Issuu on Google+

Als ijshazen over de Weissensee De bevroren Weissensee in Oostenrijk verandert enkele keren per jaar in een totaal Nederlandse speelplaats met toertochten zoals een alternatieve Elfstedentocht.

Schaatsfanaten zijn alweer begonnen met de voorbereidingen voor de winter. Met of zonder natuurijs in eigen land is de Oostenrijkse Weissensee favoriet onder schaatstoeristen. Door Tjerk Gualthérie van Weezel Foto’s Julius Schrank

‘M

eneer, welke dag is het vandaag?’ De man die zojuist nogal hard op zijn hoofd is gevallen denkt na. Zijn sterke lijf ligt languit op het ijs, alleen de rimpels in zijn gezicht en zijn grijze haren verraden dat hij de zestig al ruim is gepasseerd. Als hij zich opricht, zien we dat achter op zijn muts een rode vlek is ontstaan. ‘Welke dag is het vandaag…? dat is een goeie’, zegt hij met Groningse tongval. Hij gokt: ‘Woensdag, dacht ik…’ Fout. De man wil door, 200 kilometer volmaken. Zijn kruisje halen. Maar het

groepje waarmee ik het laatste uur opschaats, gebiedt hem te blijven liggen. We slaan onze jasjes om hem heen en wachten tot de EHBO arriveert. Het is nog 14 kilometer tot de finish. Shit, denk ik. Een tijd onder de negen uur zit er niet meer in. Spielplatz der Natur, noemen de Oostenrijkers de 12 kilometer lange Weissensee in Karinthië liefdevol. Het ligt op 930 meter hoogte, vanaf de oevers rijzen beboste hellingen op met een patroon van witte skipistes en langlaufsporen. In de verte zijn de hoge pieken van de Dolomieten te zien. Twee weken per jaar is de Weissensee een totaal Nederlandse speelplaats.

Duizenden schaatsfanaten die in eigen land te weinig natuurijs krijgen, betrekken dan de chalets rond het meer. Het profpeloton schaatst er drie wedstrijden, met op de laatste dag de Alternatieve Elfstedentocht. Voor de toerschaatsers wordt de 200 kilometer lange tocht in de twee weken vier keer georganiseerd. Ook ik ben daar op af gekomen, wilde een keer zo’n stuk uitrijden. Kijken of ik het ook zou kunnen, als ik ooit te kans zou krijgen de Echte Tocht te schaatsen. ➔ LEES VERDER OP PAGINA 2


Schaatsen op de Weissensee

Het parcours wordt door de ijsmeester sneeuwvrij gehouden met een indrukwekkend arsenaal aan sneeuwschuivers en borstelwagens.

Foto’s Julius Schrank

200 kilometer in 8 rondes Zo moet het: licht door de knieën en achterover leunen ➔ VERVOLG VAN PAGINA 1

E

én dag voor mijn poging om De Tocht te rijden, de laatste uitgezette toertocht van 2011, heeft de Oostenrijkse ijsmeester Norbert Jank verteld hoe het in 1989 is begonnen. Met Aart Koopmans. De Nederlandse zakenman had al alternatieve tochten georganiseerd in Finland en dat smaakte naar meer. Bij het bestuderen van de Oostenrijkse kaart viel zijn oog op de Weissensee. Het leek een ideale plek, met zeer goede ijszekerheid en makkelijk per auto te bereiken. Eenmaal afgereisd kwam Koopmans vanzelfsprekend bij Jank terecht. Ieder jaar maakte die een baantje waarop hij toeristen in een arrenslee rondreed – als enige in het dorp wist hij iets van het ijs. Inmiddels heeft de zongebruinde ijsmeester een indrukwekkend wagenpark met allerhande sneeuwschuivers en borstelwagens om het parcours glad te vegen. Zijn Oostenrijks is in al die jaren verrijkt met enkele mooie Nederlandse woorden, zoals ‘kistwerken’, de ijsmuurtjes die ontstaan als twee platen ijs uitzetten en tegen elkaar opduwen. Zodra het eerste laagje zijn ge-

Zodra een ijzer een scheur raakt, struikel ik voorover. Al meer dan veertig keer. Ik ben beurs wicht kan houden, begint Jank met prepareren, routes uitzetten en sneeuwvrij houden. Het lukt de ijsmeester lang niet altijd om een route over het hele meer te maken. Als het een slecht jaar is, moet alles

op ‘het kleine meertje’ blijven. Het ondiepere gedeelte waar een rondje van 5 kilometer kan worden uitgezet. Meestal is ook een deel van ‘het grotere meer’ begaanbaar, Jank zet dan een rondje uit van in totaal 12,5 kilometer. Maar vandaag hebben we geluk: we kunnen helemaal tot het einde van het Grote meer, tot de ‘Dolomietenblick’. We hoeven de 200 kilometer dus niet in 16 of zelfs 50 rondjes af te leggen, maar in ‘slechts’ acht. Het is helder, koud maar zonnig. En het ijsspoor op de sneeuwvlakte is glad dik, en goed geborsteld. Alleen die scheuren, als een dik spinnenweb liggen ze over het parcours. Door het ongeluk met de Groninger, wachtend op de EHBO, is er eindelijk tijd om even rond te kijken, de blik gerust af te wenden van het ijs met zijn brede scheuren. Overal op het spoor dat door de sneeuwvlakte slingert zijn plukjes schaatsers te zien. Met lange schaduwen, want de zon zakt snel. Rechtstandig schommelen de meesten onverstoord over de ijsvloer. Alsof het pinguïns zijn, en masse op weg naar hun antarctische broedplaatsen.

OOSTENRIJK Kleblach Lind

Steinfeld

Weissensee

Weissensee

Hermagor 0

5 km

261111 © de Volkskrant - eda

Zo moet het, een Elfstedentocht uitrijden. Niet de diepe zit die me door instructeurs op de Nederlandse ijsbaan is aangeleerd. De marathonrijders houden het misschien vol, maar de enthousiaste amateur kan die houding maar

beter voor een sprintje bewaren. Licht door de knieën, achterover leunen en van het ene been op het andere stappen, dat is de tactiek. Het zijn de oudere mannen en vrouwen die de waggelende rechtoptred tot in perfectie beheersen. Mijn rug kan het niet aan. Ik probeer het wel, maar langzaam buig ik steeds weer naar voren totdat ik als een geodriehoek boven mijn schaatsen sta. Bij het oefenen op de 5 kilometer lange kunstijsbaan in de Flevopolder was me dat al opgevallen. Maar nu word ik er pas voor gestraft dat ik het niet doe: zodra een ijzer een scheur raakt, struikel ik voorover. Al meer dan veertig keer vandaag. Ik ben beurs. Vanmorgen ging het nog anders. Vanuit het ochtendschemer weggeschoten, werden de eerste rondjes jachtig afgewerkt in een pelotonnetje van zo’n vijftig man. Veelkleurige jasjes met opschriften waar je even over kunt nadenken: ‘de IJshazen, Zuidwolde’ of ‘IJsclub Meije Vooruit’. Op de arm vaak het logo van een dakdekkersbedrijf of de lokale slagerij. Het gaat snel, zo in elkaars beschut-


De Volkskrant bedrijft onafhankelijke reisjournalistiek. De redactie van de bijlage is vrij in onderwerpkeuze en wijze van presentatie, zonder commerciële of andere inmenging. Reizen van verslaggevers kunnen (deels) bekostigd worden door derden, maar zonder toezeggingen over het resultaat.

Marathontochten op het ijs In 2012 worden de Alternatieve Elfstedentochten op de Weissensee georganiseerd op de woensdagen en zaterdagen tussen 24 januari en 4 februari. Natuurlijk kunnen er ook kortere afstanden worden geschaatst. Wie zijn eerste toertocht rijdt, betaalt 70 euro inschrijfgeld. Alle volgende tochten kosten 35 euro. Voor degenen die niet van grote evenementen zijn gediend, is er buiten die periode alle gelegenheid om te schaatsen. Het ‘kleine meer’ is meestal al vanaf Kerst begaanbaar, en het schaatsen gaat ijs en weder dienende door tot half maart. Rondom het meer ligt een skigebied en meer dan honderd kilometer aan langlaufspoor. De Weissensee ligt op ruim 1000 kilometer rijden vanuit Arnhem en is goed bereikbaar met de auto. Er zijn ook busreizen (190 euro) naar het evenement. Voor ongeveer 80 euro heb je een goede kamer. Voor uitgebreide reisbeschrijving en informatie over hotels en appartementen is er de website van de organisatie www.weissensee.nl. Andere tochten: De Weissensee is niet de enige plek waar alternatieve elfstedentochten worden verreden.

Vaak tref je op de schaatspakken namen als ‘IJshazen, Zuidwolde’, of ‘IJsclub Meije Vooruit’.

Foto Julius Schrank

ting. Maar vriendelijk is de sfeer niet. Er wordt gevloekt en geduwd. Iedereen probeert de scheuren te vermijden die de afgelopen weken door duizenden schaatsen steeds verder zijn verbreed. Ik val te vaak en dat is een uitputtingsslag. Eenmaal opgekrabbeld ben je een paar minuten in achtervolging op het peloton. De Tocht wacht op niemand. En dan zijn er de ravitailleringsposten, waar drank en voedsel klaarstaan. De meeste ijshazen of anderszins georganiseerde clubjes gaan er ongezien voorbij. Zij worden onderweg voorzien door hun supporters, krijgen bidonnetjes aangereikt met een banaan erop geplakt. Veel handiger dan de bekertjes sportdrank die ik ongecoördineerd naar binnen klok om vervolgens een dolle jacht op de groep in te zetten. In het vijfde rondje ben ik het contact verloren. Vanuit de verzorgingspost is het niet meer gelukt de groep weer bij benen. In dolle achtervolging was er een valpartij, en nog een. De slag is vertraagd en het pelotonnetje inmiddels uit het zicht verdwenen. Vanaf dat moment, met nog 75 kilometer te gaan,

■ Klassiek is de Finland Ice Marathon. Rond de tienduizend, veelal Finse, deelnemers komen in februari naar het bevroren meer bij Kuopio. Het rondje is 4 kilometer lang. De meeste deelnemers schaatsen minder dan 200 kilometer, maar veel Nederlandse fanaten doen dat wel. Volgend jaar wordt de Ice Marathon verreden op 25 februari. www.pohjois-savonliikunta.fi/finland-icemarathon ■ Relatief nieuw is de alternatieve van de Reschensee in Oost-Tirol, Italië. Volgend jaar wordt die voor de tweede keer gehouden. Op 7 en 10 februari wordt er over een parcours van 12,5 kilometer gereden dat langs een paar dorpjes voert. www.reschensee.nl ■ Met enige regelmaat organiseert het bestuur van de tocht op de Weissensee een uitstapje buiten Europa. In het verleden werd zo een aantal keer in Japan gereden en in 2007 schaatsten tweehonderd Nederlanders op het Khovskolmeer in Mongolië. In de zomer van 2013, winter op het zuidelijk halfrond, staat een Argentijnse editie op het programma. Er wordt dan geschaatst op het meer bij El Calafate. www.weissensee.nl

heb ik tijd om na te denken en is het afzien officieel begonnen. Nog niet eerder zoiets zwaars gedaan, heb ik sindsdien besloten. Vooral die rug, er is geen houding meer te vinden waarin het langer dan tien slagen is vol te houden. Waarom niet gewoon de tijd nemen, even rusten? Waarom moet het altijd zo hard door? Omdat je er anders gewoon niet komt, zeg ik tegen mezelf. De gevallen Groninger is inmiddels in de volgauto geladen. Jammer voor hem. Volgend jaar beter. Ik recht nog één keer mijn rug en zet me schrap voor het laatste stukje. Naar de plek met de feesttent waar de eersten al meer dan twee uur binnen zijn, en we de laatsten over dik twee uur in de verte over het meer zullen zien aankomen. Waggelend in het licht van de bezemwagen. Tegen die tijd zal ik in ze in een warm jack, met stramme benen en een rug als een plank staan opwachten. Het eerste kruisje in de hand. De gedachte zal dan al langzaam komen: ‘Hoe kunnen we dit volgend jaar beter aanpakken?’ Tjerk Gualthérie van Weezel


Als ijshazen over de Weissensee