Issuu on Google+

GRATIS TWEEMAANDELIJKS ONAFHANKELIJK STRIPINFORMATIEBLAD DECEMBER 2010 / JANUARI 2011

175

Michiel van de Pol,

Ronald van der Heide, Ivan Brun, Yoshihiro Tatsumi


Zozolala winkels ZozoLala is een onafhankelijk stripinformatieblad, uitgegeven door Stichting Zet.El, dat tweemaandelijks verschijnt. ZozoLala is gratis voor de klanten van nevenstaande stripwinkels.

Gojoker Zeedijk 31a 1012 AP / 020 - 620 50 78 Lambiek Kerkstraat 132 1017 GP / 020 - 626 75 43 www.lambiek.net Nou moe!?! Lindenstraat 1 1015 KV / 020 - 693 63 45

Antwerpen Mekanik strip St. Jacobsmarkt 73 2000 / 03 - 234 23 47 www.mekanik-strip.be

Barelli Zoutmanstraat 80 2518 GT / 070-3653070 www.stripwinkelbarelli.nl

Dordrecht

Hoorn

Middelburg

Het gele teken Grote Oost 35 1621 BR / 0229 - 21 86 23 www.hetgeleteken.nl

Perron 2 Sint Janstraat 9-c 4331 KA / 0118 - 61 41 84

Internet

Scheffersplein 1 3311 EJ / 078 - 614 20 12 www.stripwinkel-sjors.nl

Eindhoven

Arnhem

Kampen De fantast Burgwalstraat 7 8261 HJ / 038 - 332 03 25 www.de-fantast.nl

Assen Plok. Strips en eh… dinges! Groningerstraat 71 9401 BJ / 0592 - 31 32 92 www.plok-strips.nl

Beverwijk De stripgek Begijnenstraat 25a 1941 BR www.stripgek.nl

Brugge

• Alkmaar Bookers & strippers Boterstraat 20 - 22 1811 HP / 072 - 512 19 16 www.bookers-strippers.nl

Amsterdam Fantasia Gelderlandplein 203 1082 LW / 020 - 642 78 88 home.tiscali.nl/ stripwinkelfantasia

Voorplaat Een exclusief jubileumomslag met grote verwachtingen, gemaakt door Vlerk.

 Katelijnestraat 42 8000 / 050 - 33 71 12 www.striepclub.be

Delft Bul Super Breestraat 18 - 22 2611 RG / 015 - 212 60 97 www.bulsuper.nl

Den haag Aelix strips en comics Chasséstraat 71 2518 RW / 070 - 365 07 38 www.aelix.nl

Colofon Redactie

Jef Nieuwenhuis, Hans Pols, Hans van Soest en Gerard Zeegers

Vormgeving & opmaak Sigge Stegeman, Rogier van Neerven, Richard Bos en Frank Boesveld

Vaste medewerkers

Toon Dohmen, Peter de Wit, Mark Horemans en Roel Daenen

Enschede De strip-aap Javastraat 22 7512 ZJ / 053 - 430 52 61 www.stripaap.nl

Gent Pierke Frans van Rijhovelaan 312 9000 / 09 - 227 70 86

Goes Het paard van Troje Langevorststraat 2 4461 JP / 0113 - 21 46 91 www.paardvantroje.nl

Haarlem Het Avontuur Gedempte Oude Gracht 72 2011 GT / 023 - 54 27 124 www.stripzaak.nl

Hasselt Wonderland Paardsdemerstraat 17 3500 / 011 - 22 82 00

Dit keer werkten mee

Joost Pollmann, Ronald van der Heide, Ivan Brun

Druk & Afwerking

Drukkerij Wilco – Amersfoort

Distributie

Pinceel Stripverspreiding Leuven (B), Van Ditmar Amsterdam (NL)

Abonnementen

Een abonnement is mogelijk voor één jaar (€ 15,–), of voor twee jaar (€ 25,–) en gaat in na storting van het totaalbedrag op

Rotterdam

De boekenwolf Meensesteenweg 18 8500 / 056 - 35 44 98 www.boekenwolf.be

Leeuwarden

Schiedam

De rat Voorstreek 83 8911 JL / 058 - 215 16 00 derat@kpnplanet.nl

’t Centrum Korte Singelstraat 20a 3112 GB / 010 - 426 25 84

Leiden

De stripfanaat NS Plein 10 5014 DA / 013 - 58 00 107 www.stripfanaat.net

Dumpie Nieuwe Rijn 18 2312 JC / 071 - 512 64 04 www.stripwinkeldumpie.nl

Leuven

Groningen Akim Ulgersmaweg 14 9731 BS www.akim.nl

Houtstraat 59 - 61 6511 JM / 024 - 36 08 181 www.senorhernandez.com Donner boeken Lijnbaan 150 3012 ER / 010 - 413 20 70 www.donner.nl Yendor Korte Hoogstraat 16 3011 GL / 010 - 433 17 10 www.yendor.nl

kortrijk  Koningstraat 43 6811 DH / 026 - 442 09 09 www.denoormanstrips.nl

Nijmegen

Tilburg

Turnhout Tistjen Dop Paterstraat 96 2300 / 014 - 42 88 29 www.tistjendop.be

Utrecht Gobelijn Mechelsestraat 35 3000 / 016 - 23 55 86 www.gobelijn.be

Mechelen Comic strips Hoogstraat 11 2800 / 0474 - 49 06 25 www.comic-strips.com De stripkever Bruulcenter, Bruul 79 2800 / 015 - 21 76 05 www.stripkever.be

Postbank giro 3253937 (NL) of Postgirorekening 000 – 164840584 (B) t.n.v. Stichting Zet.El te Bilthoven o.v.v. je eigen adres

Redactieadres

Postbus 344, 3720 AH Bilthoven, Nederland

Internet

www.zozolala.com redactie@zozolala.com

Piet Snot Vismarkt 3 3511 KR / 030 - 231 84 72 www.pietsnot.nl Strip en lektuurshop Oude Gracht 194 3511 NR / 030 - 233 43 57 www.stripart.nl

Zwolle De boekenhalte Assendorperstraat 103 8012 DH / 038 - 422 10 77 www.boekenhalte.nl

Oplage

6.000 exemplaren.

issn

1382 8630

Copyright 2010, Stichting Zet.El

Overname van a­ rtikelen, strips of illustraties enkel in overleg met de uitgever.


GRIJS REALISME over de ernst van strips In zijn essaybundel Regen geen bezwaar uit 2008 schreef Joost Pollmann over wat hij ook wel omschreef als ‘grijs realisme’ in de strip. Wat hij daar precies mee bedoelde, legt hij uit aan de hand van het deze zomer verschenen Terug naar Johan van Michiel van de Pol. door Joost Pollmann Grijs realisme, daar houd ik van. In de kunst. Ik heb mezelf lange tijd positief mediterraan getraumatiseerd genoemd vanwege mijn eeuwige hunkering naar de rotsen, pijnbomen, tempels en diepblauwe zeeën van zuidelijk Europa. Ik kan dus mee treuren met het gedicht November van J.C. Bloem, waarin hij het heeft over de eeuwige regen en het ‘ongekleurde namiddaglicht’ in ‘de troosteloze straten’. Prachtig dat hij de weerzin jegens ons kikkerklimaat weet te verheffen tot dit klassieke gedicht met zijn ongekleurde licht. Regen is welkom, niet in de alledaagse werkelijkheid, wel in strips. In Flood van Eric Drooker, in Ansichten der Speicherstadt van Martin Tom Dieck, in Dwaallicht van Dick Matena, of in De onschuldigen van Gipi. Vier tekenaars uit vier landen die ‘slecht weer’ gebruiken om hun boek een meerwaarde te geven. Waarom bevindt Hollywood zich in Californië? Omdat het daar altijd zonnig is. Waarom is dat gunstig? Omdat Hollywood escapisme verkoopt en geen bewolking kan gebruiken, want wolken zijn metaforen voor: tegenslag. Er zijn natuurlijk uitzonderingen, maar Singing in the rain is een optimistische, romantische film en de zure regen van Bladerunner valt in een verre, verre toekomst. De meerwaarde van het slechte weer in bovengenoemde stripboeken zit ‘m juist in het niet kunnen wegvluchten naar zonnige oorden en starry nights. De lezer zit gevangen en kan zich niet onttrekken aan het (door de stripmaker bedachte) noodlot.

Reiniging Eén van de criteria die je zou kunnen gebruiken om onderscheid te maken tussen ‘strip’ en ‘grafische roman’ is dat de laatste meer wil bieden dan verstrooiing, om een ouderwets woord te gebruiken. Want wie verstrooid is, is er met zijn hoofd niet bij. Auteurs van grafische romans willen dat je er met je hoofd wel bij bent! In De onschuldigen van Gipi (pseudoniem van Gian Alfonso Pacinnotti) volgen we een groepje voormalig jeugddelinquenten die naar de Italiaanse kust gaan om met zichzelf in het reine te komen. We krijgen geen palmen, vrolijke ijsventers en strandstoelen te zien, want het is winter en de zee is koud, de wolken zijn grauw, de

boulevards verlaten en natgeregend. Het weer is hier veel meer dan decor of weerspiegeling van een stemming en symboliseert de onmogelijkheid om nog langer ontwijkgedrag te vertonen. De personages moeten de deprimerende feiten onder ogen zien: zij hebben hun jonge levens verwoest. In de Griekse tragedie heet dat het moment van katharsis: de morele reiniging die niet alleen de hoofdrolspelers ondergaan maar ook de toeschouwers die hebben meegeleefd en meegeleden. In de klassieke strip veert de held altijd weer op, hoeveel klappen hij ook moet incasseren. Gooi hem van een flatgebouw naar beneden en hij landt ongedeerd op het trottoir, afgezien van wat schrammen waarop tijdens de daling al pleisters zijn geplakt. Popeye is onverwoestbaar, zolang er spinazie voorhanden is. Icarus daarentegen valt te pletter op zee, nadat de was van zijn vleugels is gesmolten: zo komt de hoogmoed van zijn vader Daedalus voor de val. Je zou de klassieke strip Popeyaans kunnen noemen, en de grafische roman Icarisch. Het verschil tussen die twee wordt heel mooi beschreven in Terug naar Johan van Michiel van de Pol, volgens de flaptekst ‘zijn eerste graphic novel’. 3


Microkosmos Dit autobiografische boek vertelt een coming of ageverhaal waarin de vriendschap tussen Michiel (de verteller) en Johan (de vriend) centraal staat. Als

kleine jongen, vertelt Michiel, beleefde hij gelukkige uren in de zitkuil van zijn ouderlijk huis, waar hij telkens weer Bollie en Billie las (‘waarschijnlijk de saaiste strip ooit’), over een jongetje en zijn hond in hun achtertuin: heg, grasveldje, tuinpad. Een heerlijk overzichtelijke wereld, wordt die microkosmos genoemd. Daarna neemt de auteur ons mee naar een andere kuil, die Michiel en Johan hebben gegraven in het bos. In een veilige holte onder de wortels van een boom praten ze over het tekenen van strips, over vorm en functie van insecten en over het bouwen van machines. Meisjes zijn in hun gedachten aanwezig, maar er wordt niet openlijk over gesproken. Alles gaat goed, totdat Michiel ontdekt dat zijn kussen heel goed kan dienen als stand-in voor Farrah Fawcett-Majors en hij zijn eerste orgasme beleeft: hij heeft nu gegeten van de Boom der Kennis, met desastreuze gevolgen voor de harmonie tussen de twee vrienden. Michiel verruilt de kuil voor de vagina van zijn vriendinnetje, Johan blijft achter met fantasieën over zelfgebouwde insectachtige machines. Pas als Michiel door zijn meisje wordt verlaten, krijgt hij heimwee naar Johan en probeert hij eigenhandig een verrijdbaar apparaat in elkaar te knutselen om door zijn jeugdvriend weer in genade te worden aangenomen. Per toeval ontdekt hij dat Johan minder aseksueel is dan gedacht: in een schrift staan collages van pornofoto’s met achterin tabellen die aangeven hoeveel genot zijn vriend aan welke knipsels en plaksels heeft overgehouden. Wetenschap × erotiek = Johan. Veel later, als Michiel eenmaal volwassen is, gaat hij met zijn zoontje terug naar de kuil, die nu niet meer is dan een deukje in de grond: ‘Het is vreemd 4

hoe alles ineens lijkt te krimpen als je zelf ouder wordt’. Ineens gekrompen? Dat overkomt alleen ‘Alice in Wonderland’.

Wortels Michiel van de Pol beschrijft in zijn boek niet alleen zijn eigen coming of age, maar ook die van de strip als kunstvorm, en hij doet dat met behulp van Freudiaanse symbolen. Het tuintje uit Bollie en Billie is de hortus conclusus, de omheinde hof die ook de Hof van Eden is. De zitkuil thuis is een verkleinde versie van de kuil in het bos, waar de vrienden de stilzwijgende afspraak hebben dat ze de kuil niet verlaten als ze moeten poepen. Op het moment dat Michiel ejaculeert (dat zijn lichaam wel stoffen afscheidt), moet hij het paradijs verlaten. Hij kruipt uit de baarmoeder van Moeder Aarde om met zijn eigen wortel een andere baarmoeder te penetreren. In een eerdere scène zien we Michiel en Johan samen gehurkt in hun kuil; hun benen vergroeien tot wortels die denkbeeldig tot in hun tekenleraar meneer Asselbergs vertakken. Over de meisjes in hun klas praten ze niet, wel over het tekenen: ‘Dat vormde de wortels van onze vriendschap.’ Opvallend is dat meneer Asselbergs wordt afgebeeld met strak broekje, laarzen en hoge handschoenen, kortom als een superheld. ‘Voor mij en Johan opende meneer Asselbergs een nieuwe wereld. Tekenen zoals hij betekende macht en controle. We zagen mogelijkheden ver voorbij de achtertuin van Bollie en Billie…’ In een parabel over de zondeval kun je niet terug naar de onschuld zoals een klassieke stripfiguur terugstuitert naar een ongeschonden staat. Je kunt alleen maar vooruit, de wereld in. Michiel en Johan hebben geleerd wat tekenen is (macht en controle) en maken nu tekeningen waarin ze een jongen vermoorden die zich opdringt aan een meisje dat ze allebei heimelijk leuk vinden. Deze jongen (die telkens weer opveert) zal later het vriendinnetje van Michiel afpakken. De kunst verliest het toch van de werkelijkheid. Denkbeelden In 1997 schreef ik een stuk over de volwassenwording van de strip, Een indruk van echtheid, en beschreef daarin een verhaal van Chris Ware die Superman van een flatgebouw laat springen, natuurlijk op een regenachtige dag. En zie: Superman valt dood op het asfalt! Om zijn kunstvorm tot wasdom te brengen, moest Ware zijn vaderfiguur om het leven brengen. Michiel van de Pol knipt een gat in de heg van zijn hortus conclusus en stapt het leven in. Vertaald naar de ontwikkeling van het medium strip betekent dat: hij laat de vormvaste periode van de strip achter zich om een nieuwe uitdrukkingswijze te exploreren waarbij elk tafereel vraagt om een ander denkbeeld. En dat laatste bedoel ik heel concreet: een beeldverhaal is gevuld met denkbeelden die het innerlijk leven van de hoofdpersoon veruitwendigen, langs metaforische weg. Dat vermogen om gemoedstoestanden te verbeelden en te externaliseren, is misschien wel de grootste kracht van de strip. In Terug naar Johan loopt Michiel rond met een geheim dat de vorm aanneemt van een brok in zijn keel, ongeveer zoals iemand een tumor ontwikkelt door te lang emoties te onderdrukken (Woody Allen over zijn moeder: ‘She grew a tumor instead’). Michiel van de Pol hoeft het niet te laten bij de sleetse uitdrukking ‘brok in mijn keel’, maar laat zien hoe dat brok eruitziet, namelijk als een grote gehaktbal met slappe sliertjes waarop trefwoorden zijn geschreven die betrekking hebben op zijn frustraties. Die bal braakt hij uit en de lezer is opgelucht: ook dat is een vorm van katharsis. Dit artikel verschijnt volgend jaar in Joost Pollmanns nieuwste boek Letterlijk & Figuurlijk - Een Pleidooi voor de Strip, bij uitgeverij De Buitenkant.


Op de volgende twee pagina’s staat een korte strip van Ronald van der Heide. Wie ernaar kijkt, heeft hem al bijna meteen gelezen. Zo kraakhelder als de dertiger vertelt, zo raadselachtig is de wereld die hij oproept: wat moet je nou eigenlijk met zo’n berenmuts?

door Toon Dohmen Een verhaal met open eindjes, zo ziet Ronald van der Heide (1976) het graag. „Van mij mogen verhalen ongrijpbaar zijn,” zegt de stripmaker in zijn rijtjeshuis in Utrecht. „Ik vind het prettig om compact te vertellen en tegelijk de lezer veel vrijheid te gunnen. Dat zijn de verhalen die het langst blijven hangen.” Hij weet nog hoe het idee voor Berenmuts ontstond, enkele jaren terug tijdens een fietsvakantie met zijn vriendin. „Dat was midden in de zomer, in Estland. Prachtig land, heel weids. Buren wonen daar minstens vijfhonderd meter uit elkaar. We kwamen bij een Russischorthodox klooster en daar liep een hele groep Russische vrouwen rond, compleet met van die zware rokken, bodywarmers en hoofddoekjes. Een beetje het archetypische beeld. Een van die vrouwen droeg een plastic tasje van de C1000 bij zich, echt zo’n Hollands tasje, met daarop de tekst: ‘Prettige feestdagen’.” Zelfs in zomers Estland viel niet te ontkomen aan het Nederlandse supermarktgeweld. Typisch iets wat Van der Heide tussen het fietsen door even vastlegt in het schetsblok dat hij op reis altijd bij zich draagt. Tekenen doet Ronald van der Heide al zolang hij zich kan herinneren. Hij heeft er uiteindelijk ook zijn beroep van gemaakt, niet alleen als stripmaker, maar tevens als landschapsarchitect. Vier dagen per week geeft hij vorm aan het Nederlands landschap. Hij ziet duidelijke parallellen tussen beide disciplines. „Ontwerpen is uiteindelijk ook het vertellen van een verhaal. Alleen projecteer je het dan binnen een plan. Je hebt een kaart en maakt een ontwerp. Maar zo’n ontwerp moet ook iets vertellen over wat er op die plek is, wat die betekent. Ik werk bijvoorbeeld al tien jaar (met tussenpozen) aan de inrichting van een polder aan de rivier de Rotte, iets ten noorden van Rotterdam. Het is een waterbergingsgebied en daar horen dijken bij. Die zijn meestal nogal steil, maar deze polder bestaat uit slappe klei, dus dan zet je daar dijken met flauwe hellingen neer. Zo haal je een diepere betekenislaag naar boven en vertel je mensen indirect iets over het landschap. Dat heeft een bepaalde doorwrochtheid, die ik in mijn strips ook nastreef. Dat een poppetje niet alleen een

poppetje is. Ook al bestaat hij misschien maar een pagina, je moet het gevoel krijgen: daar loopt een persoonlijkheid.” Ook in de praktijk raken het stripmaken en de landschapsarchitectuur aan elkaar. Van der Heide publiceert al enkele jaren korte strips in het vakblad Blauwe kamer. Daarin koppelt hij bijvoorbeeld het spraakmakende ‘gestapelde’ hotelontwerp van Molenaar & Van Winden bij het station van Zaandam aan het polderlandschap en de rauwe liedteksten van lokale band De Kift. Blauwe kamer is eigenlijk zijn tweede podium, naast het Utrechts beeldblad De Inktpot, waarin hij al sinds 2004 publiceert. Daarnaast is er nog het stripbundeltje De kleine vriend, dat hij in eigen beheer uitbracht. De korte verhalen zullen zeker een constante blijven voor Ronald van der Heide. En dan vooral in de heldere stijl van Berenmuts, die geënt is op Dick Bruna, Joost Swarte en Stang Gubbels, die in zijn woning een prominente plek aan de muur hebben. „Met mijn heldere stijl roep ik een soort zakelijkheid op,” zegt Van der Heide. „Dat vind ik mooi. Maar tegelijk wil ik er graag warme, sympathieke verhalen mee vertellen. Met veel aandacht voor plastic tasjes, brommers en andere bloedsimpele dingen, de knulligheid van het alledaagse leven. Iets als Magasin général van Tripp en Loisel, of De dagelijkse worsteling van Manu Larcenet. Zo knap vind ik dat: hoe Larcenet het leven van de oude havenarbeiders neerzet en tegelijk vertelt over de teloorgang van het industriële tijdperk.” Gretig begint Ronald van der Heide over zijn plannen voor een stripbundel over de Kromme Rijn, die van zijn geboorteplaats Wijk bij Duurstede naar zijn huidige woonplaats stroomt. Een soort Toen God verdween uit Wijk bij Duurstede, maar dan zonder Geert Maks nostalgie. Over hoe er met carnaval wordt gevochten, het ene dorp tegen het andere. Over de lokale landbouw en fruitteelt. „Het ene verhaal kan over mensen gaan, het andere over een boom die aan de oever staat. Ik wil de verhalen vooral dicht bij mezelf houden.” Dan wordt de rust ruw verstoord in het Utrechtse rijtjeshuis. Vanaf de bovenverdieping klinkt hartverscheurend gebrul. Behalve landschapsarchitect en stripmaker is Ronald van der Heide ook een jonge vader. De tweeling Luuk en Ida, elf weken oud, meldt zich. Van der Heide glimlacht: „Met die twee kleintjes staat dit plan nu natuurlijk wel even op een laag pitje. Maar over een half jaar hoop ik er weer serieus werk van te kunnen gaan maken.”   ×  Website: Ronaldvanderheide.nl

5


6


7


Van de Fransman Ivan Brun (1971) verschenen kort na elkaar twee indrukwekkende, tekstloze verhalenbundels bij uitgeverij Drugstore:

No comment en War songs. Brun woont en werkt in Lyon, waar hij Otaku was een album op scenario van Lionel Tran over een jong Japans stel dat symbool staat voor de huidige jeugd die zich verschuilt in een virtuele wereld op internet en games. Zero was een verzameling korte verhalen die Brun maakte tussen 1996 en 2004. Net als zijn latere verhalen in No comment en War songs, geven ze blijk van Bruns weinig optimistische kijk op de hedendaagse maatschappij. Elk verhaal draait om geweld, doorgeslagen individualisme, hyperconsumptie en uitbuiting. Vanwaar dat telkens terugkerende thema geweld? „Omdat het een goed onderwerp is voor verhalen! Drama is sowieso het beste fundament voor een verhaal. We leven hier in het Westen in een rustige en gepacificeerde samenleving, maar we zijn nog steeds gefascineerd door geweld. Maar niet alleen hier hoor, ook in de Derde Wereld zijn ze dol op kungfu-films en Amerikaanse blockbusters met veel ontploffingen en geknal. En kijk voor de grap eens naar de tabloidkranten in Mexico. Ik gebruik geweld in mijn verhalen om de aandacht van de lezer te krijgen voor het, laten we zeggen, meer symbolische geweld: de gewelddadige machtsstructuren in onze maatschappij. Mijn meeste verhalen zijn gebaseerd op realistische situaties. Ik verheerlijk geweld niet en probeer het er ook niet gelikt, stoer of aantrekkelijk uit te laten zien. In elk land heeft een mensenleven een andere waarde, al naar gelang iemands sociale status. Hoe vreselijk ook, dat is helaas een feit. Als je dat gewelddadig vindt, wen er dan maar aan!” Vanwaar je sombere wereldbeeld? „Omdat ik extreem teleurgesteld ben in hoe

al sinds begin jaren ’90 onderdeel uitmaakt van de plaatselijke

underground scene. „Maar het Nederlandse publiek kent me misschien ook van mijn albums Zero en Otaku die enkele jaren terug in vertaling bij uitgeverij Xtra verschenen,” zegt hij hoopvol. door Hans van Soest de wereld zich ontwikkeld heeft sinds het begin van de 21ste eeuw. Als kind geloofde ik echt dat als we eenmaal het magische jaar 2000 hadden bereikt, de mensheid en de wetenschap zo zouden zijn geëvolueerd, dat wereldvrede binnen bereik lag. Dat er een medicijn tegen kanker zou zijn ontwikkeld, dat armoede en hongersnood zouden zijn uitgebannen in de wereld. En dat we ons zouden verplaatsen in vliegende auto’s! Vanuit dat perspectief ziet de huidige wereld er nog al somber en guur uit, vind je niet?” Zou je in staat zijn om bijvoorbeeld een vrolijke kinderstrip te maken? „Nee. Ik heb er ook absoluut geen behoefte aan. Een jaar of tien geleden heb ik wel geprobeerd om de scherpe kantjes van mijn verhalen te schaven en ze wat genietbaarder te maken. Maar dat liep echt op niets uit. In mijn scenario’s en in mijn tekeningen zit gewoon altijd een ongemakkelijk gevoel, dat ik niet kwijt kan raken. Daarom kan ik ook geen illustraties voor commerciële opdrachten maken. Voor mij als kunstenaar is oprechtheid het belangrijkste waar mijn

8


werk aan moet voldoen. Ik kan niet liegen, iets maken dat ver van me af ligt, anders wordt het flutwerk zonder enige zeggingskracht. Trouwens, ook al maak ik mijn strips voor een ouder publiek, volgens mij zouden kinderen veel van de tekstloze verhalen ook prima kunnen lezen.” Wat wil je je lezers meegeven? „In mijn strips geef ik gewoon mijn visie op de wereld en de tijd waarin wij leven. Die visie is misschien niet aangenaam, maar hij is gebaseerd op ware gebeurtenissen. Overal worden mensen vermoord en uitgebuit. Ik besteed aandacht aan het mechanisme van macht en de uitwassen daarvan. Dat is nu eenmaal een belangrijk onderwerp. Maar tegelijk houd ik altijd in mijn achterhoofd dat strip ook een vorm van entertainment is. Ik wil er dan ook geen onderliggende politieke boodschap in stoppen, ik wil dat de lezer zijn eigen conclusies trekt.” Je hebt in Lyon veel muurschilderingen gemaakt. Wat heb je daarvan geleerd dat je nu toepast in je strips? „En ook veel schilderijen. Het is een totaal verschillend medium wat betreft grootte en techniek. Als ik naar mijn oudere strippagina’s kijk, valt me op dat mijn tekenstijl nog vrij losjes is. Mijn huidige strips zijn veel strakker getekend, veel preciezer. Ik denk dat ik van mijn muurschilderingen en schilderijen vooral veel heb geleerd over compositie en kleurgebruik. Daar heb ik ook veel aan bij mijn werk als striptekenaar.” Heb je een grafische opleiding gehad? „Ik heb van ’89 tot ’94 op de kunstacademie gezeten. Daar hield ik me bezig met conceptuele kunst en video art, wat heel hip was in die periode, en installaties. Nou, je zult je er wel een beeld bij kunnen vormen. Ik heb tijdens mijn studententijd enorm de student uitgehangen. Helaas realiseerde ik me te laat dat mijn opleiding verre van perfect was en dat het diploma en de ervaring volkomen waardeloos waren in de echte wereld. Die kunstopleidingen zijn een perfect opleidingsinstituut voor werkloosheid, of voor bediende bij een tankstation als je geluk hebt. „Ik ben al een fanatiek striplezer sinds mijn elfde. Ik ben door veel auteurs beïnvloed. Je kunt ze onderbrengen in drie categorieën: klassieke Europese en Argentijnse realistische strips, Amerikaanse underground en Japanse manga: Robert Crumb, Otomo, Moebius, Liberatore, Horacio Altuna, Daniel Clowes, Chris Ware, Jaime Hernandez, Yves Chaland, Alberto Breccia… Maar de grafische wereld ontwikkelt zich snel en er als altijd wel weer een nieuwe vormgever of illustrator die me inspireert. Daarnaast zie je in mijn werk ook veel invloeden terug uit de film en fotografie.” Wat moeten we ons voorstellen bij de underground scene van Lyon? Lopen er meer stripmakers rond? „De strip-scene in Lyon is sinds het begin van de eeuwwisseling vrij groot. Veel grafici verdienen hier hun brood met het maken van illustraties en strips. Er zit hier een vrij hoog aangeschreven privéschool, waar ze je de fijne kneepjes van het illustratievak, animatie en strip bijbrengen. De studenten komen echt overal vandaan om er het vak te leren. Lyon is een leuke stad en velen besluiten zich hier te vestigen. Daarom wonen er hier tegenwoordig zo veel stripmakers. Vroeger was echt alles geconcentreerd in Parijs. Daar moest je heen om de juiste 9

contacten te leggen met uitgevers en bladen, daar ontmoette je de juiste mensen die je aan een contract konden helpen. De opkomst van internet heeft alles echt een heel stuk makkelijker gemaakt voor ‘provincialen’ zoals ik. Het leven in Parijs is echt shit, tenzij je minimaal 3000 euro per maand verdient. Ik heb hier in Lyon contact met enkele andere stripmakers, maar die bewegen zich vooral in het fanzine-wereldje, het meer bizarre en experimentele werk.” Wat doe je naast je strips? „Lekker koken en rode wijn drinken, met mate uiteraard (lacht). Ik speel in wat lokale punkbandjes en met punk bedoel ik de radicalere, snelle en lawaaierige soort. Samen met wat andere lokale kunstenaars werk ik hier ook in een werkplaats waar we zeefdrukken maken. Dat collectief bestaat al sinds 2001. Ik ben noch rijk noch succesvol, maar ik kan sinds 2005 rondkomen van mijn werk. Ik prijs mezelf gelukkig dat ik nooit compromissen heb hoeven sluiten of er een ‘echte’ baan naast heb hoeven zoeken.” Je personages ogen als grappige, Japanse speelgoedfiguurtjes met grote ogen en kleine lichaampjes. Die aaibaarheid staat in schril contrast met de wrede wereld waarin ze rondlopen. „Ja. Ik ben in 2001 begonnen met het tekenen van die lieve poppetjes. Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in het werk van Japanse mangaka. Toen ontdekte ik de schilderijen van Yoshimoto Nara en de oude Blythe-modepoppen met buitenproportionele hoofdjes die werden gebruikt in moderne Sony-reclames. Ik werd er enorm door geïnspireerd. Ik wilde iets maken in een stijl die totaal verschilde van wat ik voorheen maakte. Ik koos voor deze stijl, omdat ik het serieuze drama in mijn verhalen wat wilde verluchtigen. Als ik mijn verhalen in een felrealistische stijl zou tekenen, zou je je er als lezer doorheen moeten worstelen. Nu zijn ze toegankelijker. Het contrast tussen de schattige tekeningen en de hardheid van de verhalen geeft het geheel ook meer impact.” De tekenstijl in je twee jongste albums ziet er meer coherent uit. Heb je inmiddels je eigen handschrift gevonden? „In Zero stonden verhalen die getekend waren in allerlei verschillende stijlen, van realistisch tot meer karikaturaal. Ik tekende gewoon in de stijl waar ik op dat moment zin in had en die ik het best bij de sfeer van het verhaal vond passen. Toen ik mijn werk liet zien aan mijn huidige, Franse uitgever Drugstore, waren ze vooral geïnteresseerd in de meer karikaturale, tekstloze verhalen. Dus besloot ik een heel album in die stijl voor ze te maken. Die formule heb ik verder geperfectioneerd, waarbij ik probeerde zo veel mogelijk te vertellen in plaatjes zonder tekst. Daarvoor gebruikte ik pictogrammen en varieerde ik qua vertelritme en kadrering. De grenzen van het mogelijke heb ik in deze stijl nu wel verkend. Voor toekomstige projecten wil ik weer iets nieuws proberen.” Plannen? „Ik werk nu aan iets wat in niets lijkt op No comment en War songs. Ik ben bang dat als ik nog zo’n album maak, de verrassing eraf is voor de lezer en ook dat ik mezelf ga vervelen door de formule uit te melken. Ik wil weer iets maken met tekst en een iets realistischer tekenstijl. Ik werk nu aan een album op scenario van een ander. Het wordt een striproman over schizofrenie, architectuur, hekserij, huurlingen en mensenhandel. Het wordt een dikke pil van tussen de 160 en 200 pagina’s. Dat is wel een uitdaging na al die korte verhalen!”   × 


Hij is er zelf nog altijd verbaasd over. De inmiddels meer dan 70 jaar oude Yoshihiro Tatsumi is bekender en populairder dan ooit. Het Amerikaanse publiek heeft zijn unieke werk dankzij de inspanningen van Adrian Tomine (her)ontdekt en dit jaar mocht hij zelfs een Eisner

De late erkenning van een meesterverteller: Award in ontvangst nemen voor zijn autobiografie A drifting life. Ook in

diverse Europese landen wordt sinds

een aantal jaar zijn belangrijkste werk vertaald. En dat terwijl hij jarenlang

moeite heeft moeten doen om in eigen land, Japan, zijn werk te slijten. door Hans Pols

TATSUMI

Heel verbazend is dat niet, want Tatsumi’s werk doet in weinig opzichten denken aan de manga die tegenwoordig massaal de stripwinkels overspoelen. Hij is de grondlegger van de gekiga (letterlijk: dramatische tekeningen), een alternatieve stroming in de Japanse strip die zich afzette tegen de luchtige manga en een realistischer wereld wilde uitbeelden. De strips die Tatsumi’s werk het meest kenmerken, verschenen vanaf de tweede helft van de jaren ’60, een periode waarin de volwassenenstrip in Europa nog grotendeels in de kinderschoenen stond.

Ruim veertig jaar later zijn Tatsumi’s strips zoals die te lezen zijn in The push man, Abandon the old in Tokyo en Good-bye nog verrassend eigentijds. En dat niet alleen. De Amerikaanse stripmaker Adrian Tomine geeft ruiterlijk toe te zijn beïnvloed door Tatsumi, maar ook bij andere Amerikaanse makers van graphic fiction zoals Daniel Clowes en Paul Hornschemeier is zijn invloed zichtbaar. En dat alles dankzij een merkwaardige uitgave die in 1987 verscheen in de Verenigde Staten. Maar daarover straks meer.

Bibliografie (Engelstalig) Goodbye and other stories Catalan communications 1987 (uitverkocht) The push man and other stories Drawn & Quarterly 2006 Abandon the old in Tokyo Drawn & Quarterly 2007 Good-bye - Drawn & Quarterly 2008 A drifting life - Drawn & Quarterly 2009 Black blizzard - Drawn & Quarterly 2010

Bronnen Introducties en interviews van Adrian Tomine in de Drawn & Quarterly-uitgaven Cruel world: the comics of Yoshihiro Tatsumi in The comics journal 291 – Fantagraphics 2007 Yoshihiro Tatsumi, Interview by Gary Groth in The comics journal 291 – Fantagraphics 2007

10

Tatsumi’s alter-ego Hiroshi in A Drifting Life


Hiroshi met zijn oudere en jaloerse broer in A Drifting Life.

Oorlogsherinneringen Voordat Yoshihiro Tatsumi de geschiedenis in zou gaan als de belangrijkste maker van gekiga, had hij al een lange carrière als tekenaar en uitgever van stripverhalen achter de rug. Hij werd geboren in Osaka in 1935 en debuteerde kort na de Tweede Wereldoorlog al op zeer jonge leeftijd. In die tijd was er veel vraag naar korte gagstrips en er waren maar weinig tekenaars. Aan lezers van tijdschriften werd gevraagd om zelf iets te maken op een briefkaart en deze naar de redactie te sturen. Al snel merkte hij dat hij hier geld mee kon verdienen en dat kwam goed uit, want hij groeide met zijn vader, moeder en drie zussen en broers op in armoede. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het gezin Tatsumi verhuisd van Osaka naar een kleinere plaats. Het lukte zijn vader hier niet om net als in Osaka een wasserette op te zetten en voor hun inkomen waren alle leden van het gezin aangewezen op kleine baantjes. Met het tekenen van stripverhalen kon in die tijd veel geld verdiend worden, zodat Yoshihiro een belangrijke kostwinner werd. Hij was nog een kind tijdens de oorlog, maar wat hij in die jaren gezien heeft, is hem altijd bijgebleven. In een interview vertelt hij: „Ik woonde tien minuten bij Itami Airport vandaan, die luchthaven was een militair doel en meerdere malen kwam er een kogel in de muren van ons huis terecht. Maar wat me het meest is bijgebleven, was de stank van rottende lichamen op straat. Vaak lagen ze daar dagen lang en tot op de dag van vandaag kan ik die geur van rottend vlees niet vergeten.” In Good-bye (1972), één van zijn beste verhalen, verwerkt Tatsumi iets van zijn oorlogsherinneringen. In dit verhaal dat wordt verteld vanuit het perspectief van een kind, neemt een jonge vrouw wraak op haar vader, die haar na de beëindiging van de oorlog verhuurde als prostituee aan de Amerikaanse soldaten. Het is een somber verhaal, zoals de meeste korte verhalen van Tatsumi. Ongetwijfeld hebben zijn ervaringen als kind mede bijgedragen aan Tatsumi’s sombere mensbeeld. Tezuka Toen hij vijftien jaar was, had Tatsumi een ontmoeting die van grote invloed zou zijn op zijn carrière. Een journalist bracht Tatsumi in contact met Osamu Tezuka (bekend van onder andere Astro Boy en Boeddha), die toen nog niet de bijna goddelijke status had die hij later zou krijgen, maar wel al zeer succesvol was als striptekenaar. Het bleek dat Tatsumi en hij vlak bij elkaar woonden en ze zagen elkaar hierna regelmatig. Het was Tezuka die de jonge tekenaar aanraadde om langere strips te gaan maken. Hij begon te werken aan Children’s Island. De stijl van het tekenwerk was nog sterk beïnvloed door Tezuka. Tezuka zelf was intussen verhuisd naar Tokyo, waar hij dichter bij zijn uitgevers kon werken. In de loop der jaren zouden zij elkaar nog een paar keer zien, maar hun opvattingen

over manga groeiden steeds verder uit elkaar. Tatsumi verweet Tezuka dat hij de langere verhalen inruilde voor strips in korte afleveringen in jeugdbladen en Tezuka moest niets hebben van de kant die Tatsumi uitging. Toch valt de invloed van gekiga op Tezuka’s latere werk (MW, Ode aan Kirihito) niet te ontkennen. In het interview met Gary Groth vertelt Tatsumi dat hij de 96 pagina’s lange strip Children’s Island ter beoordeling stuurde naar Tezuka. Die beoordeelde het verhaal en een andere stripmaker Noboru Oshiro wist een uitgever te interesseren voor het verhaal dat in 1952 verscheen.

Carrière Vanaf dat moment ging Tatsumi’s carrière echt van start. Hij ging werken voor de bibliotheekmarkt. Behalve keurig uitgegeven boeken die je in de boekwinkel kon aanschaffen, was er in de jaren ‘50 en ’60 van de vorige eeuw ook een alternatief circuit. Manga werden speciaal gemaakt voor winkels die de boeken keer op keer uitleenden. Deze uitgaven hadden een meer sensationeel karakter dan de strips van bijvoorbeeld Tezuka, het waren detectiveverhalen en avonturenstrips. Er volgde een periode van keihard werken aan talloze boeken en korte verhalen waar Tatsumi liever niet meer aan wordt herinnerd. Het was wel een periode waarin hij veel contact had met andere striptekenaars en veel leerde. In deze omgeving begon Tatsumi met het soort werk dat hij graag wilde maken. In 1956 verscheen het boek Black Blizzard, zijn eerste strip die hij omschreef als gekiga. Het is zijn enige werk uit deze periode waarvan een Engelse vertaling is. Het onderwerp van dit verhaal is anno nu misschien niet meer zo verrassend: twee ontsnapte gevangenen zitten letterlijk aan elkaar vast en alleen als een van hen een hand verliest, kunnen ze een eind aan die situatie maken. Maar als je bedenkt dat het inmiddels 55 jaar oud is, is de uitwerking van dit gegeven nog altijd even sterk als toen het voor het eerst werd uitgewerkt. Tatsumi’s aanpak viel in de smaak bij een aantal van zijn vrienden en collega’s die ook gekiga wilden gaan maken. Hun uitgever zag hier wel brood in en richtte het tijdschrift Shadow op met in elk nummer van 128 pagina’s een aantal korte verhalen. Tatsumi was niet langer de enige die zich bewust richtte op het maken van strips over alledaagse onderwerpen voor een volwassen lezerspubliek. Zo maakten zij de weg vrij voor een nieuwe, meer commerciële stroming in de Japanse strip die we tegenwoordig kennen als seinen (strips voor volwassenen). Helaas begonnen aan het begin van de jaren ‘60 zijn publicatiemogelijkheden af te nemen. Er verschenen steeds minder boeken voor de bibliotheekmarkt en de uitgevers wilden liever bundels met korte verhalen dan een lang verhaal uitbrengen. 11


Uiteindelijk stortte de bibliotheekmarkt helemaal in. Om te kunnen blijven publiceren, richtte Tatsumi een eigen uitgeverij op, waarvan hij van 1963 tot 1971 directeur was. Zelf zou hij steeds minder striptekenaar en steeds meer uitgever worden. Er werkten zo’n twintig tekenaars voor hem. Terwijl dit uitgeversavontuur nog aan de gang was, kon hij gaan werken Hiroshi aan het werk in A Drifting Life voor Gekiga Young, een tijdschrift met hoofdzakelijk pornografische strips. Tatsumi kreeg weinig betaald en zijn verhalen mochten niet langer dan acht pagina’s zijn. Maar hij vond bij Gekiga Young een redacteur die in hem en zijn werk geloofde en met wie hij kon praten over de onderwerpen waarover hij strips wilde maken.

Doorbraak In deze periode ontstonden de verhalen waar wij in Europa en de Verenigde Staten Tatsumi het beste van kennen. Vier jaar geleden begon uitgeverij Drawn & Quarterly dit werk in chronologische volgorde uit te geven. In The push men staan verhalen uit 1969, de verhalen in Abandon the old in Tokyo zijn uit 1970 en Good-bye beslaat de periode 1971-1972. Het is niet voor het eerst dat zijn werk in een Engelse vertaling verschijnt. In 1987, een tijd dat er nog nauwelijks manga werden vertaald, bracht Catalan Communications Good-bye and other stories uit. Er valt veel op deze uitgave aan te merken: de inleiding slaat nergens op, de afdrukkwaliteit is op zijn vriendelijkst gezegd matig en de vertaling houdt waarschijnlijk ook niet over, omdat die gebaseerd was op een versie die vanuit het Spaans naar het

De auteurs van uitgever Hinomaru, hard werkend aan een nieuwe Shadow in A Drifting Life.

12

Engels was overgezet. Maar het was ook een de eerste kennismaking met het werk van een belangrijke auteur die op veel mensen een diepe indruk heeft achter gelaten. De dan nog jonge Adrian Tomine was er zelfs zo van onder de indruk, dat hij jaren later zijn eigen uitgever wist over te halen om Tatsumi’s werk uit te brengen. De drie boeken met korte verhalen die sindsdien verschenen, zijn prachtig uitgevoerd. De boeken laten zien hoe Tatsumi zich in korte tijd ontwikkelde tot een meester in het vertellen van korte verhalen. De man die jarenlang van mening was dat gekiga alleen tot hun recht komen in lange verhalen, maakte zijn beste werk toen hij gedwongen was om zich tot acht pagina’s te beperken om zo geld te kunnen verdienen. Daarvoor moest hij nieuwe manieren van vertellen ontwikkelen. De verhalen vallen op door hun sombere toon en het negatieve beeld dat hij had van de mens. Daar tegenover staat gelukkig zijn relativerende gevoel voor humor. Minder somber van toon is Tatsumi’s autobiografie A drifting life. Veel van wat we buiten Japan over Tatsumi’s leven en werk weten danken we aan dit boek. (zie Zozolala 167 voor een recensie) Het is een dikke pil van ruim 850 pagina’s, waarin hij helaas slechts zijn leven tot ongeveer 1960 behandelt. Naar het schijnt werkt Yoshihiro Tatsumi aan een vervolg op dit boek. Het is te hopen dat dit er ook komt, want het zou interessant zijn om ooit nog eens een strip te lezen waarin Tatsumi vertelt hoe de verhalen uit The push men, Abandon the old in Tokyo en Good-bye tot stand kwamen.

Deprimerend Lees vooral niet te veel van deze verhalen achter elkaar, want vrolijk wordt je er niet van. Centraal in de verhalen staan mannen die vaak werkeloos zijn en als ze al werk hebben zijn dat vaak deprimerende banen. Ze werken in fabrieken, in garages of het riool. Hun relaties zijn al evenmin een bron van geluk – integendeel. Van echte communicatie is zelden sprake: vrouwen praten aan een stuk door en mannen zeggen vrijwel niets. In veel verhalen hebben de hoofdpersonen seksuele of financiële problemen. Soms allebei, zoals in het verhaal Piranha, waarin een man zichzelf gruwelijk verminkt om zo het geld van de verzekering op te strijken en zijn vrouw weer voor zich terug te winnen. Zelfs als het goed lijkt te gaan, zijn Tatsumi’s personages tobbers: mannen vragen zich af wat het allemaal voor zin heeft om hun lusten te bevredigen en vrouwen beschuldigen hun vriend ervan dat die alleen maar bij hen zijn om de seks. Het is niet zo vreemd dat de Japanners in de nog preutse jaren ’60 moeite hadden met die verhalen en veel uitgevers er niet eens aan dachten om ze te publiceren. Dat frustreerde Tatsumi alleen maar meer en bevestigde zijn mensbeeld. Tekenend in dat opzicht is het verhaal Occupied uit Abandon the old in Tokyo waarin een tekenaar van strips voor kinderen zijn baan kwijt raakt. De pornografische graffiti die hij aantreft op de muur van een openbaar toilet, zet hem ertoe aan om pornostrips te gaan tekenen. Het is tekenend voor de positie die Tatsumi in die tijd zelf innam als maker van gekiga. Gelukkig is het tij gekeerd en wordt Tatsumi alsnog erkend als een van de belangrijkste mangaartiesten die zich qua invloed kan meten met Tezuka. Zonder Tatsumi ’s gedrevenheid om strips te maken voor volwassen lezers en over alledaagse onderwerpen zou de Japanse strip er nu heel anders uit hebben gezien.   × 


Laatste Oordeel Hilarische aanklacht tegen de stripcommercie SGF (Simon Spruyt) Uitg. Silvester; 80 p.; kleur; harde kaft; € 19,95

Met zijn strips De Furox en De Bamburgers (op scenario van Fritz van den Heuvel) bewees de Vlaming Simon Spruyt een talentvolle graficus en verteller te zijn. Met zijn nieuwste boek SGF laat hij echter pas echt zien wat hij in huis heeft. Zowel grafisch als narratief trekt hij alle registers open. Het is eigenlijk onmogelijk om het resultaat te beschrijven zonder afbreuk te doen aan de brille ervan. SGF is de denkbeeldige biografie van de helaas van ons heen gegane stripgod SGF Spruyt (sic). Nadat hij als een moderne Faust een contract heeft gesloten met de duivel, huwt hij de dochter van een grote Franse uitgever en bouwt een enorm stripimperium op. Zijn roem stijgt tot zulke hoogte, dat zelfs het pantheon van culturele iconen (letterlijk) te klein voor hem wordt.

Als Hergé William Burroughs ontmoet X (Charles Burns) Uitg. Oog & Blik / De Bezige Bij; 60 pl.; kleur; harde kaft; € 19,90

Een nieuw boek van Charles Burns is iets om naar uit te kijken. Hij is een van de meest interessante Amerikaanse stripauteurs wiens carrière inmiddels meer dan 25 jaar omspant, met als hoogtepunt het teenage horrorepos Black hole, een essentiële graphic novel. Zou hij de kwaliteit hiervan weten te evenaren of zelfs overtreffen in zijn nieuwste boek? Zou hij opnieuw weten te verrassen? Het is nog te vroeg om daar iets over te zeggen. X is het eerste deel van wat een tweedelig verhaal moet worden en pas als dat is afgerond valt er een definitief oordeel te vellen. Daarvoor zijn er nu nog te veel elementen die verder uitgewerkt moet worden. Wat echter opvalt, is de vorm die Burns heeft gekozen voor zijn nieuwe project. De cover van X ziet er uit als een klassiek Europees stripalbum van bijvoorbeeld Kuifje of Blake en Mortimer. Nadere beschouwing levert toch wat vreemde elementen op. Het groene water, de verwoeste gebouwen op de achtergrond en de desolate blik in de ogen van Doug, de hoofdpersoon. Voor Europese striplezers is deze uitvoering niet zo bijzonder, maar voor het Amerikaanse publiek des te meer. Het is bovendien Burns eerste werk in kleur. Burns heeft in interviews meermaals blijk gegeven van zijn bewondering voor Hergé en in die zin kan de omslag ook worden beschouwd als een hommage. Dat geld ook voor de eerste pagina’s van het verhaal, die zijn getekend in klare lijnstijl. Doug heeft een gezicht zoals Hergé dat zou hebben getekend: dezelfde heldere ovale vorm, typische neus en ogen en… kuifje, al is dat in Dougs geval zwart. Wie echter begint te lezen in X, vergeet

Zoals de naam van de hoofdpersoon uit SGF al doet vermoeden, druipt Spruyts verhaal van de ironie en zelfspot. In de groteske wijze waarop hij zijn strip-alter ego de wereld laat voeden met zijn strips, uit de maker zijn kritiek op de stripcommercie en de tegenwoordig al te makkelijk als literair aangeprezen graphic novels. Hij doet dat met bijtende humor en zonder dat het ergens prekerig wordt. De verschillende hoofdstukken van SGF (sommige zijn voorgepubliceerd in bladen als Zone 5300) zijn allemaal in een verschillende stijl gemaakt. Dan weer hanteert hij het penseel, dan weer het potlood of het schaafkarton. Het palet aan tekentechnieken dat Spruyt hanteert, doet denken aan dat van de Fransman Winshluss. Maar een jaar na de Nederlandse editie van diens onvolprezen Pinokkio, heeft Vlaanderen zijn eigen Winshluss: hij heet Simon Spruyt. Met het hilarische SGF promoveert hij linea recta naar de eredivisie.  Hans van Soest

Kuifje al snel, want het verhaal is onmiskenbaar van Burns. We blijken ons te bevinden in de droomwereld van Doug, bevolkt door hagedisachtige wezens. Hier worden vooral omeletten gegeten, gemaakt van grote eieren met een vreemd uitziende, gespikkelde schaal. Als Doug door het raam van een huis het angstige gezicht ziet van een liggende man, gaat zijn droom weer over in de werkelijkheid en zijn we op vertrouwd terrein. Het volgende deel van het verhaal is getekend in de van Burns bekende stijl met veel zwart, extreme close-ups en abrupte beeldovergangen. Een verhaalelement dat hij opnieuw gebruikt is het sombere leven van jonge mensen in de jaren ‘70. Ter illustratie: een vriendin van Doug exposeert zelfportretten, waarop ze vastgebonden staat afgebeeld of met in haar armen een foetus. Als Doug haar vraagt of hij een foto van haar mag maken, poseert ze spontaan met een scheermes gedrukt tegen de slagader van haar arm. Behalve het werk van Hergé zijn ook de boeken van William Burroughs een duidelijke invloed geweest. Deze Amerikaanse cultschrijver, van wie helaas vrijwel niets meer in vertaling verkrijgbaar is, werd bekend met de zogeheten cut-up techniek. Hij schreef pagina’s die hij vervolgens in stukken knipte en in willekeurige volgorde weer aan elkaar plakte, op die manier kregen zijn boeken iets hallucinerends. Een degelijk effect probeert Burns ook te bereiken met X. Eind jaren ‘70 zouden een aantal uit de punk en new wave afkomstige avant-gardisten deze techniek ook toe gaan passen op muziek. Zo radicaal is Burns bij het maken van deze strip niet te werk gegaan, waan en werkelijkheid lopen door elkaar heen, maar door van tekenstijl te wisselen maakt hij het de lezer niet al te moeilijk om toch een verhaallijn te construeren. X is een raar verhaal en aan het einde gekomen van het eerste deel heb je nog geen idee waar het naar toe gaat. Maar mooi is het allemaal wel.  Hans Pols

13


Laatste Oordeel Een strip die geen strip is Criminal 1:Lafaard (Sean Phillips & Ed Brubaker) Uitg. Silvester; 124 pl.; kleur; harde kaft; € 19,95

Hoofdpersoon in het eerste deel van de reeks Criminal is Leo, een bankovervaller, zakkenroller en alles wat daar tussen zit. Aan het begin van het verhaal wordt hij benaderd door een oude vakbroeder en een corrupte agent. De bedoeling is een politietransport met kostbaar bewijsmateriaal (diamanten) te overvallen. Leo stemt toe en helpt bij de werving van nog enkele criminelen. Tijdens de overval gaat echter alles mis door verraad van de twee oorspronkelijke bedenkers van de roof. Leo, die tot dat moment altijd heeft overleefd door zich op tijd terug te trekken, wordt zijns ondanks voor de keuze gesteld te vluchten of voor anderen zijn nek uit te steken. Zijn uiteindelijke keuze kost hem zijn leven. De Amerikaan Ed Brubaker heeft een prima scenario afgeleverd. Het verhaal volgt consequent de uitgezette route naar het onvermijdelijke slot waarin de hoofdpersoon geheel tegen zijn principes in de confrontatie aangaat en daarvoor de prijs betaalt. De sombere, donkere inkleuring van Val Stapels sluit naadloos aan bij de sfeer van het verhaal. De hoekige tekenstijl van Sean Phillips is bovendien geheel op zijn plaats in de ruige vertelling. Lafaard is een prima misdaadverhaal. Maar Lafaard is geen strip. Lafaard is een overdadig geïllustreerde misdaadroman. De proloog belooft nog veel: met gebruik van de voice over worden Leo en zijn visie op het bestaan geïntroduceerd. Intussen laten de tekeningen het verloop van een hopeloos mislukte overval zien en de smadelijke vlucht van de hoofdpersoon. Beeld en tekst zijn samen meer dan de som van de delen. Zo krachtig kan het medium strip zijn. Na de proloog is dat echter gelijk afgelopen. Vanaf dan laten de beelden alleen maar zien wat de tekst ons vertelt. De platen voegen

Fantasystrip van een Schuitenleerlinge Acqua alta 1 en 2 (Daria Schmitt) Uitg. Casterman; 72 pl.; kleur; harde kaft; € 16,00 per deel

Ze zien er mooi uit, de pagina’s van Acqua alta, het verhaal waarmee Daria Schmitt debuteert als stripmaakster. De sober en effectief met aquarel ingekleurde platen zijn de moeite waard om naar te kijken. Daria werd ontdekt door Francois Schuiten en dat is ook wel een beetje te zien. Zonder dat we Schmitt een Schuiten-imitator willen noemen, want dat is ze zeker niet. Ze heeft onmiskenbaar een eigen stijl. De boeken zijn, zoals we dat van de auteursstrips van Casterman gewend zijn, mooi uitgevoerd. Kortom: Acqua alta heeft alles mee om een succes te worden. Maar alleen mooi tekenwerk is niet voldoende om een goede strip op te leveren. Acqua alta (letterlijk: hoog water) speelt zich voor het grootste deel af in Ultrequinox, een stad omgeven door zee. Het jaarlijkse

14

niets toe. Pagina’s lang zien we vooral pratende hoofden, met af en toe een noodzakelijke vecht- of schietpartij. Enkel sporadisch versterken beeld en tekst elkaar. Het verhaal Lafaard van scenarist Brubaker is sterk. Sean Phillips is een vaardig tekenaar en Val Stapels

is een prima inkleurder, maar als strip had Lafaard veel meer kunnen en moeten zien. Met zoveel verzameld talent is dat een enorme gemiste kans.  Jef Nieuwenhuis hoogtepunt van het leven in de stad is het carnaval dat maar liefst een week lang doorgaat. Talloze mensen reizen in die week naar Ultrequinox om het feest mee te maken, maar ook in de hoop dat ze er iets dierbaars terugvinden dat ze ooit verloren hebben. Of misschien zelfs om te worden uitgeloot en zo voor eeuwig in Ultrequinox te mogen blijven wonen. Ultrequinox wordt bestuurd door drie mannen: de burgemeester, de generaal en de prediker. Twee factotums, assistenten van de burgemeester, reizen mee met de mensen die naar het carnaval gaan. Zij hebben een kist bij zich die ze voor de burgemeester moesten ophalen. Het is een voorwerp met bijzondere eigenschappen en ze bereiken niet zonder problemen de stad in het water. Eenmaal aangekomen wordt de kist een instrument in de machtsstrijd tussen de drie heersers. Acqua alta is een fantasystrip die wortelt in een typisch BelgischFranse traditie. Het verhaal roept associaties op met het werk van Andreae, Wendling, Turf en in mindere mate Schuiten en Renard. Hoewel wat rommelig uitgewerkt, zet Schmitt in het eerste deel van Acqua alta een interessante fantasiewereld neer. De personages die het verhaal moeten dragen, komen echter nauwelijks uit de verf. Dat maakt het moeilijk voor de lezer om zich in te leven en echt in het verhaal te worden getrokken. Een verhaal dat naar mate het vordert steeds minder weet te boeien en uiteindelijk inzakt om uiteindelijk tamelijk ongeïnspireerd uit te doven.  Hans Pols


Laatste Oordeel Klein juweeltje Lydie (Lafebre & Zidrou) Uitg. Dargaud; 60 pl.; kleur; harde kaft; € 14,95

Tussen alle humor en actiestrips ligt er soms ook een boek in de winkel, dat hier helemaal van afwijkt. Zo’n album is Lydie. Op het omslag, dat er uitziet als een foto van pakweg 80 jaar geleden, zien we een gelukkig echtpaar met kind. Althans, zo lijkt het. Want als je goed kijkt, zie je dat de zittende vrouw geen baby in haar armen houdt, maar slechts een bundeltje textiel. Lydie speelt zich af in een kleine dorpsgemeenschap, waar iedereen elkaar kent. Een van de inwoners is Camille, een wat simpele vrouw die haar dochter verliest en er niet in slaagt om dat te verwerken. Tot grote verbazing van de dorpsbewoners kondigt Camille twee maanden na de dood van haar kindje aan dat engelen haar hebben teruggebracht. Vanaf dat moment leeft ze verder alsof er niets gebeurd is en behandelt ze haar denkbeeldige dochtertje alsof het werkelijk bestaat. De dorpsgemeenschap, die

Een grimmig sprookje in zwartwit Het teken van de maan (Bonet en Munuera) Uitg. Dargaud;136 pl; zwart-wit en steunkleur; harde kaft; € 19,95

Een nieuw boek van Robbedoes-tekenaar JoséLuis Munuera met een onweerstaanbaar fraaie cover zoals Het teken van de maan die heeft, nodigt uit tot oppakken en doorbladeren. Dan blijkt het boek opeens uitgegeven in zwart-wit! Het komt niet vaak meer voor dat een populaire tekenaar voor een grote uitgever het toch wat minder commerciële zwart-wit gebruikt. Meestal is dat voorbehouden aan kleinere, wat obscuurdere uitgaven die zo goedkoper kunnen worden gedrukt. Wanneer wordt een dure Hollywood-film in zwart-wit gemaakt? Alleen als het een bewuste stilistische keuze is. Munuera gaat stilistisch inderdaad behoorlijk los in Het teken van de maan. Veel extreme camerastandpunten, close-ups, actie en heftige, bijna karikaturale gezichten. Het verhaal is een op ware feiten gebaseerd soort sprookje, dat zich afspeelt in Spanje rond 1920. De setting is een klein dorpje waar pestkop Rufo met zijn groepje volgelingen het hele dorp onder de duim houdt. Ook de maanzieke Artemis (getooid in een rode cape) en haar broertje zijn regelmatig het pispaaltje, net als hun vriend Spriet, die met de dieren in het bos kan communiceren. Wanneer er een speurtocht wordt uitgezet waarbij iedereen op zoek moet naar een ketting met een hanger van de maan, komen Artemis en haar broertje uit bij de ‘monsterput’. In de put zou een monster schuilen. Omdat Artemis alleen de volle maan ziet weerkaatsen in het water laat ze haar broertje naar beneden gaan. Jaren later maken we opnieuw kennis met het dorpje en de bewoners, wanneer een reizende koopman langskomt. Deze Mirakel is veel ouder dan hij lijkt en weet ook iets meer van de maanhanger af. Het teken van de maan zit vol met schijnbaar bovennatuurlijke zaken, echt helemaal duidelijk wordt het niet. Zit er nu echt een monster

meeleeft met de arme vrouw, speelt het spel mee. Langzamerhand raken alle dorpsbewoners, ja zelfs de vier kwajongens, gewend aan de aanwezigheid van het denkbeeldige kind. Lydie is een verhaal waarin mensen elkaar nu eens niet naar het leven staan, maar compassie tonen en saamhorigheid, liefdevol met elkaar omgaan en met elkaar de ups en downs van het leven vieren en betreuren. De tekenstijl van de debuterende Jordi Labebre doet wat denken aan Plessix en de hier minder bekende Mazan. De sfeer van het verhaal roept ook een vergelijking op met Magasin general van Loisel en Tripp. Maar Lydie is een kleiner, minder complex verhaal. Het eenvoudige gegeven is zo mooi uitgewerkt door scenarist Zidrou en Lafebre, dat je niet anders kunt dan het verhaal in een keer met een glimlach uitlezen, maar ook met een kleine traan in een ooghoek. Complimenten voor de Nederlandse tak van uitgeverij Dargaud, die het heeft aangedurfd om naast kassuccessen ook minder voor de hand liggende titels uit het fonds te vertalen, zoals Het teken van de maan en dit album Lydie, een klein juweeltje.  Hans Pols

in de put? Kan Spriet echt met dieren spreken? Hoe oud is Mirakel? Scenarist Enrique Bonet laat het in het midden, maar geeft het verhaal op die manier wel een sprookjessfeer. Het extreme tekenwerk met de sfeervolle zwart-wittekeningen vol grijstinten en natuurlijk Artemis’ ‘rode kapje’ versterken het sprookjeskarakter. Hoewel het fraai oogt, blijft het gissen of het in kleur niet nog fraaier was geweest. Sprookjes lenen zich namelijk perfect voor inkleuring. Wat ook verrassend is, is het tweede helft van het verhaal. Net als in Over de grenzen van de tijd maken we jaren later opnieuw kennis met de hoofdpersonen wanneer ze volwassen zijn. Dat deel van het verhaal is minder sprookjesachtig en lijkt meer op een soort western waarin oude rekeningen worden vereffend. Deel 1 is helemaal goed, deel 2 is minder overtuigend. Over het algemeen steekt Het teken van de maan ver boven alle andere nieuwe boeken uit, maar het is net niet zo goed als het had kunnen zijn.  Gerard Zeegers

15


Laatste Oordeel Degelijk vakwerk Het derde testament: Julius (Robin Recht, Alex Alice en Xavier Dorison) Uitg. Glenat; 100 pl.; kleur; harde kaft; € 19,90

Julius is een soort prequel van de eerder bij uitgeverij Talent verschenen serie Het derde testament. Dit keer speelt het verhaal zich af in de Romeinse tijd. Het gaat over de confrontatie tussen de Romeinse generaal Julius Publius Vindex en een joodse opstandeling van verrassende afkomst. In de epiloog heeft de generaal net een joodse opstand in Alexandrië neergeslagen en spreekt de gevangen opstandelingen toe. Van de christenen onder hen eist hij dat ze hun god afzweren en knielen voor Rome. Slechts negen weigeren. Daarmee wordt de tweede hoofdpersoon van het album geïntroduceerd. In de loop van het verhaal zal hij naamloos blijven en enkel aangeduid en aangesproken worden met benamingen als jood, slaaf, christen, vuile rat en uiteindelijk Messias. Tussen de twee hoofdpersonen beweegt zich Livia, de dochter van Julius. De macht van de ijverig

Zeker Lezen Ionistische falanxen vooruit! De Incal (Moebius & Alejandro Jodorowsky) Uitg. De Bezige Bij/Oog&Blik; 302 pl.; kleur; paperback; € 24,90

Toen de chaotische, Chileense filmmaker Alejandro Jodorowsky zich ontwikkelde tot de buitensporige stripscenarist, was het slechts een kwestie van tijd tot zijn pad de weg van de driftig experimenterende Moebius/Giraud kruiste. De twee troffen elkaar in 1975 toen Jean Giraud een filmaffiche kwam brengen op het kantoor waar Jodorowski ook zat . Die vroeg hem aan de film Dune mee te werken. Hun stripsamenwerking startte met het album De ogen van de kat. In 1980 volgde het eerste deel van De Incal. De twee artistieke zwaargewichten bruisten in die periode van de creativiteit en dat was aan de avonturen van privé-detective klasse B John Difool goed af te zien. Gelijk op de eerste pagina van het verhaal wordt Difool over de rand van een brug gekieperd door de moordenaars van Amok. Kort daarna wordt hij gered door de gerobotiseerde politie, maar voor die tijd al belaagd door Monts en mutanten. En als John Difool wordt meegenomen door de gebochelden van de prezidens, breekt in de metropoll de pleuris uit. We zijn pas bij plaat 19 en de chaos is al compleet. Aan de horizon doemen de metabaron en de technopaap op. „De hypermitter is die kant op, uwe heilige ophiditeit!” wijst een gebochelde

16

samenzwerende generaal komt al vroeg in het verhaal teneinde door naïef verraad van zijn dochter. Zowel Julius als de naamloze slaaf komen daardoor op de galleien terecht en worden afgevoerd naar de zwavelmijnen van Judea. Julius is een degelijke ambachtelijke strip over ruig volk in een ruig tijdperk. Het scenario is intelligent genoeg in elkaar gezet om het onwaarschijnlijk acceptabel te maken. Historie en fantasie vermengen zich op voorstelbare wijze. Het plot van Alex Alice en Xavier Dorison levert een stevig fundament. De verrassende ontwikkeling aan het einde wordt geschraagd door de interne logica van het scenario. De opbouw is gedragen en de traditionele Franse pathos misstaat in deze context niet. Scenarist en tekenaar nemen de tijd. Gelukkig penseelt Robin Recht vakkundig en kan hij prima uit de voeten met de diverse tekstloze platen die tegenwicht bieden aan de lappen tekst die regelmatig gebruikt worden, De bladspiegels zien er regelmatig prima uit. Julius is daardoor degelijk, ambachtelijk vakwerk.  Jef Nieuwenhuis zijn meester gedienstig de weg. De lezer moet moeite doen om bij te blijven. Slechts één factor voorkomt dat scenarist en tekenaar al na de inleidende schermutselingen uit de bocht vliegen. Sinds Hitchcock kent de filmwereld de MacGuffin; het element in het verhaal dat de handelingen gaande houdt en legitimeert. De morsige John Difool is de MacGuffin van dit stripverhaal. Niet de Incal, maar John Difool. Zonder hem zou na 40 pagina’s het pleit al zijn beslecht. Difool is echter niet alleen het vliegwiel van de vertelling, maar tevens het anker voor de lezer. Te midden van epische ontwikkelingen en superieure wezens, worstelt de laag-bij-de-grondse privé-detective zich door de opeenvolgende werelden naar boven als door lagen van Dantes hel. Tussen de typische Jodorowksky-teksten door pruttelt, klaagt en moppert Difool tot opluchting van de lezer, die graag af en toe zonder diep nadenken wil begrijpen wat hij leest. Het kristalheldere, superieure tekenwerk van Moebius doet de rest. Tegen alle wetten van de logica in, lezen de avonturen van John Difool en zijn gezelschap als een trein. De paperback is een gebundelde heruitgave van de oorspronkelijke albums uit 1981. De nieuwe editie is een slag kleiner, maar de meestal ruim bemeten platen van Moebius kunnen het wel hebben. De nieuwe lettering is strakker en ondersteunt de leesbaarheid. De grootste winst van de heruitgave zit in de inkleuring. Begin jaren ’70 heerste, vooral onder de Franse inkleurders de gewoonte om met rare, onrealistische kleurvlakken te werken. Daarbij trokken ze zich weinig aan van de onderscheidende delen van de decors. De huidige inkleurster Valérie Beltan is gelukkig eigenwijs en gaat haar eigen naturalistische gang. De platen krijgen daardoor ook meer diepte, wat de toegankelijke eveneens bevordert. Alles oogt rustiger en strakker. De Incal van 2010 is een prachtige strip in een superieure uitvoering.  Jef Nieuwenhuis


Prikbord Harveys Tijdens het jaarlijkse stripfestival van Baltimore zijn eind deze zomer weer de Harveyawards uitgereikt. Asterios Polyp van David Mazucchelli won de prijs voor beste grafische roman. Robert Kirkman won de prijs voor beste scenarist met zijn The Walking Dead en Robert Crumb werd verkozen tot beste tekenaar voor zijn bijbelverstripping Book of Genesis. Rob Guillory kreeg de debuutprijs voor Chew en als beste buitenlandse werk werd dit keer geen strip gekozen, maar de biografie The Art of Osamu Tezuka: God of Manga van Helen McCarthy. Vreemd, want er is ook een Harvey voor het beste journalistieke werk. Die ging naar de biografie Art of Harvey Kurtzman: The MAD Genius of Comics van Denis Kitchen en Paul Buhle. Wie zin heeft om te kijken naar de winnaar van de beste webcomic, kan terecht op www.pvponline.com, voor PVP van Scott Kurtz.  HvS

Plaatjeskunst De grens tussen strip, prentenboek en geïllustreerd verhaal is vaak lastig te trekken. Scenarist Pieter van Oudheusden balanceerde al meerdere malen op het grensvlak tussen die vertelvormen. Zo ook in het mooie Weg dat hij maakte met de Vlaamse kunstenares Ephameron (Eva Cardon). Hierin werkt een vrouw aan een kinderboek. Doordat de tekst van het boek wordt geplaatst naast de tekeningen uit het echte leven van de schrijfster, blijkt dat haar verzinsels vooral over haarzelf gaan. Weg verscheen bij uitgeverij Bries, kost € 16,50 en is verkrijgbaar in de stripspeciaalzaak. Met Isabelle Vandenabeele maakte Van Oudheusden tevens Het circus van Dottore Fausto, een prachtig verzorgd houtsnedenverhaal over een circusdirecteur die een pact sluit met de duivel. Verschenen bij uitgeverij De Eenhoorn voor € 39,95.  HvS

Studie naar de stripmarkt Serieus onderzoek naar de stripmarkt is er niet veel gedaan. Pascal Lefèvre deed het wel naar die in België. Het resultaat heet: Strip en illustratie in België. Een stand van zaken en de sociaaleconomische situatie van de sector. Interessant, omdat België geldt als het walhalla voor stripmakers. Maar daar moeten nogal wat kanttekeningen bij worden geplaatst. Zo blijkt uit een steekproef onder honderden stripmakers en illustratoren dat het merendeel er zo’n 1500 euro netto per maand aan overhoudt, dat is ruim onder het

gemiddelde maandinkomen in België. Van de auteursrechten op de albumverkoop kan slechts een beperkt aantal auteurs leven; velen moeten het hebben van voorschotten, een vaste prijs per publicatie of subsidie. Lefèvre biedt een overzicht van de problemen en ontwikkelingen op de stripmarkt, zoals de opkomende digitalisering. Het rapport is integraal te lezen op: Infonl.smartbe.be. Daar is ook een papieren versie van de lijvige studie te bestellen voor 10 euro.  HvS

Censuur op je iPhone Uitgeverij Divo probeert een groter publiek te bereiken door strips aan te bieden als app op je iPhone of iPad. Wie een Agent 327, Mac & Maggie, Claire of Gemengd dubbel wil lezen, kan die nu gewoon downloaden via de App Store. Zie op www.stripverhalen.info welke titels er verkrijgbaar zijn. Een lumineus idee om een papierenmedium te laten meegaan met zijn tijd, maar helemaal zonder slag of stoot gaat het toch niet, zo blijkt. Want toen Divo ook een digitaal stripalbum van de humorstrip Kanaal 13 via Apple wilde aanbieden, keurde het Amerikaanse bedrijf tot twee keer toe de voorkant af, omdat die ‘te seksistisch’ zou zijn. De humorstrip over een kleinschalige tv-omroep van Gerard Leever en Jan van Die werd om die reden in 1986 ook al uit Eppo Wordt Vervolgd gemikt. Ondanks de modernisering is er in die kwart eeuw dus nog niet veel veranderd. Inmiddels is het album alsnog te downloaden met een gecensureerde voorkant.  HvS

17


Stripvoorspelling Dit overzicht van te verschijnen strips is gebaseerd op door de uitgevers aangeleverde informatie. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee het wordt samengesteld, komt het regelmatig voor dat de boeken in werkelijkheid pas later verschijnen. Houd voor de meest actuele informatie de webstekken van de uitgeverijen in de gaten. Achter elk album staan de prijs (in euro’s) en de uitvoering (slappe kaft/harde kaft) vermeld. Het cursieve commentaar is van de ZozoLalaredactie. Aanvullingen zijn van harte welkom op stripvoorspelling@zozolala.com.

Te verschijnen in december 2010 en januari en begin februari 2011 Atlas — www.uitgeverijatlas.nl Drie verbeelde vertellingen (Flaubert) 18,90; hk.; jan. Drie verhalen van Flaubert werden

tot stripverhaal bewerkt. Door wie? Dat vond de uitgever niet belangrijk genoeg om te vermelden.

Casterman — www.casterman.com India dreams 6: Tussen twee werelden (Charles/Marlyse) 12,50; hk.; dec. Kaamelott 5: De reuzenslang van het schaduwmeer (Dupré/Astier) 6,25; sk.; dec. Kuifje 1: Kuifje in Congo (Hergé) 15,00; hk.; dec. Herdruk in de originele vorm, dus

in zwart-wit met harde kaft en op stevig papier. Tegelijk verschijnt (voor opa onder de kerstboom?) een dito herdruk van Kuifje in Amerika.

Magasin général 6: Ernest Latulipe (Loisel/ Tripp) 14,95; hk.; dec. Oorlog en liefde 1: Laatste lente (Beuriot/ Richelle) 14,50; hk.; dec. Psychologisch WO

II-drama. Door de makers van (herinnert u zich deze nog-nog-nog) Mooi als de dood.

Oorlog en liefde 2: Een zomer in Parijs (Beuriot/Richelle) 14,50; hk.; dec. Oorlog en liefde 3: Maria (Beuriot/Richelle) 14,50; hk.; jan. Oorlog en liefde 4: Katarina (Beuriot/ Richelle) 14,50; hk.; jan.

Daedalus — www.uitgeverijdaedalus.be Happy rock (Zep) 9,95; sk.; dec. Jeronimus 2: Schipbreuk (Pendanx/Dabitch) 23,95; hk.; dec. De minderbroedersschool 2: De erfgenaam (Djian/Vincent) 16,95; hk.; dec. Slot

van het tweeluik

De onthoofde arenden bundeling 5 (Pierret/

18

Kraehn) 9,95; hk.; dec. Het tweede verhaal

van deze bundel verscheen nooit eerder in vertaling

Uchronies New Harlem 2.3: Revisionisme ( Tibery/Corbeyran) 16,95; hk.; dec. De wegen van de heer 2: 1119 – De militia van Christus (David/Lasablière/Calderon) 16,95; hk.; dec.

Dargaud - www.dargaud.com Karaat 6: De doodskist van ijs (Meynet/ Yann) 8,95; sk.; jan. Namibia 2 (Marchal/Leo/Rodolphe) 6,50; sk.; jan.

Dupuis — www.dupuis.com Azuren boeddha integraal (Cosey) 23,95; hk.; jan. De dochter van de professor (Guibert/Sfar) 14,95; sk.; jan. Hé, dacht de uitgever: je her-

drukt een strip op kleiner formaat en ineens is het een graphic novel!

God 2: Harteloos (Karl T./Marie) 6,50; sk.; jan.

Glénat — www.glenat.com Angel sanctuary 2 (Yuki) 7,50; sk.; dec. Berserk 14 (Miura) 7,50; sk.; dec. Fruits basket 13 (Takaya) 7,50; sk.; dec. One piece 14 (Oda) 7,50; sk.; dec.

Kana — www.mangakana.com/nl Bleach 14 (Kubo) 6,95; pap.; jan. Liar game 1 (Shinobu) 8,50; pap.; jan. Door

de uitgever aangekondigd als de opvolger van Death Note.

Breccia/ Oesterheld) 19,95; hk.; dec. Meesterlijke bio-

grafie van Che Guevara. Was jarenlang verboden lectuur in Argentinië.

Dylan Dog 11: Diabolo de grote (Grassani/Montanari/Sclavi) 9,95; hk.; dec. Dylan Dog 12: Killer (Roi/Stano/Sclavi) 9,95; hk.; dec. Major Arcanum 2: De koning in het geel (Damien/Pecau)16,95; hk.; dec. De oorlog van Alan 2 (Guibert) 19,95; hk.; dec. Tweede deel van de oorlogsherinneringen van

een Engelse veteraan.

Prins Valiant: Jaargangen 1951-1952 (Foster) 59,00; hk.; dec. De verborgen geschiedenis 16 (Kordey/ Pecau)16,95; hk.; dec.

Standaard — www.standaard.com FC De Kampioenen 65: In Pampanero (Leemans) 5,25; sk.; dec. De rode ridder 228: De verborgen vesting (Claus/Lodewijk) 5,25; sk.; dec. Suske en Wiske 311: De stuivende stad (Morjeau/Gucht) 5,25; sk.; dec. Gelukkig! Sus

en Wis allitereren weer!

Naruto 26 (Kishimoto) 6,95; sk.; jan.

Uno Mundo wereldstrips

Oog & Blik — www.oogenblik.nl

In het buitenland verschijnen stapels prachtige strips die ons taalgebied nauwelijks bereiken. Kwaliteit kent echter geen grenzen. Daarom hieronder een selectie van de meest opvallende buitenlandse titels van de laatste twee maanden. De prijzen in euro’s vallen bij importtitels doorgaans wat hoger uit.

Ondergronds (Mannaert/De Jaeger) 19,90; sk.; dec. Veelbelovend debuut van twee jonge

Belgen

Rebetika (Prudhomme) 24,90; hk.; jan. Griekse

blues en het fascisme van de jaren dertig zijn de hoofdingrediënten in deze sfeervolle graphic novel van de tekenaar van De Maria van plastic.

De stad van klei (Hulsing) 19,90; hk.; jan. I ndrukwekkende graphic novel gebaseerd op

een novelle van Mohamed El Bisatie.

Silvester — www.silvesterstrips.nl Bone 8: Schatzoekers (Smith) 19,95; hk.; dec. Celluloid (McKean) 24,95; hk.; dec. Erotische

striproman van de maker van Gewelddadige gevallen, Black Orchid en Cages.

Che (Breccia/

Tekstloos Pebble Island (McNaught) Nobrow.net; £  10.00; hk. Hoeveel adembenemende land-

schappen kan een mens verdragen? Stemmige terugblik op een jeugd op de Falklandeilanden. Auteur Jon McNaught laat zich, evenals in zijn onlangs verschenen (niet tekstloze) debuut Birchfield Close, kennen als een soort Seth in overdrive: Jonmcnaught.co.uk.


Stripvoorspelling

Taxi (Duarte) Mangabastudios.com.br; $  15.00; sk. Dromerige muzikant maakt taxirit en

ziet ritme overal. Eigenzinnig werk van de Braziliaanse krantenstripmaker Gustavo Duarte. Warm aanbevolen door o.a. zijn landgenoot Gabriel Bá (Umbrella Academy).

Les bandes dessinées L’appel de la forêt, de Jack London (Simon) Delcourt; 9,50; hk. Verstripping van Jack

Londons klassieker Call of the Wild uit 1903. Soort eco-Blueberry van de tekenaar van de SF thriller Rails en oud-studiogenoot van Étienne Davodeau.

Chagall en Russie (Sfar) Gallimard; 13,90.  weede joods getinte schildersbiografie van T

de maker van Kat van de rabbijn. Na Pascin richt hij dit keer zijn vizier op Marc Chagall (1887-1985).

Château de sable (Peeters/Lévy) Atrabile; 17,00. Dertien badgasten op een paradijselijk

verlaten strand staat een onaangename verrassing te wachten. Bewerking van een nooit gedraaid filmscenario van Pierre Oscar Lévy door de maker van Blauwe pillen en Lupus.

Niet aangekondigd toch verschenen Arthur 3 (Diversen) Glénat; 6,95; sk. Asem (Rouffa/Legendre) Oogachtend; 19,00. Langverwachte terugkeer van de maker van

Schimmen, op scenario van Marc Legendre. Beide vijftigers hebben inmiddels alweer een nieuw project in de steigers staan: Camping Paraiso, een drieluik over een zonderling diep in de binnenlanden van Canada. Check: Marclegendre.com. Bing (Diversen) De nieuwste lichting stripstudenten van de Brusselse kunstacademie Sint-Lukas. Cordelia 11 (Ilah) Oogachtend; 9,50; sk. Cowboy Henk 1: In de Far Out West (Kamagurka/Herr Seele) Borgerhoff & Lambrigts; 17,50; hk. Decennium (Trik) Oog & Blik; 16,90; sk. Cartoons. De erfenis van de duivel 1: Rennes le château (Gastine/Felix) Saga; 7,99/19,99; sk/hk. Feest! (Wierstra) Lemniscaat; 14,95; hk. Het

merkwaardige verschijnsel verjaardag

Le fils de Rembrandt (Robin) Sarbacane; 19,50. Opwarmertje

Moebius oeuvres: Les années Métal Hurlant (Moebius) Humanïdes Associés; 99,00; hk. Bundel van alle strips die Moebius sinds 1974

voor het, mede door hem opgerichte, legendarische Franse SF-blad Métal Hurlant maakte.

voor Typex’ langverwachte Rembrandt-strip. Fransman Robin maakt van Rembrandts zoon een typische, luchthartige ‘kleine Nicolaas’.

Sorcellerie et dépendances (Revel) Dupuis; 11,50; hk. Geraffineerde parodie op Desperate

de tekenaar van Foligatto en Prosopopus zijn favoriete Italiaanse stad voorstelt.

Vénus noire (Pennelle/Kechiche) EP; 21,00.  et tragische verhaal van de welgeschapen H

Florence (De Crécy/Lepage) Casterman; 15,00; sk. Alternatieve Lonely Planet-reisgids waarin Gauguin. Deux voyages à Tahiti (Li-An/ Croix) Vents d’Ouest; 16,50; hk. Eigenzinnige

blik op Paul Gauguins (1848-1903) afscheid van Frankrijk.

Immigrants (Diversen/Dabitch) Futuropolis/ BD Boum; 19,00; hk. Korte verhalen over

een heet hangijzer. Geschreven door de scenarist van Jeronimus en getekend door o.a. Davodeau, Durieux en Fior. Intérieur (Giandelli) Actes Sud; 23,00; sk. Zwart sprookje over een stad waar de zon nooit schijnt, getekend en verteld door een van de meest herkenbare auteurs van de hedendaagse Italiaanse strip (bij een klein publiek bekend van Binnenskamers). Le joueur (Miquel/Godart/Dostojevski) Soleil; 17,95; hk. Verstripping van Dostojevski’s klas-

sieke roman De speler uit 1867.

verklaard voor alle leeftijden. Check: Arnoudwierstra.nl.

De geheime dagboeken van het Vaticaan 2: De Sint-Jakobsweg (Novy/Popescu) Saga; 19,99; hk. Hammertime (Jeroom) Vrijdag; 14,90; sk. Cartoons. Heiligdom 3: Môth (Bec/Dorison) Arboris; 7,95; sk. Hollywood 1: Flashback (Manini/Malès) Glénat; 14,50; hk. Levenslijnen 6 en 7 (Mezzomo/Kris/Giroud) Glénat; 14,50; hk. Lucky Luke 4: Lucky Luke tegen Pinkerton (Diversen) Lucky Comics; 6,50; sk. Ella Mahe 1: Het meisje met twee verschillende ogen (Taymans/Charles) Glénat; 14,50; hk. Sherlock Holmes 1: De roep van het bloed (Laci/Cordurie) Daedalus; 16,95; hk. Simons kat trekt eropuit (Tofield) Oog& Blik; 14,95. Sjanghai 1: Het regenkind (Tisseron/ Mariolle) Glénat; 15,50; hk. Net niet verschenen boeken (Gummbah) De Harmonie; 29,90; hk.

Housewives en Bewitched. Door de maakster van Le 11e jour. ‘Hottentot-Venus’ Saartjie Baartman, die begin 19e eeuw in Europa als rondreizende attractie werd rondgetoerd. Strip verschijnt tegelijk met de gelijknamige speelfilm van scenarist en regisseur Abdelatif Kechiche.

Comix The Art of Pho (Hanshaw) Jonathan Cape; £ 14.99; hk. Korte strips, reisimpressies

en recepten: liefdesverklaring aan Ho Chi Minhstad van een veelbelovende jonge Britse stripmaker: Julianhanshaw.co.uk. Warm aanbevolen door Shaun Tan (De aankomst).

Sophie Crumb: Evolution of a Crazy Artist (Crumb) W.W. Norton; $ 27.95; hk. Monografie

gewijd aan het werk van de dochter van levende striplegenden Aline

De tempel van Salomon ( Vassaux) Boemerang; 9,95. Vae Victis 14: Critovax, afgezien van de schande (Rocca/Mitton) Saga; 19,99; hk. Esther Verkest 8: Waakt (Kim) Oogachtend; 9,95; sk. Verloren paradijs 1 en 2 (Ange/Varanda/ Lyse) Dark Dragon; 17,95. Het vijfde evangelie 2: Het hol van Cerberus (Diversen) Saga; 19,99; hk. Walking Dead 4: Waar het hart vol van is (Kirkman/Adlard/Rathburn) Silvester; 19,95; hk. Weg (Ephameron/Van Oudheusden) Bries; 16,00. De wereld van Lucie 2: Het zwarte monster (Martinez) Daedalus; 19,95; hk.

19


Stripvoorspelling

Kominsky en Robert Crumb, met veel aandacht voor de grafische opvoeding van Crumb junior.

Depresso: or How I Learned to Stop Worrying and Embrace Being Bonkers (Brick) Knockabout; £ 12.99; sk. Ook stripma-

ker Brick is een ‘crazy artist’: Brickbats.co.uk. Sterker, hij zat jarenlang onder de antidepressiva. Wie is er nou gek, Brick of de wereld?

Drawn & Dangerous: Italian Comics of the 1970s & 1980s (Castaldi) Univ. Press of Mississippi; $ 40.00; hk. Achtergronden voor

wie wil weten waar Dylan Dog en Lorenzo Mattotti vandaan komen.

A Drunken Dream and Other Stories (Hagio) Fantagraphics; $ 24.99; hk. Eigenzinnige korte verhalen van Moto Hagio,

pionier van de shōjo manga, voor meisjes van

Agenda Evenementen In Opwijk wordt op 6 februari de stripbeurs Nijdrop gehouden. Van 10 tot 18 uur kun je er terecht voor onder anderen een signerende Hermann. Adres: Kloosterstraat 9, meer info: www.nijdrop.be.

Exposities In het Brusselse stripmuseum lopen tot 9 januari nog twee grote tentoonstellingen. Een over de bende van vier: Jijé, Franquin, Morris en Will. En een over Nix’ terrible twins: Kinky en Cosy. Tot 6 maart kun je er nog terecht voor de tentoonstelling: Schatten van het Europees beeldverhaal, met origineel werk van belangrijke stripmakers van de afgelopen honderd jaar: van Alain de Saint-Ogan en Hergé tot Peter Madsen, Joann Sfar en Posy Simmonds. Meer info: www.stripmuseum.be. In het Groninger stripmuseum is nog tot en met 3 maart een overzichtstentoonstelling te bezichtigen van Kapitein Rob-tekenaar Pieter Kuhn. Zie: www.stripmuseum.nl. Hanco Kolk maakte een muurbeeldverhaal voor kasteel Groeneveld in Baarn, geïnspireerd door de grotten van Lascaux en de dieren op landgoed Groeneveld. Deze is nog te bekijken tot eind februari 2011. Zie: www.kasteelgroeneveld.nl.

20

8 tot 88.

Elmer (Alanguilan) Slave Labor; $ 12.95; sk.  ierenfabel van een van de weinige Filippijnse D

stripmakers die tot het Westen weet door te dringen: Gerry.alanguilan.com.

Graphic Women: Life Narrative and Contemporary Comics (Chute) Columbia Univ. Press; $ 79.50; hk. Prijzige, maar voor

de liefhebber interessante literatuurkritische essaybundel over het werk van Satrapi, Kominsky, Bechdel en Gloeckner.

Krazy Kat & The Art of George Herriman (Herriman/Yoe) Abrams ComicArts; $ 29.95; hk. Feestelijke uitgave t.g.v. 100 jaar Krazy

Kat. Essays van o.a. Bill Watterson, e.e. cummings en Richard Thompson, gelardeerd met ook na een eeuw onverminderd fris en vitaal tekenwerk van Herriman (1880-1944).

Lone Pine (McGowan) Adhouse Books; $ 15.00; sk. Debutant Jed McGowan houdt het klein en

verstript een ongewone boswandeling. Sneak preview op Jeds site: Jedmcgowan.com.

Lucky Love (DeStefano/Chieffet) Fantagraphics; $ 19.99; hk. Italiaans-

Amerikaans opdondertje Lucky Testatuda wordt volwassen in Amerika begin jaren ’40. Door de uitgever slim gepresenteerd als ‘de luchtige keerzijde van Alans oorlog’. Eerste deel van twee.

My New New York Diary (Doucet/Gondry) PictureBox; $ 24.95; hk. Dvd en strip ineen,

waarin Julie Doucet en filmmaker Michel Gondry voortborduren op Doucets My New York Diary uit 1999.

The Night Bookmobile (Niffenegger) Jonathan Cape; £ 16.99; hk. De schrijfster van

The Time Travelers Wife verstript haar liefde voor het Boek: Audreyniffenegger.com.

Pro Stress 1 (Hoogerbrugge) BIS; 19,00; hk. Gebundelde gagstrips van

grafisch wonderkind Han Hoogerbrugge: Prostress.com.

A Single Match (Suzuki) Drawn & Quarterly; $ 24.95; hk. Korte psychologische manga van

Oji Suzuki.

Neue Deutsche Welle Antityp (König) Rowohlt; 16,95; hk. Komische

blik op de bijbel door de maker van Het killercondoom.

Baby’s in black. The story of Astrid Kirchherr & Stuart Sutcliffe (Bellstorf) Reprodukt; 20,00; sk. Portret in stijlvol

zwart-wit van vroege Beatle Sutcliffe in de roerige Hamburgse tijd van de ambitieuze Sängerknaben uit Liverpool. Door de maker van Acht, neun, zehn: Babysinblack.bellstorf. com. Leuk vergelijkingsmateriaal met de rolprent Backbeat uit 1994, die over dezelfde tijd en liefdesrelatie gaat.

Haarmann (Kreitz/Meter) Carlsen; 19,90; hk.  ok Duitsland is ‘trots’ op zijn seriemoordeO

naars. Thriller van de maakster van De meesterspion en toneelschrijver Peter Meer.

Jakob (Mertikat/Schreuder) Cross Cult Verlag, 16,80; hk. Jongen gaat op zoek naar zijn over-

leden moeder. Multimediaproject: behalve strip ook een tentoonstelling, lezing en korte film. Check op Youtube: Jakob trailer.

Die Menschenfabrik (Meier) Rotopolpress.de; 15,00; hk. Verstripping van het gelijknamige

korte verhaal van Oskar Panizza (1853-1921). Maak kennis met de jonge maker Michael Meier: Mrmeier.com.

Le Monde diplomatique. In 50 Comics um die Welt (Diversen) Reprodukt; 29,00; hk. Net als de Franse uitgave viert ook de Duitse

editie van Le Monde diplomatique het halve eeuwfeest. Het puikje van de Duitse strip tekende en schreef mee: Anke Feuchtenberger, Markus Huber, Martin Tom Dieck en (jawohl) Olivier Schrauwen.

Die Zeit und Gott (Arndt) Zwerchfell; 8,00; sk. Luchtige, 21e-eeuwse blik

op het Opperwezen. Check: Illutisch.de.


ZozoLala 175