CDBESPREKINGEN orkest
orkest
ANTON BRUCKNER
ANTONÍN DVORÁK
Lucerne Festival Orchestra o.l.v. Claudio Abbado
Bournemouth Symphony Orchestra o.l.v. José Serebrier
DG 2 89479 34417 / € 23,99
WARNER CLASSICS 8 25646 287871 / € 22,99
Over deze opname valt heel veel of juist heel weinig te zeggen. Claudio Abbado’s laatste concert vond plaats in Luzern op 26 augustus 2013. Het programma bestond, heel symbolisch, uit twee ‘onvoltooides’; die van Schubert en de Negende van Bruckner. Deze liveopname is dus zijn allerlaatste, want de dirigent overleed enkele maanden later, op 20 januari 2014. Als je dat weet, ga je misschien anders luisteren en zoek je tekenen van afscheid en onthechting in de muziek. Zulke tekenen zijn natuurlijk overvloedig aanwezig in Bruckners laatste symfonie, maar het bijzondere van deze heldere, doorzichtige vertolking is nu juist de warmbloedigheid, de krachtige, levendige puls die het hele werk adem geeft. Abbado bouwt geen gewijde ‘Sankt-Bruckner’-kathedraal zoals veel andere grote maestro’s, maar hij laat de muziek stromen, teruggebracht tot zijn simpelste essentie, wars van pretentie. Vergeleken met zijn ook mooie opname uit 1996 met de Wiener Philharmoniker (ook DG) heeft zijn interpretatie elke tijdgebondenheid losgelaten. Het woord ‘interpretatie’ lijkt zelfs nauwelijks op zijn plaats, zo soepel en natuurlijk stroomt de muziek. Abbado was het tegendeel van ijdel, maar toch heeft hij hier een groots monument opgericht, voor Bruckner en voor zichzelf.
Net als de Slavische dansen schreef Antonín Dvorák zijn Legenden opus 59 oorspronkelijk voor vierhandig piano, maar op verzoek van zijn uitgever Simrock bewerkte hij de cyclus vrijwel direct voor orkest. Opvallend is dat de tien afzonderlijke deeltjes ‘slechts’ tempoaanduidingen dragen, terwijl de titel een programmatische verwijzing suggereert. Dat laten we dus fijn aan de verbeelding over, iets dat Dvoráks toegankelijke stijl ons niet zal beletten. Ook het andere werk op deze cd, zijn Achtste symfonie, is één brok luistergenot. Dvorák schreef het werk in ongeveer een maand tijd in zijn tuinhuisje in Vysoká. Vooral van deel drie, Allegretto grazioso – molto vivace (in een meeslepende driekwartsmaat), vloeiden de noten als vanzelf op papier. En dikwijls zijn het dergelijke invallen die een componist net dat extra zetje in de richting van het grote publiek geven. José Serebrier en het Bournemouth Symphony Orchestra voelen goed aan hoe ze deze lichtvoetige Dvorák aan de praat moeten krijgen en houden. Een gloedvolle strijkersklank en spitsvondig koper zijn onontbeerlijk in dit idioom: direct, ongecompliceerd van karakter en met minder contrapunt dan in voorgaande werken. Dankzij een flinke dosis lef loopt deze Achtste als een trein.
GERARD SCHELTENS
ANDREW VAN PARIJS
Symphony no. 9
Symphony No. 8, Complete Legends
Een groots monument voor Bruckner én Abbado
orkest
Eén brok luistergenot
concert
LUDWIG VAN BEETHOVEN
DIVERSE COMPONISTEN
Piano Concertos 3 & 4
Straussiana, Ein Tanzspiel e.a.
Orchestre de la Suisse Romande o.l.v. Kazuki Yamada
Maria João Pires, Swedish Radio Symphony Orchestra o.l.v. Daniel Harding
PENTATONE 8 27949 057869 (SACD) / € 24,99
ONYX 8 80040 412526 / € 18,99
Het staat niet duidelijk op het cd-doosje, maar de rode draad in dit programma is de dans. Maar dan niet de ‘dansbare’ dans: wat deze stukken samenbrengt is de gestileerde dans, de melancholieke, decadente muziek van het fin de siècle. De cd opent met de onheilspellende sensualiteit van Richard Strauss’ roemruchte Sluierdans uit Salomé en eindigt met de superdecadente walsen uit de Rosenkavalier – toen Strauss het toppunt van regressie had bereikt. Daartussenin Mephisto Waltz nr. 1 van Liszt en – nu komt het – een drietal nauwelijks bekende orkestwerken in dezelfde sfeer. In Straussiana geeft Erich Wolfgang Korngold zijn eigen visie op de walsen van Johann Strauss junior. Ferruccio Busoni doet datzelfde in zijn Tanzwalzer. Franz Schreker exploreert in Ein Tanzspiel sarabande, menuet, madrigaal en gavotte. De muziek van deze verwaarloosde toonvinders komt steeds meer op, gelukkig maar, want Richard Strauss heeft beslist niet het alleenrecht op onverdraaglijke post-wagneriaanse melancholie. Kazuki Yamada, vaste gastdirigent van het Suisse Romande-orkest naast Neeme Järvi, maakt de muziek gelukkig niet overgevoelig. Er wordt met zo veel vaart en brille gemusiceerd dat de briljante orkestraties des te beter tot hun recht komen. Smaakt absoluut naar meer!
Ludwig van Beethoven blijft ongetwijfeld een van de ondoorgrondelijkste muzikale geesten. Op een kruispunt van stijlperioden verraden zijn composities een dramatische veelzijdigheid, die zich niet eenvoudig laat vatten. Neem nu het Derde en Vierde pianoconcert. De hoekdelen doen vooral klassiek aan, terwijl het Largo van het Derde met zijn dromerige romantische trekken duidelijk vooruit wijst. Dat schept verwachtingen… Beethoven zet ons in het Vierde echter iets geheel anders voor: een kort Andante con moto dat zich als een uitgebreide cadens dan wel als een opmaat voor het derde deel laat interpreteren, zoals het geval is in Carl Philipp Emanuel Bachs concert Wq. 31. Was het operatheater wellicht de inspiratiebron? Algemeen was zo’n werkwijze allerminst, zo lijkt het tegenwoordig, en dat maakt Beethovens Vierde pianoconcert tot een permanente uitdaging, die velen al zijn aangegaan. Maria João Pires, Daniel Harding en het Swedish Radio Symphony Orchestra namen dapper de handschoen op en wijdden hun registratie aan de recentelijk overleden dirigent en eersteklas Beethovenvertolker Claudio Abbado. Een gepast eerbetoon, waarin Beethoven in al zijn veelzijdigheid, van lyrisch tot drammerig, wordt geportretteerd. Pires maakt haar reputatie als meesterverteller onder de pianisten andermaal waar!
GERARD SCHELTENS
ANDREW VAN PARIJS
Smaakt naar meer
34 oktober 2014
Meesterverteller Pires