WE DO MUSIC - 40 jaar Doonroosje

Page 1







40 Jaar Doornroosje


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 4

Inhoud 7 Inleiding Hoofdstuk 1 | 1969 - 1977

11 Het was een vies en donker hol Pink Floyd in het Kolpinghuis, van boerderij via politiebureau naar verbouwde school, verdwenen geld, veel hasj, hippies en Herman Brood met een spuit in zijn arm.

Hip boerderijtje Angstpsychose Hannibal Pink Floyd Passieve toestand De zaak Fixe Spuit in je kont The Vibrators

43 Drugs

Hoofdstuk 2 | 1977 - 1988

51 Van wie is Doornroosje nu eigenlijk? Punkers vs hippies, veldslag bij Black Flag, Joy Division met een huwelijksprobleem, een weekje Berlijn, de grote verbouwing, barbezetting en het magere einde van de jaren tachtig.

Plurp Squats Joy Division Van wie is Doornroosje? Funky Harry Black Flag Verbouwing Kroegbezetting Een reisje naar Berlijn Blijven freaken

98 Jan Westera – Thinner! 108 Een oerdegelijk schoolgebouw 112 Tijdlijn


Inhoud 5

Hoofdstuk 3 | 1988 - 2000

115 Dansgeesten versus gitaarbeesten Dave Clarke in een Panda, Jeff Mills voelt zich thuis, Daft Punk komt met de trein, Nirvana en Pearl Jam komen niet, Courtney Love wil weg, Doornroosje gaat Fast Forward, vele nieuwbouwplannen en interne tweespalt.

Gitaargeweld en Pixies Doornroosje staat tussen Kurt en Courtney in, Bambix biedt hulp Pearl Jam en Nirvana komen niet, Radiohead heeft sterallures en Guru is boos Verbouw wordt nieuwbouw Ultimate Dance Construction Fast Forward Vergadertijgers Risico in Roosje Tegengas en vakbondsmentaliteit Rockbitch Jeff Mills Onrust

Hoofdstuk 4 | 2000 - 2010

159 De nieuwe zakelijkheid De interim-directeur, excelsheets, Planet Rose, graffiti, Ricardo Villalobos, Laurent Garnier, Mumford and Sons, de nieuwbouwsoap, overgekwalificeerde programmeurs en de toekomst.

Wisseling van de wacht Interim Respect Hooligans Villalobos Väth en Garnier De afgrond Vlees op de botten De nieuwe zakelijkheid Het hart van Doornroosje Overgekwalificeerde programmeurs Mumford and Sons Muzikale octopus Veertig jaar Doornroosje Nieuwbouw in 2014? Niet minder Doornroosje

150 Dave Clark – Proost and Hup Hup!!!!

188 Torre Florim – Blue Curaçao, Passie en Red Bull

154 Frank Antonie van Alphen – Een stem is een trol die blootsvoets in het hoofd gromt.

197 Dankwoord 198 Herkomst foto’s en illustraties 199 Subsidiënten & Sponsoren 200 Colofon 201 Roosje leeft! (DVD)


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 6


Inleiding 7

Inleiding Het is op zijn minst wrang dat de man die op 7 juli 1970 zijn handtekening zette onder de oprichtingsakte van Doornroosje met pek en veren Nijmegen werd uitgejaagd. De man, al was hij met zijn 27 jaar meer een jongen nog, behoedde Doornroosje destijds voor een vroegtijdig einde als gevolg van algehele passiviteit onder de bivakkerende hippies. Hij was de enige eindverantwoordelijke. De man in kwestie, Jaap Fixe, zou er met de kas vandoor zijn gegaan. Om precies te zijn 20.000 gulden. Voor dit boek zochten we hem op in een dorpje van vijf huizen op een berg in de Duitse Eifel. De details van de kwestie kan hij zich veertig jaar na dato niet meer herinneren. Van zijn onschuld is hij nog steeds overtuigd. Die 20.000 gulden kunnen overal zijn verdwenen in de lekkende begroting die er destijds was en het totale gebrek aan administratie, stelt hij. De kas was een sigarendoosje. Veertig jaar later kan het contrast niet veel groter zijn. In Doornroosje worden dagelijks excelsheets geopend en bijgehouden. Tot in de details is duidelijk hoe ieder dubbeltje wordt besteed. En toch zijn er overeenkomsten. Het pand is in die veertig jaar nog steeds hetzelfde. Tegen wil

en dank. Veertig jaar geleden stonden de hippies van toen te trappelen om de verbouwde Antoniusschool aan de Verlengde Groene­straat te mogen betrekken. Als de gemeente geen haast maakt met het klaarmaken van het nieuwe pand wordt de actiegroep St. Juttemis opgericht, die op ludieke wijze protesteert in het gemeentehuis. Het is een actiegroep die de afgelopen twintig jaar opnieuw in het leven had kunnen worden geroepen. De nieuwbouw van Doornroosje staat nu al bijna twee decennia op de agenda. Doornroosje zal een van de laatste grotere poppodia in Nederland zijn die nieuwbouw mogen betrekken. Toch is Doornroosje dichter bij nieuwbouw dan ooit. De wethouder liet zich onlangs nog ontvallen dat de eerste paal in november 2011 de grond in moet gaan. Wie seks, drugs en rock & roll zoekt, zal in dit boek niets tekort komen. De geschiedenis van Doornroosje is roerig. Te beginnen met een door Doornroosje georganiseerd concert van Pink Floyd in het Kolpinghuis dat uitdraait op een financieel fiasco. In Doornroosje is al snel een door de gemeente gedoogd verkooppunt van hasj te vinden. Frank Boeijen werkt vanuit de oefenkelder hard aan zijn carrière. Doornroosje lijkt in het punkjaar 1977 en ook in de jaren daarna zich niets aan te trekken


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 8

van de tijdgeest. Totdat die tijdgeest Doornroosje inhaalt, meestal met een knal. Zo plegen de punkers meerdere coupes, waarbij agressie niet wordt geschuwd. Er zijn bezettingen, vechtpartijen en politieinvallen. Ploertendoders en traangas komen er aan te pas. De oude school gaat in 1985 grondig op de schop en krijgt dan het gezicht dat ze nu heeft. Ook al is er eigenlijk geen geld voor een dergelijke verbouwing. Doornroosje redt het altijd weer, op wilskracht. Ook na de jaren tachtig blijkt de tijdgeest nog niet ingehaald. De dance krijgt, ondanks de vele tegenstand, in de jaren negentig eindelijk een plek binnen Doornroosje. Dance groeit daarna uit tot een landelijk en zelfs wereldwijd bejubeld onderdeel van Doornroosje. En wat betreft de seks, nou ja, het concert van Rockbitch in 1997 moet genoeg zeggen. Even was er de vrees bij de makers van dit boek dat na die roerige jaren tachtig en negentig het laatste hoofdstuk saai zou worden. Niets is minder waar. De tijdgeest is eindelijk ingehaald. Sterker nog, Roosje kan met recht claimen net iets voor die tijdgeest uit te lopen in programmering, bedrijfsvoering en marketing. Die inhaalrace, die niet zonder hobbels gelopen kon worden, maakt de laatste tien jaar net zo spannend als de dertig jaar daarvoor. En ook al wordt er nu op ieder dubbeltje gelet, de voorzitter van de Raad van Toezicht zegt niet voor niks dat Doornroosje nog steeds in een soort van permanente staat

van reorganisatie verkeert. Het is en blijft muziek wat Doornroosje doet. Daar is niet alleen heel weinig geld voor, er zijn ook altijd spannende verhalen over te vertellen. Zoals gezegd gingen we naar de Eifel voor een gesprek met de eerste projectleider van Doornroosje. Het budget liet het niet toe om bij een van de oprichters langs te gaan die nu in Australië een eigen paardenfokkerij heeft. Of om even de succesvolle muziekprogrammeur te bezoeken die nu in het vastgoed van het Amerikaanse Boston werkt. Doornroosje kent heel veel (oud)-medewerkers. We hebben gepoogd alle sleutelfiguren uit alle periodes te spreken, soms moest dat via telefoon of mail. Al snel werd duidelijk dat sommigen beschikken over een ijzersterk geheugen en anderen heel veel kwijt zijn. “Ik was zo stoned als een aap”, weet er eentje nog over het concert van Pink Floyd en daarmee gingen ook de meeste herinneringen aan dat concert in rook op. Een ander vraagt enkele maanden na een interview met hem: “Hebben wij een gesprek gehad? Niet dat ik me kan herinneren.” Om maar aan te geven dat het geheugen niet feilloos is. Zeker niet van de betrokkenen uit de jaren zeventig. We hebben alle gebeurtenissen en feiten proberen te checken, maar soms moeten we het doen met de herinneringen van geïnterviewden. Het kan zijn dat die herinneringen niet altijd stroken met de feiten. Dit is geen geschiedenisboek, het is de geschiedenis


Inleiding 9

van veertig jaar Doornroosje. Direct betrokkenen zullen wellicht teleurgesteld zijn dat er geen hoofdstukken zijn gewijd aan het Festival Of Fools, het Pantejater, de fitness, de filmclub, het toneel, de Roos van Nijmegen, Jungle Galaxy, RoDiO, de workshops of het jazzballet. Het was nu eenmaal niet mogelijk om alles uitgebreid te behandelen en dit boek toch leesbaar te houden. We hebben, in de beschrijving van de veertigjarige roerige geschiedenis van Doornroosje, de nadruk gelegd op de muziek. Met concerten van beginnende bands, vergeten groepen en muzikanten die uitgroeiden tot wereldsterren. Ze stapten in die veertig jaar allemaal over de drempel van hetzelfde gebouw. Een plek die in 1970 nog een typisch schoolgebouw

was met keurige beplanting rond de ingang en transformeerde in een hangplek voor hippies, een bekliederd punkhol en een bouwplaats tot het uiteindelijk een keurige popzaal werd waar de sfeer van het verleden nog uit de graffiti op de buitenmuren spreekt. Wie met de trein naar het zuiden reist of door de spoorkuil fietst, ziet met de twee cirkels op de achtermuur van Doornroosje een restant uit 1970. In die tijd was er nog heel wat te doen om die schildering. Automobilisten op de St. Annastraat zouden er door worden afgeleid. Het zal nu niemand meer opvallen. Het zou eerder opvallen als de cirkels ooit verdwijnen. Doornroosje is immers na veertig jaar niet meer weg te denken uit Nijmegen.



40 Jaar Doornroosje

–1–

Het was een vies en donker hol 1969 – 1977


Doornroosje Heinrich Leutemann of Carl Offterdinger eind 19de eeuw


Hoofdstuk 1

.

Het was een vies en donker hol 13

1969 – 1977

Het was een vies en donker hol

P

ink Floyd in het Kolpinghuis, van boerderij via politiebureau naar verbouwde school, verdwenen geld, veel hasj, hippies en Herman Brood met een spuit in zijn arm. Hippies waren ze. Hippies die vonden dat het slaperige Nijmegen moest worden wakker geschud. Er was dan ook geen betere naam denkbaar dan Doornroosje, de schone slaapster die wakker werd gekust door de prins. “Doe als Doornroosje, zet je eerste wankele doornen stappen naar de toestand die nirwana heet”, luidt een zin uit de openingstoespraak in 1969. Het was Gonnie Schraven die als Doornroosje symbolisch werd wakker gekust op de Nijmeegse Grote Markt op 16 augustus 1969. “Ik had een of ander licht jurkje aan, dat weet ik nog wel”, zegt Gonnie vanuit de tuin van de imkerij in Heumen die ze met haar man draaiende houdt. “We

liepen naar de markt en daar ging ik liggen op de grond, op een kleed. Ik moest doen alsof ik sliep en Eugène Meijs moest mij wakker kussen. Dat was het hele gebeuren. Daarna was het vreselijk gezellig met een feest.” De Gelderlander schrijft twee dagen later met veel verwondering over de nieuwe bewoners van het oude politiebureau aan de Tweede Walstraat. Over de bodybuilder voor de deur, de ‘agitaasie-teksten’ op de muur, de mensen die er rondlopen, de muziek en de film met drie blote dames. ‘400 mensen in veel te klein gebouw’, luidt de ondertitel van het artikel ‘Met ,,Doornroosje” naar het nirwana.’ Het feest is eerder aangekondigd met de tekst: “Lieve verlepte Roosjes. Eindelijk, eindelijk! Na bijna een jaar lang hard gezwoegd en geploeterd te hebben door een rijstebrij van aanvankelijk onwillende gemeenteambtenaren, en aan het politieburo (waar we zeer Stichtende


GROUP 1850 Het eerste concert in Doornroosje aan de Tweede Walstraat in 1969


Hoofdstuk 1

.

Het was een vies en donker hol 15

dia’s en banden vonden, te mad hoor), gaat ONS gebouw, waar alles kan, en niets hoeft, offisjeel, plechtig, groots, nieuw en wreed open.” Gezwoegd en geploeterd is er om het oude politiebureau aan de Tweede Walstraat om te bouwen tot Doornroosje. De eerste band die aantreedt tijdens de officiële opening is Group 1850.

Hip boerderijtje Het eerste idee van Doornroosje ontstaat op de St. Jacobslaan. Op de plek waar nu een winkelcentrum staat, staat dan een aantal boerderijen. Eentje is bont beschilderd, tot grote ergernis van juwelier Roelofs aan de overkant van de straat. ‘,,Hip“ boerderijtje aan St.-Jacobslaan’ kopt De Gelderlander op 27 juli 1968 in een artikel over de kleurige boerderij. De juwelier mag zijn bezwaren kwijt in de krant, die zijn: “dat de afbeeldingen te cru zijn, dat hij elke week twee uur moet uittrekken om zijn klanten te vertellen wat het vreemde bouwsel voorstelt, dat op die manier de studenten hun eigen glazen ingooien omdat velen nu huiverig zullen zijn een student een kamer te geven, dat het verkeer in gevaar wordt gebracht omdat de automobilisten in verbazing over de gevel de weg vergeten en last but not least dat als hij, Roelofs, een klok voor zijn gevel hangt, heeft hij in een mum van tijd de schoonheidscommissie op zijn dak. Diezelfde schoonheidscommissie die niet

ingrijpt inzake de boerderij van de studenten.” In het hippe boerderijtje wonen studenten en andere langharige jongelui. In het artikel worden Piet Nelissen, Jo Joosten, Wilfried Notten, Frans van Driel en Bernard Neuhaus genoemd. Er zijn meer van zulke boerderijen op de St. Jacobslaan en het is een komen en gaan van bewoners. Eugène Meijs en Bas Hogenkamp wonen er, net als Teo Lamers en Thijs Buys. Die laatste twee worden in Het Vrije Volk van 6 november 1968 door schrijver Koos van Zomeren genoemd als initiatiefnemers van “een soort ontspanningscentrum, waarin allerlei nieuwe ontwikkelingen in de popcultuur tot ontwikkeling gebracht kunnen worden.” De stichting Doornroosje wordt op 6 december 1968 opgericht. Vanuit Australië, waar hij een paardenfokkerij bestiert, laat Teo Lamers weten: “Doornroosje was bedoeld voor iedereen die zich niet thuis voelde in de lokale kroegen. Omdat we afweken van de massa, of het nu was omdat we langharig, werkschuw of homoseksueel waren.” Gonnie Schraven: “Hippies kwamen bijna nergens in, dat langharige tuig wilden ze er niet hebben. Je kon ook nergens anders heen. Toen er in de St. Jacobslaan een soort club in Nijmegen kwam waar je lekker relaxt kon zitten en een jointje kon roken, wist iedereen dat gelijk te vinden.” Veel ouder dan 25 zijn de bezoekers en initiatiefnemers niet, de gemiddelde leeftijd is 18.


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 16


Hoofdstuk 1

.

Het was een vies en donker hol 17

De boerderij op de St. Jacobslaan


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 18

Het feest op de St. Jacobslaan duurt niet lang. Op 21 april 1969 wordt Doornroosje alweer “ter aarde besteld”. De buren willen in tegenstelling tot de prinses wel een tukje doen, schrijft De Gelderlander. Er is geluidsoverlast, het is te druk in de kleine boerderij en de bewoners vinden het niet ideaal om in een uitgaanscentrum te wonen.

Angstpsychose Doornroosje als vrijstaat voor gelijkgestemden. Op de St. Jacobslaan bestaat de groep bezoekers nog uit een man of veertig. Er lopen in Nijmegen zeker tweehonderd potentiële bezoekers rond, een groep die groot genoeg is om een eigen gebouw te rechtvaardigen. De Nijmeegse gemeenteraad besluit, mede dankzij bemiddeling van de Nijmeegse Jeugdraad en in het bijzonder voorzitter Cordemeyer, op 14 mei 1969 dat Doornroosje een eigen ruimte krijgt. Totdat de oude St. Antoniusschool op de Verlengde Groenestraat 22 (nu Groenewoudseweg) is verbouwd, kunnen de jongeren terecht in de Tweede Walstraat. In het oude politiebureau, waar nu de Molenpoortpassage te vinden is, is er een jaar ruimte voor Doornroosje. “In de Tweede Walstraat traden CCC Inc, Chris Hinze en de Mr. Albert Show op”, herinnert Bas Hogenkamp zich. “Het was een beetje een zooitje daar. Je moest door veel duistere ruimtes, waar dan ook duistere dingen

gebeurden, om bij de ruimte te komen waar de activiteiten plaats vonden.” Er is een grote zaal, een theetuin, een filmzaal en een ‘kreeatief-ruimte’. Veel geklust is er niet, alleen de muren hebben allemaal een andere felle kleur gekregen. Gonnie Schraven vindt het een groot gebouw in vergelijking met de St. Jacobslaan. “Er was een bar waar je wat kon drinken, en daar zaten we samen naar muziek te luisteren. Je ontmoette elkaar en dat was eigenlijk het belangrijkste, dat je met je eigen soort mensen zat.” Andere Nijmeegse jongeren zijn jaloers op de hippies. “Ik snap niet dat een groep jongeren die een jeugdcentrum oprichten zoveel voordelen krijgen. Zij zijn toch niet de enige in Nijmegen die ruimtegebrek hebben. Ik noem onder andere een reeds lang bestaande jeugdbeweging: de KWJ uit Nijmegen”, schrijft een verontwaardigd lid van de Katholieke Werkende Jongeren (KWJ) in een brief aan De Gelderlander. In Doornroosje wordt de muziek van Woodstock gedraaid: Crosby, Stills, Nash & Young, The Allman Brothers Band, The Flying Burrito Brothers, Led Zeppelin en Pearls Before Swine. Bij de opening van Doornroosje in de Tweede Walstraat klinkt de muziek van Hapshash and the Coloured Coat. Hein Fokker, nog steeds werkzaam in de muziek, komt als scholier in de Tweede Walstraat. Ook voor hem is het een flinke opgave om nieuwe muziek te vinden. “In Nijmegen konden we radio Veronica niet ontvangen, heel af en toe kwamen wat


Hoofdstuk 1

.

Het was een vies en donker hol 19


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 20


Hoofdstuk 1

.

Het was een vies en donker hol 21

flarden door met veel Mexicaanse hond [radiostoring]. We konden radio Luxembourg ontvangen en twee keer in de week was er Tijd voor Teenagers op de radio. Iedere week stonden we te wachten tot de lijst van de Veronica Top 40 door de postbode bij de platenwinkel werd afgeleverd. Op een gegeven moment duurde zelfs dat te lang en maakte ik met vrienden zelf een top 40. Door die slechte radio-ontvangst konden we vaak de titels van nummers niet goed verstaan. Massachusetts van de Bee Gees werd zo Message User in mijn lijstje. Ik werd colporteur voor Hitweek, die was niet te koop in Nijmegen. Dan kreeg ik er tien, moest ik er negen verkopen en mocht ik er eentje houden. Zo ontmoette ik veel gelijkgestemden. Uiteindelijk verkocht ik ze in Doornroosje.” “Het was een vies en donker hol in de

Tweede Walstraat. Doornroosje lag politiek gevoelig en iedere keer kwam de politie binnenvallen”, weet de eerste projectleider Jaap Fixe nog. “Ik was actief voor Omroep 2000, een jongerenomroep waarvoor we leden moesten werven om een plek te krijgen op de radio. Vandaar dat we vaak in Doornroosje te vinden waren. Het was daar op de Tweede Walstraat binnen een jaar een doodlopende zaak. Er werd weinig georganiseerd en de gemeente leek er de stekker uit te willen trekken.” In de notulen van 9 oktober 1969 is het zelfs het eerste punt van de vergadering. Na een nieuwe inval in Doornroosje wordt er besloten om eens met de politie te gaan praten omdat het, om de notulen te citeren: “a) onbeschoft is wat ze gedaan hebben [Doornroosje binnenvallen] b) er komt een angstpsychose op Doornroosje c) we

Pand in de Tweede Walstraat


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 22

moeten gewoon toch een keer praten”. Hein Fokker herinnert zich als bezoeker de invallen van de politie heel anders: “Volgens mij kwamen ze niet controleren, ze waren heel aardig. Het was hun oude gebouw, ze wilden gewoon nog eens kijken. Wisten zij veel van hasj.” Volgens het krantenbericht na de opening zijn de dienders wel degelijk op de hoogte. “En de ,,onopvallende” rechercheurs, tuk op hasjies en ondermijning van het moreel, geven later op de avond alleen maar een klacht van de buurtbewoners door: ,,of de muziek iets zachter kan””.

Hannibal Geliefd is de langharige jeugd niet bij andere jongeren. Zoals later in de Verlengde Groenestraat, komen ook in de Tweede Walstraat jongeren langs om ruzie te zoeken. Het jonge cafépubliek uit de Vlaamsegas, dat liever naar soul luistert en niets van de flower power moet hebben, komt iedere week rond middernacht binnenvallen om ruzie te zoeken. Iets waar vredelievende hippies geen gehoor aan geven. Het verschijnen van enkele werkende jongeren uit het Willemskwartier zorgt bij veel hippies al voor zoveel paniek, dat een van de werkende jongeren maar boe hoeft te roepen of de stonede hippies duiken al in paniek onder de tafel, zo weet een bezoeker uit die tijd nog. Zoals Teo Lamers het in 1969 tegen het Vrije

Volk vertelt: “We konden de jongens niet aan; wij houden niet van vechten.” Het gaat tegen de pacifistische principes in en er wordt erg lang over vergaderd, maar uiteindelijk wordt er dan toch een portier voor de deur gezet. Eentje met de naam Hannibal. “Dat ging even goed”, zegt Rob Verweij, in die tijd bezoeker, later muziekprogrammeur. “Maar uiteindelijk terroriseerde die Hannibal de dames bij Doornroosje.” De misprijzende blikken blijven, ook voor de ouders van Gonnie Schraven: “Als je als ouder een kind had dat hippie was dan hoorde je er niet meer bij. Dan behoorde je tot het lagere volk. Wij waren de enige in de hele omgeving die ‘hippies’ waren. Dat kun je nu gewoon bijna niet meer voorstellen.” Bas Hogenkamp, de medewerker die dan bekend staat als Basje of Rooie Bas, heeft in die tijd lang rood haar en een flinke baard. In navolging van Roel van Duijn probeert hij een Nijmeegse kabouterbeweging op te zetten. “Achteraf gezien waren wij veel lokaler bezig dan de Amsterdamse hippies die meer op de hele wereld waren gericht”, zegt Hogenkamp. “We zetten ons in voor een eerlijke verdeling, een rechtvaardige wereld, softdrugs, muziek en minder aandacht voor het gezin. We stonden op de barricades met ludieke acties, zoals het verbranden van biljetten voor de volkstelling. Tijdens de nieuwjaarsreceptie gaf ik een pamflet aan burgemeester De Graaf met de tekst ‘Makker wees blijde’, de tekst van Rocus de Vrije Vogel in de Fabeltjeskrant.” In 1969 breekt


Hoofdstuk 1

.

Het was een vies en donker hol 23


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 24

er zelfs een richtingenstrijd los in de Tweede Walstraat. Tussen de alternatieve bezoekers die zich graag associëren met de Kabouterbeweging en strenge marxisten. Voor Hein Fokker is het een bevrijdende tijd. “Voor mij was dat jaar in de Tweede Walstraat geweldig. Alles was aan het veranderen. Het was het einde van de Roomse tijd. We zakten steeds verder weg in de kerkbanken, uiteindelijk zaten we achteraan in de kerk tot het moment dat we helemaal niet meer gingen. In Doornroosje kwamen de freaks, daar hoorden kinderen uit een nette familie, zoals ik, niet mee om te gaan. Hippies konden rekenen op minachtende blikken, mensen vroegen zich af wat het rare spul was dat ze rookten. De groep was zo klein, het stelde niks voor. Het werd snel duidelijk dat het om vriendelijke, aardige mensen ging. Uiteindelijk kwamen veel hippiekinderen toch uit keurige milieus. Je was misschien drop-out, maar dan wel tot op zekere hoogte. Het was vooral een leuk spel.”

Pink Floyd Op 21 september 1969 speelt Pink Floyd in Nijmegen. Het is een vol weekend voor muziekliefhebbers in Nijmegen. De dag ervoor speelt de Golden Earring op Plein 1944 tijdens de popmarathon, georganiseerd door de Jeugdraad. Het concert van Pink Floyd wordt georganiseerd door

medewerkers van Doornroosje. Frits van den Akker trekt de kar. In de Tweede Walstraat kan de band, waar Syd Barrett dan al uit is verdwenen en die net Ummagumma hebben uitgebracht, niet optreden. Dus wordt er uitgeweken naar de bovenzaal van het Kolpinghuis. Pink Floyd krijgt vierduizend gulden voor het optreden, schrijft het Vrije Volk. Met de ongeveer 250 bezoekers die negen gulden toegang betalen, kan het concert niet uit. “Ik ging uit van minimaal 500 bezoekers die 5 gulden entree zouden betalen”, zegt Frits van den Akker. “Het te verwachten tekort wilde ik aan de gemeente voorleggen. Ik vond dat te verdedigen, omdat Doornroosje een experimentele bijdrage leverde aan de Popmarathon. De rest van het bestuur was het met deze zienswijze niet eens. Ze wilden het tekort tot een minimum beperken. Daarom werd de entreeprijs vastgesteld op negen gulden. Die maatregel leverde veel verzet op. Bezoekers vonden het te duur, het was te commercieel en het ergste van alles was nog dat ook de vaste vrijwilligers van Doornroosje negen gulden moesten betalen. Ik heb gedaan wat ik kon om het evenement te promoten door samen met andere vrijwilligers posters te plakken. Het mocht echter niet baten. Op de middag was alleen het balkon gevuld, de zaal bleef vrijwel leeg. Daardoor liep het tekort veel hoger op dan ik oorspronkelijk had gepland. Toen ik de vertegenwoordiger van de manager van Pink Floyd aan het eind


Hoofdstuk 1

.

Het was een vies en donker hol 25

van de middag moest betalen had ik daar geen geld voor. De penningmeester van Doornroosje weigerde het tekort aan te vullen. Na telefonisch overleg met de manager heb ik toen twee schuldbekentenissen moeten tekenen: één namens Doornroosje en één persoonlijk op mijn naam. Vanwege deze schuldbekentenis heeft het bestuur

licht behalve enig intiem gekleurd schijnsel en met de lekkere, primitieve, ruige en erotische muziek die is gevolgd op de ontdekking dat de Beatles in feite maar burgermuziekmakers zijn (geworden).” Rob Verweij is ook aanwezig. “Ik heb languit in de zaal gelegen. Dat kon makkelijk. Ik heb nog wat hand- en spandiensten

The Dream, voorprogramma van Pink Floyd.

van het Doornroosje van na 1970 uiteindelijk besloten mij hiervoor niet op te laten draaien en heeft het de schuld betaald.” De mensen die er wel bij zijn, zien hoe nieuwe muziek die dag Nijmegen verovert. Het Vrije Volk schrijft de volgende dag: “Behalve met afwachtende mensen werd de zaal tussen de planken vloer en het lage plafond gevuld met het ontbreken van

verricht en gekeken bij de mensen van de lichtshow. De installatie die Pink Floyd meenam was net zo groot als op de achterhoes van Ummagumma staat.” De Gelderlander is laaiend enthousiast over het concert van Pink Floyd. “Een onbereikbaar hoogste plaats in het scala van popmanifestaties, dat zich de laatste tijd in deze regionen manifesteert,


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 26


Hoofdstuk 1

.

Het was een vies en donker hol 27

wordt ingenomen door het optreden van de Engelse Pink Floyd, gistermiddag in het Kolpinghuis in Nijmegen. Degenen, die moeizaam hun laatste pop-centen besteed hebben aan deze magnifieke show, kunnen méér dan tevreden zijn. Wat Pink Floyd hen voor de (lang niet malse) entree bood, voldeed helemaal aan zelfs de hoogstgestemde verwachtingen. Het was een bijzonder muzikale, intensieve show, uiterst boeiend en sfeervol.” Hein Fokker is aanwezig bij het concert. “Ik kan me er niet veel meer van herinneren. Ik weet nog dat ik heb mee helpen sjouwen. Achteraf gezien was dat geen PA, het waren oude radio’s die allemaal het podium op moesten. Het klonk niet best, maar de sfeer was te gek. Er werd volop geblowd. De medewerkers van het Kolpinghuis stonden met de handen in het haar, ze wisten niet wat ze in huis hadden gehaald.” Floris Kolvenbach staat met de Tielse band The Dream in het voorprogramma van Pink Floyd, al zijn de contacten tussen de twee bands niet heel warm die tour. “We maakten heel andere muziek, eigenlijk paste het helemaal niet bij elkaar. Wij vonden het niet zulke goede muzikanten, alleen David Gilmour was technisch onderlegd. Voor de effecten gebruikten ze veel extra instrumenten zoals pauken, een gong en andere rekwisieten. Dat gaf nogal rompslomp om het allemaal op het podium te krijgen. “

Passieve toestand De hippies verkeren in hogere sferen in de Tweede Walstraat. Ondanks de irritatie over de bezoekjes van de politie, lijkt niemand zich zorgen te maken over de toekomst van Doornroosje. “Niemand doet nog wat, behalve Jaap Fixe. Er is bijna totaal geen communicatie zelfs tussen stafleden niet aldus Frans van Driel”, staat er in de notulen van 2 februari 1970. Jaap Fixe ziet het de verkeerde kant op gaan. Hij komt in actie. In een krantenartikel in De Gelderlander van 14 september 1971 zegt Fixe: “Op 15 oktober 1969 ben ik bij Doornroosje begonnen. Op verzoek heb ik me kandidaat gesteld. (...) Ik trof er een erg passieve toestand aan. En na enkele weken heb ik de Tweede Walstraat (een volkomen ongeschikt gebouw) uit eigen beweging dicht gedaan: het ging gewoon niet, er was alleen maar hasj, ongezelligheid en passiviteit. Een paar dagen later bleek dat de gemeente de tent gesloten zou hebben als wij het niet zelf gedaan hadden.” De invallen van de caféjeugd zijn ondanks de aanwezigheid van Hannibal niet afgenomen, daarnaast is er in het gemeentehuis flinke beroering ontstaan na het lezen van Open en Bloot, het huisorgaan van Doornroosje, dat een themanummer over seks maakt. Nu herinnert Fixe zich het als volgt: “Ik heb aangeboden bij Doornroosje te gaan werken. Ik ben naar de afdelingsvergadering van de PvdA gegaan, die partij zat samen met het CDA in het college, en zo


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 28

heb ik de Nijmeegse politiek gunstiger proberen te stemmen over Doornroosje. Ik heb als eerste stap een bestuur gezocht. Ik heb gewoon wat notabelen gebeld, een moraaltheoloog, een psychiater van de Pompekliniek, de directeur van de Kopse Hof en nog wat mensen. Die zeiden allemaal gelijk ja. Het bestuur was er voor de vorm, ze bemoeiden zich amper ergens mee. Toen is het gelukt om een ommekeer te bewerkstelligen. De politiek was bereid om Doornroosje te ondersteunen. We kregen de oude St. Antoniusschool aan de Verlengde Groenestraat toegewezen als nieuw pand. Ik heb een stichtingsakte voorbereid die uiteindelijk op 7 juli 1970 is ondertekend. Van de subsidie werd ik de eerste en destijds enige betaalde medewerker. Ik was de aangewezen figuur.” Piet Timmermans is in die jaren fractieassistent bij de PSP: “In mijn herinnering was er een bespreking met de Nijmeegse Jeugdraad, waarin ze het initiatief voor Doornroosje van harte bij de raadsleden aanbevolen. Daarbij werd als argument gebruikt dat door de activiteiten van dat nieuwe centrum drugsgebruik onder de Nijmeegse jeugd voorkomen zou kunnen worden.”

De zaak Fixe Op 7 juli 1970 wordt de stichtingsakte van het Kreatief Aktiviteiten Sentrum (KAS) door Jaap Fixe en de notaris ondertekend. KAS is de overkoepelende stichting waaronder het gebouw Doornroosje valt. Er wordt dan nog steeds hard gewerkt aan de verbouwing van de St. Antoniusschool. Zo worden er, naar ontwerp van Eugène Meijs, grote cirkels op de achterkant van het gebouw geschilderd. “Er werd geklaagd dat de verf te duur was”, herinnert Bas Hogenkamp zich. De cirkels zijn, als een soort oergraffiti, na veertig jaar nog steeds onveranderd vanuit de spoorkuil te zien. Het enige dat in het gebouw te vinden is, is een klein kantoortje. De deuren kunnen pas in augustus officieel worden geopend. Jaap Fixe wordt bij Doornroosje gedetacheerd door de Nijmeegse Jeugdraad. Tot op de dag van vandaag is het hem niet duidelijk wie er nu precies zijn loon betaalt. “Eigenlijk liep het te goed in de Verlengde Groenestraat. Veel jongeren van rond de 16 jaar waren er op zoek naar plezier of enkel om te hangen in de Theetuin. In de Verlengde Groenestraat waren mensen meer bereid om iets te doen achter de bar of de kassa dan in de Tweede Walstraat. Er waren grote feesten,


Hoofdstuk 1

.

Het was een vies en donker hol 29

Open & bloot, huisblad van Doornroosje


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 30

ludieke avonden, discussies, theater, trainingen, yoga. Het was niet te bolwerken in mijn eentje. Ik had ook nog eens een jong gezin en ik bleef actief bij Omroep 2000. Ik moest tot diep in de nacht doorwerken en ‘s ochtends vroeg was ik er alweer.” In de tijd van Fixe is er geen admini­ stratie en het vele werk stijgt hem tot de lippen. Een geruchtmakende fraudezaak markeert zijn vertrek in augustus 1971. Vanuit zijn huis in de Duitse Eifel kijkt hij, 39 jaar later, terug op de zaak. “Tegelijk met de stichtingsakte heb ik een begroting opgesteld, met de natte vinger. Dat was nog voordat we het pand in de Verlengde Groenestraat betrokken. Uiteindelijk bleek dat we twee keer zoveel geld nodig hadden, dus we kwamen al snel in de problemen. Er was niet eens een administrateur. Tijdens concerten zat er iemand met een sigarendoosje bij de kassa. Met dat geld moesten de bands worden betaald. Die chaos is me in de schoenen geschoven. Iedereen kon zien dat een organisatie van zo’n omvang niet door één persoon te leiden was. Zeker niet door een onervaren jongen van 27. Ik was overwerkt en kon een baan in Oberhausen krijgen. Die heb ik genomen. Ik heb dat aangekondigd en na juni 1971, toen ik ziek thuis zat, besloot men dat ik geld had verduisterd.” Doornroosje zit met een exploitatietekort van 47.000 gulden. De staf denkt dat 20.000 gulden daarvan is verduisterd door Fixe. Geluidsapparatuur ter waarde van 2.500 gulden staat ergens bij zijn

schoonouders in de kast en er is voor Doornroosje een te dure Volkswagen stationcar gekocht, zo oordeelt men. Fixe kan zich weinig van de cijfers herinneren, maar is overtuigd van zijn onschuld. “Misschien had ik al geen goede reputatie. Ooit is er per ongeluk 20.000 gulden gestort op de rekening van Omroep 2000. Dat geld heb ik op aanraden van mijn compagnon Fred Ruyzenaars gelijk opgenomen en dat is destijds gebruikt om de boetes van de bezetters van het Maagdenhuis te betalen.” Fixe werkt al in Oberhausen als de politie hem in september 1971 over de zaak wil spreken. Hij heeft dan wat brieven vanuit Doornroosje ontvangen, maar leert na een bezoek aan Nijmegen pas wat er allemaal in de kranten heeft gestaan. Zo heeft het Nijmeegse Universiteits Blad (NUB) zich vrolijk gemaakt over de affaire met een artikel die de titel ‘De Jaap Fixe Story’ draagt. “Een veelbesproken en in sommige kringen berucht heerschap heeft de nijmeegse scene met op zijn minst 20.000 gulden in zijn zak verwisseld voor die van Oberhausen, Duitsland,” zo begint het gepeperde artikel van 3 september 1971. “De NUB-redaktie heeft de karrière van Fixe met argusogen gevolgd en herhaalde malen overwogen diens handel en wandel aan de kaak te stellen, slechts weerhouden door de mogelijke polemiek van de immer argwanende scene, die een dergelijke aanval onmiddellijk zou interpreteren als een aanval van politieke aktivisten op de hippiebeweging.


Hoofdstuk 1

.

Het was een vies en donker hol 31


De cirkels worden aangebracht. Nog altijd een opvallend stadsgezicht.


De vroegere hoofdingang van Doornroosje aan de Verlengde Groenestraat.


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 34

Diezelfde beweging schiep door zijn interne struktuur de voorwaarden voor de manipulaties en malversaties van Fixe. De freaks waren door hun lijdelijkheid en grenzeloze naïviteit als was in de handen van de ambitieuze strever, die in de korte tijd van zijn verblijf in Nijmegen macht en invloed verwierf bij instanties en autoriteiten en zijn funkties en taken weer delegeerde aan stromannen.” Fixe rijdt in september naar Nederland om door de politie te worden gehoord. Bij een grenspost wordt hij staande gehouden en overgebracht naar Arnhem. Na vier dagen verhoor wordt hij vrijgelaten en kan hij met een brief op zak, dat hij van iedere verdenking wordt gevrijwaard, terug naar Duitsland. In het artikel van 14 september 1971 in De Gelderlander, als hij net is vrijgelaten, legt hij uit dat de geluidsapparatuur thuis heeft gehouden en geleidelijk wilde overbrengen omdat er in Doornroosje “vreselijk is gestolen”, “dat was al vanaf het moment in de Jacobslaan”. De te dure auto staat gewoon op de door het bestuur goedgekeurde begroting. Het artikel leest als een klaagzang van een jongen die door gemeente en zijn bestuur aan zijn lot wordt overgelaten. Fixe voelt zich verraden door zijn vrienden. “Voor iedereen ben je meteen de schoft. Onmiddellijk nadat er bekend is geworden dat er moeilijkheden zijn, dat je de schijn tegen hebt, ook al is er geen spatje bewijs geleverd, laten zelfs je zgn. beste vrienden je vallen als een baksteen. Ze trappen je liever de put in dan

dat ze je een helpende hand bieden.” Fixe denkt nu dat de ontbrekende 20.000 gulden misschien zijn salaris was, of het waren uitgaven voor Doornroosje die door de ontbrekende administratie nooit zijn geregistreerd. Onder de oud-medewerkers van Doornroosje heerst nog steeds verdeeldheid over de zaak. Voor sommigen staat Jaap Fixe bekend als de man die er met het geld vandoor ging naar Duitsland. Voor de een levert het een deuk op in het vertrouwen in de mensheid. Een ander ziet geen kwade opzet bij Fixe, eerder een onhandige administratie. Alle betrokkenen zien hun tijd in Doornroosje vooral als een belangrijke vormende tijd in hun leven. Bas Hogenkamp: “Ik maakte 80 uur in de week, maar ik heb het nooit als werk gezien. Het is achteraf een leerschool voor het leven gebleken. Het organiseren, de onderlinge strijd, de discussies. Vaak ging het over het drugsbeleid. Waren we er eindelijk uit, konden we twee maanden later de discussies weer van voren beginnen. Naast de drie stafleden waren er alleen maar vrijwilligers, daar liepen ook jongeren van 13 tussen, ook dat leidde weer tot discussies, of dat wel kon.” Zelfs Fixe kijkt niet verbitterd terug. “Mijn tijd bij Doornroosje was een bijzonder leuke tijd, het is jammer dat het zo is geëindigd. Er zijn goede dingen gebeurd. Voor mij, en volgens mij ook voor veel anderen, was het een verrijking van mijn leven.


Hoofdstuk 1

.

Het was een vies en donker hol 35

Spuit in je kont Als er een rode lijn door de veertigjarige geschiedenis van Doornroosje loopt, dan is het dat bij iedere nieuwe leidinggevende een groep medewerkers vertrekt. Vaak uit onvrede over de verzakelijking. Is de leidinggevende bij zijn aantreden nog te zakelijk, bij zijn vertrek is het altijd de opvolger die nog zakelijker is ten opzichte van de ongedwongen sfeer van zijn voorganger. Na het vertrek van Jaap Fixe en de financiële problemen wordt Doornroosje een jaar gesloten. In september 1972 gaan de deuren weer open. Projectleider is dan Jan Crijns. Bas Hogenkamp kan slecht tegen de nieuwe hiërarchie en neemt ontslag. Het is juist het gebrek aan hiërarchie dat Jan Crijns in 1973 wordt verweten door het bestuur. Hij wordt ontslagen, zijn werk wordt overgenomen door Geert Peeters Weem, die na een jaar alweer wordt vervangen door Jan Boeijen, die in de drie jaar dat hij in Doornroosje de leiding heeft met zijn bravoure een flinke stempel op de zaal drukt. Voor Gonnie Schraven houdt het dan op. Schraven: “Jan Boeijen nam Doornroosje eigenlijk over en wilde daar te veel zijn eigen tent van maken. De oude garde is er toen mee opgehouden, want die vonden het niet leuk meer. Ze vonden het te commercieel worden, dat was eigenlijk niet de opzet van Doornroosje. Henk van der Zand zegt over zijn voorganger: “Jan Boeijen was een hele informele leider die vorm, inhoud en sturing aan Doornroosje

heeft gegeven. Het waren de tijden dat de deur dag en nacht open stond. Mensen hadden geen werk, tijd zat en toch genoeg te eten. Jan Boeijen noemde Doornroosje heel mooi ‘de puist op de welvaartskoek’.” De 25-jarige Jan Boeijen reageert in 1974 op de advertentie waar Doornroosje aangeeft op zoek te zijn naar een nieuwe projectleider. Het betreft eigenlijk een functie van directeur, maar dat is in die jaren nog een besmet woord. “Ik zag als een berg op tegen die sollicitatie,” aldus Boeijen. “Het enige wat de voorzitter, professor Govert van den Bergh, aan me vroeg was: denk je dat je Doornroosje weer kunt laten swingen? Dat was mijn opdracht. Het was de tijd dat David Bowie populair werd. Ik kreeg het gevoel dat mijn voorganger er meer een disco van aan het maken was. Ik moest de jongeren binnenhouden en zorgen dat ze activiteiten organiseerden. Concerten van een band als CCC Inc. trokken nog het meeste publiek. De insteek was om zestienjarigen naar Doornroosje te trekken, in plaats van twintigers. Het lukte om ze achter de bar te laten staan en andere activiteiten te laten organiseren.” In De Gelderlander zegt Boeijen de maand van zijn aantreden: “In een subcultureel centrum als Roosje moet je geen aantal jonge mensen hebben die lief bij elkaar gaan zitten muziek maken en lekker kosmisch doen, maar actieve werkgroepen die naar buiten treden en die steeds aan de weg blijven timmeren.” Doornroosje is een hangplek voor


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 36

jongeren met de Theetuin als middelpunt. Er wordt thee gedronken, hasj gerookt (zie kader) en gehangen op oude matrassen. De goed verkrijgbare softdrugs trekt veel belangstellende Duitsers naar Doornroosje. Betsie Schraven, de jongere zus van Gonnie Schraven, werkt eerst in de Theetuin en is later schoonmaakster in Doornroosje: “Ik zie die ene Duitser nog in de Theetuin staan. Hij bestelde een flesje bier waar nog van dat bezinksel op de bodem zat. Ik vertelde hem dat hij dat niet op moest drinken. ‘Oh, macht nichts’, zei hij de hele tijd. Tot hij met zijn hoofd boven de wc-pot hing. ‘Macht nichts’, heb ik naar hem geroepen en hij heeft het zelf op mogen ruimen.” In die jaren treden er steeds vaker bands op in Doornroosje. Betsie Schraven: “Er kwamen steeds grotere bands, en hoe meer bandjes je kreeg, hoe meer subsidie er was. Daardoor werden er steeds meer bandjes aangetrokken. Je wilt toch dat er iets is waar jongeren terecht kunnen, iets dat anders is en waar meer mogelijk is dan [in] cafés in de stad.” De jonge Hein Fokker wordt in die jaren geraakt door een concert van Supersister in Doornroosje. “Fantastisch was dat. Het was voor het eerst dat ze van die Eliminatorboxen gebruikten, dat kwam toen allemaal op. Het was bomvol, ze hingen met de benen buiten. Er hing een enorme wierooklucht, dat was het eerste wat zanger Robert-Jan Stips deed, heel veel wierook aansteken. Hij praatte ook heel zijig.”

Jan Boeijen heeft moeite met de verschillende functies die in Doornroosje moeten worden gecombineerd. Er zijn rondhangende hippies, concerten, veel theater, allerhande workshops en er wordt van alles georganiseerd voor de jeugd, zoals cursussen jazzballet. “Veel ouders wilden hun kinderen niet naar ‘dat drugshol’ sturen. Dat beeld probeerden we te veranderen, al viel dat niet mee. Op een gegeven moment stond er een moeder in de deuropening van de stafkamer met haar dochter om die op te geven voor jazzballet. Op hetzelfde moment was Herman Brood in die kamer een shot aan het zetten.” Brood was een graag geziene gast in Doornroosje weet Jaap Fokker, broer van Hein en coördinator van de grote zaal. “Wild Romance belde vaak op zondag op of ze langs konden komen. Ze hebben een keer of tien opgetreden voor het personeel van Doornroosje, het was een soort repetitie voor ze.” Peter van Rijnswou wordt door Boeijen aangenomen als muziekprogrammeur in 1977. Hij komt uit Voorburg en weet niet wat voor een reputatie Doornroosje heeft in de stad. “Ik liep eens, toen ik pas in Nijmegen was, bij een kapper in de Van Welderenstraat binnen. Toen ze vroegen wat ik deed en ik het woord Doornroosje liet vallen, viel de hele zaak stil. Men dacht dat ze in Doornroosje een spuit in je kont douwden bij binnenkomst.”


Hoofdstuk 1

.

Het was een vies en donker hol 37

The Vibrators Peter van Rijnswou komt via een advertentie in De Volkskrant binnen bij Doornroosje. Voor die tijd is hij muziekprogrammeur in Voorburg. “Tijdens het sollicitatiegesprek werden er vragen gesteld over mijn ervaring en mijn contacten. Het was allesbehalve formeel. De staf wilde vooral weten of ik een toffe jongen was die in de sfeer paste. Het bestuur keek iets kritischer, ik kreeg het idee dat ze het wel gezond vonden om eens iemand van buitenaf aan te nemen. De opdracht die ik meekreeg was om de tent vol te krijgen en budgetneutraal te programmeren. De swingavonden waren al heel populair, dan stonden er 350 mensen in Doornroosje terwijl de zaal een flink stuk kleiner was dan nu. Het was echt dringen om ergens te komen en die swingavond was de grote melkkoe. Er waren veel studentenfeesten, tegelijkertijd was Doornroosje erg jong. Doe Maar was kind aan huis, ze speelden er twee keer per jaar. Automatisch kwam ik uit bij hippieachtige muziek, dat is wat het vaste publiek wilde horen. Ik heb eens Gruppo Sportivo geboekt, dan keerden de vaste bezoekers de rug toe. Ze vonden het maar een kloteband.” In het jaarverslag 76-78 wordt het volgende geschreven over de muziekprogrammering van Doornroosje: “De punk/ new wave rage bij voorbeeld is geheel aan Roosje voorbijgegaan, in tegenstelling tot heel wat andere jongerensentra. Deze benadering heeft een niet al te

vooruitstrevend programma tot gevolg gehad, maar leverde wel zeer sfeervolle, energieke en eenmalige aktiviteiten op zoals het stripfestival, herfstfeesten, Fool Moon Parties e.d.” Wat er dan wel te zien is, behalve punk, noemt het jaarverslag ook: “In januari 1977 waren er negen konserten waarvan vijf uitverkocht: Gruppo Sportivo, G.T. Moore, Larry Rose Band en Whale, Vibrators, Noëll Redding Band.” Bij studentenvereniging Diogenes vormt in diezelfde jaren Hein Fokker, die inmiddels studeert, samen met Willem Venema een “muziekpowerhouse”, in de woorden van Fokker. Venema richt later vanuit Diogenes zijn befaamde boekingskantoor Double You Concerts op dat weer later wordt ingelijfd door Mojo. Hein Fokker: “Alles wat goed was, moesten wij hebben in Diogenes. Er was ook meer geld, we konden tot vier uur open blijven en het was altijd vol. We konden bands wegkapen door meer geld te bieden. Als we ze niet wilden, zeiden we: ga maar naar Doornroosje.” In maart 1977 staat bijvoorbeeld The Police in Diogenes. “Vanaf 1971 gebeurde er niet zo veel meer in Doornroosje”, aldus Willem Venema. Het was een puinhoop. We zaten ooit met zijn zessen naar Alquin te kijken. Het was meer een plek om de jongeren bezig te houden.” Peter van Rijnswou: “In Diogenes zaten Willem Venema en de zijnen veel dieper in de muziek. Wij waren een gezellig jongerencentrum met ook af en toe een bandje. Ik kende de verhalen over punk en was


bang dat het bij The Vibrators in januari 1977 helemaal uit de hand ging lopen. Het waren ontstellend aardige en vriendelijke jongens. Dat heb ik wel eens anders meegemaakt, The Outsiders heb ik in Den Haag ooit nog eens het publiek in zien pissen. Ik zag de waarde van punk niet in, ik zag niet wat het kon betekenen. Het ging er toen ook niet om de beste bands te halen die je kon krijgen, het ging erom aan te sluiten bij de jongerencultuur.” Jan Boeijen neemt tijdens het concert van The Vibrators het besluit om te stoppen bij Doornroosje. “Toen ik ze zag moest ik aan de Rolling Stones denken, omdat ook The Vibrators op zoek waren naar een nieuwe scene. Die energie en die woede waren precies gelijk. De geschiedenis was zich aan het herhalen en toen was het tijd om te stoppen.” In een brief van 3 maart 1977 maakt hij zijn besluit officieel kenbaar. “Ik ben botweg leeg en moe, uitgeput”, staat er in de brief die wordt afgesloten met “Love is all...”.


Jan Boeijen aan het werk


Personeelsfeest 1976




Drugs 43

Drugs Er mag worden geblowd in Doornroosje. De hippies doen niets liever. Vooral in de Theetuin. In een werkgroep over de activiteiten van stichting Doornroosje wordt in 1969 het volgende geschreven: “Ten aanzien van softdrugs stelt men [het bestuur van Doornroosje] zich op het standpunt, dat bestrijding hiervan een beter effect zal sorteren, wanneer men de gebruikers ervan

weet te overtuigen, dat het leven meer heeft te bieden dan de schone schijn, die door de drugs wordt opgeroepen. De handel in drugs van welke aard ook, wordt in ieder geval tegengegaan voor zover dit in het vermogen van het bestuur ligt.” Toch wordt er in het begin van de jaren zeventig voor het eerst vanuit de staf gedacht om zelf hasj te verkopen. Bas Hogenkamp weet nog hoe het ging. “Het idee voor een huisdealer kwam op een avond dat er

maar één bezoeker was. Er kwam een tweede binnen met de vraag of hij in Doornroosje stuff kon krijgen. Wij moesten nee verkopen en die persoon vertrok naar Extase. Toen hebben we besloten om het zelf te gaan verkopen.” De kleine zaal, die dan nog niet door Doornroosje wordt gebruikt, wordt begin jaren zeventig gekraakt door een groep mensen die de zaal, als reactie op Doornroosje, Sneeuwwitje dopen. De kelders moeten worden

De Theetuin


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 44

afgeschermd omdat Sneeuwwitjebewoners via de doorlopende ondergang de drankvoorraad van Doornroosje plunderen. In Sneeuwwitje wordt wel harddrugs gebruikt, wat bij sommige medewerkers van Doornroosje, die hun vrienden verslaafd zien raken aan de heroïne, tot veel ongerustheid leidt. Ook worden daar mensen gecoacht tijdens hun LSDtrips. Het beleid van Doornroosje is dat er wel softdrugs gebruikt en verkocht mag worden in het pand, harddrugs zijn strikt verboden. Bezoekers die high zijn van harddrugs worden echter niet geweigerd. In de notulen van 14 april 1975 prijst Doornroosje zich gelukkig met de situatie dat er zeven à tien junks per week langskomen en dat er binnen de muren van Doornroosje gespoten noch gedeald wordt in harddrugs. In vergelijking met andere jongerencentra heeft Doornroosje niets te klagen, wordt geconcludeerd in de vergadering. Bij zijn aantreden in 1974 zegt Jan Boeijen in De Gelderlander: “Voor mij zou de

meest ideale situatie zijn als er achter de tap op een legale manier soft-drugs verkocht mochten worden, gecontroleerd op goede kwaliteit en voor verantwoorde prijzen. Dat zou voorkomen dat er wordt gehandeld in rotzooi of dat er waanzinnig hoge prijzen worden berekend.” In 1976 gaat de huisdealer aan de slag. “Het was heel simpel. Je koopt een plak, je verdeelt het spul en verkoopt het weer. Dat spul was overal te krijgen, volgens mij haalde ik het in het begin uit Wageningen”, zegt de man die zijn naam hier liever niet opgetekend ziet. “Binnen een jaar had Doornroosje Het Winkeltje, een vast verkooppunt met vijftien medewerkers. Er kwamen veel klanten uit Brabant en Duitsland naar Doornroosje”, aldus de huisdealer. “Niemand wist iets van harddrugs af,” zegt Paul Bogers die in 1973 en 1983 werkzaam is in Doornroosje. In de tussentijd werkt hij in café De Snor en Jo’s Kelders. Horeca waar later ook drugsproblemen ontstaan, reden voor Paul Bogers om er te vertrekken, al probeert hij in de

begintijd nog iets te doen aan drugsverslaafden. “Ik ben nog bij de politie langs geweest om te vragen hoe we die mensen konden helpen. De politie wist echter niks van drugs af.” De huisdealer heeft amper problemen met de politie gehad. “Die vonden het allemaal wel prima, die hadden heus wel iets beters te doen dan achter mensen aan te zitten die een stickie rookten. Maar wat de politiek vindt was toen al, en nu nog, heel anders dan wat de politie vindt.”

Ellendige heroïne Betsie Schraven houdt vanuit de Theetuin in de gaten of er stiekem toch geen harddrugs wordt gebruikt. “Soms kwamen er mensen langs die zwaar aan de heroïne zaten. Die gingen naar de wc voor een shotje. Dan vond je de naalden in de stortbak. Soms werden ze ook ziek op de wc’s door de heroïne. Dat ruimde ik niet op, dat mochten ze zelf doen.” Zolang de Theetuin er is, blijven harddruggebruikers een bron van zorgen. “Die ellendige heroïne is de laatste tijd


Drugs 45


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 46

inderdaad weer een bron van hoofdbrekens”, wordt er in de stafnotulen van 13 december 1979 opgetekend. De komst van de huisdealer zorgt voor een verandering. Gonnie Schraven: “Er werd toen niet meer stiekem gedeald buiten. Het liep allemaal wat soepeler. Het waren echt niet alleen hippies die hasj kochten in Doornroosje, ook artsen en directeuren. Dit was allemaal ver voor de eerste coffeeshop in Nijmegen. De politie stond wel

regelmatig nummerborden op te schrijven. Die hielden het goed in de gaten.” Jan Boeijen ziet geregeld de parkeerplaats vol staan met Duitse auto’s. Van Duitsland tot het Brabantse Oosterhout heeft Doornroosje de reputatie van de plek waar legaal goede hasj gekocht kan worden. Boeijen: “Er werd veel gedeald op het plein voor Doornroosje. Daar stonden dan Duitsers autobanden open te snijden om stuff in te verstoppen. Later kwam daar

ook de heroïne bij. We hebben actie ondernomen om het tegen te gaan. Ik heb tegen het bestuur gezegd dat we de verkoop van stuff in eigen hand wilden houden. Toen is besloten dat Doornroosje een huisdealer mocht hebben. Dat ging via het tripartite overleg, wat wij het ‘drie paar tieten-overleg’ noemden, dat was tussen de loco-burgemeester, de hoofdcommissaris van politie en de officier van justitie. Dat moest via de loco-burgemeester want


Drugs 47

de toenmalige burgemeester De Graaf had het nooit toegestaan. Snel daarna is Joke Bosch aangesteld als gastvrouw en uitsmijter om de gebruikers van harddrugs buiten de deur te houden. Zij kende die scene heel goed. De stuff werd in de kluis bewaard en iedere dag voor consumptie verpakt. Het gruis dat overbleef was voor mij, dat was mijn loon. Er ging altijd een deel naar de universiteit om te onderzoeken. Er was namelijk nogal wat onrust omdat er in die tijd rode heroïne in omloop was, waar mensen dood van neervielen. Dus moest ook de hasj worden gekeurd.” Volgens de huisdealer was die keuring behoorlijk onzinnig. “Er kwam dan op een lijstje te staan wat het THC-gehalte van de hasj was. Dat moet de werkzame stof zijn, maar in de praktijk geldt dat niet. Hasj met een hoog THC-gehalte werd vaak als slecht beoordeeld, terwijl de goede hasj een laag THC-gehalte had.” Toch blijft het hebben van een huisdealer riskant. De dealer van popzaal Het Paard van Troje in Den Haag wordt

bijvoorbeeld midden jaren zeventig opgepakt. Ook Henk van der Zand moet in de jaren tachtig regelmatig met de voorzitter van het bestuur voor ‘drugsoverleg’ bij de gemeente langs komen. “Op een gegeven moment is iemand van de afdeling narcotica bij ons langs geweest, maar dan moest Het Winkeltje [naam van het hokje waar de hasj werd verkocht] wel dicht, anders was hij verplicht om de medewerkers te arresteren. Soms kwam er een walm uit de Theetuin, daar kon je hasj van snijden. Dan wist je ook dat er die dag niks meer ging gebeuren in Doornroosje, niemand was nog in beweging te krijgen.” Van der Zand heeft vaak uitleg moeten verschaffen dat verdachte handel niets met Doornroosje te maken had. “Dan stuurde er weer iemand een plak op vanuit India geadresseerd aan Doornroosje. Gewikkeld in wat doeken, met het idee dat hij daar later dan vast wat geld voor zou krijgen. Dat werd natuurlijk gelijk ontdekt.”

Koos Koets In Het Winkeltje storten de medewerkers een gedeelte van hun inkomsten in de pot. Jaarlijks wordt er met dat geld een wietoogstfeest georganiseerd met een verkiezing van de beste huisgeteelde wiet. “Alles werd getest, de winnaar kreeg dan een vergulde wiettop en 250 gulden ofzo”, zegt de huisdealer. Hein Fokker herinnert het zich als legendarische avonden. “De lucht die er in die jurykamer hing was ongelooflijk. Daar zat er een chemicus met een pipet het THC-gehalte van de wiet te testen van de vijftien deelnemers. Er werd een hele toestand van gemaakt. Na de bekendmaking van de winnaar werd In-A-GaddaDa-Vida van Iron Butterfly en Willie the Pimp van Zappa gedraaid. Just a Poke van Sweet Smoke was ook zo’n succesnummer.” Volgens Doornroosje-medewerker Jozzy Rubenski kon de uitslag uren duren als de compleet stonede voorzitter het juryrapport ging voorlezen. “Dan was het echt alsof je naar Koos Koets aan het luisteren was”, aldus Rubenski.


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 48

In 1986 wordt de Arnhemse drugsdealer Harm Dost aan Duitsland uitgeleverd vanwege het verkopen van wiet aan Duitsers. Vanuit Doornroosje wordt een ludiek protest bedacht door zakjes met wietzaad aan ballonnen te binden die bij de grens worden opgelaten. Als de actie goed verloopt, openen de zakjes zich boven Duitsland en zal de grensstreek vol staan met bloeiende wietplanten. Met de komst van coffeeshops in Nijmegen wordt het steeds rustiger in Het Winkeltje van Doornroosje. “We waren in Het Winkeltje ook allemaal ouder dan de nieuwe

medewerkers van Doornroosje”, zegt de huisdealer. “Daarnaast werd Doornroosje een poppodium en kreeg het een heel andere functie. Ik had al na een paar jaar willen stoppen met dat huisdealerschap, maar niemand wilde het van me overnemen en dus ben ik het tot het einde blijven doen.” Doornroosje en dus ook Het Winkeltje is niet meer elke dag open. Er ontstaan heftige discussies dat bezoekers van Het Winkeltje toegang moeten betalen voor een concert terwijl ze alleen wat stuff willen kopen. Er worden zelfs pasjes gemaakt voor klanten van Het

Winkeltje. In 1998 sterft de wietverkoop in Doornroosje een stille dood. Zonder veel ruchtbaarheid is Het Winkeltje voor de laatste keer open op 5 maart 1998.


Drugs 49



40 Jaar Doornroosje

–2–

Van wie is Doornroosje nu eigenlijk? 1977 – 1988


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje


Hoofdstuk 2

.

Van wie is Doornroosje nu eigenlijk? 53

1977 - 1988

Van wie is Doornroosje nu eigenlijk?

P

unkers vs hippies, veldslag bij Black Flag, Joy Division met een huwelijksprobleem, een weekje Berlijn, de grote verbouwing, barbezetting en het magere einde van de jaren tachtig. “Laten we eerlijk zijn: Doornroosje was een eiland geworden van een loos geworden levensstijl. Waar restanten van het hippiedom zich in leven hielden met zogenaamde ludieke feesten en overjarige popmuziek.” Het meerjarenverslag 1979-1982 laat een heel ander geluid horen dan dat van ‘76-‘78 waar nog wordt gesteld dat de punk aan Doornroosje voorbij is gegaan. Terwijl in de Arnhemse Stokvishal in 1977 al The Heartbreakers en The Sex Pistols optreden en in de Eindhovense Effenaar dan Talking Heads, The Ramones en dezelfde

Sex Pistols staan, moet Doornroosje het hebben van een toevallig concert van The Vibrators. De jaarlijks terugkerende optredens van Magna Carta, Jango Edwards, Sail Joia en Hole and Corner kenmerken de ‘overjarige’ muziekprogrammering van Doornroosje. “Magna Carta, Jango Edwards en The Sadista Sisters, dat was voor mij Doornroosje”, zegt Fred Maessen die in de Effenaar al veel leuke punkbands had gezien. Muziekprogrammeur Peter van Rijnswou wil niet aan de punk en ook de hippies die de Theetuin bevolken, moeten niks van punk en new wave hebben. Wanneer twee groepen jongeren uit de Nijmeegse punkscene, zonder het van elkaar te weten, op de Groenewoudseweg aankloppen of zij niet iets met die nieuwe muziek kunnen doen in


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 54

Doornroosje, roept nieuwe projectleider Henk van der Zand de punkcommissie in het leven. En net als de hippies zijn ook de punks niet geliefd in de stad. Steven de Bock merkt het wanneer hij als tiener punkplaten wil kopen. “Punk kochten we bij Pickup in de Van Welderenstraat, al was een van de verkopers er fel op tegen. Hij vond het kolereherrie. Je mocht het daar zelfs niet luisteren. ‘Dat is toch geen punk hè’, vroeg hij argwanend als je hem een plaat aanreikte. Nee, dat is geen punk, zeiden we dan. Dat was het natuurlijk wel. En na de eerste tonen hoorde je hoe hij met een ruk de naald van de plaat afhaalde.” Een ingedut Doornroosje, een nieuwe subcultuur die wordt veracht en heilige huisjes die omver moeten. In 1979 is het in Doornroosje weer net zoals in 1969. Jan Boeijen heeft een vooruitziende blik als hij in 1977 denkt dat de geschiedenis zich gaat herhalen.

Plurp Boeijen vertrekt op een hoogtepunt. Hij mag dan al in januari hebben besloten dat hij weggaat, pas in september 1977 vertrekt hij daadwerkelijk. Hij maakt het grote feest vanwege het zevenjarig bestaan van Doornroosje nog mee als projectleider. De ceremonie met het wakker kussen van de schone slaapster wordt nog eens dunnetjes overgedaan, nu met de zestienjarige Ellen Klaasse als Doornroosje. Op 7 juli 1977 trekt een witte koets door

het stadscentrum. De Doornroosjemedewerkers zijn allemaal in het wit gekleed. In het Valkhofpark wordt er gepicknickt. Zoals gewoonlijk trekt medewerker René Mandaat al zijn kleren uit. Het leidt tot een arrestatie, maar eenmaal vrij trekt hij zijn kleren op de trappen voor het politiebureau gelijk weer uit. Doornroosje swingt als Jan Boeijen vertrekt, conform de opdracht die hij krijgt wanneer hij in Nijmegen begint. Na zijn vertrek stopt het swingen al snel. De jongeren blijken zonder leiding toch maar moeilijk zelf activiteiten te ontplooien. Daarnaast is zijn opvolger niet in staat om de lijn van Boeijen door te trekken. En toch komt het weer goed, zoals altijd in de jaren zeventig. “Het was een experimenteel jongerencentrum. Een leerschool voor jongeren die zich er ook konden amuseren. Als het fout dreigde te gaan, leek er altijd een onzichtbare hand van bovenaf te komen die voor redding zorgde”, aldus Willem Venema, die in de jaren zeventig vanuit de Nijmeegse studentenvereniging Diogenes ziet hoe het Doornroosje vergaat.


Hoofdstuk 2

.

Van wie is Doornroosje nu eigenlijk? 55

V.l.n.r.: Betsie Schraven, Jan Boeijen, Joke Bosch, Gert van Hoenselaar en Joep Payens


Witfeest: zevenjarig bestaan (7/7/’77) met Ellen Klaasse als Doornroosje







WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 62

Henk van der Zand en Evert de Ruyter

In 1978 valt er een brief op de Doornroosjemat. De brief is van een jongeman uit Venlo-Blerick die solliciteert naar de functie van theaterprogrammeur. Hij wordt gevraagd om te komen praten, maar dan wel voor een baan als projectleider. Zijn naam is Henk van der Zand. “Ik weet nog dat tijdens mijn sollicitatiegesprek iemand een dikke joint draaide”, vertelt Van der Zand. “Het ging er allemaal erg gemoedelijk aan toe. Na afloop van het gesprek gingen we met zijn allen in het oranje busje om Chinees te eten. Het was op een woensdagavond, we kwamen om vijf voor negen terug bij Doornroosje waar vijf minuten later de deuren open moesten voor de wekelijkse swingavond. Snel moest er nog

even het geld voor de kassa worden geregeld en de fusten aangesloten. Het gaat hier allemaal wel erg gemakkelijk, dacht ik bij mezelf.” Van der Zand kijkt na zijn aantreden in september 1978 nog even de kat uit de boom. Noodgedwongen zelfs: tussen 16 en 20 oktober wordt Doornroosje bezet door ontevreden bezoekers die de Plurpweek organiseren. Ze vinden Doornroosje ingeslapen en maken daarom hun eigen programma. Van der Zand: “Voor mij kwam die Plurpweek als een godsgeschenk. Ik kon gelijk zien wie bereid was om verantwoordelijkheid te dragen en activiteiten te organiseren en wie er niks deed. Ik heb dat dus allemaal een


Hoofdstuk 2

.

Van wie is Doornroosje nu eigenlijk? 63

beetje laten gebeuren.” Van der Zand, die door de medewerkers niet projectleider maar projectielijder wordt genoemd, heeft geen last van de geest van Jan Boeijen die nog boven Doornroosje hangt, ook al is Boeijen als ontevreden bezoeker actief bij de Plurpweek. “Doornroosje stond er goed voor toen Jan Boeijen vertrok”, aldus Van der Zand. “Doornroosje kreeg subsidie en had een goede naam. Alleen konden al die jongeren, die onder Boeijen aan het werk waren gegaan, het niet alleen af. Dat merkte ik heel erg toen ik begon bij Doornroosje. De boel was flink ingekakt. De programmeur, Peter van Rijnswou, werd er ook moe van om iedereen altijd maar achter de kont aan te zitten.”

Squats Buiten Doornroosje beginnen jonge muziek­liefhebbers zich te roeren. Het is een klein groepje. Als Steven de Bock op een dag Ivy Green op de muur kalkt, weten de andere punkers dat er in Nijmegen een

nieuwe punker rondloopt. De groep draait één keer per week plaatjes in café De Buizerd op de Daalseweg waar later Station Oost komt te zitten. Een van hen is Rob Berends. “We draaiden punk, reggae, new wave, Bowie, Stooges en Gang of Four”, aldus Berends. “Het werd druk bezocht en er hing een goede sfeer. Er kwamen punks, hippies, krakers, feministes en gewoon kroegvolk. Het nadeel was alleen dat het publiek niet veel dronk.” De eigenaar van De Buizerd beëindigt de avond. Daarop kloppen twee afzonderlijke groepen punkliefhebbers aan bij Doornroosje. “Daar gebeurde immers nog niks op punkgebied”, aldus Berends. “We waren met een groep van ongeveer tien mensen en samen hadden we zo’n groot netwerk dat we snel van alles konden regelen en een aardig publiek konden bereiken. Binnen de kortste keren hadden we The Tapes geboekt. En met tweehonderd bezoekers was dat gelijk een succes.” Ongeveer tegelijkertijd staat Fred Maessen aan het bureau van de nieuwe muziekprogrammeur Rob Verweij. Maessen: “Verweij had een grote ordner en vertelde ons dat er amper iets werd aangeboden. Wij zagen Dr. Feelgood in die map staan en zeiden dat hij dat moest programmeren. Dat was meteen een schot in de roos; het was volle bak. Samen met die andere groep punkliefhebbers werden we samengevoegd tot de punkcommissie die uit die map de dingen haalde die wij leuk vonden.” Berends: “Wij werden zogenaamd de ‘punkcommissie’


terwijl we juist een hele brede stijl programmeerden, niet alleen punk maar ook new wave, no wave en reggae.” Begint september 1979 nog met een concert van Nova Carta, het vervolg op Magna Carta, de maand wordt afgesloten met het concert van Amsterdamse new waveband The Tapes. En dan is het hek van de dam. Op 9 oktober speelt Dr. Feelgood. Op 17 november komt de Rotterdamse punkband de Rondos langs en op 24 november speelt één van de eerste Nijmeegse punkbands: The Squats met Steven de Bock, ook wel Bock genoemd, achter de drums. De band repeteert vanaf 1981 in de kelder van Doornroosje.

Bock: “Studenten vormden de punkgemeenschap in Nijmegen. Wij waren met The Squats een stuk jonger. In 1979 waren we 14 en 15. In dat jaar kreeg ik mijn drumstel. In september 1979 repeteerden we voor het eerst met The Squats, drie weken later hadden we ons eerste optreden. Dat klonk nog verbazingwekkend goed. We waren geïnspireerd door de Sex Pistols en Sham 69. Met de kerst van 1979 speelden we al op Rock Against Religion in Rotterdam.” Rob Verweij: “Doornroosje zat op een dood spoor toen ik er begon als muziekprogrammeur. De punkcommissie zorgde voor een tegenbeweging bij andere bezoekers die niet wilden dat er alleen punk


Hoofdstuk 2

.

Van wie is Doornroosje nu eigenlijk? 65

werd geprogrammeerd. Vanuit die tegenbeweging heb ik de muziekwerkgroep gevormd. Dat bracht diversiteit in het programma van Doornroosje. Ik vond het goed dat Doornroosje niet werd opgeëist door één groep. Je kon de ene avond een heftige punkband zien en de volgende dag stonden The Nits er.”

Joy Division Op 13 januari 1980 heeft de punkcommissie een veelbelovende band uit Manchester geboekt. Zeker niet het beste concert dat er in Doornroosje te zien is geweest in veertig jaar. Wel een van de grootste namen uit de muziekgeschiedenis die op de Groenewoudseweg zijn neergestreken. Die band is Joy Division. De Gelderlander omschrijft de band dan als volgt: “Opgericht in ‘77 en heeft tot nu toe al één elpee voortgebracht. De muziek is afwisselend snel en langzaam, met een bijzonder originele geluidsmix en waarbij de melancholieke sfeer overheerst.” Daar moet Joy


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 66

Ian Curtis

Division het mee doen, de krant besteedt in hetzelfde artikel iets meer aandacht aan punkband The Ruts die een paar dagen later optreedt. Fred Maessen heeft kassadienst op 13 januari en moet dus in de gang de kassa klaarzetten. Zo krijgt hij alles mee van de woordenwisseling tussen zanger Ian Curtis en zijn vrouw op de trappen van Doornroosje. “Ik weet nog dat de vrouw van Ian Curtis naar hem stond te schreeuwen. En je zag aan het gezicht van Curtis dat het allemaal langs hem heen ging. Hij was een bleek, afwezig figuur. Curtis had een witte Vox-gitaar die het niet goed deed. Het was een nare avond. Ik was niet verbaasd dat hij niet lang daarna zelfmoord heeft gepleegd, het ging niet goed met hem.”

Gonnie Castelijns, van de punkcommissie, kookt voor Joy Division in Doornroosje. “Ik had met Karel gekookt en we dachten dat het niet lekker was, want die zanger zat een beetje sip naar de grond te staren en at helemaal niks. De rest van de band vond het wel lekker.” Rob Berends staat op om na te doen hoe Curtis die avond door het gebouw van Doornroosje liep. Als een zombie doet Berends een paar stappen naar voren, staat even stil en maakt dan een snelle draai van 90 graden. “Zo ging Curtis de trappen van Doornroosje af, alsof hij gehypnotiseerd was. Het optreden was niet echt best. De andere drie optredens in Nederland van Joy Division die tour waren in ieder geval beter.” Muziekprogrammeur Rob Verweij probeert na afloop van het concert nog wat woorden met Ian Curtis te wisselen, tevergeefs. “Hij liep na afloop in zijn lange zwarte jas wat door de lege zaal te dolen. Ik heb hem aangesproken, maar er kwamen alleen maar oneliners uit. Van een gesprek was niet echt sprake. Ik herinner me het juist als een goed concert. Die doorleefde stem vond ik erg indrukwekkend, ik werd er aardig door van mijn sokken geblazen.” Recensies van het concert zijn er niet geschreven en ook foto’s zijn niet te vinden. De 23-jarige Ian Curtis pleegt vier maanden na het concert in Nijmegen zelfmoord.


Hoofdstuk 2

.

Van wie is Doornroosje nu eigenlijk? 67

The Squats

Van wie is Doornroosje? Het werk van de punkcommissie en de nieuwe bezoekers in leren jasjes met hun korte punkkapsels worden door de hippies niet met gejuich ontvangen. De hippies bevolken nog massaal de Theetuin en vinden de nieuwe muziekstijl veel te agressief. Henk van der Zand: “De hippies verzetten zich tegen de muziek die in hun ogen te heftig was. Ik weet nog dat er een keer een avond was dat er als decor prikkeldraad was opgehangen in de zaal, veel hippies waren er erg door overstuur. Veel punkers ging het om het shockeren. Dan

stond er plotseling heel groot ‘borstkanker’ op de muur in de hal geschreven, ook niet erg prettig voor bezoekers.” Rob Berends: “Er waren punks die de hippies maar blowende sufferds vonden. Hippies waren bezig met mythevorming, ze sloten hun ogen voor de wereld en droomden. Punks wilden juist hun ogen open houden voor de wereld.” Betsie Schraven van de Theetuin: “Soms kwam ik naar beneden lopen en dan stond de hele gang vol met leren jasjes en hanenkammen en dan dacht ik wel van ‘oh shit’; er ging een dreiging van uit. Toch vond ik het onderling wel goed gaan tussen hippies en punkers.


UK Subs



WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 70

Ik herkende veel dingen van de hippietijd. Het is leuk om te zien dat de jongeren hetzelfde weer opnieuw proberen.” Fred Maessen weet nog goed hoe punkers op hippies jagen en dat er invallen zijn in de Theetuin waar een punker zomaar een pluk haar van een hippie afknipt. Dat is waarschijnlijk geweest tijdens het éénjarig bestaan van The Squats, waar de verhoudingen tussen de oude groep Doornroosjebezoekers en de nieuwe subcultuur danig op de proef worden gesteld. Bock: “We waren bij het eenjarig bestaan van Cockney Rejects in Engeland geweest, onze grote helden. Dat wilden wij ook met The Squats. Toen we dat organiseerden kwamen veel bevriende bands langs en daar ontstond een confrontatie met de hippies. Er werden echt hippies de Theetuin uitgesleurd. We vroegen ons af wanneer wij er eindelijk werden uitgegooid.” Rob Berends: “The Squats vonden het ook leuk om de punkcommissie te shockeren. Dat lukte ze heel aardig.” De confrontatie werd uitgevochten op de muren van het pand. Het nieuwe gebruik van de punkers was om alles vol te kladden met teksten. “Ik heb nog eens met thinner de hele wc staan schoonmaken, ik voelde ter plekke mijn hersens verweken”, zegt Henk van der Zand. Bock: “De hippies hadden op een dag de zaal weer helemaal wit geschilderd, over alle graffiti heen. Ik was net op dat moment een enorm spandoek aan het maken voor The Squats. Ik had een


Hoofdstuk 2

.

Van wie is Doornroosje nu eigenlijk? 71

sjabloon van enkele meters breed en hoog. Ik vond het zonde om het maar één keer te gebruiken, dus ik ben met het sjabloon naar de zaal gegaan en heb de boel daar op de muur gespoten. Die hippies die het net wit hadden geschilderd liepen huilend weg.” De hippies zijn niet de enige die Doornroosje graag wit willen zien. In dezelfde periode wordt Rob Verweij door de Jeugdraad opgebeld dat ze een druïde op kantoor hebben zitten die Doornroosje wit wil verven. Verweij: “Dat was een bekend figuur in Nijmegen die plotseling had besloten dat hij druïde werd en in een oude molen ging wonen. Op een gegeven moment zat hij in zijn lange gewaad bij de Jeugdraad met het plan om Doornroosje

te ontdoen van alle graffiti door het hele gebouw wit te verven. Volgens mij vonden ze het bij de Jeugdraad nogal apart dat wij serieus met hem in gesprek gingen. Ik wist allang dat zijn plan toch niet ging lukken, dus ik heb gezegd dat hij best het gebouw wit mocht komen verven als hij genoeg mensen kon vinden om hem te helpen. De volgende dag kwam hij het terrein oprijden in een oude Jaguar met de mededeling dat het niet doorging.” “De confrontaties tussen hippies en punkcommissie waren vooral ludiek”, concludeert Rob Berends. “Al classificeerden sommigen binnen de staf het als oorlog. Ik zag dat helemaal niet zo en velen uit de Theetuin ook niet. Ik ken nog een stelletje dat elkaar in Doornroosje heeft ontmoet,


72

de een was Theetuinhippie, de ander was punk. Zij zagen die tegenstelling niet. Er waren wel meer hippies die punk werden.” Fred Maessen: “Van wie is Doornroosje? Daar draaide het toen om. Je zag een kentering. Peter en Karel stonden achter de bar in de Theetuin. Die vonden punk wel leuk. Van de ene op de andere dag hadden ze hun lange haren afgeschoren en liepen ze in leren jasjes er als punkers bij. Tijdens de Piersonrellen gingen hippies legerbroeken kopen bij Nijmeegs Jopie en waren er punkers die hun haar lieten groeien. Zo groeide het naar elkaar toe.” In 1982 wordt de Theetuin gesloten. Volgens de notulen uit die tijd hoeft daar niet om te worden gerouwd. De donkere inrichting zorgt voor een ‘jaren zestig sfeer’, wordt er geschreven. “Ze hadden wat doorloop van bezoekers van het Winkeltje”, zegt Rob Verweij. “Het hoorde steeds minder bij Doornroosje. Ik denk dat met de sluiting van de Theetuin het oude Doornroosje ten grave is gedragen.” Ook aan het verblijf van The Squats in Doornroosje komt een einde. Na twee jaar oefenen in Doornroosje worden ze in 1983 uit het pand gezet, met een lokaalverbod. Rob Verweij: “Dat is in mijn tijd geweest, maar wat de precieze aanleiding is geweest, weet ik niet meer. Die jongens liepen altijd te zieken, ik kon er vaak om lachen.” Bock: “Het was een en al doemscenario in die jaren. Kraken, feminisme en de dreiging van de atoombom waren de belangrijkste onderwerpen. Er was geen



WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 74

uitzicht voor ons, dus besloten we dat we dan net zo goed van god los konden leven. Tel daarbij ook nog eens de Piersonrellen op van 1981, dat gaf zo’n enorme impact in Nijmegen. We waren met vier in de band maar er hing altijd een groep van tien vrienden omheen. Een stelletje zestienjarigen, strak van de speed, dat kon niet goed gaan. Uiteindelijk zijn we uit Doornroosje gezet met een lokaalverbod en daar hadden we het echt naar gemaakt. ‘s Avonds gingen we vanuit de oefenruimtes de brandtrap op, tikten we een ruitje in en namen we de drank mee die we op dat moment nodig hadden. Zo gedroegen we ons.”

Funky Harry “Punk zorgde voor een waterscheiding”, aldus Rob Berends “De rotzooi van ervoor, denk aan Emerson, Lake & Palmer en alles wat daar op leek, werd ermee weggespoeld. Ik heb me niet populair gemaakt door een coup te plegen op de swingavond. Die avond was een enorm succes, zeker op een rare dag als de woensdag. Het was de melkkoe van Doornroosje maar er was nooit leuke muziek. Geen Liaisons Dangereuses, geen Gang of Four, geen Specials, geen actuele reggae, alleen maar Bob Marley. Hay Schoolmeesters, een vriend van me, zei: ‘We grijpen in.’ Dus zijn we thuis platen gaan halen en zijn we naar het dj-hok gelopen. Dat was nog een


Hoofdstuk 2

.

Van wie is Doornroosje nu eigenlijk? 75

houten constructie tegen de zijwand toen. Funky Harry was aan het draaien. We stapten zijn hok binnen en zeiden: ‘Harry, dit is je laatste plaat’. Hij dacht dat we met een verzoekje kwamen. We hebben het hem een paar keer moeten uitleggen. Hij snapte er niks van. ‘Dit is je laatste plaat. Harry, hierna moet je vertrekken’, zeiden we nog maar eens. Uiteindelijk is hij vertrokken. Met onze platen explodeerde de dansvloer. Dat duurde een paar weken en toen begon het bezoekersaantal bij de swingavonden terug te lopen. We waren toch te specialistisch gaan draaien. Ik moest op het matje komen bij Rob Verweij. Hij zei dat het fascisme was, wat wij hadden gedaan. ‘Dit kan niet’, waren zijn letterlijke woorden. Ik antwoordde dat het juist niet kon om geen gehoor te geven aan de verzoeken die er waren vanuit het publiek.” Rob Verweij: “Het enige wat ik nog weet is dat ik protest aantekende en dat Rob Berends tegen me zei: ‘Doornroosje vindt het altijd leuk als er actie wordt gevoerd, behalve als het in Doornroosje zelf gebeurt.’ Daar had ik eigenlijk niet van terug.” Ruziezoekers uit andere delen van de stad merken ook hoe Doornroosje verandert. Konden ze de hippies nog makkelijk bang maken, de punkers slaan van zich af. Bijvoorbeeld bij een concert van de Rondos en The Ex in 1980. Henk van der Zand: “Op een avond kwamen jongeren uit de wijk Dukenburg langs. Een van die Dukenburgers had heel dreigend een flesje

bier kapot getikt op de bar en stond met dat scherpe uiteinde in zijn hand. Ik had me bij de ingang van de bar geposteerd met het idee dat ze daar niet langs zouden mogen komen, over mijn lijk. De Rondos waren wel wat gewend in Rotterdam en legden gelijk het concert stil. Ze kwamen in een gesloten front het podium af. Je voelde dat die jongeren uit Dukenburg er zenuwachtig van werden. Plotseling was er een uitval van een van de bandleden die de jongen met de kapotte fles in één klap knockout sloeg. Die Dukenburgse jongens zijn verdwenen en nooit meer teruggekomen.” Bij de befaamde Piersonrellen in 1981, waar krakers tegenover ME en zelfs het leger een verbeten strijd voeren om de sloop van enkele woningen in het centrum van Nijmegen, is Doornroosje niet betrokken. Medewerkers en bezoekers staan op de barricade, er wordt een solidariteitsverklaring opgesteld, maar de confrontatie wordt vanuit andere plekken gecoördineerd. In de drukkerij van Doornroosje worden wel de ‘Berichten van een krakende samenleving’ gedrukt.


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 76

Black Flag De veldslagen blijven niet beperkt tot de confrontaties tussen krakers en politie. Ook binnen Doornroosje loopt het soms uit de hand. Zo staat het concert van punkband Black Flag met voorprogramma The Nig-Heist op 28 mei 1984 bekend als een roemruchte episode uit de geschiedenis van Doornroosje. Volgens de één een bloederige veldslag, volgens de ander een flinke vechtpartij. ‘Arnhemmers houden huis in ‘Roosje’’ kopt De Gelderlander de volgende dag ­– in de ondertitel staat: ‘Stiletto’s, ploertendoders en gas’. “Het was een zeer gespannen situatie”, zegt een politiewoordvoerder in het artikel. “Één vonk en er hadden doden kunnen vallen.” Zanger Henry Rollins van Black Flag beschrijft het gebeuren in zijn tourdagboek Get In The Van op geheel eigen wijze: “Last night’s show in Nijmegan was at least interesting. The Heist got shitcanned because of their ‘texts’. They were bottled off the stage and then these intense lesbians came up to the back room and gave Mugger a ton of shit which Greg got on tape. Came out sounding funny as hell. When we got on to play, people were drunk and just standing around. That was until there was a huge fight that cleared the hall. Some skinheads from the next town over had rented a bus and came over to get in a fight with the skins from Nijmegan. It was pretty wild. We were told


Hoofdstuk 2

.

Van wie is Doornroosje nu eigenlijk? 77

to get off the stage. I went onto the floor to watch the shitheads beat each other up. They were going for it too. These drunks were really pounding each other up. The promoter was trying to break up some of the fighting and was punched out in the process. Finally the police came and the show was over. Some night. I didn’t want it to stop! It was great seeing all these shitheads beat the fuck out of each other. I wanted to thank them and pay them to keep it up.” De directe aanleiding zit volgens barmedewerker Roy Peters bij een incident enkele weken daarvoor. “Een skinhead uit Arnhem had flink wat klappen gekregen toen hij foldertjes van de CentrumPartij uitdeelde tijdens een punkconcert in Roosje. We hadden via de tamtam vernomen dat er wel eens wraak genomen kon worden. Dat bleek: uit Arnhem kwam een volle touringcar naar Doornroosje en vanaf het begin ging het mis. Al op het pleintje bij Roosje werd een bezoeker in elkaar geslagen die voor behandeling naar het ziekenhuis moest en werd er brand gesticht in een daar geparkeerde auto.” Rob Berends: “De Arnhemmers hadden op een of andere manier Black Flag gemonopoliseerd. Ze manifesteerden zich als rechtse punks en wilden zich afzetten tegen de linkse Nijmeegse punks. Dit concert zagen ze als hun avond. Voor de gelegenheid hadden ze allemaal mensen uit het woonwagenkamp meegenomen. Ze waren dominant aanwezig en verbaal agressief.”


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 78

Volgens De Gelderlander beginnen de problemen bij voorprogramma The NigHeist. De seksistische teksten van voorman Mugger leiden ertoe dat hij bier naar zijn hoofd krijgt geslingerd. “Er werd over en weer met bier gegooid, en er werden wat tikken uitgedeeld. Gelukkig wist de ordedienst de zaak te sussen.” Dat seksistische voorprogramma blijkt juist als doel te hebben om punks op de kast te jagen. Voorman Mugger van The Nig-Heist is roadie bij Black Flag en heeft net als die band weinig op met kortzichtigheid en purisme in de scene. Mugger draagt vaak een langharige pruik, wat hem al verwensingen uit het publiek oplevert, ook maakt hij graag seksistische opmerkingen. De band wordt vaker aangevallen

vanuit het publiek of weggestuurd door de organisatie. Rob Berends: “Voor de zekerheid hadden wij een ordedienst geregeld, waarvan de helft vrouw was. Die stonden op verhogingen naar het publiek te kijken en werden beschimpt vanaf het podium met seksistische en discriminerende opmerkingen. Op een gegeven moment vielen er klappen in het publiek. We hebben de kraakalarmlijn gebeld waarna er snel honderd man bij Doornroosje waren. Zo hebben we in een formatie de Arnhemmers naar buiten weten te drijven.” Roy Peters: “Voor het concert waren er voortdurend kleine opstootjes die nog enigszins gesust konden worden. Tijdens het concert, dat ook al in een zeer gespannen sfeer verliep, gebeurde er relatief weinig.” Een ooggetuige vertelt in De Gelderlander: “Een jongen die probeerde naar de bar te gaan werd op zeer provocerende manier tegen gehouden en weggeduwd. In een keer dook de hele groep op de jongen. Hij werd geschopt en geslagen. Gelukkig slaagde hij erin om naar boven te vluchten, anders hadden ze hem finaal in elkaar geslagen.” Roy Peters: “Daarna besloten we de zaal te ontruimen met onze eigen ordedienst. Dat lukte tot in de gang, daar vlogen de twee groepen elkaar in de haren, en dat was voor een volle minuut een kluwen van schoppende en slaande mensen. Een minuut is dan erg lang. Er zou door een


Hoofdstuk 2

.

Van wie is Doornroosje nu eigenlijk? 79

van de Arnhemmers ook een mes getrokken zijn, waarop iemand van ons met traangas begon te spuiten. Dat laatste hielp, de groep Arnhemmers hield het voor gezien en ging naar buiten.” Volgens de ooggetuige in De Gelderlander worden in de gang ploertendoders en stiletto’s getrokken. Rob Berends: “Dat traangas hielp niks, daar hadden we zelf net zo veel last van. We hadden zelfs onze grootste vijand, de politie, gebeld, maar die wilden niet naar binnen want ze dachten dat er messen in het spel waren. In onze formatie konden we de Arnhemmers op de gang en naar buiten drijven in de handen van de ME.” Roy Peters: “De politie is natuurlijk veel te laat gebeld, maar zo was onze houding in die dagen, pas in het uiterste geval doe je een beroep op de politie. De schade bleef beperkt tot die jongen in het ziekenhuis, de schade aan die auto (al kan dat ook een andere keer zijn geweest) en wat blauwe ogen, schrammen en blauwe plekken. Die vechtpartij was wel een van de hevigste die ik heb meegemaakt.” De groep Arnhemmers wordt, als ze eenmaal naar buiten zijn gedreven, door de politie in de bus gezet die terug gaat naar Arnhem. “Het is een wonder dat er geen zwaargewonden zijn gevallen”, zegt een medewerker van Doornroosje die avond nog tegen de krant. “Het was levensgevaarlijk, ontzettend eng. Wij wisten van tevoren niet dat Nighiest (sic) dergelijke teksten had, anders waren ze hier nooit

binnen gekomen. Onbegrijpelijk: de groep uit Arnhem bracht regelmatig ook nog de Hitlergroet.” Er gaan verhalen dat de provocerende zanger van The Nig-Heist de afgelopen jaren miljonair is geworden met een internetbedrijf.

Verbouwing Vanwege een burn-out is projectleider Henk van der Zand een tijd afwezig. Bij terugkomst treft hij een flink kastekort aan. “Als er niet snel iets gebeurde dan zouden we met Doornroosje de jaren negentig niet halen. Mijn regel werd dat de kas moest kloppen, wat er ook gebeurde. En ik wilde niks horen van dope die er voor bands moest worden geregeld. Het gebeurde wel omdat bands het eisten, maar ik wilde niet dat het onderdeel werd van Doornroosje. Ik wilde er niet in worden betrokken.” Van der Zand constateert dat een verbouwing noodzakelijk is. In het boek Doornroosje: 20 jaar jongerencentrum zegt Van der Zand: “Als we niet verbouwd hadden dan was Doornroosje wegbezuinigd. Het begon er steeds meer uit te zien als een aftands, onderkomen kraakpand. Het doemdenken overheerste nog, het pand had geen enkele uitstraling. Er moest wat gebeuren om te kunnen overleven.”






WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 84

Er komt een verbouwing in 1985. De zaal wordt omgedraaid, het podium komt aan de andere kant te liggen en de parallel lopende gang wordt bij de zaal getrokken. De ingang wordt verplaatst, er wordt een kassa toegevoegd en de ruimtes boven zijn niet meer toegankelijk voor bezoekers. Vooraf wordt gesteld dat de verbouwing een onmogelijk project is. “Het bestuur zag er niks in, het zou mij nooit gaan lukken”, weet Henk van der Zand nog. “En ik heb wat zolen versleten toen, maar het is me gelukt. Ik kreeg veel hulp van bestuursleden die de weg goed wisten in het gemeentehuis. Doornroosje was een grote bouwplaats. Uiteindelijk hebben we met zijn drieën het project getrokken: ik, architect Henk Slijkhuis en bouwkundig voorman Harrie van Neer. ‘We beginnen en houden pas op als het klaar is’, dat was ons motto. Het was aan de staf om de boel open te houden. Met 150 vrijwilligers probeerden we de verbouwing af te krijgen.” Rob Kramer is vrijwilliger in die jaren: “Er waren veel meer vrijwilligers aan het werk dan betaalde bouwvakkers. De vrijwilligers gingen soms met een flinke snuif de hele

nacht door om de boel te stuken terwijl ze lekker met ongebluste kalk in de weer waren. Hartstikke gevaarlijk natuurlijk, maar daar werd niet op gelet.” Harrie van Neer is de zelfwerkzaamheidsbegeleider. “Het was echt een sociale happening”, aldus Van Neer. “Mensen waren ongeschoold, sommigen moesten meewerken als alternatieve straf. Veel vrijwilligers hebben tijdens de verbouwing structuur gekregen. Iedere ochtend moesten ze om negen uur aanwezig zijn, anders ging ik ze halen.” Terwijl Van der Zand in de bouwperikelen zit, is het aan grotezaalcoördinator Narda Eerdmans om Doornroosje draaiende te houden. “Toen het casco eenmaal klaar was, was er helemaal niks meer”, zegt ze. “Er was geen podium, geen verwarming, geen bar. Ik heb bij SOKK (Stichting Ondersteuning Kleine Kunst) een podium gehuurd en geluidsspullen. Het publiek moest de jas maar aanhouden tijdens het concert. Veel gebeurde er niet op muziekgebied. Gelukkig waren de rockabillymensen heel fanatiek. Ze organiseerden in de jaren na de verbouwing concerten en op een gegeven moment dacht ik hun gewoon alles te laten doen.”





WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 88

toestand tot 1989, toen was er eindelijk weer eens een maand in de plus en kropen we uit het dal.”

Kroegbezetting

In oktober 1985 wordt het gebouw feestelijk geopend, zonder verwarming. “Het was steenkoud”, weet Armand Schmitz, destijds bezoeker. “Op 9 oktober trad Crime and the City Solution op, een groep met leden van de Birthday Party. Op 14 oktober 1985 zag ik de Butthole Surfers daar. Dat maakte veel indruk. Iedereen liep vanwege de kou met een jas aan en je rook als het ware het cement nog. De band zat op een andere planeet na dat weekend te hebben opgetreden bij het festival Pandora’s Music Box in Rotterdam. Zanger Gibby Haynes deed het hele optreden met wat wasknijpers in zijn haar.” Het duurt tot het voorjaar van 1987 voordat het gebouw echt af is. Narda Eerdmans: “Financieel duurde die

Niet lang na de verbouwing barst de bom in de kroeg. In juni 1986 bezet de ontevreden kroeggroep het café; ze eisen meer punk, meer inspraak en een vetorecht. De bezetters worden na enkele dagen hardhandig door de politie verwijderd. Roy Peters: “Onze kroeggroep begon steeds meer uit punks te bestaan. De gedachte achter het café was dat elke bezoeker zich er welkom zou moeten voelen, maar het werd op een gegeven moment alleen nog maar een punkcafé. Dat vond Roosje onwenselijk. Het café was er voor alle subculturen en alle bezoekers. Tegen een aantal punks is toen gezegd dat ze ander vrijwilligerswerk binnen Roosje mochten doen, maar niet meer in de kroeg. Ook omdat sommigen het met de persoonlijke hygiëne niet zo nauw namen, maar wel achter de bar stonden. De maatregel werd door een deel van de punks opgevat als discriminatie. Ze vonden ook dat er veel te weinig punkbands in Doornroosje stonden. Punkbands werden destijds gewoon nog geprogrammeerd, maar niet elke week zoals de groep wilde. Bands die meer dan tien gulden entree kostten, vonden die ontevreden punks al kapitalistisch en dus niet in orde. Het waren heel dogmatische,


Hoofdstuk 2

.

Van wie is Doornroosje nu eigenlijk? 89

bijna sektarische opvattingen van een kleine groep die uiteindelijk overging tot de bezetting van de kroeg.” Theo Vaessen, later pr-medewerker en toen bezoeker, meent dat de bezetters een punkhol van Doornroosje willen maken. “Terwijl het creatieve hoogtepunt van de punk toen al voorbij was. Als ze hun zin hadden gekregen dan was Doornroosje binnen een paar jaar failliet geweest. Dan was ook de subsidie teruggetrokken.” “We hebben er heel wat discussie over moeten voeren”, zegt Narda Eerdmans. “Iemand zei in de vergadering: ‘We laten ons niet als vuilnis buiten de deur zetten.’” Roy Peters: “Een paar bezetters waren zeer intensief bij de verbouwing betrokken geweest, maar dan heb je het over hooguit vier mensen. En daaruit is het gevoel ontstaan van: ‘We hebben ons de pleuris gewerkt voor Roosje, en nu hebben we niks te vertellen.’ Mede uit dat gevoel hebben ze hun morele gelijk gehaald voor de bezetting. Er zat een heel grote groep meelopers bij die hooguit als bezoeker bij Roosje waren betrokken en niets met de

verbouwing te maken hadden. Als iemand maar hard genoeg iets riep, dan liepen er al snel veel mensen achteraan, zonder inhoud of feiten te kennen.” De bezetters organiseren, ‘om te laten zien hoe het ook anders kan’, enkele punkconcerten. Die worden op zondag 29 juni gegeven met deuren en ramen open, wat tot een klacht van buurtbewoners leidt. Twee agenten, die poolshoogte komen nemen, worden door de bezetters aangevallen. De agenten schakelen versterking in die niet veel later het café komen ontruimen. Gonnie Castelijns, een van de eerste leden van de vroegere punkcommisie, staat dan nietsvermoedend bij een concert van een huisgenoot te kijken. “Ik had niks met die bezetting te maken. Ik had zelfs niet zoveel met die tweede generatie punkers. Ik was er vooral voor mijn huisgenoot die gelijk ‘kill the police’ begon te zingen toen de politie binnen kwam vallen. En dat ging echt met veel geweld. Ze begonnen gelijk te meppen bij binnenkomst.” De bezetters zijn ervan overtuigd dat de politie is ingeschakeld door de staf. Roy Peters: “Roosje was toen de gebeten hond en kreeg door hen het etiket ‘apartheid’ opgeplakt. Roosje was een kapitalistisch amusementspaleis geworden waar het alleen maar om geld draaide, een zaal die andersdenkenden door de politie in elkaar liet rammen.” Henk van der Zand: “Veel medewerkers probeerden Roosje in hun sfeer te krijgen. Ik had te maken met de staf, de av-groep,


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 90

de drukkerij, de muziekgroep, de horeca en nog veel meer. Vergaderingen waren een kakofonie van mensen die allemaal vanuit eigenbelang iets riepen.” Enig opportunisme is de bezetters niet vreemd. Hoewel een deel Doornroosje voorgoed de rug toekeert, staat een ander deel bij het eerstvolgende punkconcert weer voor de deur. En ook de entreeprijs van tien gulden is dan geen probleem.

Een reisje naar Berlijn “Henk was altijd erg goed in het vinden van subsidiepotjes”, aldus Bock. “Hij heeft ooit nog eens een uitwisseling met Berlijn georganiseerd. Alhoewel, van uitwisseling was helemaal geen sprake, volgens mij zijn er nooit bands uit Berlijn naar Nijmegen gekomen. Daar zat ie dan met van die speedsnuivende mafketels in Berlijn. De bands Gods Kots, V.D. Boiler en Sixteen Stitches waren mee. We gingen met een oude Volkswagenbus en stonden stijf van de drugs. We hebben veel gespeeld in de tien dagen dat we er waren en verder kan ik me alleen nog herinneren dat we door Berlijn hebben lopen wauzen.” Voor de subsidieverstrekker schrijft Van der Zand een lijvig verslag over de reis naar Berlijn en de culturele verschillen. Maar in het verslag wordt niet het hele verhaal verteld. Van der Zand: “Bij de grensovergang van Wyler ging het al mis. Erwin bleek nog een boete van 300 gulden open te hebben

staan vanwege een demonstratie tegen de kerncentrale van Kalkar. Uren hebben we daar gestaan. Erwin wilde niet betalen, die wilde wel in de gevangenis gaan zitten. Uiteindelijk vond ik het niks om gelijk bij de grens al iemand achter te laten dus ik heb betaald – ik weet niet meer hoe ik het geld uiteindelijk heb teruggekregen.” Ook staan de douaniers verbaasd te kijken naar de paspoorten die de Nijmegenaren bij zich hebben. Sommige zijn regelrechte vodjes. Of ‘dreck’ zoals de Duitse douaniers het noemen. Van der Zand: “Bij de eerste rustplaats was het weer feest, hadden de punkers van drie Mercedessen de sterren afgebroken. Ook bij de corridor rond Berlijn hebben we nog een tijd staan wachten. Toen we eenmaal bij onze slaapplaats waren, werd alle speed op tafel gelegd. Daar werd ik wel even pissig van. Niet dat ik er veel aan kon doen.” De bands hebben die week flink wat optredens, er wordt zelfs gevraagd of ze nog eens terugkomen, hoewel dat logistiek onmogelijk blijkt. Tussen de optredens door neemt de groep het er van in Berlijn. “Daar reden we dan over de Kurfürstendamm met een punker die uit het raam hing en naar iedereen schreeuwde ‘Wo ist mein Fahrrad?’”, aldus Henk van der Zand. Roy Peters: “Behalve de Volkswagenbus hadden we ook een gigantische legergroene Magirus Deutz bij ons. Het was een oude legerwagen van de Burgerbescherming die vol met punks de Kurfürstendamm in Berlijn opreed. Het had een scene uit Trainspotting kunnen zijn.”




Hoofdstuk 2

.

Van wie is Doornroosje nu eigenlijk? 93

Uiteindelijk ontstaat er ook nog eens ruzie in de groep. Van der Zand: “Kale Joop en Chaos kregen slaande ruzie toen Joop hem toebeet ‘Shut up, you fucking frog!’ Moet je natuurlijk nooit zeggen tegen iemand met een Franse achtergrond, zoals Chaos. Dus die sprong over tafel en sloeg Kale Joop knock-out.”

Blijven freaken De jaren tachtig lopen op hun einde. Het zijn revolutionaire tijden in de popmuziek. In Amerika wordt tussen 1987 en 1989 een reeks klassieke hiphopalbums uitgebracht en ook house bereikt een groter publiek. Maar niet in Doornroosje; daar zijn,

net zoals de punkrevolutie in 1977, ook deze muziekrevoluties niet terug te vinden in het programma. Rob Kramer: “Er is een strip gemaakt over de verbouwing. In die strip komt ook het personage Tijdgeest voor. De Tijdgeest veranderde altijd sneller dan Doornroosje.” “Het waren moeilijke jaren eind jaren tachtig”, zegt Theo Vaessen. “Wat er aan bands langs kwam nam altijd een hoop Engels tuig mee; vrienden en familie die liever mee op tournee ging dan werkloos in Engeland rond te hangen. Bands en aanhang zaten zwaar op de dope en waren enorme poseurs.” Geld voor een hele spannende programmering is er niet. Er wordt veel uit eigen land neergezet. Fatal Flowers, Claw Boys Claw,


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 94

Urban Dance Squad en natuurlijk het Nijmeegse Poppi Uk, met in die band Doornroosjemedewerkers Ger Laning en Frank van den Elzen, die in de jaren negentig een belangrijke rol in de programmering gaan spelen. Toch zijn er ook in deze periode concerten die door medewerkers worden geroemd als de beste uit de geschiedenis van Doornroosje. Theo Vaessen, Armand Schmitz en Henk van der Zand noemen Kowalski (1987). De bijna vergeten Duitse band (zanger Uwe Fellensiek zingt inmiddels zeemansliederen en speelt in Krimi’s) is in Nijmegen flink in de weer met slijptollen, staal en ander industrieel materiaal. Ook Wipers (1985), Test Department (1987) en The Gun Club (1987) maken grote indruk. Bij medewerker Jozzy Rubenski staat het concert van Suicidal Tendencies nog in het geheugen gegrift. “Ik weet het nog precies, want het was op mijn verjaardag; 27 juni 1987. Toen hadden we net het stagediven ontdekt, en omdat ik als medewerker altijd achterlangs het podium kon heb ik de hele avond rondjes gelopen en van het podium afgedoken.”


Kleine Ger als marionet


Medewerkers Doornroosje begin jaren negentig


97

Voor Henk van der Zand zijn het de laatste jaren als projectleider. “Het was een baan van 24 uur per dag, zeven dagen per week. Als laatste sloot ik ‘s nachts de deur en ‘s ochtends belden schoonmakers Allan of Betsie om een uur of acht als er weer eens was ingebroken. Ik heb nooit geprobeerd om er een kantoorbaan van te maken. Ik noemde Doornroosje altijd de grootste hobbywerkplaats van Nijmegen. Geen idee was te gek om uit te voeren. Toen mijn vrouw zwanger werd, besloot ik te stoppen en een geregelder leven te gaan leiden. De essentie van mijn werk was om te zorgen dat Doornroosje bleef bestaan. Freaken is niet zo moeilijk, blijven freaken wel.”


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 98

Thinner! door Jan

Westera

Plotsklaps was ik drukker in Doornroosje en waande ik mij in een hedendaags sprookje. In mijn vriendenkring wekte mijn grafische bezigheden verbazing. Begrijpelijk, want sinds mijn kleuterschooltijd heb ik een afkeer ontwikkeld van handenarbeid in het algemeen en van macrameeën, boetseren en vingerverven in het bijzonder. Een afkeer die ik in de praktijk vaak vurig uitte. Totdat Henk Kerssies mij, soepel zoals een schone rubberen rakel over een smetteloos met verf ingelopen zeef glijdt, overhaalde om affiches vorm te geven en te drukken voor concerten van bands die in Doornroosje zouden optreden. Henk en ik trokken aan het begin van de gure tachtiger jaren vanuit het noorden naar Nijmegen. Het was een tijd die zich kenmerkte door kernraketdreiging, humorloze krakers met bivakmutsen, proletarisch winkelen, brede

maatschappelijke discussies over van alles en nog wat, maar bovenal door heel veel mooie muziek én aardige luitjes. Ondanks voortdurend oprukkende pelotons ME om ons heen, ontruimingen en kamernood, voelde Nijmegen voor ons noorderlingen als een soort Sevilla. De Keizer Karelstad heette ons welkom en, tegen alle verdrukkingen in, bloeiden wij op als boerenkool na nachtvorst. Henk wees mij, toen ik zichtbaar gruwde van het geklieder met verf, op het voorrecht dat ik voortaan als vrijwilliger zou genieten: kosteloos elk concert bezoeken van bands die Doornroosje aandeden. En zo kon het gebeuren dat wij slechts kortelings na een avond ‘zeefdrukken voor dummies’ van een hevig blowende en redekavelende Graadje onze eerste affiche produceerden. Ik meen dat het een poster voor The Fall betrof. Er volgden nadien nog zeker vijftig affiches voor optredens


Thinner! - Jan Westera 99


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 100


Thinner! - Jan Westera 101

van bands als The Nightingales, Sisters of Mercy en the Screaming Blue Messiahs. Gespeend van enige grafische kennis en kleurgebruik, prutsten Henk en ik er lustig op los: ons geklots met filmpapier in de doka veroorzaakte tsunami-achtige golven in het ontwikkelbad en gevaarlijk onwelriekende chemische geuren. Niet zelden liep een stroperig soort bruine filmpasta over de vloer leeg uit omvergelopen potten en flessen en klodders verf kwakten meer naast dan op de zeef. De vloer van de drukkerij kleurde vrolijk met de posters mee. De aanschaf van de grote Mecanorma, een soort bijbel voor ‘letterofielen’ (ondanks een karige studiebeurs bleken Henk en ik beiden zo’n prijzig standaardwerk te hebben gekocht), leidde tot bizarre en daardoor vaak onleesbare lettertypes op onze posters. Het verwonderde me dat het publiek er überhaupt in slaagde om tijdig, op de goede dag én naar de juiste gelegenheid op ‘onze’ concerten af te komen. Internet bestond nog niet; een verwijzing naar het web riep hooguit associaties op met belegen sprookjes. Het moet zo rond het maken van mijn twintigste affiche zijn geweest dat ik het zeefdrukprocedé eindelijk een beetje had

doorgrond – in theorie dan. De praktijk bleek weerbarstiger. In die tijd raakte ik danig verliefd op een betoverend mooi meisje dat ik had gezien – ontmoet is een te groot woord – in danscafé De Swing. Toen ik eens in een moment van volkomen synchroniciteit naast haar aan de bar stond en ik bij een bestelling van twee bessen met ijs (!) een luttel kwartje tekort kwam, keek ze me aan en stak mij het ontbrekende muntstukje lieftallig toe. Nog sprakelozer dan ik al was en blozender dan ooit bleef ik (single) achter. In de daarop volgende nacht kon ik maar één ding verzinnen. En inderdaad: de poster voor het concert van The Fuzztones die ik de volgende dag drukte, stond vol met hartjes en bloemetjes, vergezeld van de tekst: ‘Voor het meisje van wie ik een kwartje leende’. Heel de stad droeg mijn boodschap. Zo’n liefdesverklaring zou haar onverwijld naar Doornroosje lokken, droomde ik. Drukken voor Doornroosje deed mij in een permanente roes verkeren. Het bedwelmende zat hem vooral in mijn nogal scheutige toepassing van thinner bij het reinigen van de volgelopen zeven. Het voert te ver om te stellen dat onze bemoeienissen in de drukkerij op den duur noodzaakten tot herschrijven van Doornroosje, het


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 102


Thinner! - Jan Westera 103

overbekende werk van de gebroeders Grimm. In hun sprookje raakt het gelijknamige wicht onwel nadat ze zich prikte aan een giftig spinnenwiel. Mijn overdosis verfverdunner leverde steevast de gewenste schone handen op, maar veroorzaakte als neveneffect een versuffend soort hallucinerende hoofdpijn. Roosjemedewerkers roken op den duur wie er boven aan het drukken was. Thinner was ons handelsmerk. Zanger Jeffrey Lee Pierce van The Gun Club ondervond dat aan den lijve. Pierce was doende met zijn soundcheck in de Grote Zaal. Het is goed te weten dat verfverdunner zwaarder is dan lucht. En die avond zakte het overvloedige gebruikte goedje dieper dan ooit naar beneden, de trappen af, de Grote Zaal in. De thinnerlucht greep hem bij zijn rauwe strot. Briesend stoof de cultheld de trappen op. Daar botste hij tegen mij op. Ik doorgrondde onmiddellijk de reden van zijn chagrijn. Ik wilde wel ‘sorry’ zeggen en over de thinner beginnen, maar besefte opeens dat dit merkwaardig zou overkomen bij de zanger die een tikje te dik aan het worden was. Derhalve stamelde ik iets in de geest van ‘Are you still president of the Blondie Fanclub?’ Er viel een ongemakkelijke stilte. We snoven beiden een keer en roken hetzelfde: thinner!

Pierce herhaalde dat het afgelopen moest zijn met die lucht, anders kon het concert niet doorgaan. Even later gingen overal in het gebouw deuren en ramen open en verdween de penetrante geur van het oplosmiddel. Pierce zong die avond de sterren van de hemel, werd na verloop van jaren nog zwaarlijviger en overleed in 1996 plotseling als gevolg van een hersenbloeding. Enig verband met het thinnerincident in Doornroosje lijkt mij uitgesloten. Het meisje van de Fuzztones­ poster trof ik ooit in een COOPsuper. Op slag verlost van het juk dat verlegenheid heet, sprak ik haar aan. Mijn affiche had ze nooit opgemerkt. Ik geloof dat ze het wel een leuke stunt vond. Ze glimlachte, vervolgde haar weg naar de kassa, rekende af, liep uit mijn leven en blies zo ook een modern sprookje van Doornroosje uit.

Jan Westera werkte van 1982 tot 1986 samen met Henk Kerssies in de drukkerij van Doornroosje.


Henk van der Zand: “De fitness kwam er omdat de freakjes weerstand moesten kunnen bieden aan de pushers.�



Fitness


tv-werkplaats


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 108

Een oerdegelijk schoolgebouw Het gebouw van Doornroosje is waarschijnlijk het enige gebouw in Nijmegen dat zo lang zo intensief is gebruikt, denkt architect Henk Slijkhuis. Hij is in 1985 samen met bouwkundig voorman Harrie van Neer en projectleider Henk van der Zand intensief betrokken bij de verbouwing van Doornroosje. Met hoofd onderhoud Ed Spaargaren lopen Slijkhuis en Van Neer in 2010 nog eens door het gebouw waar achter iedere deur en in ieder hoekje een verhaal zit. Te beginnen bij de pijler waarop Doornroosje rust, letterlijk. Rechtsvoor bij het podium, naast de toiletten in de grote zaal staat een pijler waarop driekwart van het gebouw rust, aldus Slijkhuis. De toiletblokken zijn in 1985 toegevoegd, dus ook de buitenmuren en de bovenste verdieping rusten op de pijler. De kolom ondersteunt ook een enorme spant (de balk voor het podium over de breedte van de zaal) die ervoor zorgt dat de oude muren van de voormalige klaslokalen en de

hal konden worden verwijderd in 1985. Slijkhuis: “Die andere pijler is er voor de sier, die kun je weghalen, maar als je de voorste pijler weghaalt, dan kun je maar beter snel naar buiten rennen en kijken hoe het gebouw instort.” Ed Spaargaren is zich goed bewust van de constructie. “Ik heb Henk nog wel eens gebeld toen ik het niet vertrouwde. De gemeente is een paar keer met enorme shovels bezig geweest vanwege de riolering buiten. Een of andere slimmerik heeft toen die shovels ‘s avonds op een berg zand gezet terwijl het regende. Dat is gaan schuiven en die shovel is van de berg tegen het gebouw gereden ter hoogte van het spant.” Henk Slijkhuis is tijdens de verbouwing vooral bezig geweest met stutten. “Enorme constructies hadden we gebouwd om alles te ondersteunen. Als er op de bovenste verdieping scheurtjes in de muur te zien waren, plakte er iemand een sigarettenvloeitje op. Als dat

scheurde was het een teken dat het ging verzakken.”

Kinderbeentjes Een oerdegelijk katholiek schoolgebouw, zo wordt de behuizing van Doornroosje getypeerd door Henk Slijkhuis. En dat is nog aan twee dingen te merken: de enorm dikke bakstenen muren en de trap naar boven, met treden gebouwd op korte kinderbeentjes, dus niet te hoog. Voor 1985 liep de gang naast de trap door richting de zaal. De grote zaal bestond uit drie opengebroken klaslokalen met het podium waar nu de bar is. De gang liep door naar het tussencafé en de theaterzaal die in de schooltijd dienst deed als gymzaal. Wie goed kijkt, ziet aan het plafond van de kleine zaal nog de schroeven hangen voor de gymapparatuur. En zo zijn er meer ruimtes door de jaren heen veranderd van functie. De ingang was op de plek waar nu de bar van het voorcafé staat, kassa was toilet, receptie was onderhoudshok,


Een oerdegelijk schoolgebouw 109

voorcafé was fitnessruimte, vergaderruimte/postkamer was Het Winkeltje, de huidige kleedkamer was ooit Theetuin. De danszaal boven werd fitnessruimte en staat nu leeg. De drukkerij is nu de ruimte voor communicatie, marketing en systeembeheer. De kelders werden oefenruimtes en worden nu gebruikt als opslagruimte. Daar in die kelder wijst Harrie van Neer naar een hoek. “Op de dag dat er in de grote zaal beton werd gestort, kwam ik om half acht bij Doornroosje aan. De aannemer, Weghorst, was er toen al. Hij had de hele nacht niet geslapen, want hij vertrouwde iets niet.” Henk Slijkhuis: “Dat noemen ze betonkoorts in de bouw. Dat spul is zo zwaar, daar kun je niks aan veranderen als het fout gaat.” Weghorst gaat met Van Neer de kelder in en haalt daar wat bekisting van de muur. Zoals hij al vermoedt blijkt het niet goed dicht gemaakt en zal het beton zo de kelder inlopen als het wordt gestort. “Als we dat niet hadden gezien was al het beton de kelder ingelopen en was de vloer daar nu 20 centimeter hoger geweest”,

verbouwing het vak leert om later met die kennis in Nicaragua een brug te bouwen die aardbevingbestendig is. Die groep bouwt de sluis, de ronde doorgang tussen grote zaal en theatercafé, die nodig is omdat de doorlopende hal achter het podium is afgesloten en dienst doet als kleedkamer. De betaalde bouwvakkers kunnen maar niet begrijpen dat er jongeren vrijwillig werken en ook tegen vrouwen in de bouwploeg wordt vreemd aangekeken. “En toch zijn er dat jaar vriendschappen voor het leven gesloten”, zegt Harrie van Neer. Henk Slijkhuis weet nog goed hoe aannemer Weghorst in gesprek gaat met punker Michiel. Een moment vastgelegd door fotograaf Gerard Verschooten. Slijkhuis: “Weghorst kwam naar me toe en vroeg of ik hem kon uitleggen waarom die jongen Nicaragua er zo bij liep met dat haar en Tijdens de verbouwing in 1985 die kettingen. Ik zei dat hij het zijn verschillende ploegen hem zelf eens moest vragen. aan het werk. De Gelderse Dus Weghorst stevende op jeugdbouwploeg bouwt de hem af en bood hem een nieuwe toiletblokken. Er is sigaar aan. Ze hebben een uur een aparte groep van een zitten praten en Weghorst man of elf die tijdens de vond het geweldig. Daarna

aldus Van Neer. Ook in de kelder ligt de drankvoorraad, die steeds groter wordt en daarmee meer ruimte inneemt. Op die plekken loopt Ed Spaargaren tegen de beperkingen van het gebouw op. “Dat gesjouw met bierkratten. Daar moeten we apart mensen voor inhuren die hier komen slepen met kratten. Dat noemen we ‘bongeren’, naar onze drankleverancier Jac. Bongers.” Ook voor bands is Doornroosje soms een logistiek probleem. Veel chauffeurs durven niet met hun bussen de draai te maken richting parkeerterrein van Doornroosje, dan moeten alle instrumenten via de vooringang de zaal in. “En de muren”, vertelt Spaargaren, “die zijn zo dik dat er onmogelijk doorheen te komen is als je iets wilt aanleggen.”


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 110

kwam hij naar me toe en zei dat we eigenlijk allemaal punkers waren.” Of het nu de kuil is onder de sluis, die Henk Slijkhuis en Henk van der Zand, uit woede over de trage besluitvorming, in één dag hebben uitgegraven, of een deur boven waar Slijkhuis weken

over heeft gecorrespondeerd met de brandweer, overal zit een verhaal achter. En dan is het interieur nog niet eens aan de orde geweest. Danceprogrammeur Darko Esser werkt tegenwoordig aan de oude vergadertafel van Doornroosje. Een massief gevaarte dat ooit meekwam

met de vader van Steven de Bock uit de inboedel van een oude drukkerij. Boris van Vorstenbosch zag een zelfde tafel in de jaren negentig al voor 5000 gulden te koop staan in Utrecht. De felbegeerde kluizen van Doornroosje gaan verscholen achter een stalen deur. Menig


Een oerdegelijk schoolgebouw 111

inbreker is via de muren of het plafond in die ruimte proberen te komen. Een van de kluizen is na een inbraak ooit teruggevonden langs het kanaal. Toen Ed Spaargaren onlangs een prikbord weghaalde in de vergaderruimte kwamen de oude schilderingen van

Het Winkeltje tevoorschijn. De vloer moest Spaargaren tijdens de opkomst van de dance aanpassen. “Het linoleum sleet enorm door al dat gedans, er kwamen hele kale plekken in. Nu liggen er tegels van gerecycled pvc, onverwoestbaar spul.” Het gebouw van Doornroosje

ademt historie uit alle poriën. Al is dat ademen de laatste jaren meer zuchten geworden in een gebouw dat oerdegelijk is, maar wel op zijn laatste benen loopt.


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 112

St

on

em eT

s Fa ple

ot

or

[o

ev

.a.

dD

Di

i ls

sp

dd

ab

ad

os

,R

Re

ing

HW

h r M a J p an w wa Hi d, nZ or ll D ea of va Ta es ioh es ro wn He To le

Re

rd

tF

s,

wa

s Fa

Pi l

tF

ëll

an

No rm

Br

oo

rs

nd

pe

da

Su

ist

er

74 19

70

0 99 n 1 89 e e 19 , W el us ng 89 im A Pr r bid 19 No Mo ns 88 h+ ea 19 at s oM De s e 987 ,N lm Mu w 1 p a 9 42 ing Cla Na 98 t 2 6 ow ys o 1 on 98 r s t Fr s1 Th B o fe , lie n i i n s 89 s + a w 6 ee Ma o l l 19 i e C l 98 eF a t y R ies Pi x e r s , s1 Th B e n r nc mp low a t He nde ra lF 84 Me a z i al Te ta eC 19 g Fa Th rs Fu cid d, pe s , Sui ua Wi din ns, Sq he T a la ra i 83 ce 19 eP B an T h Ba d ke nD 84 Jo ba 19 E+ Ur ing OS r, lub ill u K eH nC sa e, Fi r Gu no ur Di he 83 u l t 0 ,T 19 C 8 , th y 19 c lag ou er ts kF ua c Y M 82 ac 9 n i O f 19 Sq Bl o s s 97 r e S he p1 T s , s te u n 1 o e 78 a n S i Pr 98 s+ G r r 19 Sw y 1 0 ub gin t e n aa ic, Vir a r 98 K S ey M P at n, n1 U y Bo Doe e a C M a u te hd ym 0 nk ,T ir t nn 98 Fra ub re , B Bu s1 Ne l tu n au Cu en s o th e uh nd hn d Ba ze Jo an ll, ür si o 78 a h 9 st we Ec eF s1 Ein Th n K p, gg to r i p n, ro 77 Lin er t F sio eT 19 Th i vi b nd Ro yD Ba 6 97 R1 Jo

He

9 96 01 9 8 5 96 p1 d1 ou oy Gr k Fl Pi n

directeur directeur directeur directeur

90

Toine Tax Narda Eerdmans Henk v.d. Zand Jan Boeijen

80

theater pop pop multimedia pop pop pop multimedia dance pop pop dance pop metal

90

Arno Gorissen Rob Kramer Dorothy Krielen Joy Arpots Frank v. Lith Frank v.d. Elzen Karin Proeme Boris v. Vorstenbosch Ger Laning Gert Gering Albert Reinink Darko Esser Robert Meijerink Freek Koster

80 70


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje

113

St

on

ple

s Fa

ot

or

Re

rd

tF

s,

wa

s Fa

Pi l

tF

[o

ev

.a.

dD

Di

i ls

sp

le

ioh

ab

ad

os

,R

0 01 s2 ot ro 9 et 00 Be s2 dy on 8 loo dS 00 an eB a2 rd Th ng fo o, Be 07 lyr 9 um e, 20 y C 00 , M is hin i ff 2 a t ell ac , B o n S ta at 06 0 d d e r s e 8 e M e Fr n2 R u n d h , D 200 Th Th lde ier au ät er e & !!!, Ho av n S n V n g n c 05 , 0 , X e v i v e e r fi r e 2 es at on i e s Ki g , S r i g g , F l o am lbe od nc ,J a T T Vo t 4 s 0 Cr , M de as ey rl ark MG 20 en ,M C a o P y e r, kK lT ell lly da lac ïm a Lid 3 Bi s x B 5 ' 0 ici ie Ma Yea s 20 h e 00 c e Su am , T 2 in , bin ,J r d n s ' Pr er To Bi so ie ni ny 02 n n ar o go 20 ew h nn tG fA Am dr Jo Bo es en g, An he s, on eo 1 u ur 0 y , & T to r Lif oJ La 20 eB Ma n y E d i nk ev os Da c k to t , St lob rri n er 0 A a rb 00 De ill He ?2 oV py rd ew ra 9 ica t th 9 he 19 ,R Ma ,T od et ico Ho ck lex 8 Ja rt 9 Ca be 19 ing Ro rn iot s, Mo eR 97 g kin 19 My At na ch n, ee an bit iT P la 6 Ju ar ck 99 pe At Ro r1 ca we Es 5 po er 99 se ing or k1 ill un 6H eD 4 ,1 tP Th 9 af sis o, 19 ,D ro st ay rk eu Ti ë nD Cla 93 ,N e 9 e re l ls n1 av Mi ,G ,D sio ff e] 2 Je yJ rn plo 99 d 4 u Ex t1 e e 99 o b en es Sp 1 d S a u m l ], U h e 91 rB ck dE e C av 19 ce Be e + en ,P n g ole e sy .a. in u i p S ,H [o ph s-E pr r dt on ho rd o rf M p an i wa ,J wa H d nZ a f or ll D e o va Ta es es ro wn He To

em eT

90 19 9 e n 98 We l 1

90

90

00

10

90

90

00

10



40 Jaar Doornroosje

–3–

Dansgeesten versus gitaarbeesten 1988 – 2000



Hoofdstuk 3

.

Dansbeesten versus gitaarbeesten 117

1988 - 2000

Dansgeesten versus gitaarbeesten

D

ave Clarke in een Panda, Jeff Mills voelt zich thuis, Daft Punk komt met de trein, Nirvana en Pearl Jam komen niet, Courtney Love wil weg, Doornroosje gaat Fast Forward, vele nieuwbouwplannen en interne tweespalt. In 1988 gaat er een bus voorbij aan Doornroosje. De bus, vol houseliefhebbers uit Amsterdam inclusief de vermaarde dj Eddy De Clercq, rijdt door naar studentenvereniging Diogenes. De studenten nodigen die avond de Amsterdamse RoXY uit. Net als in 1977 zit Doornroosje niet te wachten op de nieuwste muzikale ontwikkelingen, die later net als de punk toen, toch een flinke stempel op Doornroosje zullen drukken. Voor de buitenwereld staat Doornroosje nog bekend als het punkhol. Helemaal eerlijk is dat niet. Als Narda

Eerdmans op 1 oktober 1988 Henk van der Zand opvolgt als directeur probeert ze een breder publiek te interesseren voor Doornroosje. Eerdmans besluit in de jaren negentig de subsidie voor Doornroosje voortaan aan te vragen bij de afdeling Cultuur van de gemeente Nijmegen. Joy Arpots is degene die in 1988 de bus housers naar Diogenes haalt. Bij zijn afstuderen in 1989 wordt hij door Narda Eerdmans en Dorethy Krielen gevraagd te solliciteren als programmeur multi­ media. “Het was de oude functie van theater­programmeur”, zegt Arpots. “Puur theater kon niet meer in Doornroosje. O42, het Vrijdagtheater en het Steigertheater vervulden deze functie al in Nijmegen. Narda zocht naar een breder programma


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 118

met theater dat raakte aan popmuziek. Je zag het in die tijd bij alle jongerencentra. Er werd geprofessionaliseerd en van de overheid kregen ze de opdracht om een grotere groep jongeren aan te spreken.” Vanzelf gaat het niet. Arpots: “Doorn­ roosje stond, toen ik studeerde, bekend als een punkhol. We gingen er dan wel heen om Sonic Youth of The Gun Club te kijken, maar daarna vertrokken we ook weer snel naar Diogenes. Het was vies en donker in Doornroosje, er waren weinig mooie vrouwen en er was niet eens sterke drank.” Het wordt nog wel even geprobeerd met house in 1988 en 1989. Er worden acidfeestjes georganiseerd. Narda Eerdmans: “We hebben er nooit meer dan 150

bezoekers mee getrokken, de tijd die eraan werd besteed, was niet in verhouding met het aantal mensen dat het trok.” Joy Arpots: “Via dancemuziek kwam plotseling een heel ander publiek naar Doornroosje en dat werd intern niet gewaardeerd. Ik had eerder al eens meegemaakt dat ik bierflesjes naar mijn hoofd kreeg geslingerd toen ik op een funkavond moest dj’en. Zelfs die muziek werd niet getolereerd.” Ook Theo Vaessen ziet hoe Doornroosje worstelt met de nieuwe muziek. “Dance en pop waren gescheiden werelden. Voor velen was het een echte cultuurshock, net zoals de overgang naar punk eind jaren zeventig een cultuurshock was. Het heeft lang geduurd voordat die werelden bij elkaar kwamen.”


Hoofdstuk 3

.

Dansbeesten versus gitaarbeesten 119

Sick of it All in de Vereeniging (RoDiO)

Gitaargeweld en Pixies Ook al is er nog geen zicht op een eerste geslaagde dance-avond, toch zijn er veranderingen in Doornroosje zichtbaar. Narda Eerdmans schuift door naar de directeursfunctie waardoor de vacature van de grotezaalcoördinator vrijkomt. Dorethy Krielen begint op 1 januari 1989 als muziekprogrammeur. Zij en haar opvolger Frank van Lith zetten tussen 1989 en 1994 een stevig muziekprogramma neer dat breder is dan alleen punk en de naweeën ervan. De grote bands uit die tijd ontbreken niet. Pixies, The Flaming Lips, Yo La Tengo, Radiohead, Lemonheads, Lee Scratch Perry, Primus, Ween, Pavement, Gang Starr en Monster Magnet worden in

die jaren door Krielen en Van Lith naar Nijmegen gehaald. Iedere maand staat er wel een reggaelegende op het podium zoals Burning Spear en Black Uhuru. Doornroosje is een poppodium geworden dat nationaal meetelt en veel internationale bands op het podium zet. Dorethy Krielen: “Eind jaren tachtig, begin jaren negentig was het aanbod ontzettend breed. We konden Pixies, Yo La Tengo en Dinosaur Jr. krijgen. We probeerden ook metal uit, een band als Morbid Angel bijvoorbeeld. We moesten de aanvangstijden vervroegen, omdat steeds meer mensen uit de regio naar Doornroosje kwamen en met de laatste trein terug naar huis moesten.”


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 120

hartverzakking. De zaal moest uitverkopen voor 12,50 gulden per kaartje om quitte te draaien. OOR, NME en Melody Maker waren helemaal gek van de Pixies, maar daar verkoop je de zaal niet mee uit. Gert van Veen van de Volkskrant was ondersteboven van Surfer Rosa, het debuutalbum dat hij net als promo had gekregen maar dat toen nog niet uit was. Hij interviewde de band en schreef een vlammende recensie van het eerste optreden van de tour. Op dat moment was het hek van de dam en verkochten we Roosje uit. Door de plotselinge populariteit van de Pixies werden Throwing Muses voor­programma en Pixies het hoofdprogramma.”

In die jaren is Frank van den Elzen, naast zijn bezigheden als gitarist bij de befaamde Nijmeegse bands de Moonies en Poppi Uk, assistent-programmeur in Doornroosje. Van den Elzen boekt Pixies in april 1988, eerst nog als voorprogramma. “De Pixies werden pas een week voordat ze in Roosje stonden echt bekend”, aldus Van den Elzen. “Toen ik de optie nam op het optreden, was de planning dat ­Throwing Muses het hoofdprogramma zou vormen met als openingsact Pixies. Die laatsten hadden alleen de ep ‘Come On Pilgrim’ nog maar uit. Toen Willem Venema, van boekingskantoor Double You, mij een week later vertelde dat de gage 3500 gulden zou worden, kreeg ik bijna een

Doornroosje staat tussen Kurt en Courtney in, Bambix biedt hulp Behalve Pixies spelen er meer bands die net bekend zijn of nog net niet bekend zijn. De inmiddels vermaarde Flaming Lips spelen op kerstavond 1988 voor deurgeld (5 gulden) en een hotelovernachting. Frank van den Elzen: “Het optreden was 45 minuten keiharde psychedelische rock met het rookkanon en de stroboscoop vol aan van begin tot einde. De zaal was leeg toen ze klaar waren.” Ook een band als Swans weet de zaal vakkundig leeg te spelen. Fred Maessen: “Dat was extreem. Dat geluid ging boven de pijngrens, uiteindelijk stonden er nog vijf bezoekers achteraan tegen de bar gedrukt. Net op de dag dat ik


Hoofdstuk 3

.

Dansbeesten versus gitaarbeesten 121

mijn neefje had meegenomen naar Roosje. We hebben noodgedwongen de hele avond op de gang gezeten.” Memorabel is ook het optreden van de band Hole op 24 november 1991. Muzikaal stelt het niet veel voor. Het concert is vooral bijzonder vanwege zangeres Courtney Love die helemaal niet in Nijmegen wil zijn, maar liever bij haar nieuwe vriendje Kurt Cobain in Amsterdam is. “De rest van de band was er ‘s middags al, heel aardige mensen. Courtney Love zat nog in Amsterdam met Kurt”, vertelt Dorethy Krielen. “Het enige wat we konden doen was wachten op Love. Rond een uur of tien ben ik op de gok met de auto naar het station gereden. Als ze niet in de trein uit Amsterdam zou zitten, dan konden we

het concert vergeten. En zowaar, ze zat in die trein. Met uitgelopen make-up, lippenstift over haar gezicht en in een bepaalde staat, liep ze over het perron. Ik vertelde in de auto dat er honderd kaarten waren verkocht. ‘I’m fucking playing for a hundred people’, klaagde ze, fuck dit en fuck dat. Het concert stelde geen fluit voor en vlak voor het laatste nummer bood ze 100 gulden aan degene die haar terug naar Amsterdam zou rijden.” In het publiek staan de drie dames die op dat moment de Nijmeegse band Bambix vormen. “Ik was er met Maniet Voets en Nathalie Delisse”, vertelt zangeres Willia van Houdt. “Op een gegeven moment begint Courtney te vertellen dat ze verliefd is op de zanger van Nirvana, die dezelfde avond in Amsterdam is en dat ze er zo graag naar toe wil. Ze is flink dronken en schreeuwt naar haar manager, die bij ons in de buurt staat, dat ze verdomme naar Amsterdam gebracht wil worden. Hij roept iets terug als ‘No way, tomorrow is Paris!’ Dan wordt ze kwaad en vraagt het publiek wie haar naar Amsterdam wil brengen. Ze biedt eerst 50 gulden en steeds wat hoger, tot 100. Bij 100 zeg ik tegen Nathalie: ‘Moet je doen man! Kost 20 gulden benzine en de rest is pure winst.’ We fokken elkaar wat op en bij 115 gulden roepen we ‘Ja!’ Dan komt die manager naar ons toe en zegt: ‘What the fuck? No way you gals gonna take her anywhere.’” Nadat Courtney van het podium loopt, pakt ze haar tas. Ze kijkt niet op of om


Courtney Love


Hoofdstuk 3

.

Dansbeesten versus gitaarbeesten 123

naar haar bandleden en stevent gelijk op Bambix af. De manager houdt haar tegen, er is een hoop duw- en trekwerk en de fuck you’s zijn niet van de lucht. Willia van Houdt: “Courtney zegt ‘Fuck Paris!’, stampvoet naar buiten en wij worden gesommeerd haar te volgen. In de auto, zo’n oude blauwe eend die maximaal 70 rijdt, vertelt ze hoe belangrijk het is dat ze Kurt ziet, want die zou daarna nog heel lang op tour zijn. Nu is ze zo dicht bij hem in de buurt en als ze hem nu niet ziet is het te laat en zal ze nooit meer de kans krijgen. In de auto heeft ze uit volle borst ‘Coat of Many Colors’ van Dolly Parton meegezongen en daarna is ze hard snurkend in slaap gevallen. In Amsterdam hebben we haar bij het hotel van Nirvana afgezet. Bij nader inzien hadden we het niet moeten doen. Wij vonden Kurt zo leuk. Als we Courtney niet naar Amsterdam hadden gebracht, dan was Kurt misschien een gewoon leuk meisje tegengekomen in plaats van zo’n loaded gun en was de geschiedenis anders.”

Pearl Jam en Nirvana komen niet, Radiohead heeft sterallures en Guru is boos En dan zijn er nog de bekende bands die zouden komen, maar nooit kwamen. Zoals Pearl Jam en Nirvana. Frank van den Elzen: “Pearl Jam heeft twee keer afgezegd. In eerste instantie stond Doornroosje op de agenda tijdens hun Nederlandse tour

van 1992. Omdat hun schema te vol zat, besloot hun management om de kleinste zaal uit de tour te trekken, en dat was Roosje. Eddie Vedder is dan wel zo’n aardige jongen dat ons wordt beloofd dat ze het later goed komen maken. Toen ze een aantal maanden later geboekt stonden voor Pinkpop kregen we heel laat te horen dat Pearl Jam een opwarmshow in Roosje zou komen doen. De kaartjes waren al gedrukt en verkocht, toen ons werd verteld dat ze niet konden spelen omdat ze iets belangrijkers te doen hadden. Ik ben het smoesje vergeten.” Nirvana zou ook naar Nijmegen komen. Paperclip Agency plant een tour langs Doornroosje, Effenaar, Paradiso, Tivoli, Vera en Paard. Frank van den Elzen: “Toen ‘Teen Spirit’ plotseling een wereldwijde sensatie werd, annuleerde hun management alle Nederlandse optredens behalve Paradiso. Ze moesten zo vlug mogelijk terug naar de USA om al die aandacht te verzilveren.” De nog niet zo bekende band Radiohead komt in 1993 wel naar Doornroosje om twee keer hun hitje ‘Creep’ te spelen. Muzikaal houdt het in die tijd nog niet over bij de Britse band. Programmeur Frank van Lith is niet bijster onder de indruk van de band. “Laten we het maar doen, hebben we bij de boeking gezegd. Het waren hele aardige jongens, we hebben nog in de kelder van De Plak gegeten ‘s avonds.” Toch zijn er al enige sterallures te bespeuren bij de zanger van de band, merkt Frank van den Elzen vooraf.


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 124

“Toen de band aankwam, stelden ze zich allemaal voor behalve Thom Yorke. Allen, behalve Yorke, hielpen met het uitladen van het busje, terwijl Yorke het effectenrek in de PA bestudeerde. Willem Franken van het geluid stevende op hem af met de PA-priklijst, omdat hij dacht dat dit hun geluidsman was, waarop Yorke hem aankeek met een ‘don’t you know who I am?’blik en zei: ‘I’m the singer.’ Ik zag het van de zijlijn gebeuren en dacht ‘dat blonde mannetje heeft een ego.’” Het is niet alleen gitaargeweld in Doornroosje. Ook hiphop krijgt een plek op het druk draaiende poppodium. In januari 1988 wordt Spoonie Gee al geboekt

door Joy Arpots. Paris komt langs en The Disposable Heroes Of Hiphoprisy geven het concert van het jaar in 1992. Het jaar ervoor is er ook al hiphop te horen. Frank van den Elzen: “We hadden Gang Starr op het programma ergens rond 1991. Guru en dj Premier arriveerden in Roosje rond 10 uur terwijl de hal en het binnenterrein vol stonden met fans. Na tien minuten soundcheck gooiden we de deur open voor een geweldig optreden dat eindigde toen een gewelddadig schoffie uit Dukenburg rapper Guru bij zijn been greep en hem uitschold. Guru gaf hem een schop en zei: ‘Nobody pays me no disrespect, not in New York, not in LA, not in London, not in fucking


Hoofdstuk 3

.

Dansbeesten versus gitaarbeesten 125

Nijmegen!’ en gooide zijn microfoon met een klap op de grond. Dat schoffie terroriseerde de boel wel vaker in Doornroosje en is ooit gearresteerd in Dukenburg na een bankoverval. De stommeling zat een paar straten van de bank zijn buit te tellen.” Volgens Theo Vaessen is er altijd gedoe met het mannetje. “De ene keer maakte hij illegale opnamen en werd hij door de manager, die de opnameapparatuur in beslag nam, letterlijk de zaal uitgegooid. De andere keer had ie een stoelpoot bij zich of het vleesmes van zijn moeder. Kwam hij na afloop vragen of hij zijn mes terug kon krijgen want anders zou zijn moeder kwaad worden.”

Verbouw wordt nieuwbouw Doornroosje is nog maar net verbouwd, met alle problemen van dien, als het idee wordt opgevat om te verhuizen. “We hadden geld gekregen voor de verbouwing van de oefenruimtes”, vertelt Narda Eerdmans. “De architect vroeg toen wat we eigenlijk wilden met het gebouw. En in het maken van die plannen kwam naar voren dat we eigenlijk een grotere zaal nodig hadden.” Het voortschrijdend inzicht zorgt er voor dat er vanaf 1992 serieus werk wordt gemaakt van de verhuisplannen. In De Gelderlander van 24 oktober 1992 worden de wensen kenbaar gemaakt. Ofwel een verbouwing zodat de capaciteit van Doornroosje wordt vergroot naar 800, ofwel nieuwbouw in de buurt van het station. Op hetzelfde moment doet Tilburg een onderzoek naar een nieuwe popzaal. In 1998 wordt daar 013 geopend. Narda Eerdmans zegt in het krantenartikel dat Nijmegen in 1992 ook zo’n onderzoek zou moeten starten. “Het grote probleem is natuurlijk het geld. Nijmegen heeft op dit moment geen cent te makken, terwijl beide plannen al snel een miljoen kosten.” Er worden bouwtekeningen gemaakt waarbij de zaal wordt uitgebouwd in de richting van het parkeerterrein, ook wordt gedacht aan een nieuwe zaal op dat parkeerterrein. Opmerkelijk genoeg komt de begroting voor nieuwbouw nooit ver boven de miljoen gulden. Pas in 1993 komen de nieuwbouwplannen op de agenda van de gemeente.


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 126

De wens voor nieuwbouw ontstaat deels door het verouderde pand, deels door een veranderd popklimaat. Bands groeien steeds sneller en laten Doornroosje vaker links liggen ten faveure van grotere podia. Lange tijd organiseren Doornroosje, Diogenes en O42 onder de naam ‘RoDiO’ concerten in de Vereeniging. Onder andere Sonic Youth, Pantera, Motörhead, Urban Dance Squad, Anthrax en Mink DeVille treden daar op. De samenwerking met de Vereeniging is midden jaren negentig niet langer optimaal en ook blijkt de akoestiek van die zaal niet heel geschikt voor popconcerten met veel versterkt geluid. Daarbij trekt Doornroosje steeds meer bezoekers waarbij de grenzen van het pand vaker duidelijk worden. Frank van Lith vestigt een nieuw record met uitverkochte concerten en kijkt aan het einde van 1992 zelfs tegen een overschot op het programmabudget aan. Frank van Lith: “In het kielzog van het succes van Nirvana wordt rockmuziek enorm populair. Het record van het gemiddeld aantal bezoekers was 190, dat werd 250. Waar we eerder amper een concert uitverkochten, verkochten we er nu tien per maand uit. Zelfs matige bands als 7 Year Bitch verkochten zonder moeite uit.” Narda Eerdmans: “Een capaciteit van 1000 voor de grote zaal en 250 voor de kleine zaal, dat was de opzet. En ik wist ook al de plek: bij het station. Waar nu het ROC zit, zat toen Van Gend & Loos en die gingen weg. De stadsarchitect had

een ontwerp gemaakt voor nieuwbouw op de Heyendaalseweg waar vroeger de ijsbaan was. Het had er gewoon kunnen staan. Daarna hebben we gekeken naar de schouwburg, de Lindenberg, de Matrixx (toen nog Night Live Music) en in Bottendaal bij het Dobbelmanterrein.” Theo Vaessen: “Er is naar zo veel plekken onderzoek gedaan. Op een gegeven moment moest het nieuwe Doornroosje op het terrein van de oude Dobbelmanfabriek komen. Een oud-bestuurslid zat nog in een Bottendaalse actiegroep om het op die plek tegen te houden. Dat was dan wel zo’n figuur, die het lef had om in diezelfde periode even vijf vrijkaarten te vragen voor een concert. In de periode dat Doornroosje viel onder het beleid van wethouder Jacques Thielen is er veel gedraald op het stadhuis. Pas toen Paul Depla aantrad, werd er een inventarisatie gemaakt van alle mogelijke locaties voor het nieuwe Doornroosje.” Narda Eerdmans: “Jaqcues Thielen zei op een gegeven moment dat we moesten temporiseren. Fijn, dacht ik, er komt tempo in. Maar hij bedoelde dus juist dat het langer ging duren.” Doornroosje vraagt als een van de eerste zalen in het clubcircuit om nieuwbouw. Uiteindelijk wordt het een van de laatste zalen die een nieuw gebouw kunnen betrekken. Als de bouwplannen, maquettes en tekeningen van andere popzalen midden jaren negentig op muziekconferentie Noorderslag worden gepresenteerd, stelt de toenmalige programmeur


Hoofdstuk 3

.

Dansbeesten versus gitaarbeesten 127

Karen Proeme voor om buiten een luchtkasteel op te blazen om de stand van zaken bij de nieuwbouw van Doornroosje weer te geven. Het plan wordt door Narda Eerdmans niet met gejuich ontvangen. Boris van Vorstenbosch, die Joy Arpots in 1993 opvolgt als programmeur multimedia, onderzoekt in de jaren negentig hoe het programma eruit zou kunnen zien in de nieuwbouw. “We hebben de programmaboekjes van Mojo met het bandaanbod van enkele maanden naast elkaar gelegd en de conclusie was dat je niet goed bij je hoofd bent als je een grote zaal voor duizend bezoekers bouwt. Je kunt beter variëren en simultaan programmeren met twee zalen van maximaal 750. Maar ja, na die conclusie werden wij voor gek verklaard.” De bouw van arthouse Lux in het centrum van Nijmegen is een dermate groot hoofdpijndossier bij wethouders en ambtenaren dat de nieuwbouw van Doornroosje lange tijd niet hoog op de prioriteitenlijst van de gemeente staat. Joy Arpots: “Het is haast ongelooflijk om te beseffen dat die nieuwbouw nu al twintig jaar op de agenda staat. En dat in een stad die muziek als speerpunt heeft uitgekozen.”

Ultimate Dance Construction Dat een succesvolle dance-avond niet noodzakelijkerwijs een pakkende naam hoeft te hebben, bewijst Doornroosje met Ultimate Dance Construction. De avond

wordt in 1993 door Majel Blonden en Matty Lupker opgezet. Na de mislukking van de acidavonden is er weer eens een vaste dansavond voor Doornroosje. “Dat miste Nijmegen”, zegt Lupker. “Je had op dinsdag en zondag wel alternatieve muziek in de Swing, maar niet op zaterdag.” Willem van Zeeland wordt later toegevoegd aan het dj-team van Ultimate Dance Construction. “De Swing was commerciëler op zaterdag, Gonzo was op rock gericht. Je merkte alleen dat het minder druk was op Ultimate Dance Construction als housefeest Extravaganza in de stad werd georganiseerd. Er was op UDC een bijzondere muziekmix van gitaren, metal, house, techno, afrobeat en latin. Je kon er ver gaan als dj, het publiek danste op de raarste dingen.” Ultimate Dance Construction is een dansavond die nadrukkelijk in de markt wordt gezet door Doornroosje. In de weken voor de avond is er een marketingoffensief en voor de avond zelf worden er een cocktailbar en aanvullend decor in elkaar gezet. UDC is snel een succes. Al is niet iedere medewerker van Doornroosje


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 128

blij met de nieuwe activiteit. Willem van Zeeland maakt een hearing in Doornroosje mee over de nieuwe dansavond. “Daar zat dus iemand die letterlijk zei: ‘Die mensen die ik hier zie op zaterdagavond, horen helemaal niet thuis in Doornroosje.’” In 1994 zet muziekblad OOR de discussie op scherp in het artikel ‘Stammenoorlog, dansgeesten vs gitaarbeesten’. “In de ‘ordinaire’ platenzaken worden ‘ordinaire’ house-verzamelaars verkocht als Febo-kroketten”, schrijft het blad met veel gevoel voor ironie. “Die ‘ordinaire’ house-verzamelaars knallen vervolgens uit ‘ordinaire’ lease-BMW’s. In het gezellige buurtsoosje verzinnen 221 bezoekers dat elke houser een pitbull heeft. In de krantjes die de 221 bezoekers lezen staat

niks over kleinere, grotere en nog iets grotere house-feesten, laat staan dat ze de goede platen die daar gedraaid worden ooit gehoord hebben. (...) Maar de 221 bezoekers hebben dan ook verstand van muziek. (...) De buurtsoos is een sekte geworden die het contact met de werkelijkheid aan het verliezen is”, aldus schrijvers Tom Engelshoven en John van Luijn. Matty Lupker herkent het gevoel. “Misschien paste het destijds ook wel helemaal niet in Doornroosje”, zegt ze. “Het was nieuw. Later, toen de dansavonden meer richting house opschoven, waren er mensen die het fascistisch durfden te noemen. Het normale publiek van Doornroosje was werkloos of student, bijna altijd hoogopgeleid. Op dansavonden kwam er


Hoofdstuk 3

.

Dansbeesten versus gitaarbeesten 129

plotseling een ander publiek.” OOR: “Men voelt zich kennelijk bedreigd en heeft zich in een culturele bunker verschanst.” Na anderhalf jaar heet Ultimate Dance Construction plotseling Dance Night en in 1995 zijn de dansavonden opgedeeld. Op vrijdag is er de G-Spot, de brede dansavond, op zaterdag is er de Dance Night die op 6 januari 1996 wordt omgedoopt in Planet Rose. Het is nu, na vijftien jaar, de langstlopende danceavond in Nederland. G-Spot komt niet verder dan anderhalf jaar, wanneer het wordt ingeruild voor Jungle Galaxy, dat negen jaar lang de liefhebber van jungle en drum & bass bedient. Aan een brede dansavond blijkt minder behoefte te zijn, merkt Paul Nederveen,

dj St. Paul, die ook op G-Spot draait. “Een deel van het publiek zat te wachten tot er metal werd gedraaid, een ander deel zat te wachten op de hiphop. Er kwamen steeds minder mensen voor de hele avond.” Planet Rose is de avond voor house en techno. “Nadat De Drang in Nijmegen was gesloten, liepen de danceliefhebbers een beetje met hun ziel onder de arm. Doornroosje vulde dat gat op”, aldus Peter Entjes, dj Pure. “De Drang had een wat vage uitstraling”, volgens Joy Arpots. “Dat kwam door de locatie op de Parkweg waar vaker duistere clubs hadden gezeten. Meerdere dagen per week house programmeren was niet rendabel in Nijmegen. Ultimate Dance Construction deed zo’n beetje wat


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 130

de Urban Dance Squad toen ook deed: het mengen van verschillende stijlen, al werd er in de loop der jaren steeds meer in blokjes gedraaid.” De Dance Night en later Planet Rose worden geprogrammeerd door Ger Laning, die ook dj’s van buiten Nijmegen boekt. “Bij mij viel het kwartje ook wat later”, bekent Laning die geluidstechnicus is in Doornroosje voordat hij aan de slag gaat als danceprogrammeur. “Pas nadat ik naar wat feestjes was geweest, zoals Extravaganza en de feesten van Jan Liefhebber, snapte ik het. Ik zag hoe goed het ging in het buitenland met danceclubs. Ik was er van overtuigd dat er een markt voor was om op reguliere basis dance te programmeren. Er moest nog wel een slag worden gemaakt in Doornroosje. Het programma moest beter, er moest een fatsoenlijke garderobe komen, het licht moest beter. Iedere week dezelfde dj’s was ook geen optie. Dat ging vervelen. Ik ben dus gaan kijken of ik die makers van leuke platen naar Nijmegen kon krijgen. Er was nog geen enkel boekingskantoor dus ik moest zelf tourtjes regelen. Ik had afspraken met Simplon in Groningen en een vast contact in Düsseldorf om meerdere optredens voor een dj uit het buitenland te regelen.” “Ger was een geweldige programmeur”, aldus Boris van Vorstenbosch. Die is zelf als multimediaprogrammeur nog eerder met house. Van Vorstenbosch programmeert The Black Dog, live house, in juni 1994. “Ook al werd er door boekers

geklaagd dat het toch geen muziek was”, aldus Van Vorstenbosch. Op 23 september 1995 staat de Britse dj Dave Clarke in Nijmegen. Hij wordt later een van werelds bekendste dj’s en een vaste gast van Doornroosje. Wie de destijds nurkse Brit vroeg naar dat eerste optreden in Doornroosje, kreeg lange tijd te horen dat hij zich er niets meer van herinnerde. “Maar ik heb een keer zijn geheugen opgefrist”, vertelt Peter Entjes. “Ik ben hem destijds gaan ophalen van het vliegveld in Düsseldorf samen met Inge Adema, de assistent van Ger. Zij had een Fiat Panda en één bandje in de autoradio: Thunderdome 1. Dave Clarke heeft dus twee uur lang, op de achterbank van een Fiat Panda gezeten, telkens maar weer luisterend naar Thunderdome. Toen ik hem dat vertelde, kon hij het zich plotseling weer herinneren.” Twee maanden later, op 4 november 1995, komt een veelbelovend Frans duo met de trein naar Nijmegen. Ze noemen zich Daft Punk. Ger Laning krijgt de tip van Hans Wolters, dj Hansz. Wolters draait die avond ook. “Het waren twee aardige, wat schuchtere jongens, die slecht Engels spraken en met de trein vanuit Parijs waren gekomen”, zegt Wolters. “Ik weet nog dat degene die hen moest ophalen van het station, zelf te laat arriveerde en ze vervolgens nergens kon vinden. Toen bleek dat ze uit zichzelf al in het hotel hadden ingecheckt en netjes zaten te wachten in de loge. Hun dj-set was technisch


Hoofdstuk 3

.

Dansbeesten versus gitaarbeesten 131

gezien niet bepaald vloeiend. Ze maakten veel mixfouten. Dat compenseerden ze met een flinke dosis energie en platenkeuze. Ze draaiden veel van de Chicagoachtige house uit die tijd. Het was een erg leuke avond.” Ger Laning gaat ‘s avonds met ze eten. “Ze zaten in hotel Europa in de Bloemerstraat. Toen ik bij ze de kamer opliep, moffelden ze snel een joint weg, alsof dat heel erg was. Twee maanden later waren ze wereldberoemd.” Daft Punk is inmiddels uitgegroeid tot een stadionact. Ze geven concerten terwijl ze zelf futuristische helmen dragen. Ook in Doornroosje laten ze hun ware gezicht niet zien en verschuilen zich achter maskers. “Ach die maskertjes, zo aandoenlijk”, aldus Peter Entjes. “Dat had Surgeon ook. Het mocht alleen maar om de muziek gaan en de dj was niet belangrijk, dat was het idee erachter. Surgeon kwam in 1996 naar Doornroosje voor zijn eerste optreden buiten Engeland. Op vrijdag stond hij in Paradiso, op zaterdag in Doornroosje. Het enige wat hij bij had, was een tasje met platen en een tandenborstel. Hij zei helemaal niks in die tijd. Als hij antwoord gaf dan was het één woord, zoals ja, nee of misschien. Nu babbelt hij de oren van je kop.”

Fast Forward Terwijl de dj’s, hoe jong en groen ze ook zijn, in steeds groteren getale over de drempel stappen bij Doornroosje, gooit het podium ook op gitaargebied hoge ogen. Niet alleen nationaal maar ook internationaal wordt Nijmegen op de kaart gezet door het tweedaagse Fast Forward Festival met edities in 1994 en 1995. “Het waren de tijden dat lo-fi erg populair was”, aldus Theo Vaessen. “Frank van den Elzen was toen net programmeur geworden en zat helemaal in die muziek.” Armand Schmitz: “Ik had zelf weinig met lo-fi, ik vond het wat braaf, zeker in vergelijking met de dance-avonden. Het speelde wel enorm in Nijmegen.” Willem van Zeeland: “Aan de toonbank bij de Waaghals werden enorme discussies over lo-fi gevoerd. De voorstanders vonden dat alles lo-fi moest. Zo’n OK Computer van Radiohead vonden ze maar overgeproduceerd.” Frank van den Elzen: “Lo-fi-groepen zoals Pavement, Palace Brothers en Sebadoh ontsnapten aan de tentakels van grote labels die met bands als Nirvana het grote geld wilden verdienen. Lo-fi was in 1994 en 1995 een van de meest interessante stromingen en ook mijn persoonlijke favoriet. Het Fast Forward Festival kwam voort uit mijn liefde voor die muziek. Ik heb een subsidieverzoek ingediend en kreeg het voor elkaar om een aantal artiesten in te vliegen voor het festival in 1994. Tall Dwarfs en Alastair Galbraith


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 132

kwamen helemaal vanuit Nieuw-Zeeland naar Nijmegen voor hun eerste optreden in Europa.” De aandacht in de pers is fors en in Roosje wordt hard gewerkt aan het festival. Maarten Verdwaald is dan niet alleen medewerker van Doornroosje, hij is ook gitarist in de Nijmeegse lo-fi-band Gitbox!. “Doornroosje stond twee dagen op zijn kop”, vertelt Verdwaald. “Overal werden kleedkamers en opslagplekken gecreëerd. Het was een festival van ontdekkingen en grote namen.” Frank van den Elzen zet allerhande tourtjes op om de komst van artiesten naar Nijmegen voor de muzikanten rendabel te maken. “Ik denk dat Fast Forward uniek was omdat er een flink aantal namen op het programma stond

die nog nooit eerder in Europa hadden gespeeld”, zegt hij. “Ik had voor Tall Dwarfs een paar optredens in de omringende landen geregeld. In Duitsland speelde Tall Dwarfs een optreden met Green Day in het voorprogramma. Een week na Fast Forward stond Green Day trouwens ook in Roosje voor ongeveer 125 betalende bezoekers. Voor Alastair Galbraith, Peter Jefferies en Smog regelde ik op dezelfde manier een tourtje. Tuli Kupferberg’s nummer vond ik via een internationale telefoonnummerservice. Toen ik een aantal namen had bevestigd, ging het balletje rollen bij andere muzikanten. Yo La Tengo-bassist James McNew, ook bekend als Dump, Barbara Manning, Billy Childish en Sexton


Hoofdstuk 3

.

Dansbeesten versus gitaarbeesten 133

Ming waren daarna zo geregeld. Het was een erg specifiek subcultuurtje, dus toen dat nieuws de wereld in ging, kwamen de echte fanaten uit Duitsland, Engeland, Frankrijk en zelfs Amerika helemaal naar Nijmegen om dit mee te maken. Ik wilde heel graag Sebadoh als afsluiter voor de eerste editie van Fast Forward, maar ze hadden verplichtingen om voor Nirvana te gaan openen in de grote arena’s. Door Kurt Cobains zelfmoord een maand voor het festival zat Sebadoh zonder werk. Frank van Lith, die inmiddels bij Mojo werkte, heeft toen vlug Sebadoh aan het programma weten toe te voegen.” Voor de tweede editie van Fast Forward, in 1995, weet Van den Elzen een piepjonge Beck te overtuigen om naar Nijmegen te komen. In hetzelfde vliegtuig als Beck zit de reden dat Van den Elzen uiteindelijk vertrekt bij Doornroosje. “Beck heb ik benaderd voor Fast Forward door na een optreden van hem in Vera de kleedkamer binnen te lopen. Ik vertelde hem dat ik Robyn Hitchcock, Chris Knox en Guided By Voices al had staan. Hij was er meteen voor te porren. Al zegde Guided By Voices op het laatste moment af. Ik heb Beck op Schiphol opgepikt, hij zat samen met Simon Joyner en Leslie Gaffney in hetzelfde vliegtuig. Leslie had ik ontmoet omdat we na de eerste editie van Fast Forward zijn gaan corresponderen. Ze runde Popwatch Magazine, een blad dat over dezelfde muziek schreef als wat er op het festival stond. Ze bleek de love of my

life. Na een jaar lange-afstandsrelatie heb ik in 1995 de knoop doorgehakt en heb ik besloten naar Amerika te verkassen om bij haar te zijn.” Frank van den Elzen is inmiddels actief in het vastgoed in Boston.

Vergadertijgers “Moet je dat nu weer in de groep gooien, voordat ik het optreden kan bevestigen?” vraagt Willem Venema geregeld aan de muziekprogrammeur van Doornroosje. Venema heeft in Nijmegen het boekingskantoor Double You en vindt de interne overlegstructuur in Doornroosje op zijn minst stroperig. “Ik doe nooit zaken met commissies”, zegt Venema nu. “Ik wil één persoon spreken die verantwoordelijk is. Dat collectivisme is erg onhandig.” Frank van Lith: “Ik merkte dat de medewerkers van de muziekwerkgroep liever hadden dat ik alles met ze zou overleggen. Maar soms kreeg je een optie die je beter dezelfde dag kon bevestigen. Dan ging ik niet nog een week wachten tot de muziekwerkgroep weer bij elkaar kwam. Overigens was het wel handig hoor, die groep. Vooral voor tips.” Ook de medewerkers worden soms moe van het vele vergaderen. Theo Vaessen: “In 1994 ben ik als betaald medewerker in Doornroosje komen werken. Ik weet nog dat ik na twee weken al een paar vragen had aan Narda. Waarom moeten we vergaderen met bier op tafel, waarom moeten


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 134

Pantera (RoDiO)


Hoofdstuk 3

.

Dansbeesten versus gitaarbeesten 135

16 Horsepower


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 136

er 24 mensen meevergaderen en waarom moeten we altijd uitgebreid terugblikken?” Ook Joy Arpots vult zijn dagen met vergaderen. “Op woensdag was de wekelijkse vergadering. Daar zat dan iedereen bij, ook de groepen van de fitness en het Winkeltje. Meestal waren we met een man of twaalf, al naar gelang welke activiteit er de avond daarvoor was geweest, ook al begonnen die vergaderingen pas om 12:00 uur. Al die vergaderingen hadden dezelfde agenda waarbij er uitgebreid werd teruggeblikt. En dat was niet het enige, want alle groepen hadden aparte vergadersessies eens in de zoveel weken. Dat werd dan tegen een uur of drie ingepland voor de hele middag, dan kon er nog worden nageborreld. En dan had ik nog wekelijks overleg met Narda en met Dorethy. Uiteindelijk was ik de helft van mijn uren aan het vergaderen.” Boris van Vorstenbosch: “We hebben ooit met een groepje het werkoverleg geëvalueerd. Daar bleek dat het enige besluit dat op het werkoverleg werd genomen het vaststellen van het afwasrooster was. Altijd zat er wel iemand op de praatstoel of er werd op elkaar ingehakt, maar constructief was het niet. Toen we voorstelden om Baselice, de receptioniste, het afwasrooster te laten samenstellen, vroeg iemand zich af waarover we dan moesten vergaderen. Met de invoering van het productieformulier was de vergadering al een stuk korter geworden. Daarna werd het groepje in het werkoverleg steeds kleiner.” Jozzy Rubenski: “De vergaderingen

waren vermoeiend, zeker omdat die hippies van het Winkeltje er in het begin ook nog bij zaten. Die konden zich vastbijten in een punt en daar niet heel helder in zijn. Dan had je een half uur over iets gepraat, was iedereen er klaar mee en begonnen zij weer van voren af aan.”

Risico in Roosje Voordat op 1 januari 2001 een ramp gebeurt in een Volendams café zijn de regels voor de horeca niet zo streng. In Doornroosje vinden in de jaren negentig activiteiten plaats die inmiddels ondenkbaar zijn. De performances die Joy Arpots boekt, blijken achteraf niet zonder gevaar. Arpots: “Ooit kwam Barry Schwartz langs. Die deed een performance door 20.000 volt via zijn lichaam te laten lopen en met het geluid muziek te maken. Achteraf gezien was het levensgevaarlijk. Alleen al door de luchtvochtigheid had iedereen kunnen worden geëlektrocuteerd. Er was ook vaak open vuur bij performances. We dachten dat de brandslang, waarmee de kleine zaal schoon werd gespoten, wel afdoende zou zijn, mocht de vlam eens in de pan slaan.” Voor het concert van de vermaarde krautrockband Faust in februari 1995 wordt de grote zaal zelfs volgestouwd met hooibalen. Frank van den Elzen: “Een paar weken voor het optreden kregen we een fax dat ze dertig balen hooi en twintig oude televisietoestellen nodig hadden. Het hooi


Hoofdstuk 3

.

Dansbeesten versus gitaarbeesten 137

zou de zaal worden ingeblazen met een machine en de televisies zouden worden vernietigd tijdens het optreden. JeanHervé Péron en de Amerikaanse gitarist Steven Wray Lobdell van Faust stonden een week voor het optreden op de stoep om de zaken door te spreken. Lobdell maakte de indruk dat hij mentaal niet helemaal goed was. Hij zei geen woord en leek wel door me heen te staren. Tijdens de bespreking werd besloten waar de grote olietank, hooiblazer en televisies zouden komen te staan. Ook werd besloten dat Faust hun “scheiss-TeeVous” zelf zouden mee brengen. Een week later arriveerde de band met een vrachtwagen en twee busjes vol spullen en volk. Alleen Steven Wray Lobdell was er niet bij, die was ondertussen psychotisch geworden. De band had een kunstschilder meegebracht en een vette dame als model. ‘s Avonds droeg Jean-Hervé het optreden op aan Steven en ‘insanity!’ Tijdens een akoestisch nummer stond onze beveiliging, Ton van de muziekwerkgroep, luid te lullen. Een geërgerde Jean-Hervé zette zijn gitaar neer, stapte van het podium en verkocht Ton een klap. Het optreden eindigde met zoveel lawaai, volume, hooi en rook dat het onmogelijk was om in zaal te blijven. Dat was de bedoeling van de band en daar slaagde ze glansrijk in.” En dan was er nog het risico op morele verontwaardiging. Rob Kramer, medewerker in de jaren tachtig, organiseert ooit het eerste oud-en-nieuwfeest in Doornroosje.

Met als thema ‘Cowboys en Indianen’. “Daar ontstond ruzie over omdat de indianen altijd waren onderdrukt, dus dat konden we niet maken”, aldus Kramer. “Doornroosje was een ijkpunt van dwarsigheid.” En dan zijn er nog de feministes. Joy Arpots: “Ik heb ooit Super Screen Movie Machine georganiseerd. Een avond met allemaal B-movies, waaronder veel filmpjes van Betty Page. Het pand werd belegerd door feministes die het vrouwonvriendelijk vonden en me dreigden te lynchen. Ik had die films van Male and Female, een feministische winkel in Amsterdam. Ik heb die winkel laten faxen dat de films juist heel feministisch waren. Het compromis was toen dat ik Betty Page wel mocht uitzenden. Maar een filmpje waarin een naakte Madonna figureerde, hoogstens tien seconden en heel vaag in beeld, mocht ik niet uitzenden. Dezelfde Madonna die een paar jaar daarna met ‘In Bed With Madonna’ kwam. Die feministes die eerder zo boos waren, kwam ik ook wat jaren daarna tegen op een feestje van Extravaganza waar ze in een soort lingeriesetje uit hun dak stonden te gaan.” Boris van Vorstenbosch programmeert ook de meest uiteenlopende avonden. Hij organiseert in 1993 ‘Het Gala van de Nieuwe Lulligheid’ met onder andere Ome Cor (de nu bekende presentator Joris Linssen) die met zijn act later furore maakt op Lowlands. Van Vorstenbosch probeert wereldmuziek uit, zet Hans Teeuwen in



Hoofdstuk 3

.

Dansbeesten versus gitaarbeesten 139

Doornroosje en drinkt kots uit een bekertje tijdens de Jim Rose Circus Sideshow. “Nou ja, het was een combinatie van mosterd, maagsap en bier. Iemand uit het publiek moest het drinken en toen niemand zijn vinger opstak, deed ik het maar. Dat spul ging met een enorme injectiespuit door een slangetje in de neus van Matt ‘The Tube’ Crowley naar zijn maag en kwam weer terug. Het smaakte een beetje als waterige karnemelk. Toen ik het eenmaal opdronk, was mijn kostje wel gekocht in Doornroosje. Dat leverde respect op van het personeel.” Ook de vier befaamde Gay Leather Parties worden door Van Vorstenbosch georganiseerd. “Iemand van het COC vroeg mij of dat kon, en dat leek me wel. Niemand zat ermee binnen Doornroosje, men vond het wel leuk.” Armand Schmitz werkt die avonden als barman. “Er ­wilden niet veel mensen werken bij de Gay Leather avonden”, aldus Schmitz. “Het theater en het theatercafé werden gebruikt, in de kelders was een darkroom. Ik werkte er met Dennis en Mark. En dan stonden er heel wat snorren en leren petten aan de bar. Er waren twee televisies neergezet waar de hele avond hardcore gay porno werd gedraaid. En er werden pogingen gedaan om personeel naar beneden te lokken. Vooral Dennis had veel sjans.” Hoofd Onderhoud Ed Spaargaren helpt vooraf nog om de sling, een soort erotische schommel, in de darkroom op te hangen. “Toen vroeg die jongen of we hem even samen

konden uitproberen. Ik heb maar vriendelijk bedankt”, aldus Spaargaren.

Tegengas en vakbondsmentaliteit Nieuwe programmeurs komen nog wel eens in conflict met de werkvloer en oude gewoontes. Frank van Lith waagt het begin juni 1993 om vijf optredens in een week te plannen. Zeer tegen de zin van de medewerkers die het een flinke werkbelasting vinden. “Het was een week met Thelonious Monster en Fudgetunnel, die concerten waren op woensdag en donderdag. Dan was er nog That Petrol Emotion op vrijdag, een favoriet van Frank van den Elzen. Plotseling kwamen er in die week nog twee boekingen bij. Red Devils, uitverkocht, en Israel Vibration, bijna uitverkocht, op maandag en dinsdag.” Ook Joy Arpots merkt dat bij het theater. “We zijn al snel met een aparte groep lichten geluidsmensen voor theatervoorstellingen begonnen. Er was bij het personeel een scheiding tussen grote en kleine zaal. Als het personeel een bepaald programmaonderdeel niet zinde dan was de onwil ook vrij groot om nog iets te doen.” Op 1 oktober 1995 komt Karen Proeme uit Arnhem over om de baan als muziekprogrammeur over te nemen van Frank van den Elzen. Proeme: “Ik werkte voor die tijd bij de Waaghals in Arnhem en voor veel mensen in Doornroosje was ik dat meisje uit de platenzaak. Er was nog wel een


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 140

programmaclub. Uit die club hadden er ook mensen gesolliciteerd. Daar kwam ik later pas achter. Ik vond het wel vreemd dat veel mensen heel kritisch waren op het programma. Dat bleken later de mensen te zijn die hadden gesolliciteerd maar het niet waren geworden.” Proeme zet bewust niet de lijn voort van haar voorganger Frank van den Elzen. “Lo-fi was al over het hoogtepunt heen. Ik wilde vooral breder gaan programmeren. Ik was echter na een half jaar al door mijn programmabudget heen. Dat heeft het tweede deel van het jaar als een zwaard van Damocles boven mijn hoofd gehangen. Ik kon het niet riskeren om geld te verliezen en dat doe je toch vaak met leuke en spannende concerten. Ik heb daardoor wel geleerd om wat commerciëler te programmeren. Er ontstond op een gegeven moment een discussie vanuit de horecahoek. Zij wilden eigenlijk dat het programmabudget uit de horecaomzet zou komen. Daar was ik het niet mee eens. Je moet oppassen dat je niet te veel op de baromzet let. Voor je het weet programmeer je alleen nog maar muziek waar het meest wordt gedronken, zoals blues. En nooit meer straight-edge of hiphop.” Het valt Proeme op dat de zin om te we­rken niet altijd even groot is in Doorn­ roosje: “Technici bijvoorbeeld die per se in de stad wilden gaan eten. Ook al was een band te laat en moest er snel worden gesoundcheckt, dan kon er alleen maar Chinees worden gehaald.” Gert Gering is

opvolger van Proeme en programmeur tussen 1998 en 2000. Hij maakt hetzelfde mee. “Ik heb een keer een festival georganiseerd waarbij mensen via de kelder van de kleine zaal moesten binnenkomen. Dat vond iedereen helemaal geweldig, alleen al omdat het anders was. Het enige nadeel was dat het personeel er altijd zo boos van werd als je iets anders deed. Er heerste een soort vakbondsmentaliteit. Het mocht nooit te veel werk zijn.” De decorsuggesties van Peter Entjes op Planet Rose-avonden worden hem ook niet in dank afgenomen. “Het heeft me bloed, zweet en tranen gekost om bij de lichtcrew dingen gedaan te krijgen. Ik was wel van de belachelijke dingen op dansavonden, maar voor de lichtmensen was eigenlijk al het decor iets wat in de weg hing. Toen ik in 2000 wegging bij Doornroosje heeft de lichtcrew al mijn decors ritueel op de brandstapel gegooid tijdens mijn afscheidsbarbecue.” Ger Laning heeft vrijwilligers altijd proberen te stimuleren lol in hun werk te houden. “Ik zag Doornroosje als een vrijplaats en vrijwilligers kon je niet vertellen hoe ze hun werk moesten doen. Ik vond zelf gabber ook niet zo interessant, maar ik kon me wel vermaken op zo’n gabberavond. Ik heb ook nooit verwacht dat de dance zonder strijd een plek zou krijgen binnen Doornroosje. Ik had me ingesteld op wat tegengas.” Peter Entjes deelt die mening. “Die eerste jaren stond barpersoneel met een gezicht als een oorwurm achter de bar


Hoofdstuk 3

.

Dansbeesten versus gitaarbeesten 141

bij Planet Rose. Dat hoort nu eenmaal bij het begin van een geuzenstroming. Het moet niet te vanzelf gaan.” Proeme: “Je moest bij Doornroosje wel altijd rekening houden met een soort muziekpolitie. Het programma moest voldoen aan een bepaalde niet duidelijk omschreven standaard van cool en VPRO. Zo heb ik lang getwijfeld of ik de Heideroosjes wel kon programmeren omdat het bekend stond als te commercieel en neppunk. Die instelling werd langzaam minder.” Gering: “Ik heb andere dingen geprogrammeerd dan wat alleen in de linkse kerk leuk werd gevonden. Zo hebben we ooit Ilse DeLange gehad en Bløf.” Armand Schmitz: “Ik vond het altijd wel leuk dat Gert die hele brede programmering aandurfde. Ilse de Lange heeft ooit een week gerepeteerd in Doornroosje. In ruil daarvoor deed ze een show gratis. De staf had echter al een week lang al die nummers uitentreuren gehoord, dus die hadden er helemaal genoeg van.”

Rockbitch Karen Proeme neemt op 13 april 1997 Doornroosje mee in de golf van verontwaardiging en spanning die er in Nederland rond de komst van de controversiële band Rockbitch hangt. De band verricht seksuele handelingen op het podium en dat levert een verbod op om te komen spelen

in de meer preutse plekken in Nederland. Al blijft ook Nijmegen niet onberoerd. Narda Eerdmans: “De burgemeester dreigde nog met de intrekking van de subsidie. We moesten een papier ophangen dat de minimumleeftijd 18 was. Er liep ook politie in burger rond, heel duidelijk herkenbaar. Die hadden de grootste lol, volgens mij hadden ze ruzie gemaakt wie er bij mocht zijn.” Karen Proeme verwacht dat het politiek correcte deel van Nijmegen in opstand komt, maar dat blijft uit. “Het was een uitverkochte avond en het publiek dronk zelfs meer dan bij een concert van de Paladins en dat waren toch de topavonden voor de horeca. We hebben er intern vooraf nog over gediscussieerd, maar die dames van Rockbitch deden alles uit vrije wil. En is een reggaeartiest die zingt over vrouwen als minderwaardige wezens eigenlijk niet veel erger?” Armand Schmitz weet dat hij als een dolle heeft staan tappen die avond. “En dat is opmerkelijk, want bij een uitverkochte zaal is het meestal zo druk dat de meeste bezoekers de bar niet halen.” “Rockbitch is ons nog een tweede keer aangeboden”, aldus Proeme. “Een andere reden dan een financiële was er niet om ze toen nog een keer te boeken en dat hebben we laten schieten, zo goed was het niet, muzikaal.” Het is niet altijd zo’n hit als Rockbitch. Sommige zeperds in het programma zijn opvallend als je naar de naam kijkt. Soulwax speelt de eerste keer voor 62 betalende bezoekers, Cornershop, vlak voor ze hun hitje hebben, voor 63


Rockbitch



WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 144

betalende bezoekers en de Propellorheads, ook vlak voor hun hit, trekken 39 betalende bezoekers. Proeme: “Dan is het fijn dat je als podium trots kunt zijn dat je er vroeg bij was, maar meer heb je er ook niet aan. Want hebben die bands eenmaal hun hit, dan komen ze niet meer terug.” Rapgroep Osdorp Posse komt wel terug. Ze treden zelfs een keer op voor meer dan 500 man in het pand waar slechts 450 mensen inpassen als er een fout met de kaarten wordt gemaakt. De eerste keer is het anders. Karen Proeme: “Die hadden tot dan toe alleen maar opgetreden in kleine jeugdhonken. Volgens mij had ik toen contact met bandlid IJsblok en ik moest steeds vragen naar hun technische rider. Uiteindelijk bleek dat hij niet wist wat dat was. Toen ik dat had uitgelegd kreeg ik zo’n kleine post-it met de vraag: “Als het kan willen we graag draadloze microfoons en een kratje bier.” Geeft ze in haar beginperiode nog te veel geld uit; later houdt Proeme de hand zo netjes op de knip dat er op het einde van het jaar geld over is. “Toen ben ik met de benen op tafel gaan zitten en heb ik een band geboekt die veel te duur was, maar wel heel leuk. Dat werd Atari Teenage Riot, een keiharde band. We hebben oordopjes uitgedeeld bij de ingang. Ik weet nog dat ik tijdens het concert even de zaal uitliep en in de gang het gevoel kreeg dat ik uit een wasmachine was gestapt.” Gert Gering organiseert samen met dj St. Paul de Avonden van het Kippenvel.

“Dat was het idee van Paul”, aldus Gering. “Dan zetten we bijvoorbeeld Calexico neer met achteraf platen van St. Paul. Die kreeg daar dan 100 gulden voor. Dat kwam me op flinke kritiek van de Waaghals te staan want de dj’s van de Waaghals kregen 25 gulden per draaibeurt.” Paul Nederveen: “De eerste Kippenvels met Daryll-Ann, Calexico en Moondog Jr. waren erg goed. Popzalen kozen eind jaren negentig alleen maar voor beats op dansavonden. Ik vond dat je ook voor liedjes mocht kiezen en dat werd Kippenvel.” In die jaren staat ook Rufus Wainwright op het verlanglijstje van De Avond van het Kippenvel. Een artiest die nu met gemak de Heineken Music Hall vult, maar toen amper albums verkocht in Nederland. Paul Nederveen: “Rufus Wainwright ging niet door omdat hij een vleugel eiste. Roosje kon het niet betalen en het label wilde ook niet bijspringen.”

Jeff Mills Als er ergens consensus over bestaat onder oud-medewerkers dan is het over een van de beste concerten van de jaren negentig. Een concert dat een dj-set is. Jeff Mills, voormalig lid van Underground Resistance en daarmee een van de technopioniers, staat in 1996 en 1997 drie keer in Doornroosje. “Ik heb het in 1996 nog in mijn concert top 5 voor OOR gezet, terwijl het niet echt gebruikelijk was om een dj-set in zo’n lijstje te zetten,” aldus


Hoofdstuk 3

.

Dansbeesten versus gitaarbeesten 145

Jeff Mills

Willem van Zeeland. Joy Arpots: “Ik had een jaar of vijf eerder al een historisch optreden van Underground Resistance in de Amsterdamse RoXY gezien en was behoorlijk onder de indruk geraakt van een deejayset die Mills daar na afloop gaf. Zijn eerste bezoek aan Planet Rose was sensationeel. Wat mij betreft het beste optreden dat ik in dertig jaar in Doornroosje heb beleefd.” DJ’s Hansz en Pure draaien vaak op dezelfde avond als Mills. Hans Wolters: “De sets van Jeff Mills waren legendarisch. Het


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 146

was voller dan vol en het werd zo warm in de zaal dat het leek alsof het regende door de condens die van het plafond afkwam. Ik heb de set van Mills uit 1997 nog op cassettebandje staan. Zijn manager indertijd was een nare norse man die iedereen van het podium af wilde hebben en audioopnames verbood. Ik heb gezegd dat ik resident was, ben gewoon op het podium gaan staan en heb zijn set opgenomen. In zijn optreden zit er een moment waarop hij een plaat stopt en de schuif van dat kanaal op het mengpaneel open blijft staan. Op dat moment is de zaal zo hard aan het juichen dat dit signaal door de naald van de pick-up is opgepikt en is opgenomen. Zo enorm ging het publiek tekeer.” Ger Laning: “Jeff Mills vond het hartstikke leuk in Doornroosje. Het deed hem denken aan de Warehouse in Chicago. Hij kon vier uur achter elkaar doen wat hij wilde. Er hing een undergroundsfeer en zeker de tweede en derde keer zijn we ons te buiten gegaan aan speciaal decor. Hij vond het geweldig, wij vonden het geweldig en het publiek vond het geweldig. Alles viel samen. En dat voor tien gulden. Hij wilde ook niet anders dan in Doornroosje draaien.” Peter Entjes: “’I feel like home’, zei Jeff Mills toen hij Doornroosje binnenliep. Een oud gebouw, veel graffiti, bloedheet en stampvol. Het deed hem denken aan Detroit en Chicago. Het publiek was zo uitzinnig, dat bleef maar juichen. Wat meespeelde was dat de drugs in overvloed

aanwezig was. Je hoefde maar een lamp aan te zetten of het publiek ging uit zijn dak.” Volgens Ger Laning is het drugsgebruik in de eerste jaren niet meer dan in volgende jaren. “Zo ver ik het kan beoordelen is het in al die jaren weinig veranderd. Het is niet iets om geheimzinnig over te doen. Drugs is een integraal onderdeel van dance. Net zoals drank en drugs deel uitmaken van rock-’n-roll. Ik ben er niet tegen en ook niet voor. Het is nu eenmaal zo dat de een er beter mee om weet te gaan dan de ander.” Peter Entjes: “Het publiek was en is ontzettend divers op Planet Rose, dat is een van de sterkste punten. Het is ook voor dj’s belangrijk. Die vinden het geweldig dat het in Doornroosje om de muziek gaat, waar het in de randstad vaak om de verpakking draait. Iedereen respecteert elkaar en laat elkaar met rust.” Gert Gering gaat altijd graag naar de Planet Rose. “Doornroosje was altijd meer dan alleen een concertboer en niet alleen omdat er ook een fitness en een drukkerij bij zat. De danceprogrammering was geweldig. In Doornroosje zag je altijd de liefhebbers naast de Johnny’s en Anita’s staan. Wat vooral duidelijk was, was dat de muziek serieus werd genomen. Het werd echt geprogrammeerd door liefhebbers. Als de muziek niet goed was dan kwam het er gewoon niet te staan.” Het is een uitzondering als een commerciële dj als Tiësto eens in Doornroosje


Hoofdstuk 3

.

Dansbeesten versus gitaarbeesten 147

staat. In januari 2000 wordt een avond geboekt door 3FM. Naast Tiësto staan ook Mark van Dale, EC Groove Society en Jean op het programma. “Dat viel niet bij iedereen even goed”, weet Ger Laning nog. “Het was de top van de commerciële dj’s in Nederland. 3FM zag Doornroosje als een belangrijke danceclub en wilde graag bij ons die avond houden. Het leek mij wel goed. Er zaten weken van publiciteit aan vast. Ik ben ook nooit preuts geweest wat betreft publiek. In mijn optiek moet Doornoosje niet alleen studenten bedienen, maar alle jonge Nijmegenaren.” Vooral de herinnering aan dj Jean staat Peter Entjes nog levendig bij. “Kwam ik het toilet oplopen, zat Jean daar met een of ander meisje tussen zijn benen.” Ook andere medewerkers maken gebruik van de vrijheid om dingen uit te proberen in Doornroosje. Paul Nederveen spreekt zijn spaarrekening aan om zijn helden naar Nijmegen te halen. “Ik heb duizend gulden betaald om de Scratch Perverts over te laten vliegen. Ze werden altijd tweede in het dj-wereldkampioenschap achter de Beat Junkies. Voor The Show, een avond die ik samen met Martijn Bach en Kai Veltman organiseerde, kwamen ze over. Ik heb ze opgehaald op het vliegveld. Die middag hebben ze in mijn studentenkamer een beetje lopen pielen op mijn draaitafels. Dat was al een jongensdroom die uitkwam. Daarna wilden ze de stad in om shoarma te eten. Vervolgens wilden ze bier en daarna drugs. Ik was zo

groen als gras en nog steeds weet ik niks van drugs, toch moest ik in die coffeeshop alles voor ze vertalen. Dat was om één uur ‘s middags. Uiteindelijk wilden ze naar de hoeren. Toen heb ik ze maar afgezet en ben ik vertrokken. Het was een coming of age voor me.”

Onrust Wat het publiek niet merkt is dat het naast alle succesvolle concerten en dj-sets, flink rommelt aan de Groenewoudseweg. De staf kan niet meer met elkaar door één deur, de directeur zit met persoonlijke problemen die zich naar het werk vertalen en de sfeer is enorm verziekt aan het


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 148

einde van de jaren negentig. Een directe aanleiding is er niet. Het is voor velen de frustratie van jaren die steeds vaker tot conflicten leidt. Middelpunt van het conflict is directeur Narda Eerdmans. Daarnaast ontstaan er binnen de staf verschillende eilandjes die elkaar bijna de tent uitvechten. Armand Schmitz: “Narda was in het begin erg geliefd; ze lag goed in de groep en gaf iedereen veel vrijheid. Het werd gewaardeerd dat ze de teugels liet vieren. Uiteindelijk is dat juist hetgene geweest wat mensen ging tegenstaan. Mensen gingen elkaar ontlopen, de sfeer verslechterde en dat had zijn uitwerking op de hele afdeling. Het was geen leuke tijd.” Peter Entjes constateert hetzelfde: “Narda was flexibel. Daardoor creëerde ze de ideale omstandigheden voor nieuwe dingen. Misschien was ze er niet altijd helemaal bij. Was ze superscherp geweest dan had ze misschien nooit het risico genomen voor een danceavond. Haar sociale aard kwam altijd beter uit de verf dan haar zakelijke aard. Ze wilde voor iedereen het beste en toen de melkertbanen opkwamen heeft ze zoveel mensen die banen proberen te geven. Op het eind ging het mis, mensen konden niet meer omgaan met de vrijheid die ze kregen. Er waren vergaderingen waar mensen schreeuwend en huilend van tafel gingen. Het werd heel persoonlijk.” Voor Matty Lupker is dat het ergste: “Privé en werk was niet gescheiden. Het was supermooi werk in Doornroosje. Maar als het werk niet meer leuk was dan was

het privé plotseling ook niet meer leuk. Ik heb in die tijd vaak ‘s avonds huilend op de bank gezeten.” Gert Gering merkt dat hij in 1998 binnenkomt bij een organisatie waar de sfeer niet best is. “Het was een vervelende, nare en rare situatie. Die vergaderingen waren nooit constructief en ik ben geen straatvechter.” Het valt ook Ger Laning op hoe de sfeer verhardt. “Mensen gingen vervelend doen, ik zelf ook. Eind 2000 ben ik vertrokken.” Maarten Verdwaald is in die jaren een van de mensen met een ID-baan, in zijn geval als stagemanager. Verdwaald: “We moesten professionaliseren terwijl Narda veel beter was als directeur van een duidelijke vrijwilligersorganisatie. Er heerste een


Hoofdstuk 3

.

Dansbeesten versus gitaarbeesten 149

rotsfeer. Ik heb wel eens tegen Ger gezegd dat hij er net zo goed schuldig aan was. Daarna waren we een tijd gebrouilleerd.” Narda Eerdmans kijkt er met weinig plezier op terug. “Ik dacht slechts een jaar directeur te zijn, het werden er uiteindelijk twaalf. Eind jaren negentig werd ik lid van de steunfractie van de PvdA, juist ook om die nieuwbouw te bespoedigen. Als de politiek niet naar Roosje komt dan gaan wij wel naar de politiek, dacht ik. Uiteindelijk haalde ik me daar nog meer werk mee op de hals. Er was veel ruzie in Doornroosje in mijn laatste jaren en ik zat er helemaal doorheen. Het was misschien stom om niet eerder weg te gaan, maar het ging haast automatisch.”

Jozzy Rubenski weet de situatie nog het beste te omschrijven. “Er is later veel over Narda geklaagd. Ik vind dat niet helemaal terecht. Het was als een slechte relatie. Achteraf gezien blijf je daar veel langer in zitten dan nodig is. Ze kon Doornroosje moeilijk loslaten.” Eerdmans maakt een afspraak met het bestuur om op een bepaalde datum te vertrekken. “Dat is uiteindelijk niet gelukt”, zegt ze. “Ik was zo kapot dat ik voor die tijd al ziek thuis zat.” Uiteindelijk wordt haar in 2000 ontslag verleend. Frans Vreeke wordt aangesteld als interim-directeur en die heeft met de beroerde sfeer en naderend financieel onheil een flinke kluif aan de klus.


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 150

Proost and Hup Hup!!!! door Dave

Clark

Now let me be clear on this, whilst I am certainly a veteran of Doornroosje and indeed a veteran of the Techno/EBM/Acidhouse/ New Beat/Punk/ etc etc scene I have not been a 40 year Veteran! The first time I played at Doornroosje was back in 1995, in fact I believe it was September 23rd to be precise, I just came from playing at Bugged Out in Manchester and found myself backstage in a small dark room that was for all intents and purposes a shithole, I cannot pronounce it as anything else, I remember it was painted black and had a strange odour. Whilst I was sitting there wondering what I had done to my then agent to deserve ending up in such unfortunate circumstance I realised that this place had history and in fact a

lot of Punk history and what made me hold back my furtive mind of doom was the fact there was a UK Subs graffiti tag on the wall. All of a sudden I then thought it cannot be that bad here even despite the toilet still having a life of its own and before I knew it I was beckoned toward the stage. All I can remember is how hot, dark and fucking brilliant this place was, the crowd were all ages to 40 and a few above, the sound was gastronomic with a bass that would oust General Noriega. Time didn’t happen, just sound and sweat, finally a Punk club with Techno Bass. This completed the circle for me, it all made sense. Doornroosje, despite being in a suburban setting that even modern day GPS struggles to find, has been


Proost and Hup Hup!!!! - Dave Clark 151

... “everyone is only there for the Music” ...


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 152

a staple in my diary ever since. Something I always look forward to. On paper this shouldn’t work; an anarchic black hole of a club that one minute would book the Horrors then Jeff Mills proves that clubs are more than just a trendy short term meeting place. They can be a community centre where everyone is only there for the Music, it is not about being seen or scene; it is about the passion of the experience. In short outside of Amsterdam, it is my favourite club venue in Holland, and it is one of my favourite clubs in the world, for any authentic artist to play here it is a rite of passage, it is something to be savoured. Oh and that “shithole” of a backstage room… that got moved into a luxurious place full of clean fridges, fresh sandwiches and leather sofa’s. Did I complain? Yep… and whilst the backstage isn’t particularly Punk the club is still the same, but with even more bass, Sleeping Beauty thanks for all the good memories, Proost and Hup Hup!!!!

Dave Clarke is dj en technoproducer en heeft zijn eigen radioprogramma (Whitenoise) op 3FM. Zijn bijnaam is The Baron of Techno.


Proost and Hup Hup!!!! - Dave Clark 153


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 154

Een stem is een trol die blootsvoets in het hoofd gromt door Frank

Antonie van Alphen

De hele zaal stinkt naar natte regenjassen. Een flinke bui heeft veel mensen verrast op weg naar Doornroosje, publiek loopt doorwaternat binnen, gekleed in soms alleen maar een hemdje of T-shirt. Het is 1995. De negende finale van bandwedstrijd de Roos van Nijmegen. Ik draag mooie witte puntschoenen, heb een oer-Hollands kapsel laten knippen dat niet helemaal in de smaak valt en speel in een trio dat JuJu Eyeballs heet. Voodoorock heb ik in een kranteninterview de muziek van onze band ongelukkig genoemd. En we zijn nog helemaal niet klaar voor ons optreden. Mijn broer, de bassist, is er nog niet. Het wordt langzamerhand kantje boord want van de vijf

finalisten moeten wij als eerste spelen. Verder zijn Groove Syndicate, The New Creatures, De Bende van het Eeuwig Durende Feest en liedschrijver Frank Willemsen uit de voorronden tevoorschijn gekomen – voorronden waarin mijn motoriek gestoorde gehark op de akoestische gitaar niet had weten te voorkomen dat wij uiteindelijk voor de finale geselecteerd werden. Er zijn geldprijzen te winnen, er is studiotijd te verzilveren. De eerste Roos van Nijmegen werd in 1987 door De Stogies binnengehaald. Er was alleen maar een finale. Maar wat de prijzen waren? Het jaar daarop waren er al zevenendertig inschrijvingen.


Een stem is een trol die blootsvoets in het hoofd gromt - Frank Antonie van Alphen 155

“De hele zaal stinkt naar natte regenjassen�


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 156

Het is al flink druk in Roosje en ik mopper zenuwachtig tegen mijn nieuwe parelwitte rock-’n’-rollschoenen. “Hij komt wel op tijd joh”, probeert percussionist Simon mij gerust te stellen. Mijn broer speelt ook nog in een andere band die HeadCrash heet en in Duitsland gelegerd is. Vandaar die reis hierheen. Waar blijft hij nou? Jacques Brel vertelde ooit aan een journalist dat hij zich voor elk optreden de zenuwen uit het lijf kotste. Ik moet aan de anekdote denken als ik boven het porselein mijn laatste resten maaltijd er uit kulk. Ik ben geniaal. De zaal inlopend zie ik niet alleen mijn huisgenoten staan, maar krijg ik ook te horen dat mijn broer is gearriveerd. Gelukkig. We omarmen elkaar stevig. Ik kijk over zijn schouder naar Simons percussieset op het toneel. Onze percussionist mag graag zelf trommels bouwen – waaronder vierkant gevormde. Hij is trommelend tussen de Afrikanen opgegroeid. We houden van Einstürzende Neubauten, muziek uit Mali, De Div, blues uit de Mississippi-delta, Gang Of Four. Het is altijd een plezier voor het oog Simon aan het werk te zien met zijn slagwerkend torso, terwijl mijn broer gekromd het publiek beloert, klaar om zijn toeschouwers af te beulen met meer dan vakkundig basspel. Tezamen heet dat JuJu Eyeballs en

als wij deze Roos van Nijmegen niet gaan winnen, vreet ik een elpee van Jacques Brel. Iemand loopt het podium van Doornroosje op met een microfoon in de hand. We krijgen alles te horen over het belang van Nijmeegse muziek voor de stad, het talent, de potentie. De Roos van Nijmegen begint al een aardig geoliede machine te worden, een pleisterplaats van gezellig bierklotsend netwerken. Bestond dat woord al in 1995, netwerken? Nou ja, we weten waar het bandjeswedstrijdgedoe toe geleid heeft. Nederland Muziekland barst inmiddels van het talent. De Roos van Nijmegen was een tamelijk onschuldige voorbode eigenlijk. Volgens sommige muziekkenners was de fut er begin jaren negentig al uit, en moest er maar eens een jaartje worden overgeslagen. Maar het talent in Nijmegen bleef tevoorschijn komen uit oefenruimtes, schuurtjes, sportkantines, kelders, zolders en illegaal geparkeerde woonwagens. De bekendste naam die uit de eerste tien edities naar voren kwam, was die van Maximum Bob. Nadat de tweede, door Div-bassist Marc de Reus geproduceerde cd door Oor – journalist Sietse Meijer geloof ik – was afgebrand (‘subsidiepop’), hield de groep het voor gezien. Dat Hans


Een stem is een trol die blootsvoets in het hoofd gromt - Frank Antonie van Alphen 157

Dulfer op die plaat een partijtje mee had geblazen mocht niet baten. Maximum Bob-drummer Thierry Bellaire, bijgenaamd Chaos, overleed begin maart van dit jaar.

Zeker en vast. Ondanks mijn oerhard afgekeurde oer-Hollandse kapsel. Maar Groove Syndicate zal met schwungend funky haarschnitt winnen. Maar zover is het nog niet, we hebben nog een hele avond De wedstrijd gaat beginnen. te gaan. Klaus Kinski laadt zijn Zenuwen trekken een slopend spoor pistolen en toont zijn oogwit. ‘Der richting maagwand. Ben jij nou een Kinderfreund’ is zijn bijnaam in schipperszoon? Kom, hijs jezelf dat Duitsland. De vier snaren van zijn podium op! We worden als potenti- basgitaar dreunen en grommen als ële winnaar van de avond door een een scheepsschroef. Simon klauwt presentatieduo aangekondigd. Zoals over de vellen van zijn trommels. beiden dat natuurlijk bij elke act Zijn spieren ademen. “Aint no real zouden doen. Daar staan we dan op pain, but it’s pain.” Ik vergeet mijn het podium waar Medium Medium ongelukkig gecombineerde handial stond, Birthday Party, The Gun cap van geldingsdrang en podiumClub en zelfs Joy Division. Zoals vrees. Want daar komt het zog aan. wel vaker heb ik mijn contactlenDie heerlijke tunnel van muziek. zen niet in. Om al die gezichtjes Als ik zing voel ik me niet langer en blikken niet te hoeven zien. Als lelijk. Loeiend hard zing ik de boze vlekjes is het publiek minder erg. trol weg die mij in mijn jeugd verMijn broer heeft daar geen moeite vloekte. mee, hij loert maar wat graag terug. Hij speurt over de hoofden van de (met dank aan Margo van Betteraij) toeschouwers als een Klaus Kinski op zoek naar een slachtoffer in een spaghettiwestern. One Chord Frank Antonie van Alphen is jourBoogie wordt ingezet, het eerste nalist voor De Gelderlander en de nummer van onze cd. Eerst de tam- Binnen­vaartkrant. Momenteel werkt boerijn, dan de djembé, dan dreuhij aan een boek over een halve nend de bas. “Aint feelin’ too well, eeuw popmuziek in Nijmegen, zie aint no real pain, but it’s pain.” www.50jaarnijmeegsepopmuziek.nl. Percussie, basgitaar, stem en af en toe een analoge ARP-synthesizer – geen gitaar. Ik hoor het al: die gaan we winnen, die Roos van Nijmegen.



40 Jaar Doornroosje

–4–

De nieuwe zakelijkheid 2000 – 2010



Hoofdstuk 4

.

De nieuwe zakelijkheid 161

2000 - 2010

De nieuwe zakelijkheid

D

e interim-directeur, excelsheets, Planet Rose, graffiti, Ricardo Villalobos, Laurent Garnier, Mumford and Sons, de nieuwbouwsoap, overgekwalificeerde programmeurs en de toekomst. Doornroosje bestaat dertig jaar en er zijn grote veranderingen op komst. De staf wordt drastisch gewijzigd en er staat een flinke reorganisatie te wachten. Op 1 april 2000 komt Albert Reinink over van het Groningse Simplon om de naar 013 vertrokken muziekprogrammeur Gert Gering te vervangen. “Doornroosje had een goede naam en ik vond het een mooie tent. Het was een uitdaging om er te gaan werken”, aldus Reinink. “Tijdens de eerste stafvergadering zat ik met mijn oren te klapperen. Ik had wel wat meegemaakt en ben zelf ook niet op mijn mondje gevallen, maar hoe mensen daar over elkaar praatten, had ik

nog niet eerder meegemaakt. Bizar gewoon. Na twee of drie maanden was Ger Laning vertrokken en was ik plotseling ook verantwoordelijk voor de dance. Vlak nadat ik was begonnen, werd me verteld dat ik een feestje neer moest zetten voor het dertigjarig bestaan. En ik kreeg ook plotseling te horen dat ik de Valkhof Affaire moest programmeren, en dat was al over drie maanden.” Een half jaar later begint Darko Esser aan zijn baan als danceprogrammeur. Ook hij komt van het Groningse Simplon. “Toen ik 19 was, programmeerde ik al dance bij Simplon. Het was Ger opgevallen wat ik deed en hij zocht contact met me. We zaten vaak aan de telefoon, hij gaf me veel tips en hij werd een soort van mentor. Natuurlijk vertelde hij hoe het ging in Doornroosje, maar hij zei er altijd bij dat het zijn versie van de gebeurtenissen was. Hij besloot op een gegeven moment


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 162

de handdoek in de ring te gooien. Toen hij vertelde dat hij wegging en ik kon solliciteren heb ik besloten er blanco in te stappen. Het was mijn enige mogelijkheid om een betaalde baan in de dance te krijgen en dan ook nog eens in Doornroosje, wat toen al mijn favoriete club was. Mij aannemen was denk ik het laatste wapenfeit van Narda. Ik heb haar nooit op kantoor gezien en de tweede week na mijn begin kwam Frans Vreeke al. Hij luisterde goed, zette van alles in gang en nam impopulaire beslissingen. Na een paar maanden merkte ik wel dat er veel oud zeer zat bij medewerkers. Mensen zaten in vastgeroeste patronen. Ik lette er niet zo op, ik kon eindelijk doen wat ik wilde.”

Interim Frans Vreeke is een interim-manager die bijna alle popcentra van Nederland van binnen heeft gezien en de nodige ervaring heeft in zijn vakgebied. “Het algemene probleem bij alle jongerencentra die later poppodium werden, was de sterke invloed van de punkbeweging die nog voor een deel de dienst uitmaakte”, aldus Vreeke. “Ze wilden hun cultuurgoed verdedigen. Het was aan directeuren, en dus ook aan mij, om die cultuur om te turnen. Er moesten drastischer dingen gebeuren dan de natuurlijke evolutie om door dat model heen te komen van wekelijkse plenaire vergaderingen en andere dingen die niet meer van deze tijd

zijn.” Het is aan Frans Vreeke om vooral de sfeer te verbeteren. “Mensen moesten weer met elkaar praten”, zegt hij. “Het was in Doonroosje misschien niet anders dan in andere poppodia in die tijd. Het was er wel iets heftiger. Dat Nijmegen Havana aan de Waal werd genoemd, vond ik niet vreemd.” Vreeke wordt aangesteld door de nieuwe bestuursvoorzitter Cok Buijs. “We hadden wat extra geld van de gemeente gekregen”, aldus Buijs. “Daar konden we even een interim-directeur van aanstellen. Het was vooral belangrijk om met Doornroosje tot een zakelijkere benadering te komen, gericht op het bedrijfsresultaat. Voor die tijd draaide alles in Doornroosje om cashflow. Was er even geen geld dan werd de huur maar later betaald.” “Voor mij hoefde er geen interim-directeur te komen”, zegt Armand Schmitz. “Ik werkte achter de bar en alles liep normaal. Iedereen moest een gesprekje met Vreeke hebben. Dat hadden we nog nooit meegemaakt. Er werd veel geklaagd over wat hij wel niet verdiende. Vreeke is alles cijfermatig gaan benaderen. Toine Tax heeft dat later in het drievoudige doorgetrokken.” Maarten Verdwaald: “We konden wel ons hart luchten, al was het jammer dat later bleek dat met die gesprekken eigenlijk niks werd gedaan. Het was alleen voor de sfeer.” Frans Vreeke is drie maanden in dienst bij Doornroosje en zet een beweging in gang die op 1 februari 2001 door de nieuwe directeur Toine Tax wordt


Hoofdstuk 4

.

De nieuwe zakelijkheid 163

voortgezet. “Ik ben in oktober 2000 gevraagd of ik wilde solliciteren als directeur van Doornroosje”, aldus Tax, die voor die tijd als hoofd ICT bij een onderwijsinstituut werkt. “Ik zat toen midden in een project bij mijn vorige baan, dat wilde ik eerst afmaken. Frans Vreeke heeft de eerste fase gedaan, we hebben veel overleg gehad in die tijd. Hij heeft niet gereorganiseerd. Hij heeft veel gepraat met medewerkers en een nieuwe begroting opgesteld. Die begroting heb ik als leidend genomen toen ik begon. Ik heb me op de personele reorganisatie gericht. In de begroting stond dat we op 1 april 2001 over zouden stappen van vrijwilligers naar betaalde krachten in de horeca bij danceavonden. We konden mensen niet voor niks tot 5 uur ‘s nachts achter de bar zetten. Dat zadelde me wel gelijk met een financieel probleem op.”

200

Doornroosje toont respect en werkt professioneel. Het is punt vijf in de missie van Doornroosje zoals die de afgelopen tien jaar is opgesteld. Een missiepunt dat in het begin van de nieuwe eeuw nog ver te zoeken is, merken de nieuwe medewerkers. “Ik was van plan om de eerste drie weken alleen rond te lopen en te kijken”, zegt Toine Tax. “Dat zat er niet in. De eerste dag werd ik al geconfronteerd met twee medewerkers die dat weekend tijdens het werk slaande ruzie hadden gekregen. Er was geen hiërarchie in Doornroosje. Er was een soort informele hiërarchie, zodat er besluiten werden genomen die werden aangezwengeld door personen die er niet op konden worden aangesproken. Je kreeg daardoor een cultuur van Poolse landdagen waarbij iedereen mee zat te praten. Ik

Personeelsontwikkeling in fte Personeelsontwikkeling in fte

Personeelsontwikkeling Personeelsontwikkeling in in # # (excl portiers) (excl portiers) 200

50 50 Formatie Formatie Oproep Oproep + WIW I/D + I/D WIW Vrijwilligers Vrijwilligers

180 180

Respect

40 40

140 140

35 35

Aantal personen Aantal personen

160 160

I/D + WIW I/D + WIW Vrijwilligers Vrijwilligers Totaal Totaal Portiers Portiers

30 30 Aantal fte Aantal fte

120 120

25 25

100 100

80 80

20 20

60 60

15 15

40 40

10 10

20 20

5 5 2004 2005

2005

2003 2004

2002 2003

2001 2002

2000 2001

1999 2000

1998 1999

1997 1998

1996 1997

1995 1996

0 1995

0

Formatie Formatie OproepOproep

45 45

0 0 1998

1999 1999 2000 2000 2001 2001 2002 2002 2003 2003 2004 2004 2005 2005 1998


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 164

vond dat die praatcultuur moest worden teruggedrongen. Er kwamen juist veel conflicten van.” Darko Esser maakt hetzelfde mee. “In Simplon was de dance geruisloos onderdeel geworden van het programma. Daar was de techniek heel enthousiast en bood het barpersoneel zelfs aan om langer door te gaan. Dat was in Doornroosje wel anders, je zag veel pesterijtjes op danceavonden. Er liepen mensen rond bij de bar die niet wilden werken waardoor er rijen ontstonden. Lichtmensen die een dj door te veel licht enorm in de hitte zetten of het licht zo lang open gooiden dat publiek gewoon boos vertrok. Het was heel respectloos ten opzichte van het publiek.” Die cultuur zorgt er voor dat Paul Nederveen met zijn Avond van het Kippenvel verkast naar Merleyn. “Er stonden in Doornroosje vrijwilligers achter de bar die liever iets anders hoorden en gewoon vertrokken. Ik was op een avond aan het draaien in de grote zaal, keek naar de bar en zag dat die leeg was en dat het licht uit was. Alsof dat nog niet genoeg was, draaide ik een nummer van The Smiths waarop de geluidsman besloot daar zijn eigen effecten overheen te mixen. Toen heb ik de plaat stopgezet en ben ik vertrokken. Onder gejuich van het publiek trouwens, dat in een stoet met me mee naar buiten liep. Er heeft een tijd zo’n rare vrijwilligerscultus geheerst bij Doornroosje. Ik vond het er helemaal niet leuk.” Toine Tax: “Er was een eilandcultuur en

een monocultuur. Doornroosje deed wat ze zelf leuk vond. Het was fijn als er ook nog publiek kwam kijken. Medewerkers meenden dat zij precies wisten wat goede muziek was. Als de techniek een band niet goed vond, dan deden ze ook niet hun best. En dat gaat precies in tegen die regel van respect. Als je als techniek geen kwaliteit levert dan heb je geen respect voor die band of het publiek. Die regel over respect heb ik ook intern doorgevoerd. Daar werd in het begin nog wat raar naar gekeken, maar het heeft later zijn vruchten afgeworpen. Ik heb het zelf proberen uit te dragen. Als ik naar een concert in Doornroosje ga, betaal ik zelf voor mijn kaartje. Ik koop ook zelf mijn biertje en kom niet met enorme declaraties op de proppen.” Maarten Verdwaald vindt dat er een kanttekening mag worden geplaatst bij de slechte herinneringen. “Het zijn altijd de herinneringen aan de mensen met de grootste bek die blijven hangen. Maar als je zegt dat de cultuur zo verziekt was, doe je een hoop mensen tekort die wel goed werk leverden en hart voor de zaak hadden. Die waren er ook.” Toine Tax: “Doornroosje is niet van mij, heb ik al gelijk in het begin gezegd. Het bestuur was van plan om mij in 2001 aan te stellen zonder overleg met het personeel. Ik heb gevraagd of ik een gesprek met de ondernemingsraad en het managementteam kon krijgen. Die zaten letterlijk met de rug naar me toe aan het begin van dat gesprek. Zo slecht was de sfeer. Ik heb


Hoofdstuk 4

.

De nieuwe zakelijkheid 165

uitgelegd dat ik niet zou komen werken als de meerderheid me niet zou willen hebben.” Bestuursvoorzitter Cok Buijs: “Vanuit het personeel was er angst dat we een ongewis avontuur aangingen met een directeur die de sector niet kende. Toine heeft Doornroosje zakelijk geperfectioneerd. Het feit dat hij heel straight is en dat hij zijn dossiers tot in de puntjes beheerst heeft ervoor gezorgd dat hij snel werd geaccepteerd binnen Doornroosje.” Toine Tax: “Ik heb verteld dat ik een procesmanager ben, dat ik me niet met de inhoud ga bemoeien en dat mensen die eerder met me hebben gewerkt, weten dat degenen die hun werk goed doen heel veel vrijheid van me krijgen. Medewerkers die van Doornroosje hun eigen toko wilden maken, die zouden wel een probleem met me krijgen. Uiteindelijk heeft iedereen voorgestemd, op een blanco stem na van de voorzitter van de OR die het niet eens was met de procedure.”

Hooligans Het merendeel van het publiek merkt niks van de interne strubbelingen. Er zijn na 2000 nog genoeg magische avonden aan de Groenewoudseweg. Zo groeit Planet Rose uit tot een belangrijke pijler binnen Doornroosje. Zowel in Nederland als daarbuiten wordt er met bewondering naar gekeken. “We hebben zelfs getourd met

Planet Rose”, zegt Peter Entjes. “We stonden in Tresor in Berlijn, Ultraschall in München en ook in Birmingham en Amsterdam om Planet Rose als concept te verkopen. Vijf jaar lang stonden we voorafgaand aan dancefestival Sonar in Barcelona met Planet Rose op woensdag in club Moog. Jelle Kuipers, Hans, Darko en ik. Planet Rose is, zoals we vaak zeggen, het best bewaarde geheim in de wereld.” Darko Esser: “Planet Rose liep steeds beter. We waren vaak uitverkocht en de Planet Rose Special liep geweldig. Bij een special gingen we tot 6 uur door, was de entree hoger en kwamen er grotere namen. Steeds vaker ging ik de kleine zaal ook gebruiken. Ik kon voortborduren op het programma dat er door Ger was neergezet. Dat verschilde niet veel van wat ik in Groningen deed. Groningen, Eindhoven en Nijmegen zijn op dancegebied zustersteden.” Esser ziet ook oud publiek terugkeren. “In de beginjaren hadden we hier niet de beste portiers aan de deur staan. Ze lieten enorm veel gajes door. Ik werkte hier pas anderhalve maand toen een van de portiers was geslagen. Die zat boven met de andere portier, dus er stond niemand aan de deur. En zij wilden de tent dichtgooien. Moest ik als 23-jarige die mannen gaan overtuigen om weer aan de deur te gaan staan. Toen heb ik tegen Frans Vreeke gezegd dat ze echt weg moesten. We zijn later met Beck beveiliging in zee gegaan en hebben een strategie bedacht om het


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 166

gajes eruit te krijgen. Er liepen hooligans rond en lui die stierlijk vervelend waren. Een voor een hebben we de rotte appels eruit gekregen. Het bewijs dat het werkte was dat er allemaal oud publiek terugkeerde.” Een van die rotte appels is een vermaarde voetbalhooligan. Albert Reinink: “Als de politie hoorde dat hij zich op vrijdagavond in de Molenstraat bevond, gingen er direct wat extra wagens op af. Hij heeft ook eens, op Hiphop Sunday, meegedaan met de nieuwe graffiti. Hij was bezig met een stuk muur en het zag er werkelijk niet uit. Normaal spoten ze allemaal over elkaar heen. Behalve op zijn stuk muur, daar durfde niemand bij in de buurt te komen nadat hij er zijn naam onder had gezet.” Armand Schmitz komt hem nog een keer tegen op een avond dat er comedy staat geprogrammeerd. “Bleek dat ze net die avond vierden dat een van hen was vrijgelaten uit de bajes. Ze verstoorden de hele avond door ‘echt niet grappig’ of ‘saai’ naar het podium te roepen. Iedereen ergerde zich maar niemand durfde ze aan te spreken. De leider van die stand up comedyshow liet weten dat de comedians niet verder wilden. Iemand achter de bar had de politie al gebeld. Ik weet niet hoe, maar ik heb die hooligan en zijn vrienden naar buiten gekregen. Deed ik de deur open, stonden er drie politiewagens voor de deur te wachten. Je hoefde zijn naam maar te noemen en ze rukten massaal uit.”

De vlam slaat vaak in de pan bij Overdrive, de gabberavond in Doornroosje. Daar komen veel voetbalsupporters op af en er wordt geregeld gevochten. Na een tijdje durven steeds minder barmensen nog te werken op die avond. De supporters spreken zelfs via internet met andere supporters af om tijdens Overdrive een vete uit te vechten. Matty Lupker: “Overdrive begon als een gezellig zooitje, maar de laatste keer ging het echt mis. Je zag echt hoe die hele massa in beweging kwam toen de vechtpartij uitbrak. De muziek ging uit, het licht ging aan, de politie stond buiten te wachten en dat was het einde van Overdrive.”

Villalobos Op 14 april 2001 staat er een onbekende Chileense dj op Planet Rose. Deze Ricardo Villalobos, groeit in de jaren daarna uit tot een grootheid in de techno. In 2002 komt hij nog eens terug, ook al is hij dan misschien te groot voor Doornroosje. “Hij was zo enthousiast dat hij nog is gaan doorfeesten bij bezoekers thuis”, aldus Darko Esser. “Gijs van Doornroosje stond de volgende dag bij het hotel om hem op te halen en naar het vliegveld te brengen. Maar hij was helemaal niet in het hotel geweest, zeiden ze bij de receptie. Gijs belde Villalobos op en kreeg te horen: ‘Oh, you are at the hotel? Then I will leave the party now.’” Villalobos zit op dat moment


Hoofdstuk 4

.

De nieuwe zakelijkheid 167

Laurent Garnier

nog op de studentenkamer van Brent Roozendaal. “Het was niet echt de dj die gelijk naar huis ging nadat hij klaar was met draaien”, zegt Roozendaal. “Bezoekers hadden hem meegetrokken naar een afterparty in de Moulin Rouge in de Van Welderenstraat. Er hing een groep meisjes om hem heen en types die hem de hele tijd ketamine voerden. Uiteindelijk is het hele stel op mijn kamer terechtgekomen. De foto waarop hij, met zijn platenkoffers, naar mijn huis fietst, heeft hij op zijn Last.FM-pagina gezet. Hij heeft één plaat

gedraaid, maar hij was allesbehalve helder. Ik heb hem maar een bordje yoghurt gegeven uiteindelijk.”

Väth en Garnier Uiteindelijk komen ze allemaal. De grote dj’s van de wereld. Planet Rose heeft een naam en een uitstraling die ervoor zorgt dat top-dj’s langskomen voor een fractie van wat ze elders kunnen verdienen. Peter Entjes: “Er zijn weinig dj’s die niet in


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 168

Doornroosje hebben gestaan. Een dj als Sven Väth komt normaal niet voordat je alle artiesten van zijn label Cocoon hebt geboekt, en vooral ook alle slechte artiesten. Dan wordt er gekeken of hij misschien over twee jaar nog ergens een gaatje heeft. Darko heeft nooit aan dat soort spelletjes meegedaan en toch kwam Väth. Het is maar een klein groepje aan de top en die hebben allemaal contact met elkaar. Als er van die tien dj’s acht in Doornroosje hebben gestaan, dan willen die andere twee ook. Zeker als het rondzingt dat ze allemaal een vette avond hebben gehad.” Darko Esser: “Ik had een gigantische lijst met namen die ik naar Doornroosje wilde halen. Het grootste deel van die lijst heb ik inmiddels kunnen afvinken. Ik houd vast aan mijn principes, ik boek wat ik goed vind of wat goed voor Doornroosje is. Ik ga niet beroerde dj’s boeken om maar die grote artiest van dat ene label te krijgen. Je loopt ook nog eens het risico dat die grote artiest niet eens komt. Sven Väth is in 2009 eindelijk in Doornroosje gekomen. We hebben hem het beste bod gedaan dat we een dj ooit hebben gedaan. Dat was voor hem nog steeds maar de helft van wat hij normaal krijgt, maar hij was wel vereerd. Hij kende de goede verhalen over Doornroosje. Ik was persoonlijk nooit een grote fan van zijn muziek, maar ik was erg onder de indruk van zijn set. Hij kijkt iedereen die de zaal inloopt persoonlijk aan en geeft ze een knik en een glimlach. Het is een echte gastheer en hij bouwt een set geweldig op.”

In het lijstje grote dj’s steekt er eentje met kop en schouders bovenuit voor Darko Esser. Als Doornroosje in 2006 door Nieuwe Revu wordt uitgeroepen tot Nachttempel van Nederland, probeert Esser met de geldprijs al Laurent Garnier naar Nijmegen te halen. Hij ziet het ontbreken van die naam als dé grote leemte binnen Planet Rose, want ook in de jaren negentig doet Ger Laning al tevergeefs pogingen om Garnier naar Nijmegen te lokken. In 2006 komt de Fransman niet, in 2008 wel. Esser: “Mijn oordeel is misschien gekleurd, maar ik vind het nog steeds een van de beste avonden van Planet Rose. De toewijding van de man is ongelooflijk. Hij kwam op een dag dat er allerlei vluchten waren gecanceld. Hij is uiteindelijk vanuit Frankrijk naar Milaan gereisd om daar het vliegtuig te nemen, wat ook al niet ging. Hij heeft er tien uur over gedaan om naar Nijmegen te komen, maar hij kwam wel. Hij was twee uur te laat en we hadden snel met wat aanwezige dj’s geïmproviseerd. Laurent Garnier hoefde zich na die reis niet eens op te frissen. Hij kwam binnen, nam een slok water en begon meteen. De tent ging uit zijn dak. Op een woensdagavond. Bij grote uitzondering zijn we anderhalf uur langer doorgegaan en nog steeds stonden er 400 man om half zes ‘s ochtends. Ik voelde me echt een kleine jongen toen ik hem de hand schudde.” Tussen de namen die nog over zijn op het lijstje van Darko Esser staan in


Hoofdstuk 4

.

De nieuwe zakelijkheid 169

ieder geval niet stadion-dj’s als Armin van Buuren en Carl Cox. “Eerder Richie Hawtin”, zegt Esser. “Hij is nooit in Doornroosje geweest en dat heeft met data te maken. Die grote dj’s hebben vaste festivals en feesten die ze per jaar inroosteren en dan blijven er nog maar dertig data over. Ik heb al eens gezegd dat we Hawtin desnoods op dinsdagochtend willen laten optreden, maar het is er nog niet van gekomen.”

De afgrond Het water staat Doornroosje in 2003 aan de lippen. Het betalen van het bar­ personeel, de afname van gesubsidieerde krachten en een exploitatietekort omdat er minder bezoekers komen dan gepland, zorgen ervoor dat er een flink financieel tekort is. Doornroosje moet bij de gemeente aankloppen, waar niet onverdeeld enthousiast wordt gereageerd. Met veel pijn en moeite wordt de exploitatiesubsidie structureel verhoogd van 289.000 euro naar 550.000 euro. Dat laatste bedrag ontvangt Doornroosje eerder ook al, maar dan op incidentele basis. Toine Tax: “De gemeente moest beslissen of ze een jongerencentrum wilden waar ze 250.000 euro subsidie per jaar aan geven of een professioneel poppodium waar ze 900.000 euro aan geven. Ze zijn precies in het midden gaan zitten met de subsidie en gaven 550.000 in 2004.” In De Gelderlander zegt Tax er in 2003 het volgende over: “We begrijpen dat dit voor

de gemeente schijnbaar het maximaal haalbare is. Maar het betekent wel dat we met een instabiele organisatie blijven zitten. We hoeven maar één gesubsidieerde kracht kwijt te raken en dan staan we weer bij de gemeente op de stoep omdat we een exploitatietekort hebben.” De PvdA-fractie in Nijmegen komt dat jaar met een plan waarin Doornroosje als podium wordt opgeheven. De programmeur van Doornroosje zou dan op verschillende plekken in de stad concerten moeten gaan organiseren. “Nu verhogen van de jaarlijkse subsidie is geld gooien in een bodemloze put”, laat Renate Bos van de PvdA in De Gelderlander optekenen. Het plan brengt een stroom van verontwaardiging op gang. Bij Doornroosje zelf, bij zusterpodia en ook bij andere politieke partijen. “Hieruit blijkt dat er weinig affiniteit is met Doornroosje. Onze mensen krijgen het idee dat ze dertig jaar lang voor niets hebben gewerkt”, reageert Toine Tax in de krant. Willem Venema is in die jaren boeker bij concertorganisator Mojo en bekijkt vanuit Delft met verbazing de ontwikkelingen in zijn oude stad Nijmegen. “Het is schandalig hoe er met Doornroosje werd omgegaan”, zegt hij. “Het was soms een partijtje messen in de rug steken, zoals je dat alleen in de Romeinse Senaat zag. Ik vond het van zeer weinig respect getuigen hoe de politiek met Doornroosje omging. Er werd daar keihard gewerkt en de medewerkers werden in het hele land gerespecteerd, behalve dan in eigen kring.”


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 170

“We moeten naar Doornroosje kijken als een jongerencentrum met een lokaal poppodium. Dat moet ons uitgangspunt worden voor het nieuwe cultuurbeleid”, zegt Ton van Vroenhoven, fractievoorzitter van de PvdA in 2003. De fractie stemt uiteindelijk in met de subsidieverhoging. “Maar dan moeten we elkaar niet wijsmaken dat we met die middelen Doornroosje kunnen laten uitgroeien tot het popcentrum van het oosten. Wie dat denkt, jaagt Doornroosje de afgrond in”, aldus Van Vroenhoven in De Gelderlander.

Vlees op de botten Aan het begin van 2004 wordt de noodklok toch weer geluid aan de Groenewoudseweg. Het bezuinigen op gesubsidieerde arbeid pleegt roofbouw op de organisatie, schrijft De Gelderlander. “Iedere culturele instelling met ID’ers heeft dezelfde problemen. We leunen niet achterover, maar doen er wat aan. We gaan niet zitten wachten en dan over twee jaar roepen dat we zo’n tweeënhalve ton te kort komen. Maar als het zo doorgaat kan ik van niemand binnen mijn organisatie nog zijn baan garanderen”, aldus Toine Tax in het artikel. De slachtoffers in 2004 zijn assistent-­ programmeurs Armand Schmitz (pop) en Adriaan Muts (dance). Darko Esser: “Voordat Adriaan er was, maakte ik weken van 50 tot 60 uur. Vaak ging ik een artiesten van Schiphol halen, ging ik met ze

eten, was ik stagemanager tot vroeg in de ochtend en bracht ik ze de volgende dag weer terug naar Schiphol. Dan was er nog veel overleg binnen Doornroosje en had ik nog mijn eigenlijke werk. Adriaan Muts nam me veel van dat werk uit handen. Hij was ook nog eens overgekwalificeerd voor het werk dat hij moest doen. Toen hij weg moest, is er wel zo gereorganiseerd dat ik meer ruimte kreeg en als programmeur naar mijn eigen avond kon kijken, wat heel belangrijk is.” Albert Reinink is in 2003 vertrokken naar het Burgerweeshuis. “Ik vond dat de nieuwbouw en alle financiële perikelen te overheersend waren in het werk. Dat denderde door de organisatie. En ik wilde gewoon programmeren in een leuke club en minder met die randzaken bezig zijn.” Reinink wordt op 1 september 2003 opgevolgd door Robert Meijerink. Tot die tijd is Meijerink programmeur bij de Valkhof Affaire en tourmanager van de band Krang. Hij kan maar een paar maanden samenwerken met Armand Schmitz. “Het is toen wel zo geregeld dat ik vanuit de productie een rechterhand kreeg, die me heel veel werk uit handen heeft genomen”, aldus Meijerink. Darko Esser: “De organisatie was heel erg uitgekleed. Al het vlees op de botten was weg. Als er in die tijd iemand ziek was geworden, dan hadden we echt een probleem gehad.” Voor Doornroosje gezichtsbepalende iconen als Jozzy Rubenski en Barbie LL


Hoofdstuk 4

.

De nieuwe zakelijkheid 171

zijn dan ook al vertrokken. Rubenski vertrekt naar aanleiding van een conflict op de werkvloer. “Al speelden er meer dingen. De drukkerij stopte, dat werd digitaal gedaan

Uren meerjarenoverzicht

en als we de drukkerij wilden behouden dan moesten er voor de arbo-eisen allerlei aanpassingen aan het gebouw worden gedaan. Daarnaast gingen alle


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 172

melkertbanen eruit. Wees dan eerlijk en breng het zo in plaats van dat gedoe op de werkvloer. Dat was voor mij makkelijker geweest.” Toine Tax: “Er werd me wel eens verweten dat ik bepaalde mensen de hand boven het hoofd hield. Dat was ook zo in het geval van Jozzy en Barbie. Die waren al een keer eerder pontificaal opgestapt, waarna ze een paar uur later thuis alweer voor Doornroosje aan het werk waren. Ik heb wel gezegd dat ze het niet konden maken en dat ik het een volgende keer niet meer zou accepteren. Toen het weer gebeurde, had ik dus geen keus. Overigens zijn niet alle medewerkers met een melkertbaan verdwenen. Sommige zijn doorgestroomd naar een vaste baan binnen Doornroosje. Ik heb wel altijd geprobeerd om te helpen zoeken naar een nieuwe baan. En dat is ook bij bijna iedereen gelukt.”

De nieuwe zakelijkheid Er moet met minder mensen efficiënter worden gewerkt. En dan moeten er ook nog eens meer bezoekers worden getrokken. Doornroosje gaat in een paar jaar van 45 naar 30 fte. In 1995 lopen er nog 180 vrijwilligers rond in Doornroosje, de laatste jaren schommelt dat aantal op 60. Processen worden gestroomlijnd en geautomatiseerd. Toine Tax: “Een medewerker heeft ooit gezegd: ‘Als je goed bent met Excel, dan heb je bij Toine een streepje voor.’ Dat is niet zo, maar automatisering is een belangrijk punt voor me geweest, ondanks aanvankelijke weerstand. Je zag er later de resultaten van. Zo was er in mijn eerste jaar eens ruzie toen de zaal dubbel was geboekt. De ene programmeur had tegen de ander in het voorbijgaan op de trap gezegd dat hij iets had geboekt op een bepaalde datum. Die ander was dat alweer vergeten toen hij achter zijn bureau zat en boekte iets op dezelfde datum. Nu


Hoofdstuk 4

.

De nieuwe zakelijkheid 173

is de regel: als het niet in het systeem staat, dan telt het niet. Mondelinge afspraken gelden niet. Die Excelsheets werden de realiteit voor Doornroosje. Het is hier te hectisch om dingen mondeling af te doen. Voorheen duurde het werkoverleg bijna twee uur met negen mensen. Doordat alles nu in het systeem staat, kan het in een uur worden besproken met vijf mensen.” Albert Reinink: “Soms werd ik knettergek van al die Excelsheets van Tax. Toch heb ik er veel van geleerd. Het was ook heel handig om in gesprekken je argumenten met cijfers kracht bij te kunnen zetten.” Darko Esser heeft in die tijd dezelfde weerstand tegen de uitgebreide calculaties. “Ik was bang dat het heel confronterend werd en dat het mijn creativiteit zou inperken. Dat ik het niet meer zou aandurven om nieuwe dingen te doen, omdat die geld zouden kosten. Na verloop van tijd bleken die overzichten het werk juist gemakkelijker te maken. Ik weet heel goed waar ik sta, kan beter vooruit kijken

en juist nog steeds die risicovolle dingen inplannen.” Rob Kramer werkte ooit als vrijwilliger en programmeur bij Doornroosje. Tegenwoordig bekijkt hij de zaken vanuit Deventer waar hij eerst directeur van het Burgerweeshuis was en nu directeur van Productiehuis Oost-Nederland. “Doornroosje was een voorloper in Nederland dankzij de automatisering”, zegt Kramer. De voorverkoop bij winkels en in Doornroosje zelf is afgeschaft en loopt nu via internet. Armand Schmitz was in zijn jaren als assistent-programmeur verantwoordelijk voor die voorverkoop. “Soms moest ik met duizenden euro’s over straat als ik bij een platenwinkel was geweest die de voorverkoop had gedaan”, aldus Schmitz. “Ik was er een zwaar tegenstander van om dat online te gaan doen. Later is het in minimale vorm teruggedraaid. Natuurlijk was het veel werk, maar je kreeg ook veel input vanuit de platenzaak.” In navolging van Doornroosje zijn ook alle


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 174

andere podia in Nederland overgestapt op digitale verkoop van concertkaarten. Ook de bestuursstructuur is gestroomlijnd. Toine Tax wordt directeur/bestuurder waardoor het bestuur kan worden verkleind en getransformeerd in een slagvaardigere Raad van Toezicht. “We kunnen nu heel snel beslissingen nemen”, aldus Cok Buijs. “We hebben de ambitie om het mooiste en het beste regionale podium te zijn. In bedrijfsvoering, programmering en resultaten.” Met bezettingen, oproer, vechtpartijen, drugs en bands die de boel op stelten zetten, zoals in de jaren tachtig en negentig, is het gedaan in de jaren nul. “Je kunt het de nieuwe zakelijkheid noemen”, zegt Tax. “Saai misschien, maar wij vinden het helemaal niet erg zo.”

Het hart van Doornroosje Drugs zijn onlosmakelijk verbonden met dance. Dat is in Doornroosje niet anders. De nieuwe zakelijkheid zorgt ervoor dat medewerkers op de dance-avonden zelf van drank en drugs afblijven. Darko Esser: “Toine is daar altijd heel duidelijk in. Mensen die dronken of gedrogeerd aan het werk zijn, zijn onverzekerd en illegaal bezig. Dat komt niet meer voor. En het is echt niet zo dat het plezier in het werk is verminderd. Sterker nog, het is nu rustiger en leuker, terwijl bij veel mensen meer kwaliteiten naar boven komen. Natuurlijk zijn er bezoekers die naar Planet Rose

gaan met een pilletje op. Uit de statis­tieken blijkt dat het drugsgebruik bijna altijd wordt overschat. Ook bij dj’s is het verschillend. Paul Kalkbrenner staat bijvoorbeeld bekend als feestbeest. Die kwam van een of ander feest naar Doornroosje, had de hele nacht niet geslapen. Hij gooit een pil naar binnen en een halve fles wodka en draait de sterren van de hemel. Ik kon mijn ogen niet geloven. Maar je hebt ook een dj als Juan Atkins. Die staat bekend om zijn gebruik, maar was dit jaar broodnuchter en bakte er nog steeds niks van. Derrick May heeft hier ooit een waanzinnig optreden gegeven. Het staat nog in mijn top 5. Er kwamen geen drugs aan te pas, maar door de muziek was hij helemaal van de wereld. Hij zat in een soort zone, vier uur lang. Toen ik hem vroeg wat hij wilde drinken, kon hij niet eens antwoorden. Er zitten soms magische momenten in Planet Rose. Robert Hood heeft hier een dj-set gedaan die werd gevreten door het publiek. Of Anthony Rother toen hij in 2002 voor het eerst in Doornroosje draaide. Hij was zo overweldigd door de reactie van het publiek dat hij bij de laatste plaat in huilen uitbarstte.” Paul Nederveen: “Na die laatste Avond van het Kippenvel had Doornroosje voor mij afgedaan. Ik heb dat ook eens laten weten in een interview met 3VOOR12. Niet lang daarna kreeg ik een mailtje van Robert Meijerink, dat ik weer eens langs moest komen. En hij had gelijk, ik vind de programmering weer leuk en de sfeer is ontzettend verbeterd. Ik heb met Helter


Hoofdstuk 4

.

De nieuwe zakelijkheid 175

Skelter nu weer mijn vaste dansavond. Ook als je na een concert nog een biertje drinkt, blijft de sfeer van de avond hangen. Ik draai in heel veel clubs, maar ik denk dat Doornroosje samen met Rotown en Tivoli tot de beste podia van Nederland behoort.” Met de nieuwe zakelijkheid is het hart niet uit Doornroosje verdwenen, meent Toine Tax: “Het grootste compliment kreeg ik, toen ik in 2004 werd verkozen tot directeur van het jaar bij de Vereniging Nederlands Poppodia en -Festivals (VNPF). In het juryrapport stond dat ik had gereorganiseerd zonder het hart uit de organisatie te halen. Het is hier aanpoten, maar het plezier wordt er geen cent minder om. Het is een verademing om hier rond te lopen. Natuurlijk zijn er nog steeds problemen, maar die zijn altijd zakelijk en nooit meer persoonlijk.”

Overgekwalificeerde programmeurs Vanaf 2004 zit er een gestage groei in de bezoekersaantallen van Doornroosje. Of het nu de huidige medewerkers zijn, oud-directeuren, voormalig programmeurs, buitenstaanders of zelfs de oude punkcommissie, alle vingers wijzen naar dezelfde persoon: Robert Meijerink. Hij heeft, volgens al die mensen, met zijn programmering er mede voor gezorgd dat Doornroosje weer het popcentrum van het oosten is geworden. Ook al werd dat in 2003 door de politiek nog afgezworen.

Toine Tax: “Ons grote geluk is dat de programmeurs overgekwalificeerd zijn. Ze kijken nadrukkelijk over hun grenzen heen.” Darko Esser runt zijn eigen dancelabel en draait als dj door het hele land. Robert Meijerink is naast zijn werk bij Doornroosje ook programmeur van festival de-Affaire en van het Eurosonic Festival in Groningen. “Wat er nu in Doornroosje staat en wat goed blijkt te werken, dat had ik toen niet kunnen vermoeden”, aldus Albert Reinink. “Dat Robert Maxïmo Park naar Nijmegen weet te halen, dat is klasse. Zijn netwerk is via Eurosonic en De Affaire ook wel heel groot en daar doet hij zijn voordeel mee.” “Ik weet niet of het een voordeel is dat ik voor Eurosonic werk”, zegt Meijerink. “Ik krijg natuurlijk de mogelijkheid om veel te zien op een vroeg tijdstip en ik kom met veel mensen in contact. Die mogelijkheid is er ook voor mensen die niet bij Eurosonic werken. Een goede programmeur zorgt dat hij overal als eerste bij is. De goede naam van Doornroosje is veel belangrijker dan wat ik doe. Hoe chagrijnig de bands ook zijn als ze hier aankomen, het is belangrijk dat ze met een glimlach op het gezicht weer vertrekken en daar wordt hier keihard aan gewerkt. Dat is wat tourmanagers terughoren van de band. Bij diezelfde managers moeten we ook andere bands boeken. Vandaar dat het zo belangrijk is dat we een goede naam hebben.” Robert Meijerink begint als relatief groentje bij Doornroosje. “Ik was behoorlijk jong voor een programmeur. Tot dan toe had ik alleen festivals gedaan en af


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 176

Mumford and Sons

en toe wat concerten voor een jongerencentrum in Diepenheim. Ik ben voor de leeuwen gegooid en heb het vertrouwen van Toine gekregen. Mijn doel was om het bezoekersaantal op te krikken. Ik ben in het archief gedoken en heb me verdiept in de geschiedenis en het imago van Doornroosje. Dat deed ik met hulp van medewerkers als Maarten Verdwaald en Theo Vaessen, die mij met hun kennis uit

het verleden precies konden vertellen wat er wel en niet werkt in Doornroosje. Mijn voordeel is dat ik niet getrouwd ben met een van de doelgroepen in Doornroosje. Ik kon fris beginnen. Het was de bedoeling de mensen binnen te halen die niet gewend zijn naar Doornroosje te gaan. Daarnaast wil ik de groep vaste bezoekers van Doornroosje bedienen en ook ver足rassen. De maandprogrammering moet een soort


Hoofdstuk 4

.

De nieuwe zakelijkheid 177

sandwich zijn met veel verschillende programmering. Afwisseling is de leidraad.” Niet onbelangrijk is de samenwerking tussen danceprogrammeur en pop­ programmeur. Darko Esser: “Soms boekt Robert een dj op mijn avond, soms boek ik een band op zijn avond. Toen hij een keer een tijdje weg was, heb ik zelfs als danceprogrammeur Krezip geboekt. Hij geeft mij tips voor Sub Infusions en ik boek weer de Bloody Beetroots. Muziek is ook niet meer zo gescheiden in pop en dance. Het loopt tegenwoordig door elkaar heen.”

Mumford and Sons Planet Rose moet, in het kader van de bezuinigingen de laatste jaren, de vaste zaterdag opgeven. Esser: “We moesten af en toe een verhuur doen om geld te verdienen. Het deed pijn maar toen heb ik wel de

eis gesteld dat als we Planet Rose organiseerden, dat we dan tot zes uur doorgingen en dat het in twee zalen was. Gelukkig pakte dat goed uit.” Toine Tax ziet dat besluit als een goed praktijkvoorbeeld voor zijn motto: meten is weten. “Ik had slechts een minuut nodig om de OR ervan te overtuigen dat we dat besluit op bedrijfsmatige gronden moesten nemen. Kijk je naar de tabellen dan zie je dat onze opbrengst veel hoger is als we om zes uur sluiten. Dat is vreemd, want tussen vijf en zes is de zaal bijna leeg. Bezoekers willen blijkbaar graag de vrijheid hebben om zelf te bepalen tot hoe laat ze uitgaan, uiteindelijk gaan ze dan niet toch tot het gaatje. Zes uur sluit verder goed aan op de NS, daardoor kregen we ook een vaste stroom bezoekers uit de Randstad.” De subsidie moet op het podium terechtkomen is een van de slagzinnen in Doornroosje. En omdat het Nijmeegse


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 178

subsidie is, moet er in Doornroosje te zien zijn wat bij Nijmegen past. Robert Meijerink vertelt hoe dat in de programmering wordt vormgegeven. “Nijmegen is een progressieve stad. Met een zaal voor 450 personen vraagt dat om een vooruitstrevende programmering. Dat verleden van Joy Division, Echo and the Bunnymen en Butthole Surfers die hier stonden en later groot werden, moeten we doorzetten. Je kunt niet alleen voor een klein clubje programmeren. Van de gemeente moeten we voor onze subsidie het publiek in Nijmegen bedienen met popmuziek. En dat zijn ook de jongeren uit Dukenburg of de liefhebbers van meer commerciële pop. We zijn gezegend met een jong en enthousiast publiek in deze stad. We moeten voor de hype zitten met Doornroosje. Een band als Mumford and Sons trad een week voor hun albumrelease op in Doornroosje. Het was een magisch concert in een uitverkocht huis. Ik kreeg er kippenvel van. Het publiek was zo muisstil aan het luisteren dat de band op een gegeven moment vroeg of iedereen er nog was. Zo’n band is dan via internet en andere kanalen al bekend voordat het album er is. Een jaar later staan ze in een uitverkochte Heineken Music Hall. Voor Editors gold in 2005 hetzelfde. Die gingen daarna als een komeet. Dat is natuurlijk niet bij iedere band zo. Het is belangrijk om dicht bij het vuur te zitten en dan maar hopen dat de artiesten te overtuigen zijn om naar Nijmegen te komen. Als ik mijn mailbox

opschoon, zie ik wat ik allemaal heb geprobeerd en wat niet is gelukt. Maar ik moet het wel proberen.” De grote vraag is het of Doornroosje niet heel afhankelijk is geworden van de overgekwalificeerde programmeurs. Zelf vinden ze van niet. Meijerink: “Ik begon ook zonder al te veel ervaring. Als ik last krijg van metaalmoeheid, moet ik vertrekken. Soms zijn er jonge mensen nodig, dat is de dynamiek van de popmuziek. Er zijn genoeg jongeren die de programmering in een podium kunnen draaien.” Darko Esser vertelt hetzelfde. “Ik ben ook op een rijdende trein gestapt. Er zijn genoeg mensen die hier willen en kunnen werken. We letten erop dat we niet onmisbaar worden en we zijn het niet.”

Muzikale octopus “Doornroosje is een inktvis die in Nijmegen overal met de tentakels in zit”, aldus Rob Kramer. Het poppodium heeft zich de laatste jaren nadrukkelijker in de stad laten zien. Door Merleyn over te nemen toen dit kleine podium aan de Hertogstraat op de rand van faillissement stond, door de exploitatie van Openluchttheater De Goffert op zich te nemen, door te participeren in festivals als de-Affaire, Kids ‘n’ Billies, Music Meeting en FortaRock. Daarnaast wordt er op locatie geprogrammeerd, zoals in Lux. Eigenlijk precies zoals de PvdA het in 2003 voorstelde in Nijmegen, alleen nu


Hoofdstuk 4

.

De nieuwe zakelijkheid 179

met de programmering in het eigen pand erbij. In 2008 biedt Doornroosje de helpende hand aan Merleyn. Toine Tax benadrukt dat jaar dat Doornroosje geen geld over heeft. Na doorrekening denkt hij quitte te kunnen draaien in Merleyn en door de organisaties samen te voegen een efficiencyslag te maken. “Er moet in Nijmegen een podium zijn waar beginnende bands kunnen optreden. Die kunnen daarna dan in Doornroosje terecht”, zegt Tax. Ook wethouder Hannie Kunst toont zich in die periode een voor­ stander van de popmuziekketen in Nijmegen. “Muzikanten beginnen bij Stichting PAN in de oefenruimtes en eindigen wellicht ooit op de Goffertweide. In het traject daartussen zitten podia als Merleyn en Doornroosje. De rol van Doornroosje in Nijmegen is groter dan alleen het

programmeren van muziek op hun eigen podium. Ik vind dit een geslaagd voorbeeld van cultureel ondernemerschap”, zegt ze in 2008. Een andere verbintenis wordt opgezet met FortaRock, dat met hulp van Doornroosje metalconcerten gaat organiseren. Dat leidt tot het eerste FortaRockfestival in 2009 in Park Brakkenstein. De familie Korstanje, die actief is in de verpakkingsindustrie, klopt bij Doornroosje aan met het idee. “Ik reed met mijn vader terug naar Nijmegen na een concert van System Of A Down in Rotterdam”, zegt Robert Korstanje. “We bedachten dat het zo jammer was dat er nauwelijks nog metal te horen was in Nijmegen. Toen hebben we besloten om ons er zelf voor in te zetten. We zijn op zoek gegaan naar mogelijkheden

Baroness op FortaRock


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 180

en kwamen bij Doornroosje terecht. Het oorspronkelijke plan was om direct met een festival te beginnen. Na advies van Doornroosje besloten we om eerst met de metalavond FortaRock naam op te bouwen en daarna het festival te houden. De eerste avond was op 17 mei 2006 met Another Messiah, Textures en Gojira. In 2009 was de eerste editie van ons festival.” Mondjesmaat wordt er samengewerkt met danceclub The Matrixx. Aanvankelijk is er nog vrees voor concurrentie als The Matrixx in 2001 de deuren opent in Nijmegen. Ger Laning: “Ze zeiden geen concurrent te zijn, maar ik verwachtte dat ze zich op ons segment zouden richten als dat winstgevend bleek te zijn. Dat hebben ze ook gedaan, al bleek de markt groot genoeg om naast elkaar te kunnen bestaan.” Darko Esser ziet alleen maar voordelen door de aanwezigheid van The Matrixx in Nijmegen. “Het biedt meerwaarde. Ik ben blij dat ze er zijn. Tijdens de eerste editie van hun festival Emporium hebben we met Doornroosje ook nog een tent gehost. Er is doorloop van publiek. De komst van The Matrixx is goed geweest voor het danceklimaat in Nijmegen. We hebben elkaar nodig.” Toine Tax wil laten zien dat Doornoosje voor alle Nijmegenaren is. “Mensen kijken naar ons programma en kiezen er het ding uit dat ze leuk vinden. Ze hoeven niet de hele week te worden vermaakt.

Door de brede programmering zijn we niet langer afhankelijk van één doelgroep. Ik ben erg trots op de ontwikkeling binnen Doornroosje. Voorheen hoorde ik van andere podia en bands dat Doornroosje de reputatie had in zichzelf gekeerd te zijn. De titel van de missie die ik opstelde, was: “Doornroosje, hét poppodium van Nijmegen”. Dat waren we eerst niet. Er speelden veel bands in Doornroosje, maar we speelden geen enkele rol in de infrastructuur van de stad. We werden nergens bij betrokken. Nu zijn we gesprekspartner van PAN tot Mojo. We doen zo veel meer dan alleen hier in het gebouw van Doornroosje.”

Veertig jaar Doornroosje Op 7 juli 2010 is het precies veertig jaar geleden dat Jaap Fixe in Nijmegen zijn handtekening zet onder de oprichtingsakte van stichting KAS waar Doornroosje onder valt. Doornroosje viert de veertigste verjaardag met een concert van de band Pavement op 6 juli. Het is de avond waarop Nederland tegen Uruguay speelt in de halve finale van het wereldkampioenschap voetbal. De wedstrijd is in het café en in de grote zaal op schermen te volgen. De Amerikaanse band Pavement kijkt vanaf het podium toe. “Pavement vond het super”, aldus Robert Meijerink. “Ze zijn zelf grote voetbalfans. Twee van hen kenden alle namen van de spelers. Ze vonden het


Hoofdstuk 4

.

De nieuwe zakelijkheid 181

Woven Hand

een grote eer dat ze mochten spelen op de verjaardag van Doornroosje en dat er dan ook nog voetbal was. Ik denk niet dat ze die avond snel zullen vergeten. Niet alleen vanwege het voetbal, ook omdat de vrouw van de bassist die avond beviel. Pavement in Doornroosje was als een olifant in een porseleinkast. Het is een hele grote band, die toch nooit commercieel is doorgebroken. Het paste perfect bij Doornroosje [Pavement speelde op hun eerste buitenlandse tournee in 1992 al in Doornroosje], zeker op zo’n belangrijke verjaardag. We eren onze oude helden. Ook bands als Shellac en No Means No komen terug. Ik

ben er trots op dat die bands Doornroosje nog kennen.” Het andere verjaardagsconcert, van Woven Hand op 14 juli 2010, is net zo bijzonder. Zanger David Eugene Edwards is vaker in Doornroosje geweest. De concerten van zijn band 16 Horsepower in 1997 en 2000 zijn voor velen een dierbare herinnering. Het concert van Woven Hand levert ook een gedenkwaardige avond op. Robert Meijerink: “Soms maakt het publiek of de artiest de avond speciaal, soms zijn het externe factoren. Nu viel de stroom uit in Nijmegen. Ik moest het podium op om te zeggen dat het concert van Woven Hand


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 182

Pavement

Nederland-Uruguay


Hoofdstuk 4

.

De nieuwe zakelijkheid 183

werd afgelast, maar dat Edwards toch een paar nummers akoestisch zou spelen. En dan, in de laatste seconde van het laatste nummer, gaat het licht weer aan. Ook nog eens in een liedje over leven en dood. De gelovige David Eugene Edwards is heel gevoelig voor dat soort tekens. Het publiek begon keihard te juichen en Woven Hand heeft daarna het concert afgemaakt.�

Nieuwbouw in 2014? We moeten het nog zien, is de algehele consensus van (oud-)medewerkers van Doornroosje als er over de nieuwbouw

wordt gesproken. Inmiddels is het al bijna twintig jaar geleden dat de eerste bouwtekeningen zijn gemaakt. Het vele opschuiven van de plannen en de weerbarstige politiek heeft Doornroosje-medewerkers afwachtend en soms boos gemaakt. Bijna alle poppodia in Nederland zitten in nieuwe of flink verbouwde gebouwen, van Purmerend tot Hengelo. Alleen Doornroosje zit nog in dezelfde verbouwde school waar ze al veertig jaar in zit. Robert Meijerink: “Toen ik hier in 2003 begon, had ik gedacht dat er na vijf jaar nieuwbouw zou staan. Dat leek me wel wat, om de laatste programmeur van het oude pand te zijn. Het is een vervallen pand, maar binnen voel je de


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 184

historie. Zeker als je de overzichtsposter ziet met alle grote bands en dj’s die er hebben gestaan. Die sfeer hebben alleen Vera en Paradiso nog.” Er wordt veel getwijfeld over de nieuwbouw. De liefde voor het oude pand is groot. Verschillende medewerkers zeggen verliefd te zijn op het gebouw. En wat gaat de nieuwbouw brengen? In andere steden is het in veel gevallen allesbehalve een succesverhaal. In de ene stad is het een financiële sof, in de andere stad is alle sfeer verdwenen. Aan de andere kant is er het besef dat het op deze manier in dit pand niet verder kan. Een onhandig gebouw met veel loze ruimte in zeer slechte staat. Voor de twijfelaars heeft Toine Tax altijd hetzelfde verhaal. “We zitten in een woonwijk, dan is het eigenlijk niet te doen dat er 70.000 mensen per jaar langskomen. Ons casco is niet goed genoeg om op te verbouwen. Willen we hier een pand neerzetten, dan moet alles plat. En in het geval van nieuwbouw wil de gemeente dat we naar het centrum komen. Dat is ook voor veiligheid en infrastructuur beter. Daarnaast is de wijk jaren geleden beloofd dat Doornroosje zou vertrekken. Zij houden ons aan die afspraak. Gaan we niet, dan kunnen ze ons het werk onmogelijk maken. We kunnen als Doornroosje met elk pand en elke locatie uit de voeten, zolang wordt voldaan aan ons programma van eisen.” Bij zijn aanstelling in 2001 krijgt Tax niet alleen de opdracht om Doornroosje weer

op de rails te krijgen. Hij moet de organisatie ook voorbereiden op de nieuwbouw, die dan staat gepland in 2004. “Dat het nieuwe gebouw er niet stond in 2004, daar ben ik zelf deels verantwoordelijk voor”, aldus Tax. “De begroting voor de bouw klopte volgens mij niet. Er stond 250.000 gulden voor de exploitatie en 10 miljoen gulden voor de bouw. Na mijn berekeningen werd dat 900.000 euro voor de exploitatie en 14 miljoen euro voor de bouw. In die tijd werden begrotingen voor nieuwbouw altijd lager ingepland omdat halverwege de bouw de gemeente wel bij zou springen. Dat heb je bij andere podia in het land gezien. Maar ja, dan kom je weer bij het punt van respect. Daar moest ik me aan houden, ook ten opzichte van de gemeente. Dan kan ik ze niet gaan voorliegen op de begroting. Ik dacht dat ik door de gemeente wel beloond zou worden voor die eerlijkheid. Helaas, het werkte tegen me, de nieuwbouw werd uitgesteld. Al weet je nooit of het in 2004 met die eerdere begroting wel was doorgegaan.” “We hebben besloten dat we er alleen voor zouden gaan als binnen de gemeente de consequenties werden geaccepteerd voor een hogere exploitatiesubsidie”, aldus Cok Buijs. “Anders hadden we als bestuur en directie na opening van de nieuwbouw moeten opstappen en onze opvolgers het gevecht over de exploitatiesubsidie moeten laten voeren.” Tax: “In de eerste opzet zou Doornroosje drie zalen krijgen met een totale capaciteit


Hoofdstuk 4

.

De nieuwe zakelijkheid 185

van 1500 bezoekers. Ik vond dat we niet op de stoel van andere Nijmeegse podia moesten gaan zitten, van het kleine Merleyn, de gemiddelde Lux en de grote Vereeniging, maar juist daartussen. In de nieuwe plannen kunnen we in de grote zaal variëren tussen 1100 en 600, in de kleine zaal tussen 400 en 250. Als je het doelmatig bekijkt, heb ik het met de nieuwbouw niet goed gedaan. Hadden we het pad van de eerste begroting gevolgd dan hadden we misschien net als de Effenaar en het Patronaat in 2005 een nieuw gebouw

gehad. In de tien jaar dat de nieuwbouw er niet staat, komen er bands naar Eindhoven en Haarlem die niet in Nijmegen staan.”

Niet minder Doornroosje Robert Meijerink denkt dat er genoeg publiek voor een grotere zaal in Nijmegen te vinden is. “Editors, Beth Hart, The Fratellis, Mando Diao, MGMT, Volbeat en Beatsteaks, bij die concerten hadden we de zaal met gemak twee keer kunnen


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 186

uitverkopen. Het publiek is ervoor in Nijmegen.” Darko Esser deelt die mening: “Jeff Mills staat hier binnenkort weer en we hadden 3000 kaarten kunnen verkopen. Bij Dave Clarke kunnen we iedere keer 1500 kaarten verkopen. In de nieuwbouw is het veel makkelijker om festivals te doen. De Gentse Feesten in België zijn vergelijkbaar met de Vierdaagsefeesten hier. Tijdens die feesten organiseert club Vooruit ieder jaar 10DaysOff, met tien dagen techno. Waarom zou Doornroosje tijdens de Vierdaagsefeesten niet een soort 7DaysOff organiseren? Ik geloof er heilig in.” De kenners van buiten Nijmegen volgen de besluitvorming rond de nieuwbouw van Doornroosje vol verbazing. Willem Venema: “Het is bizar hoe lang dit duurt. Iedere keer lijkt het voor elkaar te zijn en dan wordt het weer van tafel geveegd. Er zit in Doornroosje een club mensen, daar wordt aan alle kanten vanuit Nederland aan getrokken door headhunters. En toch blijven ze uit loyaliteit in Nijmegen. En denk maar niet dat iemand van de gemeente dat ziet. Gemeentes die denken dat cultuur zichzelf kan bedruipen, maken zichzelf iets wijs. Cultuur kost geld. Dan hoort de discussie alleen nog maar te zijn hoeveel die cultuur je waard is.” Rob Kramer: “Ik vind het goed dat Toine de eerlijke weg heeft gekozen en dat hij niet ten koste van alles de nieuwbouw er heeft doorgedrukt. Er wordt zo veel geld over de balk gegooid in Nederland. Is het een onnodig en veel te duur

voetgangerstunneltje, dan ontstaat er lokaal een hoop oproer, maar dat is ook weer snel vergeten. Gaat het over veel te dure nieuwbouw van een podium dan is dat een ramp voor de hele culturele sector. Dat wordt je namelijk eindeloos nagedragen.” De vertraging van de laatste jaren komt door een lange discussie in de gemeenteraad hoeveel geld er moet worden vrijgemaakt voor Doornroosje. Een deel van de nieuwbouw, die aan het Stationsplein moet komen te liggen, wordt gefinancierd met de verkoop van woningen boven de nieuwbouw. De discussie over die verkoop en welke partijen daarbij worden betrokken heeft de bouw vertraagd. Toen in 2008 eenmaal alle seinen op groen leken te staan, gooide de wereldwijde crisis weer roet in het eten. Toine Tax hoopt nu dat als de besluitvorming binnen de gemeente voorspoedig verloopt en de Europese aanbesteding voor de bouw ook, dat er een nieuw gebouw in 2014 staat. Een nieuw Doornroosje dat van alle moderne gemakken is voorzien, maar waar de sfeer en de veertig jaar oude historie niet in verloren gaat. Darko Esser: “Het zijn mensen die de sfeer bepalen, niet het gebouw. We moeten het gevoel van de Groenewoudseweg naar de nieuwbouw brengen. Het wordt misschien anders, maar niet minder Doornroosje.”


Hoofdstuk 4

.

De nieuwe zakelijkheid


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 188

Blue Curaçao, Passie en Red Bull door Torre

Florim

Mijn eerste band heette Puta. Een topnaam, al zeg ik het zelf. Samen met 3 vrienden van school speelden we een soort NU-metal, geïnspireerd op mijn toenmalige helden Deftones. Ik was 16, en een halve skater. Zo’n skater die niet skate, maar wel poogt die indruk te wekken. In Doornroosje gebeurde het allemaal. Elke vrijdag ging ik naar Jungle Galaxy, de Drum ‘n’ Bass avond. Een wonderlijk saaie muziekstroming eigenlijk, Drum ‘n’ Bass, en er was maar één dans op mogelijk. Een soort rennen op één plek. Toch waren we daar. Het waren immers de dagen dat we dreadlocks mooi vonden, en dat onze wijde broeken ook regelmatig als dweil functioneerden. Daar, in Doornroosje, kotsten we met regelmaat de wasbakken in de kelder vol met een paarse substantie.

Blue Curacao, Passie en Red Bull, in één. Jungle Galaxy verdween na niet al te lange tijd uit de programmering. De vaders die ‘s nachts rond een uur of 1 gapend buiten stonden te wachten op hun warmgemutste tieners zullen onbewust hebben bijgedragen aan het maken van die beslissing, vermoed ik. In die zelfde tijd speelden wij met Puta voor het eerst in de poptempel. Een bandwedstrijd, genaamd ‘Schoolbands A-gogo’ had onze inschrijving goedgekeurd. Wij zaten immers op school. Dat voldeed. We hadden succes, we wonnen. Zelfs The Hot Stars hadden we achter ons gelaten. Dat was de toenmalige band van de gebroeders Hieltjes, die je nu kan kennen van de hitfabriek Go Back To The Zoo. Jawel, vrienden zijn we nu, aartsrivalen waren we toen.


Blue Curaçao, Passie en Red Bull - Torre Florim 189

... “de dagen dat we dreadlocks mooi vonden” ...


WE DO MUSIC 40 Jaar Doornroosje 190

Na de eerste winst hadden we de smaak te pakken, we stoomden door naar de belangrijkste bandwedstrijd van Nijmegen: De Roos van Nijmegen. Die wonnen we niet. Dus. Maar, het was wel het hoogst haalbare voor een band als wij: spelen in een vol Doornroosje. Doornroosje was toen het eindpunt voor Puta, maar werd later een soort startpunt voor De Staat. Letterlijk, want zo’n 5 jaar later presenteerden we daar ons eerste album en begon onze Nederlandse tour. Maar Roosje was ook een startpunt in een andere zin. Een springplank, zou je kunnen zeggen. Robert Meijerink, programmeur van Doornroosje (ooit terecht verkozen tot ‘programmeur van het jaar’), is werkelijk een superdude. Mede dankzij hem hebben wij kunnen spelen op de plekken die belangrijk zijn voor een beginnende band. De invloed van Doornroosje gaat zelfs zo ver, dat Toine Tax (directeur), in zekere zin, De Staat van een huis heeft voorzien. Na een geweldig jaar met De Staat, 2009, hadden we moeite met het vinden van een geschikte oefenruimte. Tuurlijk, er zijn de ruimtes die je ééns in de week kan huren, maar dat is voor een band als de onze uiterst onpraktisch. Wij waren op zoek naar een plek waar we, als

we wilden, weken achter elkaar aan onze nieuwe plaat konden werken. Dat was moeilijk te vinden. Rond dezelfde tijd had Kyteman een straat ter beschikking gekregen in Utrecht. Juist, geen huisje of oefenhok, nee, een STRAAT. Met 8 huizen, atelierruimtes, en een loods. Het is er nog steeds fantastisch, en de verleiding om te vertrekken was er. Kyte nodigde me uit: ik kon er waarschijnlijk terecht om een nieuwe plaat te maken, en ik kon er eventueel ook wonen. Toine Tax vond dat niet kunnen. Dat een succesvolle Nijmeegse band als De Staat, uit moet wijken naar Utrecht, was “onacceptabel”. Twee weken later zaten we samen met Toine aan een vergadertafel in het gemeentehuis. “Heeft de gemeente niet een leegstaand pand, die eventueel door De Staat tijdelijk gebruikt kan worden?”. Moeilijk, maar ze zouden informeren. De week daarop stond ik met Jop (bassist) in een lege boerderij te high-fiven. Er was genoeg plek voor een oefenruimte, studiootje, en plek om te wonen. Inmiddels wonen we met een deel van de band daar, in onze kleine vrijstaat, en is de tweede plaat in deze boerderij geboren. Doornroosje is dus niet alleen een zaal, een club, of uitgaansplek.


Blue Curaçao, Passie en Red Bull - Torre Florim 191

Het betekent veel meer. In ieder geval voor mij, en mijn band. Doornroosje heeft me in mijn jeugd geïnspireerd om te gaan doen wat ik nu doe, en ze hebben er later alles aan gedaan om me daarbij te helpen. Het is een cliché, en ik vind het verschrikkelijk om dit stuk er mee te moeten eindigen, maar volgens mij mag het tegenwoordig wat vaker benadrukt worden: Doornroosje is niet alleen een uitgaansgelegenheid, het is een plek waar idëeen ontstaan. Ook slechte. Blue Curaçao, Passie en Red Bull.

Torre Florim is producent en frontman van De Staat. Die band brak vanuit Nijmegen door met de cd Wait for Evolution.





40 Jaar Doornroosje

Dankwoord Herkomst foto’s Colofon Sponsoren & Subsidiënten DVD



WE DO MUSIC Dankwoord 197

Dankwoord Dit boek zou niet tot stand zijn gekomen zonder de medewerking van alle geïnterviewden. Veel dank aan allen die in dit boek worden geciteerd. Niet iedereen die voor dit boek is geïnterviewd, is ook geciteerd. Dat maakt de achtergrondinformatie die ze hebben geleverd niet minder waardevol. Vandaar een dankwoord voor Wout Pennings, Bo van de Graaf, Norbert Bökkerink, Theo Zegers, Bob Lyklema, Jan Busch en Nels Busch. Voor tips, advies en ondersteuning danken we Jan Fleuren, Armand Schmitz, Jozzy Rubenski, Ellen Klaasse, Freddy Radstaak en Cynthia Kasanradji. Dank aan OOR, Gemeentearchief Nijmegen en de stadsredactie Nijmegen van De Gelderlander voor het beschikbaar stellen van archiefmateriaal.

Barbecue 2010

Speciale dank gaat uit naar de vier heren met het ijzersterke geheugen die met een stofkam door de tekst zijn gegaan op zoek naar feitelijke onjuistheden. Rob Berends, Roy Peters, Theo Vaessen en Frank van den Elzen. Dankzij het uitgebreide adressenbestand en het enthousiasme van Henk van der Zand is ons veel research bespaard gebleven. En tenslotte mogen de tekstuele bijdragen van Dave Clarke, Frank Antonie van Alphen, Jan Westera en Torre Florim niet worden vergeten.


WE DO MUSIC Herkomst foto’s en illustraties 198

Herkomst foto’s en illustraties

Archief Doornroosje 14, 16-17, 23, 26, 28,29, 32, 33, 45, 47, 56-63, 65, 71, 78, 88, 89, 93, 94, 99, 102, 116, 118, 120, 121, 124-132, 138, 143, 145, 147-149, 153, 183 Wikimedia 12 Teo Lamers 19, 20 Archief De Gelderlander 21 Floris Kolvenbach 25 Archief Radboud Universiteit 31 Jan Boeijen 38-39, 40-43, 46, 55, 63 Gerard Verschooten 52, 69-, 74, 80-87, 91, 92, 95, 96, 99, 104-105, 106, 107, 110, 111, 192

Stadsarchief 54 Fred Maessen 64, 66-68, 70, 75, 94, 100 Steven de Bock 69, 72-73 Jan Fleuren 76 Paul Hensels 119, 135 Niek Antonisse 122, 134, 142 Harriët van Gaal 145, 167 Laurens Gruwel 151 Willie Kerkhof 152. 182, 197 Mo Barends 172-173

Klaas van der Pijl 176 Ilse Lambert Schutbladen, 179 Peter Pricken 181 AFJ de Gans 155 Matthijs Hanenkamp 1, 6, 9, 158, 160, 187, 193, 196 Toine Tax 163, 169, 177 Steenhuis Bukman Architecten 185 Mike Nicolaassen 189

Wij hebben ons uiterste best gedaan rechthebbenden te achterhalen. Indien u meent rechthebbende te zijn kunt u contact met ons opnemen.


WE DO MUSIC Subsidiënten & Sponsoren 199

WE DO MUSIC wordt mede mogelijk gemaakt door:

Subsidiënten

Sponsoren

ArtMARK | The Music Zone Cultuureducatiepartner

Kolibrie Horeca Payrolling

Bacardi Nederland

Beck Beveiliging

BGH Accountants & Adviseurs B.V.

Cramgo - de makers van ActiveTickets

Dommelsch

FortaRock All About Heavy Music

Installatiebedrijf Haerkens B.V.

MOJO Concerts

Waaghals cd- & lp-speciaalzaak

Jägermeister

Kroese cd-speciaalzaak

Schoonmaakorganisatie Lucia Willems Marneef

Double Vee Concerts

Henk Slijkhuis architect

Sincere IT B.V.

Jac. Bongers Dranken


WE DO MUSIC Colofon 200

Colofon WE DO MUSIC is een uitgave van Literair Productiehuis Wintertuin in opdracht van Doornroosje tekst Alex van der Hulst columns Jan Westera Dave Clarke Frank Antonie van Alphen Torre Florim redactie Dennis Gaens redactieraad Sebastiaan Andeweg Iset Bakker Joris Holter Nine Hoog Antink Freek Koster Renske Pluimers Toine Tax Frank Tazelaar ontwerp Jos Lenkens dvd DZIGA werkplaats voor filmmakers en videokunstenaars uitgave Literair Productiehuis Wintertuin druk Drukkerij Gianotten B.V., Tilburg bindwerk / präge / stans Boekbinderij van Mierlo B.V., Nijmegen persing dvd Replifact B.V., Bladel isbn/ean 978-90-79571-07-9 Š 2010 Literair Productiehuis Wintertuin & Doornroosje