Issuu on Google+

Taal in beeld schriftantwoorden aan deze kant

antwoordenboek 6

a

met schriftantwoorden achterin

tib2_6a_ab_os.indd 1

13-12-2013 13:57:42


Auteurs Simone Gerich (leerlijn woordenschat) Maril Rijks (leerlijn spreken/luisteren) Annie van der Beek (leerlijn schrijven) Adriaan Maters (leerlijn taalbeschouwing)

Taal in beeld

antwoordenboek 6a

Projectgroep Zwijsen Jos Cöp (uitgever en conceptontwikkeling) Albert Rouschop (fondseditor en conceptontwikkeling) Moniek van de Ven, Judith Veldhuizen, Jeske Heezemans (projectleiding en redactie) Laura van Merendonk (concept en vormgeving) Maura van Wermeskerken (vormgeving en dtp) Maaike van Riel (redactie) Marije van der Schaaf ((bureau)redactie) Ineke van Kasteren (bureauredactie) Renate Reitler (beeldredactie) Niek Rooijakkers (productiebegeleiding) Nohmi Bollebakker (marketingadvies)

Wat heb je nodig? Werkboek 6a Antwoordenboek 6a Schrift

Wat moet je doen?

Neem je werkboek. Pak het antwoordenboek op dezelfde bladzijde. Kijk je antwoorden na. Alle antwoorden staan in kleur. Soms is maar één antwoord goed. Soms zijn meer antwoorden goed. Als je ziet staan 'bijvoorbeeld' dan is het een voorbeeld. Jouw antwoord kan ook goed zijn. Soms staat er 'eigen antwoord'. Jouw antwoord is dan altijd goed.

Illustraties Mieke Driessen (characters) Jort van der Jagt (woordenschat) Robby van der Meulen (spreken/luisteren) Merle van Hees (schrijven) Nancy Kers (taalbeschouwing) Foto’s (p. 11) NBD Biblion (p. 11) OLA/Unilever (p. 20) Vogelbescherming Nederland (p. 25) Hollandse Hoogte/Frans Lemmens Shutterstock Studio Zwijsen

Neem je schrift. Draai je antwoordenboek om voor de taalboekantwoorden. Kijk je antwoorden na.

geen kopieermateriaal

Heb je alles goed? Hoera! Heb je iets fout? Kijk zelf nog een keer naar de vraag. Vind je het moeilijk? Vraag hulp aan je maatje. Of vraag de leerkracht. Alles goed? Prima gedaan!

1e druk ISBN 978.90.487.1684.5 © Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg www.zwijsen.nl www.taalinbeeld.nl Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van reprografische verveelvoudigingen uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16 h Auteurswet 1912 dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan de Stichting Reprorecht (Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp, www.reprorecht.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet 1912) kan men zich wenden tot de Stichting PRO (Stichting Publicatieen Reproductierechten Organisatie, Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp, www.cedar.nl/pro). Aan het verwerven, waar nodig, van toestemming tot overname is door de uitgever de uiterste zorg besteed. Zou desondanks blijken dat een rechthebbende over het hoofd is gezien, dan verzoeken wij deze contact op te nemen met Uitgeverij Zwijsen.

Ontleningen (p. 38) Jansen, T. (2003), ‘Het zwembad’. Uit: Het moest maar eens gaan sneeuwen. Amsterdam: Podium. (p. 42) Veen, H. van & E. van Wurff (1979), ‘Opzij opzij opzij’.

© Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg

tib2_6a_ab_os.indd 2

13-12-2013 13:57:43


Aan de slag

BLOK

3

3

LES

1

Lees de tekst. Zoek naar informatie over het woord historisch. Onderstreep de woorden in de tekst die uitleggen wat het woord betekent. Welke historische gebouwen zijn er in Amsterdam? Kleur ze in de tekst. In Amsterdam kun je veel historische gebouwen bekijken. De gebouwen vertellen over de geschiedenis van Amsterdam. De hoge smalle koopmanshuizen aan de grachten zijn versierd met een soort trapjes op het dak. In het Rijksmuseum hangen bijzondere oude schilderijen. En in het 125 jaar oude Concertgebouw klinkt prachtige muziek. Het grootste plein van de stad heet de Dam. Daar staat het Paleis op de Dam. Het paleis werd vroeger gebouwd als stadhuis. Op het balkon van dit paleis zwaait een nieuwe koning of koningin naar het volk.

4

Lees over de favoriete vakantie van Kees. Schrijf daarna op wat jouw favoriete vakantie is.

Bijvoorbeeld:

Mijn favoriete vakantieland is Spanje

Ik bezichtig er graag het voetbalstadion / kastelen

Mijn favoriete vakantieland is Duitsland. Ik bezichtig er graag grote steden. Bij veel oudere mensen is ook de natuur in trek.

Bij veel kinderen is ook het strand Naam: Jens

Naam: Kees Leeftijd: 65 jaar

5

in trek.

Leeftijd: 10 jaar

Schrijf de woorden op de goede plek in de tekst. Kies uit: centraal – bestemming – hulpmiddel – historische – eindpunt. Veel mensen vinden het leuk om op vakantie een grote stad te bezoeken. Ze nemen de trein om snel op hun bestemming toeristen van de stad zien, is het

centraal

station. Dat kunnen

gebouwen zijn, die best leuk zijn om goed te

geen kopieermateriaal

prachtige historische

te komen. Het eerste wat deze

bekijken. Toch trekken de meeste toeristen snel de stad in. Ze willen oude huizen zien en musea. Ze willen lekker uit eten en op terrasjes zitten. Over elke stad is wel

© Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg

een boekje te koop met dingen om te doen. Dit boekje is voor toeristen een handig

hulpmiddel

. De meeste steden verdienen aan de bezoekers veel geld.

Zeker als ze blijven slapen en een hotel het eindpunt ga gaterug terugnaar naarjejetaalboek taalboekop opbladzijde bladzijde61 x BLOK 3 REIZEN LES 1 WOORDENSCHAT

tib2_6a_wb_boek.indb 25

is van hun bezoek.

25 13-12-2013 13:30:48


Aan de slag

BLOK

3

43

LES

2

Bekijk de afbeelding. Bedenk een open vraag om een gesprek te starten. Schrijf je vraag in de ene spreekwolk. Schrijf het antwoord in de andere spreekwolk. Bijvoorbeeld:

Waar gaat de reis naartoe?

Ik ben op wereldreis.

4

5

Bedenk nu hoe je het gesprek kunt afsluiten. Schrijf je afsluiting in de spreekwolk. Bijvoorbeeld:

5

Ik vond het leuk om kennis met u te maken. Goede reis!

6

Kies samen een onderwerp. Voer daarover een gesprek. eigen antwoord Q Dingen die je kunt doen op een regenachtige vakantiedag. Q Zo wordt bij mij thuis besloten wat we in de vakantie doen. Q Wat ik in een ander land doe als ik mijn vriendjes niet kan verstaan.

7

26 tib2_6a_wb_boek.indb 26

Q ik Q ik Q ik

Q mijn maatje Q mijn maatje Q mijn maatje

Š Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg

Wie is het gesprek gestart? Wie hield het gesprek gaande? Wie sloot het gesprek af?

geen kopieermateriaal

7 6

Q wij samen

Voer nu een gesprek over een van de andere onderwerpen. Draai de rol van starter en afsluiter om. ga gaterug terugnaar naarjejetaalboek taalboekop opbladzijde bladzijde63 x BLOK 3 REIZEN LES 2 SPREKEN/LUISTEREN

Taal in beeld

13-12-2013 13:30:53


Aan de slag

BLOK

3

4

LES

3

Lees de zinnen. Zet eerst een stippellijn onder het onderwerp. Zet daarna een streep onder het gezegde. Let op: in het gezegde staan alle werkwoorden van de zin. Postduiven worden vaak met een vrachtwagen naar het buitenland vervoerd. Daar worden ze losgelaten. Ze kunnen dan heel goed de weg naar hun eigen hok vinden. De snelste duiven kunnen op die manier prijzen voor hun baasje verdienen. In Colombia leerde een baas zijn duif de weg naar een cel in een gevangenis. In die cel zat zijn beste vriend opgesloten. De duif bracht regelmatig post naar de vriend in de cel. Maar op een dag werd hij door een bewaker ontdekt. De duif moest nu zelf ook achter de tralies zitten.

5

Lees de zinnen. Schrijf het onderwerp en het gezegde op. Zet een streep onder het gezegde. Kijk naar het voorbeeld. Mijn neef is op wereldreis gegaan.

Mijn neef is gegaan. Hij bezocht eerst zijn oom in Amerika.

Hij bezocht. Samen met zijn oom heeft hij de stad New York bekeken.

Hij heeft bekeken. Van New York vloog hij naar Zuid-Afrika.

Hij vloog. geen kopieermateriaal

Mijn neef wilde in Zuid-Afrika enkele parken met wilde dieren bezoeken.

Mijn neef wilde bezoeken. Een vriend van mijn neef was enkele jaren geleden naar Australië verhuisd.

© Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg

Een vriend van mijn neef was verhuisd. De reis ging daarom verder naar Australië.

De reis ging. ga gaterug terugnaar naarjejetaalboek taalboekop opbladzijde bladzijde65 x BLOK 3 REIZEN LES 3 TAALBESCHOUWING

tib2_6a_wb_boek.indb 27

27 13-12-2013 13:30:56


Aan de slag

BLOK

3

4

LES

4

Max en Liene praten over reizen met het vliegtuig. Lees wat ze erover zeggen. Max:

‘Ik ga het liefst met het vliegtuig op reis. Want dat is lekker snel. Sneller dan met de auto.’ Liene: ‘Maar reizen met het vliegtuig is slecht voor het milieu. Er komen allerlei gassen in de lucht. Dat is niet goed voor de aarde.’ Max: ‘Bij een auto komen toch ook gassen in de lucht? En als iedereen met zijn auto gaat, is dat bij elkaar ook heel veel. Je moet af en toe wel met het vliegtuig. Anders kun je nooit verre reizen maken naar Afrika of zo.’ Liene: ‘Nou, dat hoeft toch ook niet. Het is hier ook heel mooi. Je moet een beetje aan het milieu denken.’ Max: ‘Ik wil tóch graag mooie plekjes op de wereld zien. Maar ik ga wel altijd op de fiets naar school. Ik word nooit gebracht met de auto.’

Schrijf de standpunten van Max en Liene op. Bijvoorbeeld:

Max: Je mag best af en toe met het vliegtuig reizen.

Liene: Vliegen is slecht voor het milieu. Je kunt beter niet met het vliegtuig gaan.

5

Praat met je maatje over de meningen van Max en Liene. Met wie zijn jullie het eens? Of hebben jullie nog een andere mening? Schrijf jullie standpunten op. Ik vind

Bijvoorbeeld:

dat je niet te vaak moet vliegen.

Mijn maatje vindt

s

geen kopieermateriaal

6

ook dat je niet vaak moet vliegen.

Schrijf een meningtekst over reizen met het vliegtuig. Gebruik jouw standpunt van opdracht 5. De tekst is vier of vijf zinnen. Sla bij het schrijven steeds een regel over.

28 tib2_6a_wb_boek.indb 28

© Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg

Lees je meningtekst nog eens als hij af is. Kan het duidelijker of beter? Verander op de open regels dingen die niet goed zijn. Verbeter ook taalfouten die je ziet.

gaterug terugnaar naarjejetaalboek taalboekop opbladzijde bladzijde67 x ga BLOK 3 REIZEN LES 4 SCHRIJVEN

Taal in beeld

13-12-2013 13:31:01


Aan de slag

BLOK

3

3

Maak de woordparen af met woorden die er goed bij passen. rondhangen –

LES

5

Bijvoorbeeld:

chagrijnig – vertraging

afscheid nemen –

afhalen – intens

automaat – kaartjes – stationshal 4

Op een station komen allerlei treinen binnen. Maak de woordparaplu af met voorbeelden. Bijvoorbeeld: de treinen

stoptrein

intercity

sneltrein 5

Wat zie je in de stationshal? Maak de woordparaplu af.

Bijvoorbeeld:

de stationshal

winkeltjes

palen om in te checken

loketten 6

Lees nog eens goed de tekst in het taalboek. Haal er nog een woordparaplu, woordgroepje of woordpaar uit. Schrijf het op. Bijvoorbeeld:

broodjes

BLOK 3 REIZEN LES 5 WOORDENSCHAT

tib2_6a_wb_boek.indb 29

ijsjes

© Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg

ga gaterug terugnaar naarjejetaalboek taalboekop opbladzijde bladzijde69 x

tijdschriften

geen kopieermateriaal

de winkeltjes

29 13-12-2013 13:31:04


Aan de slag

BLOK

3

4

LES

6

Als je met de trein reist, kun je kiezen of je een kaartje voor de eerste of voor de tweede klas koopt. Een kaartje voor de eerste klas is duurder. Maar je dan zit je wel iets ruimer en luxer. Lees de zin. Het is onzin dat je in de trein eerste en tweede klas kunt reizen.

Wat is jouw mening hierover? Bedenk een argument en schrijf dat op. Ik ben het eens / oneens, want

Bijvoorbeeld:

iedereen heeft evenveel recht op een goed plekje

als hij een kaartje koopt.

5

Wat denk je van het idee van Twan? Dus dat je de stukken die je al ooit hebt gereisd niet meer opnieuw hoeft te reizen om ergens te komen? Schrijf je mening op. Geef ook een argument. Bijvoorbeeld:

Ik wil wel kunnen kiezen of ik een stuk nog een keer reis. Soms is een stuk leuk. Maar saaie stukken wil ik overslaan.

Praat erover met je maatje. Geef om de beurt je mening. Onderbouw je mening met argumenten. 6

Lees de zin. Hoe denk jij hierover? Schrijf je mening op. Geef ook een argument. In heel de wereld moet je met dezelfde munten kunnen betalen.

Ik ben het eens / oneens, want

geen kopieermateriaal

Bijvoorbeeld:

dat is veel makkelijker. Kijk maar naar de euro.

Je hoeft nooit na te denken met welke munt je moet betalen als je in Europa reist.

Š Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg

Praat erover met je maatje. Geef om de beurt je mening. Onderbouw je mening met argumenten.

30 tib2_6a_wb_boek.indb 30

ga gaterug terugnaar naarjejetaalboek taalboekop opbladzijde bladzijde71 x BLOK 3 REIZEN LES 6 SPREKEN/LUISTEREN

Taal in beeld

13-12-2013 13:31:09


Aan de slag

BLOK

3

4

LES

7

In alle zinnen staat een werkwoord dat uit twee woorddelen bestaat. In sommige zinnen zijn de woorddelen van elkaar gescheiden. Kleur de twee delen van het woord. Schrijf daarna het hele werkwoord op. Paul reist rond in Afrika.

rondreizen

Hij brengt een deel van zijn tijd door tussen de leeuwen.

doorbrengen

Leeuwinnen doen aan hun jongen voor hoe ze moeten jagen. Ze leren hen hoe ze het wild moeten opjagen. Ze leren hen om een prooi aan te vallen. 5 5

De jongen doen hun moeders na.

voordoen

opjagen

aanvallen

nadoen

Zet in de zinnen een dubbele streep onder de persoonsvorm. Let op: soms bestaat het werkwoord uit twee delen. a. Op zijn reis bestudeert Paul ook de berggorilla's. b. ‘Berggorilla's sterven binnenkort uit.’ c. Dat voorspelden dierenbeschermers een paar jaar geleden. d. Gelukkig kwam deze voorspelling niet uit.

6

e. Want regeringen stelden meer parkwachters aan. f. Deze parkwachters joegen stropers en jagers weg. g. Zo voorkwamen zij dat er veel dieren werden gedood.

6

b, d, e, f

In welke zinnen staan werkwoorden waarbij de twee woorddelen aan elkaar vast zitten?

c, g

In welke zin staat een werkwoord dat niet uit twee delen bestaat?

a

ga gaterug terugnaar naarjejetaalboek taalboekop opbladzijde bladzijde73 x BLOK 3 REIZEN LES 7 TAALBESCHOUWING

tib2_6a_wb_boek.indb 31

© Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg

In welke zinnen bestaat de persoonsvorm uit twee woorddelen die van elkaar gescheiden zijn?

geen kopieermateriaal

Kijk nog eens naar de zinnen van opdracht 5. Vul de goede letters in.

31 13-12-2013 13:31:14


Aan de slag

BLOK

3

4

LES

8

Sem en Bob praten over het straatje met de oude huizen. Lees de tekst. ‘Je moest wel af en toe opzij springen als er een auto voorbij kwam’, vertelt Sem. ‘Hè?’, zegt Bob. ‘Kwamen er auto’s in dat smalle straatje? Ik vind dat zulke straatjes verboden moeten zijn voor auto’s.’ ‘Waarom?’, vraagt Sem. ‘Het was onze eigen schuld. We hadden op de stoep moeten lopen. Er mogen toch wel auto’s rijden? Er rijden overal auto’s in de stad.’ Bob antwoordt: ‘Ja, in andere straten! Maar niet daar. Het is eigenlijk een soort museum buiten. Daar horen geen auto’s met hun vieze uitlaatgassen. En het is ook gevaarlijk voor de voetgangers.’

Wat vind jij? Mogen er auto’s rijden door zulke oude, smalle straatjes? Schrijf jouw standpunt op. Bijvoorbeeld:

Er mogen geen auto’s in oude smalle straatjes rijden.

5

Je hebt bij opdracht 4 jouw standpunt opgeschreven. Waarom vind jij dat? Schrijf een argument op. Bijvoorbeeld:

Want er komen vieze uitlaatgassen in de straatjes. Of: Want dat is gevaarlijk, ze kunnen wel een voetganger aanrijden.

6

Schrijf nu een meningtekst. Gebruik je standpunt bij opdracht 4 en je argument bij opdracht 5. Schrijf een tekst van vijf tot acht zinnen. Sla bij het schrijven steeds een regel over. Stop tijdens het schrijven en lees wat je al hebt opgeschreven. Staat het er goed of moet je het duidelijker opschrijven? Bedenk nog een argument en schrijf dat ook in je tekst.

geen kopieermateriaal

s

© Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg

Lees je meningtekst nog eens als hij af is. Verander op de open regels dingen die niet goed zijn. Verbeter ook taalfouten die je ziet.

32 tib2_6a_wb_boek.indb 32

ga gaterug terugnaar naarjejetaalboek taalboekop opbladzijde bladzijde75 x BLOK 3 REIZEN LES 8 SCHRIJVEN

Taal in beeld

13-12-2013 13:31:18


Aan de slag

BLOK

3

3

Je wilt de windrichting onthouden. Zoek op wat het woord betekent en lees erover in de tekst. Wat weet je nu over het woord? Schrijf het kort op in je schrift. Bedenk dan twee WH-vragen en geef het antwoord.

4

Maak nu twee netwerken over de windrichting. Maak een woordparaplu en een woordgroepje. Bijvoorbeeld:

s

LES

9

de windrichting noord

west

zuid

oost

windrichting

volgen

ballonvaart

5

Je wilt manshoog onthouden. Zoek op wat het woord betekent en lees erover in de tekst. Wat weet je nu over het woord? Schrijf het kort op in je schrift. Bedenk dan twee WH-vragen en geef het antwoord.

6

Maak nu twee netwerken over manshoog. Maak een woordparaplu en een woordgroepje. Bijvoorbeeld:

s

manshoog ballonmand

plant

mand

BLOK 3 REIZEN LES 9 WOORDENSCHAT

tib2_6a_wb_boek.indb 33

luchtballon

Š Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg

ga gaterug terugnaar naarjejetaalboek taalboekop opbladzijde bladzijde77 x

mensen

geen kopieermateriaal

manshoog

kledingkast

33 13-12-2013 13:31:21


Aan de slag

BLOK

3

3

Lees wat Rachid zegt over de zin: Een berichtje versturen met flessenpost is vervuiling.

LES

10

Wat een flauwekul! Daar ben ik het he-le-maal niet mee eens! Zo’n fles wordt opgeraapt door iemand en dan is hij weer netjes opgeruimd.

Kleur de mening van Rachid groen en zijn onderbouwing geel. 4

Wat vind je van de onderbouwing van Rachid? Leg ook uit waarom je dat vindt. Bijvoorbeeld:

Ik vind de onderbouwing niet goed, want flessenpost wordt niet altijd gevonden en

opgeraapt. En dan is het wel vervuiling. 5

Lees de meningen. mening a: Jongens en meisjes moeten altijd samen in een team sporten. mening b: Spelletjes op internet zijn gevaarlijk.

Spreek af wie over mening a praat en wie over mening b. Onderbouw je mening. Vertel dus waarom je dat vindt. Luister goed naar je maatje. Reageer op de mening van je maatje. 6

Hoe onderbouwt je maatje zijn mening? De onderbouwing van mijn maatje:

Bijvoorbeeld:

Dat moet je alleen doen bij sporten waarbij het niet geen kopieermateriaal

uitmaakt hoe sterk je bent.

Hoe reageerde jij op je maatje?

Je hebt gelijk. Zo had ik het nog nooit bekeken. Ik dacht altijd: bij korfbal kan

Š Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg

Ik zei:

Bijvoorbeeld:

het toch ook.

34 tib2_6a_wb_boek.indb 34

ga terug naar je taalboek op bladzijde 79 BLOK 3 REIZEN LES 10 SPREKEN/LUISTEREN

Taal in beeld

13-12-2013 13:31:27


Aan de slag

BLOK

3

4

LES

Trek een pijl van het bijwoord naar het bijvoeglijk naamwoord waar het bij hoort. Kijk naar het voorbeeld. Emma maakt een erg verre reis.

11

Met een heel groot vliegtuig vliegt ze naar AustraliĂŤ. Daar slaapt ze in een bijzonder groot hotel. Maar ze krijgt een ontzettend vieze kamer. In haar slordig opgemaakte bed kruipt zelfs een zeer grote kakkerlak. Een verschrikkelijk boze Emma klaagt bij de baas van het hotel. De baas geeft haar na haar klacht een heel mooie, schone kamer. 5

Maak de zin langer met een bijwoord. Probeer steeds een ander bijwoord in te vullen. Bijvoorbeeld: Yannick maakte een

zeer

In China beleefde hij een

erg

spannend avontuur.

Er stak een

heel

harde storm op.

Er werden

ontzettend

veel gebouwen verwoest.

Daarna reisde hij naar het Yannick zal zijn 6

lange reis.

fantastisch

geweldig

mooie Thailand. bijzondere reis nooit meer vergeten.

Lees de zinnen. Onderstreep in elke zin het werkwoord. Kijk daarna welke woorden iets zeggen over de werkwoorden. Kleur die bijwoorden. geen kopieermateriaal

ga terug naar je taalboek op bladzijde 81 BLOK 3 REIZEN LES 11 TAALBESCHOUWING

tib2_6a_wb_boek.indb 35

Š Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg

Wij genieten erg van onze reis naar Amerika. We bekijken New York uitgebreid. De hoge wolkenkrabbers vinden we geweldig. Het vrijheidsbeeld ziet er indrukwekkend uit. In Chinatown, de Chinese wijk, kunnen we goed slagen voor een paar sneakers. Na vijf dagen reizen we voldaan naar huis. De terugreis verloopt voorspoedig.

35 13-12-2013 13:31:31


Aan de slag

BLOK

3

3

Lees wat Otto zegt. Wat denk jij, waarom wil Otto weten hoe ver ze moeten rijden? Schrijf het op.

LES

12 Als we ergens naartoe gaan, vraag ik aan mijn vader hoe ver het is. Want dan weet ik hoeveel kilometer we moeten rijden.

Bijvoorbeeld:

Want dan weet hij hoe lang ze in de auto moeten zitten. 4

Lees wat Mira zegt. Hoe kan Mira beter uitleggen waarom ze van die verhalen houdt? Schrijf het op.

Ik houd erg van verhalen over ontdekkingsreizen, omdat ik lezen leuk vind.

Bijvoorbeeld:

Ik vind verhalen over ontdekkingsreizen leuk omdat ze meestal spannend zijn. 5

s

De klas van Julie heeft een bijzonder schoolreisje. Ze gaan niet met de bus, maar op de fiets. Ze hoeven niets mee te nemen, alleen hun regenkleding. Ze gaan onderweg in een restaurantje eten. Ze fietsen bijna veertig kilometer die dag.

s

36 tib2_6a_wb_boek.indb 36

Lees je meningtekst nog eens. Staan er twee argumenten in of meer? Staat er uitleg bij, of een voorbeeld? Praat met je maatje over jouw tekst en vraag om tips. Verander op de open regels dingen die niet goed zijn en verbeter taalfouten die je ziet. Wil je veel veranderen? Schrijf je tekst dan opnieuw.

Š Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg

6

geen kopieermateriaal

Wat vind jij van een schoolreisje op de fiets? Schrijf een meningtekst van acht tot tien zinnen. Geef twee argumenten of meer. Leg je argumenten uit of geef er een voorbeeld bij. Sla bij het schrijven steeds een regel over.

ga terug naar je taalboek op bladzijde 83 BLOK 3 REIZEN LES 12 SCHRIJVEN

Taal in beeld

13-12-2013 13:31:37


Aan de slag

BLOK

4

3

LES

1

Lees de zinnen en let op de dikgedrukte woorden. Kleur de tegenstellingen geel en de synoniemen groen. Nadia had vandaag nieuwe kleren aan. Het was een outfit met een glittertrui. Ward woont in een opvallend huis. Alleen de straat is een beetje saai saai. Weet je wel hoe uniek jij bent? En hoe apart? Ik vind het leuk om mensen met elkaar te vergelijken. En te zien of lijken. ze op elkaar lijken

4

Lees de tegenstellingen. Denk jij dat ik heel gewoon ben? Nee hoor, ik ben heel speciaal! Slome vind ik een scheldnaam. Maar lieverd is een troetelnaam.

Door de tegenstelling weet je wat de woorden niet betekenen. Schrijf nu op wat de woorden wel betekenen. Bijvoorbeeld: Speciaal betekent

bijzonder

Troetelnaam betekent 5

een woord dat iemand zegt als hij/zij je aardig vindt

Zoek op in de woordenlijst wat identiek betekent. Bedenk een synoniem en een tegenstelling.

synoniem: hetzelfde tegenstelling: anders / verschillend 6

Noem twee uiterlijke kenmerken van jezelf. eigen antwoord

geen kopieermateriaal

En wat valt op aan jouw outfit? Schrijf twee dingen op. eigen antwoord

BLOK 4 GEVOEL LES 1 WOORDENSCHAT

tib2_6a_wb_boek.indb 37

Š Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg

ga gaterug terugnaar naarjejetaalboek taalboekop opbladzijde bladzijde87 x

37 13-12-2013 13:31:40


Aan de slag

BLOK

4

4

Mick vertelt wat hij voelde toen hij ging verhuizen. Bedenk wat hij zegt en schrijf het in de spreekwolk.

LES

2

Bijvoorbeeld:

Ik vond het eerst niet leuk toen ik het hoorde en ik was ook best boos. Het was niet mijn keuze om te verhuizen en ik moest mijn vrienden achterlaten.

Lees het gedicht. Jij hebt vast ook wel eens iets grappigs gedaan. Vertel het elkaar om de beurt.

gedicht van Tjitske Jansen

5

Het zwembad in om daar mijn voeten nat te maken

Vertel wat je deed en wat er toen gebeurde.

eruit om met die natte voeten de tegels naast het zwembad aan te raken

Herken je wat je maatje heeft meegemaakt? Praat erover. Wissel van rol.

kijken hoe de tegeltenen verdwijnen in de zon. Een foto die tevoorschijn komt maar dan andersom.

6

eigen antwoord

geen kopieermateriaal

Kies een onderwerp uit dat je zelf hebt meegemaakt. Q Je gaf iemand anders een goed gevoel. Q Je wens kwam uit. Q Je deed iets wat je eigenlijk helemaal niet wilde. Q Je had een enge droom. Q Je was opeens verlegen. Q Iets anders:

Š Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg

Vertel om de beurt wat je hebt meegemaakt. Vertel wat er gebeurde en hoe je je voelde. Herken je wat je maatje heeft meegemaakt? Wissel van rol.

38 tib2_6a_wb_boek.indb 38

ga gaterug terugnaar naarjejetaalboek taalboekop opbladzijde bladzijde89 x BLOK 4 GEVOEL LES 2 SPREKEN/LUISTEREN

Taal in beeld

13-12-2013 13:31:45


Aan de slag

BLOK

4

4

LES

Waar in deze zinnen moeten hoofdletters staan? Geef die letters een kleur. toen mijn vader een nieuwe auto kocht, twijfelde hij tussen een volkswagen, een renault en een toyota.

3

wij gaan in de vakantie naar davos. deze plaats ligt in zwitserland. koning willem-alexander en koningin máxima spreek je aan met majesteit. heb jij het boek koning van katoren gelezen? als we naar scheveningen gaan, logeren we in hotel duinzicht. de italianen spreken italiaans en eten veel italiaanse pasta’s. mevrouw vriezema gaat samen met haar buurvrouw jantien van driel op vakantie. 5

Vul het vriendenboekje in. Vergeet de hoofdletters niet! Bijvoorbeeld:

Ik heet: Stijn Bosman Mijn adres is: Fazantlaan 4, Rotterdam Favoriete vakantielanden: Frankrijk, Spanje Dit tv-programma vind ik het leukst: The Voice Kids Deze zanger(es) vind ik het best: Mijn favoriete boek is:

Jan Smit

Geronimo Stilton

Deze film vind ik erg leuk:

Mees Kees

Mijn leukste stripfiguur is: Donald Duck

piloot

geen kopieermateriaal

Ik wil later worden:

Dit wens ik je toe: Ik wens je een gezond en gelukkig leven toe.

BLOK 4 GEVOEL LES 3 TAALBESCHOUWING

tib2_6a_wb_boek.indb 39

© Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg

ga gaterug terugnaar naarjejetaalboek taalboekop opbladzijde bladzijde91 x

39 13-12-2013 13:31:49


Aan de slag

BLOK

4

4

LES

4

Bob stuurt deze e-mail naar WOW! Waarom vraagt Bob om het e-mailadres van Mario Malto, denk je? Schrijf het doel op. Beste WOW! Wat een leuk stuk over de beroemde voetballer Mario Malto. Kunt u mij zijn e-mailadres sturen? Groeten van Bob bob@wnl.nl Bijvoorbeeld:

Hij wil Mario Malto een mailtje sturen. 5

Evy heeft een verhaal geschreven. Ze stuurt het op naar WOW! samen met dit briefje. Weten de mensen van WOW! waarom Evy haar verhaal stuurt? Of wat ze met het verhaal moeten doen? Schrijf wat Evy in haar briefje moet zetten om dit duidelijk te maken. Beste WOW! Ik heb een verhaal geschreven. Ik stuur het verhaal mee met deze brief. Bijvoorbeeld:

Kunt u mijn verhaal in WOW! zetten? Groetjes, Evy

In de bibliotheek hangt een poster. Er staat: Gratis boekje voor jonge kinderen. Haal deze week jouw boekje bij de balie. Lara is negen jaar. Ze weet niet zeker of zij het boekje ook krijgt. Want er staat niet precies bij tot welke leeftijd je het boekje krijgt. Er is niemand bij de balie. Ze schrijft een briefje en stopt dat in de brievenbus. Wat schrijft Lara? Schrijf het briefje. Maak drie tot vijf zinnen. Sla bij het schrijven steeds een regel over.

7

Lees je briefje nog eens. Wat kan duidelijker of beter? Verander dat op de open regels. Verbeter ook taalfouten die je ziet. Wil je veel veranderen? Schrijf je briefje dan opnieuw.

s

s

tib2_6a_wb_boek.indb 40

Š Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg

40

geen kopieermateriaal

6

gaterug terugnaar naarjejetaalboek taalboekop opbladzijde bladzijde93 x ga BLOK 4 GEVOEL LES 4 SCHRIJVEN

Taal in beeld

13-12-2013 13:31:53


Aan de slag

BLOK

4

3

LES

Zoek op wat de zeurpiet betekent en lees erover in de tekst bij Op verkenning. Vergelijk de zeurpiet en opgewekt in een woordkast. Bijvoorbeeld:

5

4

de zeurpiet

zeuren

lachen

mopperen

blij

niet leuk

leuk

vervelend

grappig

Zoek in de woordenlijst op wat maf betekent. Maak een woordkast. Vergelijk maf met: ernstig, saai of gevoelig. Of kies zelf een woord. Bijvoorbeeld:

5

ernstig

maf

gek doen

serieus

lachen

zonder te lachen

beetje raar

bij iets ergs

grappen

iets menen

Zoek op wat bazig en bedeesd betekenen. Lees er ook over in de tekst. Onthoud de woorden met een woordkast. Bijvoorbeeld:

bazig

bedeesd

de baas zijn

rustig

praten

stil

uitleggen

verlegen

niet zo leuk

luisteren

agressief

uiterlijk kenmerk

gejaagd

gevoelig

innerlijk

sloom

BLOK 4 GEVOEL LES 5 WOORDENSCHAT

Š Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg

Zoek de woorden op in de woordenlijst. Kies steeds twee woorden voor in een woordkast. Geef de woorden dezelfde kleur.

ga gaterug terugnaar naarjejetaalboek taalboekop opbladzijde bladzijde95 x

tib2_6a_wb_boek.indb 41

geen kopieermateriaal

6

opgewekt

41 13-12-2013 13:31:56


Aan de slag

BLOK

4

4

LES

6

5

Hoe gebruik je je stem? Schrijf het achter de zin. Schrijf ook van elke zin een voorbeeld op. Bijvoorbeeld:

Je bent verlegen.

zacht: Hoi, ik heet Kim en ik ben nieuw hier.

Je bent woedend.

hard: Dat vind ik echt een rotstreek van je!

Lees om de beurt de tekst twee keer voor. Doe het de eerste keer langzaam en de tweede keer snel.

Uit een lied van Herman van Veen

Opzij, opzij, opzij, maak plaats, maak plaats, maak plaats, Wij hebben ongelofelijke haast. Opzij, opzij, opzij, want wij zijn haast te laat. Wij hebben maar een paar minuten tijd.

Wat vond je het best? Waarom vond je dat? ✘ snel, want Q

Bijvoorbeeld:

dat past bij haast hebben.

Q langzaam, want 6

Lees de tekst. Kleur de stukjes waar je je stem anders gebruikt.

Bijvoorbeeld:

Het was die zondag al de hele dag vreselijk slecht weer. De regen viel met bakken uit de hemel. Regelmatig knalde de donder hevig boven het dorp. Lichtflitsen verblindden je bijna als je er per ongeluk in keek. DING DONG! DING DONG! De bel van de winkeldeur werd ongeduldig ingeduwd. Iemand wilde blijkbaar erg graag naar binnen. Maar op zondag is de winkel altijd gesloten voor klanten. Wie zou het kunnen zijn? DING DONG! DING DONG!

Lees om de beurt de tekst voor. Let op hoe je je stem gebruikt.

geen kopieermateriaal

7

42 tib2_6a_wb_boek.indb 42

© Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg

Hoe gebruikt je maatje zijn stem vooral? Bijvoorbeeld: ✘ laag Q hoog Q ✘ hard ✘ zacht Q Q Q snel Q ✘ langzaam

ga gaterug terugnaar naarjejetaalboek taalboekop opbladzijde bladzijde97 x BLOK 4 GEVOEL LES 6 SPREKEN/LUISTEREN

Taal in beeld

13-12-2013 13:32:00


Aan de slag

BLOK

4

34

Lees het verhaal en kruis het goede antwoord aan. a Chen Li, een meisje van twaalf jaar, woont in China. b Met haar is iets bijzonders aan de hand, want ze is nooit vrolijk. c Ze huilt de hele dag: bij het opstaan, op school, tijdens het spelen, onder het eten en bij het televisiekijken. d Alleen als ze slaapt, stopt het. e Knappe dokters hebben haar onderzocht, maar ze kunnen niks vinden. h Hopelijk stopt het huilen vanzelf en kan ze binnenkort weer lachen.

LES

7

5

Welke uitspraak klopt niet? Zet daar een kruisje voor. Q In zin a staat twee keer een komma, omdat hier meer over Chen Li wordt verteld. Q In zin b staat een komma voor het voegwoord want. Q In zin c staan komma’s tussen de dingen die worden opgesomd. Q In zin d staat een komma tussen twee persoonsvormen. ✘ In zin e moet eigenlijk geen komma staan: voor maar staat nooit een komma. Q Q In zin h staat geen komma: voor het voegwoord en hoeft geen komma te staan.

4

Zet in het verhaal komma's op de goede plaats.

6

BLOK 4 GEVOEL LES 7 TAALBESCHOUWING

tib2_6a_wb_boek.indb 43

© Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg

ga gaterug terugnaar naarjejetaalboek taalboekop opbladzijde bladzijde99 x

geen kopieermateriaal

In Oosterlittens in Friesland woonde een arme, eenvoudige schoenmaker. Op een dag kreeg de schoenmaker een mooie , bijzondere droom. In die droom zei iemand: ‘Ga naar de Papenbrug in Amsterdam, want daar zul je het geluk vinden.’ Toen hij dezelfde droom nog eens kreeg , besloot hij naar Amsterdam te gaan. De schoenmaker verwonderde zich over wat hij in Amsterdam zag: de vele grachten, de mooie bruggen, de prachtige huizen en het grote paleis op de Dam. Na lang zoeken vond hij de Papenbrug , maar hij kon er niets bijzonders ontdekken. Een zwerver zag hem en vroeg: ‘Wat zoek je?’ De schoenmaker vertelde over zijn droom. De zwerver zei: ‘Wie daarvoor naar Amsterdam komt , is niet goed bij zijn hoofd. Ik droomde over een pot met goud bij een paaltje in de tuin van een schoenmaker in Oosterlittens , maar ik ga toch ook niet naar Friesland.’ De schoenmaker haastte zich naar huis , omdat hij de pot goud wilde gaan zoeken. De schoenmaker vond de pot en leefde nog lang en gelukkig.

43 13-12-2013 13:32:04


Aan de slag

BLOK

4

4

LES

8

Saar heeft vier uitnodigingen geschreven. Voor wie zijn de uitnodigingen? Voor opa, een vriendin, voor een poster bij de sportclub of voor iemand van de buurtkrant? Schrijf de goede letter op. voor opa

b

voor een poster

c

voor vriendin

a

voor de buurtkrant

d

a

Hoi, Woensdag is die turnwedstrijd op onze school. Het is om twee uur en het kost drie euro. Ik moet een heel moeilijke salto doen. Je komt toch wel kijken? Het is ook voor het goede doel. Groetjes, Saar

c

5

s

Turnen voor het goede doel Woensdag 14.00 uur Op basisschool Slingerdeslang Prijs: â‚Ź 3,00 Kom allemaal!

b

d

Lieve Woensdag is er een turnwedstrijd op mijn school. Komt u kijken? Ik doe ook mee en alle andere kinderen van groep 6. Het kost drie euro. Het geld gaat naar het goede doel. Het is om twee uur in onze school. Liefs van Saar

Beste , Woensdag is er een turnwedstrijd. De kinderen van groep 6 turnen voor het goede doel. Het is om twee uur op basisschool Slingerdeslang. Komt u ook kijken? Dan kunt u er iets over schrijven in de krant. Groeten van groep 6 Basisschool Slingerdeslang

Vrijdag om zeven uur voert groep 6 een toneelstuk op in de grote hal van basisschool Slingerdeslang.

6

s

geen kopieermateriaal

Schrijf een uitnodiging van groep 6 aan de ouders. Je mag er zelf dingen bij bedenken, bijvoorbeeld een naam voor het toneelstuk. Sla bij het schrijven steeds een regel over. Schrijf ook een uitnodiging voor de kleuters. Voor hen voert groep 6 het toneelstuk vrijdag onder schooltijd op.

7

s

44 tib2_6a_wb_boek.indb 44

Š Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg

Je mag er zelf weer dingen bij bedenken, bijvoorbeeld een naam voor het toneelstuk. Sla bij het schrijven steeds een regel over. Lees je uitnodigingen nog eens. Wat kan duidelijker of beter? Verander het op de open regels. Bekijk ook het schema bij Uitleg. Heb je overal op gelet? Verbeter ook de taalfouten die je ziet. ga gaterug terugnaar naarjejetaalboek taalboekopopbladzijde bladzijde101 x BLOK 4 GEVOEL LES 8 SCHRIJVEN

Taal in beeld

13-12-2013 13:32:08


Aan de slag

BLOK

4

4

LES

9

Maak drie netwerken met het woord de humor. Gebruik verschillende soorten, zoals in Uitleg. Trek lijnen om woorden met elkaar te verbinden. Bijvoorbeeld:

de humor – de gekkigheid – lachen zij hebben humor Niek

moppen vertellen lachen

de humor

leuk

Jens

oom Jan

papa

Niek

plezier maken

voor de gek houden

5

Welke doelwoorden staan in de netwerken van opdracht 4? Kleur de woorden geel. Kun je nog meer doelwoorden combineren met woorden uit de netwerken? Schrijf ze erbij.

6

Maak drie netwerken over jezelf. Maak eerst de tekening van het gezicht af en associeer. Wat voor relaties heb je bijvoorbeeld? Wat zijn je talenten? Wat heb je gemeen met je vrienden? Bijvoorbeeld: eigen tekening

papa – mama – Mirte – Milou

paardrijden

Fleur

Kim

knutselen

Mirte

kletsen met vriendinnen blond

blauwe ogen

ga gaterug terugnaar naarjejetaalboek taalboekopopbladzijde bladzijde103 x BLOK 4 GEVOEL LES 9 WOORDENSCHAT

tib2_6a_wb_boek.indb 45

Yasmijn

© Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg

tien jaar

Lieke

lezen

geen kopieermateriaal

konijn Snuf

paardrij-vriendinnen

45 13-12-2013 13:32:11


Aan de slag

BLOK

4

4

Lees de lichaamstaal. Kies bij elke afbeelding de goede zin.

LES

10

Q ✘ Kom dan bij me, lieverd! Q Even iets oprapen. 5

Q Ik ben moe van het lopen. Q ✘ Ik zie het niet zitten.

Maak een lijstje van zes woorden met hoe je je kunt voelen en schrijf dat op. Je mag ook woorden uit de woordenlijst gebruiken. Schrijf op of teken hoe je bij elk gevoel kijkt en wat je doet.

beteuterd

Bijvoorbeeld:

tevreden

een dikke duim omhoog

verdrietig

agressief

verliefd

ogen omhoog en snel met ogen knipperen

angstig

geen kopieermateriaal

gebalde vuisten

grote ogen en open mond

© Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg

6

Q Aha, nu snap ik het. ✘ Hè, ik begrijp er niets van. Q

Speel nu om de beurt de woorden van je lijstje na. Kleur wat je het makkelijkst vond om te spelen groen in je lijstje. Kleur wat je het moeilijkst vond om te spelen rood in je lijstje.

46 tib2_6a_wb_boek.indb 46

ga terug naar je taalboek op bladzijde 105 BLOK 4 GEVOEL LES 10 SPREKEN/LUISTEREN

Taal in beeld

13-12-2013 13:32:16


Aan de slag

BLOK

4

4

Zet de gevoelens in de goede alfabetische volgorde. Soms moet je ook naar de derde letter kijken. berouw – bedroefd – blij – bang – braaf – bewonderend

LES

11

bang 5

berouw

bewonderend blij

braaf

Hier zie je vier stukjes uit een telefoonboek. Zet ze in de goede volgorde.

a

c

Brugman, E.G. Bruin, P.

Molenstr. 82 0598026783 de Stadswal 8 0598934572

b

Basten, M van Bastin, P.A.

Kerkstraat 1 Tulpstraat 13

0598348739 0598763971

Berge, C.A. van Bosweg 6 0598747372 Bergen, D.B van Dam 223 0598867321

d

Booster, K. de Boorman, B.

Walstraat 36 Singel 189

0598060571 0598432618

De volgorde is 6

bedroefd

b, c, d, a

Juf Tanja zet de namen van de kinderen in haar klas alfabetisch in een lijst. Een aantal namen heeft ze al gedaan. De namen hieronder moet ze nog doen. Help juf Tanja en zet de namen op de lege plaatsen. De Munck Torenstra Doorman Van Rooy Kooistra Evers Vromans Van Groningen

Aartsen Amrani Bos, van de

Doorman Egberts Esveld, van

Evers Groningen, van Grijpstra Grijzen

Kooistra geen kopieermateriaal

Munck, de Punwasi

Rooy, van

© Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg

Singh

Torenstra Vromans Yilmaz ga terug naar je taalboek op bladzijde 107 BLOK 4 GEVOEL LES 11 TAALBESCHOUWING

tib2_6a_wb_boek.indb 47

47 13-12-2013 13:32:19


Aan de slag

BLOK

4

4

s

LES

12

Lees de tekst. Schrijf hem daarna opnieuw, maar nu met verwijswoorden. Doe het zo: Sem is gevallen. Zijn knie bloedt. ___ Sem is gevallen. De knie van Sem bloedt. Evy heeft de meester gehaald. Evy ziet dat Sem een beetje huilt. Evy stopt stiekem een zakdoekje in de hand van Sem. Zo ziet de meester niet dat Evy een zakdoekje in de hand van Sem stopt. Want dat Sem huilt, is een geheimpje tussen Sem en Evy.

5

s

Lees de tekst. Schrijf hem daarna opnieuw, maar nu met voegwoorden. Doe het zo: De juf krijgt een baby, daarom krijgt groep 6 een nieuwe juf. ___ De juf krijgt een baby. Groep 6 krijgt een nieuwe juf. Zij blijft maar een paar maanden. De eigen juf van groep 6 komt weer terug. De meeste kinderen vinden het spannend. Ze kennen de nieuwe juf nog niet. Ze hopen dat de nieuwe juf aardig is. Dan is het niet zo erg.

6

s

In de schoolkrant staat een stukje over de baas spelen. Er staat: Niet alle kinderen zijn hetzelfde. Sommige kinderen spelen graag de baas. Dat geeft toch niks? Wat vind jij van kinderen die altijd de baas spelen? Praat erover met je maatje. Schrijf daarna een ingezonden brief naar de schoolkrant over de baas spelen. Gebruik verwijswoorden en voegwoorden in je brief.

48 tib2_6a_wb_boek.indb 48

Lees je ingezonden brief nog eens. Staat er precies wat je bedoelt? Verander dingen die niet goed zijn en verbeter taalfouten die je ziet. Wil je veel veranderen? Schrijf je ingezonden brief dan opnieuw.

Š Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg

s

geen kopieermateriaal

7

ga terug naar je taalboek op bladzijde 109 BLOK 4 GEVOEL LES 12 SCHRIJVEN

Taal in beeld

13-12-2013 13:32:23


schriftantwoorden

BLOK

4

LES 1 WOORDENSCHAT 1

a. b. c. d.

7

Bijvoorbeeld: synoniemen: uniek – speciaal, typisch – apart, kleren – outfit; identiek – hetzelfde; woedend – laaiend; treurig – verdrietig; vrolijk – blij; trainingspak – joggingpak. tegenstellingen: troetelnaam – scheldnaam, gewoon – bijzonder, je aanpassen – doen wat je wilt; anders – hetzelfde; hoog – laag; veel – weinig; meer – minder; soms – vaak.

8

eigen antwoord

het tegenovergestelde hetzelfde hetzelfde het tegenovergestelde

LES 2 SPREKEN/LUISTEREN 2

c

3

Bijvoorbeeld: het tegen hem of haar zeggen

7

Bijvoorbeeld: boos ben ik smijt met de deur de tuin in, pak mijn fiets een rondje ... stamp op de trappers nog een rondje ... alles waait mijn hoofd uit

8

eigen antwoord

LES 3 TAALBESCHOUWING

3

Bijvoorbeeld: Niek de Rooij Markelostraat 23 6560 KZ Groesbeek

6

Bijvoorbeeld: a. Beatrixschool b. Frans Halslaan c. tennisclub ‘De Linden’ d. restaurant ‘Aan Tafel’ e. het gemeentehuis f. Amsterdam

BLOK 4 GEVOEL

tib2_6a_ab_schriftantwoorden.indd 18

© Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg

namen van mensen, namen van straten, namen van bedrijven, namen van wijken geen kopieermateriaal

18

2

Taal in beeld

10-1-2014 10:17:26


schriftantwoorden

BLOK

4

7

in zin b en d

8

Bijvoorbeeld: Ik heet Job Boersma en ik woon in Den Haag. Ik zit op gitaarles bij Muziekcentrum Den Haag. In de vakantie ga ik graag naar Zeeland. Mijn beste vriend is Bas Huisman. Ik vind de film Bigfoot erg leuk.

9

eigen antwoord

LES 4 SCHRIJVEN 2

Ze wil meer over WOW! weten.

3

a

6 7

Bijvoorbeeld: Beste mevrouw, Op de poster staat dat jonge kinderen een gratis boekje krijgen. Maar er staat niet bij welke leeftijd precies. Ik ben negen. Krijg ik ook een boekje? Ik hoop het wel! Lara telefoonnummer 543216

8

Bijvoorbeeld: Beste meneer Brands, In de folder las ik over jullie ponykamp in de zomervakantie. Kunt u mij daar meer over vertellen? Ik zou graag willen weten wat het kost om mee te gaan op ponykamp. En wat ga je allemaal doen in zo’n week? Alvast bedankt. groeten van Anna

9

eigen antwoord

LES 5 WOORDENSCHAT 2

Bijvoorbeeld: snel

7

langzaam

gejaagd

sloom haasten

suf

treuzelen geen kopieermateriaal

rennen

vlug

schildpad

Bijvoorbeeld:

BLOK 4 GEVOEL

tib2_6a_ab_schriftantwoorden.indd 19

Š Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg

innerlijk binnenkant karakter humor gevoelens

uiterlijk buitenkant haarkleur kleren kleur ogen

19 10-1-2014 10:17:29


schriftantwoorden

BLOK

4

8

eigen antwoord

LES 6 SPREKEN/LUISTEREN 2

eigen antwoord

3

Bijvoorbeeld: eerst gewoon en dan steeds vrolijker

8

Bijvoorbeeld: Merel (hard, blij): Bas: (zacht, nors): Nienke (blij): Nienke (zacht) Merel (blij) Nienke (lachend):

9

Ik heb een stepfiets gekregen! Ja, vast. Wat leuk voor je! Je bent gewoon jaloers, Bas. Hij is alvast voor mijn verjaardag. Vanmiddag mag ik erop naar school. Kan ik er lekker mee pronken! Nou, ik ben nieuwsgierig hoe hij eruitziet. Mag ik het dan ook eens proberen?

eigen antwoord

LES 7 TAALBESCHOUWING 1

a. Enzo

2

d klopt niet

5

Bijvoorbeeld: Dit lust ik graag: pannenkoeken, pizza, lasagne en spaghetti. Deze dieren vind ik leuk: poezen, cavia’s, ratten en hamsters. Mijn vrienden en vriendinnen zijn: Niek, Oscar, Myrthe, Jasper, Jelle, Morris en Fenna.

6

Bijvoorbeeld: In de vakantie ga ik graag leuke dingen doen, zoals: zwemmen, vlotten bouwen, vliegeren en buiten spelen. Ik hou erg van zwemmen, omdat je dan in het water kunt spelen en kunstjes kunt oefenen. Dan maak ik een koprol, of ik doe een handstand onder water. Vaak gaan we ook naar een meer op vakantie, zodat we kunnen zwemmen en varen.

7

a. niet waar d. waar

b. de juf

geen kopieermateriaal

b. waar e. niet waar

c. Fay

c. waar

20

2

Uitnodiging a is voor vriendjes en vriendinnetjes. Uitnodiging b is voor de schrijver.

3

Bijvoorbeeld: In uitnodiging a staat je en jullie, en in uitnodiging b staat u. In uitnodiging b wordt beter uitgelegd wat de inloopdag is. BLOK 4 GEVOEL

tib2_6a_ab_schriftantwoorden.indd 20

Š Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg

LES 8 SCHRIJVEN

Taal in beeld

10-1-2014 10:17:32


schriftantwoorden

BLOK

4

5 7

Bijvoorbeeld: Beste ouders, Aanstaande vrijdag voeren we onze voorstelling Verliefd! op. We hopen dat jullie allemaal komen kijken! Het begint om 19.00 uur in de aula. De toegang is gratis. Graag tot dan! groep 6

6 7

Bijvoorbeeld: Beste kleuters, Komen jullie kijken naar onze voorstelling? Het is vrijdag om tien uur. groetjes van groep 6

8

Bijvoorbeeld: Lieve papa en mama, Volgende week is er kijkavond op school. Alle ouders mogen een kijkje komen nemen in de klas. De meester gaat dan laten zien waaraan we werken. En hij vertelt jullie wat we allemaal al hebben geleerd. Het is op woensdag 3 januari om half acht. Het duurt ongeveer een uur. Komen jullie ook? groetjes van Lieke

9

eigen antwoord

LES 9 WOORDENSCHAT 2

Bijvoorbeeld: lachen humor samen spelen

gekkigheid gezelligheid plezier maken

vriendinnen

grappen vertellen

vrienden leuk

3

lachen – slappe lach humor – meester Bas samen spelen – knutselen

gekkigheid – raar verkleden

geen kopieermateriaal

Bijvoorbeeld:

gezelligheid – kaarsjes plezier maken

grappen vertellen – moppenboek

© Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg

vrienden – Jasper vriendinnen – Liv, Bente en Roos leuk – buskruit spelen

BLOK 4 GEVOEL

tib2_6a_ab_schriftantwoorden.indd 21

21 10-1-2014 10:17:35


schriftantwoorden

BLOK

4

7

Bijvoorbeeld: de verkering – mijn nicht Femke – Morris – klimmen – wedstrijden – talent verkering met Morris oppassen

grote nicht Femke

leuk

zeventien

klimmen – klimhal – klimgordel – wedstrijden de verkering – de relatie – verliefd 8

eigen antwoord

LES 10 SPREKEN/LUISTEREN Hij is teleurgesteld.

3

Stijn vindt de film eng.

7

Bijvoorbeeld: Je kunt bijvoorbeeld een toneelstukje spelen over een zeurpiet die een ijsje wil. Hij blijft het maar aan zijn moeder vragen tot haar stemming van vrolijk verandert in boos. Je kunt eerst het om een ijsje vragen, uitbeelden door vragend te kijken. Je hoofd gaat een beetje schuin en je trekt je wenkbrauwen op. Daarna ga je steeds meer vragend kijken, je doet je mond open voor een ah ... Daarna trek je de mama aan haar mouw. Je kunt ook nog je handen vouwen alsof je smeekt. De mama kijkt eerst vrolijk, met een glimlach. Daarna kijkt ze gewoon. Op het einde kijkt ze boos, met gefronste wenkbrauwen.

8

Bijvoorbeeld: Als ik boos ben, frons ik mijn wenkbrauwen, ik stamp met mijn voeten en smijt met de deur. Als ik ergens heel blij mee ben, gaan mijn ogen glimmen. Ik voel mijn wangen rood worden en ik heb een lach op mijn gezicht. Soms kan ik dan moeilijk stilstaan.

geen kopieermateriaal

2

LES 11 TAALBESCHOUWING Roos komt eerst. De R komt voor de S in het alfabet.

2

Reinders komt voor Roos. Omdat de tweede letter, de e, voor de o komt in het alfabet.

3

advertentie, leesboek

BLOK 4 GEVOEL

tib2_6a_ab_schriftantwoorden.indd 22

© Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg

22

1

Taal in beeld

10-1-2014 10:17:38


schriftantwoorden

BLOK

4

7

a. deel 2 e. deel 5

8

Bijvoorbeeld: Abe – Cas – Ilse – Jens – Kim – Mats – Maud – Maudy – Oscar – Siep – Soraya – Zoë

9

eigen antwoord

b. deel 3 f. deel 2

c. deel 1 g. deel 4

d. deel 5

LES 12 SCHRIJVEN

3

die – nieuwe skates want – omdat

4

Bijvoorbeeld: Sem is gevallen. Zijn knie bloedt. Evy heeft de meester gehaald. Ze ziet dat Sem een beetje huilt. Ze stopt stiekem een zakdoekje in zijn hand. Zo ziet de meester niet dat ze een zakdoekje in zijn hand stopt. Want dat hij huilt, is een geheimpje tussen Sem en Evy.

5

Bijvoorbeeld: De juf krijgt een baby, daarom krijgt groep 6 een nieuwe juf. Zij blijft maar een paar maanden, daarna komt de eigen juf van groep 6 weer terug. De meeste kinderen vinden het spannend, omdat ze de nieuwe juf nog niet kennen. Ze hopen dat de nieuwe juf aardig is, want dan is het niet zo erg.

6 7

Bijvoorbeeld: Beste schoolkrant, In onze klas gebeurt het de laatste tijd vaak dat een paar kinderen de baas spelen. Dat vinden wij niet leuk! Die kinderen vinden zichzelf heel belangrijk, maar daardoor komen andere kinderen niet aan de beurt. Of andere kinderen moeten iets per se op hun manier doen. Wij vinden dat iedereen evenveel moet kunnen meedoen. En dat iedereen goede ideeën heeft. Ook de kinderen die niet zo hard schreeuwen. groetjes van Sam en Diede

8

Bijvoorbeeld: Beste buurtkrant, In de vorige buurtkrant schreef een mevrouw dat ze stoepkrijt vervelend vindt, omdat het er slordig uitziet. Dat ben ik niet met haar eens! De stoepen in onze wijk zijn allemaal saai en grijs. Doordat wij stoepkrijten, zien ze er juist veel vrolijker uit. En het zijn geen slordige tekeningen, want wij kunnen mooi tekenen. Nu staan er mooie en grappige tekeningen op de stoep. Veel mensen moeten lachen als ze zo’n tekening zien. Dat is toch juist fijn! Lies (9 jaar)

9

eigen antwoord

BLOK 4 GEVOEL

tib2_6a_ab_schriftantwoorden.indd 23

© Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg

Hij vindt dat er te veel reclame in de WOW! staat. Dat vindt hij niet leuk.

geen kopieermateriaal

2

23 10-1-2014 10:17:41


Auteurs Simone Gerich (leerlijn woordenschat) Maril Rijks (leerlijn spreken/luisteren) Annie van der Beek (leerlijn schrijven) Adriaan Maters (leerlijn taalbeschouwing)

Taal in beeld

antwoordenboek 6a

Projectgroep Zwijsen Jos Cöp (uitgever en conceptontwikkeling) Albert Rouschop (fondseditor en conceptontwikkeling) Moniek van de Ven, Judith Veldhuizen, Jeske Heezemans (projectleiding en redactie) Laura van Merendonk (concept en vormgeving) Maura van Wermeskerken (vormgeving en dtp) Maaike van Riel (redactie) Marije van der Schaaf ((bureau)redactie) Ineke van Kasteren (bureauredactie) Renate Reitler (beeldredactie) Niek Rooijakkers (productiebegeleiding) Nohmi Bollebakker (marketingadvies)

Wat heb je nodig? Werkboek 6a Antwoordenboek 6a Schrift

Wat moet je doen?

Neem je werkboek. Pak het antwoordenboek op dezelfde bladzijde. Kijk je antwoorden na. Alle antwoorden staan in kleur. Soms is maar één antwoord goed. Soms zijn meer antwoorden goed. Als je ziet staan 'bijvoorbeeld' dan is het een voorbeeld. Jouw antwoord kan ook goed zijn. Soms staat er 'eigen antwoord'. Jouw antwoord is dan altijd goed.

Illustraties Mieke Driessen (characters) Jort van der Jagt (woordenschat) Robby van der Meulen (spreken/luisteren) Merle van Hees (schrijven) Nancy Kers (taalbeschouwing) Foto’s (p. 11) NBD Biblion (p. 11) OLA/Unilever (p. 20) Vogelbescherming Nederland (p. 25) Hollandse Hoogte/Frans Lemmens Shutterstock Studio Zwijsen

Neem je schrift. Draai je antwoordenboek om voor de taalboekantwoorden. Kijk je antwoorden na.

geen kopieermateriaal

Heb je alles goed? Hoera! Heb je iets fout? Kijk zelf nog een keer naar de vraag. Vind je het moeilijk? Vraag hulp aan je maatje. Of vraag de leerkracht. Alles goed? Prima gedaan!

1e druk ISBN 978.90.487.1684.5 © Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg www.zwijsen.nl www.taalinbeeld.nl Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van reprografische verveelvoudigingen uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16 h Auteurswet 1912 dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan de Stichting Reprorecht (Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp, www.reprorecht.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet 1912) kan men zich wenden tot de Stichting PRO (Stichting Publicatieen Reproductierechten Organisatie, Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp, www.cedar.nl/pro). Aan het verwerven, waar nodig, van toestemming tot overname is door de uitgever de uiterste zorg besteed. Zou desondanks blijken dat een rechthebbende over het hoofd is gezien, dan verzoeken wij deze contact op te nemen met Uitgeverij Zwijsen.

Ontleningen (p. 38) Jansen, T. (2003), ‘Het zwembad’. Uit: Het moest maar eens gaan sneeuwen. Amsterdam: Podium. (p. 42) Veen, H. van & E. van Wurff (1979), ‘Opzij opzij opzij’.

© Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg

tib2_6a_ab_os.indd 2

13-12-2013 13:57:43


Taal in beeld schriftantwoorden aan deze kant

antwoordenboek 6

a

met schriftantwoorden achterin

tib2_6a_ab_os.indd 1

13-12-2013 13:57:42


Taal in beeld 2 - Antwoordenboek 6a - blok4