan en is klaar voor brede toepassing.

Freeformglass bestaat uit een aantal geharde ruiten die onderling zijn verbonden door een kunststoffolie. De ruiten kunnen op de bouwplaats bij omgevingstemperatuur in een gekromde sponning worden gevat. Op de combinatie met (meebuigbare) PV-cellen is octrooi aangevraagd.

dezelfde aluminium profielen afgewerkt. De uitdaging voor de aannemer zat voornamelijk in de plaatsing en afwerking van de profielen. Sommige delen van de gevel zijn geïsoleerd en andere niet. Daardoor moest zeer nauwkeurig worden gelet op het aanbrengen van de glimmende coating, omdat er geen vocht bij mocht komen. Daarbij moest de kunststofgevel

aansluiten op een gemetselde zijgevel. Aan de bovenrand is een helling ingebouwd. De lijn hiervan is bedoeld om aansluiting te maken met de contouren van een naastgeleogen kantoorgebouw. De vliesgevel is gemaakt door Polybouw uit Rijssen.

aluminium profielen fw50+

schüco rendementsweg 3a 3641 sk mijdrecht t +31 (0) 297 233 670 f +31 (0) 297 250 162 e info@schueco.nl w www.schueco.nl www.im-architecten.nl

Op een compacte bouwlocatie langs de invalswegen van Deventer staat kantorencomplex L'Arc-en-Ciel. Het ontwerp is van het lokaal gevestigde bureau I’M Architecten. De kleurrijke gevel bestaat uit gecoat glas in aluminium profielen. De kunststofgevel is een verdieping verhoogd omdat de begane grond is ingenomen door een parkeerruimte. De onderzijde van de gevel is met

106

productinformatie

jaargang 5 • 2010 • nr. 30


dichtbij - veraf

In de gevel zijn dertien iconen uit de

verhaalkunst afgebeeld in repeterende patronen. Hiervan is een deel afge-

beeld (onder). Hierboven een fragment van de Turkse Nasreddin

Speelpark Anansi ligt in de Utrechtse wijk Kanaleneiland. Centraal in het park staat een speelgebouw van Mulders vandenBerk Architecten. Het spierwitte blok markeert de scheiding tussen twee delen van het park. Het gebouw heeft drie eenvoudig opgezette speelkamers, allemaal met een andere oriëntatie. De witte gevels zijn uitgevoerd in corian. Dit materiaal wint aan populariteit bij interieurs maar is nog zelden in gevels toegepast vanwege de relatief hoge kosten. De voordelen zijn een zeer hoge deuk- en krasbestendigheid en dat het eenvoudig is te reinigen met water. De gevel is voorzien van lijntekeningen die sprookjes uitbeelden van over

de hele wereld. De iconische patronen zijn met een CNC-machine uitgefreesd in losse corian panelen van 93 x 350 cm. De panelen zijn op locatie naadloos verlijmd over het volume. Het project werd in sneltreinvaart uitgevoerd. Binnen tien maanden moest het hele ontwerp- en bouwtraject voltooid. Daarom hebben de architecten gekozen voor een prefab oplossing. Zo is 80% van het gebouw in de fabriek gemaakt. Bij eventuele sloop kunnen de verschillende onderdelen en materialen eenvoudig worden gescheiden. De gevelpanelen kunnen worden versnipperd en weer hergebruikt in het productieproces van corian.

zie ook de pagina’s 26 en 27 opdrachtgever Gemeente Utrecht, afdeling D.M.O. architect Mulders vandenBerk Architecten, Amsterdam www.muldersvandenberk.nl fotografie Wim Hanenberg (binnen) Roel Backaert (pagina 14-15) Wouter van der Sar (details) aannemer gebouw Barli, Uden aannemer gevel Roord binnenbouw, Amsterdam

jaargang 5 • 2010 • nr. 30

dichtbij-veraf

107


antarctica lounge

Eind januari werd in het Rotterdamse Ahoy de beurs GEVEL2010 gehouden: over alles dat bij de gevel hoort. Met een prominente stand, een expositie en een serie drukbezochte lezingen was dax duidelijk aanwezig. In samenwerking met een aantal producenten hebben wij een drukbezochte expositieruimte neergezet. Allerlei noviteiten werden tentoongesteld, van koudgebogen glas tot gepoedercoate aluminium

108

antarctica lounge

strekplaten. De getordeerde wandsystemen van Trespa en de nieuwste kozijnen van Reynaers trokken veel bekijks. Ook voor de lounge was volop aandacht. Het ontwerp is door de redactie bedacht en uitgewerkt. Geheel in het beursthema ‘Wereldarchitectuur’ werd een wereldkaart getoond op een cirkel van driehoekige houten zuilen tot ruim 3 m hoog. Binnen deze ruimte werden presentaties en borrels gehouden,

jaargang 5 • 2010 • nr. 30


gevel2010

kon worden genetwerkt, en werd de dax_winterpitch gehouden. Tijdens dit halfjaarlijks evenement werd uit een voorgeselecteerde groep, na een pecha kucha-achtige presentatie, de eerste gasthoofdredacteur van 2011 gekozen. Deze keer won Zwarts & Jansma architecten. Wij kijken uit naar de samenwerking!

architecten en andere bouwprofessionals die indrukwekkende presentaties gaven, nogmaals bedanken voorhun bijdrage. Lees het verslag op de volgende pagina.

Veel aandacht trokken de populaire ‘Wereldarchitectuur’-lezingen van onze sprekers. Wij willen alle

ring zuilen), Forbo Flooring Systems (vloer),

jaargang 5 • 2010 • nr. 30

Er is door veel mensen hard aan de dax_stand gewerkt,

zowel voor, tijdens als na de beurs. Onze dank gaat met

name uit naar de volgende partijen: Hurks Beton (uitvoeVNU Exhibitions Europe en Oolaalaa (wereldbollen).

antarctica lounge

fotografie Erik Stekelenburg, Gevelvisie • www.gevelvisie.nl

109


antarctica lounge ‘G

‘E

r is geen energieprobleem, ook niet in de toekomst. De aarde biedt voldoende energiebronnen. Materiaalschaarste? De grondstoffen die we hebben gewonnen bevinden zich nog steeds op deze aarde: we weten alleen niet waar ze zijn, we zijn ze kwijtgeraakt. We zullen beiden moeten vinden en koesteren door verantwoordelijk te handelen.

ebouwen zonder gevel zijn zondermeer een studie waard. De gevel is een makkelijk inwisselbaar element.. Jacob van Rijs

Thomas Rau

Het thema van de beurs GEVEL2010 was ‘Wereldarchitectuur’ en in dat kader nodigde dax sprekers uit om over uiteenlopende onderwerpen hun visie te geven. Het bleken stuk voor stuk boeiende betogen over de toekomst van de bouw (in wereldwijd perspectief), de ontwikkelingen in de gevelbouw en de ontwikkelingen in het eigen bureau van de sprekers. Een korte impressie. De gevel is als een jas. De gevel geeft beschutting, houdt wind en regen tegen, kan warmte reguleren en is soms ook helemaal niet nodig. Jacob van Rijs (MVRDV) opende zijn lezing met de stelling ‘Hebben we gevels wel nodig?’. Hij liet voorbeelden zien van gebouwen “zonder” gevel, zoals de openluchtschool van Duiker in Amsterdam. En toonde een MVRDVconcept voor een gebouw dat “gevel-loos” wordt opgeleverd, waarbij het gevelvlak (en daarmee het aanzicht van het gebouw) door de individuele bewoners kan worden ingevuld. Ook het project Celosia Residence in Madrid, waarbij het constructieve beton werd voorzien van een transparante epoxylaag, is in zekere zin een naakt gebouw. Al kostte het de architecten veel moeite om het zo nonchalant naakt te laten zijn. Ook Thomas Rau bracht zijn toehoor een ander perspectief op gevels. In feite is het de functie die de opdrachtgever verlangt en waar je als architect zowel inhoudelijk als esthetisch vorm aan geeft. Maar de eisen aan gevels veranderen snel en trends in architectuur evenzo: waarom aan de gevel dezelfde levensduur toekennen als aan de basisstructuur van

het gebouw? Is het niet mogelijk om de functionaliteit van de gevel voor een beperkte termijn vast te stellen of zelfs te leasen? Rau zou graag zien dat de toeleverende partijen in de bouw en aan gebouwen (dus ook de water- en energiebedrijven) flexibeler omgaan met financieringsconstructies, garantievoorwaarden en exploitatietermijnen. Want op die manier kan er ook zorgvuldiger worden omgegaan met grondstoffen. Een zeer grondige integratie van functies en architectuur liet Paul Kalkhoven (Foster and Partners) zien met de projecten van zijn bureau. Met langetermijn concepten voor het omgaan met grondstoffen, energie en water worden gebouwen autonome objecten, waarbij de architectuur een wezenlijk onderdeel is van het mechanisme. Kalkhoven liet indrukwekkende en bijna buitenaardse plannen zien, die op dit moment in uitvoering zijn in Azië en het Midden-Oosten. Zeker inspirerend, maar voor veel Nederlandse architecten letterlijk ‘ver van het bed’. Laura Alvarez bracht de werkelijkheid in kaart en spiegelde de Nederlandse situatie in de branche aan die in Spanje, waar ze ook als architect werkte. Ontluisterende cijfers, die vragen om daadkracht en volharding om het vak staande te houden. Dat kan door goede voorbeelden - grote en kleine projecten - van architectuur te laten zien. En dat deed Alvarez ook. Het tekende de sfeer op de beurs: weten wat er speelt, maar een focus op de gezamenlijke passie voor goede gebouwen. Caroline Kruit

geometrie

verticaal

van vandaag? Over patronen, referenties, slimme

architecten tonen gevels in hoogbouw aan de hand

Welke rol speelt geometrie in de wereldarchitectuur oplossingen en prefabricage.

Caroline Kruit, uitgever en redacteur dax magazine • Jacco van Dijk, directeur Hurks Beton • Jan Klomp, architect en directeur Heren 5 architecten, Amsterdam

Internationaal geöriënteerde en opererende van recente projecten.

Jacob van Rijs, architect en directeur MVRDV, Rotterdam • Danny de Raadt, architect en directeur Studio Eleven, Den Haag • Marco Romano, architect, ONB, Utrecht

economie

ecologie

als levensduur, onderhoud, klimaat, energie en trend-

deze sessie, waarbij de sprekers vanuit een breed

De economie van de gevel is een heikel punt: aspecten gevoeligheid spelen een grote rol.

Thomas Rau, architect en directeur RAU, Amsterdam • Jacco van Dijk

110

Het wereldwijde thema Ecologie stond centraal in perspectief hun visie gaven op de invloed van

Paul Kalkhoven, architect en senior partner bij Foster and Partners, Londen • Laura Alvarez, architect Laura Alvarez Architecture, Amsterdam • Marc Koehler, architect Marc Koehler Architects, Amsterdam luxe

Luxe in deze tijd van crises? Kan dat? ‘Ja!’ zeggen deze sprekers. Want luxe is een gevoel, geen prijskaartje.

Nanne de Ru, architect en directeur Powerhouse Company, Rotterdam/Kopenhagen • Marco Romano

ecologische aspecten op de hedendaagse architectuur.

antarctica lounge

jaargang 5 • 2010 • nr. 30


dax compleet dax nabestellen?

uitverkocht

uitverkocht

uitverkocht

uitverkocht

Losse exemplaren van dax magazine kunnen worden besteld door een e-mail te sturen naar abo@ dax-magazine.nl of door te bellen naar 06-11 30 03 27. Een exemplaar kost 12 euro, abonnees betalen 10 euro. Op pagina 8 en op de website van dax is een lijst met boekhandels te vinden waar dax wordt verkocht.

prijzen inclusief 6% btw, exclusief verzendkosten

uitverkocht

jaargang 1 (2005|2006)

dax nr. 1* โ€ข Liesbeth van der Pol dax nr. 2* โ€ข FARO architecten dax nr. 3 โ€ข Sputnik

dax nr. 4 โ€ข Paul de Ruiter

dax nr. 5 *โ€ข Braaksma & Roos

jaargang 2 (2006|2007)

dax nr. 6 *โ€ข korth thielens architecten dax nr. 7* โ€ข Bruls en Co

dax nr. 8 โ€ข Rudy Uytenhaak

dax nr. 9 โ€ข thema: details in de

buitenruimte

dax nr. 10 โ€ข Paul van der Ree, studioSK dax nr. 11 โ€ข studenten TU/Eindhoven dax nr. 12 โ€ข Marco Hensen

bijna uitverkocht

jaargang 3 (2007|2008)

DAX



dax nr. 13 โ€ข Thijs Asselbergs

dax nr. 14 โ€ข Marlies Rรถhmer

dax nr. 15 โ€ข John Kraus, DHV

JAARGANGย„ย„NR

JAARGANGย„ย„NR

dax nr. 16 โ€ข Jacob van Rijs, MVRDV dax nr. 17 โ€ข Marc Koehler

GASTHOOFDREDACTEURABBINKXDEHAAS

dax nr. 18 โ€ข thema: lichte architectuur TIJDENVERVAL GASTHOOFDREDACTEURABBINKXDEHAASARCHITECTURES

jaargang 4 (2008|2009) dax nr. 19 โ€ข Onix

dax nr. 20 โ€ข hvdn architecten dax nr. 21* โ€ข 2012 architecten

aanbieding!

dax nr. 22 โ€ข Lars Courage dax nr. 23 โ€ข concrete

dax nr. 24 โ€ข TU Delft, Building Innovation (Engelstalig)

Bestel nu de hele jaargang 3, 4 en/of de hele jaargang 5 van dax magazine voor 40 euro per jaargang (6 edities). Aanbieding zolang de voorraad strekt.

jaargang 5 (2009|2010)

dax nr. 25 โ€ข huiswerk architecten

dax nr. 26 โ€ข Powerhouse Company

dax nr. 27 โ€ข DP6 architectuurstudio

prijzen inclusief 6% btw, inclusief

dax nr. 28 โ€ข FRANTZEN et al

verzendkosten

dax nr. 29 โ€ข Heren 5 architecten dax nr. 30 โ€ข Abbink X De Haas

abo@dax-magazine.nl jaargang 5 โ€ข 2010 โ€ข nr. 30

vul je dax-collectie aan!

architectures

* (bijna) uitverkocht

111


pitch! dax_pitch & zomerborrel bij cck media koninginnegracht 47 2514 ae den haag info@dax-magazine.nl

Op vrijdag 25 juni 2010 vindt alweer de derde dax_pitch & zomerborrel plaats, in de redactionele tuin aan de Koninginnegracht 47 in Den Haag. Net als voorgaande keren zal de middag in het teken staan van gesprekken over het vakgebied architectuur, de nieuwe gasthoofdredacties en thema's die in de komende edities aan de orde zullen komen. Alle belangstellenden zijn welkom tijdens deze bijeenkomst en stemmen actief mee om te komen tot de gasthoofdredactie(s) van het voorjaar van 2011. Deze keer zijn er maximaal vijf kandidaten, die

elk vanaf een sinaasappelkistje hun thema zullen verkondigingen in maximaal tien minuten. Aansluitend aan de pitch vindt de ontknoping van de ontwerpprijsvraag ‘Moments Of Inspiration’ plaats, die dax samen met Trespa International organiseerde. En als het weer ons niet in de steek laat, zal er nog lang worden geborreld in de tuin ‘aan de KG’. Ook ditmaal wordt een flinke barbecue opgetuigd en zal er voor iedereen genoeg aanleiding zijn om nog lang na te praten op en over deze bijeenkomst!

De inschrijving is gesloten: de inzendingen worden nu beoordeeld. Op 25 juni 2010 om 17:00 is de bekendmaking van de genomineerden tijdens de dax_pitch & zomerborrel. In dax nr. 32 publiceren we de resultaten.

momentsofinspiration ontwerpprijsvraag

deze prijsvraag is een initiatief van:

sponsoren:

seminars voor architecten

voor bouwmarketeers

‘architectuur-PR voor beginners’ • hoe presenteer ik

‘Over de vloer bij de architect 1.0’ • een middagseminar

de deur? Een middagseminar met spoedcursus tekst-

wordt toegelicht, met achtergrondinformatie over

mijn project, hoe krijg ik bij redacties een voet tussen schrijven • 29 september • 18 november Seminars vinden doorgang bij

‘een artikel schrijven’ • architecten lezen al niet graag,

nooit groter dan tien deelnemers.

seminar is een introductie op de vakjournalistiek en

minimaal 5 deelnemers. De groep is De seminars duren van 11:30 uur tot ongeveer 16:30 uur en zijn inclusief

maar schrijven is nog minder favoriet. Dit middag-

laat drempels smelten • 30 september • 25 november

lunch. Meer informatie via

opleidingen en actuele ontwikkelingen in de branche.

Aanvullend een bezoek aan en rondleiding in een architectenbureau • 22 september • 17 november

‘Over de vloer bij de architect 2.0’ • een middagseminar als vervolgseminar. Het accent ligt op de verschillende vormen van communicatie. Met een bezoek aan en

rondleiding in een architectenbureau • 23 september •

seminars@dax-magazine.nl

112

waarin de positie van de architect in het bouwproces

24 november

pitch • seminars • moments of inspiration

jaargang 5 • 2010 • nr. 30


dax medewerkers

joyce emid reageerde vlak na haar afstuderen als architect in Delft op de oproep ‘doe een dagje bij dax’ en is inmiddels al weer bijna een half jaar een regelmatige kracht op de redactie. En Joyce is allround inzetbaar, want we weten inmiddels dat ze boeken kan recenseren, linoleum leggen, lekker brainstormen over bladen en beurzen, artikelen researchen en een opgewekte sfeer op de redactie brengen. En dat doet ze alweer enkele maanden naast haar baan als subsidie-consulent. Voor de komende editie is Joyce bezig met een reportage over ‘Architectuur & Fashion’ en kunnen de lezers van dax pagina’s lang met haar werk kennismaken. barbara heijl heeft al een aantal jaren werkervaring als architect, maar de ambitie om te schrijven begon steeds luider te worden. Ook Barbara kon niet bevroeden dat ‘meedraaien met dax’ zou betekenen dat je op een zaterdag op een beursvloer in Rotterdam met meterslange blauwe vloerbedekking aan de slag kunt gaan. Haar precisie heeft ons zeker geholpen om een prachtig staaltje ‘ruimtelijke vormgeving in de praktijk’ te kunnen laten zien. En die praktijk helpt haar zeker ook bij het maken van artikelen voor dax, zoals de projectbeschrijving van het museum in Barcelona in deze editie. We gaan zeker meer van haar lezen! allard de goeij is architect, organisator, deejay, fotograaf en flink op weg om een goede vakredacteur te worden. Sinds een aantal maanden komt Allard regelmatig een dag op de redactie werken: om de gesprekken nieuwe input te geven én om te werken aan het researchartikel dat hij voor dax aan het maken is. In de volgende editie komt een doorwrocht stuk over groene gevels: met informatie waar mensen in de praktijk direct mee aan de slag kunnen. Wij steken veel op van zijn praktijkervaring en weten hem gelukkig ook wel eens te verrassen; bijvoorbeeld met een spontane barbecue in de achtertuin. Gaan we vaker doen!

partners voor dax nr. 30 Deze editie van dax magazine is mogelijk gemaakt door samenwerking met:

American Hardwood Export Council Alcoa Architectuursystemen Luvata Reynaers Aluminium Saint-Gobain Gyproc Trespa International TU Delft Precast 2010 VPT Versteeg Wienerberger

jaargang 5 • 2010 • nr. 30

pagina76 pagina 115 pagina 36 pagina 87-102 pagina 2 pagina 112 pagina 16 pagina 76 pagina 3

medewerkers • partners

Ook zin in een dagje speuren, brainstormen en snuffelen aan redactioneel werk? Maak een afspraak en doe een dag mee met de redactie van dax. caroline@dax-magazine.nl

113


volgende editie

lagen stad

thema

in de

gasthoofdredacteur tangram

architekten

steltuzicheentijdschriftvoorgevuldmetbeeldenen tekstwaartijdeninformatieeencontinuestroomvan lettersfoto'stekeningenenreclameszouvertonendan hadudittijdschriftwaarschijnlijkalsonleesbaarweg gelegdenwasverdergegaanmetietszinvollerswantin formatiezonderluchtisinformatiedienietleesbaaris foto project Crystal Court, Amsterdam, 2009 • Tangram Architekten,

Amsterdam • foto John Lewis Marshall

Tekst wordt pas leesbaar als er ruimte tussen de woorden ontstaat en leestekens worden toegevoegd die interpretatie mogelijk maken. De ruimte tussen de zinnen bepaalt de leesbaarheid en de betekenis van de tekst. De intermediaire ruimte is niet zomaar een leegte- maar een betekenisvolle leegte. Het overgangsmoment, waarin de spanning kan worden opgevoerd, doet ertoe – in tekst of beeld. Maar dit geldt net zo goed voor de architectonische en stedenbouwkundige ruimte. In zich verdichtende stedelijke weefsels is het juist de kwaliteit van de tussenruimte, die de leefbaarheid van de stad bepaalt. overgang tussen werelden Beschouw je de tussenruimte als een op zichzelf staand fenomeen, dan is de overgang tussen gebouwd en ongebouwd, bebouwd en onbebouwd,

114

volgende editie

de scheidslijn tussen twee werelden, het meer of minder permeabele membraam ertussen. Soms is dit gevel – vaak ook veel meer dan dat – een overgangsgebied tussen in- en exterieur, dat een belangrijke rol kan vervullen voor gebouw en stad. De uitdrukking van dit membraam bepaalt aard en kracht van de overgang; het bepaalt de sfeer en kwaliteit van transparantie, geleidelijkheid en toenadering. raakvlakken De volgende editie van dax magazine, onder het gasthoofdredacteurschap van Tangram Architekten, is geheel gewijd aan dit moment waar intermediaire ruimte overgaat in het gebouw, waar de stedelijke openbare ruimte overgaat in het weefsel van het gebouw, waar stad en land elkaar raken. Tangram Architekten

jaargang 5 • 2010 • nr. 30

dax magazine nr.30  

Onder gasthoofdredacteurschap van Abbink x de Haas: "Tijd en Verval", over de (on-)houdbaarheid van architectuur en bouwproducten

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you