Page 1

omslag woordenboek

07-03-2005

14:49

Pagina 1

De Bijbel is het meest gelezen boek ter wereld. Toch valt het niet altijd mee om de betekenis van een bijbelgedeelte goed te verstaan: zowel de moderne seculiere cultuur als een ingesleten godsdienstige gewoonte kunnen je in de weg zitten om de betekenis van de bijbelse boodschap te begrijpen. Het Woordenboek voor bijbellezers wil daarom de betekenis van woorden en begrippen uit de christelijke geloofstaal in de het licht van Oude en Nieuwe Testament verhelderen. Zo krijgt de bijbellezer een hulpmiddel om de relevantie van deze woorden – bijvoorbeeld almacht, dood, kruis, gebed, engel, hel, openbaring – (opnieuw) te kunnen scherpstellen. In het Woordenboek voor bijbellezers wordt een kleine 200 lemma’s besproken. Alle lemma’s zijn geschreven volgens een vaste opbouw: eerst wordt kort toegelicht welke rol een woord speelt in de taal van onze cultuur en in de taal van het geloof (Geloofstaal & cultuurtaal); dan worden de wortels van het woord in de grondtalen van de Bijbel besproken (Woorden); in het onderdeel Betekenis in context wordt vervolgens nader ingegaan op de verschillende betekeniswaarden die een woord in het Oude en Nieuwe Testament kan krijgen; ten slotte geeft de Kern een richtinggevende samenvatting. Het boek bevat tevens een handzaam register met verwijzingen naar verwante begrippen en een lijst met de woorden die in de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV-2004) gebruikt worden. Deze uitgave is bedoeld voor bijbellezers – zowel theologen als niet-theologen – en geïnteresseerden in de taal en cultuur van de Bijbel. Het is zowel een toegankelijke hulp bij het persoonlijk bijbellezen als een gedegen naslagwerk bij de voorbereiding van een bijbelstudie- of cursusavond, meditatie, preek, vergaderopening, catechese- of godsdienstles.

Dr. A. Noordegraaf e.a. (red.) Aan deze uitgave werkten zo’n veertig auteurs mee uit diverse kerkelijke richting, onder wie prof. dr. H. Baarlink, prof. dr. G.C. den Hertog, prof. dr. P.H.R. van Houwelingen, dr. S. Janse, dr. G.W. Marchal , dr. M.J. Paul en prof. dr. E. Talstra. De medewerkers hebben samen vele publicaties op het gebied van de bijbelwetenschappen op hun naam staan. De redactie wordt gevormd door: Dr. A. Noordegraaf, hervormd emeritus predikant, nieuwtestamenticus en ouddocent Praktische Theologie vanwege de Nederlandse Hervormde Kerk aan de Universiteit Utrecht. Prof. dr. G. Kwakkel, hoogleraar Oude Testament aan de Theologische Universiteit te Kampen (Broederweg). Dr. S. Paas, oudtestamenticus en evangelisatieconsulent voor de Christelijke Gereformeerde Kerken. Prof. dr. H.G.L. Peels, hoogleraar Oude Testament aan de Theologische Universiteit te Apeldoorn. Dr. A.W. Zwiep, docent Nieuwe Testament aan de Evangelische Theologische Hogeschool te Ede (voorheen Veenendaal) en aan het Center of Evangelical and Reformation Theology van de Vrije Universiteit te Amsterdam. NUR 702, 703

ISBN 9-023912-04-7

www.boekencentrum.nl 9 789023 912040

WOORDEN BOEK voor bijbellezers

WOORDENBOEK voor bijbellezers Onder redactie van: dr. A. Noordegraaf, dr. G. Kwakkel, dr. S. Paas, dr. H.G.L. Peels, dr. A.W. Zwiep


binnenwerk

07-03-2005

14:47

Pagina 2


binnenwerk

07-03-2005

14:47

Pagina 3

WOORDENBOEK voor bijbellezers Onder redactie van: dr. A. Noordegraaf, dr. G. Kwakkel, dr. S. Paas, dr. H.G.L. Peels, dr. A.W. Zwiep

Uitgeverij Boekencentrum, Zoetermeer


binnenwerk

07-03-2005

14:47

Pagina 4

www.boekencentrum.nl

Boekverzorging: Studio Anton Sinke ISBN 90 239 1204 7 NUR 702, 703 Š 2005 Uitgeverij Boekencentrum, Zoetermeer Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieÍn, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


binnenwerk

07-03-2005

14:47

Pagina 5

Inhoud

6 10 11

Inleiding en verantwoording Literatuur Lijst van gebruikte aanduidingen

13

Woordenlijst 13 16 19 24 28 31 35 39 42 47 51 55 59 63 67 70 74 77 80 84 88 91 94 97 102 105 110 113 117 121 125 128 131 135

aannemen aarde afgod almacht amen apostel armoede ballingschap barmhartigheid bekering belofte beproeving berouw besnijdenis binnen blijdschap bouwen broeder bruid chaos christenen dag van de Heer dank dienen dood doop dragen droom duivel eenheid eeuwigheid engel erfenis ergernis

138 142 146 150 155 159 163 166 170 176 179 183 188 191 196 201 207 212 214 219 224 228 231 235 238 242 246 251 254 259 264 268 272 278

evangelie evangeliseren gaaf gave gebed gedachte gedenken geduld Geest geheim gelijkenis geloof gemeenschap gemeente genade gerechtigheid getuigenis geweten gezalfde God goedheid groei haat handoplegging hart Heer heerlijkheid heidenen heil heiligheid hel hemel hemelvaart herder

5

282 285 288 291 295 298 303 307 312 316 321 325 329 334 337 341 345 348 351 355 359 362 366 370 374 377 382 386 390 394 397 401 404 407

hoogmoed hoop horen huichelaar huis huwelijk ijdelheid jaloezie kennis kind koninkrijk van God kracht kruis kwaad leerling leiding leraar leugen leven licht lied liefde lijden loon loven maaltijd macht man mens moeder naam naaste nabij navolging


binnenwerk

07-03-2005

412 415 419 422 427 431 434 438 442 447 450 454 457 461 464 468 474 478 483 487 490 494 498 503 508 513 517 522

14:47

Pagina 6

nederigheid nieuw nuchterheid offer onderdrukking ontmoeting oordeel openbaring opstanding oudste overheid overleveren overwinning Pascha priester profeet recht rein rest rijkdom roem roepen rust schepping schrift schuld seksualiteit stad (ook Babel, Jeruzalem) 527 tegenwoordigheid 530 tempel

534 539 543 546 549 552 556 559 562 565 571 574 577 581 585 588 592 595 598 602 606 610 614 619 622 625 629 633 636 640 645

tijd toetsing toorn trouw uittocht vader vasten veiligheid verandering verbond verderf verdriet vergankelijkheid vergeving verharding verkiezing verkondigen verlangen verlossing verschijning vervulling verwerping verzoening vijand vloek voleinding volharding volk vrede vreemd vrezen

* Voor secundaire woorden: zie het register achterin.

773 780 794 799

Conversietabel NBG-51 - NBV Conversietabel NBV - NBG-51 Register van woorden Personalia van de auteurs

6

649 651 656 660 664 670 675 679 682 686 689 693 699 705 708 712 716 719 725 728 731 734 738 741 746 750 754 757 763 766 769

vrijheid vroomheid vrouw vrucht dragen waarheid wachten waken wandelen wederkomst welbehagen wereld wet wijsheid wil woestijn wonder wonen woord wraak zachtmoedigheid zalig zegen zelfbeheersing ziekte ziel zien zoeken zonde zorg zwak zwijgen


binnenwerk

07-03-2005

14:47

Pagina 7

Inleiding en verantwoording

I

n januari 2002 nam Uitgeverij Boekencentrum het initiatief om te komen tot de uitgave van een eendelig woordenboek op een aantal kernwoorden uit de Bijbel. De directe aanleiding lag in het feit dat het bekende en veelgebruikte boek van ds. F.J. Pop, Bijbelse woorden en hun geheim, na vele jaren goede diensten te hebben bewezen, nagenoeg was uitverkocht. Herziening van dit werk leek de uitgever minder gewenst, zodat besloten werd om te komen met een nieuw project dat meer aansluit op de huidige inzichten inzake woordonderzoek en bijbelwetenschap. Een redactie werd gevormd bestaande uit de oudtestamentici prof.dr. G. Kwakkel, dr. S. Paas en prof.dr. H.G.L. Peels en de nieuwtestamentici dr. A.W. Zwiep en dr. A. Noordegraaf (eindredacteur). Vanuit Boekencentrum werd het werk aanvankelijk begeleid en gecoördineerd door mevr. drs. G. van der Haar, later door mevr. drs. W. Knol-Nap. Uit een brede kerkelijke kring werden medewerkers aangezocht voor het schrijven van enkele of een aantal artikelen. Daarbij is niet gestreefd naar theologische eenvormigheid. Wel geldt voor alle aangezochte auteurs dat zij de Heilige Schrift als gezaghebbend getuigenis aanvaarden, zoals dat verwoord is in de belijdenis van de kerken die uit de Reformatie zijn voortgekomen. Dat neemt niet weg dat het boek niet alleen voor orthodox-protestanten, maar voor een breder publiek geschreven is. Wij hopen dat het ieder zal kunnen dienen die geïnteresseerd is in de betekenis van de Bijbel, hetzij uit religieuze, hetzij uit culturele overwegingen. Het boek is primair bedoeld voor de gewone bijbellezer en daarnaast voor studenten en predikanten die snel geïnformeerd willen worden bij de voorbereiding van preek en bijbelstudie, meditatie, catecheseles en kringwerk.

Motief Een eendelig woordenboek voor bijbellezers vraagt om een helder en doordacht concept. Wat beogen we met dit boek? Wij constateren dat in de situatie waarin kerk en theologie verkeren, allerlei bijbelwoorden door hun nevenbetekenissen en door de klank die ze in de huidige cultuur hebben, in hun bijbelse zeggingskracht niet meer verstaan worden. Soms wordt binnen kerken en geloofsgemeenschappen van bepaalde bijbelse begrippen en zaken een karikatuur gegeven. Of mensen staan in een geseculariseerd levensklimaat vreemd tegenover de bijbelse inhoud. Ook zijn in de loop van de tijd betekenissen vaak verschoven. Onze motivatie om dit werk op te zetten, vloeit dus voort uit het signaleren van de kloof die er is als het gaat om het verstaan en vertolken van de bijbelse boodschap in het spanningsveld van evangelie en cultuur. Dat gaat aan geen kerk of geloofsgemeenschap voorbij. En veler zorg is dan ook terecht: hoe we vooral ten aanzien van komende generaties de brug kunnen slaan van het bijbels getuigenis naar lezers van vandaag en morgen. Hoe kunnen we misverstanden uit de weg ruimen? Hoe kunnen we hen helpen de variatie aan betekenissen te laten zien? Vanuit deze pastorale en missionaire motivatie willen we met dit woordenboek een hulpmiddel aanreiken aan bijbellezers door de betekenis van de desbetreffende woorden in hun context te ver-

7


binnenwerk

07-03-2005

14:47

Pagina 8

helderen en de breedte van allerlei betekenissen te laten zien. Ook al weten we dat het verstaan van de bijbelse boodschap in zijn relevantie voor geloof en leven ten diepste vrucht is van het werk van de Heilige Geest, dat neemt niet weg dat een verkeerd begrip een belemmering en een blokkade kan zijn op de weg van het geloof. De redactie is zich er van bewust dat op dit terrein heel wat meer publicaties zijn verschenen. Dit woordenboek is dan ook niet meer, maar zeker ook niet minder dan een bescheiden bijdrage op het terrein van woordonderzoek en bijbeluitleg.

Afgrenzing Het zal duidelijk zijn dat in een eendelig werk ter wille van de omvang beperking en afgrenzing geboden is. De lezer zal ongetwijfeld woorden missen die hij of zij graag behandeld gezien had. Wij hebben een zo verantwoord mogelijke keus proberen te maken, maar beseffen goed dat die ook anders had kunnen uitvallen. Bij die keus hebben we ons vooral gericht op woorden die in de geloofstaal een rol spelen. Wij zijn ons er ook van bewust dat een zekere overlapping niet altijd te vermijden is vanwege het feit dat de verschillende betekenisfacetten van woorden soms dicht bij elkaar liggen, zoals bijvoorbeeld bij hopen, wachten en verwachten. Gegeven het feit dat een boek als dit vooral bedoeld is om per woord geraadpleegd te worden menen we dat dit geen bezwaar hoeft te zijn. Wij zijn bij het samenstellen van de lijst van de te behandelen woorden uitgegaan van woorden zoals we die aantreffen in de vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap uit 1951, een vertaling die veelal gebruikt wordt in bijbelstudie, catechese en jeugdwerk. Daarnaast zijn andere vertalingen mede gebruikt. Van de Nederlandse vertalingen noemen we naast de vertaling NBG1951 de Statenvertaling, de Willibrordvertaling (uitgave KBS), de Groot Nieuws Bijbel en de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV). Gelet op het tijdstip waarop het project van dit Woordenboek startte– zomer 2002 – is het begrijpelijk dat we ons niet gericht hebben op de Nieuwe Bijbelvertaling, die immers pas vanaf 27 oktober 2004, een half jaar voor de verschijning, gereed kwam en beschikbaar was. Wel is aan het eind een conversietabel opgenomen waarin inzichtelijk wordt hoe de bijbelwoorden die in dit boek behandeld worden, in de NBV zijn vertaald, en omgekeerd: waar men kernwoorden uit de NBV in dit woordenboek kan vinden.

Opzet Elke bijdrage heeft dezelfde structuur. Na de vermelding van de titel geven we in een eerste onderdeel Geloofstaal & cultuurtaal beknopt iets aan van de hierboven gesignaleerde spanning tussen evangelie cq. geloof en cultuur. Hoe wordt het desbetreffende woord gebruikt in de taal van kerk, in de geloofsbezinning, de pastorale praktijk en de spiritualiteit? Daarnaast stellen we de vraag hoe dit woord klinkt in de huidige cultuur. Waar rijmt het en waar botst het? Waar is sprake van vervreemding? Waar moet gerekend worden met onbegrip of zelfs ergernis? Hoe gevoelig ligt dat soms? Heeft het te maken met leeftijd, sekse, al of niet kerkelijk betrokken zijn, enzovoort? In een tweede rubriek Woorden geven we aan op welke Hebreeuwse en Griekse woorden de ver-


binnenwerk

07-03-2005

14:47

Pagina 9

taalde woorden voornamelijk teruggaan. Uiteraard staan Nederlandse woorden qua betekenis vrijwel nooit in een een-op-een verhouding met Griekse of Hebreeuwse woorden. Wie een concordantie op de Statenvertaling vergelijkt met die op de NBG-1951, kan dat direct constateren. Toch geven we in deze rubriek, uitgaande van die NBG-51, een aantal Hebreeuwse en Griekse woorden. Wij doen dit vooral met het oog op die gebruikers die zich dieper in de materie willen verdiepen en op basis van de grondtalen of brontalen zich breder willen oriënteren. Wie hier niet in geïnteresseerd is, kan deze rubriek met een gerust hart overslaan. Het grootste deel van elk artikel wordt in beslag genomen door de rubriek Betekenis in context. Woorden hebben immers niet één vaststaande betekenis. Woorden staan altijd in een bepaalde context en voor het verstaan van de betekenis of de betekenissen is de context bepalend. Als voorbeeld wijzen we op het veel gebruikte woord sjalom. Lang niet overal betekent dit woord ‘vrede’. De betekenis van een zin wordt niet primair bepaald door de afzonderlijke woorden. Pas in de context wordt duidelijk welke betekenis van het woord aan de orde is. Een eerste vereiste is dus na te gaan hoe woorden functioneren binnen de bijbelse context. Wij hebben niet gestreefd naar volledigheid. Per woord hebben we een aantal betekenissen geselecteerd. Soms vindt de bespreking plaats vanuit enkele kenmerkende passages, soms vanuit het gezichtspunt van de bijbelschrijvers in verschillende tijden. Daarbij is binnen het raam van het door ons gekozen concept zoveel mogelijk vrijheid gelaten aan de auteurs. De variatie die het gevolg is van deze individuele toets brengt ook een zekere charme met zich mee. Zo heeft de redactie binnen het totaalkader ieders verantwoordelijkheid en inbreng willen respecteren en ruimte gelaten voor een zeker verschil in aanpak. In een laatste rubriek Kern wordt dan bij wijze van samenvatting nogmaals aangegeven waar het in het desbetreffende woord wezenlijk om gaat en worden doorgaans enkele stippellijnen getrokken naar de vertolking voor de situatie van vandaag. Elk woord heeft raakvlakken met andere woorden die in dit boek aan de orde komen. Vandaar dat we onder aan elke bijdrage onder het opschrift Verwijzing een aantal woorden noemen voor lezers die zich in een breder kader willen oriënteren inzake de betekenisinhoud van een woord, of die een woordgroep willen bestuderen. Op deze wijze hopen we met dit woordenboek de bijbellezer enige hulp te bieden bij het verstaan en vertolken van de bijbelse boodschap in onze tijd. Moge het onder Gods zegen dienstbaar zijn aan de opbouw van de geloofspraktijk en de omgang met God. De redactie, G. Kwakkel A. Noordegraaf S. Paas H.G.L. Peels A.W. Zwiep

9


binnenwerk

07-03-2005

14:47

Pagina 10

Literatuur

In de artikelen is afgezien van het opnemen van literatuurverwijzingen. Het zou te veel ruimte in beslag nemen, en bovendien de leesbaarheid niet bevorderen. Het gaat ons, zoals hierboven gezegd is, primair om de informatie voor bijbellezers. In plaats daarvan noemen we een aantal belangrijke werken op het terrein van de bijbelwetenschap voor de geïnteresseerde lezer. Wij hebben ons beperkt tot tekstedities, concordanties en woordenboeken. Vermelding van commentarenreeksen en studies over de theologie van het Oude of Nieuwe Testament blijven dan ook achterwege.

Algemeen Dillard, R.B. en Longman III, T., Inleiding op het Oude Testament, Heerenveen 2000. Talstra, E. , Oude en Nieuwe lezers. Een inleiding in de methoden van uitleg van het Oude Testament, Kampen 2002. Vriezen, Th.C. en Woude, A.S. van der, Oudisraëlitische en vroegjoodse literatuur, Kampen 2000. Baarlink, H. (red.), Inleiding tot het Nieuwe Testament, Kampen 1989. Fee, Gordon, D., Exegese van het Nieuwe Testament. Een praktische handleiding, Zoetermeer 2001. Mulder, M.J. e.a., Bijbels handboek, 4 delen, Kampen 1981-1987; gedeeltelijk gewijzigde herdruk in 2 delen, 2004.

Edities van de grondtekst van het Oude en Nieuwe Testament Elliger, K. en Rudolph, W. (red.), Biblia Hebraica Stuttgartensia, Stuttgart 19975. Nestle, E. en Aland, K. (red.), Novum Testamentum Graece, Stuttgart 200127. Voor de Griekse vertaling van het Oude Testament: Rahlfs, A. (red.), Septuaginta, 2 delen, Stuttgart 1935.

Concordanties Even-Shoshan, A. (red.), A New Concordance of the Bible, Jeruzalem 1993. Lisowsky, G., Konkordanz zum Hebräischen Alten Testament, Stuttgart 1958. Aland, K. e.a., Vollständige Konkordanz zum griechischen Neuen Testament, Berlijn / New York 1983. Marshall, I.H. (red.), Moulton and Geden Concordance to the Greek Testament, Edinburgh 20026. Trommius, A., Nederlandse concordantie van de bijbel (volgens de Statenvertaling), Kampen z.j.. Gispen, W.H. e.a., Concordantie op de bijbel in de nieuwe vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap, Kampen 20015. Ridderbos, H.N. en Meer, W. van der, Handwijzer op de grondtekst van de bijbel, Kampen 1993.

Software Bible Works (uitgegeven door Bible Works, Norfolk, Virginia, USA). Online Bijbel (uitgegeven door Importantia Publishing, Dordrecht). Studiebijbel Nieuwe Testament. Digitale versie (uitgegeven door Centrum voor Bijbelonderzoek, Veenendaal).

10


binnenwerk

07-03-2005

14:47

Pagina 11

Woordenboeken etc. A. Oude Testament Botterweck, G.J. en Ringgren, H. (red.), Theologisches Wörterbuch zum Alten Testament, Stuttgart 1970-2000. Gemeren, W.A. van (red.), New International Dictionary of Old Testament Theology & Exegesis, 5 delen, Exeter 1997. Jenni, E. en Westermann, C. (red.), Theologisches Handwörterbuch zum Alten Testament, 2 delen, München 19783` , 19792. Köhler, L., Baumgartner, W. en Stamm, J.J., Hebraïsches und aramäisches Lexikon zum Alten Testament, Leiden 1976-1996. B. Nieuwe Testament Balz, H.R. en Schneider, G. (red.), Exegetisches Wörterbuch zum Neuen Testament, 3 delen, Stuttgart enz. 1980-1983. Bauer, W. en Aland, K. und B., Griechisch-deutsches Wörterbuch zu den Schriften des Neuen Testaments und der frühchristlichen Literatur, Berlijn / New York 19886. Idem, A Greek-English Lexicon of the New Testament and Other Early Christian Literature (rev. and ed. by F.W. Danker), Chicago / Londen 20003. Brown, C. (red.), The New International Dictionary of New Testament Theology, 4 delen, Grand Rapids 19751978. Coenen, L. en Haacker, K. (red.), Theologisches Begriffslexikon zum Neuen Testament, 2 delen, Wuppertal / Neukirchen / Vluyn 1997-20002. Idem, Registerband (2002) . Kittel, G. en Friedrich, G., Theologisches Wörterbuch zum Neuen Testament, 11 delen, Stuttgart enz. 19331979, reprint 1990. Louw, J.P. en Nida, E.A. (red.), Greek-Englisch Lexicon of the New Testament Based on Semantic Domains, 2 delen, New York 1988.

Enkele andere naslagwerken Bette, J.C. e.a., Studiebijbel, deel 11-16 (woordstudies), Veenendaal 1990-2001 (ook beschikbaar op cd-rom). Freedman, D.N. (red.), The Anchor Bible Dictionary, 6 delen, New York 1992 (ook beschikbaar op cd-rom). Heyer, C.J. den en Schelling, P., Symbolen in de bijbel. Woorden en hun betekenis, Zoetermeer 2000. Pop, F.J., Bijbelse woorden en hun geheim, ’s-Gravenhage 200311.

Lijst van gebruikte aanduidingen NBG-51 SV Willibrord GNB NBV Septuagint par.

bijbelvertaling Nederlands Bijbelgenootschap 1951 Statenvertaling Willibrordvertaling Katholieke Bijbelstichting Groot Nieuws Bijbel Nieuwe Bijbelvertaling 2004 Griekse vertaling van het Oude Testament parallelle tekst(en)

11


binnenwerk

07-03-2005

14:47

Pagina 13

Aannemen, ontvangen

Geloofstaal & cultuurtaal

dechesthai, Matteüs echter lambanein (Luc. 8:13; Mat. 13:20). Zelfs de woordvorm paralambanein, die in bepaalde gevallen als terminus technicus voor het overnemen van gewijde traditie geldt, wordt op andere plaatsen met ‘nemen’ of ‘aanvaarden’ vertaald.

‘Aannemen’ en ‘ontvangen’ zijn woorden uit onze dagelijkse taal waar we niet meteen iets achter zoeken. In de geloofstaal echter herinnert het woord ‘ontvangen’ ons eraan dat iemand – God – ons iets aanreikt en dat ‘aannemen’ de positieve reactie daarop is. In sommige kringen wordt over ‘aangenomen worden’ gesproken wanneer men de openbare belijdenis van het geloof bedoelt. Daarbij kun je de vraag stellen of men dan meer bedoelt dan ‘als lidmaat aangenomen worden’ door de kerk(enraad). De uitdrukking ‘Jezus aannemen’ wordt wel gebruikt in de betekenis van ‘tot geloof komen’. In het gewone spraakgebruik noemen we geadopteerde kinderen wel aangenomen kinderen. ‘Aannemen’ heeft in vele gevallen zijn oorspronkelijke betekenis verloren. We zeggen bijvoorbeeld ‘aangenomen dat...’; dan blijft in het midden of het aan de werkelijkheid beantwoordt. Iets aannemen op gezag van een ander doen we doorgaans alleen als we iets aannemelijk vinden.

Betekenis in context Oude Testament God neemt mensen aan Aan alle spreken over wat wij mogen aannemen of ontvangen ligt een handelen van God ten grondslag, dat verwoord wordt in uitspraken als: ‘Ik zal Mij u tot een volk aannemen’ (Ex. 6:6). Wat dat betekent, licht de nazin toe: ‘en Ik zal u tot een God zijn’. Concreet betekent dat: Ik zal u bevrijden uit slavernij. Het antwoord van het geloof, dat op deze toezegging en daad Gods reageert, luidt daarom ook, kort maar krachtig: ‘De HERE neemt mij aan’ (Ps. 27:10), terwijl eigen ouders een kind op een bepaald ogenblik weer moeten loslaten. Dat geeft onbeperkt houvast. Hier is het gehele menszijn in al zijn dimensies bedoeld. In Psalm 6:10 horen we iemand God achtereenvolgens om vergeving, genade en uitredding bidden, om daarna zijn gebed met de belijdenis te besluiten: ‘De HERE neemt mijn bede aan’ (vs 10). Het geheel van de psalm maakt duidelijk, wat hij daarmee bedoelt: Hij neemt mij met al mijn noden, angst en pijn, met mijn tekortkomingen en zonden aan. Paulus formuleert het in een vrije weergave van oudtestamentische profetieën zo: ‘Ik zal u aannemen’ (2 Kor. 6:17), thans met de toe-

Woorden In het Oude Testament worden vooral de werkwoorden laqach (‘grijpen’, ‘nemen’, ‘aannemen’) en nasa (‘opheffen’, ‘dragen’, ‘nemen’, ‘ontvangen’) gebruikt. In het Nieuwe Testament zijn het dechesthai (eerder: ‘aannemen’, ‘ontvangen’, ‘aanvaarden’) en lambanein (‘nemen’, ‘grijpen’, ‘aannemen’) en daarvan afgeleide werkwoordsvormen. De vertaling wordt eerder door het zinsverband bepaald dan door het gebruikte werkwoord. In een en dezelfde uitspraak van Jezus gebruikt Lucas

13


binnenwerk

07-03-2005

14:47

Pagina 14

Nieuwe Testament

lichtende nazin: ‘en Ik zal u tot Vader zijn’. Dat is dezelfde boodschap in nieuwtestamentische bewoording. De gelijkenis van de verloren zoon biedt daarop een sprekend commentaar. De vader neemt hem boven alle verwachtingen als zoon aan en maakt er een feest van. In de Griekse vertaling van Genesis 50:17, waar het gaat over de vergeving van de zonden, wordt het twee keer gebruikte werkwoord nasa (letterlijk ‘wegdragen’) de eerste keer met aphièmi (‘vergeven’) vertaald, de tweede keer met dechomai (‘opnemen’, ‘wegnemen’). Aannemen en wegnemen, liefde en vergeving, kindschap en verzoening, ziedaar de steeds terugkerende twee zijden van het Woord van God, dat ‘alle aanneming waard’ is (1 Tim. 1:15; 4:9).

Aannemen als antwoord van het geloof Evangelisten en apostelen getuigen van Gods zoekende en reddende liefde. Het antwoord van het geloof op dit initiatief van God wordt op verschillende plaatsen weergegeven met het woord ‘aannemen’. Bij Johannes is keer op keer sprake van het aannemen van God (1:11v; 3:11, 32; 5:43; 12:48), zoals Hij Zich in zijn Zoon Jezus Christus (het Woord!) heeft geopenbaard, bij Lucas van het aannemen van het Koninkrijk van God (Luc. 18:17), bij Paulus van het aannemen of ontvangen van de genade Gods (2 Kor. 6:1) of van het evangelie (11:4), in Handelingen van het woord van God (bijv. in 8:14; vgl. Mat. 13:20). Jakobus schrijft, geheel in deze geest: ‘neem ... het in u geplante woord aan’ (1:21). Het zijn niet zomaar woorden, maar zoals Stefanus het uitdrukte: ‘levende woorden’ (Hand. 7:38); Paulus zou zeggen: ‘een kracht Gods tot behoud’ (Rom. 1:17). Aan de Korintiërs, die in het acute gevaar verkeerden zich te gaan beroemen op hetgeen zij meenden te bezitten, schrijft Paulus de fundamentele vraag: ‘Wat hebt gij, dat gij niet ontvangen hebt?’ Eerder (1 Kor. 1:31) had hij deze gemeente reeds met een citaat uit Jeremia 9:24 gewaarschuwd: ‘Wie roemt, roeme in de HERE’. De genadegaven Gods in Christus zijn alomvattend; het is niet zo dat God alleen maar iets hoeft aan te vullen, wat hun (en ons) ontbreekt. De waarschuwing van de apostel richt zich niet tegen een blij geloof of een vrijmoedige inschatting van eigen mogelijkheden van zelfontplooiing. Zij gaat ook niet in de richting van een negatieve levensbeschouwing: ik heb niets, ik kan niets en ik weet niets; zij is geen pleidooi voor een lijdelijk christendom. Daar, waar voor eigen roem gewaarschuwd wordt, wordt tegelijkertijd opgeroepen tot dankbaarheid voor het feit dat

Aannemen wat ons opgelegd wordt Op de basis van het getuigenis van Gods handelen ontstaat aan de kant van de mens de bereidheid aan te nemen en gelovig te aanvaarden wat ons opgelegd word. Dat vraagt geduld en bereidheid tot een offer. De spreukendichter roept keer op keer op, van God tucht, raad, vermaningen en zelfs tuchtiging aan te nemen (bijv. 1:3; 2:1; 8:10; 19:20). Jeremia klaagt erover dat Israël daartoe niet bereid is (2:30; 5:3; 7:28; vgl. Sef. 3:2 en 3:7). De tuchtigingen wijzen hier op de moeitevolle ervaringen tijdens de ballingschap in Babel. De bijbelse auteurs denken daarbij echter tegelijkertijd aan de liefde van de barmhartige God, die dergelijke vormen van tuchtiging voor zijn doel kan benutten. Klare geloofstaal spreekt bijvoorbeeld Job, die tijdens harde beproevingen vraagt: ‘Zouden wij het goede van God aannemen en het kwade niet?’ (2:10). Zijn vrienden menen daarin Gods bedoelingen precies te kennen; Job weet aan de rand van de vertwijfeling alleen maar, dat zijn Losser leeft (19:25).

14


binnenwerk

07-03-2005

14:47

Pagina 15

het loflied op de Goede Herder die de beker doet overvloeien. Slechts de grondwaarheid ‘wat gij hebt, hebt gij ontvangen’ bewaart het geloof voor ontsporing, zij het als eigen roem (Laodicea!), als ontkenning van het vele dat God in zijn genade geeft of ook als ondankbaarheid, wanneer het besef ontbreekt dat ‘iedere gave, die goed, en elk geschenk, dat volmaakt is, van boven neder(daalt), van de Vader der lichten’ (Jak. 1:17). In een samenleving die gericht is op prestatie en succes vormt dit bijbels levensbesef een vreemd element. Genade is een weerbarstig woord.

God onze lege handen vult en dat wij daardoor in staat gesteld worden veel te doen, maar thans ‘alles in de naam des Heren Jezus, God, de Vader, dankende door Hem’ (Kol. 3:16). Geestelijk met deze Korintiërs verwant waren de christenen in Laodicea, die zeiden: ‘Ik ben rijk en heb mij verrijkt en heb aan niets gebrek’. Johannes antwoordt daarop in naam van God: ‘en gij weet niet dat gij ellendig en jammerlijk en arm en blind en naakt zijt’ (Op. 3:17). Aannemen als kruis dragen Vanuit de wetenschap dat de gekruisigde Christus is opgestaan (‘de Verlosser leeft’), mogen we de oproep van Jezus verstaan om ons kruis op te nemen (zo in Mat. 10:38), te dragen en te aanvaarden. Christus is het die vooropgaat en zijn leerlingen tot navolgers maakt. Het aannemen of op ons nemen van het kruis is de consequentie van het feit dat wij door Hem die voor ons aan het kruis leed, zijn aangenomen. Omdat Hij de opgestane is, verliest deze aanvaarding elke zweem van somberheid. Als volgelingen van de opgestane Heer ontvangen wij van Hem de Heilige Geest (Joh. 20:22). Het is de gave van het nieuwe leven, die gepaard gaat met allerlei genadegaven ten dienste van de opbouw van de gemeente (Rom. 12:6-8; 1 Kor. 12:4).

Verwijzing Zie voor verwante en/of aanvullend te bestuderen woorden: overleveren, heil, evangelie, geloof, genade, kruis. HB

Kern Werkwoorden als nemen, overnemen, ontvangen en aanvaarden hebben in verband met de vertolking van het evangelie een niet te verwaarlozen dieptedimensie gekregen. Het christelijk geloof kent geen prestatie van de mens ten overstaan van God. Niet als schepsel, maar als zondaar (Rom. 3:23) staat hij met lege handen voor God. Maar tegelijk geldt dat niemand met lege handen teruggestuurd wordt of terugblijft. ‘Mij ontbreekt niets’, luidt de kernuitspraak van Psalm 23,

15


binnenwerk

07-03-2005

14:47

Pagina 16

Aarde, land

Geloofstaal & cultuurtaal

gevoel van veiligheid? Moet je dat veroveren en bewaken of is het een geschenk? Niet zonder reden staat het woord ‘land’ in de Bijbel in verband met woorden als vreemdeling, belofte, rust en verwachting.

‘Aarde’ en ‘land’ zijn veelgebruikte, gewone woorden. Ze horen in onze taal niet direct tot de taal van het geloof, maar het zijn wel woorden die heel veel kunnen losmaken, omdat ze een belangrijke rol spelen in onze discussies over de plaats van de mens in de wereld. Verdraagt de aarde het verschijnsel ‘mens’ nog? Is de aarde niet te mooi en te kwetsbaar om maar steeds te moeten blijven dienen als leverancier voor grondstoffen en economische macht? Het is dan ook niet vreemd dat de moderne tijd ook een tegenbeweging kent, die de aarde ziet als basis van het leven, als moeder aarde, de bron van de cyclus van leven en dood. In deze sfeer krijgt de belangenstrijd tussen mens en aarde religieuze trekken. Het wordt een strijd tussen de autonome mens die zijn levensruimte wil beheersen en de aarde die als fundamentele orde daaraan grenzen stelt. Op dat punt is de woordkeus van de Bijbel belangrijk. Het scheppingsverhaal neemt de mens en de aarde beide hun goddelijke status af. Ze zijn beide door God gemaakt. De aarde is begrensde ruimte, de mens een creatieve bespeler van die ruimte, die steeds weer pijnlijk aanloopt tegen het gegeven dat het een ontvangen ruimte is en geen bezit. Het woord ‘land’ roept vergelijkbare debatten op. In de mondiale sfeer van reizen en zaken bestaan ‘landen’ niet meer. De wereld is klein geworden. Maar dat duurt tot het moment dat Nederland tegen Duitsland moet voetballen, of het moment dat andere culturen te zichtbaar worden in ‘ons’ land. Heeft ‘land’ te maken met ‘ons’, met een

Woorden Net als in het Nederlands kunnen de woorden ‘aarde’ en ‘land’ ook in de Bijbel heel verschillende betekenissen hebben. ‘Aarde’ als vertaling van het woord erets is een van de eerste woorden in de Bijbel: Genesis 1:1. God heeft de hemel en de aarde geschapen. In combinatie met ‘hemel’ geeft ‘aarde’ de hele ruimte van Gods schepping aan. In combinatie met de naam van een bepaald land staat erets ook voor het territorium van een volk: het land Egypte, het land Israël. ‘Aarde’ is vervolgens ook de vertaling van het Hebreeuwse woord adama. Aarde is het materiaal waaruit de mens (adam) is gemaakt, het is de bodem waarop mensen wonen en die ze nodig hebben voor hun vee en voor het verbouwen van hun voedsel. Andere woorden die soms ook met ‘aarde’ of ‘land’ worden vertaald, hebben een meer specifieke functie. In de poëzie wordt naast erets het woord tevel gebruikt om de hele wereld aan te duiden. Het woord sadè wordt gebruikt om een stuk land of het vrije veld aan te geven, de ruimte voor boeren en herders. Het woordgebruik in het Nieuwe Testament is even gevarieerd. Het woord gè is de meest algemene term. Het kan de grond aanduiden waarop men staat, of de bodem waarin men zaait (Mat. 13:5), maar ook de hele aarde (Mat. 24:30). Daarnaast is er het woord oikoumenè:

16


binnenwerk

07-03-2005

14:47

Pagina 17

van schepping en zondvloed in Genesis 1 tot 9: wij leven op een aan ons teruggegeven aarde. God besloot dat de menselijke boosheid er niet toe mag leiden dat de aarde te gronde gaat. Deze hoofdstukken laten zien hoe zegen en vloek op de aarde elkaar afwisselden, totdat God de zegen het laatste woord gaf (Gen. 8:21-9:7). God gaf aan mens en dier zijn zegen mee: vervul de aarde (Gen. 1:22, 28). De mens is er om de aarde (adama) te bewerken. De menselijke greep naar de macht (Gen. 3) leidde er echter toe dat de aarde vloek en bederf te dragen kreeg (Gen. 3:17; 4:10; 5:29), zodat God besloot de aarde letterlijk schoon te spoelen van deze gewelddadige bewoners (Gen. 6:7). Alleen Noach, zijn familie en exemplaren van alle dieren worden gered. Zij beginnen opnieuw, met de scheppingszegen van God (Gen. 9:1v) op een aarde die haar onschuld kwijt is, want mens en dier zullen een verhouding van schrik en vrees hebben. Maar toch, een aarde met daarop levende wezens, met wie God een verbond sluit: Ik zal jullie plek om te leven, de aarde, niet weer prijsgeven aan de vloek. Daarom is spreken over de schepping zowel lofzang als herinnering. De aarde bestaat, omdat God grenzen heeft gesteld aan de bedreiging door het oergeweld van de zee (Jer. 5:22).

‘de gehele bewoonde aarde’, een woord dat met name door Lucas wordt gebruikt en vooral een politieke lading heeft (Luc. 2:1). Heel anders klinkt het woord kosmos, dat vooral bij Johannes en Paulus de wereld als geheel aanduidt, maar dan vooral de wereld als systeem, als een manier van bestaan los van God, als uitdager of tegenstander van het evangelie (1 Joh. 2:15).

Betekenis in context Oude Testament Woorden voor ‘aarde’ en ‘land’ spelen in het Oude Testament een bijzondere rol in tenminste drie verschillende omgevingen. Schepping en lofzang De bewoning van de aarde door de mens is niet vanzelfsprekend. Het is God die als de schepper een ruimte heeft gemaakt voor levende wezens en onder hen de mens een bijzondere rol heeft gegeven. Die ontvangen ruimte is steeds weer aanleiding tot lofzang en verwondering. Tegelijkertijd moet de mens zich blijven herinneren dat het leven op aarde zoals wij dat kennen, werkelijk niet vanzelfsprekend is. Het had bijna ook alweer opgehouden te bestaan vanwege het bederf dat het menselijk gedrag op aarde aanricht. De lofzang en de verwondering zijn met name in de psalmen te vinden. Zij bezingen de grootheid van God, die koning is (Ps. 93 en 97), die ontzag oproept op heel de aarde en die tegelijkertijd vreugde en lofzang geeft aan wie zijn Naam bezingen (Ps. 8:2, 10; 93:5; 97:12). De lofzang klinkt ook uit vreugde om al het goede dat de schepper geeft in de vruchtbaarheid van de aarde (Gen. 1; Ps. 65) en in zijn aandacht voor de mensen (Ps. 33; 115:16). De noodzaak tot herinnering wordt vooral zichtbaar gemaakt in de samenhang

Belofte en verbond Na het spreken over de plaats van ‘de’ mens op de aarde wordt het spreken over specifieke mensen in een specifiek land toonaangevend. Dat begint met Gods opdracht aan Abraham, in Genesis 12, om zijn land te verlaten en opnieuw te beginnen in een land dat God hem zal wijzen; daar zal God een nieuwe geschiedenis van zegen beginnen met hem en met het volk dat uit hem zal voortkomen. Bij de bijzondere lijn die God in de wereld gaat tekenen, hoort een bijzonder land: Kanaän, het land van de aartsvaders Abra-

17


binnenwerk

07-03-2005

14:47

Pagina 18

toneel waarop het getuigenis van het evangelie moet klinken tot aan ‘de randen van de aarde’ (Hand. 1:8). De hele aarde is ook de inzet van de verzoeking van Jezus in de woestijn door de satan. In Matteüs 4:8 toont de satan aan Jezus alle koninkrijken van ‘de kosmos’, de aarde als imponerende schepping. In het parallelle verhaal in Lucas 4:5 toont de satan aan Jezus alle koninkrijken van de oikoumenè, de aarde als politieke en culturele eenheid. Beide termen betekenen een claim: de aarde is geschapen en behoort aan de schepper. De hele aarde zal daarom ook getuige zijn van de komst van Jezus aan het einde van de tijd (Mat. 24:30). Hij heeft van God de zeggenschap ontvangen in hemel en op aarde (Mat. 28:18). In de boeken Openbaring (21:1) en in 2 Petrus (3:13) keren de woorden uit Jesaja weer terug: de profetie van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.

ham, Izaäk en Jakob (Gen. 15:7; 26:3; 48:4). Het is het land waar het volk Israël binnentrekt na de uittocht uit de slavernij in Egypte. Het is een land waarin Israël zegen zal ervaren, maar opnieuw: niet vanzelfsprekend. Leven gaat niet zonder nadere instructie, zelfs niet in het beloofde land. Daarom horen belofte, verbond en instructie bij elkaar. Volbreng de geboden opdat je lang mag leven in het land dat JHWH je geeft (Deut. 5:33). Verlies en herstel In deze context komen de lijnen bij elkaar, want het gaat om ballingschap en terugkeer naar het land en tegelijkertijd om de ervaring van vloek en het herstel van de scheppingszegen. Dat is een ervaring, zoals blijkt in de teksten over herstel na de ballingschap. Het land (of is het: de aarde?) zal opnieuw vruchtbaar zijn en opbrengst geven (Ps. 67; 85; Ez. 34:26v). Maar de belofte van zegen en herstel blijft ook een zaak van verwachting, een profetie van voltooiing en vernieuwing van de schepping. Het boek Jesaja eindigt met de belofte van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde (65:17; 66:22), de plaats waar Gods dienaren zonder dreiging zullen wonen (Ps. 37:11; vgl. Mat. 5:5).

Uitdaging en conflict Het Nieuwe Testament kent ook de context van uitdaging en conflict waarin over de aarde en de wereld wordt gesproken. Als Jezus de aarde claimt als domein van schepping, verzoening en voltooiing (Kol. 1:15-20) betekent het dat zijn leerlingen als het ware tussen de partijen in leven. De aarde is het domein van Gods heil en de aarde is tegelijkertijd het domein van alles wat zich tegen God verzet. ‘Aarde’ kan daarom ook worden gebruikt om te verwijzen naar alles wat voorlopig en vergankelijk is (1 Kor. 15:47-53). Zo staat de aarde als de geschapen wereld in contrast met God die eeuwig is. Zie het citaat uit Psalm 102:26-28 in Hebreeën 1:10. In dit verband beginnen woorden als ‘aarde’ en ‘wereld’ (kosmos) min of meer samen te vallen. De wereld is het domein van zonde en kwaad en tegelijkertijd voorwerp van Gods liefde (Joh. 1:10, 29; 3:19, 31). Dat vraagt om een positiekeuze: de wereld op zichzelf is tij-

Nieuwe Testament Schepping en vernieuwing Het Nieuwe Testament kent een voortzetting van het woordgebruik van aarde en land vooral in de context van schepping, heil en voltooiing. De andere context, die van de belofte van het specifieke land zoals het Oude Testament die kent, gaat over in de opdracht aan de leerlingen van Jezus om een bijzondere gemeenschap te zijn in heel de wereld. Het betekent dat de aarde in het Nieuwe Testament vooral in beeld komt als geheel, als de hele door God geschapen wereld. Zij is het

18


binnenwerk

07-03-2005

14:47

Pagina 19

de land een opnieuw ontvangen plaats om te wonen. Voor de nieuwtestamentische gelovigen is ‘aarde’ net als in het Oude Testament Gods schepping, maar tegelijkertijd voorlopig; nog onderworpen aan onvolkomenheid, maar in pijn en moeite onderweg naar vernieuwing en voltooiing (Rom. 8:18vv).

delijk, God is eeuwig (1 Joh. 1:15-17). Alleen daarom is het zinvol om een nieuwe hemel en een nieuwe aarde te verwachten.

Kern De bijbelwoorden die vertaald worden met woorden ‘aarde’ en ‘land’ dragen een duidelijke claim in zich. Er is geen neutrale, publieke ruimte. ‘Aarde’ is niet een verzameling grondstoffen, die men zich naar behoefte kan toe-eigenen. De aarde is schepping en na de zondvloed is het een ruimte van leven die de mensen opnieuw van God hebben ontvangen. ‘Land’ is in het Oude Testament een deel van Gods belofte aan de aartsvaders en aan Israël en na de ballingschap is ook het beloof-

Verwijzing Zie voor verwante en/of aanvullend te bestuderen woorden: wereld, hemel, belofte, verbond, erfenis, schepping. ET

Afgod, afgoderij, afgodsbeeld

Geloofstaal & cultuurtaal

merken die in de Bijbel worden verbonden met afgodendienst: obsessies, verslavingen, totale toewijding aan geld, macht, seks en dergelijke. Soms wordt gesproken van de ‘hogepriesters’ en ‘tempels’ van de wetenschap of van de ‘offers’ die de economie vraagt. De religieus getinte beeldspraak zegt veel over de positie die deze instituten innemen in de westerse samenleving. In de discussies tussen de Reformatie en de Rooms-Katholieke Kerk was de kwestie van heiligenbeelden erg belangrijk. In veel protestantse kerkdiensten worden de Tien Geboden voorgelezen als vast onderdeel van de liturgie. Het tweede gebod (tegen beeldendienst) wordt vaak nog uitgelegd in de context van het conflict met Rome. De behande-

Het woord ‘afgod’ klinkt voor de meeste mensen als iets van ver weg en lang geleden. Bij ‘afgoden’ denkt men aan primitieve stammen die rond rokende vuren dansen en zich neerwerpen voor een beeld. Wel kennen we het woord ‘idool’, dat van het Griekse woord voor ‘afgod’ is afgeleid. Idolen zijn populaire mensen met aantrekkingskracht, zoals zangers of sporthelden. Hoewel de ‘verering’ van deze idolen ver kan gaan, hebben ze toch in het leven van de meeste mensen niet de fundamentele rol die goden wel hadden en hebben in religies. De relatie met het bijbelse spreken over de afgoden kunnen we daarom niet zo gemakkelijk leggen. Toch heeft ook de moderne cultuur wel ken-

19


binnenwerk

07-03-2005

14:47

Pagina 20

kend. Dit ontkennen gebeurt pas later in het Oude Testament en vooral in het Nieuwe Testament. In Numeri 21:29 en Richteren 11:24 wordt over de Moabitische god Kemos gesproken alsof hij een realiteit is. In teksten als Psalm 82 en 89 en in Deuteronomium 32:89 (Hebr. tekst) wordt bevestigd dat er, behalve de God van Israël, meer goddelijke machten zijn. Deze zijn echter ondergeschikt aan de Schepper van hemel en aarde. Op hun best kunnen zij zijn dienaren zijn. De Israëlieten mogen deze goden niet vereren (Deut. 4:19). Op geen enkele manier kunnen deze goden concurrenten van de HERE zijn (vgl. Ps. 96:5).

ling van de Tien Geboden in de Heidelbergse Catechismus is daarin van invloed. In de geloofstaal speelt het begrip ‘afgoderij’ verder nauwelijks een rol. Daarin speelt misschien mee dat het in de multireligieuze samenleving kan worden beschouwd als een discriminerend begrip. Immers, met het woord ‘afgod’ drukken we uit dat deze ‘god’ van geen waarde is, vergeleken met de ware God.

Woorden In de Nederlandse bijbelvertalingen vinden we allerlei woorden die binnen de thematiek van ‘afgoderij’ vallen. Naast het voor de hand liggende ‘afgod’ zijn er woorden als ‘(gesneden) beelden’, ‘vreemde goden’, ‘andere goden’, ‘gruwel’, ‘maaksel’ en vervolgens tal van eigen namen van goden die door Israëls buurvolken of in het oude Israël zelf van tijd tot tijd werden vereerd (Dagon, Baäl, Moloch, Bel/Marduk, de Koningin des hemels, Asjera, Astarte enz.). De Hebreeuwse grondwoorden zijn te talrijk om op te noemen. Voor ‘(gesneden) beeld’ worden meestal de woorden ‘atsav of pesel gebruikt, terwijl een veelvoorkomend woord voor ‘afgod’ eliel is, wat letterlijk zoveel betekent als ‘onbeduidend’ of ‘niets’. In het Grieks van het Nieuwe Testament is eidoolon het woord voor ‘afgod’. Daarnaast komt de naam ‘Mammon’ voor als de afgod van het geld (Mat. 6:24; Luc. 16:9-13).

Het verbod op ‘beeldendienst’ In de Tien Geboden wordt het Israël verboden om andere goden te hebben naast of in plaats van God (Ex. 20:3-4). Dit verbod wordt in één adem verbonden met de afwijzing van ‘gesneden beelden’. Israël mag van niets uit de schepping een beeltenis maken om die te vereren. Het zou hier heel goed allereerst kunnen gaan om een verbod op het maken van beelden van de HERE Zelf, maar zeker geldt dit ook voor beelden van andere goden. In veel teksten wordt de verering van andere goden naast of in plaats van de HERE verbonden met het maken van ‘afgodsbeelden’ (Lev. 19:4; 26:1 enz.). De norm voor de dienst aan de HERE was beeldloosheid, zoveel wordt wel duidelijk uit het Oude Testament. Beeldendienst wordt ronduit vereenzelvigd met onwettige godsdienst en daarmee met ‘afgoderij’. Hieraan lag het besef ten grondslag dat de hoogste God niet in een beeld te ‘vangen’ is. ‘Met wie wilt gij Mij vergelijken?’, vraagt God bij monde van Jesaja (40:25). God is niet op te sluiten in een beeld. Hij is niet op één plaats vast te leggen; Hij is niet te manipuleren of met magie te overreden, in tegenstelling tot de afgoden. Het godsoordeel op de Karmel

Betekenis in context Oude Testament Het bestaan van andere goden Het is voor lezers van het Oude Testament bekend genoeg dat de HERE, de God van Israel, daarin wordt verkondigd als de enige God die verering waard is. Dit betekent echter niet dat het bestaan van andere goden wordt ont-

20

Woordenboek voor bijbellezers  

Een fragment

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you