Page 1

WERKBOEK JAARGROEP 8

DEZAKENVANZWIJSEN

dezakenvanzwijsen.nl

NATUURZAKEN Digibordmethode voor natuur & techniek

Digibordmethode voor natuur & techniek Natuurzaken is onderdeel van de uitgaven voor kennisgebieden van Zwijsen. Verwante uitgaven binnen De Zaken van Zwijsen zijn: Digibordmethode voor geschiedenis

Digibordmethode voor aardrijkskunde

Digibordlessen 36x per jaar een kant-en-klare digibordles gebaseerd op de actualiteit, voor een complete en altijd actuele methode

naam: 13172_ntz_wb_gr8_os.indd 1

......................................... 14-8-2014 10:38:47


Zintuigen

LES 1

IK ZIE, IK ZIE, WAT JIJ NIET ZIET

Hoi! Ik ben Maureen. Ik ben opticien in een brillenwinkel. Ik weet alles over ogen, kijken, brillen en lenzen.

JE LEERT

Andere kleuren, dezelfde ogen

• welke eigenschappen onze ogen hebben; • hoe onze ogen werken; • dat zintuigen samenwerken.

Welke kleur hebben jouw ogen? Het gekleurde deel van je oog noem je de iris. Welke kleur je iris ook heeft: alle mensen zien ongeveer hetzelfde.

BEGRIPPEN

• de iris • de diepte • de lens • het netvlies • de consistentie • de emotie

Jagen Onze verre voorouders waren jagers. Ze moesten dus goed kunnen mikken op bewegende dieren. Dan is het belangrijk om diepte te zien. Net als bij roofdieren staan onze ogen daarom dicht bij elkaar. Ons linkeroog en ons rechteroog zien bijna hetzelfde, maar net niet helemaal. Juist door dat kleine verschil kunnen we diepte en afstanden goed inschatten.

WEET JE HET NOG?

C

Als je niet alle kleuren kunt zien, ben je kleurenblind. Sommige dieren zijn kleurenblind, en sommige mensen ook.

Verzamelen Onze voorouders waren ook verzamelaars. Ze plukten bessen en vruchten van bomen en struiken. Om die goed te kunnen herkennen is het belangrijk om kleuren te kunnen zien. Maak opdracht 1

geen kopieermateriaal © Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg

opdracht 1

4

Kijk naar de foto. Waarom is het bij het tennissen handig dat je twee ogen hebt die dicht bij elkaar staan?


Les 1 • Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet JE LE E RT welke eigenschappen onze ogen hebben.

B EG RIPPE N iris • diepte

Donker In het donker zien we niet veel. Dat is niet erg, want we zijn vooral wakker als het licht is. De ogen van een nachtdier, zoals de uil, moeten natuurlijk wel goed zien in het donker. Daarom hebben uilen andere ogen dan wij.

Kiekeboe! Je moeder laten schrikken door achter haar te gaan staan, is leuk. Maar probeer je hetzelfde bij een zebra, dan heeft hij je al snel in de gaten. Zijn ogen staan zo ver aan de zijkant van zijn hoofd dat hij ver achteruit kan kijken zonder zijn nek te draaien. Zo ziet hij gevaarlijke dieren goed aankomen. Maar diepte ziet hij niet.

Onder water Als je onder water om je heen kijkt, zie je alles wazig. Met een duikbril op, gaat het iets beter. Dat komt door de laag lucht die dan voor je ogen zit. Vissen hebben bolle ogen. Daardoor zien zij onder water veel beter dan wij.

geen kopieermateriaal © Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg

opdracht 2

Maak opdracht 2

Wat is waar? Zet een rondje om het goede antwoord.

Onze ogen zien diepte.

waar / niet waar

Onze ogen kunnen goed in het donker zien.

waar / niet waar

Onze ogen kunnen ver opzij kijken.

waar / niet waar

Onze ogen zien verschillende kleuren.

waar / niet waar

Onze ogen kunnen goed onder water zien.

waar / niet waar

5


Zintuigen

Wist je dat je oog een soort glazen knikker is met een gat in het midden? Door dat gat valt licht en daardoor kun je zien. Wacht, ik zal het uitleggen!

Iris.

Pupil.

Je oog is een bal Wij zien alleen maar een klein stuk van het oog. Het grootste deel zit verstopt achter onze oogleden. Oogleden zijn de stukjes huid waarmee je je ogen dicht kunt doen. Met de spieren die aan onze ogen vastzitten, kunnen we onze ogen draaien: van links naar rechts, omhoog en naar beneden.

Lens.

Een gat in je oog

Plat of bol

In je iris zit een gat. Dat is de zwarte stip in het midden van je oog. Dat gat noem je de pupil. Het licht valt door de pupil. Bij fel licht worden je pupillen kleiner. In het donker worden ze groter. Zo regelt je oog de hoeveelheid licht die in je oog komt.

Achter de pupil zit de lens. Het licht gaat door de lens heen. Doordat je lens platter en boller kan worden, kun je zowel dichtbij als veraf scherp zien. Maak opdracht 3

geen kopieermateriaal Š Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg

opdracht 3

6

Waarom wordt je pupil groter in het donker?


Les 1 • Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet JE LE E RT hoe onze ogen werken.

B EG RIPPE N lens • netvlies

Op z’n kop … Als het licht door de oogbol is gegaan, komt het op het netvlies. Dat is een soort rond filmscherm aan de binnenkant van je oog. Maar … alles wat je ziet, komt op z’n kop op het netvlies terecht! Daar merken we gek genoeg (maar gelukkig!) niets van.

Netvlies.

Oogzenuw.

… en weer recht! De informatie die het netvlies opvangt, wordt via de oogzenuw naar de hersenen gestuurd. De hersenen draaien het beeld weer om. Daarom zien wij de wereld dus toch niet op z’n kop.

opdracht 4

geen kopieermateriaal © Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg

Maak opdracht 4 Hoe reist licht door je oog naar de hersenen? Schrijf er 1, 2, 3 en 4 bij.

lens

pupil

netvlies

oogzenuw

7


Zintuigen

Toen ik vanavond van mijn werk thuiskwam, voelde ik me ineens niet lekker. Ik was heel verkouden en had niet zo’n trek. Ik heb nog wel een bord soep gegeten, maar dat smaakte naar niets. Bah!

Proeven met je neus Doe je ogen en neus dicht en neem een hap van een ui. Wat proef je? Een ui? Nou … alleen als je al wist dat het een ui was. Dacht je dat het een appel was? Dan proef je appel! Als je je neus of ogen open had gehouden, had je je niet vergist. Proeven doe je dus niet alleen met je mond. Doordat Maureen verkouden is, proeft ze niet zo veel.

Proeven met je ogen Je zintuigen werken samen. Dat doen ze zo goed, dat jij vaak niet in de gaten hebt welk zintuig je informatie geeft. Ook je ogen kunnen je smaak bepalen. Geeft iemand je gele cola? Dan smaakt die cola naar sinas. Krijg je blauwe cola? Dan zeg je vast: ‘Nee, sorry, hoor! Dat lust ik niet!’

Proeven op gevoel Waarom lust jij geen chips uit een zak die een week open heeft gelegen? Omdat die chips niet meer knapperig zijn. De consistentie is veranderd. Ook cola zonder bubbels, pap met klontjes of een koude hamburger vinden we niet lekker. Proeven doe je dus ook door te voelen. Maak opdracht 5

geen kopieermateriaal © Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg

opdracht 5

Wat voor consistentie heeft dit voedsel? Trek lijnen.

plakkerig

8

knapperig

romig

sappig

vloeibaar


Les 1 • Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet JE LE E RT dat zintuigen samenwerken.

B EG RIPPE N consistentie • emotie

Kijken met je oren Kijk je naar een enge film? Dan helpt het beter om je oren dicht te doen dan je ogen. Een film is namelijk vaak eng door de geluiden. Denk je met je ogen te kijken … zijn het je oren die het werk doen!

Vrolijke of verdrietige muziek Van een film kun je bang worden. Van muziek kun je blij of juist verdrietig worden. Geluiden en beelden, maar ook geuren en smaken roepen emoties op. Zorgen je zintuigen daarvoor? Nee, dat doen de hersenen. Via de zenuwen geven je zintuigen alles wat ze horen, zien, voelen of proeven door aan je hersenen. De hersenen geven betekenis aan de informatie. Zo weet je of je iets mooi, vies, eng of verdrietig vindt.

opdracht 6

geen kopieermateriaal © Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg

Maak opdracht 6 Van welke muziek word jij vrolijk? En van welke muziek word jij juist verdrietig? Wat zijn de verschillen tussen deze soorten muziek? Schrijf.

9


Zintuigen

LES 2 O, nu heb ik ook nog hoofdpijn! Die hersenen van mij werken vandaag op een laag pitje. Ik kruip maar in bed. Misschien dat ik me beter voel als ik heb geslapen.

DE CONTROLEKAMER VAN JE LIJF JE LEERT

• wat onze hersenen doen en hoe ze worden beschermd; • hoe de hersenen en zintuigen samenwerken; • hoe supermarkten je zintuigen verleiden. BEGRIPPEN

• de schedel • het hersenvocht • de hersenschors • de hersenstam • de verleiding • onbewust

Alles onder controle? Ben je wel eens in de controlekamer van de politie of van een beveiligingsbureau geweest? Daar komen alle beelden binnen van bewakingscamera’s en telefoontjes van mensen die hulp nodig hebben. Als het nodig is, komen de mensen in de controlekamer in actie. Ze bellen met anderen of gaan zelf op pad om te zorgen dat alles goed loopt.

Controle over je lijf Je hersenen zijn de controlekamer van je lijf. Daar komen alle signalen van je lichaam binnen. Je hersenen bedenken of ze actie moeten ondernemen. Ruik je gas? Dan draai je het gas uit. Zwaait er iemand naar je? Dan zwaai je terug. Maak opdracht 1 geen kopieermateriaal © Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg

opdracht 1

10

Welke signalen komen in de hersenen binnen? Kruis aan.

Wat je ogen zien.

Dat je vrolijk bent.

Wat je handen voelen.

De geur van spruitjes.

Dat je een volle blaas hebt.

Dat je een film eng vindt.


Les 2 • De controlekamer van je lijf JE LE E RT wat onze hersenen doen en hoe ze worden beschermd.

B EG RIPPE N schedel • hersenvocht

Ingebouwde helm Je hersenen zijn heel belangrijk, maar ook heel zacht. Daarom moeten ze goed worden beschermd. Voor die bescherming zorgt de schedel. Het stevige bot waarvan je schedel is gemaakt, lijkt op de stevige buitenste laag van een helm. Zo’n schedel kan tegen een stootje. Gelukkig maar!

Nog een laag Aan de binnenkant van een helm zit een zachte laag. Die laag zorgt ook voor bescherming. In je hoofd zit zo’n zelfde zachte beschermlaag. Dat is het hersenvocht.

Alles op z’n plek Tussen de schedel en het hersenvocht, maar ook tussen het hersenvocht en de hersenen zitten vliezen. Die zorgen dat het hersenvocht op de goede plaats blijft. Eigenlijk net als de stof om de zachte laag van een helm.

Zo zijn je hersenen goed beschermd.

opdracht 2

geen kopieermateriaal © Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg

Maak opdracht 2 Waarom moet je een helm op als je op een brommer of scooter zit?

11


Zintuigen

Ik doe de gordijnen dicht, want van dat vrolijke zonlicht wordt mijn hoofdpijn alleen maar erger. Ook het raam gaat dicht. Want geluiden kan ik nu niet verdragen.

De zenuwen De hersenen bestaan uit miljarden zenuwcellen. Tussen al die zenuwcellen zitten ontelbaar veel verbindingen. Niet elke cel doet hetzelfde. Elk deel van je hersenen heeft een andere functie.

Een walnoot in je hoofd Het gekronkelde deel van de hersenen noem je de hersenschors. Het bestaat uit twee helften en lijkt op een enorme walnoot. In dit deel van de hersenen worden de prikkels van je zintuigen opgevangen. Maar ook gedachten en dromen komen hier vandaan. Bij dieren die minder ontwikkeld zijn dan wij, is de hersenschors veel kleiner.

De hersenschors bestaat uit twee helften.

Het kikkerbrein

Klein maar ďŹ jn Onder de grote hersenen zitten de kleine hersenen. Hier worden je bewegingen en je evenwicht geregeld. Net als de grote hersenen bestaan ze uit twee delen. Ze zijn ongeveer zo groot als een perzik.

Het onderste deel van je hersenen heet de hersenstam. Hier wordt alles geregeld om te overleven. Ademhalen en het pompen van je hart bijvoorbeeld. Alle dieren hebben een hersenstam. Sommige dieren hebben niet veel meer dan dat. Kikkers bijvoorbeeld. Omdat hun hersenen op onze hersenstam lijken, noemen we de hersenstam ook wel het kikkerbrein.

Maak opdracht 3 geen kopieermateriaal Š Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg

opdracht 3

12

Waarom hebben alle dieren in ieder geval een hersenstam?


Les 2 • De controlekamer van je lijf JE LE E RT hoe de hersenen en zintuigen samenwerken.

B EG RIPPE N hersenschors • hersenstam

Elk zintuig zijn eigen stukje Alle informatie die je zintuigen opnemen, komt via je zenuwen in de hersenschors terecht. Waar precies? Dat hangt ervan af. Elk zintuig is verbonden met een eigen stukje van je hersenen.

1

5

Gggrrr!!!! Stel, je ziet en hoort deze blaffende hond …

3

Wat hoor je? De informatie van je oor komt via de zenuwen aan de zijkant van je hersenschors terecht. Nu weet je: ik hoor geblaf en gegrom.

2

4

Wat zie je?

Het lijkt op …

De informatie van je oog komt via de zenuwen achter in je hersenschors terecht. Nu weet je: ik zie een hond!

Als je iets ziet of hoort, roept dat altijd andere gedachten op. Bijvoorbeeld de gedachten aan de hond die je ooit heeft gebeten. Die gedachten maak je hier.

Wegwezen! Wie weet beslissen je hersenen dat je moet vluchten. Hier worden de signalen aan je lichaam verstuurd om te bewegen. Rennen!

opdracht 4

geen kopieermateriaal © Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg

Maak opdracht 4 Stel: Iemand zwaait naar je. Jij zwaait terug. Wat gebeurt er in je hersenen? Zet de zinnen in de goede volgorde. Schrijf er 1, 2, 3, 4 en 5 bij. Je zwaait terug. De zenuwen geven het signaal door aan de hersenen. De hersenen weten dat iemand zwaait. Je ogen zien iemand zwaaien. De hersenen geven een signaal aan je hand.

13


Zintuigen

Zo, die dag in bed heeft me goed gedaan. Mijn hoofdpijn is over en ik heb een rammelende maag. Ik ga even naar de supermarkt, want ik heb niets meer in huis.

Ruiken In de supermarkt ruikt het vaak in de hele winkel naar vers brood. Waarom? De geur is een vorm van verleiding. Het ruikt zo lekker dat je het wilt kopen. Ook als je het eigenlijk niet van plan was.

Horen Waarom klinkt er langzame, vrolijke muziek in de winkel? Omdat je dan rustiger loopt en meer koopt!

Zien Waarom liggen dingen die kinderen lekker vinden vaak op de laagste schappen? Omdat kinderen ze dan het beste zien en willen kopen. Maak opdracht 5 geen kopieermateriaal Š Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg

opdracht 5

14

Laat je je in de supermarkt minder verleiden als je een boodschappenlijstje meeneemt?


Les 2 • De controlekamer van je lijf JE LE E RT hoe supermarkten je zintuigen verleiden.

B EG RIPPE N verleiding • onbewust

Proeven Een stukje kaas? Nou graag! En nu maar hopen dat je het zo lekker vindt, dat je meteen een groot stuk koopt!

Voelen Handig, zo’n mand die je niet hoeft te tillen! Ongemerkt doe je er daardoor meer in dan de bedoeling was. Dat gebeurt onbewust. Je hebt het niet door, maar je doet het wel.

Wat? Moet ik zo veel betalen? Ik geloof dat mijn zintuigen en hersenen weer op volle sterkte werken!

opdracht 6

geen kopieermateriaal © Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg

Maak opdracht 6 Onbewust kopen mensen vaak iets omdat ze het al eens eerder hebben gezien. In welk deel van de hersenschors ontstaat die gedachte? Kleur.

15


Zintuigen

LES 3

Vandaag ben ik weer gaan werken. Ik heb twee meisjes aan een bril geholpen. Twee dikke vriendinnen, die allebei een bril moesten. Maar ze hadden heel andere glazen nodig.

BETER KIJKEN

Help! Ik zie wazig! De lenzen van je oog kun je boller of platter maken. Maar soms werkt dat niet zo goed. En soms zijn je ogen niet helemaal rond. Sommige ogen zijn iets te lang. Weer andere ogen zijn net te kort. Daardoor zien ze niet scherp. Een bril kan dan helpen.

JE LEERT

• hoe brillen werken; • hoe apparaten werken waarmee je dichtbij of veraf kunt kijken; • hoe sensoren werken.

Op het bord

BEGRIPPEN

Sanne kan niet goed op het bord kijken. Dat komt doordat haar ogen iets te lang zijn. Met lezen heeft ze geen moeite. Sanne is bijziend, want dingen die dichtbij zijn, ziet ze scherp.

• bijziend • verziend • de microscoop • de telescoop • de sensor • de thermostaat

geen kopieermateriaal © Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg

opdracht 1

Netvlies.

Voor het netvlies

Holle glazen

Sannes oogbol lijkt wel wat op een rugbybal: hij is wat plat en lang. Daardoor komt het beeld vóór haar netvlies terecht. Ze ziet wazig.

Sanne krijgt een bril met holle glazen. Holle glazen verkleinen wat je ziet. Het beeld valt daardoor precies op het netvlies. Zo ziet Sanne weer scherp.

Wat is waar? Streep de foute antwoorden door.

Als je verziend bent, zie je verre dingen wazig / scherp. Als je bijziend bent, zijn je ogen wat langer / korter dan normaal. Als je verziend bent komt het beeld voor / achter het netvlies terecht. Als je een bril nodig hebt om te lezen ben je bijziend / verziend.

16

Maak opdracht 1


Les 3 • Beter kijken JE LE E RT hoe brillen werken.

B EG RIPPE N bijziend • verziend

In een boek Sannes vriendin Gloria heeft een ander probleem met haar ogen. Zij ziet de letters in haar boek onscherp. Maar teksten op het digibord kan ze zonder problemen lezen. Gloria is verziend, want dingen die ver weg zijn, ziet ze scherp.

Achter het netvlies

Bolle glazen

Gloria’s oog lijkt meer op een ei: het is iets te hoog en te kort. Daardoor komt het beeld achter het netvlies terecht. Ze ziet wazig.

Gloria krijgt een bril met bolle glazen. Dat bolle glas vergroot een beetje. Als ze haar bril opzet, ziet Gloria de letters in haar boek wel scherp!

Lenzen In plaats van een bril kun je lenzen nemen. Net als bij brillen zijn lenzen voor bijziendheid hol en voor verziendheid bol. Alleen zet je de lenzen niet voor je oog, zoals bij een bril, maar je legt ze erop.

opdracht 2

Heb jij een bril of lenzen? Ben je bijziend of verziend? Wanneer gebruik je je bril en wanneer niet? En zijn je glazen bol of hol? Schrijf. Heb je zelf geen bril? Stel de vragen dan aan een klasgenoot die er wel een heeft.

17

geen kopieermateriaal © Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg

Maak opdracht 2


Zintuigen

Mijn broer studeert biologie. Voor die studie moet hij van alles onder zijn microscoop bekijken. Toen hij hoorde dat ik ziek was, heeft hij wat speeksel van me meegenomen. Net belde hij op dat hij een griepvirus had gevonden. Knap hoor, broertje! Maar ik ben al weer beter!

Vergrootglas Heb je wel eens door een vergrootglas gekeken? Als je daarmee naar mieren kijkt, lijken die ineens heel groot. Een vergrootglas bestaat uit een bolle lens. Een bolle lens vergroot. Hoe boller de lens, hoe groter de mieren lijken.

Twee keer bol is boller Onderzoekers gebruiken vaak microscopen. Micro betekent klein. Scoop betekent kijker. Een microscoop is dus een kijker voor kleine dingen. Stofjes, beestjes en bacteriĂŤn die we met het blote oog niet kunnen zien, kun je met een microscoop 4 tot 100 keer vergroten. Een microscoop heeft twee bolle lenzen, die op een bepaalde afstand van elkaar zitten. Door aan de knoppen te draaien kun je het beeld scherp stellen.

Zo ziet een hoofdluis er onder een microscoop uit.

Maak opdracht 3 geen kopieermateriaal Š Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg

opdracht 3

18

Wie zouden meer geholpen zijn met een vergrootglas: bijziende of verziende mensen? Leg je antwoord uit.


Les 3 • Beter kijken JE LE E RT hoe apparaten werken waarmee je dichtbij of veraf kunt kijken.

B EG RIPPE N microscoop • telescoop

Gluren naar de buren Ben je niet zo geïnteresseerd in mieren of luizen, maar wel in het leven van je overburen? Dan heb je meer aan een holle lens. Die vind je onder andere in een verrekijker. Een holle lens verkleint en maakt dingen die ver weg zijn scherp. Zo kun jij precies zien wat er in de kamer bij je buurmeisje gebeurt. Maar pas op! Met haar verrekijker gluurt ze natuurlijk net zo goed bij jou naar binnen!

Verder kijken Misschien is je buurmeisje helemaal niet geïnteresseerd in jou, maar kijkt ze liever naar sterren en planeten. Dan kan ze beter een telescoop gebruiken. Tele betekent ver. En scoop betekent kijker (maar dat wist je al!). Eigenlijk is een telescoop dus ook een verrekijker, maar hij kijkt stukken verder dan een gewone verrekijker. Een verderkijker dus!

Superkijkers Deze telescopen zijn superkijkers. Zij speuren naar sterren en planeten die we nog nooit eerder hebben gezien. Zo proberen onderzoekers erachter te komen hoe en wanneer de ruimte en de aarde zijn ontstaan. Zoals je ziet zijn deze telescopen eigenlijk enorme holle lenzen van wel twaalf meter breed!

opdracht 4

geen kopieermateriaal © Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg

Maak opdracht 4 Zijn de lenzen op de foto’s hol of bol? Trek lijnen. bolle lens

holle lens

19


Zintuigen

Zo! Mijn werkdag zit er weer op. Ik sluit de winkel. Deur op slot, de buitenlamp en de bewakingscamera aan. Zo is de winkel vannacht goed beschermd tegen inbrekers.

Open en dicht Veel winkels hebben automatische deuren. Handig! Want je hoeft de deur niet open te duwen. De deur gaat ook vanzelf weer achter je dicht. Maar hoe werkt dat? Zie je die rondjes aan de onderkant van de deur? Dat zijn sensoren. De sensor van deze deur werkt als een oog: hij reageert als hij iets ziet bewegen. De deur gaat open. Ziet hij niets? Dan gaat hij weer dicht.

Aan en uit Sommige buitenlampen hebben ook een sensor. Ze reageren op beweging, net als automatische deuren. Beweegt er iets? Dan gaan ze aan. Is er geen beweging? Dan gaan ze uit. Hierdoor hoeven ze alleen te branden als er iemand in de buurt is. En ze schrikken inbrekers af. Want als het licht aangaat, weten mensen dat er iemand bij hun huis of winkel is.

Betrapt! Ook de sensoren in flitspalen en bewakingscamera’s werken als automatische ogen: ze reageren op wat ze zien en maken dan een foto of filmpje.

Maak opdracht 5 geen kopieermateriaal Š Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg

opdracht 5

20

Lantaarns hebben ook sensoren. Daarom zijn ze alleen aan als het donker wordt. Op sommige snelwegen gaan lantaarns alleen aan als er verkeer is. Waarop reageren de sensoren van de lantaarns?


Les 3 • Beter kijken JE LE E RT hoe sensoren werken.

B EG RIPPE N sensor • thermostaat

Waar rook is … Hebben jullie thuis ook een rookmelder hangen? Een rookmelder is een sensor. Hij werkt alleen niet als een oog, maar als een neus. Ruikt de rookmelder rook? PIEP! PIEP! PIEP! Dan maakt hij een vreselijke herrie! Zo weet jij dat je op onderzoek uit moet. Want waar rook is, is heel vaak ook vuur!

Ziek! Voel je je niet lekker? Dan is er een andere sensor die je kunt gebruiken: een thermometer. Dit automatische zintuig werkt op gevoel. Hij meet de warmte in je lichaam. Geeft de thermometer een temperatuur van meer dan 37 ºC aan, dan heb je koorts. Beterschap!

Warmer en kouder Nog een apparaat met gevoel is de thermostaat. Deze regelt de warmte in de kamer. Hij is verbonden met de verwarming. Zet je de thermostaat op 19,5 ºC? Dan zorgt de thermostaat dat de verwarming aangaat tot het zo warm is. Is het warm genoeg? Dan gaat de verwarming uit tot de temperatuur weer te laag is.

opdracht 6

Welke begrippen horen bij de foto’s? Kies uit: hersenschors, iris, microscoop, netvlies, schedel.

21

geen kopieermateriaal © Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg

Maak opdracht 6


WERKBOEK JAARGROEP 8

DEZAKENVANZWIJSEN

dezakenvanzwijsen.nl

NATUURZAKEN Digibordmethode voor natuur & techniek

Digibordmethode voor natuur & techniek Natuurzaken is onderdeel van de uitgaven voor kennisgebieden van Zwijsen. Verwante uitgaven binnen De Zaken van Zwijsen zijn: Digibordmethode voor geschiedenis

Digibordmethode voor aardrijkskunde

Digibordlessen 36x per jaar een kant-en-klare digibordles gebaseerd op de actualiteit, voor een complete en altijd actuele methode

naam: 13172_ntz_wb_gr8_os.indd 1

......................................... 14-8-2014 10:38:47

Natuurzaken jaargroep 8 - Zintuigen  
Natuurzaken jaargroep 8 - Zintuigen