Page 1

gratis tweemaandelijks onafhankelijk stripinformatieblad augustus / september 2008

161

Loustal, Rutu Modan,

Lucien de Gieter in dit nummer


Zozolala winkels ZozoLala is een onafhankelijk stripinformatieblad, uitgegeven door Stichting Zet.El, dat tweemaandelijks verschijnt. ZozoLala is gratis voor de klanten van nevenstaande stripwinkels.

Nou moe!?! Lindenstraat 1 1015 KV / 020 - 693 63 45

Dordrecht

Antwerpen Mekanik strip St. Jacobsmarkt 73 2000 / 03 - 234 23 47 www.mekanik-strip.be

Apeldoorn De vreemde zaak Asselsestraat 27 7311 EC / 055 - 576 10 02 www.devreemdezaak.nl

Scheffersplein 1 3311 EJ / 078 - 614 20 12 www.stripwinkel-sjors.nl

Eindhoven

• Alkmaar Bookers & strippers Boterstraat 20 - 22 1811 HP / 072 - 512 19 16 Stripwinkel Paulus Verdronkenoord 62 1811 BG / 072 - 512 60 41 www.stripsenzo.nl De zwarte valk Voordam 4 1811 MA / 072 - 515 63 23 peter.schuurman@euronet.nl

Amsterdam Het beeldverhaal Kinkerstraat 162 –164 1053 EH /020 - 685 51 00 www.het-beeldverhaal.nl Fantasia Gelderlandplein 203 1082 LW / 020 - 642 78 88 home.tiscali.nl/ stripwinkelfantasia

Plok. Strips en eh… dinges! Stationstraat 1 9401 KV / 0592 - 31 32 92 www.plok-strips.nl

Brugge

 Katelijnestraat 42 8000 / 050 - 33 71 12 www.striepclub.be

Delft Bul Super Breestraat 18 - 22 2611 RG / 015 - 212 60 97 www.bulsuper.nl

Den haag

Aelix strips en comics Chasséstraat 71 2518 RW / 070 - 365 07 38 www.aelix.nl

Lambiek Kerkstraat 132 1017 GP / 020 - 626 75 43 www.lambiek.net

Walk in Herengracht 13 2511 EG / 070 - 364 63 36 www.walkin.nl

Voorplaat Een tekening van Loustal.

De strip-aap Javastraat 22 7512 ZJ / 053 - 430 52 61 www.stripaap.nl

Geel Alfa strip Stationstraat 125 2440 / 014 - 58 43 80

Colofon Redactie

Jef Nieuwenhuis, Hans Pols, Bert Meppelink, Hans van Soest en Gerard Zeegers

PopVille Oudburg 5 (Patershol) 9000 / 09 - 223 73 71 www.popville.be Pierke Frans van Rijhovelaan 312 9000 / 09 - 227 70 86

Goes Het paard van Troje Langevorststraat 2 4461 JP / 0113 - 21 46 91 www.paardvantroje.nl

Hasselt Wonderland Paardsdemerstraat 17 3500 / 011 - 22 82 00

Het gele teken Grote Oost 35 1621 BR / 0229 - 21 86 23 www.hetgeleteken.nl

Donner boeken Lijnbaan 150 3012 ER / 010 - 413 20 70 www.donner.nl

De boekenwolf Meensesteenweg 18 8500 / 056 - 35 44 98 www.boekenwolf.be

Leiden Dumpie Nieuwe Rijn 18 2312 JC / 071 - 512 64 04 www.stripwinkeldumpie.nl

Leuven

Yendor Korte Hoogstraat 16 3011 GL / 010 - 433 17 10 www.yendor.nl

Schiedam ’t Centrum Korte Singelstraat 20a 3112 GB / 010 - 426 25 84

Sint-Katelijne-Waver Artobi Mechelsesteenweg 119 2860 / 015 - 55 61 97 www.artobi.be

Sint truiden

Gobelijn Mechelsestraat 35 3000 / 016 - 23 55 86 www.gobelijn.be

Mechelen Comic strips Hoogstraat 11 2800 / 0474 - 49 06 25 www.comic-strips.com De stripkever Bruulcenter, Bruul 79 2800 / 015 - 21 76 05 www.stripkever.be

Middelburg Perron 2 Sint Janstraat 9-c 4331 KA / 0118 - 61 41 84

Nijmegen

De galliër Beekstraat 58 3800 / 011 - 67 17 39 www.gallier.be

Tilburg De stripfanaat NS Plein 10 5014 DA / 013 - 58 00 107 www.stripfanaat.net

Turnhout Tistjen Dop Paterstraat 96 2300 / 014 - 42 88 29 www.tistjendop.be

Utrecht Piet Snot Vismarkt 3 3511 KR / 030 - 231 84 72 www.pietsnot.nl Strip en lektuurshop Oude Gracht 194 3511 NR / 030 - 233 43 57 www.stripart.nl

Zwolle Houtstraat 59 - 61 6511 JM / 024 - 36 08 181 www.senorhernandez.com

Dit keer werkten mee

Loustal, Rutu Modan, Lucien de Gieter

Druk & Afwerking

Drukkerij Wilco – Amersfoort

Distributie

Vaste medewerkers

Abonnementen

Toon Dohmen, VLERK, Peter de Wit, Mark Horemans, Pieter van Oudheusden, Arend Jan van Oudheusden en Roel Daenen

kortrijk

Internet

Vormgeving & opmaak Sigge Stegeman, Rogier van Neerven en Richard Bos

Dick Bos Burgemeester Baumannlaan 119a 3043 AJ / 010 - 461 31 47 www.stripwinkeldickbos.nl

Gent

Hoorn

Gojoker Zeedijk 31a 1012 AP / 020 - 620 50 78

De fantast Burgwalstraat 7 8261 HJ / 038 - 332 03 25 www.de-fantast.nl

De rat Voorstreek 83 8911 JL / 058 - 215 16 00 derat@kpnplanet.nl

Enschede

Assen

Rotterdam

Leeuwarden

Arnhem

 Koningstraat 43 6811 DH / 026 - 442 09 09 de-noorman@planet.nl

Kampen

Pinceel Stripverspreiding Leuven (B), Van Ditmar Amsterdam (NL) Een abonnement is mogelijk voor één jaar (€ 15,–), of voor twee jaar (€ 25,–) en gaat in na storting van het totaalbedrag op

Postbank giro 3253937 (NL) of Postgirorekening 000 – 164840584 (B) t.n.v. Stichting Zet.El te Bilthoven o.v.v. je eigen adres

Redactieadres

Postbus 344, 3720 AH Bilthoven, Nederland

Internet

www.zozolala.com redactie@zozolala.com

Oplage

6.500 exemplaren.

De boekenhalte Assendorperstraat 103 8012 DH / 038 - 422 10 77 www.boekenhalte.nl

issn

1382 8630

Copyright 2008, Stichting Zet.El

Overname van ­artikelen, strips of illustraties enkel in overleg met de uitgever.


Loustal

Ik teken om de werkelijkheid te ontvluchten De Fransman Jacques de Loustal behoort al decennia tot de internationaal meest gelauwerde stripmakers. Zijn werk blijft onverminderd populair. Met zijn kenmerkende, licht abstracte tekenstijl vol verstarde, altijd zwetende personages maakte hij klassieke boeken als Besame mucho, Woestijnkoorts en De gebroeders Adamov. Na veel grafische omzwervingen grijpt hij met zijn meest recente strip Schurkenbloed min of meer terug op het werk uit het begin van zijn lange loopbaan. door Hans van Soest „Sfeer vertalen in tekeningen. Dat is misschien wel de beste omschrijving van wat ik nastreef in mijn werk.” Jacques de Loustal (52) reist veel. Naast zijn strips verschenen er van zijn hand sfeervol getekende reisdagboeken die hier niet zijn uitgegeven. Ook zijn Loustals reisimpressies veel in zijn vaderland Frankrijk geëxposeerd. „Ik ben veel in de Verenigde Staten geweest, vooral de zuidelijke staten, Afrika en het Verre Oosten. Ik heb een hang naar het exotische. In mijn tekeningen probeer ik dat zo dicht mogelijk te benaderen. Om de atmosfeer te kunnen overbrengen, is het belangrijk dat je er zelf bent geweest. Als je de decors van je strips kent, wordt het resultaat beter.” Behalve door het exotische worden uw strips ook gekenmerkt door de dreiging die in elk afzonderlijk plaatje hangt. Alsof de

personages net op het punt staan iets te doen wat in de begeleidende teksten slechts wordt gesuggereerd. „Als dat zo overkomt, dan ben ik geslaagd in mijn opzet. Het komt door mijn manier van werken. Voor mijn strips werk ik altijd met scenaristen, maar ik wil de leiding hebben bij de manier waarop het verhaal verteld wordt. De werkverdeling tussen mij en de scenarist is niet klassiek. Ik wil geen uitgewerkte scenario’s. Ik vraag altijd alleen een synopsis. Als het verhaal me aanstaat, ‘vertaal’ ik dat in een storyboard. Dat is veel werk. Ik bepaal uiteindelijk uit hoeveel pagina’s de strip zal bestaan. Ik bepaal welke scènes ik uitbeeld, ik bepaal hoeveel ruimte er voor de gewenste handelingen wordt ingeruimd. Het creatieve proces houd ik zo in eigen hand. Vervolgens gaan mijn geschetste pagina’s terug naar de scenarist, die dan pas de teksten en de dialogen uitschrijft. Zo komt het dat mijn strips veelal een strikte scheiding hebben tussen de plaatjes en de begeleidende tekst. Ik werk nauwelijks met tekstballonnen. Op die manier ontstaat meer spanning tussen tekst en beeld. Zo kan ik laten zien wat ik belangrijk vind. De tekeningen zijn altijd een momentopname uit het verhaal. De personages reageren in Boven: Soleils de nuit Midden: Besame Mucho Rechts: Woestijnkoorts

3


de tekening op iets wat even daarvoor in tekst is aangekondigd, of wat niet in tekst hoeft te worden gezegd. Deze manier van werken biedt me alle vrijheid me te concentreren op de expressie van de personages. Er ontstaat veel meer ruimte voor emotionele ontwikkeling in de tekening, omdat ik niet hele pagina’s kwijt ben aan pratende koppen.” Doet u uw inkleuring altijd zelf? „Ja, dat kun je niet aan anderen overlaten. Licht en kleur zijn heel belangrijk in mijn werk. Zonder dat zijn mijn tekeningen niet af. Meestal gebruik ik waterverf. Ik heb wel eens computerinkleuring geprobeerd, maar het resultaat vond ik te vlak.” Na jaren werkte u voor uw laatste album Schurkenbloed weer samen met Philippe Paringaux. „We hadden al heel lang niets meer samen gedaan. Hoewel mijn eerste albums allemaal in samenwerking met hem ontstonden, is Paringaux geen beroepsschrijver. Hij maakt alleen iets als hij een idee heeft. Daar komt bij dat ik na een aantal jaar alle drama en zwaarmoedigheid uit zijn verhalen zat werd. Ik wilde iets anders. Ik had behoefte wat lichter werk te maken, zoals Chinese zee, van Jean-Luc Coatalem. Maar na een tijdje begon het toch weer te kriebelen. Ik had weer behoefte aan iets duisters. Ik ben dol op het film noir-genre, op oude hardboileddetectives. Schurkenbloed is een soort hommage aan de Franse film uit de jaren ’50 en ’60.” Wat maakt de samenwerking met Paringaux voor u zo bijzonder? „Philippe en ik kennen elkaar al heel lang. Hij was redacteur van een muziektijdschrift waar ik voor illustreerde. Hij schreef al wat teksten. Op een dag heb ik hem gevraagd wat voor mij te schrijven en daar zijn eerst verschillende korte strips uit ontstaan. Hij was de eerste scenarist met wie ik werkte. Er was

meteen een klik. We hoeven nauwelijks te overleggen. Allebei hebben we het zelfde eindresultaat voor ogen. Maar zijn verhalen zijn soms too much. Ze zijn erg zwaar op de hand. Philippe houdt van zwaar aangezet drama. Ik ook. Maar af en toe moet ik voor het broodnodige evenwicht uitwijken naar een lichter genre. Schurkenbloed was echter weer precies wat ik wilde. Het is weliswaar hard, maar wel stijlvol. Als een schrijver mij een synopsis aanbiedt, kan ik er alleen mee werken als ik een band voel met de personages. Bij Schurkenbloed had ik dat meteen. De hoofdpersoon is een soort icoon van het film noirgenre: de koelbloedige killer. Het beeld van die stervende killer die verteerd wordt door schuldgevoel over zijn dochter, sprak me direct aan. Het was interessant genoeg om verder uit te werken. Ik vind het een van mijn beste boeken geworden.” En met andere scenaristen heeft u die klik niet? „De samenwerking met anderen loopt zeker moeizamer. Heel veel synopsissen wijs ik af. Of soms werk ik ze wel uit, maar vind ik de later toegevoegde teksten toch niet leuk. Er is gewoon niet het zelfde gevoel. Ik deel met Paringaux de liefde voor film, maar ook voor de broeierige boeken van schrijvers als Tennessee Williams. Zoiets willen wij ook maken.” U bent behalve striptekenaar ook schilder en illustrator. Wat is voor u het verschil tussen die disciplines? „Er is niet heel veel verschil tussen voor mij. Ik ben een beeldend kunstenaar, welke discipline ik ook beoefen. In mijn strips ben ik dat ook meer dan een verteller. De verhalen moeten altijd van een ander komen. Ik vertaal ze in afzonderlijke beelden. Wel is mijn vrije werk natuurlijk persoonlijker dan mijn strips. Mijn strips zijn immers niet voor 100 procent van mezelf. Daarnaast heb ik mijn vrije werk nodig om af en toe op adem te komen. Werken aan een strip bestaat voor een groot deel uit herhaling. Aan Schurkenbloed bijvoorbeeld was ik zo’n anderhalf jaar bezig. Ook omdat ik er veel opdrachten voor illustraties naast had. Maar toch, anderhalf jaar is lang. Dan heb ik echt even zuurstof nodig. Dan moet ik werken met ander materiaal, op canvas, met olieverf, andere kleuren, andere decors. Om weer op adem te komen. Mijn hele carrière zoek ik al naar een evenwicht tussen langer werk en vrij werk.” Is het na dertig jaar nog steeds leuk om strips te maken? „Ha, ik heb een passie voor tekenen. Ik heb het geluk dat ik van mijn passie kan leven. Ik ben een van de weinige mensen die op latere leeftijd kunnen blijven doen, wat ze als kind al spelenderwijs deden. Elk album is voor mij nog steeds een uitdaging. Weliswaar heb ik mijn eigen handschrift ontwikkeld – iedereen kan direct zien dat iets een Loustal is – maar toch is mijn tekenstijl in geen enkel album hetzelfde. Ik wil me blijven ontwikkelen, mezelf blijven Boven: Schurkenbloed Rechts: Schurkenbloed Links: Soleils de nuit

4


verrassen. Ik begrijp niet hoe collega’s het volhouden die een vaste reeks hebben en al jaren hetzelfde doen. Strips maken wordt al heel snel monotoon werk. Daarom wil ik al tekenend telkens iets nieuws van mezelf ontdekken.” Maar wat is dan nog die uitdaging als u aan een nieuwe strip begint? „Behalve de grafische uitdaging? De uitdaging om een verhaal om te zetten in beelden. En de problemen oplossen die je daarbij tegenkomt. Ik zoek een verhaal uit waarmee ik minimaal een jaar zoet kan zijn. Daarbij is de esthetische achtergrond voor mij heel belangrijk: waar en wanneer speelt het zich af? Ik houd niet van kostuumdrama’s bijvoorbeeld. Ik wil geen verhaal waarvoor ik me uitvoering moet documenteren, waar ik veel tijd kwijt ben aan kleding en paarden. Het moet zich wel afspelen in de 20ste eeuw. Kid Congo was een uitzondering. Dat heb ik alleen maar gedaan omdat ik het verhaal toch erg sterk vond. Dat is hoe dan ook de eerste vereiste: het verhaal moet uitgaan van een sterke situatie, iets wat meteen tot mijn verbeelding spreekt. Het gebeurt nog al eens dat ik verhalen afwijs. Heel beschamend soms, want ik vraag veel verschillende scenaristen iets te maken. Soms steken ze er een hoop werk in voor niets.” Toch spelen uw verhalen zich nooit af in het heden. „Nee, ik houd van de periode van de jaren ’30 tot de jaren ’70. Ik wil niet tekenen wat ik dagelijks om me heen zie. Het heden inspireert me niet. Ook al speelt een verhaal in een recent verleden, toch wordt het daardoor al veel sfeervoller. Ik droom graag weg in mijn werk. Tekenen is voor mij een vorm van escapisme. Ik houd niet van de realiteit. Ik wil een andere wereld laten zien. Noem het een vlucht, een vlucht voor het dagelijks leven. Misschien is dat ook wel waarom ik zo veel reis. Elke dag word je overspoeld met al die ellende op de radio en televisie. Als ik van huis ben, ben ik van die shit verlost.” Waarom bent u eigenlijk ooit strips gaan maken? „Omdat ik zo’n groot filmfan ben. Strip geeft je net als bij film de mogelijkheid om een eigen universum te creëren. Ik bewonder regisseurs als Federico Fellini en David Lynch. Elke film van hen is heel herkenbaar. Sommige stripauteurs beheersen die kunst ook: Charles Burns, Daniel Clowes en Mattotti bijvoorbeeld. Zij slepen je mee in een heel eigen wereld, elk album weer. Dat is wat ik van het begin af aan ook wilde, dat mensen bij het dichtslaan van mijn albums konden zeggen: typisch Loustal.” Daarin bent u dan geslaagd. Al vanaf het begin van uw carrière leken uw tekeningen op die van niemand anders. „Het maakt me blij als mensen zoiets zeggen. (lacht) Ik streef er naar mijn werk een persoonlijke touch mee te geven. Ik begon eind jaren ’70. Het waren de hoogtijdagen van het tijdschrift Métal Hurlant. Het was de tijd dat de klare lijn enorm in de mode kwam: Floc’h, Chaland, Torres. Zij deelden een grafische code: geënt op Hergé, maar dan moderner. Hun werk deed me altijd denken aan de muziek van een goede rockband, die in wezen niet meer is dan een moderne variant op de Rolling Stones. Daar is helemaal niets mis mee, integendeel. Maar ik wilde dat niet. Ik wilde iets nieuws, een heel persoonlijke stijl. Daarmee maakte ik het voor mezelf verdomd lastig om een plek te bevechten bij het publiek. Mijn werk refereerde immers nergens aan.” Wat waren uw inspiratiebronnen dan? „Films natuurlijk, maar ook schilders als Henri Matisse en

Paul Gauguin. Dat laatste klinkt misschien wel logisch als je mijn werk ziet. Maar Robert Crumb was voor mij bijvoorbeeld ook een inspirator. Ik absorbeer alles. Ik ben enorm visueel ingesteld. Alles wat ik zie, vermaal ik in mijn hersens en wil ik daarna ordenen op papier. Het werkt als een soort trechter. Aan de bovenkant gaan er allerlei invloeden in – films, Moebius – en aan de onderkant vloeit daar Loustal uit!

Zelf heb ik architectuur gestudeerd. Strips maakte ik in die periode vooral als afleiding. Na mijn diensttijd in Marokko besloot ik echter me volledig op het beeldverhaal te richten. Architectuur is echt te saai. Het was ook wel een goede tijd om zo’n beslissing te nemen. Begin jaren ’80 zat er enorm veel groei in de sector. Uitgevers gaven steeds meer strips uit. Er was veel werk. Ik rolde er makkelijk in.” Zou dat nu moeilijker zijn voor een auteur als u? „Zeer zeker. Voor mij was het een goede tijd om te beginnen. Nu is dat lastiger. Zeker voor iemand die werk maakt dat afwijkt van de doorsnee strips die lekker ‘in het oog liggen’. In mijn tijd waren er nog meer mogelijkheden om je werk voor te publiceren in tijdschriften. Er was een betaald podium voor beginnelingen. Dat gaf niet alleen meer vrijheid, maar je werkte ook minder geïsoleerd. Op de redactie zag je andere auteurs. Je kon overleggen, ideeën delen, elkaar helpen. Het was een gezellige tijd. Nu zit iedereen thuis in zijn werkkamer in zijn eentje te zwoegen.” Waar werkt u nu aan? „Na Schurkenbloed had ik het weer eventjes gehad met strips. Ik werkte aan twee kinderboeken, een reisverslag en schilderijen. Inmiddels heb ik weer zin in een project voor de langere termijn. Ik wil weer iets vertellen. Ik heb diverse mensen gevraagd een verhaal voor me te verzinnen. Ik heb nu meerdere synopsissen op de plank liggen, waaronder weer een van Paringaux. Ook heb ik veel boeken gelezen om te zien of die te verstrippen zijn, zoals ik destijds met het werk van Coatalem heb gedaan. Al een tijd lang speel ik met het idee iets met de policiers van Georges Simenon te doen. Nu werk ik aan twee stripalbums tegelijk. Het eerste is de verstripping van een verhaal van Dennis Lehane uit zijn verhalenbundel Coronado. Dat is voor de nieuwe reeks Kaliber bij uitgeverij Casterman. Het tweede bestaat uit een aantal korte verhalen van een pagina of drie naar het werk van Tonino Benacquista. Het zijn vrolijke verhalen met een happy end. Dat is iets heel nieuws voor mij. Mijn vrouw is er erg blij mee. Eindelijk eens iets wat niet zo zwaar op de hand is.”   ×  5


Papyrus Van winkeldecoratie tot antiek Egypte Binnenkort wordt hij 75 jaar, maar dat is niet aan hem af te

geregeld tot na middernacht achter de computer om aan zijn

zien. Lucien De Gieter, de tekenaar van de kinderstrip

internetsite te knutselen. Opmerkingen over zijn leeftijd lig-

Papyrus, heeft net zijn dertigste album afgrond en zit nog

gen gevoelig. „Ik voel me nog prima, dank u!” door Hans van Soest

Interviews met Lucien De Gieter zijn vrij zeldzaam. En dat terwijl hij toch al ruim veertig jaar in het stripwereldje meedraait. Zijn bekendste strip Papyrus, over de jonge Egyptische visser die bevriend raakt met de prinses, was commercieel interessant genoeg voor uitgeverij Dupuis om er eind jaren negentig een redelijk populaire tekenfilmserie van te laten produceren. In het fonds is Papyrus inmiddels een van de langstlopende titels. „Dat weinig mensen me kennen, ligt vooral aan mezelf. Ik ben van nature wat teruggetrokken,” zegt hij. „Ik zoek de publiciteit niet. Maar ik ben niet schuw hoor.” Een van de eerste boeken die de Belg De Gieter (1932) als jongeling bezat, was een oud zwart-wit boek over het historisch museum van Caïro. Daarmee werd een voorliefde voor de Egyptische geschiedenis geboren, die de rest van zijn carrière zou bepalen. „Tijdens mijn studie aan de kunstacademie heb ik Egypte pas echt ontdekt,” vertelt hij. Zijn afstudeerproject was een ontwerp voor een eetzaal in klassiek-Egyptische stijl. Na zijn studie ging hij aanvankelijk aan de slag als decorateur en ontwerper. Hij ontwierp het interieur voor meerdere winkels. Maar op zijn dertigste maakte hij de grote overstap naar strips. „Tijdens mijn studie werd er erg op strips neer gekeken, maar net als mijn medestudenten las ik ze wel en tekende ik regelmatig iets voor mezelf.” De Gieter trok de stoute schoenen aan toen de redactie van het weekblad Spirou/Robbedoes een scenariowedstrijd uitschreef voor de miniboekjes die ze in de jaren ’60 publiceerde in het middenkatern. Aanvankelijk werden zijn ideeën afgewezen, maar na wat aanpassingen werden toch enkele van zijn 6

verhalen omgewerkt tot strip. „Op de eerste pagina van een van mijn scenario’s had ik zelf wat getekend. Daarop vroeg de redactie me of ik geen zin had om ook de tekeningen te verzorgen. Ik voelde me enorm voor het blok gezet. Natuurlijk leek het me hartstikke leuk om te doen, maar ik vond me er echt niet goed genoeg voor. Ik heb er veel tijd in gestoken, maar achteraf begrijp ik nog steeds niet dat ze me niet direct de deur hebben gewezen.” De Gieter maakte diverse miniboekjes, alvorens hij zich waagde aan zijn eerste strip op groot formaat: Tôôôt en Puit, over een kleine zeemeermin. Ook werkte hij een jaar lang op de studio van Smurfen-tekenaar Peyo, waar hij inktte en grappen bedacht voor Poesie. „Op de studio leerde ik vooral dat strips maken hard werken is. Niet iets wat je er zo maar even bij doet, maar echt een veeleisende baan.” Tôôôt en Puit was niet echt een succes. „Daarop besloot ik niet langer een humorstrip, maar een avonturenstrip te gaan maken. Als decor koos ik Egypte. Niet alleen Boven: De gevangene van Sekhmet Links: Invloeden van Peyo in De vergeten mummie


omdat dat thema me fascineerde, maar vooral omdat er nog geen strips waren die zich in het klassieke Egypte afspeelden. Zo is Papyrus ontstaan. Het sloeg al vrij snel aan bij de lezers van Spirou. Dat is nu dertig jaar geleden. Wat begon als een probeersel is inmiddels uitgegroeid tot een reeks van dertig albums.” Na al die tijd verveelt het maken van de jeugdserie hem nog steeds niet, zegt hij. „Elke nieuwe tekening vind ik weer een uitdaging. Telkens sta ik weer voor een nieuw probleem dat ik moet oplossen. Dat vind ik leuk. Ik leef me vooral uit op de landschappen en de gebouwen.” Om zich te documenteren is hij zeven keer in Egypte geweest. De rest van zijn kennis haalt hij uit boeken en bij egyptologen. „Tot mijn verbazing zijn die veelal enthousiast over mijn strips.” In de loop der tijd is Papyrus behalve een avonturenstrip met veel fantasy-elementen meer en meer een serie geworden met veel historische feitjes. „Het is vrij normaal dat een serie in de loop der jaren inhoudelijk evolueert,” reageert De Gieter. „Ik leer nou eenmaal steeds meer over Egypte. Logisch dat je dat terug ziet in mijn werk.” Ook op een ander punt evolueerde de strip. De hoofdpersonen Papyrus en prinses Lief-Er-Theti werden ouder en zijn inmiddels zelfs verliefd op elkaar. „Mijn personages zijn gerijpt in de loop der jaren,” grapt hij er zelf over. „Zo is ook mijn tekenstijl in de loop der jaren langzaam veranderd. De tekeningen zijn nu veel realistischer dan in de eerste albums, toen je nog duidelijk de invloed van Peyo kon zien. Misschien komt dat ook doordat de verhalen steeds realistischer zijn geworden. De historische context is steeds meer op de voorgrond gekomen in de verhalen. Het is in elk geval geen bewust proces. Ik heb niet doelbewust een andere weg willen inslaan.” De Gieter heeft ook geen duidelijk beeld van waar de serie naar toe gaat. „Ik werk album voor album af. Het is niet zo dat ik een eind van de serie in mijn hoofd heb zitten, of iets dergelijks. Ik ben weliswaar op mijn 65ste met pensioen gegaan, maar ik teken nog elke dag en ik ben van plan dat nog heel lang vol te houden.” Het werk doet hij nog altijd helemaal zelf. Alleen de inkleuring laat hij aan een ander over. Een favoriet album uit de reeks heeft hij niet. „Het zijn vooral onderdelen van albums waar ik tevreden over ben. Zoals de metamorfose van Theti in Het eiland van de dode koningin, de humor in Het paard van Troje, de liefdesscène in De kinderen van Isis of Papyrus’ strijd met de natuurkrachten in De heer der krokodillen. Ik weet niet hoe lang ik nog door ga met tekenen. Dat ligt er ook aan of het publiek het leuk blijft vinden.” Bij de productie van de tekenfilms is De Gieter nauwelijks betrokken. „Dat is toch echt een heel andere manier van werken. Ik volg het slechts vanaf grote afstand. Ik ben vooral druk met een ander project, mijn eigen website www.egypteinedite.be, waarvoor ik gagstrips maak over een personage uit de Papyrus Papyrus-strips: De kinderstrip Papyrus speelt zich af ten tijde van de 19de het mummiedynastie van de Egyptische oudheid: grofweg van 1300 tot tje Phoetus. 1200 voor onze jaartelling. In de verhalen zitten veel historiElke week een sche elementen verweven. Zo is prinses Lief-Er-Theti de dochgrap. Da’s weer ter van farao Merenptah, die regeerde van 1224 tot 1214 voor eens iets heel Christus. Hij was de zoon van de beroemde farao Ramses II. anders.”   ×  De periode werd gekenmerkt door zowel interne als externe spanningen. Intern, omdat door de nieuwe farao’s werd afgerekend met de erfenis van de vorige vorst Achnaton, die de verering van de vele goden in Egypte verbood en een vorm van monotheïsme invoerde. Later werd de veelgoderij weer ingevoerd en Achnatons naam van allerlei monumenten verwijderd. Dat thema komt terug in de albums De verdoemde farao en Toetanchamon, de vermoorde farao over diens gelijknamige zoon. Ook werd het tijdperk gekenmerkt door de vele oorlogen die werden gevoerd tegen stammen die het voorzien hadden op de Egyptische rijkdommen, onder andere de Hittieten, een volk uit het noorden van het huidige Turkije (zie onder andere: De tranen van de reus). Het Egyptische koninkrijk raakte na Merenptahs dood in verval.

7


DE ECHTE WERELD VOLGENS RUTU MODAN

Alle illustraties zijn afkomstig uit het album Vermist

Ter gelegenheid van het verschijnen van Vermist,

De politie-actie blijkt bedoeld om een aantal termi-

haar eerste in het Nederlands vertaalde strip is

nale kankerpatiëntjes zonder oponthoud een fijn

Rutu Modan een paar dagen in Nederland. De

dagje dierentuin te bezorgen. Het is een vreemd

afspraak in een café tegenover de Amsterdamse

contrast met het onderwerp van het gesprek over

dierentuin Artis valt bijna in het water. De politie

Modans album dat zich afspeelt in hedendaags

sluit de doorgaande Plantage Middenlaan af. Overal

Israël, een land waar voortdurend sirenes klinken

wemelt het van de politie-, brandweer- en zieken-

en straten worden afgezet. Maar daar omdat er

auto’s. Voortdurend klinkt het geluid van sirenes.

weer eens een gewelddadig incident heeft plaatsge-

Dan gaat een mobiele telefoon over. Modan is uitge-

vonden. Een dergelijk incident – een zelfmoordaan-

weken naar een andere locatie.

slag – is het startpunt voor Exit wounds, een strip die Rutu Modan maakte in opdracht van de Canadese uitgeverij Drawn and Quarterly en die nu vertaald is bij uitgeverij Podium. door Hans Pols

8


twee jaar iets uit te geven of vaker. Als we samen aan een project werken, zien we elkaar om de paar weken en bespreken we elkaars bijdragen. Strips maken is een heel eenzame bezigheid en ik vind het iets unieks dat er een groep mensen is die me tijdens het scheppingsproces helpt met kritiek en me aanmoedigt. Ook nu ik tijdelijk in Engeland woon, weet ik dat ik de anderen altijd kan bellen of mailen en zij mij.”

„Ik had een documentaire gezien, No.19 van David Ofek over een aanslag op een bus. Een van de lichamen was zo erg verminkt, dat het slachtoffer niet kon worden geïdentificeerd. Dat gebeurt wel vaker, maar het vreemde was in dit geval dat niemand het lichaam claimde. Blijkbaar was er niemand die het slachtoffer miste. De maker van de documentaire probeerde de identiteit van het slachtoffer te achterhalen. Hij plaatste een advertentie in de krant waarop een man reageerde die zijn zoon al lange tijd niet had gezien. Zo kwam ik op het idee om een verhaal te maken over een vrouw die niet geloven kan dat een man haar heeft verlaten en zichzelf wijsmaakt dat hij is omgekomen bij een aanslag.” Vermist is het verhaal van twee jonge mensen: de taxichauffeur Eddie Franco en Numi, een jonge vrouw die beweert dat Eddies vader is omgekomen bij een bomaanslag in Hadera. Samen gaan zij op zoek naar de waarheid over Eddies vader in een land waar maatschappelijke ellende en menselijke relaties vaak ongemakkelijk met elkaar verweven zijn. Gaandeweg komt Eddie meer te weten over het vreemde leven van zijn vader en komen Eddie en Numi dichter tot elkaar. Het is Rutu Modans Nederlandse debuut, maar in eigen land is zij al geruime tijd bezig met het maken van stripverhalen. Rutu Modan maakt deel uit van het stripmakerscollectief Actus tragicus dat sinds een jaar of tien regelmatig gezamenlijke uitgaven op de markt brengt. De laatste paar jaar was het vrij stil rond Actus tragicus. De laatstverschenen uitgave was Dead herrings uit 2004. „Actus tragicus bestaat nog steeds hoor,” zegt ze. „We hebben zelfs net een nieuw boek uitgegeven. How to love heet het. Dat het een tijdje stil geweest is, heeft onder andere te maken met Vermist, waar ik twee jaar aan gewerkt heb. In de zelfde periode schreef collega Yirmi Pinkus een roman, die inmiddels ook af is. Toen we begonnen, was het de bedoeling om elke

Wat was in 1995 de reden om Actus tragicus op te richten? „We zijn met Actus tragicus begonnen, omdat we onze strips wilden publiceren. We maakten langere verhalen en die konden we niet kwijt bij kranten of tijdschriften. Daarom zijn we ze zelf uit gaan geven. Er worden nog altijd nauwelijks strips uitgegeven in Israël. Ik heb wel Amerikaanse strips gelezen als kind en dat heeft ongetwijfeld mijn interesse gewekt, maar het was toch vooral iets voor jongens. Later maakte ik kennis met Raw en op de kunstacademie had ik een docent, een Belgische immigrant, die me in contact bracht met het Europese stripverhaal. Strips waren vrijwel een onbekend verschijnsel in Israël en deze docent gaf als eerste en cursus striptekenen aan een Israëlische kunstacademie. Dat was ongeveer vijf jaar voordat we begonnen met Actus. Ik had het geluk dat ik al tijdens mijn studie kon beginnen met het publiceren van strips. Een vriend van me was een weekblad begonnen en wilde er ook een stripverhaal in. Aangezien er voor de Israëliërs geen onderscheid bestond tussen mainstream en alternatieve strips – het stripverhaal was sowieso iets vreemds – kon ik naar hartelust experimenteren en doen wat ik wilde. Toen ik twee jaar later afstudeerde had ik zodoende al een zekere bekendheid als stripmaker. In 1994 werden Yirmi Pinkus – een klasgenoot van mij en ook striptekenaar – en ik benaderd door een uitgever die een Israëlische versie van Mad wilde gaan uitbrengen en vroeg of wij de redactie wilden doen. De bedoeling was dat het maandblad voor 75 procent zou bestaan uit vertaalde Amerikaanse strips en voor de rest uit eigen lokaal materiaal. We deden het meer voor de lol dan voor het geld. We hoefden geen actueel materiaal te selecteren dus we konden allerlei mooi materiaal uit de jaren vijftig en zestig plaatsen. En we leerden heel veel, want we moesten alles zelf doen: de redactie, het drukken, de marketing. We hielden allebei van alternatieve strips dus voor de 25 procent eigen bijdragen maakten we zelf werk en benaderden we andere alternatieve Israëlische stripmakers en illustratoren. Het was niet zo’n gelukkige combinatie. De mensen die van de oude Mad-strips hielden, hielden niet van de alternatieve strips en andersom. We waren niet echt slim bezig. Niemand kocht het blad en na een nummer of tien hield het op te bestaan. We hadden opnieuw geen mogelijkheid om ons werk te publiceren en mede daarom besloten we om onze strips maar zelf uit te gaan geven, ook al zou ons dat waarschijnlijk alleen maar geld gaan kosten. Vanaf het begin hebben we de uitgaven van Actus Tragicus in het Engels gemaakt, omdat we een groot publiek wilden bereiken. Alleen in het Hebreeuws publiceren was niet haalbaar. En we brachten ons werk onder de aandacht door veel te reizen en aanwezig te zijn op Internationale stripfestivals (Zo had Actus een expositie in Nederland tijdens de Stripdagen Haarlem in 2002, red.).” Met hoevelen zijn jullie? „Actus tragicus bestaat uit vijf personen. Yirmi Pinkus was 9


een klasgenoot van me, Batia Kolton was een van mijn eigen studenten. Ik vond haar werk erg goed en wilde graag dat ze met ons mee zou doen. Mira Friedman en Itzak Rennert waren al bekende en succesvolle illustratoren. We hadden geen vastomlijnd plan en wisten niet precies wat we zouden gaan doen, maar we wilden samen iets maken. Ondanks onze onderlinge verschillen hadden we een zelfde houding ten opzichte van strips. Vanaf het begin was het vertellen van verhalen belangrijk voor ons. Batia Kolton begon heel experimenteel, maar ontwikkelde zich ook steeds meer tot een verhalenverteller. Ik vind dat stripverhalen net zo betekenisvol kunnen zijn als literatuur. Er zijn genoeg mensen die mooie plaatjes tekenen, maar het gaat bij een stripverhaal om de inhoud, het verhaal. Ik heb een paar keer samengewerkt met de Israëlische schrijver Etgar Keret. Van hem heb ik veel geleerd. Maar ik schrijf nu mijn eigen verhalen. Vermist is mijn eerste eigen graphic novel, maar net als bij een project van Actus hebben de anderen me wel feedback gegeven bij het proces. De manier van werken was het zelfde. Actus is meer dan eens in de paar jaar een gezamenlijk dingetje doen; ook bij onze soloprojecten stimuleren we elkaar. Zelfs bij de roman waar Yirmi Pinkus de afgelopen jaren werkte, waren de anderen betrokken. We lazen gedeelten er uit en gaven commentaar.” Wat waren jouw inspiratiebronnen? „Raw was een belangrijke invloed voor ons in die tijd, Art Spiegelman, Daniel Clowes, Charles Burns, maar ook Hergé, Windsor MacKay en andere stripmakers uit de begintijd. Bijna allemaal Amerikaanse striptekenaars. Er was maar één Israëlische striptekenaar waarvan je kunt zeggen dat hij mij heeft beïnvloed heeft: Dudu Geva, maar hij was dan ook vrijwel de enig in Israël die strips tekende. Behalve door kunstenaars ben ik ook beïnvloed door schrijvers. Ik maak strips omdat ik verhalen wil vertellen. Een schrijfster die mij erg heeft beïnvloed, is Natalia Ginzburg. Zij heeft het talent om heel emotionele verhalen op een heel rustige manier te vertellen. Ik probeer dat ook te doen. Ik beschrijf zelden gevoelens, niemand in mijn verhalen uit zich emotioneel. Ik probeer hun gevoelens te tonen in heel kleine dingen die ze zeggen en doen. Vermist is geen verhaal over een bomaanslag, maar over hoe het leven van mensen door een bomaanslag is beïnvloed. Ik vind niet dat ik sombere verhalen maak. Ik wil het leven laten zien zoals het is. Ik houd niet van verhalen waarin mensen voortdurend zeggen hoe veel ze van elkaar houden, zo zit de echte wereld niet in elkaar. Ik heb er nooit aan getwijfeld dat mijn ouders van mij houden, hoewel ze dat nooit in die woorden tegen me hebben gezegd.” Je zou Vermist kunnen omschrijven als een liefdesverhaal over twee gewone mensen in ongewone omstandigheden. „Het is een verhaal over mensen en mensen zijn overal 10

hetzelfde. Natuurlijk zijn er elementen in het verhaal die typisch Israëlisch zijn, maar het gaat niet alleen om het feit dat er een bomaanslag plaatsvindt. Het draait om menselijke relaties, om hoe mensen zich gedragen. Als het zelfde verhaal zich zou afspelen in Amerika, zou je bijvoorbeeld nooit geloven dat mensen elkaar zou gemakkelijk weten te vinden. Maar in Israël kan dat. Iedereen kent elkaar. Mensen die elkaar net kennen, vertellen elkaar hun hele levensverhaal. Familie is ook iets heel belangrijks in Israël. Dat een jongen zijn vader twee jaar niet heeft gezien, is voor een Israëliër onvoorstelbaar, zelfs al zijn zij het met elkaar oneens.” Gaan mensen in Israël dan ander met elkaar om dan in andere landen? „Neem Tel Aviv. Het is de meest levendige en moderne stad van Israël. Het is een kleine stad maar er is altijd veel te doen en er is een druk cultureel leven. Maar tegelijkertijd houdt het ook de sfeer van een kleine gemeenschap waar iedereen elkaar kent.” Werk je direct in het Engels? „Nee. Ik schrijf het script van mijn verhalen in het Hebreeuws. Daarna laat ik de tekst vertalen in het Engels en begin ik met het tekenen van de pagina’s. Bij de vertaling gaat altijd iets van de oorspronkelijke tekst verloren. Ik ben van huis uit niet Engelstalig. Ik denk in het Hebreeuws, ik schrijf in het Hebreeuws. Daarom heb ik mijn Nederlandse uitgever gevraagd om de tekst uit het Hebreeuws te laten vertalen. Het oorspronkelijke script is dus gebruikt voor de Nederlandse vertaling, want er bestaat nog geen Israëlische versie van het boek. Zoals je weet, wordt het Hebreeuws van rechts naar links gelezen en daar had ik geen rekening mee gehouden toen ik bedacht dat de hoofdpersoon taxichauffeur is. Ik heb alle tekeningen waarop de taxi te zien is opnieuw moeten tekenen.” Alweer bezig met nieuwe projecten? „Ik werk op het moment aan een verhaal voor de New York Times van 17 pagina’s waarvan er wekelijks een wordt gepubliceerd. Het is een heel leuke opdracht, want ik heb nooit eerder een strip gemaakt die met een ritme van een pagina per week verschijnt. Dankzij Vermist kan ik voor het eerst leven van het tekenen van stripverhalen, hoewel dat nooit mijn doel is geweest. Ik zie mezelf niet zo zeer als een stripmaker. Het is een van de dingen die ik doe. Maar bijvoorbeeld lesgeven vind ik net zo boeiend en belangrijk.”   × 


Laatste Oordeel Bijna erotische spanning Aan het front 1: De Marne! (Igor Kordey & Jean David Morvan) Uitg. Silvester; 48 pl.; kleur; harde haft; € 14,95

scenario van Morvan. Hij weet zijn verhaal zo te vertellen, dat je als lezer in de huid kruipt van de Amerikaanse journalist en het gevoel krijgt zelf bij het interview in diens stoel te zitten. De dialogen zijn sterk en Morvan weet een bijna erotische spanning op te roepen. Het is te hopen dat het vervolg op dit eerste deel niet al te lang op zich laat wachten.  Hans Pols

Voor de driedelige strip Aan het front bundelden twee populaire eigentijdse stripmakers hun talenten. De Joegoslaaf Igor Kordey is vooral bekend van de succesvolle reeks De verborgen geschiedenis en scenarist Morvan werkte al met heel wat mensen samen. Tot zijn grootste successen behoren Konvooi en enkele delen van Robbedoes. Morvan weet hoe hij een luchtige avonturen- of sciencefictionstrip moet schrijven, maar met Aan het front gooit hij het over een totaal andere boeg. Met succes. Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog zoekt de Amerikaanse journalist Marvin Selcar in Straatsburg de intellectueel Blaise Boforlant op. Een wereldoorlog eerder was deze man de uitgever van een propagandakrantje, waarin hij verslag deed van zijn ervaringen aan het front. Al snel komen zij te spreken over Amaréo Zamaï, een forse zwarte man die deel uitmaakte van Boforlants peloton. Boforlant voelt zich aangetrokken door de donkere spierbundel. Hoewel hij zich regelmatig seksueel aangetrokken voelt tot mannen, is er met Zamaï meer aan de hand. Vanaf het moment dat hij zijn intrede doet in het leger valt de man op door zijn non-conformistische bijna pacifistische houding. Aanvankelijk moeten de andere soldaten niets van hem hebben, maar die houding verandert na een aantal heldhaftige acties van zijn kant. Kordey is geen geweldige, maar wel een snelle realistische tekenaar. Niettemin slaagt hij er in in Aan het front een paar memorabele platen te tekenen, zoals die waarop Boforlant net een shagje staat te draaien als Zamaï voor het eerst verschijnt, een tekstloze maar uiterst veelzeggende pagina. De kracht van het verhaal zit hem echter vooral in het ijzersterke

Beklemmende angstdroom over vergeten slachtpartij De hel van Rwanda ’94 (Pat Masioni & Cécile Grenier & Ralph) Uitg. Xtra; 80 pag.; kleur; harde kaft; € 14,90

Dankzij de inspanning van een aantal liefhebbers is er de laatste tijd de nodige aandacht voor strips van het Afrikaanse continent. Zo verschenen onlangs Loden jaren van de Marokkaan Nadrani en Aya op scenario van de Ivoriaanse Abouet. De hel van Rwanda ’94 is in

beeld gebracht door de Congolees Pat Masioni. Hij studeerde aan de kunstacademie van Kinshasa en maakte diverse religieuze kinderstrips en politieke cartoons alvorens hij zijn land moest ontvluchten om zijn – in de ogen van de regering – te kritische werk. Inmiddels woont hij in Parijs, waar hij samenwerkte met de scenaristen Cécile Grenier en Ralph (bekend van onder andere Tango van het zweet) aan het tweeluik De hel van Rwanda. Het eerste deel is nu vertaald bij uitgeverij Xtra. Hoewel de personages uit De hel van Rwanda zijn verzonnen, zijn de gebeurtenissen uit het verhaal dat jammerlijk genoeg niet. Grenier documenteerde zich grondig over de gruwelijke massaslachting die in Rwanda in 1994 plaatsvond en die aanvankelijk geen genocide mocht heten, omdat dat de internationale gemeenschap zou verplichten in te grijpen en dat wilden veel landen niet. Het verhaal volgt de Tutsimoeder Mathilde, die achterblijft met haar kinderen wanneer iedereen op de vlucht slaat voor de slachtingen. Wanhopig probeert zij veilig gebied te bereiken en buiten het bereik van de machetes te blijven. Grenier en Ralph slagen erin om van het verhaal een aanklacht te maken tegen de Franse soldaten die de slachting niet voorkwamen en tegen de Hutu-leiders die de bevolking om schimmige redenen opjutten tot de tragedie, zonder dat het verhaal ergens belerend overkomt. De hel van Rwanda is vooral een beklemmende angstdroom over een vrouw en haar kinderen op de vlucht voor haar bloeddronken buren. De achtergrondinformatie over het conflict is na te lezen in een uitgebreid nawoord. Het verhaal is knap in beeld gebracht door Masioni. Mede door zijn Afrikaanse achtergrond tekent hij een decor en gebruikt hij kleuren die in alles Rwanda ademen. Het verhaal is daardoor niet alleen van waarde om de herinnering aan de geschiedenis levend te houden. Het is daarnaast ook gewoon een goede, overtuigende en onrustbarende strip.  Hans van Soest

11


Laatste Oordeel Decor van klei en roestende zeeschepen Schroot (Ben Vranken) Uitg. Xtra; 96 pag.; zwart-wit; pocket; € 12,50

Sinds de publicatie van de gelauwerde verhalenbundel Kustbewoners werd het stil rond de Zeeuwse stripauteur Benno Vranken. Het boek, waarmee hij de VPRO-Debuutprijs won, verscheen alweer zeven jaar geleden. Sindsdien maakte hij alleen nog het – overigens geslaagde – boekwerkje De suikeroorlog, dat voornamelijk via de uitgever CBK Zeeland te verkrijgen was. Destijds zei Vranken in een interview met ZozoLala dat hij gefascineerd was door films op televisie waar je als kijker halverwege ‘in valt’ en die je ook niet kunt afzien. De sfeer van het verhaal heeft je echter in die korte tijd wel gegrepen en blijft je bij. Dat effect wil hij graag benaderen in zijn werk. Nu zijn nieuwe bundel Schroot in de winkel ligt, blijkt dat Vranken dat doel nog steeds nastreeft: de sfeer in zijn verhalen is belangrijker dan de spanningsboog. De ontwikkeling van Vranken heeft in al die jaren echter niet stilgestaan. Als tekenaar onderscheidde hij zich al door zijn volstrekt authentieke handschrift: zijn tekeningen verraden geen enkele invloed van een ander. Daarmee was hij echter nog niet tevreden. Zijn lijnvoering is strakker geworden. Door het gebruik van dikke viltstift en het achterwege laten van arceringen, heeft Vranken een soort klare lijn-variant op zichzelf ontworpen. Wie

Tranentrekker in swingend lijnenspel Drie schimmen (Cyril Pedrosa) Uitg. Silvester; 268 pl.; zwart-wit; harde kaft; € 19,95

In Frankrijk wemelt het van de tekenaars met een ‘lekker tekenstijltje’. De 35-jarige Cyril Pedrosa is er zo een. Dat bewees hij al met zijn kinderstrip De spookbrigade en het nog niet vertaalde Ring circus. Net als veel van zijn generatiegenoten, zoals Jean-Louis Marco of Fabrice Parme, swingt alles in zijn tekeningen: tot de bomen en de stoelen aan toe. Pedrosa leerde het vak in

12

daarmee echter een knieval naar commercie vermoedt, kan worden gerustgesteld: Vrankens verhalen zijn nog steeds typisch Vranken. Het album bundelt drie verhalen, De luidruchtige boom, Schroot en Woeste hoogten, waarvoor de auteur zich net als in zijn oudere werk heeft laten inspireren door het Zeeuwse decor van klei, aardappelen en roestende zeeschepen. En hoewel de toonzetting mede onder invloed van de nieuwe tekenstijl wat lichtvoetiger is dan de verhalen in Kustbewoners en De suikeroorlog, draaien de verhaaltjes nog steeds in eerste instantie om de sfeer. Als geen ander kan Vranken in één enkel plaatje een hele wereld suggereren. Een weinige vrolijke wereld meestal, vol kommer en bovenal kwel. Toch valt er ook veel te gniffelen in Schroot. Want Vranken zou Vranken niet zijn om zijn eigen werk als eerste te relativeren. Hopelijk laat zijn volgende album niet weer zo lang op zich wachten.  Hans van Soest de tekenfilmstudio’s van Disney en dat is terug te zien in zijn grafische aanpak. De decors veranderen mee met de gemoedstoestand van de personages en accentueren die. De vrolijke figuurtjes springen bijna over de bladzijden heen. Dat die tekenstijl zich ook uitstekend leent voor minder lichtvoetige verhaaltjes, bewijst hij met Drie schimmen waarvoor hij eerder dit jaar op het stripfestival in Angoulême een prijs won en dat nu in het Nederlands is vertaald. In Drie schimmen leeft het boerengezinnetje van Louis en Lise een zorgeloos bestaan in het dal. Totdat de angst hun leven in sluipt. Angst in de vorm van drie schimmen die het op het leven van hun zoontje Joachim gemunt lijken te hebben. Vader Louis besluit daarop het noodlot te ontvluchten en vertrekt met zijn jonge zoon op reis. Gedurende de tocht doet hij alles om Joachim te beschermen. De twee houden zielsveel van elkaar, maar na verloop van tijd leert het spontane kind zijn vader een belangrijke levensles. Behalve dat de Disney-invloed in de tekeningen van Pedrosa doorklinkt, zie je die ook terug in het verhaal van Drie schimmen. Het scenario wisselt humor af met drama en weet op momenten danig te ontroeren. Toch is Drie schimmen geen kinderstrip geworden. Hoewel de tekeningen lieflijk ogen, is het verhaal dat bij tijd en wijlen niet. Vooral de scène waarin Louis in volledige razernij zijn zoon afschermt van de buitenwereld, leest als een delirium op papier. Drie schimmen is een parabel over het accepteren van de dood als onderdeel van het leven. De soms wat zoetsappige ondertoon ten spijt, weet het boek te overtuigen. Niet alleen grafisch is het een prachtig album geworden, ook het volwassen scenario bewijst dat Pedrosa een van de meest vooraanstaande auteurs is van zijn generatie. Een van de verrassendste strips van het jaar.  Hans van Soest


Laatste Oordeel Sprookjesvariant op X-Men Wisher 1: Nigel (Giulio de Vita & Sébastien Latour) Uitg. Le Lombard; 46 pl.; kleur; slappe kaft; € 7,95

Met de honderden nieuwe striptitels die er de laatste jaren verschijnen, is het lastig je weg te vinden in de enorme berg albums die wekelijks over de markt wordt uitgestort. Wie op zoek is naar een halfuurtje onbekommerd vermaak, doet een goede aankoop met het eerste deel van de nieuwe reeks Wisher. Nigel Grant is een gladde praatjesmaker met iets te veel succes in zijn leven. Als hij iets wil, lukt het hem met zijn vlotte babbel het voor elkaar te krijgen. Nigel lijdt aan claustrofobie, maar dat is dan ook wel het enige minpuntje in zijn verder luxe leventje in het hippe upper class Londen. Wanneer een vervalser met wie hij samenwerkt wordt achtervolgd en onder de metro springt, raakt Nigel betrokken bij de klopjacht van een geheime dienst van het Engelse ministerie van binnenlandse zaken, MI10, op elfen en andere sprookjesfiguren die zich onder het gewone volk hebben gemengd. Zowel de dienst als de sprookjesfiguren zijn uiterst geïnteresseerd in Nigel. Met zijn vermogen wensen te laten uitkomen en zijn claustrofobie zou hij wel eens zonder het zelf te weten een geest-uit-de-lamp in mensengedaante kunnen zijn. Nigel komt terecht in een geheim sprookjesland onder de Londense binnenstad. Bovenstaande samenvatting doet door het Londense decor en de sprookjesfiguren denken aan de (verstripte) tv-serie Neverwhere van Neil Gaiman. Inhoudelijk is Wisher echter eerder een eigentijdse variant op X-Men, waarbij mensen jacht maken op de wezens met bovennatuurlijke krachten die in hun midden leven. Maar ondanks het weinig

Vroo-aaargh! Rumble strip (Woodrow Phoenix) Uitg. Myriad Ed.; 187 pl.; zwart-wit; slappe kaft; £ 12.99 (import)

Een strip zonder personages. Dat is wel eens eerder vertoond. Denk aan cultboeken als Martin Vaughn-James’ La cage of Greg Shaws wonderlijke abstracte vormexperiment Parcours pictural. Engelsman Woodrow Phoenix gebruikt de vorm om vraagtekens te plaatsen bij de dominantie van de auto in onze samenleving. Het openingsbeeld van Rumble strip (Attentiebelijning – naar de geribbelde strepen op het wegdek om automobilisten snelheid te laten verminderen) zet al meteen de toon: een concertvleugel die aan een touwtje bungelt boven de openbare weg. Zou je die op je hoofd willen hebben? Natuurlijk niet. Waarom vind je het dan wel een acceptabel risico dat je de publieke ruimte dag in dag uit deelt met automobilisten? Zou je dan niet op zijn minst verlangen dat die automobilisten hun potentieel dodelijke voertuig met maximale concentratie besturen – zonder tegelijkertijd een radiozender te zoeken, mentaal een komende bespreking voor te bereiden, of een telefoongesprek te voeren? Het zijn Retorische Vragen met een hoofdletter. Phoenix stelt ze om zijn lezers zo hard mogelijk met hun neus op de feiten te drukken. De Britse auteur maakt zijn punt met staccato zinnen en harde zwart-witcontrasten, waardoor zijn stripessay – want dat is Rumble strip – meer dan eens doet denken aan het grimmige Sin city van Frank Miller. Niet subtiel. Natuurlijk is elke verkeersdode er één te veel. Natuurlijk wordt niemand lyrisch van uitgestrekte asfaltvlaktes. En wie kent mensen die wel eens onder een concertvleugel terecht zouden willen komen? Daar staan echter rake observaties tegenover. Bijvoorbeeld

originele uitgangspunt is Wisher toch een veelbelovende nieuwe reeks. Scenarist Sébastien Latour (die eerder het weinig opvallende Ellis maakte) zet een verhaallijn op met veel leuke personages, die qua vaart niet onderdoet voor de eerder genoemde comic-hit. Maar het geheel wordt vooral gedragen door het gelikte tekenwerk van de Italiaan Giulio de Vita (die eerder al opviel met James Healer). Wisher is een perfecte bubblegum-strip: een half uurtje lekker en daarna spuug je hem weer uit voor de volgende smaakvolle luchtbel.  Hans van Soest over de beperkte aansprakelijkheid van (Britse) automobilisten die de fout ingaan. Over de autovoorruit als afstand scheppend breedbeeldscherm. Of over de roekeloze nonchalance van veel taxichauffeurs en andere professionele weggebruikers. Uiteindelijk is het de beeldtaal van Rumble strip die het meest blijft hangen. De honderden plaatjes van asfalt, wegmarkeringen, stoplichten en parkeerplaatsen. Dat zijn beelden die we allemaal kennen. We zien ze elke dag als voetganger, fietser of automobilist. Ze lijken zo vanzelfsprekend. Maar wat zeggen ze over ons dagelijks leven? Is dat een vraag die we onszelf wel genoeg stellen? Op de evenwichtigheid van Phoenix’ stripessay valt het een en ander af te dingen. Een historische dimensie – hoe kon de auto in de loop van de jaren uitgroeien tot heilige koe? – was absoluut een meerwaarde geweest. Toch zou je, met schrijver Jon McGregor op de achterflap, willen dat iedere nieuwbakken automobilist bij de uitreiking van zijn of haar rijbewijs een exemplaar van Rumble strip cadeau kreeg.  Toon Dohmen

13


Laatste Oordeel Strak in het vel en verrassend origineel Beestjes 1: Wat hebben we het lekker (Schwantz) Uitg.: Oog & Blik; 61 pl.; zwart-wit; slappe kaft; € 6,95

Aan het einde van de vorige eeuw stierven de laatste grote stripbladen uit. Er leek geen markt meer te zijn. Daarmee kwam een ruw eind aan een belangrijk podium voor beginnende en zich ontwikkelende stripmakers. Bovendien werden ook de mogelijkheden om als debutant coaching en begeleiding te krijgen een stuk beperkter. Het lange baanwerk bleef daarbij verder voorbehouden aan de grote jongens die zich in de decennia ervoor reeds technisch, inhoudelijk en commercieel

Kracht in eenvoud Birma (Guy Delisle) Uitg.: Oog & Blik; 263 pl.; zwart-wit; slappe kaft; € 24,95

De initiatiefnemers en stuwende krachten achter de Franse uitgeverij L’Assocation zijn van grote invloed geweest op een hele generatie Franse stripmakers. Kenmerkend voor hun werk is vaak de eenvoudige of ruwe vormgeving van hun strips. Oppervlakkig gezien lijkt het alsof voor het tekenwerk weinig talent of technische vaardigheid nodig is, omdat alles draait om de vertelling. Het tegendeel is waar. De schijnbaar simpele of onbehouwen tekenstijl is een bewuste keuze om de vertelling zowel kracht als diepte te geven. Een mooi voorbeeld is de stripdocumentaire Birma van Guy Delisle. De Canadese stripmaker is nogal een nomade. Zit hij niet voor zijn eigen werk in het buitenland (zoals hij vertelde in zijn vorige, niet-vertaalde albums Shenzhen en Pyong Yang), dan vergezelt hij zijn vrouw die werkt voor hulporganisatie Artsen zonder grenzen. Zij wordt uitgezonden naar Birma en het jonge gezin (ook de peuter Louis gaat mee) vertrekt voor een jaar. In meer dan 260 platen geeft Delisle een beeld van zijn ervaringen gedurende die periode. Op knappe wijze weet hij daarbij de kleine belevenissen van een personage in een wildvreemde omgeving te vervlechten met observaties over de omgeving en de cultuur. Er zit een fraaie, onnadrukkelijke opbouw

14

bewezen hadden. Het tijdperk van de gagstrip brak aan. De gratis kranten schoten de grond uit en zij wilden alleen korte, lichtverteerbare strookstrips voor weinig geld. Veelal stond een ijzeren regelmaat hoger op het wensenlijstje van de opdrachtgever dan een leuke gag of een interessant gegeven. Er is dan ook heel wat bagger gepubliceerd. Maar wat goed is, komt altijd boven. En wat goed is, noemt zich bijvoorbeeld Schwantz. Zijn strip Beestjes verschijnt dagelijks in dagblad Spits en is nu gebundeld. Schwantz is de nieuwe Windig & De Jong, maar dan leuker en een stuk minder lamzakkig. Het grote probleem met het illustere stripduo was, dat ze vergaten dat Heinz een dagstrip was en dat er dus elke dag een clou, punchline of eindgrap moest zijn. Schwantz heeft ademloos gekeken naar wat het tweetal allemaal vermocht en deed het daarna zelf een stuk beter. Zijn tekenstijl lijkt sterk op die van Windig & De Jong, maar is nog grafischer. Waarin Schwantz zijn idolen duidelijk overvleugelt, is de kwaliteit van de grappen. Zijn anarchisme zit niet in de karakters van zijn personages, maar in de situaties waarin ze door de maker worden geplaatst. Schwantz belicht de problemen van rokende vissen, de culinaire smaak van strontvliegen en fluitende vogels die wegwerker zijn. Het knappe van Schwantz is dat hij met op zich uitgemolken gegevens (chagrijnige funny animals) toch nog iets volstrekt origineels weet te maken. In het cliché kan de werkelijke creativiteit zich manifesteren. Beestjes zit strak in het vel, maar is vooral verfrissend origineel.  Jef Nieuwenhuis in het verhaal. Aanvankelijk gaan de korte hoofdstukken over de dagelijkse ongemakken van het leven in een ontwikkelingsland. Terwijl zijn vrouw de provincie in is, worstelt Delisle met de haperende airconditioning en de gebrekkige aanvoer van verse melk. Zijn wereld beperkt zich aanvankelijk tot de collega’s van zijn vrouw en de inlandse oppasser die hij niet verstaat en niet begrijpt. Ongemerkt verschuift het perspectief. Steeds minder wordt Delisle toerist. Dagelijks wordt hij geconfronteerd met de beperkende en beklemmende maatregelen van het dictatoriale bewind in Birma. En steeds meer raakt hij persoonlijke betrokken bij Birmezen die onder dit bewind hun weg moeten zien te vinden. Op een gegeven moment brengt hij ongewild deelnemers aan een animatiecursus die hij geeft, in gevaar. In de nasleep daarvan ervaart hij de beklemming en angst die de bevolking dagelijks voelt aan den lijve. Bijna ongemerkt is hij van toeschouwer deelnemer geworden en sleept daarin de lezer zo ver mogelijk mee. Zijn heldere, eenvoudige vormgeving houdt de blik scherp. Daardoor blijven ook kleine details veelzeggend en dragen ze bij aan de toenemende beklemming. Aan het eind, als Delisle met zijn vrouw mee gaat op werkbezoek, wordt de toon van het verhaal iets te belerend. Het is een kleine smet op een verder vlekkeloos album.  Jef Nieuwenhuis


Laatste Oordeel Misdaad in Zuid-Frankrijk Garrigue 1: Niemand is veilig voor een ontmoeting die slecht uitpakt (Olivier Berlion & Eric Corbeyran) Uitg. Dargaud; 48 pl.; kleur; slappe kaft; € 7,95

Olivier Berlion geniet in de lage landen weinig bekendheid. Zijn series Stadsvertellingen en Tony Corso kregen weinig aandacht. En dat is eigenlijk niet terecht. Des te verheugender is het dat uitgeverij Dargaud het na het voortijdig stopzetten van de reeks Tony Corso opnieuw probeert met Garrigue. Berlion begon zijn carrière als stripmaker met de humoristische kinderreeks Le cadet des Soupetard die hij evenals Garrigue samen met Eric Corbeyran maakte. Daarna gooide hij het roer om en maakte voor verschillende uitgevers enkele thrillers in een realistische stijl, waarvan Stadsvertellingen bij Talent in vertaling verscheen. Garrigue is beter vergelijkbaar met deze reeks dan met het voor zijn doen nogal luchtige Tony Corso. Het uitgangspunt van het verhaal is intrigerend. Net als Stadsvertellingen speelt ook Garrigue zich af in Zuid-Frankrijk (dat zal Frankrijkkenners gezien de titel niet verbazen) Twee mannen komen elkaar daar toevallig tegen. Voor een van hen is dat nogal een verrassing, want hij herkent een man die hij ooit zelf heeft vermoord. Hij vlucht in paniek, maar wordt op zijn beurt vermoord door de man die hij dood waande. Het is een intrigerend begin van een verhaal dat vervolgens een sprong van tien jaar in de tijd maakt. De voormalige politieagent Martial ontdekt in de kelder van een overleden vriend de papieren van een hem onbekende man. Daarmee

Zeker Lezen Virtuoos debuut herdrukt Metamorfoses (François Schuiten & Claude Renard) Uitg. Casterman; 158 pl.; kleur; harde kaft; € 22,00

Voordat François Schuiten begon aan een jarenlange samenwerking met Benoit Peeters (waarmee hij De duistere Steden maakt) had hij al een aantal albums op zijn naam staan die verschenen bij Arboris. Hij debuteerde in 1981 met De medianen van Cymbiola. Deze uitgave maakte hij samen met Claude Renard, zijn leraar aan Atelier R., de stripopleiding van de Brusselse kunstacademie die in de jaren ’70 en ’80 een hele generatie striptekenaars voortbracht die nu tot de internationale top behoren, zoals Andreas en Berthet. Hier ontstond het idee om samen te werken aan een stripalbum, waarbij Schuiten en Renard samen alle stadia van de ontwikkeling van een strip zouden onderzoeken. Om hun individuele stijlen optimaal met elkaar te laten versmelten, kozen ze ervoor om de strip in potlood uit te werken. Het eindresultaat werd op die manier een echt gezamenlijk product. Na De medianen van Cymbiola maakten Schuiten en Renard samen nog een verhaal: De rail. Beide afzonderlijke albums zijn al lang niet meer te vinden in de winkel, maar zijn nu gebundeld in een fraai vormgegeven heruitgave onder de titel Metamorfoses. In de twee sciencefictionverhalen is een van Schuitens hoofdthema’s al te herkennen die later ook in De Duistere steden terugkeert: wanneer je de wetenschap niet goed beheerst, kan dat leiden tot grote ellende. In De medianen van Cymbiola gaat een expeditie op zoek naar het kruispunt van de lijnen (medianen) die de steden van Cymbiola met elkaar verbinden. De wetenschappers veroorzaken daarmee een dramatische reactie. In De rail reist vakbondsman

komt een zwendel uit het verleden aan het licht, waarbij behalve Martial en zijn overleden vriend nog twee anderen betrokken waren. Berlion en Corbeyran vertellen in twee delen (het tweede moet nog verschijnen) een complex maar helder opgebouwd misdaadverhaal over gewone mensen. Vooral de prachtige inkleuring van hun strip springt eruit. Garrigue ademt in alles de sfeer uit van het zuiden van Frankrijk.  Hans Pols

William David in zijn luxe voertuig over een soort rail naar huis. Het voertuig komt in the middle of nowhere tot stilstand en David moet zichzelf zien te redden tot er hulp komt opdagen. Het tekenwerk in beide verhalen is bijna dertig jaar later nog altijd een lust voor het oog en De medianen van Cymbiola is voor een debuut nog altijd verrassend volwassen. De soms paginagrote en gedetailleerde tekeningen doen soms denken aan die van Gal of Andreas. Schuiten en Renard hebben zich in Metamorfoses uitgeleefd in grafische en verhaaltechnische experimenten. Dat pakt vaak goed uit, maar komt niet altijd de leesbaarheid ten goede. Beide strips hebben bijvoorbeeld een nogal raadselachtig intermezzo en een epiloog die zich maar moeilijk laten verbinden met de rest van het verhaal. Niettemin zijn het mijlpalen in de geschiedenis van de volwassenenstrip, die in elke stripcollectie thuishoren. Wie ze nog niet heeft, moet deze herdruk zeker aanschaffen. Je krijgt er als extraatje bovendien Expres bij, een acht platen tellend verhaal dat oorspronkelijk verscheen als portfolio in 1981.  Hans Pols

15


Prikbord Samenwerking Sokal en Schuiten Aquarica is de titel van een avondvullende tekenfilm waar Benoît Sokal (Inspecteur Canardo) en François Schuiten (Duistere steden) samen aan werken. De film moet eind dit jaar al klaar zijn. Het verhaal gaat over een vissersdorp waar op een dag een geheimzinnige boot opduikt, opgebouwd uit wrakstukken van vergane schepen. De geheimzinnige passagier van de boot vertelt de dorpsbewoners van haar volk dat in nederzettingen woont op de rug van enorme walvissen. Een aantal vissers vaart uit om jacht te gaan maken op die mythische dieren. Behalve een film staat er ook een computerspel van Aquarica gepland. Voor een eerste sfeerimpressie van Sokals en Schuitens werk, zie de site van de producent: www.whitebirdsproductions.com.  HvS

Brücken en Trunk) gaan werken aan een aparte reeks, die zich ook in het Pandarveuniversum afspeelt. Onduidelijk is nog wie de inkleuring gaat verzorgen. Gedacht word aan een buitenlandse studio. Werktitel: De Banneling van Thoem. De strip moet volgend voorjaar verschijnen. Voor die tijd ligt het volgende album van het eerste team in de winkels: De bronnen van Marduk.  HvS

Veel meer Watchmen Watchmen staat onveranderd hoog in de lijstjes beste strips aller tijden. Dave Gibbons’ en Alan Moores afrekening met het superheldendom krijgt dit najaar een staartje. Dan verschijnt Watching the Watchmen: een rijk geïllustreerd boek waarin tekenaar Gibbons

Lanfeust van Troy, verscheen bij uitgeverij Soleil het interviewboek Entretiens avec Arleston, le voyageur de Troy. Thierry Bellefroid legt de schepper van het universum op de sofa over onder meer zijn jeugd, zijn carrière en zijn werk. Daarnaast blijven er natuurlijk ook gewoon nieuwe delen van de strip verschijnen. Van de hoofdserie Lanfeust van de sterren (het vervolg op de eerste reeks Lanfeust van Troy) verschijnt dit najaar in het Frans het achtste deel. En na de spin-offs Trollen van Troy, Kids van Troy en De veroveraars van Troy (bent u daar nog?) heeft Scotch Arleston weer iets nieuws verzonnen. In december verschijnt het eerste deel van weer een nieuwe subserie: Légendes de Troy - Tykko des sables. Het tekenwerk is van Nicolas Keramidas, die eerder werkte aan de serie Luuna.  HvS

Op de kaart

Retro Eppo

Met zijn opzienbarende Essex County-drieluik heeft Jeff Lemire zichzelf stevig op de kaart gezet. Terwijl de liefhebbers uitkijken naar het derde, afsluitende deel deze herfst, kondigt de Amerikaan in Publishers Weekly alvast zijn nieuwe project aan. De strip gaat The nobody heten en is losjes geïnspireerd op H.G. Wells’ literaire klassieker The invisible man. Het boek zal volgend jaar verschijnen bij de Amerikaanse uitgever DC Vertigo. Diezelfde uitgever zal in 2009 ook een nieuwe strip brengen van Hate-auteur Peter Bagge: Second lives, een zwarte komedie over twee studievrienden die elkaar tien jaar na dato opnieuw tegen het lijf lopen. Meer info: www. jefflemire.com en www.peterbagge.com.  TD

De jaren ’80 zijn weer helemaal in. Zo ook het belangrijkste stripblad uit die periode, binnenkort althans: Eppo. Vanaf januari komt uitgever Rob van Bavel met een herstart van het tijdschrift. Dit keer tweewekelijks en in elk geval vijfentwintig nummers lang. In het blad komen nieuwe verhalen van Storm, Franka, Agent 327, De partners en werk van onder anderen Jean-Marc van Tol, Gerard Leever, Toon van Driel en (jawel) Eppo-tekenaar Uco Egmond. Een jaarabonnement kost 99 euro (of € 24,75 per kwartaal) en kun je afsluiten via: www.eppostripblad.nl.  HvS

Dr. Manhattan uit de film Watchmen

twintig jaar na dato nog eens uitgebreid terugblikt op de ontstaansgeschiedenis van zijn stripklassieker. Te verschijnen in oktober 2008 bij de Britse uitgever Titan Books. Gibbons blikt intussen op internet alvast verrassend positief vooruit naar Zack Snyders Watchmen-verfilming van volgend jaar: Watchmenmovie.com.  TD

Nog veel meer Lanfeust Voor wie maar geen genoeg kan krijgen van het almaar uitdijende universum van

Jeff Lemire

Meer Storm Uitgever Rob van Bavel zinspeelde er vorig jaar al op: behalve het team Martin Lodewijk/ Romano Molenaar/Jorg de Vos gaat er ook ene tweede team aan Storm werken om meer albums van de serie te laten verschijnen. Minck Oosterveer en Willem Ritstier (als duo al bekend van onder andere Zodiac, Claudia

16

Sfar op het witte doek Wat Marjane Satrapi lukte met Persepolis (ze won meerdere prijzen met de animatieversie van haar strip), moet mij ook lukken, zal duizendpoot Joann Sfar gedacht hebben. Momenteel werkt hij aan een tekenfilmversie van De kat van de rabbijn. De film moet ouderwets handwerk worden, dus geen computeranimatie zoals Persepolis. Dat gaat dus nog wel een paar jaar duren. Daarnaast loopt


Prikbord

Sfar volgens de site Toutlecine.com ook met plannen rond om zijn humorstrip Grote vampier te verfilmen. Eerder werd het ‘vervolg’ van die reeks, Kleine vampier, al omgewerkt tot een tekenfilmserie voor de tv-markt.  HvS

Nieuwe Teng Paul Teng is na het afronden van De oneven orde alweer druk bezig met zijn volgende project: De telescoop, een 87-pagina’s dikke pil op scenario van Jean van Hamme. „Het wordt een komisch verhaal, weer eens iets heel ander voor mij,” vertelt hij. Van Hamme schreef het verhaal oorspronkelijk als scenario voor een televisiefilm, maar dat werd niets. Toen het daarna als boek werd uitgegeven, werd het ook geen succes. Nu probeert Van Hamme het dus als strip. En gezien het succes van zijn vorige albums, zullen er meer van verkocht worden dan de 20.000 die er van Tengs De oneven orde werden afgezet. „Het verhaal gaat over vijf oude mannen wier

Agenda Evenementen Op 16 augustus vindt in Kampen weer het plaatselijke stripspektakel plaats. Van 10 tot 17 uur staan op de Oudestraat en het Van Heutszplein zo’n honderd kraampjes met handelaren en stripauteurs, waaronder Luc Morjaeu en Daan Jippes. Zie ook: www.steck.nl. In het weekeinde van 30 en 31 augustus wordt in Valkenswaard het traditionele Brabants Stripspektakel gehouden. Voor 3,50 euro mag iedereen naar binnen (jonge kinderen 2 euro). Er is een striptas voor de vroege bezoekers en het parkeren is gratis. Er is een ruilbeurs en een veiling. Voor de signerende tekenaars, zie www. stripspektakel.nl. De Stripdagen Houten worden dit jaar georganiseerd voor 27 en 28 september. De deuren van het Euretco Expo Center (we kunnen maar niet wennen aan die naam) zijn open van

leven totaal op hun kop komt te staan wanneer zij de gunst van een jonge dame proberen te kopen. Ik moet mijn werk volgend jaar juli inleveren, dan moet het eind 2009 in de winkels liggen.” De telescoop verschijnt bij uitgeverij Casterman. Zij kwamen bij Teng terecht na zijn eerdere reeksen Shane en De oneven orde die bij Le Lombard verschenen. „Ik ben de enige Nederlander die voor de Franse markt werkt. Dat is af en toe wel lastig, omdat je nu eenmaal ver van iedereen af zit. Maar als ze je eenmaal kennen, weten ze je toch te vinden. Gelukkig.”  HvS

Giardino’s plannen In het Frans is het vijfde deel van Max Fridman, Sin illusion, inmiddels alweer een tijdje uit. De Nederlandse vertaling van het afsluitende deel van de trilogie over de Spaanse burgeroorlog laat nog even op zich wachten. Maker Vittorio Giardino is inmiddels bezig aan het derde en afsluitende deel 10 tot 17 uur. Toegang is 8 euro. Daarvoor mag je behalve naar de uitreiking van de jaarlijkse stripschapprijzen ook jagen op een handtekening van een van de aanwezige auteurs. Wie er allemaal zijn? Zie: www.stripdagen.nl. ’t Vlaams Stripcentrum in Wilrijk houdt op 4 en 5 oktober een opendeurweekend met stripmarkt. Zie voor de activiteiten: www. vlaamsstripcentrum.be.

Exposities In het Nederlands stripmuseum loopt nog t/m 15 augustus de tentoonstelling Met scheve ogen, over China in de Nederlandse en Belgische strip. Ook loopt nog tot eind dit jaar de tentoonstelling over Jan Kruis’ Woutertje Pieterse. Zie ook: www.nederlandsstripmuseum.nl In het Belgisch Centrum voor het Beeldverhaal is nog t/m 7 september werk te zien van André Osi die een stripbiografie over

van Jonas Fink, de serie over het Praag ten tijde van de communistische overheersing die hij elf jaar geleden onaf liet liggen. „Destijds begon ik aan Jonas Fink doordat ik geïnspireerd was door de val van de Muur,” vertelt hij aan Actuabd.com. „In de tussentijd greep een andere historische gebeurtenis me aan: de burgeroorlog in Joegoslavië. Dat appelleerde bij mij aan de Spaanse burgeroorlog die zo nodig nog bloederiger was. Ik moest daar gewoon iets mee doen, ook al wist ik dat ik daar jaren mee zoet zou zijn.” Overigens wil Giardino daarna weer verder met een nieuw verhaal over Max Fridman. Hij speelt met een aantal verschillende ideeën: Fridman in het Palestina van vlak voor de stichting van de staat Israël, Fridman in Giardino’s woonplaats Bologna dat aan het eind van de Tweede Wereldoorlog wordt ontzet door de Polen of… Fridman in Nederland tijdens de bezetting door de nazi’s.  HvS Napoleon maakte en t/m 16 november loopt de expositie 50 jaar Smurfen. Meer info: www. stripmuseum.be. Nog t/m 31 augustus in het Persmuseum te Amsterdam: een overzichtstentoonstelling van het werk van cartoonist Willem. www.persmuseum.nl. De expositie Picha met werk van negentien Afrikaanse stripmakers loopt nog t/m 31 augustus in het Afrika Museum te Berg en Dal. Zie: www.picha.nl.

Diversen Stripwinkel Mekanik in Antwerpen organiseert deze zomer weer de wedstrijd What’s your excuse: een stripwedstrijd voor beginnende tekenaars. Het thema is dit keer: 25 (Wat 25? Dat is aan jou). Meedoen kan tot 10 september. De beste inzendingen worden tentoongesteld van 20 september tot 19 oktober. Zie voor alle voorwaarden: www.mekanik-strip.be.

17


Stripvoorspelling Dit overzicht van te verschijnen strips is gebaseerd op door de uitgevers aangeleverde informatie. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee het wordt samengesteld, komt het regelmatig voor dat de boeken in werkelijkheid pas later verschijnen. Houd voor de meest actuele informatie de webstekken van de uitgeverijen in de gaten. Achter elk album staan de prijs (in euro’s) en de uitvoering (slappe kaft/harde kaft) vermeld. Het cursieve commentaar is van de ZozoLalaredactie. Aanvullingen zijn van harte welkom op stripvoorspelling@zozolala.com.

(Moers) 29,95; hk. Nieuwe geïllustreerde roman van de maker van Adolf en de hedendaagse klassiekers De 13½ levens van Kap’tein Blauwbeer en De stad van de dromende boeken.

Bakermat Geronimo Stilton - Een reis door de tijd 3: Ontvoering in het Colosseum (De Pretto/ Crippa/Onnis) Aanvulling in stripvorm op de

succesvolle serie jeugdboeken.

Beedee — www.beedee.nl

Te verschijnen in augustus en september 2008

De gesel gods 6: Exit (Gajic/Mangin) 9,95/14,95; sk/hk. Uit de nalatenschap van

Arboris — www.arboris.nl

De laatste Trojaan 3: De lotuseters (Demarez/Mangin) 9,95/14,95; sk/hk. Olga vertelt geen sprookjes (Laan) 14,95; sk. Ratafia 3: De onmogelijkheid van een eiland (Salsedo/Pothier) 9,95; sk. Vrij naar

666 8: Civis pacem parabellum (Tacito/ Froideval) 7,50; sk. Durango 11: Colorado (Swolfs) 7,50/14,95; sk/ hk. Koblenz 4: M voor anarchie (Robin) 7,50; sk. Slot van het vierluik. Zie ZozoLala 147 voor

Michel Houellebecq. Maar dan met maffe piraten.

een interview met de maker.

Wolf 17: De jonge jaren (Dupré) 9,95; sk.

sk.

Bries — www.bries.be

Konvooi 9: Infiltratie (Buchet/Morvan) 7,50; Konvooi, de jeugdjaren 3: Latizoury (Buchet/Munuera/Morvan) 7,50; sk. Prophet 3: Pater Tenebraum (Lauffray/ Dorison) 7,50/14,95; sk/hk. De regelaar 3: Ophildia (Moreno/Corbeyran) 7,50; sk. Sabels en galjoenen 7: Hersenschimmen (Masbou/Ayroles) 7,50; sk. De leukste avontu-

renstrip van de afgelopen jaren.

Weena 2: De beproeving (Picard/Corbeyran) 7,50; sk.

Arcadia — www.arcadiastrips.be Arcadia archief 3: De musketiers – in opdracht van de koning (Mazel) 19,95; hk. Arcadia archief 4: De ravottersclub – De koningsbende (Tibet) 19,95; hk.

Atlas — www.uitgeverijatlas.nl Rumo & de wonderen in het donker

Niet aangekondigd toch verschenen Aan de waterkant (Van Linthout/Rodolphe) Casterman; 15,95; sk. De Balabomosmaragd (Lax/Westlake) Casterman; 16,95; sk. Bankgeheimen 3.2 (Richelle/Wachs) Glénat. Bloednacht (Hyman/Matz/Thompson) Casterman; 16,95; sk. Het boek van andere mensen (Diversen/ Smith) De Bezige Bij; 24,90; hk. De strip rukt

op in de literaire wereld: verhalenbundel met getekende bijdragen van Daniel Clowes en Chris Ware.

Cowboys en de maffia (Severijn) Saga; 7,95. Een pot nat (Beauprez) Verschil; 6,50; sk. Cartoons over de vrouwenliefde. Flor de luna 2 (Stalner/Boiserie) Glénat; sk.

18

Talent. Beedee rondt nu de serie af, net als bij onderstaande titel.

Boerke 4 (De Poortere) 13,00; hk. De Furox 2: Terra Nova (Spruyt) 14,50; hk. Mooi werk van de winnaar van de Focus

Knack stripstrijd.

Casterman — www.casterman.com Achter de schermen van de macht 8: De roofdieren (Richelle) hk. Boro 3: De dame van Berlijn (Veber/Franck/ Vautrin) sk. De duistere steden: De theorie van de zandkorrel 2 (Schuiten/ Peeters) hk. Giuliano Nero 3: De leerling (Mutti/Crippa/ Bussac) Historische personages: Cleopatra (Lenaerts/ Maingoval/ Martin) H.M.S. 4: Het geheim van de Pearl (Roussel/ Roger Seiter) Mister Joe and Willoagby 1: Red bridge (Gamberini/Charles/Maryse) Appie Happie: Bloed Puck (Bruynesteyn) Stripstift; 9,95; sk. Dread MacFarlane 2: De krokodil van de tijd (Poinsot) Saga; 7,95. De hel van Rwanda ’94 (Masioni/Grenier) Xtra; 14,90. Zie Het laatste oordeel. Inspecteur Netjes 1: De Shell-mysteries (Kolk) Stripstift; 9,95; sk. Het kortste eind (Baru/Pelot) Casterman; 15,95; sk. Kroepie en Boelie Boemboem: Paniek in Stripland (Bouden) Nouga; 7,95; sk. Stripparodie van de maker van Flikkerzicht. De man zonder gevoel / De man die het niks doet (Vriends) Oog & Blik; 9,95. In opdracht van de Chronisch Zieken en

Gehandicapten Raad vervaardigt ‘dubbelverhaal’ van de maker van Janjaap.

Neon Genesis Evangelion 3 (Sadamoto)

Shutter island (De Metter/Lehane) Stripbewerking van psychologische thriller

van Denis Lehane door de maker van Emma. Volgend jaar (onder de titel Ashecliffe) verfilmd door Martin Scorcese met o.a. Leonardo DiCaprio en Ben Kingsley in de hoofdrollen. De wandelaar (Taniguchi) Gerechtigheid. Vijftien jaar na dato alsnog een Nederlandse vertaling van Taniguchi’s subtiele stripwandeling.

Daedalus — www.uitgeverijdaedalus.be Angelische code 1: Izaël (Gloris/Bourgoin) 16,95; hk. H.H. Holmes 2: White city (Le Henanff/ Fabuel) 16,95; hk. Kind van het onweer 2: De kruising van de winden (Poli/Bichebois) 16,95; hk. Lincoln 4: Lichamelijke kastijding (Jouvray/ Jouvray) 7,95; sk. Mandalay 2: De ijsjungle (Thirault/Guice) 7,95; sk. Servitude 2: Drekkars (David/Bourgier) 16,95; hk. Thomas Silane 1: Dodelijke flits (Lécossais/ Chanoinat/Buendia) 7,95; sk. Tschaï, de waanzinnige planeet 4: De Wankh 2 (Li-An/Morvan/Vance) 7,95; sk.

Dargaud — www.dargaud.com De jonge jaren van Blueberry 13 (BlancDumont/Corteggiani) sk. Kenya 5: Illusies (Leo) 5,75; sk. Slot van de

serie.

Linkerhanden 3: (Formosa/Corbeyran) 7,95; sk. Mano en Mano (Miralès/Ruiz) 7,95; sk. Van de

tekenaar van Djinn.

Witte tijgerin 5: Het jaar van de feniks (Conrad/Wilbur) 5,75; sk.

Dupuis — www.dupuis.com Alleen 3: De stem van de haai (Gazotti/ Vehlmann) 5,75; sk. De Blauwbloezen 52: Blauwen in de mist (Lambil/Cauvin) 5,75; sk. Ethan Ringler 4: De man die twee keer Glénat; sk. Omnopolis 2: De oneindige bibliotheek (Laine/Geyser) Saga; 7,95. Prefab (Baeken) Xtra; 29,00. Schetsen en vrij

tekenwerk van Serge Baeken.

De prins van de paardekop (Vos) Saturnus; 7,50; sk. Edelpulp van Hendrik-Jan Vos. Fans

van Richard Corben zullen dit zeker willen inkijken.

De redactie 1 (Gremmen) Stripstift; 9,95; sk. Jack Slender 1: De Quark-generator (Vos) Orgcomicart; sk. Het onechte neefje van

Ravian. Edel-sf van H.J. Vos.

SAS 5: Polonium 210 (Mutti/Eden/De Villiers) Glénat. Say hello to Black Jack 11 (Sato) Glénat; sk. Spaanders (De Heij) Xtra; 12,50. De zeemeeuw (De Heij) Xtra; 9,90; sk.  oorgepubliceerd in meidenstripblad Tina. V


Stripvoorspelling

gestorven is (Mezzomo/Filippi) sk. De eeuwige oorlog (Marvano/Haldeman) hk. I ntegrale herdruk van deze sf-klassieker. Tamara 6: Ik zie je! (Darasse/Zidrou) sk.

Glénat — www.glenat.com Battle Angel Alita 4 en 5 (Kishiro) sk. Berserk 4 (Miura) sk. Diamanten 2 (Kölle/Bartoll) sk. DN Angel 5 (Sugisaki) sk. De Fleury-Nadals 3: Benjamin 2 (Hulet/ Giroud) hk. Fruits basket 3 (Takaya) sk. Fsuhigi Yugi 1 (Watanabe) sk. Gals! (Fujii) sk. Jimmy van Dooren – nieuwe avonturen 3: De cruise van de dood (Desorgher/ Despas) Lou 4: Idyllen (Neel) Marmalade boy 2 (Yoshizumi) sk. One piece 4 (Oda) sk. Het protocol van de moordenaar 2: Dodelijke herinnering (Falque/Convard) Reiziger: Toekomst 4 (Stalner/Boisserie) Titeuf 11: De zin van het leven (Zep) sk. Vinci 1: Gebroken engel (Chaillet/Convard) hk.

Futuropolis — www.futuropolis.fr De oorlog van de Sambers – Hugo en Iris 2 (Mezil/Bastide/Yslaire) hk.

Kana — www.mangakana.com/nl Death note 9 (Obata/Ohba) 5,95; sk. Inuyasha 3 (Takahashi) 5,95; sk. Monster 10: Picknick (Urasawa) 7,50; sk. Nana 8 (Yazawa) 5,95; sk.

L — www.uitgeverijl.nl Agent 327 20: Het Oranjecomplot (Lodewijk) 6,90; sk. Aya uit Yopougon 3 (Oubrerie/Abouet) 14,95; hk. Slot van het drieluik. Donjon parade 3: De dag van de pad (Larcenet/Sfar/Trondheim) 9,95; hk. Ode aan Kirihito 1 (Tezuka) 18,95; hk. Start

van vuistdik medisch drama door de maker van Boeddha.

Ythaq 5: De laatste toevlucht (Floch/ Arleston) 7,90/15,90; sk/hk.

Lombard — www.lombard.be Bakemono 2: De erfgenames van Okura (Sala) 5,75; sk. Dokus de leerling 14 (Godi/Zidrou) 5,75; sk.

Kruistocht 2: De Quad’j (Xavier/Dufaux) 7,95; sk. De legende van het wisselkind 1: Het buitenbeentje (Fourquemin/Dubois) Spervuur 4 (Vallès) 5,75; sk. Yakari 34: Nananbozo is terug (Derib/Job) 5,75; sk.

Oog & Blik — www.oogenblik.nl Kiki de Montparnasse (Catel/Bocquet) 29,95; sk. Stripbiografie van Man Rays legendari-

sche model. Vorig jaar in Frankrijk goed voor meerdere stripprijzen. Meteor Slim (Duchazeau) 29,95; hk. Bluesstrip van de maker van Gilgamesj. Mijn hersens zitten scheef (Heatley) hk. S terk autobiografische debuutstrip van David

Heatley.

De overwonnenen (Duchazeau) hk. De onder-

gang van de Inca’s verbeeld in intense penseelstreken door de maker van Gilgamesj.

De plastieken Maria 1 (Rabaté/Prudhomme) hk. Een zoektocht naar de ziel van de Franse

burgerman door de tekenaar van Ibicus en Een tweede jeugd. Afgelopen januari bekroond in Angoulême.

Zwarte wegen 1: Voorspel (David B.) 17,50; hk. Historisch drama over het interbellum

door de maker van Vallende ziekte.

Van Praag — www.uvp.nl Agent Orange 3: De oorlogsjaren van Prins Bernhard 1 (Varekamp/Peet) 15,00/19,95; sk/hk.

Saga — www.sagauitgaven.be Catherine 1 t/m 3 (Bouüaert) 7,95; sk. P sychologisch drieluik over een jonge

Française.

Sherpa — www.sherpa.nu Arman & Ilva 5: Het poppenhuis (Khing/ Hartog van Banda) 29,95; hk. Arq – Eerste cyclus (Andreas) hk. Integrale

herdruk. Eindelijk zijn de eerste delen van deze eigenzinnige sf-reeks weer verkrijgbaar. Storende verhalen 1 (Khing) Herdruk van reeds lang niet meer verkrijgbaar werk.

Silvester — www.silvesterstrips.nl Aaargh… (Aaargh) 8,95; sk. Arctica 1: Tienduizend jaar onder het ijs (Kovacevic/Pecqueur) 14,95; hk.

Boven de wolken 1: Het duel (Hugault/ Hautière) 14,95; hk. Eugène 4 (Barreveld) 7,50; sk. Golden city 7: De verloren kinderen (Malfin/Pecqueur) 14,95; hk. Hara kiwi 4 (Lectrr) 8,95; sk. De Havik 7: Eerste ontmoeting – dossier editie 2 (Pellerin) 5,50; sk. Skydoll 1 t/m 3 (Barbucci/Canepa) 14,95; hk. Sophia 2: Elementaire chaos (Vincentiis/ Visavi) 14,95; hk. De verborgen geschiedenis 11: Nadja (Kordey/Pécau) 14,95; hk. Zeven 4: Zeven zendelingen (Critone/ Ayroles) 14,95; hk.

Standaard — www.standaard.com Bakelandt 26 (Leemans) sk. Black Bank 1: Business clan (Sauvé/Tackian) sk. En daarmee basta 8: Jump, Josephina, jump! (Bouden/Swerts/Vanas) sk. Familie Doorzon 31: Viva Vinex (De Jager) sk. FC de Kampioenen 54: De rally van tante Eulalie (Leemans) sk. De geverniste vernepelingskes 5: (Bosschaert/Urbanus) sk. Jump 3 (Chambré) sk. Kiekeboe 118: Kort en bondig (Merho) sk. Plankgas en Plastronneke 6: (Stallaert/ Urbanus) sk. De rode ridder 219: De zwaardbroeders (Claus/Lodewijk) sk. Shuriken school 1: De nacht van de draak (Studio Xilam) sk. De Smurfen 27: Het boek dat alles weet (Jost/Garray/Culiford) sk. Suske en Wiske 301: De dartele draak (Morjeau/Van Gucht) sk. Urbanus 130 (Linthout/Urbanus) sk.

Uno Mundo wereldstrips In het buitenland verschijnen stapels prachtige strips die ons taalgebied nauwelijks bereiken. Kwaliteit kent echter geen grenzen. Daarom hieronder een selectie van de meest opvallende buitenlandse titels van de laatste twee maanden. De prijzen in euro’s vallen bij importtitels doorgaans wat hoger uit.

Tekstloos Art (Avril) A. Beaulet; 18,00; sk. Vrij werk van de

fijnzinnige École Pigalle-auteur. 19


Stripvoorspelling Intermezzo (Miki) IMHO; 10,95; sk. Tekstloze

gags van Japanner Tori Miki.

Les bandes dessinées L’arleri (Baudoin) Gallimard; 16,00; hk. Baudoin

keert – uitgegeven door zijn vroege bewonderaar Joann Sfar – terug naar zijn oude onderwerp (Het portret): de relatie tussen schilder en model.

D’Artagnan. Journal d’un cadet (Juncker) Treize Etrange; 35,00; hk. Eigentijdse bewer-

king van Dumas’ De drie musketiers.

La cellule (Long/Costes) Casterman; 12,75; hk. Psychologische thriller over een Parijs’ stelle-

tje waarvan de vrouw opeens verdwijnt.

Chasseur déprimé 1 (Moebius) Stardom; 18,00; sk. De jonge jaren van Majoor Fataal. Hic sunt leones (Coché) Fremok.org; 17,00; hk. Eigenzinnige reisstrips van de maker van

Hortus Sanitatus.

Les images volées (Van Hasselt/Lauzon) Fremok.org; 22,00; hk. Voyeurisme onder de

loep van een van de smaakmakende FRMKauteurs. Eerder deze zomer verscheen van dezelfde auteurs bij dezelfde uitgever Heureux alright, een stripbewerking van een dansvoorstelling (!) van choreografe Karine Ponties.

King David (Ozanam/Singelin) Casterman; 13,75; hk. Het verhaal van David en Goliath

verteld tegen het decor van een metropool à la Fritz Lang. Debuut van twee Franse twintigers.

Manuel (Manuel) L’Association; 13,30; sk.  evangen door de bladspiegel. Bizarre ‘vierG

kante’ avonturen van de eigenzinnige ‘alternative CHAOS’-auteur. Later deze zomer verschijnt bij dezelfde uitgever het al even vierkante Invasion ‘A’ – nog iets later gevolgd door Plan ‘B’.

Monsieur Pixel (Beck) L’Employé du moi; 16,00; sk. Etienne Beck groeide op met een

joystick in de hand. Nu maakt hij korte impro strips in grove pixels.

Objets du XXème siècle (Stanislas) L’Association; 6,00; sk. Mini-encyclopedie van

de 20e eeuw in klare lijn van de auteur van De avonturen van Hergé.

E.A. Poe (Diversen) Ed. Asteure; 14,00; sk. Zeven jonge Franse stripmakers tonen hun

visie op de fantastische verhalen van de meester (1809-1849).

Premières fois (Diversen/Sybilline) Delcourt; 14,95; hk. Korte erotische verhalen van de

hand van een jonge Parijse redactrice van

uitgeverij Delcourt, getekend door o.a. Dave McKean, Cyril Pedrosa en Olivier Vatine.

Spermanga (Bolino) L’Association; 35,00; sk. Onverbloemde

stripgrafiek van de cultauteur van Le Dernier Cri.

Comix Abandoned cars (Lane) Fantagraphics; $ 22.95; hk. Existentiële pulpstrips van debu-

tant Tim Lane.

Against pain (Regé) Drawn & Quarterly; $ 24.95; hk. Korte verhalen van de maker van

Skipper bee bye.

The amazing remarkable Monsieur Leotard (Campbell/Best) First Second; $ 16.95; sk. Magisch-realistisch verhaal over

een acrobaat door Eddie Campbell.

The art of Tony Millionaire (Millionaire) Dark Horse; $ 39.95; hk. Krachtvoer voor de liefheb-

bers van Sock Monkey en Billy Hazelnuts.

Comic art now (Diversen/Skinn) Collins Design; $ 29.95; hk. Koffietafelbloemlezing

van hedendaags anglofoon striptekentalent. Samengesteld door de Britse stripkenner Dez Skinn.

Comic book tattoo (Diversen) Image; $ 29.99; sk. Verstripte nummers van Tori Amos door

o.a. Ted McKeever, Leah Moore en Dame Darcy.

The complete Jack survives (Moriarty) Buenaventura Press; $ 29.95; hk. Bundel van

Jack Moriarty’s eigenzinnige strip uit Raw.

Dilbert 2.0: 20 years of Dilbert (Adams) Andrews McMeel; $ 85.00; hk. Integraal terugblikken op twee decennia

computernerddom.

Tamara Drewe (Simmonds) Jonathan Cape; £ 16.99; hk. Stripbewerking van Thomas

Hardy’s ‘Far from the maddening crowd’ door de gelauwerde maakster van Gemma Bovery. Voorgepubliceerd in The Guardian.

Echo 1: Silver rain (Moore) Abstract Studio; $ 15.95; sk. Psychologische strip van de maker

van Strangers in paradise.

Faker (Jock/Carey) DC Vertigo; $ 9.99; sk. Weet

jij echt wie er in de studentenkamer naast jou woont? Psychologische thriller. Freddie & me. A coming-ofage (Bohemian) rhapsody (Dawson) Bloomsbury; $ 19.99; sk. Eerder

Me & Freddie. Schotse Amerikaan Mike Dawson hangt zijn autobiostrip op aan zijn 20

fascinatie voor Freddie Mercury.

Ghost world. The special edition (Clowes) Fantagraphics; $ 39.99; hk. Voor de liefheb-

bers: uitgebreide herdruk van Daniel Clowes’ verfilmde bestseller.

Jamilti & other stories (Modan) Drawn & Quarterly; $ 19.95; hk. Korte verhalen van

de maakster van Vermist (zie elders in deze ZozoLala).

Jews & American comics. An illustrated history of an American art form (Diversen/Buhle) New Press; $ 29.95; hk. Superhelden en schlemielen voor gevorder-

den. Uitgeversnachtmerrie: in september verschijnt over hetzelfde onderwerp bij de Jewish Publication Society of America ‘From Krakow to Krypton. Jews & comic books’ van Arie Kaplan ($ 25.00). Local (Wood/Kelly) Oni Press; $ 29.99; hk. Slice of life-strip van de schrijver van DMZ. Zie Localthecomic.blogspot.com. M (Muth/Lang) Harry N. Abrams; $ 24.95; hk. S feervol geaquarelleerde bewerking van Fritz

Langs filmklassieker (begin jaren ’90 als losse comics verschenen).

Manga sutra 1 (Aki) TokyoPop; $ 19.99; sk.  uistdikke ‘zelfhulpmanga’ over De Daad. V The night of your life (Reklaw) Dark Horse; $ 15.95; hk. Jesse Reklaw verstript andermans

dromen tot prikkelende one pagers.

Nothing nice to say (Clem) Dark Horse; $ 12.95; sk. Punkgags. The savage (Almond/McKean) Walker Books; £ 7.99; hk. Na ‘Slow chocolate autopsy’ van

McKean en Iain Sinclair en de getekende bijdragen van Chris Ware en Daniel Clowes aan ‘Het boek van andere mensen’ nu opnieuw een mengvorm van strips en literatuur: Dave McKean tekent enkele striphoofdstukken in het verhaal van schrijver David Almond. Wanneer volgt de eerste Nederlandstalige hybride striproman?

What it is (Barry) Drawn & Quarterly; $ 24.95; hk. Collagestrip over het menselijk geheugen

door de maakster van One hundred demons.

Profile for Stichting Zet.El

ZozoLala 161  

Bevat naast de gebruikelijke rubrieken interviews met Jacques de Loustal (Besame mucho, De gebroeders Adamov), Lucien de Gieter (Papyrus) en...

ZozoLala 161  

Bevat naast de gebruikelijke rubrieken interviews met Jacques de Loustal (Besame mucho, De gebroeders Adamov), Lucien de Gieter (Papyrus) en...

Profile for zetel
Advertisement