Page 1

Tentoonstellingsgids


Welkomstwoord van de Directeur Sommigen vinden dat men niet teveel stil moet staan bij het verleden, of moet dromen over de toekomst, maar juist stevig met beide benen in het heden moet staan. Weinigen zijn bereid terug te kijken op de jaren 2000, maar wanneer we het dan toch proberen realiseren we ons dat onze herinneringen aan het eerste decennium van de eenentwintigste eeuw onherroepelijk verbonden zijn aan een bombardement van informatie en de drang betekenis te geven aan die periode. Per slot van rekening was het begin van de eenentwintigste eeuw te vergelijken met het intrekken in een nieuw huis, een nieuwe start, om vervolgens direct geconfronteerd te worden met een verschrikkelijke geur waardoor we gedwongen worden tot een grote schoonmaak. We begonnen deze eeuw met de angst dat een computerstoring, de millenium bug, onze economie en defensie ten gronde zou richten. Lang na het verdwijnen van de millenium bug uit ons gezamenlijk bewustzijn bleef het gevoel bestaan dat we ons op de rand van de afgrond bevonden. We konden ons nauwelijks voorstellen dat meerdere immorele intriges, fraude, en geweldloos verraad zouden leiden tot een economische duikvlucht en de bevestiging van onze onzekerheden en spirituele beperkingen. Zoals tijdens de afgelopen twee jaar zal het onderzoek naar vormen van transgressie een deel van de rode draad in ons programma blijven vormen. Bij Witte de With Center for Contemporary Art bewandelen we graag deze nieuwe, onontdekte paden. Onze eerste groepstentoonstelling in 2014 is The Crime Was Almost Perfect. We hebben hiervoor gastcurator Cristina Ricupero uitgenodigd. Ze staat bekend als een avontuurlijke curator die er niet voor terugdeinst de donkere zijde van de menselijke natuur te belichten. Haar ambitieuze tentoonstelling

brengt veertig kunstenaars bijeen wiens werken stuk voor stuk een haast obsessieve fascinatie voor de esthetiek van de misdaad vertonen, en tracht bloot te leggen hoe deze obsessie het alledaagse leven ontstijgt en – zij het via de journalistiek, detectives, of rechtspraak – te ervaren is middels deze tentoonstelling. The Crime Was Almost Perfect gaat niet over codering, ook is het geen pedagogische analyse van misdaad. De intentie van de curator is om de werken voor zichzelf te laten spreken, met het volste vertrouwen in het vermogen van de bezoeker om het werk zelf te plaatsen en verbanden te leggen. Wij danken Cristina Ricupero voor het creëren van een experimentele ruimte waarin de scheiding tussen kunstenaar en crimineel, het slachtoffer en het publiek, vervaagt, en waarin bijzondere ervaringen teweeg worden gebracht door de complexe, veelzijdige projecten van buitengewone kunstenaars. Fabian Marti en Gabriel Lester zijn bij uitstek het noemen waard; Marti werkte met Ricupero aan de scenografie van de tentoonstelling, en Lester was ook nauw betrokken bij het ontstaansproces; hij maakte een aantal zenuwslopende interventies op onze eigen website in aanloop naar de opening. We danken alle kunstenaars en beheerders van collecties, zowel privaat als institutioneel, alsmede alle galerieën en sponsoren achterin deze gids. Een bijzonder dankwoord gaat daarnaast uit naar onze adjunct-directeur Paul van Gennip en zijn team voor de installatie, en onze assistentcurator Virginie Bobin voor haar uitgebreide werk en ondersteuning op het gebied van onderzoek, productie en fondsaanvragen die deze expositie mogelijk maakten. Noteert u 29 maart alvast in uw agenda? Zoals u van ons gewend bent zullen wij ook ditmaal de expositie ontleden door middel van een

symposium genaamd Cui Bono? (In Wiens Voordeel?), waarin gekeken wordt naar de historische ontwikkelingen en basisprincipes van het rechtssysteem en haar apparaat, om zo normatieve noties en de publieke perceptie van de wet te analyseren. U kunt een dag vol case studies verwachten, die procedure versus inhoud onderzoeken. En tot slot, een grote stap voorwaarts voor ons: Sinds 24 januari wordt ons gebouw aan de Witte de Withstraat 50 gekenmerkt door

een volledig nieuwe façade, ingang, en ontvangstruimte. Het belangrijkste is echter de extra expositieruimte voor Witte de With Center for Contemporary Art die zich op de begane grond bevindt, en waarmee wij ons prominenter op straatniveau kunnen profileren. Op een productief en gelukkig jaar, we hopen u vaak te zien in 2014! Defne Ayas Rotterdam, januari 2014


Introductie door de curator

Kunstwerken in de expositie

Net als ieder spannend detectiveverhaal zit de kunstgeschiedenis vol mysteries, mythen en raadsels die ontrafeld moeten worden. Het oplossen van deze intellectuele puzzels kan een waar plezier zijn; een culturele verleiding.

Door een bronzen bord en een vlag te bevestigen aan de buitenmuur verandert Eva Grubinger Witte de With in een ambassade van Eitopomar, een utopisch koninkrijk geregeerd door de kwaadaardige schurk Dr. Mabuse (1. Eva Grubinger, The Embassy of Eitopomar, 2013). Bij het betreden van de trap zal de bezoeker gegrepen worden door Gabriel Lester’s soundtrack van Francis Ford Coppola’s cultfilm The Conversation, een relaas over surveillance en paranoia – actuele onderwerpen die hun weerklank vinden in recente internationale debatten (2. Gabriel Lester, The Conversation Escalation, 2013). Dirk Bell introduceert het anagram “terrorgasm” en zet daarmee direct de toon (3. Dirk Bell, Terrorgasm, 2014). Een muur bij de receptie is beschilderd door Jean-Luc Blanc en lijkt op de omslag van een pulptijdschrift, gesigneerd met de titel van de show (4. Jean Luc Blanc, The Crime Was Almost Perfect, 2013).

2011). Schilderijen en tekeningen van JeanLuck Blanc presenteren een serie dubieuze personages geïnspireerd door film noir, B-films, en pulptijdschriften (10. Jean-Luc Blanc, After 70 days in Yellow Hell, 2013; Long time ago while I was waiting Mum, 2013; Second Union of Parallelism Brothers, 2013; Never more all the Truth, 2013; Tell me more, 2013; Butcher Karma or Tudo Bom, 2013; Untitled, 1998; Untitled, 2000.). De sculpturen van Monica Bonvicini leggen haar interesse in macht en overheersing verder bloot via architectuur en design: haar hangend stuk touw (11. Monica Bonvicini, That Hangs, 2005) of haar zilveren kettingzaag (12. Chainsaw, 2011), alsook een tekstwerk (13. Bet your sweet life, 2010; 14. Untitled, 1997) zweven door de expositie. François Curlet verandert alledaagse objecten als een sneeuwlaars of een Tv-scherm in macabere en humoristische sculpturen (15. François Curlet, #-T.V. SET, 2010; 16. #-MOONBOOT, 2008).

Monica Bonvicini toont een grote hangende sculptuur; een macabere carrousel die overgoten is met zwart rubber, en zo refereert naar zowel een seksueel- als martelwerktuig (5. Monica Bonvinci, Identify protection, 2006). Een quote uit Karl Holmqvist’s film; “Waarom wordt verlangen altijd verbonden aan misdaad?” blijft aanwezig in de gedachten van de bezoeker (6. Karl Holmqvist, I will make the world explode, 2006), terwijl Rupert Norfolk’s Guillotine het ultieme symbool van de doodstraf belichaamt, een verontrustende en karakteristieke aanwezigheid in de ruimte (7. Rupert Norfolk, Guillotine, 2007).

Matias Faldbakken’s locatie-specifieke installaties beinvloeden de vernieuwde ruimtes van Witte de With (17. Matias Faldbakken, Verschillende installaties, 2014). De kunstenaar eigent zich vaak de esthetiek van de Punk toe om absurde machtsverhoudingen bloot te leggen, zoals zijn zwarte vlag gemaakt van een plastic zak en een verkeersbord (18. Matias Faldbakken, Exception of State, 2005 – 2013). Zijn foto van een clown is vernoemd naar Lindbergh, de bekende Amerikaanse vliegenier wiens dochter gekidnapt en vermoord werd, en naar John Wayne Gacy, een Amerikaanse seriemoordenaar uit de jaren ‘70 die tevens een professioneel clown was (19. Matias Faldbakken, Lindbergh and Gacy, 2005).

Hoewel het verband tussen kunst en misdaad terug te voeren is tot de oudheid werd deze connectie pas in 1827 uitvoerig beschreven door Thomas de Quincey in het beruchte werk “On Murder Considered As One Of The Fine Arts”. In de 19e eeuw werd fotografie steeds belangrijker voor zowel de criminologie als de nieuwe sensatiezucht van de roddelpers; twee fenomenen die een belangrijke rol hebben gespeeld bij het populariseren van het detective genre. Al snel daarna groeide film uit tot het medium bij uitstek om de twijfelachtige charme van geweld te presenteren in aantrekkelijke beelden. In navolging van De Quincey’s ironische voorstel om moord te analyseren vanuit een esthetische invalshoek is The Crime Was Almost Perfect een tentoonstelling waarbij beeldende kunst, architectuur, film, criminologie en het moderne misdaadgenre worden opgeroepen om de ruimtes van Witte de With en de straten van Rotterdam te veranderen in diverse ‘plaatsen delict’. Voorbij de misdaad ligt het Kwaad. Daarom onderzoekt The Crime Was Almost Perfect noodzakelijkerwijs ook de relatie tussen ethiek en esthetiek. Door de rol van auteurschap, authenticiteit, bedrog en vervalsing te onderzoeken vervaagt in deze tentoonstelling de dichotomie tussen ‘goede’ en ‘slechte’ smaak en wordt de paradox van ‘Misdaad als Kunst’ en ‘Kunst als Misdaad’ benadrukt.

In deze tentoonstelling wordt werk van meer dan veertig internationale kunstenaars bijeengebracht, waarin de verbanden tussen kunst en de esthetiek van de misdaad worden opgezocht en overbrugd, door middel van uitdagende werken, gemaakt vanuit uiteenlopende artistieke strategieën. Zowel nieuwe als bestaande projecten, maar ook een verzameling onverwachte objecten, worden op onorthodoxe wijze getoond in een omgeving, ontworpen door Fabian Marti, waarin de toeschouwer kan kiezen uit een aantal routes die steeds uit verschillende hoofdstukken zijn opgebouwd. Enkele werken in The Crime Was Almost Perfect weerspiegelen de obsessieve nieuwsgierigheid en interpretatie van de detective, of juist een narcistische identificatie met de crimineel of het fetisjistische genot van de toeschouwer. Sommige projecten gaan over authenticiteit en vervalsingen (ofwel ‘kunstmisdaden’), in enkele wordt gespeeld met de subversieve en marginale rol van de kunstenaar zelf en in andere worden de wet, orde en wetsoverschrijving centraal gesteld. Daarnaast zijn er projecten waarbij misdaad, net als in de bioscoop, voorgesteld wordt als macaber en subliem terwijl weer andere bewijsmateriaal aandragen voor historische gebeurtenissen en misdaden op het sociale en politieke vlak. In enkele projecten wordt een aantal van deze kenmerken gecombineerd, maar alle gerelateerde aspecten komen uiteindelijk in verschillende gradaties in The Crime Was Almost Perfect aan de orde. Cristina Ricupero

Markus Schinwald’s schilderijen lijken de perfecte schuilplaats voor geheimen: de kunstenaar voegde elementen toe aan tweedehands bourgeois portretten middels computermanipulatie en restauratie, waardoor de gezichten soms onherkenbaar, of soms zelfs onmenselijk worden (8. Markus Schinwald, Cindy; 9. Lilly,

Een cirkel van capuchontruien of hoodies, kleding die vooral geassocieerd wordt met hangjongeren maar waar ook de Ku Klux Klan in herkend kan worden, bewaakt de hoek van een kamer (20. Keith Farquhar, Untitled,


2005). De silhouetten doen denken aan Ulla von Brandenburgs cirkel van kleding, verwijzend naar overleden lichamen en onbekende rituelen (21. Ulla von Brandenburg, Quilt I, 2008). Emilie Pitoiset belicht de choreografische dynamiek in een foto van drie, door de maffia vermoorde lichamen (22. Emilie Pitoiset, Sans Titre, 2009). Erik van Lieshout presenteert zowel oudere als nieuwe tekeningen met als onderwerpen aanklacht, schuld, en egoïsme (23. Erik van Lieshout, Vote for Theo, 2004; Untitled, 2013). In de film Murder in Three Acts bootst Aslı Çavuşoğlu het misdaadgenre op televisie na (zoals de serie Crime Scene Investigation) door exposities als plaatsen delict, en kunstwerken als wapens te presenteren (24. Aslı Çavuşoğlu, Murder in Three Acts, 2012 – 2013). Fabian Marti laat afdrukken van zijn handen achter in alle tentoonstellingsruimtes (25. Fabian Marti, End Egoic Mind, 2010), om ze later in goud te veranderen (26. Fabian Marti, The Rise, 2008). Zijn droommachine doet denken aan het stroboscopische apparaat van Beat Poet Brion Gysin en schrijver William S. Burroughs dat werd bedacht om de zintuigen te stimuleren. De met kogelgaten doorboorde metalen lamp is tevens een eerbetoon aan Joan Vollmer, de vrouw van Burrough die werd vermoord in een Willam Tell-spel (27. Fabian Marti, The Death of Joan Vollmer B., 2007). Samen met architecten Charlotte Truwant en Dries Rodet ontwricht Marti de expositieruimte van Witte de With door muren te verplaatsen, om zo de bezoeker te verrassen, terwijl Matias Faldbakken de ruimte vernielt door teksten op de muur te tapen (28. Matias Faldbakken, Untitled (To Escape Hour), 2008). Guillaume Bijl speelt met het alledaagse beeld van de kunstenaar als buitenstaander; op humoristische wijze benadrukt hij de in de ogen van de maatschappij verdachte praktijken binnen de kunstwereld (29. Guillaume Bijl, Suspect Objects, 1981 – 2006). Gabriel Lester creëert een cinematografische transportband van verschillende plaatsen-delict in een park,

geprojecteerd op de omringende muren en bezoekers; een fetisjering van gewelddadige beelden (30. Gabriel Lester, “The Physical Expression of Potential” (aka Neck of the Woods), 2014). Lester werkte ook samen met Jonas Lund om virale interventies te bedenken voor de communicatiekanalen van Witte de With (Gabriel Lester & Jonas Lund, Paranoia, 2013). Er zijn filmische elementen te vinden in de merkwaardige schilderijen, tekeningen, en collages van Dan Attoe (31. Dan Attoe, Cedars on the Back Road, 2012; 32. Murder Scene, 2007; 33. Biker Gang with Bonfire, 2008); Richard Hawkins, die een knappe onthoofde jongeman portretteert in een gotische setting (34. Richard Hawkins, Disembodied Zombie George White, 1997 (2/3); 35. Edogawa Rampo #7, #11, #12, 2010); en Dawn Mellor, die impulsen geeft om curators en critici uit een verdwenen groep kunstprofessionals ‘The Austerians’ te vermoorden (36. Dawn Mellor, Independent Curator (Mia Farrow), 2013; Museum Director (Judith Anderson), 2013; Art Critic (Glenn Close), 2013). Brice Dellsperger maakt nieuwe versies van scenes uit zijn favoriete films zoals Brian de Palma’s Dressed to Kill of The Black Dahlia, waarin hijzelf, of anderen, alle rollen vervullen (37. Brice Dellsperger, Body Double 1, 1995; 38. Body Double 23, 2010). Ook vinden we een hommage aan de cult-cineast Kenneth Anger (39. Body Double 26, 2011). Mike Cooter’s neon werk en sculptuur refereren naar Alfred Hitchcocks’s meesterwerk Rope (40. Mike Cooter, Technicolor Proof (R_O_P_E), 2013). Aïda Ruilova toont een jonge vrouw die meermaals wordt aangevallen door onzichtbare, obscure krachten, in de stijl van een gotische B-film (41. Aïda Ruilova, Goner, 2010). Een serie foto’s van Joachim Koester toont de verlaten omgeving die ooit een thuis bood aan Charles Manson’s ‘familie’ van moordenaars, wiens bekendste slachtoffer Sharon Tate was, de vrouw van Roman Polanski (42. Joachim Koester, The Barker Ranch, 2008).

Woorden vervullen ook een centrale rol in misdaadverhalen. Douglas Gordon haalt zinnen uit belangrijke teksten als de Bijbel om hun potentiële dubbelzinnigheid, duisternis en meerdere betekenissen bloot te leggen (43. Douglas Gordon, Pretty much every word written, spoken, heard, overheard, 1989..., 2010). De opmerkingen in de tekeningen van Raymond Pettibon geven blijk van een droog, zwart gevoel voor humor (44. Raymond Pettibon, No Title (As he hung), 2009; No Title (And what moved), 2012; No Title (Again! there is), 2012; No Title (It started in), 2009; No Title (It was with), 2009.). Olivia Plender brengt strips en noir romans samen om de rol van de kunstenaar als genie te onderzoeken (45. Olivia Plender, The Masterpiece, Part IV – A Weekend in the Country, 2005), terwijl Allan Ruppersberg van necrologieën kunstwerken maakt, (46. Allen Ruppersberg, Study for Bookmark (Gregory Boyles); (David Powers); (Peter Alan Gloo); (Paul Barrit Humes), 1994). Bik van der Pol’s neon werk verwijst naar het verwoestende effect van goud als voornaamste voedingsbodem voor hebzucht; een belangrijke oorzaak van misdaad (47. Bik van der Pol, Untitled (Gold), 2009). Er ligt een reeks intrigerende objecten van verschillende aard verspreid door de ruimte: een stuk van een kostbare handschoen, doorboord door een zilveren kogel (48. Jason Dodge, A Glove Finger Burnt by Silver, 2007), achtergelaten koffers, een mand gevuld met kettingen en handboeien (49. Karl Holmqvist, Untitled, 2006,; 50. Nest, 2007) of nog een paar zwart leren handschoenen (51. Emilie Pitoiset, Les Indiscrets, 2013). Claire Fontaine toont een reeks goedkope objecten die zijn gemanipuleerd om allerlei deuren te kunnen openen en verbergt een kluis in een muur van de expositieruimte (52. Claire Fontaine, Change, 2006; Money Trap, 2010; Untitled (Covert Table), 2011; Passe-Partout (Year of the Rabbit, 13ème), 2011; Passe-Partout (Shangai), 2012).

Een sieraad van Teresa Margolles blijkt gemaakt te zijn van een verbrijzelde voorruit, verzameld op drugsgerelateerde plaatsen delict in Mexico (53. Teresa Margolles, Joya, (pulsera 2), 2007). Tevens verzamelde de kunstenares wapens die door drugdealers zijn gebruikt. Zij ‘transmuteert’ deze tot kunstobjecten om aandacht te vragen voor het dagelijkse geweld in de straten van Mexico (54. Teresa Margolles, Punta (2), 2004). Bovendien stelt Margolles het publiek bloot aan verontrustende geluiden, opgenomen tijdens een lijkschouwing (55. Teresa Margolles, Trepanations (Sounds of the morgue), 2003). Noam Toran verheft een leugendetector tot een sculptuur (56. Noam Toran, Polygraph, uit de serie Après-Coup, 2011), hiermee belicht hij de rol van een ontwerp in zowel het in bedwang houden als bevorderen van vervalsing en fraude. Spelend met auteurschap en morele waarden presenteert de kunstenaar, in samenwerking met Onkar Kular, een mal voor een iconisch sculptuur van Jeff Koons (57. Onkar Kular en Noam Toran, Koons Balloon Mold, uit de reeks The MacGuffin Library, 2008). Han van Meegeren, een van Nederlands’ bekendste kunstvervalsers, die vele vooraanstaande musea zijn vervalste Vermeers liet kopen in de jaren ‘30, is een invloedrijk figuur in de expositie (58. Han van Meegeren, Isaak zegent Jacob, 1941). Achter de fluwelen gordijnen van Ulla von Brandenburg (59. Ulla von Brandenburg, “Vorhang, ausgeblichen I” (Rideau, décoléré I), 2013) hangt een portret dat lijkt op een Modigliani, dat gesigneerd is door een andere beruchte vervalser, Elmyr de Hory, maar wat is geautoriseerd door Pierre Huyghe zelf (60. Pierre Huyghe, De Hory Modigliani, 2007). Garnar Eide Einarsson deelt een handleiding voor het verstoppen van smokkelwaar in de openbare ruimte met zijn publiek (61. Gardar Eine Einarsson, How to Hide Things in Public Places, 2013), terwijl een collectie objecten uit het Kriminalmuseum in Graz (Oostenrijk)


(62. Objecten uit het Hans Gross Kriminalmuseum, University Museum of Karl-Franzens University Graz, Graz; Daktyloskopie – vingerafdrukken, ca. 1920; Ongelijkend maar identiek, ca. 1920; Oorvormen (“Ohrformen”), ca. 1920; Forensische fotografie, ca. 1890; Forensisch onderzoeks koffer (Spurensicherungskoffer) en een serie foto’s door criminoloog Rodolphe Archibald Reiss de keerzijde aantonen: hoe de politiemacht zichzelf heeft georganiseerd volgens de bevindingen van de criminologie en forensische wetenschappen (63. Rodolphe Archibald Reiss, Moord op Mme Leplatenier, gevolgd door M. Weber’s zelfmoord, Eclépens, 15 September 1920, 1920; Misdaad van Carandiru, Sao Paulo, Brazilie, 1913, 1913; Zakdoek met vlekken bloed, ongewassen, gefotografeerd met invallend licht, 1906, 1906; Delaporte assassinatie, studie van handen die een houweel vasthouden, Gimel, January 1910, 1910; Overval aan de GrandChêne, vingerafdrukken verzameld op een wassen doek, Lausanne, 25 November 1915, 1915; Moord op Buret door Vaskoff, voetafdruk in Chavan’s winkel, 18 Mei 1917, 1917). Een compositieportret door Einarsson doet verschillende gelaatstrekken die door de fysionomie geassocieerd worden met criminele neigingen samensmelten, en herinnert ons aan de bevooroordelende effecten die een dergelijke wetenschap tot gevolg kan hebben als deze op mechanische wijze wordt toegepast (64. Gardar Eide Einarsson, Our Rival the Rascal, 2008 – 2009). Een installatie van Jill Magid toont videoopnames van een schietpartij op een campus in de VS tegen het decor van Goethe’s Faust, hiermee wordt de documentaire tot fictie teruggebracht (65. Jill Magid, Failed States, 2011). Lili Reynaud-Dewars installatie ensceneert het leven van Jean Genet als schrijver, activist en dief (66. Lili Reynaud-Dewar,

Some objects blackened, 2011; Ornament, 2011), terwijl Dora García het publiek uitnodigt om een boek te stelen (67. Dora García, Steal this Book, 2009). Een film van Herwig Weiser en Gabriel Lester wordt gekenmerkt door drie personages die door een verlaten postindustrieel landschap dwalen, vergezeld door een reeks gestolen kunstwerken (68. Have You Ever Stolen a Real McCarty...?, 1997). Een vroege video van Pierre Huyghe portretteert een kunstenaar die enkele objecten terug brengt naar verschillende winkels, hiermee keert hij het gebaar van het stelen letterlijk om (69. Pierre Huyghe, Dévoler (Unstealing), 1994). Julien Prévieux kocht een verzameling boeken die eigendom waren van Bernard Madoff, een voormalig effectenhandelaar en financieel adviseur, die werd veroordeeld voor fraude en wiens bezittingen zijn geveild. Samen met het begeleidende geluidswerk vertelt het boek het verhaal van hebzucht, macht en zedeloosheid (70. Julien Prévieux, Forget the Money, 2011). Een monumentale installatie van Kader Attia wekt een labyrint van onderdrukking op, gemaakt uit materiaal uit zijn privécollectie kranten en strips waarin de niet-Westerling telkens wordt afgebeeld als een beest of monster – zoals in kolonialistische propaganda (71. Kader Attia, The Construction of Evil, 2014). De reeks gebroken spiegels van de kunstenaar doet op haar beurt denken aan een onmogelijke daad van herstel (72. Kader Attia, Reparatur #6, #7, #8, #9, #10, 2013). Jim Shaw portretteert op ironische wijze zakenmensen als zombies in een reeks schilderijen en een film (73. Jim Shaw, Zombie Painting #3, Zombie Panel #3; 74. The Hole, 2007), terwijl Saâdane Afif, met een vleugje zwarte humor, het Centre Pompidou presenteert als een doodskist die zachtjes het museum ten grave draagt (74. Saâdane Afif, L’Humour Noir, 2010).

Publieksprogramma MORE THAN MEETS THE EYE Filmprogramma Zaterdag 25 januari 2014 (14:30 uur, 16:00 uur, 16:45 uur) Locatie: Cinérama, Rotterdam In het kader van The Crime Was Almost Perfect toont Witte de With op zaterdag 25 januari een filmprogramma waarin het thema misdaad verder wordt verkend. Verschillende vormen van vertelling, suspense en voyeurisme, alsook de relatie tussen design en misdaad worden onderzocht in geselecteerde films van Lene Berg, Keren Cytter, Dias & Riedweg, Willie Doherty, Beatrice Gibson, Alexandra Midal, Michael Portnoy, Nicolas Provost, Aida Ruilova en Hans Schabus. Dit filmprogramma kwam tot stand in samenwerking met het International Film Festival Rotterdam. This Is What Happened 14:30 – 15:45 uur Beatrice Gibson, The Tiger’s Mind, 2012 (25 min); Michael Portnoy,Thrillochromes, 2013 (15 min); Dias & Riedweg, Crime Master, 2013 (5 min); Willie Doherty, Non Specific Threat, 2004 (8 min). Crime And Design 16:00 – 16:30 uur Alexandra Midal, Hocus Pocus: Twilight in my Mind, 2009 (30 min). Let’s Do It Again 16:45 – 17:45 uur Nicolas Provost, The Dark Galleries, 2013 (11 min); Lene Berg, Dirty Young Loose, 2013 (32 min); Aïda Ruilova, Goner, 2010 (15 min); Keren Cytter, Corrections, 2013 (8 min).

CUI BONO? (IN WIENS VOORDEEL?) Symposium Zaterdag 29 maart 2014, 12:00 – 18:00 uur Locatie: Auditorium, Witte de With Wat is de wet, en hoe functioneert deze? Hoe wordt de wet geschreven, geïnterpreteerd en uitgevoerd in verschillende contexten? Maar ook: Wat betekent het als we zeggen dat een rechtszaak gewonnen of verloren is? Dit symposium wordt ingeleid met een introductie over de historische ontwikkeling van de wet, het juridisch systeem en zijn werking. Aan de hand van een aantal cases wordt vervolgens onderzocht of en hoe juridische procedures ons normatieve begrip van eerlijkheid kunnen faciliteren of juist compliceren.

MASTERCLASSES Crime Does Pay! Donderdag 13 februari, 10:00 – 17:00 uur Masterclass met Michael Zinganel (Kunstenaar en schrijver, Wenen) Design for Crime Donderdag 24 april, 10:00 – 17:00 uur Masterclass met Alexandra Midal (Designhistoricus, Parijs) Het gedetailleerde publieksprogramma is te bekijken op onze website www.wdw.nl.

PUBLICATIE Lente 2014 Een compilatie van bronteksten, detectives, nieuwe in opdracht geschreven teksten, en documentatie van afbeeldingen zal gelijktijdig met de expositie worden uitgegeven. Als eerbetoon aan de paperback detective zal dit boek een diepgaande reflectie bevatten op de dubbele binding tussen “kunst als misdaad” en “misdaad als kunst”.


Biografieën van de Kunstenaars

potentie. Zijn werk lijkt misschien materieel minimalistisch, maar is vaak het product van een ingewikkeld artistiek proces.

Saâdane Afif’s (geb. 1970, Frankrijk) installaties, bestaande uit performance, objecten, sculpturen, tekst, posters, en werken in neon, zijn gedeeltelijk gecreëerd door samenwerkingen met bevriende kunstenaars, curatoren, of critici en in werking gezet in exposities middels daadwerkelijke en ingebeelde optredens van mensen, muziek, en licht.

Dirk Bell’s (geb. 1969, Duitsland) werk neemt een reeks ogenschijnlijk tegenstrijdige visuele tekens en symbolen – van minimalisme tot Jugendstil, of symbolisme – en verenigt ze in analytische, ambivalente, en kritische schilderijen, tekeningen, en installaties.

Gardar Eide Einarsson’s (geb. 1976, Noorwegen) teksten, installaties en tekeningen nemen de beeltenissen van subculturen en hercontextualiseren deze om verschillende vormen van sociale transgressie, en argumenten voor politieke ondermijning te onderzoeken.

Richard Hawkins’ (geb. 1961, de Verenigde Staten) oeuvre, verspreid over twee decennia, staat bekend om zijn collages, die hij niet alleen behandelt als techniek, maar ook als filosofie en methodologie.

Monica Bonvicini (geb. 1965, Italië) confronteert haar publiek met tekeningen, sculpturen, installaties, video’s, en foto’s die de relatie tussen ruimte, macht en sekse onderzoeken met een bijzondere focus op ‘bouwen’, vaak versterkt door bijtende humor.

Matias Faldbakken (geb. 1973, Denemarken) gebruikt vaak het gereedschap en de technieken van vandalen; verscheuren en wissen om esthetische vormen te creëren. Hij is geïnteresseerd in de kruising tussen zogenaamd progressieve omgevingen en de zakenwereld.

Karl Holmqvist (geb. 1964, Zweden) werkt met media als video, installaties, kunstenaarsboeken en live performance, waarbij hij vaak geschreven en gesproken taal en verschillende aspecten van menselijke communicatie onder de loep neemt.

Aslı Çavuşoğlu’s (geb. 1982, Turkije) projecten beschouwen de manier waarop culturele en historische feiten worden getransformeerd, weergegeven, en geïnterpreteerd door individuen, om zo de onzekere en subjectieve aard van onze gedeelde geschiedenissen te benadrukken.

Keith Farquhar (geb. 1969, het Verenigd Koninkrijk) ontwikkelt een voorstelling van het kanten-klare en kleedt ‘gebaren’ uit tot een staat van rauwe economie, door gebruik en misbruik van hedendaagse technologieën en de toeeigening van bestaande kunstwerken.

Elmyr de Hory (1905 – 1976) was een in Hongarije geboren vervalser waarvan wordt gezegd dat hij gedurende zijn leven meer dan 1000 vervalsingen heeft verkocht aan musea en galerieën over de hele wereld. De bekendste waren geschilderd in de stijlen van Picasso, Matisse, en Modigliani.

Kader Attia (geb. 1970, Frankrijk) gebruikt zijn eigen achtergrond, gelijktijdig gekenmerkt door verscheidene culturen, om de impact van Westers cultureel en politiek kapitalisme op het Midden-Oosten, Afrika, Azië, en ZuidAmerika te onderzoeken in de context van de geschiedenis van slavernij en immigratie. Dan Attoe’s (geb. 1975, de Verenigde Staten) werk draait vaak om een ongeslepen aspect van het stedelijke en rurale leven, met een vleugje mystiek. Bik Van der Pol (gesticht in 1995 door Liesbeth Bik en Jos Van der Pol) onderzoekt de potentie van kunst om kennis te produceren en over te brengen. Ze doen dit door middel van samenwerkingen en onderzoeksmethoden gericht op het activeren van situaties om zo platformen voor verschillende types communicatieve activiteiten te creëren. Guillaume Bijl (geb. 1946, België) trekt het bestaansrecht van de kunst in twijfel door musea en galerieën te transformeren tot fitness centra, lampenwinkels, vloerbedekkingszaken, reisbureaus, rijscholen, etc., waardoor een verwarrende wisselwerking tussen fictie en realiteit wordt gecreëerd. Jean-Luc Blanc (geb. 1965, Frankrijk) leent zijn beeldmateriaal uit film en tijdschriften en confronteert het permanente en exacte van fotografische reproductie met zijn artistieke subjectiviteit.

Mike Cooter (geb. 1978, het Verenigd Koninkrijk) onderzoekt de potentie van sculpturale kunstvoorwerpen als vertellingen en bewijsstukken via interdisciplinair onderzoek en veelgelaagde installaties die correspondentie, interviews, geleende en ge-herfabriceerde objecten, en archiefmateriaal samenbrengt. François Curlet’s (geb. 1967, Frankrijk) werk past vaak een vleugje poëzie, humor en absurditeit toe aan kant-en-klare objecten of taal, op verrassende en verwarrende wijze. Brice Dellsperger’s (geb. 1972, Frankrijk) werk houdt zich bezig met het lichaam en seksualiteit, voornamelijk via de doorlopende Body Doubles reeks, nieuwe versies van films waarin alle rollen worden gespeeld door travestieten. Jason Dodge (geb. 1969, de Verenigde Staten) is een beeldhouwer die objecten uit het alledaagse leven onderzoekt op hun verhalende

Claire Fontaine’s (kunstenaarscollectief gesticht in 2004) werk geeft commentaar op actuele gebeurtenissen, politiek, en maatschappij, door middel van het omkeren van krachtige symbolen en objecten, en bekritiseert de politieke onmacht en de crisis van het individualisme die het hedendaagse leven lijken te definiëren. Dora García (geb. 1965, Spanje) gebruikt de expositieruimte als platform om de relatie tussen bezoeker, kunstwerk en plaats te onderzoeken door middel van minimale aanpassingen in de ruimte die de kamer in een zintuiglijke ervaring doet veranderen. Douglas Gordon’s (geb. 1966, Schotland) werk gaat vaak om geheugen en de verstoring van perceptie; door zijn publiek bewust te maken van hun eigen voortvluchtige subjectiviteit trekt hij de wijze waarop we betekenis geven aan onze ervaringen in twijfel.

Eva Grubinger’s (geb. 1970, Oostenrijk) sculpturen en installaties gebruiken vorm en plaats om schaal te veranderen en ze te herladen met nieuwe betekenis.

Pierre Huyghe’s (geb. 1962, Frankrijk) werk vermengt vaak feiten met fictie op onverwachte locaties zoals de Wollman schaatsbaan in Central Park, het Sydney Opera House, of zelfs Antarctica. Gabriel Lester’s (geb. 1972, Nederland) allesomvattende kunstpraktijk, bestaande uit films en locatie-specifieke installaties. Lester maakt vaak gebruik van cinematografische aspecten. Jonas Lund’s (geb. 1984, Zweden) praktijk verkent de mechanismen die onze gedeelde online ervaringen vormen, door op software gebaseerd werk te combineren met media en tentoonstellingsstrategieën die niet vaak verbonden worden aan online omgevingen. Fabian Marti’s (geb. 1979, Zwitserland) artistiek onderzoek richt zich op esoterische symboliek, culturele antropologie, muziek en weten-


schappelijke debatten, daarbij gebruikmakende van veelzijdige media, zoals fotografie, film, fotogrammen, keramiek en installaties. Rupert Norfolk’s (geb. 1974, het Verenigd Koninkrijk) werk onderzoekt de perceptuele en conceptuele mogelijkheden van zowel concrete dingen als hun afbeelding. Vaak manipuleert hij op subtiele wijze alledaagse objecten om de bezoeker de verwarren. Olivia Plender’s (geb. 1977, het Verenigd Koninkrijk) werk behandelt historische zaken zoals vroeg twintigste-eeuws spiritualisme en sociale bewegingen, alsmede de vragen die opkomen uit de hedendaagse waarden van de kenniseconomie. Julien Prévieux’s (geb. 1974, Frankrijk) kunstpraktijken laten hem verschillende maatschappelijke systemen infiltreren om hun absurde en misleidende aard te bewijzen en door middel van toe-eigeningstechnieken en parodieën pijnlijke waarheden bloot te leggen. Lili Reynaud-Dewar’s (geb. 1975, Frankrijk) werk navigeert tussen het autobiografische (gebruikmakend van haar eigen lichaam alsmede de lichamen van vrienden en familie) en refereert aan het nalatenschap van belangrijke twintigste-eeuwse persoonlijkheden uit de kunsten om de beperkingen en grenzen van het auteurschap in twijfel te trekken. Jim Shaw’s (geb. 1952, de Verenigde Staten) werk werd geïnspireerd door protestposters, schilderijen uit kringloopwinkels, stripromans, rockalbums, pulpboeken en advertenties. Het behandelt Amerikaanse sociale fenomenen, alsmede zijn persoonlijk leven en onderbewustzijn. Ulla von Brandenburg (geb. 1974, Duitsland) creëert een gelaagde vertelling die het gat tussen fictie en realiteit en hedendaagse collectieve ervaringen verkent aan de hand van terugkerende thema’s uit expressionistisch

theater, literatuur, pre-Freudiaanse psychoanalyse en vroege film. Raymond Pettibon (geb. 1957, de Verenigde Staten) staat vooral bekend om zijn scherpe tekeningen die op meedogenloze wijze de hedendaagse cultuur bekritiseren, daarbij gebruik makend van het format van de striproman met beeld en tekst. Rodolphe Archibald Reiss (1875 – 1929, Duitsland, Joegoslavië ) was een publicist, chemicus, professor in de criminologie aan de Universiteit van Lausanne en een bekend forensisch wetenschapper. Allen Ruppersberg (geb. 1944, de Verenigde Staten), een van Amerika’ s pioniers in de conceptuele kunst, haalt zijn bronmateriaal uit objecten die stammen uit de Amerikaanse populaire cultuur van de mid-twintigste eeuw, hierbij worden de consumptiemaatschappij en massa media op een zowel speelse, als kritische wijze verkent. Joachim Koester (geb. 1962, Denemarken) gebruikt historisch documentatiemateriaal om een fictieve vertelling te creëren, daarbij werkende met noties van het onbekende, in zijn wetenschappelijke, metafysische en geschiedkundige vorm. Erik van Lieshout’s (geb. 1968, Nederland) vaak provocerende werk gaat over geweld, politiek, seks en commerciële cultuur met een humoristische, openhartige, en soms minachtende toon. Daarin gebruikt hij vaak een zeer persoonlijke benadering. Jill Magid’s (geb. 1973, de Verenigde Staten) kunstpraktijk gaat gepaard met persoonlijk engagement met onpersoonlijke bureaucratische machtsstructuren, zoals de politie, de geheime diensten en CCTV, hierbij wordt hun alwetend perspectief, de opslag van geheugen, hun autoriteit, en ook potentiële omkeerbaarheid in twijfel getrokken.

Teresa Margolles’ (geb. 1963, Mexico) werk onthult een diepe betrokkenheid met socioeconomische ongelijkheid en uitbuiting, culturele gedragsnormen jegens de dood, en de functies van geweld in de maatschappij, door middel van het gebruik van media als bloed, lichaamsvet, of zelfs water waar lijken mee zijn gewassen. Dit confronteert mensen met hun angst in contact te komen met de dood. Han van Meegeren (1889 – 1947, Nederland) wordt gezien als een van de meest beruchte en vernuftige kunstvervalsers van de twintigste eeuw. Zijn bekendste vervalsing is het schilderij De Emmaüsgangers, geschilderd in de stijl van Johannes Vermeer. Dawn Mellor (geb. 1970, het Verenigd Koninkrijk) ontleedt door middel van zwarte humor de beroemdheidcultus in haar beelden. Zo vervaardigt ze een relatie tussen de ster en degene die in hem/haar gelooft, de fan. Emilie Pitoiset’s (geb. 1980, Frankrijk) werk speelt met de constructie die beweegt tussen documentaire en pure verzinsels, door de bezoeker te confronteren met zijn eigen waarnemingsvermogen en hun noodzakelijke beperkingen. Aïda Ruïlova’s (geb. 1974, de Verenigde Staten) zeer nauwkeurig bewerkte montages zijn gedeeltelijk geïnspireerd door B-films uit het horror genre evenals avant-garde filmmakers. Markus Schinwald (geb. 1973, Oostenrijk) is een veelzijdig kunstenaar die werkt met media van choreografie tot schilderkunst. Hij is gefascineerd door het lichaam als culturele constructie, de psychologische connectie met ruimte en begrippen als disfunctionaliteit en instabiliteit. Noam Toran’s (geb. 1975, de Verenigde Staten) kunstpraktijk onderzoekt hoe fictie het collectief bewustzijn beïnvloed, door de deconstructie en herindeling van filmische en literaire codes, conventies en structuren.

Herwig Weiser (geb. 1969, Oostenrijk) gebruikt wetenschappelijke methodes, van experimenteel programmeren tot werktuigbouwkunde, om zijn eigen esthetische machines te maken en onderzoekt zowel de natuur als gebouwen van gewapend beton, alsof deze te vergelijken zijn met datastromen of algoritmen. Onkar Kular (1974, Verenigd Koninkrijk) gebruikt hedendaagse ontwerp technieken om een zeer diverse reeks culturele en populaire onderwerpen te bespreken; variërend van alledaagse rituelen als theedrinken tot abstracte concepten, zoals huiselijke perfectie. Michael Portnoy’s (1980, Frankrijk) werk omspant dans-theater, stem-technieken, Relationeel Stalinisme, reptangles, abstract gokken, het verbeteren van biennales en Ijslandse kakkerlakporno. In zijn werk, dat vaak draait om de regels van spel en communicatie, is een belangrijke rol weggelegd voor taal. Cristina Ricupero is curator en kunstcriticus, en woont en werkt in Parijs. Ze cureerde tentoonstellingen over de hele wereld. Haar werk wordt gekenmerkt door een interesse in sociale kwesties en het vertellen van verhalen zoals te zien was in Fundamentalisms of the New Order (Kunsthal Charlottenborg, 2002), Populism (Contemporary Art Centre in Vilnius; het National Museum ofArt, Architecture and Design in Oslo; het Stedelijk Museum in Amsterdam en het Frankfurter Kunstverein, 2005) en meest recentelijk Secret Societies (Schirn Kunsthalle Frankfurt en CAPC de Bordeaux, 2011 – 2012). Ze maakte een groepstentoonstelling met kunstenaar Fabian Marti: Cosmic Laughter – timewave zero then what? bij de Ursula Blickle Stiftung, Duitsland (2012). Haar meest recente tentoonstelling is Suspicious Minds bij Galeria Vermelho, Sao Paulo, Brazilië (2013) – welke een inleiding vormde voor The Crime Was Almost Perfect.


Colofon The Crime Was Almost Perfect 24 januari – 27 april 2014 Curator Cristina Ricupero (Onafhankelijk curator en kunstcriticus) Georganiseerd met Virginie Bobin (Assistant Curator, Witte de With)

Witte de With bedankt Witte de With De kunstenaars in The Crime Was Almost Perfect worden ondersteund door de volgende fondsen Bundesministerium für Unterricht und Kunst (Wenen), Institut Français, Pro Helvetia, Office for Contemporary Art Norway (OCA), Outset Netherlands, SAHA

Architectuur van de tentoonstelling Fabian Marti in samenwerking met Charlotte Truwant & Dries Rodet MORE THAN MEETS THE EYE Georganiseerd door Cristina Ricupero en Samuel Saelemakers CUI BONO? (IN WIENS VOORDEEL?) Georganiseerd door Defne Ayas, Virginie Bobin en Adam Kleinman Met dank aan Witte de With Center for Contemporary Art bedankt de kunstenaars, galeries, uitlenende instellingen en collecties, evenals alle publieke en particuliere fondsen en organisaties voor hun ondersteuning bij het realiseren van deze tentoonstelling. Ook dank aan Galerie Peter Kilchmann (Zurich), Galerie Krinzinger (Wenen), Yvon Lambert Galerie (Parijs), Nagel-Draxler Galerie (Berlijn-Keulen), Galerie Georges-Philippe & Nathalie Vallois (Parijs), Museum Boijmans Van Beuningen, Kunsthalle Wien (Wenen). Het publieksprogramma wordt ondersteund door Sjöcrona Van Stigt Advocaten (Rotterdam)

Uitlenende instellingen Witte de With Center for Contemporary Art bedankt de volgende instellingen en collecties voor het uitlenen van werk(en) voor deze tentoonstelling: Galerie Michel Rein (Parijs), Peres Projects (Berlijn), Art: Concept (Parijs), Galeri NON (Istanbul), Air de Paris (Parijs), Standard (Oslo), Galerie Kerstin Engholm (Wenen), Galerie NEU (Berlijn), Marian Goodman Gallery (New York), Jan Mot (Brussel), Saatchi Gallery (Londen), Gabriel Rolt Galerie (Amsterdam), Sadie Coles HQ (Londen), Klemm’s (Berlijn), Mary Mary (Glasgow), PrazDelavallade (Parijs), Fons Welters (Amsterdam), Galerie Kathy van der Pas & Steven van de Raadt (Rotterdam), Galerie Jousse Entreprise (Parijs), Collection Corvi-Mora (Londen), Collection FRAC Champagne-Ardenne (Reims), Hans Gross Kriminalmuseum (Graz), Collection Erling Kagge, Collection Laurent Laclos (Parijs), Collection Lambert en Avignon, Collection Daniel Lebard, Patricia Marshall Collection (Los Angeles), Olbricht Collection (Essen), Snare/Christiansen Collection (Oslo), Musée de l’Elysée (Lausanne), Zabludowicz Collection (Londen)

Priv.-Doz. DDr. Christian Bachhiels (Hans Gross Kriminalmuseum), Sjarel Ex en Friso Lammertse (Museum Boijmans Van Beuningen), Pr. Jeanne Gaakeer (Erasmus Universiteit Rotterdam), Anne Millet, Alexandra Midal, Thomas Olbricht, Julia Rust (Me Collector Room, Berlijn), Mr. A.J.M. de Swart (Sjöcrona Van Stigt Advocaten, Rotterdam), IFFR’s Rutger Wolfson, Edwin Carels, Mirjam Klootwijk en Frank van der Horst voor hun hulp bij het realiseren van More Than Meets The Eye (25 januari 2014) en Kristin Metho. De curator van de expositie bedankt in het bijzonder Defne Ayas voor haar steun bij het realiseren van dit project, evenals Paul van Gennip en Virginie Bobin. Daarnaast bedankt zij ‘Belvedere, Vienna’, Kader Attia, Ami Barak, Jean-Luc Blanc, Ina Blom, Gabriel Lester, Fabian Marti, Jonathan Martin, Jean-Charles Massera, Alexandra Midal, Rupert Norfolk, Annemarie Reichen, Caroline Schneider en Bettina Steinbrugge. Tentoonstellingsgids Redactie Cristina Ricupero, Defne Ayas, Virginie Bobin Engelse redactie Amira Gad, Marnie Slater Nederlandse redactie Josine Sibum Siderius, Samuel Saelemakers Vertaling (Engels-Nederlands) Wouter Kruithof Ontwerp A Practice For Everyday Life, Londen Drukker Platform P

Directeur & Curator Defne Ayas Adjunct Directeur Paul van Gennip Business Coordinator Sarah van der Tholen Managing Curator & Publicaties Amira Gad Curator Educatie & Theorie Yoeri Meessen Associate Curator Samuel Saelemakers Assistant Curator Virginie Bobin Hoofdredacteur WdW Review Adam Kleinman PR & Communicatie Josine Sibum Siderius Secretariaat & Communicatie Angélique Kool Secretariaat Gerda Brust Assistenten Secretariaat Emmelie Mijs, Wendy Bos Receptie Erik Visser, Erwin Nederhoff Techniek Line Kramer Stagiaire Iines Råmark (curatorial) Extern
 Administratie Frank van Balen, Suzanne van Heck Installatieteam Ties Ten Bosch, Jonathan den Breejen, Carlo van Driel, Rick Eikmans, Chris van Mulligen, Hans Tutert Receptie Francine van Blokland, Ella Broek, Marguerite de Geus, Rabin Huissen, Laura Lappi, Gino van Weenen, Serena Williams

 Educatieteam
Lisa Diederik, Fleur Flohil, Merel van der Graaf, Hannah Kalverda, Hanna van Leeuwen, Germa Roos, Gino van Weenen, Marloes van der Wiel Bestuur Kees Weeda (voorzitter), Patrick van Mil (Penningmeester), Bart de Baere, Ellen Gallagher, Nicoline van Harskamp, Jeroen Princen, Karel Schampers, Nathalie de Vries, Chris de Jong (zakelijk adviseur) Witte de With Center for Contemporary Art wordt ondersteund door


The Crime Was Almost Perfect 24.01.14 — 27.04.14 Kunstenaars Saâdane Afif, Kader Attia, Dan Attoe, Dirk Bell, Guillaume Bijl, Bik Van der Pol, Jean-Luc Blanc, Monica Bonvicini, Ulla von Brandenburg, Aslı Çavuşoğlu, Mike Cooter, François Curlet, Brice Dellsperger, Jason Dodge, Claire Fontaine, Gardar Eide Einarsson, Matias Faldbakken, Keith Farquhar, Dora García, Douglas Gordon, Eva Grubinger, Richard Hawkins, Karl Holmqvist, Pierre Huyghe, Joachim Koester, Onkar Kular, Gabriel Lester, Erik van Lieshout, Jonas Lund, Teresa Margolles, Jill Magid, Fabian Marti, Han van Meegeren, Dawn Mellor, Rupert Norfolk, Raymond Pettibon, Emilie Pitoiset, Olivia Plender, Michael Portnoy, Julien Prévieux, Rodolphe Archibald Reiss, Lili Reynaud-Dewar, Aïda Ruilova, Allen Ruppersberg, Markus Schinwald, Jim Shaw, Noam Toran, Herwig Weiser Samengesteld door Cristina Ricupero Architectuur van de tentoonstelling Fabian Marti in samenwerking met Charlotte Truwant & Dries Rodet

Witte de With Center for Contemporary Art Witte de Withstraat 50 3012 BR Rotterdam Nederland

T +31 (0)10 411 01 44 F +31 (0)10 411 79 24 info@wdw.nl www.wdw.nl

The Crime Was Almost Perfect - Tentoonstellinggids  

The Crime Was Almost Perfect 24 januari – 27 april 2014 Witte de With Center for Contemporary Art (Rotterdam) Curator: Cristina Ricupero

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you