Occupation: Soldier - Ad van Denderen / Arnon Grunberg

Page 1

occupation Ad van Denderen Arnon Grunberg

soldier



occupation

soldier

NRC Boeken

Paradox



‘Ik zweer trouw aan de koningin, gehoorzaamheid aan de wetten en onderwerping aan de krijgstucht. Zowaarlijk helpe mij God Almachtig.’

‘I swear loyalty to the queen, allegiance to the law and submission to military discipline. So help me God.’



‘Ik beloof trouw aan de koningin, gehoorzaamheid aan de wetten en onderwerping aan de krijgstucht. In naam van Allah, de Barmhartige Erbarmer. Hij is mijn getuige dat ik dit beloof’

‘I pledge loyalty to the queen, allegiance to the law and submission to military discipline. In the name of Allah, the merciful and compassionate. He is my witness to this pledge.’



‘Ik beloof trouw aan de koningin, gehoorzaamheid aan de wetten en onderwerping aan de krijgstucht. Dat beloof ik.’

‘I pledge loyalty to the queen, allegiance to the law and submission to military discipline. This I pledge.’


Omslag

Cover

J.J.A. Capelle. Registratie van de nieuwe lichting voor de Luchtmobiele Brigade. Oranjekazerne, Schaarsbergen 27.10.2008

J.J.A. Capelle. Registration of the new recruits for the Airborne Brigade. Oranje Barracks, Schaarsbergen, The Netherlands 27.10.2008

Pagina 11

Page 11

Éénmansuitrusting voor uitzending naar Uruzgan. Centraal Kledingmagazijn, Utrecht 19.11.2008

Soldier’s kit for deployment to Uruzgan. Central Clothing Depot, Utrecht, The Netherlands 19.11.2008

10


11



Arnon Grunberg

opeens staat de deur open De dystopie Heerlijke nieuwe wereld van Aldous Huxley stelt de hedendaagse lezer voor onverwachte problemen. Hoe afschrikwekkend is de civilisatie eigenlijk die Huxley de lezer voorschotelt als toekomstbeeld? Zitten er ook niet aangename en verleidelijke kanten aan? Huxley voert Mustafa Mond op, die namens de beschaving spreekt: ‘De civilisatie heeft niet de minste behoefte aan adeldom of heldendom. Dat zijn symptomen van ondoelmatige politiek. In een behoorlijk georganiseerde maatschappij zoals de onze komt niemand in de gelegenheid om edel of heldhaftig te zijn. De omstandigheden moeten buitengewoon instabiel zijn eer de gelegenheid zich zal voordoen. Waar oorlogen zijn, waar verdeelde loyaliteiten zijn, waar verleidingen weerstaan moeten worden, waar gevochten moet worden om liefdesobjecten te winnen of te verdedigen – daar hebben adeldom en heldendom uiteraard wel zin. Maar er zijn tegenwoordig geen oorlogen meer. Er wordt met grote zorg naar gestreefd te voor­komen dat je te veel van iemand gaat houden. Verdeelde loyaliteiten bestaan al helemaal niet; je wordt zo geconditioneerd dat je niet anders kunt doen dan wat je behoort te doen. En wat je behoort te doen is over het geheel genomen zo aangenaam, er wordt aan zoveel natuurlijke aandriften vrij spel gegund, dat er eigenlijk geen verleidingen zijn waaraan weerstand moet worden geboden.’ De zin over het conditioneren zou de gemiddelde christendemocraat natuurlijk anders hebben geformuleerd. Er zou sprake zijn geweest van het op de juiste manier stimuleren van de burger. En dat je niet te veel van iemand moet houden zou geen politicus durven te beweren; vrijwel niemand zou dat durven te beweren, hoe meer liefde hoe beter. Verder kan tegenwoordig het verzorgen van een bejaarde of een doodziek kanariepietje al heldhaftig worden genoemd, maar de essentie van de beschavingsidealen in Heerlijke nieuwe wereld verschilt niet wezenlijk van de onze. Al met al zijn de idealen van Mustafa Mond – voor zover de beschrijving van zijn wereld nog als ideaal kan worden gezien – min of meer gelijk aan de idealen van de hedendaagse christendemocraten, de sociaaldemocraten, de liberalen, de democraten en uiteraard de hedendaagse kunstenaars, want een kunstenaar die niet op een of andere manier zelf overgoten is met een christendemocratisch sausje of zijn werk daarmee heeft overgoten is ver te zoeken. De schaamlap van het engagement dient over het al dan niet middelmatige kunstwerk te worden gelegd in de hoop dat het voor relevant zal doorgaan: houtsnijwerk tegen het besnijden van vrouwen, een kunstenaar die in een video-installatie gesponsord door Kraft toont hoe erg het is dat bankdirecteuren nog altijd miljoenen opstrijken, een vuistdikke roman waarin de vernietigende gevolgen worden getoond van het ontbreken van goede ziektekostenverzekeringen in de VS. Ik heb niets tegen empathie, ik zou niet durven, ook niet in de literatuur of de beeldende kunst, maar waar engagement in de wereld van de kunst ophoudt en marketing begint, is moeilijk te zeggen. En ik vrees dat het er in de wereld van de politiek niet veel beter voorstaat. Zouden we kunst echt nodig hebben om ons eraan te herinneren dat het vreselijke vreselijk is? Dat Huxleys civilisatie in Heerlijke nieuwe wereld zo lijkt op de onze komt omdat de inzet van beide beschavingen gelijk is. Waar het om gaat, is het temmen van 13


Arnon Grunberg

Suddenly, the door is open For the modern reader, Aldous Huxley’s dystopian novel Brave New World poses unexpected problems. For how horrifying, after all, is the civilization which Huxley projects on the future? Doesn’t it have its pleasant, seductive aspects as well? Huxley gives us Mustapha Mond, Resident World Controller for Western Europe, who says: “ Civilization has absolutely no need of nobility or heroism. These things are symptoms of political inefficiency. In a properly organized society like ours, nobody has any opportunities for being noble or heroic. Conditions have got to be thoroughly unstable before the occasion can arise. Where there are wars, where there are divided allegiances, where there are temptations to be resisted, objects of love to be fought for or defended – there, obviously, heroism and nobility have some sense. But there aren’t any wars nowadays. The greatest care is taken to prevent you from loving any one too much. There’s no such thing as a divided allegiance; you’re so conditioned that you can’t help doing what you ought to do. And what you ought to do is on the whole so pleasant, so many of the natural impulses are allowed free play, that there really aren’t any temptations to resist.” The bit about conditioning, of course, is one which the middle-of-the-road politician would formulate differently. He or she would speak of providing the right stimulus for the public. And the goal of preventing us from loving any one too much is something no politician would dare to embrace; almost no one would dare to do that: the more love, the better. One might also speak these days of caring for an elderly person or for a songbird as being “ heroic”, but otherwise the core of the civilized ideal presented in Brave New World is not so very different from our own. All things 14

considered, the ideals of Mustapha Mond – to the extent that his description can be seen as that of an ideal world – are more or less identical to those of the modern European Christian Democrat, Social-Democrat, European Liberal, New Democrat and, of course, the modern artist – for the artist who does not wear a touch of “pragmatic Christian” perfume, or who has not sprinkled his work with the same, is as rare as hen’s teeth. An obligatory fig leaf of social commitment is draped over the middling or not-so-middling work of art, in the hope that the work will then be considered timely; woodcuts in protest against female circumcision, a video installation – sponsored by Kraft – in which the artist shows us how awful it is that bank managers still earn millionaires’ bonuses, a hefty novel illustrating the devastating consequences of the lack of a good public health system in the USA; mind you, I have nothing against empathy, neither in literature nor in the visual arts, but it can be hard to tell where the art stops and the marketing begins. And I am afraid that in the world of politics the picture is not much rosier. Do we really need art to remind us that the horrible is horrible? That Huxley’s Brave New World looks so much like our own is because the two civilizations share a common objective: the taming of humankind in the name of universal happiness. That, in both worlds, is what virtue is all about and from which all the rest proceeds. Anyone who puts some thought into that will see, for example, that the conflict between the believer and the nonbeliever, or even the backslidden believer – which has been hashed over publicly and at great length in the past few years - is at most a mild difference of opinion concerning our view of the domesticated human. The crux, the question of whether or not humans should be domesticated, is not up for discussion: both parties are in full


de mens in naam van het geluk van allen. Dat is in beide werelden waar deugd op neerkomt. De rest vloeit daaruit voort. Wie dat tot zich laat doordringen zal bijvoorbeeld begrijpen dat het conflict tussen gelovigen en minder gelovigen of afvallige gelovigen dat nu al een paar jaar breed wordt uitgemeten in diverse media en boekwerken hooguit een mild meningsverschil is over het beeld dat wij ons hebben gevormd van de gedomesticeerde mens. Het wezenlijke, of de mens beter getemd moet worden of niet, staat niet ter discussie. Daarover zijn beide partijen het namelijk roerend eens. Met of zonder hoofddoek, half bloot of bedekt, de vraag of de getemde mens zijn vrije tijd in een gebedshuis, voetbalstadion of museum door moet brengen: details, een hikje van de geschiedenis. Of God nu zijn mond opentrekt of de rede, zij willen hetzelfde afdwingen. De rede zegt: ‘Domesticeer uzelf, en als dat niet lukt ga naar de bibliotheek.’ God zegt: ‘Ik blink uit door afwezigheid, maar ik heb priesters, rabbijnen en imams op de wereld gezet die mij namens u komen domesticeren.’ Of de een vast omdat God dat wil en de ander op dieet gaat om met goed fatsoen tijdens een avondje uit een naveltruitje te kunnen dragen, men kan hooguit glimlachen om het ontroerende en vermoedelijk ook mooie doorzettingsvermogen van zijn soortgenoten. De meewarige blik op de mens toont ons vaak zijn schoonheid. Men kan zich natuurlijk ook opwinden over ’t een en ander, maar ik vrees dat die opwinding vooral voortkomt uit een diepe en op zichzelf ook wel begrijpelijke behoefte aan opwinding. Ook de getemde wil af en toe voelen dat hij leeft. Vasten voor God of het naveltruitje, de motieven die mensen geven voor hun daden onthullen slechts zeer zelden iets wezenlijks over hun werkelijke drijf­ veren. De al dan niet uitgesproken motieven zijn vormen van fictie, die net als de vertelkunst zelf voor enige samenhang moeten zorgen. Wie fictie nodig heeft in zijn leven kan dat misschien beter overlaten aan de professionals. De verschillende opvattingen over de gedomesticeerde mens komen eigenlijk neer op twee verschillende opvattingen over autoriteit. De ene opvatting luidt: de professionals van het fictieve die zich autoriteit hebben toegeëigend, zijn ontmaskerd. De samenhang die zij aanbrengen is niet beter dan onze eigen samenhang. Wij bepalen zelf wel wat fictie is. De andere opvatting is dat de status van de autoriteiten onveranderd is. De samenhang die door de autoriteiten is aangebracht, namens welke godheid zij ook spreken, is absoluut. Ergens tussen deze twee polen bevinden zich de romanschrijvers, als een sekte zonder werkelijke volgelingen. Zij bemiddelen tussen goden en mensen, wetend dat op hun bemiddeling geen prijs meer wordt gesteld, wetend zij dat zij de status van bemiddelaar hebben verspeeld. Over die crisis gaat de romankunst al decennia. En daarover valt nog van alles te beweren, maar voor nu is het genoeg te zeggen dat er geen weg terug is voor wie stelt: ik zorg wel voor mijn eigen samenhang, ik bepaal zelf wat fictie is. Wat overblijft is veinzen of spelen. J.M. Coetzee schrijft in Elizabeth Costello: ‘Er is een tijd geweest, zo geloven we, waarin we konden zeggen wie we waren. Nu zijn we alleen nog maar toneelspelers die onze rol opzeggen. De bodem is weggevallen. We zouden dit als een tragische ontwikkeling kunnen beschouwen, ware het niet dat het moeilijk is om respect op te brengen voor wat die bodem die is weggevallen, geweest mag zijn.’ Er zijn nog Nietzscheanen die in de getemde mens een gedegenereerd dier herkennen, maar ze zijn door en door ironisch, of ze hebben zich teruggetrokken in 15


agreement on that. The question of whether the domesticated human with or without headscarf, semi-nude or covered from head to toe - should spend his time in a house of prayer, a football stadium or museum: mere details, a blip on the radar screen of history. Whether it is God speaking or whether it is human reason: both are out to ensure the same compliance. Reason says: “ Domesticate yourself, and if you can’t do that, go to the library.” God says: “ I’m conspicuous in my absence, but I have priests, rabbis and imams on this earth who have come to domesticate you in my name.” Whether one person fasts because that is God’s will while the other goes on a diet in order to look good in a tummy top, one can do no more than smile at the whimsical and perhaps even beautiful stamina of one’s fellow creatures. The pitying look at man often reveals his beauty. One can, of course, become agitated about the very same things, yet I fear that agitation is prompted mostly by a profound and in itself understandable need for agitation. Even the tamest creature sometimes needs to feel that he is alive. Fasting for God or for the tummy top, the motives people ascribe to their actions only rarely reveal anything essential about what really drives them. Motives, spoken or unspoken, are forms of fiction which, like storytelling itself, are intended to generate a certain cohesion. Those who require fiction in their lives might be better off leaving it up to the professionals. In fact, the various ways of looking at the domesticated human boil down to two different views of authority. The first view says: the professionals in fiction, those self-proclaimed authorities, have now been unmasked. The cohesion they impose is no better than our own. We can decide for ourselves what fiction is. The second view holds that the status of those authorities 16

remains unchanged. The cohesion imposed by the authorities, whatever godhead they represent, is absolute. Somewhere between these polar extremes are the novelists, like a sect without any real followers. They mediate between the gods and man, knowing that their mediation is no longer appreciated, knowing that they have botched the role of mediator. It is this crisis which has formed the stuff of novelistic art for decades. And although there is a great deal to be said about that, for the moment it suffices to say that there is no way back for those who state: I’ll see to my own cohesion, I can decide for myself what fiction is. All that is left is pretence or play. In Elizabeth Costello, J.M. Coetzee writes: “ There used to be a time, we believe, when we could say who we were. Now we are just performers speaking our parts. The bottom has dropped out. We could think of this as a tragic turn of events, were it not that it is hard to have respect for whatever was the bottom that dropped out”. There are still Nietzscheans who see in the domestic human a degenerated animal, but they are either permeated with irony or have withdrawn to dusty corners of academia, from whence they occasionally sally forth to stir things up at a conference or symposium. After all, if everyone were to peddle pragmatic Christian ideals, even academic life would collapse under its own ennui. And where ennui reigns, there budgets are cut. I do not say they are wrong, those pragmatic Christians who travel in the guise of artist, imam, football star, liberal or general. I too am pleased to live next door to a degenerated animal who goes to bed at eleven, yet I suspect that human beings occasionally wish to lose themselves in something, in order to alleviate the suffering that domestication brings. Jesus, the Christians say, took the suffering of the world upon himself. When


stoffige uithoeken van de academie, waaruit ze af en toe voor een conferentie of een symposium tevoorschijn komen om wat opwinding te genereren. Als iedereen christendemocratische idealen verkondigt, dan zou zelfs het academische leven instorten van saaiheid. En waar saaiheid regeert, worden budgetten gekort. Ik geef hun geen ongelijk, de christendemocraten vermomd als kunstenaar, imam, voetballer, liberaal of generaal. Ook ik woon graag naast een gedegenereerd dier dat om elf uur gaat slapen, maar ik vermoed dat de mens zich af en toe in iets wil verliezen om het lijden dat de domesticatie met zich meebrengt te bestrijden. Jezus, zo zeggen christenen, heeft het lijden van de mensheid op zich genomen. Verhaaltechnisch gezien, en niemand zal het mij kwalijk nemen dat ik het Jezusverhaal ook verhaaltechnisch onder de loep neem, lijkt het mij waarschijnlijk dat God het lijden op de wereld heeft geschapen om een baan voor zijn zoon te creëren. Zonder het lijden van de mensheid was Jezus werkloos gebleven. Hij was dan een nobody geweest, een flapdrol om het maar eens even in onze newspeak te zeggen, net als al zijn collega-profeten. Wij lijden omdat God de werkloosheid in zijn familie meende te moeten bestrijden. Dat is toch iets anders dan God voor te stellen als een wreed en irrationeel monster. Hij had een crisisplan. En het gaat er uiteraard niet om of de goden zich om ons bekommeren, de vraag is of wij ons om de goden bekommeren. Ik vermoed dat wij op een eigenaardige manier verknocht zijn aan het lijden en via allerlei sluipwegen, die van de religie, die van de kunst, die van het nationalisme, die van het heldendom, dat lijden verheerlijken omdat wij zonder lijden niet langer kunnen geloven dat er een mogelijkheid is om vrij te zijn. Wij zijn gedomesticeerd, maar we zijn verknocht aan het idee dat we eruit kunnen stappen, zomaar van de ene dag op de andere. En soms stappen we er ook een beetje uit, we voelen met onze grote teen in de oceaan, we lezen een boek, we fietsen naar Rome hoewel we genoeg geld hebben om met de trein of het vliegtuig te gaan, we wandelen op de Noordpool of we nemen plaats in de langste, nieuwste, luidruchtigste en engste achtbaan van de wereld. Als er echt een ongedomesticeerde opstaat, slaat ons de schrik om het hart. Een bomaanslag in een stad waar mensen wonen zoals wij, of een blanke wilde die het op de koningin heeft voorzien en die kennelijk door de mazen van het net van alle domesticatiemachines is geglipt, ja dan schrikken we vreselijk. Maar dat is de prijs die we betalen voor de illusie van vrijheid. Een hoge prijs? Ik weet het niet, de vrijheid is een waardevol en misschien wel onmisbaar fata morgana. We zouden allemaal aan de soma kunnen gaan, het tabletje dat een geluksgevoel oproept in Huxleys dystopie, maar we willen graag dat mensen de licht comateuze toestand van het milde geluk bereiken, zonder dat wij van overheidswege worden volgepompt met tabletjes die ervoor zorgen dat de enkele wilden die nog onder ons zijn hun laatste verlangens naar wild-zijn laten varen. Wij zijn er trots op dat wij het deur van de kooi zelf dichttrekken. Dat is de kern van wat wij beschaving noemen. De beschaafde mens roept: ‘Nee, nee, ik heb geen bewaker nodig. Ik heb de deur al op slot gedaan, ik lig al heerlijk in het stro.’ Dit is geen kritiek, deel mij niet abusievelijk in bij de Nietzscheanen, zoals gezegd, ik ben best blij met deze kooien. Sommige mensen houden marmotten, andere houden woestijnratten, weer andere konijnen maar alle beschaafde mensen houden zichzelf; het is hun geleerd. Er zijn plekken op deze wereld, oases zal ik ze noemen, waar de domesticatie wordt doorbroken: oorlogsgebieden. Het woord ‘oase’ zou de gedachte kunnen oproepen dat ik oorlog verheerlijk. Ik verheerlijk oorlog net zomin als domesticatie. 17


viewed in terms of narrative technique, and I’m sure no one will be rankled when I examine the story of Jesus through the microscope of narrative technique, it seems likely to me that God fashioned the suffering of the world in order to create a job opportunity for his only son. Without the suffering of mankind, Jesus would have remained unemployed, a nobody, a “non-contender” in the parlance of newspeak, no different from all his colleague prophets. We suffer because God felt he needed to do something about unemployment in within his own family. That is a very different thing indeed from imagining God as a cruel and irrational monster. He had a crisis management plan. And, of course, the point is not whether the gods care about us, but whether we care about the gods. I suspect that, in some peculiar fashion, we are crazy about suffering and that we take whatever back roads are needed - those of religion, those of art, those of nationalism, those of heroism – in order to glamorize that suffering; for without suffering, we can no longer believe in the possibility of being free. We are domesticated, but we are sold on the idea that we can jump off the moving train whenever we like. And sometimes we do jump off for a bit, we waggle our big toe in the ocean, we read a book, we bicycle to Rome even though we have enough money for the train or plane, we walk to the North Pole or buy a ticket to climb aboard the longest, newest, noisiest and scariest rollercoaster on earth. And when a truly untamed specimen appears, we are shocked to death. A bombing in a city where people like ourselves live, or a white savage who is out to get the queen and who has apparently slipped through the maze of all the domestication machines, yes, then we are horrified. That, however, is the price we pay for the illusion of freedom. A high price? I’m not sure; freedom is a precious and perhaps even indispensible Fata Morgana. 18

We could, of course, turn en masse to soma, the little pill that gives the big feeling of bliss in Huxley’s dystopia. But we prefer to see people achieve the slightly comatose state of mild happiness without being pumped full of government-issue pills, pills that make the rare savage still among us abandon his final urge to go wild. We are proud of our willingness to close the door of the cage behind ourselves. That is the essence of what we call civilization. The civilized person cries out: “ No, no, I don’t need a zookeeper. I already locked the door behind me, I’m already lying meekly in the hay.” This is not a criticism, please do not take me for a Nietzschean; as I have said, I am quite pleased with those cages. Some people keep guinea pigs, others keep kangaroo rats, others rabbits, but all civilized people keep themselves: that is what they have been taught to do. Yet there are places in the world, I’ll call them “oases” for the time being, where the domestication has come undone: those are the theaters of war. The word “oases” might lead one to think that I wish to glorify war; I no more glorify war than I do domestication. Almost everyone who has ever gone into a war zone, whether they are nurses, diplomats, war correspondents, photographers, soldiers, relief workers or technicians, has experienced that entry to be like the opening up of a cage. Suddenly, the door is open. For a moment, anything seems possible. Yes, of course, war is terrible; the cage is therefore opened only briefly and then closed quickly again, and the little walk around the cage is strictly supervised; martial law does exist, in theory if not always in actual practice, although in the context of these reflections that is merely a footnote. Just as it is nonsense to say to the lion: “ Phooey, bad lion, eating up that nice antelope!”, it is nonsense to say to the human: “ Phooey, bad human, lusting after war like that.”


Vrijwel iedereen die het oorlogsgebied betreedt, of het nu om verpleegsters gaat, diplomaten, oorlogscorrespondenten, fotografen, militairen, hulpverleners of technici, zal hebben ervaren dat het betreden van het oorlogsgebied lijkt op het openen van de kooi. Opeens staat de deur open. Even lijkt alles mogelijk. Ja natuurlijk, oorlog is vreselijk, de kooi gaat maar even open en dan weer snel dicht en de wandeling buiten de kooi is strikt gereguleerd, het oorlogsrecht bestaat, misschien niet altijd in praktijk, wel in theorie, maar dat zijn in de context van dit betoog voetnoten. Zoals het onzin is tegen de leeuw te zeggen: ‘Foei, wat ben jij een slechte leeuw dat je net een antilope heb opgegeten,’ zo is het onzin tegen de mens te zeggen: ‘Foei, slecht mens dat jij naar oorlog verlangt.’ Uiteraard ben ook ik een moralist, maar er zijn nogal wat onzedelijke vormen van moralisme die erop uit lijken te zijn zelfkennis en kennis van de wereld onmogelijk te maken. Oorlog wordt gevoerd omdat er verlangen naar oorlog bestaat. Vervolgens worden er redenen bedacht en noodzaken en allerlei geopolitieke belangen worden genoemd, die ik niet volledig van tafel wil vegen. Maar die interesseren mij eigenlijk nauwelijks. Die discussies laat ik over aan de heren en dames van de opiniepagina’s die na bestudering van diverse buitenlandse kranten en tijdschriften ook hun duit in het zakje mogen doen. Een mens wordt niet verliefd omdat hij persoon A of B ziet, hij wordt verliefd omdat hij verlangt naar verliefdheid en bij dat verlangen een object zoekt op wie hij zijn verliefdheid kan richten. Dat hij zichzelf wellicht een ander verhaal vertelt, is begrijpelijk en naar alle waarschijnlijkheid ook nuttig, maar het is een vorm van fictie en dient als zodanig geboekstaafd te worden. Madame Bovary’s grootste verlangen is het verlangen zelf. Het is mijn vermoeden dat het verlangen naar oorlog niet zozeer is gegrondvest in de aangeboren slechtheid van de mens – plichtmatige verwijzingen naar het kwaad vervuilen de discussie – als wel in de behoefte tijdelijk of voor altijd te ontsnappen aan het getemd-zijn. Ad van Denderen fotografeerde het Nederlandse leger in Afghanistan en op weg naar Afghanistan. Hij fotografeerde ook vrienden en familieleden die niet mee mochten. Oppervlakkige bestudering van zijn foto’s zou kunnen leiden tot de geijkte conclusies: oorlog is niet heldhaftig, het leger is absurd, soldaten zijn veelal lelijk. Zo wordt oorlog al decennia afgebeeld en toch zijn genoeg mannen (maar ook wat vrouwen) bereid om mee te doen. Zij willen even bekijken hoe heldhaftig en spannend het daar ter plekke is of niet, ze willen het aan den lijve ervaren. Van Denderens radicaliteit, die in meer of mindere mate in al zijn foto’s te zien is, bestaat uit het zichtbaar maken van de illusie van de geopende kooi. Zijn militairen hebben wapens en uniformen, maar ze zijn zo gedomesticeerd als de melkboer. Het meest pijnlijk vond ik de foto’s van Nederlandse burgers die dankzij de omroep MAX kerst- en nieuwjaarsgroeten kunnen inspreken voor vrienden, geliefden en familieleden die op dat moment in Afghanistan zitten. Kijkend naar die foto’s kon ik alleen maar denken: ja, dat is de kern van onze oorlog in het eerste decennium van het eenentwintigste millennium. Neem de foto van de twee vrouwen en een meisje in een studio van omroep MAX, alledrie met een kerstmuts op. Er is maar één conclusie mogelijk: Afghanistan of geen Afghanistan, de beschaving heeft gezegevierd. De kooi gaat nooit meer open.

19


Of course I am a moralist as well, but there are many objectionable forms of moralism that seem aimed at ruling out self-knowledge and a knowledge of the world. Wars are begun because the lust for war exists. After that, reasons are devised, exigencies and all manner of geopolitical interests thought up - none of which I have any desire to run down, but which are of little interest to me. I leave those discussions to the ladies and gentlemen of the op-ed pages who, after reviewing various foreign newspapers and magazines, are deemed able to put in their own two-cents’ worth. A person does not fall in love because he sees person A or person B; he falls in love because he desires to be in love, and therefore seeks an object at which to aim his infatuation. That he probably tells himself a very different story is understandable and most certainly practical as well, but it is a form of fiction and should be noted as such. Madame Bovary’s greatest desire is for desire itself. I suspect that the lust for war has its roots not so much in the congenital wickedness of people – perfunctory references to evil only cloud the discussion – as in the need to escape, temporarily or forever, from the state of domestication. Ad van Denderen photographed the Dutch army in Afghanistan and on its way to Afghanistan. He also photographed friends and family members who had to stay behind. A superficial look at his photos might lead one to draw the overused conclusions: war is not heroic, the army is absurd, soldiers are often ugly. That is how war has been depicted for decades, but there are still enough men (and some women) who are willing to participate. They want to see how heroic and exciting it is or is not, on the spot, they want to look it in the eye. Van Denderen’s radicalness, which manifests itself to a greater or lesser 20

degree in all his photos, lies in making visible the illusion of the opened cage. His soldiers have guns and uniforms, but they are as domesticated as the local greengrocer. The ones that made me squirm most were those photos of Dutch citizens who, thanks to the MAX broadcasting company, were able to read Christmas and New Years’ wishes to friends, loved ones and family members stationed in Afghanistan at that moment. Looking at those photos, all I could think was: yes, that is the heart and soul of our war in the first decade of the twenty-first century. Take, for example, the photograph of the two women and a girl in the MAX studio, all three of them wearing Santa hats. There is only one conclusion to be drawn: Afghanistan or no, civilization has emerged victorious. The cage will never be opened again.



Explosie bermbom. Bron: YouTube.

IED explosion. Source: YouTube.





Pagina 27 — 29

Page 27 — 29

De weg van Tarin Kowt naar Boeman. Afghanistan 04.2009

The road from Tarin Kowt to boeman. Afghanistan 04.2009

Pagina 31

Page 31

Aanhouden en fouilleren, het dagelijks ritueel van een patrouille. Omgeving Baluchi vallei, Afghanistan 04.2009

Stop and search, the daily ritual of a patrol. Near Baluchi Valley, Afghanistan 04.2009 Page 32

Pagina 32

De weg van Tarin Kowt naar boeman. Afghanistan 04.2009

The road from Tarin Kowt to boeman. Afghanistan 04.2009 Page 34 — 37

Pagina 34 — 37

omgeving Baluchi vallei. Afghanistan 04.2009

26

near Baluchi Valley. Afghanistan 04.2009


27


28


29


30


31


32


33


34


35


36


37


Pagina 39 — 51

Page 39 — 51

Studio van Omroep Max in de Groenoordhal. Familieleden en/of vrienden brengen de kerst- en nieuwjaarsboodschap over. Leiden 22.11.2008

Max Broadcasting Corporation studio in the Groen­ oordhal. family members and/or friends deliver their Christmas and New Year’s message. Leiden, The Netherlands 22.11.2008

38


39


40


41


42


43


44


45


46


47


48


49


50


51


Pagina 53 — 54

Page 53 — 54

Registratie van de Afghan National Police (ANP) in de buitenring van Kamp Holland. De ANP wordt door de Nederlandse marechaussee opgeleid. Uruzgan, Afghanistan 04.2009

Registration of the Afghan National Police (ANP) on the perimeter of Camp Holland. The ANP is being trained by the Dutch military police. Uruzgan, Afghanistan 04.2009

Pagina 57

Het verplichte kaalscheren van de nieuwe lichting van de ANP. Uruzgan, Afghanistan 04.2009 Pagina 59 — 61

Recruten ANP na een bezoek aan de kapper. Uruzgan, Afghanistan 04.2009

52

Page 57

Obligatory head-shaving of the new ANP recruits. Uruzgan, Afghanistan 04.2009 Page 59 — 61

ANP recruits after a visit to the hairdresser. Uruzgan, Afghanistan 04.2009


53


54


55


56


57


58


59


60


61


Explosie bermbom. Bron: YouTube.

IED explosion. Source: YouTube.





Pagina 67

Page 67

Kamp Ciara, Goz Beida, Tsjaad 04.12.2008

Camp Ciara, Goz Beida, Chad 04.12.2008

Pagina 68

Page 68

viking voertuigen van de nederlandse eenheid (62 man mariniers). Kamp Ciara, Goz Beida, Tsjaad 04.12.2008

viking vehicles of the dutch unit (62 marines). Camp Ciara, Goz Beida, Chad 04.12.2008 Page 70

Pagina 70

Stafkwartier van Kamp Holland. Uruzgan, Afghanistan 04.2009

Staff quarters at Camp Holland. Uruzgan, Afghanistan 04.2009 Page 72

Pagina 72

Voorraadcontainers, Kamp Holland. Uruzgan, Afghanistan 04.2009

66

Supply containers, Camp Holland. Uruzgan, Afghanistan 04.2009


67


68


69


70


71


72


73


Pagina 75 — 81

Page 75 — 81

Mariniers vanuit Kamp Ciara bij Goz Beida op weg naar Koukouangarana voor een driedaagse patrouille. Tsjaad 04.12.2008

Marines from Camp Ciara near Goz Beida going to Koukouangarana on a three-day patrol. Chad 04.12.2008

74


75


76


77


78


79


80


81


Pagina 83

Page 83

De vader van de in Uruzgan omgekomen 24-jarige luitenant Tom Krist met de lijfspreuk van zijn zoon. Udenhout, 10.06.2009

The father of 24-year-old Lieutenant Tom Krist, who was killed in Uruzgan, with his son’s motto. Udenhout, The Netherlands 10.06.2009

Pagina 84

Condoleanceregister op Kamp Holland van Soldaat der eerste klasse Azdin Chadli. Uruzgan, Afghanistan 09.04.2009

Page 84

Book of condolence at Camp Holland for Private First Class Azdin Chadli. Uruzgan, Afghanistan 09.04.2009

Pagina 87

Page 87

De zus van de in Uruzgan omgekomen luitenant Tom Krist heeft diens vingerafdruk laten naschilderen. Udenhout, 10.06.2009

The sister of Lieutenant Tom Krist, who was killed in Uruzgan, has had a copy of his fingerprint made. Udenhout, The Netherlands 10.06.2009

Pagina 89

Slaapkamer van de in Afghanistan omgekomen soldaat der eerste klasse Tim Hoogland. Vroomshoop, 09.06.2009

82

Page 89

The bedroom of Private First Class Tim Hoogland, who was killed in Afghanistan. Vroomshoop, The Netherlands 09.06.2009


83


84


85


86


87


88


89


Pagina 91 — 93

Page 91 — 93

In de voorbereiding op de missie naar Uruzgan oefent het kader in het omhelzen van Afghanen. Harskamp, 06.01.2009

In preparation for the mission to Uruzgan, officers practise hugging Afghans. Harskamp, The Netherlands 06.01.2009

90


91


92


93


Explosie bermbom. Bron: YouTube.

IED explosion. Source: YouTube.





Pagina 99 — 109

Page 99 — 109

Fouilleren in de omgeving van de Baluchi vallei. Afghanistan 04.2009

Frisk near Baluchi Valley. Afghanistan 04.2009

98


99


100


101


102


103


104


105


106


107


108


109


Pagina 111 — 117

Page 111 — 117

Families nemen afscheid voor het vertrek naar Uruzgan. Eindhoven Airport 23.03.2009

Families say goodbye before the departure to Uruzgan. Eindhoven Airport, The Netherlands 23.03.2009

110


111


112


113


114


115


116


117


Explosie bermbom. Bron: YouTube.

IED explosion. Source: YouTube.



Pagina 121

Page 121

Korporaal der Eerste klasse M. van den Vondevoort, inmiddels burger, ontvangt het Kruis van Verdienste. Bronbeek, Arnhem 16.10.2008

Corporal First Class M. van den Vondevoort, now a civilian, receives the Cross of Merit. Bronbeek, Arnhem, The Netherlands 16.10.2008

Pagina 122

Sergeant der mariniers H. van de Wetering ontvangt het rode erekoord. Jan van Schaffelaarkazerne, Ermelo 05.11.2008

120

Page 122

Marine Sergeant H. van de Wetering receives the red cord of honour. Jan van Schaffelaar Barracks, Ermelo, The Netherlands 05.11.2008


121


122


Pagina 124

Page 124

Net uit Nederland aange­ komen militairen krijgen uitleg over een bom-bromfiets. Kandahar, Afghanistan 04.2009

Recently arrived soldiers from the netherlands receive an explanation of a bomb motorbike. Kandahar, Afghanistan 04.2009

Pagina 126

Page 126

Rookmoment tijdens de opkomstdag van de Logistic Support Detachment en Joint Support Detachment (JSD/LSD). Start van de voorbereiding voor de aprilmissie naar Uruzgan. Generaal Majoor Koot/Mulderkazerne, Stroe 12.11.2008

Cigarette break during the call-up of the Logistic Support Detachment and Joint Support Detachment (JSD/LSD). Start of preparations for the April mission to Uruzgan. General Major Koot/Mulder Barracks, Stroe, The Netherlands 12.11.2008 Page 128

Pagina 128

Na afloop van het JSD/LSD appèl in Kamp Holland. Uruzgan, Afghanistan 04.2009

After the JSD/LSD roll call in Camp Holland. Uruzgan, Afghanistan 04.2009 Page 130

Pagina 130

Uitleg aan de JSD/LSD over bermbommen en andere projectielen ter voorbereiding op de uitzending naar Uruzgan in april. Genie Opleidingscentrum Mijnen en Springmiddelen, Reek 09.01.2009

Explanation to the JSD/LSD of IEDs and other projectiles in preparation for deployment to Uruzgan in April. Military Engineering Training Centre Mines and Explosives, Reek, The Netherlands 09.01.2009 Page 132

Pagina 132

Ontgrendelen van de wapens na afloop van de schietoefening. Harskamp 21.01.2009

Unlatching the weapons after target practice. Harskamp, The Netherlands 21.01.2009 Page 134

Bezoek van de JSD/LSD aan de Dyanet moskee. De militairen krijgen uitleg van een islamdeskundige. Harderwijk 06.01.2009

Visit by the JSD/LSD to the Dyanet mosque. The soldiers are given an explanation by an Islam expert. Harderwijk, The Netherlands 06.01.2009

Pagina 136

Page 136

Eresaluut op Kamp Holland aan de omgekomen soldaat der eerste klasse Azdin Chadli op zijn vlucht naar huis. Uruzgan, Afghanistan 08.04.2009

Salute at Camp Holland for the dead Private First Class Azdin Chadli on his flight home. Uruzgan, Afghanistan 08.04.2009

Pagina 134

123


124


125


126


127


128


129


130


131


132


133


134


135


136


137


Pagina 139 — 148

Page 139 — 148

Registratie van de nieuwe lichting voor de Lucht­ mobiele Brigade. Oranjekazerne, Schaarsbergen 27.10.2008

Registration of the new recruits for the Airborne Brigade. Oranje Barracks, Schaarsbergen, The Netherlands 27.10.2008

Pagina 139

Page 139

J.J.A. Capelle.

J.J.A. Capelle.

Pagina 140

Page 140

B.H. Lammerink.

B.H. Lammerink.

Pagina 143

Page 143

J. Böckling.

J. Böckling.

Pagina 145

Page 145

R.A.S. Westerkamp.

R.A.S. Westerkamp.

Pagina 147

Page 147

A. Chiouar.

A. Chiouar.

Pagina 148

Page 148

S. Hellinga.

S. Hellinga.

138


139


140


141


142


143


144


145


146


147


148


149



Ad van Denderen

27.10.2008

OCCUPATION: SOLDIER

De eerste lichting van de Luchtmobiele Brigade komt op bij de Oranjekazerne te Schaarsbergen. Sommigen zijn pas 17 jaar, anderen 18. Ze arriveren op gymschoenen, gekleed in spijkerbroek, een gevulde weekendtas hangt over hun schouder. De meesten komen uit de provincie, hun vooropleiding is vaak vmbo. Met het legernummer voor hun borst worden ze in een camouflageshirt gefotografeerd. Hier nemen ze afscheid van hun burgerbestaan. Sergeanten delen bevelen uit. Het ‘goedemorgen’ van eerder die ochtend is vervangen door: ’Mannen!’ Een groepje instructiesergeanten kijkt meewarig naar de gymschoenen van de nieuwe lichting. ‘Dat worden de eerste week weer vele middenvoetsbreuken’. Een uur later staan ze met hun legeruitrusting als compagnie Alfa of Bravo op een stuk asfalt voor hun tentenkamp aangetreden. Daar zullen ze twee weken verblijven.

02.10.2008

Op het Stroese zand is een zandverstuiving afgezet met linten. In het midden staat een pantservoertuig met zwaailicht, zogenaamd getroffen door vijandelijk vuur. Containers moeten Afghaanse huizen voorstellen. De EOD (Explosieven Opruimingsdienst) onder­ zoekt ze op explosieven. Soldaten van Battle Group 7 leunen verkleed als Taliban strijders met een zak over hun hoofd tegen de containers. Even later worden ze naar een pantservoertuig afgevoerd. Niet alle soldaten willen op de foto. Ze zijn bang dat fundamentalisten in Nederland hun familie iets aandoen. 10.10.2008

Rode baretten van de Luchtmobiele Brigade worden uitgereikt. Die krijg je na een opleiding van 7 weken voor het kader en 23 weken voor soldaten. Met 25 kilo op de rug zijn ze om 4 uur in de ochtend vertrokken voor een mars van 20 kilometer. Voorafgegaan door de militaire kapel marcheren ze rond 9 uur, onder applaus van familie en vrienden, uitgewoond de kazerne op. Iedere soldaat krijgt een blik bier dat op de appèlplaats wordt leeggespoten. Twee soldaten gaan in een teil met sop zitten. Ze steken een grote sigaar op. Ze hebben het gehaald. 16.10.2008

Onderscheidingen voor bewezen dapperheid worden op het landgoed Bronbeek te Arnhem uitgereikt. Minister Eimert van Middelkoop en generaal Van Uhm staan in de file. De plechtigheid wordt een half uur uitgesteld. Vier militairen, een ex-militair en de moeder van de in Afghanistan omgekomen soldaat Schol wachten geduldig op hen. Met het rood-witblauw in top en het Wilhelmus wordt het officiële gedeelte afgesloten. 151

Zorgwekkend is het aantal uitvallers bij de Luchtmobiele Brigade. Bij de opleiding van de reguliere infanterie valt een kwart van de rekruten af. Bij het schoolbataljon van de Luchtmobiele Brigade, een fysiek zware opleiding, ligt dat percentage boven de 40. Er heerst extreme discipline. Na enkele uren drillen wordt er al met twee woorden gesproken. Ja sergeant, nee sergeant. Soms zijn er incidenten maar het groepsgevoel overheerst. De opleidingssergeanten maken veel werk van de onderlinge band. Het peloton is zo sterk als de zwakste schakel. 05.11.2008

Beëdiging van 33 militairen op de Jan van Schaffelaarkazerne te Ermelo. Alle nieuwe militairen leggen de eed of belofte publiekelijk af. Militairen van de Koninklijke Landmacht doen dit op het vaandel van het regiment waarbij zij zijn ingedeeld.


are stuck in traffic. The ceremony is delayed for half an hour. Four soldiers, an exsoldier and the mother of 02.10.2008 Schol, a soldier killed in AfOn the sands of Stroe, a sand- ghanistan, wait patiently for bank is cordoned off with tape. their arrival. In the middle is an armoured The official part of the cervehicle with a flashing light, emony is closed with of the supposedly hit by enemy fire. hoisting the red, white and Containers represent Afghan blue and the national anthem. houses. The EOD (Explosive Ordnance Disposal) inspects 27.10.2008 them for explosives. The first recruits of the AirSoldiers from Battle Group 7 borne Brigade arrive at the dressed as Taliban fighters Oranje Barracks in Schaarswith bags over their heads lean bergen. Some of them are just against the containers. Later, 17 years old, others 18. They they are taken to an armoured arrive dressed in trainers and vehicle. jeans, bulging weekend bags Not all the soldiers want to be slung over their shoulders. photographed. They are afraid Most of them come from the provinces and have completed of what fundamentalists in The Netherlands might do to lower secondary professional their families. education. Holding their army number in front of their chest, they are photographed 10.10.2008 The red berets of the Airborne in a camouflage shirt. This is where they say goodbye to Brigade are presented. You receive one of these after 7 their lives as civilians. Serweeks of training for officers geants issue orders: the ‘good morning’ of earlier is replaced and 23 weeks for soldiers. with: ‘Men!’ A group of trainWith 25 kilos on their backs they left at 4am for a 20-kilo- ing sergeants looks pityingly metre march. Preceded by the at the new recruits’ trainers. military band and applauded ‘Once again, that’s going to mean a lot of broken foot by family and friends, they march, exhausted, into the bones in the first week.’ An hour later they line up with barracks at around 9 o’clock. their kit on a piece of asphalt Each soldier is given a can of beer that they spray on to the in front of their tents as comroll call area. pany Alpha or Bravo. They Two soldiers go and sit in a tub will stay here for two weeks. filled with water. They light a The number of people who big cigar. They’ve done it. drop out is worrying. A quarter of recruits taking the reg16.10.2008 ular infantry training drops Military honours for proven bravery are presented on the out. In the Airborne Brigade’s school battalion, a physically Bronbeek estate in Arnhem. Minister Eimert van Middel­ demanding training, the percentage is over 40. koop and General Van Uhm Ad van Denderen

OCCUPATION: SOLDIER

152

Extreme discipline rules. After several hours of drilling, conversation has already been reduced to two words. Yes sergeant, no sergeant. There are occasionally incidents but the group feeling dominates. The training sergeants cultivate this mutual bond. The platoon is only as strong as the weakest link. 05.11.2008

The swearing in of 33 soldiers at the Jan van Schaffelaar Barracks in Ermelo. All new soldiers take the oath or pledge in public. Soldiers from the Royal Dutch Army do this under the banner of the regiment to which they have been assigned. The oath reads: ‘I swear loyalty to the queen, allegiance to the law and submission to military discipline. So help me God.’ Since 1916 there has also been an Islamic variant that ends with the words: ‘In the name of Allah, the merciful and compassionate. He is my witness to this pledge.’ But soldiers can also choose the neutral pledge: ‘I pledge loyalty to the queen, allegiance to the law and submission to military discipline. This I pledge.’ 22.11.2008

Broadcasting company MAX records the Christmas and New Year’s greetings that will be shown to the soldiers on tour over the holidays. Around 1,500 to 2,000 family members and friends gather


De eed luidt: ‘Ik zweer trouw aan de koningin, gehoorzaamheid aan de wetten en onderwerping aan de krijgstucht. Zowaarlijk helpe mij God Almachtig.’ Sinds 1916 bestaat ook een islamitische variant die eindigt met de woorden: ‘In naam van Allah, de Barmhartige Erbarmer. Hij is mijn getuige dat ik dit beloof ’‘ Maar militairen kunnen ook kiezen voor de neutrale belofte: ‘Ik beloof trouw aan de koningin, gehoorzaamheid aan de wetten en onderwerping aan de krijgstucht. Dat beloof ik.’ 22.11.2008

Omroep MAX neemt de Kerst- en Nieuwjaarsgroeten op die tijdens de feestdagen aan de uitgezonden militairen getoond zullen worden. Zo’n 1500 à 2000 familieleden en vrienden verzamelen zich in de Groenoordhal te Leiden. Daar wachten ze op het moment dat ze een boodschap van 1 minuut kunnen inspreken voor hun geliefde op missie. Staatsecretaris Jack de Vries en generaal van Uhm staan voor de cabines waar de boodschappen worden opgenomen geanimeerd met elkaar te praten. De opnames duren de hele zaterdag. 01.12.2008

Persreis naar Tsjaad. We vliegen met een Spaans legervliegtuig naar Kamp Ciara vlakbij Goz Beida. Van Uhm en Jack de Vries zijn ook aan boord. De landingsbaan ligt 2 km van het kamp. Om half elf landen we in wolken van stof en rijden vervolgens naar het kamp. Dat staat onder leiding van de Ieren. Er zijn tweeënzestig Nederlandse mariniers gelegerd. ’s Middags gaan we in Vikingvoertuigen en landrovers (LARO’s) op patrouille naar Goz Beida. Aan de rand van Goz 153

Beida, voor het kantoor van de prefect stoppen we. De voertuigen worden in een grote cirkel opgesteld. Zo is het moeilijker ze aan te vallen. De commandant gaat bij de prefect op bezoek. Vervolgens vertrekt de karavaan naar het vluchtelingenkamp even buiten Goz Beida. Aan de rand van het dorp worden we opgewacht door de UN en vele NGO’s. Vertegenwoordigers van de pers stappen in de pick-ups van de NGO’s. Vanwege hun onafhankelijkheid willen die niet samen gezien worden met de militairen. In een stoet van witte pick-ups rijden we stapvoets door het vluchtelingenkamp, via de intercom krijgt iedereen uitleg over de situatie in het kamp. De volgende ochtend reikt staatssecretaris Jack de Vries aan alle mariniers een waarderingsmedaille uit. Een uur later vertrekken we voor een driedaagse patrouille naar de Soedanese grens (Koukouangarana). Met tien Viking pantservoertuigen en drie landrovers gaan we op weg. Bij de spaarzame dorpen onderweg, (soms verlaten) wordt er halt gehouden voor een bezoek aan de prefect. Iedere prefect klaagt over het banditisme, er is geen controle. Dat EUFOR het dorp maar één keer in de twee, drie weken aandoet zet geen zoden aan de dijk vinden ze. Een paar kilometer buiten het dorp wordt het bivak opgeslagen. De Viking pantservoertuigen en de LARO’s vormen een cirkel op de vlakte. Stretchers voorzien van muskietengaas worden uitgeklapt. Voedselpakketten worden uitgereikt. Er wordt wat warm water in de aluminium zak met inhoud gegoten. Twee minuten wachten en eten maar. Om 6 uur valt de nacht. Er mag niet meer worden gesproken. Om 5 uur staan we op, de mariniers maken koffie. Om 8 uur landt de Ierse heli met benzine voor de voertuigen en om 8.30 uur vertrekken we richting grens. Een paar uur later zijn er problemen.


in the Groenoordhal in Leiden where they wait to record a one-minute message for their loved ones posted abroad. Deputy Minister Jack de Vries and General Van Uhm stand in front of the booths where the messages will be recorded, talking animatedly to each other. The recordings will take all day. 01.12.2008

Press trip to Chad. We fly in a Spanish military plane to Camp Ciara near Goz Beida. Van Uhm and Jack de Vries are also onboard. The airstrip is two kilometres from the camp. At half past ten we land amid clouds of dust and then drive to the camp. This is under the command of the Irish. Sixty-two Dutch marines are stationed here. In the afternoon we go to Goz Beida on patrol in Viking vehicles and Land Rovers (LAROs). At the edge of Goz Beida we stop in front of the prefect’s office. The vehicles are parked in a large circle. This makes it harder to attack them. The commandant visits the prefect. The caravan then proceeds to the refugee camp just outside Goz Beida. The UN and numerous NGOs wait for us at the edge of the village. Press representatives get into the NGO pick-up trucks. Their independence means that they don’t want to be seen with the soldiers. In a column of white pickups we crawl slowly through the refugee camp. Via the intercom everyone is given 154

an explanation of the situation in the camp. Next morning, Deputy Minister Jack de Vries presents all the marines with a medal of recognition. An hour later we leave for a three-day patrol of the Sudanese border (Koukouangarana). We set off with ten Viking armoured vehicles and three Land Rovers. At the scattered villages along the way (sometimes deserted) we stop to pay a visit to the prefect. Every prefect complains about the banditry; there is no control. The fact that EUFOR visits the village only once every three weeks is of no help, they say. A few kilometres outside the village the bivouac is set up. The Viking armoured vehicles and LAROs form a circle on the plain. Stretchers with mosquito nets are unfolded. Food packets are handed out. Warm water is poured onto the contents of the aluminium bags. Two minutes later dinner is ready. Night falls at six o’clock. Conversation is now forbidden. We get up at 5 o’clock and the marines make coffee. At 8 o’clock the Irish helicopters bring fuel for the vehicles and at 8.30 we set off in the direction of the border. A few hours later we en­ counter problems. A Viking armoured vehicle has overheated and has to stop. The press goes into the village with a patrol. We visit the three NGO offices, which are all deserted. Everyone has gone to Goz Beida. After

several incidents – car keys, money and goods were demanded at gunpoint – the relief workers left. At a new water point with six sparkling taps, a marine turns the tap. No water. The aggregate that drives the pump has been stolen. The next day we leave for the base camp, Ciara. On the way we call in at two more refugee camps, one of which houses many children. A little boy wrapped in rags stares vacantly into the distance. Intuitively, I walk towards him. ‘Don’t do it,’ I think after I’ve taken two photos. Avoid the clichéd image. Twenty kilometres from Goz Beida one of the Land Rovers breaks down and has to be towed away. The officer in charge forbids me from taking a photo of this. Camp Ciara will be taken over by the UN and the Dutch marines will leave in March 2009. The 400 Irish will stay to support the UN. It seems as if the problems in Chad have become more complicated as a result of the presence of EUFOR and the NGOs. The area from the border to Goz Beida (80km) is a refuge for bandits. There is absolutely no authority. The villagers, originally farmers, have fled en masse to the refugee camps around Goz Beida, where they wait for better times. Due to the NGOs, the refugees are relatively better off than the people from Goz Beida. They have food, water and schooling. But there is little perspective. The refugee camp is


Een Viking pantservoertuig is warmgelopen en kan niet verder. De pers gaat met een patrouille het dorp in, we bezoeken de drie NGO kantoren, die er verlaten bijliggen. Iedereen is vertrokken naar Goz Beida. Na een aantal incidenten - met het pistool tegen het hoofd werden autosleutels, geld en goederen opgeëist zijn de hulpverleners vertrokken. Bij een nieuwe waterplaats met zes blinkende kranen draait een marinier de kraan open. Geen water. Het aggregaat dat de waterpomp aandrijft is gestolen. Na een overnachting vertrekken we de volgende dag naar het basiskamp, Ciara. Onderweg doen we nog twee vluchtelingenkampen aan, in één ervan zitten veel kinderen. Een jongetje gehuld in lompen staart wezenloos voor zich uit. Intuïtief loop ik erop af. ‘Niet doen’ denk ik nadat ik twee foto’s heb gemaakt. Blijf van het clichébeeld af. Twintig kilometer voor Goz Beida begeeft één van de landrovers het en moet worden weggesleept. De leidinggevende officier verbiedt me om hier een foto van te maken. Kamp Ciara wordt overgenomen door de UN, de Nederlandse mariniers zullen in maart 2009 vertrekken. De vierhonderd Ieren blijven ter ondersteuning van de UN. Het lijkt of de problemen in Tsjaad door de aanwezigheid van EUFOR en de NGO’s gecompliceerder zijn geworden. Het terrein van de grens tot aan Goz Beida (80 km) is een vrijplaats voor bandieten. Er is geen enkel gezag. De dorpelingen, van oorsprong boeren en de vluchtelingen uit Darfur zijn massaal naar de vluchtelingenkampen rond Kamp Ciara naast Goz Beida getrokken waar zij wachten op betere tijden. De vluchtelingen hebben het mede door de NGO’s relatief beter dan de mensen uit Goz Beida. Ze worden gevoed, er is water en scholing. Perspectief is er weinig. Het vluchtelingenkamp 155

staat op de landbouwgronden van de mensen uit Goz Beida. In Afrika ben je niet alleen inwoner van een land, maar behoor je in de eerste plaats tot een stam. Je kan de ene stam niet ongestraft onderbrengen op het land van een andere stam. Vroeg of laat geeft dat problemen. 06.01.2009

Voorbereiding Missie Uruzgan. Ik maak kennis met majoor Sander Hendrickx van de LSD (Logistic Support Detachment). Hij is mijn contact voor het traject Uruzgan. Sander is een man die midden in het leven staat. We kunnen het goed met elkaar vinden. Om 8.30 uur brengen veertig militairen een bezoek aan de Dyanet moskee in Harderwijk. De militairen trekken hun kistjes uit en lopen de moskee in. Gezeten op een kleed luisteren ze naar een islamdeskundige, die met zijn gezicht naar de militairen en met zijn achterwerk naar Mekka de gebedshouding voordoet en over de islam vertelt. ’s Middags keren ze terug naar het leslokaal. Er is instructie over hoe je een afspraak moet maken. Tijdens het rollenspel is de Afghaanse boer boos omdat de Nederlanders uit strategische overwegingen (angst voor een hinderlaag van de Taliban) geen concrete datum willen noemen. Daarna volgt er een lesje handen schudden en omhelzen. De ferme Hollandse hand is in Afghanistan niet handig, je kunt beter een slap handje geven. Een officier, net teruggekeerd uit Uruzgan, vertelt dat er bij toeval in Kandahar een truck met 600 kilo dynamiet is aangehouden en dat er Afghaanse politieuniformen zijn gestolen. Waarom staat dat niet in de krant? Of komen deze berichten niet door de censuur?


situated on the farmland of the people from Goz Beida. In Africa you are not only the resident of a country; first and foremost you belong to a tribe. You can’t house one tribe on the land of another without consequences. Sooner or later problems will arise. 06.01.2009

Preparation for the Uruzgan Mission. I meet Major Sander Hendrickx from the LSD (Logistic Support Detachment). He’s my contact for the Uruzgan trip. Sander is a man who takes life in his stride. We get along well. At 8.30am, 40 soldiers visit the Dyanet mosque in Harderwijk. They take off their boots and enter the mosque. Seated on a rug they listen to an Islam expert who, with his face to the soldiers and his rear to Mecca, demonstrates the prayer posture and tells them about Islam. In the afternoon they return to the classroom. They receive instruction on how you should make an appointment. During the role play, the Afghan soldier is angry because the Dutch, for strategic reasons (fear of an ambush by the Taliban) don’t want to name a specific date. A lesson in handshaking and hugging follows. The firm Dutch handshake doesn’t work in Afghanistan; you are better off offering a limp hand. An officer, just returned from Uruzgan, says that by chance a truck carrying 600 kilos of dynamite was detained in 156

At 7.30am we take a coach with 12 men from the Maurits Barracks in Ede to the training ground at Harskamp. After throwing two hand grenades and emptying two magazines of ammunition per person, but above all after a lot of waiting, we return to Ede at 5.30pm.

trunk. There, he has to hold the push-up position again. I take a photo; the sergeant shouts at the other instructor: ‘no photos.’ Why doesn’t he say that directly to me? After 10 minutes the boy collapses; he can’t do any more pushups. His classmates want to come to his aid. ‘Get out of here,’ the sergeant yells when they run towards him. A sermon follows: ‘These sorts of individuals’, meaning the boy being punished, ‘are the scourge of society. Don’t associate with them.’

03.02.2009

31.03.2009

Almost 300 pupils from various ROC schools who are studying Peace & Security have a bivouac for a week at the marine barracks in Doorn. Mobile phones and cigarettes are confiscated; the students will get them back at the end of the week. According to the trainers, the pupils are relatively fit; the problem is their discipline, their character. Sometimes they forget to carry out their duties, or they only half do their work.

Departure from Eindhoven Airport to Uruzgan.

Kandahar and that Afghan police uniforms had been stolen. Why hadn’t that made it into the paper? Or don’t these reports get past the censor? 21.01.2009

In one of the chemical toilets, despite the ban, someone has smoked a cigarette. All the students from tent number 1 have to present themselves. The offender has to crawl on his stomach to the instructors on the other side of the bivouac, where he has to assume and hold the push-up position for several minutes. A sergeant orders him to take his jacket off and then crawl after him to the edge of the forest with a 2.2 metre tree

In the departure hall, the soldiers wait with their fam­ ilies. Among them are the LSD (Logistic Support Detachment) and the 42nd Armoured Infantry Battalion, Limburg Rifles Regiment from Oirschot. One of them is Azdin Chadli who will later be killed during a missile attack on Camp Holland. Many tears are shed during the goodbyes. Not only by those staying behind; the soldiers also sob. At 11.20am we board the Martinair Boeing. At 10.30pm we land at the Minhad army base in the United Arab Emirates. Here, the soldiers receive a protective vest, their helmet and a personal weapon. At 1.30am, the first flight leaves for Kandahar. I’m on the second flight that will take off at 3am. With vests and helmets on we take our


21.01.2009

31.03.2009

Per touringcar vertrekken we om 7.30 uur vanaf de Mauritskazerne te Ede met 12 man naar het oefenterrein op de Harskamp. Na het gooien van 2 handgranaten en het leegschieten van 2 magazijnen per persoon, maar vooral na heel lang wachten, zijn we om 17.30 uur terug in Ede.

Vertrek vanaf vliegbasis Eindhoven naar Uruzgan.

03.02.2009

Bijna driehonderd scholieren van diverse ROC’s met de opleiding Vrede & Veiligheid hebben een bivak van een week op de marinierskazerne te Doorn. Mobiele telefoons en sigaretten worden afgenomen, aan het eind van de week krijgen de studenten ze terug. Volgens de instructeurs valt de conditie van de scholieren mee, het probleem zit hem vooral in hun discipline, hun karakter. Soms vergeten de studenten hun taken uit te voeren, of ze doen het werk maar half. In één van de chemische toiletten werd ondanks het verbod toch gerookt. Alle studenten van tent nummer 1 moeten aantreden. De dader moet naar de instructeurs aan de andere kant van het bivak tijgeren waar hij minutenlang in opgedrukte stand moet staan. Een sergeant beveelt hem zijn jack uit te doen waarna hij met een boomstam van 2,20 m de sergeant tijgerend naar de bosrand moet volgen. Daar moet hij weer in opgedrukte stand blijven staan. Ik maak een foto, de sergeant schreeuwt naar de andere instructeur: ‘geen foto’s!’. Waarom zegt hij dat niet rechtstreeks tegen mij? Na tien minuten laat de jongen zich zakken, hij houdt de opgedrukte stand niet langer vol. Zijn medescholieren willen hem te hulp schieten. ‘Opdonderen’, schreeuwt de sergeant als ze op hem af rennen. Er volgt een donderspeech: ‘Dit soort individuen’, doelend op de gestrafte jongen, ‘zijn een gezwel voor de samen­ leving. Ga daar niet mee om.’ 157

In de vertrekhal staan de militairen met hun familie te wachten. Onder hen de LSD (Logistic Support Detachment) en het 42ste Pantserinfanterie bataljon van de Limburgse Jagers uit Oirschot. Eén van hen is Azdin Chadli die later zal omkomen tijdens een raketaanval op kamp Holland. Tijdens het afscheid wordt veel gehuild. Niet alleen door de achterblijvers, ook de soldaten snikken flink. Om 11.20 uur gaan we aan boord van de Boeing van Martinair. Om half elf ‘s avonds landen we op de legerbasis Minhad in de Verenigde Arabische Emiraten. Daar worden aan de militairen een beschermingsvest, hun helm en het persoonlijk wapen uitgereikt. Om 1.30 uur vertrekt de eerste vlucht naar Kandahar. Ik zit in de tweede vlucht die om 3.00 uur zal opstijgen. Met vest om en helm op nemen we plaats in het legervliegtuig. Bij het ochtendgloren landen we op het militaire vliegveld van Kandahar en worden per bus naar een grote tent gebracht. Daar liggen honderden soldaten uit verschillende landen op stretchers te wachten op hun vlucht. ’s Middags krijgen we instructie over het luchtalarm. Dat is er bijna iedere dag. Eerst twee minuten op de grond liggen, daarna zo snel mogelijk een bunker opzoeken, het ‘all clear’ signaal afwachten en dan naar de tent gaan waar iedereen geteld wordt. Tijdens het diner in de grote eetzaal gaat het alarm af, twee nieuwkomers laten zich op de grond vallen terwijl de rest doorgaat waar ze mee bezig waren, eten. Om de tijd te doden sluit ik mij aan bij een groep militairen die de IED-straat willen bezichtigen, een strook land waar verschillende soorten bermbommen in de grond zijn verstopt. Met twee trucks gaan we op weg. Na een


seats in the military plane. At dawn we land at Kandahar’s military airport and are taken by bus to a large tent. Hundreds of soldiers from different countries are lying on stretchers waiting for their flight. In the afternoon we receive instruction on the air raid siren. This goes off on an almost daily basis. First, lie on the ground for two minutes, then find a bunker as quickly as possible, wait for the ‘allclear’ signal and then go to the tent where everyone is counted. During dinner in the large mess the alarm sounds. Two newcomers throw themselves on the ground while the others continue what they were doing, eating. To kill time, I join a group of soldiers going to view the IED street, a strip of land where different kinds of roadside bombs are buried. We leave in two trucks. After half an hour driving through the camp, during which time we get lost on several occasions, we arrive at the IED street. On the way we pass several Russian minefields, remnants of the Russian-Afghan war. In contrast to Camp Kandahar, Camp Holland, to which I fly the next day, seems very well ordered and secure. I’m immediately able to join a patrol to the Baluchi Valley, about 13 kilometres from Camp Holland. Before I climb in, the PIO (Press Information Office) gives me a tourniquet, in case I step on an IED (Improvised Explosive Device) and have 158

to bind a leg or arm. I find the prospect of spending the rest of my life on crutches far from alluring. I get into the armoured vehicle. Within two minutes I’ve lost my tourniquet. That problem is solved. The hatch of the armoured caterpillar vehicle (YPR-765) opens. Some time ago they still drove with the hatch closed but since a soldier broke his neck after hitting the hatch when an IED exploded, it stays open. The lieutenant gives me a pair of gloves. When an IED explodes, the temperature can reach 1,000 degrees so the gloves will protect again burns. In a long line of nine armoured vehicles we drive to the perimeter of Camp Holland. The weapons are loaded and coffee and cake are served before we drive out through the gates. We stop continually and the specialists look for IEDs. Others frisk Afghans. A couple of pick-ups tear through the dry river bed next to the road. In the back stand Afghan policemen, a motley crew with scarves on their heads and blue reflective sunglasses, as if they’d just walked off the set of ‘Rocky’. Their behaviour irritates the Dutch soldiers. Towards evening we reach Boeman, an advance army post occupied by a handful of Afghans and Australians. It starts to rain. A makeshift camp is set up. There are three tents. The other soldiers take shelter under strung-up canvasses. The next morning we leave early to look for a sewing

workshop where Afghan widows work. We walk in formation through corn and opium fields, we wade up to our waists through ditches until we reach the edge of the village where we meet several Afghans. An Afghan interpreter travelling with the soldiers asks about the sewing workshop, established with development money. It appears not to exist. At the insistence of an intelligence officer, the Afghan interpreter tries to obtain information about the Taliban. The Afghans don’t know anything. After 30 years of war, being neutral is a survival strategy. For an hour, the Dutch army puts on a show of strength in the village. In the evening and at night the Taliban holds absolute sway here. It is still raining when we leave the village and walk back to the army base, again in formation. Drenched and with soaking shoes I return to the tent. Baudewyn makes coffee and Mark throws me a dry pair of socks. There is a lot of laughing and smoking. The boys from the YPR are a tight-knit team. Later, I walk to the toilet, which is made out of PVC pipes that come out of the ground at an angle – a question of good aim. Shitting is more complicated. You have to balance over a sort of poop box and catch the faeces in a plastic bag. This you take to the far end of the camp where it is burned. We travel eastwards. The soldiers regularly frisk passing Afghans. It begins to rain


half uur over het kamp rijden, waarbij we vele malen verdwalen, komen we aan bij de IED-straat. Onderweg passeren we enkele velden met Russische mijnen, overblijfsels uit de AfghaansRussische oorlog. In tegenstelling tot Kamp Kandahar blijkt Kamp Holland waar ik de volgende dag naartoe vlieg, zeer geordend en goed beveiligd. Ik kan meteen mee op patrouille naar de Baluchi-vallei, zo’n dertien kilometer van Kamp Holland. Voor ik instap krijg ik van PIO (Press Information Office) een tourniquet, een band, voor het geval ik op een IED (Improvised Explosive Device) mocht stappen en een been of arm moet afbinden. Het vooruitzicht om de mij resterende jaren op krukken te moeten voortbewegen vind ik weinig aanlokkelijk. Ik stap in het gepantserde voertuig. Binnen twee minuten kan ik mijn tourniquet niet meer vinden. Dat probleem is opgelost. De bovenklep van het pantserrupsvoertuig (YPR-765) gaat open. Een tijd geleden reden ze nog met een dichte klep maar sinds een militair zijn nek brak toen hij tegen de klep aankwam na de explosie van een bermbom, blijft het luik open. De luitenant geeft mij een paar handschoenen. Bij een IEDexplosie kan het 1000 graden worden, de handschoenen beschermen tegen verbranding. In een lang lint van negen gepantserde voertuigen rijden we naar de buitenring van Kamp Holland. Daar worden de wapens op scherp gezet en wordt er koffie en cake geserveerd voor we de poort uitrijden. Onderweg stoppen we voordurend en gaan de specialisten op zoek naar IED’s. Anderen fouilleren Afghanen. Een paar pick-ups scheuren door de droge rivierbedding die naast de weg ligt. In de laadbak staan Afghaanse politiemannen, een zootje ongeregeld met sjaals om hun hoofden en blauwe weerspiegelende zonnebrillen, net of 159

ze zijn weggelopen uit de film ‘Rocky’. Hun gedrag ergert de Nederlandse militairen. Tegen de avond bereiken we Boeman, een vooruit geschoven legerpost waar een handvol Afghanen en Australiërs zitten. Het regent. Er wordt een provisorisch kamp ingericht. Er zijn drie tenten. De rest van de militairen zoekt beschutting onder gespannen dekzeilen. De volgende ochtend gaan we vroeg op zoek naar een naaiatelier waar Afghaanse weduwen werken. We lopen in formatie door mais- en opiumvelden, we waden tot aan ons middel door sloten tot we de rand van het dorp bereiken waar we enkele Afghanen ontmoeten. Een met de militairen meereizende Afghaanse tolk informeert naar het met ontwikkelingsgeld opgezette naaiatelier. Het blijkt niet te bestaan. Op aandringen van een inlichtingenofficier probeert de Afghaanse tolk informatie in te winnen over de Taliban. De Afghaanse dorpelingen weten van niets. Na dertig jaar oorlog is neutraal zijn hun overlevingsstrategie. Een uur lang staat het Nederlandse leger met machtsvertoon in het dorp. ’s Avonds en ’s nachts is de Taliban er heer en meester. Het regent nog steeds als we het dorp verlaten en in formatie terug naar de legerpost lopen. Drijfnat en met soppende schoenen kom ik terug in de tent. Baudewyn zet koffie en Mark werpt mij een paar droge sokken toe. Er wordt veel gelachen en gerookt. De jongens van de YPR vormen een hecht team. Even later loop ik naar ik naar de wc die uit pvc-buizen bestaat die schuin in de grond staan, een kwestie van goed mikken. Poepen is iets complexer, je moet boven een soort poepdoos hangen en de uitwerpselen in een plasticzak opvangen en naar het uiteinde van het kamp brengen waar het wordt verbrand. We reizen oostwaarts. De militairen fouilleren regelmatig langskomende


again. I walk to the containers (bazaar) that were built with development money. I want to take shelter. Right in front of me, the shutter is emphat­ ically pulled shut. At 6.15pm we are back in the parking lot at Camp Holland. We climb out, I walk towards the mess. Suddenly, I hear a high whistling sound. I look up and see a large cloud of diesel smoke coming over me, followed by a bang. The rocket has struck on the other side of the mess. Twenty-year-old Azdin Chadli from Uden, who had arrived in Afghanistan a week earlier, is fatally hit. Five of his colleagues are wounded, two seriously. There is no moment of panic; everything is handled quickly and calmly. Within five minutes the soldiers affected are in the hospital, 100 metres away. The next morning at 8 o’clock a memorial service is held in the large hanger next to the camp’s airstrip. Azdin Chadli’s coffin is carried out of the mortuary by his comrades from the 42nd Armoured Infantry Battalion, Limburg Rifle Regiment. After several speeches, Azdin’s emotional comrades carry him between a double row of soldiers that stretches to the waiting plane. With an impressive salute, the plane carrying Azdin on his final flight disappears into the azure sky. 09.06.2009

Vroomshoop. Visit to the family of the 20-year-old Private First Class Tim Hoogland of the Airborne Brigade. 160

Tim Hoogland was killed during a gun battle near Deh Rawod on 20 September 2007. Against the will of the daughter, the family has just moved. She found it hard to say goodbye to the house that her brother grew up in. In the living room, right next to the TV, an altar has been set up in Tim’s memory. Upstairs, in his bedroom, Tim’s (army) belongings are displayed. On his bed stands a large photo, at the foot of which are two ribbons that were tied to the bouquet from his comrades. Next to the door are Tim’s army boots. In the corner is his kit bag and next to the bed CDs and DVDs. The family moved from Amsterdam to Vroomshoop around 10 years ago, but his mother had trouble adjusting. She missed the city. Now that Tim is buried here, she can’t go back. She wants to be near her son. 10.06.2009

Udenhout. Visit to the family Krist. The 24-year-old Lieutenant Tom Krist was killed when a suicide bomber blew himself up in the bazaar in Deh Rawod on 10 July 2007. Just as I had been by Tim’s parents, I was warmly received. On the dresser in the living room is a painted portrait of their son and a stone on which is written Tom’s motto: ‘Split a piece of wood; I am there. Lift up the stone, and you will find me there’ (from the Gospel of Thomas, verse 77).


Afghanen. Het gaat weer regenen. Ik loop naar de containers (bazar) die met ontwikkelingsgeld zijn gebouwd. Ik wil schuilen. Vlak voor mij wordt het rolluik demonstratief dicht getrokken. Om 18.15 uur zijn we terug op de parkeerplaats van Kamp Holland. We stappen uit, ik loop richting eetzaal. Plotseling hoor ik een hoog fluitend geluid. Ik kijk op en zie een grote wolk dieselwalm over mij heenkomen gevolgd door een klap. De raket is aan de andere kant van de eetzaal ingeslagen. Azdin Chadli uit Uden, 20 jaar oud en pas een week in Afghanistan, wordt dodelijk getroffen. Vijf van zijn collega’s raken gewond, twee ernstig. Er is geen moment paniek, er wordt snel en rustig gehandeld. Binnen vijf minuten liggen de getroffen militairen in het ziekenhuis, honderd meter verder. Twee dagen later om acht uur is er een herdenkingsdienst in de grote hangar bij de landingsbaan van Kamp Holland. De kist met Azdin Chadli wordt door zijn kameraden van het 42ste Pantser Infanteriebataljon Limburgse Jagers uit het mortuarium gedragen. Na een aantal toespraken lopen zijn geëmotioneerde kameraden met Azdin door een erehaag die tot aan het gereedstaande vliegtuig reikt. Met een indrukwekkend saluut verdwijnt het vliegtuig met Azdin Chadli voor zijn laatste vlucht in de azuurblauwe lucht. 09.06.2009

Vroomshoop. Bezoek aan de familie van de 20-jarige soldaat eerste klasse Tim Hoogland van de Luchtmobiele Brigade. Tim Hoogland is tijdens een vuurgevecht in de omgeving van Deh Rawod op 20 september 2007 omgekomen. Het gezin is onder protest van de dochter net verhuisd. Zij kon moeilijk afscheid nemen van het huis waar haar broertje is opgegroeid. In de huiskamer vlak 161

naast de tv is een altaartje ingericht ter nagedachtenis aan Tim. Op de bovenverdieping, in zijn slaapkamer zijn Tim’s (leger)spullen uitgestald. Op zijn bed staat een grote foto, eronder liggen de twee linten die aan het bloemstuk van zijn kameraden vastzaten. Naast de deur Tim’s legerkistjes. In de hoek ligt zijn plunjezak en naast het bed cd’s en dvd’s. De familie is ruim 10 jaar geleden van Amsterdam naar Vroomshoop verhuisd, zijn moeder kon daar maar moeilijk wennen. Ze had heimwee naar de stad. Nu Tim hier begraven ligt kan ze niet meer terug. Ze wil bij haar zoon zijn. 10.06.2009

Udenhout. Bezoek aan de familie Krist. De 24-jarige luitenant Tom Krist kwam om het leven bij de aanslag van een zelfmoordenaar op de bazar van Deh Rawod op 10 juli 2007. Ik word net als bij de ouders van Tim, heel hartelijk ontvangen. In de huiskamer op het dressoir staat een geschilderd portret van hun zoon en een steen met daarop de lijfspreuk van Tom: ‘Splijt een stuk hout en ik ben er, pak een steen en ik zal er zijn’ (uit het Evangelie van Thomas, vers 77).



Pagina 164

Page 164

Vrienden in afwachting van de uitreiking van de rode baret van de Luchtmobiele Brigade. Oranjekazerne, Schaarsbergen 27.10.2008

Friends await the presentation of the Airborne Brigade’s red beret. Oranje Barracks, Schaarsbergen, The Netherlands 27.10.2008

163


164


165



Belangrijkste Nederlandse deelnames aan vredesmissies sinds het einde van de Koude Oorlog Periode

Land

Missie

Taken

Aantal militairen

1990 — 1991

Irak/Koeweit

Eerste Golfoorlog

Interventie, afdwingen embargo met internationale troepenmacht

1834

Provide Comfort/ Operatie Haven

Doden

1138

3

1991 — 1998

Irak/Koeweit

UNSCOM

Toezicht, ontwapening

14

1991 — 1995

Angola

UNAVEM UNAVEM II UNAVEM III

Ontwapening, verkiezingswaar­neming

233

1

1991 —

Voormalig Joegoslavië (Bosnië, Kroatië en Kosovo)

UNPROFOR IFOR SFOR UNMIBH EUPM KFOR

Vredesafdwinging, -handhaving

9753 5074 29081 738 174 4179

17

1992 — 1993

Cambodja

UNAMIC UNTAC CMAC UNDP

Mijnenopruiming, vredeshand­having

2616

2

1993 — 1996

Haïti

Support Democracy/Uphold Democracy UNMIH

Vredeshandhaving

673 325

1993 — 2004

Moldavië

CVSE/OVSE

Waarneming t.b.v. vredeshandhaving

11

1993

Zuid-Afrika

UNMOSA

Waarneming t.b.v. vredeshandhaving

2

1993 — 1995

Mozambique

UNOMOZ

Mijnenopruiming, vredeshandhaving

24

1994 — 1998

Centraal-Afrika (Uganda/Rwanda)

Operaties in het Grote Meren­ gebied UNOMUR UNAMIR

1994 — 1996

Georgië

CVSE/OVSE

Waarneming functioneren vredesmacht

4

1996 — 2000

Irak

MIF

Afdwingen embargo met internationale troepenmacht

1097

1997 — 2002

Albanië

Albanese Piramide­ spelcrisis MAPE/ECPA

Assistentie bij evacuatie

164

Advies, supervisie, opleiding van politie Waarneming bij verkiezingen

43

OVSE

167

17

1998 — 2001

Cyprus

UNFICYP

Vredeshandhaving

606

2000 — 2003

Ethiopië/Eritrea

UNMEE

Vredeshandhaving

1630

2001 — 2002

Macedonië

Essential Harvest

Ontwapening, beveiliging verkiezingswaarnemers

253

2002 —

Afghanistan

ISAF

Veiligheidshandhaving, opbouw

16616*

2002 —

Sudan

Waarneming, veiligheidshandhaving

162*

2003 —

Irak

SFIR NTIM/NTM-Iraq

2003 — 2004

Liberia

UNMIL

Bron: Nederlands Instituut voor Militaire Historie * Gegevens per 01.10.2009, Ministerie van Defensie

167

Onderscheidingen

7707* Vredeshandhaving

270

21

2

5


Most important Dutch involvement in peace missions since the end of the Cold War Period

Country

Mission

Tasks

Number of troops

1990 — 1991

Iraq/Kuwait

First Gulf War

Intervention, enforcing embargo with multinational troops

1834

Provide Comfort/ Operatie Haven

Fatalities

1138

3

1991 — 1998

Iraq/Kuwait

UNSCOM

Supervision, disarmament

14

1991 — 1995

Angola

UNAVEM UNAVEM II UNAVEM III

Disarmament, election monitoring

233

1

1991 —

Former Yugoslavia (Bosnia, Croatia and Kosovo)

UNPROFOR IFOR SFOR UNMIBH EUPM KFOR

Peace enforcement, peacekeeping

9753 5074 29081 738 174 4179

17

1992 — 1993

Cambodia

UNAMIC UNTAC CMAC UNDP

Mine clearance, peacekeeping

2616

2

1993 — 1996

Haiti

Support Democracy/Uphold Democracy UNMIH

Peacekeeping

673 325

1993 — 2004

Moldova

CSCE/OSCE

Observation for peacekeeping purposes

11

1993

South Africa

UNMOSA

Observation for peacekeeping purposes

2

1993 — 1995

Mozambique

UNOMOZ

Mine clearance, peacekeeping

24

1994 — 1998

Central Africa (Uganda/Rwanda)

Operations in the Great Lakes Region UNOMUR UNAMIR

1994 — 1996

Georgia

CVSE/OVSE

Observation, functioning of peace­ keeping force

4

1996 — 2000

Iraq

MIF

Enforcing embargo with multinational troops

1097

1997 — 2002

Albania

Pyramid scheme crisis MAPE/ECPA OVSE

Assisting evacuation

164

Advice, supervision, police training Election observation

43 17

167

1998 — 2001

Cyprus

UNFICYP

Peacekeeping

606

2000 — 2003

Ethiopia/Eritrea

UNMEE

Peacekeeping

1630

2001 — 2002

Macedonia

Essential Harvest

Disarmament, security, election observation

253

2002 —

Afghanistan

ISAF

Peace enforcement, construction Observation, peace enforcement

16616 *

Observation, peacekeeping

162 *

2002 —

Sudan

2003 —

Iraq

SFIR NTIM/NTM-Iraq

2003 — 2004

Liberia

UNMIL

Source: Netherlands Institute of Military History * Data as of 01.10.2009, Ministry of Defense

168

Military Honours

7707 * Peacekeeping

270

21

2

5



Pagina 171

Page 171

Éénmansuitrusting voor uitzending naar Uruzgan. Centraal Kledingmagazijn, Utrecht 19.11.2008

Soldier’s kit for deployment to Uruzgan. Central Clothing Depot, Utrecht, The Netherlands 19.11.2008

170


171


Ad van Denderen (1943, Zeist) heeft als fotograaf gewerkt voor onder meer Vrij Nederland, Stern, NRC Handelsblad, GEO en The Independent magazine.

Ad van Denderen (1943, The Netherlands) has worked as a photographer for Vrij Nederland, Stern, NRC Handelsblad, GEO and The Independent magazine, among others.

Voor zijn werk ontving hij een aantal prestigieuze prijzen, waaronder de Visa d’Or op het internationale fotofestival Visa pour l’Image in Perpignan in 2001 en de oeuvreprijs van het Fonds Beeldende Kunst, Vormgeving en Bouwkunst (BKVB) in 2007/2008.

He has received a number of prestigious prizes for his work, including the Visa d’Or at the international photo festival Visa pour l’Image in Perpignan in 2001 and The Netherlands Foundation for Visual Arts, Design and Architecture (Fonds BKVB) oeuvre prize in 2007/2008.

Go No Go, zijn boek over migratie in Europa, gebaseerd op 13 jaar werk, werd gepubliceerd door Actes Sud, Mets & Schilt, Lunwerg Editores, Edition Braus en Paradox in 2003. Voor de SteidlMack/Paradox publicatie So Blue, So Blue uit 2008, fotografeerde Van Denderen de 17 landen rondom de Middellandse Zee. Eerdere publicaties bestaan onder andere uit een boek over Palestina (Peace in The Holy Land) in 1997 en Welkom in Suid-Afrika, een boek over apartheid in 1991.

Go No Go, his book on migration in Europe, based on 13 years of work, was published by Actes Sud, Mets & Schilt, Lunwerg Editores, Edition Braus and Paradox in 2003. For the 2008 SteidlMack/Paradox publication So Blue So Blue, Van Denderen photographed the 17 countries around the Mediterranean Sea. Earlier publications include Peace in The Holy Land, a book about Palestine (1997) and Welkom in Suid-Afrika, about apartheid (1991).

Werk van Van Denderen is opgenomen in verschillende collecties, waaronder het Stedelijk Museum Amsterdam, The National Media Museum, Bradford (GB), het Centre National de l’Audiovisuel (Luxemburg) en het Fotomuseum Winterthur (CH).

His work can be found in numerous collections, such as the Stedelijk Museum Amsterdam (NL), The National Media Museum, Bradford (UK), the Centre National de l’Audiovisuel (Luxembourg) and the Fotomuseum Winterthur (CH).

Zijn werk werd veelvuldig tentoongesteld in (internationale) groeps- en solo-exposities. Go No Go was onder meer te zien bij FOAM en Imagine IC (Amsterdam), de Kunsthalle Wien (Wenen, Oostenrijk) en La Criée (Rennes, Frankrijk). Go No Go werd door filmmaker Boris Gerrets voor Paradox bewerkt tot een audiovisuele presentatie op DVD. Deze ging in première tijdens een zitting van het Europees Parlement over migratie in 2004. So Blue, So Blue debuteerde in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam in 2008 en was in het voorjaar van 2009 te zien in het Fotomuseum Winterthur, Zwitserland. In 2008 en 2009 werkte Van Denderen op uitnodiging van het Rijksmuseum en NRC Handelsblad aan de jaarlijkse opdracht Document Nederland, dit maal gewijd aan de Nederlandse krijgsmacht. Het resulteerde in de tentoonstelling Vechters en vredestichters in het Fotomuseum Den Haag 2009/2010 en het boek Occupation: Soldier (NRC Boeken/ Paradox, 2009). Ad van Denderen is lid van het agentschap VU, Parijs.

172

His work has been widely exhibited in (international) group and solo exhibitions. Go No Go was shown at FOAM and Imagine IC (Amsterdam), the Kunsthalle Wien (Vienna, Austria), La Criée (Rennes, France) and other venues. The project was developed by filmmaker Bors Gerrets into an audiovisual piece on DVD for Paradox. The film premiered at a special migration meeting of the European Parliament in 2004. So Blue So Blue opened in the Nederlands Foto­ museum in Rotterdam (NL) in 2008 before going on to the Fotomuseum Winterthur (CH) in the spring of 2009. In 2008, Van Denderen was invited by the Rijksmuseum and NRC Handelsblad to work on Document Nederland, an annual commission dealing with contemporary Dutch history, which that year focused on the Dutch armed forces. This resulted in the exhibition Fighters and Peacemakers in the Hague museum of Photogrphy 2009/2010 and the book Occupation: Soldier (NRC Books/Paradox, 2009). Ad van Denderen is a member of VU Agency, Paris.


Schrijver Arnon Grunberg werd in 1971 geboren in Amsterdam. Hij woont en werkt momenteel in New York.

Novelist Arnon Grunberg was born in Amsterdam in 1971. He currently lives and works in New York.

Op zijn zeventiende verliet Grunberg voortijdig de Middelbare School. Twee jaar later begon hij zijn eigen uitgeverij. Op zijn drieëntwintigste schreef hij zijn eerste roman, Blauwe Maandagen, een Europese bestseller die de Anton Wachterprijs voor prozadebuut won.

Grunberg dropped out of school at age seventeen. He started his own publishing company two years later. At age twentythree he wrote his first novel, Blue Mondays, a European best­ seller that won the Anton Wachter Prize for debut fiction.

Twee van zijn romans, Fantoompijn (2000) en De asielzoeker (2003), sleepten de AKO Literatuurprijs in de wacht. In 2002 werd duidelijk dat de mysterieuze Weense schrijver Marek van der Jagt, die zijn debuut maakte met de roman De geschiedenis van mijn kaalheid, Arnon Grunberg was. De geschiedenis van mijn kaalheid (2000) won ook de Anton Wachterprijs, waarmee Grunberg de enige schrijver werd die deze prijs tweemaal in de wacht sleepte. Grunberg ontving de Vlaamse Gouden Uil en de Libris Literatuurprijs voor zijn roman Tirza (2006). De Amerikaanse pers was lovend over zijn roman De joodse messias. Zijn meest recente roman, Onze Oom, verscheen in 2008. Grunberg’s werk is verschenen in drieëntwintig talen. Tevens schrijft hij columns, essays, recensies, korte verhalen en reportages voor verschillende Nederlandse en Belgische dagbladen, weekbladen en literaire tijdschriften, waaronder NRC Handelsblad, Humo, Vrij Nederland en De Gids. Hij heeft bijdragen geleverd aan internationale kranten en tijdschriften zoals bij voorbeeld Süddeutsche Zeitung, Neue Zürcher Zeitung, Die Welt, Die Zeit, Courrier International, Culture+Travel, Salon.com en The New York Times. Daarnaast houdt Arnon Grunberg weblogs bij op www.arnongrunberg.com en in het online tijdschrift Words Without Borders.

173

Two of his novels, Phantom Pain (2000) and The Asylum Seeker (2003), won the AKO Literature Prize, the Dutch equivalent of the Booker Prize. In 2002 it became clear that the mysterious Viennese writer Marek van der Jagt, who made his debut with the novel The Story of My Baldness (2000), was Arnon Grunberg. The Story of My Baldness also won the Anton Wachter Prize, making Grunberg the only novelist to have won it twice. Grunberg received the Flemish Golden Owl and the Dutch Libris Literature Prize for his novel Tirza (2006). The American press praised his novel The Jewish Messiah. His most recent novel is, Our Uncle, was published in 2008. Grunberg’s works have spawned translations in twenty-three languages. He also writes columns, essays, reviews, short stories and reports for various Dutch and Belgian newspapers, weeklies and literary magazines, e.g. NRC Handelsblad, Humo, Vrij Nederland and De Gids. He contributed to international newspapers and magazines for example Süddeutsche Zeitung, Neue Zürcher Zeitung, Die Welt, Die Zeit, Courrier International, Culture+Travel, Salon.com and The New York Times. In addition, Arnon Grunberg maintains weblogs on www. arnongrunberg.com and in the online periodical Words Without Borders.



© 2009 Ad van Denderen, Amsterdam (NL) www.advandenderen.nl Fotografie/Photography Ad van Denderen Beeldredactie/Picture editing Hans Aarsman Teksten/Texts Arnon Grunberg, New York (USA) Ad van Denderen, Amsterdam (NL) Redactie/Editor Bas Vroege (Paradox, NL) Redactieassistent/Assistant editor Wouter den Bakker (Paradox, NL) Vertaling/Translations Cecily Layzell, Amsterdam (NL) Sam Garrett, Amsterdam (NL) Vormgeving/Design Kummer & Herrman, Utrecht (NL) Drukken/Printing Drukkerij Slinger, Alkmaar (NL) Lithografie/Lithography Eyes on Media, Amsterdam (NL) Bindwerk/Binding Binderij Hexspoor, Boxtel (NL) Productie/Production Paradox, Edam, The Netherlands www.paradox.nl

Met dank aan de volgende personen en instellingen/ We wish to thank the following persons and organisations Sander Hendrickx, Hans van Lieshout, Jaap Hoogendoorn, de jongens van/the crew of YPR 765 (Baudewyn Hul, Mark Suikerbuik, Youri, Jorn, Steven), familie Krist, familie Hoogland, Jan Sappema, P. Grotens, Remco de Wijs, D. Coenen, Directie Voorlichting en Communicatie Ministerie van Defensie (Marloes Visser, Sündüz Tavbatir, Jelle Schipper, Anne van Pinxteren), Rinze Moesker, Paul Tolenaar, Hans Aarsman, Arnon Grunberg, Johannes van der Sluis, Paradox (Bas Vroege, Wouter den Bakker, Frank Ortmanns), Frank Penders, Eyes on Media (Nico Los, Mario Kist), Gerard van Westerloo, Margalith Kleijwegt, Rogier Cremer, Fotomuseum Den Haag (Wim van Sinderen, Jules van de Ven, Andrea Freckmann, Jet van Overeem, Suzanne Mascini, Esther van der Minne), Fonds BKVB (Anne Hoogewoning, Mayke Jongsma), Rijksmuseum (Kris Callens, Jet Baruch, Tom van der Meer, Boris de Munnick, Pieter Eckhart, Flore Diekstra, Cees Kriger, Mattie Boom, Nikola Eltink, Eva Hermans, Mischa Janknegt, Cindy van Weele, Martine Gosselink, Gijs van der Ham, Annemies Broekgaarden, Tim Zeedijk, Jacobien Schneider, Wieneke ’t Hoen), NRC Handelsblad (Raymond van den Boogaard, Remmelt Otten, Arjen Ribbens, Tracy Metz, Jan Paul van der Wijk, Jaus Müller, Juurd Eijsvoogel), Claudia Sola, Marieke van Denderen & Marin van Rijn, Kummer & Herrman (Arthur Herrman, Jeroen Kummer, Heleen Bulthuis, Robin Sluijs) Occupation: Soldier verschijnt bij de tentoonstelling Vredestichters en vechters in het Fotomuseum Den Haag. Tentoonstelling en boek zijn het resultaat van de jaarlijkse opdracht van het Rijksmuseum en NRC Handelsblad Document Nederland / Occupation: Soldier accompanies the exhibition Peace­ makers and Fighters in The Hague Museum of Photography. Book and exhibition are the result of the annual commission Document the Netherlands by the Rijksmuseum and NRC Handelsblad.

Co-productie/Co-Production NRC Boeken, Rotterdam, The Netherlands www.nrcboeken.nl

ISBN 978-90-79985-111 Occupation: Soldier werd mede mogelijk gemaakt door/ was made possible by Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst, Amsterdam

Eerste druk/First edition 2009 © 2009 Ad van Denderen voor de beelden/for the images © 2009 de auteurs voor de teksten/the authors for the texts © Paradox voor deze editie/for this edition Alle rechten voorbehouden/All rights reserved No part of this publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise, without the prior written permission of the publisher. Copyrights are settled with the photographer and the other artists mentioned. Paradox wordt gesteund door de Mondriaan Stichting/ Paradox is supported by the Mondriaan Foundation

Paradox PO Box 113 1135 ZK Edam The Netherlands info@paradox.nl www.paradox.nl


Sinds het einde van de Koude Oorlog in 1990 zijn na de verwachte beëindiging van de Uruzgan missie in 2010 bijna 90.000 Nederlandse militairen betrok­ ken geweest bij vredesoperaties.

Since the end of the Cold War in 1990 and the expected conclusion of the Uruzgan mission in 2010, almost 90,000 Dutch soldiers have been in­ volved in peacekeeping operations.

Wat herinneren wij ons daarvan, wat komt terecht in ons collectief visueel geheugen? Bitter weinig. Vredeshand­ having levert geen spectaculaire beelden op. Behalve wanneer het fout gaat. De val van Srebrenica is een open wond in de Nederlandse (krijgs)geschiedenis. En toch doen iedere dag jonge mannen en vrouwen dagelijks hun niet zelden risicovolle plicht. Aangetrokken door het avontuur, uit behoefte aan kame­ raadschap en soms ook uit idealisme en verantwoordelijkheidsgevoel. In totaal kwamen ruim 40 van hen om, meer dan de helft in Afghanistan.

What do we remember of them, what remains in our collective visual memo­ ry? Precious little. Peacekeeping does not produce spectacular images. Except when it goes wrong. The fall of Srebreni­ ca is an open wound in Dutch (military) history. Even so, every day young men and women do their often dangerous duty. Drawn by the adventure, out of a need for camaraderie and sometimes also out of idealism and a sense of re­ sponsibility. In total, around 40 of them have lost their lives, more than half in Afghanistan.

Het Rijksmuseum en NRC Handelsblad vroegen in het kader van hun jaarlijkse foto-opdracht Document Nederland fotograaf Ad van Denderen deze ge­ schiedenis een gezicht te geven. Van Denderen volgde de rekruten bij hun opleiding in Nederland en op hun missies in Tsjaad en Uruzgan: hard werkend, behoedzaam opererend, een weinig glamoureus bestaan. Daarnaast had hij oog voor de familieleden. Hij legde de opnames van kerst- en nieuw­ jaarsgroeten in televisiestudio vast en fotografeerde thuis bij de gezinnen waarvan de zoon niet meer terugkeerde. Door zijn beroep doelwit van opstande­ lingen. ‘Oorlog wordt gevoerd omdat er verlan­ gen naar oorlog bestaat’ schrijft Arnon Grunberg. Zijn polemische ondervra­ ging van het begrip civilisatie vormt de inleiding van Occupation: Soldier. Grunberg bezocht ISAF, de NAVO vredes- en opbouwmissie in Afghani­ stan, in 2006 en 2007.

As part of their annual photo commis­ sion, Document Nederland, the Rijks­ museum and NRC Handelsblad newspaper asked photographer Ad van Denderen to give this history a face. Van Denderen followed the recruits during their training in The Netherlands and on their missions in Chad and Uruzgan: hard working, operating with caution; a frequently unglamorous existence. He also turned his lens towards family members. He captured the Christmas and New Year’s greetings being record­ ed in a television studio and visited the homes of families whose sons will never return – the target of insurgents as a result of their occupation. ‘Wars are begun because the lust for war exists,’ writes Arnon Grunberg. His polemic examination of the notion of civilisation forms the introduction to Occupation: Soldier. Grunberg visited ISAF, NATO’s peacekeeping and recon­ struction force in Afghanistan, in 2006