Issuu on Google+

1917

gemeentelijke woningbouw

Sleutelfiguren Hendrik spiekman sociaaldemocraat

Gemeentebouw tegen woningnood Het Justus van Effenblok was een revolutionaire oplossing voor het wonen in de grote stad. Rond 1900 kende Rotterdam hevige woningnood. De eerste woningcorporaties ontstonden en ook de gemeente pakte de woningnood voortvarend aan. Zo werd tegen de westelijke rand van de stad de nieuwe woonwijk Spangen gebouwd.

spangen Nieuwbouwwijk Spangen was een vinexwijk avant-lalettre. Van de bijna 3.000 nieuwe woningen bouwde de gemeente er 1.800 zelf. De nieuwe woningen werden vooral bewoond door arbeiders, waardoor Spangen al snel een van de ‘roodste’ wijken was van Rotterdam. De wijk in de Spangense polder, ver van het Rotterdamse stadshart, ontwikkelde zich tot nette arbeiderswijk met voor de oorlog een groot aantal winkels. De wijk Spangen is tussen 1913 en 1922 gerealiseerd naar een monumentaal, symmetrisch stratenplan van stadsarchitect Burgdorffer. In het noorden stond ‘Het Kasteel’: het stadion uit 1916 van voetbalclub Sparta.

Wie was Justus van Effen? Vrijwel alle straten, lanen en pleinen in Spangen zijn vernoemd naar 18e eeuwse Nederlandse schrijvers, zoals Bilderdijk, Multatuli, Staring en Piet Paaltjens. Justus van Effen was een cursiefjesschrijver, die onder meer publiceerde in de Hollandsche Spectator.

Hendrik Spiekman (1874-1917) was mede-oprichter van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP) en het eerste gemeenteraadslid voor deze partij in Rotterdam. Spiekman maakte zich vooral sterk voor verbetering van de woonomstandigheden van arbeiders. In 1917 krijgt hij voor elkaar dat woningbouw deel gaat uitmaken van het gemeentelijke takenpakket: de Gemeentelijke Woningdienst wordt opgericht, die als opdrachtgever van woningbouw gaat fungeren. Datzelfde jaar overlijdt Spiekman op 43-jarige leeftijd. De in Rotterdam zeer populaire sociaaldemocraat krijgt een ongekend massale begrafenis. In 1923 wordt het door Berlage ontworpen Spiekman-monument in Spangen onthuld.

Auguste Plate opdrachtgever namens de gemeente Guus Plate (1881-1953) werd in 1917 directeur van de Gemeentelijke Woningdienst, die moest voorzien in de toenemende vraag naar goede en betaalbare woningen in Rotterdam. Als opdrachtgever werkte hij nauw samen met Michiel Brinkman aan het ontwerp van het Justus van Effenblok. De maatschappelijk betrokken liberaal Plate was een rationale ingenieur die de sociale woningbouw wilde reorganiseren tot een efficiënt en groot bedrijf. Met standaardtechnieken kon beter en goedkoper worden gebouwd, meende hij. Na de bouw van het Justus van Effenblok realiseerde Plate samen met W. van Tijen nog de Bergpolderflat (1934) en het flatgebouw aan de Kralingse Plaslaan (1938). Het Justus van Effenblok wordt gezien als een proef voor deze twee bekende galerijflats van het Nieuwe Bouwen.


1918-1920 1920

het ontwerp de architect

Michiel Brinkman 1873 -1925 Architect Michiel Brinkman (1873-1925) ontwierp vooral kantoren, pakhuizen en fabrieken in Rotterdam. Bekende voorbeelden zijn de stoommeelfabriek De Maas met de vernieuwende ‘paddenstoelenvloer’ (1914) en stoomrijstpellerij C.M. van Sillevoldt (1916). Zijn achtergrond in industriebouw is in zijn logistieke en functionele opzet zichtbaar in het Justus van Effenblok. Met dit complex heeft Michiel Brinkman zich een onderscheidende plaats verworven in de architectuurgeschiedenis. Hij kreeg ook opdracht voor het ontwerp van de fameuze Van Nellefabriek in Rotterdam. Na zijn plotselinge dood in 1925 nam zoon Jan Brinkman het werk over. Hij richtte samen met Leen van der Vlugt het vermaarde bureau Brinkman en Van der Vlugt op, dat aan de wieg stond van het Nieuwe Bouwen.

Stoommeelfabriek De Maas

Clubgebouw De Maas

andere ontwerpen van michiel brinkman Het bekendste ontwerp van Michiel Brinkman is het Justus van Effenblok in Spangen. Maar er staan in Rotterdam nog veel meer bekende gebouwen van zijn hand. De Rotterdamse architecten Barend Hooijkaas jr. en Michiel Brinkman kregen de opdracht voor het ontwerp van het clubgebouw van Roeivereniging De Maas in de Veerhaven. Van Nellefabriek Vanaf 1910 was Brinkman de vaste architect van Van Nelle en betrokken bij de locatiekeuze van de fabriek. Hij maakte de eerste schetsen voor de indeling van het terrein. Hij overleed onverwacht in 1925 tijdens de voorbereidingen voor het ontwerp.

galerijbouw in spangen Brinkman kreeg de opdracht om 264 woningen te ontwerpen op een krap oppervlak van nauwelijks één hectare. Die woningen mochten niet te klein of te benauwd zijn: geschoolde arbeiders en hun gezinnen moesten er aangenaam kunnen wonen. Dat werd de galerijbouw aan de Justus van Effenstraat.


1921-1922

DE uitvoerING

revolutionair Het woonblok van architect Michiel Brinkman aan de Justus van Effenstraat was revolutionair toen het in september 1922 werd opgeleverd. De nieuwe bewoners van de 264 woningen hadden allemaal een eigen voordeur aan de openbare weg en beschikten over hypermoderne snufjes.

Eerste galerij in Nederland Het meest in het oog springt de verhoogde bovenstraat aan de binnenkant van het woonblok: de eerste galerij van ons land. Die galerij is bereikbaar via ruim opgezette centrale trappenhuizen. Waar veel Rotterdammers in portiekwoningen met meerdere gezinnen op ĂŠĂŠn smalle trap woonden, hadden de bewoners van het Justus van Effenblok het gevoel een vrije eengezinswoning te bewonen aan een luchtstraat.

gemeenschappelijke voorzieningen Het ontwerp van architect Michiel Brinkman was baanbrekend vanwege de vele gemeenschappelijke voorzieningen. Midden in het complex staat het badhuis met ruimtes om kleding te wassen en te drogen en om te baden. De huiskamers van de woningen waren centraal verwarmd en de keukens hadden stortkokers voor het afval. Allemaal zaken die in de Nederlandse volkswoningbouw niet eerder waren toegepast.

De woningen waren voor die tijd luxe afgewerkt.


1922 modern wonen Bij het ontwerpen van het Justus van Effenblok gingen architect Brinkman en diens opdrachtgever Plate uit van grote saamhorigheid onder bewoners. Het gebouw was zo opgezet dat het dagelijks leven zich afspeelde rondom de gemeenschappelijke voorzieningen.

Het badhuis In het badhuis stonden drie kuipbaden en negen stortdouches. Baden kostte een dubbeltje, douchen was iets duurder. Twee dames zagen erop toe dat bewoners niet te lang onder de douche stonden of in bad zaten.

De galerij

wassen en drogen

De galerij speelde een belangrijke rol in het leven van bewoners. Het is een echte verhoogde straat, waar kinderen kunnen spelen, bewoners buiten kunnen zitten en buren elkaar kunnen ontmoeten. Onderdeel van de betonnen galerij zijn ornamentele tegeltjes en betonnen bloembakken.

In het badhuis waren ook wasruimtes, waar huisvrouwen de was deden in houten kuipen en de laatste nieuwtjes uitwisselden. In de drogerijen kon de was vervolgens drogen, zodat de balkons en het binnenterrein op ‘maandag wasdag’ niet werden ontsierd door overvolle waslijnen.

Het binnenterrein De woningen in het Justus van Effenblok waren heel anders dan men tot dan toe gewend was. Het complex is als het ware ‘buitenstebinnen’-gekeerd: alle voordeuren bevinden zich aan het binnenterrein, waarmee een geborgen, bijna dorps karakter ontstaat.


leven in de justus

Aquarel van W.M. Strรถrmann uit februari 1941.

De groenteboer levert direct aan de deur op de bovenstraat. Twee elektrische liften brachten de leveranciers naar boven.


MONUMENT IN verval van stadsvernieuwing naar duurzame restauratie Zo’n 60 jaar na de eerste oplevering moest het complex worden gerenoveerd. Tussen 1982 en 1985 zijn in het kader van de stadsvernieuwing diverse ingrepen gedaan, waarbij men weinig oog had voor de architectonische en cultuurhistorische kwaliteiten van het woonblok. Veel authentieke elementen verdwenen. Gekozen werd voor onderhoudsarme materialen: zo werden de houten kozijnen vervangen door aluminium schuiframen. De oorspronkelijk ter plekke gestorte betongalerij was er slecht aan toe en is vervangen door een prefab betonnen kopie, die veel grover is in detaillering. Het aantal woningen werd door samenvoeging teruggebracht van 264 tot 164. De woningen kregen een nieuw inbouwpakket met douches. Het badhuis verloor definitief de rol als collectieve voorziening. Ook de trappenhuizen werden geheel in stadsvernieuwingsstijl aangepakt en ontdaan van hun robuuste metselwerk interieur. Ook werden de binnengevels wit geschilderd.

De meest vergaande ingreep in de jaren tachtig was het witverven van de gevels aan de binnenkant. Hiertoe werd om esthetische redenen besloten. De gevel was er slecht aan toe; naast vele beschadigingen was door reparaties met verkeerde stenen in de loop der tijd een vlekkerig beeld ontstaan. De witte keimverf onttrok dit alles weliswaar aan het oog, maar ontnam het complex ook zijn oorspronkelijkheid.

nieuwe plannen De renovatie van de jaren tachtig bleek niet duurzaam en rond 2000 begint het Woningbedrijf Rotterdam (voorloper van Woonstad Rotterdam) na te denken over een nieuwe aanpak. Het complex was in verval geraakt: het stond deels leeg, had een grauwe uitstraling en er waren sociale problemen. Werkloosheid, criminalitiet en leegstand kregen het Justus van Effencomplex in zijn greep. Het wooncomfort was niet meer van deze tijd. De corporatie schreef een wedstrijd uit: pas het woonblok aan aan de eisen van deze tijd met behoud van de monumentale waarden. De architectenbureau’s Molenaar & van Winden (nu Molenaar & Co) en Hebly Theunissen wonnen met hun visie op een restauratieve aanpak.


2010-2012 De inzet van de vernieuwing van Justus is tweeërlei, én optimaal monument én optimaal van deze tijd. De kracht van de vernieuwing schuilt in deze dubbele ambitie. Dit vertaalt zich in woningen met het wooncomfort en energiezuinigheid van deze tijd gecombineerd met de in ere herstelde en duurzame schoonheid van de architectuur van Michiel Brinkman uit 1922.

100% monument, 100% nu energie neutraal Een deel van de daken is

voorzien van zonneboilers.

In 1922 was dit het eerste volkswoningbouwcomplex met stookketels voor centrale verwarming van de woningen. Bij de restauratie is gekozen voor een WKO-systeem (Warmte Koude Opslag), dat gebruik maakt van aardwarmte. De warmtepompen in de voormalige stookkelder onder het badhuis voorzien in de behoefte aan verwarming en warm water. Ook koude kan geleverd worden. De daken zijn voorzien van witte dakbedekking en zo voorbereid op de plaatsing van buisvormige zonnecellen. Op twee daken zijn zonneboilers geplaatst, dat zonnewarmte oogst voor warm tapwater. De muren en ramen zijn uitstekend geïsoleerd. De woningen hebben vraaggestuurde ventilatie die een aanzienlijke besparing oplevert van de warmtevraag. Bij elkaar levert dit energieneutrale woningen op: de woningen gebruiken netto geen energie voor verwarming, warm tapwater en ventilatie.

Tijdens de zomer kan er koud water door

het vloersysteem stromen en zo elke ruimte op een aangename temperatuur houden

feiten en cijfers Bouw Justuskwartier 1921-1922 Architect nieuwbouw 1922 Michiel Brinkman (1873-1925)

De kelder kan gebruikt worden als studio- of atelierruimte

Locatie Justus van Effenstraat, Rotterdam-Spangen Status Rijksmonument sinds 1985

details

Alle details zijn in ere hersteld. Het metselverband is hersteld en er zijn oorspronkelijke stenen nagemaakt in een steenbakkerij in Bemmel. Ook het hang en sluitwerk is in stijl van toen.

Eigenaar/Opdrachtgever restauratie Woonstad Rotterdam Uitwerking ontwerp 2006-2009 Aanvang restauratie 9 september 2010 Officiële heropening 6 september 2012 Publieksopening Open Monumentendag, 8 september 2012 Totale stichtingskosten ca. € 30.000.000 (incl. BTW) Bouwkosten, WKO en infra binnenterrein ca. € 18.000.000,- (excl. BTW) Bruto totaaloppervlakte 18082 m² 154 appartementen (koop & huur) Bruto inhoud 54250 m3


2012

TROTS OP HET RESULTAAT samenwerkende partijen Projectmanagers Woonstad Rotterdam Martin Oomen, Maarten Smit, Rudie Hoogerland en Tom van Zwienen Ontwerp gevelrestauratie, badhuis en coördinatie Molenaar & Co architecten Architect: Joris Molenaar Projectarchitecten: Siem Goede, Willem-Jan Paijmans Ontwerp woningplattegronden en trappenhuizen Hebly Theunissen architecten Architect: Arjan Hebly Projectarchitect: Demian van Meerten Ontwerp binnenterrein Michael van Gessel landschapsarchitect Adviseur concept Justus van Effenkwartier Han Michel concepts & projects Adviseur uitvoering en inrichting binnenterrein SmitsRinsma, Zutphen Algemene en plaatsvervangende directievoering Abbenbroek Bouwmanagement BV, Nijkerkerveen Hoofdaannemer Aannemingsbedrijf H.J. Jurriëns BV, Utrecht Adviseur constructie Raadgevend Ingenieursbureau Van Dijke BV, Alphen a/d Rijn Adviseur bouwfysica en installatie (WKO) W/E Adviseurs, Tilburg Uitwerking bouwfysica en installatie Uticon Ingenieursgroep BV, Eindhoven Adviseur kosten Bureau Bouwkunde, Rotterdam Warmte en Koude-installatie Cofely Nederland NV, Bunnik Vooronderzoek reiniging gevels ir. E.J. Nusselder b.i.R Monumentenzorg en TNO, Delft Aanleg buitenruimte Kroes Aannemingsbedrijf BV, Maassluis Afbouw Badhuis Aannemersbedrijf Musters BV, Rotterdam Keukens Bruynzeel Keukens BV, Bergen op Zoom Vlonders, tegelwerk Seton Onderhoud BV, Rotterdam Gemeente Rotterdam Fondsbeheer ISV, W. v.d. Ploeg, J. Alspeer Deelgemeente Rotterdam Evelyn Klerk Bouw- en woningtoezicht, afdeling vergunningen Rakesh Fakiera, J.F.P. Turkenburg, Kevin Chow Bureau monumenten Rotterdam Leroy Haaring Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed Mariël Polman, Jon van Rooijen, Daniëlle Takens, Guido Bogers Kleurenonderzoek Lisette Kappers, Rotterdam Marketing en communicatie Eric Smulders, Woonstad Rotterdam nu:rotterdam creatieve communicatie, Rotterdam Makelaar verkoop en verhuur ATTA Makelaars BV, Rotterdam

Een project van:


Dit is het voormalig badhuis

De bovenstraat

Ingang expositie


Rijksmonument Justus van Effen