Issuu on Google+

Nr 4 | Lokaal is het maandblad van de lokale besturen en verschijnt 11 x per jaar | VVSG vzw, Paviljoenstraat 9, 1030 Brussel | Afgiftekantoor Gent X | P2A9746

Lokaal

Zelfvertrouwen door werk

Essay - De gemeenteraad: ten einde raad?

De Vlaamse begroting door een lokale bril

Ruimtelijke ontvoogding


Een opvallend pioniersproject zet de standaard voor duurzaam wonen. Met ‘De Duurzame Wijk’ wordt een opvallend pioniersproject gelanceerd: een wijk die volledig vanuit een duurzame invalshoek wordt aangepakt, en dit zowel op ecologisch, economisch als sociaal vlak.

De Duurzame Wijk is gebaseerd op 8 pijlers:

Een doordachte inplanting

Meer mobiliteit = meer levenskwaliteit

Aandacht voor biodiversiteit

Zelfbedruipend met water

Concreet: ecologische materialen en oplossingen, energiezuinig wonen, betaalbaarheid en een goed nabuurschap vormen een harmonieus geheel. En dit gesteund op een toekomstgerichte visie én met respect voor de Belgische bouwtraditie.

ENERGY ENER N GY

Low-impact materialen

Energiezuiniger dan ooit

Gezonde binnenlucht

Het Kosten Optimaal Model

www.deduurzamewijk.be Een project van Wienerberger in samenwerking met Eribo // Fris in het Landschap Wielfaert Architecten // 3E


opinie

Een waardevol democratisch experiment

H

stefan dewickere

et meerjarenplan, het budget en de jaarrekening zoals ze voortaan volgens de regels van de beleids- en beheerscyclus (BBC) worden opgesteld, moeten de gemeenteen OCMW-raad ondersteunen bij beslissingen over de hoofdlijnen van het lokale beleid. Zo luidt althans een van de uitgangspunten van de BBC. De komende maanden wordt duidelijk of dit nobele opzet ook slaagt. Gaan gemeenten en OCMW’s creatief aan de slag met de nieuwe mogelijkheden van de BBC, of blijven ze steken in een puur formalistische invulling van de verschillende beleidsrapporten omdat het nu eenmaal moet? Ook met de BBC is de rol van de raad als beleidsmaker op hoofdlijnen vooraf en kritische controleur tijdens de uitvoering en achteraf niet zomaar verworven. In het meest minimalistische geval krijgen de verkozenen immers pas twee weken voor de formele raadszitting de ontwerpdocumenten in de bus. Op de bijeenkomst van de raad is er dan niet veel meer mogelijk dan wat opmerkingen in de marge maken. Om nog fundamenteel bij te sturen is het dan immers te laat. Een voorspelbare ja- of neen-stem naargelang het raadslid tot de meerderheid of de oppositie behoort, is dan het logische gevolg.

De volgende maanden wordt duidelijk of gemeenten en OCMW’s creatief aan de slag gaan met de nieuwe mogelijkheden van de BBC, of dat ze blijven steken in een puur formalistische invulling van de verschillende beleidsrapporten omdat het nu eenmaal moet.

Een pak regelgeving draagt de gemeenten en OCMW’s op om tijdens de planningsfase met diverse spelers in debat te gaan, al was het maar om tot een goede omgevingsanalyse te komen. Daarbij bestaat de kans dat wel de hele administratie, alle adviesraden en andere betrokkenen zoals de politiezone of de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden aan het planningsproces kunnen meewerken, terwijl de echte politieke verkozenen die ‘alleen maar’ raadslid zijn, pas helemaal op het einde hun zeg mogen doen. In die potentiële democratische BBCval mogen we niet trappen. Sommige gemeenten en OCMW’s willen de komende maanden wél over de fundamentele keuzes met de raad in debat gaan, als voeding voor het uiteindelijke meerjarenplan en budget. Het kan het draagvlak en de kwaliteit van de besluitvorming alleen maar versterken. Dit veronderstelt wel een meerderheid die zich kwetsbaar opstelt, en een oppositie die bereid is constructief mee te denken. En als de princiepsdebatten op de raad beginnen, dan kunnen daar ook andere BBC-aspecten aan bod komen, zoals de ideale indeling in beleidsdomeinen (cruciaal voor het uitzicht van de beleidsrapporten), de keuze van de prioritaire en niet-prioritaire beleidsdoelstellingen (belangrijk voor de opvolging nadien) en het uitzicht en de inhoud van de toelichting. De voorzitters van de gemeenteraad, die intussen in twee derde van de Vlaamse gemeenten niet meer in het college zitten, kunnen hierbij een cruciale rol spelen. Op die manier kan de BBC ook uitgroeien tot een waardevol democratisch experiment. Jan Leroy is VVSG-directeur bestuur

Lokaal 1 april 2013

3


inhoud • 1 april 2013 • nummer 4

essay

Ten einde raad

Toekomsten voor de Gemeenteraad?

24 In zijn essay Ten einde raad? zoekt Filip De Rynck in deze lente naar

de humus van een goede gemeenteraad. Hij stelt immers vast dat het debat over de lokale besturen te sterk gedomineerd wordt door technisch managementdenken en door de professionaliseringstendens en te weinig gaat over lokale politiek in de samenleving. Bovendien heb je als actieve burger meer invloed door niet partijpolitiek actief te worden dan door dat wel te doen. Een cultuuromslag is nodig. Filip De Rynck ziet een kans door het concept partij open te trekken. Dat partijen dit ook zo aanvoelen, ziet hij als een goed teken.

24

36 Dit icoontje betekent dat u de pagina met de gratis Layar-app van de App Store of Google play kunt scannen om een filmpje te bekijken, meer achtergrondinformatie te vinden of rechtstreeks op een site te komen. Meer informatie op www.layar.com.

Lokaal is het maandblad van de lokale besturen Contact lokaal@vvsg.be, T 02‑211 55 44 Hoofdredacteur Marlies van Bouwel marlies.vanbouwel@vvsg.be Werkten mee aan dit nummer Redactie Johan Ackaert, Pieter Bos, Marleen Capelle, Pieter Plas, Inge Ruiters, Jan Van Alsenoy, Bart Van Moerkerke Beeld Layla Aerts, Stefan Dewickere, Bart Lasuy, Nix, Uli Schillebeeckx, Karolien Vanderstappen, Vorm Ties Bekaert Druk Schaubroeck Met de steun van Belfius en Ethias, partners van de VVSG

4 1 april 2013 Lokaal

Advertenties Peter De Vester media@cprojects.be T 03 326 18 92 Vacatures en abonnementen Nicole Van Wichelen nicole.vanwichelen@vvsg.be T 02-211 55 43 Prijs abonnement VVSG-leden: 68 euro VVSG-leden vanaf 10 ex. 55 euro Niet-leden: 125 euro Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten vzw Paviljoenstraat 9, 1030 Brussel T 02-211 55 00 • www.vvsg.be VVSG-bestuur Luc Martens, voorzitter, Sabine Van Dooren, voorzitter raad van bestuur, en Theo Janssens, voorzitter afdeling OCMW’s

Ondertekende artikels verbinden alleen de auteurs. Reacties zijn welkom. De redactie zal deze naar eigen inzicht al dan niet opnemen, inkorten of er melding van maken. Niets uit deze uitgave mag worden gereproduceerd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, elektronische drager of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Verantwoordelijk uitgever Mark Suykens, directeur VVSG

Brigitta kookt van maandag tot dinsdag in het Ikookarbeidszorgproject voor het OCMWpersoneel en de buurtbewoner van Gentbrugge.

karolien vanderstappen


bestuurskracht

6 De Vlaamse begroting door een lokale bril 11 Gemeentelijke belastingtarieven: over mythes en feiten 14 Glazen politiegebouw symboliseert nieuwe stijl 16 Kort print & web, perspiraat, Nix 20 Praktijk uit Willebroek Experimenteren met burgerparticipatie 20 De stelling van Lokaal Leidt meer macht voor de gemeenteraad tot minder democratie? 21 Praktijk uit Amersfoort De Weekvideo van de burgemeester 22 De gemeenteraad van Poperinge 34 Honderd jaar Vereniging  Het plein mens

& ruimte

36 Sociale activering verdient meer erkenning

Sociale activering staat niet expliciet in de OCMWwetgeving, toch is het een breed gewortelde praktijk. OCMW’s bieden recreatieve en socio-culturele activiteiten aan of individuele tegemoetkomingen voor deelname aan activiteiten, vrijwilligerswerk en vorming of opleiding buiten de professionele sfeer aan een publiek dat ver van de arbeidsmarkt af staat.

40 OCMW Beringen voedt talenten van cliënten Vijf jaar portfoliotraject, elk jaar anders

64

stefan dewickere

stefan dewickere © Stadsarchief Hasselt

stefan dewickere

34

3 opinie Een waardevol democratisch experiment 74 columnPauze

bart lasuy

50

6

43 Praktijk uit Herenthout Praatgroep voor ouders van kinderen met autisme 44 De Frontlijner Lesley Vanhoorebeek, integratieambtenaar Denderleeuw 42 Kort nieuws, geregeld, oproepen 50 Interview Jenny Goossens en Filip Smets Scholen bouwen is denken op heel lange termijn

Het heeft een tijd geduurd maar nu is dan toch de eerste steen gelegd van de eerste school die volgens het PPS-programma DBFM Scholen van Morgen zal gebouwd worden. Jenny Goossens, de vorige schepen van Onderwijs van Londerzeel, heeft het hele proces meegemaakt, samen met Filip Smets van OVSG: ‘We hebben leergeld betaald, maar we houden er ook veel goede dingen aan over.’

54 Gemeenten krijgen nu zelfde financiering sociale huisvesting 5 5 Lokale raad Hoe beschikt de gemeente altijd over een correct ondernemingsbestand? 58 ’t Is fijn ontvoogd te zijn! 62 Praktijk uit Hechtel-Eksel Vergaderen tussen boomkruinen beweging

63 De eerste honderd dagen Intensief werken en samenwerken 64 Netwerk Samenwerken op basis van nuchterheid en enthousiasme 66 Kort de laureaat, perspiraat 68 agenda Lokaal 1 april 2013

5


bestuurskracht financieel beleid

De Vlaamse begroting door een lokale bril De Vlaamse overheid levert zowat veertig procent van de middelen van de lokale besturen. In deze economisch woelige tijden loont het eens te meer de moeite te weten welke middelen de Vlaamse begroting van 2013 voor gemeenten en OCMW’s reserveert. Lokaal zocht het voor u uit. tekst ben gilot beeld stefan dewickere

D

at de Vlaamse begroting niet in duidelijkheid grossiert wisten we al. Ook dit jaar was het niet evident de duizenden begrotingspagina’s te scannen op Vlaamse middelen voor de lokale besturen. De begrotingsdocumenten kennen te weinig systematiek om de mogelijke begunstigden van subsidies duidelijk aan te geven. De toelichting van de kredieten bij het ene departement is ook al leesbaarder dan bij het andere. Hier volgt een overzicht van de belangrijkste stromen. Bestuurszaken Het Gemeentefonds stijgt ook dit jaar met 3,5%, voor de negende keer op rij. Gemeenten en OCMW’s kunnen daardoor aanspraak maken op zo’n 2,2 miljard euro. Hopelijk houdt de Vlaamse regering dit groeiritme vol. De aanvullende dotatie bij het Gemeentefonds, de Elia-compensatie, blijft behouden. Ze compenseert een stukje van het dividendverlies dat de gemeenten leden door de vrijmaking van de elektriciteitsmarkt. Voor 2013 blijft de Elia-compensatie 83 miljoen euro. 261.000 euro van het Gemeentefonds wordt vanaf 2013 via een voorafname gereserveerd voor de financiering van de externe audit voor de lokale besturen. De overige middelen voor de financiering van de externe audit komen vanuit Vlaanderen en het Provinciefonds. Net als het Gemeentefonds groeit ook het Stedenfonds in 2013 met 3,5%. Het dikt zo aan tot 142,4 miljoen euro. De middelen uit het Stedenfonds worden onder meer ingezet om meer leefbaarheid in de dertien centrumsteden te realiseren en dualisering tegen te gaan. Vlaanderen legt ook middelen vast voor de ondersteuning van duurzame en creatieve steden: 13,8 miljoen euro (+2,4%). Geld voor innoverende projecten zoals stadsvernieuwingsprojecten, maar ook voor het

De investeringssubsidies aan lokale besturen voor de bouw van crematoria en voor de restauratie van niet-beschermde kerkgebouwen verminderen. Dat laatste heeft een direct effect op de gemeenten: bij tekorten kloppen de kerkfabrieken toch bij ze aan. 6 1 april 2013 Lokaal


buurtstewardproject ROMA en de Thuis in de Stad-prijs. Zelf voert de Vlaamse regering ook een stedenbeleid: voor de werking van en communicatie over het stedenbeleid reserveert ze 356.000 euro. Met de nakende deadline voor de invoering van de beleids- en beheerscyclus behoudt Vlaanderen een krediet van 240.000 euro om die invoering te ondersteunen. Dit krediet dient ook ter ondersteuning van de samenwerking tussen gemeenten en OCMW’s en van vernieuwende initiatieven. Maar er zijn ook besparingen. De investeringssubsidies aan lokale besturen voor de bouw van crematoria en voor de restauratie van niet-beschermde kerkgebouwen verminderen. In de begroting werd voor 2013 een bedrag van 4,4 miljoen euro ingeschreven (-2,5%). De besparing op de middelen voor kerkgebouwen heeft een direct effect op de gemeenten: bij tekorten kloppen de kerkfabrieken toch bij ze aan. De Vlaamse regering heeft in haar begroting geen middelen opgenomen voor het Plattelandsfonds. Eigenaardig, want in mei vorig jaar werd de oprichting principieel goedgekeurd om zo tegemoet te komen aan de structurele problemen van een aantal plattelandsgemeenten. Ze hebben zeer grote opdrachten in het behoud en het beheer van de open ruimte, maar hun fiscale draagkracht is vaak beperkt. Normaal zou het Plattelandsfonds acht miljoen euro over deze gemeenten verdelen. Misschien krijgt het bij de begrotingscontrole in het voorjaar toch nog groen licht. Algemeen regeringsbeleid Vanuit de Diensten voor het Algemeen Regeringsbeleid gaat er traditioneel maar een summier bedrag naar het lokale niveau. Zo is er een subsidie van 157.000 euro voor het steunpunt voor duurzame overheidsopdrachten voor lokale besturen. Verder subsidieert het Algemeen Regeringsbeleid gemeenten in de Vlaamse Rand voor activiteiten die het Vlaamse karakter verstevigen of de integratie van anderstaligen bevorderen. Zo kunnen er bijvoorbeeld studies over de haalbaarheid van investeringen voor cultuur, jeugd en sport gesubsidieerd worden. Een exact bedrag vermeldt de begroting niet. Evenmin kunnen we uit de begroting afleiden hoeveel de meldpunten discriminatie krijgen. Vlaanderen financiert deze nog tot midden 2013. Daarna gaan ze over in het Interfederaal Centrum voor Gelijke Kansen en Bestrijding van Discriminatie en Racisme. Vlaanderen subsidieert de meldpunten tijdens deze overgangsperiode nog om de continuïteit van hun dienstverlening te garanderen. Financiën en begroting Om het investeringsniveau bij ondernemingen te stimuleren stelt Vlaanderen sinds 2009 nieuw materiaal en nieuwe uitrusting volledig vrij van onroerende voorheffing. Dit betekent geen terugval voor de gemeenten wat ontvangsten in de vorm van opcentiemen betreft. Vlaanderen compenseert ze voor deze gederfde inkomsten. Er zijn ook compensaties voor gederfde inkomsten door de vermindering van de onroerende voorheffing op energiezuinige gebouwen. In totaal worden de compensaties op 76 miljoen euro begroot. Dat is 16 miljoen euro (26,6%) meer dan in 2012. Internationaal Ook in het begrotingsjaar 2013 verlaagt de Vlaamse regering het budget voor internationale samenwerking. Het krediet voor draagvlakversterking voor internationale samenwerking vermindert tot 3,6 miljoen euro (-17%). Een deel van dat krediet is bestemd voor initiatieven op gemeentelijke niveau. Tot voor kort werden deze middelen verdeeld op basis van convenants tussen Vlaanderen en individuele gemeenten. Het nieuwe impulsbeleid brengt daar vanaf 2014 verandering in. Initiatieven die de uitvoering van het impulsbeleid ondersteu-

nen (bijvoorbeeld acties van de VVSG), kunnen mogelijk ook rekenen op financiële steun van Vlaanderen. Toerisme Vlaanderen trekt ook in 2013 100.000 euro uit voor de voorbereidingen van de herdenking van de Eerste Wereldoorlog. Voorts is er 3,3 miljoen euro voor het afhandelen van engagementen aangegaan voor 2012 in het kader van het kunststedenactieplan, de uitvoering van het derde kustactieplan en het impulsprogramma Vlaamse Kust. Economie, wetenschap en innovatie De Erkende Regionale Samenwerkingsverbanden (ERSV’s) worden door Vlaanderen financieel ondersteund. Zij organiseren en ondersteunen het sociaal-economische overleg tussen de lokale overheden en de sociale partners binnen de regionale economische en sociale overlegcomités van de Regio (RESOC). Hoeveel middelen er naar de ERSV’s gaat, kunnen we niet afleiden uit de begroting. Het project bedrijfsvriendelijke gemeente krijgt twee miljoen euro waarmee lokale besturen het ondernemerschap kunnen bevorderen. Onderwijs en vorming In het onderwijs bestaat een grote behoefte aan nieuwe schoolgebouwen en aan modernisering van de bestaande infrastructuur. De in 2004 aangekondigde inhaaloperatie op het gebied van onderwijsinfrastructuur heeft nog niet tot de noodzakelijke uitbreiding geleid. De kredieten daarvoor ressorteren onder het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs (AGIOn). Dit Agentschap subsidieert en financiert de aankoop, de bouw en de verbouwing van schoolgebouwen. In 2013 beschikt het Agentschap over een vastleggingsmachtiging van 34,5 miljoen voor het gesubsidieerd officieel onderwijs. Daarvan is 31,7 miljoen gereserveerd voor het stedelijk en gemeentelijk onderwijs. Er zijn ook extra middelen voor regio’s die met een capaciteitstekort kampen. Hiervoor komt echter slechts een zeer beperkt aantal besturen in aanmerking. Vlaanderen staat daarnaast in voor de betaling van de lonen van het personeel en de werking van het gemeentelijk onderwijs. Het treedt daarbij op als derde betaler: gemeenten nemen de lonen van het onderwijspersoneel pro forma in hun budget op, maar de facto staat Vlaanderen in voor de betaling. Door het gebrekkige detailniveau valt niet te achterhalen hoeveel er hiervoor juist naar de geLokaal 1 april 2013

7


bestuurskracht financieel beleid

meenten gaat. Ook de werkingskosten van de gemeentelijke onderwijsinstellingen worden grotendeels gesubsidieerd. Ondanks de budgettair moeilijke periode werden de werkingsmiddelen voor het leerplichtonderwijs gedeeltelijk geïndexeerd. Voor lokaal flankerend onderwijsbeleid is twee miljoen euro beschikbaar. Deze projectsubsidies moeten dit beleid versterken in de centrumsteden en in sommige niet-centrumsteden die kampen met specifieke lokale problemen. Welzijn, volksgezondheid en gezin Meer geld voor zorgvoorzieningen reserveert Vlaanderen via het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden (VIPA). Het VIPA subsidieert onder andere OCMW’s bij de infrastructuurwerken aan ouderen- en thuiszorgvoorzieningen. Besturen moeten deze in eerste instantie wel zelf helemaal financieren (en hiervoor vaak gaan lenen) waarna ze gedurende twintig jaar van het VIPA een bedrag krijgen als subsidie van een deel van de leninglasten. Voor deze alternatieve financiering, zoals ze nog wel genoemd wordt, krijgt het VIPA 146,2 miljoen euro (+60,1%). Deze stijging gaat ten nadele van de dotatie aan datzelfde VIPA voor de klassieke financiering van de Vlaamse zorgen welzijnsinfrastructuur. Vroeger ondersteunde het VIPA infrastructuurwerken namelijk op een klassieke manier via eenmalige kapitaalsubsidies die 60% van de kosten dekten. Voor projecten die nog onder de oude structuur vallen, trekt Vlaanderen nog 45 miljoen uit (-40,5%). De diensten gezinszorg en de dienstencentra kunnen in 2013 rekenen op 625,2 miljoen euro. Samen met het krediet voor het ouderenzorgbeleid (52,6 miljoen euro) stijgen deze middelen met 5%. Een deel daarvan is voorbehouden voor OCMW’s, namelijk voor de bouw van assistentiewoningen via de bevak (beleggingsvennootschap met vast kapitaal) Serviceflats Invest. Het detailniveau van de begroting is echter onvoldoende om af te leiden hoeveel middelen via deze twee kredieten naar de lokale besturen vloeien. Wel duidelijk is dat de lokale besturen eventueel aanspraak kunnen maken op 2,5 miljoen euro voor experimentele of innovatieve projecten met het oog op armoedebestrijding. 8 1 april 2013 Lokaal

Het Vlaams Centrum Schuldenlast krijgt 380.732 euro. Hiermee organiseert het onder meer vorming, opleiding en bijscholing van de schuldbemiddelaars van OCMW’s en CAW’s. Vlaanderen ondersteunt de lokale besturen bij de uitvoering van het lokaal sociaal beleid, maar levert geen rechtstreekse subsidies. Het geeft wel een subsidie aan de VVSG die een ondersteunings- en vormingsaanbod voor lokaal sociaal beleid uitwerkt. Samen met de middelen voor een ondersteunings- en vormingsaanbod voor lokale ouderenbeleidsparticipatie, voor de kwaliteitsverbetering van OCMW’s en voor lokale animatiewerking bedraagt deze subsidie 481.000 euro. Daarnaast krijgen ook de woonzorgcentra personeelssubsidies voor hun animatiewerking. Een deel van de inspanningen van OCMW’s en gemeenten op het gebied van kinderopvang wordt door Vlaanderen gecompenseerd. Hoeveel weten we niet. Kind en Gezin trekt voor de toelagen aan zowel de private als de publieke sector 501,0 miljoen euro (+2,9%) uit.

Toerisme Vlaanderen trekt ook dit jaar 100.000 euro uit voor de voorbereidingen van de herdenking van de Eerste Wereldoorlog. Cultuur, jeugd en sport Voor het lokale cultuurbeleid wordt 101 miljoen euro (+1,5%) uitgetrokken. Hieronder vallen de middelen voor de cultuurconvenants en de subsidies voor de uitvoering van de cultuurbeleidsplannen. Daarnaast worden met dit krediet nog enkele vzw’s zoals Locus en Bibnet ondersteund. De exacte bedragen kunnen we weer niet uit de begroting afleiden. Eenzelfde lichte stijging als bij het lokale cultuurbeleid zien we bij de ondersteuning van de werking van gemeenten ter ontsluiting van het culturele erfgoed. Dat krediet bedraagt dit jaar 6,7 miljoen euro (+1,5%). Het aantal intergemeentelijke erfgoedconvenants is dan ook toegenomen. Ze lopen nog tot 2014. Daarenboven heeft het Fonds voor culturele infrastructuur een krediet van 3 miljoen euro veil waarmee gemeenten betalingen kunnen doen voor verbintenissen die de voorbije jaren zijn aangegaan. Voor de aanleg van sportinfrastructuur schakelt Vlaanderen een tandje hoger: het krediet verdubbelt bijna ten opzichte van 2011. Zo komt de subsidiëring van de beschikbaarheidsvergoeding die gemeenten aan het speciale PPS-vehikel moeten betalen op 1 miljoen euro. Daarnaast subsidieert BLOSO ook voor 3 miljoen euro sportinfrastructuur op maat van lokale besturen. De middelen van BLOSO in het kader van het Sport voor Allen-beleid verminderen tot 14,6 miljoen euro (-0,7%). De subsidie voor de Sportgemeente Vlaanderen wordt wel opgetrokken tot 80.000 euro (+51%). Gemeenten worden in de uitvoering van hun lokaal jeugdbeleidsplan gesubsidieerd voor jeugdwerkinitiatieven en in de onderschrijving van de Vlaamse prioriteiten. Voor gemeenten en provincies samen trekt de regering daarvoor 21,7 miljoen euro (+4,7%) uit. Werk en sociale economie Opnieuw zien we de gebrekkige financiering van de gesubsidieerde contractanten (gesco’s). Voor deze ongeveer 30.000 mensen die in dienst zijn van gemeenten en OCMW’s, wordt een deel van de loonkosten gesubsidieerd, maar Vlaanderen weigert die ondersteuning zelfs maar te indexeren. Daardoor dra-


gen de lokale besturen een steeds groter deel van de kosten zelf. Het krediet bedraagt dit jaar 216 miljoen euro (-1%) voor het lokale en provinciale niveau samen. In het jaar 2000 was dat nog 223,5 miljoen. Alleen al door de inflatie

Ondanks de budgettair moeilijke periode werden de werkingsmiddelen voor het leerplichtonderwijs gedeeltelijk geïndexeerd. Voor lokaal flankerend onderwijsbeleid is twee miljoen euro beschikbaar. zijn de loonkosten sindsdien met meer dan 20% toegenomen. Ook de middelen ter ondersteuning van de vzw’s lokale diensteneconomie en lokale overheden verminderen. Vlaanderen heeft daarvoor nog zo’n 20,5 miljoen euro veil (-2,3%). Daarmee worden ongeveer 2000 VTE’s ondersteund. Wat wel stijgt is het krediet voor de aanmoedigingspremies (toegekend bij tijdskrediet en loopbaanonderbreking) in de openbare sector. Het komt op 18,8 miljoen euro (+53%). De begroting bevat ook een krediet voor de sectorconvenants. Dat wordt verdubbeld tot 12,5 miljoen euro. In de toelichting wordt deze verdubbeling ver-

klaard doordat de financieringsperiode weer op twee jaar gebracht wordt. Per consulent wordt jaarlijks 51.000 euro gereserveerd. Leefmilieu, natuur en energie De tegemoetkoming aan gemeenten voor de aanleg van rioleringen vormt de hoofdmoot van de subsidies voor leefmilieu. De uitdagingen zijn dan ook enorm. Om in regel te zijn met Europa moet Vlaanderen grote investeringen uitvoeren om zijn 32.000 kilometer aan rioleringen te onderhouden en te vernieuwen. Een beperkt deel van deze financiële uitdaging voor de gemeenten wordt door Vlaanderen gecompenseerd. Vlaanderen schrijft daarvoor 109,6 miljoen euro (+2%) in de begroting 2013 in. Dat geld dient voor de aanleg van gemeentelijke rioleringen en de bouw van kleinschalige (individuele en private) waterzuiveringsinstallaties. Voor de uitvoering van de milieuconvenants is 23,3 miljoen euro beschikbaar (+2%).

advertentie

Lokaal 1 april 2013

9


bestuurskracht financieel beleid

Dat bedrag dient dit jaar alleen om de contractuele engagementen na te komen (basissubsidie, duurzaamheidsambtenaar, minawerkers, premies aan burgers). Voor het eerst is er geen subsidie-enveloppe meer beschikbaar voor projectvoorstellen van gemeenten. De milieuconvenants lopen nog tot 2013. Meer geld is er eveneens voor de erkende Regionale Landschappen: 1,9 miljoen euro (+28,3%), bedoeld ter ondersteuning van de samenwerkingsverbanden tussen provincies en/of gemeenten en natuur- en milieuverenigingen om het draagvlak voor de natuur te bevorderen. Subsidies voor landinrichtingswerken dalen. Doordat 250.000 euro overgeheveld wordt naar de Vlaamse Landmaatschappij blijft het krediet op 1,2 miljoen euro steken (-17%). Twee kredieten van 1,7 miljoen euro zijn beschikbaar voor erosiebestrijdingsmaatregelen (+20%) en geïntegreerd plattelandsbeleid. Daarnaast vinden we in de begroting ook een nieuw krediet van 223.000 euro. Daarmee wordt de interne milieuzorg voor de Vlaamse overheid en de lokale overheden ondersteund. Voor hun inspanningen qua huishoudelijk afvalstoffenbeleid worden de gemeenten financieel ondersteund. Het krediet van 7,2 miljoen euro is onder andere bedoeld voor investeringen in onder andere diftar huis aan huis, diftar-containerparken en projecten openbare reinheid. Verder zijn er voor de lokale besturen nog kredieten voor bosreservaten (45.000 euro), bebossingsprojecten (1 miljoen euro) en innoverende projecten voor de ontwikkeling van groen in de stad (650.000 euro). 1,4 miljoen euro wordt opzijgezet voor de subsidiëring van groenjobs. Dat krediet is wel niet exclusief voor lokale besturen. De subsidiëring van de aankoop van geluidsmeters door provincies en gemeenten wordt vertienvoudigd en bedraagt voor 2013 110.000 euro. Mobiliteit en openbare werken Het bedrag voor de opmaak van en de aanpassingen aan gemeentelijke mobiliteitsplannen in het kader van het Mobiliteitsdecreet wordt niet geïndexeerd en blijft op 996.000 euro. Ook de tussenkomst in de loonkosten van een gemeentelijk mobiliteitsambtenaar en het flankerend mobiliteitsbeleid vallen hieronder. Voor gemeentelijke infrastructuurwerken in het kader van het Mobiliteitsdecreet blijft de subsidie op 49,9 miljoen euro. 10 1 april 2013 Lokaal

Vlaanderen stelt 109,6 miljoen euro ter beschikking voor de aanleg van gemeentelijke rioleringen en de bouw van kleinschalige (individuele en private) waterzuiveringsinstallaties. Verder compenseert Vlaanderen (gedeeltelijk) de kosten van provincies en gemeenten voor de verplaatsing van gas- en elektriciteitsinstallaties en rioleringen die door het gewest bevolen wordt. Daarvoor trekt het 2,3 miljoen voor uit. Ten slotte vermindert de subsidie voor de bouw van schuilhuisjes van De Lijn op basis van een eigen ontwerp met 1% tot 93.000 euro. Ruimtelijke ordening, woonbeleid en onroerend erfgoed Gemeenten kunnen in 2013 aanspraak maken op een pot van 6,9 miljoen euro (-14,1%) voor de ondersteuning van hun taken op het gebied van ruimtelijke ordening: de opmaak van een gemeentelijk structuurplan, een gemeentelijk RUP, een vergunningenregister, een plannenregister, een inventaris van onbebouwde percelen en de opleiding voor stedenbouwkundige ambtenaren. Daarbij zitten ook de subsidies voor verwerving en sanering van leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimtes. Verder zijn er subsidies voor de versterking van de lokale handhaving (670.000 euro), voor de digitalisering van bouwaanvragen en stedenbouwkundige informatie (1,3 miljoen euro) en voor de ontvoogding van gemeenten (2,7 miljoen euro). Nieuw is de opstart van een vergunningenmonitor en een monitor bestuurskracht van gemeenten (870.000 euro). Dit begrotingsartikel wordt niet geïndexeerd. 3,1 miljoen euro wordt er uitgetrokken in het kader van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. Dat bedrag bevat zowel subsidies voor de projectcoördinatoren en de verwerving van gronden of constructies in het kader van strategische projecten als voor projecten op Vlaams niveau. Voor de ondersteuning van het lokale woonbeleid heeft Vlaanderen 5,9 miljoen euro veil. Deze middelen worden ingezet voor de subsidiëring van intergemeentelijke projecten. De Vlaamse begroting bevat daarnaast nog compensaties voor de kortingen op de huurprijs die kinderrijke gezinnen in sociale huurwoningen genieten. De hoogte van de subsidie kunnen we niet afleiden uit de begroting, hetzelfde geldt voor de subsidie voor de bouw, renovatie, verbetering en aanpassing (SBR) van sociale huurwoningen. Voor intergemeentelijke archeologische diensten en intergemeentelijke erfgoedverenigingen reserveert Vlaanderen 576.000 euro, hetzelfde bedrag als in 2011. Voor landschapszorg trekt Vlaanderen in 2013 minder geld uit, namelijk 1,8 miljoen euro (-5,2%). Een deel daarvan gaat naar gemeenten. Dat veronderstellen we in ieder geval, een specificering van het krediet vinden we in de toelichting immers niet terug. Ten slotte kunnen gemeenten nog aanspraak maken op subsidies voor monumentenzorg. Voor de hele openbare sector zet Vlaanderen 11,4 miljoen euro aan restauratiepremies en 28,6 miljoen euro aan onderhoudspremies opzij. Ben Gilot is VVSG-stafmedewerker financiën


bestuurskracht financiën

Gemeentelijke belastingtarieven: over mythes en feiten ‘Vlak voor de verkiezingen verlagen de gemeenten hun belastingtarieven, om ze bij de start van de nieuwe legislatuur weer te verhogen.’ Het is een uitspraak die we wel vaker lezen, zeker bij de start van een nieuwe bestuursperiode. Maar is ze ook correct? tekst jan leroy beeld stefan dewickere

I

n ons onderzoek bekeken we de tarieven van de belangrijkste twee gemeentelijke belastingen: de aanvullende personenbelasting (APB) en de opcentiemen op de onroerende voorheffing (OV). Die zijn samen goed voor ongeveer 85% van de gemeentelijke fiscale opbrengsten en hebben het voordeel van de perfecte vergelijkbaarheid tussen de gemeenten onderling. Het enige wat de gemeenteraad moet doen is tijdig de aanslagvoeten vaststellen. De rest van de reglementering ligt helemaal in handen van de federale (APB) of de Vlaamse (OV) overheid. We bekeken de tariefbewegingen in de 308 Vlaamse gemeenten voor de periode 1989-2012, een tijdperk dat zich uitstrekt over vier volledige gemeentelijke bestuursperiodes. In totaal gaat het om 14.784 gegevens: twee belastingen in 308 gemeenten over 24 jaar. Stabiel Binnen de betrokken periode tellen we in totaal 1729 tariefwijzigingen (verhogingen en verlagingen). Dat betekent dat de Vlaamse gemeenten gemiddeld in 11,7% van de gevallen de aanslagvoet van de APB of de OV veranderen. Dat is meteen een eerste conclusie: over het algemeen genomen vertonen de aanslagvoeten een zeer grote stabiliteit en dus voorspelbaarheid: binnen één legislatuur gaat het gemiddeld om één tot twee aanpassingen (op in totaal twee keer zes mogelijke wijzigingen).

Van alle tariefwijzigingen waren er 960 voor de OV en 769 voor de APB, wat betekent dat de OV met schommelingen in 13% van de gevallen net iets minder stabiel is dan de APB (10,4%). Dat blijkt ook op een andere manier: van de 308 Vlaamse gemeenten zijn er 165 (53,6%) met meer wijzigingen voor de OV dan voor de APB. Het omgekeerde geldt slechts in 57 gemeenten (18,5%). In de resterende 86 gevallen (27,9%) houden beide elkaar in evenwicht. Hoger-lager Een tariefaanpassing kan uiteraard een verhoging of een verlaging betekenen. We vertrekken opnieuw van de 1729 vastgestelde tariefwijzigingen en tekenen in de periode 1989-2012 1271 tariefverhogingen en 458 belastingverlagingen op, of een verhouding van 73,5% tegenover 26,5%. Die vaststelling loopt volledig parallel met de evolutie van het gemiddelde APB-tarief (van 6,21 in 1989 naar 7,16% in 2012) en van het gemiddelde OV-tarief (van 847 naar 1340 opcentiemen). Per belasting is er opnieuw een wat verschillend beeld: voor de APB waren er 479 belastingverhogingen (62,3%) en 290 verlagingen (37,7%), terwijl de OV 792 verhogingen (82,5%) en maar 168 dalingen (17,5%) kende. Als Vlaamse gemeenten hun OV-tarief aanpassen, is de kans op een verhoging een heel stuk groter dan bij een wijziging van de APB. Elk jaar zijn er trouwens wel enkele besturen

die tegelijk de APB laten zakken en de OV verhogen. De omgekeerde beweging stellen we veel minder vast. Vlaamse gemeenten zijn dus al jaren bezig de belasting op inkomen wat te verschuiven naar een belasting op (onroerend) vermogen. We bekeken de gegevens ook voor elk van de vier gemeentelijke bestuursperiodes apart (zie tabel 1). De eerste vaststelling is dat in elke periode de status-quo van de tarieven duidelijk overweegt: tariefwijzigingen blijven uitzonderingen. In de legislatuur 1989-1994 waren er 529 tariefwijzigingen, of een aanpassing in 14,3% van de gevallen. Dat aantal daalde naar 352 (9,5%) in de periode 1995-2000, steeg vrij fors naar 603 (16,3%) in de legislatuur 2001-2006 en zakte nadien weer sterk naar slechts 245 wijzigingen (6,6%) in de afgelopen bestuursperiode. We zien enkele mogelijke verklaringen voor deze wat vreemde schommelingen. Vanaf 1991 steeg de Vlaamse onroerende voorheffing van 1,25 naar 2,5%. Als gemeenten hun OV-tarief op dat moment halveerden, behielden ze dezelfde opbrengst. Voor dit onderzoek beschouwen we die halvering trouwens niet als een tariefwijziging. In 1990 en 1991 waren er echter ook nogal wat besturen die hun OV-tarief niet met de volle 50% lieten zakken, wat een gedeeltelijke verklaring is voor het relatief grote aantal OV-wijzigingen in de periode 1989-1994. Voor de legislatuur 2001-2006 lagen een aantal belangrijke nieuwe financiële Lokaal 1 april 2013

11


bestuurskracht financiën

Tabel 1: APB- en OV-wijzigingen per bestuursperiode (1989-2012) 1989-1994 Verhogingen APB OV Verlagingen APB OV Status-quo APB OV

1995-2000

420 167 253 109 66 43 3167 1615 1552

2001-2006

221 56 165 131 92 39 3344 1700 1644

2007-2012

494 204 290 109 63 46 3093 1581 1512

136 52 84 109 69 40 3451 1727 1724

Tabel 2: APB- en OV-wijzigingen per legislatuurjaar (1989-2012) Jaar 1

Jaar 2

Jaar 3

Jaar 4

Jaar 5

Jaar 6

Verhogingen APB OV Verlagingen APB OV

327 128 199 66 46 20

546 212 334 32 23 9

229 80 149 50 33 17

123 43 80 87 53 34

39 16 23 131 84 47

7 0 7 92 51 41

Status-quo APB OV

2071 1058 1013

1886 997 889

2185 1119 1066

2254 1136 1118

2294 1132 1162

2365 1181 1184

uitdagingen aan de basis van de vele tariefaanpassingen. Er was niet alleen de start van de politiehervorming (met een gevreesde en vaak ook reële sterke stijging van de uitgaven), maar gemeenten moesten vanaf 2003 ook de zeer negatieve financiële gevolgen van de vrijmaking van de energiemarkt ondergaan (met een pak minder dividenden). Verder ondervonden de besturen de effecten van de hervorming van de personenbelasting, die de gemeentelijke fiscale basis aantastte. Het was dan ook vooral in die periode dat de gemiddelde APB- en OV-tarieven sterk de hoogte in gingen. Verder leert tabel 1 nog dat in elk van de bestuursperiodes de tariefverhogingen bij de OV talrijker waren dan bij de APB, terwijl belastingverlagingen vooral via de APB worden doorgevoerd. Verkiezingen Daarnaast rijst de vraag in welke jaren van de bestuursperiode de gemeenten hun aanslagvoeten vooral aanpassen. Die gegevens hebben we bijeengebracht in tabel 2. Voor een goede interpretatie van de gegevens is het belangrijk toch nog even te benadrukken dat het in tabel 1 telkens gaat om de totalen voor vier legislaturen. Concreet tellen we in jaar 1 van die bestuursperiodes 128 verhogingen van de APB en 199 van de OV, of gemiddeld in 32, respectievelijk 50 gemeenten van de 308. Anderzijds was er 12 1 april 2013 Lokaal

in datzelfde eerste jaar van de bestuursperiode 1058 keer een status-quo voor de APB (dus gemiddeld in 265 gemeenten) en 1013 keer (253 gemeenten) voor de OV. De eerste twee jaar van een bestuursperiode kennen duidelijk de meeste tariefaanpassingen, met op dat moment ook aanzienlijk meer tariefstijgingen dan -dalingen. Vanaf jaar 5 neemt het aantal belastingverlagingen de overhand, al blijft het ook dan gaan om kleine aantallen. De stelling van de belastingverhogingen bij het aantreden van een nieuwe ploeg en de verlaging in het vooruitzicht van de verkiezingen wordt hiermee op het eerste gezicht bevestigd. Tegelijkertijd zien we dat het een realiteit is die slechts opgaat voor een kleine minderheid van de Vlaamse gemeenten. In jaar 5 daalt de APB in gemiddeld 21 gemeenten (of 6,8%) en de OV in gemiddeld 12 gemeenten (3,8%). In jaar 6 liggen die aantallen nog lager. Namen noemen Tot slot bekeken we ook de gegevens per gemeente. U kon al lezen dat we over de vier legislaturen in totaal 1729 tariefwijzigingen konden vaststellen. Dat betekent voor de APB en de OV samen een gemiddelde van 5,6 aanpassingen per gemeente over een periode van 24 jaar. De mediaan bedraagt 5. Het theoretisch maximale aantal wijzigingen in de be-

Elk jaar zijn er wel enkele besturen die tegelijk de APB laten zakken en de OV verhogen. De omgekeerde beweging stellen we veel minder vast.

trokken periode (als een gemeente de APB en OV elk jaar opnieuw zou aanpassen) ligt op 48. Drie Vlaamse gemeenten (Ardooie, Kampenhout en Oud-Heverlee) hielden beide tarieven over de hele periode constant en in negen gemeenten was er maar één wijziging (Antwerpen, Asse, Destelbergen, Horebeke, Kapellen, Lommel, Oostrozebeke, Oudenaarde en Overpelt). Nog eens 23 gemeenten kenden slechts twee wijzigingen. Ook hier blijkt de APB minder variabel dan de OV, want 22 Vlaamse gemeenten hielden het APB-tarief over de hele periode constant, terwijl dat voor de OV slechts in vier gemeenten het geval was (Ardooie, Grimbergen, Kampenhout en Oud-Heverlee). Er zijn ook besturen waar de belastingtarieven meer dan gemiddeld worden aangepast, al blijft het hoogste aantal getelde wijzigingen (zeventien in Kapelle-op-den-Bos en Nevele) nog een eind onder het theoretische maximum van 48. Aan de top van de rangschikking zien we met vijftien tariefaanpassingen in de periode 1989-2012 verder nog de gemeenten Mesen en Peer, onmiddellijk gevolgd door Middelkerke met veertien wijzigingen. Wie de Vlaamse gemeenten beschuldigt van door electorale motieven gestuurd fiscaal gedrag, is fout. Uit de gegevens van de voorbije vier lokale


En in 2013? Intussen beschikt de VVSG ook over de gegevens van de APB en OV per gemeente voor 2013. Die bevestigen in grote lijnen de conclusies van de voorbije vier legislatu‑ ren. Van een massale stijging van de gemeentelijke belastingtarieven het jaar na de verkiezingen is ook nu absoluut geen sprake. Voor de APB zien we tariefstabiliteit in 287 Vlaamse gemeenten (93,2%). Daarnaast zijn er dit jaar zeventien tariefverhogingen en vier verlagingen, wat minder is dan wat de voorbije vier legislaturen in het eerste jaar gebeurde. In 2007 waren er wel maar elf gemeenten waar de APB steeg. Het gemiddelde Vlaamse tarief gaat in 2013 van 7,16 naar 7,21% en de mediaan blijft op 7,5%. Voor de OV is er tariefstabiliteit in 283 gemeenten (91,9%) en zijn er 22 verhogingen en twee verlagingen. Ook bij de OV ligt het aantal belastingverhogingen lichtjes hoger dan in 2007, toen we er zestien noteerden, maar lager dan de cijfers voor het eerste jaar over de voorbije vier legislaturen. Het Vlaamse OV-gemiddelde stijgt van 1340 naar 1353 opcentiemen, terwijl de medi‑ aan klimt van 1312,5 naar 1356. De tarieven 2013 van alle Vlaamse gemeenten zijn beschikbaar op www.vvsg.be, knop werking en organisatie, financiën, aanvullende belastingen.

bestuursperiodes blijkt een grote tariefvastheid voor de APB en OV, ook in de jaren voor en na de verkiezingen. Gemiddeld past telkens slechts een klei-

ne minderheid de tarieven aan. Als dat gebeurt, zijn de tariefverhogingen (uiteraard) vooral voor het begin van de legislatuur, terwijl de belastingverlagin-

Over het algemeen genomen vertonen de aanslagvoeten een zeer grote stabiliteit en dus voorspelbaarheid: binnen één legislatuur gaat het gemiddeld om een tot twee aanpassingen.

gen vooral dichter bij de daaropvolgende stembusslag worden doorgevoerd. Jan Leroy is VVSG-directeur bestuur

advertentie

3e vakbeurs voor mobiliteit, parkeren en verkeersveiligheid

28 - 29 - 30 | 05 | 2013 9:30-17:00

9:30-17:00

9:30-16:30

GRATIS BEZOEK: registratie via de website. Uw code 701

WWW.PARKANDROAD.BE PARTNERS

SPONSORS

VRIJE DOORGANG tussen de 3 beurzen

Park&Road wordt gelijktijdig georganiseerd met: 10e vakbeurs voor de uitrusting van politie-, bewakings- en veiligheidsdiensten

Adv_Park&Road_Lokaal_186x130_NL.indd 1

/

4e vakbeurs voor de uitrusting van urgentiediensten en rampenbestrijding

Lokaal 1 april 2013

13

6/02/13 09:18


bestuurskracht lokale veiligheid

Glazen politiegebouw symboliseert nieuwe stijl In maart verhuisde de politie van de regio Tielt naar een nieuw, glazen gebouw. Voor Hendrik Verkest, voorzitter van het politiecollege en burgemeester van Wingene, kan met het gebouw een nieuwe dynamiek tot stand komen in de samenwerking met de gemeentelijke overheden en de burgers. tekst nadja desmet beeld gfs

D

e politiediensten verhuisden in maart, maar al op 20 december werd het nieuwe politiehuis officieel ingehuldigd. ‘We deden dat omdat dit nog een verwezenlijking is van de politieraad en het politiecollege van de vorige legislatuur. Het is hun kind. Zij mogen er fier op zijn,’ zegt Hendrik Verkest, voorzitter van het politiecollege en burgemeester van Wingene. Het was niet alleen een feestelijke happening,

14 1 april 2013 Lokaal

ook staatssecretaris voor Ambtenarenzaken en Modernisering van de openbare diensten Hendrik Bogaert, commissaris-generaal van de federale politie Catherine De Bolle en provinciegouverneur Carl Decaluwé van West-Vlaanderen waren aanwezig. ‘De verhuizing gaf ons een kans om heel onze politiewerking opnieuw te profileren, te heroriënteren, te ontdekken en te realiseren. Het nieuwe politiehuis

moet een glazen huis zijn, open en transparant voor de burgers,’ zegt Verkest. Het gebouw is een steen geworden finalisering van de integratie van politie in de gemeenten Ardooie, Lichtervelde, Ruiselede, Tielt, Pittem en Wingene. Het gebouw was vroeger van de Christelijke Mutualiteit, de zone heeft het aangekocht voor 950.000 euro. De renovatie kostte bij de 2 miljoen euro. ‘Het is nu een krachtcentrale van veiligheid, het cen-


trale zenuwstelsel van onze politiezorg,’ zegt Verkest. Op de tweede verdieping is de recherche gehuisvest. Op de eerste verdieping functioneert de steun- en commandodienst. En vanuit de benedenverdieping rukt de interventie-Noord uit. In de komende jaren wordt er vanuit dit centrale politiegebouw nog een corridor aangelegd met de wijkdienst.

schoonmoeder spelen en we respecteren voluit de autonomie van de politiediensten,’ zegt Verkest. ‘Maar als het erop aankomt te weten wat voor problemen er bij onze bevolking leven, dan willen wij ze graag bijstaan. Voor dit soort van informatie moet de politie bij ons zijn. We moeten allemaal leren leven met een open geest. De politieagent moet in een

Hendrik Verkest: ‘Wij zijn als burgemeesters me dunkt de echte voelsprieten van onze samenleving. Maar wij willen in geen geval schoonmoeder spelen en we respecteren voluit de autonomie van de politiediensten.’ Tot voor maart werkten de verschillende diensten verspreid over de zone. Volgens Verkest wordt nu een geïntegreerde samenwerking mogelijk in dit functionele gebouw, wat het rendement zeker ten goede zal komen: ‘De uitdaging zal zijn de mogelijkheden te benutten en de eigen werkprocessen te verbeteren om de doelgerichte en doelmatige dienstverlening te bieden die de samenleving van de politie verwacht. Het nieuwe politiehuis is een modern kantoorgebouw, nieuw aangekleed van buiten, van binnen heel functioneel met verhoorlokalen, een wapenzaal, beveiligde toegang en een noodgenerator.’ Samenwerking politie en gemeente ‘Een nieuw gebouw, een nieuwe dynamiek,’ vindt Verkest en daarom wil hij de samenwerking tussen het uitvoerende politiekorps en de burgerlijke sturing nieuw leven inblazen. ‘Tweewekelijks komen wij samen om onze taken en dienstverlening op elkaar af te stemmen. Wij zijn als burgemeesters me dunkt de echte voelsprieten van onze samenleving. Wij kennen onze gehuchten, onze woonentiteiten, onze buurten, onze mensen bijzonder goed. En ook hun kansen, hun gebreken en hun gevoeligheden.’ Deze samenwerking betekent niet dat de politici zich nu met het echte politiewerk gaan bemoeien. ‘Wij willen in geen geval

voortdurende dialoog staan met de burger. Volgens mij moet die cultuur nog groeien. De tijd van afgesloten werelden is gelukkig voorbij.’ Het derde punt waaraan Verkest wil werken is delicater: ‘We mogen onze taken niet op elkaar afschuiven. Als uitvoerders van publieke diensten moeten politie- en gemeenteambtenaren de handen in elkaar slaan om de mondige burger de dienstverlening te geven waar hij recht op heeft, maar ook om hem erop te wijzen dat die dienstverlening soms zijn grenzen en plichten kent. Partnership is hierbij een sleutelwoord. Waarom zou een milieuambtenaar van de gemeente niet samen met een ambtenaar van de politiezone aan handhaving kunnen doen? Dan maken we gebruik van de technische expertise van de gemeentelijke ambtenaar en de operationele expertise van de politieambtenaar.’ De personeelsbegroting, en vooral de evolutie voor de komende jaren, laat geen ruimte voor luchtkastelen. Dat beseft Hendrik Verkest: ‘Alles zal binnen de huidige budgettaire en personeelsafspraken moeten gebeuren. Maar het is wel mogelijk – en zo kom ik tot de kern – een groter rendement te halen door diensten samen te brengen. Dat moet ons doel zijn. Wij moeten de mogelijkheden optimaal benutten en werkprocessen continu verbeteren, geen supplementaire

taken doorschuiven naar gemeentelijke diensten – zij zijn al overvraagd.’ Daarvoor denkt Verkest aan nieuwe allianties tussen het nieuwe politiehuis en de wijkdiensten en met het gemeentepersoneel: ‘Dit nieuwe politiegebouw zet steunpunten op, die zich continu verbinden met de diensten van de gemeentelijke overheden en de verschillende politiekorpsen.’ Opfrissing De politie levert dagelijks inspanningen om de samenleving veilig te houden, daarover is transparante communicatie nodig maar ook de burger moet volgens Verkest meer inspraak krijgen. ‘Dan voelen burgers zich meer betrokken bij de werking van politie, dat kan via de politieraad, het politiecollege en de dagelijkse werking van politie.’ Zich een nieuwe infrastructuur toeeigenen is een uitzonderlijke kans om de eigen taken op te frissen en de communicatie onderling bij te stellen. Ook samenwerken aan integrale veiligheid behoort hiertoe. Burgemeester Verkest heeft in Wingene goede ervaringen met de integrale veiligheidswerking. Elk half jaar zit hij de stuurgroep integrale veiligheid voor met mensen van de gemeente, het OCMW, de lokale politie en de bouwmaatschappij: ‘Zo kunnen we integraal aan problemen werken. Dit gaat goed en in de toekomst willen we nog veel meer op deze manier samenwerken met de lokale politie.’ Wissel Er breekt nu een periode aan van beperktere budgetten, van minder uitgeven en streven naar dalende leninglast. ‘Ook voor de politiezone betekent dit dat de standaard van de gemeenten gevolgd zal moeten worden, waarbij we een groei van 2 procent voor ogen houden. Wij zullen ons de komende jaren deze nieuwe rituelen eigen moeten maken. Ook voor de politie zal dit een nieuwe cultuur doen ontstaan die aan deze nieuwe infrastructuur gebonden is,’ besluit Verkest. Nadja Desmet is VVSG-stafmedewerker lokale veiligheid

Lokaal 1 april 2013

15


bestuurskracht kort lokaal nieuws

Belfius somber over gemeentefinanciën Belfius maakt zich zorgen over de ontwikkeling van de lokale financiën. Dat blijkt uit de studie ‘Financiële uitdagingen voor de gemeentelijke bestuursperiode 2013-2018’ die de bank eind februari voorstelde. Niemand verwacht een stevige economische groei de komende jaren. Die laagconjunctuur beperkt de stijging van de belastingontvangsten en leidt tot hogere OCMW-uitgaven. De toenemende vergrijzing (meer gepensioneerden, die ook langer een pensioen genieten) doet de pensioenuitgaven voor het personeel van gemeenten, OCMW’s en politie sterk stijgen. Die jaarlijkse toename overtreft de komende jaren telkens ruim de groei van het Gemeentefonds, die normaal gezien toch ruim 70 miljoen euro per jaar bedraagt. De veroudering van de bevolking leidt trouwens ook tot bijkomende vragen naar dienstverlening voor ouderen door het OCMW. Daarnaast zijn er de Europese begrotingsregels. Die leggen niet alleen zware sa-

neringsinspanningen op aan de centrale overheden om aan de normen te voldoen, ook lokale besturen kunnen er de gevolgen van ondervinden via minder subsidies of omdat ze zelf binnen striktere budgettaire grenzen moeten werken. Belfius stelt voorts vast dat de wanverhouding in de financiering van de brandweer (met de federale overheid die slechts 10% van de lasten draagt en de gemeenten 90%) ondanks de herhaalde beloften nog geen stap dichter bij de beloofde 50/50 is gekomen. Verder blijven gemeenten verplicht om ook de komende jaren massa’s middelen uit te trekken voor bijvoorbeeld waterzuivering. Het gaat daarbij niet alleen om investeringen in nog ontbrekende stukken riolering, maar ook om de miljoenen die nodig zijn

om het bestaande stelsel in goede staat te houden en geregeld te vernieuwen. Als de gemeenten hiervoor willen gaan lenen, moet dat wel gebeuren bij banken die hogere marges aanrekenen, liever kortere looptijden voor leningen hanteren en zelfs gewoon minder leningen kunnen of willen toestaan omdat ze aan de strengere Basel III-normen worden onderworpen. De studie van Belfius bevestigt wat de VVSG al langer zegt over de zeer moeilijke financiële situatie waarin de lokale besturen de komende jaren terechtkomen. Besturen werken momenteel aan de voorbereiding van het meerjarenplan 2014-2019. Dat daarin meer dan ooit keuzes zullen moeten worden gemaakt, staat intussen buiten kijf. jan leroy

Via www.vvsg.be, knop werking en orga‑ nisatie, financiën vindt u een link naar de studie van Belfius

Bang van besparingen bij andere overheden De percentages geven weer welk thema een groot probleem vormt voor de 26 burgemeesters, 30 OCMW-voorzitters en 147 schepenen die tijdens stu‑ diemomenten in februari-maart door de VVSG een rijtje van twaalf onderwerpen kregen voorgelegd. De uitdaging die het meest ‘geen probleem’ meekreeg was zorg voor ouderen, bankencrisis en uitbreiding van kinderopvang en scholen.

daniel geeraerts

De belangrijkste uitdagingen blijken de volgende (met telkens het percentage aanwezigen dat dit als een groot probleem ziet):

16 1 april 2013 Lokaal

Besparingen van andere overheden Gevolgen van de economische crisis Uitgaven voor politie Uitgaven voor riolen en waterzuivering Uitgaven voor brandweer De financiële startsituatie van het bestuur Pensioenlasten voor het personeel Uitbreiding kinderopvang en scholen Inrichting publiek domein Wegvallen of verminderen dividenden Zorg voor ouderen Gevolgen van de bankencrisis

50% 43% 43% 41% 40% 39% 34% 33% 33% 31% 24% 21%


print & web

stefan dewickere

Moderne burgerlijke stand: stap 1

De wet schrapt enkele verouderde formaliteiten en bevat twee belangrijke nieuwigheden. Zo kan de ambtenaar van de burgerlijke stand voortaan beambten (personeelsleden) van het gemeentebestuur machtigen voor alle taken in verband met het opstellen van de akten van de burgerlijke stand (art. 44/1 BW), wat vandaag in de praktijk al gebeurt. Het gaat om een delegatie van bevoegdheid, wat betekent dat de eindverantwoordelijkheid en aansprakelijkheid voor de akten van de burgerlijke stand blijft berusten

Wild van Wonen

De wet voor werklastvermindering binnen Justitie die op 14 maart in het Belgisch Staatsblad is verschenen wijzigt enkele bepalingen voor de burgerlijke stand. Dit is een eerste stap in de globale modernisering van de burgerlijke stand. bij de ambtenaar van de burgerlijke stand (de gemeentelijk mandataris: burgemeester of schepen). Wanneer de beambte op de akte zijn handtekening aanbrengt, moet melding worden gemaakt van de machtiging door de ambtenaar van de burgerlijke stand. De huwelijken blijven een bevoegdheid van de ambtenaar van de burgerlijke stand. De wet bevat ook de basis voor het uniformiseren van de akten van de burgerlijke stand. De Koning krijgt vanaf nu de mogelijkheid ‘de voorwaarden

te bepalen waaraan de akten moeten voldoen’. Via een KB kunnen dus de voorwaarden vastgelegd worden waaraan de akten (naar vorm en inhoud) moeten voldoen. Momenteel bestaan er diverse protocollaire en documentaire modellen.

Het voorbeeldenboek Wild van wonen van het Agentschap WonenVlaanderen beschrijft veertig praktijkverhalen om een goed uitgebouwd en toekomstgericht lokaal woonbeleid uit te tekenen. Hieruit blijkt dat er veel mogelijk is binnen de huidige regelgeving en met de beschikbare middelen en mensen. www.vlaanderen.be

katrien colpaert-arickx

www.vlavabbs.be/nieuws. Wet van 14 januari 2013 hou‑ dende diverse bepalingen inzake werklastvermindering binnen justitie, BS van 1 maart 2013, Inforumnummer 272226. Burgerlijk Wetboek, 21 maart 1804, Inforumnummer 162187.

het getal

Kan de stad de wereld redden? Deze zesdelige publicatie is een reflectie van de atypische acade‑ mische route van Eric Corijn. Ze helpt ons nadenken over hoe we een samenleving kunnen binden op basis van diversiteit en verschil. Of de stad de wereld kan redden, blijft een onbeantwoorde vraag. S. Vermeulen, E. Vloeberghs, B. Van Heur, C. Oosterlynck en J. Van de Ven, Kan de stad de wereld redden?, ASP, Brussel,

18.335 - 23.658 (61)

16.941 euro

Het gemiddelde netto inkomen per inwoner in Vlaanderen. www.lokalestatistieken.be

17.188 - 18.334 (61) 16.371 - 17.187 (62) 15.494 - 16.370 (62) 11.896 - 15.493 (62)

HUIZEN - Naar een duurzame penitentiaire aanpak Binnen het project Gedifferentieerde strafuitvoering in de schoot van de Liga(61) voor Mensenrechten zijn 18.335 - 23.658 mensen uit het gevangeniswezen 17.188 - 18.334 (61) samen met wetenschappers, stu‑ denten, 16.371 - 17.187 (62) politici, architecten en ge‑ detineerden op zoek gegaan naar 15.494 - 16.370 (62) werkbare alternatieven. Het boek biedt(62) infrastructurele antwoor‑ 11.896 - 15.493 den, een personeelsplan, juridische voorstellen, plannen, maquettes, berekeningen en tabellen. H. Claus, K. Beyens, R. De Meyer, M. Gryson, L. Naessens, Huizen Naar een duurzame penitentiaire aanpak, ASP, Brussel

Lokaal 1 april 2013

17


bestuurskracht kort lokaal perspiraat

“De kleinschaligheid in Vlaanderen moet eruit. Iedereen zegt wel dat het kmo-weefsel net één van onze sterktes is, en dat is ook zo, maar de bedrijven zijn te klein. Zonder schaalgrootte redden we het niet, want de wereld verandert.” Oost-Vlaams ondernemer Jean-Marie de Buck van Overstraeten – De Tijd 12/3 “De zorgsector heeft een lange traditie van denken in beschikbare bedden. Rusthuizen zijn vaak zorgfabriekjes, geïsoleerd aan de stadsrand. Terwijl zorg niet gebaat is met een abstracte, vreemde omgeving maar juist het vertrouwde moet proberen aan te houden. Als je hulp nodig hebt, ben je afhankelijk. Maar je wilt wel nog deel uitmaken van het geheel.” Vlaams Bouwmeester Peter Swinnen – De Standaard 11/3 “Als je dingen goed wil doen, kun je niet alles tegelijk doen.” Andy Pieters (N-VA) stapt na drie maanden uit de Limburgse provincieraad omdat hij ondertussen is benoemd tot gemeenteraadsvoorzitter in Maasmechelen – Het Belang van Limburg 9/3 “Misschien is het geen toeval dat de eerste groene burgemeester van het Brussels Gewest verkozen is in een groene gemeente. In WatermaalBosvoorde staan inderdaad veel bomen. Maar ik kan u verzekeren: die bomen stemmen niet. Zelf ben ik trouwens geboren in Sint-Joost-tenNode, de gemeente in België die het minste bomen telt, en waar men elke boom bij de voornaam kent.” Olivier Deleuze, covoorzitter van Ecolo en burgemeester van Watermaal-Bosvoorde – Knack 6/3 “Een stad op maat van de mensen begint bij de betrokkenheid van de inwoners met hun omgeving en wijk.” Burgemeester Peter Vanvelthoven (SP.A) van Lommel, waar het stadsbestuur extra wil inzetten op burgerparticipatie – De Standaard 6/3 “Commerciële activiteiten behoren niet tot de kerntaken van een OCMW. Daarom willen we ons patrimonium in kaart brengen om vervolgens een selectie te maken van eigendommen die we beter afstoten.” Antwerps OCMW-voorzitter Liesbeth Homans (N-VA) – Gazet van Antwerpen 14/3

18 1 april 2013 Lokaal

Burgemeesters schrijven brief naar opvolger in 2030 Briefschrijven is een mooie, wat vergeten kunst. Anders dan e-mail en twitter doorstaat een brief de tijd. Je schrijft hem bedachtzaam, met zorg, je schrijft iets dat bewaard en telkens weer herlezen kan worden. Tot half oktober nodigt de sociaalculturele beweging Waerbeke burgers in heel Vlaanderen uit om te communiceren met de generatie van 2030 in de vorm van trage post. In maart was er al een speciale schrijfsessie voor burgemeesters. Op 8 maart organiseerde Vormingplus Kempen in Oud-Turnhout een speciale schrijfsessie voor burgemeesters. Na een inspirerende wandeling in Landschap De Liereman zetten negen burgemeesters zich samen voor het briefschrijven. ‘Schrijven naar 2030 doet ons nadenken over wat we vandaag eigenlijk doen,’ zegt Ward Kennes, burgemeester van Kasterlee en peter van het project in het Arrondissement Turnhout. ‘Het plaatst onze eigentijdse drukte in een breder perspectief. Een trage brief schrijven helpt je om naar de essentie te gaan en jezelf niet voorbij te hollen.’ Trage post moedigt tijdens dit planningsjaar aan om verder te kijken dan de huidige beleidsperiode. Aandacht voor duurzaamheid gaat over het koesteren en vrijwaren van de leefomstandigheden van de komende generaties. Waarom 2030? Dan wordt het

pasgeboren kind van vandaag officieel volwassen. Dat jaar zijn er ook nieuwe gemeenteraadsverkiezingen. Nieuwe bestuurders treden dan aan om voort te bouwen op de realisaties van vandaag. dirk sturtewagen

Op www.portaalvandestilte.be vul je een deelnameformulier in, de code die je dan krijgt zet je samen met je eigen adresge‑ gevens en die van de geadresseerde (als je die al kent) op de enveloppe. Stuur dit onder gesloten omslag naar Waerbeke, Waarbekeplein 19, 9506 Waarbeke. Op zondag 27 oktober gaan alle brieven in veilige bewaring maar het adres van je cor‑ respondent kun je online up-to-date houden via het onlinedeelnameformulier. Eind 2030 bezorgt Waerbeke je brief aan de geadres‑ seerde, geruggesteund door een notariaat en het stadsbestuur van Geraardsbergen.

Oproep 21 april – Stop de tijd! Het thema van de Erfgoeddag op zondag 21 april is ‘Stop de tijd!’ Stel als nieuwe bestuurder een inspirerend voorbeeld en schrijf uw trage brief naar uw opvolger in 2030. Betrek de cultuurdienst en de bibliotheek bij dit initiatief en nodig de komende maanden anderen uit om deel te nemen: verenigingen, scholen, kunstenaars …

Digitale aanslagbiljetten via Zoomit De Vlaamse Belastingdienst biedt vanaf 1 april de mogelijkheid om uw aanslagbiljetten voor onroerende voorheffing, verkeersbelastingen, leegstandheffing bedrijfsruimten en planbatenheffing digitaal te ontvangen via Zoomit. vlaamse belastingdienst


Decreet begraafplaatsen en lijkbezorging gewijzigd Het decreet van 22 februari 2013 wijzigt het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en lijkbezorging, na een voorstel van decreet. Een uitvaartcontract (met notaris, begrafenisondernemer en verzekeringsmaatschappij) kan nu worden opgenomen in de schriftelijke kennisgeving van de laatste wilsbeschikking die iedereen aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van zijn gemeente kan bezorgen. Dit is een aanvulling bij artikel 15, §1, tweede lid, van het decreet van 16 januari 2004. layla aerts

katrien colpaert-arickx

Decreet van 22 februari 2013 houdende wijziging van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, wat de vermelding van het bestaan van een uitvaart‑ contract in de wilsbeschikking betreft, BS van 15 maart 2013, Inforumnummer 272581.

Superprestige voor gemeenten kregen, liefst 235 gemeenten gingen de uitdaging aan en in de meeste gemeenten werd een preselectie gehouden voor de keuze van de twee kandidaten, die begin december deelnamen aan een grote preselectie in Tour & Taxis. 81 gemeenten werden uitverkoren. Zij zetten nu hun beste beentje voor en hopen de Slimste Gemeente van Vlaanderen te worden.

gf

Sinds 11 maart nemen van maandag tot donderdag elke avond even over tienen drie burgemeesters, telkens bijgestaan door twee dorpsgenoten, het tegen elkaar op in de Slimste Gemeente. In totaal zal Michiel Devlieger op Vier 81 gemeenten tegen elkaar uitspelen. De winnende gemeente krijgt een Wi-Freezone cadeau op een plein of plek naar keuze in de gemeente. Alle 308 gemeenten hadden een uitnodiging ge-

marlies van bouwel

Tot 15 mei: Schrijf in voor bestuurskrachtmeting plattelandsgemeenten Heeft uw gemeentebestuur interesse om te werken aan een bruisend, efficiënt en slagkrachtig plattelandsbestuur? Dertig landelijke gemeenten kunnen gratis deelnemen aan een nieuwe editie van de Bestuurskrachtmeting voor plattelandsgemeenten. In 2011 voerden het Interbestuurlijk Plattelandsoverleg en de

VVSG een testeditie voor veertien gemeenten uit. Hieruit bleek dat plattelandsgemeenten goed besturen maar dat het spanningsveld tussen capaciteit en opdracht in plattelandsgemeenten relatief groter is. Tijdens de bestuurskrachtmeting leert u onder begeleiding van een onderzoeksteam van de universi-

teiten van Gent, Antwerpen en Leuven hoe bestuurskrachtproblemen zich aandienen en hoe de gemeenten die zelf wegwerken. liesbet.belmans@vvsg.be of T 02- 211 56 24 www.vvsg.be, knop platteland en www.ipo-online.be, knop lopende projecten, bestuurskracht op het platteland

nix

Lokaal 1 april 2013

19


bestuurskracht praktijk

Willebroek wil zijn 25.000 inwoners beter bij het gemeentelijk beleid betrekken. Zonder veel budget of extra stafcapaciteit experimenteert het gemeentebestuur met projecten om ervaring te verwerven.

Experimenteren met burgerparticipatie De dienst samenleven is al langer op zoek naar alternatieve metho‑ dieken om kwetsbare burgers bij het beleid te betrekken. Omdat de adviesraad etnisch-culturele minderheden niet naar behoren functioneerde, startte de dienst met het project n(AA)gedacht?. Het eerste pilotproject participatie was op die manier gelanceerd. Ondertussen is n(AA)gedacht? een vaste waarde in Willebroek. Driemaal per jaar is er een panelgesprek waar ervaringsdeskun‑ digen hun licht op een actueel vraagstuk laten schijnen. Op basis van stellingen geeft het publiek zijn mening over onderwerpen als opvoeding, onderwijs, mobiliteit. Het panelgesprek eindigt met beleidsaanbevelingen voor de politieke verantwoordelijken. Een terugkoppeling van en naar het beleid is gegarandeerd. Deze succesformule deed medewerkers van andere diensten en politici zin krijgen om burgerparticipatie over een andere boeg te gooien. Uit een enquête was immers gebleken dat een groot aantal inwoners er niet tevreden over waren. Ook de communica‑ tiedienst merkte dat inspraak een zwakke poot in de organisatie was. Deze puzzelstukken vielen ineen en vroegen om actie. In samenwerking met Stichting Lodewijk de Raet organiseerde het gemeentebestuur een inspiratiemiddag voor medewerkers uit de verschillende diensten. De kennis en ervaring omtrent

participatie werd samengebracht. Waar willen we naartoe met de adviesraden? Welke obstakels liggen er in de weg? Deze oefening kreeg ook een vertaalslag in een speciaal college waar onder‑ zoekscentrum Memori een inspirerende introductie op burgerpar‑ ticipatie gaf. Op basis daarvan stelde de dienst samenleven een handleiding met een visie en een stappenplan op, met ook enkele participatie- en evaluatiemethoden. Met de pilotprojecten RUP Willebroek-Noord en de heraanleg van het dorpsplein Heindonk wordt de handleiding aan de praktijk getoetst. Zo blijkt hoe belangrijk het wel is de juiste participa‑ tiemethodieken te kiezen en duidelijke afspraken te maken over de samenwerking tussen gemeentelijke diensten en over ieders rol. Deze projecten zijn unieke gelegenheden om kennis op te bouwen en de handleiding uit te breiden met toelichting over wat er noodzakelijk of nuttig is om een participatietraject te doen slagen. De medewerkers en mandatarissen zijn ervan overtuigd dat de mening van burgers het beleid versterkt. Het college zoekt uit welke plaats participatie krijgt in het nieuwe strategische meerjarenplan. joke vanreppelen

Twijfelt u om aan burgerparticipatie te beginnen? Op www.vvsg.be vindt u een afwegingskader, goede voorbeelden, methodieken en wetgeving omtrent adviesraden die u kunnen ondersteunen in uw participatietraject. www.vvsg.be, knop sociaal beleid, lokaal sociaal beleid, participatie

de stelling:

Leidt meer macht voor de gemeenteraad tot minder democratie? de stelling voor mei:

Het debat over het lokale veiligheidsbeleid wordt nergens gevoerd. Twitter uw mening met #vvsgstelling of mail lokaal@vvsg.be

20 1 april 2013 Lokaal

De kwaliteit van het #participatiebeleid is 1000 keer fundamenteler voor de lokale #democratie dan de macht van de #gemeenteraad. Hannes De Geest

Meer macht gemeenteraad kan zeker tot minder democratie leiden. Zeker als raadslid bij stemming gebonden blijft aan coalitieafspraken. Tjarko van Tilburg

Hangt er van af hoe open/ democratisch er gehandeld wordt op de raad. Huishoudelijk reglement kan bepalende factor zijn. Filip Michiels

Mijn inziens ligt de macht voornamelijk bij het CBS, zeker sinds de BBC. Brecht Warnez

Kan mij hier perfect bij aansluiten. College beslist de facto over beleidsdomeinen en (prioritaire) doelstellingen. Marijn De Vos

Meer macht leidt niet noodzakelijk tot minder democratie, zolang ze maar gepaard gaat met transparantie en controle. Bart Verdeyen


bestuurskracht praktijk

AMERSFOORT – Wekelijks geeft burgemeester Lucas Bolsius in een videoboodschap antwoorden op vier vragen van inwoners. En hij vertelt over actuele onderwerpen en zijn dagelijkse werkzaamheden of bijzondere ontmoetingen. Sinds januari 2011 worden alle afleveringen in het archief bewaard zodat geïnteresseerden ze op elk moment opnieuw kunnen bekijken.

Iedereen kan de burgemeester via e-mail, twitter of facebook vragen stellen over de meest uiteenlopende onderwerpen. Burge‑ meester Lucas Bolsius leest wekelijks alle berichten en beantwoordt ze in De Week‑ video. In de week van 13 februari beant‑ woordde hij zo een vraag over preventief strooien en over hoeveel uur hij gemiddeld spendeert aan jubilerende echtparen en jarige inwoners. Verder reageerde hij op een bezorgde tweet over ondergrondse afvalinzameling en op de vraag of het nu wel of niet slim is om het op sociale media over een aanstaande vakantie te hebben. Met dit platform staat hij vlot in verbinding met de inwoners van zijn gemeente. ‘Het medium past heel goed bij de burgemees‑ ter omdat hij iets snel uit het hoofd op een natuurlijke manier kan brengen,’ zegt zijn woordvoerder Herman Wiersema. De videoboodschap zelf duurt drie minuten en

gfs

De Weekvideo van de burgemeester van Amersfoort

de totale productietijd bedraagt maar vier uur per aflevering. ‘De productieploeg be‑ staat uit een webredacteur, de burgemees‑ ter en mezelf,’ legt Herman Wiersema uit. ‘De webredacteur verzamelt alle vragen en bezorgt het overzicht aan de burgemees‑ ter. Tijdens een voorbereiding van twintig minuten selecteert Lucas Bolsius een aantal vragen en belangrijke onderwerpen uit zijn eigen agenda. De burgemeester is meestal zelf goed op de hoogte van de onderwerpen, uitzonderlijk verzamel ik feitenmateriaal. De opname van de video neemt maximaal tien minuten in beslag. De webredacteur maakt afspraken voor de

opnamelocaties, fungeert als cameraman en verzorgt de montage.’ De Weekvideo kost de gemeente 100 euro per week. Daarnaast heeft ze eenmalig 1000 euro in een eenvoudige camera en een computer met gespecialiseerde software geïnvesteerd. Wekelijks bekij‑ ken gemiddeld 250 personen de integrale videoboodschap via het officiële YouTubekanaal van de gemeente Amersfoort. De Weekvideo wordt ook via een speciale pagina verspreid en door een lokale omroep en drie wijkomroepen uitgezonden. inge ruiters

Herman Wiersema, h.wiersema@amersfoort.nl, amersfoort.nl

burgemeester@amersfoort.nl, @lucasbolsius of www.facebook.com/lucasbolsius

advertentie

Absoluut schoon, zelfs voor het milieu

DAT IS ONS ULTIEME DOEL

WWW.WMPROF.COM Lokaal 1 april 2013

21


de gemeenteraad van Poperinge

Politiek is van mening kunnen verschillen Het is duidelijk uit welke hoek de Poperingse coalitie CD&V-Samen de komende jaren tegenwind zal krijgen. Van de oppositie roerde enkel Open VLD zich op de gemeenteraad van februari. Het leidde tot een bijwijlen boeiend en stevig debat.

tekst bart van moerkerke beeld stefan dewickere

W

at onmiddellijk opvalt in de raadzaal van Poperinge is de uitzonderlijk goede akoestiek. De raadsleden hebben geen microfoon nodig om tot in alle hoeken van de zaal perfect verstaanbaar te zijn. ‘De wanden zijn gebouwd volgens het principe van een radiostudio,’ legt stadssecretaris Bernard Roelens me na de zitting uit. ‘De zaal is nog maar pas in gebruik. Vroeger zat de dienst bevolking en burgerlijke stand hier. Die is verhuisd naar de nieuwbouw achter het oude stadhuis. Daarna is deze zaal grondig vernieuwd.’ Burgerparticipatie De gemeenteraadsleden zullen nog even moeten wachten op een beamer en een scherm, zo blijkt uit het antwoord van gemeenteraadsvoorzitter William de Sagher op een van de vragen van Sabien Lahaye-

22 1 april 2013 Lokaal

Battheu met betrekking tot agendapunt één, de vaststelling van het huishoudelijk reglement. De oppositieleidster van Open VLD vraagt ook om bij het begin van elke gemeenteraad een vragenhalfuurtje in te voeren voor alle Poperingenaren. Schepen Ben Desmyter (CD&V), bevoegd voor inspraak, ziet er de voordelen niet van in. ‘Als iemand een vraag stelt, dan zal er meestal toch onderzoek nodig zijn om een goed antwoord te kunnen geven. Het verzoekschrift dat in het huishoudelijk reglement staat, is dan een veel beter instrument.’ Mevrouw Lahaye-Battheu stelt dat er de voorbije zes jaar welgeteld één verzoekschrift is ingediend. Ze pleit voor meer directe burgerparticipatie via het vragenhalfuurtje. De schepen vindt een vraag stellen in de openbaarheid van een zitting niet laagdrempeliger dan een

schriftelijk verzoek indienen. Hij wil in de eerste plaats het instrument van het schriftelijk verzoekschrift verbeteren. Geen financiële risico’s Ook de vaststelling van het meerjarenplan 2013-2015 en het budget dienstjaar 2013 inspireert Open VLD tot enkele vragen. Eric Butaye noemt het meerjarenplan een pro forma-document en kijkt vooral uit naar het meerjarenplan 2014-2019 waarin de strategie voor de bestuursperiode zal worden uitgezet. ‘2013 is een overgangsjaar voor het budget, maar toch wil ik enkele punten bespreken. De invoering van een nieuwe verblijfstaks, een

soort toerismebelasting, moet in 2013 70.000 euro en in 2014 100.000 euro opbrengen. Ik hoop dat dit de hoteluitbaters en kameraanbieders niets zal kosten. Ik ben ook benieuwd naar het plan voor de afbetaling van het nieuwe zwembad door het autonoom gemeentebedrijf, want een zwembad is altijd verlieslatend en de lening is zwaar. Ten slotte heb ik vragen bij de beslissing van het bestuur om voor vijf miljoen euro nieuwe leningen aan te gaan. Hebben we nog voldoende financiële marge?’ Schepen van Financiën Ben Desmyter benadrukt dat 2013 geen overgangsjaar maar een planningsjaar is. Hij zegt dat


er in het meerjarenplan geen plaats zal zijn voor financiële risico’s. En de vijf miljoen euro nieuwe leningen zijn een mogelijkheid, die hoeven niet opgenomen te worden. Schepen van Toerisme en Recreatie Jurgen Vanlerberghe (Samen) zegt dat het de bedoeling is de verblijfstaks door te rekenen aan de bezoekers. ‘Wat het zwembad betreft hebben we van bij het begin niet alleen aandacht gehad voor de bouwkosten maar ook voor de exploitatiekosten. Momenteel lopen de onderhandelingen met de bieder van onze voorkeur. We zullen ons huiswerk grondig doen. Natuurlijk zal er een tekort zijn, we zullen

dat zoals overal in Vlaanderen bijpassen via een prijssubsidie van de stad aan het AGB.’ Negativisme? De gemeenteraad is goed op temperatuur gekomen, maar het elan wordt volledig gebroken door elfendertig geheime stemmingen over vertegenwoordigers in allerlei organen. Ruim drie kwartier is de secretaris in de weer met een massa bruine enveloppen, elastiekjes en stembriefjes. Zijn medewerker loopt door de zaal om de briefjes uit te delen en vervolgens weer op te halen in een stembus. De verveling slaat ook bij de raadsleden toe. De tien resterende

agendapunten worden op een drafje goedgekeurd. Gelukkig heeft de Open VLD nog een interpellatie in de mouw over de aankoop van 22 betonnen zitblokken voor de Grote Markt. Knip- en plakwerk, zo omschrijft Sabien Lahaye-Battheu de renovatie van het plein en de verkeers- en parkeersituatie. Voor CD&V-raadsleden Marc Devos en Myriam Maes is dat het sein om de oppositiepartij te beschuldigen van negativisme ‘dat ingaat tegen alle inspanningen van het centrummanagement’. Burgemeester Christof Dejaegher antwoordt op de concrete vragen over de 22 zitblokken, maar ook hij eindigt met een

verzoek om te stoppen met ‘de aanhoudende dubbelzinnigheid in belangrijke dossiers. U creëert een voortdurende negatieve sfeer. U vraagt oplossingen voor de mobiliteit, de verkeerscirculatie, de kasseien, en als we maatregelen nemen, is het weer niet goed.’ Sabien Lahaye-Battheu voelt zich niet aangesproken. ‘Politiek is van mening kunnen verschillen. Onze ideeën moeten aan bod kunnen komen in de gemeenteraad zonder dat we in de hoek gedrumd worden als fractie die altijd negatief is. Want dat klopt niet.’ Bart Van Moerkerke is redacteur van Lokaal

Lokaal 1 april 2013

23


mens & ruimte essay


Ten einde raad Toekomsten voor de gemeenteraad? filip de rynck

karolien vanderstappen

I

n de komende legislatuur zullen er ruw geschat per jaar zo’n 75 volle jaren arbeidstijd aan gemeenteraadszittingen in Vlaanderen worden besteed. Vragen naar de kosten en baten van deze gigantische tijdsbesteding lijkt op vloeken in de democratische kapel. En toch wordt op veel plaatsen steeds meer getwijfeld aan het belang van de gemeenteraad. De probleemomschrijving kunnen we afleiden uit de toekomstperspectieven die voor de gemeenteraad worden bedacht. Mark Suykens verwoordde die in zijn opiniestuk in het januarinummer van dit blad. Hij pleitte voor een gemeenteraad die opnieuw meer in de rol van volksvertegenwoordiging investeert en de band met de participatiedemocratie legt. De gemeenteraden moeten uit het administratieve en bureaucratische patroon breken waarin ze nu vaak verzeilen. Weg met het steriele spel van meerderheid en oppositie over kant-en-klare dossiers. Weer meer debat in de gemeenteraad zelf die ondertussen aan alle kanten steeds meer wordt uitgehold: dossiers verschuiven naar gemeentelijke bedrijven en vzw’s en naar allerlei belendende besturen (politiezone, OCMW, intergemeentelijke samenwerking…). De gemeenteraad moet de koepelregisseur zijn die vanuit een helikopterzicht werkt, sturend vanuit grote beleidslijnen. Daarvoor is er geen nieuw wettelijk kader nodig, alle instrumenten zijn er ondertussen. De creatie van een eigen voorzitter, vroeger in één derde en nu al in twee derde van onze gemeenten, is het meest uitgesproken symbool van de beoogde omslag: een autonomer gemeenteraad ten opzichte van het college, ambtenaren en paragemeentelijke instellingen. Ook de delegatie, strategische planning, de BBC en andere instrumenten van opvolging en controle passen in deze formele politieke doelstellingen: de raadsleden weer meer in het centrum van het beleid plaatsen. Het kader is er dus, voor wie het wil gebruiken. De crux is volgens

Mark Suykens de wijziging van de politieke cultuur. Daar zit de knoop. In veel discussies hierover ervaar ik een groot scepticisme en moedeloosheid. Tussen het bevlogen perspectief en de rauwe realiteit lijkt de kloof zo groot dat ze de benen en de adem afsnijdt. In dit essay probeer ik die spanning te fileren, zowel aan de kant van de probleemomschrijving als aan die van het toekomstperspectief. We beginnen bij de probleemomschrijving. Amateurs en professionelen De spanning tussen de amateurs en de professionelen is een wezenlijk onderdeel van elk democratisch systeem. Het begrip amateurs is positief bedoeld: het gaat om mensen die het gezond verstand van de bevolking vertegenwoordigen en die een tegengewicht vormen voor de uitvoerende macht (colleges en hun ambtenaren). Zij vertegenwoordigen het volk en hoeven geen specialisten te zijn om de juiste politiek relevante kernvragen te stellen: wat doen we voor wie, wanneer, hoe en met welke middelen? Zij controleren namens de burgers de uitvoerende macht om misbruiken en een gebrek aan efficiëntie bij het gebruik van belastinggeld te voorkomen. Die uitvoerende macht is steeds professioneler (qua tijdsinvestering en verloning); de ambtelijke korpsen zijn niet alleen spectaculair gegroeid maar ook steeds deskundiger en gespecialiseerder; schepenen en ambtenaren floreren steeds meer in verzelfstandigde organisaties (op gemeentelijk en bovengemeentelijk niveau). Het paradoxale lijkt te zijn dat het moeilijker gaat met de volksvertegenwoordiging op een moment dat er net meer behoefte is aan het gezonde democratische spel van ‘checks and balances’ bij monde van amateurs. De volksvertegenwoordigers zouden meer dan ooit een tegengewicht moeten vormen voor een doorschieLokaal 1 april 2013

25


essay

tende professionalisering, onder andere in steeds meer systemen van management. Zij zouden net nu een tegengewicht moeten zijn voor een al te zeer gepersonaliseerd leiderschap. Ze zouden achter schijnbaar steeds meer technocratisch vermomde besluitvorming de politieke keuzes moeten onderzoeken. Ze zouden moeten waken over te zeer verkokerde besluitvorming door de voorthollende sectorale regelgeving ten opzichte van de steeds grotere behoefte aan een integraler benadering van maatschappelijke problematieken. Meer dan ooit is er publieke controle en democratische verantwoording nodig in een almaar groeiend netwerk van besturen en betrokken organisaties. De behoefte aan vermaatschappelijking van het debat in de vorm van politisering van maatschappelijke keuzes en publieke controle is acuter en belangrijker dan ooit. Maar is de gemeenteraad daarvoor dan nog wel het geschikte kanaal? Het was vroeger niet beter In de probleemomschrijving lopen enkele beelden over de gemeenteraad door elkaar. Een eerste beeld kan ons op het verkeerde been zetten. Vroeger, zo lijkt de redenering, ja vroeger, toen was de democratie nog gezond en had de gemeenteraad veel te zeggen. Dat beeld klopt in ieder geval voor Vlaanderen helemaal niet. Als er al een probleem is, dan is het geen nieuw probleem. Het is een blijvend probleem in een vernieuwde context. De gemeenteraden zijn immers nooit de centrale regisseur in de lokale democratie geweest. In de naoorlogse periode, die 26 1 april 2013 Lokaal

gedomineerd werd door verzuilde systemen en door machtige sociaal-economische belangengroepen, waren de politieke partijen en de uitvoerende politici op het lokale niveau altijd de spin in een web dat breder gesponnen werd dan de gemeente. Het had uitlopers naar de centrale overheden en naar belangrijke private organisaties. In veel gemeenten groeide besluitvorming uit deze relaties, uit netwerken met deze belangengroepen en sleutelfiguren en daarin speelde de gemeenteraad nagenoeg altijd een formele rol, als notaris van de politieke akkoorden. Dat maakte deel uit van het politieke systeem dat doorwerkte op alle bestuursniveaus: ons land heeft nooit een echte parlementaire traditie gehad, maar het scherpst komt dat tot uiting op lokaal niveau. Vlaamse en federale parlementairen worden immers voor een voltijdse inzet verloond, hebben ondersteuning op individueel en op fractieniveau en de parlementaire werking in de commissies is meer en breder uitgewerkt. Maar de dominantie van de uitvoerende macht, verweven in maatschappelijke netwerken, verklaart op alle niveaus de marginalisering van het parlementaire debat. Ze verklaart ook de verschillen met de Nederlandse gemeenteraden: bij een vergelijkend onderzoek constateerde Tom Verhelst dat de impact van de gemeenteraad door de Nederlandse raadsleden duidelijk veel hoger wordt beoordeeld dan in Vlaanderen en Wallonië, die op dat vlak nagenoeg een kopie zijn van de Franse praktijken waarbij de macht, nog meer dan in de Belgische gewesten, bij de burgemeester geconcentreerd zit. Belgisch

staat hier dus wel degelijk voor een gelijkaardige Vlaams-Waalse politieke cultuur. De Nederlandse raadsleden hebben een statuut en kunnen op veel meer ondersteuning rekenen dan de Vlaamse. De raadsgriffie, het autonome secretariaat van de gemeenteraad dat zelfstandig functioneert ten opzichte van de secretaris, is daarvan het beste voorbeeld. Deze organisatorische omstandigheden zijn echter niet de oorzaak van sterkere raden, ze zijn het gevolg van die politieke cultuur en van het politieke systeem dat veel minder dan in België op particratie is gesteund. Politieke partijen domineren het maatschappelijke bestel in Nederland veel minder dan in ons land. Maar ook in Nederland wordt geklaagd over de marginale rol van de gemeenteraad en vindt men dat daaraan moet worden gewerkt. Het wijst erop dat een zeker malaisegevoel van nature bij discussies over de parlementaire democratie lijkt te horen. Wat is de gemeenteraad? De beeldvorming over de gemeenteraad is niet alleen vanuit historisch perspectief misleidend. De meeste mensen denken bij ‘gemeenteraad’ aan lange, saaie en voorspelbare plenaire zittingen, in penibele organisatorische omstan-


Het debat is veel te sterk gedomineerd door technisch managementdenken en door de professionaliseringstendens en gaat veel te weinig over lokale politiek en de rol van lokale besturen en lokale politiek in de samenleving. digheden op altijd te harde stoelen voor de moedige maar schaarse toehoorders (tenzij er een dossier van een buurtcomité wordt behandeld). In nog veel te veel gemeenten dekt dat beeld de realiteit goed, in andere gelukkig niet. Er zijn al wat gemeenten met moderne raadszalen waar het aangenaam vergaderen is. Maar het blijft wel de plenaire zitting die het beeld bepaalt. En ook in gemeenten met nieuwe raadszalen kan een gemeenteraad erg ouderwets verlopen. Gemeenteraadsleden maken deel uit van het bestuur van politieke partijen, van fracties in de gemeenteraad, zetelen in commissies en bewegen zich natuurlijk sterk in de dagelijkse realiteit van de gemeente. Het lijdt geen twijfel dat een analyse van de commissiewerking het beeld in een aantal gemeenten zou nuanceren: op commissieniveau zijn er soms wel debatten, wordt er over het algemeen iets minder voor de tribune gespeeld. Er zijn wel nog veel gemeenten waar die commissiewerking maar beperkt ontwikkeld is of waar ze vooral pro forma bestaat. De OCMW-raad, ook een volksvertegenwoordigend orgaan, zou dat beeld nog meer nuanceren. Wellicht is het trouwens nuttig het debat over de lokale democratie te verbreden met de ervaringen in de

OCMW-raden. In de meeste OCMW-raden worden minder platte partijpolitieke spelletjes gespeeld. We hebben weinig zicht op de reële rol van raadsleden en hun impact op dossiers en besluitvorming, in de coulissen van de partij, op fractiebijeenkomsten en commissies. Een raadslid van de meerderheid kan in de plenaire zitting nooit iets zeggen en bevestigt daarmee schijnbaar het beeld van de overbodigheid. Misschien is dat raadslid vanuit zijn mandaat op andere niveaus van de dossiervorming voordien wel heel invloedrijk geweest of misschien ook helemaal niet. De gemeenteraad is dan eerder een koepelbegrip voor alles wat bij de functie van gemeenteraadslid komt kijken en voor het effect van dat globale systeem, waarvan de plenaire vergadering maar één onderdeel is. Dat de gemeenteraad bestaat, met alles wat erbij komt kijken aan fracties, commissies, vooroverleg, partijwerking, persoonlijke relaties… is dan een deel van de ‘checks and balances’. Schepenen met plannen weten dat ze een heel traject af te leggen hebben, spelen in op wat hun raadsleden of de oppositie daarvan zullen denken, anticiperen op kritiek door plannen aan te passen, plegen informeel overleg vooraf of toetsen ideeën eerst af. En al is de plenaire zitting een aanfluiting van publiek debat, dan nog heeft het systeem gemeenteraad misschien impact op publiek gedrag en publieke plannen. Ook als de plenaire zitting niet werkt, werkt ze als deel van het systeem misschien wel. Misschien.

Welk beeld van politiek domineert? Nog een derde factor bepaalt de beeldvorming. Het oordeel over de gang van zaken in de representatieve organen steunt bij veel mensen op een geïdealiseerd maar wel een verkeerd beeld over wat politiek is. Het is een beeld dat steunt op een sterk gerationaliseerde opvatting over beleid die bij veel burgers en journalisten in het hoofd zit. Beleid komt tot stand of zou dat moeten doen via rationele afweging van argumenten, objectieve weging van problemen, vergelijking van alternatieven en een weloverwogen en gefundeerde beslissing. Ten tweede is beleid, nog steeds in dat ideaalbeeld, per definitie gericht op het algemeen belang. Alles wat naar conflicten tendeert wordt beschouwd als te veel partijpolitiek. Conflicten zijn een teken dat politici ‘er weer niet uit geraken’ of ‘weer te veel met zichzelf bezig zijn’ en ‘de boodschap nog steeds niet begrepen hebben’ en dus ‘te weinig het algemeen belang voor ogen houden’. Voor veel mensen die deze beelden als norm hanteren, valt politiek in de representatieve democratie altijd door de mand. Politiek is evenwel niet alleen rationeel, maar steunt ook op emoties. Politiek steunt op trucs en technieken die geen schoonheidsprijs moeten winnen. Politiek gaat om macht en dat is een hard spel. Politiek steunt in essentie op conflict en op onenigheid en dat beoordelen we beter niet met geromantiseerde criteria. De gemeenteraad hoeft geen feel good-moment te zijn en dat is niet de norm om een oordeel te vellen. Het probleem is wel dat we in onze gemeenteraden te veel zinloze partijpolitieke Lokaal 1 april 2013

27


essay

Politiek steunt op trucs en technieken die geen schoonheidsprijs moeten winnen. Politiek steunt in essentie op conflict en op onenigheid en dat beoordelen we beter niet met geromantiseerde criteria.

spelletjes zien en te weinig het politieke spel van het inhoudelijke conflict. Het probleem is dus net dat er te weinig conflicten zijn die ertoe doen en die voor burgers duidelijk maken welke keuzes voorliggen. Soms wordt de gemeenteraad wel eens met een raad van bestuur van de nv Gemeente vergeleken. Zoals in een goed functionerende organisatie moet elk lid dan volgens deze opvatting het belang van de organisatie nastreven en is consensus en overeenkomst de norm voor een goed werkende organisatie waarbij iedereen op hetzelfde doel is gericht. Hier komt dat ideaalbeeld weer boven. De gemeenteraad is echter niet te vergelijken met een organisatie. De essentie van de representatieve democratie is net het meningsverschil, de onenigheid over doelen, onenigheid over de manier om ze te bereiken of onenigheid over de effecten en de evaluatie van het gevoerde beleid. De gemeenteraad bestaat uit verschillende organisaties die elk ook eigen doelstellingen nastreven, en de publieke positionering ten opzichte van de andere in de schoot van de raad is net een onderdeel van het spel van de politiek. Wat scherper geformuleerd: de oppositie heeft er belang bij dat de meerderheid problemen krijgt en omgekeerd. Hier zit een deel van de verklaring waarom verandering van praktijken in de gemeenteraad vaak op weinig animo stuit: niet alleen is er het gebruikelijke wantrouwen tussen partijen, telkens weer maken partijen de rekening. Waarom zouden wij meewerken aan verbetering van het systeem als het slecht 28 1 april 2013 Lokaal

functioneren ervan een interessante bron van kritiek kan zijn op de zittende meerderheid? De redenering is vicieus want zo houden partijen elkaar in de greep van de korte termijn, terwijl iedereen er op de lange termijn en zeker na coalitiewissels belang bij kan hebben dat gebreken van de gemeenteraad worden weggewerkt. Praktijken verschillen Typisch aan het debat en steeds meer het probleem als we over gemeenten spreken, is een grote vorm van veralgemening, de vierde factor in de beeldvorming. Wie mensen aan het woord laat, krijgt meer genuanceerde praktijken te horen. Ze bestaan natuurlijk, de gemeenteraden die zo snel mogelijk worden afgeraffeld, de gemeenten waar de commissies maar om te lachen zijn, de gemeenten waar een paar mensen met man en macht het hele systeem blijven domineren. Maar er zijn ook andere praktijken: na een lezing vertelde de voorzitter van een meerderheidspartij mij dat alle dossiers en plannen van het college systematisch vooraf met de hele fractie worden doorgepraat; herhaaldelijk vertelden Gentse raadsleden vrij tevreden te zijn over de commissiewerking van hun raad, ook vanuit de oppositie. Er zijn voorbeelden van dossiers waarbij de gemeenteraad wel publiek debatteert en waarbij dat debat iets oplevert. Er zijn burgemeesters of voorzitters van de raden die door hun persoonlijke ingesteldheid of rol bijdragen tot betere vergaderingen en ruimte geven aan raadsleden. Er is dus verscheidenheid, al blijft het algemene probleemaanvoelen over

de dominante trends meestal wel overeind. Vaak is mijn indruk dat vooral sterke politici met een uitgesproken leiderschap goed kunnen omgaan met meer open publieke debatten of ontgoocheld zijn over het gebrek daaraan. Zij zijn sterk genoeg om daarin overeind te blijven. Politici die zich minder zeker voelen en minder leiderschap vertonen, zijn meestal op hun hoede en zullen weinig moeten weten van een actievere gemeenteraad. Nog op een tweede niveau is er een probleem met veralgemening. De gemeenteraad van Antwerpen kan iets gemakkelijker met boeiende publieke debatten worden gespijsd dan de gemeenteraad van Heuvelland. Zelfs met de beste intenties kan in Heuvelland niet om de maand voor politiek met een grote P worden gezorgd. Verschillen tussen gemeenten – en die zijn groot – spelen ook in dit debat een belangrijke rol. Kunnen we dan over beide gemeenteraden blijven spreken met hetzelfde model voor ogen? Raadsleden (hier wel) aan het woord De vraag, noblesse oblige, is wat de raadsleden daar nu zelf van denken. In een recente enquête van Tom Verhelst viel al direct op hoe laag de respons van de raadsleden


in dit soort onderzoek steeds weer is. Onderzoekers die bij raadsleden 20% respons halen, tonen zich erg opgetogen. Dat zegt al iets. We mogen veronderstellen dat een deel raadsleden zelfs niet in dit soort vragen geïnteresseerd is en dat wellicht alleen de actiefste raadsleden nog antwoorden. De grote meerderheid horen we niet en misschien heeft die wel echt geen mening, en niet alleen in onderzoek… Uit de cijfers blijkt dat de actiefste raadsleden zeker een behoorlijk verschil zien tussen de gewenste en de feitelijke rollen. Met name betreffende beleidsbepaling vinden ze dat het verschil het grootst is. Dat zou dus op een probleemaanvoelen kunnen wijzen. (40% vindt dat ze hier een rol spelen.) Inzake volksvertegenwoordiging vindt 66% van de raadsleden echter dat ze dat behoorlijk doen en inzake controle is er ook wel een belangrijk verschil, maar niettemin vindt de helft van de raadsleden dat het al bij al nog wel meevalt. Samengevat: we merken dat bij de meest gemotiveerde raadsleden ongeveer de helft niet echt veel vragen heeft bij het eigen functioneren en dat wordt nog voor een belangrijk deel verklaard door het horen bij de meerderheid dan wel bij de oppositie. Het zal niet verbazen: de oppositie is het minst tevreden. Maar

zitten ze de volgende keer in de meerderheid, dan zijn ze dat wel. De conclusie kan alleen zijn dat de kracht van verandering bij raadsleden zwak tot weinig uitgesproken is. Er is niet direct een volksopstand der raadsleden te verwachten. Een deel van de verklaring gaven we hierboven al: raadsleden vereenzelvigen zich met hun partij en niet met ‘het belang’ van de gemeenteraad. Ze zitten daar met een partijgerichte agenda en vanuit een mix van persoonlijke motieven. Voor velen is raadslid zijn al genoeg en als hun partij dan nog meebestuurt, lijkt het doel voor deze legislatuur wel ongeveer bereikt. Enkele bevlogen raadsleden per fractie houden de boel dan min of meer wel recht en vullen tussendoor ook nog eens enquêtes in. Raadsleden en managementmodellen Wie raadsleden bekijkt en beoordeelt met de rationele bril van de beleidsvoering die we hierboven al even hebben opgezet, zal teleurgesteld zijn, maar dat zegt misschien vooral iets over die bril. De meeste raadsleden bekijken beleid niet vanuit de rationele cyclus van beleid en beheer die consultants gebruiken of die makers van gemeentedecreten hanteren. Toch is dat wat het Gemeentedecreet van hen verwacht: vlot omgaan met en zich een weg zoeken in de strategische planning, jongleren met de BBC… Het rationele model van beleid en beheer domineert nu zeer sterk maar politiek gaat om veel meer dan een rol spelen in beleidsmodellen en dat is maar één facet

van het functioneren van raadsleden. In zijn opiniestuk geeft Mark Suykens aan dat er heel veel operationele beslissingen gedelegeerd worden naar het college, waardoor de raad zich op zijn eigenlijke beleidsmatige of controlerende kerntaken kan concentreren. Ik betwijfel dat en dat blijkt alvast niet uit onderzoek. In Gent bijvoorbeeld is er zeer weinig naar het college gedelegeerd (in Antwerpen dan weer veel meer) en in veel gemeenten blijft het debat over delegatie haperen. De raadsleden zijn meestal tegen. Hier blijkt dat de makers van het Gemeentedecreet raadsleden al te monofunctioneel benaderen: raadsleden kunnen zich immers in commissies en plenaire zittingen ten aanzien van hun achterban (wijk, groep, sector, kiezers) profileren op heel concrete dossiers van wat consultants operationele uitvoering zullen noemen. Dat is voor hen vaak de enige manier om zich als politicus en in functie van (her)verkiezingen te profileren. Volgens het Gemeentedecreet is het veel beter om op strategisch niveau te discussiëren over bijvoorbeeld duurzame mobiliteit en vervolgens de operationele beslissingen aan het college te laten en dit op te volgen. Voor een raadslid is het politiek bekeken veel nuttiger om bij elk concreet dossier vragen te stellen over de duurzaamheid eerder dan zich één keer in het beste geval te mogen profileren bij een strategisch debat over duurzaamheid en dan achteraf alleen vragen te mogen stellen over genomen beslissingen. Zich zo profileren via het publieke debat is veel moeilijker. Weinig burgers liggen wakker van strategische doelstellingen. Wie raadsleden Lokaal 1 april 2013

29


essay

vanuit het managementmodel van het Gemeentedecreet bekijkt, heeft daar vragen bij. Wie raadsleden holistischer begrijpt vanuit het functioneren van politiek en verkiezingen, kan daar begrip voor hebben. Het is gevaarlijk en te eenzijdig om het functioneren van raadsleden te beoordelen of te veroordelen vanuit rationele managementmodellen. Maar die hebben in de laatste jaren wel steeds meer de bovenhand genomen. It’s the culture, stupid In zijn opiniestuk geeft Mark Suykens aan dat er een cultuuromslag moet komen en dat structurele hervormingen niet nodig zijn om de gemeenteraadsleden te versterken. In de extreme interpretatie zou dat betekenen dat het er niet toe doet of een gemeentedecreet er zus of zo uitziet. Het lijkt mij beter om te spreken van een wisselwerking van structurele openingen waardoor culturele vernieuwing geactiveerd wordt of minstens toch kansen krijgt voor wie ze wil grijpen. Dat de gemeenteraad bijvoorbeeld een eigen voorzitter kan aanstellen, blijkt hier en daar een impuls te zijn voor een iets onafhankelijker agendavorming van de gemeenteraad, iets minder gedomineerd door de agenda van het college. Het leidt hier en daar tot een meer doordachte agendavorming, tot beter geleide vergaderingen, tot meer zuurstof in de raad. Op dit praktische niveau kunnen in veel gemeenten al verbeterslagen worden gemaakt en een goede assertieve voorzitter kan hier snel verschil maken. Dat voorzitterschap is een voorbeeld van een nuttige structurele decretale opening, zij het met nog te veel on30 1 april 2013 Lokaal

beantwoorde vragen inzake statuut en ondersteuning van de voorzitter. Het werken met fractie-ondersteuning, een eventueel statuut voor raadsleden, eventueel radicaal minder schepenen, de BBC‌, het zouden grondstoffen kunnen zijn die, zeker in de grotere gemeenten, een cultuuromslag kunnen stimuleren. Of: het stimulerend maken voor wie aan die cultuuromslag wil werken. Binnen die filosofie zijn de makers van het Gemeentedecreet halfslachtig geweest. Zo blijft het vreemd dat de schepenen raadslid blijven en dus zichzelf controleren of zichzelf in hun beleid aansturen. Maar het glas is misschien halfvol: dit zou in een volgende hervorming wel eens op de agenda kunnen staan als consecratie van een langdurig veranderingsproces.

niet worden afgestraft bij een volgende lijstvorming. Investeren in de gemeenteraad betekent dat de autonome rol van de raadsleden ook meer publiek zichtbaar is en niet alleen in fracties of commissies. Het veronderstelt dat raadslid zijn een ambitie en een vervulling op zich zou moeten zijn en niet dat een raadslid zich maar geslaagd vindt als het bij voorkeur meteen of uiterlijk de volgende keer in het college zit. Dat alles is nogal wat en de verhouding tussen autonomie en politieke loyauteit, die ook nodig is voor een stabiel bestuur, is erg spannend of zou dat net meer moeten zijn.

De instrumenten zijn er, nu de politieke cultuur dus nog. Maar wat betekent politieke cultuur? Grotere autonomie van de raad ten opzichte van het college veronderstelt dat partijen met twee soorten mandatarissen werken: sterke volksvertegenwoordigende en controlerende mandatarissen in de raad en sterke leiders in het college. In de laatste jaren is er meer geĂŻnvesteerd in het laatste dan in het eerste, geheel in de historische lijn. Het woord cultuuromslag is wellicht te zwak voor wat hier wordt bedoeld: het betekent immers dat partijen bewust investeren in raadsleden die kritisch mogen kijken naar de uitvoerende politici van hun eigen partij en de coalitie. Het betekent vooral dat deze raadsleden daarvoor intern de ruimte krijgen en voor hun zelfstandig gedrag

Zonder omwegen geformuleerd: als we nog alleen kandidaten van de tweede garnituur krijgen en als waardevolle kandidaten niet meer willen kandideren (tenzij ze schepen of burgemeester mogen worden), dan is elke veranderingspoging op termijn vruchteloos en is elke structurele ingreep een lege doos. De huidige dominante partijpolitieke cultuur en de manier waarop partijen in hun onderlinge spel functioneren, stoot waardevolle mensen eerder af en trekt er andere eerder aan. Hard empirisch materiaal hebben we niet en hier en daar zien we toch sterke nieuwe raadsleden: gelukkig kunnen


Raadsleden vereenzelvigen zich met hun partij en niet met ‘het belang’ van de gemeenteraad. Voor velen is raadslid zijn al genoeg en als hun partij dan nog meebestuurt, lijkt het doel voor deze legislatuur wel ongeveer bereikt.

we twijfelen over de juistheid van deze fatalistische wetmatigheid en behoeden enthousiaste nieuwe mensen ons voor te cultuurpessimistische besluiten. Maar we horen overal niet te miskennen geluiden: het wordt moeilijker om goede mensen te motiveren. Dit gaat over het functioneren van politieke partijen: daar ligt uiteindelijk de belangrijkste sleutel. Het vitale hart van de democratie Politieke partijen vormen het kloppende hart van de representatieve democratie waarop de gemeenteraad is gebouwd. Het hart is, zoals bekend, de meest vitale spier van ons lichaam. Geldt die vitaliteit voor de lokale politieke partijen? Het debat over onze lokale besturen en over het Gemeentedecreet is veel te sterk gedomineerd door technisch managementdenken en door de professionaliseringstendens en gaat veel te weinig over lokale politiek en de rol van lokale besturen en lokale politiek in de samenleving. De gemeenteraad wordt te zeer bekeken en gewogen door de ogen van de technocratie en te weinig vanuit discussies over lokale politiek. Het empirische materiaal dat collega Kristof Steyvers over lokale

partijen verzamelde is niet bemoedigend: het aantal leden bij de meeste partijen daalt, het vertrouwen in partijen staat angstwekkend laag. De partijen worden kleiner, coalities worden complexer en dat weegt op de kwaliteit van beleid en op het vertrouwen bij burgers. Partijen op lokaal niveau zijn steeds meer verkiezingsvehikels die vooral en vaak alleen nog actief zijn naar aanleiding van verkiezingen. De lokale partijen worden steeds meer aangestuurd vanuit nationale strategieën en nationale partijhoofdkwartieren. De recente verkiezingen waren daarvan het extreme voorbeeld. De lokale politieke partijen zijn steeds minder inhoudelijk bezig en zijn ook minder vertakt in het maatschappelijk weefsel en het maatschappelijk debat. Het traditionele voorbeeld is de socialistische partij die eertijds vanuit een brede wijkvertakking groeide en sprak. Dit weefsel is nu nagenoeg volledig weg. Lokale partijen zijn steeds minder met interne discussies over beleid bezig. Dat is voor het selecteren en het ondersteunen van sterke raadsleden een belangrijk probleem: het is immers pas vanuit zo’n brede voedingsbodem in en rond de eigen partij dat raadsleden wortels krijgen en dat ze sterk genoeg staan om in een meer autonome raad als echte volksvertegenwoordigers te functioneren. Wie geen inhoudelijke basis heeft en niet vanuit een levend netwerk spreekt, heeft ook geen inspirerende toelevering van ideeën en mist een maatschappelijk draagvlak om zich als sterk raadslid te legitimeren en zich daarin gesteund te voelen. Wie steeds meer afhankelijk wordt van de partij

en geen basis heeft, zal zich ook nooit autonoom opstellen in de gemeenteraad. De lokale representatieve democratie omtrent de gemeenteraad is helemaal gebouwd op politieke partijen. Naarmate die partijen leeglopen, in aantal, vertrouwen en kwaliteit, wordt de representatie steeds leger en krijgt een autonomer gemeenteraad minder kansen en betekenis. Ondertussen krijgt na de ‘representative democracy’ de ‘monitory democracy’ vorm, zoals John Keane het verwoordt in The Life and Death of Democracy: ‘one person, many interests, many voices, multiple votes, multiple representatives’. Burgers hebben in de gemeentelijke netwerken steeds meer kanalen om via allerlei varianten van participatieve democratie hun vele stemmen te laten horen en rechtstreeks invloed op lokaal beleid uit te oefenen, in een rechtstreekse relatie met schepenen en ambtenaren. Een boutade kan het beeld scherper maken: je hebt als actieve burger wellicht meer invloed door niet partijpolitiek actief te worden dan door dat wel te doen. Waarom zou je dan partijpolitiek actief moeten of willen worden, als je bovendien weet in welke dolgedraaide cultuur je zo terechtkomt? Een leeglopende representatie in een steeds vollere participatieve democratie; de gemeenteraad zit overal, uitgezonderd in de gemeenteraad. We hebben nogal wat beelden ter beschikking om te provoceren. Hoe leger partijen worden, hoe holler het pleidooi voor versterking van de gemeenteraad klinkt. In dit soort ontwikkeling eisen dat de gemeenLokaal 1 april 2013

31


essay

Wie geen inhoudelijke basis heeft en niet vanuit een levend netwerk spreekt, heeft ook geen inspirerende toelevering van ideeën en mist een maatschappelijk draagvlak om zich als sterk raadslid te legitimeren en zich daarin gesteund te voelen. teraad het centrum van al die netwerken wordt, dreigt tegen zichzelf te werken. Er is al meer dan genoeg partijpolitisering. Als die partijpolitisering tussen uitgeholde partijen nu ook nog eens actieve netwerken in de samenleving besmet door te eisen dat de gemeenteraad daarin centraal staat, dan zou meer gemeenteraad wel eens tot minder democratie kunnen leiden. Het kerndebat over de gemeenteraad gaat over de toekomst van de lokale partijen. Academici met meer visionaire capaciteiten dan ikzelf suggereren dat we het einde van deze partijen meemaken en dat dit model zijn beste tijd wel heeft gehad. Elk democratiemodel komt en gaat, dus waarom zou dat niet gelden voor dit model van representatieve democratie dat op een bepaald type van politieke partijen uit de vorige eeuw is gebaseerd? Wat er in de plaats komt, daar zijn de collega’s dan weer veel vager over. Problemen formuleren over democratie is altijd gemakkelijker dan oplossingen voorstellen. Democratie zonder partijvorming is niet voorstelbaar. De representatieve democratie heeft bovendien het grote voordeel van routines, procedures en vaste rituelen die de besluitvorming structureren en ordenen. Het is bijzonder moeilijk om dat te vervangen, daarin blijven de meeste toekomstscenario’s hopeloos haperen. Ook de symbolische betekenis en de kracht van de representatieve democratie is niet te onderschatten, inclusief het belang van decorum rond de gemeenteraad als culminatiepunt van publiek debat en democratisch conflict. 32 1 april 2013 Lokaal

Democratie zonder partijvorming is dan wel niet voorstelbaar, maar het concept partij moet allicht worden opengetrokken. Het is in het belang van politieke partijen zelf dat zij voor zichzelf een toekomst maken en het is in ons aller belang dat we meer investeren in partijvorming op het lokale niveau. Dat doen we als samenleving te weinig; de politieke partijen worden daar ook niet meer voor beloond en investeren daar veel minder in dan vroeger. Die trend moeten we keren. We zouden de opkomst van nieuwe lokale partijen rond lokale programma’s moeten aanmoedigen en daarvoor faciliteiten uitwerken, wellicht te beginnen bij het kiessysteem dat meer vernieuwing mogelijk kan maken. Partijen zullen intern werk moeten maken van minder particratie en van meer los-vaste verbinding met interessante burgers die zich op verschillende manieren met een partij of verschillende partijen rond programmapunten kunnen associëren. Partijen zullen opener moeten functioneren en open moeten staan voor innovatieve vormen van samenwerking met nieuwe vormen van middenveld. Dat voelen die partijen trouwens zelf wel aan, en dat is een goed teken.

met burgers en burgergroepen, door georganiseerd overleg met het veranderend maatschappelijk middenveld, door nieuwe media in te schakelen. In zo’n milieu en met dergelijke potgrond kunnen ambitieuze raadsleden de gemeenteraad, met alles wat erbij hoort, een boeiende omgeving vinden, kunnen ze inspireren en geïnspireerd worden. Het belangrijkste argument om te investeren in dit soort gemeenteraadsleden en gemeenteraden is het eigen belang of het lijfsbehoud van de partijen zelf: als partijen voor zichzelf een toekomst willen, dan is een meer autonome gemeenteraad, verbonden met de participatieve democratie, een noodzaak. Op die maatschappelijke humus kunnen meer autonome raadsleden groeien en dat kan de cultuur doen veranderen. En dan bloeit de gemeenteraad. Het is er het seizoen voor… Filip De Rynck is hoogleraar bestuurskunde aan de Hogeschool Gent

In en om de gemeenteraad zou die vernieuwing moeten blijken doordat de participatieve democratie veel meer in de gemeenteraad komt: niet vanuit een amechtige poging om de gemeenteraad kunstmatig te beademen maar vanuit de doorleefde netwerken waarin de raadsleden meedraaien. En dat kan sterker worden door goed georganiseerde debatten, door hoorzittingen

• Deze tekst is gebaseerd op de lezing die Filip De Rynck onder dezelfde titel verzorgde op de Trefdag 2012 van de VVSG. • Tom Verhelst (2013), Foundation of Fragment of Local Democracy? Analyzing the Role and Position of Local Councillors in Belgium, Doctoraatsproefschrift, UGent. • John Keane (2009), The Life and Death of Democracy. Pocket Books, Londen


ZIT U NOG MET VRAGEN OVER DE BBC?

DE ANTWOORDEN ZIJN NOG SLECHTS EEN MUISKLIK VERWIJDERD!

Uitgeverij Politeia had al het meest uitgebreide aanbod over de beleids- en beheerscyclus op de markt, maar heeft nu ook verschillende elektronische applicaties ontwikkeld om nog beter op uw vragen te kunnen antwoorden.

www.meemetdebbc.be Op de website houden we u op de hoogte van alle laatste nieuwtjes betreffende de beleids- en beheerscyclus. Zo vindt u er nu reeds een uitgebreide vormingskalender, interessante publicaties, worden de belangrijkste begrippen voor u uitgelegd… Maar daar stopt het niet, want de website wordt nog systematisch uitgebreid, onder meer door de lancering van een forum!

Ontvang meteen de laatste nieuwtjes. Volg @MeemetdeBBC ook op Twitter!

www.bbcindepraktijk.be Het digitaal platform ‘BBC in de praktijk’ vormt een uitbreiding op de publicatie ‘De beleids- en beheerscyclus in de praktijk’.

Alle abonnees op het boek kunnen op een heel eenvoudige wijze een login aanvragen, waarna u meteen aan de slag kunt. • De belangrijkste facetten van de BBC samengevat in een algemeen stappenplan dat door elk Vlaams lokaal bestuur gebruikt kan worden als basis om de regels toe te passen • Snelle en doelgerichte navigatie: dankzij de eenvoudige en geavanceerde zoekfuncties vindt u meteen het antwoord op die vraag die u zich stelt • Interactieve omgeving: u kan niet alleen de getuigenissen van andere besturen consulteren, maar kan zelf ook een bijdrage leveren

Uw stem telt! De inbreng van de lokale mandatarissen is belangrijk voor ons. Wenst u zelf uw ervaringen met de BBC te delen? Wilt u communiceren over een opleiding? Het volstaat contact op te nemen met els.mortier@politeia.be.

Lokaal 1 april 2013

33


terugblik op 100 jaar Vereniging van Belgische, 20 jaar Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten

1

2

H

et plein is de mooiste kamer van stad en dorp. Daar wordt feestgevierd. Daar zijn herinneringen en verleden het sterkst. Daar worden gasten ontvangen. Daar wordt afscheid genomen. Pleinen zijn trefpunten, knooppunten van al wat leeft, markten van bedrijvigheid, start- en stopplaatsen van optochten en betogingen, plaatsen van rendezvous, van stilte en uitbundigheid, van zon en schaduw. Pleinen hebben dikwijls de kleur van zeldzaam groen.

3

Honderd jaar pleinen 5

4

34 1 april 2013 Lokaal

6


7

8

1 ca. 1960 – Kermis op de Grote Markt in Mechelen. © collectie Stadsarchief Mechelen, www.beeldbankmechelen.be 2 ca. 1920 – Kermis op de Grote Markt in Sint-Truiden © Stadsarchief Sint-Truiden (SAST), verzameling Ilsbroekx 3 ca. 1955 – Carnaval op de Grote Markt in Hasselt © Stadsarchief Hasselt, verzameling familie Roosen 4 1949 – Ballonfeesten op de Grote Markt van SintNiklaas. © Collectie Koninklijke Oudheidkundige Kring van het Land van Waas, www.waaserfgoed.be 5 1925 – Turnfeest op de markt in Berlaar. © Historisch Archief Berlaar, www.kempenserfgoed.be 6 1937 – Tot 1949 verzamelden de paardenkooplieden wekelijks op de Vrijdagmarkt in Brugge. © verz. J.A. Rau, inventarisnr. FO/A05494 – Stadsarchief Brugge 7 1941 – Winterpret op de Dries van Sint-Pauwels. © Heemkundige Kring De Kluize Sint-Pauwels, www.waaserfgoed.be 8 1953 – Grote Markt met stadhuis in Halle – uitgave van papierhandel Walravens van Halle. © Stadsarchief Halle, www.erfgoedhalle.be

Lokaal Lokaal11april april2013 2013

35


mens en ruimte sociaal beleid

Doris, Ronny, Griet en Brigitta krijgen voor hun werk in het buurtcentrum De Vaart in Gentbrugge een aanmoedigingspremie boven hun uitkering. Tegelijkertijd wordt op maat naar een opleidingsof tewerkstellingstraject gezocht.

36 1 april 2013 Lokaal


Sociale activering verdient meer erkenning De maatschappelijke dienstverlening van een OCMW gaat tegenwoordig veel verder dan een leefloon toekennen. OCMW’s bieden een brede waaier van activiteiten aan, die dikwijls ook openstaan voor een groter publiek dan alleen de uitkeringsgerechtigden. tekst greet van dooren en ludo struyven beeld bart lasuy

H

et OCMW van Asse biedt met Vrouwengroep Parleeke anderstalige en Nederlandstalige vrouwen uit de gemeente de kans om in het buurthuis samen Nederlands te oefenen in een ongedwongen sfeer. Het OCMW van Bièvre biedt ouderen met de ‘espace détente’ wekelijks een ontmoetingsplaats om te kaarten of te knutselen om hun isolement te doorbreken. Deze dikwijls minder zichtbare activiteiten, die vallen onder de noemer van ‘sociale activering’, werden in 2012 voor het eerst systematisch in kaart gebracht bij de Belgische OCMW’s.

(Wanneer we het in het vervolg van dit artikel hebben over ‘de OCMW’s’ gaat het steeds over de bevraagde OCMW’s.) In de eerste plaats zijn het recreatieve en socio-culturele activiteiten, gevolgd door individuele tegemoetkomingen voor deelname aan sportieve en culturele activiteiten of aan speelpleinen (vrijetijdstoelages), vrijwilligerswerk (vooral in Vlaanderen) en vorming of opleiding buiten de professionele sfeer. Alternatieve tewerkstelling (zoals art. 60§7, arbeidszorg) of trajectbegeleiding zijn veel minder van belang.

Breed gewortelde praktijk Hoewel de opdracht van OCMW’s om begunstigden sociaal te activeren niet expliciet in de wetgeving staat, blijkt dit toch een breed gewortelde praktijk te zijn: bij grote en kleine OCMW’s, in de drie landsdelen. Alle OCMW’s die reageerden op de webenquête, uitgezonderd enkele van zeer kleine gemeenten, bieden een activiteit of dienst aan die binnen onze definitie past.

Voor een breed publiek In 2010 werden hiermee gemiddeld 228 deelnemers per OCMW bereikt. Slechts de helft van de OCMW’s kon hier cijfers over geven. Het gaat voornamelijk om een publiek dat ver van de arbeidsmarkt af staat. Volgens de inschatting van de OCMW’s is gemiddeld 28,4% potentieel bemiddelbaar voor de arbeidsmarkt. Opmerkelijk is dat de activiteiten dikwijls

Sociale activering Wat houdt het concept sociale active‑ ring in voor de Belgische OCMW’s en wat doen ze er in de praktijk mee? Dat was de vraag die de Staatssecretaris bevoegd voor Maatschappelijke Integratie Mag‑ gie de Block liet onderzoeken door het Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Sa‑ menleving HIVA van de KU Leuven, en het Centre d’études sociologiques van de Fa‑ cultés Universitaires Saint-Louis. Om deze vraag te beantwoorden werd eind 2011 een webenquête gehouden, waarop respons kwam van 234 (39,7%) van de 589 Bel‑ gische OCMW’s. Deze gegevens werden aangevuld met casestudies naar goede praktijken bij acht OCMW’s en twee taal‑

gemengde focusgroepen van OCMW’s uit zowel grotere als kleinere gemeenten. Om de realiteit op het terrein te kunnen vatten kozen we voor een brede defini‑ tie van sociale activering. Omdat er in ons land geen geijkte definitie bestaat, noch in de (activerings)literatuur noch in de Belgische regelgeving, lieten we ons door Nederlandse omschrijvingen (uit de Wet Werk en Bijstand) inspireren: ‘Sociale acti‑ vering is het verhogen van de maatschap‑ pelijke participatie en het doorbreken van sociaal isolement door maatschappelijk zinvolle activiteiten te ondernemen: ofwel als een doel op zich, ofwel als een eerste stap in een traject voor socio-professione‑

le inschakeling, ofwel als een eerste stap in een (latere) betaalde tewerkstelling.’ Deze definitie vindt bijval bij de meerder‑ heid van OCMW’s, maar de term ‘socia‑ le activering’ zelf ligt gevoeliger door de meerduidigheid en de connotatie met ar‑ beidsactivering. Het volledige onderzoeksrapport Sociale ac‑ tivering, tussen actief burgerschap en be‑ taalde arbeid. Een verkennend onderzoek naar de praktijk van sociale activering in de Belgische OCMW’s van Van Dooren, G., Kuppens, J., Druetz, J., Struyven, L. & Franssen, A. (2012) is een uitgave van HIVA – KU Leuven. U vindt het terug op www.hiva.be in een Nederlands- en Franstalige versie.

Lokaal 1 april 2013

37


mens en ruimte sociaal beleid

open staan voor een ruimere doelgroep dan enkel OCMWcliënten en (equivalent) leefloners. In niet minder dan 56% van de OCMW’s komen alle inwoners van de gemeente in aanmerking. Dit heeft voordelen op het gebied van sociale cohesie en integratie, het voorkomen van stigmatisering en het sociaal netwerk van de deelnemers. Om financiële redenen is dit niet voor alle OCMW’s, kleine én grote, een realistische optie.

Hoewel de opdracht van OCMW’s om begunstigden sociaal te activeren niet expliciet in de wetgeving staat, blijkt dit toch een breed gewortelde praktijk te zijn bij grote en kleine OCMW’s, in de drie landsdelen. Tussen arbeidsparticipatie en actief burgerschap Verder bracht het onderzoek aan het licht dat sociale activering voor de OCMW’s twee doelstellingen heeft: arbeidsparticipatie en sociale participatie. Die laatste legt meer de nadruk op doeleinden zoals sociale cohesie en actief burgerschap. Opmerkelijk is dat OCMW’s hiervoor vooral socio-culturele en recreatieve activiteiten inzetten, ook wanneer arbeidsparticipatie de doelstelling is. Een goed voorbeeld hiervan is Extra Time, een groepswerking voor jongeren binnen het OCMW van Gent. Via sportieve en culturele activiteiten, zoals het begeleiden van rusthuisbewoners naar een voetbalmatch, verwerven jongeren de nodige competenties en worden ze versterkt ter voorbereiding van een latere activering richting therapie, opleiding of werk. De recreatieve aard heeft belangrijke voordelen qua bereik en motivatie van deelnemers. Maar ze heeft ook een belangrijk nadeel: dergelijke activiteiten worden minder erkend en gewaardeerd doordat de achterliggende waarde ervan onderbelicht blijft voor het beleid en zelfs intern binnen de OCMW’s. Tot slot stellen we vast dat wanneer sociale activering gezien wordt als een opstap naar werk, ze dikwijls minder vrijblijvend is dan wanneer sociale participatie de doelstelling is. OCMW’s geven dan vaker aan dat de bereidheid om sociaal geactiveerd te worden als criterium kan meespelen om de OCMW-uitkering te kunnen behouden. Uitdagingen Sociale activering mag dan al breed geworteld zijn, het blijft een verborgen praktijk die weinig gedocumenteerd is en waarvan de meerwaarde onderbelicht blijft. Hierdoor mist ze erkenning en gedragenheid. Het ontbreekt sociale activering ook aan een structurele verankering, waardoor de plaats ervan binnen de dienstverlening van het OCMW niet verzekerd is. Daarnaast ontbreekt een dekkend financieel kader. OCMW’s moeten 38 1 april 2013 Lokaal

veelal verschillende financieringsbronnen ‘bij elkaar sprokkelen’. Niet elk OCMW heeft hiervoor de tijd of het personeel. Een structureel kader met bijbehorende financiering kan deze knelpunten oplossen. De grote uitdaging zal zijn om dit structurele kader niet verstikkend te maken. Ten eerste zijn flexibiliteit en de mogelijkheid tot creativiteit zeer belangrijk voor het succes van een initiatief. Formalisering mag, maar een OCMW moet ook kunnen inspelen op de vragen, interesses en belemmeringen van de doelgroep die pas gaandeweg duidelijk worden. Ten tweede zal een discussie over de achterliggende beleidsvisie oplaaien, de ruimhartige visie die meer de nadruk legt op rechten tegenover de meer voorwaardelijke visie met de nadruk op plichten. Ten derde brengt een structureel en financieel kader de vraag naar monitoring en evaluatie met zich mee. Het zal een moeilijke evenwichtsoefening worden om goede procedures en evaluatiecriteria te vinden die de OCMW’s niet buitensporig belasten. Doordat de initiatieven zo divers zijn, zijn de resultaten dat ook. Een eenzijdige focus op kwantitatieve maatstaven, zoals deelnemersaantallen of uitstroom naar tewerkstelling, moet vermeden worden omdat het ongewenste mechanismen van selectie kan creëren. Meestal heeft sociale activering net ‘zachte’ resultaten, zoals meer zelfvertrouwen of sociale cohesie, die moeilijker meetbaar zijn.

Meestal heeft sociale activering ‘zachte’ resultaten, zoals meer zelfvertrouwen of sociale cohesie, die moeilijk meetbaar zijn. Enkele reacties ‘Ik weet nu eindelijk wat dat ik wil doen. […] Ik ben geslaagd voor mijn selectieproef bij de VDAB voor de opleiding jeugden gehandicaptenzorg. […] En ik ben zelf ook sterker geworden denk ik.’ (Deelnemer, 19, OCMW Gent, Extra Time) ‘Het laat me toe eens iets anders te zien dan mijn vier muren, dan mijn financiële en familiale problemen. Ik kom er eens uit.’ (Deelneemster, 56, OCMW Braine-l’Alleud, Atelier de cuisine) ‘Dat negatieve beeld van die buurt proberen wij nu om te draaien, door het buurtfeest open te stellen voor iedereen. […] Ook toch een beetje een leuk imago voor het OCMW, een OCMW doet ook toffe dingen. […] Het is ineens geen schande meer om bij het OCMW te komen. Voor sommige mensen is dat toch wel een kans.’ (Buurtwerkster, OCMW Dessel, Buurtgerichte jongerenwerking) Uitspraken als deze maken het de moeite waard sociale activering binnen het OCMW de plaats te geven die ze verdient. Greet Van Dooren is wetenschappelijk medewerker aan het HIVA Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving, Ludo Struyven is hoofd van de onderzoeksgroep Arbeidsmarkt aan het HIVA.


Se c

ret a ria

Efficiënt en digitaal uw vergaderingen beheren!

at

Meeting .net Pro d u ct f i c h e  webgebaseerd  e ender

welke vergadering  e ender welke inhoud  g ebruiksvriendelijk  ingestelde sjablonen

Met de geavanceerde zoekfuncties kunt u zelfs op inhoud van documenten zoeken!

t

ariaa ecret

S

ces Servi uctuur astr & Infr

Wat is het? Meeting.net is een webgebaseerde applicatie die eender welke vergadering met eender welke inhoud kan beheren: van colleges van burgemeester en schepenen, gemeenteraden, besluiten van secretaris en burgemeester, gemeenteraadscommissies, tot MAT, AGB, OCMW-vergaderingen … U kiest maar. Meeting.net is een toepassing die u organisatiebreed kunt gebruiken. Daarom is het essentieel dat u gedecentraliseerd en georganiseerd kunt werken in een beveiligde omgeving. Dat wordt natuurlijk heel wat eenvoudiger als u beschikt over een programma dat u probleemloos van de ene naar de andere stap leidt. Bovendien werkt u met een zeer gebruiksvriendelijke en intuïtieve interface.

Nieuw!! Mogelijke integraties / koppelin gen

In het najaar van 2013 komt:

MT

Meeting.mobile

Via een standaardconnector (service bus) voorziet Remmicom de volgende integraties:

Bent u ook de papierberg bij vergaderingen beu? Het kan ook veel eenvoudiger! Deelnemers van de vergadering kunnen de inhoud op een digitale manier ‘doorbladeren’. Handig om tijdens de zitting te volgen! Volledig compatibel met alle mobiele apparaten (iPad, Android- & Windowstablet …) Mogelijkheid tot stemmen met onmiddellijke registratie en verwerking in Meeting.net. Deelnemers kunnen commentaar op de agendapunten toevoegen.

Rui

Integraties met Remmicom-applicaties:  Ruimtelijke ordening & Leefmilieu  Financiën (visum, bestelbons, mandaten …)  Bevolking (ambtshalve schrappingen en inschrijvingen) Koppeling met andere applicaties: Postbeheer (briefwisseling)  3P  … 

Microsoft Outlook: Vergaderingen inplannen in de agenda  E-mails gekoppeld aan taken ontvangen  Uitnodigingen versturen voor de vergadering 

Interesse? Contacteer Peter Dewever: peter.dewever@remmicom.be of 0497 52 43 15 Remmicom NV - Stationsstraat 145 - 2235 Westmeerbeek Tel. 016 68 02 23 - Fax 016 68 05 13 - info@remmicom.be - www.remmicom.be


mens & ruimte sociaal beleid

OCMW Beringen voedt talenten van cliënten Vijf jaar portfoliotraject, elk jaar anders

Mensen in kansarmoede hebben dikwijls geen kans gehad om hun talenten te ontdekken, laat staan ze te ontwikkelen. Hierdoor is een reguliere baan een brug te ver. Zulke mensen worden zelfs nog niet doorverwezen naar de arbeidstrajectbegeleiders. Met het portfoliotraject laat het OCMW van Beringen sinds 2008 deelnemers hun talenten en competenties ontdekken en ontwikkelen voor de arbeidsmarkt, met een zeer grote slaagkans. tekst anja schildermans beeld gfs

D

e arbeidstrajectbegeleiders gebruikten elf jaar lang de socioprofessionele balans om hun cliënten te screenen. Een medisch onderzoek bij de arbeidsgeneesheer of een screening bij de dienst voor Gespecialiseerde Oriëntering was ook mogelijk. Maar altijd lag het accent op wat niet lukte, terwijl de arbeidstrajectbegeleiders net op zoek waren naar wat wel lukte. Dan leerden de arbeidstrajectbegeleiders de assessments van vzw Vokans kennen. Vokans deed in 2005 onderzoek naar de kerncompetenties waar de meeste werkgevers om vragen. Deze bevindingen paste Vokans via het ESFproject Competentiespiegel toe bij herintreedsters. Bij de deelnemers zonder beroepservaring en opleiding kwamen allerlei talenten bovendrijven die zij in het niet-formele en het privécircuit hadden ontwikkeld. Dit project inspireerde de arbeidstrajectbegeleiders in 2007 om het portfoliotraject te ontwikkelen. Het OCMW besliste in 2008 met vzw Vo-

40 1 april 2013 Lokaal

kans samen te werken voor assessment en groepsvorming. Doorheen de jaren werd de inhoud van de vorming bijgestuurd en kwam er ook samenwerking met andere partners. Stapsgewijze invulling Eerst nodigt de maatschappelijk assistent de geselecteerde kandidaten uit voor een persoonlijk gesprek met haar of hem en de arbeidstrajectbegeleider. De trajectbegeleider geeft wat basisinformatie, legt zo concreet mogelijk uit wat de bedoeling is en geeft een eerste inhoudelijke toelichting. Na een week bedenktijd bespreken ze eventuele weerstanden en begint de intake. Er worden twee maanden uitgetrokken om het verleden en de toekomstwensen in kaart te brengen en de knelpunten voor het volgen van de groepsvormingen weg te werken. In een computerinitiatie wordt de basis gelegd voor de latere sollicitatietraining. Een bijkomende meerwaarde van de initiatie is dat er ruimte is voor

groepsbinding doordat de deelnemers elkaar helpen. In een groepsgesprek met de deelnemers geeft elke partner toelichting bij zijn deel van de cursus, iedereen licht zo concreet mogelijk het doel toe, een van de vorige deelnemers vertelt wat het project voor hem of haar heeft betekend. Tijdens een assessment is er aandacht voor twaalf kerncompetenties: stressbestendigheid, zelfstandigheid, nauwkeurigheid, motivatie, samenwerken, stiptheid, flexibiliteit, zorgvuldigheid, ordelijkheid, organiseren en plannen, communicatieve vaardigheid en leervermogen. De deelnemers krijgen uitleg over deze competenties en ze geven er daarna voorbeelden uit hun eigen leefwereld van. In een simulatie van een arbeidssituatie of in een video observeren ze de kerncompetenties en beschrijven ze in welke mate ze die erin terugvinden. Het portfoliotraject is opgebouwd in stappen maar de groeps- en individuele begeleiding loopt gelijktijdig. De deelnemers komen naar het OCMW maar de trajectbeleider is soms aanwezig in de groepsvorming, soms ook net voor of na een vormingsdag. Ook de maatschappelijk assistent van de sociale dienst moet goed zichtbaar blijven, anders bestaat het gevaar dat die door de intense trajectbegeleiding en groepsvorming minder nodig lijkt voor de cliënt. Daarom brengen de cliënten hun


aanwezigheidslijsten persoonlijk binnen bij de maatschappelijk assistent. Die woont dan weer telkens één dagdeel van de vorming bij. Bij het tonen van de videoboodschappen beschrijven de maatschappelijk assistenten de kerncompetenties. In de fase van de beroepsoriëntatie gaan de deelnemers op zoek naar wat zij willen, gekoppeld aan wat ze kunnen en wat er in een bepaalde functie van hen verwacht wordt, om zo tot een realistisch streefdoel te komen. De resultaten worden in de competentieprofielen van de gewenste functies gepast. Beschikt de persoon in kwestie over die competenties en/of kan hij ze verwerven? Dit resulteert in een persoonlijk ontwikkelingsplan zodat de cliënt met oefeningen en praktische opdrachten aan competentieversterking kan werken.

Dan is het tijd voor sollicitatietraining en een beroepsverkennende stage van de VDAB (vijf dagen voltijds of tien dagen halftijds) om werkervaring op te doen en te zien of de arbeidsvoorwaarden aan de verwachtingen van de deelnemers voldoen. Daarna volgt een bespreking van de stage en nog twaalf uur

Het traject kan dan nog doorlopen. Als het nodig is, kan er nog bemiddeling volgen op het normale economische circuit of in het alternatieve circuit door individuele trajectbegeleiding of kan er een actieve toeleiding tot een beroepsopleiding, vorming of vrijwilligerswerk gebeuren.

Het gevoel zelf dingen te mogen en te kunnen doen en het besef dat zij op begeleiding kunnen terugvallen betekent veel voor de ontwikkeling van het zelfvertrouwen bij de deelnemers. sollicitatietraining. De deelnemers leren solliciteren via e-mail en oefenen ‘mijn loopbaan’ van de VDAB in. Ze leren een sollicitatiegesprek voeren. Tot slot hebben de deelnemers een simulatie van een sollicitatiegesprek.

Krachtlijnen Dit traject leeft bij gratie van het wederzijdse vertrouwen en het gedeelde geloof van alle partijen – het bestuur, de diensthoofden, de sociale dienst, de vormingsmedewerker en de trajectbegelei-

advertentie

www.dockx-rental.be

Flexibele voertuigenverhuur op uw maat.

Gemakkelijk en bedrijfszeker. De huur van een voertuig is flexibeler dan aankoop of leasing. U huurt het voertuig zo vaak of zo lang als u het nodig heeft; van één dag tot enkele weken of maanden. Alle bestel- en vrachtwagens zijn recente Mercedesvoertuigen die perfect onderhouden zijn. Ook van de verzekering hoeft u zich niets aan te trekken. En de Dockx Rental pechverhelpingsservice staat 24u/24u voor u klaar.

Alle bestel- en vrachtwagens, uitgebreid gamma personenwagens. Dockx Rental heeft een uitgebreide vloot bestel- en vrachtwagens met verschillende laadvermogens en -volumes. Omdat chauffeurs met rijbewijs C niet altijd beschikbaar zijn, stelt Dockx Rental de Maxi Load voor, een vrachtwagen voor rijbewijs BE.

JDR0027-20130315

Van aanloopwagen, shuttle service tot fun wagens - Dockx Rental heeft de meest geschikte personenwagen in huis. En dit in de verschillende merken en de meest recente modellen. U heeft eveneens een ruime keuze aan auto’s met een zuinig brandstofverbruik en een roetfilter voor een lagere CO2-uitstoot.

RENT YOUR FREEDOM

Dockx Service Shops in: Aalst, Brussel (Haren), Deurne, Dilbeek, Geel, Gent, Leuven (Herent), Mechelen, Oudenaarde, Sint-Denijs-Westrem, Sint-Niklaas, Vorst, Vilvoorde, Wilrijk

Lokaal 1 april 2013

41


mens & ruimte sociaal beleid

Cijfergegevens van vijf jaar portfoliotraject 2008

2009

2010

2011

2012

Aantal cliënten gestart

9

10

10

11

10

Aantal cliënten beëindigd

6

8

8

8

8

Doorstroom naar opleiding

1

0

0

1

0

Doorstroming naar regulier werk

0

0

4

1

1

Doorstroming naar art. 60

4

6

2

2

6

Doorstroming alternatieve circuits

0

1

1

1

0

Doorstroom vorming/vrijwilligerswerk Totaal doorstroom

ders van de jobdienst – in talent zonder diploma’s of werkervaring. Zonder de steun van het beleid, zonder de samenwerking met de sociale dienst, zonder de inzet van de partners en de vormingsmedewerker, zonder de openheid van de stageplaatsen en zonder individuele opvolging en coördinatie zou het traject niet zo succesvol kunnen zijn. Het kost allemaal tijd en inspanning maar het loont de moeite. De toeleiding is even belangrijk. Ze gebeurt stapsgewijs en intensief. De maatschappelijk assistente van de sociale dienst krijgt de opdracht na te gaan wie baat heeft bij het project. Soms zijn dit cliënten die al doorverwezen werden naar de jobdienst maar meestal zijn het mensen die nog niet klaar lijken om te werken.

2 5

7

7

7

7

te mogen en te kunnen doen en het besef dat zij op begeleiding kunnen terugvallen geeft de deelnemers zelfvertrouwen. Voortdurend bijschaven Elk jaar evalueert de projectcoördinator het project samen met de deelnemers, partners, lesgevers, diensthoofden en trajectbegeleider. Wat goed is wordt behouden, wat niet werkt of onduidelijk is, verdwijnt of wordt bijgestuurd. Nieuwe invalshoeken worden uitgeprobeerd. Zo is gebleken dat het assessment van de twaalf kerncompetenties in het project onmisbaar is. Opgeleide assessoren observeren de gekozen moeilijkheidsgraad, de wijze van uitvoering en het resultaat per competentie. De assessor bespreekt het competentierapport met

In de laatste oefening in competentieversterking organiseren de deelnemers volledig zelf de slotreceptie van het portfoliotraject. Zonder het te beseffen gebruiken zij daarbij al hun ontwikkelde kerncompetenties. De projectcoördinator is de arbeidstrajectbegeleider die elke stap van onderhandeling met partners en bestuur, de inhoud van de vormingen, de toeleiding van deelnemers en groeps- en individuele begeleiding stuurt en opvolgt. Daarnaast vervult ze een belangrijke brugfunctie tussen de maatschappelijk assistente van de sociale dienst, de cliënt en de lesgevers. Ze bewaakt het hele proces en stuurt bij waar nodig. Empowerment is ook een duidelijke krachtlijn: wat je zelf doet, doet je goed. De deelnemers krijgen de ruimte en de tijd om zelf dingen te proberen, aan te leren en te oefenen. Het gevoel zelf dingen 42 1 april 2013 Lokaal

de deelnemer. In de loop van de jaren wijzigden de timing en de volgorde van de verschillende oefeningen. De moeilijkere oefeningen komen nu later aan bod en het competentierapport wordt in aanwezigheid van de trajectbegeleider besproken met de deelnemer. Sinds 2011 zit er ook computerinitiatie in het pakket, wat versterkend werkt voor de groep. De inhoud is neutraal: typen, muisgebruik, internet, e-mail, basiskennis Word en opmaak cv. De groepsleden leren elkaar kennen en helpen elkaar bij de dingen die goed of minder goed lukken. De beroepsverkennende stage viel in 2010 nog na de groepsvorming; sinds

2011 gebeurt ze tijdens de groepsvorming. Achteraf worden de ervaringen vanuit de stage mee behandeld in de sollicitatietraining en de opmaak van het cv. Sinds dit jaar bepalen de deelnemers zelf de regels tijdens de groepsvorming. De afsprakennota werd mee ondertekend door de voorzitter en secretaris. In de tabel zijn de resultaten van onmiddellijk na de cursus terug te vinden. Voor sommige cliënten was er meer bemiddelingstijd nodig, bijvoorbeeld door aanvraag MEA/BTOM (multi-elementenadvies en bijzondere tewerkstellingsondersteunende maatregelen). Ondertussen zijn ook de doorstroomresultaten bekend van de veertien cliënten die artikel 60 al beëindigd hebben: arbeidszorg (1), sociale werkplaats (1), een zelfstandige zaak opgestart (1), regulier werk (8). Receptie In de laatste oefening in competentieversterking organiseren de deelnemers volledig zelf de slotreceptie van het portfoliotraject. Zonder het op dat moment te beseffen gebruiken zij al hun ontwikkelde kerncompetenties, maken zij keuzes en nemen zij beslissingen. De deelnemers nodigen iedereen uit die een inbreng had in de ondersteuning, begeleiding, vorming, werkverschaffing van de deelnemers. Ook vrienden en familie zijn welkom. Het is een toonmoment van alle competenties van de deelnemers waarop iedereen – het bestuur, de diensthoofden, de sociale dienst, de vormingsmedewerker en de trajectbegeleiders van de jobdienst – bijzonder trots is. Anja Schildermans is trajectbegeleider op de jobdienst van het OCMW van Beringen en projectcoördinator van het portfoliotraject anja.schildermans@ocmwberingen.be, T 011-44 91 42 of anneleen.eyckmans@ocmwberingen.be, T 011-44 92 41


mens & ruimte praktijk

HERENTHOUT – Hoe vertel ik mijn kind dat het autisme heeft? Meld ik mijn kind aan bij speciaal onderwijs of laat ik het op de basisschool zitten? Waar vind ik de juiste hulp voor mijn gezin? In praatgroep Het Doolhofje kunnen ouders met al hun vragen en verhalen over hun kinderen met een autismespectrumstoornis (ASS) terecht. Ze komen er samen om te praten, te luisteren, tips en ervaringen uit te wisselen, informatie te helpen zoeken, of gewoon om eens op adem te komen.

wouter roelstrate

Praatgroep voor ouders van kinderen met autisme

De naam Doolhofje verwijst naar een groep mensen die op zoek zijn naar de juiste handelwijze en hulp voor hun gezin.

Sinds 2009 organiseert de dienst opvoedingsondersteuning van het OCMW Herenthout maandelijks, behalve in juli en augustus, een praatgroep als ventilatieplek voor ouders van kinderen met ASS. ‘De vraag om Het Doolhofje op te rich‑ ten, kwam van een mama,’ vertelt maatschappelijk werker en orga‑ nisator An Van Mechelen. ‘Ouders van kinderen met ASS stuiten op veel onbegrip van de buitenwereld. Zij had behoefte aan een praat‑ moment waar ouders van kinderen met ASS op een ongedwongen manier hun bijzondere verhalen kunnen vertellen aan een groep die hen begrijpt en zich in die situaties herkent. De naam is ook haar idee

en verwijst naar een groep mensen die op zoek zijn naar de juiste handelwijze en hulp voor hun gezin.’ De bijeenkomsten duren gemiddeld twee uur en vinden ’s avonds plaats in het OCMW. Het zijn in de eerste plaats gezellige momenten waar mensen lachen maar ook stilstaan bij elkaars problemen en samen naar oplossingen zoeken. Tijdens de eerste bijeenkomst worden de data voor het hele jaar door de groep vastgelegd. An Van Mechelen begeleidt de bijeenkomsten en creëert vertrouwen door nieuwe deelnemers individueel over de groepswerking en de respectvolle omgang te infor‑ meren. Ze let erop dat iedereen aan bod komt en dat de groep ook stilstaat bij de verhalen van terughoudende deelne‑ mers. De warme groep bestaat

uit tien mensen die regelmatig geïnteresseerde kennissen of vrienden uitnodigen om deel te nemen aan de open gesprek‑ ken. Ouders van kinderen met extra zorgen zijn ook welkom in Het Doolhofje, omdat hun verhalen vaak heel gelijklopend en herkenbaar zijn. ‘Een praatgroep is een zeer krachtig opvoedingsmiddel en een ongedwongen manier van opvoedingsondersteuning,’ besluit An Van Mechelen. ‘In het verleden richtte het OCMW Herenthout ook al een praatgroep in voor ouders van kinderen met ADHD. Door Het Doolhofje binnen de dienst opvoedingsondersteuning te organiseren kan ik ook vragen filteren. Vanuit het OCMW kan ik extra hulp aanbieden en mensen individueel ondersteu‑ nen, begeleiden of informeren.’ inge ruiters

An Van Mechelen, maatschappelijk werker dienst opvoedingsondersteuning OCMW Herenthout, T 014-50 27 76, an.vanmechelen@herenthout.be

Lokaal 1 april 2013

43


mens & ruimte de frontlijner

Taalprojecten doen het hier goed Lesley Vanhoorebeek, integratieambtenaar Denderleeuw Integratie is een werk van lange adem, dat wist Lesley Vanhoorebeek toen ze integratieambtenaar werd. Ondertussen worden in Denderleeuw taalbadjes georganiseerd voor kinderen die thuis geen Nederlands spreken. Volwassenen volgen taallessen en oefenen hun Nederlands op café. Nieuwkomers kunnen een beroep doen op een inburgeringscoach. tekst marlies van bouwel beeld stefan dewickere

‘Vijf jaar geleden zag ik de vacature voor integratieambtenaar. Als maatschappelijk werker had ik er nooit aan gedacht voor een lokaal bestuur te werken, maar deze nieuwe functie maakte me nieuwsgierig, leek me zeer uitdagend. Om voorbereid aan de slag te gaan volgde ik eerst een kijkstage bij de integratiedienst in Halle. Vanaf dan wist ik dat het een werk van lange adem zou worden, dat je niet meteen resultaten mag verwachten en energie moet putten uit kleine dingen. Kant-en-klare recepten bestaan er niet, maar toch vind ik de samenwerking met andere integratiediensten en organisaties als Odicé zeer belangrijk.’ ‘In Denderleeuw wonen bijna 20.000 mensen, onder wie 850 vreemdelingen. In totaal wonen hier zo’n 2400 mensen van vreemde origine, dat is twaalf procent van de totale bevolking en dat percentage blijft toenemen. Dat komt door de mogelijkheid tot gezinshereniging en doordat het hier veel goedkoper wonen is dan in Brussel, terwijl Denderleeuw vlakbij ligt op de spoorlijn Brussel-Gent. Vooral in de stationsbuurt zie je een hoge concentratie anderstalige nieuw44 1 april 2013 Lokaal

komers. Als die kindjes naar de kleuterschool gaan, kunnen ze hun taalachterstand inhalen. Maar als ze pas in de lagere school aan onderwijs beginnen, ligt dat al veel moeilijker. Daarom zijn we in 2008 gestart met het taalbadje. Ter voorbereiding van het nieuwe schooljaar kunnen kinderen van vijf tot negen jaar die thuis geen Nederlands spreken of horen, de tweede helft van augustus een taalbad nemen. ’s Morgens gaan ze op een speelse manier om met taal en ’s middags gaan ze naar de speelpleinwerking, zodat die ook bij de doelgroep bekend raakt. We vragen aan de scholen welke leerlingen het nodig hebben. De inschrijvingen gebeuren op school, maar mensen kunnen ook bij mij inschrijven. Volgens de leerkrachten heeft het taalbad een zeer positief effect. Dankzij de intensieve samenwerking tussen de integratiedienst en de scholen hebben we sinds een jaar een schoolopbouwwerker, die mij veel van het onderwijswerk uit handen heeft genomen.’ ‘Op dinsdagavond probeer ik naar Babbelonië te gaan, een praatcafé in Den Breughel waar anderstaligen hun Ne-

derlands oefenen. Het is geen les; nieuwkomers en Denderleeuwenaren praten er over thema’s en gaan samen naar activiteiten, onder begeleiding van Vormingplus. Het project is een succes. Wekelijks zijn we gemiddeld met twintig à dertig mensen. In het begin vroeg dat wat voorbereiding, maar nu loopt dat heel vlot.’ ‘Recent zijn we ook begonnen met het project “samen inburgeren”: elke nieuwkomer krijgt een inburgeringscoach en samen trekken ze dan naar de bibliotheek of ze gaan iets drinken. En hopelijk ontstaan er zo vriendschapsbanden. We hebben momenteel al tien duo’s. Het is een project dat je op langere termijn moet evalueren en waaraan je andere projecten kunt koppelen.’ ‘Ik leg me vooral toe op taalprojecten omdat het hier het meeste leeft. Ook kleine dingen kunnen het voor anderstaligen makkelijker maken. We proberen korte, duidelijke briefjes te schrijven en we gaan ook meer pictogrammen gebruiken. Het Kortrijkse pictogrammenboekje heb ik al aangekocht voor de scholen, zodat ze met de ouders kunnen


Lesley Vanhoorebeek: ‘Integratie zie je niet meteen, je merkt niet altijd dat het werkt.’

communiceren over het rapport of over het zwemmen. Leuk is ook de toneelvoorstelling “Anders nog iets?”, speciaal voor mensen die Nederlands leren.’ ‘Hoewel het niet verplicht is, zijn we in Denderleeuw ook gestart met een integratieraad. De leden zijn autochtonen en mensen uit vooral Centraal-Afrika, allemaal geëngageerde personen die oog hebben voor wat er hier leeft en het gemeentebestuur daarover willen adviseren. In aanloop naar de nieuwe beleidsperiode heb ik de integratieraad om voorstellen gevraagd. Daarom hebben we vorig jaar in juni een Wereldcafé georganiseerd, met rondetafelgesprekken over het integratiebeleid en wat we nog meer kunnen doen. We vertrokken vanuit open vragen: “Waarom woon je in Denderleeuw? Waarom woon je hier graag? Wat moet een gemeente voor de burgers doen en wat moeten burgers voor hun gemeente doen?” Deze formule bracht heel wat ideeën naar boven: we willen meer jeugdactiviteiten voor kinderen vanaf twaalf jaar, we pleiten voor meer Nederlandse lessen en ook voor huiswerkbegeleiding. Het taalbadje willen we uitbrei-

den tot drie weken en de lesgevers eerst opleiden tot taalmonitoren.’ ‘Anderstalige gemeenschappen zijn moeilijk te bereiken doelgroepen. Daarom probeer ik overal zo veel mogelijk aanwezig te zijn, te zien wat er leeft, met de doelgroep te praten, de juiste mensen aan te spreken, hun vertrouwen te winnen. Dan hoor ik andere dingen en zien de mensen me niet alleen als hun ambtenaar. Ze hebben zelf ook mooie verhalen, zoals de Rwandese die nu in het Nederlands maatschappelijk werk studeert. Het persoonlijke contact op het terrein is zeer belangrijk en dat rendeert op termijn ook. De mensen komen nu makkelijker bij mij langs op het gemeentehuis als ze niet weten waar ze zich moeten inschrijven voor de kinderopvang, de sociale huisvesting of omdat ze een dossier niet goed begrijpen. Dan overlopen we dat even samen.’ ‘Door de toevloed aan anderstaligen in Denderleeuw zijn mensen vaak ongeduldig. Maar integratie zie je niet meteen, je merkt niet altijd dat het werkt. Met de nodige goede wil van beide kanten komen we er wel, al is het met kleine stapjes.’ Lokaal 1 april 2013

45


stefan dewickere

mens en ruimte kort lokaal nieuws

Van mobiliteitsconvenant naar mobiliteitsdecreet Sinds 1 maart is het Mobiliteitsconvenant omgevormd tot mobiliteitsdecreet. Op www.mobielvlaanderen.be is de informatie met de vernieuwde begeleidingscommissie al het meest uitgewerkt, met een toelichting over de werking, intergemeentelijke samenwerking, een model van gemeenteraadsbesluit voor de hernieuwde samenstelling en een sjabloon voor een verslag. Ter ondersteuning werkte de Vlaamse overheid ook een model van huishoudelijk reglement uit, hier kan de gemeente afwij-

ken als de bepalingen niet in strijd zijn met decreten en besluiten. Het is belangrijk de herziening van het gemeentelijke mobiliteitsplan zo spoedig mogelijk af te werken, want het is de basisvoorwaarde voor subsidies in het kader van het mobiliteitsdecreet. Om de lopende modules af te werken bestaat een overgangsperiode van twee jaar. In de overgangsperiode van de nieuwe regelgeving blijven de mobiliteitsbegeleiders het aanspreekpunt bij uitstek. De gemeenten zijn bijna uniso-

Tot 30 april Subsidies voor grondaankopen toekomstig bos Gemeenten kunnen bij het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) subsidies aanvragen voor de aankoop van te bebossen gronden. Bebossingsprojecten die deel uitmaken van de realisatie van stadsrandbossen, speelbossen of het versterken van lokale bosuitbreidingsinitiatieven krijgen voorrang. Projecten die in Europese speciale beschermingszones liggen en bijdragen aan de Specifieke Instandhoudingsdoelstellingen (S-IHD’s), komen ook in aanmerking. In 2012 werden 11 van de 24 aanvragen gehonoreerd, goed voor de aankoop van 68 hectare en een bedrag van 1.670.000 euro. Katrin.Goyvaerts@lne.vlaanderen.be, T 02-553 81 06, www.natuurenbos.be/projectoproep-bebossing

46 1 april 2013 Lokaal

no tevreden over deze manier van (samen) werken die ze een voorbeeld vinden voor de andere Vlaamse beleidssectoren. erwin debruyne

www.mobielvlaanderen.be Decreet van 10 februari 2012 houdende wijziging van het decreet van 20 maart 2009 betreffende het mobiliteitsbeleid en opheffing van het decreet van 20 april 2001 betreffende de mobiliteitsconve‑ nants, BS van 20 maart 2012, Inforum‑ nummer 264203.

Gemeenten niet onder de indruk van verwijten van architecten Begin maart trok de NAV, de beroepsfederatie van architecten in Vlaanderen, naar eigen zeggen aan de alarmbel. Architecten dreigen verstrikt te raken in de ‘wirwar aan regelgevingen’, was de boodschap. Speciale aandacht ging daarbij uit naar de gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen, die volgens het NAV een ‘ode aan de willekeur zijn’. De VVSG vindt dit een onjuiste voorstelling en heeft hierover binnenkort overleg met de NAV.

De thema’s waarvoor een gemeente een verordening kan opstellen zijn decretaal bepaald. Een stedenbouwkundige verordening komt bovendien niet zomaar uit de lucht vallen, maar doorloopt een democratisch proces: ze krijgt eerst advies van de gecoro, gaat dan naar de gemeenteraad en ten slotte moet de deputatie de verordening goedkeuren. Dan kun je niet meer spreken van willekeur. Vanzelfsprekend zijn er tussen de stedenbouwkundige verordeningen van gemeenten onderling verschillen. Dat is juist goed: wij zijn van mening dat niet uniformiteit de toekomst is, maar juist


print & web

Vlaamse overheid helpt bij CO2-inventaris De Vlaamse overheid gaat de gemeenten ondersteunen bij de uitvoering van het Europese Burgemeestersconvenant. Ze gaf opdracht aan de VITO (Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek) om tegen dit najaar onder meer de nodige cijfers te verzamelen en op maat ter beschikking te stellen voor de lokale CO2-inventaris (de zogenaamde nulmeting). Hiertoe wordt overleg gepleegd met de verschillende gegevensleveranciers zoals de distributienetbeheerders of de Vlaamse Milieumaatschappij. Ook beoogt het project een soort handleiding voor opstelling van een energie-actieplan aan te bieden. Een en ander zal het voor gemeenten gemakkelijker maken om het Burgemeestersconvenant op het minimaal vereiste niveau van CO2-inventarisatie uit te voeren. De VVSG en andere partners in het Vlaams Netwerk Burgemeestersconvenant hadden aangedrongen op zo’n medewerking vanuit Vlaanderen. Het is een goed begin van interbestuurlijk samenwerken om de gemeenschappelijke Europese energiedoelstellingen te halen. Na de provincie Limburg zetten de andere nieuwe provinciebesturen intussen ook stappen naar ondersteuning van de gemeenten bij het Burgemeestersconvenant. De concrete invulling ver-

diversiteit. De lokale behoeften en de manier waarop de lokale gemeenschap daarop een antwoord wil bieden, kunnen van gemeente tot gemeente verschillen. We willen zeker geen situatie waarbij in heel Vlaanderen dezelfde regels gelden. Dit betekent dat de regels ook per gemeente kunnen verschillen. Een belangrijke taak van gemeenten is hun eigen regelgeving bekend te maken. Algemeen gesproken doen gemeenten dat zeker niet slechter dan bijvoorbeeld de Vlaamse overheid. In vrijwel alle gemeenten is de ruimtelij-

schilt van provincie tot provincie. Zo zet Antwerpen in een eerste fase in op de eigen campagne ‘klimaatneutrale organisatie’. Andere provincies lijken momenteel explicieter te vertrekken vanuit het Burgemeestersconvenant. Ook enkele streekintercommunales trekken mee aan de kar. Met het Burgemeestersconvenant engageren steden en gemeenten zich mee voor de Europese en regionale inspanningen om de CO2-uitstoot te verminderen met minstens 20 procent tegen 2020. Het convenant is een initiatief van de Europese Commissie en heeft aldus een belangrijke Europese uitstraling. Het is ook een mooie vlag om het hele lokale energiebeleid focus en systematiek te geven en zichtbaar te maken voor de bevolking. alex verhoeven

www.vvsg.be/omgeving (energie/burgemees‑ tersconvenant)

ke regelgeving te vinden op het internet. Van professionelen, zoals architecten, zou mogen worden verwacht dat zij weten dat gemeenten eigen regelgeving kunnen opmaken en dat die regelgeving kan verschillen van die in een buurgemeente. Zij worden geacht zich erover te informeren en over de nodige creativiteit te beschikken om met de regels uit zo’n verordening om te gaan. Het blijft natuurlijk relevant dat projectontwikkelaars en hun architecten al in een vroeg stadium contact opnemen met de gemeente. Ook op die manier geeft de gemeente re-

gelgeving of andere aandachtspunten mee en is de kans groter dat een project later vlot vergund kan worden. Als een architect of iemand anders vindt dat regelgeving onvoldoende bekend is gemaakt of onvoldoende duidelijk is, dan raden we aan contact op te nemen met de betrokken gemeente, zodat deze problemen in de toekomst kunnen worden vermeden. Van een algemeen Vlaams begrippenkader of definities verwachten we weinig heil, omdat nieuwe definities weer nieuwe vragen zullen oproepen. xavier buijs

Beheer en verzelfstandiging in het lokaal cultuurbeleid. Deze Locus-brochure staat in het teken van verzelfstandiging. Bent u er lokaal nog niet uit welke beheersvorm het meest geschikt is voor de exploitatie van uw cultuur- of gemeen‑ schapscentrum of bibliotheek? Of zoekt u aanknopingspunten om uw motiveringsverslag aan op te hangen? En hoe moeten die beheersorganen nu ook weer samengesteld zijn? Dit richtka‑ der helpt u om in uw gemeente de uitdagingen omtrent beheer en verzelfstandiging succesvol aan te gaan. H. Cannie, Beheer en verzelfstandiging in het lokaal cultuurbeleid. Een richtkader, Locus vzw

Nieuwe versie Verkeersbordendatabank De Vlaamse overheid heeft de verkeersbordendatabank vernieuwd en een geoportaal Mobiliteit gecreëerd om in de toekomst nog andere beschikba‑ re gegevens eenvoudig te kun‑ nen ontsluiten. De belangrijkste nieuwigheden zijn de eenvoudige manier van aanmelden, de toe‑ gangsaanvraag door de gemeen‑ tesecretaris via het Web Identity Management en een handleiding met fiches en demofilmpjes over de extra functionaliteiten. www.verkeersbordendatabank.be, knop nieuws en downloads

Lokaal 1 april 2013

47


mens en ruimte kort lokaal nieuws

Platform Centrummanagement brengt retail, vastgoed en bestuur samen Eind 2012 lanceerde de VVSG het Platform Centrummanagement, met steun van het Agentschap Ondernemen. Het Platform wil de Vlaamse besturen en de retail- en de vastgoedsector samenbrengen met het oog op meer dialoog en samenwerking. Dit samenspel is immers noodzakelijk om de kwaliteit en de aantrekkingskracht van het detailhandelsapparaat en de kernwinkelgebieden te kunnen versterken. De eerste bijeenkomst in Mechelen was alvast een groot succes. Een honderdtal deelnemers vanuit de steden, de retailsector en de vastgoedwereld

gingen in debat over centrummanagement en het lokale detailhandelsbeleid. Op 19 april vindt in Roeselare de tweede bijeenkomst plaats. Deze staat volledig in het teken van de relatie tussen de retailers en de stad. Met welke bril kijkt de retailsector naar de lokale overheid en hoe staat hij tegenover pu­bliek-private samenwerking? We werpen ook een blik op de interne keuken van de retailers. Hoe maken zij de keuze tussen kernwinkelgebied, de stadsrand of een perifere locatie? Welke overheidsinspanningen maken indruk? En waarop knapt een retailer af,

ondanks alle maatregelen om hem aan te trekken? Deze vragen moeten ons in staat stellen de mo­gelijkheden en beperkingen te beoordelen van lokale acquisitie, publiek aanbodbeleid en een centrummanagement mét de retailketens. Na een korte schets van het distributielandschap in Vlaanderen door Comeos geven we het woord aan een bekende Vlaamse retailondernemer die inzicht zal brengen in de criteria die aan de basis liggen van de uiteindelijke locatiekeuze. Verschillende spelers – retail, vastgoed en stad – geven hun mening over de zin en onzin van een lokaal vestigingsbeleid en inspanningen op het vlak van acquisitie. Tussendoor kunnen de deelnemers ook de benen strekken om zelf de dynamiek in het Roeselaarse stadscentrum te ervaren. We sluiten de dag af met een debat over de mogelijkheden tot (meer) samenwerking tussen de lokale overheid en de ketenfilialen op het vlak van centrummanagement en cen­trumpromotie.

gf

bart palmaers

Meer informatie (programma, inschrij‑ vingsformulier) vindt u op www.vvsg.be, knop economie/detailhandel/platform centrummanagement. Of via bart.palmaers@vvsg.be.

Oproep Snuiters kusjesboom in uw gemeente? Een kaarsje branden om het lot een handje te helpen: het is een traditie die stilaan verdwijnt. Toch hebben mensen behoefte aan kleine rituelen, zeker wanneer ze geconfronteerd worden met een levensbedreigende ziekte van een geliefd persoon. Vzw Talismanneke zou daarom graag een nieuwe traditie in het leven roepen, geïnspireerd op het bij uitgeverij Abimo verschenen prentenboek Grote Boom is ziek. Grote en kleine mensen die graag een zieke een hart onder de riem willen steken, kunnen langsgaan bij ‘Snuiters kusjesboom’. Dit is een gewone (bestaande) boom die op een openbare plek staat en die door middel van een bordje ‘omgedoopt’ wordt tot ‘Snuiters kusjesboom’.

48 1 april 2013 Lokaal

De bezoekers kunnen de boom even aanraken, knuffelen, een kusje geven of er een rood lint rondknopen en op die manier steun vinden voor zichzelf en de patiënt. Om dit project te kunnen realiseren is vzw Talismanneke dus op zoek naar bomen, die deze rol op zich kunnen nemen. Is er in uw gemeente een boom die ‘Snuiters kusjesboom’ kan worden en kan de groendienst het noodzakelijke onderhoud van dit ‘moderne bedevaartsoord’ op zich nemen? www.talismanneke.be, T 02-514 69 63 info@talismanneke.be


print & web

Studietoelagen aanvragen tot 1 juni 2013 De uiterste indiendatum voor de aanvraag van studietoelagen komt dichterbij. Aanvragen kan nog tot en met 1 juni, de poststempel geldt als bewijs. Aanvragen die de afdeling Studietoelagen na 1 juni bereiken, worden niet meer behandeld.

papieren aanvraagformulier in te dienen. De formulieren kunt u downloaden van het internet en afdrukken, maar ze worden ook verspreid via universiteiten, hogescholen, schoolsecretariaten, CLB’s, OCMW’s, vakbonden en integratiecentra.

De aanvraagprocedure is eenvoudig. Ook als er zowel kinderen in het basisonderwijs als in het secundair of hoger onderwijs zijn, hoeven ouders maar één dossier in te dienen. Het aantal toe te voegen documenten is beperkt: een aanslagbiljet van de belastingen of een inschrijvingsformulier van de school is niet meer nodig. Bovendien kan de aanvraag online worden ingediend, via een digitaal aanvraagformulier op www.studietoelagen.be. Een onlineaanvraag verloopt sneller en kan ook sneller worden verwerkt. Uiteraard blijft het mogelijk om een

Hulp bij de aanvraag Ouders die moeite hebben om de aanvraag in te vullen, kunnen bij deze instanties ook terecht voor gratis hulp, of ze bellen naar 1700, het gratis nummer van de Vlaamse overheid. Daar kunnen ze ook terecht met al hun vragen over de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een toelage. Daarnaast zijn er ook de bezoekdagen maandag en woensdag tussen 13.30 en 16.30 uur in Brussel of de provinciale meldpunten. De exacte locaties zijn terug te vinden op www.studietoelagen.be.

100 procent Herita 100 procent Herita is de eerste publicatie van de gelijkna‑ mige erfgoedorganisatie die de krachten bundelt van de vzw’s Erfgoed Vlaanderen, het Forum voor Erfgoedverenigin‑ gen en Open Monumentendag Vlaanderen. In dit themanum‑ mer staat de voorstelling van Herita centraal. Dit collector’s item zet de dertien erfgoedsites die Herita in Vlaanderen beheert, uitgebreid en rijkelijk geïllus‑ treerd in de kijker. U ontvangt de publicatie als u lid wordt van Herita. Meer informatie op www.herita.be

Nieuw: instapstage voor laaggeschoolde jongeren Vanaf 2013 wordt een jaarlijks contingent van 10.000 instapstages ter beschikking gesteld. Het gaat om betaalde stages die laaggeschoolde jongeren kunnen volgen in een onderneming, bij een vzw of bij een overheidsdienst. De instapstage is een relancemaatregel van de federale regering. Via de instapstage kan de stagiair een eerste werkervaring opdoen. De werkgever sluit hiertoe een overeenkomst af met de stagiair en de VDAB. De instapstage duurt drie maanden, halftijds of voltijds. De werkgever betaalt een maandelijkse premie van 200 euro voor een voltijdse stage. Deze vergoeding is niet onderworpen aan sociale bijdragen. Daarnaast betaalt de RVA de stagiair een stageuitkering van 26,82 euro per gewerkte dag. Deze nieuwe stagevorm is bedoeld voor wie geen diploma secundair onderwijs heeft. De jongere moet bij de aanvang van de instapstage al zes maanden ingeschreven zijn als niet-werkend werkzoekend bij de VDAB en zich nog in de beroepsinschakelingstijd bevinden. De werkgever moet instaan voor de begeleiding en opleiding van de jongere en bezorgt deze aan het einde van de instapstage, een attest met de verworven competenties. Om bij werkgevers een goede omkadering te garanderen zal, naast een vereenvoudiging van

het systeem, de lastenverlaging voor mentoren verdubbeld worden tot 800 euro per kwartaal. Mentoren zijn werknemers die minimaal vijf jaar ervaring hebben en een speciale ‘mentoropleiding’ hebben gevolgd. Tot slot vraagt de federale regering aan alle werkgevers samen voor een equivalent van 1% van het personeelsbestand vormen van werken en leren – via het klassiek alternerend leren, de Individuele Beroepsopleiding (IBO) of de instapstage – te realiseren. lore vandeurzen

Besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 2013 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding, wat betreft de instapstage, BS van 18 februari 2013, Inforumnummer 271885. Koninklijk Besluit van 10 november 2012 tot wijziging van het Koninklijk Besluit van 25 no‑ vember 1991 houdende de werkloosheidsregle‑ mentering, wat betreft de instapstage, BS van 23 november 2012, Inforumnummer 269764.

Tot 30 april: Subsidies voor projecten kindvriendelijke stad Vlaams minister van Steden Freya Van den Bossche lanceert een nieuwe oproep voor originele en innoverende projecten met focus op kindvriendelijkheid in de dertien centrumsteden en Brussel. In deze projecten moeten kinderen de hoofdrol spelen. Dankzij deze projecten kunnen kinderen zich vlot en autonoom bewegen in de stad, krijgt de publieke ruimte een kind- en jeugdvriendelijke inrichting en zijn er ontwikkelingskansen voor maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren. www.thuisindestad.be.

Lokaal 1 april 2013

49


Een filmpje vindt u ook op www.vvsg.be.


mens & ruimte interview Jenny Goossens en Filip Smets

Scholen bouwen is denken op heel lange termijn Scholen bouw je voor de toekomstige generaties, maar zo’n bouwproject in de startblokken krijgen is geen sinecure. Dat maakte Jenny Goossens de voorbije zestien jaar in Londerzeel mee. De eerste steen van het volledige PPS-scholenprogramma DBFM Scholen van Morgen werd nu in maart gelegd, volgend jaar september kunnen de scholieren in nieuwe, passieve lokalen nijverheidstechnisch onderwijs volgen. In de komende vijf jaar worden in Vlaanderen nog 164 andere scholen volgens hetzelfde programma gebouwd. tekst marlies van bouwel beeld stefan dewickere

H

et gemeentelijk technisch instituut Londerzeel barstte al gauw na de oprichting uit zijn voegen en dus werden er in 1967 tijdelijke, houten paviljoenen aan de Daalkouter geplaatst. Een deel van de school kreeg in 1994 nieuwe gebouwen, maar de houten paviljoenen bleven staan. Tot vorig jaar, toen werden op de speelplaats van het deeltijds kunstonderwijs containerklassen geplaatst zodat de ‘barakken’, zoals de paviljoenen ondertussen heetten, afgebroken konden worden. Bij haar aantreden in 2001 heeft de Londerzeelse schepen van Onderwijs Jenny Goossens het in 1998 ingediende subsidiedossier voor nieuwe lokalen geactiveerd: ‘We hebben een hele lange weg afgelegd, samen met Filip Smets die bij OVSG de dossiers voor scholenbouw van gemeenten begeleidt. Toen, vijftien jaar geleden, ging het om een project van ongeveer 140 miljoen Belgische frank. In 2006 kregen we de gelegenheid om ons dossier om te schakelen naar het interessante DBFM-systeem.’ Wat is DBFM precies? Filip Smets: ‘Omdat er toen ook al een groot tekort was aan middelen om scholen te bouwen, ging de Vlaamse overheid op zoek naar een

alternatieve manier om die lange wachtlijst in te korten. Dat werd de PPS-constructie Design (ontwerp), Build (bouw), Finance (financiering) en Maintain (onderhoud). Aan publieke kant heb je het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs (AGIOn) en Participatie Maatschappij Vlaanderen, aan de private zijde zijn het BNP Paribas Fortis en AG Real Estate.’ Jenny Goossens: ‘We hadden vooral gehoopt dat alles veel sneller zou gaan. Voor een regulier subsidiedossier moet je altijd minstens op acht jaar rekenen. Spijtig genoeg heeft het DBFM-project veel vertraging opgelopen door de bancaire crisis, dat heeft ons minstens twee jaar achteruit geslagen. Ons dossier was natuurlijk niet het enige, er waren nog 210 andere scholen die met het project aan de slag wilden.’ Filip Smets: ‘Het ging om een miljard euro. Vooral de keuze van de bank heeft lang geduurd en toen het duidelijk werd dat het Fortis zou zijn, moest die bank ook nog een miljard euro op de markt vinden in financieel zeer woelige tijden. Iedereen had toen een heilige schrik voor procedurefouten.’ Lokaal 1 april 2013

51


mens & ruimte interview Jenny Goossens en Filip Smets

Filip Smets: ‘Passiefbouw zet de lichaamswarmte van de mensen in, maar kleuters hebben zulke kleine lichaampjes. In de technische school gaat het om flinke mannen maar die bewegen dan weer in sommige lokalen wel en in andere niet.’ Jenny Goossens: ‘Elk onderwijsnet heeft een proefproject en ons technisch instituut is dat voor het gemeentelijk gesubsidieerd onderwijs. Het is hier dan ook hoogdringend, we stonden al het langst op de wachtlijst. Maar dan moeten er nog zo veel stappen gebeuren. AGIOn koos ervoor om met de wedstrijdformule van de Vlaamse Bouwmeester een architect te zoeken. Dat werd Teema architecten, ze hebben een voorontwerp gemaakt. AGIOn heeft een contract voorgesteld dat later werd overgenomen door Fortis. Het is een modelovereenkomst voor alle dossiers: echt een kanjer van een boek. Omdat zo’n contract geen sinecure is, liep het project nog een extra vertraging op van een jaar.’ Filip Smets: ‘Het was ook allemaal heel nieuw, en de mooie principes moesten getoetst worden aan deze concrete projecten. In plaats van de oorspronkelijke 211 dossiers zijn er nu 165 die onder het “DBFM Scholen van Morgen” vallen, voor het gemeentelijk onderwijs betekent dat dat we teruggevallen zijn van 37 naar 24 scholen. De andere bouwprojecten komen via de reguliere wachtlijst aan de beurt. Het programma voor de Scholen van Morgen is heel strikt. Als een gemeente in de school onderwijs wil combineren met andere diensten, kan dat een reden zijn om eruit te stappen. Bovendien hadden een aantal gemeenten al een architect, enkel als hij akkoord kon gaan met de voorwaarden kon de architect ook overgenomen worden in het project Scholen van Morgen.’ Wat zijn de voordelen van deze PPS-constructie? Jenny Goossens: ‘Hopelijk is het niet alleen het eerste dossier dat wordt gerealiseerd, maar ook het eerste dat in gebruik wordt genomen. In de loop van de tijd is de financiële situatie veranderd: het project zal nu 10,5 miljoen euro kosten btw inbegrepen, maar in plaats van zestig procent krijgen we nu 71,5 procent subsidie. Gelukkig maar, anders zou dit voor Londerzeel niet te dragen zijn.’ Filip Smets: ‘Het grote verschil is dat een school normaal zelf moet instaan voor het onderhoud. Nu wordt dat voor negentig procent gesubsidieerd, het is de vierde 52 1 april 2013 Lokaal

pijler van de DBFM-constructie, maintain: dertig jaar lang zal de private partner instaan voor het grote onderhoud zoals de verwarming of het buitenschrijnwerk. Dat zit in de prijs inbegrepen. Voor dat alles krijgt Scholen van Morgen dertig jaar lang een beschikbaarheidsvergoeding, per jaar is dat 894.000 euro waarvan AGIOn 702.500 euro of 78,6 procent en Londerzeel 191.500 euro of 21,4 procent betaalt. Jenny Goossens: ‘In de loop van het dossier hebben we wel gevreesd dat Londerzeel dat niet zou kunnen dragen, het is toch bijna 200.000 euro per jaar. Anderzijds hebben we door zo lang te moeten wachten, ook heel lang niets moeten betalen. Politiek is dit een groot engagement. We hebben tijdens de vorige beleidsperiode het kerntakendebat gevoerd: welke taken moet de gemeente vervullen? Basisonderwijs hoort daar zeker bij, maar secundair onderwijs is niet zo vanzelfsprekend. Uiteindelijk zijn we tot de conclusie gekomen dat we die school wilden behouden, er voluit voor wilden gaan en dat betekende dat de gebouwen verbeterd moesten worden. In de gemeente werd dit telkens unaniem beslist, de oppositie is daar nooit tegen geweest. Nu moet er worden bespaard, maar dat zal niet op dit onderdeel zijn.’ Filip Smets: ‘Het heeft lang geduurd en we hebben leergeld betaald, maar we houden er ook veel goede dingen aan over. In het reguliere circuit is de wachtlijst bovendien nog veel groter. Het gemeentelijk onderwijs heeft alleen al projecten voor 400 miljoen euro op de reguliere wachtlijst en dat is gerekend zonder de projecten in Antwerpen en Gent.’ Dus jullie hadden een architect en juridisch was alles in kannen en kruiken. Welke stappen volgden er toen? Jenny Goossens: ‘In oktober 2010 kregen we een bouwvergunning. Dat was een van de mijlpalen. We hebben veel gesprekken gevoerd, er was ook een bouwteam in de school om te peilen naar wat de leerkrachten wilden. Dat team heeft heel goed werk geleverd. Ook de leerlingenraad werd geconsulteerd. Als het gebouw er staat, is


Jenny Goossens: ‘We hopen dat dit bouwproject en de mediacampagne voor technisch onderwijs het leerlingenaantal zullen doen stijgen.’ het dan hopelijk ook helemaal zoals zij dat willen en nodig hebben. In 2011 werd er een aannemer aangewezen voor de afbraak en in 2012 voor de bouw van het nieuwe gebouw. Het orgelpunt was de ondertekening van het DBFM-contract op 21 december 2012. De eerste steen werd gelegd op 19 maart. De bouw zal anderhalf jaar duren en hopelijk kunnen de leerlingen vanaf 1 september 2014 in hun nieuwe klassen en sportzaal.’ ‘In de loop van het dossier hebben we de communicatie altijd goed verzorgd, met de leerkrachten, maar ook met de leerlingen en de ouders en zeker ook met de buren. We hebben de buurt uitgenodigd en hun het project getoond, maar ook uitgelegd welke hinder ze kunnen verwachten bij de bouwwerken. Ze kunnen de stand van zaken altijd opvolgen via de website van de school.’ En wordt het mooi? Jenny Goossens: ‘Het is een sterk staaltje architectuur, vooral omdat er een vide is tussen de benedenverdieping en de eetzaal erboven. Het concept van de werkplaatsklassen wijkt af van de klassieke werkplaatsen, hier zullen de werkplekken en labs in een grote, centrale hal in elkaar overvloeien. Daaromheen liggen de lokalen. Leerlingen zullen zo gemakkelijk kunnen werken aan vakoverschrijdende projecten.’ Filip Smets: ‘Er zitten heel veel speciale elementen in dit project, dat maakt het ook zo interessant. Ten eerste is het een nijverheidstechnische school. Deze school biedt mooie praktijkgerichte richtingen aan: van metaalbewerking tot industriële wetenschappen met wel zes uur wiskunde. Bovendien is ze gebouwd volgens het passiefconcept. In Vlaanderen zijn er 24 pilots waar passiefscholen gebouwd worden, een ervan is deze school in Londerzeel.’ Jenny Goossens: ‘Daar zijn we fier op, maar voor een school is dat geen eenvoudige opdracht want er zijn zo veel deuren, ramen en doorgangen! Ook de sporthal wordt speciaal aangepast. Gelukkig worden de extra kosten volledig gesubsidieerd.’

Filip Smets: ‘Passiefscholen zijn erg ingewikkeld, ook bijvoorbeeld kleuterscholen want passiefbouw zet de lichaamswarmte van de mensen in, maar kleuters hebben zulke kleine lichaampjes. In de technische school gaat het om tieners maar die bewegen daar weer in sommige lokalen wel en in andere niet. En ook computers, machines, de oriëntatie en het volume van de ruimtes worden meegerekend.’ Waar volgen de scholieren nu les? Jenny Goossens: ‘Er staan nog gebouwen en we huren twee jaar lang 44 containerunits a rato van 170.000 euro, inclusief eetzaal en leraarslokaal. Ze staan op de speelplaats van het deeltijds kunstonderwijs.’ Hoeveel jongeren gaan er naar dit gemeentelijk technisch instituut? Jenny Goossens: ‘Het is opmerkelijk dat het aantal leerlingen de laatste vijf jaar daalt. We komen van een kleine 320 en nu zitten we aan de 271, dit schooljaar is er een lichte winst waarmee we heel blij zijn. Ook de vorige directeur heeft heel veel voor dit dossier gedaan, maar moest onverwacht vervroegd op pensioen. We hopen dat dit bouwproject en de mediacampagne voor technisch onderwijs “Toch wel technisch” het leerlingenaantal weer zullen doen stijgen. De oude barakken waren ook echt niet aantrekkelijk.’ ‘Achteraf bekeken was het een bijzonder lange weg. Ik was eerst OCMW-voorzitter maar om me twaalf jaar geleden over de brug te krijgen voor een schepenambt heb ik naast financiën en ruimtelijke ordening ook de onderwijsbevoegdheid gekregen. Ik heb er veel van mijn Latijn in gestoken. Maar nu kan ik mijn project niet afmaken want de coalitiepartners hebben verjonging afgedwongen bij het bestuursakkoord. Ik ben 65 en moest dus helaas in januari stoppen. Maar dat is van ondergeschikt belang. Londerzeel zal blij zijn met het nieuwe gebouw.’ Marlies van Bouwel is hoofdredacteur van Lokaal

Lokaal 1 april 2013

53


mens & ruimte sociale huisvesting

Gemeenten krijgen nu zelfde financiering voor sociaal wonen Al enkele jaren geldt er eenzelfde kwaliteitskader voor gemeentelijke sociale woonprojecten, ongeacht de initiatiefnemer. De nieuwe financiering volgens het FS3-besluit is een verdere stap in de gelijkschakeling van de initiatiefnemers. tekst kurt herregodts beeld daniël geeraerts

D

ankzij het nieuwe financieringsbesluit van 21 december 2012 is er een eenheid in financiering gekomen, tot dan toe bestonden er veel financieringsvormen verspreid over meerdere besluiten. Daarnaast worden alle initiatiefnemers voor de ontwikkeling van so-

ciale huisvesting nu ook gelijk behandeld, want voor dezelfde verrichting krijgt zowat iedereen dezelfde financiering en dus moeten gemeenten in plaats van op de SBR-projectsubsidie nu ook een beroep doen op een FS3-lening. Bovendien biedt dit besluit ook een antwoord op enkele

heikele punten zoals de te dure financiering voor sociale huurwoningen, het nog onbestemde karakter van percelen op het ogenblik van verwerving dat wordt opgelost door het prefinancieringssysteem, het ongenuanceerde karakter van de NFS2tabel en de mogelijkheid om subsidiabele bedragen te combineren. De financieringsvormen Om een project te ontwikkelen kunnen initiatiefnemers genieten van een marktconforme lening met tussenkomst in de leninglast (de FS3-lening). De Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen (VMSW) verstrekt een marktconforme lening met een looptijd van 33 jaar tegen een referentierentevoet, eventueel verhoogd met een marge. De kapitaalaflossingen van deze marktconforme lening stemmen overeen met de kapitaalaflossingen op een theoretische lening voor hetzelfde bedrag en met dezelfde looptijd, maar met een negatieve rentevoet van -1% waarvan de annuïteiten jaarlijks met 2% toenemen.

Drieledige structuur Het financieringsbesluit heeft een drieledige structuur met vier financieringsvormen, ze‑ ven mogelijke initiatiefnemers en zeven verrichtingen. De complexiteit van het besluit ligt in de mogelijke combinaties binnen deze drieledige verwe‑ venheid.

54 1 april 2013 Lokaal

Vier vormen van financiering 1. Tussenkomst in de prefinanciering 2. Tussenkomst in de leninglast FS 3. Tenlasteneming 4. Subsidiëring

Zeven mogelijke initiatiefnemers 1. Socialehuisvestingsmaatschappijen 2. Vlaams Woningfonds 3. Steden, gemeenten en intergemeentelijke samenwerkingsverbanden 4. OCMW’s of OCMW-verenigingen 5. Andere initiatiefnemers als vermeld in art. 75 van de Vlaamse Wooncode 6. Verkavelaars en bouwheren in uitvoering van een sociale last in natura in overeenstemming met het decreet grond- en pandenbeleid 7. Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen


mens & ruimte lokale raad

Deze FS3-lening vervangt dus de SBR-subsidie voor gemeenten, maar ook voor het Vlaams Woningfonds. Dit maakt dat zowel de financieringskosten van de projecten als de voorwaarden van de financiering veranderen. Momenteel zijn de gesprekken met de VMSW daarover in een laatste fase. Daarnaast kan de overheid door het FS3besluit een tussenkomst verlenen om de verwerving van grond te prefinancieren, voor zowel sociale huur- als sociale koopwoningen. Bij sociale koopwoningen wordt de subsidie om de grond te kopen pas toegekend net vóór de gunning van de bouwwerken, en de initiatiefnemer moest tot 2012 de kosten van het voortraject helemaal zelf dragen. Bij huurprojecten bestond er zelfs geen subsidie voor verwerving van gronden. Nu biedt de overheid een tussenkomst in de prefinanciering voor de helft van de rente van de verwervingssubsidie. Deze tussenkomst loopt slechts vijf jaar en wordt bij vastlegging omgezet in een verwervingssubsidie (voor koopprojecten) of een marktconforme lening met tussenkomst (voor huurwoningen). Belangrijk daarbij is de aangeboden flexibiliteit bij de ontwikkeling van de projecten; de initiatiefnemer kan dus tot vlak voordat de werken worden gegund wachten met de beslissing of hij koop- of huurwoningen bouwt. Een derde én vierde belangrijke mogelijkheid inzake financiering zijn subsidies of tenlasteneming van infrastructuurwerken. Het principe blijft behouden waarbij de initiatiefnemer kan beslissen niet zelf als opdrachtgever op te treden. In dat geval treedt de VMSW op als opdrachtgever (of machtigt deze een andere aanbestedende

Zeven grote typeverrichtingen 1. Verwervingen 2. Infrastructuur Bouwrijp maken, Sloop, Infrastructuur, Oprichting gemeenschapsvoorzieningen, Aanpassingswerken aan de woonomgeving 3. Nieuwbouw 4. Vervangingsbouw 5. Renovatie 6. Verbeteringswerken 7. Aanpassingswerken

Hoe beschikt de gemeente altijd over een correct ondernemingsbestand? De meeste gemeenten beschikken niet over een accuraat bestand van alle ondernemingen die actief zijn op hun grondgebied. Toch zijn deze gegevens onontbeerlijk, al was het maar om hen op tijd te verwittigen als er werken in hun straat beginnen, of om de lokale bedrijfsbelasting correct te heffen. Uiteraard zijn er verschillende mogelijkheden: gebruiksvriendelijk of enkel voor ICT’ers, gratis of betalend, van vrij accuraat tot niet betrouwbaar, een tijdelijke foto of een systeem dat u ook volgend jaar nog van de juiste gegevens voorziet. Met dit in het achterhoofd zoomen we in op het gemeenterapport van de Verrijkte Kruispuntbank voor Ondernemingen (VKBO).

Blijf dicht bij de bron De VKBO baseert zich op de Kruispuntbank van ondernemingen (KBO), een authentieke gegevensdatabank met alle basisgegevens van ondernemingen en hun vestigingseenheden zoals naam, adres, rechtsvorm en rechtstoestand. Deze databank wordt gevoed door de erkende ondernemingsloketten (voor ondernemingen ‘natuurlijke personen’) en de notarissen en griffies (ondernemingen vernoemd in het vennootschapsrecht). Op haar beurt kopieert de VKBO dit basisbestand en publiceert het met verschillende toevoegingen. Een goed functionerend gemeentelijk databestand van de ondernemingen moet zich bijgevolg baseren op de (V)KBO als bron van ondernemingsgegevens. Bovendien moet een regelmatige update mogelijk zijn vanuit diezelfde bron.

Kant-en-klaar? De beheersdiensten van zowel de KBO als de VKBO stellen deze gegevens in verschillende formats ter beschikking van lokale besturen. We lichten er het VKBO-gemeenterapport uit vanwege de gebruiksvriendelijkheid. Via e-mail vraagt u eenvoudig een abonnement aan waardoor u maandelijks een bijgewerkte versie ontvangt. De rapporten zijn echter nog niet kant-enklaar bruikbaar. Daarom stelde de VVSG een handleiding op die u stap voor stap begeleidt: hoe al deze gegevens interpreteren? Hoe een eigen lijst creëren op basis van het rapport? Hoe die lijst up-to-date houden? Daarbij hoort ook een FAQ-lijst ondernemingsdata. De plichten van de ondernemingen Zelfs via deze weg is uw databestand niet gegarandeerd honderd procent accuraat. De KBO kampt zelf nog met een foutenmarge omdat de ondernemers de eigen gegevens onvoldoende up-todate houden. Zij zijn immers wettelijk verantwoordelijk voor correcte en actuele gegevens in de KBO. Gemeenten kunnen de ondernemers wel aansporen om dit te doen, onder meer met de handige folder Gegevens verbeteren. Dan toch maar een eigen databank? Vele gemeenten stellen daarom zelf een bedrijvengids op waarbij de ondernemers hun gegevens kunnen verrijken met openingsuren, website, logo’s. Foutieve KBO-gegevens kunnen zo dikwijls in een lokale bedrijvengids rechtgezet worden. Toch beschikt de gemeente dan nog niet per se over goede ondernemingsdata want het bijhouden van deze databank vergt een grote inspanning. Weinig gemeenten houden dit vol. Erger nog: we draaien de ondernemer daarmee een rad voor de ogen. De correcties die hij aanbrengt in de lokale bedrijvengids kunnen immers niet terugvloeien naar de authentieke bron, de KBO. Wettelijk is hij bijgevolg niet in orde, met mogelijke boetes of foutieve heffingen tot gevolg. De FAQ-lijst ondernemingsdata, de handleiding VKBO-gemeenterapport en de folder Gegevens verbeteren: www.vvsg.be, knop economie, dienstverlening www.corve.be, knop Magda-diensten, folder KBO-gegevens verbeteren economie.fgov.be, knop kruispuntbank van ondernemingen, diensten voor ondernemingen

Mail uw vragen over ondernemingsdata naar peter.douchy@vvsg.be.

Lokaal 1 april 2013

55


mens & ruimte sociale huisvesting

overheid) en komen de kosten geheel of gedeeltelijk ten laste van het Vlaamse Gewest. Als de initiatiefnemer wel zelf als opdrachtgever optreedt, brengt hij dit ter sprake op het lokale woonoverleg en verleent het Vlaamse Gewest via de VMSW een subsidie. Belangrijk punt is dat alle financiële middelen voor sociale huisvesting sinds 1 januari 2013 bij de VMSW geconcentreerd zijn, dus ook de subsidies. Differentiatie volgens reële prijs Voor verwerving van gronden blijven de basisbedragen voor het prijsplafond (als bovengrens voor de FS3-lening) gelijk. Maar om een differentiatie op basis van

Voor infrastructuur is de belangrijkste wijziging dat de plafonds per woongelegenheid gebracht zijn op 20.000 euro, ongeacht de initiatiefnemer. In de vroegere regelgeving was dit nog 21.000 euro als de VMSW opdrachtgever was (lastgeving) en 16.000 euro als de initiatiefnemer zelf opdrachtgever was (subsidiedossier). In het FS3-besluit is dit gelijkgeschakeld tot 20.000 euro per woongelegenheid. Er is eveneens duidelijk gesteld in welke gevallen de subsidie 100%, 80% of 60% bedraagt. Omdat voor sociale huurwoningen geen tenlasteneming of subsidiëring voor sloop opgenomen is, kan 100% van de sloopkosten voor de bouw van sociale

Om een differentiatie op basis van de verschillen in grondprijzen in Vlaanderen mogelijk te maken, wordt er gewerkt met een factor die de verhouding tussen de bouwgrondprijs in de gemeente en in het Vlaamse Gewest weerspiegelt. de verschillen in grondprijzen in Vlaanderen mogelijk te maken, is er beslist met een factor per gemeente te werken. Deze factor weerspiegelt de verhouding tussen de bouwgrondprijs per m² in de gemeente en die in het Vlaamse Gewest. Hierdoor worden de plafonds in de goedkoopste gemeente vermenigvuldigd met de minimumfactor van 0,75. In de duurste gemeente geldt 1,50 als bovengrens. Hierdoor wordt er een hogere FS3-lening voor de verwerving van gronden toegekend in duurdere gemeenten en een lagere in goedkopere. In mei van elk jaar stelt de minister deze coëfficiënten vast op basis van de gegevens van de FOD. Als de kostprijs van de aankoop onder het prijsplafond blijft, kan het verschil tussen het prijsplafond en de kostprijs (minimum van reële en geschatte kostprijs) worden toegevoegd aan het prijsplafond van een toekomstige aankoop binnen vijf jaar (het rugzakprincipe). 56 1 april 2013 Lokaal

huurwoningen gefinancierd worden met een marktconforme lening met tussenkomst in de leninglast (FS3-lening). Voor nieuwbouw is het subsidiabel bedrag voor de bouw van sociale huurwoningen gelijk aan de som van de kostprijs van de bouw, de studiekosten (beperkt tot 10% van de geplafonneerde kostprijs), de btw op de kostprijs van de bouw en op de studiekosten en de beheersvergoeding van de financiële dienstverlening. De kostprijs van de bouw is gelijk aan de reële kostprijs, beperkt tot het prijsplafond van de simulatietabel. Deze nieuwe simulatietabel vervangt de huidige simulatietabel en de NFS2-tabel. Bij sociale koopwoningen wordt de bouw (en renovatie) door de SBE-subsidie gesubsidieerd voor 20% à 25% van het subsidiabel bedrag. Dit subsidiabel bedrag is gelijk aan de som van de reële kostprijs (niet-aftrekbare btw inbegrepen), de algemene kosten bepaald als

10% van de beperkte reële kostprijs en de contractuele prijsherzieningen. Voor renovatie (inclusief verbeteringsen aanpassingswerken) blijft het principe van de ‘80% van nieuwbouwplafond’ van toepassing, behalve in vier specifieke gevallen waar het plafond 100% van het nieuwbouwplafond mag zijn. De kostprijs van de investering is dan ook gelijk aan de reële kostprijs, beperkt tot 80% van het prijsplafond van de simulatietabel (met die enkele uitzonderingen). Per project wordt de geplafonneerde kostprijs verminderd met de nog niet afgeschreven investeringskosten beleend voor de nieuwbouw, vervangingsbouw, renovatie, verbeteringen en aanpassingen (volgens NFS2-besluit en dit FS3besluit). Op die manier wordt vermeden dat de overheid vóór 33 jaar een nieuwbouwbudget moet reserveren voor elke woning. De niet-afgeschreven investeringskosten zijn de betreffende leningen, verminderd met 1/33 per volledig jaar dat is verlopen sinds 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar waarin de verrichting werd uitgevoerd. Nieuw is de mogelijkheid om die verrichtingen voor sociale huurwoningen en bijgevolg ook de overeenstemmende subsidiabele bedragen te combineren. Wanneer men gebruik maakt van een combinatie is het subsidiabele bedrag gelijk aan de som van de subsidiabele bedragen van elk van de verrichtingen afzonderlijk. De combinaties betreffen steeds een verwerving met een andere investering. Er zijn nog meer zaken te melden over het FS3-besluit, maar dit overzicht omvat de globale informatie, zonder de ambitie om tot in de details volledig te zijn. Kurt Herregodts is afdelingshoofd Planning & Programmatie van de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen

www.vmsw.be: voor de correcte juridische informatie over het nieuwe Financieringsbesluit en de toelichting. De VMSW zal ook informatiesessies organiseren voor de gemeenten.


mens en ruimte publieke ruimte

Als ouderen en kinderen zonder zorgen kunnen buitenkomen, zit het goed met de publieke ruimte De nieuwe beleids- en beheerscyclus staat nog in de startblokken. Hoe schuif je publieke ruimte in bij de opmaak van het meerjarenplan? Hoe doen andere gemeenten dit? tekst annelies van der donckt beeld shutterstock

I

n de aanloop van de gemeenteraadsverkiezingen lanceerde Steunpunt Straten samen met de VVSG, de Vlaamse Vereniging voor Ruimte en Planning en Atelier Publieke Ruimte het idee voor een schepenambt Publieke Ruimte. Ook op de VVSG-Trefdag 2012 was daar aandacht voor bij de uitreiking van de Beleidsprijs Publieke Ruimte 2007-2012. Ondertussen hebben een tiental schepenen die portefeuille op zak. Antwerpen, Beringen, Brasschaat, Deinze, Lennik, Lier, Heusden-Zolder, Kalmthout, Kapellen, Opwijk en Sint-Truiden hebben, voor zover we konden achterhalen, vanaf nu zo’n schepen. Hoe dit ambt wordt ingevuld is vatbaar voor interpretatie. Zelden gaat het over het samenbrengen van forse bevoegdheden als ruimtelijke ordening, openbare werken en mobiliteit bij één persoon. Een schepen van publieke ruimte kan zich ook toespitsen op procesmanagement rond alles wat te maken heeft met de inrichting en aanleg van de openbare ruimte. Hij is dan het aanspreekpunt voor vakcollega’s. De ‘schepen van publieke ruimte’ staat vooral garant voor een ‘geïntegreerd’ publiekeruimtebeleid. Een beleid waarbij de publieke ruimte hefboom is voor kernversterking, voor sociale cohesie, voor duurzame ontwikkeling, voor cultuurontplooiing, voor ondernemerschap, zelfs voor volksgezondheid. Uiteraard leidt het aanstellen van een schepen voor Publieke Ruimte alleen niet tot een geïntegreerd beleid. Meer en beter samenwerken is ook een cru-

ciale stap. Sommige gemeenten hebben gekozen voor een specifieke cel openbaar domein of een dienst publieke ruimte. Merelbeke en Oostkamp speelden op dat vlak een pioniersrol. Gent heeft haar IPOD (integraal plan openbaar domein) waarmee ze een algemene kwaliteitszorg wil coördineren. In Antwerpen bewaakt de stadsbouwmeester mee de ruimtelijke kwaliteit via intersectoraal overleg. Allemaal initiatieven gebaseerd op samenwerking, een belangrijk aspect van de meerjarenplanning en de beheers- en beleidscyclus. Die staat nog in de startblokken. De pioniers zijn al een eind onderweg. Anderen zijn nog zoekende. Dit plannings-

proces heeft een invloed op vele medewerkers binnen het lokale bestuur. Het is belangrijk dat elke betrokkene inzicht heeft in het hoe en waarom van dit nieuwe systeem. Niet alleen financieel maar ook beleidsmatig. Hoe schuif je ‘publieke ruimte’ in bij de opmaak van het meerjarenplan? Welke rol kan ik (nog) spelen in dit proces? Wat is de impact van het meerjarenplan op de werking van de eigen dienst? Wat betekent de BBC voor de concrete verwezenlijking van projecten? Maar vooral: hoe kom je tot goede realisaties en projecten. Annelies Van der Donckt is VVSG-directeur ruimte

Vorming Publieke ruimte in de beleids- en beheerscyclus Cyclus regio west: 19 april (Eeklo), 17 mei (Deinze) en 7 juni (Zulte) Cyclus regio centrum: 26 april (Vilvoorde), 24 mei (Puurs) en 14 juni (Boechout) Cyclus regio oost: 3 mei (Geel), 31 mei (Tongeren) en 21 juni (Lommel) Inschrijven kan op www.vrp.be Meer informatie bij adriaan.vermeulen@vrp.be, jan.vilain@steunpuntstraten.be, annelies.vanderdonckt@vvsg.be

Lokaal 1 april 2013

57


mens & ruimte ruimtelijke ordening

’t Is fijn ontvoogd te zijn! Vroeger had het Vlaamse Gewest een stevige vinger in de pap bij de beoordeling van de aanvragen voor een stedenbouwkundige en verkavelingsvergunning. Maar rond de eeuwwisseling werden gemeenten geacht die verantwoordelijkheid zelf te kunnen nemen. Toch zijn bijlange niet alle gemeenten ruimtelijk ontvoogd. tekst xavier buijs beeld stefan dewickere

I

n alle gemeenten nam vroeger het college de eindbeslissing over een stedenbouwkundige aanvraag of verkavelingsvergunning, maar het was daarbij wel voor een groot deel gebonden aan het advies dat de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar over de aanvraag aan de gemeente gaf. Het college moest immers een negatief advies of eventuele voorwaarden die de gewestelijke ‘gemachtigde’ ambtenaar in het advies verwoordde, overnemen. Hoewel een gemeente veel beter dan het gewest op de hoogte is van de lokale ruimtelijke context, was het voor een gemeente daardoor nauwelijks mogelijk om via het eigen vergunningenbeleid de ruimtelijke ontwikkeling te sturen.

Zelf verantwoordelijk Vandaar dat de hele zaak rond de eeuwwisseling over een andere boeg werd gegooid. Het bindend advies van de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar werd afgeschaft. Gemeenten kregen die grotere verantwoordelijkheid echter niet zomaar. Voorwaarde was dat ze konden aantonen dat ze genoeg kwaliteit in huis hebben om de vergunningen zelf te ver-

lenen. Concreet: ze moeten over een gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar beschikken, een visie op de ruimtelijke ontwikkeling verwoorden in een ruimtelijk structuurplan en registers opmaken, meer bepaald het register van de onbebouwde percelen, een overzicht van de ruimtelijke plannen die van kracht zijn op het grondgebied van de gemeente en een register dat per perceel informatie

Carine Couwenberg: ‘Zelfstandig vergunnen biedt de mogelijkheid om meer sturing aan de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente te geven.’

Hoeveel gemeenten voldoen aan welke voorwaarden? feb. 2013

nov. 2008

maart 2007

sept. 2005

sept. 2003

aantal gemeenten

percentage

percentage

percentage

percentage

percentage

0 voorwaarden

1

0%

3%

6%

11%

38%

1 voorwaarde

5

2%

15%

24%

39%

41%

2 voorwaarden

28

9%

21%

33%

35%

19%

3 voorwaarden

41

13%

28%

24%

11%

2%

4 voorwaarden

62

20%

16%

7%

2%

0%

5 voorwaarden

171

56%

17%

6%

1%

0%

feb. 2013

nov. 2008

maart 2007

sept. 2005

sept. 2003

Bron: www.ruimtevlaanderen.be

Stand van zaken vijf voorwaarden aantal gemeenten

percentage

percentage

percentage

percentage

percentage

structuurplan

294

95%

70%

51%

21%

8%

ambtenaar

279

91%

84%

79%

78%

38%

plannenregister

220

71%

52%

31%

16%

3%

vergunningenregister

248

81%

24%

8%

2%

0%

onbebouwde percelen

246

80%

61%

50%

45%

37%

Bron: www.ruimtevlaanderen.be

58 1 april 2013 Lokaal


Overzicht aantal voorwaarden (van de vijf) waaraan gemeenten voldoen (28.01.2013)

Overzicht aantal voorwaarden (van de vijf) waaraan gemeenten voldoen (28.01.2013) Om zelfstandig vergunningen te mogen afhandelen volgens de procedure van het nieuwe decreet ruimtelijke ordening, moet een gemeente voldoen aan vijf voorwaarden. Een gemeente moet eerst beschikken over: • een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk structuurplan • een gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar • een conform verklaard plannenregister • een vastgesteld vergunningenregister • een goedgekeurd register van de onbebouwde percelen

geeft over de vergunningengeschiedenis. Philippe Muyters, Vlaams minister bevoegd voor ruimtelijke ordening: ‘Ruimtelijke ordening moet gevoerd worden op het niveau waar dat het beste kan. Voor sommige strategische dingen is het gewestelijke niveau het geschiktst, voor andere is dat de provincie en voor nog andere is dat de gemeente. De hele beweging van ontvoogding moet in dat kader bekeken worden: gemeenten zijn echt wel in staat hun verantwoordelijkheid in de ruimtelijke ordening te nemen.’ Stand van zaken Begin 2013 is een minderheid van de Vlaamse gemeenten ontvoogd. 123 van de 308 gemeenten nemen zelfstandig de beslissingen over vergunningsaanvragen die volgens de reguliere procedure worden ingediend. En nog eens 48 gemeenten zijn bijna zover. Geen fantastisch resultaat als je weet dat aanvankelijk werd gedacht dat de meeste gemeenten in 2005 wel aan alle voorwaarden zouden voldoen. In Ravels weten ze er alles van. Carine Couwenberg,

Legende: Ontvoogdingsvoorwaarden voldaan

schepen ruimte & omgeving: ‘Wij zijn nog niet ontvoogd. Dat heeft zijn redenen. De opmaak van het vergunningenregister is bijvoorbeeld echt monnikenwerk. We wachten ook nog op gegevens vanuit de Registratie die nodig zijn om vast te stellen of verkavelingen als “vervallen” moeten worden opgenomen in het vergunningenregister. Ook is de

geen enkel criterium (1) één criterium (5) twee criteria (27) drie criteria (44) vier criteria (61) vijf criteria (61) vijf criteria / ontvoogd (120)

Voortaan automatische ontvoogding Inmiddels kondigde Philippe Muyters aan dat hij graag een einde wil maken aan de situatie waarbij een deel van de gemeenten zelfstandig de vergunning verleent en een ander deel wel nog de ondersteuning van de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar nodig heeft. Minister Muyters: ‘Ik wil mij toespitsen op

Voortaan zullen gemeenten die aan de vijf voorwaarden voldoen, automatisch ontvoogd zijn, terwijl ze dit tot nu toe moesten aanvragen. functie van stedenbouwkundig ambtenaar een echt knelpuntberoep. We hebben nu iemand in dienst die hopelijk binnenkort het juiste diploma heeft, maar daarvoor moesten we wel verschillende keren een vacature-oproep doen.’ Er is trouwens ook positief nieuws: in de loop der jaren neemt het aantal ontvoogde gemeenten gestaag toe.

stimulerende en ondersteunende acties en maatregelen. Met de omgevingsvergunning in het vooruitzicht hebben de gemeenten er zelf alle baat bij zich voor te bereiden op een verhoogde vergunningsautonomie. Ik heb mijn administratie de opdracht gegeven de gemeenten die nog niet aan alle voorwaarden voldoen, persoonlijk te contacteren en te begeleiden. Lokaal 1 april 2013

59


mens & ruimte ruimtelijke ordening

Minister Muyters wil de gemeenten in hun ruimtelijk ontvoogdingsproces stimuleren en hun ook belonen voor hun werk.

Ik wil stimuleren en gemeenten belonen die de stap wel wagen. Ze moeten vooral zelf overtuigd zijn van het nut van een ontvoogding. Ze moeten inzien dat het voeren van een eigen ruimtelijke orde-

de aanvrager in beroep gaan bij de deputatie. Frank Benoit is stedenbouwkundig ambtenaar in Ingelmunster: ‘Onze gemeente is al enkele jaren stedenbouwkundig ontvoogd. Voorafgaand aan de

Frank Benoit: ‘Door zelf eindbeslissingen te nemen kunnen we snel juiste inschattingen geven over slaagkansen van een project.’ ning ook voor de eigen bevolking veel voordelen heeft. Sancties ga ik niet opleggen.’ Wel zullen gemeenten voortaan automatisch ontvoogd zijn, terwijl ze dit tot nu toe moesten aanvragen. Zo kregen de bijna vijftig gemeenten die momenteel aan de vijf voorwaarden om ontvoogd te worden voldoen, maar de daadwerkelijke ontvoogding nog niet aanvroegen, onlangs een brief van de Vlaamse overheid in de bus. Daarin wordt gemeld dat gemeenten over de vergunningsaanvragen die worden ingediend vanaf 1 september 2013, zelfstandig kunnen en moeten beslissen. Ze hebben dus nog een aantal maanden om zich voor te bereiden. Terdege voorbereiden Een goede voorbereiding op de ontvoogding is belangrijk. Niet alleen krijgt de gemeente inhoudelijk meer verantwoordelijkheid, ook praktisch verandert er een en ander. Zo moet over vergunningsaanvragen in principe binnen 75 dagen worden beslist. In niet-ontvoogde gemeenten is dat dertig dagen meer. Haalt een gemeente die termijn niet, dan kan 60 1 april 2013 Lokaal

ontvoogding investeerden we in een stevig informaticasysteem. Zo kunnen we de lopende vergunningsaanvragen goed opvolgen. Die ondersteuning is onontbeerlijk om vlot te kunnen werken.’ Bovendien wordt in veel gemeenten vrijwel tegelijk met de ontvoogding de bijzondere informatieplicht van kracht. Dit houdt in dat iedereen die reclame maakt voor een onroerend goed, specifieke stedenbouwkundige informatie aan de koper moet meegeven. Die informatie vragen de vastgoedmakelaar, notarissen en anderen aan de gemeenten. Zij moeten dus klaar zijn om per jaar honderden of zelfs duizenden stedenbouwkundige uittreksels af te leveren, en wel zo vlot mogelijk. Dat vereist een stevig bemande en deskundige stedenbouwkundige dienst. Politieke slagkracht voldoende Een ander argument dat wel eens wordt aangehaald om geen haast te maken met de ontvoogding is dat de financiële belangen bij sommige stedenbouwkundige of verkavelingsaanvragen behoorlijk

groot zijn. Een steuntje in de rug van een gewestelijk ambtenaar is dan van harte welkom. Ravels heeft de ambitie snel ontvoogd te geraken. Carine Couwenberg: ‘Zelfstandig vergunnen biedt tenslotte de mogelijkheid om zelf meer sturing aan de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente te geven. Het is normaal dat de keuzes die we maken goed gefundeerd zijn. Om steviger in onze schoenen te staan willen we vanaf het moment dat we ontvoogd zijn daarom werken met een “kwaliteitskamer”. Bepaalde aanvragen zullen voor advies aan die kamer worden voorgelegd. Bijvoorbeeld de bouw van appartementencomplexen of aanvragen op beeldbepalende locaties in onze gemeente.’ Ook Frank Benoit gelooft niet dat de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar noodzakelijk is om een sterk lokaal ruimtelijk beleid te voeren. Integendeel: ‘Nu kunnen we burgers die informatie vragen, meestal onmiddellijk een inschatting geven over de slaagkansen van hun project. Bij complexere aanvragen kunnen we in het vooroverleg al afspraken maken die we ook na kunnen komen. Voordat we ontvoogd waren was dat anders. Toen tastten we altijd een beetje in het duister, omdat we niet zeker wisten hoe de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar dacht over de aanvraag.’ Minister Muyters wijst tot slot in dit verband op de voordelen die intergemeentelijke samenwerking kan hebben: ‘Het loont de moeite om te kijken naar intergemeentelijke samenwerkingsverbanden. Waarom zouden gemeenten in bepaalde beleidsdomeinen niet samenwerken om hun bestuurskracht te vergroten?’ Xavier Buijs is VVSG-stafmedewerker ruimtelijke ordening en hoofd dienst omgeving


IS UW GEMEENTE

HET TOONBEELD VAN DUURZAAMHEID? Doe mee via

www.duurzaamstegemeente.be en maak kans op de ‘Duurzaamste gemeente 2013’-prijs.

Studie- en netwerkdag met technologiebeurs

Promotiedag Duurzame Verlichting 2013 7de editie: ‘Kennisoverdracht en Praktijkvoorbeelden’

Dinsdag 23 april, Antwerp Expo Praktische informatie Inschrijven verplicht via www.energik.be – mogelijk t.e.m. 17 april Datum: dinsdag 23 april 2013 Ontvangst: 09.15 uur met voorwoord om 09.45 uur Aanvang: 10.00 uur Het evenement wordt afgesloten met een receptie vanaf 16.30 uur Locatie: Antwerp Expo – Hal 4 & Meeting Center (Ingang 2) Jan Van Rijswijcklaan 191, 2020 Antwerpen Ook vlot bereikbaar via openbaar vervoer

Opnieuw krijgt de bezoeker de mogelijkheid om infosessies te volgen tijdens het seminar, nieuwe producten te ontdekken op de technologiebeurs en ‘licht’-ervaringen te delen tijdens de netwerkmomenten. De kennissessies, u gebracht door experten en onderzoekers, zullen u wegwijs maken in de lichttechnologie. Tijdens de praktijksessies zullen de sprekers uit de verlichtingssector innovatieve, duurzame en energiezuinige verlichtingsoplossingen toelichten, dit zowel in standaard cases als in nichetoepassingen. Verder kunnen we twee gastsprekers ontvangen. Peter van der Burgt uit Nederland luidt het evenement in met een kritische blik op de nieuwste verlichting. Michel Gerits vanuit de stad Antwerpen sluit af met een voorstelling van het lichtplan Antwerpen. Het evenement past binnen het IWT project Groen Licht Vlaanderen 2020, de verlichtingssector in transitie. De deelnemende standhouders (25) en de meeste sprekers maken deel uit van het Consortium Groen Licht Vlaanderen of zijn lid bij Energik vzw.

Lokaal 1 april 2013

61


mens & ruimte praktijk

HECHTEL-EKSEL - Het boomhuis the Treehouse is de plek bij uitstek om te brainstormen over maatschappelijk verantwoord ondernemen en duurzame ontwikkeling. Deze vergaderruimte in Bosland, het kindvriendelijkste bosgebied van Vlaanderen, slaat een brug tussen economie en ecologie.

In the Treehouse vergaderen ondernemers en beleidsverantwoordelijken in volle verbondenheid met de natuur.

The Treehouse heeft de vorm van een boek. Het is een bijzondere architecturale constructie uit hout en metaal van de Duitse architect Andreas Wenning. Sinds januari houden ondernemers en beleidsverantwoordelijken hier innovatieve en creatieve vergaderingen en brainstorm‑ sessies die bijdragen tot een ecologische maatschappij. Het forum voor groene expertise Inverde exploiteert het gebouw en heeft een beheersovereenkomst met het vakantiecentrum De Lage Kempen en de gemeente Hechtel-Eksel afgesloten. Het verhuurt the Treehouse voor 400 euro per dag aan bedrijven en organisaties. De boomhut is alleen via een trap toegankelijk. De huurders beschikken over een vergaderzaal voor vijftien perso‑ nen, een loungeroom met een kitchenette en een toilet. Dit natuur- en bosproject is het resultaat van de samenwerking tussen pulp- en papierproducent Sappi

Fine Paper Europe, de gemeente Hechtel-Eksel, het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) en het commu‑ nicatiebureau Proximity BBDO. Sappi hecht veel belang aan maatschappelijk verantwoord ondernemen en ondersteunt the Treehouse als inspiratieplek voor duur‑ zaam ondernemen. Proximity BBDO heeft een online Treehouse-kennisplatform ontwikkeld. Via dit platform kunnen gebruikers van the Treehouse hun ideeën en effectieve resultaten met andere bedrijven en instel‑ lingen delen. Het ANB en de gemeenten Hechtel-Eksel, Overpelt en Lommel beheren Bosland of de bossen van het Pijnven in Hechtel-Eksel. Ze kregen als eerste in Vlaanderen een FSC-groepscertificaat en stellen hun bossen open zodat mensen zich verbonden kunnen voelen met de natuur. inge ruiters

thetreehouse@hechtel-eksel.be of www.the-treehouse.be

62 1 april 2013 Lokaal

gf

gf

Vergaderen tussen boomkruinen


beweging de eerste honderd dagen

stefan dewickere

Intensief werken en samenwerken

stefan dewickere

stefan dewickere

stefan dewickere

In kleine groepjes wisselden burgemeesters, schepenen en OCMW-voorzitters ervaringen uit. Deze sessie ging over burgerparticipatie en de rol van de gemeenteraad.

‘Het was een zeer nuttige en leerrijke dag. De informatie van de VVSG-stafmedewerkers was accuraat maar ook het netwerken in kleine groepen was belangrijk.’ Dat schreef een van de deelnemers aan de inspiratiedagen voor burgemeesters, OCMW-voorzitters en schepenen. Deze vorming van de Politieke Academie van de VVSG vond de voorbije maand plaats in Brugge, Hasselt, Malle en Gent. Sommige besturen kwamen met een hele delegatie uit het college, bij enkele was zelfs het voltallige bestuur present. Voor andere besturen kwam de dag vanwege een collegezitting of andere agenda helemaal niet uit. Veel nieuwe en jonge gezichten maar ook veel collegeleden met ervaring die zelfs zes jaar geleden eenzelfde dag volgden. De deelnemers konden kiezen uit een menu van 25 workshops over thema’s zoals ouderenbeleid of vrijetijdsbeleid, kinderopvang, publieke ruimte of samenwerking tussen gemeente en OCMW. Veruit de drukst bijgewoonde workshops hadden te maken met het meerjarenplan en de bijbehorende beleids- en beheerscyclus. Sterk was de samenwerking tussen de deelnemers. Over de partijgrenzen heen werden ervaringen en voorstellen uitgewisseld over de kunst van het besturen. Jongere collega’s vroegen advies aan de anciens, in deelgroepjes van drie tot vier wisselden schepenen kennis uit over omgevingsbeleid. Nieuwe wegen werden verkend, bijvoorbeeld over burgerparticipatie en over de werking van de gemeenteraad als een forum voor publiek debat. Voor de VVSG-stafmedewerkers en voor vele deelnemers waren de eerste honderd dagen een eerste moment om persoonlijk kennis met elkaar te maken. Jan Van Alsenoy

Lokaal 1 april 2013

63


beweging netwerk

Samenwerken op basis van nuchterheid en enthousiasme Hilde Plas, VVSG-stafmedewerker cultuur en erfgoed

Om politici te benaderen heeft de VVSG veel moreel gewicht, de cultuurprofessionals voelen zich eerder thuis bij Locus. Heel pragmatisch zetten Hilde Plas en Miek De Kepper elkaars sterkte in voor een beter lokaal cultuurbeleid. tekst marlies van bouwel beeld stefan dewickere

64 1 april 2013 Lokaal

Hilde Plas: ‘Tot 2001 was de VVSG zowel steunpunt als belangenbehartiger voor het lokale cultuurbeleid. Maar met het decreet lokaal cultuurbeleid van 2001 creëerde Vlaanderen het steunpunt Cultuur Lokaal, wat later Locus is geworden. De twee functies werden uit elkaar getrokken, dat blijft kunstmatig. De VVSG is een lobbyorganisatie: als de subsidie voor bibliotheken bijvoorbeeld dreigt ingekort te worden, dan nemen we het op voor de gemeentelijke cultuurinstelling. Daarnaast ondersteunen we de gemeenten met artikelen in Lokaal, door onze vormingen en advies of op de Trefdag. Tot 2001 waren Miek en ik collega’s. Het was de beslissing van de Vlaamse overheid om subsidies te geven voor een steunpunt lokaal cultuurbeleid. Het steunpunt is stevig betoelaagd en ze leveren goed werk. Met de eerste voorzitter Eric Antonis hebben we destijds afgesproken geen energie te steken in territoriumgevechten en voor het werkveld zoveel mogelijk samen te werken. Vanaf het begin gold ook de regel dat wie een vraag kreeg van een gemeente, dat zelf oploste behalve als de expertise bij de ander lag. De verdeling werkt. Ook omdat Locus zich vooral richt tot de cultuursector, de personeelsleden van de gemeente, terwijl wij als VVSG ons vooral richten tot de mandatarissen en op beleid.

Bij elke nieuwe beleidsperiode zie je weer dat het belangrijk is dat we die verdeling hebben. De legitimiteit van de VVSG is uniek. De VVSG blijft voor Vlaanderen de spreekbuis van de gemeenten en is voor de gemeenten de eerste vertrouweling. Voor de verdieping van praktijkexpertise moet je echter bij Locus zijn. Dankzij Locus is het werkveld sterker geworden, ze hebben veel goede praktijken naar bovengebracht en werken proactief. Dankzij de VVSG is ook het lokaal cultuurbeleid sterker geworden. De VVSG heeft een erg goede reputatie. Dat wil je als personeelslid mee waarmaken, en zelfs verbeteren. Nu met de meerjarenplanning merk ik meer en meer dat we vanuit de VVSG een unieke positie bekleden omdat we een helikopterzicht hebben, daar word je dan op aangesproken, ook vanuit Locus zeker als er een politieke dimensie bijkomt. We durven met de gemeenten hardop mee te redeneren, wettelijk correct en met gezond verstand, waardoor zij verder kunnen en een goede beslissing kunnen nemen. Samen met Locus, ISB voor sport, Faro voor erfgoed en VVJ voor jeugd hebben we een vormingstraject meerjarenplanning voor de gemeenten uitgerold. Het is fijn dat Miek, namens Locus daarbij de trekkersrol aan de VVSG gunde.’


Miek De Kepper, directeur Locus

Miek De Kepper: ‘Onze samenwerking is gestoeld op een combinatie van nuchterheid en pragmatisme gemengd met vertrouwen en enthousiasme. Dat zijn de dragers. Mijn VVSG-verleden speelt zeker mee, ook omdat we een grote gelijkgezindheid hebben in onze basisanalyse over het belang van de lokale besturen, het omgaan met het politieke en het ambtelijke niveau maar ook met de rol van de adviesorganen en de samenleving in haar geheel. Onze samenwerking is heel comfortabel omdat ze vertrekt vanuit gedeelde inzichten en waarden. Die basishouding krijg je met de VVSGmoedermelk mee. We moeten veel niet expliciteren, dat maakt het samenwerken comfortabel. In de praktijk gebeurt er veel pragmatisch, we wenden elkaars sterkten aan om vooruitgang te boeken. En daar beleven we ook nog plezier aan! Als we bijvoorbeeld naar het politieke niveau moeten communiceren, dan gebruiken we het morele gewicht van de VVSG. Moeten we de professionals benaderen, dan draaien we het om. Dat hangt dus van het thema af, we proberen er allebei winst uit te halen. Dat werkt natuurlijk enkel maar dankzij de gedeelde attitude, door ons respect voor wat er lokaal gebeurt. Een attitude die op Vlaams niveau niet altijd evident is. Daarom hebben de meeste medewerkers van Locus ook een verleden in een lokaal bestuur. We zijn nooit met elkaar in conflict gekomen. Met een strenge Hilde maak je liever geen ruzie! Maar zij zegt wellicht hetzelfde over mij. Intuïtief weten we precies wat kan en als we twijfelen, vragen we het elkaar. Heel informeel checken we dan even de dingen. Wie durft twijfelen, durft zich kwetsbaar opstellen, we kunnen dat omdat we elkaar vertrouwen. Natuurlijk is deze vlotte samenwerking heel erg aan onze personen gebonden. Als een van ons zou wegvallen, is er een lange snuffelperiode nodig. De basisinzichten zullen wel dezelfde blijven maar wat je opbouwt in gedeelde ervaringen, schrijf je niet uit in een protocol of een boek, dat leer je ook niet aan de universiteit. Dat heeft heel veel tijd nodig. Het mooiste van onze samenwerking vind ik samen op ronde gaan. Zo gaan we eind april samen op ronde voor een vorming voor schepenen van cultuur. Dan delen we de expertise en het netwerk. In de praktijk overleggen we veel met zijn tweeën. Maar het netwerk gaat breder. Hilde zit ook bij ons in de raad van beheer en ze wordt door de andere bestuurders zeer geapprecieerd om haar reflex in het debat. Het is tegelijk een platform waarop zij op korte termijn inzicht krijgt in wat er allemaal speelt. Hilde moet veel materies opvolgen, terwijl wij enkel met cultuur bezig zijn. Voor Hilde is dat een boeiend netwerk maar ook op het niveau van de collega’s bij Locus is ze heel aanspreekbaar en vice versa.’ Lokaal 1 april 2013

65


perspiraat

“Als strafbare feiten niet rechtstreeks verband houden met iemands functioneren als schepen, dan leidt dat doorgaans niet tot het verlies van het mandaat, tenzij een veroordeling zijn functioneren als schepen in het gedrang brengt.” Toelichting van de VVSG naar aanleiding van een rechtszaak tegen schepen Geert Vanthuyne van Moorslede – Het Nieuwsblad 12/3

beweging in de prijzen

CityLabo Prijs lauwert Patrick Janssens Op 1 maart reikte cityLabo zijn jaarlijkse prijs uit aan Patrick Janssens omwille van zijn verdiensten als promotor van stedelijkheid bij een breed publiek. CityLabo is de experimentele cel van Antwerpen Averechts. Deze vzw ontwerpt op de eerste plaats stadsbezoeken maar organiseert ook andere initiatieven zoals lezingen, tentoonstellingen en theaterhappenings over de stad en haar bewoners.

“Voor we met actie gestart zijn, hebben we rondvraag gedaan bij heel wat OCMW’s die ook dergelijke acties opgezet hebben en zelfs jaarlijks herhalen. Eveneens werd het advies ingewonnen van de VVSG. De VVSG stelt dat het wel moet kunnen en roept brandstofleveranciers op om zich te concentreren op het organiseren van een systeem van solidariteit, net zoals de acties die door OCMW’s en lokale besturen worden opgezet, in plaats van het voeren van een juridisch steekspel.” David Larmuseau (CD&V), voorzitter van het OCMW van Geraardsbergen, dat een groepsaankoop van stookolie gaat organiseren waar alle inwoners van de stad van kunnen profiteren – Het Laatste Nieuws 4/3 “Uit ervaring weten we dat de meeste gemeenten de belastingen traditioneel pas verhogen in het tweede jaar van de legislatuur. Veel nieuwe meerderheden zijn nog volop bezig met het budgettaire plaatje voor de komende jaren.” Jan Leroy, directeur Bestuur van de VVSG – Het Laatste Nieuws 2/3 “Het aantal mensen die naar de dienstencentra komen, gaat in stijgende lijn. Bovendien ligt het aantal mensen die bijvoorbeeld een leefloon krijgen van het OCMW, veel lager. Dat wil zeggen dat de mensen niet enkel via het OCMW terechtkomen in de centra, wat zeer positief is.” VVSG-stafmedewerker Nathalie Debast – Belga 28/2

66 1 april 2013 Lokaal

gf

“Twee derde van de gemeenten zullen ingrijpende maatregelen moeten nemen om tegen 2018 een budget in evenwicht te krijgen. Veel gemeenten zullen ook moeten snoeien in hun uitgaven, en dus in hun werking.” VVSG-voorzitter Luc Martens – interview op Focus-WTV 6/3

De cityLabo Prijs lauwert mensen die de hedendaagse stad belichten als een broedplaats voor positieve samenlevingsmogelijkheden waarmee ze de negatieve perceptie van de stad als een risicovolle plek met ruimtelijke en maatschappelijke problemen doorbreken. Volgens de cityLabo-jury heeft de jarenlange inzet van Patrick Janssens voor een open en inclusieve stad met een sterke regionale en internationale uitstraling duidelijk vruchten afgeworpen. Hij heeft een krachtige aanzet en de nodige tools gecreëerd voor een ‘betere’ 21ste-eeuwse stad. Na een moeilijke opstartperiode is hij er als burgemeester met gedurfde projecten als Park Spoor Noord in geslaagd om de Antwerpenaren weer een fierheid voor hun stad te bezorgen. In zijn beleid nam stadsontwikkeling een centrale plaats in. Zijn Werf van de eeuw-campagne bood de burger een consequent ruimtelijk verhaal met een langetermijnvisie, waardoor hij alle kleine, vaak hinderlijke ruimtelijke in-

grepen beter kon plaatsen. Zijn communicatiebeleid met onder meer de slogan ’t Stad is van iedereen geldt op internationaal vlak als een mooi voorbeeld waar assertiviteit en toekomstgerichtheid hand in hand gaan. Patrick Janssens vindt inspraak en participatie ook noodzakelijk om de behoeften van de burger juist in kaart te kunnen brengen. Hij streefde een brede ruimtelijke stadsontwikkeling na waarin diverse bevolkingsgroepen (rijk en arm, jong en oud) zich thuis voelen en vreedzaam kunnen samenwonen. De cityLabo Prijs dateert van 2011 en is een eerbetoon aan Annemie Cortvriendt, een van de grondleggers van Antwerpen Averechts. Volgend jaar gaan Patrick Janssens, de Rotterdamse laureate van 2012 Linda Malherbe en Annemie Cortvriendt samen op zoek naar de volgende laureaat die de stad een warm hart toedraagt. inge ruiters

www.citylabo.be


Een App voor uw Gemeente? Geef alle info over uw Stad of Gemeente in handen van uw inwoners en toeristen via uw eigen SmartPhone App!

Gent: de fijnste overheidswerkgever

Toerisme

De Stad Gent werd op dinsdag 26 februari 2013 door het Great Place to Work instituut erkend als een van de acht beste werkplekken van België. In België wordt het onderzoek uitgevoerd door de Vlerick Business School. Op basis van de resultaten worden twee lijsten van beste werkplekken samengesteld: een top tien van bedrijven en organisaties met respectievelijk meer en minder dan 500 medewerkers. Gent behaalde de achtste plaats in de lijst van organisaties met meer dan 500 medewerkers. Deze stad is de eerste overheidsorganisatie die is opgenomen in de lijst van beste werkplekken. Veel overheidsinstanties leveren trouwens inspanningen om zich als aantrekkelijke werkgever te positioneren op de arbeidsmarkt. Het Gentse stadsbestuur wil als werkgever vanuit inhoudelijk interessante banen een bijdrage leveren aan de samenleving, aandacht hebben voor een evenwichtige balans werk-privé en de mogelijkheid bieden om competenties te benutten en te ontwikkelen. marlies van bouwel

Een overzicht van bezienswaardigheden, wandel- en fietsroutes, beschikbare hotels en B&B’s, lekkere restaurants en gezellige cafe’s.

Actualiteit Hou de burgers op de hoogte van de laatste nieuwtjes en de komende activiteiten. Wil je ze snel bereiken? Maak gebruik van push notificaties.

Stadsdiensten Toon openingsuren en contactgegevens van de gemeentediensten en maak een meldpunt voor de burger in de applicatie.

Interesse? www.GemeenteApp.be

TrendsCo. bvba

info@GemeenteApp.be

Meulesteedsesteenweg 396

tel.: 09/218 76 10

9000 Gent

Nog een initiatief dat opgeborreld is bij

GEMEENTE SCHAARBEEK De Gemeente Schaarbeek organiseert een toegangsexamen tot de functie van:

GEMEENTESECRETARIS (m/v) Met meer dan 130.000 inwoners is Schaarbeek de 6de lokale entiteit van het land. Om de uitdagingen die zich voordoen het hoofd te bieden, beschikt de gemeente over een dynamisch gemeentebestuur samengesteld uit meer dan 1250 medewerkers en over zijn eigen onderwijsnetwerk van waaruit meer dan 850 onderwijzers werken.

Ik zocht een opleiding die me wegwijs maakt in de sociale sector, combineerbaar met mijn job. Hier zit ik goed!

Marc, 47 jaar

Leren over gezin, relaties en opvoeding. Breng gerust je levenservaring mee!

VERANTwooRdElIjKHEdEN: U bent de echte manager van het gemeentebestuur. De Gemeentesecretaris oefent namelijk de volgende bevoegdheden uit: de algemene directie van de diensten en van het personeel, het voorzitterschap van het directiecomité, het beheer van een intern controlesysteem, de voorbereiding van de dossiers die aan de Gemeenteraad en aan het College worden voorgelegd en de redactie van de notulen van hun vergaderingen. Hij verstrekt juridisch en administratief advies. Hij wordt verenigd met de uitwerking van de beleidshoofdlijnen en is speciaal met hun toepassing belast. Hij verzekert de opdracht van sanctionerende ambtenaar. VooRwAARdEN: Belg zijn • Hetzij houder zijn van een Belgisch licentiaatsdiploma of master, of een erkend gelijkwaardig diploma, in de rechten, bestuurs-, politieke, handels-, financiële of economische wetenschappen, of houder zijn van een ander universitair diploma met minstens 60 uren publiek-, administratief- en/of burgerlijk recht • Hetzij gedurende minstens 5 jaar functies van niveau A uitgeoefend hebben in een gemeente met meer dan twintigduizend inwoners, of in een OCMW verbonden aan zulk een gemeente. ExAMEN: Het examen omvat drie proeven: 1) een schriftelijke proef (samenvatting en commentaar over een tekst van algemene aard), 2) een schriftelijke proef over juridische, economische en financiële onderwerpen die betrekking hebben op de gemeentelijke instellingen en over praktische vragen in verband met de betrekking 3) een mondelinge proef met als doel het beoordelen van de competenties van de kandidaten om alle aspecten van de functie op te nemen. Deze proef zal meer bepaald gebaseerd worden op een nota van de kandidaat over zijn invulling van de functie. Het volledige reglement betreffende de toegangsvoorwaarden tot de functie en bijkomende inlichtingen kunnen bekomen worden op aanvraag, te sturen per e-mail naar rh_competences@schaerbeek.irisnet.be

Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen - HUBrussel 02 240 68 40 • info.hig@hubrussel.be www.hig.be • www.hubrussel.be/gezin

De indiensttreding is voorzien voor het laatste trimester van het jaar 2013. De kandidaturen, vergezeld van een CV en een kopie van het diploma moeten per aangetekende brief gestuurd worden ter attentie van het College van Burgemeester en Schepenen van de Gemeente Schaarbeek, Colignonplein, 1030 Brussel – uiterlijk voor 22 april 2013, de poststempel geldt als bewijs.

Lokaal 1 april 2013

67


beweging agenda

Mechelen 16 april Hasselt 23 april Gent 30 april

Arbeidsduurregeling uit de doeken

GF

Eén dag voor het complete overzicht van de arbeidsduurreglementering op maat van uw lokaal bestuur. www.vvsg.be/kalender Genève van 17 tot 19 april

7de Congres duurzame steden Evenement van de stad Genève en ICLEI over duurzame ontwikkeling, www.sustainablegeneva2013.org Leuven 18 april

De A3-methodiek Deze tweedaagse opleiding maakt het jaarplan van ‘abstract tot concreet’ en geeft de stappen van ‘visie tot actie’ in één overzicht weer. www.vvsg.be/kalender

Gent 25 april

Afval, te goed om weg te gooien! Op het vijfde Vlaamse Afval- en Materialencongres kunt u de laatste tendensen inzake afval- en materialenbeleid opvangen. Niet te missen voor elke professional die te maken heeft met afvalbeheer of grondstoffenbeleid. Dit congres valt samen met het tweejaarlijkse congres van FEAD, de Europese koepel van private milieubedrijven. www.vvsg.be/kalender

Gent 18 april

Mechelen 23 april

Hoe kunt u op een correcte manier contact maken met een kind dat het moeilijk heeft? www.vvsg.be/kalender

Symposium over een beleidsmethodiek die lokale besturen helpt bij het opzetten, uitvoeren en evalueren van een lokaal gezondheidsbeleid. www.vigez.be

Vlaanderen van 22 tot en met 28 april

Antwerpen 23 april

Evenement met talrijke activiteiten zoals een valquiz, een knelpuntenwandeling en een dansfeest. www.valpreventie.be

Promotiedag in het teken van kennisoverdracht en praktijkvoorbeelden met een doorlopende technologiebeurs. www.groenlichtvlaanderen.be

Omgaan met moeilijk gedrag van jonge kinderen

Week van de valpreventie

Gezonde Gemeente

Duurzame Verlichting

Geraardsbergen 24 april Aarschot 25 april

Functietoekenningsplan: nieuwe aanpak voor landelijke wegen Vormingsochtend over de methodiek van het functietoekenningsplan inclusief uw vragen aan de experts. www.vvsg.be/kalender Leuven 26 april

Het Nieuwe Werken en Leren: duurzaam inzetten van medewerkers Een mix van visies, praktijkervaringen en de lancering van een nieuwe pocket. www.vvsg.be/kalender

Helder communiceren

Politiek leiderschap

De Pinte 25 april Mechelen 23 me

Mechelen 18 april De Pinte 26 september

Werken aan uw communicatie… of eerder aan uw leiderschap? Lokale mandatarissen moeten in heel uiteenlopende situaties het woord voeren. Uw communicatievaardigheden aanscherpen helpt u om hierin telkens maximaal resultaat te boeken. Maar vaak gaat communicatie ook gepaard met grote inhoudelijke uitdagingen in een complexe en soms zelfs controversiële context. Op die momenten zijn het de leiderschapscapaciteiten die voor politici vaak het verschil

68 1 april 2013 Lokaal

maken. De VVSG ontwikkelde daarom twee opleidingen. De tweedaagse opleiding ‘Helder communiceren’ focust op de technische communicatievaardigheden. Het vijfdaagse traject ‘Politiek leiderschap’ gaat een niveau dieper en doet u grenzen verleggen in uw persoonlijk leiderschap. www.vvsg.be/kalender


Week van de Amateurkunsten Natuurtalent is dit jaar het thema van de Week van de Amateurkunsten met recyclagekunst, land art, kunstroutes in open lucht en installaties met natuurlijke geluiden. www.wak.be

Turnhout 30 april

Gekleurde vergrijzing: naar een cultuursensitieve ouderenzorg Studiedag voor directie en leidinggevenden uit de ouderenzorg en bewonerszorg. vormingscentrum.tactics.be (andere vormingen)

Gent 30 april

Brussel 4 mei

De crisis brengt steeds meer zelfstandi‑ gen in moeilijkheden. Deze driedaagse opleiding zet maatschappelijk werkers op weg om ook deze minder vertrouwde doelgroep op te vangen. www.vvsg.be/kalender

Unieke gelegenheid om kennis te maken met de Europese besluitvorming en de gebouwen van de Europese wijk. www.vvsg.be/internationaal

OCMW-hulpverlening aan zelfstandigen in moeilijkheden

Opendeurdag van de Europese instellingen

daniel geeraerts

Gent 7 mei

Studiedag samenwerking gemeente en OCMW Veel gemeenten en OCMW’s werken niet alleen beleidsmatig samen, maar zijn ook bezig hun ondersteunende diensten te bundelen. Recente studies van Universiteit Antwerpen en Hogeschool Gent bieden u handvaten voor doordachte samenwerkingskeuzes en leggen tegelijk een aantal faal-

en succesfactoren bloot. Op deze studiedag kunt u niet alleen kennismaken met de onderzoeksbevindingen maar ook met de praktijkcases die de onderzoekers analyseerden en toetsten. www.vvsg.be/kalender

stefan dewickere

Vlaanderen 26 april tot 5 mei

Leuven 7 mei Gent 15 mei Malle 21 mei Torhout 28 mei

Raadsledenavonden Was u eerder dit jaar een van de 3500 enthousiaste raadsleden die deelnamen aan de VVSG-introductiesessies? Dan is hier het langverwachte vervolg waarbij dieper ingegaan wordt op de principes van de beleids- en beheerscyclus. U kunt kiezen tussen verschillende workshops: het lezen van het BBC-meerjarenplan, het financieel vertalen van de vrijetijds-, ruimtelijke of sociale plannen en acties in het meerjarenplan, het slim voorzitten van de gemeenteraad of het werken als politieraadslid. www.vvsg.be/kalender

De A3-methodiek biedt voor mij een sluitstuk in het vele zoeken in allerlei managementtools… Het vormt zo’n mooie synthese! Nico Weyns, OCMW Aarschot deelnemer aan de opleiding De A3-methodiek die ook op 18 april weer start in Leuven. Informatie en inschrijvingen: www.vvsg.be (kalender).

Lokaal 1 april 2013

69


column Pieter Bos

E

erst vond ik het irritant. Hoe een goede vriend van mij, recent verkozen in de gemeenteraad van mijn stad voor een partij waarmee ik weinig affiniteit heb, tijdens de pauze van een cultureel evenement op mij kwam afgestevend. Hoe hij ongevraagd en gejaagd gedetailleerd verslag begon te doen over de jongste gemeenteraad. Over de agenda, wat erop stond en wat net niet. En waarom dat vermoedelijk zo was en wie daarover had beslist en waarom. Over de vragen die hij had gesteld en de antwoorden die hij had gekregen. Of niet had gekregen. Over het gebrek aan bereidheid tot debat (‘die zeggen niks’), ja zelfs het gebrek aan luisterbereidheid (‘die babbelen onder elkaar’). Sterker nog: over de totale afwezigheid van enige elementaire beleefdheid. Hij raasde maar door, vulde met woorden van oprechte verontwaardiging de pauze waarnaar ik nochtans erg uitgekeken had. Af en toe probeerde ik hem te stuiten, met een relativerend woordje, een domme veralgemening, een afrondende conclusie of een belangstellende vraag naar het wel en wee van de rest van de familie. Maar al mijn pogingen werden vakkundig genegeerd of afgeweerd. Hij had een verhaal en hij zou het doen. In extenso, of ik daar nu van gediend was of niet. Na vijf minuten ononderbroken stortvloed besefte ik dat er geen ontkomen aan was. Ik troostte me met de gedachte dat het tweede deel van het culturele programma zou aanvoelen als een pauze. Dat was iets om naar uit te kijken. Ik besloot mijn desinteresse op te schorten en er dan maar het beste van te maken. Dat hielp. Geleidelijk maakte mijn irritatie plaats voor empathie. Ja, dat gevoel kende ik: dat je er meer van af wist dan de anderen, dat je de anderen dus iets kon leren, maar dat die dommeriken en onnozele halzen er de voorkeur aan gaven uit hun neus te eten of met elkaar te ginnegappen. Had ik hem daar trouwens niet over verteld, vroeger? Nu ik erover nadacht: dat had ik zeker gedaan. Uitvoerig zelfs. En bij herhaling, exhaustief en

70 1 april 2013 Lokaal

uitputtend – nu wist ik het weer. Maar kennelijk had hij niet geluisterd. Of maar half geluisterd. Of wel geluisterd maar het niet begrepen. Of het wel begrepen maar niet geloofd. Mijn empathie begon sympathie te worden. Ik herkende zijn gedrevenheid, de onbaatzuchtigheid en onvoorwaardelijkheid van zijn inzet, het heilige vuur dat, aangepookt door verantwoordelijkheidszin en het geloof in het eigen gelijk, in hem woedde. Er kwam een glimlach om mijn lippen spelen. Ik besefte dat ik naar mezelf stond te luisteren. Mezelf, in een versie van twintig jaar geleden, iemand waarvan ik vergeten was dat ik hem geweest was. In het begin van mijn politieke carrière meer bepaald, toen ik nog niet had begrepen dat meerderheden hun oorlogen voor de gemeenteraad uitvechten. Dat de arduinen eensgezindheid aan de overkant eigenlijk de robuustheid was van een kernreactor met scheurtjes die met het blote oog niet te zien zijn, maar die vroeg of laat wel problemen kunnen veroorzaken. Ik realiseerde me dat de man die zich daar zo uitsloofde om mij te informeren over het reilen en zeilen van de gemeentelijke besluitvorming, eigenlijk vooral zichzelf aan het informeren was. Hij was bezig de dingen voor zichzelf op een rijtje te krijgen. Mijn rol was hoogstens die van therapeutisch klankbord. Goedmoedig knikte ik en af en toe trok ik een verbaasd gezicht, alsof het allemaal nieuw was wat hij me vertelde. Zonder het te beseffen stond hij aan het begin van een lange, eenzame ontdekkingstocht. Het daagde me dat ik hem mijn stafkaarten zou kunnen geven. Maar die gedachte verwierp ik vrijwel onmiddellijk. Die tocht zou hij helemaal zelf moeten maken. En alle stations zou hij moeten passeren: die van verbijstering, boosheid, vervreemding, herkenning, erkenning, moedeloosheid, overmoed en ga maar door. Anders zou hij nooit de valkuilen, sluip- en binnenwegen ontdekken en voor eeuwig een goedgelovig gemeenteraadslid van dertien in een dozijn blijven. Ik glimlachte en zweeg. Ik zei niet dat bestuursmeerderheden alleen maar veinzen dat ze niet luisteren naar de oppositie. Ik zei niet dat een goed oppositieraadslid in de gemeenteraad alleen vragen stelt waarop het zelf het antwoord al kent. Ik zei niet – Voor ik nog meer niet kon zeggen, rinkelde het belletje ten teken van het einde/ het begin van de pauze.

karolien vanderstappen

Pauze


WEGWIJS IN DE POLITIEZONE

dé leidraad voor politieraadsleden! Koen Van Heddeghem, Tom De Schepper, Jan Leroy en Mark Crispel

Als politieraadslid heeft u belangrijke bevoegdheden inzake de begroting en rekening, aankopen, personeelsformatie en benoemingen binnen de politiezone. U bent betrokken bij de uitvoering van de bestuurlijke maatregelen door de korpschef en het politiekorps.

Of u nu burgemeester, politieraadslid, schepen of bijzonder rekenplichtige bent, dit handboek geeft u een bevattelijk overzicht van al hetgeen u moet weten over uw lokale politiezone.

Om uw kennis over de werking en de organisatie van de politiezones aan te scherpen is er de volledig vernieuwde editie van de pocket Wegwijs in de politiezone. In deze pocket leest u alles over de werking en de financiering van de politiezones. U vindt ook een compleet overzicht van de opdrachten van de verschillende actoren binnen de politiezone, zoals de burgemeester, de korpschef, de politiesecretaris, etc. Ook de taken én verantwoordelijkheden van de politieraadsleden komen uitgebreid aan bod.

Deze pocket biedt een antwoord op de volgende vragen: • Hoe situeert de zone zich in de politiestructuur? • Wat zijn de taken van de politiezone, het politiecollege en de politieraad? • Wat is mijn opdracht als politieraadslid? • Hoe gebeurt de financiering van de politiezone? • Wat is een zonaal veiligheidsplan?

Bestel meteen voor het hele bestuur en ontvang aanzienlijke kortingen. Bij aankoop van 20 pockets of meer ontvangt u 25 % korting!

BESTELKAART

Bestel via www.politeia.be, info@politeia.be of met deze bestelkaart. Politeia//Ravensteingalerij 28//1000 Brussel//fax: 02 289 26 19

Ja, ik bestel .... exemplaren van Wegwijs in de politiezone tegen de prijs van 25 euro (VVSG-leden) of 29 euro (niet-leden)*

Naam:

VVSG-lid:

Ja

Nee

Functie:

Datum en handtekening:

Organisatie/Bestuur: E-mail: Tel.: Adres: BTW: * Prijs inclusief btw, exclusief verzendingskosten, geldig tot 31 december 2013. Uw gegevens worden door ons in een bestand bijgehouden en niet doorgegeven aan derden. Overeenkomstig de wet op de privacy hebt u inzage- en correctierecht.


251111

eni

met onze energie komt u verder

eni business solutions eni is al jaren een grote internationale energiespeler. Ook in BelgiĂŤ kunnen bedrijven en overheden op onze energie rekenen. We willen uw energiebeheer zo makkelijk mogelijk maken. Daarom vindt u bij ons een hele reeks aardgas- en elektriciteitsoplossingen die precies aansluiten bij uw behoeften. Samen met u ontwikkelen onze energiespecialisten een innovatief energieplan en garanderen we service op maat voor uw gas ĂŠn elektriciteit.

eenvoud in energie 070 224 002 eni.com/be


2013lokaal04